Er werd gevraagd hoe we zwemmen geleerd hebben en daarvoor moest ik heel wat jaren terug in de tijd. Ik zag het gebouwtje, in gedachten groter dan het was, met de twee loketten van de kassa, een voor de meisjes en een voor de jongens, en de dames die de kaartjes en abonnementen moesten controleren. Toen volgde de rest van de herinnering vanzelf:
Van jongs af gingen we mee met mijn moeder of , wat vaker voorkwam, met de broers naar het Noorderbad. Hét zwembad in het Ondiep. Hele gezinnen gingen op hun gezinsabbonnement er naar toe en dat vanaf maart tot aan september of oktober. Zodra het zwembad, een buitenbad, haar poorten opende, stapten wij het water in en kwamen er aan het eind van de zomer weer uit. Natuurlijk kon ik als klein meisje niet zwemmen en was ik aangewezen op het Ondiepe, maar gevaar lag op de loer, want dat ging haast onmerkbaar over in dieper dan ik hebben kon. Zwemmen leerde ik in eerste instantie van de broertjes. ‘Hup, het diepe in vanaf de steigers’ en dan op z’n hondjes verder. Ook kregen we op een gegeven moment zwemles aan de haak. Wat een verschrikking was dat. Een barse badmeester hield het onding vast en dirigeerde: ‘Naar voren, opzij en sluiten, naar voren, opzij en sluiten.’

We leerden snel en lagen al gauw drie keer per dag in het zwembad. Er was een jongens en een meisjesbad. Om zes uur in de namiddag ging de poort er tussen open en mochten we in elkaars bad zwemmen. Dat was niet tegen dovemans puber-oren gezegd. Mijn compassie lag in het zwemmen zelf en het duiken van de lage, met allerlei variabele mogelijkheden. Maar voor mijn lijf schaamde ik me vreselijk. Ik wist nooit hoe snel ik in het veilige water moest komen en de gewichtloosheid was me een zegen. Daar voelde ik me veilig en geborgen.
Zonnen op het speelveld deed ik daarom bijna nooit. Mijn grote vriend in het zwembad was Auke en ik was stiekem een beetje verliefd op hem. Hij had zo’n grappige neus met een afgevlakt puntje. Hij woonde achter de sportvelden van DSO. Een enkele keer spraken we ook in de winter af, dan gingen we schaatsen bij Aroza.
Ach ja. Nu kom ik helaas niet meer in het zwembad. Doorgaans kan ik het niet meer aan. Het chloorgehalte en de inspanning is beide teveel, tot groot verdriet, al heb ik me lang niet meer graag in badpak vertoond. Hoe mal, dat je, een leven lang, een oordeel van vroeger je bezigheden laat bepalen. Toen ik vorig jaar met dochterlief en het hele gezin samen met Lief mee ging zwemmen bij de steengroeve in Slowakije, had ik voor het eerst een badpak, waar ik me wel goed in voelde. Misschien kwam het ook door de veilige geborgenheid waar ik mee omringd was, maar het deed er ineens niet meer toe dat er mensen buiten op het gras lagen en naar de spelende mensen in het water keken. De beweeglijkheid bleef inderdaad achterwege, maar in het ondiepe lukte wel het een en ander. Als een kind zo blij, de hele dag. Inderdaad, om te koesteren.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.