Nog steeds brunchen we buiten. Rond twaalf uur schijnt de zon op sterkte over het hele overdekte terras, omdat ze zo laag staat. Heerlijk om zo laat in oktober nog een gedeelte buiten te kunnen zijn. Lief werkt daarna door aan zijn familiekroniek, die steeds omvangrijker wordt omdat hij minutieus alles natrekt en voor mij is het tijd om naar het Hongaarse vrouwtje te gaan, waar ik eergisteren aan begonnen ben. Ontevreden over de houding, dus er dient gepoetst te worden.
Op weg naar de Datsja kom ik fotowaardige beelden tegen. Als eerste zet ik de oude stalmuur in het zonnetje. Lief heeft alle klimop op de bonte na verwijderd en wat naar voren komt, is een rustiek wit muurtje met de pannetjes erop. De oude ruif is gebarsten, die spleet moet misschien opgevuld, maar daar schuilen vast ook die dikke groene hagedissen, en die willen we niet kwijt. Onder de den laat hij het rommelig, zodat ze daar kunnen schuilen. We gaan nadenken over de volgende muurbegroeiing, minder dik dan de klimop, want het muurtje is té leuk en het zorgt voor een ruimtelijk effect.
Mooie bescheiden blauwe bosereprijs steekt overal haar kopjes op. Het bos hult zich langzamerhand in de herfstkleuren en op dergelijke momenten vind ik het jammer dat ik de aardegeuren niet kan ruiken. Wat zou ik ze graag weer eens diep opsnuiven.
Als ik het koppie van het vrouwtje heb weggepoetst loop ik naar achteren over het filosofenpaadje door het voedselbos en de uitbreiding ervan. Veel valfruit, kwetsen, wilde appel, wilde peer, wilde kers. Derhalve ook veel wespen, bijen en vlinders. Het zoemt er lustig op los. Ik hoor een merel, de eerste sinds lang. De meidoorn draagt bessen en is een schoonheid aan de rand van het bos. Om de paarse distels fladdert het kleine blauwtje. Als ze eindelijk uitrust heb ik mijn plaatje van de dag. Tot mijn genoegen zie ik de nieuwe boompjes in het veld groter worden, zo maar weer drie meter bos aan deze kant erbij en bij het randbos aan de andere kant de walnoten, die ook voor een goede uitbreiding zorgen. Het begint wat te worden. Trots op Lief en zijn noeste arbeid.

Als ik terugloop naar de Datsja verlicht de zon de weg met de bomen naar het grote huis, de rode kers licht op en vormt een mooi kleurencontrast met het groen, geel en bruin. Opnieuw het dametje dan maar. Het is de houding, zoeken naar de juiste vorm en dan ineens, zoals altijd onverwacht, lukt het toch, en nu doorpakken maar ook op het juiste moment stoppen. Zodra ik ga smeren gaat het fout.
Lief komt met thee en we laten ons even aangenaam verwarmen voor de deur van het atelier op de veranda. Het is fijn om te mijmeren en te verzinnen hoe we een en ander zullen gaan aanpakken. Tegen vieren trekt de zon zich terug en koelt het snel af.
Er is nieuws van het beeld, het is de oven in geweest en er goed uitgekomen, nu gaat het keramieken in werking. Het is de bedoeling dat het waterdicht wordt. Daarvoor moet het waarschijnlijk toch nog een keer gestookt worden. Ze maakt proefjes zodat we goed kunnen inschatten wat het resultaat zou zijn en welke wij willen hebben. Zo spannend.
Zoonlief belde met de jongste telg op schoot, een heerlijk schatje met grote bruine kijkers die verwonderd de wereld inkijken. Straks, kan ik haar weer knuffelen en zal ze helemaal moeten wennen aan die vreemde oma. Maar dat maak ik in de komende maanden goed. Daarna vergeet ze me nooit meer, ha ha.
Het boek dat we samen aan het luisteren zijn, is van Anna Enquist: ‘Het einde van Erna Ankersmit’. Ze leest het zelf voor. Het is een aangenaam verhaal, dat me direct weer terug brengt naar de tijd, dat ik verpleegkundige in de wijk was. Dat was al een beetje weggezakt. Zoveel leuke, grappig, droevige en mooie momenten. Te waardevol om te vergeten.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.