Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Het hoogste lied

Vanmorgen voor dag en dauw een goede daad gedaan. De twee pierige selderijplantjes op water hadden allang wortels gekweekt dus een potje gezocht, aarde erin geschept en ze voorzichtig geplant. Nu maar afwachten of het aanslaat.

Bij het naar beneden gaan, deed ik een nieuwe ontdekking. Nergens, maar dan ook nergens, ontdekte ik een greintje spierpijn. Vorige week kon ik bijna drie dagen niet lopen na de oefening van de peut, maar vandaag, na dezelfde oefening, geen centje pijn. ‘Dat is nou vooruitgang’, filosofeerde lief. Nou, dat, maar het is vooral ook bijzonder aangenaam, dacht ik. Het was weer leuk met de fysio, gisteren, die nog steeds iedere week nieuwe dingen verzint en er een olijk of verdiepend praatje aan vast knoopt.

Hij verhaalt van zijn voornemen met zoonlief op vakantie te gaan en Europa door te trekken. Ik dacht onmiddellijk aan dochterlief en lieve schoonzoon met de kinderen, die hetzelfde voornemen hebben, uitgesmeerd over een aantal maanden. Hij lachte breeduit. Dit was voor de duur van twee weken. ‘Sight seeing Europe’ in vogelvlucht. Wat een fijn vooruitzicht om als vader twee weken op stap te gaan met je zoon. Iets wat je elk kind zou gunnen.

Hij had me aardig laten werken want na de wandeling langs de sloot in de hitte naar de tuin, met de twee, vlak daarvoor gekochte, nieuwe vijverplantjes, vroeg het vege lijf toch echt om een rustmoment. Lief stortte zich meteen op de omgeving van het vijvertje en legde de laatste fundamenten met zand en aarde.

De springbalsemienen waren de grond letterlijk uitgeschoten en lieten zich gewillig wegplukken. Ik had het voornemen om ze in de tuin achter de bosandoorn te zetten. Op een kluitje als een bosje. Daar zouden ze tot groot vermaak zonder al te veel zaailingen tussen mijn bloemen open mogen springen bij bloei en de kleinkinderen vermaken met griezelig gekriewel in hun kleine handjes. Dat wonder iedere keer weer. Zo’n zaaddoosje, dat openspringt en aan alle kanten omkrult.

De oude kwam zowaar gewag maken van het feit dat ze er stonden en had een verhaal over iemand die een hekel aan deze redelijk invasieve planten bleek te hebben, juist omdat ze maar bleven uitzaaien. Daar wilde ik vooral als verdediging hun noodzakelijke aanwezigheid voor de hommels en de bijen tegenover zetten. Ze stonden ook nog eens tussen de bosandoorn, de moerasandoorn, de nachtschade, de brandnetels, de hondsdraf, de bosaardbei, de dagkoekoeksbloemen en ander wandelend spul. Dat was de sport van tuinieren. Alles wat de neiging had zich breed uit te meten, op tijd in te tomen. Het bleek vooral dat men in de vrije natuur op problemen stuitte. Een klein hoekje in de tuin, waar je ze bij elkaar zou hebben staan, was juist heel fijn voor al het vliegende grut, waar we toch ook extra voor moeten zorgen. Zo zijn afwegingen te maken, iedere keer weer. Alle ‘voors’ kennen ‘tegens’ en daar de balans in zien te vinden is een groot goed. Afschrijven kan altijd nog.

We nippen aan het laatste restje van de wijn uit de geïmproviseerde koelkast, een grote bloempot in de schaduw met een zinken deksel erop. De drukkende hitte heeft plaats gemaakt voor een aangenamer en frisser toeven in de zonnige omlijsting. Morgen de puntjes op de ‘i’ zetten, nemen we ons voor. Er dient weer gemaaid te worden, de vruchten willen we controleren op rijpheid, braam, framboos en de samensmelting van die twee, de braambroos, en de kers. De vogels, wat zijn het er veel dit jaar, vinden ze al heerlijk en eten hun buikjes vol. Van mij mag het. Ik ben erg blij met hen in de tuin. Ieder moment is er wel beweging waar te nemen tussen het struweel. Dat is eveneens een verrijking, dat kleine leven en het genot ervan, als dat door de merel bezongen wordt in het hoogste lied.

Overpeinzingen

Een beetje clementie

Omdat het zoveel met me gedaan heeft, is Lief eveneens direct in het boek begonnen en heeft het alleen uit handen gelegd toen we, door de gestaag vallende regen, naar de kringloop gingen. We bespreken het pas achteraf. Dan weet ik of mijn ontlading op eenzelfde manier gedeeld wordt. Het derde boek ligt naast me en er is een lichte schroom om er aan te beginnen, al zou dat erg wijs zijn in verband met de inleverdatum van de recensies.

Tuin of balkonplanten moesten een dag wachten. De eerste voor een inspectie of de vijver het heeft gehouden met al dat hemelnat en de tweede om de groter groeiende zaden te verpotten, willen de bloemen nog dit jaar uitkomen. Het maakt niet uit. Een kringloop is een prettige binnenactiviteit, vooral als je echt niets nodig hebt en alleen maar ronddwaalt om te zien of er iets van je gading tussen zit.

De garderobe had kennelijk behoefte aan vernieuwing, want de afdeling kleding was het eerste waartussen ik begon te snuffelen. De afspraak was ‘Iets ouds eruit, iets nieuws erin’, om uitpuilende kasten te voorkomen waarin je hele kledingstukken licht zou kunnen vergeten. Voor Verweggistan wil ik ze nog uitgemest hebben en als het me lukt de rest van de boekenkasten opschonen. Maar dat is een ander verhaal.

Lief glipte de andere kant op. Met de handen op de rug kuierde hij door het immense gebouw en verbaasde zich ongetwijfeld over het luxe leven van ons hier, waar de hoorn des overvloeds rijkelijk uitpuilt aan de kwaliteit van de afgedankte spullen te zien.

Eigenlijk hadden we liever even naar een museum gewild, maar alleen Voorlinden en de Hortus waren op maandag open. De eerste was te ver weg en de tweede ongetwijfeld te nat. Met de zon door de bloembladen en de hoge bamboebossen, de filtering van licht en donker, geeft deze hortus zo’n heerlijke meditatieve sfeer. Waterdruppels aan of in het blad zijn ook prachtig, maar een hele verregende laan is teveel van het goede.

We laten ons leiden door de ingevingen. De kringloop dus. Zowaar, er is veel leuke en redelijk nieuwe kleding waarbij de prijs eens niet verhoogd is. Een lieve witte bloes met gouden veertjes, een ikat broek in groenschakeringen, een prachtige aubergine klokrok en een okergeel lief sweatertje. Ondertussen denk ik koortsachtig de thuisgebleven combinaties erbij en weet dat het prachtig zal staan. Dat veelkleurige topje met aubergine erin bijvoorbeeld, mijn lange groene overhemdjurk los over de broek, ook de sjalen passen in het geheel. Inpakken maar. Het is lang geleden dat ik wat heb aangeschaft en dit geeft een goed gevoel. Er zat nog wel een addertje onder het gras. Bij thuiskomst bekeek ik de bon goed en ontdekte dat er bovenop de prijs BTW apart werd berekend, bijna vijf euro meer. Dat was nieuw voor mij. Het heeft ook nergens te lezen gestaan. Het voelt als verkapte winst voor deze commerciële kringloopketen. Bereken het door in de prijs, dan weten wij waar we aan toe zijn.

Er zit één misser bij. Althans, de bloes is leuk, lekker wijd en oversized, met wat goud op snee in het subtiele opschrift. Thuis inspecteer ik de tekst. Er staat: Shopping is my passion. We moeten er hartelijk om grinniken. Als er iets niet tot mijn passie behoort is het ‘shoppen’ wel. ‘s Nachts bedenk ik dat het in Verweggistan niets uitmaakt wat erop staat. Niemand zal het lezen en anders is het altijd nog een perfecte schilderskiel. Dus bewaren dan maar, ze heeft recht op een tweede ronde.

De zon tovert een bijna strak blauw boven onze hoofden. De tuin komt aan bod na de fysio. Hem moet ik vertellen dat de spierpijn daverend was na de ingewikkelde beenspieroefeningen van vorige week. Hij zal glunderen en zeggen dat het goed is. Zo moet het ook. Al die oude botten en spieren beetje bij beetje opkrikken tot ze weer soepeltjes uit de tweejarige ruststand komen. Hopelijk overgoten met een beetje clementie.

jeugdliteratuur

Nog drie te gaan

Is het me ooit overkomen dat ik, na het uitlezen van een boek, met een betraand gemoed even moest schuilen. Ik kan me een jeugdvoorstelling heugen, ‘De tuinen van de herinnering’ die razendknap werd neergezet door René Groothof, waarna ik zo hard moest huilen, dat ik met al die overlopende emoties regelrecht naar buiten ben gelopen om te ontsnappen aan de verbaasde blikken van de omstanders. De waterval was nauwelijks te stoppen geweest.

Vanmorgen overkwam het me, toen ik de laatste bladzijden ademloos had uitgelezen en het boek dichtsloeg. Ik was blij met de troostende armen van lief om me heen, terwijl het verhaal nog nagloeide in de beelden die zich in mijn hoofd gevormd hadden. Als in een film was het boek voorbij getrokken, nagenoeg ook met dezelfde snelheid. Verbaasd over wat me overkwam, zocht ik overeenkomsten bij de recensies her en der, om te zien of er nog meer lezers waren die meer dan geroerd uit dit debuut waren gekomen.

Er waren goede recensies maar nergens de link naar mijn ontlading. Misschien ben ik door het lezen van jeugdboeken gespecialiseerd geraakt in het filmisch voorbij laten trekken van de gebeurtenissen. Bizar van Sjoerd Kuyper heeft minstens eenzelfde emotie los gemaakt, maar een dergelijke reactie had ik nog niet eerder gehad.

Verbaasd, nee verdwaasd deelde ik het met lief en het duurde even eer ik was bekomen van het voorval. Als een boek iets dergelijks los maakt is het wat mij betreft al een goed boek afgezien van het verhaal. Het gaat om ‘Vliegen’ van Paulien Weikamp, een debuut. Dat belooft wat, denk ik zo. Als je ergens inzicht wil krijgen in de doelgroep 15+ dan is het hier. Overal is wel een bankje te vinden waar de lieve jeugd rokend en drinkend hun dagen slijten en overal zal dit verhaal moeiteloos in te passen zijn.

Ik denk aan mijn eigen kinderen destijds en aan de problemen die om hen heen loerden en besef dat ik me daar nooit ten volle bewust van ben geweest omdat andere zaken meer aandacht vereisten. Tenminste dat meende ik destijds. Achteraf zou ik naar aanleiding van dit boek wel met ze in gesprek willen gaan. Hoe was dat voor jullie. Heb ik wel voldoende naar jullie geluisterd in die tijd. Was ik niet teveel gericht op mijn eigen omgeving. De grote boze buitenwereld komt ineens intens dichtbij. Inderdaad. Op zo’n bankje in de straat of zoals bij onze school het geval was, de ‘hang’jongeren voor de supermarkt.

Hoe hebben we daar tegenaan gekeken. Altijd als groep gezien en nooit de jongeren als individu. Had ik een andere mening gehad als ik de groep uit elkaar had gerafeld, ze te zien met een eigen omgeving achter zich, waar misschien geen harmonie heerste, of juist verstikkend veel aandacht was? Had ik ze beter begrepen? Uit welke tak ontsproot de verveling? Werd er geïntimideerd binnen de groep? Wie zou de aanstichter kunnen zijn? Werden kleine jongens, die zich in loop der jaren er doorheen hadden gevlochten, als underdog behandeld? ‘Hadden we in kunnen grijpen of gebeurtenissen kunnen voorkomen als we de antwoorden hadden geweten? Ze stormen op me af, de vragen, die destijds misschien gesteld hadden moeten worden, maar we zagen ze echt als één geheel met het predikaat ‘Overlast’.

Er was in die buurt sprake van veel jeugdcriminaliteit. Door allerlei voorzieningen werd geprobeerd om dat te doorbreken. Een voetbalkooi, een buurtclubhuis, burgervaders. In golven was er overlast voor de winkel en voor de snackbar er naast. Het bushokje waar tegen aan werd geleund, sneuvelde nogal eens. Allengs leek het beter te gaan en altijd laaide het gefraseerd weer op.

Ach ja. Het inzicht in deze doelgroep wordt beter door dit soort literatuur. Niet alleen leren we hun taal kennen, maar vooral ook waar hun emoties verstopt zitten en waar de motor zit van hun handelen. Oordeel niet, maar verwonder je slechts, wen aan de taal, aan de gedachtengang, prik door je vooroordelen heen en stel je open. Mij heeft het nu al veel geopenbaard. Nog drie te gaan.

Feest der herkenning·Overpeinzingen

Het mag er zijn. Allemaal

Na een rustig opstarten van de dag en het maken van een ludieke kaart voor het feestvarken namens de boekenclub(dat kon natuurlijk alleen een leporello zijn)gingen we op zoek in het centrum naar het uitgeholde boek dat we vorige maand ergens gezien hadden. Mijl op zeven bleek later, nergens meer te vinden, zelfs niet in de goedkope hebbewinkels.

Dan maar een mooi envelopje in een tas. Goud op snee, dat verdiende onze man die de zes decennia aantikte. Nou, al een half jaar geleden hoor. Maar dankzij corona hielden we er gisterenavond een fantastisch feest aan over.

Het was een tocht door mijn verleden, direct bij binnenkomst al. Lief kreeg de vuurdoop. Binnen een mum van tijd werd hij meegesleurd de diepte in, maar op de mij zo welbekende amicale en liefdevolle wijze. Dertig jaar aan verhalen trokken voorbij in een notendop en alle liefde uit die tijd kreeg hij er gratis bij. Dankbaar en liefdevol voelde ik me temidden van al die vertrouwde gezichten. Het was een beetje alsof ikzelf wat te vieren had en ik weet zeker dat dat voor bijna iedereen gold.

De entourage was er naar. Het mooie huis, de prachtige tuin, het grote atelier met de doeken van de drie dochters en wat kleiner werk, de prachtige vers-van-de-pers-keramische beelden van eigenhand van vriendinlief, de vlaggetjes, de slingers, de feesttenten, dat alles tesamen ademde feest en liefde in kapitalen en het feestvarken zelf kon niet stralender zijn dan dit.

Er was een foodtruck die onafgebroken de hapjes verzorgde en daarna zelfs keuze bood uit drie schotels met heerlijkheden onbeperkt eten. Zon werkte tot een uur of half zeven op alle fronten mee. Daarna vond iedereen met gemak een schuilplaats in een van de diverse droge ruimtes of in huis. Halverwege de avond werd de doopceel van de jarige gelicht in een ouderwets smartlappenlied door zijn vier vrouwen gezongen met ondersteuning van de ‘afwezige’ accordeon, geïmiteerd door haar duozanger. Iedereen zong het refrein uit volle borst mee.

Dochter luidde samen met haar vriend de dansavond in achter haar dj-tafel, die beschermd was tegen de regen aan de open kanten met plastic. Het geluid moet tot in de verre omtrek te horen zijn geweest. Lekker even dansen, ik kon het niet laten. Grensje te ver, natuurlijk, maar eentje moest kunnen, nou twee dan, met een flinke pauze ertussen. Lief vermaakte zich en dat was een zorg minder. Allesbehalve als muurbloempje onderhield hij zich met de vermakelijke verhalen van mijn lieve vrienden, kreeg anekdotes voorgeschoteld, een kleine uitleg over ons oude vertrouwde schooltje. ‘Wat bijzonder was dit feest’ zou hij later zeggen.

Tussen alle kwinkslagen door was er ook tijd voor wat klein en groot leed, dat diep verborgen achter glimlach en olijkheid zich toch een weg naar boven wist te banen. Hier en daar een lach en een heimelijke traan of dichtgesnoerde keel met wat troost en een klein advies als pleister op de wonde boven de opzwepende klanken van de beat uit.

Het leven is een feest als de afwisseling de balans weet te treffen. Als leed zachtjes ingebed wordt in vreugde, men het gemis toe weet te dekken met de blijdschap van anderen en waar schrijnende scherpe kantjes gesmoord worden in warmte, telkens weer. Dat gebeurde op deze avond. Er werd ruimte gegeven aan wat het leven behelst in al haar facetten. Het mag er zijn. Allemaal.

Uncategorized

Recht uit het hart

Het eerste boek is binnen. Er zullen er als het goed is nog vier volgen en anders moet ik in de bieb gaan zoeken. Er is maar beperkte tijd om te lezen en te recenseren. Drie weken betekent een snelle deadline in zicht. Het betekent alles op een laag pitje en lezen maar. Deze keer is de doelgroep ‘Young Adults’. Er gaan werelden open bij het lezen. Zo heerlijk rekbaar is de geest bij het opnemen van de taal, de ideeën, de problemen waar zij mee kunnen worstelen. Een ontdekkingstocht pur sang.

Zodra het licht wordt, gooi ik in de vroege ochtend het tuimelraam open. Nu klinkt het zachte koeren van de duiven en stroomt er een vleug morgenfris de zolder op, neemt de wuivende bomen in haar kielzog mee. Een glimp van groen, meer is het niet. Het eerste verkeer scheurt door ochtendstilte.

Gisteren was het een pas-op-de-plaats-dag. Een etentje in het verschiet met de dochters hield de tijd in haar greep. Het was drukkend en vochtig warm. Zodra je in beweging kwam, gutste het ongemak. Toch zijn er klussen te klaren. Een ratatouille van oude groenten schoonde de koelkast op tot acceptabel niveau. Alles mocht erin. De couscous haalden we in de vroege middag op bij een hele drukke super. In de garage onder het pand was het veel te benauwd na de koude airco in de winkel. Er hing een onbestendige geur van uitlaatgassen, broei en mensenwarmte. Alle ramen gingen wijd open, zodra we buiten waren.

Vandaag is er een groot feest bij lieve vriend en vriendin. Tout le monde zal er zijn. Nou ja, de wereld die ik van haver tot gort ken. Hun residentie ligt buiten de stad en er is een grote tuin. Ik hoop vurig op veel zon. Ze hebben zich al maanden voorbereid. Onze hele leesclub is er en verder veel oud-collega’s en lieve vriendinnen met of zonder eega.

De tekenopdracht in het boek is ‘Teken de rimpels in de holte van de hand, terwijl je het hoofd hebt afgewend’. Het levert een wonderlijk samenspel van lijnen op. Als ik er klaar mee ben, zie ik dat ik de tijdslimiet van vijf minuten niet heb aangehouden. Morgen in de herkansing. Lezen is een vak op zich.

De gierzwaluwen vliegen over. Het is vandaag ook ‘memento mori’ voor mijn lieve vriendinnetje, die er, 11 jaar geleden, tussenuit piepte. Ze vliegt ieder jaar met de gierzwaluwen mee als troost voor het grote verlies dat ze achterliet, een lege plek. Ik vertel aan de nijvere beestjes mijn gemis en vraag of ze dat met zich mee willen nemen naar daar waar het leven oneindig is. Ze is er altijd.

Het etentje met de dochters was vlakbij. Een oud huis aan het kanaal dat gerenoveerd en als herboren is. We gaan ‘Op Roose’. Zo in de avondzon met uitzicht op de grote internationale schepen die onafgebroken langsvaren, schaduwen op de muur, geroezemoes en de bedrijvigheid is het goed toeven met mijn twee mooie meiden. Ze hadden een cadeautje bij zich voor mij. Een prachtig samengesteld boek met de foto’s van ons verblijf op Terschelling, met als verrassing, mijn blogs van die week ertussen afgedrukt. Zo ontzettend mooi om te zien. Die aandacht en de zorg waarmee het is gemaakt. Ontroerend en oneindig lief.

Tussendoor kwamen ook de wat serieuzere onderwerpen en we beloofden elkaar eens te gaan kijken bij een natuurbegraafplaats waar je al een plekje zou mogen reserveren. Geen steen, geen kenmerk, maar wel een klein plaatje. In Utrecht komt er ook een. Daar hoop ik op. Dicht bij mijn meest geliefde plekken, maar bovenal dichtbij voor de meest geliefde schatten. Zodat ze kunnen mijmeren net als ik, met blogs en foto’s om op terug te kijken. ‘Home is where mum is’ staat er op het geschreven kaartje bij het cadeau. Recht uit het hart.

filmgemijmer·Overpeinzingen

De kunst van leven en laten leven

Wat een slim idee was dat, een wonderschoon alternatief voor te hete dagen, zo’n bescheiden filmhuis in de middag. Net als verwacht sloeg de lome hitte elke vorm van energie eruit. Het was drukkend warm. De gierzwaluwen scheerden laag boven de daken en dat beloofde onweer, maar de lucht was nog steeds strak blauw.

Het was in de bus aangenaam koel zo op de vroege middag. Straks zou daar ook niets meer van te merken zijn. We besloten direct door te rijden naar het centrum van de stad, zodat we voordat de film begon, iets konden drinken in het filmcafe. Het tafeltje van de vorige keer was nog vrij, dus streken we er neer met uitzicht op de smalle steeg en de gesloten koekfabriek er tegenover, een klein pandje met de deur nog altijd potdicht.

Er was geen kassa open, maar de kaartjes konden gekocht worden aan de bar. Wij zouden met de E-tickets boven gecontroleerd worden bij de ingang van de zaal. De airco trok heel de warmte onderuit. Nog vier mensen hadden hun zinnen gezet op ‘Bergmans Island‘, verder bleef het rode pluche aangenaam leeg.

Het verhaal speelde zich allemaal af op het Zweedse eiland Fårö, waar Ingmar Bergman gewerkt, en gewoond heeft en begraven ligt. Dit eiland is een soort van bedevaartoord voor de Bergmanliefhebbers. De adoratie tijdens een ‘Bergmansafari’ wordt in de film hier en daar subtiel onderuit gehaald door de regisseuse Mia Hansen-Love. Het verhaal begint kabbelend, maar allengs neemt de spanning toe door een vernuftige gelaagdheid. Als alle grenzen van die lagen vervagen, is het steeds weer een verrassing welke wending het verhaal neemt. Het blijft boeien tot het einde toe. De natuur op het eiland is prachtig in beeld gebracht en past bij het bedachtzame peinzende karakter van de film.

Wat mij intrigeerde was de manier waarop je en passant meekreeg hoe de levens van de scriptschrijver en haar script letterlijk verweven raakten. Zeer de moeite waard. Wel een vest meenemen, want het was op een gegeven moment wel erg koel in de donkere zaal. Dat stond in stevig contrast met de overdadige warmte en het felle zonlicht buiten, maar door eerst nog maar een aperitief en een vega-borrelplank te genieten kwam de temperatuur op niveau in balans. Over de film raakten we niet uitgesproken en onze waarnemingen qua intentie en beleving waren praktisch gelijk.

De lokatie ‘De Slachtstraat’ is een oase vergeleken bij de drukte op de Neude, dat tegenwoordig volgebouwd is met terrassen en een spektakeltent. Het geroezemoes gaat daar over in een kakofonie van geluid, dat net zo overweldigend overkomt als de uit de voegen gestegen hitte. Dankbaar bejubelden we de stilte en de relatieve koelte in de kleine overschaduwde stegen naar het station, waar we de bus terug zouden nemen. Hoe wisselend kan een overvolle stad zijn.

De film is een aanrader als je van het kalme tempo, de sfeerbeelden en de mooie natuur houdt, die vaak zo kenmerkend zijn voor een psychologisch drama. Als je gevoelig bent voor de liefde en de schoonheid die de beelden uitstralen, word je dubbel beloond. Dat is de kracht van het verhaal, dat op een subtiele manier inzoomt op de kunst van leven en laten leven.

Overpeinzingen

Als herboren verder gaan

Met de haren in de henna, zit ik op het oude vertrouwde bed met het uitzicht op de boom voor het raam de twee uur intrektijd uit. Met een teveel aan bewegen zou de henna zich losmaken van de bruine toef op mijn hoofd en onder de plastic zak doorlopen. Hennakleurtjes zijn hardnekkig te verwijderen. Eigenlijk is de andere mogelijkheid, vergrijzen, nooit in me op gekomen. misschien wel omdat het haar zo gezond blijft onder die zalige dosis puur natuur. Mijn moeder had wazt men in die dagen noemde ‘Melkboerenhondenhaar’, al zag ik dat niet en vond ik ieder sprietje even lief. De vetbulten op haar hoofd baarden me meer zorgen, maar daar legde ze dapper en zorgvuldig de was-en-watergolf overheen. Wat je niet ziet, is er niet. Er warenn wel pogingen ondernomen om ze chirurgisch te laten verwijderen, maar de tweede keer was dat echt een martelgang geweest. Een milde verzoening was het resultaat bij de terugkomst van de vermaledijde bulten.

De beloofde en in onze ogen aangename temperatuur van 24 graden bleek stiekem toch gaande weg uit te lopen naar richting de dertig. De opnieuw aangeschafte vier zakken zand leverde een enthousiaste caissière op toen ze me gewaar werd. ‘Ik ken U ergens van’. ‘School’, probeerde ik voorzichtig. ‘O ja, U bent geen spat veranderd. Hoe lang is het geleden dat ik daar schoonmaakte, vijftien, twintig jaar?’ Heel langzaam kwam die tijd terug in mijn krakende hersenen en ik zag haar de balie poetsen. Hoe zorgvuldig was ze in haar werk. Na haar was de school nooit meer zo proper geweest. Ze nam ruim de tijd om onze gezamenlijke herinnering op te poetsen. Allengs werd de rij achter ons langer. Ik zag het steunbeen van de meneer achter me vanuit mijn ooghoeken ongeduldig wisselen en breidde er toen maar een eindje aan. Ze wenste me een fijne dag en dat werd het.

Niet in de laatste plaats door de komst van dochter en kleindochter. We zetten de tafel met de vier stoelen onder de Vasalis-appelboom met zijn twee stammetjes en zaten heerlijk in de schaduw. Lief haalde ondertussen de vier zakken zand met de kruiwagen uit de auto op. Na de lunch zouden we de vijver stellen. daar liet ik hem in begaan, want hij had er een heel eigen idee over. Ik had vier pollen tijm aangeschaft voor in de kruidentuin als bodembedekker om de groei van de hardnekkige weilandgrassen van vroeger, die nog altijd op de scheidslijn van buuf en mij groeiden, in te dammen. Kijken wie er uiteindelijk sterker is.

De lunch smaakte heerlijk bij het aangenaam verpozen in de schaduw. Kleindochter vermaakte zich kostelijk met de dipstokjes en een bekertje roomkaas met kruiden. Later kwam er aquarelverf en papier bij om de tijd te veraangenamen. Ze verveelde zich geen ogenblik. Dochter en wij konden weer eens goed bijkletsen en de eventuele plannen op de agenda doornemen. ‘Wat ga je doen met je verjaardag”, vroeg dochterlief. Ik wilde eigenlijk, net als toen ik 65 werd, enkel en alleen met de kinderen zijn. Een lekkere lunch of een heerlijk diner op een plek waar alle kleinkinderen goed uit de voeten konden en de menukaart een hoog vegetarisch gehalte had. Zo’n intiem samenzijn was goud waard.

Nadat het tweetal weer vertrokken was en ze nog wel een foto van ons aan het einde van het pad had genomen, iets wat ik altijd omgekeerd placht te doen, pakten we de draad van het klussen weer op. Ik de tijm en lief de vijver. Gieteren vond ik mijn pakje aan en kliefde een weg door rand van groot hoefblad aan de kant van de sloot, zodat we niet meer het halve pad af hoefden te lopen voor het vullen van de gieters. Bezorgdheid bewoog hem tot een helpende hand, maar nodig was dat eigenlijk niet geweest, maar heel lief.

Vandaag in deze hitte van de beloofde 30 graden zagen we vanmiddag een buitenkans om in een koel filmhuis de film ‘Bergmans Island’ te gaan zien. die op de verlanglijst stond. Met de bus naar de stad en vlakbij het doel uitstappen. Maar eerst de broeiende smurrie op mijn hoofd uitspoelen en als herboren verder gaan.

Uncategorized

Terwijl de late avondzon in het water dreef

Een klein berichtje op FB waar ik helemaal warm en gelukkig van werd vanmorgen. Wat is het toch fijn dat je, als je je openstelt voor het kleinste detail, het leven meer inhoud krijgt, omdat deze parels er uit te vissen zijn. Een moeder kwam met haar zoontje en zijn fiets bij een eigenaresse van een auto en geeft aan dat haar zoon per ongeluk tegen het vehikel is opgebotst. Er zit een grote kras op. De vrouw die het verhaal heeft aangehoord, werd niet boos, maar legde het beteuterde jongetje uit dat er mensen zijn met hele nieuwe auto’s voor wie zo’n kras vreselijk zou zijn. Maar haar auto was al zo oud en een gebruiksvoorwerp. Ze had er zelf al eens een deuk ingereden. Ze liep er naar toe en liet het de jongen zien. Een krasje meer of minder daar zou ze absoluut niet wakker van liggen. Ze zwaaide moeder en zoon hartelijk uit. Er kwam geen schadeformulier aan te pas.

De volgende dag kreeg de vrouw een chocoladetaart en een hartelijke kaart in de bus met dank voor de rustige en geduldige wijze waarop ze deze autistische jongen had benaderd. het was precies wat hij nodig had op dat moment, geschrokken als hij was. Wat fijn dat er mensen zijn die niet naar de materie maar met aanzien des persoons weten te handelen. Dat ene voorval had het leven van het jongetje totaal op z’n kop kunnen zetten als het van een andere kant benaderd was. Warm van binnen met zo’n boodschap op afstand. Denk met je hart, filter ik eruit.

Gisteren bij de fysio lagen er bokshandschoenen op de grond, waar ik zo enthousiast op reageerde dat de stagiaire er onmiddellijk op in sprong. Natuurlijk gingen we ermee aan de slag. Slinks had hij er een oefening voor de bovenbenen bij verzonnen, vanuit zithouding op staan, vier slagen tegen het bokskussen en weer zitten. Supertrots was ik op de foto’s die hij er van maakte. ‘Haha, die hadden we nog niet, een boksende moeder’ appten de kinderen. En zo is dat. Gewoon stoer natuurlijk, daarom moest ik dat plaatje met eeuwigheidswaarde wel delen.

De zakken zand voor de vijver, twee stuks, waren bij lange na niet genoeg om de ruimten ertussen op te vullen. We besloten ter plekke vandaag weer te gaan en vier zakken mee te nemen, wat over was kon gebruikt worden voor een eventuele herbestrating van het terras. Het gras was fluks gemaaid en de tuin lag er prachtig bij. De buuf kwam ook nog even buurten. Fijn om zo bij elkaar te zitten en wat wederwaardigheden uit te wisselen.

Voor dat we weggingen had ik de opdracht uit het tekenboek voor vandaag gemaakt. ‘Teken de hofnar streep voor streep op z’n kop na, dek eventueel een stuk van de tekening af en probeer vooral in lijnen te denken en niet in onderwerpen, zoals voet of hand. Bij taal activeer je het linkerbrein.’ Het is een boeiende ontdekkingstocht en het zijn fijne oefeningen. Het ging langzaam maar gestaag. Hoofdstuk twee ligt er voor vandaag. Pieter Waterdrinker en het tekenboek gaan mee naar de tuin. Als de vijver eenmaal stabiel ligt kunnen we op het heetst van de dag rustig genieten in de schaduw bij een zwoel windje.

Op de terugweg zat ma Meerkoet met haar twee kleintjes in alle rust op het nest tussen het riet. Pa snaaide hier en daar wat lekkere hapjes. Reiger stond stoïcijns, en voor de duvel en zijn ouwe moer niet bang, op een hooibergje langs de kant van de sloot, terwijl de late avondzon in het water dreef.

Overpeinzingen·Theater

Meesters van onze eigen tijd

Het was mijn laatste voorstelling die ik voor Kunst Centraal zou doen daarna zou mijn vrijwilligersjas voorgoed aan de kapstok hangen. Aanvankelijk wilde ik naar het theater hier in het centrum lopen en ik was al welgemoed op pad gegaan. Ineens had ik een helder moment en bedacht dat de banner, die ik bij elke voorstelling uitrolde, nog mee moest. Tja en die lag achterin de auto en was te zwaar om mee te zeulen. Op rasse schreden omgekeerd en dan toch maar de auto genomen. Er zouden maar liefst om en nabij 2x 300 kinderen komen bij beide voorstellingen van vandaag. Het stuk heette Meesters van de Tijd en het was een samenwerking van theater Jaski & De slagwerkgroep Percossa.

Ik had een paar jaar geleden de premiere al gezien en wist dat het een boeiend spektakelstuk was met hele spannende elementen erin. Officieel stond het voor 5+ maar daar was het veel te spannend voor. Van zo’n twintig scholen waren de groepen 5/6 uitgenodigd. De kinderen konden heerlijk ravotten voor het theater tot het tijd was om naar de zaal te gaan. Als een school niet kwam opdagen moesten we, de andere publieksbegeleidster en ik, gaan bellen om naar de reden te vragen.

Vooral met de tweede voorstelling zat het publiek er goed in. Ze hadden de meegestuurde liedjes ingestudeerd en zongen uit volle borst met Sophie, de hoofdrolspeelster, mee. Het was een aangename en een geslaagde dag, niet in de laatste plaats door de soepel en goed georganiseerde aanpak van de leden van De Kom zelf.

Lief was gaan fietsen naar zijn vrienden die samen zouden komen in Houten en daar zonder routeplanner toch goed aangekomen, begreep ik uit zijn smsje. Dat was een hele geruststelling. Ik was ondertussen naar de garage gereden om een afspraak te maken voor de kleine blauwe prins die in de revisie moest om ons daarna nog een heel jaar als nieuw te kunnen blijven vermaken. Het was een wikken en wegen geweest omdat onder andere de airco gemaakt moest worden en dat was een kostbare post. Zonder dat was het niet te doen op de lange rit naar Verweggistan, omdat we de grote tunnels in Oostenrijk door moesten en dan is een beetje verkoeling meer dan wenselijk, zo hadden we de eerste keer ervaren.

Vanmiddag gaan we de vijver waterpas stellen. Daar moeten we eerst nog twee zakken zand voor halen. Het gras zal ook wel om een schrobbertje met de maaimachine vragen. Het belooft een aangename temperatuur te worden en dan is het er goed toeven.

Lief verteld vanmorgen dat de vrienden met elkaar in gesprek waren geraakt over de manier waarop het aardse afscheid gegoten zou moeten worden als de tijd rijp was. Een boeiend onderwerp dat niet snel gespreksstof zal zijn, maar wel betekenis gaf aan de vriendschap. Vanmorgen bespraken we het samen. We hadden al eens eerder dat onderwerp bij de horens gevat. Terug naar de natuur was ons heilige voornemen en in alle eenvoud zonder al te veel rituelen, een samenzijn ter plekke. Daarnaast filosofeerden we ook over de reden, waarom men zo’n afscheid beoogde. Meer voor de achterblijvers dan voor de overledene in ieder geval. In hoeverre de ziel zelf het ritueel nog bij zou wonen, bleef in het ongewisse.

Een kalm begin van de dag met mooie voornemens en een goede overpeinzing. Het boek van Willem de Zwijger was bijna uit, dan zou lief voorlopig uit de Middeleeuwen vertrekken, al stond er alweer een nieuw boek op stapel. Ildefonso Falcones met Kathedraal van de Zee, een verhaal dat zich afspeelt rond 1400. Voorlopig is mijn bescheiden en opgeschoonde bibliotheek luilekkerland voor hem en daarmee ook voor mij, omdat het fijn is opnieuw terug te duiken in die literatuur.

Het zonnetje schijnt vrolijk, de dakgootkauwtjes houden zich koest, de dag strekt zich uitnodigend uit voor ons, de meesters van onze eigen tijd.