Op het terras, met de ogen speurend naar een kleine ritseling in de grote vijg, zie ik ineens uit het groene gebladerte de kleine koolmees op de tak, waar de voedersilo aanhangt, zitten. Het heeft anderhalve week geduurd maar eindelijk heeft hij het ontdekt. Nu zal het aantal vogels die er lucht van hebben gekregen, snel toenemen.
Het was trouwens toch de dag van de kleintjes want in de wilde kers naast de veranda is er een kleintje dat Guido Gezelle in mijn hoofd laat herleven. Glanskop hipt kwiek van de ene op de andere tak:
‘Een meezennestje is uitgebroken,
dat, in den wilgentronk gedoken,
met vijftien eikes blonk;
ze zitten in den boom te spelen,
tak-op, tak-af, tak-uit, tak-in,
tak-om, ze razen,
en kruipen, vlug, het meezennestjen in.’ (DBNL)
Het nestje is er in het voorjaar weer bij, maar voorlopig kwijt de kleine kwikzilver zich van zijn taak, tak-op, tak-af, tak-uit, tak-in, tak-om…
Tegenwoordig kan ik met gemak een uur vullen met alleen maar kijken in het struweel. Bij de buurvrouw op het land zie ik iets met rood, de roodborst, die zit elk jaar aan de zijkant in de haag en hipt zich op gezette tijden in het zicht. Koolmees en pimpelmees zijn vaak met meer en nemen de Hoff over. Toch vliegt er ook een merel stilletjes voorbij. Je hoort ze bijna niet.

Ik probeerde daarna het atelier in de winterstand te brengen. Dat betekent dat ik zoveel mogelijk alle doeken ophang. Je weet maar nooit of er hier per ongeluk een onderkomen wordt gezocht door het een of ander op vier pootjes. Ooit zag ik bij iemand die haar werk tentoonstelde, een aangevreten doek door muis, die er wel een kunstig en origineel geheel van had gemaakt. Het mocht gezien worden. Ook dit lijdend voorwerp stond in een tuinhuis. Het lukt wonderwel. Voldoende muur om al die koppies kwijt te kunnen. Heerlijk, het schept ruimte. Dan ook maar stuk voor stuk de onaffe exemplaren aanpakken. Met kalmte en moed, beleid en trouw, werkt het vandaag.
Zuslief is op weg naar Dubai met haar echtgenoot om vandaaruit verder te vliegen naar Tokyo. Zo’n end weg, terwijl op hetzelfde moment, hele goede vrienden weer onderweg zijn van Nepal naar Nederland en broer met zijn oude bestelwagentje door Spanje trekt. Niet altijd per definitie natuur-veilige landen, bedenk ik me. Kalmpjes afwachten, al zijn we tegenwoordig volledig op de hoogte van hun wel en wee. Vroeger kreeg mijn moeder hooguit een ansichtkaart als we al lang weer terug waren. ‘Geen bericht, goed bericht’, vond ze. Ach ja met elf telgen leer je sneller loslaten.
Lief brengt me vertroosting met thee en koek en samen zitten we een tijdje te mijmeren in het zonnetje met de vogels in het zicht. Het lijken mijn gedachten eigenlijk wel, die springen ook van de hak op de tak.
Als ik weer terug wandel naar het Hoffhuis, flans ik een snelle hap in elkaar en kneed het gistdeeg voor een brood. In een van de vele lades die de keuken rijk is, vond ik nog een bakblik dat bij de nieuwe pannenset werd geleverd, en die ik glad vergeten was. Daar paste het brooddeeg voor de tweede rijs prima in. Ik had inmiddels geleerd hoe je de lucht er uit kon drukken en hoe te vormen om het dan vervolgens af te bakken. Het resultaat mag er zijn.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.