Lief is naar de Kisbolt gelopen voor een paar kleine boodschappen en eigenlijk ook om het voortbestaan van dit kleine winkeltje, de enige in dit dorp, te sponsoren.
De ochtend is gevuld met stemmen in die onbegrijpelijke taal, maar al wel met vertrouwde klanken en soms zelfs een woord, hele gesprekken voeren ze. Je zou ze met gemak een invulling kunnen geven op de wijze van hoe mijn moeder vroeger met haar buurvrouwen over de heg sprak. ‘Jij bent er vroeg bij’…’Ik moest wat boter halen, dat was op’…heb je Truus ook al gezien?’…Nee nog niet. Weet jij of de olieman al geweest is?’…Ik meen dat ik zijn auto voor het huis van de buren aan de overkant heb gezien’…’Ben je nog weg geweest gisteren’…Nee, het was veel te heet’…’Nou hè, volgende week wordt het gelukkig zo’n tien graden koeler’…‘Ja gelukkig wel’…‘Nou ik ga maar weer eens verder’…’Ja. De kippen wachten op hun voer’…‘Viszlat’…’ Viszlat’.
De buurman zwiept zijn waarschuwingen de lucht in. Ze zijn kennelijk bedoeld voor zijn zoon. Zulks gebeurt doorgaans op orkaansterkte. De rust, die altijd tussen de vriendelijke huizen rondom ons heen hing, is met de komst van dit gezin aanmerkelijk verstoord. Het is leven in de brouwerij, maar is het wenselijk, moet je je afvragen.
Gisteren heb ik mug eens uitgebreid bestudeerd. In de avond is het vaste ‘prik’, vlak voor de koelte binnenvalt en alles klammig aan voelt, dansen ze hun onbegrijpelijke wegen om de vampier uit te hangen ten koste van ons. Ze zijn zwart en wit. Het zijn, naar ik al vermoedde, Aziatische tijgermuggen met hun gestreepte velletje. Ze komen tegenwoordig overal voor. De warmte van de afgelopen weken zorgt ervoor dat ze zich sans scrupules voortbewegen en steken waar maar gestoken kan worden. Ze zijn nog slim ook en snappen het precies als je tot de aanval overgaat. Negeren en goed mikken zijn de opties, want met het tegengif dat gespoten wordt, zijn de bijen ook het haasje.
Dochterlief is met haar kroost aan de tweede dag van de reis begonnen. De jongens kunnen in de ochtend nog lekker een tukkie doen. Schone zoon heeft gehoord dat de ANWB een ambulance heeft geregeld om hem zaterdag naar het vliegveld te brengen, dus als alles mee zit, zijn ze ongeveer tegelijk thuis en hoeft zijn vader niet uit Frankrijk te komen om hem op te vangen. Dochterlief heeft kennelijk de genen van haar moeder en rijdt er lustig op los. Een herontdekking, omdat manlief meestal het stuur in handen heeft. Alles volgens het principe dat Pippi langkous met verve hanteert: ‘Ik heb het nog nooit geprobeerd, dus ik denk dat ik het wel kan’, waarna ze daar achteraan dan vervolgens de meest woeste capriolen uithaalt.

Ik lees stukken uit ‘Brieven aan Miyo’ van Martin Bootsma. Het gaat over hoe je het lezen zou kunnen bevorderen als leerkracht en met name wordt het lezen van de leerkracht zelf ook aangeraden. Zien lezen doet immers lezen. Door jeugdliteratuur te lezen val je van het ene boek in het andere. Bovendien vergroot je je kennis. Enige voorkennis over de klassiekers en die ook te gaan lezen met de kinderen draagt bij tot diepere bindingen en een levendige leeromgeving. Door zijn boeiende relaas in de brieven aan zijn stagiaire Miyo te lezen, zet het mij onder andere aan om de jeugdboeken die ik nog niet gelezen heb als ‘Luisterboek’ aan te schaffen, Koken voor de Keizer van Marloes Morshuis onder andere, om in de middag onder de vijgenboom of de walnoot te kunnen mijmeren met een verhaal mee, waar je niets voor hoeft te doen. Lief zou, én over het verhaal én over het nieuwe concept, zeggen: ‘Het valt je toe’.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.