Overpeinzingen

Thuiskomen in alle vezels

Eindelijk begin ik te landen, ondanks de grote warmte die ik voel in ons samenzijn. Het is altijd weer even zoeken naar de juiste modus. Zoals je je kussens schikt om je hoofd neer te kunnen vleien voor het slapengaan. Er zijn wat dingen veranderd. Door het gedoe met de keuken en het verschuiven van allerhande zaken, staan er nu meubels op andere plekken dan achtergelaten. Een mens is een gewoontedier. Tot tien tellen is de beste remedie. Daarna komen de vragen. Waarom staat het zo, waarom is al die opslag van boven hier terecht gekomen, de oude correspondentie van het huis, de door te geven spulletjes van een liefde, waar moet het staan. De uitstalling van gevonden kleinoden, olifantjes, koperen beeldjes, Hongaarse oude 33-toeren platen. Ik zoek naar mijn eigen harmonie in die van mijn lief. Dat is goed te doen, maar het is een kleine queeste.

Ook in de keuken, onze mooie nieuwe grote keuken vinden langzamerhand aanpassingen plaats. Dat kan verschillende oorzaken hebben, maar daar heeft het praktische de overhand. Wat is handig. Je moet er zo naar kunnen grijpen, anders werkt het niet. Nee, je moet er samen zo naar kunnen grijpen, belangrijk verschil en goed om echt bij stil te staan. Tussen alle bedrijven door loop ik af en toe het huis uit, maar gisteren maakte ik me op om de Hoff zelf door te wandelen. Te luisteren naar alles wat altijd vertrouwd is. De natuur is erg consequent in haar seizoenen. Iets minder in het verschijnen van haar weerbeloftes, maar alla. De kloffen gaan aan, gewapend tegen alles wat maar aan kan vallen, opkomende braamstruiken, stekelige takken, uitstekende stenen, noem het maar. Ik spot een opvallende beweging in de eerste boom van het bloesempad en zie een goed gecamoufleerde Koningspage in al zijn majestueuze schoonheid op de bloesem zitten. Het hart maakt een sprongetje, zoals altijd bij iets wat altijd weer als boffen voelt.

Lief heeft, en dat doet hij speciaal voor mij, dat weet ik, overal paadjes gemaaid tussen heel de bloeiende lente door, paardebloem, hondsdraf, silenen, wilde venkel, maagdenpalm, brunel, vogelmuur, de paarse en witte dovennetel , madelieven, boterbloemen, de walstro, de boshyacinth, wat anemonen en boven het hoofd de bloeiende prunussen en wilde kers, de appel, de peer en de sering en nog veel meer.

Het loopt langs de Citadel, langs de Olympus, langs mijn geliefde Datsja, langs de bosnimf die trouw op wacht staat aan de rand vanwaar het bos begint. Onder de bomen door is de welkomstgroet van een waar vogelkoor en gekakel: Huismus, Europese kanarie, Merel, Spreeuw, Zanglijster, Syrische bonte specht, Zwartkop, Putter, Vink, Pimpelmees en de Draaihals. Ze verwelkomen me hartelijk, beeld ik me in, ‘Ben je daar eindelijk weer?’ Geen klein grut op de grond, wel een verdwaalde hommel, bij, houtbij of vlieg. Aan de rand van het bos overzie ik het veld, dat voedselbos moet worden en waar alles wat aanslaat buiten het gras, aardig in de weer is om het hoofd boven water te houden. Ik ben bang dat de olijven de winter niet hebben gehaald. Dat moet de volgende keer anders. Ze zijn nog buigzaam, dus krijgen ze het voordeel van de twijfel.

Lief is in het randbos helemaal aan het eind, met de bosmaaier in de weer, die heerlijke ‘stille’ bosmaaier. Daar is ook een stoel om te rusten. Even zitten en om zien naar de wuivende Luzern van de buurman, het rammelen van de auto’s over de zes, de windvanen in de lucht boven het wuivende lange gras en mijn eigen hindepaadjes erin, met liefde gemaaid. Thuiskomen in alle vezels.

4 gedachten over “Thuiskomen in alle vezels

    1. Ik weet zeker dat het goedkomt Lieve, het is altijd zo tot nu yoe. De eerste week is het broddellapje voor de aard der dingen, qua lief ontmoeten altijd het fijndt😉😊💖

      Like

    1. In onze redelijk wilde tuin hebben we twee heuveltjes, de grootste van de twee is ‘De Citadel’ en de andere met het vrouwenbeeld met de kruik is ‘De Olympus’, een oude gewoonte van Jozef om namen te geven aan delen tuin. Ik vond dat het wel wat heeft. ❤️😘

      Like

Plaats een reactie