De wilde kersen achter zijn rijp aan het worden en nu moet ik op pad om een kersenpitter te vinden. De bomen hangen vol en ik ben benieuwd of het lukt om er een op de kop te tikken. Anders wordt het gewoon het onvolprezen scherpe aardappelmesje. Ondanks de voorspellingen ziet het er vandaag zonnig uit. Misschien zit er een fietstochtje in en kan ik ook wat kersen plukken van de boom die lief en vriend vorige week tijdens hun wandeling hadden ontdekt en die zoete kersenlekkernij uit haar takken laat vallen. Niemand die het opraapt. Vast lekker met haar zus De Wilde Kers. Het broodbakken gaat ook door. Oefening baart kunst.
Er is ondertussen een Ecohotel geboekt en ik heb per mail een digitaal vignetbewijs ontvangen. Alweer twee handelingen om af te vinken.
‘Altijd te paard’, de biografie over Renate Dorrestein door Iris Pronk, houdt me al dagen in de greep. Er zijn stukken tijd bij die ik niet herken, alsof ik er buiten gelopen heb, een ommetje aan het maken was, maar andere passages kan ik me helder voor de geest halen. Renate is een kind van mijn tijd. Alleen zat ik niet middenin het strijdgewoel als zij destijds. Haar ziekte, MS, wordt haar vaak als een psychische aandoening verweten. Als al die bekende stuurlui nou eens aan de kant bleven staan. Sommige ziektes zie je niet, maar zijn er wel. In de nachten als niemand wakker is, na een dag van optimistisch uitpakken, komt ze aansluipen en word je die lege ballon op de bank, de zwaarte in een lijf kan sowieso niemand voelen. Hou je bij je leest, als je er geen weet van hebt.
Zoonlief belde vanmorgen. De lieve benjamin van de familie krijgt al een heel eigen koppie en ik kan nog niet zeggen waar de gelijkenis zit. Haar broer komt even aangelopen, kijkt naar mijn beeltenis, lacht verlegen en rent er weer vandoor, naar zijn autootjes. Alleen als hij van zoonlief hoort dat ik er volgende week weer zal zijn, veert hij even op. Wat moet je ook met zo’n ver-weg-oma, die geen knuffies voor je door het beeld kan stuwen, hooguit kushandjes, maar dan wel heel veel. Weemoed aan deze kant, dat altijd.

Hoera de kolibrivlinder komt langs en steekt haar lange tong in het hartje van de kleine lobelia-bloemen. Wat een nijvere schoonheid is het toch. Het filmpje lukt, een foto is altijd te moeilijk, omdat ze voortdurend in beweging is. Haar vleugels maken overuren.
Slaapmutsen naast korenbloemen . Een ideale combinatie. Het oranje versterkt het prachtige blauw van de korenbloemen. Het slaapmutsje staat symbool voor creativiteit, inspiratie en dromen en wordt in verschillende landen geassocieerd met geluk en optimisme, bovendien zou het helpen tegen slapeloosheid en depressie verlichten. Inheemse Amerikaanse volkeren gebruikten het als voedselbron en rituelen en ze werd geprezen omdat ze de geest wist te verheffen en geluk bracht. De korenbloem symboliseert vrijheid, eenvoud, hoop en trouw en is met haar warrige wilde uitstraling een prachtige tegenhang en tegelijk voel je dat er van beide schoonheid en harmonie uitgaat. De tuin schept haar eigen evenwicht.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.