Gisteren maakte iemand me erop attent dat Simon Carmiggelt de tekst van ‘rekken en d’r bij blijven’ geschreven had, en ik reageerde onmiddellijk met het verweer dat het Sonneveld was, die de sketch had gedaan. Dom, dom, dom. Het eerste wat me ingegeven is, is altijd de bron van herkomst na te gaan. En in dit geval was de terechtwijzing volkomen terecht. Het was Carmiggelt die de tekst geschreven heeft voor Sonneveld. Ook zo’n taalbetoveraar. Ere wie ere toekomt. Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa.
Vlak daarop hoorde ik dat Sjoerd Kuyper was overleden. Daar was ik ondersteboven van. Niet alleen omdat mijn bouwjaar het zijne was en ik hem veel te jong vond voor een sprong naar gene zijde, maar ook omdat het een groot gemis was voor de jeugdliteratuur. Zijn mooiste boek vond ik ‘Bizar’. Razend knap geschreven, omdat hij kinderen op de juiste waarde wist te schatten. In een interview over het boek zei hij zelf: ‘Ze lezen minder maar ze weten wel veel meer dan ik op die leeftijd.’ Het is een staaltje van over grenzen heen kijken en het roept meteen bij mij de vraag op of het feit dat het lezen sterk afneemt misschien te maken heeft met het item ‘Boek’.Wordt er nog steeds veel gelezen maar niet perse een boek. Geldt die afname ook voor E-boeken of luisterboeken? Boeiend gegeven. Lief en ik luisteren met het grootste genoegen momenteel elke avond het luisterboek van de Hobbit.
Ik schreef aan een blogvriendin dat ik mijn laatste Verkadebrieven had opgestuurd en dat het een goede schrijfoefening was geweest. Want schrijven, het ter hand nemen van pen en papier, komt hier, door de bank genomen, nog maar sporadisch voor. Dat wil niet zeggen dat het schrijven als in het verzinnen van verhalen of anderszins niet of nauwelijks meer wordt beoefend. Integendeel. Sinds mijn onafscheidelijke IPAD altijd onder handbereik is, vliegen de woorden mijn vingers uit. Het een hoeft het ander niet uit te sluiten.
Het is niet zo verwonderlijk dat graphic novels zo in opkomst zijn. Met al die dyslecten, die onze groepen en klassen bevolken, is een beeldverhaal een verademing. Wij lazen stripboeken tot we een ons wogen. Ouders sprongen bij hoog en bij laag om te laten weten dat dat absoluut verkeerd was. Maar nog steeds prijken de (qua inhoud al lang achterhaalde) Sussen en Wiskes, de Eric de Noormannen en de Asterix en Obelisken, de Kuifjes onze boekenkasten. De kinderen willen ze niet en ze staan er te verstoffen om de nostalgie. Lang daarvoor was het smullen geblazen van Tom Poes en Olivier B.Bommel, Miezelientje en Wol de Beer en noem maar op. Heerlijk. Graphic Novels avant la lettre.

Ik ben een beelddenker. Dat maakt lezen met behulp van een graphic novel een stuk makkelijker, al bedenk ik er liever nog mijn eigen plaatjes bij. Daar dient het tekendagboek voor. Misschien moeten we eens nagaan of het instrument nog deugt. Mijn hele hart zegt: ‘Ja’. Immers, kom niet aan mijn boeken. Ze zijn mij heilig. Ze laten me de wereld over reizen, ze trekken me de avonturen in, ik word een tijdreiziger pur sang, ik duik astrale werelden in alsof ze om de hoek liggen en alles is mogelijk. Hoe saai en fantasieloos zou het zijn zonder die wereld, hoe ruw en onleefbaar zou het zijn zonder zo’n uitlaatklep, hoe voed ik anders mijn verbeelding.
Sjoerd is er niet meer, zijn boeken zijn er en hoe. Dubbel en dwars het lezen waard en zeker nu, in de schrijnende wetenschap dat er nooit meer een nieuw boek zal volgen. Zijn oeuvre is groot. Een opsteker bij een tragisch gegeven.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.