Het was gisteren de dag van een ontdekking die veel teweeg kan brengen binnen een kleine marge. Het kwam door het recept van Miljuschka en haar advies om de rozemarijn fijn te hakken. Normaliter gebruik ik niet graag rozemarijn omdat ik met de houtige naalden niet goed uit de voeten kan. Maar het woordje ‘Hakken’ triggerde mijn exploratiedrift en ik meende mij te herinneren dat uit de spullen die boven op zolder lagen, ook een hakmes mee was gekomen. Zo’n echte Japanse. En ja, het lag onder de messen verscholen in de keukenla.
Ik knipte de rozemarijntakken, riste ze binnen af op een houten plank en nam het hakkertje ter hand. Het was het ei van Columbus. Weg weerbarstige naalden, hallo rozemarijnpoeder. Dat je toch 73 moet worden om zoiets simpels te ontdekken. Enfin, het opent natuurlijk een scala aan mogelijkheden. Ik zag me al van de tuinkruiden een Italiaanse kruidenmix uit eigen tuin maken. Hoe gaaf zou dat zijn.

In de ochtend had Lief de feta gepakt, maar die wilde ik voor bij het avondeten bewaren en die handeling was er de oorzaak van dat ik in de middag de focaccia en de tomaat met feta als maaltijd bereidde. Het is geen straf om bij 21 graden in de keuken te staan als buiten nog steeds de temperatuur de 37 aantikt. Oorzaak en gevolg, hoe komt een mens aan inspiratie. Er zijn in ieder geval vele wegen die naar Rome leiden.
De overbuurman kwam gisteren klagen tegen de buurvrouw. Wat hij er allemaal uitgooide, verstond ik niet, maar de lichaamstaal van beiden was duidelijk. De man is geen echte dorpeling en is hier twee jaar geleden komen wonen. Hij stond voor het hek van de buuf met zijn vlezige armen en handen er doorheen. De buurvrouw bleef op een behoorlijk afstandje staan om de litanie aan te horen. We visten kinderen en overlast uit de woorden. De opgewonden klanken verraadden zijn geagiteerdheid. Het ging over de twee nieuwe buurtgezinnen, het ene naast hem en de andere naast de buurvrouw. Ze hadden de gewoonte om in de namiddag vooral op straat te vertoeven met de kinderen, die daar naar hartelust heen en weer konden steppen en rennen over de stoepen aan weerskanten. Dat plaatje paste eigenlijk niet in de gezapige sluimertoestand van dit dorp, waar veel mensen van onze leeftijd woonden, hun dagelijkse beslommeringen op het erf deden en als uitje een boodschapje gingen doen in Szigetvár of Pécs.
Reuring bracht het met zich mee. Elke nieuwe vorm zou sowieso reuring betekenen. Neem alle nieuwe pups, her en der als waakhond aangeschaft, die fanatieker bij elke voorbijganger aan het keffen slaan, meer nog dan de oudjes. Zo ook deze ‘jeugd’. De ouders zijn jong, er zijn zo’n vier kinderen per gezin die allemaal hun ei, lees energie, kwijt moeten. Ze joelen wat, ze lachen veel, ze maken lol. Ik heb persoonlijk meer te doen met die arme honden die hun ziel en zaligheid uit hun lijfjes blaffen en eigenlijk alleen maar wat meer liefde zouden willen. De huizen staan allemaal los van elkaar. Er ligt nog een heel erf tussen. Je zou het ook kunnen laten, al die ergernissen. Wat zou het leven dan aangenaam zijn. Geen bemoeienissen, maar leven en laten leven.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.