Theater

Vier de seizoenen

De polder had zich verstopt onder de dikke mist. Onwezenlijke kleine wereld aan mijn voeten. De zwanen speelden ton sur ton. De kleine blauwe Prins zocht behoedzaam haar weg in dit ongekende waterland. De routeplanner gaf duidelijk de loop van de weg aan. Ingebouwde veiligheid dankzij het technisch vernuft.

Bibliotheek en sportcentrum met het zalencentrum er aan vast. Er werd een doorloop gehouden. Iemand van de productie liep me tegemoet en stelde zich voor, terwijl de choreograaf nauwgezet naar de verrichtingen van de performers keek. De hal werd door mij geïnspecteerd. Wensen en verlangens behoorden ruim tot de mogelijkheden.

Twintig minuten voor aanvang kwamen de kinderen opgetogen en rebbelend onder begeleiding van drie leerkrachten aan. Er was nog gelegenheid tot buitenspel, dus konden ze een tien minuten los. Ondertussen was de programmeur van Kunst Centraal ook gearriveerd. Heerlijk om elkaar daar na best een lange periode weer te mogen ontmoeten. Allemaal waren we het er over eens dat het de hoogste tijd werd voor hervatting van het culturele leven en dat deze try-out zowel voor De Dansers, de kinderen en voor ons, een unieke gelegenheid was, waar ieder met volle teugen van zou genieten. De kinderen kwamen na tien minuten weer binnen en met de juiste organisatie van een van de leerkrachten hingen er binnenste de kortste keren vijftig jassen aan de hoge haken van de kapstok te bungelen en zaten de kinderen in de hal op de grond en hoorden de toelichting aan van de choreografe zelf.

Het was de eerste keer voor publiek, de performers zelf hadden niet veel oefentijd gehad en iedereen hoopte op een goede afloop. De kinderen glunderden allemaal verwachtingsvol, het zou vast leuk worden. In groepjes van vijf mochten ze naar binnen, waar ze naar de juiste plek werden geleid. De voorstelling kon beginnen.

‘Vier ving aan’. De dansers liepen heen en weer en kriskras door elkaar met grappige kleine kwinkslagen, een omgeruilde stoel, twee verdwenen stenen, gegooi met een bezem, een schapenvacht, een hoofd boven het grote decordoek, lekker stampen met de blote voeten in de zwarte aarde, vegen op je gezicht en armen kortom een schouwspel van vermaak.

Daarna werd de strekking duidelijker. Een hoopje aarde, een zaadje, van grote hilarische hoogte een paar druppels water. Achter het doek kwam een mooie boom te voorschijn met een uit lattenhout aan elkaar getimmerde stam en roze crepepapieren rolletjes, die in een folkloristisch getinte dans losgemaakt werden tot een bloem, prachtig synchroon uitgevoerd, en het bezingen van de nieuwe lente, prompt gevolgd door een dansje om de boom.

Op die manier kwamen er drie seizoenen aan bod op een flitsende wisselende wijze met mooie subtiele handreikingen voor eventueel lesmateriaal, prachtige elementen zoals de zwiepende takken en de zwaaiende vlaggen, de stokken voor de regen, donder en bliksem, het lied van de zon, de benepen stemmetjes van de maan en het sterretje , die ook aandacht wilden. Bij elke emotie die het opriep werd de muziek aangepast, soms in serene rust en dan weer in heftige uithalen.

De Dansers zijn in hun voorstellingen altijd gericht op het kinderspel en denken vanuit het kind. Die waren geboeid door het snelle wisselen en alles wat er gebeurde, sommige lagen op hun buik, hoofd ondersteund door de handen te kijken. Een wonderlijk perspectief zal dat opgeleverd hebben. Anderen wezen elkaar op wat er gebeurde, tikten met hun handen op de grond het ritme van de regen mee. Het slotstuk was een grote sensatie, wat dit nou toch was, dat daar dwars door het decor hobbelde. Het verdween achter de deur van de kleedkamer gevolgd door een uitgesteld applaus.

Het vragenspel aan het eind leerde dat veel goed ontvangen en begrepen werd, er was een misverstand over welk stuk het zou zijn. De leerkrachten hadden een ander stuk voorbereid. Het bleek geen probleem. Alles werd meegenomen in de evaluatie en met de winter er nog achteraan, sommige scènes wat korter of langer en soms wat focus, was de voorstelling een feit. Met die mooie boodschap: Vier de seizoenen.

De lieve jeugd

Nu eerst even bijkomen

Toen ik ‘s avonds op de bank plofte kon ik terugkijken op een enerverende maar supergezellig dag. Het liep natuurlijk allemaal anders, dan het voorgenomen plan. Dochterlief belde dat zij het eerste deel van de dag haar schoonzus zou gaan helpen en ik zou de aflossing van de wacht zijn om twee uur tot na het eten. ‘Of ik een maaltijd moest bereiden’, was mijn vraag. Dat zou fijn zijn voor morgen. Dus na het gebruikelijke ochtendritueel flanste ik snel een vegetarische Spirali in elkaar.

Gewapend met een tas vol heerlijkheid reisde ik af. Dochter was inmiddels vertrokken om de zonen van school op te halen en ik vond schoondochter op de bank. Met naast haar in een wippertje de Benjamin. Overal lagen snippertjes papier, ik wilde onmiddellijk met de stofzuiger aan de slag, maar het bleek om een spel van kleinzoon te gaan. Grote broer had namelijk zijn vuilniswagen en de kliko’s voor het slapen gaan in stelling gebracht en ging na het wakker worden door met waar hij gebleven was, vuilnis ophalen. Haha, een voor een plukten zijn kleine garnalenvingertjes de snippertjes van de grond, stopte ze in de kliko en ledigde de kliko weer in de vuilniswagen. Daar was hij al snel een uurtje mee zoet. Een genot om de concentratie, waarmee hij de zaken aanpakte, van zijn snoetje te lezen.

Ondertussen voerde ik met de Benjamin een onderhoudend gesprek, van ‘prrrrrrr en brrrrrr en goed zo, toe maar, wil jij zo kletsen dan’. Hij kraaide het uit van plezier. Een heerlijk tevreden mannetje, die kleine. Schoondochter en ik wisselden wederwaardigheden uit. Ze wilde alles weten over vriendlief en vond het heel bijzonder dat we elkaar weer hadden opgezocht na al die jaren. Ik vertelde over ons begin samen, het studentenmilieu, de feesten met de Antilliaanse studiegenoten, de discussies die we voerden over de maatschappelijke problemen zoals vrouwenemancipatie, godsdienst en politiek. Ze ging helemaal op in die andere wereld en vroeg me de hemd van het lijf. ‘Een wereld van verschil met het leven van jou met de vader van de kinderen’, concludeerde ze. Inderdaad, en toch allebei zo gevuld met rijkdom en liefde.

Er landde een kleine valk, een smelleken, op de omheining in de achtertuin. Wow, die durfde. Snel legden we de snoodaard vast op beeld, waarna hij naar de grond dook in de tuin van de buren.

Tussendoor bleef grote broer om aandacht vragen. Na de kliko wilde hij rennen met oma, een spelletje dat hij met zijn vader deed, maar omdat ik niet kon rennen vroeg de kleine gewiekst of oma dan wilde lopen met hem. Ik liep en hij rende, daarna voetbalden we met de zachte bal waarbij elke panna, die hij maakte, werd begroet met een triomfantelijke ‘Goal Forza’ om vervolgens het spel van de snippertjes weer op te pakken. Tussendoor waren er natuurlijk rozijnen en mandarijnen en een lekker chocolade koekje met zijn beker water. Voor ons was er thee.

Het was al met al een heerlijk dagje, waarbij schoondochter het maar moeilijk vond om niet zelf in de weer te kunnen gaan, maar veel baat had bij de afleiding. De Spirella ging er bij grote broer in als zoete koek(vreemde ogen dwingen) en zoonlief kwam, als klap op de vuurpijl op deze dag der verrassingen, met een mooi en stevig blankhouten fornuis aan, compleet met accessoires. Pannetjes, spatels, kloppers, groente en houten stokbrood. Het vond gretig aftrek. Na een snelle spoelbeurt van de vaat stapte ik moe, maar voldaan, in de auto. Nu eerst even bijkomen.

Uncategorized

Een opkikkertje is altijd welkom

Uitgerekend het moment dat we in de auto zaten, vielen de eerste spettertjes op de ruit. Ze kwamen letterlijk en figuurlijk uit de lucht vallen. Het gaf niets. Het zou toch al een korte wandeling worden, waarbij ik ze alleen de mooie omgeving wilde laten zien, zodat ze er later, met mooi weer, ook naar toe zouden kunnen. Te doen gebruikelijk op zondag, was er een drukte van jewelste en helemaal stond er een lange rij voor de veldkeuken, waar koek en zopie werd verstrekt. Met al de lichtjes en het wat sombere weer zag het er uit als een bescheiden kerstmarkt. Overal stonden kleine groepjes mensen met dampende bekertjes in de koude handen. Het was waterkoud.

Een klein rondje over het landgoed, een groet aan de geitjes, waarbij de enige witte dacht een kans te wagen toen het hekje open bleef staan. In een wolkje boven zijn hoofd stond geschreven ‘ Een raam naar de vrijheid’ en hij voegde de daad bij het woord door hard op de opening af te stormen. Net op tijd deed zus van schoondochter het hek weer dicht. Angstig vloog kleindochter, bij het zien van die opvliegende baal witte wolligheid, achter mijn benen. Het hield op met zachtjes regenen en nu vielen zware druppels loodrecht naar beneden. Maar als vrouwen van stavast lieten we ons niet van de wijs brengen. Sjaals over het hoofd en dwars door het bos, waar de bomen nog enigszins beschutting boden.

Thuis wachtte een lekkere grote kop warme thee en een nadere kennismaking met de vader en de broer van schoondochter. Moeder vertoefde op Curaçao voor een korte vakantie en zoonlief was met de voetbal op trainingskamp in Barcelona. Ooit ben ik in de winterperiode naar een warm oord gegaan in Spanje. Daarna kon ik niet meer wennen aan de barre koude maand, die er hier terug in Nederland, op volgde. Daardoor bezwoer ik heilig nooit meer de cirkel van de seizoenen te onderbreken, maar ze te ondergaan. Het zorgt voor een natuurlijke balans.

Vriendlief is in Utrecht aangekomen bij zijn oude vrienden. Een van hen had hem geadviseerd zijn medicijnen niet te vergeten, maar het enige wat hij nodig heeft, is zijn zalf voor de huidproblemen op de benen. Ze vielen achterover van verbazing, omdat ieder van hen de gebruikelijke ondersteuning, bloeddrukdempers, cholesterolverlagers, cardio medicatie, te slikken had. Ineens realiseerde hij zich, dat ze allemaal op leeftijd waren en dat er altijd wel ergens bij allen een jichtig addertje onder het gras lag. Dat hielp om zich minder druk te maken over de zwabberbenen. Zo helpen de lammen de blinden. Wat zullen ze het fijn hebben met elkaar in de Ardennen.

De biografie van Jolande Withuis over Jeanne Bieruma Oosting geeft een interessant tijdsbeeld van de vrouwen en hun emancipatieperikelen in het begin van de vorige eeuw. Te denken dat dat pas honderd jaar geleden zeer traag aan het veranderen was, geeft een hoop te denken over huidige veranderingen in bijvoorbeeld andere culturele groeperingen en de traagheid van een proces.

Pluis wringt zich tussen mij en het toetsenbord, maar gaat uiteindelijk aan mijn zij liggen. Even warmen aan wat persoonlijke aandacht van de vrouw.

Straks ga ik naar schoondochter om haar te helpen met grote broer en de Benjamin. Het blijft namelijk strompelen met de pijnlijke voet. Ook daar kan wat extra aandacht geen kwaad. Het is nog steeds een zeer pijnlijke bedoening, maar ziet er wel genezend uit. Even broeden op een extraatje. Een opkikkertje is altijd welkom.

Inspiratie

Waar het goed toeven is

Het internet ligt eruit. Als dat gebeurt, wordt de afhankelijkheid ervan met dikke zwarte strepen omlijnd en voel je je onthand.

Gisteren kon ik eindelijk beeldbellen met vriendlief. Het was zo vertrouwd. Wat is dat toch een mooi gegeven. Ooit samen jaren geleden aan het leven begonnen en nu die fijne draad weer opgepakt. Ook onze oude vrienden van weleer zijn in actie gekomen. Morgen reizen ze af met hem om vijf dagen in Luxemburg te verblijven. Vandaag al wordt hij opgehaald. Ook daar blijken de jaren als snippers papier er tussenuit gedwarreld te zijn.

Het mooie van deze vriendschap is dat alles een wereld van herkenning blijkt te zijn. De taal die we spreken is exact dezelfde, met alle aangename woordspelingen, gezegden en mooi ingepakt in een fraaie textuur. De denkbeelden zijn identiek en ook de herinneringen die naar boven borrelen zijn overgoten met dezelfde warme gloed. Alles ken je van elkaar. De ouders, de familie, de buurt waar we zijn opgegroeid. Hij in die hele chique en ik in die echte volkswijk. Ik mijmer graag een beetje over mijn moeder, die zo veel verdriet had toen we uit elkaar gingen, omdat ze vanaf het prille begin zo blij was geweest met haar erudiete schoonzoon, met wie ze kon sparren en praten over alles wat haar destijds zo bezig hield. Ze zit vast daar boven op haar wolkje te glunderen met haar ‘fingers crossed’. Het voelt allemaal zo vertrouwd.

Het vogelparadijs van zoonlief kunnen onze gevederde vrienden nog niet echt vinden, maar de vetbollen in de halve kokosnoot wel. Ook merel is de gelederen komen versterken. Pluis mekkert wat af op zo’n dag, als ze al het vliegvolk langszij ziet scheren. De kleine pimpelmees(bandiet noemt zoon hem)is het brutaalst. Ze paradeert op de rand van het bakje met zangzaad dat vlak voor Pluis haar neus, veilig achter glas, op het tafeltje staat. Het paradijs is nog niet geschikt, heeft zoonlief ontdekt. Het water is te diep, er moeten wat stenen in met pompje, zegt de Amerikaanse natuurvorser op zijn computer. Zijn foto’s van de merel zijn prachtig. Hoe zijn zwart uit een scala van kleuren bestaat is goed te zien.

Heerlijk avondje was het weer, gisteren. Pyjamaatjes aan…Enzovoort en dan, vol verwachting klopt ons hart, een fantastische muziekavond die de sprekers met swingende tonen omlijstte. Matthijs draait door in volle glorie. Wat heb ik genoten van de verhalen, Ron Fresen en zijn passie voor de schoonheid in de oude Italiaanse films van Michelangelo Antonioni, Eva Jinek over haar boek maar vooral Yvo de Wijs als wandelend geheugen door de tijd, met het declameren van de puntdichten van Kees Stip, zijn eigen verzen en de opdrachten in de overlijdensadvertenties uit de krant, waarbij hij vaak moet schudden van het lachen. Hij schrijft vervolgverhalen in kaartvorm voor zijn kleinkinderen, maar bovenal te roemen is zijn onversneden optimisme en zijn zonnige humeur. Wat een heerlijke man om naar te kijken en te luisteren. Vanmorgen nog eens dunnetjes overgedaan. Wat mooi is verveelt immers nooit.

Als het goed is, wordt er vandaag gewandeld met schoonfamilie van zoonlief. Amelisweerd is uitverkoren. Om de nostalgie en om te tonen in welke grond onze wortels verankerd zijn. We kwamen er als klein kind al met onze ouders. We hadden een favoriete open picknickplek langs de Kromme Rijn achter het theehuis van Rhijnauwen en daarna was het vooral beukennootjes rapen, maar het was ook de plek van samen met de vrienden en later met de kinderen weer, voor vooral lentegroen, of herfstige beukennoot, de zakken vol en paddenstoelen kijken. Nu komen we er regelmatig met de kleinkinderen, voor de natuur, maar zeker ook voor pannenkoeken of een uitgebreide lunch met elkaar. De veldkeuken op Amelisweerd dient voor een ontmoeting met de vrienden en vriendinnen, na een stevige wandeling en ook dan een overheerlijke gezonde lunch. Het blijft een wonderschone pleisterplaats waar het goed toeven is.

Uncategorized

De rest van de dag

Weer een teneergeslagen dichte wereld. Kauw en kauw blijven veilig in het nest en laten zich niet zien in de boom voor het raam. Weer om in je schulp te kruipen, de meest vrolijke of de meest droevige film op te snorren, een flinke middagdut te doen of meer van dergelijke winterlingen.

Zoonlief vraagt of ik hem kan helpen. Hij heeft een voederbak op berkenstam gekocht en een plan bedacht om de vogels te lokken en heeft een twee maal zo’n grote bak gevuld, 1/3 deel met houten knoest, aarde en mos, en het overige deel met water. In de spleten van de schors heeft hij vogel-pindakaas en zaad gestopt. We kijken even naar het resultaat. Binnen een kwartier heeft hij wel wat pimpelmezen, een roodborstje en een vink naar het balkon gelokt. Vooralsnog vinden ze de kokosnoot met vet in de boom het lekkerst. Ben benieuwd wanneer ze zijn vogelparadijsje durven op te zoeken. Ondertussen heeft hij het glas van de balkondeur schoongepoetst en zit hij geduldig te wachten achter zijn giga-lens.

mijn simpele iphone-foto’s

Schoondochterlief heeft kokend water over haar voet heen gekregen toen ze heet water in een glas goot en het glas knapte. Hoewel ze vliegensvlug en in een vaartje haar sokken uittrok, zijn het toch derdegraads verbrandingen. Normaal hangt de lieve grote broer om haar benen bij alles wat ze in de keuken doet, maar nu gelukkig niet. Daar is ze zielsgelukkig om. Maar ze heeft krukken nodig en pijnstillers, wat met de moedermelk niet fijn is.

In de biografie over Jeanne Biersma Oosting val ik achterover van de enorme verschillen tussen arm en rijk aan het begin van de vorige eeuw en de wijze waarop de adel en de goegenoten tegen het ‘voetvolk’ aankeken. Alles aan knecht, dienstmaagd en keukenpersoneel werd niet ‘gezien’. De wijze waarop ze behandeld werden, was stuitend, hoe ze woonden zeer armoeiig en vaak zelfs erbarmelijk. Terwijl een rijke familie een aantal statige woningen bezat, tot aan paleizen toe. Alles werd ook onder de eigen pet gehouden. De adel vormden de notabelen en grootgrondbezitters. Het is te gênant voor woorden.

Kinderen werden wel toevertrouwd aan gouvernantes en kinderjuffrouwen. Ouders lieten zich niet veel in met het kroost. Ze hadden het druk met het bezoeken van andere graven en gravinnen, hertogen, freules en wat dies meer zij. Wel gaven ze strenge regels door of legden pittige straffen op. Toen de kleine Jeanne steeds haar jurken smerig maakte, omdat ze argeloos over het landgoed dwaalde, over hekken klom, in de tuin speurde naar insecten om ze te tekenen of te schilderen, kreeg ze door haar moeder een stijve katoenen hooggesloten jurk met lange mouwen aangemeten. Wel de lasten en niet de liefhebbende zorgen van moeder en vader. Geen wonder dat ze zich er later van afkeerde. Dat was ook inherent aan het feit dat ze alleen maar leefde voor de schone kunsten. Jolande Withuis beschrijft het met vlotte pen en het is niet moeilijk om terug te reizen in de tijd op die manier.

Vandaag heb ik voor het eerst sinds lang mijn droom opgeschreven. Hoe gedetailleerd het toch allemaal in beeld komt. Een mij onbekende collega in een enkellange jurk zweefde omhoog, eerst dacht ik aan Harry Potter praktijken, maar ze liet de stellage zien, die onder haar jurk verstopt zat. Een soort trapsgewijze houten opstap. Toen ik het de hemel in wilde prijzen, zakte ze precies op dat moment dwars door het bovenste hout heen. Heerlijke dromen. Daar kunnen er niet genoeg van zijn. Maar nu, aan de slag met de rest van de dag.

Overpeinzingen

Heel veel gespreksstof

O, wat is het toch heerlijk om een beetje op te ruimen. Onze buren gebruiken, zoals met veel begrippen, een veel sierlijker taal. Kuisen heet het bij hen. Het huis kuisen. Dan krijg je toch meteen zin. Dat betekent het huis opschudden, ramen en deur open, zonnestralen erin, de boel eruit. Kleden, kussens, plaids laten doorwaaien. Frisse wind in de zeilen. Dat zonnetje bleef achterwege en er was zo’n dikke mist dat het druppels gaf. Stofzuiger erbij, natuurazijn in de aanslag en gaan. toilet, gang, vloer, bank, kussens, kleed, stoelen werden geschuierd, gezogen, gestoft en waar nodig geschrobd. Oude waxinelichtjes vervangen voor nieuw, rommel uit het oog geholpen. De kast der vergeten dingen was weer leeg, dus daar kon ‘t een en ander mooi verder overwinteren. De bemodderde wandelschoenen, een verdwaalde lekke leren bal, een stapel plastic doosjes. Wat ook niet onbelangrijk was, ik had de hele dag de tijd. Rustpauzes met een journaal, of My Kitchen Rules, waar ik dan weer onrustig van werd door de ruzieachtige sfeer tussen de gasten onderling om snel de draad van het ruimen nogmaals op te pakken. Het kleinste kamertje spic en spannetje schone handdoek incluis en de patchoeli-geur alom aanwezig, in de zeep, in de parfumspuit en op het vege lijf.

Ruim voor tijd was ik klaar en kon aan de borrelhapjes beginnen. Mijn heerlijke Brique de Brebis in schijfjes, salami met roomkaas, kaasblokjes, tomaat, vijg, dadel en uienchutney. Alles in afgesloten bakjes in de koelkast. De sauvignon in de koelkast en de Crozes Hermitage voor bij de Brique bij de hand. En nogmaals pas op de plaats.

Zo zou dat eigenlijk altijd moeten zijn. Steeds even tussen alle bedrijven door het zalige alles ontziende niets om opnieuw op te laden en bij te tanken. Om half acht de kaarsjes aan en Zen tot de eerste gasten kwamen. Vriendlief had zijn superdure racefiets alle trappen opgesjouwd en had daarmee zijn outdoortraining al gehad. Slim, want voor de flat weet je het maar nooit. Een van ons had het boek niet uitgelezen, kwam, net als alle anderen, nauwelijks of niet door de grove taal, onvervalste ‘slang’, heen. De taal liet bij tijd en wijle te wensen over door de vreemd in elkaar gewrochten zinnen, maar ze oogstte, net als bij mij, grote bewondering voor haar moed. Vanaf blz 154, adviseerde ik, dan wordt het pas echt een verhaal.

We keken ook nog het interview met Twan Nieuwenhuys en Lale. Natuurlijk kwam het gesprek daarna op acceptatie van culturen en tot hoever je moest gaan. Waar lagen de grenzen van het betamelijke of waren dat toch teveel ónze grenzen. De klok voor vrouwen stonden in de dogmatische religies nog steeds op 0. Dienstbaarheid en recht hadden we in de jaren ‘70, maar ook daarvoor, met hartstocht bevochten en niet zonder slag of stoot. Waren we terug bij af? Waar moest je beginnen om de bevrijding in die kringen in gang te zetten. Lag dat bij het onderwijs en was dat dan wel de juiste plek. Of moeten we wachten tot de rebellerende meiden hun krachten gaan bundelen en de straat op gaan. De angst voor repressailes is het grootst en die liegen er niet om. Hoe overtuig je iemand van het feit dat respect en ruimte voor elkaar meer oplevert dan afhankelijkheid en overheersing. Dat het zoveel meer schoonheid en liefde brengt én verbondenheid.

Het werd een heerlijke avond, met al deze gedeelde gedachten. Wat een boek al niet los kan maken. Het volgende boek belooft er ook een van zingeving te zijn. ‘De ziel kent geen leeftijd’ van Thomas Moore. Beschouwende literatuur en heel veel gespreksstof.

Overpeinzingen

En zo is dat

Niet alleen de ochtend was in nevelen gehuld, maar de hele weg lang richting kust lag verzonken in een dikke mist. Ondanks een klein zonnetje heb ik de zee niet gezien en dat wil wat zeggen, want ik reed op de dijk langs de grote zeeschepen.

Vriendlief morrelde wat aan de deur op mijn gebel en daar zwaaide de deur al open. Ondanks de perikelen waarover hij geschreven had, zag hij er opvallend goed uit. Na een eerste onwennig gestuntel met jas en kleine kapstok gingen we tegenover elkaar zitten en binnen de kortste keren werd het nieuwe oude gezicht zo vertrouwd als altijd. Vreemd hoe je elke beweging nog blindelings herkende. De oogopslag, de peinzende blik, de lieve glimlach, de houding Vannieuwkerke arm en hand bij een betoog. Naadloos buitelden de jaren terug naar veertig jaar geleden.

We hadden veel te bespreken en overpeinzen. Prioriteiten stellen en vooral denken in oplossingen. Al waren de omstandigheden niet ideaal, het was wel een goede plek waar hij nu tijdelijk verbleef met een liefdevolle achterban van broer en zijn vrouw en een nichtje. Mooi om te zien hoe de spanning langzaamaan plaats maakte voor zijn eigen, veel evenwichtiger, zelf en het lukte zelfs om een lach te ontketenen. De tijd vloog om en na twee koppen thee, de Utrechtse sprits en in de wetenschap het allerbelangrijkste te hebben gedeeld met elkaar, stapte ik weer in de kleine blauwe met de belofte elkaar snel weer te zien.

De telefoon laadde in de auto gelukkig wel op, want dat had hij bij vriendlief halsstarrig geweigerd. Zonder mijn eigen vertrouwde lispeltuut(ken uw klassiekers) had ik het nooit gered in die ondoordringbare dikke deken. Zo mistig als het buiten was, zo helder was het gesprek geweest. Dat gaf een fijn gevoel. Zorgen zijn er vooral om te delen, om een klankbord te hebben, waarbij het licht vanzelf doorbreekt en deuren opent, letterlijk en figuurlijk.

Straks moet ik even hard aan de poets. Het huis schreeuwt om de stofzuiger, een stofdoek, een dweil hier en daar. Dat moet kalmpjes aan, veel pauzes ertussen. Als dat eenmaal met jezelf is afgesproken lukt het beter. Het lijkt een eeuwigheid geleden, bezoek aan huis van vrienden. Met de zelftests, lang leve deze snelle peiling, durf ik het met de booster wel aan. Ik hoop dat morgen alles weer open gaat. Het water staat elke ondernemer aan de lippen. Als iedereen zich aan die paar regels houdt, moet het goed te doen zijn.

Pluis komt eens kijken en rommelt zich een lekker plekje bij elkaar. Eigenlijk wil ze op schoot, maar daar ligt de IPad al. Dan het voeteneind maar innemen.

Er komt een oproep binnen voor het begeleiden van een try-out volgende week dinsdag. Nu duimen en dromen dat er op het laatst geen roet in het eten wordt gegooid. Het is in een cultuurhuis, waar ik de weg goed ken, dus anderhalve meter is goed te doen in de theaterzaal. Dat durf ik aan. Het is een bekend muziekensemble en dat belooft een boeiend spektakel te worden. Nieuwe uitdagingen, hoe heerlijk om naar uit te kijken. Het jaar is goed begonnen. Een goed begin is het halve werk, zegt het spreekwoord. En zo is dat.

Overpeinzingen

Wie wil dat nou niet

Een dikke grijze mist is, toen ik even niet keek, als een dikke deken op komen zetten en wikkelt de wereld in een doorsluizend morsig grijs. Vage contouren van bomen en huizen, bewegende koplampen. Ik hoop dat ze snel op zal trekken.

Gisteren na de fysio ging ik eerst even langs de garage, want de kleine blauwe prins was zijn stem verloren. Doodse stilte als ik de claxon beroerde. Het akkevietje mag wat kosten, zo’n klein dingetje is een rib uit het lijf. Zonder kan je niet.

Lale Gül haar boek ‘Ik ga leven’ heb ik vanaf hoofdstuk 15 in een adem uitgelezen. Doorzetten kent zijn voordelen. Waarschijnlijk stond mijn eigen esthetiek in de weg bij dat eerste deel. Het is lastig om door grof taalgebruik heen te prikken, zo niet ondoenlijk voor mij. Hele stukken daarvan heb ik gescand. Daarna geeft ze zo’n goed beeld van haar situatie en schetst ze treffend de onmogelijkheid ervan. Ik heb diepe bewondering voor deze jonge vrouw gekregen. Oordeel niet en verwonder je slechts was hier beter op z’n plaats geweest in eerste instantie. Je bent gelukkig nooit te oud om wat bij te leren.

Morgen is de bijeenkomst hier. Dat vergt nog wat voorbereiding. Van zolder heb ik de kleine blauwe opklaptafel geplukt om in het midden neer te zetten. Van te voren doet iedereen een zelftest. Met de stijgende besmettingen geen overbodige luxe. Ik ben benieuwd naar de mening van de anderen. Zijn ze voortijdig afgehaakt of hebben ze dezelfde ervaring als ik. Dat is het voordeel van een leesclub. Het is een stok achter de deur om het boek uit te lezen. Anders was ik nooit zover gekomen.

In de aflevering van gisteren van Binnenstebuiten liet een medewerker van de hortus Botanicus in Leiden zien wat het verschil is tussen een echte cactus en een plant die er wel de uiterlijke kenmerken van lijkt te hebben, compleet met stekels, maar die behoort tot de wolfsmelkachtige. Als je met een naalden van een cactus een gaatje prikt in de plant gebeurt er bij de cactus niets en bij de ‘nepperd’ komt er witte melk uit. Heerlijk om weer even een Hortus van binnen te zien.

Lang geleden heb ik die in Leiden bezocht met vriendlief, waar ik straks naar toe zal gaan. In Leiden zijn we ooit begonnen aan ons gedeelde leven. Er was een piepklein appartement ergens boven in een statig herenhuis met twee kamertjes. Een voor een matras op de grond en een om in te zitten om te kunnen lezen en te turen naar het draagbare zwart/wit teeveetje met losse antenne.

Voor de juiste ontvangst moest je eindeloos draaien met dat ding en als het beeld bleef sneeuwen, wilde een klap er bovenop ook nog wel helpen. De ruimte zelf leek ook wel op een hortus, er hingen en stonden volop planten, sinaasappelkisten vormden de kasten, een rotan stoel van oma het meubilair en voor de ramen had ik oranje/bruine macramé gordijntjes geknoopt. Het was een lief en mooi begin. Mijn moeder wist van ons samenzijn, maar mijn vader mocht het absoluut niet weten anders zou de oude patriarch in hem naar boven komen om deze rebelse daad.

Nu ga ik hem zo weer op een kamertje treffen. Geen idee hoe een en ander zal verlopen. We gaan de opties bespreken die er zijn, als hij weer hier in Nederland wil gaan wonen. Het voelt als spannend en is tegelijk iets waarop ik me verheug.

De mist is verdwenen als sneeuw voor de zon. Het zicht is helder. Als dat de uitslag is van ons gesprek zou het een mooi begin kunnen zijn. Denken in mogelijkheden. Wie wil dat nou niet.

Overpeinzingen

De lucht is solidair en penseelt alvast met Amber

Wonderlijk hoe een begrip blijft kleven aan een naam. ‘Doe je zo de kachel even aan’, vraag ik daarnet aan zoonlief, als hij naar beneden gaat. Maar ik heb al meer dan veertig jaar verwarming. Het woord is het begrip geworden.

De zon scheen zo uitbundig, gisterenmiddag, dat ik na het boodschappen doen doorreed naar de Lek. Misschien ook om een beetje de gedachten te ordenen, na het gesprek met zuslief, die morgen. Wijze raad en een lijstje met adviezen, die ik evenzo vrolijk al in het achterhoofd had. Fijn dat we zo op dezelfde golflengte zitten. Een droevig bericht was er ook nog van haar kant. Goed om daar ook bij stil te staan en het de aandacht te geven die het verdient. Er zijn gebeurtenissen waar je niet zomaar overheen kunt stappen en die voor de betrokken personen grote input kunnen hebben op het gemoed. De balans zoeken en de kaarten schudden, behoort niet tot de eerste prioriteiten. Verdriet mag een plek hebben en troost zal het omlijsten.

De Lek ligt er bijna oogverblindend bij, zoals de zon op het water schittert. De klare lucht toont nu nog meer de kaalslag die het verdwijnen van de aloude boogbrug voor Vianen teweeg heeft gebracht. De A2 dendert nu moeiteloos in een rechte streep door van de ene oever naar de andere oever.

Voorzichtig om merendeels de graspollen te raken en niet het prille groen van de opkomende wilde peen en het fluitenkruid speur ik de einder af. Ganzen zitten in groten getale helemaal vooraan in de uiterwaarden langs de dijk. Op deze plek, ergens halverwege dobberen slechts wat meerkoeten en een eendenpaar op het water. Als de grote binnenvaartschepen langs trekken kabbelt het water in golven langszij en klotst tegen de rietkragen en de stenen beschoeiing.

Nog altijd, ondanks het late tijdstip, ligt er dauw op het gras. Ik loop tot de grienden en dan weer terug met de zon op de wintertoet. Heerlijk om daar even alleen met mijn gedachten te zijn. Bij het kleine zandstrandje verderop staan grote rietpluimen met hun wapperende vaantjes in de zon en kleuren zilver. De stilte met het zachte ruisen van het verkeer in de verte en het zachte deinen van het wiegende water brengt een weldadige sereniteit. Twee fietsers boven aan de dijk en zelfs de kleine blauwe prins hoog verheven ontroeren tegen de blauwe lucht. Alles ademt vrede en rust.

Thuis bedenk ik dat het boek van Gül een grote tweeledigheid kent. Er staan veel grofgebekte hoofdstukken in, maar als je bij de kern van haar verzet komt, weet ze het heel helder uiteen te zetten en gebruikt ze krachtige taal, die haar actie alleen maar versterkt. Het schoppen tegen de heilige huisjes is welhaast puberaal, maar de redenering erachter is weloverwogen. Ere wie ere toekomt.

Er heerst een gezellige drukte op straat. Grote en kleine voetstappen, kinderstemmen, aanmaningen van een moeder, wandelende rugzakjes en verkeer dat ronkend wacht tot het zebrapad vrij is. Ze gaan weer naar school. Het brengt me even terug in de groep. Januari is een heerlijke maand na de waanzinnige drukke feestmaanden. Alles oogt schoon en fris. Soms waren de vloeren geboend in de vakantie. De kinderen hadden er zin in, waren alle vermoeidheid vergeten. Nog even flitsen met wasco en ecoline voor het maken van het vuurwerk en daarna stond er een nieuw project op de rol met een grappig toneel vooraf en een nieuwe beleving. ‘Mis je het niet,’ vroeg schoondochter laatst. De interactie wel, het sparren met de kinderen en de inspiratie door hun ontdekken en ervaren, waar er vaak genoeg een heel nieuwe techniek werd gevonden vooral.

Dat is het voornemen om dit nieuwe jaar mee te beginnen. Het experiment en de toevalligheden, die er uit voort komen. De lucht is solidair en penseelt alvast met Amber