Overpeinzingen

Het moet niet gekker worden

Hoera, zonnestralen door het raam. Lief moet verplaatsen om zijn schrijfkunsten te kunnen blijven aanschouwen op de laptop. Bij het naar buitenkijken is er een glimp van een blauwe lucht te zien. Zon maakt blij en zet de dag letterlijk en figuurlijk in een ander licht. De dikke grijze deken tot dan toe rafelt in een schapenvacht uiteen. Wie weet, kan er nog gewandeld worden. Het weer wordt ten tijde van retraites een belangrijke aanwijzing voor het verloop van de dag. Druilt het de hele dag, zoals gisteren, dan nodigt het uit tot binnenshuis-activiteiten. Zodra de zon zich meldt, kriebelt de drang om een deel van de Baranya te verkennen en ons te verliezen in de kleine dorpen om het onze heen.

In de Datsja verdwijnt de tijd. Er kan ineens drie uur voorbij schieten, waarbij ik verstijfd van de inspanning en de kou mijn spieren moet opwarmen. Na heel veel geduw en getrek, het betere boetseerwerk, zie ik in de hoofden van de kleine filosoof en zijn zus de herkenning. Als dit lukt dan misschien ook wel de vier zussen, het doek dat braaf lachend tegen de muur aanleunt en dat zich afvraagt of er nog een keer schot in het geheel zit. Geduld is een schone zaak.

‘Even tot hier’ in de herhaling en als altijd een verademing. Het brengt het nieuws met de nodige ironie en tegelijkertijd geeft het een kwinkslag naar de ontvanger. Het lijkt allemaal vreselijk en onmenselijk wat er plaats vindt, maar niets is ons mensen vreemd. Wat een kracht aan taal herbergen de jongens. Hun ‘best wel moeilijke onderwerpen in een minuut’ bevatte een waarschuwing tegen Tiktok en vat in die zestig seconden zo’n beetje de kern van het hele probleem samen.

Patatjes voor de zondag. Franse frieten staat er op de zak en met de majonaise smaken ze zoals het hoort. Hollandse frieten in een Franse jas op Verweggistan-bodem. Gefrituurde chiliballetjes en augurken completeren het geheel. Het verpozen na een dag van zware kost, het schilderen, het lezen over de Kwantummechanica dat lief heeft herontdekt en bestudeerd en waar veelal de boeiende gesprekken over gaan, noopt tot luchtig FBI-vermaak. Vooruit, een moet kunnen, maar die gekke zender propt drie films ineen. We soezelen ons door de avond heen en slapen een gat in de duisternis omdat lief de buitenlamp heeft vergeten aan te doen. Contouren zien biedt mij het ultieme gevoel van veiligheid.

De biografie van Etty in de vroege morgenuren is een eye-opener als het gaat om het linkse milieu waar ze in de jaren dertig in verkeert. De studenten zijn rebels, zetten zich af tegen hun bourgeois ouders, de vrouwen maken er geëmancipeerd deel van uit en de hele sfeer in de antifascistenbeweging doet me denken aan de roerige jaren zeventig. Zo’n vooraankondiging van grote veranderingen, zowel politiek als maatschappelijk is voelbaar door alle gebeurtenissen heen. Het boek is nauwelijks weg te leggen, maar dan zijn er nog zoveel meer leuke dingen om te doen.

Ik denk aan het thuisfront, waar Pluis verwend wordt met een warme kruik, waar ze tegen aan wil liggen en de situatie van tweede zoonlief die met één verwarming slechts de hele kamer moet stoken, laat me piekeren en meeleven. Enkel in gedachten, want er is weinig meer wat er van hieruit valt te doen. Die kou heeft hen allemaal overvallen. Nederland op de schaats terwijl hier de dag door de zon als een cadeautje wordt uitgepakt in een behaaglijke zeven graden. Het moet niet gekker worden.

Overpeinzingen

Om te koesteren

Lief scharrelt wat rond op zolder, op zoek naar een lamp, die kan blijven staan in de Datsja als aanvulling op de vier vaste muurlampen die er zijn, maar die voor het schilderen net te weinig gericht licht geven. Hij komt naar beneden met vergeten servies, messen en een koperen bureaulamp, zo’n mooi ouderwets exemplaar die slechts een stofdoek behoeft om er weer als nieuw uit te zien. deze zolder bergt veel van het verleden. De lamp behoorde bij de achtergebleven inboedel in huis en is dus van een respectabele leeftijd. Geen butsje te zien en glanzend, zoals het een lamp met cachet betaamt. Hij neemt het mee naar de hut en doet daar een uurtje de verwarming aan. Daarna mag ze uit, anders wordt het een zuurstofarme toestand. Vorige keer werkte de formule perfect en was het warm genoeg om de hele middag te kunnen schilderen.

De tweede bol aan de sjaal vordert gestaag en is al bijna op de helft. Het leuke van werken met vijf verschillende kleuren is de afwisseling. Bovendien is de samenstelling van deze serie wolletjes van het merk Ecopuno prachtig. Het is een welkome afwisseling tussen het lezen, de artikelen, het puzzelen en het kijken naar bepaalde boeiende programma’s door.

Eus was op zijn best bij sterren op het doek met Monic Hendricks en de kunstenaars trouwens ook. Aquarel, acryl en pastelkrijt en olieverf. Het meest intrigerende doek van Dorien Plaat had wat dreigends. Als je de kunstenaar bezoekt op haar website, altijd boeiend overigens, dan kom je uit bij iemand die graag de ‘Ongeziene mens’ schildert en dus datgene wat diep verborgen blijft. Daardoor begrijp je haar gelaagde schilderijen beter. Misschien is de confrontatie vrij heftig, want er worden geen doekjes omgewonden. Ze schildert ala prima en met pastel en acryl. Monic koos voor het veilige en kunstige aquarel van Joost Alferink.

Ik mijmer wat door over wat deze Dorien Plaat beoogt net haar kunst. Sommige portretten van haar die ik tegenkom op internet, geven veel te denken of raken juist door een altijd wat sinistere sfeer die er omheen hangt. Zoals Dumas mij ook altijd kan raken, maar waarbij haar werk soms ook moeilijk is om naar te kijken. Esthetiek is een wonderlijk iets. Schoonheid krijgt kracht als het meer te zeggen heeft dan alleen maar mooi zijn. Wat maakt het los, wat wordt er wakker.

Een sprong in de tijd door het doorbladeren van de blogs brengt me bij 20 november 1921. In de ban van het opruimen kwamen de grote fotobakken onder mijn bed ter sprake. Het werd een nostalgische toer door het leven. Flierefluitende tieners, ouders van een jong gezin, kinderen in bad, in bed, aan de paastafel met heel veel gele narcissen, de vakanties, alle vrienden van vroeger, en dan plotseling de vader van de kinderen die niet langer verandert. Mijn zus zet onder de foto’s van hem op facebook gisteren ter ere van zijn verjaardag: ‘Forever Young’. Zo is dat. Geen dag ouder geworden hier in dit aardse bestaan. Inmiddels hebben de bakken een andere plek gekregen, zijn er al meer foto’s ingescand, hebben kinderen foto’s meegenomen en heeft de transformatie bijna helemaal plaatsgevonden, van slaapkamer tot werkkamer. Nou ja, daar valt nog wel wat te verhapstukken. Bij ons springen de rimpels erin, zakken de buiken uit, gaat het leven door en knaagt de tand des tijds fysiek zich een weg. De herinneringen blijven gelijk. Om te koesteren.

Overpeinzingen

In alles wat daarna komen zal

Half zes in de ochtend en ik zit op mijn geliefde plekje bij het keukenraam. Naast me liggen het breiwerk, de biografie van Etty Hillesum, het boek ‘Tekenen met het rechterbrein kun je leren’ en een oude ‘Zin’ met mooie doorgroefde koppen erin van vier dames die de honderd hebben gehaald. Uitstekende oefeningen voor het portrettekenen dat past bij hoofdstuk 14 ‘Een portret tekenen zonder taal‘. Het eerste deel begint met de titel: De onbetrouwbare werkelijkheid van het linkerbrein. Het is een manier om het tekenen van de jouw bekende werkelijkheid te tackelen en alleen op licht en donker en vormen af te gaan. Daarnaast reis ik als een razende Roeland door de tijd en schiet heen en weer van 2022 naar de duistere oorlogsjaren waar Etty in verkeert. Lezen maakt het mogelijk.

Lief sprokkelt zijn dromen bij elkaar. Buiten wordt de muur van duisternis langzaam doorbroken. Contouren van de fluweelbomen en de ranken van de druif tegen het oude prieel scheppen orde in het zwartste zwart. Steeds beter valt het geel van de bladeren, die de boom nog draagt, te ontwaren.

De vader van de kinderen is vandaag jarig en viert het vast daar boven op zijn wolk. We vieren het in gedachten met hem mee, ieder op zijn of haar eigen manier. Vandaag kom ik vast een buizerd of een valk tegen, de allegorie voor zijn persoon, omdat hij verlangde vrij te zijn als een adelaar. Zodra er een roofvogel in de buurt is of boven onze hoofden cirkelt, voelen we zijn aanwezigheid. Dat te weten maakt verlies zachter.

Na een aantal bladzijden moet ik de biografie telkens weg leggen om alles te laten bezinken. Wat gebeurt er veel in dat roerige leven. Haar relaties met mannen, de studies, de ingewikkelde manier waarop je de fout in kon gaan als je even niet oplette of omdat je ook in je levensonderhoud moest voorzien. Ik kende het al zijdelings uit de biografie van Toonder, maar door de verhalen komt het heel dichtbij en zijn de gebeurtenissen die beschreven worden, welhaast voelbaar. De manier waarop ze haar studie diende te onderbreken omdat de universiteit verboden was voor Joden. Na het studentenprotest in Leiden werd de hele universiteit gesloten. Geen wonder dat er in de groepjes studenten die bij een hoogleraar thuis college konden volgen, de haat tegen de bezetter sterk overheerste. Etty was er nog steeds van overtuigd dat haat en wraak niet de peilers mochten zijn van het verzet. ‘Er was geen andere weg dan die van de liefde’.

Wat zouden we zelf doen in zo’n situatie, vraag ik me af. Zo altruïstische te kunnen zijn terwijl er de meest verschrikkelijke dingen om je heen gebeuren. Ze moet over veel binnenruimte beschikt hebben om zo liefdevol naar de mensheid te blijven kijken. Ik denk aan mijn oude vriendin, die ooit de raad gaf om ‘niet te oordelen, maar slechts verwonderd te zijn’. Een opmerking die hout snijdt en het is in dezelfde orde van grootte. Ruimdenkende mensen, die te allen tijde voor ogen houden dat we allemaal mensen zijn. Het verleden fluistert: ‘Hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen’.

Ondanks de kalme rust hier neemt de tijd een vlucht. Ze is al over helft van de maand heen. Het is fijn om te weten dat het zo zal blijven tot we de deur hier dicht trekken om terug te gaan. Dat brengt de balans in alles wat daarna komen zal.

Overpeinzingen

We zijn benieuwd

Na regen komt zonneschijn en na de dichte mist van de ochtend kwam nog een stralende dag. Wat een mazzel We reden na de boodschappen nog even door naar het gebied achter ons dorp. Dat weggetje had ik eerder gereden tot aan de graansilo’s maar nu reden we door, kwamen door twee arme dorpen heen en zagen een oude schaapsherder die zijn kudde, compleet met een indrukwekkende bok, aan het hoeden was.

Voor ons uit reed een soort van SRV-man die zijn waren vanuit het zijraam in een bestelbus verkocht. De weg was Hongaars-slecht, stoplappen overal. De kleine blauwe reed dapper voort, kuilen en butsen zo veel mogelijk vermijdend en schuddend vervolgden we onze weg. Tegen de glooiende heuvel stonden kleine huisjes op een terp met erachter een veldje met wijnranken, sommige waren opgeknapt, anderen vervallen en soms werden ze niet het hele jaar door bewoond. Lief vond het weer net zo prachtig als ik, omdat hij door mijn blik op de schoonheid van de eenvoud van het gebied gewezen werd met als altijd de verademing van het weidse groene land, zo ver als het oog reiken kon.

Terwijl ik aan het gesprek denk van gisterenavond met het onderwerp asielzoekers, omdat een van ons daar vrijwilliger was geworden, is het juist de ruimte in elk land dat me bezig houdt. Zoveel plekken op aarde, waar mensen zouden kunnen wonen, een nieuw bestaan op zouden kunnen bouwen, zoveel stukken akkerland hier, vrij in de natuur.

Lief leest een artikel uit de Groene van James Bridle, een kunstenaar en schrijver van het boek ‘Ways of Being: Beyond human intelligence’. Af en toe komt er een stelling of opmerking langs. Hij is het vrijwel in alles met de schrijver eens en deelt de mening hoe bevrijdend het is om te weten dat wij niet de belangrijkste soort van leven zijn. Dat alles wat leeft van waarde is en zelfs van een grotere waarde dan wij kunnen bedenken. Zo zijn er planten in het Pindusgebergte in Griekenland die kunnen leven op vervuilde grond en de schadelijke stoffen in hun bladeren en stengels opslaan. Naast het leveren van zeldzame metalen, onder andere nikkel, saneren ze de bodem, waardoor deze geschikt wordt voor de teelt van andere gewassen en door koolstof vast te leggen in hun wortels. Zo zijn er nog veel meer voorbeelden van die deze James in zijn boek heeft vastgelegd en dat zeer de moeite waard is om tot het besef te komen dat de natuur voor alles wat wij uitgevonden hebben allang zelf iets en vaak veel ingenieuzer had bedacht.

De bewustwording ervan is belangrijk. Als je ergens van overtuigd raakt bij het lezen van het boek is dat je niet langer over de natuur heen moet walsen maar dat je tot een interactie zou moeten komen zodat het respect voor al wat leeft alleen nog maar kan groeien. Hoe nietig, hoe klein is de mensheid. Er zijn andere manieren om de wereld te kennen en ernaar te handelen door bijvoorbeeld ook onze eigen leefpatronen te veranderen en deze kennis te omarmen. Het doet me denken aan het boek ‘Briljante planten’ van Geert-Jan Roebers, waar deze werkzame eigenschappen van de natuur speels en treffend worden beschreven. Dit zijn de inzichten die onze kinderen verder kunnen helpen.

De Google Meet van gisteren was goed gelukt. 1400 kilometer van ons cluppie verwijderd kan ik moeiteloos volgen wat er allemaal te voorschijn kwam aan gevoelsbeleving bij het lezen van het boek. Boeiend om te weten dat we allen op een na het hadden uitgelezen en de jij-vorm waarin de schrijver de hoofdpersoon laat vertellen voor drie van ons een meerwaarde was. Het was een boeiend gesprek, maar door het ingespannen luisteren en de minder scherpe beelden ook vermoeiend. Toch hielden we het vol, mede dankzij de persoonlijke ervaringen naar aanleiding van ‘Wat je van bloed weet’ van Philip Huff. Het nieuwe boek dat unaniem gekozen werd en volgens mij ook een aardige uitdaging is, is ‘Berg’ van Ann Quin. Enkele treffers ‘Anarchistisch, bedwelmend, humoristisch en donker’. ‘Een klassieker uit de naoorlogse Britse Avant-Garde’, aldus the Telegraph. We zijn benieuwd. .

Overpeinzingen

Winterwanten

Herfst is een kwestie van sluimeren in de mist, een dikke deken trekken over moeder aarde en roepen: Blijf zitten waar je zit en verroer je niet. Ergens waren er nog wat zonnetjes doorgesijpeld in de voorspelde week, maar ook die zijn verdwenen in de neveljas.

Het betekent thuis aan het werk. De gordijnen moeten weer netjes aan de haak, want die zijn er af hier en daar. Dat is geen sinecure omdat de plafonds zo hoog zijn dat ik er met de vier treetjes hoge trap op het bovenste platform nog niet bij kan. Ik heb nog overwogen om het ding op de tafel te hijsen, maar dat vond lief geen goed idee. Daar moet een ladder aan te pas komen en dat is niet geheel mijn stiel. Voorkomen is beter dan genezen.

Dat was in een ander verband ook zo. Gisteren een app van schoondochterlief dat er een naar voorval was geweest. Een ongeluk zit in een klein hoekje. Iedereen was nog gezond, klonk er geruststellend achteraan, maar het blijft de gemoederen bezig houden. In zo’n geval is Verweggistan een brug te ver en wil het moederhart in de buurt zijn. Gelukkig was er hulp genoeg dichtbij en werden er oplossingen te over aangedragen, maar het is toch altijd gedoe, als het dagelijkse gangetje onderbroken wordt door onverwachte gebeurtenissen. Deze kwam wel heel erg uit de lucht vallen, ‘Aus Blaue Hinein’ zeggen de Duitsers en dat klinkt welhaast poëtisch.

Geen rood dit jaar in de tuin maar knalgeel, zowel de blauwe regen als de grootbladige hosta en de fluweelbomen, kennelijk een andere soort dan die uit de volkstuin die alle herfstkleuren van diep rood tot oranje/geel met zich meedraagt. De eerste roodborst is gespot. Ze hipte nieuwsgierig met lief mee, toen hij de druiventakken naar achteren aan het kruien was, nieuwsgierig en gemoedelijk in de heg van takken aan de zijkant van de tuin. Het gras is hoog. Het had eigenlijk nog een keer gemaaid moeten worden, maar de maaimachine heeft het begeven. Ze was al op leeftijd. Er komt een nieuwe, maar wanneer is niet duidelijk.

Gisteren vond ik een goede modus om te kunnen schilderen in de Datsja. De pot met het medium bleef potdicht en door vrij droog te werken met olieverf hou ik het langer uit. Als ik een beetje verdunning nodig heb, dan spoel ik het penseel erin uit en doe het deksel opnieuw dicht. Zo krijgt de lucht geen kans zich te mengen met de nog redelijk ‘frisse’ lucht. Het nieuwe doek is een spannende. Twee kleinkinderen die moeten lijken is een hele uitdaging. vooral als de foto er een is van een spontane omhelzing. Grote broer beschermt zijn jongere zus, zo schattig als de foto is, zo moet de beeltenis worden. Als de spieren verstijven stop ik er mee en wacht er een warme kop thee en een goed gesprek.

De nachten zijn vreemde bijeen gesprokkelde uren slaap met zeeën van gedachten er tussen. Dat ik te weinig doe, lees beweeg, ligt er aan ten grondslag. De juiste modus tussen het bedaarde leven en het andere jagen en jachten ligt nog mijlen ver uit elkaar, maar het gaat er wel komen. Zoeken naar mogelijkheden en anders maar een fysiosessie van mezelf aan huis. Als de tuin niet te nat is, is dat een mooie optie. Daar valt nog heel wat te verhapstukken aan lichamelijke arbeid en die gordijnen dan.

Het klaart al weer wat op. Vriendlief appt net dat bij jullie de laatste bladeren van de bomen afwaaien en zuslief verhaalde over sneeuw in het weekend. De herfst haast zich, maar trekt vast de winterwanten aan.

Overpeinzingen

Geduld is een schone zaak

We waren uitgestapt en bestudeerden de parkeermeter om te zien hoe lang je hier mocht staan en hoe je aan het kaartje kon komen. Het was een in onze ogen al ouderwets muntenapparaat. Lief had er nog voldoende. 900 forinth ging er in, gelieve om 15.17 terug te zijn. We hadden net al dat losse geld erin geworpen toen er ineens een zwerver achter ons stond, die met uitgestoken hand kwam bedelen. Zijn andere hand had hij nodig om zijn broek vast te houden want die dreigde over zijn magere billen naar beneden te zakken. Zijn hand was opgezet en rood gezwollen. We hadden geen muntgeld meer, nou ja die ene forinth die ik in het winkelkarretje stopte. Dat was te weinig en hij vroeg om papier geld. Hij had gelijk want je kan nog geen broodkruimel kopen voor dat muntje.

Daarnaast had hij pech, omdat we niet meer op zak hadden. Later bedacht ik dat lief zijn riem had kunnen aanbieden want terwijl we op zoek gingen naar het museum zagen we hem overal bedelend lopen waarbij hij de broek steeds van zijn magere knieën moest vissen. Deerniswekkend.

We wandelden door de brede straten. Een stad met een welhaast Franse grandeur. Er werd ook hard gewerkt tussen de drie kerken in. De kerstboom stond in de steigers, een enorme exemplaar, en wachtte geduldig tot het zijn tijd was om te schitteren. Er omheen werden houten blokhutten opgebouwd, waar straks de koek en zopie, de kerstartikelen en anderzins hun weg zouden vinden. De kerstmarkt van Kaposvar is zeer gewild. Letterlijk het licht in de duisternis. Nu was het nog volop herfst. Het miezerde een beetje.

We zochten naar een groot gebouw omdat we daar het museum in verwachtten, maar Tomtommetje zei dat we het doel bereikt hadden. Inderdaad vertelde een oud en verweerd bord ons dat we voor het Rippl Romai Museum stonden. We duwden de deur ernaast open en kwamen in een grote hal, een soort overdekte binnenplaats. Er was een klein hokje met een mijnheer die ons vriendelijk eenzelfde soort hokje aanwees als museumloket. We openden nieuwsgierig de deur. De warmte viel in al haar facetten neer. Of we er bezwaar tegen hadden dat er momenteel verbouwd werd. Dat was niet het geval. De majestueuze trappen aan weerskanten van de grote hal waren met een laag stof en gruis bedekt. Boven op de eerste verdieping werd flink gewerkt. Mannen in hun werkoverals zagen er stoffig uit. Toen we op de terugweg een van de deuren open zagen staan, bleek dat er behoorlijk gebikt werd, want alle gewelven lagen bloot. Naast al die arbeid stonden beelden ingepakt in grote lagen plastic met touwen er omheen. Als kunstliefhebber iets om je hart vast te houden.

In het gebouw bleek ook het stadhuis gevestigd en helemaal boven in de nok gaf een deur toegang tot een eenvoudig, wat krakerig museum. Een aanvankelijk stuurse dame die bij het raam zat te lezen, kwam overeind en deed het licht aan. We mochten na het tonen van de entreekaart naar binnen. Ik realiseerde me dat ze bij het raam zat om licht te vangen voor het lezen. De ruimte was verstild en bedompt, er waren geen andere bezoekers en het vermoeden rees dat het doorgaans niet drukker werd dan dit op een dag. Helemaal achterin de eerste gang vlak bij het toilet bleek later nog een vrouw te zitten. Ze telde de bankbiljetten. Door de hele ambiance werden we decennia teruggeworpen in de tijd.

Ondanks dat genoten we van het aanbod. Rippl Romai voorop en naast hem nog een aantal kunstenaars, met zowaar wat werk van vrouwen. De doeken die er uitsprongen werden goed opgeborgen achter het deurtje ‘inspiratie’. De doorkijk in het atelier van de schilder was vermakelijk en herkenbaar. Een tafel voor zijn krijt en een andere voor de leeggeknepen tubes en afgekloven penselen. Een beschilderde kast stond er ook, alsof de kunstenaar bij gebrek aan inspiratie, zijn kast maar was gaan opvrolijken.

De buitenlucht was welkom na al het stof, de kleine blauwe stond trouw te wachten. De kostuums had men veilig opgeborgen helaas. Om die te bewonderen, wachten we tot de verbouwing klaar is. Geduld is een schone zaak.

Overpeinzingen

Het smaakt naar meer

Het heeft geregend vannacht. De tuin en het land liggen er verstild bij, met druppels aan de bladeren, hier en daar een dwarrelend blad, grote druppels van de gesnoeide oude ranken van de druif. Gisterenmiddag zijn we ermee aan het stoeien geweest en hebben ons een weg geknipt door de wirwar van takken. Nu zijn er nog twee aan te pakken stukken over en daarna proberen we het leiden van de takken langs de zijkanten omdat de bovenkant van het prieel het echt wel heeft begeven. Nu de chaos weg is is er ook meer leven. Er fladderde zelfs een late atalanta rond, midden november.

Vannacht was het onrustig. Om half vier was ik klaar wakker en het lukte niet om de maalstroom aan gedachten te stoppen. Schapen sprongen hardnekkig achter elkaar over het hek, maar ik raakte de tel kwijt, het terugtellen liep spaak en Klaas Vaak weigerde ten enenmale dienst. om een uur of half zeven gaf hij schoorvoetend toe en in de twee dromen die volgden, kwam de hele goegemeente langs, kinderen, kleinkinderen, zussen, kindereen uit mijn groepen je kon het zo gelk niet bedenken en daarbij werd gerollerskate, werden we gesommeerd het ziekenhuis te verlaten wegens een verbouwing,werd er een baby geboren. Dodelijk vermoeiend zo in een paar uur. Om half negen was er gelukkig koffie.

Vandaag gaan we naar een museum in Kaposvar. Het is een allegaartje van bezienswaardigheden, dus we zijn benieuwd. Er zijn wat folkloristische kostuums te zien. Kolfje naar mijn hand, omdat we ooit gedanst hebben in een kostuum uit de Somogy Regio, waaronder onze befaamde flessendans. Er zat een lied bij waar ik alleen nog flarden van woorden van weet en eigenlijk helemaal niet de betekenis heb gekend. Natuurliijk dansten we een csardas in een choreografie, niet mijn sterkste punt, omdat -me laten leiden- niet tot de gebruikelijke gewoonten behoort, maar het lukte altijd wel.

Het was een feest om in de vele lagen van rok en schort, bloes en jak rond te zwieren. De tailles ingesnoerd en de haren in een strakke vlecht met een lang rood lint eraan tot op heuphoogte, witte panty en caracteres schoenen maakten het plaatje compleet. Rode lippen en konen wedijverden met het rode lint. Het publiek was verbaasd als we de flessen van ons hoofd haalden, omdat men in het begin altijd dacht dat er iets onder geplakt zat, zodat ze bleven staan. Het waren rondbuikige V.S.O.P-flessen voor de helft gevuld met water. Wat blijft zijn de mooie herinneringen.

Gisteren luisterden we naar een filosofie-podcast over Cassirer, die in 1929 samen met Heidegger in Davos een beschouwing gaven over hun opvattingen wat Zijn en Tijd en Causaliteit voor hen betekenden. Heidegger verscheen in skipak en werd gezien als de winnaar, Cassirer werd in de ogen van Simon Truwant, die werd geïnterviewd in deze podcast, onterecht als minder interessant afgeschilderd. Cassirer onderschreef de theorie van Kant over causaliteit en rekte het op tot alle culturele vormen die er zijn, zoals natuurwetenschappen, kunst, mythes, politiek, economie, ruimtes, etcetera. Hij is ten onrechte in de vergetelheid geraakt.

Een boeiend gegeven. Deze Cassirer was mij volslagen onbekend. Daarna volgde een gesprek met lief over dit streven naar de allesomvattendheid van deze beschouwing en als we de kunst in dat licht zien, dan vervult het voor ons een cruciale rol, die er zelfs boven uitstijgt omdat het zo’n wezenlijke uiting is van de cultuur in zijn algemeenheid. Daar moet je wel open voor staan. Dit soort podcasts kunnen er een mooie bijdrage aan leveren. Het smaakt naar meer.

Overpeinzingen

Eeuwigheidswaarde

Het boek valt open op de juiste bladzijde dankzij mijn prachtige Sri Lankaanse boekenlegger, ooit van dochterlief gekregen. Net op het punt dat het antwoord geeft op de vraag hoe Etty er toe gekomen was te handelen zoals ze deed. Niet onder te duiken of te vluchten maar ten einde lijdzaam haar noodlot tegemoet te treden. Aan het begin van de biografie over Etty Hillesum was het al een gespreksonderwerp geweest. Hoe kom je er toe om te denken dat in jouw plaats iemand anders zal moeten gaan. Is dat maatschappelijke betrokkenheid op hoog niveau, grenzeloze naastenliefde, wat maakt dat een dergelijke keuze gemaakt wordt.

Een passage van Judith Koelemeijer geeft het antwoord. Er wordt beschreven hoe Etty’s vriend en behandelaar Julius Spier boos werd, toen een gezelschap alle Duitsers over een kam scheerde en hij vroeg hen woedend of alle Duitsers misdadigers waren. Hij leerde haar niet-haten als het enige antwoord op de haat. Deze houding van verzoening en aanvaarding was de bron voor de grote aantrekkingskracht van Spier. Het maakte diepe indruk op Etty. Een activiste was ze nooit geweest. Liever stond ze beschouwend en denkend aan de zijlijn. De taal hielp haar een antwoord te vinden en geestelijke weerstand te bieden. In Spier vond ze een medestander. Boeiend is het om haar ontwikkelingen te volgen. Stof tot nadenken te over.

Ook het boek van Philip Huff geeft voortdurend gespreksstof. Juist door samen een boek te lezen en het te toetsen aan elkaars beleving wordt er een extra dimensie aangegeven. Ik ben dan ook benieuwd naar de bijeenkomst van onze boekenbabbel, die a.s donderdag bij elkaar komt en die ik via zoom mee kan maken. Ervaringen van anderen om er wijzer uit te komen, we kunnen niet zonder.

Banksy in Borodjanka

Op Facebook zie ik een open brief aan iemand. De belangstelling wordt getrokken door het onderwerp. Er staat een muurschildering van Banksy bij die ineens verschenen was op een van de afgebrokkelde muren van het Oekraïense stadje Borodjanka. Een klein jongetje vloerde een volwassen man tijdens een robbertje judo. Banksy was here. Het beeld vertelde alles, woorden waren overbodig. Het kleine overwint het grote.

De briefschrijver, Niels Roelen, verhaalt hoe zijn mening over kunst door het leven heen gewijzigd is. ‘Juist waar de vrijheid in gevaar is, is de kunst echt. Het is een uiting van verlangen, hoop en wanhoop. De muurschilderingen in Borodjanka, voor Rusland entarte kunst die vernietigd moet worden, zijn hier een voorbeeld van’. De brief wordt geschreven aan ene Joyce Roodnat, die kennelijk haar gram had geuit over de klimaatactivisten en hun acties. Hij besluit de brief met deze veelzeggende opvatting. ‘Het offensief van klimaatactivisten tegen de kunst is, net als Poetins invasie van de Oekraïne, een misrekening. Een aanval op de verkeerde vijand met desastreuze gevolgen’. Het volgt mijn hart. Ik begrijp de aandacht die men zo hoopt op te doen, maar waarom de schone kunsten. Ook al was Banksy de eerste die demonstratief zijn eigen kunstwerk vernietigde op een veiling. Kunst is vergankelijk. Nooit werd het duidelijker uitgedrukt. Zijn statement snijdt hout omdat het de vernietiging van zijn eigen werk betrof en van niemand anders.

De impressie van het kleine jongetje en de grote man blijft staan zolang de muur blijft staan. Het zal troost, hoop en verlangen bieden aan veel harten. Dat neemt niemand je af. Wat ooit is meegenomen in de beleving draagt eeuwig bij, nou ja, in ieder geval totdat je er zelf niet meer bent, maar misschien is het dan al gedeeld met iemand anders, of op papier gezet, zoals Etty haar dagboek en haar ervaringen, gedachten en gewaarwordingen en heeft het daarmee eeuwigheidswaarde.

Overpeinzingen

Is dat boffen

Vivaldi viert de herfst met ons mee deze zonnige zondagmorgen terwijl, voor het eerst, de koolmezen en de mussen zich tegoed doen aan de insecten in de druif en de fluweelbomen. Vermoedelijk, omdat aan de voorkant van het huis nu alles kaal is, komen ze hier hun honger stillen. Fijn om ze terug te zien. Sinterklaasberichten worden over en weer geappt evenals de foto’s van mijn kleine pietjes, klaar voor sinterklaasjournaals en schoenen. Aandoenlijke ernstige snuitjes onder de gekleurde baretten, klaar om de Sint waar het maar kan, te helpen. Het blijft een kinderfestijn in welke vorm dan ook.

Lief en ik verhalen van eigen belevingen. Wanneer werd ons verteld dat Sint niet echt bestond, maar dat dit stand-ins waren voor de bisschop Nicolaas van Myra die lang geleden drie kinderen uit een pekelton had gered. In een andere legende over hem waren het studenten. Een mare vertelt over een man met drie dochters, die te arm was om ze een bruidsschat mee te geven en Nicolaas die een buidel met goudstukken door het raam gooide, dat zou duiden, waarom er schoenen worden gevuld en er gestrooid wordt.

Bij ons thuis ontdekten we op een gegeven moment dat er cadeautjes in een kast waren verstopt. Of daarmee een einde kwam in het heilige geloven weet ik niet meer. Het was wel een opluchting, want de angst voor de knechten van Sint in die tijd zat er goed in, omdat hij kinderen echt in de zak stopte(als grapje)en met de roe er hier en daar dreigend tegen zijn handen tikte. Je voelde het bij wijze van spreken al, zo’n striemend geval. ‘Denk erom hoor, als je niet lief bent neemt Sinterklaas je mee’, was de ultieme dreiging, te pas en te onpas gebruikt. Lief weet het niet meer. Hij dacht dat zijn vader het hem gewoon had verteld. Vandaag de dag is de kanteling vooral merkbaar. De traditie is danig aan vernieuwing toe. Al vanaf mijn eigen gezin voelde ik de tegenstrijdigheid van het in stand houden duidelijk. Het riep altijd twee kanten op. Aan de ene kant is de beleving één groot feest, die menig rode koon en glimoogjes oplevert, aan de andere kant wil je kinderen meegeven vooral waarachtig te zijn. En toch doen we niet anders dan dit geloof in de oude baas te sterken. Haken en ogen vinden altijd wel een nieuwe weg.

Het doek is voorlopig af. Door de combinatie elektrische kachel, de goed geïsoleerde Datsja, de Gamsol terpentine en de olieverf werd de lucht in de ruimte ondraaglijk. Het vereist ventilatie, dus met de deur wagenwijd open kon er verder geschilderd worden. Straks doe ik de kachel niet meer aan. Dan maar twee tot drie uurtjes in een frisse ruimte, dat is te doen.

Vanmorgen kon ik eindelijk beginnen aan de toer met de nieuwe kleur. Eindelijk was de keuze gemaakt uit de vijf kleuren die nog resten. Het luistert nauw, al kunnen ze allemaal met elkaar, maar het gaat om een mooi verloop erin. Lief vindt breien een kunst, wat maar weer eens bevestigde dat datgene wat voor de een ‘n peulenschilletje is, voor een ander moeilijk te behappen kan zijn.

Gisterenavond keken we voor het eerst weer een avond tv, met behulp van NLZiet. ‘Sterren op het doek’ met Eus had John van den Heuvel als gast. De technieken van de drie kunstenaars waren ook dit keer heel verschillend. Het gekozen doek, een soort drieluik met de skyline van Manhatten op de voorkant was ingenieus verzonnen, maar deed me niet zoveel. Eigenlijk was de eenvoudige kop in olieverf in alle eenvoud sprekender, omdat de laatste kunstenaar van het glas-mozaïek gekozen had voor de allegorie van Joris en de draak, het zegevieren van het goede boven het kwade. Toepasselijk voor een misdaadbestrijder en absoluut de beste gelijkenis, maar om jezelf de hele dag als een Joris Goedbloed tegen te komen, is misschien wat te veel van het goede.

‘Even tot Hier’ kwam er na. Altijd oogsten de twee heren Niels van der Laan en Jeroen Woe mijn bewondering voor het oplepelen van de vernuftige sceptische teksten en kwinkslagen in dat hoge tempo. Humor op hoog niveau met een groot gehalte aan juiste informatie in enkele zinnen of onderstreept met mooie slogans en oneliners. Programma’s waar je rijker van wordt, zijn een groot goed tegenwoordig. Dit waren er zelfs twee. Is dat boffen.