Het boek van Haas is uit. Ik neem het donderdag mee voor de dochters. Als het een beetje mee zit heb je het vrij snel uit. Tot verdriet van jezelf, want wat zou je nog graag in de sfeer willen blijven toeven van dat ongerepte Engelse landschap. Thijsse daarentegen neemt me elke dag opnieuw mee door het Hollandse landschap, deels verdwenen, maar ook nog steeds bestaande plekken zoals het Dwingelderveld. Het leuke is dat je via Google Map de wandeling kan maken, zei het in afgezwakte vorm en met minder oog voor detail. Het blijven oorden op mijn lijst van ooit te bezoeken waard.
Er sluimert een licht lichamelijk ongemak in de vorm van een opkomende griep. Pijn in de kaken, ‘kakement’ zei mijn oma vroeger, en een neus die onverwacht een inhoud lozen kan als water. Oude vrouw, denk ik bij mezelf. Dan krijg je dat.

In Nagypeterd is de ene helft van de keuken gesloopt en nu is des te beter te zien hoeveel ruimte er blijkt te zijn. Twee muurtjes zijn neergehaald, de wasbak eruit, het fornuis weg. Nu moet er schoongemaakt hier en daar een lichte restauratie aan de tegels en dan de keukenonderdelen erin. Ze zouden vandaag bezorgd worden. Vriendlief heeft het helemaal uitgetekend en zo ook aan de mevrouw die de bestelling opnam uitgelegd in een koeterwaals Hongaars waar Lief verbaasd over was. ‘Ik versta hem niet, maar zij begreep hem vlekkeloos.’ Haha, de kunst van handen en voeten en een goede tekening. Ik ben heel erg benieuwd en wacht met gezonde spanning af.
Eindelijk heb ik een plek gevonden waar ik mijn gifvrije shampoo kan bestellen en de make-up lijn met dezelfde intentie blijkt hier in het winkelcentrum te verkrijgen te zijn. In die zin zeg ik, lang leve het internet.
Vannacht was het weer waken geblazen. De maan nam mijn dwalende geest op de korrel en scheen vol in de kamer, waar schaduwen wegvielen door het volle licht. Toch slaap ik niet met de gordijnen dicht. Nooit gedaan, mijn hele leven al niet. Ik wil de sterren zien en het ontwaken van de dag. De stilte van de vroege morgen, om met Zjef van Uytsel te spreken. Ik kan precies zien in welke huizen de maaltijd begint voor de zon opkomt in deze vastenmaand. Daar knipoogt het badkamerraam naar het eveneens verlichte keukenraam. We zijn er klaar voor, betekent dat.
Het brengt me naar het verleden, waar we als kind een vastentrommeltje kregen op aswoensdag, om het snoep in te verzamelen van door de week. Nee, we hoefden ze niet veertig dagen te bewaren, maar mochten er op de zondag al van snoepen. Er werd geen vlees gegeten, maar de vis op vrijdag mocht wel. Op aswoensdag haalde je een askruisje, die door de priester op je voorhoofd werd gezet en er hing een gewijde hulsttak achter het kruisbeeld in de kamer, dat de doornenkroon van Christus symboliseerde. Ik weet niet of mijn vader en moeder daar hun eigen regels voor hadden. In het begin van de basisschool gingen we iedere ochtend naar de kerk, die tussen de jongens en de meisjesschool stond. Later verdween die gewoonte.
Vasten, een tijd voor bezinning, maar als je ouder wordt is dat altijd aanwezig, zeker in deze roerige tijden. Hoe draaien de raderen van dit wiel en valt het nog te stoppen.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.