Uncategorized

Zinvol en mooi

Er kwam een klein juweeltje door de bus. Het was een recensie-exemplaar van Dolf Verroen met tekeningen van Charlotte Dematons met de titel ‘Niiemand ziet het’. Alleen de kaft al is oogstrelend. Prachtige ‘blauwen’ als ondertoon, het jongetje wat bedremmeld aan de zijkant. Een prachtige novelle met autobiografische trekjes, over een jongetje, die in 1947 ziin geaardheid ontdekt. Het leek me, vooral in deze tijd, een prachtig boek voor het thema burgerschap.

Al met al was het voor ons gezin een bijzondere dag. Op de kop af twintig jaar geleden was de vader van de kinderen overleden. Een dag die we samen plachten door te brengen. Eerst met elkaar naar het strand rijden, daar een, vaak bitter koude, strandwandeling maken om dan op een rustige plek ergens, een boodschap aan de grote kleine man in het zand te schrijven in de wetenschap dat onze woorden zouden worden meegenomen door het getij en de bestemming zich vanzelf aan zou dienen. Een troostrijke gedachte. Maar niets van dat alles in deze tijd. Het enige wat restte waren appjes naar elkaar en het opsteken van extra kaarsen. Gedachten zijn er altijd, op welk tijdstip van welke dag dan ook. Altijd zijn er verwijzingen, herinneringen, een oogopslag in een kind, gelijkenissen in gezicht en handen. De koestering is voor eeuwig. De lunch met elkaar aan een lange tafel in een strandpaviljoen, veel geroezemoes, zand op het bord en koude toiletten, werd node gemist. Amaryllis met haar vuurrode rokken trachtte te verzachten met nog twee dikke knoppen vol belofte na deze vierde bloem alweer. ‘Die ouwe sokken doen het goed,’ schreef zuslief op deze boodschap. Haha.

Gisteren begon de dag vroeger dan de laatste maand te doen gebruikelijk was. Het waren de etalagedagen van Uit de Kunst. Een dag lang theater, dans, en muziekvoorstellingen vergt een uitgeslapen hoofd en discipline. Niet alles is even goed of boeiend, maar het hart en het hoofd en de verbeelding zijn toch ruimvoldoende gevoed en hebben veel inspiratie opgedaan. Bij sommige, wat absurdistische stukken voelde het vooral als meegroeien met de tijd waarin we leven. Het prikkelde vernieuwingsdrang of ook de neiging om bij het veilige vertrouwde te blijven, maar toch de bakens te verzetten. Vooruit stappen om de weg te gaan, die de tijd inslaat.

Er was een prachtige vertelling bij naar het boek van ‘De koning van Katoren’, een verhaal wat ik kan dromen, maar dat zo aanstekelijk en goed verpakt werd verteld, dat ik spontaan weer zin kreeg in de winteravond van ‘Mevrouw Sprokkelhorst’, waar ik met vriendinlief ieder jaar een hele avond een verhaal vertelde voor een bescheiden publiek. Ooit, vroeger, toen het nog bestond. Het lijkt mijlen ver weg maar de laatste is van twee jaar geleden.

Vele koppen thee en een snelle hap later kwam ik weer terug op aarde. In de pauzes had ik mijn gebruikelijke twee kilometer bij elkaar gesprokkeld. De zon scheen. Poes Pluis lag prinsessenheerlijk op haar troon, zongekoesterd, na alle verre reizen in verhalen was er om me heen niets veranderd.

Zoonlief kwam thuis en even later weer naar beneden met een verrassing voor mij. Een ipadpro met pen. Ik was de hemel te rijk. Wat een prachtige geste en nog veel handiger, hij had het geduld om zijn moeder wegwijs te maken in de teken-en schilderprogramma’s die hij erop had gezet. Dat wordt weer een tijdje stief studeren op de mogelijkheden, moeders van de straat, jawel. ‘Hij zegt zonder woorden, dat hij van me houdt’, schreef ik in de familie app, vervuld van het feit dat hij wist dat dit mijn grootste wens was, omdat het vooral bij het schilderen zo aangenaam hielp en mijn digitale teken- en schildercapaciteiten nog meer uitgebouwd konden worden.

Nu eerst de te recenseren boeken lezen en daarna komt er toestemming om verder te spelen. Het kind in mij, dat graag experimenteert, ontdekt, uitvogelt, is gewekt. Een golf aan ontdekkingen en uitbreidingen van de mogelijkheden, dankzij zoonlief. De dagen vullen met scheppingsdrang en creaties, kortom, met zinvol en mooi.

Uncategorized

Dat zouden meer mensen moeten doen

De dag begon vroeg omdat geluiden in huis ergens diffuus dwars door een droom heen drongen. Het was zoonlief die de mixer met veel geraas en kabaal de ingrediënten voor de ochtendshake liet fijnmalen. Had je me vroeger gevraagd wat een ochtendshake was, had ik een ouderwetse twist uitgevoerd met draaiende heupen en swingende voeten. Een onvervalste shake, rattle and roll.

Iets waar ik in deze losgeslagen tijden nog wel eens naar terug kan verlangen. Die tijd waarin de woorden nog een simpel begrijpen veronderstelden. Waar bedoeld werd wat je zei en niet met een wereld aan andere betekenissen erachter. Dat was de tijd van mijn jeugd. Toen mijn ouders er alles aandeden om hun roerige leven weer recht te trekken en niet anders dan veiligheid en geborgenheid wensten voor hun grote kinderschaar.

Vandaag kwam zuslief op de thee en omdat we slechts met z’n tweeën waren, was er ruimte om naar elkaars beweegredenen te vragen. Waarom doen we wat we doen. Is dat aard, aanleg of aangeleerd. Wat hebben we meegenomen van thuis, van het voorbeeld van onze ouders en hoe zijn we er zelf mee omgegaan. Hoe verschillend zijn wij zussen en waarom is het contact, ondanks deze verschillen, zo goed. We besloten dat het het geven van ruimte was, iets waar we allen toe in staat waren. Een ander de ruimte bieden te zijn zoals je bent, geeft harmonie. Dat betekent niet dat discussie vermeden wordt bij verschil van mening, maar je respecteert iedere kijk op de zaak. Het was een mooie conclusie daar op de zonnige bank, met de goudgele rooibos onder handbereik en een chocoladekoekje erbij. Simpele eenvoud, maar zoveel diepgang.

De vraag of of ‘Adat’ echt een volksaard was, of dat het afhankelijk was van de mens zelf, was een ander item. Ik geloofde wel in die volksaard, maar gaandeweg het gesprek bleek toch dat de meningen van ons beiden zich verstrengelden. Cultureel erfgoed afhankelijk van de interpretatie van de mens. Ook hier kwam de gegeven ruimte om de hoek kijken. Hoe meer je de teugels laat vieren, des te meer kan de ander deze aantrekken. Een mooi uitgangspunt om dieper op voort te borduren. Daar een juiste balans in te vinden, zou recht doen.

Ik wist ’s morgens al dat ze zou komen en tijd moest er aan geloven. Schrijven, krant en koffie, ochtendrituelen in verhoogd tempo. Met de stofzuiger naar beneden en bij het rondkijken in de kamer was er een drang naar die ouderwetsse knusheid van vroeger, juist omdat al die ongeloofwaardige, maar toch echt gebeurde, beelden aan het oog voorbij getrokken waren. De woede, de ongebreidelde lust tot destructie, dat zinloze geweld dat niets oplostte en alleen maar aanzette tot nog meer onbegrip en haat.

Dat kwam allemaal voorbij tijdens het stofzuigen en in het hoofd schoven de meubels op hun nieuwe plek. De hocker mocht naar het midden als tafel met de zonnig-gele plaid aan een kant en het grote robuuste dienblad erop. Ziezo, amaryllis met haar uitbundige rokken als vrolijke noot en een waxinelichthouder. Tevreden werd het resultaat gemonsterd. Er was nog wat geschuif met de planten voor nodig en poes Pluis haar troon werd tegen de verwarming geschoven. Dat zou behaaglijk toeven zijn onder de wuivende palmbladeren. De veranderingen stemden tevreden. Een kinderhand is gauw gevuld.

Nu wilde ik het geel ook terug laten komen op de wand en dat betekende schuiven met de schilderijen. Heerlijk als de keuze oneindig is en toen klopte alles. Feng shui met mijn bestaande middelen en inderdaad, die warme knussigheid die voor ogen stond. Zielstevreden liet ik zus uit na ons boeiende gesprek en bezocht de fysio voor de laatste keer. Vanaf nu was ik in handen van de hoop en de huisarts. De beweeglijkheid was licht verbeterd, dieper buigen, verder strekken, minder dik. Twee pijnlijke plekken nog, type ‘tegen het plafond’. Remedie: meer bewegen en spierkracht opbouwen. Dat was anders dan mijn zus had gedacht. ‘Als je teveel doet, dan gaat het mis’. Het beste middel was te blijven bewegen. Daarmee had je kans het nog een heel eind uit te kunnen zingen. Niets forceren en goed luisteren naar het lijf. Bij het fietsen goed bedenken hoe je afstapt, kortom bewuster bewegen.

Daar ga ik me in deze dagen maar eens op focussen. Het wordt weer tijd voor een wat hoger bewustzijn. En…Niet om het een of ander, maar dat zouden meer mensen moeten doen.

Uncategorized

Missie geslaagd

Het was niet alleen de juiste dag na twee weken bijna alleen maar rust nemen en binnen zitten, maar het was ook nog eens het meest uitgesproken uur. De perfecte omstandigheden om het wandelen rond de zuil uit te breiden met wat kilometers buiten. ZouweBoezem had als muziek in de oren geklonken. Dichtbij, een wandelpad van ongeveer anderhalve kilometer, zon, wind door mijn haren en het eindeloze geklok van eenden en ganzen en ander watergebroed. Wat ik nog niet wist, maar wel zo bleek te zijn, met oevers vol riet en een observatie’hut’ er middenin met, als bonus, geluk op mijn pad..

De dag deed haar best en kleurde de lucht in blauw competatief met de kleine blauwe prins, maar voegde witte wolkenflarden toe, die uitnodigend in stralen uiteen vielen. Een rijtje geparkeerde auto’s markeerden het begin van een smal pad. Met het fototoestel in de aanslag stapten de voeten doordacht voort en was de blik op de horizon gericht, speurend naar kiekendief, buizerd en blauwe purperreiger, die hier ook voorkwamen.

Langs de kant lagen grote opengebroken zoetwaterschelpen op een hoopje, een emmer met nog meer hing aan een soort wigwam van wilgentakken. Het waren de schelpen van de zwanenmossel. Ze moest zich hier in dit waterrijke gebied erg thuis voelen. De zwanen aan de overkant van de sloot lieten ze links liggen en wapperden hun vleugels wijd.

Wilgen te over in dit vlakke land. Mooie ouwe nog niet geknotte knoesten met takken van een jaar oud. Af en toe was er een doorkijk gemaakt en kon je speuren naar de slobeend, de krakeend en de smient. Mijn bril reikte niet ver genoeg even als het oude fototoestel in mijn koude handen.

Dan ineens eeen pad naar rechts dwars door het riet en daar lag, tot mijn grote voldoening, een zwerfsteen. Achterop stond -te houden/ of door te geven-. Een vrolijke blauwe met twee hartjes als lippen. Een verdwaalde zoen van een medereiziger. Veel waard in deze tijden van gemiste lijfelijke genegenheid. Ze verdween diep in mijn zak. Warm van binnen vervolgde ik mijn pad, dat recht toe, recht aan door het hoge riet naar een vlonder met een houten scherm leidde, waar observatiegaten in zaten. Daar lagen nog een paar zwerfstenen in de kieren en hoekjes verstopt, met grappige tekeningen erop, maar niet zo’n officiële als de blauwe. Een kleine zwarte met een aandoenlijk figuurtje met hart op een zwart fond nam ik mee en ik beloofde om zelf een nieuwe steen te schilderen om ergens neer te leggen. Voort wat, hoort wat. Achter het scherm de eindeloosheid van de moeras-en rietvelden met talrijke watervogels.

Het waren de kleuren, goudgeel, waar scharlaken en sienna doorheen schemerden, soms bijna violet, het groen van het kroost in de kleine beek onder de blauwe koepel en de stralende wolkenvegen, die alle dagen thuis tussen vier muren snel deden vergeten en me dubbel lieten genieten. Zet een mens op dieet, want als dan de teugels vieren, is het feest twee keer zo groot. Het was de roep van het land, verweven met de stilte. Geen kiekendief of purperreiger te bekennen en een belofte om terug te keren in het broedseizoen.

Het kleine rietpad weer terug naar de landweg en door tot aan het huis, beloofde ik mezelf, of nog ietsje verder. Het kleine huis middenin bleek een natuurhuis te zijn en was voor de verhuur. Fietsen, een bootje en water te over. Links uitgestrekte weilanden vol ganzen, rechts de eendenkooi met haar bijzondere bewoners. Een perfecte schrijvershut of anderszins. Ik sloeg de Kikker op achter het deurtje ‘voornemens’.

In de polder stond een molen en het is hier Nederland op haar best. Het pad liep door langs verdronken land, maar verderop werd de stilte ineens overvallen door een immens geraas van autoverkeer van de snelweg. Of de wind was gedraaid, of het was de bocht, die het pad paralel liet lopen aan de snelweg. Snoeiharde geluiden van motoren. Gestoord in mijn naar binnen gekeerde mijmeringen zocht ik snel de stilte weer op. En warempel, voorbij de kromming luwde het geluid en verdween. Toen ik bij de Kleine blauwe kwam, zaten er 2,9 km in de benen en stond er een ruime oogst op het netvlies. Missie geslaagd.

Uncategorized

Beloofd is beloofd

In de kussens weggedoken, liggend op mijn zij, dringen diffuus geluiden door en worden allengs harder. Het kolken en klotsen van de was in de wasmachine, het gerommel in de dakgoot, waar ik de kauwen weet die af en toe uitvliegen om in de boom voor het raam beraad te houden, het ronken van poes Pluis, het gemompel in de kamer hiernaast tussen zoonlief en vriendin, de dunne wanden gedempt met de kledingkast geven het een doffe klank, af en toe klatert een lach, het gekras van een meeuw en in de verte hoor ik een duif, terwijl een ander achter mij antwoord geeft. Ik verlang naar de merel.

Dag is in volle glorie hemelsblauw getrokken met lange slierten wit als een ongekamde haardos na ontwaken en is zacht om aan te raken, stel ik me zo voor. Het hoofd in de wolken, de rest op een oor.

De droom bracht school, grote zwermen kinderen met iefde en roltrappen. Een paard in de gang terwijl we er langs moeten, een donkerbruine met witte bles en lange zwarte manen. Ze slaat met haar staart. Twee kinderen blijven achter met hun benen in de modder, een laat zich voorover vallen en komt er als een bruine vlek weer uit, de ander stampt dikke modderklodders in het rond omhoog.

Dat paard komt bij ‘Matthijs draait door’ vandaan, gisterenavond op televisie. Eindelijk weer eens een wervelend programma met veel muziek, een boek, jeugd aan het woord en André van Duin in een persoonlijk interview. Een korte film met een rondleiding door het huis van André en een inkijkje in zijn studio, terwijl hij de oude carnavalskraker: ‘Er staat een paard in de gang’ in drie talen aan het vertalen is. Frans, Duits en Engels. Gewoon, voor de lol. ‘Waar blijven nou de opnames met Franse liedjes’. ‘Ja, ja, als de tijd daar is’.. Hij zegt het niet, maar dat zie ik hem denken. Over ziek zijn en gemis en wat er door je heen gaat. Een onvermijdelijk lot. Hij oogt als herboren. Jong en sterk, even een blink van ontroering in het oog, maar verder geen tranentrekkers. De muziek is prachtig. Heerlijke scheurende saksen en funky schwung en aan het eind een ode aan Bowie met drie operazangers omdat de film zo slecht schijnt te zijn. Vijf jaar zonder alweer.

De krant wacht met de boekenbijlage, Eerst koffie en de kwark voor de medicijnen, de droom verwerken en bedenken of ik vandaag voor het eerst sinds twee weken weer een wandeling zal maken. Dat kan naar de tuin, maar het zou ook kunnen naar een plek dwaarover vriendin vertelde, de Zouweboezem. Het klonk zo aanlokkelijk met al die vreemde vogels van diverse pluimage, die daar voorkwamen. Wat wil je nog meer op een mooie zondagochtend. En een wandelingetje van 2,5 km moet te doen zijn, met de dagelijkse 2 km van deze week in de benen. Alsof het afgesproken is roert de zon zich nu ook. Ze lokt me duidelijk. Kom maar. Het is prachtig. Waar je ook bent op dit ogenblik. De wasmachine centrifugeert en zoonlief schuift met de stofzuiger door zijn kamers.

Een kauw vliegt in de hoogste boomtop en lokt en roept, al gauw komt de tweede aan gevlogen en nog vier. Dan zet het stel zich in beweging naar de overkant, waar het kleine park is. Vroeger als kind verlangde ik naar een tamme kraai, die op je schouder zat en aan je haren trok als hij wat wilde duiden. Net als in de film ‘Kauwboy’. Ik zou hem alles leren wat maar denkbaar was.

Het is er nooit van gekomen. Om de mogelijkheid te bewerkstelligen richtten we onze eigen ‘zielige-dieren-opvang’ op. Alles wat maar kreupel liep, tegen het raam aanvloog, hulpeloos heen en weer waggelde, werd opgenomen en op de IC avant la lettre gelegd in een grote schoenendoos, op een matras gemaakt van het hoofdkussentje uit het poppenbed en toegedekt door een zakdoek van mijn vader. Niet zelden lag het de volgende dag met gebroken ogen . Na zieltogen sluipt de dood erin.

En nu de koffie. Beloofd is beloofd.

Uncategorized

Voeden en gevoed worden

Voor de zoveelste keer gaan op FB mijn felecitaties rond, een hele fijne dag en een prachtig en inspirerend jaar. Ondanks dit tijdsgewricht meen ik het. Iedereen die jarig is wens ik het geestelijk vermogen van het optimisme toe. De lichtpuntjes, het kleine geluk, de dagen in hun kleinheid, in alleengaan en toch het ervaren van de schoonheid en de bijzondere momenten die het oplevert. Voor nu, straks en later. Zullen we zeggen ‘Weet je nog’ en het weglachen of zullen we zuchten onder nog zwaardere last. Niemand kan het zeggen. Een gedicht:

Amnesie

Een man liep op de gang van neurologie/het lange silhouet in het gefilterd licht/versterkte zijn lengte en de gang/hij slofte wat, drie vier stappen, dicht/langs de kale muur en bleef dan staan/hief zijn hoofd op, keek  zoekend om zich heen/en schalde ‘Zuster…..ken u me zeggen waar het toilet is’/de woorden sneden messcherp de stilte uiteen/ik wees hem op het einde van de gang

hij slofte voort, drie vier stappen,/om daarna stil te blijven staan/en onbeholpen op zijn eigen voet te trappen/‘Zuster….. ken u me zeggen waar het toilet is’/weer wees ik hem de weg en hij ging door/maar  in mijn ogen moest zijn te lezen/hoe dapper deze man de strijd beslechtte/door vanuit zijn diepste wezen/volhardend zijn eigen weg te gaan/overtuigd een oplossing te vinden/omdat zijn geheugen hem liet staan

Ooit werkte ik, als verpleegkundige in opleiding, op de afdeling Neurologie in het AZL in Leiden. Diep onder de indruk was ik van de mensen die daar lagen met hun hersenaandoeningen. Soms was de spraak verdwenen, soms het geestesvermogen, soms de werkelijke leeftijd, zodat de persoon afdaalde naar het kind in hem. Met de neurologen en met de collega’s hadden we boeiende gesprekken over de ongrijpbaarheid van het menselijk brein. De deernis die ik voelde als iemand met afasie een heel verhaal mummelde in brabbeltekens waarbij, vermoedelijk op de vraagtekens in mijn ogen, de radeloosheid binnensloop in de blik van de persoon in bed. Of de jonge glazenwasser, die uit zijn bakje was neergestort en met zijn hoofd op de plaveien terecht kwam en daardoor aan geheugenverlies leed, dus om de haverklap de weg vroeg, terwijl het antwoord resoneerde tegen de hoge muren van de lange gang. Nooit ben ik ze vergeten en al helemaal niet het ongewisse waar ze in waren beland.

Ongewis, dat was het brein, ongrijpbaar. Wat men ook probeerde al kon men steeds meer, maar het doorwrochten van de materie bleef tot in lengte der dagen en nog. Moeilijk te doorgronden wereld.

Hersenschimmen van Bernlef was voor mij een bevestiging, van de zware mist die op kon zetten om een dicht gordijn te vormen, waar de werkelijkheid in verdween en dat zo een eigen beleving schiep. Zoals de vrouw in het bed van het bejaardentehuis, die op een kamer met vier demente vrouwen lag en wakker werd. Haar ogen staarden in het niets, terwijl ik tuurde naar aanwezigheid. Ineens, in een kort ogenblik, trok de mist op, even heel helder keek ze me aan. Maar dan die diepe zucht, die sneed door de nachtelijke stilte, waarmee ze weer terugviel in de dofheid van wat was.

Ongrijpbaar en ongewis bleek de toekomst. Onvoorspelbaar. Toch bleef de glazenwasser stug zijn weg vervolgen, de afasiepatient doorbrabbelen tot de boodschap begrepen was, de demente vrouw haar toekomst indommelen en ging mijn leven door. In die dagen telde de kleine overwinningen die we behaalden, het minieme contact, het stukje begrijpen, het kunnen ontcijferen van gevoelens die diep in het binnenste sluimerden. Zelfs op die afdeling vielen er naast het leed ook parels te sprokkelen, zolang je voedzame grond boodt. De aanhouder won.

Vanmorgen was er op datzelfde FB een docu over een papier-kunstenaar, die in haar huis de fijnheid en de sierlijkheid van de natuur vertaalde in haar werk met een onstuitbaar geduld en met liefde voor het materiaal, dat ze in haar vingers had. De finesse, waarmee ze het klimopblad tot een filigrein aaide in het teiltje met water, getuigde van eerbied voor de oude techniek. De fijne doorzichtige schaal van dit filigrein, teer en kwetsbaar, maar zo prachtig, goudkleurig met het zachte licht erop, wiegde zachtjs in haar opgeheven handen. Het resultaat, het hoogste goed. Omdenken in schoonheid. Het zorgde voor het herstel van de balans in mijn gemijmer. Zo werkt dat dus. Voeden en gevoed worden.

Uncategorized

Een mens moet wat

‘Blijf zitten waar je zit en verroer je niet, hou je adem in en stik niet’. We riepen het als je de pineut was en met je gezicht naar de muur moest wachten tot ieder zich verstopt had. Dan begon het aftellen van tien naar een en daarna kon het speuren beginnen. Verstoppertje was een zeer gewild spel onder de kinderen uit de buurt. Als je sneller was dan de zoeker tikte je de telplek aan en riep je: ‘Buut vrij”. Daar moest ik aan denken, terwijl we ons nu verschansen in de huizen en er een ander soort speuren begint. Respecteert iedereen de regels wel.

Tijd voor een nieuwe afleiding voor de kleinkinderen nu ik minder mobiel ben, anders zijn ze straks nog vergeten hoe ik eruit zie. Nu geen journaal maar een kakelvers oma-verhaal. Als uitgangspunt had ik een verhaal genomen, dat ik schreef voor een project op school en dat ooit op de nominatie stond om uit te groeien tot een boek. Nooit wat geworden, want ik liep hopeloos vast. Maar kleinzoonlief had gisteren al direct een nieuw idee aangeboord na het horen van het begin. De basis was simpel, maar spannend. Er is een kleine jongen, een reuzenei op het gras midden in de nacht en een opa Sterretje. Daar valt natuurlijk alles van te maken. Kleinzoon begon direct te raden wat er in het ei zou zitten en fantaseerde er zelfs opa Sterretje in. Dat is niet zo, zal hij vandaag horen, maar hij bracht me direct wel op een juiste benadering van de zaak. Ik had een en ander veel te realistisch gemaakt. Het kon ‘sprookjesachtiger’. Dan kon er immers van alles gebeuren en paste er elk idee naadloos in.

De zuil midden in de kamer

Het wandelen om de zuil heen bevalt me wel. Twee kilometer elke dag is een mooi begin. ‘Hoe doe je dat dan’, vroeg zuslief op face-time. Het is niet anders dan rondjes lopen, net zolang tot ik de drieduizend stappen gezet heb.

Het werd tijd om de koelkast te inspecteren. Januari was eigenlijk een perfecte maand voor de ‘Dwars-door-de-kast-recepten’. De buit bleek venkel en witte kool te zijn, wat oude rode krielaardappellen, geraspte oude kaas, een handjevol aangemaakte olijven met knoflook. Voldoende voor een voedzaam geheel en de groentela had weer een bodem. De doeken voor zoonlief zijn klaar en een nieuw werk staat in de steigers. Verder kabbelt het leven voort.

Bij de slimste mens zit een pittig jong ding, die eerst niet tot de juiste antwoorden komt, maar ineens als de huidige tijd wordt aangeroerd, achter elkaar en moeiteloos van alles oplepelt. Het ontlokt de eminence grise Maarten van Rossum de opmerking dat hij het een totaal onbegrijpelijke wereld vindt. En bij het kijken naar achter het nieuws valt het me op, dat de satire er nog wel is, maar ook voortdurend overschaduwd wordt door de ernst van de huidige situatie. En ook dat de gasten minder afwachtend zijn en hier en daar zelfs corrigeren of overstappen op de twitterprietpraat. De grootste vergissing van dit moment, want al wat gezegd is, staat. ‘Bezint eer gij begint’ was een van de heilige lessen vroeger, al dan niet met waarschuwende vinger om het gezegde kracht bij te zetten.

Zoonlief kwam voorbij op de Iphone en de hometrainer komt maandag. Dat is een prettig vooruitzicht. Bij de cardiofysio verzonnen we vaak waar we heen zouden fietsen. Een ritje langs de Kromme Rijn bijvoorbeeld of een tocht naar Kasteel Haarzuilen. Ook al is het maar fantasie, dan nog verbreedt het de horizon om dat het geliefde en bekende plekken zijn en je er met je ogen dicht nog kan toeven. Ook is het een gelegenheid om het verhaal verder uit te diepen. De vrijgekomen adrenaline zet het denken op scherp en boort nieuwe ideeën aan.

Straks komen de professor met zijn zus en dochterlief op bezoek. Om tien uur al. Een stok achter de deur maakt de dagen langer. Het is een loffelijk streven om minder te sudderen en wat bergen te verzetten. Nou ja, heuveltjes om mee te beginnen, molshopen misschien. We gaan het zien en beleven. Een mens moet wat.

Uncategorized

Prima zonder veel

Dankzij een blog over kringloopwinkels stapte ik weer even terug naar mijn eigen kringlooptijd. Secondhand-Rose in eigen persoon. Eerst werkte ik bij de boeken en later ging ik over naar de kleding. De kinderen speelden tussen de oude rommel en de jongste werd er opgevoed. Het kon allemaal. Er was niet veel geld dus het betekende ook overleven. ‘Geld hebben we niet maar spullen…!’ was een gevleugelde uitspraak, die ik te pas en te onpas deed. De vader van de kinderen was een echte nachtvlinder. Hij reed langs het grofvuil met zijn oude transportfiets en sleepte alles mee wat hem aanstond. Daar waren ook altijd karkassen van fietsen bij, die hij dan in zijn schuurtje uit elkaar sleutelde om van een combinatie aan onderdelen een nieuwe fiets te maken.

Op een dag zagen we de buurman aan de zijkant van de straat dozen uit het huis naar de grofvuilplek verslepen. Hij ging er zichtbaar onder gebukt. Het was nog licht, dus geen haar op ons hoofd die er aan dacht om te gaan neuzen tussen zijn afval, maar dat het de moeite waard kon zijn, hadden de voelsprieten allang ontdekt. Toen de avond viel wachtten we gelaten tot de lichten in zijn woonkamer waren uitgeknipt. Buurman torende boven ons uit in zijn drive-in-woning en keek vanuit zijn huis recht op het onze en op de stortplaats. Als een dief in de nacht slopen we richting dozen. Het waren boeken, dozen vol boeken. We hoefden ons niet te bedenken. Manlief sleepte de karrenvracht de kamer in. Veel literatuur en wetenschappelijke boeken, maar ook Baudelaire en Justus van Maurik en een dundruk van Dada en de Stijl. Alles voorzien van een zwierige handtekening voorin. Ik was in mijn nopjes. Wat een vangst. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat de tijd om een en ander door te spitten ontbrak. Ze hebben jaren als dubbele rijen op de planken gestaan en staafden mijn latere principe. Zet geen boek in de kast die nog niet gelezen is. Jaren later en een drietal verhuizingen verder belandden ze uiteindelijk toch bij de kringloop, waarbij ik hoopte dat iemand, die de waarde ervan inzag, met vreugde zich zou verheugen over de nieuw verworven schat.

Door te werken bij de kringloop zorgde een en ander er wel voor dat de drang om te zwichten voor van alles en nog wat, langzaamaan verdween. Niets is zo vergankelijk als materie. Iets wat eerst van oneindig belang had geleken, kon later zomaar aan betekenis inboeten. Zodra ik me af ging vragen of het belangrijk was voor ons, of het uit zou maken als het er niet was, of ik er blij van werd uitsluitend om de heb of ook omdat het werkelijk verschil zou maken, werden dat belangrijke criteria. Mijn collega bij de kringloop had kasten vol met kleding en zelf was ik ook aardig op weg, tot ik erachter kwam dat ik van sommige kledingstukken het bestaan niet eens meer wist en steeds meer moeite had om in de chaos het juiste te vinden.

Nu kan ik de kringloop inlopen en met lege handen even zo vrolijk weer naar buiten stappen. Dat was vroeger ondenkbaar. Alleen als het me regelrecht raakt, zoals het boek van Shaun Tan: ‘ De Aankomst’, dat prachtige getekende verhaal, of dat ene kleine bescheiden schilderijtje van een Javaanse danseres, gesigneerd door een zekere F van Bemmel. Meer is het niet en zelfs de kleding heb ik in grote getale uit de kasten verbannen en ze teruggebracht naar een kringloop. Alleen mijn sjalenzwak en mijn boekenkasten voed ik zo nu en dan nog. Verder kan het leven prima zonder veel.

Uncategorized

Waar licht is, is hoop

De lijst met te bestellen boeken is weer rond. Straks begint de reis door de kinderboeken, die meer dan eens niet te versmaden zijn voor volwassenen. Het thema ‘Burgerschap’ leent zich daar uitstekend voor. Wie eenmaal aan het grasduinen slaat, opzoek naar passende onderwerpen, trekt al snel een bodemloos blik open. Wat is er veel op dat gebied. Met eeen beetje vernuft valt er natuurlijk praktisch alles aan op te hangen. Kritisch speuren is geboden.

Af en toe sta ik op de weegschaal van zoonlief. Maar de laatste weken is het niet langer mijn grootste vriend. Ingegendeel, vaker nog, kijkt hij me licht verwijtend aan. De impasse begint op te spelen, letterlijk en figuurlijk. Nu de stroom aan bezigheden langzaam is opgedroogd en de knie voor nog meer belemmeringen zorgt, nestelt het lijf zich graag op de bank. Ergo: Te weinig beweging, te veel aanwas. Dat moet anders. In het begin van de eerste sessie binnenzitten liep ik mijn befaamde kamerrondes. Iedere dag minimaal 2 kilometer. Daar moet ik toch weer aan gaan beginnen. Een zuilentred van 2 km iedere dag is een loffelijk streven. En toch eens kijken naar een hometrainer. Een mens moet wat.

In de trouw van gisteren stond naast de column van Eva Meijer ook een interview van Roek Lips met Pim van Lommel, een cardioloog. Het begint met de intrigerende kop: ‘Je kijk op de dood bepaalt je levenshouding’. Pim van Lommel is de auteur van het boek: Eindeloos bewustzijn. Hij deed ruim 34 jaar onderzoek naar mensen met een Bijna Dood Ervaring(MBD). Als je zoiets hebt ondergaan, dan verandert dat je inzicht op de dood. Het is niet langer het einde waardoor je dichter bij de essentie van het leven komt. Als je gelooft dat het leven tijdelijk en eindig is dan ga je voor het uiterlijk, geld en de macht, maar de essentie is heel wat anders. Voordat hij het onderzoek begon, ging hij er vanuit dat het bewustzijn een product was van de hersenen. Bleef de vraag hem bezighouden hoe het kwam dat mensen zich zoveel weten te herinneren van een BVD, terwijl de hersenfunctie een rechte lijn vertoonde. De cardioloog is door al die onderzochte ervaringen met BDE-ers inmiddels van overtuigd dat het bewustzijn eindeloos is en vergelijkt het met een cloud. ‘De hersenen en het lichaam maken de ontvangst van dat eindeloze bewustzijn mogelijk, maar het wordt niet door de hersenen geproduceerd’. Hij haalt Plato aan, die het lichaam als de tijdelijke drager van de ziel die blijft, zag. Iets om even goed voor te gaan zitten en het boek dat me zeer de moeite waard lijkt.

Een mooie ondersteuning bij de zoektocht naar de zingeving van het bestaan. In deze dagen waarbij we zoveel meer op ons zelf zijn teruggeworpen, komt meer dan eens de vraag naar de zin boven drijven. Mijn ervaring met mensen die dood gaan zijn met regelmaat de bevestiging dat er meer is dan alleen de stofmantel die achter blijft. Een heldere blik vlak voor het sluiten van de ogen seint in dat de overgang bewust wordt meegemaakt, net als de koude windvlaag die langs je heen kan trekken. Niet uit te leggen hoe dat voelt, maar onmiskenbaar daar.

Het nieuwste inzicht is dat bewustzijn fundamenteel is en dat alles in het universum voortkomt uit bewustzijn. Ook materie‘ zegt hij aan het eind van het interview. Ik zoek in Wiki bewustzijn op:Bewustzijn is het geestesvermogen dat het individu in staat stelt de buitenwereld waar te nemen en te verwerken, oftewel een beleving of besef te hebben van het eigen ik, ingebed in zijn omgeving’.

De essentie van het zijn, zou ik denken en inderdaad de basis voor de wijze waarop wij de wereld om ons heen ervaren. Zijn conclusie is : ‘Ik ben optimiistisch. Ik denk dat die verandering de komende jaren snel gaat en dat is ook nodig. Want als we ons bewustizijn niet veranderen, zullen we het als mensheid niet overleven’. Het klinkt als een waarschuwing. In dat geval kunnen we alleen maar hopen dat de theorie klopt en zijn optimistische kijk op het geheel de overhand zal nemen. Waar licht is, is hoop.

Later vond ik de film over het boek, een aanrader.

Uncategorized

Rekbare ruimte

Het was een wonderlijk begin van de dag. Alle ochtendrituelen schoven met de opening mee op. De huisartsenpost meldde dat ik om kwart voor tien bij de huisarts langs mocht. Een invalarts. In versnelling gaan als je er niet op had gerekend, betekende dat niet alleen het lijf maar ook de geest mee moest. Een prettige bijzonderheid was de frisheid van een ochtend in de praktijk. Nog niet veel geziene patienten, dat bracht tijd en rust en een heldere diagnose. Het vege lijf, dubbel geleefd door al mijn bezige buien, liet de zekerheid voor wat het was en begon wat te kraken en te piepen. ‘Ouderdom komt met gebreken’ wist Oma Driehuis, die krom liep en hief haar zwarte stok op als grote waarschuwende vinger. ‘Krakende wagens, piepen het langs’ wist ik er tegenin te brengen. Maar zover was ik nog niet, natuurlijk. ‘Jawel, meisjes van 68 zijn ook oud’, fluisterde de tijd in mijn oor. ‘Dat kan je me toch wel op een andere manier wijs maken’, protesteerde ik zwakjes. ‘Ik dacht dat we de kwalen eerlijk zouden verdelen onder de jongsten en nu heb ik er al drie te pakken.’ Dubbel geleefd, dubbel gelachen, dubbel gesleten. Annie. M. G. neuriede plagerig haar liedje voor oude meisjes. ‘Maar ik ben nog fantastisch zo op het oog’. Vriendinlief appte de spijker op de kop: ‘Ge wor ’n bietje krakkemikkuggg’. Schuddebuikend nam ik de krant door, terwijl een andere lieverd belde om even een oppeppertje door te geven met flink veel humor.

Versleten tot bijna op het bot, ik weet het, het zit nu eenmaal in de familie. De krant brengt de nodige afleiding met een fantastische nieuwe ontdekking, waar ik nog heel wat uren kijkplezier aan kan beleven. In de column van Eva Meijer met de kop ‘Waar zijn mensen voor’ refereert de schrijfster aan de kunstenaar Laurie Anderson. Het gaat over de film ‘Heart of the dog’, waarin Laurie zich afvraagt waar de dagen voor zijn:’Om ons wakker te maken, om tussen eindeloze nachten te zetten’. Iemand die dergelijke taal vindt heeft meer in haar mars, dacht ik en zocht als een haas de trailer van de film op. Soms is verdere aanvulling totaal overbodig. Als je deze trailer ziet, dan weet je dat er een juweel op een gouden dienblad ligt.

Alleen de start al, een getekende Laurie Anderson spreekt uit wie zij is: ‘This is my dreambody. the one I use to walk around’

‘In het beeld zien we een blauwe lucht met boomtoppen’ schrijft Eva. ‘Waar zijn de nachten voor‘ peinst Laurie Anderson verder. ‘Om door de tijd in een ander wereld te vallen’. Dat kan zeker als je een droomlijf hebt, degene die met je wegwandelt als je in slaap valt, mijmert of peinst. Degene die mijn gedachten draagt, denk ik er achteraan.

Eva vraagt zich op een gegeven moment af, door vraagstellingen van mensen in de media over de meest uiteenlopende zaken: ‘Waar zijn woorden voor’ en geeft vervolgens zelf het antwoord: Het lijkt als je de politiek volgt soms alsof woorden stokken zijn om tussen de spaken van de werkelijkheid te steken en zo je punt te maken’. Jaloersmakende vondst. Alles kent een eigen taal. Die veelvormigheid vind je terug in romans. ‘Waar zijn romans voor‘. ‘Ze willen het leven vangen door de tijd te vangen’ vind Eva. Dat kan. De roman vangt vooral het beeld met haar woorden, omsluit een wereld met haar letters, creëert een droombeeld.

‘En mensen dan’, is de laatste vraag. daar komt het antwoord van Laurie weer om de hoek kijken in de slotsom van Eva: ‘Om lief te hebben zoals honden met hun hele hart. Om opnieuw te beginnen, het beter te willen doen. Om na te denken over dit alles en erom te lachen. Om wakker te worden, om door de tijd in een andere wereld te vallen. In de dagen, de nachten, de boeken, door een opening die je eerder niet zag’.

Voor mij was dit de opening die ik nog niet had gezien. De wereld van Laurie Anderson(en dat wordt smullen) en die van Eva Meijer. Ik laat me tuimelen dwars door het gat heen en zwem door de trailers, zie hun beelden gemaakt uit gedachten, goed voor verfrissend en nieuw elan. Het lijf mag dan slijten, het hoofd nog geenszins. Daar is nog veel rekbare ruimte.