Uncategorized

In alle opzichten de moeite waard

Het leven zet zich weer vast, waar het eerst op wankele schreden voort kroop. Mijn nieuwe lente begint nu, in een stroomversnelling, want er valt een hele maand mei in te halen. Gisteren was het de dag der ontdekkingen. Niet de minste om te omarmen. Het was eindelijk gelukt om lavameel op de kop te tikken bij het tuincentrum. Op aanraden van de achterbuuf, een advies voor de broodnodige mineraalvoorziening van de grond zonder ernstig te moeten slepen met zware zakken aarde. En passant vulde vlinderbloemenzaad en lupinenzaad voor dochterlief het karretje. Met gouden buit naar de tuin. Op mijn tocht langs de achterkant van de tuinen ontdekte ik dat de waterlelies zich van hun mooiste drijvende kanten lieten zien. Het hart maakte een Monet-sprongetje.

Moed verzamelen en maaien. Daarvoor moest eerst de maaizak uit mijn inbouwschuurtje getild worden en daarna de maaier zelf. Ik maaide en het machientje snorde en het ging zo makkelijk. Had ik kunnen fluiten, dan had ik het gedaan. Ineens kreeg ik door wat het verschil met de andere keren had veroorzaakt. Ik was de maaizak vergeten er aan te hangen. Mijn witte gympen waren groen, maar wat een groot gemak gaf het. Met de maaizak was het zo zwaar en moest ik na elke tien minuten een kwartier bijkomen. Nu was ik binnen een half uur klaar. Een lumineuze ontdekking.

De bladhark, die nog altijd los op haar steel stak, kreeg van de achterbuurman een parkertje ingedraaid. Gras bij elkaar harken werd een fluitje van een cent. Ineens een hoop gekrakeel op het pad langs de tuin. Een paar vrouwen kwamen aangewandeld compleet met pubers en kleine kinderen. Een verschrikt en langerekt schril ‘Eeeeeeeeeek’ voerde de boventoon met daarna een versneld voorbij rennen. Na het harken was er tuinpad-inspectie en daar lag de arme verschrikker.

Het was een kleine mol, de graafpootjes doelloos uit elkaar, de geloken oogjes, het aandoenlijke spitse snuitje. Arme kleine. Misschien wel van pure schrik gestorven uit angst voor de maaier.

Met achterbuur zocht ik een plek voor de composthoop. Nu de vijg het niet had overleefd, was er achter de vlier nog plek. Dan hadden alle vier de tuinen de compost aansluitend op elkaar. De springbalsemienen zouden het aan het oog onttrekken. Goed plan. Want én ik hoefde niet meer te sjouwen met zakken groen én ik had volgend jaar goede grond, zonder te zeulen. Twee vliegen in een klap. Enthousiast bevrijde ik de hoek en stortte de kruiwagen er leeg. Wat een genot en helder denken.

De buren hadden bezoek, dus koos ik een plek in de avondzon en luidde de vondst van het maaien in met een glas sauvignon en een toostje met komkommersalade. Nooit meer amechtig hijgen is een zegen.

In de krant een interview van Nathalie Huigsloot met Hedy D’Ancona, die met superlatieven vanuit de visie van de goegemeente haar status aangeeft. Een, die ze heftg ontkent met haar 83 jaar. ‘Bejaard theezakje, eenzame zielepoot, een uitgerangeerde treurwilg en de televisie heet de troostdoos voor oude mensen. Ze ‘ervaart die aparte leeftijdgebonden aanpak eerder als een zachte uitsluiting. Met fluwelen handschoentjes worden we naar het randje geduwd, tot onze wankele pootjes het niet meer houden en we erover heen vallen’. Waarmee ze precies de vinger op de zere wonde legt. Niet het ouder worden schuurt, maar de wijze waarop de maatschappij tegen het ouder worden aankijkt.

Het interview is naar aanleiding van haar boek ‘Vrolijk verval’. Die komt op de lijst ‘Nog aan te schaffen boeken’. Iemand die zo helder en humoristisch het leven beziet, is in alle opzichten de moeite waard.

Uncategorized

Verandering van spijs doet eten

Het raam stond op een kier om de ochtendzang van de merel met de frisse nachtwind naar binnen te laten stromen. De lucht klaarde op van het nachtelijke duister naar grijstinten. Kleine vleermuizen vlogen in allerijl nog steeds van de spouw naar de boom en terug op zoek naar de lekkere hapjes. Er zit een mug in de kamer, ze zoemt een ‘nanananana’ rond mijn hoofd en blote arm en als ze landt, ben ik steevast te laat. Waar zijn de vleermuizen als ze het hardst nodig zijn.

Schoonzoonlief appt. ‘Sta over een half uurtje voor de deur, rij nu weg van de garage’. Met ogen op steeltjes tuur ik op de telefoon. Half acht. Toch in slaap gesukkeld. Als zoonlief weg gaat, komt schoonzoon binnen. Hij komt een tijdje hier werken tot de auto weer opgehaald kan worden bij de garage. Leuk om het ochtendritueel, slaperig hoofd, eerste koffie, ochtendjas aan, te delen met hem. Als kind aan huis pakt hij zijn koffie en een kop thee mee en gaat naar de werkkamer van zoonlief. Ik hoor het geroezemoes van stemmen gedurende zijn call. Alsof de oudste zoon weer thuis woont. Gezellig.

Ik laat me niet van de wijs brengen, schrijven, medicijnen, douchen, aankleden, bed verschonen en opruimen. De kattenbak verschoond, de vaat gedaan en beneden jaag ik de stofzuiger door het huis, terwijl ik ondertussen een boerenomelet bak. Na de gezamenlijke lunch blijkt de auto gemaakt te zijn en kan schoonzoon hem ophalen, ik was nog een vaatje en ga er dan vandoor. De tuin schreeuwt vast om water.

Er staan maar twee auto’s op de parkeerplaats, dus het hek gaat op slot conform de geldende regels. Af en toe piept de zon door het dikke wolkendek en daar wordt de toon van de hitte voor vandaag mee gezet. Alles tiert welig, zie ik vanaf een stoel in de schaduw en verheugd kijk ik naar de dikke sieruien, die zich van hun beste kant laten zien tegen een decor van Vingerhoedskruid. Tussen al dat schoons voelen de grassen zich wonderwel op hun gemak en het onbekommerd laten gaan van de dagkoekoeksbloem levert nu een drastische opmars op. Even indammen, deze vrije vogels. Grassen trekken is een simpel karwei, ze steken met kop en al boven de bloemen uit, dunne en dikke grashalmen. De dunne met die sierlijke vlinderlichte pluimen, de dikke met de paars/groene aren. Vastpakken, met de hand een omslag maken en trekken. Zo graas ik in de vochtige warmte bed voor bed af. Met tussendoor iedere keer een duik op de schaduwstoel.

Overal verschijnen bergjes gras. Ineens valt er licht binnen in de slaapstand van de grijze hersencellen. De kruiwagen, natuurlijk, dat ik daar niet eerder aan heb gedacht. Half achter de snelgroeiende springbalsemienen verscholen trek ik haar er omzichtig tussen uit. Lumineus, ik zet de kruiwagen naast het te trekken gedeelte, dan kunnen de grassen daarin drogen en is het makkelijker meenemen. Dankbaar zie ik al het verdwenen gewaande weer gevrijwaard van grassen te voorschijn komen.

Het laatste bed bewaar ik voor de volgende dag. Er moeten ook nog gieters gevuld worden. Onder het trekken door vond er al registratie plaats van de meest droge plekken. Gieters in de bakken, gieters onder de sieruien en bij het vingerhoedskruid, gieters bij de nieuwe aanwas en gieters in het geraniumbed. Daarna is het welletjes en kuier ik naar de kleine blauwe prins terug. Halverwege komt dochter met kleindochter me op de fiets tegemoet. Met verse aardbeien en van mijn kant verontschuldigingen, dat ik op weg naar huis was. ‘Dat was helemaal oké’, zei ze, ze was even bij het nieuwe tuincentrum gaan kijken en moest eigenlijk weer op huis aan. Nou vooruit. De zak op de fiets geladen en verder al kuierend bijkletsen. Aan het eind de verlangende vragende blik van de kleine: ‘Oma ook mee?” Schuldbewust beloof ik gauw langs te komen. Zwaaien tot ze het hek uit zijn.

De grote kralendoos, die al jaren op zolder staat te verstoffen, breng ik langs bij zuslief voor haar nichtje. Ze zitten aan de borrel en ik doe graag een wijntje mee. Zie de kleine pimpelmees die het durft wagen om, vlak langs mij heen, naar het nestkastje te vliegen. Na een genoeglijk uurtje is het tijd om op huis aan te gaan. De energie komt langzaam maar zeker op het oude niveau dankzij de inspiratiebronnen van de laatste dagen. Zie je wel, verandering van spijs doet eten.

.

Uncategorized

Wat zou dat prachtig zijn

Als je vier keer dezelfde voorstelling achter elkaar ziet en het verveelt niet, dan weet je dat het een topper is. Dat vonden de kinderen ook. Ademloos zaten ze in het pluche en volgden de snelle ontwikkelingen op de voet. Dat ze het verhaal goed begrepen hadden, bleek uit hun vraagstelling en de antwoorden op de vragen van de acteurs. Wat had ik graag even met zo’n groep mee willen lopen om een project aan te zwengelen. Ik zou als eerste die oude gereedschapskist van vroeger volledig gevuld op de tafel zetten en de kinderen vragen wat we daarmee konden doen. Natuurlijk zouden ze zeggen: Een dorp bouwen. De opdracht aan verschillende groepen zou dan zijn: Bouw een dorp met spullen uit de gereedschapskist.

Aan de slag. Uitvogelen hoe het dorp eruit zou moeten zien. Is er een dorpskern met een plein of is het een lintdorp. Plattegronden erbij om de dorpsstructuur te pakken te krijgen, waar komen de waterpartijen, zijn er kerken en zo ja, hoeveel. Alles zo abstract als mogelijk. Bij drama zou er een hoorspelles kunnen komen en bij muziek een les met de zingende zaag en alles wat muziek maakt. Nu was er sprake van een oude verlaten schuur waar het spookte. Wat zou nog meer een mooi decor voor een spannend avontuur kunnen zijn. Of gaan we door met Mevrouw de Vries, de oudste inwoonster van Guisbalg, weet ze nog meer spannende verhalen te vertellen. Met de groepsleerkracht van de laatste groep had ik een gesprek over de mogelijkheden, maar ze gaf aan dat ze het erg druk hadden op school en dat het haast niet mogelijk was om tijd vrij te maken voor die verwerking. Ik dacht wel, laat de kinderen op z’n minst er een verhaal over schrijven. Vannacht fluisterde Mevrouw de Vries me de meest wonderlijke verhalen in. Zo gaat fantasie met de verbeelding op de loop.

Met spijt in mijn hart, want het was nu al weer voorbij, nam ik afscheid van de jongens en bedankte ze voor de prettige samenwerking en de leuke gesprekken die we hadden gevoerd.

Buiten scheen de zon en zaten mensen na de vaccinatie een kwartier te wachten. Ik poetste het hars van de bomen van de voorruit die me op de heenweg het zicht aardig had belemmerd. Door een schone wereld en met een hoofd vol ideeën reed ik weer op huis aan.

Dit was nou precies wat zo gemist werd, vooral in de afgelopen tijd, toen alles aan schoonheid, buiten de natuur om, op slot zat. Het was geen wonder dat de impuls tot schilderen was ondergedoken en zich niet meer liet zien. ‘Eerst gevoed worden en daarna vlammen’ leken de zwijgende penselen te zeggen. De musea wachten op ons. Er moet volk langslopen en onder de indruk raken. Of ik naar het Stedelijk ga, valt te bezien. Daar is volgens de Volkskrant een tentoonstelling van de installaties en video”s van de Amerikaanse kunstenaar Bruce Nauman.

Ik ken een van zijn video’s. In een op de grond geplakt vierkant met een kleiner binnen vierkant loopt een man voetje voor voetje heupwiegend over de zijkanten. Het is een intrigerend gezicht. Ik weet nog, dat ik heb gewacht tot hij rond was. Het is waar wat de krant vermeldt: Hij kruipt onder je huid en laat je niet meer los. De draaimolen met dode dieren op de foto, doet me denken aan een van de installaties van Louise de Bourgeois, waaraan witte tere nachthemden bungelen en één zwarte. Subtieler dan deze beesten omdat de ragfijne stof sterk en insinuerend tot de verbeelding spreekt. Het kunstmuseum uit Den Haag heeft dit werk van Naumann uitgeleend aan het Stedelijk met de opdracht dat de dieren, anders dan de kunstenaar het bedoelde, niet meer over de grond mochten slepen. Ze sleten teveel. Maar zou dat niet juist de essentie van de installatie zijn geweest, lijven die op den duur uit elkaar dreigen te vallen, vellen die erbij hangen, de karkassen die te voorschijn komen. De verbeelding ten top net als bij Bourgeois. Vooral door de Neon tekst van de kunstenaar op de muur: ‘The true artist helps the world by revealing mystic truths’.

De vergankelijkheid als de mystieke waarheid van het leven. Wat zou dat prachtig zijn.

Uncategorized

De broodnodige vitaminen voor de ziel

Goedgemutst prikte de zon door de sluiers heen terwijl de kleine blauwe Prins snorrend over de A27 reed. De staccato stem in mijn wegwijzer stuurde me regelrecht naar een straat, achter de singel waar ik eigenlijk heen moest, en vol van adrenaline om wat een eerste voorstelling zou zijn, volgde ik slaafs. Middenin de woonwijk werd me de fout duidelijk. Het was nog vroeg, want ik had een uur voor tijd uitgetrokken.

Het was een vreemde gewaarwording. Op die plek had ik anderhalf jaar geleden een van de laatste tentoonstellingen gehad, onwetend van het feit, dat een lange theaterloze periode zou ingaan. Alles was nog precies hetzelfde. Het beeld ‘De Draaiende Vrouw’ van Kunstenares Maïté Duval was nieuw en stond imposant de aandacht te vangen te midden van een uitbundig bloeiend bed bloemen. De vrouw van de brasserie wees me de weg naar de vertrouwde theaterzaal.

Silas Neumann en Joeso Peters waren al druk bezig met de opbouw van hun vernuftigd decor. Het geraamte van iets, blikken gebutste platen, en veel apparatuur, een gereedschapskist en een oude houten tafel. Alles stond klaar voor het mysterieuze verteltheater, dat geïnspireerd was op het nummer ‘Whats the building in there’ van Tom Waits. Ik zorgde voor de banner van Kunst Centraal en gaf haar een mooie opvallende plek. Niet te missen.

Het duurde even eer iedereen z’n plekje gevonden had. Het was wennen, dat stilzitten, maar de twee verteller/acteurs hadden maar weinig nodig om met dit geheimzinnige decor en de snel opeenvolgende wisselingen van scènes de kinderen mee te nemen op een reis met de twee vrienden Jan en Erik. In het dorp Guisbalg, waar nooit iets gebeurt, ontpopte zich een spannend avontuur aan de hand van opdrachten en met veel fantasie, versterkt door geheimzinnige licht en geluidseffecten, een zingende zaag, een minivoorstelling van het dorp, toen Erik ’s nachts door zijn verrekijker vanuit zijn raam een licht zag branden in een onbewoonde oude schuur.

Heerlijk om te zien hoe de kinderen meegesleurd werden door de effecten en meeleefden of schrokken door de onverwachte gebeurtenissen. Druk napratend verliet de eerste groep de zaal. De tweede groep was een stuk rustiger en ademloos volgden ook zij dit inkijkje in het leven van de twee jongens. Op het hoogtepunt was er een spectaculaire act, waarvan de kinderen aan het eind uitleg kregen over hoe de effecten waren opgebouwd. De verbeeldingskracht met de gereedschappen uit de kist, die samen met twee borstels het dorp vormden, waren iets om op voort te borduren in de groep, evenals het hoorspel dat eruit zou kunnen ontstaan. Een inspirerende en geslaagde eerste dag, waarop we alle drie met tevredenheid konden terugblikken. Koffie en het gewenste water was van het huis, waar de ontvangst gastvrij was.

De laatste groep had de les voorafgaande aan de voorstelling doorgenomen en dat was duidelijk te merken. Die kinderen hadden er zin in, waren al op hun hoede voor wat hen te wachten stond en de juf was enthousiast en blij, omdat de kinderen inspiratie konden opdoen op een plek, waar ze al zo lang niet meer waren geweest. De rode pluchen stoelen voor een absolute theaterervaring.

Alles kon blijven staan voor vandaag, de tweede en laatste dag, die vroeger dan gisteren zou beginnen. Voeding voor iedereen, zowel de spelers, als de toeschouwers. De broodnodige vitaminen voor de ziel.

Uncategorized

Zien en beleven

De vaccinatie mag dan pijnlijk zijn geweest, maar daarna viel alles honderd procent mee. Misschien ook wel, omdat gisteren mijn wekelijkse bezoek aan de fysio gepland stond en voldoende afleiding opleverde. Lopen, balans en trap waren de oefeningen, waarbij de laatste het grootste tekort aan zuurstof leverde. Terwijl ik dat stond te doen op het grote rode kussen, opstappen, knie hoog en afstappen, stonden jonge fysiotherapeuten in opleiding achter mij iemand aan te moedigen die met twee benen vanuit niets op vijf van die kussens sprong. De tegenstelling uitvergroot. Als ik er met mijn rug naar toestond, leek het alsof het gejoel en het applaus mijn prestatie betrof. Ha ha, je moet een beetje inventief denken.

De legpress heeft een klein balletje dat een curve volgt, zodra het uit de curve valt, kleurt ze van groen naar rood, net als ik trouwens. Als ik eenmaal in het tempo zit, blijft ze keurig op haar plek, maar ga ik praten met mijn begeleider dan vliegt ze binnen de kortste keren uit de bocht. Gek balletje. Dochterlief kwam ook weer een half uurtje later met kleinzoon, die genadeloos aan de bak moest met zijn te revalideren knie. Ondertussen waren wij weer bijgepraat. Twee vliegen in een klap.

Vandaag mag ik eindelijk voor het eerst weer een theaterzaal binnen met hooguit 50 kinderen en hun begeleiders. Werktuig wordt opgevoerd voor de kinderen van groep 5 en 6. Morgen nog zo’n dag. Ben benieuwd hoe het zal zijn. De trailer is veelbelovend. Verteltheater met een muzikale inslag. Het blijven presentjes van de bovenste plank.

Vanmorgen heb ik met de paraplu boven mijn hoofd water aan de geraniums gegeven. Puber Kauw is nog net niet volwassen en de beide ouders zitten als een bok op de haverkist, als zij het idee hebben dat er gevaar dreigt. Iedere potentiele wandelaar wordt intimiderend gewaarschuwd en dat wordt steeds erger. Nog even en het gaat verder dan dreigen.

In de mail zat een bericht van het kunsttijdschrift See All This, met daarin een link naar een film van Claudy Jongstra waarin ze laat zien en uitlegt hoe haar monumentale, tactiele installaties van wol in zinderende kleuren tot stand komen. De blauwe weefsels heb ik als een zee gezien in de lakenhal in Leiden, evenals haar rood/witten die ophingen als vleselijke huiden.

In deze film over het tot stand komen van een kunstwerk neemt ze ons mee naar haar atelier, waar de verwerking van de wol van het Drents heideschaap plaats vindt. Het kleuren met natuurlijke kleurstoffen, het kaarden, de manier waarop ze de wol schikt als een schilder zijn palet, de invloeden van degene die aan het kaarden is en diens intuïtieve verbondenheid met het werk, net als de vrouw die aan het spinnen is. Alleen al de pigmenten, die zo ontstaan, zijn oogstrelend. Het kaarden met de hand wordt ook gebruikt om de verschillende tinten te mengen en met de gesponnen wol wordt later, als finishing touch, geborduurd. Van sommige informatie wordt ik blij. De kaardenbol laat ze zien en vertelt dat die vroeger daadwerkelijk gebruikt werd om te kaarden. Zo dicht bij de natuur te staan, opdat dergelijke oude gewoonten en gebruiken geroemd kunnen worden brengt een extra dimensie aan het werk, waardoor zo’n stekelige kaardenbol ineens respect oproept en verdient. Voor dit speciale nummer van het blad lanceren ze een aantal van haar Art rooms met kleuren, die behoren tot The Rainbow Series. In deze editie: De kleur Pink!

De zon klimt hoger, maar is nog omsluierd. Tijd om aan de slag te gaan en dan op pad om een nieuwe inspiratiebron ontmoeten. We gaan het zien en beleven.

Uncategorized

Het verlangen ten spijt

Heel vroeg uit de veren, omdat er een afspraak stond voor de tweede vaccinatie. De kleine blauwe was er net zo klaar voor als ik. Het idee om straks de kinderen weer te kunnen knuffelen is zo ongeveer het enige dat al maanden boven aan het lijstje staat. Het vege lijf liet zich moedwillig leiden. Net als vorige keer eerst langs de arts, vanwege de bloedverdunners en met het kleine groene papiertje met instructie voor de prikker, twee minuten afdrukken, naar de volgende halte. Daar weer identificatie, geboortedatum, leeftijd. Goedgekeurd, door naar de prikker. De vrouw was ontspannen, ik was de rust zelve, maar de prik stuitte op iets en de vloeistof voelde zwaar. De vrouw verbaasd, ik had toch niet hele dunne armen ‘ook niet dik hoor’ haastte ze zich te zeggen.

Heerlijke Mensen. Ze besloot toch maar zelf even af te drukken, wilde het eerst mij laten doen. In het hokje van het kwartier wachten daalde de rust neer en sloot de echoënde geluiden in de grote hal min of meer buiten. Hokjes waarmee alleen de knieën en voeten uitstaken bleven een koddig gezicht. Er waren nu meer einzelgängers dan de vorige keer. Met een gevoel van vrijheid, nu al, ging ik op huis aan.

Gisteren kwam dochterlief onverwachts langs op de tuin. Toevallig had ik een kleintje rosé meegenomen uit de super. Het was de dag van voorgenomen activiteiten waar geen syllabe van terecht kwam door allerlei onverwachte en heerlijke belletjes en ontmoetingen tussendoor. Voornemens zijn er om naast je neer te leggen. Mijn lijfspreuk ‘Go with the flow’ indachtig.

De achterbuuf was er ook en natuurlijk werd eerst al het wel en het wee besproken om daarna nog wat adviezen door te nemen over de tuin. Ze had weer voldoende nieuwe plantjes erin gezet, met de garantie, door de liefde die ze er aan had toegevoegd bij het zaaien, op een bloemenzee. Buuf heeft echte groene vingers. Ik kan vooral goed maaien en grassen trekken en daarna genieten.

Het was erg knus met dochter zo onverwachts, ze nam gelijk een zware zak met groenafval mee achterop de fiets, dat scheelde enorm. Met enkel een zak vol grassen, licht als een veertje aan de pink, wandelde ik een uurtje later weer naar huis.

Familie Kauw is onrustig. Ze scheren bij iedere voorbijganger over de hoofden heen en laten een fel en nijdasserig gekrakras horen. Straks moeten we nog de paraplu opsteken om ze af te weren. Een kleine koolmees ligt dood op de galerij, het is nog een jonkie. Hij zal tegen het raam gevlogen zijn.

Een paar blogs geleden had ik het nog over Snijders gehad, de schrijver van de zeer korte verhalen. Geïntrigeerd door zijn uiterlijk, de trouwe hondenogen onder de chaotisch borstelige wenkbrauwen, luisterde ik ademloos naar hem. Wat een erudiet verteller en een genadig schrijver was hij, constateerde ik. Het gesprek met de twee interviewers van brommer op zee, verliep wat moeizaam, maar dat lag niet aan hem, was mijn mening.

Deze week kwam het bericht dat hij overleden was en zoals altijd vervulden dergelijke berichten me met weemoed, omdat alle nieuwe verhalen nu in een urn zijn beland of mee het graf worden ingenomen. Stiekem hoop ik dat hij, voor de geest hem naar boven trekt, je bent katholiek opgevoed of niet, snel nog even langs iemand zal vliegen om het schrijfgen vernuftig in een argeloos brein op de harde schijf te plaatsen. Al vrees ik dat de wens de moeder van mijn gedachte is. Per slot van rekening is er ook geen A.M.G Schmidt opgestaan. Het verlangen ten spijt.

Uncategorized

De kracht van het boek

Dat was een dagje grassen trekken. Niet allemaal. De dikke met de paarsige pluimen, die zo goed in het kleurenpalet van de tuin passen, mogen in een groep hier en daar blijven, maar de rest gaat eruit, anders is de tuin in augustus een weiland en dat was de bedoeling niet.

Het was een kabbelende dag, een uitrustdag, ondanks de lichamelijke inspanning. Grassen trekken is geestelijk een vlucht nemen en daarnaast oog houden voor het nieuwe. Het feit bijvoorbeeld dat achteraan de bosandoorn ineens bijna een meter hoog is geworden, waar ze elders in de tuin veel kleiner blijft. Dat de bergamot nagenoeg verdwenen is, dat een van de salies toch de strenge vorst en kou van de afgelopen maand heeft overleefd en bloemen draagt en dat de roos hoog de pruimenboom in schiet. Iets vloog de fluweelboom van de oude in en deed mijn adem stokken. Het was een jonge bonte specht. Standbeeldstilte van mijn kant, het fototoestel lag op het tafeltje aan de overkant, de iphone in de zak, maar ik wist dat elke beweging het prachtige dier zou doen opschrikken. Zodra ik mijn arm zacht naar achter bewoog, vloog hij op.

Steeds vaker zien we andere soorten dan gewoonlijk in de tuin en dat is dubbel genieten. De kauwen boven het bosschage in het Noorderpark waren in rep en roer omdat twee buizerds naarstig op zoek waren naar lekkere hapjes. Ze riepen elkaar en de familie kwam overal vandaan. Wie niet sterk is, kan beter met veel zijn. Dat herhaalde zich een paar keer en steeds was er veel kabaal mee gemoeid. Achterbuuf kwam de grasmaaier uit het schuurtje van de buren halen en haar rug was roodverbrand. Daar kon ze niet bij met de zonnebrand. Buuf achter haar en naast mij wilde wel een handje toesteken. ‘Waar werd oprechter trouw dan tussen de ene en de andere buurvrouw…’bedacht ik mijn variatie op een thema, toen ik ze zag smeren.

Toen mijn rug het welletjes vond, toog ik via het achterste pad naar huis. De dames schaap hadden hun winterjassen verruild voor een luchtig lentetuniekje. In hun ijverigheid om zoveel mogelijk mals gras naar binnen te werken reageerden ze niet op mij. Helemaal niet interessant als er zoveel mals groen op je bord ligt.

In de krant dit weekend in ‘De Omslag’ werd het boek ‘Middernacht bibliotheek’ besproken van Matt Haig. Een bibliotheek ergens tussen leven en dood met op de voorkant een ontwerp van Rafaela Romaya en op het schutblad een echte uitleenkaart met vlekkerige datumstempels. Het ziet er heel aantrekkelijk uit, voor de Nederlandse versie heeft Sander Patelski een sterretje op de i gezet. Het verhaal bracht me terug naar mijn jeugd. Van jongsaf aan, dat we met onze moeder meegingen naar de kleine bieb in de Elsstraat speelden we thuis bibliotheekje na, compleet met ingeplakte driehoeken aan de binnenkant waar de kaart ingeschoven kon worden. Het was, net als schooltje spelen met de poppen, een van de meest geliefde bezigheden. We kwamen dan om de beurt bij elkaar een boek lenen, kaartje uit de kaartenbak halen, zogenaamd de datum erop krabbelen, stempel erop zetten en in de driehoek steken. Wat leuk. Die herinnering was in een van de verste hoeken geschoven, maar staat nu helder op het netvlies.

Een van de boeiendste bibliotheken, waar ik over gelezen heb, was ‘Het Kerkhof der Vergeten Boeken’ in het centrum van het oude Barcelona. Carloz Ruiz Zafón begint zijn vierluik er mee in het boek ‘De Schaduw van de Wind’. Wat zou ik graag willen dat dat kerkhof echt had bestaan en te bezichtigen was. In de boekhandel Waanders in de oude Broerenkerk in Zwolle zou je je er inderdaad een beetje kunnen wanen, al is het daar te licht. Boekhandel Dominicanen in Maastricht roept eerder de juiste sfeer op. Natuurlijk deed de omlijsting van het spannende verhaal ook haar werk. De mysterieuze, in mijn fantasie Esscherachtige, trappen en de donkere gangen werden vanzelf beelden in mijn hoofd en het bracht momenten langs, waarop ik mijn eigen vergeten boeken bij elkaar sprokkelde. De rijkdom van het verhaal dat dat losmaakt, de schoonheid van een woord, de kracht van het boek.

Uncategorized

Dan is aarden een zegen

Dat je lang kan blijven hangen op een woord dat raakt. Als dichter Jit Narain zich soms terneergeslagen voelt, valt alles hem zwaar. Dan ‘schijnt de aarde hem een woestijn te zijn‘ en voelt de dichter zich ‘een denker of een leeggedacht mensenkind nu in niemandsland’. Dit in de wetenschap dat deze Hindoestaans-Surinaamse dichter de aarde liefheeft. Aarde is voor hem hét medium van leven evenzeer als het medium van plezier, schrijft Geertjan de Vugt in zijn recensie over deze dichter. ‘Aarde is geduldig’, geeft de dichter aan en de recensent vindt dat begrijpelijk, want aarde is ‘ook het medium van de dood‘. Lange tijd liep ik op blote voeten, niet om te provoceren, nou misschien een beetje, maar vooral om contact te hebben, waarachtig contact met de grond onder je voeten. In de stad kwamen er dan dunne fluwelen Chinese schoentjes aan te pas uit praktische overwegingen. Het waren de dagen dat hondenbelasting nog ‘nicht im Frage’ was en je wel degelijk rekening moest houden met het drek der mensheid. Een aards kind heb ik me altijd gevonden, veel meer aarde dan welk element ook.

Het blijkt over zijn tweetalige bloemlezing te gaan met de titel’ Een mensenkind in niemandsland’ in het Sarnami en de Nederlandse taal, waarin de verhouding van hem tot de aarde verklaard wordt. Vanuit de recensie klinken prachtige zinnen door van deze Aardse dichter.

In dezelfde krant schrijft Hanna Bervoets over haar dief, een cybercrimineel die manuscripten steelt en het op die van haar van het boekenweekgeschenk gemunt had. En geloof het of niet, ik moest denken aan mijn eigen onhandige schreden op de PC, lang geleden toen er iedere keer zomaar, ins blaue, of beter gezegd ‘Ins graue hinein’ stukjes verloren gingen, omdat ik niet goed wist, waar ik ze naar toe had gegoocheld. Al die functies van dat ding, waar zat het en vooral hoe werkte het. In die dagen leek mijn computer op de wasmachine, waar ik de sokken van de vijf altijd zorgvuldig in stopte als paar om er vervolgens weer enkelvoudig uit te komen. Een sokkenvreter, die wasmachine, dus betichtte ik de computer van hetzelfde euvel. Een stukjesvreter en een fotoslurper. Het duurde even eer ik een en ander doorzag. De dief, waarmee Hanna een hele mailwisseling startte, speelde zijn spel vernuftigd, maar het doel van die gestolen stukken bleven evenzeer in het luchtledige hangen.

Van de week had ik eenzelfde unheimnisch gevoel toen ik een waarschuwing kreeg dat er iemand probeerde in te loggen op mijn account vanuit Shanghai. Op zulke momenten is de bewustwording van de ongrijpbaarheid van dat onmetelijke ondoorgrondelijke cyberheelal groot en voel ik me nietiger dan ooit. Gelukkig is zoonlief altijd bij de hand om in ieder geval in een korte tijd de zaken weer op te schudden en af te wenden.

Vriendinlief plaatst op FB een stukje over een alternatieve theorie bij Autisme. Het heet ‘Intense World Theory’ en gaat uit van bepaalde netwerken die normaliter met elkaar verbonden zijn, maar bij mensen met een stoornis in het Autistisch spectrum autonoom in het geheugen ingesleten raken. Eilandjes in je hoofd, die er voor zorgen dat je alles dubbel zo intensief ervaart. Alles in de overtreffende trap: De waarneming, de aandacht, het geheugen en de emotionaliteit en de bijbehorende veelheid aan impulsen en indrukken. Het idee van de afzonderlijke eilandjes in het brein paste als een handschoen. Het maakt dat je begrijpt waarom er zoveel op iemand af kan komen, maar vooral ook hoeveel energie het zal kosten om het in goede banen te leiden. En goed voorbeeld van de veelheid aan gekmakende impulsen in het dagelijks bestaan ontdekte ik aan de hand van het boek ‘The Curious Incident of the Dog in the Night-time’ van Mark Haddon, dat in 2017 in een fysiek toneel werd neergezet door een theatergezelschap in een productie van Musicalworld in Theater Carré. Alleen de trailer vergroot het inlevingsvermogen al. Stel je voor dat de wereld iedere dag in flitsen aan je voorbij komt scheuren. Dan is aarden een zegen.

Vegetarische rondgang over de eilanden

Vlieland

Op papier Slauerhoff, die elk jaar een aantal maanden verbleef op Vlieland. Zijn gedichten zijn er ook te vinden. In de kom en op het bord: Cranberry/mosselsoep met geroosterd brood met geitenkaas en cranberry

Fruit een ui en de knoflook. Roer er een eetlepel mosterd en een theelepel cranberrysaus doorheen. En een eetlepel bloem om het te binden met een liter groentenbouillon. Breng op smaak met peper, zout, paprikapoeder en verse peterselie. Twee broodjes roosteren, beleggen met geitenkaas en smeer er die heerlijke cranberrysaus over. (Kopen op Vlieland of een Engelse variant is te verkrijgen in de supermarkt bij de jam)

Uncategorized

Keuze genoeg

Dat was een gezellig uitje gisteren. Zomaar, met zuslief een ‘zoveelste’ vakantiedag in onze schoot geworpen. Vol bewondering voor de schoonheidsspecialiste, die daarnaast nog talloze andere behandelingen mag uitvoeren. Geen idee dat er zoveel meer bij kwam kijken. Eigenlijk wel een verheffend idee om juist bij iets, waartoe je geen impuls voelt om het te ondergaan, toch te kijken. Dat vergroot het respect. Met verbazing observeerde ik de verschillende bereidingen. Er wordt heel wat afgebrouwen aan papjes, harsen, en een masker. Ook geplukt, gemasseerd, gekwast en met de vingers getrommeld. Het beeld van een merel die op een droge dag met haar pootjes roffeltjes geeft op de grond, schoot door mijn hoofd. Het blauw van de hars kleurde prachtig tegen de bleke gladde huid. Het leek me pijnlijk, maar zuslief lag in de diepste rust verzonken, totale ontspanning. Ze is het gewend, zover is duidelijk. De schoonheidsspecialiste bleek een aangetrouwde nicht van zus, dus de hele sfeer was al van ‘ons kent ons’. Koffie vooraf, eventueel lunch kon er ook nog bij, maar dat sloegen we af. Voor mijn kleine probleem had ze wel een oplossing in gedachten en ook nog wat tips. Bij elkaar hadden we twee uur stuk geslagen.

We gingen op weg naar een klein dorp in de buurt van Vinkeveen, waar zus het adres van een natuurhuis had opgeduikeld. Halverwege, in Bodegraven, eerst een lunch. Waldkornbolletje, die de vriendelijke serveerster met liefde door de helft wilde snijden. We kregen ieder een volmaakt opgemaakt bord met een half bolletje en zalm met kappertjes en sla. Zo attent van de crew. O, wat waren we achteraf blij dat we op zoek waren gegaan naar het vakantiehuis. De omgeving was erg vlak en daardoor zag je elke autoweg van kilometers afstand al liggen, de weggetjes waren smal maar ook heel druk en vooral met veel grote traktoren en vrachtwagens. Het dorp was ieniemienie klein met een laag lieflijk gehalte. Het was het gewoon niet. Wat een goed gesternte om van te voren te gaan kijken. Voor 1200 euro per week was deze hectiek wel zuur en duur betaald geweest.

Het was geen wonder, dat vakantiegevoel dat we dagelijks kunnen oproepen. Het is genieten zonder dwang en heilig moeten.

Gisteren keek ik een stukje Voice. De kinderen zongen de sterren van de hemel. Toch duurde het me te lang. Maar nog altijd nieuwsgierig wie er toch gewonnen had, keek ik Beau vanmorgen heel vroeg terug. Daar bleek dat het niet alleen bij zingen bleef. Ze waren erg wijs. Over zijn aangehaalde eerste lied ‘Hou van mij’ wist Souffian haarfijn te vertellen, dat je eerst van jezelf moest houden voor je van een ander kon houden. Als je dat weet op je dertiende dwingt het respect af. Wat ook uitzonderlijk was, was het ontbreken van de rivaliteit tussen de vier laatste deelnemers en hun persoonlijkheid die bij allen gekenmerkt werd door een grote mate van eigenheid. Verrassend en een verademing om eens anders naar hun wereld te kijken. Met de toegevoegde woorden van Souffian komt de essentie van de prachtige tekst van het lied boven drijven. De kleine Emma won en eigenlijk hadden ze alle vier gewonnen, was de algehele tendens.

Het is tuin-weer en toch ook weer niet. Ik ben benieuwd waar de buien uithangen. Nog steeds staat het potje mosterd voor de Vlielandse Cranberry-mosterdsoep in de auto. Vandaag ga ik haar maken, als dat vergeetachtige geheugen mee wil blijven werken tenminste. Vegetarisch op de eilanden is moeilijker dan je denken zou. Met het zoeken naar ‘’beroemde Vlielanders’ vind ik Liesbeth List en Slauerhoff onder andere. Keuze genoeg.