Uncategorized

En dan weer door…

Gisteren na de slapeloze nacht, met mijn ogen dicht, dat wel, vond ik dat het tijd was om aan het balkon te beginnen. De mannen van de spijlen van het hek hadden kennelijk hier en daar, maar vooral daar, iets gekwast en waren met hun grote klossers over de galerij weggetrokken.

Vegen is met aangedane longen en een slechte nacht mijl op zeven, zeker als de bezem een halve bezem is, omdat de steel was afgebroken. De voorkant vegen was de eerste stap, anders konden de planten niet met een schone lei beginnen. Dan de wilgetenen matten door de spijlen vlechten. Het leuke van iets opnieuw moeten doen is de verandering, die je in een vastgeroest patroon kan aanbrengen. Jaar en dag was het hek helemaal bedekt op de zijkant na. Nu begon ik vanuit de zijkanten en hield het middenstuk open. Met het oog op de komende lente, als de prunus van de buren, die tot aan het balkon reikte, weer zou bloeien.

Tot zover ging alles van een leien dakje. Nu de plantenpotten. Wanneer was ik begonnen met halve bomen in evenzo grote potten te stoppen. Ik trok en duwde, sleepte ze aan de stammen naar hun plek. Elke kleine zoveelste aangewaaide plataan of iep, de overmaat, had ik al in zakken gedaan, evenals de grassen en het welig tierende, dat zometeen in de groenbak kon.

004.JPG

Het hijgen nam de vorm van schuren aan, Het op adem komen werd lastiger, veeg teken aan de wand. Beneden zag ik dochterlief met de kleine aan komen wandelen. Snel, snel…Een tandje erbij om het af te krijgen. Dat was zo’n bekende druppel. Het moment dat de vermoeidheid me de adem benam en ik niet of nauwelijks bijkwam. ‘Pas op de plaats’ riep elke vezel. Soms zijn mijn ogen en de vermeende spierkracht, de gedachte mogelijkheden, groter dan in werkelijkheid. ‘Doe ik wel even’, staat er in mijn ziel gegrift, maar dat ‘even’ hebben die longen allang geëlimineerd.  Wie zich brandt, moet op de blaren zitten’, fluisterde het verleden in mijn oor.

IMG-6423

De kleine drentelde om me heen en at als een dijker. Ik zat op de bank en hield Pluis, die absoluut niets begreep van dat kleine grut, uit de buurt. De autootjes volgden elkaar in grote getale op, de ene botsing na de andere en langzaam kwam de lucht weer terug.

Er stond een vergadering en een schilderavond op het program. Vriendinlief probeerde me over te halen, ‘Ik mocht een half uurtje, of op de bank tussen het schilderen door’, maar het lijf, zwaar als stroop, trok een ander plan. Moeilijk maar wijs. Soms is wijs niet leuker.

Weer volgde er een onrustige nacht. Teken aan de wand. De dromen volgden elkaar met tussenpozen op. Gekke dromen. Een dokter die aan mijn bed stond en mijn insuline controleerde. Ik dacht dat ik wakker was en vroeg wie hem binnen had gelaten. Hij stelde zich voor. Dr Ehrich, ik kende hem niet maar in de droom herkende ik hem wel. Ik moest dertig keer geprikt worden en daar zou hij eigenhandig voor zorgen. Ik wilde niet meer staan, maar liggen en draaide een matras in het plastic om. Vliegen en rotting. De anderen om me heen (waar kwamen ze vandaan) doken weg, maar ik rook niets. En zegen bij dit onheil. De droom ijlde even snel weg als ze gekomen was. Ik belde het ziekenhuis af en meldde me ziek. Wist dat ik niet moest werken. Ik mag me dan één keer branden, maar een tweede  keer overkwam me dit niet.

Met spijt in mijn hart, hoe moest het nou met de laatste keer chemo voor de zus met zeven zussen, de creatieve geest met de piekharen, de man met het brilletje, dat hij droeg als een lorgnet. Al die andere mensen. Het was niet anders. Verleden deed weer een woordje mee: ‘Je kan geen ijzer met handen breken’. Ook waar.

010.JPG

Ik doe iets wat ik zelden doe. Ik berust. Lees bij FB over de winterslaap die een andere lieve vriendin gaat houden en snap haar, als geen ander. Soms heel even maar, moet je alles afritsen. Pas op de plaats en dan weer door.

 

 

Uncategorized

Al is de nacht nog zo lang

‘Als je je ogen dcht hebt, rust je ook’, sprak mijn  moeder altijd vergoelijkend na een nacht niet slapen. Het is zo’n nacht. Er gebeuren teveel leuke dingen en die dringen om aandacht in mijn hoofd. Kussens opschudden, hoofd neervleien, handen onder het kussen vouwen, inkrullen, ogen dicht en daar rollen ze binnen. Het uitstapje vrijdag, de lol met de tol bij de fysio, de grote kleine man, die er niet meer, maar altijd is, de handentherapeut, het gesprek in de Hortus, de foto van de Datura, de ontmoeting  met de wijze in het verschiet. Ook de ogen blikken mee, grijze wijze ogen, aanmoedigende bruine, onschuldige koolzwarte kijkertjes, begripvolle blauwe, heldere groene. Elk zingt een eigen lied. Ik zet alle deuren wagenwijd open.

Een gesprek vraagt om overpeinzing. Het snijdt aan waar geloven ophoudt. Maarten ’t Hart schemert door, maar af en toe een glimp Siebelink, zwaar als stroop. Die druk verruil ik graag voor de luchthartige kwinkslagen van Maarten, die de sobere zwaarte van de gemeenschap verluchtigde met de lichtheid der natuur.Een uitgelezen geloof in de schoonheid, het kind, de glimlach, het scheppen telkens weer. ‘Wat als het woord rust brengt en blijdschap’, vraagt ze. ‘Neem, zou ik zeggen, drink in, als die wens van binnenuit opborrelt mag je jezelf laven, waarom niet. Als het echter niet zo is, laat dan de vrijheid aan de ander’.

002.JPG

De wending in het gesprek kwam door de anti-abortustocht dwars door de stad van afgelopen zondag.  Vijftig jaar na dato van verkregen vrijheid om zelf een keuze te maken. Die ruimte timmeren ze dicht in een lange stoet. Ook hun keuze is te respecteren. Mijn twijfel blijft hangen op de uitvoerende macht. We ontmoeten elkaar in dit gesprek. Het levert boeiende vraagstukken op terwijl het hoofd al eigenlijk vol zit, omdat het tekenen de concentratie voor drie uur lang gevangen hield. De omgeving, de tegeltafel met het aangename rustgevende patroon, zon op het glas, het geroezemoes, de vriendelijke bediening, de heerlijke hoge glazen gevuld met koffie verkeerd en gemberthee brengen rust in het gesprek.

Het kabbelt verder over kinderen en eega, kwetsbaar en onzeker zijn in eigen handelen en mijn  herkenning daarin. Scheppen is vreugde halen uit jezelf, gevoel op het doek brengen, ziel in de tekening. Op school leerde ik de kinderen, dat iets niet per definitie mooi of lelijk was, te kort door de bocht leek me. ‘Vertel eens wat je voelt bij een werk’. Dat was zo oneindig veel belangrijker om te horen. Juist omdat iedereen naar volle overtuiging werkte, inderdaad, met hele ziel en zaligheid, want de betrokkenheid was groot.

0071959, verlegen en klein

Toch aarzelen we bij de eigen capriolen. ‘Gerommel in de marge, kwasten voor de vuist weg, wieberen op de golven’ wordt er gemompeld. Iemand gaf me midden tussen de tropische planten een lang en uitvoerig compliment en daar kwam een bedremmeld klein meisje naar boven, met rode konen van verlegenheid. Het hart maakte later een klein sprongetje. Strooi complimenten, het werkt verheffend. De man in de vlindertuin wilde in zijn tekening een symbool toevoegen aan de realiteit. Ook hier bedachten we dat de gevoelstemperatuur daarbij leidend kon zijn. Welke wind strijkt langs.

Stof te over om te overpeinzen Met de ogen dicht, dat wel. Dan rust je, ook al is de nacht nog zo lang.

Uncategorized

De dag in één beeld

Het was een van die heerlijke dagen in het seizoen. Zo’n dag waarbij alles past op een locatie die de enige juiste bleek op dat moment. De Hortus Botanicus kleurde buiten uitbundig de herfst in door het prachtige licht, waar alleen een lage zon voor zorgen kan. De spiegelingen in de gracht rondom de heuvel waren perfect. Het donkere diepe water lichtte op onder de oranjebruine weergave van de bomen aan de andere kant. We liepen met een grote groep richting de grote kassen, even verderop. Iedereen had tassen en stoeltjes in de aanslag. Mijn derde ervaring met Urban sketching, tekenen op locatie.

IMG_6358

Voor de kassen stond een prachtige Datura volop in bloei. Met de zon erop en achter de strakblauwe lucht was ze adembenemend. Wat een schoonheid. Vlak bij de entree nodigde een heel bed met vleesetende bekerplanten in hun vlammende kleuren ons binnen. Het was elke keer weer een opwindende ervaring. Wat zouden we in dit jaargetij in de kassen aantreffen. Met vriendinlief  struinden we door de mogelijkheden. Van buiten naar binnen benam de dampige vochtigheid van de vlindertuin je de adem, letterlijk en figuurlijk. De meest prachtige exemplaren vlogen rond. De kleine met de glazen vleugels, de grote zwarte tijgerstreep, die natuurlijk anders heet, bont gevlekt, gestreept of met vorsende ogen op hun rug zag ik ze door de mist van de beslagen bril heen. Eerst even een tandje lager qua warmte.

IMG_2056.JPG

Door het glas buiten zagen we de vlinders terwijl ze zich te goed deden aan het zachte halfverotte fruit op een schotel. Ze lieten zich aan alle kanten bewonderen. Ongekend schone schepselen der natuur. We besloten onze weg ieder voor zich te vervolgen. Alleen zie je rijker.

IMG_6364

Mijn blik werd getrokken door een hertshoorn met daarachter een roze/rode fuchsia-achtige met witte en rode bloemetjes. Even verderop zat al iemand en ik had gelukkig mijn katoenen boodschappentas bij me, waar ik op kon zitten op de grond. Nu eens niet met pen begonnen, maar met potlood, voor de finesse. Het werkt minder vlekkerig in de aquarel. Voorzichtige schreden op het Botanische pad tussen al die diehards.

Vebazingwekkend hoe zo’n kleine uitsnijding in de volle kas aandacht gevangen kan houden. Als je elk onderdeel op die manier zou bekijken, zou je aan een maand nog niet genoeg hebben. Stijf en stram, maar met een eerste tekening in de pocket, stond ik op.

IMG_6365       IMG_6366.JPG

Een stoel was de eerst volgende missie. Maar de aandacht werd gegrepen door een minuscule paddestoelengroep, nietig en klein, op de houtsnipppers in de hangende tuinen, tussen de geweldenaars der planten. Een enorme bananenplant achter me, een vijver met de grote leliebladen verderop en overal tekenende kompanen. Het was genieten. En toch weer de grond.

IMG_2083

In de vlindertuin, de derde actie, was een plek naast de poppen-kast. Naast me zat een jonge man te schetsen. Ik had zicht op de poppen en op een grote paarse vlinderstruik tussen de voorbijgangers door, die vorsend, spiedend en nieuwsgierig hun weg vervolgden. Twee kleine jongens, die ik ook al in de hangende tuinen was tegengekomen, hielden weer stil en keken ook met grote ogen naar de poppen. Ik volgde hun blik en zag daardoor dat een fantastisch moment was aangebroken. Uit een pop staken voelsprieten en wriemelende poten. De belofte aan een nieuwe geboorte. Ademloos volgden we de verrichtingen. De man naast me maakte met zijn nieuwere telefoon prachtige opnames van het zich voltrekkende wonder. Na een tijd, die langer scheen dan het duurde, viel een zwarte vlinder op de grond met een droge plop.

IMG_2093

Zonder in te kleuren, trok ik naar een volgende stek. De vleeseters bij de ingang. De kou trok op, ondanks het zonnetje en met drie van de prachtige organische oervormen was de koek op. Even warm worden en laven aan schoonheid in de subtropische kassen.

Alle tekeningen op een rij gaven een veelvoud aan kleur, vorm, stijl en onderwerp weer. Zoveel mensen, zoveel zinnen. Wat een heerlijke dag. We bedankten de organisatoren, vriendinlief ging naar huis en met een vorige ontmoeting dook ik de heerlijke koffietent in. Eindeloze stof tot filosoferen, een grote latte, een gemberthee en een worteltaart om de stramme benen en het hart nog verder te verwarmen. De kleine blauwe had gratis en voor niets staan wachten. Opgetogen naar huis, met zoveel indrukken.

IMG_6360

Thuis bleek de foto van de Datura een schot in de roos. Ze vatte de dag in één beeld samen.

Uncategorized

De cirkel is rond

Verjaardag vieren met een huiskamer vol geeft een kakefonie aan geluid. Opgewonden gebabbel, lachsalvo’s, verwondering, en de catering bleef onophoudelijk komen met hapjes, drankjes, cadeaus voor de jarige. Broer in zijn element en jarige schoonzus ook. Er gaan vele makke schapen in een hok.

Ik denk aan de verjaardagen in de Amandelstraat. Mijn moeder had zich met een aantal kinderen teruggetrokken in de keuken om de hapjes voor te bereiden. Steevast moesten er aardappelen en eieren gekookt, augurken in de lengte gesneden en eieren gepeld. Zilveruien werden uit het zuur gevist. Blaadjes sla gewassen en nog eens gewassen. Ze werden verwerkt in een huzarensalade waarbij mijn moeder ons had geleerd er kunstige ‘huzarenstukjes’ van te maken. De kleuren waren belangrijk. De bleke mayonaise topping werd gelardeerd met met rood en groen van peterselie, augurk en tomaat, en zonnegeel van het ei. Van paprika hadden we nog niet gehoord.

verjaardag

De tantes en de ooms druppelden binnen, de bescheiden kant van mijn moeder en de uitgebreide familie van mijn vader. De sigaren en de sigaretten stonden op tafel gebroederlijk naast de pepsels. Muziek was er niet, want het geroezemoes overstemde elke ander geluid volledig. Gelach, gefluister(dan mochten wij kleintjes het niet horen) geroddel en achterklap. Hilarische uitschieters als mijn vader weer eens een van zijn Tailleurmoppen vertelde en ter plekke een metamorfose onderging als Moos. Binnen de kortste keren stond de kamer blauw van de rook, werden de blossen op de wangen allengs roder door de ingenomen wijn, de oude jenever, de boerenjongens en de advocaat met slagroom. De decibellen werden opgevoerd. Als de bowl was geweest en er volgde nog een kopje koffie dan was het feest afgelopen. Alles paste in die ene doorzonkamer in dat kleine huis aan de Amandelstraat. Er viel altijd wat in te schikken.

Ik vierde nooit mijn verjaardag. Misschien wel juist door die druk bezochte feesten van thuis. Het had niets te maken met het tellen van de jaren, want daar maalde ik niet om. Soms was de beurs te krap, vaker was er geen behoefte aan. Met het gezin maakte ik, bij elke verjaardag, beschuit op bed met thee en een bloemetje, soms al een eerste cadeau en dat was een feest op zich.

De feesten vroeger toen we op kamers woonden, waren talrijk, uitbundig en grenzeloos. Als iedereen in slaap was gedommeld, stond er altijd wel iemand op om de pickup weer aan te zetten en dansten we vanuit de roes de avond weer voort. Mooie fanatieke feesten waren dat, met heftige politieke discussies. De voorkeur voor bepaalde muziek werd breed uitgemeten. Er waren uitgesproken voorliefdes, regelmatig beklommen we de Stairway to Heaven(Led Zeppelin) en weer terug of hielden verblijf in het Morrisonhotel(the Doors)en On the Dark Side of the Moon(Pink Floyd). Niemand danste op ABBA.

20842271_10210462453217751_8986666769912503831_nLeidse gezelligheid.(1972)

Deze Utrechtse feesten werden in de loop der jaren vervangen voor de vrolijke en lange avonden met de Antilliaanse vrienden in Leiden, domino, en later op de avond in een vrije val kwamen de Merengue en Salsa om de hoek kijken. Geleidelijk ging het over in een leven van alle dag. Muziek bleef, dans bleef en ieder leefde een eigen leven verder.

De herinneringen schieten omhoog, nu de Wijze een paar weken naar Nederland komt om het verleden op te halen met de vriendenkring van toen en ooit, lang geleden. De pubers, die ze waren zijn de oude mannen van nu en elkaar altijd op afstand trouw gebleven. Ze gaan uit wandelen en daarna heb ik een dag prime time. Hoe bijzonder is dat. We zijn ooit samen aan een volwassen leven begonnen. Jaren ouder, misschien fysiek wat strammer ook,  maar soepel en helder in het denken. De cirkel is rond.

Uncategorized

Als er een wil is, is er een weg

Ik was de chaos voorbij in de droom vannacht en stond volleerd bedden uit te lijnen, techniek uit te testen, bandrecorders te repareren. Tussendoor liepen allerlei mensen van alles te roepen en te doen en ik duwde de jongen van dertig jaar geleden, als de vierjarige van toen, uit het zwembad. Alles wat in dromen haalbaar was en niet opschoot, gebeurde. Wakker worden kon ik niet, want ik werd telkens de droom weer ingezogen.

Al weken zocht ik naar een robuuste rugzak. Ik had nu een klein damestasje als rugzakje op mijn rug, maar ze maakte de mevrouw van mij die ik niet was. Ik zocht een groter exemplaar van canvas en liefst waterdicht. Stoer en handig, passend bij mijn zwarte kloffen.

IMG-6304

Vriendinlief zou om twaalf uur in Broei zijn. Een heerlijk restaurant,  ingericht met lange planten als lianen hangend van de binten. Grootbladige vingerplanten, strelitzia’s en ficus, met boeken en gebruiksvoorwerpen van vroeger zorgde voor een huiskamersfeertje. Het werd versterkt door de warme kerstbomenlampjes in alle hoeken en gaten. Het leverde een spel op van licht en donker. Ze was wat later en ik had volop de tijd om alles goed in ogenschouw te nemen, half achter de boekenkast verscholen. Er zaten mensen driftig te werken op de laptops en Ipads aan de twee lange tafels. De kleine twee en driepersoons zitjes stonden kriskras. Er waren grote loungebanken op een kleine verhoging.

img-6303.jpg

Twee meisjes liepen steeds vanachter de brede toog de zaal in om mensen te bedienen of haalden in de halfopen keuken de bestellingen op. De kaart met vegan gerechten sloot naadloos aan. Jong en oud publiek druppelde binnen. Zakenlui, studenten, mensen van allerlei pluimage waren gemoedelijk, zakelijk, breedsprakig of bescheiden met elkaar in gesprek. Na tien minuten schoof vriendinlief het zware fluwelen gordijn opzij bij de ingang en stapte de warmte in. Een hartelijke omhelzing volgde. We hadden elkaar al veel te lang niet meer gezien. Aan het kleine knusse tafeltje waar we de lange benen langszij moesten leggen, omdat ze er niet onder pasten, schoven maanden in elkaar  en werd  de lange ontberende periode ontsloten. Kinderen kwamen aan bod, manlief, persoonlijke belevenissen, school, toekomst en herinnering. Tijd werd ook hier overbrugd en beiden hadden we heimwee naar toen en dan, waar het leven nog werken was en het werken leven, omdat we als team vriendinnen waren met elkaar en konden delen.

Het soepje was bijzonder, een dikke knolselderij waar de lepel in kon blijven staan, maar zacht en glad van smaak en textuur. De schil was in lange krullen eraf gehaald en krokant gebakken. Verrassend, niet onverdeeld even lekker, maar alleen al om de bite prima. We hadden er een dip bij voor het desembrood van zoete aardappel. Heel anders dan de gebruikelijke pesto.

001-1.jpg

De tijd rende voorbij en aan het eind met een wijntje van Trijntje, lichtzoet voor vriendinlief en droog voor mij, de perfecte afsluiting, beloofden we elkaar beterschap, bioscoopje tussendoor, vaker ontmoeten. Warme groet en daar gingen we weer. Zij op de fiets, ik naar de parkeergarage, waardoor ik langs een popperig kleine winkel met oude en nieuwe snuisterijen kwam. Daar zag ik haar. Mijn rugtas. Ze lag achteloos in de grote mand. Blauw canvas met imitatieleer, een kartonnen kaartje aan een touwtje  vertelde dat ze 5 euro kostte. Geen moment van aarzeling. Daarom moest ik er naar binnen, om haar te vinden. De hemel te rijk was ik met de aanwinst en toen de parkeergarage op steenworpafstand van het restaurant ook nog goedkoper bleek dan het parkeren op straat, kon de dag niet meer stuk.

img-6308.jpg

Met de vondst reed ik nog even langs dochterlief, waar ik net op tijd was om het kasteel te bewonderen van de ninja-legopoppetjes en moest ik telkens raden of het een goede of een slechte was. Ze schoten de lucht in onder zijn kreten: IJs, water, lucht en vuur, terwijl ik met een knipoog verstond: IJs, wafel, slagroom en chocola. Oma’s zijn niet geschikt voor het ruige ninjaspel. Hij gniffelde in zijn vuistje. Kleindochter brabbelde erop los. ‘Klap eens in de handen en in de maneschijn’. Wat een knusse boel. een warme thee en de gedachte, dat leren tassen een soort statussymbool waren, maar nu drastisch aan het inboeten zijn. Het kan wonderlijk lopen in de wereld.  Daarna op huis aan, met de nieuwe aanwinst. Als een kind zo blij.

Ik heb nog nooit bedden uitgelijnd en toch deed ik het. Zo zie je maar. Als er een wil is, is er een weg.

 

Uncategorized

Selamat Makan

Het raam zit erin. Weer een  nieuw venster op de wereld erbij.  Nu alleen de spijlen van het hek van het balkon nog en dan is het huis uitwendig weer als nieuw. Zoonlief smeerde de kelen en streelde de harten van de twee jongens die om half acht ’s morgens al voor de deur stonden, door hen direct koffie aan te bieden. Ik ben een hork in zulke dingen. Het hielp, want de mannen werden als was en een en al vriendelijkheid achter het norse postuur met de zwarte capuchons, diep over het hoofd getrokken. Ze waren ruimschoots op tijd klaar. Wat miste ik de spiegel, waar ik mezelf in kon monsteren. Nu moest ik op zoek naar een nieuwe plek. Iets om goed te overwegen.

IMG_2043

Gisteren maakte ik voor het eerst kennis met narcolepsie bij een volwassene. Ik zat tegenover de man en middenin ons gesprek vielen zijn ogen dicht, zakte zijn hoofd scheef en viel hij in slaap. Enkele seconden later schoot hij weer wakker. Wat een wonderlijke gewaarwording. Ik repte er geen woord over en ging gewoon door met het gesprek. Normaliter zou ik er naar vragen, maar bij deze man voelde ik dat dat niet de bedoeling was. Het was bijzonder, omdat de tijd en daarmee het gesprek letterlijk werd stil gezet.

wasbord

Het was de dag van Jan en Jet in het Museum in Vreeswijk. Ik was de teil nog aan het vullen met water toen de eerste kinderen al aan kwamen lopen, met luid gebabbel en gegiebel. Er was iemand ziek geworden, dus ik stond vandaag bij de teil, want de oude man begeleidde de kinderen boven en een ander zorgde voor het hoepelen en teren. Het zeep kloppen, het schrobben met de boender op het wasbord en het spoelen en wringen was leuk. De babypoep in de luier hilarisch. Iemand reikte constant de vieze luiers aan. We maakten er een klein toneelstukje van. ‘Heeft de baby nu al weer een poepluier, tsss’. Sommige kinderen griezelden om het hardst en een van de jongens wist zeker, dat hij nooit kinderen met zijn uitverkoren meisje zou nemen. Een van de meisjes merkte nuchter op dat je ze toch niet meer hoefde te wassen. Dat maakte niets uit.  Het feit dat ze er waren, poepluiers, was al meer dan voldoende om kinderloos te blijven.

Na het afsluitende vragenuurtje boven gingen ze weer en van een meisje kreeg ik een spontane dikke knuffel. Mijn hart zong. Wat een heerlijke ontmoeting toch telkens weer. Kinderen die je de hemel in mag prijzen omdat ze angsten overwinnen, initiatieven durven nemen, leergierig zijn tot in hun tenen. De oude man zat op zijn praatstoel en oogste bewondering, omdat hij al negentig was. De tijd vloog.

img_2044.jpgNog lekkerder straks, leftovers.

Na de fysio de griepprik omdat ik een dubbele risicofactor was. Gelukkig kon het tussendoor en hoefde het niet op het speciaal ingelaste avondspreekuur.  Het gure weer zorgde ervoor dat ik ineens een onbedaarlijke trek in Soto kreeg, de goudgele Javaanse kippensoep, compleet met aardappel, selderij, ei en taugé.  De cassiere fluisterde me, met een brede glimlach, ongevraagd een aardappelrecept in, uit Oostenrijk. De soep smaakte zoals ik het me had voorgesteld. Geurig warm en goudkleurig met in het midden de rijst als een witte berg, het  ei als de rijzende zon erboven op. Niet alleen heerlijk, maar ook oogstrelend. Een goed besluit van de dag. Selamat Makan.

 

Uncategorized

Spelbrekers in de dop

En terwijl de lucht, vanuit mijn raam gezien, prachtige schakeringen oranje en violet vertoont, klinken er luide hamerslagen van beneden. Mijn tussenraampje in de keuken wordt vervangen door een raam. Het was nu een dicht luikje, waar de spiegel opgeplakt zat. Een raam rijker en een spiegel armer. Om half acht stonden de mannen op de stoep. In slaapstand deed ik de deur open.

De avond daarvoor hadden we een boeiende bijeenkomst van de leesclub gehad. In de middag had ik de vele recensies, die het boek ‘Herinneringen aan de Toekomst’ van Siri Hustvedt had gekregen, doorgespit Het viel me op dat die van Trouw kritische noten liet horen en daardoor kwamen een aantal vragen vrij. Bij inventarisatie bleek dat iedereen moeite had gehad om in het verhaal te komen. Drie van ons hadden na een bepaalde scène de smaak te pakken. Daar kwam het verhaal pas echt goed van de grond.

009

Na de discussies en de filosofieën, de mate van intentie, de duik in de diepte waren we het er over eens, dat het boek minder toegankelijk werd door de vele verwijzingen naar Engelse en Amerikaanse literatuur, de filosofie, de maatschappelijke belangen en de politiek. Als dat niet de belevingswereld was gingen een aantal aanwijzingen en clues verloren. Dankzij het feministisch vraagstuk boette de hele avond lang de bespreking niet aan kracht in. Het boek werd er alleen maar boeiender op. De schrijfster werd deels gewaardeerd. Voor mij zat de uitdaging in haar schrijfstijl en het verzinnen van nieuwe begrippen, die prachtige woorden opleverde. Tijd die dwars door alles heen bleef zweven, bleek vaak een struikelblok, verhaallijnen die haasje over sprongen, ook  lastiger. Al met al een boek voor discussie en gedachten en daarom meer dan de moeite waard om besproken te worden. Wel kenmerkend was dat als het lezen niet het bestemmingsdoel van ‘onderwerp voor deze bijeenkomst’ had gehad, misschien niemand het had uitgelezen. Op alle fronten kende onze avond een meerwaarde.

Amazing Grace, de film die ik de avond daarvoor gezien had, was ook een tijdsdocument geweest. Daar zat ik, als mijn oude zelf, te kijken naar een optreden waarbij ik zelf twintig was, toen het gebeurde. Mick Jagger schoof in beeld samen met Keith Richard, de groeven waren verdwenen als sneeuw voor de zon. Het was wonderlijk om alles te plaatsen in het beeld van toen met de blik van nu. Het gaf er een extra dimensie aan.

002    003

De film was de reden geweest dat ik in de vroege ochtend daarna, iets minder kwiek het bed uitsprong. Zon probeerde door het wolkendek te komen. De kranen in de omgeving waren druk in de weer. Het staal bungelde aan een zijden draad. In het ziekenhuis begon de dag rustig. Langzaam druppelden de mensen binnen om hun dagbehandeling te ondergaan. Er was een bijna vervreemdend gesprek met een vrouw die in een van de kamertjes wachtte op de uitslag die ze ’s middags zou krijgen. Ze praatte in staccato zinnen. Was afwachtend, maar vertelde ten slotte toch een deerniswekkend verhaal over een absence. Van het ene op het andere moment had ze in de ambulance gelegen. Daarvoor had ze de kanker al geaccepteerd, maar dit was een van die totaal onverwachte bijwerkingen. Metastasen in de hersenen zetten zelfs de nabije toekomst op losse schroeven. Berustend bleef ze hopen op  de meest gunstige wending.

De vrouw met de stille ogen op de dagbehandeling wilde eigenlijk bezig zijn, werken en daarmee verwerken. Het lijf had zijn eigen weg gekozen. Ze gaf aan dat het leek of alle cellen er nog niet klaar voor waren om die vreemde eend in de bijt te omarmen door met elkaar het gevecht met die verwoestende woekergroei  aan te gaan. ‘Er woedt een strijd in mij’ zei ze en nog nooit was de voorstelling zo duidelijk, zo plastisch voorgesteld. ‘Op alle fronten’, dacht ik er achteraan.  Ze was nog niet klaar voor het vervolg.

Op weg naar de fysiotherapie voor de handen, bedacht ik me, dat elk ongemak een eigen gedachtegang meebracht, een ontwikkeling doormaakte en dat niemand van te voren wist waar het uiteindelijke schip, lichaam of geest, zou stranden. Mijn muizen van de duim zijn kaboutertjes vergeleken bij het heftige werk, maar zelfs dan al spelbrekers in de dop.