Uncategorized

Dwars door de mijmeringen

Ik denk dat we elkaar voor het eerst hebben ontmoet op het handballen. We staan met het hele team op een foto. Zij de schoonheid van een zestiger jarenmeisje. Blond, slank, een been uitdagend vooruit, blik van ‘Wie doet me wat’ en een vage glimlach. Gezegend met een heerlijk onvervalst Utrechts accent, al dachten sommige mensen daar anders over. We werden vriendinnen, stonden samen op die drempel tussen tafellaken en servet en wandelden hand in hand de puberteit in.

Bij haar thuis werd gekaart. Niet alleen in de avond, maar ook op zaterdag en zondagmiddag. In de blauwe wolken rook stak af en toe een verwoede en verbeten blik, werd een kaart gesmeten of bulderde de lach over tafel. Op de pick-up lag Sonneveld en zijn goed gearticuleerde pikante liedjes rolden door de kamer. Buiten naast de kleine keuken koerden de vele duiven in de dakgoot.  Pa was een duivenmelker en hij maakte het lied van Annie M.G. Schmidt  over de duiffies meer dan waar. Hij hield van ze en schudde menig graantje lokkend op het platje van de schuur. De sfeer was recht voor z’n raap en geen zacht geheelmeester. Het gemoed lag eerlijk en open op tafel, een traan, een lach, een uitbarsting op z’n tijd, maar altijd vol zorg. Het was er anders dan bij ons, met al die kinderen in huis. Daar was minder van alles door een overschot aan de delende factor.

Ooit waren we samen het leven aangegaan. We werkten ons schoorvoetend en schuchter en al gauw met overmoed en bravoure door de verwarrende jaren heen.  We bespraken met elkaar en het buurmeisje de problemen waar jonge meiden mee worstelden. Die uitgroei en hormonale veranderingen in een tijd dat we van nostalgie naar de toekomst gleden

We droegen sokjes en lakschoenen of oude gympen, Terlenka rokken en bloesjes,  geselden de stoepranden met de bal en speelden de maan is rond. Als verstopplekken golden de poorten en gangetjes achter de huizen en hoog boven de muren uit schalde het ‘Buut  vrij…’, waarna steevast een discussie van welles/nietes ontstond. De kaatseballen sprongen met verve in vliegensvlugge vaart tegen de witgekalkte schuur. De enkele auto kwam pas na vijven de straat in rijden en verder doorkruisten alleen de plaatselijke middenstand, de melkboer, de bakker, de visboer, de voddenman en de orgeldraaier met zijn  pierement ons domein. Vrouwen waren druk aan het poetsen, mannen waren doorgaans buiten beeld.

handbal

Samen rookten we ons door de onzekere, zoekende tijd heen, zwommen zomers in het Noorderbad en schaatsten ‘s winters bij Arosa. Handbaltraining twee keer per week aan de Zuilense laan en op zondag de wedstrijd. Op een gegeven moment waren er de jongens. Mijn broer en zij, zij en mijn broer. Ik was weer alleen met al mijn eenzame verliefdheden en hier splitsten onze wegen. Ik werd een zwijmelaar van gedichten bij maanlicht, sehnsucht en een smachtende blik in het onbestendige. Zij ging haar weg. Verliefd, verloofd, vertrouwd. Pubervriendinnetjes waren we, door dik en dun. Wegen  splitsen zich en soms vallen ze weer samen. Opeens was daar gisteren dat appje, dat alle herinneringen naar boven woelde.

Men heeft hard gewerkt om haar hart te reviseren. Er was aardig wat gerecycle aan vaten voor nodig om het stabiel te krijgen. De boodschap voelde als een bericht voor ons beide. Het bleef door mijn hoofd spelen. We zijn eigenlijk allebei te jong om tegen de grenzen van dit leven aan te schurken.Ik sluit mijn ogen en zie haar staan, het been uitdagend vooruit, een vage glimlach en dwars door de mijmeringen heen pak ik haar hand.

Uncategorized

Ten volle

Stevie Wonder is alom aanwezig met zijn sleutel tot het leven. De kwast in de hand draait, wendt en keert op de stuwende klanken en onder onze handen mengen steeds meer kleuren zich in een dansende penseelstreek. We zijn in de wolken. Letterlijk. We zijn vastbesloten om lucht als doel te bestuderen en neer te zetten in de luchtige toets van ons lichtend voorbeeld. De manier van haar luchtige romige wolkenpartijen waren aanleiding om een sprong in het diepe te wagen en te zien en ontdekken welke geheimen er aan ten grondslag liggen. De neiging is ernstig aanwezig om door te blijven poetsen en daarmee alles, wat er aan het onbekommerde losse in aanvang heeft ingezeten, dicht te plamuren en daarmee weer voor een massief blok te staan. Nooit eerder dan in de schilderkunst en bij het schrijven heb ik zo ondervonden dat ‘minder’ meer oplevert. Dood je stokpaarden niet, maar laat ze luchten.

Muziek onderschrijft het. Naast de dansende kwast houden de benen het ook niet en bij het monsteren van het resultaat swingen we heen en terug. Het is deze ongedwongen en vrije vorm die boeit en in de greep houdt. Ineens ontdekken we mogelijkheden die er daarvoor wel waren, maar veel meer ingetogen onder het oppervlak bleven smeulen. We zijn vaak te braaf, te beleefd, te netjes, te serieus vooral ook. Kunst is vrijheid op alle fronten.

185

De ruimte van het atelier is er ook naar. Het is hoog en groot, met veel bewegingsmogelijkheden, er is genoeg ruimte voor ezels en attributen. Straks trekken we er misschien wel een keer op uit om, met kwast, verf en veldezel, de lucht te aanschouwen en ter plekke bezieling te geven op een paneel. Er is nog wat moed voor nodig om in het vrije veld te gaan staan, maar voor alles wat ik tot nu toe heb ondernomen gold dat en steeds weer bleek bij het overwinnen van de schroom dat het zo de moeite waard was geweest.

De thee met Bastogne staat klaar bij binnenkomst en op de tafels liggen onze grote meesters met hun luchten. Uiteraard Jacob van Ruisdaal maar ook Weissenbruch, Koekkoek, Albert Cuyp, lekker veel verzamelwerk in een luxe uitgave van een gerenommeerde galerie. Inspiratie stroomt uit alle hoeken binnen in een muzikale omlijsting. We zijn er klaar voor.

187.JPG

Voordat we het ons realiseren is het alweer bijna tijd.  De bespreking volgt en dan willen we nog even door. Kijken naar elkaars werk levert veel op. Hoe kopt een ander die persoonlijke benadering in, we letten allemaal op verschillende details en laten ons leiden door een eigen stijl. Die van mij heet dromerig te zijn. Het is niet mogelijk de woordbouwer en de beelddenker los van elkaar te zien. De ene hand voedt de andere. Natuurlijk werkt het zo, maar de entourage, de invloeden van anderen, de verschillende stijlen die ik zo her en der heb gezien en eigen gemaakt, komen hier op een hele andere, verfrissende manier samen. De uitdaging is er, de prikkel, die bijzondere gewaarwording, die er voor zorgt dat verwondering tot scheppen leidt en omgekeerd, dat scheppen verwondering wordt.

188

Moe maar voldaan was ik de kopjes, gaat de koektrommel dicht en sluiten we de verwarming en de deur. Geduldig wachten de wolken, terwijl wij nauwelijks kunnen wachten. Dát is begeestering ten volle.

 

Uncategorized

De juiste plek om stil te staan

Ik heb net de foto’s van de korte Vlielandgang ingeladen en nu zit mijn hoofd vol beelden, soms verstild en soms in beweging. Het houdt de woordenstroom gevangen. Met de nieuwe eye-opener(zie het vorige blog)is er een dimensie aan wereld bijgekomen. Al langer voorvoeld of gedacht, maar nu bewust beeld gekregen. Ik schoot doorgaans veel en op de gok om daarna thuis uit te zoeken, wat ik met mijn derde oog gemaakt had. Een intuïtief fotograaf, dat is een mooie onderbouwing, net als wat mijn andere werk is. Intuïtief. Wat een prachtwoord eigenlijk. Op gevoel komt de impressie binnen of vaker…op de toppen van het gevoel.

100_4091     100_4095

De tocht naar het ven gaf een verstild duinbos prijs, dat in een oogwenk een rechte lijn trok van het heden naar het verleden, waar ik ooit met de Wijze rondliep in eenzelfde gebied, gelen en groenen dooreen. Het roept een gevoel op van geborgenheid en hoop, naast de schoonheid ervan. Die overrompelende schoonheid in het vroege ochtendlicht.

100_4101    100_4117

Bij het ven de kracht van de herhaling, ongevraagd spiegelt de schoonheid zich dubbel en graaft er nog een diepere laag in, die van de beweging. In de weergave zie ik rimpelingen die nauwelijks vast te leggen zijn op doek. Het oog vangt ze allemaal, geen uitgezonderd en ik kan alleen maar ademloos toeslaan. Als dan de verticalen zich gaan roeren en de overhand nemen, is het plaatje compleet. Kathedrale verticalen.

100_4122    100_4124

De zilveren pluimen van het riet plaveien een pad in het stilstaande water. Zijn het de tere vleugels van de waternimfen, die oplichten, de lokkende roep van het ven? Een met water geplaveide weg lijkt het, bedrieglijk echt. Alleen een eenzame woerd snavelt zijn verdriet in het midden van het ven. Is het ven zijn tranendal?

100_4131    100_4135

In de verte zie ik zus, die monter duintoppen beklimt. Met mijn zuurstofarme longen hebben ze de metamorfose gemaakt naar een onneembare bergketen. Daarachter weet ik de zee en de oase van vlak wandelgebied. Nog even doorzetten, maar niet vergeten de beelden op te slaan. Helmgrasgeel met grijsblauw. Er kwinkeleren vogeltjes maar ze houden zich stil zodra ik hen nader. Om me daarna weer uit te lachen, zelfs omkijken helpt niet. Ze houden me nauwlettend in de gaten. De rode stip wordt groter en groter, dan ontdek ik waarom alles gealarmeerd is als ik er aankom, het amechtig hijgen stopt niet meer en gaat, voor kleine kwinkelerende vogels, met geraas gepaard. Overstijgende decibellen boven aan het duin.

100_4171    100_4152

De pier in zee siddert en beeft. Door het alziend oog ontwaar ik vogels, ton sur ton. Als ze keren en wenden spelen ze verstoppertje. Je ziet me niet, je ziet me wel. Het zand in de plas ervoor glimlacht. Overmoedig laat het grut zich vastleggen en kwettert een lieflijk gesprek bij elkaar. Het register in mijn hoofd slaat het op onder het kopje ‘Vogelzang’. Daar voegt het zich, om de impressie, bij de ochtendzang van de merel. Ze zal in het vervolg altijd meewandelen.

100_4217   100_4225

In onze verstilde gang langs de Oostelijke ronding van het eiland staat een eenzame figuur roerloos te staan. We steken de ronding schuin af om bij hem te komen, maar dan zien we dat het een ongeschreven boek is. Verschillende scenario’s doemen op. De man zonder hoofd of de man van hout, of de strandpaal die het koud had. Dichterbij blijkt het een spreekwoord. ‘Gestolen goed gedijt niet. Het beveiligingsplaatje zat nog onder aan de jas. Arme jas, fijn voor de paal, die bloost van warmte. Verderop is de noordpool aangespoeld en in dikke romige lagen uitgelopen als een sneeuwwitte belofte.

100_4245.JPG

Bij de kering valt het water stil. Zeven kilometer lang aan schoonheid gewonnen. De juiste plek om stil te staan.

 

Uncategorized

Mijn eigen eye-opener

Oostvlieland ontwaakt. Ze doet dat met een vrouw aan de overkant van het nauwe straatje, die door het raam joehoet om haar joggende metgezel van bovenaf op de foto te zetten. Die sjokt welwillend terug, neemt een stoere houding aan en verdwijnt op het ritme van  het ruisen van de zee in haar gestroomlijnde zwarte pak. Het raam gaat dicht en ik zie door het half beslagen vensterglas een klein  kinderkoppie opdoemen. Het verhaal verdwijnt letterlijk naar de achtergrond. Er rijdt een sjofel langs met grote snelheid. Heerlijk zo, door die uitgestorven straten van dat kleine autovrije dorp. Zuslief is al ruim een uur onderweg om de duinen en de zon wakker te zien worden. Straks wacht het ontbijt.

Mijn schrijftafel is uitermate geschikt om in retraite te treden. Klein, maar net groot genoeg om een laptop, een lampje en een fles met een boodschap op kwijt te kunnen. De penselen voor de aquarellen aan zee liggen in de aanslag. We gaan straks het eiland doorkruisen.

IMG_0483

We gaan op pad na een heerlijk ouderwets zondags ontbijt van jus d’orange en ei. De croissant heb ik ingeruild voor een meergranen met veel kaas en cranberryjam, goudgele rooibos en heerlijke koffie. Door het steegje, dat hier glop heet, zitten we zo in de hoge duinen. Fantastisch is het zachte mos afgewisseld met de lichtgroene korstmossen tussen de hoge dennen en de aandoenlijke vruchtdragende sparren. Grote scheve kerstbomen in volle pracht met hun eigen kegels als tooi. Hier en daar ligt het hout verspaanderd op de grond. De vele holen duiden op leven, maar konijn, haas en fazant blijven verstoppertje spelen. Het ven middenin is een cadeau van licht wuivende goudgele rietkragen, een verdwaalde eend in de vroege ochtendzon. Hier en daar blaft een hond of draagt een stem. Vlieland op maandag in de zon is vredige stilte.

IMG_0491

Van zus heb ik een fototoestel gekregen, waarbij ik naast het scherm ook door de zoeker kan kijken. Op haar advies schuif ik mijn bril op mijn hoofd en er gaat een wereld voor me open. Dankzij die tip tekenen zich de naalden van de dennenbomen haarfijn af, zie ik de onzichtbare omgeving, die bij het andere toestel altijd blind wordt gefotografeerd en bij thuiskomst pas wordt ontdekt. Wat is de wereld oneindig veel groter in haar onopgemerkte details. Als we door het duin heen gezwoegd zijn en als beloning de grote uitgestrekte vlakte aanschouwen van zand, zee en lucht, zie ik door de zoeker heen ineens ook de meeuwen al op de pieren zee-inwaarts en als we dichterbij zijn gekomen de vele kleine vogeltjes, we vermoeden drietenen, die keuvelen tussen de meeuwen door.

IMG_0505

Ik kan zien dat ze bang zijn voor natte pootjes, want angstvallig scharrelen ze tussen de schots en scheve ondergrond de harde stenen bodem op. Ze pikken en keuvelen met hun zang en geklets en met bril op en zonder deze speciale lens had ik ze nooit anders gezien dan een trilling in het beeld. Een ontdekking en een hele nieuwe wereld. Langs het zand, waarbij een jongetje ons waarschuwt:’ He jongens, het is hier allemaal modder hoor’ voelen we ons vrij, blij en weer kind. Zeven kilometer later staat er een grote weidse vlakte op het netvlies, een boot die voor de zon draait na een laveren uit de haven, zit de zilte lucht in onze neus verankerd en vaart de grote Vlieland veerboot met snelheid voorbij met op het dek en benedengaats zwaaiende mensen. Het wad valt droog op de platen, door de zoeker heen tuur ik het af naar zeehonden en vangt het witte schuim in een prachtig lijnenspel.

De wereld is groter met dit kleine toestel. Vlieland gaat voor altijd de boeken in als mijn eigen eye-opener.

Uncategorized

Een prachtige dag

Dat was even op de tanden bijten en door…gistermorgen. Op zaterdag eerst een voetbalwedstrijd die vooral door een doelpunt met een assist van zoon zoet smaakte en de overwinning bracht. Daarna een fantastisch optreden van dochter met haar koor. Daar stond ze als stewardess gekleed en ineens van een hele ander kant belicht. Zus was eren de hele Franse schoonfamilie.

Voor ik het wist was de avond doorgerold in nacht, maar kwam de slaap pas uren later. Adrenaline gierde door de aderen, maar de volgende ochtend, wat zeg ik, nog maar  enkele uurtjes later, ging de wekker. Ik dorst het niet zonder, terwijl dat normaliter wel mijn stiel is. We hadden een eerste boot te halen, dus onder geen beding kon er sprake zijn van toevalligheden. De weg er naar toe verliep in een zondagse kalmte op de cruise control in alle rust voor de eerste helft van de lange route en de tweede helft in een tandje hogere versnelling. De stop midden op de afsluitdijk werd bepaald door de zon, die vanuit het koude IJsselmeer opdook en de lucht adembenemend in alle roodaccenten die je je maar bedenken kon, kleurde.

Op tijd voor pendelbus en boot met zenuwachtig blaffende honden, waarvan sommigen zich hun naam eer aan hadden kunnen doen, waterhonden, maar nee. De meesten vroegen zich af  in welk hondenleven ze waren beland, omdat de grond onder hun poten was weggeslagen. Het toeven op zo’n boot vraagt om hondenluiers, konden wij als enige constateren en op meer alerte bazen. Er zitten nadelen aan onze vrolijke vrienden.

Vlieland is klein, behapbaar, kneuterig op zondag, lieflijk en fijn wandelland. Het kleinste wad is groots in haar weidse en onbegrensde natuur. Waar water, slik en schor ophoudt, beginnen de prachtige hoge duinen, de dennenbossen, en korstmossen. Boven onze hoofden schettert het rijk van de ganzen en eenden in alle maten en soorten, scholeksters en de kleine drietenen, terwijl de kraaien hun bomen aan de dijk verlaten voor een feestelijke dagsluiting in het oranjerozerode licht.

IMG_0372.JPG

We wandelen door Veerdam en gissen naar de verzamelwoede van de Vlielanders, die hun waar in de voortuin of achtertuin als veroverde trofeeën ophangen, aan het hek, aan de waslijn, tegen de muur. We tellen onder andere plastic huishoudhandschoenen, bouwhelmen en boeien, naast alle verroeste ankers, een kanonskogel, gerafelde touwen die hun oude weerbarstige aardetinten hebben ingeruild voor neon-groen en oranje. De zee neemt, maar geeft oneindig veel meer.

We duiken tussen elke wandeling en lafenis de Dijk op of vissen op de vloedkering naar de paarlemoer oesterschelpen en de kleine kokkels tussen de prachtige bijna lavendelblauwe mosselen, die als een wuivend Frans veld onder onze voeten vandaan knerpen. De wind jakkerde af en aan en blies het leven ruimte in en nieuwe energie. Twee jongens komen met hun sleepnetjes en een plastic geel emmertje de trap opklimmen, als ze ver weg zijn hoor ik het geluid gedragen worden door de wind. Een zeehond op het wad. Ik kijk de richting op van een van de zeeplaten en zie daar een donkere vlek. Maar mijn bril vertaalt de beelden niet en het blijft een vage vlek. Het kan zomaar ook een paar zeemeeuwen zijn.

IMG_0442

We sjouwen de trap op voor een ondergaande zon, maar het duurt lang. De wilde ganzen die langs trekken, mijden het om voor de zon te vliegen. Maar later zullen de kauwtjes zich niets  meer aantrekken van de uitbundige sfeer, ze imiteren de scholeksters en de drietenen in hun vlucht. Later vallen de duiven in een herhaling met natuurlijke souplesse en overschaduwen de vlucht der zwarte kauwen, maar houden de veiligheid van het dorp aan. Een beloftevol begin voor nog een prachtige dag.

 

Uncategorized

Over de grenzen heen

De kauwen zijn al druk aan het nestelen boven mijn hoofd in de dakgoot. Ze eisen de ruimte op van de eksters, die met veel misbaar naar hun gevederde vrienden toe, een plek willen veroveren. De kauwtjes bewaken het fort met verve. Wat een prachtig gezicht als ze met gespreide vleugels, eigenlijk vlak boven me, hun door de zon beschenen onderkant tonen, waarbij het zonlicht  het verendek oplicht en bijna lichtbruin kleurt.

Ik wil eruit, want het zachte lenteweer roept, maar ik weet dat het vandaag een beetje kalmpjes aan moet. Morgen is het om een uur of half zes in de ochtend al dag en zal ik alle reserves moeten aanspreken voor een ongetwijfeld rijke, maar vermoeiende, dag, richting de eilanden

013

Gisteren marmerde ik me een weg door de gekozen voorstelling voor het schilderij. Ik had moeite met het trage tempo en het geduld dat het vereiste. Ik wilde door en werd steeds teruggeworpen, omdat ik streepjes in vlekken vertaalde en daarmee iedere keer weer overnieuw moest beginnen. Dat betekende wachten tot de volgende ronde was gemaakt. Het verlangen spatte in prachtig vogelspel daar, buiten, door het raam naar binnen in tere berk en goud en groen.

007-1.jpg

‘s Avonds was er een toneelstuk van vriendin. Het Grote gaan, een bewerking van een stuk dat oorspronkelijk van de hand van de Duitse scriptschrijver Magnus Vattrodt komt. Het is een klucht met een bittere ondertoon, over hoe het in het leven kan lopen en waar misverstanden toe kunnen leiden. Het geheel kreeg een diep filosofisch tintje door de zingeving over het stervensproces en de dood. Het werd met verve gespeeld en de ontknoping was een mooi en verstild beeld van de dode zelf als ‘Teacher in Role’, die recapituleerde hoe het laatste staartje van zijn grote reis uiteindelijk was verlopen, terwijl de twee dochters samen achter hem de boel zwijgend aan het redderen waren. Twee volwassen dochters op de puinhopen van hun vader met zijn, meer dan, Bourgondische levensstijl en de daarbij behorende schulden, die verder moesten met hun eigen sores en leven. De cirkel was rond. Het theater waar het zich afspeelde is klein en intiem en de setting was ‘ons kent ons’. Dat maakte het weerzien vreugdevol. Het was genieten op de voorste rij.

De boodschap over hoe het kan lopen met levens die in elkaar grijpen, waarbij fouten mogen en we allemaal mensen blijken te zijn, was duidelijk. Een, al oud, spreekwoord kwam boven drijven. Hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen. Iets wat bij het ouder worden steeds nadrukkelijker onderschreven wordt. ‘Steek de hand maar in eigen boezem’ is die andere, die er een klare oplossing voor heeft. Een oordeel vellen is sneller gedaan dan het invoelen en doorgronden van een mensenleven.

Aan het eind bij het wijntje van Trijntje kwam er een echt verdriet bij kijken omdat een van de hoofdrolspeelsters net afscheid had moeten nemen van haar moeder. Daar bleek hoe dun de scheidslijn was tussen die twee werelden en hoe dood met het leven opliep. Ze had, met het foldertje op de schouw in de kamer van haar moeder nog voor ogen, doorgespeeld. Deels ter nagedachtenis en deels, omdat ze wist dat haar moeder niet anders gewild zou hebben. Ze hief met een lach en een traan het glas op haar engel. Ik ging huiswaarts in de kleine blauwe met meer dan genoeg sterrenstof om over na te denken en met het zicht op een trotse moeder over de grenzen heen.

 

Uncategorized

De zon koesterde dat verlangen

De afstand naar het Centraal museum was groter dan ik had bedacht. Toch wilde ik heel graag de auto gratis wegzetten. Een ochtendje centrum Utrecht was al gauw een lekkere lunch en dat was me toch meer waard. Toen ik te haastig, met nauwelijks genoeg lucht, bij het museum aan kwam om klokslag elf uur, stond vriendin al te wachten voor de rij.

015-2.jpgDe schriftgeleerden

We schuifelden naar binnen, de QR-code paraat en de museumjaarkaart in de aanslag. De rugzak moest af dus de keus wel of niet jas en tas was snel gemaakt, kluisje en alles erin. Met de handen vrij trokken we de late Middelleeuwen in om ons bij de Utrechtse Caravaggisten te voegen. De audio-oortjes hadden we gelaten voor wat ze waren. Deze dicteerders van de gedachte stonden de beleving in de weg. Hoe heerlijk is het niet om op eigen kracht te mogen verdwalen in een schilderij, iets te ontdekken in verwondering en optimaal te kunnen onderdompelen in dat warme bad van eeuwen terug.

046.jpgDe Ribera

Verbaasd keken we naar de markante koppen van Jusepe de Ribera, een zelfportret verzonnen we, het uitlichten van de verschillende personages in de doeken van van Honthorst, het kleurenpalet van Dirck van Baburen, de luitspelers van Hendrick ter Brugghen, De vrolijke drinker van de laatste had het bekende wasbleke t-shirt van mijn vader aan. Elke zomer zat hij met een roodbruine kop en dito halve armen en handen in de zon, terwijl het leek alsof hij nog een t-shirt aan had. Zo’n albasten huid zag je bij de Caravaggisten meer.

Het brilletje werd ook gespot. Ineens waren er tussen de schriftgeleerden en hun perkamenten rollen ook kleine brilletjes te bewonderen of dichtgeknepen ogen van het ingespannen kijken. We waren onder de indruk van de penseelvoering, die in volle glorie de rijke stofuitdrukking toonden, de fluweel zachte, de glanzende zijde, het katoen. Het theatrale in de doeken, de herkenbare koppelaarster die overal bescheiden op de achtergrond bleef staan, het dramatische verhaal van Goliath de reus en de kleine knappe jonge David en het listige bedrog van Ezau ten opzichte van Jacob gaf genoeg stof tot nadenken.

031Gentileschi

Zodra het lukte gingen we op een van de houten bankjes zitten, lieten de meute voorbij trekken en genoten dan vooral van de details in het schilderij waar, onder de directe dramatiek, een heel gewoon leven schuil ging met weerbarstige koppen, noeste arbeiders en soldaten, oude doorleefde mannen. Wie Valentijn zocht op deze hartendag kwam bedrogen uit. Het hoofd van Holofernes in de schoot van de bedriegelijk lieflijke Judith, een tafereel van Orazio_Gentileschi, hield de aandacht gevangen om het kleinste detail.

028.jpgMedusa.

We stonden voor en naast een Caravaggio zonder dat het in eerste instantie opviel. De Medusa was geschilderd op een houten schild en stond in een glazen kastje in het midden van de een na laatste zaal, maar als er mensen voor stonden had je dat nauwelijks door. De belichting scheen er boven op, dat gaf een spiegeling, een verblindende schittering anders dan de pracht te onderschrijven. Toen we haar hadden ontdekt, bleef ze je aankijken, welke kant je ook ophobbelde. De aanblik ervan bracht een lichte teleurstelling te weeg omdat het effect van het kleine schild hetzelfde was als het postzegeltje Mona Liza, dat ik ooit, over de vele hoofden heen, in het Louvre had mogen aanschouwen.

037Manfredi

Wie goed kijkt en uitwisselt ontdekt tussen al het overweldigende grootse imponerende ook juist de kleinste schoonheden en tegelijkertijd, los van elkaar, hadden we ontdekt dat in de achterste zaaal het mooiste doekje van de tentoonstelling hing. Het was van Bartolomeo Manfredi. Een lief vrouwenkopje met een tamboerijn in de handen, zijn Zingara, uit een particuliere collectie. De indrukken waren veelvuldig nedergedaald en sudderden na, deden hun werk, gaven stof tot praten, maar van zoveel schoonheid werden we stil en bijna eerbiedig ondergingen we haar indrukwekkende aanwezigheid in al haar eenvoud. Die kleine zigeunerin beroerde alle zinnen.

Daarna was de koek wat ons betreft op. Het Caravaggistenhoofd was verzadigd, we konden weer voort. De drukte in het restaurant lieten we voor wat het was en we slenterden weer naar buiten, waar in de voetsporen van onze beider families we de lunch gingen nuttigen in dat oude politiebureau van weleer. Het Louis Hartlooper. We waren het hartgrondig met elkaar eens.

056.JPG

Het was te druk, te veel audioluisterende mensen, die  meer dan eens zonder pardon voor het beeld schoof, maar als je tussen de mazen van de museumwetten door sloop was er vooral veel te genieten en uit te wisselen. Rijk en verguld van het aangename toeven in elkaars gezelschap smaakte de lunch meer dan voortreffelijk. Voor de lieverd, die helaas verhinderd was, schreven we een mooi, door vriendin zelf ontworpen kaartje en de happy Valentijn van Volkje prijkt in mijn hart en aan de muur. De zon koesterde op de terugweg het leven toen ik een belletje kreeg van mijn andere lieve vriendin, weet je wie ik tegenkwam Haha, juist. Vriendin die net met mij door Caravaggio’s eeuw heen had gewandeld, op de Oude Gracht. ‘Woonde je maar  hier’, verzuchtte ze. De zon koesterde dat verlangen.