De laatste dag voor vertrek. Het hotel is geregeld, de nieuwe pannen staan klaar om in het onderste deel van de bagageruimte op te bergen. Voor die gelegenheid heb ik ze toch maar uit de enorme doos gehaald en in een supermarkt tas gestopt. Het scheelt een enorme bak ruimte. Vanmorgen vond ik op de valreep een hotel tegen een zeer billijke prijs. Natuurlijk met lovende kritieken. Het ziet er wat authentiek Beiers uit en het is geen gestroomlijnd gebouw maar dat ben ik wel gewend. Het is acht uur rijden van hier en vlak bij Passau, goed te doen weet ik uit ervaring.
Met dochterlief en de kleine Nyong zijn we vanmorgen aan de wandel geweest. Een ijsje halen op de Herenstraat. Kalm kuierend, want Nyong was op de loopfiets. Onderweg kwam ik nog een vader van school tegen. Er hangt nog steeds een leuk tegeltje in mijn gang dat zijn zoon gemaakt heeft en wat op een veiling voor een of ander goed doel werd verkocht. De lieve kleine van destijds is nu een grote lieverd van 20, die bij zijn vader in de koffiehandel werkt. Een dikke knuffel en liefs voor iedereen. Het ijsje was de pleister op de wonde, want het was best een verre tippel geweest. Bij elkaar toch nog zo’n 3,5 kilometer.

Gisteren gingen de zussen en ik ook naar het Maxima park om te wandelen. Naar de Vlindertuin, besloten we. Daar was ik nog nooit geweest. Het was zo’n echte heerlijke lentedag. Zonovergoten en lekker warm. In het aangelegde park is goed rekening gehouden met de bijzondere effecten, onder rijen bomen ook rijen scilla”s, de paarse variant. Nog net niet in bloei, maar ze stonden wel op springen. Straks is het een zee van blauwe trossen sterhyacint. Een lust voor het oog, voor iedereen die een dezer dagen nog wil gaan. Succes verzekerd.
De vlindertuin moet even flink aanwassen, het is er prachtig aangelegd maar nu zie je de mensenhand er nog wel heel erg in. Zuslief, die twee jaar jonger is, paste zich aan mijn tempo aan en we kuierden met de handen op de rug kalm voort, terwijl fotozus steeds even ergens stilstond om een mooi plaatje te schieten en dan met het grootste gemak ons weer voorbij liep of ons voorging. Er waren gelukkig genoeg banken om op uit te hijgen.
Rijen populieren, een ingenieuze brug met een blauwe regen begroeid. Bruin water en toch helder, eenden, hartjesvormende zwanen, er scheerde een ijsvogel langs fotozus, en we hoorden de zwartkop en de tjiftjaf hun trillers ten beste geven, terwijl de fazant zich luidkeels deed gelden.
Ergens kregen we een grote pol met wilde witte en paarse kievitsbloemen in de schoot geworpen, bij wijze van spreken. Dit zijn cadeautjes bij uitstek op zo’n wandeling. Gratis en voor niets.
We wandelden richting restaurant, maar helaas werd die verbouwd. Er was een koffiekeet om het leed te verzachten, maar die had een zeer beperkt aanbod. We deelden een kaasbroodje met elkaar en mijn kopje rooibos, waar ik normaal voor ga, werd een kopje heet water door een minieme keuze uit vruchten-theeën. In de speeltuin er naast stond een dixie voor de hoge nood.
Op de terugweg vonden we nog een kleine uil, van metaal, dat dan weer wel, op een lantaarnpaal. Hij zweeg in alle talen.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.