Op dag twintig kwam de schrijfopdracht om een voorwerp te kiezen of zoiets. (ik was vergeten de originele vraag te bewaren) Hoe het ook zij, ik koos voor het voorwerp ‘Het washandje’.

Inmiddels, we zijn al weer bijna twee jaar verder, is het verhaal aan veranderingen onderhevig. Ik gebruik geen gels meer, maar in het kader van de duurzaamheid een verantwoord zeepje, Shampoo op een natuurlijke basis en evenzo de conditioner. Ik was de haren slechts een keer per week en niet meer om de drie dagen. Dat alles in het kader van bijstellen en het aloude spreekwoord: ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf’. Het verandert allemaal snel. Ik mag er graag over lezen. Zoals ik ook leer om met de natuur uit de Hoff om te gaan en die om te zetten in allerhande gebruik of verbruik. Het lukt ons om bewust te zijn van de dingen die we doen en ons iedere keer weer af te vragen of we nog op de goede weg zijn. Ministappen in die grote wereld, maar toch.
De washand
Er zijn van die typische voorwerpen die zich in de linnenkast in mijn hoofd in de uiterste hoekjes hebben verstopt. Grote zakdoeken bijvoorbeeld of gehaakte hoofdkleedjes die over de bovenkant van het rugkussen van de fauteuil werden gelegd en een lange tijd hoorde daar ook de washandjes bij. Ze waren weggekropen achter de kleine handdoeken die plaatsgemaakt hadden voor de grotere badhanddoeken.
Nieuwigheden waren er voor in de plaats gekomen. Een met badstof bekleed sponsachtig geval met een scrubkant, iets om mee te schuieren.
Maar laatst had ik gewoon weer zin in zo’n aaiend washandje, zo’n troostrijk schuimend gevalletje langs de huid. Zeep gebruikte ik niet meer, maar douchegel wel, al zoek ik vooral naar het duurzame alternatief. Er zijn allerlei wegwerpdoekjes te krijgen maar, teemde dat zeurende stemmetje in mijn hoofd, washandjes zijn het allerduurzaamst. Ze zijn te wassen, te drogen en te hergebruiken. We waren met de zussen op vakantie en we gingen door de Hema heen, omdat één zus iets zocht. Ik vertelde hen dat ik weer aan een washand wilde. Daar kwam zuslief aanzetten met twee hagelwitte washandjes en was ik de koningin te rijk. Een kinderhand is gauw gevuld.
Met de kinderen in bad werd de washand vaak een sprekende washand of een kietelend exemplaar. Ze zong liedjes of gaf een extra douche, veranderde in een heks of een kabouter en op school is ze op gezette tijden ingezet bij de toneelstukken van de projecten. Er is weinig voor nodig om een washandje tot leven te wekken.
Vroeger, heel vroeger, zo’n 70 jaar geleden werd ze vooral naast de schuier gebruikt om de kinderlijfjes in de teil schoon te wassen. Zelfs als het water na een aantal kinderen niet meer helemaal schoon was, poetste ze nog de moddervlekken van je knieën, niet zo zachtzinnig als waarmee ik aai, maar snel en krachtig. Zoete broodjes werden niet gebakken. Korstjes werden rücksichtslos afgeritst. Hardhandig werd elk holletje schoongepoetst. Een keer per week in bad was meer dan voldoende. Poedelen deed je bij de kraan.
Douchen met gel en een washandje is nu het ultieme genot. Snel en zo kort mogelijk. Dan ligt de dag weer open. Na deze luxe kan een mens de wereld aan, wakker en fris. Washandje is daarmee de eerste begroeting van de dag, in ere hersteld tot ieders tevredenheid, zowel van mij als van het washandje.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.