Vanmorgen was Lief al heel vroeg wakker. Niet ongewoon, want we gaan ook redelijk vroeg naar bed, maar tien over vier kon ik ook niet meer slapen. De stekedoorn voor het huis, die zich door de vlier had gevlochten, is Lief eruit aan het halen. Meer ruimte voor onze geliefde heksenboom.

Een van de bloggers die ik iedere dag wel lees, had het over de kapucijners die hij zou gaan eten en op slag kreeg ik een visioen van vroeger. Het bord vol bruine kapucijners en mijn vader die er een gulle hand piccalilly bij schept. Beide zijn hier niet te krijgen. Dus bedacht ik dat het goed zou zijn om die eens zelf te maken. Ik plukte een niet te ingewikkeld recept van internet en schafte bij de boodschappen komkommer en paprika aan. Er stond twintig minuten maaktijd, maar dat klopte bij mij niet helemaal. Ten eerste is het fijn snijden van 600 gram groenten al een dingetje, maar bij het lezen van de saus had ik de olie al bij de bloem gegooid en dat moest duidelijk niet. Lezen is een kunst. Het klonterde de pan uit. Zeven en opnieuw een poging wagen. Uiteindelijk had ik vijf potjes en zijn we heel benieuwd hoe dat zal smaken na een maand. Zo lang moet je het de tijd geven om de smaken goed te laten rijpen. Daardoor trekt ze diep in de groenten. Volgende keer(dat zal nog wel even duren met vijf potten) probeer ik weer een ander recept. Het is leuk werk en op het groenten snijden na een fluitje van een cent qua bereiding.
Dochterlief belde. Ze zitten op Terschelling. Gisteren waren er al foto’s langs gekomen en ineens viel het me op dat tante Pollewop zo groot aan het worden is. Jaja, de jaren gaan maar door.
Vandaag is onze lieve vriend jarig en tikt, net als Lief in Oktober, de 77 aan. Hoe snelt de tijd voort. Een kattebelletje geeft een verheugde reactie en dat was al op een zeer vroeg tijdstip. Dat is het grappige van hier. Alles is zoveel vroeger op, maar in de avond is het ook veel sneller stil. Tropenwarmte werkt dat in de hand. Vandaag wordt het trouwens máár 31 graden. Zo wisselend kan temperatuur ervaren worden.
In de Groene van vorige week is er een briefwisseling tussen de biologe Mariken Heitman en de theologe Joyce Rondaij over vruchtbare grond en de relatie die je kan hebben tot diezelfde grond. Er wordt door Mariken een quote aangehaald van Audrey Hepburn: ’To plant a garden is to believe in tomorrow’. Ik bleef er even op hangen. Het is waar dat het zaaien ook oogsten zal inhouden als het goed is, net als het stellen van en het werken met doelen dat doet.
Zoals hier op de Hoff, waar we het weerbarstige lapje grond achter met volharding groot denken. Die volharding is niet voldoende. Lief helpt met daadwerkelijk handelen. Iets waarbij ik de benauwdheid dan toch naar de maan wil wensen, want anders had ik met verve mee kunnen helpen. In deze jaren van voornemens het tot een voedselbos om te bouwen hebben we veel stappen vooruit gezet en even zovele stappen achteruit. En toch geloven we er in. Waarom? Omdat ons is gebleken dat de rest van de Hoff al voedseltuin is en dat we op onze eigen trage maar gestage wijze daar een voortgang in kunnen brengen op dezelfde manier, waarop Lief dat steeds heeft gedaan. Met moed, beleid en trouw kalm voorwaarts gaan. Daarop vertrouwen geeft die toekomst om op te bouwen.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.