Uncategorized

Craquelé

Drie jaar geleden kwam er een documentaire langs van een Nederlandse kunstschilder van Spaanse afkomst. Lita Cabellut had een tentoonstelling in Zwitserland. Immens hoge portretten aan de wanden, een vrouw die precies aangaf waar en hoe haar werk diende te hangen. Een flamboyante dame met een eigenzinnige uitstraling, vol passie en emotie. Het werk was prachtig, met vreemde plooien, belletjes, glans, afgelakt en op geheel eigen expressieve wijze verwoord. Ik haalde vriendin erbij en vroeg haar met me mee te kijken. Wat ik nou toch gevonden had? Zo werkt dat dus. De grootste inspiratie komt op eigen tijd en eigen duur binnen het blikveld. Wat een ervaring was deze ontmoeting.

146.jpg

Na de eerste keer van mijn ontmoeting via de beelden op internet nam ik glorieus afscheid van school. Een feest dat 30 jaar passie voor de kinderen en de groep luister bijzet. Het groepscadeau is een schilderij van mij op groot paneel geschilderd door alle kinderen van de school, met een zelfgemaakte lijst erom heen. Vriendin leidde de activiteit en mijn portret was geïnspireerd op het werk van….Lita Cabellut en werd genoemd bij het aanbieden ervan. Ik was even trots als ontroerd, geraakt en vreugdevol, dankbaar voor de kinderen die ik jaren had mogen begeleiden, de goede vrienden om me heen, ouders, de liefste collega’s, veel meer nog dan dat, zielszusters.

026.jpg

Lita Cabellut bleef manifest in de herinnering door het portret. Toen haar tentoonstelling werd aangekondigd in oktober was dat een niet te missen kans. Weliswaar later dan gedacht was gisteren de dag van een tweede kennismaking, maar dan nu in ‘levende’ beelden. Het is een techniek met gemengde materialen, die ze tot in de finesses wist uit te werken en nu, jaren later, zie je de andere werken, met verfrolletjes, de kisten, het beeldhouwen, die het beeld vervolmaken. Niets wordt aan het toeval overgelaten, ook al lijkt het zo. Ze weet precies, welk effect een handeling beoogt. Mijn bewondering was groeiende.

046  048  049

Ook toen ik haar grote vazen en beelden zag, de bloempartijen vol kleur. Humor met weemoed, pijn achter de glimlach, alle ogen kijken me aan met een verleden, die door merg en been snijdt. De spiegeling van elk tweede werk, de verfrollen en elk derde werk, driftig in stukken gehakt, flarden, flinters, fluisteringen blijven niet achter, maar zijn gelijk aan de eerste. Ze vormen het onderdeel van het hart onder, de schaduw achter de beeltenis, de ziel van de kunstenaar. Met verbazing constateer ik later dat ik de laatste, het derde doek, vaak niet heb vastgelegd. Alle werken staan er op maar niet de in flarden gescheurde verbeelding. Niet dat ik het in de gaten heb. Dat is misschien het meest vreemde. Het gaat onbewust, wordt pas opgemerkt bij thuiskomst, als ik de foto’s aan het inladen ben.

024-2.jpg

Het is die wereld, die het meest intrigeert. De prachtige entourage, het museum van Jan van der Togt in Amstelveen past naadloos bij haar grote doeken. Om elke hoek beneemt het uitzicht je even de adem. Het is imposant, groots en meeslepend en daar is niets karikaturaals aan. De verwrongen gezichten, maar vooral die ogen bleven eindeloos om aandacht vragen.

094.JPG

Afscheid van de vriendinnen en met zuslief trek ik naar de dunne ijsschalen aan de Poel, de verstilde gouden rietkragen. Samen met het het weidse uitzicht, laat het de beelden samenvallen met rust en overpeinzing. We horen de specht, hij hamert zijn vreugde over de koude gloed, de reiger trekt zijn schouders wat hoger op en kijkt mismoedig naar zijn bevroren voedingsbron. Een dun laagje ijs ligt in craquelé over de plas. Lita in natura. We hadden het niet mooier kunnen treffen.

 

 

Uncategorized

Niet meer en niet minder

De kleine Blauwe Prins stond stijf van het ijs op me te wachten. Het leek wel of ik de macht over mijn krabbertje had verloren. Met achteloosheid aaide ze poeslief over de pittige ijs-lagen, zonder enig effectief resultaat. Ik had nog een piezeltje antivries. Met geduld in de strijd werd het vanzelf warmer en het ijs gebroken, de kleine prins verlost.

043De kleine Blauwe

Afgelopen dinsdag had ik tijdens de theaterpresentaties een dansvoorstelling gezien van de kleine Prins. Het was voor het voortgezet onderwijs. Alles wat het verhaal aan kracht heeft, de doordenkertjes, de verstilde momenten, de filosofie, werd in vijftig minuten totaal te niet gedaan. De roos werd een zwabbertante, die raaskalde en ongecontroleerde boude uitspraken deed. De koning, de lantaarnopsteker en de administrateur zwakke aftreksels van de uitgesproken types, die ze voorstellen. Vos, arme vos…in het verhaal een topper, de kern tot vriendschap, werd een pathetisch zwijmelend poolvosje. De slang hield een flauw en oneindig kat en muisspel, terwijl in werkelijkheid de kleine Prins de slang in de woestijn wel tegenkomt, maar die zat hem niet achterna en bedreigde hem niet .Ze hebben een prachtige verhandeling over de dood.  Ten einde vraagt slang of hij Prinsje dan mag bijten. Wat een volledig andere invulling is, dan er  aan het geheel gegeven wordt door het achterna zitten. Platvloers en kinderachtig.

In zo’n presentatie, een hele dag voorstellingen, zitten altijd wel een paar van de mindere Goden. Iedereen leert uiteindelijk door fouten te maken en het is geen ramp. Maar de schoonheid van het prinsje zelf, het groene pak, de blonde krullen en aandoenlijke blauwe ogen, zijn lichtvoetige dans, stonden in schril contrast met deze uitleg van de filosofische diepgang van Antoine de Saint-Exupéry en  haalde de prins meer naar beneden, dan ik voor mogelijk hield.

006Wagner

Een goed voorbeeld van hoe je een oud verhaal in een nieuw jasje kan steken was, even later, een voorstelling met animatie, muziek, stop motion, absurdistische trekjes gelardeerd met good old Wagner. Niets ontziend werd de authentieke opera verweven met een aandoenlijke populaire toon, plastic poppetjes, die reuzen spelen, een neppe Nibelungenring, en Sneeuwwitje als de wonderschone Freya, niets is te dol. De toon is  trefzeker en de muziek wonderschoon. Daardoor werd het een appetijtelijk schouwspel, waar geen eind aan hoefde te komen, terwijl we de kleine Prins zo’n beetje van het toneel af hadden gekeken. Dat is een graadmeter van kwaliteit. Niets is zo trefzeker als het gevoel.

009

Met de kleine Blauwe, die van mij heeft een hoog gehalte aan sociaal vermogen, reed ik over de gepekelde straten richting Utrecht. Mijn eigen ‘theater’ in, de wereld van de Zeventiende Eeuw, met penseel, potlood en gum. Er zit evenveel drama achter als bij de verrichtingen op het podium. Het is nauwelijks te doorgronden en een ware queeste, die in de Nibelunger Ring niet zou misstaan. Na de Asperges van Coorte en de foudralen, mocht ik weer een boek, de suikerpot van mijn oma en een kommetje van de oma van de meester vorm geven. Volgende week komt er nog een limoen bij, die subtiel correspondeert met de Anna-groene gloed over het bowlglas van Oma.

Als te verwachten was, bleek het boek, ondanks mijn zwak protest over al die foudralen, toch uit perspectivisch oogpunt weer veel moeilijker dan verwacht. Alles wat te leren valt vooral met open vizier en verwachtingsvol ontvangen, was mijn insteek. Geduld beoefen je met kleine stappen die een groot effect beogen, omdat ze doorwerken tot in het detail van het grote werk. De basis dus. Niet meer en niet minder.

 

 

 

Uncategorized

Oogverblindende zon

Vanmorgen geluibakt. Ouderwets, zoals het kan op een vrije ochtend. Niet helemaal waar, want het huis schreeuwt al dagen haar onmin van de daken. Ik hou me oostindisch doof, zoals ik van mijn moeder geleerd heb. Als je er niet naar kijkt, zie je het niet. Er is geen speld tussen te krijgen. De luiheid geeft vermoeidheid alle ruimte. De regen die bij tijden tegen de ramen klettert doet de rest. Tijd om je in te graven. Er schijnt een winter aan te komen.

Toch weet ik mezelf bij de haren naar de douche te slepen. De fysio wacht. Om precies één uur zwaai ik de deur van de therapieruimte open. In de startblokken en rustig aan het tempo op te voeren. Er komt niets van in. Voor de verandering is het gewoonlijke schema tijdelijk vervangen voor een looptest. Dat betekent een zwarte koude riem onder je trui op je blote bast op harthoogte. Een horloge-hartslagmeter om. Saturatie bij aanvang 97. Dat is mooi en ruim voldoende.

Afbeeldingsresultaat voor groene gekko

Bij de looptest moet je in de gang 6 minuten lang een baan van ongeveer 50 meter heen en terug lopen. Aan het begin en het einde staan twee pionnen waar je om heen moet zeilen. Ik zet er stevig de pas in, zoals altijd als ik vergeet dat kuieren me zoveel beter uitkomt. Het is wel de bedoeling. Ik moet de looptest van juli bij zien te houden of voorbij streven. Twee keer wordt mijn gang belemmerd. Een keer door een mevrouw die uitgebreid de schilderijen van de gekko’s wil bewonderen. Ze hoort me niet en ziet me niet. Mijn gedachten denken haar een aantal stappen verder en warempel, op het nippertje stapt ze door.

De tweede keer door de oude baas van de therapie. Hij heeft grijs haar en een toupetje daar bovenop, dat een wonderlijke tweedeling van zijn hoofd maakt. Alsof je een drempel over moet voor de bovenliggende delen. Hij is heel lief en zucht voortdurend, slentert wat, zucht nog eens en probeert het dan toch telkens weer. Een enkele keer laat zijn oog een traan los, die zich naarstig een weg zoekt door de vele groeven in zijn gezicht. Dan stopt hij, trekt een grote witte zakdoek uit zijn zak om hem weg te vegen. De bretellen houden zijn wijde broek omhoog die, net als de toupet, hoog in de taille het lijf in tweeën deelt.

Ik loop stug door, verstand op nul, concentratie bij het ademen, maar hoor het zagen diep van binnen. Het lukt wel om de benen aan te sturen het tempo te dragen. Aan kracht is er nog nauwelijks iets ingeboet. Het is de zuurstof, ofwel het gebrek daaraan, dat parten speelt.

002.JPG

Iedere keer roept de stagiaire dat er een minuut voorbij is. Sneller toch, dan verwacht zijn de zes minuten om. Snelheid gedaald en de saturatie is gekelderd naar 90. Veel te laag. Daar komt steeds de vermoeidheid vandaan. Afgelopen dinsdag van het station naar het theater met de vriendinnen, moest ik ze vooruit laten gaan, want ik wilde een tandje lager. Dan kon ik het beter in toom houden. Met moed, beleid en trouw zijn schommelingen misschien wel te voorkomen of in ieder geval te minimaliseren.

Achteraf was ik blij dat ik toch gegaan was. Na rust kon ik weer verder. Een grappig circuit waarbij ik met de zware bal in de lucht mijn naam moest schrijven. Mijn partner in crime heette Jaap, spelde ik uit. Tien jaar ouder en stukken trager spiegelt zich het voorland, Geen zorgen voor de dag van morgen. Een waarheid waar je een eind verder mee komt. Ieder gepieker is goed voor een graadje saturatie minder.

Nog even een robbertje roeien en we waren weer boven Jan. Of Jaap. Net hoe je het hebben wil. Buiten had de regen plaats gemaakt voor een uitnodigende oogverblindende zon.

 

 

Uncategorized

De warme gloed

Binnen in mij voerden de adrenaline, endorfine en dopamine een dans uit en hielden vannacht de slaap buiten de deur. Wat een heerlijke avond was het. Ergens halverwege het jaar hadden we besloten een leesclub op te richten en een boek was snel gekozen door onze tweede man, die niet aanwezig kon zijn die avond. Hij had hem al klaar liggen. Ik heb er eerder over geschreven. Het was het boek ‘Zomerlucht en dan komt de nacht’ van Jón Kalman Stéfansson. Aan het begin van de avond gaf iedereen een cijfer en daarna zouden we pas de ervaringen uitwisselen. Het boek werd voorzichtig en wat minnetjes beoordeeld door twee, drie vonden het wel een goed boek. Het schommelde tussen een mager zesje en een zevenenhalf.

013

Fijn om met vertrouwde gezichten de diepte in te gaan en de bevindingen te kunnen delen. Al gauw, en dat is bij dit speciale boek bijna niet anders mogelijk, zaten we op de diepere lagen in de vertelling. De een had zich gefocust op de indeling van de hoofdstukken en het verband daar tussen, een ander had de personen onder de loep genomen, weer een ander de traagheid, waarmee het verhaal zich ontspon en er was iemand die zich verdiept had in de locatie, de bijzondere ongelijke verdeling van licht en donker, dag en nacht. Een dag van maar vijf uur lang in een dorp waar nauwelijks iets te beleven viel. Waar de argwanende soberheid omtrent de indruk van het boek verdween, verscheen de intense ondertoon, de diepere laag.

024

We gingen mee in de schrijver zijn existentiële vragen, zijn eventuele bedoelingen met titels van het boek zelf en de hoofdstukken, de vormgeving, de verteller. Langzaam gloorde het licht aan de horizon en zette het kleine doodgewone dorp in een gouden zonlicht. Korte dagen zijn geen probleem als de kwaliteit van het licht zich verdubbelt. Voor de lezer, wars van alle ontberingen, kwam die verheldering mondjesmaat maar gewis dichterbij.

De schrijver bleef heer en meester en het was aan hem om te bepalen of de uiteindelijk verwonnen gelukzaligheid zou aanhouden. Met een donderslag, een steen ter grootte van een menhir verpulverde het zomerlicht.

Aan het eind van de avond, wat een aangenaam verpozen werd, hoe vermoeiend de laatste dagen ook waren geweest, keken we elkaar aan. Niet alleen waardeerden we het boek op, maar maar ook de ‘leesclub’ zelf. Het feit, dat we naar elkaar konden luisteren, ideeën uitwisselden, na zouden denken over diepere gedachten en gevoelens. We tipten zijdelings het eigen leven aan. Stiltemomenten voor de overpeinzingen van de een, het verdriet van een ander, de waarde van het lezen van een boek met elkaar. We spraken over eindigheid, geloof, liefde, de betrekkelijkheid in de aard der dingen. Loslaten, ouder worden, boeken, kinderen, relaties, de verschillende manieren van zijn in een mens. ‘Wie ben ik’ werd er onmiddellijk uitgefilterd.

093

Ik moest denken aan mijn moeder en haar kerkgemeenschap, haar gespreksgroepen en de vreugde die ze daar aan beleefd had. Dit was vanuit een andere invalshoek maar niet minder effectief om dieper en waarachtig met elkaar in gesprek te gaan. Nu naar aanleiding van veilige fictie om diepgang te vinden en de essentie aan te raken. In alle opzichten was de keuze van het boek en het idee van de leesclub een meerwaarde dat ons ten deel gevallen was. Geen wonder dat hormonen vrijelijk stroomden en de slaap aan de nacht voorbij liet gaan.  De keerzijde was het gevoel van rijkdom, een gouden greep, kostbaar als het licht dat boven het fjord uit kwam rijzen. De warme gloed, die alles betekenis gaf en geven zal.

Uncategorized

Wat een lieverd

Ik heb gisteren een blauwtje gelopen. Ik wist niet dat dat nog kon op mijn leeftijd. In dit geval kwam het door een gebrekkige organisatie, twee verschillende instappoortjes naast elkaar, die er voor zorgde dat het gebeurde.

002

We hadden de hele dag in andere werelden vertoeft. Het was de presentatiedag van STT-Produkties in Zwolle en elk theaterstuk voerde je mee naar een andere beleving. Gezellig keuvelend en vol van alles wat we gezien hadden, liepen vriendin en ik terug naar het station. Altijd genieten, daar in Zwolle, van de nostalgie die ik van Utrecht uit de vroege jaren van het bestaan kende. De wijk die zoveel leek op de oude stationswijk uit de ‘good old days’ in mijn geboorteplaats. Hier in volle glorie, daar kapot gemaakt en vervangen door het grauwe Hoog Catharijne van weleer, Betonstad bij uitstek.

006Wagner

Op een station meer je niet aan, maar meer je in. We haalden onze passen langs de scanners en de poortjes ontsloten zich. Keuvelend en op ons gemak nestelden we ons in de bank bij het raam in de trein. Geen stilte coupé, want er moest heel wat uitgewisseld worden aan ideeën en ervaringen. Het thee-uurtje in het restaurant was daar niet toereikend genoeg voor geweest. We zien elkaar voornamelijk op dit soort hoogtijdagen of op afspraak.

In de verte waren conducteurs druk doende hun controles uit te oefenen. Vol vertrouwen haalde ik de pas uit de portemonnee Op het moment suprême, mijn pas op de scanner, keek hij me aan en liet me weten, dat ik niet had ingecheckt. ‘Pardon, we hebben samen ingecheckt naast elkaar en het hekje ging gewoon open’. ‘Ja, zei de conducteur ‘Maar U hebt ingecheckt bij Blauwnet’. Ik moet hem wat glazig aangekeken hebben. Daar had ik nog nooit van gehoord. Het was me volledig onbekend dat er nog een heel vervoersnetwerk met baas in eigen buik in het Oosten rond waarde. Hij keek me pijnlijk medelijdend aan en vertelde dat ik op het station moest uitchecken en vervolgens de 20 euro bij de klantenservice terug moest vragen. Anders had ik dubbele strop. Ik moet glazig hebben teruggekeken. Ik zat in het hoofd met Wagneriaanse Nibelunger klanken en Filoslovische teksten en daar kwam hij met een verhaal over een volslagen onbekend verschijnsel. Ik voelde me als Alice op bezoek bij de hoedenmaker.

001

We ritsten het euvel voor het vervolg van de reis uit onze gedachten en hadden nog een genoeglijk samenzijn tot aan Amersfoort. Daar ging vriendin verder met de bus, maar ik kon behaaglijk, met mijn hoofd vol afwezigheid, de reis vervolgen samen met een jongen in een eigen geluidsbubbel en een mijnheer die de schaatsmuts diep over de oren had getrokken.

Op het station ging ik naarstig op zoek naar de informatie. Ik werd vriendelijk doorgelaten door een mevrouw onder alweer een blauwe knop, die het toelaatpoortje tweede van rechts voor me opende. Daarna naar de OV-kaarten service. De man stond me vriendelijk te woord en vroeg me of ik geen boete had gekregen van 50 euro. Nou nee. Dan had ik mazzel gehad. Hij raadde me af te bellen naar Blauwnet. Dan was ik vermoedelijk veel meer kwijt dan het tientje dat ze nu van mijn kaart af hadden gehaald. Oké. Als hij dat zei, geloofde ik hem onmiddellijk op zijn vriendelijke blauwe ogen. ‘U bent een engel’, gaf ik hem mee, wat me op een brede grijns kwam te staan. In de bus terug naar huis, bedacht ik me, dat het bijzonder slim was geweest om de zaak te parkeren en me pas weer druk te maken op het juiste moment. Ik appte naar vriendin, dat het door mij getrakteerde taartje geheel op rekening kwam van de dienstdoende conducteur. ‘Wat een lieverd’ appte ze terug. Ik kon het alleen maar beamen.

 

 

Uncategorized

De dag kon nu al niet meer stuk

Gisteren stapte ik uit bij de Neude. Een bewuste keuze, want de volgende halte op het Janskerkhof was nog net dichterbij geweest, maar ik wilde even slenteren. Hoe lang was dat niet geleden, dat ik de tijd nam om naar de kleine geluksmomenten te kijken die op mijn pad lagen. De bijna verlaten Neude, een vlag onhandig ergens in mijn vizier gepoot, nodigde uit tot een bedachtzame tred. Ik besloot om eerst de Minrebroederstraat in te duiken. Aan het eind zag ik het torentje, dat eens van de sigarenwinkel was, lang geleden.

003

Als heel klein meisje had ik daar op mijn knietjes voor het raam gezeten om naar de studentenoptocht te kijken met imposant verklede figuren.  Dat en de onrustig snuivende paarden even daarvoor, toen we door de menigte liepen op het JansKerkhof, kleurden het beeld in mijn hoofd. Spanning en griezelen omdat je niet wist wat er gebeuren zou. Mijn wereld werd op dat moment bevolkt door reuzen, iedereen was groter dan ik. De geschminkte gezichten werden nog dikker aangezet door het lantaarnschijnsel, de donkere mantels, de roerende trom. Achter het raam waande ik me eindelijk veilig daar voor de onnavolgbare wereld daar beneden, in het zachtgele licht van het kamertje met het uitzicht op de straten. Het geurde naar eieren, gebakken eieren met spek.

Op dat moment, volkomen uit het niets, scheurde mijn pas herwonnen geborgenheid uit elkaar toen er ineens een reusachtige Dood van Pierlala opdoemde vlak langs het venster. Dat, de gruwelijke aanblik van zijn grijzende tanden, geel en akelig tegen het wit, de zwarte kraters van ogen, lieten me onbedaarlijk schrikken. Mijn angst vulde de kamer en ik gilde, gilde. De beelden hebben zich vastgezet in mijn hoofd en werden door de loop der jaren oneindig veel groter. Ergens is daar vooral de kiem gelegd voor alle onderbroken nachten vol angst, die zich verder voedden met de verhalen van de bende van de zwarte hand uit Pietje Bell, realiseer ik me ineens. Beelden die  de grens van het onbewuste zorgeloze bestaan overschreden naar de bewustwording.

004

Het kon ook nooit de toren geweest zijn, maar moest het venster op de hoogste verdieping aan de straat zijn geweest. De domkerk heeft er imposant achter gelegen en het beeld versterkt.Het huis lag er nu zo vroeg op de ochtend vreedzaam bij. Ik slenterde voort, de herinnering achter me latend en zag de enorme trap van een verhuurd complex, waarbij, iedere keer dat je hem zou moeten beklimmen, de moed mij in de schoenen zou zakken.

007

Even verderop schommelde de kleine Flipje van Tiel in de te koop staande oude bibliotheek.  Dat was nog zo’n herinnering. Ze stond niet meer helder voor de geest, maar lag met haar gerafelde randen te wachten tot ik het herkende. De rijen met boeken, de houten vloeren, de imposante trapportalen en mijn moeder die mij, ons, mee had genomen naar binnen toe. Het ademde een andere tijd, alsof je door de deur het verleden was binnengestapt.

018

De wandeling rond de Kloostergang was bijna vanzelfsprekend, ook al brulden de werklui boven hun muziek uit en sneden ze de stilte aan flarden. Binnen was het stil en vanuit elke hoek steeds imposant. De voetstappen klonken holler door de verlaten gangen. De achteruitgang was niet open, dus ik liep langs de bouwsteigers met kerstverlichting er weer uit, terwijl er achter me een vrolijk ‘Goeiemoggûh Dame’ klonk. Ik kon het alleen maar beamen. Dat was het. Een heerlijke morgen, ze kon al niet meer stuk. De zon kwam te voorschijn en zette het Domplein luister bij. De deuren van het UCK stonden uitnodigend open. Eerst een kop koffie aan het venster van het nu nog stille plein.

024.JPG

Een hele goede morgen als je alle tijd van de wereld neemt om op de plaats van bestemming te komen.De dag kon nu al niet meer stuk.

Uncategorized

Kom maar op

De agenda geeft drie overvolle dagen aan, met allerlei fijne dingen, cadeautjes eigenlijk. De energie is nog niet helemaal terug. Gisteren had ik de lumineuze ingeving om mijn lidmaatschap bij de sportschool te verzilveren. Dit gebouw heeft oranje muren met zwart en grijs-accenten. Ze temperen mijn enthousiasme en werken belemmerend op de drang om aan te pakken. Het is niet eerlijk om de entourage de schuld te geven. Ik ben gewoon nog niet fit genoeg.

011-1.jpg

Hoe moe kan je zijn, als de roeimachine niet hoger kan dan 1. Dat is echt laag. Normaal gesproken zit ik op tien. Of werken deze roeiers anders. Hoe dan ook. Amelisweerd lijkt verder weg dan ooit. Hetzelfde geldt voor de fiets, die ik in dit geval gewoon links laat liggen. Wandelen is een betere optie. Geen sinecure, maar ik kan het het best volhouden. Om me heen werken kwieke dames en meiden in fitte gestroomlijnde sportkleding zich in het zweet, de snelheid aangepast aan het strakke lycra materiaal. Mijn wollige  joggingbroek met wijd shirt passen dan ook perfect bij mijn schapengang. Tevergeefs probeer ik de scan op mijn telefoon te krijgen. Ik doe iets fout, maar vraag niet om hulp. Niet fit genoeg om de onwetende oudere te spelen. Te labiel. Ik moet eerst mezelf weer in elkaar knutselen.

De boodschappen daarna zijn mijl op zeven. Ongelooflijk. Waar komt toch dat zware gevoel vandaan. Niet van die 30 minuten op de loopband en die tien minuten roeien. Ik sleep me naar huis met kleine hapjes voor straks. Ik weiger in griep te denken. Te lang ben ik al onder de pannen geweest qua fysiek onvermogen. Wie gezond wil, moet omhoog denken. Ik zit in de lift. Toch? Ja joh…

‘Secret Behind the Veil 02’ Foto: Wiki

Ondertussen maak ik leuke afspraken om naar uit te kijken. Een dagje naar Waddenoyen  als het weer wat beter wordt, een dag naar de tentoonstelling van Lita Cabellut met vriendin en zus. Ik wil die techniek, die alom geroemde, nou wel eens van dicht bij zien. De vrije kreukzone, so to speak en zie prachtige en interessante programma’s op televisie. Zondagmiddag is een mengelmoes van cultuur, spanning en mooie doordenkers voor in de kleine uurtjes. Op de bank ben ik een hele piet.

Vandaag en morgen zijn er theatervoorstellingen om te beoordelen vanuit de klankbordgroep. Een hele dag in het theater is ook een in de schoot geworpen verrijkende manier om je dag door te brengen. Aan de  andere kant moet je ook de hele dag alert zijn. Ik stop het kleine aantekenboekje alvast in de tas. een kattebelletje helpt goed, wat steekwoorden en je zit er weer helemaal in. Een beetje zich zelf respecterend theater heeft ook de trailers paraat. In die zin is het een stuk makkelijker, om weer terug te zijn op die ene dag in januari.

Ondertussen zoekt het hoofd naarstig naar een passend boek voor de recensie in het nieuwe nummer van mensenkinderen en ik vind er een. Naadloos past ze binnen het thema. Alleen al die mazzel is in staat om de dag op te liften tot een niveau, die alle fysieke vermoeidheid doet vergeten.

Foto Pandora spiegelposter De poster van de stichtng Pandorra

Als ik naar de ondertiteling kijk van een fragment bij Paul Witteman, het zondagmiddag, muziekprogramma bij uitstek, valt het me op dat aan de andere kant van het scherm, bij de vertalers ook iemand niet alle energie op een rijtje heeft staan. Ik filter drie fouten en ben verbaasd. Dat was ik vandaag ook naar aanleiding van het niet vooruit te branden zijn. Fouten maken mag. Ik denk aan de stelregel die vandaag voorbij kwam op Twitter: ‘Heb ik een probleem als ik niet voldoe aan wat ‘men’ als normaal bestempeld?’ vraagt ‘Filosofisch Denken’ zich af. Ik antwoord, dat er maar een antwoord mogelijk is. Dat stond op een spiegelende poster in 1974 van de stichting Pandora. De tekst luidde: ‘Ooit een normaal mens ontmoet…En …beviel het?’ naar een kronkel van Simon Carmiggelt.

Het slaat de spijker op zijn kop. Het doet niets af aan de vermoeidheid, maar voegt wel iets toe. Relativering. Dat is wat nodig is om een beperking op z’n plek te laten vallen. Ik ben er klaar voor. Kom maar op.