Uncategorized

Nog even onder zeil.

De wereld in een ander licht. Daar moest ik aan denken toen vanmorgen vroeg plotsklaps na een heftige bui, waar ik middenin zat, de hemel openbrak en een stralende ochtendzon volop de ruimte gaf. Onmiddellijk was er weer ondernemingsdrang, maar eerst riep het bed. Na een uitgebreide wake vannacht had vooral de huid onder de ogen behoefte aan een paar uur slaap.

IMG_8044

Het was lang geleden, dat ik iemand tekstballonnen op had horen laten onder de dromen, die er binnen kwamen. Zoonlief kon er als kleine jongen wat van. Hele verhalen kwamen in flarden voorbij, terwijl mijn moederlijk luisteroor  de samenhang trachtte te breien. Het was zijn manier om de dag te verwerken.

Nu ook weer. Het opschrijfboek lag onder handbereik. Geen beter verdrijf in een stille nacht dan krabbelen, lezen, luisteren en observeren als de nood niet aan de man is.  ‘Bedje, warme bedje’.  Een zwaaiende hand: ‘Wat geeft het nou. ’t Is niets. Mijn nek au au au, dat doet zeer hè mannen. Mijn zuster is thuis, tuurlijk is mijn zuster thuis. Laat ze maar. Tuurlijk wist ik dat wel. Ik wist dat wel. Nou dan moet je gaan zwemmen , ik ga ook. Nee, dat hoort ook niet. Oei, warme melk, zeker achteruit en vooruit. Tsjonge warm, je mag er wel bij hoor, ja, zeker weten’.

GLET4912 krabbels

Tijdens het krabbelen gaat het noteren vanzelf. De persoonlijke lading is er tussen uit geknipt. Zo ging het met vlagen de hele nacht door. Tussendoor nog ergens een gezellig praatje met wat crackers en kruimels in bed en druiven toe. Over snoep voor een cent en de jeugd van tegenwoordig: ‘Kom daar nog maar eens om’. Terug in diepe slaap gaf mij stof genoeg om te overpeinzen. Door een wolkbreuk naar huis.

IMG_8041Het dilemma

Terwijl er tegen het middaguur beneden onder mijn raam een groot probleem een aantal mensen flink bezig houdt, schuiven er wolken voor de zon. Als het kon, blies ik ze weg. Grijzigheid genoeg gehad. Het correspondeert met het tafereel daarbuiten. De heftruck, die tot aan haar assen is weggezakt in de zachte modder van wat eens een mooi grastapijt was, voor men met de aanpak van de wijk was begonnen. Steeds meer mannen komen erom heen staan. Schuiven met grondplaten, die al veel eerder gelegd hadden moeten worden. Heftruck nestelt zich nog wat dieper. ‘Knappe vent die me hieruit krijgt’ schudt het gevaarte als de heffer heen en weer zwaait met een man erin. Er staan behalve de mannen ook steeds meer werkmansbussen om heen. Er vindt druk overleg plaats.

IMG_8042

Voorzichtig piept het blauw weer door en schuift er voor de heftruck een forser formaat, die de klus moet klaren. Terwijl de man in de heftruck rijst op mijn ooghoogte, schuift de grotere hefarm eronderdoor en klikt een dikke kabel aan de blauwe.Met kleine rukken trekt hij hem uit de benarde positie. Iedereen kan weer opgelucht ademhalen. Het is zo spannend, dat ik vergeet het moment supreme vast te leggen. Beide wagens staan weer op de rit. Een paar mannen bezemen het vuil weg, een ander spit de kuilen vol. Klus geklaard.

Slaap hangt nog een beetje tegen de vermoeide oogleden aan. Gedachten springen weer op nul. Ik ga nog even onder zeil.

Uncategorized

En de rust weer nederdaalt.

In een pamflet van Steffi de Pous over het leven op Lesbos stond een belangrijke zin. ‘Angst drijft ons uit elkaar, maar liefde brengt ons bij elkaar. Ze pleit voor het laatste en voor begrip voor mensen in de kampen die uit nood bokkensprongen moeten maken. Te weinig toiletten, te weinig eten om de kinderen te voeden, zodat ze de broodnodige vitaminen binnenkrijgen. Te weinig van alles. Angst voedt de instandhouding van die kampen. Angst regeert waar de EU het af laat weten.  Dus moet de gewone burger het doen. ‘Moedig voorwaarts’ besluit ze dapper.

Gisteren keek ik naar ‘Floortje terug in Nepal’. Daar was een staaltje liefde te zien van het eerste uur. Een dappere vrouw die ter plekke de handen uit de mouwen stak met een goede Nepalese vriend. Samen zetten ze een school op voor de 51 geadopteerde weeskinderen en  die school groeide uit tot een campus waar kinderen naar school konden van klein tot groot. Duurzaam, selfsupporting qua eten en energie, ruime lokalen, frisse aankleding. Floortje was bij de opening. Wat overtuiging en liefde al niet vermag. Deze jonge Amerikaanse had in die jaren in een betrekkelijk korte tijd een depressie en een nieuwe liefde verwerkt. De laatste was mee teruggereisd naar Nepal en gebleven . Die liefde werd bezegeld met een prachtige dochter. Ze vertelde aan Floortje geleerd te hebben dat diep verdriet en diepe vreugde hand in hand gingen. Liefde overwint.

Het was een goede keuze na de mijmering van gisteren. Mondo zorgde voor de balans door het tempo doeloe van ooit eens flink aan de tand te voelen met behulp van Marion Bloem, Adriaan van Dis en de nog jonge Lara Nuberg en Thom Hoffman naast Kester Freriks als gematigd denker. Ook hier een boodschap. Natuurlijk voelt het voor veel mensen die daar hun roots hebben als ‘Die goeie ouwe tijd’, een vleug tempo doeloe, een weemoedige terugblik. Voor persoonlijke verhalen kan dat heel goed. Maar als je de geschiedenis beziet was het alles behalve senang  en is het goed om de bewustwording daarover levend te houden. Niet alles kan bedekt worden met de mantel der liefde.

IMG_8009

Het kleine leven gaat ook door. In de vliegende storm een bliksembezoek aan dochterlief en haar gezin met als bonus de komst van zoonlief met zijn kersverse gezin. We soepen samen vegetarisch en genieten. Een ingewikkelde kleurplaat in een Freek Vonk magazine wordt er bijgehaald onder het mom ‘samen kleuren, ja gezellig’. Kleinzoon heeft de regie. Om en om een blaadje. De jongste spruit kijkt pienter de wereld in en kluift af en toe op zijn vingers. Tandjes, de eerste en al vroeg met vier maanden. Spuitluiers, gebroken nachten  en zeveren, het is ook zo. Wat vergeet je de ongemakken toch snel.

Dat is de volgende zalving. Als het leed eenmaal geleden is, dan wordt alles lichter. Het levert veerkracht op en energie. Het aloude ‘Na regen komt zonneschijn’ ploft in een klein wolkje omhoog. De laatste klus was het eten geven aan de oude diabeteskater van dochter Frankrijk. Ze wonen tot aan de hemel, zo voelt het met alle trappen. Ik sta te worstelen met haar sleutels, tot ik ontdek dat het mijn eigen sleutels zijn. Vergetelheid uw naam is vrouw en ouderdom. Kattenbeest mauwt luid, voor een wankele bejaarde, zijn lankmoedigheid en geeft kopjes langs de benen.

Thuis wacht lieve Pluis, die onmiddellijk een rivaal ruikt. Ze komt gezellig naast me liggen op een gepaste afstand en samen zien we hoe voetballend Nederland de bal laat rollen en de de rust weer nederdaalt.

 

Uncategorized

Al naargelang de behoefte

Op platform HetKind van het Nivoz geeft een moeder aan hoe een discussie over robotisering met haar pubers een staaltje realiteit meekrijgt, als ze naar een supermarkt gaan. De cassière toont compassie met een oude man, die boven zijn boodschappen in huilen uitbarst, omdat zijn vrouw twee weken terug is overleden. De cassière bedenkt zich geen seconde, komt resoluut achter haar kassa vandaan en troost de man in haar stevige armen. In de rij is iedereen tot tranen geroerd, zelfs de twee pubers. Conclusie: ‘Dat had een robot nooit gedaan’.

troost 2 Troost bieden

Daarna zag ik op twitter een bericht voorbij komen van een groot kordon van politie, om, in de Oekraïnen, een menigte dorpsbewoners tegen te houden. De laatsten waren  tegen de komst van 70 evacué’s uit Wuhan. Ze staken autobanden in brand en bekogelden de bussen op weg naar het ziekenhuis toe uit angst voor het Corona-virus. ‘Is dit echt’, vraagt iemand zich eronder af. Met ongeloof bezie ik het tafereel. Het eerste bericht staat haaks op het laatste..

De hemel huilt mee, lijkt het wel. Een paar sombere grijze dagen hebben een stralende winterdag vervangen. Het grijs maakt smoezelig en grauw en verdubbelt door de spiegeling in het natte asfalt. De merel, die in het begin van de week nog zo hoopvol zong, houdt wijselijk zijn snavel en schuilt om het verenpak droog te houden. Buiten plakt een mug tegen het raam als zwak protest dat het toch echt bijna lente is.

Iemand vertelde me laatst geen kranten meer te lezen of televisie te kijken. Al het wereldnieuws voegde niets toe en het Nederlandse nieuws was geneuzel in de marge. Ik kijk gefragmenteerd en het liefst naar de schoonheid van het leven. In wezen schift ik ook. Het nieuws neem ik wel altijd mee, om op de hoogte te blijven. Dat is het dilemma. Wat moet je doen als nieuws je depressief maakt of je machteloos laat voelen.

Het is fijn dat je ‘Uitzending gemist’ kan kijken. Vandaag staan ‘Mondo’ en ‘Floorje naar het einde van de wereld’ op de rit. Heerlijke programma’s die toevoegen, omdat ze laten zien dat er heel wat meer mogelijk is dan weeklagen en daarmee vormen ze de belangrijke tegenhang voor al die negatieve berichten. Dat is dan ook het antwoord voor vriendinlief. Zoek een balans tussen positief en negatief.

Daarnaast zijn er nog de ‘zegeningen’. Onverwachte gebeurtenissen of ingevingen. Vannacht was er weer zo een. Midden in de nacht liggen piekeren over een naam voor mijn schrijfsels voor een blad, toch wegdoezelen en dan ineens wakker worden met een lumineus idee. Al puzzelend de woorden verhaspelen en samenvoegen, betekenissen verifiëren op de computer en dan rijst het boegbeeld uit de losse lettergrepen omhoog, compleet met ondertitel en klaar om te gebruiken.  De euforie, zo’n heerlijk gevoel.

Netflixen doe ik nauwelijks. Toen ik niets anders meer kon, heb ik wat films gekeken, maar liever ga ik naar een filmhuis. Gewoon, lekker in het rode pluche met een handvol mensen. Daarnaast zijn er de boeken, die me meevoeren in hun verhaal, waar ik me in kan verliezen of over kan mijmeren op elk zelfgekozen uur van de dag en die de balans bieden in melancholie, tederheid, verdriet, of  blijdschap. Al naargelang de behoefte.

 

Uncategorized

Die vervulde dag

‘Dat gaat naar den Bosch toe, zoete lieve Gerritje…’gonste in mijn oren, toen vriendin en ik richting het Noord Brabants Museum reden. Ze had uitgeplozen dat we de auto kwijt konden in het transferium en vandaar met de bus voor 4 euro in totaal naar het centrum vervoerd werden.

IMG_7989

Het zag ons geel en rood voor de ogen en opvallend veel ‘fanfare’ bleek achteraf de stedelijke uitdossing van de Oeteldonkse carnavalesken te zijn. Ze trokken uit solidariteit met het principe: ‘Iedereen is gelijk’ vrijwel uniform in een boerenkiel of een jas met epauletten door de stad. Ook de hand losjes geopend om een glas bier vast te kunnen houden, stond er gelijk aan. Het was half twaalf. Die saamhorigheid in de uitdossing was te waarderen. De stad was omgedoopt tot Oeteldonk. Dat waren we vergeten.

Bij het museum waren alle kluizen bezet. De schrik sloeg ons om het hart en visioenen van horden mensen die zich verdrongen voor een schilderij doken op. Al gauw kwamen we erachter dat men grosso modo voor de Weense kunsten kwam. Pak van ons hart.

Het restaurant zat ook vol. We mochten aanschuiven bij een ouder echtpaar, waarvan de vrouw haar doofheid vertaalde naar de echtgenoot en boven het geroezemoes uit probeerde te komen met haar verhalen op oorverdovende sterkte. Knop om en focus op elkaar is dan de beste remedie. We hadden heel wat tijd te overbruggen en hielden niet op met ervaringen uitwisselen en mooie gedachten te delen,onder het genot van een simpele boerenboterham met oude kaas en een heerlijke warme thee.

In een vorige tentoonstelling ‘A Chinese journey’, die bestond uit de verzameling Chinese hedendaagse kunst van Uli Sigg, had ik al een voorproefje van het werk van Shao Fan gehad. Nu er de tentoonstelling ‘Between truth and Illusion’ was van werk van deze kunstenaar zagen we onze kans schoon. Vandaag stond in het teken van de Tao konijnen van Shao fan. We liepen Sluyters voorbij, lieten Wenen links liggen en stevenden verwachtingsvol af op de twee zalen met zijn werk.

085

In de luwte zweefde de rust, die zo bij zijn uitgangsprincipes hoorde. Konijn en haas ziet hij als ‘hybride wezens’ tussen mens en dier. In de Taoïstische traditie worden ze geassocieerd met onsterfelijkheid en een lang leven. Zijn konijnen of hazen hebben een menselijke uitdrukking, zijn gezichten een zeer ‘konijn’inklijk voorkomen. De ogen zijn gelijk van vorm met toetsen van rood. De armen en benen vermenselijkt. Het verloop van de lange konijnenlijven in de achtergrond is subtiel en verfijnd. In een korte film is te zien hoe hij te werk gaat. Een tipje van de sluier, want over de bewerking van zijn doeken zie je niets. Hij gebruikt voor elk doek een boeiende techniek. De lange rijstpapieren vellen met tekeningen in inkt vond ik het mooist.

In die korte documentaire gaf hij aan dat in China heel anders gedacht werd dan in het Westen. Men ging veel meer uit van schoonheidszin en daarin werd de traditie weer omarmd. Die filosofie vonden we terug in zijn werk.  De sigaret in zijn handen kringelde hem in een tegenstrijdig rook. Als de dieren op zijn doeken, die vervagen in de mist, de hoofden die verdwijnen achter een schaduw.

Het bankje stond onhandig rechtstandig op het scherm. We konden alleen achter elkaar zitten en kijken. De neiging was er om de bank om te zetten. Later vroegen we het aan een bewaker. Alles was in de geest van de Feng Shui. Het verdraaien van de stramme nekwervels gaf echter een totaal andere beleving.

Al met al waren we gelukkig. En passant namen we een tipje modern en een vleugje Jan Sluyters mee en omzeilden Oeteldonk door een winkel in te schieten waar naast mode ook sieraden en kunst werd verkocht. Daar hoorden we het verhaal van de gemeenschapszin tijdens carnaval.

En route om samen bij haar thuis, met een warme kop thee, door te borduren op al die gespotte schoonheid, terwijl de mezen feest vierden onder de overkapping.  Met het hoofd vol reed ik, in de kleine blauwe, op huis aan.  Hij snorrend en ik evenzeer door die vervulde dag.

 

Uncategorized

Een die beklijft en levend blijft

Het is de week van de vroege ochtenden. Dat wil zeggen, vroeg wakker ben ik altijd, maar er zit een verschil tussen vroeg klaar voor vertrek of een ochtend langzaamaan. Het laatste heeft mijn voorkeur in het op adem komen, maar voor de eerste is ook wat te zeggen, omdat een dag twee keer zo lang wordt. Tegelijkertijd is dat tevens mijn valkuil, want de neiging is er om die dan volledig te benutten.

Gisterochtend was er een vergadering voor het blad met mijn verhalen voor de jeugd. Het thema is, zoals altijd rond bevrijdingsdag, de oorlog, in dit geval specifiek 75 jaar bevrijding en de hoofdrol zal weggelegd zijn voor de oorlogskinderen. Hoe hebben ze geleefd, wat waren hun doelen, hoe verschilde het leven van toen met het leven van nu, projecten voor scholen met deze en subthema’s. Heerlijk om over te brainstormen en de diverse verhalen te horen, die er in omloop zijn over de twee dorpen van vroeger, waaruit de huidige gemeenschap is ontstaan. Jutphaas en Vreeswijk.

De meeste van die verhalen zijn overleveringen. Herinneringen, die geboekstaafd zijn. Of alles werkelijk zo gebeurd is, is niet snel met zekerheid vast te stellen. Sommige van die herinneringen zijn zo mooi en ontroerend, dat ze, hoe dan ook, een bijdrage zullen leveren aan het voorstellingsvermogen, dat we willen krijgen over de oorlog.

Al die verhalen die ik gisteren hoorde, nemen hun plaats van belangrijkheid in in mijn hoofd, zweven door elkaar, lijnen scherp uit en vervagen weer. Dwars er doorheen golft de film van afgelopen zondag: ‘For Sama’ en het Syrische meisje Bana Al-Abed door haar imponerend verslag van haar beleving in het boek ‘Hallo wereld’. Het is een grabbelton aan beelden. Zo werkt dat in het brein van deze verhalenverteller.

Door een van de verhalen komt ook het sprookje van de zeven geitjes naar boven. De jongste geit, die zich verstopte in Grootvaders klok, als de wolf met een sluwe list het huis binnen was gelaten toen moeder weg was voor een boodschap. Dat kleine geitje zat zo goed verstopt, dat het als enige niet door de wolf werd verslonden. ‘Wie niet sterk is moet slim zijn’ en’ klein, maar dapper’ zijn beide van toepassing.

In de groep hebben we hetzelfde thema gebruikt om een grote staande klok te maken, waar de kinderen echt in pasten. Daar was een gote koelkastdoos voor nodig en een ingenieus klokkenspel in een kleinere doos erboven op. Alles werd opgeschilderd, er kwam een slinger in en een ‘echte’ ruit, karton met cellofaan bespannen, als deur. Er ontstond een levendige theaterhoek en de kinderen speelden ermee tot de klok, na zes weken, letterlijk uit elkaar viel. Het geitje was niet nodig, want dat waren ze zelf. Alleen al met het woord grootvader uitleggen hadden we plezier. We telden achteruit tot bet-, bet-, bet-, bet-, bet-, bet-, bet-, bet-overgrootvader, terwijl we in de tijdlijn boven de kring steeds zo’n 25 jaar terug  aanwezen. Het werd een heerlijke happening.

005 Voorbeeld van een groot projectwerk

Ik bedoel maar, zelfs in tijden van oorlog valt er te referen aan de wereld om ons heen of objecten en verhalen van lang geleden. Het zal nog een tijd blijven gisten, daarboven en dan rolt er weer wat uit. Bana heb ik nodig om de link te leggen tussen heden en verleden. ‘For Sama’ blijft het beeld in eigen hoofd. maar daardoor wil ik benadrukken dat kinderen altijd blijven spelen, hoe angstig de situatie ook zal zijn. Niets haalt het spel uit het kind. En vooral het belang van  de kracht van het kleine geitje, dat met een list aan de barre werkelijkheid wist te ontsnappen. Herineringen, aangedikt of niet, zijn er om te delen en om er een nieuwe werkelijkheid mee te creëren. Een die beklijft en levend blijft.

Uncategorized

Als een steen in het water

De dwergkonijnen achter de parkeerplaats van het ziekenhuis waren in geen velden of wegen te zien. Een schare zilver-en zwartkopmeeuwen hadden zich het terrein toegeeigend.  Het verloop was rustig, één kaart slechts voor iemand, of ik die even voor wilde lezen. Natuurlijk. Een hele bijbelse tekst met een aangrijpende zin als begin. Dus wat onvast kwamen de woorden eruit. Het was misschien de combinatie van ernstig ziek zijn en bidden voor, dat dat veroorzaakte. Hij was er erg blij mee. De gekozen kaart kwam bij de wand vol, achter hem. Waarom hangen die kaarten in het ziekenhuis toch altijd achter iemand, vroeg ik me af..

In de wachtkamer bij de dagbehandeling was de kleine bliksemafleider er weer en zijn moeder. Terwijl haar vader en moeder naar hun plek liepen, knoopte ze een praatje met me aan over hoe groot de impact was, die zijn ziek zijn had op de kring om hem heen. Ze ging al een jaar lang trouw de avond ervoor mee, en bracht ze na de behandeling  terug naar huis . De afstand was te ver om het dezelfde dag zonder file-leed te kunnen afleggen. Haar zoontje wilde de laatste keren mee. In een paar zinnen tekende ze het beeld van de thuissituatie. Een en een is twee.

De vrouw en de dochter roerden de behandeling aan. De therapie, die ze al maanden onderging,  had goed aangeslagen en ze voelde zich er goed onder. Zo lang het goed bleef gaan ging de behandeling door. Ze vond zelf dat het een grote wissel trok op haar omgeving en verlangde naar rustig vaarwater.

Er lag een kleine Teddy naast haar kussen. Samen met vriendin aan haar bed gleden we van ANWB-geënte stereosetjes naar bergschoenen en echte kloffen. De eerste soort had ze onder haar bed staan en zwoer er bij. Dertig jaar drogisterijen betekende veel loopwerk, ze wilde niets liever dan die schoenen voor het voetenwerk. We lachten erom. Daarna kwamen de bejaarden van nu aan bod, met tehuizen die Tiroleravonden en Bingo organiseerden. Wanneer zou de tijd aanbreken dat ze eindelijk een goede rock-coverband aan zouden kondigen. De ochtend gleed voorbij.

Ze liep op de dagbehandeling steunend op de infuuspaal. Moest af en toe op adem komen. Later zag ik haar in de gang dwalen. Hier was iemand de tijd aan het doden. Ik sprak haar aan en vertelde van het dagverblijf hier. Ze was al anderhalve week op de afdeling, maar had het nog niet ontdekt, somde een lijst aan ongemakken op, vier jaar na de eerste ontdekking was het nu. Hier hoef je niet te vragen wat er dan ontdekt was. Ze ademde zwaar. Eerst moest de voeding weer op gang komen. Aan de paal hing een sondevoedingszakje, geen infuus. De vervolgstappen moesten goed zijn, dan de operatie, dan pas verder denken. Het verhaal ondersteunde het fragiele lijf. ‘Voorlopig ben ik hier nog wel’, lachte ze. ‘Ik ga voor je duimen’ beloofde ik. ‘Graag’. Ze ging op zoek naar het dagverblijf. ‘In dat kamertje komen de tijd en de kwaal alleen maar op je af’.

IMG_7964

Bij het wegbrengen van drie buisjes bloed naar het klinisch laboratorium was er een ingenieuze doorkijk naar de entree.

Bij terugkomst zat het echtpaar aan de tafel. Hij had liefdevol de hete thee met koud water aangelengd. Ze beaamde zijn zorgzaamheid. Ze bleef hier onder behandeling tot ze dood zou zijn, was haar directe antwoord op de vraag. Ze kwam hier al zolang dat ze iedereen bij de voornaam kende. Die noemde ze ook expliciet als een van de verpleegkundigen haar aansprak. Bij alle antwoorden die de man gaf, verbeterde ze hem. De man schoof ongemakkelijk heen en weer en zweeg verder. De volgende keer schiet ik hem aan bij de koffiemachine, bedacht ik me. Uit zijn houding viel te lezen dat er een wereld van emoties schuil ging.

Het was de dag van de cirkels, die uitwaaierden, zodra iemand een diagnose had gekregen. Onrust, hoop, en angst, gelatenheid, berusting en optimisme als wapen tegen dat zwaard van Damocles. Het rimpelde uit als een steen in het water.

 

 

 

Uncategorized

Koninginnen van het eigen bestaan

Nog is het donker en vrij stil voor een woensdagochtend. Normaal komt het verkeer om vijf uur al op gang. Het lijkt wel zondag. Gisteren was ik om tien uur al in het ziekenhuis voor een vergadering met de waakmaatjes. Nieuwe mensen worden voorgesteld. Er worden ervaringen gedeeld en vragen beantwoord. Passie en drijfveer komen aan bod. De meesten van ons komen uit de zorg. Iemand heeft langdurig mantelzorg moeten verlenen en nu dat wegvalt is dit een mooi alternatief. Vooral bij angstige mensen kan een waakmaatje een grote steun zijn. Je niet alleen weten in het uur van de dood en als je daar behoefte aan hebt, een hand om vast te houden, afleiding krijgen, iemand die aan de bel trekt bij pijn. Voorzover dat kan in een klinische sfeer, geborgen zijn. Er wordt over je gewaakt. Mooi omdat met elkaar te delen.

100_5990

Het weer is opgeklaard na een regenbui en na afloop rij ik naar de tuin. Eens kijken wat de twee stormen van de afgelopen weken hebben aangericht. Bij het huis op de kopse kant van ons deel ligt de hele voorpui eruit. De zijkanten zijn verzakt en alles hangt er hulpeloos bij. Wind blaast over een grasmaaier. In deze veengronden is het fundament het allerbelangrijkste. Dat hebben we met het vorige huis gemerkt. Bij de oude staat de hut ook op instorten. Hij heeft alle spullen onder een zeil gelegd. Bij beter weer wordt het afgebroken. Daarna komt er een grote kas te staan, compleet met kachel. Een mooie alternatieve werkplek. Drie tuinen verder, op de hoek, staat eenzelfde. Het ziet er strak en solide uit.

100_5989

Voor het eerst sinds lang pak ik de penselen weer op en een oud doek. Oker eroverheen en opnieuw beginnen met een portret. Op mijn eigen eigenzinnige wijze, kloddertje hier en kloddertje daar, duw en trek ik er vorm in, rondingen, licht en donker. Ben benieuwd waar het toe zal leiden, maar het is heerlijk om weer een beetje mezelf te mogen zijn. Terwijl de verf droogt, bezie ik de tuin. Weinig winterschade en de guirlande d’amour en de vlier zijn volop aan het uitlopen. Er moet gekortwiekt worden. Als de snoeischaar niet afdoende blijkt, wil ik de zaag halen die nog bij de oude in de kleine kas ligt.

100_5997

Als ik de hoek omkom, schrik ik me een hoedje, want daar staat onverwacht vriend van de oude in de deuropening. Die schrikt al even erg. We kunnen er smakelijk om lachen. Hij stond in het zonnetje om een beetje op te warmen. Ik had het nog niet koud gehad in mijn doorzonatelier met dubbele beglazing en isolatie. Wat een luxe. Hij komt kijken naar de guirlande en leent me de grote snoeitang van de oude. Die knipt in een beweging dikke takken weg. Guirlande klinkt als een engel, maar grijpt om zich heen als een gemene kobold. Elke tak is bezaaid met doornen, die zich geniepig in elk stuk bloot vel zetten en zich vast haken om nooit meer los te laten.

100_5996

Het kan niet op de composthoop vanwege de stekels. Halverwege het klein knippen moet ik stoppen. Het is genoeg geweest, zegt het vege lijf. Met de riek duw ik het op een hoop. Straks is er weer een dag. De ezel gaat terug op haar plek, nog even genieten van het uitzicht en dan naar huis. Roodborst is alweer vertrokken, zodat koolmees het rijk alleen heeft en daar dankbaar over zingt. Dat hebben we gemeen. Koninginnen van het eigen bestaan.