De kanteldenker Marcel Kolder vraagt in zijn blog: Welke baan is de leukste baan die je nooit hebt gehad? De baan waarvan je denkt: Ja. Díé. Die had ik moeten doen.
Zodra je zoiets leest, gaat je brein aan. Tenminste de mijne. Even denken: Misschien wel de nachtwaker van ‘Het Kerkhof van de Vergeten Boeken’ dat in het vierluik van Carl Luis Zafon voorkomt. Dat heeft me altijd geïntrigeerd. Als variatie daarop zou ik ook de beheerder willen zijn van ‘ De Galerij voor Onmogelijke Verhalen’. Al was het alleen maar om de verbeelding op een hoger plan te helpen. De eerste voeding daartoe begon vroeger al in de jaren vijftig met de verhalen van Paulus de Boskabouter en Eucalypta op de radio en daarna de verhalen van Pinkeltje en zijn muisjes. Met de beelden van Okkie Trooy en Zeefje op de eerste tv in de straat bij de buurvrouw werd het bewaarheid. Zie je wel. Fantasie kon je niet alleen inkleuren tijdens mondelinge overleveringen en zo gestalte geven, je kon het ook verbeelden door nieuwe technieken als televisie. Het boek bleef als belangrijkste voedingsbron. De sprookjes van Grimm en Andersen, die van Moeder de Gans, heerlijke verhalen. Stel je voor dat er echt zo’n Repelsteeltje bestond of een Gelaarsde Kat. Dan kon je toch de wereld aan.
Die wereld vroeger rook naar havermout en koolraap, naar weinig ruimte met veel mensen, naar hoge schoollokalen en volwassenen die je iets wijs probeerden te maken, naar mottenballen in een kerk. Maar ze liet ook sterrennachten fonkelen, romantisch lantaarnlicht in donkere straten schijnen, eeuwenoude bomen fluisteren in het grote park en zeeën van sneeuwklokjes plooien. In de winter hingen er zware ijspegels aan de dakgoten waar een ijskoningin met gemak mee uit de voeten kon. De filmdagen op zondag die mijn vader hield in het bijgebouwtje van het voormalig klooster was koren op de molen als de kleine Marcelino, Pan Y Vino zijn dialoog rechtstreeks met zijn Christus kon houden. Ik dreef op dergelijke verbeelding. Het heeft me geen windeieren gebracht.
Met de projecten later op school werden we meester in het verzinnen van de meest onmogelijke mogelijke verhalen. Ze waren allemaal even bijzonder, maar een van de mooiste en de spannendste vond ik toch die van de vier windstreken. Ik vind hem terug in een stapeltje documenten in google maps:

Liesje herfsbriesje verveelt zich. Het is september. Ze heeft Moeder Sjaan orkaan samen met Liesjes broer Storm en Pa Toon Tyfoon uitgezwaaid. Die moesten even een flinke storm laten waaien in de Verenigde Staten. Zij hing op haar wolkje boven Nederland en verveelde zich. De enige die ooit naar beneden mocht, was broer Storm. Een enkel keertje mocht ze mee. Maar nu was iedereen aan het uitwaaieren en zij zat thuis. Het was niet eerlijk. Ze keek naar beneden en zag het land, de bossen, de velden, de piepkleine huisjes en de kerktorens en ieniemieniemensjes. Wat zou er gebeuren als ze wel naar beneden ging? Mama was te druk, papa was te druk en Broer Storm was overal en nergens en had niets in de gaten. Ze keek nog eens naar beneden. Eventjes rondwaaien, eventjes wat blaadjes van de bomen blazen, dat zou toch heerlijk zijn. Ze was nooit alleen geweest. Ze moest altijd samen met Storm. Die deed dan een deel van het land, vooral aan de kust en zij mocht het land in. Pfff, Nederland…..een keer blazen en je was er weer uit,. Weet je wat, ze ging het doen, ja…..spannend!
Zo begon het en elke dag kwam er een hoofdstuk bij. Oom Toon Tyfoon moest op haar passen, maar als hij even weg gaat, ziet Liesje Briesje haar kans schoon.
Zoals wij genoten bij het vormgeven, zo genoten de kinderen van dit verhaal. Een en ander werd onderstreept door het lied van Herman Van Veen over de vier windstreken, ‘Het Zeemansliedje’ uit 1989. Wie wat in zijn geheugen opslaat, die heeft wat. En reken maar dat er een arsenaal aan verhalen in die oude hersencellen zit. Misschien weer eens laten stromen.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.