De hele dag op raggenjacht. De plafonds hier zijn statig hoog, je kunt nergens bijkomen zonder hulpmiddelen. Wie niet sterk is moet slim zijn als je het in je eentje wil doen. Lief had al veel werk in de schuur en met de lampen voor buiten. Dus pakte ik de grote eiken stoel met de leuning en er een zonder naast. Een voor de stofzuiger en een voor mij, waar ik met behulp van de leuningen makkelijker op kon klimmen. Stofzuiger zonder mondje om de muur niet te beschadigen. Koddig eigenlijk. Als er een film van werd gemaakt zie je mij bezwerende gebaren in het luchtledige maken, maar ze hangen er echt, de raggen. Spin krijgt nog vaak gelegenheid zich uit de voeten te maken, maar een enkele verdwijnt, ondanks mijn voorzichtigheid, toch de stang in. En helaas voor hen is er geen licht aan het eind van die tunnel. Arme Sebastiaantjes. (Dit is de spin Sebastiaan, het is niet goed met hem gegaan/Annie M.G. Schmidt). Ken uw klassiekers.

Beetje bij beetje schuif ik de lange gang door en bij de boog van de keuken moeten de hulptroepen er zelfs aan te pas komen, want daar kom ik een stukje lengte te kort.
De nepbloemen in de Chinese vaas op de kast en voor de ramen, naast het kabinet en in een hoek van de woonkamer krijgen een opfrisbeurt en voor de verandering stel ik er nieuwe boeketten van samen. Er mogen weer een paar fleurige nieuwe exemplaren bij. Zo ontstaan er frisse bossen. Ik ben niet voor nepbloemen maar met de grote afwezigheid die er gedurende periodes is, geeft dat nog een zweem van bewonen, net als de niet kapot te krijgen echte Yucca’s in de gang, de Aloë Vera en de Geraniums. Over de laatsen ben ik altijd verbaasd. Ze bloeien het hele jaar door en staan er fantastisch en een tikje eigenwijs bij.
Buiten waaide het hard en regende het pijpenstelen bij tijd en wijle en tussendoor klonk met tussenpozen een donderslag. Lief had inmiddels de klaprozen naast de malve, tegen het muurtje van de oude stallen, een beetje bij elkaar gebonden, zodat ze bestand zouden zijn tegen die plotselinge windvlagen. De rest van de bloemenzee heeft zich aardig gehouden. Altijd spannend of natuur in een klap de lente teniet zal doen.
De bioclub belt. ‘Waar zit je?’ ‘Uhhh, in Hongarije.’ Datum verkeerd in mijn hoofd geprent. Dat betekent dat de bio van Renate Dorrestein door Iris Pronk al uit had moeten zijn. Maar ik had juni in gedachten. ‘Mea culpa’ dan maar en volgende keer beter. In Juli ben ik er weer bij. De nieuwe biografie is die van ‘Fulvia’ van Jane Dreycot. Een vrouw die alle regels van het oude Rome schond. Een grenzen-loze vrouw, altijd boeiend. We zijn benieuwd.
Dochterlief belt. Ze loopt over de Twijnstraat en wacht tot de kringloop voor kinderen open is. Leuk om haar in gedachten te zien lopen door die geweldige buurt, waar een groot aantal voetstappen van ons uit het verleden liggen. Dat is toch echt wel een voordeel van een groot beeldend vermogen. Er is geen film of foto voor nodig. Het moment wandelt zomaar je hoofd binnen. Genieten.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.