Uncategorized

De moeder van de porseleinkast

Een webinar over de aanleg van de tuin gisterenavond nodigde uit tot kaarslicht, fonkelbruine rooibos, schetsboek en stiften. De kleurpotloden lagen boven. In de gauwigheid had ik alvast een plattegrond gemaakt van hoe de tuin nu was en opgekrabbeld welke planten en bloemen tot mijn lievelingen behoorden. De tuinontwerpster had een zeer bruikbare tip, tussen alle informatie die eigenlijk al bekend was. Zorg dat je denkt in tuinkamers. Dat zijn de hoekjes, waar je graag lang en knus toeven wil, met de geborgenheid van een afscheiding, geurende bloeiers, een dak boven je hoofd, door middel van de bomen bijvoorbeeld. Verzin een natuurlijk hek, vlecht je onzichtbaar met behulp van de kale wilgentakken en zet er een makkelijke stoel neer.

Het beeld ontspon zich met het grootste gemak. Ik wist het wel. De pierige perenboom moest eruit, de stoelen kon ik opknappen door een rugleuning van nieuwe webbing te voorzien. En ik moest af van de grote bedden, maar kleine hoeken gaan creëren, misschien ook een gedeelte van het gras offeren. Dochterlief had eveneens meegedaan en we zouden er samen eens goed voor gaan zitten. Samen stonden we sterk. Geen speld meer tussen te krijgen.

Een ander, nogal onthutsend bericht. Een van de kleinkinderen heeft COVID. De groep op school was in quarantaine door een besmette juf en bij de test op de laatste dag werd dit de uitslag. Een domper met het gevolg dat het hele gezin in quarantaine is. Op de scholen is het hommeles. Vriendinlief heeft net twee groepen naar huis moeten sturen en op de school van dochterlief vallen ook groepen, kinderen en leerkrachten om.

Vanmorgen zag ik voor het eerst sinds lang weer prachtige zalmkleurige ijle slierten in de lucht. Een van mijn geliefde bloggers refereerde op het ontwaken van gisteren en de beschrijving van het ochtendlicht aan ‘De Zotte Morgen’ van Zjef van Uytsel. Het toeval wil dat manlief en ik deze geliefde Vlaamse zanger grijs gedraaid hebben in het nog grijzere verleden. Morgen viert hij zijn verjaarsfeest op een ster, een wolk of in een adelaarsnest. Normaal zouden we naar het strand getogen zijn, om onze wensen en het gemis in het zand neer te schrijven en mee te laten nemen door de ruisende zee, maar in deze omstandigheden was dat niet mogelijk.

Schoondochter kwam de kleine Blauwe terugbrengen na de fotoshoot en herinnerde mij eraan, dat zij met kleindochter en zoonlief morgen foto’s komen uitzoeken, vanwege het fotoboek dat er voor de oudste zoon, als bijna enige, nog niet van gekomen is. Dan maar met Zjefke, die met zijn omfloerste stem de ruimte zal vullen en meezingen met een lach en een traan. Dan wordt het toch nog een memorabele dag.

Vandaag zal ik scannend het boek uitlezen, dat voor vanavond op de nominatie staat om besproken te worden. Er is niet door te komen. Het ligt kennelijk aan mij, want de recensies zijn stuk voor stuk lovend, maar haar schrijfstijl is niet de mijne. Ellenlange draken van zinnen, die ervoor zorgen, dat ik al zware oogleden krijg na een halve bladzijde. Via zoom volg ik de meeting. Voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast.

Uncategorized

Een ragfijn filigrein

Gisteren schreef ik een paar dijken van fouten in de mijmeringen. Gelukkig is er een bevlogen engel, die me daarover subtiel op de hoogte brengt. De oorzaak? Niet geconcentreerd genoeg, teveel gedachten die zich roeren, of het late tijdstip op de dag, waardoor ik sneller wil schrijven. Dus was er vandaag het voornemen om met het krieken van de dag, zoals het gemijmer eigenlijk is ontstaan, te beginnen. Nu is het nog donker en trekken de auto’s met hun koplampen lange brede lichtstroken op het plafond, die naar achteren flitsen. Het huis ademt diepe rust en dromenland. Pluis is nog niet om brokjes komen bedelen. De stilte is weldadig. Door het terugkijken van programma’s en films was ik dat stukje retraite kwijt. Tijd voor een revisie.

Het streven is om met tien vingers te typen. Het feit dat de pols stijf en pijnlijk blijft, wijt ik aan de berusting. Als ik de pijn niet trotseer, zal het niet vooruit gaan. De onwillige spieren moeten eraan geloven en ik ook. Het lukt wonderwel met wat krachtsinspanning en verbijten.

Het is te hopen, dat de autocorrectie zich koest houdt. Gisteren had ze voor doorstruinen ‘doornstruiken’ ingeklopt en alhoewel ik al een paar keer met een scannende blik alles had bekeken, viel het mij niet op. Een van de lezers vertelde, dat ze er hartelijk om heeft gelachen, omdat het een boek over tuinen betrof en het ergens nog hout sneed ook.

De nacht heb ik voornamelijk doorgebracht op school. Oorzaak was de vergadering, gistermiddag, met de klankbordgroep. Onze teamleider had een kunstenaar op het oog, die voornamelijk werkte met gekleurd tape. Daar liet ze voorbeelden van zien. Het gevolg was, dat ik in de droom aan de slag ging met het bruine tape, dat we de laatste jaren op school prefereerden boven de sterke lijm om iets stevig aan elkaar te plakken. Deze kunstenaar liet op bestelling in allerlei felle kleuren tape maken en plakte daar aandoenlijke figuren mee, die van alles aan emotie konden oproepen. Het lijf leek een beetje op bolbuikige oude mannetjes met daar bovenop vormen van grote trouwe hondenkoppen. Aaibaar in hun hulpeloosheid. Het gevolg was dat ik in de droom in de weer was met het plakken van doosjes. Er stond in het lokaal een oude Piet Hein Eek-tafel. De werken die daarop tentoongesteld werden, kwamen niet tot hun recht op de drukke achtergrond. Daar moest een van mijn befaamde lappen overheen komen, dat was duidelijk. Verbazingwekkend hoe voorwerpen tot in detail terug kunnen komen in dat onbewuste denken.

Vandaag gaat de kleine blauwe Prins zonder mij op stap met mijn lieve schoondochter, die een fotoshoot heeft ergens in het land. Zo komt hij nog eens ergens. Zoonlief wordt wakker en weg vliegen de lichtwieren( Vasalis, ken Uw klassiekers), want hij knipt het licht op de badkamer aan. Het is inmiddels over zevenen. Vanavond is de tuinsessie. Wat zou dat opleveren. Misschien wel een heel nieuw idee voor de tuin. Inspiratie opdoen werkt heilzaam. Zoiets als ‘ een nieuwe lente en een nieuw geluid’. Nog zo’n klassieker. (Gorters ‘Mei’). Het werkt vaak verfrissend als er een verse blik geworpen wordt op een belegen en oude indeling. Het kan, letterlijk en figuurlijk, nieuw vruchten afwerpen.

De nacht maakt zich op voor een drukke dag, beneden in de straat razen steeds meer lichten langs. De dageraad begint te gloren en langzaam veranderen de donkere vlekken voor het raam in een silhouet van takken en takjes, een ragfijn filigrein.

Overpeinzingen

Vrij als een vogel

Net de film afgekeken op NPO, waar ik gisteren voortvarend aan begonnen was, maar die zo spannend werd, dat een pauze op haar plek was. Nu dreunt ze na in alle vezels, waarbij ik dien te vertellen, dat ik een watje ben, als het om spanning gaat. Het was een psychologische thriller, met als titel ‘The Gift’ van Joel Edgerton. Een film die te herleiden valt tot de vraag of pestkoppen door hebben wat ze aanrichten in het leven van een ander. Een echtpaar komt in de stad wonen waar de heer des huizes is opgegroeid en komt een schoolgenoot van vroeger tegen, die door hem gepest werd. Een intrigerend gegeven met een ontknoping die niet een, twee, drie is weg te poetsen.

‘Boontje komt om zijn loontje’, zei men vroeger. En ‘ De waarheid achterhaalt je wel’. Dat laatste betrof de heer des huizes, die verstrikt raakte in zijn eigen leugens. Het pestgedrag had desastreuze gevolgen voor de betreffende schoolgenoot. Hetzelfde geldt voor het bekritiseren van iets. Dat was precies de reden, dat we probeerden in onze groep de nadruk te leggen op de positieve benadering. Kritiek is prima, zolang het handvaten aanreikt om verder te bouwen. De wens om zo te handelen kwam ook voort uit mijn eigen beleving van het ‘dikkerdje’ van vroeger. Tot in lengte der dagen heb ik het zo gevoeld en gezien, terwijl de spiegel een totaal ander beeld toonde.

Een pittig te verteren begin van de dag. Dochterlief klopte er met een mail wat luchtigheid in. Had ik zin om mee te doen aan een gratis online tuinontwerp. Ja, wat een gave manier om de tijd thuis te slechten. Binnen zijn en buiten voelen. Dat gaat morgenavond gebeuren. Potloden slijpen, schetsboek klaar leggen, tuinboeken doorstruinen als voorbereiding. Ook niet verkeerd.

Met de psycholoog die een onderzoek uitvoerde in opdracht via beeldbellen even het verleden ingedoken. Er zijn voordelen aan het binnen zitten. Geen gehaast met auto’s en risicovolle ontmoetingen, maar gewoon vanaf je eigen bank, met thee onder handbereik, de vragen over je heen laten komen. Het werd een boeiend gesprek, met voor mij geen verrassende uitslag.

Vanmiddag zouden we met de klankbordgroep van de culturele instelling alle leuke theaterdagen bespreken en verdelen, net als elk jaar. Ook dat gaat nu via zoom. De gebruikelijke pizza, die er altijd bij besteld wordt, mogen we op hun rekening schrijven. Niet dat ik daar over pieker, want je gunt hen elk dubbeltje. Hetzelfde idee had ik ook bij de vraag of ik de museumjaarkaart wilde verlengen. Ook al is er te weinig bezoek van mijn kant geweest en misschien nog, dan staat het aanschaffen van de kaart buiten kijf. Voor volk en vaderland. Zonder is het leven niet te doen.

Vannacht in mijn droom kon ik vliegen. Eerst horizontaal met een borstcrawl vaart maken en dan gaan. Halverwege kreeg ik het een beetje koud en wilde, net als mijn duo die ook meevloog, mijn jas aantrekken. We landden aan de zoom van de woestijn. Langs de zo typerende zandheuvels liepen mannen in Berberachtige kleren in kamelenpas achter elkaar. Wij verstopten ons bij een schuurtje er tegenover. Ze namen ons toch mee. Later was ik alleen terug en dook weg in een tussenruimte van het hutje voor een motorrijder, die door het kleine raam het pikkedonker in keek. Ik wist dat hij me zag, maar hij sloot het schuifluik met een klap en liet me staan. Of het vliegen daarna nog lukte, weet ik niet, want ik werd wakker met voldoende tijd om de droom te repeteren. Dat zorgde voor dit relaas. Anders waren de beelden net als mijn alter ego allang vervlogen geweest.

Het dromenboek verklaarde met het kunnen vliegen, dat je letterlijk boven iets bent uitgestegen, of misschien in een zaak een nieuw perspectief hebt gevonden. Het gevoel was bijzonder prettig. Dat is me eveneens helder voor de geest gebleven. Vrij als een vogel.

Inspiratie

Daar kan geen schrijver tegenop

Dat was een mooie zoektocht van Wilma de Rek in de rubriek ‘De week in boeken’ van de Volkskrant. Wat is literatuur en daar achteraan wat is goede literatuur, zoals ze beide vragen tegenkwam in ‘Het raadsel literatuur’, met als ondertitel ‘is literaire kwaliteit meetbaar’ van Karina van Dalen-Oskam.

Karina komt tot de conclusie dat dat uiteindelijk altijd bij de lezer ligt. Dat is een van de opvattingen, die ik hanteer in de recensies die ik schrijf of in de liefde voor het boek dat ik beschrijf in deze blogs. Ze zijn gekleurd, omdat het mijn persoonlijke mening is, maar geeft tevens een zo positief mogelijke benadering van de inhoud, de stijl, de taal. Elk woord over de eigen beleving kan de blik van de ander al veranderen. Er staan maar enkele boeken in de boekenkasten hier thuis, waar ik met geen mogelijkheid doorheen ben gekomen. Dat kan alles te maken hebben met hoe ik me op dat moment voelde. Bijzonder is het wel, omdat ik met een mooi verhaal al snel in vervoering te brengen ben.

Eergisteren besloot ik de bijeenkomst van onze literaire club , die hier zou zijn, met pijn in het hart af te zeggen. Daarom belde een van mijn lieve vriendinnen om te vragen hoe het met me was. In een half uurtje rolden onze gezamenlijke bevindingen over tafel. Een ervan was het boek, dat we momenteel aan het lezen zijn. Schoorvoetend bekende ik dat ik er niet doorheen kwam. Na drie regels begint de grote Gaap aan mijn energie te trekken. Ogen willen dichtvallen en de rode draad is binnen de kortste keren nergens meer te vinden.

Ze ondervond hetzelfde. O, wat heerlijk om te horen. Het lag dus niet aan mij, of mijn gemoedstoestand. Dat was op zich een hele geruststelling. Er zijn nog drie dagen te gaan om door de letterbrij heen te komen, want een boek niet uitlezen is mijn eer te na. Je kunt pas objectief oordelen, als je de inhoud kent. Misschien vindt er ineens wel een ommekeer plaats. Al valt dat laatste te betwijfelen, want vriendin was al honderd bladzijden verder. Even de tanden op elkaar en die enkele kleine vrucht proberen te plukken.

Als troost lees ik een paar gedichten van Ineke Riem, die ogentroost brengt met de verfijnde beelden die ze bij me oproept. Het gedicht ‘Het zwanensaluut’ is een ode aan haar moeder die vorig jaar overleed. Het begint als volgt:

Het hele dorp weet het al. Ook de dieren hebben het gehoord./Als ik ga hardlopen, vliegt een buizerd met me mee door de polder./Schapen in een trailer kussen mijn vingers met warme lippen./ het troostblauw van een ijsvogel schiet langs boven de sloot voor jou huis./Ik zie een kleine vos die wil overwinteren in je slaapkamer,/ hij verschijnt ritselend als papa zijn rouwpak nog eens past.

In de twee strofen die volgen, beschrijft ze de grote plassen op de akkers, de zwanen die haar moeder uitzwaaien, de bloedkoralen tranen van oma terwijl ze zelf kalmte voelt, omdat ze haar moeder al in haar gedachten heeft gesloten, terwijl de wind haar naam fluit. Ze geeft haar een nieuwe werkelijkheid, stralende toekomsten als flying doctor in Australië of de eerste vrouwelijke astronaut en daarmee schuurt ze dicht tegen mijn eigen beleving aan.

De lieve doden zijn er altijd, in een herfstuin, in het zwerk, op je dijbeen als een vlinder, als een bij die hardnekkig om je heen blijft zoemen. Gooi de zintuigen los en voel, zie, ruik, neem waar, ervaar.

Pluis ligt als een wolletje buiten op balkon, geenszins van plan om binnen te komen. Ze tuurt tussen de bruine bladeren door naar al wat vliegt. Het maakt de kleine mezen niets uit, zolang ze zo blijft zitten. Herfst ook op het balkon, veroorzaakt een lichte melancholie. Vandaar misschien de behoefte aan de gedichten van Ineke. Maar zeer zeker de behoefte aan taal, de mooie beelden die zich aaneen smeden tot een snoer van verlangen, naar mijn eigen moeder misschien wel, of breder nog, naar het eigen gemis.

Daar kan geen schrijver tegenop.

gewetensvragen

Aan de slag

Allerlei afgelastingen van kinderverjaardagen sijpelen binnen. In gedachten had ik een rustige zondag voor de boeg, maar ergens in mijn achterhoofd zeurde een stemmetje dat er iets over het hoofd gezien werd. Ondertussen zwaaide ik zoonlief en vriendin uit, die een dagje Veluwe en vogels spotten zouden combineren. Het boek van de ANWB met 80 wandelingen en fietstochten in de vrije natuur wilde hij daar wel bij gebruiken.

Met koffie en de dikke zaterdagkrant naar boven om in bed genesteld de buitenwereld te laten doordringen. Opeens wist ik het. Er stond een bijeenkomst van de Utrecht Urban Sketchers gepland in het museum van Speelklok tot Pierement. Wat was wijsheid. Mijn hoestpartijen en de benauwdheid speelden me parten. Bijna zeker denk ik geen Corona te hebben, maar de twijfel schuilt in bijna. Aan de andere kant zou het voorlopig weer een van de laatste activiteiten zijn. Mondkapje en anderhalve meter waren wel te doen. Er hadden heel veel mensen afgezegd, dus zouden we niet met veel zijn. Dreigde het te druk te worden, dan kon ik altijd nog opstappen.

Zo vlogen de voor en de tegens langs elkaar heen en zorgden voor een stormachtig beraad. Bovendien ben ik gek op draaiorgels. ‘Wees wijs’ beval het hoofd. ‘Zoek een draaiorgel op je PC en neem het zekere voor het onzekere’. Ergens klonk nog een zwak verweer. ‘Maar al mijn lieve mede-sketchers dan’. Onverzettelijk bleef het daarboven. ‘Tja, oké, nou vooruit, maar de volgende keer…’ ‘Schiet nou maar op, anders krijgen ze deze boodschap niet meer mee’. Razendsnel klopten mijn vingers de onheilstijding in en met een druk op de knop werd het een feit. Licht schuldgevoel en de teleurstelling bleven hangen.

Op de Site van het museum kwam ik de orgels De Schutter tegen en de Zeventiger, maar die hadden geen poppen. Het voornemen voor deze schetsdag was het gedetailleerd weergeven van die grote stijve ouderwetse figuren. Een jeugdliefde van mij, die er voor zorgde dat ik altijd een zwak heb behouden voor de enorme karren. Zodra de orgelman met zijn koperen centenbakkie de maat sloeg, krulde er een feestelijk gevoel vanbinnen. Er was buiten de pronkstukken nog een tentoonstelling gaande. Het geluk bleek met mij. Daar stonden mijn poppen in vol ornaat in hun glazen vitrines. Nu kon ik vooruit. Eerst in het tekenprogramma en later in het schetsboek.

Gisteren was het tuindag op de rookvrije zaterdag en goed voor een uurtje brandnetels trekken. Een troosteloze late middag met prachtige kleurschakeringen in de lucht boven het Noorderpark. De druilerigheid van het afgevallen blad kon niet verhelpen dat maagdenpalm en dappere witte roos fier hun kopjes opstaken. Ik trok met de moed der wanhoop, want soms niet krachtig genoeg, aan de lange vezelige draden van de woekerende planten. Binnen de kortste keren had ik een kruiwagen vol.

Eigenlijk werd het tijd voor hier en daar wat onderhoudsvriendelijke maar bloeiende en boeiende struiken, als hortensia, siergras, dwergsering en herfstanemonen, zodat de gewiekste woekeraars al vanzelf ingedamd zouden worden. Dat bleef bewaard voor later. De wilgen waren bijna klaar met hun blad en rijp voor de snoei. Een kruiwagen leek me met deze aangedane longen meer dan voldoende voor nu. Het glibberpad terug zou al de nodige energie kosten. Dag tuin, dag huis, dag lief atelier.

En nu de poppen. Aan de slag.

Overpeinzingen

Ze wijst de juiste weg

Een toestromende menigte van de wat oudere/en of aan chronische aandoeningen lijdende mens begaf zich op weg naar de onlogische ingang aan de achterkant van de beursfabriek, waar vaccinaties plaats vonden. Voor sommige was dat brug te ver, of eigenlijk, een weg te lang, want met een rollator of met krukken op de hobbelige straat viel het niet mee. De fiets bleef ook achter het gebaande pad, omdat de uitgang aan de voorkant van het gebouw was. Mijl op zeven hoe je het ook wende of keerde. De linten dwongen in vrolijk rood/wit de looprichting af. Alsof je aan het inchecken was op Schiphol.

Toevallig mocht ik bij de eigen huisarts, die op haar enige vrije dag van de week een middag de nood moest lenigen in dit ongezellige oord. Van de weeromstuit kon ze niet op mijn naam komen en ik was de brief met de oproep vergeten. Zo omarmden we samen de vergeetachtigheid. Het schiep een band. De griepprik werd in de linkerarm gejenst en de volgende keer bied ik de rechter aan, want het deed, net als bij het vaccin, gemeen pijn. De weg naar de uitgang werd vertraagd door een vrouw, die moeizaam er naar toe schuifelde, terwijl haar man al bijna bij de auto was. Pas op de plaats en geduldig wachten.

Onderweg naar zoonlief was het behaaglijk warm in de kleine blauwe Prins. De radio op oude country muziek, met Jim Reeves, Johny Cash, Dolly Parton, John Denver en de Eagles. Het zorgde voor een vredige stemming evenals de gekozen binnendoor-route met het verglijden van de mooiste kleurschakeringen, herfst op haar mooist. Zelfs zonder scheen de zon.

Lieve schone dochter had net gevoed en terwijl ik met mijn prachtige Benjamin op schoot van de thee genoot, mixte zij alvast een beslag voor de pannenkoeken-party zoals grote broer zo’n feestje noemde. Als we hem opgehaald hadden, kon er direct gebakken worden, was de gedachte erachter. Het bleek minder fris te zijn. Schoondochter had een kortere route gevonden, die goed te doen was. Vier kinderen in het dagverblijf waren nog aan het wachten tot ze gehaald werden. Onderweg kwam er een uitgebreide opsomming door de kleine krullebol, van wat er allemaal te zien was. Auto’s, lichten, een defibrillator(haha) wist mama, nog meer auto’s en lampen en de Ballie. Een wonderlijk standbeeld van een stapel boeken met daarboven op een bubbel en daarop weer een zeehond. De bubbels leken op een net ballen bij de voetbal, dus ik snapte de naamgeving wel.

Thuis kon het bakken beginnen. Er waren twee pannen onder handbereik, goed voor een lekkere snelle actie. Schoondochter was perplex hoe rap de stapel groeide. Binnen een klein kwartier kwam de bodem van de beslagkom in het zicht en lag er een stapel naturelle en vijf kaaspannenkoeken te dampen op een bord. Mijn lieve kleine krullebol had de keuze tussen gewone of dinokoeken, omdat de ene pan pootjes en een lange nek toverde aan het beslag dat in de pan ging. Extra feest dus. Zoonlief viel ook inmiddels binnen en twee stegosaurussen gingen met hagelslag en muisjes en veel smaak naar binnen. Dat stond niet iedere dag voor zijn neus. Na al het lekkers was het tijd voor grensverleggend gedrag. Boeven, grenzen opzoeken, spelen met papa en gooien met blokjes om daarna met een scheef koppie te kijken hoe de reactie zou zijn. Zo hield hij ons bezig, terwijl de Benjamin gevoed werd. Het meegebrachte boek uit de grote collectie van oma, ‘de mega-super-piep-krak-kraan’ werd genegeerd, evenals de opdracht om rustig een boekje te lezen. Tien seconden op de trap zorgde ervoor dat hij als een blad aan de boom omdraaide in een zoet spelend modeljongetje. Het vertrek van mij hielp ook daarbij.

De kleine filosoof zou morgen zijn familiefeestje hebben, maar dochter appte. Zijn juf heeft Corona en de groep moet vijf dagen in quarantaine. Het was met de nieuwe maatregelen al gereduceerd tot vier volwassenen. Arme kinderen, geen verjaardag, geen Sinterklaas. Op Twitter een column van een vrouw, die schrijft: ‘Boos zijn heeft geen zin, zorg voor afvoerkanalen’. Een wijze raad. Boos zijn is verspilde energie en lost niets op. Een kleine staartmees in de boom hipt van tak naar tak op zoek naar heerlijkheden. Ze wijst de juiste weg.

filmgemijmer

Dat te weten is genoeg

Een loom begin, na een late avond. Na de zang resulteert de verwerking in het ontspannen met een glaasje en een film. In dit geval een documentaire-achtige film ‘The Painter and the Thief’ over een kunstenares, Barbara Kysilkova en de dief van twee van haar enorme kunstwerken uit de galerie. De dief is de drugsverslaafde kunstminnende intellectuele crimineel Karl-Bertil Nordland.

Na zijn daad spreekt de kunstenares hem aan in de pauze tijdens het proces tegen hem over het waarom en met de vraag of ze hem mag portretteren. Hij aarzelt en stemt dan toe. De dief wordt een goede vriend van haar en wordt haar muze. Ze zet hem indringend en aangrijpend een aantal keren op doek. Eenmaal in de film getrokken, kom ik er niet meer uit en pas ruim anderhalf uur later kan ik naar bed. Zo de moeite waard. Niet alleen omdat het een documentaire is en de hoofdrolspelers zichzelf zijn, maar ook door de manier waarop het verfilmd is en door de krachtige doeken die Barbara maakt. Een film om een aantal keer te zien, zodat er geen detail ontsnapt. De mens achter de dief te zoeken zegt veel over Barbara en de dief die daar een inkijk van durft te geven, heel veel over zichzelf. De regisseur, Benjamin Ree, die getrickerd werd door het bericht uit de krant, boft met deze twee mensen, die zich uiteindelijk volledig bloot geven in alle emoties die zich aandienen.

In de Zin kom ik deze morgen een uitspraak van de Griekse Wijsgeer Epictetus tegen over aanvaarding: ‘Verwacht niet dat alles gebeurt zoals U het wilt, maar besluit te willen wat U overkomt en U zult gelukkig zijn’. In zekere zin heeft de regisseur zich ook laten leiden door wat hem op zijn pad kwam, zonder te weten waar het naar toe zou gaan. Het is een omdenken, dat veel rust zou kunnen brengen. Besluit te willen wat je krijgt is heel iets anders dan te krijgen wat je wilt. Heerlijke mijmeringen komen er mee los. Geen sturing geven, maar alles bezien en de realiteit aanvaarden. Ooit diepte ik daar een mooie levensles uit. Door omstandigheden moest ik mijn eigen huis verlaten, omdat mijn verwarde partner nooit zou kunnen wennen aan een nieuwe omgeving. Mijn nieuwe onderkomen werd een betonnen maisonnette. Maar het huis was ruim en gratis en voor niets kreeg ik bij de destijds wat troosteloze omgeving, de meest prachtige luchten cadeau en het gevoel van vrijheid, zo hoog en droog.

De wijk is drastisch aangepakt en ziet er niet langer grijs en saai uit. Mijn kinderen hebben vanuit deze woning allemaal een bestemming gevonden. Jarenlang verlangde ik terug naar de stad, om op zondagmorgen te kunnen wandelen langs de verlaten grachten in de verstomde retoriek van het verleden. Intussen bleef het huis bedelen om mijn aandacht, tot het me zo ver had dat ik eigenlijk niet meer weg wil van mijn boom voor het slaapkamerraam, de kauwen in de dakgoot, de vier trappen, het heerlijke uitzicht. de ruimte. Huis heeft me met huid en haar ingepalmd. Een rustgevende gedachte.

Het is vergelijkbaar met mijn drie tuindagen, waar ik gisteren over schreef. De nieuwe invulling zal een hoop vreugde brengen. Zodra het verlangen naar de verre horizon is gestild en tevredenheid het stokje overneemt, zijn er zoveel wegen die open liggen. Dat te weten is genoeg.

Inspiratie

Tot het weer lente wordt

Een kopje thee bij dochter en ouderwets langs de lijn bij de pupillen, die als een krioelende kluwen onder leiding van twee vaders met de bal aan het dollen waren. De kleine filosoof trapte zijn benen moe. Ondertussen zat kleindochter aan de rand van het kunstgras met haar Duplo ijsjes en spaghetti te koken in het mandje van haar step voor hongerige moeders en oma’s. Het werden soms hele lange ijsjes en de spaghetti viel, onbedaarlijke schik, regelmatig om.

Het werd allengs drukker op het veld, door ouders die hun kroost weer kwamen ophalen. Aan afstand deden ze niet echt wat, met voelsprieten op alert, het ongemakkelijker maakte dan anders. In het kanaal achter het veld gleden grote binnenvaartschepen op ooghoogte langs. Dat bracht altijd wat vervreemding met zich mee. Er was een spectaculair doelpunt van de tegenpartij, tijdens het laatste partijtje van de keeper in het ene doel in de kruising van het andere doel. Andersom had nooit gelukt, want dat doel was veel kleiner. Bij het afscheid was de spaghetti in de tas belandt, had kleindochter zich uit haar jas weten te pellen en dronk de kleine filosoof in een keer de drinkfles van zus leeg. Ziezo, we konden op huis aan.

IJsjes in de oven

‘S Avonds was er een vergadering van de tuin. Half life, half zoom. Het leek me wijselijk om het laatste te doen. Vooral het rook en stookgedeelte na de pauze leverde discussie op. Na veel gesoebat werd het op drie rookvrije dagen gezet. Te weten, de maandag, de donderdag en de zaterdag. Ietwat teleurstellend omdat het belang voor het milieu overruled werd door de wens om fikkie te mogen blijven steken. Deels voor de warmte, deels om te barbecuen. Hoe het zou worden gecontroleerd bleef in het midden.

Stef Bos geeft antwoord op een paar belangrijke vragen. Hij schreef in zijn column de slotzin: ‘Zo wordt een mens een paar keer herboren, zolang je durft los te laten wat je denkt vast te moeten houden’. Een mooie gedachte, die tot nadenken stemt. Daarbij schreef hij nog iets waardevols. ‘Zie mijn plek in het grote geheel, aanvaard mijn beperkingen en zie daardoor juist meer mogelijkheden’. Vroeger leerde mijn ouders ons’ ben tevreden met wat je hebt’ en ‘Het gras is altijd groener bij de buurman’. Twee simpele lessen, maar o, zo goed te gebruiken in een tijd dat overvloed de norm is.

Eigenlijk pleit hij ervoor om vooral in oplossingen te denken, door wat binnen je macht ligt, te doen en daarbij het inslaan van nieuwe wegen niet te schuwen. Daarbij volg je vooral je hart en minder de ratio of zorg je ervoor dat die twee in balans komen, dat is ook een mooi gegeven.

Nu met die beperkte tijd op de tuin, valt er een nieuwe invulling te geven aan mijn natuurbeleving. Naast het wandelen en fietsen, zou dat weekenden in mooie natuurhuisjes kunnen zijn, of een B&B bij vriendelijke en zorgzame mensen. Hoe heb ik niet genoten van de natuur in dat prachtige Reesdal. Waar een deur gesloten wordt, opent zich een ander. Een fijne gedachte en beter te verteren dan krampachtig te blijven vasthouden aan iets dat onder de handen afbrokkelt.

Donderdag, zangdag. Er staan wat nieuwe nummers op de rails. Zou het allemaal door kunnen blijven gaan is de vraag, nu men al weer spreekt over een ‘milde lockdown’. Afstand houden en waakzaam blijven, lijkt de juiste weg. Als er toch weer ingedamd moet worden, is er die heerlijke huiselijke winter om te schilderen, te lezen bij kaarslicht en te mijmeren tot het weer lente wordt.

feest

Overrompelde oma’s

De zwarte drukinkt van het etsen is nog niet onder de nagels uit. Dat wordt minstens een nagelborsteltje aanschaffen. Anders moet het slijten en dreig ik weken lang als de nieuwe Medusa rond te lopen. De haren zijn ondertussen opnieuw bruin. Het was even aanmodderen met Henna, letterlijk en figuurlijk, maar dan heb je ook wat. Binnen twee uur zag alles wat wat grijzig was, weer au naturel bruin, zonder chemische rommel. Een prettige bijkomstigheid.

Gisteren was er een race tegen de klok. Eerst de fysio, waar ik het heugelijke nieuws te horen kreeg, dat de stagiair geslaagd was. Weliswaar in twee keer, want de jongen was zo verschrikkelijk nerveus en kon dan nog maar één kant op denken, wat bij het stellen van de diagnose niet handig is. Maar hij heeft het gered. Een mooie nieuwe weg is hem van harte gegund.

Daarna een cadeau voor de kleine meid zoeken en ondertussen, voor het eerst sinds lang, speuren en rondneuzen in wat doorsnee kledingzaken. Confronterende spiegels vellen een feilloos oordeel, maar met een mooi gebroken wit wijd kort sweatshirt voor op een plissé broek, die ik in mijn kast wist, slaagde ik glansrijk. Kloffies eronder en klaar is Marie. Wat basics aan de overkant en er kon er gefeest worden. Het lijkt een eeuwigheid geleden, winkelen op de bonnefooi, maar het was toch genieten.

Voor de kleine bij een overdrukke boekenwinkel een mooie ouderwetse Pluk van de Petteflet gezocht, als tegenhanger voor al het roze en de Anna’s en Elsa’s. Een klassieke kinderbijbel dus. De verkoopster had duidelijk moeite met het verwijderen van de prijssticker aan de voorkant. In tijdnood adviseerde ik haar mij het boek met een los stuk papier mee te geven. Schuurspons en een drupje water zouden het euvel in no time verholpen hebben. Met een half uur voor omkleden en inpakken was het spitsroeden lopen, waarbij het gebrek aan zuurstof altijd parten speelt, maar het lukte me. Klokslag de afgesproken tijd stond ik op de stoep.

Mijn nieuwe aangetrouwde familie was hartelijk en het voelde vertrouwd. Dat kon ook niet anders, met zo’n lieve dochter. Het werd een verjaardag met veel drukte en hoogtepunten. De taart was een plaatje, maar ook een berg van zoete marsepein, de cadeaus in overtreffende trap met als allerleukste een soort Karaoke, die op Bluetooth aangesloten kon worden en waarmee de kleine als een volleerde zangeres haar publiek inpakte, elk woordje goed getimed. Haar neefje van twee danste mee met een speelgoed mandoline. Het toppunt van vertedering voor iedereen.

Zoonlief had voor allen sushi gehaald. De tafel stond ruimschoots vol met heerlijkheden. Er was ook nasi kuning en saté. Verbazingwekkend hoe het bijna helemaal opging. Ondertussen werden de kinderen, met hun buikjes rond, vermaakt door oom, die drukker dan druk een imitatie gaf van de gruffalo, waarop de kinderen gillend een verstopplek probeerden te vinden achter de gordijnen.

De taart, een roze kunststukje gemaakt door een vriendin, kwam er vrij snel achteraan, want het moppie had de volgende dag gewoon haar eerste schooldag en moest op tijd naar bed.

Bij het afscheid beloofden we elkaar een snel weerzien en zwaaiden de ouders de familie uit, terwijl kleindochter en ik nog even speelden dat Anna en Elsa na de dierentuin naar bed toe moesten. ‘Lekker slapen hoor Anna’ zei mijn Elsa tegen de pop die in de knuistjes van de kleine hing. Daarna in de stilte een snelle tekening en vervolgens was het tanden poetsen geblazen om al het suikerzoete weg te werken. Ziezo. De dag kon niet meer stuk en de rust werkte weldadig op de kleine. Een hele droomnacht om alle indrukken te verwerken. Ook voor overrompelde oma’s.