Uncategorized

Even doorzwoegen nog

De eerste opdracht is bijna af. De tweede opdracht is een verrassing voor iemand en moet tot in de kleinste details lijken. Juist om die verrassing en vanwege het feit dat de ontvanger mij vreemd is, is het een pittige. Wat op de ezel staat lijkt, maar nog net niet helemaal. Ik boetseer me drie slagen in de rondte en schroom niet om alles te wissen en overnieuw te beginnen.

Vanmorgen liep ik naar beneden zoals elke ochtend om de krant te halen. De lucht was helder, het mooiste blauw van ooit. Een voordeel aan de crisis, met al die autoluwe wegen. Er hing lente in de lucht. De vrieskou was verdwenen. Bij het terug lopen op de galerij, inspecteerde ik de door de winterkou van de afgelopen dagen, zieltogende overgebleven geraniums van vorig jaar. Ze vochten met kleine groen ontluikende blaadjes dapper in een hernieuwde tweede poging om het wintergeweld te overleven. Ik was bijgaand trots op ze. Beneden achter het hek, lagen schots en scheef allerlei maten en soorten takken.

IMG_8853

Van de Kauwtjes daarboven, wist ik.  Ze hadden hun nest in de goot gemaakt. Ik moest lachen om de slordige haast, waarmee ze de toevoer hadden aangevlogen. Er lag een half nest hier beneden. Ik keek omhoog. Daar zat ze. Parmantig, met een observerend koppie en kraalogen, nam ze mij en de omgeving in ogenschouw. ‘Hoog en droog’ dacht ze vast en zeker en dus veilig. Met al die, zij het wat betrekkelijke rust van de weg er naast, een uitgekiende plek om een nest te bouwen. Waarschijnlijk is het het koppel dat al een jaar of vijf op dezelfde locatie nestelt. Ik hou van hun latijnse naam. Zoveel geheimzinniger dan het plompe kauw. Corvus monedula. De koppels blijven elkaar trouw voor het leven, leert een zoektocht. Het zijn de kleinste leden van de familie van de kraai.

100_5400 Corvus van de tuin

Op de tuin zitten hun oom en tante, een koppel kraaien. Donkerzwart en glanzend, imponerend groot en aanwezig. Ze hebben de boom van het stuk open veld uitgekozen. Als ik langs loop begroeten ze me met alert gekras. ‘Ik zie je wel, doe geen dingen die je niet kan verantwoorden’ krakélen ze. Onder hen zoemen de bijen in hun korven rond en aan de andere kant van de stam schuren de schapen hun vacht. Ik zie ze voor me en mis de tuin in volle hevigheid. Gelukkig heeft de ouwe, nu hij weer helemaal op de been is, mijn wilgen gesnoeid voor een takkenril naast de plek waar zijn nieuwe glazen paleis moet komen. Zelfs de brandnetels en de oude nicandra takken heeft hij opgeruimd. De oogst van een losbandig leven. Ze waren al woekerend bezig de tuin over te nemen. Het doet me deugd te weten dat hij een beetje voor mijn paradijs zorgt. Met maaien belooft hij ook mijn lapje mee te nemen. ‘Beter een goede buur dan een verre vriend’ is hier meer op zijn plek dan ooit.

Vanmiddag voor het Oma journaal zal ik een ode brengen aan zijn oom en tante, maar dan die van Annie M.G. Schmidt. Haha. Niet die uit Aerdenhout( de kouwelijke oom en tante), maar die uit de eikenboom in Laren. Zo grijpen de schakeltjes weer in elkaar en vormt de dag zich als een goed geoliede machine. Maar we beginnen met het trekken en duwen van de olieverf. Ik ben er bijna. Het gaat om de kleinste details, maar dat is ook het moeilijkst. Even doorzwoegen nog.

Uncategorized

Zo diep gaan als wenselijk is

In de brochure voor cursussen van het HOVO, een instelling die cursussen op HBO en Universitair niveau aanbiedt voor mensen boven de 50, staat er een, die ‘Gelukkig of zinvol’ heet. Het handelt over de psychologie en de filosofie van het goede leven. Ze brengt te berde, dat het op dit moment gaat om een gelukkig of zinvol leven. Ik weet niet wanneer de thema’s zijn bedacht, maar ik heb het idee dat onder de huidige omstandigheden de tweedeling mag worden aangepast. Op de allereerste plaats staat, nu we allemaal in de greep zijn van het virus, gezondheid met stip op één. Je bent gelukkig af, als je niet overvallen wordt, door de sluipersvoeten van het vermaledijde beestje en zeker wij, van boven de vijftig. Ineens zijn we ook wij. Mensen met een chronische aandoening, mensen boven de vijftig heten vanaf de eerste uitbraak, met de komst van de eerste dodentallen, de ouderen. Gezonde mensen en jonge mensen hebben een streepje voor. Ben je dan per definitie gelukkiger of krijgt het leven meer betekenis en wordt het daarmee zinvoller. Ik waag het te betwijfelen. Er zijn nog steeds zorgen, er is angst en leed.

IMG_8831

De omstandigheden zijn dusdanig, dat ik filosofeer over de waarden van het leven en de verschuiving die daarin plaats vindt. Ik ben een enorme knuffelkous. Ik kan niet met mensen in gesprek gaan zonder een hand, de arm op de schouder, een liefkozing of aai als er een band is. Nu zit er glas tussen en een digitale afstand, lopen zoonlief en ik in elkaars vaarwater als waren we een slagschip van betamelijke afmetingen. Maar ik kreeg er wat anders en iets waardevols voor terug.

Vanaf het moment dat ik koos voor de betrekkelijke solitude, daalde er rust over me heen. Zo zeer, dat ik de geest weer vrijelijk kon laten stromen en er zich gedachten ontwikkelden, die om te koesteren zijn. De social media heb ik nodig voor de impuls en de inspiratie, de associaties en de lichtpunten, maar daar tussendoor kan ik me helemaal focussen op mijn eigen bezigheden. Dus schrijf ik er lustig op los en eindelijk voel ik de kalmte wederdalen in mijn hele eigen manier van schilderen. Om met BLØF te spreken: ‘Hier ben ik veilig, hier ben ik sterk, hier ben ik heilig, dit is mijn kerk’. Waarbij de ‘jou’ vertaald kan worden naar de totale vrijheid. Het privilege om eigen keuzes te maken, om af te strepen van wat in de orde van belangrijkheid telt in mijn ogen, om iets te laten liggen en met iets anders verder te gaan. Het ontdekken van die rust is de zingeving, het betekenisvolle van het moment. De knoppen van ‘het heilige moeten’ staan uit. Ik drijf op de golven van mijn eigen geluk en voel me ongelooflijk in evenwicht daardoor. Dat is de meerwaarde van het geheel.

065

In de vorige blog kwam het al ter sprake. Door zo op jezelf te zijn teruggeworpen en er mee bezig te blijven, ontmoet je de kern van het eigen bestaan. Ontvang je gedachten los van de context, maar in pure omvang. In deze omstandigheden is het mogelijk om de bron aan te vinken. De ene gedachte roept de andere op. Zo gaat dat en nu is er tevens de ruimte om die onbezoedeld en vrijelijk te laten stromen. Is het daarom, dat mijn werk zoveel lichter wordt, dat er puzzelstukken op haar plaats vallen, dat deze solitude contemplatie brengt. Balans en evenwicht, het goede leven, met meer betekenis dan ooit, door af te dalen naar de kern.

089

Geluk zoeken is een moeizame en soms teleurstellende weg, maar als we wachten zonder er zelf invulling aan te geven, wie weet. Misschien wordt dan die wijsheid uit het verleden bewaarheid: ‘Geluk komt je vanzelf aanwaaien, je moet alleen wel in de wind gaan staan’. Die vrijheid hebben we. Buiten is een brug te ver, maar van binnen kunnen we zo diep gaan als wenselijk is.

Uncategorized

De vriendschap, die ik voelde

‘Oude liefde wordt misschien doffer maar roest niet’ is de conclusie van Hanneke Groenteman in haar column in het nieuwe nummer van maandblad Zin’. Dat oude liefde niet roest, heb ik de laatste jaren wel bewezen, door de eerste grote liefde weer op te zoeken en de destijds gesmede band, glorieus op te poetsen.

Er was echter een vriendschap, die heftig bleek te roesten. Het begon onopgemerkt, zoals in een huwelijk, waar de eerste kleine barsten verkrakelen tot grote en die tenslotte uitgroeien tot sleetse plekken. Een opmerking hier en daar, afwijzend, afkeurend soms. Niet openlijk maar in bedekte opmerkingen, die terzijde leken, maar de kern raakten. Dat zijn de ergste en de voorbodes van een wisse dood van de vriendschap. Kleine ‘stekeleteeën’, zoals ik ze noem. Onderhuidse speldenprikken of die, die recht onder de nagel worden gestoken. Ik voelde de pijn. Lag het aan de ontvanger, dat er mee gebeurde wat er mee gebeurde?

185

Een ingeslopen gewoonte, elke zondag om drie uur elkaar ontmoeten, met stille verwijten als er geen tijd genoeg was om die ongeschreven belofte waar te maken. Een kringloopgang die afgemeten in twijfel werd getrokken door een ‘voort wat, hoort wat’ principe. Jij niet op de zondag, ik niet mee naar ander vertier. Het schuurde en schrijnde en bleef doorwerken. Had ik de gezonden boodschappen goed verstaan of was het mijn eigen aanname die zich opwierp als het obstakel van de vriendschap. Jaren van kleine voorvallen trokken voorbij. Ineens was het genoeg. Klaar. Ik wilde geen oordeel, ik wilde vriendschap, onvoorwaardelijk lief en leed, met vallen en opstaan, maar te goeder trouw en met begrip. Geen afkeurende blikken, geen afwijzend gesis tussen de dunne lippen.

Het is al jaren geleden en ik weet wat nu de aanleiding is geweest voor de breuk. Ik heb het nooit, met ook maar één woord, tegengesproken. De uitgesproken meningen niet, de inkleuring van mijn impulsieve handelen, de sluier van negativiteit die over een gebeurtenis werd heen getrokken, het voelbare wantrouwen. Nooit uitgedaagd, gevraagd wat er mee bedoeld werd. Het bleef bij zo’n afgemeten opmerking en mijn piekerend zwijgen. Wat werd hier in godsnaam gezegd, vertaalde ik het wel goed, ik zal het wel bij het verkeerde eind hebben. Lastige zelfanalyse, als je je eigenwaarde niet op orde hebt. Dat lag er als de basis namelijk onder. Onzekerheid, het zal wel fout zijn, zij heeft zoveel meer levenservaring, wie ben ik.

048 Beschouwen op z’n tijd

Hanneke Groenteman heeft het bij het rechte eind als ze schrijft ‘Veel ingewikkelder dan de liefde is de vriendschap’. In ieder geval deze ene uitzonderlijke vriendschap. Er zijn er veel, waar het me moeiteloos afgaat, omdat we elkaar in intense situaties dagelijks hebben leren kennen. Dit was een vriendschap, die laat ontstond. We waren al bijna oud. Ze was kort, maar hevig. Het gaf misschien te denken, waar het op doorgronden aankwam. Dankzij deze column volgt een analyse, die ik een aantal jaren geleden al uitgevogeld had. Ik weet haarfijn uit te rafelen waar de kneep zit. Niet bij vriendin, niet bij de omstandigheden, niet bij het tijdsgewricht, maar bij mij en mijn eigen tree in de ontwikkeling. Ik moest nog doorgroeien. Zo is het leven opgebouwd uit leermomenten. Soms een terugval om weer aan te kunnen haken, soms een besef dat als berouw na de zonde komt, soms als een loutering na de feiten.

Ik zag haar deze winter toen ik uit de auto stapte. Ik groette met heel mijn hart en kreeg een afgemeten knikje terug. O ja, dat was waar. Ik voelde alleen en had de ratio buiten spel gezet. Het was de vriendschap, die ik voelde.

Uncategorized

De maand waarin alles anders werd

Bij de actie Binnenkijken van Else Kramer komt de hele maand maart aan de orde. Ik turf niet. Als een mens turft duurt alles langer. Een ruwe inschatting kan ik maken, zo op gevoel zeg ik twee weken. Twee weken binnenblijven voor eigen bestwil. Een gevalletje: risicofactor op aannemelijke schaal. Hart en longen hebben al eens een hoofdrol gespeeld in mijn levenswandel.

IMG_3097 Soms bijna een berg te hoog

Ik plooi het leven om de kwaal en doorgaans gaat dat me goed af. Soms met wat vallen en opstaan, omdat  op de wandelingen de Utrechtse en de Veluwse heuvels aan de hoge kant zijn, maar doorgaans met een ijzerenheinigheid in een gestaag ritme. Bij deze dreiging is ratio en gezond verstand de beste leidraad. Er is een maand aan vast geplakt maar in mijn hoofd reken ik op eind juni, met de hoogst mogelijke voorzichtigheid.

Maart kenmerkte zich in een maand van uitersten. Het ziekenhuis lag nog open op mijn vrijwilligerspad. Halverwege de maand heb ik ze in de steek gelaten, zo voelde het. Eigenbelang als een addertje onder het gras, niets was minder waar. Het was omdat de kinderen aangaven nog even niet zonder te willen, het zekere voor het onzekere te kiezen en daarmee de kansen te vergroten ondanks het adagio ‘Als het mijn tijd is…’ Regeren is vooruitzien. De voorstellingen op scholen en in dorpszaaltjes begeleidde ik nog tot half maart. Maar ook daar kwamen hoestend in de elleboogplooien van hun truien het gevaar op sluipersvoeten dichterbij. Streep erdoor. Wat verder nog. Een enkele boodschap. Daarna volgde quarantaine voor eigen bestwil.

De maand Maart was van een vol sociaal leven teruggedraaid naar een stilgevallen tijdsbeleving. Dagen regen zich aaneen. Krant spellen, schrijven, pillen, douche, schilderen, Oma-journaal, eten koken, televisie of eventueel een Blacklist op Netflix voor de hoognodige spanning en sensatie. ’s Avonds een boek en de dagelijkse kruiswoordpuzzel uit de krant en eventueel ertussendoor nog een film als die zich aandiende.

Gisteren kreeg ik ineens de film van Petra en Peter Lataster onder ogen. ‘De kinderen van Juf Kiet’. Een docu over een juffrouw, die een groep met migrantenkinderen begeleidde. Veel over gehoord, maar nooit gezien. Verbaasd over haar afgemeten toon aan het begin, werd me weldra duidelijk dat dat een tweede doel diende. Met haar kinderen in de groep onderschreef het duidelijkheid. Ze bleef te goeder trouw in het begeleiden. Ook al toonden de beelden van de gebeurtenissen een ander verhaal, dan nog verpakte ze het in als vergissing of misverstand. Met liefde zorgde ze zo te allen tijde voor een trotser gevoel bij de veroorzaker en een aarzelend overpeinzen bij het slachtoffer. Geenszins werd die instabiele kindervrijheid beknot en ingedamd. ‘Geen trauma’s erbij, ze hebben er al genoeg’, sprak uit haar houding.

Schrijnend waren de kinderen die met hun trauma’s zichtbaar in afwerend gedrag, vermoeidheid en hoofdpijn bij haar binnen kwamen. In de tijdspanne van een uur sloeg mijn verbazing om in bewondering voor deze sociale invoelende juf Kiet, die op niveau van de kinderen ging zitten en vandaar uit te werk ging, waardoor het grote hart en de glans van haar handelen zich weerspiegelde in het gedrag van de kinderen. Parels van dit stilgevallen leven en de vraag rees, wat deze maand voor die kinderen zou betekenen.

29f6695d-0cf4-4e92-ab58-1ec1b2bd8fde

Dochterlief kwam ’s morgens gezellig op de koffie. Ze had van te voren gebeld. Even zonder de kinderen bijkletsen. Lafenis voor haar en afwisseling voor mij. Ik had een tafel en stoel voor het raam gezet. Een thermoskan koffie en een kop op de tafel. Zachte kussentjes in de stoel. Het werd een genoeglijk uurtje. Hilarisch, schrijnend en liefdevol, met verhalen uit het buitenleven, voorvalletjes, gedachten, twijfels, liefde. Ze bracht hernieuwde energie.

bc9a0035-de8c-4906-be3b-7ecb17913bec

De maand maart , de maand van de tegenstellingen. De maand waarin alles anders werd.

 

Uncategorized

Het hoogste goed

Vorige week keek ik, terwijl de avonden lengden en de ochtenden in diepe rust verbleven, naar de tv documentaire ‘The Bastard’ over een jongen, Daniël, uit Adis Abeba, die op zoek ging naar zijn  Friese vader. Een groter denkbaar verschil is welhaast niet mogelijk. Allereerst waren de Europese trekken bij de man onmiskenbaar vertegenwoordigd. Het was niet moeilijk voor te stellen, dat behalve de kleur van zijn huid, ook zijn hele uiterlijk aanlieding was tot pestgedrag van zijn leeftijdgenoten. Hij was een bastaard. Hij hoorde nergens bij. Het bracht hem een moeizame levenswandel.

 

De vader leek  een afstandelijk man, die zijn gevoel heel diep weg had gestopt en op alle fronten ontkende en zweeg. Dubbel moeilijk was het voor de broer van de jongen, die hem liefdevol had omarmd en in huis gehaald. Bij de Afrikaan sluimerde zijn Afrikaanse adat en het werd meer en meer leidraad voor hun verhouding. Natuurlijk moest de jongste de credits geven aan de oudste. Onbegrip waarom dit achterwege bleef. Kenmerkend voor beide partijen was de vasthoudendheid, waarmee ze zich op het probleem hadden gestort. Er kwam een DNA-test en er lag daarna bewijs op tafel, die de ontkenning zinloos maakte.Toen brak de vader en ontvouwde zijn eigen jeugd. De geschiedenis had zich schrijnend en in volle hevigheid herhaald. ‘Wij kenden de zelfde pijn’, wist de Ethiopiër tenslotte. Daarin werd meer verbinding gevonden dan ooit mogelijk was geweest.

Ik was er van onder de indruk. Met programma’s als opsporing verzocht zijn we wel wat gewend tegenwoordig, maar dit ging dieper, schuurde langs alle grenzen heen. Juist omdat de vader zo hevig en eerlijk er inging. Eerst glashard ontkende, om daarna weer te erkennen. De mens in al zijn facetten. Daarnaast werd eens te meer duidelijk wat een verschil in cultuur de obstakels in een relatie kunnen vergroten. De broer die niets liever wilde dan zijn halfbroer opnemen in diens gezin, maar tegen de cultuurbepaalde rolverdeling aanliep en iets dergelijks niet kon bevatten. Hij stond immers open voor het sociale contact.

250 Een van de aangename verschillen

Ooit heb ik geprobeerd om van twee culturen een eigen cultuur te smeden, maar het kwam niet uit de verf. Op grond van gelijkheid, vrijheid, en vertrouwen was het nog maar een kwestie van tijd om te wachten op het grote onbegrip. Dat moment kwam er in volle hevigheid. Niets is moeilijker dan de liefde uit te laten stijgen boven vermeende gewoonten en gebruiken. Rituelen, die een enorme meerwaarde krijgen en de draad vormen voor een bestaan. Mijn ideaalbeeld was een grenzeloos samenzijn. Dat wenste ik mezelf toe en de hele wereld. Het duurde even voordat ik door kreeg, waar tolerantie op zou moeten haken. Op de souplesse waarop beide partijen er mee om bleven gaan. Rekbaarheid en veerkracht bleek iets wat van twee kanten noodzakelijk was.

De vader beaamde, aan het eind van de rit, dat het hem speet en dat hij zijn vader was. Dat was dat éne woord waar Daniël genoeg aan had. Verder had hij niets meer nodig. Zijn vader, een man die dezelfde pijn deelde als de zoon. Daarmee was alles gezegd.

Daniël hield aan het eind een monoloog.‘Ik heb zijn bloed, ik heb zijn aard, ik heb zijn botten, ik maak deel van hem uit, ik weet het. Dat is de menselijke aard, ik begrijp hem(…)ik weet dat hij me begrijpt, en ik snap het met één woord’. De vader had veertig jaar lang geleden onder zijn eigen ontkenning, totdat hij het toegaf. Dat éne woord vergezeld van een welgemeend ‘Sorry’.  Dat gaf hij hem tenslotte. ‘Daniël ik ben je vader’. Daarna was het goed. Geen rancune meer, geen verwachtingen, maar weten dat het voldoende was. De erkenning van zijn bestaan. Het hoogste goed.

 

Uncategorized

Hoe klein groots kan zijn

Voor het eerst is er schommelende stilte, nu het leven is stilgevallen en thuis blijven de enige optie is.. Ik zoek de schaduwen uit de opdracht van Else Kramer, die ons uitdaagt met het fototoestel op avontuur te gaan in eigen huis. Ik denk aan de vele schimmenspelen, die ik de kinderen op school heb laten spelen. Laken aan de lamp geknoopt in de kring, dia-apparaat erachter, kinderen met hun zelfgemaakte stokpoppen en stokmonsters erbij en klaar is Kees. De voorstelling kon beginnen. Of een laken spannen in de open wanddeuren van de entree van de groep, wij ervoor, acteurs erachter en daar gingen ze. Een simpel lied van opa Bakkebaard. Ieder beeldt een handeling uit. Hij veegt de vloer, hij stoft de kast, hij zeemt het raam. Opa Bakkebaard houdt van proper. Ze zijn allemaal laaiend enthousiast. Schimmenspel is er met name, om de meest schuchtere kinderen onder ons te laten opbloeien. Ze zien me niet en ze zien me wel. Een ware toverformule.

IMGP2403-001 Het concept om verlegenheid te overwinnen, nog vaak gebruikt.

Dat herinnert me aan een frêle meisje in een van mijn eerste jaren voor de groep. Ze was geestelijk zo breekbaar als ze eruit zag. Bij het minste of geringste klapte ze dicht. Waar anderen stonden te trappelen om wat te vertellen in de kring, hield zij haar lippen stijf op elkaar, laat staan optreden op het podium bij de weeksluiting. En ik wist, hier moest gekieteld worden. We verzonnen een televisieoptreden. Van een grote kartonnen doos werd een televisie gemaakt en zo, dat degene die de omroeper zou spelen, erachter kon liggen en met een handpop de aankondiging zou doen. Ik keek de kring vragend rond. Wie diende zich aan op moment suprême. Een schuchter stemmetje. Dat wilde ze wel eens proberen. Het werd een grandioos optreden, niet op de laatste plaats omdat hier dijken zo hoog als huizen werden geslecht. Overwinnen en zegevieren. Vanaf dat moment brokkelde ‘Verlegenheid’ in stukjes en beetjes af.

Mijn eerste kennismaking met het schimmenspel waren de handen op de muur bij de schemerlamp. Grote grillige monsters met opengesperde bekken, die woest met mijn broers stemmen brulden. ‘We komen je opeten’, whaaaa’. We griezelden heerlijk mee. Toen ik voor het eerst de verteller Indra Kamadjodjo op televisie zag, zoog hij me rechtstreeks de wereld in van Gamelan en illusie. Daar ontspon zich de geheimzinnige, voor een klein kind, mysterieuze wereld van de verre Oriënt. Ik weet niet meer of ik de geuren van Batik en Djati-hout toen al kon ruiken of dat ik die later onder de herinnering heb geplakt. Zijn kostuum ademde de sfeer van het rijke indonesie, batik en wajang golek en goud op snee.

Op 15.04 kom je Indra tegen

Hij droeg met zijn dunne ijle stem de verhalen voor van het kleine bescheiden hertje Kantjil of Kancil. Zijn sierlijke handen met de extreem lange en exotische duimnagel gaven het dier haar breekbare verschijning in het licht van de lamp. Op de muur verscheen het kleine dwerghert en maakte de meest spannende avonturen mee, waarbij Indra niet schroomde om er zelf een flinke dosis theater in te stoppen, als hij zijn hoofd met subtiele knikjes liet wiebelen. Ademloos heb ik gekeken en het voor eeuwig in mijn geheugen geprent.

IMG-8730

Dit kon je dus doen met beelden. Fantasie opwekken en mensen laten reizen over de grenzen heen. Vanaf dat moment had ik mijn hart verpand aan alles wat met die geheimzinnige sfeer van het verre oosten te maken had. Multatuli en Couperus volgden later in de voetsporen van de kleine Kantjil. En mijn eerste verliefdheid betrof iemand die in 1952 geëmigreerd was naar Nederland. Dat kon allemaal op het conto geschreven worden van de dappere kleine kantjil, die met haar ranke gestalte de sluwe tijger en de boosaardige krokodil te slim af was in haar geheimzinnige spel der schaduwen. Hoe klein groots kan zijn.

Uncategorized

Tot in de wolken is het feest

Vannacht voor het eerst sinds lang een piekernacht gehad. Een zinnetje tolde maar door mijn hoofd met daarachter wat visioenen van doemscenario’s en stevige existentiële vragen. Grenzen stellen doen we allemaal. Rigoureuze grenzen ook. Een paar in mijn leven en misschien wel op één hand te tellen. Gelukkig heb ik bijna nooit een beslising hoeven maken op de grens van leven en dood. Ooit, als plaatsvervangend nachthoofd op de IC van Neurochirurgie, was dat een keer bijna het geval. Ik vond het doodeng. Wikte en woog telkens weer alle mogelijkheden af, vinkte aan, streepte weg. ’s Nachts lijken de belangen anders, worden normale vragen een dilemma, is er nauwelijks overleg mogelijk.

Gisteren op een van de vele praatprogramma’s over de huidige situatie kwam de vraag nog meer helder voorbij, dan de laatste dagen. We moeten keuzes maken vooraf. Beslissen vooraf. Bij de huisarts, als er nog nergens sprake van is, maar het ‘What if’ een groot beroep doet op het voorstellingsvermogen en de beelden laat afrollen voor de ogen.

Doemscenario voor een argeloze burger. Het kwam door een verhaal van de arts, die vertelde dat hij de keuze moest maken voor een vitale tachtiger, die opgetogen vertelde, dat hij nog drumde in een rockband. Hier werden kansen afgewogen en de opgelopen aandoeningen ooit en ergens, ook al stonden ze tot nu toe niemand in de weg, zouden een groot obstakel zijn. Weken aan de beademing is alleen weggelegd voor de allersterksten. De ultieme test. Wie een beetje kwaal onder de leden heeft, valt daar al gauw buiten. Dat dus, stof tot denken.

Buiten waait het hard. Nu langs de zee lopen en de muizenissen meegeven aan de wind. Ik ben al een paar weken binnen en het verlangen is groot. Gewoon troostrijk uitwaaien, omdat de kans op het virus klein is, maar dat ene kiertje er wel is. Flinters onrust meegeven aan de natuur, laten uitwaaien over de velden, de stranden het eindeloze water, zodat ze oplossen in mogelijkheden, hernieuwde energie. ‘Hou vol, hou vast’ zong Blof. Dat dus, al wil het hart anders.

IMG_8686

De natuur trekt zich niets aan van de veranderingen. De kauwrjes boven mijn hoofd vliegen af en aan. Ze maken met veel gekrakeel hun nest in de goot klaar als ontvangstkamer. Soms kletsen ze vergenoegd met elkaar. Misschien wel hoe blij ze zijn, dat het bijna af is. Dat hij niet wachten kan op het nieuwe leven. Dat zij vol verwachting haar kauwenhart laat kloppen. Pril geluk op nog geen twee meter afstand. Dicht bij de hemel. Er drijven grote witte wolken over, een koeienkop, de bek van een dino, een wolf, een dikke teddybeer en heel even ben ik het kleine meisje dat ligt in het gras, met de fantasie aan, die een sprookjeswereld  voorbij ziet trekken. Zorgeloos, achteloos, onbekommerd leven van lang geleden.

Vandaag is kleindochter jarig. Ze wordt één jaar. Een mijlpaal. ‘Een plus een is twee’, zei mijn moeder te pas en te onpas als ze twee ongerijmdheden aan elkaar moest smeden. Natuurlijk. Een plus een is twee. De rekensom is gauw gemaakt, de wereld die er achter ligt, verdrijft voor dit moment de muizenissen. We gaan feest vieren met kilometers ertussen. Gisteren feliciteerde ik een oud leerling op FB en die zei: ‘Als je nou een liedje zingt van hier tot aan de hemel, zodat alle opa’s en oma’s dat zouden horen op hun wolk of hun ster, dan hoor ik het ook misschien’. Met een zwaai had hij me terug gehaald naar het verjaardagsritueel in de groep. Zo hard zingen, dat het door de hele school heen schetterde. Dat deden we bij iedere verjaardag met groot succes. Vooral als ze kwamen kijken, wat er aan de hand was. ‘Het is feest in de Apen’, later ‘Het is feest in de Eekhoorns’. En nu: ‘Het is feest in de familie, dat kun je zo wel horen, feest in de familie want M. die verjaart, stop nu maar watjes in je oren, want het gaat met een hoop lawaai gepaard. Tararaboemching, boem ching, ratatatata, daa da ta…’

We vieren het met verve, straks, met een virtueel samenzijn. Tot in de wolken is het feest.