Gisteren was er regen voorspeld, maar gelukkig gaf mijn buienradar pas half acht ‘s avonds aan, zodat ik het, ondanks de dreigende luchten, toch durfde wagen. Dochterlief was er al, want die had in haar hoofd om te gaan maaien. Ik had in de gauwigheid een paar bruine boterhammen met kaas gemaakt en een thermoskan thee ging mee. Hieperdepiep hoera voor de doorzetters.
Het was tegen enen toen ik arriveerde en er scheen weer een zonnetje, maar de wind was onstuimig. Daar werd de natuur ook altijd een beetje wild van. Eerst even bijkletsen met een boterham. Dochterlief had alvast gemaaid en wat zitjes overgeheveld, een in mijn laatste zonnehoek en daar was ik bijzonder blij om. Je zit dan onder kers, pruim en vlier in de late avondzon. Idyllisch. Er stond ooit een half rond houten bankje, maar hier in het veen verpulvert alles wat maar denkbaar is. De oudste appte dat ze ook straks kwam. Fijn. Het is zo aangenaam om met elkaar aan het werk te zijn Je kunt overleggen, afspraken maken en de taken verdelen. Bovendien zie je natuurlijk veel sneller resultaat.

We liepen eerst het spul in de tuin van dochter na, om te kijken wat mee kon. Een laurier, twee spirea, vrouwenmantel, roos, geraniums(anderen dan die ik al had staan) en wat overgebleven Dahlia’s. De oudste was er. Zij deden nog een klein rondje en ik begon maar weer aan de takkenbende. Er werd een foto genomen van dit ‘takkewijf’. Haha, een geuzennaam op z’n Utrechts.
De oudste ging de strijd aan met de wortel van de vlier. Eerst met de Japanse zaag en later met zwaarder geschut. Het leverde de nodige krachttermen op. De ander had intussen al de pruim gesnoeid en de kornoelje. (staat dus gewoon in mijn eigen tuin, maar een andere soort dan die in de Hortus Botanicus) Die mocht nogal drastisch worden aangepakt en ook de witte doornen roos, die eronder stond. Mijn Acer, symbool voor mijn lieve overleden vriendin, sloeg goed aan dit jaar. De twee schatjes werkten alsof hun leven ervan afhing en ik zat maar bundeltjes te maken voor de compostbak bij de stort.
Er stonden drie mensen aan de ingang van onze tuin en vroegen of we tijd hadden om hen te woord te staan. Gelukkig hadden we al vernomen, dat het studenten betrof die een of ander onderzoek deden. Zo wisten we dat het geen geloofsovertuigers waren. Natuurlijk waren ze welkom. Een jongen uit Libië, een meisje uit Peru en een uit Frankrijk. Ze hadden vragen over het hoe en waarom van het nemen van een volkstuin, hoelang we er zaten en wat we er deden, de dieren die er waren, of die we hadden gezien en of we er last van hadden, hoe het werd aangepakt en de grappige dingen ervan. Bijzonder toch om met zo’n internationaal stel hier rond de tuintafel te zitten. Dan ben ik zo trots op iedereen. Het is dus mogelijk om met allerlei nationaliteiten de verrijkende wederwaardigheden uitwisselen. Zo zou het mondiaal moeten zijn. Het geeft zoveel voor wie daar ontvankelijk voor is.
We hadden al een tijdje zitten praten en de lucht achter ons werd steeds donkerder. Er werden nog een paar foto’s geschoten van het atelier en daarna moesten we in de haastmodus. Net niet gered om helemaal droog over te komen. Goed voor de krullen, moet je maar denken. Wat een heerlijke middag was dit. Vandaag is het tijd voor de paaseieren met het hele stel. Eens kijken hoeveel er nu weer voor de kaboutertjes blijven liggen.
In de Hoff beginnen alle bloembollen op te komen. Het weer wordt daar eindelijk ook beter. Dan zal het helemaal goed los gaan. Van vriendinlief krijg ik de tip om ‘De laatste Reis’ te gaan kijken. Dat is voor vanavond. Wie wat bewaard, die heeft wat.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.