Een file noopte tot kalmpjes aan. Tijd liet zich niet langer sturen. Op de display stond de aankomsttijd. Niet eerder en ,naar ik hoopte, niet later. Zoals altijd loste het fileleed als vanzelf op. Klokslag twee uur reed ik de straat in waar het stadskasteel van Zaltbommel stond. ‘En te midden van die rommel, rommel, dreef de torenspits van Bi Ba Bommel’ zong door mijn hoofd, of zoiets dergelijks, helemaal zeker was ik er niet van. In het verleden had ik nog wel eens. De neiging om een volstrekt eigen tekst aan de originele toe te voegen. Dochterlief en eega stonden al op de hoek te zwaaien, de filosoof en tante Pollewop hingen aan een ronddraaiend rek in de belendende speeltuin.
Ik was er al een smet de zussen geweest en herinnerde me meer, dan ik dacht. Vrolijke warme begroeting. We gingen het museum binnen en voor de jongste was er speurtocht waarbij kastelen moesten worden geteld op schilderijen, de kledij van Maarten grondig bestudeerd moest worden, er in de tuin naar een waterdrager gezocht moest worden, die helaas onder een afdekzeil verstopt was en meer van dergelijke vragen.

Twee moeders met drie kinderen bevolkten de ruimte. Ze waren overduidelijk vooral samen gekomen om elkaar te zien en rebbelderebbelden de doopceel door, terwijl de kinderen, in optimale vakantiestemming, heen en weer stoven. Vooral boven bij de tentoonstelling over Fiep. Ze lieten talloze keren de ouderwetse telefoon rinkelen en dachten vooral dat je luider door de hoorn moest spreken dan normaal, waardoor het filmpje over het werkzame leven van Fiep niet meer te horen was.
Wij bekeken de schrijfplek van Fiep, nagebouwd van het origineel in Amsterdam, waar ze het liefst tussen de hanenbalken en de schuine dakwanden vertoefde op een ijzeren stoel achter een tafel vol tekengerei. Ze hield van die schuine wanden, het gaf haar een knus gevoel. Tante Pollewop was het tentoongestelde decor uit haar tekeningen duidelijk bijna ontgroeid, maar een puzzeltje met de juiste sleutels bij de juiste afbeelding zoeken kon nog wel bekoren.
Erg aangenaam was het in het tuincafé, waar een lieve vrijwilligster voor koek en zopie zorgde. Tijd voor een gezellig praatje over en weer. Ze had koffie gebracht naar haar collega bij de kassa, kwam terug en vroeg of er iemand een knuffel kwijt was. Dochterlief verschoot van kleur. De meegebrachte Alpaca was er niet meer. Gauw gaan kijken of dat de gevonden knuffel was. Er kwam een hele blije tante Pollewop terug.
Gelaafd liepen we nog even om de toren en vonden een vreemd soort boom, rijk aan wonderlijke vruchten. Het bleek een Anna Paulowna boom of Keizersboom te zijn. Ze was inderdaad vernoemd naar de echtgenoot van Willem II, Anna Paulowna uit Rusland. We zijn nooit te oud om nieuwe kennis op te duikelen.
Tante Pollewop ging achterin bij mij en had een paar grappige verzoekjes om te horen via Spotify. Tussen de drukte door (wat een verkeer op de weg) lukte dat wonderwel. Het was een half uurtje rijden, dus we hadden de tijd. De camping lag in een bosrijke omgeving aan een doodlopende weg. Het was er een vrolijke bedoening, buiten werd een vuur gestookt en stond een groepje mensen. In de huiskamer kozen we een gezellig tafeltje en schone zoon organiseerde voor dochterlief en mij een wit wijntje in het boscafé. Mazzelen. Nu was er tijd om bij te kletsen. Er kwam veel voorbij. Tuin, kinderen, vakanties, een bezoek aan Hongarije, de toedracht van deze gekozen plek, de leukste camping in Nederland. Voor mij eigenlijk alleen gunstig in de zomer, als er geen vuur gestookt wordt.
Een alternatief cateringbedrijf kwam een uitmuntende Libanese maaltijd verzorgen, wat een heerlijkheid en wat knap van de onderneemster die in haar eentje was. Wat was het leuk. Meer dan voldaan namen we afscheid. Vandaag gaan ze op huis aan. Morgen hebben we een feestje. Gevulde dagen. Zo zie ik ze graag.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.