Overpeinzingen

Een goed gevulde dag

Vroeg in de morgen een afspraak met zoonlief en de kleine pretletter, zijn dochtertje die, nu de twee andere rakkertjes naar school zijn, het rijk met haar vader alleen heeft. Ze waren al naar het bos geweest en hadden dennenappels verzameld die in haar roze fietsmandje lagen te drogen. Daar hadden ze een grote bonte specht gehoord en gezien en zijn holletje ontdekt, waar zoonlief kleintjes in meende te horen. Een uurtje natuur is al genoeg voor een hele dag. Er valt zoveel te ontdekken. Pop moest aangekleed. Een nieuwe trappelzak. ‘Een trappeldoelie’ wist ik me ineens te herinneren. Zo noemden we ze vroeger. Het woord borrelde en gistte in een keer omhoog. Hoe wonderlijk onze geest toch werkt in het woud der herinneringen.

We waren er rond elf uur. Opgetogen vertelde ze van de specht en zoonlief liet het filmpje zien dat bij het verhaal hoorde. Daarna waren ze boodschappen gaan doen en hadden lekkere koekjes gehaald voor bij de thee voor ons. We konden volop genieten van haar vrolijke en gezellige babbel en bijkletsen met zoonlief. Natuurlijk moesten we ook de blokhut achter in de tuin bewonderen, die schoonpapa met hun hulp had gebouwd. Kranig klusje geweest. Het is ruim en praktisch. Schone dochter was er even. Ze moest naar de fysiopraktijk waar ze werkt, om de reintegratie na haar operatie te bespreken. Dat was dichtbij, een blok verder. Ons bezoek was kort maar krachtig en erg knus.

Daarna gingen we naar het Centraal Museum in Utrecht. Ik prijs me altijd gelukkig dat ik de weg daar blind weet te vinden, want alles is eenrichtingsverkeer geworden en dan moet je de sluipwegen op je duimpje kennen. Het is allemaal zo uitgevoerd om het aantal auto’s te ontmoedigen. Door die malle longen, en zeker met het vocht in de lucht, kan ik niet heel ver weg parkeren. De binnenstad mag dan ook wat kosten.

We liepen langs de piepkleine huisjes, gemoedelijk tegen elkaar aanleunend, De Kameren van Maria van Pallaes, met daarachter het hofje van de Beyerskameren. Een heerlijk stukje oud Utrecht. Iets verderop in die Agnietenstraat lag het Centraal Museum met het Nijntje Museum aan de overkant. Het was even zoeken naar de museumkaart, maar ik had de nieuwe van Lief. Gelukkig maar. Even dachten we met een verlopen pas te staan. Trapje op en trapje af, kalmpjes aan, en een paradijs aan Utrechtse en landelijke buitenplaatsen en ruïnes in inkt of aquarel, minutieus getekend en van een flink formaat.

Het thema was ‘Getekend de natuur’, waar je door vier eeuwen geschiedenis kon wandelen om te zien hoe de houding van de mens ten opzichte van de natuur was veranderd. Als inleiding sprak de Natuur zelf tegen ons:

Soms probeerden jullie mij vast te leggen, te bezitten, te ordenen.  
Maar mijn betekenis, laat zich niet vangen in lijnen.  
Toch vertellen de tekeningen mijn verhaal. En dat van ons samen.  
Over hoe jullie mij zagen en vandaag de dag zien. 
Over hoe ik verander. En over hoe wij samen kunnen leven. 

Getekend, de Natuur.

Aandoenlijk en zo waren er in elke zaal kanttekeningen van de natuur zelf. Een mooie verzameling op deze manier, waarbij ik vooral de etsen van de dode vogels en het molletje van Charles Donker boeiend vond, maar dat was ook omdat ik er met een gekleurde interesse naar toe was gegaan vanwege mijn eigen dode-mussen-ets van een paar weken geleden.

Na deze ene tentoonstelling was de geest verzadigd en besloten we een hapje te gaan eten buiten het centrum. Ook daar betaalde je voor het parkeren een hoofdprijs. Wel heerlijk aan de Kade tussen de studenten van de HKU wat een aangename ongedwongen sfeer gaf. Geen hele maaltijd, want die werd pas een uur later geserveerd, maar kleine borrelhapjes die alles bij elkaar goed genoeg waren. Op die manier lieten we de uren nog eens voorbij kabbelen als mooie afsluiting van een goed gevulde dag.

Overpeinzingen

Meer spelen, goed voor je ziel en zaligheid

Het hele schrijfproces waar ik in september aan begonnen ben vroeg me na te denken over ‘Spelen’ op dag 117. Als voorwoord stond er:

Wat betekent spelen voor jou? Wat speelde je vroeger? Hoe speel je nu***Elk werkwoord nodigt uit om zowel letterlijk als figuurlijk beleefd te worden. Als je jezelf dit eigen maakt, kun je werkwoorden in je schrijven gebruiken als bommen vol betekenis.

Vroeger was mijn wereld een grote speeltuin. Immers, er was niets anders. Geen tv, geen computer, geen draagbare telefoons, cassettedecks, hooguit een 33 toerental grammofoon en de radio met om zeven uur Kleutertje luister. We speelden met name buiten: Kaatseballen, stoepranden, tikkertje, hoepelen, tollen, bokkie piéd, verstoppertje, of je had je driewielertje, je step(soms), en wandelen naar het park was er ook bij om de eenden en de karpers in de grote vijver te voeren met je vader en moeder en de rest van het gezin. We gingen dan naar het Julianapark. ‘s Winters konden we sleeën en schaatsen, sneeuwpoppen maken, een sneeuwballengevecht houden. Ik had de mazzel om kind te zijn in 1963, een van die hele strenge winters met veel sneeuw. Of je speelde een van de vele sprookjes na: ‘Ik was de sneeuwkoningin en jij het jongetje dat haar kwam opzoeken en toen werd ik heel boos’. Tikkertje begon met het versje ‘De maan is rond: De maan is rond, twee ogen, een neus, en een mond’, wat je letterlijk op de rug van de tikker uitbeeldde. Daarna moesten ze gaan aftellen tot tien en ging iedereen zich in de straat verstoppen. We speelden met alle buurkinderen. Ook speelden we thuis bibliotheekje of schooltje na en dan was ik de bibliotheekmevrouw of de juffrouw en de poppen en de zussen waren de leerlingen of ze waren de kinderen die boeken kwamen lenen. Toneel tussen de stapelbedden werd altijd nagespeeld van iets dat we gelezen hadden of een film van mijn vaders draaizondagen in het clubhuis. We bakten aardappeltjes op het klein fornuisje in de poort met zo’n wit blokje om aan te steken. Er was altijd iets te doen en als je niet meer wilde, was er een boek. 

Spelen met Ecoline op school

Toen ik ouder werd, speelde ik graag op school met de kinderen mee. Drama, muziek en creativiteit, alles waar je je fantasie de vrije teugels kon laten. Eigenlijk is de speelsheid nooit uit mijn lijf verdwenen en toen ik daar dan ook weer ging werken zat ik onmiddellijk opnieuw in de begeestering van het experiment. Zolang we dat konden doen was het spelen, zodra er een wedstrijdelement in kwam was het spelelement verdwenen, want dan moest je presteren en dan ga je voor het eindresultaat, terwijl het bij spelen om het plezier ging. Echt plezier, dat je voelt opborrelen vanuit je tenen. 

Als ik nu speel speel ik met materiaal of met olieverf of aquarel en penselen, drukinkt en een etspen, monoprint of andere mogelijkheden die er zijn om iets moois ervan te maken. Vooral ecoline en oostindische inkt laten het spelelement ontwaken omdat je nooit weet waar je uitkomt. Ik zou er weer eens meer mee moeten spelen. Vooralsnog denk ik teveel. Het komt wel. Meer spelevaren, goed voor je ziel en zaligheid.

Overpeinzingen

Rouw wijst zich vanzelf

De column over rouw van Sinan Can kom ik tegen en vooral zijn laatste zin raakt me. ‘Rouw is geen probleem dat opgelost moet worden. Het is een manier van liefhebben die niet ophoudt’. Een gezegde uit Anatolie is: Iemand heeft zijn aardse jas afgelegd’.

Ik gebruikte vroeger al het woord stofmantel in een gedicht dat in het gedichtenbundeltje staat geschreven dat ik al jaren kwijt ben en dat ergens in de schuur moet liggen naast de zoekgeraakte teddybeer en mijn looppop die net zo oud is als ik. Om hen drieën rouw ik al jaren. Een spijtige rouw, een schuldige rouw, een verweesde rouw, omdat ik ze te goed heb opgeborgen en ik vrees dat ze met de diverse opruimwoedes van de kinderen en mijzelf verdwenen zijn.

Het is weer een heel ander soort rouw dan om al mijn ‘eigen’ doden. De relatie tot hen is voorgoed ondergesneeuwd, maar daardoor ook veilig opgeborgen in de herinnering. ‘Het lichaam verdwijnt maar de aanwezigheid niet’, zegt Sinan Can. In al mijn kinderen zie ik hun vader terug, mijn moeder en vader, mijn opa en oma zelfs, zei het een vleugje, een oogopslag. Mijn handen zijn mijn opa’s handen waar ik zo graag aan mocht plukken als klein meisje omdat zijn velletje dan omhoog bleef staan. Mijn neus is mijn vaders neus. Mijn druppel eraan bij koude, die van mijn oma en mijn moeder.

Sinan gaat verder over een andere rouw, die van het verdwijnen van de realiteit in iemands geest of die van verloren vriendschappen omdat de wegen uit elkaar lopen. Hij vindt het een eenzame rouw, zoals ze sluipend blijft hangen, zonder verbintenis waar die er eerst wel was. Rouw komt altijd onverwacht, bijvoorbeeld bij iets wat een herkenning oproept of iets wat het ineens dichterbij brengt. ‘Het is geen probleem dat opgelost moet worden.’ Het is een emotie, een diepe emotie die meegolft met je stemmingen, met de omstandigheden, met ontmoetingen, met de andere emoties die worden aangesproken.

Iedere begrafenis roept bij mij altijd opnieuw deze verschillende vormen van emoties op. Dat zorgt ervoor dat het naar verloop van de jaren steeds zwaarder lijkt. Je zou eigenlijk het liefst als een struisvogel met je kop in het zand gaan zitten en denken dat iedereen zoals gewoonlijk nog altijd ergens is.

Bij het overlijden van zijn broer had Lief contact met hem op de Hoff en het wonderlijke was dat hij en hun vader en moeder en mijn moeder met Lief mee wandelden naar het eindbos toe in de vroege ochtenduren. Hoe hou je een herinnering levend. Door af en toe open te staan voor wat op je pad komt aan beleving. Doortrokken willen zijn van dat zelfde gemis. Rouw wijst zich vanzelf.

Overpeinzingen

Je bent nooit te oud om nog meer wijsheid op te doen

Vanmorgen vroeg uit de veren en vannacht voor de vermoedelijke Ischias even plat blijven liggen wat dan wel een tikkeltje ten nadele van de slaap is. Veel bewegen en geduld hebben, luid het devies. Amen. Het zij zo. Kwetsbare mensjes worden we op die manier. In dergelijke gevallen moet ik altijd denken aan een interview met Adele, die haar gruwelijke afkeer uitsprak over ouder worden, omdat ze ook last kreeg van steeds meer kwalen en kwaaltjes. Het zijn die laatsten, waar het venijn in schuilt. Het hoofd denkt in twintig en het lijf in zeventig.

Net een ‘zoom’ gehad met de feestcommissie van de volkstuinen. Er komt een lustrum aan in Mei. Er zijn gelukkig weer heel veel jonge mensen bijgekomen met heel veel energie. Tijd voor de oude garde om plaats te maken. Het zit allemaal wat beter in elkaar. Een goede info over gemaakte afspraken en wie wat doet. Goede notulen, vlotte verwerking. Het gaat goed komen.

Ziezo het eerste reisje voor 2026 staat in de planning. Een tripje naar Texel, drie dagen en twee nachten. Mooie locatie met privé parkeerplek. Iedereen die vaker in Texel komt weet hoe belangrijk dat is. We gaan de doos brengen met spulletjes van onze lieve vriendin, die een wijnhuisje had op de berg achter ons huis en twee jaar geleden die in de verkoop heeft gedaan. De doos kon niet mee. Dierbare spulletjes uit het piepkleine poppige huis, die ze niet wilde missen. Even dachten we dat we de doos kwijt waren. Maar Lief heeft hem gelukkig weer gevonden, helemaal achteraan bij de ketel. Ze staat vanaf mijn thuiskomst al in Agaath, in de verborgen bagageruimte. Vanmorgen het hotel geboekt en de overtocht geregeld. Nu het Texelse parkeervignet nog, maar ik kwam er niet doorheen. We hebben er zin in.

Lief wil rond begin maart de Flixbus pakken richting Boedapest. Vandaar alle afspraken. We hebben het drukker dan ooit. Nog een herdenking, een verjaardag, de twee leesclubs en nog meer bezoekjes her en der.

Intussen, in het kader van de beweging, druk geweest met deze boontjes (Loobia Polo) op Iraanse wijze in de pan en straks met de overgebleven Tahdig (rijst) op tafel. Ui glazig bakken/Gehakt rul bakken/ saffraan/kaneel/peper/zout/tomatenpuree erbij, 2 dl water en de boontjes toevoegen. Laten pruttelen tot de bonen gaar zijn. Om en om gekookte rijst, bonenmengsel, gekookte rijst en bonenmengsel. Nagaren in de oven op 150 gr. Smullen.

Ik moet wat bekennen. Want tijdens het koken zag ik ineens het licht. Niet te filmen dat ik zolang er over heb gedaan om iets te ontdekken wat naar mijn vermoeden iedereen gewoon weet. Al tijden, sinds de eerste wegwerppeper-en zoutmolens op de markt zijn, heb ik me doodgeërgerd aan het feit dat ik ze niet kon vullen. Wat een verspilling. Maar goed, aan de andere kant zoveel praktischer in gebruik dan een houten peper-of zoutmolen. Ik heb het natuurlijk met regelmaat tegen beter weten in weer geprobeerd. En vandaag, Eureka, bij een peperfles die maar niet wilde malen, kwam ik er eindelijk achter dat je ze allemaal kunt vullen. Eerst de dop wat omhoog trekken en dan is het losdraaien mogelijk. Ik schaam me een beetje voor mijn suffigheid, maar besloot het verhaal toch te vertellen om anderen die misschien net zo ‘snugger’ zijn als ik, de tip aan de hand te doen. Eindelijk kan ik mijn voorraad grove zeezoutkorrels kwijt. Als een kind zo blij. Je bent nooit te oud om nog meer wijsheid op te doen.

Overpeinzingen

Soms is doen de beste remedie

Na sneeuw komt hier kennelijk regen. De straat vindt het maar niks en houdt de inmiddels grauwig gesluierde drab hardnekkig vast. De hoofdweg voor is al diep donkergrijs. Het zal nog wel even duren hierachter. Ook de daken zijn weer allemaal ontdaan van hun frisse witte teint.

Het balkon weent mee. Troosteloze aanblik, alhoewel de dappere blauwe druifjes en de winterviolen vrolijk hun kopjes opsteken. Het is het grauwe grijs wat de overhand heeft, tranen aan de stoelen, maar de prunus van de onderburen draagt ondanks of dankzij de misère alweer knop.

Met zulk weer en in de wetenschap dat het vermoedelijk binnen blijven wordt vandaag is het fijn om eens de kasten uit te mesten. Er zijn wat nieuwe aankopen gedaan en het oude moet er uit, sommige dingen liggen al vier jaar onaangeroerd in de kast, omdat het van die twijfelgevallen zijn die je altijd nog eens aan zou kunnen trekken. Een oude ‘hippiebroek’ moet er ook aan geloven. Even als het verschoten ribfluwelen colbert van lief en een niet goed passende bruine. Een poncho en een korte jas gaan de koffer in, die zijn voor in Nagypeterd. Twee vuilniszakken vol kunnen naar de kringloop. Het is goed. Zo hangt alles weer overzichtelijk en kan vrij ademen.

Dochter belde en heeft genoten van een weekje thuiswerken, een soort halve vakantie, want wel sneeuw-en ijspret nu niemand er door kon met dit weer. Ook zij was aan het ruimen geslagen eergisteren en de kamer van tante Pollewop, kunstenaar bij uitstek, is weer ordentelijk en net. Verbaasd had die geconstateerd dat ze alles weer kon vinden. Haha.

Bij de schrijfcursus was de schrijfingang van vandaag: ‘Hoofdkussen’ en of je vanuit het kussen zelf wilde schrijven. Verstand op nul, bed in mijn gedachten en daar gaan we dan. Mijn kussen neemt het woord.

Ik ben niet uitverkoren. Ik lig met drie zussen op het grote bed en de ligging staat niet vast. Het is altijd weer afwachten hoe we neergelegd worden. Soms trekt ze ons een grijs, dan weer een zwart of een donkerblauw sloop aan. Al naar gelang de kleur liggen we dan boven-of onderop. Blauw ligt altijd boven. Onze companen, het dekbed en het onderlaken, wisselen mee van kleur. Lichtgrijs, donkergrijs, of turqoise al naar gelang wie aan de beurt is. Onze jurkjes worden dan allemaal vervangen en moeten in de wasmachine, iets waar ze een hekel aan hebben, omdat ze niet van dat gedraai houden en er duizelig van worden. Ze voelen zich, al hangend aan een lijntje, wat verweesd zonder mij, mijn dikbuikige binnenste. Het doet me goed dat ik bij tijd en wijle gemist wordt. Het streelt mijn ego, dat toch nog steeds wat broos is, omdat ik weet, dat ik bij het minste of geringste defunctioneren rucksichloos vervangen zal worden. Dat doet je persoonlijkheid geen goed. Bovendien lig ik hier een aantal maanden van het jaar een beetje doelloos te liggen. Zodra de koffers gepakt worden, weet ik het al. Ze gaat op reis en wij blijven eenzaam achter. Jaja, het leven van een hoofdkussen valt niet altijd mee. 

Nooit gedacht dat ik me ooit verdiepen zou in dit soort alledaagse dingen, maar zo zie je maar. En eerst dacht ik ‘wat moet je ermee’, maar ik kreeg er echt lol in. Soms is doen de beste remedie.

Overpeinzingen

En dat geeft een goed gevoel

Het was een dag vol verrassingen. Het begon vanmorgen vroeg met de verdwenen sneeuw op de bomen en de smeltende laag op het balkon. De voederplank had haar diepste geheimen daardoor prijs gegeven en Kauw en Duif waren gulzig en gehaast aan het pikken geslagen, zowaar naast elkaar, terwijl ze elkaar anders nog wel eens in de ‘veren’ willen vliegen.

Om elf uur werden we bij onze tandarts verwacht, maar daarvoor moest Agaath eerst met een zachte borstel en trekker uit haar dikke winterse duffel geholpen worden. De sneeuw viel er in grote brokken af. Daar was ze dan weer eindelijk. Glanzend zwart, een beste wasbeurt zo’n paar dagen sneeuw.

Bij de tandarts kwam iets na onze aankomst een echtpaar uit de behandelkamer. De man moest even gaan zitten, want hij had last van duizeligheid. Met spijt in zijn stem zei hij dat hij daardoor niet meer kon rijden. Zijn vrouw reed, ook met de caravan, verklaarde hij met niet onverholen trots. ‘Eitje’, vond de vrouw en even was er dat ons-kent-ons-gevoel. Onze tandarts maakt altijd grondig schoon. Ze krabt, ze port, ze schraapt, ze pulkt en daar gaat het tandsteen uit de kleinste hoekjes en gaatjes waar je met de tandenborstel nooit bij kan. Daarna volgt het polijsten en de ‘douche’. Heerlijk glad gevoel. We wisselden de wederwaardigheden uit van het afgelopen jaar. Haar nieuwe stad, ons huis in Hongarije, de reis, de drukte in de praktijk, vakanties. Omdat we met ons tweeën in de behandelkamer waren gegaan had ik, na onderhanden te zijn genomen, tijd om het gesprek gaande te houden. Daar is anders pas tijd voor na de behandeling en dan nog maar in vogelvlucht. De wachtende man in de wachtkamer zag ineens het licht toen hij ons met z’n tweeën zag. Hij had zich heel de wachttijd lang afgevraagd hoe die vrouw toch zo aan de babbel kon zijn. Haha.

Na de boodschappen, wat heerlijk om weer vervoer te hebben, reden we door naar Amelisweerd. Een klein beetje schoonheid snuiven met verstilde natuur en krassende kraaien rond de bomen, kleine dribbelbeentjes achter vaders aan op het glibberige pad, wandelende echtparen op het jaagpad langs De Kromme Rijn. Het sneeuwkleed over het gras en de bevroren plas voor de brug met hier en daar een verdwaalde nijlgans maakten het sprookjesachtige tafereeltje af.

De Veldkeuken is een heerlijke en knusse ambiance, zonder poespas, met veel jonge lui en een handvol oude knarren (wij dus ook). We bestelden een heerlijke lunch, een Aubergine-hachee voor Lief en een soepje voor mij, wijntje erbij en genieten maar. Even het tandartsenbezoek vieren. Weer schoon voor een jaar. Maar zo’n gezellige sfeervolle ruimte is ook leuk om te observeren. Een man die achter het verkeerde groene jasje aanliep omdat hij dacht dat het zijn vrouw was (in bijna net zo’n kleur groen) en even verdwaasd om zich heen keek toen hij dat ontdekte en de andere kant op naar buiten liep.

Tot onze grote verrassing liep onze buurvrouw er, met schort en een bungelende theedoek eraan. Kennelijk werkte ze in de keuken. Ze begroette ons enthousiast en vroeg of wij daar vaker kwamen. Amelisweerd is ons zo’n beetje met de paplepel ingegoten. Het achterland van de Utrechters. Ze bood onmiddellijk aan om af en toe een broodje voor me mee te nemen. Het toeval wil dat we het in de ochtend nog over haar gehad hadden en dat ik de avond ervoor op internet een zuurdesembrood-pakket had besteld. Zuurdesem met oude kaas staat voor mij gelijk aan een taartje voor een ander.

Het kan opnieuw allemaal geen toeval zijn. En dat geeft een goed gevoel.

Overpeinzingen

Met moed, beleid en trouw

De koeien dartelen naar het grote besneeuwde veld buiten. Het komt langs op een filmpje van Blue Sky. Uit alles valt af te lezen dat ze intens blij zijn. Ze huppelen net als bij hun eerste weidebezoek in de lente en slaan met beide poten achterwaarts. De Noorderwind drijft de vlokken tegen het raam op. Lang geleden dat we zo’n sneeuwjacht hebben gehad.

Er druppelen foto’s binnen. In Amersfoort wil de kleine tante ook naar school, maar dan gelijk graag in groep drie om samen met grote broer alvast wat opdrachten te maken. Je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn. Dribbel krijgt weer huiswerk mee voor thuis en zit samen met moeder voor zijn werk, want haar school bleef ook dicht. Het doet dochterlief denken aan Corona, met afgrijzen trouwens.

Hier in de straat staan de auto’s op een na nog op hun plek en vanmorgen vroeg zag ik de pendeldienst toch het jongetje van het vierde huis ophalen. Als er gereden moet worden, valt eerst de auto uit zijn tijdelijke dikke witte vacht te pellen. Kan Agaath daaronder bezwijken?

Ik heb de draad van het breien opnieuw opgepakt, anders komt mijn sjaal nooit af. Langzamerhand wordt het ook een sjaal met een verhaal, want we schrijven inmiddels het derde jaar waarop ze in wording is. Ik hanteer nog steeds een ouderwetse, tikje omslachtige manier van breien: ‘Insteken, omslaan, doorhalen, af laten glijden. De rechterpen onder de oksel en de linker losjes in de hand. Maar via allerlei voorbijgeschoven prachtige breisels en haar breisters zie ik een techniek waarbij je alles heel dicht aan de vinger houdt. Uitgeprobeerd natuurlijk, en het lukt, maar dan duurt het breien van een pen nog langer. Dan is er ook nog het dilemma van in de knoop geraken. Daar schreef ik over na een opdracht bij de schrijfcursus.

__________________________________

Dag 123).  Iets wat in de knoop zit

Vreemd is het dat we naar de maan kunnen reizen en robotoperaties kunnen uitvoeren, maar dat er nog steeds geen koptelefoontjes zijn uitgevonden die niet voortdurend in de knoop raken. Maar goed, dat is niet het enige wat in de knoop kan raken. Beschrijf vandaag iets dergelijks. Liefs, Geertje

Is het in de knoop raken van iets ook een irritatiefactortje -om met Jochem Myjer te spreken-, of stappen we er vrolijk overheen. Door de loop der jaren leer je vanzelf dat het geen zin heeft om je energie eraan te verspillen. Het enige dat helpt is met stoïcijnse kalmte de knoop door logica trachten te ontwarren en dan werkt het in veel gevallen zelfs wel. Bijvoorbeeld bij het uit elkaar rafelen van een ‘kerstbomenlampjessnoer’. Een van die steeds terugkerende kleine prikjes in een mensenleven. Van lieverlee komt het kartonnetje van je vader weer uit de kast, waar dan het snoertje zorgvuldig omheen gewikkeld wordt. De kans bestaat dat je het volgend jaar ook zo weer af kan wikkelen. En dan is het zaak om ervoor te zorgen dat, met het uit de kerstboom halen van het snoer, het op een logische wijze weer om gewikkeld wordt. Berg het niet te diep op anders is er de kans dat het volgend jaar helemaal niet meer te vinden is. 

Gordiaanse knopen komen in heel het leven voor en met moed, beleid en trouw zijn die te ontwarren en niet rigoureus met het zwaard van Alexander de Grote. Ook hier komen de logica en het geduld weer om de hoek kijken. 

Kalmte zal U redden.

___________________________

Wat de breidraad betreft, ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik zeeën van tijd heb en dus met alle liefde elke, welke knoop dan ook zal kunnen ontwarren. Inderdaad: Met moed, beleid en trouw.

Overpeinzingen

Net wat nodig is

Het is grappig. Op de daken begint de sneeuw rond de schoorstenen te smelten en dat wekt de indruk, dat de daken aan het instorten zijn. Optische illusie dus. Een mooi staaltje boerenbedrog van de natuur. Een kauwtje speelt ton-sur-ton met de zwarte warmteplekken en blijft een poos op de uitkijk zitten op de nog witte nok van het dak.

De rug blijft opspelen, een verrekte pees denkt Lief als ik exact de precieze plek weet aan te wijzen. Dat kan weken duren en iedere vorm van stilzitten is een aanslag op het begin van het lopen. Tijdens het stofzuigen afgelopen zondag had ik geen last. Veel bewegen is het devies.

Zoonlief bedankte me later voor het dagje met de kleine Njong en ik op mijn beurt bedankte hem voor het uitlenen van zijn zoon. Zo voelt het dus, als je er geen vaste oppasdag van maakt, dan blijft het iedere keer weer een cadeautje. Hij had het zelf ook heel leuk gevonden. Fijn om te horen.

Een briefschrijver klaagt in de Groene van deze week erover dat hij het gevoel heeft als oudere naar de marge te worden geschoven. Hij zegt zuinig te zijn op zijn dierbaren maar vindt tegelijk dat die het -in zijn ogen zonder geldige reden- juist laten afweten. Hulp aan anderen noemt hij eenrichtingsverkeer. Het antwoord van de filosoof en psycholoog Arthur Eaton is helder. Vrij vertaald: Hij vindt het juist goed dat we wat meer in de marge toeven en dat we op die manier tijd en gelegenheid hebben om naar binnen af te dwalen en te ontdekken wat daar nog voor onontgonnen terrein ligt. Zo ervaar ik het ook. Het is toch heerlijk om het licht te mogen laten schijnen op de volheid van het leven zonder zelf het middelpunt te zijn. Zo komen er vanzelf nieuwe en andere dingen op je pad.

Met de groep van de kleuterkweek is er spontaan een reünie georganiseerd. Binnen een mum van tijd hadden we enthousiaste reacties van mensen in de appgroep en door de voortvarendheid van een van ons is de datum en de locatie rond. Ik hou ervan, dergelijke snelle beslissingen. Niet te lang dralen maar doen. Ook heb ik met drie anderen een kleine delegatie die elkaar al sedert een aantal jaren eens per jaar zien en er staat in januari ons opnieuw een gezellige dag te wachten. Bij deze vier zit vriendinlief die een boek heeft geschreven en in eigen beheer heeft uitgegeven.

Ik las het in een adem uit. Ze geeft daarin haar spirituele reis weer. Niet alleen vanaf het moment dat ze zich er in ging verdiepen, maar ook alle voorvallen van ver daarvoor. Haar eigen ervaringen die verder reiken dan de grenzen van dit aardse bestaan en ik bewonder haar daar ten zeerste om. Ze staat met beide benen op de grond maar heeft kennelijk een gave die haar de verdieping geeft om het leven en de dood vanuit de hele ziel en zaligheid en de kosmos te doorvoelen en weet er naar te handelen. Intens en heel bijzonder. Het viel voor mij samen met de dood van mijn zwager en hoe dat door Lief werd beleefd, daar in Nagypeterd, ver weg van de stofmantel die wij hier aan het begraven waren. Er vielen opnieuw wat gebeurtenissen op de juiste plek. Het roept verstilling op en mijmering. Nu de schoonheid buiten wegsmelt, letterlijk als sneeuw voor de zon, en eens te meer de vergankelijkheid der dingen in alle eenvoud getoond wordt, is dat net wat nodig is.

Overpeinzingen

Om meer dan dankbaar voor te zijn

Het moederhart hoorde aan dat zoonlief op weg was naar Den Bosch met de auto. Visioenen van glijdende auto’s trokken voorbij, maar hij is een ervaren rijder en altijd kalm in een stevige auto. Zijn lieve wederhelft rijdt in haar fiatje en van dat soort autootjes weet ik alles, vooral in extreem winterweer. Volgende week krijgt ze een andere. Ze moest vandaag op de beurs zijn , die vanaf hier een straatje verder wordt gehouden. Het zal er niet druk zijn, schat ik in. Vlak voor ze kwamen heb ik eerst de voedertafel leeg gemaakt en wat lekkers erop gestrooid, maar ook de grote voederbuis gevuld voor de kleintjes. Alleen, toen dat net was gedaan, begon het opnieuw te sneeuwen. Dan is alle hoop op de mezenbuis gevestigd

Daar kwamen ze, ik hoorde het al knerpen op de galerij. Schoondochter kwam ook nog even een kop thee meedrinken. Kalm vertrekken en beloven dat je terugkomt, dat zijn essentiële boodschappen voor de kleine Njong. Zonder problemen. En in de wetenschap dat het allemaal goed komt, laat hij haar met een gerust hart gaan. Kusjes, knuffies en zwaaien tot de galerij weer winterstil achterblijft. Gauw naar binnen en ontdooien op de Ipad. 45 minuutjes en niet langer. Wekker gezet met van hem de belofte niet boos te worden als het voorbij is. Maar deze kleine schat gooit het vanzelf aan de kant als het niet meer naar het zin is.

Een hartensteen verven voor mama en het babyzusje in de buik had de prioriteit. ‘Dit gaat mama heel mooi vinden’, dacht hij zelf en sprak dat diverse malen uit. ‘Héél mooi, denk ik’, was het antwoord. Dus was hij er een aardig tijdje mee bezig. Daarna ook nog een verfje op papier, maar dat had de aandacht niet heel erg lang. Eeen appeltje dan maar. Met gejuich ontvangen. En zo was het de hele dag over en weer verzinnen, aangeven, vragen, zelf spelen, bedelen om meespelen, stoeien met Lief, autootjes omkiepen, tenten bouwen, pannenkoeken bakken met grote vreugde. Heerlijk bezig zijn en bijna niet moe te krijgen, maar bij een boekje over de verjaardag van Opa Jan aan het eind van de dag toch moe geworden met oogjes op half elf. Hé, voetstappen op de galerij, papa’s stem in de gang en daar waren ze alle twee, papa en mama. Ondertussen nam de sneeuw zienderogen toe, hadden koolmees en pimpelmees de voederbuis ontdekt en zag de wereld er sprookjesachtig uit.

Zoonlief ruimde snel de autootjes, de trein, de tent allemaal op, ipad mee, jas en de sneeuwlaarsjes aan, das en sjaal om en hup, kleine passen naast die vertrouwde grote en weg waren ze. Toch even uitpuffen. Een hele dag was omgevlogen maar het mocht wat aan energie kosten.

Nu op de bank en langzaam weer in de modus van kindvrij en de eigen dingetjes. Zoonlief dus goed uit Den Bosch aangekomen maar met de boodschap dat hij morgen naar Drente moet. O, dat moederhart, het heeft wat te verduren. Foto’s van pure winterpret en een reuze sneeuwpop van kleinzoon en zijn sportvrienden, dochterlief die met haar Lief aan de wandel was en haar zus die mooie sfeervolle kiekjes met besneeuwde takken had gestuurd. Iedereen is veilig thuis gekomen en dat is om meer dan dankbaar voor te zijn.

Overpeinzingen

Warmte achter het Mica ruitje

De zon scheen gisterenmiddag zo verleidelijk, omdat ze de sneeuw in een prachtig licht zette en lange schaduwen trok. Een reden om lopend de boodschappen te gaan doen. Wat mis ik dan toch altijd bankjes om even tussendoor op uit te rusten. Nood breekt wetten. Gelukkig stonden er wat Amsterdammertjes hier en daar waar ik met mijn dikke jas wel even op kon rusten.

Vanmorgen las ik in de nieuwsbrief van ‘See All This’ ‘Tilda Swintons Notes on Radical Living’ in een vertaling van een van hen. Het is zo mooi, dat ik het jullie niet wil onthouden. Iets om je toe te dichten in het Nieuwe Jaar. Ze hadden deze tekst ontdekt in haar tentoonstelling ‘Ongoing’in het Eye Filmmuseum in Amsterdam:

Aantekeningen voor een radicaal leven, door Tilda Swinton

Sluit vriendschap met de chaos

Houd het hoofd koel

Laat de dingen wankelen

Vergeef menselijke zwakheden

Kom op voor tweede kansen

Trotseer onvriendelijkheid

Eer kameraadschap-

Luister naar stilte

Respecteer de jeugd

Zoek naar groei

Vertrouw op verandering

Waardeer het leren

Laat geloof in evolutie toe

Blijf geloven in wonderen

Kijk voorbij het binaire

Wees op je hoede voor wie zeker is

Eer de helderdenkenden

Kweek planten

Let op het weer

Wees prikkelend

Verzorg je taal

Vier de stilte

Dans dagelijks

Zegen het handgemaakte

Tover frisse schoonheid

tevoorschijn

Zing tegen pijn

Vind vreugde in de schaduw

Vecht onderstellingen aan

Volg de wind

Kijk omhoog

Droom weg onder de wolken

Voel je moed

Kijk vooruit

Lees de geschiedenis

Open je oren

Laat je schouders zakken

Buig je knieën

Verhoog het dak

Blijf ademen

Wees betrouwbaar

Zorg voor jezelf

Geloof in goedheid

Ga naar het licht

‘Vind vreugde in de schaduw’ was gisteren van toepassing op mijn balkon, waar de zon in de helderwitte deken over de grond die schaduwen trok. Alles sprak me aan, woelde momenten en flarden van ons leven los, vandaar dat ik het voor jullie heb overgenomen. Misschien raakt het iemand en dan is het mooi meegenomen. Ik vond het een goede tegenhang bij al de negativiteit die ik in deze tijd hoor, lees en zie. Je optrekken aan positieve gedachten is een hulpmiddel om het licht te blijven zien.

Als je toch aan het mijmeren slaat, zijn er zo een aantal meer bij te verzinnen, maar dan merk je dat het indirect al is gezegd. ‘Kijk omhoog’ is op velerlei manieren uit te leggen. Zo kan je stilstaan en filosoferen bij elk gezegde.

Op de heenweg naar de boodschappen kwamen we een verweesd babylaarsje tegen, klein, hulpeloos en roze met een witte bonten rand. Het was inventief om een lantaarnpaal geknoopt met een reep plastic zak. Wie niet sterk is, moet slim zijn. Het is de doorgaande weg naar scholen en de supermarkt. Ze wordt vast wel weer gevonden.

De ongerepte sneeuw hier en daar zorgde voor lang geleden gehoord ‘knerpen’ onder de zolen van mijn zwarte kloffen. Het geluid hoort bij ijsbloemen op de ruiten en het roeren van de cacao met suiker om samen met warme melk een heerlijke chocolademelk te worden om daarna rond de kachel te zitten, die roodgloeiend brandt, warmte achter het Mica ruitje

Overpeinzingen

Daar doet niets aan af

Een serieus pak sneeuw komt er uit de lucht. Foto’s van genietende kleinkinderen met sneeuwpoppen, al dan niet met muts, en sleetje trekkende zoon met de kleine Njong, dik aangekleed, op de rode slee. Alles geniet van dit buitenkansje. Hoe lang is het geleden dat we zo’n dik pak kregen. Broer is met zijn auto en tent aan het winterkamperen in een prachtig ongerept landschap. Met sneeuw is het minder koud, schrijft hij, de sneeuw isoleert. Buiten heb ik hier ook al de eerste sleetjestrekker gespot en die arme krantenman op zijn fietsie, die er toch doorheen moet, of ie wil of niet. Wij blijven binnen, dat is zeker. Misschien dat Lief het er nog op waagt om een wandelingetje te maken.

Gisteren hebben we in alle rust toegeleefd naar het moment waarop we de verjaardag van schone zoon konden vieren samen met zijn ouders en het gezin. Eerst taartjestijd en daarna een wandeling naar een alternatieve tent met veel rode lampjes, houten banken en houtgestookte pizzaovens. Pizza, kaasfondue en spelletjes op tafel. Dat laatste was welkom in verband met de wat langere wachttijd voor de maaltijd kwam. Het was een hele smalle tafel waar we aan zaten, in een hoekje van de ruimte, en daardoor erg knus. Op die manier kon je echt met elkaar in gesprek. Zo vaak zagen wij, de beide ouderparen, elkaar ook niet. Het was echt gemoedelijk en ongedwongen. We konden van en naar huis lopen.

Vanmorgen bij het opstaan dus een witte wereld en het ziet er deze hele week veelbelovend uit. Ik heb gemerkt dat ik kennelijk bij het koken met de zware pannen stampot iets verdraaid heb in mijn rug. Voorzichtigheid geboden en maar eens kijken of het weer afneemt of juist erger wordt. Goede raad valt te halen bij mijn twee privé-fysio’s. Toch handig hoor met zo’n zoon en schoondochter en bij mijn Lief die in de grijze oudheid nog eens een artsenbull heeft gehaald.

Graaivingertjes grijpen sneeuw van de auto’s, klaar voor de eerste sneeuwballenpret. Alhoewel. Pret? Ik vond het van jongsaf aan verschrikkelijk en zeker als er ijsballen gedraaid werden. Sowieso is de kou niet aan mij besteed. In de strenge winters van vroeger met een broek onder je rok had ik nog steeds dooie vingers en tenen, wit uitgeslagen en een neus blauw van de kou. Vanachter het raam of een korte wandeling is prima. Ooit zijn Lief en ik in de jaren ‘70 met vrienden in een huisje in Drente de kerst gaan vieren. We kwamen aan en het begon te sneeuwen. Met zicht op een prachtige prentbriefkaart van vroeger het raam van het huisje. We trokken er toch op uit en al wandelend verdwaalden we prompt omdat we geen bewegwijzering meer konden lezen. Gelukkig was er onderweg een cafe waar we een kop soep konden eten en ons op konden warmen. Het bleek dat we niet zo ver weg meer waren van onze tijdelijke woonstee. Een hachelijk avontuur.

Een andere barre tocht in de jaren zestig was naar de Bernhardhal in Utrecht, waar een handbaltoernooi zou plaats vinden. De hal was niet verwarmd, de douches deden het niet en we moesten ons na de wedstrijd wassen aan ronde fonteintjes met zes kranen met een piezeltje ijskoud water. Daarna op de brommer met twee voeten op de grond aan weerskanten weer naar huis glibberen en bij de zwarte kolenkachel weergaloos tintelende handen en voeten opdoen. Brrr.

Maar het blijft prachtig. Haha. Daar doet niets aan af.

Overpeinzingen

Luwte in het feestgedruis

De muizenissen in de nieuwjaarsnacht behelsden geen grote wereldproblemen of hooguit vaag, ergens op de achtergrond. Het was veel basaler dan dat. Twee stampotten, twee soorten saus voor op de spaghetti en vier worsten om op te warmen, een paar vegetarische en een paar vlezige types. Kon ik dat voor elkaar krijgen met vier gaspitten en een paar pannetjes. In mijn dromen benaderden de hoeveelheden die van een uitvoerig Bachanaal en slechts een houtvuurtje om de boel op te stoken. Maar de voorbereidingen waren voortreffelijk gegaan, in alle rust, dus het vervolg zou ook wel loslopen, nam ik me voor. Inderdaad. ‘Kalmte zal U redden’. Bovendien had ik het organisatievermogen van beide dochters achter de hand, praktisch ingesteld als ze waren.

De eerste gezinnen druppelden voor drieën al binnen, Dribbel en de drie rakkertjes incluis, goed voor schelle stemmetjes en kleine plaagstootjes van de oudste, waar twee van de drie rakkers altijd op reageerden. Toen het wachten alleen nog op de oudste zoon en zijn gezin was, ging het hele stel naar buiten, terwijl dochterlief en ik in de keuken de strategie bepaalden. De jongste zoon had het heldere idee om de rijstkoker als warmhoudplaatje te gebruiken en dat was lumineus. Het werkte als een tierelier. De boterjus met bouillonblokje was een vondst van dochterlief.

De stampotten gingen met een klont boter in de pannen met dikke bodem, de waterkoker werd ingezet voor de pan met spaghetti en de worsten (met succes), sausjes om de beurt in de rijstkoker, borden en bestek naast de pannen, opscheplepels in de aanslag, rookworsten gesneden. De oudste zoon was ook binnen met zijn gezin en was onze derde hand bij het verdelen. De inventarisatie kon beginnen. Veel boerenkool en voor de vegetariërs onder ons de andijviestamp, de kinderen kommetjes met spaghetti met rode of groene saus met de verstopte verse groenten. Alles op schoot en gezellig keuvelend door elkaar heen. Veel leuker en ongedwongener dan aan een lange tafel. Het was een andere romantiek en een welkome afwisseling na alle dagen opzitten en pootjes geven. Ze hebben ervan gesmikkeld en vooral de jus was een openbaring voor sommigen, vega en toch lekker.

Als toetje voor de kinderen het bakje chips, waar Dribbel om had gevraagd en ik het hem beloofde, nadat de maaltijd achter de rug was, omdat anders de kleintjes nauwelijks meer zouden eten. Een klein filmpje erbij als bonus en zeven zoete koppies voor de buis. Schone zoon begon met afwassen en Lief en Zoonlief stonden hem bij. Binnen een handomdraai werd een vaat van twintig personen weggewerkt. Het gaat nog steeds op. Vele handen maken licht werk en geven veel grappen en grollen. Het was een dolle boel in de keuken.

Rond zevenen was alles weer weg. Na die lange oudjaarsavond was iedereen toe aan een ‘vroeg naar bed’. Alleen de oudste zoon en zijn lief met de kleine Njong bleven nog even, prime time met zijn geliefde autootjes. Daarna keerde de rust weer. Kaarsjes aan en tijd voor een kleine overpeinzing.

Nu sneeuwt het, grote dikke vlokken. Maar het weer is wispelturig en gooit er af en toe een drop regen tussendoor. De onnavolgbare vlokken zijn een lust om naar te kijken. Straks verschijnen vast de eerste mini-sneeuwpopjes al op de app. Vanavond is er de verjaardag van schone zoon en weer een etentje. Daarna zal er luwte zijn in het feestgedruis.

Overpeinzingen

Net als ik

Het was een heerlijk kalm dagje, waarbij ik een flink stuk in de biografie van Clara Schumann opschoot, achter elkaar in de middag de groene en de rode saus voor de spaghetti kon maken, dwars door de koelkast heen, aan het eind van de middag de boerenkool klaar had en de vegetarische andijviestampot op Oosterse wijze aan het begin van de avond. Tussendoor thee en af en toe een oliebol of appelbeignet. Alles in dat kalme tempo. Morgen de finishing touch met een lange tafel waarop het als een buffet allemaal uitgestald wordt, zodat iedereen kan opscheppen en gaan zitten naar wens.

Peter Pannekoek was sterk maar toch sluimerde ik bij het laatste kwartier in. Moe van alle inspanningen en omdat ik in de ochtend weer heel vroeg wakker was. Een kwartier voor de jaarwisseling was ik er weer. Zoonlief en schone dochter kwamen even beneden gelukkig nieuw jaar wensen en er werd niet getelefoneerd, omdat vandaag iedereen komt. Geen bericht, goed bericht. Kleinzoon liet met een filmpje over de app zien hoe voorzichtig hij met het vuurwerk van vorig jaar was omgegaan. Alles is nu schoon op.

Midden op oudjaarsdag brak de zon door het wolkendek heen.

Er komen indrukwekkende eindejaars-blogs langs met boekenlijsten, goede doelen, weemoedige gedichten, verhalen, wandelvoornemens en en ik heb ze niet. We hebben twee plannen te verwezenlijken, ergens in dit jaar of het volgende bij leven en welzijn en verder komt alles vanzelf op ons pad. We hadden gisteren in de namiddag naar een gezellige oliebollenuurtje kunnen gaan, maar de alles behalve frisse buitenlucht was een grote spelbreker. Jammer, dan zie ik de luitjes van mijn leesclub pas volgende maand.

De regen, die nu flink doorzet, is gunstig. Al het niet afgegane vuurwerk is drijfnat en kan niet meer door kleine jongetjes opnieuw aangestoken worden. Dat vond ik voorheen nog het engst van allemaal. Trouwens hulde aan de straat hierachter, want ondanks het langdurige siervuurwerk ligt er geen rommel overal. Dat was vroeger weleens anders.

Ik overpeins de schrijfingangen van het afgelopen jaar en bij de 124e ervan wordt er gevraagd welk kledingstuk ik niet kan missen. Ik heb er meerdere, maar er is er één waar ik niet buiten kan. Die gaat altijd en overal mee. Over duurzaamheid gesproken. Ik beschrijf het als volgt:

Er is maar een kledingstuk dat ik ondanks haar hoge leeftijd nog steeds bijna elke dag draag. Ik woon er in en je kunt me er in uittekenen. Langzamerhand begint het elastiek uit te lubberen en valt er hier en daar een miniem gaatje in, maar mijn zwarte semi-harembroek van viscose is absoluut de top favoriet. Te pas en te onpas trek ik haar aan. Hier, bij het boodschappen doen of naar de tuin, in Nagypeterd alle dagen dat we thuis zijn. Op de een of andere manier voelt het als de meest comfortabele en ik heb spijt dat ik destijds, jaren geleden, niet nog een tweede gekocht heb, want sindsdien ben ik blijven zoeken naar precies zo’n model en het is ook de aanzet geweest tot het kopen van wijde broeken in het algemeen, die ik met verve ben gaan dragen als ik op reis ben of ergens heen moet, of wanneer we ons een beetje opdoffen voor een etentje. Heerlijk.

Dit topstuk, dit tweede vel, dit passende handschoentje, kan zelfs als pyjama dienen met mijn zwarte viscose shirt, dat minstens net zo oud is. De broek kwam uit een soort discounter in het winkelcentrum Kanaleneiland met goedkope kleding. Het heeft het bestaan van de winkel ruimschoots overleefd. Vroeger droeg ik ‘m met beenwarmers, maar tegenwoordig gaan de sokken erover heen tot op enkelhoogte en daar komen dan de kloffies over. Oude trui of het t-shirt erop, leuke das erbij, zwarte kol in de winter en klaar is Marie. Niets meer aan doen. 

Zo gaat dat met lievelingsen. Of ik er nu in slaap, in schilder, in teken, in kook, in boodschappen doe, in wandel, in tuinier, ze is overal geschikt voor. Een veelzijdige dame, dit schatje. Ik blijf haar eren en dragen en ik lijst haar in als ze tot op de draad versleten is, net als ik.

Overpeinzingen

Deze laatste zussendag van het jaar

Er is niets wispelturiger dan een mens. Of is het slechts een kwestie van gaan waarheen de wind je brengt. Geen Leiden, geen Haarlem, geen Arnhem, maar Terschuur. Ter wat? Nooit van gehoord. Maar de jongste zus wist daar een museum vol oude ambachten en ouderwets speelgoed. Het dorp ligt onder de rook van Barneveld, iets verderop ligt Zwartebroek en daarna rij je op Nijkerk aan. Nooit van de eerste twee gehoord. Vanaf de snelweg rij je er zo naar toe. Veel auto’s op de parkeerplaats. Inderdaad, het is vakantie. Waar ga je doorgaans met kinderen naar toe. De inhoud is een ware familietrekker, voor ieder wat wils. Of we de jassen in de auto wilden laten, maar dat deden we liever niet en eigenlijk was er genoeg garderobe om ze kwijt te kunnen.

Na betaling aan de kassa loop je zo het verleden in. Er is heel veel te zien, de beroepen die toen ik opgroeide als kind, volop in bedrijf waren, zijn allemaal aanwezig. Het straatleven met de bakkerskar, de scharensliep, de haringkar, de kolenboer, de schoorsteenveger, en de doorsneewinkels; de winkel van de Gruyter, de koffiebranderij van Douwe Egberts, de schoenmaker, de chocolaterie, drogist, de modezaak, de hoedenwinkel, de bakker, de groenteboer, het postkantoor, en nog veel meer. De beroepen, de politieagent(onze vader), de postbode, de schrijnwerker, de haringkaker, de hoedenverkoper, de telegrafist, het dienstmeisje, de brandweer, de mandenvlechter, de dakdekker, de kolenboer, de wasvrouw, de fietsenmaker. Teveel om op te noemen en de moeite van het bekijken waard, zeker om een en ander door te geven aan de kinderen en kleinkinderen.

We komen een beetje bij van de koffie en taart voor de zussen en duiken opnieuw het verleden in. Boven bij het speelgoed een ruimte vol met linnenkasten en ouderwetse nuffigheden die te koop werden aangeboden, de majazeepjes en de boldoot van mijn moeder, de staande asbak van mijn vader, de poederdozen en toiletspullen, de babykamer, de kanten mutsen van klederdrachten uit het hele land, de ingerichte bedstee en het gemak, compleet met houten bankje met gat erin en alles wat er in huis aan voorwerpen aanwezig waren, van het email uit de keuken tot het porselein in de mooie kamer, de telefoon in de gang tot aan de schoenendoos in de gangkast, de mobylette in de schuur tot en met de buikschuiver van mijn eerste vriendje(een grijze Kreidler Florett ), een halve treininrichting, een ruim ingericht atelier compleet met verfpoeders in alle tinten, penselen, tubes en ezels.

Op de bovenste etage het speelgoed, autootjes bij de vleet, luilekkerland voor de kleinkinderen en veel meer dan bij oma, wel achter glas, oude poppenfornuisjes, heel veel poppenhuizen, theeserviesjes, poppen te kust en te keur en natuurlijk een hoop herrie, van de in gebruik zijnde sjoelbakken en nog wat spelen. .

Met een hoofd vol zakten we af naar het winkeltje en even later stapten we de frisse buitenlucht in. Tijd voor de lunch. Zuslief zocht en vond een restaurant in Nijkerk met een gemoedelijke naam en daar bestelden we een lichte lunch en bespraken we het vervolg. Kaasfondue in Driebergen rond zes uur en tot die tijd een rondje Amersfoort, even naar de garage met een joviale rots in de branding voor een brandend lampje en de onbekende kringloop een wijk verderop met daarna een bezoek aan twee kledingzaken in Driebergen, waar het in de winkelstraat voor mij heel benauwd werd, vermoedelijk door houtgestookte kachels.

Met een heerlijke fondue en koffie toe sloten we de dag af. Moe maar voldaan. Ruim op tijd om thuis op de bank nog te kunnen uitpuffen van deze laatste zussendag van het jaar.

Overpeinzingen

We zien wel waar het schip strand

Het was een grijze dag in vergelijk met de dag ervoor, maar toch was ze niet minder feestelijk. Nichtlief deed open in een kleurrijke outfit en omhelsde ons innig. Met de cadeaus in de aanslag in een klein tasje van Takkie konden we haar dochter ook feliciteren en blij maken. Maar er was nog even de verwarring of het spel van ‘Kirby en de verdwenen wereld’ wel op haar type nintendo kon worden afgespeeld. Digitaal wijs zocht ze het eerst uitvoerig op, nam ook de kleine lettertjes mee. En ja, tot onze opluchting was het goed. Het spel kon worden gespeeld en het deel wat niet op de oude nintendo kon, was zometeen, als die van haar aan vervanging toe was, wel te spelen. Twee keer fun voor de prijs van een. Dat is toch plezierig. Een demonstratie volgde later, toen de meeste visite weg was.

Schoonzus was er en de moeder van de kinderen. Er scheen het een en ander aan erfenis te zijn. Nichtlief zou een indeling maken van alles en dan konden de vier kinderen kiezen. Graag volgens het boekje om onenigheid te voorkomen. Erfenissen zouden er eigenlijk niet moeten zijn. Dat geeft zo vaak gesteggel. Ik ga door met weg geven met in gedachten de oude dame van 93, die alleen nog maar een boekenplankje met enkele boeken bezat, waarvan ik er nog twee van de grote Krishna Murti mee mocht nemen. Ze had hem zelf ooit, in het grijze verleden, nog eens de hand geschud. Dat alleen al maakte het de moeite waard.

De buurvrouw kwam langs en nog wat schoonfamilie. Het was een perfecte wisseling van de wacht. Er kwamen heerlijke kaasjes op tafel, waarvan ik een grijze chèvre het lekkerst vond. Vooral heerlijk romig. Lief maakte een afspraak met Nicht om zijn verleden (het archief) een keer op te ruimen. Postzegels, munten, afschriften van langgeleden. Het mocht allemaal uitgezocht en heel veel kon weg of gedigitaliseerd worden.

Toen iedereen vertrokken was kon de demonstratie van het Spel plaats vinden. Daar ging Kirby, het kleine ronde roze wezentje, een look-a-like van onze goede oude Barbapapa. Hij pareerde alle tegenslagen en kon zelfs van gedaante veranderen. Frisse kleurtjes en paradijselijke voorstellingen maakte het aantrekkelijk en de vele uitdagingen op zijn pad. Na zo’n Japans verpozen was de overgang naar een heerlijke Sushi-maaltijd heel natuurlijk en een feest om te aanschouwen. Wat veel en wat een heerlijkheden. Vegetarische bakjes en gewone. Voor elk wat wils. Stokjes erbij en smullen maar. Waar de katjes muizen, mauwen ze niet.

Er gaan voor onze zussendag stemmen op voor Leiden, Haarlem of Arnhem. Voor mijn doen begint de dag erg vroeg. Om half elf bij zuslief. En dan maar kijken hoe de neuzen staan. Ik zou het niet graag heel koud willen hebben, eenvoudig omdat ik nooit meer warm wordt en ook niet heel veel willen lopen. Maar ach, de meeste stemmen gelden en er is altijd wel een bank of een of ander onderkomen te vinden. We gaan het zien en beleven, denk ik dan altijd maar. Blind erin en we zien wel waar het schip strand.

Overpeinzingen

Maar dan over de toetsen

Had ik het gisteren nog over mijn vergeethoofd, maakte ik gisteravond alweer een belangrijke denkfout. Ik beloofde dochterlief te zullen koken op dinsdag, voor de goegemeente hier en haar gezin, maar vannacht bedacht ik me dat het die dag zussendag is, compleet met kringloop en etentje, stel ik me zo voor. Bijtijds appen naar dochter, anders rekent ze erop. Geen probleem liet ze weten, dan kook ik. Pffff.

In de biografie van Clara Schuman lees ik over een chiroplast. In 1814 werd het bedacht door Johann Bernard Logier. Nooit van gehoord. Het blijkt een pianostudie-hulpmiddel te zijn dat op een (naar mijn opinie) middeleeuwse leest geschoeid is. Kleine kinderen (met name meisjes, dus ook zij) werden achter de piano gezet met de vijf vingers in een bepaalde dwangstand, om de vingeroefeningen te doen, die het pianospel zouden verbeteren. De plaatjes erbij zijn gruwelijk. Wat een nare manier om kleine wonderkinderen te kweken. Clara’s vader was een dwangmatig persoon in deze. Spelen met poppen of met leeftijdsgenootjes vond hij kinderachtig, ze moest spelen op de piano en wandelen in de natuur om conditie op te bouwen. De kleine Clara kreeg alleen maar aandacht als ze achter de piano zat. Dat stimuleerde haar wel om dat te doen. Arm kind.

Gisteren hebben we er een echte rustdag van gemaakt op de boodschappen na. Die zijn voor nieuwjaarsdag als iedereen komt eten. Andijviestamp met een oosterse twist met vegaworst, boerenkoolstampot met rookworst en mosterd, en spaghetti met rode saus, die gemaakt wordt van mijn gang dwars door de groentela heen. Vooral de andijviestamp lijkt me lekker. Daar heb ik dan de woensdag voor en niet, zoals ik gisteren dacht, twee voorbereidingsdagen.

Straks rijden we nogmaals naar de Hoek, nu met de cadeautjes en dan zal de dochter van nicht ook uitleggen hoe haar cadeau ‘Kirby en de vergeten wereld’ werkt met de nintendo switch. We zijn benieuwd. Nooit te oud om iets nieuws te zien. Niet dat we er wat mee hebben. Ik steek er wellicht meteen van op, waarom de kleinkinderen er zo graag mee aan de slag zijn. Nichtlief zelf krijgt haar envelopje.

Vanmorgen was ik alweer om half vijf wakker. Het zijn van die dagen, maar ik moet zeggen dat ik daardoor van vermoeidheid ook eerder op de avond omrol. Er vindt dus ongemerkt een winterse verschuiving plaats. Langzaam terugschuiven maar weer.

Dochter Parijs en de familie hebben uitgebreid geschaatst op het dak van Lafayette. Sprookjesachtig met haar uitgebreid aangeklede etalages en de schoonheid van het oude gebouw. Uitzicht op de Eiffeltoren. Haar zus daarentegen in het spoorwegmuseum in Utrecht, op het bescheiden baantje, met warme chocomel na voor tante Pollewop en de Filosoof. Ook sfeervol, al is het van een ander kaliber. Zoonlief was naar het winterspektakel in de Jaarbeurs en de drie rakkertjes kregen schaatsles in het Oosten. Voor elk wat wils. Die ijsfase is definitief voorbij. Voor ons geen ijzers meer. Elke duik omlaag zou brekebeentje betekenen met onze ouwe botten. Ken uw kracht. Die zit echt niet daar in. Ik hou mijn vingers wel soepel, die glijden ook, maar dan over de toetsen.

Overpeinzingen

Er zitten drie knopen in mijn zakdoek

‘Zelfs kleine benen kunnen een hele hoge heuvel beklimmen, stap voor stap, voet voor voet en halen de top’. Het is de goede raad die Winnie de Pooh ons meegeeft. En zo is het. Als hij er over nadenkt komt hij tot de conclusie dat hij alle moeilijke dingen in zijn leven niet gelijk hoeft op te lossen, want de tijd schrijdt uur na uur. Het is zo heerlijk om af en toe het verloop der dingen te relativeren en zeker om dat aan de hand van een kleine teddybeer met te korte beentjes en een grote voorliefde voor honing te doen.

Na het meest feestelijke ontbijt van de week gisteren gingen we op huis aan. We waren er al rond een uur of een. Het is eigenlijk maar een kippeneindje, maar het gevoel ver weg geweest te zijn, is er toch altijd, zodra je een paar dagen tussen de gewone routine uitknijpt.

Het was behoorlijk fris hier in huis, want zoonlief en schone dochter waren de hele dag in het huis van de vader geweest om alles op te ruimen en naar de stort te brengen. Aan het eind van de maand moet het leeg opgeleverd worden bij de woningbouwvereniging. Een hele klus. Er komen een paar wees-planten deze kant op.

Zo kabbelt het jaar naar haar eindje. Een roerig jaar met veel nieuwe voornemens, fijn bezoek, vreugdevolle nieuwtjes en een turbulente afsluiting. De dag ervoor houden we zussen-dag. Altijd goed voor een kringloopbezoek met ergens samen eten, bijbabbelen, lief en leed delen en het jaar rond kletsen. Met nieuw jaar op de eerste heb ik iedereen uitgenodigd voor boerenkool met vegetarische of gewone worst en voor de kinderen zal ik er misschien spaghetti bijmaken met rode en groene saus, We zullen zien. De dag erna is onze lieve schoonzoon jarig en worden we getrakteerd op een etentje.

Zo begint het opnieuw alles behalve kalm, maar zoals Pooh zegt: Uur voor uur en stap voor stap. Het weer houdt zich voortreffelijk. Vrieskou, zonnig, blauwe lucht met witte watten wolken. Het is te hopen dat dat een tijdje zo blijft. Het kleurt de dag zo hoopvol in.

Het is bijna weer tijd met dit mooie weer om op de tuin te gaan kijken. Niet dat we er veel kunnen doen, het zal te koud zijn, maar de snoeischaar hangt nog steeds aan het wied-krukje. Vermoedelijk kan ik ‘m afschrijven. Er staat ook nog een zak open op de grens met de tuin van de achterbuur, die daar weg moet. Bovendien kunnen we dan inventariseren wat de bezigheden daar zouden worden voor de komende twee maanden. In ieder geval worden de wilgen gesnoeid en dat zijn er nogal wat en de composthoop zal afgegraven worden. Dat is een hachelijke onderneming, maar we moeten even de schouders eronder zetten en doorbijten. Het gaat lukken.

Dochter Parijs is met haar schoonfamilie in het prachtige Le Theatre de Varieté geweest, een schitterende beleving vol klatergoud en rode pluche uit 1790, dat nog steeds in gebruik en in zwang is. Het is een historisch theater gelegen aan de boulevard Montmartre en er worden komedies en luchtige toneelstukken getoond. Een heerlijke belevenis, vooral omdat de oma van schone zoon ook uit de wereld van het Variété komt. Nostalgie ten top.

Morgen gaan we ons vergeethoofd goed maken en de cadeautjes brengen in de Hoek, maar daarna gaan we wel weer naar huis. Er zitten drie knopen in mijn zakdoek.

Overpeinzingen

Mooier denkbaar kon niet

Tegen een uur of twaalf dorsten we de kou in te stappen op weg naar schoonzus. Bij het rijden langs de bloemenwinkel kregen we nul op rekest. Gesloten. Tweede kerstdag was er hier alleen voor de supermarkten. Het komt wel. Voor Lief was het de eerste keer dat hij het huis van broer binnen ging zonder diens aanwezigheid op zijn vaste stekkie aan de keukentafel. Schoonzus wilde daar ook niet gaan zitten en dirigeerde ons naar de bank. Het was even ongemakkelijk. Hoe te beginnen, waar haak je aan, maar achter de koffie en thee, met een snee kerststol kwamen toch de verhalen. Haar bezigheden met haar koren, de afleiding door een goede vriendin die met kerst een nachtje was overgebleven, lege uren vullen en tussendoor die diepe zuchten. Ik had met haar te doen.

Gelukkig hadden ze dit jaar nog aardig wat leuke dingen ondernomen en er waren veel momenten om met vreugde op terug te kijken. Al gauw kwamen er foto’s aan te pas. De kiekjes van broer en haar die ik in die jaren genomen had, had ze bijna allemaal nog nooit gezien. Kiekjes van zwager en Lief op het strand, twee eskimootjes in het rood, bijvoorbeeld. Een hele serie van zwager op zijn geliefde plek in de tuin onder het afdakje en tussen de blommen , zwaaiend, lachend, genietend en met schoonzus op schoot. Ze zocht naar een mooie foto voor op de steen. Er zit er vast wel één tussen die ze kan gebruiken. In de ochtend was er al visite, nu waren wij er en daarna kwam haar zoon met zijn vrouw voor het diner. Afleiding is er voldoende, maar het vult de leegte niet. Voor nu een innig afscheid en een belofte om gauw weerom te komen.

We besloten om boodschappen te doen en dan naar het hotel te gaan om twee uurtjes te rusten. Bijtanken voor het diner in de avond en dat was heel wijs. We spraken af met de hoteleigenaar dat we rond half zes zouden komen. De avond was ingevallen en op het autovrije plein dansten de lichtjes in de bomen en de versiering op de wind. Op een bankje zat iemand voorovergebogen met het hoofd steunend op de handen. Iemand alleen met kerst? ‘Waarom niet’, vroeg Annemiek Schrijver zich in haar laatste column af. Omdat het zo eenzaam oogt misschien. De man op het bankje wel. En toch vroeg ik hem niet of hij zin had om mee te gaan. Schroom bederft veel.

In het restaurant van het hotel zaten een paar vaste gasten aan de bar in een ‘ons kent ons’ sfeer. Wij werden ontvangen met een gulle lach en een lekker glaasje van het een of ander. Bij de menukaart kwam een uitgebreide uitleg. Hij was heel erg tegen het weggooien van teveel eten. Daarom had hij de porties van de gerechten opgedeeld in drie groottes, die je met z’n tweeën kon kiezen. 400, 500 en 600 gram. Al naar gelang de grootte van je maag en niet van je ogen. We kozen die van 400. Niet teveel maar precies goed, zo bleek later. Dauphines, verse boontjes erbij en een heerlijke truffelsaus bij de Chateau Briand. Nostalgie ten top en een echt kerstdiner voor twee.

We hebben genoten. Na een dames blanche, jawel, vertelden we de hoteleigenaar dat we de koffie thuis zouden nemen. Hij glunderde van oor tot oor. ‘Ze zegt thuis’, zei hij tegen de vrouw die naast hem stond. Maar zo voelde het echt. ‘Thuis is, waar het hart is’. En de liefde voor zijn hotel en zijn gasten was overal voelbaar. Mooier denkbaar kon niet.

Overpeinzingen

We komen niets tekort

De derde dag en de tweede met een uitstekend ontbijt. Er was een anekdote van de hoteleigenaar over de kerstnacht, waarbij zijn vader bij thuiskomst van zijn brakke kinderen altijd een lekkernij had gebakken. Derhalve kwam hijzelf met twee flensjes aan. Een mooie stille nagedachtenis.

Onze kerstnacht thuis in de Amandelstraat werd vooral omlijst door de heerlijke geuren van vers brood, vleeswaren, koffie en gekookte eieren, waar we hongerig en moe op aanvielen, na een nachtmis met drie heren waarbij we al die tijd nuchter moesten blijven om de hostie te kunnen ontvangen. Stille nacht en heilig werd ie zeker met al die ongewone luxe.

In dezelfde vaart der volkeren stapten we door een ijzige wind naar Agaath, die de kou met verve trotseerde en reden naar nichtlief, waar Lief de straatnaam niet meer van wist, maar waar we wel op gevoel naar toe konden rijden. Aarzelend bij de vijf bijna identieke huizen kozen we op ons gelukkig gesternte toch de goede. Warme omhelzing en tranen bij de aanblik van ons, zeker bij het zien van haar geliefde oom, een directe lijn naar haar nog maar net weggegleden vader. Kerst zonder moet een moeilijke opgave zijn. De hele familie, op een zus en op onze schoonzus na, was aanwezig. Alleen of met aanhang, omdat de griep een rol speelde hier en daar. Het werd een wonderlijk gesprek van een lach en een traan, anekdotes werden opgehaald maar ook gemis gedeeld. Rond een uur of twee gingen de broer en aanhang op huis aan. Kerstverjaardagen zijn altijd dubbel feest. Een beetje voor de jarige en een beetje voor het gezin.

Wij hadden de tijd. De broer van nicht haar man kwam binnen en bracht in een mooi groen emaille vergiet zijn zelfgebakken oliebollen mee voor ons jarige achternichtje. Zonder krenten en rozijnen, zonder sukade en andere opsmuk. Daar hield ze niet van en dat wist hij. Er vond een kleine proeverij plaats en de meningen waren onverdeeld enthousiast. Er kwam nog een zus met haar man en kinderen binnen. De man had net een zakenreis naar India achter de rug, die gelukkig wel spoedig verlopen was. Zijn prettige zachte stem vertelde met veel liefde voor zijn vak hoe gevuld die dagen waren geweest. We zitten in hun dorp. Of we nog langs wilden komen, maar ik vrees dat dat er niet meer inzit. Vandaag gaan we naar schoonzus en naar een besproken diner in het hoofdhotel aan de overkant van het plein. Morgen misschien, maar dan willen we ook weer naar huis. We zullen zien hoe het met de energie is.

We hadden het nog even over mijn ten doop dragen van nichtlief in de jaren ‘70. Meter geweest zonder me daar bewust van te zijn, het is toch wat. Gewoon domweg vergeten dat dat ooit was gebeurd. Toen Lief en ik ieder ons weg vervolgden in die tijd is dat volledig op de achtergrond geraakt. Aan de ene kant wel spijtig, vond onze lieve nicht. Ze had er misschien een hoop warmte en liefde bijgekregen. Ik hoorde het verlangen erin. Dat zou zeker zo zijn geweest, maar nu halen we het dubbel in. Beloofd is beloofd. Omdat we de cadeau’s vergeten zijn komen we op haar eigen verjaardag aanstaande maandag al terug. Een goede start is het halve werk..

Hoera, de zon breekt door. Vandaag doen we geen ontbijt, een copieuze maaltijd vanavond is voldoende voor een dag die met liflafjes gevuld zal zijn. We komen niets tekort.

Overpeinzingen

Tijd om in de benen te gaan

Gisteren hielden we het kalm. Schoonzus had aangegeven dat ze met haar repetities van de koren die ze moest dirigeren even wat ruimte wilde inbouwen, dus hadden we voor tweede kerstdag een ontmoeting gepland, zodat ze gisteren haar gang kon gaan. Ze zou ook niet bij de twee verjaardagen van vandaag zijn. Dat was haar nu te druk.

Dus strekte de dag zich in de volle lengte uit en met de koude wind en het heerlijke zonnetje was het een uitgesproken dag om naar het strand te gaan, even de zee te zien en dan de verrichtingen van de uitgelaten honden in het zand te observeren, maar wel achter glas, hoog en droog en lekker warm. We hadden in de vroege ochtend rond een uur of negen ontbeten. Dus in de middag was het wel tijd(en weer) voor een goede lunch. Voor mij een soepje en voor Lief de mosselen. Het was knus in de strandtent en de bediening was uiterst vriendelijk.

Vlak daarvoor waren we nog naar twee andere stranden gereden, maar die waren allemaal veel moeilijker over het duin te bereiken geweest. Trappen en heuvels zijn nog altijd bijna een brug te ver. Op dit strand van Hoek van Holland was het praktisch vlak en daar liep je zo het strand op.

Na flink opgewarmd te zijn en heerlijk te hebben gegeten, gingen we weer en pas bij de parkeerplaats vlak bij het hotel ontdekte ik dat ik mijn tasje was vergeten. Een belletje en de mededeling dat ze ‘m gevonden hadden. Het lag al achter de bar op me te wachten. Lief ging hem halen.

Toen we terugkwamen in het centrum was er nog steeds een drukte van belang. De markt was nu pas, zo rond vieren, aan het opruimen. Lange dagen zo vlak voor kerst. We liepen het grote overdekte winkelcentrum in en ik kocht ter compensatie voor mijn vervilte vest, een wijd en los gevalletje, dat ik kon aandoen om de kou te weren. Ik liep er mee in mijn handen toen drie vrouwen bij de paskamers stonden en de kleinste vrouw, vermoedelijk net uit Marokko, naar mij begon te wijzen. Het bleek dat dit kennelijk het vest was, wat ze zocht. Dat begreep ik eruit. De verkoopster die bij hen stond haalde het allerlaatste exemplaar op. Ze straalde, intens gelukkig.

We deden nog wat boodschappen en stommelden met de buit die ene trap op naar de kamer. Heerlijk om midden in het centrum gestationeerd te zijn. Alle winkels onder handbereik en toch de relatieve rust in deze autovrije straten. Vandaag zal het een drukke dag worden, maar we zijn goed uitgerust. Het ontbijt staat op tien uur en garandeert een kalme start. Daarna gaan we naar het huis van Nichtlief en haar jarige dochter. De cadeaus houden ze te goed. Dat is het lot als er krakende vergeethoofden in het spel zijn. Maar het waren deels ook de omstandigheden.

Dochterlief opperde om voor de overleden vader van de jongste een herdenkingsbankje te laten plaatsen. Er zijn inderdaad mogelijkheden te over. Dat moeten we maar eens goed uitzoeken via staatsbosbeheer.

Fijne feestdagen. De kerkklok onderschrijft het. Tijd om in de benen te gaan.