Gisteren zat ik even op de veranda van de Datsja, toen ik een wonderlijk gekrasachtig geluid hoog boven en vanachter hoorde komen. Ik verifieerde of ik daadwerkelijk vogels hoorde op de vogelapp en warempel. Die kwam met de mededeling dat het kraanvogels waren en tegelijk een stip erachter, dat dat onwaarschijnlijk was in de Baranya.
Ik ging het trapje af zo snel als ik kon en tuurde in het blauwe zwerk en ja hoor. Hoog boven me was een grote zwerm te zien die onmiskenbaar richting huis vloog en verder. Zo hoog dat er geen foto van te maken viel. Ik liep zo snel mogelijk naar het huis om lief te waarschuwen, maar ze waren al door gevlogen. Het is een wonderbaarlijk geluid en ze zijn er naar vernoemd. ‘Grus grus’ . Bij nader onderzoek bleek hun tocht deel uit te maken van de Baltisch-Hongaarse trekroute. Zulke berichten stemmen blij.
In de ochtend voor en na de brunch had ik het brooddeeg gekneed, nog steeds van de gist die Lief uit de kleine Kisbolt had meegenomen. Het is eigenlijk iets te oud aan het worden en rijst iets minder goed, maar we mogen niet klagen. Ook dit brood mag er zijn. Lief geniet van de geur van versgebakken brood dat de keuken kleurt. Het vertelt me telkens weer hoe vlak het leven is zonder geur. Maar ik heb nog altijd de herinnering, al denk ik dan automatisch aan wit brood met roomboter en suiker. Het zal een herinnering zijn van lang geleden. Mijn moeder bakte nooit brood, maar toen mijn kinderen klein waren heb ik dat een tijd aardig volgehouden. Daar zal die herinnering vandaan komen. Dat is inmiddels ook alweer 45 jaar geleden.

We zouden vandaag naar Kaposvár gaan naar mijn snoepwinkel met verfbenodigdheden, maar vriendinlief appte, dat ze vanmiddag beeldcontact wil om te overleggen over het afbakken van het beeld. We schorten het plan op naar morgen. Dat hebben we er graag voor over, nieuwsgierig als we zijn naar de vorderingen.
Tussen het penselen door neem ik afstand door wandelingetjes over het land, door het bos, over het veld naar ons randbos en terug. Speurend naar afwezige egeltjes, waar blijven ze toch. Vorig jaar zagen we er nog wat rondscharrelen. Je komt er wel late appeltjes tegen, die hoog in de boom hangen en de kwetsen op de grond zien er af en toe uit als ovale amethisten, als ze nog ongeschonden op de bosgrond liggen. Hier en daar ontwaar je de kroon van wat straks ongetwijfeld een grote distel moet worden en wat verdroogde zaaddozen van het knoopkruid.
‘Vaderland’ van Fernando Aramburu schiet al aardig op. Alle karakters worden momenteel uitgediept en dat is een verademing. De gezinsstructuur van de twee families is nu veel beter te plaatsen. We hebben nog steeds wat moeite met de manier waarop dit verhaal wordt verteld door het grote aantal wisselingen. De recensie van Maarten Steenmeijer in de volkskrant geeft het goed weer: ‘Vele maar niet alle draden zijn goed verweven’. Erna Ankersmit haar belevenissen van Anna Enquist nemen een kleinere vlucht, maar zijn spannend genoeg om door te willen luisteren. Het is een genoeglijk en afwisselend uurtje voorlezen op deze manier, met kaarsen aan en buiten een prachtige grote volle maan.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.