Literatuur.·Overpeinzingen·Ruimte scheppen

Boffen hoor

Als je het op de heupen krijgt, moet de energie ergens kunnen ontladen. De kledingkast moest er aan geloven. Al mijn overtollige gedrevenheid stopte het ene na het andere kledingstuk in de zak. Wat maar een zweem van het predikaat ‘oud, verschoten of nooit meer aangehad’ met zich meedroeg kon rücksichtslos naar de kringloop verdwijnen. Oud en versleten stond synoniem voor ‘niet meer van deze tijd, een verkeerde snit, het zat niet lekker, of het kriebelde teveel’. De bovenste plank bleef nagenoeg intact, maar daarna ging het snel en vielen er gaten tussen plank en plank. Soms aarzelde ik en haalde iets na een poosje weer uit de zak voor ‘ Je weet maar nooit’, maar het meeste werd rigoureus aangepakt en weggedaan.

Zes hele volle vuilniszakken aan overvloedig leven was het resultaat. Ziezo, de eerste stap naar de werkkamer in wording was gezet. Deze ochtend zet ik de puntjes op de -i- met de nieuw aangeschafte kringloopbuit van van de week, is het voornemen.

Hierna komt de kast met accessoires zoals sjaals en schoenen aan de beurt. Die mag leeg en daarna weg, hoe grappig ze ook is met haar goud op snee en oudroze uiterlijk. Al jaren lang is een poot weggesleten door de houtworm en gestut met een blokje dat nog steeds voldoet. Maar ze neemt meer ruimte in dan nodig. Bovendien moet op haar plaats het kledingrek komen. Een kledingwand is het ideale plaatje.

Onder de stapel die ik op de strijkplank had gelegd, bezweek de plank. Een schroef had de kuierlatten genomen en was naar een onzichtbare hoek gerold. Zo val je van project in project en kan ik straks op zoek naar de schroef.

Er wordt druk getoeterd voor de deur en we horen opgewonden kinder-en-ouderstemmen. De dag van het kamp is aangebroken. Nooit begrepen waarom dat bij de gemiddelde basisschool aan het eind van het jaar wordt gehouden. Wij hadden de traditie dat het kamp diende om elkaar te leren kennen en derhalve viel het in de derde of vierde week van het schooljaar. Grootse kampen met een thema en heel veel fantastisch toneel door ouders en leerkrachten neergezet. Geen hoogstandje werd geschuwd. Als het nodig was kwam er een zeemeermin uit zee aanspoelen terwijl Neptunus bij de pier in het water lag, of er was een geheimzinnige deur waarachter de schrijfster een nieuw verhaal aan Het Oneindige Verhaal van Michael Ende had gebreid, iets met rook en vuurwerk. Soms stonden er ineens twee vikingen in de gang, paradijsvogels of een geleerde sterrenkundige. Doorgaans werd het kampterrein de entourage voor de spannende avonturen. Heerlijke dagen waren het waarbij iedereen die het meemaakte met volle teugen genoot.

Een enkele keer ging er iets mis, waardoor het er nog spectaculairder uitzag dan bedacht. De Neptunus waar ik het over had, gebaarde naar ons uit doodsangst omdat de mui, waar hij in was belandt, hem bijna te sterk werd of de boom waarin de piratenhoofdman zat, bleek hoger bij het naar beneden klimmen. Dan moest er een ladder aan te pas komen. Daardoor werd alles nog avontuurlijker.

Alle vijf de Young Adult boeken zijn bijna binnen. De laatste is nog onderweg. Het derde boek met de titel: ‘Niet te stoppen’ is door Angie Thomas geschreven en is een ode aan de hiphop. We betreden die specifieke wereld van binnenuit, de raps die gemaakt worden zijn door Akwasi in het Hollands vertaald. De problemen op de school zijn zo herkenbaar voor deze tijd, met detectiepoortjes en bewakers. Het milieu van de straat is ongepolijst. Je dromen waar maken krijgt een andere dimensie onder deze omstandigheden. Zeker een verhaal dat de doelgroep aan zal spreken en een boek om te verslinden.

Vanmiddag staat de PaltzBiënnale op het programma. Samen met een goede vriendin ga ik er wandelen en de creativiteit bewonderen van kunstenaars, die in de natuur een kunstinstallatie hebben gebouwd en zich hebben laten inspireren door de omgeving. Dat deel van het landgoed is eigenlijk privé, maar gaat een keer in de twee jaar open voor deze wandeltocht en wij zijn erbij. Bofferds hoor.

Overpeinzingen·Ruimte scheppen

In variatie op een thema.

Verder met de boekenkast. Het zoeken naar een logische indeling werd beloond door een wijle te sparren met lief. Binnenlandse schrijvers bij elkaar, alle buitenlandse auteurs ook en per categorie op alfabetische volgorde. Een minder tijdrovend werk dan het uitzoeken op chronologie. Het betekende dat ik wel weer wat planken om moest gooien, maar eenmaal uitgedokterd ging het verwerken snel. Het is een fijne bezigheid, want in een oogopslag zie je de lievelingen groeien en kom je vergeten exemplaren tegen, die zeker om een hernieuwde leesbeurt vragen.

De fysiotherapie kwam er als verzetje tussen door. De stagiair met zijn vernieuwende oefeningen. Heel zwaar maar te doen en zijn optimisme als het goed uitpakte, werkte stimulerend. Daarna bracht ik lief naar vrienden toe en wees hem het station aan de Amsterdamse Straatweg, waar hij op de terugweg de trein naar Centraal station zou kunnen pakken.

Tot mijn grote vreugde kwamen de twee bestelde boeken binnen. Beide dunner dan ik gewend was inmiddels. Het enige dat nu nog rest is het verzinnen van de kinderboeken voor de recensies. ik dans deze week mijn eigen boekenbal.

Op het balkon hebben een vlucht koolmezen de vetbol in de vogelkooi toegeëigend. In een groepje, soms wel zes of zeven, komen ze aanvliegen op hun kenmerkende manier en strijken neer tussen de takken van de prunus van de onderburen of op de spijlen van de kooi. De kauwen en de houtduiven en Turkse Tortels hebben elkaar bij de voederplank leren verdragen en tolereren elkaar al snoepend. In het begin vlogen ze elkaar herhaaldelijk aan met opgeheven borst en wapperende vleugels.

Vanmorgen keek ik op NPOPlus de documentaire ‘Limbo’ van Human. Ik kende het woord als begrip niet, maar het kwam vroeger voor in de RoomsKatholieke leer en het was de plek waar dolende zielen naar toe gestuurd werden als ze niet werden toegelaten tot de hemel of de hel of het vagevuur. Die zielen waren dan ‘in limbo’. Deze vlag dekt de lading van de docu. Het gaat hier om het gesol met mensen zonder status, die niet terug kunnen naar het eventuele land van herkomst. Ze hebben geen rechten, ze krijgen geen geld, en moeten keer op keer er alles aandoen om niet op te vallen. Als ze toch gepakt worden stuurt men ze naar detentie, waar ze naar gerede tijd weer op straat worden gezet en dan begint het allemaal opnieuw van voren af aan. Deze mensen hebben geen ID, geen geldige papieren, geen status en bestaan in feite niet. Dolende zielen zonder kansen. Het is een schrijnend relaas. Als wij als maatschappij werkelijk humaan zouden zijn en niet zo verstrikt waren geraakt in bureaucratie, maar humaan waren gebleven, dan gaf je die mensen per ommegaande een status en het recht van leven.

Lief is met zijn oude vrienden, het drietal, Utrecht aan het doorkruisen. Uit eigen beweging meldde hij dat hij er aan toe was. Fijn dat alles, maar dan ook alles aantrekt. Als je in een impasse hebt gezeten, dan is het zaak om daar vooral zelf uit te klimmen. Met eventueel de nodige hulp aan de zijlijn, maar vooral van binnenuit op eigen kracht. Daar zijn we inmiddels, lang en breed. Sterker en met herwonnen levenslust.

Straks is mijn laatste vergadering bij mijn vrijwilligersbaantje en neem ik afscheid met een lichte weemoed, omdat alle koppies me al jaren zo vertrouwd zijn. Met elkaar hebben we zoveel mooie dingen mogen delen, de inspiratie die we bij de voorstellingen opdeden bijvoorbeeld. Het waren allemaal cadeautjes, die ik niet had willen missen. Het is goed zo. Een nieuwe fase breekt aan. Meer tijd voor elkaar en voor de kinderen en zussen, voor de oude en nieuwe vrienden. Net als de grote boekenkasten hier in huis zijn we eens in de zoveel tijd klaar voor het nemen van nieuwe stappen, dan worden oude waardes afgestoft, opgefrist of overboord gegooid omdat tijden veranderen en er groei en ontwikkeling is. Voort in de vaart der volkeren en kijken wat de toekomst ons nog brengen zal. Nieuwe bezems vegen schoon met behoud van het goede. In variatie op een thema.

Overpeinzingen·Ruimte scheppen

We zullen zien

De jonge kauw in de goot vraagt klagerig en met een dun krijsen om eten terwijl pa en ma waarschijnlijk druk heen en weer vliegen. Het valt niet op te maken of er een jong is of meer. Het geluid is al vertrouwd, maar vannacht viel de totale stilte des te meer als een weldaad op. Het is maar van tijdelijke duur.

Lief wandelt in IJsland. Het boek ‘De Wilde Stilte’ is bijna uit. Dat laatste stuk daar in dat koude hoge noorden haalt de vaart uit het boek. We zoeken de beelden van IJsland erbij, zodat hij zich een betere voorstelling kan maken van het beschreven gebied. Ze schrijft onder andere over de roetneerslag, die er ligt ‘als een zachte verende vloerbedekking’. Beelden verduidelijken waar ze op doelt. Met al die roetdeeltjes en fijnstof in de lucht is IJsland vermoedelijk een brug te ver voor mij.

Gisteren bleek het een hele dag stofhappen te zijn. De boeken, die uit de boekenkast werden genomineerd om in de kringloop te eindigen, hadden een respectabel aantal stofdeeltjes verzameld. Gestaag vulden zich de grote boodschappentassen, terwijl ik bij het uitzoeken ervan van de ene verbazing in de andere viel. ‘He, twee dezelfde delen van A.F.Th. Van der Heijden’, dus ging er een in de tas, en zo verder. Steeds meer lege planken, de indeling op binnen en buitenland, en op chronologie vroeg om nog wat extra verschuivingen. De lievelingsschrijvers vallen vooral op door de hoeveelheid aan boeken. Een ris van Maarten ‘t Hart, de Beauvoir, Camus, French, Brouwer, Bernlef, Van Bruggen, veel biografieën, en veel dichtbundels waarbij Vasalis met haar vier bundels de stoet aanvoerde.

Het werk vorderde gestaag. We besloten de boeken onmiddellijk af te voeren en bij de kringloop af te leveren en het afval van zaterdag uit de tuin, een oud stoel, een kaduke parasol en een plastic zak, direct naar de gemeentewerf te brengen. Opgeruimd staat netjes.

Vriendinlief stuurt twee oude foto’s op van de reis naar een optreden in Parijs met, voor die gelegenheid in het leven geroepen, dat kleine theatergezelschap van vier meiden. Wat hebben we genoten van die uitzonderlijke gelegenheid. Dat dankten we aan mijn oudste dochter, die op de internationale school in Parijs werkte en het optreden had verzorgd.

Nieuwsgierig speur ik de foto af naar de gezichten, ontspannen, jaren jonger en vooral jolig. We konden de wereld aan. Ik droeg mijn vleermuizenbroek, die dat pas werd toen ik een project met de groep over vleermuizen deed en één van de kinderen dat opmerkte. Ze had helemaal gelijk. De broek bleef een groot succes.

In de auto op de foto zat ik kennelijk klem tussen het kledingrek, dat nodig was voor het decor, evenals de lappen en de voile. We sliepen in een goedkoop hotelletje, iets buiten Parijs, maar het optreden was in het theater van de internationale school, een imposant gebouw met een torentje, compleet met rood pluche en een podium met coulissen. Daar, tijdens het snelle omkleden tussen de bedrijven door, ontdekte ik voor het eerst dat ik lucht tekort kwam. De diagnose liet nog jaren op zich wachten.

Vandaag worden de twee nieuwe boeken voor de leesclub bezorgd. ‘Biecht aan mijn Vrouw’ van Pieter Waterdrinker en ‘Eigen welzijn eerst‘ van Roxane van Iperen. In dat laatste boek beschrijft de juriste hoe de middenklasse in onze maatschappij zo wankel geworden is in vergelijking met de naoorlogse jaren. Een boeiend gegeven, ik ben benieuwd naar haar conclusies. Het boek van Waterdrinker lijkt me er een die weer onvervalst in een adem uit te lezen valt, als ik de recensies mag geloven. We gaan het zien. Vanaf nu hanteer ik het credo een nieuw boek erin, een oud boek eruit. Even uitproberen of dat vol te houden is zonder aan mijn lievelingen te tornen. We zullen zien.

Overpeinzingen·Ruimte scheppen

Het blijft boeien

Heerlijk begin van de dag met koffie op bed. Wat een fijne bijkomstigheid, want onverwacht. Daarna een app, terwijl we verwachtingsvol op de voetstappen van de kleine Dribbel zaten te wachten. Even later een belletje. De opvang had gebeld er was toch plek voor hem. Ineens lag de dag als een onuitgevouwen landkaart voor ons. Zoonlief gebeld die niet gelijk op nam. Dan maar nieuwe plannen maken, museum of natuur. De natuur vanwege het allermooiste weer ooit in een maand maart. Mijn verlangen naar De Blauwe Kamer was inmiddels gegroeid tot precair. Ja, geef me de galloway runderen met hun imposante lijven en hun zachte aaibaarheid op afstand en de Konikspaarden. Daarbij de lepelaars, de aalscholvers, de eenden en ganzen, de majestueuze zwanen en de onverstoorbaar stappende ooievaars op het eiland in het midden, bekeken vanuit de vogelobservatiepost.

Over het land lag een film van verstilde vredigheid. De natuur genoot onder het verwarmende lentezonnetje, die vooralsnog niet van plan was te stoppen met het verspreiden ervan. De Nederrijn verbond als een kalm en glinsterend lint de ene met de andere oever. In de verte zagen we het pontje varen. Opheusden als een schaduwzijde aan de overkant.

De meidoorns stonden kriskras, genoeg plek om de gekrulde zwarte vachten te schuren straks, als er zich tegelijk een sluier van bloesem over de gedoornde takken uit zou spreiden. Lente gaat het huwelijk aan, verdiept zich, vangt vrucht en sterft af om daarna weer nieuwe kiem te tonen. Wat een heerlijk seizoen. Lief en ik verwarmden lijf en ziel aan al die schoonheid. ‘Kan het mooier zijn dan mooi. ik ben goddank nog steeds een nieuwe lente waard!’ Om met Maarten van Rozendaal te spreken, die deze lente helaas niet meer meemaakt.

Terug leid ik de kleine blauwe door het oude en vertrouwde Utrechtse landschap, de heuvels, een meanderende Nederrijn, de Kromme Rijn, de lieflijke dorpen langs de oude weg, via Amerongen, Leersum, dan afslaan naar Langbroek, door de bossen en de weilanden, richting Houten. De prachtige hoge populieren markeren als vanouds de einder. Thuiskomen voor Lief, die er niet genoeg van kan krijgen. Het blijft herinneringen oproepen.

‘S Avonds blijkt de eetlust bij beide mannen nauwelijks te stillen te zijn. ‘Buitenlucht maakt hongerig’ hoorde ik mijn moeder zeggen, die met het grootste gemak het hele eerste voetbalelftal van de club van mijn vader en broers op zondag van een heerlijke verse zelf getrokken soep voorzag voor de wedstrijd. Het is de bodemloze put die triggert, als je stopt met aanvullen houdt het vanzelf op.

Daarna verdiep ik me in het schrijven en een oude Dalgliesh, die een ingewikkelde moord of twee op moet zien te lossen, maar val halverwege in slaap tegen de geruwde vertrouwde mouw van het jasje van Lief, die naast me de allerlaatste nieuwsgaring nog wil horen. Ik hou vast aan het vreedzame paradijs van vanmiddag en wil even niet uit die droom terugkeren. Een wereld vol liefde en schoonheid in plaats van wat er aangericht wordt.

Het laatste hoofdstuk van de kinderen van Chronos is uit. Een boeiende ontknoping, die misschien nodeloos ingewikkelder is gemaakt, maar wel een heleboel vragen oproept en daar is een boek over filosofie toch altijd bij gebaat. Willem de Zwijger belooft in ieder geval ook een staaltje van wonderlijk geschiedverloop te worden, met ontboezemingen die er niet om zullen liegen. Hoe meer je van dergelijke biografieën leest, hoe vaker de lagen van de geschiedenis in elkaar schuiven en alles in een juiste context plaatsen. Erasmus komt tevens zijdelings terug bij het verhaal van Willem. Communicatie op hoog niveau in die periode, waarbij het doorgronden ervan een wereldlijk beeld oplevert. Leesvoer voor een week of drie betekent veertig bladzijden per dag. Het blijft boeien.

Ruimte scheppen

Laat de logee maar komen

Als je huis toe is aan een grote schoonmaak dan heb ik een goede remedie daarvoor. Zorg dat je het op je heupen krijgt. Daar is niet veel voor nodig. Een logee is een hele goede reden en zeker als dat iemand is die je een klein stukje huiselijkheid mee wil geven in zijn, tijdelijk wat uitzichtloze, bestaan. Vriendlief kwam logeren. De reden om de zolder grondig aan te pakken. Gisteren nam dat idee me volledig in beslag, zelfs zo, dat ik niet aan mijn gebruikelijke ritme toe kwam en de blog van 21 januari erbij inschoot.

Zodra ik de ogen open had, ging ik na twee ferme koppen koffie aan de slag. De zolder was er echt een van de oude stempel. Door de jaren heen het afvoerputje voor overtollige huisraad geworden. En alle doeken van de vorige jaren, de vele tekeningen, de schetsboeken, het serieuzere werk stonden op de rechterhelft en vulde daar de ruimte met het grootste gemak voor tweederde in. Manden met kleden uit het oude atelier, ingeklapte schildersezels, pigmenten, een partij ingedroogde penselen, alles stond er bij elkaar een stilleven te zijn.

Die kant moest zo veel mogelijk leeg, dus begon ik in de achterste hoek en stoomde min of meer diagonaal naar voren. Doek voor doek moest naar de andere kant gebracht, gevolgd door al het andere spul. Er zaten aartslelijke gedrochten bij, maar ook vertederende andere. Ze waren getekend door de periodes, waar ik toen in verkeerde. Aan de andere kant was er, na het grote lek in het dak, dat in de herfst van het vorige jaar eindelijk na lange tijd verholpen was, nu meer dan voldoende ruimte. Ik kon met een gerust hart daar de doeken onderbrengen.

Dat wil zeggen, met tussenpozen om wat zuurstof bij te tanken door amechtig hijgend op de rand van het tweepersoons bed van haar vorige bewoner, mijn lieve oudste zoon. Al heel lang had ik hem gesmeekt het gevaarte van drie matrassen dik daar weg te halen. Nu dankte ik de lieve God op mijn blote knietjes, dat hij dat nog niet had gedaan. Want ik had nu wel een kingsize prinses-op-de-erwtbed, en er zijn maar weinig personen die daar mee gezegend zijn. Aan de erwten-test hoefde ik hem niet meer bloot te stellen, deze prins op zijn witte paard, want ondanks de jaren ertussen, kende ik zijn zachtmoedige karakter van haver tot gort.

De pickup stond zielig in een hoekje de zwaarlijvige boxjes te torsen. Het oude beestje had nog precies twee keer gedraaid toen ik eindelijk al mijn oude LP’s weer had teruggevonden en was daarna zuchtend en kreunend ten onder gegaan. Met de stofzuiger ragde ik de boel schoon. De grote dikke Dagobertstoel van zoonlief kon in de hoek geschoven worden. Daarnaast kwam de grijze locker te staan waar ik de overtollige kleden, netjes opgevouwen uit het zicht, in op kon bergen. Al het overtollige oude en verkleurde beddengoed waaierde over de trapomheining onverbiddelijk naar beneden. Weg ermee.

De stofzuiger maakte een einde aan de rondzwierende stofnesten, voor, achter, rond de verwarming, bij het bed en de boekenkast. Af en toe aaide ik een geliefd boek over de rug, maar kwam niet in de verleiding er een open te slaan. Dierbare oude spulletjes kwam ik tegen. Mijn groene gemberpotje, daar konden mooi de rondslingerende munten in, en een kabouterloepje voor het minieme werk, twee kleine zilveren theelepeltjes, waar ik de oorsprong niet meer van wist, grappige kaarten en de kartonnen buste voor het betere modewerk, geheel op de juiste maat in te stellen. Ook de twee aapjes die de verjaardagskringen op school altijd hadden meegevierd, kwamen boven water en kregen een ereplek in de boekenkast. De globe, in een dikke stoflaag bleek, ondanks dat, gewoon licht te geven en mocht in een hoekje schijnen als beddelamp, passend bij de kleur van het laken.

Onder de liggende rommel kwam het bureaublad weer te voorschijn, hoera. Het zette zoden aan de dijk, zo’n klus. Bij de jongste leende ik beddengoed en zorgde voor een fris en fruitig bed. Daarna kwam het laatste restje van de andere kant aan de beurt. De sneakerparen van zoonlief werden keurig in gelid onder de stang met T-shirts en jassen gezet. Het kleedje gezogen, de boel ordentelijk aan de kant geschoven. De laatste keer de stofzuiger en de stofdoek erdoor en toen mocht ik eindelijk op de lauweren gaan rusten. Laat de logee maar komen.

Ruimte scheppen

Zien zuivert

De kerstboom liet moeiteloos haar versierselen los en strooide nog enkele naalden over de vloer. Dochterlief belde terwijl ik bezig was kerst te ontmantelen. Ze kwam graag even helpen, wel zonder het kroost in dit geval. Kinderen, kerstballen en naalden gaan niet al te best samen.

Een half uurtje later belde ze aan en ging meteen aan de slag. De kerstspullen waren al opgeborgen, alleen de boom stond nog midden in de kamer. Volgende week vrijdag wordt ze buiten opgehaald. Tot die tijd mocht het als groenaccent in een hoekje van het balkon staan. Stofzuiger in de aanslag en dochterlief die de vloer schoon ragde. Ondertussen kookte het water voor de thee met bosvruchten en de Earl Grey.

Tussendoor uitrusten en theeën met een diepgaand gesprek van moeder tot dochter en vice versa. Over de vriend in nood en wat wijsheid zou zijn. Zo heerlijk als er op het juiste moment een klankbord in de buurt is. Door dat intieme delen samen schoot door mijn hoofd, dat er weinig tijd is voor dergelijke kwaliteitstijd, als de kinderen er omheen darren. Dat was ook een van de redenen dat we, de dochters en ik, hebben afgesproken een keer per jaar een lang weekend te plannen. Het leidt tot een volledig ander samenzijn. Aandacht voor elkaar, niet de moeder maar de mens. Na de thee was de rest van de kamer aan de beurt. We schoven en trokken alles in de oude positie. Alleen de sagopalm liet ik staan op de hoek van de bank. Ze voelde zich wonderwel op haar gemak in de buurt van de verwarming. De eettafel mocht in de bureaupositie. Ruim, ruimer het ruimst, zo werkte het ongeveer. De locker werd van tafel zitruimte. Wat is ruimen met z’n tweeën leuk. Van beide kanten goeie invallen. Bij het afscheid was de kamer schoner dan schoon. Voetstappen op de galerij stierven weg. Dag lieverd groetjes aan de kinderen.

Zoonlief wil een voederplaats om vogels te lokken en ze zo van nabij te kunnen vastleggen op beeld. Probleem is onze balkonkat. Pluis haar enige ontsnapmogelijkheid voor het halen van een frisse neus. ‘Dan doen we een belletje om’ grijnst hij ‘ of ze gaat aan een touwtje’. Of ze daar op zit te wachten. Ik weet zeker van niet.

In een fragment op Facebook uit het boek ‘Eeuwige Echo’s’ van John O’Donohue kom ik iets tegen dat uitstekend geschikt is tijdens het winteren in deze dagen. Hij zegt ‘Zodra je rust in het huis van je eigen hart, beginnen deuren en ramen naar buiten open te gaan naar de wereld. Niet meer op de vlucht voor je eenzaamheid, je connecties met anderen wordt echt en creatief. Je hoeft niet langer heimelijke affirmatie te schrapen van anderen of projecten buiten jezelf’ Meteen er achteraan komt er een waarschuwing: ‘Dit is traag werk; het duurt jaren om gedachten thuis te brengen’

Het is tevens het proces dat in gang wordt gezet bij het ouder worden, merk ik. Tenminste, zo voelt het voor mij. Sinds ik de tijd heb en zeker ook de rust om in mijn eigen retraite te gaan, kent ‘alleen zijn’ geen eenzaamheid en geen wanklank meer. In die innerlijke stilte vindt de rust die weg. De meerwaarde van de sociale media is het delen van dergelijke verheffende inspiratie, een overpeinzing waard. O’Donohue komt in ieder geval op een van mijn nader te bestuderen-lijstjes.

De boom voor het raam

In de boom voor het raam zit de kleine boomkruiper. Ze kruipt omhoog in spiralen rond de stam en de takken, een en al nijverheid en op zoek naar heerlijkheden tussen de grillige bast. In de stilte van het moment valt deze piepkleine harde werker het gezichtsveld binnen. Zien zuivert.

Ruimte scheppen

Heerlijke leegte

Tel uw zegeningen. Grieperige zoon is negatief getest. Hoera. Gisterenmorgen kwam de boodschap binnen. Koorts, keelpijn, pijn in elke denkbeeldige spier, rillerig. Nu, dankzij de GGD en. Haar teststraten de uitslag. Dochterlief kwam op dat moment binnen met een voor haar uit huppelende kleine filosoof. Zin in ‘De Kast van de Vergeten Spullen’. Wat er ook inzat, in ieder geval geen kabouters die de schoonmaak hadden overgenomen. De kranten, waar al het spul in verpakt zat, schreven 2001/2003. Vergeelde berichten om het vettige glas en porselein.

Een voor een haalden we stapels van het een en ander naar de kamer om het op tafel uit te stallen. Foto’s maken voor de achterban met de vraag of er nog iets van hun gading tussen zat en tassen. Een voor de kringloopspullen, een voor dochterlief, een voor de oudste en een vuilniszak voor alles wat kapot was

Het theelichtje van oma, de wajangprikkertjes, een botervlootje, puddingvormen, vormen voor vispasteitjes, dekschalen en de beschadigde rose- kopjes, kleine Chinese kommetjes, tulband en cakevormen, een oud koffiezetapparaat, een klokkenman, een barbecue-ijzer. Alles was de afgelopen twintig jaar niet gebruikt. De parafeu schaal van Regout en de geslepen glazen schaal verleende ik gratie. Wie weet als iedereen nog eens kwam eten en ik in het groot moest denken. Kleinzoon vond de bal en sjouwde dapper mee. De borden van oma’s servies, oud, gebarsten en versleten, de mosselpan, de grote wadjan. Daarna vond hij ook een Donald Duckstrip en zonk in de vergetelheid.

We waren sneller klaar met de schifting, omdat ik nou eenmaal had bedacht dat het door mij niet meer gebruikt zou worden, bovendien had ik nu de foto’s nog. Dochter sleepte alles naar de schuur, vier keer vier trappen af en op. Daarna waren er de heerlijke broodjes en een gebakken ei. ‘Zo kan alleen oma ze maken’, zei dochterlief tegen haar zoon en ik hoorde mijzelf over de gehaktballen van mijn moeder. Wat schattig. Het waren gewoon drie eitjes, zwemmend in de boter, met een geplatzte dooier.

De oudste appte over wat zij wilde hebben en vroeg of ik nog wel servies over had, haha. Ik kon haar geruststellen, nog steeds was er voldoende voor een heel weeshuis. Ik dacht aan de schuur, waar in andere bakken nog een oud, puntgaaf Canadees servies huisde. Ooit gekregen van mijn lieve vriendinnetje, die nu op haar wolk, goedkeurend zal knikken omdat ik het niet verkwanseld heb, net als de rest.

Toen alles weer vertrokken was, stortte ik me op de twee grote mappen administratie, die gemiddeld tot 2005 liep en derhalve helemaal weg mocht. Mijn vingers werden een geroutineerde shreader en versnipperden alles aan naam en gironummers. Ik kwam het briefje tegen van de gerechtsdeurwaarder met een somma van 1130 gulden, direct te voldoen. De enige keer dat me dat was overkomen en door zoonlief op de hals gehaald, omdat hij zijn studiegeld niet op tijd had voldaan en daar niet over had gerept. Ik zie me nog moedeloos naar het gebouw lopen om een regeling te treffen, in zak en as, want ik had echt het geld niet. Weet zelfs nog precies, welke jurk ik aan had en hoe mismoedig ik me voelde.

Het is allemaal goed gekomen en bleek achteraf het sop in de kool niet waard, maar ja. Als je eens van te voren wist hoe iets uit zou pakken. Mijn kristallen bol werkte, qua geldzaken, voor geen meter. Wat een bevrijding om dat stuk verleden te kunnen versnipperen. Tevreden keek ik naar de nagenoeg lege kast, één plank voor de oudste dochter tot ze haar nieuwe keuken had gekregen. Voor de rest heerlijke leegte.

Overpeinzingen·Ruimte scheppen

In volle glorie

Wit van de rijp glinstert de wereld me tegemoet in een zweem van zonlicht. Als het oplicht buiten, is de wens de moeder van mijn gedachte, want de daadwerkelijke gouden gloed mist hier. Het boek ‘Winteren’ is uit en zoals altijd met iets wat achter me ligt, voel ik een lichte spijt bij het dichtslaan van de laatste kaft. Tegelijkertijd is er ook de vreugde om het begin aan een nieuw avontuur, al weet ik niet waar deze schrijfster me brengen zal en staat ze mijlen ver af van de filosofische zoektocht van Katherine May. Lale Gul, de opdracht van onze leesgroep ligt verscholen onder wat losbladige lectuur onder het krukje dat diens doet als nachtkastje.

Tegelijkertijd draaien de gedachten op volle toeren en verzinnen ze de meest aannemelijke aankleding voor vandaag, kerstelijk samenzijn met de drie zussen. De boodschappen zijn in huis, de rijsttafel is besteld bij een lokaal restaurant, de keuken is aan kant. Waarom ik het gisteren toch ineens op mijn heupen kreeg, weet ik niet, maar wiebelend op een stoel moest de bovenkant van de keukenkastjes, die met de glazen karaffen en vazen, er aan geloven en ontkwamen niet aan de opruimwoede. Vettige kranten verwijderd, ooit een tip van mijn moeder, nog altijd ouderwets gehandhaafd, de glazen voorwerpen een voor een in het hete sop, met de stofzuiger de spinraggen weggezogen. Nou viel dat laatste mee hoor. Het waren stofjes tegen de muur aangekleefd.

Ook de keukenlades moesten het ontgelden en alles wat overtollig was of al jaren ongebruikt, mocht weg. Zo’n bui dus. Onhandig als je daarna nog de zware boodschappen in ging slaan, de wijnen en het laatste lekkers aan hapjes en zoutjes. Doodmoe kon ik geen pap meer zeggen. Zoonlief deed het laatste restantje, te weten, kapstok leeg maken en overtollige jassen naar de zolder. Straks snor ik nog een laken op, zorg dat de tafel gereed is om aan te vallen en kan dan tevreden terugkijken op deze titanenslag.

Vanuit de diepte, door alle inspanning in een ruk tot zeven uur doorgeslapen, kwam eindelijk een bericht van vriendlief, die kennelijk zelf een behoorlijke acclimatisering heeft moeten ondergaan. Een ‘diep mentaal duister’ had plaats gemaakt voor het ‘praktische ongewisse’, schreef hij. Al puzzelend vormden de losse woorden een beeld. Tijd om naar het licht te reiken, lijkt me.

Vanmorgen keek ik het progranmma ‘De nacht der slapelozen’ van Frits Spits. Hij praat met andere slapelozen, die, net als hij aan het werk zijn of gebruik maken van de nachtelijke uren om inspiratie te verwerken. Ze hadden het over ‘lucide dromen’. Iets wat ik vaak meemaak, als ik na mijn nachtelijke waakuren weer in slaap val. Dromen met hele heldere beelden, die in een soort waakslaap langs komen en zo blijven hangen, dat je ze nog herinnert en op kan schrijven. De Robin die hier over praat, vertelt mijn verhaal en dat geeft een gevoel van verbondenheid.

Ik wist al van jongsaf dat je het onthouden van de droom kan trainen. In mijn geval is dat vooral door hem in de laatste waakfase haar helemaal terug te halen. Dan blijven de beelden scherp. Als je ze alsnog niet vastlegt, verdwijnen ze in de mist of komen slechts in flarden terug. Net als deze Robin zet het mij ook aan tot nieuwe ideeën. Er trekken een aantal slapelozen langs. Een natuurfotograaf, een kunstenaar, een vrouw die uitleg geeft over de werking van slapeloosheid. Het verdient zeer de moeite om het hele programma terug te zien. Er worden hele zinnige voorbeelden aangehaald, waarin je jezelf herkennen kan als je ook behoort tot de dragers van deze nachtelijke uren. De warme, begripvolle stem van Frits verbindt. Niet alleen zijn vertellers, maar ook het leger aan nachtbrakers op de bank.

Dat is voor later. Nu eerst aan de gang. Kerstliederen neuriën en sfeertje kweken. Om een uur is er koffie met taart bij zus en daarna rolt de dag zich uit in volle glorie.