Er komt ergens een interview langs in de rubriek honderdjarigen in de Volkskrant. Dit keer gaat het om mevrouw Annemarie Ehrlich-Liefmann. Een verpleegkundige die tot haar 95ste heeft gewerkt en daarna nog drie jaar een dag per week. Daaruit kan je opmaken dat het al een bijzondere persoonlijkheid is.
Het interview begint met: ‘Wie samen danst, maakt geen ruzie, zeg ik altijd maar’.
Wat ik al zei. Een heel bijzonder mens en eigenlijk werd ik als eerste getroffen door de foto van haar. Een oudere dame, bedachtzaam en ingetogen, in fleurig rood. Ze komt uit de school van Rudolf Steiner en kleedt zich elke dag in een bepaalde kleur.
In het huis waar ze naar toe verhuisd is, wonen ook demente bejaarden en ze is zich in dementie gaan verdiepen. Daarbij zegt ze iets opmerkelijks, waarmee ze de spijker op z’n kop slaat. ‘Wat opvalt is dat de wetenschappelijke boeken uitgaan van wat mensen met dementie niet meer kunnen en antroposofische boeken van hun belevingswereld’.
Ik denk terug aan mijn vader die in de therapie, die hij kreeg, pitrieten dienbladen moest vlechten, terwijl hij handen had die geschikt waren voor het met grof geschut sleutelen aan de motoren van auto’s. Met geen mogelijkheid kreeg hij de pitrieten buigzame delen door de minieme gaatjes heen, tot grote frustratie en woede van hemzelf. Het heeft hem niet geholpen, die therapie, dat moge duidelijk zijn.
Mevrouw Ehrlich-Liefmann haalt een viering aan van haar verjaardag waarbij ze een concert had georganiseerd die vier uitvoeringen van ‘Bist du bei mir’ van Bach te berde gaf. Tussen elke uitvoering luisterden ze naar de stilte, steeds anders en steeds dieper. Voor haar betekende de stilte niet de leegte, maar een moment om te voelen dat je geraakt bent. Het viel de begeleiders van de aanwezige demente bejaarden op dat ze het hele concert stil bleven en na afloop niet weggezakt en scheef in hun stoel zaten, maar rechtop, terwijl ze de ander aankeken. Mevrouw vroeg zich af of daar een nieuwe therapie uit zou kunnen ontstaan.
Het is een boeiende vrouw en als het interview nog te achterhalen valt is het zeer de moeite waard om een wijle in haar gedachtenwereld te vertoeven.

Een andere opmerkelijke quoot van haar was bij de verhuizing uit haar grote huis naar één kamer, waarbij haar zoon opgelucht was dat ze zo makkelijk afstand kon doen van haar spulletjes: ‘ Nooit gaat er in een begrafenisstoet een verhuiswagen mee’ en nog belangrijker zelfs, ‘Luxe zit in je innerlijk, niet in de materie’.
Ze heeft haar hele leven heel de wereld overgereisd met het geven van euritmie-lessen. Toen ze aan een van de mensen. die de cursus volgde, vroeg wat het voor hem betekende zei hij ; Bewustzijnsbeweging. Die term heeft ze overgenomen op haar folders. ‘Bewustzijnsbeweging, bewegingsbewustzijn’. Het hele relaas nodigt uit om de euritmie eens nader te onderzoeken. Ik ken het begrip vaag, maar heb me er nooit in verdiept. Er zit natuurlijk een hele bewegingsleer achter. Ik kom op een site, die euritmielessen voor kleuters op de Hongaarse Waldorfschool in Pécs laat zien. Het zijn er teveel om nu al alles goed op me in te laten werken. Bovendien wil ik het gedachtengoed erachter beter leren kennen. Als degene die die leer zo wijd verbreid vertolkt heeft, er zo oud en levenslustig bij is gebleven, zal het vooral de harmonie en de balans hoog in het vaandel hebben gehad.
De Waldorfschool in Pécs, een half uurtje rijden van hier, hoe leuk is dat. Iets voor een nadere verdieping? Lief zou zeggen: ‘Toeval valt je toe‘.