Overpeinzingen

Energie en nieuw elan

We reden naar het nieuwe huis van onze oudste vriend, die Lief al kent vanaf zijn middelbare schooltijd en ik pas toen we met elkaar om gingen. Een vriendschap van ruim 60 jaar, iets om te koesteren natuurlijk. Hij heeft ons beider eerste partners gekend en ons door lief en leed heen geholpen. Hij woonde in een van de oude wijken in Utrecht en zwoer bij ons mooie oude stadsie. Maar nu, met een bibliotheek waar je U tegen zegt en met de komst van de onvermijdelijke ouderdomsgebreken kwam er behoefte aan ruimte en vooral voor het laatste, rust in deze woelige wereld. Dus werd besloten om te verhuizen uit Utrecht om ergens te vinden waar ze zo’n behoefte aan hadden.

Lief was nog wel met vriendlief aan de wandel geweest over hun geliefde singels, maar ik had hem en zijn vrouw al een tijd niet meer gezien. Toen we aankwamen en met gemak een plekje voor Agaath vonden, liepen we op het huis toe en daar zaten ze aan de grote tafel voor het raam. Vriendlief in de krant verdiept en vriendinlief in een boek. Alle onrust en drukte van het stadse leven waren wolkjes craquelé boven hun hoofd die uit elkaar ploften. De weldadige kalmte was hen aan te zien. Zo nieuw en toch zo vertrouwd.

Er was thee en een prachtige versgebakken cake van die ochtend. Zo een die ik vroeger veel maakte. Ik moet er weer eens aan beginnen, bedacht ik. Vroeger bakte ik zo vaak. Straks in de nieuwe keuken met de juiste oven en met al dat bezoek dat belooft te komen. Het was zo’n vleugje nostalgie om je aan te warmen.

Eerst bijkletsen over van alles en nog wat. Hoe was het gekomen dat ze voor dit huis hadden gekozen en niet voor een appartement waar mensen op onze leeftijd vaak naar toe verhuizen, al dan niet met mogelijkheden voor verzorging. De kinderen woonden precies tussen Utrecht en dit stadje in, dus dat was gunstig. De ruimte en de rust voor hoog sensitieve vriendin bleek een perfecte en hemelse combinatie. Alle boeken, en geloof me, een bibliotheek gelijk, hadden hun vaste plekje gekregen beneden in een wandbrede boekenkast en boven op zolder, aan alle wanden in zelfgemaakte boekenkasten.

Ruimte te over en geen wonder dat vriendlief, zodra hij een voet over de drempel zetten, wist dat het goed was. Het eerst bekeken huis en direct raak. We gingen lunchen en het gesprek kabbelde onverminderd voort. Dat krijg je als je jaren moet overbruggen. Over de Hoff en over het onderwijs, over naar Hongarije komen met de trein of bus, over kamperen, over de prachtige bosrijke omgeving bij hun, over fijnstof en benauwd zijn, over biologisch verbouwen, het voedselbos, de nachtegalen, over een tuinarchitecte die de tuin onder handen zou nemen om van daaruit weer zelf aan de slag te kunnen gaan, over met pensioen gaan en de vele voordelen en over vrijwilligerswerk waar straks tijd te over voor zou zijn. Zo wisselden we uit en droomden het ideale plaatje.

Doelen stellen, dromen hebben, iets op touw zetten, zo vaak heb ik gemerkt dat het nog heel veel levenslust brengt als je ouder bent en vooral energie en nieuw elan,

Overpeinzingen

Bliksemsnelle voetjes over de galerij

Gisteren heb ik de hele middag met rode konen de reis gevolgd van de hoofdpersoon in het boek ‘Waak over haar‘ en ik heb moeite om het weg te leggen. Altijd een goed teken. Vandaag was er geen ruimte om veel te lezen. Onze lieve Njong was er een dagje. Mams moest naar de allerlaatste beurs voordat het zwangerschapsverlof in gaat. Geen probleem, tussen alle wonderlijke roller coasters van de laatste tijd door is het bijna even pas op de plaats.

We begonnen met stofzuigen. Daar was ik nog niet aan toegekomen. Dat zou hij wel even doen, vond ie. Met de ingekorte stang schoof hij met een ernstige blik de zuigmond over het kleed en het laminaat. Een en ander, bijvoorbeeld het goede helpen, moest wel een aantal keer bevestigd worden. Ik deed de bank, en hij nog even de keuken. We zijn een goed stel, wij twee.

Hij had de houten trein meegenomen en wat autootjes, alsof er nog niet genoeg waren en de kleine diertjes van school kwamen te voorschijn. Die vond hij minder interessant. De keramieken koekjestrommel uit Trojan zat gelukkig nog vol met doormidden gebroken crackertjes. ‘Mag ik die pakken, oma’, tuurlijk jongen. Behoedzaam tilden twee kleine handjes het deksel eraf en het ging er even behoedzaam weer op. ‘Goed zo lieverd.’ Het aloude programa werd afgedraaid.

Verven stond bovenaan. Waterverf erbij, kwasten, de achterkant van een oud los doek en het tekenboek. Een voor mama, de regenboog natuurlijk, in dit geval uitgevoerd in prachtig nachtblauw en donkerrood en bruin, als daar die pot goud niet te vinden zou zijn. En een tekening voor papa, waarbij hij zeker wist dat die geen roze wilde in zijn schilderijen. Haha. Volgens mij heeft zoonlief daar geen echte problemen mee. Ik schreef er keurig op voor wie het was, met datum.

‘Zal ik wentelteefjes bakken?’ ‘Nee Oma.’ ‘Dino-pannenkoekjes dan?’ ‘Jaaaaa’, een langgerekte blijde kreet met de bedelende vraag of hij weer mocht kloppen. Tuurlijk. Extra handen waren altijd een zegen. Het was mijn klontjestovenaar. Met het grappige stampertje voor opgeklopte melk bromtolde hij verschillende keren op en neer, stopte, keek nauwkeurig naar het witte goedje en klopte nog een keer, om dan te juichen dat ze allemaal verdwenen waren.

Hij mocht de volle kleine pollepel in de hete pan doen, die ik vast hield. Bij zoiets kom je argusogen te kort, zoveel om op te letten, én op de pan, én op de lepel, én op het erin gieten, én op zijn dribbelbeentjes op de stoel. We hadden fantastische dino’s dit keer, dat moet gezegd. Om ze ogen te geven hadden we de zak rozijntjes opengeknipt. Zoonlief kwam er ook gauw een paar wegsnoepen net als Lief.

Na het eten waren we allebei wat moe en eerst werd er voorgelezen uit ‘De Fantastische Bus‘, waarbij vooral met de zieke Timo werd meegeleefd en dan graag een filmpje. Hij koos Peppa Pig, grappige dieren met neuzen aan de zijkant van de wonderlijke hoofdjes. Klassiek Egypte op moderne wijze in de verbeelding verwerkt. Hij was moe en kwam dicht tegen me aan schuieren. Zo’n heerlijk waak/slaap momentje. Toen we net wilden gaan wandelen kwam Mams er al weer aan met zijn grote zus. Ze hadden spekkoek meegebracht en natuurlijk was er een pot lekkere warme thee bij.

Ondertussen leerde ik zijn zus breien en verviel hij in een halstarrig nee, op alles wat er werd gevraagd. Ik wilde de moderne methode aanleren die ik net onder de knie had, maar de andere oma, had het aloude: Insteken, Omslaan, Doorhalen en Af laten glijden, aangeleerd, dus borduurden we toch maar op die voet verder. Wol mee, pennen 7 mee en de boodschap om vooral ook op Youtube te kijken. Wie weet.

In een vaartje naar huis, want de nieuwe auto zou worden gebracht. Kus, kus, dag, dag, en bliksemsnelle voetjes over de galerij.

Overpeinzingen

Vier het leven

Gisteren kwamen de hoogtijdagen in een mensenleven bij elkaar en raakten elkaar net niet. Een crematie in de middag van een zus van een schoonzus, gedragen door de kleinkinderen en de kinderen. We kregen om te beginnen allemaal een vergeet-mij-nietje. Het symbool van Alzheimer Nederland met de boodschap het vaak te dragen. Uit de verhalen van de volwassen kleinkinderen kwam deze oma levendig naar voren tot een paar jaar voor haar dood. Daarna was er steeds weer een afscheid, omdat de mist langzaam omhoog kroop.

Er werd liefdevol en mooi over haar gesproken en daar tussenin werden aanvullende foto’s getoond, die werden onderstreept door de begeleidende muziek: Vakanties met man en kinderen in Italië, het ouderlijk huis van vroeger met haar zussen, bourgondisch tafelen, en het geiten en dollen met de kleinkinderen. Bij oma kon alles en zo was het. We hadden allemaal een zijden bloem meegenomen die aan het eind van de plechtigheid verzameld zouden worden tot één grote bos om ze uit dankbaarheid aan het zorgcentrum te schenken waar ze op het laatst een studio had. Een mooi gebaar vond ik dat.

Na afloop was er een borrel en een hapje, dat paste bij haar leven en was er een ontmoeting met broer en schoonzus, de neven, die we niet zo vaak zagen en bekende gezichten van de verjaardagen van vroeger. Zoals altijd een mengeling van een lach en een traan. Zuslief en haar man en ik waren gelijktijdig aangekomen en het was fijn om dat samen te kunnen delen.

Rond zes uur reden we richting Rotterdam waar ik de afslag IJsselmonde miste en de halve stad ben door gesjeesd. Maar nu weet ik het en kan ik er de volgende keer pico bello heen rijden. Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen. Parkeren bij het zwembad, was de boodschap. We werden opengedaan door de kleine man, die net zo snel ook weer naar boven rende om onze neef te halen. Hartelijk als altijd met een brede glimlach en de vraag om de schoenen uit te doen. Geen punt maar zonder bankje een moeilijkheidsgraad.

Boven stond er een overvloed aan hapjes klaar op het kookeiland en de eettafel naar ‘s lands eer en inborst en werden we met een gul gebaar gefêteerd op een drankje. Wel eerst een gedeelte van het huis bewonderen, een hotel gelijk. Wat een ruimte. Voor het woongedeelte moesten we een trap op en voor de slaapkamers eventueel nog een dus bedankten we voor de eer. Dat zou later nog wel eens komen. Geanimeerde gesprekken met de gastheer en gastvrouw volgden en later met de kinderen en de overige bezoekers. Tussendoor toonde neef zich een gulle sommelier en maakte zijn geliefde in de gauwigheid nog meer mooie schotels af met parmezaan en wat groen erover. Alles met het gemak van de gastvrijheid die uit de hele sfeer af te lezen was.

Mooie en liefdevolle begroetingen volgden, zeker nu we iedereen nog maar anderhalve maand geleden bij de begrafenis van broer van Lief hadden gezien, tussen elke handeling viel er verbondenheid te lezen. Er werd geknabbeld, gegeten, gedronken en het was de vrolijkheid ten top. Het motto van deze dag met het lief en leed werd als vanzelf ‘Vier het leven’.

Overpeinzingen

Niets moet en alles mag

Zon doet verwoede pogingen om door de dichte neveldeken heen te breken en ze heeft haar lentekracht mee. Het lukt. Rondom Zwolle is de wereld nog wit, waar het bij ons allang is weggesmolten. De parkeergarage ligt vlak naast de snelweg en is makkelijk te bereiken. We nemen de verkeerde uitgang en moeten vier trappen op, maar met wat puffen lukt het goed. Oefening baart per slot van rekening kunst. Het was al met al toch nog bijna anderhalf uur rijden. Met Arnhem in mijn hoofd, waarna ik altijd in een uurtje thuis ben, had ik dat ook voor deze afstand bedacht. Een file onderweg stopte er gul nog eens twintig minuten bij. Het maakt niet uit.

Mooi Zwolle, net als Utrecht een prachtige oude binnenstad naar ons hart. We lopen richting de Blijmarkt waar we het kunstzinnige deel weten, het Odeon en Museum De Fundatie. De treden naar het bordes van het oude semi klassieke gebouw met de moderne koepel en de dikke duif van Martha Rolink er bovenop. Altijd fijn om er weer te zijn. Ik geef de jongen achter de kassa een oude kaart van Lief, die nog in de portemonnee zat. Ergens registreert mijn oog de fout met een blik op de foto. Natuurlijk is die kaart verlopen. Hij knipt hem door voor ons en ik snor mijn eigen kaart uit de diepte.

Binnen is er de gebruikelijke hoeveelheid aan grijze koppies. Ze komen gemiddeld allemaal voor de tentoonstelling van de kunstenaarsfamilie Ter Borch, schatte ik in. Wij rijzen op met de lift naar de vierde verdieping en daar vallen we eindelijk stil. Wow, wat een prachtig werk hangt hier. Alle conventionele denkbeelden omtrent een schilderij zijn losgelaten. Het lijken pastelkleuren op linnen aan muren van opgespannen kaaslinnen en katoen, al dan niet met een kleur, wat de omgeving passend maakt bij deze doeken. Er zijn erbij waar op de achterkant van het doek geschilderd is, er zitten op sommige rijgsteken, er hangt soms wat draad aan.

Ivna Esajas haar werk heeft de titels van boeken, kunstwerken of gedichten van auteurs, kunstenaars en dichters met Afrikaanse of Surinaamse roots. In een van de huiselijk ingerichte vertrekken liggen op een tafeltje de werken van o.a. Baldwin, Bell Hooks, Faith Ringgold. De titel komt uit een gedicht van de Jamaicaanse dichter Safiya Sinclair:

The ragged and the Beautiful.

Doubt is a storming bull, crashing through/the bluw-wide windows of myself. Here in the heart/of my heart where it never stops raining

I am an outsider looking in. But in the garden/of my good days, no body is wrong. Here every/flower grows ragged and sideways en always/

beautiful. We bloom with the outcasts,/our soon-to-be-sunli, we dreamers. We are strange/and unbelonging. Yes. We are just enough/

Of ourselves to catch the wind in our feathers,/and fly so perfectly away.

Vrij als een vogel, los van alles, dat proef je uit haar werk heel sterk. We kunnen er geen genoeg van krijgen en wandelen heen en terug om opnieuw te kijken en te ontdekken, de mensen, de verstopte dieren, de rafelranden van het opgespannen doek zelf, de verwerking van de stof erin, volgen de lijnen en de vormen en laten alles regelrecht binnen in ons hart.

Er staan knusse bankjes en stoelen met tafels met een schemerlamp erop waar uit te rusten valt en goed is om het geheel in je op te kunnen nemen. Gemeenschapszin is op alle doeken af te lezen. De mensen omstrengelen elkaar, lopen door elkaar heen, lijnen en kleuren vervagen, vullen dromen, herinneringen of spatten er in een fel blauw vanaf. Een vleermuis is een muizenkopje met vlerken. We dwalen door haar wereld en lezen de historie in haar beelden.

Alles heeft betekenis, maar wij mogen er onze eigen betekenis aan geven. Er staan geen titels bij de doeken, de folder hebben we nog even laten liggen. Eerst drinken we alles goed in en pas later komen de titels aan bod en het gedicht. Zo valt alles samen met eigen gedachten. Niets moet en alles mag.

Overpeinzingen

Zo past alles weer mooi in elkaar

Een interessant gegeven in de schrijfingang van vandaag: ‘Het meningsverschil en hoe ga je er mee om’. Als je verontwaardigd, boos of verdrietig bent ergens over en een ander ziet dat totaal niet, dan is de eerste neiging om in de verdediging te schieten. Alleen zou je je beter af kunnen vragen waarom je je zo voelt door iets en wat dieper bij jezelf te rade gaan. Er wordt aangegeven dat het juist goed is als een ander het niet met je eens is, want dat zou een meerwaarde kunnen zijn voor het hele proces dat zich voltrekt. Als je kan toegeven dat je het van die kant nog nooit bekeken hebt, dan is dat een opening om tot een gesprek te komen. Het is mooi om het van die kant te bekijken, maar in de praktijk ook moeilijk. We zijn zo gewend om vanuit emotie te reageren. Wat mij altijd helpt, is door aan te geven dat je hoort wat er gezegd wordt, maar dat je er nog even over na wil denken. Mijn moeder zou zeggen: Eerst stoom afblazen en dan het gesprek aangaan. Bij de analyse van een meningsverschil dat ik vroeger dacht te hebben, bleek dat ik vooral boos was vanuit de teleurstelling door het gebrek aan vertrouwen. Vaak ligt er zoiets aan ten grondslag. Zelfreflectie is een kunst waarbij het verplaatsen in de ander voorop staat.

Zo mijmeren we wat af. Lief heeft net de tickets gereserveerd voor zijn reis met de Flixbus terug naar Budapest. Eigenlijk had hij twee weken later willen gaan, maar het is noodzakelijk om met vriendlief te overleggen over de aan te schaffen keuken. Er was een schrijnwerker benaderd, maar die offerte is nog steeds onderweg. Helaas heeft Lief met regelmaat ervaring opgedaan met de haperende punctualiteit van sommige bedrijven. Dat risico wil hij met de keuken niet lopen, want wat moet je tijden lang met een halve keuken. Met een bezwaard gemoed dus toch maar twee tot drie weken van ons samenzijn afgeknibbeld. Ik zie hem weer na de geboorte van het elfde kleinkind, ergens begin april. Zo’n weerzien wordt na een langere periode des te fijner, moet je maar rekenen.

Het boek ‘Waak over Haar’ van Jean-Baptiste Andrea is een dikke aanrader. In het begin even doorbijten, maar als je er eenmaal inzit, kost het moeite om er uit te stappen.

Vanmorgen hebben we twee kaartjes gereserveerd voor de tentoonstelling van Ivna Esajas-In the Garden of the good Days. Het is haar eerste solo tentoonstelling in Nederland. Nog net op de valreep, want morgen is de laatste dag. Wat ik van haar werk gezien heb, spreekt me erg aan.

Gisteren kwam het volgende boek van de Bioclub binnen. ‘Meester in het Paradijs’ over het leven van Jac.P. Thijsse en geschreven door Dik van der Meulen. Van mijn moeder heb ik de beroemde plaatjesboeken hier in de kast staan en het lijkt me heerlijk om nu meer van de achtergrond van deze man te weten. Over twee weken gaan we drie dagen naar Texel en daar heeft hij ook gebivakkeerd. Jan Wolkers heeft een beeld van hem gemaakt. Het heet ‘Onbekommerd’ en verwijst naar de ongedwongen manier waarop Thijsse de natuur benaderde. Zo past alles weer mooi in elkaar.

Overpeinzingen

Ik leer het nog wel eens

Een lumineus idee om Agaath aan de rand van Utrecht te parkeren. Naast het Diaconessen Ziekenhuis is een parkeergarage, die niet voor de bezoekers van het ziekenhuis is. Hoera. Het is vandaaruit ongeveer vijf minuten lopen naar de plek waar we de biografie-bespreking hebben. Een hartelijke omhelzing. Ik ben de eerste. Er is thee en er zijn kletskoppen en kleine gevulde koeken. Het is er behaaglijk warm. We zitten in de erker met uitzicht op de bloeiende winterjasmijn. Geen bloemen in een vaas, want giftig, maar wel bloeiende takken. Prachtig. De gastvrouw vond het een dwaas boek, heeft zich enorm geërgerd aan sommige beweringen of zinsneden. Op iedere bladzijde wel een keer. Dat klopte. Ik viel ook van de ene verbazing in de andere.

Daar zijn de twee zussen, een uit den Haag en een uit Amsterdam en gewapend met het boek en een opschrijfboekje in de hand. Natuurlijk wilden we eerst even bijgekletst worden en werd het boek over de Mendelssohns bewonderd, die de gastvrouw bij het afscheid van de secretarie van haar orkest had gekregen. Ze leefden omstreeks dezelfde tijd als Clara Schumann, wat aan de foto’s van de vrouwen goed af te lezen was.

De anderen komen alle drie uit de muziekwereld of zijn er thuis mee opgegroeid en weten dus van dat gedeelte veel af. Hun bevindingen waren dat deel van de biografie klopte. De auteur Christine Eichel studeerde literatuur en muziekwetenschap en dat was te merken. Haar bevindingen over het leven van Clara zijn ernstig beïnvloed door het feit dat ze wil aantonen dat Clara een vrijgevochten vrouw was. Ze is daar zo stellig van overtuigd dat er allerlei aannames en beweringen gedaan zijn, zonder dat het geboekstaafd wordt. Dat is op z’n minst curieus.

De auteur deelt het tijdsgewricht in, in blokken en zo kan het gebeuren dat je pas in een van de laatste hoofdstukken kunt lezen dat haar man, Robert Schumann, wel van de kinderen hield en met hen vertoefde, terwijl dat nog niet aan bod was gekomen en de indruk werd gewekt dat de kinderen, op enkele hardvochtige beslissingen van uit huis plaatsing na, nauwelijks deel uitmaakten van het huwelijk. Ze hadden acht kinderen, die met regelmaat werden uitbesteed. Zo waren er meer veronderstellingen.

We moeten niet de tijdsgeest vergeten en het feit dat Clara als verliefd meisje pas 13 jaar was en met harde hand was gedirigeerd tot het wonderkind door haar vader Friedrich Wieck en dat het bijna onmogelijk is om als vrouw en moeder op te treden als componist. Eichel schrijft haar eigen ‘feministe avant la lettre’ uit en haalt uit de dagboeken en vele brieven vooral datgene wat dat bewijs zou kunnen staven of maakt er een Eichel-interpretatie van.

Dat is de algemene indruk in vogelvlucht van ons vieren. Wel zijn er ook positieve kanten te noemen, benadrukt een van de zussen. Het was in die tijd moeilijk om als componiste aan het werk te gaan en niet gebruikelijk dat de vrouw voor het inkomen zorgde. Daarnaast hadden ze ook nog een huisvriend, de jongere knappe Brahms, die haar aanbad en later ook nog haar geliefde werd. Ze heeft prachtige werken gecomponeerd even als Schumann zelf. Ze werd later een bekwaam piano-docente en koesterde aan het eind pas het familieleven en haar kleinkinderen zeer. Haar man Robert was toen al veertig jaar dood.

Het zijn mooie bijeenkomsten en helpen ook om zo’n biografie van alle kanten te benaderen, omdat iedereen eigen bevindingen heeft. Door die uit te wisselen lukt het vaak om tot de kern van zo’n boek te komen. De focus ligt bij mij nog te vaak op het verhaal en ik moet vooral leren het van de auteur uit te bekijken en met name het bronnen-onderzoek te verifieren. Dat is een vak apart, kan ik jullie vertellen. Ik leer het nog wel eens.

Overpeinzingen

Zonder fileleed

Lief reed mee naar Utrecht, om een van zijn geliefde Singelwandelingen te maken. Ik moest achter het Griftpark zijn om bij de parkeergarage te komen. Vandaar uit kan je voorbij de Voorstraat het wandelpad langs de Singel op. Toen ik de hoek om stak van de garage blies er een venijnige wind om mijn oren en bracht nog een gemene vlaag kou mee. Het was ongeveer een kwartiertje lopen naar de kapper.

Ze was gevestigd in een van de panden van de Willem Van Noortstraat. Aan de overkant op de hoek was vroeger de automatiek en de slagerij van Meneer B. Daar werkte ik een jaar lang na schooltijd en op zaterdag als veredelde patatbakker. De man zelf was een wat vrekkerige iezegrim, die niet goed tegen de lucht van pure Spiritus kon, dus om een uur of vier maakten we de vitrines van de slagerij al schoon met dat goedje. Na een minuut deed de beste man zijn schort af, trok zijn jas aan en zette zijn hoed op en liet de slagerij over aan zijn hulp Jan en de automatiek aan mij. Dolle pret was het dan nog even in de vroege avonduren tot Jan naar huis ging. Ik leerde vooral vrienden te maken met zo’n puntzak vol, en niet afgemeten naar de wensen van de baas, en met lekker veel romige mayonaise. Glorietijden.

Ik stapte de winkel binnen en kon even uitrusten na de wandeling. Daarna riep een van de dames me voor de kleuring. Eerst wassen en een hoofdmassage en daarna uitspoelen en op de plek voor de spiegel het kleurenpapje aanbrengen. Het was zorgvuldig samengesteld op de kleur van mijn haar. Geen chemische troep maar eerlijke natuur. Een warme band om mijn hoofd en de tulband erover en dan in de warmte van de futuristische infra-rood Heater.

Daarna viel de rust in en kon ik verdwijnen in mijn eigen bubbel. Al mijmerend, een Hongaarse les en luisterend naar de flarden van gesprekken om me heen: Over Japans leren dan/wel Nederlands van mijn kapster en de Japanse stagiaire, over moestuinen, inzaaien, snoeien, over levensprobllemen op een pad, je kon het zo gek niet bedenken. Lappers zijn van alle markten thuis. Voor mijn neus stond een warme Chai en een piepkleine heerlijke brownie.

Er was wat leesvoer. Een ‘Saar’, duidelijk een blad voor vijftigers, zoals de onderwerpen toonden. Een boekje met informatie over duurzaamheid en het kleurenboek, een van mijn favorieten, Het Geheime Leven van Kleuren van Kassia St’Clair. Al lezend is een uur zo voorbij. In het tijdschrift Saar een verhaal over een geheim gehouden affaire terwijl het indruiste tegen het waarheidsprincipe van de vrouw. Een beschrijving van het loslaten van haar partner maar uiteindelijk ook van de geheime minnaar, om te resulteren in een volkomen tevreden leven alleen met de kinderen in co-ouderschap. Er zijn soms omwegen nodig om de juiste vinger op de juiste plek te leggen en uiteindelijk bij jezelf uit te komen.

Toen was ik opnieuw aan de beurt. De verf moest uitgespoeld en het haar droog geföhnd. Ik sta er weer gekleurd op. Met een nieuwe afspraak op zak en een lichtere portemonnee stapte ik de miezerige regen in. Utrecht in de spits met regen betekende wijselijk binnendoor naar huis, zonder fileleed

Overpeinzingen

Tijd vliegt met puur vermaak

Vorige week hadden dochterlief en schone zoon al gevraagd of ik op maandagmiddag de kinderen wilde ophalen en ze een middagje wilde vermaken. Nou zijn tante Pollewop en de filosoof kinderen die je eigenlijk nooit hoeft te vermaken. Eerst een poosje op de tablets en ik aan mijn Hongaars, want ik was mijn leesboek vergeten en daarna aan de knutsel.

Bij school staan brengt altijd gevoelens mee van nostalgie, een glimp vroeger achter de ramen. Een van de juffen zat buiten met een paar kinderen. Ze had eenzelfde sjaal losjes omgeslagen als ik had. Dat schiep sowieso een band. Het plein stroomde vol met mensen. Uitgelaten, wat excentrieke oma’s, vaders met kleine kinderen in het kielzog of voor hen uit, gehaaste moeders, mensen van een oppascentrale of BSO, opa’s die zich al snel terugtrokken uit de drukte. Een mierenhoop buiten op het schoolplein.

Ik vond het altijd zo fijn dat bij ons iedereen binnen mocht wachten. Onze groepen hadden deuren die je open kon schuiven en die van mij ging ook daadwerkelijk helemaal open, zodat ouders konden meegenieten van de laatste kring. Een liedje of een verhaal, een stukje reflectie op het werk. Kinderen die glommen van trots met publiek erbij en hun ouders evenzo trots op die knappe kinderen. Altijd een win-win situatie, maar ook een druk verkeer in de gangen. Toch was het fijn en zijn er warme herinneringen overgebleven.

Hier stonden we buiten in de kou en ik moest vijf minuten wachten voordat tante Pollewop met een blij gezicht op me kwam toe gehuppeld. ‘Oma!’ Ze ging haar stepje ophalen en daar was de filosoof ook. Warme knuffels en nog een tweede step erbij die samen met gemak in de achterbak van Agaath pasten. Het was niet al te ver naar huis, maar het was lekker warm in de auto en ik kon even bijkomen. Toen we er waren, ging de filosoof nog even wat lekkers bij het tankstation halen met zijn step, pinpas mee met goedkeuring van paps. Zo gaat dat tegenwoordig. Hij kwam terug met een zakje m&m’s en natuurlijk was het boffen dat ik niet echt dol was op chocola nu ik alleen het zoete of het bittere proef. Met de precisie van een chirurg verdeelde hij aandachtig de inhoud van het zakje in evenveel en dezelfde kleuren in twee kleine bakjes. Smullen maar onder het gamen. Dubbel lekker en dubbel leuk.

Daarna kwamen de tekenblaadjes en twee etuis vol met stiften en potloden op tafel, schaar erbij en een spannend verhaal van Juf Braaksel op de telefoon. Onze middag kon niet meer stuk. Het knipte, plakte, vouwde, tekende, kleurde er lustig op los aan alle drie de kanten van de tafel en de filosoof kreeg het patent op het kleinst gevouwen papieren vliegtuigje. Helaas was de foto onduidelijk, anders had ie erbij gezeten, en hij maakte een figuurtje dat kon groeien, die door tante Pollewop in een oogwenk werd nagetekend. Ze maakte ook nog een geheim zakje met wel zes geheimpjes erin, die natuurlijk niemand mocht weten, anders was het geen geheimpje meer. Ik tekende een luiaard op een tak na van een ansichtkaart.

Tante Pollewop had nog honger en ik beloofde een boterham met de gekozen appelstroop te maken maar er was nog maar één sneetje en nog wel vier rijstewafels. Van de nood een deugd maken leerden we vroeger, dus een dubbele rijstewafel met appelstroop was ook goed. Met een siroopje erbij was de zoete honger weer gestild. Voor we het wisten kwam paps achterom en zette zijn fiets in de schuur, terwijl dochterlief bijna op hetzelfde moment vóór de fiets neerzette. Paps ging koken en dochterlief en ik konden even babbelen.

Tijd vliegt met puur vermaak.

Overpeinzingen

Deze bijzondere dag

‘Schrijf over een aantal van je favoriete familietradities’ vraagt WordPress aan mij. Alsof het zo moet zijn. Want gisteren hadden we een van de belangrijkste familietradities van ons gezin. Het herdenken van het moment dat de kinderen zonder hun vader verder moesten in het leven. Ze waren nog relatief jong. De tweeling was 16 en de meisjes waren respectievelijk 18 en 20. Het was een druk bezochte droevige bijeenkomst met alle dubbele gevoelens vandien.

De kinderen gingen regelmatig met hem naar het strand van Egmond en daar heeft hij vanuit zijn urn ook de vrijheid in zee gekregen. Hij was gek op de adelaar, toonbeeld van kracht, vrijheid en visie en dat werd ook zijn personificatie voor ons in brede zin. Iedere grote roofvogel is een teken. Onderweg zagen de passagiers wel een grote. Zo werkt dat. Roofvogels waren er gisteren niet op het strand. Maar we namen alvast een voorproefje op vandaag, de werkelijke datum van overlijden, en waren met het hele stel naar Vrijstaat Nederzandt getogen tussen Noordwijk en Zandvoort in. Een toepasselijke plek voor onze vrijbuiter.

Het strand is er breed en er wordt druk gewerkt, wat af te lezen is aan de hekken, het opgehoopte zand en de linten her en der, maar het strand en de weg er naar toe zijn ongemoeid gelaten. Een heerlijk breed strand met prachtig zicht op horizon en zee en alleen maar zee. Geen windmolen te bekennen gelukkig. Mooi en ongerept lag het daar met een late zon als bonus en heel veel scheermesjes om de boodschappen in het zand te kunnen schrijven. Een behapbaar windje en de koude horen er een beetje bij op deze dag. Die zon was al een bof. Normaliter stormt en regent het en is het nog veel kouder.

Iedereen was dicht ingepakt. Onze jongste telg, de kleine kwikzilver, liep met een buitenmaats stuk hout te sjouwen, formaat surfplankje, en liet het niet meer los, de jongens dolden wat heen en weer en de rakkertjes zochten krabjes en andere presentjes van de zilte zee voor bij hun verzameling. De filosoof had zijn korte (kika)broek aan en nauwelijks rode knieën, bewonderenswaardig. Tante Pollewop hinkstapte tussen alles door. Wij dronken het prachtige licht en het glinsterende water als een verrassing dat ons in de schoot geworpen was.

Toen we allemaal compleet waren, op een kleindochter na, konden we onze boodschappen aan de zee meegeven. Aandoenlijk was Dribbel, die in kriewelhandschrift zijn boodschap voor opa in het zand schreef en daarbij zo hard drukte dat steeds het scheermesje brak. Maar hij zette door. Njong had alleen maar een schepje nodig om zich oeverloos lang te vermaken met zand en water en totaal geen last te hebben van de kou. Dat gold niet voor ons. Op een gegeven moment waren we toe aan de warmte van de Vrijstaat zelf waar een lange tafel was gereserveerd en waar er uitgebreid gegeten kon worden.

De hoogte was een berg voor mijn gevoel, maar de longen zijn de trappen hier gewend naar de maisonnette toe en training zorgt voor baat hebben bij andere obstakels. Buiten belemmerden vooral de gezellige houtvuren, maar binnen was er geen, gelukkig.

We zaten bijna helemaal alleen aan de lange tafel en dat was goed. Negen kleinkinderen van 2 tot 16 zorgen voor aardig wat gekrakeel. Maar de sfeer was gemoedelijk en gezellig. Schoondochter reed ons weer naar huis, waar de indrukwekkende Auschwitzherdenking qua ingetogen sfeer en de woorden, het gedicht en de zang de juiste afsluiting waren voor deze bijzondere dag.

Overpeinzingen

Alleen dat idee al zal troostend zijn

Een drukte van jewelste in het stadscentrum, maar ik wilde schilderdoeken kopen en daarvoor moest ik er dus wel zijn. Het was extra druk omdat in het midden teruggebrachte ingepakte pakketjes aangeboden werden tegen kennelijk verleidelijke prijsjes. Er stonden lange rijen. Kopen om de heb? Je weet niet wat je in handen krijgt. ‘Het is een spel’, vond lief. ‘Je kan altijd een gokje wagen’. Maar wij lieten het vooral letterlijk links liggen.

Op het nieuws was een droevig bericht over de doodgereden kraanvogel en de partner, die er bij bleef. Deerniswekkend hoe ze er naast stond en naar het arme dier keek. Ze blijven het hele leven bij elkaar. Normaal worden ze gemiddeld 17 jaar oud maar onder gunstige omstandigheden kunnen ze veel ouder worden, in het wild gemiddeld 40 jaar. Ik had met het paar te doen. Zulke prachtige creaties van moeder natuur.

Gisterenavond bekeken we de tip van vriendinlief op Netflix. The Octopus, my teacher. Een docufilm van Pippa Ehrlich en James Reed over een filmmaker die de roerige wereld ontvlucht en gaat duiken in het kelpwoud voor de kust van Zuid Afrika. Hij sluit ‘vriendschap’ met een prachtige grote octopus, die hem steeds meer van haar wondere wereld laat zien. Ongelooflijk boeiend vonden we het alle twee. Alleen al dat ‘Kelpwoud’ is een bijzondere wereld op zich. Zonder duikerspak en zuurstof en slechts uitgerust met snorkel en zwemvliezen beleeft hij zijn avontuur.

Een ansichtkaart in de bus en de Nieuwe Groene van deze week. De ansicht kwam van twee vriendinnen die het Planetarium van Eise Eisinga in Franeker hadden bezocht. De ansichtkaart is dan ook van dat mooie fenomeen. Het staat al een tijdje op ons lijstje, dat met de weken langer en langer wordt.

Bij het water geven van de planten ontdekte ik rouwvliegjes rond de orchidee. Help. Maar gelukkig bracht een snel onderzoek op internet een mooie biologische oplossing: Aaltjes. Vermoedelijk zijn ze bij een tuincentrum te krijgen. Morgen maar eens op pad.

In de nieuwe Groene is het ‘probleem’ van deze week iemand die zich niet een kind van deze tijd voelt. Traag en de stilte verkiezen boven lawaai en luieren, middagdutjes, zijn de dingen die als prettig worden ervaren en de analyticus vraagt zich terecht af wat eigenlijk het probleem is. Langzaam leven in een tijd van hectiek is in mijn optiek alleen maar een voordeel als je dat kan, maar misschien geldt dat nu voor mij, omdat we ouder zijn. Deze persoon is pas dertig. Toen ik dertig was stond ik inderdaad midden in dat bruisende leven, pas later zie je wat je gemist hebt door er aandachtig naar te kunnen kijken. Eigenlijk is langzaam leven een groot geluk, al is de vragensteller bang dat het trage onzichtbare leven zal leiden tot een ongemerkt voorbijgaan. Maar de Analyticus adviseert om een partner erbij te zoeken die in dezelfde stilte en rust leeft, om samen een middagdutje te doen of door de tuin te banjeren en vertelt ook dat uiteindelijk, aan het eind van alle dingen, de hardlopers net zo goed opgeslokt worden door de stilte van de tijd. Alleen dat idee al zal troostend zijn.

Overpeinzingen

Zo voelt het dan

De zon is er weer. Wat een bof. Mooi winters helder weer en hier is het niet te koud. Gisteren kregen we een belletje van schoondochterlief. Ze dachten het niet te redden om het huis van Zoonlief zijn vader leeg te halen. Ze zijn al drie weken bezig en het is veel. Dat kan niet anders, want het is heel het leven in een flatje gepropt. 72 jaren heden en verleden.

Lief aarzelt geen ogenblik en gaat zich klaar maken om de handen uit de mouwen te steken. Het wordt mij afgeraden mee te gaan. Veel te veel stof, niet goed voor de aangedane longen. Dochter komt ook en later schone zoon. Vele handen maken licht werk, nou ja, ze zijn er tot ruim in de avond mee bezig.

Ik lees, val bijna in slaap, lees verder en weer vallen de ogen bijna dicht, loop rondjes en lees door. Hoera. Het einde gehaald. Clara Schuman en het wonderlijke leven beschreven. Een recensie in de Trouw over het boek, trekt een aantal van de vermoedens en beweringen die daarin gedaan worden door de schrijfster in twijfel. Sommige feiten klinken ook wel heel tegenstrijdig. We gaan er woensdag over praten en dit keer ben ik er zo mogelijk nog meer nieuwsgierig naar. Nu is er ruimte voor Waak over Haar. Twee boeken door elkaar lezen vind ik nog altijd niet fijn.

Vandaag maar eens even flink in beweging. Eerst een paar extra broeken en dunne truien voor Lief kopen, want hier hangen alleen de kwetsbaar lichte exemplaren. Dat is het nadeel van twee kasten, een in Verweggistan en een hier. Dan grijp je nog wel eens mis.

Eergisteren zagen we de film The North van Bart Schrijver over twee vrienden die samen een lange tocht maken door de Schotse Hooglanden. We hoopten op zoiets als het Zoutpad, maar het bleek een wonderlijke combinatie van eindeloze wandeltochten, niet alleen mét, maar ook zonder elkaar. Dat zegt genoeg over hoe de vermeende vriendschap verliep. Ze komt niet op gang, maar om dat te ontdekken moet je zelf aan het werk. Je moet de moeizame tocht naar het hart van lichaamstaal in oogopslagen en kleine handgebaren hebben en ze komt dan ook de hele weg niet van de grond. De beelden zijn prachtig, de tocht is net zo moeizaam als de vriendschap stroef blijft. Voor liefhebbers van de Schotse Hooglanden een aanrader.

Morgen gaan we naar het strand. Het is bijna de sterfdag van de vader van de oudste vier kinderen en dan trekken we altijd naar zee om daar boodschappen in het zand te schrijven, die de golven dan weer overspoelen en meenemen naar de einder. Het werkt altijd. Het is helend en troostend. Daarna gaan we met elkaar een hapje eten. Normaal is dat een lunch, maar de filosoof had een open dag, dus is alles verplaatst naar een uur of drie. Voor niemand een probleem, dus morgen zijn we compleet. Altijd weer goed voor 22 man/vrouw. Dat betekent reserveren, want zo’n tafel is er niet zomaar. Het is alweer 25 jaar geleden. Tijd beidt, maar gemis wordt er niet minder om, wel zachter, om soms weer op te laaien. De weersvoorspellingen zijn goed. Dat is heel fijn, want we hebben al vaker hele gure dagen meegemaakt. Alsof de natuur meehuilt, zo voelt het dan.

Overpeinzingen

Om de dag te bepeinzen

Het was me het dagje wel gisteren. Vrij laat voor mijn doen wakker, rond zeven uur, en derhalve besloten om het schrijven op te schuiven. Dat voelt altijd een beetje vreemd. Alsof ik verkeerd begonnen ben. Het is zo fijn om eerst de dag ervoor ‘uit je hoofd’ te schrijven en het gevoel te hebben blanco aan een nieuwe dag te kunnen beginnen.

Er was weliswaar weinig spectaculairs gebeurd, twee dagen geleden, omdat ik nog steeds leesdagen maak en weer volop geniet van het in een andere wereld duiken. Maar gisteren stond er een afspraak met de KLOS op het program, de kleuterkweekmeiden. Ooit zaten we als bakvissen in de trein naar Amersfoort om de overige reizigers te vergassen op een driestemmig ‘Piu Non Si Trovano’, zenuwachtig al kwebbelend pedagogiek van het jonge kind te bestuderen, of te giebelen en geiten, zoals het in die dagen heette. Jawel, bakvissen van het zuiverste water, dus.

Nu reed ik in de deftige Agaath naar het station van Amersfoort dat het gemoedelijke elan volledig achter zich had gelaten en er strak, maar opnieuw in de steigers, uitzag. Vriendinlief kwam tien minuutjes later aangelopen. Ze was, in gedachten verzonken, de andere kant op gegaan. Verse nootjes voor het rijden kreeg ik en ik stelde de route in op Soesterberg.

Er volgde bij het huis van onze gastvrouw een hartelijke welkom en de vierde van ons clubje had zich daar al eerder af laten zetten. We hadden ruimschoots de tijd om onder het genot van een gebakje het jaar uit te wisselen. Bezigheden, perikelen rond de gezondheid, families, hobby’s, poezen en huiselijke omstandigheden vonden hun weg. Er was ook nog een voorval dat ons met de neus op de sterfelijkheid drukte, waarbij we ons alle vier toch wat machteloos voelden. Wegnemen kon niet, het was gebeurd, en gebeurde zaken nemen geen keer, sterker nog, onderstrepen alleen maar onze kwetsbaarheid.

Op onze leeftijd bespreek je ook wat er met je bezit moet gebeuren. Een van ons had bij het Rode Kruis een handig boekwerk op de kop getikt van te regelen zaken. Ze heeft kind noch kraai en wil het graag allemaal geregeld hebben. We hebben met het overlijden van de broer van Lief pas nog meegemaakt hoe moeilijk het voor nabestaanden is om door jouw verleden heen te reizen

Toevallig was Lief vandaag afgereisd naar De Hoek om zijn opgeslagen archief bij nichtlief drastisch uit te dunnen. Een tocht door het verleden met de weemoed erachter natuurlijk. Getuigenissen van schoolzaken, ooit verhuurde zomerhuisjes, overleden honden, foto’s noem het maar. Iets wat voor anderen geen zeggenschap of betekenis meer heeft en waar vermoedelijk niemand ooit meer iets mee zal doen. Ik ken het, want een jaar of twee geleden heb ik hetzelfde gedaan, ook met een lach en een traan, dat is er een vast onderdeel van. En foto’s maken van iets wat je je wil blijven herinneren. Ja ja.

Na de lunch volgde nog een kopje thee en was het gelukkig al warmer geworden. In de ochtend bleek de ketel het niet te doen en moest de monteur gebeld worden, die zich nog in geen velden of wegen liet zien. Gelukkig had ze een verwarmingsplaat boven staan en haalde die naar beneden, die zorgde al gauw voor een meer acceptabele temperatuur. Het lokte Annie M.G. Schmidt uit haar doosje met ‘Kouwelijke oom, kouwelijke tante zitten op de canapé met dikke wollen wanten’. Om tien over half vier al belde de taxi aan. Als we niet met z’n vieren zijn, voelt het niet compleet. We doen dit al zo lang. Knuffies en hopelijk tot juli, als er een grotere reünie van onze hele groep zal zijn.

Wij namen wat later afscheid. Naar Amersfoort is hemelsbreed maar 11 minuten rijden. Terug naar huis had ik een hoofd vol associaties en gedachten, en alleen thuis, ook nog even om de dag te bepeinzen.

Overpeinzingen

Ontroerend tot in het diepst van je hart

Gisteren was het leesdag. Lief was voor zijn gebruikelijke dagelijkse wandeltocht richting Utrecht gegaan om de ravage in de binnenstad te gaan aanschouwen. Het was in de Visschersteeg, in het oude centrum, dat deel waar onze voetstappen uit het verleden veelvuldig lagen rond het vaak bezochte Springhavertheater. Ik had me voorgenomen een flinke slag te maken in dat wonderlijke leven van het echtpaar Schuman. Je moet wel op je qui-vive blijven, want de tijden loopt behoorlijk door elkaar heen. De schrijfster Christine Eichel houdt ervan te herhalen en terug te blikken. Als de jonge Brahms in hun leven komt veert het wat uitgebluste echtpaar weer op.

Daarnaast heb ik ook een flink aantal bladzijden van ‘Waak over Haar’ van Jean-Baptiste Andrea gelezen en daar zit ik nu tot over mijn oren in, want het is uitermate spannend en mooi geschreven. Een goed verhaal, een mooie wending tot nu toe. Het duurt even voor je mee kan reizen met de hoofdpersoon, maar als je daar eenmaal bent, laat het verhaal je niet meer los. Een dikke aanrader dus.

We aten bonenschotel. Tussen de bedrijven door en voor de nodige beweging naast het lezen klaargemaakt. Eenvoudige maar heerlijke kost van een mix van uien, knoflook, champignons, aardappelen, paprika en bonen in een mooie Frito met Italiaanse kruiden. Om je vingers bij op te eten.

Jamai had een programma over een koor bestaande uit mensen met dementie. Sommige waren nog veel te jong, 52 of 56 zijn geen leeftijden om van je geheugen af te raken. Het is mooi om te zien hoe Jamai erin gelooft dat muziek de mensen verbindt, maar dat niet alleen, dat mensen met dementie er ook door op kunnen veren. Er was een man die in plaats van te praten, sinds hij niet meer uit zijn woorden kon komen, daarvoor in de plaats een mondharmonica bij zich had, die hij als communicatiemiddel gebruikte. Een vrouw uit Suriname zong bij elk lied de sterren van de hemel, er was er een die dat heel verlegen heel fantastisch deed. Eerst met een dunne stem, die naarmate de vreugde de overhand kreeg, steeds krachtiger uitpakte. Een vrouw, die altijd pianoles had gegeven, zat even achter de piano en viel onmiddellijk terug in haar oude rol van lerares en gaf de pianist aanwijzingen hoe hij het een en ander kon oppakken.

De beschrijving van het leven met iemand met dementie werd aandoenlijk weergegeven door familie van de partners en/of kinderen. Om hun dierbaren weer vrolijk te zien en te zien genieten van het zingen werd ervaren als een geschenk. Ze zagen weer een glimp van hun lieverds, zoals ze voor de aandoening waren. Het optreden met dit koor op een echt podium met publiek erbij, was voor sommigen, die voor de solo’s waren uitgekozen, toch te beangstigend. Dat straalden ze aan alle kanten uit. De vrouw die de hele tijd frank en vrij naadloos goed had gezongen, vergat de woorden of de volgorde en de andere vrouw kwam haperend op gang, maar ging toen los. Een brug te ver misschien.

De strekking van de onderneming was duidelijk. Muziek verbindt en maakt deuren open die langzaam en roestend waren dichtgegaan. Ontroerend tot in het diepst van je hart.

Overpeinzingen

Heerlijke vrijheid, daar houden we van

Deze week staat in het teken van lezen. De biografie van Clara door Christine Eichel moet binnen een week uit en het boek ‘Waak over haar’ van Jean-Baptiste Andrea over twee weken. Een goede stok achter de deur dus. De eerste is doorwerken en de tweede begint nu erg intrigerend te worden. Maar we houden stug vol.

Van de schrijfcoach moest ik mijn haarwortels aan het woord laten. Door de loop van de maanden heen vind ik de stukjes, waarbij het eigen lijf aan het woord is, erg vermakelijk. Alsof je van binnenuit aan het kijken bent. Tegelijkertijd wordt het ook een bewustwordingsproces. Hoe gaan we met onszelf om. Als je het een stem geeft, krijgt het ook betekenis. Van jezelf houden is de onderliggende winst.

Ha vriendin,

Hier zijn je haarwortels. We houden ons met regelmaat koest, met hier en daar een zwak protest door te klitten bij elkaar. Logisch met wat jij allemaal met ons uitgespookt heb. Ten eerste heb je ons jaren achter elkaar met een koud smurrie-papje bestookt. Dat was nog niet eens het ergste, maar door die aanpak bloosden we diep tot voorbij onszelf. Herfstrood zouden we willen beweren of zoals op het hennapakje stond ‘Auburn’. Ooit was het vuurrood met henna naturel, maar zodra dat oranje opbleekte, ging je over op de auburn en omarmde je de herfst. Het was ook in de herfst van je leven, om een psychologische zet te maken, dus het klopte wel. We vonden het maar niks, want niet alleen was het modderig en koud, het moest ook nog eens twee uur intrekken met een plastic zak erover en een handdoek als tulband daar weer overheen.Geen gezicht. Dat begreep jij maar al te goed want niet voor niets hield je ons ver van de buitenwereld in die omstandigheden. Gelukkig heb je nu verkozen om het anders op te pakken. Nog steeds wil je onze natuurlijke habitat niet en verkies je kleurtjes, maar je hebt er god-zij-geloofd-en-geprezen, een natuurkapper bij bedacht. Zo kan het gebeuren dat we eens in de twee maanden worden vertroeteld. Jij op je massagestoel en wij met een hoofdmassage door de lenige handen van de Japanse stagiair. Haar nationaliteit geeft de gevoeligheid van de handen weer. Heerlijk. Wij genieten en hebben daarna wel weer het hoofddeksel met kastanje en andere zachte natuurlijke kleurende elementen eronder en de warme lamp er voor over. Kijk, die warme lamp is al een hele verbetering. Daarna worden we zachtjes met warm water uitgespoeld en volgt nog een minieme massage om ons daarna in een warme handdoek te wikkelen en vervolgens iet of wat aan te lange manen weg te knippen. Daarna gaan ze met zo’n heerlijke föhn op afstand langs ons, langs de hoofdhuid, langs de haren en brengen er wat crème in aan. Floeps, daar verschijnen onze krullen, die er nu eens niet stevig uitgeborsteld zijn, zoals jij zeventig jaar lang gedaan hebt. Het is bijna niet te geloven. We mogen opveren en van plezier krullen we extra uitbundig. Heerlijke vrijheid, daar houden we van. 

_____________________

Overpeinzingen

Zo kan deze geslaagde dag niet meer stuk

Die lieve afwachtende volkstuin van ons, daar op de grens van polderlandschap en de stad wacht trouw, tot we tussen alle drukte door en meer nog afhankelijk van het weer iets aan achterstallig onderhoud kunnen oppakken.

Mijn vergeten snoeischaar hing al twee maanden aan mijn wiedkrukje te wachten en de in de haast achtergelaten vuilniszak aan de achterkant van het atelier stond er nog net zo, maar was wel omgevallen. Het veen om alles heen sopte en slurpte onze schoenen gretig op. Het was een drijfnatte bedoening. Van de week gaat het vriezen en dan wordt het vast beter begaanbaar. De zagen lagen niet in het schuurtje, maar in het huisje van dochterlief. Het scherpe kleintje en de handige Japanse zaag met steel voor het wat hogere werk. De zon had er ook vandaag zin in, dus was het uitstekend weer om aan het werk te gaan. Ik begon met het afgrazen van de oude takkenril. Dat kon niet snel, want er mochten geen vuurtjes meer gemaakt worden en alles moest worden afgevoerd in plastic zakken. Daarvoor moest ik de takken in kleinere stukken breken. Het hout was al vermolmd, dus dat was geen probleem op enkele knoesten na. De takken die van afgelopen jaar waren konden op de takkenril die grensde aan onze tuin en die van de achterbuuf.

Lief was begonnen aan het knotten van de drie wilgen aan de rechter zijkant van het atelier en werd wat gehinderd door de middagzon die er tussendoor scheen, maar ging dapper door. Op een gegeven moment pakte hij zelfs het laddertje erbij. Momenten om je hart vast te houden. Maar met zijn kalme aanpak wist ik toch dat het goed zou komen.

De nieuwe achterbuurtjes kwamen een kijkje nemen en de spullen van hun oude tuin overhuizen naar dit nieuwe onderkomen. Ze zaten eerst op de oude tuin van dochterlief en waren dolblij met dit buitenkansje. Deze tuin was een van de mooiste op het hele complex. Hij is bioloog. Dus dat zat wel snor. Tussen ons in had hij een heg bedacht voor het kleine grut aan diertjes op de tuin en vroeg zich af of ik dat zag zitten. Fijn, hartstikke leuk als er nieuw elan komt. Dat brengt inspiratie met zich mee.

Vooraf waren we bij dochterlief langs geweest om het vest te brengen en even een kopje thee te drinken. Tante Pollewop had in de vroege ochtend van tien tot een een feestje gehad van haar beste vriendinnetje en zat vol aandacht kalm mandala’s in te kleuren. Ik dacht dat de zagen nog bij hen waren, want hun stadstuin had een prachtige metamorfose ondergaan, waarbij ze zelf het voorwerk in de hand hadden genomen en derhalve de zagen nodig hadden gehad. Dat bleek dus toch niet zo te zijn.

Zoonlief had in de ochtend al gebeld om te melden dat hij in de avond de auto op kwam halen en belde nog een keer of er misschien een avondmaal bij in zat voor hem en de kleine Njong. Natuurlijk. Hoe meer zielen hoe meer vreugd, is het credo. We moesten nog boodschappen doen, dus dat kwam goed uit. Spaghetti met balletjes werd het plan en ook in liefde ontvangen. Njong had het blikken paardje met clowntje op de sidetable in de gang ontdekt en vroeg na het eten of hij ermee mocht spelen. Grappig. Dit was de eerste van alle tien de kleinkinderen, die dat specifiek vroeg. Hij ziet nieuwe mogelijkheden.

Bij het afscheid bleef hij verscheidene keren staan om handkusjes toe te werpen en op zijn dribbelbeentjes schalde het over de galerij:’Bedankt voor het eten, Oma.’ Zo kan deze geslaagde dag niet meer stuk.

Overpeinzingen

Hup, in de benen

Heerlijke zonnige dagen maken deze winter tot in de puntjes af. Gisteren besloten we voor een wandeling te gaan in het prachtige park achter het kasteel Haarzuilens. Eerst een klein toertje door het aanlokkelijke polderlandschap met haar kneuterige dorpen en haar smalle weggetjes. En daarna in een omtrekkende beweging op ons doel af. De parkeerplaats was goed gevuld. We waren niet bang voor een te grote drukte, die je bijvoorbeeld in Amelisweerd als achterland van Utrecht wel aan zou treffen op dagen als deze, want het park is groot genoeg en dan heb je ook nog de bezoekers, veelal met kinderen, voor het kasteel zelf. We kozen de minst drukke route en genoten van de schoonheid van het slot, de bijgebouwen en de kapel en de verstilde paden langs de waterpartijen, die er veelvuldig aanwezig zijn. Monet-bruggetjes, nog steeds dunne laagjes ijs, gakkende ganzen, overvliegende eenden, het hertenkamp en de volmaakte stilte op een bankje aan het water. De specht verbrak met tussenpozen en een ritmische roffel de serene kalmte en de gifgroene halsbandparkieten lieten ook van zich horen.

Iedere keer zochten we iets om op uit te rusten. Een bankje (te weinig), een boomstam, een muurtje, alles was goed, als ik maar even op adem kon komen. Dan in een rustig tempo weer door. Geen haast, want geen verplichtingen, geen stress, zon op je toet, natuur en schoonheid om je heen, wat wil een mens nog meer.

We mijmerden over wonen in zo’n omgeving, net als de mensen in de witte villa op het terrein en wisten dat het hier bij dromen zou blijven. In zo’n geval hoop je dat de mensen de zalige paradijselijke omstandigheden zouden waarderen. Nagypeterd was ook even nabij in elke eeuwenoude gerimpelde boomstam, in elk beeld, in elke massief stenen plantenpot. Op het kleine stille weggetje om het park heen zagen we een ooievaar op het nest. Waarschijnlijk het mannetje om het nest te repareren en klaar te maken voor de komst van het vrouwtje. Logisch met deze temperaturen dat de drang om te nestelen groot is. De spechten waren ook al enthousiast achter elkaar aan aan het vliegen. De komende dagen belooft het zonnig te blijven, dan is het overdag al lente en ‘s nachts een tikkeltje afzien bij matige vorst.

De wandeling was goed voor twee uur, waarbij we nauwelijks iemand waren tegengekomen. Tijd om uit te rusten en een late lunch te nemen in Haarzuilen zelf, het kastelendorp, onmiskenbaar door de vrolijke rood/witte luiken aan de ramen. We boften met een tafel voor het raam om het kalme dorpse leven te ervaren. Heerlijk en precies genoeg.

Op de terugweg langs dochterlief die ik kennelijk toch verkeerd begrepen had in een appje. Ze was nu pas naar het pannenkoekenrestaurant met tante Pollewop, damesdag vieren met z’n tweeën nu de mannen in Friesland waren. Dus proberen we het vandaag nog een keer. Zij krijgt een vest, dat mij te klein is en we hopen dan de zaag mee terug te kunnen nemen naar de tuin, om een begin te maken met de eerste wilgenknot en het afgraven van de composthoop.

Hup, in de benen.

Overpeinzingen

Die stilte

Weer zo’n heerlijke zonnige zaterdag net als gisteren. Toen was het een uitstekende gelegenheid om eindelijk de twee flessen olijfolie, vers van de pers van een Spaanse berg casabanana.es op te halen bij vriendinlief, die ik al ergens in december had besteld. Twee biologische Aceite Virgin Extra de Oliva stonden dus al een tijdje op ons te wachten. Eerst een gezellig babbeltje aan de deur en vilten gestanste diertjes in sleutelhangerformaat mee voor alle kleinkinderen. Heerlijke hartelijke ons-kent-ons-ontvangst.

Daarna wilden we door om in het woud der verlichting een vervanger te zoeken voor onze doorbuigende papieren ballonlamp. Ze viel iedere keer voorover omdat de metalen schroefdraad onder aan de steel een soort van lam was. Toe aan vervanging. Twee zaken brachten voldoende-maar ons geen-verlichting, dus grepen we terug naar het betaalbare concept van Zweedse makelij met de welluidende naam: Nymane. Eigenlijk vielen we eerst voor de wat robuustere Hektar in roodbruin, maar die was uitverkocht en later bedachten we dat de kleur ook geen goede match had geweest.

De inwendige mens mocht ook versterkt worden, maar dat was toch een minder goed idee. Alles was lauw, slap en futloos net als de vrouw die ons had bediend. Zoiets werkt door in alles, dat zie je maar weer. Ik kreeg een beetje het idee van een gaarkeuken. Ze was niet onvriendelijk, maar verkeerde met haar hoofd ergens anders. Groene weiden? Bloeiende madeliefjes? Ik hoop het voor haar. Beter dan bij de bakken slappe friet en groenten.

Met de buit op huis aan. En voor de verandering een zeer makkelijk in elkaar te schroeven model zonder extra hulpmiddelen. Alleen de kleine ledlampjes waren even een bestudering waard. Ze moesten erin geklikt worden. Natuurlijk zagen we de gebruiksaanwijzing pas toen we klaar waren, maar dat hebben we vaker bij de hand gehad.

Arme ballonlamp, daar gaat ze naar jaren trouwe dienst en helaas zelfs niet meer her te gebruiken. In Hongarije wel, daar zet je het aan de weg en binnen enkele tellen is het foetsie. Ze kunnen alles gebruiken. Het snoer, de fitting, de stang, het frame voor de kap. Dat is de ware kringloop. Als ik nu met deze arme zielepoot bij de kringloop aan kom zetten, dan nemen ze haar niet aan omdat de staat ondeugdelijk is en word ik doorverwezen naar de vaalt. Zo werkt dat in een welvarend land.

Er waren gisteren twee explosies in de oude binnenstad van Utrecht, achter de Springweg. Het bracht een enorme ravage met zich mee. Gesprongen ruiten, deuren en ramen uit sponningen en het huis zelf, waar na de explosie een brand woedde, was volledig verwoest. Je hele leven in een klap naar de ratsmodee. Het lijkt me verschrikkelijk. De jongen die er woonde met zijn vriend wees naar de open wond tussen de andere huizen, waar alleen nog een stukje gang stond. En in de leegte gaf hij de plek van de woonkamer aan. 26 Levensjaren aan verzamelde herinneringen naar de knoppen.

Een appje naar schoonzus. Hoe of het met haar ging en of er nog sprankjes zonlicht in de duisternis waren. Dat was wel het geval. Ze had ook steun van vriendin en de gemeenschappelijke kinderen. De koren, waar ze dirigeert, waren ook een welkome afleiding. Maar het gemis is er en vooral werkt het bevreemdend, die stilte

Overpeinzingen

Zijn oude vertrouwde zelf

Na alle miezer van vanmorgen heel vroeg was ik blij met de zon toen ik mijn ogen voor de tweede keer open deed, recht uit een droom waarvan ik dacht: ‘Hier moet ik uit’. Onprettig, craquelé glaswand met een gat erin, grote stoet ervoor en ik liep vooraan en achter het glas een figuur met een geweer in zijn hand en een blauwe monddoek voor. De kleur van de monddoek is me helder bijgebleven. Ceruleum blue hue, blijkt, als ik bij Windsor kijk. Ik maak dat ik uit de voeten kom, weg daar en word wakker met zon dus, gelukkig. Vanwege de rug geen kantoor op bed maar aan de eettafel met harde hoge stoel. Steeds even iets kleins ondernemen, planten, vaatje, fornuis, wat gerommel in de marge dus. Bewegen is goed, dat voel ik.

Lief is naar de kapper. Ik geef signalen af als geheugensteuntje. Niet te kort, geen wenkbrauwenknipperij, vorige keer hadden ze ongevraagd zijn borsteltjes onder handen genomen, geen scheiding erin. Dat zijn ook zijn wensen gelukkig.

Gisteren kregen we rond tien uur een belletje van zoonlief. De kleine Njong wilde héél graag met de autootjes van oma komen spelen. Aarzelen. Ik was nog niet helemaal klaar, maar zoon weet mijn gemoed te bespelen en geeft de kleine de telefoon om het zelf te vragen, smelt, smelt. Dus alles in een sneltreinvaartje en net op tijd beneden. Ik had Greetje, de menspop en Miezemuis de handpop van de bovenste plank op de werkkamer afgeplukt en meegenomen. Ziezo. De eerste keer dat ik dat deed was hij er nog bang voor, nu keek hij vol interesse naar de pratende pop en wilde zelf ook, dus met zijn garnalenvingertjes in de opening van het hoofd. Lastig, want de mond is niet heel licht te bewegen. Als ik Greetje om crackertjes laat vragen en ze het met veel gekruimel opeet, schatert hij het uit en ook als zijn vader de rol overneemt. Succes verzekerd, deze Greet. Op school al. Met haar vriend Mo en nu nog steeds, bij alle kleinkinderen.

Het was grijs en regenachtig en mijn schone dochter was met de auto van zoonlief weg, dus ik leende hem mijn auto om dochterlief op te halen en daarna mij weer op te halen om naar de dansles van onze hiphopster in spé te gaan kijken. Lief ging wandelen en wat kleine boodschappen doen voor de broodnodige beweging. De vier kinderen die het groepje vormen, dansten de sterren van de hemel, en de juf evenzo. Ik moest denken aan de tijd dat ik de kinderen van de volksdansgroep les gaf. ‘De rivier de Rhone’ of een spannende stokkendans, enzovoort. Met jaarlijkse optredens als hoogtepunt. Zoonlief zat er ook op, maar zijn tweelingbroer wilde niet, vermoedelijk omdat hij mij ook al als juf in de groep had. Als een moeder téveel juft, is het helemaal niet leuk meer. Dit ging nog net, al heb ik hem wel gewoon door laten gaan, toen ik vond dat hij eigenlijk nog een jaar in de onderbouw kon gebruiken.

Daar hoor ik de sleutel in het slot. Lief steekt zijn gekapte hoofd om de hoek. Gelukkig. De kapster heeft goed naar de instructies geluisterd. Het is prima. Een cm of vier eraf. Hij oogt nog steeds zijn oude vertrouwde zelf.

Overpeinzingen

Om over na te denken

Gisteren reden we om een uur of twee naar Gouda met een missie en de dag had niet vrolijker kunnen beginnen met dat stralende weer Strakblauwe hemel en zon, de hele dag door. Wat een mazzel.

Neef van de oudste(al wat langer overleden) broer van Lief was een van de eigenaren van een grote frietketen, die vooral veel op festivals en evenementen te vinden zijn met hun wagen maar die ook twee zaken hebben in Gouda en Rotterdam.

Dus reden we in Agaath erheen. Piep en piep, mijn twee muisjes voorin op het dashbord, waren helemaal gelukkig, want in Gouda kon je niet om de nationale producten heen, kaas en stroopwafels. Spekkie voor het bekkie voor twee hongerige muizen.

Helaas stond het stadhuis in de steigers maar de mooie torentjes waren nog vrij en staken schitterend af tegen de blauwe lucht. Eerst maar eens een rondje rond de markt, met haar terrassen, die veelvuldig lagen uitgespreid, gezellig en druk bezocht, en de winkels. Naast de grote ketens ook de heerlijke ouderwetse nering met inderdaad de kazen en de stroopwafels veelvuldig aanwezig. We probeerden de route te bepalen aan de hand van de navigatie, maar doken menigmaal een verkeerde straat in. We moesten terug naar het moderne winkelcentrum waar de autogarage in verstopt was. Het bleek hemelsbreed een straatje er vandaan te zijn. Iedere keer als we de naam van de keten intikten, verscheen er onmiddellijk een naam, die er wel op leek, maar het niet was. Vreemd.

Nog liepen we blind er langs omdat we onze ogen uitkeken naar de andere winkels en niet meer op de straten aan letten waren. Aan het eind van de straat moesten we rechtsomkeer maken en nog een stuk teruglopen. Warempel. Achter de visboer was een piepklein winkeltje maar met de vreemde naam erboven. Eens horen wat de eigenaar als verklaring had. Het klopte inderdaad. De vorige eigenaresse was gestopt en deze was er voor in de plaats gekomen. Met die informatie werd duidelijk dat we Neef of zijn werknemers niet hier moesten zoeken. Even een kringloopje in, onverrichter zaken weer eruit en richting de markt om daar een late middagzon op de snoetjes te krijgen. Altijd fijn onder de een of andere heater. De ober, vlot en behulpzaam gaf een uitgebreide info over de borrelhapjes, gelakte kip in chilisaus en een boterham met gesmolten Goudse kaas. Zijn belofte van een smaakvolle hap was niet overdreven.

Gelaafd namen we afscheid van deze mooie stad met haar prachtige oude kern, de geveltjes, de indrukwekkende gebouwen en haar torentjes op het stadhuis die deden denken aan die van de dom in Milaan en de kerken, vooral nu de zon er een prachtig lichtspel van maakte. Geen neef, maar wel een mooie ontdekkingstocht. Middag geslaagd.

Thuis lag mijn bestelde boek in de bus. ‘Jij bent mijn begin’ van de kunstenaar Octavie Wolters. Een boek met prachtige en krachtige linosneden en een filosofisch verhaaltje waarin gezocht wordt naar Het Begin. Een kunstwerk op zich van deze veelzijdige creatieve inspiratiebron. Niet alleen mooie platen maar ook een mooie tekst. Om over na te denken.