Uncategorized

Goede wijn behoeft geen krans

Al met al is het een roerig jaar. De onwetendheid, het larderen van meningen, al dan niet doordacht, wonderlijke besluiten vanuit de hele wereld, stuwen mijn gedachten op tot ze stollen in het zoeken naar het kleine geluk. Kleinzonen in de tuin, de middelste verguld met een plantenpotje vol fonkelende zwarte bramen en zijn bruine kijkers al net zo sprankelend, door het vooruitzicht op zelfgemaakte jam. De vlierbessen zijn niet klaar voor een match, dus we zoeken door, tot hij zeker een halve pot bij elkaar heeft gesprokkeld.

IMG_1407 (1)   UHPT7308

De kleinste boef struint met zijn  ondeugende kijkers de tuin af en verlegt grenzen door bij de achterbuuf binnen te lopen. Op zijn gekrakeel, als hij met ietwat te harde hand door zijn oudere broer wordt teruggeduwd naar mijn territorium, komt de oude kijken. Onverstoorbaar blijf ik water putten, want eer de hitte helemaal losbarst, moet het klaar zijn. De jongste helpt nu mee gieteren. Er zijn stoere spierballen voor nodig. We doen ieder de helft van de bedden en zijn met een uurtje klaar. De beloning is Italiaans ijs na een tien minuten rijden.

IMG_1411 (1)

Afscheid nemen en naar huis. Lome warmte zorgt voor de compensatie van het slaaptekort van de afgelopen dagen. De brommende ventilator zet mijn denken op stil en al snel ben ik vertrokken naar verlichtende oorden. Ik droom er een kinderlijke wereld bijeen, waar niets de lading heeft van het nu, maar waar het onbevangen is en open. Verkwikkend zo’n kleine bijslaap. Een douche versterkt extra en op mijn paasbest reis ik af naar het dorp aan de Linge, waar vriendin woont aan het eind van de wereld en we haar tuin induiken om eerst zaden te verzamelen die er ruimschoots te vinden zijn. Stokrozen, goudsbloemen, lathyrus, papaver staan welwillend hun rijk gevulde zaaddozen af in een belofte op een volle bloementuin voor het volgend seizoen.

Er hangt onweer in de lucht en onderweg rijd ik door een kleine wolkbreuk, maar ben er ook zo uit. We zitten aan de tafel voor de kas en kijken uit over het land, spotten een valk die af en aan vliegt om het jong te voeden, registreren prachtige mammatuswolken die rozerood kleuren, welvende rondingen verzoeten de sfeer en met water, wijn en knabbeltjes komt er veel langs van alles. Boeken, actualiteit, kinderen, kunst, gemeenschappelijke vrienden. Het feit dat we niet kunnen knuffelen, belemmert als niet tevoren. Vriendin en vriendlief en ik zijn van het fysieke contact maken en onderstrepen de behoefte met genegenheid en liefde. Ze klinken door in ieder woord.

2016-06-16

De grote viervoeter eist zijn aai kwispelstaartend op, legt zijn grote kop op schoot en bedelt aandacht. Ter compensatie van het gemis  spint hij goed garen en krijgt een overvloedig deel. Aan het eind wandelen we naar achteren voor een blik op het nieuwste werk in het atelier, de kracht van de monoprint, en even ben ik terug op school. Druk bezig, tijdens een workshop monoprint, met de kinderen en de oude wasmachinewringer uit voorbije dagen, waar print na print vanaf rolde terwijl ze hengelden aan de slinger. De opgetogen gezichten na ieder resultaat dat onder de rollers vandaan kwam, met de verbazing over een, in hun ogen, toevalligheid die kunst werd.

Met de belofte van ‘gauw nog eens’ maakt de kleine blauwe kilometers en komt het besef dat deze bijzondere avond alleen opgeslagen is in geheugenfoto’s en het woord. Goede wijn behoeft geen krans.

Uncategorized

In variatie op een thema

Vanmorgen vroeg om vijf uur was ik met een druk op de knop in het prachtige Noorwegen, dat ik alleen maar op deze manier uit documentaires ken. Het was puur toeval omdat op FaceBook Sergio en Axel langsschoven met hun docu: ‘Van de kaart‘.

Op alle fronten een juiste benaming, als wereldkaart, als menukaart en als ansichtkaart met groeten uit Noorwegen. Ergens sluimert een stil verlangen. Als ik nog eens op reis ga, en de behoefte is er totaal niet, dan wil ik alleen nog maar naar dit soort landen. Waar de ongekende schoonheid een mantel draagt van onbestendig weer en zonne-uren tot het minieme beperkt zijn. Zeker in deze dagen van tropenhitte hier. Wij zijn echte Noorderlingen en kunnen niet uit de voeten met het sub/tropische klimaat, waar de huizen met hun grote vensterpartijen roepen: ‘Kook mij, kook mij.’

https://www.npostart.nl/sergio-axel-van-de-kaart/06-08-2020/VPWON_1316724

Sergio is een beroemde Belgische Chefkok, die nooit iets anders gedaan heeft dan zichzelf aan het werk houden in de branch en nu, in dit programma, de wereld over reist vergezeld door Axel, om culinaire oorspronkelijke ingrediënten de zijne te maken. ik vertoef met hen in een onderwaterrestaurant en proef de geur van het bos, waarvan de soep gemaakt is. Er is een ontmoeting met een zeewieren expert, die ze ter plekke ook zelf gaan verzamelen. Ze gaan voor wilde zalm vissen in de rivier en krijgen een staaltje filosofie over de schoonheid van de eenvoud van het leven en Sergio plukt paddestoelen waarvan achteraf blijkt dat er ook giftige tussen zitten. Dat horen ze van een paddestoelenvrouw waar ze in de achtertuin logeren en die eigenlijk alleen maar de betrouwbare cantharellen plukt, al zijn er gifitge soortgenoten die er bedriegelijk veel op lijken. Als klap op de vuurpijl gaan ze duiken naar de eeuwenoude schelp ‘de Noordkromp’, St Jakobsschelpen en Coquilles , die door Sergio bereid worden à la Haute cuisine met behulp van de andere verzamelde ingrediënten. De ontroering bestaat uit het zwijgende ondergaan van alles aan schoonheid, wat hij heeft laten liggen in zijn leven, dat tot dan toe alleen uit werken, werken, en werken bestond. Het contrast met de natuurmensen die ze tegenkomen is groot.

Heerlijk wakker worden terwijl de koele ochtendbries nachtelijke dromen verdreef.  Jawel, vannacht gewoon geslapen. De wijze kwam erin langs. Hij moest naar een voorstelling, maar ik hield hem nog even tegen. De aanleiding was vast en zeker het antwoord dat ik hem op zijn mail had gestuurd een paar dagen terug. Altijd weer feest om zijn beleving in het verre Hongarije te ontvangen. De zorg te horen om wat hij operette-artiesten noemt, die onze wereld besturen en zijn ervaringen met een szájmaszk, het mondkapje, in een overvolle bus richting Szigetvár na drie maanden zelfisolatie.

IMG_1366

 

Alle deuren zitten weer dicht, de ventilatoren zijn uit, de rust is weergekeerd. De zorg om de binnentemperatuur brengt een bepaalde onrust. Om zeven uur de krant al, straks eerst naar de tuin om met gieters slootwater te zeulen, zo’n stuk of vijftien en dan is het klaar. Gisteren was zelfs lopen al inspanning te veel. Mocht nog wel de oude boomgaard en de dierenweide, de plek waar vroeger de stad ’t Geyn heeft gestaan, aanschouwen. Sfeer proeven en merken dat in die lome warmte het juist lijkt alsof de tijd heeft stilgestaan.

IMG_1385   IMG_1382

Een kleine big van het hangbuikzwijn kwam als enige knorrend op me af. Poes, kalkoen en pauw liepen gemoedelijk naast elkaar en de pinken hadden het te warm. Door het park met haar oude bomen en nieuw aangelegde speelplekken terug belandde ik midden in de bloemen-en pluktuin.

IMG_1402

Het is te warm om te plukken. De bloemen zouden zielige verlepte bosjes zijn bij thuiskomst. Thuis maak ik in plaats van een salade met Oost-Indische kers er nu een met courgette, paprika, citroen, peper en zout. ‘Fris en zomer in de mond maakt het hart gezond’ in variatie op een thema.

Uncategorized

Zeeën aan tijd en ruimte

Klaas Vaak weet mijn deur niet meer te vinden. Zomerhitte blijft lang hangen binnen de muren en bemoeilijkt het inslapen. ‘De eerste klap is een daalder waard’zei mijn vader in dergelijke gevallen. De klap blijft uit. Zoonlief staat goedwillig zijn ventilator af. Alsof ik over de zeven zeeën vlieg, mijmer ik. Onder het sonore gebrom van de luchtverplaatser vlieg ik rechtstreeks met een wapperende slaapvlecht in de nek naar de, tja , welke zee ook alweer. Opzitten, Google raadplegen, oké. Eerst de Middellandse zee. Ahhhh, ik lees dat de zangvogeltjes op de borden komen te liggen van de Maltezers, omdat ze nog altijd de jachtbuit van de stropers gretig afnemen. Geen wonder dat er kaalslag is bij  onze beschermde gevederde vrienden. Er vliegt een verhaal met me mee. Ze is klein van stuk en heeft een zwart koppie. De zwartkopmees laat een angstige triller horen. Het zwart van haar kruin kan wedijveren met de donkere nacht.

IMG_0430

Ik denk aan de kleine winterkoning in de tuin, aan de geelgors en de lijster. Er volgt een visioen van een kaalgeplukt vogellijfje op een wit bord met de pootjes omhoog, zoals laatst de dode merel uit de vijver en weer ben ik klaarwakker.

Ik kom niet verder dan de eerste zee en zoek in het donker de sterrennacht vanuit het slaapkamerraam af naar bekende punten. De grote beer als steelpannetje, een of twee verdwaalde Cassiopeia-sterren, waarvan er een altijd schuin boven het raam pinkelt en hoor zachtjes het zoete lied van het mannetje, van Ellie en Rikkert. ‘Er was een mannetje, dat zich verveelde…’

Het brengt me terug bij de kleine Prins, een ander klein mannetje en weer naar het heelal. De verhalen zorgen alles behalve voor slaap. Om vier uur haal ik de stekker uit het stopcontact en daalt de rust met een overweldigende hitte neer. Zoonlief wordt wakker en biedt oordopjes aan, doet het voor en controleert of ik het goed doe. Potdicht hoor ik geen ventillator meer, voel wel de bedriegelijke koelte en val onder die koude luchtstroom eindelijk in slaap. Geen droomloze, maar ik vergeet door de vermoeienis het avontuur op te slaan. Als ik wakker word en de stekker eruit trek, heeft de dag de nacht zweterig ingehaald.

IMG_0133

De vogels spoken door mijn hoofd. Vooral de barbaarse manier van vangen met de lijmstok. Wat valt er te peuzelen aan een eenhapscracker van broze botjes. Ooit heb ik er van gehoord, maar destijds nog geen voorstelling van zaken gemaakt, terwijl ik nu veelvuldig ‘vogel en merel’ door in de tuin te zitten en te observeren en de beelden een gruwel worden op het netvlies. Ondanks de slapeloze nachten blijft vermoeidheid uit. ‘Als je je ogen dicht hebt, rust je ook uit‘ vertelde mijn moeder ons, die zelf soms nachtenlang, met de kerkklok mee, de slagen telde. Ik hoor ze in gedachte, in alle toonaarden sinds eeuwen en tel mee.

Er ligt een nieuwe opdracht te wachten, buiten een verhaal voor de kinderen over deze brute vogelaars. Ooit in het grijze verleden, 30 januari 1295 om precies te zijn, kreeg ’t Geyn, een kerkdorp onder de rook van Utrecht, stadsrechten. Net als het verhaal van de Swifterbanters en de vondst van de vrouw met kind hier in Het Klooster, vormt het een uitdaging voor een nieuw verhaal. Geschreven op de grondvesten van de geschiedenis maar met een eigen twist voor de basisschoolleerlingen van de groepen zeven en acht.

Voer voor een uitgebreid onderzoek en een uitdaging. Daar duik ik straks in, met open ogen, dankzij de oordopjes. De zeeën bewaar ik voor de nacht. De tweede zee wordt de Adriatische zee. Ontdek de wereld vanuit je (te)warme bed. Dat krijg je met zeeën aan tijd en ruimte.

Uncategorized

In evenwicht

Na een woelige nacht een gat in de dag geslapen. Het is elf uur. De moeheid van de vorige nacht met de wespen sluimerde de hele dag al achter de ogen. Door de hitte in de huiskamer op de bank beland met deuren wagenwijd open, trokken flarden van insluipers door de sukkelslaap langs, waardoor er controle op controle volgde. Al die loze momenten, zowel van eventuele spelbrekers als hazeslaapjes, zorgden ervoor dat er een tijdstip aanbrak, waarop het onmogelijk werd om de slaap te breken. Weer boven op bed, in de te warme kamer, viel ik van de planeet.

Verjaardag vieren van jongste zuslief. Om een uur al op pad en volkomen tegengesteld aan de normale bezigheden, zou het een beetje ‘passivité’ worden. Spelletje, hapje, ijsje, diner. Ik vond dat er een goede rosé niet mocht ontbreken en besloot te lopen naar zuslief, zodat er onderweg bij de grootgrutter wat voor het tweede deel in huis gehaald kon worden. De kleine blauwe bleef thuis. Zuslief zou me terugrijden.

Bij deze zinderende hitte is het een kwestie van beheersing met lopen. Een balans tussen niet te hard en niet te langzaam. Rosé, tapenades, een midi-stokbrood, en knoflookcrème paste net in het rugtasje. Bij de wereldwinkel was er een sjaal met verhaal in de mooiste kleuren. Omhalzen. Natuurlijk stond de brug open en in de schaduw werd het wachten op het passeren van de pleziervaartuigen.  Topseizoen, dus ‘tout Nederland’ trok voorbij. Iets later dan verwacht was de entree van de flat een welkome koelte na het gewicht van de zomer.

Spelletjes spelen was zo niet ons ding. Eigenlijk deden we het nooit. Maar het werd de aanleiding voor de diepgang in het gesprek. Eerst gebbegeiten op de golflengtes van de jarige, waardoor sommige van ons wel en anderen helemaal niet de spelregels begrepen  en daarna de diepte in. Niets is leuker. Het bleek dat ik mijn lagerse schoolperiode automatisch op de hunne had geplakt terwijl het in feite heel anders was. De jongsten hadden alleen maar op de Meisjesschool gezeten en ik was van de meisjesschool naar de ‘nieuwe’ school in een andere wijk gegaan. Hoe dat toch werkt, herinneringen, eigen beleving, tijdspanne die vervormt. We drenkten het verleden in een limonsekt en toosten op de toekomst.

IMG_1345

Het ijsje in het oude dorp was een goed idee, al was het alleen maar om de kou weldadig op je tong te voelen met een half rondje dorp om te compenseren. Slenter, slenter, lome dag.

IMG_1355

Daarna ging het koers naar huis van zus twee. Echtgenoot opgehaald, kritische noten vereffend en op naar het restaurant in een andere stad in de buurt. Wind als een warme mistral op het terras, waar het stadse leven voorbij ruiste in de vorm van de grote gelede bussen, die vlak langszij gleden. Binnen een misverstand over de datum, maar achterin nog een tafel vrij.

IMG_1358

Het waren stuk voor stuk luxe hoogstandjes, de gerechten, maar als altijd, in dit soort gelegenheden, was voor mij de ingelegde gember het hoogtepunt. Vijf gangen en een toetje was teveel De vijfde sloeg ik over, maar het zwarte sesamijs , dat grijs uiteen viel op de lepel, was het proberen waard.

IMG_5023   IMG_5046

Toen we om het weerspiegelde kasteel in de slotgrachten kunst, fontein en een zachtroze avondlucht vingen, sijpelden de kilo’s door de voetstappen weg. Eenmaal op huis aan waren we in evenwicht.

IMG_5062

Uncategorized

Een warme oranje gloed

Het was vannacht een beestenbende. Buiten voor het raam vlogen de vleermuizen af en aan. Kleine donkere schimmen, van de spouw naar de bomen en weer terug. Mug zoemde wakker en met het licht aangeknipt werd de jacht geopend. Vervolgens kwam wesp plagen. Een nijdasserig gebrom van een kwaaie wesp, die blind tegen de muren en de ramen opvliegt was alarmfase 1. Binnen de kortste keren zaten er vier in mijn schamele optrekje, al dacht ik dat het steeds dezelfde was. Het observeren van het, zich wassende, beestje, toen ik nog dacht er met één te maken te hebben, was niet handig. Er ontstond een verhaal achter het bestaan van het dier. Ik kon niet meer voluit meppen met mijn gevouwen krant. Ze had net zorgvuldig het achterlijf schoongepoetst. Zoonlief kwam toen, op wat mijn moeder een onchristelijk tijdstip zou noemen, thuis. Een geluk bij een ongeluk.

Hij heeft geen enkele band met stekende insecten en ligt derhalve onder een klamboe  met een elektrische vliegenmepper naast het kussen. In dit geval, overvleugeld door overmacht, een laatste middel. Nu met de ramen potdicht, smoor ik in stilte. Het gebrom is opgehouden. De vliegenmepper ligt naast me. Wat de volgende stap is, is kijken waar de haard zich bevind. Er moet haast een nest in de buurt zijn. Mug heeft in de afleiding haar kans waargenomen, maar de jeuk is alweer gezakt. Muggensteken zijn peanuts vergeleken bij de dazen, die rondcirkelen boven het gemaaide gras en zich gulzig vastbijten in het bezwete lijf.

IMG_1060

Het organische paste bij het onderwerp waarover ik aan het lezen was. ‘Het boek van Jongen’ van Catherine Gilbert Murdock. Middeleeuwse toestanden in het Frankrijk van 1350. Ik volgde  de pelgrim Secundus en Jongen die bezig waren aan een spannende en lange een voettocht naar Rome. De geur en de stank schimmelden tussen de zinnen omhoog in het rumoer en gekrakeel van de grote stad, die ze aandeden. Alleen het nijdige zoemen van de wespen leidde af. Alles kon altijd nog erger en dat was een troost in deze dagen van onzekerheid, nu er machteloos moet worden toegezien op invloeden van buitenaf. De Pest hield in die dagen huis en haalde eveneens alle zekerheden onderuit. Helaas kostte het geen moeite om daar een voorstelling van te maken.

IMG_1337

Jongen bezat bijzondere gaven, die hij zelf niet zag. Gebocheld als hij was, bleek de simpele oplossing voor zijn probleem een ransel op de rug gebonden, waardoor de bochel niet langer waarneembaar was voor anderen en er voor het eerst geen beschimpingen plaats vonden. Als er een probleem is, is een oplossing nabij.

De wespen hadden eieren voor hun geld gekozen door bij het eerste licht dat de nacht in tweeën brak, de wijk te nemen naar elders. Het raam mocht weer wijd open, om met het gekoer van de twee duiven, een in de boom voor het huis en een die antwoordt verderop in de wijk, te horen verhalen over nachtelijke avonturen en hun voornemen voor de aanbrekende dag. De lucht kleurde langzaam roze, een Baker-Millerroze volgens het boek: ‘Het geheime leven van kleuren’ van Kassia At. Clair. Een kleur die, in 1979,  volgens hoogleraar Schauss, minder agressief zou maken. Baker en Miller lieten een cellenblok lichtroze verven in Seattle, waarna het geweld scheen af te nemen. In de jaren erna waren er tegenstrijdige resultaten en de toepassing van het weeë roze nam weer af.

IMG_1334

Rustgevend was het zo aan de lucht wel, zeker na de onstuimige nacht. De koele luchtstroom verdreef de muizenissen en even later had het roze plaatsgemaakt voor een warme oranje gloed.

 

 

Uncategorized

Om te koesteren

Gisteren las ik in een oude zaterdageditie van Trouw opnieuw een fantastische recensie van Janita Monna voor het gedicht Waddeneiland van Ida Gerhardt. Ida als vroege klimaatdichter, avant la lettre in het rijtje dichters van nu: Joke van Leeuwen, Bart Moeyaert, Charlotte van den Broeck, Tsead Bruinja en  Ilja leonard Pfeijffer. ‘Deze dichters komen in opstand tegen de vernieetiging van de aarde’ schrijft ze. In het manifest dat ze uitgaven, stond: ‘We zijn lyrisch over de natuur en ziedend over de destructie.’ Janita vraagt zich af of Ida het manifest ondertekend zou hebben.

IMG_1305

Ze was een natuurbeschermster. Ida Gerhardt kende ik van naam in de jaren tachtig, maar vreemd genoeg heb ik nauwelijks wat van haar gedichten gelezen. Het was destijds een leven vol gedichten, waar Vasalis altijd hoog aan de lijst is blijven prijken. Natuur leerde ik in die dagen mondjesmaat kennen om met die kennis  later uitgebreid er in te kunnen duiken, toen moederschap niet langer haar oog hoefde te laten vallen op kind. Met de eigen tuin kwam het leerproces dat de liefde voor de natuur voeding gaf. In mijn gedichten is ze terloops aanwezig en spreken woorden existentiële zaken, dood, liefde, verlangen, eeuwigheid als herinnering voor voorbije zaken. In de Mijmeringen is natuur vrijelijk aanwezig en pakt uit. Wat wonderlijk dat de zaken gescheiden blijven in de vorm.

https://www.klimaatdichters.org/

Ik kende de klimaatdichters als groep niet. Iedereen die natuur een warm hart toedraagt en mee wil helpen om vernietiging te voorkomen kan instappen met poëzie, proza, theater en andere initiatieven. Hun website is inspirerend en een stimulans om schoonheid te vangen. Daar valt ook het hele manifest te lezen. De missie is ‘Het herstel van de planeet’ middels de kracht van een wereldwijde kunstenaarsgemeenschap. Het zal in ieder geval bewust maken van het feit dat we zelf veel in de hand hebben. Hier in de buurt zijn deze week achter elkaar drie achtertuinen met stenen gevuld. Grote betonnen leegte met een enkele bloembak erop. Het staat haaks op de volkstuin, waar het een lieve lust is aan hommels, bijen, vlinders, aan woelmuis en haas, aan vogels te kust en te keur, aan pronkende bloemen in uitbundige kleuren. Het is niet moeilijk om te schrijven over zoveel schoonheid en kracht.

IMG-1257

Nu de eerste bloei is geweest en met het opruimen van de bruingeworden delen de plant opnieuw haar jonge scheuten geeft, opleeft onder warme aandacht, toont ze haar veerkracht, wat garant staat voor succes. Elke minieme kleine stap in de goede richting is er een en vele stappen zullen net zoals vele woorden in die richting, bergen verzetten. Deze kracht verdient het om beschermd te worden met woord en daad.

Het begint al jong, bij de eerste kiem van kind en bloem, liefde doorgegeven door met recht de vruchten te plukken, gratis en voor niets, de hele dag door. Zelfs de kleine stadstuin met tegels en hier en daar een enkele struik onder de wapperende was. Of zoals bij mijn moeder de forsythia en die ene perenboom, in de lente de bloeiende papavers en de akelei. Een tegel eruit is voldoende voor een geveltuin, een blauwe regen of clematis, een stokroos of geranium.

‘De Akelei’ is door Ida Gerhardt in woorden gevat naar aanleiding van een aquarel van Albrecht Dürer en wordt hier voorgelezen door Piet de winter. Het is de herinnering aan mijn moeder die de akelei haar kracht geeft, met haar prachtige kleuren en dansende bellen. Ze is om te koesteren.

 

 

Uncategorized

Het was weer een waar genoegen

Vroeger dan verwacht belde zus aan. Alles stond al in de steigers. Een koeltas met de resultaten van koelkastschumen, een in de haast gemaakte geschaafde courgette/paprikaslade met appelazijn, olie en peper en zout. Twee flessen water, een plat, een met prik. Alle zussen hadden een koelkastschouw gedaan en het beloofde  een goed gevulde picknick.

IMG_4957

Het weer was prachtig, bestemming snel gekozen met een losse toets, een plekje aan de Linge ergens tussen Buurmalsen en Culemborg. Bij een verleidelijke idyllische, schaduwrijke plek aan het water zouden we aanmeren. Onze reputatie is er een van lang zoeken. ‘Als we naar de Lingedijk gaan komen we er vanzelf,’ dacht ik. Maar de Lingedijk was afgesloten en we werden een groot stuk omgeleid. Uiteindelijk zagen we de borden van Mariënwaerdt. De Linge werd losgelaten bij het zien van de grote walnootbomen, waardoor de zon schaduwrijke flinters strooide, aan de rand van een gedorst stuk land met een aantal rondstappende ooievaars.  De perfecte locatie, uit de zon onder  een beschermend bladerdek.

IMG_5005   IMG_4986

De wind tussen de bomen was verfrissend. De lucht was strakblauw en buiten de bomenrij hing de warmte als een deken over het vlakke kleurrijke land. Het geel kreeg kracht door het blauw en groen. Meer was niet nodig . Op de kleden stalden we alle meegebrachte waar uit. Salades, filet, de courgette, tomaat, bruin brood, toost, rijstcrackers, kers, druif, water, witte wijn en rosé. Zus had een jurk en een bloes, besteld op internet en een regelrechte miskoop, die we natuurlijk alle vier moesten passen. Achterstevoren leek het op de schorten van vroeger, de bloes was een floddertje eerste klas en ik had exact dezelfde besteld maanden geleden. Dit was al net zo’n debacle.  Het zorgde wel voor de lol. Bloes kon ook nog als sjaal omgeknoopt. Ik kreeg de jurk mee als schilderschort, maar de twijfel voor vruchtbaar gebruik blijft.

IMG_4997   IMG_4998

Aan de overkant was een groot veld met geel, ik dacht eerst zonnebloemen, maar bij nadere inspectie bleken het ontluikende pompoenen te zijn, met haar gele bloemen en klein vruchtbeginsel. Midden in het veld stond een toefje veldbloem. Zomaar, alsof de natuur zelf met cadeautjes had gestrooid. De ooievaars waren nu op dit veld aan het stappen. Zus drie kwam ze van dichtbij vereeuwigen en ik haalde er een paar met het toestel dichterbij. Ze blijven gracieus met hun klepperende snavels en hun lange stelten..

IMG_4965

Het was genieten. Van elkaar, van al het lekkers met een goed gesprek over keuzes maken, gekkigheid en gemijmer en natuurlijk de traditiegetrouwe foto van vier met de zelfontspanner, zoals bij iedere andere picknick. Zuslief berekent de afstand en de neer te vallen plek, waarna er altijd hilariteit ontstaat en de lach verzegeld is. Veel van deze picknicks zijn voor een dagje uit of op vakantie, maar dit was een spontane actie van tussendoor.

IMG_5009

Even spontaan veranderde de gezelligheid weer in natuur, schoon opgeleverd voor de in grote getale voorbijtrekkende e-bikes en fietsers. Met een koffie en thee bij Proeflokaal Marie besloten we de dag. Slipper van zus vier was ter ziele, dus liep ze op de grote bergschoenen van zus twee onder haar zwierige zwarte rokje de landswinkel in. Voor geen gat zijn ze te vangen, die zussen van mij.

Ouderwets hoedjes passen en bedenken dat we niets nodig hadden en daarna ras op huis aan met de belofte om het zaterdag nog eens dunnetjes over te doen. Lucht-kussen en gezwaai. Het was weer een waar genoegen.

 

Uncategorized

Een groot en uitbundig pretpakket

Een broodbakje diende als bramenbakje. Voor het zover was, hadden we er al een hele dagtaak opzitten, kleinzoonlief en ik. Ik had hem opgevist bij het zwembad. Niet in het bad zelf, maar uit het badhokje waar hij bibberend in zijn natte bullen aan kwam lopen. Zo’n hokje is in mijn beleving altijd te  krap geweest. Het was decennia geleden dat ik me in een badhokje bevond. Nog vele jaren eerder waren ze met mijn puberlijf te verkiezen boven de grote schapenhokken, waar alles door elkaar zich om moest kleden. Al keuvelend bereikten we de auto. Eerste gang was een ritje naar mijn geliefde kweker, die op vakantie bleek. Iets verderop was een tuincentrum. Twee paarsbloeiende struikjes voor de lege plek gekocht en een paar kleine mensen handschoenen, de lichtblauwe graag. Kleine wensen komen altijd uit.

IMG-1288

Met de buit in de kleine blauwe prins naar de supermarkt voor een ‘spekkie-voor-je-bekkie-maaltje’. Twee halve stokbroden, een croissant, mierzoete toetjes, niet de meest gezonde maar met smarties natuurlijk, chocomel(weet je wat ik het allerlekkerst van de wereld vind…), vers gesneden fruit van allehande, tzaziki en een surpise-ei, die zonder choco-vingers direct opgepeuzeld werd. Verwenoma, volgende keer weer gezond.

IMG-1286

Op de tuin zelf de rugzak met de meegebrachte dino’s sjouwen, terwijl ik in evenwicht met twee tassen de spierballen liet rollen. Twee kleine benen drentelden mee, de ogen speurden naar de grond. Honderd vragen over de ringslang, verwachtingsvolle blik. Bij de tuin eerst de handschoenen aan. Noeste arbeid en daarna lekker eten, bedachten we. Scheppen met de manshoge spa voor kleine jongens lukte wonderwel. Gieteren was feest. Lekker veel water in het gat en de struikjes erin met de dinonamen: ‘de Calyopteris’. Na gedane arbeid is het zoet rusten. Op de zachte kussens, al het lekkers op de tafel, in de schaduw. Lekker smikkelen, van alles een beetje en soms heel veel. De twee toetjes gingen schoon op.

IMG-1280

Daarna was de grootste wens om het water te gieteren. Broeskop erop en honderd zonvangende stralen water verhoogden de feestvreugde. De onderkant sproeien was in alle vrolijkheid teveel beknotting. Grenzeloos kreeg alles een pets water aan de voorkant en ik reikte tot over de achterkant van de bloembedden. Daarna was het de beurt aan de bramen. Binnen de kortste keren was het bakje vol. Twee frambozen, heerlijke kleurencombinatie, mochten er ook bij. Giegelend bij de springbalsemien met haar springzaden en kriebel in de knijphand. Volgend jaar heb ik vast een springbalsemienenbos.  Ik moest de deur van het atelier ver open duwen, om hem de dikke hommels en bijen te laten ontwijken, die nektar zogen uit de kelkjes en vlak voor de deuropening hun goedkeuring bromden. We zochten in de insektenboeken naar de tong van een bij. Een bruine buistong.

IMG-1285   IMG-1287

De grote Thyrannosaurus Rex kwam te voorschijn. De klei ook en op het meegebrachte oude laken kleide ik een evenbeeld van de dino voor hem. Met takjes als ogen, topzwaar en gestut met nog meer takken het lompe lijf met de armen en de poten, schubben met het aardappelschilmesje en zelf nog steeds viezehandenbibbers. Zien doet deuren openen. Ook een bonkje klei om te rollen en te rillen. Serieuze gespreksstof over kwaliteiten, iedereen kan wat, soms kan je goed voetballen, soms hard rekenen en soms alles weten over dieren.  Hij kon veel, maar tekenen niet. ‘Als je wat wil leren, moet je het proberen’, dook een van mijn lijfspreuken op met een grote grijns. ‘En zo is dat. Nu gaan we scheuren. Dat is een heerlijk werkje’. Repen scheuren van de het grote oude dekbed, kleine lappen maken als schilderdoekjes, met de tanden op elkaar hulkte hij de lappen uiteen, waar ik ze ingeknipt had. Succes verzekerd.

117168787_684368399089208_4293756182179779953_n

Tikbal met het oude verweerde bowlingsetje. De pionnen wilden niet staan, dan maar liggen en aantikken met de bal. Hij scoorde er vijf, ik raakte er een. ‘Ik maak een punt voor jou erbij’ troostte hij en schoof rechtstreeks mijn hart in. Met mama en zus kuierden we naar de auto.

‘Ik heb het hol van de ringslang gezien’, vertelde hij trots aan tafel. ‘Het is gemaakt van stro’. Pannenkoeken waren de kroon op het feest. Als een (c)omaroosje droomde ik die nacht van dino’s en kleine handschoenen, ringslangen en springbalsemienen. Een groot en uitbundig pretpakket.

 

Uncategorized

Een toet vol bramen

Een lummeldag was het resultaat van eerst Zomergasten terugkijken. Onder de indruk van Nazmiye Oral door haar mooie werk, haar uitstraling en haar ideeën, viel er genoeg te peinzen en kwam er weinig uit handen. Eerst ging het haar in de Henna. Het nieuwe grijs mag dan in de mode zijn, maar henna-auburn valt ook niet te versmaden. Een klus, die wat tijd en zorgvuldigheid vergt. Met moed, beleid en trouw verwordt de badkamer niet tot een smeerboel. De hennapap moet niet te dun zijn anders loopt ze je nek in, maar ook niet te dik, want dan dekt het niet goed.

IMG_1264

Met een hoofd in de henna kan je weinig anders dan verder kijken naar het programma en ondertussen een zomerbeurt aan de voeten geven. Polijsten, invetten en aflakken. De poezelige voetjes zijn er weer. De henna heeft goed gepakt. Het haar ziet er vol en glanzend uit.

Geen zin om naar de tuin te gaan. De dreigende lucht stort een heel kleine, dikke droppel-bui uit, maar meer is het niet. Appje naar dochterlief, morgen bramen plukken met kleinzoon op de tuin. Een goed plan.

IMG_1274

Het idee zorgt ervoor dat ik klaar wakker ben op een heerlijk vroeg tijdstip. Pluis heeft me in eerste instantie gewekt. Sinds ze op dieet is is ze veel levendiger en slaapt minder. Ik dus ook. Ha ha. Toen gisteren de dag kabbelend voorbij trok ben ik de keuken ingegaan. Met zoonlief terug van vakantie kon er wel wat gehusseld worden, want er is een dankbare afname. Met publiek werkt het beter. In de koelkast vond ik  een wat bejaarde aubergine. Met een recept voor ‘Pikante harissacouscous met feta en olijven’ ging ik aan de slag. Omdat niet alle ingredienten voorhanden waren, zocht ik uit de voorraad een passende smaak erbij. De feta liet ik weg en de olijven werden vervangen door een pesto. Pas aan het eind, daar waar de harissa door de couscous werd geroerd, ontdekte ik dat ik geen harissa meer had. Dat betekende zelf maken, want wat is harissacouscous zonder harissa? Het was goed te doen en eigenlijk had het, achteraf gezien, veel meer smaak. Dat bleek toen ik, trots op mijn brouwsel, in de koelkast een potje harissa vond. Mijn eigen maaksel was iets minder pittig, maar lekker vers met de rode pepers, de knoflook, de kruiden en de tomatenpuree.

Dat houden we erin. Eigenlijk grijpen we zo snel naar kant en klaar, terwijl zelf maken een middagje keuken en veel voldoening oplevert. Met zeeën aan vrije uren is het een goed voornemen.

Tijd om een klein programma te bedenken voor vandaag.  Een tochtje naar de kweker is een goed idee.  Dan kan de lieve kleine schat meehelpen een mooie volle vaste plant voor achter in de tuin uit te zoeken. Ze moet komen op de plek waar ik eergisteren schoon schip maakte en de melde en het perzikkruid heb verbannen. Het is er een beetje schimmig en het heeft behoefte aan kleur.  Er staan nog wat wilde korenbloemen en een malve, beide wat slap en pierig, want hoog doorgegroeid om boven de melde te komen, die al okselhoog stond. Als we de klus samen klaren wordt het zijn plant, misschien moet het dan wel een struik worden. We zullen zien.

IMG_4526 (1)

Daarna lekker lunchen en niet vergeten bramen te plukken die met hun glanzende dieppaarse velletjes boven op het Jip-en-Jannekepoortje roepen: ‘Pluk mij, pluk mij’. Daar hoort een klassieker bij. Het sprookje van vrouw Holle in geuren en kleuren. Een makkie met een toet vol bramen.