Uncategorized

Inpakken en wegwezen

Een column van Danka Stuyver in de krant van gisteren raakt me met een opmerking van een oude man, die ze bezoekt en het nodige te verduren heeft gehad. Ze verwacht hem ‘in duizend stukjes aan te treffen, verscheurd door verdriet’. Maar hij zit kalm en bedaard in een fotoboek te bladeren. Daar merkt hij over op: ‘Even het geluk bekijken in de achteruitkijkspiegel’. En als de huisarts aangeeft het zo erg te vinden voor hem antwoordt hij: ‘Vroeg of laat breekt bij iedereen de pleuris uit. We krijgen allemaal een keer dat ene telefoontje, waarna het leven nooit meer zo is, als dat het was’. De wijsheid van de waarheid, terwijl ik denk aan mijn eigen ontvangen telefoontjes, die op die manier alles op hun kop wisten te zetten. Daardoor weet ik ook dat er, behalve valt terug te bladeren, ook weer nieuw geluk zal worden bijgeschreven. Iedere medaille heeft een keerzijde, waardoor de andere kant versterkt wordt.

Geluk

De kou en de harde wind, die laatste voornamelijk, zorgden ervoor dat ik niet op de tuin maar bij dochterlief in het nog niet helemaal verbouwde huis belandde. Prachtige vloer in visgraat, nieuwe kozijnen, de uitbouw groot en de kamer nu heerlijk ruim. Straks als de ramen in de uitbouw zitten, zijn er ineens ook zeeën van licht in de altijd wat donkere kamer. Wat heerlijk om met vernieuwing en tevens vooruitgang bezig te zijn. Zoonlief schiet ook fluks op in zijn nieuwe huis. Eerst slopen en dan steen voor steen, tegel voor tegel, vloer voor vloer weer opbouwen. Beiden werken nauwgezet en met liefde aan hun thuis. Iets wat wij als gezin ooit een keer echt gedaan hadden. Prachtig roomwit was alles en ruim, lange witte gordijnen tot op de grond. Zelfgebouwde ingeniuze kasten, een verbouwd klompenhokje als speelparadijs. De andere woningen, vanaf de allereerste zolderkamertjes in Leiden tot in mijn huidige woning werden een beetje in elkaar geflanst. Geen vernuftigde foefjes, of de jongste zoon moest zich ermee gemoeid hebben. Daardoor wel de luxe van licht te bedienen met de telefoon en eventueel de verwarming. De rest is een bij elkaar geraapt allegaartje, waar de jaren doorheen schemeren en gekoesterd worden. Bij dochterlief staat het oude kabinet in een prachtige kleur nog in de steigers, de kleur van de muur is er harmonieus op afgestemd. Zo werkt dat met stemmingsborden en interieurstylistes.

Vandaag wordt Sinterklaas gevierd en ik kan er als volwassene nog net bij, twee van de vijf kinderen. de schoonkinderen met de kleinkinderen. Deze Sint haalt tegenwoordig de cadeaus gewoon uit de boekenkast. In het kader van consuminderen en een overmaat aan boeken is dat de ideale weg. Twee filosofieboeken, ‘Wat is geluk’ en ‘Wat is kunst’ en een prentenboek voor dribbel, twee voorleesboeken voor de ouders en de biologische taaipopjes ter aanvulling. Door de jaren heen is het arsenaal aan kinderboeken aardig uitgedijd. Het is een walhalla voor de oude baas om een en ander uit te zoeken.

In het filosofieboek voor kinderen staat een intrigerende vraag om over door te denken. Tegenover de vraag of je geluk moet zoeken tegen elke prijs wordt als stelling gegeven: ‘Ja want als ik gelukkig ben, kan ik echt mezelf zijn’ staat een wedervraag. ‘Ben je jezelf of word je jezelf’. Zelfs voor mij, jaren en veel teleurstellingen en blijdschappen , wijsheden ook, geluk zelfs, later is dat nog steeds iets om over na te denken. Door in jezelf te duiken ontdek je veel als je stopt met jezelf te spiegelen aan- of te vergelijken met anderen. Geluk zoek je niet, dat komt op je pad. Haha, maar daar krijg ik de opmerking over of je er dan helemaal niet meer aan geluk moet denken. Zo werkt het boek door. Sint krijgt de neiging om nog even te overwegeof het dit cadeau moet worden. Ik was vergeten, hoe gelukkig ik werd om op dergelijke manier te peinzen over het leven. Het boek van de kunst is al minstens zo interessant, met als hamvraag: Wat is schoonheid, wat is kunst.

Zulke boeken zijn de parels voor een filosofieles in de groep. Dat was een van mijn lievelingskringen, juist omdat jonge kinderen zo helder kunnen denken, zonder grote mensenlogica. Ze gaan rechtstreeks met gevoel erin. Derhalve hoort het bij een kinderbrein en kunnen de ouderen er een graantje van meepikken. Niemand is ooit te oud om te filosoferen. Niet meer aarzelen Sint. Geluk is ook delen. Inpakken en wegwezen.

Uncategorized

Hoog en droog

Een prachtig schilderij opende de dag voor mij vanuit het keukenraam. Misschien oogde het blauw imponerender doordat er een loodgrijze dag aan vooraf was gegaan. De donderdag ging gebukt onder miezer en soms meer dan dat. Dankzij Rogier Willems en zijn inspirerende schilderinstructies liep ik in mijn doeltreffende douchegordijn als een grote groene matrone langs de druilerige sloot en ontweek de modderpartijen door van graspol naar graspol te springen. Niemand die me zag want alleen bij de oude en in de tuin op de verste uithoek was leven te bekennen. Twee uur gaf ik mezelf. Altijd goed om grenzen te stellen. Daarna zou ik stram zijn van de kou, die met het sombere weer in overmoed zou nestelen in de gewrichten.

Het derde portret vroeg wat duw en trekwerk. Over het vierde portret kwam de tweede laag. Rogier Willems werkt zoals ik het zo graag zie en vaak ook doe. Hij werkt veelal met een kwast, omdat hij een hekel heeft aan kwasten schoonmaken. Dat vleugje humor houdt hij in al zijn video’s vol. Als zijn palet volloopt met mengingen spreekt hij zich belerend toe ‘Foei toch, zouden mijn collega’s zeggen’. Maar hij is volstrekt trouw aan zijn eigen werkwijze. Je ziet hem de toetsen zetten, aanpassen, opnieuw mengen, weer aantippen, laag over laag over laag. En juist die gelaagdheid geeft het werk een levendige toets. Betekenisvol. De juiste uitdrukking, de emotie achter het oppervel, de ziel in de ogen. Die toetsen zijn vlakken en vlakjes, het ware boetseren van zo’n model, het kneden tot een vorm die spreekt. Het gaat hem niet om de gelijkenis, maar er juist om die bezieling te vangen. Het is een schilder naar mijn hart. Een gevoel van thuiskomen. Bij ieder portret zou ik al een aantal lagen daarvoor gestopt zijn, maar hij werkt door tot het grote gepiel (zijn woorden) begint. Van daaruit laat hij ons weer los met een hartelijk ‘Piel ze’.

Dat deed ik dan ook, zijn woorden en zijn kennis in het achterhoofd. Af en toe een corrigerende tik op mijn eigen vingers. Je mag wel pielen, maar niet smeren. Geen tijd om te eten of te drinken, dat kon daarna weer. Wenkbrauwen aangepast, voorhoofd veranderd, tijd voor de tweede laag van de Oegandese vrouw, het indringende kleine fotootje uit de krant. Altijd lastig om te vertalen naar groot. Zoals vriendinlief schreef: Ja. ’t gepiel en ’t kijken en ’t effect van de dingen. Resultaat is leuk, maar toch echt ’t proces’. Zo is het. Naar volle tevredenheid wandelde ik in mijn felgroene tent naar de kleine blauwe. Morgen is er weer een dag.

Tijd voor thee bij zoonlief en kleinzoon 6, voordat hij alweer fases verder is. Met de bal aan zijn voet, of in de hand, al gooiend en schoppend en rollend, zoonlief deed niet anders toen hij zo oud was, schatert hij het uit bij juffrouw Ooievaar en haar pedante stem. Kijkt me met grote ogen aan als die stem ineens weer ‘bedaard’ wordt, als mijnheer de Uil aan het woord komt. Thee met het zakje er nog in en te laat opgemerkt, laat ik voor de helft wat het was. Het arsenaal aan kinderliedjes, de Olifant met de allerdikste billen van het hele land en helikopter, het vers van het boerenpaard hobbel de hobbel en kriebeltjes in de nek hebben groot succes. Brede glimlach, stralende ogen en gekir en alles mag in de herhaling. Met zoonlief, werkend in het zorgcircuit, is het nog steeds afstand houden. Het gemis van warm omhelzen wordt verzacht door de kleine. Die mag op schoot, knuffeltje hier en knuffeltje daar. Kushanden voor zoonlief.

Het verkeer op weg naar huis laat in lange rijen gelaten het gekletter van de regen op hun glanzende daken toe. Lange linten licht aan de overkant. Thuis is het heerlijk behaaglijk. Met een restje linguini en de benen languit op de bank, Pluis spinnend ernaast. Laat de regen maar vallen, wij zitten hoog en droog.

Uncategorized

Goed garen spinnen

Een juichend ‘Omaaaa’ klinkt het boven aan de trap en twee armpjes strekken zich uit. Heerlijk om gewenst te zijn. Als ik hijgend, de trap is een vesting voorafgaande aan nog twee in het flatportaal, boven kom, slaat Dribbel zijn armpjes om mijn benen. ‘Omaaaaa’ verder strekt zijn vocabulair zich uit in praktisch onverstaanbaar gebrabbel met hier en daar een woord. Ingedroogde waterpokken verhogen zijn aandoenlijkheid. Zijn overbekende bassende stemmetje bleef onverdroten doorbrabbelen. Het was koud en druilerig buiten, dus bleven we veilig binnen.

Toen na een kwartier kleinzoon 1 op krukken van beneden naar boven kwam, zakten ze samen op de bank, een lievelingsfilmpje voor beide, voor oma de vaat en keukengepoets. Dankbaar werk. Schemerlampjes aan en de meegebrachte ieniemienie-taai-taai poppetjes(biologisch, glutenvrij en zonder smaak en kleurstoffen), die verwarde Piet in mijn schoen had gestopt, stevig in ieder knuistje. ‘Stapperdestap, stapperdestap’ een poppenspel was snel gevonden. Niet alleen Piet in de war, maar deze Sint ook. 1 Euro prijkte onder de kleine zakjes. Daar kon ik me geen bult aan vallen. Bij de kassa werden ze ineens bijna drie euro duurder. Oeps. Nou ja, voor het goede doel dan maar. Lekker en gezond. ‘Het mag wat kosten tegenwoordig’.(hoor ik daar mijn moeder?)

Voordat ik naar het oppasuur ging, had ik in mijn hoofd al drie portretten gemaakt. Daar bleef het bij. Het grijze gemiezer maakte lui, geen neiging om de tuin op te zoeken. De kou sloeg te hard om de oren. Pas op de plaats. Zussen hadden een fikse wandeling erop zitten terwijl ik me als Pluis opkrulde in mijn zelfbedachte cocon. Even winteren. Het kon geen kwaad. In de koelkast wist ik het toebereidsel voor het avondgerecht. Daar moesten voor zoonlief alleen nog wat kippedijen bij. In mijn ijver om boodschappen te doen, stond ik met het lekkers voor het grut weer buiten zonder. Vergeetachtigheid, uw naam is Haast. Zulks werd erger naarmate het nemen van initiatieven afnam. De boel moest maar weer eens flink opgeschud worden, het werd de hoogste tijd.

Dribbel kroop in winterstand en nestelde zich heerlijk tegen me aan, terwijl kleinzoon 1 aan het ‘fortknighten’ sloeg Er kwamen veel oude films voorbij, wat kennelijk het thema was. Op wonderlijke wijze deden ze er veel kennis mee op. Met bijvoorbeeld plastic afval uit de zee werden hele eilanden gebouwd. Als je knie niet werkt en het hele jaar een beetje tegen zit, dan zijn dit soort van leerzame games, iets wat met vrienden te spelen valt, een goede afleiding. Zelfs de afstand Nederland-Frankrijk, waar vriend neef woonde, werd moeiteloos overbrugd.

Ik hoor nog mijn oma en een hele goegemeente waarschuwen voor de voorliefde voor stripboeken vroeger. ‘Vierkante ogen zouden we krijgen bij het lezen onder de dekens met een zaklamp’. ‘Ze leren er niets door’, schamperde men, al wist ik met gemak de Incatempels, Toet Ankh Amon en meer van dat soort geografische en geschiedkundige feiten te duiden. ‘Het zou de stimulans om ‘echte en dikke boeken te lezen alleen maar belemmeren’, Dat alles al dan niet onderschreven met priemende of geheven vinger. Met die argumenten probeerde men ons van de strip af te houden en het is nooit gelukt. Het was de perfecte wereld om in weg te duiken, de opmaat bij uitstek voor het verslinden van de latere boeken.

Vanmorgen rolde Rogier Willems de kamer in met zijn meer dan losse toets. Naast alles wat niet kan, kan dat nog steeds. Ontwikkelen zonder uit je luie stoel te komen, al kriebelt het nu wel weer. Wat een timing. De juiste prikkel op het juiste moment. Toeval bestaat niet. Laat maar komen, op welke manier dan ook. Voer voor het heilig vuur. Dat zal vooral goed garen spinnen.

Uncategorized

De dag van de vriendschap

Een heerlijk begin van de dag. De hele woordkraker vandaag in een luttel half uur bij elkaar gesprokkeld. Dat was tot nog toe nog niet gelukt. De droom had het al voorspeld. Gebeten door een gele slang met een zwarte kop in mijn voet en daar een hele dikke horrelbult aan overgehouden. Slangen staan volgens de droombetekenis voor het vrouwelijke, voor helen en voor spiritualiteit. Dus de oplossing van de puzzel stond in een helder licht. Een kolfje naar mijn hand om gebeurtenissen van een gunstige beweegreden te voorzien. Ook fijn om naast de tegenovergestelde informatie in diezelfde ochtendkrant wat te mogen spelevaren.

Gisteren kwam kleinzoon 3 als eerste door de grote schooldeur naar buiten, rende onmiddellijk, zonder jas, op de lantaarnpaal af, waartegen ik stond te vernikkelen. Op de vraag of hij geen jas aanhad, antwoordde hij ontkennend terwijl hij in het grote grijs achter mij staarde. Er rezen vermoedens, maar die werden weer even zo vrolijk ingeslikt. Zoals de belofte er gisteren was, mocht hij vandaag mee naar de speeltuin in het aangrenzende park omdat daar zijn vrienden van de BSO ook nog zouden komen spelen. Een van de jongens uit een groep hoger, die vorig jaar had gezeten, ging ook onmiddellijk ernaar toe, met zijn vader en zus in het kielzog.

Daar ontstond een merkwaardig aantrekken en afstoten van beide. De uitdaging werd steeds opgeschroefd, waarna de afwijzing of beteuterde gezichten volgden. Toen een grote jongen uit groep vier erbij kwam, werd het niet beter. Die walste de andere jongen om de haverklap neer. Met de komst van de BSO-vrienden van kleinzoon herhaalde het spel zich van uitdagen in het aantrekken en afstoten. Niemand greep in. Vermoedelijk was ik te beroepsgedeformeerd door dertig jaar onderwijs, want de neiging groeide om af en toe een waarschuwing te laten horen. Het was een merkwaardig spel. In alles proefde je, dat de eerste jongen eigenlijk heel graag met kleinzoon wilde spelen en alleen niet wist hoe hij dat aan moest pakken. Kleinzoon raakte door het uitdagen in de war, weerde het verlangen af. Hij probeerde, toen de ander een bal had gevonden, het op een andere manier. Door een spel te verzinnen, dat ze alle vier zouden kunnen doen. Zo hoog gooien als je kon. Dat had een veiliger lading dan de waaghalzerij op het klimrek. Aan het eind van het spel vertrapte de afgewezen jongen een diabolo. Gedrag uit onmacht.

In de auto hadden we er een gesprek over en kleinzoon vertelde dat hij altijd geplaagd werd verleden jaar door datzelfde jongetje. Bij thuiskomst bleek dat ze ook vaak samen hadden gespeeld. Ergens was de rivaliteit er tussen geslopen. Het lied uit de film ‘Annie Get Your Gun’ van Irving Berlin(1950) met Betty Hutton en Howard Keel schoot me te binnen. Dat was precies waar het om draaide. Van elkaar houden en toch niet met elkaar kunnen. Uiteindelijk kwam in de film alles goed, zoals vaker alles goed komt, zolang niemand zich ermee bemoeit. Al kan een kleine hint nieuwe wegen openen.

In de knusse caravan op het bospark brandde warm licht en zat dochterlief met kleindochter lekker op de grond op een groot kussen. Warme thee en voor het grut wat pepernoten. De jas bleek, zoals het vermoeden was, in de rugzak te zitten. Kabbelen, theezippen en gezellig kouten, tot de vermoeidheid op alle fronten toesloeg en het tijd werd op te stappen. In die tussentijd had pop een ritje op de fiets gemaakt, vlogen de papieren vliegtuigjes laag over en belandde een gegooid balletje precies in de rugzak. Touché.

Thuis wachtte de bank en een heerlijke verse linguine met spinazie, tomaat, mozarrella en basilicum, olijf, ui, knoflook en peper en net op tijd klaar voor de finale van Masterchef Australia. Twee vriendinnen streden tegen elkaar en een verloor nipt de grande fnale, maar beiden omhelsden en bedankten elkaar. Vriendschap met verdriet van de verliezer, ongeloof bij de winnaar, maar zonder afgunst. Vrienden voor het leven door dik en dun. Hoe mooi daarmee te besluiten. De dag van de vriendschap.

Uncategorized

Om wakker van te liggen

‘Zachtjes tikt de regen’, zong Rob de Nijs mijn verleden bij elkaar. Een zolderraam, de vage contouren van wat ooit mijn zolderkamer was en waarvan ik me alleen nog het zolderluik kan herinneren, droomden binnen. Het bleek een illusie. Het tikte niet, er kletterden slagregens tegen het raam. De realiteit was andere koek dan de zoete herinneringen. De volle maan ging schuil achter een dik en nachtelijk zwart, plausibele verklaring waarom wakker worden en blijven onomkoombaar leek te zijn.

Pluis, huiselijk opgekruld en behaaglijk op de sprei tegen de warmte van mijn onderbenen aan, deed waar ik naar verlangde. Om de tijd stuk te slaan een puzzeltje gedaan, gelezen hoe Edgar Degas kennis maakte met zijn nichtje, waarbij vanaf de eerste ontmoeting de lieflijke ondertoon gezet werd, met veel aandacht voor het detail, een schilder waardig. Japin op z’n best in Mrs. Degas, hij schilderde sfeer met woorden, zoals Degas zijn penseelstreken zette.

Langszij kwam de wijze, en bleef hangen op mijn netvlies. Hoe hij vanuit een vakantie in Spanje ineens door de deur kwam van de kleine stacaravan in Friesland. Ik was 18. Nog ervoer ik het gelukzalige gevoel, dat me toen doorstroomde bij die gewaarwording. Dat het vasthouden ervan verdween in de hectiek van alledag met de jaren was een natuurlijk verloop. De beslommeringen om werk en studie vraten de tijd met een gretigheid, die weinig anders overliet. Liefde werd uitgestrooid over de cavia, woestijnratten en het konijn. Zelfs een blauwe maandag wat vogeltjes. De romantische gedachte erachter was die van een zoetgevooisde zanger in een antieke kooi, die ijle trillers zou fluiten voor het raam bij het vangen van de laatste zonnestralen, maar de kooi benauwde me. Vleugellam is iets wat nooit zou moeten zijn en wat toch gebeurde. Langzaam maar zeker. Een gouden kooitje deed daar niets aan af. Vliegen, de vrijheid tegemoet. Heb nooit de wisselwerking gelegd tussen wat overrompelde en de queeste. Soms zouden de schellen eerder van de ogen moeten vallen. Het gras bleef groener, tot ik leerde zelf te zaaien en te maaien. letterlijk en figuurlijk.

Overpeinzingen en Degas bij vlagen er tussendoor. Soms vielen de ogen toe, zo moe. Dan was het tijd om slaap weer te proberen, maar Klaas Vaak bleef verre van mijn sponde en Pluis maar ronken, jaloersmakend hard. Toch wat weggedoezeld. Nu is het vroege ochtend. Weer klettert de regen. Ik wilde gisteren de gouden ketting van Kluivert schilderen op het doek voor zoonlief, maar de goud-oker lag op de tuin in de kist, ik wist precies waar. Daar is niet hier, dus resulteerde het overschot aan tijd in een dwars-door-de-koelkast-recept met alle puntpaprika’s en winterpenen, tomaat, uien, knoflook, champignons, krieltjes en bosui. Kruiden met Ras el hanout en bouillonblokjes, geroosterde pompoen-meergranenbrood met brie erbij en klaar was de soep. Voedzaam en een welhaast lege groentenla, eer het bederf toe kon slaan. Wie niet snel is, moet slim zijn in variatie op een thema.

Een aangrijpende foto in de krant van gistermorgen. Een vrouw van 72 zit in haar schamele hutje en nu er een vredesakkoord over Nagorno Karabach rond is, willen de Armenen in grote getale de enclave verlaten uit angst vermoord te worden. Een indringende beeld dat daar gegeven wordt. Ze zit er met haar enorme benige lange handen werkloos op de knie en het beeld straalt gelatenheid uit. Een vrouw vier jaar ouder dan ik. Niet welgesteld, een kacheltje met een pan erop, een brits en dat is wel zo’n beetje de inrichting van het huisje. Daar heb je dan je leven geleefd, een toekomst op-en-afgebouwd en dan worden ten leste je kanskaarten op een rustige oude dag uit de handen geslagen. Een onmogelijk hard gelag voor haar en al die anderen. Wij zijn in de schoot van de welvarendheid geworpen. Een gedachte om wakker van te liggen.

Uncategorized

Een diepe droomloze slaap

Goede sier had Sint gemaakt met zijn speculaaspoppen. Weliswaar had een van de huiselijke Pieten de helft soldaat gemaakt en kreeg hij de wind van voren. Sint moest derhalve bij het plaatselijke warenhuis twee goedkopere exemplaren aanschaffen, omdat de bakkers op zondag allen gesloten waren. Het succes was er niet minder om. Véél woog zwaar op tegen ‘minder en iets lekkerder’.

De ochtend was een rondje van de Sint en dat liet de vroege middag over voor de tuin. Het atelier was er klaar voor. De opruimwoede van van de week resulteerde in een heerlijke sfeer om verder te gaan met mijn werk. Soms is te minitieus kijken om daarna details aan te pakken en te veranderen geen garantie voor succes. Het broddellapje werd meer en meer een wonderlijk hoofd, of was het nu alleen die ene wenkbrauw? Hoe schilderen de uren vreet met gretigheid. Evenzeer als het opgaan en alles vergeten wanneer de penselen het doek bestormen in een ultieme poging de gelijkenis naar de hand te zetten. Zeggingskracht heeft niets met perfectie te maken. Ik dacht aan Dumas en haar rauwe beelden die de kracht hadden mij tot in het hart te raken door de ondubbelzinnige boodschap ervan. Daarom besloot ik eeen ander portretje op Khadi-papier te maken. Te ruw, want geen schuurpapier voorhanden om de gesso te egaliseren, maar ook weer goed voor diezelfde onvolmaaktheid. Impressie naar berichtje uit de krant over de vrouwen van Nairobi.

’s Avonds bij Project Rembrandt probeerde ik door de ogen van de jury te kijken en te zien wat zij zagen. Hier en daar miste mijn oordeel dat van hen en schatte ik de een hoger in op de ranglijst dan een ander. Het winnende doek was ook het grootste in mijn beleving en ik moest het terugzien om te kijken of dat ook echt zo was omdat het indrukwekkender was dan de rest en daardoor in gedachten groeide. Dat was een goed en klein experiment en nee, het was absoluut niet het grootste doek, maar wel het meest karakteristiek en krachtig, bleek bij het terugkijken.Die kwaliteiten hadden het doek dan ook navenant laten uitstijgen boven de rest. Dat doen die grijze cellen boven, of misschien wel het gemoed. Er waren doelgerichte kritieken, opbouwend maar treffender dan de vorige uitzending.

Terug naar mijn eigen aanpak. Nog steeds aan het vogelen en experimenteren. De eerste laag stond er vlotjes op. De kou had de vingers stram gemaakt. Er volgde nog een kleine observatie van roodborst, die onbeschaamd volledig toilet zat te maken in de wilg rechts van het raam. Ze waande zich overduidelijk onbespied. Het was aandoenlijk hoe zeer het verenkleed met zorg en aandacht werd schoongepikt en glad gestreken. Herhaaldelijk schudde ze de vacht om weer opnieuw te pikken en te strijken. Omdat ze op ooghoogte zat, vanuit mijn drie treden hoge residentie, was het aandoenlijk en intiem. Op het nippertje een ietwat onduidelijke foto met de phone, toen ze weer stil zat. De kachelpijp van de buurman braakte een dikke grijze rookpluim. Tijd om te verkassen. Het hoofdstuk werd afgesloten met een vroege mooie zonsondergang. De lucht kleurde het plaatje als een kunstwerk in.

Nog een Sinttocht te gaan naar het bospark, waar deze hulp-oma even moest bijkomen in de warme sfeer van de knusse zondagmiddagfamilie. Uitgehijgd en gegroet met een kriebeltje in de hand van kleindochter, zwaaiden ze me uit. Twee staartjes en een bosgezicht door de spiegeling van de ruit. De goedgevulde dag en avond warmden de vriesvoeten en zorgden later voor een diepe droomloze slaap.

Uncategorized

Een hart is nooit te groot

‘Er zijn nog drie wachtenden voor U’. In gedachte hoorde ik het afstandelijke stemgeluid in de denkbeeldige telefoon van elk te kiezen hulpverleningsdienst, tandarts, fysio of dokterspraktijk. Maar ik stond gewoon op de stoep bij de bakkerij, waar drie mensen tegelijk binnen mochten en de rest buiten moest wachten. Alleen…de bakker was uitgerust met een oventje om de sauzijcenbroodjes op te warmen en dan kon het gebeuren dat we met z’n allen 3×2 minuten moesten wachten tot alle gekozen bakkersvruchten gaar of warm waren. De vrouw achter mij, tikte voortdurend op haar horloge en haar ogen rolden veelzeggend boven het modieuze mondkapje. Dankzij de loterij stond ik daar, want er waren twee bakkersbonnen per post gekomen en ik vermoedde dat Sint die wilde inwisselen voor drie speculaaspoppen om het grut mee te verrassen. In de kringloop nog een zoektocht naar wat klein spul om erbij te doen, maar er lag niets wat niet alweer vrij snel in dezelfde recyclemodus zou belandden. De poppen waren afdoende.

De zon was rond drie uur doorgebroken en dat was fijn na twee dagen betamelijke somberheid. Het leven kleurde letterlijk lichter. Genesteld in mijn holletje op de bank rees de vraag of ik niet even naar de tuin had moeten gaan, maar het beloofde de volgende dag helemaal zonnig te worden. Dan was het een uitgerekend moment om nog een wilg te slechten tot op de kruin. Het programma ‘Jacobine op 2’ bracht een heel andere beleving met zich mee. Mensen die rouwden om een dierbare, een dochter om haar moeder, een dochter om haar vader en een man om zijn vrouw. Die man was Frits Spits, een bekende radiomaker en hij gaf met een intrigerende vergelijking aan waar de rouw voor hem zat. Het was te vergelijken met het trainen van een hond. Die loopt eerst alle kanten uit en op een gegeven moment loopt hij aan de knie. De rouw was zo verinnerlijkt, dat het voelde als een dergelijke beteugeling, maakte ik uit zijn woorden op. Het was een mooie vorm om uit te drukken hoe rouw om een dierbare op een persoonlijke wijze zich openbaren en verankeren kan.

https://tvblik.nl/jacobine-op-2/persoonlijke-ervaringen-over-rouw

Dat verschil was terug te vinden bij deze drie. Ze schreven er een boek over. De dochter, die om haar moeder rouwde, de journalist Lisanne van Zadelhof wilde een handleiding voor het omgaan met het immense verdriet dat ze voelde, maar vond het nergens en beloofde toen aan haar rouwtherapeut om er zelf een te gaan schrijven. Daardoor kwam ze erachter dat er voor rouw alleen maar een eigen weg te schrijven viel, juist omdat ieder het op een eigen manier zal verwerken. Zo schreef ze een hoofdstuk vol met enkel de herhaling van de woorden: ‘Ik heb geen moeder meer’. Erover schrijven of praten zalft, dwars tegen alle dooddoeners in, zoals ‘Gaat het weer een beetje’of ‘heeft het al een plekje gekregen’. Goedbedoelde maar nietszeggende lieve woorden, die het echte antwoord niet afwachten. Mensen worden ongemakkelijk bij rouw, is ook mijn ervaring. De vrouw die haar vader verloor, auteur en schrijfdocent Josha Zwaan, roemde de intimiteit, die nu in corona-tijd was ontstaan, om het afscheid van haar vader, die dominee was en een publieke functie vervulde, zo intens samen in kleine kring te hebben mogen beleven.

Frits had een prachtig lied uitgekozen dat benadrukte hoe hij de verbondenheid met zijn vrouw ervoer. ‘Zelfs nu je zwijgt’ heet het en het getuigt van die krachtige symbiose.

Dergelijke programma’s geven zoveel stof tot overpeinzen en zijn voldoende om op te teren. Als je dan nog naar zo’n prachtige uitvoering mag luisteren is een dag al goed gevuld en mijn arsenaal aan mooie muziek met deze ‘liedjes’ van Veldhuis & Kemper zijn naar volle tevredenheid uitgebreid. ‘Mijn hart is groot genoeg kom er maar bij’ zingen ze. Dat is precies wat ik zal doen, want ‘een hart is nooit te groot’.

Uncategorized

Een cadeau van tijd en verrijking

In de tijdgeest van 7 november stond een interview van Marijke de Vries met de Vlaamse auteur Koen Sels. Hij had de roman ‘Gloria’ geschreven over de omwenteling die het vaderschap in zijn leven bracht. Het voelde voor hem als een afscheidnemen in plaats van een verzoening. Hij worstelde met zijn gedachten en vroeg zich bijvoorbeeld af of hij tegen zijn dochter, die graag in prinsessenjurken loopt, moest vertellen ‘dat prinsessen stoer en dapper zijn. ‘Zijn dat de gewenste karaktereigenschappen? Ik denk juist dat de wereld meer zogenaamd vrouwelijke eigenschappen kan gebruiken’ wierp hij lachend op. Een zoeken en spitsroeden lopen zo lijkt het. Hij beschreef een moment van het niet willen slapen van zijn dochter en zijn woede daarover. Terwijl hij voorheen dacht nooit kwaad te worden. ‘Zulke momenten zetten aan tot fundamenteel denken: ‘Wat is goed voor mijn kind, voor mij, voor anderen? Het zijn momenten waarop je krachten iin jezelf voelt die je niet kende. Dat je merkt: mijn kind raakt aan mijn egoïsme’. Juist die laatste zin blijft echoën. Is dat zo. Raken kinderen aan ons egoïsme of is dat een persoonlijke beleving. Ik weet wel dat het alles te maken heeft met je eigen gemoedstoestand.

Vaak grensde het opvoeden aan een uitputtingsslag door slaaptekort en net op de momenten dat er een ogenblik rust was, was er wel altijd een verdrietig kind dat om aandacht vroeg. Het waren er natuurlijk in het allereerste begin vier, waarvan de laatste twee een tweeling was. Pas bij die twee zonen begrepen we, dat het heel wel mogelijk was om iets op z’n beloop te laten en dat we niet onmiddellijk in de steigers hoefden te springen om de boel draaiende te houden. Boos resulteerde vaak in wat ik dacht redelijk te zijn en te bespreken. Tot grote hilariteit van de kinderen nu, die het preken vonden en zich heimelijk verkneukelden, hinkstappend van het ene op het andere been, mij het geduld schonken door met een schuldbewust gezicht het relaas aan te horen om daarna te wachtten op de onvermijdelijke goedmaker, het omarmen op het eind. Kinderen zijn wijzer dan je denkt, merk ik nu steeds vaker, door de vele opmerkingen over een bepaalde aanpak in hun jeugd en hun huidige kijk erop.

Mijn sloot nu.

Wij hadden een om-en-om zorgbeleid. Een pa-dag en een ma-dag. Dat gaf lucht en rede, maar een kind zet je natuurlijk op de loze dagen niet uit. Die blijft in je hart en hoofd zitten. De zeven sloten, zo hadden we van onze ouders geleerd, zijn er overal. Al hadden we ook geleerd, dat je, als je erin was gevallen, er ook weer zelf uit moest kruipen. Een opvatting die veel baat bracht. Toen ze ‘klaar’ waren met opvoeden, konden we al aardig de eigen bonen doppen. Die zelfstandigheid wilde ik wel graag doorgeven en het menslievende. De opvatting dat we maar geluk hadden om hier, in dit welvarende land, geboren te zijn, om breed te denken, over de grenzen te kijken.

Hoe opofferingsgezind waren we als ouders? Wegcijferen was er niet bij, wel de verandering in het gevoel, de grote verantwoordelijkheid, die trok, de moeite die gedaan moest worden om kreukels glad te strijken. Ook die in je eigen hoofd. De financiën waren een belemmerende factor, want daarmee slopen andere sores binnen. Ook toen was de leerschool van vroeger vooral een praktische. ‘Maak van niets iets’. Dat konden wij, de Blueband-generatie. Want zelfs met margarine kon je paaslammetjes maken, de fietsen samenstellen uit de grofvuil-dagen, ’s avonds voorlezen en zingen kon tijdens het was ophangen in het trappengat en van bloem met water had je al snel pannenkoeken om feest te vieren. Het voelde niet als wegcijferen, maar tijdelijk aanpassen en opschuiven, om daarna jezelf weer te mogen uitpakken. Het bleek navenant aan de vorige periode. Een cadeau van tijd en verrijking.

Uncategorized

Met de kabouters op stok

Gisteren stond ik in de druilerige regen tegen een lantaarnpaal geleund om te wachten tot de deur van de school open zou gaan om de kinderen los te laten. Pas bij een derde lichting kwam een bedremmeld jongetje naar buiten, kleinzoon drie. Hij wilde naar de rozentuin. Dat was nieuw. ‘Had je een fijne dag’, vroeg ik. Maar de nevel bleef neerdalen. Rozentuingemompel en sippigheid. Het prieel was in het naastgelegen park. Dus liepen we met alle-omatijd-van-de-wereld naar de rozentuin. Die oogde wat droef, omdat het blad zwaar was van de hele dag druppels, maar ik prees de nog bloeiende geraniums de hemel in en de prachtig verkleurde bolhortensia’s, liet hem het verschil zien tussen het blad van de blauwe regen en de clematis, terwijl het schuine hoofd luisterde en de ogen weer wat begonnen te klaren.

De hamvraag bewaarde ik voor het laatst. ‘Wil je naar het Pietenhuis? Grote ogen. Ik haastte me te zeggen dat er waarschijnlijk niemand te zien zou zijn, maar dan wist hij wel waar Sinterklaas logeerde. Met een klik schoof de gordel vast, hij was er klaar voor. Op naar Paleis Soestdijk. Aan de overkant van de drukke Amsterdamse straatweg was wel een parkeerhaven. Twee oversteekplaatsen waren we af van wat voor de meeste kinderen op dit ogenblik het hoogste goed was. Een handvol van het grut stond, gemiddeld veelal met opa’s of oma’s, voor het hek tussen de scherpe spijlen en keken, smachtten, verlangden naar een glimp van de goedheiligman of een van zijn hulpen, maar alleen een tuinman harkte het grint.

Ik liet hem zwaaien naar iets waar ik een verdwaalde Piet in zag, maar zijn heldere ogen hadden allang gezien dat het een grote siervaas was met een dorre plant erin. Misschien toch weer eens tijd voor een nieuwe bril, registreerde mijn hoofd. Ik wenste in stilte voor al die kinderen, die bleven turen, dat ze een bordpapieren exemplaar van Sint of Piet voor de ramen hadden gezet, net echt, maar zoveel fantasie straalde het paleis niet uit. Er waren alleen de opgehangen tekeningen in de rechtervleugel en de rode brievenbus, waar ze in gedaan konden worden direct achter de spijlen van het hek en de rode Sintvlag, zonder de bijpassende wind om fier te wapperen. ‘Er was er eens een brievenbus, die op een pleintje stond, het was een rode brievenbus, hij had een open mond’ zong ik de grote klassieker van Annie M.G.en het klopte helemaal. Hij zou voorgoed weten wat met de mond van een brievenbus bedoeld werd.

Op de terugweg, wat gehaast om binnen de groen verlichte poppetjes de overkant te bereiken, leek het me een goed idee om op zoek te gaan naar pepernoten. De ogen lichtten op. Goed plan. Het ‘kabouter’dorp Lage Vuursche was het dichtst bij en paste in het kader. Pannenkoekenhuizen, restaurants, een boswinkel, en veel kabouters later vonden we een vogelhuis voor papa en mama, een eekhoornpen voor hem en allesbehalve pepernoten. Goed idee, vond de juffrouw die achter de kleine toonbank hoorde. ‘Dat zal ik eens voorstellen aan de baas’. Ze grabbelde in een glazen stolp met zoete karamellen en gaf hem er een. ‘Vooruit voor mama ook een’. Tjonge, zaten mijn rimpels goed verstopt achter dat zwarte snoetje. Het had voordelen, moest ik beamen.

De terugweg kauwden we stuk op de vraag of kabouters echt bestonden. De karamellen lieten we heel voor thuis. En het deerde geen moment dat de pepernoten met de kabouters op stok waren gegaan. .