Uncategorized

Even niet thuis

Een gat in de dag geslapen, het is al half tien. Het heeft een reden. Vannacht toen ik wakker werd, dacht ik: ‘Twee bladzijden lezen en dan val ik weer in slaap’. Dus ging ik verder, waar ik de vorige ochtend gebleven was en dook De Geheime Tuin in van Francess H. Burnett. Een boek dat ik niet kende en thuis ook nooit had gezien, al was het een klassieker.

Een waarschuwing is op zijn plaats. Een paar bladzijden red je niet. Als je eenmaal eraan begint, dan word je het verhaal na het eerste hoofdstuk ingezogen. Een goede klassieker kenmerkt zich door het feit dat het nooit afgestoft hoeft te worden, dat ouderwetse taal geen struikelblok is en niets afdoet aan het verhaal, dat verhaallijnen net zo spannend blijven als op de dag dat het geschreven is en dat het thema, de kracht van de boodschap, niet verbleken zal.

0021.jpg

Het draait om dat kleine meisje, waar iedereen een mening over heeft die er niet om liegt. lelijk, boosaardig, verwend, maar die navenant aan haar lot wordt overgelaten en genegeerd, verstoten en eenzaam opgroeit te midden van de Indiase bedienden. Ze heeft nooit iemand om mee te spelen en zit opgesloten in haar kleine wereld. Dat kleine meisje kan niet anders zijn dan hoe ze is. Niet zij heeft de steken laten vallen, maar iedere volwassene om haar heen. Ze wordt zelfs volslagen vergeten in het ouderlijk huis in India, waar zich een ramp voltrokken had.

Dan denk je dat ze beter af zal zijn als ze naar Engeland verhuist naar het grote huis van haar oom. Maar ach, ook daar heeft men bitter weinig aandacht, met uitzondering van een klein vonkje, dat leven inblaast. Het is een van de werkmeisjes. Er is ook sprake van een klassieke waarschuwing. Ze mag niet naar de tuin, die op slot is gegaan tien jaar geleden. Daar komt Mijn grote voorbeeld Blauwbaard om de hoek kijken. Iedereen die het leest, weet dat die uitdaging te groot is voor kleine meisjes, die op ontdekkingstocht gaan en als er dan ook nog een kleine verleider aan te pas komt is het feest compleet. Nee, ik ga niet precies uit de doeken doen hoe het verhaal verloopt.

Zoals de tuin beschreven wordt, zorgt het voor een gevoel er rond te lopen, geuren op te snuiven die uit het knisperende papier opstijgen. De rozen letterlijk te zien wellen, stinzenplanten omhoog te zien schieten. Ik loop op een wolk van Lelietjes der dalen en wiegende narcissen en het het verlangen naar een eigen geheime tuin wordt groter en groter, een lustoord aan bloemenpracht.

IMG_2589.JPG

Het roodborstje dat haar aandacht vangt en haar de weg wijst, zit ook  in mijn tuin. Zou het echt zo aandachtig en trouw zijn als de oude tuinman van het huis belooft. De andere karakters zijn uitgesproken en romantisch in het afwijzende, norse dat bij een aantal wordt omgezet in een steeds toeschietelijker worden. Binnen haar ontdekkingstocht door het enorme huis, doet ze nog een ongelooflijke ontdekking. Daarmee raakt het verhaal aan Lampje van Annet Schaap en heeft het dezelfde zeggingskracht. Straks ga ik het uitlezen. Er zijn nog honderd bladzijden te gaan. Spijtig zal het boek dichtgeslagen worden als het uit is. Toen vannacht de ogen dichtvielen, droomde ik een eigen hoofdstuk erbij, waarbij de stoppen doorsloegen van het huis en ze in het donker een nog hachelijkere ontdekkingstocht maakte bij het schijnsel van de kleine blaker in haar hand.

003

De stapel naast het bed is gegroeid, naast De Geheime Tuin ligt er nog heel wat leesvoer. Ik kom de winter wel door, maar eerst reis ik weer af naar het enorme landgoed met haar tuinen en fonteinen, de overwoekerde kronkelpaadjes en de bloemenzee uit de jaren dertig in dat Engeland van weleer om samen op te lopen met die kleine Mary Lennox. Voorlopig ben ik even niet thuis.

 

 

Uncategorized

Er is nog een weg te gaan

Losse eindjes. Draden die zijn blijven liggen op de lange weg naar, tja waarnaar eigenlijk. De voltooiing van het leven klinkt mooier dan de dood. Of is het een begin van de onsterfelijkheid. Het sterfelijke te boven. Geen los eindje meer maar een nieuw begin.

Er zijn veel van die eindjes geweest, die ik heb laten liggen en waarvan ik later dacht,  had ik daar iets van kunnen maken. Iedereen kent het denk ik, of alleen de chaoten onder ons. Oorzaken zijn er voldoende. Schrijven en tekenen waren niet specifiek kwaliteiten in de tijd dat ik ze beoefende, dus koos ik met behulp van mijn ouders voor een brede veelzijdige ontwikkeling op de kleuterkweek. Voldoende om de creativiteit aan te spreken, maar onvoldoende om daadwerkelijk te leren iets te doen met die aanleg.

De opleiding zelf had iedere vorm van vrije beoefening eruit geslagen. Het fröbelen op de kleuterscholen uit die dagen ontsteeg nooit de brave lesjes, we gaven ze statisch door. Het was niet dat wat ik verstond onder creativiteit.  Nooit heb ik in die dagen de verwondering van kinderen gevoeld, ik had de mijne niet eens ontdekt.

193.JPGlosse eindjes

Dus bleef mijn beeldend vermogen liggen in een plas van regels en daarna in het verzet tegen dat harnas. Dagboeken schreef ik vol, vroeger en gedichten. Smachtende gedichten over verlangen en eenzaamheid, over de dood en de liefde. We zongen bij het kampvuur in Oude Haske over het weiland dat geurig op een kleurig gebeuren wachtte, een lied van La List, dat Endymion heette en waarvan ik vergat de betekenis op te zoeken. Nog een los eindje. Had ik het opgezocht dan was ik met mijn neus in de Griekse mythen gevallen of had me kunnen verdiepen in de gedichten van John Keats, en had ontdekt dat ‘A thing of beauty a joy forever’ was. Het had me net op een ander zijspoor kunnen zetten, daar op dat uur van puberale onzekerheid over monsterlijke dikte en andere muizenissen. Het bleef liggen.

John Keats, door William Hilton, National Portrait Gallery, Londen

Ik ging door en vond de liefde, dacht ik en vertrok.Het kleine slaapkamertje met de Beatlegordijnen liet ik voor wat het was, mijn jeugd voorbij. Had ik daar nog meer van moeten breien? Ik was pas 18 jaar en eigenlijk vooral nog altijd op zoek naar het onbekende. De vervulling kwam niet echt, werd sleets en verzandde in studies van stoffige dikke boeken, waar experiment en uitdaging om de hoek lagen. Ik liet het voor wat het was, te lang, tot de bom barstte. Een schoolvoorbeeld van het losse eind, dat daarmee alle gevoelens in de war schopte door de berusting. Had ik dat anders opgepakt, dan was het volstrekt anders verlopen.

Hadden en hebben is twee. As is verbrande turf. De losse einden in het leven werden vooral gevoed door onstilbaar verlangen. Dat zorgde voor wendingen, waarmee de uiteindelijke keuze bepaald werd. Geen weg terug, maar ook geen reden om verdriet te hebben om de ingeslagen wegen. Een aantal einden heb ik van lieverlee weer opgepakt en ben er mee gaan breien en kijk eens aan. Het is nooit te laat. Bij het achterom kijken kan ik met verve zeggen dat ik van mijn eigen losse einden heb geleerd.  Ze zijn er toe gaan doen. Vaak was het de stem van het hart, dat voedde en die bleef liggen omdat ratio zich ermee bemoeide.

147.JPG

Na een lange weg met veel splitsingen en losse einden ken ik de gouden regel voor een leven. Volg je hart. Wees die je bent. Nu rest mij om de laatste losse einden te vinden en te verweven met de mij gegeven tijd in liefde en in de wetenschap dat het tapijt mooier zal kleuren dan ooit. Er is nog een weg te gaan.

Uncategorized

Als een verfrissende vlaag

Sneller dan verwacht was het gisterenavond tijd voor de dansvoorstelling van LeineRoebana getiteld Sweat Demon. Vriendin had het gespot en we besloten, na de vorige treffende voorstelling van Wiek, waar in lengte der dagen over te filosoferen viel, dat dit misschien een goede opvolger was.

In de inleiding, die gegeven werd door de programmeur van het theater en een van de twee choreografen, Harijono Loebana. Er werd veel verteld, maar het bleef een beetje bij kouten. We wilden voornamelijk horen wat de essentie van het stuk was. Richard Foreman werd aangehaald als belangrijke inspiratiebron. Er is een minimalistisch decor, er wordt voornamelijk gewerkt met licht en geluid. Zelfs de livemuziek,waar LeineLoebana doorgaans gebruik van maakt, was achterwege gelaten. De waarschuwing was duidelijk. Laat je niet afleiden door in verhalen te denken.

099

We stapten het diepe in en lieten ons meevoeren, voor zover dat mogelijk was. Daarna schudden we onze veren bij een glas wijn. We kwamen tot de conclusie dat je verteld kan worden niet te zoeken naar een verhaal, maar dat ieder mens er een of meerdere paraat heeft gehad. Zeker ook, omdat op het podium door een danser zijn verhaal werd verteld. Een aandoenlijk en aangrijpend verhaal.

Het genderneutrale karakter van het stuk door het benadrukken van zowel het vrouwelijke als mannelijke in de mens overspoelde in de dans niet het verschil, integendeel. In mijn beleving werd het juist versterkt. Het was net alsof ik een video-installatie was binnen gestapt en daar aan de zijlijn mocht kijken naar wat er gebeurde. De heftigheid, het katatone werd afgewisseld met het vloeiende. De overname van het fysieke door het autonome vormde de basis voor de eerder genoemde fysieke schizofrenie. Dan nog was het aan de perceptie hoe dat werd ingevuld. Wie zelf ooit dergelijke fysieke overnames heeft meegemaakt en dat niet als heftig heeft ervaren, maakt een totaal andere beleving door dan een outsider op dit gebied.

111

Het boeide maar miste ook de kracht van de vereenzelviging. Ik had daar onbewust naar gezocht en daarmee was het hele gesprek erna, met vriendin, de meerwaarde van het stuk. Juist door te filosoferen over wat er gemist werd en wat het had opgeroepen, welke verhalen er los kwamen, kreeg het meer zeggingskracht. Dat had de heftigheid van de dans met de verstilde ogenblikken, de verovering van de ruimte met tikkende tijd, het mantra over doodgewone dingen met en passant een heftige boodschap er tussen, de staccato metronoom, de stemmen en de chaos in lichtspel er tussendoor niet op dergelijke manier bewerkstelligd. De mannen werkten zich letterlijk in het zweet met hun krachtmetingen, hun lieflijkheid en hun sensuele overgave. We zochten, zoals gezegd, niet naar het verhaal, maar het diende zich aan.

Terwijl we zaten te praten sprak iemand ons aan, die aan het tafeltje naast ons gezeten had. Het zicht op haar werd onttrokken door een plantenbak. een bijna filmische scene. Ze verontschuldigde zich en vertelde dat ze merkte steeds meer luistervink te worden naarmate ons gesprek volgde. Daarom vroeg ze of ze er bij mocht komen zitten. We waren verrast, maar vonden het ook fantastisch, dat iemand die vrijheid durfde nemen. Het sloot aan bij het thema, dat wij uit de avond gefilterd hadden. ‘Wees wie je bent’. ‘Durf te zijn’. Het gesprek met haar erbij was te kort want ze zag een van de dansers en riep hem, waarna haar gesprek zich elders voortzette.

Ondanks de verwarring en de vermoeienissen toch een avond die veel had losgewoeld. De ervaring zocht naarstig een eigen plek in de context van de dans. Het zou nog lang doorsudderen. Buiten viel de nacht als een verfrissende vlaag over ons heen.

Uncategorized

Kunst in beweging

Juist omdat natuur in de vroege ochtend haar ingebouwde lichtspel gaf, gefilterd zonlicht door het bladerdak van de boom voor het raam, ontsprong het idee om naar de  de Kunsthal te gaan met de tentoonstelling 100 jaar Kinetische Kunst.  Als je de wereld binnengaat via de enorme podiumzaal, die schuin oploopt, ontmoet je een meervoudig zelf in de draaiende uitwaaierende paarse neon spiegelzuilen, een imposante binnenkomst.

025

Daarmee word ik de wereld ingezogen van de waarneming.  Niets is wat het lijkt, alles lijkt wat het is. Ik word het onbevangen kind vol verwondering. Terwijl de ratio op de achtergrond probeert te doorgronden, dompel ik onder in de draaiende, bewegende, cirkelende, trillende, schuivende verwarmende, vervreemdende bronnen.

038Alexander Calder

Ik ben een klein radartje in die enorme beweging. Zodra ik binnenstap, voel, luister, kijk, één intense waarneming, beleef ik het werk tot in elke vezel. Ik word overrompeld door draden die uit het lood gaan, lichtbronnen die vervreemdend werken, een cirkel die uit vierkanten bestaat. Een enorme Prisma zet de wereld op zijn kop en de spiegelzaal, geeft in een Droste-effect een peilloze diepte aan om in eenzelfde vaart eenieder te verliezen in de eindeloze hoogte. De grond slaat er werkelijk onder mijn voeten vandaan, ik ben een zwevend onderdeel van ruimte. Elk gevoel voor zekerheid verdwijnt met de duistere kamer, gevuld met een netwerk van lichtgevende draden, rechte lijnen, die langzaam  scheef trekken of ben ik het zelf die voorover en achterover helt. In een andere ruimte golft de kamer onder je vandaan, geen wand houdt stil of toch? Ik zoek de rust van een muur in de rug om me mee te laten voeren in haar beweging en toch houvast te hebben.

035Marcel Duchamp

Draaiende cirkels die verschuiven naar het middelpunt om vervolgens weer uit te waaieren en vice versa. Een kolkend, golvend, zuigend aanhalen en afstoten, ze houden de aandacht vast en voeren hun hypnotiserende werking op. Ergens anders dwaal ik de vervreemdende wereld binnen van het licht, waar wanden verbleken en die door het licht een fluoriserende katalysator worden van de vorm. Hemels zweef ik  in groen, blauw en rood neonlicht.

105

Ik ben Alice in wonderland, soms vele malen  versterkt of nietig klein. Aangespoord en afgeremd, uitgedaagd of overvallen, maar altijd nieuwsgierig naar de volgende stap. In mijn hoofd hengelt het lied: Ik moet dwalen, ik moet dwalen…weliswaar niet door herkenbare bergen en dalen maar wel door onpeilbare diepten en onbereikbare hoogten.

081

Een kleine ballerina in roze balletpak neemt plaats op de spiegelvloer en vleit haar wang tegen haar spiegelende koude, terwijl haar handen graaien naar een oma die ver in de diepte valt, maar in werkelijkheid naast haar staat. Omi…Haar broer kijkt met open mond zijn ogen uit in stille verwondering. Net bijgekomen van deze ervaring worden we de volgende ingetrokken. Dat je bij een grote triangel zoveel diepte ervaart, enkel door  weerschijn. De wereld is illusie, is een ontastbare werkelijkheid. Oma kan vliegen, verdwijnen, honderd keer verschijnen, verkleuren, veranderen. De ballerina pakt een hand en schrikt, verkeerde oma, snel kruipt ze achter de rokken van de echte. Ze is vier, schat ik in.

089

Vanuit de zekerheid schept de kunstenaar zijn chaos, laat het beeld op de grondvesten schudden, maar om dat te kunnen heeft hij eerst alles moeten doorgronden, structuur gezocht, juist om het waarneembaar los te maken of nadrukkelijk te bevestigen. Punten, vlakken, geometrische lijnen die lijken te verschuiven maar in werkelijkheid geen stap verder komen. Staven zweven als licht, van metaal, als schoepen, op vleugels. Calder, Tinguely, Vaserely, Duchamp en vele anderen, ze zijn er allemaal. Ooit zijn ze begonnen met het wakker schudden door de wereld op zijn kop te zetten en daarmee de inspirators te worden voor experimenten die verder gaan dan vorm, in licht, geluid, trillingen en ruimte. Het is één grote ontdekkingstocht die blijvend beroert. De ontmoeting met de wondere wereld van Kunst in beweging.

 

 

Uncategorized

Om van te leren

Wat stel je je voor met een sprong in het diepe. Waren we vorige week nog in de ban van de fabeldieren en de vele mogelijkheden daarvan, vandaag storten we ons op de middeleeuwse miniaturen, initialen en ornamenten. Fresco’s en iconen liggen op de loer. Het is voor mij hinken op twee gedachten, mijn eigen scheppingsdrang en het imiteren komen hevig met elkaar in botsing. Het voelt als een ongemakkelijke hinkstapsprong uit wat veilig en vertrouwd is, geen geriefelijke voorspelbaarheid, maar een avontuur. Wat komt een mens tegen, vastgeketend aan de schakels der tijd.

Om me heen verschijnen mooie fabeldieren in heldere kleuren en afgebakende uitgevoerde opdrachten. Ik had iets anders voorbereid, maar laat me verleiden met een sprong in het duister. Mijn eigen duistere Middeleeuwen terwijl ik worstel om naar de verlichting te gaan. De geschiedenis voltrekt zich in een notendop van mijn gevoel. Ik weet dat het platte plaatje straks in elkaar schuift en de mijne wordt, maar tot die tijd is het een halve kopie en mist het de essentie van het afgebeelde verhaal. Ergens moet er iets in komen dat de afbeelding verbindt met wat het oproept.

0341.jpg

Het gevoel dat we vooral lerend zijn en dat het verdieping brengt is onmiskenbaar aanwezig. Verrijkend zijn de stappen die ooit gezet werden in de aanloop naar het scala aan mogelijkheden van deze tijd. Om die eigen te maken zijn er nogal wat voeten in de aarde nodig, of in het bladgoud zo je wilt. We laten ons leiden door wat op het pad komt en gaan het ongewisse aan. Ergens moet het mogelijk zijn om uiteindelijk te doorgronden en het proces eigen te maken.

De vier figuren zijn opgezet, de kleur van het cereleum doet pijn aan mijn ogen. Het klopt niet, daar hoort een ander blauw in. Volgende week moet daar diepte in komen met een ultramarijn. Het Latijn ontbreekt. Ik zoek de betekenis van gouden middeleeuwen op: Aurea Mutasti en bedenk dat dat als, grap en vingerwijzing mooi zal staan in Keltische letters op het gebruikte cadmium geel en oker. Mijn plaatje staat in schril contrast bij de fabeldieren van de anderen.  Er mist iets in de schildertechniek, die ik hanteer. Het penseel was per definitie niet geschikt om te dassen en en diepgang in de kleur aan te brengen. Volgende week gaat de ploetertocht voort, maar het is niet alleen kommer en kwel. Wat zou het leuk zijn, bedenk ik me nu, om door middeleeuwse klanken begeleid te worden. Gregoriaanse zang, monniken die op de achtergrond hun intrigerende meerstemmigheid ten gehore brengen, onderdompeling in sfeer.

028

Als we naar het eindresultaat kijken is er teleurstelling, maar het geeft niet. Dat is een onderdeel van het leerproces. Het zijn ook geen schilderijen, maar broddellapjes. Oefenpraktijken zoals de rode gebreide poppenbroek in twee jaar ervoor gezorgd heeft, dat ik het breien uiteindelijk wel in de basis onder de knie kreeg. Niet meer en niet minder, maar voldoende.

002Broddellapjes…

Bij het naar huis rijden is het verwarde gevoel al weer omgezet in vertrouwen. Straks, als de tijd daar is, komen de fresco’s tot leven. Vandaag staat in het teken van het  penselen sorteren en materialen uitzoeken om beter beslagen ten ijs te komen. Scheve schaatsen zijn om van te leren.

Uncategorized

Opgelucht ademhalen

Ze zat muisstil, wat heel bijzonder is als je een poes bent, in een hoekje op de galerij, achter het hek van de noodtrap. Het verlokkelijke ‘poes,poes,poes’, het rammelen met voer, het verleidelijke schone drinkwater…Niets bracht haar in vervoering.In het begin had ze nog even gereageerd op Pluis, die achter het raam aan het dralen was en mauwde. Ze zette af en toe haar pootje tegen het glas, maar de grijze buiten reageerde slechts met het draaien van haar kopje en een betraand zwijgen.

Zoon maakte foto’s en vroeg beneden of de poes daar bekend was, omdat  ik eigenlijk dacht, dat ze in de omgeving van de dode buuf hoorde. Er zwierven drie cyperse kortharen rond. Ze had ze altijd buiten eten gegeven. Zelden zaten ze binnen. Echte straatkatten waren het. Deze arme grijze was een hoopje ellende en daar op de galerij hoorde ze zeker niet. Het leek erop dat ze een plekje had gezocht om te verkommeren. Er zat niets anders op en we moesten de dierenambulance bellen, zieke poes kon je niet aan haar lot overlaten en haar in huis halen was gaan optie.

Ineens moest ik denken aan Annie en haar Minoes en hoe leuk het geweest moest zijn om zich in de karakters van al die verschillende dak-katten in Amsterdam te verplaatsen. Vanaf het moment dat je bedenkt een roman te schrijven met poezen en katten wordt het hele leven een groot poezenfeest. Overal waar je kijken kan, kom je ze tegen. Je ziet ze wegsluipen, tijgeren, dralen, rennen, loeren, bedelen, rekken en luieren. In het veld, bij de boom, onder de auto, op de motorkap, onder de bosjes, in tuinen en op balkons. Hier lopen ze niet veel op de daken. Maar in het oude dicht op elkaar gebouwde stadsdeel zitten ze in elke uithoek. Hoe kom je aan de Jakkepoes. Tante Moortje, Tinus of mevrouw Pastoor spreken vanzelf. de Jakkepoes was een kleine schobbejak in een jakkie-bah-omgeving.

https://www.boekenbijlage.nl/wp-content/uploads/2013/10/Minoes.jpg

Het woord bleek vroeger in Groningen en Oost-Friesland een naam te zijn voor een kale pronker en in Nederlands-Indië stond het voor een smeerlap, een gemene vent. Dankzij Annie is het een naam geworden met karakter en staat ze in mijn beleving voor een echte doorzetter, een bikkel.

In Frankrijk liep, rond de oude zijdefabriek waar we logeerden, een poes met de naam Poubelle, wat vuilnisbak betekent. Ze was ‘belle, want ze had een lange, ooit sneeuwwitte, vacht, die nu wat geklit en vervilt was. Het was dan ook een echte schuumster. Dat was te wijten aan het feit, dat ze haar eigen kostje bij elkaar scharrelde rond de gewelven van het huis, waar muis op tafel danste als ze niet in de buurt was. Poubelle eigende zich de omgeving van het enorme pand waardig toe. Met nuffige dribbelpasjes kon ze de trap naar het bordes af gaan en met haar staart op als ‘la Reine’ omhoog lopen. De kleine salamanders schoten weg. Ieder dier bedacht zich wel even, eer hij haar territorium betrad. Poubelle was een ongeschreven boek

Na een telefoontje van onze kant kwam er een dierenambulance voorrijden. De man hapte amechtig naar lucht na vier trappen. Zijn buik zat hem in de weg toen hij probeerde poes te pakken. Ze schoot onder zijn grote kolenschop-handen uit en drukte zich angstig tegen het raam, waar Pluis aan de andere kant stond en prompt begon te blazen. De man opende zijn reisbak en met een graai greep hij haar in haar nekvel. Daar zwaaide ze klaaglijk miauwend de lucht in en belandde in het witte koude plastic. Deksel er snel op. Ziezo en dat was dat. De man knikte tevreden.

005.JPGPluis.

Hij had het nog over kosten verhalen en dat hij slechts een vrijwilliger was en daar niet over ging. ‘Don’t shoot the messenger’. De boodschap was duidelijk. Je kan een kleine Jakkepoes toch niet zomaar laten verkommeren, mijnheer de ambulancebroeder. Iedereen die hart voor poes en de liefde voor Minoes in het bijzonder heeft, kan onmogelijk zo’n lieverd aan het lot overlaten. We zullen zien. Kleine Jakkepoes, of Schobbejak was in ieder geval in humane handen. Pluis kon weer opgelucht ademhalen.

 

Uncategorized

Luid zong ik mee

Het was feest. Niet alleen vierde de dag dat uitbundig en had ze een zomerse voile over haar herfstkleed aangetrokken, maar ook ademde de aangename en zachte temperatuur een welkome viering buiten de vier binnenmuren. Een zucht wind liet dwarrelende bladerconfetti neer ter verhoging van de feestvreugde. Het danste in de warme middagzon.

144.jpg

Onder de witte daken van de opgezette tenten gingen ruimschoots gevulde schalen in het rond. Er hadden zich diverse groepjes geformeerd en het verschillende leven werd in uitgebreide verhalen gedeeld. Soms bescheiden en zacht, soms uitbundig in een klaterend visserslatijn, met omstandig handen en voetenwerk, een bulderende lach.

De jarige ontving in liefde zijn dichtgeschroefde pot met geld, water en eend. Het ontlokte een glimlach. ‘Nu zwem je in je geld’ was een understatement, want die vlieger ging niet op voor een kleine zelfstandige ondernemer, er moest nog vier jaar door gebikkeld worden. Een ander gaf een spaarvarkentje om het pensioen verder op te bouwen, weer anderen uitbundig wijn, cognac en geurende Hammam-artikelen. Ik had me op een veilige plek verschanst en had in alle rust het overzicht op de veelal onbekende gasten.

491spiegelen

De familie zat er, die ik ooit, lang  geleden, 38 jaar om precies te zijn, voor het laatst had gezien. Ik probeerde in de vergrijzing de juiste trekken terug te vinden en kon een aantal gezichten plaatsen. Er kwam een stel binnen samen met een oude vrouw. De vrouw van het paar herkende ik. ‘O dat was de zus’, wist ik, maar wie was die oude vrouw. Ze waren goed bevriend, omhelsden elkaar. In een ogenblik van een seconde schoof het ware beeld in elkaar. De oude vrouw was de zus en de jongere de dochter. De laatste was een kopie van haar moeder. 1980 was binnen komen wandelen, omdat de dochter het spiegelbeeld was van de zus destijds. Jaren schoven ineen, het had een bevreemdend effect.

Ik dwaalde af van het gedruis, terug de tijd in. Zo gaat dat dus. Ook ik was ‘de oudere vrouw’ in de ogen van de dochters van nu. Relativeren is een kunst op zich. Ik zat naast mijn schoonmoeder die met haar 96 jaar een derde wijntje weg tikte, terwijl ze het schaaltje met borrelnootjes onder haar bereik trok en daar vergenoegd gebruik van maakte. Haar ronde rozige wangen staken jeugdig af tegen het diep gegroefde gelaat van de zus en maakte eens te meer duidelijk dat Tijd niet per definitie in alle hoeken en gaten kroop. Kopzorgen waren er bij beide. Ieder huis heeft zo zijn kruis, maar niet overal verweeft het zich.

146.jpg

Ik nam afscheid en liep naar de kleine blauwe prins. De sfeer ademde nog steeds uitbundigheid, de stemmen galmden over de hoge haag heen en sneden door de zondagse rust in het kleine dorp. Het oneindige lint langs de uiterwaarden lang was ik aan het na mijmeren over het spel dat Tijd speelde door heden en verleden, in beeld, zo door elkaar te laten lopen. In de achteruitkijkspiegel keken twee doorgroefde ogen me aan. Ik schroefde het volume van de radio wat op, een lied van nu met een boodschap. De Dijk zweepte de woorden het kleine compartiment in: ‘Laten we dansen, dansen dansen op de vulkaan’.  Toeval bestaat niet. Het antwoord was binnen. Luid zong ik mee.