Uncategorized

Niets is minder waar

Het was even zoeken in alle vroegte, omdat de parkeerplaats aan de zijkant van het schoolgebouw lag en ik het niet zo snel als zodanig herkende. Om acht uur werd ik met open armen ontvangen door de directeur van de school, die mij kennelijk wel herkende. Het bleek dat zijn kinderen bij ons op school hadden gezeten. De hal was kleurrijk en uitnodigend en de lerarenkamer een walhalla van kleur, kunst en heerlijke uitnodigende banken om mijn eerste thee van die ochtend op weg te nippen. De binnenplaats was een groot kunstwerk van bomen en keramieken beelden van honden. Wat een verrassing. De honden glansden je tegemoet, glimmend gewreven door de vele kinderhanden, een grote uitnodiging tot spel met de honden of de bomen in de hoofdrol.

Hoe ik ook groef in mijn geheugen, de directeur kon ik niet meer plaatsen. Later wellicht. De twee onderbouw-groepsleerkrachten kwamen er bij zitten en weldra was ook het team van de historische kring compleet. In een aangenaam kouten bleek de ene leerkracht de toetsenist en de bassist van onze band te kennen en diens vrouw, mijn ex-collega, die zo tragisch overleden was. De beide mannen had ik al een tijdje niet gezien. De herinnering eraan bracht even de goede ouwe tijd naar boven.

We gaven de groepen de ruimte om binnen te druppelen en iets over half negen stapten we het lokaal in. Een mooie afspiegeling van de buurt waar de school in stond. Zo heerlijk om weer centraal voor de groep te zitten. Ze begonnen direct over de baby’s in het rieten wagentje, die ik had meegebracht. Daar mee te openen dus. Weldra liepen de eerste schatjes hun rondje. ‘Rije, rije, rije in een wagentje’ was een groot succes. De vaste telefoon vonden ze hilarisch toen ze zagen hoe ik het zware zwarte geval meedroeg tijdens het gesprek en teruggefloten werd door het snoer. ‘Huh, geen Nintendo, geen computers, geen laptops, geen iPad, geen iPhone of Android, maar hoe dan’ vroegen hun ogen op schoteltjes. Buiten spelen, kaatseballen, knikkeren, elastieken en stand in de mand. De suikerpot werd voor een gloeilamp versleten met zijn zelfde vorm. De volgende keer gaat de radio met het cassettedeck weer mee. Dat gaf ook de nodige commotie.

Mijn collega herinnerde aan de twee dorpen, die nu een stad waren en de boerderijen en de weilanden ertussen, nu praktisch verdwenen of volgebouwd met huizen. Een jongetje woonde nog op een boerderij. De juf pakte er zijn foto bij. Dat was het huis aan de Nedereindse weg, waar ik met manlief en baby ooit op de zolder woonden. Hij glom van trots, om het toeval. De dubbeldekkers namen gretig aftrek, maar ze bleken voor menigeen te groot.

In de andere groep zaten kinderen die geen suiker of melk mochten. Ook iets om over na te denken. Een nieuw jongetje barste in snikken uit, toen de vreemde mevrouw naast hem kwam zitten. Was ie net gewend aan zijn eigen juf en dan gebeurde dit. Het was teveel, die overgang. Hij mocht bij de juf zitten.

Na een uurtje stonden we weer buiten en moest ik mijn kleine blauwe vanaf de passagierskant inkruipen op de krappe parkeerplaats. Logistiek was er alleen aan hoeveelheden gedacht en niet aan de mens zelf.

Thuis maakte zoonlief alles in orde voor zijn vakantie. Er moest een waterdichte regenjas komen, want het beloofde vooral nat en koud te zijn. Noorwegen zal desondanks indruk maken. Mijn eerste kampeertocht met mijn allereerste vriendje ging naar Denemarken en Zweden. Als onderkomen een legertentje met knopen zonder grondzeil en de trektocht gebeurde liftend. ze hebben nu de luxe van een gehuurde auto. Tijden veranderen en niets is minder waar.

Uncategorized

Met liefde

De dag begon vroeg na een latertje gisterenavond met de leesclub. Dat was wennen. Zes uur ging de wekker, ja…De wekker, die ik normaliter nooit hoef te zetten. Gisteren durfde ik niet voor mezelf in te staan om de beloofde bedtijd omdat het zo ging gisteren. Kwart over elf richting huis, half uur rondrijden voor een parkeerplek, aan de overkant gestald, stukje lopen en twaalf uur op de bank. Alle boeiende gesprekken moesten eerst nog bezinken en de tijd tikte onverdroten door. Na een uurtje sloot het doek. Vijf uurtjes slaap, normaal ging dat vanzelf, maar nu was het een gok en daar mochten de gastlessen de volgende dag niet van afhangen.

Krekeltjes tsjirpten de slaap uit het lijf. Goedemorgen. De ogen wilden pas drie sluimertjes later.

Gisteren heb ik een heldendaad verricht. Pluis was in vliegende vaart naar het raam gestoven en gleed naar beneden, kwam vanonder de bank weerom en had iets zwarts in de bek. Prooi gevonden. Happen, loslaten, opnieuw happen. Na inspectie bleek het een atalanta te zijn. Verdorie Pluis, had je geen mug kunnen nemen. Vlinder ontfutselt en snel op een paar achterafplanten neergezet. Uit het zicht van Pluis. Ze bevroor tot gehavend standbeeld. Toen ik Pluis had verboden in de buurt te komen, schoof ze kennelijk na een tijdje op en ving schoonheid met gespreide vleugels. Vijf minuten later was ze weg. Hoera voor de mooie dagpauwoog. Ik zond haar een dosis genezing na.

De leesclub gisterenavond, met die trouwe lieve vrienden, was een verademing, tussen alle drukte door. Even pas op de plaats, persoonlijke warme aandacht, thee met chocola voor de geest en om de behaaglijkheid te onderstrepen. Het boek, Zwarte schuur van Oek de Jong, verder weggezakt dan gedacht, begon opnieuw vorm te krijgen. Hele passages schoven het hoofd binnen, riepen het gevoel erbij op. De stroperigheid, als hij aan somberte onderhevig was, werd door een ander juist herkend als het trage proces waar tanende liefde en het verlangen naar balans zich erin storten om datzelfde evenwicht te verkrijgen. Zo is het in de werkelijkheid ook. Geef het die tijd, gun het. Nieuwe invalshoeken geven een mooie wending aan de ontvankelijkheid van het verhaal.

Het schuldige gevoel dat op het leven van de hoofdpersoon drukt, als een zwaard van Damocles, wordt niet door het vermeende feit veroorzaakt, maar door hoe de omgeving reageert. Geen omkijken naar oorzaak en gevolg, maar messcherp prikken naar een niet te bewijzen dader. Zelfs ouders die zich schamen voor het gedrag van de zoon, doen een grote duit in het zakje. Aan de schandpaal genageld, draag je het pek en de veren je hele leven mee.

Aannames spelen een grote rol, ook bij hem, als hij al een gevierd kunstenaar is. Ze wordt gevoed met zijn jongensangst, ooit erin geramd door twee broertjes op de dijk. Hoe rijk is het verhaal. Hoe zorgvuldig zijn de karakters, bijna allemaal uitgediept. Ieder van ons leest een ander, een eigen verhaal. Tot vergelijk komen en tussendoor uitweiden over nieuwtjes, over waar het hoofd van omloopt, toekomstplannen, nieuwe vooruitzichten, beloftes en ten slot het nieuw boek. met de lapjeskat als gemoedelijke luistervink, terwijl ze bedelt om aai en aandacht.

Opgetogen, maar te laat, naar huis na de borrel met verse ansjovis en olijven in Citroën en afgeblust met een heerlijke Verdecchio. Want hé, manna voor de geest en manna voor de maag vult het hart met liefde.

Uncategorized

Een perfecte middag

De hele dag was het een beetje drentelen geblazen. Met een telefoontje van de chirurg op komst in een vrijwel onbeperkt tijdsbestek werden alle noodzakelijkheden zonder pardon naar achteren geschoven. Ik had met zoonlief de nieuwe Benjamin kunnen bewonderen, maar wilde de opperste concentratie voor het gesprek. Dus werden herfstasters uit hun krappe behuizing bevrijd met het rode schepje van Rose, de dode rozentakken weggeknipt met de snoeischaar van Rose, de rieten lamellen opgerold om de somberte in huis te verdrijven en meer van dat soort prietpraat.

Om de zon binnen te laten schijnen werd een ouderwetse klassieke Franse uiensoep in elkaar gedraaid compleet met laurier, foelie, tijm en wijn en prachtige gekarameliseerde uien. Troostvoedsel bij uitstek, gedrenkt in nostalgie, bistrostoeltjes, toast en gesmolten gruyère. Uit de tijd dat diezelfde tijd nog rekbaar was. Gisteren ook, als stroop, door het lange wachten. Want ik had het kunnen weten, pas om kwart voor vijf kwam het verlossende telefoontje. De ernst van de zaak werd erin gebracht door mevrouw te gebruiken bij het voorstellen en de fysiotherapeut in de strijd te gooien met zijn advies een deskundige naar de pols te laten kijken. Het leverde het beoogde resultaat op. Een controlefoto en een consult.

Opgelucht kon ik eindelijk mijn boek uitlezen. Bizar van Sjoerd Kuyper behoort vanaf nu definitief tot mijn puberbijbels of voor als je er aan toe bent. Menig volwassene zelfs nog niet, waag ik te geloven. Met Hamlet in haar rugzak en een verbod om te lezen wordt een meisje van dertien de wereld in gestuurd met de boodschap zichtbaar te worden. Wie niet lezen kan, gaat schrijven. Wie schrijft mag elke waarheid zelf verzinnen. Dat is precies wat er gebeurt. Aan het einde zijn er tranen door de laatste zin. Niet in het boek maar achter mijn ogen en een diep respect voor deze schrijver, die alles, maar dan ook alles bespreekbaar durft te maken en waarheden ontrafelt en nieuwe waarheden leert. ‘Te zijn of niet te zijn’ van Shakespeare met Schopenhauer als tegenheld. Als ik iets voor mijn lijst zou moeten lezen zou ik dit willen lezen. Het boek dat je lezen en schrijven leert, eigenwaarde schept, ingewikkeld existentiële vragen ontleed en de wereld zichtbaar maakt.

Met smaak werd alle uiensoep verorberd, lezen maakt hongerig. Pluis lag lekker op het balkon te soezen. Een wat troosteloze dag maakte haar niet uit. Soezen kan altijd. Je knijpt je ogen tot spleetjes en er schijnt licht naar binnen. Vandaag schijnt de zon weer, maar is het herfstig fris.

Straks ga ik op jacht naar de nostalgische koekjes voor de gastles morgen, de dubbeldekkers en de likkoekjes. Het rieten poppenwagentje is bij dochterlief beland, dus die kan opgehaald, de rest van de attributen staan in de schuur. Het is ook de hoogste tijd om mijn recensies af te schrijven.

Als deze week met alle drukte voorbij is, is de natuur aan de beurt. Zee snuiven, langs de Lek dwalen, een boswandeling maken en de biografie van De Hemelse Mevrouw Frederike uitlezen. Misschien is een tochtje naar Villa Jagtlust van deze dichter, kunstenaar, illustrator en journaliste een goed idee. Misschien straalt het wel inspiratie in, uit een ver verleden. Het ligt midden tussen de bossen in Blaricum. Literatuur en natuur hand in hand en derhalve met alle ingrediënten uiterst geschikt voor een perfecte middag.

Uncategorized

Een kleine noot van wijsheid

Eindelijk kan ik melden, dat Benjamin deze status heeft doorgegeven aan zijn nieuwe jongste broer, nummertje acht van mijn lieve kleinkinderen. Nu het in alle media vermeld staat, is het op z’n plek, dat jullie er ook kennis van kunnen nemen. Het grote geluk.

Vanmorgen las ik bij een andere dagelijkse blogger, dat hij bij teleurstellingen of verdriet vroeger regelmatig de bijbel opensloeg en dan altijd een passende tekst tegenkwam. Dit keer, na een bezoek aan het ziekenhuis, sloeg hij een dichtbundel open en kreeg warempel weer troostende woorden voor ogen. Ik ben niet met bijbelpassages grootgebracht. Wel met Latijn en hele snelle paternosters en weesgegroetjes, waar een heel eigen betekenis aan werd gegeven. De verhalen van Bosco in stripvorm, het Katholieke prentenboek over de hemel, hel en het vagevuur behoorden ook tot de vaste prik. God op een troon van goud en nikkel om met Bertus Aafjes te spreken. Maar gedichten vond ik prachtig en een verrijking voor de taal en de ziel.

Een lumineus idee, dat waarlijk helpen kan in deze roerige tijden. Ik nam een van mijn lievelingsschrijvers op. Het boek van ‘De almacht van de Boktor’ van Toon van Tellegen met prachtige illustraties van Mance Post en sloeg het open. Een stukje overpeinzing:

De uil kwam ‘s avonds laat bij de boktor met een prangende vraag. Hij had daarstraks alle brieven versnipperd, die hij ooit geschreven had en niet verstuurd. Ernstige, vermanende, belangrijke, bezorgde brieven en brieven met diepzinnige vragen en duistere overpeinzingen. Wat hem bezielde wist hij niet. Het was in een opwelling gebeurd. De vraag aan de boktor was of hij de snippers weer kon plakken tot brieven. De boktor ging aan de slag en plakte de hele nacht, soms slapend, soms kon hij het niet goed zien in het donker. Tegen de ochtend waren ze klaar en uil vloog ermee naar huis. Daar begon hij te lezen:

Geachte vleermuis. /Ik vind hoorbaarheid verschrikkelijk./Verschrikkelijker dan nog zichtbaarheid. /U toch ook? /En dan heb ik het nog niet eens over vindbaarheid. /Om maar te zwijgen van dankbaarheid erbarmen /oogopslag smartelijk.

En:

Best winterkoninkje, /Als ik aan jou denk breng je mij altijd in verlegenheid. /Ik weet niet waarom. /Alsof er iets in mij zit te wachten op /duisternis schoonzucht/achterna

En:

Mug,/Ik sta voor het aangezicht van afwezigheid./ Ik ben koud en kwaadschiks./Als ik denk zwijg ik misbaar onvermogen, een en al oor./Maar jij, jij ontwaart ontgrondt ontluistert/ jij liefkoost tranen onverdroten o zo zz

De brieven leken niet af te zijn of juist wel daardoor. Misschien was af wel iets heel anders dan hij altijd had gedacht. Misschien moet ik mijzelf wel herzien, dacht uil. Hij legde ze op een stapel om te kijken wat hij er de volgende nacht van zou vinden. De zon kwam op. De uil ging slapen. Maar nog voor hij in slaap viel dacht hij aan wat hij nog meer aan snippers kon verscheuren en naar de boktor brengen. Zekerheden. Verlangen. Schemering…Toen sliep hij.

Jezelf herzien door al je vaste waarden te versnipperen en ze, te hooi en te gras, aan elkaar te plakken en een nieuwe jij te creëren. Of je denkbeelden over anderen versnipperen en daar weer nieuwe bevindingen van te plakken. Zijn we in wezenlijke zin wie we zijn. Is wat we waarnemen eerlijk of gekleurd door onze eigen persoonlijke brillen. Wel deel van mij zie jij en ik van jou. En anderen dan.

Het boek van de boktor, afgeschreven door de bieb en door mij daar, lang geleden, uit een bak gevist, verdient het niet om aan de kant gezet te worden als de inhoud zo waardevol is. Ik schrijf me een keer per etmaal een verhaal van de boktor voor, die geestelijk zo verheffend is en waar mijn gemoederen zich in kunnen wentelen. Een kleine noot van wijsheid.

Uncategorized

Feest met Dribbel

Gisterenavond was de uitzending van ‘Kopen zonder kijken’ met zoonlief en mijn schone dochter. Kan een mens nog trotser zijn. Gewoon, omdat ze zo lief waren en oprecht blij met wat ze kregen. Zelfs al was het verder weg dan aanvankelijk gehoopt. Veel mooie en lieve reacties gekregen. Er was ook een glimp van broerlief als oppasser voor de Benjamin. Heel bijzonder, zo’n ervaring. De opnames voor deze aflevering zijn vorig jaar allemaal tussendoor gemaakt en het huis werd eind mei opgeleverd. Dat kon ik allemaal niet schrijven, terwijl het gemoed bijna overliep van opwinding en blijdschap. Jaja, zware beproevingen voor een schrijver van een dagelijkse blog.

Gisteren de poli chirurgie gebeld, maar er was pas eind september plek. Nu is er voor morgen een telefonisch consult. Daarmee hoopte de assistente dat ik sneller gehoord en daarmee geholpen zal worden. Pols hoopt mee met mij. Ze is nog steeds te dik en pijnlijk. Een foto die duidelijkheid zou verstrekken lijkt me een optie.

De nachten zijn aan het lengen. Vanmorgen gloorde het pas tegen half zeven. Langzaam maar zeker worden we de herfst in getrokken en maakt natuur zich op voor een kleurrijke finale. Het verlangen om juist dan in de tuin te zijn, blijft. Nu kan ik er te weinig doen en het gevaar van overbelasting ligt op de loer. Maar het kriebelt de onrust wakker, dit passieve immobiele bestaan, de zoveelste van dit jaar.

Vanmorgen pakte ik de krijtborden uit, die dienen, voor op de afgebladderde plek van het atelier op de tuin. Ze waren eindelijk besteld. Een van de borden was ernstig beschadigd. Een mail was voldoende om bijna per ommegaande te horen dat het hen speet en dat er een nieuwe onderweg was. Dat noem ik nog eens service. Deze klant van IFM-Ecom, waard om genoemd te worden met naam en toenaam, heeft nu een denkbeeldige kroon op.

Morgen komt de leesclub weer bij elkaar en het boek waar het om gaat, is zover weggezakt dat een kleine review op z’n plek is. Zelfs de titel is weggezakt. Houdbaarheidsdatum overschreden, na een aantal maanden en een stapel nieuwe boeken verder. Heerlijk om de anderen terug te zien.

Opnieuw een aanvraag voor twee gastlessen over het leven van 50 jaar geleden in een doorsnee gezin. Nog steeds kan ik aan de hand van voorwerpen heel veel vertellen. Het ligt er een beetje aan, wat er morgen wordt bedacht door de arts. Vrijdag zou ik dan aan mogen treden. Heel verleidelijk om voor een groep kinderen te staan. Even een klein moment van terugkijken, verwondering zien en beleven. Pas als je uitlegt hoe het was in de opvoeding van de eigen kinderen, vallen alle veranderingen echt op. Van cassettebandje tot Spotify, van televisie-antenne tot streamen, van draadtelefoon tot iPhone en Android. Maar ook van schrijven met pen en inkt tot documenten maken op een iPad.

Het boek Bizar vertaalt en haalt mijn eigen puberbrein naar nu. Mijn dagboeken, die vol verliefdheden staan als een grote vraag naar zachtheid en lief gevonden willen worden, een grote hunkering naar aandacht, terwijl dat er op een bepaalde manier echt wel was, tussen alle werkzaamheden door en het spelen op straat. Die grote lange zoektocht door het leven op weg naar de volwassenheid, waarbij rede en emotie elkaar in hoog tempo afwisselen is een herkenbare werkelijkheid, afgewisseld door een hoge mate van fantasie en verbeelding en de nuchterheid van alle dag. Nog geen mogelijkheid gehad, om er helemaal in te verdwijnen.

Ook nu niet, want straks komt Dribbel afleiden en vermaken. De autootjes staan klaar. In de benen dan maar en krant en koffie ietsje later. Een nieuwe dag te kraken. Het had zomaar een titel voor een nieuw verhaal kunnen zijn. Feest met Dribbel.

Uncategorized

Gelouterd weerom komen

Hoe lang een mens teren kan op de positieve energie van een toneeldag. Nog na sudderend werd de lichamelijke vermoeidheid volledig gecompenseerd door de geslaagde afdronk. De dag trok in flarden aan de geest voorbij. Dan kon het gebeuren, dat je zomaar, temidden van niets, lag te schuddebuiken op de bank of vertederd omkeek naar de beelden in je hoofd, ontroerend soms, door het overtuigde geloof in die vreemde Engelse dames. De oogopslag van een verbaasd ongeloof. ‘Echt?’ Twee ronde stuiterende knikkertjes van pupillen. ‘Maar echt?’ De weifeling sloeg om in een rotsvast vertrouwen en een vasthoudendheid om zoveel mogelijk ‘poop’ te verzamelen, die zowel ongekend als aandoenlijk was.

Het zat inmiddels met name in de benen en vooral in de aangedane pols, die vermoeienissen. Ze hadden zich bij elkaar geveegd en verzameld in de pijnlijke linkerkant van de pols en in de onderdanen, die zich zuchtend in de zwarte kloffen van laarzen hadden gestoken. Het was koeler weer, maar daardoor aangenamer. Dochterlief en de kleine filosoof pasten op Dribbel en zijn twee broers en haar eega kwam met kleindochter na het middagslaapje.

De enige plek om te zijn met vijf keer spring-in-het-veld is in het grote park met de dierenweide. Drie ezels, twee koeien en een vaars, een paard en een pony, twee zwijnen, een legertje springbokken en lieve zachtogige geiten. Het was bijna voedertijd en de onrust nam met de minuut toe. De ezels balkten bijkans de rooibos uit mijn bekertje en het geloei van de koeien klonk al net zo ongedurig, maar qua decibellen wonnen de zwijnen. Met veel gesnuif en grommend geknor alarmeerden ze de helpers over hun staat van zijn.

Daardoorheen dolden de kinderen, apenliefde, die uitmondde in uitdagen, stoeien, vastlopen, verdriet als het er te uitbundig aan toe ging. Alleen kleindochter zat braaf en langdurig te genieten van kleine piezeltjes schepijs op haar lepeltje. Dribbel trok volledig zijn eigen plan, waar iedereen zich ongevraagd ook mee bemoeiden. Meerdere vaders op je bord is teveel van het goede. Met aangeboren eigenzinnigheid ging hij stoïcijns en vastbesloten zijn eigen weg.

De kleine beesten waren veel rustiger, maar toen alles een schep brokken had gekregen, keerde de rust weer in de hele dierenstal. We liepen langzaam op huis aan en daar liet ik ze gaan. Tas van de kleine filosoof, die nog achter in de auto lag, nam dochter weer mee.

Zaterdagavond zag ik ‘Matthijs Gaat Door’ en besefte ten volle dat de komkommertijd op tv eindelijk echt achter de rug was. Zinvolle gesprekken, inhoudelijk en boeiend, een waterval aan goede muziek, mooie ideeën, het kwam binnen als een warm bad. Het samenspel aan het eind van allerlei muzikanten, die daarna mee zouden lopen in de Unmute-demonstratie was hartverwarmend en leidde tot een aangedaan gemoed. Tranen van vreugde, omdat het er was, omdat het straks weer gewoon zou zijn als men eindelijk eens zou gaan luisteren naar de meute en kunst en cultuur gelijk zou worden gesteld aan de sport. Gelijke monniken, gelijke kappen, weet je als leider van je groep. Zo moeilijk kan een optelsom niet zijn. Bij elk herstel is voeding nodig en dat krijgen we binnen via de geestrijke impuls van de schone kunsten in de breedste zin van het woord.

Het boek van Sjoerd Kuyper is precies wat de titel weergeeft. Bizar. En daarmee is veel gezegd. De vorm, de denkwereld van een pubermeisje, is geniaal. Zoals de schrijver zich heeft kunnen verdiepen in die schijnbaar volstrekt onnavolgbare en toch zo volgbare gedachtengang van haar beeldend vermogen, terwijl er allerlei maatschappelijke en filosofische dilemma’s aan bod komen, wekt grote bewondering. Om in te verdwijnen, dit verhaal. Lezen dus en gelouterd weerom komen.

Uncategorized

Om nog lang op te teren

‘s Morgens in een sneltreinvaart alle spullen verzameld om de transformatie te maken van mij in Rose. Na het gebruikelijke ochtendritueel en nog wat vochtige onderbeen lieten de geruite kniekousen van de paardengruiter zich maar moeilijk ophijsen en ook de wandelschoenen bleken weerbarstig te zijn. Uit de wollen rok werd het elastiek geknipt, dat zat een stuk aangenamer.

De brede riem, waar de tuinattributen aan werden geknoopt, zoals snoeischaar, schepje, tasje voor het mobiel, pincet en loep, bleek een fantastisch accent. Hoed op, gouden bril op de neus en vlindernet in de aanslag. Als Rose op pad met grinnikende buren in mijn kielzog, omdat ze de hond gingen uitlaten.

Foto Mieke Duhen

De entourage paste als een handschoen bij drie Engelse Garden Lady’s. Vorstelijk ook, de tuin in bloei, tere anemonen, Engelse theerozen in zacht oranje, de armeluis-orchidee volop in de bloemen, hemelsleutel, vlinderstruik, hosta en hortensia. Volop vogels en ander vliegend klein grut. Het moest toch gek lopen als daar de viervleugelige snuifmotkever zich niet tussen bevond. Onze gastvrouw was allerhartelijkst en liep samen met de man des huizes ons de hele dag na met kleine heerlijkheden uit de tuin, druif en framboos en ‘s middags een smakelijke quiche met een verse prei uit de moestuin. Paradijselijk verwend.

Lilly spelde onze badges op. We maakten een tafel met loeps, pincetten en petrischaaltjes en verhuisden onze theetafel naar de entree, zodat we goed zicht hadden op ons bezoek. Klokslag twaalf begon het te lopen. De eerste gasten, lieve vriendin van het eerste uur, werden nog wat onwennig ontvangen. Onze accenten moesten nog geslepen worden en voordat de Rose, Lilly of Margret bezit van ons hadden genomen, duurde het even, maar alras groeide en groeide de rol en schalde het ‘Hello dearrrrr, come binnen, wat niiiiiiiiice dat joelie er zijn, can you help us’. Steenkolen-Engels op topniveau, als Barry Stevens of Donald Jones themselves.

Muziekje van Rose.

Kinderen waren helemaal dankbare helpers. Na de hulpvraag gingen ze verwoed aan de slag met pincet, loep en petrischaal naar de ‘poop’ van het beestje om in de petrischaaltjes te verzamelen en kregen onze geheime wapens een voor een in handen, waar de andere dames niets van mochten weten. Volgens Rose waren ze gek op muziek, van haar kregen ze een kleine muziekdoos mee, volgens Lilly zaten ze onder de blaadjes en die wisselde het muziekje om voor een zakspiegeltje en volgens Margret hielden ze ontzettend van stinkende kunstmest, die ze overhandigde na het weggrissen va het spiegeltje. Als Lilly op een ouderwetse fluit blies, was het tea-time en mochten de dames even uitrusten met crackers en lauwe thee.

Zo ontwikkelde zich het verhaal steeds verder bij het verstrijken van de uren, werden er heel wat ‘poopjes’ verzameld, kwamen onze grote fans van ons laatste schooljaar langs. Lilly werd vertolkt door mijn lieve duo, en genoten we van iedereen, die voor ons kwam of voor de tuin en de zijdehoenen.

De viervleugelige snuifmotkever werd niet gevonden. Zelfs door zuslief niet, die toen maar een filmpje schoot voor het thuisfront. De enige spelbreker was de pols, die ik hoog hield door hem in het mouwgat van de spencer te schuiven. Aan het eind, moe maar voldaan, Rose, Margret en Lilly af en in het eigen kloffie, was er nog wat wijn met haring en toost met brie bij onze gastvrouw en gastheer. Met een ‘Volgend jaar weer’, namen we afscheid toen de vermoeidheid binnensloop en er niets prettiger leek dan languit op de bank. Met een feestelijk gevoel ging het huiswaarts. Iets om nog lang op te teren.

Uncategorized

Missie geslaagd

De andere Royal-dames hadden flaphoeden. Als ik een goeie tegen zou komen, dan nam ik haar alsnog mee. Dus bestond mijn te-doen-lijst uit: Hoed-tuingereedschap-touw-pincetten(nog steeds)-rozensjaal of zoiets dergelijks. Dat was het wel zo’n beetje. De meeste tuinattributen haalde ik bij de groene winkel. Een schep, een vlindernet, want hoe vang je anders een viervleugelige snuifmotkever, een mini-snoeischaar en touw. Alles om aan de riem te laten bungelen samen met mijn loep.

Bij de eerste kringloop stond een dame als een ottertje te zweten in een wollen jurk. Ze had een foto doorgestuurd naar haar dochter, die als Salomonsoordeel ‘Zo zo’ terug had geappt. De twijfel sloeg nog heviger toe. ‘Probeer er een mooie gekleurde sjaal bij’, opperde ik, toen ik haar twijfel bespeurde. Daar hield ze niet van. Ze was niet van de sjaals. ‘Dan zou ik een riem proberen’. En werkelijk, toen ze die strak trok, kwam er een prachtig figuur uit. We keken elkaar aan en grijnsden. Verbondenheid in een notendop. En door.

Bij de tweede kringloop vond ik een soort Range-hoed. Als de drukkers los waren gemaakt, flapte hij. Meenemen voor één euro in geval van nood. Bij de derde kringloop vond ik een roos voor tien cent en bij mijn eigen kringloop zat het vertrouwde gezicht van mijn ex-collega op haar kantoortje temidden van de winkel. Haar gezicht lichtte op. Ik was haar al veel eerder ooit op de afdeling oncologie tegengekomen, in mijn rol als gastvrouw. Dat schiep een band. Daar kon ze haar verhaal aan me kwijt, maar ook de grapjes en grollen, waar in het bezwaarde gemoed altijd ruimte voor was en juist ook behoefte. Nu zat ze, volledig genezen verklaard, weer op haar post en dat schiep een grote voldoening. De keerzijde voor al die keren, dat het niet goed was afgelopen met de anderen daar op de afdeling.

Ze wist al van mijn zoektocht naar Rose-attributen en toen ik een prachtige nieuwe hoed had gevonden, die helemaal paste binnen het plaatje met een rozensjaal erbij was haar euforie zo oprecht als de mijne. Een vrouw kwam op ons af en keek me onderzoekend aan. Bij ons allen begon het verleden te gloren. Opgetogen riep ze tegen ons; ‘Ik wist het, ik twijfelde toen je langs me liep, maar ik wist het, je bent het’ het was nog een oud-collega van ons, die vroeg hoe het mijn jongste ging. Mijn ex-collega memoreerde hem als de kleine jongen die tussen de bergen kleding lag te slapen, terwijl ik aan het werk was. ‘Zo’n schattig ventje’, beaamde de ander, ‘Ik zou hem nu niet meer herkennen als ik in hem tegen zou komen’. Of ik geen foto had. Ergens op de familiesite kon ik er een van het complete gezin opduikelen. Ze bekeek hem nauwkeurig. Toen ze haar litanie wilde beginnen van ‘vroeger was alles beter’, boog het gesprek zich als vanzelf om door de Burberry regenhoed, die ik in een oogopslag zag hangen boven het hoofd van de collega. Ze was nog niet geprijsd en gelukkig te klein. Zo ontstond er geen dilemma. De baas van de winkel kwam erbij. Hij rekende mijn hoed en twee sjaals af en vroeg of er geen interesse was in een baan. ‘Ik heb hier 22 jaar gewerkt’, lachte ik. Dat had hij juist gehoord, waarbij ik de hemel was ingeprezen. Daardoor kon ik eindelijk mijn verhaal van mijn aangedane longen kwijt, maar vooral hoe belangrijk ventilatie was voor zijn personeel. De boodschap kwam door. Op naar het volgend adres.

Dat was de winkel van de medische producten tegenover het ziekenhuis, die hadden geen pincetten, maar gaf de tip het bij de apotheek in het ziekenhuis te proberen. Ze stopte me een mondkapje toe. Het was druk in de wachtkamer. Mensen mopperden of liepen weg. Tussen de bedrijven door vroeg ik of ze ook disposable pincetten hadden, wat werd beaamd. Opnieuw in de wachtmodus, die uiteindelijk werd beloond met 15 stuks. De koningin te rijk, stapte ik weer naar buiten. Wat een dag. Missie geslaagd.

Uncategorized

Dag ezels, dag ringslangen

‘Je wordt een boeddhist als je met kinderen omgaat. Je moet zoveel geduld hebben, dat de tijd lijkt te verdwijnen, die geeft de moed op’. dit zijn de woorden, die de schrijver in de gedachten van de hoofdpersoon schrijft, in mijn laatste recensie-exemplaar. Wie, hoe en wat zal ik op een later tijdstip onthullen, maar allemachtig. Wat een boek. Het rijgt vervreemding, bewondering, ongebreidelde fantasie en filosofie in een adem aaneen. Een lang snoer van genieten. Tijd die de moed op geeft. Het is me op het hart geschreven.

Op weg naar de school van de kleine filosoof ging ik nog even naar de Emmaus om te zien of daar een Rose-hoedje te vinden was. Op de gevel las ik de prachtige uitspraak van Mandela. Opnieuw groeide diep ontzag voor de bedenker van deze waarheid. Overcoming poverty is not a gesture of charity. It is nog an act of Justice. It is the protection of a fundamental human right. The right to dignity and a decent life”. De spijker op zijn kop. Waardigheid en een fatsoenlijk leven. Erachter komt officieel nog ‘While poverty persists, there is no true freedom’ maar dat vond ik niet terug op de muur. Het is precies de essentie.

Ik schoof vanuit de schaduwzijde van de straat langzaam maar zeker op naar de ingang van het grote hek, waarachter vaders en moeders, oma’s en misschien wel een enkele oppas tussen stond. Veel fiets en bakfiets, kinderwagens, mijn kleine blauwe ver weg en een glanzende grote Mercedes ,die als een schip geruisloos achteruit stak een parkeerhaven in, in de verboden-in-te-rijden-straat , op twee passen van de ingang af. Na de eerste groep zag ik mijn kleine grote man in het groen, die stralend en met open armen op me af stormde om te knuffelen. Dan kan de dag al niet meer stuk met zo’n geluksmomenten.

Een beloofd ijsje moesten we gaan innen. Schepijs van Zomer had hij in zijn hoofd, maar oma’s zijn altijd een tikje eigenzinnig en na een stief half uur en een ‘oma zijn we nu bijna bij het ijsje’, stopte de blauwe op de laatste parkeerplek die nog vrij was. Rhijnauwen op een zonnige dag met een vrolijk en verwachtingsvol jongetje naast me speurend naar de ringslangen die oma wist in de kromme Rijn. Op de brug samen turend in het water gleed het beloofde ijsje, met de stroming mee, even uit zijn gedachten.

Verder wandelend bekeken we het ijsjesbord bij de winkel van de jeugdherberg. Geen schepijs maar wel Cornetto en zelfs Magnums van boerenijs. Eerst even bij het pannenkoekenhuis de kaart naspeuren op schepijs en anders terug, over ons geheime paadje langs de twee ezels om dan een-ik zou ook wel de magnum willen hoor-te gaan halen. Magnum mocht hij nooit, maar van oma mag alles, dat kan met één kind en een middag samen vertoeven.

Daarna zaten we op een aanlegsteiger en observeerden tegelijkertijd een stelletje dat zich in het koude water had laten glijden. Bibbertjes koud klonken de gilletjes van het meisje. Er was nog een verrassing want even later zagen we de auto van zijn moeder in de opstopping bij de brug. Vlug over het geheime pad terug, naar de speeltuin achter het pannenkoekenhuis, dag ezel, dag ringslangen, snelle voeten en veel zin.

De hoge glijbaan was voor hem een peuleschil maar wat schetst mijn verbazing toen die kleine pork van een zus met haar dribbelbeentjes de trappen opklom en met een vaartje naar beneden roetsjte. Onverschrokken en niet bang, nog geen sikkepit.

De speeltuin een succes, de pannenkoeken een succes, de koele bries, het zonnetje, de stromende Kromme Rijn en het schouwspel van moeder waterhoen met haar jongen vervolmaakten het vredige tafereel. Twee puzzeltjes bij de grote pannenkoek en pas toen de vermoeidheid toesloeg, was het alleen moeten spelen in de speeltuin een te groot obstakel, want toch altijd spannend. Een gesprek van moeder tot zoon boodt een uitweg. Hoe vaak paste ik dezelfde wijze toe na een impasse met onwil en boos. Dan moesten we even samen babbelen ‘waarschuwende blik met frons’.

Oma’s ‘pannenkoek’ haha

Koffie en thee toe en een groeiende rij gegadigden in de wachtrij. Het was welletjes geweest. Omhelzen van dochterlief, kinderen al vooruit, en terug over het geheime pad naar mijn kleine blauwe. ‘Dag ezels, dag ringslangen’.