Overpeinzingen

Zoals een zolder placht te zijn

Al met al was het weer een goed gevulde dag gisteren en liep ik rond zevenen ‘s avonds naar Agaath om moe weer huiswaarts te keren. Het was erg gezellig geweest, een tikkie rommelig maar dat kan ook haast niet anders met die lange lijzen, onze zeventienjarig en zijn al even grote vrienden, al kletsen, grollen en grappen, en met kleintjes er tussendoor giebelend. Ze hadden de voorkamer bezet. Eens waren ze de olijke moppies van weleer. De tijd vliegt, dat wordt vooral op zulke dagen duidelijk.

Het waren ook geen cadeautjes meer, maar geld voor een mooie nieuwe fiets. Met helm die ooit van tante Pollewop was geweest als symbool voor dat alles. Haha. Maar het duurde pas tot rond half zes, voor hij het kon ontvangen. Toen waren we min of meer allemaal compleet. Ze hanteren doorgaans een variabele marge voor het vieren van een feest. Dan kan het gebeuren dat de taartjes naast de soep met brood worden gegeten. Ik had de hapjes van de boekenbabbel over beide dochters verdeeld. Beter. Dan zit ik er niet meer mee. Naast lief was er ook wat leed bij schone dochter haar zus en dat bracht lichte onrust, maar de kinderen hadden er geen weet van.

Vandaag dus tante Pollewop. Met zon en een nieuw aangelegde stadstuin, dat gaat helemaal goed komen. In de zon kan je nog wel buiten zitten. Het is de vraag of alle vriendinnen en vrienden van dochterlief en schone zoon ook komen want dan heeft het kleine grut de overhand, al worden die natuurlijk ook steeds groter. Ze wordt zeven en alles in haar kielzog ook ongeveer. Het zal er krioelen. Net als in de groep betekent dat het verstand op nul, dan glijdt alles van je af. Gegil, gelach, gekakel, tussen al het speelgoed en daar tussenin feestvreugde, kleine brandjes blussen, hoogtepunten aansnijden, en er tussendoor familieaangelegenheden en wederwaardigheden uitwisselen, zoals het op verjaardagen pleegt te gaan. Iedereen kent elkaar al heel lang. We zijn met elkaar opgegroeid, kan je stellen, verjaardagsgewijs.

De volkstuin met z’n drieën is een tikje aan regels gebonden, lees ik in het antwoord op de brief die dochterlief over ons voorstel van mijn tuin met drieën te nemen, heeft gekregen. Dat snap ik wel in verband met de administratie, maar toch. Het lijkt mij dat dochterlief gewoon haar tuin dit jaar nog aanhoudt. Dan komt het vanzelf goed. In het artikel ‘Art Room’ in de Kunstbrief van See All This, dat ‘De aarde lacht in bloemen’ heet, staat een citaat van de Engelse dichter Alfred Austin (1835-1913): ‘Wie met zijn handen in de aarde werkt, werkt ook aan zijn ziel’ en dat is iets wat iedereen kan beamen die met hart en ziel in de tuin aan het werk is. Gisteren op het piepkleine balkonnetje van dochterlief met de groene vingers staan alweer de nodige kwekelingen, evenals in de vensterbanken. Ze is meesterlijk met het houden van planten, waaronder orchideeën in het bijzonder, maar ook al de balkonplanten op dat piepkleine balkonnetje tieren welig.

Lief stuurt een foto van een gevonden handmolentje tussen de spullen. Het komt me niet direct bekend voor, maar als ik naar het model kijk zou het een notenmolentje kunnen zijn. Handig. Ben benieuwd wat hij nog meer opgeduikeld heeft. Een en al verrassingen, zoals een zolder placht te zijn.

Overpeinzingen

Daar hebben we het maar mee te doen

Al een hele ochtend erop zitten voor mijn gevoel en ook namens de klok, die nu 12.43 aangeeft. Om half acht hadden Lief en ik al gebeld met video en kreeg ik het fantastische nieuws te horen dat de steenhouwer in feite had gewacht tot vriendlief van Lief weer terug in Hongarije zou zijn, want hij wilde het aanrechtblad samen met hem leveren en monteren. Alles was in ieder geval voor een dergelijk moment gereed. Hoera, de vlaggen kunnen uit en volgende week gaat het echt gebeuren. Daarna mag ik het wonder aanschouwen. Eindelijk.

Een van de vorige tuinfeesten met zelfgemaakte hapjes

Daarna in sneltreinvaart de ochtendrituelen en op pad om met Agaath om rond kwart voor tien bij het tuinencomplex te arriveren. Dochterlief liep al te ijsberen. Het verenigingsgbouw zat nog op slot en dochter was er al en al snel druppelden de anderen van de feestcommissie binnen. We waren met z’n zevenen, de rest had zich ziek gemeld. Geen probleem. Het ging om het lustrumfeest en eigenlijk had ik alleen nog maar de tafelkleden in te dienen die ik meegenomen had van vorige feesten. Na deze vergadering geef ik het uit handen. Op de dag van het feest ben ik in Hongarije.

Vandaag is de oudste kleinzoon jarig en tikt hij de zeventien jaren aan. Het brengt me altijd weer terug naar de allereerste keer in een ziekenhuiskamertje van een Frans ziekenhuis, paps was er niet en dochter met telg werd net binnengereden. Mijn eerste kleinzoon. Net als mijn moeder bij mijn eerste bevalling pinkte ik een traantje weg. De cirkel was rond. Dat gevoel werd intens en aandachtig beleefd. Voor de rest moest ik bijkomen van de overhaast vertrokken en snelle rit naar Parijs in de kleine blauwe Prins of had ik toen de Laguna nog. Tijd snelt en haalt de feiten door elkander.

17 Jaar en toe aan een nieuwe fase. Als zijn grootste cadeau een inloting op zijn sportacademie zou zijn, kunnen de vlaggen uit, maar helaas is het nog niet bekend gemaakt. Ik blijf duimen. Alle zinnen staan er op. Er is een tweede scenario, maar minder geliefd.

De nieuwe Groene in de bus met een overpeinzing van Marja Pruis over de reportage die onlangs gemaakt is over de kinderen van de Baghwan, een mensonterend stuk in de letterlijke zin van het woord, waarin ze schrijft over de ‘Overbekende beelden van een goorlap vanuit het perspectief van de kinderen’ en met de vraag ‘hoe het kan, dat moeders toen klaarblijkelijk zo eenvoudig hun moederjas uittrokken.’ Moederjas, een prachtige vondst met een terechte vraag. Wat zijn de omstandigheden dat maakt dat je zo iets doet, verwijdering van kinderen van hun ouders, zonder dat het vraagtekens oproept. Het was vervreemdend om de weerzinwekkende realiteit van toen te zien. Wanneer hou je als moeder op moeder te zijn tot in de ziel van je wezen.

Vandaag vieren we het leven van de oudste, morgen die van jarige tante Pollewop, die dan al zeven wordt en twee dagen later die van de de twee jarige Njong op weg naar drie met de ongeboren telg in het kielzog. Alles op een kluitje. Beter voor mijn afwezigheid in Hongarije. Nu de keuken volgende week vorm krijgt, er een nieuwe thermostaatkraan in de douche komt ter vervanging van een lekkende voorganger, en Lief alles tot in de puntjes verzorgd wil hebben voordat ik kom, heb ik het vertrek definitief op de elfde gezet. Of baby moet op zich laten wachten. Mijn moeder zou hebben gemompeld: ‘Gods wegen zijn ondoorgrondelijk’, en daar hebben we het maar mee te doen.

Overpeinzingen

Wie weet wat het oplevert

Een van de activiteiten, die je los weken van je telefoontje, is het lezen. Fictie vergroot je wereld, stuwt andere onderwerpen op om over na te denken, leidt af, geeft inspiratie. Ik ga proberen de telefoon wat meer buiten bereik te houden. Boven bijvoorbeeld, een trap als de vesting die ik moet nemen om het op te duikelen. Of is mijn discipline groot genoeg om het gewoon te laten voor wat het is. Voor de geboorte moet het vermaledijde ding stand by zijn natuurlijk.

De Hoff staat volop in bloei

Met lief heb ik vanmorgen al gesproken. Altijd fijn om dat lieve hoofd weer op mijn Ipad te zien. Vandaag komt vriendlief de laatste laatjes van de keuken in elkaar zetten en gaan ze misschien wel kijken bij de steenhouwer die het keukenblad zou leveren. Dat laat9op z’n Hongaars) te lang op zich wachten. Maar eerst verdient hij het voordeel van de twijfel. Misschien zijn de platen niet te leveren en dan zal er naar andere oplossingen gezocht moeten worden.

Lief heeft op zolder achter het schot bij de ketel trouwens nog een behoorlijk aantal keukenspullen gevonden, waarvan we het bestaan wel wisten, maar die we nooit goed bekeken hebben. Ze zijn ooit van een uit het oog verloren iemand geweest, die de spullen bij Lief had opgeslagen en nooit meer opgehaald. Hij was vanuit Hongarije weer naar Holland vertrokken en heeft op aandringen van Lief nooit meer wat laten horen. Er zit zelfs een gehaktmachine bij, maar ik las al dat je die ook kon gebruiken voor het fijnmalen van groenten. Alleen is de vraag hoe handig het in het gebruik is en, ook niet onbelangrijk, of het dan goed schoon te maken is, of dat de staafmixer handiger zal zijn. Ben benieuwd. Een paar raclettes zitten er ook bij. Misschien goed te gebruiken bij alle logees, die we dit jaar verwachten. Ik zag in de gauwigheid dat er heerlijke recepten van zijn. We gaan het zien en beleven.

Een kattebelletje naar schoonzus, hoe het met haar is. Ze heeft gelukkig veel afleiding om zich heen, maar geeft ook aan dat het doel, zwager was een meester in het geven van aandacht en het tonen van dankbaarheid, weg is gevallen. Ze vult het op met haar koren, die ze nog dirigeert en haar zoon en de kinderen van zwager, die vlak bij haar wonen, om haar heen. Haar beste vriendin is er ook vaak. Voor de tuin heeft ze een hovenier genomen en die zorgt voor het broodnodige onderhoud, want om dat zelf te doen, zit er niet meer in. Slim.

In de nieuwe ‘See All This’ staat een artikel van Nanda Janssen over kunstwerken voor en door de natuur, en het feit dat ze tegenwoordig als paddestoelen uit de grond schieten. Daarin haalt ze de schilderijen van Astrid Nobel aan. Door de lockdown tijdens Corona was ze afgesneden van Ameland, haar geboortegrond. Ze ging, door heimwee, schilderen met behulp van een fles waddenzeewater, die ze in haar atelier had staan. De doeken glinsteren door de zoutkristallen van dat zeewater, ze zijn de zee, zo voelt het. Een pleidooi om er op uit te trekken en materialen te verzamelen die zichzelf aanbieden, allerlei biomaterialen als grondstof voor je kunst. Ook een manier om de telefoon thuis te laten. Dat zou wel tot gevolg hebben dat ik weer met mijn fototoestel op pad moet gaan. Iets minder handig maar nog steeds te doen. Wie weet wat het oplevert.

Overpeinzingen

Het is meer dan de moeite waard

De hele dag stond een beetje in het teken van de boekenavond. De voorbereidingen bestonden uit het halen en kiezen van lekkere hapjes en mooie wijn. De kaasboer en de slijters waren mijn redders in nood. Te zwaar beladen weer op huis aan, waarbij ik de wijn door zoonlief uit de auto liet halen. Daarna volgde een strategische opstelling van de meubels, gezellig, kringsgewijs, kussentjes erbij of juist weer weg, vaasje zus, bloemetje zo, zo kan een mens neuzelen, maar goed. Rond achten was ik er klaar voor. Een van ons had zich helaas ziek gemeld. Altijd een aderlating voor ons zorgvuldig uitgekozen groepje van drie man en drie vrouw, mooi in evenwicht, en niet voor niets.

Na de bekende wederwaardigheden en nadat ieder het gemoed had gelucht, kwamen we eindelijk bij het boek ‘Alles voor de Reis’ van Adriaan van Dis uit. Unaniem werd het de hemel ingeprezen, de weg van de hoofdpersoon, zijn geliefde achterna. Wat een prachtig eerbetoon aan de liefde tussen twee mensen. Wat een mooie manier om zo met elkaar om te gaan, de ruimte te kunnen geven aan de ander en de zachtheid waarmee er omgegaan werd met de wisselende stemmingen. De afleidingsmanoeuvres van de ‘verre reizen’, die ze over alle grenzen heen maakten, werd aangevuld met de schoonheid van het woord in poëzie, proza of muziek, onder het genot van een kopje thee zonder thee-maar met hun heerlijke middagborrel zoals buiten het hospice te doen gebruikelijk was geweest.

Al gauw kwamen de andere thema’s aan bod, die als een logisch vervolg op het boek wel heel voor de hand hadden gelegen. De betamelijkheid van het hebben van een relatie naast een huwelijk, het oordeel dat sommige criticasters daar op hadden. Er was voor iemand een gevoel alsof de schrijver zich wilde laten gelden met het schrijven van dit boek en bij sommigen talmde het idee of het wel allemaal zo onbaatzuchtig gemeend was. Een liefdesverklaring en rouw ineen, verdriet dat bleef schrijnen en dat er uit moest, op welke manier dan ook, scheen het. De leidraad, via de reizen en met de kracht van het welluidende woord, waarlangs het hele relaas van deze liefde gelegd werd, was misschien wel de enige juiste. In mijn beleving wel in ieder geval.

De dood steeg erboven uit en bleef hangen. En dringende vraag van een van ons aan allen was ‘Hoe hebben jullie de laatste hoofdstukken ervaren’ en het antwoord erop leidde tot gedachtensprongen, die veel verder reikten dan het boek lang was, over alle grenzen heen, tot de bijna-doodervaringen en de verklaringen van wat dood nou eigenlijk zou kunnen zijn, maar ook tot de uitwisseling van hele persoonlijke ervaringen, misschien nog nooit eerder gedeeld en nu in deze juiste bedding ontvouwt. Iets wat vooral gebeurt als er een sfeer is van verbondenheid en vertrouwen.

Er bleef aardig wat stof over, dat tot nadenken stemt in dit nieuwe uur. Veel bleef nagalmen. Unaniem waren we het erover eens dat het een bijzonder mooi boek was, los van de vraag of het al dan niet autobiografisch zou zijn. Van Dis zelf noemt het nadrukkelijk een ‘roman’, omdat de realiteit verweven is met fictie, misschien wel zijn dromen met de werkelijkheid.

Stap af van het morele vraagstuk en lees het zo onbevangen mogelijk. Het is meer dan de moeite waard.

Overpeinzingen

Zoveel zielen, zoveel meningen

De beste man kwam rond een uur of drie met twee dozen pannen, waarvan een te zwaar, vier trappen omhoog gesjouwd. ‘Heb je geen fooitje voor de beste man’, vroeg ik zoonlief. ‘Mam, het is zijn werk.’ Ik dacht, ‘dat weet ik wel maar toch.’ Vier trappen op met een zwaar pak, dan voel ik vooral mijn bezwaarde gemoed.

Straks moet ik even in de benen en gaan ruimen, want de boekenbabbel is vanavond hier. Dat betekent buiten het stofvrij maken, ook wat lekkere borrelhapjes in huis met een wijntje erbij.

Ik kwam gisteren een filmpje tegen van een staaltje aan wilgen vlechten. Ze maakte er een huis van met knusse kleden, kussens en matrassen. Heel gaaf. We hebben staken genoeg. Wie weet, moeten we eerst beginnen met een hut voor de kinderen. Ik ben net met Lief even virtueel ‘door de tuin gewandeld’. Ons bos tegenover de Datsja is een witte wolk van bloesem. Zo prachtig. Hij liep nog verder, maar ik smeekte hem terug te gaan, want het verlangen wordt zo groot. Ik zou er zo graag willen zijn. Nog even geduld want de kleine laat nog op zich wachten.

Toen we nog jong en onbevangen waren…

Gisteren tegen een uur of zes ‘s avonds waren er prachtige luchten te aanschouwen, dan bof ik met mijn bovenwoning. Het is een en al genieten van wat ons voor niets gegeven is. Fantastisch.

De biografie van Renate Dorrestein is boeiend om te lezen, ook omdat het leven zich in onze tijdsgeest afspeelt en alles zo herkenbaar is. ‘Als de dag van gisteren,’ bedacht ik me. We lopen weer door Utrecht samen, van de ene naar de andere tent en genieten van een vrijheid die mijn moeder nooit op die manier gekend zal hebben. De weekenden brachten we meestal bij vrienden door. Ik herinner me een groot feest van een paar dagen lang in Delft en een aantal weekenden op het groot Seminarie van Driebergen dat beheerd werd door een vriend van ons, die anti-kraak woonde en bij de rijkspolitie werkte. Daar kon ie ook niets aan doen, maar het was wel een mooie plek om samen te zijn. Vriendlief was dan vaak bij familie en we hadden het hele rijk alleen. Of er waren de weekenden bij Kassa-Bon, de bijnaam van een man die ons als groep vrienden een eiland verhuurde in Vinkeveen, waar we naar toe voeren met de BMer en vaak licht beneveld weer terug. Daar rockte het dan stevig op los. Die goeie ouwe tijd.

Later woonden we samen in Leiden en trokken er regelmatig met onze overzeese vrienden op uit, of speelden domino bij iemand op kamers en niet zelden mondde dat uit in een gezellige dansavond. Ja, er werd ook gestudeerd, maar tussen die broodnodige bedrijven door.

Die sfeer van toen vind ik terug in dit boek. Al was ik hooglijk verbaasd dat ze een tijd voor Panorama heeft gewerkt. In het hol van de leeuw als je het goed beschouwd. Nergens was er zo’n haantjes-bolwerk als daar. Zo zie je maar. Alles is niet wat het op het eerste oog lijkt. Vanavond gaan we het boek ‘Alles voor de Reis’ van Van Dis bespreken. Ik ben zeer benieuwd wat de bevindingen zijn. Het heeft aardig wat tongen los gemaakt. Zoveel zielen zoveel meningen.

Overpeinzingen

En oma’s worden ouder

Afgelopen zondag was het een heerlijke zonnige dag en uitgesproken weer om op de tuin de nodige bergen te verzetten. Helemaal een huzarenstuk, omdat die bergen bestonden uit sprokkelhout en oude compost. De dametjes waren er al eerder en de schone zonen waren in hun kielzog meegekomen. Die waren er voornamelijk voor het afvoeren van al het hout dat er nog bij zou komen. Gelukkig was de stort tot half een geopend. De dochters zouden namelijk alvast beginnen met het snoeien van de wilgen, een knap dozijn, die hun habitat hadden weten te handhaven op alle andere bomen, fruit en sier. Eenvoudigweg omdat ze al wortelen als er een verdwaalde tak van de gevlochten hekjes in moeder aarde steekt.

Tot mijn grote verbazing waren ze allemaal al gesnoeid toen ik twee uur later aankwam. Temidden van de nieuwe berg aan takken stond dochterlief breed lachend met de elektrische zaag op batterijen van de achterbuurman. Dat betekende dat ik me genoeglijk kon voegen naar het maken van handzame takkenbossen, een rustiek werkje waar nauwelijks lichamelijke arbeid aan te pas kwam, dus uitstekend geschikt voor mij.

De filosoof en tante Pollewop waren er ook bij en de filosoof was bezig met een beschermend hekje op kabouterniveau te maken op de ontdekte akelei van zijn overgrootmoeder, de enige van de overgehouden planten, die nog stand gehouden had. Hij sneed er met zijn zakmes scherpe punten aan, zodat niemand het zou wagen om daar ook maar een voet in te zetten. Ik was trots op hem. Op zijn liefde voor de akelei, om zijn concentratie en om zijn beschermend vermogen. Oog voor de natuur, dat hadden deze twee met de paplepel ingegoten gekregen, ook door de reis door Europa in zeven maanden, een leerschool bij uitstek.

De bolderkar werd nog een keer volgegooid en de bundeltjes takkenbossen werden met dankbaarheid ingeladen. Zo handig. Maar tegen de hoeveelheid was bijna niet aan te werken. Goeie genade. De achterbuuf en tevens nog de voorzitter van het complex had van onze snode plannen gehoord om van twee tuinen er een te kiezen, namelijk die van mij, dat zou de tuin van ons alle drie worden en de tuin van dochterlief wordt dan weer vergeven. Één tuin is al werk genoeg. Er zijn snode toekomstplannen en we hebben er alledrie zin in. Eerst deze bergen verzetten en dan gaan opbouwen. De drie jongens van de oudste kwamen met hun vader mee en er werd nog wat met handzagen in het rond gezwaaid voor de laatste vergeten staken.

Als de bezorgdienst vandaag de pannenset komt brengen, ergens deze dag tussen tien en achttien uur, een wijds begrip, dan kan ik nog wat slechten daar op de tuin. Anders misschien van de week nog. Er hangt een bevalling in de lucht, maar er zijn nog geen tekenen. We wachten het kalm af. Tot zo lang gaat alles gewoon door. Drie verjaardagen van de kleinkinderen komende week. De oudste wordt alweer 17 jaar. Het is nauwelijks voor te stellen dat zijn geboorte alweer zo lang geleden is. Zijn komst en mijn rit halsoverkop naar Parijs toe, staat nog vers in het geheugen gegrift. Kleintjes worden groot en oma’s worden ouder.

Overpeinzingen

Inderdaad om te koesteren

Er werd gevraagd hoe we zwemmen geleerd hebben en daarvoor moest ik heel wat jaren terug in de tijd. Ik zag het gebouwtje, in gedachten groter dan het was, met de twee loketten van de kassa, een voor de meisjes en een voor de jongens, en de dames die de kaartjes en abonnementen moesten controleren. Toen volgde de rest van de herinnering vanzelf:

Van jongs af gingen we mee met mijn moeder of , wat vaker voorkwam, met de broers naar het Noorderbad. Hét zwembad in het Ondiep. Hele gezinnen gingen op hun gezinsabbonnement er naar toe en dat vanaf maart tot aan september of oktober. Zodra het zwembad, een buitenbad, haar poorten opende, stapten wij het water in en kwamen er aan het eind van de zomer weer uit. Natuurlijk kon ik als klein meisje niet zwemmen en was ik aangewezen op het Ondiepe, maar gevaar lag op de loer, want dat ging haast onmerkbaar over in dieper dan ik hebben kon. Zwemmen leerde ik in eerste instantie van de broertjes. ‘Hup, het diepe in vanaf de steigers’ en dan op z’n hondjes verder. Ook kregen we op een gegeven moment zwemles aan de haak. Wat een verschrikking was dat. Een barse badmeester hield het onding vast en dirigeerde: ‘Naar voren, opzij en sluiten, naar voren, opzij en sluiten.’

We leerden snel en lagen al gauw drie keer per dag in het zwembad. Er was een jongens en een meisjesbad. Om zes uur in de namiddag ging de poort er tussen open en mochten we in elkaars bad zwemmen. Dat was niet tegen dovemans puber-oren gezegd. Mijn compassie lag in het zwemmen zelf en het duiken van de lage, met allerlei variabele mogelijkheden. Maar voor mijn lijf schaamde ik me vreselijk. Ik wist nooit hoe snel ik in het veilige water moest komen en de gewichtloosheid was me een zegen. Daar voelde ik me veilig en geborgen. 

Zonnen op het speelveld deed ik daarom bijna nooit. Mijn grote vriend in het zwembad was Auke en ik was stiekem een beetje verliefd op hem. Hij had zo’n grappige neus met een afgevlakt puntje. Hij woonde achter de sportvelden van DSO. Een enkele keer spraken we ook in de winter af, dan gingen we schaatsen bij Aroza. 

Ach ja. Nu kom ik helaas niet meer in het zwembad. Doorgaans kan ik het niet meer aan. Het chloorgehalte en de inspanning is beide teveel, tot groot verdriet, al heb ik me lang niet meer graag in badpak vertoond. Hoe mal, dat je, een leven lang, een oordeel van vroeger je bezigheden laat bepalen. Toen ik vorig jaar met dochterlief en het hele gezin samen met Lief mee ging zwemmen bij de steengroeve in Slowakije, had ik voor het eerst een badpak, waar ik me wel goed in voelde. Misschien kwam het ook door de veilige geborgenheid waar ik mee omringd was, maar het deed er ineens niet meer toe dat er mensen buiten op het gras lagen en naar de spelende mensen in het water keken. De beweeglijkheid bleef inderdaad achterwege, maar in het ondiepe lukte wel het een en ander. Als een kind zo blij, de hele dag. Inderdaad, om te koesteren.

Overpeinzingen

Deze tijdgeest

Op de bonnefooi gaan rondrijden en dan zien waar het je brengt. Daar was ik gisteren mee bezig, toen ik niet kon verzinnen waar de dagvulling zich verstopt had. Deze weken zijn de weken van wachten. Wachten op een telefoontje van zoonlief dat de weeën zijn begonnen, wachten tot het blad van de nieuwe keuken is gearriveerd, wachten tot het tijd is om in de auto te stappen en op reis te gaan, wachten tot het tuinplan verwezenlijkt gaan worden, wachten tot de papavers en de akeleien aanslaan en gaan groeien. Wat moet je doen met een rugzak aan wachttijd. Dan ga je dat slechten. En wel door gewoon een stukje te rijden en zien waar het je brengen zal. In dit geval reed ik met een omweg naar de parkeerplaats van Parkhout toe. De zon scheen nog net. Ik had de jas thuis gelaten en wel een omslagdoek meegenomen.

Het kwinkeleren van de vogels was een welkome uitnodiging, toen ik uit de auto stapte. ‘Kom maar gezellig een beetje wandelen’, was de boodschap door het gefluit heen. Evenzeer riepen de meerkoeten me dat toe en de gakkende ganzen verderop. Hondlief van een andere wandelaarster, niet om niets, maar om de hond uit te laten, dat was duidelijk, kwam me snuffelend begroeten en liep nog een bospaadje met me mee. Zonlicht wordt sprookjesachtig gefilterd door het jonge groen. Een bankje aan de vijver met twee vrouwen erop in de late middagzon. Ze stonden op toen ik er aankwam en ik maakte dankbaar gebruik van deze geboden gelegenheid om even uit te puffen.

Zoonlief belde ondertussen en vroeg of ik stand-by wilde staan in de nacht, mochten ze onverhoopt naar het ziekenhuis moeten, als de weeën begonnen waren. Natuurlijk. Geen enkel probleem. Zo werkt dat. De heuvel liet ik links liggen, maar maakte de omweg naar het dierenparkje toe, om vervolgens het oude wilgenpad in te slaan. Om de twee of drie bomen lagen er wilgen in het water. Verrot aan de wortels nam ik aan. Hier was werk aan de winkel.

In de auto even bijkomen en uitpuffen. In de ochtend had ik de gekochte aanwas van de Hortus van van de week in de oude potten met nieuwe aarde gezet en wilde ze de grond wel uitkijken. Geduld is de boodschap en alles op z’n tijd.

Vandaag gaan we naar de tuin. De stort blijkt open te zijn tot 13.00 uur, dus de zakken en overtollig kreupelhout kunnen daar naar toe gebracht worden, om daarna verder te gaan met de wilde plannen voor de aanleg van de moestuin en daarna gaan we een plan de campagne maken voor de rest van de tuin.

Dochterlief knoopt er een vegetarische BBQ aan vast, maar dan wel met de rook ver van mij af, anders moet ik het veld ruimen. Iets wat ik met liefde zou doen hoor. Ik neem wat koek en zopie mee, de oudste maakt een salade. Zo versterken we de inwendige mens en kunnen vele monden er in delen. Wie weet hoe het feestje uitpakt.

Een tijd in afwachting heeft iets onbestendigst, vroeger zong ik voor de gelovige bejaarden op de Wartburg in de vroege ochtend: ‘Wat de toekomst brenge moge…’, daar moet ik in deze dagen vaak aan denken. Niet door de regels daarna, maar door het ongewisse van deze tijdgeest.

Overpeinzingen

Altijd een reden om naar de kringloop te gaan

Eergisteren, na het heerlijk verpozen met vriendinlief, reed ik langs de kringloop en besloot daar even een rondje te maken. Heerlijk snuffelen tussen de kleding en de boeken, vaste prik, en bij de tafel van nieuw binnengekomen.

Een lamswollen soort vest/halve omslagdoek van Anna in geblokt zwart/wit met franjes, waarbij ik een visioen duidelijk voor ogen had, van de wat kouder optrekkende zomer-en herfstavonden in de Hoff,, een basic wit t-shirt en en een zwarte wollen sjaal. Geen mooie kinderboeken dit keer, maar wel op de tafel een ‘Rechter Tie’ beeldje van porselein. Tenminste daar deed het me sterk aandenken. De ‘Rechter Tie-boeken’ van Robert van Gulik heb ik ooit verslonden en dit was het prototype van zo’n vredelievende en rechtvaardige rechter, met zijn inktpotje in de hand om het decreet te onderschrijven. Was er maar zo’n wijze rechter die zich boog over de wereldproblematiek, die zich daarover kon uitspreken.

In Nagypeterd nog steeds geen sein van het aanrechtblad. We knijpen ‘m een beetje. Lief wil alles in orde hebben voor ik die kant opga. En dat snap ik wel. Nu ligt er overal stof en rommel en blijft hij ruimen. In mijn hart hoop ik dat ik de reis kan maken, met al die verontrustende berichten. Hoe dan ook, ik ga, wat er ook gebeurt. Het verlangen om weer verenigd te zijn, is groot.

In de familie is het eerste achterkleinkind geboren. Broerlief heeft het net niet meer meegemaakt. Het is wel heel bijzonder dat schoonzus nu overgrootmoeder is geworden. Een sprookje, dat werkelijkheid wordt. Of verzint mijn beeldend vermogen dit nu. Er zijn natuurlijk veel meer overgrootouders op de wereld. In het Hongaars is er een leuk woord voor oma en opa. Nagymama en Nagypapa. (Letterlijk grootmama en grootpapa). Overgrootmoeder wordt Dédnagymama.

Over ouder worden gesproken, zuslief en ik hadden het laatst over het optreden van de koren in verzorgingshuizen en verpleeghuizen. Doorgaans is het repertoire nog steeds dat van de jaren ‘50 en begin ‘60. Stel je voor dat wij, en op onze leeftijd is iets dergelijks niet onvoorstelbaar, daar zouden komen te zitten-vooralsnog hoop ik van niet-dan hoop ik toch dat ik ze kan verleiden tot een lekker stevig rocknummer. ‘Aqualung’ van Jetthro Tull bijvoorbeeld of iets van dien aard maar ook Jasperina, Robert Long, Maarten van Roosendaal of Bram Vermeulen, al naar gelang het zo uitkomt, zodat het karretje in alle stilte de zandweg af mag rijden, langs de kleine bloempjes in het stille dal. Wij zijn daar mee vergroeid.

Gisteren was het een kalme dag, noodzakelijk, want morgen komt er weer een tuindag aan. Ik heb nog geen antwoord op het handige tomatenkweekkastje gekregen en ik ben benieuwd of beide dochters dat zien zitten.

Dochterlief aarzelt over de vakantie en dientengevolge van de ontmoeting in Novi Sad die we dan zouden hebben. Alles staat qua energieverbruik op losse schroeven en we moeten maar kalm afwachten. Focus op de kleine mooie dingen, raad ik haar aan. Mondiaal hebben we helaas niets in de melk te brokkelen, voorlopig.

Ik lees een positief bericht in de Groene over twee schaapskuddes op de Elspeterheide die ertoe zijn overgegaan om succesvol twee Kuddebeschermingshonden aan te schaffen. Naast de twee bordercollies, die de schapen bij elkaar houden, zijn er twee Spaanse Mastins aangeschaft. Het zijn rassen, die dezelfde oertaal spreken als de wolven. Daarnaast leer ik uit hetzelfde artikel dat de gecastreerde rammen met de bellen om de nek, die de kudde aanvoeren, ‘Belhamels’ heetten. Geen kwajongens dus, maar noeste en ijverige kwanten. Iedere dag een leermoment. Fijne focus.

Ik laat Lief mijn ‘Rechter Tie’ zien en hij is er ook verguld van. ‘Het komt op jouw werktafel hier’, beloof ik en een volgende queeste is een zoektocht naar een tweede exemplaar voor de werktafel in Nagypeterd. Altijd een reden om naar de kringloop te gaan.

Overpeinzingen

Wie dan leeft, die dan zorgt

Voor het eerst sinds lang was ik diep ontroerd door een programma op WNL over vier gepensioneerde, van oorsprong marokkaanse, mannen en drie jongeren, die allen hier geboren waren, maar ook Marokkaanse roots hadden. Ze waren allen op bezoek bij de man die in Friesland een bestaan had opgebouwd door de jaren heen, gekomen als gastarbeider, getrouwd en gebleven. Het was zo ontroerend om de wijze lessen aan te horen van de oudere mannen, veel ruimdenkender in hun geloof dan de jongere generatie, die verstrikt zaten in de strenge regels en wetten van het geloof nu. De jongste merkte terecht op, dat de oudere generatie veel moderner waren dan zij. Waarbij de oudere mannen aantoonden dat de islam in het geheel niet zo strikt en streng was als het op dit moment werd beleden. Zij predikten liefde in hun relaties en naar de kinderen toe, iets waar de jongeren naar bleken te hunkeren. Een Iftar maaltijd aan het eind, opgezet voor het hele dorp, gaf tenslotte de totale verbondenheid weer tussen de inwoner en zijn dorp. Iets waar hij diep door geroerd raakte. Het was prachtig om te zien.

Iets dergelijks hadden vriendinlief en ik ‘s middags ook ervaren. Een appje in de ochtend. Een afspraak voor volgende week stond er al, maar de dochter van vriendinlief was ziek geworden en of ik zin had, in plaats daarvan, om in de middag te gaan lunchen. Een thuiswedstrijd want we zouden naar Hajé gaan op de scheidslijn tussen Nieuwegein en Houten met een ‘Thijssiaans’ uitzicht op de uitgestrekte weilanden.

Natuurlijk doen we dat. Sneller dan gewoonlijk in de benen en precies op hetzelfde tijdstip kwamen we aan op de parkeerplaats. Een hartelijk welkom. Een paar keer per jaar treffen we elkaar, omdat we van elkaar houden, om bij te praten en om het leven te delen in al haar facetten, lief en leed. We hoopten op een plaatsje aan de buitenkant van het terras, maar die waren al vergeven. In het midden zaten we ook ruimschoots in de zon en hadden alsnog het uitzicht. Tussen de gasten aan de voorkant door, zagen we de springende hazen achter elkaar aan zitten en de konijntjes aan de zijkant van het hek dartelen en buitelen dat het een lieve lust was.

Er vielen geen stiltes. Er waren weer zoveel roerigheden in beider levens gebeurd, dat we vergaten om op de kaart te kijken en de vrouw die het terras onder haar hoede had, was al een paar keer tevergeefs aan komen lopen. Uiteindelijk besloten we toch de lunchkaart te bestuderen. Het eten was eigenlijk bijzaak. Vriendin leest de blog, dus was veel meer op de hoogte van mijn perikelen dan ik van de hare, al hadden we wel appcontact. We hadden allebei de nodige heftige zaken meegemaakt. Het samen praten erover verzacht, raad en advies van beide kanten ook.

Daarnaast genoten we van de weilanden tegenover ons en het dartele leven daar. Zodra er een tafel aan de voorkant leeg kwam, verkasten we daar naar toe om met een glaasje wijn de heerlijke ontmoeting af te sluiten. De reiger, die statig was komen aanvliegen, liep met langzame haast bedachtzame stappen richting wallekant en tuurde strak in het water op zoek naar een prooi. Twee keer had hij beet. Twee Canadese ganzen met hun zwarte lange nekken spiegelden statig in het water, pop-art terwijl U wacht. Boven ons was de lucht nog prachtig blauw maar de zon nam in warmte af. Tegen een uur of vier besloten we op huis aan te gaan, dit keer met de belofte dat we misschien in Juni weer een kunstkransje met vriendinlief Almelo erbij konden organiseren. We gaan het zien. Wie dan leeft, die dan zorgt.

Overpeinzingen

Tot zover

Ik zal iets minder gehaast aan mijn relaas van de dag beginnen. Gisteren zaten er wel heel erg veel verschrijvingen in de blog. Te snel gemaakt en niet nagelezen. Een driewerf mea culpa is op z’n plek. Ik zal mijn leven beteren.

Om tien uur hadden de beide dochters en ik afgesproken. Best wel heel erg vroeg voor mijn doen. Toch sta ik dan ruim twee uur van te voren op, omdat ik in een kalm tempo de ochtendrituelen wil afhandelen en niets overhaast moet doen. Geef ik daar geen gehoor aan, dan gaat het de hele dag mis. Ken Uzelve.

Ik wachtte op het complex in de auto op dochterlief, die daar nog geen sleutel van heeft. Dochter twee belde of ze nog wat lekkers mee moest nemen. Wij keken elkaar aan en barsten in lachen uit. We hadden alletwee niet echt aan de innerlijke mens gedacht of tenminste de oudste had water klaargezet en net zo hard ook weer vergeten mee te nemen en ik heb er flauwtjes aan gedacht, maar niet gehandeld. We lijken op elkaar, dat moge duidelijk zijn. Of ze nog een thee moest meenemen bij het tuincentrum. Nee hoor, het is allemaal goed. Kom maar gauw. Zo gezegd, zo gedaan. Dus kwam ze met lauwe thee, pesticidebommetjes(druiven) en een broodje met kaas het terrein op, vlak na ons.

Wij waren inmiddels begonnen met de takken te slechten, die Lief nog van de twee wilgen aan de zijkant van het atelier had afgehaald. Kalm staken maken en de klein takken ruimen tot dochterlief kwam met die koek en zopie en de twee dametjes samen aan de achterkant van de tuin aan het werk gingen, terwijl ik in het zonnetje kalm doorging met snoeien, bundelen, vastbinden met wilgentwijgen en op de vuilniszakken leggen. Een mooi Zen-werkje voor mij, zonder gehijg en gepiep.

Ondertussen maakten we ook wat plannetjes. Wat wilden we van de tuin maken. Een groentetuin, een afdakje voor de bolderkar, een tomatenkastje, al dan niet geïmproviseerd, ergens. Aan het atelier was nog een goot waar een tweede regenton aan kon worden bevestigd. Broerlief had jaren geleden een vooruitziende blik gehad.

Vannacht werd ik middenin de nacht ineens geïnspireerd om te zoeken op het internet naar de mogelijkheden van zo’n tomatenkastje en vond er een, die makkelijk op te zetten was en prima geschikt voor het doel. Tegelijk wist ik ook wat ik met die grote composthoop moest doen. Verspreiden over het nieuw te maken groentebed, kleine takjes knippen van de vermolmde takkenrill en er tussen verspreiden, flink wat nieuwe aarde erop en ziedaar. Humus klaar terwijl U oogst. Perfecte oplossing voor het grote probleem van ‘Waar moet je met je compost heen’.

Daarna sliep ik als een roosje. Zo zie je maar. Het een inspireert het ander. Creativiteit is nooit weg, het sluimert en wacht op een prikkel. Ik heb er weer helemaal zin in. Het afvoeren was de laatste jaren een groot probleem door mijn immobiliteit, maar dit was te behappen. Zondag gaan we weer met elkaar aan de slag, dan zullen we al best een eind komen.

Dochters vertrokken rond twaalven om kinderen van school te halen en ik bleef stug doorgaan. Luisterde nog even naar de verscheidenheid aan vogels: De tjiftjaf, roodborst, winterkoning, glanskop, boomkruiper, keep, pimpelmees, koolmees, staartmees en de heggenmus. Een respectabel aantal, van wie maar zelden een geluid door mijn tinnitus heen brak. Lang leve de app. Omgekeerd lukt wel. Ik luister naar het geluid dat de vogel maakt en filter het uit de piep in de oren, dan hoor je het wel. Kwestie van herkenning.

Lief belde vanochtend. Keukenladen worden geleverd, op een frontje na. Nog niets gehoord van de bovenplaat. Kalmte zal U redden en tot zover.

Overpeinzingen

Een geslaagd uitstapje

Zo’n dag die verlummeld wordt. Het begon goed, met een uitgebreid videogesprek met Lief. Alles wat er nog aan open eindjes was over de aanbouw van de keuken en de nog te verwachten onderdelen kwam langs, de aanpak van het prieel en de zolder incluis. We wilden gewoon niet dat er een eind kwam aan dit digitale samenzijn. Maar ja, dan moet het toch maar. Nog maar twee of drie weken. We tellen af.

Er even tussen uit. Het was een beetje grijs en wilde nog niet opklaren, maar toen ik in Agaath stapte, winkte er af en toe een piezeltje zon door het dichte wolkendek. Ik had behoefte aan een klein wandeling en wat schoonheid, dus dacht ik aan de Botanische tuinen in de Uithof. Het was weer even zoeken, sloeg linksaf waar rechtsaf goed had geweest, maar met ijzeren heinigheid kwam ik er wel. Heerlijk om alleen daar al te zijn. Ik had de museumkaart op de telefoon gezet. Die is nl. altijd wel binnen bereik waar ik mijn tas nog wel eens thuis wil laten, als ik geen zin heb in gesjouw. Los van lasten liep ik de bekende route langs de moerasplanten en vermeed het eiland met haar ‘hoogtes’ in het midden. Moerasplanten zijn vreemde wezens. Ze komen bijna koboldachtig omhoog en beloven niets, tot ze eenmaal uitbotten en dan een pracht aan kracht vertonen. Maar zover waren ze nog lang niet. Het woud van de koboldjes dus met de kogelbloemen en witte moerasaronskelken. De laatste prijkten met blad en knop tussen de kogeltjes door. De dotter stond al in bloei.

Het bamboe-laantje met haar reuze bamboes verhieven schoonheid tot een ander peil. Beschutting voor scharrelde merels, op zoek naar een lekker wormpje. Hier en daar kwam ik een enkel andere natuurliefhebber tegen. Mijn doel was de vlinderkas waar de tropische warmte letterlijk en figuurlijk hun werk zouden doen. Laven aan schoonheid en warmte. Maar tot mijn grote teleurstelling was de kas dicht. Ze werd verbouwd. Wat een werk zal dat zijn. Geen idee wanneer ze weer opengaat. Niet goed gelezen. Ze wezen ons nog op de kassen in de Oude Hortus Botanicus in de Utrechtse binnenstad. Een goede optie, maar daar hadden ze de vlindertuin niet.

Door dan maar en niet over het pad maar over het gras langs de gracht waar ik iets verderop de Vogelobservatiehut wist. Even in de stilte. Geen andere bewonderaars gelukkig. Wel twee Boomklevertjes, die zich tegoed deden aan het voer vlak voor de ramen, dus goed te observeren. Parmantig keken ze in het rond, joegen pimpelmees weg en de vinken bleven sowieso al op afstand, scharrelden wat tussen de bladeren. De mussen speelden tak op-tak af, zoals het een goede mus betaamd. De kraaien hoog boven ons krasten hun verhalen tegen iedereen die dat horen wilde.

Richting uitgang. Even neerstrijken op het bankje tegenover het prachtige oude ford, dat in volle glorie te bewonderen is om vervolgens bij de uitgang nog even langs de te koop aangeboden plantjes te lopen. Akeleien te kust en te keur, een van die lievelingsen van mijn moeder. Niet te versmaden natuurlijk en kijk aan, ook nog papavers, Waar mijn moeder haar stadstuintje ook vol mee stond. Met de buit in een biologisch zakje naar Agaath, die geduldig stond te wachten en meer dan tevreden op huis aan. Een geslaagd uitstapje.

Overpeinzingen

‘Los’

Ik kom een fragment tegen uit een van de blogs van toen ik nog volop in het arbeidsproces zat en lees mijn verlangen naar tijd en ruimte en vrij van ‘alles’ zijn. Bijzonder dat ik nu daar ben naar waar ik verlang en dat dat beloofde land bewaarheid is geworden.

April 2017: Twee boeken doemen op uit een van mijn oude dagboeken, die ik me niet meer kan herinneren. Het is het boek ‘Los’ van Tom Naegels en Bernlefs jongensoorlog. Van Bernlef heb ik meer gelezen en die staat me als schrijver na aan het hart. Tom is door de grijze hersencellen heen geglipt en als ik door mijn volgeschreven bladzijden naarstig speur naar een waardeoordeel kom ik het nergens meer tegen. Wel riep hij destijds kennelijk het verlangen op zo beeldend te mogen schrijven.  Het is heel bijzonder want het gebeurt me niet vaak dat een boek geheel verdwijnt in de mist. Het is een reden om het onmiddellijk op te speuren en te herlezen. Door de kaften van beide boeken, gaat er ergens een deur open en als ik wat bladzijden scan, schieten er situaties en taferelen omhoog en ik herken waarom ik destijds toch onder de indruk was van beide boeken. Tom Naegels schrijft de herkenning van het heden en Bernlef vooral die van het verleden.

024

De titel van het boek ‘Los’ is intrigerend. ‘Los van de liefde en de wereld, los van alles en iedereen’ staat er op de achterkant in witte letters te lezen. Hij schrijft over rellen in het beruchte Borgerhout, waar de wieg staat van het Vlaamse blok, zijn moeizame liefde voor zijn Pakistaanse vrouw en zijn socialistische oude grootvader, die door de verbittering is dolgedraaid tot een racistische getier van jewelste. Het is een mengelmoes van begrippen waar nauwelijks chocola van te maken valt of het zou de bitterheid ervan moeten zijn. Dat een verhaal als zand door de vingers kan glippen, de flarden blijven flarden en ik lees tussen het schrijven door losse bladzijden en weet dat in het hoofd geen beelden gevormd zijn van zijn personen, zelfs niet de kleurrijke bompa en dat dat vooral de hoofdoorzaak is van het oplossen in de mist van sommige boeken.

In mijn queeste naar deze boeken gleden mijn vingers langs nog een handvol die vaag bleven. Misschien te snel gelezen, te onbewust, te gretig om de letterhonger te stillen, dat herkende ik wel. Straks, neem ik me voor, straks ploeg ik door de drie boekenkasten om alles nog eens in handen te hebben en nog meer deuren te openen, die al langer gesloten zijn. Zoals in mijn hoofd beelden zich verdringen die allemaal vragen om geschilderd of geschreven te worden, en die doorschuiven naar later, in rust, in tijd, in ruimte. Los van de wereld om met Tom Naegels te spreken.

Op de bladzijde naast het fragment over de boeken staat toepasselijk een spreekwoord van Georges Braques, ‘Le progrès en art ne consiste pas à étendre ses limites, mais à mieux les connaître’: ‘Vooruitgang in de kunst bestaat niet uit het verleggen van grenzen daarvan.’ Doorgronden en daarmee de diepte induiken en niet zoals mij overkomen is bij het lezen van deze twee romans, honger te stillen in een verlangen naar veel in plaats van de bewustwording, het vormen en het eigen maken.

Er is nog een weg te gaan, vooropgesteld dat de tijd zal duren en het gehaaste leven eindig blijkt. Zelfs dat is niet voorspelbaar, maar kiezen kan altijd en dan is er nog een wereld te gaan, vrij van het heilige moeten. Free as a bird, ‘Los’ dus, helemaal ‘los’.

Overpeinzingen

Om knisperend vers uit te pakken

Ziezo. Even bijgeschreven. Ik had de laatste dagen de schrijfcursus op een lager pitje staan. Mijn hoofd stond er niet naar. Misschien is het te druk met allerlei bezoekjes of mis ik mijn Lief te erg. In ieder geval hink ik deze maand op twee gedachten en dan is concentreren op een derde een extra moeilijkheidsopgave.

In ieder geval zag ik gisteren het kroost weer op een soort familiereunie van de sterk uitgedunde familie van de vader van de kinderen. Bloemen voor de gastvrouw en gastheer. Er ontbraken wat kleinkinderen, en wat schone kinderen, een nicht en neef waren er helemaal niet, de gastvrouw en gastheer moesten rond half vier naar een ander belangrijk feest en een schoonzus en zwager van me namen de honneurs waar. Een beetje een vreemde middag maar goed om even bij te kletsen en te weten hoe de neuzen stonden in deze dagen. Daar was het heel geschikt voor. We zien elkaar, als het zo uitkomt, een keer per jaar. Vijf leden van het zeventallige gezin zijn al overleden en dan wordt de spoeling dun.

Lief heeft de grote tegelkachels uitgeprobeerd in Hongarije en de schoorsteen trekt als een tierelier. De jongste zoon noemde dit soort haarden ‘Rugkachels’. Op vakantie in Kecskemet hadden we er een in het huisje van een vriendin waar je rondom kon zitten met je rug tegen de verwarmde tegels, vandaar de naam. We poften er sparappels in uit het belendende bos. Dat rook heerlijk. De geur van nostalgie. Als ik mijn ogen dicht doe, ruik ik het nog.

Ik ben pannensets aan het bekijken voor de nieuwbakken keuken. Vrij van alles wat giftig is. Door de vele bomen is het bos nauwelijks meer te zien. Je raakt vanzelf het overzicht kwijt met al die namen die nog eens op elkaar lijken ook. De belangrijkste eis is vrij van giftige stoffen en dan volgen er een aantal, maar ja, het oog wil ook wat. Nog even flink alles tegen elkaar afwegen. Ze vinden altijd overal wel weer ergens een euvel, groot of klein.

Zoonlief heeft de auto mee, dus ik hou het rustig voor vandaag. Vriendinlief raadde me het Sieboldhuis in Leiden aan. Dit is de laatste week om de tentoonstelling Netsuke te bezoeken, mens en natuur. Eigenlijk niet te versmaden. Daarnaast is er tot zes september de tentoonstelling ‘Tokyo, Tokyo’. Vooral de eerste ziet er zo op het oog bijzonder boeiend uit. Wie weet, is er nog een gaatje van de week.

Zo vliegen de dagen voorbij. De snelheid zorgt ervoor dat ik lijstjes moet maken van wat er allemaal mee moet en wie ik nog allemaal bezoeken wil. Het is meer dan gewoonlijk, heb ik het idee, dus die lijstjes zijn geen overbodige luxe. Eigenlijk zijn de dagen en weken tekort. De Hoek staat er ook op, maar ik hoop dat ik dat red.

Volgende week is de boekenclub hier om over het boek van Adriaan van Dis te praten. Ik heb het in een adem uitgelezen, maar ik heb me voorgenomen om er nog een keer doorheen te bladeren. Juist omdat ik het, tegen sommige kritieken in, erg aandoenlijk vond. Het vorige boek dat niet iedereen mooi vond, ‘Waak over Haar’ van Jean Baptiste Andrea, is Lief nu aan het lezen. Een lieve vriendin en hij vonden het ook net zo prachtig als ik het vond. Het is de moeite waard om die verschillende manieren van ervaren eens nader te bekijken.

Hoera, de zon en de belofte van een paar warme weken. Misschien komt de tuin dan ook nog aan bod. Maar voor nu: Een nieuwe week, klaar om knisperend vers uit te pakken.

Overpeinzingen

Voor een avondje entertainment

Het had de hele dag gemiezerd en gestortregend maar tegen zessen scheen de zon. Dat kwam goed uit, want dat was het tijdstip dat ik Agaath in stelling bracht, kostbare benzine ging tanken en zoonlief ophaalde om naar Utrecht te rijden. Het is een zegen om daar de weg te kennen, al hadden ze stiekem alweer een weg wat omgelegd naar de Daalse tunnel toe. Dat was niet ver van de plek waar mijn moeder ooit het eerste levenslicht had gezien. (De Eerste Daalsedijk).

Niet veel later laveerde ik de auto de parkeergarage in en zoonlief wist precies waar daar de meeste lege plekken te vinden waren. Handig zo’n wegweter. De Pauwstraat lag er hemelsbreed achter, doorklieft door de Oude Gracht, mooi Utrecht op haar best, ware het niet dat er verbouwd werd aan de werven onder het Rembrandt-theater en de oude Augustinuskerk met de jaknikkende engel van vroeger. De andere kant van de gracht was de moeite waard om te vereeuwigen.

Dochterlief zat er al. Liefdevolle begroeting en een paar seconden later kwamen de de oudste dochter en broerlief binnen. Hartelijk welkom, grapjes over en weer, een tafel voor zes, maar de jongste had zich ziek gemeld. Schone dochter bevestigde voordat ik vertrok dat hij de mannengriep had en derhalve dood ging. Spijtig maar niets aan te doen. Het hele gezin bijna compleet.

De gerant kwam een kaarsje aansteken. Hij had bij ieder tafeltje een uitgebreide conversatie en toen het onze beurt was stak hij van wal, vriendelijk, humoristisch, ondeugend en hartelijk. Fijne binnenkomst. Zonder de kleinkinderen kon het gesprek al wat de diepte in, als de tweeling er niet iedere keer tussendoor dolde, iets wat altijd gebeurt als ze elkaar zien. Leeftijd speelt daarin geen rol.

Kennelijk was het de gewoonte de maaltijd naar ‘s lands wijs te gebruiken. Wat betreft het drinken viel de keuze op Honingwijn, Honingbier in hele leuke kleine flesjes, Mangobier in een halve kokosnoot, gewoon bier en een mangosap. Hij bezwoer ons met een olijk hoofd, dat in het bier en de wijn maar een procent alcohol zat, maar dat werd zo benadrukt, dat we dat met een korreltje zout namen. Door zijn aanstekelijke manier van het betrekken van de andere gasten bij dit vraagstuk werd het erg gemoedelijk en jolig.

Bij de maaltijd had hij het vegetarische aandeel vergeten en toch een bord voor vijf in het midden geplaatst met lam, kip, gehakt en Humus, Yoghurt, kikkererwten, komkommer en gefrituurde boerenkool(zonder worst haha). Hij herstelde de vergissing snel door er nog een extra vega bord bij te plaatsen. De sponzige pannenkoekjes, door zijn moeder gebakken, erbij. Het zag er heelijk uit en we lieten het ons dan ook goed smaken.

Er werden anekdotes opgehaald, herinneringen, gewoonten, het verleden kwam om de hoek kijken, de ouderrol van toen en nu. Eigenlijk ook met dezelfde gevoelens betreffende het opvoeden van het kroost, dezelfde vragen en weer verschillende oplossingen. Zo herkenbaar en fijn om uit te wisselen.

De gerant vroeg of we Nederlanders waren. Ja hoor, helemaal. ‘Haha’, lachte hij, ‘natuurlijk van oorsprong allemaal blond en nu geverfd.’ Het betalen werd nog een dingetje, want de computer was gecrashed. Dochterlief haalde baar geld op de Neude en ik betaalde en gaf hem een rijkelijke fooi als dispensatie voor de numerieke vergissing en voor zijn onderhoudende rol.

Het alcoholpercentage lag trouwens tussen de zes en tien procent. Geen man overboord. De volgende keer ga ik voor bananenbier, waar hij hoog van op gaf. Lief wil wel mee. Gewoon, voor een avondje entertainment.

Overpeinzingen

Smullen geblazen voor ziel en zaligheid

In een interview met Anja Meulenbelt en Daan Borrel door Marja Pruis in de Groene Amsterdammer van deze week staat ergens dat Anja Meulenbelt ‘…Niet alleen maar van vroeger mag zijn’.

Dat snijdt hout. Zelf betrap ik er mijn gedachten wel eens op. Vroeger was…O nee, niet eerlijk. Toen waren de omstandigheden heel anders, waren er ook haken en ogen, moest er net als de dochters en zonen van nu een eigen weg gezocht worden. Iets wat met net zo veel vallen en opstaan gevonden werd, of niet natuurlijk. Ik ben, net als Anja, van de generatie dat onze moeders huisvrouw waren, sterker nog, dat ze hun baantjes geacht werden neer te leggen als ze gingen trouwen. Huishoudgeld krijgen per maand, al was het bij ons net iets anders dan bij Anja Meulenbelt. Volgens mij was het mijn vader die zakgeld kreeg en betaalde mijn moeder de rekeningen. In ieder geval was bijna al het loon van mijn vader nodig om het gezin van dertien personen te onderhouden en dan nog moest de laatste week op de pof.

Oude wringer als drukpers in het atelier van school

Naast de leerpunten van vroeger mag ik graag vooruit kijken. Het zit een beetje in de aard van het beestje. Op school waren we bezig met te bedenken hoe we het Jenaplan-onderwijs konden blijven stimuleren. Samen met collega’s wilden we er steeds nieuwe prikkels aan toevoegen, zodat het een levendige gemeenschap zou blijven met oog voor meebewegen en meegroeien met de ontwikkelingen. Dat de grondbeginselen daarbij bleven staan, was buiten kijf omdat het een ijzersterk fundament was en niet zoals een nieuwkomer beweerde, een stoffig en ouderwets log apparaat. Dergelijke gedachten waren wel altijd voeding om bewust te blijven van waar we mee bezig waren. Zo werd ervaringsgericht werken omarmd en Reggio als belangrijke inspiratiebron. De geest open houden voor alles wat meerwaarde kan zijn.

In mijn gezinsleven heb ik het geluk gehad een man te treffen die mee zorgde en hielp met huishoudelijke taken. Daar moest wel het een en ander bewust voor worden gemaakt. Als je beiden werkt, vergt dat het nodige van beiden. Wat ik daarbij moest afleren was mijn oordeel over hoe dat plaats moest vinden, namelijk volgens mijn normen. Dat was een dingetje. Het heeft even geduurd, maar een tijd lang is de vader van de kinderen daadwerkelijk ook huisman geweest, liefdevol, zonder scrupules en tot ieders tevredenheid.

Ook bij de kinderen zie ik een gedeelde taakverdeling ontstaan, waarbij het de een makkelijker afgaat dan de ander, maar over het algemeen bestieren ze gezamenlijk het huishouden. Wat zeker aanwezig is, is de goede wil en de bespreekbaarheid. Beide zijn belangrijke elementen. Dat de algemene opinie aan verandering onderhevig is, komt in het artikel ruim aan bod en niet altijd op een wenselijke wijze.

Gisteren haalde ik de auto op bij de garage. Twee voorbanden vervangen en een aantal vloeistoffen vervangen of aangevuld. Kortom, ze was weer als nieuw. De nummerplaat voor was er vanaf gevallen en dat hadden ze pas door toen ik de auto op kwam halen. Ze hadden haar namelijk door de wasstraat heen gehaald. Een oplettende medewerker zag het gelukkig. In een oogwenk zat het plaatje op haar plek. En door…Zonder zorgen. Altijd een fijn gevoel.

Vanavond gaan we met ons gezin, alleen de kinderen, uit eten bij de Ethiopiër, het zal bijzonder zijn, zo met elkaar. Een mooi initiatief van de kinderen zelf. Aan het eten zal het niet liggen, want uit ervaring ken ik de heerlijke keuken. Smullen geblazen voor ziel en zaligheid.

Overpeinzingen

Als de dag huilt zoals vandaag

Ik kijk een stukje terug van De Verwondering met Annemiek Schrijver en Anne van Veen. Verwondering is wat je zoekt op een dag als vandaag, als de Hemel tranen met tuiten huilt en de dag al veel te vroeg begon, omdat Agaath om half tien bij de garage moest zijn voor een onderhoudsbeurt. Na een boodschap bij het Zweedse Warenhuis was het nog altijd veel te vroeg. Ik moest notabene wachten tot de winkel open ging. Dat is me nog nooit gelukt.

De eerste verwondering van deze dag was de overweldigende rijkdom in ons tranendal. Schappen met overdadig veel kleur, vorm, materialen en sfeervoorwerpen. De keuze was reuze, zelfs bij de kussens, waar ik er maar twee van moest hebben voor mijn kleine rotanstoel, om die iets comfortabeler te maken. Oud roze moest het zijn en dat vond ik ten lange leste. Een maatje te klein voor heel mooi, maar nog altijd ruim voldoende.

In de leenauto van de garage, type koekblik met sleutel om te starten, reed ik op huis aan, waar eerst een uitgebreid videogesprek met Lief plaats vond. De nieuwe keuken nam een vlucht, het was wachten op het marmeren of granieten blad, dat ter plekke op maat gesneden moest worden door de steenhouwer, op Hongaarse wijze, maar hopelijk toch volgende week. Ik stuur positieve stralen die kant op.

Met een kop koffie en een geroosterd sneetje volkoren met bosbessenjam luisterde ik naar de twee dames, Annemiek en Anne. Hoe of het was om met zo’n boodschap de wereld ingestuurd te worden. Die boodschap was het lied van Anne’s vader, Herman van Veen, die het lied ‘Anne’ schreef bij de geboorte van zijn dochter. Daarin vertelt hij ‘dat de wereld niet mooi is, maar dat zij de wereld mooier kan kleuren’.

Een kind een boodschap in de schoenen schuiven waar het niet om vraagt en waar ze dan toch op een bepaalde manier aan wil voldoen, zo werd het opgevat en dat is niet eerder ook maar een seconde op die manier in mijn gedachten geweest. Dus het hele relaas is boeiend. Ook de manier waarop Anne daar vorm aan heeft gegeven. Ze leest een gedicht voor van Peter Handke over het Kind-zijn, waar vooral de onbevangenheid van het kind in naar voren komt. Dat ben je tot je in die volwassen wereld wordt getrokken, maar dan kom je op een punt dat je weer zoekt naar dat kind in jou van lang geleden. Een van de mooie kanten van het ouder worden. Je kan de bagage van je afschudden, de regels en de normen aan de kant schuiven en je focussen op wat er veel meer toe doet in het leven. Tenminste zo ervaar ik het zelf en het heeft alles te maken met de mazzel dat je daar zelf toe in staat bent natuurlijk.

Haar voorbeelden van hoe je je staande houdt in bepaalde omstandigheden zijn boeiend. Ze refereert dan aan het kinderlijk vermogen in haar om als iets gebeurt dat eng is of angst oproept, er net als in die kinderlijke onbevangenheid er tegenin te gaan hangen om de balans weer te kunnen vinden.

Dat vind ik een mooi gegeven. Iets om over na te mijmeren. Ook een perfecte bezigheid als de dag huilt zoals vandaag.

Overpeinzingen

Dat blijkt maar weer eens

Het is een beetje vreemd om zo ‘vrij’ te zijn om ieder boek te kunnen kiezen dat maar onder handbereik ligt. Alhoewel. Straks komt het nieuwe boek, belooft de bezorgdienst en kan ik me daar op storten.

Ondertussen keek ik vanmorgen een docu over de Baghwan-kinderen in Generatie Baghwan van Maroesja Perizonius en nu ben ik van mijn sokken. Het roept de vraag op waarom ik geen seconde, maar echt, geen seconde aan dit soort ontwikkelingen heb gedacht. De Netflix-serie van een aantal jaren eerder over dezelfde beweging en de eerste docu van Maroesja zijn aan mijn aandacht ontsnapt. Was het door de ‘vredelievende’ schijn, die de beweging uitstraalde en ophield, waardoor de werkelijkheid goed verholen bleef voor niet-ingewijden. Dat iets dergelijks op zulk een grote schaal onder ieders neus overal ter wereld kon gebeuren, is toch eigenlijk een gotspe.

Ik moet denken aan bewegingen die vooral werken op gemoed en daarbij op je in kunnen praten waardoor er de vreemdste ontwikkelingen plaats vinden. Ooit had ik door een collega een weekendsessie van Landmark bezocht. In een vrij gesloten entourage werd er op ons ingepraat, kregen we opdrachten, werden we niet geacht zelf beslissingen te nemen, maar moesten we ons zoveel mogelijk conformeren aan de gemeenschapszin. Zo had ik het zelf ervaren. De kritiek op deze beweging is ‘dat ze zich zouden bedienen van massapsychologie, van wervingsmethoden, het afhankelijk maken van de cursisten en dat de docenten niet of onvoldoende gekwalificeerd zouden zijn (Wiki)’ De beweging vertoonde volgens een Nederlandse rechter ‘Sekte-achtige Componenten’. Ik had er na drie dagen schoon genoeg van en kon en wilde alleen maar zo snel mogelijk weg van dat alles. Een andere collega die mee was, had gelukkig hetzelfde oordeel. Iets in de trant van ‘Dat bepalen we zelf wel.’

Maar deze Bhagwanbeweging ging nog veel verder. Een sfeer waarin jonge kinderen gescheiden werden van hun ouders, heel hard moesten werken en te maken kregen met verregaand grensoverschrijdend gedrag op jonge leeftijd . De maakster van de docu was zelf een kind in de jaren ‘80.

Ik ben oprecht geschokt over de hartverscheurende informatie die in de docu bovenkomt. Hoe hebben al die kinderen in godsnaam hun leven weer op poten gekregen. Hoe deal je met zulke trauma’s. Het ergste is, dat het gebeurde onder het mom van Liefhebben. Al je vertrouwen en het geloof in de onschuld vervliegt voor het leven onder deze onherstelbare noemer. Het is hartverscheurend om te horen hoe het veel betrokken kinderen is vergaan. Het zal lang duren voor ik die beelden weer van mijn netvlies krijg, laat staan als het je overkomen is in je puberteit. Het ergste is nog dat ‘vredelievende’ sausje dat er overheen gegoten werd.

Vredelievend

Naief, dat merk ik met regelmaat. Mijn moeder had een rotsvast vertrouwen in de goedheid van de mensen en dat heeft ze vol overgave doorgegeven. Als een sluier ligt dat over alles heen. Het zorgde er voor dat je blind ergens in kon stappen, maar gaandeweg leerde je, door vallen en opstaan, wel beter en dat iets soms heel anders in elkaar stak, dan het leek. Maar dan nog. Docu’s, die dit soort misstanden onder de aandacht brengen, zijn broodnodig voor de bewustwording van de maatschappij waarin we leven. Dat blijkt maar weer eens.

Overpeinzingen

Echt gezellig geweest dus

Gisteren was het een dag poetsen, want vandaag zouden de biografiedames langs komen. We hebben allemaal de biografie van Jac.P.Thijsse gelezen en we zouden vandaag luisteren naar hoe het boek was ontvangen door ons allemaal. Ik kon niet anders bedenken dan een positieve insteek.

Hoog bezoek, dus in de benen. Bij de boodschappen van die middag gezocht naar ‘natuurlijke’ producten om schoon te maken. Ook voor in Hongarije waar dat veel beter zou zijn voor de septic tank. Jaren hebben we al geen geurtjes-verdelgers door alle troep die daar doorgaans inzit. Voor bij de muntthee waren er lekkere zandkoekjes en wat chocolade eitjes. Munt had ik al in huis. Na de boodschappen aan de slag. De doorsnee ruimtes en de kamer stofvrij maken en de laatste bladzijden van de biografie nog even doornemen. Geen straf, want het is een heerlijk boek.

De ochtend was voor Lief en de vorderingen in de Hoff. Hij wil nog niets laten zien en wacht tot de keuken helemaal af is. Of tenminste, het allergrootste gedeelte. Ik kan natuurlijk niet wachten. Ook in de bollen komt schot. Het is er rond de 18 graden en de nachten zijn boven nul. Op dit moment dus weer iets warmer.

De beide zussen uit den Haag en Amsterdam waren er het eerst en onze derde lid was er iets later, want ze had moeten zoeken. Binnen de kortste keren was de vloer bezaaid met Verkade boeken en Onze biografieën en ontstond er een heerlijke uitwisseling over alles wat ons was opgevallen in het boek, of wat ons had geraakt. Eigenlijk had de biograaf ons net zo bevlogen gemaakt met zijn verhaal als Thijsse zelf was in het onder de aandacht brengen van de schoonheid in de kleinste dingen die de aarde ons schenkt.

Een van ons was er ook heel depressief van geworden, want je hoeft maar om je heen te kijken om te zien dat die beschreven rijkdom aan flora en fauna van Jac.P.Thijsse heel sterk is afgenomen. Bovendien is bijvoorbeeld de natuur rond het Naardermeer niet meer zonder de geluidsvervuiling van de omliggende snelwegen in te denken. Het verschil met de natuurgebieden rond ons dorp Naypeterd in Hongarije is immens. Daar heb je nog echte stiltegebieden in de bossen rondom. Zo was het bij ons ongeveer 75 jaar geleden nog. Maar ook daar zie je hoe het toenemende verkeer een inhaalslag aan het maken is. De weg 6, die het dorp in tweeën snijdt, wordt steeds drukker.

We snuffelen in alle plaatjesboeken van Verkade en genieten nog steeds volop op van wat de platen ons tonen aan bloemen en insecten en het roept opnieuw het verlangen naar vroeger op. Na het zien van de hoeveelheid ooievaars bij Earnewâld en een paar weken geleden rond het natuurgebied bij Enkhuizen heb ik toch nog steeds het idee dat de natuur sterk is en zich herstellen kan, iets waar Thijsse heilig van overtuigd was. Maar het vereist bewustwording en alertheid.

Het nieuwe boek is gekozen. Het is ‘Altijd te paard’ , een biografie van Renate Dorrestein, door Iris Pronk. De recensies zijn lovend. Twee van ons vinden het matig, maar ze stond bovenaan het verlanglijstje van vriendinlief en mij. Nog leuker voor straks bij de bespreking, die kan behoorlijk boeiend zijn. Na het vertrek van de dames zie ik dat de zandkoekjes aardig zijn uitgedund evenals de eitjes. Echt gezellig geweest dus.

Overpeinzingen

Als dat helder wordt, is er veel gewonnen

Vanmorgen luisterde ik naar twee verhalen over mensen die spijt kregen van een bepaalde levenshouding. Die van de pastoraal werker vond ik eigenlijk heel intrigerend. Ze was op bezoek bij een ouder echtpaar, waarbij de man stokdoof was en hulpbehoevend. Dat was de reden geweest dat ze als echtpaar in het verpleegtehuis terecht waren gekomen. De vrouw was vierennegentig en de man was vier jaar ouder. De vrouw wilde het gesprek aan de keukentafel voeren omdat haar man het toch niet kon horen, maar de pastoraal werker ging toch eerst even kennis met hem maken en trof een narrig en wantrouwig persoon aan.

Ze vond het een vreemde situatie. Aan de keukentafel vertrouwde de vrouw haar toe dat ze euthanasie wilde. Dat ze het niet meer kon, dat opofferende leven dat vanaf het begin van haar huwelijk had geduurd. Vol vragen ging de pastoraal werker weg en dacht diep na over deze situatie. Het bracht haar op haar eigen leefomstandigheden met een man die veeleisend was en de hele dag aan haar vertelde dat ze niets waard was, te dom was, het toch niet zou kunnen, enzovoort. Ze hadden vier kinderen. Ineens besefte ze dat ze waarschijnlijk net zo’n traject liep als de oude vrouw, die aan het eind van haar leven de som opmaakte dat haar leven niets had opgeleverd, haar niets anders had gebracht dan die dienstbaarheid.

Dat je dood wilde om die situatie te beëindigen en dat dat een trieste optelsom was, was zo’n overduidelijke spiegel. Ineens wist ze dat ze in haar eigen relatie moest handelen, als ze zelf zo niet wilde eindigen. Toen op een vakantie niet zij alleen, maar ook de kinderen moesten lijden onder zijn handelen, voelde ze de kracht om een grens te trekken. Tot hier en niet verder. Dat gaf haar de moed om daarmee daadwerkelijk aan het werk te gaan. Op aanraden van een goede vriend maakte ze een plan B en kon ze verdere stappen ondernemen. Haar spijt, want daar ging het programma over, kwam later over het feit dat ze dat misschien wel veel eerder had moeten doen.

Het hele verhaal trof me diep. Misschien wel omdat ik ook een keer zo’n grens heb moeten trekken. De persoon in kwestie had in zijn buidel de emotionele chantage gevonden en daarmee ging hij de laatste strijd aan. Maar dat was net een brug te ver. Inderdaad. ‘Tot hier en niet verder.’ Vasthouden aan de getrokken grens is het moeilijkste wat er is, naar mijn mening. Het duurt een tijd voor je de aantijgingen en bedreigingen in het juiste licht kan zien om je helemaal los te kunnen weken. Daarnaast is er jong leven er mee gemoeid en wil je dat dat zo onbeschadigd mogelijk uit die verstoorde relatie komt.

Dat betekent concessies doen in alle rechtvaardigheid. Een van de moeilijkste opgaven. Dat de man door onvoorziene omstandigheden een jaar buiten beeld was, maakte het wel makkelijker. De heftigste emoties konden er door betijen en daarna konden er weloverwogen keuzes gemaakt worden. Een moeilijke tijd, een enerverende tijd, maar spijt heb ik er niet van. Het heeft zo moeten zijn. Iedere stap kent een persoonlijk leerpunt. Als dat helder wordt, is er veel gewonnen.