Overpeinzingen

Waar deze zachte winter al niet goed voor is

In de Groene vraagt Marja Pruis zich af of een mens verandert naarmate je ouder wordt of dat je in de kern jezelf blijft, met de gedachte het karakter is gevormd en dan volgt de rest vanzelf. Of iets dergelijks. Of ik veranderd ben, vraag ik me af en denk aan dat kleine dikkerdje uit mijn jeugd, die daar zoveel last van had en vanuit die gedachte zich probeerde staande te houden. Dat betekende dat je je een houding aanmat van vluchtgedrag met de gedachte ‘Als ik niet thuis ben, kan ik zijn zoals ik me op dat moment voel’. Het stigma valt weg. Zoiets. Er zijn karaktertrekken waar je overheen groeit omdat de omstandigheden veranderen, maar ook omdat je leert van alles wat op je pad komt. Er zijn er die in de kiem gevormd zijn en blijven bestaan. Het onverwoestbare optimisme van nu hoort bij het vluchtgedrag van vroeger, bedenk ik me nu. Het heeft voordelen, want je houdt het oog op het kleine geluk, het ontdekken van de schoonheid in waar je mee bezig bent of wat je omringt.

Even daarvoor trachtte de Groene te tornen aan mijn beeld van Roald Dahl, die ik alleen maar uit zijn boeken ken en waarvan ik nog geen biografie gelezen heb. Zelfs boy en solo staan hier ongelezen in de kast. Vanaf mijn aanschaf van deze boekjes heb ik het lezen ervan vooruit geschoven. Misschien om de heerlijke satire uit zijn fantastische jeugdboeken vast te houden. Elke vorm van analyse ervan verstoort mijn magische beeldvorming daaromtrent. Zelfs nu is er aversie tegen. Deze boeken heb ik eindeloos voorgelezen aan mijn kinderen en daardoor zelf de betovering ervaren die het met een kinderziel doet. Inderdaad, lekker griezelen, een meisjesheld vinden, met superlatieven leven, fantasie opkloppen tot grote hoogte.

Dochterlief had besloten om alvorens met de hele familie naar de tuin te gaan, eerst te gaan lunchen bij het heerlijke alternatieve tuincentrum op de hoek. Goed plan, dus sloten we aan. Het weer werkte op alle fronten mee, er verscheen hier en daar zelfs wat zon, nauwelijks wind, zachte temperatuur, ideaal dus. Kleindochter moest even aan het idee wennen, dat broerlief na het voetballen bij een vriendje was gaan spelen. Daarna zaten we vreedzaam aan de zuurdesem met ei of groentekroket. Voor de kleine was er een pitabroodje met kaas. Even bijkletsen en mijmeren over de periode dat ze bij ons langs zouden komen in Verweggistan. Wat te doen als ze daar eerder zouden arriveren dan wij er waren. Dat dilemma viel met gemak te tackelen. Goede vriend daar zou de honneurs waar nemen.

Het was zo gemoedelijk tijdens de lunch dat schoonzoon de kleine filosoof alweer op moest halen, dus liep dochter met de fiets aan de hand met ons mee op en wandelden we in alle rust naar de tuinen achterin. Bij het schuurtje met de bijenkasten waren er opmerkelijk veel nieuwe kasten en later zou blijken dat ze vol leven waren. Dochterlief ging bij haar aan het werk en wij gingen de eerste wilgen snoeien tussen de tuinen van ons en die van de achterbuuf. Vier stuks te gaan. Een overzichtelijke hoeveelheid. Ik knipte de dunnere met snoeischaar en lief ging de grote dikke te lijf met de takkenschaar en een enigszins botte zaag.

Het was heerlijk om langzaam het uitzicht op de velden en de molen, onbelemmerd door de kale takken, weer terug te hebben. Ik had al twee keer gezoem gehoord en ineens zag ik haar. Het nijvere bijtje. Tot mijn vreugde wist ik de maagdenpalm en de dovenetel in bloei. ‘Nectar aanwezig, kleine dappere’ schoot het door me heen. Waar deze zachte winter al niet goed voor is.

Overpeinzingen

Tot gauw

Gisteren hadden we net de ogen open of de volle hectiek van de dag besprong ons. Dochterlief belde dat schoonzoon voor de deur stond, zoonlief was ook gealarmeerd met het gevolg dat we allemaal rond half negen present waren. Eerst maar koffie voor deze en gene. De oudste belde tegelijkertijd op, dat we bepaalde formulieren stand-by moesten hebben voor een ander akkevietje en zo kon het gebeuren dat we het rustige opstarten, waar we alle twee toch langzamerhand aan gewend waren geraakt, voor vandaag in ieder geval konden vergeten. Eigenlijk kwam het heel goed uit. Er viel veel te doen voor een etentje met vrienden, die voor vanavond waren uitgenodigd. Eindelijk, na een hele lange tijd. Langzamerhand probeer ik tussen alle voorvallen door op z’n minst iedereen weer even te zien voordat we naar Verweggistan zullen gaan.

Een kwestie van plannen als de agenda soms overvol dreigt te raken. Schoonzoon kwam met zijn oude thermostaat, die de geest had gegeven. Maar gelukkig hebben we hier onze eigen electronica-techneut rondlopen en die hielp hem uit de brand. Kennis, die wij van ons ‘lang zal ze leven’ niet meer op zullen doen. Zo’n printplaatje is complete acacadabra voor ons. Voor schoonzoon trouwens ook.

Voor vanavond waren we in touw om de laatste loodjes in goede banen te kunnen leiden. Nog even naar de Marokkaanse winkel, nog even naar de super, twee heerlijke salades bereiden, een momentje inbouwen voor thee en dan nog wat voorbereidingen. Bij thuiskomst had Pluis, die op dieet is vanwege haar dikke buikje, zich aan het brood vergrepen. De arme ziel zit op 50 gram brokjes per dag en het is overduidelijk dat ze er niet genoeg aan heeft. Nog even volhouden en niets meer buiten de (koel)kast laten staan. Dinsdag moet ze weer op de weegschaal.

Bij de Marokkaanse winkel heerste de sfeer van een Soukh vlak voor de aanvang van de vrijdag. Het krioelde er van de mensen. Heerlijk om de geuren op te snuiven van de verse kruiden en de specerijen en de kleurrijke uitstalling te zien van hun groenten. Twee werelden apart, daar en in de supermarkt even verderop.

Eindelijk was het dan zo ver. Een uurtje voor tijd zaten we uit te puffen op de bank. Er was een voldaan gevoel over mijn stoofschotel en al het lekkers erbij. De Pide, het platte brood, hoefden we niet meer af te bakken. Ik had twee exemplaren uit de ‘Soukh” meegenomen. De wijn stond koud evenals de Choufjes en de alcoholarme bieren. Borrelhapjes stonden op het dienblad. Alles was in kannen en kruiken. Dat was de entourage.

Waar het werkelijk om draaide waren de lieverds zelf, die binnenkwamen verscholen achter een doos met kleine, maar fijne attenties. Vrolijke bloemen in mijn lievelingskleuren, valentijnhartjes om het gemis, zelfs aan Pluis was gedacht middels twee heerlijke zakjes kattenvoer, die nu natuurlijk niet konden. De fles Veltliner mocht koud. Vriendinlief had ik ergens in oktober voor het laatst gezien. Er viel ongelooflijk veel te bespreken. Bovendien kenden beide mannen elkaar niet.

Het werd een hele fijne avond. Met gesprekken over en weer, een kwinkslag, een vleug politiek, soms de ontwikkelingen in de wereld, die ons verbaasden, onze eigen handel en wandel, het wel en wee van de kinderen. ‘Wat moet je stevig in je schoenen staan als je in deze tijden jong bent’, merkte ik op. Klonken we nu als hoog bejaard? Ieder tijdsgewricht kent haar eigen sores. Er was bij ons ook dreiging, maar weer anders dan destijds bij onze lieve vrienden, die gemiddeld twintig jaar jonger waren. Groeide angst met de jaren mee?

Er was geen toetje en er was geen taart. Dat waren we zelf, zo gemoedelijk met elkaar. En koffie was ook een mooie afsluiting. Pluis kreeg alle aandacht en liet het zich aanleunen. Veel te vroeg, sommige mensen wil je vasthouden, was het tijd om te vertrekken. De rozigheid van de maaltijd ontwaakte. Nog even terug de kou in. Dag lieverds tot ‘gauw’.

Overpeinzingen

Letterlijk en figuurlijk

Gisteren hadden we bedacht eindelijk ‘De acht bergen’ van de Vlamingen Felix van Groeningen en Charlotte Vandermeersch, een verfilming van het boek van Paolo Cognetti ‘Le Otto Montagna’, te gaan zien. Hij stond al langer op het lijstje, nadat we de voorfilm hadden gezien.

Ze draaide in het filmhuis ‘De Slachtstraat’, een van onze lievelingstheaters, omdat je er heerlijk in alle rust vooraf nog een kop thee kon nuttigen en achteraf, in dezelfde rust door de wijdse opzet, bij een wijntje en een bittergarnituur de bevindingen van de film kon bespreken en delen. Bovendien stopte de bus, die een halte vlakbij huis heeft, bij halte Neude. Ideaal, als je niet minstens zoveel parkeergeld kwijt wil zijn als de entree voor de film. In deze dagen geen overbodige luxe om in ogenschouw te nemen. We hadden vele goede verhalen erover gehoord en waren benieuwd. Het boek van Paolo had ik niet gelezen. Het liefst lees ik of het boek, of ik kijk de film. Niet en, en. De beelden in mijn hoofd zijn tijdens een verhaal doorgaans te sterk bij het lezen ervan en die beelden koester ik.

Zo kwam het dat we gisteren door de straten van Utrecht dwaalden omdat we een halte eerder waren uitgestapt. Zo snel als mogelijk door het prestigieuze Hoog Catharijne om eindelijk te kunnen slenteren over de Steenweg naar de Oude gracht met zijn winkel van Sinkel, de plek waar vroeger de Tregter was, een berucht centrum van ondeugd volgens mijn vader, de kinderboekenwinkel waar veel van onze voetstappen lagen, het oude stukje stadhuis aan de zijkant, de leuke winkeltjes met de mooie gevels in de Schoutenstraat erachter, om vervolgens te eindigen in de Kintgenshaven en de Slachtstraat. Glorieuze statige oude stad, waar we vroeger eindeloos als begin twintigers alle mogelijkheden van vriendschap en ‘verliefd zijn’ hadden uitgediept.

Nu vonden we een tafeltje in het achterste gedeelte. Uitzicht op het tweede stuk van de bar. Zoals altijd kwam er een vriendelijke vrouw de bestelling opnemen en staken wij de loftrompet af tegenover elkaar over de weldaad van een mooie oude binnenstad, waar we ng steeds stiekem best een optrekje hadden willen hebben. Thee, chocolaatje en een Utrechtse sprits, wat wil een mens nog meer. Bij aanvang van de film werden we opgewacht door een vrijwilligster, die de kaartjes bekeek met de gebruikelijke gemoedelijkheid. Geen scan of niets, de kaartjes en onze mooie blauwe en bruine ogen waren voldoende.

De film begon rustiek en filmisch, met prachtige beelden van een oud bergdorp en de natuur erom heen. Er werd weinig gesproken, de beelden rolden traag over het doek, twee jongens, een vader en moeder, vriendschap en subtiele aanduidingen van karakters hielden op een gegeven moment de slaap niet weg. Bij de tweede knikkebol vermande ik me, schoot rechtop en daarna ging het beter. Het tweede stuk van de film, waar een van de vrienden wegtrekt naar verre oorden, beviel veel beter. Symboliek en de triestheid van het lot door de loop der dingen, misschien bij het maken van de verkeerde keuzes, een idee wat zich hardnekkig in het hoofd had gezet, de genen misschien zelfs, leidden allemaal tot het indrukwekkende laatste shot. Dat maakte dat we toch ten volle de beklemming voelden die voor de makers aan het geheel ten grondslag had gelegen.

Daarna een wandeling naar de bus, een tocht door de donkere avond, lantaarnlicht dat lange schaduwen wierp op stoepen en het glimmende asfalt, geroezemoes. Twee mensen in de bus, mijmerend over wat net voorbij getrokken was, letterlijk en figuurlijk.

Overpeinzingen

Geduld is een schone zaak

De bekende klassiekers ‘Raad eens hoeveel ik van je hou’ en ‘Rupsje Nooitgenoeg’ stonden op me te wachten in de kast met kinderboeken. ‘De zonnetjesbroek’ en ‘Kikker en Pad’ had ik al klaargelegd. Even vergeten dat dit peuters zijn met een spanningsboog van ongeveer een kwartier. De eerste twee boekjes waren ruim voldoende.

Ze mochten meedoen met het aangeven van de reikwijdte van de liefde van Hazeltje en grote haas (Zooooooveeeeeel)en met het happen door al die dingen, waar rupsje zich met smaak doorheen boorde. Grrp, Grrp, grrp. Daarna mochten ze vrij op de gang spelen en mij uitzwaaien. Kleindochter mocht naast me op de bank zitten en eerst wilden ze allemaal kwijt, dat ze ook een oma of twee hadden. Die lieve koppies, beetje schuin, luisterend, bedachtzaamheid bij sommige, herkenning bij anderen, verwondering alom. Fijn om weer eens mee te maken.

Vrijdag komt vriendinlief met haar liefhebbende echtgenoot eten, dus probeerde ik nog eens de ‘Imam Bayildi’ op het bord te krijgen. Ooit had ik het gerecht al eens gemaakt en was het zeer in de smaak gevallen, maar nu vond ik het eigenlijk te zwaar voor lekker. Het was goed gelukt, zag er prachtig uit, maar was het toch niet helemaal. Even iets anders verzinnen. Altijd leuk om gerechten te bedenken.

De dagen kabbelen voort in een bepaalde broodnodige rust. Straks zijn er weer genoeg momenten, waarop de bezigheden worden gestuwd tot grote hoogten en de tijd in sneltreinvaart aan ons voorbij zal trekken. Dat verstillen is bij tijd en wijle nodig om tot inkeer te komen, dichtbij je ziel en zaligheid en alles wat je beroert, los van het wereldtoneel. Ineens weet ik ook wat er aan ontbreekt in deze dagen. Het is te nat en te winderig om naar de tuin te gaan.

Maar ik verlang naar de hippende roodborst, het kleine winterkoninkje in de haag van wilgentakken, die zo gemoedelijk heen en weer wipt, tak op, tak af, de buizerd hoog boven ons in het zwerk, het zompige gras met haar woelmuizengangen, de scheve appelboom van Vasalis met haar dubbele stam, de einder met het zicht op de molen, de velden, het je een voelen met de natuur. Geduld is een schone zaak, zeiden ze vroeger. En dat is zo. Al halen de weersveranderingen de natuur totaal onderuit en scharrelen de vogels van diverse pluimage nu al hun nestbekleding bij elkaar. De kauwen in de dakgoot zijn al druk aan het schikken en herschikken. Volgende week belooft het 8 tot 11 graden te worden.

Wellicht inderdaad goed om dan naar de tuin te gaan en de wilgen te knotten voor ze hun nieuwe uitlopers ten toon spreiden. Alles wat al kopjes opsteekt boven de grond bemoedigend toe te spreken, maar ook opnieuw lijfelijk in de weer te zijn.

Bij de fysio gisteren liet hij me op de bozobal balansen en tegelijk moest ik een bal ronddraaien. Het werd een doldwaze bezigheid, die de aanwezige zuurstof naar de achtergrond schoof. Wat heerlijk om met onbezonnen kinderlijke vreugde bezig te zijn en niet met alles wat de revue passeert in het nieuws en in het dagelijks leven. Wat ook zal helpen is een dagje strand. Wandelen tot het hoofd leeg is en niet meer gevuld met muizenissen, die straks een issue zullen zijn. Er moet ook nog het een en ander gebeuren, maar de heilige dwang wil ik er vanaf geschaafd hebben, anders komt het niet uit de vingers.

Tekenen, schilderen, Rumi, de tuin, opdrachtjes voor deze en gene, tot het nut van het algemeen en de balans voor jezelf in het bijzonder. Wat ik al zei: ‘Geduld is een schone zaak’.

Overpeinzingen

Flexibel zijn brengt nieuwe mogelijkheden

Beneden rommelen zoonlief en lieve schoondochter, dwars door de droom heen wiegen de stemmen naar boven, flarden van een gesprek. Gedempt gelach, de dag vangt aan. Buiten begint het verkeer langzaam op gang te komen.

Gisteren hadden we een kalme dag tussendoor. Het begin van de week vieren, dacht ik, bij het zien dat de rol bladerdeeg over de datum glipte, dat was beter dan de maandag in een blauwe kleur te wentelen. Niets mis met blauw overigens. Heb je ooit een lelijke blauwe lucht gezien, of een afzichtelijke kleine blauwe Prins, maar enfin. Weg met al die blue Mondays.

Fruit te over op de fruitschaal sinds zoonlief zichzelf weer op een gezonde voeding had ingesteld. Rissen(ja echt)bananen, appels te over, peren, gedroogde abrikoosjes in de koelkast en rozijnen. De laatste twee wellen, alles klein snijden, in het bladerdeeg stoppen, dichtvouwen en afbakken maar. Een kind kan de was doen.

De glazen theepot, waar thee op een waxinelichtje een prachtige warme oranje gloed gaf, naast de vers afgebakken strudel, de armetierige bosjes narcissen bij de allergoedkoopste supermarkt, die bloeiend toch een flinke bos waren geworden en een vleug lente met zich mee brachten en verhalen, over de door lief te installeren nieuwe printer op zijn computer.

In de ochtend had ik een respectvol bedankje gekregen waar eigenlijk de hele dag van mee geprofiteerd werd en waarmee ik geweldig blij was geweest, omdat degene die me schreef, me zo intens had begrepen. Dat geeft de burger moed. Lichtpunten zijn er vooral om geteld te worden.

Vandaag is kleindochter en haar groep aan de beurt en speelde door mijn hoofd welk boek er geschikt zou zijn voor driejarigen en jonger. Kikker en pad, omdat de stem van pad altijd een beetje klaaglijk en aandoenlijk laag klonk, was op zich een goede keuze door de gelaagde vertelling, al was het gehalte aan prenten minder. Een echt prentenboek vind ik hierboven misschien nog. De meeste heb ik weg gegeven. Het prachtige boek ‘De boom met het oor’ van Annet Schaap was nog net iets te moeilijk. Zo puzzel ik het oeuvre voor vandaag bij elkaar. Voor het eerst sinds een lange tijd voel ik de tijd als een zegen over de dag heen trekken. Oma leest voor.

Ik denk aan de groep en alle keren, iedere dag dus, waarop ik ze voorlas en ze aan hun stoel gekluisterd zaten. Ademloos hingen ze tegen het verhaal aan. Vooral het laatste boek, dat we nog met elkaar gelezen hebben. Dat was het net uitgekomen ‘de Gorgels’ van Jochem Meijer. Er was maar weinig voor nodig om ze in het verhaal te brengen. Een goed verhaal laat zich als vanzelf lezen, iedere dag bedelden ze om meer.

Gisteren dacht ik ineens, vermoedelijk door de stevige wind die om het huis heen huilde, aan Liesje Herfstbriesje. Dat was een windekind die bijna nooit van haar wolk af mocht, terwijl haar moeder Sjaan Orkaan, haar vader Toon Tyfoon en haar broer Storm wel altijd ergens aan het razen waren. Oom Koos windhoos komt op haar passen als de rest in de weer is. Natuurlijk glipt Liesje er van tussen als ze haar kans waar ziet en beleeft beneden een paar avonturen. Een superverhaal, verder uitgewerkt met mijn lieve duo. In het oorspronkelijke verhaal was ze trouwens Liesje Lentebriesje, maar we hadden het nodig voor een kamp en dat viel in de herfst. Geen probleem. Flexibel zijn brengt nieuwe mogelijkheden.

Overpeinzingen

De basis is er

De wonderlijke droom laat een, even vreemde, tweedehands zaak zien met prachtige geglazuurde keramieken tegels van insecten in groenen en blauwen. Ze zitten in eikenhouten lijsten maar die haal ik eraf. Dat maakt ze oubollig. Juist de tegeltjes verdienen de volle aandacht. Ze hebben de grootte van een koelkastmagneet. Hoe duidelijk zijn de beelden in het hoofd. Tot in detail neem je waar. Het verbaast me altijd weer.

Gisteren keken we naar de serie ‘Onze man bij de Taliban’’ van Thomas Erdbrink. Bewonderenswaardig is het gemak waarmee hij, met zijn kennis van het Farsi de harten van de mensen weet te bereiken, het gemak waarmee hij een gesprek opent, moeilijke onderwerpen aansnijdt en mensen daardoor bereidt zijn te vertellen wat ze denken en voelen.

Ik vang enkele woorden op, iets in de trant van ‘het daget in het oosten’ sinds ik ooit, in een grijs verleden, een jaar Farsi probeerde onder de knie te krijgen. Ik vermoed dat, als het alleen om het mondeling was gegaan, het nog wel een geslaagde poging had kunnen zijn, maar ik liep volledig stuk op de schriftelijke grammatica. Wat een onwijs moeilijke taal om te begrijpen. Er zweven herkenbare woorden langs, sendeki, halet tsjetorie, to goebi. Het klinkt mooi, zacht en zangerig en is volledig in tegenspraak met hun verhalen over de verheerlijking van het geweld. Maar hoe kan dat ook anders, als je vanaf het begin als klein kind, bent geïndoctrineerd met denkbeelden, dat de dood zaliger is dan het leven. Aan het eind van hun tunnel ligt het paradijs en dat haalt het niet bij het leven op aarde. Volgende week ontmoet de journalist de vrouwen. Vooral daar ben ik benieuwd naar. Een must om te kijken.

Zoonlief was ziek. Ik had in de nacht al wat wonderlijke geluiden gehoord, maar in de middag had hij weer een emmer nodig en maakte ik, als vroeger, warme thee en beschuitjes voor hem, een met alleen een beetje boter en een met kaas, met het devies erbij om het mondjesmaat te drinken en te eten. Ergens aan het eind van de middag vroeg hij of ik groentensoep wilde maken. Zijn vriendinnetje haalde de nog ontbrekende ingrediënten. Inderdaad, bij flauwte of misselijkheid helpt alleen een krachtig bouilonnetje en als je vegetarisch bent, wordt dat automatisch een groentenbouillon. Uien bakken in een scheut olijfolie, schijfjes zoete aardappel erbij, twee bouillonblokjes en water, fijngesneden prei. Het helpt enorm om de maag weer rustig te krijgen. Tussendoor sliep hij gaten in de dag en kwam in de avond naar beneden voor nieuwe beschuiten, nu met aardbeienjam. Voor het lekker dit keer. Het was leuk om de ouderwetse pleeg uit te hangen. Als dat er eenmaal in zit, komt het er op tijden dat het nodig is, wel uit.

Vandaag ga ik de boekenkasten nog eens doorploegen. Morgen lees ik voor op het dagverblijf van mijn lieve kleindochter. Voor corona heb ik dat met genoegen ook gedaan. Of was het al vorig jaar. Dat is me ontschoten. Door die twee gesloten jaren is de Tijd door elkaar gaan lopen. Je denkt in termen van voor of na corona, maar het is fluïde. Het komt zoals het valt. Het ligt ook aan het vorige turbulente jaar, waar lief en ik elkaar moesten ontginnen. Waar liggen de wensen ten opzichte van elkaar, wat zijn de oude gewoonten, welke bagage neem je mee, wat zijn de verwachtingen, hoe worden ze ingevuld. Soms is er een bezinningsmoment nodig en dan weer is het tijd om de buitenwereld bij dit hele proces te betrekken. Het gevoel nu ingebed te zijn en weer naar buiten te kunnen treden is een goed gevoel. We zijn er klaar voor. De basis ligt er.

Overpeinzingen

Het doet het hart goed

Het was een aardig eind rijden naar het stadsdeel aan het Markermeer. Wisselende luchten, maar vooral ook de zon, soms in samenhang met een diep indigo er tegenover. Dochterlief reed met de zwier die ik van mezelf herkende. We waren met drie vrouwen, ik en twee dochters, op weg naar de vrouwencirkel. In de ochtend had ik in alle vroegte een woordje geschreven voor de toekomstige moeder en het boek dat ze wilde hebben was alleen maar online te bestellen, dus gaf ik haar de titel in een mooie bloesemkaart. ‘De eerste 40 dagen’ van Heng Ou.

Het huis ademde Jan de Bouvrie en door de rust die het bracht was het uitstekend geschikt voor zo’n serene ceremonie. Hier en daar miste je de persoonlijke noot in het geheel van het design, maar de warme uitstraling kwam van de kring, ecru en bruine grote kussens op de grond rond een sisal ronde mat, kaarsjes, grote kaart in het midden, theepot met kommetjes en uitzicht op de tuin, grote beukenhagen met twee gelijke boompjes aan weerskanten, waarin ledlampen hingen.

De uitgenodigde vrouwen druppelden binnen, soms wat onwennig, omdat we elkaar niet kenden, dan weer met hartelijke omhelzingen. Het leek bijna of er een dresscode was afgegeven. Voornamelijk ecru of witte en zwarte of donkere kleding, yin-yang ten voeten uit.

Er werd een sfeervol en zacht meditatief muziekje opgezet en de binnenvallende zon door de grote ramen bracht de laatste finishing touch. Schoenen uit en ik had wijs de tai-chi schoentjes meegenomen. Er kwam vooral veel zoetigheid op diverse etagères, chocola, spekkoek en pandancake in de cirkel te staan. Er was kamillethee in kleine Chinese kopjes. Kalm koutend tot iedereen er was, stemmen werden automatisch gedempt, het wachten was op de moeder en haar zus en lieve schoonzus zelf. Ze had een broekpak aan met een topje, die haar bescheiden maar trotse buikje bloot liet.

We begonnen met een rondje voorstellen. Bij de eerste zinnen werd er al gelachen en gehuild. Emotie mocht vloeien vandaag. Sommige vonden dat ongemakkelijk, anderen hadden er geen moeite mee. We hadden ook allemaal wat woorden voor de lieverd opgeschreven. Ze zat in een bescheiden pauwenstoel aan het hoofd van de cirkel en kreeg onmiddellijk van de twee vrouwen die de ceremonie zouden leiden een voetenbad met massage met magnesium. Het doel, de aanstaande moeder centraal stellen, de kennis en de ervaring van de andere vrouwen uitwisselen, klonk als een mooi ritueel. Eigenlijk was er geen greintje van zweverigheid. Hier werd gereflecteerd op de eeuwenoude overlevering van vrouwen onder elkaar. Oma’s, moeders, dochters, zusters, nichten en vriendinnen met hun eigen verhalen maar ook werd de verbondenheid gedeeld.

Het werd een bijzondere middag met zeer persoonlijke verhalen, zowel van schoondochterlief en haar vergelijking van de eerste met de beleving van deze tweede zwangerschap en de ervaring van de andere moeders in de kring. Er werd een armbandje ter plekke gemaakt met betekenisvolle stenen waar ieder twee kralen van mocht uitzoeken. Haar moeder had amethist gekozen en ik ook, naast de maansteen, omdat de maan staat voor vrouwelijke krachtige energie en omdat de maan de levenscyclus vertegenwoordigt van geboorte, dood en wedergeboorte. De wassende maan als het groeiende buikje. Daarna waren er nog cadeaus en werd de ceremonie met een zachte lavendelgeur en dezelfde rustige klanken besloten.

Bewust zwanger zijn, schreef ik gisteren, is het hoogste goed. De wetenschap dat je naar je eigen lijf mag luisteren, naar de tekenen die het kind zelf doorgeeft, het beleven maar ook doorleven van alles wat er gebeurt daarbinnen en dicht bij de natuur, dichter dan wij ooit stonden in onze zwangerschappen. Zo’n pareltje, de wetenschap dat men dat stukje natuur probeert te heroveren, het doet het hart goed.

Overpeinzingen

De bron van leven

Het zijn weer roerige tijden. Er gebeurt van alles en soms gaat het zo snel achter elkaar, dat je het gevoel hebt in een tredmolen te rennen. Pas op de plaats dus en diep nadenken. Het heeft onder andere allemaal te maken met de auto die in het verschiet ligt en als het aan mijn zoon ligt, sneller dan ik denk. We puzzelen en passen en meten en weten dat het straks uitstekend zal verlopen.

Vanmiddag vieren we dat er een nieuw leven op komst is en zijn we ons er extra van bewust wat dat betekent. We zullen uitspreken wat we voelen en dat delen met de anderen. Bewust zwanger zijn is het hoogste goed. Toen we midden in het leven stonden, was er niet altijd tijd voor bewustwording. De wereld draaide door. Onze moeders moeten dat nog meer ervaren hebben. Kinderen krijgen was onderdeel van de invulling van het leven en het overkwam je vaak. De elfde keer is dat een andere ervaring dan bij de eerste. Bovendien had ze haar handen vol aan het grut. Er waren nog geen apparaten die de wind uit de zeilen konden nemen. Iedereen had een taak in het reilen en zeilen. De jongens poetsten schoenen, de meisjes stopten sokken. De rolverdeling was er. Dat ‘hoorde’ zo, volgens de toenmalige normen en regels.

Mijn eerste stage op de gynaecologie was op een grote zaal met ijzeren bedden, waar de pas bevallen vrouwen lagen met even zoveel wiegjes achter het bed. Privacy was er door een gordijn dicht te trekken, maar in alle rust genieten van de kraamtijd was er niet bij. Je lag met tien vrouwen. ‘s Avonds werden de wiegjes weggereden en lagen de baby’s gescheiden van de moeders. ‘S Nachts werden ze gevoed door ons en in alle vroegte werden ze eerst in bad gedaan. Babyromantiek werd gevangen in rozige schoongeboende lijfjes, flesje erin en rust in de tent.

De eerste keer zwanger. Je weet niet wat je overkomt. Het lijf neemt het over, er gebeuren allerlei onvoorziene wonderlijke kwalen en veranderingen. Omvang, kleine ongemakken, jurken waar je nooit meer in past. Alles wordt letterlijk zwaarder en als de kleine dan geboren is en jullie zijn samen thuis dan wordt de buitenwereld ongemerkt kleiner en weet je na een week al niet meer over iets anders te praten dan over krampjes en volle luiers en doe je alle mogelijke moeite om aan je baby af te lezen waar het behoefte aan heeft.

Stukken makkelijker vond ik het als ze eindelijk aan het brabbelen sloegen en ze vast voedsel mochten eten. De hele bewustwording werd door de verantwoordelijkheid en mijn eigen onrust daarin naar de achtergrond verdreven. Van een druk en werkzaam leven naar de grote en eindeloze wolk die soms roze, maar met kloofjes door de borstvoeding, het dwingende huilen, de eeuwige luiers, soms ook donkergrijs was.

Bewust zwanger mogen zijn is een prachtige start voor het hele gezin. Toen ik de rust ervoer die mijn dochter tijdens haar bevalling ten toon spreidde en in haar eigen natuurlijke habitat klaar was om het kind te ontvangen met open armen samen met haar echtgenoot, was ik geroerd. Die kalmte had ik nooit op die manier ervaren. Ik ben benieuwd naar de viering van vanmiddag. Het is prachtig om het op deze manier mee te mogen maken en samen te beleven dat er ergens in ons lijf zo’n natuurlijke oerdrift huist, de bron van leven.

Overpeinzingen

Een feestelijk begin

Vandaag is een dag als alle anderen en zo bijzonder. Normaal gaan we met elkaar naar het strand aan een willekeurig stukje Noordzee, het liefst Egmond, maar dat is eigenlijk soms een brug te ver. We schrijven er onze boodschappen in het zand en wind en water nemen ze mee om ze te tonen aan die vrije adelaar hoog boven moeder aarde, waarvan we zo graag geloven dat het de vader van de kinderen is.

Vandaag 20 jaar geleden gingen we aan boord van een zeewaardig schip in Scheveningen. Het was koud en winderig, de golven werden opgestuwd tot pittige hoogte en het schip deinde op en neer. We hadden allemaal naast het beklemmende gevoel in onze harten en geen echte zeebenen een bezwaard gemoed. De urn was lange tijd blijven staan en die dag zouden we de as gaan uitstrooien voor de kust van Egmond, waar mooie herinneringen aan hem ooit diep in het geheugen gegrift zijn.

Mijn Franse schoonzoon had het meeste last van de deining en lag grauw op een van de bankjes van het schip. Ooit had ik al verteld dat het strooien van as door de bank genomen een illusie is, want als een grote kluit stortte het in zee, toen de urn werd omgedraaid. De meegebrachte bloemen verzachtten het leed, want die werden drijvend meegevoerd naar onbekende oorden, ze dreven de vrijheid tegemoet. Wie er kan, wandelt zondag mee, weliswaar nu in het bos, en daarna stellen we de gemeenschappelijke dagen weer in. Door corona was er toch de klad een beetje ingekomen.

———-———-

Daar bleef het gisteren bij, want door allerlei ontwikkelingen kwam er van schrijven niets meer. We zijn bezig met het zoeken naar een grotere leaseauto. De kleine trouwe blauwe Prins is een kanjer, maar voor de lange afstanden naar Verweggistan hebben we zwaarder geschut nodig. Zoonlief hielp erbij en zocht een aantal betaalbare modellen bij elkaar. Met een daarvan gaan we vandaag een proefrit maken. Spannend. Ik hecht altijd aan mijn auto’s en aan de kleine blauwe nog wel het meest. Ze hebben trouwens allemaal steevast namen gekregen en werden automatisch deel van mijn leefwereld. Nu zal dat anders voelen, maar misschien ook niet. Dat gaan we vandaag ontdekken. We hebben alles op een rijtje gezet, gewikt en gewogen, eventuele onvoorziene kostenposten meegenomen en zijn niet ontevreden over wat er uit de bus gekomen is.

Het is de week van de poëzie. Iedere dag een gedicht, is alvast een goed begin. Ik zou moeten doorgaan met Rumi van Kader Abdolah, maar op de een of andere manier kom ik bij de lieve gedichten van Hans en Monique van Hagen uit. Kattebelletjes vol wijsheid, filosofie, empathie en verwondering. Deze bijvoorbeeld:

‘ik weet wat warm is en koud is/wat zoet is en wat zout is/ik weet/wat lief is en wat stout is/wat goed is en wat fout is/

maar wat is nul en wat is niets/wanneer is ooit wanneer is nooit/en waar is nergens/dat moet ik nog bedenken/

ik denk nooit aan niets/want als ik dat probeer/denk ik stiekem toch aan iets/

Ooit ben ik met denken klaar/dan weet ik alles/van nul en niets en nergens/ dan ben ik een wetenaar’

Kleine woorden die grote gedachten schrijven, dat is het mooie van deze gedichten. ‘Iedere dag een gedicht’ wordt met de poëzie van deze twee kanjers een feestelijk begin.