Ik kijk in het kleine witte pannetje. Nee, niet op een gasvlammetje met een plaatje erop, maar op mijn inductieplaat op standje twee. Tegen het ivoorwit steekt de rode wijn er contrasterend mooi bij af. Erin liggen 6 geschilde peren, nu nog geel. In het rode vocht drijven wat gekneusde kardamom-pitten, twee kruidnagels en 50 gram zoetigheid van het een of ander.
Ik bedenk hoe lang het geleden zou kunnen zijn dat ik zo’n plaatje voor het laatst op mijn netvlies heb gehad, en ik kan niets anders bedenken dan dat het in de Amandelstraat was. Een aluminium pan vol peren zonder de wijn, maar met tamelijk wat suiker. De peren kwamen uit onze eigen boom, clapsen dacht ik, hingen daar keihard te wezen, die door mijn moeder ingekookt werden tot ze boterzacht waren. Het werd compote. De Gieser Wildemannen mochten vuurrood en heel blijven De geur hing zwaar van zoetigheid in de keuken. Die geur had ik graag nog eens opgesnoven, maar ach…De herinnering eraan is ook goed.
Ik wandelde gisteren door ons bos en zag de peren liggen onder aan de boom. Er waren veel wormstekige exemplaren bij, die mochten blijven liggen voor de insecten, de vlinders en eventueel de reeën en het kleinere grut, maar de paar gave exemplaren verzamelde ik. Zes mooie groene peren in mijn sweater, die ik met een hand ophield tot een buidel, zodat ik ze daar in kon vervoeren.
Zo ontstond deze nostalgische kooksessie, net als van de week ineens de behoefte aan zuurkool spontaan opkwam. Het hangt samen met gemis en verlangen. Gisteren bij Masterchef had iemand een eliminatieronde overleefd omdat het schoteltje, dat hij de juryleden bracht, weliswaar geen haute cuisine was, maar hen nostalgisch troost schonk. Eten, als warmte, verbinding, omarmen, is heel wat waard.

Er is een appje van dochter met een foto van tante Pollewop die de allerlaatste Verkadebrief in haar handen houdt, een hartje in haar andere hand. De extra grote enveloppe is aangekomen, in totaal zijn er dertien enveloppen die kant opgegaan. Het was een heerlijk feest van schrijven en verkneukelen op verheugde gezichten met een vol Verkade-album als resultaat.
Lief is druk in de weer geweest, de laatste dagen, met een plek te maken voor het beeld wat in de maak is. Eerst dachten we het in de voortuin te zetten, maar daar is ze kwetsbaar voor de stormachtige wind, die hier zomaar uit het niets op kan steken. Nu heeft hij een oude ijzeren boerenkar die helemaal overwoekerd was, ergens uit een zijkant weggetrokken. Daar bleek een door hem aangelegd klein terras te liggen met een laag stenen muurtje en een rood-ijzeren wand erachter. Het is wederom een soort nis geworden met een hazelaar er boven. Het ziet er goed uit en het is een veilige plek door de beschutting van de muur. Vanuit het grote terras heb je er vrij zicht op. Het rode ijzer lijkt, met een beetje fantasie, op Cortenstaal. Dat is het niet en er moeten wat roestplekken bijgeschaafd worden, maar dat is dan ook alles.
Het is lekker zonnig vandaag en het belooft warmer te worden. De zomerkleren hoeven nog niet op reces. Zaterdag vertrekken we naar Novi Sad. Ook dan is heerlijk weer voorspeld. We hebben er zin in.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.