Uncategorized

De wijde blik

Tassen uitgepakt en de routine van voor de vakantie ingegleden. Zo snel went het normale leven weer. De foto’s in my-album opgeborgen en het appje van de achterbuuf van de tuin gelezen. Of ik om twee uur ook naar de tuin kwam. Dat wel, maar nog niet om te werken. Samen het verlies delen, want zij had de lifestream wel bekeken.

Maar eerst naar de opticien. Nog altijd kon ik me verkneukelen om de gemaakte keuze. Vorige week zaterdag was het bericht al binnen gekomen dat de bril gereed was. Nu was het moment daar om haar op te halen. Het naburige stadje lag er verlaten bij. Parkeergelegenheid bij de vleet. Ik vermoedde dat er al heel wat mensen op vakantie waren. Ook in de winkel heerste rust. Met hetzelfde genoegen waarmee ik de bril kwam ophalen, bekeek de opticien mijn keuze en was in zijn nopjes. Ook hier weer de waarschuwing, dat er nauwelijks een middenweg was. Of mensen vonden het geweldig of ze vonden er niets aan. Wat men er van wil denken mag allemaal, maar ik vind het geweldig en dat telt. Dit is een bril die me past als een handschoen.

Het nieuwe hoofd ontlokte een brede glimlach en die bleef de hele weg lang van boodschappen doen tot aan de tuin, waar ik bij het hek buuf al ontmoette. Samen liepen we op naar haar tuin en daar namen we mijn week en haar week door. Zij was vorig jaar naar Goeree-Overflakkee geweest en was net zo verbaasd als wij over de schoonheid van het land daar. Vlak onder de rook van Rotterdam verwacht je het anders, maar de industrie is ver te zoeken. Alleen vanaf het strand zie je de enorme maasvlakte in de verte, maar zelfs daar stoort het niet en toen ik de foto’s van de Heckrunderen bekeek zag ik in de heiige achtergrond ineens de windmolens op een lange rij. Die waren me ter plekke niet opgevallen.

Het was goed te horen dat er mooi gesproken was, al had ik niet anders verwacht. De pijn zo ondraaglijk, dat langer leven geen optie meer was. Natuur wist zichzelf, als de tijd daar is en gaat daarmee voorbij aan wensen en verlangens. Het werd een intiem onderonsje daar in het struweel voor het huis. Twee vrouwen die hun gedachten uitspreken, hun zorgen kunnen delen en daarmee het leven zachter kleuren en het leed draaglijker. De diepte ingaan boort een nieuwe dimensie aan, die tot dan toe nog niet op die manier aanwezig was geweest. Nieuwe rijkdom. In ieder geval was daarmee mijn werklust om in de tuin aan de gang te gaan, tot het nulpunt gedaald. Dat bewaarde ik voor een paar regenvrije uren van de volgende dag. Peinzend wandelde ik terug naar de Kleine Blauwe.

Hoe belangrijk het is om gedachten uit te spreken en te delen om ze op die manier zelf te kunnen verwerken. Als de woorden hun eigen plek vinden door de associatie van de ander levert het een meerwaarde op die van groot belang is om je eigen ideeën en acties helder te kunnen bezien. Spiegelen legt gewicht in de schaal.

Ik denk aan de aflevering van Binnenstebuiten, in de herhaling weliswaar, maar nog altijd van waarde als het draait om duurzaam en bewust leven. In de uitzending van gisteren kwamen een jurist en een kunstenaar aan bod. Ze zijn in een oude boerderij gaan wonen en laten bewust de permacultuur op hun erf toe, inclusief alles wat er van nature groeit tot en met de brandnetels. Hun dieren zijn altijd met twee of meer van dezelfde soort en ze hebben geleerd om te observeren hoe de dieren met elkaar communiceren. Aan hun natuur buiten, de natuurlijke bron, de beesten, de planten en het kleine grut er omheen, de veld-en bosmuizen, de eekhoorns, de vogels, de marter, kunnen ze zich spiegelen en voelen ze de rijkdom van het buitenleven. Het draait om ieders plek in het bestaan, wat is de relatie tot elkaar, hoe verhoudt het zich,

Een mooie manier van omgaan met je omgeving en het kweken van een natuurlijke habitat. Nog een nieuwe bril, nu figuurlijk, voor een nieuwe kijk op de mensheid. We gaan ervoor. De wijde blik.

Uncategorized

Een week om naar uit te kijken

En dan is een week samenzijn achter de rug. De terugreis was lang en warm en ik had moeite met het knikkebolletje in mijn hoofd, dat weg wilde zinken in slaap, door de oneindige weilanden, die voorbij trokken en door het feit dat ik bijrijder was. Als je iets om handen hebt is wakker blijven een peuleschil.

Er was ook dat andere bericht. Een herinnering aan een lieve vrouw, een mooi mens, die een deel van mijn leven met me opgelopen heeft en een ander deel altijd ergens op de achtergrond aanwezig is geweest. Binnen enkele maanden is ze van haar plek hier op aarde afgeblazen, met een snelheid, die het voor achterblijvers nauwelijks te bevatten laat. Ik denk aan haar binnenkring van mensen die haar lief hebben tot in het diepst van hun hart en voel het schrijnen, het gemis. Er was net een kleinkind, er werd versneld getrouwd, om maar een herinnering met haar te kunnen hebben.

Er was een uitvaart en een lifestream, maar geen van beiden kon ik meemaken. In de middag, alleen op mijn bank, hield ik mijn eigen afscheid, met de glansrijke momenten van wat er samen te delen was geweest. Alles telde mee om het onrechtvaaridg te noemen. Te jong, te levenslustig, te fijn mens, te geliefd. Argumenten die niet uitmaken voor een ziekte die zich onverstoorbaar verder vreet. Hoe kwetsbaar we zijn. In de ochtend kocht ik een ringetje. Een sierlijk, klein simpel zilveren sieraad. Het is mijn troost voor het gemis. Een T-ringetje.

Zoonlief heeft al die dagen steeds de planten op het balkon water gegeven en goed voor Pluis gezorgd. In de brievenbus lag de post hoog opgestapeld. Van zeven dagen kranten, brieven, tijdschriften en en de uitnodiging voor de uitvaart. Een hele week lang was er een andere wereld. Een blij en onbekommerd leven vol natuur, zussenliefde en zon. We moeten elkaar vaker laten weten hoe rijk we zijn met elkaar. Nooit eerder is een cliché zo bewaarheid geworden. ‘Het kan zo maar afgelopen zijn’ is wat we altijd, zonder er bij na te denken, zeggen. Natuurlijk is dat zo. Maar hoe heftig als het bewaarheid wordt. Ook al wisten we dat ze ziek was, had ik haar hoop met mijn wens vervlochten en gedacht dat het nog zeker tot september zou duren. Ik had nog wat van haar kostbare tijd willen sprokkelen. Nu blijven een aantal woorden ongezegd. Ik denk ze wel, in de wetenschap, dat als de wereld groter is dan wij kunnen bevatten, ze mijn kleine litanie heeft gehoord.

Ondertussen glijden de foto’s van afgelopen week door het beeld. Het is een feest van herkenning, de zwart/wit foto bij de koeien, de kleine fuut met een poging van pa om haar te voeden, het puttertje op de distels, de pelikanen van dichtbij, de parmantige meeuw op het strand, de haas die het hazenpad nam, de zeehond, de diep donkerbruine Heckrunderen tussen het goudgele Jakobskruiskruid, mazzeltjes pur sang.

Ze vormden een post op zich in de vakantieweek, waarbij het fietsen het hoogtepunt vormde om tot die ontdekkingen te komen. Deze week is omgevlogen. Als zussen doen we het lang niet gek. Van elkaar houden en elkaar in de waarde laten is de formule. De kunst is om te geven en te nemen en je eigen plezier er uithalen, ook al is het niet helemaal wat je voor ogen had. Volgend jaar weer, met nieuwe afspraken die we tegen die tijd allang weer vergeten zijn, zoals ieder jaar. Dan is het, net als nu, genieten geblazen en blijft het een week om naar uit te kijken.

Uncategorized

Zussen, zon en zilte zee is een aanbevelenswaardige combinatie.

De laatste volle vakantiedag besloten we er een fietsdag van te maken. De fietsen waren tot zeven uur van ons en we hadden nog steeds aardig wat uren voor de boeg.

Om half twaalf was het ochtendritueel achter de rug en stonden we gepakt en bezakt voor de laatste keer voor het hek, dat met een’ Sesam open U’ door op het knopje te drukken, open zwaaide, terwijl zuslief het dynasty-hek open had gedaan, dat voor dat eerste hek lag. Telkens als ze met andere zus de twee hekhelften van elkaar trok, klonk er de bekende openingstune van dat ‘glamoureuze’ programma.

Het automatische hek had kuren en kende derhalve een foefje om met de hand open gerold te worden. De buurvrouw die er vlak naast woonde, kwam als een duveltje uit een doosje tussen haar planten vandaan, zodra ze beweging zag en knoopte maar al te graag een uitgebreid praatje aan, om de eenzame dagbeslommeringen van tuinwerk en huishouding te compenseren met wat broodnodige afleiding. Op het laatst van de zeven dagen kregen we het gevoel er voorbij te moeten sluipen. We begrepen haar eenzaamheid wel.

De tocht ging langs een uitgestippelde fietsknopenroute en leverde veel meer mooie wegen en mooie plekjes op dan de opbrengst van ‘op de bonnefooi.’ Reden we eergisteren nog op fietspaden vlak langs of op autowegen, waren er nu fietspaden met gedoogbeleid voor een enkele auto aan de beurt.Er waren bijzondere plaatjes. Tijdens de eerste koffie aan het Grevelingenmeer, zagen we twee zeehonden, waarvan ik er een met het fototoestel kon vastleggen. Ze zwommen betrekkelijk ver weg, dus misschien is het maar een speldenprikje, maar dat is voor straks als ik al die cadeaus ontfutsel aan mijn oude toestelletje.

Daarna liepen twee zussen naar boven, de dijk op, want daar begonnen de slikken, maar wij bleven bij de koeien, echte mestkoeien die naar aller tevredenheid, zich wentelden in onder andere de gierberg die daar lag. Iets verderop konden we met de ondersteunende fietsen de dijk op en zagen die prachtige schorren en slikkenmet eigen ogen, die zozeer de moeite van het bezichtigen waard waren.

O, geef me een palet en ik vul het met die kleuren, onnavolgbaar van schoonheid, het grijsblauw van het water, de gele en roestbruine slikken, de witte pelikanen, de grauwganzen. Eindeloze combinatie van kleur en energie.

Haar in de wind en door. Dan is er een theetuin. Uitstekend om te lunchen onder de lommerrijke bomen in de boomgaard met de tijdloosheid van buiten. Eindeloos geduld kweken en daarna oogsten. En de vriendeiljkheid van het boerenplatteland van Goeree. Nog tot voor kort ons onbekend en nu al onvolprezen. En weer opnieuw een duik in de wuivende halmen, de grazende weiden, de dijken en het goudgele graan. Langs de schorren op smalle paadjes, lastig om fietsers te ontwijken en toeristen corrigeren die de grazende buffels als Spaanse stieren herkenden.

Bij een kroeg met het dorp met de mooiste naam uit de buurt, Melissant, vinden we een onvervalste ‘Ouddorper’, die ons herkende aan onze ‘ Bever’ fietsen. Hij had in het steegje er tegenover gewoond. Aanpassingen en cultuurverschillen in een notendop en lauwe bitterballen. Toch een ervaring rijker. Fietsen ingeleverd en de bonte avond op een schraal wijntje, maar met een vol blik van terugkijken met voldoening ingezet. Zussen, zonnig weer en zilte zee is een aanbevelenswaardige combinatie.

Uncategorized

Geluk met een hoofdletter

Voor de vijfde dag op rij liet het weer zich hier van haar beste kant zien. Hoe was het mogelijk dat midden tussen twee regenweken in, die van de vorige en de beloofde van volgende week, de zon juist deze zeven dagen had uitgekozen om uitbundig te schijnen. Hoe belangrijk het is om gewoon te kunnen doen en gaan en staan zonder de belemmering van dat soort factoren, bleek nu wel. Heerlijke fietstochten, bezoek aan wat bezienswaardigheden, het aandoen van gekke winkels en kringlopen, picknicken op het strand, het kon allemaal.

Het vogelobservatorium Tij van Stellingdam stond voor gisteren op het program. Met de auto, om puf over te houden om in de vroege avond naar het strand te fietsen voor een picknick en een zonsondergang.

Een onooglijke toegang voor iets wat bekend stond als een van de mooiste vogelobservatieposten in het land in de vorm van het ei van de stern. De weg er naar toe was een kronkelig zandpaadje, geplaveid met wilde braam, engelwortel, wilde peen en vlier. De bramen trokken lange stekeligheden door tot boven het pad. Het moest allemaal niet te toegankelijk worden leek het te zeggen. Ook het tij werkte mee. Bij te hoge waterstanden werden laarzen aangeraden bij een bezoek aan de hut. Een trap omhoog leidde naar de uit hout opgebouwde hut, een sacrale, monumentale houten structuur voor de opbouw, twee verdiepingen hoog en op meerdere niveaus observatiepunten.

Er stond een levensgrote telescoop waardoor ik de twee witte lepelaars en daarachter een grote kolonie, tegen het paars van de vegetatie scherp zag afsteken. Vooraan een grote groep ganzen. Aan de zijkant van de hut vlogen zwaluwen in en uit van hun nesten in de zijwand van de rivier. Ook daar een observatiepunt, maar dan moest je van goed huize komen om er een vast te leggen. Het was zeer de moeite waard met dat spectaculaire uitzicht over het Haringvliet en als ik alleen was geweest had ik er uren door kunnen brengen, maar in gezelschap prevaleert altijd de wil van de groep. Dat is waarom we het als zussen zo goed met elkaar tot een mooie vakantie kunnen brengen. Het weggetje terug was al drukker dan heen.

Op naar de kringloop dan maar, waar het geluk in mijn schoot viel door het vinden van een paar gloednieuwe zwarte leren sandalen, die geschikter waren dan de slippers of mijn sneakers. Heerlijk zacht omsloten ze de nog altijd door de zon verbrandde voeten.

We gingen nog eens in Middelharnis kijken of we het oude centrum toch niet konden vinden en gelukkig, anders bleef mijn beeld van een weinig boeiend dorp op mijn netvlies geschreven. Nu zag ik met eigen ogen de kade, waar het bekende gedicht van Ed Hoornik ook over sprak en zag de paal met dit en nog een ander gedicht van hem. Het stond aan de kop van een mooie rustieke oude kade met pittoreske huizen en vol jachten en plezierboten. Daar lunchten we langs het water met een heerlijke verse vissoep om in de stemming van het zilte zout te blijven en vervolgens moe maar voldaan bij thuiskomst even uit te rusten, alvorens we richting strand zouden fietsen.

In die tussentijd kreeg ik een droevig bericht waarover later meer, maar dat tijdens de picknick aan het strand veel gemijmer opleverde. De zon deed haar best gracieuzer dan ooit neer te dalen.

Het werd de meest chaotische traditionele picknick ever, maar wel met voldoening door de prachtige omlijsting en als het je lukt om het geluk van de dag te vangen tussen twee vingers, dan mag je met recht van Geluk met een hoofdletter spreken.

Uncategorized

Regeren is vooruit zien

Het thema voor de dagelijkse outfit werd wat aangepast, omdat het praktisch gezien niet vol te houden was, wilde je comfortabel jezelf kunnen zijn. Dus bedacht zuslief het om een en ander te verkleinen door overeenkomsten te zoeken, in dit geval de aangeklede voeten. Haha.

De dag stond in het teken van de fiets en de pittoreske dorpen Goedereede en Stellendam. Goedereede was een prachtig oud stadje, dat haar oorsprong vond in de Romeinse tijd.

We begonnen, zoals altijd ons neus achterna, in de beroemdste straat, bleek achteraf: De oude ‘Schurenstraat’ met haar authentieke boerenschuren, waar nu een ‘glas en steen’atelier gevestigd was van Ellen Bok. We konden een klein doorkijkje nemen, omdat een van de schuurdeuren openstond. De imposante oude schuren, zwart geteerd en goed onderhouden, vormden een mooi decor samen met de oude huisjes en de bloemenzeeën in de tuinen en tegen de gevels.

Wat een keur aan gevels waren er te vinden. De huizen als oude componenten gebroederlijk tegen elkaar gezakt door de tand des tijds. Een grote wielerploeg stoof ons voorbij, waarbij zuslief droog opmerkte dat daar onze koffiesterkte vergeven was. Nog net was er aan de oude markt een plekje op de hoek te veroveren, naast een piepklein kledingzaak. Alles was piepklein daar in Goedegereede.

We kwamen twee grote spiegels tegen en niets kon ons ervan weerhouden vast te leggen dat we toch echt met z’n vieren waren. Daarna volgde de route naar Stellendam, waar we weer intuinden in het zoeken naar een historische kern van dit relatief jonge stadje. Pas toen we neergestreken waren bij het dorpscafé en de aanblik wat ingesloten leek als de stugge huizenprijzen zelf, had zus het Haringvliet en het restaurant Zoet en Zout op haar telefoon ontdekt. Dat stond ons beter aan. Een verontschuldiging voor de bediening en daar gingen we weer, met doorgestoofde hoofden langs ‘s Heeren wegen en nergens was de uitdrukking zo toepasselijk als op dit kleine eiland.

Alle bermen waren voorzien van wuivende en veelsoortige bloemen, de wijdsheid van de weilanden en de akkers eromheen, de prachtige kleurschakeringen die het opleverde. Het enige nadeel waren de drukke wegen die het land doorkruisten. Vooral bij de rotondes was het goed opletten. Vanuit onze ooghoeken zagen we de kringloop voorbij trekken en het Tij, een vogelobservatiepost aan het Haringvliet, dat spectaculair moest zijn qua architectuur.

We schoven het op voor na de lunch, die uitgebreid en heerlijk was op ons plekje daar aan de vliet. Zuslief ging foto’s maken en na de maaltijd trok ik met zus mee in haar kielzog. Een zwanenparadijs was het beneden ons en allerlei klein grut erom heen. Met haar scherpe ogen had zus een puttertje gesignaleerd en warempel, op de paarse distel zat het dier parmantig en at van wat de distel te bieden had aan rijpe en onrijpe zaden met een onbekommerdheid alsof hij wist, dat de stekelige plant hem grote bescherming bood. De foto komt later, want die is geschoten met de kleinbeeldcamera, om het kleurrijke vogeltje maar zo dicht mogelijk te benaderen.

Ondertussen was het toch te laat geworden voor kringloop en het Tij. Daar rolde al een plan voor de volgende ochtend. Zo vulden de dagen zich vanzelf. Na een pittige weg terug, waarbij ik vergat dat er naast de wind ook nog ongenadige zon op onze hoofden brandde, was de verkoeling van de bos en lommerrijke lanen een verademing. Een van de zussen wilde het dorp in en natuurlijk werd er proviand ingeslagen. Terug naar huis besloot ik me voornamelijk te oriënteren op de omgeving, anders dan de route, die de blikken stemmen in de routeplanners aangaven, anders zouden we het nooit leren om de weg naar huis blindelings te vinden. De eikpunten, al dan niet minder markant, een molen, een mooie bloementuin, een gladiolenveld, een manege, waren gauw gevonden. De stemmen waren als de Sirenen en zorgde voor een ware dwaaltocht door het stadje.

Terug was het bijkomen en even helemaal niets, terwijl de twee. Jongsten nog onderzochten welk strand het meest dichtbij was voor een picknick aan zee in de late avondzon voor de volgende dag. Regeren is vooruitzien.

Uncategorized

Die masseren elkaar wel

Wat een heerlijk uitje werd het, deze bewolkte dag. Met de auto er op uit, al was er geen regen voorspeld. De dag liet zich lenen voor een bezoek aan een stadje. Zoals gewoonlijk was het recept ‘ op de bonnefooi’ en ‘ we zien wel waar het schip strandt’. Ooit, vroeger, leerden we van onze lieve moeder al, dat je dan een heel eind kon komen en je rugzak kon vullen met heel wat totaal niet verwachtte gebeurtenissen. Naadloos ging haar wijze les over in de praktijk. Bij Hellevoetsluis gingen we richting de vesting. De beste keuze die je kon maken op een wat grijze maandag met hier en daar een eigenzinnige zonnestraal.

Daar, bij die vesting bleek een prachtige oude sluis te liggen met uitzicht op de haven en de nieuw gebouwde huizen op de kade met een zonnige Curaçaose uitstraling, door de kleurige huizenrij. Grote, kleine en minijachten in de haven en vooral een paar families fuut. Een ervan zat te broeden op een nest, bij een tweede zat de kleine al op de rug, liet pa een waarschuwend geluid horen en diepte later een glinsterend zilveren visje op, die toen het te groot bleek voor de kleine, moeder eerst naar binnen werkte. Later zou ze het weer teruggeven aan haar kind.

Een haveninham verder liet een vrouw haar oude schnautzer uit in het water en aan het einde lag een klein verwant verloren eilandcafé met gesloten terras, middenin. Daarna waaierde het breed uit in het Haringvliet. Een mooie oude draaibrug verder was een terras opengesteld op de punt met uitzicht over haven en sluis en daar, vanaf de hoge krukken, bleek eerst koffie en daarna lunch een goed idee.

Het carillon speelde boven ons hoofd en elk kwartier en op de hele uren meende ik toch echt te zien dat de klokken daadwerkelijk werden geluid, maar zuslief verschilde van mening. Haar ogen zijn beter dan de mijne en misschien was hier de vader de wens van de gedachte.

Het maakte niet uit, via de andere kade wandelden we terug terwijl het broeierig warm werd. Ineens begreep ik wel, waarom men Siësta hield bij dergelijke gevoelstemperatuur. De benauwdheid vierde hoogtij.

In de auto met de airco aan was het goed te doen. In de middag was de bestemming Middelharnis, omdat daar ooit een kind verdronken was en Ed Hoornik dat zo lyrisch had beschreven. Bovendien bracht het ons terug naar de school waar we allen opgezeten hadden en les hadden gehad van een enthousiaste lerares Nederlands met een grote voorkeur voor poëzie en gedichtenwedstrijden.

We bleven steken in de buurt van de plaatselijke super en zochten niet het echte centrum op. Misschien ook omdat we de kluts kwijt waren dor het feit dat het een tweelingdorp vormde met Sommelsdijk en dat we dat niet wisten. Je reed Sommelsdijk in en kwam in Middelharnis uit. Goed voor luttele ogenblikken zinsbegoocheling.

Een plantage bood basiswinkels en koffie/thee bij de Hema op het terras. Geen spectaculair uitje, maar zoals vaak hadden we genoeg aan elkaar. Thuis zouden we uitzoeken hoe het zat met de twee dorpen. In sommige gevallen is voorkennis handiger.

Bij thuiskomst een lichte noedelsoep van de hand van zuslief en nog een avondwandeling, met recht een blokje om te noemen, in een inmiddels weer verfrissende temperatuur. Het leverde een nieuw te ontdekken natuurgebied op, vlak om de hoek. Dat was voor later om te ontginnen. Terwijl ik op huis aan ging, het hek het af liet weten en de beide zussen het bungalowpark gingen verkennen, kleurde de zon de wereld met rozerode sluiering.

Geen spelletje voor mij, maar gemijmer en verwerking van de dag, zoals altijd en nu toch wel een tikkie vermoeid van de meer dan tienduizend slenterstappen van die dag en alle indrukken. Dan gaat er geen linker-en rechterhersenhelft-stimulerend spel meer in. Die masseren elkaar wel.

Uncategorized

Wie weet wat er opbloeit

Heel vroeg, in deze donkere kamer, was ik al wakker. Nog voor de morgenstond en het eerste kwinkeleren van de vogels een aanvang had genomen. Het plan was om naar zee te gaan, maar eerst het lome wakker worden van iedereen. Dat heerlijke vertragen in de tijd omdat niets moet en niets hoef. Zuslief had het zondagsritueel niet afgeschud en begon met het koken van eitjes. Geen sinaasappelsap, vers geperst, maar een multivitamine en wat sneetjes brood, kwark of muesli. Als je samen bent, krijgt het verzorgen van de inwendige mens een totaal andere invulling.

In de stille morgen had ik de vorige dag overpeinst. In vakantietijd krijgen de uren een verlenging. Of ze duren langer door de traagheid waarmee ze over ons heen kruipen of het geeft een dubbele lading door de betekenis van het genieten, waar je ruimte voor maakt. Terrasjeswerk, waar je normaal in het dagelijks leven aan voorbij zou lopen. Het betekent ook dat de waarde van het kleine uitvergroot wordt. ‘ Wie het kleine niet eert, is het grote niet weert’ lispelde men vroeger, maar nu is de dimensie: ‘Geniet van al dat op je pad komt. Het vormt de belangrijkste basis van het leven’. Zussen, hoe verschillend ook, behoren tot die binnenkring. Ze zijn, met wat de Engelsen zo mooi en poëtisch laten klinken, ‘the inner circle’ naast het gezin.

Hoe het kwam, kwam het, maar de dagen werden opgedeeld in thema’s. Door een toevalligheid hadden we de eerste dag allemaal groen aangehad en kleurde onze dag, vandaag zou het zwart/wit zijn. Na het zondags ontbijt vielen de koeien binnen het thema en moesten we natuurlijk voor zuslief even poseren bij onze zwart/ witte dames, au naturel beantwoordend aan ons thema. Humor op kleine schaal. Het fietsen was heerlijk. We waren op pad gegaan zonder voorbereidingen. Dat bleek wel toen we, voor het eerst in mijn lang-zal-ze-leven, een strandstoel met windscherm gingen huren om de dag daadwerkelijk op het strand door te brengen.

Het boek zat in de tas, het schetsboekje en de pennetjes in de aanslag en het badpak tussen de meegebrachte spullen. Ervaren hoe het is om een dag niets te doen, luieren op een strandstoel, eindeloze telefoongesprekken van de achterbuurman aan te mogen horen, kinderen, van onwaarschijnlijk klein formaat, vliegers zien besturen, uitgelaten vriendengroepen neer te zien strijken, het ritueel van zonnebrand smeren eindeloos herhalend. Uiteindelijk was de conclusie, dat strand in welke vorm dan ook, voor mij en de anderen, alleen maar zin had als strandwandeling, kop leeg laten waaien, struinen door de duinen, foto’s schieten. Voor alles een eerste keer. Dit was uitgeprobeerd en kon in de la met herinneringen.

Twee minieme tekeningetjes van een oud stel, ver weg, om ze niet te blameren met hun onverwachte pose. Een kind met schepje en een beginnend zandkasteel, dat misschien wel slechts een heuvel zou blijven. Het plezier van het jongetje. Gaandeweg werd het drukker. Vanuit een strandtent, een werkkeet, waar een rond gat in was gezaagd, verkocht men broodjes worst en toen zuslief en ik het oververhitte zand hadden getrotseerd met onze voetjes, bleek dat de broodjes nog bevroren waren en de vrouw een beetje hulpeloos de situatie niet meer helemaal overzag. Op een smoezelige deken in de kraam aan de overkant lag een hushpuppy en keek alsof haar leven een vat van ellende was met al die worstenresten, waar ze ongetwijfeld mee gevoerd werd, getuige haar omvang. Wij liepen onverrichter zaken terug, maar onze Benjamin had de zinnen gezet op zo’n broodje en liet zich niet kennen. Ze kwamen terug met drie exemplaren en wat fris in blik. Een hap was voor mij meer dan voldoende. Heerlijke fietstocht volgde, toen we doorgesudderd en wel aan de terugweg begonnen. Vinkje van de dag: ‘Met elektrische fiets kan ik de hemel bestormen als ze achter het hoge duin ligt’.

Op de een of andere manier kwamen we op een autoweg terecht, waar we eigenlijk niet mochten fietsen, maar ja, er fietste al een mevrouw en als er een schaap over de Dam is, volgden er meer. Met de onverschrokkenheid van vier opstandige pubers trapten we door, tot we, toch enigszins opgelucht, adem konden halen op een kleine toegangsweg naar het dorp. Gered. Hoe ouder, hoe gekker en niemand had gelukkig waarschuwend getoeterd.

Thuis een pitstop en met de auto naar het Grevelingenmeer, waarbij we ineens in Zeeland aan de kant van Renesse terecht kwamen en toch weer rechtsomkeer maakten. Wat een enorme drukte daar. Bij de punt in het grote restaurant was de bediening niet bestand tegen de grote aanloop van die eerste zonnige dagen en liepen er zelfs klanten weg door het eindeloze wachten en de smetten op het serveerblazoen.

De tweede ervaring rijker. Ik mijmerde de natuur bij elkaar die door het grote resort veranderd was in een groot pretpark van jacht-, sup-bungalow-en snorkelvermaak.

Thuis had zuslief de sproeier aan de praat gekregen en sproeiden we de opmerkelijke zorgvuldig aangelegde borders van de grote tuin rondom ons huis, een weldadige verkoeling voor mijn, door oververhitting en vermoeidheid, verbrandde voeten. Morgen gaan we op de bloementoer. Wie weet wat er opbloeit.

Uncategorized

Dit televisieloze rijk.

Dat er gelegenheid zou zijn om mijn solitaire ochtendroutine te mogen volgen was een zegen. Het huis was afgestemd op zes personen. Twee zussen deelden altijd hun vakantieweek met elkaar op een kamer en nu konden zuslief en ik ieder een eigen kamer krijgen. Dat was heerlijk voor mijn rusteloze slaapuurtjes, die soms een deel van de nacht gevoed werden met schrijven en lezen, al naar gelang dromenland onderbroken werd.

De ochtend begon traag. Ontbijt rond een uur of half tien buiten, na het verslepen van de plastic stapelstoelen en tafel naar het terras, waar we de ochtendzon ruim konden verwelkomen. Biologische yoghurt, bessen, frambozen en bramen kleurden samen met de muesli het plaatje. In mijn bakje zaten medicijnen als aanvulling van het ontbijt. De vroege ochtend had ik doorgebracht met het kijken naar en reportage in close-up van de AVRO-tros over Yan Pei Ming, kunstenaar van groot formaat in overdrachtelijke zin.

Met verbazing aanschouwde ik zijn manier van werken met, wat de reporter bezemstelen noemde en dat hij corrigeerde in ‘penselen’. Hij bond ze aan grote stokken en juist door de afstand die het opleverde met zijn te schilderen object, was het invoelbaar. Zijn portretten naast die van Courbet, een inspiratiebron, waren prachtig. De kunstenaar zelf zat in een oude versleten leren fauteuil tegenover het doek om te observeren en achter de rook van een grote sigaar keurde het jongenshoofd met de pretogen in het verouderde gezicht de vorderingen. Hoe iemand oud kan worden en zijn jeugd bewaren. Prachtig om te zien. Vooral als het om iets ging wat hem het meest raakte, zoals de dood van zijn moeder en het enorme doek met de hoeveelheid mensen rond haar begrafenis, plooide het gezicht zich open. Een groots meesterwerk, letterlijk en figuurlijk.

Na de lunch en het douchen in formatie, gingen we de fietsen lopend ophalen. De bermen waren bezaaid met klaprozen en zandblauwtjes en oogden lieflijk evenals de tuinen waar we langs kwamen en die een overvloed aan zomerbloeiers droegen. Minder was het verkeer dat over de smalle weg moest en ons met regelmaat noopte, de berm op te zoeken. Bij de fietsenverhuur stond een lange rij. Twee zussen in de rij, wij op een bankje om met verbazing te kijken naar de verhuur en instructies van de elektrische loopsteps en scootertjes, fietsen met extra tandemkinderfiets, baboo en strandbrommers. Van sommige zag je al aan de angst in de ogen dat ze het nooit onder de knie zouden krijgen. Zolang het apparaat heerst over jou, wordt het doorgronden moeilijker en staat totale overgave in de weg.

Goeree- Overflakkee, wat ben je mooi en meer Zeeuws dan ik ooit had kunnen vermoeden. De fietsen hadden een schakeling die zonder de vertrouwde nummering ging. Je moest draaien aan een rubber ring bij het handvat. Bij zwaar werk lichter en bij licht werk zwaarder. Het was even wennen.

Een heerlijke lunch in de theetuin bij Ouddorp midden in de boomgaard, paarden langszij en een veld bloeiend jakobskruiskruid, kan ‘het zomerse dan zomers‘ in variatie op een thema. Daarna de dijk op, die al aanlokkelijk had liggen lonken in de zon, met kleine fietsfiguurtjes tegen de blauwe lucht.

Na de lunch ging het fietsen moeizamer, de dijk zwoegend zelfs, na het haventje. Nu pas bedenk ik me dat de ondersteuning misschien losgeschoten was door de kinderkopjes daar, waar de wielen bibberend op afsprongen. Het bleek aan het eind van de dijk, toen zuslief me vroeg van fiets te ruilen om een en ander te checken, dat ik de dijk geheel op eigen kracht zonder ondersteuning had gereden en derhalve wel had volbracht. Een mijlpaal bij een deceptie bracht de boel dus weer in balans.

Ziezo, nog niet aan de elektrische rolstoel waar zuslief bang voor was geweest, een hele dijk lang. In Ouddorp was het zaterdagsdrukte en gingen we winkel in, winkel uit de laatste vergeten benodigdheden halen, alsmede een jurk en een bloes voor zus en in een wonderlijke marskramerswinkel annex tweedehandswinkel een zwarte jurk van het merk ‘Il Est ou le soleil’ voor mij. Een vraag die we ruimschoots konden beantwoorden. De juiste shampoo, ogenwater, deo’s, boodschappen en een omweg om het dorp te verkennen.

Thuis een eenvoudig maal, gehannes met de sproei-installatie voor de gigantische tuin om het complex heen en weergekeerde avondrust. De wereld is verder weg dan ooit in dit televisieloze rijk.

Uncategorized

En dan kan het feest beginnen

Een tas en nog een klein tasje voor de opladers en ander klein spul. Dat was de buit van goed overdenken wat aan te zullen trekken voor een hele week. Zuslief appte dat ze veel te veel bij zich had, maar nog door een tweede schifting heen moest. Ik merkte op dat er maar zeven dagen in een week zaten. Andere zus appte terug: maar drie keer omkleedmomenten per dag, haha.

Zuslief was verbaasd over de bescheiden bagage. Twee koffers aan de kant geschoven, tas toch even op de achterbank en naar de laatste zus, die vermoedelijk niet zou volstaan met een weekendtas. En inderdaad, tasje zus, tasje zo, grote koffer en nog een tas met sportkleding voor het rondje hard lopen. Passen en meten en alles zat, de zussen achterin wat klem, maar dat mocht de pret niet drukken. De eerste stop was een lunch aan de Reeuwijkse plassen, waar we een heerlijke vegetarische schotel hadden, Alles wat los kon, servetten, placemats, lege glazen en losse haren waaiden ons om de oren

Ik ga het voor het eerst alles alleen met de IPad doen. Schrijven, filmpje kijken, mailverkeer regelen. Moet te doen zijn. De weg naar het dorp toe was lang. Rotterdam omzeilen zat niet in de mogelijkheden en daar was het vrijdagavondspits, dus topdrukte. Het duurde lang eer het industriële beeld plaats maakte voor weelderige en uitgestrekte groentinten. Het was opeens een zeker weten, dat hoe imposant de havens van Rotterdam er ook bij lagen, mijn hart daar niet lag. Het lied van lang geleden kwam voorbij. Ik neuriede ‘ ik doe een Euromoord voor jou’ en zocht de rest van de tekst erbij. ‘

‘Want als ik jou zie, denk ik jee jee jee jee jee, je bent veel mooier dan de hele EEG, dit vind je enkel aan de Europoort, je bent een eurovrouw, ik doe een euromoord voor jou’. En nu zit ik dus al een etmaal met dit lied in het hoofd en krijg het er voorlopig niet meer uit. Het geeft niets, want Jaap Fischer was mijn grote held in de kleinkunst en ik hebt nooit begrepen, waarom hij zijn, door mij geliefde liedjes, later zo verguisd heeft. Zal hij weten, hoeveel pubers zich hebben opgetrokken aan zijn kritische teksten.

Uitzicht

De lange tweebaansweg naar het dorp toe, was het afzien waard. Bij de plaatselijke super maakten we een pitstop voor de eerste boodschappen. We waren in toeristenoord, dat was wel duidelijk. Overal de Duitse nummerplaten. Ik bleef in de auto, om op de spullen te passen. Door het open raam waaide het schreien van een kind binnen. Zo hartverscheurend, dat ik mijn waakplaats verliet om te kijken of er niet een of andere onverlaat een baby in de auto zou hebben achtergelaten. In een bestelbus waren twee ouders uit alle macht bezig om het kind te kalmeren en te sussen. De wanhoop van jonge ouders was invoelbaar. Het was drukkend warm geworden. Op het parkeerterrein waren de mensen in vakantiestemming. Hoedjes, hawaiprint en groepjes jongeren bezig aan een pitstop, gezien hun voetbaloutfit. Pilsje erbij, ins freie hinein.

Een smalle weg, nauwelijks geschikt voor twee auto’s vergde stuurkunst van zus en met een omweggetje, die ons al een blik toonde op de glooiende duinen met verschillende antenne-achtige objecten, kwamen we op de plaats van bestemming aan. Het hek was met geen mogelijkheid met de hand te bedienen, ook al zei de vrouw die we moesten bellen van wel. Ze zou er voor zorgen dat het geregeld werd en opeens gleed het hek knarsend aan de kant. Eureka,

Huisinspectie, kamer indeling, het was allemaal binnen no time geregeld. We waren er klaar voor. Onderweg hadden we de fietsenverhuurder al gespot. Die gaan we vandaag al wandelend ophalen en dan kan het feest beginnen.