Uncategorized

Wie weet hoe een koe een haas vangt

Het zachte weer had half Nederland op de been gebracht. Bij mijn favoriete kwekerij was het druk. Het was een groot terrein, dus ruimte genoeg en iedereen hield goed afstand. Natuurlijk bleef het niet bij de bollen. Zo aanlokkelijk als al die mooie vaste planten erbij lagen. Dat was een mooie gelegenheid om de schaduwborder aan te vullen en de bosaardbei en de hondsdraf in de kiem te smoren. Twee wiite lupinen, drie Lysimachia’s, drie Franjekopjes, en drie stuks stinkend nieskruid en omdat ik goed op dreef was ook voor in de border achteraan drie salvia’s met de wulpse naam ‘Hotlips’. De bollen beloofden blauwe druiven, sieruien, groot en klein en scilla en als kers op de taart een mooie witte doornloze roos.

Het pad langs de sloot was nog steeds wat modderig. Halverwege kwam de overbuur aanrijden. Door dit wonderlijke jaar hadden we elkaar nog niet gezien. Tijdje uit de roulatie door wat kwalen en kwaaltjes, maar nu weer volop in bedrijf. Hij had een andere tuin genomen waar al een oud huisje op stond. De eerste tuin, bij mij aan de overkant, waar nog een huis gebouwd moest worden, was hem te zwaar gebleken. Achterbuuf kwam van de tuin en stapte af om niet in de modder weg te glibberen met de fiets. Het voelde warm en vertrouwd, dat minieme praatje van gelijkgestemden onder elkaar. Halverwege kwam zus van de oude me tegemoet lopen. Bracht nieuws over haar beste vriendin die overleden was binnen zes weken. Altijd weer droeve berichten, zulke mededelingen en totaal onverwachts. Te jong, te vroeg. Onze vakantieclan van ooit, het grote huis in Hombourg, werd zo steeds meer uitgedund. Lucht-kussen en zwaaiende armen alsof we elkaar omhelsden. Ik had haar graag even een knuffel gegeven bij het zien van die ingehouden tranen.

De vlier liet ik links liggen. Eerst de planten de tuin in werken. De roos kwam naast de ingang van de Bernagie, waar eerder dit jaar de springbalsemienen hadden gestaan, daarna wieden en planten. . Roodborst kwam nieuwsgierig kijken en was kennelijk zo gewend aan het idee dat ik daar rondliep, dat ze steeds dichterbij kwam. Toen ik de planten de grond aan het inwerken was, maakte ze dankbaar gebruik van de omwoelde aarde en pikte uit dat gemak haar graantjes mee. Alle werkzaamheden werden in het logboek gememoreerd. De grote waxinelichten aan, want het begon al te schemeren en voor de gezelligheid. De bollen konden later in de week gepoot worden.

Op de terugweg was de overbuur bezig met het schilderen van zijn nieuwe blauwe huisje. Het had cachet, want aan de voorkant was het net of het een overhemd met opengeslagen revers aan had. Hij lachte breed bij die vergelijking en zei dat hij de ‘stropdas’, een blauwe streep dwars door het midden, dan weg zou schilderen, want hij hield niet van stropdassen. Wat een opmerking al niet vermag.

Het inktoberwoord voor vandaag was ‘dig’. Er stond niets anders op het netvliies, dan waar ik de hele middag mee bezig was geweest, dus kwam er een ietwat mislukte schepel, een wachtend plantje en rulle aarde. Beetje onduidelijk, bleek naderhand. Meer zat er niet in. Vermoeidheid dirigeerde me naar boven.

De wijzers van de klok zijn een uur teruggedraaid, ergo, om drie uur klaarwakker met het volgen van het vertrouwde bioritme. Pas nu, om zeven uur begint het buiten te gloren, vrij donkergrijs door de voorspelde regenachtige dag. Ik had gehoopt dat het vroeger licht zou zijn. Karige winst dus. Nu mijn gedachten weer in het gareel lopen, lukt het misschien wel om Klaas Vaak nog een keer te porren, een uurtje zand te strooien. Wie weet, hoe een koe een haas vangt.

Uncategorized

Nieuwe hoop

De nacht bleef hangen in gedachten. Wakker, slaapverwekkende puzzel, ingraven in de kussens, nog een slaapverwekkende puzzel, gewoel om op een andere zijde te komen en geen schapen maar beren op de weg. Alles in een vierdubbele herhaling. ‘Zit de milieupas nog wel in mijn jaszak naast mijn fototoestel, die ik er, tijdens de wandeling gisteren, zo vaak heb uitgehaald, net weer opnieuw opgestuurd gekregen’. ‘Ben ik te voorzichtig in deze opwaartse virusgang.’ ‘Kinderen, die ik al een tijdje niet heb gezien, die voorbij komen.’ ‘Knuffels die ik mis.‘ Het resulteerde uiteindelijk in een droom over de kringloop, een enorme, waar ik aan het werk was en niets opschoot en drie ratten in de gang voor mijn voeten wegschoten. Warrig wakker worden, de natuur in een dikke grijze deken door het raam. Een late koffie en de krant.

Die wandeling was met de zussen. Zij hadden vooraf geluncht bij een van hen, maar ik wilde nog niet naar binnen met het oplopen van de besmetting. Ook na afloop gingen zij boven borrelen en koos ik wijsheid en eieren voor mijn geld. De wandeling was heerlijk, de broodnodige beweging.

Het gebied, de Kooikersplas bij Houten, was mooi. Daarachter lag het park Nieuw Wulven grenzend aan de weilanden en stoppelvelden tussen Houten en Bunnik, waardoor het een hele landelijke uitstraling kreeg. Prachtige herfstpaletten trokken voorbij, rietkragen met kleurrijke bomenrijen, oude boomstammen met elfenbanken, sommige inktzwart uitgeslagen, versteende uitwassen tussen de stammen in.

Verderop een geschubde inktzwam. Hoog in de top zat kraai en hield angstvallig een torenvalk in het vizier, die bij naderbij komen hoger opvloog naar een lantaarnpaal. Safety first, zal hij gedacht hebben.

Aan het eind een witte reiger stapvoets tusssen het riet en wollige witte en bruine schapen met hun dikke vachten in het gras. Vredige herfsttaferelen. Zon probeerde het nog even, maar kwam niet door het wolkendek heen. Wel bracht ze in de lucht een natuurlijke lichtheid.

Thuis op de bank inktoberde ik, terwijl ik de zussen aan de borrel wist en vierde het met hen mee, met een bonne blanc. Toch een beetje feest. Virus vroeg bij uitstek erom, zelf de slingers van het feest op te hangen. De opdracht voor de tekeningen van eergisteren was ‘Chef’. Dat werd een ‘Chief’ en voor die van gisteren ‘Rip/scheur’ koos ik het scheuren van mijn oude lakens tot verfdoekjes..

Dochterlief wipte vanmorgen even aan vanuit de zwemles van kleinzoon drie. Een thee, twee boeken en wat fruit later gingen ze weer. Zwemmen met kleren aan en door een ring duiken was makkie, gewoon even zo en zo, twee maaiende armen door de lucht, een olijke grijns op zijn toet, maar alleen naar de gang lopen om je jas te halen, was toch een beetje spannend, door het schilderij van de man met de doordringende blik, die in die hoek hing. Het leven is spitsroeden lopen, achter elke bocht ligt het ongewisse.

Het weer klaart op. Dan wacht de tuin. de laatste brandnetels eruit, nog wat snoeien aan de al kale vlier. Niet teveel maar gewoon, lekker bezig en de conditie opbouwen, want bij de wandeling gisteren moest ik toch echt aardig wat uitpuffen tussendoor. Iedere dag een wandeling of een fietstocht schrijf de wonderdokter in mij me voor, nu de fysiotherapie langer mijl op zeven is met deze tweede golf. En voor de voeding van het broodnodige verlangen bloembollen kopen, Allium, Scylla en Blauwe druif, een gelofte om het nieuwe jaar te starten met nieuwe Hoop.

Uncategorized

Hernieuwd elan

Terugkijken van eerdere uitzendingen van Het Uur van de Wolf levert grote voordelen op als je de schone kunsten moet missen. Zo kwam ik na een speurtochtje op een documentaire in close-up van Ursula von Rydingsvard. Deze vrouw maakt immens grote sculpturen van hout, brons en andere materialen.

https://www.2doc.nl/documentaires/series/close-up/2020/ursula-von-Rydingsvard.html

Zo bescheiden en frêle als ze is, zo imposant en overweldigend zijn de beelden en installaties die ze maakt, samen met een team van mensen, met grote liefde voor haar ideeën en met respect naar en voor elkaar als een grote familie. Het verhaal erachter van de kleine Poolse immigrante, een oorlogskind, die met haar jeugdherinneringen als een deken om haar heen, met ijzeren doorzettingsvermogen haar weg in het leven en de kunst heeft gevonden, houd me in de greep vanaf de eerste seconde.

Naarmate de reportage vordert en je haar bezig ziet, vraag je je af hoe het haar lukt om zo groot te denken. Ze beschrijft dat ze als vluchtelingen in een opvangkamp voor ontheemden terecht kwamen in Duitsland. Ze sliep op een springveren bed, die eigenlijk voor soldaten was en alles om haar heen, vloeren, wanden, het plafond waren van hout. Tegen het hout kroop ze aan als ze verdrietig was of ging slapen. Het was grof timmerwerk zonder opsmuk of poespas, dat ze kon ruiken en voelen. Die geur van het hout betekende veiligheid en geborgenheid temidden van een ontheemde wereld. Daarnaast noemt ze de drift van haar vader en zijn woedeuitbarstingen. Eenzelfde woede, die zij heeft weten om te buigen tot een kracht om er mee aan het werk te gaan.

Je ziet haar aan het werk en daarmee wordt ze net zo imposant als haar creaties. De liefde en de kracht, het doorzettingsvermogen zorgen ervoor dat het ondenkbare denkbaar wordt. Er wordt uitgelegd hoe ze, bij een bezoek aan Polen, vormen terug vindt in de natuur, die ze gebruikt heeft voor haar beelden, maar nog nooit eerder aanschouwd heeft. Het zijn haar wortels of misschien wel de onbewuste herinneringen die diep in haar liggen opgeslagen. Een korenschoof, een hulpmiddel bij de was vroeger, de glooiende velden van Polen. Ze noemt de natuur ‘My native teacher’. Ze maakt haar niet na, maar is op zoek naar datgene wat bijvoorbeeld in een wolk zit, dat van belang is bij wat je zelf nodig hebt. ‘Natuur valt niet na te maken, omdat ze zo complex is, dat haar oppervlakken en texturen’ ,die ze maakt ‘nog geen schim van de werkelijkheid zijn‘. ze gebruikt verschillende elementen, bewust of onbewust, en ‘die weef je aan elkaar tot een min of meer abstract geheel’. Ze geeft aan een heel te hebben aan het woord schoonheid, omdat niemand weet wat het inhoudt en ieder er zijn eigen invulling aangeeft. Maar daar reageert haar man op. Hij was juist ‘gevallen voor haar schoonheid’ vertelde hij. Ze schoten in de lach. Je voelde de liefde en verbondenheid tussen die twee.

Ze blijft voortdurend in ontwikkeling. Ze experimenteert naast het cederhout met allerhande materialen, vilt, textiel, klei, ijzer en later ook brons. Altijd wordt het indrukwekkend en groots terwijl ze zelf, als alleenstaande moeder min New York haar bestaan eigenhandig vorm geeft op een zelfde wijze. Van niets, stap voor stap met een ijzeren doorzettingsvermogen en een onuitblusbare passie, waarbij je niet anders dan grote bewondering kan voelen voor deze vrouw. Wat een prachtige docu van Daniël Traub.

Er zijn meer interessante docu’s die ik nog niet gezien heb. Iedere dag een zo’n vitamine van schoonheid, hoop en verlangen levert de broodnodige inspiratie en daarmee hernieuwd elan.

Uncategorized

Wat rest is stilte

Ineens ging vanmorgen buiten het licht aan en zette de onderkant van de boom in de grandeur van een zomer. Na het grauwste grauw van gisterenmorgen was dit een aanlokkelijke aanzet tot haast. Dat was gisteren wel anders.

Toen de regen gestaag bleef vallen zat er niets anders op dan de gemiste uitzending van Volle Zalen terug te kijken. Cornald Maas opent in deze serie de deuren achter de coulissen en ontmoet de makers achter de voorstellingen. Afgelopen zondag was Jeroen van Merwijk aan de beurt. Eigenaardig. Mijn hele leven ken ik zijn naam al, sommige teksten van zijn liedjes, die hij voor anderen geschreven heeft, kan ik oplepelen, maar een beeld van de man had ik niet.

Hij weet het. Hij maakt al veertig jaar lang de mooiste dingen en toch is hij niet bekend bij het grote publiek. Heeft het met charisma te maken? Toch is het een innemende verteller en heeft hij een prachtige gebeeldhouwde kop. We rijden met Cornald mee en route naar Frankrijk. Voor mijn gevoel zoef ik op dat moment in mijn kleine Renault vier met hem mee door dat landschap, dat ik zo mis. Wat heerlijk om daar weer te zijn. Van Merwijk woont er met zijn vrouw in een verbouwde smederij. Het huis ademt alles wat Frankrijk is. Het glooiende landschap, de ruimte, de stilte, de rust en die sympathieke, maar bij tijd en wijle cynische, kleinkunstenaar, die nuchter vaststelde, dat dankzij de kanker zijn naam een gezicht kreeg.

https://www.npostart.nl/volle-zalen/20-10-2020/AT_2151410

Ik ben verbaasd over de indruk die hij maakt. Ontspannen en onberispelijk gekleed in combinaties van Chino’s met overhemden, die zijn gevoel voor kleur onderstrepen, een trui nonchalant om de schouders geslagen, de zilverwitte haren en zijn onwaarschijnlijk blauwe doordringende ogen, waar soms een kleine glinstering in blinkt. Vooral als het over schilderkunst gaat, veert hij op. We zien hem aan het werk. Doeken vol met eindeloos geduld laat hij zien en voorstudies. Nauwgezet zet hij streepjes, vult ruimtes, maakt voorstellingen, vat zinnen in een eigen wereld van verbeelding. Hetzelfde werk zet hij voort in de keramische vazen. Uitgesproken heldere kleurstellingen, harmonieuze vormen.

Het gemak waarmee hij zijn aankomende dood beziet is al net zo uitgetekend. Hij heeft het geaccepteerd, een mooi leven gehad en het enige wat hij naar vindt, is dat hij de nabestaanden opzadelt met een gemis. Zijn vrouw, zijn tweelingbroer, zijn oude moeder. Een altruïstische gedachte.

Hij vertelt over het onbekend blijven bij het grote publiek. Iemand die hem met Harry Jekkers op het podium in korte schetsen niet had gezien en Harry wel ophemelde. Twee uur lang tegen iemand aan zitten kijken en dan nog niet herkend worden, kan dat. Dat kan, maar wat is daar dan de beweegreden voor. Hij heeft genoeg charisma. Als je zijn teksten hoort of leest ben je onder de indruk. Zijn passie is het schilderen, maar voor mij is hij de man van het woord. Als hij de cabaretier en de schilder naast de lat legt, komt hij tot de conclusie dat de cabaretier iemand is die de boel maar een beetje onbeholpen aan elkaar praat, een makkelijk vak, maar schilderen is de passie. Later spreekt hij zich toch tegen, als hij vertelt hoeveel je moet geven om met de zaal te kunnen weven.

Hij legt uit dat hij liever zolang mogelijk daar in zijn atelier blijft, zodat hij niet hoeft te stoppen met schilderen, maar ook dat hij wil sterven tussen zijn dierbaren in Nederland.Zijn vrouw komt af en toe in beeld. Liefdevolle aanrakingen. Jeroen van Merwijk, bescheiden, nuchter, lichte zelfspot weet wat waardig afscheid nemen is. Cornald verstaat het om liefdevol te volgen, stelt de juiste vragen. Af en toe lopen ze, tijdens een gesprek, een stukje door het landschap. Twee mannen, twee werelden. Wat een integer portret.

Buiten schijnt de zon. Vriendinlief heeft net een bliksembezoek afgelegd, wat me een beetje door het hoofd was geschoten. Tuinbloemenboeketje in de vaas gezet, theeperikelen uitgewisseld, liefde gevoeld, gemis aan knuffies getoond. Ze is weer weg. Buiten zingt een kind ‘Ei ei, ei en ik ben zo blij’. Wat rest is stilte.

Uncategorized

Een Koninklijk slotakkoord

De staafmixer ontbrak. Ooit doorgebrand en niet meer vervangen, het gladde mengsel in de ban. Dat betekende dat de pompoensoep een dikke variant zou worden. Een Indiase Dahl van rode linzen en pompoen geserveerd met parathas, een soort flensje van bloem, water en zout. De flessenpompoen van de buurvrouw leverde vruchtvlees voor een gaarkeuken en mijn pannen waren niet meer groot genoeg om alles te bereiden.

Het weer was er naar. Een koude wind maakte het de oproep thuis te blijven niet te moelijk. Lekker aankeutelen is het leukste om te doen. Kokkerellen een uitstekend tijdverdrijf. Huilen bij de uien, pepertje, vijf partjen knoflook kneuzen en snijden, gember raspen, koriander en komijnpoeder in een schaaltje, bouillon, blik tomaat in blokjes, de rode linzen en de geschilde pompoen in stukjes. Alles stond klaar in schaaltjes en het kon achter elkaar de pan in om daarna een uur te stoven. In de tussentijd diepten de parathas beelden van het verleden op, toen de Indiase keuken nog tot de normale gang van zaken behoorde. Zo verfijnd met haar smaken, speciaal voor vegetariërs en veganisten, rijk aan alle stoffen, die nodig waren bij een maaltijd zonder dierlijke eiwitten. We hadden de plantaardige revolutie allang omarmd. Zo, de finishing touch met korianderblad en peterselie, weliswaar in gedroogde vorm, omdat de verse niet binnen handbereik was, maar dat mocht de pret niet drukken. Zonen smulden ervan en wonder boven wonder was de pan leeg op een bakje na voor de volgende dag. Maar het was ook de hemel in een pannetje.

Inktober ‘dizzy’, had me naar het gelijknamige nummer van Tommy Roe gebracht, een zoetgevooisd nummer uit 1969. Een tollend hoofd. Voor de tweede opdracht ‘Coral’ wist ik onmiddellijk dat het de bloedkoralen ketting van een Arnemuidense zou worden en terwijl de pompoen zachter en zachter werd en heerlijke geuren de kamer overnamen, kwamen de twee afbeeldingen in de gebruikelijke snelle schetsen op papier. We zaten al ruim over de helft en ik had nog geen dag overgeslagen. Zo’n lockdown, geheel of gedeeltelijk, was toch nog ergens goed voor. Kaarsjes aan, wat extra warmte, sloffen en een huisvest, kruidige Dahl op het vuur, herfstig knus.

Buiten regent het op het ogenblik pijpestelen. Pluis ligt tegen mijn benen aangekruld. Eigenlijk zou ik even naar de tuin moeten, maar de moed is in mijn sloffen gezakt. Morgen geeft het weerbericht zon.

In de krant een droevig relaas van iemand die op haar bank overleden was en zes weken onopgemerkt bleef. Het was een verslag uit de reeks ‘Poule des doods’, waarin Joris van Casteren verslag doet van zijn ervaringen bij het begeleiden van eenzame uitvaarten. Stuk voor stuk trieste gevallen. Mooi werk, dat eigenlijk niet nodig zou moeten zijn. Er is altijd een dichter bij, die een persoonlijk gedicht schrijft. Minieme aandacht wordt samengebracht met de identiteit en daarmee staat het leven geboekstaafd, hoeft iemand niet naamloos ten onder te gaan. De pastelkleurige illustratie van Merel Corduwener geeft een vermoedelijk beeld van de overledene . Het hok van haar cavia staat in het zicht. Ook het arme beestje had het niet overleefd.

De stank in het portiek van de flat was ondraaglijk, dus de kamer werd geruimd voordat de speurtocht naar haar identiteit was opgelost. Dat er protocollen voor waren wist men niet.

Oorspronkelijk kwam de vrouw uit Zwitserland en was gebrouilleerd met haar enige broer. De ouders waren overleden. Zwitserse componisten werden ten gehore gebracht bij de eenzame begrafenis, als laatste werd het nummer ‘Pavanne, Couleur du temps’ van Frank Martin gekozen. Een Pavane is een oud Italiaans/Spaanse dans, een statig schrijden, hofwaardig. De gedragen klanken begeleiden de kist. Fijn en waardevol dat dit mogelijk is. Ze verglijdt alsnog in een koningklijk slotakkoord.

Uncategorized

Om te omarmen

Mijn fototoestel heeft de kuierlatten genomen. Nergens te vinden. Ik heb een vermoeden waar ze is weggekropen. Op een fantastische plek, die ik gisteren nota bene zelf had bedacht. In de bovenste plooi van de kap van de kinderwagen van kleinzoon 6. Omdat spullen die verdwenen zijn de gemoederen tot op hoog niveau gevangen kunnen houden, appte ik zoonlief met een ontkenning als gevolg. Niet gezien. Het malen in de bovenkamer begon weer. Daar zit ie klem, dat toestel. Pas als de kap geopend wordt, rolt ze eruit.

Buiten zingt een elektrische zaag met een aanhoudend gehuil dat door merg en been dringt. Een passende serenade voor het gepijnigd hoofd. ‘Kalmte zal U redden’, zoemt oma door de verscheurende klanken. ‘Geen zorgen voor de dag van morgen’, neuriet mijn moeder er dwars doorheen. ‘Heilige Antonius, beste vrind, zorg dat ik mijn fototoestel vind’, diep ik op uit mijn jeugdherinneringen. En Antonius helpt altijd, maar nu nog even niet. We zijn immers niet op de plaats van het delict. Ik besluit alle raad op te volgen. Nu eindelijk die straatmuziek verstomd is, is er ineens ruimte voor andere dingen.

Het woord voor #inktober2020, dag 19 is ‘Dizzy’. Ik zag zweefmolens voorbij komen, rondtollende kinderen met de armen wijd en grote ronde kermislollies met een spiraal, maar ook de ogen van Dagobert Duck als hij een duik neemt in het goud. Er kwam nog niets uit handen. Ik bewaar de ideeën voor vandaag.

In het fototoestel zitten de prachtige beelden van mijn wandeling met kleinzoon 6 langs het kanaal en door het julianapark. Dat zelfde Julianapark waar mijn dribbelvoetjes ooit nog eens hebben rondgelopen.

213

Om te dichten, dat belangrijke deel van onze natuurbeleving in de jaren vijftig. Beer: Niet ouder dan een jaar of vijf/een warme dag, een knarsend hek/de wandeling door knerpend grint/oneindig opgetogen hem te zien/de Beer met water uit zijn bek/het gladde ronde steen/onze kleine armen erom heen/ze kletsen hem liefkozend in zijn nek/Julianapark/Kinderplek.

Uit het archief: Herfst in het Julianapark

Vandaag kwam er geen water uit de bek van de beer en stond hij roerloos middenin de oude speeltuin, nog steeds vertrouwd. Op een bankje bij het hertenpark kon ik in alle rust kleinzoon van brood voorzien. Ik waagde een keer niet het vorkje te gebruiken en daar beet hij met zijn vlijmscherpe melktandjes in mijn vinger. Eigengereide oma’s krijgen hun trekken vanzelf thuis.

Daarvoor waren we over het industrieterrein gewandeld, langs het kanaal. Er gleden imposante vrachtschepen statig voorbij. Het klotsen en walsen van het water ontlokte gebrabbel, evenals de hoentjes die al klokkend vrij liepen. Het schelle gekukel van de haan vlakbij, leverde een schrikreactie op. Het huis van dochterlief, aan een verbouwing onderhevig, was aan de voorkant dichtgetimmerd. Een glimp had wel leuk geweest, maar des te groter wordt de verrassing. Na een stief uur waren we weer thuis met 5,6 kilometer in de benen en onderweg geen onvertogen protest. Al met al een gemoedelijk ritje.

Terug naar huis nog even wat nieuwe tekenpennen bemachtigen. Gezegend zijn zij die voor het geluk geboren zijn. Bij de boekhandel waren alle artikelen van het bepaalde merk in de aanbieding. Twee pakjes Micron fineliners en voor het uitgespaarde geld een zwart schetsboek en witte gelpennen. Je mag jezelf af en toe kietelen.

Even wennen

Op de bank met een voldaan gevoel. Nieuw experiment, er is niets leuker. Een schetsje van kleinzoon in zijn wagentje. Wel even wennen met het andersom denken, net als bij het etsen, maar gezellig om uit te proberen terwijl Frank Boeijen langs komt fietsen: ‘Denk niet wit, denk niet zwart, denk niet zwart/wit, maar in de kleur van je hart’. Om te omarmen.

Uncategorized

Toen was de koek op

Herfst vangen aan de Singel, dat leek me een goed plan. De ochtend was van zondagsrust, zoals het betaamt. Serene stilte hing onder de daken. De lucht was helder, de zon scheen en de bomen die zich opmaakten voor het seizoen, filterden het ochtendlicht. Ze viel in spikkels naar beneden, een vrije vertaling van het Lied van Acda en De Munnik. ‘En het regent , regent zonnestralen’. Dus bleef dat lied de hele weg lang in mijn hoofd verankerd zitten en was voorlopig niet van plan om de woorden weer te laten gaan.

Gratis en voor niets liet ik de kleine blauwe achter in de Pasteurstraat. Door de nieuwbouwflat heen waren vensters van roodbruin blad te zien, als natuurlijke schilderijen ingekaderd. Prachtige doorkijkjes. Hier lagen mijn voetstappen van lang geleden op het oude Azu-terrein rechts van me. Vanaf het loopbruggetje over de Singel heen liet het markante gebouw zich bewonderen. Ze herbergde nu luxueuze appartementen voor een onbetaalbare prijs. Schuin tegenover dat kippebruggetje bevond zich de tweede steeg van de zeven steegies. Piepkleine huizen, vroeger van de armenzorg en nu grotendeels jong en oud door elkaar.

De Geertehof had onder het gebeier van haar kerkklokken een zondagskleed aangetrokken en strooide lustig met haar roodbruine confetti, waardoor de grond knisperde onder de voeten. Heerlijk spel. Alle bladeren op een hoop en er dan door heen dwarrelen, al schoppend met je schoenpunten, zodat het loof voor je uit stoof in een golvende beweging. Een zee van bladeren.

De straten waren een stuk stiller hier. Af en toe schoot een fietser voorbij. Bij het Andreashofje stond de tijd stil, aan de ene kant aangepaste nieuwbouw, aan de overkant de oude gepleisterde huisjes en een weelderige hof in het midden.Een perfecte entourage voor deze mooie dag. Tussen de uitbundige herfstbloei ontwaarde ik twee aandoenlijke vogeltjes van keramiek. Een van koningklijke bloede, aan haar kroontje te zien.

een klein konininnetje van keramiek

Op de hoek van een huis waren twee vrouwen de kozijnen aan het verven. Mijn verlangen naar wonen in de binnenstad deelde zich met hen. Nauwelijks verloop, dus weinig kans op zo’n plekje binnenstad. De ingang van het hofje lag aan de Andreasstraat en de uitgang kwam weer op de Singel uit. Daar werd het steeds drukker.Restaurants en café’s waren dicht, dan de natuur maar, leek de tendens.

In het gras streken een man en een vrouw neer, ontrolden een yogamatje en begonnen met een warming-up. De gelegenheid bij uitstek voor een paar snelle schetsen. Hele snelle, want ze wisselden om de tien tellen van houding. Iets verderop zaten twee jonge mensen op een bankje te roken. Een derde stond ernaast, ze hadden muziek op, niet luid, maar toch een stoorzender. Ik bleef op het wandelpaadje dat boven de singelrand uittorende. Een goed overzicht om onbespied te tekenen.

De weg terug was nagenoeg gelijk. Het wandelpad langs het water was veel te druk. Liever de luwte van de oude stad. Ik spotte een nog bloeiende kamperfoelie en de laatste passiebloem in een stadstuintje. Tegel eruit, plant erin.

Thuis #inktoberde ik nog even door. Storm en Trap/val waren de twee opdrachten. Onder het tekenen luisterde ik naar Arjen Lubach, keek een filmp en toen was de koek op.

Storm
Trap
Uncategorized

Een waardig besluit

De dames schaap aan de overkant van de sloot zwegen in alle talen, toen ik langs kwam stiefelen om de moeten in het gras te ontwijken die zich met water hadden gevuld. Nieuwsgierig keken ze naar mijn potsierlijke verrichtingen en de een na de ander schoof dichterbij. Hun blikken leken bedachtzaam. De tuinen achteraan waren allen verlaten. Er hing een herfstige stilte over het weiland. Nadat ik de ijdele moed had opgevat toch voor het kortwieken van de vlier te gaan, voelde het nu als een overwinning op mijn passiviteit van de laatste dagen.

Al snel had ik drie grote takken eruit gezaagd en het viel wonderwel mee. Ze lagen naast het atelier. Eerst ruimen voor ik aan een volgende begin, dacht ik. Kort knippen en zakken vullen, dat was het idee. Die zou ik volgende week pas meenemen als de stort weer open was, dan kon het op de groenhoop. Het was fijn om zo bezig te zijn. Het weer was ideaal, niet te warm, niet te koud. De grote kniptang was een uitkomst. Voorheen had ik alles met de kleine snoeischaar gedaan, maar dit was het grovere werk.

Achterbuuf was er met haar dochter. Tijd voor een praatje over de heg. Wederwaardigheden uitgewisseld, virusbevindingen gedeeld en kleinkinderen in woorden gevangen. Daarna was het tijd om het gras voor de laatste keer te maaien. Moeizaam werk, want het veen was zompig en het gras net iets te hoog. Tussendoor dook ik op mijn stoelen her en der om uit te puffen. Een adembenemend werkje. Roodborst en winterkoning kwamen nieuwsgierig kijken.

Tussendoor spotte ik ook de laatbloeiers. Witte en paarse herfstasters, lobularia, verbena, schurftkruid, slaapmuts, geranium, de Japanse anemonen, de fijnstraal madelief, zeepkruid en de prachtige oost-indische kers. Best veel nog, deze dapperen. De achterbuuf en de oude hadden hun tuin vol met dahlia’s staan, die zorgden voor een overdaad aan bloemen. Ik ben niet op alle dahlia’s gek en de knollen die ik in het voorjaar in de grond had gezet, overgebleven van het jaar daarvoor, waren niet uitgekomen. De appelboom had nog wat wormstekige appels voor de liefhebbers onder het vliegvolk. Roodborst en pimpelmees vierden feest met het zoete zachte spul en af en toe ondanks de kou, vloog er ook een verdwaalde wesp.

Na gedane arbeid was het zoet rusten, maar eerst moest de grasmaaier goed schoon het kot in. Het was de laatste maaibeurt van dit seizoen geweest. Met een stok krabde ik de grote plakken gras om en van het mes weg, hees het gevaarte het schuurtje in en gooide het gras tussen de struiken rond de vlier. Met muntwater in de hand zag ik hoe de zon te voorschijn piepte en de tuin van een herfstkleed voorzag, rijker van kleur, vredig ook. Ik tekende het stukje tuin met de engel en de verbena, het blad van de vrouwenmantel, met aquarel in herfsttooi zag het er al gauw gelijkend uit. De foto vergat ik te nemen. Roodborst kon ik door het raam vangen met het toestel. Ze liet zich nog niet zo bewonderen, daar was meer tijd en gewenning voor nodig.

Zoonlief belde een oppasdate door en dochterlief overbrugde de quarantaine in het bospark met een lekker lang gesprek. Kleinzoon 1 en 2 zijn er zeker van dat het verdwenen virusje uit mijn verhaal in Zuid-Holland is. Daar kleurt de landkaart immers dieprood. Dus misschien toch aan zee. Wie zal het zeggen.

Terug ving ik een glimp van zonsondergang in de sloot. Een waardig besluit.

Uncategorized

Ze houden elkaar in evenwicht

Pluis komt eens kijken en bedelen om aandacht. Ze houdt met een lodderoog in de gaten of de kauwtjes nog in de boom zitten. Eerder op de ochtend schetterden ekster en kauw tegen elkaar op. Kennelijk zaten ze in elkaars vaarwater. Nu zit ze vlakbij het toetsenbord en kijkt naar de vingers die over de toetsen dansen.

Het eerste deel van het oma-journaal is eruit. Virus blijkt te zijn weggegaan maar waarheen, dat is het grote mysterie. Addertje onder het gras meldde dat ze de laatste tijd klaagde over hoofdpijn door de vele auto’s die boven haar holletje denderden. De kleinkinderen mogen nu mee bedenken waar ze eventueel zou kunnen uithangen. Het was heerlijk om de stemmen weer te mogen doen, de slepende met een sissende -s- van Addertje onder het gras, de geaffecteerde resolute van Bepperd de Bofferd, de sniffende van Ko Nijn en de deftige bedaarde van Uil. Als ze eenmaal in je hoofd kruipen, gaan ze er nooit meer uit.

Gisterenmiddag was er de zon, maar ik deed alleen een snelle boodschap en terug langs de Lek. Het was prachtig, in duizend glinsterende stukken viel de zon in het water, de grote partijen watervogels stonden of lagen roerloos aan de kant, een buizerd viel boven het weiland een valk aan of andersom. Er was geen stopplaats op de drukkke tweebaansweg. Spijtig genoeg. Thuis stonden dag 15 en 16 van #inktober2020 op het program. ‘Outpost’ werd de vuurtoren van Lampje, de kaft van het boek van Annet Schaap en ‘Rocket’ werd Rocketman van Elton John. Snelle schetsen. De ingrediënten voor de pompoensoep waren nu in huis, maar de restjes van gisteren riepen om het kinderlijk eenvoudige. Opwarmen en nassen, daarna nog zeeën van tijd om een boek te pakken.

‘Niets menselijks is mij vreemd’. Deze zin schiet me te binnen bij het lezen van ‘De avond is Ongemak’van Marieke Lucas Rijneveld. Alles wat aan menselijke ongemakken bestaat, komt voorbij. Ze schrijft alles op en ik begrijp nu waarom sommige recensies het een boek vinden van ‘smerigheid’. Ze beschrijft even plastisch als bijvoorbeeld Wolkers, de dierlijke kanten van het bestaan. Het wonderlijke is dat de schrijfster zelf nog vrij jong is, maar een wereld schept die teruggrijpt op wat ik vijftig jaar geleden bedacht zou hebben, maar gelardeerd is met de bekende negentig-jaren begrippen als Yokidrink en Fristi. De friese doorlopers en groene zeep als middel voor een harde buik op onorthodoxe wijze toegediend door de vader, zijn daar een voorbeeld van en ook zijn belerende Bijbelse spreuken. Er zijn dus mensen die daadwerkelijk nog op deze manier in de wereld staan. Boerderijleven, het geloof, de onorthodoxe aanpak voor de kwalen, de dood van een broer zetten de tijd stil én de aandacht voor de opvoeding van de overgebleven drie kinderen. Tot nu toe een heftig en aangrijpend boek met gedachten die constant op zoek zijn om de situatie, dat liefdeloze koude in het huis, te doorbreken.

De bomen voor het raam beginnen aarzelend met hun eerste gele bladeren. Het zal niet lang meer duren of er zal een overkant te zien zijn. Vandaag is het tuindag, vindt de plannenmaker in mijn hoofd, maar ik moet moed verzamelen om te gaan zagen. De vlier achterin moet eraan. Daarna zou er een buurman van de buuf de abeel komen slechten en dan pas kan de Vijg erin op die plek. De wilgen mogen nog iets later. Het gesleep om alles opgeruimd te krijgen, werkt als mijl op zeven. Misschien moest er maar weer eens gevlochten worden, oude hekken vervangen voor nieuw, wie weet. We gaan het zien en beleven.

Pluis ligt nu weer kalm tegen me aan en speurt af en toe naar vliegbewegingen van kauw, om daarna weer weg te doezelen. Ze houden elkaar in evenwicht.