Overpeinzingen

Glazig keken ze op ons neer

Gisteren begon de dag met het prepareren van vier vellen papier met gesso. Dankzij de verhandeling over negatieve ruimten en de oefening erbij uit het boek tekenen met je rechterbrein was ik enthousiast geworden over de bereikte resultaten. Hoe anders kijken we dan. nu zie ik al een tijdje de negatieve ruimten eerder dan het object. Haha. Het moet niet gekker worden.

In verband met de kramp die nogal eens op komt zetten in de benen ‘s nachts, was er de gedachte aan het tekort aan beweging. Normaal gesproken is er in Nederland de dagelijkse gang van vier trappen naar de galerij, op en af, en dan nog het trappengeloop in huis zelf. Hier hoef ik slechts over het landgoed te sloffen en nauwelijks te klimmen. Eerst dacht ik aan het opstapje bij het terras om die vier keer per dag zo’n tien keer te nemen, maar lief herinnerde me aan de trap naar de slaapkamer boven. Natuurlijk. Goeie work-out. Vier keer per dag op en af, en dat natuurlijk minimaal. Meer is altijd beter.

Na een dag van schrijven, lezen, puzzelen en vooral veel tekenen werd het tijd voor een nieuwe verkenningstocht. De omgeving van Orfu stond op het programma. Er was een groot meer met een wandelpad rondom. De weg er naar toe was adembenemend mooi. Wat een kleurenpalet heeft men hier rondgestrooid en dan de uitgestrektheid, iets waar wij in Nederland lyrisch over zouden zijn. Het laatste stuk ging dwars door het Mecsekgebergte en ontvouwde daar een ongerepte schoonheid dat golvend met de auto meereed. Onderweg moest natuurlijk het prachtige dal vastgelegd worden, daar diep beneden ons. Het grote meer met het omliggende dorp, van hieruit huizen argeloos uitgestrooid langs de randen van het water, strekte zich langgerekt en in volle glorie uit. Achter ons de akkervelden, geelgoud gestoppelde tarwevelden, een veelvoud aan groenen in alle tinten die er maar konden zijn, afgewisseld met steppen en toendra’s. Adembenemend mooi.

Het zien ervan is voldoende. Er hoeft niet aangemeerd te worden bij de vele uitspanningen waar badgasten de inwendige mens aan het versterken zijn. Een wandeling over het voetpad leert ook hier de vele visplekken die het meer rijk is, onbereikbaar, afgesloten en particulier, en de hoge rietkragen waar niet overheen te kijken valt. Aan de rechterkant van de parkeerplaats ontdekken we een enorm zwembad, maar kennelijk is het naseizoen al begonnen, want het is dicht. De schamele doorkijkjes die er waren, lieten ons een meer zien, waar jonge kinderen in zeilbootjes, kleine polywoods, aan het oefenen waren met gijpen en overstag gaan. Wendbare witte vlekken in het rimpeloze water. Ergens in het midden zwom een koppel statige zwanen met hun al bijna volgroeide kroost, zes stuks in totaal en boven het hoofd cirkelde opnieuw een visarend of een andere grote roofvogel.

Terug in Szigetvar op het raadhuisplein met de statige gesloten kerk, eveneens ooit een moskee, sloten we de dag af met een aperitief. De ijskoude Rieslinger werd geschonken in een enorme bel met ijs. De bewoners oogden kunstzinnig en modern of gemoedelijk en dorps. De pizzeria waar we zaten was duidelijk een stamkroeg en een ontmoetingsplek.

Er was een kringloop, ontdekte ik. Second-hand shop heette het. In graaibakken ervoor lag de kleding. Daarnaast een goedkope kledingwinkel waar een Aziatische meneer de scepter zwaaide, compleet met mondkapje. Het ging hier vooral om veel. Er was veel van alles. Men kon terecht voor een complete uitrusting, ook voor schoenen, tassen en een hoed. Voor twee of drie euro viel er een linnen jurkje te scoren, die doorgaans op alle markten van Europa te vinden was. Exclusiviteit was er vooral in de verderop gelegen authentieke winkeltjes met de kleine etalages en een hoog jaren vijftig gehalte aan etalagepoppen en uitgestalde jurken. Glazig keken ze op ons neer.

Overpeinzingen

De stilte omarmde ons

Na die heerlijke regen in de ochtend, werd het ‘s middags dampend droog. Het leek alsof de natuur zich had herpakt en levendiger werd dan ooit. Maar tamme merelman, die iedere dag dichterbij kwam hippen en ons voortdurend in ogenschouw nam, was verdwenen. Had de zwarte poes, dat magere scharminkel dat schuw binnen kwam sluipen, er iets mee te maken. Gek genoeg waren we aan die jonge merel gewend geraakt. We missen hem nu. Poezen horen niet in dit vogelparadijs. Dat vinden ook de twee Turkse tortels die heftig misbaar maken als zo’n indringer zich meldt.

Lief wist een mooi natuurgebied, daar wilden we heen. Eerst de boodschappen bij de vertrouwde supermarkt met Belgische dure biertjes in het schap. Dat feest wilde hij zich niet ontnemen. Duur is relatief hier, alles is goedkoper. Benzine is helemaal een feest.

Met een volle tank reden we naar Terecsenye en kwamen eerst terecht in het dorp, maar huizen, ook al zijn ze nog zo vrolijk en uitbundig gekleurd, wilde ik niet zien. Een klein onooglijk weggetje verderop bleek de juiste. Daar reden we een groot natuurgebied in met een wildpark vol edelherten, damherten en vooral everzwijnen. Maar rechts stond om het hele gebied schrikdraad. Er was sprake van de een of andere infectieziekte, zo stond op een bord te lezen, die vooral bij de zwijnen voor bleek te komen en door isolatie probeerden ze erger te voorkomen. We konden wel de prachtige sfeer proeven en opsnuiven. De immens hoge eeuwenoude dennen gaven het laaggebergte een imposante aanblik. Er tussendoor konden we dalen en volgende hoge heuvels zien. Opmerkelijk was de zuiverheid en de stilte in die oerbossen.

De woudreuzen hadden kennelijk hun potloden geslepen, daar lag een hele stapel puntig en wel te wachten op de verwerking. In míjn verbeelding bewogen ze zich traag met grote stappen als de gelaarsde kat, door het gebied heen en schreven hun boodschappen in de wolken.

Een vogel liet een waarschuwende kreet horen en nog een paar keer, daarna vloog hij verstoord op, een enorm beest, die we niet goed konden zien maar in de buurt van een adelaar of visarend kwam, qua grootte. Het gebied heette adelaarsweide.

We konden niet anders dan haast met eerbied over het begaanbare pad te lopen, in de wetenschap dat er een wereld vol leven om ons heen ritselde, waar wij geen deel van uitmaakten. Woudleven, puur en ongerept. Wat een prachtige ontmoeting.

Met de auto reden we even later de enige weg die er was aangelegd af en kwamen aan de voet van een van de heuvels over een spoorbaantje heen bij een hotel-restaurant en reden door naar de Bosbouwschool, waar een groepje mensen zaten te picknicken en er een grappige dennenhouten au naturel speelplek was aangelegd.

Daar ging het asfalt over in een bergweggetje die we, wijselijk door de eerder opgedane ervaringen, links lieten liggen. We besloten bij het restaurant wat te gaan drinken. In de kalmte en met nog twee hotelgasten op het terras, een gerant die Engels sprak en vier bierviltjes bij ons aperitief gaf tegen het gevleugelde grut, ontdekten we hoe handig het was als je je glas er mee afsloot. Een wesp had zich al dronken gezwommen in het bier van lief. Die had hem omzichtig gered en ze lag bij te komen tussen de blaadjes van de groene klaver in.

De weidsheid van de natuur bracht zoveel rust. De stilte omarmde ons.

Overpeinzingen

Zoals het een nieuw jaar betaamt

Arbeidsvitaminen krijgen we vandaag mee, terwijl we beiden aan het schrijven zijn op het overdekte terras. Rob de Nijs zijn zolderraam komt voorbij en de regen die er zachtjes op tikt, maar hier is het opgehouden met zachtjes regenen. Het klettert tegen het stalen dak en het klinkt ons als muziek in de oren. Na de droogte van de afgelopen weken en de smachtende natuur naar een druppel, de els, hier vooraan, is al bijna in herfsttooi, is dit een welkome afwisseling. Lief heeft er zelfs een warme bloes bij aangetrokken. Koffie onder handbereik, laptop en de ipad opengeklapt, wie doet ons wat.

Eergisteren was de rondgang in de nabijheid figuurlijk in het water gevallen. Het kasteel dat we wilden bezoeken was een resort van rijke senioren geworden en afgesloten met een dik smeedijzeren hek en het meer dat er achter lag, bleek alleen voorzien te zijn van particuliere tuinen die er aan grensden. Met geen mogelijkheid kwamen we dichterbij. Gelukkig zagen we nog wel een rij bonte kraaien op een electriciteitskabel boven een oude pipowagen zitten. Ze krasten onheilspellend een Hitchkock-tune bij onze komst en vlogen klapwiekend van de ene naar de andere plek. Prachtig desolaat land met die fantastische wagen. Soms vangt een enkel iets al de schoonheid van de dag.

De regen zorgt ervoor dat de wilde cichorei en de akkerwinde in grote getale hun kopjes opsteken en ook het gras doet haar best om de dorheid af te leggen. Hier en daar ligt er een groene waas over het land. De kruiwagen heeft vannacht de rest van het regenwater opgevangen zodat een en ander te peilen was. Het zijn pittige buien die alles goed maken.

Het schilderen wilde niet echt lukken zoals ik het wilde, dus in het teken van ‘kill your darlings’ overnieuw begonnen en eerst maar eens de tussenruimten gaan zoeken. Na de tocht van zondag en een slechte, lees ‘benauwde’, nacht, besloten we een langzaam-aan-dag te houden en die te vullen met tuinwerkzaamheden, voornamelijk door lief, en het tekenen van de lieve vier van het doek om een en ander in de vingers te krijgen. Met grafiet, gum, keukenrol en schetsboek in de aanslag en het uitzicht op de tuin werkte alles naar believen mee. Heerlijk rustig en genieten, iets wat iedereen ons de hele tijd aanraadt. ‘Werk niet te hard, vergeet niet te genieten’, maar dat gebeurt hier naar hartelust.

In het weekend lange gesprekken met de dochters. Heerlijk om de vertrouwde stemmen te horen. Dochter Frankrijk was aan het face-timen dus vloog ik in enkele seconden van hier naar een achtertuin in een Kleine Parijse voorstad, een waar kinderparadijs met het enorme plastic zwembad erin, waar de jongens naar hartelust verkoeling konden zoeken. Alles zal binnenkort gewoon weer een aanvang nemen. Het werk, de verplichtingen, school bijna. Ze moet volgende week de hele week voorbereiden op school en ik weet nog hoe dubbel dat voelde na de vakantie. Aan de ene kant had je geen zin om opnieuw in het gareel te lopen en aan de andere kant was het heerlijk om de groep en het lokaal op te frissen met een lik verf, nieuwe materialen, geslepen potloden, schone kasten en werkplekken en verrassingen voor de eerste week. Altijd namen we ons voor niet langer dan een paar dagen bezig te zijn, maar even zo vaak mondde het uit in een week met lange dagen tot ruim zeven uur. Nog even dit en nog even dat tot het allemaal in de puntjes was. En dan een fris begin, zoals het een nieuw jaar betaamt.

Overpeinzingen

We gaan het zien en beleven

Het is aanmerkelijk koeler vandaag. Na een week van boven de dertig graden is dat een welkome afwisseling. De dag begint, zoals hier te doen gebruikelijk, vroeg met koffie aan de grote terrastafel en uitzicht op de weidse tuin. In de verte staat de granieten dame en torst haar kruik. Merel, een juveniel mannetje, volgt onze bewegingen op de voet als we in de tuin zijn en hipt voortdurend om ons heen, soms opvallend dichtbij alsof hij gezelschap zoekt. Hier en daar snaait hij een wurmpje of pikt wat aan de gevallen morellen en wilde pruimpjes die her en der verspreid op de grond liggen.

Het is een mooie temperatuur om verder te gaan op het doek. Lief zoekt een interessante omgeving uit voor de namiddag. Eerst wordt er in de tuin gewerkt. Een tak van de enorme walnoot is bezweken onder de zwaarte van de vruchten en moet afgezaagd worden. Langzamerhand wordt de wildgroei teruggedrongen. Rondom het prieel valt weer te lopen en alles wat verdroogd is, wordt gesnoeid. De hosta schikt blij haar wat verkreukelde bladeren. Eindelijk vrij van wijnrank en bonte maagdenpalm die haar liefdevol en smorend aanbaden. Ze kan echt zonder hen.

Merel verschalkt nog een wormpje. Houtduif koert zijn hele levenslust eruit sinds vijf uur vannacht. Gisteren hoorde ik de koekoek er dwars doorheen. ‘s Nachts zijn de honden de baas. Die waken, zoals ze gewend zijn, op het erf en bij elke scharrelende viervoeter in hun omgeving wordt er een waar wolvengehuil aangemeten. ‘Wegwezen jullie’. Anders dan in Nederland leef je hier met de natuur.

Zoonlief heeft apps opgestuurd met tutorials voor de Procreate, met beeld erbij. Eigenlijk zou ik wat meer de ipad mee moeten nemen en onderweg schetsjes maken. Het is heerlijk om te doen en makkelijk, maar mijn eigen aquarelkit kan in de concurrentie omdat het net zo compact is.

Er schijnt een historisch museum vlakbij te zijn, het heet het Pipamuseum, maar heeft niets van doen met de eigenwijze Zweedse Pippi. Hier betekent Pipa pijp. Er is een meer vlakbij en de omgeving is wonderschoon, belooft lief. Een leuk vooruitzicht.

Gisteren reden we nog even door Szigetvar, waar we elke dag de boodschappen doen. Er blijkt naast het winkelcentrum een alleraardigst stadje te zitten, met straten die allemaal kriskras door elkaar lopen en uit kleurige gevels blijkt te bestaan. In het midden staat een megalomaan cultuurhuis en op het plein, waar we niet in mochten rijden, staat het raadhuis. Volgende keer zullen we lopend gaan kijken, nu was het veel te heet.

De vogels in de tuin zijn van slag. Ze kwetteren wat af naar elkaar. Tortel, merel en duif vliegen druk heen en weer van boom naar boom. Even later zien we de oorzaak van de opwinding. Door de takkenril tussen de buurman en ons komt een kleine zwarte poes aangeslopen. Soepel vervolgt ze haar weg en houdt het gevogelte scherp in de gaten. Maar alles is in de boom gaan zitten. Vogels zijn niet voor de poes.

Lief heeft een leuke route uitgestippeld. Voorlopig zijn we hier nog lang niet uitgekeken. Er zijn zoveel bijzondere plaatsen en er is een overvloed aan natuurschoon en rijkdom. Dit Verweggistan is schromelijk onderschat. De rijke Habsburgse tijden ademen nog altijd door alles heen. Van de week staat er een bezoek aan het hertenkamp op de agenda, waar kuddes damherten, edelherten, everzwijnen, moeflons en reeen rondlopen, heel wat anders dan de kleine hertenkampen die wij kennen. daarnaast worden er ook waterbuffels, schapen en grijze runderen gehouden. Er is een trip met paard en wagen. Een soort safari maar dan anders, denk ik zo. We gaan het zien en beleven.

Overpeinzingen

Rust roest

Het wordt een dag dicht bij huis. Lief wil wat werken in de tuin. Na de koffie steekt er een lauwwarme wind op en die drijft alle vermoeidheid uit het hoofd. Met het vooruitzicht opnieuw niet veel buiten te kunnen doen, maar een sterke drang diep van binnen tot bewegen, iets lijfelijk te doen, komt de Datsja in zicht. Nu was het er nog koel en aangenaam, omdat vannacht twee steekramen tegenover elkaar hadden open gestaan. Tijd om aan de slag te gaan met verf en penselen. Uit mijn oude tekentas haalde ik zowaar een oude verfschort tevoorschijn.

Gewapend met de tekentas, een wc-rol bij gebrek aan doekjes, twee stoffen schoonmaak-doeken om de kwasten aan af te vegen, en een berg goede zin trok ik naar achteren, de tuin in. Lief zou komen met de koffie en de ketel water. Het schilderij van de zussen had al een jaar staan te verstoffen thuis. Nu zou ik, op een minieme poging in april van dit jaar na, eindelijk serieus eraan gaan beginnen.

De routine was er uit, maar het vuur brandde, merkte ik. Fijn om te weten. Met duwen en trekken kwam er diepte in zus. De gelijkenis was nagenoeg nul, maar daar ging het in dit geval niet om. Op de een of andere manier moest het ouderwetse betere poetswerk er in komen. Met veel geduld en eigenlijk nog steeds de spirit voelde ik het terugkomen. Fijn met alle zeeen van tijd.

Na het schrijven zal ik me eens storten op het interieur van het huis. Ik slinger er een stofzuiger door. Als je binnenarrest hebt vanwege de hitte kan je je maar net zo goed op een andere manier nuttig maken. Opgegroeid met het idee, dat ledigheid des duivels oorkussen is, kan het niet anders. Bovendien loop ik nu alweer twee uur te lanterfanten en het overschot aan foto’s op de Ipad in te dammen en weg te werken.

Nu blijkt dat ik ook de media van deze site onder handen moet nemen, anders kunnen foto’s ter verluchtiging niet meer geplaatst en die zijn nu juist zo de moeite waard,

Met tekenen vorder ik gestaag. Het is inderdaad handig aan de hand van de opdrachten uit het boek en leerzaam. Vooral het blind contouren tekenen is een uitdaging. Er staan honderd dagen voor, iedere dag één. Je merkt dat het kijken steeds beter wordt en ook het gevoel voor plaatsing. In het begin zijn het wat krassen door en over elkaar, maar langzamerhand worden er daadwerkelijk omtrekken zichtbaar.

Het lezen vordert traag. Er is teveel te doen en te zien of we zijn na een hele dag eenvoudigweg te moe. Marten Toonder kijkt me vanaf zijn kaft minnetjes en licht misprijzend aan. Op zijn vorsende blik liggen nu twee exemplaren van Olivier B. Bommel, die ik hier in de bibliotheek vond. Met de twee exemplaren van thuis zijn het er vier om te bestuderen. De titels zijn veelzeggend. De een heet: ‘Ik wist niet dat ik het in mij had’ en de tweede: ‘Zoals mijn goede vader zei’

We zullen eens kijken wat de oude Toonder onder zijn herenhoed heeft verborgen. Maar nu eerst een potje thee en in de benen. Rust roest.

Overpeinzingen

Wat een weldaad

Het is vroeg, maar de zon belooft extra haar best te doen en hoe ik haar ook probeer te overtuigen dat ze er gerust minder energie in mag stoppen, lapt ze het allemaal aan haar laars. Gisteren was ze ook al zo eigenzinnig. Dat betekende voor mij een binnendag voor het grootste gedeelte. Het grote huis stamt minstens uit 1880 en zal vermoedelijker nog ouder kunnen zijn. het heeft hele dikke muren en hoge plafonds. Voor alle ramen zitten rolluiken. Het is er heerlijk koel en hoe laat het ook wordt, het blijft zo. Ideaal voor aangedane longetjes.

Lief wilde aan het werk in de ochtend en pakte het, door oude druif overwoekerde, prieel aan. Opgebouwd uit hout had het de kracht van de ranken niet helemaal overleeft. Druif kon het niet schelen, die groeide er zo mogelijk nog lustiger op los. De toppen van de ranken hingen tot op de grond of hadden minzaam de omringende planten gewurgd, al liet de bonte maagdenpalm zich ook niet onbetuigd. Zo werkt het in de natuur, de wetten van de sterkste hoog in het vaandel.

Gisteren hadden we afgesproken om deze ochtend naar de overdekte markt in Kaposvar te gaan. Dat betekende een derde ochtend op rij vroeg uit de veren en vroeger dan anders op pad. Het beloofde ruim 35 graden te worden, dus voor tweeën terug was de boodschap.

De reis er naar toe was een openbaring. Hongarije is prachtig. Tot nu toe was het enige wat ik had gezien de oude schattige dorpen met hun gekleurde gevels en hun schobbedebonk-wegen, de vlakke velden met tarwestoppels, zonnebloemen en groen er tussendoor, hier en daar een enkel visvijvertje. Nu reden we door de uitlopers van het kekesgebergte, een gebied met uitgestrekte bossen, hertenkuddes, grote meren, mooie stadjes en steden, ieder met hun eigen bezienswaardigheden. Kaposvar is een grote stad met een prachtig theater, de oude straten met imposante gevels en enorme hoge oude deuren, waarachter vaak koele huizen met een ouderwetse grandeur aan afmetingen. Veel is er de laatste jaren aangepakt en opgeknapt, de oude rijke uitstraling in ere hersteld.

De markt was wat gemoderniseerd met een parkeergarage op niveau een en de hele markt getransporteerd naar niveau twee. Deels overdekt, deels open lagen vlees, fruit, vis en kleding te kust en te keur. Overvloedig uitgestald of van een beperkte eenvoud alsof men de voortuin had leeggeplukt. Een van de oude vrouwen zat aan een tafeltje bij de ingang en verkocht er een bosje solidago voor 200 forint, nog geen euro. In de wetenschap dat het nog twee uur in de hitte van de auto moest overleven, kochten we er drie. De vrouw zag eruit of ze het kon gebruiken.

De kramen op het andere deel van de markt, was een bont kleurenpalet met mensen erachter die de oude tijden lieten herleven. Het was kleine handel die behoorlijk moest scharrelen om aan de kost te komen. Ik bleef hangen op dille-toppen, die zorgvuldig in nat papier waren gewikkeld en een schaaltje met augurken, vlak naast een kraam met afgeladen groenten, grote courgetten en granaatappels van buitenproportionele afmetingen. Het smakelijke verhaal van een koopman met indrukwekkende tatoeages op zijn brede donkerbruine armen, naar een kompaan verderop, bulderde tot onder de ronde metalen bogen van het gebouw en echoden zinderend na. Feest voor de zintuigen.

Met beelden te over op het netvlies wandelden we het ernaast gelegen park in, waar kinderen de speeltuin onveilig maakten en wij genoten van de enorme platanen met hun wit/grijze basten, het rozenprieel verderop en de schaduw die over het gras en de paden vlinderde. Een koel briesje, een bankje en een deel van het centrum later, na een lavenis op het terras van een pizzeria, liepen we terug. De airco van de auto was als een heerlijke koude douche. Wat een weldaad.

Overpeinzingen

Een sprookje waardig

We zitten samen aan de grote stevige houten terrastafel, waar we met ons hele gezin met gemak uitgebreid aan zouden kunnen dineren. Ik mis de kinderen, hier in dat stille Verweggistan. De uitstapjes van eergisteren en gisteren zijn welkome onderbrekingen, maar met alle foto’s die langs komen via de app van alle kleinkinderen, genietend van een nieuwe omgeving, nieuwe speelmogelijkheden, nieuwe ervaringen en de verwondering die dat opwekt, zou ik bij ze willen zijn. Nu zweef ik slechts een fractie van het leven om een hoekje, om een momentje mee te kunnen pakken. ‘In oktober’, beloofde zoonlief troostend, ‘Nog maar een paar weekjes’. En dat is zo. Ergens is in de Ardennen een groot huis afgehuurd met alle ruimte om iedereen te kunnen herbergen. Dat belooft een feest te worden.

Vooralsnog blijft er hier natuurlijk heel veel over om ten volle van te genieten. Na een ochtend die de diepte niet schuwde, waren we alweer vroeg op stap om de moskee te gaan bezoeken. Inderdaad was die ver van de Dom verwijderd. Om de stad heen, langs uitgebreide voorsteden, reden we door tot we in het oude centrum kwamen. Even aftasten door welke straatjes er wel en niet gereden kon worden, vorsend naar verkeersborden die de route zouden bepalen. Uiteindelijk kwamen we niet ver van het grote plein op een beheerde parkeerplaats terecht, waar de auto vier uur lang tegen drie euro onder de vorsende blik van de man achter het loket kon blijven staan.

Verbazing alom van mijn kant, omdat het plein, na een wandeling door de rustieke smalle straat, zich in volle glorie in de ochtendzon openbaarde. Grote imponerende gevels, glinsterende leien torens en de stille aanwezigheid van een overmaat aan beeldhouwwerk imponeerden de aanblik. De palmen, oleanders, geraniums, daglelies in grote bloembakken zorgden voor een mediterrane sfeer. Een modern waterballet voor de allerkleinsten sproeide verfrissing uit de grond, waar kleintjes met kleine gilletjes probeerden de stralen te ontwijken. Kinderspel is grenzeloos.

Een imposant standbeeld te paard van Janos Hunyadi, de grote zuil in het midden van het plein, de terrassen langszij, het voorname provinciehuis, de uitgestrektheid van het plein zelf en het ontbreken van het verkeer gaf alles tezamen een indrukwekkende uitstraling met als hoogtepunt aan het eind ervan de moskee met haar lichtgroene koepel en de verbroedering van het kruis met de sikkel als kers op de taart. De moskee was duidelijk een staaltje van over grenzen heen denken, in ogenschouw genomen dat ‘er vele godsdiensten zijn, maar maar een geloof’ zoals een éminence grise mij ooit trachtte bij te brengen in het bejaardentehuis waar ik werkte.

De restauratie van de kerk ter ere van Maria had prachtig uitgepakt met het sparen van de vele details van het oorspronkelijke gebouw. Erom heen waren de gangen met ingemetselde graven die, in tegenstelling tot de oude kerken, die je doorgaans tegenkomt met hun stoffige graftombes, hier nog steeds in gebruik waren. Bloemen bij bijna alle ingemetselde stenen met hun gouden opschriften. Een ode aan de doden met een mooie muurschildering en een kaarsentafel, waar twee waxinelichtjes na ons bezoek gebroederlijk en gezusterlijk brandend naast elkaar kwamen te staan, onze eigen lieve doden samen, als een symbool voor het bijzondere van ons samenzijn.

Als beloning was er een terras onder de bomen met zicht op het hele plein, met daarna die bijzondere straat, waaraan onder andere het imposante Nationale Theater stond met haar twee fonteinen en waar allerlei doorkijkjes waren naar in weelderig groen gehulde binnenhofjes, afgeschermd van het nietsontziende zonlicht, kruip door, sluip door, een sprookje waardig.

Overpeinzingen

De goden waren met ons

Enerverende dagen zijn het. De dag komt fris om een hoek van de nacht kijken om zichzelf al snel op te blazen tot een graad of dertig. Omdat er in de ochtend een pad te effenen was gingen we pas rond 13.30 richting Pecs. We kwamen in een dijk van een regenbui terecht. Loodrecht stortte het zich uit boven dat verdroogde land. In de befaamde butsen en kuilen op de weg spoten de wielen aan weerskanten ware opwaartse watervallen op. Bij een tegenligger werd het water woest tegen de voorruit gesmeten, zodat op de tast de koers recht moest worden gehouden. Onbekende wegen zijn dan niet handig.

De dom, een grote kathedraal lag binnen de oude gerestaureerde muren van de stad. Het hele complex oogde rijk, niet in de laatste plaats door de megalomane afmetingen die men gebruikte voor gebouwen met cachet, in dit geval alles wat toebehoorde aan ‘Het Rijke Roomse Leven’. Een ophaalbrug gaf toegang tot een van de vier torens, een waar duivenparadijs. De vlag wapperde overal fier tegen een strakblauwe achtergrond.

Langs de zijkant liepen we naar voren, waar op een van de balkonnetjes van het bisschoppelijk paleis een versteende Franz Liszt minzaam nonchalant op zijn rechter elleboog leunend het volk, dat langszij kwam, in ogenschouw nam. De kathedraal oogde dichter dan dicht, maar terwijl ik onder de bomen op een bankje uitrustte van de inspannende klim naar boven, pluisde Lief het een en ander uit. Altijd is er wel ergens een zijdeur te vinden, zo ook in dit geval. Onder het vorsende oog van twaalf apostelen en even zoveel geparkeerde auto’s ervoor, traden we binnen en schoten van de ene verwondering in de andere. Het klatergoud was allesbehalve bescheiden in gebruik genomen en de tegenstellingen met de arme bevolking behelsde net zulke afmetingen als de kathedraal hoog was. Bertus Aafjes schoof even aan: ‘God zit niet op een troon van chroom en nikkel, soms zit hij in een perenboom en merelt, soms staat hij op zijn hoofd in een klein kind.’ Natuurlijk was het een staaltje van kunst en pracht en praal en zeker de moeite van het bekijken waard, maar ergens bleef er altijd zo’n Bertus knagen bij dit soort tegenstellingen.

De koelte in de kathedraal was verkwikkend, de ijverige cipier ook evenals de jongen achter de kassa, die zo goed en zo kwaad als het ging in het Engels verslag probeerde te doen, van de hoogtepunten. We namen een kaartje voor zowel de kathedraal als de moskee aan de andere kant van de stad. Je weet nooit hoe een koe een haas vangt. Lief trotseerde elke vermoeienis en slofte de trappen naar een van de torens op waar hem het aanzicht op vier grote bronzen klokken wachtte en een prachtig uitzicht op de stad. Ik bleef wachten in de koelte om straks mee te genieten van de foto’s ervan. Parelend van het zweet kwam hij weer beneden.

Te warm wandelden we in een langzaamaanactie naar de auto terug. De terrassen hier boven op de berg straalden allen vooral het advies uit van ‘doorlopen’. Dat deden we.

Het voornemen lag er om de volgende dag, vandaag dus, in de ochtend richting moskee te gaan, omdat het kaartje voor deze twee dagen geldig zou zijn. Het is gelukt. De avond was net zo enerverend als de ochtend begonnen was. In de vroege morgen viel er nog heel wat bij te praten, maar om negen uur zaten we gepikt en gesteven in de auto. De goden waren met ons.

Overpeinzingen

Op de lauweren rusten

Een plukje kleine blauwe bloemen staan tussen mij en de rode acer in. De beuk bleek bij nader inzien een rode Acer te zijn, die de zon, tot mijn grote vreugde, iedere ochtend aanzet. Vriendinlief in een dichte nabijheid, fijn om bij te mijmeren. Straks zullen er over het hele terrein verborgen bloemen ontwaken nu we tot op het detail alles kunnen blijven verkennen en laten staan.

De schapenvachten bleken in een nadere analyse te bestaan uit twee echte kleintjes en drie grote neppe. Ze kwamen gelouterd en fris uit de trommel te voorschijn. De echte kleintjes met de lederen huid aan de achterkant hadden zich goed gehouden. Het was al met al een geslaagd experiment en zeker toen na het drogen aan de zon bleek dat de achterkant nog steeds in orde was.

Dochterlief belde terug op mijn ‘vergeten’ belletje van gisteren, die ik vanmorgen maakte. Alles ging goed daar op de Friese camping. De kinderen zijn met verve aan het neuzelen op alles wat een dergelijk bestaan met zich meebrengt. Ponypaardjes schuieren en er op rijden, in het zand spelen, de kleine speeltuin bezoeken en de kleine grote filosoof had zelfs gesupt. Dan worden oma’s plaatsvervangend trots, zo’n kleine pork op zo’n grote plank, die volleerd aan het spelevaren is.

Eergisteren ben ik begonnen met de opdrachten uit het boek ‘tekenen met je rechterbrein’. Het is leuk om te doen, speciaal omdat het mogelijkheden opent, die nog niet eerder waren gepasseerd. Terwijl lief met zijn boek zich had teruggetrokken in zijn zetel, was de grote houten terrastafel mijn territorium. Blind contouren tekenen is een vak apart. Het is ongelooflijk leuk om te zien of er gelijkenis is ja dan nee. Altijd zit er wel iets van herkenning in. Het wiel van de kruiwagen bijvoorbeeld. Bij de hand was er de opdracht om een lijn blind te trekken en dan naar het geheel te kijken om daarna de punt van het potlood bij een volgende lijn te zetten. Alles gaat op z’n elfendertigst en dat is een welkome leerschool ter compensatie van mijn ‘Snelle Jelle’- gedrag.

Traagheid speelt nog op een ander vlak een rol. Lief is beschouwend, een denker bij uitstek. Het is een tempo, wat niet tot mijn habitat behoort en ook al is het buiten warm en zeer geschikt om onder een boom te zitten lezen en je gedachten mee te laten nemen door de wind, hou ik dat niet een hele dag vol. Er wil bewogen worden. Het voordeel is dat het binnen heerlijk koel en aangenaam is en dat de stoffige kast in de bibliotheek schreeuwt om wat aandacht. Ik schik en herschik de boeken op de planken, zet ze op grootte, val van de ene verbazing in de andere bij het lezen van de titels van sommige exemplaren. Als we het er later over hebben blijft de gedachte hangen op het feit dat een boekenkast het verhaal van een leven vertelt. Niet alleen dat van jou, maar ook dat van de mensen die deel ervan hebben uitgemaakt. Met wat mijmeringen over de eigen boekenkast kon ik het beamen, al herbergt die vooral mijn persoonlijk leven. Al gravend constateren we dat het vroeger al niet anders was. Juist door het te blijven delen, komt het samen. Dat is tegelijkertijd het boeiende van verschillend zijn in bepaalde dingen.

De boekenkast was dankbaar. Ik kon het merken aan de gewilligheid waarmee ze mijn handelingen omsloot. Ze liet braaf toe dat ik planken omgooide, ze sorteerde, mappen naar het lagere deel verplaatste en zo kwam ik ook op het mysterie van het verdwenen deel tien van de grote Oosthoek, die ik gebroederlijk op een plank had samengebracht. Wat zou daar ingestaan hebben, waardoor het kennelijk de moeite waard was geweest om het ter hand te nemen. Lief haalde me uit de droom. Ze had gediend als ophoging van het een of andere wankele object. Een groot jugendstilboek mocht als blikvanger op een leesstandaard staan. Ziezo, naar volle tevredenheid kon ik op de lauweren rusten.