Uncategorized

Glansrijk geslaagd

De hele ochtend stond in het teken van de middag. Ze was voorbij gegleden met het uitspellen van de krant, het schrijven van de blog en in het spitten naar informatie voor het afreizen in de middag. Het was druk op de weg naar Uden, waar de GGD-post was. Maar niets is meer uitzoekerij, tegenwoordig. Het adres invoeren in Google maps en gaan. Heen ging het over snelwegen omdat ik van A naar B wilde, niets meer of minder. Uitstappen mocht niet, koffie drinken behoorde niet tot de mogelijkheden zolang als de uitslag van de test er niet was.

Na een klein uur werd ik in Uden naar een industrieterrein gedirigeerd waar, achter een roestig hek, drie grote party-tenten stonden opgesteld, een kleine open groene en wat bouwketen. Er stonden drie auto’s voor me. Het feest kon beginnen, bedacht ik me en de beelden van de televisie kwamen dichtbij in de in geelplastic verpakte michellin-mannetjes met mondkappen. Van een afstand schoot ik heimelijk foto’s, maar te schielijk.

Een bewaker stond bij de ingang, indrukwekkend grootte, raampje open zoeven, instructies ontvangen, een verwaaide zwaai met zijn arm, een mompelend een van de drie tenten en de opdracht het raam weer te sluiten. Een voor een werden we de tent in gewenkt. Raam weer open, verificatie of ik de juiste persoon was, twee dreigende wattenstaven, nu ging het gebeuren. Van binnen begon het licht te vriezen. ‘Ontspan maar,’ zeiden de twee vriendelijke ogen, lichtgroene ogenschaduw, dacht ik. Saillant detail, wat alleen maar opvalt als de rest bedekt is. ‘Zijn het je ogen’ zong het in mijn hoofd, toen het wattenstaafje tot achter mijn huig haar werk deed. Het botsen tegen de achterkant van de keel was vervelend, de neus was minder erg, ondanks spannende verhalen over het wegschrapen van hersencellen. De traanbuisklieren hadden wel een reactie klaar. Triomfantelijk werden de twee kostbare staafjes overhandigd aan een tweede persoon, die de etiketten al klaar had liggen. ‘De uitslag is er in principe binnen 48 uur.’ ‘Dank U wel.’ Auto starten, het terrein afrijden, de weg opdraaien. De gekozen route, snelwegvermijdend, stuurde me de tegenovergestelde richting van de heenweg op. Keel protesteerde, traanbuizen ook. Dropjes als troost en afleiding.

Door het Brabantse land terug naar huis. Alras werd ik de dijk opgestuurd. De herfst kleurde cadeautjes bij elkaar. Vogelparadijzen aan uitgebloeide zonnenbloemen, velden vol met koolzaad staken oplichtend helder geel af tegen de roestbruin verkleurde halmen en rietpluimen. Nergens een gelegenheid om uit te stappen, dan maar foto’s maken door een open raam. Hier en daar een tegenligger, maar verder landelijke stilte. Waarom wonen we in godsnaam met z’n allen in de randstad als hier zoveel ruimte is, vroeg ik me af.

Het antwoord wist ik wel, maar het waren zulke lieflijke dorpen waar ik door reed en daarna die prachtige authentieke dijkhuizen compleet met tuinen, klein levende haven en een blaffende hond. Soms een waterwipmolen en drie raven op een oude witgekalkte molen. ‘Meesters van de witte molen’ dacht ik, in variatie op een van de boeken van Otfried Preussler, het spannende ‘Meester van de zwarte molen’. Je zou er hele boeken kunnen schrijven, zo inspirerend werkte dit landschap. De stoppelvelden met vogels met die even zwarte raven er vlak boven en een kerktoren aan de horizon, een boerderij met kringelende rook, een Van Gogh vlak voor mijn ogen. De boer, hij ploegde voort.

Bij Tiel schoot ik de snelweg weer op met die mooie beelden in mijn bagage. Zo’n straf was het niet, een test beneden de rivieren. Glansrijk geslaagd.

Uncategorized

Daarvan bewust te zijn

Het grondbeginsel van gelijkheid vind ik terug bij Shakespeare en dankzij Sinan Çankaya. Die haalt in zijn boek ‘Mijn ontelbare identiteiten’ een Iraanse vriend aan, die hem herinnert aan een verhaal uit ‘The Tempest’ van Shakespeare. In dat verhaal worden een man (Prosperus) en zijn dochter verbannen naar een eiland, waar Caliban woont. Hij ziet eruit als een halfmens. Zo beschouwen de twee hem ook. Ze sluiten vriendschap en in korte tijd wordt gehoorzaamheid geëist uit naam van de beschaving, leert Caliban spreken en de man geeft hem een taal en leert hem wat goed is. Zolang hij gehoorzaamt aan deze twee gaat het goed. Zodra hij, in hun ogen, ongehoorzaam is, krijgt hij te horen dat hij ondankbaar is, hun vertrouwen beschaamt en dat terwijl zij nog wel zo vriendelijk en goedertierend zijn geweest om het beest beschaving bij te brengen. Caliban veranderde inderdaad. Nu vertelde hij zijn eigen verhaal, maakte zijn eigen keuzes. De taal leren gaf hem de kans zijn ‘weldoeners’ uit te schelden, als hij dat wilde. Hij wilde geen spreekbuis worden van de twee, geen gedachtengoed overnemen, maar het zelf bepalen.

Prachtig. Het superieure gevoel van de man met zijn dochter, die vinden dat zij de beschaving zijn ten opzichte van het ‘beestmens’ legt precies de vinger op de knoop. Waarom zou het leven van dit wezen niet dezelfde waardering mogen krijgen. Waarom gewogen en te licht bevonden naar de normen van hun beschaving. Zo is het gegaan met alle beschavingen die naast elkaar hadden kunnen leven, als de een de ander niet zijn beschaving had opgelegd.

Ik denk aan de Thulenen uit het boek van Kinderen van Moeder Aarde, die uit hebzucht en machtswellust worden overlopen door de Badeners. Dat dus.

Nog een principe van gelijkheid vind ik in de Volkskrant in de rubriek ‘Ten Eerste/Zinvol leven’ met een interview van Fokke Obema met de piepjong ogende Disa Jironet, een officier van justite. In haar optiek bestaan slechte mensen niet, omdat in de basis van ieder mens iets zuivers zit. Hij wordt niet egoïstisch geboren. Het sluit aan bij iets wat ik op intuïtie altijd heb geweten. Een kind straffen omdat hij stout is, kan niet. Het kind zelf is niet stout. Het doet iets wat onhandig uitpakt of volgt een emotie, die opkomt, maar daarmee zijn ze nog niet het kwaad zelf. Ieder kind heeft het recht om te leren van gemaakte fouten. Het mooist was altijd om kinderen met elkaar te horen praten, als er een geschil bij te leggen was. Zo jong als ze waren, leerden ze te vertellen wat hen dwars zat, welk gevoel dat opleverde en kreeg de ander de kans te zeggen dat hij niet had begrepen dat zijn gedrag dat betekende voor de ander. Daarna was er ruimte om het goed te maken en bleef het niet langer een donkere wolk van dreiging. Beiden waren opgelucht. Het hoogste effect. Daar kon geen straf tegen op.

Beschamend moet ik toegeven dat ik met volwassenen altijd meer moeite heb, om die betekenis eraan te geven. Omdat de effecten evenredig veel groter zijn. Disa geeft als antwoord op de vraag, wat voor haar zinvol leven is, als antwoord: ‘Voor mij is daarvan sprake, wanneer iemand iets vindt dat hem in staat stelt van betekenis te zijn en daardoor zijn ware zelf kan ontdekken.’ Ook bij volwassenen, vindt zij, kan je de begrippen goed en slecht wel op gedrag toepassen maar niet op mensen zelf. Als je ervan uitgaat dat iemand slecht is, dan druk je er een stempel op en zal hij ernaar handelen. ‘Als er wederzijds wantrouwen is gaat de verdachte ons niets vertellen. Terwijl dat wel nodig is om hem te brengen bij een ander moreel inzicht, zoals het strafrecht beoogt. Daarom pleit ik voor meer mededogen, zodat je hem bovenal als mens kan zien met wie je een verbinding aan kan gaan.‘ En ergens verderop: ‘Leven vanuit liefde vergt moed.’ Ergo, een mens heeft het recht om te leren van gemaakte fouten, net als een kind. Maar sommige fouten zijn zo onherstelbaar. Daar precies schuurt het.

Ieder mens heeft het recht om zijn of haar individuele pad te volgen, eigen keuzes te maken, een eigen verhaal te vertellen, maar door betekenis te geven aan de ander. Ieder mens, elk individu. Daarvan bewust te zijn.

Uncategorized

De tijd neemt haar eigen tijd

In de Volkskrant van gisteren stond in ‘Boeken’ een interview van Sander Pleij met de schrijver David Mitchell in de rubriek achter het boek. Een vraag luidt: ‘Herinnert U zich dat U schrijver besloot te worden?’

Mitchell vertelde, dat hij een gedicht schreef in zijn slaapkamer toen hij 12 jaar was: ‘Ik begon in de middag en belandde in een tijdsverschuiving: opeens was het donker en kon ik niet meer van het papier lezen. In mijn herinnering was het zomer en moet ik zo’n zes uur bezig zijn geweest aan dat ene gedicht. Ik was in een meditatieve staat gekomen(…)De tijd schakelt in een andere versnelling. Je raakt zo geabsorbeerd door het maken van de juiste zin, het verplaatsen van woorden, het bedenken van betere woorden. Zes uur werden teruggebracht tot twintig minuten: dat was een teken dat dit mijn roeping was.

Ik weet precies wat hij bedoelt. Ineens een stuk tijd ‘verliezen’, niet echt verloren, want je hebt haar goed gebruikt, maar in de routine van de dag een deel kwijtraken. De concentratie zorgt ervoor dat je buiten de werkelijkheid treedt. Het overkomt me bij het tekenen, het schilderen, het schrijven en het bedenken van een thema. Hele uren kan ik stukslaan met een soort van dagdromen. Lijfelijk lijkt dat gelummel in de marge, terwijl je fantasie bergen aan het verzetten is. Ik hou ervan. Zo gegrepen te zijn door iets dat je er totaal in opgaat. Mitchell rekent daar ook tuinieren onder, maar dat ligt voor mij weer anders. Bij tuinieren krijgt de tijd niet de kans om het voortouw te nemen, door mijn noodzakelijke korte ingelaste pauzes tussendoor. Ik hou van tijd die verbeidt

Vriendinlief had op FB een prachtig gedicht van Amee Shah geplaatst, waarin ze vraagt om alles tijd te geven:

I had a bit of an epiphany in terms of timing of things coming into fruition…if anyone is struggling, worrying, or feeling frustrated, I hope this helps!

Divine time

When it’s mine to have,/It silkily slides into place/When there is struggle,/Confusion, angst, conflict,/I’ve come to know,/It’s not meant for me,

When it comes to me/Seeking me out,/It’s mine to play,/If I’m hustling,/Clamoring or striving,/Darlin’ it’s not mine to be

Open the oven door too early,/The soufflé loses air, goes limp,/Wait with patience,/Listen for that sound/Of the cooking bell,/And that’s divine synchrony

Ego’s driving a relentless car,/Ease off that pedal, and let it coast,/Enjoy the winding curves with wind in your hair,/Let go of control and witness sweeping vistas,/Listen to the inner GPS,

When you feel floated and buoyed,/You know that’s your path./When the brakes screech and clutch jerks,/When you forget to look at the view,/you know you’re trying too hard/Ease off and go find your sandbox

The rhythm in you is always around,/Find what moves you to dance in time,/your heart’s desires will fall in place,/Everything in due time/Not a moment too soon

Await that grace,/Be that grace/Dance in tune with your joy,/Harmonize,/Meld in with each moment/Revel in the freedom to be

Now- what a priceless gift!/Take care of finding your simple joy/In all of the little Nows/And what’s yours will come find you,/That is a promise, That is a principle/A divinely orchestrated concert

When it’s yours to have,/The stars will move, the angels will haul, and/It will silkily slide into place/Everything in due time/Not a moment too soon

Amee Shah /9/25/20

Alles komt in eigen tijd en in eigen uur. Als je wil overhaasten, kom je jezelf tegen, struikel je over de wens en de wil. Als mijn woorden niet in staat zijn zinnen te vormen, de zinnen geen verhaal kunnen breien, dan weet ik dat het vanzelf komt. Niet nu, maar straks, niet vandaag maar morgen. Niet overdag, maar desnoods midden in de nacht, als ik wakker woel door het aankloppen van dat wat aandacht behoeft. Het zijn deze gedachten die tot zo’n meditatieve beleving kunnen leiden.

kneden

Het beeld van de ovendeur die je opendoet waardoor de soufflé’s als plumppuddinkjes in elkaar zullen storten, vraagt om ouderwets geduld, wachten, geen haast te hebben. Garen kost tijd. Hetzelfde heb ik met gedachten. Haast is iets wat vanzelfsprekend voorbij gaat met het ouder worden. En dat is weer iets, wat ik me als twintiger nooit voor kon stellen. ‘Later, heel veel later wordt ik ook oud als oma’. Dat ‘later’ bleek ‘straks’, is ‘nu’. Onvoorstelbaar veel tijd heb ik er niet bij stil gestaan, maar waar ik vroeger dacht dat de dagen op een slof en een oude voetbalschoen voorbij zouden trekken, moet ik toegeven dat vanaf het allereerste begin, ze zich de tred van een sprinter hebben aangemeten.

Met al die tijdloosheid van de inspiratiebronnen gaat het tempo nog harder dan vroeger, ook al hebben we meer beschikking over de uren, de vrijheid daarin en zijn we ons bewuster van alles om ons heen. Dan is het goed om stil te staan. Pas op de plaats te maken, te lanterfanten, te lummelen met het lijf. Laat het brein maar gaan. Die vindt haar eigen pad. Precies dat verlangen en die vrijheid zijn de reden dat we in deze dagen zoveel moeite hebben met alles wat als een aantasting geldt in de beleving. Of je hebt, door opgesloten te zitten, ineens zeeën van tijd, of je hebt door de haast waarmee je wilt dat het leven weer haar eigen tempo neemt, te weinig eigen tijd. De balans is zoek.

Piere Alechinsky, ets

Nu ik weer een paar dagen binnen ben, merk ik dat het toch goed varen is op die zeeën van tijd. In bootjes van creativiteit, klein geluk. Onthaast, want waarom zou je er vaart inzetten. De tijd neemt haar eigen tijd.

Uncategorized

Koeien, schapen en kiezelstenen

Vanmorgen haalde zoonlief de ontstekingsremmer op. Gisteren bleek het recept niet doorgekomen te zijn bij de apotheek en met een belletje werd het alsnog geregeld, maar het recept moest door de arts geautoriseerd worden en die waren allen massaal op huisbezoek. Gevalletje pech. Doorgaan met benauwd ademhalen. Vannacht dachten de cellen in het gestel er anders over en hielden het even voor gezien. Hoesten en verhoging. Precies dezelfde klachten als bij eerdere aanvallen. ‘Kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet’ wist ik uit ervaring en even bellen met de corona testlijn om voor de zekerheid alles uit te sluiten. Ik had me juist zo verheugd op vandaag, een dagje met vriendinlief lino-snijden, klessebessen en samen met manlief erbij een heerlijke lunch. Nu mag ik toch naar Brabant, maar dan voor de test, maandag pas. Op dit moment na de eerste puffen voel ik me alweer stukken beter. Wijsheid gaat voor de lusten, ter bescherming van die lieve schatten, die ook zeker geen virus kunnen gebruiken.

Gisteren ondanks de benauwdheid met kleindochter op stap. Ik had het Oortjespad uitgekozen. Een goed stukje rijden naar Kamerik voor het ochtendslaapje. Tussen de rukwinden door langs de dieren. Het allerschattigst was, met stip, een kleine scharrelende egel. Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd. Totaal niet afgeleid door ons, maar heerlijk aan het frotten in de grond. Het was alweer jaren geleden dat ik een exemplaar voor het laatst had gezien. Ooit vonden de Wijze en ik er een waggelend door de straten van Groenendaal in Leiden. Liefdevol namen we hem mee, totdat we merkten dat het een wandelend tekenparadijs was. Hij zat vol met die dorstlappen. Deze zag er glanzend en gezond uit.

Vlak daarachter begon het kiezelpad, daar wilde ze wel lopen, raapte een kiezelsteentje en kwam die braaf brengen. Ze herhaalde het spel tot ik zei dat we door moesten. Nu liggen er zes kiezeltjes als pareltjes in het bospark bij de caravan. Bij de schapen mocht ze vrij rondlopen, maar toen die hoog boven haar uittorenden met hun geduldige koppen en die wonderlijke ogen met een wereld van nieuwsgierigheid erin, wilde ze toch maar liever weer in de wagen. Bij de zwarthalszwanen stak een karper zijn halve lijf voor een seconde uit het water om met een zware plons weer terug te vallen. Tussen ons door renden kinderen van een school, luid gillend met een briefje in de hand, speurend naar aanwijzingen in groepjes van vijf met een lachende ouder er achteraan.

De koeien boezemden ontzag, toen een van hen met de natte snuit tegen de omheiding duwde en bedelde om een aai. Ze hield haar knuistjes angstvallig bij zich. Ik klopte de koe op de hals en groef in de weerbarstige haren op haar kop. Ze liet weten dat het fijn was, door extra dichtbij te stappen terwijl ze met een lodderoog naar kleindochter keek.

Twee witte Nils Holgerson ganzen waren er ook temidden van een groep luidgakkende grauwe ganzen. Straks later zal ik haar het verhaal vertellen van de reis van Nils met Aka de gans. Nu kwamen we niet verder dan Gak gak. De patrijzen hadden heel veel kuikentjes, veilig in een hok. Gelukkig voor ons sprongen ze op stok en gingen de kuikens de groten achterna, zo kon ze ze vanuit haar wagen goed zien. Het werd eigenlijk te koud. De windvlagen namen in kracht toe. Kleindochter smulde van een zoete koek en bij mij was de koek op.

In de auto herhaalden we de gespotte dieren in een potpourri van kinderliedjes met alle klassiekers en de nieuwe, van het egeltje. ‘Ik ben een heel klein egeltje en weet je als ik schrik, dan wordt ik een klein balletje, een balletje dat prikt…’ Zanger onbekend, maar zo’n heerlijk lied. Naast het arsenaal aan liedjes, werd elke koe, elk schaap en elke vogel aangewezen. Even de theorie en de praktijk op elkaar afstemmen. We waren goed op weg. Ze bleef wakker. Thuis mocht ze wegduiken in een middagslaap. Ze droomde vast over koeien, schapen en kiezelstenen

Uncategorized

Een wissewasje

De dag van gisteren viel in het water, letterlijk in die hoosbuien aan het eind van de middag en figuurlijk in de misrekening, dat ik de inhalatie op herhaalrecept kon krijgen. Mijn geheugen werkte doorgaans best wel aardig, maar er zijn van die dingen, die je vergeet. De vrouw achter de balie van de apotheek keek me ongelovig aan. ‘Je hebt die niet op herhaalrecept. Het is een oud recept, daar heb je de inhalatie al in april al op gekregen. Dat had dan in Juni op moeten zijn.’ Kortom het ongeloof stond in drukletters op haar voorhoofd. Wat doet een mens in zo’n geval. Die schiet in de verdediging. Dus hakkelde ik iets van altijd al, ik gebruik het al zo lang, vraagtekens hingen als een silhouet om me heen. ‘Nee hoor, nog nooit een herhaalrecept geweest.’ Wel verdorie, waarom ontbbreekt het aan geloof. Het zijn geen snoepjes, maar een onontbeerlijk iets, zeker nu er een virus op de loer ligt. Deze inhaler is een ontstekingsremmer.

Het was al zo vreemd gegaan vanaf het begin. Ik had eerst buiten moeten wachten, daarna in het voorgeborchte en daarna pas echt in de apotheek voor ik aan de beurt was. Er sijpelde een hoop tijd mee weg. Nu moest ik ook nog langs de huisarts. Daar was de deur dicht en stond een jong meisje me te woord. Een herhaalrecept, ze schreef mijn vraag op een briefje en kwam terug met de mededeling dat ik morgen bij de apotheek terecht kon. Ondanks dat het effectief was geweest, had ik toch een beetje het gevoel van het kastje naar de muur te zijn gestuurd. Daar tussendoor bleef ik piekeren over het ongeloof en wat er dan toch niet klopte aan het verhaal. Ineens schoot het me te binnen. Ik had drie maanden een nieuw medicijn gebruikt, die zowel luchtverwijder was als ontstekingsremmer, maar dat goedje innemen ging gepaard met pittige hoestbuien, dus dat had de longarts gestaakt. Dat was de reden voor de onderbreking.

De ongelovige blik sudderde nog een tijdje na in mijn hoofd, omdat het niet terecht was, maar van haar kant ook te begrijpen. Door alle wachttijd was het eigenlijk te laat geworden voor het atelier, bovendien was er een bui losgebarsten. Kringloopje dan maar, op zoek naar een muziekstandaard. De twee foto’s voor de portretten had ik al opgehaald. Mooie grote duidelijke foto’s op het juiste formaat. Oefening baart kunst. In twee winkels was geen muziekstandaard te vinden. Het was zo’n voorwerp waar je tegen aan moest lopen. ‘Geduld is een schone zaak’, zeiden ze vroeger. Zo is dat. Je loopt er vanzelf een keer tegen aan.

Thuis wachtte de krant, die ik eigenlijk op de tuin had willen doorspitten. Heerlijke bezigheid al was de informatie wat eenzijdig in dit roerige jaar. Sylvia Witteman wees in haar column met een tikje weemoed op verdwenen gewoonten van vroeger. Een ervan was ‘de weg vragen aan iemand’. Sinds we allemaal een navigator in de auto hebben en in onze telefoon, hoefde dat niet meer. Een nadeel was dat je vergat blindelings de weg te leren kennen. Hoe lang zou het duren voor we een navigator voor het leven hebben. Die had me er aan kunnen herinneren, hoe het probleem van de inhaler feitelijk in elkaar stak, of zouden we er dan ook blind op gaan varen en vergeten bewust om ons heen te blijven kijken.Langzaam ebde het voorval weg.

Vandaag staan er twee nieuwe inhalers klaar en daarmee is de kou weer uit de lucht. Wat is een verloren dag op een mensenleven, een wissewasje.

Uncategorized

Dag zomer

Ineens was er die ingenieuze ingeving. Vorige week zocht ik in allerlei winkels naar een glazen broodplank. Bij de plaatselijke winkel voor huishoudelijke artikelen kwam ik alleen een geribbeld exemplaar tegen. Gisterenochtend vermoedde ik dat de onderkant glad zou kunnen zijn. Dan was het een kwestie van omdraaien. In de desbetreffende zaak vond ik, wat ik bedacht had.

Voor de somma van vijf euro had ik een hagelnieuw palet voor in het atelier. Nooit meer verspilde verf, eenvoudig schoon te houden en heerlijk om de juiste tonen te mengen. Het grijze karton voor eronder had ik vorige week al gekocht. Dat moest op maat geknipt. Wat kan een mens toch blij zijn met nieuwe stappen vooruit in het werkproces. Thuis had ik zo’n oude snijplank van glas al en het werkte heerlijk.

Verder aan het houtskool portret, en nog een van waterverf op verkeerd papier. Tijd voor een nieuw aquarelblok, anders liep alles door de boltrekkende ondergrond door elkaar heen. Eerst boven nog eens goed zoeken. Want wie wat bewaard, die spaart uit. Vorige week nog verzuchtte zoon: ‘Waarom bewaar jij toch alles.’ Ik bekende schuld. Dat was aangeleerd gedrag vanuit een arme periode. Al kost het me al minder moeite om iets weg te brengen naar de kringloop.

Het eerste buiïge herfstweer trok over het land. Het donkere wolkendek en een zon die nog probeerde er doorheen te breken. Vlak ervoor had ik, vermoedelijk voor de laatste keer dit jaar, gemaaid. Het kon nog, al waren de woelmuizen op stoom geweest en hadden ze lange gangen gegraven, merkte ik aan het verende bobbeltapijt. Pimpelmees kwam appel snoepen. De Guirlande d’Amour strooide kwistig met bloemen in een tweede bloei

Om vier uur stond Dribbel, kleinzoon vier, op de agenda. De ontmoeting was ontwapenend door zijn verheugde snoet toen ik, buiten adem door de twee trappen, de deur binnenkwam. Kleinzoon een was er bij. Hij was een beetje in mineur door een blessure aan zijn knie. De scan had uitgewezen dat zowel zijn miniscus als zijn kruisbanden waren beschadigd. Er stond hem een operatie te wachten. Daar had hij wel op gerekend, maar niet dat beide elementen waren aangedaan. Het was uitzonderlijk, zo’n grote blessure op zo’n jonge leeftijd. Het voetbal, zijn lust en zijn leven, moest op de lange baan en met dat nog zoveel meer leuke spelmomenten.

Afleiding bracht een tekenfilm van Beatrix Potter. Peter Rabbit in een modern jasje, met zijn familie, sluwe dandy Vos en de gemene Das. Een stem van binnen riep om de romantische klassieke versie, al zag Jozefien Kwebbeleend de Gans er nog steeds authentiek uit. Met een waterijs boven een bakje in zijn kleine knuisten en een oude theedoek tegen de kleverigheid, was het goed toeven voor een half uur. Dochterlief kwam drijfnat thuis. Net niet gered om voor de bui uit te blijven.

In het boek Mijn ontelbare identiteiten van Sinan Çankaya vond ik vanmorgen een zinsnede die me alweer aan het denken zette. Dat gebeurt bij dit boek trouwens aan de lopende band door alles wat hij opwerpt aan ervaringen. Hij haalde een geschiedenisles van zijn racistische leraar aan. Die oreerde over een voorval met een Surinaamse man die hem bij een bezoek in Amsterdam om kleingeld had gevraagd. Hij beschreef zoveel mogelijke cliché’s tot en met het loopje toe en een Surinaams accent. Driekwart van de groep schaterde het uit. Sinan voelde het ongemak dat hem overmeesterde. Niet om de leerkracht, maar om de anderen, die hem mogelijk maakten en hem toestonden net als de schoolleiding, die zijn gedachtengoed vergoelijkte. De verkregen ruimte hield de racist in stand.

Buiten roept de wind op tot onrust, gehaastheid en zet alles in beweging. De boomtakken zwiepen heen en weer, bladeren laten zich van alle kanten zien. Nu nog tegen een lucht in nuances van grijs tot blauw, een applaus voor de herfst . Het vraagt om een flinke jas. Dag zomer

Uncategorized

De hoogste tijd voor het echte werk

Twitter heeft rode oren van de ophef die ontstaan is naar aanleiding van het programma van Jinek gisteravond. Het zou geen platform moeten zijn voor de argelozen. Dat konden programmamakers ook bedenken. Wat er gebeurde was niet actueel, maar koren op de molen van een groot probleem aan de vooravond van een nieuwe catastrofe. Haal echte onderwerpen van stal, waarover gediscussieerd kan worden, raak eens aan een positieve kijk, behandel veelzeggende literatuur, denk oplossingsgericht, wat zijn de mogelijkheden. Ik heb flarden gezien en slechts verwondering geoogst. Een podium is voor hen, die de gemeenschap met gestaafde argumenten kunnen verrijken of iets meegeven om te overpeinzen.

Mijn lieve kleinzoon van zes had een spraakwaterval voor me in de auto terug naar zijn tijdelijke woning op het bospark. Hij kwebbelde honderduit over alles wat zijn wereld groot en zinvol maakte. Thuis gingen we na het gebrul van zuslief, omdat papa thuis bleef werken, wandelen. Hij nam zijn pakhaai mee en een lege tas, want we wilden de vruchten van de naderende herfst ‘plukken’. Met de tanden van de haai kon hij alle eikels en dennenapppels oprapen. Geen zand erbij graag. We hoefden alleen het park maar rond te gaan om 2.5 km te wandelen, kwamen langs huisjes met een hoog sprookjesgehalte, rammelende potten, gammele schuurtjes, langs een semi-permanente bewoning met porseleinen beeldjes voor de ramen en weelderige begonia’s aan het hek, langs schijnbaar verlaten exemplaren met sanseveria’s op de vensterbank. Tot onze vreugde vonden we een tak met wel zeven sparappeltjes eraan en een glanzende complete appel onder een appelboom, die zijn vruchten doelloos aan het verliezen was.

grote broer

De zon scheen ongenadig op onze hoofden. De wandelwagen had een fleurig roze afdakje en zuslief lag heerlijk te soessabbelen op haar speen. Na een stief uurtje kwamen we bij de winkel van het park met een bordje erop: ‘Vandaag om 16 uur open’. Er stond een uitnodigend uitstallingsbord van soorten ijs in alle maten. Het was op een kwartier na zover, dus doken ze nog even de speeltuin in. Daarbij transformeerde kleinzoon in grote broer en hielp de parmantige kleine overal op en in. Op de wip, op de glijbaan, op de wipwap. Altijd aandoenlijk om te zien hoe ze onder de oksels werd opgetild en onhandig op de eerste tree werd gesjord. Ze vond alles best en hobbelde tevreden rond. Kleinzoon keek af en toe verlangend naar het Middelandse zeezwembad, waar kinderen aan het gillen en lachen waren. Om vier uur zat de winkel nog altijd potdicht en een bordje op het restaurant ernaast leerde, dat men alleen vanaf donderdag tot zondag in dienst was.

‘vuist leren maken’

Geen ijsjes, dan maar een banaan aan huis. Het kantoorwerk was gelukt en de twee mannen konden nog even op pad voor een duik. De emmers vormden een ideaal drumstel met drie tonen voor de begeleidng van het arsenaal aan liedjes. Kleindochter leerde een vuist maken voor de klassieker van Ome Willem. Dochter kwam met een glaasje Sauvignon precies op tijd om de boel weer op te laten veren.

Om vijf uur maakte schoonzoon de meest heerlijke spaghetti met spinazie-pesto en kreeg ik een tijdgeest mee, vol filosofiën en interessante verhalen als tegenhanger voor het geneuzel op televisie. Het was de hoogste tijd voor het echte werk.

Uncategorized

Geen betere plek te wensen

Mijn vader is me net aangereikt. Tenminste, dat deel van hem dat ziek was geworden door een paar kleine hersenbloedingen en de daaropvolgende vasculaire dementie. Ik heb in zijn lege ogen gestaard. De holle blik van mistige radeloosheid, omdat hij niet meer wist wat hij wel wilde en alleen duidelijk voor ogen had wat hij niet wilde. Dat moeras van ‘niet meer kunnen’, waar de levensvreugde langzaam in wegzakt. Steeds meer moest hij opgeven wat niet meer mogelijk was. Alles wat waardigheid had en voor volwaardig stond, verdween uit zijn leven tot er niets anders meer dan een man van agressie of doffe berusting achterbleef. Mijn vader ging op reis in zijn hoofd en sloot zich steeds verder op achter de rook van zijn shag.

https://www.2doc.nl/documentaires/series/2doc/2020/wei.html#ee7b4928-78ca-4b5f-aa21-1e34c62d4100

Vanmorgen vroeg keek ik de documentaire ‘Wei’ bij 2doc.nl van de filmer Ruud lenssen. Saillant detail: Ruud is de zoon van Jac Lenssen. In de beelden ontmoette ik dat deel van mijn vader, die al 24 jaar uit ons leven verdwenen is. Een hele andere man om te zien, die Jac, maar wel dezelfde diagnose. Vasculaire dementie.

Vooral de onmacht bij het verlies van elk stukje zekerheid komt duidelijk over. De woede als er niet mét maar óver hem gepraat wordt, het schelden op mijn moeder op weg naar het ziekenhuis, luidkeels met publiek bij aankomst in de hal. De gène van mijn moeder. Alles balde zich samen in de docu. Aan het eind ervan, als de zoon zijn vader complimenteert over diens vaderschap en hem bedankt voor alle jaren, breken de man en ik in duizend stukjes. Stromen de tranen vrijelijk over de wangen. Nu zit ik bij te komen en troost Poes Pluis met kopjes geven en een portie extra aandacht.

Gisteren haalde ik de houtskool maar eens voor de dag. Afdrukken maken van foto’s heb ik alleen met etsen weleens gedaan. Ik ben meer van de losse pols en nog steeds. Anders zit ik gevangen tussen lijntjes en lijnen zoals bovenstaande tekening. Maar toegegeven, het is een stuk makkelijker om een gelijkend portret te maken. Thuis zag ik pas, op de foto, dat het rechteroog nog niet helemaal is wat het worden moet. Dat komt wel. Toch is het streven nog steeds vanuit het niets te beginnen. Het spannendst om te doen. Tussendoor zette ik de verdorde gerbera’s op het doek nog wat aan. Straks moet daar een fluïdum overheen komen, een waas wit.

Tussendoor wat lezen en schrijven, een puzzeltje en tuin-inspectie met wat wieden. De pareltjes legde ik vast. De uitbundig bloeiende Oost-Indische kers, die prachtig oplichtte in het zonlicht, de vaste malve en een verdwaalde korenbloem tussen de dovenetels.

Bij de vijver zag ik iets bewegen. Er bleek een kikker te zitten op de watersla. het leverde een jubelend hart op. De vijver was niet langer een ‘dodenakker’van kikker en merel, want de aktie: ‘Help de vijver in evenwicht de zomer door’ had de juiste vruchten afgeworpen. Het water tot de rand en de planten als drijvende reddingsboeien. ‘Of ik hem gekust had’, appte vriendinlief. ‘Hij reageert nogal koeltjes,’ was het antwoord. Als een kind zo blij bleef ik zitten voor het atelier en genoot van het idee en van lijster die langs kwam hippen en aan een wormpje trok in de zachte veengrond.

Van welke vogel het kleine witte veertje was, weet ik niet precies. Maar ze bracht geluk.

Vandaag belooft een laatste zomerdag te worden, voordat de herfst losbarst in alle facetten. De bomen zijn zich al op aan het maken voor een kleurrijke finale.

Straks haal ik kleinzoon drie van school. Gisteren moest er stoelverhoger komen. Zonde om die nieuw aan te schaffen in het kader van het consuminderen. Gisteren twee kringlopen doorgespit en bij de tweede had ik mazzel. Een ‘carkid’ als nieuw met te vervangen hoes in de kleuren van het interieur van de kleine Blauwe Prins. Super. De laatste zomerdag op het vakantiepark is in het bos Natuurlijk gaan we eikeltjes en dennenappels rapen voor de herfsttafel. Dat is geen straf, want met dit mooie droge weer is er geen betere plek te wensen.

Uncategorized

Elkaar vinden

Na pagina’s ellende in de krant van vandaag, een Boris die er finaal doorheen lijkt te zitten, Russen die sjoemelen met de resultaten van hun vaccin, het overlijden van Ruth Bader Ginsburg, kom ik zowaar bij een mooie overpeinzing uit. Een interview van Fokke Obbema met Maud Vanhauwaert en voor het eerst sinds al die uitgespelde berichten veer ik op. Niewe energie, nieuw elan. Al in de eerste alinea levert ze een staaltje ontsnapping op uit alle ellende. Ieder mens, maar dan ook werkelijk iedereen, heeft de beschikking over een mentale ruimte,. Het is je verbeeldingskracht. Die bij mij bij het lezen van die zinnen onmiddellijk aan het werk gaat en uitpakt met een groot vierspan met ratelende wielen en klepperende hoeven om dat grenzeloze gegeven te verkennen.

Bericht bekijken

Ze heeft gelijk, deze dichter. Helaas ook over haar zorgen omtrent die mensen die tegenwoordig door de dagelijkse sleur vergeten om hun verbeeldingskracht aan te spreken. Iets verderop vraagt de interviewer wat ‘Zinvol leven’ voor haar betekent. ‘Jezelf vinden door jezelf te verliezen’ Is een citaat naar aanleiding van haar bevinding over ‘het overstijgen van jezelf en om je te verliezen in iets dat jezelf overstijgt. Bijvoorbeeld als je iets ziet van een onwaarschijnlijke schoonheid-in de natuur, in een ander, in een kunstwerk.’

Eigenlijk is datgene, wat ik ‘klein geluk’ noem, niet anders dan het overstijgen van het gewone. De kijk op alles om je heen verandert als je je openstelt voor de schoonheid van wat er voor ogen komt. Een van de voordelen van het schrijven van een blog elke vroege ochtend, is de bewustwording van die andere dimensie, die in ons besloten ligt. Ze zet de verbeeldingskracht in werking. Zo levert het nieuwe energie op, nieuwe ontwikkelingen, louter doordat de verbeelding alles in een ander licht zet en mijn ogen de schoonheid daardoor kunnen zien. In die mentale ruimte kan je tijdreizen tot in het oneindige. Verleden, heden en toekomst worden betrekkelijk net als afstand. Ik kan me kilometers verder denken op plekken waar ik over lees, of die ooit bezocht zijn, ik kan me verliezen in de taal van het boek, die me meevoert op zo’n tijdreis. Maar ik kan ook een nieuwe wereld creëren, iets wat nog niet bestaat, het tegenovergestelde van de werkelijkheid, een utopie.

Maud van Hauwaert vindt dat we vooral bezig zijn ‘met het cultiveren van de eigen identiteit, maar eigenlijk zou het cultiveren van de nieuwsgierigheid van de ander voorop moeten staan(…) Een mens is fluïde(…)hoe bijzonder is het dat je ook in elkaar kan overvloeien, dat het niet meer duidelijk is waar jij begint en ik eindig en dat je zo voorbij de menselijke beperkingen kunt komen.’

Elkaar vinden en verbinden en vervloeien met elkaar door waarachtige belangstelling te tonen bij een ontmoeting en de diepte in te durven gaan is de boodschap. Daardoor krijgt het betekenis. Dat heb ik met een aantal mensen wel, maar met anderen weer geheel niet. Mijn belangstelling is er, maar niet altijd spring ik in het diepe. Het is wel de manier om aannames af te schuren tot de realiteit en vooroordelen te slechten tot wat het werkelijk is. Pure rijkdom is het zeker, als je je op die manier kan verbinden. In mijn directe omgeving en met mijn vriendinnen is er geen enkele blokkade, maar met de vrouw van de straatkrant is het een ander verhaal of met de nieuwe inwoners op de galerij.

Het wonderlijke doet zich voor dat ik in de groep met mijn kinderen altijd de verbinding heb gezocht, zodat we elkaar leerden waarderen en elkaars kwaliteiten zagen, voelbaar. Wat een rijkdom leverde dat iedere keer op. Dat was ook de essentie in het ziekenhuis met de mensen die daar kwamen voor een chemo of immuuntherapie. Door hun probleemen zat je vrijwel direct op de weg van de verdieping. Het was hét moment om oppervlakkigheden te laten varen. Hier ging het om het kostbare leven zelf en de nietigheid van het mens-zijn. Er was geen tijd genoeg om er lang omheen te dralen. Het ultieme doel was verbinding. Mooi als hetzelfde zou gelden in de dagelijkse ontmoetingen. Het is de manier bij uitstek om elkaar te vinden.