Uncategorized

De weg terug naar huis

De zussen appten al vroeg om het atelier te bewonderen. Vroeger dan normaal ging ik op pad. Eerst de sleutel van het hek terughalen bij broer en blij te worden verwelkomd door het wolbolletje op vier poten. Die lieve Sjors. Zodra drempels verdwenen zijn dan is zo’n trouwe viervoeter de mijne.

IMG_3205

Op de tuin was het drukkend benauwd. Alleen al het pakken van de grasmaaier zorgde voor een parelend voorhoofd en na het door de hele tuin heen trekken van de kleine veelvraat, klotste het. De baardiris stond in bloei en er kwam nog een knop achteraan. Het hele perk was een oase aan roze en paars-nuances dankzij het uitbundige bloeiende vingerhoedskruid en de laagbloeiende salvia’s. Later toen de zussen kwamen met koek en zopie staken ze wonderschoon af tegen het groen. Het veen was wat zompiger dan normaal, de woelmuizen hadden vrij spel onder het groene oppervlak en speelden doolhofje, zo te zien aan de opbollende grond.

Ik was net aan een nieuw  doek begonnen, toen de oude controleerde of ik op de tuin was. In de kas had hij lathyrusplantjes voor me staan, die zaterdag op de bloemenmarkt waren gekocht, zo heerlijk. Ik wist precies wat ik er mee ging doen. Een klein hekwerk voor de Bernagie en daar de klimmers tegenaan. Bij voorbaat droomde ik ze al in uitbundige bloei. Nog even geduld. Rond kwart over drie werd het tijd om de file voor te blijven, maar het stond al vast. Dat betekende de wijk nemen naar de rondweg rond Utrecht en omdat ik bij vriendinlief in de buurt was, kon het boek ‘Zondagskind’ eindelijk naar haar bestemming. “s Avonds door naar Knockart, waar Sergio Vacchi door de avondvierdaagse werd opgehouden. Later dan te doen gebruikelijk gingen de penselen los. Hoe ik het ook probeerde, ik had niet veel met de man.

026

Door te filosoferen met elkaar over een volgend thema kwamen we bij de vrouwen in de kunst en ineens was daar weer een van mijn grote heldinnen, Louise Bourgeois. Deze eigenzinnige  tante, verpakt in een oud dametje, liet zich niet aan de kant zetten. We hadden haar al eens uitvoerig bestudeerd. Op een van haar boeken prijkte ze in een Vacchi-achtige stelling met het licht vol in het gezicht, zodat de sfeer om haar heen zwart en duister bleef.

Ideaal en blij iets gevonden te hebben, dat strookte met mijn grote bewondering voor Louise ging ik aan de slag. Het was weer boetseren ten top. Grove opzet en bijwerken met hier en daar een aanwijzing. Ik zat op een kruk en dit gaf meer verlichting dan de hele avond staan.

009

In de frisse buitenlucht stond men in bewondering voor de zich zojuist geopende teunisbloem en een van ons was net op tijd geweest om een opname te maken. Toeval bestaat niet. Het was een treffer van formaat. Afscheid met die schoonheid op het netvlies zorgde voor een brede glimlach op de weg terug naar huis.

Uncategorized

Wie weet

Het theater Helsdingen in Vianen was nieuw voor me. Ooit, lang geleden, pakte ik de picknickmand in, verzamelde her en der badspullen en toog met de vier kleintjes richting natuurbad. Daar was het goed toeven, als je voorbij het chloorrijke binnenbad was gelopen. In een oase van rust, omdat het zo uitgestrekt was, wist je altijd wel een plek te veroveren, waar de kinderen naar hartenlust konden spelen. Het wier tussen de tenen namen we voor lief.

001

Toen ze groter werden kwamen er voetbalvelden en balletzalen voor in de plaats en ging het zwemmen op een lager pitje. Er waren nog berichten over de sloop van het oude zwembad en de bouw van een nieuw. Dat het een sport en cultuurcomplex was geworden was me volkomen ontgaan. Vlak onder de rook van de A2 ligt er een enorm oppervlak aan vermaak en vertier. Met een buitenspeelplaats voor de kinderen, een vennetje om te vissen, een voetbalveld en binnen, het zwembad, de sporthal en een waar theater in stemmig blauw. Al dat schoons kon ik nu zelf in ogenschouw nemen. Ruim op tijd, de kinderen zouden een uur later komen, maar vroeg genoeg om kennis te maken met de twee acteurs van het stuk, Harro en Gert-Jan. Ze hadden het decor al staan. Net als de kinderen kom ik het liefst blanco binnen en laat me verassen door wat komen gaat.

003

De banner stond klaar, de badge bungelde aan mijn sjaal, de kinderen konden komen. De afspraak was om ze buiten op te vangen en te wachten tot alle scholen gearriveerd zouden zijn. Die ochtend zouden er drie scholen komen, goed voor 115 kinderen. Buiten bij de ingang hoorde ik al de van ver gedragen kinderstemmen. Er waren twee klassen achter het complex aan het spelen. Het verzamelpunt was voor. Groepen zeven en acht met wiebelbenen en onderzoekende vingers, een versterkt aantal decibellen waardoor het gebruikelijke praatje ter inleiding volstrekt overbodig was. Ze waren niet stil te krijgen.

002-4.jpg

Binnen was het een ander verhaal. Toen ze eenmaal de trappen op waren gestormd, de zware deuren door, was er een opmerkzame kanjer, die ongevraagd de tweede deur openhield. Het gestommel nam af en in de zaal werden ze door de geluidsman per rij in de juiste banen geleid. Het licht ging uit, de spots aan en het spel kon beginnen. De bravoure was nog voelbaar, maar verdween als sneeuw voor de zon, toen ze zich mee lieten slepen door het verhaal. De zaak Vlaskamp. Een aanstekelijke rechercheurszaak met een moord, diverse daders en aanwijzingen die ook door de kinderen opgemerkt dienden te worden. Het gemak waarmee de acteurs de onrust beteugelden, het enthousiasme dat uit het meeleven van de kinderen klonk, de flitsende energie, en de snelle rolwisseling, maakten het stuk tot een onvergetelijke ervaring. Hier werd genoten op de punt van het blauwe pluche.

Na de pauze kwamen er vier scholen. Er was een groep bij, die op de achterste rij zat en kennelijk al contact hadden gehad met de vorige groep over het stuk. De dader werd vooraf al met naam en toenaam herhaaldelijk geroepen. Ze waren onrustig. Ook nu waren de rechercheurs niet uit het veld te slaan en speelden onverdroten door. Bij het verlaten van de zaal waren er glanzende ogen, verhitte wangen en namen ze afscheid met een boks van de meest stoere van de twee mannen. Even waren ze hun eigen Flikken Vianen in de dop, met speurneuzen op, argusogen aan en het brein op scherp. Een beleving die lang zal blijven hangen en misschien is er ergens, tussen al die kinderen, wel een piepkleine kiem gelegd voor een nieuwe rechercheur. Wie weet.

 

Uncategorized

Die kleurrijke wereld van vandaag

Niets is heerlijker dan op zondagmorgen om zeven uur over de bijna verlate wegen te zoeven. Een zon begeleidde de rit en zorgde ervoor dat bezijden de weg een rustiek Hollands tafereel ontstond met grazende koeien in het frisse dampende groen door de koudere nacht.

010-3.jpgFrancoise Nielly, deel 1. @galerieStreetscape door Mieke Hofman-Rozing.

Richting zee tufte ik op cruise control de A2 over. Bij aankomst van de workshop stonden de doeken al klaar, met foto’s en afbeeldingen, opgedeeld in schaduwschakeringen. Alles was tot in de puntjes voorbereid. De olieverf, de paletmessen, de paletten, wat penselen, verdunde acryl. De zoektocht naar de juiste ezel was gauw gevonden. Half negen zouden we beginnen en de koffie stond klaar. Het internet lag eruit, dus een filmpje zat er niet in. Maar ik had Francoise Nielly thuis al bestudeerd. Een explosie aan kleur en dan vooral in een samenstelling die je niet gauw voor een gezicht zou gebruiken. We werkten hard, van donker naar licht en raakten af en toe verstrikt in de vele nuances, maar altijd weer was er een mouw aan te passen. Er waren prachtige kleurstellingen bij. In zo’n groep, waar iedereen vertrekt vanuit eenzelfde uitgangspunt qua vorm, ontpopt het individu zich altijd weer. Sterk en persoonlijk worden alle ‘Francoises’. Vriendin had extra handen erbij gevraagd om iedereen op de wenken te kunnen bedienen. Het atelier, dat tevens galerie was, was ruim en hoog, met de expositie van de cursisten van het inloopatelier als extra stimulans aan de wand. De inspirerende omgeving werkte als altijd weer verheffend.

Niet alle schilderijen konden er blijven, anders was er geen ruimte meer voor de inloopochtenden. Met knoeidoek eronder nam ik kleinzoon al in een ver gevorderd stadium mee. Volgende les verder.

015

Door het vroege tijdstip en het harde werken moest het hoofd even leeg. Zo dicht bij het strand kon dat maar een ding betekenen. Nog geen half uurtje later snoof ik de zilte zeelucht op, terwijl de kitesurfers door de golven dartelden. Letterlijk, want sommige wisten hoog op te springen en te wentelen in de touwen, zodat ingewikkelde salto’s een feit waren. Spelende kinderen aan de vloedlijn daagden de zee uit en gooiden zand op, deinsden terug voor de golven, hoog gegil en ijle kreten op hoog stappende  veulenbenen. De staartjes wipten op en zand, water en zonlicht zorgden voor een gouden gloed. Hier en daar vloog een bedaarde meeuw boven de uitgestrekte duinen, waarop de witte wolken lagen als een toef verdwaalde slagroom.

019

Onder het rijden op de terugweg sloeg de benauwdheid toe. De olieverf had liggen dampen in het warme afgesloten compartiment van de auto. De longen wilden frisse toevoer van zuurstof. Ramen tegen elkaar open want de airco had een averechts effect. In het geraas van het verkeer er buiten, ging de radio wat harder en werd de aanval in de kiem gesmoord door een luide samenzang met de radioklanken. Al snel was er meer lucht. Kleinzoon mocht naar het atelier op de tuin. Thuis zou er binnen de kortste keren een olieverf-Pluis door de kamer hebben gewandeld met al die plakkaten verf op het doek. In de sloot had de lucht zich samengepakt. Het lag er stil en vredig bij. Zondagsrust ten top.

023

In de avond was er een voorstelling van een van mijn oudleerlingen, die prachtig dwarsfluit speelde en haar eerste dramapogingen op het grote podium losliet. Een tragi-komisch verhaal met een goede afloop en vier dappere dametjes die de sterren van de hemel speelden in een fantastisch decor à la Maison de Pippi Langkous.

027

Bij het teruglopen naar huis winkte de zon nog net met haar laatste stralen door de wolken heen. Een laatste groet aan die kleurrijke wereld van vandaag.

Uncategorized

De dag roept

De hemel huilde gisteren een groot deel van de ochtend en de tuin was daardoor een brug te ver. In het veen is het dan te nat, er valt niet te maaien en onkruid trekken is geen pretje, omdat de kluiten zich verdichten en vasthoudend zijn. Weer om binnen aan de slag te gaan dus. Ik had het vorige week al eens op de heupen gekregen en was beneden aan de gang gegaan, maar nu moest de zolder het ontgelden. Daar sliep zoonlief ongezellig te midden van afgedankte spullen uit de kamer van de tweede.

003

De stofzuiger rolde achter me aan en elke hoek moest van goede huize komen om te ontsnappen aan mijn rigoureuze opruimwoede en het stofhappen. Boven was ooit het atelier. Meer uit nood geboren en nooit mijn lievelingsplek geweest, omdat de hoge ramen het naar buiten kijken beletten. Met mijn behoefte aan ruimte en weidsheid voelde ik me op de zolder ingekapseld, als in een cocon, waardoor het gevoel van vrijheid ontbeerde.

Ik worstelde me door de ladekasten, de oude lamp, de paperassen, de schoolspullen heen, zocht uit, gooide weg wat overbodig was, las en herlas sommige stukken. Ergens lag het functioneringsgesprek van lang geleden tussen. Volstrekt achterhaald en niet meer van belang. Vluchtig nam ik de oude voornemens door om bepaalde hiaten van mezelf aan te pakken en te verbeteren. Reflecties op je eigen handelen zijn wonderlijke zaken. Vooral als de situatie waarin je verkeerde in rook is opgegaan en het een en ander totaal niet meer relevant is. Al die emoties die het los maakte liggen ver achter me. Een van de voordelen van vrij zijn.

Langzaam kwam er lijn in het geheel en lukte het om alles weer te ordenen tot een samenhangend geheel. De tafel was leeg, er was een gezellig zitje. Op de overloop stonden mijn doeken in de hoek. Ik bekeek een en ander kritisch en zag door de beelden heen de worstelingen, bloed, zweet en tranen om tot resultaat te komen, de beeltenissen die allen een zweem hadden van de werkelijkheid. Mijn verleden en ik. Zo wandelde ik door de jaren heen in sneltreinvaart en was er het besef van het vervliegen van de tijd.

De stofzuiger had er lak aan en maande me door te werken. Onder mijn handen werd gesorteerd, de zeven doeken van de kleine prins, de koning, de dronkenlap, de lantaarnopsteker, de zakenman, de geograaf, de ijdeltuit en de kleine prins zelf, waren elkaar uit het oog verloren. Het waren de allereerste doeken in olieverf, als ik me het goed herinner. Er staat nog steeds veel echte rommel tussen, die naar beneden getransporteerd moet worden en onmiddellijk diende een volgend project zich aan. De schuur. Volgestouwd met de overtolligheid van het bestaan. Alles wat weg kon stond te wachten op een belletje naar de gemeente. ‘Stel niet uit tot morgen wat gij heden doen kunt’, hoorde ik ergens temen in mijn hoofd. Maar mijn rug sprak andere taal. Het was genoeg geweest.

002-3.jpg

Het beloofd een prachtige nieuwe dag te worden.  Ik geniet al twee uur van het ochtendleven. De kauwtjes blijven onrustig en vliegen af en aan, ze houden de kleine gierzwaluwen op afstand, die nestelen onder de daken van de andere flats. Merel negeert het gekakel van de druktemakers en bracht net vlakbij zijn mooie trillers ten gehore. De houtduiven koeren met elkaar een vraag en antwoord spel. De eerste auto’s komen langs, terwijl de zon al boven de boomtoppen uit komt. In de benen maar weer, de dag roept.

 

 

 

 

002-3.jpg

Uncategorized

De balk van vooruitgang

Het oude pand kreunt onder de regen. Hier is geschiedenis geschreven. Het staat op de nominatie om gerenoveerd te worden. De ateliers huizen in een voormalig pand van het werkspoor. Buiten, achter de hoge ramen, bloeit de berenklauw welig en werpt haar schaduw over de duizendschoon, de maagdenpalm, de margrieten en de brandnetels. Dapper doen die hun best om boven het kleefkruid uit te groeien. De vogels vinden het best. De merels en de vinken, de mezen en de mussen. In het welhaast ondoordringbare woud achter de spoordijk kunnen ze ongestoord hippen en fluiten dat het een lieve lust is. Het enige dat hen stoort is af en toe een roestig raam dat knerpend open wordt gedaan.

021-2-e1560583775651.jpg

De weg naar het atelier toe, ging vanmorgen niet zonder hindernissen. Het leek wel of alle lesauto’s de straat op waren gestuurd om net voor mijn kleine blauwe prins de kneepjes van het vak onder de knie te krijgen. Op de eenbaansweg werden er bushokjes verwisseld in een bedaard en zorgvuldig tempo. Riemen eromheen gesjord, kraan er aan vast gemaakt en hoog boven de weg draaide het bushokje richting het convoi exceptionnel.  Daar landde het minuten later voor mijn gevoel. Daarna konden we redelijk doorrijden tot bij het benzinestation, waar een bermwerker zijn graafmachine schuin op de hoek had gezet om de sloot leeg te scheppen en in traag tempo zijn dienst beleed. Het duurde even eer de voorste bestuurder van de lange rij auto’s bedacht, dat hij er om heen kon. Dat obstakel was daarna snel genomen, tot het steekkarretje op de volgende weg zich breed had uitgesponnen en zo bleef voortrollen met een slakkengang. Bij de laatste afslag moest hij er af en ik de volgende. Vlak voor ik er was wandelden er nog een kip en een haan over. Het was een koddig en parmantig gezicht en alles bij elkaar zorgde het er wel voor dat ik zo’n tien minuten later binnenviel. Er zijn van die dagen…

031

Mijn Maarten stond in contouren op het paneel en keek me vorsend aan. Gebeurde er vandaag nog wat. Ik kon niet wachten op de klassieke input voor het portret en om een en ander te mogen doorgronden. De aanwijzingen kwamen per onderdeel en ik volgde ze braaf op. Titaan, gebrande Omber, aanwijzingen voor de penseelvoering, varkensharen penseel voor de haren, het licht in de ogen, wat een uiterst delicate toevoeging bleek, evenals de aanwijzingen voor de schaduwpartijen. Het leren zien van het licht en donker door heel nauwkeurig te kijken. Alles bleek waardevol en verhelderend. Kennis schuilt in die hele kleine foefjes en ik ben benieuwd hoe me dat morgen helpen zal bij de workshop à la Francois Nielly,.

IMG_3150

Langzaam prikt de bedachtzame blik van Maarten door de kleurschakeringen heen en komt hij meer en meer van het paneel af. De achtergrond in een zelfgekozen licht groengrijs, op aanwijzigingen verkregen door titaanwit, Schevenings zwart en Chromium oxide groen te mengen.  Hier worden vorderingen gemaakt. Na viereneenhalf uur schilderen met een broodje tussendoor en appeltaart met koffie is de koek op. Letterlijk en figuurlijk.

Ik worstel met de zware schilderkist door de massieve deur, die achter me met een klap in het slot valt. De zon is gaan schijnen en heeft de benauwde ochtendbroeienis in de kiem gesmoord. Het voelde licht en ik vlinderde naar de auto ondanks het gewicht aan de hand, met alle kennis, die ik later nog eens op een houtskoolportret zal uitproberen.  Dat is de grote verdienste van het leren en het vermogen om zeurende stemmetjes, die om een halt smeken, in de kiem te smoren door door te zetten. IJzeren Heinigheid ten top.  Met dank aan de meester en met een streep op de balk van vooruitgang.

 

Uncategorized

Dichtbij huis gebleven

Facebook kent duizend doden, zo niet meer. Soms is alleen de naam er nog, anderen hebben alles behouden, de foto’s, de berichten. Vanaf mijn scherm lachen ze me toe, heffen een glas, zingen een lied. Het tastbare bewijs van het bestaan. Dat ik ben gaan zoeken op naam, komt door een droom.

scannen0687

In die droom was de tweeling nog klein. We waren op een feest. Ze waren heerlijk dichtbij en als vanouds te knuffelen. Ze hingen op mijn benen, terwijl ik op de grond zat, kropen op schoot, rolden zich op in de holte van de arm en ik voelde warme genegenheid dwars door de droom heen. Moederlijke koestering. Het was heerlijk wakker worden. Ik bleef nog even hangen in de beelden en in die beschermende rol van lang geleden.

In de droom waren er vriendinnen die er nu niet meer zijn. Dat was de reden dat ik op zoek ging naar hun digitale leven. Ik vond ze allemaal, met naam en toenaam. De tijdlijn op zwart maar de profielfoto in tact, jong en levend kijken ze me aan, lachen me toe, de levende doden. De meeste van hen kennen elkaar niet bij leven, maar ergens in het rijke universum zweven de zielen, verzusteren en verbroederen, verklusteren. Nee, ze dolen niet. Dan zouden ze hier een afslag hebben genomen om daar te dwalen. Ik hou het op een feestje.

IMG_9595

Het verzinnebeelden van de dood is vanzelfsprekend geworden. De gierzwaluw, de roofvogel(sperwer, buizerd, havik, om het even welke), de vlinder, de wolk, de ster, de vergeet-mij-niet. Ze zijn er allemaal. Voor de kinderen zat oma op een wolk en schrobde bij tijd en wijle de boel schoon, als het heftig regende. Als het bliksemde kwam opa thuis. Het zijn mijn eigen ‘Facebookpagina’s’, allen met een verhaal maar vooral met de herinnering.

De kauwen buiten gaan te keer. Ik hoor een jong roepen. Hij staat op het punt om uit te vliegen. De hele kolonie is in rep en roer om het uitvliegen gestroomlijnd te laten verlopen. Ze verstoren de mijmering. Het is spannend. Ik hoor het aan het toenemende geroep, niet langer het gebruikelijke klokken.

IMG_0654

Gisteren was er koffie op de tuin en vriendin in levende lijve. Het was wisselvallig weer, maar we konden even voor de Bernagie zitten. Later binnen schuilen. Het uitzicht over de polder als je op de troon zit. De troon is de schilderskruk voor de ezel. Dan kijk je tot voorbij de molen van Groenekan en waan je je midden in het veld. De vinkjes, de boomklever en de koolmezen vliegen af en aan. Ik nam verse gefilterde koffie mee en zij de heerlijke gebakjes. Ouderwetse met ruim kruimelwerk van het knapperige krakelingendeeg en meer dan verse vruchten, de ananas plots heerlijk fris. Van knoeien bij oma aan de keukentafel, stoffer en blik in de aanslag. De smaak van het verleden. We liepen de tuinen om, zagen de waterlelies en schoten in de lach om de meerkoet, die luid waarschuwde niet in de buurt te komen omdat moeder op pad was met twee pubers. We namen afscheid met de belofte om een dag samen te tuinen.

tuin 2018.JPG

Bij de fysio was er nog maar één van het koppel dat altijd zo gemoedelijk samen binnen kwam schuiven. ‘De vrouw was plotsklaps na een bezoek aan de wolmarkt overleden’, vertelde hij en keek berustend. De oude baas ernaast snifte een traan weg. ‘Al drie jaar alleen en ik mis haar nog elke dag’ gaf hij als antwoord. Ze bleven samen zitten tot ik zei naar Amelisweerd te roeien. Dan wilden ze wel mee. De ene op de fiets en de ander op de loopband. ‘Wie er het eerst is, bestelt de pannenkoeken’, zei de oude baas en grijnsde zijn verdriet weg.

009

Thuis zat het huis ineens vol met kind en het kleine grut. Niet afgesproken,  maar toeval bestaat niet. Het moest zo zijn. Soezen met het kleine leven op schoot. Spelen op de grond en grut dat krioelde en onder mijn vleugels kroop, schaterlach en kleine armen om mijn nek. Ineens wist ik de herkomst van de droom. Ze was dichtbij huis gebleven.

 

Uncategorized

Een lied van klein geluk

Een hoofd vol verhalen levert me een ochtend in het ziekenhuis op. Het begint met een overdracht, waar eventueel meegedeeld wordt, waar ik van betekenis kan zijn. Het lijkt allemaal simpel. Een tas inpakken, iemand begeleiden naar de uitgang, maar het gaat vooral om de verhalen die los komen als je in vertrouwde sfeer al pratend over koetjes en kalfjes een snaar raakt.

De behoefte aan herkenning is groot. Grote en kleine zorgen, twijfel en verdriet zijn soms makkelijker neer te leggen bij een vreemde dan bij de mensen die je met liefde omringen. Het is soms sparren over het toekomstbeeld, niet zelden het afwachten op wat komen gaat en nog vaker er middenin zitten en je overgeven aan wat er gebeuren moet. Geen invloed hebben op de loop der dingen is zo moeilijk te aanvaarden.

Na drie weken ziekenhuis mag ze naar huis. Ze is iets jonger dan ik ben. Er ontspint zich een gesprek over rollators en boodschappenkarretjes. Het aanvaarden van de hulpstukken ook al voel je je bejaard, als je erachter loopt. Het gelijkvloers wonen is nu een zegen. De blijdschap over het verloop, de kundigheid van de medische wereld, de wetenschap met een been over de grens te hebben gestaan geeft een aparte veerkracht om er alles uit te halen wat er in zit. Met een lach en een dosis zelfspot.

002

Met het delen van de koffie en thee kom ik een echtpaar tegen waarvan de man zich letterlijk afzijdig houdt als ik in de buurt ben en de vrouw opengaat als een lang gesloten boek. Ze wil niet meer verder en wacht nu tot het moment dat haar dochter in het huwelijk treedt om daarna alles op te geven. De onwerkelijke situatie, de man druk in de weer met zijn Iphone en zij met het verdriet dat wordt weerspiegeld in de dikke tranen die hun weg zoeken naar beneden, werkt vervreemdend. Het gewone leven gaat door. Twee glazenwassers in een bakje trekken aan ons oog voorbij,  Het vermeende vuil spoelt omlaag. Heeft de traan dezelfde functie. Drie keer vertelt ze mij de deadline, die nog nooit zo omlijnd is geweest als nu, met de bruiloft in het zicht. Daarna het grote niets en rust, want daar verlangt ze naar. Als ik later langs kom, ligt ze te slapen en peinst de man met een berg aan leed achter zijn brillenglazen.

De man met het doorgroefde gelaat, een buitenleven, zwaait me vrolijk toe. Hij is altijd alleen. Hij deelt zijn chemo in naar mate van agressiviteit. De laatste is het verschrikkelijkst, geeft hij aan. Die zorgt ervoor dat je allemaal ijsscherven in je keel voelt branden als je iets drinkt of eet. Dat lijkt tegenstrijdig, maar het geeft de mate van strijd aan die er woedt binnen in dat lijf. Chemo is een onafwendbaar, noodzakelijk, grijnzend monster.

De blik van herkenning, weten hoe je de koffie drinkt, een aai over de schouder, een kleurplaat bewonderen, elektrische fietsen, een doos met tissue’s, glanzende ogen bij het aanbod van bouillon, liefde zit in de kleinste dingen verpakt. Bij het naar buiten lopen is de gang lang genoeg om te schiften wat ik achter laat of mee wil nemen.

006

‘s Avonds aan de kade op de Gruttersdijk zie ik bij het uitstappen een kleine schoonheid, dat dapper opbloeit tussen de stenen. Een lied van klein geluk.