Overpeinzingen

Gelukkig maar, want ze zijn oogstrelend

Een drukte van belang. Twee mannen komen de stroommeter vervangen. Die zit in een buitenkast aan het huis, dus hoeven ze niet binnen te zijn. Vannacht voor het eerst weer liggen hanenwaken. Om drie uur was Lief aan het woelen, daar werd ik wakker van en kon de slaap niet meer vatten. Tegen zessen toch weer in slaap gesukkeld met een nare droom over gas en een groep vol kinderen die als een haas naar buiten moesten. Wonderlijke dromen kent de mens.

Gisteren las ik over seringensiroop. Vanaf dat moment knipoogden de beide seringen me toe. Ik had geen idee dat de bloemetjes eetbaar waren. Het schijnt dat ze een subtiele bloemige smaak hebben. Ik plukte de sering achter voor een deel leeg en spreidde de trossen uit op een schone doek, om de beestjes de kans te geven weg te lopen. Een smalle wants, een vliegje en wat spinnetjes namen gezwind de benen.

Wassen doe je de bloemen niet, dat zou de smaak niet ten goede komen. De bloemetjes dienen los geplukt te worden, de stelen zijn te bitter. Dan gaan ze in twee liter koud water met een paar citroenschijven voor 48 uur in de koelkast. Een meditatief werkje, dat plukken. We hebben geen haast. Als het goed is zal de siroop nagenoeg kleurloos zijn of je moet er wat bosbes bij doen. Het gaat niet om de kleur, maar om de smaak. Morgen moet het prutje in een zeef, eventueel met kaasdoek erin, en gaat er ongeveer 1 tot 1 1/2 kilo suiker bij naar smaak, aan de kook brengen (+/- 10 min.)en in steriele afsluitbare flessen gieten. Heerlijk met bronwater verdund. Lief snuift de geur van de seringen diep op. Ik ruik ze helmaal niet. Jammer hoor, want ik weet dat ze heerlijk ruiken.

De tweede missie was gisteren het uitproberen van de friteuse. Vrij simpel te bedienen apparaat en de frietjes komen er perfect uit. Ze zijn wat bleek en moeten eigenlijk nog ietsje langer. Dat komt later wel. Lekker om na een tijd weer een patatje te kunnen nuttigen. Er gaan bijna drie flessen zonnebloemolie in, dat dan weer wel. De desemstarter is bijna klaar. Morgen is de laatste dag en dan kunnen we aan het bakken van het zuurdesembrood gaan beginnen. Ben benieuwd of het lukt.

Op de rol staat nog de paardenbloemenboter. Boter met paardenbloemenblaadjes, geraspte citroen en geraspte knoflook met zout, wat fijngehakte peterselie of bieslook. Deze bloemen zijn allemaal nieuwe smaken voor mij en ik vind het wel jammer, dat ik dan niet weet hoe het smaakt en of het lekker is. Maar Lief houdt me nauwkeurig op de hoogte. In het kader van het voedselbos zijn we al deze cadeaus van de natuur aan het uitproberen. Onbespoten en zonder stikstof, want kweek uit eigen tuin en gratis en voor niets.

Keukenperikelen zijn een welkome afleiding nu het weer nog iets te koud is. Zo sudderen we een beetje voort. Vandaag is de Datsja definitief aan de beurt. Dinsdag heeft Lief daar de grote vliegmieren in de nok van het dak verjaagd. Het schijnt ‘s winters een fijn onderkomen te zijn, ze kiezen steeds dezelfde plek uit. Helaas is dat niet de bedoeling, dus moeten ze er echt weg. Domoortjes. Ze kunnen beter aan de buitenkant gaan zitten.

De irissen staan in bloei en die zijn voor de afwisseling nou eens niet eetbaar. Daar mag je alleen maar naar kijken. Gelukkig maar, want ze zijn oogstrelend.

2 gedachten over “Gelukkig maar, want ze zijn oogstrelend

  1. Experimenteren met de natuur, je durft én kan het. De beloning smaakt dan hopelijk heerlijk.
    Zijn het de hanen die je ’s nachts weer wakker houden? Waarom herken ik het? Wakker in de nacht en tegen de ochtend inslapen met een intense droom als toetje.

    Like

Plaats een reactie