Uncategorized

Zwart vulkaanzout

Vriendinlief had geappt. Tijdens de lange coronastilte hadden we enkel af en toe contact gehad via de app. Normaliter gingen we ergens in het jaar iets leuks doen, een museum, samen lunchen of een stukje wandelen of alle drie tegelijk. Nu was het er nog niet van gekomen. In de tussentijd was er mantelzorg geweest, een oneindig schipperen tussen een zorginstelling die op slot zat, een mannenhuishouden, haar eigen gezin, teveel bijna om alles te regelen.

We spraken af in het meest knusse restaurantje wat ik ken. Het kleine brugwachtershuisje ‘Kingsdish’ met als specialiteit Minahassagerechten.  De auto voor de deur bij vriendin en lopend er naar toe. Een kippe-eindje. IJsselstein is ‘ons kent ons’. Het halve stadje heb ik aan kinderen onder mijn hoede gehad. Het was als thuiskomen. Vriendinlief vertrouwd, de eigenaren van het restaurant vertrouwd, tot de passanten aan toe. Het gerecht was al besteld. We gingen voor de gado-gado. Het was de tweede keer dat ik met mijn hoofd in Indonesië verkeerde, deze week en laafde me aan de batik kleden, de ondersteunende lieflijke gitaarklanken van de eigenaar, een troubadour met het verleden in de ogen, ook een stuk van mijn verleden. De zachte trekken van vriendinlief, de zorgzame handelingen van de gastvrouw des huizes, met liefdevol ingeschonken pinot, de gado-gado prachtige gerangschikt. Alles had een bijzondere klank. We proefden het zwarte vulkaanzout, goud op de emping en de krupuk udang, daarna geurende jasmijnrijst, verse groenten, goudgele pindasaus. De keuze tussen spekkoek en pandancake was snel gemaakt. Spekkoek toch, met jasmijnthee. Heerlijk.

IMG_0733

Wat er allemaal voorbij schoot aan verhalen. Moeiteloos overbrugden we de radiostilte van de maanden daarvoor. Over en weer vlogen de wetenswaardigheden over de tafel. Een aandoenlijk verhaal was de wens van de vader voor zijn verjaardag. Hij wilde geknuffeld worden. Iedere minister uit dit kabinet zou zo’n wens moeten horen en visualiseren. Oude mensen die verlangen naar een knuffel en niets anders. Dat geeft nog meer te denken dan alle alarmerende boodschappen uit de verpleeghuizen. Vriendin en dochter bedachten zich geen ogenblik en naaiden een plastic knuffelpak met vier armen. Een emotionele ervaring. De hele middag lang had ik de neiging om te knuffelen. Het bleef natuurlijk coronawijs bij luchthanden, luchtkussen of namasté. Aan het eind maakten we een foto van het gastvrije duo en  vooruit, een met mij en een met vriendin erbij. Daaar kwam nog een vriendin aanlopen en het werd een emotioneel weerzien op de brug, we hadden ooit samen in de band gezeten en het schepte een band voor het leven. Weer die luchtbrug om elkaar te bereiken en het spijtige van het moment om elkaar niet in de armen te kunnen vallen. Ze was oma aan het spelen en als ‘een echte’ haar telefoon verloren door de chaos van kleinkind, school, geroezemoes en haast.

IMG_0732

We kuierden weer terug naar huis en ik bewonderde  het schilderij van de oudste dochter, die ooit bij mij als vierjarige, verlegen, verscholen achter moeders broek, mijn leven binnen was geslopen. Zo trots ik was op de creativiteit van, nog altijd, mijn lieve schatten.

Het afscheid was warm en de wens snel naar  Tilburg te gaan als een belofte voor straks in het najaar gemaakt. Als de gedachte doorsijpelt in de nacht en ik me realiseer dat het alweer bijna volle maan is, voeden de warme ontmoetingen van die dag de slapeloosheid tot ik om half zes weer insluimer en droom over baboes, Minahasa, troubadours en zwart vulkaanzout.

Uncategorized

Los geld in de knip

Een soort fietskarretje dat je achter je aantrekt rolt gezellig met me mee. Tuinkwekerij met hebbedingetjes. Boven al die pracht hangen in mijn beeldvorming visioenen van hele bedden ruim bloeiende planten, scabiosa, phloxen, de lythrum sallicaria en tot mijn grote vreugde het Zeeuwse knopje ofwel de Astrantia Major. De laatste gaat samen met de rudbeccia en de scabiosa mee naar de tuin. Twee grote planten van de Astrantia en vier van elke soort kleine exemplaren.

IMG_E0701  Het Zeeuwse knopje

De beddendichtheid in de tuin valt reuze mee. Er is nog genoeg ruimte waar welig tierende hondsdraf en bosaardbei, brandnetel en grassen zich tussen kunnen wurmen. Tevreden kijk ik naar de nieuwe aanwinsten die allen hun plek vinden en naar de oude die aan beginnen te slaan.

IMG_0707

De prachtige Bergamot vormt een echt bed, als van een foto in een tuinblad.Op de dankbare Verbena zit een prachtige oranje vlinder. Zo vormt zo’n klein hoekje een kleurexplosie, oogstrelend. Als ik thuis ben heeft Pluis iets wapperends in haar bek. Het is een arme zwarte vlinder. Ze hapt, laat vallen, slaat er naar, hapt weer en ik ben veel te laat. Deze vleugels vliegen niet meer. Zoonlief verlost het diertje uit haar lijden, waar ik versteend blijf als een standbeeld.

IMG_0704  IMG_0721

De vrouw voor de Jumbo mag kennelijk niet meer bij de uitgang staan en staat verder weg. Ze zegt niets en kijkt. Haar kleurrijke sluier slordig over de haren getrokken, de map in haar handen geklemd. Twee bruine ogen waar zelfs de vraag niet meer in te lezen valt. Ze heeft zich neergelegd bij het Corona-lot. Sinds lang zit er een briefje van vijf in de portemonnee. Als ik het haar in handen geeft, opent ze de map en tussen de schone plastic schutbladen zitten kleine boekjes met acht gedichten. Ze wil geld terug geven, maar ik vertel haar, dat ik haar zo vaak voorbij moet lopen omdat ik geen los geld had en dat het zo goed was. Ze schuift verlegen haar hoofddoek naar achteren. Ik gis naar haar land van herkomst in gedachten. Peru, Bolivia, denk ik en dus ver van huis.

IMG_0729

De gedichtenbundel is ontstaan omdat het straatnieuws  noodgedwongen haar deuren sloot en de inkomsten voor de verkopers tot het nulpunt daalden, terwijl de voortzetting ook niet zeker was. Dichters uit het Utrechtse gilde werkten mee om straatverkopers overeind te houden met de verkoop van hun acht gedichten. Ik vind er ook een gedicht in van Ingmar Heytzen over ‘dakhebbenden’ die het juk meetorsen van ‘nooit meer niemand en nergens te zijn’.

IMG_0728

Vrij om niemand en nergens te zijn en op te kunnen gaan in het luchtledige. Je voort kunnen bewegen zonder dat iemand je mist, of kent of aanspreekt, een anonieme wandelaar door het leven. Ingmar heeft ongetwijfeld een dak boven zijn hoofd en kan daarmee dagdromen over zo’n bestaan, maar de dakloze, is hij of zij daadwerkelijk vrij?

Ook dan moet je elke keer weer op zoek naar een slaapplaats en naar eten. Ik denk terug aan de zwerver van laatst met zijn twee thermoskannen onder de brug en aan Swiebertje, de romantiek van de zwerver uit mijn jeugd. Vrij van regels, de non-conformist bij uitstek. Die vrijheid strookt met de woorden van Ingmar.

Ik heb, samen met de wijze, maar een keer een nacht op een bank geslapen in een groot park in Arnhem, omdat we de laatste trein gemist hadden. Op vakantie ook één keer aan de rand van een aardappelveld en nog voel ik de angst van het ontdekt worden waardoor ik geen oog heb dichtgedaan en dat was dan nog maar een incident.  Wat voor de een vrijheid is, kan voor de ander een kwelling zijn. De Swiebertjes onder ons, de zorgenvrije zwervers, zijn op een hand te tellen. De rest moet sappelen voor een bestaan. Voortaan gaat er wat los geld in de knip.

Uncategorized

De dag is geopend

Ondanks dat het nog niet erg opklaart, wil ik vroeg naar de tuin, maar eerst langs de kweker. Ik heb een nieuw adres ontdekt voor de planten. In een hoek van de tuin, bij het romantische ronde bankje, is een plek, dat nog wel kleur kan gebruiken. Een mooie toef. De witte kruiproos komt ervoor te staan aan de rand. Ze staat nu op een plaats waar ze al gauw dreigt overwoekert te worden door de springbalsemien. De kweker zit in de Bilt, niet zo ver weg, en heeft rissen en rijen aan voorgetrokken planten. Het zijn niet de planten van een gewoon tuincentrum, maar zorgvuldige en degelijke opgekweekte biologische exemplaren. Ik ben heel benieuwd. Als ik door het aanbod spit, valt mijn oog op de Astrantia Major, het Zeeuwse knoopje en ik weet nu al, dat dat de plant is, die ik moet hebben. Het doet me denken aan de ring van mijn moeder, een Zeeuwse knop van zilver, een beetje scheef door de jaren heen versleten. Als ringen konden praten had ze heel wat te vertellen.

astrantia major Astrantia major

Mijn ringen zitten in mijn ladenkastje, tussen de oude kettingen, armbanden en oorbellen. Vroeger had ik altijd wel een sieraad om, maar er kwam een tijd dat het me ging irriteren. Eerst de oorbellen, de grote indiase hangers, die vervangen werden door kleine schattige knopjes en daarna tot nul werden gereduceerd. Daarna de kettingen, waarin kinderhanden bleven haken en die stroef en een wurgend karakter kregen als ik ze omhield bij het slapen gaan en als laatste, als allerlaatste, nu sinds vorig jaar, de ring. Ooit sierden meerdere ringen de vingers, ze werden er niet sierlijker van, want ik heb echte werkhanden, maar leuk waren ze wel. Er moest er steeds vaker een het loodje leggen en de laatste der mohikanen, de ring van de kinderen, werd afgedaan toen ik vrijwilliger werd in het ziekenhuis. Daar ben je verplicht om zonder sieraden te werken, wat qua hygiëne een logische regel is. Aan en af is lastig en de kans dat ze zou verdwijnen in de grote wasstraatslurven, omdat ze in een hoekje van mijn uniform zou blijven zitten, was een te groot risico.

IMG_0687

De enkelkettinkjes heb ik enkel gedragen in de hippie jaren, alsook een prachtige indiase bellenrinkel van zilver boven mijn indiase teenslippers en aansluitend op de pijpen van de pofbroek. Armbanden en horloges zijn nooit favoriet geweest, want die belemmerden bij het schrijven. Een andere reden was dat ik me altijd bewust bleef van hun aanwezigheid en dat is funest, want dan ga je er op letten, en worden ze in gedachten groter en groter en evenredig hinderlijk.

Bij elk verjaardagsfeest op school werd ik uitbundig in de bloemen, de armbanden en de kettingen gezet. Vandaar de ladenkast met kettingen, oorbellen, armbanden, ringen, en ander klaterzilver. Dat duurde een aantal jaren tot we besloten, om te vragen naar één cadeau van allen, een plant of iets voor de groep het liefst. Dat was een goede zet.

zeeuws knopje

Zeeuws knoopje dus voor in de tuin, omdat ze dezelfde sierlijke ronde vormen heeft als de ring. Een vleugje ‘moeder’ naast de akelei en de gezaaide papavers. Het blijft voorlopig groeizaam weer en het is een uiterst geschikt moment om te  verplaatsen.

Misschien is het voor de rest van de dag een goed moment om een en ander laatje uit te zoeken, dan hoeven de dochters dat later niet te doen, want er zit veel kaf onder het koren. Wel eerst even door de ballotagecommissie heen sturen, want wat ik zwaar uit de tijd vind, is voor hen misschien wel een pareltje. Ook daar is het uiterst geschikt weer voor. In de benen maar weer. Eerst koffie en de krant en dan aan de slag. De dag is geopend.

 

Uncategorized

Selamat Makan

Het is groeizaam maar somber weer. De ochtend begon vroeg, maar ik besloot de gemiste documentaire van Sandra Beerends te kijken: ‘Ze noemen me Baboe’. Met de zwart/wit beelden van lang geleden zweefde ik weg en werd ondergedompeld in het Indonesië dat ik kende uit de boeken van Couperus. De manier waarop de beelden gemonteerd zijn, is zo razend knap gedaan. Het bijbehorende verhaal eronder filmt het leven van talloze meisjes. Ze krijgen gestalte in Alima. Zij neemt het leven in eigen hand en vlucht omdat ze uitgehuwelijkt dreigt te worden als een vetgemeste karbouw. Als de docu afgelopen is blijf ik zitten met een vervreemdend gevoel.

Alima praat met haar moeder, die overleden is toen haar grote avontuur begon, en deelt in gedachten met haar haar belevenissen en gevoelens. Met de Hollandse familie reist ze af naar Nederland tijdens een verlof. Het is een tijdsdocument pur sang over de wereld van mijn jeugd. De schaatsende mensen op de Friese doorlopers, de kruidenierswinkel,  toonbank en de baas erachter in een hagelwit schort, het verkeer, de sneeuw, de fanfare, de ouderwetsse kinderwagen, het is er allemaal.

De stem onder het verhaal klinkt in het Bahasa Indonesia dromerig en poëtisch. De beelden glijden voorbij in een door het verleden aangeraakte vlucht, de sawa’s, het erf, de ganzenhoedsters, de karbouwen met de jongens erachter, het huishouden, de andere bedienden. Als de Japanners komen is de dreiging voelbaar en is ze van de ene op de andere dag weer alleen. Het verlies van de zorg voor de baby van het gezin, Jantje, trekt als een rode draad door haar leven tot aan de geboorte van haar eigen kind toe. Ik lees de beweegreden van Sandra in een artikel van de NOS: “Ik denk dat de baboes in de genen van die Nederlandse kinderen van toen zitten. Dat is voor mij de ultieme verbinding tussen onze culturen en daarom vind ik het ook zo belangrijk dat hun deel van het verhaal wordt toegevoegd aan onze geschiedenis.”

IMG_06821970, mijn eerste Indonesische kookboek

Mijn eerste liefde was kwart Indonesisch. Samen leerden we woorden in het Bahasa. Ik trakteerde mezelf op een Indonesisch kookboek en later leerde ik weer, dat ik het maken van die gerechten met mijn eigen Hollandse inslag had gedaan. Het gaf niet. We lazen de Tong-tong en gingen een keer per jaar naar de grote Pasar Malam in den Haag. Er stonden Wayang Golèk op de vensterbank en heel veel planten, waardoor het zo vochtig werd in huis, dat er zwammetjes groeiden in het kleinste kamertje.  Sisal bedekte de vloer en op de eettafel lag een batik kleed. De vriendenkring was al net zo gemeleerd en exotisch. Ongemerkt had er een verschuiving plaats gevonden van moeders pappot naar de mijne. De hang naar andere culturen breidde zich uit aan de hand van verhalen en kookboeken over India en het Midden Oosten. Er naar toe reizen was niet nodig om in mijn hoofd ruimte te maken voor de schoonheid ervan. Onbegrensd wandelden we door het leven. Zo is het gebleven, zelfs toen de liefde overwaaide en uit mijn leven verdween.

IMG_0683

Buiten is het nog steeds aan het somberen. Ik heb me weer met beide benen op de grond geschreven. Wat is het toch heerlijk om je in beeld en verhaal te verliezen en daarna weg te dromen dwars door de tijdgeest heen. Ooit ben ik aan een verhaal begonnen dat over de tijd ging op de grens van het nu. Er stond voor mijn deur een grote scheepskoffer, zo een die je nodig had als je naar de tropen reisde. Toen ik het deksel opendeed, zag ik een trap. Bij het afdalen kwam ik in het verleden terecht. Iets om over te dagdromen op een dag als deze en met alle tijd van de wereld. En vanavond eten we Lemper en Sambal goreng tempeh met rijst. Selamat Makan.

 

 

Uncategorized

Zelfs de gierzwaluwen houden het voor gezien.

Op visite gaan terwijl je in je heerlijke warme bed ligt is ideaal. Vannacht was ik bij  Frans en Els, een familie die al jaren in flarden voorbij trekt. Berichten op facebook, via een van de zonen  op instagram of bij anderen op een site..

Maar vandaag was ik op bezoek bij hen. Ze woonden nu kennelijk in een statige oude woning, zo’n huis vol geheimzinnige hoeken en gaten, kelders en zolders, krakende gebinten. Ik was beneden en wachtte op…Ja dat weet ik niet meer, maar een feit was dat we op een gegeven moment naar boven gingen en daar op de kamer van de oudste zoon, gooide ik iets, wat ik bij me had ergens in. Er ontstond een filigrain, dat van prachtig Egyptisch blauw naar Turquoise verkleurde. Het eerste voorwerp krulde om, maar de tweede ontvouwde zich zoals kroepoek in de olie, als een vergaan blad uiteen. Het maasfijne nervenstelsel in diep turquoise was schitterend. Kunst terwijl we keken. Frans was geen spat veranderd sinds ik hen weg had zien trekken uit de stad. Ik was tijdloos als altijd, als ik door mijn dromen zwerf en op avontuur ben.

ridderzuring

Iedere keer verbaast het me weer hoe gedetailleerd sommige voorwerpen zich openbaren. Hier was het zo duidelijk tot de kleinste vertakking. Bijna om aan te raken. Toen ik de ogen opende was de wereld buiten nog aardedonker. De nachten zijn aan het lengen. Gistermorgen was ik al redelijk vroeg op de tuin, rond een uur of twaalf. Twee bedden kon ik verlossen van de snelgroeiende grashalmen en het welig tierende onkruid. Ook weer nieuwe verontrustende soorten zoals de ridderzuring en een mij onbekende soort, de bowlesia incana. Gelukkig had ik mijn toverapp bij me. Als amateur tuinierster kom ik daarmee een heel eind.  Tussendoor wat puzzelen en wat rusten aan de tafel voordat de eerste regen begon te vallen. De zak met onkruid ging mee om op de groenberg van de gemeente te storten.

IMG_0680

Het was een mooi moment voor de kringloop nieuwe vorm, die vroeger middenin het oude dorp zat maar nu verhuisd was naar de rand van het industrieterrein. In mijn ontspullend huis was geen plek voor de vele prullaria, maar een boek kon er natuurlijk altijd bij. Ik vond Sonny Boy van annejet van Zijl. Nu deed ik iets wat ik nog niet eerder had gedaan. Ik had de film al gezien en kocht toch het boek voor de somma van 50 cent. Mijn devies: Eerst het boek, en misschien daarna de film, brokkelde af terwijl ik de eerste bladzijde, het gedicht ‘Sonny Boy’ en het eerste hoofdstuk doornam, staande aan de leestafel, met een hand leunend op de stoel. Het onderwerp is zo actueel, dat een doorkijk in die gaarkeuken van Suriname niet verkeerd zou zijn. Vannacht, ondanks het  boek van Mercier, was er een duik in een geschiedenis van slavernij, plantages, vrijgekochte slaven en de vorming van een land met een mix aan culturen, onvermijdelijk.

 

Annejet is een vorser en een geschiedschrijfster en weet waar ze het over heeft. Het is een prachtig liefdesverhaal in een tijd die nog niet eens zo lang achter ons ligt tot en met de bezetting van de Duitsers toe. Vooral de inleiding geeft een boeiende inkijk in het Suriname vanaf 1500 en in vogelvlucht inzicht in de verhoudingen onderling. De film was prachtig, maar het boek is intens en indrukwekkend en leest als een roman.

IMG_0679

De buit bij de kringloop waren nog twee prachtige witte eenpersoons-dekbedhoezen, waardoor de oude straks als schildersdoeken verscheurd mogen worden. Een dag met lichtpunten en nog steeds die onstuimige wind. Ze waait uit alle hoeken. Een Nederlandse ‘Mistral’ en even ben ik weer aan de oevers van de rivier de Ceze in de tuin van de grote zijdefabriek en voel de onstuimigheid van het moment. Zelfs de gierzwaluwen houden het voor gezien.

 

Uncategorized

Dat er liefde was

Buiten huilt de wind om het huis en dat brengt me bij een nostalgisch lied van Kooten en de Bie uit 1978

 

Buiten huilt de wind om ’t huis
Maar de kachel staat te snorren op vier
Er hangt een lapje voor de brievenbus
En in de tochtigste kieren zit papier
Wij waren heel erg arm en niemand hield van ons
Maar we hadden thee en nog geen tv
Maar wel radio en lange vingers

We gingen nog in ’t bad, haartjes nat
Nog even op, totdat vader zei: “Vooruit, naar bed”
Dan kregen we een kruik mee
Gezichten in ’t behang
Maar niet echt van binnen bang
Toen was geluk heel gewoon

Buiten huilt de wind om ’t huis
Maar binnen breidde moeder ’n warme sjaal
En het ganzenbord op tafel
stond er de volgende morgen nog helemaal
Ook gingen wij naar ’t bos
Daar zijn we toen verdwaald
Van de weg geraakt, carriëre gemaakt
Heel die pannenkoekensmaak vergeten
En Nederland herrees onder Drees
Fanny Blankers Koen die won vier maal goud in Londen
Als je jokte was dat zonde
De legpuzzel kwam klaar
In het derde vredesjaar
Toen was geluk heel gewoon

Die schooltas bleek het eerste teken
Dat de zaak al was bekeken
Voor zover je zonder plichtsbesef
Je leven leed, je leven leed
Toen was geluk heel gewoon

Buiten huilt de wind om ’t huis
Maar binnen stond de kolenkit paraat
En de stoep waarop geknikkerd werd
Was het allerbelangrijkste stukje straat
En Nederland was groot en niemand ging nog dood
En gezelligheid kende nauwelijks tijd
Bij waxinelichtjes van Verkade

We gingen nog in ’t bad, haartjes nat
Nog even op, totdat vader zei: “Vooruit, naar bed”
Dan kregen we een kruik mee
Gezichten in ’t behang
Maar niet echt van binnen bang
Toen was geluk heel gewoon
Toen was geluk heel gewoon

Het werd gezongen op een melodie van Gilbert Sullivan, die ook als geen ander de beelden van vroeger kon vasthouden.

Zin voor zin uit deze Nederlandse versie staat voor mijn jeugd. Het was er allemaal. Ik moest aan dat lied denken en aan ‘Hoor de wind waait door de bomen’ in het besef dat de wind tegenwoordig uit hele andere hoeken waait, dan toen wij jong waren. Het kantelen van het perspectief is een logisch gevolg van de ontwikkelingen die voorbijtrekken. De bewustwording ook. Wat mij zo vertrouwd en veilig scheen vroeger heeft alles met het onbezorgde kind-zijn te maken. Natuurlijk waren er problemen van een heel andere orde, ver buiten mijn perspectief. Wat voor ons spannend en geheimzinnig was, die ene bijzondere avond met die wasmand vol cadeautjes, de spanning, het wachten, de hand met pepernoten niet meer dan een glimp van de gooier, dat was niet meer of minder mijn beleving als kind op dat ogenblik.

IMG_4441 Werk van de piepjonge fotograaf

Even dacht ik,’Dat komt nooit meer terug’, maar het is niet waar. Als we een veilige omgeving weten te creëren, heeft ieder kind straks diezelfde fijne nostalgische gevoelens van zijn eigen kinderlijke beleving. Voor kinderen zal de quarantaine-periode misschien zelfs, ondanks de dreiging, een fijne warme periode zijn geweest, met een vader en moeder die er altijd waren en tijd hadden om naar het park te gaan of voor te lezen, pannenkoeken te bakken en liedjes te zingen. Samen schoolwerk maken, een oma die verhaaltjes inspreekt op een video, knutselkampioenen aan een keukentafel.

IMG_4437 evenzo

Gisteren vierden we de verjaardag van het vierde kleinkind. Hij reageerde net zo verheugd op elk cadeautje als wij vroeger deden met het uitpakken van een pop of beer. Boekjes, keukengerei en een klein houten autobaantje was de buit. We zaten in het park. De zon scheen, de temperatuur was aangenaam, zo rond de twintig graden, zijn vader en moeder en broers waren er, zijn grote ooms en tantes, nicht en neefje, oma. Er was taart, er was cake en er was drinken. Veilig bij oma op schoot, schoot hij zijn wereld in plaatjes met haar fototoestel. De spanning van het geluid, de bewegende beelden, hij kon er geen genoeg van krijgen. Toen het spel aan de orde kwam werd er achter een bal aangedribbeld en alles wat er aan dreiging was, lag ver buiten onze geluksbubbel daar op het groene gras, maar nog veel verder weg voor onze kleine vriend.

IMG_4422in een ander perspectief ziet de wereld er anders uit

Later zullen zijn herinneringen wellicht een aangename zomerse dag in een park zijn met de spanning, vol verwachting klopt ons hart, de cadeautjes, het fototoestel, het samenzijn. Het zal zichzelf opblazen in een sfeertekening en altijd die zoete gedachte omarmen. Nostalgie. Gelukkig zijn de meesten van ons in staat om een eigen nostalgie te vinden en te behouden. Kinderen die kind mogen zijn, die zich veilig voelen, die mooie sfeermomenten hebben, die liefde hebben om te koesteren. De onze hoeft niet die van hen te zijn. Het draait om het kunnen oproepen van de herinnering en de sfeer van zo’n ogenblik met, bovenal, in de wetenschap dat er liefde was.

 

Uncategorized

Een oogwenk, de flard en daarna

Er wordt weer uitgegaan op zaterdag. De flarden van een gesprek, het rammelen van een losse kettingkast, de brommertjes, een valse noot die de stilte uiteen scheurt, het is er allemaal. Een quarantainevoordeel was de volmaakte stilte, ’s nachts én overdag. Het verkeer en de luidruchtige nachtelijke passanten zorgen ervoor dat mijn gehoor optimaal registreert en daar niet altijd blij mee is. Ongewild lig ik weer vaker wakker. Zoonlief beveelt oordoppen aan maar dan ben ik opgesloten in mijn eigen  hoofd met de harde tinnituspiep die er altijd is. Dat lijkt me onaangenamer. Dan maar geraas, gelal en gegalm tegen de gevels op en hier en daar een kruiswoordpuzzel om de tijd te doden en de slaap op te wekken of alvast een stukje van mijn gemijmer vorm te geven.

Ik speur het internet af naar Philip Lançon als ik een glimp opvang van zijn boek ‘De Flard’, een lelijk woord zoals het over de tong rolt. Maar misschien ook omdat het hier staat voor een gebeurtenis waarin de wereld al  haar schoonheid verloor in slechts minder dan twee minuten, zoals raketinslagen in Aleppo schoonheid verhullen in oneindige stilte door haar afwezigheid. De officiele titel is ‘Le Lambeau’, wat lap, doek, stuk stof betekent. ‘Een doekje voor het bloeden,’ schampert het in mijn achterhoofd. Philip is gaan schrijven na een jaar van revalidatie. Vallen en opstaan, vechten en vastbijten in de overlevingsdrang. Hij raakte de helft van zijn gezicht kwijt door de terroristische aanslag op de redactie van het satirische weekblad ‘Charlie Hebdo’ in Parijs.

IMG_0672

Het ene moment ben je onderdeel van een wereld met humor, schoonheid, vriendschap en wel-zijn om in minder dan twee minuten toe te treden tot een totaal andere wereld. Die van dood en verderf, van onmacht en on-zijn. Bijna al je vrienden en collega’s liggen op of onder je, doder dan je beseft op dat ene ogenblik. Dan voel je dat er ook met jou iets wezenlijk mis is en neemt het leven een vlucht.

Het boek start met een beschrijving van een ontmoeting op de laatste avond waarop het normale leven nog is. Een bezoek aan een theater met een goede vriendin en een ontmoeting met een van de acteurs. Philip recenseert onder andere en had zijn aantekenschrift te voorschijn gehaald. De laatste zin die hij die avond noteerde was een citaat van Shakespeare: ‘NIets is wat het is’. De wending in zijn bestaan, binnen 24 uur, onderstreept de woorden van Shakespeare meer dan het ooit had kunnen doen. Het leven bestaat bij de gratie van het ogenblik.

IMG_0674

Het is een gruwelijk verhaal dat Lançon hier vertelt. Omdat het de waarheid is en tegelijkertijd een verhaal van kracht en overlevingsdrang. Een verhaal waarin een heel leven en haar omgeving op een ander been werd gezet door die luttele seconden waarin twee broers hun kalasjnikovs leegschoten. De scheiding van wat ooit vanzelfsprekend was, de eerste jaren tot de nok gevuld met handelingen die buiten hem om gingen, die moesten gebeuren om dat wat pap was weer tot een gezicht te vormen, om de kraters die het geslagen had in de geest, te dichten. De wereld van het overleven.

De vechter won en moest weer het pad op om voor de derde keer een nieuwe wereld binnen te gaan. De wereld van leven met een handicap, de zoektocht naar de zin van het leven met de wijsheid van het weten. Spreken is zilver, maar zwijgen kan oneinig meer goud zijn. Zijn verhaal. Een oogwenk, de flard en daarna.

De flard

 

 

Uncategorized

Een lange warme onrustige nacht

Na de ochtendspits zocht ik eerst een manier om de twee meter zon, die later ongetwijfeld zou binnenvallen via de openslaande balkondeuren, te elimineren. Op zolder vond ik, behalve een keurig opgeruimde kamer(hulde aan zoonlief), een tas met de gordijnen uit het oude atelier. Een dun en gazig voile was bij uitstek geschikt voor het doel. Opwaaiende witte gordijnen in de opening van de opengeslagen balkondeuren was voor mij het ultieme gevoel van zomer en nostalgische rust. Het neveneffect zou zijn dat de warmte werd buitengesloten. Twee vliegen in een klap.

IMG_0648

Voor het eerst sinds een paar weken slingerde ik me weer achter de ezel. Het Ajaxshirt in wording. Een mooie eerste aftrap met dit naadloos kopieren.  Op de televisie een boeiende herhaling van Beau en zijn collega-presentator, Matthijs van Nieuwkerk, met een terugblik op zijn vijftien jaar ‘De Wereld Draait Door’. Een intiem portret, die alle zachte kanten van beide naar boven haalde. Indringend en op zo’n manier, dat het penseel er even voor moest wijken. Ze waren beide alert en aan elkaar gewaagd. Zodra Matthijs Beau vragen ging stellen over diens werk, floot de laatste hem terug. ‘Laten we het vooral over jou hebben’. Er kwam ook nog een stukje marketing om de hoek kijken en hoe je om moest gaan met je eigen drang en de dwang van het format. Mooie fragmenten zorgden ervoor dat ik soms, diep ontroerd, soms een beetje ontredderd achterbleef.

Het allermooist vond ik het fragment met André van Duin en het lied dat hij speciaal voor Matthijs geschreven had in de wetenschap dat hij hield van Charles Aznavour. Dat bleek een erfenis te zijn van zijn moeder en goed voor ogenblikken lang toeven in het ouderlijk huis van toen. Ontroerd in het fragment en ontroerd aan de tafel daar bij Beau. De mooie stem van André, de kracht van kleinkunstenaars onder elkaar, het gedeelde verdriet en de warmte spatte van mijn kleine scherm af. Veel meer van deze kleine parels aan schoonheid en emotie heeft een mens nodig. Alles wat ons beweegt, omzetten in daadkracht, sans gêne om het kwetsbare dat boven komt, maar eerlijk en echt, Gevoel met een hoofdletter.

IMG_0639  IMG_0643

Natuurlijk was ik te ongeduldig en de witte letters van het ajaxshirt liepen licht door met de magenta. Later nog eens dunnetjes over doen, maar voor nu was het in orde. Pluis had zich door de warmte laten verleiden om zich eerst op te krullen op de bank om daarna, op zoek naar koelte, zich breed uit te spreiden op het laminaat. ‘Wie doet me wat’. Fluwelen pootjes en een zonnestraal op haar zomersnoet. Nog even door met het veredelde kalligraferen in die heerlijke atelierhoek in de kamer. Alles onder handbereik. Geen getob op de veel te hete zolderkamer, maar rustig achter de voile en de bries die door de deuren waaide.

IMG_0657

De lucht trok langzaam dicht. Eerst die typische okergele vaalheid in de luchtwieren en later de donkere dreiging van een naderende bui. Daar hoorden droppels bij, van die grote dikke. Op zo’n moment zou ik op school de kinderen gemaand hebben gauw naar buiten te gaan om dat hemelse nat te vangen op een uitgestoken tong. Druppels waar we tussendoor konden dansen, zonder heel erg nat te worden. In tegenstelling deed ik toch maar de balkondeuren op een kier. Al wat de bui bracht was niet de verkoeling maar een lange, warme en onrustige nacht.

Uncategorized

En verder helemaal niets

Gisteren met een lunch op een lommerrijk terras met de zussen en verder niets kwam het lummelen van de coronatijd weer in beeld. Vandaag beloofde het ook zo drukkend en loom te worden. Ik dacht aan de warmte in de auto, die mijn haren zouden laten prikken tegen de bezwete nek, de plakhanden, de make-up die vloeibaarder dan vloeibaar werd. Ik dacht aan het wandelen van de auto naar de tuin met ‘volle’ bepakking, meestal een fles water en wat brood met beleg. Aan het weg sijpelen van de energie in de brandende zon, met een puzzelboek onder handbereik en zelfs het opnemen van de balpoint, een bic, leek me al teveel aan inspanning. Ik zou gieteren en na elke twee gieters, die ik vol liet lopen, steeds dieper bukkend omdat het water lager kwam te staan in de sloot, in de schaduw uit moeten puffen van de hitte. En dan te bedenken dat ik het minstens twaalf keer moest herhalen.  Daarna de terugweg nog, eventueel met snoeiafval als krachttraining. Nee. Resoluut werd het hele scenario aan de kant geschoven. Vandaag was het tijd voor wijsdom, voor haar die wijsheid preekt en liefde

. IMG_4377

Om zeven uur spoelde ik de nacht door het afvoerputje en om half acht liep ik tussen drie krassende kraaien, Corvus Corone, die luid misbaar maakten over de inbreuk op dit vroege ochtenduur. De grootste, en oudste naar ik aannam, vloog geagiteerde cirkels boven mijn hoofd om de kleinste, nog altijd de lengte van een onderarm, de kans te geven zich te verschansen in de top van de wilg bij de paddenpoel. Goedmoedig liep ik wat te brommen. Vanuit de ooghoeken zag ik een vogel met een verdacht dunne staart in een snelle vlucht.

IMG_4380

De papavers hadden zich net geopend en stonden er prachtig bij. De tuin van mijn moeder schoof ervoor. Bloeiende papavers van haar in de voortuin en haar trotse blik, bij het prijzen van de schoonheid ervan. De tuin lispelde. Waar in de namiddag vaste prik een aantal planten half op apegapen lagen, stonden ze nu te ritselen in de milde ochtendbries, nog fris van de dauw en het nachtelijke zwoel.. Haas trok haastig uit zijn zelfgekozen leger. Winterkoning liet verheugd een jubelende triller horen. Zwarte gieters vulden zich met het bruine slootwater. Al pratend, een tuin zit vol leven, strooide ik liefde en liters water. Ook de bomen, niet rond de stam, maar er ruim rondom en het gras kregen een deel. Rustig bijkomen op het schaduwbankje en voor het echt warm werd, weer huiswaarts.

IMG_4387

Bij de buurman op de hoek stond een jonge rode beuk op haar vurigst de zonnegloed te gebruiken om nog mooier en rijker dan ze al was, te pronken. Soms val je door een kleur van je sokken. Wat een streling voor het oog. Bij de uitgang spotte ik de vogel met de lange smalle staart en herkende hem even later aan zijn gekrijs, de halsbandparkiet. Hij alarmeerde in vlucht een aantal anderen in de bomen van de buren naast de parkeerplaats

.IMG_0637

Regeren is vooruit zien. Het zou slim zijn om boodschappen mee te nemen en het vroege ochtenduur te tracteren op croissants en jus d’orange. Meer mensen hadden het plan opgevat om, voor de hitte uit, hun dagelijkse lijstjes af te handelen. Kleppende dames bij het brood, waarbij zelfs geduldig wachten niet aanmaande tot versnellen. Ze bespraken de zin en de onzin van de anderhalve meter en stonden vlak bij elkaar. De uitkomst laat zich raden.

Met het ingenieuze zelfbediendingssysteem slalomde ik om karretjes heen en stond met een kwartier weer buiten. Thuis wachtte de koelte van het huis. Deuren dicht, raam aan de voorkant open en luchtig katoentje aan. Vandaag de rust, de stilte, het doek en de penselen en verder helemaal niets.