Uncategorized

Niet meer en niet minder

Een heel magazine over een karige kerst, of hoe vier je kerst in je eentje heeft de krant maar vast ingesloten. Een soort voorbereiding op wat dreigt te gaan komen. Als iemand die haar halve kerstige tijden heeft doorgebracht in het ziekenhuis, compleet met kerstballen in de oren toen dat eindelijk mocht. ‘Verpleegkundigen zijn net mensen’ moest men gedacht hebben. Oud en nieuw was dat andere feest, dat vaak opgedeeld werd in werk en slaap. Alles naar opperste tevredenheid. Ergens is de lust voor grote feesten als een lekke zandloper leeggelopen in de tijd. Verjaardagen zijn al even sober. Wellicht met de kinderen op de tuin, of niet, ook geen probleem. Liefst laat ik dergelijke momenten voorbij kabbelen. Oudjaars avond zit ik al een paar jaar alleen voor de buis en geniet van wat er aan beste beentjes wordt voorgezet om het de thuisblijver zo aangenaam mogelijk te maken. Mooie films, indringende documentaires, een bonne blanc om te toosten met de kinderen tijdens een belletje om twaalf uur. Geen sikkepitje malheur, geen moment van spijt. Zo heerlijk rustig.

Kerst vieren we al jaar en dag met een kerstontbijt tweede kerstdag. Rond een uur of twaalf rolt het grut binnen en rond een uur of half drie gaan ze weer vort, naar andere opa’s en oma’s die zitten te wachten op hun komst. Dit jaar zal dat minieme gedeelde stukje ook anders gaan. Misschien krijg ik het wel drukker dan anders, omdat er een spreiding wordt gemaakt. Geen idee. Ik kan natuurlijk ook bliksembezoekjes bij hen afleggen. In al die nieuwe en verbouwde huizen.

Even denk ik met heimwee aan vorig jaar. Toen werd ik naar Parijs gereden door zoonlief, met zus en junior om die fantastische tentoonstelling Starry Starry Night in Atelier des Lumières bij te wonen. Dat zijn belevenissen die blijven hangen. Dan glijden mijn gedachten naar ons gezin met de kleintjes. ‘Verplicht’ bezoek aan het ouderlijk huis van beide kanten. Niet dat het afgedwongen werd, maar het was een ingesleten traditie. Bij schoonouders met dikke aangebrande custard met vel en bij ons thuis de enorme kalkoen, die later werd vervangen door de meer subtiele rollade of fricandeau. Wat bij is gebleven is de oneindige vermoeidheid na de bezoekjes, waarbij mijn argusogen de kinderen in een liefdevol keurslijf propten uit angst voor, ja, voor wat eigenlijk. Ook de ingehouden buik in de zondagse jurk en de strakke panty die me net zo deed voelen als de ronde gekooide rollade in zijn net van touw. Zondags netjes was vanaf jongsaf aan altijd een dingetje gebleven. Nee, geen nette schoenen, geen nette jurk, geen nette krulletjes, maar gewoon, je lekker voelen en niet opgeprikt. Kerst is opgeprikt, net als de kerstboom. Maar ik ben gek op de sfeer met haar lichtjes aan die, als je de wimpers tegen elkaar knijpt, een wereld van zacht licht oproept in feeërieke beelden.

Een wandeling is misschien nog iets wat tot de mogelijkheden behoort, buiten, in het bos, waar de sparretjes spelen met een eigen licht door de glinsterende druppels aan de druipende takken en het zachte groene mos dat de juiste omlijsting zal zijn voor een wandelend kerstverhaal. Er was eens, er is nog, er zal altijd zijn…

Resumé, een boompje, bescheiden, met het zilver en de kransjes, een wandeling en een kerstverhaal, het lijkt me ruim voldoende en ieder in hun eigen bedoeninkje om een feest te vieren. Nostalgie te kleuren voor later, om op terug te zien, zonder dwang, helemaal naar eigen maatstaven. Dat moet toch het summum zijn van feest. Schrijf geschiedenis met een eigen ontbijt voor de kinderen, kransjes bakken, glühwein brouwen, al dan niet vega, maar met dezelfde warmte als waarmee wij vroeger ‘Het is kinderbedtijd’ zongen voor het stalletje met schone pyjama’s aan en ‘Fuut, fuut, fuut, fuut fuut fuit…’ Kaarsjes elf keer om de beurt mochten uitblazen. ‘Dan blaas ik de kahaarsjes uit’. Punt en dan naar bed. In dit geval met een goed boek. Niet meer en niet minder.

Uncategorized

Een prachtig slotaccoord

De ingehaalde slaap bleef hangen tussen de gordijnen toen de Iphone waarschuwde dat het tijd was om de dagelijkse rituelen op te pakken. Elf uur zou ik bij zuslief zijn. Zodra de musea open gingen, werd het Kunstmuseum geboekt voor vandaag, een late herfstdag in November. Geen kilte, maar zachte kou. Adem schreef geen wolkjes in de lucht. Iets voor elven stopte de kLeine Blauwe Prins voor haar deur.

Eerst het museum en dan de zee. Verrassing. Zus was nog nooit in het kunstmuseum geweest. Het prachtige Berlagegebouw strekte zich breed uit. De entree met de twee obelisken aan weerskanten splitste de spiegelende vijvers in twee welhaast symetrische delen. Het voelde bijna koninklijk, een rode loper waardig, om eroverheen te schrijden. De kikker met haar rondborstig voorkomen heette welkom omdat we de entree vanaf de zijkant naderden. Zij had haar bolle ogen iets dichtgeknepen om duidelijk te zien wie er voor handen was.

De kluisjes waren dicht en de garderobe open. Grote rugzakken moesten in bewaring, mijn kleine mocht als handtas mee naar binnen. Een vriendelijke suppoost verschafte de plattegrond, al houden wij nogal van dwalen op gesternte. De pijlen wezen de weg, maar eerst leidde het oog naar de details van de prachtige architectuur. Het glas in lood, de kleine tegeltjes, het patroon, de symmetrie. Schoonheid overal tot waar het oog reiken kon.

Mourning, aquarel

Anders Zorn overrompelde met aquarellen die zo levensecht waren, geen pastel maar stevige tinten, schaduwen die het vlinderende licht onderschreven en benadrukten. Ze trokken de blik naar de bezigheden in de handen, je wilde meelezen in dat boek, of zien wat daar bekokstoofd werd door die twee hoofden zo vlak bij elkaar. Zijn Olieverfportretten waren niet minder indrukwekkend. Verbazing om het feit dat hij tot nu onbekend was gebleven in mijn arsenaal aan opgeslagen kunst in mijn hoofd. Nooit iets van hem vernomen. Wat heerlijk dat er nog te ontdekken viel. Talloze doeken passeerden de revue.

We wandelden tussen de modetentoonstelling door, laveerden tussen pratende groepjes vrouwen die uitgebreid stof en patronen spelden en zagen aan de overkant van de restauratie een schilderij dat de aandacht trok, daar moesten we heen. daardoor belandden we al dwalend midden in Mondriaan. Het Delfts blauwe aardewerk lieten we voor wat het was. Mondriaan en de Nieuwe Stijl toonde alles wat beloofd was in de inleiding op de muur. Werk van de grote meester waarbij ook het vroege werk niet ontbrak, Theo Doesburg en Bart van der Leck. Een lekkernij aan poppenhuizen nieuwe stijl, die heerlijke groot uitgevoerde maquettes. Zijn kenmerkende bomen van realistisch tot abstract. Een lafenis.

Picasso

Een vleugje modernen, en daarmee Picasso, van Dongen en Bourgeois en daarna met de neus in de boter bij een voor ons ook onbekende Kunstenaar: Norbert Schwontkowski, die zijn schilderijen, groot, donker en indringend, van verrassende titels voorzag, waardoor de humor van zijn visie bovenkwam en het doek een intrigerend kader gaf.

Norbert Schwontkowski

Daarna zat het hoofd mudvol. Er kon niets meer bij. Het prachtige restaurant was dicht. Met dropjes in de auto werd de lunch ingezet. Volgende keer koffie mee en zeker nog eens retour naar die drie musea bij elkaar, maar nu eerst de zee. Licht en ruimte. Scheveningen vlak bij, een wirwar aan straten en opgebroken wegen, maar de vuurtoren het baken bij uitstek. Vlakbij de pier en de Wassenaarstraat mocht de kleine blauwe even uitrusten.

Op de vernieuwde boulevard had men een woud van witte stalen staketsels, lantaarnpalen, aangelegd, die vanuit de residenties het vrije zicht op de zee benamen. De pier met haar reuzenrad was rechts, een kale pier links en precies genoeg afstand om even goed te banjeren. Zwemmers met wetsuits aan zwommen in zee, een surfer danste op zijn tenen naar de kameraden verderop, floot hen toe. Honden dartelden uitgelaten rond. Ergens lag een verroest karkas als een uitgeklede Rietveldstoel.

Golven rolden zich een weg en zee had strand bedolven onder een krakend schelpentapijt, al even kleurrijk. Met het fototoestel in de aanslag schoot zus haar prachtige beelden en ik probeerde het licht te vangen in de weerschijn van het natte zand vlak voor ze in de golven overging of in het schuim dat zich een weg gleed tot vlak voor de voeten. De boodschap in het zand, uit naam van mij en de kinderen, hield nog even stand voordat de zee haar meenam.

De beeldentuin met de sprookjes was een belofte voor later.Het liggende hunkerende gezicht hoog boven op het duin bleek een prachtig slotaccoord.

Uncategorized

Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Eindelijk was het vierde van de te recenseren prentenboeken binnen en kon het feest gaan beginnen. Vooral prentenboeken zijn zoveel meer dan wat ze op het oog beloven. Een grappig verhaal, mooie illustraties erbij en een wereld aan filosofie erachter. Dan moet je wel eerst dieper graven en elke tekening aandachtig bekijken, afwegen tegen het woord, de ongeschreven regels er tussenin kunnen lezen en daarna de verbanden leggen. Prentenboeken zijn zelden zomaar verhaaltjes. De kracht van het vatten van een visie in een relatief korte tekst raakt vaak diep. De kunst is al die verschillende lagen te zien.

Eigenlijk beschrijven de Kunstmeisjes en Wieteke van Zeil in hun boeken het geschilderde woord ook zo. Kijk en blijf kijken, lees de ongeschreven regels, zie het beeld van de kunstenaar dat in elk detail gevat is, zijn visie en de kracht van de verbeelding. Alles wat een kunstwerk los maakt is inherent hieraan. Daar schuilt ook de schoonheid in. Als het raakt heeft het een belangrijk doel bereikt.

Het schoot lekker op en om half een was ik klaar. Dat luchtte op. Als de hazenwind de stofzuiger door het pand getrokken. Alle overtollige papieren in de tas voor de papierbak en de rest gerangschikt en uit het zicht geruimd. Gang, toilet en kamer spic en span. Net op tijd voor de visite. Schoonkind met kleinzoon 3 en kleindochter kwamen een uurtje tussen school en zwemmen in. Net fijn om even een kopje koffie te halen, voor kleinzoon om zijn lievelingsspelletje te doen met het boekje met de antwoorden en voor kleindochter om zich aan paps vast te klampen en ondertussen wel de drie haverkoekjes naar binnen te werken. Met kleren aan zwemmen stond op het menu. de eerste keer en derhalve spannend. Hoe dichter bij het tijdstip van vertrek hoe baldadiger hij werd. De spanning stuiterde in zijn kleine lijf. De bel en de aankondiging van zoonlief en kleinzoon 6. Wisseling van de wacht. Verse thee en een voetbal zonder schoppende voetjes. De dieren uit fabeltjesland gaven een recital, maar de bal won op alle fronten. Zelfs van zijn lievelingsdier, Rupsje Nootgenoeg, in dit geval als houten puzzel. Aandoenlijk koppie en veel schik. Toen de koek op was, kon niets meer afleiden. Teken aan de wand. Op huis aan dan maar. Dag dag, wel knuffeltjes gestolen van het kleine grut maar wat zou ik die lange lijzen toch weer eens graag in de armen nemen.

Zoonlief kwam thuis eten. In allerijl de kast doorgespit naar iets wat makkelijk en lekker was. Tot mijn verbazing vond ik geen piezeltje pasta meer. Wel nog dunne mie. Zelfs de rijst was op. Dan maar Surinaamse bami met bami trafasie. Groenten genoeg. Kastanjechampignons, ui, knoflook, bosui, paprika met een heerlijke frisse ketimoensalade, gebakken uitjes en gebakken ei.

Zo kabbelde de gedenkdag voorbij met als hoogtepunt de grote bos bloemen van zoonlief zonder tekst, maar die kon ik er bij dromen. Dat was zijn sterke zorgkant. Voor de miniatuurportretten kwamen er twee bij, de eerste was de moeder van mijn moeder, veel jonger dan ik haar kende en de tweede was mijn moeders vader, de rijzige man in het driedelig kostuum. Het gezicht half schuil onder de hoed. Dat was maar goed ook, want portretten zo klein, gelijkend neerzetten, blijft meestal steken in een vluchtige impressie. Te lang wakker gebleven en daarmee voorbij de slaap gegleden. Het lukte maar niet om weg te soezen. Er is nog hoop. Van drie tot negen zijn het altijd nog zes uur. Nieuwe ronde, nieuw kansen.

Uncategorized

Een feestelijke gedenkdag

Voorzichting worden de imaginaire slingers uit het glazige vloeipapier van de tijd gepakt en opgehangen. De stoel is al 19 jaar leeg. Andere jaren rolden we diezelfde denkbeeldige slingers uit op het strand. De hele familie bijeen, kroost, schoonkroost en nageslacht. In het zand werden met de verstrooide scheermessen, die de zee in gunstige hoeveelheden had aangespoeld, de boodschappen geschreven. Wensen, verlangens, soms zo krachtig dat het scheermes brak en er een nieuwe voor gepakt moest worden. Anderen schreven met wat verdwaalde splinters wrakhout. Het zout van de tranen mengden zich ieder jaar weer vertrouwd met het zout van de zee. Zilte zoetheid van het verdriet.

De vader van de kinderen zou, was, nee, is jarig vandaag en voor ons op deze dag voor eeuwig jarig gebleven. Het virus doorbrak de traditie van het samenzijn. Belangrijk, maar ook weer niet onoverkomelijk, zo bleek vandaag. Ieder zal verbonden zijn in de beleving op zich, op hetzelfde moment en met hetzelfde verlangen en daardoor toch ook weer samen. En morgen als ik met zuslief aan zee ben, zal ik het gemis voor allen met woorden vangen in het zand om ze door de vloed weggedragen te laten worden op de golven naar onbestemde verten.

Gisteren was er de aardse werkelijkheid van het atelier. In mijn droom had ik het interieur verandert en nu kon er niet anders gehandeld worden dan schuiven met de schaarse meubels. Maar de vaste obstakels, de wieldoppen, belemmerden de vrijheid van wat in dromen werkelijkheid kon zijn en wat in de realiteit niet viel te bewerkstelligen. Alles aan de kant, een kast naar buiten, de ander kast tegen de achterste muur, de tafel aan de zijkant. Maar de ezel dan, waar moest het palet, de schilderskist. Ontreddering en gezond verstand. Het onmogelijke mogelijk maken was voor dromen perfect, maar als het niet werkte, dan moest je het niet willen. Schuif, schuif, schuif. De kast weer naar binnen, de spullen op hun vertrouwde plek. Wel daardoor een en ander opgeruimd en daarmee rust en toch meer speling gecreeërd. ‘Kan het niet uit de lengte, dan maar uit de breedte’. Mijn moeder haar waarheden waren goud waard.

Terug naar oppasdribbel met een zak aan oude verftubetjes, verschraalde mediums, flessen, die van de stroevigheid met geen mogelijkheid meer opgengingen. Straks, later, mocht het bij het chemisch afval worden gedumpt. Dribbel en ik lieten kleinzoon 1 en zijn vriendje achter hun schermen voor wat het was en haalden de laatste zonnenstralen op richting het voetbalveld, waar vaderlief en kleinzoon 2 aan het oefenen waren. Hij hoefde niet vast in de wagen in het kader van ‘hoe omzeil ik die aardslastige kindersluitingen’, maar moest dan wel luisteren. Het is een open boek dat kind van ons. Zodra er een bepaald glimmertje in zijn ogen komt, weet ik dat hij van plan is grenzen te overschrijden. Niet moeilijk om hem een slag voor te zijn. In de oefenwedstrijd die bezig was, zag ik onze dappere voetbaltrots der familie nog een prachtig doelpunt scoren. Ondertussen kroop de kou door de naden van mijn jas. Tijd om huiswaarts te keren. Met moeite, maar een speeltuintje als lokaas, lukte het wonderwel. Aan het eind van de rit, vlak voor het oversteken van de weg, verscheen het glimmertje en hield ik hem vast aan zijn bungelende capuchon. Verbaasde blik, hoe wist ze dat nou weer.

Thuis een dwars door de kast-recept uit eigen hand, dacht ik. Maar zoonlief had een heerlijke Saoto klaar staan met alle ingredienten voor de toevoeging erbij. Bouillon, rijst, sambal, ketjap, ei, aardappel, taugé en gebakken ui. Vandaag zal ik de kast doorspitten op zoek naar nieuwe creaties met de naar achteren geschoven vergetelheid. ‘Je weet nooit hoe een koe een haas vangt’. Een feestelijk maal voor een feestelijke gedenkdag.

Uncategorized

Vruchtbaar, zo’n avondje kastje kijken

Kriewelen kan overal. In een bus , of op een bank in het park, op je inklapkruk midden in het bos of in een hoekje van de bank, terwijl er een boeiend programma bezig is. Bovendien brengt het de rust en concentratie met zich mee om woorden, die gesproken worden, intens en betekenisvol naar binnen te geleiden. De miniatuur familieportretten zijn ideaal om gedachten te schikken en woorden te proeven.

https://www.gids.tv/video/277605/volle-zalen-met-hans-dorrestijn-gemist-bekijk-hier-de-hele-uitzending

‘Volle Zalen’ van Cornald Maas, die Hans Dorrestijn ontmoet, op de televisie. Indringend beeld en woord. De vlakke monotone stem van de woordkunstenaar, de zwartgallige droge humor onderstreepte zijn succes. Een eeuwige twijfelaar, die gespannen afwachtte of zijn grappen over zouden komen bij het publiek. Wat dwars door de ziel sneed, was zijn dochter. Ze begon te huilen toen ze vertelde hoezeer ze haar vader had gemist als jong kind. Deerniswekkend om dat onverwerkte verdriet in tranen uiteen te zien spatten en de bevestiging later van haar vader die zich als grote afwezige onderschreef met het feit dat hij niet voor kinderen in de wieg was gelegd en er niet mee uit de voeten kon, was al even wrang. Het gaf de vileine ondertoon van zijn grappen een scherpe kant. Achter elk venijn van zijn kant parelde een traan van zijn dochter, die regelrecht het hart in sijpelde.

Het gras van zijn buren is tot op de dag van vandaag groener gebleven, ondanks alle bevestigingen van alle kanten over de grootheid en de kracht van zijn snerpende zinnen. Keer op keer dompelde en laafde hij zich aan dit vermeende verdriet, waarbij het narcisitische trekje in een ‘je kan de kunstenaar in jezelf niet verloochenen’ wrang smaakte naar zijn kroost toe. De milde zachte ommekeer vormde zich in een spel met de kleinkinderen, die uiteindelijk toch de gevoelige snaar wisten te vinden en te raken.

Mijn pen krabbeltde verder aan het verleden. Oma van der Linden, nooit gekend, liep over de Amsterdamse Straatweg te wandelen met haar dochter. Dertiger jaren pothoed, charlestonachtige jas met verlaagde taille. Papier te klein de afbeelding iets te groot, Mijn vader viel van de andere arm, maar komt later. Het gaat niet zozeer om de gelijkenis, maar meer om het tijdsbeeld dat hier wandelt. Oma heb ik nooit gekend, ze overleed kort voor ik geboren werd. Mijn vader was de jongste in het gezin. Dan mijn moeder als vierjarige of daaromtrent, oorspronkelijk met hun gezin aan de deur in de Meloenstraat. Kinderstoel op de stoep met een van de Wimpies. Er zijn er twee geweest, maar beiden waren al vroeg gestorven. Ik plukte alleen mijn moeder eruit en plaatste haar met de donkere frons over haar gezicht in de deuropening. Het waren de handjes en het hagelwitte schort die de aandacht vasthielden. De strik op haar hoofd was groter dan haar hoofd groot was.

https://visie.eo.nl/artikel/2020/11/de-geknipte-gast-andries-knevel-in-eus-kappersstoel

Het programma van Cornald Maas werd opgevolgd door ‘De geknipte gast’ van Özcan Akyol, die Andries Knevel in de stoel liet plaats nemen. Opnieuw iemand die zichzelf een beeld schetste en dat niet kon zonder zijn vrouw te noemen. Eus merkte terecht op dat het lang duurde eer het geloofwaardig werd, die twee-eenheid. De klemtoon, die op ‘wij’ werd gelegd, was zo nadrukkelijk uitgesproken, dat het ingestudeerd leek. Niet iedereen is tot onbevangenheid over zichzelf in staat voor een groot publiek. Het oogde als een kabbelend gesprek, maar ondertussen kwamen er een aantal persoonlijke onderwerpen met respect en aandacht aan bod, de kracht van de vrager. Opmerkelijk was dat de geïnterviewde ook iets wilde rechtzetten. Hij wenste zich toe, dat het algemene oordeel van ‘strenge man’ weerlegd zou worden.

van rechtsonder naar rechts boven

Twee mannen, los van elkaar, zo in het moment met zichzelf bezig, leverden een boeiende luisteravond op. Dorrestijn als vogelaar in de Baardmannetjes en met zijn weergaloze teksten oogstte altijd al bewondering. Knevel kende ik niet echt. In een avond werden losse flarden heel. Onderwijl kriewelde de pen geschiedenis. Vruchtbaar, zo’n avond kastje kijken.

Uncategorized

Mijn eeuwige dank

Een wonderlijk waakzame nacht viel me ten deel, maar eigen schuld, dikke bult, het tijdstip van in slaap vallen lag al vroeg in de avond, nadat de nacht ervoor ook zo wakker voorbij was getrokken. Geen idee wat er door het hoofd spookt, of eigenlijk wel. Alles namelijk weer. Tijd om de zinnen te verzetten en uit te waaien aan het strand. Nog even wachten tot dat weer mogelijk is.

Vriendinlief belde vanmorgen met nieuwe en spannende ontwikkelingen. In een uur werd een afstand van mijlen overbrugd. Altijd fijn en vertrouwd om die lieve stem weer te horen. Mooie vooruitzichten en veel levensvreugd. De kracht om in de beperkingen nog altijd mogelijkheden te zien en zelfs nieuwe plannen aan te boren. Wie tot die kunst van leven behoort heeft een voorsprong op het ondergaan van alles.

Een vermakelijk stukje van Sylvia Witteman over het feit dat de ‘bemenste’ kassa gaat verdwijnen. Zij spreekt van bemande, maar doorgaans zitten er niet zelden vrouwen achter. Vooral in deze tijd is het scannen een uitkomst naar mijn mening. Je scant je een weg door de winkel en rekent af aan ‘zo’n heerlijke zwijgzame betaalpaal’. Een prachtige benaming helemaal omdat Sylvia als tegenhang het beeld schept van een cassière, die bij ieder boodschap nog een extra ongevraagde boodschap terugkaatst. Dan ga je verlangen naar de doorgaans stugge, snelle, werkelijkheid van ‘Pinnen’, ‘Bon mee”.

skyline New York 2000

Mijn escapades in een Amerikaanse supermarkt getuigden van de hartelijkheid die je eventueel bij die praatpaal zou kunnen missen. Daar informeerde iedereen achter de kassa naar mijn staat van zijn, zorgden voor een indringend oogcontact en wuifden je nog net niet uit als je klaar was met afrekenen. Zeldzaam en inderdaad, het deed voorkomen of er die dag echt iemand zich bekommerd had om je geestelijke staat. Van de sokken door deze toenadering kwam er van mijn kant slechts gemompel, maar daar verblikten of verbloosden ze niet van. Waarschijnlijk zijn er daar uitgebreide etiquettelessen voor aankomende cassières, die in lange rijen aan de tafeltjes achter elkaar opdreunden ‘Hello, how are you today’. Stel dat je in zou gaan op de vraag en eindeloze jeremiades zou geven van de staat van je geestelijke gesteldheid, dan denk ik niet dat dat in dank zou worden afgenomen en zeker niet door de wachtenden achter je, waar de stoom bij uit de oren kwam. Betaalpalen dus, ondanks de ‘minder gezelligheid’.

Stel maar gastvrouwen aan, die je op weg helpen door het assortiment heen als daar behoefte aan is. Warmte, menselijkheid, aandacht en respect zeker gewaarborgd, meer nog dan bij de kassa. Wel hangt een en ander samen met het karakter van de winkel. Grootgrutter of kleinstedelijke kruidenier. De laatste is ook het doorgeefluik van de gemeenschap. Als je zelf maar mag blijven bepalen welke winkel je verkiest. Wat betreft de moeilijkheidsgraad, aan alles valt te wennen.

Groentenmeisje

In de jaren ’60 werkte ik bij de de nieuwe supermarkt op het groot winkelcentrum. ik wilde achter de kassa, maar het was hoofdrekenen tot op het bot en dat was niet bepaald mijn sterkste kant. Dus bleef het bij uitbenen van de karbonaden, het snijden van de vleeswaren, het afmeten van de stukken kaas en het bijvullen van de groenteschappen. Altijd piekende haren, rode konen, groezelige nagels en verfomfaaide schorten van het harde werken. De jaloezie om de smetteloze verschijning van zo’n kassameisje bleef me achtervolgen, maar daar zat ook een keerzijde aan. Als aan het eind van de dienst de dagopbrengst op de bonnen niet overeen kwam met wat je in kas had, dan zwaaide er wat en werd de onderste steen boven gekeerd. Niemand die er wakker van lag als ik het kontje van de boterhammenworst soldaat maakte, maar op de centen werd met argusogen gelet.

Later kwam ik door de baas van deze supermarktketen nog op een camping midden in de bossen te werken. De kroon op mijn werk, een beloning groter nog, dan het plaats mogen nemen achter het heiligdom. Hier was ik eigen baas. Zélf openen en sluiten, zélf schappen vullen, zélf groenten afwegen en kazen en vleeswaren snijden en zélf afrekenen. Wat een heerlijkheid. Dat ik daar, op die camping, bijna van mijn geloof werd afgeholpen door een groep fanatieke andersgelovigen, was een klein smetje op het blazoen van het ondernemerschap. Het betekende wel het begin van het einde van mijn winkelavontuur.

Daarna is het rotsvaste geloof in onafhankelijkheid sterk gegroeid en gebleven. In ruil daarvoor is er mijn eeuwige dank.

Uncategorized

Beloofd is beloofd

In het dagblad van het Noorden een Somalische vrouw, die weigert de Nederlandse naam van haar man aan te nemen. Alleen de kop van het artikel maakt al genoeg los om te overpeinzen en pakt eigenlijk indirect het probleem aan van de kijk op anders zijn. Ze handelt juist. Alsof je met een Hollandse naam een ander zou worden. Respect geldt voor de persoon, niet voor de naam. Dat is meteen de kern van het probleem. Als je je niet aanpast, de taal niet spreekt, dan hoor je er niet bij. Maar mensen omarmen als mens is niet afhankelijk van ras, godsdienst, cultuur, status, inpasbaarheid of macht. Iedereen heeft recht op het bestaan. Een bewustwording daarvan zou al veel veranderen. Dat is inherent aan de toevalligheid waarmee je waar dan ook geboren bent. Maar zelfs gedachtengoed mag verschillen.

https://www.npostart.nl/sterren-op-het-doek/POW_04349772

Een druilerig dagje gisteren. Theaterthuis uitgeprobeerd. Voorproefjes of de hele voorstelling voor een klein bedrag maandelijks bij je thuis. Toegegeven, het is niet hetzelfde als verwachtingsvol op het warme pluche, maar alleszins de moeite waard. Bovendien steun je de schone kunsten ermee op gebied van Theater, muziektheater, cabaret en musical. . Een vermakelijke musicallsessie van Brigitte Kaandorp, een ouwetje, maar wel hilarisch, viel me gisteren al ten deel. Verder was er natuurlijk weer volop kunst te genieten van dit weekend met op zaterdag Sterren op het doek met Özcan Akyol en lijdend voorwerp Janny van der Heyden, de keukenprinses van ‘Heel Holland bakt’ en op zondag Project Rembrandt. De locatie was prachtig. Paleis Soestdijk in volle glorie. Nog steeds een vreemd idee, dat het een andere bestemming heeft, dan waar je decennia lang aan gewend was. Een defilerende koningin Juliana in de bloemenzee op de trappen voor het bordes. Tijden veranderen.

Het meisje met de parel/Mauritshuis

Ze hadden pittige opdrachten: Het kleurverbruik van Vermeer met als schilderobject het meisje met de Parel. Bijzonder leerzaam zijn de verhalen van Pieter Roelofs, die wijst op het verschil in gebruik van de kleuren en daardoor de duurzaamheid ervan. De tweede was een vrije opdracht aan de oever van de hofvijver, waar halverwege ook nog twee suppers in kwamen te dobberen. De theorie werd op een verschillende manier aangevlogen door de beide mentoren. Boeiend om te zien hoe ieder kunst op een volstrekt persoonlijke manier benadert. Dat is ook duidelijk te merken aan het oordeel van de vakjury en die van de publieksjury. De avond schoof gemoedelijk voorbij.

Er werd ook hier en daar weer wat getest in de familie, dus dat betekende vooral virtueel contact. Een lang gesprek met dochterlief, die zo’n test had moeten ondergaan. Kleinzoon ging met kleine stapjes vooruit, hij was al van de pijnstilling af. De knie was nog dik, maar morgen is de fysiotherapeut er weer.

‘S Middags een lekkere linzenstoof met houmous bij elkaar getoverd met een wrappje als handzame binnenschuiver. Eigenlijk had ik het platbrood voor ogen dat zoonlief had meegebracht, maar dat was als sneeuw voor de zon verdwenen. Het was heerlijk en klaar in een handomdraai. Ik zag dat de voorraadkast in de keuken weer langzaam vol loopt. Dat krijg je met drie mensen die boodschappen doen, onafhankelijk van elkaar. Het wordt weer tijd, en die is er ook, voor de ‘Dwars-door-de-kast-recepten’. Goed voor de portemonnee en het kweekt veel nieuwe ruimte.

Vriendinlief aan de telefoon. Heerlijk even bijkletsen over het schilderen, het schetsen, de invulling aan het leven in deze moeilijke tijden en haar interview met de kunstenaars van haar dorp. Zo trots op haar gemeenschapszin. Ze probeert middels toegankelijke cursussen de eenzaamheid te verlichten, speciaal rond deze donkere dagen voor kerst. Vandaag is het zo’n ‘gloomy’ day. Onbestendig, peper en zout, een dag met net niets van alles. Dus druilerige miezerregen, waar je heel nat van wordt, het pad langs de sloot welhaast onbegaanbaar. Morgen wordt het droog en woensdag beloven ze zon, dus schuift de tuin een tandje op, al kan ik niet beloven, dat er toch niet even een stukje gefietst gaat worden.

Een dezer dagen, geïnspireerd door alles wat deze week langs kwam, komt het doek van zoonlief af. Beloofd is beloofd.

.

Uncategorized

Voor de broodnodige beweging

Bij het opgooien van de kaarten van het dinokwartet, een paar dagen geleden, was het overduidelijk. Het witte vintage kleedje was aan het smoezelen. Evenals het kleed over de rotan omastoel, waar kleinzoon op had gezeten en zich had genesteld met de kleine moddervoeten. De was was er goed voor. Met een schone lading lakens en kleedjes naar de tuin vandaag om een geïmproviseerde najaarspoetsbeurt te geven. Lappen eraf, nieuwe lappen erop, krakend fris wit. Drie van de meegebrachte vellen Khadi A3 met gesso glad gestreken en opgehangen voor het raam om te drogen. De omgekrulde exemplaren tekenden met witte lijnen patronen op de ruit. Een ingenieuze poetsdot van wc-papier, er is geen water op de tuin, bleek uitstekend om de ramen schoon te poetsen. Met de nijverheid in optima forma de buitenkant ook direcht maar gedaan. Van smetten vrij weer helder zicht. Nu moest de vloer eraan geloven. Met mijn stoffertje werd alles onder de tafel vandaan geswiept, naar buiten gewerkt en de meubels herschikt.

‘Veeg en veeg en veeg’ schreven mijn herinneringen. In het schimmenspel van lang geleden, waarbij ieder kind een optreden had, hoorde het lied van opa Bakkebaard. Opa Bakkebaard had een huisje/en in dat huisje was het goed/opa Bakkebaard had een huisje/en weet jij wel wat hij doet/ Hij veegt de vloer/met een bezem, met een bezem/ hij veegt de vloer/ zo veegt hij de vloer. Om het moment van fame nog iets op te rekken, kwamen de historische woorden ‘En veeg en veeg en veeg’ erachter aan, waarbij ze ijverig als reuzenschim de bezem heen en weer zwiepten. Groot succes, hier en daar een trotse oudertraan. Op dit moment was ik mijn eigen opa Bakkebaard.

Het schone atelier vroeg om kaarslicht en een brandende kachel. Knussigheid ten top. Spannend. Dit was de eerste keer dat de kachel lang zou branden. Kijken hoe mijn zwartkop zich hield. Gretig zoog hij de vlammen van de lucifer naar binnen en toen alle registers opengingen sloeg hij aan. De droge takken die er in lagen, beantwoorden onmiddellijk met een grote swoesj aan de verwachtingen. Er kon een droog berkenhouten stammetje tegenaan om de boel gaande te houden. Vrolijk snorde hij roodgloeiend van de opwinding, eindelijk weer in gebruik te zijn, verder. Swiep en swoesj hadden hun werk gedaan. Een van de witte prullenmanden werd houtkorf en wat restte was een ruimte met warme sfeer ten voeten uit.

Bij het opschonen was de vondst een nachtuil en een bij, beide dood als een piertje, maar nog volledig intact. Bister en een onbewerkt vel Khadi Papers en de spiksplinternieuwe bamboe rietpennen in de aanslag, wat een gave ontdekking was dit. Wat tekende het met gemak de dikke en de dunne lijnen van mijn vaders schoonhandschrift van vroeger, dik opgaand, dun neer. Mogelijkheden samen met penseel waren te over, maar eerst kwam de ruwe versie ongepolijst op het papier. De bij te dik aangezet. Bister laat zich niet zo snel wegdeppen als inkt of aquarel.

Het was nog een stief uur goed toeven en pas om half zes stapte ik in het schemerduuster naar buiten. De buuf op de hoek knoopte een gezellig praatje aan over de heg. We hadden elkaar al zo lang niet gesproken en haar man kwam een Yacon brengen, een appelwortel uit de Andes. Hij legde het behoedzaam aan de ingang van de tuin in het gras en legde uit, dat deze friszurig smaakte, het rins van de appel. Goed voor in salades en stoof. Een blij mens toog huiswaarts. Onderweg haalde ik het pakketje op dat bij de plaatselijke super was bezorgd. Thuis kwam uit het grauwe karton dat prachtige Degas-blauw te voorschijn. Het boek van Arthur Japin: Mrs Degas. Opgeruimd atelier dus een opgeruimd hoofd en van de week zeeën aan voorspelde regen om op te krullen in de bank samen met boek en Pluis. Met af en toe een najaarspoets voor de broodnodige beweging.

Uncategorized

Nieuwe spijs, nieuw elan

Luilekkerland was open. De ontdekking gisteren van de prachtige khadi papers had een nieuw idee gebracht. ‘Verandering van spijs doet eten’. Een tijd geleden had een van de broers de fotoboeken van mijn ouders digitaal doorgegeven. Er zaten sepiakiekjes tussen en zwart/witte. Mijn jonge ouders aan het werk in een eerste baantje, moeder in een dienstje en mijn vader als postbesteller in de roerige jaren dertig. Opa en oma komen er in voor. Broers en zussen van beiden.

Julianapark ’43

De foto’s uit de oorlog gaven beelden in het Julianapark, met de kleintjes, met de schoonzussen bij het houten hobbelpaard. Na de oorlog moeder met de jongens in het gras, vlakbij het nieuwe huis. Mijn vader in een baan als rechercheur, compleet met regenjas en hoed. Mijn vader als toneelspeler, als tapdanser. In het hoofd buitelden de ideeën, die me uit de slaap hadden gehouden. Wat als die portretjes nu eens in sepia werden uitgevoerd. Bister-inkt leek me uitermate geschikt, evenals de bamboe-rietpen. Dat dwong tot kleiner werken. Bister, vervaardigt uit schellak, geeft die mooie lichtbruine tint eraan. Rembrandt gebruikte het al. Mooi zo’n echte klassieker en een uitdaging op de lange winteravonden. Met de inkt, twee japanse penselen, de bamboepennen in verschillende diktes en nog een pakketje Khadi A7 verliet ik het pand. Hollebolle Gijsje met de buit.

Khadi paper A7 is iets groter dan een grote postzegel en dwingt tot een andere papiervulling. Een goede drijfveer om uit de comfortzone te treden en klein te werken met als doel de familiekiekjes die het meest geschikt zijn, uit te tekenen, maar nu gedetaileerder. Iets wat er niet toe doet, mag worden weggelaten, maar juist interieur en entourage zijn inspirerend en sfeervol. Mijn moeder in haar dienstje werd de eerste. Mevrouw liet ik weg, als minder belangrijk dan de omgeving. Aandacht voor het detail en zoveel mogelijk informatie op het kleine oppervlak. De micron 0,5 was er een fijne pen voor, zo bleek.

Bij het tweede portret van mijn vader, in een garage aan het klussen, ging ik alweer de mist in. Met mijn gebruikelijk grove schets was het weer veel te los geworden. Niet bijzonder, een schets, en dat was eigenlijk niet mijn bedoeling voor de serie familieportretten, dat ineens tot item was gepromoveerd. Vandaag eens kijken of het aan te passen valt. Vast wel.

Een ander plan. Door het zoeken naar het bladerdeeg van gisteren, ontwaarde ik ook een pakje filodeeg. Loempia’s van filodeeg konden in de frituur maar ook in de oven worden bereid. Dat was de tweede nieuwe inval. Nog nooit gedaan. Een vulling van ui, knoflook, geschaafde peen, taugé, dun gesneden kool en kastanjechampignons. Twee plakjes filodeeg op elkaar, de vulling uitgerekt in het midden, vouwen en rollen. Het lukte wonderwel. In de frituur en zes iets te dikke loempiaatjes later, gedeeld met zoonlief, was het goed garen spinnen.

Bij thuiskomst, het was de dag der verrassingen, rolden de twee nieuwe te recenseren prentenboeken uit het pak dat in de brievenbus stak. Een geluksdag, die vrijdag de dertiende. Nog maar één boek te ontvangen en dan kan ik los. Het radert en ratelt al weer in mijn hoofd, want zo werkt het. Nieuwe spijs, nieuw elan.