Overpeinzingen

Een sprankje is genoeg

De blog van vorig jaar had ik moeiteloos kunnen gebruiken voor vandaag. Het was er allemaal. Het negeren van het vuurwerkverkoop met meer illegaal en zwaar vuurwerk dan ooit, poes pluis die dicht bij me in de buurt bleef en dankzij haar aangepaste brokken met een meer bestendige maag bij harde knallen. De inderhaast weggegriste oliebollen en vier appelflappen uit het broodschap van de supermarkt, Matthijs gaat door, dit keer met beloofde chansons in de toekomst, de klok en de Tribute to Freddy Mercury gezien. Voor de tweede keer die dag, maar zo boeiend. In de ochtend had ik de docu ‘The final Act’ van James Rogan over het gevecht van de zanger met Aids op 3Doc bekeken en was er de hele dag al behoorlijk van onder de indruk. De uitsmijter, en niet de mijne, dan dit keer Peter Pannekoek in plaats van Youp. Niet de helderheid van geest om geconcentreerd te kunnen luisteren en een oordeel te vormen. Dat is voor later.

Ook vorig jaar begon het nieuwe jaar met een droom, toen over de zussen en nu over mijn lieve Cioful en de Wijze, maar niet minder levendig en met een stralende heldere lucht als belofte voor alles wat nieuw is in dit komende jaar.

Het oude jaar was afgesloten met een heerlijke familiedag, eerst met het grote cadeau van het aflopende jaar, namelijk nieuwe kleindochter en schoondochter, en zoonlief. Een matineus begin met thee en geknutsel om half elf. Daarna op mijn gemak, tussen alle drukte door, de boodschappen en vervolgens naar het huis van dochterlief. Stenen schilderen met de nieuwe acrylstiften. Heerlijke bezigheid en om Aboriginals-kunst te maken, een uitkomst voor het betere stipwerk. Daar kwam ik achter toen ik zo’n steen maakte voor de kleine filosoof.

Met zijn zus in de buurt werd het al snel spelletjes uit de grote klepbank, onder andere een potje uno, waarbij ik haar op kleur liet sorteren. De opgetogen snoet om het door hebben van dat kunstje maakte extra duidelijk hoe waardevol zo’n succeservaring zijn kan.

Ondertussen was dochterlief druk in de weer met haar vegetarische rijsttafel en met de kleine zwarte poes Daisy, die voor een wandelingetje naar buiten was gegaan en ondanks het gerammel met brokjes en een bekende lokroep geenszins van plan was binnen te komen. Het leverde een ongerust vrouwtje op, vooral na iedere knal of kleurenuitbarsting buiten. Terwijl wij plaats namen aan het feestmaal kwam ze, haast achteloos, aangekuierd. Het teken om de maaltijd ten volle te laten smaken. Het was heerlijk en feestelijk. Zoonlief en schoondochter waren ook aangeschoven.

Ik liet ze achter en ging naar mijn eigen retraite-moment. Op de bank met wat appelflappen kwam de mail van de lieve wijze vriend binnen, die een overzicht had gemaakt van zijn moeizame jaar. Het leverde stof tot mijmeren op. Wat is de weg om hem zijn isolement te helpen overwinnen, nu de jaren beginnen te tellen en gaan opspelen in kwalen en kwaaltjes. Het allergrootste obstakel is zijn mismoedigheid die danst op de ongelukkige omstandigheden. De warmte van de mensen om je heen weten, maar er niet bij kunnen. Tussen de regels door ligt het lakende onvermogen verweven om tot een goede oplossing te komen.

Het zijn de momenten, waarop een naarstig zoeken naar een opening in het grijze grauw begint en die zich hopelijk aanbiedt om met beide handen te kunnen worden aangegrepen. Dat licht, die hoop. Een sprankje is genoeg.

Overpeinzingen

Een belofte vol schoonheid

Op de site van de stichting Nivoz kom ik een verhaal tegen over aandacht en het voorgenomen streven van de auteur om in het vervolg er te zullen ‘zijn’. Ze haalt een verhaal aan over een kind dat haar vraagt of hij op de IPad mag. Het antwoord verzandt in allerlei opmerkingen, maar wordt geen antwoord op de gestelde vraag. Deemoedig gaf ze toe dat ze de vraag moeilijk vond en derhalve er omheen bleef dralen.

Er schiet me een gesprek van lang geleden te binnen. De juf van de volksdansvereniging was bezig met het maken van kostuums voor de optredens, toen haar zoon binnenkwam. Hij praatte aan een stuk door over wat er op school allemaal was voorgevallen. Ze antwoordde steeds met stopwoorden. Jaja, mmmm, huhhuh. Hij bleef het proberen maar ving niet de aandacht waarop hij duidelijk vlaste. Al wat hij nodig had was oogcontact, een luisterend oor en een kopje thee. Kortom een klankbord.

Er werkelijk zijn is een loffelijk streven. Het op de loop gaan van je gedachten herkenbaar. In het eerste verhaal werden vliegensvlug gedachten tegen elkaar weggestreept en kwam het daarom niet tot een helder antwoord. De oplossing bleek eenvoudig, namelijk te vertellen wat ze er werkelijk van dacht, ‘Liever niet, want je hebt de hele dag al gezeten, ga lekker spelen’, waar gehoor aan werd gegeven zonder morren. Een minuut echte aandacht weegt zwaarder dan een half uur vage antwoorden.

Iets om ons te realiseren, nu we ongemerkt vaak naar het scherm van de telefoon aan het turen zijn. Oogcontact maken, een echte ontmoeting hebben, het is een kostbare begrip. Een mooi voornemen, meer in contact met elkaar zijn, nu de ontmoetingen sterk zijn uitgedund. Laten we er diepgang en kwaliteit aan geven.

Ik peins over de laatste dag van het jaar, toen ik nog kind was. Eigenlijk stond die altijd in het teken van de oliebollen en de appelflappen. Ongelooflijk dat mijn moeder echt een wasteil met beslag had staan rijzen onder de theedoeken. Ze had er een dagtaak aan, samen met mijn vader, om er de bollen van te bakken. Appelflappen van vroeger kan je alleen maar zelf maken, als je die smaak van toen terug wil. In niets lijken de moderne varianten erop. De oliebollen mochten uitdampen in de koele kelder en iedere keer liep een van ons naar beneden om de schaal aan te vullen, die op tafel stond.

Om ons wakker te houden was er een bordspel dat mijn opa gemaakt had en waarvan ik de details niet meer heb onthouden. De jongens waren doorgaans met de verzameling kerstbomen in de weer. Ze moesten naar het braakliggend landje aan het begin van de straat versleept worden. De hele week voor oud en nieuw waren er grootscheepse kerstbomenjachten geweest. De veroverde exemplaren lagen bij ons in de tuin opgeslagen. Ik was er heilig van overtuigd, dat dat was omdat onze vader bij de politie werkte. Exact om twaalf uur ging de vlam erin onder groot gejuich, klokkengebeier en rondvliegende gillende keukenmeiden en rotjes. Wij als kleintjes stonden bibberend van de spanning en de slaap aan de deur met een brandend sterretje en alle buren liepen bij elkaar naar binnen om Gelukkig Nieuwjaar te wensen.

Vanavond zal ik alleen met Pluis mijn jaarwisseling zoetjes en genietend ondergaan. In alle stilte met af en toe een belletje van een van de kinderen. Zo wil ik het het liefste. Overpeinzen, in het moment zijn, het leven koesteren. De ochtend geeft alvast een voorbode voor de feestelijke afsluiting vanavond en kleurt de hemel met haar eigen vuurwerk prachtig rozerood. Een belofte vol schoonheid.

Inspiratie·Overpeinzingen

Die van het zegevieren

De dag begon met een ellenlange rij aalscholvers, die luid kekkerend overvlogen. Te snel om met tegenwoordigheid van geest mijn telefoon te pakken om het plaatje vast te leggen. Fascinerend. Tegelijkertijd ook kenmerkend voor deze tijd van het jaar. De dikke grauwe deken over de wereld en de donkere grote rij vogels er middenin. Het sluimert, het overpeinst, melancholie smeert zich uit. De bijbehorende stilte ontbreekt.

Ik zie op een filmpje van ‘See All This’ Claude Jongstra struinen door haar winterse tuin, met de silhouetten van de kaardenbollen, de meekrap, de gulden roede, de brandnetel en het fluitenkruid. Verwenste planten in een border of aangelegde tuin, maar de kiem voor de schoonheid van moeder aarde in al haar kracht. Claude verft er onder andere haar wol van de Drentse heideschapen mee en raakt geïnspireerd door de kleuren van deze prachtige planten. Haar nieuwste kunstwerk is ‘Guernica de la Ecologia’. Een monumentaal kunstwerk geïnspireerd door die van Picasso en op dezelfde grootte, monumentaal dus, uitgevoerd. Een ode aan alle vergeten gewassen en kruiden. Ze laat me achter met heimwee naar mijn kleine paradijs. Straks, het komt wel weer. Nu blijven we bij de boom voor het raam en de verrichtingen van het echtpaar Kauw en de Kool-en-pimpelmezen.

Het past bij mijn mijmeringen over de twaalf midwinternachten, waar we nu midden in zitten, de nachten van 20 tot en met 31 december en die vermoedelijk de oorzaak zijn van mijn wakkere doorleving. ‘Niemandstijd’ noemen ze het in het blad Happinez, die ik speciaal cadeau heb gedaan aan mezelf, omdat het onderwerp ‘Dromen’ was. De yule-beleving krijg ik er gratis en voor niets bij en sluit prachtig aan bij het boek ‘Winteren’ van Katherine Mae. Twaalf nachten om filosoferend te ondergaan of blanco te blijven op de vibraties van wat zich aandient in een persoonlijk mantra. ‘Niemandstijd’ is een wonderschoon begrip. Als een hagelwit en onbeschreven blad dat zichzelf volschrijft met gedachten. letters die gevormd worden tot woorden, woorden die in samenhang de zin maken zonder de ratio en puur op gevoel. Laat maar stromen, die energetische golven, het brengt altijd weer nieuw licht.

Bij de fysio ging alles niet helemaal vanzelf. Hij vindt dat ik twee keer per week nodig heb, maar ja, ik verkeer zoals vaker tussen tafellaken en servet. Wel erg benauwd, maar net geen exacerbatie. Het hangt er altijd tussenin. Toch weer navragen bij de huisarts. De longarts staat namelijk pas in maart op de kalender, even als de twee longonderzoeken.

Pluis nu ook wakker

Pluis is ook aan het winteren geslagen. Ze houdt niet van miezer en kou en negeert derhalve open deuren. Ze blijft met haar poezelige voetjes liever binnen. Terwijl ik aan het waken was, ronkte zij jaloersmakend hele bossen omver, behaaglijk opgekruld, het koppie vertrouwend achterover, argeloos haast.

Ik beloof mezelf wel meer te gaan bewegen. Door de vicieuze cirkel, benauwd, versnelde ademhaling, vermoeider dan moe, en dan nog minder ondernemen, is er de neiging te blijven zitten, waar je zit en je niet te verroeren, zoals het verstoppertje van vroeger. Ongemerkt sluipt passiviteit er meer en meer in. Dat betekent toch weer voornemens stellen. De hometrainer grijnst vals onder de handdoek die erop ligt en de jas die er overheen hangt. ‘Pel me maar eens uit en begin met vijf minuten’, zendt ze door. Goed, ze krijgt een naam en daarmee een persoonlijkheid: Sofie(tsje). Maak je borst maar nat, schat. Vanaf vandaag vijf minuten en per dag wat minuten erbij. Wie weet. Het recht ligt in eigen hand, zeker die van het zegevieren.

Overpeinzingen·Ruimte scheppen

In volle glorie

Wit van de rijp glinstert de wereld me tegemoet in een zweem van zonlicht. Als het oplicht buiten, is de wens de moeder van mijn gedachte, want de daadwerkelijke gouden gloed mist hier. Het boek ‘Winteren’ is uit en zoals altijd met iets wat achter me ligt, voel ik een lichte spijt bij het dichtslaan van de laatste kaft. Tegelijkertijd is er ook de vreugde om het begin aan een nieuw avontuur, al weet ik niet waar deze schrijfster me brengen zal en staat ze mijlen ver af van de filosofische zoektocht van Katherine May. Lale Gul, de opdracht van onze leesgroep ligt verscholen onder wat losbladige lectuur onder het krukje dat diens doet als nachtkastje.

Tegelijkertijd draaien de gedachten op volle toeren en verzinnen ze de meest aannemelijke aankleding voor vandaag, kerstelijk samenzijn met de drie zussen. De boodschappen zijn in huis, de rijsttafel is besteld bij een lokaal restaurant, de keuken is aan kant. Waarom ik het gisteren toch ineens op mijn heupen kreeg, weet ik niet, maar wiebelend op een stoel moest de bovenkant van de keukenkastjes, die met de glazen karaffen en vazen, er aan geloven en ontkwamen niet aan de opruimwoede. Vettige kranten verwijderd, ooit een tip van mijn moeder, nog altijd ouderwets gehandhaafd, de glazen voorwerpen een voor een in het hete sop, met de stofzuiger de spinraggen weggezogen. Nou viel dat laatste mee hoor. Het waren stofjes tegen de muur aangekleefd.

Ook de keukenlades moesten het ontgelden en alles wat overtollig was of al jaren ongebruikt, mocht weg. Zo’n bui dus. Onhandig als je daarna nog de zware boodschappen in ging slaan, de wijnen en het laatste lekkers aan hapjes en zoutjes. Doodmoe kon ik geen pap meer zeggen. Zoonlief deed het laatste restantje, te weten, kapstok leeg maken en overtollige jassen naar de zolder. Straks snor ik nog een laken op, zorg dat de tafel gereed is om aan te vallen en kan dan tevreden terugkijken op deze titanenslag.

Vanuit de diepte, door alle inspanning in een ruk tot zeven uur doorgeslapen, kwam eindelijk een bericht van vriendlief, die kennelijk zelf een behoorlijke acclimatisering heeft moeten ondergaan. Een ‘diep mentaal duister’ had plaats gemaakt voor het ‘praktische ongewisse’, schreef hij. Al puzzelend vormden de losse woorden een beeld. Tijd om naar het licht te reiken, lijkt me.

Vanmorgen keek ik het progranmma ‘De nacht der slapelozen’ van Frits Spits. Hij praat met andere slapelozen, die, net als hij aan het werk zijn of gebruik maken van de nachtelijke uren om inspiratie te verwerken. Ze hadden het over ‘lucide dromen’. Iets wat ik vaak meemaak, als ik na mijn nachtelijke waakuren weer in slaap val. Dromen met hele heldere beelden, die in een soort waakslaap langs komen en zo blijven hangen, dat je ze nog herinnert en op kan schrijven. De Robin die hier over praat, vertelt mijn verhaal en dat geeft een gevoel van verbondenheid.

Ik wist al van jongsaf dat je het onthouden van de droom kan trainen. In mijn geval is dat vooral door hem in de laatste waakfase haar helemaal terug te halen. Dan blijven de beelden scherp. Als je ze alsnog niet vastlegt, verdwijnen ze in de mist of komen slechts in flarden terug. Net als deze Robin zet het mij ook aan tot nieuwe ideeën. Er trekken een aantal slapelozen langs. Een natuurfotograaf, een kunstenaar, een vrouw die uitleg geeft over de werking van slapeloosheid. Het verdient zeer de moeite om het hele programma terug te zien. Er worden hele zinnige voorbeelden aangehaald, waarin je jezelf herkennen kan als je ook behoort tot de dragers van deze nachtelijke uren. De warme, begripvolle stem van Frits verbindt. Niet alleen zijn vertellers, maar ook het leger aan nachtbrakers op de bank.

Dat is voor later. Nu eerst aan de gang. Kerstliederen neuriën en sfeertje kweken. Om een uur is er koffie met taart bij zus en daarna rolt de dag zich uit in volle glorie.

Overpeinzingen

Iets om over na te denken

Soms kom je iets tegen, dat rechtstreeks de kern raakt en waarvan je hart opveert. In het hoofdstuk Winter uit ‘Winteren’ van Katherine May komt de volgende passage voor: ‘ Je moet het leven leiden waardoor je je goed voelt, niet het leven dat andere mensen willen’. Degene die deze raad aanhaalt is Dorte, een vrouw met een bipolaire stoornis. Ze krijgt dit advies na tien jaar tobben aangereikt door een, haar onbekende arts, die waarneemt voor zijn collega. Vanaf dat moment neemt ze het heft in eigen hand, daarbij vooral geholpen door de dagelijkse winterse zeeduik, toen ze merkte dat ze zich beter voelde bij kou, dan bij warmte. Daar moest ze eerst wel naar toe werken in kleine stappen met volharding en groot succes. Iets om heilig ontzag voor te hebben, dat je de realiteit naadloos durft aan te passen aan het ‘Zijn’. Er was oefening voor nodig, maar uiteindelijk baarde het kunst. De schoonheid van het doorgronden. Een zo’n passage is voor deze ochtend al genoeg. Wijsheid ligt soms verborgen of duikt plotseling en onverwacht op, als je de ogen er maar voor opent.

Gisteren kwam mijn verwacht bezoek een uurtje later. De tijd is aan ons in deze stille dagen, dus maakte het niet uit. Een grote verrassingsdoos, die ik pas na de boodschappen uit zou pakken. Thee en heerlijke winterse chocolaatjes van mijn andere werkgever waren voorhanden. Gemoedelijk gekout over het wel en wee. Een nieuwe zilveren dwarsfluit als opsteker van de dag, een eeuwige liefde voor het instrument wat al heel vroeg duidelijk was en af en toe, in de verlegen blik, mijn lief klein meisje van ooit. Alweer 12 jaar. De tijd vliegt voorbij. Erasmus werd met vriend besproken en het was fijn om dat te mogen delen. Naar aanleiding van mijn blog was het boek besteld en lag het straks onder de kerstboom. Zelf was het kind van pas geleden nu Geronimo Stilton aan het lezen, de muis, die kinderen door de tijd laat reizen en ze meeneemt naar Homerus zijn Odyssee en het Rome van Dante bijvoorbeeld. Gek op lezen, wat haast niet anders kon, met boekminnende ouders en juffen.

Het gesprek kabbelde voort en sloeg een uur stuk. Tijd om een deur verder te gaan. De doos bleef onaangeroerd tot na de boodschappen. Maar daarna kon het feest beginnen. In feite was het een groot filmpakket bij elkaar. Een te kiezen film, popcorn zoet en zout, zoetigheid, frisdrank, en een kaaszoutje met dip. Dubbel feest door het Vrijwilligershuis. Pluis vond het maar zozo, zonder kattensnoepjes.

Vriendlief is weer in het land. Gebroken door de lange reis, een tikkie ‘weltfremd’ hier in het westen, maar heelhuids. Van de week ga ik poolshoogte nemen. Vandaag word ik bijgepraat, of liever, bijgeschreven, daarna zijn er stappen te ondernemen, verwacht ik.

Zoonlief had de Zonnewendemaan onder zijn leden en liep al vanaf voor vieren te spoken, sapjes te brouwen en roffeltjes op de trap ten beste te geven. Zonet nog probeerde ik in slaap te vallen, maar eenmaal aan het malen stoppen de radertjes in het hoofd niet meer zo vlug.

Iemand schreef, ik zal de musea zo erg missen. Mijn eerste neiging was het te beamen, maar ik ben zeker twee maanden niet in het museum geweest. Ik vrees dat we dát niet zozeer missen, maar meer het idee, dat we er niet in vrijheid over kunnen beschikken. En is dat niet met alles zo. Iets om over na te denken.

Overpeinzingen

Vangen in woorden

Er is niet veel tijd over om te schrijven, terwijl er toch eigenlijk zeeën van tijd zouden moeten zijn. Nog steeds loopt de tijd in een bodemloze zandloper weg en sijpelt tot in de laatste uurtjes van de dag door. Slaap en droom vullen de hiaten op, die gaten in de bodem van de nacht hebben geslagen.

De post bracht gisteren een lieve warme kerstgroet van een blogger, die ik al heel lang volg en die ik bewonder om de moed, waarmee ze de grenzen van een belemmering weet te verschuiven tot aanvaardbaar en mooi leven, vol oog voor alles wat schoonheid in zich draagt. Het inspireert en is de broodnodige stimulans om steeds maar weer de schouders eronder te zetten, te focussen op wat haalbaar is en te weten, dat er mensen zijn, net als jij, die op een dergelijke manier in het leven staan. Ons kent ons.

Dochterlief appt, of ik zo voor een lunch kan zorgen en kan brengen naar het huis van de oudste, waar uit alle macht geschilderd wordt om, na een forse verbouwing door de verhuurder, er weer tiptop bij te kunnen zitten. Eerst de prik en dan de broodjes, appte ik terug.

Door de booster kon ik vandaag niet mee om met acht urban sketchers op ruim afstand van elkaar te tekenen in het Musiom, het museum voor hedendaagse kunst in Amersfoort. Daar had ik me op verheugd. Een zittende activiteit met veel afleiding, want genoeg mooie moderne kunst om me aan te laven, om me heen. Vanmiddag maar eens zien of ik op afstand wel er een tekening uit kan brouwen, veilig op de bank dan maar. Het zijn van die heerlijke uitjes, ook weer met een groep gelijkgestemden.

Een ander bericht van een door mij veel gelezen blogger komt binnen en valt rauw op mijn dak. Haar geliefde is gisterennacht volkomen onverwacht gestorven in haar armen. Ik ben er stil van. Gezond, sportief, relatief jong. Van het ene op het andere moment, ogenschijnlijk zonder aanleiding. Onmiddellijk zwerft de gemeenplaats van lang geleden door het hoofd. ‘Van het concert des levens krijgt niemand een program’. Volkomen misplaatste tegeltjeswijsheid, om met een zwaai in de verste hoek van de kamer te keilen. Onbevattelijk, zo’n gebeurtenis. Elke vorm van leedbetuiging lijkt er een teveel te zijn. Gillen wil je, als dat je overkomt, jammeren, uitschreeuwen over alle zeven zeeën van tijd heen. Het moment terugdraaien en het overdoen maar dan met een goede afloop. Dapper schrijft ze eronder: Blogpauze. Alles valt letterlijk uit je handen op zo’n moment. Waar moet je beginnen met je rouw, het lijkt eerder een zwart gat, waarin de werkelijkheid opeens verdwenen lijkt te zijn, er komt geen hemel aan te pas, enkel dat doffe(vooral dat), verdovende gevoel. Kwetsbare mensen in alle opzichten, dat zijn we.

Het roert iets los, een angstig gevoel. Ik ken beiden niet en bedenk, dat er toch meer binding is dan alleen het bloglijntje. Je leert elkaar kennen, leeft mee met elkaar en deelt die intieme gedachtensprongen. Het schift zich vanzelf, de trouwe volgers, die lezen en vinden, wat de ander hen toebedeeld en de vluchtige passanten.

Cijfers zeggen niets, het gaat om de respons, de voeling met elkaar, de waarachtige belangstelling. Dat te delen heeft gelijkvoelende geesten opgeleverd. Ze houden van kunst, van schoonheid, de natuur de kleine geneugtes des levens en bovenal houden we allemaal van de taal om dat gevoel te vangen in woorden.

Overpeinzingen

Kalmpjes aan, maar gestaag

Wat een druil kan men daar boven verzinnen als grote schoonmaak voor de kerst. Met bakken kwam het gisteren naar beneden. De kleine blauwe prins blies met de ventilator op de hoogste stand, ternauwernood de ruiten schoon. Binnen in die half mistige cocon leidde ik hem door de huilende straten. Het zicht werd extra bemoeilijkt door de weerspiegeling van de lampen in de glimmende plassen op de grond. Treurigheid alom. Een passender cachet voor de sombere onheilstijding van die dag was nauwelijks denkbaar.

Voor het pompoenpittenbrood van de warme bakker voor dochterlief en haar gezin was ik te laat, dan maar anderhalf brood zonnebloempitten van de supermarkt. Zwaaiende kinderhandjes aan de deur. Het voordeel van de quarantaine? Nauwelijks was, omdat de ganse familie in huispak rondliep. Blij met de verse aanvoer van boodschappen wierpen ze dankbaar kushandjes toe.

Berichten van zoonlief zojuist bevestigden wat gisteren al doorsijpelde. Positief. Alleen de vrouw des huizes liep nog gesterkt door haar net gezette vaccin, moederend rond. De Benjamin had het zwaar te pakken, hoge koorts, geen stem meer, keelpijn. Bij grote broer leek het meer op griep. Er was een open lijntje met het ziekenhuis voor de kleine. Maar zowel zoonlief als hij zagen er vanmorgen op een filmpje alweer stukken beter uit.

Ze lieten de boodschappen bezorgen. Dus daar hoefde ik niet achter aan. In de spits dan maar op weg naar het tuincentrum, waar zijn tweelingbroer stond te wachten. Hij wilde plantjes voor op het balkon. Voor de veiligheid eigen auto’s, afstand en mondkapjes. Midden in de winter kom je al gauw uit bij de skimmia’s, ze waren er in rood en wit. Ook hadden we twee mooie grote helleborussen uitgezocht. Maar een van de tuindames riep ons terug en informeerde naar de pot, waar de plant in zou gaan. Die was niet diep, dus raadde ze het af, omdat ze geheid dood zouden vriezen. Lief en eerlijk advies. We vonden nog een bijpassende Leucothoe met haar frisrode blad en wat heideachtig spul. Een mooi geheel voor de bakken. Een grote zak aarde erbij en binnen was de buit. Lucht-kusjes en een tot gauw, toch fijn om hem even te zien. Met een skimmia, drie voor de prijs van twee, trok ik met de kleine blauwe huiswaarts, nog een keer storm en regen trotserend.

De nieuwe Mensenkinderen lag in de bus met een ode aan de pas overleden nestor van het Jenaplanonderwijs Kees Both. Bij de boekenrubriek was ik uitgegaan van het thema ‘Helden’. Altijd weer piezelde er een spoortje trots naar binnen bij het zien van mijn werk. Wat fijn om mijn opgedane kennis zo te mogen delen in dit mooie blad vol zinnige filosofie, ethiek, mijmeringen en de verhalen over die bijzondere man, die zijn sporen ruim heeft achtergelaten binnen het Jenaplan.

Ook De Tuinliefhebber en de snoepwinkel Art Supplies waren binnen. Direct was er de verleiding om bloeiende winterstruiken, de hamamelis, de hazelaar, de gele kornoelje of de struikkamperfoelie aan te schaffen. De winterjasmijn was al langer in het vizier. Maar vooral de hamamelis zou het goed doen tegen die donkere haag van de buurman.

Bij het kunstwinkel magazine worden ogen steevast groter dan de portemonnee. Het mag wat kosten zo’n hobby. Heerlijke grote potloodkisten of prachtig en verleidelijk linnen, olieverfkisten in luxueuze uitvoeringen, handige hebbedingetjes en hulpmiddelen, het is er allemaal.

Erasmus is vanuit Engeland inmiddels weer terug in Parijs. Niet dat hij dat verkiest boven de luxe van zijn leven bij de graaf van Mountjoy en zijn sparringpartner Colet, maar hij moet nog altijd zijn bull halen en daarbij heeft hij een nieuwe geldschieter nodig. Of het hem lukt zal blijken uit dit traag vorderende verhaal. Traag in de zin van: Langzaam tot je te nemen, want na een bladzijde of twintig zit het hoofd weer vol met de boeiende materie. Kalmpjes aan, maar gestaag.

Overpeinzingen

De zotte morgen

Vandaag is het de dag van de Bossche Bol, de dag van de vader der vaders, de dag van de terriër op het middenveld, de dag van jarig zijn, de dag van de zorgzaamheid, de dag van de liefde. Een zeldzaam mooie dag.

De Bossche Bol is simpel te verklaren. Toen we twintig weken zwanger en wel in het ziekenhuis waren beland voor een echo deelde de desbetreffende gynaecoloog ons mede, dat hij er niet meer van kon maken dan twee. Eerst dreigde deze aankondiging te verzanden in de vreugde om het horen en zien van dat kleine wonder, maar langzaamaan drong het tot ons door. Niet een, maar twee. Er zat maar een ding op. Dat moest gevierd worden. Met Bossche Bollen, het lievelingsgebak. Daarnaast moest er met sneltreinvaart meer ruimte gevonden worden om twee erbij te huisvesten, nog een baby-uitzet worden vergaard en nieuwe meisjesnamen verzonnen worden. We deden alleen in vrouwen, dachten we. Dat het allemaal anders zou lopen en we in de haast toch twee jongensnamen te berde moesten brengen was maar een kleine bijkomstigheid bij de alles overheersende vreugde.

De terriër op het middenveld was de bijnaam om de capriolen op het middenveld. Had hij eenmaal de bal dan ging hij door roeien en ruiten. Klein en sterk, wendbaar en snel. Het doelpunt verzekerd.

De vader der vaders was onvermoeibaar als het om geven van liefde was, van respect voor het leven van zijn kroost, een en al oog en aandacht. De kenmerkende transportfiets en later de bakfiets werden een begrip in de straten van de stad. De zorgzaamheid ging diep. Vandaag is de dag van het verleden, van wat ooit was, maar ook van wat altijd en onuitwisbaar zal zijn. Geen zandgeschreven boodschap , geen aanspoelende golven om het mee te nemen, maar een in gedachte verstuurde blijk van liefde, een luchtgeschreven regel en denkbeeldig houden we elkaar vast, de kinderen en ik.

Vanmiddag komt zoonlief wat foto’s uitzoeken. De twee grote plastic bewaardozen moeten onder het bed uitgerold, afgestoft en daarna kan het grote sorteren beginnen van babyvet tot volwassenheid. Daar zijn we wel een tijdje zoet mee. Er zullen meer dode zielen komen bovendrijven. Een dag van herinneren, herdenken en verbinden met Zjef van Uytsel over de speakers.

Gisteren bij de boekbespreking ontdekten we van elkaar dat praktisch niemand het boek had uitgelezen. Zoals ik al aangaf, was het met name de ingewikkelde zoektocht van de dochter naar haar vader, welk beeld hij had achtergelaten bij zijn vrienden, bij zijn vrouwen. Daar kwamen lange lijsten om de hoek kijken van literatuur, gebeurtenissen, een opeenstapeling aan archieven en namen. Ondoordringbaar haast. Gaandeweg pelt ze het af, dat is misschien de kracht van het boek. Het wordt steeds helderder, alsof het losgeweekt moet worden uit het oordeel van anderen tot alleen de man zelf nog overblijft. Het zal worden uitgelezen maar pas na Erasmus, waar ik nu als de gesmeerde bliksem aan moet beginnen, wil ik het tot een goed einde brengen.

Een tip van een lieve vriend. Bij ‘In het Uur van de Wolf’ de schrijfster Toni Morrison: Black matters. Iets om naar om te zien. Wat een voordeel dat we bij herhaling kunnen leven. Zo is een verzameling aan ‘de moeite waard-gebeurtenissen’ verzekerd van de juiste aandacht op het juiste uur. Na het schrijven pas en, in variatie op het thema, In alle rust en stilte van de zotte morgen.

Overpeinzingen

Vrij als een vogel

Net de film afgekeken op NPO, waar ik gisteren voortvarend aan begonnen was, maar die zo spannend werd, dat een pauze op haar plek was. Nu dreunt ze na in alle vezels, waarbij ik dien te vertellen, dat ik een watje ben, als het om spanning gaat. Het was een psychologische thriller, met als titel ‘The Gift’ van Joel Edgerton. Een film die te herleiden valt tot de vraag of pestkoppen door hebben wat ze aanrichten in het leven van een ander. Een echtpaar komt in de stad wonen waar de heer des huizes is opgegroeid en komt een schoolgenoot van vroeger tegen, die door hem gepest werd. Een intrigerend gegeven met een ontknoping die niet een, twee, drie is weg te poetsen.

‘Boontje komt om zijn loontje’, zei men vroeger. En ‘ De waarheid achterhaalt je wel’. Dat laatste betrof de heer des huizes, die verstrikt raakte in zijn eigen leugens. Het pestgedrag had desastreuze gevolgen voor de betreffende schoolgenoot. Hetzelfde geldt voor het bekritiseren van iets. Dat was precies de reden, dat we probeerden in onze groep de nadruk te leggen op de positieve benadering. Kritiek is prima, zolang het handvaten aanreikt om verder te bouwen. De wens om zo te handelen kwam ook voort uit mijn eigen beleving van het ‘dikkerdje’ van vroeger. Tot in lengte der dagen heb ik het zo gevoeld en gezien, terwijl de spiegel een totaal ander beeld toonde.

Een pittig te verteren begin van de dag. Dochterlief klopte er met een mail wat luchtigheid in. Had ik zin om mee te doen aan een gratis online tuinontwerp. Ja, wat een gave manier om de tijd thuis te slechten. Binnen zijn en buiten voelen. Dat gaat morgenavond gebeuren. Potloden slijpen, schetsboek klaar leggen, tuinboeken doorstruinen als voorbereiding. Ook niet verkeerd.

Met de psycholoog die een onderzoek uitvoerde in opdracht via beeldbellen even het verleden ingedoken. Er zijn voordelen aan het binnen zitten. Geen gehaast met auto’s en risicovolle ontmoetingen, maar gewoon vanaf je eigen bank, met thee onder handbereik, de vragen over je heen laten komen. Het werd een boeiend gesprek, met voor mij geen verrassende uitslag.

Vanmiddag zouden we met de klankbordgroep van de culturele instelling alle leuke theaterdagen bespreken en verdelen, net als elk jaar. Ook dat gaat nu via zoom. De gebruikelijke pizza, die er altijd bij besteld wordt, mogen we op hun rekening schrijven. Niet dat ik daar over pieker, want je gunt hen elk dubbeltje. Hetzelfde idee had ik ook bij de vraag of ik de museumjaarkaart wilde verlengen. Ook al is er te weinig bezoek van mijn kant geweest en misschien nog, dan staat het aanschaffen van de kaart buiten kijf. Voor volk en vaderland. Zonder is het leven niet te doen.

Vannacht in mijn droom kon ik vliegen. Eerst horizontaal met een borstcrawl vaart maken en dan gaan. Halverwege kreeg ik het een beetje koud en wilde, net als mijn duo die ook meevloog, mijn jas aantrekken. We landden aan de zoom van de woestijn. Langs de zo typerende zandheuvels liepen mannen in Berberachtige kleren in kamelenpas achter elkaar. Wij verstopten ons bij een schuurtje er tegenover. Ze namen ons toch mee. Later was ik alleen terug en dook weg in een tussenruimte van het hutje voor een motorrijder, die door het kleine raam het pikkedonker in keek. Ik wist dat hij me zag, maar hij sloot het schuifluik met een klap en liet me staan. Of het vliegen daarna nog lukte, weet ik niet, want ik werd wakker met voldoende tijd om de droom te repeteren. Dat zorgde voor dit relaas. Anders waren de beelden net als mijn alter ego allang vervlogen geweest.

Het dromenboek verklaarde met het kunnen vliegen, dat je letterlijk boven iets bent uitgestegen, of misschien in een zaak een nieuw perspectief hebt gevonden. Het gevoel was bijzonder prettig. Dat is me eveneens helder voor de geest gebleven. Vrij als een vogel.