Spijkers met koppen moesten er geslagen worden als we de oude koelkast uit de gang wilden hebben. Dus zijn er wat knopen doorgehakt en kwam er een briefje in het Hongaars, in mijn mooiste handschrift, in een plastic hoesje om op het prikbord bij de Kisbolt, met de niet-tang bevestigd. (bij gebrek aan punaises)
‘Koelkast en gasfornuis gratis en voor niets af te halen’. Wij hopen dan altijd vurig dat mensen, die zoiets hard nodig hebben, de spullen komen halen en niet de opkopers. Een blik op de oude koelkast die ik sinds november vorig jaar niet meer van binnen gezien had, zorgde ervoor dat ik alles gebruiksklaar ging poetsen. Een gegeven paard mag je weliswaar niet in de bek kijken, maar dan toch. Het fornuis laat ik voor wat het was,. Daar mogen de nieuwe eigenaren zich op stuk bijten.
Toen dat allemaal geregeld was, stroomde er weer vrijelijk nieuwe energie door de poriën en werd het tijd voor de fiets. Heerlijk. Als een tierelier reed mijn kleine witte Neuser op de laagste ondersteuning door het landschap. Lief had het zwaarder op zijn oude racefietsie, maar kon me dankzij de versnellingen goed bijhouden. We hebben wel afgesproken om nog een elektrische fiets voor hem erbij te kopen. Dan is het mogelijk om langere tochten te maken en daar hebben we heel erg veel zin in. Niets is zo fijn om langs veld en beemd te rijden.
We reden richting Kispeterd en daarna door naar Botykapeterd. In Hongarije hebben de dorpen en steden vaak namen met een betekenis. ‘Kispeterd’ is vertaald ‘kleine Peter’, ons dorp ‘Nagypeterd’ is ‘grote Peter’ en Botykapeterd is vermoedelijk van Peter Botyka, Botyka zou namelijk een familienaam kunnen zijn. Het is een sport om de namen aan een vertaling te onderwerpen. Niet zelden zijn ze hoogst vermakelijk.

Kispeterd is piepklein. Een paar straten rond de kerk, huizen met erf, al dan niet opgeknapt, overal loslopende kippen op de erven en natuurlijk bij ieder huis een hond, gelukkig achter de grote roestige hekken. Schone was temidden van spelende kinderen en de loslopende dieren. Fietsende kinderen op straat of spelend op het gras aan de weg. Oppassen geblazen. We fietsten door naar Botykapeterd langs een vrij goed onderhouden weg, nieuwe rode prunussen als aanplant tussen de al wuivende bomen, een boerenkar met paard in het veld. Lief stond ineens op zijn rem. Vlak voor zijn wiel gleed een jonge esculaapslang met de welbekende tekening op de kop en voor ik er een foto van kon schieten, gleed ie er als een haas vandoor.
Bij het restaurant aan de weg 6 keerden we weer om. De weg 6 is levensgevaarlijk om op te fietsen. De volgende rit, beloofden we elkaar, zouden we binnendoor fietsen naar Szigetvar. Of een keer gaan eten in het restaurant zonder de auto en met een onbezorgd wijntje erbij.
Het was wonderlijk weer, best aangenaam van temperatuur maar met een stevig windje dat af en toe warm en dan weer koud aanvoelde. De zelfde weg terug voerde ook langs de begraafplaats van ons dorp en door een palet van glooiende groene, gele en bruine velden met daar boven de verwaaiende wisselende lucht. Hoofd in de wind en gaan.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.