Het brood was, ondanks mijn verkeerde benadering van de starter, toch goed gerezen, ik schreef per ongeluk ‘genezen’. Een prachtige Babylonische verspreking en een waarheid als een koe, in dit geval. Alles stond in het teken van ‘de eerste keer’. Eerste keer een zuurdesem-starter maken, de eerste keer een zuurdesembrood bakken en de eerste keer onze nieuwe oven in gebruik nemen. Gelijk full speed op 250 graden. Help, als ie maar niet in de fik vliegt. Er spoken natuurlijk allerlei beelden door het hoofd.
De pan met gezeefd en uitgelekt seringen-water gaat in een pan met een kilootje suiker en dat breng ik langzaam aan de kook. Ondertussen is het brood klaar. Vol verwachting hadden we de capriolen in de oven gade geslagen, maar het zag er hoopvol uit. Iet of wat harde korst, maar de smaak was, volgens Lief, heerlijk. Voor de seringen-siroop stonden de flessen klaar. Het geheel was goed voor anderhalve liter en een beetje. De flessen gingen op hun kop om af te koelen en daarna de koelkast in.
Temidden van deze huisvlijt kwam vriendlief langs om de muur nu te sauzen. Hij kon met eigen ogen zien hoe we genoten van zijn werk. Al met al was hij binnen een drie kwartier weer weg en de muur was opnieuw een eenheid. Weg waren de littekens van de oude afzuigkap. Nu alleen nog de gaspijp weg en de plank erboven en dan is de klus werkelijk helemaal geklaard.
Ik doe de boodschappen in Szigetvar in mijn eentje, dan kan Lief de composthoop uitgraven voor een deel. Het is goede compost, maar het moet voorzichtig gebeuren, om de levende have links rust te gunnen. Daar zitten de slangen en de grote hagedissen, doorgaans prachtige exemplaren, waarvan ik alleen de esculaapslang heb waargenomen.
Het is doodstil in de winkel, ik kan zelfs in een keer doorlopen naar de kassa, ongekend voor een zaterdag, een cadeautje dus. Veel Nederlanders. Die herken je direct. Gewapend met volkoren meel voor de nieuwe starter, aluminium folie en bakpapier op huis aan, waar een glas seringensiroop wacht. Ze doorstaat de test glansrijk. Het is heerlijk. Zelfs ik proef een zweempje, of is dat de wens van de gedachte. In ieder geval proef ik het zoete van de suiker. Haha.

In mijn hoofd waren er nog zeeën van tijd, maar dat bleek niet te kloppen. Een klein rondje tuin dan maar. Wat is de wikke mooi en rijk als ze zo bij elkaar staan in een klein veldje. De twee sieruien pellen hun rokken al voorzichtig open. De kievitsbloemen hebben mooie zaaddozen gemaakt. Ik heb ze niet in bloei gezien. Ik maak de kleine sieruien vrij van de wilde kervel, die daar tussen staat. De kamille ziet haar kans schoon en trekt een sprintje rondom de Hibiscus. Ook de herfstasters hebben aardig terrein gewonnen. Het gezaaide goed aan veldbloemen komt allemaal op. We zijn benieuwd wat daaruit voortvloeit.
Voor de inwendige mens besluiten we de Tepan Yaki uit te gaan proberen. Het racletten is niets voor ons, maar dit is wellicht goed te gebruiken als vervanger van de rokende barbecue. We hebben vega worst, aubergine, courgette, aardappels in schijfjes, knoflook en ui, een rondje ‘dwars door de koelkast’. Het werkt altijd. De plaat is super. Snel warm en ruim. Er kan best veel op. Daarna is de afgekoelde plaat met keukenpapier zo weer schoon. Goed om te weten bij de te verwachten grotere gezelschappen. De racletten zijn voor de ‘weggeefdoos’ naast de vuilnisbak.
“S avonds kijk ik de Voice terug en ben enorm geraakt door het lied van Rufus Wainwright, een van mijn oude liefdes en een tikje in de vergetelheid geraakt. ‘Going to a town’ is de titel. De tekst is veelzeggend en aangrijpend. De vertolker is Thijs en die is hevig aangedaan na zijn prachtige uitvoering. Als we Rufus zelf daarna luisteren, komen de woorden nog meer binnen. Hij bezingt het ‘Amerika-moe’ zijn op zijn geheel eigen wijze.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.