Overpeinzingen

Een dubbel genieten

Op het dooie akkertje hadden de ochtendrituelen plaats gevonden en om klokslag elf uur stond ik beneden aan de weg. De zussen uit Houten zouden langs rijden om me op te halen, waarna de jongste aan de beurt was. We hadden onze befaamde zussendag, die we een aantal maal per jaar hielden en waarvan de laatste keer alweer een gerede tijd geleden was.

De Betuwe werd het uitgangspunt. Kleine dorpen en kringlopen, restaurantjes en misschien de gelegenheid om te winkelen, maar vooral alles doen, wat zich spontaan aan zou bieden. Op die manier, wisten we uit ervaring, kom je de grappigste en leukste achterafkringloopjes tegen. Een dorp prikken en kijken of er een was. Op die manier. Het leverde een mudvolle kringloop in Tuil op die de oude basisschool, waarin ze gehuisvest was, tot aan de nok toe vulde met vooral veel van alles.

Vlak ervoor hadden we afgetrapt met koffie in een klein maar schattig etablissement langs de Linge in Acquoy op een lieflijke plek aan de dijk. Wuivende halmen, een duikende fuut, en de blauwe lucht afgewisseld met witte wolken erboven, vielen ons ten deel. Een mooi begin van de dag. Met buit, een spijkerjasje in de goede kleur en een jurk voor mij, een badtas annex handdoek in één voor de jongste, twee zwarte stola’s voor de opera Trijn en een gestreept jasje van een gerenommeerd merk voor zuslief gingen we op weg naar de volgende haven. Zaltbommel, omdat er mooie stilistische foto’s gemaakt konden worden in de sfeer van August Sander, een opdracht van de fotocursus van zuslief. We moesten vooral serieus en bedrukt kijken. Het klaaglijk effect werd verkregen met sjaals en gepleisterde muren, een oude kas, verweerde stoelen en een vensterraam. Het leverde hilarische taferelen op bij tijd en wijle.

We sjokten na een heerlijke lunch met rondwapperende servetten richting oude stadskwekerij, waar twee van de zussen al eens eerder waren geweest. Soms kan je zo blij zijn met het ontdekken van zo’n plek. Wat een prachtig klein paradijs vlak achter het bemuurde stadskasteel. Bij binnenkomst viel onmiddellijk de bloeiende vaantjesboom, de Cornus Kousa, een Japanse kornoelje, op. De manier waarop de planten waren gerangschikt in een volstrekt natuurlijke habitat, de bonte verzameling geurende en kleurende veelbloeiers, het was een lust voor de zintuigen. Iets om nog eens naar terug te keren.

Zaltbommel had iets met Jip en Janneke. In het stadskasteel was op de zolder een tentoonstelling ingericht met werk van Fiep Westendorp, de bekende illustratrice van veel van A.M.G. Schmidtverhalen voor kinderen. Op de glazen deur prijkten de zwarte schaduwen van Jip en Janneke. In het achterhuis was nog een tentoonstelling van Gerard Menken. In de tuin stond een mispel met het beeld van een klein kind ervoor met een kroon op het hoofd en een gedicht achter haar over het spreekwoord ‘Zo rot als een mispel’. De mispel staat, kenmerkend, op het wapen van Zaltbommel.

We dwaalden verder door de oude stad, af en toe een winkel in, hier en daar een aanschaf en door. Voor een afzakkertje onderweg of een simpele maaltijd, iets met saté en friet. Het gezochte restaurant, dat Moeders heette en derhalve nostalgisch voelde, in Leerdam, bleek een onvervalste ouderwetse kroeg te zijn met lallende lieden incluis, dan maar onderuit gezakt op de bank bij zuslief en patatjes uit de plaatselijke snackbar. Wel zo fijn en heerlijk om uitgebreid bij te kleppen in een ontspannen sfeer.

Rond negenen ging het huiswaarts. Het zoete thuiskomen na een dag van heerlijk samenzijn. Lief ontving me met open armen. Dat is de meerwaarde. Daar een klankbord te vinden om te kunnen delen en herbeleven. Een dubbel genieten.

Overpeinzingen

Een heerlijke dag

Na een kalm begin van de dag werd het tijd voor de natuur. Rust en stilte, daar hadden we behoefte aan. Marienwaerdt wist ik. Altijd de garantie, als je uit de buurt van proeflokaal Marie bleef, op paden die te bewandelen waren zonder iemand tegen te komen. Het werd een heerlijke wandeling tussen de grote lanen naar de oude abdij toe, over het landgoed van de huidige bewoners en dan vervolgens in een omtrekkende beweging richting het proeflokaal.

Als eerste kwamen we een broedende vreemde eend in de bijt tegen die we niet thuis konden brengen. Ze lag in het gras tegen een maaiveld aan en verroerde zich niet. De bomen langs de laan waren uitermate geschikt om een sprookje mee te fantaseren. In elke boom was wel een holletje te ontdekken, met of zonder spinrag en wonderlijke krochten daarbinnen. Een onderkomen dat geschikt was voor eekhoorn, kauw, kobolden en kabouters. Aan de voet van de meeste bomen lagen afgekloven takken, geheel van de bast ontdaan. Hapklare brokken. Wat had hier zijn tanden opgescherpt.

De wind wuifde een verfrissende zachte bries over ons heen en joeg eventuele muizenissen uit het hoofd. Het was genieten. Ergens stond een groep jonge vrouwen een soort vrijgezellenfeest te houden, compleet met ballonnen, opgewonden kouten en een hoop gegiechel. Zodra we echter de slagbomen bij het terrein van de vroegere abdij door waren, viel de stilte bevrijdend neer. Daar tussen de eeuwenoude gebouwen, een verweerde boerenkar, het Koetshuis, de Neust, een grote en een kleine met balen hooi volgestouwde hooiberg, en iets wat op een kapelletje leek, koesterden we de rust die het uitademde. Aan het eind van het landgoed zagen we ineens, tussen het struweel, een witte molen aan de andere kant van de weilanden.

Berenklauw zorgde ervoor dat het landschap onaangetast kon groeien en bloeien, haar eigen wildgang, met fluitenkruid als bloementoef. In het weiland voor de witte abdij in de verte graasden de bruine en zwarte lakenvelders. Soms werden we opgeschrikt door fietsers die ons achterop kwamen. Levensgevaarlijk met mijn dove oren, maar lief hoorde ze gelukkig bijtijds. Aan de kant blijven bleek de optie en even later vonden we een fietsvrij klompenpad. Daar zagen we ook voor het eerst dit seizoen de spint hangen in de bomen, aangedane jonge eiken, die het niet of nauwelijks zouden overleven. Hoog boven ons cirkelden af en toe wat roofvogels, buizerd of valk, en in het wuivende groen stapte parmantig een ooievaar, die af en toe met de snavel naar beneden dook om een lekker hapje te verschalken.

Naar de brasserie toe werd het drukker en reden er ook meer auto’s en fietsen. Met vijf kilometer in de benen bleek het zoet rusten bij een wijntje en een borrelplank. Wat een heerlijke hemelvaart. Een eigen invulling van het aloude dauwtrappen dat ik vroeger zo vaak had gedaan. In de landgoedwinkel zocht ik twee cadeautjes voor de jarigen in het verschiet uit, die het meisje achter de kassa extra feestelijk inpakte met zorg en liefde.

Daarna zette ik lief af bij huis en reed met naar jarige schoondochter, die het niet vierde, maar waar ik traditiegetrouw eigenlijk elk jaar even aanwipte. Ze kwamen er net aan en het was een knus uurtjemet hen en met de kleine krullenbol en de benjamin met de kraaloogjes, als afleiding. Daarna, met een hele dikke knuffel van de kleine grote man voor oma, vond de kleine blauwe de weg naar huis. Wat een heerlijke dag.

Uncategorized

Wat wenselijk was

De dag begon vroeg. Met een thermoskan koffie en brood zette ik lief af bij de tuin en om half tien zocht ik in Zuilen naar het theater van Zimihc. Het was gevestigd in het oude schoolgebouw op de kop van een wijk. Een statig oud gebouw, gedeeltelijk in tact, maar ook prachtig aangepast en verbouwd naar haar nieuwe functie. Monumentale bomen op het plein waar ooit de kindervoetjes en voeten hun weg naar de volwassenheid vonden. ‘Als bomen konden spreken’, dat ging vooral hier op.

Er heerste een ontspannen sfeer binnen, er kwamen spritsen op tafel voor bij de bestelde thee en het management van de voorstelling zorgde voor een hartelijk welkomstwoord. Er lagen papieren met een instructie om een bootje te vouwen op tafel en kleurplaten. De kleurpotloden waren afgesleten maar al snel verscheen er op onze vraag een puntenslijper. Zo zaten we gemoedelijk bij elkaar, vouwen, kleuren, kletsen, knabbelen. Kleindochter wilde het liefst alles roze met een beetje blauw.

De peuters konden maar in en uitlopen, er was een speelpodium en er lag duplo. Er verscheen een grote groep kinderen op het plein. Wij dachten aan de lengte te zien dat het een kleutergroep was, maar later bleek het zelfs groep drie. Verder kwamen de peuters binnendruppelen met vader, moeder, of oma. Waar zijn die opa’s toch. De entourage werkte perfect mee aan de goede sfeer. Goedlachse dames achter de bar en veel reuring. Er kletterde een flesje om en iedereen schoot te hulp. Het leek op een bijenkorf waar alles in en uit zoemde.

Toen het tijd was om naar binnen te gaan werd het allengs stiller. De kinderen waren zichtbaar onder de indruk van de donkerte en het verlichte podium, waar een man en een vrouw rond liepen, al zingend en zwaaiend. Veel instrumenten, flessen met water, triangels, opnameapparatuur. Het stuk heette ‘VaarWel’ en het ging, hoe kan het anders, over afscheid, gemis en een bootje op zee.

Een lieve kleine schat wilde niet en brulde het uit, klampte zich aan moeder vast als een laatste strohalm. Uiteindelijk besloot ze wijs de zaal te verlaten. De grote groep kinderen van buiten werden achter de kleintjes neergezet, joelend, pratend en klepperend met alles wat kon bewegen aan de stoel. Het werd wat rustiger toen het licht uitging. We kregen een heerlijke voorstelling voorgeschoteld, met veel ingenieuze effecten en prachtige zang en muziek met alle voorwerpen die er stonden.

Kleindochter zat op schoot van dochterlief en sabbelde de knotjes van haar meegebrachte knuffeltje plat van de spanning, maar genoot met rode koontjes. Met doeken aan een stellage werd in een mum van tijd een prachtige onderwaterwereld getoverd met een doorzichtige kriebel krabbelkwal met lichtjes als ogen en lange zwierige slierten. Ze kwam griezelig dichtbij. Op het einde ging de jongen met een saxofoon als een rattenvanger van Hamelen met een sliert kinderen achter hem aan naar buiten, de hal in. Voor herhaling vatbaar vond ik. Alleen het gebouw al is de moeite meer dan waard.

We knuffelden een afscheid en met wat kerry planten en wat dragon zocht ik lief op, die al druk bezig was geweest om de natte zware veengrond om te spitten en van grasplaggen te bevrijden. Het laatste stukje stak ik af en daarna konden de zakken aarde erin geleegd. De kerry en de dragon kregen een mooie plek, de pierige selderij, die achteraan in de verdrukking had gestaan, werd bevrijd en kreeg een nieuwe plek. Aan de andere kant zaaide ik de Oost-indische kers. Tussendoor maaide ik het gras. Lief had ondertussen het terras opgeschoond. Met een laatste slok koffie keken we voldaan naar de gedane arbeid. Zoet rusten ja, dat was wat wenselijk was.

Uncategorized

De slimmeriken

Er zijn van die dagen dat er hooi op een vork genomen moet worden. Met het naar beneden gaan, wist ik het onmiddellijk. Vandaag was de boekenkast in de woonkamer aan de beurt. Daar zou ik beginnen met wat garant stond voor een grote opruimbeurt door het hele huis heen. In deze kast plaats maken voor de boeken uit de kast aan het voeteneind van het bed boven, met de recente leeswerken, die allen naar beneden mochten verhuizen. Ook daar moest de bezem door.

Maar het begin lag beneden. Twee grote boodschappentassen stonden klaar om gevuld te worden. Alles wat er in de kast stond en ongelezen was gebleven of dat wat niet van een geliefde schrijver was, mocht naar de kringloop. Lang leve de tweedehansjes. Een werkje van niks natuurlijk, maar snel er door heen was er niet bij. Hier en daar moest het boek ter keuring even ingezien worden, tegelijkertijd werden ze chronologisch gesorteerd. De Multatuli’s, de Beetsen en van Lenneps bij elkaar, de Sartre’s, Beauvoirs en Camu’s bij elkaar, de Couperussen, de Schendels, de Coenen en de van Van Bruggens bij elkaar. O ja, daar moest Israel de Haan nog tussen. Boeken neerzetten, verschuiven, doorschuiven. Gedichtenbundels op een plank, de biografieën en de autobiografieën gezusterlijk samen en de gelezen boeken van de club op een rijtje. Het vorderde gestaag. Hele rissen verdwenen in de grote plastic tassen.

De energie was terug. Het verblijf gisteren, in die rustige omgeving van de kromme Rijn, lieflijk stromend water, had wonderen gedaan. Aan het eind van de ochtend had ik twee boodschappentassen vol en zeker drie planken leeg.

Er stond een afspraak met de fysio tussendoor. Weer was er die leuke stagiaire met zijn verfrissende nieuwe ideeën. We gingen voor het hele scenario. Krachttraining, balans en mobiliteit. Alle spieren tot en met de buikspieren aan toe, werden aangesproken. Een oefening, voor onder andere de pols, bracht de jeugd in me naar boven. Uitgelaten en lachend probeerde ik hem te volgen en warempel, het lukte zowaar. Met een stok in beide handen voor me uit, moest ik de grote zitbal, die hij naar mij gooide, terugkaatsen. Daarbij bleven we niet stil staan maar schoven van links naar rechts. ‘Oefeningen moeten leuk zijn en afwisselend’, was zijn adagio. Daar kon ik me helemaal in vinden.

De pols gaat met de week beter. Tijdens het schrijven probeer ik met tien vingers te typen, dat lukt niet helemaal. Vooral de linker wijsvinger en middelvinger doen mee, maar het helpt wel. Steeds vaker wil de rest volgen. Verbazingwekkend hoe langzaam de revalidatie van bepaalde onderdelen gaat. Geduld is zeker nodig.

Straks ga ik met dochterlief en kleindochter naar de voorstelling van Malou van der Sluis. Het heet ‘Vaarwel’ en is geïnspireerd op het boek de kleine walvis van Benji Davies. het is een voorstelling voor 2+. Lief zet ik af bij de tuin, want dan gaat hij zich vast buigen over het zwaardere spitwerk in de kruidentuin. Zo slaan we twee vliegen in een klap. De boekenuitzoekerij bewaren we voor de regenbuien tussendoor. Buiten blijft ons allebei trekken.

Vanmorgen toen ik naar beneden ging om de koffie te maken, was het balkon vol kauwen die elkaar tokkend de weg wezen naar de lekkernijen. Een van de grote zwarte vogels had de weg gevonden naar het vet, dat zoonlief expres in de kooi had gehangen, opdat de koolmezen er dan van konden snoepen. De snoodaard kon met zijn grote snavel door de spijlen heen bij de lekkernij. Niet voor een gat te vangen, de slimmeriken.

Uncategorized

Zo’n onverwacht genoegen

Door een samenloop van omstandigheden, en het was niet eens volle maan, was ik in de avond van de vorige dag wat van slag geweest zonder het te kunnen benoemen. Achteraf bezien was het een combinatie van de onzekere toekomst die een mens heeft op deze leeftijd, de wens van het verlangen zoals een mooi appartement in een oud pand aan de singel of een buiten zoals in Verweggistan, het nooit meer kwijt willen raken wat nu aan geluk deel uit maakte van het leven, maar evengoed het bewustzijn van de begrenzing ervan. Leef nu, leef in het moment, leef de dag.

De goede raad zweefde er natuurlijk op alle fronten doorheen, maar de sluizen stonden open en de gedachtengang was niet meer te stoppen. Het had zijn invloed op de stemming de volgende dag. Niet naar de tuin in dit geval, dus haalde lief zelf even de accu van de grasmaaier op die we gisteren vergeten waren, terwijl ik wachtte in de kleine blauwe. We stonden al in de richting van Eemnes, dus de kringloop dan maar. Het doel: een kort spijkerjasje. Iedere keer weer is bij zo’n kringloop de verbazing van lief over de hoeveelheid van overtollige huisraad van zijn gezicht af te scheppen.

Met een jasje dat iets te donker van kleur was, maar paste als een handschoen, stonden we na een half uur buiten. Het tuincentrum was een logisch vervolg, omdat we de regentonnen wilden bekijken. In De Bilt was een grote en ook daar waren we in de buurt. We vonden wat we zochten, maar lieten ze staan, om nog een keer een vergelijkend prijsonderzoek uit te voeren.

De onrust bleef. Ik wilde naar het water, het hoofd leeg maken. Voor de zee was het veel te laat. Rhijnauwen was een goede vervanging en met de regen in aantocht ook een mooie schuilplaats bij te heftige buien. We reden door tot de grote parkeerplaats op het terrein, iets wat ik nooit doe, omdat je er een stuk voor door het bos moet, maar in dit geval leek het wijsheid want de weerapp voorspelde stortbuien. We wandelden naar de vertrouwde picknickplaats waar we als gezin, met mijn vader en moeder, dikwijl waren geweest. Hetzelfde gold voor lief en zijn ouders. Een pleisterplaats uit het verleden, omringd met zoete herinneringen. Er was nog niets veranderd. Zelfs de grote zandbak, opgetrokken uit oude zwerfkeien was nog geheel in tact. Een van de drie oud bomen was omgezaagd en er stond nu wel, vlakbij de oever van de Kromme Rijn, een picknicktafel.

Het kabbelende water, de grazende koeien aan de overkant met een bronstige stier, de scherende zwaluwen met hun witte buikjes boven het water, de twee futen die passeerden en de blatende bonte schapen achter ons, brachten het stille genieten. De rust keerde weer. Een vredig tafereel en wij er middenin. Samen, dicht tegen elkaar, met de handen ineengestrengeld. We zagen de wandelaars aan de overkant, een kano die in gestaag tempo voorbij gleed en rimpels trok in het gladde water, de stier die eindelijk een willig vrouwtje vond en samen met haar optrok, tot ze er tochtig genoeg voor was. Natuur om en in ons.

Toen de eerste druppels vielen liepen we naar het restaurant en zochten een tafeltje op de veranda met zicht op het water zonder dat het inregende. We genoten van een kleine maaltijd, stoofpotje voor lief en een soep voor mij. Het hanengedrag en de schelle waarschuwingskreten van de slanke waterhoen beneden ons, naast een rotspartij met een blauwe regen, trok de aandacht. Het was gericht op een meerkoet met jongen die de doorgang zocht naar het open water. Hoen liet niemand door en beiden probeerden ze zich zo groot mogelijk te maken. Macho mannetje tegenover moederkloek. ‘Alsof hij de Zwarte Zee aan het bewaken was’, vond lief.

Twee stellen achter ons streken luidruchtig neer, rondvliegende schelle tonen, bulderende lach, geschuif van metalen poten, maar het had geen invloed op onze innerlijke rust die was neergedaald. De middag was meer dan heilzaam gebleken. Om lang op te teren, zo’n onverwacht genoegen.

Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Morgen is er weer een dag

Vroeger dan anders, de dakgootkauwtjes zijn meester in hun wekkerfunctie, togen we naar de tuin. Vooraf wat lekkernijen voor na de noeste arbeid gehaald en twee grote zakken tuinaarde die lief met de kruiwagen op kon halen uit de kleine Blauwe.

De tuinen ademen groei en vooruitgang. Overal is men druk bezig met het opschonen en zaaien, schoffelen en maaien. Het broedseizoen is in volle gang en het gekwinkeleer van de vogels ligt als een deken van vrede over alles heen. De merels fluiten hun hoogste lied. Midden in de sloot zit de meerkoet op haar nest. Ze houdt elke voorbijganger nauwgezet in de gaten, maar voelt zich daar volkomen veilig, want ze blijft zitten waar ze zit. Een prachtig nest, dit keer, volledig uit natuurlijk materiaal van takken en twijgen. Een betere reclame voor ons natuurtuinencomplex is er niet.

Op weg naar de tuin doen we die van dochterlief aan. Ze zijn op een heerlijke manier, stukje bij beetje, hun woeste grond aan het ontginnen. Eerst hebben ze een grote bomenkap gehouden omdat de grond vol stond met veel te grote wilgen. Nu kan de Gingko haar takken breed spreiden en vormt steeds meer een natuurlijke parasol boven het zitje. De spiraalvormige kruidentuin begint zich van lieverlee te vullen met geurige gewassen. Ze hebben een groentebed gemaakt, die schoonzoon op een hele inventieve manier heeft omzoomd met een lage afscheiding van wilgentenen, superleuk gedaan. Er is bij hen nog een tweede zithoek/zonvanger bijgekomen en omdat nu al het groen gaat bloeien en groter wordt, worden de zichtlijnen steeds duidelijker. Een heerlijk plekje zo naast het weiland. Alleen de dames zwartkopschaap tegenover je, wat een rust.

Ons toekomstige kruidenbed was nu aan de beurt. Eerst maar eens ontgrassen. Lief ging aan zijn eigen project verder, het opschonen van de doorgang achter het atelier. Zo hebben we een mooi achterom en een prettige bijkomstigheid is, dat de achterbuuf haar maaimachine makkelijk uit de schuur kan halen, nu ze niet meer struikelt over takken en brandnetels. Het is naarstig speuren geblazen tussen de gewassen die al in dit bed staan. De klimgeraniums, die ieder jaar weer een zee aan bloemen geven, de citroenmelisse, de kleine witte bloemen waar ik de naam steeds van vergeet en warempel, ik ontwaar er zelfs de wilde marjolein, die dapper heeft stand gehouden tussen de moerasandoorn en de boterbloemen. De framboos gaat alle perken te buiten en wordt rigoureus teruggedrongen tot een heggefunctie. Vort jij. De grote pollen grassen vergen veel kracht om ze te verwijderen. Van sommige soorten vind ik het zonde om ze op de composthoop te gooien en ik zoek naarstig naar een vaas om ze samen met de dagkoekoeksbloemen in wat slootwater als versiering te gebruiken. Een oude laars blijkt een prima vervanger voor dit doel. Parmantig staat ze met haar natuurpruik voor de oude potten.

Er komt een klein bont zandoogje aangefladdert die zich uitgebreid laat bewonderen als ze zich koestert in de zon. Vleugels open en vleugels dicht. Wat een mooitje.

In de sloot verderop zien we tot onze vreugde, naast de plompenbladeren en bloemen, de waterlelies in hun volle pracht. Die heerlijke feeërieke bloemen, waarbij zoveel te fantaseren valt. Ze staan nu ton sur ton met het bloeiende fluitenkruid vol schoonheid te zijn.

Het is toch allemaal net iets te zwaar geweest. Om vier uur gooi ik mijn handdoek in de ring. De koek is op. Tijd voor wat gemijmer, ontspanning en nagenieten met koek en zopie. Morgen is er weer een dag.

Overpeinzingen

De dag kon niet meer stuk

Vroeg begonnen, tijd gewonnen. Dat ging gisteren op, omdat we besloten hadden een bezoek te brengen aan de plantenmarkt op het JansKerkhof in de stad. De kleine blauwe kreeg een zonnige parkeerplek aan het begin van de Biltstraat. Die afstand zou te lopen zijn, ook met de armen vol plantjes voor de bakken op de galerij.

Utrecht op haar best. Een zonnetje, blauwe lucht, de kraampjes aan de voet van de beschuttende kerk. De vroege ochtendrust hing nog tussen de straten en het langzaam opkomende verkeer was daar een belangrijke factor in. Op de markt zelf was het al een en al bedrijvigheid. De kooplui hadden hun waar zo voordelig mogelijk uitgestald. In de bloemenkramen lagen de pioenrozen te kust en te keur uitnodigend opgestapeld. Het roze, rood, paars en wit aan vrolijke bolletjes als een zee van bloemen in een regenboog aan kleur.

We struinden de kramen langs op zoek naar de geschikte bloeiers en zagen eigenlijk te veel. De uiteindelijke keuze viel op een combinatie van langbloeiers en een ouderwetse boerengeranium er tussen. Daarna wandelden we terug door de Nobelstraat en hadden een keur aan herinneringen. Het werd een trip door Memory Lane. Naast de bloemenmarkt zelf stond een groep studenten met slaaphoofden hun eerste koffie te lurken voor Wooloomooloo, al in onze tijd, nu ruim vijftig jaar geleden, een befaamde danstent, waar menig biertje naar binnen werd gehesen. In de Nobelstraat kwamen we nog zo’n klassiek oudje tegen. Het Pandje in volle glorie en geen spat veranderd in haar uiterlijk, temidden van de flexibele etalages van haar naaste buren.

De bomen voor de Stadsschouwburg, even verderop, vertelden hun eigen verhaal terwijl de fontein ervoor sproeide dat het een lieve lust was. De badende dames eronder lieten zich al decennia lang het watergeklater welgevallen. De stoïcijnse acteur, een kant van het gezicht uitgewerkt en de andere kant glad gestreken en onaangedaan, niets verradend van wat er werkelijk in hem omging, keek al jaren naar de gouden muze op de gevel van de Stadsschouwburg. Tot onze grote vreugde was het restaurant Djakarta er nog altijd, waar we in onze studententijd slechts één keer hadden gegeten omdat het te prijzig was voor ons karige budget. ‘Daar gaan we nog eens op herhaling’, beloofden we elkaar. Alles bij elkaar juweeltjes uit ons roemruchte verleden, een ontroerende ontmoeting, die het hart vol jeugdige verliefdheid liet lopen.

Met de buit ging ik thuis onmiddellijk aan de slag terwijl lief de operatieassistent speelde met prullenbak en zware zak met aarde. Binnen korte tijd pronkten nu tot op eenderde van de galerij alle bakken zich eindelijk met bloemetjes. Zoonlief had samen met schoondochter ingeslagen in het tuincentrum. In een ontdekkingstocht tussen het wat verpieterde spul op het balkon ontdekten we een wereld aan zonnebloemenplantjes, nietig in hun aanwezigheid. Ze werden liefdevol verpot en de andere bakken kregen aarde en een leger aan bloemenzaad. Daar tussendoor hipte de familie koolmees vrijelijk en niet bang tussen de takken van de sierprunus van beneden, die ruim tot ons balkon reikten. Alles ademde een sfeer uit van verlangen en belofte. De benjamin had de smaak te pakken en had, terwijl wij naar een optreden van kleindochter en naar de voetbalwedstrijd van de oudste waren, de galerij tot ver voorbij de buren met de hoge drukspuit schoongespoten.

Er was een glorieuze performance van die allerkleinsten, een klaterende overwinning, 4-1 maar liefst, voor de club en bij thuiskomst een hagelwitte galerij met een gevuld balkon. De dag kon niet meer stuk.

Uncategorized

Het leven in te kleuren

En zo kon het gebeuren dat lief en ik dwalend door Laren trokken op zoek naar een parkeerplaats. De hele stad stond vol blik en als dat niet zo was, mocht je er maar twee uur parkeren. Oorzaak, bleek achteraf, was de weekmarkt in het centrum. Nooit meer op vrijdag naar het Singer of op en anders alleen op een bijzonder vroeg tijdstip, leerden we al zoekende. Eindelijk vonden we een plekje tussen de rododendrons en de villa’s aan het einde van het landweggetje dat ik met zus zo dikwijls gelopen had. Langs het tarweveld konden we het museum bijna zien.

Het is opnieuw verbouwd om de collectie Nardinc ruimte te geven, ontdekten we. Geen onverdienstelijke aanpassing. Tussen de doeken van Theo van Rijsselberghe, Jan Sluyters en de modernen, met als toetje Lussanet, dwaalden we rond en genoten. Ik vooral van de portretten die ik tegenkwam en lief van eindelijk weer een museumbezoek.

Onze perceptie was totaal verschillend. Bij lief kwam onmiddellijk de historische context om de hoek kijken. Hij plaatste de doeken in de tijd met het hele verhaal erachter. Ik keek naar toets en streek, de verfijndheid of juist de luchtigheid waarmee iets was geschilderd, de details, de vorm, de kleur. Zo kwamen we met z’n tweeën tot een mooie beleving.Wat was het fijn om samen met hem rond te dwalen tussen al die mensen door. Even werden we afgeschrikt door een rondleiding die een grote groep met zich meebracht, maar we zeilden er al snel omheen om de drukte achter ons te laten. Drie zalen extra waren er met de verbouwing vrij gekomen en er was een uitstekend zicht op de druk bezochte prachtige tuin gecreëerd.

Met het voorspelde noodweer in het vooruitzicht en vol van de schoonheid besloten we de drukke tuin en het restaurant te bewaren voor een volgende keer. Het was genoeg. Het hoofd en het hart waren vol, er was voldoende om een tijdje op te teren. In de stromende regen door een omleiding over Baarn voerde de kleine blauwe ons naar huis, een eindeloze rit, zo leek het, maar genoeg stof om over te praten.

Thuis bleken de kleine koolmezen druk in de weer om het voer voor hun kroost, dat in hun kielzog meevloog, te verzamelen en ze te voeden met de zaadjes van de voederplank en uit de kleine antieke kooi waar alleen de mezen en vinken in en uit konden vliegen. Door de verrekijker op statief, die zoonlief had neergezet, viel er goed te genieten van die grote snaveltjes, die het lekkers in de kleine wijd opengesperde bekkies stopten.

Eindelijk zie ik de kruin van de bomen door het zolderraam nu ze volop in blad staan. Het wordt tijd dat we de werkkamer in orde gaan maken. Daarvoor moet eerst de schuur leeg, hadden we bedacht, anders is er geen kans om te schuiven. Bij die vergelijking moet ik denken aan de raadselspelletjes van vroeger, waarbij een vakje open was gehouden en je net zo lang met de letters moest schuiven tot het woord er stond. Als er geen ruimte is kun je schuiven wat je wilt, maar blijft het bij verplaatsen van de rommel. Eerst het grof vuil, dan de kringloop en vervolgens ruimte voor een bureau aan het raam.

Ook begint de inspiratie te kriebelen. Kom maar op met doek en penselen. Ineens weet ik weer een aantal onderwerpen en, gevoed door de doeken van Lussanet, wat speelsere vormen. Tijd voor het grote experiment. Maar eerst is het de beurt aan de plantenmarkt in Utrecht. Het is de hoogste tijd dat de bakken op de galerij gevuld worden. De ijsheiligen liggen ruim achter ons en een lange zomer ligt in het verschiet. Tijd om de boel wat op te fleuren en het leven in te kleuren.

Overpeinzingen

Zo komen we de zomer wel door

Het begon allemaal met die stortbui, want eindelijk was er de energie om samen het zolderraam aan te pakken om, in de geest van ‘Skyspace’ van James Turrel, de rechtstreekse verbinding met het firmament te weeg te brengen. Dat was er natuurlijk altijd al, maar door onze gezwinde aanpak viel er nu streeploos, of zo goed als, door te kijken. De dakgootkauwen waren in alle staten van paraatheid en hadden in een oogwenk al hun kameraden opgetrommeld, die vervaarlijk laag langs het wagenwijd geopende venster scheerden, waar lief zijn hoofd doorheen stak. Wat een saamhorigheid. Daar kunnen wij als mensheid nog iets van opsteken.

Later op de dag was er de harmonie van het kleine moment. Lekker tegen elkaar aangeleund lezen en af en toe wat passages om hoog lepelen, omdat die de moeite waard waren om met de ander te delen. Op dergelijke momenten is geluk tastbaar.

Veel te laat hoorden we de veranderde route van de avondvierdaagse langs onze galerij, dan zou lief Kleinzoon toe kunnen zwaaien en moest ik, als de gesmeerde bliksem nog een lekkernij te voorschijn toveren. Maar in de supermarkten deed men niet aan avondvierdaagse. Onverrichterzake reed ik toen maar door naar de bijeenkomst van de leesclub. ‘Kleed je warm aan’, zo luidde de waarschuwing, ‘Want we beginnen buiten’. Twee truien dik dan maar. Een aan en een om de schouders geslagen.

De gastheer had uitnodigend de stoelen met de dikke kussens erin klaargezet omringd met sfeervolle verlichting. Hij redderde uitgebreid om koffie en thee klaar te maken terwijl de rest binnen druppelde. Geheel tegen mijn verwachting in was het boek ‘Het woord voor Rood’ toch wisselend ontvangen, maar ondanks dat had iedereen het wel betrekkelijk snel uitgelezen. Mijn verbondenheid met mensen met een afasie stamt al uit de prille beginperiode van mijn verpleegkundige opleiding, waar de afdeling neurologie tot een van mijn voorliefdes behoorde, juist door het ongrijpbare fenomeen, die werkende hersenen. Het was de aanzet tot het warme bad van herkenning in het boek.

De meningen waren verdeeld. Onze leesclub bestaat uit drie mannen en drie vrouwen, een bewuste keuze, omdat de kijk op het leven in het algemeen nog weleens per sekse kan verschillen en ook omdat dat boeiende gespreksstof zou leveren. Zo ook in dit geval, echter niet gerelateerd aan sekse maar aan ervaring en herkenning. Diegenen die iemand met deze aandoening in de familie hadden, waren er nauwer bij betrokken dan de anderen, die vooral struikelden over de laatste sessies aan het eind van het boek met de groep afasie-patiënten en de aanpak om hun communicatie te verbeteren. De algehele strekking was: Een spannend begin, minder goed uitgewerkte karakters in het laatste deel en een te traag verloop. Daar konden we allen mee leven. Twee van ons waren onverdeeld tot het einde toe geboeid gebleven.

Langzaam trok de kou op en werden er warme plaids en dekentjes gehaald om, toen het wat donkerder werd en het borreltijd was, naar binnen te gaan en daar verder bij te kletsen met wat lekkers om het feest te staven. Er kwamen allerlei te lezen boeken langs en uiteindelijk kozen we er twee uit. Een dunnetje en een kloek boek. De eerste is van Roxanne van Ieperen en eigenlijk meer een verhandeling: ‘Eigen welzijn eerst’ over publieke voorzieningen en gelijke kansen, het verlies voor de middenklasse van haar liberale waarden en het boek ‘De biecht aan mijn vrouw’ van Pieter Waterdrinker.

Zoals altijd stommelden we via allerlei associaties de diepte in en kwamen zelfs nog even uit op het jenaplanconcept, dat in onze school teloor ging aan de nieuwe methodes, het niet langer specifiek opgeleide personeel, omdat de jenaplan-opleidingen uit de pabo’s waren verdwenen, het feit dat de school steeds meer een buurtfunctie kreeg, maar ook mede door de eisen die werden opgehoogd, waarbij niet gekeken werd naar de onderbouwing van het eigen concept.

Er werden nieuwe afspraken gemaakt en gefantaseerd over nieuw in te vullen uitjes en bestemmingen. In oktober hebben we ons eerste vijfjarige jubileum. Dat mag met verve gevierd worden. Voor we er erg in hadden was het half twaalf en als Assepoes in de donkere nacht verdwenen drie van ons huiswaarts. Voorlopig hoef ik geen leeshonger te leiden met vijf te recenseren kinderboeken op de rol, bovenstaande twee en de goede oude Marten Toonder. Zo komen we de zomer wel door.