Uncategorized

In overvloed

Vandaag is mijn schoonmoeder 97 geworden. Dertig jaar verder dan ik nu ben. Als je nu tegen me zou zeggen, hier is een cadeautje voor je. Je hebt de bonus gewonnen. Je krijgt er nog eens dertig jaar bij, dan zou ik in een opwelling het hele idee afwimpelen. Beleefd maar resoluut. Terwijl ik het leven lief heb. Waar komt het dan vandaan.

007

Veel wil ik wel en de wensenlijst duidt op gretigheid. Ik wil de kinderen en hun gezinnen zien groeien en voltooien, hun lieve lijven ouder zien worden, hun liefdevolle omhelzingen voelen, de kleinkinderen zien bereiken wat ze graag zouden willen. Ik wil lang kunnen blijven schilderen en mijn malle tekendagboeken vol krabbelen, van de natuur genieten, die boeken schrijven die almaar liggen te sluimeren. Ik wil met mijn zussen de mooiste plekken van de wereld zien, elkaar vasthouden bij het ouder worden, ik wil ideeën en troost uitwisselen met mijn liefste vriendinnen en elkaar omhelzen, samen oplopen.

003

Van mijn nieuwe tuinatelier genieten en van dat kleine paradijs er omheen, mijn familie volgen op de voet. Ik wil mijn ervaringen delen, mooie foto’s maken, genieten van de wisselende luchten. Ik had willen blijven reizen, dansen. Maar bovenal wil ik gedachten stroomlijnen. Ik wil de optimist bewaren die me eigen en lief is. Ik wil het leven vieren met alle toeters en bellen die er bij kunnen horen.

euaj5530 (1)

Beperkingen zijn er om nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Toch zijn het juist ook de belemmeringen die me laten aarzelen. Op verscheidene vaardigheden heb ik moeten inboeten. Gehoor, zicht, reuk, smaak, hart, longen, pezen en botten. Voldoende om te weten dat de onafhankelijkheid wat meer op de tocht staat. Daar zit het grote knelpunt.

Te weten dat men zo dadelijk niet met maar over mij aan het praten is, over mijn hoofd heen Niet mijn schatjes, want die weten, hoe dat ervaren wordt. Maar de buitenwacht. Zoals bij de oude man in het bed tegenover mij op de Cardio. Zijn vrouw en twee dochters zitten naast hem. Een schoonzoon loopt ijsberend van de deur de gang op en weer terug, de hele middag lang. Ik weet de koffiekamer erachter, een onrustig hok, met een machine waaruit cappuccino te tappen valt. De man in het bed met de gele sprei heeft een klein vogelgezicht, dat vooral versterkt wordt door de ronde bruinzwarte kraalogen, die voortdurend heen en weer schieten, een verwarde blik door de onduidelijkheid van de verhalen. Hij hoort niet goed. Dat maak ik op uit het praten in blokletters door zijn begeleiders. Extra stemverheffing en nadrukkelijk gearticuleerd. Maar het ergste: In de wij-vorm.

Hij ligt beneden hoorniveau, te laag om aan het gesprek deel te kunnen nemen, maar dat is ook niet gewenst, want men praat letterlijk over hem heen. Zijn blik wordt angstiger als er besloten is, hoog  vanaf die onneembare vesting, dat hij nog een nacht moet blijven ter observatie en dat dat betekent dat zijn vrouw wel naar huis zal gaan en hij niet. Samen blijven was prima geweest, maar alleen blijven. Boven hem dichten ze hem allerlei eigenschappen toe. Hij duikt nog dieper in het kussen en sluit af en toe dan maar de ogen of laat een diepe zucht horen. Vrij vertaald zegt hij: ‘Het heeft allemaal geen zin wat ik doe of zeg, men heeft allang beschikt over mijn lot’. De wereld trekt nu als vanzelf langs hem heen. Als klap op de vuurpijl vraagt de dienstdoende arts hem of hij gereanimeerd wil worden. ‘Huh’, grote vogelogen. ‘Ga ik dood dan’. ‘Nee, maar stel’.

Dat dus, dat is wat ik bedoel met het verlies. Het gaat niet om het loslaten. Het gaat om de teloorgang van de kwaliteit. Het gaat ook om het respect van de ander voor jou in dat lijf dat niet meer dragen kan waar het eerst zo goed in was. De goedbedoelde suspogingen, de vergoelijkende woorden, de doekjes voor het bloeden, ook al worden ze aangedragen uit liefde. Je zou er in de war van raken.

IMG_0491

Dertig jaar extra, de bonus. Als de afbrokkeling nu stopt ga ik mee. Zullen we dat afspreken? De vulling is er namelijk, in overvloed.

 

Uncategorized

Een Ding dat zeker is

Gisteren kreeg ik van een trouwe lezer een groot compliment dat mij ontroerde. Omdat hij toch geschrokken was van mijn uitstapje naar de Cardio afgelopen zaterdag. Ik schreef dat Taal heelt en hij schreef terug: ‘Taal heelt. Taal geeft uiting. Taal relativeert soms. Taal laat vaak een lichtje schijnen als het donker er om vraagt. Taal zorgt voor humor als er misschien niets te lachen valt’. Hij liet daarna nog een prachtig licht schijnen op de manier waarop ik met die taal omga, maar daar moest ik van blozen en dat hou ik voor mezelf. Dat gebeurt ook. Het lijkt of ik mijn hele ziel en zaligheid op tafel leg, maar geloof me, er worden alleen losse puzzelstukken verteld. Met die diepere gedachten wil ik altijd nog eens wat doen. Ze blijven sluimeren onder het oppervlak en of dat lukt zullen we bezien. Maar wat naar boven borrelt en er uit wil, krijgt een podium.

De zoon van de Woordbouwer

Vanavond hebben we de redactievergadering voor het blad, waar ik de kinderboeken voor recenseer. Het thema is taal. Ik heb me gek gezocht om een boek te vinden dat taal als hoofd-item heeft. Opzienbarend is natuurlijk dat er heel veel boeken zijn met prachtige taal. Dat lezen altijd een manier bij uitstek is, al dan niet in een omlijsting van de meest inspirerende of grappige of kunstzinnige illustraties, dat er lesboeken zijn over taal in een jas die altijd te herkennen zijn met didactische onderbouwing. Dat er doe-boeken zijn over taal met digitale verrijking, maar een mooi boek over taal zoals bijvoorbeeld ‘De zoon van de woordbouwer’ van Frank Herzen, die zijn er niet zo veel.

Boekcover Kruistocht in spijkerbroek

Dat soort kinderboeken waren in de jaren zeventig en tachtig in zwang. Lezend leren op hoog niveau. Leren met rode oortjes, dat zou vaker moeten gebeuren, hebben ze in die tijd vast gedacht. Dus kwam er een boek, dat het spel van de politiek als een warme deken uitrolde onder de noemer ‘Koning van Katoren’en verdwenen er duizenden kinderen in een avontuur met Stach mee, gedirigeerd door Jan Ter Louw. Hij zat immers zelf tussen de krochten van de zuilen gemangeld en wist alle ‘ins and outs’ moeiteloos voorhanden te toveren. Er waren ook in die dagen boeken die de geschiedenis lieten uitwaaieren in spannende avonturen van Thea Beckman, Miep Diekman en Tonke Dragt. Ademloos hingen mijn kinderen tegen de tijd aan.

Ineens wist ik het. een modern boek over iets wat niet benoemd wordt, een ding, iets wat over taal gaat zonder een specifiek woord te zijn. Een ondefinieerbaar object dat omschreven wordt of in beeld gevat, zal vragen oproepen. Vragen over taal. Het bracht me, tot mijn verrassing, naar twee redelijk recente boeken. Een uit 2014, van de hand van mijn pas veroverde ontdekking, waarvan ik onmiddellijk fervent bewonderaar ben geworden, de boeken van Shaun Tan met de inspirerende titel ‘Het ding en ik’. Hij vat kinderboeken in zijn prachtige kunstzinnige tekeningen meer nog dan dat hij er tekst aan geeft. Daarmee laat hij  de ruimte aan kinderen om schoonheid te vangen in het eigen woord. Vorig jaar, in 2018, kwam er nog iets uit de lucht vallen. ‘Het Ding’ van Simon Puttock en Daniel Egnéus niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk, in het boek zelf Het stoomde onmiddellijk op naar een hoge notering in kinderboekenland. Wonder op taalwielen.

Het nam me weer mee naar de jaren zeventig toen Leonie Kooiker haar ‘Het malle ding van Bobbistiek’ aan de wereld toonde en er een gouden griffel mee haalde. Door een ding kan je met behulp van je eigen fantasie en taal die heerlijke wereld van ontdekken  binnengaan.

100_4217Schatten vinden…

In mijn groep was een onderdeel van de filosofieles een taaloefening, die bij uitstek alle benodigde betrokkenheid ontfutselde om een les boeiend te maken. Eerst lekker samen kleien en dan omschrijven zonder het te benoemen, wat je gefrutseld had om er daarna een naam, en daarmee betekenis, aan te geven. Reflectiekringen zijn de taalkringen bij uitstek. Elke broekzak van de zoeker is een gouden taalmijn, die helemaal tot zijn recht komt bij het onthullen. Zoekkisten, schatkasten, noem het maar. Taal voor het onbenoemde. Nieuwe taal.

Dus kwam ik weer, dankzij de complimenten van mijn Blogvriend, die zelf elke week  juweeltjes het licht laat zien met veel vaart en humor, op deze overpeinzing. Taal, woorden voor het onbenoembare. ‘Zoekt en gij zult vinden’, hoorde ik als klein kind. Het loont.

En taal? ‘Taal heelt. Taal geeft uiting. Taal relativeert soms. Taal laat vaak een lichtje schijnen als het donker er om vraagt. Taal zorgt voor humor als er misschien niets te lachen valt’. (Citaat van Mies Huibers)

Dát is een Ding dat zeker is.

 

Uncategorized

Alles sal reg kom

De steen was even terug. Ik had hem er niet neergelegd, maar onmiskenbaar was ie  aanwezig. ‘Alsof er een olifant boven op je borst zit’, omschrijft de ambulancezuster de steen. Ja dát. Een band en een steen. Een borst die niet vrijuit kan ademen, maar ingedamd is. Het keurslijf zorgt voor twijfel. Wel bellen, niet bellen, toch maar wel. De dokter komt en vindt ziekenhuisobservatie noodzakelijk voor de zekerheid. Even alles uitsluiten. Cardio gerelateerde klachten. Maar ik denk vooral in lucht, of toegespitst, die er niet is. Op de Cardio krijg ik ze volop toegediend. Zuurstof die zachte koude lucht door twee plastic buisjes mijn ademstroom in blaast. Ik weet dat ik in goede handen ben. Drie keer sprayen ze onder de tong de relaxmodus, maar het helpt niet. Zenuwen jagen de bloeddruk op.

002-5.jpg

De klik tussen de ambulance-zuster en ik is er. Wij kennen elkaar van eerdere capriolen en een verschil van mening met een dienstdoende arts, waarbij de zuster destijds aan het juiste eind trok en de cardioloog het nakijken had en ik ook bijna. Long en hart onlosmakelijk verbonden en altijd lastig te beoordelen. De kinderen zijn paraat, de jongste reddert en loopt zwijgzaam mee. Bij het zien van dochter volgt er een traantje. Altijd. Even de spanning ontladen. Kleinzoon neemt op de arm van zijn vader met grote ogen alles op. Hij draait een tolletje rond, dat in kleuren uiteen spat en zorgt voor de relativerende afleiding.  Later komt de oudste dochter er ook bij.  Gezusterlijk zitten wij, de vrouwen, welhaast gemoedelijk, bij elkaar achter de lauwe thee en lachen de zorgen weg met kleine heimelijke pretjes. We zijn het gewend. Dat laatste is jammer. ‘Je bent lief’, zeg ik tegen de zuster die zwijgend haar handelingen uitvoert. ‘Nee hoor’, antwoordt ze gedecideerd. We ontmoeten elkaar in blikken die boekdelen spreken, en humor.

Men is veel zorgvuldiger dan de vorige keer en iedereen benadrukt, als door alle extra medicijnen de pijn langzaam wegebt en de verontschuldigingen opborrelen, om toch vooral te blijven bellen. Schroom en afweging staan de onbevangenheid in de weg. Lijf trekt zich er niets van aan en hart nog minder. Dat bonkt haar onregelmatigheid weg in de oplichtende groene film, die zich afspeelt op het kleine scherm boven mijn hoofd.

004

Infuus, bloed uit een ander vaatje, de dokter komt. Lage saturatiewaarde op het apparaat, dan maar via de arterie in de pols meten. In dit geval is meten weten. De prik is pijnlijk en wil twee keer omdat een vat eigenwijs heen en weer blijft rollen. De beloning is er. De waarde is is hoger dan het apparaat aangeeft. Enzymen houden zich koest. Geen specifiek hart, longen weer rustig. De benauwdheid komt nu in golven na inspanning aan de arm van de oudste zoon. Even leunen tegen brede schouder. Bij de tweede keer mag ik wandelen door de gang en later thuis uitrusten. De intense moeheid blijft de hele avond hangen. Ik kan maar niet in slaap komen. Krijg de gevraagde mihoen voorgeschoteld door zoonlief, niet dat er ook maar een zweem aan trek bestaat.

Warme thee en gedachten. Ze worden ingehaald door de onthutsende indruk die de film ‘Mommy’ van  Xavier Dolan,  vanuit mijn schemerige staat op de bank, doorseint. Ze laat me vertwijfeld achter als de beelden zich hebben vast geklit op het netvlies. Onder de indruk van het acteerspel, maar in de hoop dat er geen echt verhaal onder ligt, laat staan een persoonlijke ervaring van de jonge regisseur.

008

De slaap komt laat omdat de straat in alle opzichten even onrustig is als de dag begonnen was. Teddy, beer Bean, lacht naar me en Pluis nestelt zich in de holte van mijn knieën. De nieuwe ochtend begint met beloftevolle zon en een gat in de dag. Alles sal reg kom.

Uncategorized

Het schrobben is voor later

Ik hijs me in de lang jurk en rits tot over heuphoogte dicht. Twee kleine knoopjes in de nek pulkt dochter door de lussen. Het haar op zolder door alles omhoog in een knotje te draaien en de houten pin er doorheen te steken. Mijn hippe brilmontuur vervangen door de gouden Kylie, die de ogen in een vriendelijker daglicht zet. Aangekleed gaat uit. Maak kennis met tante Sara.

002

Tante woont in een groot en voornaam herenhuis, waar geen heer te bekennen valt. Er staat wel een groot poppenhuis en als nichtje Wilhelmina komt logeren overkomt haar daar een spannend avontuur. Nacht in het poppenhuis van Thé Tjong-King en Anna Woltz is mijn baken. De stokpoppen en de prenten in de Kamishibai mijn houvast. De wankele zwarte schemerlamp van zolder er op gericht zet alles in een zacht geel licht. Zestig paar ogen kijken verwachtingsvol en stappen dapper mee het avontuur in.

008

Als de staart van de stenen hond breekt houden ze hun adem in en als de laatste steken van de hechting zijn gezet feesten ze opgelucht met de bewoners van het poppenhuis mee. ‘Ben ik echt tante Sara’ vraag ik voor de tweede keer aan het eind bij de volgende groep. ‘Ja,’ fluistert een meisje. Ze zwaaien als ze weg gaan.

005

Buiten treft de warmte mijn blije gemoed. Het is even lente, ik voel het en ik weet ergens diep in mijn tas nog een cadeaubon voor het tuincentrum van een andere keer toneelspelen als de dames Groen. Wie wat bewaard die heeft wat. Het is nog wat heiig maar de warmte groeit met de minuut. In het tuincentrum broeit het echt. Violen, in alle soorten en maten, componeren een lied met hun uitbundige kleuren. Thuis zijn de winterharde al opgekomen en ontdekte ik overal blauwe druiven tussen de scheefgezakte balkonbezetting. Maar deze violetten en lavendelblauwen zijn zo prachtig en teer. Een sixpack violen gaan mee en een akelei en wat longkruid. Je weet nooit waar het goed voor is. Thuis bekijk ik de entourage voor het spul en bedenk dat ik aan het werk wil. Balkondeuren wagenwijd open en ruimen. In de hoek beginnen en zo naar achter werken. Alles komt aan bod.

006

Overal ontdek ik kleine spruiten op het schijnbare dode hout. De warmte doet ook mijn rommelpotterij zichtbaar goed. Het witte rotan stelletje, vergane glorie en verteerd, heeft haar beste tijd gehad en wordt verbannen. Eerst naar de gang en later naar de galerij, klaar om naar de stort gebracht te worden. De pissebedden rennen voor hun leven bij iedere pot die ik optil. Haha, ik geef ze de tijd om een nieuw onderkomen te zoeken en veeg ze niet met een grote slag van de halve bezem weg. De slakken gaan het gemeenteplantsoen in. Ze vliegen eerst wel even door de lucht en ik hoop dat de takken van de struiken ze als een verend bed opvangen. Poes Pluis schurkt en schuurt haar gestreepte grijze vacht over de warme betonvloer. De koolmezen kiezen wijselijk drie balkons verder uit voor een veilig nest. De loerende ogen van Pluis houden hen waakzaam in de gaten en elke kraai of meeuw wordt smachtend nagekeken.

De natuur maakt zich op en nodigt uit om ook de handen uit de mouwen te steken. Ik begrijp ineens waar de voorjaarskriebels vandaan komen , vroeger thuis, als alle kleden en matten naar buiten werden gesleept en tot in de kleinste vezels werden gemarteld met de mattenklopper. Nieuwe energie stroomt door het land en voedt de verwachting. Met het ontluikende uitbotten kan je niet anders dan zelf aan de slag te gaan. Het schrobben is voor later.

Uncategorized

Een deken van aandacht en warmte

Mist legt een dikke deken over de nog volle maan en hult de anders zo drukke weg in een nachtelijk stilzwijgen. Het is nacht en ik ben wakker. Ik denk aan de dienstjaren in de verpleging. ‘s Nachts werd alles anders. Was de wereld van mij en de collega’s. In de luwte van de nacht, zonder de hectiek, was er tijd om met de mensen te praten, kwamen gedachten boven drijven. Was er ruimte om angst en twijfel, verlangen en hoop woorden te geven. In de nacht kreeg lijden een omlijsting.

Zeven nachten gingen we op en zeven af. Zo heette dat. Elke ochtend kon ik opgelucht de poort uit lopen, blij dat de klus die nacht geklaard was in de wetenschap dat mijn patiënten in goede handen achterbleven. Mijn patiënten, ze werden altijd van jou als je mocht delen in het leed. De man waar drie dagen lang onafgebroken gestoomd werd, zo benauwd was hij. Praten ging niet, maar de wanhopige blik in zijn ogen sprak boekdelen. Het narrige mannetje vooraan in de gang, die maar niet wilde eten en al zijn vlees in het laatje van zijn nachtkastje schoof. In de nacht was er ruimte om het stiekem weg te halen zonder zijn waardigheid aan te tasten. Hij moet in engelen geloofd hebben.

010-3.jpg

In de stilte knarsten de crêpezolen hoorbaar, ook al liep je nog zo zachtjes. Hier en daar controleerde je een katheter, schoof je een verdwaalde hand  terug onder de dekens, droeg je glazen water aan, schudde een kussen op en draaide hem om zodat het koele katoen de verhitte gemoederen suste. Hier en daar werd een bloeddruk gemeten, een infuus gecontroleerd of de koorts bevestigd door een ouderwetse kwikthermometer. De nacht was een literaire gedachtegang badend in zeeën van tijd.

Totdat ik op de Intensive Care terecht kwam, waar hectiek geen verschil maakte tussen dag en nacht, het daglicht verbannen was door hoge muren. Bij het schijnsel van de lampen lichtte het gezicht van de mensen groenig op door de apparaten. Het hartritme verbrak hoorbaar de stilte. De atmosfeer was broeierig warm. Er was geen tijd voor lome rust. De controles waren elk kwartier en soms frequenter aan de orde en de handelingen werden bepaald door het aantal mensen dat de bedden bezetten. Het kind dat van het paard gevallen was, de vrouw met de ernstige stofwisselingsziekte aan de beademing, de man die gisteren nog in een hoogwerker de lantarenpalen controleerde. Hier brak de nacht de regels van het slaapregime. Gewassen werd er al om vier uur ‘s ochtends om de ochtenddiensten te ontlasten, omdat de andere hulpdiensten onafgebroken in zouden breken op het dagritme.

012-1.jpg

Toch, tussen alle bedrijven door, konden we iemand verschonen en keren, De haren kammen met zorg en aandacht. De lippen koelen, de huid zacht en soepel wrijven en troostrijke woorden schenken of het nu gehoord werd of niet. Zo ziek als ze waren, zochten we de mensenkant op om aan te kunnen raken.

Dat kleine beetje dat je betekenis kon geven aan het liggen in dat witte bed, schonk veel voldoening en versterkte het idee, dat jouw aanwezigheid daar, op een tijdstip dat normaliter iedereen uitrust, van grote waarde was, niet alleen medisch maar ook emotioneel. Dat je er toe deed en zelfs het verschil maakte.

Nachtzuster was ik, jaren lang. Wat was het fijn werken door de persoonlijke noot die er aan toe te voegen viel, omdat tijd veel meer aan jou was dan in de roerige uren van de dag. Nacht bracht een deken van aandacht en warmte mee en spreidde zich naar ieder uit.

Uncategorized

Licht aan de horizon

Op het voeteneind van mijn bed is Kermit de kikker omgevallen van het lachen en ook de grote Oranje Je-Weet-Wel-kater knipoogt me schalks toe. De verkiezingen zijn achter de rug en ik word met een vurige kater wakker. Ik begrijp niet wat er te lachen valt dit keer, lieve mannen. Het voelt alsof Trump voor de tweede maal herkozen wordt. Dat is alles wat ik erover kwijt wil. Ik wil andere gedachten in mijn hoofd en omdat wij dat gelukkig nog steeds wel zelf kunnen bepalen buig ik de kronkel om.

009

Gisteren mochten we weer los op het doek, maar op de een of andere manier was ik niet vrij genoeg. Mijn penselen waren door de schoonmaakwoede even ervoor, ontploft tot wc-borstel stugheid en hoe ik ook echt probeerde om steeds weer schone kwasten te gebruiken, had ik halverwege een zooitje ongeregeld liggen. Ik moet er nog eens goed voor gaan zitten. gelukkig mochten we weer een stel mooie nieuwe tips ontvangen om het leven te veraangenamen en dankbaar wisselden we uit onder het genot van een hartverwarmende thee met een stroopwafel op het kopje.

007-3-e1553162282334.jpg

De mannen schoten langs die, aan schoonheid, de wereld veel gebracht hebben. Kees Bol, Frans Dekkers en niet in de laatste plaats, Jan Sluijters. Jennifer Balkan schoof ook nog even aan en zo werden de plaatjes in ons hoofd doordrenkt met prachtige inspiratie. Maar ja, wat in je hoofd zit, staat nog niet op het paneel. Het geworstel was een feit, een gevecht van ratio met haalbaarheid, met ‘dat wat je ziet’ en wat je meent te zien. Te wit, te veel gepoets, te kliederig in mijn beleving. Het medium dat niet wil, zoals ik bedoel. De knoop die ik voel bij het werken in drie verschillende stijlen. Het klassieke, het Japonisme en de losse impressionistische toets, dat elkaar niet hoeft te bijten, maar me opzadelt met de vraag: ‘Waar ben ik’. Ik verdrink, ik verzuip in mijn kennis en onkunde. Help. Tijd om even afstand te nemen, pas op de plaats te maken.

074

Ik verdiep me in Jennifers werk en als een Phoenix voel ik me uit de as herrijzen. Het kan, pen en penseel in een hand, poëzie en literatuur die opstijgen uit de eigenzinnige lichte toets met humor en verve. Die lichte en vooral luchtige toon, met een boodschap die er niet om liegt, was ik wat kwijt door alle gewichtige hoogdravendheid die door blijft schemeren in de serieuze aanpak, waarmee men oordeelt en bekritiseert.

Bovendien heeft ze zeer waardevolle tips voor iedereen die daar kennis van wil nemen. Ze schrijft op haar FB pagina:

‘What you paint…. whatever you paint with the best of your ability will be a strong captivating painting. I truly believe. For me, an idea drives me. But the process takes over. And the strokes are everything to me. My favorite painters are those whose paint exudes passion and feeling. So I carry on, one stroke at a time. And thank you to you painters out there who inspire me everyday.’

Het proces in, met passie en gevoel. Precies dát is wat er aan schortte gisteren, maar dankzij dit soort grootmeesters in de kunst, die moeiteloos de weg tussen hoofd, hart en handen weten te vinden en ons daar hun inspirerende voorbeelden van kunnen laten zien, gloort er letterlijk weer licht aan de horizon.

Uncategorized

De kwetsbaarheid van het bestaan

Ik heb iets ontdekt in deze dagen van rauwe randen. Ik kan niet collectief rouwen. Ik kan het gewoon niet. Ik heb vooral de behoefte om in mijn eigen tijd, ‘s morgens bij het schrijven, kop koffie, computer aan, hoofd en handen in de overpeinzing, om daar  beelden langs te laten schuiven. Het gebabbel om de gebeurtenissen heen, de emotie, de driften, de voor en tegens die het los maakt, de heftige verontwaardiging, het tastbare verdriet schuift uit mijn waarneming weg en ik blijf achter met mijn eigen beleving. Heel het kwetsbare mensenleven komt aankloppen, vragen om een eigen aandacht. Al die momenten, dat verdriet mijn hart binnenste buiten keerde en alles weer een plek moest krijgen. De gradatie van erg is er niet voor mij. Ieder mensenleven verdient een eigen bestaan, een betamelijke lengte en elk gemis is leed.

031Caren van Herwaarden

Het filosoferen over de gradatie van het gebeuren zorgt voor een wrange nasmaak. Dood en leven zijn met elkaar verweven, maar als de dood aan komt sluipen, in welke vorm ook, dan is het verdriet navenant heftig. Komt hij op sloffen dichterbij dan is het ook indringend omdat het gepaard gaat met het gevecht om het leven zelf. Elk mens laat een eigen wereld achter zich en daarmee het verdriet van het gemist worden als ze van ons afgesneden zijn. Kinderen, een vader, de club, de school, het werk, de vriendinnen en vrienden, een moeder, de buren, de kring waaiert vanzelf uit in de verste cirkel tot het water zich weer glad strijkt en alleen de verbonden zielen nog rouwen.

100_4464

Het leven gaat door en moet weer opgepakt worden. Een tsunami, een aardbeving, een tornado, een ongeluk, een aanslag en het leven gaat door. Mijn eerste grote bewuste ramp was het treinongeluk bij Harmelen. Ik was volledig ondersteboven. Meer nog door de ontdekking dat dat tot de mogelijkheden behoorde. De kwetsbaarheid van een leven in kaart gebracht. Het feit dat wij een verzameling botten, vlees en bloed zijn als we gaan, en niet meer dan dat. Collectieve rouw is aan de ene kant een zegen, om het medeleven, en aan de andere kant een ramp om de enorme aandacht, die belemmert te voelen. In mijn hoofd branden de kaarsjes voor al mijn geliefden, die deze wereld hebben verlaten en bijna allen onvrijwillig op het moment zelf. Ik treur met de onwerkelijkheid mee, met het vermaledijde toeval, maar het liefst alleen.

005

Toch ben ik ermee doortrokken. Verdriet dat je niet ziet, maar dat schrijnt en voelbaar haar stempel drukt. Dit is het lied van de dood voor ieder die het aangaat. Aan de andere kant wordt er ergens weer een kind geboren, neemt het leven een vlucht, worden vleugels uitgeslagen, staat er hoop in de ogen te lezen, een belofte om waar te maken. Ik kijk naar buiten. De auto’s stoppen braaf bij de zebra, waar de kinderen oversteken om naar school te huppelen, mensen gaan stemmen met brieven in de hand, er lopen moeders op straat die hun kleine kinderen manen. De kauwtjes zitten nog steeds in de boom en krassen hun lente.

Ergens is een vader die met lege handen staat, ergens is een vrouw en zijn er kinderen, die die leegte in huis heftig voelen, ergens is het verdriet van de leegte bewaarheid. Dat is wat ik intens voel van binnen en dát, het bewust zijn, is mijn beleving en mijn manier om om te gaan met de kwetsbaarheid van het bestaan.