Ziezo. Even bijgeschreven. Ik had de laatste dagen de schrijfcursus op een lager pitje staan. Mijn hoofd stond er niet naar. Misschien is het te druk met allerlei bezoekjes of mis ik mijn Lief te erg. In ieder geval hink ik deze maand op twee gedachten en dan is concentreren op een derde een extra moeilijkheidsopgave.

In ieder geval zag ik gisteren het kroost weer op een soort familiereunie van de sterk uitgedunde familie van de vader van de kinderen. Bloemen voor de gastvrouw en gastheer. Er ontbraken wat kleinkinderen, en wat schone kinderen, een nicht en neef waren er helemaal niet, de gastvrouw en gastheer moesten rond half vier naar een ander belangrijk feest en een schoonzus en zwager van me namen de honneurs waar. Een beetje een vreemde middag maar goed om even bij te kletsen en te weten hoe de neuzen stonden in deze dagen. Daar was het heel geschikt voor. We zien elkaar, als het zo uitkomt, een keer per jaar. Vijf leden van het zeventallige gezin zijn al overleden en dan wordt de spoeling dun.
Lief heeft de grote tegelkachels uitgeprobeerd in Hongarije en de schoorsteen trekt als een tierelier. De jongste zoon noemde dit soort haarden ‘Rugkachels’. Op vakantie in Kecskemet hadden we er een in het huisje van een vriendin waar je rondom kon zitten met je rug tegen de verwarmde tegels, vandaar de naam. We poften er sparappels in uit het belendende bos. Dat rook heerlijk. De geur van nostalgie. Als ik mijn ogen dicht doe, ruik ik het nog.
Ik ben pannensets aan het bekijken voor de nieuwbakken keuken. Vrij van alles wat giftig is. Door de vele bomen is het bos nauwelijks meer te zien. Je raakt vanzelf het overzicht kwijt met al die namen die nog eens op elkaar lijken ook. De belangrijkste eis is vrij van giftige stoffen en dan volgen er een aantal, maar ja, het oog wil ook wat. Nog even flink alles tegen elkaar afwegen. Ze vinden altijd overal wel weer ergens een euvel, groot of klein.
Zoonlief heeft de auto mee, dus ik hou het rustig voor vandaag. Vriendinlief raadde me het Sieboldhuis in Leiden aan. Dit is de laatste week om de tentoonstelling Netsuke te bezoeken, mens en natuur. Eigenlijk niet te versmaden. Daarnaast is er tot zes september de tentoonstelling ‘Tokyo, Tokyo’. Vooral de eerste ziet er zo op het oog bijzonder boeiend uit. Wie weet, is er nog een gaatje van de week.
Zo vliegen de dagen voorbij. De snelheid zorgt ervoor dat ik lijstjes moet maken van wat er allemaal mee moet en wie ik nog allemaal bezoeken wil. Het is meer dan gewoonlijk, heb ik het idee, dus die lijstjes zijn geen overbodige luxe. Eigenlijk zijn de dagen en weken tekort. De Hoek staat er ook op, maar ik hoop dat ik dat red.
Volgende week is de boekenclub hier om over het boek van Adriaan van Dis te praten. Ik heb het in een adem uitgelezen, maar ik heb me voorgenomen om er nog een keer doorheen te bladeren. Juist omdat ik het, tegen sommige kritieken in, erg aandoenlijk vond. Het vorige boek dat niet iedereen mooi vond, ‘Waak over Haar’ van Jean Baptiste Andrea, is Lief nu aan het lezen. Een lieve vriendin en hij vonden het ook net zo prachtig als ik het vond. Het is de moeite waard om die verschillende manieren van ervaren eens nader te bekijken.
Hoera, de zon en de belofte van een paar warme weken. Misschien komt de tuin dan ook nog aan bod. Maar voor nu: Een nieuwe week, klaar om knisperend vers uit te pakken.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.