Uncategorized

Gratis en voor niks

De kousen van Rose zijn binnen, een mooie degelijke ruit, past perfect bij het grasgroen van de rest van de outfit. De dag nadert met rasse schreden. We hebben er zin in. Nu alleen de weergoden nog gunstig zien te stemmen met schietgebedjes en complimenten. Het enige wat niet soepel loopt in de voorbereiding is de pols. Halsstarrig blijft ze onwrikbaar vastzitten. morgen toch maar eens het feit onder de ogen van de huisarts brengen.

De fysio heeft er uitvoerig naar gekeken en beaamd wat ik ieder steeds vertel. Het is niet een normaal proces, wat hier doorlopen wordt. De medische wereld verschuilt zich achter de ongelovige Thomas en tijd. Je moet het de tijd gunnen. Zo’n helingsproces heeft tijd nodig, Geduld is een schone zaak, geef het de tijd. Maar ik ben het zat, de belemmering en nog steeds het getyp en gemiep met één hand. Alhoewel, gisteren tijdens de oefeningen, liep er een man met een onwillig lam been te zwoegen op een brug met gelijke leggers en twee fysio er omheen. ‘Ja, natuurlijk’, beaamde de mijne. ‘Je hebt altijd erger, maar daar gaat het niet om’. Simpel maar waar.

Gisteren weer een groot cadeau gekregen. Ik weet echter niet of ik het hier al delen kan. Wel dat de halve dag er mee gemoeid was. Later meer. O ja, bij de boekwinkel dacht ik dat ik mijn portemonnee op de tafel had laten liggen. Ineens bedacht ik me dat ik natuurlijk contactloos kon betalen. Nog nooit gedaan, wel lang geleden geïnstrueerd door zoonlief. De verkoper was volslagen digibeet, nou bijna dan, bekende hij. Die kon niet helpen. Met moed, beleid en trouw wist ik het tenslotte uit te vogelen. Weer de weg naar de toekomst verbreed. Zo werkt dat. Eenmaal moet de eerste keer zijn.

Tussen de onderwerpen door ontwaar ik in de boom voor het raam een vogelpaar. Niet hoe ze er uitzien, maar vooral hoe ze bewegen. Zijlings over de tak, zie ik duidelijk bij de rechter, terwijl ik verder alleen contouren zie, omdat ik tegen het licht in tuur. Ze blijven zich angstvallig schuilhouden

Er zijn dagen dat ik terugverlang naar de oneindige stilte van de eerste lockdown. De dagen trokken autoloos voorbij. In de vroege ochtend werd de dag in stilte omarmd. Dag en nacht geen verschil. Geluiden kwamen van de natuur, fladderende vleermuis, ruisende bomen, het gekras van de kauwtjes, een koeren van de duif met een echo er achteraan. Verder volmaakte rust. Als ik in deze tijd ‘s morgens nog lig te soezen, komt het verkeer om vijf uur op gang, zwelt aan en roept de wereld wakker met haar eeuwige achtergrondtonen. Altijd aanwezig.

Vanmorgen bij het gieteren van het balkon zag ik tot. Mijn grote verbazing, een bijna rijpe tomaat. Wat een verrassing, zo laat nog. Ik had haar niet meer verwacht. Geduld wordt, weliswaar niet rijkelijk, maar toch beloond.

Vandaag ga ik op jacht naar de pincetten en de hoed voor Rose, er moet ook bloed worden geprikt en de kleine filosoof kijkt halsreikend uit naar mijn komst. Uit school gaan we vast ergens een ijsje eten. Omdat het kan en het nog steeds aan het zomeren is. Een cadeau om te omarmen en in te lijsten. Gratis en voor niks.

Uncategorized

Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Vanmorgen las ik eerst een paar hoofdstukken uit ‘ Verdriet is het ding met veren’ van Max Porter en het ontroerde nog steeds, die voorstelling van Kraai als toonbeeld van rouw, verdriet en verwerken, als spiegel voor de ziel.

‘Moederloze kindertjes zijn helemaal kraai’, vond kraai. Vader, met rouw in hart en hoofd: ‘We zullen dit huis vullen met speelgoed en boeken en brullen als kinderen die niet zijn opgehaald uit de speelzaal’ en de jongens: ‘Ik lieg over hoe je bent gestorven’ fluisterde ik tegen mama. ‘Dat zou ik ook doen’ fluisterde ze terug. In dergelijke zinnen wordt het verdriet zo tastbaar, zo echt, dat je er bijna van zou gaan somberen. Daarna las ik het verhaal van De genezing van de krekel, over zijn somberheid en dat de veenmol hem een brief schrijft, waarin hij vraagt ‘of krekel zijn verjaardag komt opsomberen’ Van zo’n vondst van Toon van Tellegen, zo’n prachtig beeld, wordt mijn somberte in de kiem gesmoord. Bij krekel niet. Op een ochtend, toen de zon naar binnen scheen en de stofdeeltjes dansten door de ruimte, werd krekel wakker met een vreemd gevoel. Anders. Hij ontdekte dat de somberte uit zijn hoofd verdwenen was. Zomaar. Krekel was ‘zomaar’ beter geworden. Soms is ‘een gemoedstoestand de tijd gunnen’ een prachtig doekje voor het bloeden.

Twee dunne boekjes en twee keer zoveel stof tot denken, omdat er tussen de regels door andere boeken geschreven staan.

Dat ik de boeken las, kwam omdat ik de boekenkast indook op zoek naar een geschikt boek voor dochterlief. Een waar ze in kon verdwijnen. Ik vond ‘ Het Zoutpad’ voor haar van Raynor Winn en ‘ Gemma’ van Mohammed Benzakour. Een mens zou vaker de boekenkast moeten doorspitten. Dan staan er weer hele nieuwe gedachten op, die al een tijdje lagen te sluimeren. Van dochterlief had ik het boek van Bart Chabot ‘Mijn Vaders Hand’ weer terug. Mijn grote gevulde kasten als bibliotheek voor de kinderen, dat idee bevalt. Iets met doorgeven en de diepte in, gespreksstof en nieuwe ideeën.

Gisteren bij het oppassen was kleindochter even wakker geworden. Zachtjes de trap op en sussend bij het ledikant staan, het dekentje over haar heen getrokken, in visioenen van ooit, lang geleden, met ingehouden adem in het donker turen, de oren gespitst en wachten op de regelmaat. Adem in, adem uit. Ze mocht weer wakker worden toen grote broer thuis kwam.

Dochterlief had een krijtbord op de kop getikt, maar nog geen krijtjes. Dat was toevallig. Ik had die ochtend eindelijk de buitenkrijt borden besteld, maar daar kon alleen met een marker opgeschreven worden. De doos krijtjes die ik een tijd geleden voor een euro had gevonden lagen dus nu werkeloos in de achterbak van de auto. Nee, toeval bestaat niet, maar dat wisten we allang.

De kleine filosoof krijtte een knappe schrijf-k- op het bord. Kleintjes worden groot. Toen ik weg ging zaten ze beiden zoetjes naast elkaar te krijtten.

Bij de kringloop zocht ik naar een English Garden Hatter, maar zag niets van mijn gading. Wel viel me op hoe druk het er was. Snel verder, het winkelcentrum in en bij de winkel van de lage prijzen tien loeps gevonden, later goed voor de kleinkinderen. Het vinden van de pincetten bleek een grotere klus. Vandaag een nieuwe dag. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Uncategorized

De tijd vliegt

Dit is de week die in het teken staat van de viervleugelige snuifmotkever, waar Rosé, Lily and Margret naar op zoek moeten aan het eind van de week in de verborgen tuinen. Dat betekende voor mij, dat ik als eerste de metamorfose moest kunnen maken van mijn bescheiden persoon naar de wat eigenzinnige, betweterige, zogenaamd wetenschappelijk onderlegde, Rose. Het werd tijd om haar outfit bij elkaar te scharrelen. Er was maar één super gesorteerde kringloop in kleding op zegge en schrijven 3 km afstand. Die hadden zoveel, zo goed uitgezocht op kleur en zelfs een hoek nostalgie. Het moest gek lopen zou Rose daar niet uit de verf komen.

Het was warm in het altijd te krappe pashokje. Langzaam maar zeker parelde het zweet in druppeltjes op het verhitte voorhoofd. rok aan, ruitjesjas zoeken, ruitjesjas houden, andere rok zoeken, transformatie meer hippie dan old english lady, andere bloes erbij en zo husselde ik heel wat setjes bij elkaar totdat ik achter me een welbekende stem hoorde. Het was mijn lieve medekompaan, Margret, eveneens lid van ‘The Royal Garden’. Ze was ook naarstig op zoek naar een stevig Engels setje.

Tipje van de sluier

Als een mens kan sparren klopt dat lucht in een ideeën-brein. Al gauw zat Margret in hetzelfde concept als ik en kwam er een leger aan typetjes voorbij. De vrouw van de kledingafdeling keurde dapper mee en Rose mocht van haar zelfs de paspop leeg kapen. Tegen sluitingstijd waren we rond. De accessoires waren voor later in de week.

Met een snelle groet en ‘tot zo’ namen we afscheid. Die avond hadden We samen met vriendinlief een etentje gepland staan, onder andere om mijn verjaardag te vieren en om de tuinenmiddag te bespreken en de puntjes op de -i- te zetten. Wat een zalig avondje werd het. Niet in de laatste plaats om het heerlijke eten, Surinaamse en Indiase gerechten om het bord bij op te eten, zo lekker, maar ook het afwisselen van schoolontwikkelingen met hilarische lady’s-eigenaardigheden en een zo goed als uitgewerkt plot, waar omheen naar hartelust geïmproviseerd kon worden. Zo werkt dat.

Tussendoor waren er alarmerende appjes geweest van oudste kleinzoon in het ziekenhuis, scheurtje in de elleboog en wat net zo erg was, hij was in aanraking gekomen met een hard remmende auto, die hij niet had gezien. Soms zijn leerpunten wel hele harde leermeesters.

Gelukkig zaten ze inmiddels weer thuis op de bank naar een wel heel bijzondere uitzending te kijken van ‘Kopen zonder kijken’ op Videoland. Voor ons heel bijzonder dan. Eindelijk kan ik het kwijt bij jullie. In mei mocht ik er nog niets over vertellen. Volgende week maandag zijn zoonlief en zijn leuke gezin aan de beurt. Dan mogen ze hun ‘blind’ gekochte huis ontdekken. Wie niet zo lang kan wachten, kan al deze week terecht op Videoland. Superspannend voor jullie en een verlossing voor ons, want dan kan ik eindelijk los en mogen er foto’s gedeeld worden.

Vannacht het vierde boek uitgelezen en zo genoten van dat spannende avontuur. Over helden gesproken. Hup en verder in boek vijf. De inleiding is al geschreven, van de week volgt de rest. Een paar dagen denkbeeldig potloodje knauwen. Zo slaan we de dagen wel stuk, met al die uit te broeden eieren.

Om de pijn in de pols ben ik gaan bellen; huisarts, gipskamer, poli chirurgie. Kennelijk is geduld in deze de schone zaak en dient in acht genomen te worden. Er moesten maar wat pijnstillers tegenaan. Ook goed. Niet kwezelen, daar weten we alles van. Vroeger was het niet anders. Even doorbijten maar. Ach, zolang je geen kans krijgt erbij stil te staan is het probleem er alleen in ruste. De tijd vliegt.

Uncategorized

Een dag uit duizenden

De eerste twee cakes aangesneden, ingepakt en in een feestelijk tenuetje op weg met de kleine blauwe. De bordjes voor de eventuele bezoekers stonden er nog niet. Het wees zich vanzelf. Langs de sloot, het hochie over en dan op de open plek middenin. Daar stond de tent. Er waren al musici aan het inspelen en er was volop bedrijvigheid van uitpakken van instrumenten, het opschudden van de outfit en hier en daar een musiciale toonladder van een saxofoon er tussendoor. Ik herkende ook het begin van de aanzet van een Italiaans stuk. Licht klassiek leek me het repertoire.

Ondertussen werd de tafel voor de koffie en cake neergezet en bogen de zij- en de achterbuuf zich over een tweede stevige partytent, die weldadige schaduw bracht in de uitbundige zonnewarmte. Glorieus weer voor een uitzonderlijke dag. Er ging een prachtig indiakleed over de tafel. Binnen een stief half uur stond er een zomerse perfecte entourage als omlijsting voor het optreden klaar.

De eerste bezoekers kwamen het complex binnen druppelen en zochten een plekje achter een kleine wilgenpartij, dat wat schaduw bracht over de te vergeven stoelen. Er konden ongeveer dertig mensen luisteren en er zouden drie concerten zijn. Een ooievaar kwam nieuwsgierig op de klanken af en cirkelde een tijdje boven deze ongewone bijeenkomst, verrast misschien. De dames schaap hadden zich teruggetrokken in de schaduw. Met een klein verkoelend briesje wiegden de wilgentakken met ons, organisatoren, mee op de klanken van de melodieuze uitvoering van dit blaasensemble.

De eerste twee cakes gingen na het concert schoon op. Ik haalde wat geld op met een speciaal busje en er waren folders met een Q-code voor de mensen die geen baar geld bij zich hadden. Het was een vredig tafereel daar middenin het veld. Normaliter organiseerden we de feesten vooraan, maar daar werd je al snel overstemd door het langs zoevende verkeer op de ring. Deze plek was vele malen beter voor een feestje.

Er volgde nog even een gesprek met achterbuuf en daarna ging ik, maar half mobiel door de pols, weer op huis aan. De appjes achteraf bleven jubelend, de hele dag lang.

Op naar de kinderen, die allen in het water van de plas verkoeling probeerden te vinden. Het was een mijl op zeven om een parkeerplek te vinden, want er waren meer stadsgenoten op het idee gekomen. Iets verder weg, goed voor de broodnodige beweging, was er nog een gaatje. Ze zaten midden op het strandje in de brandende zon met een hoed, twee kinderprapluutjes, ingesmeerd en wel te genieten. De kleine filosoof en de ondernemer bouwden een zandkasteel, die de weerspannige dribbel dan weer kapot probeerde te maken. Dat leverde hem van alle kanten reprimandes op. Maar hij zat niet goed in zijn velletje. Papa ging met hem aan de slag.

Kleindochter en de filosoof wilden wel zwemmen. Met vleugeltjes en bandje in de aanslag voor de kleine, poedelden ze er lustig op los. Het waterballet bleek voor de anderen aanlokkelijk genoeg. Zien zwemmen, doet zwemmen. Dribbel stak slechts twee tenen in het water en hield het voor gezien. Dochterlief ging voor de helft mee het koude water in en oudste en ik bleven aan de kant genieten van het grut, die zich als echte waterratjes kostelijk vermaakten.

Mijn feestelijke outfit paste niet helemaal in het sfeerbeeld, bovendien zorgde het op de grond zitten voor de nodige hilariteit met aangedane pols en knie en moest dochter takelen om me weer staande te krijgen. Ik liet de jeugd de jeugd en stapte door het zand, en tussen de zonaanbidders door, naar de blauwe. In de heerlijke koelte van de airco reed ik op huis aan. Een dag uit duizenden.

Uncategorized

Ruim voldoende voor het verhogen van de feestvreugde

Hoe was het ook alweer. ‘Een ezel stoot zich nooit twee keer aan dezelfde steen’. Ik kan het met het grootste gemak en wel meerdere keren zelfs. Een druk op de knop en roetsj, daar verdwenen alle volzinnen van het scherm. Nergens meer terug te vinden, want niet opgeslagen. In dit relaas nu om de alinea bijwerken. Het zal me toch niet weer overkomen.

Cake-dag vandaag. Gisteren gingen de laatste twee de oven in en toen was de lust tot bakken tot in mijn tenen vergaan. Twee kruidcake en drie appelcake waren voldoende. Voor de biologische medemens kwamen er nog een rol gemberkoeken en havermoutkoekjes bij, die de supermarkt in het schap had liggen. Het diende als compensatie voor al het zoet. Voor ieder wat wenselijks. Ik beloofde mijn commissiegroep het te komen brengen en een sessie bij te wonen, maar niet er de hele middag te blijven. Spelbreker was de pijn in de pols. ‘Het gaf niets’ verzekerde mijn medeorganisator mij, het was al heerlijk om me te kunnen zien. Tuinieren schept een stevige band. Altijd fijn om te horen.

De bel, voetstappen-en-stapjes op de galerij en een grote bos bloemen met daarachter dochterlief met man en kinderschaar. Eerst de boel redderen. Scherp bloemenmes voor dochter om de stelen mee te snijden, appelsap voor de jongens, autootjes onder de bank uit, de left-overs van de Schnitt en de proefcakes aan de man brengen, cappuccino voor schoonzoon, thee voor ons.

Zo zoetjes als Dribbel hier alleen kan spelen, zo onrustig werd het door de apenliefde van de broers voor elkaar en de stoeiende kluwen op de grond, verongelijkte gezichten, breed gegrijns, piepstemmetjes. Het behoorde allemaal bij het spel. Dus werd er op een goed moment gelucht en gingen de twee oudsten met de bal naar buiten. Daar kon de dubbele energie vrij om de bal heen stormen. Uitgeraasd werd het een stuk overzichtelijker. Dribbel had samen met oomlief boven Greetje ontdekt en wilde eerst zijn wild gevecht met die kleine menspop voortzetten, maar bij een waarschuwing dat dat niet leuk was voor Greetje, lukte het mij om met de hand in het poppenhoofd te gaan en haar om crackertjes te laten bedelen.

Die wist Dribbel te vinden en er ontspon zich een kostelijk schouwspel van spannend afwachten, weghappen, afwachten etcetera. Het leverde een geschater op met zijn hele ziel en zaligheid en het werkte zo aanstekelijk, dat we binnen de kortste keren allemaal zaten te schuddebuiken.

Greetje was in haar element. Eindelijk weer met kinderen aan de slag en in gedachten kwamen de kringen weer bovendrijven met Greet of Mo of Fien, die de kinderen uit de groep betoverden met hun levendige aanwezigheid. Bijna ieder was gebiologeerd en keek alleen maar naar de pratende en gesticulerende pop. Nu kon ik geen gebaren erbij maken, maar het weghappen en kauwen van de cracker, waarbij de kruimels in het rond vlogen, compenseerde dat ruim voldoende.

Toen ze weer vertrokken waren, ‘Dag dag, kleefkussen en knellende armen’, snoof de stofzuiger binnen een seconde de kruimravage weg. Ziezo. Na de boodschappen lag er in de brievenbus een lieve verjaardagskaart en een pakje dat ik de dag ervoor besteld had en dat eigenlijk pas dinsdag binnen zou zijn. Het was een kaartenhoekje voor de kleine filosoof om zijn nieuwe reeks Pokemonnen uit te kunnen stallen. Vandaag zal ik ze langs brengen als verrassing. Succes verzekerd.

Het is tijd om de cakes te gaan snijden. Om twaalf uur starten de voorbereidingen op het midden van het terrein. De tent staat al en op de toegestuurde foto hingen er gratis en voor niks al vrolijke ballonnen omheen. Nu het orkest nog en dan kan de boel los. Om het heel feestelijk te maken, had het weer een zomerzon in gedachten, ruim voldoende voor het verhogen van de feestvreugde.

Uncategorized

Tel je zegeningen

De dag begon al vroeg. De cakes vroegen dringend om een inhaalslag. Deeg kloppen was een fluitje van een cent nu de routine er weer was ingeslopen. Finishing touch waren de schijfjes appel diep in het deeg geduwd. De kleinere vorm viel beter te vullen. Voordat vriendinlief op bezoek zou komen om half elf stond de bakvorm in de voorverwarmde oven. Het kruidencake beslag stond ook al klaar. Nu was het slechts nog een kwestie van afbakken.

Achter een grote pot purper zonnehoed kwam vriendin lachend vandaan. Omhelzing. De laatste keer dat we elkaar zagen was op onze trip naar de tentoonstelling van Jospin in ‘s Hertogenbosch. Ze had een tas vol pokemonkaarten bij zich. Ik zag in gedachte drie hele blije jongensgezichten doorschemeren. De kaarten waren van haar lieve zoon geweest, die ooit als kleine pork bij mij de groep binnen wandelde en nu jaren boven de Pokemons uitgegroeid was. Huis bewonderd. Lekkere cakegeur opgesnoven en met een bakje thee en mijn ochtendkoffie de nieuwe balkonnetje uitgeprobeerd.

Daar werd het alras te warm en we zochten de koelte op van het grote stille huis. De diepte in. Onze gesprekken hadden altijd een licht filosofische ondertoon. Over de belangrijkheid der dingen, de toekomst van de kinderen, de meerwaarde van het je vrij en ongebonden voelen met mijn pensioen en haar prepensioen. Het feit dat je je niet meer mee liet trekken door de gekte van alledag, omdat de geest in een ander tempo bivakkeerde en we allang ontdekt hadden, hoe een en ander beter werkte als het op de eigen manier kon worden opgepakt. De veelheid ervan kon je ook veranderen door iets op te schuiven of te laten en van tijd tot tijd door een retraite in te lassen. Voor we het wisten waren we een kruidencake, een thee, en heel wat onderwerpen verder. Het schilderen en tekenen kwam aan bod, waarbij ze naadloos wist in te vullen dat het niet om de gelijkenis ging, maar om de emotie van het moment. Zo was het in de ogen van de kunstenaar. Zo verheffend om elkaar aan te kunnen raken in iets wat je het liefste doet buiten schrijven.

De cake was helaas geblakerd om dat het te losse knopje van de temperatuur was verschoven naar de tweehonderd graden. Het heeft wat voeten in de aarde eer een nieuwe oven zich voegt naar jouw wensen. Ik zal haar de volgende keer liefdevol toespreken. Ze was wel mooi gerezen en had een prachtige vorm. Afkrabben maar.

Oppassen bij spring-in-‘t-veld, nu ze lag te genieten van haar middagslaap en mama de kleine filosoof uit school moest halen. De helft van de pokemonkaarten lag al klaar. Thee om mee te beginnen en rust, tot de fiets met lading weer voor het raam verscheen. Helemaal gelukzalig werd de nieuwe stapel ontvangen. Wat een rijkdom, daar kon zijn kaartentrommel weer rijkelijk mee gevuld. Een grote glimlach bleef op het verheugde koppie.

Kleindochter kwam al slaperig en veilig tegen moeder aangekruld nog even wakker worden en daarna moest ik al weer op pad om op tijd klaar te zijn voor een aangeboden etentje door de zussen en de zwager.

Vroeger dan gewend zaten zuslief en ik al met een wijn en een rosé op het terras en bemerkten vooral de lange wachttijden, die door onderbezetting of mismanagement was ontstaan. Dat bleef zo tijdens de hele dis. De maaltijd was niet heel bijzonder, maar het samenzijn genoeglijk, met hier en daar een, ons welbekende, discussie over vrijwilligerswerk en de arbeidsethiek. Wat is wenselijk. Een helpende hand die er anders niet zou zijn of er een betaalde functie van maken. Altijd lastig als de betekenisgeving ook voor de vrijwilliger belangrijk is. We zitten eigenlijk op één lijn, maar steken het anders in.

De luxe van opgehaald worden was goed voor een extra glaasje wijn. Je bent maar een keer per jaar jarig. De mooie klaprozen uit de wereldwinkel is precies dat toefje kleur dat naast het purper en het paars, die mooie invulling geeft tussen het groen. De zussen zelf zorgen voor kleur aan het bestaan. Onbetaalbaar, dus tel je zegeningen.

Uncategorized

Moe maar voldaan

De tijd dringt en hijgt me in de nek. Het zijn mijn zelfopgelegde missies, die ongeduldig staan te trappelen om uitgevoerd te worden. Daar doorheen weeft zich de wetenschap van het ongewisse. Wanneer betaamt het de nieuwe wereldburger om ons te komen verblijden. Het zijn zo van die dingen. Een stap tegelijk en voort. Eerst wacht me een fijne lunch met mijn liefste vriendinnetje.

Het is een uitgelezen plek aan de zoom van een nabij gelegen dorp, waar de weilanden zich uitstrekken en het vernuftige gebouw het geluid van de omringende snelwegen weg laat vallen. In die zomerse rust heeft de koolmees haar territorium gevonden en zich bestaansrecht toegeëigend door zelfs tot op de tafel te hippen en wat kruimels mee te pikken. Grote dikke rietsigaren aan de rand van de sloot vormen de coulissen voor de vredig grazende wilde paarden aan de overkant.

Om half twaalf dringt er nog wat ochtendkilte door, maar mijn grijze wollen lap houdt me warm, als vriendin het terras opstapt, stralend en fris als altijd. Wat een pracht van een cadeau om hier samen met jou te zijn, denk ik en dan overbruggen we de tijd met verhalen, een oneindig spoor van verdriet laten de tranen wellen en tegelijkertijd de berusting erin, dat daar niets meer aan te veranderen valt. Droevige fases afgewisseld met de kleine parels, die misschien weer wat opgepoetst moeten worden, maar onmiskenbaar aanwezig zijn, het wedervaren van de kinderen, de mooie paden die hen nog te wachten staan en onze taken om te zorgen dat het mogelijk is om er een toekomst in te zien. Tegelijkertijd de onmacht daarin en de kleine stappen, die langzaam maar zeker gezet zullen worden en uiteindelijk toch weten te komen, waar ze willen.

Dit vredige samenzijn is, net als de kleine koolmees, het bijna aanraakbare geluk. Als de dis komt, krijgen mijn onbeholpen handen, nu de linker niet werkt naar behoren, het niet voor elkaar om hapklare stukjes te snijden en als vriendin het overneemt en de boel kort snijdt komt het spreekwoord van lang geleden boven drijven. ‘Waar het ingaat, is het toch donker’. Zo’n heerlijk staaltje van Hollandse nuchterheid en tevens het besef, in de wetenschap dat het tijdelijk is, dat wij gezegend zijn, door alles nog te kunnen. Pluk de dag en leef in het nu. Zo’n gouden waarheid, die door het besef van kwetsbaarheid maar al te helder boven komt drijven. Twee uur lang dompelen we onder in die harmonie en we nemen afscheid in de wetenschap dat we elkaar over twee weken weerzien bij de workshop Cyanotype blauwdrukken.

Bij de fysio is de stagiair in eerste instantie alleen en hoort mijn relaas over de gezwollen pijnlijke pols aan. Lopen, de legpress, daar heeft het niet onder te lijden, maar als de fysio zelf komt, wil hij eerst naar de hand kijken en onderzoeken waar precies de zwelling en de pijn zich bevinden. Aan de linkerkant zit een geniepig punt. De stagiair breekt ondertussen het hoofd over de vraag wat er het meest voorkomt bij zo’n radiale breuk. Hij somt alle mogelijkheden op, zodat ik een piezeltje medelijden begin te krijgen, maar hij gaf aan dat hij het zelf toch, kost wat kost, wilde achterhalen. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. ‘Wie weet’ , bedenk ik me, ‘moet het zo zijn en krijgt hij bij het examen over een paar weken wel als onderwerp ‘De Hand”. Ik fiets nog een tien minuten en met het advies kalmpjes aan te doen, ga ik even langs het tuincentrum om wat fleurigs voor het vernieuwde balkon te kopen, Met lavendel, herfstaster, thijm, en een grote pol bloeiende scabiosa kom ik thuis, waar twee tassen vol precies zorgen voor de nodige fleur in het zomerse groen.

Met alvast weer een kruidencake in de kleinere vorm, sluit ik de dag af. Moe maar voldaan.

Uncategorized

Wat in het vat zit, verzuurt niet

Dag der verrassingen. Zoonlief kwam, achter een vuurrode achmea in fluwelen pot verscholen, als eerste over de vloer, op weg naar zijn werk. Zo fijn om alle aandacht voor elkaar te hebben. Op dat soort momenten kun je de diepte in. Bespreken van elkaars gedachten, soms wat beren op de weg ruimen, vooruitzichten doornemen, verlangens uitspreken. Alles bij een smakelijke slagroom schnitt en een geurige cappucino. Een mens kan het slechter treffen.

Daarna was het tijd voor een grondige schoonmaak, behoedzaam doch rigoureus. De gelegenheid bij uitstek om alle hartverwarmende berichten te overdenken, die via alle mediakanalen binnenstroomden. Wie zich roert, zal oogsten. Schoondochter kwam voor een half uurtje met kleindochter na het zwemmen, dus ik had nog alle tijd. eerst maar even het balkon opschonen. Ik probeerde nog wat verder te gaan met het vlechten van de stoelen, die leeg en moedeloos hun vergankelijkheid toonden. De pols vond het geen goed idee en met de pijnscheut die het opleverde, ik ook niet. Sommige dingen kunnen wachten, als ze al die tijd al buiten gebruik waren. Soesjes en cake met ogen, die toch overduidelijk groter waren dan de maag. Of ik ook kon schminken, was de prangende vraag bij het zien van alle tubes olieverf. Bij zo’n aanwaaioma valt veel te zien en die tubes waren ongetwijfeld voor meer te gebruiken, moest ze gedacht hebben, nadat ze uitgebreid de portretten op het doek had bekeken. Mams beloofde de volgende keer schmink mee te nemen, alleen de enige echte in verband met het gevoelige huidje. Na uitgepeuzeld te zijn, moesten ze versnellen om het tijdstip te halen waarop ze de sleutel zouden inleveren. Wennen, dat rennen van afspraak naar afspraak. Wat kon het heerlijk rustgevend zijn tijdens het gedwongen thuiszitten

Zoonlief, de andere helft van de tweeling, appte dat hij rond zeven uur hier zou zijn. Hij kwam rechtstreeks van het werk dus hij had vast nog niet gegeten. Een lekker noedelsoepje dan maar, waar ik met hulp van de voorzienigheid gisteren de ingrediënten voor had aangeschaft. Ondertussen was er weer een cake klaar en al veel beter dan die van gisteren. Appje van vriendin met een lunchafspraak voor de volgende dag, straks dus, en van de zussen met een diner als verjaarscadeau voor morgen. Driedubbel feest. Er volgde nog een telefoontje van vriendin met de liefste wensen, toen er op het raam geklopt werd.

Ik liep naar de gang en daar zaten zoon-en-dochterlief op een nieuwe balkonset. Het was zo’n heerlijke verrassing, dat ik het uitjubelde. Een van mijn grote wensen in vervulling. Nu was het probleem van de gietijzeren frames en het te vlechten zitje ook weg. Dat was overbodig en het kon naar de kringloop waar misschien andere handigerds er mee uit de voeten zouden kunnen.

Maar dat was nog niet alles. Boven op mijn schrijfplek stond een reuze-apple, speciaal voor mij gereviseerd door de jongste zoon. Wat een enorm scherm. Geen getuur en gemiep meer, maar luxe in kaart gebracht wat er geschreven moest worden.

Hoe vertaal je dankbaarheid. Knuffies in het echt en virtuele knuffies voor de achterblijvers. Binnenkort zullen we het eens spontaan overdoen met een feestje van oma voor de kleinkinderen, iets met pannenkoekenvreugde. Wat in het vat zit, verzuurt niet.

Uncategorized

Er tegenaan

Zoals altijd te vroeg aan het loket. Tien voor twee terwijl ik er pas tien over twee zou moeten zijn. En weer wist de man achter het loket feilloos mijn naam nog voor hij in zijn computer bij de afspraken had gekeken. Een attentie die aangenaam voelde. Geen nummer maar een persoon. De gang in het ziekenhuis, waar ik zat te wachten op mijn beurt, werd iets verderop bezet gehouden door twee scootmobielen. Grijze duiven probeerden te laveren en ook al verzetten ze geen stap, toch leverde dat een vermoeid kreunen op. Luid probeerden ze zich verstaanbaar te maken. De stoel waarop ik zat, was net iets te hoog, dus kon ik bengelen. Heerlijke bezigheid, die dat verwachtingsvolle van ooit, lang geleden, opriep. Het kind in mij. Rondjes, straaltjes, achtjes of een ritmisch heen en weer, alles was mogelijk en het sleet de tijd.

Er kwam een jongetje aan het loket met vuurrood gips tot over zijn elleboog. Zijn moeder verifieerde de afspraak bij de man achter het loket. Ze konden plaats nemen na de bevestiging en speurden zoekend naar een lege stoel. Op de gang was de keuze tussen mij en de scootmobielers, dus gingen ze net om het hoekje zitten in de wachtruimte van de orthopedie. Zijn moeder maakte grapjes, waar het jongetje ongemakkelijk van werd. Steels keek hij terloops naar mij en mijn blauwarmpje.

Op een bord verderop stond trial. Dat moest ik opzoeken. Er werden kennelijk groepen mensen met eenzelfde aandoening behandeld. Vlak voor ik naar binnen mocht, kwam er een grote groep op af gestapt, met allen een vorm van overgewicht. Vrolijk vulden ze de wachtkamer verderop met luide lachsalvo’s dwars door het geluid van een zingende zaag heen dat uit de gipskamer kwam, waar de vrouw met scootmobiels in verdwenen was. Ook het jongetje zat binnen.

Een laatste memorabele blik.

Na een stief half uur was ik aan de beurt. Of ik bekend was met de zaag. Dat niet direct. Na een korte uitleg werd ze in het blauw gezet en vakkundig maar behoedzaam werd het gips doorkliefd.

Wat een wonderlijk nieuw armpje kwam eronder vandaan, in de kreukels en bruin geschilferd. Vier weken handoefeningen mee en de boodschap kalmpjes aan te doen, want het was toch een echt revalidatieproces. Stijve spieren soepel maken.

De kleine blauwe nam afscheid van de parkeergarage met piepende banden, de enige plek waar hij ze mocht laten horen. De boodschappen waren feestelijk te noemen. Toch maar een schnitt en wat soezen, sap en wijn, een stokje en pesto. De zware tas angstvallig met de andere arm hoog gesjouwd. Met dat andere vreemde uitsteeksel durfde ik nog niets.

De kruidkoek, kant en klaar meel, alleen water toevoegen, was binnen een uurtje bereid en klaar voor een feest, maar de ochtend ving aan met een kinderboek en al twee waarschijnlijke afzeggingen van mijn schatjes. Ach ja. De drukte van alle dag. Werk, school, kinderen, clubjes het kwam allemaal opstomen. Wat moet een mens met een doordeweekse woensdag. Nichtlief had ik al gefeliciteerd met onze verjaardag, net zoals onze vaders deden op de ochtend van onze geboorte, terwijl ze elkaar tegemoet fietsten om het heuglijke nieuws te brengen. Tweelingnichten, hoe bijzonder is dat.

Het jeugdboek heeft een Potteriaanse stijl, magische namen en wereldvreemde gebeurtenissen in winterse sferen, met veel druipende, slijmerige voetstappen en ondoordringbare mistige witte wieven. Er komt ook een veelvoud aan nieuwe begrippen om de hoek kijken en overal is daar de zee, diep, donker en mysterieus. Om in weg te duiken, zo’n boek.

Ondertussen schilfer ik uit elkaar. Dacht ik vandaag weer ouderwets met twee handen los te gaan op de IPad, dan was dat een miscalculatie. Ik krijg de hand met daaraan die pols niet eens in de goeie stand gedraaid. Oefening baart kunst. Er tegenaan.