De straat heeft de gebruikelijke zondagsrust weer hernomen, maar rond een uur of vijf werd ik opgeschrikt door roepen. Iemand riep met een dun stemmetje Hallo, hallo, hallo, hallo, onaflaatbaar en achter elkaar. Op een gegeven moment hoorde ik de benedenbuurman aan de overkant naar het huis boven hem ‘Buurman, wat is er aan de hand’, roepen. Het was de oude man op de hoek aan de overkant op de bovenwoning, die steeds ‘Hallo’ riep. Er voegde zich een buurvrouw bij de benedenbuurman en nog een vrouw.
Kennelijk had die benedenbuurman nog meer gehoord, want hij besloot de politie bellen. Af en toe klonk er nog geroep. Twee politieauto’s, een ambulance en twee grote brandweerwagens, waarvan een een ladder had kwamen de ongelukkige bovenbuur uit zijn huisje takelen. Kennelijk kon hij niet over de trap vervoerd worden. Naar het ‘waarom’ moet ik raden. Ik vermoed een val van de trap. Enerverend begin en de buurt redelijk in rep en roer, maar nu is alles weer in rust.
Gisteren reden we spoorslags naar de Wassenaarse slag. Een dagje naar zee om de verjaardagen te vieren. Er stond een flinke wind, die vooral veel koude lucht aanzoog. Ondanks de hoge temperaturen zat ik op mijn stoeltje te vernikkelen, terwijl de rest van de familie langzaam aanschoof. De kleinkinderen hadden de grootste pret. Geef ze zand, wind en water en wat vrijheid, dan ontrolt zich de dag van een leien dakje. Alhoewel…

Dribbel vermaakte zich uren lang in zee, lag de hele dag voortdurend in het water, tot zijn vader met kind en al naar de eerste hulppost snelde. Hij had een diepe snee opgelopen in het water, toen hij met een dubbele salto in het water over iets scherps was gedoken. Gelukkig zat een groot deel van de dag erop, maar het bleek toch nodig even langs het ziekenhuis te gaan. Abrupt kwam er een einde aan het feestje, met deze twee feestvarkens, schone zoon en Dribbel bleven op de post, de twee broers en dochterlief grabbelden alles gauw bij elkaar en ineens viel er een groot gat in ons groepje.
Wij bleven nog even zitten met elkaar en de ene helft besloot nog wat te gaan eten op het eind, terwijl de andere helft al op huis aan ging. Ik was eigenlijk ook heel moe geworden van de kou en de wind, maar wilde dit laatste genieten in petit comité niet missen. Dat kon goed na het bericht dat alles in orde bleek. Dribbel was met hechtpleisters dichtgeplakt en had inmiddels weer praatjes voor tien. Dan valt er opgelucht adem te halen. Het was erg gezellig met elkaar en we zaten eindelijk op een windstil plekje. Ik kon de kleinste zonnestraal nog even de fles geven. Mooi meegenomen.
In de avond zat ik klaar voor Noorwegen, maar waar die ploeg van de Engelsen verloor, verloor ik mezelf in een diepe slaap op de bank, overmand door de hele dag uitgewaaid te zijn. Droomloos.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.