Overpeinzingen

Daar rust een zegen op

Een ritje naar Kaposvár is eigenlijk een halve kamikaze-rit. Dat komt door de staat van het wegdek en de kronkelige rondingen die de weg zelf neemt. Het is hotsen en botsen geblazen. Tel daar de ongeduldige auto’s achter je erbij op, als je je aan de snelheid placht te houden en het voelt alsof je het volledig uit handen moet geven. Maar ja, we zijn het gewend. Dus Agaath gaat met haar waardige tred niet aan de kant voor de snelheidsmaniakken en draait haar eigen tempo. Het is nog best een eindje, het ritje naar de bouwmarkt.

Die blijkt, verassend of niet, dezelfde formule voor de indeling van de te verkopen spullen te hebben als in Nederland. Ouwe jongens, krentenbrood en volg de bordjes. Bij de afdeling lampen, op een bekende manier uitgestald, staan ook een handvol staande lampen. Zelfs nog de oranje lamp die nu in de bibliotheek staat en die zeker al veertien jaar oud is. Exact het zelfde model, hetzelfde materiaal en dezelfde kleur plus drie andere opmerkelijke kleuren. Verder is er weinig keus. We laten het voor wat het was. Prijzen kunnen we niet vergelijken, want Lief heeft de lamp ooit gekregen.

Bij de nepbloemen binnen speur ik naar oranje, maar het is té mooi van lelijkheid en tot drie maal toe kletteren de blikken flamingo’s die er tussenstaan, van hun voetstuk. De rest van de tuinartikelen staan voor het grootste deel buiten. Daar ontdekken we ook iets wat zou kunnen dienen als ondersteuning voor het druivenprieel, makkelijk en functioneel. Niet de bamboe of de houten versie, maar een metalen geval, die stevig genoeg lijkt en in elkaar geschroefd dient te worden. We maken er foto’s van en Lief gaat een en ander over de mogelijkheden met onze vriend bespreken.

Bij een van de grote supermarkten, een warenhuis op zich, halen we glazen en houten accessoires voor de keuken. Het plastic gaat in de ban en mag in de weggeef-doos of naar de schuur als opbergplaats voor schroefjes en moertjes. In hetzelfde gebouw is ook een Wok to go. In een opwelling bestellen we bami en sticky kip met groenten om mee te nemen. Lekker zeg, dit hebben we lang niet gegeten. De nieuwe magnetron doet het voorbeeldig.

In de avond vermaken we ons met het programma van Maarten van Rossum en Emma Wortelboer. Het thema is ‘rouw’ en ‘dood’. Het wordt gebracht met de te verwachten luchtige noot. Ze zijn geweldig op elkaar ingespeeld, omdat ze allebei zichzelf blijven en eerlijk vertellen wat ze ervan denken. Het is een genot. We reizen met ze mee naar het oudste mogelijkheid van crematie in Driehuis, waar ook de as van Multatuli is bijgezet, nemen een kijkje bij de oven onderin van het gebouw, (een soort pizzaoven). Hun humor is precies wat nodig is om het leven en in dit geval de dood, in het juiste licht te zetten. Vervolgens gaan ze naar Delft, waar een man voor zijn afstuderen een soort kist heeft ontwikkeld, die opgebouwd is uit mycelium, een paddenstoelenkist, waar je op een bedje van mos komt te liggen. Emma test het ter plekke uit en is enthousiast over hoe aangenaam dat voelt, vervolgens rijden we naar een oord, waar de wensen van de mensen kunnen worden ingewisseld, hoe wonderbaarlijk en vreemd ze ook zijn. Er staat een kist met luipaardenprint maar alles is mogelijk. De overledene gaat vervolgens in een auto in luipaarstijl de kist in met een passende aankleding en ook de ‘afterparty’ gaat in die sfeer.

Bij alle gelegenheden maken ze kwinkslagen of reageren serieus, zien het als iets dat onvermijdelijk bij het leven hoort. En zo is het ook. Het taboe is eraf en daar rust, wat ons betreft, een zegen op.

Een gedachte over “Daar rust een zegen op

Plaats een reactie