Het was vanmorgen vroeg dag. Geen tijd om te schrijven, dat kwam later. Het lijf is wat van slag, vermoedelijk van gisteren, een hele dag in de warmte en voor het eerst weer in water au naturel met slik op de bodem. Dat doe ik bijna nooit meer. Zoonlief reist af naar het thuisfront en we (dochter, Lief en ik) rijden hem naar het station in Pécs. Hij heeft zijn rugzak op en draagt een wit -shirt, zwarte broek en zonnebril. Nadat hij afscheid heeft genomen en weg loopt, zien we om ons heen allemaal mannen in dezelfde outfit als hij. Vermakelijk zo’n ontdekking.
Op de terugweg halen dochterlief en Lief een nieuwe WC-bril. De oude is te kwetsbaar gebleken met zijn zelf verende deksel. Het geval lag er om de haverklap naast. Franse Schone zoon zet grote ogen op bij het horen van de naam van het nieuwe exemplaar en de oude. ‘Bril, maar echt? Zoals Bril?’ en hij wijst op zijn eigen bril. Ik beaam het nog een keer. ‘Tjonge, jonge’ en hij schudt zijn hoofd, denkt waarschijnlijk: ‘Malle Hollanders’. De nieuwe lichtgrijze bril past qua kleur prima bij de overige accessoires en zit er in een mum van tijd op.
Bij thuiskomst ga ik toch even liggen. Misschien knap ik op. De vermoeidheid kruipt in de plooien van mijn lijf, grijpt elke gelegenheid aan om zich te manifesteren. Het is buiten ook erg drukkend met de 38 graden, erger nog dan gisteren en de benauwdheid speelt een rol. Binnen is het heerlijk koel. Ik rust uit met een prachtige oude ventilator boven me van koper en houten schoepen, met touwtjes kan het harder en zachter of schakelt ze terug naar het licht. Er zit er nog een in de bibliotheek en twee zijn er op het terras.
Om Doerak bezig te houden en de wormstekige appeltjes een plek te kunnen geven, maakt dochter een Tarte au Pommes, een lage taart met schijfjes appels uitgewaaierd over de taart.

Broer stuurt oude familiefoto’s op en heeft er een paar oude sepia-klassiekers ingekleurd. Ik weet niet of ik ze zo leuker vind. Vergeelde plaatjes zijn altijd zo heerlijk nostalgisch. Mijn moeder heeft ineens een lichtblauw bloesje aan met een lichtbruine rok, Er zit ook een prachtig exemplaar bij van iemand achter een tobbe. Mijn moeder in haar dienstje en een jonge opa en oma, Verder nog vakantiefoto’s uit Spanje waar we in de jaren zestig al naar toe gingen. Mijn vader reed net zo graag als ik, sleutelde bovendien vaak aan auto’s. Tarragona en Sitges met hun visafslag en haventjes, ver voor de, op de toeristen georiënteerde, torenflats met hun grote balkons en zwembaden.
De tarte au pommes vordert en nadert de laatste stappen. Nog wat appels in schijven en klaar. Vandaag hebben we ‘dwars-door-de-koelkast-dag’. Alle restjes mogen op en we flanzen er met z’n tweeen een grote omelet bij. Morgen is het het laatste dagje en vrijdag vertrekken ze weer. De tijd is omgevlogen. Een goed teken.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.