Uncategorized

Selamat Makan

Het is groeizaam maar somber weer. De ochtend begon vroeg, maar ik besloot de gemiste documentaire van Sandra Beerends te kijken: ‘Ze noemen me Baboe’. Met de zwart/wit beelden van lang geleden zweefde ik weg en werd ondergedompeld in het Indonesië dat ik kende uit de boeken van Couperus. De manier waarop de beelden gemonteerd zijn, is zo razend knap gedaan. Het bijbehorende verhaal eronder filmt het leven van talloze meisjes. Ze krijgen gestalte in Alima. Zij neemt het leven in eigen hand en vlucht omdat ze uitgehuwelijkt dreigt te worden als een vetgemeste karbouw. Als de docu afgelopen is blijf ik zitten met een vervreemdend gevoel.

Alima praat met haar moeder, die overleden is toen haar grote avontuur begon, en deelt in gedachten met haar haar belevenissen en gevoelens. Met de Hollandse familie reist ze af naar Nederland tijdens een verlof. Het is een tijdsdocument pur sang over de wereld van mijn jeugd. De schaatsende mensen op de Friese doorlopers, de kruidenierswinkel,  toonbank en de baas erachter in een hagelwit schort, het verkeer, de sneeuw, de fanfare, de ouderwetsse kinderwagen, het is er allemaal.

De stem onder het verhaal klinkt in het Bahasa Indonesia dromerig en poëtisch. De beelden glijden voorbij in een door het verleden aangeraakte vlucht, de sawa’s, het erf, de ganzenhoedsters, de karbouwen met de jongens erachter, het huishouden, de andere bedienden. Als de Japanners komen is de dreiging voelbaar en is ze van de ene op de andere dag weer alleen. Het verlies van de zorg voor de baby van het gezin, Jantje, trekt als een rode draad door haar leven tot aan de geboorte van haar eigen kind toe. Ik lees de beweegreden van Sandra in een artikel van de NOS: “Ik denk dat de baboes in de genen van die Nederlandse kinderen van toen zitten. Dat is voor mij de ultieme verbinding tussen onze culturen en daarom vind ik het ook zo belangrijk dat hun deel van het verhaal wordt toegevoegd aan onze geschiedenis.”

IMG_06821970, mijn eerste Indonesische kookboek

Mijn eerste liefde was kwart Indonesisch. Samen leerden we woorden in het Bahasa. Ik trakteerde mezelf op een Indonesisch kookboek en later leerde ik weer, dat ik het maken van die gerechten met mijn eigen Hollandse inslag had gedaan. Het gaf niet. We lazen de Tong-tong en gingen een keer per jaar naar de grote Pasar Malam in den Haag. Er stonden Wayang Golèk op de vensterbank en heel veel planten, waardoor het zo vochtig werd in huis, dat er zwammetjes groeiden in het kleinste kamertje.  Sisal bedekte de vloer en op de eettafel lag een batik kleed. De vriendenkring was al net zo gemeleerd en exotisch. Ongemerkt had er een verschuiving plaats gevonden van moeders pappot naar de mijne. De hang naar andere culturen breidde zich uit aan de hand van verhalen en kookboeken over India en het Midden Oosten. Er naar toe reizen was niet nodig om in mijn hoofd ruimte te maken voor de schoonheid ervan. Onbegrensd wandelden we door het leven. Zo is het gebleven, zelfs toen de liefde overwaaide en uit mijn leven verdween.

IMG_0683

Buiten is het nog steeds aan het somberen. Ik heb me weer met beide benen op de grond geschreven. Wat is het toch heerlijk om je in beeld en verhaal te verliezen en daarna weg te dromen dwars door de tijdgeest heen. Ooit ben ik aan een verhaal begonnen dat over de tijd ging op de grens van het nu. Er stond voor mijn deur een grote scheepskoffer, zo een die je nodig had als je naar de tropen reisde. Toen ik het deksel opendeed, zag ik een trap. Bij het afdalen kwam ik in het verleden terecht. Iets om over te dagdromen op een dag als deze en met alle tijd van de wereld. En vanavond eten we Lemper en Sambal goreng tempeh met rijst. Selamat Makan.

 

 

Uncategorized

Zelfs de gierzwaluwen houden het voor gezien.

Op visite gaan terwijl je in je heerlijke warme bed ligt is ideaal. Vannacht was ik bij  Frans en Els, een familie die al jaren in flarden voorbij trekt. Berichten op facebook, via een van de zonen  op instagram of bij anderen op een site..

Maar vandaag was ik op bezoek bij hen. Ze woonden nu kennelijk in een statige oude woning, zo’n huis vol geheimzinnige hoeken en gaten, kelders en zolders, krakende gebinten. Ik was beneden en wachtte op…Ja dat weet ik niet meer, maar een feit was dat we op een gegeven moment naar boven gingen en daar op de kamer van de oudste zoon, gooide ik iets, wat ik bij me had ergens in. Er ontstond een filigrain, dat van prachtig Egyptisch blauw naar Turquoise verkleurde. Het eerste voorwerp krulde om, maar de tweede ontvouwde zich zoals kroepoek in de olie, als een vergaan blad uiteen. Het maasfijne nervenstelsel in diep turquoise was schitterend. Kunst terwijl we keken. Frans was geen spat veranderd sinds ik hen weg had zien trekken uit de stad. Ik was tijdloos als altijd, als ik door mijn dromen zwerf en op avontuur ben.

ridderzuring

Iedere keer verbaast het me weer hoe gedetailleerd sommige voorwerpen zich openbaren. Hier was het zo duidelijk tot de kleinste vertakking. Bijna om aan te raken. Toen ik de ogen opende was de wereld buiten nog aardedonker. De nachten zijn aan het lengen. Gistermorgen was ik al redelijk vroeg op de tuin, rond een uur of twaalf. Twee bedden kon ik verlossen van de snelgroeiende grashalmen en het welig tierende onkruid. Ook weer nieuwe verontrustende soorten zoals de ridderzuring en een mij onbekende soort, de bowlesia incana. Gelukkig had ik mijn toverapp bij me. Als amateur tuinierster kom ik daarmee een heel eind.  Tussendoor wat puzzelen en wat rusten aan de tafel voordat de eerste regen begon te vallen. De zak met onkruid ging mee om op de groenberg van de gemeente te storten.

IMG_0680

Het was een mooi moment voor de kringloop nieuwe vorm, die vroeger middenin het oude dorp zat maar nu verhuisd was naar de rand van het industrieterrein. In mijn ontspullend huis was geen plek voor de vele prullaria, maar een boek kon er natuurlijk altijd bij. Ik vond Sonny Boy van annejet van Zijl. Nu deed ik iets wat ik nog niet eerder had gedaan. Ik had de film al gezien en kocht toch het boek voor de somma van 50 cent. Mijn devies: Eerst het boek, en misschien daarna de film, brokkelde af terwijl ik de eerste bladzijde, het gedicht ‘Sonny Boy’ en het eerste hoofdstuk doornam, staande aan de leestafel, met een hand leunend op de stoel. Het onderwerp is zo actueel, dat een doorkijk in die gaarkeuken van Suriname niet verkeerd zou zijn. Vannacht, ondanks het  boek van Mercier, was er een duik in een geschiedenis van slavernij, plantages, vrijgekochte slaven en de vorming van een land met een mix aan culturen, onvermijdelijk.

 

Annejet is een vorser en een geschiedschrijfster en weet waar ze het over heeft. Het is een prachtig liefdesverhaal in een tijd die nog niet eens zo lang achter ons ligt tot en met de bezetting van de Duitsers toe. Vooral de inleiding geeft een boeiende inkijk in het Suriname vanaf 1500 en in vogelvlucht inzicht in de verhoudingen onderling. De film was prachtig, maar het boek is intens en indrukwekkend en leest als een roman.

IMG_0679

De buit bij de kringloop waren nog twee prachtige witte eenpersoons-dekbedhoezen, waardoor de oude straks als schildersdoeken verscheurd mogen worden. Een dag met lichtpunten en nog steeds die onstuimige wind. Ze waait uit alle hoeken. Een Nederlandse ‘Mistral’ en even ben ik weer aan de oevers van de rivier de Ceze in de tuin van de grote zijdefabriek en voel de onstuimigheid van het moment. Zelfs de gierzwaluwen houden het voor gezien.

 

Uncategorized

Dat er liefde was

Buiten huilt de wind om het huis en dat brengt me bij een nostalgisch lied van Kooten en de Bie uit 1978

 

Buiten huilt de wind om ’t huis
Maar de kachel staat te snorren op vier
Er hangt een lapje voor de brievenbus
En in de tochtigste kieren zit papier
Wij waren heel erg arm en niemand hield van ons
Maar we hadden thee en nog geen tv
Maar wel radio en lange vingers

We gingen nog in ’t bad, haartjes nat
Nog even op, totdat vader zei: “Vooruit, naar bed”
Dan kregen we een kruik mee
Gezichten in ’t behang
Maar niet echt van binnen bang
Toen was geluk heel gewoon

Buiten huilt de wind om ’t huis
Maar binnen breidde moeder ’n warme sjaal
En het ganzenbord op tafel
stond er de volgende morgen nog helemaal
Ook gingen wij naar ’t bos
Daar zijn we toen verdwaald
Van de weg geraakt, carriëre gemaakt
Heel die pannenkoekensmaak vergeten
En Nederland herrees onder Drees
Fanny Blankers Koen die won vier maal goud in Londen
Als je jokte was dat zonde
De legpuzzel kwam klaar
In het derde vredesjaar
Toen was geluk heel gewoon

Die schooltas bleek het eerste teken
Dat de zaak al was bekeken
Voor zover je zonder plichtsbesef
Je leven leed, je leven leed
Toen was geluk heel gewoon

Buiten huilt de wind om ’t huis
Maar binnen stond de kolenkit paraat
En de stoep waarop geknikkerd werd
Was het allerbelangrijkste stukje straat
En Nederland was groot en niemand ging nog dood
En gezelligheid kende nauwelijks tijd
Bij waxinelichtjes van Verkade

We gingen nog in ’t bad, haartjes nat
Nog even op, totdat vader zei: “Vooruit, naar bed”
Dan kregen we een kruik mee
Gezichten in ’t behang
Maar niet echt van binnen bang
Toen was geluk heel gewoon
Toen was geluk heel gewoon

Het werd gezongen op een melodie van Gilbert Sullivan, die ook als geen ander de beelden van vroeger kon vasthouden.

Zin voor zin uit deze Nederlandse versie staat voor mijn jeugd. Het was er allemaal. Ik moest aan dat lied denken en aan ‘Hoor de wind waait door de bomen’ in het besef dat de wind tegenwoordig uit hele andere hoeken waait, dan toen wij jong waren. Het kantelen van het perspectief is een logisch gevolg van de ontwikkelingen die voorbijtrekken. De bewustwording ook. Wat mij zo vertrouwd en veilig scheen vroeger heeft alles met het onbezorgde kind-zijn te maken. Natuurlijk waren er problemen van een heel andere orde, ver buiten mijn perspectief. Wat voor ons spannend en geheimzinnig was, die ene bijzondere avond met die wasmand vol cadeautjes, de spanning, het wachten, de hand met pepernoten niet meer dan een glimp van de gooier, dat was niet meer of minder mijn beleving als kind op dat ogenblik.

IMG_4441 Werk van de piepjonge fotograaf

Even dacht ik,’Dat komt nooit meer terug’, maar het is niet waar. Als we een veilige omgeving weten te creëren, heeft ieder kind straks diezelfde fijne nostalgische gevoelens van zijn eigen kinderlijke beleving. Voor kinderen zal de quarantaine-periode misschien zelfs, ondanks de dreiging, een fijne warme periode zijn geweest, met een vader en moeder die er altijd waren en tijd hadden om naar het park te gaan of voor te lezen, pannenkoeken te bakken en liedjes te zingen. Samen schoolwerk maken, een oma die verhaaltjes inspreekt op een video, knutselkampioenen aan een keukentafel.

IMG_4437 evenzo

Gisteren vierden we de verjaardag van het vierde kleinkind. Hij reageerde net zo verheugd op elk cadeautje als wij vroeger deden met het uitpakken van een pop of beer. Boekjes, keukengerei en een klein houten autobaantje was de buit. We zaten in het park. De zon scheen, de temperatuur was aangenaam, zo rond de twintig graden, zijn vader en moeder en broers waren er, zijn grote ooms en tantes, nicht en neefje, oma. Er was taart, er was cake en er was drinken. Veilig bij oma op schoot, schoot hij zijn wereld in plaatjes met haar fototoestel. De spanning van het geluid, de bewegende beelden, hij kon er geen genoeg van krijgen. Toen het spel aan de orde kwam werd er achter een bal aangedribbeld en alles wat er aan dreiging was, lag ver buiten onze geluksbubbel daar op het groene gras, maar nog veel verder weg voor onze kleine vriend.

IMG_4422in een ander perspectief ziet de wereld er anders uit

Later zullen zijn herinneringen wellicht een aangename zomerse dag in een park zijn met de spanning, vol verwachting klopt ons hart, de cadeautjes, het fototoestel, het samenzijn. Het zal zichzelf opblazen in een sfeertekening en altijd die zoete gedachte omarmen. Nostalgie. Gelukkig zijn de meesten van ons in staat om een eigen nostalgie te vinden en te behouden. Kinderen die kind mogen zijn, die zich veilig voelen, die mooie sfeermomenten hebben, die liefde hebben om te koesteren. De onze hoeft niet die van hen te zijn. Het draait om het kunnen oproepen van de herinnering en de sfeer van zo’n ogenblik met, bovenal, in de wetenschap dat er liefde was.

 

Uncategorized

Een oogwenk, de flard en daarna

Er wordt weer uitgegaan op zaterdag. De flarden van een gesprek, het rammelen van een losse kettingkast, de brommertjes, een valse noot die de stilte uiteen scheurt, het is er allemaal. Een quarantainevoordeel was de volmaakte stilte, ’s nachts én overdag. Het verkeer en de luidruchtige nachtelijke passanten zorgen ervoor dat mijn gehoor optimaal registreert en daar niet altijd blij mee is. Ongewild lig ik weer vaker wakker. Zoonlief beveelt oordoppen aan maar dan ben ik opgesloten in mijn eigen  hoofd met de harde tinnituspiep die er altijd is. Dat lijkt me onaangenamer. Dan maar geraas, gelal en gegalm tegen de gevels op en hier en daar een kruiswoordpuzzel om de tijd te doden en de slaap op te wekken of alvast een stukje van mijn gemijmer vorm te geven.

Ik speur het internet af naar Philip Lançon als ik een glimp opvang van zijn boek ‘De Flard’, een lelijk woord zoals het over de tong rolt. Maar misschien ook omdat het hier staat voor een gebeurtenis waarin de wereld al  haar schoonheid verloor in slechts minder dan twee minuten, zoals raketinslagen in Aleppo schoonheid verhullen in oneindige stilte door haar afwezigheid. De officiele titel is ‘Le Lambeau’, wat lap, doek, stuk stof betekent. ‘Een doekje voor het bloeden,’ schampert het in mijn achterhoofd. Philip is gaan schrijven na een jaar van revalidatie. Vallen en opstaan, vechten en vastbijten in de overlevingsdrang. Hij raakte de helft van zijn gezicht kwijt door de terroristische aanslag op de redactie van het satirische weekblad ‘Charlie Hebdo’ in Parijs.

IMG_0672

Het ene moment ben je onderdeel van een wereld met humor, schoonheid, vriendschap en wel-zijn om in minder dan twee minuten toe te treden tot een totaal andere wereld. Die van dood en verderf, van onmacht en on-zijn. Bijna al je vrienden en collega’s liggen op of onder je, doder dan je beseft op dat ene ogenblik. Dan voel je dat er ook met jou iets wezenlijk mis is en neemt het leven een vlucht.

Het boek start met een beschrijving van een ontmoeting op de laatste avond waarop het normale leven nog is. Een bezoek aan een theater met een goede vriendin en een ontmoeting met een van de acteurs. Philip recenseert onder andere en had zijn aantekenschrift te voorschijn gehaald. De laatste zin die hij die avond noteerde was een citaat van Shakespeare: ‘NIets is wat het is’. De wending in zijn bestaan, binnen 24 uur, onderstreept de woorden van Shakespeare meer dan het ooit had kunnen doen. Het leven bestaat bij de gratie van het ogenblik.

IMG_0674

Het is een gruwelijk verhaal dat Lançon hier vertelt. Omdat het de waarheid is en tegelijkertijd een verhaal van kracht en overlevingsdrang. Een verhaal waarin een heel leven en haar omgeving op een ander been werd gezet door die luttele seconden waarin twee broers hun kalasjnikovs leegschoten. De scheiding van wat ooit vanzelfsprekend was, de eerste jaren tot de nok gevuld met handelingen die buiten hem om gingen, die moesten gebeuren om dat wat pap was weer tot een gezicht te vormen, om de kraters die het geslagen had in de geest, te dichten. De wereld van het overleven.

De vechter won en moest weer het pad op om voor de derde keer een nieuwe wereld binnen te gaan. De wereld van leven met een handicap, de zoektocht naar de zin van het leven met de wijsheid van het weten. Spreken is zilver, maar zwijgen kan oneinig meer goud zijn. Zijn verhaal. Een oogwenk, de flard en daarna.

De flard

 

 

Uncategorized

Een lange warme onrustige nacht

Na de ochtendspits zocht ik eerst een manier om de twee meter zon, die later ongetwijfeld zou binnenvallen via de openslaande balkondeuren, te elimineren. Op zolder vond ik, behalve een keurig opgeruimde kamer(hulde aan zoonlief), een tas met de gordijnen uit het oude atelier. Een dun en gazig voile was bij uitstek geschikt voor het doel. Opwaaiende witte gordijnen in de opening van de opengeslagen balkondeuren was voor mij het ultieme gevoel van zomer en nostalgische rust. Het neveneffect zou zijn dat de warmte werd buitengesloten. Twee vliegen in een klap.

IMG_0648

Voor het eerst sinds een paar weken slingerde ik me weer achter de ezel. Het Ajaxshirt in wording. Een mooie eerste aftrap met dit naadloos kopieren.  Op de televisie een boeiende herhaling van Beau en zijn collega-presentator, Matthijs van Nieuwkerk, met een terugblik op zijn vijftien jaar ‘De Wereld Draait Door’. Een intiem portret, die alle zachte kanten van beide naar boven haalde. Indringend en op zo’n manier, dat het penseel er even voor moest wijken. Ze waren beide alert en aan elkaar gewaagd. Zodra Matthijs Beau vragen ging stellen over diens werk, floot de laatste hem terug. ‘Laten we het vooral over jou hebben’. Er kwam ook nog een stukje marketing om de hoek kijken en hoe je om moest gaan met je eigen drang en de dwang van het format. Mooie fragmenten zorgden ervoor dat ik soms, diep ontroerd, soms een beetje ontredderd achterbleef.

Het allermooist vond ik het fragment met André van Duin en het lied dat hij speciaal voor Matthijs geschreven had in de wetenschap dat hij hield van Charles Aznavour. Dat bleek een erfenis te zijn van zijn moeder en goed voor ogenblikken lang toeven in het ouderlijk huis van toen. Ontroerd in het fragment en ontroerd aan de tafel daar bij Beau. De mooie stem van André, de kracht van kleinkunstenaars onder elkaar, het gedeelde verdriet en de warmte spatte van mijn kleine scherm af. Veel meer van deze kleine parels aan schoonheid en emotie heeft een mens nodig. Alles wat ons beweegt, omzetten in daadkracht, sans gêne om het kwetsbare dat boven komt, maar eerlijk en echt, Gevoel met een hoofdletter.

IMG_0639  IMG_0643

Natuurlijk was ik te ongeduldig en de witte letters van het ajaxshirt liepen licht door met de magenta. Later nog eens dunnetjes over doen, maar voor nu was het in orde. Pluis had zich door de warmte laten verleiden om zich eerst op te krullen op de bank om daarna, op zoek naar koelte, zich breed uit te spreiden op het laminaat. ‘Wie doet me wat’. Fluwelen pootjes en een zonnestraal op haar zomersnoet. Nog even door met het veredelde kalligraferen in die heerlijke atelierhoek in de kamer. Alles onder handbereik. Geen getob op de veel te hete zolderkamer, maar rustig achter de voile en de bries die door de deuren waaide.

IMG_0657

De lucht trok langzaam dicht. Eerst die typische okergele vaalheid in de luchtwieren en later de donkere dreiging van een naderende bui. Daar hoorden droppels bij, van die grote dikke. Op zo’n moment zou ik op school de kinderen gemaand hebben gauw naar buiten te gaan om dat hemelse nat te vangen op een uitgestoken tong. Druppels waar we tussendoor konden dansen, zonder heel erg nat te worden. In tegenstelling deed ik toch maar de balkondeuren op een kier. Al wat de bui bracht was niet de verkoeling maar een lange, warme en onrustige nacht.

Uncategorized

En verder helemaal niets

Gisteren met een lunch op een lommerrijk terras met de zussen en verder niets kwam het lummelen van de coronatijd weer in beeld. Vandaag beloofde het ook zo drukkend en loom te worden. Ik dacht aan de warmte in de auto, die mijn haren zouden laten prikken tegen de bezwete nek, de plakhanden, de make-up die vloeibaarder dan vloeibaar werd. Ik dacht aan het wandelen van de auto naar de tuin met ‘volle’ bepakking, meestal een fles water en wat brood met beleg. Aan het weg sijpelen van de energie in de brandende zon, met een puzzelboek onder handbereik en zelfs het opnemen van de balpoint, een bic, leek me al teveel aan inspanning. Ik zou gieteren en na elke twee gieters, die ik vol liet lopen, steeds dieper bukkend omdat het water lager kwam te staan in de sloot, in de schaduw uit moeten puffen van de hitte. En dan te bedenken dat ik het minstens twaalf keer moest herhalen.  Daarna de terugweg nog, eventueel met snoeiafval als krachttraining. Nee. Resoluut werd het hele scenario aan de kant geschoven. Vandaag was het tijd voor wijsdom, voor haar die wijsheid preekt en liefde

. IMG_4377

Om zeven uur spoelde ik de nacht door het afvoerputje en om half acht liep ik tussen drie krassende kraaien, Corvus Corone, die luid misbaar maakten over de inbreuk op dit vroege ochtenduur. De grootste, en oudste naar ik aannam, vloog geagiteerde cirkels boven mijn hoofd om de kleinste, nog altijd de lengte van een onderarm, de kans te geven zich te verschansen in de top van de wilg bij de paddenpoel. Goedmoedig liep ik wat te brommen. Vanuit de ooghoeken zag ik een vogel met een verdacht dunne staart in een snelle vlucht.

IMG_4380

De papavers hadden zich net geopend en stonden er prachtig bij. De tuin van mijn moeder schoof ervoor. Bloeiende papavers van haar in de voortuin en haar trotse blik, bij het prijzen van de schoonheid ervan. De tuin lispelde. Waar in de namiddag vaste prik een aantal planten half op apegapen lagen, stonden ze nu te ritselen in de milde ochtendbries, nog fris van de dauw en het nachtelijke zwoel.. Haas trok haastig uit zijn zelfgekozen leger. Winterkoning liet verheugd een jubelende triller horen. Zwarte gieters vulden zich met het bruine slootwater. Al pratend, een tuin zit vol leven, strooide ik liefde en liters water. Ook de bomen, niet rond de stam, maar er ruim rondom en het gras kregen een deel. Rustig bijkomen op het schaduwbankje en voor het echt warm werd, weer huiswaarts.

IMG_4387

Bij de buurman op de hoek stond een jonge rode beuk op haar vurigst de zonnegloed te gebruiken om nog mooier en rijker dan ze al was, te pronken. Soms val je door een kleur van je sokken. Wat een streling voor het oog. Bij de uitgang spotte ik de vogel met de lange smalle staart en herkende hem even later aan zijn gekrijs, de halsbandparkiet. Hij alarmeerde in vlucht een aantal anderen in de bomen van de buren naast de parkeerplaats

.IMG_0637

Regeren is vooruit zien. Het zou slim zijn om boodschappen mee te nemen en het vroege ochtenduur te tracteren op croissants en jus d’orange. Meer mensen hadden het plan opgevat om, voor de hitte uit, hun dagelijkse lijstjes af te handelen. Kleppende dames bij het brood, waarbij zelfs geduldig wachten niet aanmaande tot versnellen. Ze bespraken de zin en de onzin van de anderhalve meter en stonden vlak bij elkaar. De uitkomst laat zich raden.

Met het ingenieuze zelfbediendingssysteem slalomde ik om karretjes heen en stond met een kwartier weer buiten. Thuis wachtte de koelte van het huis. Deuren dicht, raam aan de voorkant open en luchtig katoentje aan. Vandaag de rust, de stilte, het doek en de penselen en verder helemaal niets.

 

Uncategorized

Dat bleek maar weer

Was het de brandende zon, de lange fietstocht of was het een combinatie van het zware grasmaaien en gieters putten uit de sloot met de lange fietstocht erachteraan. In ieder geval werd ik bijna aan het eind op de terugweg als gummi. Ik stapte van de fiets af, zag de wereld langs zinderen in een waas en zwarte vlekken. Uit de zon moest ik, maar even kon ik geen stap zetten, laat staan de fiets aan de hand meenemen. Ik denk dat de combinatie hard werken, brandende zon, het stadse fijnstof en de uitputtende lengte van het hobbelige parcours uiteindelijk de oorzaak was. Toen er weer schot in zat, ben ik naar de overkant van de straat gelopen. Op de hoek in de schaduw stond het rek van de karretjes van de supermarkt. Daar zeeg ik neer en wachtte tot de vlekken stippen werden en het asfalt onder mijn voeten uitgepixeld was.

1B7DF43B-ABD7-4785-AE58-D78873C2E401

Na een poosje kon ik weer wandelen, maar zodra ik in de zon kwam was er weer een zwaar en loom gevoel. Twee straten verder stond een bankje in de schaduw tegenover de grote flats en  onder de lommerrijke bomen, waar ik een oud wijf op een bankje kon spelen. Altijd weer vergeet ik dat ik dat ben. De fietstocht terugdenkend had ik er aardig de pas ingegooid met de ondersteuning op het laatst op een hogere stand, waardoor je het stuur steviger en krampachtiger moest leiden. Had ik daarmee zelf de boel op slot gegooid?

De avond ging een beetje aan me voorbij. Ik zag de twee doventolken vertalen wat Rutte en de Jong hadden bedacht aan behoedzaamheid en dacht doventaal beter te kunnen lezen, maar natuurlijk was het de bijgeleverde tekst die ervoor zorgde dat de betekenis duidelijk te zien was. Buiten barstte de wereld uit in een grootschalig alarm, met politie-, brandweer-en ambulance-sirenes, die nietsontziend de televisiegeluiden overnamen. Ik vergat van de weeromstuit de planten water te geven. De nacht voegde onrust toe aan het nog altijd niet bedaarde lijf. Een dagje koest houden lijkt me een best plan.

IMG_4351Hard gewerkt in de tuin

‘Wat ben je bruin’ merkte dochter eergisteren op. ‘Pensioenbruin’. Ik schoot in de lach. Want al dat fietsen is daar meesterlijk in. Het kleuren van wit vel. Ik, de Sneeuwwitje van mijn gezin, bezit plotseling een gebruind tintje. Dat gaat helemaal vanzelf en reken ik tot de voordelen en de vrijheden van de fiets. Tijd is mijn. Ook nu weer  moet ik dus gaan ontdekken wat de grenzen zijn. Gisteren was ik er overheen. Een licht zeuren in mijn hoofd geeft dat dwingend na. ‘Kalmte zal U redden’, hoor ik het verleden galmen.

Het enthousiasme groeide door de vele straten uit mijn jeugd binnen handbereik. Het fietsen rond de muntbrug, de tweede Daalse Dijk en de Otterstraat, waar respectievelijk mijn moeder en mijn vader een eeuw geleden werden geboren, door de Vogelenbuurt, ja zelfs de achterafstraatjes van Overvecht breien mijn jeugd weer tot leven. Daar sprongen we het kanaal in om clandestien te zwemmen, hier bakte ik patat in de automatiek van de oude Boereboom, daar woonde het vriendinnetje van de kleuterkweek in een van de eerste flats en dit was vroeger de Spar, mijn eerste bijbaantje op de groenteafdeling.

IMG_8555

Dat was ‘genietend’ heen. Terug ging het van A tnaar B met een verhoogd tempo. Precies dát moet ik loslaten. Doelen stellen en tijdlimieten halen. Een wijze les want juist dan schiet je je doel voorbij. Dat bleek maar weer.

 

Uncategorized

Iets waar je nooit te oud voor bent

De accu van de fiets was niet helemaal opgeladen, maar ik besloot om de gok te wagen en halverwege, op de bonnefooi, bij dochter of zoonlief, de accu weer op te  laden. Het was heerlijk weer. Met de steun in de rug, letterlijk want de accu zit onder de bagagedrager, gleed ik door het landschap.

Onder de sombere brug stonden twee vrolijke thermoskannen op een muur. Twee simpele gebruiksvoorwerpen, die volledig uit de toon vielen in de desolate omgeving. Toen ik er langs reed, ik dacht nog aan vissers, zag ik plotseling een man liggen slapen in een slaapzak of iets wat daarvan weg had. Een zwerver onder de brug. In het Frans krijgt het absolute glans door de klank van het woord. Een clochard. In dit geval iemand, die de gemoedelijkheid van thuis had gestopt in de twee wachtende thermoskannen, vrolijk oranje en geel en derhalve opvallend in die grauwe betonnen ruimte. Het gaf de man meerwaarde. Hij zorgde voor  zichzelf. Wanneer zal de tijd komen dat ik af durf te stappen om een praatje aan te knopen, om meer te horen over het leven onder een brug. Ik fietste door.

IMG_0629

De accu haalde het net en schoonzoon was thuis aan het werk. Met twee exemplaren Letter & Geest trok ik me terug op de bank van de ommuurde tuin. Stemmen klaterden over de muur heen en vroegen zich af of er soep geserveerd moest worden, kinderstemmen volgden. Veel aandacht voor discriminatie in het deel van 6 juni. Een artikel over levenslessen met een verhaal van Nadia Bouras, een migratiehistorica. Ze kwam uit een groot gezin. In haar relaas stond iets merkwaardigs. Ze dronk nooit een tweede kop koffie uit het zelfde kopje. Het kwam door een voorval van vroeger. Ze woonden in de Amsterdamse Pijp met een groot gezin en verhuisden naar Nieuw Sloten. Haar moeder richtte, ondanks de beperkte ruimte, naar Marokkaans gebruik, een kamer in als gastenkamer, een ontvangkamer. Later ontmoette Nadia een Marokkaanse mensenrechtenactivist die haar er fijntjes op wees dat het niet noodzakelijk was zo’n kamer te hebben. Daar realiseerde ze zich:‘Gastvrijheid is een mooi gegeven, maar de ruimte die je de ander gunt mag je zelf ook innemen. Bewaar niet je mooie servies in de kast voor eventueel, maar gebruik het’. In dat licht, het feit dat je jezelf de luxe gunt van een schoon kopje, onderstreept het meer dan woorden zeggen kunnen.

IMG_0628

Even verderop een interview met de auteur Sinan Çankaya over zijn boek ‘Mijn ontelbare identiteiten’. Hij is een antropoloog aan de vrije universiteit van Amsterdam. In dat interview legt hij uit wat hem bezielde dit boek te schrijven. Hij vertelt waarom hij zich keert tegen alle vormen van uitsluiting. Het geeft inzicht in het maatschappelijke denken en hoe ontmoetingen tot bepaalde denkbeelden kunnen leiden en het zelfbeeld en de identiteit vormen. Een zin raakt me. Hij zegt op een gegeven moment: ‘Hoe hard ik ook wegren om een eigen invulling te geven aan wie ik ben, mijn omgeving herinnert mij op onverwachte momenten constant aan het feit dat ik er niet helemaal bijhoor.‘ En dan ‘Dat is steeds een frontale botsing tegen een muur die barsten slaat in je zelfbeeld.’ Zo kwetsbaar zijn we.

IMG_0630

Zijn bewustwordingsproces en zijn pleidooi voor pluriformiteit vragen om de aanschaf van het boek. Als hij ‘het omarmen van al je identiteiten als een verzetsdaad’ ziet, ontwaakt het verlangen te zoeken naar mijn eigen ‘eigenheid’ en inzicht te verkrijgen in die van de ander, zoals bijvoorbeeld van de dakloze man of de vrouw van het kopje. Het leven is leren, iets waar je nooit te oud voor bent.

 

Uncategorized

Leidraad voor het bestaan

In de nieuwe Mensenkinderen staat een mooi stuk van Geert Bors over Het Onwijs Grote Filosofie Doeboek 2020. Het opent met een citaat van de filosoof Sabine Wassenberg, de schrijfster van het boek. ‘Als je filosofeert kom je erachter dat het leven niet zwart-wit is maar oneindig kleurrijk’. Iets verderop illustreert ze dat perceptie kleur-bepalend is door een landschap vanuit een wereld van liefde en hoop in te laten kleuren en het andere vanuit een wereld van hebzucht en egoïsme. Een fantastische opdracht om in de groep uit te werken met de kinderen, gevoel in kleur verpakken, muziek eronder en gaan. Een wonderwereld bij de schoonste klanken en een donkere dreiging bij een aanzwellend geluid.

IMG_0620

Ooit had ik een kind in de groep dat boos was op de wereld. Hij was fantastisch in het verbeelden van zijn gemoed. Als hij op het bord had geschilderd, prachtige kleurrijke tekeningen, dan pakte hij aan het einde de rode of de zwarte verf en liet alles verdwijnen onder dikke klodders rood of zwart. Kennelijk had hij het nodig om die dreiging van binnenuit handen en voeten te geven. Hij hield het stramien lang vol. In eerste instantie wilde hij er nooit over praten en dat was ook niet nodig. Ik wist dat de voorgeschiedenis een lange reeks van onzekerheid en ontkenning was geweest in een onveilige situatie. Hoe spijtig voor de mooie tekeningen ook, hij had het nodig en ik liet hem begaan. Hoe langer hij bij het gezin bleef, hoe meer er tussen het zwart en het rood licht en lucht kwam, letterlijk en figuurlijk. Het stabiele liefdevolle bestaan deed hem heel goed en het was fantastisch om te zien dat het hele wrokkige kind van het begin openbloeide en weer kon zijn. Zijn tekeningen groeiden met hem mee en op een gegeven moment was het ritueel van rood en zwart verdwenen.

Toen het Coronavirus een feit was en de wereld stil viel, lukte het, door te schilderen en opdrachten te vervullen, om het leven licht te houden en voortdurend spookte het lied van Robert Long door mijn hoofd. ‘En het is allemaal angst’. Angst kleurt een wereld anders in. Het maakt het zwaar en dreigend. Als het overheersend wordt, verdwijnen de lichtpunten. Om er niet mee besmet te raken(met die angst, niet met het virus) kwam de focus op het kleine geluk te liggen. Alles wat bloeide op het balkon, de zaailingen die overleefden, de wolkenluchten, Poes Pluis en haar lieve gebedel, de attenties van de zonen, de mooie bezoeken van dochters en vriendin op de galerij, het verzinnen van verhalen voor de kleinkinderen.

KGWX2951

Daarna met elke overwinning die gedaan werd op het heroveren van de vrijheid. Een wandeling alleen, door een verlaten weiland, een fietstocht door het park, de kofferbakontmoetingen met de zussen. Allengs werd het uitgebreid. De stilte buiten was genieten en me zeer lief. O, kon die maar altijd blijven. Daarna kon het weer, op bezoek in de tuin, later binnen, knuffie van de kinderen, de tuin in al haar pracht. Geen moment heeft de angst mijn wereld kunnen kleuren omdat het fijner is in de wetenschap te leven dat er altijd, hoe klein ook, kleur en verwondering te ontdekken valt.

Met een boek voor de weetjes en de vragen, de feiten en de meningen en die wereld als leidraad voor het bestaan.