Wat een warrig onweer vannacht. Alsof de schichten maar heel soms de tijd kregen zich te ontladen in een flits, maar meer als een knipperende tl-buis die aan en uit bleef flikkeren. Hier en daar klonk gerommel in de verte, soms wat dichterbij, maar het kwam niet echt naderbij. Ik heb geprobeerd het vast te leggen, maar de foto is van een diepzwarte, vertekende realiteit.
Lief belde lang en vertelde over de Esculaapslang in de schuur op de Hof. Ze verdwijnen altijd zoals ze gekomen zijn. 1.20 schoon aan de haak al glijdend opgelost in het niets. Was hij op zoek naar de jonge zwartkoppen in hun nestje bij het ventilatieraampje of wilde hij schuilen bij deze temperaturen van om en nabij de 35 graden. Het kan allemaal. Lief stak een lange loftrompet af rond Margetsziget in Budapest, waar we de volgende keer beslist naar toe moeten gaan. Postcommunistische eenvoud met gemoedelijke terrassen en barretjes, een Japanse tuin en een vleug Hongarije van vroeger. Zijn terugweg ging voorspoedig. De Hoff had enorm uitgepakt met welig groen en nu was hij wat jonge fruitbomen aan het verwijderen op de grens van ons bos en het voedselbos. Ik overviel hem, dacht dat we om elf uur hadden afgesproken. Glimmend, met straaltjes kronkelend vocht vanuit zijn haren over de wangen, oogde hij jonger dan ooit.
Ik hou me koest, heb vannacht maar weer de fan van beneden opgehaald, maar bedacht toen dat ik geen zuurstof genoeg had in de dichte kamer, deur opengezet, fan verplaatst. Nachtelijk spoken op hoog niveau. Het mocht allemaal niet baten, het bleef warm.
De familiedag, compleet op één schone zoon, kleindochter, zoon en schone dochter na, was een succes. Een mooi plekje, vlakbij het nieuw geopende restaurant onder de bomen op een klein heuveltje en derhalve in de wind zorgde voor een redelijk koele ochtend. Alle kleinkinderen spetterden binnen de kortste keren in het water, terwijl zonen en dochters pootjebadend qua gesprekken de diepte ingingen en ik met de jongste telg heerlijk wiegend, flesje, boertje, innige tevredenheid, mijn oma-taak vervulde. De stoel waar ik in zat, was een visnetten ligstoel en van een dergelijke diepte dat het me moeite kostte er alleen uit te komen, dus bleef ik zitten waar ik zat.
De diverse meegebrachte koek en zopie gingen erin als warme broodjes. Om dorst te lessen was er water al dan niet in gekoelde thermosflessen. Het cadeautje had ik in de vroege ochtend bij dochterlief opgehaald, het was een roze fietsje voor ons jarig Jetje die van verlegenheid tijdens het lang-zal-ze-leven wegkroop achter moeders benen. Hieperdepiep hoera in de gloria, taart en cadeau deden haar snel uit de schulp kruipen. De wind woei haar verkoelende bries en verder afkoelen kon in het water.

Op een afstandje werd er een doop in natuurwater gehouden door een Eritrese of Ethiopische orthodoxe gemeenschap in witte gewaden. De kleine Njong volgde alles met veel waaromvragen. ‘Helemaal onder water’, tot zijn verbazing en niet eens aan het afzwemmen, zoals zijn grote zus.
Een beetje sloeg de weemoed toe bij het zien van al mijn grut. Ze worden groot, die kleintjes. De oudste twee kleinzonen alweer 15 en 17, jonge mannen. Ik mijmerde over de tijd dat ik met mijn drie jongens naar Italie op vakantie ging. De oudste twee dezelfde jonge sportlijven als de jongens nu, de jongste nog de tengerheid van het kind, kleuter-af, tien jaar jonger. Dollen in het meertje, duiken naar elkaar, voetballen in het water, het langst onder water blijven en nauwelijks tijd om op de handdoek uit te rusten. Die jongens van vroeger waren nu de vaders, herkenbaar met een buik, die net iets minder aangespannen was dan die van ooit. De oudste had zelfs een petanquespel meegenomen. Een wereld van verschil met de free run van de jonkies.
Om de biografie van Fulvia te lezen heb ik meer energie nodig. Vandaag misschien, als er hier en daar wat geruimd is, maar dat moet eerst, want er is veel ruis in huis.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.