Om negen uur waren we marsbereid, ook al zaten de kloffen in de koffer en viel er weinig te marsen. Kilometervretertje Agaath viel voor ons in.
De tomtom leidde ons door een puntje van Kroatië en bij Servië moesten we inderdaad de auto uit en de bagage laten zien. De man sprak in eenlettergrepige woorden op een commanderende toon, pass, out, open. Je zou er automatisch van in de houding springen. De koffer mocht dicht blijven toen ik bevestigde dat er alleen maar kleding inzat. We kregen trouwens een stempel in het paspoort. Dat is al in geen jaren meer gebeurd. De eerste aanzet tot stempels sparen? Net als vroeger?
Over vroeger gesproken. Het is Leidens Ontzet. Tijd om aan de haringen met wittebrood te gaan zoals we in de jaren ‘70 deden. Biertje erbij en jottem. Feest van het volk. Overal klonk een vet Leids accent, ‘O Ja Jóh’ of studenten gebral: ‘Doe mij nog een pint kèrel’. Feest in de straten want we waren vrij en onbevangen in onze jeugdigheid en op drie oktober helemaal.

We reden door een van de meest troosteloze delen van Servië, bleek achteraf. Veel industrie, grote bedrijven, enorme graansilo’s, het dorre land. De dorpen werden gekenmerkt door nog veel meer vervallen huizen tussen rijtjes goede en zelfs gemeentegebouwen of voormalige staatsbedrijven lagen erbij alsof ze wel een nieuw stukje gips aan hun ornamenten, nieuwe deuren en een nieuwe cementlaag konden gebruiken. We zijn wel wat gewend van Hongarije, maar dit legde een troosteloze grauwsluier over alles heen. De wegen waren daarentegen in veel betere staat. Google leerde alras dat we richting het wonderschone groene gedeelte van het land gingen zonder smog en zonder landvervuiling. Aan de andere kant van de Donau, moest het een walhalla zijn van groen, fietspaden en bezienswaardigheden, maar zelfs in Novi Sad lagen er gebouwen in puin, als rotte kiezen tussen de pastels. Wat jammer.
We hebben met ons eerste rondje echter al pareltjes ontdekt, zoals het koffietentje, dat tegelijkertijd een boekhandel is met een tentoonstellingsruimte van lokale kunstenaars en een tweedehandswinkeltje eronder. Heerlijk jong volk, die of aan het werk zijn op hun laptop of in een discussie gewikkeld (stelde ik me zo voor) of net zo genoten als wij van het moment. De kleine 24.00 uurswinkel aan de overkant had wel wat wijn en knabbels voor de avond en in het restaurant konden we lang en uitgebreid genieten van een uitstekende maaltijd. Dat was maar goed ook want daarna kwamen we toe aan het topje van de ijsberg, vier trappen omhoog naar de zolder. Lift vergeten te bekijken bij de hotelaanbiedingen, die er dus hier ook helemaal niet was en dat terwijl we de superieure kamer op zolder hadden toegewezen gekregen. Luxe met een braampje. Lief verdient drie lintjes voor het sjouwen van dat ene grote koffer-obstakel. We wilden aanvankelijk niet teveel met tassen zeulen. Één grote koffer leek handig, maar is het niet. Ergo, euvel meegenomen op het lijstje voor de volgende keer. We worden steeds wijzer. Straks gaat het reizen van een leien dakje. En dat is fijn. We zijn per slot van rekening ook geen drie maal zeven meer.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.