Uncategorized

Een perfecte dag

Hoofd in de henna en Pluis is net op het bed gesprongen om lekker te gaan soezen onder de sprei. De koffie is vers, evenals de kwark voor de medicijnen. De planten hebben water gekregen, de keuken is aan kant. Onvoorstelbaar dat je dat al dag en jaar doet en iedere keer weer voelt het als behaaglijk. De dag ligt open.

Het is Moederdag. Dat betekende vroeger kleverige kusjes en beschuit met jam, lieve tekeningen en wensen en alle kinderen op het grote bed. Er is geen mooiere dag denkbaar dan een zondag in de maand mei, als alles wat een lust voor het oog is, omhoog schiet en de wereld geel, wit en heldergroen kleurt.

007-1.jpgTe snel, die zwaluwen

Hoog boven het venster giert de zwaluw, het zijn er minder dit jaar, of lijkt het zo. Gisteren probeerde ik er een paar in het vrije veld op de foto vast te leggen , maar het enige wat ik ving waren de schapenwolken. Straks gaat zoonlief mee naar de tuin, omdat hij het ronde bankje voor me wil schuren en lakken. Ik hoef niets mee te nemen en omdat andere zoon gisteren met klem beweerde niets aan Moederdag te doen, vermoed ik dat de kleverige zoenen plaats hebben gemaakt voor het grotere werk. Verwachtingen komen vanzelf binnen rollen.

004

Gisteren hebben de zussen en ik ons verdiept in de E-learning en het maken van een programma daarvoor. Dat was voor mij een redelijk nieuwe benadering van de stof. Aanvankelijk wist ik niet helemaal wat ik er mee moest, tot ik de enorme hoeveelheid mogelijkheden en de doelstelling kon overzien. Ik heb er zin in. Hoe leuk is het om lesstof afwisselend en toegankelijk te maken.

happertjeOma, muis en Happertje.

‘Leren is leuk’ stond er op mijn invalkoffer twee jaar geleden. Daarin zaten alle geheimen van de smid om leren uitdagend en leuk te maken. Hier en daar bleven op de verschillende scholen, waar ik inviel, voorwerpen achter omdat ze bleven hangen aan het kind, dat er zoveel liefde aan gaf. Het groene Happertje bijvoorbeeld, die ervoor zorgde dat een in zich zelf gekeerd meisje haar wereld opende met behulp van deze grappige handpop. Hij week niet meer van haar zijde. Ze bleef hem meesjouwen. Eens kijken of het me lukt om digitale happertjes in het leven te roepen. Dat is een uitdaging op zich en maakt het voor mij ook boeiend en leuk om daar mee te experimenteren. Op mijn bord ligt de communicatie bij het opvoeden van kinderen met specifiek gedrag. Er kan een wereld van verschil liggen in de aanpak door slechts een enkel woord. Het is zo bepalend hoe er vorm geven wordt aan bedoelingen. Dat geldt ook voor de benadering in het algemeen. Prioriteit had het vermijden van verkleinwoorden,  het verdraaien van de stem en het praten in de wij-vorm. Of ik nou juf was of verpleegkundige. Zie de mens.

De kauwtjes in de dakgoot vieren ook Moederdag, zo te horen. Ze hebben het er maar druk mee en vliegen af en aan. Ze zijn kort van stof. Met enkel wat gekras dirigeert moe man en kind en vice versa. Als Pluis er een waarneemt vanuit haar ooghoeken springt ze op en staat verlangend te mekkeren voor het raam. Een vreemd en wonderlijk geluid. Het bekkie trillend van verlangen.

De blauwe lucht is versiert met guirlandes van wit. De zon zet alles in het juiste licht. Een perfecte dag om met elkaar bij het leven stil te staan en haar schoonheid te vieren.

Uncategorized

Die kop, die komt er wel

Ik teken wel maar uit de vrije hand. Die vrije hand is een obstakel bij het kijken. De verbeelding kijkt te veel mee. Dat maakt het lastig om voor een objectieve weergave te zorgen. Bovendien zit de Varifocus in de weg. Of is het het licht in de ogen die het zicht niet helemaal helder en zuiver laat zijn.

Ik tuur naar de foto. De gouden driehoek in afstand. Zonder Geo-driehoek is het lastig meten. Bovendien voelt dat als hogere wiskunde. Maar hoe dan. Ja de afmetingen zitten in het hoofd gebakken . De helft, de helft van de helft, dus een kwart en een achtste. ‘So far, so good’. Maar toch, de punt van het potlood op papier werkt het oog uit, het andere oog, de neus voor een gedeelte. De kin. Zucht. ‘Het is nooit goed of het deugt niet’, sputterde mijn oma bij overmatige kritiek.

Zo voelt het nu. Toch kijken ze me aan en leer ik veel over de anatomie van het oog, de neus, de mond, de kin. Weten en doen is twee. Ook die klopt. Ik worstel en kom vooralsnog niet waar ik wezen wil en zeker niet boven. Thuis verder oefenen en op de gestelde datum moet ie in het geheel op papier staan. Een van mijn idolen. Maarten van Roozendaal met zijn karakteristieke  kop. Ooit fan geworden, omdat hij de lente letterlijk bejubelde en ik het toevallig hoorde. Daarna al zijn optredens op internet gevolgd en voordat ik hem in levende lijve kon gaan aanschouwen, was hij dood. ‘Red mij niet’ orakelde hij in een van zijn nummers. Dat was ook een onmogelijke opgaaf. In al zijn kwetsbaarheid met een vleug cynisme legde hij zijn ziel en zaligheid bloot.

001

Die Maarten dus. Van boetseren komt weinig met potlood. Oefening baart kunst. Het is warempel toch niet de eerste keer. De benadering is weer anders en daardoor wordt de oefening nieuw. Mijn hoop is gevestigd op het feit dat ik misschien nu de essentie van het vinden van de gelijkenis ontdek. Zonder raster papieren, zonder meten, maar met het blote oog en de juiste manier van ‘zien’, wat weer anders is dan kijken.

007.jpg Neusvleugels bijstellen

De neus is zo mogelijk nog lastiger. Ze stijgt nog niet op de vleugelen der kunsten. Kromme neuzen, rechte neuzen, ‘reuze keuze neuzen’ om met Van Veen te spreken, maar een is slechts de goeie. Nu nog een papieren werkelijkheid creëren. Ik merk dat ik teveel denk in ‘De meester weet het en ik doe het bij voorbaat fout’. Gedoemd om te mislukken als eigenwaarde ontbreekt. Ik weet in ieder geval waar het op steekt. In dit atelier met grote kennis is het lastig als je als betrekkelijk Zeventiende Eeuwse Realistbeginner  binnenkomt. Nog iets om aan te werken.

006

Ondertussen rollen de meest smakelijke verhalen over tafel en is er mokkataart omdat de buurman van een van ons mee deed aan ‘Heel Holland bakt’ en een mokkataart moest maken, die hij niet lust. Ik eet het caloriebommetje als broodje kaas, omdat de mijne thuis op het aanrecht ligt. Ondertussen bedenk ik dat er vele wegen zijn die naar Rome lopen.

Het gaat hier niet om de kunst maar om de techniek. Dat was het doel. Het doel heiligt de middelen én het geploeter en gesteun. Struikelen mag, had ik mezelf al voorgenomen. Dat zijn de nieuwe leermomenten. Niet alleen hier, maar in heel het leven.

Ik gaf op school de kinderen als mantra mee: ‘Als je wat wil leren, moet je het proberen. Als je het niet probeert, heb je het niet geleerd.’ Alles mag en niets is fout. Het werkte als een trein. Fout bestaat niet en soms kan het beter. Dan groei je boven je eventuele miskende eigenwaarde uit en sta je weer op gelijke menshoogte. Dat is belangrijk, daar leer je van. Waar filosofie je al niet voor behoeden kan. Ik zing met Maarten mee en vorm ondertussen zijn beeltenis. ‘Mooi, om te janken zo mooi…’

Die kop, die komt er wel.

Uncategorized

De vijver vol inkt

Vandaag ben ik in de sprookjestuin van Annie geweest. Alles wat herinnering bracht en nieuwe verhalen was er.

De sprookjesschrijver
Ik ken een man die verhaaltjes verzint
en ’s morgens al heel in de vroegte begint.
Hij schrijft over heksen en elfen en feeën
van kwart over zessen tot ’s middags bij tweeën.
Hij schrijft over prinsen en prinsessen
van kwart over tweeën tot ’s avonds bij zessen.
Dan slaapt hij en ’s morgens begint hij weer vroeg.
Hij heeft aan een inktpotje lang niet genoeg.
Hij heeft in zijn tuin dus een vijver vol inkt,
een vijver door donkere struiken omringd,
En altijd, wanneer hij moet denken, die schrijver,
dan doopt hij zijn kroontjespen weer in de vijver.
Hij heeft nu al tienduizend sprookjes verzonnen
en is nu weer pas aan een ander begonnen.
En als hij daar zit tot het eind van zijn leven,
misschien is die vijver dan leeg geschreven.
(uit: De lapjeskat van: Annie M.G.Schmidt)

Onverwacht stond ik er. Te midden van de drie Arbres d’Ardèche volop in bloei als wolken magenta, de rode kat uit Ieper, de dame met de hoornen, twee gelaste kwetteraars in het gras, de keramieke grijnzende poezen. De vijver met haar belofte voor lelies, dotters, lissen en de zwanenbloem in het ontluikende groen, goud op de bodem en de vier kleine eenden snaterend achter hun moeder aan, terwijl Pa het kroos zeefde met zijn snavel. De raku oven, de houtoven, de steenoven. De klimmende hop, nu nog zonder bellen. Uilskuikens te kust en te keur met hun beduusde ogen en hun te grote snavels en poten, de glanzende Beppers, die elkaar versterkten door de verhalen, die ze vertelden, ook al zeiden ze niets en twee kleine kleivarkentjes.

In de grote bak liggen de wegverharders en wordt er uit de diepte een beschadigde Bepper opgedoken en een everzwijn. Vriendin haalt er het meisje met de grote ogen in groen en paars uit. Gered van de weg. Ze mogen mee. Bepper de bofferd en zwijn dat zwijnt. De verhalen wuiven zacht boven de inktvijver en de natuurlijke beplanting in grote dikke knoppen, een belofte aan uitbundige bloei. Het vriendelijke gezicht van hun schepper zweeft er doorheen, trots op al wat er aan schoonheid leeft op dat kleine stukje grond. Een baken van zachtmoedigheid.

015Bepper de Bofferd

De Bepper achter in de kleine blauwe heeft op de terugweg verhalen voor een leven lang. Zijn dikke buik moet hij vasthouden van het lachen. Het everzwijn met de oranje tong en het kapotte oor kijkt hem nieuwsgierig aan. Annie knikt hen vriendelijk toe. Straks en later. Zo’n prachtige tuin kan ik maken op miniformaat. Ik ga er eens even voor zitten, als de Bernagie op orde is. Het huis daar heet, toevallig of niet, de Bergerie en zo gastvrij als het klinkt, was het ook.

Vriendin leeft op. Het is een uitje, als gebroken botten beletten om auto te rijden. . Geldermalsen, overzichtelijk en vriendelijk in de zon. Ineens weet ik weer dat met vriendin de verhalen vanzelf komen. Dat is nooit veranderd. Een aanzet, een woord of een voorwerp en er rollen nieuwe avonturen en belevenissen over de tafel. Aan een half woord hebben we genoeg, naadloos schuift ons gevoel in elkaar.

004

In haar vernieuwde huis, ‘a room with a view’, het verhaal van de koe. Ze droomde al zolang van ‘in het vrije veld wonen met het zicht op de koeien’, dat ze een replica van een Hongaarse kunstenaar op de kop tikte, een koe in roest op een sokkeltje. Zodat ze, zodra de gordijnen werden opengeschoven, uitzicht had op de koe van haar dromen. Jaren heeft het beeld in de kleine stadstuin gestaan en werd iedere morgen met verlangen begroet.

Een droom die bewaarheid is geworden, want als we naar buiten kijken, staan achter hun evenknie op de sokkel, in het weiland verderop, de koeien naar hartenlust te grazen. Het enige wat nu nog ontbrak, waren de gordijnen om ze te kunnen openschuiven. Die zouden die avond met manlief meekomen.

Het dorp van de verhalen en de kunstenaars, daar in dat lieflijke land van koolzaad, fluitenkruid en boterbloemen in de Betuwe.

‘Alleen in de verhalen en gedichten wil ik wonen’ bedenk ik, in een variatie op een thema. Dát, de schoonheid en de verbeelding hand in hand, de ruimte en de vrijheid, de vijver vol inkt.

 

Uncategorized

De ziel achter de dingen

Ze zijn er. Nog niet in grote getale aan het zwermen, maar plukjes komen voorbij. Het is nog kil of zijn ze op zoek naar een plek om te nestelen. De zomer komt aankruien. Even geduld nog. De gierzwaluw brengt herinnering en vriendin groet op haar smalle vleugels. Sierlijk en vederlicht danst ze tegen het blauw.

Met de post loop ik op mijn kloffen en met het haar op zolder door de gangen. De vrouw is aan het ontbijten. Met muizenhapjes gaan de kleine stukjes brood, vogelmaat, naar binnen. Ze tuurt met half dichtgeknepen ogen naar de enveloppe. ‘Zal ik hem even voorlezen’. ‘Als U dat wil doen, graag’. De privacy van je eigen post. Het voelt bijna als schennis als ik de plakranden vaneen trek. Na het lezen van de lieve boodschap klaart ze zichtbaar op. In kleine brokstukken komt het verhaal naar buiten en door alles heen klinkt de angst voor het toekomstbeeld door. Als je ruim tachtig bent en alleen woont dan is er meer stuk dan alleen maar bot. Het toekomstbeeld ligt vooralsnog in duigen. Zolang ze zich niet redden kan, staat de wereld op z’n kop. Valt het nog te kantelen.

Er is lange-gangen-tijd om er over te peinzen. De vrouw met het witte gezicht kijkt lijdzaam naar buiten als de medicijnen hun werk doen. Haar ogen staan vermoeid. Ze wil wel thee, rooibosthee. Schoorvoetend komen haar kleinkinderen ter sprake. Ze zijn druk. Ze wordt er moe van. Ze glimlacht berustend. Ach ja. Ze maken ruzie om haar. Oma als bezit. In haar zucht klinkt het leed, wereldleed in een notendop.

Ik zoek mijn eigen weg in de wirwar van vertrekken. Ontdek achter allerlei afkortingen welke specialiteit er schuilt qua techniek. Medische instrumenten huizen elders. Verdieping hoger of lager, soms van het kastje naar de muur en terug. Mijn begeleidster is ziek geworden. Alleen vind ik het buskruit uit. Zo werkt het het snelst om de weg te vinden. Zelf uitvogelen. Ik zet schroom opzij en vraag. Vergeleken met vroeger is alles veranderd en toch ook weer niet. Er is veel verbeterd aan outillage, hulpmiddelen. Hoop en het wachten, het overgeleverd zijn aan wat er komen gaat, de verschillen in het tackelen van problemen, zijn gebleven. De kwetsbaarheid vooral.

005

‘s Middags zakt alles bij een grote warme kop lafenis op de juiste plek. Met flink rusten ben ik weer opgeladen genoeg voor de avond. We wisselen wensen, verlangens en schoonheid uit. Waar raken we van ondersteboven. Er komen namen langs en ook de bijbehorende beeldvorming. We zijn eraan toe om ieder op eigen niveau de grenzen te verleggen, vleugels uit te slaan, te verruimen. Verzadiging ligt op de loer en de wil om het te kantelen. Ineens breekt er een licht door. ‘We gaan spelen’. Ja, experimenteren met alles wat er voorhanden is. Het kind gaat los. Gouache, kleine paneeltjes, aquarel. We gebruiken de borden als palet en kijken is de basis. Vorsen en voelen. Simpele dingen, schouders te smal, golven niet rond genoeg, werken in de richting van de spier. Mijn braafheid is groter dan die van haar.

011.jpg

Het verhaal over buiten schilderen, als iemand een raampje open draait en in het wilde weg je toeroept dat het niks is. De impact in luttele seconden is vele malen groter dan het afbranden zelf. Vrij zijn op het strand, zand, zon, water en spelende kinderen, wolken. Luchten als die van Turner. We spelen de avond rond en genieten. Aan de tafel, in rust, slempen thee en filosoferen over de werken. Het is een ijkpunt te midden van alle hectiek. Alles mag en niets moet. Het kan niet verkeerd gaan, want het is eigen. Zo vruchtbaar is het. We moeten vaker stil staan. Stil staan bij het moment om de beleving te voelen van de ziel achter de dingen.

Uncategorized

Een droomloos vacuüm

Hoe vang je een eeuw en schrijf je geschiedenis zonder er woorden aan vuil te maken? De foto sprak boekdelen. Vier generaties vrouwen op een foto. Van 1921 tot en met 2019. Dergelijke kiekjes blijven onbetaalbaar. Dochter en ik vielen met ons neus in de boter. Er was een modeshow gaande en Omaoma zoals mijn schoonmoeder door haar achterkleinkinderen wordt genoemd, zat pontificaal midden in de zaal. Ze was zichtbaar aan het genieten. De dames, want heren waren nergens te bekennen, waren van een respectabele leeftijd.

De moeder van de presentator en een andere vrouw showden om beurten de diverse modellen. Die vielen uiteen in soepele broeken met elastaan band, in klokkende banenrokken, in twinsetten met bloempatronen al dan niet met vest eraan vast en alles was verkleind. Vestje, broekje, rokje, setje, modelletje. Tussendoor was een loting, die dozen chocola opleverden voor het winnende lot. ‘Kleine dikmakers om de verkoop te stimuleren’, dacht ik vilein. Toch was het een beleving op zich om erbij te zijn. De tweede vrouw had prachtig wit haar, vastgepind met een speld, maar ging er na elke sessie steeds artistieker uitzien met alle losgeschoten pieken.

00597 jaar overbruggen

Toen de kleine uit haar moderne biezen mandje kwam, viel de zaal als een blok voor het kleine grut en kreeg ze bij iedere sessie een aai over haar beentjes van de modellendames. De foto maakten we boven in de beslotenheid van de eigen kamer en deelden levens. Terug in de grote zaal kon Moe zo aanschuiven voor de maaltijd.

Op naar de tuin, eerst Koningsdal bezocht om Borage te zoeken, maar dat moet ik toch echt zaaien. Ik kwam met salie en majoraan weer naar buiten. De lucht was een beetje dreigend. Het ging nu alleen tussen mij en de Bernagie en met het openen van haar deuren paste ze als een handschoen. Ik kon nog niet inrichten, maar het zitten in de fraai afgewerkte ruimte was voldoende, met het weidse uitzicht door alle drie de ramen. ‘A room with a View’. Weer een mooie aanvulling op de  literaire tuin, waar de ‘Three Willows’ en de Vasalis appelboom bewaarheid waren gebleven.

100_5340.JPG

De overbuurman aan de andere kant van de sloot knikte goedkeurend over de oplossing om de drassigheid van het veen te mijden. Hij vertelde als Westbroeker van het verende veen. Prachtige titel voor een boek. De wijze waarop de keuterboeren in het achterland de bodem verhoogden met takken en dakpannen en zelfs glas en er was een vleug nostalgie in zijn woorden. Het maaien bleef iedere keer steken op de takken, maar stukje bij beetje werd het weer meer eigen tuin. Vriend van verderop kwam langs en was jaloers en ik een beetje overdonderd van blijdschap over de wijze visie van zwager, die ooit en onmiddellijk in het bestaan van de keet had geloofd en het idee had omarmd.

Zoonlief kwam Bamie Trafassie eten en daarna was het tijd voor portretsessie 2. Het model was er niet, maar we werkten de eerste sessie uit naar aanleiding van de toen genomen foto’s en nu ging het op de eerste plaats om de opzet. Hoe leg je het aan om vorm te geven aan je verbeelding. Het fijne van al die individuen is dat je zoveel verschillende wijzen krijgt van opzetten. Grof met forse streken, voorzichtig met uitgebreide schetsen, met poetsen om licht en donker te bewerkstelligen, met pigmenten Sienna, Oker en Omber. Alles kwam voorbij.

074.jpg

Het grote boetseren was begonnen. Het model met zijn karaktervolle hoofd kwam letterlijk op diverse manieren uit de verf en keek ons vanuit alle standen aan. Het was inspannend en ontladend om op die manier alles van je af te zetten en alleen maar op te gaan in het proces. Een echte Sluyters was het niet, maar een portret was het zeker. De eerste laag zat er op. Volgende week weer verder.

Moe, maar voldaan  met een wijntje voor Trijntje mocht alles bezinken. Daarna, met slaap tot in elke vezel, viel ik in een droomloos vacuüm.

 

Uncategorized

Een goed begin is het halve werk

Een malle droom. Een drukke weg, apen waar we langs gingen om ze te voeden en de kinderen die we op moesten halen van een of ander dagverblijf. De voetgangers-oversteeklichten werden geregeld vanuit het dagverblijf. Als ze daar niet opletten kon het lang duren eer je over mocht. De weg was te druk om zo over te steken. De twee dochters moesten heel lang wachten. Ik liep met, wat men een lastig kind noemde, veel verder vooruit en had een goed contact met het jongetje, dat honderdeneen dingen vroeg. Heel geïnteresseerd en helemaal niet van plan om onder mijn vleugels weg te lopen. De weg voerde door het park en leek op de weg die ik wandel vanuit de buitenwijk naar het centrum van Den Bosch waar ik ongeveer twee of drie keer per jaar het museum bezoek. Waar smeed je de basis voor de droom?.

016-1.jpg

Gisteren heb ik wat voorwerk gedaan voor het schilderen à la ‘Sluyters’. Zijn verschillende stijlen vallen op. Zijn kleurgebruik kan ook heel wisselend zijn. Uitbundige portretten, waar nog steeds de beweging in zit. Felle kleuren van een onwaarschijnlijk geel/groenig tegen hele tere portretten, zoals zijn kinderportretten met de attributen als pop of beer. Ik experimenteer en leer al doende. Met aquarel geef ik de wonderlijkste combinaties aan kleuren weer. Het gaat niet om de gelijkenis in dit geval. Met potlood probeer ik die wel te vangen en de zachtheid van het model. Een zacht schilderij, liefst met een vage indruk van de lucht boven de Waal.

019.jpg

Daarnaast punnik ik nog aan het sfeerverslag van de podcast voor jeugdliteratuur en laat de vermoeidheid toe die de afgelopen dagen over me heen is getrokken als een dekentje. Zo kabbelt de dag gemoedelijk voorbij. Een work-out bij de fysio, maar verder nauwelijks inspanning. Een goede basis voor een langgerekte droom.

De officiële inschrijving voor Waakmaatje is ook gedaan. Het was een dag om alle losse einden aan elkaar te knopen. Daar heb je even rust en tijd voor nodig. Gelukkig begon het te regenen toen ik eigenlijk spoorslags naar de tuin wilde. Daardoor moest ik wel een pas op de plaats maken. Ik had me voorgenomen om de hoop aarde alvast naar een plek te kruien, waar ik de tuin hoger wilde hebben. Daar kwam het niet van, maar wel om de gedachten te kruien en die losse eindjes.

049

Als het weer te slecht is om vandaag naar de tuin te gaan, ga ik de zolder op. Die schreeuwt om aangepakt te worden. Als elk te verzinnen excuus is opgedroogd, moet je wel. Het is langzamerhand het domein van Pluis geworden, die de gesmoorde liefkozingen van zoonlief ontwijkt door zich in de kussens van een oude stoel te nestelen. Hoog en droog, zal ze denken. Maar haar wintervacht is aan het ruien en grijze vlokken dwarrelen af en toe naar beneden. Ook de trap slibt langzaam dicht.

‘Red mij’, roept zolder. ‘Straks, later, zo meteen’, denkt het hoofd. Eerst met dochter en kleindochter naar Omaoma van 97. Ik bedenk ineens dat dat een gelegenheid bij uitstek is voor een drie-generatie-foto. Dergelijke oude genen moeten wij nog maar zien te kweken. Dan ben je alweer dertig jaar verder. Hoe zijn de veranderingen voor hen, als onze leeftijdsgenoten ze soms al niet bij kunnen benen.

Boeiende materie. Nu eerst koffie en mijmeren. Voor de ochtend twee van mijn lievelingsbezigheden. Een goed begin is het halve werk.

 

 

 

Uncategorized

En dan kunnen we los

Of het koffiedik voor een gelukkig gesternte heeft gezorgd weet ik niet. Feit was dat de tocht van de Bernagie naar haar plekje gunstig verliep. De ochtend begon vroeg met de twee reuze thermoskannen waarin de koffie geurig gezet werd met de hand. Ouderwets filteren, langzaam maar gestaag. Watertemperatuur met een vleugje Barista-wijsheid niet op de kook maar tot 92 graden. Sinecure voor mijn waterketel, die immers precies de gradatie aangeeft. De kannen met koffie en thee en de koek en zopie in de grote boodschappentas geladen evenals het dienblad en fluks dochter en schoonzoon oppikken in Utrecht. Het miezerde drie druppels, maar vooralsnog zag het er goed uit. Bij aankomst stond de Bernagie al op het pad en de mannen bij de schuur.

006.jpg

Klein minpuntje. De vorige gebruiker van de tractor had het kraantje open laten staan. Maar, voor geen kleintje vervaard, werd de accu van stroom voorzien door een van de auto’s en kon de tocht beginnen. Het was een ware kermisattractie. Mijn lieve hutje getrokken door de tractor, neef ervoor om aanwijzingen te geven, kinderen erachter met de bolderkar vol lekkers. Vanaf de overkant nam ik foto’s en langzaam maar gestaag rolde de hut door het fluitenkruid en met de karavaan erachter werd het een echte pipowagen.

IMG_0147

Zoon en twee neven kwamen ietsje later en precies op tijd om te helpen bij het lastigste en laatste stuk. Om de draai te kunnen maken moesten de grondplaten van achteren komen en waar het groot hoefblad de bodem aan het leeg trekken was, opgehoogd worden met tegels en platen zodat Jut niet voortijdig een duik in de sloot zou nemen.  Er werd rigoureus gesnoeid met een snelheid waarbij mijn inbreng over voorzichtig en met beleid werd overruled door de haast die men had om door te trekken en niet vast te lopen in het veen. De appelboom kon ik wel redden. Bijna hadden ze mijn Vasalisboom gehalveerd. Ach ja. De tuin was voor later zorg. Straks kan ik die weer in eigen tempo opbouwen. Nu eerst maar de basis.

Het weer was ons al die tijd gunstig gezind geweest, maar nu begon het even te storten. De veengrond was zacht en het duurde even voor ze een en ander, steunen en wielen op de tegels hadden staan, waterpas en wel. Neef en broer zouden deze week alles in rust in het werk stellen om het stabiel en veilig te krijgen. Daar had ik alle vertrouwen in. Zeker met de verrichtingen van grote neef, die door zijn heldere en duidelijke aanwijzingen als een echte opzichter de wagen langs de krappe doorgang loodste. De tractor met de achterbuur als voortrekker volgde nauwgezet elke aanwijzing. Stoppen, rijden, klein stukje, uitdraaien, vol gas. Binnen een uur stond ze op haar plek, leek groter dan gedacht en de tuin kleiner met al dat volk eromheen. Tussendoor het kleine grut, hout en vlonder. De koffie en de koeken smaakten opperbest.

001.JPG

‘Gods water over Gods akker laten stromen’ dacht ik en rustig afwachten op wat er komen gaat. Broerlief kroop onder de wagen om hem wat op te krikken met een te kleine krik en neef ging zijn grote halen. Daarmee was het verzakken snel weer opgelost. Straks en later zou het goed komen. Eigenlijk had ik er stiekem nog even voor willen zitten in mijn eentje om het allemaal eigen te voelen, maar door de gebroken nacht en de emotie overviel me een ouderwetse vermoeidheid en wilde ik niets liever dan naar mijn plekje op de bank, om in alle rust de commotie te verwerken. De komende weken staan in het teken van de wederopbouw door het smeden van een eenheid van de tuin, het atelier en mij daar midden in. Nu eerst de hut en de appelboom recht en dan kunnen we los.

047.JPG