Overpeinzingen

Echte zielsverwanten

In voorbereiding op de middag hielden we het de ochtend kalm. Youtube-instructies over het bereiden van de Imam Bayildi met minieme verschillen. Wel komijn, geen komijn, wel tomaat, geen tomaat, wel frituren of toch maar grillen. Het is zo leuk om deze zaken met elkaar te vergelijken. Een Turkse Tante Saniye die simpelweg op één pitje bakt en kookt neem ik als voorbeeld. Kalmpjes voorbereiden en dan achter elkaar aan de slag. Zodra de aubergines gefrituurd en wel op de bakplaat liggen is het grootste werk gedaan. Dan is het alleen nog maar een kwestie van afbakken.

Een maaltijd bereiden is afdalen naar jezelf. Terwijl de handen kalm doorgaan met bereiden, vier uien, vier paprika’s, drie tomaten, zes teentjes knoflook in plakjes of stukken snijden, daalt het hoofd naar binnen af. Die paarse rotan stoel waar ik die nacht van droomde, zou die er nog zijn in de kringloop. In mijn droom had ik haar toch opgehaald en de twee zitkussens van de grote woonwinkel, die op,de kleintjes let, erbij gekocht. Nu wilde ik niets liever dan als eerste op de stoep staan op dinsdag om haar alsnog te halen.

Hoe zouden de dochters het hebben? Die vermaken zich wel aan de foto’s te zien en ze hebben zelfs in zee gezwommen. Redden de mannen het met de kinderen. Natuurlijk wel, hokjes denken, vrouwen redden het ook met de kinderen. Zal lief zich vermaken nu mijn lieve vrienden op bezoek komen en zal hij ze net zo leuk vinden als ik. Hoe staat de tuin er bij, vast een tikje verwilderd, als het droger wordt moeten we er spoorslags naar toe. Morgen niet vergeten Toonder uit te lezen. Dinsdag toch spoorslag naar de kringloop. Zo vliegen de gedachten aan, terwijl mijn handen onverdroten verder gaan.

Olie in de pan en op het vuur. Om en om de aubergines bakken gedurende vijf minuten. Voor mooi zijn ze iets te dik,leert tante mij. Zij heeft kleine, wat dunnere, exemplaren gekozen. Dus frituur ik ietsje langer. Ondertussen meng ik komijn en chilitomatenpuree door het prutje. Lief verzekert me dat het heerlijk ruikt. Mijn geur is een herinnering.

Een appje meldt dat ze onderweg zijn. Wat fijn en wat lang geleden weer, dat we op deze manier bezoek hadden. Het stond al voor twee maanden gepland en door de inhaalverjaardagen van de kleinkinderen moesten we het al een keer verzetten. Aubergines in het bakblik, vulling erin en vast in de oven geschoven. Straks als ze er waren, konden ze nog 25 minuten stoven. Couscous in de aanslag. Dat was slechts een kwestie van kokend water erop gieten.

De bel en een weigerende deur. Lief gaat persoonlijk beneden open doen. Achter een groot plukboeket, vers uit eigen tuin, komen twee breed lachende gezichten te voorschijn en terwijl de mannen onderling een groot Betuwepakket uitwisselen(veel te gek, toch)zoeken wij een vaas voor de bloemen en zitten onmiddellijk op ons eigen spoor van vertrouwd en bekend.

Het kenmerkend van goede vriendschappen is dat je nooit een gebrek hebt aan gespreksstof. Alles komt langs. Het bijzondere van de relatie, de kinderen, het huis in Verweggistan met het beeld in Google maps alsof we er voor staan en naar binnen kunnen. Een vraag van vriendinlief, in de winter valt het blad van de boom, hoe zit het dan met de assimilatie? De plantenboeken voor de recensies komen. Op tafel. Daar vinden we antwoorden in Briljante Planten. Een must have voor alle weetjes op gebied van het groen om ons heen. Herinneringen aan het ge-straattheater. Alle glansrollen komen voorbij, vaker dan ooit liggen we weer in een deuk om die grappige voorvallen niets was ons te dol in de gloriedagen van ons gezamenlijk optreden. Zelfs de fotoboeken van het prille begin, lief als student, ik als beginnend verpleegkundige, komen te voorschijn en ontrafelen onze liefde van lang geleden.

Ondertussen zijn we aan tafel gegaan hebben een witte wijn opengetrokken en sudderen de aubergines in hun mooie rode saus nast de goudgele couscous, een plaatje, maar het allerbelangrijkste, zooo lekker, om je vingers bij op te eten. Na de koffie en de thee, de vaat blijft de vaat voor later, gaan ze weer op huis aan. Het grootste compliment komt van lief. ‘Het is net alsof ik jullie al heel lang ken’. Daar draait de vriendschap om. Zo werkt dat met echte zielsverwanten.

Overpeinzingen

Deze woelige wereld

Het begon allemaal voortvarend. Regelrecht naar de grote kledenwinkel, waar de keuze optimaal zou zijn. Bij de ingang had lief al door dat de kleuren op één kleed overeen kwamen met mijn wens. Ik was eerst meer op de rozerode kleden georiënteerd. De verkoper bij de balie begon al een beetje doelloos tussen de stapels door te lopen met een wakend oog op ons. Een beleefde vraag of hij ons kon dienen begeleidde zijn gang. Eerst wilden we echter zelf neuzen en de voors en tegens afwegen. We hadden allang bepaald wat het zo ongeveer worden moest. Bij het betreffende kleed van Lief vroegen we hem wel om het uitgestrekt op de grond te laten zien. Dankbaar schoot hij op ons af en trok het kleed met verve van de stang.

Het besluit lag er al voor het kleed de grond had geraakt. Het bijbehorende verkooppraatje, ‘geen doorsneekleed’, ‘spannende compositie’, ‘modern’, ‘weer eens wat anders ‘, kapten we voortijds af. Hij deed zijn best, met schalkse opmerkingen in vlotte clichés. Begrijpelijk als je de indrukwekkende stilte observeerde in de enorme winkel en dat op een zaterdagmorgen. We waren het er over eens dat we dankzij het gesnuffel van de vorige dag nu precies wisten wat het zijn moest. Dat was ook de reden dat we zonder moeite de tafelset en een biezen mand in een winkel verderop konden vinden. De buit vouwden en stouwden we in de kleine blauwe en reden eerst op huis aan voordat we het verdere verloop van de zoektocht konden uitvoeren.

Alles klopte als een zwerend vingertje. Dat beaamde zoonlief ook. Pluis begon van enthousiasme de nieuwe omgeving te verkennen vanaf haar troon. Het kleed had precies de juiste lengte en kleur, de tafels maakten het af, de mand onder de grootste kon weer gevuld met de Kunstmagazines en de wol van mijn te breien winterdas. De orchidee in de mooie rozerode tint van zuslief complementeerde het geheel.

Daarna was de jacht op de accessoires geopend. Kussentjes in de juiste tint en een dik plaid voor de op handen zijnde gasbeperkende winter. Bij de kringloop zochten we naarstig naar een stoel. Eigenlijk vond ik er een, een paarse rotan brede zit, maar die kende een pittige prijs, waar niets tweedehands op aan te bemerken viel. We keken ook nog naar lampen, maar vonden geen model naar het zin. Kalmpjes wachten tot we er tegen aan zouden lopen was het devies. Langzaam maar gestaag groeit alles naar ons beider zin. Onze smaak is nog steeds dezelfde. Daarom is het goed sparren over wel of niet.

Over de app komen prachtige beelden van de dochters uit het verre Helsinki. Ze genieten met volle teugen van de schoonheid van dit, tot dan toe, onbekende land. Er is niets leuker dan samen herinneringen maken en er later steeds weer aan refereren.

In de boekenbijlage van de krant staat een interview met de schrijfster van de biografie van Etty Hillesum. Wie heeft vroeger niet ‘Het verstoorde leven’ gelezen. De schrijfster Judith Koelemeijer heeft veel moeite gedaan om diens dagboekschrijfsels tegen het licht van de actuele feiten te houden. Daardoor krijgt een verhaal een belangrijke meerwaarde. Iets wat we van de week ook ontdekten bij het zien van de tentoonstelling: ‘De Nieuwe Vrouw’ in het Singer. Binnen de context vallen de verschillende puzzelstukken op hun plek. In haar speurtocht naar Etty stuitte ze ook nog op een dagboek van haar, eveneens Joodse, vriendin Leonie in Amerika. Deze vrouw was wel ondergedoken in de oorlog en ze overleden in 2013. Haar zoon had het huis in tact gelaten en daar kon de biografe door twee kamers met documentatie spitten. Een stoffige bedoening met deze belangrijke vondst tot gevolg.

Etty zelf kon de gedachte dat er een ander in haar plaats zou moeten sterven als ze onderdook niet verdragen. Ze stierf in Auschwitz in 1943. Een vrouw ‘die weigerde zich over te geven aan angst en vijanddenken’. Een mooi gegeven, toen en nu, in deze woelige wereld.

Overpeinzingen

Het moet niet gekker worden

Als eenmaal, naar de eigen bescheiden mening, een ideale combinatie aan kleur in het hoofd zit, wordt het lastiger zoeken. Eigenlijk zijn er meerdere composities mogelijk, maar door die ultieme gedachte werd de rest weggevaagd en ook wel omdat er vooral veel met blauw werd gecombineerd of het verkeerde groen.

Kleden te kust en te keur. Ontelbare rissen zijn door onze vingers gegaan. Bekijken, kleuren schatten, aarzelen, terugschuiven, nog eens bekijken. We waren nog een beetje beduusd door het feit dat ons oude vloerkleed geweigerd werd bij twee kringlopen zodat er niets anders op zat dan het hoogpolige verleden de bouw en afvalcontainer in te duwen. Hier lagen of hingen dezelfde hoogpolers weer, tegen een behoorlijke prijs. Het oude betaalde in ieder geval de prijs van de (betrekkelijke)welvaart. Mijn oude kringloophart huilt. Er was nog iets vreemds. Ik moest mijn legitimatie laten zien bij de ingang van de gemeentewerf. ‘Steekcontrole’ zei de oude baas, die ik eigenlijk al kende uit de tijd dat ik bij de kringloop ernaast werkte. ‘Zei hij dat op voorhand of omdat hij dacht dat er een lijk in het kleed verstopt zat of iets dergelijks’ grapten we naar elkaar. En toch voelde het een beetje zuur, zo’n ervaring. Alsof we niet te vertrouwen waren op onze respectievelijke blauwe en bruine ogen.

Bij één winkel hadden ze het goede kleed, zag ik op mijn telefoon. Spoorslag naar het winkelcentrum in de buurt, waar we een goede tuinvriend, de meest sociale jongen die ik ooit ontmoette, tegen het lijf liep in zijn witte Boernoes en met zijn gebedskralen in de hand. Om zijn mond krulde een stralende lach. We omhelsden elkaar. Sinds kort was zijn moeder over. Voor haar had de tijd in zijn oude land stil gestaan. ‘Ze denkt nog steeds dat ik dat kleine jongetje ben die ooit onder haar vleugels woonde’, vertelde hij berustend en zette de spitsroeden uiteen die noodzakelijk waren om heftige botsingen te vermijden. Het grote dilemma van de twee-culturen-problematiek kwam daarbij in alle heftigheid om de hoek kijken. Hij was al geruime tijd hier en als jong ouderloos kind hier gekomen. Zijn opvoeding was langs de wegen van de ervaring gelopen. Daar had hij zijn wijsheden opgedaan en later vooral ook door zijn opleiding. Zijn moeder stond daar ver vanaf. Even trok er een schaduw over zijn gezicht om direct weer te verdwijnen in die gulle lach. Hij wenste ons sterkte met zoeken en schoot de Turkse groentewinkel in.

Kort daarvoor hadden we wel de heilige Antonius aangeroepen om te helpen bij het vinden van een kleed. Maar hij had er vandaag geen zin in. Bij de winkel die we op het oog hadden, lag weliswaar het kleed in de kleur, maar veel te klein en veel te dun. Dat was genoeg voor vandaag. Moe maar gelukkig besloten we de volgende dag eraan vast te knopen om verder te zoeken. Bijzettafels hadden we al op het oog. Een fauteuil eventueel ook, afhankelijk van kleur van het kleed dat het uiteindelijk zou worden.

Bij de supermarkt haalde ik vast de ingrediënten in huis voor de Imam Bayildi. Op de fruitschaal liggen nu de auberginen, de paprika’s en de pepers hoog opgestapeld. Een lust voor het oog. Pluis had de bank willen confisqueren, maar snel haalde ik haar eigen krabpaal met kussentje erbij, daar zat ze hoog en droog, prinsessen-heerlijk, en keek minzaam toe hoe wij ons de bank hadden eigen gemaakt. Af en toe kneep ze de ogen dicht, alsof ze, bij hoge uitzondering, er haar goedkeuring aan gaf. Het moet niet gekker worden.

P

Overpeinzingen

O, wat is het lekker

Je moet ergens beginnen. Dat betekende dat als eerste de boeken, schetsboeken, tijdschriften, het pennengerei en anderszins van de achterleuning van de bank gehaald moeten worden. Omdat er in de boekenkast nog plaats was, kon ik daar een gedeelte kwijt. Daarna moesten de twee delen van de oude bank uit elkaar gehaald worden. Met rechtstandig optillen schoten de beide delen los van elkaar. Op de zijkant hevelen en schuiven nar de zijkant. Het tweede deel volgde.

Jaja, het heeft wat voeten in de aarde, maar dan is er ruimte voor nieuw. Het was wikken en wegen en passen en meten, de boel grondig stofzuigen en dweilen, de ramen zemen, de verwarming afstoffen. Tussendoor koffie en bijkletsen over eventuele mogelijkheden. Lief schuifelde de grote bankdelen de galerij op. Veel te zwaar vond ik, maar in die zin is hij net zo eigenwijs als ik, haha. Twee zielen, een gedachte. Pluis speelde alpinist en keek triomfantelijk van boven af neer op onze inspanningen. Ze vermaakte zich opperbest.

De kamer veranderde in een balzaal zonder de planten die op het balkon hun tijd aan het overbruggen waren. De nieuwe bank kon haar plek innemen. Door de orchideetjes die ik van zuslief had gekregen, bleek het groen van de bank en het fuchsia-roze van de bloemetjes een mooi afgestemd palet. Op naar een fuchsia roze kleed en bijpassende kussenhoezen zometeen.

Nu kon het grote heen-en-weer schuifspel beginnen. Plant aan de kant, plant in de hoek, met een hoger tafeltje eronder, plant naast de bank aan de andere kant. Niets meer aan doen. Volgende plantenreeks. We werkten gestaag door. Daarna was de werkkamer boven aan de beurt. De oude kast die weg moest, bleek in erbarmelijke staat en moest helaas in barrels naar beneden. Zoonlief liet er zijn karatetrappen op los. Leedwezen aan mijn kant, opgeruimd staat netjes bij de heren. Overal kleven herinneringen aan, die wakker worden als de nood aan de vrouw komt.

Buiten klinkt de kraak van de grofvuil-wagen. Het maalt met zijn hebberige kaken al wat aan jaren achter me ligt. ‘Een nieuwe herfst, een nieuw geluid’ in variatie op een thema, om met Gorter te spreken. Toch fijn dat het voor de deur opgehaald kan worden. Ik kon niet meer zien of de straatmadelieven van de nacht er nog iets aan bruikbaar tussen uitgeplukt hadden, waar ik stiekem toch op hoop.

Gisteren belde zwager voor het houtkacheltje uit het atelier op de tuin. Hij zou het graag op willen halen en zorgt er dan voor dat het gat van de pijp in het dak weer netjes dicht komt. Ideaal natuurlijk. Het kacheltje is voor mij onbruikbaar geworden, omdat de rook averechts werkt op mijn gezondheid. Hij is ermee geholpen op zijn nieuwe ‘landgoed’. Dat is het betere werk. Doorgeven schenkt voldoening.

Het bed dat weg moest, kon gelukkig uit elkaar geschroefd. Anders had het ook dit onhandige trappengat niet doorgekomen. Beneden in de schuur staat nog een tafel gelijk aan die van ons. Dat wordt het grote bureau voor twee voor het raam recht tegenover mijn lievelingsboom. Ruim genoeg om beiden aan te kunnen werken, lezen of schrijven en te genieten van de zonsopgang bij mooie dagen, de vogels en de vleermuizen, het leven der seizoenen.

Zondag komen er eters en ik verzin alvast het menu. Natuurlijk komt de imam die flauw valt weer om de hoek kijken. De mare gaat dat bij het Turkse gerecht Imam Bayildi, wat inderdaad de imam die flauw viel betekent. Oorzaak, ofwel omdat hij het overheerlijk vond, of omdat hij zich een hoedje was geschrokken van de hoeveelheid olie die er gebruikt wordt om het gerecht klaar te maken. Ik hou het op het eerste, want o, wat is het lekker.

Overpeinzingen

Ten volle uit

Het was een stralende dag. De juiste omlijsting voor een bezoek aan het Singer Laren museum met haar prachtige Oudolf-tuin. Het museum had er in de loop der jaren een vleugel bijgekregen, maar de parkeerplaats was helaas nog steeds niet meegegroeid. We hadden er eigenlijk wat extra tijd voor uit moeten trekken. Het geluk zij met de domme want toen we voor de tweede keer het terrein opdraaiden, na een vergeefse poging in de periferie, ging er net een mevrouw weg. We hadden geduldig achter haar staan wachten en gaven haar de ruimte weg te rijden toen een grote zwarte Suf in de vrijgekomen plek wilde schieten. De kleine blauwe prins was hem te snel af. Meneer draaide zijn raampje open. Beleefd maakte ik hem fijntjes op onze lange wachttijd attent. Gelukkig haalde hij met wat gesputter toch bakzeil.

Als je een tijdslot had gereserveerd mocht je doorlopen om de museumkaart en de tickets aan de ingang van de zaal te laten scannen. Dat was maar goed ook, want de rij voor de kassa was groot. Er waren meer mensen op het idee gekomen.

De geschiedenis van de vrouw had me altijd al verwonderd vanaf de allereerste keer dat ik had gehoord over de suffragettes en Aletta Jacobs aan het begin van de vorige eeuw. Uit de biografie over Jeanne Bieruma Oosting was me onverwijld duidelijk geworden hoezeer vrouwen voor elke centimeter vrijheid hebben moeten vechten. Het feit dat ze niet behoorden te fietsen, hun baan op moesten geven als ze gingen trouwen en pas een academische studie konden volgen aan het eind van de negentiende eeuw en dan alleen nog maar de gegoede burgerij. De doorsnee studiebol moest veel langer wachten. Verbazingwekkend eigenlijk dat wij dames zich al die tijd zo lieten ringeloren.

Indrukwekkend waren de houtskoolportretten op een rij van de eerste vrouwelijke Surinaamse verpleegkundigen, die grafisch sterk naar voren kwamen op een achtergrond van zwarten en witten als de toetsen van een piano. Lief en ik kwamen ogen tekort. We bedachten dat het schilderij een andere dimensie kreeg als je het bezag vanuit de juiste tijdsduiding. Een vrouw op een fiets is allang geen bijzonderheid meer, maar in 1910 was dat andere koek. Vrouwen in sarong en kebaja zonder korset was ook zo’n gotspe in die dagen. Van de schrijfster Carry van Bruggen weet ik dat ze een van de eersten was in Nederlands-Indie die haar korset aan de wilgen hing omdat het een onhandig keurslijf was in die tropenhitte.

Ze waren er allemaal. Isaak Israel, Breitner, van der Leck, Lou Loeber, Besnyo, Dumas, Rodin, Iris Kensmil, Leo Gestel, Jan Sluyters, Jan en Charley Toorop en nog veel meer. Het was meer dan de moeite waard en niet in de laatste plaats door de geschiedenis er omheen en de inspiratie die het opleverde. Bij mij kwamen de houtskoolkriebels en de pastels spontaan omhoog bij het zien van al dat moois.

De Nardinc-collectie in vogelvlucht was het toetje en daarna komn er even niets meer bij. Op het terras was het geluk evenzeer met ons, want een stel zat te wachten tot ze konden betalen en we konden hun tafel overnemen. Op de eerste rang met uitzicht over de prachtig aangelegde Pieter Oudolf-tuin met de zon op onze wangen raakten we niet uitgepraat. Is er vrouwen-en-mannenkunst? Onzin vonden wij. Er is kunst, een uiting van gevoel, van de beleving, van het innerlijke zelf, los van sekse. Zelfs de termen mooi en lelijk gaan niet op. Op school leerde ik de kinderen kijken naar de tekeningen van elkaar, waarbij ze moesten omschrijven wat ze er van vonden zonder de termen mooi en lelijk te gebruiken. Dat leverde prachtige momenten op. Ware schoonheid is waar beleving en gevoel samen komen.

Daarna wandelden we door de prachtige tuin en genoten van de samenstelling ervan. Zoveel in bloei nog, met hier en daar de eerste tekenen van de invallende herfst. Een dag van schoonheid, ten volle uit.

Overpeinzingen

Per slot van rekening

‘De leugen: het middel om het leven de waarheid te geven waar je zo naar verlangt’. Ik lees het nieuw gekozen boek van de leesclub. Philip Huff is de schrijver, de titel is ‘Wat je van bloed weet’ en het omslagontwerp van het boek is van Claire Witte een en ongelooflijk mooi. Een vlag die de lading dekt.

Als het jongetje bovenstaande zin denkt, ben ik op bladzijde 64. Door de vorige hoofdstukken is het zonneklaar waarom hij dat denkt en wordt deze zin een waarheid, waar geen speld meer tussen te krijgen is. Het is de hoop die je doet ontsnappen uit bergen ellende. Het is de ultieme poging om te geloven dat er een wereld is die uit liefde bestaat, een zingende moeder, een trotse vader langs de lijn, een huis waarin je iedereen welkom kan heten omdat het er zo gezellig is. Philip Huff schreef een boek waaruit je nauwelijks kan ontsnappen, het valt bijna niet weg te leggen, zo houdt het verhaal je bezig.

Bij het zien van de kaft begint het creatieve brein te werken. Het wil aan de slag. Dat is wat een werk vermag dat raakt, vanaf de allereerste foto die ik ervan zag. In werkelijkheid is het nog veel mooier door het reliëf waarin het gedrukt is.

Het wordt de dag van de inspiratie. Vandaag gaan we naar Singer-Laren en misschien knopen we een wandeling over de hei eraan vast. Een verademing na de ‘Zweedse-Warenhuis-dag’ van gisteren. Op jacht naar vloerkleden en grote hoeslakens. Voor lief ging er een wereld open. Wat een uitnodiging tot consumeerderen in plaats van minderen. De kleden werden gewikt en gewogen en liggen nu in de opslag in ons hoofd, om te overdenken. Het hoeslaken is denk ik weer te klein voor dit kingsizebed. We zullen zien.

In Singer is er een tentoonstelling met de titel ‘De nieuwe vrouw‘, deze titel werd aan het begin van de 19e eeuw gebruikt om de spot te drijven in kranten, tijdschriften en spotprenten met de vrouwen die steeds vaker het zo gebruikelijke mannelijke bolwerk begonnen te infiltreren en te slechten. Singer Laren maakt van die spottende benaming een geuzennaam. Gastcurator Maaike Rikhof stelde de expositie samen over de beeldvorming van de vrouw tegen de achtergrond van de voortschrijdende emancipatie. Het onderwerp spreekt ons beide aan. Met museum Voorlinden, waar ik hem zo graag mee naartoe zou willen nemen, wachten we nog even op de nieuwe tentoonstelling van Giuseppe Penone, de Italiaanse arte-poverakunstenaar met zijn boeiende installaties en zijn indrukwekkende sculpturen. Die gaat lopen vanaf 8 oktober 2022.

Het Nederlandse Film Festival is begonnen en er wacht ons weer een overvloed aan documentaires, films en series. De volkskrant gaat uitgebreid in op wat er aan belangrijks vertoond wordt vanuit Nederland. Boeiende reportages in kranten en prachtig werk op het witte doek of op de televisie. Genoeg culturele input dus. In oktober begint ook de ‘inktober’, iedere dag een krabbeltje. Ben benieuwd of dat er van komen gaat, maar binnenin bruist het al behoorlijk. Dat wil er ook uit. Eens kijken of er aan de wilde ideeën handen en voeten te geven zijn. Je weet nooit hoe een koe een haas vangt per slot van rekening.

Overpeinzingen

En daarmee de vrijheid voelbaar maakt

Terwijl ik bij de tandarts een onrustige ademhaling van de vrouw links van me verweef met de gedachte dat angst voor de tandarts nu alweer jaren in een ver verleden lag bracht zoonlief onverwacht de nieuwe bank. Na de behandeling vertelde de wachtkamer-mevrouw en passant dat ze vreselijke kiespijn had en nu ook op hete kolen zat, omdat ze niet wist wat er komen zou. Ook kiespijn is een begrip uit dat zelfde verre verleden.

De bank stond opgestapeld langs de boekenkast.de grote oude hoekbank moest eerst weg en daar hadden we het grof vuil voor nodig. Straks even bellen en kijken hoe snel de klus geklaard kan worden. We hebben er zin in. De bank is van een mooi groengrijs, met een locker en erg comfortabel. Ineens moeten er honderdduizend-en-een dingen geregeld worden. De verwarming komt in zicht, dat is een ouwetje en minder mooi, dus misschien moet daar een ombouw omheen. Het volgende is een kleed en kussens en en nog wat snuisterijen, die passend zijn bij de vernieuwde aanblik. Het grof vuil is gebeld en vrijdag is alles weg, de kast en het bed van de te organiseren werkkamer incluis. Wat een actie zomaar tussendoor.

In een interview van Liddie Austin met Stef Bos wordt aangehaald wat in een gesprek tussen Freek de Jonge en Stef ter sprake kwam. Freek:’ We zitten op een rode draad die door de tijd heen loopt. Als we niet denken het te moeten verzinnen maar contact maken met de draad, stroomt er van alles door ons heen’. Vlak daarvoor mijmert Stef op de vraag of hij het zijn taak als kunstenaar vindt te verwoorden van wat je voelt in de maatschappij, dat hij niet meer is dan een doorgeefluik van gesprekken die hij heeft, van wat hij voelt, van alle kennis die hij heeft opgedaan. Datgene wat hij zegt of zingt tijdens een optreden is niet van hem maar hij geeft het alleen vorm.

In de tijd dat het vullen van een podium tot de bezigheden behoorden, zang, dans, toneel, straattheater, overkwam me vaak dat ik bijna buiten mezelf een act stond op te voeren. Alsof je van bovenaf erop aan het kijken was. Kwinkslagen, snedige zinsnedes, ze kwamen allemaal eveneens uit de lucht vallen. Zou ik het over moeten doen, dan werd het door het improvisatiegehalte iets volstrekt anders en navertellen was helemaal niet mogelijk. Zo gaan die dingen. Het voelt als die draad die Freek noemt. De rode draad van het creatief vermogen en het scheppend bezig zijn. Stef noemt daarnaast iets dat minstens net zo belangrijk is tijdens het optreden namelijk de magie die samen met het publiek gecreëerd wordt, ‘iets te leren of iets te ontdekken dat we al wisten maar zijn vergeten

Een bijzondere man met een sympathieke warme uitstraling. Ik mag hem graag horen en luister graag naar de mooie dingen die hij heeft gemaakt. Zijn levensmotto is fantastisch. ‘De ruimte is oneindig zolang je maar je grens verlegt’. Precies en dat hebben we helemaal in eigen hand. Hoe nauwer het hok waar de geest in verblijft, hoe bekrompener het denken wordt. Ik hou van de ruimte die grenzenloos mijmeren laat en daarmee de vrijheid voelbaar maakt.

Overpeinzingen

Duimen dat het over gaat

Dit ei is ook weer gelegd. Vanmorgen om vijf uur was het gedaan met de slaap en voer de onrust op de zeilen van de ochtend binnen. Er moest gelezen en geschreven worden. Er zat niets anders op. Beneden verschanste ik me onder de dikke wollen plaid met wakkere koffie en begon. In een acht uur durende marathon was alles uitgeschreven, foto’s er bijgestopt en de recensies konden eindelijk de deur uit. Het bracht trouwens oneindig veel nieuwe kennis. Ik had geen weet van het feit dat citroenen, sinaasappelen en limoenen door de mens zijn bedacht. Ik hoorde ook voor het eerst over de luchtwortels van de vijgenstruiken in Meghalaya in India die er voor zorgen dat de plaatselijke Khasi-bevolking er zo bruggen mee kunnen bouwen boven een van de natste gebieden op aarde. Maar ook niet dat de vijg zelf het vruchtvlees en de bloembodem is en de witte pitjes binnenin zijn de bloemetjes. Leuk en leerzaam leesvoer, maar bovendien prachtige ontdekkingstochten om met de kinderen te maken.

Gisteren vierde onze eigen grote Spring-in-het-veld zijn verjaardag en waren we, op de fotoshoot na, eindelijk weer eens in een ons-kent-ons-sfeertje bij elkaar. Lekker ongedwongen, keuvelend over van alles en nog wat. Dochterlief had, net als ik vroeger, soep met brood klaar staan en een Franse quiche. Het eerste deed me denken aan de verjaardagen van mijn eigen vijf, die altijd druk bezocht werden, waarbij ik in navolging van mijn eigen moeder ook soep en brood klaar had. Waar mijn moeder haar krachtige kippensoep uren op liet staan, roerbakte ik de groenten in de olie en maakte het af met bouillon en balletjes. Soep voor een weeshuis en altijd stokbrood erbij om weg te happen. Mijn moeder vond de beetklare knapperige groenten heerlijk en ik hield van haar soepie met de draadjes-kip en haar geheime ingrediënt. Zonder foelie geen soep. Op de vermicelli ben ik nooit gek geweest. Noedels zijn er lekkerder in. Vorige week was ik niet lekker. Een kippensoep is dan het enige wat helpt. Het zal voor een deel bijgeloof zijn, maar het werkt altijd.

Vorige week toen de allerkleinste zijn verjaardag vierde, was schoondochter een envelop kwijt. Ik vertelde dat ze de Heilige Antonius moest aanroepen ‘Heilige Antonius beste vrind, zorg dat ik mijn …… vind’. Ze deed braaf wat ik had gezegd en twee seconden later hoorden we een Indianenkreet. De envelop was boven water gekomen. Weer een succesvolle overdracht van onze ouderwetse middeltjes.

Straks wacht me de tandarts en daar kan ik me echt op verheugen. Doorgaans is ze hier en daar wat tandsteen in een moeilijke hoek aan het wegkrabben en verder hoeft er alleen maar gepolijst te worden. Daarna is alles weer blinkend en fris.

Ziezo, vanaf vandaag hebben we samen meer tijd voor de leuke geneugten van het leven. Woensdag gaan we naar Singer Laren naar een tentoonstelling waar ik al een tijdje erg naar uitkeek. Centraal staat de beeldvorming van de vrouw tegen de achtergrond van de voortschrijdende emancipatie. We gaan het zien en beleven.

De kleine dribbel heeft weer oorontsteking, koorts en keelpijn en opnieuw een antibioticakuur. Hij was al een maandje aan het tobben. Ik stuurde een berichtje en er was zowaar een kleine glimlach op zijn zielige toet te zien. Lastige dingen hoor die oren. Nu maar weer duimen dat het over gaat.

Overpeinzingen

Een vreedzame gemeenschapszin

Gisteren zag de wereld er voor een middag uit zoals mijn mooiste utopie. Vredig, vreedzaam, deelzaam, grenzenloos vrij. De zon scheen, de wind joeg grote episch wolken door het zwerk, de gekleurde vlaggenlijnen aan de witte tent en langs de afscheidingen wapperden ritselend hun feestelijke bescheiden noten ter ondersteuning van de flapperende panden van de gisteren al opgestelde partytent. Heel af en toe drumde de regen haar ritme op het zeil ter ondersteuning, maar merendeels was het droog. Het was de ideale omlijsting voor het feest van de volkstuinvereniging en voor de opening van het ecologische verenigingshuis aan het begin van het complex.

De tafel voor de hapjes begon zich al ras te vullen met internationale heerlijkheden die de leden thuis met alle liefde hadden gebakken, gekookt of in de gauwigheid snel ingeslagen bij de Turkse bakker of de supermarkt. Twee grote tapflessen met water en feestelijk groen, komkommer en munt onderschreven het feestelijke buffet. Zo geborgen als de oro koekjes naast de kleine Hindoestaanse loempiaatjes, de Turkse cake, de vegetarische notentaart en de gevulde kebab lagen, zo gebroederlijk en gezusterlijk gingen de makers van al dat lekkers met elkaar om. Vriendschap en vrede in heerlijkheden.

We waren veel te vroeg bleek. Ik had de aanvang van de voorbereidingstijd in mijn hoofd op 12 uur gezet. Het bleek dat het feest pas om twee uur zou beginnen. Achteraf kwam het goed uit, dat we een helpende hand uit konden steken, want er moesten nog vier bomen gehaald worden bij het ecologische bedrijfje Stekkers dat achter het tuincentrum Steck verscholen lag. De zeilen, twee stuks, waren veel te klein voor de beide, inderhaast geïmproviseerde, tafels. Bij het tuincentrum bleek het plastic zeil verscholen in het magazijn. Groen zeil is niet lelijk. ‘Er zit nog maar een beetje op’zei de man met de rol in zijn hand. Dus ging ik voor alles op de rol, dat toch wel meer bleek te zijn dan een beetje. Zeven meter rijker kleedde ik de tafel aan waar ook de bruisende peren en appelchampagne op kwam te staan, sans alcohol.

De twee Turkse mannen van even verderop, de een altijd vriendelijk zwaaiend van de overkant, de ander wat stugger, maar door de amicale houding van zijn makker aangestoken, groetten beiden met een brede glimlach. Er zou weer een Samowar komen beloofde de eerste. Hij kon er zelf niet voor zorgen, maar zijn vriend nam de honneurs waar. Geweldig. We hadden heet water en Turkse thee in overvloed. Ik sneed gember en citroen om het geheel te completeren.

Nu was zo’n beetje alles klaar voor ontvangst en de mensen kwamen in hun grote verscheidenheid binnen druppelen. Wethouders en een vertegenwoordiger van de AVN waren inmiddels gearriveerd en er kon gespeecht worden. In een gemoedelijke sfeer vertelde de voorzitter hoe trots we mochten zijn op dit prachtige gebouw, weliswaar nog niet helemaal klaar, maar al gereed voor ontvangst en straks voor het houden van workshops, vergaderingen, informatieve avonden en alles wat er nog meer aan verrijkende ideeën zou ontspruiten.

We keken terug op een rijke middag. Er konden namen gebrand worden in twee houten planken, wat later tot een bank zou worden gesmeed door een timmerman. Een in meerdere betekenissen op te vatten ‘Verenigingsbank’. Verder was een oude lelijke tafel toe aan een opknapper. Allen mochten onder het motto ‘Iedereen kan een steentje bijdragen’ werken aan het mozaiek dat gelegd werd met kapotte tegels en met servies dat in de tuinaarde op het complex was gevonden. Scherven brengen geluk en tuinfeesten een vreedzame gemeenschapszin.