De lieve jeugd·Overpeinzingen

Als de tijd rijp is

Geen kwark meer in de koelkast. Zonder dat is het moeilijk medicijnen wegwerken. Gelukkig appt dochterlief ‘Zin in bezoek’?. Ja, gezellig. Ze zou kattegrit meenemen en appte of ik nog iets anders wilde. ‘Ja, kwark’. Alles komt op eigen tijd en eigen uur met wat geluk of dankzij zulke lieve kinderen natuurlijk.

Vriendinlief belde op, positief getest dus een negatief humeur, maar vooral bang voor de test. Iets waar ze nu eenmaal niets aan kon doen. Ooit een sonde in de neus gehad en de therapeut omver getrapt met de puberbenen en het leed is geleden en een trauma geboren.

Dochterlief kwam binnen en van kleindochter kreeg ik prachtige roosjes in alle roze-rode kleurschakeringen. ze bracht de kwark, de grit en heerlijke chocoladekoeken mee, zette thee in een handomdraai en we genoten van het idee van alle spectaculaire veranderingen, die misschien op komst zouden zijn. Fantasie, gemijmer en verlangen, de geest nam een vlucht, terwijl kleindochter ondertussen onze benen op de grond hield met haar heerlijke prietpraat, het spel met de poppetjes en het tekenen in de grote oude agenda met de ringband. Straks is dat het boek der koppoters en krasmonsters. Die laatste wilde ze ook getekend hebben, na het kijken naar de plaatjes in een van de te recenseren boeken, waar vingerpoppetje monster deel van uitmaakte. Dus kwam er een vader, moeder, zus en broer monster. Die ging mee naar het thuisfront besloot tantetje gedecideerd.

Tussendoor waren we er getuige van dat de voedertafel van zoonlief werkte. Eerst een kauw, daarna de Vink, toen de merel en dikke dollie duif, daarna haar eega en natuurlijk de pimpelmezen. Wat heerlijk om te zien.

Met de eruit gescheurde tekening, het schilderij van de gekko’s voor de kleine filosoof en de lieve groetjes voor de twee thuisblijvers verdwenen ze weer. Handkusjes, zwabberhandjes en een terug rennen van het begin van de galerij naar mij toe, om alsnog de knellende armpjes om me heen te slaan en een ferme kus te geven. Liefde, echte liefde…Binnen zag ik vijf minuten later dochters telefoon. Ineens ben je om ‘t hand. Ze valt niet te bellen en het was te laat om erachteraan te gaan. Hopen op het gesternte en ja hoor, een paar minuten later toch de bel. Het afscheid op de galerij was identiek aan de eerste, inherent de armpjes en de kus.

Verder lezen in de boeiende biografie. Wat een mannenbolwerk was de wereld in de vorige eeuw. Als 26-jarige volkomen afhankelijk zijn van de welwillendheid van je vader, tenminste, als je nog tot de familie wilde behoren en ongetrouwd was. Zolang dat niet gebeurde, bleef je het kind. Dit was de wereld van de adel en het rijk der notabelen. Ik kan me niet voorstellen dat men in de arbeidshuisjes dergelijke praktijken bezigde. In de doorgaans veel te krappe bewoning en met een schrale beurs viel er niet veel meer in de melk te brokkelen.

Het was een slechte nacht, maar ach, volle maan dus luisterde ik nostalgische liedjes. Robert Long met zijn Liefde voor later. Zo’n passend sfeerbeeld, die je op sommige momenten net even nodig hebt, als gemijmer overgaat in een zweem van verlangen, gemis en dromen. In een podcast luisterde ik naar een interview uit 1985. Dan valt met name zijn prettige bedaarde stem en de rijkheid van zijn taal op. Hij noemde de inspiratie met Leen Jongewaard iets dat je kon opbergen in ‘het voorraaddoosje van verworvenheden‘. Wat een prachtig zinnebeeld der verbeelding. Dat is precies wat het is. Zo heeft ieder zijn eigen doosje, waar tot in lengte der dagen uit te putten valt, om alles op te kunnen poetsen als de tijd rijp is.

Overpeinzingen

Heel veel gespreksstof

O, wat is het toch heerlijk om een beetje op te ruimen. Onze buren gebruiken, zoals met veel begrippen, een veel sierlijker taal. Kuisen heet het bij hen. Het huis kuisen. Dan krijg je toch meteen zin. Dat betekent het huis opschudden, ramen en deur open, zonnestralen erin, de boel eruit. Kleden, kussens, plaids laten doorwaaien. Frisse wind in de zeilen. Dat zonnetje bleef achterwege en er was zo’n dikke mist dat het druppels gaf. Stofzuiger erbij, natuurazijn in de aanslag en gaan. toilet, gang, vloer, bank, kussens, kleed, stoelen werden geschuierd, gezogen, gestoft en waar nodig geschrobd. Oude waxinelichtjes vervangen voor nieuw, rommel uit het oog geholpen. De kast der vergeten dingen was weer leeg, dus daar kon ‘t een en ander mooi verder overwinteren. De bemodderde wandelschoenen, een verdwaalde lekke leren bal, een stapel plastic doosjes. Wat ook niet onbelangrijk was, ik had de hele dag de tijd. Rustpauzes met een journaal, of My Kitchen Rules, waar ik dan weer onrustig van werd door de ruzieachtige sfeer tussen de gasten onderling om snel de draad van het ruimen nogmaals op te pakken. Het kleinste kamertje spic en spannetje schone handdoek incluis en de patchoeli-geur alom aanwezig, in de zeep, in de parfumspuit en op het vege lijf.

Ruim voor tijd was ik klaar en kon aan de borrelhapjes beginnen. Mijn heerlijke Brique de Brebis in schijfjes, salami met roomkaas, kaasblokjes, tomaat, vijg, dadel en uienchutney. Alles in afgesloten bakjes in de koelkast. De sauvignon in de koelkast en de Crozes Hermitage voor bij de Brique bij de hand. En nogmaals pas op de plaats.

Zo zou dat eigenlijk altijd moeten zijn. Steeds even tussen alle bedrijven door het zalige alles ontziende niets om opnieuw op te laden en bij te tanken. Om half acht de kaarsjes aan en Zen tot de eerste gasten kwamen. Vriendlief had zijn superdure racefiets alle trappen opgesjouwd en had daarmee zijn outdoortraining al gehad. Slim, want voor de flat weet je het maar nooit. Een van ons had het boek niet uitgelezen, kwam, net als alle anderen, nauwelijks of niet door de grove taal, onvervalste ‘slang’, heen. De taal liet bij tijd en wijle te wensen over door de vreemd in elkaar gewrochten zinnen, maar ze oogstte, net als bij mij, grote bewondering voor haar moed. Vanaf blz 154, adviseerde ik, dan wordt het pas echt een verhaal.

We keken ook nog het interview met Twan Nieuwenhuys en Lale. Natuurlijk kwam het gesprek daarna op acceptatie van culturen en tot hoever je moest gaan. Waar lagen de grenzen van het betamelijke of waren dat toch teveel ónze grenzen. De klok voor vrouwen stonden in de dogmatische religies nog steeds op 0. Dienstbaarheid en recht hadden we in de jaren ‘70, maar ook daarvoor, met hartstocht bevochten en niet zonder slag of stoot. Waren we terug bij af? Waar moest je beginnen om de bevrijding in die kringen in gang te zetten. Lag dat bij het onderwijs en was dat dan wel de juiste plek. Of moeten we wachten tot de rebellerende meiden hun krachten gaan bundelen en de straat op gaan. De angst voor repressailes is het grootst en die liegen er niet om. Hoe overtuig je iemand van het feit dat respect en ruimte voor elkaar meer oplevert dan afhankelijkheid en overheersing. Dat het zoveel meer schoonheid en liefde brengt én verbondenheid.

Het werd een heerlijke avond, met al deze gedeelde gedachten. Wat een boek al niet los kan maken. Het volgende boek belooft er ook een van zingeving te zijn. ‘De ziel kent geen leeftijd’ van Thomas Moore. Beschouwende literatuur en heel veel gespreksstof.

Overpeinzingen

En zo is dat

Niet alleen de ochtend was in nevelen gehuld, maar de hele weg lang richting kust lag verzonken in een dikke mist. Ondanks een klein zonnetje heb ik de zee niet gezien en dat wil wat zeggen, want ik reed op de dijk langs de grote zeeschepen.

Vriendlief morrelde wat aan de deur op mijn gebel en daar zwaaide de deur al open. Ondanks de perikelen waarover hij geschreven had, zag hij er opvallend goed uit. Na een eerste onwennig gestuntel met jas en kleine kapstok gingen we tegenover elkaar zitten en binnen de kortste keren werd het nieuwe oude gezicht zo vertrouwd als altijd. Vreemd hoe je elke beweging nog blindelings herkende. De oogopslag, de peinzende blik, de lieve glimlach, de houding Vannieuwkerke arm en hand bij een betoog. Naadloos buitelden de jaren terug naar veertig jaar geleden.

We hadden veel te bespreken en overpeinzen. Prioriteiten stellen en vooral denken in oplossingen. Al waren de omstandigheden niet ideaal, het was wel een goede plek waar hij nu tijdelijk verbleef met een liefdevolle achterban van broer en zijn vrouw en een nichtje. Mooi om te zien hoe de spanning langzaamaan plaats maakte voor zijn eigen, veel evenwichtiger, zelf en het lukte zelfs om een lach te ontketenen. De tijd vloog om en na twee koppen thee, de Utrechtse sprits en in de wetenschap het allerbelangrijkste te hebben gedeeld met elkaar, stapte ik weer in de kleine blauwe met de belofte elkaar snel weer te zien.

De telefoon laadde in de auto gelukkig wel op, want dat had hij bij vriendlief halsstarrig geweigerd. Zonder mijn eigen vertrouwde lispeltuut(ken uw klassiekers) had ik het nooit gered in die ondoordringbare dikke deken. Zo mistig als het buiten was, zo helder was het gesprek geweest. Dat gaf een fijn gevoel. Zorgen zijn er vooral om te delen, om een klankbord te hebben, waarbij het licht vanzelf doorbreekt en deuren opent, letterlijk en figuurlijk.

Straks moet ik even hard aan de poets. Het huis schreeuwt om de stofzuiger, een stofdoek, een dweil hier en daar. Dat moet kalmpjes aan, veel pauzes ertussen. Als dat eenmaal met jezelf is afgesproken lukt het beter. Het lijkt een eeuwigheid geleden, bezoek aan huis van vrienden. Met de zelftests, lang leve deze snelle peiling, durf ik het met de booster wel aan. Ik hoop dat morgen alles weer open gaat. Het water staat elke ondernemer aan de lippen. Als iedereen zich aan die paar regels houdt, moet het goed te doen zijn.

Pluis komt eens kijken en rommelt zich een lekker plekje bij elkaar. Eigenlijk wil ze op schoot, maar daar ligt de IPad al. Dan het voeteneind maar innemen.

Er komt een oproep binnen voor het begeleiden van een try-out volgende week dinsdag. Nu duimen en dromen dat er op het laatst geen roet in het eten wordt gegooid. Het is in een cultuurhuis, waar ik de weg goed ken, dus anderhalve meter is goed te doen in de theaterzaal. Dat durf ik aan. Het is een bekend muziekensemble en dat belooft een boeiend spektakel te worden. Nieuwe uitdagingen, hoe heerlijk om naar uit te kijken. Het jaar is goed begonnen. Een goed begin is het halve werk, zegt het spreekwoord. En zo is dat.

Overpeinzingen

Wie wil dat nou niet

Een dikke grijze mist is, toen ik even niet keek, als een dikke deken op komen zetten en wikkelt de wereld in een doorsluizend morsig grijs. Vage contouren van bomen en huizen, bewegende koplampen. Ik hoop dat ze snel op zal trekken.

Gisteren na de fysio ging ik eerst even langs de garage, want de kleine blauwe prins was zijn stem verloren. Doodse stilte als ik de claxon beroerde. Het akkevietje mag wat kosten, zo’n klein dingetje is een rib uit het lijf. Zonder kan je niet.

Lale Gül haar boek ‘Ik ga leven’ heb ik vanaf hoofdstuk 15 in een adem uitgelezen. Doorzetten kent zijn voordelen. Waarschijnlijk stond mijn eigen esthetiek in de weg bij dat eerste deel. Het is lastig om door grof taalgebruik heen te prikken, zo niet ondoenlijk voor mij. Hele stukken daarvan heb ik gescand. Daarna geeft ze zo’n goed beeld van haar situatie en schetst ze treffend de onmogelijkheid ervan. Ik heb diepe bewondering voor deze jonge vrouw gekregen. Oordeel niet en verwonder je slechts was hier beter op z’n plaats geweest in eerste instantie. Je bent gelukkig nooit te oud om wat bij te leren.

Morgen is de bijeenkomst hier. Dat vergt nog wat voorbereiding. Van zolder heb ik de kleine blauwe opklaptafel geplukt om in het midden neer te zetten. Van te voren doet iedereen een zelftest. Met de stijgende besmettingen geen overbodige luxe. Ik ben benieuwd naar de mening van de anderen. Zijn ze voortijdig afgehaakt of hebben ze dezelfde ervaring als ik. Dat is het voordeel van een leesclub. Het is een stok achter de deur om het boek uit te lezen. Anders was ik nooit zover gekomen.

In de aflevering van gisteren van Binnenstebuiten liet een medewerker van de hortus Botanicus in Leiden zien wat het verschil is tussen een echte cactus en een plant die er wel de uiterlijke kenmerken van lijkt te hebben, compleet met stekels, maar die behoort tot de wolfsmelkachtige. Als je met een naalden van een cactus een gaatje prikt in de plant gebeurt er bij de cactus niets en bij de ‘nepperd’ komt er witte melk uit. Heerlijk om weer even een Hortus van binnen te zien.

Lang geleden heb ik die in Leiden bezocht met vriendlief, waar ik straks naar toe zal gaan. In Leiden zijn we ooit begonnen aan ons gedeelde leven. Er was een piepklein appartement ergens boven in een statig herenhuis met twee kamertjes. Een voor een matras op de grond en een om in te zitten om te kunnen lezen en te turen naar het draagbare zwart/wit teeveetje met losse antenne.

Voor de juiste ontvangst moest je eindeloos draaien met dat ding en als het beeld bleef sneeuwen, wilde een klap er bovenop ook nog wel helpen. De ruimte zelf leek ook wel op een hortus, er hingen en stonden volop planten, sinaasappelkisten vormden de kasten, een rotan stoel van oma het meubilair en voor de ramen had ik oranje/bruine macramé gordijntjes geknoopt. Het was een lief en mooi begin. Mijn moeder wist van ons samenzijn, maar mijn vader mocht het absoluut niet weten anders zou de oude patriarch in hem naar boven komen om deze rebelse daad.

Nu ga ik hem zo weer op een kamertje treffen. Geen idee hoe een en ander zal verlopen. We gaan de opties bespreken die er zijn, als hij weer hier in Nederland wil gaan wonen. Het voelt als spannend en is tegelijk iets waarop ik me verheug.

De mist is verdwenen als sneeuw voor de zon. Het zicht is helder. Als dat de uitslag is van ons gesprek zou het een mooi begin kunnen zijn. Denken in mogelijkheden. Wie wil dat nou niet.

Overpeinzingen

De lucht is solidair en penseelt alvast met Amber

Wonderlijk hoe een begrip blijft kleven aan een naam. ‘Doe je zo de kachel even aan’, vraag ik daarnet aan zoonlief, als hij naar beneden gaat. Maar ik heb al meer dan veertig jaar verwarming. Het woord is het begrip geworden.

De zon scheen zo uitbundig, gisterenmiddag, dat ik na het boodschappen doen doorreed naar de Lek. Misschien ook om een beetje de gedachten te ordenen, na het gesprek met zuslief, die morgen. Wijze raad en een lijstje met adviezen, die ik evenzo vrolijk al in het achterhoofd had. Fijn dat we zo op dezelfde golflengte zitten. Een droevig bericht was er ook nog van haar kant. Goed om daar ook bij stil te staan en het de aandacht te geven die het verdient. Er zijn gebeurtenissen waar je niet zomaar overheen kunt stappen en die voor de betrokken personen grote input kunnen hebben op het gemoed. De balans zoeken en de kaarten schudden, behoort niet tot de eerste prioriteiten. Verdriet mag een plek hebben en troost zal het omlijsten.

De Lek ligt er bijna oogverblindend bij, zoals de zon op het water schittert. De klare lucht toont nu nog meer de kaalslag die het verdwijnen van de aloude boogbrug voor Vianen teweeg heeft gebracht. De A2 dendert nu moeiteloos in een rechte streep door van de ene oever naar de andere oever.

Voorzichtig om merendeels de graspollen te raken en niet het prille groen van de opkomende wilde peen en het fluitenkruid speur ik de einder af. Ganzen zitten in groten getale helemaal vooraan in de uiterwaarden langs de dijk. Op deze plek, ergens halverwege dobberen slechts wat meerkoeten en een eendenpaar op het water. Als de grote binnenvaartschepen langs trekken kabbelt het water in golven langszij en klotst tegen de rietkragen en de stenen beschoeiing.

Nog altijd, ondanks het late tijdstip, ligt er dauw op het gras. Ik loop tot de grienden en dan weer terug met de zon op de wintertoet. Heerlijk om daar even alleen met mijn gedachten te zijn. Bij het kleine zandstrandje verderop staan grote rietpluimen met hun wapperende vaantjes in de zon en kleuren zilver. De stilte met het zachte ruisen van het verkeer in de verte en het zachte deinen van het wiegende water brengt een weldadige sereniteit. Twee fietsers boven aan de dijk en zelfs de kleine blauwe prins hoog verheven ontroeren tegen de blauwe lucht. Alles ademt vrede en rust.

Thuis bedenk ik dat het boek van Gül een grote tweeledigheid kent. Er staan veel grofgebekte hoofdstukken in, maar als je bij de kern van haar verzet komt, weet ze het heel helder uiteen te zetten en gebruikt ze krachtige taal, die haar actie alleen maar versterkt. Het schoppen tegen de heilige huisjes is welhaast puberaal, maar de redenering erachter is weloverwogen. Ere wie ere toekomt.

Er heerst een gezellige drukte op straat. Grote en kleine voetstappen, kinderstemmen, aanmaningen van een moeder, wandelende rugzakjes en verkeer dat ronkend wacht tot het zebrapad vrij is. Ze gaan weer naar school. Het brengt me even terug in de groep. Januari is een heerlijke maand na de waanzinnige drukke feestmaanden. Alles oogt schoon en fris. Soms waren de vloeren geboend in de vakantie. De kinderen hadden er zin in, waren alle vermoeidheid vergeten. Nog even flitsen met wasco en ecoline voor het maken van het vuurwerk en daarna stond er een nieuw project op de rol met een grappig toneel vooraf en een nieuwe beleving. ‘Mis je het niet,’ vroeg schoondochter laatst. De interactie wel, het sparren met de kinderen en de inspiratie door hun ontdekken en ervaren, waar er vaak genoeg een heel nieuwe techniek werd gevonden vooral.

Dat is het voornemen om dit nieuwe jaar mee te beginnen. Het experiment en de toevalligheden, die er uit voort komen. De lucht is solidair en penseelt alvast met Amber

Overpeinzingen

Een nieuwe intensiteit

Ja, het derde boek lag in de bus. En wat voor een. Nadat ik het karton van de verpakking open had gerist, kwam er een stevig gebonden nachtblauw boek uit, met mooie krulletters in oranje/goud en een glimmend plaatje van een helifietszeeër met eronder de subtitel: Een reisgids naar je verborgen talenten. Ik vond mezelf na het beschouwen van boek en inhoud terug met een brede gelukzalige glimlach en vlak daarna met het besef zelden me zo bewust gelukkig te hebben gevoeld bij een nog te ontdekken boek.

Dat doet iets moois met je. Als musea gesloten zijn is er altijd nog het boek. Natuurlijk wilde ik er direct aan beginnen, maar eerst het andere leeswerk. Nog vier dagen worstelen met Gül.

Gisterenavond was het weer een zaterdag als vanouds. Heerlijk. Met ‘Matthijs gaat door’ krijgt het de sfeer van pyjamaatjes aan, wangetjes schoongeboend en voor de televisie je stroopwafel van de markt oppeuzelen. Iedereen genoot mee van Rudie Carrell en de uitzending met Esther Ofarim als zeemeermin bijvoorbeeld of Tom Manders als Dorus met zijn lieve mottenfamilie.

De stroopwafels hebben plaatsgemaakt voor naturel chips en de pyjama voor warme soksloffen en een huispak, maar het grote genieten is er. Hoe blij kan je worden bij het ontdekken van de passie en de vreugde, dat muziek maken oproept bij een ander. Tel de zegeningen en het wordt een dag met inhoud, herinneringen incluis.

In de rubriek ‘For Ever Young’ kwam Hans Dulfer vertellen. Hij woont ergens middenin de polder naast een oude molen, waar hij zijn archieven en de opgespaarde spullen uit het verleden bewaart. Een molen tot de nok gevuld met verleden en nostalgie. Hij verzamelde alles wat over hem geschreven was, knipte het niet uit maar bewaarde het in het geheel als katern met de achterkant erbij, een tijdsdocument om het te kunnen plaatsen. Die achterkant bleek veel interessanter en van groter belang dan het stuk over hemzelf, gaf hij aan.

Het grote pluspunt is de keur aan artiesten, die Matthijs iedere keer weer in zijn programma weet te halen. Zo kom je nog eens op nieuwe ideeën. Wie altijd bij dezelfde leest blijft, zal nooit iets nieuws ontdekken. De boodschap voor zijn eeuwige jeugd zat bij Hans in het omarmen van alles wat nieuw op je pad komt. Blijf vernieuwen en daarmee dus verjongen. Daar komt die verwondering om de hoek kijken. Aan wie zich kan blijven verwonderen en open staat voor de indrukken en ervaringen zal zich het nieuw te bewandelen pad openbaren, een nieuwe weg om in te slaan. Het wijst zich vanzelf, zoals het nieuwe kinderboek dat die ochtend door de bus gleed en waar het geluk en de wijsheid vanuit de bladzijden naar buiten buitelden.

In een artikel in Nivoz lees ik het verhaal over het belang van de kunst boven het belang van de methodeboeken. Juist omdat ze de verwondering opwekken. De schrijfster haalt daarbij een voorbeeld aan van een jongetje dat op Oeral onbevangen en vol vertrouwen de grote ballon binnenstapt achter de bedenkers aan.

Met een sprong reis ik terug in de tijd, zo’n jaar of wat geleden. Er was een oproep geweest of er vrijwilligers waren die mee wilden doen aan een experiment met een grote ballon voor een nieuwe act. Altijd in voor iets nieuws had ik me opgegeven. Dus stonden we met een groepje mensen te wachten tot we naar binnen mochten in een oude schuur of fabriekshal. Daar was die enorme ballon en inderdaad lieten we ons naar binnen leiden. We zaten letterlijk en figuurlijk in een bubbel. De ontmoetingen met elkaar werden er intenser door in die vervreemdende omgeving. Het was een bijzondere ervaring, juist omdat alles stil viel. Er praatte niemand, er was geen geluid, alleen die witte wereld, verzachtender nog dan de laag eerste sneeuw.

Een nieuwe drempel overgaan, het is een opstap naar een nieuwe intensiteit.

Overpeinzingen

Er de bezem doorhalen

Een van de kauwtjes uit de dakgoot is danig in de war. Ondanks de lichte rijp op de daken haast ze zich met tak vanaf het nest naar de boom en laat het daar vallen, terwijl ze parmantig heen en weer wandelt over het rondhout. Ze heeft het op haar heupen en is bezig met de grote schoonmaak. Omdat het me aan vroeger herinnert en de eerste grote schoonmaak in de lente, waarbij alle buurvrouwen in wolken stof wiegden op het ritme van de mattenkloppers in de achtertuinen, vermoed ik het vrouwtje. Er werd toen geschrobd, geklopt, geschuurd en geschuierd dat het een lieve lust was, vuurrode armen uit de opgestroopte mouwen. Winter eruit verbannen, nieuw en schoon leven erin geblazen. Dwars door mijn reis door de herinnering heen vierde verbazing hoogtij. Ze zal toch niet nu al aan het nest beginnen. Er moest minstens nog een winter of iets wat er op lijkt, komen. Ik wacht de acties met spanning af. Er gebeurt heel wat in het leven buitengaats.

Vriendlief heeft zijn omstandigheden beschreven. We moesten maar eens samen aan het werk om een en ander in goede banen te leiden. Mijn indruk over het geheel is er gesterkt uitgekomen. De allereerste stap zal een bezoekje zijn.

Gisteren was er sprake van twee afspraken achter elkaar. Mijn boek ‘De zwarte schuur’ van Oek de Jong voor de jarige schoonzoon moest naar de plaats van bestemming gebracht worden op een tijdstip dat het rustig was. Natuurlijk zat er al een nichtje met twee kinderen in dezelfde leeftijd als de filosoof en zijn zus. Verstoppertje door het hele huis, geroffel op de trap, balletjes trappen, een beetje de jongsten plagen, met poppetjes spelen, zoete broodjes bakken met chips en limonade…Het was er allemaal. Er tussendoor, af en toe nauwelijks verstaanbaar, de pedagogische problemen, corona-perikelen, familiebanden in een notendop. Om vijf uur een deurtje verder voor de boodschappen en een bosje bloemen voor de volgende visite.

Vriendin en manlief met hun nieuwste aanwinst, een prachtige zwarte trouwogige lieverd. Eindelijk zou ik hem in levende lijve zien. Er waren al vele foto’s langs geroetsjt op social media, maar in levende lijve aanschouwen was toch leuker. Ze waren druk bezig in de keuken, zag ik, toen ik de feestelijk verlichte entree inliep. De beslagen ramen getuigden van een nijvere voorbereiding.

Dat vertrouwde sfeertje van jarenlang met elkaar de tijd gedeeld te hebben, zette zich moeiteloos voort, de rest van de avond. Natuurlijk kwam school langs en het prachtige systeem waarin de Jenaplan en wij de lesstof hadden gegoten. Hoe het diende tot opvang voor alle kinderen, die door anderen als ‘moeizaam‘ werden aangemerkt. De bakermat van het aloude principe ‘laat alle kinderen tot mij komen’ in een sociale context en letterlijk uitgevoerd. We haalden juweeltjes uit deze schatjes met ieder hun eigen kwaliteiten, die nu ruim boven konden zwemmen. Dieper duiken deden we ook, Erasmus kwam langs, bijzondere vriendschappen, pensioenperikelen, geloof, de liefde voor het dier en dat alles onder het genot van een heerlijke, op Oosterse leest geschoeide, maaltijd. Het huis straalde gastvrijheid en warmte uit conform de lieve vrienden.

Het rijke leven, zo’n onthaal en met de belofte van zeker snel weer, niet meer zo’n lange pauze als ervoor, nam ik met een ‘Namaste’ afscheid. Thuis knipoogde de kerstboom met haar lampjes me olijk toe. Morgen ben jij aan de beurt, beloofde ik. De drie koningen zijn inmiddels gearriveerd. Ik denk dat ik de kauw maar eens achterna ga. Opruimen en er de bezem doorhalen.

Overpeinzingen

Kan iets gelukzaliger zijn dan dat

Het eerste boek is binnen. Verleidelijk, dus toch alvast drie hoofdstukken gelezen. Dat is geen titanenklus, want het zijn mooie afgemeten lengtes. En spannend is het al snel. Het verschil van een goed boek met een moeizaam exemplaar is dat het ene je onmiddellijk op haar trein laat stappen en de ander maar blijft talmen op het perron met gesloten deuren. Ik doe mijn best Gül uitgelezen te krijgen voor aanstaande donderdag, dan komt de leesclub bij elkaar, maar het is een bezoeking. Ik ben benieuwd wat de anderen ervan vinden.

Het kleurde opnieuw prachtig boven de daken. Een zacht rozerood luidt een zonnige dag in. Met een etentje in het verschiet vanavond extra feestelijk.

Gisteren zag ik de film Philomena op NPOPlus. Ze is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Een Ierse dame gaat op zoek naar haar zoon, die tegen haar wil in, door de nonnen is verkocht aan rijke Amerikanen. Een schrijnend relaas. Nog heftiger vond ik het verhaal dat tussen de regels door verscheen en minstens nog wel goed zou zijn voor een film of een boek of twee. Die van de begraven, jonge, soms heel jonge moeders, die de bevalling niet hadden overleefd. De zusters hanteerden de grote doofpot met verve en gingen zelfs zover de archieven te verbranden. Het had weinig tot niets met barmhartigheid te maken, al stond dat groot op de poort vermeld.

In het nieuwe nummer van Zin-magazine schrijft Stef Bosch over hartstocht: ‘Wat een mooi woord. Een synoniem voor ‘passie’ maar het komt dichter bij de kern van waar het over gaat. Een hart op de tocht’. Bij nader onderzoek is het niet de deur die openstaat tegenover de ramen en de lucht die het daarmee naar binnen sluist, maar is het ‘tocht’ in de betekenis van trek ofwel begeerte. Volgens Stef: ‘Hartstocht is een rivier die zijn eigen weg gaat‘ en zich dus niets aantrekt van eventuele gedachten. Mooi beeld levert dat op. Zo’n eigenzinnig hart dat, overspoeld door verlangen, rücksichtlos door roeien en ruiten gaat om daaraan tegemoet te komen.

Ik kan uit volle overtuiging zeggen dat ik hartstochtelijk veel van bepaalde dingen hou. Taal bijvoorbeeld, schoonheid in de breedste zin van het woord. Mooier dan passie en hartstocht dekt bevlogenheid de lading. Het stijgt boven de lust uit en is de drijfveer, de motor achter het handelen. Het geeft het leven kleur en maakt het daardoor waard om geleefd te worden. Hoofd, hart en handen zijn ermee gemoeid. Een hart op de tocht doet me aan ‘hunkeren’ denken en het eeuwige, vaak ook, onvervulbare verlangen dat overgaat in weemoed en stil verdriet.

Zo werkt dat met de beelden in het eigen hoofd. een volstrekt ander verhaal. Niet meer of minder waar, gevoed door eigen ervaring en waarneming. Dat hele persoonlijke, dat er voor zorgt dat er meerdere wegen naar Rome leiden. Bijzonder, dat denkhoofd van ons.

Het begin van de sjaal is er. Het stemt tot nadenken of soms tot helemaal niets. Dan brei ik me rechtstreeks een wolkenloze hemel in, zonder wat dan ook. Stilte, getik van pennen en verzonken in het ‘recht en averecht’ van het moment. En dat met alle rond cirkelende gedachten als die van mij en met al mijn passie, mijn hartstocht en bevlogenheid. Even op de pauzeknop gedrukt. Kan iets gelukzaliger zijn dan dat.

Overpeinzingen

Nog altijd

Eergisteren werd er een klein pakje bezorgd om half acht ‘s avonds. Respect voor deze harde werkers die van hot naar haar lopen om onze noden te lenigen. Hij werd met gejuich begroet, want ik wachtte al een aantal dagen op deze bestelling en zoals verwacht zat het feestelijk in mooi bedrukt vloeipapier verpakt met een kaartje en een beschrijving erbij. Vijf prachtige kleuren wol van een mooie kwaliteit voor mijn troostsjaal in donkere dagen.

In 2017 toen ik moest herstellen van mijn infarct heb in in de drie maanden daarna een meterslange sjaal gebreid in okergeel. Breien werkt helend. De handen doen voort terwijl de geest wegdwaalt in de meest uiteenlopende hersenspinsels, al net zo rustig en bedaard als het ritme van de breinaalden je vertellen. Zo kabbel je verder, terwijl er onder je handen een stilistisch eenvoudig maar toch kunstig weefsel verschijnt, en niet in de laatste plaats om die prachtige natuurlijke tinten.

Hoera, al drie toezeggingen voor de kinderboeken zijn binnen. Het is een prachtig thema en ik probeer om voor alle leeftijden te vinden wat de noodzaak van verwondering benadrukt. Kinderen verwonderen zich van nature, het is de volwassene die er ruimte aan moet leren geven. Stap af van je bagage en je denkhoofd en glij in de bijzondere wereld van het kind. De gekozen boeken helpen daarbij. Als ze zijn wat ze mij beloven in advertenties en aanbevelingen. We gaan het ervaren.

Gisteren had ik maar liefst drie mensen achter me staan bij de fysio. Ik was vast gaan inlopen op de band. Mijn eigen fysio had er twee stagiaires bij, die hij ondertussen bestookte met vragen waar ze hun hoofd op mochten breken. Ik moet altijd op mijn tong bijten om het antwoord er niet gewoon uit te flappen, maar ik hield me keurig in. De vierdejaars mocht met me aan de slag en het was een prettige ontmoeting, al moest ik een aantal oefeningen doen, die niet vanzelf gingen. Kramp, disbalans, maar verbeten blijven proberen natuurlijk. Het heerlijke van een serieuze stagiair is de toewijding waarmee hij aan het werk gaat. Respectvol, voorzichtig en geduldig. Alle routine is er nog niet ingeslopen. Het half uur vloog om.

Zoonlief is aan het vogelen geslagen. Hij trekt er met vriendin en pittige camera op uit, om urenlang tussen het riet te liggen terwijl hij wacht op het juiste moment. Zijn geduld wordt nu nog beloond met de kleintjes, roodborstje, puttertje, staartmees, vink en dan is er ineens een valk die de ganzen beneden hem de stuipen op het lijf jaagt en een buizerd die zich laat bewonderen in een wijd gespreide vleugelpracht. Wat een mooie dromen vangt zijn jonge ambitie. Geen rap of rock uit zijn EarPods, maar vogelgeluiden, de een na de andere. Vriendin kent dezelfde interesse om beelden te vangen, maar dan de paddestoel, een blad dat het laatste zonlicht vangt, de grillige bast van een boom. Wat een heerlijke hobby en zoveel om te ontdekken. Op de manier waarop hij altijd weer een uitdaging aangaat en zorgt dat het een kracht wordt en kwaliteit levert, ben ik trots. Nog mooier is om te ervaren hoe jeugd begon, gretig met een drang naar meer. Zo herkenbaar en nog steeds achter een van de deuren in mijn hoofd te vinden. Jeugdig elan. De deur die open zwaait, als de tijd er om vraagt. Nog altijd.