Overpeinzingen

De bruine papieren tas

Het gedicht op de bruine papieren tas, in kloeke markerletters geschreven, was voor mij, stond er duidelijk boven. Erboven was een gezichtje in de wolken getekend vergezeld door twee vliegende vogels. Het luidde als volgt en mijn hart smolt bij zoveel poëzie: ‘jij mag altijd/met je hoofd vol wens/bij mijn komen liggen/hier ben je vrij/ want ik trek geen grens/tussen dag en nacht/dromen mag/ altijd bij mij/ ook overdag’.

Dat beloofde wat voor de inhoud in de tas, die mijn liefste vriendinnetje had meegebracht om ons samenzijn en mijn verjaardag nog even dunnetjes te herdenken. Maar…pas vanavond bij thuiskomst uitpakken, was de bijbehorende boodschap. ‘Is de ware Jozef er’, stond er in de app, die ze van te voren stuurde. ‘In vol ornaat’ was het antwoord. Eindelijk kreeg lief een gezicht.

Er was ook nog tijd om alle prangende vragen en haar belangstelling te stillen in thee en warme aandacht. Het was te lang geleden, dat we elkaar hadden gesproken en gezien. Vanmiddag zouden we samen naar vader, directeur en vriend van onze oude school gaan om hem uit te zwaaien met en vervroegd pensioen. Een strik om het leven van wat komen gaat, had ik eigenlijk in mijn hoofd voor hem als wijze raad. Hals over kop bedacht ik me, dat ik niet met lege handen kon komen. Als advies gaf ik hem mee om altijd buiten de lijntjes te kleuren, aan de hand van het kleine schilderij met handgetrokken kleurige strepen in acryl.

We dachten samen een goedkope parkeerplek te hebben, maar bleken achteraf maar bedrogen uit te komen. Het stadje had de tarieven drastisch omhoog gegooid. Als het leven zoveel duurder is geworden, is terughoudendheid op dergelijke heffingen een mooi toonbeeld van coulantie. Het was nog rustig in het eet-en drinkhuis. Vier mannen hingen rond een tafel en het feestvarken stond te praten met de directeur van de stichting in een lang en aanminnig gesprek. Binnen de kortste keren vulde de zaal zich en ons kent ons bracht oude Overkanters, vijf in dit geval, al ras bij elkaar. In zo’n geval is vertrouwd en lang geleden een ware drijfveer. Overal stonden groepjes die bij elkaar ‘hoorden’ uit de verschillende segmenten waar onze vriend gewerkt had. Die waslijst werd keurig opgesomd door de organisatoren van het bescheiden feest en toonde vooral de veelzijdigheid van zijn lange loopbaan.

Bescheiden speach en een bescheiden reactie erop en daarna was het feest voorbij, maar hadden we allang besloten met die vijf te gaan eten in het stadje zelf. In de entourage van het statige klooster was het goed toeven met een welwillende en joviale bediende en veel oude en vooral ook nieuwe verhalen over elkaars reilen en zeilen. Een warm bad, dat was het, van het begin tot het einde.

De sfeer was goed, het eten eenvoudig maar prima, de verhalen verheffend en dat allemaal in een warme sfeer van de grote hechte familie die opgebouwd was in de lange periode van samenzijn, toen we ons over de kinderen hadden ontfermd met eenzelfde instelling en liefde voor het kind.

Afscheid en knuffels en de hemel huilde dikke tranen mee. Afscheid met de belofte van gauw, nakletsen in de auto en thuis de tas met de cadeautjes. Ziedaar, een echte Hollandse tegel met, zo goed als, onze lieve Pluis erop om in Verweggistan aan te denken in vlagen van heimwee en gemis. En een prachtige sjaal, een die zich vleide om mijn hals in mijn geliefde roestbruine herfstkleur en de attente gedachte om een katoenen te nemen en niet die dikke van polyamide, omdat ik er anders als een ‘Einstein’ bij zou lopen.

Maar het aller, allermooiste was de lange, lange blog, uitgeschreven op zorgvuldig uitgekozen papier, die het geheel begeleidde. Zie je wel, in ieder van ons schuilt een blogger, met al onze verhalen, ervaringen en inspiratie. Met een vol hoofd met de mooiste gedachten en associaties sliep ik in en droomde van ons samen, een lauwe kop soep en een oud broodje. Vraag me niet waarom, maar de verbondenheid was des te groter om met een brede glimlach te ontwaken in de lijn van die uitnodigende woorden op de bruine papieren tas.

Overpeinzingen

Balans in tijd

Het zijn vruchtbare ochtenden waarop we kantoor houden op de slaapzolder. Doorgaans zit ik rechtop in de kussens op bed en lief achter het bureau tegenover mij. om mij heen liggen dan de tijdschriften, de krant, de ipad en de telefoon. Lief bedient de laptop en zit tussen zijn papieren. We bekijken de agenda en spreken de dagen of de hele week door. Een fijne en aangename bezigheid, die rust brengt temidden van de hectiek. Vanmorgen kwam de tentoonstelling van Suze Robertson op mijn pad, in het Mesdag in den Haag. We wikken en wegen de dagen en prikken een geschikt moment. Zo is er ruimte voor veel en bewaken we de rustmomenten van de ochtenden en de avonden.

De opdracht van de Inktober Proms van gisteren was ‘Scallop’ dus zocht ik net zolang, totdat ik een mooie foto vond van een Jakobsschelp in zijn natuurlijke habitat. om te laten zien hoe klein de krabbels zijn, leg ik er mijn micro-pen naast. Een trouwe lezer vroeg zich af waar ik de tijd vandaan haalde. Dit was een uurtje werk, alles bij elkaar, het aquarelleren incluis. Daardoor moesten we wat haasten om op tijd bij de fysio te zijn. De stagiair was in ieder geval geslaagd. Nu werd er door mijn eigen peut weer serieus op de ademhaling gelet, wanneer uit en wanneer in. O ja.

Vriendinlief zou een bakkie thee komen doen. De blauwe prins stond koud op zijn plekje of ze kwam al naar ons toe lopen. Haar afspraak in IJsselstein was sneller afgelopen dan gedacht, maar ze wist dat we pas na drieën thuis zouden zijn, dus had ze zich aangenaam verpoosd bij de autoradio.

Ach, wat was het toch altijd weer vertrouwd om elkaar te knuffelen en goed vast te houden nu het kon. Een van de dingen waarvan ik zeker ben, is dat de mensheid van oorsprong is om van te houden en om dergelijke vriendschappen, die een mens opbouwt in het leven, op alle manieren te koesteren. Die wetenschap, dat het goed is als je elkaar ziet, ongeacht de lengte aan tijd ertussen, staat garant voor dat diepe innige blijvende warme contact. ‘Thats what friends are for‘, zingt Dionne Warwick in mijn hoofd en Stevie Wonder vult de klanken op met zijn magische mondharmonica. Precies dat maakt dat we binnen een seconde tot het diepst van de ziel kunnen gaan en ook weer terug naar het dagelijkse.

Als presentje heeft ze papieren bloemen meegenomen, in de Victoriaanse taal nog wel, zo passend bij het boek van de ooievaar, die ik nu aan het lezen ben. Het is geschreven door Mandy Kirkby. Mijn lievelingsbloem de lathyrus, staat er niet in, maar wel andere bloemen uit onze tuin. De Oost-Indische kers, de anemoon en vooral ook de egelantier.

Naast het lied ‘De egelantier’ van de Veulpoepers, lang geleden, is het ook de roos die prijkt onder de fruitbomen in de tuin en die in het groen voor een frisse, zo kleurrijke noot zorgt. In het boekje doet de auteur uit de doeken dat vooral Shakespeare de egelantier meer dan eens te berde brengt in zijn toneelstukken en sonnetten. In de tweede bedrijf, scene een, van de Midzomernachtdroom beschrijft hij het huisje van Titania en dat luidt zo: Ik ken een heuvelflank waar tijmkruid bloeit,/De sleutelbloem en het viooltje groeit,/Waar kamperfoeliestruiken schaduw spreiden/En roosje en eglantier hun geur verbreiden./Daar zoekt Titania vaak ‘’s nachts haar rust,/In ‘t groen met zang en dans in slaap gesust.

Nu is het verlangen naar de tuin nog groter, maar de agenda vult zich razendsnel. Geduld is een schone zaak. Ergens dezer dagen is er vast een mogelijkheid om te gaan. Dan kan de wortelgeschoten vijgentak haar vaste plek krijgen voor de vorst invalt. Ze heeft tijd nodig om verder te wortelen en te aarden, zoals wij de tuin nodig hebben om te aarden en voor de broodnodige balans in tijd.

Overpeinzingen

Een meter boeken in het verschiet

Dankzij de bijlage van de Groene Amsterdammer, over het Crossing Border festival in den Haag op 2 tot en met 5 november waar meer dan tachtig auteurs en muzikanten over de hele wereld naar toe komen, ontdekte ik binnen een leesochtend zoveel nieuwe verrassende inspiratie. Een van hen, de zangeres, poëtica en auteur P.J. Harvey timmert al heel lang aan de weg en hoe. Met het schaamrood op de kaken moet ik bekennen, dat ik voor het eerst van haar bestaan hoor. Ik lees me in en raak nieuwsgierig naar deze vrouw en vooral naar haar literaire aspiraties. Op youtube luister ik met verbazing en veel plezier naar haar nummers, zie de veelzijdigheid, hoor ook hier hoe poëzie doorklinkt in haar teksten. Op een gegeven moment zijn we beiden aan het luisteren en alle twee onder de indruk. Muziek en woorden om tot elke diepe vezel door te laten dringen.

Het is oktober en derhalve Inktober, the Proms. Het begon met een gargoyle ofwel een gargouille, die met zovelen toeven op de Notre Dame en waar de afzichtelijke, maar mooi van lelijkheid, grijnzende Quasimodo, tussendoor strompelde en vriendschap met hen had gesloten. De waterspuwers hadden buiten het nut van het afvoeren van het overtollige regenwater ook nog als doel de kerk te beschermen tegen kwade invloeden. Dat lukte niet helemaal want in 2019 woedde er een grote brand en een jaar later, toen we er waren voor een bezoek aan atelier de Lumière, stond ze nog strak in de steigers. Je kon destijds zo’n Gargouille adopteren. Dat hebben we toen maar niet gedaan.

De tweede opdracht was ‘Scurry’ wat ‘haasten‘ betekent. Niets zo moeilijk als het uitbeelden van een werkwoord zonder daarbij in karikaturale tekeningetjes te vallen. Het toppunt van haasten is een haas die haast natuurlijk. De verleiding was er, om het witte konijn na te tekenen uit Alice in Wonderland, die als een ‘haas’ ofwel een ‘kip zonder kop’ naar het paleis toesnelde om de koningin tevreden te stellen. Ooit hadden we een plastic singeltje door de brievenbus gekregen of misschien wel als reclame bij het een of ander, waar het hele lied van het witte konijn opstond. ‘Te laat, te laat, je weet wel hoe dat gaat, nu loop ik hier als wit konijn te hollen als een haas/maar het is niet overbodig hoor/ ik moet naar het paleis/ men heft mij dringend nodig hoor/ breng mij niet van de wijs/ want bij de koningin kom ik. Niet graag te laat/ hou mij niet aan de praat/ ik ben te laat,te laat, te laat’. Dat de tekst en melodie in mijn geheugen staan gegrift, zegt alles. Toevallig kennen alle kinderen die ik onder mijn hoede heb gehad, de afgelopen jaren, dit lied uit hun hoofd en dus zonder dat ze het weten, een historisch tekst. Haas werd het. Het kon niet anders.

De derde opdracht was ‘Bat’, wat voor mij niet een knuppel maar een vleermuis moest worden. Altijd al vol fascinatie naar de wonderlijke dieren gekeken met een mengeling van bewondering en ontzag. Nooit heb ik ze als griezelig beschouwd. De lieve kleine vleermuizen hier in de spouwmuren heb ik dit laatste jaar niet meer gezien. Dat kan komen doordat ik nu uitzicht heb op de wereld en niet langer op de boom voor het raam. Het kan ook komen vanwege het feit dat men misschien de spouwmuren minder toegankelijk heeft gemaakt door betere isolatie. Het was altijd een belevenis om ze heen en weer te zien vliegen van de muur naar de boom en weer terug. In Verweggistan vliegen ze nog steeds in grote getale rond. Dat is een geruststellende gedachte.

Dat er weer wat uit de vingers komt aan creatieve uitspattingen is eveneens mooi. Net als alle beelden in mij hoofd die de bijlage van de Groene heeft gebracht. Er is veel om op te teren en als ik het zo bezie, ligt er minstens nog een meter boeken in het verschiet.

Overpeinzingen

Antwoorden op vele vragen

Dat was een ervaring die ik allang niet meer had meegemaakt. Kennis maken met een onbekende in je eigen huis. Natuurlijk maakten we gedrieën het huis aan kant. In de middag sneed ik alle ingrediënten voor de Soto fijn. Ziezo, het hooggeëerde bezoek kon komen. In het begin was het nog een beetje aftasten, maar gaandeweg werden de reacties spontaner en gezellig. Fijn om te weten wat de roots zijn van mijn lieve schoondochter.

Ook nu raakten we niet uitgepraat en veel onderwerpen kwamen langszij tot en met augmented reality en de digitale wereld aan toe. een klein filosofische moment. Wat als de realiteit niet meer van de digitale wereld te onderscheiden is en die twee volledig door elkaar heen gaan lopen. Is dan alles wat je ziet nog wel wat het is. Dat was naar aanleiding van een recensie van Wieteke van Zeil over het kunstwerk ‘Fragments of Lolita’s Blanket’ van Sampat studio in de volkskrant van zaterdag. Dat kunstwerk is een woltapijt van handgetufte wol en augmented reality waarbij je dat tweede deel pas kon waarnemen als je via een app ernaar keek. Een spanningsveld tussen tastbare en virtuele realiteit doet wonderbaarlijk aan, stel ik me zo voor.

Het werd een aangenaam verpozen. De Soto ging bijna schoon op en alles verliep zoals het in mijn hoofd zat. Fijn. Grappig waren de beide stemmen, van moeder en dochter die dezelfde toonhoogte en intonatie bevatten. Ik moest denken aan het moment waarop ik voor het eerst mijn moeder hoorde, toen ik een verhaal op een bandje had ingesproken. Ik had haar allang niet meer gehoord en nu klonk ze door in mijn stemgeluid. Moeder en dochter vloeiden in elkaar over, verleden en heden werden een. Een ouderwetse vorm van ‘augmented reality’? Naar stemmen die er niet meer zijn kan je een oneindig verlangen hebben.

Er bestaat een bandje van mijn moeder met haar broer. Daar zingen ze samen de liedjes uit het liedboek van oma. Het duurde lang eer ik dat aan kon horen met droge ogen. Ze lachen wat af samen, vooral als ze de juiste melodie proberen te vinden. De stem, die lach en ook van mijn oom, zo vertrouwd dichtbij en tegelijkertijd onbereikbaar ver.

In de avond loopt Eus door Turkije en laat ons de ‘Halal’ zwemparadijzen aan de kust zien. Hotels met het concept van vrouwen-en mannenbaden. Ooit hier lang geleden afgeschaft. Ik weet het gevoel van opwinding nog goed als de tussenpoort open ging en wij als een haas naar het jongensbad vlogen, omdat bewondering oogsten leuk was, maar ook omdat je dan samen met de vrienden kon zwemmen. De afschaffing bracht veel meer rust onder de gemoederen. In die specifiek halal-baden gaat men nog een stap verder. Er viel geen glimp op te vangen van de dames. Ze verkeerden in een volkomen eigen wereld, hadden eigen vertier en vermaak. Er mocht geen telefoon mee naar binnen en de filmcrew kon ook geen opnames maken. Van buitenaf zag het eruit als de bunker van Dagobert Duck. Een onneembare vesting. Wat doet zo’n scherpe grens met verlangen.

In de krant een foto van een rijtje schapen met een microfoon voor hun neus en het artikel ernaast dat mijmert over een google translate voor dieren, opdat we eindelijk zullen weten met welk ‘gebed’ die mooie merel de dagen opent. Maar als je goed luistert kom je vanzelf uit bij het bezingen van de dageraad die aanbreekt, de gouden gloed van de zon over zijn zwarte verenkleed, de roep om harmonie en vrede. Luisteren naar wat de natuur te bieden heeft, geeft antwoorden op vele vragen.

Feest der herkenning·Overpeinzingen

Een hoofd vol nieuwe herinneringen

Vandaag komt de schoonmoeder van zoonlief kennis maken tijdens een kleine maaltijd. Ze schijnt erg van de Indonesische keuken te houden. Wel, dat geeft geen enkel probleem. Gisteren maakte ik de bouillon voor de soto al. Vanmiddag zal ik op mijn dooie akkertje, met de rijst als sluitpost, de andere bijgerechten koken. Aardappelen, eieren, prei en lente-ui, verse selderij, bawang goreng, boontjes en taugé. Om van te smullen.

Dat Nederland onder je door kan glijden, terwijl je geen weet hebt van de bijzondere omgeving. Daar peinsde ik over toen de kleine blauwe prins me opgewekt voortsnorde naar Almere. Het eerst viel me het grote windmolenpark op dat nu toch wel langzamerhand elke ouderwetse uitgestrektheid had laten verdwijnen met die vele enorme witte staketsels. Met de nadruk op veel, te veel zou ik denken. Blijf maar over het water kijken, hield ik mezelf voor en natuurlijk met één oog op de weg. Afslag 37 was betrekkelijk ruim voor Almere stad. Almere Hout stond er op het bord, terwijl er in de verste verte nog geen boom te bekennen was.

Verderop in de wijk merkte ik dat het sloeg op de houtbouw van de huizen. Alternatieve bewoning, een grote varieteit en mooie soms wonderlijke bouwsels, een houten boomhut, een houten hooiberg, een oude houten zuivelboerderij. Weid, weider, weids. De laatste straat was waar ik zijn moest. Tegen een bosrand aan inderdaad, ver het land in, stond het op een na laatste, houten huis, met een vriendelijke veranda er omheen, waar twee kleurrijke katoenen hangstoelen hingen te bungelen in de wind. Rondom het huis een aanleg van de al vorderende moestuin, achter het huis de distelvelden vol puttertjes, tijgerspinnen in de struiken en in de bossages achter het huis de vossen en reeën, nu nog schattig, maar met de komst van de eerste groenten misschien minder gewenst.

Dat mijn kennis over het gebied werd vergroot, was te danken aan de heer des huizes, die me vriendelijk ontving. Het gezelschap, dat wist ik, was nog aan de wandel. Bewust had ik er voor gekozen niet mee te gaan, geen blok aan het been, hoe zeer ze ook rekening zouden hebben gehouden. Hij gaf een uitvoerig kijkje op het ontstaan van de bebouwing op de ruim bemeten kavels om hem heen. het land bleef haar agrarische karakter behouden, dus hadden de buren erachter vier varkentjes en de bewoners voor aan het straatje kippen en geiten. Bij hen was de in aanwas zijnde moestuin het agrarische gedeelte.

Ondertussen stonden bij de bessenstruiken aan de zijkant van het huis mijn lieve volksdansvrienden en vriendinnen te luisteren naar de uitleg van onze gastvrouw. op de tafel stonden taarten in verschillende variaties, zelfgebakken of snel gekocht, bij de thee koos ik voor de heerlijke cheesecake.

Toen iedereen modderschoenen had verwisseld en men was uitgewasemd kwam er een warm bad van welkom. Na een jaar was het goed toeven temidden van het gezelschap die meer dan tien jaar lang als familie voelde. Samen hadden we zoveel beleefd. Allen waren we wat ouder geworden, maar toch nog opmerkelijk jonger dan de drie van mijn leeftijd. Dat viel ooit weg, zo tussen de veertig en de vijftig, maar nu was het duidelijker te merken. Jeugd vertaalde zich blakend.

Er was zoveel te bespreken. Lief en leed werd gedeeld. Wat was er allemaal langs gezeild in het leven, hoe ging men ermee om, hoe trachtte je tegenslagen op te vangen, was er ruimte voor nieuw. In de loop van de ochtend bleek het versje van de tien visjes zich vertaald te hebben in het dunner worden van de spoeling. Een voor een moesten mensen afbellen die ziek waren geworden, in contact waren gekomen met iemand die corona bleken te hebben, of uit vrees voor het gezelschap en het zich zo roerende virus en allemaal liever thuis wilden blijven.

Uiteindelijk waren we met tienen. De aangename bijkomstigheid van een klein gezelschap was dat er veel meer ruimte overbleef om bij te kletsen met iedereen. Het meegebrachte eten was heerlijk, de focaccia, vooral die zonder knoflook maar met tomaat, werd goed ontvangen. De avond vloog om, maar na de koffie en de thee was bij mij de koek op. warme omhelzingen zorgden ervoor dat ik met een brede glimlach huiswaarts reed. Zachte muziek in de auto, donkerte om me heen en een hoofd vol nieuwe herinneringen.

Overpeinzingen

Fijn dat het kon

Het is 1 oktober en de dag is al een ochtend oud. De bezige bij in mij heeft zich op het laatste brooddeeg gestort en een uurtje later lag er een mooie focaccia op de plank, de tweede. De eerste kwam gisteravond laat uit de oven, nadat een vorige poging met pizzadeeg te hard was gegaan. In tijden van rampen en tegenspoed, bewaar Uw kalmte. Ademhalen en opnieuw beginnen. Tijd te over.

Het was de dag van Toonder. Iedereen had het boek uit. Dat is met die dikke biografieën niet altijd vanzelfsprekend. We waren het er unaniem over eens dat Bommel ons lief was, maar de heer Toonder van zijn voetstuk was gevallen. Een van ons had zich vooral geërgerd aan de interpretaties van de biograaf, Wim Hazeu, op bepaalde feiten. Al ras verrees de vraag of het negatieve beeld dat bij ieder van ons was ontstaan ook door diens beeldvorming kwam. De zachte kanten van de charmeur Toonder werden niet genoemd. Leverde dat een disbalans op? Ook de benadering van de vrouwen in het leven van Bommelmans kwamen er bekaaid af. Phiny bleef een schaduw op de achtergrond. Er werd een feestelijke bijeenkomst genoemd, waarbij bijvoorbeeld alleen de mannen werden opgesomd en als enige Renate Rubinstein een plek in het rijtje kreeg. Het is ondenkbaar dat er niet meer vrouwen waren, De meeste van ons waren meer gefocust geweest op Toonder. Eigenlijk zou ik nu het boek moeten herlezen met het licht op de biograaf. Wie weet welke aannames aan het licht zouden komen. Volgende keer zal ik focussen op beide. Zo leert een mens nog iedere dag.

Daarna bracht ik twee vrouwen van deze club naar het centrum van de stad en door de wirwar van eenrichtingssteegjes, wegwerkzaamheden en opgebroken wegen kwam ik een half uur later aan bij dochterlief. Gelukkig wel op tijd om mee te lopen naar de school om de filosoof op te halen. Kleindochter wiebelde op haar kleine fietsje voor ons uit, terwijl dochterlief corrigeerde als het dreigde fout te gaan. Schoonzoon liep mee met de fiets aan de hand. Er was een tien minuten gesprek en in de tussentijd kon ik mooi op de kinderen letten, die op het schoolplein bleven spelen. Een vriendje zou meegaan naar huis. De kleine had een vriendinnetje gevonden en beide dametjes waren zoet aan het spelen in de zandbak waar alras een taart verrees op de rand van de zandbak, compleet met schelpjes, takjes, blaadjes als versiering. De jongens hadden als hobby freestylen, en sprongen vervaarlijk van de rand van de zandbak op het klimgedeelte middenin en vice versa. Niet er aan denken wat er fout kon gaan, nam ik me voor. Maar oei, oei, oei, dan moet je op de tanden bijten hoor.

Ooit sprong lang geleden een buurmeisje dat niet kon zwemmen in het Noorderbad van de kant tot de steiger en terug. Een keer ging het mis en kwam ze in het midden terecht. Ik sprong haar achterna en door haar paniek verdween ik constant onder water, omdat ze zwaar op me leunde. Met moeite bereikten we de kant. Vanaf toen ging ze op zwemles. Het voorval is me altijd helder voor de bril gebleven, omdat zo duidelijk was dat de angst ervoor zorgde dat ze alleen zichzelf probeerde te redden en niet meer aan mij dacht. Een kat in nood maakt rare sprongen.

Terwijl de kinderen om ons heen aan het spelen waren dronken dochterlief en ik een kopje thee en kletsten alle dagen bij dat we elkaar niet gezien hadden. Helsinki was prachtig geweest en de dochters hadden genoten. Fijn dat het kon.

Literatuur.·Overpeinzingen

Wat het derde hoofdstuk brengen zal

In mijn droom was er een volgeladen boodschappentas, die lief op de aanrecht tilde maar er stonden twee dozen eieren op elkaar gestapeld net onder het handvat. Dus bij het optillen kwam de onderste doos in het gedrang met als resultaat minstens twee kapotte eieren. Wat valt hier uit te duiden. Het maakt me nieuwsgierig omdat het beeld zo helder op mijn netvlies bleef hangen. Bij nader onderzoek bleek het ei een positief symbool te zijn dat staat voor vernieuwing en heelheid en een kapot ei vertelt dat je voor een overgang in je leven staat. We nemen het mee in de dagelijkse kost

Gisteren zijn we ieder ons weeg gegaan om inkopen te doen. Slenteren langs de winkels en vooral een bezoek aan de outlet met de degelijke naam, die vaak het midden houdt tussen tuttig en draagbaar, maar altijd van hogelijke kwaliteit is. Met vier broeken en een blouse ging ik de paskamer in, maar alleen de blouse mocht mee. Onmogelijk, vond zoonlief bij thuiskomst dat ie ooit 99 euro had gekost en nu voor 22 de deur uitging. Wie betaalt er nu zo ongelooflijk veel voor een eenvoudige katoenen blouse. Ach lieverd, soms snap ik het zelf ook niet, maar duurzaam, geen kinderarbeid maken zelfs het eenvoudigste object kostbaar. Mooi blauw was het wel. Twee truien bij een andere winkel mochten ook mee naar huis. Drie andere kledingstukken uit de kast gaan naar Humanitas. Zo blijft er ruimte.

Toevallig was er ‘s avonds een programma over de veranderde houding ten opzichte van kleding, dat in deze tijd een wegwerpartikel is geworden. Met heimwee denk ik soms terug aan de tijd dat je wikte en woog voordat je tot aanschaf over ging. En ook aan de puzzel die mijn moeder voor haar kiezen kreeg met het beperkte budget en de elf kinderen die ze te kleden had. Ze was geen naaister, dus betekende het economisch slim inkopen. Als de oudste nieuw spul kreeg, konden de anderen het afdragen. De stof waarvan de kleding gemaakt was was immers onverwoestbaar en sleetse plekken konden hersteld worden. Zelfs de dikke denier nylons die mijn moeder droeg, gingen naar de reparatie, waar ladders konden worden opgehaald.

Sokken stoppen werd een sociaal werkje voor ons meiden, met de paddestoel en de kaartjes Brat(stopwol) in de aanslag, net als de kniekousen en de majootjes. Kom daar nu nog maar eens om. Schoenen waren voor de schoenmaker, winterjassen werden om de beurt gekocht. Ach, die goeie ouwe tijd, maar ook de tijd van kriebelende borstrokken en vuurrode blote knietjes van de kou, afgetrapte gympies en krakende zondagse jurken. Zolang het niet verschoten is is het maakbaar, denk ik nu. Mijn maasnaalden liggen nooit ver weg en er is altijd nog een kringloop in de buurt.

De foccacio werd met het broodmeel dat ik bij de meest goedkope supermarkt had gekocht meer een roggebroodje, haha. Goed, dat ik hem had getest. De olijven dreven bovenin. Dieper duwen in het deeg, lees ik in de verschillende recepten, tot op de bodem van het blik of de bakplaat. Ik was zo aan het experimenteren dat ik vergat een foto te maken. Dat is voor later. Nu is er eerst de bioclub en bespreken we uitgebreid de Toonderbiografie. Een nieuwe keuze is al via de app gemaakt. De biografie van Etty Hillesum door Judith Koelemeijer. Een heerlijk vooruitzicht. Maar eerst het boek van Anjet Daanje. Ben benieuwd naar wat het derde hoofdstuk brengen zal.

Overpeinzingen

Zondag dus

Er valt een reep zonlicht door het kleine dakraam aan de achterkant. Honderden kleine parels, goed verborgen voor het blote oog, geven hun aanwezigheid prijs. Zodra de de zonnestraal lager zakt zijn ze verdwenen. Lief zit achter de voile van parels en kijkt er bedachtzaam naar. Ik weet wat hij denkt. Hoe is dat voor de aangedane longen. ‘We leven in een schijnwereld’ zegt hij. Ik vul aan ‘Wat je niet ziet, is er niet’. Dat wordt beaamd. Een mooi stukje waarneming van dit natuurverschijnsel.

Vriendinlief heeft een mooie boodschap om de dag mee te beginnen. Het zorgt ervoor dat die zonnestraal beantwoordt aan de positieve gedachten die met de boodschap meekomen. Dat kan ik bijna niet zeggen van het boek dat ik aan het lezen ben. Dat zwaarmoedige Anglicaans dorp, gewenteld in armoede, waarin boodschappen naar elkaar niet uitgesproken worden maar dreigen te verstrikken in de gedachten die zich vaster zuigen in een net van vermeende vooronderstellingen en aannames. Verstikkend, dat verdrinken van het ware gevoel uit angst dat de gemeenschap oordelend de rug toe zal keren bij het weten van de waarheid. Het doet me denken aan de boeken van Siebelink, ‘Knielen op een bed violen’ waarin diezelfde benepenheid, die dat zware geloof met dat vermeende geoorloofde gedrag met zich meebrengt, ook ten voeten uit toont.

Of ik dit jaar mee doe met inktober. Ik bekijk de opdrachten voor de hele maand. Uitnodigend om de verbeelding in gang te zetten is het wel. Het begint met een waterspuwer, als je de officiele promptlijst voor 2022 aanhoudt. Een fijne invulling van de avond. Het idee sluimert ook nog om verder te gaan met de sepia familiekiekjes van lang geleden. Nu ik op de site van broerlief kan komen, heb ik er nog meer om in pentekening op klein formaat na te tekenen. Bij elkaar ontstaat er op die manier een familiewand. Iedere dag een is goed te doen. Nou vooruit misschien inktoberen en een familiekiekje, dat kan ook.

De eerste dag valt samen met een reünie van de volksdansgroep. Er kon meegereden worden, maar ik ga liever op eigen gelegenheid, dan kan ik weg als ik te moe word. ‘S Middags wordt er gewandeld. Bergschoenen mee, klinkt het alarmerend, al is er geen hoogteverschil te bekennen in Almere. Dat kan dan alleen maar duiden op een stevige wandeling, vermoedelijk in marstempo. Die zal ik een stukje meedoen, om me dan verder te bemoeien met de voorbereidingen van het eten.

Het is sowieso de maand van de reünies. Er volgt later in de maand nog een ontmoeting met mijn lieve, beste vriendinnen van de kleuterkweek en aanvankelijk zou er ook een reünie van de opleidingsgroep voor verpleegkundige-A zijn, maar die is, door persoonlijke omstandigheden, opgeschort tot later. Het is lastig om in de beperkte tijd van twee maanden alle bezoeken te plannen met kinderen, zussen, vriendinnen en vrienden, feesten en partijen. Soms fluistert het van binnen: ‘Er is te weinig van mij om alles bij te houden’, in variatie op een thema(Jesus Christ Superstar, de film). Op deze manier wordt een agenda toch weer van belang.

De zon schijnt. Er worden vandaag nog een proef-focaccia gebakken. Met olijven en knoflook. Zoonlief belde vanmorgen en de lieve kleine krullebol en de Benjamin deden mijn hart smelten. Morgen is de bioclub en dochterlief aan de beurt. Lief gaat wandelen. Ik heb het rijk alleen. Het kan zomaar eens zijn dat ik even aanwip.

Gisteren heb ik een voorproefje gemaakt van de Vega-soto. Voor de eerste keer zonder soepkip. Het pakte heel goed uit met de vega kipstukjes die ik eerst meegebakken had in de boemboe en die daarna vol en kruidig waren. Waardige vervangers en voor herhaling vatbaar. Zondag dus.

filmgemijmer·Overpeinzingen

Een vredig samenzijn

Lief zoekt naar verbanden tussen mijn voorouders en de zijne en prevelt namen, kijkt, vergelijkt, zoekt data op, plaatsen. Het is een totaal andere wondere wereld. Het boek ‘ Het lied van ooievaar en dromedaris’ van Anjet Daanje ligt tegen mijn opgetrokken knieen, 643 bladzijden dik, de noten achterin niet meegerekend, die welhaast allen bestaan uit delen van gedichten van Emily Bronte.

Het verhaal begint in 1847 en ik vertoef dus ook in vroegere eeuwen, net als lief met onze wortels. het boek begint met het leven van Susan Knowles-Chester en haar wonderbaarlijke beroep. Ze is de aflegster van het dorp en komt als een schaduw op verzoek naar de doden toe, doet haar werk en vertrekt eveneens zo geruisloos mogelijk. Ze maakt een ijzingwekkende ervaring mee met een van de doden en kan daarna haar vak niet meer uitoefenen. Het is een wonderbaarlijk verhaal, zo boeiend verteld dat ik het eerste hoofdstuk in een adem uitlees. Morgen verder.

De paarse stoel, die zaterdag stond te pronken in de kringloop en die in alle dromen van het weekend terug kwam, stond nog op haar vaste plek temidden van de pittig geprijsde andere meubelen en bedekt onder een lading afgrijselijke kussentjes en de neppe schapenvacht. Dat was misschien wel een geluk, want niemand heeft op die manier kunnen inschatten, hoe mooi ze was. Een medewerker naast de kassa was verbaasd over de schoonheid ervan en had niet geweten dat ze er stond. Het was niet geveinsd kon ik zien aan zijn monsterende blik. De kleine blauwe ontving de vondst met voldoende ruimte, nadat ik de achterbank had opgeklapt. Zo nieuwsgierig hoe ze zou staan bij de andere meubels.

Eerst was er de fysio en de allerlaatste sessie met mijn leuke stagiair, die, doe eens gek, een parcours in elkaar had gedraaid met zware ballen tot 16 kilo en een wiebelloop. Om te beginnen moest ik de slee met zware gewichten, grote zwarte ronde schijven, trekken en duwen. Trekken was een eitje, maar duwen putte volledig uit. Als toetje mocht ik de kipfilets van de armen plagen, terwijl hij een elastieken koord vast hield. Ik zal zijn diversiteit in grappige oefeningen missen. Een ding weet ik zeker. Hij komt er wel.

Lief ophalen bij huis voor een filmmiddag. We hadden stoelen voor een Koreaans geproduceerde, geschreven en geregisseerde film van Park Chan-wook om vier uur gereserveerd. Deze Mysteriefilm heette: Desicion to leave. We hadden er prachtige natuur bij verwacht door de omschrijving die er bij de trailer gegeven werd, maar dat was sporadisch. Veel eerder waren de andere filmbeelden in hun stadse lelijkheid sfeervol verfilmd. Het duurde even voor we door hadden hoe de gedachtengang van de auteur in elkaar stak. De heftigheid van sommige scenes waren er wel maar welhaast ijzig verstild of met een zo plotselinge uitbarsting dat het nauwelijks te voorspellen was. De vrouw als zoete verleidster of als een sirene met lieflijke zang tot de rechercheur in haar fuik zou lopen. Het gaf een wonderlijke beleving, een vervreemding haast, waardoor de vragen na afloop bleven hangen als nevel in de stille avondschemer.

De festiviteiten rond het gouden kalf slokte de ruimte van het belendende restaurant op. We besloten richting de parkeergarage te lopen en aan de kade een restaurant te kiezen. Dat werd een Balinees restaurant, de Spice Monkey, waar je met vier of vijf kleine gerechten je maaltijd samenstelde. Met de daging rendang, de telor pedis, de sajour lodeh en de tempeh sambal goreng deden we ons ook te goed aan de vele indrukken die de film had achtergelaten en de raadsels die om antwoorden of duiding vroegen.

Bij thuiskomst een appje. De dochters waren weer veilig thuis en nog een, zoonlief bleef slapen bij vriendin. De stoel paste, zoals bedacht in de droom, een welkome aanwinst. De avond sluimerde verder in een vredig samenzijn.