Uncategorized

Een oogje dicht

Mijn linkerhand is van binnen aan het werken. Er gebeuren onderhuids malle dingen. Het wrikt, het stroeft, het trekt en het weigert om pijnloos te zijn. Op de meest linker knokkel groeit een tweede exemplaar. Als ik mijn ogen sluit en op mijn gevoel afga, dan zie ik het beeld van de Hulk voor me. Een fascinerende actie wanneer de beste man opzwol en uit zijn kleren scheurde. Iedere keer weer een nieuw pak. Zo’n gevoel dus. Een Hulkbult.

IMG_8424

Nu is Artrose en slijtage verweven met de familiegeschiedenis en het zijn mijn voorvaderen die op dit ogenblik een hartig woordje meespreken. Hoe kom ik aan die mazzel. Mijn lieve Oma van moeders kant kwam altijd aangelopen door de Laryxstraat. Omdat ons huis precies op de kopse kant van die straat lag, zagen we haar al van verre aankomen. Een klein figuurtje dat waggelde en dichterbij een kromgebogen vrouwtje met een stok, die met haar zakdoek voortdurend de grote zweetdruppels, die van inspanning en pijn van haar hoofd af parelden, droog depte om dan weer verbeten verder te gaan. Haar grijze haren piekten en plakten in natte slierten op haar voorhoofd. Haar vollemaans gezicht keek met priemende ogen voor zich uit. Ze zou zich niet laten kennen, dat stond zeker en vast.

Mijn moeder had twee rare bobbels. Een op de knokkel van de voet, een Hallux Falgus, leerde ik later, ook wel knok of Bunion genoemd. In haar uitgetrokken schoenen bleef altijd een bolling op die plek in het zachte leer zitten. De andere zat bij haar pols en was achtergebleven na een breuk. Van verdere slijtage heb ik bij haar nooit iets gemerkt. Ze was een statige lange vrouw net als mijn opa. Mijn vader kromp toen hij ouder werd. Het hele beenderwerk gooide het bijltje er bij  neer. Zijn hoofd trok zich steeds verder terug tussen de schouderbladen zo leek het. De nek werd een kippennekkie en de neus leek oneindig veel groter net als de Oren. Een versie van de grote vriendelijke reus in het klein.

de grote vriendelijke reus

De versleten nekwervels, heupen, knieën vieren hoogtij onder de broers boven mij. Het voorland en ik wist het. Het vege lijf houdt in haar jeugdigheid op en triggert elke beweging tot staketsels. Ouderdom ligt op de loer en ongemerkt kruipt en vreet ze zich in. Er is een schrale troost. Vroeger wist men allang dat krakende wagens het langst piepen. Confucius heeft een wijze raad voor de jeugd, die ouderdom nog niet in het vizier heeft.  ‘Men moet zich in de jeugd een stok snijden, zodat men er in de ouderdom op leunen kan’  is de quote van deze oude wijsgeer. Tegen dat ineen storten van het bottenstelsel helpt geen lieve vader of moedertje. Het overkomt je.

 

 

Met de kinderen op school hadden we het fantastische lied van veterdrop gevonden en uitgespeeld. Als botloze velletjes zakten we als een plumpudding in elkaar. Hilarische voorstelling van het skelet. Ook dansten we op de Vijftiger jaren muziek van de Delta Rhythm Boys: Dem Bones. Nooit waren we ons zo bewust van dat bottenstelsel als toen en net zo bewust ben ik me er ineens nu van.

 

 

De jaren van aftellen zijn begonnen. Ieder jaar legt een botje het loodje. Lood om oud ijzer, nee, zilver om het lood. Een Brace. Zo een met al die ringen, waar de halve mensheid van mijn leeftijd mee loopt. Het heet een Zilverorthese. Wat een prachtige naam voor een hulpmiddel bij uitstek tegen een kwaal waar geen botje tegen bestand lijkt. Ik schuifel mee in de lange rij der voorvaders en moeders en voel me ouder, maar, om met Annie te spreken:

‘Wel wat artrose in mijn heup en mijn knie.
Als ik me buk, is het net of ik sterretjes zie.
Mijn pols is iets te snel, mijn bloeddruk wat te hoog.

maar ik ben nog fantastisch goed…zo op ‘t oog.’

En af en toe knijp ik gewoon een oogje dicht.

 

Uncategorized

Met verve

De boekenstapel naast mijn bed is hoog. Het versterkt het gevoel in gebreke te blijven. Er is oneindig veel leestijd bij gekomen, dus waarom benut ik het niet. Bovendien zat ik allang weer in het verhaal van het dikste exemplaar. Het laatste deel van het vierluik van Carlos Luiz Zafón: Het labyrint der geesten. De eerste boeken, door hun omvang ook prominent aanwezig in de boekenkast, heb ik ademloos uit gelezen. Zafón is wat breedsprakig en met regelmaat moet ik weer even terug om de draad op te pakken, maar zijn verhaal is wel eigen geworden in de loop der jaren.

013

Op een zeker moment kreeg ik een app van een goede vriend met de vraag of ik mee wilde doen met een leesclub. Dat leek me een uitstekende oplossing om de vluchtigheid van het leven te lijf te gaan. Niets werkt zo verkwikkend als een verdieping in het verhaal in het licht van een andere beleving. Als de lobby van een van ons doorgaat zullen we met drie mannen en drie vrouwen zijn. Ook dat is fijn. Waar zit het verschil. Aard en karakter, het innerlijke zijn, diversiteit in opvoeding, ervaring, of al in de kiem, de benadering van de Adam of Eva in ons, de aanwezigheid van beide, gevoeligheidsgraad. Dat spookt door mijn hoofd en maakt het zo boeiend. Bovendien houden we allemaal van lezen en vinden we ook  dat we er eigenlijk te weinig aan toe komen. Met wat speurwerk kwam ik erachter dat er zelfs een tijdschrift bestaat speciaal voor de lezer in een leesclub. Het gratis proefnummer was gauw aangevraagd. Ik ben benieuwd.

0151.jpg

Het boek ‘Zomerlicht en dan komt de nacht’ van Jón Kalman Stefánsson (1963) is besteld. Ik ken het niet en had het waarschijnlijk nooit onder ogen gekregen, als iemand het niet had ingediend. Dat is precies waarom die verschillende lezers bij elkaar zo verrijkend kunnen zijn. Onbekend hoeft niet onbemind te zijn. Je doorloopt eenvoudigweg een ander traject. Over een ding waren we het unaniem eens. Het wordt geen middelbare school ondervraging. Iemand maakt een boekkeuze en een ander bereidt de avond voor. Dat betekent dat je in gaat op de literaire aspecten, maar ook de vraagstukken die het verhaal oproept. Niet langs de kaders van een lijstje, maar puur op intuïtie en het belang dat er uitgefilterd wordt. Zo ontstaat een boeiende uitwisseling. Daar gaan we van uit. Het scheelt dat we elkaar eigenlijk allemaal kennen en toch ook weer niet. Dit deel van het leven hebben we nooit samen besproken en dat maakt het nog boeiender. Naast een verrijking van de literatuur is het dus ook een verdieping van de vriendschap.

We hebben er zin in. Na dat boek zal de leesmodus weer op winterstand staan. Dat betekent vele avonden afreizen in de verhalen en nu ook naar de diepste krochten, een labyrint noemt de aankondiger het, van de ziel met de bewoners mee, die in een klein IJslands dorp wonen. Het sluit aan bij het labyrint van de geesten. Het moet zo zijn. Innerlijke rekstokken en dubbele salto’s voor de hersencellen.  Aan de slag…Met verve.

Uncategorized

Een klassieker

Het is als een goed boek, waar je de eerste bladzijden door moet, maar als het verhaal je dan eenmaal bij de kladden grijpt, wordt het moeilijk om je er uit los te scheuren.

Gisteren stortte ik me weer op de klassieke Zeventiende-eeuwse benadering van de schilderkunst. Penselen in orde, verf in de kist, brood in de tas en gaan. Het is weer zo’n heerlijke herfstdag, kleinzoon is jarig en viert het morgen, maar ik ga stiekem toch alvast vanmiddag er even langs. Het etsweekend bij Han van Hagen stel ik er een jaar voor uit. Sommige mijlpalen moeten gedeeld. Eerst maar eens even in de folianten en de asperges duiken. Het staat in pentekening op paneel en ik moet van de meester goed onderzoeken welke ondergrond gebruikt is. Ik haal het hele arsenaal aan omber en oker en gebrande sienna erbij, want hoe ik ook tuur, ik blijf daar op hangen. Maar dat blijkt al drie lagen verder te zijn. Als ik gewezen wordt op de subtiele onderlaag, die heel voorzichtig  in speldenknoppen doorschemert, blijkt het een tint te zijn die ik nog niet ken. een transparante oxyde rood-lak

005.jpg

Daar zet ik over de inkt  de eerste laag mee op. Een prachtige roodbruine ondertoon. Dan volgt een omber voor de schaduwpartijen, waar je ook met argusogen naar kan blijven turen. Het is sneller gezegd dan gedaan. Hetzelfde geldt voor het titaanwit. Goed blijven kijken, niet teveel, niet te weinig en ‘dassen’. Het wit in de bladeren van de folianten wordt met lange streken in sporen getrokken. Net echt. Met een onderdeel ben ik nog te dekkend geweest, maar dat komt volgende keer goed. Wat fijn om zo ingewijd te worden in technieken die me vreemd zijn.  Voor het eerst sinds ik dit avontuur ben binnengestapt, voel ik dat het me kennis oplevert die betekenisvol zal zijn, voor nu, voor straks, voor later.

009-e1541229788862.jpgUnder construction: Detail

Het zijn allemaal oefeningen en leeropdrachten, straks gaat het hele echte eigen werk beginnen, maar ik besef des te meer dat deze eerste vingeroefeningen een noodzakelijkheid zijn om te kunnen doorgronden en te weten waartoe het leiden zal. Een van de mensen is praktisch net zo ver als ik en het samen oplopen schept een band. Bovendien deel je vierenhalf uur met elkaar. Naast het ingespannen werken is er tijd voor verhalen, kwinkslagen en leed. Alles komt langs. Door bij anderen te kijken is er meer inspiratie en kennis te verzamelen. Het plezier zit vooral in de vele ontdekkingen.

Als ik naar de auto ga, bedenk ik me dat ik vroeger nooit zou hebben kunnen verzinnen ooit in een van de oude Werkspoorpanden te vertoeven. Dit industriegebied was destijds  een no go area, want je had er eenvoudigweg niets te zoeken. We kwamen niet verder dan het Julianapark. Daarachter lag een onbekende wereld van montagehallen, insteekhavens, staalconstructies en ontwerpgebouwen. Er staat me nog helder voor de geest welke ramp zich in 1967 voltrok toen er een munitieschip bij het overladen ontplofte en er een visser en een werknemer van een ernaast gelegen fabriek om het leven kwamen. De impact werd vooral versterkt doordat alles tot in de verste verten, dus ook bij ons in de wijk, stond te trillen op zijn grondvesten.

002   003De Vlampijpstraat

Het spoor en de Demka was het rijk van de noeste arbeiders, met eerlijk zweet doordrenkt en dus gewijde grond. Het kan niet anders dan dat de aardstralen ons gunstig gezind zijn en er een klassieker gedijen kan.

 

Uncategorized

Filteren en vasthouden

Iedere ochtend gaat er een biologische klok om vijf uur af. Het ritueel is hetzelfde. Koffie en kwark ophalen beneden en terug in bed. Daar schrijven en dan in de benen. Een mooi ritueel, een verstilling en daarmee een oplader voor de hectiek van de dag.

Gisteren was het een van de zeldzame late dagen, zeven uur werd ik wakker. Er voor had ik een gezellige avond met de nieuwe leesclub gehad. Het bleken alleen maar fijne, al een tijdje niet ontmoette, vrienden en vriendinnen en er was gespreksstof te over. Veel later dan anders lag ik nog na te sudderen in bed en duurde het eer ik de slaap kon vatten. De koffie en kwark redde ik in ijltempo. Ik moest die dag naar Nunspeet. Er was daar een conferentie van de jenaplanvereniging. Het betekende een uurtje stief kwartieren, de file stond de andere kant uit en voor me gloorde een beloftevolle dag.  Tijd om te schrijven was er niet, maar om te mijmeren was er een uur lang. Tijd te over.

Het was lang geleden dat ik in en zee van mensen stond en vooral aan het geluid moest ik wennen. Zoals altijd vervormde de akoestiek en stonden oren op steeltjes om een en ander goed te kunnen blijven horen. Hier en daar een bekende en een ontvangst met ‘Jij ook hier. Wat een cadeautje…’De dag kon niet meer stuk.

051Ons eigen regenwormproject.

Jenaplan zou Jenaplan niet zijn als zij het congres niet begon met een boeiende film over de stamgroep. In een bovenbouw werd stamgroepwerk getoond over de regenworm. De manier waarop de kinderen warm werden gemaakt voor het onderzoek, de bevindingen, de reflecties erop, de voortgang en hun betrokkenheid kwam goed uit de verf. Onderwijs in essentie. een leerproces, waar iedereen met gretig enthousiasme indook, de rollen zich als vanzelf verdeelden en kwaliteiten werden benut en op juiste waarde geschat. De nietige regenworm werd de koning van het essay. Zijn paleis het glazen huis, een plexiglazen tijdschriftenbak, waar iedereen de koninklijke gangen kon nagaan. Hoe zit het met excreten, ogen en oren, zijn bek, de groei. De stamgroepleidster gaf de ruimtes aan om te reflecteren met elkaar en de volgende stappen in beeld te zetten. Overleg en raad, vraagbaak en internet brachten antwoorden en iedereen was trots. Vooral dat laatste. De regenworm op geheel eigen kracht in kaart gebracht en op zijn eigen troon gezet. Hoe klein groot kan zijn.

011

Daarmee ligt de ochtend voor ons open met workshops en lezingen.  Er volgt een lezing door Iliass El Hadioui. De sociologische benadering van het stijgen op de verschillende culturele ladders, school, straat en thuis. Ervaringsdeskundige bij uitstek, omdat hij opgroeide in het multiculturele Rotterdam met in alle toonaarden de verschillen en de problemen die dat op kon leveren. Het was interessante stof om in te duiken en  ‘s middags besloot ik de verdieping erop te volgen. Af en toe dook ik in de pauzes even naar een stilteplek, om de oren rust te gunnen. ‘s Middags liepen de Complimentenmeisjes rond, ze schreven ter plekke complimenten uit, door op een afstandje te observeren en naar aanleiding daarvan rijk te strooien met strelende bewoordingen op een briefkaart.

012Ruimte voor kwaliteiten

Ieder mens groeit van complimenten. Aan onze tafel ontvingen we alle drie zo’n kaart. We voelden ons vereerd. Het streelde niet alleen het ego, maar ook bracht het een nieuwe energie. Verder kijken dan je neus lang is en de mens bij voorbaat zien als kwaliteit helpt. Kinderen zijn onze nieuwe kwaliteiten. Als ze ruimte krijgen zichzelf te mogen tonen dan komen er verrassende ontwikkelingen van. Dat bleek uit de openingsfilm, waar ieder kind gehoord werd. Meiregen is goed voor de groei, zei men vroeger. Complimentenregen is goed voor de innerlijke groei. Dat bleek maar weer eens toen ik blij en voldaan terug reed naar huis met een mijmerkoffer vol, zodat ik zelfs bij de langste novemberfile van het jaar het fijne gevoel eruit kon blijven filteren en vasthouden.

Uncategorized

Op naar de volgende mijlpaal

Het is stilletjes op de schilderavond. Een van ons is verhinderd. De Middeleeuwen trekt een grote wissel op mijn creativiteit. Het is te gekaderd. Te veel hokjes, als je het volgens de regelen der kunst wil doen. Aanvankelijk wilde ik dat, om lerend bezig te zijn. De ervaring bevreemd me niet, maar de conclusie is er na drie lessen. Het past totaal niet bij mij. De ontdekking op zich is goed. Het heeft niets met de cursus zelf te maken, maar alles met die keuze van mij en mij alleen. Aan alle kanten is de begrenzing voelbaar en dat remt. Voor een non-conformist als ik van nature ben, is dat moeilijk. Gisteren heb ik voor het eerst sinds lang weer een schilderij van twee avonden prachtig blauwzwart over geschilderd. Al het werk in luttele slagen te niet gedaan. Je kan altijd opnieuw beginnen.

0093.jpg

Ik krijg voldoende vrijheid om het anders te doen, maar dat voelt wonderlijk. Ineens impressionistisch aan de slag te gaan, midden tussen het verfijnde werk van de anderen, voelt ook niet juist. Dus hinkepink ik op twee verschillende benen verder en voelt het niet zo senang en inspirerend als anders. ‘Schoenmaker blijf bij je leest’, waarschuwde mijn moeder vroeger al. ‘Ja, maar Mam, de bakens verzetten kan een verheldering zijn’.

Thuis overpeins ik de avond en kijk naar een vrouw, die de wereld over heeft gefietst en ergens in the middle of nowhere haar vriend en vier andere fietsers gedood heeft zien worden door IS. Ze doet een nauwkeurig oogverslag. Onvoorstelbaar dat dergelijk leed op zich nog naverteld kan worden. Vervolgens komt er een promotie voor het boek dat ze samen met vriendlief schreef over de pleegzorg van pubers in Amsterdam er achter aan. Het nuchtere vertellen staat haaks op de radeloosheid die ze gevoeld moet hebben, daar en toen. Is dat een kwestie van er zijn op een verkeerd uur. De toevalligheid van het geheel. Ze zag geen haat of agressie in de ogen van haar belager van heel nabij. Wel een soort roes. Alleen de waarneming al. De  Zwitserse vrouw in haar gezelschap die het er ook levend van af bracht, verkeerde in shock en weet tot op de dag van vandaag niet wat er heeft plaats gevonden. Het heel verhaal staat in schril contrast tot mijn persoonlijke capriolen van de avond. Evenals de rest van de thematiek die over de tafel gaat.

013

Ik verwacht een mail, die niet komt. Soms zit het mee en soms zit het tegen, vertelt de nuchtere vrouw in mij. Morgen is er weer een dag. Zo is dat. Vandaag gaan er spannende dingen gebeuren met het nieuw atelier en resumerend bedenk ik me, dat ik het wel heel erg mis, dat stekkie om tot rust te komen op de tuin, met roodborst, winterkoning en herfsttooi. Het voelt goed om er mee bezig te zijn. Binnenkort gaat het toch echt gestalte krijgen. Ik heb groen licht om er mee door te gaan. Het huisje wordt monumentengroen met krijtwit, dus dat past in de lijn. Evenals de oude Bernagie zal het mijn kacheltje herbergen en gonst er straks de zelfde energie door Jut als in het oude huis. Voordat het staat moet er nog veel gebeuren. Bomen om zagen, grond egaliseren en dan de wagen zelf nog. Broerlief, diens schoonzoon en zwager, nog een broer en de kinderen zijn mijn spierballen. Waar zou ik zijn zonder.

Afwisselend is het wel, vervelen doe ik me geen seconde. Op naar de volgende mijlpaal.

 

 

Uncategorized

Verdriet is niet meetbaar

Klaas Vaak heeft besloten niet bij mij langs te gaan. Of heeft Pluis per ongeluk mijn zand gevangen, want ze ligt prinsesselijk opgerold de slaap der duizend dromen te slapen. Ik weet wel hoe het komt. In mijn hoofd kolkt het water van Venetië, striemt de sneeuwkou van Spanje, woedt wind met orkaankracht,  sneuvelen boomreuzen als luciferhoutjes  en tussen alles door zwerft Harry Potter, met een handvol woeste Faunen, Dumbledore en Voldemort, naast een roze verknipt  en machtsbelust vrouwtje, die met zes scheppen roze suiker in haar roze thee alles verpakt in een misselijk makend zoete verschijning. Maar ondertussen. Het toverstokje in mijn handen ontbreekt.

001

Anders had ik met een Paralitus of Exaltus de ellende doen verschimmen. Ik ben geen tovenaar of heks. Ik had wat kunnen betekenen voor de vader, die bij een massagraf zijn vader, vrouw en zijn vijf kinderen moest identificeren aan de kleding of voor de 200 mensen in het Indonesische vliegtuig dat op de bodem van de oceaan ligt.. Nu kan ik er alleen maar over piekeren. De storm is bij lange na niet gaan liggen, ogen willen niet dichtvallen bij orkaankrachten aan geweld. Ik sluit ze en zie de paradijsvogel van Dumbledore. Ze krijt als een pauw en gooit haar kop in haar nek terwijl Dumbledore verdwijnt in een zuil van vuur. Het wereldleed is voor geen mens te dragen.

  Arthur Rackham in The Fairy Tales of the Brothers Grimm

Het kleine leed ontmoette ik bij de fysiotherapie, De vrouw die me deed denken aan de heks van Hans en Grietje, omdat ze je vlak voor haar wil zien en gisteren vroeg of ik mager of dik was. ‘Super slank’ zei de slanke oude vrouw naast me. De blinde vrouw trok me naar zich toe, om me beter te bekijken. Ze vroeg nog net niet om mijn vinger. Moet ik stokjes meenemen? Een oude stoïcijnse man praat nooit, maar gaat verbeten voort. Hij voert al zijn oefeningen uit. Soms met gesloten ogen als de pijn aan zijn schouders rammelt bij het trekken van de gewichten. De jaren zijn in bruine kringen op zijn huid uiteengevallen.

De lange man is jonger dan het lijkt, nu zijn haar in nek en neus en oor uit elke porie springt. Hij hoest een scheurende hoest en vertelt tussen zijn oefeningen door dat hij weer een prednisonkuur is gestart van 50 mg. Hij hijgt. Toen hij van de onderhoudsdosering was afgegaan was hij 18 kilo aan overtollig gewicht verloren. Zijn neus steekt grotesk uit het magere gelaat. Hij heeft vast een Cocker Spaniel thuis, want door de jaren heen is hij er op gaan lijken. Hij hijgt droef voor zich uit op de kale stoelen tussen de inspanning door. Er is de vrouw die moeilijk loopt. Geen idee waar de pijn zit. Een horzelvoet, een zwakke rug. De lijdzaamheid is in haar gezicht gebeiteld met diepe groeven. Ze zucht bij elke stap, sluit theatraal de ogen. Ze lijdt als een Griekse tragedie.

011.jpg

De man met zijn schouders opgetrokken tot aan zijn oren is een schim van wat hij ooit was. Hij kan geen woord uitbrengen zonder dat de lucht rasperig langs zijn stembanden glijdt. Zijn leven zonder lucht is zwaar, hij rust meer dan dat hij oefent. Ik bewaar mijn evenwicht maar net op de Bosu, een evenwichtsoefening als ik de bal vang en ben verreweg de gezondste van het stel. De oude vrouw haakt af en vlucht weg als assepoes na het bal. Ze wuift elke bezorgdheid weg en wil alleen nog maar in de stilte van haar auto zitten. De vrouw met de slechte heupen, de instortende knieën en het scheve lijf waggelt naar een toestel. Ze heeft me bij elke sessie verteld, dat haar man is overleden. Haar leven is opgedeeld in voor en na. Klein en groot leed met ontwrichting, dood, pijn, onvoorstelbaar verdriet, de basis, die wordt weggeslagen.

Harry Potter vliegt op de Terzielers het onheil tegemoet om het te bestrijden. Soms zou ik me hem toe wensen, al was het alleen maar om te verzachten en te doorgronden, om geloof te sterken en het vertrouwen. Eindelijk overmand door slaap vallen de ogen dicht. Ik droom maar vergeet alles als ik ze weer open sla. Er staat maar een ding op mijn netvlies geschreven.  In het grote schuilt het kleine en in het kleine het grote leed. Er is geen overtreffende trap. Verdriet is niet meetbaar.

Uncategorized

Niet meer en niet minder

Ik heb gisteren de hele dag gewerkt aan het stuk dat ik moest schrijven en wierp het met een druk op de knop in een luttele seconde weer weg. Zes uur aan noeste arbeid is verdwenen. Niet meer terug te vinden. Niet in de prullenbak, niet in de geschiedenis, gewoon foetsie.

Dat betekent ‘flink zijn, even flink zijn’ zoals Robert Long dat zo mooi en relativerend zong, maar het liefst reed ik naar zee om tegen de wind in met de meeuwen mee te krijsen. Gedane zaken nemen geen keer. Tja!

119.jpgBeeldengroep Mathieu Klomp. Als mijn buurvrouwen

De droom ging over de buurvrouwen, lunchen  met Malibu, nog nooit gedronken en in de droom ook niet, want vlak voordat ik wilde gaan zitten, zag ik voor het ouderlijk huis in de Amandelstraat, twee mannen op de fiets op het pad. Racefietsen, want ze hadden potsierlijke leren helmen op. Ze kwamen een deur brengen. Maar de deur was behangen en dat behang was geverfd, dus te zwaar. Het liet los. De punt rechts onder was ook afgebladderd. Toen ik hen binnen liet en de deur van de kamer opende, stonden daar de overleden buurvrouw en een vrouwtje van hierachter te schumen in de kasten. Wat had dat nou weer te betekenen.

Eigenlijk wilde ik door dromen, maar werd toch wakker met het debacle van gisteren onmiddellijk weer voor ogen. Ik inspecteerde direct de hele laptop nog een keer. Maar geen resultaat. Er is een deadline en haast is geboden. Diep ademhalen en opnieuw beginnen.

0281-e1540795130438.jpgtegenslag verwerken

Omgaan met teleurstellingen en je niet uit het veld laten slaan door dergelijke tegenslagen heb ik zo langzamerhand wel geleerd. Treuren heeft geen zin, dat is verspilde energie. Ik weet wel waar het aan gelegen heeft. Ik heb op replacement gedrukt bij een zelfde naamduiding. Foutje. Net zoals de deur uit de droom ook niet de juiste was. De buurvrouwen staan vast voor het stemmetje in mijn achterhoofd die nog even aarzelde vlak voordat ik mijn relaas wegdrukte. Ik weet zeker, dat dergelijke gebeurtenissen door blijven werken, als je je ogen sluit.

Pluis komt me troosten en vleit zich tegen mijn benen aan. Goed zo. Met beide benen sta ik weer op de grond, diep ademhalen en aan de slag. Het hele verhaal zit nog steeds wel in mijn hoofd, dus het uitwerken is makkelijker. Ik weet bijna woordelijk, wat er gezegd wordt en de tekst staat met drie kopieën op de dictafoon. Een geluk bij een ongeluk.

Mijn moeder zou zeggen:’Kind tel je zegeningen’.

Het is niet het einde van de wereld, er is geen man overboord, het is slechts een kleine korrel zand in de woestijn, maar in mijn beleving is het een gevoel van spijt, een rafelrandje aan de gladde plank en inderdaad haalt het het niet bij het wereldleed.  Ik heb genoeg gemiept en ga aan de slag. Later, straks, morgen weer een poëtische kijk op het leven, vooralsnog is het een hap van de aangebrande pap, niet meer en niet minder.