Uncategorized

Letterlijk en figuurlijk

Het was een lauwwarme wind, die langs mijn armen streek, gisterenmiddag. Het zag er wat dreigend uit, maarik besloot toch een flink eind de dag in te fietsen en koos voor de wijde polders rond IJsselstein. Jammer dat er nog steeds auto’s mogen komen op de kleine landweggetjes. Hoe heerlijk zou het zijn als je vrijuit kon zwieren.

Het fototoestel zat in de tas, maar ik besloot het te daar te laten en de foto’s voornamelijk in mijn hoofd te maken. Het rook naar lente, koemest en weelderig fluitekruid. Veel paartjes op de fiets, hier en daar een enkele alleenfietser net als ik. Dode kraaien bungelden aan stokken en een touw boven een akker van een boer en ik vond het er luguber uitzien. Het groen van de velden was licht en donzig. In werkelijkheid had het grasland moeite met de droogte en zwoegde voort terwijl ze langzaam vergeelden, straks mischien verdorden, maar vooralsnog zag het er uit als een glooiend mosbed, klaar om te rusten.

IMG_1597 (1) glooiend mos

Zoveel tinten groen in deze tijd van het jaar. Er staan ook gele bomen tussen de groenen. Ik vermoed gele acacia’s, maar ook nu stap ik niet af voor een nader onderzoek. De lucht trekt steeds meer dicht en het ziet er wat dreigend uit. De eerste kleine druppels vallen, maar zo weinig dat er met gemak doorheen te fietsen valt, letterlijk en natuurlijk. De gedachten springen op en neer, van de nijlganzen op het veld, naar de boerenzwaluwen die spelletjes spelen met de wind, de hardwerkende boeren op hun erf, de schapen in de wei, dartele lammetjes aan hun zij. Hier en daar, maar minder dan gedacht, een koppel zwanen en een reiger, roerloos aan de kant van de sloot. Ik trap met gemak 22 kilometer stuk, maar ben toch verijsd en bij thuiskomst zie ik dat mijn handen en neus een waas van paars hebben. Volgende keer mijn jas of lappie mee en een poncho.

Onder het fietsen  speuren de ogen ook naar roofvogels, maar ik kom er geeneen tegen. Gedachten springen dwalend van de hak op de tak met gebeurtenissen die in het vat zitten voor de komende week, de tuin, de ‘onmerkbare’ crisis omdat mensen steeds argelozer worden. In het centrum van het stadje waar ik doorheen fiets is het druk, drommen mensen, of lijkt dat zo, omdat ik vluchtig kijk en snel verder fiets, de stilte in.

Ik peins over ouder worden en tanen, hoe wij aankijken tegen de dood en ouder worden. Hoe anders dat kan zijn in andere culturen. In de krant stond gistermorgen de Stekel van Inaki Onorbe Genovesi, waarin een vergelijk stond tussen het Westen, de anderhalve-meter samenleving  en de vrees van ouderen om weggezet te worden als dor hout en de jeugd van de Navajo-indianen die hun ouderen eren en het verlies van hen niet alleen zien als het beroofd worden van een persoon, maar ook van eeuwen aan kennis, cultuur en verleden.

007 Boeken 1980.

De tegenstelling is groot en iets om over na te denken. Het is een stuk cultureel erfgoed, dat aan het verdwijnen is. Iedere generatie neemt kennis en gebruiken mee de vergetelheid in. Zelfs mijn geliefde boeken, die dat verleden koesteren en omarmen en waarvan ik dacht dat ze altijd zouden blijven, zijn een vaag begrip geworden of zelfs blanco gebleken. Enkele ‘evergreens’ uitgezonderd en zelfs die zijn niet altijd bestand tegen de tand des tijds.  De slotconclusie van Inaki is: ‘Liever indianenverhalen dus dan vrijblijvende ideeën’.

IMG_0086

Verhalen, ja graag. Zoveel als mogelijk. Koester wat nu is en vraag en praat en luister naar wat heden en verleden samen smeden kan en samensmeden kan, letterlijk en figuurlijk.

 

 

Uncategorized

Niet alles hoeft bewaarheid te worden

Het is even wennen  na al die weken van contemplatie. Heerlijke stilte is iets wat veel genoegdoening kan schenken. Gisteren was ik naar de tuin gegaan, twee zussen zouden gaan wandelen in de omgeving en daarna even aanwippen op anderhalve meter. Ik dacht prosecco voor de een en fris voor de ander, toost en brie uit de koelkast en klaar. Ik wilde wat schilderen, had net alles klaar, toen jongste zus met ex ineens om de hoek van het struweel kwam piepen. Op de fietsen en met veel lekkere dingen van de Turkse winkel.

HYEI2358

Ik had al wijselijk de stoelen voor het verwachte bezoek later op de dag onder de appelboom gezet. Buuf kwam langs en zag ons zitten. Idyllisch vond ze. Ik proefde het woord en dacht, dat is wat het is. Het was voor de een een overbrugging van jaren, die hij in Indonesië had doorgebracht. Als zwager broer wordt en weer verdwijnt uit je leven is dat een wonderlijke gewaarwording. Iemand schreef laatst op twitter: ‘Veel te vroeg in ons leven wordt het kaal en het wordt steeds kaler’. Dat hoeft dus niet alleen door dood, maar ook door wat mee oploopt en alleen weer verder gaat.  Naarmate de jaren verstrijken worden de lege plekken nog veelvuldiger. Er vallen gaten in het stramien, dat leven heet.

En zelfs dan weet Tijd bij het verstrijken der jaren ten leste een milde bout te hanteren. Is het de veelheid aan lege plekken waardoor je in staat bent om er mee om te blijven gaan of is het omdat je geleerd hebt hoe je gemis kan inbedden in het bestaan als de rauwe pijn verdwenen is. Vriendin hoorde van een lieve vriendin, die was gaan hemelen en op datzelfde moment vloeide uit haar pen een nieuw wezentje, dat zo heel erg paste bij haar werk, maar ook bij het werk van de vriendin die er niet meer was. Toeval is zo dikwijls geen toeval.  Dergelijke verhalen zijn verzachtend bij het aanvaarden. Ze nemen niet de lege plek weg, maar geven er een invulling aan. Misschien is dat de kern van het verhaal. Mijn doden reizen altijd mee, terwijl de omgeving leger wordt. Niet kaler, geloof ik. De meerwaarde van het ontastbare is voedend, ‘genoeg’ wilde ik daarachter schrijven. Dat klopt niet, want de leegte blijft.

IMG_0070

Daar zaten we nu en wandelden door tijd en gemis, in vertrouwelijkheid op afstand. Nooit gedacht dat ik het zo tegenstrijdig zou moeten schrijven. Het bestaat echt. Vlak nadat ze wegfietsten, stonden de andere twee vertrouwde koppies aan de overkant van de sloot. Ik verschoof de stoelen met de schaduw mee en met al dat lekkers sloegen we twee uren stuk. Ze hadden een fotoboek meegenomen, die schoonzus ongevraagd en met liefde had samengesteld uit foto’s van FaceBook. Het leven van de vier, soms vijf als broer meedeed. Vakanties door de jaren heen, een tijdsbeeld. Lachende gezichten waarbij wij een ander zicht hadden dan de kijker. Zus die, rennend vanaf het fototoestel op de grond, naar haar plek moest zien te komen vlak voor de zelfontspanner afklikt. De locaties vullen we aan met geuren en kleuren van de desbetreffende week of dag. Weet je nog? Zoete nostalgie.

Thuis bedacht ik dat de bijbehorende herinneringen van een foto, de diepgang, de betekenis, verdwijnen en een foto dan weer platte foto wordt. De sepiaplaatjes van vroeger zijn nog deels herkenbaar, omdat het vertrouwde gezicht gezocht wordt, maar de onbekenden die meedoen in het geheel worden ‘plaatjes’ met hooguit de kenmerken van een tijdsbeeld om je om te verwonderen. De lamp met de franje boven de keukentafel, het pastoe-meubilair, de schouw met de koperen salamander.

In het Magazine van de Volkskrant van afgelopen zaterdag stond de column van Thomas van Luyn, waarin hij schrijft over een fototoestel voor geuren, de hij de Osmograaf noemt naar het Griekse woord Osmè voor ruiken. Dat zou een aanvulling kunnen zijn, maar, voor hetzelfde geld, ook een aanfluiting. De muffe lucht van de lamp, de koolraaplucht in de kamer, de verschraalde rook van de gasten, ik bedoel maar. Niet alles hoeft bewaarheid te worden.

Uncategorized

Met of zonder witte strepen

De gierzwaluwen gieren dwars door de dikke vliegtuigstreep in de lucht. Vlak daarna komt er nog een vliegtuig de dikke streep langszij. Ze nemen de Hemelvaart letterlijk. Ik had stiekem gehoopt op nog een langere tijd zonder om de rust die het uitsstraalt, zo’n strakblauw hemelgewelf. Heel even heb ik overwogen te gaan dauwtrappen, met mijn moeder in gedachte, die vroeger niet anders deed op Hemelvaartsdag.  Om vijf uur op de fiets springen brengt je naar de mooiste plekjes. Zuslief, de fotograaf, trapt bijna iedere dag dauw. Het levert de mooiste foto’s op.

IMG_0054

Vooralsnog blijf ik in bed en trap af met een hoofdstuk uit het nieuwe boek van Ildefonso Falcones, een zeer kloeke Spaanse roman met de titel De Erfgenamen. Het speelt zich af in Barcelona rond 1400 en in die paar gelezen bladzijden hadden zich al drie onthoofdingen voltrokken. Zijn vorige boek Kathedraal van de Zee, was prachtig. Vol verwachting dus. Het begin is pakkend.

Gisteren ging ik de drie zakken met snoeiwilg naar de vaalt brengen. In de buurt van het recyclestation wezen borden de te volgen route. We zijn mak als schapen op de dam geworden, met het volgen van aanwijzingen. Ik kijk nergens meer van op. Het was maar goed dat ik gedwee deed, wat men verlangde, want aan het begin van de straat begon de rij al. Er waren meer mensen op het idee gekomen om een en ander op te ruimen. Het kostte precies een uur. De man die controleerde had geen boodschap aan afstand, zag ik bij de auto’s voor me. Ik hield het raampje op een kier toen zijn grijnzende hoofd zich uitvergrootte voor het glas.

Er was in de middag een afspraak met hartsvriendin en dus bedacht ik dat er tussendoor misschien tijd zou zijn voor een volgende stap in de ruimte: De kringloop in Eemnes. Even neuzen in de kleding. Niet passen, handschoenen aan en op de gok meenemen wat leuk was, had ik me voorgenomen. Het was er rustig, eenrichtingsverkeer en heerlijk opgeruimd. Overal gelwas. Ik viel voor een blauwe tuniek en een blauwe zomerjurk die straks goed van pas zou komen. De kassa stond achter het scherm en na een uurtje stond ik weer buiten met de buit en een tevreden gevoel over deze uitbreiding van de activiteiten. Onderdeel van het handelen met gezond verstand.

IMG_0045

Bij vriendin wilde de parkeermeter niet dadelijk de bewonerskorting invoeren. Weerbarstig bleef het hardnekkig, bij een keer aantikken, dubbel invoeren. Stom ding. We lieten hem voor wat het was.

Alleen al haar vertrouwde gezicht te zien was goed voor een warm gevoel. Stukje thuis. We hadden al zoveel jaren gedeeld en zoveel meegemaakt. Water en bubbels, daarbij honderd-en-een onderwerpen, een lach en een traan en de tijd viel stuk. We waren weer even daar en toen. Anderhalve meter is in gedachte te overbruggen, maar oh, een knuf had heerlijk geweest. Het was goed zo.

IMG_0053

Thuis direct de kleding in de was. Het water in de emmer hemelsblauw van de jurk. Toepasselijk voor vandaag. Blauw, blauw, hemelsblauw, zie het lied maar weer eens uit het hoofd te krijgen. Ik vertelde vriendin over het verhaal dat ik schrijf voor de kleinkinderen. Ik geniet zelf nog het meest van de types die ik verzin. Misschien is dat wel het allerleukste van fantaseren. Het creëren van je karakters en vooral als ze je direct helder voor de geest staan. Het is een van de redenen dat ik bij boek en film altijd eerst het boek wil lezen. Ik vorm mijn eigen karakters wel. Als de film daaraan refereert heeft de auteur ze goed neergezet. Gandalf heb ik ooit als achtienjarige getekend en dertig jaar later bleek de tekening identiek aan de Gandalf van de films van Peter Jackson. Zo werkt dat.

IMG_0052

De dag vloog voorbij, de planten op het balkon waren blij met mij en de gieter en de campanula stond vergenoegd blauw te wiegen bij die heerlijke natte voeten. Hemelvaart en ‘Vandaag kleurt blauw’ in variatie op een thema, met of zonder witte strepen.

 

Uncategorized

En straks weer anders zal zijn

Vertrouwd gezicht komt achter het struweel vandaan, eerst een wiel dan zij, dan de rest van de fiets. Alweer een paar weken geleden dat we elkaar gezien hebben achter glas. Zij op de galerij en ik in de keuken. Kletsen kunnen we als de beste, maar geen kletskoek. Het snijdt hout. We hebben zoveel vragen naar aanleiding van deze vervreemdende tijd. Wat is wijsheid. We zitten op meters van elkaar, drinken fris citroenwater en mangosap, eten druiven en noten. Ieder uit een eigen bakje of van een eigen tros. Knabbel en babbel.

IMG_3783

Het gesprek veert op en neer en wordt soms onderbroken door een triller van de winterkoning, die af en toe even luistert of het leven nog door kan. Er vliegen vier spreeuwen de tuin in. Ik ben van mijn sokken. Heb al jaren geen spreeuw meer gezien. Dan vliegt er ook nog een goudvink over en kan de dag niet meer stuk. Het kabbelt en golft en daar tussen in is er de rust en het evenwicht van de stille tuin, om te laven. Emoties kleuren elke gebeurtenis heftiger als het leven hunkert naar gezelschap, naar omarmen, naar verwarmen. We spitten de angst uit. Wat het doet, waar het voor behoedt, maar ook wat het tegenhoudt. Dochterlief zei: Ik zou je het liefste in een doosje willen doen. Maar in dat doosje is het geen leven, is het een porseleinen zelf, dat roerloos en passief ondergaat, of is er een middenweg.

We proberen gezond verstand en daar komen we een heel eind mee, alleen heeft niet iedereen dat paraat of voor handen. De breeduitlopers, de schommelaars, de terreinopeisers zijn overal. Het klein meisje op het pad bijvoorbeeld, die nieuwsgierig is waar ik naar kijk. Naar een kikker. Ze komt dichterbij. ‘Ik dacht naar een slang, ik zag net een slang, een zwarte’. Ze wijst de plek. ‘Dat kan heel goed’, antwoord ik haar ‘het is een ringslang. Hoe groot was ie’. Ze wijst met haar handen zo’n vijftig centimeter. ‘Een jonkie’, vertel ik haar. Ze komt weer vervaarlijk dichtbij. Ik waarschuw. ‘Wat heb je een mooi jasje aan,’. Trots laat ze haar glimmende rug zien. ‘En weet je waarom. Ik ben jarig’. Jarig kind, wat moet jij nou met deze wereld. ‘De ziekte is bijna weg’, zegt ze en als opa haar naam roept, draait ze om en vervolgt hortend en stotend over de hobbels haar eigen weg. Even voelt ze als Alice in haar zelf gecreeërde wonderland, met slang en kikker. Ze houdt van kikkers, zegt ze nog. Haar eigen prins.

IMG-0038

Achter mijn stoel langs schiet een muis, blijft zitten bij stoel nummer drie in de schaduw en kijkt. Ze is groter dan een veldmuis en ze heeft een langere staart. We denken woelmuis of later met de afbeelding in de hand zou het ook een bosmuis kunnen zijn. Op de een of andere manier lijkt het erop, dat de balans zich in die tuin van mij aan het herstellen is. Het leeft en sprankelt tussen groen en hout en het vervult me met genoegdoening en blijdschap.

IMG_3788

Dit deel van de wereld is tijdelijk gered, dankzij afwezigheid van vliegtuigen, door minder verkeer, minder stikstof. Zo gedijdt dat kleine leven en wordt tuin een oase. Stern beaamt het met een schelle kreet. Vriendinlief neemt afscheid. Maaiende armen links en rechts op anderhalve meter en kushanden.  Even daarvoor heeft ze al twee zakken met geknipte takken meegenomen en de derde bungelt nu naast haar fiets. Het scheelt zometeen een hele operatie. Nu hoef ik de zakken alleen nog maar de Kleine Blauwe Prins in te schuiven.

Gebogen over de fiets een brede grijns. Dat is wat vriendschap vermag. We kloppen licht en lucht door wat nu is en straks weer anders zal zijn.

 

 

Uncategorized

Ik golfde mee

Wat had ik graag nog even in beide dromen blijven hangen. Ze kwamen achter elkaar. In de laatste droom vertelde ik zelfs over de eerste droom en kennelijk heb ik ook ruim de tijd gehad om ze terug te dromen, anders hadden ze niet zo helder voor de geest gestaan. De eerste ging over de kringloop. Ooit, in het grijze verleden , werkte ik 22 jaar lang vrijwillig in een kringloop. Ik ‘deed’ eerst de boeken, later de kleding. Dat laatste leverde me mijn chronische aandoening op, maar dat wist ik destijds nog niet. Zorgeloos schudde ik meters stof en ‘stof’ uit de zakken.

scannen0676 Kringloop

De eerste droom bracht me terug naar de kringloop. Voor het eerst sinds lang. Buiten lagen een slordige hoeveelheid plastic spuiten op de grond, die ging ik ophalen, omdat anders de kinderen er mee aan de haal zouden gaan. Ik verwachtte toen nog op school te zijn. De spuiten waren verdwenen, maar de bestelbussen en kleine vrachtwagens die buiten stonden, werden uitgeladen en de grote hoeveelheden kleding in grote stalen hoge karren binnen gereden. Ik liep er achteraan en nam een kar mee. Ze wilden het gaan uitzoeken in de kamer van de directeur, maar dat vond ik echt onzin. Het spul moest naar boven waar officieel de ruimte was en waar ook de rekken met kleerhangers stonden. De kleding die uit de zakken kwam was van een perfecte kwaliteit. Jurken die prachtig waren, á la ‘La Bloemen’, maar draagbaarder. De een was goudkleurig met zwart, de ander zwart. Er kwamen ook schitterende jakjes uit van een aparte stof, dat op leer leek, maar het niet was. Alles moest ik passen van vriendin, die gaandeweg veranderde in een onbekende. Het zat als gegoten en stond geweldig ondanks de extra kilo’s. Eigenlijk veel beter, dan toen ik nog mijn magere zelf was.

scannen0678 Vooruit, nog een.

Ik wilde ze hebben en had al bedacht, dat ik er ongezien wel 100 euro voor over had, als ik maar weer wat extra mooie nieuwe kleding mocht hebben. 100 euro is voor een kringloop een aardig bedrag. De jurken waren in werkelijkheid natuurlijk veel meer waard.

Waar de eerste droom over ging in de tweede droom weet ik niet meer, maar de familie kwam op bezoek. Eerst een zus, daarna één voor één de broers. We belandden allemaal in de speelzaal van het schoolgebouw, waar ik in de eerste droom dacht te zijn. Daar was een mindfullness of yogasessie aan de gang. We werden op lange tafels gezet en kregen koffie. Er volgde een zangsessie annex musical-achtig iets, waar ik bij mee ging zingen in kleermakerszit op de grond. Het was heerlijk om te doen en ik vergat de familie een beetje. Later, toen het afgelopen was vroeg ik aan zuslief wat kleingeld en kreeg een paar fantastische daaldermuntstukken, groot en goudkleurig, als een verwaaid vierkant en nog een ééngulden munt in dezelfde vorm. Toen ik voor de koffie wilde betalen wimpelde de Yogalerares het af. Ze had innig zitten zoenen en had haar trui met een koord in de hals, boven haar hoofd dicht getrokken, zodat alleen haar ogen, neus en mond te zien waren. Nee joh, voor die koffie hoefde ik niet te betalen. Ze keek er intens lief bij, zacht en aaibaar.

interview aad

Wakker wilde ik niet worden en werd het toch. Bij het openen van de computer en FB zag ik een artikel, dat me was toegestuurd door een bekende, over mijn broer. Hij vertelde daarin over  het eerste ouderlijk huis in Utrecht aan de laan van Chartroise, waar ik nooit gewoond had. Zo stond de ochtend ineens in het teken van de familie. De dromen hadden hun eigen connectie met de realiteit gemaakt en ik golfde mee.

Uncategorized

Dat is heel wat waard

Zaterdag moest ik eerst even, na de binnenzit van vrijdag, kijken of de kalfjes van de Hooglanders al gegroeid waren. Ik kon de vele hondenbezitters ontwijken, maar hond wat minder, die wel op anderhalve meter afstand blaften,  of zich leeg schuddelden als ze uit het water van de plas kwamen. De spetters vlogen in het rond.

IMG_3569

Ik zag een ouder stel verdwijnen over de heuvel naar een mij onbekend traject. Later ook eens uitproberen. Alle Hooglanders bleven er onverstoorbaar lustig op los grazen. Zelfs de Stier wandelde op zijn dooie akkertje naar de dames toe, die het gras voor zijn voeten letterlijk wegmaaiden.

IMG_3601

Ik zag naast de onvoorwaardelijke moederliefde, diepe holen in de droge grond en ineens de oren boven de rand van de vlakte, dat naar de rivier afliep. Konijnenoren wist ik, kleiner dan haas. Stil bleef ze zitten en nog bleek de foto bewogen.

IMG_3608   IMG_3615

Het meer spiegelde groen en blauwtinten. Een Hooglander stond in het water en waaierde zijn vacht uit tot een lichtbruine rimpeling. De witte kwikstaart bleef roerloos zitten, totdat ik haar goed in het vizier had. Toen ik mijn dank betuigde, vloog ze op.  Zo’n kleine wandeling en zoveel natuur. Na de slapeloze nacht en de hulde aan dochterlief, coronaproof vóór de flat op eerbiedwaardige afstand, was de tuin aan de beurt.

IMG_3620   IMG_3645

Mijn uitzicht werd verwilligd. Knot-en kronkelwilg waren de boosdoeners met hun lange uitlopers. De energie was er, dus rigoureus de snoeischaar erin. Langzaam knipte ik me weer een weg naar een praatje over de heg met de buuf. Was haar al tegengekomen bij het alternatieve tuincentrum waar de verleiding groot was en de aanschaf van zeven planten een feit. Ergens was er ook nog een goed doel mee gemoeid. Mijn plastic handschoenen scheurden onder de vracht.

In een oogwenk was er na het snoeien een berg aan takken op de grond terecht gekomen. Waar gehakt wordt, vallen spaanders. Ik had besloten een en ander klein te knippen en in grote zakken te doen. Dat schoot aardig op. Langzaam maar gestaag, dan brak het lijntje niet. Winterkoninkje kwam even kijken en speelde verstoppertje tussen het oude hout. De koolmezen kwetterden dat het een lieve lust was, het was een drukke bedoening daar in het nestkastje.

IMG_3772

De oude was er ook en goed bezig. Hij kwam af en toe vervaarlijk dichtbij, als hij dingen aan wilde wijzen of duiden en hij vond zowaar de verdwenen lupine terug. Geen grote pol, zoals hij aanvankelijk dacht, maar één nietig blad. Wie het kleine niet eert. Bij de zeven gekochte planten was ook een lupine. Aangeschaft om ze weer terug te krijgen in de tuin. Als ze eenmaal aan het zaaddozen sloegen na de bloei had je weer voor jaren genoeg. De pol witte anemonen was ook een tweede poging. Aan de rand van de vijver, in de zon. Fingers crossed.

De bloeiende doornloze braam, prachtige witte bloemen, vlocht ik door de kale omheining, nu de wilgen gekortwiekt waren. Ik zag de molen van Groenekan weer en op de wieken deed de oude een ogentest. Een wiek kon hij niet ontdekken, hoe hij ook tuurde. Ondertussen verdwenen alle takken in de zakken en was het tijd om huiswaarts te keren.

Vandaag vliegen de pollen in het rond. Misschien is het weer tijd voor een pas op de plaats. Voor de foto-uitdaging van  ‘Binnenkijken’ zocht ik mijn lievelingswoord. Het werden er drie. ‘Spree met Foeten’ uit een gedicht van Annie.M.G. Schmidt: De mislukte Fee. Het duidt op de betrekkelijkheid der dingen en dat is in deze tijd heel wat waard.

 

Uncategorized

Het mooiste eerste wonder

Herinneringen kloppen aan en houden me uit de slaap. Veertig jaar geleden werd ik moeder. Ik was niet langer verpleegkundige op de IC Neurochirurgie, niet langer vriendin van, niet langer zwanger. Ik was moeder.

De hele dag was ik aan het werk geweest in de tuin van het huis waar we met een woongroep van vijf woonden. Ik had in de zwarte aarde staan klauwen of mijn leven er vanaf hing. Baarvoets. Weeën onder het koken (het was mijn beurt) wasten aan, met steeds kortere tussentijd. Die was ineens van belang geworden, net als de seconden, die de klok weg tikten.

scannen0037

Met zwarte groeven in het eelt lag ik op de baarstoel in dat klinisch witte kamertje, oude muren die het steunen en kreunen van mijn voorgangers lieten horen. Ergens brulde een kind haar eerste  kennismaking met de wereld. Eelt was eerlijk net als het zweet en haargroei, manlief had een baard van hier tot Tokio en sleutels in zijn oren. De gynaecoloog was van het ouderwetse soort. Bars, no nonsens, autoritair. Wat moest hij met die hippies. Ik was ‘een oude priem’ en ook nog ‘een stuit’. Een geuzennaam vond ik zelf. Als er een vrouw binnenkwam voor een eerste bevalling in het Academisch in Leiden, ouder dan 25, dan riepen we elkaar toe dat er een oude priem aankwam. Een primi para. Een eerste bevalling.

Midden in mijn gewee, zonder klagen overigens, ging de gynaecoloog op huis aan en prompt overviel me een weeënstorm, die ik nooit meer zal vergeten. De verpleegkundige keek bezorgd en ik vroeg of ze het wel eens eerder bij de hand had gehad. Nou nee, dus. Dat vermoedde ik al. De onrust zorgde voor een taai overwinningsmechanisme en nauwelijks de angst om de pijn. Arts weer opgebeld, zo mogelijk nog norser, want nou hadden ‘ze’ zijn avond ook nog verstoord, ‘damned hippies’ en kon niets anders doen dan inknippen en opvangen.

scannen0069

Daar was het kind, mijn kind, mijn meisje, met haren zo zwart als ebbenhout, even een glimp, apgarscore gemeten en weg was de arts weer. Ik kan me niets meer herinneren van beschuit, wel het bibberen van twee opgetrokken knieën in eenzaamheid, die nooit meer stopten. Kwart over een was alles achter de rug en lag ik de nacht te verbijten en de wonderlijke mengeling van pijn en naweeën en het verlies van het geborgene, van de vertrouwde aanwassende buik van de afgelopen maanden, van de vrucht. Ik was moeder. Vaag besef en nog geen idee van wat er komen ging.

Mijn moeder kwam de volgende ochtend in haar gebruikelijke vliegende vaart. We vielen elkaar huilend in de armen. Voor het eerst na de uitputtingsslag stroomden de tranen bij al het vertrouwde dat herinnerde aan kind zijn en je geborgen weten, armen om me heen, met het inslaan van deze nieuwe weg. Ik was kind van mijn moeder en meer dan dat. Ik was moeder van mijn kind, de cirkel was rond. Veertig jaar geleden is niets, blijkt nu. De nacht is er in geuren en kleuren als ik haar oproep. Het overbrugt met het grootste gemak de tussenliggende jaren. Wat vooral dat ene moment kleurde, was de trots om dat kleine wezentje, dat de aanvulling werd op ons bestaan en vormend het leven invulling gaf. Met elke ontwikkeling werd wijsheid ingegoten, weliswaar in radeloze onwetendheid, maar wijsheid voor later, bij twee, bij drie, bij vier, bij vijf.

scannen0104

Voor nu, voor dit gedenkwaardige ogenblik, geen wonder dat de slaap niet wil overmannen, nu we het over die oervrouw hebben, die toen geboren werd in mij. Moeder van het mooiste eerste wonder.