Op de bonnefooi gaan rondrijden en dan zien waar het je brengt. Daar was ik gisteren mee bezig, toen ik niet kon verzinnen waar de dagvulling zich verstopt had. Deze weken zijn de weken van wachten. Wachten op een telefoontje van zoonlief dat de weeën zijn begonnen, wachten tot het blad van de nieuwe keuken is gearriveerd, wachten tot het tijd is om in de auto te stappen en op reis te gaan, wachten tot het tuinplan verwezenlijkt gaan worden, wachten tot de papavers en de akeleien aanslaan en gaan groeien. Wat moet je doen met een rugzak aan wachttijd. Dan ga je dat slechten. En wel door gewoon een stukje te rijden en zien waar het je brengen zal. In dit geval reed ik met een omweg naar de parkeerplaats van Parkhout toe. De zon scheen nog net. Ik had de jas thuis gelaten en wel een omslagdoek meegenomen.

Het kwinkeleren van de vogels was een welkome uitnodiging, toen ik uit de auto stapte. ‘Kom maar gezellig een beetje wandelen’, was de boodschap door het gefluit heen. Evenzeer riepen de meerkoeten me dat toe en de gakkende ganzen verderop. Hondlief van een andere wandelaarster, niet om niets, maar om de hond uit te laten, dat was duidelijk, kwam me snuffelend begroeten en liep nog een bospaadje met me mee. Zonlicht wordt sprookjesachtig gefilterd door het jonge groen. Een bankje aan de vijver met twee vrouwen erop in de late middagzon. Ze stonden op toen ik er aankwam en ik maakte dankbaar gebruik van deze geboden gelegenheid om even uit te puffen.
Zoonlief belde ondertussen en vroeg of ik stand-by wilde staan in de nacht, mochten ze onverhoopt naar het ziekenhuis moeten, als de weeën begonnen waren. Natuurlijk. Geen enkel probleem. Zo werkt dat. De heuvel liet ik links liggen, maar maakte de omweg naar het dierenparkje toe, om vervolgens het oude wilgenpad in te slaan. Om de twee of drie bomen lagen er wilgen in het water. Verrot aan de wortels nam ik aan. Hier was werk aan de winkel.
In de auto even bijkomen en uitpuffen. In de ochtend had ik de gekochte aanwas van de Hortus van van de week in de oude potten met nieuwe aarde gezet en wilde ze de grond wel uitkijken. Geduld is de boodschap en alles op z’n tijd.
Vandaag gaan we naar de tuin. De stort blijkt open te zijn tot 13.00 uur, dus de zakken en overtollig kreupelhout kunnen daar naar toe gebracht worden, om daarna verder te gaan met de wilde plannen voor de aanleg van de moestuin en daarna gaan we een plan de campagne maken voor de rest van de tuin.
Dochterlief knoopt er een vegetarische BBQ aan vast, maar dan wel met de rook ver van mij af, anders moet ik het veld ruimen. Iets wat ik met liefde zou doen hoor. Ik neem wat koek en zopie mee, de oudste maakt een salade. Zo versterken we de inwendige mens en kunnen vele monden er in delen. Wie weet hoe het feestje uitpakt.
Een tijd in afwachting heeft iets onbestendigst, vroeger zong ik voor de gelovige bejaarden op de Wartburg in de vroege ochtend: ‘Wat de toekomst brenge moge…’, daar moet ik in deze dagen vaak aan denken. Niet door de regels daarna, maar door het ongewisse van deze tijdgeest.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.