Uncategorized

Die vrijheid schept mogelijkheden

Je naam in kleine letters houden omdat je niet in hiërarchie gelooft en al helemaal niet tussen het standsverschil der letters.. Bioloog en kunstenaar herman de vries is er van overtuigd en voert het in zijn naam door. In een minimonografie werd het boekje ‘Toeval bestaat wel’ uitgegeven. Ook daar is de vries van overtuigd. Immers als het niet bestond had hij nu in Ierland gewoond en gewerkt en niet in Beieren.

de vries is een van de laatste Zero-kunstenaars. Voor zijn werk schuimt hij de hele wereld af. Vanaf 1976 verzamelt hij ook aarde. Deze collectie met meer dan zevenduizend grondmonsters wordt tentoongesteld als ‘le musee des terres’ in het museum van Digne-les-Bains.

Ik krijg de minieme kleine uitgave van de dakdekker die als zzp-er voor de woningbouw werkt, als hij mijn toiletruimte vrij maakt van de curiosa, die er huist. Ik blijf toch een jaren-zeventig- mens, met een voorliefde voor wonderlijkheden, omdat die me altijd weer intrigeren en inspireren. Hij reikt me nog meer aan, maar dit kleine gele boekje, een editie van See All This, bevat naast een werk-en-levensgeschiedenis ook al zijn werken. Die zijn stuk voor stuk de moeite waard zijn.

Er staat ook een voorbeeld in waar hij instructies geeft om een kunstwerk door de natuur te laten maken. Iets waar je de herfst voor nodig hebt, een appelboom, een klapstoel, geduld, een horloge en grote vellen wit papier en lijm. Wacht tot het blad valt en plak het exact op die plek vast. De waarschuwing erbij is grandioos. ‘Ga niet zitten schuiven om de compositie naar je hand te zetten, want denk niet dat je het beter weet dan de natuur’. Het is een kwestie van de natuur naar haar eigen hand zetten.

Heerlijke gedachtengang. Dank lieve dakdekker, die eerst nog hoog boven het huis uittorende en nu in het kleinste kamertje met hetzelfde enthousiasme en met dezelfde toewijding te werk gaat.

foto: Ruth van der Valk

Ik laat hem achter in handen van zoonlief als ik naar het ziekenhuis loop. Bij de gipskamer wordt ik herkend en ontvangen. In de belendende ruimte wordt een vrouw aan haar been geholpen. Daar is de gipsmeester van de vorige keer mee bezig. Een jongere collega neemt mijn pols onder zijn hoede. Met uiterste behoedzaamheid knipt hij de spalk los en zeept mijn pols in, droogt het zorgvuldig af en net als de vorige keer valt me de grote concentratie en de zachtheid van het handelen op. Alsof je een eendagskuiken in de handen houdt.

Ik mag de kleur kiezen en ga voor blauw, omdat zwart toch weer erg zwart is en blauw mijn tweede kleur, die trouwens ook bij mijn bril past. Hij observeert de bril en prijst haar en als ik hem vertel de keuze te hebben laten beïnvloed door geen oude damesbril te willen, vertelde hij juist te hebben gekozen voor een oude herenbril. Een genoeglijk gesprek over titaan en goudmonturen, het dunne glas, de schoonheid die bij je imago past. Daarnaast, door de prachtige grote tattoo over zijn hele linkerarm en de schroom die hij er voor overwinnen moest, komen we uit bij Polynesië en de handgezette tattoos bij nacht met de juiste maanstanden. Heerlijke gesprekken. Het schept een band. De foto na het gips laat een mooie pols zien en over vier weken mag het gips eraf.

De jonge dokter die op zijn eerste dag er werkt, dat blijkt uit alles, zal het nog moeilijk hebben bij deze doorgewinterde oude rotten in het vak. Het enige wat hem te doen valt, is te bevestigen wat de gipsmeesters al hebben verteld.

Donderdag komen de loodgieter en de stukadoor om de klus in toilet en badkamer te klaren en dan moet het even regenen, om te zien of het raam en het dak het houdt. Daarna kan de dakplaat vervangen worden en kunnen we door.

Ik kan weer met twee handen typen en volgend Google mag ik wel autorijden, mits het geen gevaarlijke situatie oplevert. Die vrijheid schept mogelijkheden.

Uncategorized

Geduld is een schone zaak

Al wandelend leer je onverwachts leuke stekken kennen, die je nog nooit eerder had gezien. Eerst kwam ik langs een staaltje van Street-Art, door jong en oud op een van de lelijkste muren van de stad. Met toewijding en nauwgezet werden de ontwerpen op de muur gezet.

Het fleurde de boel een heel eind op. Na kruip-door sluip-door sneed ik luttele meters af en kwam voorbij een hof, die me nog nooit was opgevallen

Het St. Elisabeth’s hofje, een stukje Oud Jutphaas, ligt aan het Kerkveld en is het enige stukje authentieke verleden op die plek samen met het kleine kerkhof. Voor het bezoek aan de huisartsenpraktijk besloot ik achter het voormalige bejaardentehuis door het park te lopen. Aan de kop ervan verrezen twee grote appartementencomplexen met uitzicht over al het groen.

De doktersassistente was iemand een netelige kwestie aan het uitleggen en het vroeg kennelijk om een aantal herhalingen, totdat ineens abrupt een einde kwam aan het gesprek. ‘Ze was het kennelijk niet met me eens’ zei de wat verbouwereerde assistente. Ik vroeg mijn klaarliggende formulieren en pufte even uit in de bijna verlaten wachtruimte.

Daarna voor een boodschap naar de plaatselijke super en langs hetzelfde Kerkveld een sluiproute naar de apotheek. De sloot speelde vijftig tinten groen met me, maar een grote tanende berenklauw doorbrak het tafereeltje.

Bij de apotheek lag de hele voorraad medicijnen klaar. Een inhaler die ik trouw elke morgen al voor jaren nodig heb voor het verwijden van de longen was vervangen door een nieuwe inhaler, die ik wel kende, maar lastig vond, omdat het enorme hoestprikkels te weeg bracht. Niets aan te doen. De handihaler was uit de handel genomen. Het kon nog net allemaal in het kleine rugzakje. Verstand op nul en voort. Vijf kilometer bij elkaar gewandeld. Mooi werk als tegenhanger voor het grote niets, dat anders, autoloos, aan me voorbij zou trekken.

Uitpuffen op de bank en wolken lezen. Een slapende koning die witte wolkjes puft drijft langs. Hij gaat te langzaam om er een tweede beeld in te zien. De televisie biedt vooral veel herhalingen. Ruben Terlou komt langs met zijn ‘Chinezen in de wereld’. Nog steeds schrijnt het als ik de een of andere Chineze opzichter een Afrikaanse man ‘aap’ hoor noemen. Als je je superieur voelt boven de autochtone bevolking heb je niets te zoeken in het land, is mijn mening.

Zo we zitten klaar voor de dakdekkers en de mannen die het plafond van het toilet aan gaan pakken. Gepoedeld, geschrobd en voor het oog geruimd. Pas toen dochterlief met de kinderen weer weg ging, kon ik door met schrijven. Heerlijk om even met het kleine grut in de weer te zijn. Een dansje(nee, ik bleef zitten), de poppetjes, wat brainspelletjes, de vingerpopjes in het kleine blauwe theater, waar, als je goed je best doet, jijzelf ook bijna inpast. Hilarische afwisseling.

Het theater mocht geleend omdat het aandoenlijk, scheef koppie, grote afwachtende ogen, gevraagd werd. Tegen de tijd voor het middagslaapje gingen ze weer. Stappen en stapjes op de galerij. ”Dag oma’, ‘Dag lieverds’. Zwaaien en kushandjes.

Boven mijn hoofd zijn vader en zoon aan het klotteren en zagen als echte Ed en Willem Bevers. Ze hebben laten zien met foto’s wat ze gedaan hebben en vermoedelijk was een te ver naar beneden geschoven dakpan de boosdoener. Het zijn hele aardige mannen met veel begrip en liefde voor de zaak. Heerlijk nu er een einde komt aan die lelijke schimmelplek. Zo naar om steeds weer te zien.

Straks komt zoonlief om thuis te blijven als ik richting ziekenhuis ga. Een beetje benieuwd hoe die pols eruit zal zien. Onder de witte hoes steekt een wat aangedaan seniorenvel met blauwe verkleuringen. De zwelling is een heel eind geslonken. We gaan het zien en beleven. Geduld is een schone zaak.

Uncategorized

Voedt de geborgenheid, vult het leven

‘Misschien kan ik met gips wel fietsen’ bedacht ik me, toen ik mijn zus schreef dat vijf weken niet autorijden voelde als een nieuwe lockdown. Natuurlijk kan alles met het openbaar vervoer of lopend, maar sommige plekken liggen, letterlijk en figuurlijk, buiten (hand)bereik. Het is een kwestie van de knop om zetten.

Er was een tijd dat we geen geld hadden om een nieuwe tweedehands auto aan te schaffen en toen moest ik echt ook diezelfde knop vinden. Vooral mijn geestelijke plaatje moest anders worden ingekleurd. Als ik zie hoe mijn stadse lieve dochter met het grootste gemak haar twee kinderen op de fiets installeert en er zelf ternauwernood tussen past, boezemt het ontzag in. Terwijl in die autoloze dagen van weleer het automatisme met datzelfde gemak te voorschijn peuterde en daarnaast nog een aantal ingenieuze ingevingen bewerkstelligde. Het leverde nieuwe energie op, maar het kostte ook het nodige.

Een ander probleem zijn mijn haren. Ik zal eens gaan speuren naar zo’n douchezak die om de arm kan. Dat durf ik alleen maar als er gips om zit en de breuk nagelvast geen kans meer maakt op verschuiven. Nog een dag touwhaar plat op het hoofd.

Vandaag ga ik een voettocht maken naar de medische ‘bedevaartsoorden’ Apotheek en Huisartsenpraktijk. Bij de een liggen de medicijnen klaar en bij de ander het formulier van de bloedafname en het bijbehorende urinepotje voor de halfjaarlijkse cardiocheck. Daar had de praktijkassistente om gevraagd. Dat is voor later.

Gisteren was de uitzending Zomergasten, waarin Janine Abbring praatte met Robert Vermeiren, de hoogleraar kinderen-en jeugdpsychiatrie. Zijn onderwerpen zijn beladen, de manier van uitdiepen straalt grote betrokkenheid uit. Niet over mensen rapporten schrijven of behandelingsplannen op stellen maar mét mensen samen is het eerste standpunt wat me opvalt en dat zo wezenlijk het verschil toont met de handelingen over de hoofden van betrokkenen heen. Hij vertolkt mijn gevoel, dat alles, hoe zwaar soms, hoe beladen of hoe emotioneel ook, besproken kan worden. Niet belerend en betuttelend maar door te luisteren en er in te duiken.

Mijn stelling in het onderwijs was dat geen kind ‘stout’ is, maar dat het handelt vanuit een diepe beweegreden. Vermeiren trekt deze stelling door. Benadert zijn kinderen in de psychiatrie vanuit die empathische gedachte en gaat op zoek naar de oorsprong voor het gedrag, de uitingen en de gevoelens die het opwerpt.

Er waren heftige fragmenten bij. De Zweedse fotografe met anorexia die het streven naar ‘de beste fotograaf ter wereld’ verkiest boven het leven, bijvoorbeeld. Een kwetsbare en integere Máxima, de jongen in het Braziliaanse bendeleven in ‘Cidade de DEUS’, die de ‘ goede’ kant opvalt en zich staande houdt door het toeval en de fotografie. Het levert een pleidooi op om toch vooral meer aan het toeval over te laten en mee te weven met wat soms onverwacht, op je pad komt.

Het prachtige breekbare ‘Father and Daughter’ een animatie van Michael Dudok de Wit over de verbondenheid en verlaten worden, eenzaamheid en hoe gebeurtenissen in de jeugd het hele leven kunnen kleuren.

Alles draait om verbinding, het hebben van een kleine basis van vertrouwelingen, die weten wat er leeft en speelt, die luisteren en onvoorwaardelijk voor je klaar staan als dat nodig mocht blijken. Dat alles spreekt uit het laatste fragment, waar de blik van Wende naar de zangeres S10 toe, boekdelen spreekt. Liefde en dat rotsvaste vertrouwen in elkaar voedt de geborgenheid, vult het leven.

Uncategorized

Toonbeeld van rust en sereniteit

Het begon prachtig blauw met vriendelijke wattige wolken, terwijl ik de pols pijnvrij probeerde te schuiven. De hele arm was de gedicteerde houding nu al zat en het zorgde ervoor dat het slapen onrustig verliep.

Zondagse wolken, heel even maar, want op dit moment is het grijzig en grauw. Afgelopen vrijdag was het ook een klein ogenblik zondagse hoogmis, toen we in de resonerende ruimtes van Richard Serra en zijn sculptuur ‘Open Ended’ het Credo inzetten en vriendinlief het evenzo uit haar hoofd kende en meezong. We gingen er spontaan bij schrijden, door de gewijde klanken, die tegen de cortenstalen wanden botsten en een gedragen resonantie gaven. Mis voor drie heren. Het bracht herkenning en het voelde als bevrijding om zo voluit te jubelen.

De twee intensieve dagen hadden hun tol geëist. Ik was gisteren doodop en kon me er niet toe zetten om te gaan vergaderen. Die afspraak stond weliswaar en eerst verschoof ik het naar later, maar daarna zegde ik toch maar af. Te moe, te pijnlijk, te onverwerkt bleek het een en ander. ‘Pas op de plaats’ riep het lijf.

De kinderen kwamen afleiding brengen, met lieve kaarten en een mooie bos bloemen. Zalvende goedheid tegen de pijn. De kleine filosoof en kleindochter en de Benjamin zorgden voor vertier.

Boekjes lezen met oma, of de oude Dinky toys van papa en zijn broer in lange rijen op elk plekje dat voorhanden was, uitstallen.

De dobbelstenen van het storytellers-spel werden ook omgekiept, maar verhalen kwamen in korte, crypto, staccato zinnetjes. Dochterlief had bananencake meegebracht. Thee, taart en heel veel liefde. De buikbaby werd groter en groter. Nog maar een paar weken dan was zijn broer ‘Benjamin-af’.

Als verrassing kreeg ik een nieuwe knipbeurs, terwijl ik van de week nog bedacht dat de oude wel wat morsig werd. Helemaal gelukkig. Zoonlief ging voor paard spelen en zijn zoontje schaterde het uit. Blij en kinderlijk geluk.

Gisteren liet Jan Rot aan de wereld weten dat hij niet meer beter zou worden. Een moment om even stil te staan bij deze sympathieke persoonlijkheid. Een van zijn mooiste nummers vind ik ‘Stel dat het zou kunnen’. Stel inderdaad, dan haalde ik al mijn doden terug en bande de ziektes de wereld uit. Daar had het klein orkest in het album ‘Roltrap naar de maan’ trouwens wel een heel ander antwoord op in de ‘Ballade van de dood’. Om erover te mijmeren en in dergelijke grote mogelijkheden te denken, is iets waar je je even in kan verliezen. De realiteit blijft toch wel en is minder sprookjesachtig. Ik wens Jan nog een mooie en betekenisvolle tijd toe met ieder die hem lief is.

Vanmorgen keek ik naar aanleiding van een rubriek in de Tijdgeest een video van Li Ziqi. Ze woont op het Chinese platteland en haalt uit haar wijde mouwen zonder pardon kleine staaltjes van pure Zen-beleving in de haar omringende natuur. Ze is volleerd in alles, maar met name in het creëren van schoonheid in de meest dagelijkse bezigheden. De eenvoud van het handwerk en de composities die ze er mee tovert zijn prachtig. Alles is betoverend mooi. Inderdaad, wie de druk van vandaag wil ontvluchten, kan wegzwijmelen op dat lieflijke platteland en als was in de fijne kleine handen worden van deze fee-achtige elf of deze elf-achtige fee als toonbeeld van rust en sereniteit.

Uncategorized

Inspiratie en bezieling voor de komende tijd

Nog eens stond er een taxi voor mijn deur. Voorlinden stond op het programma. Het prachtige werk van de kunstenaar Robin Rhode, een kunstenaar met een werkblad zo groot als de wereld zelf. Alles, maar dan ook alles wat hij ons wil laten ervaren, maakt hij duidelijk met zijn foto’s, sculpturen, performances en films.

Houtskool en krijt vullen de muren, dansante vormen in kleurrijke decors wekken vervreemding en zetten aan tot denken. Als bewijs dat hij het was die de muren heeft gebruikt als decor voor zijn objecten, laat hij zijn schoenen en een besmeurde krant achter. Het museum zelf wordt zijn atelier. De voorlaatste zaal maakt diepe indruk, als in een film een pianist zijn woede koelt op het instrument en met een rigoureuze handeling in een klap afrekent met het gevaarte.

Een van mijn lieve vriendinnen is er bijzonder door geraakt. Als we vragen naar het waarom, ontspint zich een diepgaand gesprek, dat niet mis zou staan als de ‘Spoken Words’ die het werk van Rhode omlijsten.

Drie vrouwen op de groene bank met uitzicht op de schoonheid van de tuinen van Piet Oudolf graven diep in de handelingen van volwassenen en hun beslissingen die grote gevolgen blijken te hebben voor de tere kinderzielen. Een onnadenkend woord, een aanpak zonder inspraak, de oorzaak van de onthutsing, ontzet zijn over de actie waar tegenspraak niet geduld wordt. Slikken of stikken, slikken dan, maar eeuwige rafel. De kleine kwikstaart brengt troost voor de grote glazen wand. Ergens zijn er lichtpunten, maar daarvoor werd een eeuwig offer gebracht, tot in lengten der dagen.

We zijn er stil van, meten het af aan eigen levens. ‘Elk huisje heeft zijn kruisje’ fluistert het verleden.

Omarmen of loslaten, waar ligt de grens. Het draait niet om wat jij wil, het gaat om het welzijn van de ander. Daar bewust van te zijn en soms te moeten handelen, waarbij het tegenovergestelde lijkt, maar de ander toch beter bij geholpen blijkt te zijn. En weer: Daar bewust van te zijn.

Drie vrouwen op de groene bank met de troost van een kleine kwikstaart en een dartelende vlinder. We zwijgen en kijken en wandelen dan naar een film over het werk van de kunstenaar, zijn achtergrond, zijn maatschappelijke betrokkenheid, de boodschap. Net als Banksy wekt hij de geest, wordt wakker, denk na, alles heeft betekenis.

Daarna het andere werk in de tentoonstelling ‘ Listen to Your Eyes’. Een prachtige titel. Luister met je ogen. Het beeld vertelt het verhaal dat gevoed wordt door je eigen emotie, je eigen ontvankelijkheid, je eigen waarheid, in een interactie met jou.

Foto: Mieke Duhen

Het hoofd zit vol, de geest verzadigd. Er is geen keuze te maken in wat het meest raakt, maar nu, op de bank, zie ik de handen en de draden om het trapezium, die, als in een vlieger, waaiende boomkruinen laat zien. de witte muur, de donkere onderarmen, de schaduw van de gestroomlijnde lijnen, de vlieger, met als dubbele vrijheid, de kruinen in de lucht. Zo’n beeld zegt alles.

Er waren ook luchtige ontmoetingen. Drie Belgen bij het bed met de 105 struisvogeleieren van Joncquil met de titel ‘une centaine de Reves te cinq cauchemars’ . We vragen hen naar de betekenis van het laatste woord. Nachtmerries. De vrouwen kijken naar de hoeveelheid eieren en tellen het na, honderdenvijf. Honderd dromen en vijf nachtmerries. We gniffelden om het oplossend vermogen en de internationale smeltkroes die het object voor dat moment opleverde.

Bij de dansende passers van Rhode, probeer ik vriendinlief te vangen te midden van het gedraai. Een uitdaging op zich. Als het lukt jubelt het in stilte. Nog een zeldzaam mooi object. Passers die losgemaakt worden uit hun abstractie.

De draaiende kleurreflecterende ronde cirkels van Olafur Eliasson fascineren en vragen om gebiologeerd te kijken naar wat er gebeurt. De kleine jongen in het midden blijft gehypnotiseerd staren in het licht. Gepakt door de waarneming.

Met een heerlijke lunch, een enorme stortbui op de tent en een brainstorm over onze eigen viervleugelige snuifmotkever zijn we weer fris en monter, vol inspiratie en bezieling voor de komende tijd.

Uncategorized

Bij leven en welzijn

Ruim op tijd was ik klaar voor vertrek. Vriendinlief kwam me halen, omdat het witte spalkje het besturen van de kleine blauwe in de weg stond. Het voelde een beetje als een schoolreisje. Ze stond te wachten op de parkeerplaats, maar er stond niet bij welke. Dus haastte ik me van de ene naar de andere, een derde ook in de gaten houdend.

Onderweg wisselden we al wat wederwaardigheden uit, maar de krenten in de pap bewaarden we tot het viertal compleet zou zijn. We kenden elkaar al zo’n 53 jaar. Mijn chauffeuse kende ik al tien jaar langer. Opgegroeid in hetzelfde buurtje met de humor uit die tijd en een moeder met orakels, gevoed door een katholieke achtergrond.

Het huis van vriendin was één groot kabinet, een kijkkast. Zoals haar kamer vroeger was, met prulletjes, versiersels, hebbedingetjes, die allen op elkaar waren afgestemd, zo was dit hele huis en de tuin. Haar leven was gedrenkt in blauw. Prachtige schalen, serviezen, verzamelingen in porselein, beelden, de weelderige bloei in de tuin, geïnspireerd door de Engelse cottages. Ogen en oren kwam je er te kort. Ik werd op de bank geïnstalleerd met en hagelwit kussen onder de nu wat grauw lijkende spalk en genoot. Binnen een half uur waren de twee anderen er ook.

Ergens uit de diepte kwamen de herinneringen aan onze opleidingstijd naar boven. De oude non voor maatschappijleer spande de kroon. Zij vond ons meer dan verschrikkelijk en stampvoette met regelmaat haar afgrijzen bij elkaar. Haar beweringen waren ook niet te negeren en het feit dat tweelingen als een pakketje op de wereld kwamen, spande de kroon. Hopeloos buiten de maatschappij en de geborgenheid trachtte ze zich staande te houden, letterlijk en figuurlijk, door haar rug te rechten en haar misprijzen als een stoïcijnse film over gelaat te leggen. Arme vrouw, die zo heel erg niet op haar plaats was tussen ons, rebelse meisjes. Er vlogen heel wat karikaturen van haar verschijning in lang habijt door de lucht, omdat uit de kap vooral haar benige, geprononceerde, neus stak.

Bij de lunch haalde onze gastvrouw een citaat van haar moeder aan. Voordat we aanvielen zei ze ‘het weesgegroet zit er doorheen’, terwijl ze op de warme soep wees. Giebelend kwamen er meer van die ijzersterke opmerkingen. Haar familiekennis, maar ook de herinneringen aan vroeger, waren intens en groot.

Het bleek dat we allemaal niet zonder slag of stoot de jaren hadden doorstaan, Er waren wat overeenkomsten. Gewrichten, ogen, beweeglijkheid, het werd allemaal wat minder, maar een van ons had jaren pijn geleden aan het been en kon nu, door een nieuwe techniek, weer lopen als een kievit, nog altijd dankbaar voor elke stap en twee van ons waren geholpen aan staar en zagen beter dan ooit tevoren. Maar er kwam ook een rollator mee met iemand wiens spieren aan het verstijven waren. Het moment om te vragen hoe ze haar belemmeringen ervoer en hoe de reactie van de buitenwereld was op haar beperking. Onnadenkende opmerkingen richtten veel schade aan, omdat ze nog lang bleven doorklinken. Genegeerd worden was er ook zo een.

De humor had de hele dag de boventoon en de inspirerende omgeving leverde heel wat nieuwe ideeën op. Zorgvuldig werd het samenzijn gedeeld, gekoesterd en opgeslagen. Afscheid tot een volgende keer, over een jaar wellicht, bij leven en welzijn.

Uncategorized

De morgenstond heeft goud in de mond

De duim begint weer normale vormen aan te nemen. Er ligt nog wel een blauwige waas om heen. Wat nu opspeelt is jeuk, op plekken waar niet bij te komen is. Niet aan denken en afleiding zoeken. Volgende week dinsdag komen ze met een hoogwerker en grof geschut voor het nog altijd lekkende dak. Met deze stortregens zijn de plastic tonnen eronder geen overbodige luxe.

Een hand buiten functie werpt allerhande ingenieuze oplossingen op. Knieën zijn perfecte klemmers voor het opendraaien van schroefdoppen. Minder geschikt voor verftubes, trouwens. Schaar blijft onder handbereik, want een seniorensluiting openen lukt ten enenmale niet. Een schuimspaan dient om de maïskolf klemvast te zetten, als ik de schutbladeren wil verwijderen. Peper om te malen blijkt echt een brug te ver. Het is leven in de vertraging. Even snel is er niet bij. Aankleden is uitkienen wat makkelijk is. Ook een nadenkertje, want een draaibeweging met de aangedane arm maken, daar wordt een mens niet vrolijk van.

vorderingen

De reacties van meelevende mensen zijn hartverwarmend. Apps, mails en belletjes te over. Tussendoor zijn er de nieuwsberichten, de Olympische spelen en de eenarmige schilderkunst. Het is een groot doek en ik moet er bij staan, dat zorgt er voor, dat bij tijd en wijle de bengelende arm moet laten bijkomen op de opgestapelde kussens.

Op FB heeft vriendinlief een leuke vraag. Of ik ook het idee kreeg, dat alle spreekwoorden, naarmate men ouder wordt, ‘Waarheid’ worden. Daar moest ik eerst even over peinzen. Ze zijn me altijd al waar gebleken. Niet voor niets zijn ze verweven in mijn dagelijkse vocabulaire. Dankzij de spreekwoorden werd er heel wat wijsheid betracht. Eigenlijk is het cultureel erfgoed en zaak om ze te blijven gebruiken en het de kinderen te leren. Bovendien zijn ze bloemrijk en niet zelden poëtisch. De kracht schuilt in de verbeelding.

Pieter Brueghel

Een schip met zure appelen, dat door een zwartgrijze donderwolk aan komt zwellen, haalt bij mij onmiddellijk het beeld naar voren van opbollende zeilen en een stuurman a la Wodan met woeste manen en baard. Het hellevuur in aantocht. Of het lieflijke: Beter een vogel in de hand dan tien in de lucht waar je je alles bij voor kan stellen of het wijze ‘ Een ezel stoot zich niet twee keer aan dezelfde steen’. ‘Zint eer gij begint’ had ik op het balansbord beter kunnen toepassen. Of was mijn onfortuinlijke actie een pas op de plaats, die nodig was om tot bezinning te komen. Wie zal het zeggen. De oude Pieter Brueghel wist allang de waarde van de spreekwoorden en legde ze vast op doek. Het zijn er meer dan honderd. Inderdaad iets om in ere te houden. Met vrienden op een warme zomeravond ook een heerlijk tijdverdrijf. Hoeveel spreekwoorden duikel je op binnen de tijd van de zandloper.

De pijn in de arm is aan het verschuiven. Nu is het witte pootje bovenop extra gevoelig. Ik vrees dat dat de blauwe plekken zijn en de zwelling. dat is het nadeel van verpakt, je weet niet hoe het zich verhoudt. Is het het normale proces, of moet je aan de bel trekken.

Straks word ik opgehaald en is er een onbezorgd dagje met mijn oude vriendinnen. Het wordt met gouden zonnegloed omlijst. Altijd weer een feest en nu dubbel, na die extra lange periode. Met zo’n dagopening kan de dag niet meer stuk. Ook iets wat ze vroeger al wisten en waar ik letterlijk en figuurlijk niets meer aan toe te voegen heb. De morgenstond heeft goud in de mond. 😉

Uncategorized

Een geluk bij een ongeluk

Een soort van pech, wat aanvankelijk zo rooskleurig begonnen was. Typen met één hand is een dingetje. Voor je al je gedachten in letters hebt gevangen, zijn ze al verwaaid. Beter bij de les blijven. Bij de fysio stond ik op het balansbord. Oef. Opstappen, midden zoeken en balanceren. De fysio stond vlak bij me om me op te vangen, maar ik viel toch om, naar achteren. Eerst op de stuit en toen op de pols. We keken of alles het nog deed en hij haalde een coldpack. In de auto merkte ik al, dat een en ander niet soepel ging, dus toch even langs de huisarts.

Die vertrouwde het zaakje niet. De pols had inmiddels vreemde vormen aangenomen. Ze verwees me door naar de radiologie voor een foto. Ondertussen was zoonlief gebeld door dochter, die ik belde vanwege de afspraak voor het etentje, dat in de soep dreigde te lopen en waarop vooral kleindochter zich verheugd had. Hij woonde dichtbij en kon naar het ziekenhuis lopen om me terug te rijden. Gelukkig maar, want ik kreeg een doorverwijzing naar de gipskamer. Het vonnis was wel duidelijk. Gebroken, weliswaar een schone breuk, maar toch. Alles was opgezwollen, dus eerst in een spalk en volgende week gips. Joviale jongens, die gipsmeesters. Ouwe rotten in het vak. Met een slendang en een mooi wit armpje mocht ik weer naar huis. Een advies voor paracetamollen om de pijn te onderdrukken. Zoonlief ging boodschappen met me doen en bracht me thuis.

Gelukkig was alles aan kant. In de ochtend had ik de galerij schoon geveegd en hoera, de eerste penseelstreken waren gezet. Nu kon ik er in ieder geval een week op spinnen, hoe het verder moest. Natuurlijk was ik vroeg wakker. De pijn was draaglijk, maar het bleef een stomme stijve onderarm, waar ik niets mee kon. Zelfs geen boek vasthouden. Dus keek ik vannacht in wat loze uren ‘Ma Vida’ met Loes Luca. Daar zou ik normaal niet snel voor kiezen, maar zorgeloze afleiding was de beste remedie om niet te hoeven denken aan pijn, jeuk en de onmogelijkheid der basale handelingen.

En…het was een fijne film. Een oproep om toch vooral je hart te volgen. Te gaan voor het geluk. Vanuit haar perspectief volkomen begrijpelijk. Het ging over keuzes maken en vermeende verantwoordelijkheden, doorzettingsvermogen en verder kijken dan je aannames zijn. Als je goed beschouwend bezig bent, zal je de werkelijkheid sneller zien. Het is een film die is opgedragen aan moeders, de zich eeuwig wegcijferende zorgzame moeders en de kinderen werden afgeschilderd als berekenende mensen en kwamen er zeer bekaaid af. Een film in cliché ‘s met een waarheid als een koe en het bracht me twee uur verder.

Arm op het kussen, een soort van foetushouding voor zover mogelijk en toch nog even in dromenland verzeild geraakt. Appjes over en weer om de afspraken van van de week aan te passen. Als de pijn zich zo verhoudt, staan er toch wat leuke ontmoetingen op het program. Donderdag een kleine mini-reünie met drie meiden van de kleuterkweek. Dat doen we ieder jaar maar met Corona even niet. Bijkletsen en herinneringen ophalen. Vrijdag gaan de dames van de Royal National Garden naar Voorlinden. The place to be als het om mooi tuinen gaat. Daar vinden we geen viervleugelige snuifmotkevers, maar aan schoonheid geen gebrek.

Straks is het poedelen geblazen. Met de vrije rechterhand. De breuk zit links. Een geluk bij een ongeluk.

Uncategorized

Dromen bevrijden met penselen

Middernacht, tien over twaalf en klaar wakker. De’Hemelse Mevrouw Frederike’ werkte allesbehalve slaapverwekkend, een boeiende reportage over Amy Winehouse in Nederland al helemaal niet en nu ben ik dan maar aan het schrijven geslagen om handen en voeten te geven aan het gedachtespook, dat rondwaart. De witte tornado is er misschien debet aan. Ze ging als een speer, maar dan ook helemaal. Balkon aangepakt en alles wat niet deugde recht gebreid. Een uit elkaar vallende rieten rolgordijn ‘gemaakt’door het onderste deel weg te knippen en de uiteinden keurig netjes aan elkaar te knopen, zodat het weer ordentelijk oogde en daarna hoog opgerold zodat het raam vrij kwam. Te grote planten en het onkruid weggehaald.

Het grote raam, zicht op de wereld

Daarna kon ik eindelijk bij de ramen, die toe waren aan een zomers sopje. Miep kraak van de huishoudservice, zo voelde het. Omdat de ramen prioriteit nummer een waren geweest, moest de rest er ook aan geloven. Door ruimte te maken om er goed bij te kunnen moest binnen de zware hoekbank opzij. Daarvoor werden de planten verhuisd en de tijdschriften en boeken van de rugleuning af gehaald.

Onder veel gepuf kon er verschoven worden en was er geen spinragje meer veilig voor de gretige stofzuigermond. Ik kwam tijdschriften en boeken tegen, waarbij ik dacht dat ik er nodig eens aan beginnen moest, in de loze uren op de bank. Ze waren een beetje het ondergeschoven kind van de rekening, ingehaald door andere tijdschriften en kranten.

Geen idee waar alle energie ineens vandaan komt, maar er zat vaart in. Halverwege kwam er een bericht van de garage dat de kleine Blauwe Prins opgehaald kon worden. De boel de boel gelaten en op de fiets er naar toe, geen bui te bekennen ondanks de dreigingen van het voorspellende weerbericht. Een felicitatie toe én een tevreden ogende voiture werd de bijvangst. Goedgekeurd met glans en een stempeltje erop. De airco hadden ze bijgevuld. Geen lange oververhitte tochten meer. Heerlijk. Om even te ontsnappen aan de opruimmodus ging de tocht langs twee kringlopen om naar twee tuinstoelen te kijken. Er ontstond een gesprek met een vrouw die haar spullen mocht verkopen in de ruimte van de kringloop. Het kwam door haar grote djembé, waar ze een pittig kaartje aan had hangen. ‘Hij komt uit Afrika’, merkte ze op. Het ontlokte een glimlach en een praatje over djembélessen, haar moestuin, alleen zijn en opruimen. Alles in een notendop.

Opgeruimd staat netjes

Met boodschappen als buit kwam ik terug temidden van de eigen chaos. Op de tanden bijten en doorzetten was het devies. Ruim voor vieren was alles gedaan. Het was goed toeven in de grondig aangepakte ruimte. Er kwamen allerlei ideeën boven van dingen die ik zou kunnen ondernemen. Misschien was dat ook wel de reden van het hanenwaken. Er spookte teveel door het hoofd.

Tot zover het nachtelijke schrijven. Op dat moment besloot ik om toch nog maar wat te slapen. De warme oploskoffie had me goed gedaan. Het raam ging op een kier, de muggen ten spijt. Niet veel later volgde een tocht door dromenland. Een enorm huis, grote trappen, een wonderlijk ontmoeting, maar niet vastgelegd, dus weggeschoten bij het eerste daglicht dat door de wimpers filterde. Toch drieënhalve uur slaap bij elkaar gesprokkeld.

Met de fysio aan het begin van de middag liet de agenda ruimte voor een etentje bij dochterlief. Ook een idee voor een nieuw doek trekt aan de basis. Begin maar, we zien wel waar het schip strandt, lijkt het te zeggen. De hele ochtend ligt in het verschiet. Het zou weer een welkome afwisseling zijn. Dromen bevrijden met penselen.