Overpeinzingen

Dit boeiende en opzwepende werk

Er valt siroop te maken van de Hibiscusbloemen. Nu moet je weten dat er hier in bijna elk grond of tuin wel een of meerdere hibiscussen staan. In de Hoff staan er zowel paarse als witte soorten. Ik herinner me de geur niet meer precies, maar weet dat ze zo’n heerlijke bloemengeur hadden. Natuurlijk is die siroop een overweging waard.

Kleinzoon heeft zijn eerste introductieweek, of nou ja, drie dagen, in Amsterdam. In het weekend noemde hij nog even dat hij die maandag een tentje nodig had. Gelukkig hebben we een grote familie en mensen met bejaarde skeltertjes. Op de valreep kon alles nog geregeld worden. De telefoons moesten worden ingeleverd bij de organisatie. Slim. Er is op die manier veel aandacht voor de intro en voor elkaar, maar arme dochter en schone zoon hebben nog niets gehoord. Mijn moeder zei in zo’n geval: ‘Geen bericht is goed bericht.’ Dat moest je wel geloven in de tijd dat er alleen nog maar draadtelefoon was en pubers zes weken gingen trekken in het buitenland, zoals Lief en ik in Spanje en later in Denemarken en Zweden en dat alles in de roerige jaren ‘70.

De kwetsen zijn rijp, schreef ik al. Nu ken ik een recept van zo’n dertig jaar geleden. Perzische Koresht-e-Aloo, een pruimenstoof met rundvlees. Dat is een uitdaging op zich. Het is heerlijk, mits goed bereid. Morgen maar eens een poging wagen en dan opdienen met de Perzische Tahdig, die heerlijke geurende rijst.

Vanmorgen zat er een middelgroot grijs vogeltje met een uitzonderlijk lange staart voor zijn omvang en met rode ogen op de oprit. Ze deed zich naarstig tegoed aan de kleinste kruimeltjes. We hebben het opgezocht want we hadden er nog nooit zo een gezien. Het bleek een diamantduifje te zijn, een vrouwtje. De kleinste duif die er is en die in Australië in het wild voorkomt maar hier kennelijk alleen in vogelparken en volières wordt gehouden. Hij was er inmiddels al weer van tussen. Toch heel bijzonder.

Schone dochter heeft de tentoonstelling ‘Mahina Maluku’ georganiseerd in Huis Kernhem in Ede. Ze loopt van 22 augustus tot 6 september. Huize Kernhem is elk weekend geopend. Het is bedoelt om de Molukse vrouwen te eren die de culturele en emotionele spil van de gemeenschap vormen. Er zijn werken te zien van 8 Molukse kunstenaars en fotografen, allen vrouwen, en het geheel maakt deel uit van het bredere festival Katong Maluku. Dat doet ze dan toch maar tussen alle bedrijven door. Respect voor de lieverd.

Vanmiddag moest ik op zoek naar de muziek onder een modern balletstuk annex operette, waarvan ik een flard op de Socials had gezien en dat me zo aansprak. Ik herkende de klassieke muziek, maar wist de naam niet meer. Het was zoeken naar een speld in de hooiberg, maar met veel doorzettingsvermogen en onverzettelijkheid zijn we er samen in ieder geval achter welke muziek er onder was gezet. Het was de Cantate ‘O Fortuna’ het slotdeel van de Carmina Burana van Carl Orff dat in 1937 in premiere ging en waar ik helemaal weg van ben, maar van wie de titel en naam was blijven steken achter een van de stoffige deurtjes van mijn al wat getaande geheugen. Nu moet ik nog achter de naam van het balletgezelschap komen. Eerst maar genieten van dit hervonden boeiende en opzwepende werk.

Overpeinzingen

Wel zo makkelijk

Of ik een tatoeage wil, vraagt WordPress. Zeker niet. Waarom is me eigenlijk niet duidelijk. Ik vind ze vaak mooi, al hou ik vooral van de eenvoudige bescheiden tekeningen, die een bepaalde boodschap uitdragen. Maar op mijn eigen velletje, nou nee, daar heb ik niet zo’n behoefte aan. Mijn ideeën verpak ik wel met grote regelmaat in allegorieën. De gierzwaluw voor mijn lieve vriendin, de natuur voor mijn moeder, de adelaar voor de vader van de kinderen, een merel die altijd bij je is, kan er zomaar een worden.

Als je gewend ben om te verzinnebeelden, gaat het op een gegeven moment vanzelf. Op de een of andere manier geeft het troost bij de verwerking van de rouw. Een vlinder die om je heen blijft fladderen bijvoorbeeld. Een kennis die in de jaarlijkse etsgroep zat, had net gehoord dat ze niet meer beter zou worden. Dat weekend zou haar laatste etsweekend zijn. Volgend jaar was ze er niet meer. We zaten te lunchen bij de grote vijver. Vlinders vlogen om ons heen op deze lome warme dag. Een kwam op haar knie zitten. Dan is voor mij de associatie al gemaakt, helemaal omdat haar achternaam met vlinders te maken had.

Vriendinlief en ik stonden voor het raam van haar huiskamer in de statige herenwoning en keken de tuin in. Ze was ongeneeslijk ziek. Beneden was het souterrain. Aan de zijkant een grote haag. Boven ons hoofd vlogen de gierzwaluwen met hun gierend geluid. ‘Daar hou ik zo van’, vertelde ze. Tegelijkertijd bewonderde ik een van de drie bronzen musjes die daar op de vensterbank stonden. Een van die bronzen musjes is nu in mijn bezit en ik koester het na haar dood als een van de kostbaarste bezittingen in mijn leven. Een kleinigheid. Te nietig misschien voor woorden, maar de gedachtenwereld daarachter is zo groot. Al die herinneringen die naar boven komen als ik aan haar denk, ze zijn onbetaalbaar.

Voor het tuinbeeld van keramiek, dat vriendin voor ons maakt, hadden we eerst zelf allerlei ideeën verzonnen. Vorige maand was ze met de eetgroep hier aan het logeren. En met dat ze alles aan het bewonderen was, bedachten wij ons. Natuurlijk moest ze de Hoff zelf invoelen, sfeer proeven, op zich in laten werken, dan kwam de inspiratie vanzelf wel. En inderdaad. Ze is een prachtig beeld aan het ontwerpen, waar twee lievelingsvogels van ons ook in verwerkt zijn. De nachtegaal, mijn grote liefde, en de altijd volgende merel voor Lief, omdat die elke morgen met hem mee hipt, waar hij ook is. Zo werkt het het allerbest. Het wordt verschrikkelijk mooi. We kunnen niet wachten.

Als er al kinderen op school waren en ik was er nog niet, wisten ze bij mijn aankomst al in de groep dat ik het was. Ze konden me ruiken. Ik draag Patchouli, al heel lang. Een heerlijke aardegeur waar je van houdt of niet. Ik ben aarde, al van jongs af aan. Mijn kinderen vinden het nu heel fijn. Een duidelijk herkenbaar element, een waar je eigenlijk niet om heen kan. In de Molukse cultuur is geur een element van rouwverwerking. Bij mij hoeven ze er niet meer naar te zoeken en dat is, als je hoofd nergens naar staat, wel zo makkelijk. .

Overpeinzingen

In een notendop

Al het kroost veilig thuis, dat geeft de burger moed. Heerlijk geslapen vannacht. Je blijft moeder tot in lengte der dagen.

Gisteren was er iets opmerkelijks. Ik hoorde het krassende geluid van vogels. Niet een maar een aantal. ‘Bijeneter’, zei mijn vogelapp. Instinctief keek ik omhoog en tot mijn verbazing zag ik een grote zwerm overtrekken. Dat had ik nog nooit gezien. Vanaf mijn plek kon ik zien dat ze een totaal andere vorm hadden dan bijvoorbeeld spreeuwen, die vaker in een zwerm vliegen. Hun vleugels zijn veel breder.

Vanuit dezelfde hoek zag ik ook ineens één bruine vijg en daarna meerdere. Ahhh. Vijgentijd. Aan de slag. Vijgenjam is niet te versmaden, heerlijk bij een goed stuk kaas. De daarop volgende plukactie was goed voor een schaal vol en zo zal het iedere dag vanaf nu gaan, de hele maand september lang. Uitgestald op de houten terrastafel maakten de vliegjes, de mieren en kleine spinnen zich uit de voeten. Daarna gingen de vruchten met een cellofaan erover de koelkast in. Vandaag zijn er huishoudelijke taken te doen. Zover is duidelijk.

Lief had de stofzuiger naar de Datsja gesleept en beloofde rond een uur of drie met bramensiroop terug te komen. Ik kon aan de slag. De mieren hadden hun gebruikelijke rommel gemaakt. Hoopjes zaagselachtig spinnenrag met ondefinieerbare prut ertussen. Met de stofzuiger was de ruimte er zo van gevrijwaard. Het ligt altijd alleen in de linkerhoek achter, gelukkig, en is goed te verhelpen.

Zwager stond te wachten op nieuwe verfstreken, maar eerst moest ruimte gemaakt worden op mijn glazen palet, waar de verdroogde klodders verf nog lagen van de laatste sessie in juni. Zo lang was het alweer geleden. Heerlijk om bezig te kunnen gaan.

Toen ik bij de Datsja de trap op liep, renden beneden alle kuikens van de buurvrouw op een holletje door de heg heen naar hun eigen land en moeder kloek, die kennelijk was meegegaan om een oogje in het zeil te houden, zette het luid kakelend op een lopen naar achteren. Later bedacht ik me dat ze natuurlijk niet door de kleine opening in de heg kon en derhalve helemaal om moest lopen om weer bij haar kroost te komen. Ze liep daarbij wel het risico op een vos of een ander roofdiertje te stuitten. Maar een half uurtje later zag ik haar versneld half wapperend met de vleugeltjes richting kuikens lopen. Gelukt dus, alles was weer pais en vrêe.

Met duwen en trekken kwam er een beetje schot in mijn project, maar het wordt nog heel wat keren zwoegen. Lief kwam op de afgesproken tijd met de lavenis en verwisselde daarna de zak van de stofzuiger, zodat ik ook de buitenkant van de Datsja kon ontdoen van al het spinnengebroed, tenminste, van hun webben, ze mochten van mij snel de benen nemen en zich laten zakken door de reten van de houten vloer heen, de Spin Sebastiaan (Annie M.G. Schmidt) indachtig.

Dochterlief belde en vertelde over het vermoeiende laatste stuk van de reis terug, maar ze was, net als ik altijd doe, vroeg op pad gegaan zodat ze de ergste drukte voor was. Er was in het begin spraken van aquaplaning, dus het was uitkijken geblazen. Ze heeft het allemaal toch maar voor elkaar gekregen en de jongens nog een leuke week bezorgd ondanks de onfortuinlijke situatie van hun vader. Respect voor mijn kanjer. Zorg en ontspanning in een notendop.

Overpeinzingen

Herinneringen schrijven

Wat leuk. WordPress vraagt naar de culturele traditie uit mijn land en waar ik het meest van hou. Het toeval wil dat ik in de mooiste traditie van ons land heb mogen dansen. Klederdracht en vooral de Zeeuwse heeft al lang mijn hart gestolen, maar toen we met de volksdansclub Cioful hadden besloten om de authentieke, originele klederdracht van Arnemuiden aan te schaffen, kon ik mijn geluk niet op. Hoe het ook zij, met dergelijke kostuums aan kan je niet anders dan de zwierigheid uit de kast halen. Nederlandse dans werd letterlijk en figuurlijk opgepoetst. De nieuwe klompen, glad geschuurd en ongelakt en de characteres maakten het geheel af. Er waren heel wat lievelingsdansen bij, die ik vroeger nooit op de juiste waarde had geschat. Maar nu, met onze demonstratiegroep en een goede choreografie werd het ineens allemaal anders. We deden ons best om zo goed mogelijk voor de dag te komen. Dus moesten de haren in een Arnemuidense rol, rokken, schorten, blouses, beuken, oorijzers, bloedkoralen, broeken, jassen en de kenmerkende hoeden tot in de puntjes verzorgd. Heerlijke ervaring. Heel wonderlijk vond ik de omslagdoeken met een soort van panterprint. Ze kwamen goed van pas bij buitenoptredens, die er veelvuldig waren.

Het toeval wilde ook dat ik, voor ik ook maar een ogenblik iets van het land zelf wist, al in Hongaarse kostuums liep, waarbij we de haren strak naar achteren in een vlecht hadden met lange rode linten eraan en twee choreografieën dansten, waaronder de beroemde flessendans, met een fles los op het hoofd, waarin ook een stuk Csárdás zat verwerkt. Ik had er geen weet van dat ook dit land ‘mijn land’ zou worden. We zongen er zelfs in het Hongaars bij. Geen idee wat het betekende, iets over meisjes en jongens die elkaar ontmoetten op het dorpsplein. Dat ik nu toch kind aan huis ben op zo’n zelfde dorpsplein, wie had dat ooit gedacht.

Vooralsnog zijn er de foto’s gelukkig, die herinneren aan die glorieuse periode van ongeveer tien jaar. Toen ik begreep dat ik een nieuwe choreografie niet meer kon bijbenen, ben ik ermee gestopt. Tot mijn grote verdriet, want ik vond de groep(allemaal oud-studenten) en het podium geweldig. Ach ja, die tijd ligt alweer een aantal jaren achter ons. We gaan voort in de vaart der volkeren.

Gisteren was er een stevig onweer en, niet ongunstig, die heeft ervoor gezorgd dat de temperatuur zo’n tien graden is gedaald tot een aangename 28 graden. Tijd om straks weer eens een kijkje te gaan nemen in het atelier en daar de boel op te frissen. Straks misschien wel een streekje verf wagen, wie weet. Dat voelt goed, want het is al te lang geleden dat ik de puf had om scheppend bezig te zijn, anders dan met jam en brood in de koele keuken. Ik verlang naar de veranda en hoop dat nu de vogels ook weer van zich laten horen. Ze hebben lang genoeg gezwegen.

Dochterlief is al en route en in Nederland bij Arnhem, Schoonzoon is gereed voor het grote avontuur per ambulance, vliegtuig en ambulance, de andere dochter met haar gezin zitten op de boot van Terschelling naar de wal. Straks neem het gewone leven weer een vlucht. Fijn als iedereen op de juiste stek zit. Ze kunnen allemaal herinneringen schrijven.

Overpeinzingen

Het valt je toe

Lief is naar de Kisbolt gelopen voor een paar kleine boodschappen en eigenlijk ook om het voortbestaan van dit kleine winkeltje, de enige in dit dorp, te sponsoren.

De ochtend is gevuld met stemmen in die onbegrijpelijke taal, maar al wel met vertrouwde klanken en soms zelfs een woord, hele gesprekken voeren ze. Je zou ze met gemak een invulling kunnen geven op de wijze van hoe mijn moeder vroeger met haar buurvrouwen over de heg sprak. ‘Jij bent er vroeg bij’…’Ik moest wat boter halen, dat was op’…heb je Truus ook al gezien?’…Nee nog niet. Weet jij of de olieman al geweest is?’…Ik meen dat ik zijn auto voor het huis van de buren aan de overkant heb gezien’…’Ben je nog weg geweest gisteren’…Nee, het was veel te heet’…’Nou hè, volgende week wordt het gelukkig zo’n tien graden koeler’…‘Ja gelukkig wel’…‘Nou ik ga maar weer eens verder’…’Ja. De kippen wachten op hun voer’…‘Viszlat’…’ Viszlat’.

De buurman zwiept zijn waarschuwingen de lucht in. Ze zijn kennelijk bedoeld voor zijn zoon. Zulks gebeurt doorgaans op orkaansterkte. De rust, die altijd tussen de vriendelijke huizen rondom ons heen hing, is met de komst van dit gezin aanmerkelijk verstoord. Het is leven in de brouwerij, maar is het wenselijk, moet je je afvragen.

Gisteren heb ik mug eens uitgebreid bestudeerd. In de avond is het vaste ‘prik’, vlak voor de koelte binnenvalt en alles klammig aan voelt, dansen ze hun onbegrijpelijke wegen om de vampier uit te hangen ten koste van ons. Ze zijn zwart en wit. Het zijn, naar ik al vermoedde, Aziatische tijgermuggen met hun gestreepte velletje. Ze komen tegenwoordig overal voor. De warmte van de afgelopen weken zorgt ervoor dat ze zich sans scrupules voortbewegen en steken waar maar gestoken kan worden. Ze zijn nog slim ook en snappen het precies als je tot de aanval overgaat. Negeren en goed mikken zijn de opties, want met het tegengif dat gespoten wordt, zijn de bijen ook het haasje.

Dochterlief is met haar kroost aan de tweede dag van de reis begonnen. De jongens kunnen in de ochtend nog lekker een tukkie doen. Schone zoon heeft gehoord dat de ANWB een ambulance heeft geregeld om hem zaterdag naar het vliegveld te brengen, dus als alles mee zit, zijn ze ongeveer tegelijk thuis en hoeft zijn vader niet uit Frankrijk te komen om hem op te vangen. Dochterlief heeft kennelijk de genen van haar moeder en rijdt er lustig op los. Een herontdekking, omdat manlief meestal het stuur in handen heeft. Alles volgens het principe dat Pippi langkous met verve hanteert: ‘Ik heb het nog nooit geprobeerd, dus ik denk dat ik het wel kan’, waarna Pippi daar achteraan dan vervolgens de meest woeste capriolen uithaalt. Dochterlief neemt het niet letterlijk over gelukkig.

Ik lees stukken uit ‘Brieven aan Miyo’ van Martin Bootsma. Het gaat over hoe je het lezen zou kunnen bevorderen als leerkracht en met name wordt het lezen van de leerkracht zelf ook aangeraden. Zien lezen doet lezen. Door jeugdliteratuur te lezen val je van het ene boek in het andere. Bovendien vergroot je je kennis. Enige voorkennis over de klassiekers en die ook te gaan lezen met de kinderen draagt bij tot diepere bindingen en een levendige leeromgeving. Door zijn boeiende relaas in de brieven aan zijn stagiaire Miyo te lezen, zet het mij onder andere aan om de jeugdboeken die ik nog niet gelezen heb als ‘Luisterboek’ aan te schaffen, Koken voor de Keizer van Marloes Morshuis onder andere, om in de middag onder de vijgenboom of de walnoot te kunnen mijmeren met een verhaal mee, waar je niets voor hoeft te doen. Lief zou, én over het verhaal én over het nieuwe concept, zeggen: ‘Het valt je toe’.

Overpeinzingen

Wie niet waagt, die niet weet

‘Je moet jong leren, om oud te worden’ zegt Stef Bos. Hij doelt daarmee op het feit dat hij door het leven gepokt en gemazeld, geen premières meer geeft, maar de kleine zalen omarmt. Ze toeren al jaren onder de radar. De laatste voorstelling die hij geeft, noemt hij de première. Dat vindt hij een mooie gedachte. Ook in het leven. Een feestelijke afsluiting zonder dat je al teveel rommel nalaat voor de achterblijvers. En dat je in een enigszins verlichte staat deze wereld achter je laat. Iets wat je al moet leren als je jong bent. Zoals de oude Grieken ons al voorhielden. Dat dus: ‘Je moet jong leren, om oud te worden.’

Daar valt heel wat over af te mijmeren. Kan dat. Kan je op jonge leeftijd al weten, wat het is om oud te worden en in welke vorm je dat moet gieten. Ikzelf heb, van alles wat op mijn pad kwam, geleerd. Elke ervaring droeg weer een nieuw steentje bij, tot het hele pad geplaveid was met ontdekkingen, wetenswaardigheden, begane fouten waar oplossingen voor werden gevonden, met souplesse om om te buigen indien nodig, met ervaringen, met proefondervinderlijke vondsten, met logica, met nuchterheid, met emotie, met filosofie, met uitwisselingen, met gedachten die verder reiken dan het leven zelf. En dat alles in een redelijke balans gegoten. Daar heb ik toch deze lange weg hier naartoe voor nodig gehad. Dat hadden ze me nooit allemaal al als jonkie op school kunnen leren.

Het lezende meisje zit op de middelste foto rechts

Wel een aantal onontbeerlijke eigenschappen zoals oplossingsgericht denken en deduceren, terugbrengen tot het daadwerkelijke probleem. Maar met mijn impulsiviteit en mijn creativiteit is dat soms moeilijk binnen de perken te houden. ‘Altijd buiten de lijntjes kleuren’ is een van mijn motto’s.

Misschien begrijp ik Stef verkeerd als hij het wil toepassen op het leven. Misschien omkleed ik het in de op maat gemaakte jas van mijzelf.

Onder de walnoot is het goed toeven en er valt een hoop te mijmeren. Terwijl ik me over dit vraagstuk buig, voel ik dat ik niet helemaal alleen ben. Ik kijk in plaats van naar het gefilterde licht boven me, naar voren en ineens zie ik haar. Een piepklein meisje. Sssttt ze leest, haar armpjes voor zich uit met een boek, het hoofd gebogen. Niet groter dan mijn hand is ze en ze zit achter de hemelsleutel. Een gezegende plek, durf ik wel te beweren. Ze heeft haar gebruikelijke starheid laten varen en is zeer aandachtig in haar boek verdiept. Het ontroert me. Oog voor dat wat is.

Vanmorgen heb ik binnen een uur een gistbrood gebakken en hij was zelfs zonder kneden en met minder dan een uurtje rijzen heerlijk. Dat kan dus ook. Ik vroeg me bij de zuurdesembroden al af hoe dat zou gaan bij bakkerijen van zuurdesem-producten. Hebben ze er ook dat hele ritueel omheen verzonnen of gaat het dan voornamelijk om de productie. Hebben we er een klein beetje een cult van gemaakt, een heilige handeling. Het is dus ook zaak om uit te zoeken welke manier het beste bij jou vorm van leven past. Is het een toegewijde bedachtzame vorm dan mag het met alle toeters en bellen, maar ben je wat directer in je aanpak dan kan het vast sneller. Tijd voor de ultieme test, al zal ik zeker niet de eerste zijn, die zich daaraan waagt. Maar, in variatie op een thema ‘Wie niet waagt, die niet weet|.

Overpeinzingen

Zo’n lieve toenadering

De boerenzwaluwen schrijven een nieuw lied in de vroege ochtend op de elektriciteitsdraden in ons dorp. Het is een lied van bedrijvigheid, waar hier altijd al vóór zessen sprake van is. De bus uit de omliggende dorpen dendert vol langs rond half zeven. Iedereen gaat naar Pécs of Szigetvár. Mijn open venster gunt mij een uitgebreide blik op dit alles.

Ik zit in bed en schrijf. Zo zijn de zaken verdeeld. In de vroege ochtend heb ik al een uur besteed aan Hongaars, een stuk gelezen in Celine, mijn socials doorgekeken, mijn 364e dagopdracht van ‘een jaar schrijven’ in de steigers gezet en koffie gedronken, die me lieflijk werd aangereikt door mijn Lief.

Nog geen bericht van dochterlief anders dan dat ze gisteren een goede vakantiedag hadden met de al veel eerder bestelde dolfijnentocht, betaald en wel. Mijn lieve freestyler moest helaas in de tent blijven met een griepje. Nog geen uitsluitsel van de verzekeringsmaatschappijen. Er is geld mee gemoeid en dat mondt vaak uit in een soort van getouwtrek tussen de verschillende belangenbehartigers.

Gisteren liepen we op een inspectietochtje door de Hoff en ik zag tot mijn verbazing dat de kweeperen al met bosjes waren gevallen, dat de kwetsen zwaar aan de bomen hingen en de wilde appel nog niet rijp was. Dat betekende nieuwe wegen zoeken om met dit fruit iets te doen. Het zijn weer ladingen. De helft laten we hangen en liggen voor de reeën of voor Haas, die overduidelijk een leger hebben gemaakt in het bosje op de grens van ons achterland en ons bos. Daarbij hopen we dat ze de jonge bomen met rust laten. Het fruit aan de oude fruitbomen behoren tot de oersoort van de boomgaard die hier in het verleden ooit gestaan heeft. Het is ‘keuken’fruit. Goed voor taarten, sappen en jam. Maar daarvoor moet je er wel even de tanden inzetten (niet letterlijk dus).

Boerenzwaluw, zwarte roodstaart, stadsreus, wilde appel, kwetsen en kweeperen

Het is wel slim om naar een sapcentrifuge te kijken en naar de mogelijkheden van het apparaat. Bij sommige kan je het fruit vrij grof gesneden erin doen en dan zeeft hij het nog net zo makkelijk. Er zijn er hier te koop bij de electronicazaak en twee supermarkten met huishoudelijke artikelen. We moesten maar eens op onderzoek uitgaan, want het zal waarschijnlijk alles behoorlijk vereenvoudigen.

Voor ons verblijf in de Hobbitstêe heb ik het luisterboek van De Hobbit aangeschaft om het bij een vermeend knapperend kampvuur, twee nepkaarsen in verband met de longen, te beluisteren in het schemerdonker op zo’n aangewezen plek. Misschien moet ik er kweeperen Hobbit-taartjes bij maken voor bij een kopje thee of Palinka (van kwetsen).

Straks maar eerst een gistbrood bakken voor vandaag. Dat is wat sneller gedaan en ik wil wel een beetje afwisselend bakken. Het is op zich een boeiend proces en er is zoveel mogelijk op broodgebied. Ik heb nu al de zuurdesem en de focaccia onder de knie en zo breiden we uit. Iedere keer weer een nieuw probeersel.

De zwarte roodstaart die zich hier dagelijks ophoudt, zoekt duidelijk toenadering. Ze is nieuwsgierig en volgt Lief nauwgezet bij zijn verrichtingen om de Utvar(de oprit) te vrijwaren van onkruid. Altijd leuk, zo’n lieve toenadering.

Overpeinzingen

De druiven en de vijg zijn zich al aan het opmaken

Een hele slechte nacht gehad. In mijn hoofd fluisterde mijn moeder de hele tijd: ‘Als je je ogen dichtdoet, rust je ook’ en dat is dan wel zo, maar een nacht duurt lang als je niet kan slapen. Het heeft een oorzaak. Een paar dagen geleden kwam er een alarmerend belletje van dochterlief. Ze zijn op vakantie in Kroatie, hier ongeveer zes uur rijden vandaan en ze zijn daar heengegaan na de heerlijke logeerpartij hier. Er zijn daar natuurparken, dezelfde stoffige bergweggetjes als hier en kliffen. Van een van de kliffen was schone zoon op tien meter hoogte afgesprongen. Lang verhaal kort. Naar het ziekenhuis met twee gebroken wervels laag lumbaal.

Over diezelfde zandweggetjes per brancard valt in ieder geval niet mee, dat werd achteraf duidelijk. Naar een ziekenhuis in Pula, een uur van de camping vandaan en direct een operatie. Verzekering die niet helemaal meewerkt en het wachten is op de repatriëring. Dit is in vogelvlucht wat de geest aan gedachten bezig kan houden tot in lengte der dagen of in ieder geval tot het hele stel weer veilig thuis is. Je zit er niet op te wachten, maar in een fractie van een seconde gebeurt het meest onverwachte.

Dochterlief haar vriendin is gelukkig vlakbij en de jongens vragen om voldoende afleiding. De vakantie gaat door zolang ze er nog zitten. Onbegrijpelijk dat er geen maatregelen worden genomen met waarschuwingsborden enzovoort, want er zijn zo’n drie tot vier operaties per dag aan hetzelfde euvel, hoog of laag en ook bij hele jonge mensen. Dus met ouder zijn heeft het op zich niet van doen. Het is gewoon te link als je niet weet dat je je voeten niet plat op het water moet laten komen.

We bellen dagelijks. Hier zorgt dat hele verhaal, de zorg om het goed thuiskomen, de zorg om dochterlief die veel te regelen heeft, de traagheid van de ziektekostenverzekering en het even oude geschil tussen zorg en financiën, ervoor dat Klaas Vaak liever maar ons huisje snel voorbij loopt. De snoodaard kwam pas vanmorgen om vijf uur. Om tien uur wakker gebeld voor het relaas van de vorige dag. Zo gaat het soms.

Aan de andere kant een lichtpuntje, letterlijk en figuurlijk, want na het bezoek aan het Zselic-Csillag natuurgebied, trof ik er middenin een Hobbitstee en heeft Lief me toegezegd die te boeken als cadeau voor mijn verjaardag. We kunnen dan samen de Bilbo Balings uithangen en kneuterig in dat zelfgebouwde aardehuis wonen voor drie dagen. Er is een visvijvertje voor de deur en een hottub in de tuin. Daar zullen we vermoedelijk geen gebruik van maken, maar de mogelijkheden zijn er. Het is vlak bij het dorpje Szenna met haar openluchtmuseum. Als je wilt weten hoe de Hongaren vroeger op het platteland woonden dan krijg je daar een aardige indruk. Ik vind het een heerlijk cadeau en kijk er echt naar uit.

Lief is met die hitte in de Erven van zijn familie gedoken en kan er een heel verhaal van maken door maar te blijven spitten en te zoeken naar ontbrekende schakels en vingerwijzingen. De tijd is aan ons, want de natuur houdt de adem in. Er is gelukkig na weken van droogte weer een eerste buitje gevallen en eindelijk zijn de temperaturen zo’n tiental graden gedaald na al die dagen van rond de 39. Nog een weekje een beetje afzien en dan kunnen we weer tot leven komen. De druiven en de vijg zijn zich al aan het opmaken.

Overpeinzingen

Met heel mijn hart

In de schrijfcursus zat de volgende opdracht met de verklaring erachter: Noem een schrijver waarvan je houdt: De reden waarom we verliefd kunnen worden op een schrijver is omdat we zo dichtbij komen. Niets is intiemer dan in iemands gedachtenwereld te mogen komen. En dat is precies wat schrijvers doen. Laat de liefde dus vandaag maar stromen***Dit jaar hebben we nog niet veel gesproken over lezen, maar laat mij duidelijk zijn: Schrijven en lezen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Er zijn twee manieren om te leren schrijven, door het te doen en door te lezen. Het zijn twee aspecten van dezelfde reis: Je bekend maken met de menselijke geest. Veel liefs, de coach.

Mijn antwoord: Is dat zo? Verliefd worden op een schrijver omdat je zo dichtbij mag komen en niets intiemer is dan in iemands gedachtenwereld te mogen komen? Ik weet het niet. Ik mag sommige schrijvers graag om wat ze aan verhalen leveren of omdat ik vind dat ze het zo mooi verwoorden, omdat iets boeiend en pakkend geschreven is, omdat het onderwerp me na aan het hart ligt. Bij sommige schrijvers veert het hart op, maakt mijn brein huppelpasjes, zoals bij de gedichten van Vasalis. Maar om nou te zeggen dat ik verliefd op hen ben? Dat nou weer niet. Bovendien zijn er veel goede schrijvers en dichters te noemen.  Meer dan één hart hebben kan.

Het begon ooit met Sprookjes van Grimm en Andersen, Pinkeltje, Snabbeltje, Pietje Bell, Joop ter Heul, Cissy van Marxveldt, Hector Malot en daarna volgden er veel. Wolkers met rode oortjes, goed voor de seksuele ontwikkeling, Mulisch om zijn fantasievolle spannende boeken, Hermans voor de lijst. De boeken van Tolkien heb ik verslonden door het dromerige sfeertje dat er was. Ik hou wel van elfen en van tovenaars, dat zeker.

Daarna nam het lezen een vlucht. Ik ben gaan lezen doordat we van jongs af aan naar de bieb konden in de jaren vijftig en maakte daar de ontwikkeling door van kinderboek tot literatuur, groeide er in mee, in sommige fasen zelfs de tijd vooruit. Ik was gek op Multatuli, Bordewijk en Elsschot. Na de school in de jaren ‘70 kwamen boeken van de Beauvoir en Anna Blaman, Anja Meulenbelt, boeken met een boodschap, boeken met een politieke ondertoon.

Tijd voor MO-A Nederlands, vier jaren lang. Veel middeleeuwse en Zeventiende eeuwse literatuur, de luchtige boeken die Visee aanreikte, verhalen uit de zeventiende eeuw met een brutaal en soms hilarisch randje. En daarna was het lezen, lezen, lezen geblazen. Elk boek tot de laatste letter. Genoten in die tijd. Het Naturalisme met Carry Van Bruggen en van Jacob Israel de Haan stond me zeer na. Gedichten leren waarderen. Gorter, Vasalis, de scheepsarts Slauerhoff, Paul Van Ostaijen. Jeugdliteratuur: Annie M.G. Schmidt als koningin bovenaan, Toon Tellegen, Max Velthuis, klassiekers uit het buitenland zoals Arnold Lobel, Roald Dahl, Lewis Carroll, Saint Exupery. Met de kinderen mee, thuis en op school:  Thea Beckman, Jan Terlouw, Astrid Lindgren, Paul Biegel, te veel om op te noemen. Schrijvers van deze tijd, Guus Kuijer, Jacques Vriend, Koos Meinderts.

Ik stop met opnoemen. Het zijn er zoveel.  Lees mijn boekenkast maar eens. Lezen is voedsel voor de geest. Ik ‘bewonder’ schrijvers, die ons weten te pakken, maar ik ‘hou’ van het Lezen en het Schrijven. Met heel mijn hart.

Overpeinzingen

Weer eens laten stromen

De kanteldenker Marcel Kolder vraagt in zijn blog: Welke baan is de leukste baan die je nooit hebt gehad? De baan waarvan je denkt: Ja. Díé. Die had ik moeten doen.

Zodra je zoiets leest, gaat je brein aan. Tenminste de mijne. Even denken: Misschien wel de nachtwaker van ‘Het Kerkhof van de Vergeten Boeken’ dat in het vierluik van Carl Luis Zafon voorkomt. Dat heeft me altijd geïntrigeerd. Als variatie daarop zou ik ook de beheerder willen zijn van ‘ De Galerij voor Onmogelijke Verhalen’. Al was het alleen maar om de verbeelding op een hoger plan te helpen. De eerste voeding daartoe begon vroeger al in de jaren vijftig met de verhalen van Paulus de Boskabouter en Eucalypta op de radio en daarna de verhalen van Pinkeltje en zijn muisjes. Met de beelden van Okkie Trooy en Zeefje op de eerste tv in de straat bij de buurvrouw werd het bewaarheid. Zie je wel. Fantasie kon je niet alleen inkleuren tijdens mondelinge overleveringen en zo gestalte geven, je kon het ook verbeelden door nieuwe technieken als televisie. Het boek bleef als belangrijkste voedingsbron. De sprookjes van Grimm en Andersen, die van Moeder de Gans, heerlijke verhalen. Stel je voor dat er echt zo’n Repelsteeltje bestond of een Gelaarsde Kat. Dan kon je toch de wereld aan.

Die wereld vroeger rook naar havermout en koolraap, naar weinig ruimte met veel mensen, naar hoge schoollokalen en volwassenen die je iets wijs probeerden te maken, naar mottenballen in een kerk. Maar ze liet ook sterrennachten fonkelen, romantisch lantaarnlicht in donkere straten schijnen, eeuwenoude bomen fluisteren in het grote park en zeeën van sneeuwklokjes plooien. In de winter hingen er zware ijspegels aan de dakgoten waar een ijskoningin met gemak mee uit de voeten kon. De filmdagen op zondag die mijn vader hield in het bijgebouwtje van het voormalig klooster was koren op de molen als de kleine Marcelino, Pan Y Vino zijn dialoog rechtstreeks met zijn Christus kon houden. Ik dreef op dergelijke verbeelding. Het heeft me geen windeieren gebracht.

Met de projecten later op school werden we meester in het verzinnen van de meest onmogelijke mogelijke verhalen. Ze waren allemaal even bijzonder, maar een van de mooiste en de spannendste vond ik toch die van de vier windstreken. Ik vind hem terug in een stapeltje documenten in google maps:

Liesje Herfstbriesje

Liesje herfsbriesje verveelt zich. Het is september. Ze heeft Moeder Sjaan orkaan samen met Liesjes broer Storm en Pa Toon Tyfoon uitgezwaaid. Die moesten even een flinke storm laten waaien in de Verenigde Staten. Zij hing op haar wolkje boven Nederland en verveelde zich. De enige die ooit naar beneden mocht, was broer Storm. Een enkel keertje mocht ze mee. Maar nu was iedereen aan het uitwaaieren en zij zat thuis. Het was niet eerlijk. Ze keek naar beneden en zag het land, de bossen, de velden, de piepkleine huisjes en de kerktorens en ieniemieniemensjes. Wat zou er gebeuren als ze wel naar beneden ging? Mama was te druk, papa was te druk en Broer Storm was overal en nergens en had niets in de gaten. Ze keek nog eens naar beneden. Eventjes rondwaaien, eventjes wat blaadjes van de bomen blazen, dat zou toch heerlijk zijn. Ze was nooit alleen geweest. Ze moest altijd samen met Storm. Die deed dan een deel van het land, vooral aan de kust en zij mocht het land in. Pfff, Nederland…..een keer blazen en je was er weer uit,. Weet je wat, ze ging het doen, ja…..spannend!

Zo begon het en elke dag kwam er een hoofdstuk bij. Oom Toon Tyfoon moest op haar passen, maar als hij even weg gaat, ziet Liesje Briesje haar kans schoon.

Zoals wij genoten bij het vormgeven, zo genoten de kinderen van dit verhaal. Een en ander werd onderstreept door het lied van Herman Van Veen over de vier windstreken, ‘Het Zeemansliedje’ uit 1989. Wie wat in zijn geheugen opslaat, die heeft wat. En reken maar dat er een arsenaal aan verhalen in die oude hersencellen zit. Misschien weer eens laten stromen.

Overpeinzingen

Wie zal het zeggen

We waren gisteren op verkenning in Szomogy, de streek achter de Baranya van ons uit gezien. We hadden daar een intrigerend weggetje gezien op de route naar Kaposvar, voorbij de Bőszénfa Szarvasfarm en tot nu toe genegeerd, maar dit keer waren we vastbesloten om daar linksaf te slaan. Soms zijn plotselinge invallen de beste, begrepen we aan het eind van de middag. De weg voerde ons regelrecht het Zselici Csillagpark in, een natuurgebied met een planetarium. Het Zselicpark bevindt zich in de asteroidengordel tussen de banen van mars en jupiter. In de eerste week van juni zijn er nachtelijke rondleidingen in het park. Jammer dat we geen voorkennis hadden met de zonsverduistering. Officieel was het het eerste sterrenkijkpark in Europa in 2009.

Er is een hotel middenin en het lijkt ons gaaf om daar eens een paar nachtjes te vertoeven. Niet alleen ‘s nachts, maar ook overdag is het er prachtig met woudreuzen waarbij een mens verbleekt tot een speldenknopje. De informatie stond in het Hongaars op een groot informatiebord, wat ik er net nog even op nageslagen heb, om het met de app te vertalen. We reden door en kwamen uit bij Szenna, een dorpje dat we al eens eerder bezocht hadden en waar het openlucht museum is. In het bos erachter zagen we op een wandeling voor de eerste keer de Hop, met haar prachtige en bijzondere geluid. Zoiets vergeet je nooit meer.

In een dorp verderop dat Bárdudvarnok heette, stuitten we op een groot meer, dat achteraf een waterzuivering bleek te zijn, maar waar een deel was afgezet en gezwommen kon worden. Het is bijzonder omdat er wel heel veel vismeren zijn in dit droge land, maar weinig gebruikt mag worden als zwemwater. We prentten de route in ons hoofd door de naam van het dat dorp een aantal keren te herhalen. Altijd handig als er bezoek langs komt, zo’n natuurzwembad. In de buurt zou ook een Hobbithuis zijn, dat je kan huren. Als er één fan is van de boeken van Tolkien(niet van de film) ben ik dat wel. Wat zou ik daar graag willen toeven.

We wilden onderweg een restaurantje bezoeken, maar konden het, een twee drie, niet vinden en reden toen maar via Szigetvar naar huis. Het werd dus het prakje van gister. Nasi op eigen wijze. De bramensiroop smaakte me daarna wonderwel. Minder zoet dan de Seringensiroop en de vlierbloesemsiroop. Wel weer had ik er bevroren vruchtjes in gedaan.

Vandaag loopt de thermometer weer op en houden we ons koest. Het boek mag uit en buiten lezen gaat niet lukken. De longen trekken het minder goed. Gisteren kwam er in een bijhuis bij het hotel waar we even uitstapten om een korte wandeling te maken, zulke smerige rook uit de schoorsteen, dat we gauw verder reden. Ik geloof, van al zijn leven, dat ik daar wat irritatie heb opgelopen.

Morgen gaan de zussen en broer de bloeiende hei op. Momenten die ik mis, maar waarvan ik denk dat ik ze nog wel eens dunnetjes over kan doen. Volgend jaar hoop ik rond eind augustus met mijn verjaardag thuis te zijn zodat ik dan als een cadeautje aan mezelf misschien wel een bloeiende hei te zien krijg. Wie zal het zeggen.

Overpeinzingen

Het was nu eenmaal zo

Zeven kuikentjes van de buurvrouw trokken al kirrend en pikkend onze tuin in voor een verkenningstocht die tot en met het prieel en de tuin erachter leidde. Wat een schatjes. Koddig om te zien hoe ze zich door het struweel worstelden, soms bleven ze hangen op de takken om zich met onbeholpen gefladder los te werken. Af en toe krabden ze met de pootjes in de dorre bladeren onder de vijg of over het rulle zand op zoek naar klein grut.

De allereerste keer dat we ze zagen hielden ze zich rond de berk op, maar ze hebben hun territorium behoorlijk uitgebreid en storen zich zelfs niet meer aan ons. Haha. Klein geluk, die scharrelende kippies.

Op het nieuws zie ik een kippenboer met hagelwitte kippen zijn have ‘scharrelkippen’ noemen, maar de beesten zitten hutje op mutje en kunnen alleen maar zich de wegen toe eigenen door te banen tussen de vele kippenlijven door. Dat is geen scharrelen meer.

Op het oude Indiase tafeltje op het terras ligt een steen, die dochterlief heeft geverfd in een vakantieplaatsje waar ze waren. Het ziet er prachtig uit. Een aandenken aan alpen met eeuwige sneeuw, blauwe lucht en stralende zon. Het blijft hier liggen als herinnering aan de week met hen samen, die zoveel reuring en gezelligheid bracht.

Bij de buurvrouw is het een komen en gaan. Kinderen komen op bezoek, er zijn buren die eieren komen kopen en een buurvrouw die een maaltje tomaten komt brengen, kletsende vrouwen voor het hek. Een jong meisje loopt al babbelend in de telefoon en dat op orkaansterkte. Sans gêne. Vanuit een huis verder galmt weer een luide kreet. De jonge vader van drie kinderen houdt ervan zijn kinderen al schreeuwend te corrigeren. Het zijn oorverdovende kreten. Het haalt kennelijk niets uit, want hij heeft er allengs meer nodig.

De bramen die Lief had geplukt, waren goed voor anderhalve fles siroop.

Het ‘mislukte’ brood is er toch nog aardigjes van af gekomen. Nog steeds een beetje plat. Vandaag maak ik weer een aanzetje voor een nieuwe en probeer alle voorgaande fouten steeds bij te stellen. Uiteindelijk leer je het meest van je eigen struikelpartijen.

Het schrijfjaar is nagenoeg ten einde, nog een kleine week te gaan. Een van de laatste opdrachten was ‘Blote voeten’ en voerde me regelrecht terug naaar het verleden: Er was een periode dat we in de jaren ‘70 ‘hippie wise’ op blote voeten liepen. Compleet met wikkelrokken, rinkelende enkelbanden en lekker obstinaat zijn. Dat hoorde er bij. In ieder geval geen huisje/boompje/beestje zoals bij mijn broers het geval was en geld was helemaal uit beeld. Zo werkte dat afzetten tegen de stijve jaren vijftig en een deel van zestig. In de muziek waren we al even recalcitrant. Jethro Tull met Stand up en dan lekker hard, of Jimi Hendrix, Bob Dylan, Janis Joplin, Melanie, noem het. Als er maar protest in zat. Zo ook die blote voeten. En dan moet je weten dat de stoepen nog vol met hondenpoep lagen, daar was nog geen regelgeving voor. Later thuis, liep ik altijd op blote voeten, tot opeens de aandacht voor poezelige voeten in sandalen boven kwam drijven. Help, hoe kwam men van dat eelt af als er geen geld is voor de pedicure.

Bij mijn eerste bevalling had ik de hele dag op blote voeten in de tuin gewerkt en het bestond voornamelijk uit omploegen en klaar maken om te zaaien. Toen de weeën kwamen moest er snel gehandeld worden. Ik lag derhalve met eerlijk verkregen aarde-zwarte voeten in de beensteunen. Arme gynaecoloog, die al moeite had met het woeste uiterlijk van de vader van de kinderen. Niets aan te doen. Het was nu eenmaal zo.

Overpeinzingen

Broodnodig

In plaats van mee te gaan in de hype om naar de lucht te staren tijdens de zonsverduistering, bij gebrek aan brilletje, observeerde ik de verrichtingen van een jonge zwarte roodstaart, die het terras op was gevlogen en aan de rand ervan naar het bordes keek. Alsof hij wist dat ik er zat, schoof hij behoedzaam een stukje op, steeds dichterbij. Bij het trappetje draaide hij zijn hoofdje en keek me aan, vervolgens vloog ie weg. Ik geniet van dergelijke ontmoetingen. Zo bijzonder, zo natuurlijk. Merel doet het ook vaak, maar die laat zich nu niet zien. Sowieso houden alle vogels zich koest, al hoorde ik gisteren, toen ik aan het mijmeren was onder de walnoot met haar prachtige gebladerte, de wielewaal weer even. Op het ogenblik zijn het vooral de schetterende mussen, de bedrijvige zwaluwen en de nieuwsgierige roodstaartjes.

Het brooddeeg vroeg om een punt van aandacht. Het was veel te stevig. Wat bleek. Ik had niet naar de meelsoort in het recept gekeken. Dat recept draaide om bloem en ik had tarwemeel gebruikt. Dat vergt een andere hoeveelheid water. Beginnersfoutje. Goed in mijn oren knopen. Volg het recept zo natuurgetrouw mogelijk. Ik kwam erachter doordat het deeg niet verdubbelde, de structuur van het brood anders was, dus gooide ik er op de bonnefooi wat water bij en bleef stretchen en vouwen, terwijl het ondertussen in de oven op 40 graden rijzen stond. Aan het eind van de avond was het wel gerezen. Daarna heeft het de hele nacht in de koelkast gestaan voor de koude rijs. Ben benieuwd zometeen.

Ik leek wel een duizend-dingen-doekje, want terwijl ik met het brood bezig was, regelde ik de was en het eten. Wekkertjes voor de diverse handelingen. Geïnspireerd door de mooie bak fijngesneden groenten van de piccalily eergisteren, sneed ik nu paprika, komkommer, champignon en ui fijn voor de Chop Suey, een soort Tjap Tjoy.

We hebben het goed samen. Een tikje gezapig en neuzelend, omdat we niet veel kunnen ondernemen met de hitte en het bij alles rondom het huis blijft. Lief maait en snoeit waar het nodig is, plukt nog een portie bramen en ik verzin, dankzij een overdosis jam, een recept voor bramensiroop, die net als de vlierbloesem en de de sering voor de zomerse mocktails kunnen dienen met bevroren fruit en prikwater.

Lief zag een jonge egel op het filosofenpad lopen. Hij scharrelde zijn kostje fruit bij elkaar. Daar hoefde hij niet veel moeite voor te doen want de grond ligt er nog steeds mee bezaaid. Ze zijn toch teruggekomen, ondanks de snode aanvallen van roofdieren op de waggelende scharrelaars, waarbij er twee het niet overleefden. We vermoeden buizerd en/of marter.

Tussen alle bedrijven door probeer ik Céline van Pieter Waterdrinker verder te lezen. Eigenlijk is het een razend spannend boek, maar iedere keer kom ik niet verder dan een paar bladzijden omdat mijn ogen dicht dreigen te vallen, door het lome weer.

Er komen foto’s langs van dochterlief. Snorkelende kleinzonen voor de kust van Kroatie. Het ziet er aanlokkelijk uit. Weliswaar een kiezelstrand maar derhalve is het water een stuk helderder. Als de oogstmaanden voorbij zijn, na de druiven en de vijgen, gaan we een midweekje die kanten op. Slovenië trekt met haar mooie watervallen, lieflijke dorpen en mediterrane kust. De zee, voor de afwisseling met het droge land hier en de stad voor een duik in kunst en cultuur, alle twee af en toe broodnodig.

Overpeinzingen

Om op te bouwen

Vanmorgen was Lief al heel vroeg wakker. Niet ongewoon, want we gaan ook redelijk vroeg naar bed, maar tien over vier kon ik ook niet meer slapen. De stekedoorn voor het huis, die zich door de vlier had gevlochten, is Lief eruit aan het halen. Meer ruimte voor onze geliefde heksenboom.

Een van de bloggers die ik iedere dag wel lees, had het over de kapucijners die hij zou gaan eten en op slag kreeg ik een visioen van vroeger. Het bord vol bruine kapucijners en mijn vader die er een gulle hand piccalilly bij schept. Beide zijn hier niet te krijgen. Dus bedacht ik dat het goed zou zijn om die eens zelf te maken. Ik plukte een niet te ingewikkeld recept van internet en schafte bij de boodschappen komkommer en paprika aan. Er stond twintig minuten maaktijd, maar dat klopte bij mij niet helemaal. Ten eerste is het fijn snijden van 600 gram groenten al een dingetje, maar bij het lezen van de saus had ik de olie al bij de bloem gegooid en dat moest duidelijk niet. Lezen is een kunst. Het klonterde de pan uit. Zeven en opnieuw een poging wagen. Uiteindelijk had ik vijf potjes en zijn we heel benieuwd hoe dat zal smaken na een maand. Zo lang moet je het de tijd geven om de smaken goed te laten rijpen. Daardoor trekt ze diep in de groenten. Volgende keer(dat zal nog wel even duren met vijf potten) probeer ik weer een ander recept. Het is leuk werk en op het groenten snijden na een fluitje van een cent qua bereiding.

Dochterlief belde. Ze zitten op Terschelling. Gisteren waren er al foto’s langs gekomen en ineens viel het me op dat tante Pollewop zo groot aan het worden is. Jaja, de jaren gaan maar door.

Vandaag is onze lieve vriend jarig en tikt, net als Lief in Oktober, de 77 aan. Hoe snelt de tijd voort. Een kattebelletje geeft een verheugde reactie en dat was al op een zeer vroeg tijdstip. Dat is het grappige van hier. Alles is zoveel vroeger op, maar in de avond is het ook veel sneller stil. Tropenwarmte werkt dat in de hand. Vandaag wordt het trouwens máár 31 graden. Zo wisselend kan temperatuur ervaren worden.

In de Groene van vorige week is er een briefwisseling tussen de biologe Mariken Heitman en de theologe Joyce Rondaij over vruchtbare grond en de relatie die je kan hebben tot diezelfde grond. Er wordt door Mariken een quote aangehaald van Audrey Hepburn: ’To plant a garden is to believe in tomorrow’. Ik bleef er even op hangen. Het is waar dat het zaaien ook oogsten zal inhouden als het goed is, net als het stellen van en het werken met doelen dat doet.

Zoals hier op de Hoff, waar we het weerbarstige lapje grond achter met volharding groot denken. Die volharding is niet voldoende. Lief helpt met daadwerkelijk handelen. Iets waarbij ik de benauwdheid dan toch naar de maan wil wensen, want anders had ik met verve mee kunnen helpen. In deze jaren van voornemens het tot een voedselbos om te bouwen hebben we veel stappen vooruit gezet en even zovele stappen achteruit. En toch geloven we er in. Waarom? Omdat ons is gebleken dat de rest van de Hoff al voedseltuin is en dat we op onze eigen trage maar gestage wijze daar een voortgang in kunnen brengen op dezelfde manier, waarop Lief dat steeds heeft gedaan. Met moed, beleid en trouw kalm voorwaarts gaan. Daarop vertrouwen geeft die toekomst om op te bouwen.

Overpeinzingen

Leven en laten leven

Het was gisteren de dag van een ontdekking die veel teweeg kan brengen binnen een kleine marge. Het kwam door het recept van Miljuschka en haar advies om de rozemarijn fijn te hakken. Normaliter gebruik ik niet graag rozemarijn omdat ik met de houtige naalden niet goed uit de voeten kan. Maar het woordje ‘Hakken’ triggerde mijn exploratiedrift en ik meende mij te herinneren dat uit de spullen die boven op zolder lagen, ook een hakmes mee was gekomen. Zo’n echte Japanse. En ja, het lag onder de messen verscholen in de keukenla.

Ik knipte de rozemarijntakken, riste ze binnen af op een houten plank en nam het hakkertje ter hand. Het was het ei van Columbus. Weg weerbarstige naalden, hallo rozemarijnpoeder. Dat je toch 73 moet worden om zoiets simpels te ontdekken. Enfin, het opent natuurlijk een scala aan mogelijkheden. Ik zag me al van de tuinkruiden een Italiaanse kruidenmix uit eigen tuin maken. Hoe gaaf zou dat zijn.

In de ochtend had Lief de feta gepakt, maar die wilde ik voor bij het avondeten bewaren en die handeling was er de oorzaak van dat ik in de middag de focaccia en de tomaat met feta als maaltijd bereidde. Het is geen straf om bij 21 graden in de keuken te staan als buiten nog steeds de temperatuur de 37 aantikt. Oorzaak en gevolg, hoe komt een mens aan inspiratie. Er zijn in ieder geval vele wegen die naar Rome leiden.

De overbuurman kwam gisteren klagen tegen de buurvrouw. Wat hij er allemaal uitgooide, verstond ik niet, maar de lichaamstaal van beiden was duidelijk. De man is geen echte dorpeling en is hier twee jaar geleden komen wonen. Hij stond voor het hek van de buuf met zijn vlezige armen en handen er doorheen. De buurvrouw bleef op een behoorlijk afstandje staan om de litanie aan te horen. We visten kinderen en overlast uit de woorden. De opgewonden klanken verraadden zijn geagiteerdheid. Het ging over de twee nieuwe buurtgezinnen, het ene naast hem en de andere naast de buurvrouw. Ze hadden de gewoonte om in de namiddag vooral op straat te vertoeven met de kinderen, die daar naar hartelust heen en weer konden steppen en rennen over de stoepen aan weerskanten. Dat plaatje paste eigenlijk niet in de gezapige sluimertoestand van dit dorp, waar veel mensen van onze leeftijd woonden, hun dagelijkse beslommeringen op het erf deden en als uitje een boodschapje gingen doen in Szigetvár of Pécs.

Reuring bracht het met zich mee. Elke nieuwe vorm zou sowieso reuring betekenen. Neem alle nieuwe pups, her en der als waakhond aangeschaft, die fanatieker bij elke voorbijganger aan het keffen slaan, meer nog dan de oudjes. Zo ook deze ‘jeugd’. De ouders zijn jong, er zijn zo’n vier kinderen per gezin die allemaal hun ei, lees energie, kwijt moeten. Ze joelen wat, ze lachen veel, ze maken lol. Ik heb persoonlijk meer te doen met die arme honden die hun ziel en zaligheid uit hun lijfjes blaffen en eigenlijk alleen maar wat meer liefde zouden willen. De huizen staan allemaal los van elkaar. Er ligt nog een heel erf tussen. Je zou het ook kunnen laten, al die ergernissen. Wat zou het leven dan aangenaam zijn. Geen bemoeienissen, maar leven en laten leven.

Overpeinzingen

Goed plan

Het is heerlijk koel in huis. Soms moet ik zelfs even naar buiten om op te warmen. Snel gedaan, want het is 36 graden Celsius.

Vanmorgen eerst maar eens begonnen met het zuurdesem te verlossen uit de koude rijs. Goed gelukt, niet een heel groot brood, maar ze kwam mooi uit de vorm. Voor het eerst de gietijzeren pan gebruikt om te bakken. Dat ging fantastisch. Met de deksel erop heb je zo een heerlijke korst. Nu de weg er naar toe nog een beetje vervolmaken en op maat snijden en daarna kan een kind de was doen.

Gisteren was er zomergasten met Merel Pauw, ik heb vanmorgen al een stukje terug gekeken en op FB werd haar kijk op mannen gedeeld. Daar breekt ze een lans voor, omdat het haar niet mee lijkt te vallen om man te zijn. Er is veel kritiek en zelden hoor je iets goeds. Haar animatie over Keridou was een lief en romantisch sprookje. Ze vertelde dat ze haar moeders achternaam wilde aannemen uit eerbetoon omdat ze was overleden, maar ook omdat ze dan naar twee vogels heette, die beiden hemelsbreed verschillen in eigenschappen. Boeiend is dat. Trouwens ik wist niet dat ze zo moeilijk deden over het veranderen van de achternaam in die van de moeder. Dat zou anno 2026 toch wel anders moeten zijn.

Het is leuk om aan haar keuze van fragmenten te zien hoe die twee vogelnamen bij haar passen. Ze noemt weliswaar de merel bescheiden, ik vind het eerder een vogel met een behoedzaam karakter, want hij durft toch heel dichtbij te naderen. Maar dan nog blijft hij volledig op zijn qui vive. Ze opent met een reportage over New York in het thema: ‘Small talk’ en geeft daarvoor als reden op, dat ze het idee heeft, dat de gemiddelde mens de regels van het leven kent en zij ze vaak niet kent. De vreemde eend in de bijt, of juist een unieke persoonlijkheid is dan de vraag. Het voelt als het laatste.

Ik ken het gevoel wel. Soms ben je ergens en dan vraag je je af, hoe je daar in Godsnaam in verzeild bent geraakt, omdat het zo helemaal niet bij je past. Toevallig hadden Lief en ik het daar vanmorgen nog over toen we heel glamour-rijke foto’s van Ibiza langs zagen komen. Dat wereldje is ons volkomen vreemd en dat willen we ook graag zo houden, beaamden we tegenover elkaar. Net zo goed alsdat je ontdekt dat er werelden zijn waar het thuiskomen is, zoals met de vriendengroep die hier was. Zo vertrouwd en zo eigen, waar mensen niet het uiterlijk bekritiseren maar waar het gaat om de diepere zaken van het leven. Niet zomaar een toevalligheid natuurlijk. We kennen elkaar al jaren. Is het de veiligheid van de eigen kring die we zoeken? Ik heb hetzelfde gevoel ook wel bij wildvreemden, waar ik eenzelfde passie bij herken, of waar een blik genoeg is om elkander te begrijpen. Het zijn vaker vrouwen van dezelfde leeftijd. We kunnen een verhaal makkelijk plaatsen in de context van de tijd en dat wil bij de jonkies nog wel eens wonderlijke uitpakken.

Heerlijk om over door te mijmeren. Ik ga de rest van zomergasten vanmiddag kijken. In de koelte van de keuken afgewisseld met de zinderende tropen op het terras. Goed plan.

Overpeinzingen

Het mooiste wat er is

Het begon gisteren wat wisselvallig met een piezeltje regen, dat onmiddellijk in de droge grond verdween. ‘Het is water naar de zee dragen’, zou mijn vader zeggen.

We hadden bezoek. Een mooie grote Europese bidsprinkhaan, een ‘imago’ aan de bleke tint te zien (een jonkie), zat op de was en keek me parmantig aan, had vooralsnog geen zin om te gaan verkassen, maar hij moest wel, want ik wilde de lakens opvouwen. In de klimop wilde hij niet, maar tenslotte klom hij op de houten richel en oogde tevreden.

Lief was al vroeg op pad gegaan om nog een keer te oogsten. De laatste bramen, de mirabellen en krieken en de vlierbessen. Er lagen nog drie appels op de schaal, die kwamen nu goed van pas. Ik kookte de bramen op met de mirabellen en appel en de vlierbessen met appel, een heerlijke combinatie. Bij de eerste potjes had ik minder suiker gedaan, omdat Lief vooral van het rinse houdt. We zijn weer zeven potten jam rijker.

Nog steeds wordt het lijf af en toe overvallen door vermoeidheid met de bijbehorende benauwdheid en dan moet ik even in de koelte gaan liggen. Niet verwonderlijk. Het was opnieuw drukkend warm. In de ochtend staat alles open, maar het huis is niet helemaal meer koel te krijgen. Gelukkig is er airco in de keuken. Het vervelende is dat er van lezen nog niets komt, omdat mijn ogen door de loomheid dicht vallen. Dan maar een beetje ‘mastercheffen’ tussendoor. Eergisteren was de tweeling jarig en schitterden wij door afwezigheid. De kaart kwam een dag te laat bij broer aan. Of dat bij zus zo is, weet ik niet.

Een foto in de app. De lieve knappe kleinste telg is vier maanden en heeft oorbelletjes met de bijbehorende gaatjes gekregen. Het is een parmantig gezicht. Haar bruine gazelle-ogen kijken groot en verwonderd de wereld in. Het is een echte zonnestraal, daar is ze ook naar vernoemd. Fijn voor het hele gezin.

Hier zweeft de stilte weer tot in alle hoeken. Het verhaal van de verdwenen slipper kreeg gelukkig een staartje. Er lag eerder al een kromgetrokken slipper met gouden strepen bij het varkenskot. De andere was spoorloos. Het bleek om een pas nieuwe slipper van onze free runner te gaan, de middelste van het stel van drie kleinzonen. Op onverklaarbare wijze was er één verdwenen. Die bleek nu onder het zwembad te liggen. Lief besloot om de laatste leeg te laten lopen en op te bergen. Het gezin had het gevaarte niet meegenomen omdat het te groot was voor thuis. De kinderen wilden er op het laatst niet meer in, omdat de wespen het ook zeer aanlokkelijk vonden en zich iedere dag wel kwamen laven.

Er kriebelt ergens een onbestemd verlangen om iets te gaan doen. Het is me nog niet duidelijk wat. Eens in de zoveel tijd heb ik de drang om de creativiteit te laten stromen. Toen het bezoek er allemaal was kon ik me uitleven met de grote kookpotten en maaltijden, en het etsen met vriendinlief, maar nu valt de stilte in en is er weer ruimte voor…Tja voor wat. In ieder geval kan ik vandaag beginnen met broodbakken, want de zuurdesemstarter is klaar. Vandaag nog een keer voeden en dan een lekker deegje maken.

We hebben vriendinlief een opdracht gegeven om een keramieken beeld te maken voor de tuin. Ze stuurt ons foto’s van de hele maaksessie en juist van dat proces hou ik zo. Dan krijg je de mooiste ervaringen, soms nieuw, soms te verwachten, maar altijd bijzonder in het moment. Met de kinderen op school konden we intens genieten van het bezig-zijn op zich. Er vonden spontaan nieuwe ontwikkelingen plaats die om oplossingen of een verandering vroegen en waar we dan een groot deel van de inventiviteit weer in kwijt konden. Scheppend bezig zijn, het mooiste wat er is.

Overpeinzingen

Een kind kan in feite de was doen

Kleinzoon is jarig. Hij wilde iets hebben voor zijn Rubik’s Cube, een snelheidsmeter of zo. Omdat ik pas weer in November in Nederland zal zijn, hebben we hem geld gegeven, zodat hij het zelf kan kopen. Dochterlief stuurde foto’s van het stadje waar ze een overnachting hebben. Ze hadden de laatste overnachting in Porec in Kroatië, voordat ze naar hun definitieve plekje zullen gaan, waar ze nog twee weken zullen blijven. Ze genieten met elkaar van een mooie zonsondergang. We gaan in september of oktober een midweek naar het strand van Slovenië. Ik kan de zee hier, net als de kinderen, oneindig missen.

In het verleden was ik een jaar lang kind aan huis in Noordwijk. Iedere avond na het eten een strandwandeling, eten uit de zee met vrienden. Bokking en spekbokking, als het mooi weer was op het strand ter plekke gerookt. Daar heb ik mijn hart verloren aan de wijdheid en de buitensporige eigenwijze wendingen van de natuur. Wandelen met een straf windje was het heerlijkst om je hoofd leeg te maken van de muizenissen, die ik destijds veelvuldig had. Net weg van Lief en in de knoop met mijn hele ziel en zaligheid. Daar heb ik een deel weer teruggevonden. Ik heb heel wat tochten gehouden langs het zilte nat.

Hoe herinneringen zich vast kunnen zetten in je hoofd en daar een eigen dierbaar leven gaan leiden. Een lieve vriendin had een vijver in de tuin met kikkers, haar liefde voor de kikkers deelde ik vanaf dat moment. Door de koddige foto’s die ze deelde en die het leven van deze prachtige beestjes tastbaar maakte.

Hetzelfde is aan de hand met gierzwaluwen, omdat vriendin en ik voor de open deuren stonden en luisterden en ademloos keken naar het gieren en zwieren van deze luchtacrobaten. Vriendinlief kijkt er nu al heel lang naar vanaf haar wolkje, althans daar zet ik graag mijn fantasie en verbeelding voor aan. De vader van de kinderen verkoos zijn vrijheid en nam met de grote adelaars zijn vlucht. Elke roofvogel draagt hem voor mij met zich mee. Zo gaat dat met dierbaren en herinneringen die je alleen nog maar in de geest gestalte kan geven.

De buurvrouw steekt in het Hongaars een hele litanie af tegen haar hondje of de kippen met hun kuikentjes. Ze brengt me uit de mijmeringen terug naar het leven van de dag. Lief heeft de laatste bramen geplukt, en gaat nu op jacht naar de vlierbessen en de overrijpe mirabellen en krieken. De oogst is in volle gang en daarmee draait mijn kookpannetje voor de jam overuren. Nu kan ik heerlijke combinaties maken, vlierbessen/braam of vlierbessen/appel en braam/appel bijvoorbeeld. In de kleine kisbolt verkochten ze geleipoeder, een plantaardig geleermiddel en citroenzuur, zodat je nog maar 1/3 suiker nodig hebt. Jottem. Alle gasten, dochterlief incluis hebben ieder een potje meegekregen. Ze gaan hard. Lief eet elke dag puur natuur in zijn yoghurt.

Ziezo, twee albums aangemaakt in Myalbum, zodat er weer wat foto’s van mijn Ipad en telefoon af kunnen. Een van de vriendenweek en een van de familieweek. In apps werd ik geroemd om mijn creative handigheid op digitaal gebied. Het is echter niets anders dan foto’s invoeren, een speelse aanpak kiezen en volgorde en kleur bepalen. Een kind kan in feite de was doen.

Overpeinzingen

Drogen zal daarna het probleem niet zijn

De Hoff is stilgevallen nu de laatste voetstappen van ons lieve stel zijn verstild. Hier en daar zijn er nog tekenen. De lakens voor de wasmachine, de luchtende dekbedden op de bank in de bibliotheek en vooral de echo van de stemmen en stemmetjes. Ergens is een slipper achtergebleven. Die konden we nergens meer vinden. Lief zit buiten een podcast te luisteren en te dommelen tussen door en ik hou, zoals gewoonlijk, kantoor op bed, terwijl het raam in de slaapkamer nog even wagenwijd openstaat en het Hongaarse dorpsleven aan me voorbij trekt.

Ze zijn gewend om het huis weer opgeruimd achter te laten want bij de schoonouders in Enghien logeren ze vaker met het hele stel en zorgen dan ook voor minimale inspanning erna voor de ouders. De bedden zijn alweer naar boven gesjouwd. Voor ons een hele klus, maar voor schoonzoon ook wel pittig. De zonen zijn aan het wakker worden. Ik hoorde ze gisterennacht nog tot laat spoken. Rond achten reed het hele stel weg, de bagageruimte en alle ruimte tussen benen en banken volgestouwd. Het zal vast maar even geduurd hebben of de drie mannen lagen in een diepe slaap tot aan dit bericht toe. Ze rijden inmiddels op de snelweg door Kroatië heen naar de kust voor de laatste twee weken.

Gisterenavond was er nog een laatste potje Hitster, ik speelde samen met de middelste en we wonnen nipt, omdat hij zowel als ik ineens weer op namen konden komen en Lief wist zowaar ook de naam van Percy Sledge ineens. Daarna kregen we nog een discussie over rode strepen tijdens taalbeheersing, waarmee alle creativiteit binnen ‘no time’ gedood wordt naar mijn opinie. Lief dacht dat ik de taal helemaal vrij wilde laten, zonder spellingsregels en dergelijke. We zaten heerlijk langs elkaar heen te praten, een zeldzaamheid. Niet leuk voor dochterlief die voorzichtig probeerde te interveniëren, wat natuurlijk niet lukte met twee van die talige monsters.

Achteraf gezien denken we dat de maand augustus eigenlijk voor de jeugd een saaie maand is. Geen marshmallow, geen BBQ, geen lange fietstochten eventueel overdag, geen bezoekjes aan stad of kasteel. 39 graden is eenvoudigweg te warm. Het Kisto in Pécs was gelukkig nog een uitkomst met het heerlijke meer, de middelste zwom 800 meter schoolslag en trok erin de avond op uit om nog een lange fietstocht te maken op de mountainbike. Hij wilde twintig kilometer halen maar kwam terug na een pittige 18 kilometer. Vooral in de heuvels was het spannend geweest bij de afdaling, want dat ging wel erg snel. Hij kwam gelukkig heelhuids thuis.

Hier beginnen de nachten alweer te lengen. In de ochtend is het nog donker om vijf uur en in de avond valt de schemer veel vroeger in. We zitten dichter bij de evenaar en dat merk je. Lief sproeit de tuin in de avond en nu al zie je dat de ballote en de korenbloemen weer nieuw leven beginnen aan te blazen. Heerlijk, want ze zijn hard nodig voor de vele insecten hier . Nu kunnen we eindelijk ook eens nadenken over de kale plekken in de bloementuin.

Het enige wat nog aan de andere dynamiek herinnert, is het Lama-zwembadje en de buitendouche. Verbeeld ik me het nou, of heeft ie een grote grijns op zijn snoet nu alles er weer rimpelloos bij ligt. Van de week bergen we hem op voor een volgende keer, maar eerst krijgen de planten wat van zijn kostbare vocht. Drogen zal daarna het probleem niet zijn.

Overpeinzingen

Geen straf om in de keuken te staan

De laatste dag van een ongewone dynamiek voor de oude Hoff, die verbazend naar alle verrichtingen aan het kijken is. Voornamelijk op het terras onder de twee ventilatoren die daar hangen worden spelletjes gespeeld. De ochtend is doorgaans voor de schermpjes, in de middag kan ik in de koele keuken kokkerellen. De Datsja blijft akelig stil, nu de temperaturen steeds rond de 39 graden blijven hangen. Daar smoor je weg, zelfs nu op de veranda bij gebrek aan wind. Soms komt er een bal te voorschijn en laten drie volwassenen een waarschuwende kreet horen voor de cactus met haar lange stekels die in de kleine border huist. Te linke soep als je er in valt. Achter elkaar worden beide droogrekken, die voor de Datsja mag meedoen in de staat van dienst, omdat er geen etsen of lino’s zijn, die moeten drogen zoals gewoonlijk, te voorschijn gehaald voor de laatste wasjes.

Lief heb ik eindelijk zo ver gekregen dat hij toch hier en daar wat sproeit. Onze arme vaste planten hebben het extreem zwaar in deze hitte. Ook in Nederland is een zelfde dorre en droge tijd aangebroken. Boswachters zien het met lede ogen aan. Bomen verzwakken, planten verdorren en zelfs hele meren en vennetjes verdampen.

Dochterlief en ik gaan boodschappen doen met de kleine Doerak. Tot en met de drogist verloopt alles uitstekend, maar bij de Duitse supermarkt gaat het mis. Hij had van zijn vader te horen gekregen, dat hij iets uit mocht zoeken, omdat hij in de ochtend lief was geweest, maar koos een duur dingetje dat wat mij betreft goed was. ‘Vooruit dan’ zei dochter, maar hij was zijn grenzen aan het verkennen en de grenzen ruim aan het verleggen. Bij een van de keuzes was de maat vol. Er hielp geen lieve vader of moedertje aan, het speeltje moest terug naar het schap. Enorm protest, maar dochterlief was onverbiddelijk en op dat moment viel het alleen maar te bewonderen. Mijn moeder zou gezegd hebben: Wie niet horen wil, moet maar voelen’, en dan was daar de kous mee af. Wat je ook probeerde, het hielp niets.

Zo’n film die wordt afgedraaid, draait in je hoofd, van eigen situaties in dat verleden, waar de moeder zo oud was als haar zoon. Ach ja. Er was vroeger een filmpje van de VPRO van Buurman Bolle en zijn charmante buurvrouw, de moeder van de kinderen. Bolle placht te zeggen: ‘Kinderen zijn hinderen’, alzo sprak Brederoo’ en zo ervaarde hij het ook. Er is veel souplesse nodig om de ingewikkelde denkwijze van de kinderen van deze tijd te kunnen doorgronden met hun schermwijsheid.

Doerak wil ‘als zijn Franse Pappie zijn, omdat je dan pas om middernacht slaapt en dan heb je de hele nacht om te spelen’, scheen het hem toe in zijn tijdsbeleving.

De boodschappen waren redelijk vlot gedaan en bij de apotheek, waar dochterlief haar Ibuprofen wilde halen voor de oorpijn van Doerak, sprak men geen woord Engels. Gelukkig herkende ze het doosje van de siroop, al begrepen ze ‘Ibuprofen’ ook wel.

Op tafel kwam er een Coq au Vin. Je hebt een Franse schoonzoon of je hebt hem niet. Aardappels uit de oven en doperwtjes met mais. Een vrij simpele maaltijd, die wel wat kooktijd vraagt, maar in de keuken zorgt de airco voor een aangename temperatuur. Bij dit weer is het geen straf om in de keuken te staan.