Overpeinzingen

De schoonheid van het scheppen

Het derde bolletje wol heeft gisterenavond een weg gevonden aan het breiwerk. In het schemerduister breien is niet een heel goed en helder plan, bleek vanmorgen, toen ik twee kleine foutjes ontdekte. Ik moest denken aan de handwerknon op de lagere school en mijn rode poppenbroek die met een theatraal gebaar iedere keer opnieuw werd uitgetrokken. Het gezicht van de non stond bij de derde keer op onweer, lippen samengeperst en woorden die sisten dat het niet deugde.

Een echte handwerkster word ik nooit. Er zijn in al die zeventig jaar zegge en schrijven twee truien, een troostdas tijdens de revalidatie en dit exemplaar van de pennen gekomen. O ja, en het poppenbroekje van rode katoen na een heel jaar, met gaatjes erin gebreid voor het witte elastiek. Een broddellapje noemde mijn lichtend voorbeeld het.

Het boek ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ van Anjet Daanje is aangrijpend, maar op een hele andere manier dan de biografie van Etty, waar lief nu in leest. Niet te vergelijken natuurlijk, maar het geeft wel inzicht in hoe het in die tijden rond 1850 er aan toeging. De benepen dorpssfeer, het harde sappelen van sommigen om rond te komen, de wonderlijke gedachten over de liefde, begeerte, het huwelijk.

Het is een boeiende rondreis door de tijd en de manier waarop alles beschreven wordt. Het leven van elf mensen wordt uitgediept en toegespitst op de twee zussen en hun aantekenboekjes binnen drie eeuwen. Het is voorwaar een staaltje van vertelkunst.

Dit weekend is het allerlaatste etsweekend. Ik zal er helaas niet bijzijn. Het brengt me wel terug naar al die jaren die we met plezier hebben doorgebracht in dat huis aan de rand van het prachtige Reestdal. Meestal reisden vriendinlief en ik met z’n tweeën er naar toe, sliepen in dezelfde kamer en etsten ons twee dagen lang een slag in de rondte. Zij met heel veel techniek en kunde en ik kraste met forse hand, zo heette het, mijn tekeningen in het zink, probeerde de werking van de zuurbaden te begrijpen, hoe belangrijk donker en licht was en wat daarvoor kwam kijken om het goed te doen. Het wonder iedere keer weer als het van de pers afrolde, cadeautjes, waarvan je je afvroeg of je het daadwerkelijk zelf had gemaakt.

Niet alleen het etsen was heerlijk, ook de omgang met de vrienden, het ambachtelijke bezig zijn, de geur van die heerlijke inkt, de handelingen voor het prepareren van een etsplaat, de liefdevolle zorg en toewijding waarmee onze ‘meester’ en zijn vrouw invulling gaven aan alles. Mooie opbouwende en waarderende woorden voor iedereen, bewondering, humor, kunde en heel veel liefde, dat proefde je door alles heen. Aan alle goede dingen komt een eind. Maar de mooie warme beelden, elk jaar in het eerste weekend van november, zullen me altijd bijblijven.

De omgeving is er ook prachtig. De imposante Schotse hooglanders, de hei, de houtwallen, de vennetjes, het is er allemaal. De natuur op haar best. Al gunden we ons weinig tijd om te gaan wandelen. De tuin was zelf al een ware oase en nergens anders was er de herfst zo vurig als daar. Ze speelde ton sur ton met de vacht van de runderen. Daar waren begin november zelfs nog de laatste warme dagen te beleven en konden we buiten zitten bij de vijver, met een lieflijk prieeltje ervoor en genieten van een verdwaalde vlinder, die er toch nog rondfladderde.

Een mooie herinnering die het verdient om omlijst te worden met alle warme gevoelens vanwege de vriendschap, het vakmanschap en de schoonheid van het scheppen.

Overpeinzingen

Werk aan de winkel

We begonnen gisteren de dag met genieten van de opkomende zon en van elkaar. Lief maakte eerst een wandelingetje over het land en had zijn oude stok weer gevonden. Hij kwam terug met zijn staf, breedlachend. Dochterlief en ik zaten in een lang videogesprek. Even bijpraten, dat was nog niet gebeurd. Alle wederwaardigheden kwamen ruim aan bod. Zo heerlijk dat ver weg ook heel dichtbij kan zijn.

We kwamen met de boodschappen de winkel uit en hoorden een kleine pork uitgebreid iets tegen zijn moeder vertellen in het Nederlands. Het hart veerde even op. Wat klonk dat vertrouwd. Het hotel voor de terugreis is geregeld. Een klein, duurzaam en zeer betaalbaar onderkomen voor een nacht. Ook het vignet voor Oostenrijk is binnen. Al die zaken moesten gisteren geregeld worden.

Er kwam een vraag of we de Tijdwijzer dit jaar vervroegd konden laten uitkomen, met als thema ‘IJs op de Lek’. Onmiddellijk gingen, zoals gewoonlijk, de radartjes aan het werk en er schoten ideeën voor het verzinnen van legendes tot parabels voorbij. Dat gaat wel lukken de komende twee maanden.

Op FB stond een artikel van Filosofie magazine over het ongeremd spuien van meningen op social media. Die ochtend had ik al lopen verzuchten dat mensen kennelijk niets beters te doen hadden dan hun gram te halen en af te geven op anderen. Die hand wil maar niet in eigen boezem. Dit artikel kwam als geroepen.

Frans van Peperstraten heeft bedacht dat het smaakoordeel van Immanuel Kant ons nader tot elkaar kan brengen en doet in een notendop uit de doeken hoe dat zou kunnen werken. Hij schreef het boek: ‘Oordelen zonder regels. Kant over schoonheid, kunst en cultuur’. Hij is filosofiedocent aan de Universiteit van Tilburg. Martijn Meijer gaat hier met hem in gesprek. Die ongeremde spuiers die aan de lopende band oordelen en veroordelen zouden zeer gebaat zijn bij deze overpeinzing. Van Peperstraten geeft aan dat we ons een ongeluk communiceren maar niet over een gemeenschappelijk kader beschikken. En juist daar gaat het boek ‘Kritiek van het oordeelsvermogen’ van Kant over’. Het is derhalve actueel.

Kant gaat er vanuit dat alle mensen dezelfde vermogens hebben. Dus als ik iets vind van een kunstwerk dat ik gezien heb, kan een ander daar ook iets van vinden. We bezitten allebei een oordeelsvermogen. Dat betekent niet dat de visie overeen moet komen met de jouwe. Erover in gesprek gaan en beide meningen uitwisselen wil niet zeggen dat je de ander perse moet overtuigen van jouw mening. Je maakt het slechts ‘algemeen mededeelbaar’. Het mag wel gedeeld worden door een ander.

Nog steeds betekent het niet dat een ander verplicht is die mening met jou te delen. Door erover in gesprek te gaan en vooral ruimte te geven aan elkaar om uit te leggen wat het voor jou betekent en vice versa zou deze vorm van oordelen, het smaakoordelen, bij kunnen dragen aan een beter begrip naar elkaar toe. ‘Iemand in zijn waarde laten’, was vroeger een gevleugelde uitspraak. Even afstand nemen en overpeinzen helpt. Daar komt mijn lieve vriendin nogmaals om de hoek kijken. ‘Oordeel niet, verwonder je slechts’, ligt in dezelfde orde van grootte. Daaruit blijkt ook dat je oor hebt voor de visie van een ander.

Dat zelfs de grootste filosoof wel steken kan laten vallen blijkt uit het werk van Kant, geeft van Peperstraten aan, als hij in zijn werk wel discriminerende opmerkingen maakt over primitieve volkeren en vrouwen. Een mooie theorie ontwikkelen en bijschaven is één, maar het ter uitvoering brengen is vaak moeilijker dan we denken. Niets menselijks is U vreemd. Er blijft altijd werk aan de winkel.

Overpeinzingen

In het rimpelloze meer weerspiegelt de herfst

Het boek is dicht. Letterlijk en figuurlijk. Etty’s verblijf in Auschwitz is tot het laatst toe onzeker gebleven. Maar haar lot was vanaf de aankomst bestempeld. Wat een oneindig integere manier om met de feiten, meningen, herinneringen, het geschreven woord in dagboeken en brieven om te gaan. Judith Koelemeijer heeft een monumentaal verhaal gemaakt van het leven van Etty Hillesum en verdient lof en respect.

Diep onder de indruk zit ik aan de houten tafel bij het keukenraam. De herfst trekt ons in snel tempo de winter in, nu de laatste bladeren opgeofferd worden aan een zoet windje. De nachtelijke kou omsluit de bibberende hosta’s, ze krullen hun blad. Dat er mensen zijn geweest die zich de gotspe in het hoofd hebben gehaald om te beslissen wanneer een volk aan een eeuwigdurende winter moest beginnen. Het is on-ge-lo-fe-lijk. Nog altijd. Het kost moeite om de gewone draad weer op te pakken en van dit levensverhaal los te komen. Het zorgt ervoor dat ik een veld met gele lupinen wil zien, temidden van de heide. Dat veld dat Etty in Westerbork troost schonk en de rust gaf om haar brieven te schrijven, om er met haar vrienden te praten, om de schoonheid van de natuur te zien temidden van alle ellende.

Lief grijpt zijn kans en duikt onmiddellijk het verhaal in, zoekt naar ontbrekende schakels, als hij iets tegenkomt en niet precies de geografische aanduidingen meer weet. Hij heeft er op lopen spinzen, om aan het boek te mogen beginnen. Langzaam daalt de heftigheid in mij neer. ‘Kalmte zal U redden’ bedenk ik me. Het verleden behoedt nog altijd.

Gisteren zagen we de broze negentigjarige Marjan Berk bij de laatste aflevering van De Geknipte Gast van Eus. Wat een dijk van een vrouw, een krachtige boom, een prachtige berk liet Eus in zijn gesprek naar voren komen. Hulde aan de gespreksleider en niet in de laatste plaats aan de gast.

Gisterenmiddag, omdat de zon zo prachtig scheen, toerden we na het boodschappen doen door het achterland aan de overkant van het dorp. De kleine blauwe paste door zijn nietigheid precies op de weggetjes waar aan weerskanten de gaten in waren gevallen en alleen in het midden berijdbaar asfalt lag.

Altijd weer overrompelt de weidsheid van het land, de onnoembare ruimte zo ver als je kijken kan. We zien roofvogels biddend boven het veld staan, om vervolgens neer te duiken met duizelingwekkende snelheid en daarna weer op te waaieren met een paar slagen van de grote vleugels. Ze zijn groter dan de sperwers en buizerds. Een heeft opmerkelijk grote poten. De zon is te fel om ze goed gade te slaan en de telefoon is te nietig om ze op die hoogte en van die afstand vast te leggen. De kleine dorpen zijn achteloos in het land gestrooid met als baken steevast de kerktoren. Soms half vergaan, omdat een rotsvast vertrouwen in het geloof nou eenmaal niet genoeg is om de tand des tijds te doorstaan. Ze zijn in een even deplorabele staat als de weggetjes er naar toe. Alle wegen leiden in dit geval naar Szigetvar terug.

Daar nemen we halverwege de weg naar huis een nieuwe afslag, richting Becefa, een oud wijndorp dat tegen een heuvel op ligt. Het is er aangenaam lieflijk en sfeervol. Niet alleen door de kleine wijnhuizen, die soms opgeknapt, soms ineengezakt steun zoekend bij elkaar, in een lange rij langs de weg staan en waar de druivenranken eveneens in lange rijen staan. Rechts is een van de vele vismeren die ze hier rijk zijn en waar nooit in gezwommen mag worden. Er wordt druk gevist. We rijden door, maar de weg leidt naar een pad. waar alleen nog te lopen valt, op de terugweg twee weggetjes die eveneens naar nergens leiden.

De zon werkt in alles mee om het dorp haar lieflijke uiterlijk te bezorgen. Een strak blauwe hemel erboven en zonnestralen op de kleurige huizen. Het licht zorgt voor gladde grasgroene velden. In het rimpelloze meer weerspiegelt de herfst.

Overpeinzingen

Waarop het zoet dromen is

Het glinstert. Alles wat door de zon wordt aangeraakt, licht op en het water op de nog natte bladeren vormen kleine heldere parels aan hun randen.de tuin is sprookjesachtig mooi en omfloerst door dit speciale ochtendlicht. De laatste bladeren van de blauwe regen, die in de zomer de fluweelbomen is ingeklommen, versterken het geel van de hosta en het laatste blad aan de hibiscus.

Na de middag in het atelier te hebben vertoefd, moesten de koude tenen warmen in de bibliotheek waar ik de voeten onder de verwarming kon vouwen, terwijl we het hart verwarmden met de podcast van de VPRO. ‘Nooit meer slapen’ geeft het gesprek weer van Femke van der Laan met de auteur Kader Abdolah, over zijn pas verschenen boek: ‘Wat je zoekt, zoekt jou’. Daarmee wil hij de dertiende eeuwse dichter Rumi introduceren, die de Oosterse taal en poëzie zo beeldend heeft verwoord in zijn talloze gedichten. Het wordt ingeleid met het verzet van de dappere jonge vrouwen, die op dit moment in Iran nog steeds in opstand zijn tegen het regime en weigeren hun hoofddoek nog langer te dragen. ‘Een wonder’ noemt Kader dat, omdat het in deze tijd wereldkundig gemaakt wordt en iedereen op de hoogte is van dit dappere verzet. Hij is bang dat ze het niet zullen winnen omdat het enige wat van belang is voor de imam of de ayatollah’s hun grijze baarden en de gesluierde vrouwen zijn. Bovendien kunnen ze nergens naar toe en zullen derhalve kost wat kost blijven.

De stem van Kader klinkt gedragen, met een vet Iraans accent, dat ik zo herken. Het zorgt ervoor dat je ingespannen blijft luisteren. Een ander gegeven is dat hij veelvuldig in de derde persoon over zichzelf praat. Rumi is hem met de paplepel ingegoten. ‘Kregen we met de melk van de moederborst mee’, zegt hij. Zijn vader was doofstom en dat feit betekende dat hij ‘de taal voor zijn vader’ moest zijn, aanvankelijk een last als kleine jongen, maar later en nu in Nederland een zegen. Zijn moeder ontnam hem zijn kind-zijn, hij werd ruim dertien jaar ‘Man’ genoemd. In die dagen hoorde Rumi bij de opvoeding. Nu heeft hij eindelijk de kans gekregen hem te doorgronden en te herschrijven in het Nederlands met behoud van de nuances. Wat een grotere missie voor hem werd, was de brug die hij kon slaan tussen Oost en West met de taal van deze dichter, die schreef over liefde, verlangen, en hoop in een beeldspraak die onze eigen taal aanvult en in balans brengt. Door het bestuderen van de dichter komt hij ertoe om de onaangenaamheden uit zijn jeugd op een hoger plan te tillen en er de meerwaarde van in te zien. Zonder deze bijzondere jeugd was hij nooit een woordensprokkelaar geworden, lijkt me. De stem van Kader is krakerig zangerig, die van Femke van der Laan aangenaam, het is een fijne podcast om te beluisteren.

In de avond is er ‘Intouchable’ die lief nooit had gezien. Omar Sy met zijn ontwapenende glimlach en onorthodoxe aanpak en Francois Cluzet spelen samen de sterren van de hemel. Dit is mijn derde keer en iedere keer weer ontdek ik nieuwe elementen erin. Al met al een ontroerende avond als toetje op een mooie dag, waarop het zoet dromen is.

Overpeinzingen

Alles te kunnen dragen

Zonnestralen breken door het wolkendek, ginder, daar waar ik de horizon weet. Een wolk van koolmezen is neergestreken in de laatste chaotische takken van de druif. Ze dagen elkaar uit om het laatste lekkers weg te snoepen. verdwaald valt een verschrompeld trosje op de grond. Etty schreef twee brieven in Westerbork en ik zoek ze op, vind hen in een editie van Maatstaf. Een strofe blijft hangen naast vele indrukwekkende. ‘Als ik denk aan die gezichten van het groen-geüniformeerde, gewapende begeleidingspeloton, mijn God, die gezichten! Ik heb ze stuk voor stuk bekeken, verdekt opgesteld achter een venster, ik ben nog nooit van iets zo geschrokken als van deze gezichten. Ik ben in de knoei geraakt met het woord, dat het leidmotief van het leven is: En God schiep de mens naar zijn evenbeeld. Dat woord beleefde een moeilijke ochtend met mij’.

Zo voorstelbaar. Was het verbetenheid, dat zich zo duidelijk aan haar heeft gemanifesteerd, haat misschien, woede ook, al die emoties die geen schoonheidsprijs in de wacht zullen slepen. Daar in dat kamp waar het een modderige boel was, werden mensen hun waardigheid ontnomen. Onder andere in de ontluizingsbarak, waar mannen, vrouwen en kinderen kaalgeschoren weer vandaan kwamen, verloren ze niet alleen hun haren en werden ze overspoeld door schaamte. Etty was gevraagd een brief te sturen naar twee zussen en hun te vertellen van de situatie in het kamp. Nauwgezet geeft ze die weer als ze door de barakken loopt en mensen tegenkomt, die haar aanklampen of smekend om hulp vragen. Aandoenlijk en schrijnend.

Etty was er vrijwillig naar toe gegaan en in administratieve dienst van de Joodse raad. Ze kwam te werken bij de ‘Sociale verzorging doortrekkenden’. Ze was betrokken bij de oprichting van deze afdeling, waarvan men hoopte dat ze ook van praktische en geestelijke ondersteuning zou kunnen zijn. Terug in Amsterdam na 2x twee weken in het kamp is ze zelf uitgeput en ziek van alles waar ze getuige van was geweest, maar dacht ze met liefde aan Westerbork en met heimwee terug. Lief leest de brieven nu en is eveneens onder de indruk. Als iedereen die zich een mening over een ander aanmeet, dit soort literatuur eveneens zou lezen, kon het wel eens heel verrijkend werken.

‘In hoeverre laat je een verhaal binnenkomen’ is de volgende vraag. Omdat er veel gelezen wordt is alles eigen maken ondoenlijk. Ik lees een stuk, brei een pen of twee om het te overpeinzen en vorm daarna de woorden tot een tekst, we praten erover en als het uit is kan ik het weer los laten. Al vind ik het een fijn idee dat we straks met de hele club gedachten uit kunnen wisselen over onze bevindingen, waarbij altijd een deel van onze eigen geschiedenis aan bod komt. Lief laat het diep binnenkomen. Dan duurt het langer voor een en ander verwerkt is.

De zon is blijven schijnen. Het ziet er buiten mooi en vredig uit. Achter glas is het heerlijk behaaglijk. In Westerbork stond midden in het kamp een veld met gele lupinen. Etty zat graag aan de rand van het veld en genoot van de schoonheid en de stilte. Nergens anders was een gedachte zo van toepassing als hier: ‘Onder de hemel is men thuis. Op iedere plek van deze aarde is men thuis, wanneer men alles in zich draagt’ vertelde ze een vriend. Ze voelde het oprecht zo en ze had het gevoel alles te kunnen ‘dragen’.

Overpeinzingen

We weten helaas beter

Het is binnenzit-weer. De podcast van Yvette van Boven en Teun van de Keuken tipt een aantal vraagstukken aan. Van die problemen die zomaar ineens vragen oproepen en daardoor ook nieuwe overpeinzingen meebrengen. ‘Hoe zit het met fooi geven’ is er een. Dergelijke zaken zorgen altijd voor een schaamrood op de kaken omdat ik of een te hoog of een te laag bedrag noem in de haast om mijn dankbaarheid te tonen. Maar ja, het vergt even tijd. Niet als je de tien procent aanhoudt, maar vijftien wordt lastiger uitrekenen. Voor het gemak de tien dan maar. Als je het omrekent naar het aantal mensen die voor je in touw zijn geweest, dan is dat bedrag soms maar matig. In een duur restaurant bij een bedrag van 500 euro mag je gerust een flinke tip geven, maar als de gerant die persoonlijk komt innen, dan moet je er bij zeggen dat het niet voor hem maar voor zijn personeel is. Als je niets zou zeggen dan is het gênant. Dat van al die medewerkers is iets, waar ik nagenoeg niet bij stil sta. Vaak is het de manier waarop je geholpen wordt, dat de hoogte van de fooi bepaalt. Gemakshalve vergeet je daarbij de andere inspanningen om jouw maaltijd op het bord te krijgen. Een lesje wijzer.

De tweede podcast luisteren we met z’n tweetjes. Roots-magazine brengt een dagelijkse podcast die De Notenkraker heet en dat gaat onder andere over de bijzondere aard van de doodgewone vogels in ons land. In deze versie kwam de kauw aan bod. De geluiden die ze laten horen brengen ons kilometers terug naar onze dakgoot in Nederland waar Ka en Kja al jaar en dag in de dakgoot wonen. Normaliter kwebbelen ze ons wakker in de vroege ochtend of zetten een boom op met de kauwtjes uit de buurt. in de avond hebben ze vaak groepsoverleg in het park aan de overkant. Dat ze slim en sociaal zijn wordt ruim bevestigd. En passant horen we ook dat de Geelsnavelkoekoek in ons land is gespot. Helaas heeft hij zijn lange vlucht niet overleefd en we leren een zwart-witte kauw kennen, die op een ekster lijkt en die luistert naar de soortnaam Daurische kauw. Ze is nauw verwant aan die van ons. Hier in Verweggistan vliegt de bonte kraai rond, die er op lijkt. Allen zijn heel intelligent.

Vanmorgen vroeg was het de beurt aan Etty Hillesum. Na twee intensieve hoofdstukken schuift de biografie op de vensterbank van het keukenraam gezusterlijk naast de vorderende sjaal met de mooie tinten en bovenop de editie van Atelier van deze maand over de digitale mens. De berustende gedachten van Etty over haar naderende nabije toekomst denderen na. Het verzet tegen de aanvaarding en de kalmte nemen mijn verdriet in mijn hoofd mee en tillen haar over de onzalige tijdsgeest heen. Ondanks de wetenschap dat het zo is gegaan en als geschiedenis is opgetekend.

De wereld van nu in samenspraak met het leven van toen. Het moet een plek krijgen, maar er valt veel te overdenken. Het zal nog even duren voor ik weer op adem kom en de knoop rond het hart is opgelost. Ik besluit te gaan schrijven. Dat wat ook herkenbaar is aan het leven dat de vrouw in haar kamer aan het museumplein dagelijks deed, om het denken uit te kristalliseren. Misschien helpt het deze tegemoet lopende wending van het lot te begrijpen.

Lief ontdekte van de week dat er in de stamboom van zijn moeder een aantal familieleden in Sobibor geëindigd zijn. Zo onder de huid van Etty te kruipen zorgt ervoor dat de kwetsbaarheid als heel dichtbij wordt ervaren, evenzo de wetenschap over het lot van een deel van je eigen familie. Al met al lijkt de hele geschiedenis onwerkelijk. We weten helaas beter.

Overpeinzingen

Kinderlijk eenvoudige wonderen

Lief heeft een schat gevonden in de schuur. Nou niet echt gevonden, hij was ernaar op zoek. Om het grote hek voor zit een kabel, waar nog maar een sleutel van is. Daarom moet er telkens een goede vriend komen als we arriveren. Hij heeft voor het beheer van het huis tijdens onze afwezigheid alle sleutels aan zijn bos. Dus ook dat enige exemplaar van het hek. Een onhandige situatie, daarom bedachten we een nieuwe kabel met twee of drie sleutels. Door die afweging herinnerde lief zich ineens weer het doosje met sleutels. Er lagen zelfs twee kabels achter. Nu was het zaak om de juiste sleutels erbij te vinden.

Het deed me denken aan het knopendoosje van mijn moeder. Niets leukers dan mooie knopen zoeken om vervolgens er een gewaad bij te fantaseren, of oorhangers, of armbanden. Een schattendoos bij uitstek. Er zaten nog geërfde knopen van oma in, met stof omkleed en ook van die fijne paarlemoeren, die je in de jaren zeventig nog wel tegenkwam aan de dertiger-jaren-jurken van Crêpe de Chine, waar ik destijds hippie wise in rond liep. Knappe knopen die pasten bij de rijke stof en daarmee kleine bijous werden.

De naaidoos van thuis was een andere schattenkist. Daar zaten d vele kaartjes Brat in en de metalen naaldvoerders, garen en band met geschulpte rand, gehaakte pico’s voor de kastranden, knopspelden met vrolijke gekleurde knoppen, porseleinen en zilverkleurtige vingerhoeden en haaknaalden in een mooi beschilderde houten koker.

Bij mij in het gezin was de verkleedkist de grootste schat. Een voorraad aan oude India hippiejurken, sarongs en kebaja’s, kleurrijke glanzende sari’s, voile lappen, hoeden te kust en te keur, sjaals en wat dies meer zij. De buit uit een vroeger leven en de verzameling werd aangevuld met de wonderlijke vondsten bij het uitzoeken van de zakken met tweedehands kleding, die in grote containers bij de kringloop werden aangeleverd en die stuk voor stuk door mijn handen zijn gegleden.

Er waren bijzondere dingen bij en dat leverde in mijn hoofd tijdens het sorteren een keur aan verhalen op. Een koffer met een hoeveelheid damesschoenen, maat 46, bijvoorbeeld of een hele verzameling koloniale jassen en vesten met gouddraad bestikt en een bijzondere Chinese jurk, met een wespentaille waarvan ik behoorlijk onder de indruk was.

De kinderen hielden hele verkleedpartijen en speelden moeiteloos hun verschillende rollen. Eerst de meisjes samen, maar al gauw werd de tweeling ook ingeschakeld om baby te zijn of zusjes. De jongens lieten zich gewillig van alles aantrekken. De dametjes hadden geen aankleedpoppen nodig om de verschillende sluitingen te oefenen. Het materiaal was allemaal voorhanden. Met de sari’s werd hun domein, de hele zolder, omgebouwd tot sprookjespaleis. Alles kon en alles mocht, want het was iets wat ik zelf zo graag zou hebben gedaan als kind. Bij ons in het ouderlijke gezin was eenvoudigweg de ruimte niet met elf kinderen. Elk hoekje en gaatje was bezet, wat niet belemmerde om toneel te spelen tussen de stapelbedden in, met de verknipte nylon kousen van mijn moeder, omdat we een arme Puntje en Anton moesten spelen. Iets wat ze achteraf geen goed idee vond, werd zus en mij al snel duidelijk.

Zo fantaseerden we onze wereld bij elkaar en wat zou ik het graag nog eens dunnetjes overdoen, maar dan op grote schaal met een fantastisch, vreedzaam, utopisch verhaal. Had ik het toverstafje uit de verkleedkist nog maar. Daar kon je de wereld kleurrijk mee toveren en vol kinderlijk eenvoudige wonderen.

Overpeinzingen

Het moet niet gekker worden

Hoera, zonnestralen door het raam. Lief moet verplaatsen om zijn schrijfkunsten te kunnen blijven aanschouwen op de laptop. Bij het naar buitenkijken is er een glimp van een blauwe lucht te zien. Zon maakt blij en zet de dag letterlijk en figuurlijk in een ander licht. De dikke grijze deken tot dan toe rafelt in een schapenvacht uiteen. Wie weet, kan er nog gewandeld worden. Het weer wordt ten tijde van retraites een belangrijke aanwijzing voor het verloop van de dag. Druilt het de hele dag, zoals gisteren, dan nodigt het uit tot binnenshuis-activiteiten. Zodra de zon zich meldt, kriebelt de drang om een deel van de Baranya te verkennen en ons te verliezen in de kleine dorpen om het onze heen.

In de Datsja verdwijnt de tijd. Er kan ineens drie uur voorbij schieten, waarbij ik verstijfd van de inspanning en de kou mijn spieren moet opwarmen. Na heel veel geduw en getrek, het betere boetseerwerk, zie ik in de hoofden van de kleine filosoof en zijn zus de herkenning. Als dit lukt dan misschien ook wel de vier zussen, het doek dat braaf lachend tegen de muur aanleunt en dat zich afvraagt of er nog een keer schot in het geheel zit. Geduld is een schone zaak.

‘Even tot hier’ in de herhaling en als altijd een verademing. Het brengt het nieuws met de nodige ironie en tegelijkertijd geeft het een kwinkslag naar de ontvanger. Het lijkt allemaal vreselijk en onmenselijk wat er plaats vindt, maar niets is ons mensen vreemd. Wat een kracht aan taal herbergen de jongens. Hun ‘best wel moeilijke onderwerpen in een minuut’ bevatte een waarschuwing tegen Tiktok en vat in die zestig seconden zo’n beetje de kern van het hele probleem samen.

Patatjes voor de zondag. Franse frieten staat er op de zak en met de majonaise smaken ze zoals het hoort. Hollandse frieten in een Franse jas op Verweggistan-bodem. Gefrituurde chiliballetjes en augurken completeren het geheel. Het verpozen na een dag van zware kost, het schilderen, het lezen over de Kwantummechanica dat lief heeft herontdekt en bestudeerd en waar veelal de boeiende gesprekken over gaan, noopt tot luchtig FBI-vermaak. Vooruit, een moet kunnen, maar die gekke zender propt drie films ineen. We soezelen ons door de avond heen en slapen een gat in de duisternis omdat lief de buitenlamp heeft vergeten aan te doen. Contouren zien biedt mij het ultieme gevoel van veiligheid.

De biografie van Etty in de vroege morgenuren is een eye-opener als het gaat om het linkse milieu waar ze in de jaren dertig in verkeert. De studenten zijn rebels, zetten zich af tegen hun bourgeois ouders, de vrouwen maken er geëmancipeerd deel van uit en de hele sfeer in de antifascistenbeweging doet me denken aan de roerige jaren zeventig. Zo’n vooraankondiging van grote veranderingen, zowel politiek als maatschappelijk is voelbaar door alle gebeurtenissen heen. Het boek is nauwelijks weg te leggen, maar dan zijn er nog zoveel meer leuke dingen om te doen.

Ik denk aan het thuisfront, waar Pluis verwend wordt met een warme kruik, waar ze tegen aan wil liggen en de situatie van tweede zoonlief die met één verwarming slechts de hele kamer moet stoken, laat me piekeren en meeleven. Enkel in gedachten, want er is weinig meer wat er van hieruit valt te doen. Die kou heeft hen allemaal overvallen. Nederland op de schaats terwijl hier de dag door de zon als een cadeautje wordt uitgepakt in een behaaglijke zeven graden. Het moet niet gekker worden.

Overpeinzingen

Om te koesteren

Lief scharrelt wat rond op zolder, op zoek naar een lamp, die kan blijven staan in de Datsja als aanvulling op de vier vaste muurlampen die er zijn, maar die voor het schilderen net te weinig gericht licht geven. Hij komt naar beneden met vergeten servies, messen en een koperen bureaulamp, zo’n mooi ouderwets exemplaar die slechts een stofdoek behoeft om er weer als nieuw uit te zien. deze zolder bergt veel van het verleden. De lamp behoorde bij de achtergebleven inboedel in huis en is dus van een respectabele leeftijd. Geen butsje te zien en glanzend, zoals het een lamp met cachet betaamt. Hij neemt het mee naar de hut en doet daar een uurtje de verwarming aan. Daarna mag ze uit, anders wordt het een zuurstofarme toestand. Vorige keer werkte de formule perfect en was het warm genoeg om de hele middag te kunnen schilderen.

De tweede bol aan de sjaal vordert gestaag en is al bijna op de helft. Het leuke van werken met vijf verschillende kleuren is de afwisseling. Bovendien is de samenstelling van deze serie wolletjes van het merk Ecopuno prachtig. Het is een welkome afwisseling tussen het lezen, de artikelen, het puzzelen en het kijken naar bepaalde boeiende programma’s door.

Eus was op zijn best bij sterren op het doek met Monic Hendricks en de kunstenaars trouwens ook. Aquarel, acryl en pastelkrijt en olieverf. Het meest intrigerende doek van Dorien Plaat had wat dreigends. Als je de kunstenaar bezoekt op haar website, altijd boeiend overigens, dan kom je uit bij iemand die graag de ‘Ongeziene mens’ schildert en dus datgene wat diep verborgen blijft. Daardoor begrijp je haar gelaagde schilderijen beter. Misschien is de confrontatie vrij heftig, want er worden geen doekjes omgewonden. Ze schildert ala prima en met pastel en acryl. Monic koos voor het veilige en kunstige aquarel van Joost Alferink.

Ik mijmer wat door over wat deze Dorien Plaat beoogt net haar kunst. Sommige portretten van haar die ik tegenkom op internet, geven veel te denken of raken juist door een altijd wat sinistere sfeer die er omheen hangt. Zoals Dumas mij ook altijd kan raken, maar waarbij haar werk soms ook moeilijk is om naar te kijken. Esthetiek is een wonderlijk iets. Schoonheid krijgt kracht als het meer te zeggen heeft dan alleen maar mooi zijn. Wat maakt het los, wat wordt er wakker.

Een sprong in de tijd door het doorbladeren van de blogs brengt me bij 20 november 1921. In de ban van het opruimen kwamen de grote fotobakken onder mijn bed ter sprake. Het werd een nostalgische toer door het leven. Flierefluitende tieners, ouders van een jong gezin, kinderen in bad, in bed, aan de paastafel met heel veel gele narcissen, de vakanties, alle vrienden van vroeger, en dan plotseling de vader van de kinderen die niet langer verandert. Mijn zus zet onder de foto’s van hem op facebook gisteren ter ere van zijn verjaardag: ‘Forever Young’. Zo is dat. Geen dag ouder geworden hier in dit aardse bestaan. Inmiddels hebben de bakken een andere plek gekregen, zijn er al meer foto’s ingescand, hebben kinderen foto’s meegenomen en heeft de transformatie bijna helemaal plaatsgevonden, van slaapkamer tot werkkamer. Nou ja, daar valt nog wel wat te verhapstukken. Bij ons springen de rimpels erin, zakken de buiken uit, gaat het leven door en knaagt de tand des tijds fysiek zich een weg. De herinneringen blijven gelijk. Om te koesteren.