Overpeinzingen

Een beetje clementie

Omdat het zoveel met me gedaan heeft, is Lief eveneens direct in het boek begonnen en heeft het alleen uit handen gelegd toen we, door de gestaag vallende regen, naar de kringloop gingen. We bespreken het pas achteraf. Dan weet ik of mijn ontlading op eenzelfde manier gedeeld wordt. Het derde boek ligt naast me en er is een lichte schroom om er aan te beginnen, al zou dat erg wijs zijn in verband met de inleverdatum van de recensies.

Tuin of balkonplanten moesten een dag wachten. De eerste voor een inspectie of de vijver het heeft gehouden met al dat hemelnat en de tweede om de groter groeiende zaden te verpotten, willen de bloemen nog dit jaar uitkomen. Het maakt niet uit. Een kringloop is een prettige binnenactiviteit, vooral als je echt niets nodig hebt en alleen maar ronddwaalt om te zien of er iets van je gading tussen zit.

De garderobe had kennelijk behoefte aan vernieuwing, want de afdeling kleding was het eerste waartussen ik begon te snuffelen. De afspraak was ‘Iets ouds eruit, iets nieuws erin’, om uitpuilende kasten te voorkomen waarin je hele kledingstukken licht zou kunnen vergeten. Voor Verweggistan wil ik ze nog uitgemest hebben en als het me lukt de rest van de boekenkasten opschonen. Maar dat is een ander verhaal.

Lief glipte de andere kant op. Met de handen op de rug kuierde hij door het immense gebouw en verbaasde zich ongetwijfeld over het luxe leven van ons hier, waar de hoorn des overvloeds rijkelijk uitpuilt aan de kwaliteit van de afgedankte spullen te zien.

Eigenlijk hadden we liever even naar een museum gewild, maar alleen Voorlinden en de Hortus waren op maandag open. De eerste was te ver weg en de tweede ongetwijfeld te nat. Met de zon door de bloembladen en de hoge bamboebossen, de filtering van licht en donker, geeft deze hortus zo’n heerlijke meditatieve sfeer. Waterdruppels aan of in het blad zijn ook prachtig, maar een hele verregende laan is teveel van het goede.

We laten ons leiden door de ingevingen. De kringloop dus. Zowaar, er is veel leuke en redelijk nieuwe kleding waarbij de prijs eens niet verhoogd is. Een lieve witte bloes met gouden veertjes, een ikat broek in groenschakeringen, een prachtige aubergine klokrok en een okergeel lief sweatertje. Ondertussen denk ik koortsachtig de thuisgebleven combinaties erbij en weet dat het prachtig zal staan. Dat veelkleurige topje met aubergine erin bijvoorbeeld, mijn lange groene overhemdjurk los over de broek, ook de sjalen passen in het geheel. Inpakken maar. Het is lang geleden dat ik wat heb aangeschaft en dit geeft een goed gevoel. Er zat nog wel een addertje onder het gras. Bij thuiskomst bekeek ik de bon goed en ontdekte dat er bovenop de prijs BTW apart werd berekend, bijna vijf euro meer. Dat was nieuw voor mij. Het heeft ook nergens te lezen gestaan. Het voelt als verkapte winst voor deze commerciële kringloopketen. Bereken het door in de prijs, dan weten wij waar we aan toe zijn.

Er zit één misser bij. Althans, de bloes is leuk, lekker wijd en oversized, met wat goud op snee in het subtiele opschrift. Thuis inspecteer ik de tekst. Er staat: Shopping is my passion. We moeten er hartelijk om grinniken. Als er iets niet tot mijn passie behoort is het ‘shoppen’ wel. ‘s Nachts bedenk ik dat het in Verweggistan niets uitmaakt wat erop staat. Niemand zal het lezen en anders is het altijd nog een perfecte schilderskiel. Dus bewaren dan maar, ze heeft recht op een tweede ronde.

De zon tovert een bijna strak blauw boven onze hoofden. De tuin komt aan bod na de fysio. Hem moet ik vertellen dat de spierpijn daverend was na de ingewikkelde beenspieroefeningen van vorige week. Hij zal glunderen en zeggen dat het goed is. Zo moet het ook. Al die oude botten en spieren beetje bij beetje opkrikken tot ze weer soepeltjes uit de tweejarige ruststand komen. Hopelijk overgoten met een beetje clementie.

Feest der herkenning·Overpeinzingen

Het mag er zijn. Allemaal

Na een rustig opstarten van de dag en het maken van een ludieke kaart voor het feestvarken namens de boekenclub(dat kon natuurlijk alleen een leporello zijn)gingen we op zoek in het centrum naar het uitgeholde boek dat we vorige maand ergens gezien hadden. Mijl op zeven bleek later, nergens meer te vinden, zelfs niet in de goedkope hebbewinkels.

Dan maar een mooi envelopje in een tas. Goud op snee, dat verdiende onze man die de zes decennia aantikte. Nou, al een half jaar geleden hoor. Maar dankzij corona hielden we er gisterenavond een fantastisch feest aan over.

Het was een tocht door mijn verleden, direct bij binnenkomst al. Lief kreeg de vuurdoop. Binnen een mum van tijd werd hij meegesleurd de diepte in, maar op de mij zo welbekende amicale en liefdevolle wijze. Dertig jaar aan verhalen trokken voorbij in een notendop en alle liefde uit die tijd kreeg hij er gratis bij. Dankbaar en liefdevol voelde ik me temidden van al die vertrouwde gezichten. Het was een beetje alsof ikzelf wat te vieren had en ik weet zeker dat dat voor bijna iedereen gold.

De entourage was er naar. Het mooie huis, de prachtige tuin, het grote atelier met de doeken van de drie dochters en wat kleiner werk, de prachtige vers-van-de-pers-keramische beelden van eigenhand van vriendinlief, de vlaggetjes, de slingers, de feesttenten, dat alles tesamen ademde feest en liefde in kapitalen en het feestvarken zelf kon niet stralender zijn dan dit.

Er was een foodtruck die onafgebroken de hapjes verzorgde en daarna zelfs keuze bood uit drie schotels met heerlijkheden onbeperkt eten. Zon werkte tot een uur of half zeven op alle fronten mee. Daarna vond iedereen met gemak een schuilplaats in een van de diverse droge ruimtes of in huis. Halverwege de avond werd de doopceel van de jarige gelicht in een ouderwets smartlappenlied door zijn vier vrouwen gezongen met ondersteuning van de ‘afwezige’ accordeon, geïmiteerd door haar duozanger. Iedereen zong het refrein uit volle borst mee.

Dochter luidde samen met haar vriend de dansavond in achter haar dj-tafel, die beschermd was tegen de regen aan de open kanten met plastic. Het geluid moet tot in de verre omtrek te horen zijn geweest. Lekker even dansen, ik kon het niet laten. Grensje te ver, natuurlijk, maar eentje moest kunnen, nou twee dan, met een flinke pauze ertussen. Lief vermaakte zich en dat was een zorg minder. Allesbehalve als muurbloempje onderhield hij zich met de vermakelijke verhalen van mijn lieve vrienden, kreeg anekdotes voorgeschoteld, een kleine uitleg over ons oude vertrouwde schooltje. ‘Wat bijzonder was dit feest’ zou hij later zeggen.

Tussen alle kwinkslagen door was er ook tijd voor wat klein en groot leed, dat diep verborgen achter glimlach en olijkheid zich toch een weg naar boven wist te banen. Hier en daar een lach en een heimelijke traan of dichtgesnoerde keel met wat troost en een klein advies als pleister op de wonde boven de opzwepende klanken van de beat uit.

Het leven is een feest als de afwisseling de balans weet te treffen. Als leed zachtjes ingebed wordt in vreugde, men het gemis toe weet te dekken met de blijdschap van anderen en waar schrijnende scherpe kantjes gesmoord worden in warmte, telkens weer. Dat gebeurde op deze avond. Er werd ruimte gegeven aan wat het leven behelst in al haar facetten. Het mag er zijn. Allemaal.

filmgemijmer·Overpeinzingen

De kunst van leven en laten leven

Wat een slim idee was dat, een wonderschoon alternatief voor te hete dagen, zo’n bescheiden filmhuis in de middag. Net als verwacht sloeg de lome hitte elke vorm van energie eruit. Het was drukkend warm. De gierzwaluwen scheerden laag boven de daken en dat beloofde onweer, maar de lucht was nog steeds strak blauw.

Het was in de bus aangenaam koel zo op de vroege middag. Straks zou daar ook niets meer van te merken zijn. We besloten direct door te rijden naar het centrum van de stad, zodat we voordat de film begon, iets konden drinken in het filmcafe. Het tafeltje van de vorige keer was nog vrij, dus streken we er neer met uitzicht op de smalle steeg en de gesloten koekfabriek er tegenover, een klein pandje met de deur nog altijd potdicht.

Er was geen kassa open, maar de kaartjes konden gekocht worden aan de bar. Wij zouden met de E-tickets boven gecontroleerd worden bij de ingang van de zaal. De airco trok heel de warmte onderuit. Nog vier mensen hadden hun zinnen gezet op ‘Bergmans Island‘, verder bleef het rode pluche aangenaam leeg.

Het verhaal speelde zich allemaal af op het Zweedse eiland Fårö, waar Ingmar Bergman gewerkt, en gewoond heeft en begraven ligt. Dit eiland is een soort van bedevaartoord voor de Bergmanliefhebbers. De adoratie tijdens een ‘Bergmansafari’ wordt in de film hier en daar subtiel onderuit gehaald door de regisseuse Mia Hansen-Love. Het verhaal begint kabbelend, maar allengs neemt de spanning toe door een vernuftige gelaagdheid. Als alle grenzen van die lagen vervagen, is het steeds weer een verrassing welke wending het verhaal neemt. Het blijft boeien tot het einde toe. De natuur op het eiland is prachtig in beeld gebracht en past bij het bedachtzame peinzende karakter van de film.

Wat mij intrigeerde was de manier waarop je en passant meekreeg hoe de levens van de scriptschrijver en haar script letterlijk verweven raakten. Zeer de moeite waard. Wel een vest meenemen, want het was op een gegeven moment wel erg koel in de donkere zaal. Dat stond in stevig contrast met de overdadige warmte en het felle zonlicht buiten, maar door eerst nog maar een aperitief en een vega-borrelplank te genieten kwam de temperatuur op niveau in balans. Over de film raakten we niet uitgesproken en onze waarnemingen qua intentie en beleving waren praktisch gelijk.

De lokatie ‘De Slachtstraat’ is een oase vergeleken bij de drukte op de Neude, dat tegenwoordig volgebouwd is met terrassen en een spektakeltent. Het geroezemoes gaat daar over in een kakofonie van geluid, dat net zo overweldigend overkomt als de uit de voegen gestegen hitte. Dankbaar bejubelden we de stilte en de relatieve koelte in de kleine overschaduwde stegen naar het station, waar we de bus terug zouden nemen. Hoe wisselend kan een overvolle stad zijn.

De film is een aanrader als je van het kalme tempo, de sfeerbeelden en de mooie natuur houdt, die vaak zo kenmerkend zijn voor een psychologisch drama. Als je gevoelig bent voor de liefde en de schoonheid die de beelden uitstralen, word je dubbel beloond. Dat is de kracht van het verhaal, dat op een subtiele manier inzoomt op de kunst van leven en laten leven.

Overpeinzingen

Als herboren verder gaan

Met de haren in de henna, zit ik op het oude vertrouwde bed met het uitzicht op de boom voor het raam de twee uur intrektijd uit. Met een teveel aan bewegen zou de henna zich losmaken van de bruine toef op mijn hoofd en onder de plastic zak doorlopen. Hennakleurtjes zijn hardnekkig te verwijderen. Eigenlijk is de andere mogelijkheid, vergrijzen, nooit in me op gekomen. misschien wel omdat het haar zo gezond blijft onder die zalige dosis puur natuur. Mijn moeder had wazt men in die dagen noemde ‘Melkboerenhondenhaar’, al zag ik dat niet en vond ik ieder sprietje even lief. De vetbulten op haar hoofd baarden me meer zorgen, maar daar legde ze dapper en zorgvuldig de was-en-watergolf overheen. Wat je niet ziet, is er niet. Er warenn wel pogingen ondernomen om ze chirurgisch te laten verwijderen, maar de tweede keer was dat echt een martelgang geweest. Een milde verzoening was het resultaat bij de terugkomst van de vermaledijde bulten.

De beloofde en in onze ogen aangename temperatuur van 24 graden bleek stiekem toch gaande weg uit te lopen naar richting de dertig. De opnieuw aangeschafte vier zakken zand leverde een enthousiaste caissière op toen ze me gewaar werd. ‘Ik ken U ergens van’. ‘School’, probeerde ik voorzichtig. ‘O ja, U bent geen spat veranderd. Hoe lang is het geleden dat ik daar schoonmaakte, vijftien, twintig jaar?’ Heel langzaam kwam die tijd terug in mijn krakende hersenen en ik zag haar de balie poetsen. Hoe zorgvuldig was ze in haar werk. Na haar was de school nooit meer zo proper geweest. Ze nam ruim de tijd om onze gezamenlijke herinnering op te poetsen. Allengs werd de rij achter ons langer. Ik zag het steunbeen van de meneer achter me vanuit mijn ooghoeken ongeduldig wisselen en breidde er toen maar een eindje aan. Ze wenste me een fijne dag en dat werd het.

Niet in de laatste plaats door de komst van dochter en kleindochter. We zetten de tafel met de vier stoelen onder de Vasalis-appelboom met zijn twee stammetjes en zaten heerlijk in de schaduw. Lief haalde ondertussen de vier zakken zand met de kruiwagen uit de auto op. Na de lunch zouden we de vijver stellen. daar liet ik hem in begaan, want hij had er een heel eigen idee over. Ik had vier pollen tijm aangeschaft voor in de kruidentuin als bodembedekker om de groei van de hardnekkige weilandgrassen van vroeger, die nog altijd op de scheidslijn van buuf en mij groeiden, in te dammen. Kijken wie er uiteindelijk sterker is.

De lunch smaakte heerlijk bij het aangenaam verpozen in de schaduw. Kleindochter vermaakte zich kostelijk met de dipstokjes en een bekertje roomkaas met kruiden. Later kwam er aquarelverf en papier bij om de tijd te veraangenamen. Ze verveelde zich geen ogenblik. Dochter en wij konden weer eens goed bijkletsen en de eventuele plannen op de agenda doornemen. ‘Wat ga je doen met je verjaardag”, vroeg dochterlief. Ik wilde eigenlijk, net als toen ik 65 werd, enkel en alleen met de kinderen zijn. Een lekkere lunch of een heerlijk diner op een plek waar alle kleinkinderen goed uit de voeten konden en de menukaart een hoog vegetarisch gehalte had. Zo’n intiem samenzijn was goud waard.

Nadat het tweetal weer vertrokken was en ze nog wel een foto van ons aan het einde van het pad had genomen, iets wat ik altijd omgekeerd placht te doen, pakten we de draad van het klussen weer op. Ik de tijm en lief de vijver. Gieteren vond ik mijn pakje aan en kliefde een weg door rand van groot hoefblad aan de kant van de sloot, zodat we niet meer het halve pad af hoefden te lopen voor het vullen van de gieters. Bezorgdheid bewoog hem tot een helpende hand, maar nodig was dat eigenlijk niet geweest, maar heel lief.

Vandaag in deze hitte van de beloofde 30 graden zagen we vanmiddag een buitenkans om in een koel filmhuis de film ‘Bergmans Island’ te gaan zien. die op de verlanglijst stond. Met de bus naar de stad en vlakbij het doel uitstappen. Maar eerst de broeiende smurrie op mijn hoofd uitspoelen en als herboren verder gaan.

Overpeinzingen·Theater

Meesters van onze eigen tijd

Het was mijn laatste voorstelling die ik voor Kunst Centraal zou doen daarna zou mijn vrijwilligersjas voorgoed aan de kapstok hangen. Aanvankelijk wilde ik naar het theater hier in het centrum lopen en ik was al welgemoed op pad gegaan. Ineens had ik een helder moment en bedacht dat de banner, die ik bij elke voorstelling uitrolde, nog mee moest. Tja en die lag achterin de auto en was te zwaar om mee te zeulen. Op rasse schreden omgekeerd en dan toch maar de auto genomen. Er zouden maar liefst om en nabij 2x 300 kinderen komen bij beide voorstellingen van vandaag. Het stuk heette Meesters van de Tijd en het was een samenwerking van theater Jaski & De slagwerkgroep Percossa.

Ik had een paar jaar geleden de premiere al gezien en wist dat het een boeiend spektakelstuk was met hele spannende elementen erin. Officieel stond het voor 5+ maar daar was het veel te spannend voor. Van zo’n twintig scholen waren de groepen 5/6 uitgenodigd. De kinderen konden heerlijk ravotten voor het theater tot het tijd was om naar de zaal te gaan. Als een school niet kwam opdagen moesten we, de andere publieksbegeleidster en ik, gaan bellen om naar de reden te vragen.

Vooral met de tweede voorstelling zat het publiek er goed in. Ze hadden de meegestuurde liedjes ingestudeerd en zongen uit volle borst met Sophie, de hoofdrolspeelster, mee. Het was een aangename en een geslaagde dag, niet in de laatste plaats door de soepel en goed georganiseerde aanpak van de leden van De Kom zelf.

Lief was gaan fietsen naar zijn vrienden die samen zouden komen in Houten en daar zonder routeplanner toch goed aangekomen, begreep ik uit zijn smsje. Dat was een hele geruststelling. Ik was ondertussen naar de garage gereden om een afspraak te maken voor de kleine blauwe prins die in de revisie moest om ons daarna nog een heel jaar als nieuw te kunnen blijven vermaken. Het was een wikken en wegen geweest omdat onder andere de airco gemaakt moest worden en dat was een kostbare post. Zonder dat was het niet te doen op de lange rit naar Verweggistan, omdat we de grote tunnels in Oostenrijk door moesten en dan is een beetje verkoeling meer dan wenselijk, zo hadden we de eerste keer ervaren.

Vanmiddag gaan we de vijver waterpas stellen. Daar moeten we eerst nog twee zakken zand voor halen. Het gras zal ook wel om een schrobbertje met de maaimachine vragen. Het belooft een aangename temperatuur te worden en dan is het er goed toeven.

Lief verteld vanmorgen dat de vrienden met elkaar in gesprek waren geraakt over de manier waarop het aardse afscheid gegoten zou moeten worden als de tijd rijp was. Een boeiend onderwerp dat niet snel gespreksstof zal zijn, maar wel betekenis gaf aan de vriendschap. Vanmorgen bespraken we het samen. We hadden al eens eerder dat onderwerp bij de horens gevat. Terug naar de natuur was ons heilige voornemen en in alle eenvoud zonder al te veel rituelen, een samenzijn ter plekke. Daarnaast filosofeerden we ook over de reden, waarom men zo’n afscheid beoogde. Meer voor de achterblijvers dan voor de overledene in ieder geval. In hoeverre de ziel zelf het ritueel nog bij zou wonen, bleef in het ongewisse.

Een kalm begin van de dag met mooie voornemens en een goede overpeinzing. Het boek van Willem de Zwijger was bijna uit, dan zou lief voorlopig uit de Middeleeuwen vertrekken, al stond er alweer een nieuw boek op stapel. Ildefonso Falcones met Kathedraal van de Zee, een verhaal dat zich afspeelt rond 1400. Voorlopig is mijn bescheiden en opgeschoonde bibliotheek luilekkerland voor hem en daarmee ook voor mij, omdat het fijn is opnieuw terug te duiken in die literatuur.

Het zonnetje schijnt vrolijk, de dakgootkauwtjes houden zich koest, de dag strekt zich uitnodigend uit voor ons, de meesters van onze eigen tijd.

Overpeinzingen

De eigen tred veert op

In de supermarkt een stadje verderop stond ik mijn vijf of zes boodschappen in de kleine rugzak te proppen toen ik vanuit mijn ooghoek haar aan zag komen. ‘Ha lieverd, wat doe jij nou hier’. Het was een heerlijke grote winkel met brede paden en een groot assortiment, een plezier om doorheen te lopen.

Na die uitleg kregen we het over een straks te bezoeken gezamenlijk feest. Hoe het met lief was en of hij meeging. Natuurlijk wel, een soort vuurdoop met al die goede vrienden bij elkaar. Voor haar was elk feest ook een dergelijke beleving als ze er in haar uppie naar toe moest. Alleen tussen goede vrienden niet, daar voelde het senang om de goede sfeer en het ons-kent-ons gevoel. Dan hoefde je nooit wat uit te leggen. Ze verhaalde van een feest waar ze zich heel bewust was geweest van het alleen zijn.

Ik dacht aan de afgelopen 25 jaar en al die keren dat ik zonder wederhelft al die feesten en partijen en andere gelegenheden had bezocht. Soms in gezelschap van een van mijn vele lieve vriendinnen, zussen, kinderen, maar vaak ook alleen. Een aangenaam kouten, een wijntje erbij en een vaag gemis bij het zien van een hand om een middel, een steelse blik, een verdwaalde zoen. Dat alles was mijn eigen keuze geweest. Op mijn voorhoofd stond in hanenpoten geschreven ‘Nooit meer of hij moet van hele goede huize komen’. Dat laatste in overdrachtelijke zin natuurlijk.

Bij haar was er geen sprake van een keuze. Na een moeizaam jaar vol leed en verdriet afscheid te moeten nemen van het allerliefste, het allerbeste wat je ooit overkomen was, geeft een heftig gevoel van gemis ondanks dat het aardse leed niet nog verder beschadigen kon, iets dat op zich een opluchting was. Maar dood is dood. daar krijg je de geliefde niet mee terug. De liefde blijft, tot in de eeuwigheid. In dat geval levert een alleengang op feesten en partijen alleen maar die schrijnende momenten op van het gemis bij zo’n weemoedige herinnering ingezet door die verdwaalde hand, zo’n heimelijke steelse blik. Het voelen van innige verbondenheid legt de eenzaamheid in al het schuren bloot.

In ons kleine moment van elkaar omarmen en dat korte gesprek werd een wereld gelegd van verdriet en herkenning, al was beide op een andere leest geschoeid. Een waardevol en warm zijn ‘temidden van het blikgehakt’ zou Annie M.G. gedicht hebben. We namen afscheid en in de wetenschap dat het feest straks alleen maar heerlijk kon zijn, met al die mensen die ons lief waren. Ik peinsde verder.

Zoveel mensen die om ons heen lopen en waarvan we de essentie van hun diepste gedachten niet meekrijgen omdat ze goed opgeborgen liggen in hun manier van zijn en doen. Ook al zijn ze een open boek dan weet je nog niet of je wel bij de kern komt. Dat maakt het leven zo boeiend. Die grote verscheidenheid, die verschillende opvattingen, die andere ervaringen die het leven hebben gekleurd. De mensheid in de meest diverse kleurschakeringen, letterlijk en figuurlijk. Omarmen denk ik, omarmen en verheugd zijn dat iedere ziel die er rondloopt een heel leven met zich meedraagt, waarvan we de essentie niet kennen maar dat ongetwijfeld boeiend en de moeite van het leven waard zal zijn.

Buiten prikt de zon door het grijze heen. Alles wat haast heeft lijkt langzamer te gaan. De eigen tred veert op.

Inspiratie·Overpeinzingen

Op eigen tijd en in eigen uur

De ochtend begint met langverwachte regendruppels op het dakraam in de entourage van een grijzig grauw. Welkom ondanks de twintig gieters die lief gisteren aan de tuinplanten had gegeven om in de verzengende hitte de grootste dorst te lessen. Als dank stak er een lichte verkoelende bries op.

Daarvoor hadden we de vijver leven ingeblazen. Het staat nog niet geheel recht, maar van de week scheppen we het kleintje weer leeg met de emmer en komt er een waterpas bij. Dat wisten we wel, maar we waren nieuwsgierig naar het resultaat van een kikker-en kindvriendelijke vijver. In de vorige was kleindochter al eens pardoes gestapt.

Regenachtig, zondag en vaderdag dat, bij elkaar opgeteld, betekende min of meer rustdag. Even na alle lichamelijke arbeid van gisteren de broodnodige rust pakken en genieten van wat er ter tafel kwam. Lief zou gaan wandelen met onze vriend en had het schoorvoetend besproken omdat we eerst nog dachten naar de tuin te gaan. Dat idee was al in het water gevallen maar ruim ervoor had ik hem bezworen dat het geen probleem was. Er volgen nog vele dagen waarop van alles mogelijk is. Leef bij de dag.

In de Volkskrant, uitgespeld bij een kop koffie op bed, stond een aangrijpend verslag over Rafael Schächter, een beloftevol pianist en dirigent in het concentratiekamp Theresienstadt zangers bij elkaar had gezocht om ze bij wijze van protest het requiem van Verdi te laten zingen. Tot drie keer toe moest hij overnieuw beginnen met instuderen omdat er dan weer een deportatie naar Auschwitz had plaats gevonden. Met groot doorzettingsvermogen was het hem uiteindelijk gelukt om de hoge Nazi-Duitsers dit lied als aanklacht, met een verborgen boodschap in de tekst, in het gezicht te slingeren. Voor de deelnemers een triomf.

De Duitsers waren zelfs niet op het idee gekomen dat het vreemd was, dat een Joods koor een katholieke dodenmis had ingestudeerd. Jaren later werd dit verhaal door de Amerikaanse dirigent en hoogleraar Murry Sidlin ontdekt in Minneapolis. Hij liep langs een boekwinkel met een stapel afgeprijsde boeken voor de deur. Het eerste boek wat hij beetpakte was ‘Muziek In Theresienstadt’. Hij was geimponeerd omdat hij het Requiem van Verdi onder optimale omstandigheden had uitgevoerd en toen bleek het een grote opgave. Hoe was het mogelijk dat deze Tjech het voor elkaar had gekregen onder die barre omstandigheden.

Sidlin besloot zich te verdiepen in dit verhaal en het wereldkundig te maken. Met verscheidene opvoeringen in tientallen steden wordt het concert vandaag voor de 52ste keer samen met het Radio Filharmonisch Orkest, het Nederlandse concertgebouw en vier internationale solisten in de Beurs van Berlage opgevoerd als eerbetoon aan deze moedige Dirigent en zijn koor. Schächter had zijn concert de titel ‘Defiant Requiem’ genoemd. Want wat zich daar afspeelde op die middag in 1944 was een regelrechte aanklacht tegen de wandaden van de Nazi’s en het werd gezongen met de hoop dat er ooit gerechtigheid zou komen. Op donderdag 23 juni zendt de NOS de opvoering uit. Het staat met hoofdletters in mijn agenda.

Inmiddels is het bijna middag en luieren we al lezend en schrijvend verder met het indrukwekkende ‘Dies Irae’ de hymne over de dag des Oordeels van Verdi op de achtergrond. Zo fijn dat dat mogelijk is op eigen tijd en in eigen uur.

Overpeinzingen

Na gedane arbeid

Bij de groene van deze week zit de gids ingesloten. Een krant vol poezie en literatuur. Een cadeautje dus, dat een aantal heerlijke leesuurtjes op de tuin impliceert, omdat het per artikel uit te spellen valt en zo er behoorlijk wat afwisseling te halen is. Een essay van de hand van Maria Barnas trekt ten volle de aandacht en wordt direct gelezen. Haar vraag bij de inleiding intrigeert: ‘Hoe doe je dat, met elkaar in gesprek gaan en elkaar proberen te begrijpen, als je elkaars bronnen niet erkent? Kan een toenadering ook een verwijdering zijn, een grens tussen jou en de ander in stand houden een vorm van respect?’

Lief en ik filosoferen over dit uitgangspunt. Is het daadwerkelijk een vorm van respect als je de grens in stand houdt. Het hele verhaal is opgehangen aan het feit dat de schrijfster een buurvrouw heeft op het volkstuincomplex, die aan het begin van het jaar een doemdenken uiteen zette, waar Maria afstand van nam, maar dat haar toch bezig bleef houden en ze benaderde de buurvrouw in een mail met de wens om over deze twee verschillende manieren van in de wereld staan te willen schrijven. De vragen die ze aan haar buurvrouw stelde resulteerde in een twee meter hoge schutting tussen hun beide tuinen in plaats van de dunne haag die er eerder had gestaan. De vragen waren bedoeld als een toenaderingspoging, maar was dat wel zo wenselijk geweest. De ontmoeting bleek de grondtoon van een verwijdering te zijn. Zodra mensen beginnen te roeren in het wel en wee van de ander wordt er kennelijk iets in gang gezet, dat soms zoals hier, ongrijpbaar blijkt te zijn en dat hier tot afzondering leidde. De ironie zit in de naam die het complex draagt: Nieuw Vredelust. Het bracht ons in ieder geval een van die fijne spar-momenten die juist een gevoel van verbondenheid geeft.

Met al dat leesvoer trekken we vroeg naar de tuin om, nu het nog redelijk van temperatuur is, de vijver in te graven en te vullen. Voorlopig zal ze nog ingebed zijn tussen de irissen en de daglelies, maar later, als de beplanting klaar is met de bloei, kan ze worden aangepast zodat het zicht op de vijver gewaarborgd is. Nu ligt ze nog geheel verscholen in het struweel. Ik hoop dat de kleine geel/bruine kikker op rasse schreden terugkeert, om naar hartelust te plonzen in deze oase.

De vier opdrachten uit het boek ‘Tekenen(met het rechterbrein)kun je leren’ zijn gemaakt. Een zelfportret in de spiegel, mijn hand in een bepaalde pose, een portret uit het hoofd en een stoel. Alleen al het feit dat er weer de rust is om te tekenen met een 2B potlood op het hagelwitte blad geeft voldoening genoeg. Dat was duidelijk alweer even geleden. Het is goed om mijn passie opnieuw bij de basis op te pakken, nu er ruimte voor lijkt te zijn, de ideeën vorm te kunnen geven anders dan in het woord nu daar behoefte aan is.

De plantjes op het balkon groeien gestaag. Straks kunnen we er de vruchten van plukken. Ik zie oneindig veel oostindische kers, afrikaantjes en verder bij de rest van de bakken is het afwachten wat schoondochter daar gezaaid heeft. Het is altijd weer een verrassing waar naar uitgekeken wordt. Er begint nu schot in te komen.

Er moeten nog twee zakken zand gehaald worden voor onder de vijver. Tijd voor een verfrissende douche, het oude tuinkloffie en wat lekkere koek en zopie in de koeltas voor een lome middag na gedane arbeid.

Overpeinzingen

Nieuwe inspiratie

Gisteren was de dag van de verrassingen. De vijver die we dinsdag hadden besteld werd gisterenmorgen bezorgd. Een snelservice van de eerste orde. Lief had het gevaarte pontificaal in de kamer gezet en toen ik beneden kwam was ik in de zevende hemel. Heerlijk dat we thuis waren op het moment van bezorgen. Het pakket was te groot geweest om bij de buren te stallen. Het feestje kon niet meer stuk, toen we begrepen dat ie qua afmeting precies de juiste grootte zou hebben. Iets wat bij een bezoek aan de tuin, om de planten water te geven werd bevestigd. Helemaal precies pas en dat op het blote oog. Kwam daar mijn gelukkige gesternte weer om de hoek kijken?

De planten waren toe aan een extra slok slootwater. Er gingen heel wat gieters in. daarna vertrokken we spoorslags naar België waar in een stad net over de grens de pleegzoon van lief met zijn gezin woonde. Een allerhartelijkste ontvangst was het gevolg, met een kleine pork van drie, als grote verbinder.

Het werd een aangename verkenning, onderhoudend gekeuvel maar ook de wat ernstigere zaken met, als tegemoetkoming aan de hongerige magen, verse pizza’s die ter plekke gemaakt werden en afgebakken in een kleine pizzaoven.

De kleine speelde zoetjes, het weer was heerlijk, de glazen gevuld met een koude prosecco en dan dit aangename gezelschap. De reis in de kleine blauwe zonder airco was vermoeiend en warm geweest, ook al was het slechts een uur en kwartier rijden. Rond een uur of acht togen we op weg om niet al te laat terug te zijn. Al met al een geslaagde ontmoeting.

Vandaag is zoonlief jarig. Straks hang ik de vlaggetjes op en krijgt hij een tegoedbon voor een zelf uit te kiezen cadeautje. Wat moet je ze geven tegenwoordig. Ik kon natuurlijk met een derde badlaken aankomen, maar ik dacht dat daar de behoefte nauwelijks lag, want zelfs die gebruikt hij niet al te vaak. Schoondochter zong hem haar wensen toe, waarop hij zich nog eens behaaglijk had omgedraaid. Van de vorige jaren wist ik dat ontbijt op bed ook geen gegeven was. Ik laat de bal bij hem. Eens kijken hoe het vanavond uitpakt.

Vandaag zal ik me eens over de eerste tekenopdrachten werpen. Heerlijk om aan een nieuw project te werken. Het is altijd stimulerend om opdrachten te krijgen waar je je mee bezig kan houden. Een van de adviezen om het rechterbrein te stimuleren kwam van vriendinlief. ‘Met de rechterhand tekenen en in de linkerhand een wijnglas’. Soepelheid betrachten op links. Haha, zo is dat. Er zijn natuurlijk vele wegen die naar Rome lopen.

De docent van het boek is uitgegaan van een uitspraak die de filosoof William James had gezegd: ‘Als mensen iets 90 dagen achtereen doen, wordt het een gewoonte’. Ze vond het het ei van Columbus. Als tekenen een gewoonte wordt, dan stop je er niet mee. Wat volgde op het eerste boek met de uitleg was een tweede boek, een werkboek, met allerhande tekenopdrachten en het advies om iedere dag een half uur te tekenen, oefenen en herhalen, zogenaamd vlieguren maken. Ze noemde het project De Gong. De meeste cursisten deden er aan mee en bleven zich daarna verder ontwikkelen. Ik denk dat het werkt en stort me graag op deze nieuwe uitdaging. Wie weet, brengt het nieuwe inspiratie.