In de schrijfcursus zat de volgende opdracht met de verklaring erachter: Noem een schrijver waarvan je houdt: De reden waarom we verliefd kunnen worden op een schrijver is omdat we zo dichtbij komen. Niets is intiemer dan in iemands gedachtenwereld te mogen komen. En dat is precies wat schrijvers doen. Laat de liefde dus vandaag maar stromen***Dit jaar hebben we nog niet veel gesproken over lezen, maar laat mij duidelijk zijn: Schrijven en lezen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Er zijn twee manieren om te leren schrijven, door het te doen en door te lezen. Het zijn twee aspecten van dezelfde reis: Je bekend maken met de menselijke geest. Veel liefs, de coach.
Mijn antwoord: Is dat zo? Verliefd worden op een schrijver omdat je zo dichtbij mag komen en niets intiemer is dan in iemands gedachtenwereld te mogen komen? Ik weet het niet. Ik mag sommige schrijvers graag om wat ze aan verhalen leveren of omdat ik vind dat ze het zo mooi verwoorden, omdat iets boeiend en pakkend geschreven is, omdat het onderwerp me na aan het hart ligt. Bij sommige schrijvers veert het hart op, maakt mijn brein huppelpasjes, zoals bij de gedichten van Vasalis. Maar om nou te zeggen dat ik verliefd op hen ben? Dat nou weer niet. Bovendien zijn er veel goede schrijvers en dichters te noemen. Meer dan één hart hebben kan.

Het begon ooit met Sprookjes van Grimm en Andersen, Pinkeltje, Snabbeltje, Pietje Bell, Joop ter Heul, Cissy van Marxveldt, Hector Malot en daarna volgden er veel. Wolkers met rode oortjes, goed voor de seksuele ontwikkeling, Mulisch om zijn fantasievolle spannende boeken, Hermans voor de lijst. De boeken van Tolkien heb ik verslonden door het dromerige sfeertje dat er was. Ik hou wel van elfen en van tovenaars, dat zeker.
Daarna nam het lezen een vlucht. Ik ben gaan lezen doordat we van jongs af aan naar de bieb konden in de jaren vijftig en maakte daar de ontwikkeling door van kinderboek tot literatuur, groeide er in mee, in sommige fasen zelfs de tijd vooruit. Ik was gek op Multatuli, Bordewijk en Elsschot. Na de school in de jaren ‘70 kwamen boeken van de Beauvoir en Anna Blaman, Anja Meulenbelt, boeken met een boodschap, boeken met een politieke ondertoon.
Tijd voor MO-A Nederlands, vier jaren lang. Veel middeleeuwse en Zeventiende eeuwse literatuur, de luchtige boeken die Visee aanreikte, verhalen uit de zeventiende eeuw met een brutaal en soms hilarisch randje. En daarna was het lezen, lezen, lezen geblazen. Elk boek tot de laatste letter. Genoten in die tijd. Het Naturalisme met Carry Van Bruggen en van Jacob Israel de Haan stond me zeer na. Gedichten leren waarderen. Gorter, Vasalis, de scheepsarts Slauerhoff, Paul Van Ostaijen. Jeugdliteratuur: Annie M.G. Schmidt als koningin bovenaan, Toon Tellegen, Max Velthuis, klassiekers uit het buitenland zoals Arnold Lobel, Roald Dahl, Lewis Carroll, Saint Exupery. Met de kinderen mee, thuis en op school: Thea Beckman, Jan Terlouw, Astrid Lindgren, Paul Biegel, te veel om op te noemen. Schrijvers van deze tijd, Guus Kuijer, Jacques Vriend, Koos Meinderts.
Ik stop met opnoemen. Het zijn er zoveel. Lees mijn boekenkast maar eens. Lezen is voedsel voor de geest. Ik ‘bewonder’ schrijvers, die ons weten te pakken, maar ik ‘hou’ van het Lezen en het Schrijven. Met heel mijn hart.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.