Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Morgen is er weer een dag

Vroeger dan anders, de dakgootkauwtjes zijn meester in hun wekkerfunctie, togen we naar de tuin. Vooraf wat lekkernijen voor na de noeste arbeid gehaald en twee grote zakken tuinaarde die lief met de kruiwagen op kon halen uit de kleine Blauwe.

De tuinen ademen groei en vooruitgang. Overal is men druk bezig met het opschonen en zaaien, schoffelen en maaien. Het broedseizoen is in volle gang en het gekwinkeleer van de vogels ligt als een deken van vrede over alles heen. De merels fluiten hun hoogste lied. Midden in de sloot zit de meerkoet op haar nest. Ze houdt elke voorbijganger nauwgezet in de gaten, maar voelt zich daar volkomen veilig, want ze blijft zitten waar ze zit. Een prachtig nest, dit keer, volledig uit natuurlijk materiaal van takken en twijgen. Een betere reclame voor ons natuurtuinencomplex is er niet.

Op weg naar de tuin doen we die van dochterlief aan. Ze zijn op een heerlijke manier, stukje bij beetje, hun woeste grond aan het ontginnen. Eerst hebben ze een grote bomenkap gehouden omdat de grond vol stond met veel te grote wilgen. Nu kan de Gingko haar takken breed spreiden en vormt steeds meer een natuurlijke parasol boven het zitje. De spiraalvormige kruidentuin begint zich van lieverlee te vullen met geurige gewassen. Ze hebben een groentebed gemaakt, die schoonzoon op een hele inventieve manier heeft omzoomd met een lage afscheiding van wilgentenen, superleuk gedaan. Er is bij hen nog een tweede zithoek/zonvanger bijgekomen en omdat nu al het groen gaat bloeien en groter wordt, worden de zichtlijnen steeds duidelijker. Een heerlijk plekje zo naast het weiland. Alleen de dames zwartkopschaap tegenover je, wat een rust.

Ons toekomstige kruidenbed was nu aan de beurt. Eerst maar eens ontgrassen. Lief ging aan zijn eigen project verder, het opschonen van de doorgang achter het atelier. Zo hebben we een mooi achterom en een prettige bijkomstigheid is, dat de achterbuuf haar maaimachine makkelijk uit de schuur kan halen, nu ze niet meer struikelt over takken en brandnetels. Het is naarstig speuren geblazen tussen de gewassen die al in dit bed staan. De klimgeraniums, die ieder jaar weer een zee aan bloemen geven, de citroenmelisse, de kleine witte bloemen waar ik de naam steeds van vergeet en warempel, ik ontwaar er zelfs de wilde marjolein, die dapper heeft stand gehouden tussen de moerasandoorn en de boterbloemen. De framboos gaat alle perken te buiten en wordt rigoureus teruggedrongen tot een heggefunctie. Vort jij. De grote pollen grassen vergen veel kracht om ze te verwijderen. Van sommige soorten vind ik het zonde om ze op de composthoop te gooien en ik zoek naarstig naar een vaas om ze samen met de dagkoekoeksbloemen in wat slootwater als versiering te gebruiken. Een oude laars blijkt een prima vervanger voor dit doel. Parmantig staat ze met haar natuurpruik voor de oude potten.

Er komt een klein bont zandoogje aangefladdert die zich uitgebreid laat bewonderen als ze zich koestert in de zon. Vleugels open en vleugels dicht. Wat een mooitje.

In de sloot verderop zien we tot onze vreugde, naast de plompenbladeren en bloemen, de waterlelies in hun volle pracht. Die heerlijke feeërieke bloemen, waarbij zoveel te fantaseren valt. Ze staan nu ton sur ton met het bloeiende fluitenkruid vol schoonheid te zijn.

Het is toch allemaal net iets te zwaar geweest. Om vier uur gooi ik mijn handdoek in de ring. De koek is op. Tijd voor wat gemijmer, ontspanning en nagenieten met koek en zopie. Morgen is er weer een dag.

Overpeinzingen

De dag kon niet meer stuk

Vroeg begonnen, tijd gewonnen. Dat ging gisteren op, omdat we besloten hadden een bezoek te brengen aan de plantenmarkt op het JansKerkhof in de stad. De kleine blauwe kreeg een zonnige parkeerplek aan het begin van de Biltstraat. Die afstand zou te lopen zijn, ook met de armen vol plantjes voor de bakken op de galerij.

Utrecht op haar best. Een zonnetje, blauwe lucht, de kraampjes aan de voet van de beschuttende kerk. De vroege ochtendrust hing nog tussen de straten en het langzaam opkomende verkeer was daar een belangrijke factor in. Op de markt zelf was het al een en al bedrijvigheid. De kooplui hadden hun waar zo voordelig mogelijk uitgestald. In de bloemenkramen lagen de pioenrozen te kust en te keur uitnodigend opgestapeld. Het roze, rood, paars en wit aan vrolijke bolletjes als een zee van bloemen in een regenboog aan kleur.

We struinden de kramen langs op zoek naar de geschikte bloeiers en zagen eigenlijk te veel. De uiteindelijke keuze viel op een combinatie van langbloeiers en een ouderwetse boerengeranium er tussen. Daarna wandelden we terug door de Nobelstraat en hadden een keur aan herinneringen. Het werd een trip door Memory Lane. Naast de bloemenmarkt zelf stond een groep studenten met slaaphoofden hun eerste koffie te lurken voor Wooloomooloo, al in onze tijd, nu ruim vijftig jaar geleden, een befaamde danstent, waar menig biertje naar binnen werd gehesen. In de Nobelstraat kwamen we nog zo’n klassiek oudje tegen. Het Pandje in volle glorie en geen spat veranderd in haar uiterlijk, temidden van de flexibele etalages van haar naaste buren.

De bomen voor de Stadsschouwburg, even verderop, vertelden hun eigen verhaal terwijl de fontein ervoor sproeide dat het een lieve lust was. De badende dames eronder lieten zich al decennia lang het watergeklater welgevallen. De stoïcijnse acteur, een kant van het gezicht uitgewerkt en de andere kant glad gestreken en onaangedaan, niets verradend van wat er werkelijk in hem omging, keek al jaren naar de gouden muze op de gevel van de Stadsschouwburg. Tot onze grote vreugde was het restaurant Djakarta er nog altijd, waar we in onze studententijd slechts één keer hadden gegeten omdat het te prijzig was voor ons karige budget. ‘Daar gaan we nog eens op herhaling’, beloofden we elkaar. Alles bij elkaar juweeltjes uit ons roemruchte verleden, een ontroerende ontmoeting, die het hart vol jeugdige verliefdheid liet lopen.

Met de buit ging ik thuis onmiddellijk aan de slag terwijl lief de operatieassistent speelde met prullenbak en zware zak met aarde. Binnen korte tijd pronkten nu tot op eenderde van de galerij alle bakken zich eindelijk met bloemetjes. Zoonlief had samen met schoondochter ingeslagen in het tuincentrum. In een ontdekkingstocht tussen het wat verpieterde spul op het balkon ontdekten we een wereld aan zonnebloemenplantjes, nietig in hun aanwezigheid. Ze werden liefdevol verpot en de andere bakken kregen aarde en een leger aan bloemenzaad. Daar tussendoor hipte de familie koolmees vrijelijk en niet bang tussen de takken van de sierprunus van beneden, die ruim tot ons balkon reikten. Alles ademde een sfeer uit van verlangen en belofte. De benjamin had de smaak te pakken en had, terwijl wij naar een optreden van kleindochter en naar de voetbalwedstrijd van de oudste waren, de galerij tot ver voorbij de buren met de hoge drukspuit schoongespoten.

Er was een glorieuze performance van die allerkleinsten, een klaterende overwinning, 4-1 maar liefst, voor de club en bij thuiskomst een hagelwitte galerij met een gevuld balkon. De dag kon niet meer stuk.

Uncategorized

Het leven in te kleuren

En zo kon het gebeuren dat lief en ik dwalend door Laren trokken op zoek naar een parkeerplaats. De hele stad stond vol blik en als dat niet zo was, mocht je er maar twee uur parkeren. Oorzaak, bleek achteraf, was de weekmarkt in het centrum. Nooit meer op vrijdag naar het Singer of op en anders alleen op een bijzonder vroeg tijdstip, leerden we al zoekende. Eindelijk vonden we een plekje tussen de rododendrons en de villa’s aan het einde van het landweggetje dat ik met zus zo dikwijls gelopen had. Langs het tarweveld konden we het museum bijna zien.

Het is opnieuw verbouwd om de collectie Nardinc ruimte te geven, ontdekten we. Geen onverdienstelijke aanpassing. Tussen de doeken van Theo van Rijsselberghe, Jan Sluyters en de modernen, met als toetje Lussanet, dwaalden we rond en genoten. Ik vooral van de portretten die ik tegenkwam en lief van eindelijk weer een museumbezoek.

Onze perceptie was totaal verschillend. Bij lief kwam onmiddellijk de historische context om de hoek kijken. Hij plaatste de doeken in de tijd met het hele verhaal erachter. Ik keek naar toets en streek, de verfijndheid of juist de luchtigheid waarmee iets was geschilderd, de details, de vorm, de kleur. Zo kwamen we met z’n tweeën tot een mooie beleving.Wat was het fijn om samen met hem rond te dwalen tussen al die mensen door. Even werden we afgeschrikt door een rondleiding die een grote groep met zich meebracht, maar we zeilden er al snel omheen om de drukte achter ons te laten. Drie zalen extra waren er met de verbouwing vrij gekomen en er was een uitstekend zicht op de druk bezochte prachtige tuin gecreëerd.

Met het voorspelde noodweer in het vooruitzicht en vol van de schoonheid besloten we de drukke tuin en het restaurant te bewaren voor een volgende keer. Het was genoeg. Het hoofd en het hart waren vol, er was voldoende om een tijdje op te teren. In de stromende regen door een omleiding over Baarn voerde de kleine blauwe ons naar huis, een eindeloze rit, zo leek het, maar genoeg stof om over te praten.

Thuis bleken de kleine koolmezen druk in de weer om het voer voor hun kroost, dat in hun kielzog meevloog, te verzamelen en ze te voeden met de zaadjes van de voederplank en uit de kleine antieke kooi waar alleen de mezen en vinken in en uit konden vliegen. Door de verrekijker op statief, die zoonlief had neergezet, viel er goed te genieten van die grote snaveltjes, die het lekkers in de kleine wijd opengesperde bekkies stopten.

Eindelijk zie ik de kruin van de bomen door het zolderraam nu ze volop in blad staan. Het wordt tijd dat we de werkkamer in orde gaan maken. Daarvoor moet eerst de schuur leeg, hadden we bedacht, anders is er geen kans om te schuiven. Bij die vergelijking moet ik denken aan de raadselspelletjes van vroeger, waarbij een vakje open was gehouden en je net zo lang met de letters moest schuiven tot het woord er stond. Als er geen ruimte is kun je schuiven wat je wilt, maar blijft het bij verplaatsen van de rommel. Eerst het grof vuil, dan de kringloop en vervolgens ruimte voor een bureau aan het raam.

Ook begint de inspiratie te kriebelen. Kom maar op met doek en penselen. Ineens weet ik weer een aantal onderwerpen en, gevoed door de doeken van Lussanet, wat speelsere vormen. Tijd voor het grote experiment. Maar eerst is het de beurt aan de plantenmarkt in Utrecht. Het is de hoogste tijd dat de bakken op de galerij gevuld worden. De ijsheiligen liggen ruim achter ons en een lange zomer ligt in het verschiet. Tijd om de boel wat op te fleuren en het leven in te kleuren.

Overpeinzingen

Zo komen we de zomer wel door

Het begon allemaal met die stortbui, want eindelijk was er de energie om samen het zolderraam aan te pakken om, in de geest van ‘Skyspace’ van James Turrel, de rechtstreekse verbinding met het firmament te weeg te brengen. Dat was er natuurlijk altijd al, maar door onze gezwinde aanpak viel er nu streeploos, of zo goed als, door te kijken. De dakgootkauwen waren in alle staten van paraatheid en hadden in een oogwenk al hun kameraden opgetrommeld, die vervaarlijk laag langs het wagenwijd geopende venster scheerden, waar lief zijn hoofd doorheen stak. Wat een saamhorigheid. Daar kunnen wij als mensheid nog iets van opsteken.

Later op de dag was er de harmonie van het kleine moment. Lekker tegen elkaar aangeleund lezen en af en toe wat passages om hoog lepelen, omdat die de moeite waard waren om met de ander te delen. Op dergelijke momenten is geluk tastbaar.

Veel te laat hoorden we de veranderde route van de avondvierdaagse langs onze galerij, dan zou lief Kleinzoon toe kunnen zwaaien en moest ik, als de gesmeerde bliksem nog een lekkernij te voorschijn toveren. Maar in de supermarkten deed men niet aan avondvierdaagse. Onverrichterzake reed ik toen maar door naar de bijeenkomst van de leesclub. ‘Kleed je warm aan’, zo luidde de waarschuwing, ‘Want we beginnen buiten’. Twee truien dik dan maar. Een aan en een om de schouders geslagen.

De gastheer had uitnodigend de stoelen met de dikke kussens erin klaargezet omringd met sfeervolle verlichting. Hij redderde uitgebreid om koffie en thee klaar te maken terwijl de rest binnen druppelde. Geheel tegen mijn verwachting in was het boek ‘Het woord voor Rood’ toch wisselend ontvangen, maar ondanks dat had iedereen het wel betrekkelijk snel uitgelezen. Mijn verbondenheid met mensen met een afasie stamt al uit de prille beginperiode van mijn verpleegkundige opleiding, waar de afdeling neurologie tot een van mijn voorliefdes behoorde, juist door het ongrijpbare fenomeen, die werkende hersenen. Het was de aanzet tot het warme bad van herkenning in het boek.

De meningen waren verdeeld. Onze leesclub bestaat uit drie mannen en drie vrouwen, een bewuste keuze, omdat de kijk op het leven in het algemeen nog weleens per sekse kan verschillen en ook omdat dat boeiende gespreksstof zou leveren. Zo ook in dit geval, echter niet gerelateerd aan sekse maar aan ervaring en herkenning. Diegenen die iemand met deze aandoening in de familie hadden, waren er nauwer bij betrokken dan de anderen, die vooral struikelden over de laatste sessies aan het eind van het boek met de groep afasie-patiënten en de aanpak om hun communicatie te verbeteren. De algehele strekking was: Een spannend begin, minder goed uitgewerkte karakters in het laatste deel en een te traag verloop. Daar konden we allen mee leven. Twee van ons waren onverdeeld tot het einde toe geboeid gebleven.

Langzaam trok de kou op en werden er warme plaids en dekentjes gehaald om, toen het wat donkerder werd en het borreltijd was, naar binnen te gaan en daar verder bij te kletsen met wat lekkers om het feest te staven. Er kwamen allerlei te lezen boeken langs en uiteindelijk kozen we er twee uit. Een dunnetje en een kloek boek. De eerste is van Roxanne van Ieperen en eigenlijk meer een verhandeling: ‘Eigen welzijn eerst’ over publieke voorzieningen en gelijke kansen, het verlies voor de middenklasse van haar liberale waarden en het boek ‘De biecht aan mijn vrouw’ van Pieter Waterdrinker.

Zoals altijd stommelden we via allerlei associaties de diepte in en kwamen zelfs nog even uit op het jenaplanconcept, dat in onze school teloor ging aan de nieuwe methodes, het niet langer specifiek opgeleide personeel, omdat de jenaplan-opleidingen uit de pabo’s waren verdwenen, het feit dat de school steeds meer een buurtfunctie kreeg, maar ook mede door de eisen die werden opgehoogd, waarbij niet gekeken werd naar de onderbouwing van het eigen concept.

Er werden nieuwe afspraken gemaakt en gefantaseerd over nieuw in te vullen uitjes en bestemmingen. In oktober hebben we ons eerste vijfjarige jubileum. Dat mag met verve gevierd worden. Voor we er erg in hadden was het half twaalf en als Assepoes in de donkere nacht verdwenen drie van ons huiswaarts. Voorlopig hoef ik geen leeshonger te leiden met vijf te recenseren kinderboeken op de rol, bovenstaande twee en de goede oude Marten Toonder. Zo komen we de zomer wel door.

Overpeinzingen

Vroeg genoeg

Onweer boven je hoofd door een zolderraam geeft een volstrekt andere dimensie dan onweer in het bed naast de boom bij het raam. Arme dakgootkauwtjes bedacht ik me toen er een klaaglijk geluidje te horen was aan de andere kant van de muur. Hoe beschermd kan je zijn in een open en slordig nest.

De gestage ademhaling van lief brengt rust temidden van het natuurgeweld. Heerlijk voor alles dat in de groei is, zo’n weldadige bui, maar het is te hopen dat ze niet alles plat heeft gegeseld. Gisteren genoten we zo van het nagelkruid, dat fier rechtop een weelde aan bloemen ten toon spreidde. Nu tikt de regen zachtjes, jawel, op het zolderraam en is alles weer pais en vree.

Ze heeft me wel gewekt en derhalve schrijf ik op mijn gebruikelijke uurtje. Af en toe is er nog een flitslicht met wat gerommel er achteraan, maar het hele circus zou ook zomaar op nieuw kunnen beginnen. Wat volgt is een zwak aftreksel van de felle bui van daarnet. Het is tijd voor een inspectie op het balkon. Eens zien wat deze plotselinge uitbarsting allemaal heeft overleefd.

In afwachting van wat komen gaat zoek ik op internet een vijftal jeugdboeken uit voor het nieuwe nummer van Mensenkinderen. Zodra je je verdiept in die wereld wordt je met intrigerende en boeiende titels om de oren geslagen. De recensies erover hebben al minstens zulke stimulerende opschriften. De andere wereld van een leeftijdsgroep die hoger ligt dan de basischoolleeftijd zou weleens heel leerzaam kunnen zijn om inzicht te krijgen in wat de lieve jeugd van nu zo bezig houdt. Mijn kinderen hebben die leeftijd al weer ruim overschreden. Het is fijn om met een nieuw project aan de slag te gaan. Wie weet wat het allemaal oplevert aan nieuwe gedachten.

Vanavond is de boekenclub met de ideeën van de anderen over Het woord voor rood van de auteur Jon McGregor en ik kan niet wachten. Zo fijn om over gedeelde emoties, die dit boek zeker oproept, te mijmeren met elkaar.

Een appje van vriendinlief over haar zieke moeder. Die in alle rust twee dagen geleden is gaan hemelen. Haar was een lang afscheid gegeven, waarbij ze heel veel mensen bewust nog gedag heeft kunnen zeggen met een persoonlijke noot daarbij. Zo waardevol en zo rijk. Toen mijn moeder overleed, werden we overvallen door een grote leegte, die niet snel te vullen viel ondanks haar nagelaten dagboeken van de laatste vijf jaar. Er bleven zoveel vragen open. Niemand had er op gerekend. Alle clichés van ‘langer lijden’ tot ‘voor de persoon zelf is een plotselinge dood beter’ zijn in beide gevallen toe te passen, maar de rafelranden van het wegrukken zijn maar moeizaam weg te poetsen. Dood trekt zijn eigen wissel.

Zoonlief heeft de parasol vannacht bij de eerste spetters naar binnen gesleept. Het waaide hard en misschien was het wel de kat op het spek binden om haar, ingepakt en wel, in haar nieuwe voet buiten te laten staan. ‘Het zekere voor het onzekere’, dacht de benjamin en trotseerde het nachtelijke tij.

Blogvriendin schreef over haar nieuwe project. Het optekenen van verhalen van mensen die dat wensen. Geen levensmoede verhalen, maar herinneringen voor het nageslacht. Ze volgt er een korte cursus voor en heel even begint het binnenin te kriebelen. Dat was wat me als vrijwilliger in het ziekenhuis op de afdeling Oncologie immers zo had geboeid. De verhalen van de mensen, die ook bij mij persoonlijk dikwijls zoveel losmaakten. Vooral haar beschrijving van de eerste schreden op dat gebied en de blogvrijheid die ze moest opgeven voor een meer journalistieke stijl intrigeren. Wat een nieuwe rijkdom zal dat geven en opnieuw veel impuls tot schrijven.

Het wordt tijd dat ik eens in die richting ga denken, maar voorlopig nog niet, nu niet, nu ik net aan alle kanten de gezamenlijke vrijheid met lief aan het omarmen ben. Zodra er weer een nieuwe impuls nodig is, is het vroeg genoeg.

Uncategorized

En zo is het

Een marathon van drie dagen voorstellingen gaan op den uur niet in de koude kleren zitten en dan moet je weten, dat ik niet hoefde te spelen. De lieve Peer was min of meer aan het eind van zijn latijn. Het was inn te leven. Er was aandacht maar ook heel veel verloop door de kinderen die constant naar het toilet gingen. Onderbouwers kun je dat niet verbieden. We hebben ooit al eens een natte stoel daarop als cadeautje achteraf gekregen. De mannen gingen onverstoorbaar door en dat oogste mijnerzijds bewondering.

Om twaalf uur zat het erop en mocht ik weer huiswaarts. Te moe door de warmte en het feit dat de airconditioning niet werkte in de kleine blauwe. Even op de bank om bij te komen, maar dan toch met lief mee naar de tuin om de planten water te geven en nog wat grassen te trekken. Ach, de lieve Abdel kwam op bezoek bij de buurman en bracht in zijn goedertierenheid wat meloen in een wedgewood schaaltje. Trots vertelde ik lief dat dit de liefste mens was, die ik tot nu toe had ontmoet. ‘Waarom’, was de vraag. Deze man uit de Ivoorkust heeft voor iedereen een vriendelijk woord over en deelt letterlijk al zijn bezit met iedereen die er is en zonder aanzien des persoons. Abdel vertelde enthousiast dat zijn moeder en zusje nu hier in Nederland zijn en hoe blij hij daar mee was. Ze krijgen binnenkort woonruimte.

We bedankten hem voor de goede gaven. Het zevenblad van de buuf heb ik proberen in te dammen door dat beetje wat al doorgesijpeld is, oh help, af te knippen en ik ben vastbesloten het iedere keer af te knippen. Dat zou het moeten stoppen. De enige remedie, leren de diverse onkruidbestrijders me. ‘If you can’t beat them, eat them’ is een heilig Engels gezegde, maar ik weet, door de vorige tuin dat je dan niet anders dan iedere dag zevenblad zal eten. Geen optie. Veel eten is tegen eten per slot van rekening en vooral ‘ Veel wieden zonder resultaat is haat kweken’. Haha en die is uit de eigen koker.

We werken in de brandende zon of op de schaduwplekken en genieten ondanks de moeheid, wat ook betekent dat het belangrijk is om soms over grenzen te gaan. Als ik had toegegeven aan het zwaar aanvoelende lijf was ik op de bank blijven liggen.

Het was even heerlijk op de tuin. De vreedzame merels, een kleine winterkoning, dacht ik, een ooievaar cirkelend boven in de lucht. En dan de stilte, volmaakte stilte. We geven de planten wat kleine gieters water uit de sloot en genieten thuis vooral van de televisie. Expeditie Holland, Binnenstebuiten en Atlas. Een onderdompeling in de natuur in beeld.

Er is avondvierdaagse, maar op de cruciale dag, morgen tijdens de laatste tocht en het uitdelen van bloemen en snoep, heb ik de leesclub. Oma verzaakt en dat voelt nog altijd niet helemaal zoals het hoort. Aan de andere kant heeft iedereen zo zijn eigen leven. natuurlijk is er de band en het een voelen, maar toch, het mag ook los, net zoals het valt. Dat is de zekerheid voor de topliefde op het moment supreme. Lief valt op dit ogenblik om de haverklap om in een roezige slaap. Het hoofd achterover op de bank. Liefhebben in alle toonaarden, omdat de basistoon zo helder en sereen is. En zo is het.

Overpeinzingen

Een kniesoor die daar op let

Tweede dag op rij om acht uur op pad. Bij aankomst in Zeist, waar de tweede reeks voorstellingen van De Liedjesatlas door Trapperdetrap zouden plaats vinden, waren alle deuren nog potdicht. Er stond een raam open op zolder. Ik riep een keer de naam van de lichtman, maar lauw loene. Geen sjoege daarboven en de deuren bleven dicht. Dus wachtte ik in de auto braaf op enig teken van leven. Daar kwamen beide performers aan in een nog kleiner autootje dan de kleine blauwe. De lange Peer moest zich eerst uitvouwen tot normale lengte. Het was een koddig gezicht.

Eerst moest ik mijn banner uit de bagageruimte pakken en toen ik daarna achter hen aan ging, bleken ze verdwenen als sneeuw voor de zon en bleven nog steeds alle deuren hermetisch dicht. Een mevrouw van het voorhuis, waar het kunstencentrum was gevestigd, kwam aan en gaf uitkomst. Ruim op tijd voor de nieuwe lichting kinderen, een school met 4×28 stuks en wegbrengouders, dat betekende volle bak.

Dit was de vijfde dag op rij dat ik zag hoe de beide mannen, Peer en Stefan, de kinderen mee kregen zonder ze gek te tikken. De liedjes met een vertaling van Koos Meinderts zijn grappig’ maar het is vooral de mimiek van Peer en de droge humoristische opmerkingen van de gitarist Stefan er tussendoor, die de kinderen zonder moeite meezogen in een reis om de wereld met aanstekelijke folkloristische melodieën vol humor en met een knipoog naar het land in het Nederlands vertolkt.

Ach, hoe genieten ze van zo’n druppel op een gloeiende plaat. Als ik zie hoe ze groeien bij alles wat hen geboden wordt, ontroert het me. Vijf en zes jaar oud zullen ze nog niet veel stappen in het theater hebben gezet. Opmerkelijk was het verschil in populatie. De eerste school bracht hoofdzakelijk hele blonde kinderen mee, de tweede groep was een grote afspiegeling van de gemiddelde grootstedelijke bevolking, de derde groep was een milde mix.

Met een strakke planning was mijn aanwezigheid zeer gewenst, want daardoor kon ik de komende groep waarschuwen om even te wachten en de doorgang vrij te houden. Drie keer vlak achter elkaar alles geven is intens, vooral als bij het eerste optreden Peer helemaal het onderste uit de kan had gehaald. Morgen iets beter de energie verdelen, bleek de boodschap.

Ziezo, bij thuiskomst was Lief er en konden we de parasol in de mooie gietijzeren voet passen, wat wonderwel goed lukte. Hij zat tot onze grote vreugde, als gegoten. Een leuke bijkomstigheid is dat hij ton sur ton kleurt met het leuke zitje. Het wordt nog eens een echt balkon.

Vandaag is mijn lieve oudste jarig en we zouden eigenlijk moeten vieren dat ik tweeënveertig jaar geleden moeder werd. De avondvierdaagse gooit roet in het eten. Zaterdag komt ze gelukkig hier eten, dan kan ik iets extra’s uit die hoge keukenhoed van me toveren. Dat gaat vast lukken. Tweeënveertig jaar geleden stond ik immers ook achter het fornuis de weeën op te vangen, terwijl ik voor onze woongroep aan het koken was. Op de dag had ik op blote voeten in de tuin gewerkt. Ik kwam niet op z’n charmantst bij de oude strenge arts aan die de bevalling zou begeleiden en die, door een verstoorde avondrust, zijn gram rondstrooide door de verpleging, mij en manlief bits toe te spreken. Hij vond dat hij wel naar huis kon, ik was een primi-para dus zou het vast nog uren duren. Dochterlief daar binnen in dacht er anders over en met een weeënstorm rolde ze in een stuit naar buiten. Nou ja, dat laatste was iets bezijden de waarheid. De arts moest hals over kop van huis komen, de arme overdonderde spieren hadden de hele nacht tijd nodig om weer in de normale rek en strekstand te komen, maar de wolk van acht pond lag kraaiend in mijn armen, dus een kniesoor die daar op let.

Overpeinzingen

Beloofd is beloofd

Het witte wolkendek laat gezichten zien vandaag. Gierzwaluwen scheren er dwars doorheen en veranderen de emotie in het gelaat watten wolken worden omgevormd tot schaap. Een rivier van kolkend wit blijft hangen boven mijn hoofd.

Al vroeg naar de tuin, boodschappen mee, het stokbrood was al op of nog niet gebakken, dan maar bolletjes, kaas en sla. de meegenomen Ipad niet open gehad om te schrijven. Broer en schoonzus van lief bellen en de tuin laten zien met ingehouden trots, we zijn al zo’n eind opgeschoten, maar verder bleef het die dag bij gemoedelijk kouten onder de appelboom van Vasalis met dochterlief en schoonzoon, terwijl de twee jongsten gingen helpen bij het schoonkrabben van de tegels achter het atelier.

Dochter was eerst bezig geweest in eigen tuin en kwam ook nog even aangewipt. Advies en prietpraat wisselden elkaar af. Er kwamen drukke dagen aan, dus bewaren we de kalmte. Vandaag, morgen en overmorgen is er de voorstelling ‘De Liedjesatlas’ en ik herken de jongens op de cover van de website. Dat wordt een soort thuiswedstrijd met kleuters. Deze vrijwilligersbaan ga ik langzaam afbouwen. Het is mooi geweest en lief en ik vinden zoveel nieuwe bezigheden op ons pad dat het er omheen wat kalmer aan mag. Na Corona met haar lege agenda’s stroomt het voller dan vol deze dagen. Alsof we iets in moeten halen. Het maakt dat je bijna gaat terugverlangen naar de rust van toen. Nee, niet naar het virus. Door het lezen van Erasmus en Willem de Zwijger ontdekten we wel, dat infecties en virussen al schering en inslag waren sedert de vroege middeleeuwen. Ten tijde van de winterdagen maar ook in de bloedhete zomers. De periode zonder pandemieën is min of meer de grote uitzondering.

Aan het eind van de dag, als de rust is weergekeerd, trekken we met de kleine blauwe naar het stadje achter de onze. Daar staat de mooie gietijzeren voet ons op te wachten die ons met liefde aangeboden is. Op het belletje is er geen actie, maar in de achtertuin is er leven. Heerlijke rust straalt het daar uit. De mooie tuin, een explosie van kleur en schoonheid, is het werk van de man des huizes. Daar ligt alle liefde voor het leven in. Hij haalt eens wat weg of zet er iets bij, maar laat zoveel mogelijk alles in eigen tijd en eigen uur bloeien. Het resultaat is een natuurlijke aanleg en dankbare bloei. Bij de koffie en de thee praten we onze schooljaren bij, maar ook de eindjaren zestig, die we alle vier sleten in het Utrechtse en waar onze voetstappen elkaar misschien wel gekruist zullen hebben, zonder dat we dat wisten.

Met die volle agenda is de Urban sketching van die dag finaal door mijn hoofd geschoten. Een gemiste kans. De lokatie was nota bene de Sterrenhof, een klein hofje achter de inktpot, waar wij als kind onze bedeltocht voor de Salesianen al in de jaren vijftig kwamen afdragen aan mevrouw Bauhaus, die op het linker laatste huis van het horizontale rijtje woonde. Een piepklein huis bewoond door een piepklein vrouwtje. In de kamer stond slechts een ouderwetse eettafel met pluchen kleed en tikte de klok de uren van de tijd weg in het staccato ritme van alledag.

Mea culpa aan mijn mede sketchers. Ik zal het een dezer dagen stilletjes inhalen. Beloofd is beloofd.

Uncategorized

Een nieuwe belofte

Gisteren konden we weer hand en hand door ons geliefde Utrecht lopen. De aftrap voor ons culturele seizoen hadden we bedacht met een etentje en een film. Het diner zou in het Louis Hartlooper zijn, dezelfde plek waar in de filmzaal twee uur later de film zou beginnen. Ik was in de heilige veronderstelling dat we boven zouden zitten in het restaurant, maar het bleek dat daar niet te reserveren viel en dat we aan mochten vallen in het lunchcafe. Oké. Vlak voor het raam, waarachter een groot terras en uitzicht op het Ledig Erf, dus voldoende afleiding indien nodig. Het was er zonnig en warm, ondanks het raam dat boven onze hoofden open stond. Geroezemoes van buiten klonk door en gaf een prettige en ongedwongen sfeer aan het geheel.

Het was in de late namiddag dat we neerstreken. Ons eerste echte etentje en stof tot praten voor tien. Er kwamen herinneringen langs schuiven, de voetsporen van mijn vader die ooit werkzaam was geweest in hetzelfde gebouw als bewaker van de wet, maar vooral onze lieve kleindochter en de malheur die haar overkomen was vandaag en waar de hele familie hun aandacht en liefde over betuigden via de app. Fijn dat er zoveel medeleven bleek en die grote betrokkenheid. Als moeder van een groot gezin een belangrijk item voor mij.

Ondertussen kwam de observatie van de omgeving op gang. Twee ‘backpackers’, soms is het Engelse woord makkelijker dan het Nederlandse, dat ‘rugzaktrekkers’ zou moeten worden. Prompt volgde een verhandeling over anglicisme en anderszins in de Nederlandse taal en het belang van het doorgeven van bijna vergeten welluidende woorden, die de taal zo’n verrijking gaven.

Bejaard en jong wisselden elkaar af in een bonte stoet. Het viel op dat de ouderen veelal zwijgend naast elkaar konden zitten eten, terwijl het grut al gauw een spelletje of iets te lezen erbij pakte onder een geanimeerd gesprek. Nou zaten die onder andere aan de leestafel, dat stimuleert extra natuurlijk. Wij hadden genoeg stof tot praten.

Mensen op het terras waren veelvuldig en uitgelaten bezig met de vrijdagmiddagborrel. ‘Kom maar door met de bitterballen’. Alle tafels waren gereserveerd, maar de meesten pas na zevenen wat er voor zorgde dat er nog aardig geschoven kon worden, een wat chaotisch en onrustig systeem. Er liep genoeg bediening, studenten schatte ik in, en er was geen logica op te trekken. Al met al was het gezellig, rommelig en vooral heel erg warm. Met de zon op de ramen. De gordijnen hadden we dicht getrokken, maar die konden maar een klein stukje. Het eten was smaakvol, een flink bord en derhalve ruim voldoende. De pasta voor mij en Lief nam de tempehschotel.

Om zeven uur begon de film. Ali en Ava van de Britse regisseur Clio Barnard beloofde een opbloeiende liefdesrelatie onder de rook van Bradford, een van de arme industriesteden in Engeland en berucht om haar sociale context. Welluidende kritieken als ‘ Een optimistische romantische setting’ hadden ons op het verkeerde been gezet. Na een boeiende en flitsende opening verviel het drama in een trage afwikkeling van beelden, waarbij voortdurend een andere verwachting gewekt werd, waar niet aan werd gerefereerd. De karakters waren helder en duidelijk, maar hadden nog wat meer uitgediept mogen worden, net als de liefdesgeschiedenis op zich. Wel was er herkenning, door de grilligheid waarmee een en ander, en doorgaans het leven, verliep.

Na een film verwacht je de diepe duisternis, maar we hadden de vroege voorstelling dus wandelden we in een drukke vrijdagavondstad weer terug naar de parkeergarage. De terrassen overvol en de stemming uitgelaten. Voor herhaling vatbaar was de conclusie. Het sociale leven kwam weer op gang. Boven de boomtoppen strekte zich het zachte avondlicht in een nieuwe belofte.