Uncategorized

En zo is het en niet anders

Het is al lang en breed middag. Het boek ‘Het Woord voor Rood‘ van John McGregor is uit. De auteur is diep in de wereld van de beroerte en de bijbehorende afasie gedoken en heeft zich weten te vereenzelvigen met deze vermeende ongelukkige mensen, die voorgoed lijken opgesloten te zitten in een wereld die zich nooit meer ontsluiten zal in woorden. De manier waarop hij ons leidt van accident tot nieuw licht is razend knap beschreven. Het brengt me terug naar mijn tijd op de neurologie in Leiden waar ik me zeer begaan voelde met deze mensen. Het ergste wat je overkomen kan, naar mijn opinie, is niet alleen het feit dat de taal onder je expressie wordt uitgeschoffeld, maar helemaal als het begrip verdwijnt of als je denkt zeker te weten dat jij het goed vertelt en niemand jou begrijpt. Wat moet je in een wereld die zo ver van de jouwe ligt.

Het geheel is verpakt in een spannende aanleiding tot dat fatale moment en daarna in het proces dat nodig bleek om tot een vorm van communicatie te komen. Het voelt alsof hij in de huid van een persoon met afasie is gekropen en zich heeft voorgesteld hoe het onsamenhangend gebrabbel dat er mee gepaard kan gaan zich heeft uitgekristalliseerd. Er moet een dijk van een observatie aan voorafgegaan zijn. Zijn manier van schrijven is pakkend en het lukte nauwelijks om het boek weg te leggen.

Dat is de ene kant van het verhaal. De andere kant is het lichamelijk ongemak dat het met zich meebrengt. Het nutteloze lijf als er sprake is van een halfzijdige verlamming. Het kost me geen moeite om het me in te denken, omdat het beeld van mijn vader op mijn netvlies gebrand staat op zijn dagelijkse rondgang door de poort naar de voordeur met een steeds verder voorover buigen van de onwillige kant van zijn lijf. Het kostte hem iedere keer weer een berg energie en het zweet parelde altijd op zijn voorhoofd als hij eindlijk voor de voordeur stond, terwijl de vloeken uit hopeloze onmacht tegen de deur opknalden.

De boosheid die er mee gepaard ging was moeilijk te aanvaarden evenals de kracht van de eigengereide gedachte het toch zelf te willen doen, ook al was het ten enenmale onmogelijk. Het kostte mijn moeder bergen aan geduld, energie en tijd. Ze schreef het van zich af in de vijf jaar dat ze nog leefde, in de hoop dat er iemand zou zijn die meer oog had voor deze trouwe mantelzorgers, die heel wat te verduren kregen. ‘Was sich liebt das neckt sich’, hielden we ons voor als hij in grove taal zijn gram probeerde te verhalen en probeerden het te negeren.

Wat een boek al niet los kan maken. Ik ben benieuwd of het verhaal de anderen van onze leesclub ook op die manier heeft geraakt. Door de ervaring was de herinnering helder en dichtbij, op de huid geschreven, kan je wel zeggen.

Nu ligt het boek naast me van Wim Hazeu; Marten Toonder, Biografie. Ook dat belooft een berg aan leesplezier. In deze tijdsgeest van botsende ego’s zou het voor eenieder wel eens goed zijn om door de loep van Marten Toonder mee te vorsen naar de diverse karakters, die sterk uitvergroot voorbij schuiven. De praalhanzen, de betweters, de nuffige koninginnetjes, de zorgkippen, de hanige macho’s, de leeghoofden, de machtswellustelingen, de Dagobert Ducks. Ze komen allemaal langszij in een humoristische en ironische welluidende taal, woord voor woord nauwgezet doordacht, uit-en-opgeschreven.

Wat een verwennerij. Zomaar twee boeken die de moeite waard zijn om achter elkaar te verorberen van voorkant tot achterflap, ‘Als u begrijpt wat ik bedoel’. Om maar eens een beroemde uitspraak van de heer Olivier. B. Bommel aan te halen en zo is het en niet anders.

Uncategorized

Een druppel op de gloeiende plaat

Richting den Haag voor de bioclub en een onderhoudend gesprek in de zondoorlichte kamer van een oud sfeervol herenhuis, compleet met alle ornamenten en een indrukwekkende trap. Gelukkig waren we allen er over eens dat Stipriaan met zijn zwijgende Willem eigenlijk meer een zeer uitgebreid geschiedkundig naslagwerk had geschreven dan een beschrijving van de levenswandel van de beste man.

Het was een fijne sfeer zo, met de pot thee onder handbereik en lieve vrouwen die een enorme kennis hadden van de historie, veel meer dan ik. We ontdekten dat het verschil voornamelijk zat in hun calvinistische en mijn katholieke opvoeding. Ze waren veel beter op de hoogte van het verloop van de geloofsbeweging die had plaatsgevonden in de late middeleeuwen. Wij hoorden vroeger wel wat over Calvijn en Luther, maar meer in termen van ketters en lasteraars. Zij hadden die vreselijke beeldenstorm in gang gezet. Wat had ik graag een objectief beeld willen krijgen van het verloop en alle kanten leren kennen. Je bent nooit te oud om te leren. Dit boek droeg daar wel aan bij en was een goede aanvulling op de verhalen van Erasmus, de dikke pil die ik hiervoor gelezen had.

‘Even geen monumentale leeswerken meer’, verzuchtten we alle vier hartgrondig en kozen een biografie van Marten Toonder, de auteur van Olivier B.Bommel. Heerlijk. Die heb ik direct besteld. Het voelt een beetje als een bevrijding dat ik niet meer aan die dikke pillen vast zit.

Het was een goede gelegenheid om vanmorgen in de stilte te starten met ‘Het woord voor Rood’ van Jon McGregor. Eer ik het in de gaten had zat ik tot over mijn oren middenin het avontuur, dat zich afspeelde op Antarctica. De pakkende stijl van deze schrijver sleurt je het verhaal in en het is moeilijk het boek weer weg te leggen. Binnen een uur lagen er 88 bladzijden achter mij en begon het tweede deel, waarbij ik nauwelijks kan wachten om straks in verder te gaan.

We hebben vooruitzichten op een parasolvoet. Dankzij de blog reageerde een lieve ouder van school van vroeger. Er lag er een in de tuin, een zware en geschikt voor een grote parasol, en hij was over. ‘Komt tijd, komt raad’, orakelde mijn moeder vaak. Dat blijkt nu maar weer.

In de avond stond er een afspraak met vriendinlief voor een theatervoorstelling van Stefano Keizer. Voor de voorstelling liep de cabaretier al rond in het publiek, ook in de zaal wandelde hij de trappen op om te zien wat voor vlees hij in de kuip had en knoopte hier en daar een praatje aan. Daarna dompelde hij ons onder in een complete anarchie, waar je vermakelijk theater verwachtte. Hij haalde alles uit de kast om elke regel, die er heerste bij een voorstelling, onderuit te halen. Hij nam zelf een korte pauze, ging wat bier halen, vroeg of hij nog iets mee kon nemen voor het publiek, stak een heel verhaal af in een hoek van de zaal zonder microfoon, stak er een sigaret bij op, hield morele monologen, en liet, onder hilarisch gejoel, het publiek meetellen van 0 tot 725 en sloeg ze daarna met hun welwillendheid om de oren. Het grote niets. De wereld is maakbaar, was de boodschap en dit was Stefano Keizer, de keizer van de gebakken lucht. Het liefst ging hij terug naar de anonimiteit, een vlucht in het donker, zoiets als theatertechnicus en prompt voegde hij de daad bij het woord. De keizer is dood, leve Govert Meit in variatie op een thema. Aan het eind was maar de vraag of het afgelopen was. Wij, met de langste adem, kregen nog de kans om zijn woeste dans met hem mee te dansen. Een mooi slotakkoord.

Ietwat verward stapten we de Kom weer uit in een klaterende regen. Regen! God zij geloofd en geprezen, voor regen wil ik wel op de knieën gaan na al die dagen van droogte en de tuin en het balkon met mij. Niet een klein miezertje, maar een flinke bui. Alle zegen komt immers van boven. Het stemt vrolijk, ook al is het maar een druppel op de gloeiende plaat.

Uncategorized

Een moeizame exercitie

Vorige week had ik ze al gezien, de gierzwaluwen. Vanuit het zolderraam zijn hun capriolen in de lucht goed te volgen. Ze scheren door het luchtruim. Wat veel belangrijker was, ik kon ze weer horen gieren. Vanuit de oude kamer bij de boom voor het raam was dat niet meer mogelijk. Het giert immers altijd in mijn hoofd. Ze brengen de herinneringen aan mijn lieve vriendin met zich mee van wie ik veel te vroeg afscheid moest nemen. Ze was gek op de gierzwaluwen en we observeerden ze vaak op onze wandelingen in het Wilhelminapark, vlak bij haar huis, als we uit moesten rusten op een bank, omdat het lopen steeds moeizamer ging.

Nooit nam de fantasie ons mee naar het moment, waar ik haar terug zou zien in de komst van deze bedrijvige gevederde vrienden. Wel spraken we veel over het lijden en het loslaten van steeds opnieuw een klein stukje leven, haar zorgen over man en zoonlief die alleen achter zouden blijven in het grote huis, waarin je dwalen kon van souterrain naar zolder. Dood en dodelijk vermoeid waren altijd dichtbij. We zorgden ervoor dat het gewoon werd om er over te praten. Het luchtte op bij al die keren dat ze zich thuis dapperder had voorgedaan dan ze was. Daarnaast schreven we lange brieven waarin we elkaar vertelden hoe we ons voelden, zonder remming. De kale feiten en daardoor heel waardevol voor het wederzijds begrip

Gisteren bij de diepgang met Lief en ons voornemen het verrijkend aan te pakken, zochten we naar inspiratiebronnen buiten dat wat het lezen gaf. Binnen een half uur stond er een reservering voor een etentje met daar achteraan een goede film klaar en een afspraak voor een bezoek aan het Singer in Laren met een tentoonstelling van Sluyters cum suis. De modernen op een rijtje. Zo simpel kan het zijn. Bovendien had het gesprek over het Zoutpad veel los gemaakt.

Het kruiwagenwiel van kunststof werd bezorgd. Fel geel brak het de overeenkomst met zijn voorganger van vertrouwd bosgroen. Niet stuk te krijgen leek deze innovatie voor een steeds en snel weerkerend probleem bij de luchtbanden. Nu konden we naar hartelust aarde en planten aanvoeren in samenwerking met de spierballen van lief.

Na de fysio reden we door naar het kringloopcentrum in Utrecht. Een groot warenhuis van te recyclen spullen en een begrip in de stad. Lief keek zijn ogen uit. Alles stond netjes geformeerd en gerangschikt. De opzet was ruim. Brede paden waar tussen door te wandelen viel. Iets wat je in Verweggistan niet terug zag. Daar was tweedehands op de eerste plaats heel erg goed gebruikt geweest en vaak was het een grote vergaarbak van spulletjes, waarbij de moed om te gaan spitten ten enenmale in de schoenen zonk.

De parasolvoet konden we niet vinden, of een vervangende buis, maar een handige stevige bezem van wilgentenen voor in de Bernagie wel.

Thuis sprak ik Willem de Zwijger aan. Hoog tijd dat ik er doorheen ging, want vandaag komen we, als bioclub, eindelijk bij elkaar. Wat is de mensheid toch over een moeizaam en bloederig pad naar deze tijd gelopen en nog is het niet klaar. De ene veldslag op de andere volgde. Intriges en corruptie waren aan de orde van de dag. De strijd om de macht woedde niet-aflatend voort. Zijn persoonlijk leven komt er in het boek bekaaid van af, de vrouwen worden zijdelings genoemd en de kinderen komen pas aan bod als ze zo oud zijn, dat ze een post of positie in kunnen gaan nemen. Ik ben benieuwd hoe de anderen een en ander hebben ervaren. Voor mij bleef het een moeizame exercitie.

Uncategorized

We komen er wel

We werden getrakteerd op een waar vogelparadijs gisteren op de tuin. Het kwinkeleerde aan alle kanten en niet alles viel te onderscheiden. De merel had er helemaal zin in en liet haar prachtige zang over de huisjes en de tuinen jubelen. Iets verderop klonk een antwoord. Tussendoor de kleine trillertjes van de jonge mezen. Aangenaam en zacht lachte de dag ons tegemoet. De brandnetels bij binnenkomst spraken een heel andere taal. Ze stonden tussen de bosandoorn, die mocht blijven staan omdat ze zo welig kon bloeien met haar paarse pluimen en nog redelijk in de hand te houden was, maar de brandnetel met zijn kompaan, het eeuwige kleefkruid, moest eruit.

Toen we er klaar mee waren, de armen rood van de per ongeluk opgelopen steeksels, was de voldoening helemaal groot. Ziezo weer een stuk van de tuin gereed. Lief had de grond onder de vruchtbomen aangepakt en daar was een lieflijke plek voor het bankje van de drie stoelen ontstaan. De twee stoelen die er stonden gingen naar de andere kant aan het begin van de schaduwtuin. Af en toe stopten we even om bij te komen op het terras en te genieten van de vorderingen. Nog maar anderhalf bed te gaan.

Het meest blij was ik met de metamorfose die de perenboom had ondergaan. Van een pierig, scheefgezakt, bemost boompje was ze uitgegroeid tot een fiere, goed in het blad zittende, boom. Dat was te danken aan de stut aan het begin van de lente en het snoeien onder leiding van de achterbuuf, die de aanwijzingen had gegeven vorig jaar in de herfst.

De buurvrouw was er ook en bij een praatje over de heg wisselden we de nieuwtjes uit. Ook in haar leven een nieuwe relatie, nu zoonlief, bijna volwassen, alleen op reis ging en zij haar zorg als alleenstaande moeder min of meer aan de wilgen kon hangen. Dan is er ruimte voor de liefde. Niet altijd, weet ik, in mijn geval. Ik moest die ene oude vertrouwde nogmaals tegenkomen, maar dan heb je ook een basis van belang. Aan het eind van de middag was er tapas en Merlot en nagenieten. ‘Na gedane arbeid is het zoet rusten’ gaat nog altijd op.

Pluis haalt, terwijl ik schrijf, gewaagde capriolen uit op het richeltje van de balustrade van de trap. Lief en ik komen eindelijk weer eens toe aan een gesprek, die dieper gaat dan de dikke Dollie’s, kauw, koolmees of planten en werkzaamheden in de tuin. Daar was een opening voor nodig in de vorm van een vraag. Het was een opgemerkt gebrek aan inspiratie van mijn kant. Ondanks de vele krantenartikelen las ik toch te weinig en dat moest anders, maar ook hadden wij het tegenwoordig alleen nog maar over de simpele dagelijkse dingen, huisje, boompje, beestje. Die vormden natuurlijk een groot deel van de dag maar daar draaide ons samenzijn niet alleen om.

‘Vertel eens wat over Het Zoutpad’, vroeg ik, want ik wist dat op iedere bladzijde minstens een opmerking stond die een overweging waard was. Als voorbeeld sloeg ik het boek open op blz 96 en wonderlijk genoeg stond daar net een uitspraak van de fysicus en kosmoloog Steven Hawkings:’Het verleden vertelt ons wie we zijn. Zonder dat verliezen we onze identiteit’. Daarmee nam het gesprek een ouderwetse loop van gedachten en haarkloverij, waar het de taal betrof, en wentelden we ons in een ervaring, die ons beiden veel voldoening schonk. Dat was precies de bedoeling.

We wandelen samen verder op het pad dat we zijn ingeslagen, soms een stap achteruit om de draad weer op te kunnen pakken en die wetenschap voelt zinvol en verrijkend. Laat ons maar schuiven. We komen er wel.

Uncategorized

Geen tijd voor verveling

Het huis is eigenlijk te klein als iedereen aan komt waaien, maar moederdag en dan kan er veel. Ondanks de enorme pan Harira en de hoeveelheid Saté met lontong, was alles net iets te krap bemeten. Normaliter staat mijn gesternte op genoeg voor iedereen en meer, bijvoorbeeld een plotseling bezoek erbij. Maar met die hele grote eters van tegenwoordig, lief behoort er absoluut bij, zijn er grote hoeveelheden nodig, waarmee vergeleken de vleespotten van Egypte niets bij zijn.

De dag ervoor op de tuin hadden we na het harde werken, derde dag op rij, de zijkant van het terras gespeend van onkruid en het grote schaduwperk ontgrast en van brandnetel, hondsdraf en bosaardbei verschoond, een heerlijke minimoederdag met dochterlief gehad. Schoonpa zou de volgende dag jarig zijn in Friesland. Ze had Dahl gemaakt en er was warme Naan bij, het smaakte heerlijk en alles verliep rustig en relaxt. Met kleindochter op schoot kwamen er een aantal liedjes van school voorbij, waarvan ik bij sommige moest zoeken naar de tekst. Pa en ma waren druk bezig hun tuin te maaien en de kleine had een hekel aan het lawaai daarvan. Zoetjes, en veilig bij oma op schoot kwamen de olifant, de bromvlieg en de kleine kikker voorbij, om het lied van de vlieg op de neus schaterde ze het uit. Het was even zo’n klein moment van warmte en vredig samenzijn, waar nieuwe energie uit te halen viel. De meegebrachte druiven verdwenen achter elkaar in het gretige mondje. Een minirupsje werd vol bewondering gevolgd op het witte tafellaken. Bij het determineren ervan raakte ik hopeloos verstrikt in de vele varianten. Het kleine wriemeltje mocht terug op een blaadje.

Van de oude rotan stoelen hadden we de vergane leuningen afgesloopt en nu bleef er zowaar een grappig setje van drie over, die nog wel een paar jaar als bankje mee zouden kunnen gaan. Dat scheelde sjouwwerk naar de auto en was vriendelijk vanwege het hergebruik. Toen al het werk achter de rug was, bleef er een genoegelijk samenzijn-uur over, tot de wind te koud werd. Een paar emmers slootwater op de nieuwe aanwas en naar de kleine blauwe. Toch nog veel gedaan.

Dat ik voor de Saté ging naast de Harira kwam eigenlijk door de lontong, waar ik veel te veel van had gemaakt van de week. Naast de soep was het te moeilijk, had toch beter de hapjes kunnen doen, want hoe hou je alles warm als er verschillende aanlooptijden zijn. Een leerpunt erbij.

De dag stond in het teken van de Rubic cube. Kleindochter kreeg les van haar doorgewinterde oom en was hogelijk verbaasd, toen ze hem zelfs mocht houden. Met drie exemplaren in huis kon dat. Geduldig legde hij uit, hoe ze tot een groot kleuren vlak kon komen. De cube in het midden bepaalde de kleur van het vlak. Er ging heel wat oefening aan gepaard, maar met wat hulp van lieve schoondochter kreeg ze het voor elkaar. Mooie nieuwe uitdaging.

‘S avonds bestelden we het kunststof kruiwagenwiel, zoals de werknemer in de bouwwinkel had aangeraden. Op het verharde pad langs de tuinen, met scherpe steentjes en soms zelfs glas, was dat beter en dan liepen we niet het risico om om de klipklap de band weg te moeten brengen.

Eindelijk werd door lief de grote parasol naar boven gesjouwd voor op het balkon, waar de zon brandend opstaat de hele middag. De oude voet echter bleek ook aan gort te zijn. Het zware scherm vroeg minstens om een granieten voet van veertig kilo. Dat wordt het volgende project. Even wat kringloopwinkels af en zien wat er te scoren valt. De aanhouder wint. Geen tijd voor verveling.

Uncategorized

Een mooie ‘moeder’dag

Wat een ochtend. Ik lig naast lief en luister naar de kleine geluiden, die doorklinken. Het stille kirren van de jonge kauwtjes in het nest naast ons, slechts gescheiden door de gestucte muur, een auto die door de straten raast, een man en een vrouwenstem boven het geluid van een radio uit, een kraak ergens in het huis, het krabben van Pluis aan haar krabpaal, het staccato ademen van lief naast me. Het is moederdag.

Ik denk aan mijn moeder, onze moeders, moet ik zeggen. Ieder van ons, alle elf en niemand uitgezonderd, heeft een eigen moeder gehad. Voor ieder kind is ze er altijd geweest. Dat is een mooie gedachte. Ze keek er naar uit, naar moederdag. De aanloop en de gezelligheid die dat met zich meebracht, de cadeautjes waarmee we haar op dat moment in de watten legden, een mooie plant, eau de cologne, maria zeepjes, chocolade, liefst gevuld, en altijd bloemen. ‘Voor mij’ kon ze vol verbazing zeggen, ‘Ach malle’. Moeders in het zonlicht, alle dagen, maar deze dag speciaal.

Ik denk aan míjn eigen moederdagen. ‘Alle dagen van het jaar zijn moederdagen’ plachtte ik te zeggen en veegde meteen de reden uit de handen van de kinderen, om mij op die ene dag speciaal in het zonnetje te zetten. Ze hielden zich er nooit aan.

Moederdag op school was ook lang een taboe. Geen wensjes, geen asbak, geen tekening, geen van papier gevouwen slof met schuimpjes erin. Het was immers een commercieel feest in onze ogen. Vooral de verering van Hitler voor de moeders, de verzekering van de uitbreiding van het arische ras, en diens bronzen, zilveren en gouden kruizen als eerbetoon, waren een doorn in het oog. Bovendien wilden wij als moderne vrouwen onder het bestaansrecht van moeder uit, dat bepaalden we zelf wel en daar was geen promotie voor nodig, dus ook geen aparte moederdag. Het gezin was in onze tijd niet meer vanzelfsprekend de hoeksteen van de samenleving.

Later bekeek ik het anders en zag er voornamelijk weer de blijdschap in van zowel gever als nemer, trots op het zelf in elkaar gefabriekte cadeautje, los van, nog altijd, de commercie. Dus namen we cassettebandjes op met de liefste wensen voor moeder of lieten de kinderen een schilderij maken, kozen een foto met een getekend hoofd erop of lieten een plantje opkweken met alle liefde, die er in ze zat. Zaadjes van een klavertje vier in een mooi zakje deden het ook goed als gelukbrengers.

En nu ben ik weer bij mijn moeder en mijn eigen moederschap. Vijf keer moeder is minder dan elf keer moeder, maar de intentie blijft gelijk. Ze gaat diep, altijd al zo geweest, al was het soms hard werken. Moederschap kan ploeteren zijn, leerde ik van de verhalen in de volkskrant over moeders die hun kroost verlieten omdat ze vonden niet optimaal te voldoen aan dat moederschap. Ze zaten vooral met zichzelf in de knoop, hun eigen ruimte was te beperkt geworden en dat hadden zich niet gerealiseerd.

Mij was het moederschap overkomen. In een keer vanuit het volle leven, een drukke baan als nachtverpleegkundige op de IC van neurochirurgie naar een stilstaand bestaan van kind en huis en park. Een pittige ongemakkelijke overgang, maar het was nu eenmaal zo, dus ging je ervoor. Al waren er tijden dat ik als verdoofd wat zat te frobelen met kraaltjes en lapjes van voeding naar voeding en meer deed van die dingen die ik al lang geleden achter me had gelaten. Hoe vul je eigen tijd, als die bepaald wordt door zo’n kleine dwingeland, die honger heet.

Al doende leert men. Het werd allengs vanzelfsprekend net als de taakverdeling. De vader van de kinderen was evenveel behept met deze, vanouds, moederlijke taken en nam om de dag de zaken waar. Zo hadden we een eigen weg gevonden in het grootbrengen van het kroost. Dat is niet afhankelijk van de sexe, als je er maar dezelfde tijd, ruimte en liefde in stopt. Voor ieder die dat lukt, een mooie ‘moeder’dag.

Overpeinzingen

De zon in de sloot

Met de haren in de henna loste ik twee puzzeltjes op uit de krant, na hem uitgespeld te hebben. Het gebeurt niet vaak meer. Ik wordt verdrietig van het nieuws, maar bloei op bij de kritische taalnoot achterin en van sommige columns geniet ik. Die van Sylvia Witteman bijvoorbeeld. Ze schrijft over een stelletje. Het meisje ziet haar moeder zitten en weet dat ze op een date is, omdat ze haar kekke rode jasje aanheeft en opgedirkt is. De jongen wil kennis met haar maken, maar het meisje heeft er totaal geen behoefte aan. ‘Je moeder met zo’n vreemde vent, dat is goor’ snuift ze. Ik moet denken aan mijn dochters op het weekend. Ergens kwam zoiets ook ter sprake. Zoonlief moest er hartelijk om lachen. Liefde laat zich ook zo vertalen. Preuts als ik ben opgevoed, laat ik het rusten.

Vroeger gingen alle deuren angstvallig op slot. Toen ik mijn moeder hielp bij het wassen en aankleden van mijn destijds zieke vader, had ik hem nooit eerder naakt gezien. Wel in zijn zwembroek en zijn blote bast, maar nooit anders. Natuurlijk zijn we in de verpleging alles gewend. Toch blijft het dan even slikken. De enige keer dat ik op het werk iemand weigerde van knopjes tot knieën te scheren, wat nodig was voor een grote buikoperatie destijds, was toen het mijn oude pastoor betrof. Dat kon ik echt niet ook al was het geloof in dat katholieke bolwerk mijlen ver weggezakt. Het respect voor de man en zijn ambt zaten er kennelijk ingebeiteld.

Er waren zeven broers in huis en zelfs die had ik nooit in Adamskostuum mogen aanschouwen. Ergens zat er, op alles wat met lichamelijkheid te maken had, een groot taboe. Toen mijn kinderen groot werden, heb ik de VPRO in stilte geprezen, die elke zondagmorgen wel ergens een onderwerp aansneed en daarmee mijn eigen preutsheid verbloemde. Want hoe revolutionair ook, die kant van het bestaan is altijd opmerkelijk oubollig gebleven.

Gisteren was het opnieuw tuindag om het achterstallig onderhoud aan te pakken. Eerst moesten we een broek uitzoeken voor lief, waarin makkelijk te bukken viel. Een cargo leek het handigst. Lange pijpen om de benen niet aan de zon bloot te stellen. Een tikkie lastig, maar wat niet kon, kon nou eenmaal niet. Ik wist mijn kniebroek op de tuin. ‘Aangekleed gaat uit’ bij elke gelegenheid.

Het spreekwoord deed me denken aan iets wat men mij van de zomer vroeg. Hoe of het bestond dat ik naar de tuin ging en er uitzag of ik een kerkbezoek op het oog had. Ik moest er smakelijk om lachen. Lang geleden had ik al met me zelf afgesproken dat alle kleding, ook het mooie maar makkelijke spul, te allen tijde gedragen diende te worden omdat je er niets aan hebt het in de kast te laten hangen. Bovendien, de wijsheid van mijn moeder indachtig, ‘de was is er goed voor’.

We hadden er de vaart in. Lief krabde het terras grondig schoon en ik was voornamelijk aan het ontgrassen. Dat moest zorgvuldig gebeuren omdat tussen de ellenlange strengen brandnetel, de hondsdraf en het gras, de anemonen, de akelei, de irissen, de dotterbloem, de lissen, de kleine blauwe maagdenpalm en het lievevrouwebedstro welig tierden.

De zon scheen uitbundig en lief waarschuwde me een aantal keren niet te lang in de zon te zitten, dus schoof ik af en toe braaf naar een schaduwplek. Aan het eind van de dag was er het genot van een pinot, een schoon middenbed en een brandschoon terras. Moe maar voldaan trokken we huiswaarts na een vredig genieten. Als slagroom op de taart ving ik, als bevestigende afsluiting, nog net de zon in de sloot.

Overpeinzingen

Zien en beleven

We wandelen ons eigen zoutpad. Eigenlijk ieder mens. Allemaal zoeken we onze meest harmonische weg die bij de omgeving en de partner past, waarbij je je senang voelt. Daar moest ik aan denken nu Lief het boek Het Zoutpad aan het lezen is. De moeizame weg, die hij de laatste twee jaar bewandelt heeft, was een waar zoutpad met ontberingen door de eenzaamheid die het geestelijk wandelen bemoeilijkten. In enkele maanden heeft hij de balans teruggevonden en dat is bewonderenswaardig. In het begin was het zoeken, maar door het de ruimte en de tijd te geven en niets te overhaasten vielen de verschillende puzzelstukken met ons oude samenleven op hun plek, ondanks de verschillen die in de loop der tijd zijn opgedaan, beleefd, eigen gemaakt en verwerkt tot een persoonlijke eigenschap.

Die verschillen zijn eigenlijk niet eens zo groot. Onze paden kennen enkele opvallende overeenkomsten, die vooral op het smartelijke vlak bij elkaar komen en waar veel over te delen valt. Het schept een band voor het leven, hoe lang dat ook mag zijn. In ieder geval hebben we het een en ander uit kunnen kristalliseren tot een genieten op volle sterkte. Het vervult de harten en we prijzen de omstandigheden die ons tot hier gebracht hebben.

Het enige nadeel is dat ik nu tijd tekort kom. Geen wereldramp maar wel iets om goed bij stil te staan. Dat komt omdat het nog niet helemaal in evenwicht is, omdat we nog steeds een verkennend pad bewandelen. Straks, als alles op de juiste plek is gevallen zullen nieuwe en oude wegen zich weer samenvoegen. Tot zover is het nog een beetje behelpen en soms spitsroeden lopen. Vertrouwen was het eerste woord dat ons bond. Het staat bovenaan de lijst voor wederzijds begrip. Evenals de ruimte geven. We mogen beiden op onze eigen manier blijven zoeken. Voor een zorgkip, als ik ben, nogal een opgave. Onder dat kopje horen ook de veranderingen die je ingevoerd zou willen zien, maar die enkel vanuit mijn perspectief zouden gelden. Samen leven is samen geven en nemen.

Gisteren hebben we de vrijmarkt gehaald, maar het was er druk, we hadden niets nodig, maar het was goed even in de drukte te wandelen met af en toe een marktvrije straat er tussendoor. Schoonzoon was met de kinderen al in de vroege ochtend op pad geweest. Dan toch maar liever bij zoonlief langs om te zien hoe hij met wilskracht en overwinning zijn tuin en huis naar zijn wensen dwingt en daar vooral zelf mee aan de slag is. Een workout van formaat, waar geen apparaat in de sportschool tegenop kan. Eigenhandig graaft hij met engelengeduld de grote oude wortels uit van de enorme coniferen aan de zijkant. De omgezaagde toppen al reeds afgevoerd.

Voor het huis liggen de Waalse keitjes te wachten op hun afnemers en nieuwe stenen staan klaar om gemetseld te worden op de plek waar nu nog de garagedeur huist. Dat zou door een metselaar in de avond gebeuren. Er volgt een goed gesprek over onze gelukzaligheid en over een eventuele aanschaf van een wat grotere auto dan de kleine blauwe prins. Als ik er aan denk, slaat de weemoed toe. Hij is zo dapper geweest al die jaren en heeft me nooit in de steek gelaten, maar nu zijn er wat onkostenposten die te hoog zijn voor de waarde. Ook dat heet loslaten op hoog niveau en is een voorbeeld van vernieuwing.

Ik wen er nog wel eens aan. We gaan eerst een makkelijke chino aanschaffen voor lief, een waarin het goed bukken en knielen is en daarna gaan we het middenbed in de tuin aanpakken, waar niets nieuws in moet, maar wel de grassen eruit gaan en de oude vijver wordt aangepast tot niveau ‘leefbare kikkervijver’. Nu komen ze er nooit meer uit als ze erin vallen. Dat betekent of zagen tot het juiste formaat of een nieuwe aanschaffen. We gaan het zien en beleven.

Uncategorized

Het kan nog alle kanten op

Vandaag las ik een indringend verhaal van een lieve vriendin, waarvan ik eigenlijk een beetje ondersteboven ben. Het moet nog tot bedaren komen, maar het heeft alle radertjes in werking gezet. Dat is een andere kant van het leven. Iets overkomt of overvalt je en dan is het hard werken om het een juiste plek te geven. Moeilijk ook, om verdriet niet te laten overmannen en alles in het goede perspectief te blijven zien. Het vergt veel, maar is ook krachtig. ‘Tijd slijt’, zei mijn moeder vroeger. Maar gemis blijft altijd schrijnen, zeker als je weet dat het anders kan.

Gisteren in de tuin hadden we na een lichte aarzeling van mijn kant, toch het besluit genomen het voorste bed grondig aan te pakken. De lupinen waren gaan wandelen, de sieruien opgepeuzeld door meneer en mevrouw woelmuis en de grassen en de dagkoekoeksbloemen hadden hun kans waargenomen en woekerden vrolijk voort. Daar moest een stokje voor gestoken.

In het tuincentrum hadden we salvia, veronica, geum, scabiosa, lavendel en een witte lupine gehaald. Lief had lopen sjouwen met zakken aarde en compost en ik was aan het ontginnen gegaan. Alle boterbloemen en grassen eruit. Zeepkruid mocht blijven, ook al neemt ze graag haar vrijheid net als de hondsdraf, beiden zijn te mooi als ze bloeien en je kunt ze wel in de hand houden. Het was veel werk en na afloop waren we moe maar voldaan. De inspanning loont, maar eiste ook haar tol. Geen zin meer om te koken. Wel hadden we nog broodjes brie gegeten na al het werk.

‘S Avonds bij de dodenherdenking raakte ik ontroerd door de verhalen van de mensen die daadwerkelijk de oorlog hadden meegemaakt en daar een kleinkind over lieten vertellen. Dan is het protocol van regering en burgemeester eigenlijk niet meer dan dat. Doorleefde verhalen zeggen zoveel meer dan het leggen van een krans alleen.

De verhalen van mijn moeder en vader waren summier. Mijn vader werd tewerk gesteld in Oostenrijk, mijn moeder sjouwde met kinderwagen en een Engelsman naar het station en fungeerde daarbij moedig als dekmantel. Ook verhaalde ze over haar tocht naar Kampen en verder om proviand te halen in de hongerwinter op een fiets met houten banden en lopend terug. Er zijn brieven van mijn vader aan mijn moeder, maar waar zijn ze gebleven?

De herdenking van een oorlog terwijl er een oorlog vlakbij woedt, heeft toch iets tragisch. ‘Nooit meer’ is al een aantal keer geschonden. Lief en ik zoeken naar de vredige momenten, die we vinden bij elkaar en in de stilte van de tuin. Gisteren waren er drie en waren we ons heel bewust van de sereniteit van het moment. Dat alleen al is soms genoeg om op adem te komen en bij te tanken. Bij het terugwandelen naar de kleine blauwe stonden we op het bruggetje over de sloot en keken naar het oerHollandse landschap. Een meerkoet zwom verderop, achter ons de eenden, ginder lag het weidse land. Meer is dan even niet nodig.

Vandaag is er als vanouds feest in de Lombok, een grote braderie, met heel veel kraampjes. Tijd om even bij vriendin te kijken en schoonzoon en de kleine filosoof en kleindochter lopen er ook vast en zeker rond. Normaal is het een ontmoetingsplek voor iedereen. Maar nu is bevrijdingsdag een gewone werkdag geworden en dochterlief en zoonlief kunnen niet meefeesten. De krullenbol en zijn lieve kleine broer zijn ziek en de Franse familie zit in Parijs. Dat schiet niet op.

Eerst maar eens kalmpjes de dag inwandelen en dan zien we wel hoe het gaat lopen. Het kan nog alle kanten op.