Overpeinzingen

Flexibel zijn brengt nieuwe mogelijkheden

Beneden rommelen zoonlief en lieve schoondochter, dwars door de droom heen wiegen de stemmen naar boven, flarden van een gesprek. Gedempt gelach, de dag vangt aan. Buiten begint het verkeer langzaam op gang te komen.

Gisteren hadden we een kalme dag tussendoor. Het begin van de week vieren, dacht ik, bij het zien dat de rol bladerdeeg over de datum glipte, dat was beter dan de maandag in een blauwe kleur te wentelen. Niets mis met blauw overigens. Heb je ooit een lelijke blauwe lucht gezien, of een afzichtelijke kleine blauwe Prins, maar enfin. Weg met al die blue Mondays.

Fruit te over op de fruitschaal sinds zoonlief zichzelf weer op een gezonde voeding had ingesteld. Rissen(ja echt)bananen, appels te over, peren, gedroogde abrikoosjes in de koelkast en rozijnen. De laatste twee wellen, alles klein snijden, in het bladerdeeg stoppen, dichtvouwen en afbakken maar. Een kind kan de was doen.

De glazen theepot, waar thee op een waxinelichtje een prachtige warme oranje gloed gaf, naast de vers afgebakken strudel, de armetierige bosjes narcissen bij de allergoedkoopste supermarkt, die bloeiend toch een flinke bos waren geworden en een vleug lente met zich mee brachten en verhalen, over de door lief te installeren nieuwe printer op zijn computer.

In de ochtend had ik een respectvol bedankje gekregen waar eigenlijk de hele dag van mee geprofiteerd werd en waarmee ik geweldig blij was geweest, omdat degene die me schreef, me zo intens had begrepen. Dat geeft de burger moed. Lichtpunten zijn er vooral om geteld te worden.

Vandaag is kleindochter en haar groep aan de beurt en speelde door mijn hoofd welk boek er geschikt zou zijn voor driejarigen en jonger. Kikker en pad, omdat de stem van pad altijd een beetje klaaglijk en aandoenlijk laag klonk, was op zich een goede keuze door de gelaagde vertelling, al was het gehalte aan prenten minder. Een echt prentenboek vind ik hierboven misschien nog. De meeste heb ik weg gegeven. Het prachtige boek ‘De boom met het oor’ van Annet Schaap was nog net iets te moeilijk. Zo puzzel ik het oeuvre voor vandaag bij elkaar. Voor het eerst sinds een lange tijd voel ik de tijd als een zegen over de dag heen trekken. Oma leest voor.

Ik denk aan de groep en alle keren, iedere dag dus, waarop ik ze voorlas en ze aan hun stoel gekluisterd zaten. Ademloos hingen ze tegen het verhaal aan. Vooral het laatste boek, dat we nog met elkaar gelezen hebben. Dat was het net uitgekomen ‘de Gorgels’ van Jochem Meijer. Er was maar weinig voor nodig om ze in het verhaal te brengen. Een goed verhaal laat zich als vanzelf lezen, iedere dag bedelden ze om meer.

Gisteren dacht ik ineens, vermoedelijk door de stevige wind die om het huis heen huilde, aan Liesje Herfstbriesje. Dat was een windekind die bijna nooit van haar wolk af mocht, terwijl haar moeder Sjaan Orkaan, haar vader Toon Tyfoon en haar broer Storm wel altijd ergens aan het razen waren. Oom Koos windhoos komt op haar passen als de rest in de weer is. Natuurlijk glipt Liesje er van tussen als ze haar kans waar ziet en beleeft beneden een paar avonturen. Een superverhaal, verder uitgewerkt met mijn lieve duo. In het oorspronkelijke verhaal was ze trouwens Liesje Lentebriesje, maar we hadden het nodig voor een kamp en dat viel in de herfst. Geen probleem. Flexibel zijn brengt nieuwe mogelijkheden.

Overpeinzingen

De basis is er

De wonderlijke droom laat een, even vreemde, tweedehands zaak zien met prachtige geglazuurde keramieken tegels van insecten in groenen en blauwen. Ze zitten in eikenhouten lijsten maar die haal ik eraf. Dat maakt ze oubollig. Juist de tegeltjes verdienen de volle aandacht. Ze hebben de grootte van een koelkastmagneet. Hoe duidelijk zijn de beelden in het hoofd. Tot in detail neem je waar. Het verbaast me altijd weer.

Gisteren keken we naar de serie ‘Onze man bij de Taliban’’ van Thomas Erdbrink. Bewonderenswaardig is het gemak waarmee hij, met zijn kennis van het Farsi de harten van de mensen weet te bereiken, het gemak waarmee hij een gesprek opent, moeilijke onderwerpen aansnijdt en mensen daardoor bereidt zijn te vertellen wat ze denken en voelen.

Ik vang enkele woorden op, iets in de trant van ‘het daget in het oosten’ sinds ik ooit, in een grijs verleden, een jaar Farsi probeerde onder de knie te krijgen. Ik vermoed dat, als het alleen om het mondeling was gegaan, het nog wel een geslaagde poging had kunnen zijn, maar ik liep volledig stuk op de schriftelijke grammatica. Wat een onwijs moeilijke taal om te begrijpen. Er zweven herkenbare woorden langs, sendeki, halet tsjetorie, to goebi. Het klinkt mooi, zacht en zangerig en is volledig in tegenspraak met hun verhalen over de verheerlijking van het geweld. Maar hoe kan dat ook anders, als je vanaf het begin als klein kind, bent geïndoctrineerd met denkbeelden, dat de dood zaliger is dan het leven. Aan het eind van hun tunnel ligt het paradijs en dat haalt het niet bij het leven op aarde. Volgende week ontmoet de journalist de vrouwen. Vooral daar ben ik benieuwd naar. Een must om te kijken.

Zoonlief was ziek. Ik had in de nacht al wat wonderlijke geluiden gehoord, maar in de middag had hij weer een emmer nodig en maakte ik, als vroeger, warme thee en beschuitjes voor hem, een met alleen een beetje boter en een met kaas, met het devies erbij om het mondjesmaat te drinken en te eten. Ergens aan het eind van de middag vroeg hij of ik groentensoep wilde maken. Zijn vriendinnetje haalde de nog ontbrekende ingrediënten. Inderdaad, bij flauwte of misselijkheid helpt alleen een krachtig bouilonnetje en als je vegetarisch bent, wordt dat automatisch een groentenbouillon. Uien bakken in een scheut olijfolie, schijfjes zoete aardappel erbij, twee bouillonblokjes en water, fijngesneden prei. Het helpt enorm om de maag weer rustig te krijgen. Tussendoor sliep hij gaten in de dag en kwam in de avond naar beneden voor nieuwe beschuiten, nu met aardbeienjam. Voor het lekker dit keer. Het was leuk om de ouderwetse pleeg uit te hangen. Als dat er eenmaal in zit, komt het er op tijden dat het nodig is, wel uit.

Vandaag ga ik de boekenkasten nog eens doorploegen. Morgen lees ik voor op het dagverblijf van mijn lieve kleindochter. Voor corona heb ik dat met genoegen ook gedaan. Of was het al vorig jaar. Dat is me ontschoten. Door die twee gesloten jaren is de Tijd door elkaar gaan lopen. Je denkt in termen van voor of na corona, maar het is fluïde. Het komt zoals het valt. Het ligt ook aan het vorige turbulente jaar, waar lief en ik elkaar moesten ontginnen. Waar liggen de wensen ten opzichte van elkaar, wat zijn de oude gewoonten, welke bagage neem je mee, wat zijn de verwachtingen, hoe worden ze ingevuld. Soms is er een bezinningsmoment nodig en dan weer is het tijd om de buitenwereld bij dit hele proces te betrekken. Het gevoel nu ingebed te zijn en weer naar buiten te kunnen treden is een goed gevoel. We zijn er klaar voor. De basis ligt er.

Overpeinzingen

Het doet het hart goed

Het was een aardig eind rijden naar het stadsdeel aan het Markermeer. Wisselende luchten, maar vooral ook de zon, soms in samenhang met een diep indigo er tegenover. Dochterlief reed met de zwier die ik van mezelf herkende. We waren met drie vrouwen, ik en twee dochters, op weg naar de vrouwencirkel. In de ochtend had ik in alle vroegte een woordje geschreven voor de toekomstige moeder en het boek dat ze wilde hebben was alleen maar online te bestellen, dus gaf ik haar de titel in een mooie bloesemkaart. ‘De eerste 40 dagen’ van Heng Ou.

Het huis ademde Jan de Bouvrie en door de rust die het bracht was het uitstekend geschikt voor zo’n serene ceremonie. Hier en daar miste je de persoonlijke noot in het geheel van het design, maar de warme uitstraling kwam van de kring, ecru en bruine grote kussens op de grond rond een sisal ronde mat, kaarsjes, grote kaart in het midden, theepot met kommetjes en uitzicht op de tuin, grote beukenhagen met twee gelijke boompjes aan weerskanten, waarin ledlampen hingen.

De uitgenodigde vrouwen druppelden binnen, soms wat onwennig, omdat we elkaar niet kenden, dan weer met hartelijke omhelzingen. Het leek bijna of er een dresscode was afgegeven. Voornamelijk ecru of witte en zwarte of donkere kleding, yin-yang ten voeten uit.

Er werd een sfeervol en zacht meditatief muziekje opgezet en de binnenvallende zon door de grote ramen bracht de laatste finishing touch. Schoenen uit en ik had wijs de tai-chi schoentjes meegenomen. Er kwam vooral veel zoetigheid op diverse etagères, chocola, spekkoek en pandancake in de cirkel te staan. Er was kamillethee in kleine Chinese kopjes. Kalm koutend tot iedereen er was, stemmen werden automatisch gedempt, het wachten was op de moeder en haar zus en lieve schoonzus zelf. Ze had een broekpak aan met een topje, die haar bescheiden maar trotse buikje bloot liet.

We begonnen met een rondje voorstellen. Bij de eerste zinnen werd er al gelachen en gehuild. Emotie mocht vloeien vandaag. Sommige vonden dat ongemakkelijk, anderen hadden er geen moeite mee. We hadden ook allemaal wat woorden voor de lieverd opgeschreven. Ze zat in een bescheiden pauwenstoel aan het hoofd van de cirkel en kreeg onmiddellijk van de twee vrouwen die de ceremonie zouden leiden een voetenbad met massage met magnesium. Het doel, de aanstaande moeder centraal stellen, de kennis en de ervaring van de andere vrouwen uitwisselen, klonk als een mooi ritueel. Eigenlijk was er geen greintje van zweverigheid. Hier werd gereflecteerd op de eeuwenoude overlevering van vrouwen onder elkaar. Oma’s, moeders, dochters, zusters, nichten en vriendinnen met hun eigen verhalen maar ook werd de verbondenheid gedeeld.

Het werd een bijzondere middag met zeer persoonlijke verhalen, zowel van schoondochterlief en haar vergelijking van de eerste met de beleving van deze tweede zwangerschap en de ervaring van de andere moeders in de kring. Er werd een armbandje ter plekke gemaakt met betekenisvolle stenen waar ieder twee kralen van mocht uitzoeken. Haar moeder had amethist gekozen en ik ook, naast de maansteen, omdat de maan staat voor vrouwelijke krachtige energie en omdat de maan de levenscyclus vertegenwoordigt van geboorte, dood en wedergeboorte. De wassende maan als het groeiende buikje. Daarna waren er nog cadeaus en werd de ceremonie met een zachte lavendelgeur en dezelfde rustige klanken besloten.

Bewust zwanger zijn, schreef ik gisteren, is het hoogste goed. De wetenschap dat je naar je eigen lijf mag luisteren, naar de tekenen die het kind zelf doorgeeft, het beleven maar ook doorleven van alles wat er gebeurt daarbinnen en dicht bij de natuur, dichter dan wij ooit stonden in onze zwangerschappen. Zo’n pareltje, de wetenschap dat men dat stukje natuur probeert te heroveren, het doet het hart goed.

Overpeinzingen

De bron van leven

Het zijn weer roerige tijden. Er gebeurt van alles en soms gaat het zo snel achter elkaar, dat je het gevoel hebt in een tredmolen te rennen. Pas op de plaats dus en diep nadenken. Het heeft onder andere allemaal te maken met de auto die in het verschiet ligt en als het aan mijn zoon ligt, sneller dan ik denk. We puzzelen en passen en meten en weten dat het straks uitstekend zal verlopen.

Vanmiddag vieren we dat er een nieuw leven op komst is en zijn we ons er extra van bewust wat dat betekent. We zullen uitspreken wat we voelen en dat delen met de anderen. Bewust zwanger zijn is het hoogste goed. Toen we midden in het leven stonden, was er niet altijd tijd voor bewustwording. De wereld draaide door. Onze moeders moeten dat nog meer ervaren hebben. Kinderen krijgen was onderdeel van de invulling van het leven en het overkwam je vaak. De elfde keer is dat een andere ervaring dan bij de eerste. Bovendien had ze haar handen vol aan het grut. Er waren nog geen apparaten die de wind uit de zeilen konden nemen. Iedereen had een taak in het reilen en zeilen. De jongens poetsten schoenen, de meisjes stopten sokken. De rolverdeling was er. Dat ‘hoorde’ zo, volgens de toenmalige normen en regels.

Mijn eerste stage op de gynaecologie was op een grote zaal met ijzeren bedden, waar de pas bevallen vrouwen lagen met even zoveel wiegjes achter het bed. Privacy was er door een gordijn dicht te trekken, maar in alle rust genieten van de kraamtijd was er niet bij. Je lag met tien vrouwen. ‘s Avonds werden de wiegjes weggereden en lagen de baby’s gescheiden van de moeders. ‘S Nachts werden ze gevoed door ons en in alle vroegte werden ze eerst in bad gedaan. Babyromantiek werd gevangen in rozige schoongeboende lijfjes, flesje erin en rust in de tent.

De eerste keer zwanger. Je weet niet wat je overkomt. Het lijf neemt het over, er gebeuren allerlei onvoorziene wonderlijke kwalen en veranderingen. Omvang, kleine ongemakken, jurken waar je nooit meer in past. Alles wordt letterlijk zwaarder en als de kleine dan geboren is en jullie zijn samen thuis dan wordt de buitenwereld ongemerkt kleiner en weet je na een week al niet meer over iets anders te praten dan over krampjes en volle luiers en doe je alle mogelijke moeite om aan je baby af te lezen waar het behoefte aan heeft.

Stukken makkelijker vond ik het als ze eindelijk aan het brabbelen sloegen en ze vast voedsel mochten eten. De hele bewustwording werd door de verantwoordelijkheid en mijn eigen onrust daarin naar de achtergrond verdreven. Van een druk en werkzaam leven naar de grote en eindeloze wolk die soms roze, maar met kloofjes door de borstvoeding, het dwingende huilen, de eeuwige luiers, soms ook donkergrijs was.

Bewust zwanger mogen zijn is een prachtige start voor het hele gezin. Toen ik de rust ervoer die mijn dochter tijdens haar bevalling ten toon spreidde en in haar eigen natuurlijke habitat klaar was om het kind te ontvangen met open armen samen met haar echtgenoot, was ik geroerd. Die kalmte had ik nooit op die manier ervaren. Ik ben benieuwd naar de viering van vanmiddag. Het is prachtig om het op deze manier mee te mogen maken en samen te beleven dat er ergens in ons lijf zo’n natuurlijke oerdrift huist, de bron van leven.

Overpeinzingen

Een feestelijk begin

Vandaag is een dag als alle anderen en zo bijzonder. Normaal gaan we met elkaar naar het strand aan een willekeurig stukje Noordzee, het liefst Egmond, maar dat is eigenlijk soms een brug te ver. We schrijven er onze boodschappen in het zand en wind en water nemen ze mee om ze te tonen aan die vrije adelaar hoog boven moeder aarde, waarvan we zo graag geloven dat het de vader van de kinderen is.

Vandaag 20 jaar geleden gingen we aan boord van een zeewaardig schip in Scheveningen. Het was koud en winderig, de golven werden opgestuwd tot pittige hoogte en het schip deinde op en neer. We hadden allemaal naast het beklemmende gevoel in onze harten en geen echte zeebenen een bezwaard gemoed. De urn was lange tijd blijven staan en die dag zouden we de as gaan uitstrooien voor de kust van Egmond, waar mooie herinneringen aan hem ooit diep in het geheugen gegrift zijn.

Mijn Franse schoonzoon had het meeste last van de deining en lag grauw op een van de bankjes van het schip. Ooit had ik al verteld dat het strooien van as door de bank genomen een illusie is, want als een grote kluit stortte het in zee, toen de urn werd omgedraaid. De meegebrachte bloemen verzachtten het leed, want die werden drijvend meegevoerd naar onbekende oorden, ze dreven de vrijheid tegemoet. Wie er kan, wandelt zondag mee, weliswaar nu in het bos, en daarna stellen we de gemeenschappelijke dagen weer in. Door corona was er toch de klad een beetje ingekomen.

———-———-

Daar bleef het gisteren bij, want door allerlei ontwikkelingen kwam er van schrijven niets meer. We zijn bezig met het zoeken naar een grotere leaseauto. De kleine trouwe blauwe Prins is een kanjer, maar voor de lange afstanden naar Verweggistan hebben we zwaarder geschut nodig. Zoonlief hielp erbij en zocht een aantal betaalbare modellen bij elkaar. Met een daarvan gaan we vandaag een proefrit maken. Spannend. Ik hecht altijd aan mijn auto’s en aan de kleine blauwe nog wel het meest. Ze hebben trouwens allemaal steevast namen gekregen en werden automatisch deel van mijn leefwereld. Nu zal dat anders voelen, maar misschien ook niet. Dat gaan we vandaag ontdekken. We hebben alles op een rijtje gezet, gewikt en gewogen, eventuele onvoorziene kostenposten meegenomen en zijn niet ontevreden over wat er uit de bus gekomen is.

Het is de week van de poëzie. Iedere dag een gedicht, is alvast een goed begin. Ik zou moeten doorgaan met Rumi van Kader Abdolah, maar op de een of andere manier kom ik bij de lieve gedichten van Hans en Monique van Hagen uit. Kattebelletjes vol wijsheid, filosofie, empathie en verwondering. Deze bijvoorbeeld:

‘ik weet wat warm is en koud is/wat zoet is en wat zout is/ik weet/wat lief is en wat stout is/wat goed is en wat fout is/

maar wat is nul en wat is niets/wanneer is ooit wanneer is nooit/en waar is nergens/dat moet ik nog bedenken/

ik denk nooit aan niets/want als ik dat probeer/denk ik stiekem toch aan iets/

Ooit ben ik met denken klaar/dan weet ik alles/van nul en niets en nergens/ dan ben ik een wetenaar’

Kleine woorden die grote gedachten schrijven, dat is het mooie van deze gedichten. ‘Iedere dag een gedicht’ wordt met de poëzie van deze twee kanjers een feestelijk begin.

Overpeinzingen

Mooier kan je het niet hebben

Hoe je je vergissen kan. Tien bollen wol besteld, hebben ze een ieniemienie-muizen formaat. Bollen van 25 gram, waar je inderdaad hooguit een poppenmuts of sjaal van kan breien. Natuurlijk had ik alles af moeten speuren en zeker naar het aantal grammen, maar wie verwacht dit nou. Een mooi leermoment en kijken wat ik er van kan brouwen.

Het was toch nationale pechdag hier in huis, want het begon letterlijk en figuurlijk met een koude douche. moest de ketel bijgevuld? Terwijl ik naar de fysio was met, bij inspanning, een saturatie van 82, hadden lief en zoonlief geconstateerd dat inderdaad de druk te laag was, maar na bijvullen werd er toch een ‘error’ aangegeven. Monteur beloofde langs te komen voor zessen.

Om het warm te krijgen vooral vroeg koken, bedacht ik me. Met het recept opgesnord op internet, makreel met ketjap-citroen saus, spinazie en tomaat en de overgebleven couscous van vorige week, smulden we ons dwars door de lage temperaturen heen. Klokslag zes uur werd er eindelijk aangebeld. Een hele grote vriendelijke monteur vulde de woonkamer en hij zocht zijn weg samen met lief naar de kaduke ketel. Even later ging hij een nieuwe ventilator halen uit zijn auto. De oude had al amechtig gepiept en gekraakt de afgelopen keren en nu had hij het helemaal begeven. De man was verbazingwekkend vriendelijk, al had hij op dit late uur ook nog een adres te gaan. Een zegen voor de mensheid, zulke mensen. Langzaam kwamen de verkleumde spieren, nog steeds onder de wollen plaid, tot leven.

Niet alles was beroerd. Zoonlief kwam met mijn nieuwe telefoon, groot scherm, extra ruimte en grotere letters. Niet onbelangrijk, een fantastisch beeld op de telefoon. Hoera. Handig zo’n ITer in huis, die de oude direct overhevelt naar het nieuwe exemplaar. Hoesje er omheen en klaar voor gebruik. Dag ouwe getrouwe 5. Ik leg je terug in je doosje.

Ik denk aan de evergreen van Donald Jones en Annie M.G. Schmidt; ‘Ik zou je het liefste in een doosje willen doen, en je bewaren, je heel lang bewaren’, denk er wel dat hele vette Amerikaanse accent van Donald bij. Dat was de romantische kracht van het lied/gedicht. Ik vond dit prachtige fragment met een ontroerde Annie, om het te duiden.

In de Groene van deze maand lees ik dat Max van Rooy een biografie heeft geschreven van H.P. Berlage. De auteur is ‘de kleinzoon van’ en heeft minstens 44 jaar na het voornemen pas dit cruciale werk voltooid. Enkele weken later overleed hij. Hij stelde zich ten doel om vooral over het leven van Berlage te schrijven en over de relatie ervan met betrekking tot diens gebouwen en projecten. Verhalen die hij vooral van zijn moeder, de dochter van Berlage, hoorde want hij zelf werd geboren na de dood van de beste man. Aan het eind van de recensie, merkt Chris van der Heijden op dat de biografie hem ontroerde en verwarde. Iets om zelf te gaan ervaren, lijkt me.

Gisteren wipte ik na het grit voor Pluis te hebben gehaald, nog even de naastgelegen kringloop binnen om het boek Abeltje van Annie M.G. Schmidt te zoeken voor dochterlief, die het verhaal wil vertellen aan de kleine filosoof. Deel twee had ik wel in huis, maar het eerste deel of met iemand meegegeven of uitgeleend.

Laat ik nou, in die kast vol kinderrepertoire kriskras door elkaar en niet op naam, een heel oud exemplaar vinden, precies een jaar ouder dan ik zelf ben. Het was er eentje uit de Kluitmanserie. Totaal vergeeld en met een herkenbaar adres van de vorige eigenaar en de datum waarop hij het boek had gekregen. Al met al brachten de gebeurtenissen van de dag elkaar aardig in balans. Pech en geluk. Mooier kan je het niet hebben.

Overpeinzingen

Beloofd is beloofd

Een hamsterrat die is opgeleid om bij een aardbeving slachtoffers op te sporen, laat de volkskrant gisteren weten. Het dier is uitgerust met een rugzakje vol electronica. De electronica is ontworpen in Eindhoven in samenwerking met Antwerpen. Van zo’n bericht wordt een mens weer blij tussen alle deprimerende berichten die er normaliter in staan. Ze kunnen ook landmijnen en actieve bommen opsporen, want ze zijn te licht om de mijn te laten ontploffen en ook zijn ze in staat om mensen met tuberculose te detecteren. Ze worden in Belgie en Tanzania getraind. Wat een prachtig samenwerkingsverband. Er is één probleem. Als bij een ingestort huis, de koelkast per ongeluk openspringt, moeten de ratten nog leren zich toch stug op hun doel te blijven focussen. Iedereen kent z’n eigen verleidingen.

In mijn verbeelding wandelt de rat rechtop met zijn rugzak vol electronica op de rug en kletst honderduit door een van zijn microfoontjes. Een script voor een stop-motionfilm of het begin van een prachtig kinderboek. natuurlijk wordt hij verliefd op een andere reddingsrat en gaan ze door middel van nog betere samenwerking nog veel meer levens redden. Eind goed, al goed natuurlijk, want er zijn al genoeg rafelige randen in de wereld.

Lief leest het voor op de rand van het bed. Samen de mooie zaken delen zet de dag in een ander licht. Ondertussen begon de ochtend al vroeg. De inwendige mens is nog wat aan het rommelen en is nog niet helemaal tot rust gekomen, maar er is goede hoop op herstel. Vanmiddag zal ik de fysio aan het werk zetten of hij mij, denk ik, maar vanuit dit gezichtspunt. Het is de stagiair, dus gelijk een mooi leermoment voor hem.

Gisteren gingen we op onze bejaardengang, slof slof, boodschappen doen en waren toch een beetje ondersteboven van de rekening, terwijl het helemaal niet echt veel was, wat we aan artikelen hadden. Deze week gaan we op de kijk-en-vergelijk-toer. Hoe verlagen we de uitgaven per dag.

In die vroege ochtenduren krijg ik soms de vreemdste intervallen. De winkel waar ik de leuke set had gekocht, maar waarvan ze alleen nog een kleine maat broek hadden, was ook online. Opgezocht, broek gevonden tegen dezelfde gereduceerde prijs en nu heb ik een mooie set. het was het laatste exemplaar in large, viscose en in de mooie gebrande Hennakleur van het hes. Dat was overigens van 119 euro afgeprijsd naar 10 euro. Dat zijn leuke verrassingen. Ik moest denken aan de wijze woorden van zuslief: ‘Altijd wachten op de 70%’, en zo is dat.

Het arboretum in Wageningen bezit bloeiende Hamamelis, schreef vriendinlief, maar het mooiste arboretum waar deze toverhazelaar veelvuldig voorkomt, is in Kalmthout bij Antwerpen. Het is erg verleidelijk om eens een bezoek te brengen.

In plantaardigheden.nl vind ik diverse verklaringen voor de naam, maar deze sprak me het meest aan. ‘Tover’ of ‘heks’ (in het Duits heet de plant Hexenhaselstrauch) kan zowel slaan op de magische wijze waarop de zaden worden weggeslingerd als op het merkwaardige tijdstip van de bloei in de winter. Of je zou de geneeskrachtige en cosmetische eigenschappen van de plant als tovenarij moeten beschouwen…Tot slot: probeer de toverwerking van de plant eens zelf uit: Doe wat afkooksel van het blad op een watje en wrijf daarmee de pijnlijke bulten en stekende beten van muggen en andere insecten in. Volgens de indianen is dit een probaat middel hiertegen.

Goed om te weten. Toch eens gaan kijken, misschien eerst naar Wageningen en daarna naar Antwerpen. Nu nog niet, want het is pas-op-de-plaats-week, heb ik mezelf en het vege lijf beloofd. Beloofd is beloofd.

Overpeinzingen

Krant spellen, puzzelen en Rumi

De bloes was voldoende op een stemmige plisee broekrok en met een zwart jasje erover. Met was lichte aanmaningen tot versnelling kwamen we op het nippertje aan bij de Bethaniekerk in Lunteren om de doopdienst van kleindochter mee te maken. De kleine blauwe liet zich geduldig inparkeren op een miniem plekje, precies voor de ingang. De grote suv’s en andere auto’s van formaat hadden het voorbij moeten laten gaan. Klein heeft zo z’n voordelen.

Het was al vroeg bijna helemaal vol. Heel veel kleintjes zaten her en der tussen het publiek. Het werd dan ook een dienst die een hoge mate aan kinderstemmetjes produceerde. Er was veel afwisseling. Veel gezang, opstaan, zitten, de doopkaars werd aangestoken, er werd gepreekt. De voertaal was Ambonees, met een voorganger die slechts drie maanden geleden hier naar toe was gekomen en die daarnaast heel behoorlijk onze taal machtig was. Er waren foto’s op de twee schermen te zien met onder andere de regenboog, het ontwerp van ons lieve kleinkind voor het boekje met teksten. De doop werd gehouden bij een klein doopvont middenvoor met haar Papa Ani, een broer van mijn schone dochter. Ze zagen er allen als een plaatje uit. de kleine in het tule, de schoondochter in fluweel en haar broer in een stemmig zwart.

Cadeautjes

Na de dienst was er een hapje en een drankje in het huis van Omi en Oops. Het werd volle bak De hele kumpulang van de familie was aanwezig plus de goede vriendinnen en vrienden. Loempiaatjes, Bapao, soep voor de inwendige mens. Aangenaam kouten, drukte van jewelste in de keuken, gekrioel van de kleintjes, terwijl de oudste kinderen op de trap achter hun schermpje hingen, cadeau’s, heel veel cadeaus voor het feestvarken en zoonlief die overal zoveel mogelijk de helpende hand bood. Trots op de lieverd.

Opeens was er de benauwdheid. Ik voelde het opkomen als een snelle razende tornado. Nu moest ik weg, begreep ik. Later bleek dat er inderdaad niet veel zuurstof was met al die mensen. Het kon ook zijn dat iets van wat ik gegeten had, niet goed was gevallen en hoogstwaarschijnlijk had ik te weinig gedronken. Het afscheid was wat overhaast maar kon op dat moment even niet anders. Een surrealistische rit met verergering van de symptomen was het gevolg. Thuis wilde ik liggen en later beter maar naar bed. Door het hoesten wat erbij hoorde, had ik vermoedelijk ook in de lies een breukje veroorzaakt. In ieder geval werd ik me gewaar van alle gewrichten, spieren, organen die levensgroot boven de pijn uitstegen. Alles klopte, boorde en klotterde. Griepje hoogstwaarschijnlijk, was de nuchterheid waarmee de angst werd weggevaagd. Diep ademhalen en het uitzingen. Niet kunnen slapen maar dan maar luisteren naar de diverse oprispingen en pijntjes en de draai proberen te vinden die verlichting bood. Het emmertje bleef bij de hand.

In de ochtend met hazenslaapjes tussendoor zakte een en ander. De rust deed goed. De koffie herstelde enigszins het unheimische gevoel. Lang geleden dat ik me zo had gevoeld. ‘Het gaat wel weer over voordat je een jongetje wordt’ zei onze moeder vroeger altijd bij elke kwaal. Het is hier in huis een gevleugelde uitspraak geworden. Daarbij vond zij, dat je maar weer snel in het normale ritme moest zien te komen. Een overlevingsstrategie die ik tot nu toe altijd wel voerde. Dat gaat straks ook gebeuren. Opstaan en de dag ergens in de middag beginnen. Maar nu eerst die zalvende rust. Krant spellen, puzzelen en Rumi.

Overpeinzingen

Zo’n bijzonder feest

De wegen richting Rotterdam werden om een uur of vier omsingeld door een dikke laag optrekkende mist. Hier was er nog niets van te merken geweest. In de middag hadden we in een gehaast tempo nog wat truien voor lief en voor mij een paar nieuwe kloffen, iets chiquer want suedine, en en mooi bloesje met hes op de kop getikt. Zaterdagmiddagdrukte op city, maar door regelrecht op het doel af te gaan was dat geen enkel probleem. De vrouw van de balie fluisterde me toe dat het net de laatste bloes was geweest en al gereserveerd maar dat ze het vanmorgen bij gebrek aan ophalen weer had teruggehangen en het gilet was de allerlaatste in de rij. Ze legde de twee artikelen op de balie neer en twee vrouwen keken ernaar en spraken hun bewondering uit. ‘Als je nou even niet kijkt, leg ik het snel bij mijn aankoop’ grapte een van hen. Ze vonden de combinatie van kleur zo prachtig. Daarom was het me ook opgevallen. Een prettige bijkomstigheid was dat het gilet tot een tientje was afgeprijsd. Heerlijk die uitverkoop.

Bij de truienwinkel kwam ik een van mijn liefste leerlingen tegen. Hij zocht me op en omhelsde me. Dat doet een oud juffenhart goed. Fijn om te weten dat hij er prachtig uitzag, zielsgelukkig was met zijn studie in de mode en heel verheugd me te zien. Hij en zijn vriend waren voor mij altijd een grote inspiratiebron geweest, omdat ze zelf zo’n enorme fantasie hadden. Op een ochtend waren ze de knutselhoek ingekropen en hadden al ginnegappend en druk pratend lange slierten crêpe-papier gefabriceerd. Het volgende moment bevond de een zich in het speelhuis op het zoldertje en de ander stond eronder. ‘Rapunzel, rapunzel laat je vlechten zakken’ riep hij en daar vleide Rapunzel haar lange slierten van vlechten over het hek tot ze de grond raakten en dat om kwart over acht in de ochtend. Vrienden voor het leven door dik en dun.

Lief zag er prachtig uit in zijn nieuwe outfit. Ik bewaarde de mijne voor vandaag, omdat dan de doop van kleindochter is. We moesten voor de verjaardag richting Rotterdam Spangen, een buurt die ik nog niet kende. De mist en een temperatuur onder het vriespunt baarde lichte zorgen, maar eerst maar eens afwachten hoe de terugweg zou zijn. De jarige was een neef van lief en ik had de kinderen van zijn broer weliswaar allemaal als kleintjes gezien, maar vijfenveertig jaar geleden. Nu was het hele stel bijna compleet. Er was nog een stel uit onze stad, die we niet kenden, maar waarvan de man me wel bekend voorkwam. Ze woonden slechts een blok verder.

Broer en schoonzus van lief waren er natuurlijk en verder was iedereen me onbekend. Het leuke is, dat in zo’n gemoedelijke setting iedereen met elkaar aan de praat raakte, ongeacht leeftijd, uiterlijk en nationaliteit. Er was een Cubaan, een Servische familie, een Surinaams-Javaanse vrouw, een Engelsman, en de Familie van lief met de Indische roots. Heerlijk, zo’n gemeleerd en kleurrijk gezelschap. Er was Italiaanse catering en na de heerlijke pasta’s, pizza’s en salades kwamen schalen met mosselen, gruyère met olijven, Italiaanse droge worst met gedroogde tomaat en schalen vol vleeswaar. Een ware overdaad en toch denk ik dat alles is opgegaan. Aan de muur achter de grote schalen op de rechauds hing een Banksy in tegeltjes. Het aandoenlijke meisje met de rode ballon. Er bleven maar mensen binnenkomen. We keken elkaar aan. Plaats maken voor de lieve jeugd en op tijd weg voor de drukke dag van vandaag. Het was een feest van formaat in die smalle Rotterdamse woonkamer met haar gezelligheid.

Er zijn al heel wat nieuwe gezichten de revue gepasseerd dit afgelopen jaar. We zijn bevoorrechte mensen door twee levens zo met elkaar te kunnen verweven. Op de terugweg was de mist als sneeuw voor de zon opgelost, maar op de heenweg hadden we nog wel het prachtige schouwspel van een vuurrode ronde zon in de witte nevel mogen aanschouwen. Alsof ze de voorbode was van een net zo’n bijzonder feest.