Uncategorized

Filia, mijn Filia

Facebook reikte een gouden herinnering aan. Het was de trouwdag van mijn tweede dochter met mijn extra zoon, die ik met liefde omarmde toen hij in de familie kwam, één van ons, dat zijn ze allemaal trouwens. Zij, waar geen goede namen voor zijn om aan te duiden dat ze me lief zijn als mijn eigen kinderen. Bonus, Plus, het klinkt toch alsof er een blik supermarkten is opengetrokken. Stief is helemaal uit den boze. Je hoeft maar aan die gemene hooghartige stiefmoeder van Sneeuwwitje te denken en het lot van iets dat stief heet, is beschoren.

Ze had een prachtige jurk uitgezocht samen met vriendin en mij. Eigenlijk heb je altijd al iets voor ogen, maar op de bewuste dag was het moeilijk kiezen, totdat vriendin zei: ‘Doe eens gek en kies er een die je niet op je netvlies hebt. Een die je nooit zelf zou kiezen’. Het werd een grote wolk tule met zwarte uitwaaierende bloemen erop geborduurd. Ze trok het aan met veel kunst en vliegwerk en het kostje was gekocht. Prachtig omsloot het haar ranke lijf en wij allen, tot en met de vrouwen van de winkel aan toe, waren betoverd. Zouden bruidsjurken ook hun eigen modellen stiekem al kiezen en zo gaan hangen dat je er bijna over struikelt als je er langs kwam zodat je er vanzelf voor vallen zou.

Dat vind ik op zichzelf een grappig idee, al die kirrende bruidsjurken bij elkaar die middels het zachte ruisen vertellen wat ze van al die langslopende toekomstige bruiden denken. Zo’n heel eigen leven daar diep van binnen. ik voel een verhaal aankomen.

Mijn trouwjurk was een heerlijke Indiajurk, waarvan het bovenlijf al een beetje strak begon te zitten om dat zwangere lijf. Rood met grote bloemen op bovenlijf, en bloemstroken rond mouwen en rok. Haren los in de wind, aan mijn lijf geen polonaise, en India teenslippers. Mijn toekomstige echtgenoot had een jasje aan van een oud Perzisch tapijt, daaronder een geblokt houthakkershemd, sleutels in zijn oren, lang haar en een woeste baard. Slechts een huisgenoot en vriendin was erbij en verder niemand, want we trouwden op Terschelling. De ambtenaar was zielsgelukkig dat hij niet formeel gekleed hoefde te gaan en de hele ceremonie duurde een kwartiertje. Twee ambtenaren waren getuige. Het was gratis en voor niks. Het ringetje, nog snel even bij een plaatselijke drogist gekocht, vergaten we om te schuiven. Op de terugweg naar het huisje krijsten de meeuwen hun bruidslied voor ons en waaide de wind op stormkracht alle verdere muizenissen uit de hoofden. Het leven was prachtig en diep van binnen verscholen in haar warme wiegende holletje klopte het kleine hartje voort. Trouwdatum 17 april, geboortedatum 17 mei. Laat dat maar aan het toeval, dat geen toeval kan zijn, over.

Het houthakkershemd

De bruiloft van dochter en haar lieverd was zo mooi, omdat we met elkaar lopend van het stadhuis, door de ons zo vertrouwde en geliefde oude binnenstad mochten lopen, het bruidspaar voorop en de hele stoet erachter aan, na eerst een tocht met twee grote sloepen de singels rond. En waar is het mooier foto’s maken dan in de pandhof van Sinte Marie. Wat fijn om de dag te beginnen door weer even daar te zijn.

Ondertussen speur ik nog steeds naarstig naar wat in liefde gegeven is: Storge, zoiets als: genegenheid, In Romeinen 12:10 φιλόστοργοι, philostorgoi, daar te vertalen met de koesterende liefde zoals van een moeder voor haar kind. Filia is het andere begrip: beminnen, liefhebben, vriendschap”; φιλέω “liefhebben, beminnen, kussen, vriendschap de liefde als broeders en zusters onderling.

Daar klinkt al het gevoel in door. Even wennen aan het woord, de diepte ervan proeven en daarna geloof ik dat dit een prachtige betekenisvolle aanvulling is, net als de schoonzonen en schoondochters en lieve nieuwe kleinkinderen zelf. Filia, mijn Filia.

Uncategorized

Een hart vol liefde

Alles in de stroomversnelling om vooral maar vroeg naar de tuin te kunnen. Ondanks de dreigende luchten voorspelde de buienradar droog met hier en daar een drupje. Er was nog een hoop werk te doen, voor zoonlief met zijn nieuwe liefde op bezoek zou komen.

Voor de bevrijding

Ik had er zin in. Eerst maaien, want met een glad geschoren gazon zag het er al weer veel netter uit. Twee borders nog te gaan om van grassen te ontdoen. Bovendien was het perzikkruid aan het eind van haar latijn, net als de dagkoekoeksbloemen. Van de oude had ik het kleefkruid geërfd, dat zich overal doorheen vlocht met een hardnekkige vasthoudendheid en de rozen en de brandnetels in een liefdevolle wurggreep omstrengeld hield.

Kruiwagen in de aanslag en los gaan was het devies. Wel het wiedkrukje met de handgrepen bij de hand voor als de rug zou protesteren. Trek, ruk, trek, ruk en dat alles onder het spreeuwengeschetter uit de naburige tuin, waar een jonge bonte specht het voederritueel kwam verstoren. De matkopmees kwam, om de drukte te ontvluchten, nieuwsgierig bij mij kijken en had zich in de appelboom verstopt, vanwaar ze met een scheef koppie de verrichtingen gadesloeg.

Alsof het groeisel door had dat er grote schoonmaak werd gehouden, richtten ze fier de kopjes op. ‘Wij zijn er wel, zoals je ziet, maar je zag ons niet’, lispelden en ritselden hun bladeren. Rode roos vormde dankbaar een nieuwe coulisse achterin samen met de uitbundige roze. De vrouwenmantel spreidde haar pandjes breed uit nu kleefkracht niet langer om haar heen woelde.

Op de plek van het perzikkruid en de dagkoekoeksbloem strooide ik lavameel en vlinderbloemenzaad. Het zou de volgende dagen toch regelmatig regenen, bij uitstek geschikt om te laten ontkiemen. Bij het uitpuffen schoot woelmuis onder de Bernagie. Ziezo, de laatste wilgentakken gesnoeid en verwerkt en tijd voor de gezelligheid. Tot mijn verbazing kwamen in het kielzog van zoonlief en vriendin, de beide dochters met hun gezinnen erachteraan. Vol huis.

Terwijl de klein Dribbel in het atelier op ontdekkingstocht ging, kwamen de meegebrachte lekkernijen op tafel. Turks brood, olijven, kaas, zelfgemaakte pompoenspread, worst, wraps door zoonlief eigenhandig in elkaar geknutseld, tomaat, komkommer en sla. Plat water en prik, rosé, witte wijn om de dorst te lessen. Maar het allereerste wat we deden was elkaar in de armen sluiten en lang en stevig vast houden om anderhalf jaar ruim te overbruggen, dat in liefdevolle, maar eenzame einzelgangerigheid was verstreken. De oudste dochter en beide schoonzonen vertrokken halverwege met de kinderen, de uittocht van een ware kinderkaravaan. We kregen het over kinderen van een partner, hoe noem je die. Bonuskind vond zoonlief maar niets, dat deed hem aan de Grootgruttersbonuskaart denken. Maar hoe dan. Je wil laten weten dat ze liefdevol opgenomen worden in de familie en dat verwoorden in taal. Bonus schrappen we dus, maar ik ga een woord verzinnen waarbij de vlag de lading dekt.

Ziezo, de dag, wat zeg ik, dit nieuwe tijdperk kon al niet meer stuk. Twee zonen met aanhang misten nog, maar we wilden snel een dag met elkaar plannen, naar zee of Amelisweerd, of waar dan ook. Als we maar samen waren. Moeilijker om te plannen, terwijl deze spontane actie zo snel tot stand kwam, maar daar valt vast een mouw aan te passen.

Zoveel mensen tegelijk was weer even wennen, maar tegelijkertijd ook iets om je heel rijk en dankbaar bij te voelen. Rond vijven vielen de eerste grote dikke zomerdruppels en dat was het teken om de boel in te pakken, alles wat stof was, in de hut te leggen en de rest zoveel mogelijk mee te nemen. Zoon speelde pakezel en sjouwde de wilgentakken en de zware koeltas mee. Iedereen droeg wat. Vooraan was er een bedrijvigheid onder de tuinders en werd er nog een heel verhaal opgestoken over versleten knieën en opnames, die maar uitgesteld werden, afgestoken in een heerlijke Turkse beeldspraak.

Een voldaan gevoel vulde de kleine blauwe prins op de weg terug, een hoofd vol beelden en een hart vol liefde.

Uncategorized

Hoe mooi en fijn dat kleine kan zijn

Er werd hard gewerkt bij de grote schuur vooraan op het tuinencomplex. Men was met ongeveer zes mensen bezig de boel leeg te halen, de container was voor het grootste gedeelte voor de bosmaaiers en de traktor en de kleine spullen uit de schuur werden in een schap gestald die mijn achterbuurman met verve van het oude hout in elkaar had getimmerd. Vooral de groepsbinding, die dergelijke klussen opleverden waren van groot belang. Het verwarmt om iedereen zo eensluidend bezig te zien.

Op de tuin waren er nog een paar noeste werkers. De mollen hadden in hun beleving vrij spel en groeven dat het een lieve lust was. Ik hou van mollen en kan er niet toe komen om ze van het erf te verdrijven, al doen hun molshopen een inbreuk op het toch al onder de droogte lijdende, grastapijt. Ik hoop altijd weer dat de natuur zichzelf regelt. Wie weet. Groeizin was alom aanwezig. Met name de grassen gedijden uitstekend en alles wat wilg was schoot omhoog. De achterbuuf gaf raadzaam advies voor de oude onwillige peer, die maar niet uit haar kluiten wilde schieten. Snoeien hier en daar en wat lavameel aan de voet was het advies. Straks als ik de tuin heb afgegrazen en het volop ruimte biedt aan de bloeiers, zal ik met het lavameel de rest bemesten. Goede voeding aan mineralen voor onze zurige en zompige veengrond.

Mollenparadijs

Bij de buuf kletsten we bij met een klein glaasje Pinot blanc en wisselden tips uit voor fiets en wandeltochten, die we beiden graag maken. Ik met de zussen en zij met haar man. We sneden het onderwerp stalken aan naar aanleiding van de documentaire ‘Jij bent van mij’ die we beiden hadden gezien. Helaas heb ik ooit, nu 25 jaar geleden, aan den lijve ondervonden wat dat met een mens kan doen. De angst om het onverwachte werkt verlammend. Bij elke stap die je zet, registreer je in een oogwenk de omgeving, bij elke handeling die je doet, buiten de veiligheid van je huis, wordt dubbel gecheckt en dan nog wordt je erdoor overvallen. Duisternis is onbetrouwbaar, alle lichten gaan aan, ramen afgeschermd, maar het allerergste is dat je voortdurend op je hoede bent. Zelfs de slaap wordt lichter. Elk geluid werkt als een alarm. Bij mij duurde het een aantal maanden, waarna het veilig werd omdat de betreffende persoon werd vastgezet, maar bij Harry Sacksioni duurde het veertig jaar. Niet voor te stellen. Tevens een voorbeeld hoe een gebeurtenis je tot wanhoop en een eventuele wanhoopsdaad kan drijven. Met verbazing heb ik ook gekeken naar de man die zijn exvriendin had gedood en in de rechtbank zelf de vermoorde onschuld speelde. Niet eens speelde. Hij zat volkomen in zijn eigen narcistische bubbel en geloofde er zelf in. Ik kreeg de tip door van een boek, dat ik nog even geheim hou, omdt het als een cadeau gaat dienen, maar later meer hierover. Beloofd is beloofd.

Zo mijmerden we voort over onze inspiratiebronnen, terwijl de zwartkop en de pimpelmezen diefje met verlos speelden in de kersenboom, een vrouwtjesmerel aan een lange pier trok en de spreeuwen naarstig overvlogen naar de tuin van de oude, waar ze vogelzaad wisten. Vandaag ga ik verder met het grote grasproject. Kruiwagen ernaast en trekken maar. Zo vond ik de prachtige iris in volle glorie terug en de kamperfoelie met de grote clematis, die dankzij dat zelfde groeizame weer in grote getale tot wasdom komen. Op de terugweg deinden de gele plompen, overtuigend bewijs, hoe mooi en fijn dat kleine kan zijn

Uncategorized

Waar dit fijnzinnig venijn om vraagt

Spelen met de app Procreate is zo leuk om te doen. Ik heb er wel een aantal filminstructies van Youtube bij nodig, maar door het spelen, groeide er een nieuw idee voor een schilderij. De eerste sinds lange tijd. Het schept verwachtingen.

Gisteren al vroeg op pad om naar de opticien te gaan. Vriendinlief ontving me opnieuw allerhartelijkst. De druppels hadden geholpen, maar door observatie had ik ontdekt dat het rechter oog wat meedraaiende zwarte vlekken kende. Floaters vermoedelijk, wist ze, maar om het zekere voor het onzekere te nemen staat er een nieuwe afspraak voor de optimetrist.

Floaters heten in het Frans ‘Mouches Volantes’, vliegende vliegen. De associatie met het woord floating doet me denken aan drijvende wolken, wat de kwaal al verzacht. Niets is zo mooi dan een nieuwe werkelijkheid te ontdekken in zo’n zachte witte romige wolk. Als kind op je rug in het gras liggen, de handen onder het hoofd gevouwen en uren turen naar wat zich daarboven aan een sprookjeswereld afspeelde. Grote dombo’s kwamen langs of luie katers, oude trollen en woeste krokodillen. Toveren zonder een toverstaf, sprookjesboeken zonder letters en verhalen vol fantasie schoven voorbij. Zelfs nu nog is er niets fijners dan tegen een hemelsblauwe achtergrond die snelle of vertraagde amorfe wisselingen gade te slaan. Maar de floaters in mijn oog zijn mijn eigen amorfe wisselingen, de rafels van mijn fantasie, .

Net als Tinnitus kan je er veel of weinig last van hebben. Het ligt er maar aan of je in staat bent het voor het grootste deel te negeren. De grote geestelijke verdwijntruc. Het is er wel, maar het is er niet. Met het oorsuizen ben ik meester geworden in het negeren. Het zijn ouderdomskwalen en die heten in het Frans weer Maladies de la Vieillesse, wat poetischer klinkt. Bijturven op de tijdsbalk. Met het zicht op zich was niets mis. Dit onderzoek afwachten en dan een nieuwe bril. Zo leuk om er weer een uit te kunnen zoeken.

Vanmorgen stuurde de VPRO wat tips voor nieuwe films door, waaronder de animatiefilm ‘Josep’. Een animatiefilm over de Spanjaarden die op de vlucht waren voor het Franco-regime in 1939 en in Frankrijk in kampen werden geplaatst. Onder hen was een tekenaar, Josep Bartolli, die die vlucht aan den lijve had ondervonden en vastgelegd op beeld. Een bijzonder en getalenteerd man. Hij bleek bij het natrekken van zijn doopceel, nog drie jaar lang in 1946 liefdesbrieven te hebben uitgewisseld met Frida Kahlo in 1946.

Ooit zag ik de film ‘Louise en Hiver’. Volledig ondersteboven door het beeld van het ouder worden, vergeetachtig zijn en herinneringen dromen en herbeleven, verpakt in lieflijke beelden en sfeervolle muziek, met een prachtige doorleefde stem eronder, hoop ik op eenzelfde beleving bij deze Josep.

Het wachten is op de bui, die beloofd is. Zeer plaatselijk heeft ze zich overmoedig uitgestort, maar met smart smeken hier de planten op een gelijdelijke verdeling, zodat niet alle nieuw verworven bloemknoppen in een keer naar de ratsmodee geholpen gaan worden of worden verpletterd door hagelstenen als duiveneieren. Hier in de regio belooft de app vannacht pas zwaar weer. Dat zou betekenen dat ik vandaag naar de tuin kan. Gisteren noopte de luchtvochtigheidsgraad tot binnen blijven.

Ineke Riem met haar nieuwe gedichtenbundel Fantasii laat een gedicht op Youtube horen dat Yin heet. Ze begint aanvankelijk kabbelend en heeft het over mijmeren, gewoon zijn, geen hoogdravendheid, geen poses maar ze eindigt het gedicht met haar niet mis te verstane kritiek en de rehabilitatie van de vrouw op schuurpapier. De aanschaf van deze gedichtenbundel, dat is waar dit fijnzinnig venijn om vraagt.

Fantasii

Uncategorized

Iets om trots op te zijn

Door de eerste buien heen geslapen. De vraag bleef hangen of dat al dan niet met onweer gepaard was gegaan. Het had in ieder geval de slaap niet verstoord of aan de poorten van de droom getrokken. Daarin was ik in het oude buurtje van mijn jeugd. De winkels waren er nog, maar verkochten allemaal wat anders of niets meer en dienden dan slechts als opslagplaats, zoals dat het geval was bij de sigarenboer op de hoek, waar ik de shag voor mijn vader moest kopen.

Het te warme weer werkte verlammend, maar nu voelde het heerlijk aan en je rook de regen. Gisteren toen ik op zus aan het wachten was, vlogen de gierzwaluwen laag over. Ze scheerden op hun gebruikelijke manier als nijvere bijen door de lucht. Laag, omdat daar de insekten zaten. Het leek een spel, tikkertje in de lucht, maar het was hun natuurlijke modus. Ongetwijfeld kon je het gieren horen, maar het geluid werd weggestreept tegen de tinnitus in mijn dove oren.

Bij zoonlief werden de tuinstoelen en de parasol vol vreugde ontvangen en trok de kleine alle aandacht van de drie oma’s naar zich toe. Glaasje water, alles uitproberen en opzetten en tevreden met het resultaat van wonderwel een eenheid en dat op de bonnefooi.

In de Tijdgeest van 5 juni staat een artikel over trots en over het dilemma dat de schrijfster Jacqueline Kuijpers ermee heeft. ‘Het ongemak dat trots heet‘ staat er als kop boven. Ze is opgegroeid in Zeeland en de woorden van haar grootvader zijn haar moeder en haar met de paplepel ingegoten. ‘IJdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid’, orakelde hij met de bijbel in de hand. Trots beschouwd als ondeugd, volgens David Hume, een Schotse filosoof. De schrijfster roemt de houding van de Amerikanen, die ieder compliment als een cadeau uitpakken. Vermoedelijk strooien ze ook makkelijker met complimenten. Vroeger was trots vooral iets wat je op je eigen prestaties kon zijn, maar nu kan je trots zijn op iedereen, door de vlucht die de media genomen heeft. Op Facebook en Twitter wemelt het van de opgeheven duimen, hartjes en het applaus. In de psychologie schijnt er een term voor te zijn: ‘Basking in reflected glorie’. Je koesteren in de reflectie. Aan het eind van het artikel: komt de vraag waar of de lezer trots op is en dat zet aan het denken.

Op de kinderen, vanaf dag één en op alle kinderen even trots. Omdat ze hun weg hebben gevonden, ondanks de moeilijke omstandigheden en liefdevol en doortastend zijn. Empathie en geëngageerd zijn zit ook in de familiekoker. Als je op jonge leeftijd al flinke tegenslagen heb moeten incasseren, dan verandert de wijze waarop je tegen de wereld aankijkt, maar ik begrijp ook heel goed dat het dubbeltje een andere kant op had kunnen rollen. Het is vooral dat ze elkaar niet hebben losgelaten en voor elkaar zijn blijven zorgen, waardoor we staan, waar we nu staan. Op die bereikte sterkte en de eenheid ben ik trots.

Wat moeilijker is mijn eigenwaarde. Het heeft lang geduurd voordat ik begreep dat mijn puberale ondeugdelijkheden voortkwamen uit de manier waarop ik de aandacht voor mijn ‘zwaarlijvigheid’ uit de vroege kinderjaren had verwerkt. Schromelijk overtrokken heeft die aanname zich vastgeklonken in alles wat ik ondernam. Aandacht, aandacht, geef mij aandacht, hoe dan ook. Lief gevonden willen worden en juist het tegenovergestelde bereiken is een frustrerende ervaring. ‘Week het los, geef het een plek’, fluisterde het ego al jaren. Trots zijn op jezelf betekent ook lief zijn voor jezelf, accepteren dat je bent, zoals je bent en trots zijn op wat er is bereikt.

Het feit dat ik zo kan reflecteren, laat de vorderingen zien van die zelfacceptatie. Het te mogen ervaren door de manier waarop de kinderen in het leven staan is heel wat waard. Iets om trots op te zijn.

Uncategorized

Dan breekt het lijntje niet

De volgorde was met deze hitte wat anders. In plaats van schrijven in de heerlijke koele ochtendbries, was er het wijze besluit om eerst, nog voor de hitte de kans kreeg om het gewone leven lam te leggen, alvast naar de tuin te gaan. Zoals gewoonlijk was het in mijn hoofd altijd vroeger dan in werkelijkheid. Weliswaar was de realiteit half acht onder de douche, maar er moest hier ook veel. De planten op het balkon smeekten om een drupje, gister was het er niet van gekomen. De kattenbak inhoud mocht gelijk mee met de te volle vuilniszak, even persen en de vaat vroeg om aandacht. Veeg over de vloer, sleutel in de aanslag en klaar was Trijntje.

De achterbuurman was al aan het maaien geslagen en had plek gemaakt voor de container, die vrijdag zou komen. Er was het grote plan om de schuur van de vereniging te vervangen door een heus huisgebouw, met…en dat was het goede nieuws…een dames en een heren-toilet. Wat een luxe. Voor twee jaar terug was er al een kraan met stromend water gekomen en nu dan een echt compleet verenigingsgebouw. Dat wordt in haar geheel door vrijwilligers verwezenlijkt. Nooit meer overhaast naar huis voor het bezoek of naar het tuincentrum ernaast. Het heeft voordelen. Een pracht ontwerp van de architect onder ons tuinbezitters, dus in goede handen.

Na het gieters gieten was het echt wel genoeg. De kleine blauwe prins werd eerst volgetankt bij het tankstation en daarna toog ik naar de tuinmeubeloutlet en zie daar, toeval bestaat niet. Het eerste wat op mijn netvlies kwam waren twee verstelbare tuinstoelen, nagenoeg gelijk aan twee van zus voor zoonlief op zijn terras. De kussens erbij gevonden en voor een koopje op de eerste rij. Het had alles te doen met het gelukkig gesternte van die dag. Lunchen bij dochter en bonuszoon. Ze hielpen het familiecadeau voor zoonlief in de auto te zetten. Heerlijk om ze daarna samen, de handen in elkaar verstrengeld, weer terug naar het huis te zien lopen. Liefde laait zich vertalen in dit soort kleine gebaren, die zo groot van betekenis zijn.

Na boodschappen en afzien toch het relaxen op de bank met de video- voetbalwedstrijd van zoonlief. ondanks de wedstrijd Rusland- Finland. Het was minstens zo spannend. Wat fijn om mijn stoere man de boel te zien verdelen en zijn zuivere passes weer te mogen zien. Ze wonnen, zei ze niet zonder trots.

Gisteren kwam ik na een enerverende dag niet verder met schrijven. Toch te moe en dat klinkt vandaag ook nog door. Teveel hooi op de vork genomen. De dag begon al vroeg met een oranje streep licht aan de horizon tussen het dichte groen van de bomen door. Ik mis het open zicht erop, maar des te meer genieten wordt het als het blad straks weer valt. De vleermuizen waren er ook.

Naar beneden voor jarige zoonlief op zou staan. Ik had bloemen gekocht en chocola van Pluis, een kaartje erbij dat hij zelf het cadeau uit mocht zoeken, omdat hij anders weer een badhanddoek zou krijgen, net als de vorige jaren. De rozen op het balkon bloeiden uitbundig, alsof ze wisten dat er een feest was. Pluis trok zich er niets van aan en liet de lome warmte langs haar snorharen glijden met een uitgestoken koppie.

Zwarte schuur is uit. 489 bladzijden schoon aan de haak. Als je eenmaal in het verhaal zit, lees je het in een adem uit. Hoe fijntjes kan Oek de Jong tussen de regels door schrijven. Dat maakt het boek zo sfeervol. Nu maar weer verder met ”Jij zegt het’ van Connie Palmen. Ook geen straf.

Het was benauwd deze ochtend met een lauwwarme wind die onrustig aan de bomen trok. Het moet een beetje kalmer aan vandaag. In mijn hoofd fluistert mijn moeder: ‘Dan breekt het lijntje niet’.

Uncategorized

Nieuw geluk

‘Denkers zijn kwetsbare mensen’ lees ik bij een van de bloggers, die schrijft over ‘De Verborgen Geschiedenis van Courtillon’ van Charles Lewinsky. Lang geleden heb ik het boek gelezen, een boek over de verborgen geheimen van de inwoners van het dorp Courtillon. Toevallig ben ik net ‘Zwarte schuur’ van Oek de Jong aan het lezen. Een boek over een ander verborgen geheim van een inwoner, een jongen nog, uit een Zeeuws dorp. Omdat het gebeurde nooit in de aard van de zaak verwerkt werd, is zijn leven doorspekt met het drama. Langzaam groeit zijn somberheid ermee uit tot een diep dal, waaruit het moeizaam klimmen is. Kan iets wat de veroorzaker van de huidige staat van zijn is, dan nog volledig verwerkt en geaccepteerd worden en welke weg is daarin wijsheid. Dat zijn de vragen die oprijzen. Het boek is pakkend geschreven. Iedere keer leg ik het weg om er vervolgens toch weer verder in te lezen. Nu ben ik op een derde van het lijvige boekwerk aanbeland. Daar komt het dorp in volle hevigheid weer terug in zijn leven.

Ik kom terug bij de zin ‘Denkers zijn kwetsbare mensen’. De man uit het verhaal van Oek de Jong denkt ook en verdwaalt in zijn denken in aannames en veronderstellingen. Zo schept hij een irreëel beeld en de auteur doet met hem mee. Hij legt de twijfel in de zelfacceptatie van zijn personages. Als je er schonkig en verwaarloosd uitziet, kijken mensen minachtend, deinzen serveersters terug. Elke handeling is op vermijden ingesteld. Dat idee vergroot zich automatisch uit tot je denkt de Afghaanse jas te kunnen ruiken, dat vroeger geen stinken heette, maar juist heerlijk geurde vermengd met de musk of patchouli. Het is maar net welk beeld je er bij hebt. Denkers zijn kwetsbaar omdat ze iets groter of kleiner kunnen denken, en niet alleen de dingen, maar ook zichzelf. Gedachten vergroten de emotie uit, al naar gelang je staat van zijn. De angst, het verdriet, de glorie, de mate van bewondering of een innerlijke tevredenheid. Op die golven drijft de gedachte, een zee aan emoties en die zijn leidend voor de invulling ervan.

Van de week stond een vuilniszak eenzaam boven aan de trap van het portaal. In het trapgat hoorde ik amechtig hijgen en snuiven. Ik wist dat het mijn buurman was, die slecht ter been was en die zijn lijvige gewicht naar beneden moest torsen. Ik vroeg hem of ik de vuilniszak mee moest nemen. Hij beaamde dat opgelucht. Beneden keek ik hem op de rug en zag dat zijn zwarte t-shirt van de inspanning aan zijn lijf plakte. Het gezicht was rood aangelopen. Op mijn; ‘Dat is toch veel te zwaar, had je weer omhoog moeten lopen’, zei hij met berusting en ook spijt in zijn stem: ‘Ze wil hier niet weg. Ik kom bijna niet meer buiten’ terwijl hij zich met een zucht in de rolstoel liet vallen. Ik kende het probleem wel. Het is zo’n heerlijk huis en zij wonen er nog langer dan ik. Dan vergroei je ermee en gaat het aan je hart om te moeten verhuizen. Maar je hart is waar je huis is en dat huis maak je zelf.

Ik dacht terug aan mijn ouders, die het heerlijk hadden in hun eigen huis, met de stoel van Pa voor het raam, het postzegeltuintje met de forsythia en de perenboom en mijn moeder, vief van lijf en leden, die zo oud was als ik nu ben en mee moest naar het bejaardenhuis, omdat de zorg voor onze vader te intensief werd. Het klein kamertje met de slaapkamer waar hun gedeelde levens alleen als ontsnappingsmogelijkheid de commissies golden, zodat zij veel in het huis op pad was voor besprekingen en vergaderingen en praatgroepen.. Weg van de zwijgende, rokende man in de stoel. De geur van het huis, de oude mannengeur die mijn moeder bij ons thuis fanatiek had bestreden met de chloorfles, was nu niet meer te ontwijken. Ze heeft het niet lang volgehouden. Bezweek het hart toch onder het gemis van de postzegeltuin?

Het kan liefdeloos lijken om niet weg te willen, maar je moet er zelf aan toe zijn, anders is in beide gevallen er één ongelukkig. Denken kan ook verhelderend werken en nieuwe inzichten geven. Ze moeten er nog maar eens een paar nachten over slapen en het dan bespreekbaar maken. Als troost kan ik meegeven, dat uit onheil niet zelden nieuw geluk geboren wordt.

Uncategorized

Een droomloze slaap

Zonder vader kan je je maar al te makkelijk vergissen. Ik wenste alle vaders in mijn gezin en die ene op zijn wolk een heerlijke vaderdag toe. ‘Volgende week pas’ appte dochterlief. Oeps. Vaderdag thuis was de dag van de pakjes zware shag en de jonge jenever, het enige cadeau waarvan we zeker wisten dat het altijd goed was. Zelfs Sinterklaas bracht vijf pakjes shag gewikkeld in vele lagen papier, of met briefjes die naar het pakje leiden en hem eerst het hele huis doorstuurden. Hij bleef trouw meespelen. Ruim 25 jaar dezelfde oubollige grap, maar verbazing spelen en meelachen om tere kindersnoetjes vol verwachting niet teleur te stellen.

Volgende week dus, maar tijdens de lunch bij het gezin van dochterlief met de Franse oma en opa erbij vierden we het al dunnetjes, omdat het volgend weekend kleinzoon een verjaardagsfeest bij een vriend had. In koeterwalen-Frans en met handen en voeten, naast de rappe vertaling van dochterlief, ontspon zich een gesprek over corona, over waarschuwingen voor de ernstige variant, over de kinderen en kleinkinderen, over bevallingen, gezondheid en lichamelijke ongemakken. Ik luisterde ingespannen naar het samengetrokken Frans, ving soms ineens een volzin, vergat bekende woorden, brabbelde ‘alle Fransen’ waar ik ‘het Frans’ bedoelde. ULO-Frans weggezakt naar het nulpunt. Af en toe proestte dochter het uit. Babylonische spraakverwarringen ten top.

Dribbel deed een aanval op de gekookte eieren, die hij reuze lekker vond, komkommers zijn bij de oudste jongens niet aan te slepen. Er was ruim voldoende. Na een heerlijke warme thee op het eind werd het tijd om een deur verder te gaan. De verjaardag van Zwager. Gelukkig was de inpandige slijter van de supermarkt open. ‘Ouzo 12′ had zuslief ingefluisterd en dat klopte als een bus. Het perfecte cadeau. De zussen kwamen en neef met zijn gezin. Zijn kleintje had grote kraalogen waarmee hij elke potentiële oma en opa onbewust om zijn kleine garnalenvingers wond. Vier oma’s om je bezig te houden, dat is boffen.

Dan was er ook nog dat andere gezin. Een pimpelmezenpaar met kleintjes in het nestkastje aan de muur. Af en aan vlogen de ouders, aarzelend, argwanend maar dapper, ondanks de drukte. Er werd heel wat afgevoerd door die twee. Er moesten beslist aardig wat kroost in het kleine kastje zitten. Soms wel tot elf kleintjes, had zwager gelezen. ‘Net als bij ons vroeger ‘grapten wij. Ook elf in dat kleine arbeidershuis. Haringen in een ton, maar zo heeft het nooit gevoeld. Er was immers ook dat grote buiten, waar we een groot deel van de dag vertoefden.

De kleine kraaloog had het fonteintje ontdekt en speelde met het water. Vingertje op de straal, vingertje op je neus en het aloude vers: ‘Mijn neus, jouw neus, boterneus, poepneus’. Schaterlachtend in de herhaling. Zus liet hem op de piano en we zongen een deuntje mee, terwijl zij de melodie tussen het gejengel doorspeelde. Kortom een feest van lering ende vermaeck in overvloed.

Een regenboog op de schoenen onder de tafel wisten we te vangen. De pot met goud was dit genoeglijke samenzijn, na zo’n lange tijd eindelijk weer mogelijk.

Pa en ma pimpelmees zullen opgelucht geweest zijn met die ingevallen stilte na het vertrek. Thuis wachtte Pluis en de voetbalwedstrijd. Oranje speelde bij vlagen fraai voetbal en het was spannend genoeg om de hele wedstrijd uit te kijken, iets wat normaliter maar zelden lukt. Al met al een enerverend dagje door het lome en het gelanterfanter, waarbij de vermoeidheid van een ander kaliber is dan een dag hard werken in de tuin. Zodra het hoofd het kussen raakte, zakte ik weg in vergetelheid en een droomloze slaap.

Uncategorized

In alle opzichten de moeite waard

Het leven zet zich weer vast, waar het eerst op wankele schreden voort kroop. Mijn nieuwe lente begint nu, in een stroomversnelling, want er valt een hele maand mei in te halen. Gisteren was het de dag der ontdekkingen. Niet de minste om te omarmen. Het was eindelijk gelukt om lavameel op de kop te tikken bij het tuincentrum. Op aanraden van de achterbuuf, een advies voor de broodnodige mineraalvoorziening van de grond zonder ernstig te moeten slepen met zware zakken aarde. En passant vulde vlinderbloemenzaad en lupinenzaad voor dochterlief het karretje. Met gouden buit naar de tuin. Op mijn tocht langs de achterkant van de tuinen ontdekte ik dat de waterlelies zich van hun mooiste drijvende kanten lieten zien. Het hart maakte een Monet-sprongetje.

Moed verzamelen en maaien. Daarvoor moest eerst de maaizak uit mijn inbouwschuurtje getild worden en daarna de maaier zelf. Ik maaide en het machientje snorde en het ging zo makkelijk. Had ik kunnen fluiten, dan had ik het gedaan. Ineens kreeg ik door wat het verschil met de andere keren had veroorzaakt. Ik was de maaizak vergeten er aan te hangen. Mijn witte gympen waren groen, maar wat een groot gemak gaf het. Met de maaizak was het zo zwaar en moest ik na elke tien minuten een kwartier bijkomen. Nu was ik binnen een half uur klaar. Een lumineuze ontdekking.

De bladhark, die nog altijd los op haar steel stak, kreeg van de achterbuurman een parkertje ingedraaid. Gras bij elkaar harken werd een fluitje van een cent. Ineens een hoop gekrakeel op het pad langs de tuin. Een paar vrouwen kwamen aangewandeld compleet met pubers en kleine kinderen. Een verschrikt en langerekt schril ‘Eeeeeeeeeek’ voerde de boventoon met daarna een versneld voorbij rennen. Na het harken was er tuinpad-inspectie en daar lag de arme verschrikker.

Het was een kleine mol, de graafpootjes doelloos uit elkaar, de geloken oogjes, het aandoenlijke spitse snuitje. Arme kleine. Misschien wel van pure schrik gestorven uit angst voor de maaier.

Met achterbuur zocht ik een plek voor de composthoop. Nu de vijg het niet had overleefd, was er achter de vlier nog plek. Dan hadden alle vier de tuinen de compost aansluitend op elkaar. De springbalsemienen zouden het aan het oog onttrekken. Goed plan. Want én ik hoefde niet meer te sjouwen met zakken groen én ik had volgend jaar goede grond, zonder te zeulen. Twee vliegen in een klap. Enthousiast bevrijde ik de hoek en stortte de kruiwagen er leeg. Wat een genot en helder denken.

De buren hadden bezoek, dus koos ik een plek in de avondzon en luidde de vondst van het maaien in met een glas sauvignon en een toostje met komkommersalade. Nooit meer amechtig hijgen is een zegen.

In de krant een interview van Nathalie Huigsloot met Hedy D’Ancona, die met superlatieven vanuit de visie van de goegemeente haar status aangeeft. Een, die ze heftg ontkent met haar 83 jaar. ‘Bejaard theezakje, eenzame zielepoot, een uitgerangeerde treurwilg en de televisie heet de troostdoos voor oude mensen. Ze ‘ervaart die aparte leeftijdgebonden aanpak eerder als een zachte uitsluiting. Met fluwelen handschoentjes worden we naar het randje geduwd, tot onze wankele pootjes het niet meer houden en we erover heen vallen’. Waarmee ze precies de vinger op de zere wonde legt. Niet het ouder worden schuurt, maar de wijze waarop de maatschappij tegen het ouder worden aankijkt.

Het interview is naar aanleiding van haar boek ‘Vrolijk verval’. Die komt op de lijst ‘Nog aan te schaffen boeken’. Iemand die zo helder en humoristisch het leven beziet, is in alle opzichten de moeite waard.