‘Een plek waar je geweest ben en waar je je thuis voelde’, vraagt Word Press. Van alle plekken de meest onverwachte, ver weg van huis en haard, in Washington. Misschien kwam het ook door de plezierige etage van vriendlief met zijn kunstzinnigheden en zijn boeken. Geef me een wand met boeken en ik ben thuis, bedenk ik hier ter plekke.
Maar de sfeer in de stad voelde als thuiskomen. De mensen liepen er minder haastig dan in New York, er was een enorme grandeur, de Mall met haar musea, die allen gratis waren, de oude Hortus, de beeldentuin, het witte huis met het monument van Lincoln, de vele groenplekken tijdens een wandeling, de statige herenhuizen, de boekenwinkels, het was een heerlijke ontdekkingstocht, een verademing ook na de lange reis. Echt een omgeving waar je je behaaglijk in kan wentelen. Dat deden we dan ook.
Ik voel me redelijk snel thuis op meer plekken, maar ik herinner me dat ik het daar zelfs hardop verzucht heb. ‘Hier zou ik zo kunnen wonen’. Het was een straat met stoepen, grote bomen en statige huizen compleet met souterrain, alsof je in het Wilhelminapark in Utrecht liep.
Hier voel ik me binnen de muren van het huis volkomen thuis, het past me als een handschoen, maar in Hongarije blijft de taal een obstakel. Iedere dag doe ik braaf mijn lessen, en lezen gaat redelijk, maar de gesproken taal is nog altijd abacadabra, waaruit maar enkele bekende woorden te vissen vallen. Dat maakt inburgeren lastiger. Ik denk aan al die mensen die zo’n inburgeringscursus moeten doen. Nederlands is ook totaal geen makkelijke taal. Het is zwoegen en zweten, kan ik jullie vertellen en valt ‘om de dooie dood’ niet mee.
De VPRO boeken met Lotje IJzermans is weer van start gegaan en de eerste gast die ze ontving bleek Connie Palmen te zijn. De schrijfster heb ik altijd hooglijk gewaardeerd, maar de mens in de schrijfster met verwondering bekeken. Dit gesprek was bijzonder prettig, waarbij Connie Palmen de sluier oplichtte van het vertrekpunt van waaruit haar leven werd opgebouwd. Helder en duidelijk, volkomen begrijpelijk, legde ze haar ziel en zaligheid op tafel zonder een spoor van dedain. Het gesprek boeide zozeer, dat het boek ‘Johnie Walker’ vanaf nu is bijgeschreven op het lijstje. De tweede gast was Dominique de Groen met haar debuutroman ‘Corpus Britney’. Ook boeiend denk ik en niet in de laatste plaats omdat het echt een roman is van deze tijd. Of ik het zal lezen, valt nog te bezien. Ze schuwt de gruwelijkheden niet en ik ben aangaande dergelijke uitspattingen een watje geworden.
De freules Cécile en Elsa uit de biografie van Elisabeth Leijnse kampen met hun hoogbegaafdheid met hele andere obstakels. Ze wonen tijdelijk in Den Bosch en vinden het drie keer niets, gaan een tijdje naar school, terwijl ze anders altijd privé-les genieten en vinden alle meisjes maar domme wichten. Ze krijgen een Zwitserse gouvernante en dat bevalt in het begin aanmerkelijk beter, totdat ze de vrouw in 16 jaar tijd in kennis overstijgen. Ja ja, hoogbegaafdheid kent ook problemen.

Terwijl ik dit alles bedenk, rukt de wind aan de takken van de sering voor het raam. De lucht schakeert in alle tinten grijs. De temperatuur is de helft ongeveer van gisteren. Maar het voelt goed. De appelstroop is meer diksap geworden en het kost enorm veel energie om uit grote hoeveelheden fruit een potje vol te krijgen. Terecht merkte iemand op dat het normaal met suikerbietensap wordt gemaakt. Dat zal het proces wel versnellen, denk ik zo. Het was een leuk experiment. Er volgen er vast nog vele.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.