Uncategorized

Nog steeds een krant te gaan

Goede voornemens zijn er om verschoven te worden. Nadat het optimisme bij het zien van zonnestralen de route van de dag had uitgestippeld, kwam een omslag in het weer even water op het vuur gooien. Die kist met zure appelen werden in ieder geval boven mijn hoofd uitgeschud nog voordat ik de deur uit was. Er kwam vanzelf een ander idee voor in de plaats, de ruimte in het hoofd was er toch al. De kledingkast, twee billies, want lekkere ondiepe planken net genoeg voor een overzichtelijk stapeltje, moest eraan geloven. Die ochtend had ik aarzelend staan kijken wat er aan te trekken viel en de keuze werd bemoeilijkt door gebrek aan overzicht.

Met de zeeën van tijd die de diep paarsblauwe lucht beloofde voor de rest van de dag deed ik iets wat ik in lang niet had gedaan. Ik pakte de strijkbout erbij, stelde de plank op en streek alles wat daar behoefte aan had glad, de rimpeltjes in mijn voorhoofd incluis bij elke plank die vorderde. De stapel voor de kringloop werd hoger en eens te meer kreeg consuminderen bedding. Met deze voorraad kon ik nog jaren vooruit, mits mijn taille overeenkomstig die van het moment bleef.

Ziezo, de herfst mocht blijven tarten. Ik had het overzicht weer en de keuzes in eigen hand. Inktoberen op de bank is in deze maand een heerlijk tijdverdrijf. Potje thee erbij, aquarel onder handbereik, muziek op en kaarsjes aan. Dan maar knusse binnenbezigheid. Ik liep al twee tekeningen achter. Eerst dus Throw en Hope. Voor de eerste besloot ik een blikvanger te tekenen, die ik wel even op moest zoeken, want hoe hangt zo’n net ook al weer, geloofwaardig en wel. Er zouden geen blikken in komen, maar rommel uit het bos, door Konijn over de weg heen in dat wonderlijke vangnet gekeild. Met precisie gemikt werd het vast touché. Mijn stil protest voor de zooi in het bos, nu mensen en masse zich aan de natuur gingen laven met al dat gevirus om ons heen. Neem een tas mee om de zooi in te doen, lieve mensen, zo belangrijk. Ziezo, toch even in het bos geweest vandaag. er gaat niets boven de verbeelding.

Bij Hope moest ik denken aan het verlangen van het kleine meisje in mij, die het blazen van paardebloemenpluizen het ultieme hopen vond. Waar zouden ze naar uitwaaieren, misschien wel naar een dorp verderop, een ander land, reizen met de wind mee en kwamen ze daar uit, bloeiden ze op. Mooie kleine zonnen van paardebloemen, klaar om met kracht en elan nieuwe zaadjes te planten. Levensreddende parachuutjes waren het. Ze waren van dezelfde orde van grootte als de kleine helikopters aan de esdoorn, die terwijl we op een bankje klommen, naar beneden mochten dwarrelen. ‘Helikopter, helikopter mag ik met jou mee op reis’, in variatie op een thema.

De volgende tekening was in mijn Inktober2020 ‘Disease’. Er zijn meerdere versies van maar de essentie ligt bij een tekening per dag. De ziekte van deze tijd is in mijn perceptie vooral het Narcisme. Het opgeblazen zelf dat belangrijker is dan wat dan ook. Alle grote wereldleiders leiden eraan en er is helaas geen pilletje voor, sterker nog, in de omstandigheden vergroot het zich alleen maar. In die zin blijf ik vasthouden aan de woorden die mijn oma influistert als ik aan al dat geklater denk. ‘Hoogmoed komt voor de val’. Wie anders dan Narcissus kan daar model voor staan, ik kies die van Caravagio, die zo overduidelijk zijn spiegelbeeld aan het bewonderen is in de rivier, zijn centrum van de wereld.

Zo werd de dag toch een aangenaam verpozen. Er is voor vandaag een nieuwe poging. De zon zet alles in warme gloed, hier en daar een grijze wolk. Kleinzoon wordt één, snoetje op en zingen met open ramen en deuren en de kunstroute van vriendinnen ook met snoet en flinke afstand. Veel om te overpeinzen en nog steeds een krant te gaan.

Uncategorized

Huis leeg, hoofd leeg en gaan

De zon zet de bomen in een ander licht. Aan de overkant in het park komt er langzaam meer kleur in, alsof regen het tegen heeft gehouden. Gisteren redde ze het al vaker tussen de bedompte grijze luchten door, maar vandaag opent ze de dag met een prelude, die klinkt als een belofte op een kleurrijke herfst. In de opmaat naar deze dag was het huis aan de beurt om schoongepoetst te worden. De poes zocht haar heil buiten, nu de balkondeuren op een kier konden blijven staan.

Het is bijna herfstvakantie, al glijden de dagen in vrijheid voorbij, geeft het nog altijd een feestelijk gevoel. Volgende week staan er zowaar een paar afspraken in de agenda, mits dit weekend geen roet in het eten wordt gegooid, de waarschuwende woorden van de premier indachtig. Morgen een kunstroute waar enkele vriendinnen aan meewerken. Dan in de week een museumbezoek aan Singer Laren. De tentoonstelling: Schilders in het licht. Met een kaartje daarvoor reserveer je tegelijkertijd voor de tentoonstelling van het laatste werk van Herman van Veen. Wat zal het heerlijk zijn om weer te laven aan de schoonheid van het leven. De dag daarna geef ik twee keer een uur beeldende vorming in een groep 1/2 en in groep 3/4 op de school van vriendinlief. Een les over kleur en emotie. Gaaf om de energie van de kinderen weer te voelen. Verrijking door ervaring is te lang geleden.

Wat nu nog schort is die wandeling door het bos, een tocht langs de zee, een onbezorgd kindbezoek en nog wat van die oppeppers. Het wordt ook weer tijd voor een nieuw verhaal voor de kleinkinderen, nu de maatregelen aangescherpt worden. Afleiding in de tent zal ze goed doen en niet alleen hen, maar mij ook. Herfstvakanties werden doorgaans gebruikt voor heerlijke vakanties. Zo trok ik met de Oude naar New York met een koud maar fantastisch Central Park, een andere keer naar Washington waar je ongelimiteerd musea kon bezoeken, gratis en voor niets. We gingen ook naar Hongarije met de geuren van sparappels in de ‘rugkachel’, de grote tegelkachel in het midden van de kamer, waar je tegenaan kon zitten. Maar dat was ooit. Die vakanties zijn nu ongekend ver weg, net als de oude zelf.

De laatste vakantie was met het hele gezin, kinderen en kleinkinderen naar Portugal. Daar valt nog steeds op te teren, want het was volop genieten. Van het huis met zwembad, elkaar, de zee, het strand, de wandelingen, het weer en de tochten die we maakten .Ook Portugal is een lied van verlangen, net als de inmiddels al geboekte Griekenland-vakantie met elkaar van het vorige voorjaar. In het water gevallen. We zeggen tegen elkaar, dat wat in het vat zit niet verzuurd. Of misschien zeg ik dat tegen hen, omdat mij dat altijd is voorgehouden vroeger. Dus wordt er verbouwd, een huis aangekocht, gespaard voor een nog mooiere vakantie samen. Ooit, wie weet, en dan…

Verder dromen op de klanken van dat onvervulde lied. Kleinzoon twee wil een verhaal over de zee en het plastic afval. Ik had een dappere held bedacht, die het plastic verzamelde en daar een eiland van bouwde, maar nu blijkt zoiets al te bestaan in nieuwe games, die er zijn ontwikkeld. Dat maakt niet uit. Mijn leeftijdsgroep ligt lager.

Ziezo, tijd om de krant op te vissen, mijn balkon aan te pakken en toch het bos op te zoeken. Zin in, bergen verzet je met hernieuwde energie en daar zijn deze heerlijke seizoensovergangen, als de zon te voorschijn piept, uitermate geschikt voor.

Huis leeg, hoofd leeg en gaan.

Uncategorized

Een voorrecht

Een stoffen tas met Overkantlogo dook op achter het winterdeel van mijn dekbed dat ik zocht. Diep weggestopt was ik het totaal vergeten, evenals de inhoud. Schoolfoto’s, een dikke stapel uit de tijd van toen. Het kleurrijke bewijs van hoe onderwijs kan zijn, met heel veel heerlijke momenten, weeksluitingen, kampen, alle dagen feest met theater hoog in het vaandel. alle facetten zijn uitgespeeld. Drama, poppenspel, schimmenspel, dans, beeldende vorming, muziek, natuurbeleving. Alles om te delen met de andere groepen. Het verhalend ontwerp ten voeten uit zorgde voor een grote beleving en betrokkenheid.

Weeksluiting
Grensoverschrijdend

Met mijn voorliefde voor de aardetinten en zwart en blauw waren de kleurrijke uitdossingen volledig tegengesteld. Een heksje in roze, paars en turquoise lacht me toe. Het decor van een weeksluiting met zelfgemaakte decors, een internationaal feest in klederdracht uit alle landen, maar wel op klompen, ‘Wheeler-art’ als de kinderen kunst maken door met hun autootjes door de plakkaatverf over een groot doek te rijden, alles was mogelijk. Heks ben ik vaker geweest, een Zeeheks, Pollonia, Gruwela, maar ook een LiesjeBriesje, Paultje met het paarse potlood, Tralala/Tralali. Bep en To, de twee zussen, in drie verschillende uitvoeringen allen even hilarisch.

Bep en To
Mijn eerste heksenspel/de Zeeheks (1987)

Heerlijk om er weer even te zijn nu de regen gestaag blijft stromen en zelfs boodschappen doen een opgave wordt.

In de krant van vandaag een profiel van de Amerikaanse dichter Louise Glück, die donderdag de literatuurprijs won. In het gedicht van haar ‘Wijkend licht’ dat Erik Menkveld vertaalde, is zij de dichter en willen de anderen het schrijven leren. Ze reikt de instrumenten aan, maar de anderen bleven zeuren, wilden bij de hand genomen worden en dan beseft ze ineens dat de anderen nog kinderen zijn, hun leven niet hebben geleefd, geen bagage hebben om de gedichten te vullen. Dus gaf ze hen levens, rampen, ellende en toen konden ze pas schrijven, dromerig, bij een open raam. Daarna kon ze weer haar eigen weg gaan, in het besef dat ze niet meer nodig was.

Ik ben zo’n typische laatbloeier. Had eerst jaren nodig om de vijver met verhalen te vullen. Nu kan ik de pen in die kweekvijver dopen en put ik er zelfs soms juweeltjes uit. Vaak verstopt onder de doodgewoonste dingen, verscholen achter wat op het eerste oog onbenullig lijkt, of nauwelijks waard om over geschreven te worden. Door die bakken en tassen met foto’s lees ik de jaren af en weet dat de vijver tot aan de rand toe gevuld is. Iedere dag is er weer een verhaal dat zich aandient, een onderwerp dat roept, of de natuur die trekt om in het licht gezet te worden. Even de schijnwerper erop om daarna weer in de vergetelheid te duiken, veilig en geborgen.

Ik ben blij dat deze dichter de Nobelprijs heeft gewonnen met de kracht van het woord. Mirjam Hengel die het profiel schreef, roemt haar speelsheid en raffinement en vindt dat in dit gedicht ‘in de verbinding van het externe met iets essentieels van haarzelf’. Ze beaamt dat donkerte nodig is om iets van het leven te kunnen begrijpen.

Zonder licht geen schaduw, zonder schaduw geen diepte, zonder diepte geen hoogte. Tegenstellingen voeden elkaar. Woorden voeden mijn herinneringen, geven ze gestalte en de herinneringen geven mij woorden, vullen de vijver en daarmee de verhalen. Ze houden elkaar in evenwicht. Daaruit te mogen putten is een voorrecht.

Uncategorized

Een film aan verleden

Gisteren viel de wereld een aantal uren stil. De stroom was uitgevallen in de wijk. De avond kroop op en trok haar duisternis als een deken over de daken. Binnen vervaagden de contouren van wat mij omringde. Stilte overmeesterde het buitengeluid. Als de stroom uitvalt trekt alles trager voorbij. Waxinelichtjes flakkerden op de vensterbank en in de twee glazen potjes voor het oog van de wereld, dat nu in alle talen zweeg.. Gedachten doorwoelden het nutteloze niets.

Zoonlief was ontsnapt. Internet lag eruit en dat is een onoverkomelijk lamleggen van contacten en werk. Langzaam sijpelde het verleden binnen. Hoe vulden we de avonden. Heel lang geleden was er straat, met stoepranden, tollen, hoepelen, het klokje van zeven uur en daarna naar bed. Later zongen we de verplichte afwas naar een hoger niveau. De meisjes dan. Broers gingen trainen of om het even wat. Het staat niet helder meer voor de geest. Vanaf de tijd dat er televisie was, werd de wereld groter. Geen keuze met maar een net. Als tijdverdrijf waren er de kabouters en later de gidsen, ieder jaar een kamp. Boeken waren er al vroeg, van de bibliotheek, die een huis vulde in een van de zijstraten van het blok. Er was kerk en koor, eerst ballet, turnen, daarna handbal. We zwommen de zomer door, lagen drie keer per dag in het water, niet in de laatste plaats om de ontmoetingen die er waren als na zessen de poort tussen het jongens en meisjesbad openging. Bakvissenliefde. De telefoon hing aan een draadje in de telefooncel en later thuis, naast de televisie. Wij belden zelden.

Studentenleven op een kamertje in Leiden. Brieven schrijven met het thuisfront. Avond aan avond waren gevuld met vrienden. Je zocht elkaar op, wisselde uit, verhalen en veel muziek. De grammofoon was heilig net als de bandrecorder. De televisie was gereduceerd tot maatje pink met een enorme antenne. Het sneeuwde vaak. Dan waren we lang aan het zoeken om de juiste signalen te vangen. Een flinke klap op de zijkant wilde ook nog wel eens helpen. Sociale contacten, film hoog in het vaandel in louche bioscoopjes, domino spelen bij vrienden, stoelen aan de kant en dansen, oeverloze discussies over politiek in wijn, rook en muziek gedrenkt, vulden de tijd. Koken voor veel en altijd kon er nog meer bij. Nog later werd leven serieuzer, diende ernst zich aan nu het studeren op haar eindje liep. Er moest geblokt worden en hard ook.

Daarna schoven de behoeften op hun plek, een race tegen de klok van hot naar her, balletlessen, voetbal, school, creche, koken, wassen, wandelen, knutselen, lezen er was altijd wat te doen. Mijn eerste computer was een oud exemplaar. Hij bromde voor tien. De eerste draagbare telefoon op aandringen van de kinderen. ‘Stel je voor dat er iets gebeurt op de tuin en je ligt daar’, was het argument. Na veel beredeneren ‘Vooruit dan maar, alleen zo’n ding zonder fratsen. Voor nood’ sputterde ik. Daarna was het hek van de dam.

Digitale skills opgelepeld, de grote stralingsstilte vergeten. De tijd vloog in een dubbele stroomversnelling voorbij. Antiquiteiten als de bandrecorder, de platenspeler, de huistelefoon, de cassettespeler, de videorecorder, de centrifuge, de roestbakken van blik, waar we in reden, werden herinnering of soms weer naar voren gehaald. Alle elpee’s waren al die jaren meeverhuisd, veilig opgeborgen in een grote rieten mand. Het wachten is op de nieuwe platenspeler, die er nog moet komen. Dan kan de nostalgie toeslaan op klanken van Jethro Tull, Simon and Garfunkel, Donovan, Melanie, Jacques Brel, George Moustaki, Paul Simon, the Doors, Pink Floyd, Jimi Hendrix, Deep Purple, Bob Dylan, Stevie Wonder, Leonard Cohen, Jaap Fischer, Herman van Veen, Todd Rundgren en Loudon Wainwright. Stroomloze duik in wat er achter ons lag.

Met het licht dat plotsklaps aansprong, vervaagden letterlijk de beelden en diende zich de realiteit aan, terwijl de herinneringen gedwee naar achteren schuifelden. Een app voor zoonlief. ‘Het leed is geleden.’ Voor hem dan. Ik stapte, bijna spijtig, de realiteit weer in, maar op het netvlies een film aan verleden.

Uncategorized

Heer Bommel en Tom Poes

Dromen kon gisterennacht op het ritme van de regen, die gestaag bleef stromen. Het was te merken aan het weggetje naar de tuin langs de sloot. Het was hoppen van graspol naar graspol geblazen. In de tas wist ik het douchegordijn met de inkeping voor het hoofd en mijn paraplu. Nat, natter, het natst, dus bleef de springbalsemien liggen zieltogen voor de Bernagie. Een snel portret, geen gelijkenis, wel lekker los van opzet. Mooie oefening. Een vlaamse gaai vloog tussen de druppels door richting appelboom, maar zodra hij een beweging van mijn kant zag, week hij af en vloog een tuintje verder.

Na een uurtje hard werken stak ik het papieren vellenblok in een vuilniszak in de grote tas, speciaal voor dit doel meegenomen en ging mijns weegs richting bospark om, op de bonnefooi, even te theeën bij dochterlief. Kleindochter was net wakker en klitte zich nog vast aan moeders benen. Mijn oude kloffen bleken aan vervanging toe te zijn. Door mijn tocht naar de tuin was het water kennelijk regelrecht tussen de naden doorgesiepeld en bleken de kousen doorweekt.

Droge exemplaren van dochter en een lekker warme kop thee. Enthousiaste verhalen over de verbouwing die opschoot, de ruimte die ze had gemaakt in de kleine boshut, de kringloopwinkel op fietsafstand, de eekhoorn die ze had gespot op een wandeling. tussendoor danste de kleine op de radio die aanstond, haalde de speelgoedmand leeg, schoof oma alle poppenkinderen toe en speelde met de prachtige kartonnen blokkentoren. Vosje mocht ook meedoen. Af en toe brak de zon door tussen de enorme buien in en dan werd het direct vakantie op het terrein en herfst, al waren de meeste bomen sparren en dennen.

We werden opgeschrikt door een hard geluid. Het bleken bladblazers. Bladblazers in de stad zijn al een gotspe, maar bladblazers in een bos met naaldbomen een vorm van nutteloze, vergezochte dagbesteding. Met een ernst alsof ze de stoepen van het witte huis aan het schoonblazen waren, kweten de twee mannen zich van hun taak terwijl de kleine meid angstig bij mams op schoot kroop. Afleiden met pratende poppen en een spelletje kiekeboe.

Om vier uur naar huis, want ik had zoon beloofd zijn schaftpotje te komen brengen. Surinaamse Saoto door een vriend gemaakt. De bouillon moest heet en de rest mocht koud blijven, zelfs de rijst. Het hele huis was nu gestript en het grote aannemerwerk kon beginnen, door derden gelukkig. De zon filterde inmiddels weer door de grote bomen op het plein hierachter en mijn hart veerde op bij de mooie lichttinten in het blad. Een appje van vriendin of ik volgende week een les beeldende vorming aan de onder- en de middenbouw wilde geven. Een les over kleuren. Een perfect onderwerp zolang de zon bleef schijnen. Een buitenkansje dus.

Thuis wachtte opdracht vijf en zes van #Inktober 2020. Een ‘blade’ (mesblad) en een rodent (knaagdier). Dat laatste kon alleen maar een eekhoorn worden, na een dag van herinnering aan de groep, die de eekhoorns heette en de eekhoorn van dochter. Heerlijke bezigheid tussen het nieuws door.

Vriendinlief was bedroefd dat ze weer niet op tijd was voor de inschrijving van de Urban Sketchers. Het zou mijn derde keer al worden van dit jaar, dat ik wel ging Het was haar nog geen een keer gelukt. Heer Bommel en Tom Poes kwamen voorbijstiefelen en Heer Bommel zei: ‘Tom Poes verzin een list.’ Daar was ie al. Ik appte dat ze klaar moest zitten om in te schrijven, als ik uit zou schrijven, anders zou ze er weer naast zitten. Ze giechelde wat, zat midden in een studiedag, maar ging het proberen. Ik appte ‘Nu’ en zij drukte ‘Gaat’. Met dank aan Heer Bommel en Tom Poes.

Uncategorized

Een hartverwarmende herinnering

Daar klepperen ze met elkaar, de oudste houdt de paraplu vast. Het is een vertederend gezicht. Mijn blik volgt ze vanuit het raam. Onmiddelijk neuriet het in mij. ‘Onder moeders paraplu liepen eens twee kindjes’ en als je verkeerd begint, bijvoorbeeld eerst met ‘Hanneke en Janneke, dat waren dikke vrindjes’, dan kom je er niet meer uit. Het arsenaal aan oude liedjes heb ik in het geheel door kunnen geven aan de kinderen op school. Dat zijn er heel wat geweest in dertig jaar. Er waren steevast liedjes bij, waarbij ik iets vergat. Bij de veldmuis bijvoorbeeld steevast het derde couplet. ‘Muis was met fiets en al naar het topje geklommen’. Tot zover ging het goed, dan zette hij af en dan gebeurde het. Een staartje, tussen het wiel, hinken, te pas komen, maar hoe dan. Het was een topper bij de olijke ontvangers als ik ‘nananana-de’ op de vergeten tekst. Bij het karretje op de zandweg al niet veel anders. ‘Een karretje op de zandweg reed, de maan scheen helder de weg was breed, de voerman lei te ruuuuuusten’. Maar dan, Hoe kon ik de mist in mijn bovenkamer laten optrekken. Neurie, neurie, tot de woorden weer invielen. Zo zijn er nog een aantal geweest. Dus iedereen kent de liedjes met wat hiaten en gaten in de tekst, maar we zongen de sterren van de hemel.

Bij het kerklatijn was het al niet veel beter, speciaal omdat we als kind geen idee hadden wat we zongen en meebrabbelden op gehoor. Later met de koorkennis kwamen we al verder, maar verbasteringen waren hardnekkig. ‘Tantum dominum deo sabaót, pleni suncaeli de terra’ klonk het Sanctus ongeveer. En juist omdat ik in de katholieke kerk dat auditieve latijn had geleerd, had mijn uitspraak later op de opleiding voor verpleegkundigen een gewijde klank, tot grote hilariteit van mijn kompanen.

Met de radio mee, zing ik ook nog altijd op gehoor en niet op betekenis, het is een handicap, maar ach, je wordt een meester in stoplappen. Als ik dan de tekst voor mijn neus heb en de betekenis binnen sijpelt, komt de tekst tot leven. Lezen en begrijpen gaan moeiteloos hand in hand, maar horen en spreken struikelen voortdurend.

leeskring,

Elke dag jasten we er op school een aantal liedjes door. Oude, nieuwe of zelfgemaakte. Ook lezen was zo’n tophit. Onder het eten las ik voor, na het eten lazen ze een uurtje zelf aan de tafel, in een luie stoel, op de leesbank, op de grond. In elke willekeurige houding waar een kind nou eenmaal in lezen kan. Het waren heerlijke momenten. We hadden leeskring, waarbij ze hun lievelingsboek ‘voorlazen’, (de onderbouw hè, groep 1 & 2) of over de liefde voor het gekozen boek vertelden, waarom ze het spannend, leuk, grappig, gek, lief vonden. Wat ze met het verhaal deden, speelden ze er nog wel eens iets uit na. Niet zelden volgde er een spontane dramakring. Kinderen bezitten de meest fantastische verhalen. Iedere dag weer kwam er wel eentje voorbij. Zaak was er mee aan de haal te gaan, zodat ze voor eeuwig in je hoofd bleven zitten. Groot maken, een podium geven en daarmee weer supertrotse kinderen kweken, het mooie spel van leren te geloven in jezelf. Mooie intervallen van klein en groot geluk. Een hartverwarmende herinnering.

Uncategorized

De baleinen van haar paraplu

Vanaf de steiger aan de kopse kant van de maisonette klinken onheilspellende geluiden. Het gehamer tegen muren, het gebonk tegen de steigerbuizen met een weergalm van een orgelpijp, zware stappen dreunend op de stellage, gemor aan het raam, gemier achter mijn hoofd. Ik luisterde en lokaliseerde de bezigheden in mijn verbeelding, maar had eigenlijk geen flauw idee, waar ze mee bezig waren. Ja, iets met de spouwmuren. Zouden de vleermuizen al vertrokken zijn? Ik hoopte het.

Foto door zuslief. Een mooie smiley in het stof.

In het nieuwe huis van zoonlief kon ik nog net de tas met lekkernijen afgeven en de progressie bewonderen, voordat het stof me, ondanks snoet, de adem benam. Gauw er weer uit. Zo suf, dat ik niet mee kon helpen. Er was heel hard gebuffeld en er is nog ontzettend veel werk te doen. De hulptroepen waren er. Dappere dochters en zoon, een paar vrienden en zoon zelf. Allen voorzien van een grijze laag stof op het kale hoofd, over het haar, op het vel. als dikke grijslaag over de kluskleding. Waar gehakt wordt vallen spaanders. Een container vol en morgen pas weer de nieuwe. Helaas.

De wind werkte ook belemmerend, dus terug naar het eigen nest om me over te geven aan #Inktober, dag drie en vier. Drie was Bulley oftewel omvangrijk. De dames van Ferdinand Botero schoten door mijn hoofd. Die waren op z’n minst wel omvangrijk te noemen. Maar met ontzag had ik op een trip door Brugge samen met de dochters mijn ogen uitgekeken bij de enorme folianten die daar tentoongesteld lagen in het Gruuthusemuseum en had dat pas echt imposant van omvang gevonden. Dat werd de tekening voor Bulley.

Dag vier was Prey/prooi. Dat was een stuk makkelijker. Pluis lag in haar mandje te ronken. Ik stelde me zo voor, dat recht onder haar, diep in de vacht weggedoken, koppie, een muisje zou sluipen. Pluis was voorhanden om na te tekenen, de muis zocht ik op. Ziezo. Ook weer gedaan.

Die trip door België hadden we in maart van 2018 gepland en het bleek een van de koudste weekenden te zijn. Brugge is mooi in de warme lentezon, maar door het weer verzandden we in de binnenstad, winkel in en winkel uit, museum in en uit, restaurant in en uit. Te koud om buiten te wandelen. In de ochtend hadden we gelukkig een heel leuke boekwinkel annex restaurant ontdekt. ‘Lees terwijl U eet’of ‘Eet terwijl U leest’ al naar de orde van belangrijkheid. Ik ging voor de laatste. Haha. Kolfje naar mijn hand, al hadden we ook veel bij te kletsen. De binnenstad van Brugge is voor de ware vorser een paradijs. Prachtige winkels met een eigen stempel en allesbehalve eenheidsworst. Onder de etalages zaten juweeltjes, waar we ons aan konden warmen, nu de kou zo toesloeg. Zo’n moeder/dochters-weekend is heel bijzonder en gaat zeker in de herhaling.

Zo kom ik bij het afscheid van die andere moeder, die ik gisteren op de life-stream volgde. Het verdriet om haar gemis en haar kinderen, die het haar toch zo gunden, hen los te laten, nu ze wist en geloofde weer herenigd te worden met haar grote liefde. Als je zo hecht met elkaar verbonden bent, ben je deel van het geheel, besta je door de verbintenis. Het is maar weinigen gegeven en het getuigt van altruïsme, als je jouw vurige verlangen om haar hier te houden kan inwisselen voor haar diepste wens, te mogen gaan. Dat proefde ik uit de hele dienst, in de liefdevolle gedachten, een breekbaar lied van kleinkind en in de symboliek.

Moeders blijven moeders, altijd, ook als ze er niet meer zijn. Ik denk aan mijn moeder, die er altijd is, die meekijkt over mijn schouder, er is in mijn hoofd, in mijn woorden, in mijn werk en weet dat het voor zussen en broers niet anders is. Pars pro toto, die hele grote familie van ons. De baleinen van haar paraplu.

Uncategorized

De tuin is voor later

‘Een gewaarschuwd mens telt voor twee’ behalve als de waarschuwing terzijde wordt geschoven. Stevige modderplassen op het pad lachtten me uit, terwijl ik langs de sloot naar de tuin liep. Het was dreigend droog, maar zelfs dat werd in de wind geslagen. De ochtendploeg had gesnoeid en de takken op de ril gegooid, waar de schapen zo’n malse sappige verse aanvoer niet konden versmaden. Ze kropen bijna in de opgetaste takken om het juiste blaadje te vinden. Malle meiden.

Wat je van ver haalt, is lekkerder

Dikke witte rook uit de schoorsteen van de oude zorgde ervoor dat het klimaat om in de tuin te werken niet optimaal was, maar hogerhand had allang bepaald, dat dat geen goed idee zou zijn. Dikke droppels vielen terwijl ik net het trapje opklom om mijn veroveringen binnen te stallen.

Dikke witte rook en regen

Die vondsten had ik, onder andere, bij een winkel met prullaria gehaald . Vooral het eerste deel van het woord was van toepassing. Mijn vondst, een ledlampje, van zegge en schrijven 4 euro, was met geen mogelijkheid te bewegen haar licht te laten schijnen op mij en de vraagstukken des levens. Met vooruitziende blik zaten er ook grote waxinelichten in de tas. Die deden het gelukkig altijd. Warme koffie, een afgedankte croissant van zoonlief en zielerust in het hemels paradijs.

Op dat moment hield het op met zachtjes regenen. Aan de overkant van de sloot harkte ‘de Manus van Alles’ van de tuin de gisteren gemaaide slootkanthalmen bij elkaar. Hij was al net zo troosteloos nat, als de geknakte en verweerde stengels onder de tanden van zijn grote hark. Het optimisme op eventueel een droge namiddag zwom weg bij de aanblik ervan.

Deze parasol

Huiswaarts, maar hoe. De poncho, het verknipte douchegordijn en een paraplu vierden feest in de kofferbak van de auto. Het enige wat voorhanden was, was mijn Chinese zijden okergele parasol. Nood breekt wetten. En zo kon het gebeuren dat Manus zich in de ogen moest wrijven, toen van de brug af een Hollandse geisha met een zonnige uitstraling door de modder banjerde, terwijl de franje aan de parasol vrolijk meedanste op de hortige huppels, die de plassen ontweken.

‘Het regent harder dan ik dacht,’ zei de noeste arbeider. Een understatement van de eerste orde. Hij had geen draad droog meer aan het lijf. Zijn woeste stugge haardos hing als een zijïg gordijntje langs zijn gezicht naar beneden. Regen verzacht, dacht ik en lachte hem vriendelijk toe. ‘Daar kwam ik ook achter’, beaamde ik. Hij snelde verder en ik trippelde er achter aan. Wat moet je anders met een gele parasol in de hand.

Vandaag is de familie aan de beurt om lichte klussen in het huis van zoonlief te klaren. Misschien kan ik ze verrassen met heerlijke tussendoortjes. Gisteren zocht ik bij mijn materialenwinkel naar de juiste penselen, maar kon ze niet vinden. Vanmorgen om zeven uur zag ik dat ze aangeboden werden als pakket op de site voor gemiddeld een tientje goedkoper dan bij de andere onliners. Spekkoper in de morgenstond.

‘Alle zegen komt van boven’, denkt de herfst en doet er nog een schepje bovenop. De tuin is voor later.

Uncategorized

Ledigheid is des duivels oorkussen

Na alle consternatie van de afgelopen tijd was dit een doodgewone druilerige vrijdag. Niks Indian Summer, aan de bomen geen kleurrijk herfstpalet, maar verregende bladeren, zwaar van het vocht. Geen oudewijvenzomer, ook al regende het oudewijven. Die oudewijven zijn geen scheldwoorden, maar daarmee werd gedoeld op de schikgodinnen uit de Noordse mythologie, die onze levensdraden sponnen. Ze heetten Nornen en waren drie zussen, kinderen van de reus Norvi met de symbolieke namen: Urd(oer), Verdandi(het zijn), Skuld(de behoefte). Eigenlijk verleden, heden, toekomst. Ze woonden in een grot aan de voet van de eeuwige boom, de Yggdrasil die ze water gaven uit de Urdarbron. Zo beschikten ze over de levens van mensen en gaven raad aan mensen en goden.

Op de tuin veerde de grond omdat de woelmuizen, winterklaar, het veen flink hadden omgewoeld. Ook hier hing alles slap en somberde wat. In het atelier ging ik aan de slag. Onderweg had ik een blok gekocht met olieverfhoudend papier, zodat er flink geoefend kon worden met portretten en nog eens portretten. Het nieuwe palet, de glasplaat met het grijze papier eronder, kreeg een eerste zegening. Eerst met gemengde materialen aan de slag, houtskool, waskrijt en aquarel. Daarvoor had ik een van de vellen bewerkt met acryl, zodat dat in de tussentijd kon drogen.

Daarna met olieverf aan de slag. De kneepjes, uit de cursus gevist, werden meegenomen in de aanpak. Het was een ouderwets duw en trekwerk, terwijl de tijd in uptempo verstreek. Af en toe monsterde ik de tuin. Er zat wat viezigheid op het raam, leek het vanuit mijn gebrilde kijk op de wereld, maar dichterbij zag ik dat zich een klein drama had afgespeeld tegen mijn ruit. het bleken de kleine veertjes te zijn van vermoedelijk een pimpel-of koolmeesje aan de kleur te zien. In vogelvlucht, de vleugeltjes gespreid, tegen het glas gebotst, op doortocht naar de andere kant van de tuin, die het door de evenwijdige raampartijen had gezien. Het beloofde land, maar paradijselijk te ver voor een kleine mees. Bij een volgend rondje tuin zag ik dat de brandnetels frisgroen zich het land toe-eigenden, de asters begonnen eindelijk te bloeien en zelfs de roze anemonen van twee jaar geleden piepten weer uit de grond. De springbalsemienen werden genekt door hun eigen overgewicht. de verregende stengels waren aan het verrotten gegaan en er was geen houden meer aan voor hun aandoenlijke handvormige wortelgestel. Ontworteld en ontzield. Uit de schoorsteen van de oude kringelde rook.

Mijn fotovoorbeeld kreeg gestalte, zei het nog wat donker. In de online cursus wordt oxide rood gebruikt als basis. Ik geloof dat ik het liever bij oker, sienna en omber houdt. Zo werkt de zoektocht naar een eigen stijl. Papier genoeg voorlopig.

Voordat ik naar de tuin ging, was ik nog bij zoonlief langsgereden. Op het balkon hingen vijf mannen over de reling, zijn vrienden. Ze waren aan het schaften. Zoonlief kwam net naar buiten gelopen en trots kreeg ik weer een rondleiding. Er was bergen werk verzet. Muren eruit gesloopt, vloeren verwijderd, douche doorgebroken en dat allemaal in een ochtend. Vele handen maken licht werk.

Thuis op de bank haalde ik de #Inktober in. Fish en Wisp voor respectievelijk voor dag een en twee. Vandaag staat Bulley op de agenda. Omvangrijk. De hele dag de tijd om te bedenken in welke vorm dat gegoten kan worden.

De ochtend begint vandaag scharlakenrood. dat betekent waarschijnlijk nogmaals water in de sloot. Tijd om de tuin herfstklaar te maken en de arme mezenvleugeltjes van het raam peuteren en speuren of ze er goed van af gekomen is. Dat waag ik te betwijfelen. Daarna moeten de brandnetels eraan geloven, evenals de springbalsemienen en de enorme nicandra’s. Genoeg te doen, geen moment tijd voor verveling. Het verleden fluistert gedienstig in mijn oor: ‘Ledigheid is des duivels oorkussen’.