Ineens had ik er even geen zin meer in. Gelijkenissen maken, ploeteren op het een, aandikken van het ander, wegvagen van het volgende, verschuiven van het geheel. Doek weg en een vel papier gepakt. Uit de losse hand dan maar. Vormen, vlekken, houdingen, de basis zeg maar. Oefenen in het vrije veld. Heerlijk. En plots was ik weer in mijn element. Het mocht vrijelijk stromen.

Het was sowieso een dag van grenzen verleggen. De gebruikelijke avondfilm ruilen we voortaan in voor het verdere relaas van de hobbit, dat ons voorgelezen wordt via het luisterboek en daarna valt er veel te lezen en straks misschien ook weer eens te breien. Geen zin meer in films, die hier en daar altijd over onze grenzen gaan. Een keer in de zoveel tijd, maar niet elke avond. We hebben ons eraan overeten. Lief heeft het boek Celine bijna uit en ik ga verder in mijn Cecile en Elsa-biografie. Nou ja mij. De dames staan wel wat ver af van mijn overtuigingen met hun salonfähige socialisme. Hun problemen en kijk op de wereld zijn voor een groot deel de mijne niet, zal ik maar zeggen. De grondslag is op een totaal andere leest geschoeid.
Het boek leest wel lekker weg. Straks ben ik er doorheen en dan ga ik toch maar aan de een of andere E-versie beginnen al heeft dat niet mijn voorkeur. Ik weet al welke. Als een boek bevalt, wil ik het ook in mijn bezit hebben. Lijfelijk vast kunnen houden. Misschien moet ik wachten tot november, dan lees ik eerst een aantal jeugdboeken, waar ik groot fan van ben.
Er zit een gistbrood in mijn oventje. De zuurdesemstarter was naar mijn mening nog niet klaar voor gebruik. Geduld is een schone zaak en een zakje gist ligt altijd wel ergens.
Eindelijk hoorde ik op de veranda van de Datsja gisteren een koolmees en een pimpelmees, buiten de alledaagse mussen om, die de heg bevolken. Hoera, hoe kom ik aan dat feest. De Gaai vloog tussen de bomen door, maar hield zijn snavel. Ik weet nu dat hij maar wat graag de composthoop plundert. Daarna vloog hij weg, het veld over en ik liep achter hem aan, maar lief weer achter mij zonder dat ik hem hoorde roepen. Haha. We zaten op de grens van voedselbos en veld en keken over het achterland, dat steeds meer vorm begint te krijgen. De wilde roos groeit tegen de klippen op, maar ook een hibiscus in twee kleuren, een catalpa, de fluweelboompjes en de wilde kersen aan de rand, de twee geplante appelboompjes zijn door de reeën kaal gevreten of geschuurd, er zit weinig leven meer in. Het maisveld van de buurman staat goudgekleurd te ritselen. Het is bijna oogsttijd.
De buurvrouw heeft zich als een echte Hongaarse uitgedost. Pofbroek met bloemetjes, bloesje, hes erover en een sjaal om haar oren als een hoofdband om de gure wind geen vrij spel te geven. Ze gaffelt de zijkanten van de greppel grasvrij. Die greppels gaan door de hele straat heen en dienen om eventueel het water af te voeren.
Lief moest met de twee laatste Verkade-enveloppen naar de Posta. ‘Het was heel duur’, waarschuwde de vrouw achter het loket. Ja ja,7 euro voor ieder, maar er zaten dan ook meer plaatjes in en bladzijden met aankleedpoppen van papier uit een oude Flow plus een laatste handgeschreven brief voor elk. Het was een leuk project.
De dag begon met een regenboog boven de huizen aan de overkant. Dan kan ie al niet meer stuk. De lucht is een boeiend schouwspel, voortdurend in verandering. De onrust vertaalt zich in de drukte op de weg. De buurvrouw is klaar, haar sjaal zit scheef op het koppie van de inspanning en haar konen zijn rood. Een appelvrouwtje. Het is een koddig gezicht.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.