Overpeinzingen·Ruimte scheppen

Het blijft boeien

Heerlijk begin van de dag met koffie op bed. Wat een fijne bijkomstigheid, want onverwacht. Daarna een app, terwijl we verwachtingsvol op de voetstappen van de kleine Dribbel zaten te wachten. Even later een belletje. De opvang had gebeld er was toch plek voor hem. Ineens lag de dag als een onuitgevouwen landkaart voor ons. Zoonlief gebeld die niet gelijk op nam. Dan maar nieuwe plannen maken, museum of natuur. De natuur vanwege het allermooiste weer ooit in een maand maart. Mijn verlangen naar De Blauwe Kamer was inmiddels gegroeid tot precair. Ja, geef me de galloway runderen met hun imposante lijven en hun zachte aaibaarheid op afstand en de Konikspaarden. Daarbij de lepelaars, de aalscholvers, de eenden en ganzen, de majestueuze zwanen en de onverstoorbaar stappende ooievaars op het eiland in het midden, bekeken vanuit de vogelobservatiepost.

Over het land lag een film van verstilde vredigheid. De natuur genoot onder het verwarmende lentezonnetje, die vooralsnog niet van plan was te stoppen met het verspreiden ervan. De Nederrijn verbond als een kalm en glinsterend lint de ene met de andere oever. In de verte zagen we het pontje varen. Opheusden als een schaduwzijde aan de overkant.

De meidoorns stonden kriskras, genoeg plek om de gekrulde zwarte vachten te schuren straks, als er zich tegelijk een sluier van bloesem over de gedoornde takken uit zou spreiden. Lente gaat het huwelijk aan, verdiept zich, vangt vrucht en sterft af om daarna weer nieuwe kiem te tonen. Wat een heerlijk seizoen. Lief en ik verwarmden lijf en ziel aan al die schoonheid. ‘Kan het mooier zijn dan mooi. ik ben goddank nog steeds een nieuwe lente waard!’ Om met Maarten van Rozendaal te spreken, die deze lente helaas niet meer meemaakt.

Terug leid ik de kleine blauwe door het oude en vertrouwde Utrechtse landschap, de heuvels, een meanderende Nederrijn, de Kromme Rijn, de lieflijke dorpen langs de oude weg, via Amerongen, Leersum, dan afslaan naar Langbroek, door de bossen en de weilanden, richting Houten. De prachtige hoge populieren markeren als vanouds de einder. Thuiskomen voor Lief, die er niet genoeg van kan krijgen. Het blijft herinneringen oproepen.

‘S Avonds blijkt de eetlust bij beide mannen nauwelijks te stillen te zijn. ‘Buitenlucht maakt hongerig’ hoorde ik mijn moeder zeggen, die met het grootste gemak het hele eerste voetbalelftal van de club van mijn vader en broers op zondag van een heerlijke verse zelf getrokken soep voorzag voor de wedstrijd. Het is de bodemloze put die triggert, als je stopt met aanvullen houdt het vanzelf op.

Daarna verdiep ik me in het schrijven en een oude Dalgliesh, die een ingewikkelde moord of twee op moet zien te lossen, maar val halverwege in slaap tegen de geruwde vertrouwde mouw van het jasje van Lief, die naast me de allerlaatste nieuwsgaring nog wil horen. Ik hou vast aan het vreedzame paradijs van vanmiddag en wil even niet uit die droom terugkeren. Een wereld vol liefde en schoonheid in plaats van wat er aangericht wordt.

Het laatste hoofdstuk van de kinderen van Chronos is uit. Een boeiende ontknoping, die misschien nodeloos ingewikkelder is gemaakt, maar wel een heleboel vragen oproept en daar is een boek over filosofie toch altijd bij gebaat. Willem de Zwijger belooft in ieder geval ook een staaltje van wonderlijk geschiedverloop te worden, met ontboezemingen die er niet om zullen liegen. Hoe meer je van dergelijke biografieën leest, hoe vaker de lagen van de geschiedenis in elkaar schuiven en alles in een juiste context plaatsen. Erasmus komt tevens zijdelings terug bij het verhaal van Willem. Communicatie op hoog niveau in die periode, waarbij het doorgronden ervan een wereldlijk beeld oplevert. Leesvoer voor een week of drie betekent veertig bladzijden per dag. Het blijft boeien.

Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Een kunst op zich

Een gat in de, anders zo productieve, ochtend geslapen. Daarna overviel me een filosofische vraag waarop een vrije gedachte als antwoord van iemand anders. Daar moest ik over peinzen, terwijl Lief weer terug in dromenland dook. ‘Hoe ga je om met tegenslag’. Een antwoord hierop was, dat het vooral de kunst was om de juiste vraag te stellen. Het is waar. Als je de eerste als stelling neemt, geeft ze mogelijkheden tot antwoorden van onjuist tot juist. Dat is niet wat je eigenlijk wil. Hoe verwerken we tegenslag is een betere vraag. Geen oordeel, maar slechts constatering van feiten.

Wat je bezig houdt, bepaalt wat je opvalt, lees ik ergens anders op haar site. Aan het eind van een sessie geeft ze een vraag mee naar huis, niet om het antwoord te vinden, maar om gedachten te leiden naar iets anders dan wat normaliter de aandacht gevangen houdt, indachtig het spreekwoord ‘Alles komt in drieën’. De zwangere vrouwen die je ziet als je zelf zwanger bent, de piano’s die langs komen omdat je er zelf een wil kopen. Dit speelde zich al af lang voor algoritmen je in de schoenen werden geschoven. Er was nog geen bereikbaar internet voor iedereen in die dagen en toch vlogen de algoritmen je om de oren, omdat je er zelf door geleid werd.

Tegenslagen vallen om te buigen, iets in de orde van grootte als ‘tel je zegeningen’, nog zo’n wijsheid uit de oude doos, die de laatste tijd heel vaak opengaat. Opmerken wat je niet hebt, blokkeert, zien wat er wel is opent mogelijkheden en daarmee misschien wel een weg. Soms is de overmacht te groot, dan heb je maar te volgen, maar zelfs daarin kan een eigen keuze besloten liggen. Ik blijf nog even verder peinzen zeker in het licht van een oorlog, die weinig ruimte biedt voor het persoonlijke denken.

Gisteren na een ochtend van lezen en een betrekkelijke rust, was de tuin toch weer aan de beurt. Een literaire aanpak dit keer van ‘The three Willows’ op het grensgebied aan de rechterkant. Wat opviel was de stilte alom. Geen mens te zien terwijl er toch diverse auto’s aan het begin op het parkeerterrein stonden. Er werd gestookt, dat roken we dwars door de frisse lentelucht heen. Hoentjes in de sloot en een woerd en zijn vrouwtje maakten zich op voor een lentelang samenzijn.

Lief had zijn spieren gestaald na de vorige sessie en was er klaar voor met handzaag en takkenschaar. Ik zou de tenen van de zijtakken ontdoen en ruimen. De kale tenen achter onze hut en de kleine takken op de ril aan de linkerkant, als scheidslijn tussen mij en buuf. Geen trapje in de buurt dus een extra moeilijk obstakel om de vrij hoge knoesten van hun takken te ontdoen.

Hoe was dat verhaal ook al weer, mijmerde ik intussen, terwijl de handen rustig door gingen met hun werk. Met dat ik het dacht, wist ik dat ik me vergist had. Het boek droeg niet de titel The three Willows, maar ‘The wind in the Willows’ met rat, mol, das en pad, iets wat in het Engels vanzelf al literaire aspiraties met zich mee zou brengen, al was het maar op het geluid van het suizen en fluiten van de wind door de wilgentakken heen. De dieren hadden allemaal een herkenbare karaktereigenschap; de verstandige intellectueel Rat, de bangerd Mole, de narrige oude Badger en de rijke, onvolwassen, maar immer vrolijke en sociale Toad. Met zulke karakters heb je binnen een mum van tijd een verhaal. Kenneth Grahame wist er in ieder geval in 1908 wel raad mee.

Oké, daarmee blijft het nog steeds een literaire tuin, al zijn de appelboompjes van Vasalis in wezen een scheefgezakte eeneiige tweeling, maar die krikken we wel weer op. Een trapje is geen overbodige luxe, want uiteindelijk is Lief faliekant door de stoel, weliswaar in slecht verkerende conditie, gezakt, zonder echter zijn evenwicht te verliezen. En dat was al een kunst op zich.

Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Strassstress in de tank

De nacht is bezaaid met sterren en even duik ik weer terug in mijn jeugd. Hoe graag keek ik niet door ons raam naar buiten, starend naar al die hemelpracht, waar ik een mannetje van de maan wist, die we ook wel Klaas vaak noemden en die vergeten was langs te komen op het moment dat ik naar de sterren keek. Natuurlijk waren er oneindig veel ijldunne elfen, die hem lieflijk bijstonden en die verhalen schreven tussen al die lichtpuntjes in. Nu is elke ster een herinnering. Mijn moeder, de opa van de kleinkinderen, een lieve vriendin of drie. Troostrijke sterretjes. Ooit zag in Bulgarije op de top van een berg de oneindige val van de sterren. Duizenden wensen in het verschiet.

Het lied van Ellie en Rikkert Zuiderveld komt boven. Jaar en dag gezongen voor de kinderen op school, om de magie vast te houden van die wonderlijk sfeervolle wereld, waar dingen kunnen gebeuren die je voor onmogelijk hield, zoals ‘Een scheepje met een mast’ of ‘Een oog waar je alles door ziet’. Je kunt zoveel wensen en alleen dat schenkt al voldoening. Op dit ogenblik weet ik precies welke boodschap ik naar boven stuur en hoop met dezelfde kinderlijke vurigheid dat ze bewaarheid mag worden.

Gisteren was dan eindelijk de tuin aan de beurt. Het modderpad was enigszins begaanbaar en we kozen de lange weg, om de tuin van dochterlief te bewonderen die samen met het hele gezin en vereende krachten een nieuw terras voor in haar tuin had gemaakt, waar de zon in het voorjaar nog te koesteren zou zijn. Ze hadden het ‘Het oog’ genoemd, omdat de vorm daaraan deed denken. Zo krijgen de dingen vorm.

Het was geruststellend hoe vertrouwd onze tuin erbij stond. Een paar krokussen hadden hun dappere kopjes al opgestoken ondanks de vrieskou. De engel was gevallen, zoals bij elke windvlaag die langs komt. De wilgen, die ik kennelijk in het najaar toch al danig uitgedund had, hielden nog steeds de wacht. De appelboom stond zoals verwacht zo scheef als immer. Alleen het bord van de Bernagie was ervan afgewaaid. In de Bernagie zelf kwam vooral de vredige sfeer goed tot haar recht. De schilderijen, de tafel vol met krijt, inkt en penselen die lagen te wachten om in gebruik genomen te worden na zo’n lange overwintering, ik was vergeten hoe aangenaam het er was.

Buiten voor de wagen zaten we op de verweerde stoelen en droomden van een fikse opknapbeurt, maar eerst maar eens een wilg aan de zijkant van de tuin aanpakken om te kijken of het luie winterzweet het aankon. Lief nam de grote takkenschaar en was verbazend behendig met de snoei van de allerdikste takken. Ik zat erbij en knipte de kleine takken eraf of maande hem een knoest weg te knippen, zodat er met de takken te vlechten was.

Het werd een idyllisch plaatje daar op dat kleine stukje grond in de steeds warmer wordende lentezon. Het was er zo kalm als je je maar wensen kon. Kleine mezen dartelden hun lente bij elkaar. Verderop in het veld klonk de kievit, zwaan koos koers en het winterkoninkje scharrelde in het struweel. Natuur onder handbereik. De noeste arbeid werkte verheffend en bracht nieuwe energie.

Op het pad terug trok de zon lange schaduwen in het rimpelloze water van de sloot. Voldaan gingen we op huis aan met de belofte om snel weerom te komen omdat de tuin het gemis aan het land in Verweggistan op schaal verving. De lichamelijke arbeid, zoals snoei en wieden als work-out au naturel was heilzaam. Daar kon geen sportschool tegenop.

Bij de benzinepomp vroeg een man of ik ook een bezoekje aan de juwelier kwam brengen. Even schakelen. O ja, duurder dan diamanten, die benzine. Het was waar. Straks wordt een reisje eenvoudigweg onbetaalbaar met zoveel strassstress in de tank.

Overpeinzingen

De krenten uit de pap dus

Wat staat er voor vandaag op de planning. We houden een zussendag, zowaar. De eerste onbezorgde, zonder mondkapjes, zonder anderhalve meter. Natuurlijk moeten we voor een project van onze enige nog werkende zus een aantal attributen bij elkaar struinen. Dan zit er maar een ding op. Een onvervalste kringlopendag. Zin in, want altijd feest.

Gisteravond bij ‘Volle Zalen’ een interview met de lieve en aandoenlijke Jan Rot. Wat een zachtaardig mens is dat toch. Zijn levensmotto is sterk. Als er één in staat is om geluk in een dagelijkse vorm te gieten dan is hij het wel. Met bewondering heb ik bekeken hoe hij zijn lot en zijn liefde voor het leven draagt. ‘Ik ga misschien wel vroeg dood, maar ik heb alles gehad’ geeft hij aan. Dat te kunnen zeggen is veel waard. Hij is een toonbeeld van meebuigen met wat op je pad komt en niet nastreven wat je persé wilt hebben. Zo’n kalme golfbeweging is in alle opzichten mooier dan het krampachtig er achteraan rennen. Simpele eenvoud als een ode aan het leven.

De avond met Arjen Lubach is ook een opsteker. Het aanpakken van de misstanden die iedereen kent maar waar maar weinig tegen gedaan wordt is een blikverruimer die er nodig is. Gisteren was Postnl aan de beurt en de krappe tijdindeling voor haar bezorgers plus die wonderlijke zuinige betaling per bezorgd pakketje, zonder dat er een CAO aan te pas komt. Arjen en zijn team zetten de puntjes op de i, daar waar iets langs de randen van het betamelijke schuurt. We weten het wel enigszins, maar niet voldoende van de hoed en de rand. Een ode aan het bewust leven.

Gisteren kwam uit de doos met verrassingen een recept met gyros-kip en sla in een Turks broodje. De eyeopener was de aioli, die op het broodje werd gesmeerd. Nooit aan gedacht en eigenlijk zo logisch. Natuurlijk heb je zo de meest pure knoflooksmaak en als je tijd hebt om het zelf te maken is het nog lekkerder.

De dag begint verwachtingsvol zoals het betaamt op een tweede dag van de meteorologische lente. Een belangrijke dag voor mijn lief. Na deze dag zijn we vooral veel samen en kunnen we gaan bouwen aan wat een toekomst heet. Mooie plannen liggen in het verschiet al zijn we ons ook zo bewust van het belang van het nu. ‘Carpe diem’, zei hij gisteren over de Skype. Pluk de dag in al haar schoonheid en zo is het maar net.

In het programma ‘Nu te zien’ Van de Avro/Tros op Nederland twee was gisteren de artistiek directeur van het Amsterdams Museum Margriet Schavemaker op bezoek bij de tentoonstelling van de Franse Laure Prouvost in het Bonnefanten museum te Maastricht. Het is jammer dat het zo ver weg is, maar toch denk ik dat het zeker de moeite waard is om er heen te gaan. Het zag er boeiend en magisch uit met haar vele indrukwekkende installaties en door de combinatie van Mixed media. Dat te doen en er dan gelijk een weekendje aan vast knopen behoort nu tot de mogelijkheden. Dat is zo’n lied van verlangen uit de zak met onverwachte toekomstmuziek, die nu open voor ons ligt.

En nu eerst het huis een beetje kuisen, het lentegevoel vasthouden en er een gezellig dagje uit van maken met de lieve zussen. Het etentje dat we er achteraan knopen is ter ere van de verjaardag van zus heel binnenkort. De krenten uit de pap dus.

Overpeinzingen

Dát dus, vooral dát

De dag begon vroeg om vijf uur. Traag kleurde de donkere nacht op tot een zalmroze/rood. Met een puzzeltje een vredig begin.

De overhaast in bladerdeeg gepakte maaltijd van gisterochtend was tegen het eind van de dag zeer smakelijk vond vooral zoonlief, wiens smaakpapillen beter werkten dan de mijne.

Met lief had ik twee keer geskyped. Lang leve het beeld, maar ook het verlangen naar de nabijheid groeit dan. In de eenzame periode van hem in Verweggistan heeft hij vooral juist de aanraking gemist. Een aai over een wang, het koesteren van het vel op de handen, persoonlijke aandacht. Het gemis daaraan maakte het bijzonder moeilijk. Hoe was dat toch voor al die lieve oude mensen, die al in de war waren en verstoken werden van lichamelijk contact. Uit hoofde van mijn werk als verpleegkundige weet ik hoe troostrijk een hand op een arm kan zijn, een arm om de gebogen schouders, het strijken van een vinger langs een wang.

Nu we weer volop kunnen putten wordt pas duidelijker hoe schrijnend het gemis was. Ook voor mij. Al die jaren in mijn zelfgekozen alleengaan waren er naar volle tevredenheid de zussen, de vriendinnen en bovenal de kinderen en kleinkinderen, Er gaat niets boven de knellende armpjes om een nek en ik kwam niets tekort tot aan Corona. Maar die ene, door mij lange tijd verbannen vorm, het delen van elkaars aanwezigheid, de liefde voor een mens als persoon, dat onvoorwaardelijk te mogen ervaren bijvoorbeeld, als verteld wordt hoe mooi je bent, hoe lief, daar groeit een mens van in zijn hele ziel en zaligheid. Al weet ik nog steeds zeker, dat het nooit meer zover had gekomen als het niet die vertrouwde, samen opgebouwde basis van de oude liefde betrof.

‘Waar het hart vol van is loopt de mond over’ zei men vroeger. En af en toe voel ik me beschaamd om het wereldkundig te maken bij zoveel leed dat zo dichtbij is. Tegelijkertijd besef ik dat de liefde het enige is dat haat en verderf kan overwinnen. Onze kracht zit in het uitdragen van het kleine geluk aan ieder die daarvan horen wil en er ontvankelijk voor is. Klein geluk dat in het dagelijkse nog volop te vinden is. De lucht van vanmorgen, de kauwtjes in de dakgoot, mooie muziek, goede programma’s, schitterende tentoonstellingen, het verstilde spel van kleindochter, het met smaak verorberen van een bereide maaltijden, de merel die een worm pikt onder de grote Kastanje op het plein, de zussen om mee te kringlopen, mijn lieve kinderen en gratis erbij gekregen kinderen. Tevreden zijn met wat er is.

Maar die andere gevoelens dan, onmacht, verdriet, angst, haat die ergens diep besloten ligt. Wat gaan we daarmee doen. Op mijn bed ligt het boek Winteren van Katherine May, de gedichten en liedjesbundel van Annie.M.G Schmidt, De appel in het paradijs van Sonja Barend en De Markiezin van Charlotte Mutsaers. Ze verhalen van heel het leven, met de ups en de downs. Omarm ook het leed, de depressieve gevoelens, wordt heel, fluistert de een. Lach erom, spot ermee, breng er humor in zegt de ander. Bezie het fijntjes en trek je eigen plan, fluistert de volgende. Leef het leven met volle teugen, zegt de laatste. Vrouwen die net als ik geleefd hebben of er nog volop in staan. Wijze vrouwen, die de heelheid van het bestaan erkennen.

Ik omarm hen en de vele anderen in de boekenkast en mijmer mijn eigen waarheid bij elkaar. Dat dus, vooral dat.

Overpeinzingen

Het recht zal zegevieren

De lente buitelt over de knoppen heen en trekt ze een voor een uit hun slaap. De prunus naast de flat staat uitbundig te bloeien. Overal kom ik foto’s tegen van prachtige bloesem tegen een strakblauwe lucht. Het was me dan ook het weertje wel gisteren. Maar toch moest je je niet vergissen met aankleden. Het was bibbertjes koud. Of voelde dat zo omdat ik in de nijver om mijn deadline te halen de hele dag binnen was gebleven en pas tegen vieren met twee dagporties heerlijke paprika-courgette-soep richting dochterlief ging.

Het verhaal is af en ter lezing ende vermaeck doorgestuurd om te redigeren. Altijd weer spannend wat de goegemeente ervan vindt. Toch krulde de binnenkant gisteren wel een beetje om van trots. Pffff, het was even hard aanpoten, maar dan heb je ook wat. Nu verder met de rest van het achterstallig onderhoud.

Vanmorgen vroeg riep het gerecht voor vandaag me de keuken in, want het verrassingspakket van zoonlief had kippengehakt erin, die gisteren al op moest. Dan maar in de ochtend al rul bakken en de rest van het gerecht bereiden en in de koelkast bewaren tot later. Het gehakt met de kruidenkaas, de geraspte kaas en de broccoli in het midden van het bladerdeeg en dichtvouwen, zodat ik het vanavond kan afbakken in de oven. Zo’n verrassingspakket laat wel hele nieuwe variaties zien en die zijn een uitdaging om tot een Goed einde te brengen. De soep die ik had meegenomen naar dochterlief werd met veel smaak door allen opgegeten. Rijker en voller nog dan de dag ervoor.

Vandaag ga ik verder met het doek van de vier zussen. Met project Rembrandt op het netvlies kreeg ik daar ineens zin in. Ze hadden flamenco-danseressen onder andere als opdracht . Wat een heerlijke kleurrijke schilderijen leverde dat op. Altijd jammer als er iemand afvalt, van wie je zeker weet dat ze wel het talent heeft maar op die dag niet helemaal uit de verf komt, letterlijk en figuurlijk. Heerlijk om te zien hoe de twee mannen, die als beste naar voren kwamen, elkaar kunnen opstuwen in de vaart der volkeren. Ze bouwen op elkaar en daardoor groeien ze beide. Een mooi staaltje van elkaar nodig hebben, want hun begeleidster kon er alleen digitaal bij zijn door de Corona, die ze had opgelopen.

Vriendlief en ik maken plannetjes voor straks en wat we allemaal kunnen gaan ondernemen. Heerlijk als de bezigheden nagenoeg gelijk zijn. Schrijven, lezen, fietsen, tentoonstellingen bezoeken, wandelen, Utrecht in, een film pakken, naar het theater, gezellig uit eten gaan en reizen. Eigenlijk alleen maar leuke dingen die ik alleen ook deed, maar die nu te delen zijn en waar oeverloos lang over gesproken kan worden. Een stelling voorlezen en dan er over bomen is iets wat ik allang niet meer gedaan heb met iemand die me zo vertrouwd en eigen is. Ik droomde van hem. Hij had een prachtige wollen rode trui aan. Het was liefdevol en fijn om daarmee wakker te worden.

Ik herlees de genezing van de krekel, het allermooiste hoofdstuk van de verhalen op nummer 50. ‘Krekel schrikt wakker, ziet de stofjes dansen in de zon, hij leest briefjes met goed raad,(…) maar ineens schoot hij recht overeind. Er was iets vreemds, maar wat. Hij keek naar zijn kamer, alles was nog hetzelfde. Ineens wist hij het. Het sombere gevoel in zijn hoofd was weg. Gedachten kwamen schuchter te voorschijn uit alle kieren en gaten en schoten onwennig door de lege ruimte heen. (…)Het is weg, dacht krekel’. Hij stilt zijn honger en gaat voor de deur zitten tjirpen. Iedereen mag horen dat hij beter is. Als ze hem vragen hoe dat is gekomen, antwoordt hij met hulp van mier ‘Zomaar’.

Een mooi verhaal om een stralende dag mee te beginnen. Zomaar. Omdat de lente ons overspoelt en het recht zal zegevieren.

Overpeinzingen

Lichtpuntje

Een stralende zondag als lichtend voorbeeld voor de schaduwkant duizenden kilometers verderop. Het meest aandoenlijk in de afgelopen dagen vond ik de vrouw voor één van de gehavende flats van Kiev. ‘Waarom kan het niet gewoon lente zijn’, vroeg ze zich in alle eenvoud af. ‘De vogels zingen de bomen dragen knop’. De vertwijfeling en het ongeloof in haar stem ontroerde me ten zeerste. Lente, de aanzet tot nieuw leven, zou niet moeten worden gedrenkt in dood en verderf. Oneindig verdriet om de vernietiging van de schoonheid.

Vink vliegt in de boom voor het raam en koestert zich een wijl in de al verwarmende zonnestralen van deze vroege ochtend. Lief schrijft dat hij me mist. Een leven vol belofte. Kauw schudt haar veren en beneden loopt een jogger zich in het zweet. Vreedzame taferelen.

‘Matthijs draait door’ als ouverture is een fijnzinnige pleister op de wonde. De muziek, de innemende gasten, de gelauwerde dichter Willem Wilmink, een tranend oog van Herman Finkers en de innemende flower-powervriend Ernst Jansz met als tegenhang en daverend slot de opzwepende en bruisende muziek van Chef’Special, die de muziek van de toekomst vertolkt. Van alles wat, om van te genieten, om te vergeten, om met weemoed terug te denken en om paralellen te trekken met eerdere brandhaarden in de wereld.

Ik wil naar de tuin om mijn moeder te begroeten in de zwellende knoppen, het verse groen van de bollen, de ontluikende wereld die onschuld heet. De schoonheid van ontwakende natuur. Het fluisteren van de heg, het ritselen van de blaren, de al opwarmende smeltende winterdag, de bemodderde paden langs de sloot, de eerste bloemen.

Vannacht zat ik middenin het neolithicum. Hoe schrijf ik mijn lieve kleine helden naar de steentijd. Gelukkig zijn er de diverse nederzettingen her en der en zijn er programma’s met lichtende voorbeelden. Ze gaan hun weg wel vinden, weet ik. Liefst vandaag nog.

De oude Utrechtse Hortus

Ook spookte het boek van Thea Beckman door mijn hoofd, deel 1 van de Thule-trilogie: ‘Kinderen van moeder aarde’. Een hinkstapsprong maar wel een logische naar een utopische ontsnapping uit de werkelijkheid. Vrouwen regeren de aarde. Zelfs in dat lieflijke land sluipen regels en wetten binnen en gaan vrouwen op den duur, bij de komst van een ‘Barbarenschip’ ten onder aan hun eigen lieflijke regels, die hun eigen zonen en mannen teveel beknotten. Ook daar dreef dat uiteindelijk de wig in het vreedzame leven. Vrouwen aan het roer, mannen aan het roer, het is om het even, zolang de macht maar achterwege blijft, het geld, het voetstuk. Daar is de eenvoudige mensenziel kennelijk niet tegen bestand. Herman Finkers zingt zijn protestlied tegen de NAM en de dovenondertiteling vertaalt bij de laatste zin ‘Je doet warempel niks tegen olie, gas en poen’ per ongeluk ‘tegen Oliecharchs en poen’ en dat maakte het hele lied actueel. Speling van het lot of moest het zo zijn?

Van zoonlief had ik een zak met groenten uit zijn koelkast gekregen, omdat hij het niet op kon maken deze week. Dat betekende een berg aan paprika’s. Omdat ik wist dat mijn bestelde staafmixer zou komen en er om een handtekening gevraagd zou worden, besloot ik in de wachttijd het aangename met het nuttige te verenigen. Een Oosterse paprika-courgettensoep was het resultaat. Lekker lang en geurig getrokken, genoeg om vandaag mee te nemen naar dochterlief en haar gezin, en met de nieuwe staafmixer tot een glad soepje getoverd. Vele vliegen in een klap. De wachttijd geslecht, de berg paprika’s geminimaliseerd en de nieuwe staafmixer uitgetest. Als bonus die maaltijd voor vanavond en de handen vrij voor mijn verhaal met mogelijk nog een rondgang door de tuin.

Nu schiet de oude Hortus door mij heen. Is ze al geopend. Daar wil ik lopen met mijn lief. De prachtige tuin met haar eeuwenoude omlijsting van grachtenpanden en herenhuizen, priëlen, de vijver en de oude monumentale bomen, de oudste Gingko Biloba, de symmetrie van de Catalpa, die zijn schoonheid rond trompettert., de vele gewassen, de kruidentuin en haar mooie bloemen. Dit jaar gaat ze weer open en het voelt als een lichtpuntje.

Overpeinzingen

Mét al zijn zwarte veren

Terwijl bij Paul Witteman in de herhaling Mike Boddé een corona-compositie laat horen vanuit zijn huis, omdat hijzelf een lijdend voorwerp is geworden, blazen Putin en zijn leger Kiev aan gort en huilt het hart onverdroten door. Vannacht was ik, alleen, bezig geweest met het vormgeven van een nederzetting uit het Neolithicum en sleepte vele voorbeelden ervan uit de digitale wereld naar boven. Het geraamte voor een goed verhaal. Om tien uur vanmorgen werd ik wakker met de woorden van vriendlief op de app, ‘Goede morgen wijze vrouw”. Op dat moment voelde ik me niet zo. Eerder een dagverspiller, wat niet helemaal terecht was omdat ik de helft van de nachtelijke uren had gebruikt om het geraamte van mijn verhaal op te zetten.

De dag ervoor, alleen thuis, gaf ruimte aan de bezigheden, die opgestapeld lagen te wachten op aandacht. Hoe ingrijpend kan het zijn om plotseling meerdere bezigheden op het netvlies te hebben, gevoelig als ik ben voor het tot een goed uiteinde brengen van alles. Er is meer tijd voor nodig door het uitbreiden van de belangen van die van een ander op mijn netvlies. Er is te weinig van mij. (Ken uw klassiekers)

Bij Witteman wordt vertelt over een rammelaar-verzamelaar met het aandoenlijke verhaal hoe hij er toe was gekomen om die rammelaars te gaan verzamelen. Het was in de oorlog, hij en zijn vrouw zaten ondergedoken en de vrouw raakte zwanger, maar het hebben van een baby op die plek was te risicovol, dus besloot het echtpaar de zwangerschap af te breken. Daardoor overleefden ze de oorlog wel. Toen na de oorlog de vrouw opnieuw zwanger werd, kocht de verzamelaar een klein miniatuurrammelaartje voor het destijds ongeboren kind. De vrouw echter kreeg complicaties en dit kindje werd doodgeboren. In hun verdriet besloot hij de rammelaar aan vrienden te geven die een baby hadden gekregen, maar daar raakte zijn vrouw zeer bedroefd van. Vervolgens bezwoer hij haar op zoek te gaan naar een identiek exemplaar van het miniatuurrammelaartje. Wat een prachtig maar droef verhaal en wat een voorbeeld van hoe ‘ ’s Heeren wegen’ kunnen lopen. Het blijf een muziek instrument pur sang en Anne-Maartje Lemmereis componeerde er een wiegeliedje voor. Mijnheer Heinz, de verzamelaar, heeft op die manier de kracht van de schoonheid boven zijn eigen verdriet uitgetild.

Op dat moment las ik, bij een andere bron, dat er een kindje was geboren van een 23 jarige vrouw in de metro in Kiev. Een schrijnend moment om te beseffen dat de schoonheid te allen tijde zegevieren zal, maar dat de aanloop ertoe barre omstandigheden kunnen behelzen. Het hart huilt om de herhaling van dergelijke ontluisterende feiten.

De guirlande in de boom voor het raam is verworden tot een stemmig mineur. In flarden hangt ze terneer in twee losse delen. Kauw zit er als zwarte symboliek achter en bewaakt zijn of haar gebied. Straks vliegt ze weer naar de dakgoot en plukt wat aan het nest. Het zijn op zolder de naaste buren, die aardig kakelend wat decibellen teweeg kunnen brengen. Het mooie boekje van Max Porter: ‘Verdriet is een ding met veren’ dat onder handbereik ligt, is het antwoord op het verwerken van onaanvaardbaar leed. Uiteindelijk na een lang woord-rijk gevecht met kraai is de vader van de tweeling eindelijk in staat om kraai te vragen op te krassen. Elke veer van kraai was onderdeel van het proces van verwerking. Nu was het gedaan.

Straks is de guirlande uiteengereten tot microscopisch kleine deeltjes, het wereldnieuws uiteengevallen in een gedoogtoestand en vragen we kraai met zijn dood en verderf aan veren om op te krassen. Er is maar één iemand die mondiaal opkrassen moet, mét al zijn zwarte veren.

Overpeinzingen

Wat een heerlijk idee

Voor de afwisseling schrijf ik laat in de ochtend en na de koffie op de bank. Net hebben we met gemengde gevoelens het wereldnieuws gevolgd en mijn hart bloedt om alle gewone vredelievende mensen die door een potentaat in het ongewisse worden gestort. Uit de grond van mijn hart kan ik stellen dat het niet meer opgaat om niet te oordelen over machtswellustelingen. Verwonderen erover is nauwelijks meer mogelijk. Soms trekt men een grens.

Pluis haar ogen staan op steeltjes, nu er twee dikke doffers op de voederplaats de krenten uit de pap proberen te vissen. Al het fladderend gevogelte brengt onrust te weeg. De zon probeert uit alle macht door het wolkendek heen te komen, net zoals vredige gevoelens gekoesterd en bewaard willen worden binnen de dreigende taal en uitingen van de man met de ijzige staalharde blik. Hier lukt het haar met kracht de wereld te doen oplichten. De handen ineen slaan en unaniem opstaan tegen deze volledig ongegronde eenmansactie, fluisteren haar stralen, wereldwarmte versus een autocraat.

Lief is nu ochtendtoilet aan het maken, de dag zal volgens de routine een weg volgen. Fysiotherapie, een boodschapje, zalf voor Pluis ophalen en koken met de gisteren verkregen grote hoeveelheid groenten. Het brainstormen over het verhaal uit de steentijd nam gisteren tussen de bedrijven door een vlucht. Opa is nog steeds de spil en zijn volkstuin. De filmpjes op schooltelevisie zijn een welkome beeldvorming.

De lasagne was een succes, maar ook behoorlijk bewerkelijk. Daar had ik me een beetje op verkeken. Eer van het werk is de oogst. De mannen hebben alles met verve naar binnen gebuffeld tot de laatste hap. Daarna volgde de vaat, even groots en meeslepend.

Broerlief is jarig vandaag en kreeg de foto van de uitbundig bloeiende oranje tulpen cadeau. Normaliter zouden we op visite gaan en genieten van een ouderwets opgezette verjaarskring met een overvloed aan lekkere frituur, waar het feestvarken zelf de grootste hand in zou hebben, maar Corona gooit opnieuw roet in het eten. Ach ja.

Ik denk aan de verjaardagen vroeger, met de pepsels en de bolknaks en sigaretten op tafel in de wijnglazen. Een geloop aan de deur, de hele familie kwam opgedoft voor het feest aanlopen. De tantes met keurig gekapte coiffeur, gestreken witte blouses onder hun mantelpakjes van keurig donkerblauw. Hier en daar blonk een frivool en toch bescheiden lippenstiftje of een blush de rode wangen. De ooms, nog gepikt en gesteven, in het pak. Een kus, het cadeau, waarschijnlijk een flesje odeur en bloemen voor mams en een ouwe klare in een kruikje of een pakje zware shag voor paps. Altijd was er koffie van die ene brander hier uit de stad met de roombroodjes van Boonzaaijer en daarna kwam het advocaatje met slagroom en de eerste tulpglaasjes met jenever op tafel.

Er werd gepraat, gelachen en geroddeld. De kinderen zaten er met oortjes op steeltjes tussen, want zo hoorde je nog eens wat. Over alles lag een dikke rooksluier, die soms de hoofden los maakten als zwevende objecten, zodra de eerste sigaren hun rookgordijn in gang hadden gezet. Opa’s hoge hoed wiebelde voor hem op de punt van de tafel en naarmate de ochtend vorderde gingen de jasjes uit en kwamen er hemdsmouwen en losgetrokken stropdassen en boorden aan te pas. Het geluid zinderde naar een hoogtepunt, alles en ieder werd net ietsje luider en makkelijker om bij het naar huis gaan met rode wangen en een ietwat onvaste tred het paadje in de voortuin af te lopen. tot gauw, tot de volgende verjaardag.

De wederwaardigheden waren uitgewisseld, ieder wist van de hoed en de rand, de laatste nieuwtjes in volle glorie uitgespit. Op naar het nieuwe jaar. Zo simpel, zo feestelijk, zo onbevangen en zo vol belofte. Wat een heerlijk idee.

Inspiratie·Literatuur.·Overpeinzingen

Bij deze

Terwijl Franklin over het land raasde en her en der voor opschudding zorgde, kabbelde de droom stilletjes voort. Een wonderlijke, als altijd, waarbij er een wedstrijdje aan de gang was van: Wie er het snelst op handen en knieën om de tafel kon lopen. Iemand verzekerde mij, dat ik het echt kon proberen op mijn versleten knieën en dat dat geen schade zou geven. Inderdaad ging ik als een speer en won de wedstrijd. Het resultaat was dat ik eindelijk een keer op het ouderwetse vroege ochtenduur wakker werd. Koffie en genieten van het oplichten van de donkere nacht.

Gisteren kwam dochterlief gezellig theeën, maar ze had alleen de kleine dribbel bij zich. Die moest uit zijn autoslaapje en zijn dikke jas gepeld worden en keek nog wat pips in het rond. Maar zodra hij in de kamer was, ontdekte hij zijn vriendin, de pop Greetje, en smeekte mij haar tot leven te wekken. Zijn naslaap verdween als sneeuw voor de zon door Greetjes grappen, helemaal toen ze hem wel wilde opeten. Dat leverde een hoge, ietwat, angstige maar ook uitgelaten lach op. Het monstertje, een vingerpopje van het bijbehorende monsterboek, leverde grote hilariteit op tijdens het voorlezen. Vooral omdat hij steeds de herhaling zelf kon nazeggen. Dat er geen goed einde was, deerde de lieverd geen seconde, schaterend bewoog hij het vingerpopje over de bladzijden. Hoe meer monsters, hoe beter, hoorde je hem denken. Daarna was het de hoogste tijd voor crackertjes en appelsap.

Ineens dacht ik aan de mappen boven, die ik dochterlief wilde laten zien. Studiemateriaal van Speel je wijs, dat al jaren stond te verstoffen in een tas achter het bed. Ziezo, weer wat ballast over boord. Dribbel had ondertussen de doos met kleine auto’s ontdekt en speelde een heel spel in zijn eentje, iets wat hij als geen ander kon. Wij konden heerlijk bijpraten.

Zoonlief kwam zijn vogelaars-attributen laten bewonderen en toen de twee Turkse Tortels ondanks de striemende regen er lustig op los pikten in de voederbak konden we door de Swarovski- verrekijker de druppels als diamantjes op hun veren zien liggen. Het was een aangenaam verpozen en natuurlijk ging een bakje met de eerder gemaakte pasta richting huis. Dribbel zond, hard lopend om de niet aflatende regen, kushandjes over de galerij in het ritme van zijn rennende schoentjes. Later appte dochterlief dat de jongens van de pasta gesmuld hadden en dat alles schoon op was.

In de Skype met lief een schematische weergave voor het programma van de volgende dag, nu dus. Straks rij ik om elf uur richting Hoek. Daarna gaan we richting Den Haag en na het onderzoek gaat hij voor een paar dagen mee naar huis. Het grote voordeel van een weerzien is dat het extra genieten is als je elkaar in de armen kan sluiten. Nu nog duimen voor een gunstige uitslag en dat stormachtige Franklin zoet gaat rusten. Dat geeft een geruster gevoel. Hij gromt hier nog steeds een beetje na. Daarna mag het wel wat droger worden allemaal. En lichter…Letterlijk en figuurlijk.

In de boekenbijlage van de krant trok een recensie van het boek ‘Waar gezongen wordt’ door Shula Tas de aandacht. Ze gaat in het boek op zoek naar haar identiteit. Ergens wordt beschreven hoe ze zichzelf ziet: ‘Als een rode draad mij zou verbinden met alle generaties voor en na mij, dan zou die op dit moment alleen bestaan uit een klein rood puntje. Een gênant klein stipje in de eeuwigheid. Een losse noot op een verder lege partituur. Een lied zonder begin en zonder einde, zwevend in een vacuüm van tijd’ De conclusie van recensent Onno Blom is de volgende: ‘Door haar verdriet en schaamte onder ogen te zien probeert ze haar lot te omarmen. Zich te verzoenen met het onvermijdelijke’. Een boek ‘dat zich op de grens van feit en fictie beweegt’ lijkt me uitstekend geschikt voor de lijst van ‘te lezen boeken’. Bij deze.

Overpeinzingen

Wat ik je brom

Het weer speelt een spelletje met ons gemoed. Net als de troosteloosheid door de sombere dagen ons tot in de schoenen zakt, zendt ze er een blauwe en zonnige dag tussendoor, waardoor we opveren en energie krijgen. Vlak de hoop ook niet uit. Die verlangt sterk naar de lente en warmte.

Gisteren voor het eerst sinds lang weer aan de zijlijn van het voetbalveld gestaan. De dag was olijk begonnen en achter het raam zag het er aangenaam uit, dus had ik weliswaar zorgvuldig de lange winddichte jas gekozen, maar er te weinig aan trui onder gestopt. Bibbertjes koud herinnerde het me vooral aan alle andere keren dat ik na tweeënhalf uur totaal verstijfd het terrein verliet en niet wist hoe warm te worden in de kleine blauwe prins met alle ventilatieknoppen op de hoogste stand evenals de blower. In de pauze had een vriendelijke heer mij een kop thee met vijf keuzezakjes en een gevulde koek gebracht. Ik dichtte hem galantie ten top toe maar zoonlief had dit in de rust even snel geregeld, om zijn oude koude moeder warm tegemoet te komen uit dankbaarheid voor de support. Haha. Toch lief van beide mannen.

Over Skype dromen lief en ik de toekomst bij elkaar, die al tot de tuin is uitgebreid, met rozenstruiken en prieeltjes en lieflijke halfronde bankjes in een late avondzon. Twee schommelstoelen komen op de veranda van de Datsja, waarin we elkaar passages voorlezen. Alles natuurlijk gekruid met de geneugten van het leven. Ach ja, wat heerlijk om opnieuw romantisch te kunnen wegzweven. Wees gerust, ook wij landen weer gewoon met twee benen op de grond, maar tegengesteld de grauwe werkelijkheid doet het meer dan deugd.

Het boek ‘De kinderen van Chronos’ van Erno Essens is erg goed geschreven en voert je de bekende en onbekende geschiedenis van het oude Griekenland binnen. Tijdreizen, goocheltrucs, filosofie, spanning en sensatie, het is er allemaal en geeft wat het aan geheimzinnigheid belooft. Een avontuur om je tanden flink in te zetten.

Ondertussen moet ik wat met het stenen tijdperk en opa op zijn volkstuin, met de gevlochten afscheiding van wilgentenen. Zit er een verhaal in zijn opgerolde hemdsmouwen dit keer? De tijd dringt en met al die geopende deuren in mijn hoofd en hart is het lastig focussen.

Pluis is gisteren met zoonlief bij de dierenarts geweest. ze heeft al een paar maanden aandrang tot het extra zorgvuldige hygiënische poetsen en likt haar vacht aan barrels. Om te voorkomen dat ze straks helemaal kaal is, adviseerde de arts pilletjes en zalf om de jeuk te verminderen en de vicieuze cirkel, waarin ze kennelijk verkeert, op die manier te doorbreken. Ik meen nu al een gunstige werking te bespeuren.

De reis in Italië ging door naar Bari, waar men als specialiteit de authentieke oortjespasta kent. Natuurlijk is de naam in het Italiaans welluidende en heet het Orecchiette al Rugù. Elke Nonna in Bari maakt het met verve voor haar huis om dan te verkopen aan de locals en de toeristen. Helaas pindakaas, de winkel waar ik gisteren inkopen ging doen kende deze grappige pasta niet. Nu heb ik wel de Rugù, maar de pasta bestaat uit schelpjes. Conciglioni al Rugù om precies te zijn en derhalve ook niet te versmaden. Zo is het, naar goed Italiaans gebruik, ook de hoeveelheid voor een weeshuis geworden, per tutta la famiglia.

Gelukkig komt dochterlief met haar mannen op bezoek. Die Conciglione vindt wel een weg. Wat ik je brom.

Inspiratie·Overpeinzingen

De wereld ligt aan uw voeten

Het eerste kinderboek is uitgelezen en het duizelt me een beetje. Er worden zoveel nieuwe fantasiewoorden voor oude begrippen gebruikt dat de neiging ontstaat om om ‘mag het een onsje minder’ te vragen. En toch…Als het verhaal je eenmaal te pakken heeft dan kan je die woordenbrij loslaten en gaan voor de spanning van het verhaal. Maar achter elke deur ervan wordt je weer op een ander been gezet.

Zoonlief appte dat ze kwamen eten, iets makkelijks, niet te ingewikkeld. Natuurlijk lieverd. Haha. Veel te leuk om mijn kookgerei weer te laten sprankelen. Een Tagliatella Bolognese, sudderstoofpotje bij uitstek, naar authentiek Italiaans recept. Altijd leuk om tussen het enorme aanbod op Google een juiste uit te kiezen en de kunst is om zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven. Het slaagde wonderwel en inderdaad was de smaak heel anders dan mijn doorgaans met de snelheid van een-ouder tussen de bedrijven door-Pasta Bolognese.

Onmiddellijk onder het koken kwam het idee op om naar goed en speels gebruik de landen stuk voor stuk onder de loep te nemen, dus is voor vandaag de Risotto Giallo con Piselli, deze komt uit Milaan en men gebruikt carnaroli-rijst, zoals men bij hoog en bij laag bezweert, de Rolls-Royce onder de risotto rijst. In mijn creuset staan de groenten al te pruttelen voor een heerlijke bouillon. Straks verder. Het zijn twee vliegen in één klap, want het is ook tegelijk een dwars-door-de-kast-recept.

Vlak voor de maaltijd had zoonlief laten weten om vijf over zeven te landen op Schiphol. Dat betekende even de kaarten opnieuw schudden en de avond wat anders indelen. Na het heerlijke bezoek van de oudste en het spel met kleindochterlief, lieve Greetje, mijn living puppet, bleek een uitmuntend concept van vermaak tussen de glitters, de viltstiften en scharen en de tagliatella door, moest ik dus nog dwars door de storm richting Schiphol. De kleine blauwe reed onverstoorbaar door de rukwinden zijn eigen prinselijke weg en alleen had ik even de afslag van Badhoevedorp te pakken. Diep ademhalen en opnieuw de weg vinden dan maar. Daar kwamen de twee uit zalig Portugal en de regen viel extra koud op hun dak. In de auto kwamen de smeuïge verhalen los en het was te merken dat ze in ieder geval goed hadden kunnen bijtanken.

Bijkomen op de bank met de nieuwste Matthijs draait door van afgelopen zondag. Wat een verrassing was het blije hoofd van Loes Luca. Haar waanzinnige bijna ongelooflijke verhaal van de liefde voor haar wispelturige knappe vader mondde uit in een prachtige versie van ‘My heart belongs to my daddy’. Een onvoorwaardelijk houden van ondanks de minder aardige acties van de man zelf. Een troostrijke gedachte als je altijd de zonnige kanten kan vasthouden.

Han Bennink trommelde zich een weg door Forever young, deze tachtiger oefende nog dagelijks zijn snelheid op de snaredrums, eenvoudig omdat heel het leven ritme was en beleefd moest worden. Wat een heerlijke afsluiting was dat met de Sven Hammond Big band. O, vul toch vaker dat kijkkasten met deze juwelen. Wat zou het dan heerlijk toeven zijn.

Vriendlief zit nog steeds daar in het uiterste puntje van het land en we Skypen nu twee keer per dag om elkaar in ieder geval te zien. Het wereldniveau heeft hij inmiddels leren los te laten en mondjesmaat nog maar te volgen omdat de kleine wereld met aandacht en liefde zoveel voedender is voor de ziel. Het is te overbruggen.

Morgen staat er een reis naar Rotterdam op het programma. Een hele dag voorstellingen van theaterbureau Bannink. Weer nieuwe inspiratie en een reis dwars door de verbeelding heen. Nu eerst de bouillon, de risotto en het vers afgebakken stokbrood. Bella Italia, de wereld ligt aan uw voeten.

Overpeinzingen

Vort, aan de slag

Gisteren op Valentijnsdag, waarop je er op voor kan staan dat je het niet viert omdat alle dagen Valentijn zijn, kwam er een cadeautje digitaal binnengeslopen. Ergens, ik meen op de doorgaans weinig verheffende kost van Twitter, schoof deze zin naar voren: ‘De deur van het geluk gaat naar binnen open’. Het komt uit de koker van Søren Kierkegaard. Het werd stil in mij bij het lezen van deze woorden. Wat een kracht aan betekenis viel aan die ene zin te ontlenen. Zodra je het geluk in jezelf hebt leren kennen, valt het uit te dragen naar anderen. Het is een basis, waarop de oude oosterse wijze spreuk geschoeid is: ‘Elke glimlach die gij uitzendt, keert weer naar U terug’. Om te koesteren, op de koelkast te plakken of boven je bed te hangen, maar vooral om je eigen te maken, dergelijke doordenkers.

Zondag op de thee bij dochterlief maakten we met kleindochter haar ideeënbord voor hun rondreis door Europa volgend jaar. Wat wil je allemaal zien. Natuurlijk wees ze elk kleurrijk plaatje aan dat in haar ooghoek verscheen. Veel zand en water, hier en daar een stadsgezicht met torentjes en veel van wat doorgaans in toeristenboekjes te ontdekken valt. De kleine filosoof had er ook een gemaakt en daar stonden opvallend veel afbeeldingen van dieren tussen.

We borduurden voort op het idee dat vriendlief en ik dan zouden toeven in Verweggistan en zij met de caravan op het terrein konden komen logeren. Hoe leuk, zo’n vooruitzicht. Ruimte en tijd ondergeschikt aan de plaats. De wereld wordt op die manier een stuk groter dan ze was. Evenzo vaak springen er weer reizen rond in mijn gedachten. Het zoutpad in Engeland als eerste, maar ook Schotland, Ierland, Frankrijk, Italië, iets wat ik niet meer voor mogelijk hield omdat ik alleen niet op pad dorst te gaan. Met mijn lief ligt de wereld weer open. Dat voelt als een gezegend mens.

Dagdromen neemt een vlucht als de liefde in het spel en de geliefde tijdelijk alleen per beeld bereikbaar is. Het brengt zoveel met zich mee en opent deuren, waarvan ik meende, dat ze voorgoed gesloten zouden zijn. Oude ideeën worden afgestoft, zelfs de toekomst maakt een hernieuwde start. We zijn niet ‘Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan’, het stel bij de tikkende klok van het verleden van Louis Couperus, maar twee mensen met hernieuwde levensvreugde. Bij tijd en wijle noem ik mezelf een romantische dwaas, maar tegen de roze wolk schurkt een betekenisvol vooruitzicht. Iets om te koesteren.

Een app van zoonlief. De twee kleintjes hebben een fikse buikgriep. Het brengt me terug in de tijd, toen we een kerst met de zieke vier hadden doorgeworsteld. Emmers en washandjes onder handbereik, grauwe koppies van ellende. De theelepeltjes gingen mondjesmaat naar binnen met het broodnodige vocht en huidplooien werden regelmatig gecontroleerd. Eens een pleeg, altijd een pleeg. Slaap was ver te zoeken. De keerzijde van de medaille van het huiselijk geluk. Ziek zijn in kwadraat betekent zorgen in kwadraat. Hoe deed mijn moeder dat met haar elftal denk ik dan. We werden niet gauw ziek verklaard, zolang de handen nog konden wapperen werden we geacht ze te gebruiken ter meerdere eer en glorie van het gezin. Pas als het echt niet meer ging mochten we onder de wol. Het zorgde er wel voor, dat we ons nauwelijks ziek achtten bij kleine kwalen en dat is altijd zo gebleven.

Het eerste kinderboek is bijna uitgelezen en het begin van het verhaal voor de historische kring is er ook. Alleen zijn zorgt voor meters maken als ik me niet teveel in het dagdromen verlies. Dat levert weliswaar nieuwe inspiratie op, maar zet op zichzelf geen zoden aan de dijk. Vort, aan de slag.

Inspiratie·Overpeinzingen

Een feestje waard

Nog vroeger dan anders en voor de zekerheid de wekker ingesteld voor deze ochten.. Mijn taak was de gymzaal te ontsluiten waar die ochtend de voorstelling ‘Guppie’ zou worden gespeeld. De theatergroep had een uur nodig om op te bouwen, dus ruim voor de aanvang van half tien, moest het gebouw open. Het was een stief half uur rijden. De nacht liet zich op terugtrekkende sluipersvoeten veroveren door zijn vriendin de Dag.

De slaap uit mijn hoofd vloog bij iedere sprank ochtendlicht de nacht achterna met alle dromen in het kielzog en de lome ochtend erbij met een eerste Valentijn boodschap per app. Ziezo, aan het werk. De spierballen moesten rollen om de banken en de matten vast klaar te zetten in de kale sportzaal. De maten van het podium had ik opgevraagd en stapsgewijs mat ik de afmetingen na. Daarna gepuf en gehijg om de onhandige matten en de looiige banken op de juiste plek te krijgen. Maar daarna had ik alle tijd om uit te rusten, want het gezelschap stond vast in de file en kwam een twintig minuten later.

Het was een tikkie koud in de grote zaal maar de twee kleedkamers waren lekker warm. De kinderen waren twintig minuten te vroeg, maar de opbouw kon korter, dus konden we ook eerder beginnen. Voorbeeldige groepen met voorbeeldige juffen, die kalm en afwachtend de kinderen en hun spontane reacties konden laten gaan. Corrigeren geeft veel meer onrust.

Wat een heerlijke voorstelling was Guppie. De spelers hadden er subtiliteiten in gestopt die vooral door de kinderen zelf begrepen werden. Grapjes waar ze om moesten schateren, spanning waarbij ze griezelend zaten te genieten en geluiden die hen de oren deden spitsen. Guppie in de zee, tuurlijk wel, haai verliefd op, uhhh, nee, bevriend met Guppie, alles is mogelijk. Laat Guppie en alle zeevriendjes maar zwemmen. Of het nu een grote walvis is of een bijdehante krab, ze kwamen allemaal langs, compleet met zwiepende vin en knippende scharen. Toch was Guppie ook weer stiekem blij bij zijn eigen vriendinnetje de goudvis in het aquarium. Eind goed al goed.

De twee optredens verschilden. De eerste groep zat er helemaal in en hing tegen het verhaal aan om maar vooral niets te missen. De tweede groep begon met een gehonoreerd wc-loopje en dan is helaas het hek van de Dam. Dan blijven kinderen vragen en gaan, al dan niet begeleidt door de juffen, wat nog meer onrust veroorzaakte.

Al met al toch geslaagd en voor de twee acteurs heerlijk om weer los te kunnen gaan sinds november. Fijn dat het straks allemaal mogelijk is. Het blijft voeding voor de ziel. Tussen de beide voorstellingen hadden we nog een leuk gesprek over de essentie van het spel voor jonge kinderen. Dat hoeft niet groot en meeslepend te zijn. Hier geldt nog meer ‘ Minder is Meer’. Hoe minder ruis er is, hoe duidelijker het verhaal uit de verf komt.

Met een fijn gevoel reed ik richting huis waar ik net op tijd was, zo bleek, om de man van de brandalarmen te ontvangen. Op iedere etage kwam er een te hangen met een batterij, die beloofde tien jaar mee te gaan. Een kwestie van samenklikken en plakken. Koffie en thee kon ik niet aan hem slijten.

Straks gaan Lief en ik met elkaar Skypen. Even dat lieve gezicht zien. Valentijn is het iedere dag vanaf nu, maar we vieren met name dat we elkaar weer gevonden hebben na al die jaren. Dat is echt wel een feestje waard.

Overpeinzingen

Ten voeten uit

En weer een heerlijke zon, die het leven laat lachen. De ochtend ontvouwt zich loom met veel droom-en terugkijk-momenten. Op mijn IPad schuifelt de regisseur Ruut Weissman door het beeld in de documentaire De Hoofdpersoon. Steeds bekijk ik een stukje ervan en verwonder me over de grip die hij op het geheel wil houden, waarschijnlijk uit hoofde van zijn beroep. De regisseur bepaalt, stel ik me zo voor en laat dat maar eens los als je in een stuk ineens de acteur bent, die zichzelf moet spelen en toch weer niet.

Het gaat over de machtsverhoudingen tussen regisseur en actrice in het bijzonder, maar ook over de leerling en de directeur en over machtsverhoudingen in het algemeen. In het stuk komen rake zinnen boven drijven, die ik wil onthouden, maar toch terug moet zoeken. Bijvoorbeeld, ‘een wonder wordt een wond, een wond wordt een litteken…En verdwijnt dat litteken…?’ De actrice vertelt over de eerste kennismaking en de tijd erna, als degene met de macht de ander overneemt. Dat is een langzaam en soms onmerkbaar proces waar je tot over je oren in kan komen te zitten.

Vroeger, in het ziekenhuis, was ik al op voorhand zenuwachtig als ik als leerlingverpleegkundige per ongeluk een keer de professor moest assisteren met het aanleggen van een infuus. Dat kwam een enkele keer voor op Klasse intern als de patiënt er op stond door de professor zelf geholpen te worden. Die ervaring was afschuwelijk. Knikkende knieën, handen die onder geen beding rustig te krijgen zijn maar trillen en zweten, steriele middelen die verkeerd open scheurden en onbruikbaar op de grond of op het bed vielen, het infuus dat aangesloten moest worden op de conus van de ingebrachte naald en wat zo onhandig ging, dat de naald dwars door het bloedvat werd geduwd. Dergelijke dingen gebeurden en dat allemaal door de spanning en de zenuwen. Als je ideeën voor nachtmerries nodig hebt, neem deze. Ze werken echt grondig.

Het lukt me niet om het stuk in een keer uit te kijken. Er vloeit geen sympathie over van de regisseur naar mij, eerder het tegenovergestelde. Misschien ook vanwege de hautaine rol die hij speelt, als zichzelf of als acteur, daar is moeilijk onderscheid tussen te maken omdat het voortdurend wisselt. Wel degelijk wil hij de touwtjes in handen houden.

Machtsposities geven wonderbaarlijke situaties. Het overkomt je door, bijvoorbeeld, je eigen timiditeit, door de ruimte die je geeft aan het bedillerige geregel van de ander, door je onzekerheid, door het gepoch, door de rang en de stand van beiden. Iets in de trant van ‘het voetvolk en de meester’. Het aloude geven en nemen, waarbij de een altijd iets meer neemt en de ander daartoe de ruimte geeft.

Gelijkheid stond hoog in mijn vaandel. Waarom zou iemand die een studie had gedaan meer zijn dan iemand die noeste arbeid verrichtte? ‘Al was hij putjesschepper op zee’, fulmineerde ik vroeger in discussies hierover. Het werd ooit bevestigd door een wetenschapper, die zijn kinderen bij mij in de groep had en die verzuchtte hoe graag hij, net zoals ik, losser in zijn vel had willen zitten. Iedereen heeft kwaliteiten. De kunst is ze te zien.

De dag ligt open en vraagt om een theebezoek aan dochterlief. Te lang in de bubbel gezeten en nu weer tijd voor het leven er omheen. Dat is ook goed. Wat afstand zorgt ervoor, dat licht en de helderheid ruimte krijgt. Er zijn twee kaartjes verstuurd. Een voor ‘Alle dagen Valentijn’ en een droevige condoleancekaart, twee momenten op de schaal van lief en leed, zo dicht bij elkaar. Heel het leven ten voeten uit.

Inspiratie·Overpeinzingen

Dat geeft vertrouwen

Vanmorgen stond er een evaluerend gesprek en een reis naar Hoek op de planning. Dat betekende even geen tijd om te schrijven. We hadden de tijd samen vooral als verrijkend ervaren. Er zijn wat van die verwonderingen, waarop je je afvraagt hoe het zit met het tempo of het inzicht, of de beweegreden die er achter steekt. Is het mogelijk een ingeslopen gewoonte of een karaktertrek. Nu heb ik de lieverd acht jaar lang van haver tot gort leren lezen. In die zin zijn er maar weinig verrassingen. Vooral de laatste jaren hebben wat uitdagingen opgeleverd. Daar krasvrij uit komen is voor iedereen een opgave. Maar krasjes zijn te helen met de juiste sfeer erover. Het gaat goed komen. Dat voelen we in elke vezel en die wetenschap is het alles overwinnend geheim.

Ja, voor het eerst sinds al weer gelang hadden we een dag gepland vol eigen kunst, in dit geval lino-snijden bij vriendinlief. Iets wat we vorig jaar september ongeveer in het leven hebben geroepen. Gewoon omdat het niet alleen stimulerend werkt om met verschillende kunstvormen bezig te zijn, maar ook om elkaar weer te spreken en de levens te delen zonder alleen maar het eeuwige koffie-uurtje. We dreigement ons even te verliezen om schoolperikelen, maar kregen dat gelukkig bijtijds in de gaten. Geen werk maar liefdes en levensverhalen. Daar hadden we er in overvloed van. Ze stikten van nieuwsgierigheid omtrent vriendlief en het ontstaan van dat verhaal. Het ging uitgebreid uit de doeken en hun ontroering omtrent de samenhang der omstandigheden was treffend. Zo voelt het nog steeds.

Gisteren had ik al naar een paar objecten gekeken die ik wilde nemen voor die nieuwe lino-ronde. Een vrij modern wajangpop uit mijn gang, de Afrikaanse op het plastic waar de rozen waren ingewikkeld, die ik voor de gastvrouw had uitgezocht, en de objecten van Juan Munoz, een beeldengroep die ik in Voorlinden had gezien.

In aanvang volgde ik vooral het lijnenspel, later dorst ik meer het schaduw en lichtspel vorm te geven. Boeiende materie en eigenlijk heerlijk om te doen, zo simpel, aan de keukentafel. Kranten eronder, ininkten en afdrukken en verbaasd zijn om de toevalligheid waarin de afdrukken zich wenden. Adembenemend.

We stimuleerden elkaar op onze geheel eigen wijze. Er is een Pietje precies, een voorzichtig ontluikend talent en een eigenwijze vervormen. Zo vind je elkaar, door iets op te steken van elkaars ervaringen. ‘Hé, meer inkt geeft dit en te weinig dat effect’. Toe te passen dus, maar ook meerdere tinten en het mengen ervan. Hoe langer we bezig waren, hoe groter de lol. Na een heerlijke productie, terwijl er een van ons nog altijd bezig was te snijden en nog niet aan afdrukken was toegekomen maar dat straks in alle rust ging doen, namen we afscheid. Dag liefjes, tot de volgende creatieve stimulans.

Je kwaliteiten delen, je ontdekkingen en ervaringen meegeven, het hoogste goed. Zo creëeren we een platform voor anderen. Delen van de resultaten en inzicht geven in het proces baard kunst. Vriendinlief kocht na dit spontane kunstfestijn een hele gutste met drukinkten in een aantal kleuren. Hoe leuk is dat. De volgende weken gaan we een vulkaanuitbarsting aan creaties meemaken.

Vriendlief appt dat het goed gaat met zijn vriendinloze week. Haha. Hier ook hoor. Even nuchter het gemis bezien en tot de conclusie komen dat de gevoelde verrijking alleen maar bewaarheid was. Dat geeft vertrouwen.

Overpeinzingen

Een verrassende wending

Iets later dan mijn wens werd me door een vriendelijke mevrouw een ingang gewezen in het labyrint van meerdere entrees. Ze bracht me naar de enorme sporthal, waar op dat ogenblik al de twee muzikanten werden binnengelaten door een wat norse zaalbeheerder, omdat hem niets bekend was van een voorstelling die ochtend. Er was een en ander in die ondoorgrondelijke wegen der communicatie blijven steken, maar de oplossing bleek al snel voorhanden. De mannen hadden er zin in en dit was een akkevietje dat geen strobreed in de weg legde. Monter gingen ze aan de slag met het opbouwen van hun podium.

Ik wist dat er de eerste keer zo’n 100 kinderen zouden zijn. Een snelle berekening mat twee rijen matten en drie rijen banken. Met die bescheiden afmetingen van de kinderen kwam het zo wel goed. Peer en Stefan bleken twee joviale mensen vol Brabantse gezelligheid. Peer kende kennelijk al de weg naar de kantine en zorgde voor thee en ik oefende mijn spierballen op de robuust houten banken, waar weliswaar aan één kant wieltjes onder zaten, maar die onwendbare staketsels bleken, maar binnen een stief half uurtje waren we klaar voor ontvangst.

Het feest kon beginnen. De afmetingen van de inmiddels gehalveerde sporthal waren dusdanig, dat de teugels konden vieren. Direct vanaf het begin wond Peer de kinderen om zijn vinger en sprongen, zongen, dansten en klapten ze vol enthousiasme mee, terwijl een enkeling in vervoering tussen al dat hossende spul idolaat naar hen of de instrumenten zat te kijken. Alles genoot ten volle van wat ze voorgeschoteld kregen.

Stefan begeleidde zijn partner, die op zijn wenken bediend werd als de volgorde hem wat ontschoten was. Dat bleek bij de tweede voorstelling, die, zoals dat gaat bij improvisorisch gevoelige mensen, weer net even een andere wending nam. Bij het bestuderen van het schema dacht ik trouwens dat er maar een optreden was. Kwestie van lezen, dame. Niets aan de hand. Alle gegevens schoven uiteindelijk naadloos in elkaar en de kinderen en de leerkrachten waren vol lof.

Er was een liedje bij van de Maori’s, die ik herkende uit mijn volksdansperiode uit het grijze verleden. Iets met handengeklap, herinnerde ik me. Maar later, toen de jongens allang weer weg waren, schoot het me te binnen dat het een heerlijke stokkendans was geweest, waarbij die korte exemplaren met droge tikken een staccato maar ritmisch effect hadden. Ik zal het ze een volgende keer nog eens influisteren.

Moe( want weer die banken)maar voldaan reed ik in de kleine blauwe naar huis, waar lief en ik in alle rust genoten van een lunch in alle stilte, tot zoonlief en schoondochter de spanning van hun voorgenomen vliegruis naar het Zuiden binnen brachten. Een klein dutje om de vroege ochtend te compenseren, was nu op z’n plek. De kinderen naar Amsterdam gereden en een snelle maaltijd geregeld bij het plaatselijke cafetaria. Verzadigd en toch veel te moe en met het vooruitzicht een hele week zonder elkaar te moeten, schoof de avond wat wrevelig in elkaar. Daar hebben we betere staaltjes van gezien.

Morgen maar eens bij de thee blijven en helder, dat scheelt een slok op een borrel. Maar eerst is het tijd voor een klein feestje met de vriendinnen van ons eigenhandig opgerichte kunstclubje. Linosnede de hele dag en lekker uitleven vooral, alle opgedane indrukken van deze ‘Wittebroodsweken’ zoals mijn lieve blogvriendin het noemde, verwerken in een liefdevolle en betekenisvolle afdruk. Lekker gutsen, inkten, afdrukken en erbij blijven. Heerlijk om lief en leed te delen met deze twee schatten en ze bij te spijkeren omtrent de liefde in het kwadraat ofwel, hoe een leven ook op oudere leeftijd nog een verrassende wending kan nemen.

Overpeinzingen

Het is de hoogste tijd

Kaarslicht, Loudon Wainwright zachtjes met zijn Bluegrass op de achtergrond, wijntje onder handbereik, languit liggen op de loungebank en uren kletsen. Over vroeger, over gekke voorvalletjes toen, over nu, over alles wat er tussen ligt, over hoe mooi het kleine leven kan zijn als je het beperkt tot wat ons nu overkomen is. Kan het mooier in de maand van Valentijn, als alle dagen als die ene dag in het jaar blijken te zijn.

Vandaag gaan we over tot de orde van de dag. In het kleine dorp even verder op wachten straks 101 kindersnoetjes totdat ze binnen gelaten worden in het gymlokaal van het sportcomplex. Het wordt even moeizaam sjouwen met banken en matten, maar daarnaast er een uur lang vertier ende vermaak met de liedjesatlas van Koos Meindert vertolkt door Peer & Stefan. Een kleine vakantieparade door een aantal landen heen. Ze nemen ons op sleeptouw en we zijn zeer benieuwd.

Vanavond brengen we zoonlief en schoondochter naar Schiphol voor een weekje zon happen. Om de overgang te vergemakkelijken is er daar regen voorspeld vanavond, maar het is er wel 18 graden. Daarna belooft men zon, dus de lieverds kunnen hun hart ophalen.

Gisteren was het hier maar bitter koud. Het is de wind, die het extra guur maakt. Dan haasten mensen zich met wapperende jassen een supermarkt of winkelcentrum in en het gezwiep van takken en alles wat meewaait brengt de onrust binnen. Misschien was het antwoord wel de avond met de weldadige lome muziek, die de tijd remde en dirigeerde.

Hoera, er komen versoepelingen. We mogen straks weer gewoon op een terras gaan zitten of zonder reserveringen een museum in. Ik kan niet wachten. Het lijkt me het summum van heerlijk, nu het voor mijn lieve outsider zo moeilijk is met de slecht verstaanbare papieren QR-code, die men nauwelijks begrijpt. Ook de kinderen mogen weer allemaal tegelijk op bezoek komen en is er een mogelijkheid om er met iedereen een dag op uit te trekken naar het strand en de duinen, om onze opgekropte boodschappen van het afgelopen jaar in het zand te schrijven. Er kan eindelijk afgerekend worden met de heersende angst, de allergrootste boosdoener van deze periode.

Vriendlief vordert in De biografie van Erasmus, ik heb ondertussen al een begin gemaakt met Willem de Zwijger en ben ook bezig met de vijf kinderboeken. Daar tussendoor loopt het verhaal van de Historische Kring waar de verhalenverteller opa weer op zal komen draven voor een verhaal uit de ijzertijd, dat zacht smeult in de gedachten en al wat contouren begint aan te nemen.

Zo kabbelen we voort. Er wacht een onderzoek in het ziekenhuis, waar we erg benieuwd naar zijn, het huis in Verweggistan wordt nog steeds verbouwd en zal eind april klaar zijn voor een inspectieronde. De tuin wacht op een rigoureuze snoeiwerk na de uitslag van het een en ander en vriendlief kan niet wachten om de spieren weer te spannen met noeste landarbeid. Zullen we nu eindelijk opnieuw, maar dan samen, mogen genieten van dat kleine paradijs. Hoe meer ik eraan denk, hoe groter het verlangen. Per slot van rekening is daar twee jaar geleden de kiem gelegd voor wat er nu tussen ons twee plaats vindt. Twee zielen, een gedachte.

Pluis heeft haar plek heroverd op mijn schoot en geniet spinnend van de aandacht. De nieuwe baas wordt geaccepteerd, maar met gepaste nuffigheid. ‘Een beetje Poes wil veroverd worden’, hoor ik haar denken. Dat doet hij met verve. Ze krijgt eten van hem, hij speelt grappige spelletjes met allerlei stembuigingen en de juten verenbal aan het touwtje en hij daagt haar uit op een vrolijke manier. Daarna ligt ze tevreden op haar kleed als de koningin van Sheba.

Koffie in de thermoskan en gaan. Het is de hoogste tijd.

Overpeinzingen

De kersen op de niet te versmaden taart

De ochtendstond kende vanmorgen een andere indeling. Voor ons doen vroeg uit de veren met een kalm ontbijt als start en omlijst door de muziek van George Moustaki bespraken we de bezigheden van de dag. Om elf uur werden we verwacht in het museum aan de rand van de stad, om de oude gebruiksvoorwerpen van het stenen tijdperk te bekijken en daar opnieuw een verhaal met projectmogelijkheden te verzinnen.

Op het vriendelijke weggetje langs de boomgaard, de schapen en de knotwilgen, al dan zonder pruik, omlijstten onze voetstappen op de enige juiste manier. Het ademde land en buitenlucht. Drie mannen waren halsbrekende toeren aan het verrichten bij de waterwipmolen, vermoedelijk onderhoud en, wat zou dat fantastisch zijn, om hem aan de praat te krijgen. We werden achterop gefietst door onze afspraak, die, zoals gewoonlijk, een golf van spontane blijdschap en enthousiasme aan de dag legde. Het werkte als altijd aanstekelijk.

We liepen de kinderboerderij op, waar enkele ouders met kind heen en weer keuvelden tussen konijnen, pauwen, kalkoenen en kippen in hun hok. Ergens registreerde mijn blik twee witte pauwen. Pas naderhand fronste het voorhoofd zich bij die gedachte. Zeldzaam, leerde Google en inderdaad, ze hoorden echt bij de levende have van de Stee.

We gingen door de zijingang van het historisch museum om daar, met gebogen hoofd, de veel te kleine toegangsdeur in te lopen. Een vrolijke verhandeling over de herkomst van de hem onbekende gast was de inleiding, met opvallende toevalligheden in wonen, straten, buurten van de oude stad.

Daarna bekeken we de nagebootste attributen van een samenleving uit het stenen tijdperk. Gewapend met twee Duitse boeken over die tijd en alle informatie die ik nodig had, incluis een rondleiding door de inzichtelijke geschiedkundige basis van ons bestaan met haar appetijtelijke voorstellingen voer mijn verhaal al, voor een deel gevuld met beeld, de stroom af in die uitgehakte holle boomkano van lang geleden. Om in de termen van het aanwezige weefgetouw te spreken, daar viel wel goed garen mee te spinnen en te vlechten en zeker met voldoende schering en inslag. Niet zo moeilijk als beelden zo helder en duidelijk zijn.

Onze gastheer had nog wat te verhapstukken en wij wandelden langs dezelfde weg terug, waar nu de molen met haar indrukwekkende wieken wind probeerde te vangen, terwijl het waterrad met haar schoepen het water schepte in een vrolijk draaiende beweging en net zo hard er weer uitgooide. Al met al een blije gebeurtenis. Ik had haar nog niet eerder aan het werk gezien. Alles draaide soepel en steevast. De mannen stonden er met rode konen en nauwelijks verhulde trots van te genieten.

Nu restte alleen de boodschappen nog en al het leesvoer dat geduldig thuis lag te wachten. We doen met koken een rondje dwars door de koelkast en de kast en het spel dat we spelen heet: ‘Hoe haal ik iets voor de laagste prijs’. Niet in de laatste plaats om de gestegen prijzen die de pan uit lijken te rijzen, maar ook als sport. Bepakt en gezakt kwamen we thuis.

Gisteren werd naast een pakket met de dikke pil van ‘Willem de Zwijger’ door René van Stipriaan en het boek van Thomas Moore: ‘De ziel kent geen leeftijd’ ook een prachtig boeket bezorgd. Hooglijk verrast nam ik het over van de man met het vriendelijke goedlachse gezicht dat half schuil ging achter de enorme bos. Het was van de vrouw die de planning deed omtrent mijn vrijwilligerswerk en dankbaar was voor de flexibiliteit om altijd en overal te kunnen invallen. Zo’n lieve geste, die waardering…Het zijn de kersen op de niet te versmaden taart.

Overpeinzingen

Succes verzekerd

‘De verschrikkelijke jaren tachtig’ komt langs, een programma over een woongroep uit die tijd, waarbij de volwassenen op een wonderbaarlijke schreeuwerige en bedillerige manier met elkaar omgaan en de kinderen verwaarloosd worden. Aan het hoofd staat een brallerige man, die de regels heeft verzonnen en daar zichzelf niet aan hoeft te houden omdat hij de enige man is.

Nu wil het geval dat ik met de vader van de kinderen ook een tijdje in een woongroep heb gewoond. Wij deden bijna alles samen in overleg. Mijn oudste dochter is er geboren, maar daarna zijn we snel naar een optrekje voor onszelf gegaan. Het enige wat ik niet echt fijn vond was de kattenbak, die gruwelijke geuren verspreidde nadat de week vorderde. Het huis was van een vriend, die ook in de woongroep woonde. In die zin was het niet helemaal democratisch, maar toch vrij harmonieus. We waren met z’n vieren en dat bleek behapbaar.

Anders was het in de woongroepen waar ik later kwam, omdat de tweeling op de bijbehorende crèche zat. Als ze gingen spelen was het altijd in ‘De Hof‘. Alternatieve gezellige bende, maar veel gestructureerder dan de groep uit de serie. Er waren hele lijsten met taken. Kookbeurten, schoonmaakacties, kinderopvang, tuinieren, maar er was ook genoeg ruimte om je terug te trekken, als dat zo uitkwam. Iedereen hielp elkaar met klussen.

Het waren een aantal huizen om een binnentuin heen en dat gaf een veilige kindvriendelijke omgeving. Alles ging naar dezelfde school, net als mijn kinderen. De hof was een soort thuiskomen, ook voor ons, al woonden we veel verder weg. Gelijkgestemde zielen met ieder hun eigen eigenaardigheden en daarom zo leuk. Het verloop was in het begin niet groot.

Toch hield ik van onze privacy. Het feit dat je zelf kon bepalen hoe je iets wilde aanpakken en je je niet hoefde te voegen naar een algemene regel was het summum van vrijheid. Dat leerden we vooral uit de eerste ervaring. Daarna is vrijheid, blijheid altijd de norm gebleven.

Op de voederplaats zit dikke Dolly duif en pikt al het lekkers naar binnen. Twee Turkse tortels probeerden in de buurt te komen, het mannetje met gespreide vleugels op de rand van de plank, maar Dolly maakte zich extra groot en sloeg de aanval met verve teneer. Het mannetje vloog weg en het vrouwtje keek vanuit de prunus lijdzaam toe terwijl Dolly onverstoorbaar het lekkers onder diens snavel aan het wegpikken was.

Vriendlief is aan het schrijven. We hebben net ontbeten, of nou ja, gebruncht en hij zit aan de tafel, terwijl ik de woorden op de kleine IPad intik. Het eerste kinderboek, waar ik gister in begonnen bent, ligt naast me. Het is een verrassend verhaal, waar je in de groep goed mee uit de voeten kunt. Gespreksstof te over in het Land van alles, waar vreemde regels gelden. Het volk mag namelijk geen grijze gedachten hebben, die zouden ondermijnend zijn voor de goede sfeer. Dat alleen al is voldoende om een goed gesprek mee te beginnen. Waar denk je aan bij de term grijze gedachten, schrijf er eens een paar op of teken ze( in de onderbouw). Het begint alweer te kriebelen. Waar zijn die groepen als je ze nodig hebt. Haha.

Donderdag mag ik met wat kleutergroepen aan de slag bij de voorstelling ‘De liedjesatlas’ van Koos Meinderts, in een uitvoering door Peer en Stefan. Ben zeer benieuwd en heb erg veel zin. Ook zo leuk om die genietende snoetjes te zien, er zijn veel liedjes en instrumenten bij. Succes verzekerd.