Uncategorized

Regeren is vooruitzien

Laatst was er iiemand op twitter die triomfantelijk in een tweet vertelde in de strijd om het voorkomen van voedselverspilling, een ” to good to go’-box of iets dergelijks te hebben aangeschaft. Daarop kwam onmiddellijk een antwoord van iemand, die zei dat je met die actie de voedselbanken benadeelde. Schuldbewust gaf de eerste toe, daar niet aan gedacht te hebben.

Vorige maand zag ik tot mijn grote ontsteltenis hoe bij de plaatselijke supermarkt grote hoeveelheden voedsel de afvalcontainer werden ingeschoven en de haren rezen me te berge, toen ik dacht aan al die mensen die afhankelijk zijn van de voedselbanken.Er bleef sindsdien iets knagen. Wat ik daar de container in had zien verdwijnen, deugde niet.

Vandaag kwam de Volkskrant met het verlossende antwoord in een artikel van Toine Heijmans over ‘Voedseloverschot’. De Lidl is overgegaan op het verkopen van producten, die bijna over de datum zijn, tegen betaling van een of twee kwartjes, Het is een succes. In een mum van tijd zijn in de winkels de schappen leeg en je moet er vlug bij zijn. Vlakbij is een voedselbank. Ook hier zijn de schappen bijna leeg. Buiten staat een lange rij mensen tot aan de parkeerplaats geduldig te wachten tot ze aan de beurt zijn. Andere voedselbanken bekijken de kwartjes-aanpak van de supermarktketen met argwaan. Hun angst is het gevolg van de actie wat een tekort bij de voedselbanken zou kunnen opleveren. Maar Annita Nieuwenhuizen, hoofd bedrijfsvoering bij de voedselbanken, gelooft daar niet in. ‘Wat je wilt bereiken,’ zegt ze, ‘is dat mensen weer hun eigen broek kunnen ophouden, dat ze gewoon weer in de supermarkt kunnen winkelen’. Ze is van mening dat alles wat je aan voedselverspilling tegen kan gaan, pure winst is. Waardigheid is een groot goed,.

Een en ander is het gevolg van de concurrentiestrijd van de supermarkten. Men wil kost wat kost de schappen vol houden en rekenen het overschot door in de prijs. De klant wil volle schapppen. Ik ga bij mezelf te rade. Wil ik volle schappen? Nee, niet echt, alhoewel, ik wil niet misgrijpen, wat minstens ook een welvaartsprobleem is. Het is toch altijd weer ‘het kip of het ei’-principe. Als het aanbod er niet was, wat zouden we dan doen. Wat hadden we gedaan als er geen supermarkten waren verschenen en het bij die kleine buurtwinkels gebleven was. Hetzelfde kan je je afvragen bij die volgeplompte schappen met minieme houdbaarheid. Het eeuwige dilemma ‘Wat-als’.

Annita vindt de Lidl-antiverspillingsactie een mooi begin van een echte oplossing. ‘Straks kunnen de armste klanten toch gewoon bij de supermarkt kopen zonder schaamtevol in een lange rij te moeten staan, baas in eigen budget zijn, zonder gesleep van voorraden’. Toine eindigt het artikel met de voorspellende blik van deze opmerkelijke vrouw: ‘Over dertig jaar bestaat dit niet meer’ zegt ze terwijl ze het magazijn rondkijkt. En ik ben het met Toine eens, als hij zegt ‘Dat is nog eens een vernieuwend concept’. Niet gelijk misbaar maken of bang zijn dat het eigen hachje het niet redt, maar over de grenzen van het eigen bestaan heenkijken, naar een aanpak die de toekomst dient ter meerdere eer en glorie van iedereen.

‘Dat zouden meer mensen moeten doen’ schiet een reclame-quote in mijn gedachten, als variatie op het thema. Politiek gezien, bijvoorbeeld. Iets wat ze ons vroeger met de paplepel hebben ingegoten. Gebruik je gezonde verstand en laat je niet gek maken, want regeren is vooruitzien.

Uncategorized

Hoe eerder, hoe beter

Nu de risico’s nog steeds groot zijn, besef ik dat de terugkeer naar het vrijwilligerswerk nog lang niet aan de orde is. Het betekent, dat heel veel mensen die ik daar ontmoet heb, zijn blijven steken in het beeld op mijn netvlies, gestolde foto’s sinds maart van dit jaar. De patiënten zijn niet uitgekristalliseerd tot doodziek, de zwakkeren onder hen, pinkmager vaak, zullen blijvend ronddolen in mijn gedachten. De armbandjesvlechtende mevrouw, het doorschijnende jonge meisje, die vermoedelijk ouder was dan ze leek, de oude man in zijn magerte, geen gram teveel, toen al niet, het echtpaar, zij lezend aan het voeteneind en hij trots op zijn schilderijen, de dolende vrouw en al die anderen. Allemaal stilgevallen in mijn beleving. Hoe zijn zij deze crisis te boven gekomen. Zijn ze gewoon blijven gaan naar het ziekenhuis? Zo’n chemo breek je niet zo maar af en de immuuntherapie al helemaal niet. Ik weet, dat men destijds ermee bezig was om deze therapie aan huis te geven. Een hele verbetering ten opzichte van iedere keer weer die gang naar het ziekenhuis.

Gisteren zag ik een stukje van Jinek. Ze voerde een gesprek met de directeur, een intensivist en een verpleegkundige van een Brabants ziekenhuis, dat het zwaarst getroffen was. Ze hadden opnames gemaakt vanaf het begin. Er was een gesprek bij van de intensivist met een vrouw, die in coma gebracht zou worden en afscheid moest nemen van haar man. Jinek verbaasde zich over de rust, waarmee uit de doeken werd gedaan hoe een en ander zou worden aangepakt. Een van de professionaliteiten van een arts of verpleegkundige is de angst en de onzekerheid uitbannen, zodat men vertrouwen krijgt in wat er komen gaat. Maar de keerzijde werd ook getoond. De directeur die vanuit zijn raam naar het mortuarium kijkt en ziet hoe partytenten er naast werden opgesteld, waarbij de realiteit doordrong, zo helder als het wrange zeildoek zelf. Mijn God, er zijn niet genoeg koelcellen. De opmerking van de intensivist, over de wereld van verschil binnen en buiten de muren, werd als een ader bloot gelegd door de ontzetting van de directeur. Men stond nog steeds ‘aan’, omdat het onbekend was hoe het zich verder zou ontwikkelen. De alertheid had grote impact. Ze voelden zich door en door verantwoordelijk en toch evenvaak zo machteloos. Ze waren moe, doodmoe.

Ik dacht aan de afdeling en al die mensen daar, die het vuur uit hun sloffen liepen tijdens een gewone werkdag. Hoe was het met hen gegaan. Namen ze nog steeds de status van de afdeling door in de ochtend. Waren ze nog steeds opgesplitst in tweetallen voor een aantal kamers. Op maat gesneden zorg, zodat ieder de aandacht kreeg die hij of zij verdiende? Was het nog mogelijk geweest om deze patiënten, die nu een dubbel zwaard van Damocles boven hun hoofd hadden, gerust te stellen. Of maakte het niet meer uit. Veel waren al uitgestreden en berustend in hun weinig rooskleurige toekomstbeeld. Te allen tijde zou de verpleging er voor gaan, dat is inherent aan de beroepskeuze.

Een wereld van verschil, dat is het zeker. Zodra je het ziekenhuis instapt, zijn er andere prioriteiten en verdwijnen de wissewasjes. Mensen die ziek zijn, zijn gelijk. In de nietigheid van dat lijf, dat veren kan laten vallen en tegelijkertijd ook kan opveren en daarmee zichzelf verheft. Het blijft gissen en duimen draaien, net zolang tot we weer aan de slag kunnen. Hoe eerder, hoe beter.

Uncategorized

Voor elkaar en door elkaar

Gisteren en vandaag tovert Facebook herinneringen te voorschijn en serveert ze me smakelijk. Twee levensgrote dino’s, een tweedimensionale en een driedimensionale, die we met de groep vier jaar geleden tijdens een oerproject hebben gemaakt. Het was een verhaal met de Archeopterix, de oervogel, die was komen aanvliegen. Ze werden er enorm enthousiast van. Eerst hadden we opgezocht op de computer hoe ons skelet eruit zag en hoeveel botjes wij hadden, dat bleken er 205. Vervolgens gingen we takjes en takken zoeken van verschillende grootte onder de drie, uit de kluiten gewassen, populieren naast de school. Ze maakten er een wedstrijdje van. Wie de meeste takjes kon verzamelen. De race was op die manier snel gelopen. Met een volle mand kwamen we terug in de kring. Daar lag zilverpapier klaar en iedereen mocht zoveel mogelijk takken inpakken in het zilver. Dat werd een hele berg.

We bestudeerden in een boek het geraamte van de Tyrannosaurus Rex. Kleine botjes voor de enorme lange nek en langere botten voor zijn ribbenkast en de armen en benen. Twee kinderen hadden van dozen de kop gemaakt, weer anderen hadden de scherpe tanden geknipt. Ook de dozen werden omwikkeld met zilverpapier. Twee van de oudste jongens legden de botjes in de juiste volgorde en daarna keek de hele groep mee of het klopte. Daarvoor moesten we onder grote hilariteit op de stoelen gaan staan, anders hadden we het overzicht niet. Toen ze dachten dat het goed was, zijn we gaan knopen, Dat wil zeggen, ik legde de knoop en de kinderen trokken ‘m aan. Met vereende krachten kwam de Dino tot leven, voor zover dat kan als je al eeuwen dood bent. Het systeemplafond in het halletje voor de groep was uitstekend geschikt om het reuze geraamte aan draad op te hangen met zijn bungelende pootjes. Het voelde als een glorierijk werk. Met wangen glimmend van trots werden ouders meegetrokken om ons kunstwerk te bewonderen. We hadden er de hele dag aan gewerkt en niemand had zich ook maar een ogenblik verveeld.

De tweede was Streetart. Gewapend met stoepkrijt trokken we naar buiten. Ik had een tekening van de Tyranno als voorbeeld gemaakt en een van de kinderen kon met behulp van de aanwijzingen en cruciale punten, zodat de afmeting zou kloppen, natekenen. We hadden de groep in tweeën gedeeld, dus de oervogel, de archeopterix, kon er ook bij. Die kwam aan de andere kant van het klimrek. Daarna gingen ze verwoed aan het werk met het krijt. De opdracht was, dat er geen tegel meer te zien mocht zijn binnen de contouren van de dino en de vogel. Ze slaagden met glans. Weer was de ochtend omgevlogen zonder dat we het in de gaten hadden.

Tijdens het project kwam er een dino-woud bij op de watertafel, compleet met bomen en heuvels en konden de kinderen het poppenspel met de Archeopteryx naspelen. De pop was lang geleden, bij een vorig project, door een collega, griezelig echt, gemaakt.

Vier weken lang zijn we er enthousiast mee bezig geweest. Verwondering kwam bij deze kleine groep vanzelf. Zodra er een spannend verhaal was, gingen ze er mee aan de haal en werden mede-eigenaar. Zo werkte het als een trein. Binnen de kortste keren hadden we een aantal dingen op de rit staan. Geen moment verveling of het niet weten, maar de juiste focus en je helemaal betrokken voelen. Met ervaren als basis en met de kracht van de groep: Voor elkaar en door elkaar.

Uncategorized

Lanterfanten is voor de poes

Met twee goedgeladen accu’s voor de grasmaaier trok ik richting tuin. De lucht hing rechts dreigend grijs boven de tuinhuizen en aan de linkerkant spiegelde een strak blauw met witte wolken in de sloot. Ogenschijnlijk was er niet veel wind, maar daar bovenin wisselde het decor sneller dan ooit. Het zou niet regenen. Dankzij de temperatuur schoot het goed op. Na de onkruidsessie van de vorige week hadden de verdrukte planten zich eens flink uitgeschud en verheven. De springbalsemienen waren de honingbevoorrading bij uitstek. Dikke hommels en bijen, wollig geel op het lijf, oogden als kleine teddyberen door het overdadige stuifmeel. Het hart maakte altijd een sprongetje van deze bedrijvigheid.

Achter versperden ze de doorgang met buuf, dus daar moest gesnoeid worden, evenals de wilg op die plek. De anderen zou ik snoeien als de herfst het bladverlies ging inzetten. Vriendinlief had al beloofd om te komen helpen. Noeste lichamelijke arbeid werkt helend bij optrekkende kou. De springbalsemienen met hun rabarberstengels knapten met een droge tik onder de snoeischaar. Hommels en bijen bezochten de bloemen tot op het laatst, waar ook de vele gekrulde zaden op de grond lagen van de opengesprongen zaaddozen. Koddige ballerinarokjes leken het. De dans van de voortgang.

Het grote doek binnen stond verleidelijk op de ezel nu het niet te warm was in het atelier. Met alle tijd na de snoei en het mooie uitzicht over de opgeruimde tuin werd de tweede laag opgezet over de sienna-bruine bloemen heen. ‘Kloddertje hieeeeer, klodddertje daaaar’, tante Til van de familie Knots zweefde in gedachten langs. Tante Til die in een suikerzoete wolk van roze zich uitleefde met kwast en verf. ‘Penseel’, zou mijn oude meester zeggen. ‘Kunstschilders hanteren geen kwasten, maar beroeren het penseel’. Natuurlijk, ik vind alles best. Als er maar wat uit handen komt. Heerlijke serie en knotsknetter, vol wendingen en malle taferelen, uitgesproken types en alles in een overtreffende trap.

Zo, de tweede laag zat erop. Nu uitvissen hoe de transparantie erin verwerkt moest worden. Het bleef duwen en trekken, gisten en brouwen. Toen ik buitenkwam bleek de zon te schijnen en voegde een opgewekte noot toe aan de bloemen, die er licht doorschijnend van werden. Thuis moest ik maar eens een recept voor vlierbessenjam opzoeken. De drie bomen rond de tuin gaven een overvloed aan dieprode bommetjes. De frambozen kleurden ook. Vlierbessen/frambozenjam dus. Of vlierbessen/appel. Beide smaakvol, leek me zo.

Er kwam een mail binnen van de hoofdredacteur met de mededeling dat alle vier de recensies door konden in het nieuwe nummer. Altijd fijn om te horen dat het werk, vanmorgen vroeg de laatste geschreven, voldeed. Door het lezen van De doge-ring van Thea Beckman was mijn bewondering nog meer gestegen. De laatste twee dikke pillen van de trilogie Kinderen van Moeder Aarde lagen klaar voor eigen plezier.Al is lezen nooit een straf.

Van vriendinlief kreeg ik door dat er een tentoonstelling verwacht werd van John Constable, de landschapsschilder in het Teylermuseum in Haarlem. Bij de aankondiging las ik dat de schrijver zijn heftige emotie vermengde met zijn verf. ‘Geluk en verdriet, liefde en vriendschap gaan schuil in zijn licht, lucht en landschap. ‘Painting is but another word for feeling’ schreef hij aan een vriend. Het leek me alleszins de moeite waard. Helemaal omdat hij gezien werd als één van de ‘Vaders’ van de moderne kunst. Iets om naar uit te kijken. De tentoonstelling van Isaacs en Breitner in het kunstmuseum van Den Haag had ik gemist, omdat ik niet door het tijdslot heen kwam. Ik zou wensen dat we binnenkort weer gewoon ongedwongen binnen mogen lopen. Of voor de hele collectie of voor een doek alleen, waar je even in weg wil zinken.

De krant is uitgespeld, de koffie is op. De hoogste tijd. Lanterfanten is voor de poes.

Uncategorized

Weemoed en herinnering

Vanaf het begin dat we viraal werden ingesloten, was de agenda leeg. Of tenminste, er stonden nog steeds veel afspraken in, maar het deed er niet meer toe, want we konden ze niet nakomen. Dus leerde ik af elke dag de agenda te checken. De dagen kwamen en gingen, sloten zich aan in rijen om in weken en maanden voorbij te trekken. Ik nam de dag zoals ze kwam. Lezen, schilderen, rondjes lopen om de zuil in de kamer, raambezoekjes van de kinderen, toegeven aan wat opruimwoede, . Niet te veel, want ik kon het nog niet kwijt. De schuur stond vol met de inboedel van zoonlief. Hij deed de boodschappen en werkte thuis, de jongste ging nog wel naar het tweemansbedrijf. Zo reeg de tijd een karig snoer van bezigheden. De agenda werd leger en leger. Ik leerde af haar te raadplegen.

Na de vakantie komt ineens weer een deel van het ‘gewone’ leven op gang. Ik kan naar het voetbalveld. Nooit gedacht dat het zo’n gevoel van bevrijding zou geven. De wijk loopt in de vroege morgen uit om naar school te gaan en het verkeer ruist er haastig doorheen. De langdurende stilte doorbroken. De agenda vult zich met theatervoorstellingen voor de scholen en mijn taak als publieksbegeleider, er zijn sketchcrawldagen, oppasmomenten. Niet alles wordt hervat. Het ziekenhuis is nog een brug te ver. Gisteren had ik in de ochtend gekeken wat er de komende week te doen was, maar vergat de zondag zelf. Bij zus, die we zouden helpen inpakken, een telefoontje van dochterlief. We zijn met een half uur bij je om kleinzoon vijf te brengen. ‘Whaaaaa’. Agenda raadplegen en daar stond het tot mijn schrik. Oppassen bij 13 uur.

Hals over kop schakelen en terug naar huis. Op tijd voor de taak die ik op me had genomen. Autootjes onder de bank vandaan trekken en klaar. Crackers en bananen in de aanslag, wandelwagen in de hal van de entree.

Bij het wandelen weersta ik de verleiding om hem aan te sporen de eenden te voeren. Die mogen geen brood of cracker meer. Leen Jongewaard zong met de stem van mijn jeugd ‘Gingen madeliefjes plukken, eendjes voeren, eindeloos…’en nostalgie drong even door de poriën naar buiten. Zoveel veranderingen. Ik zal in het vervolg een zakje haver of graan achter de hand houden. Niets is fijner dan die gulzige schrokoppen elkaar de graankorreltjes afhandig te zien maken, een beleving op zich in de kleine-mensen-wereld. Bij het wandelen slaan we de speeltuintjes her en der als vlekken in de wijk verspreid, over. Er zijn meer mensen op het idee gekomen en het is er te druk. We wandelen terug naar huis waar de autootjes in lange rijen staan opgesteld.

Als ik de handpoppen van Meneer de uil erbij haal, schatert hij het uit. Vooral met de stemmen erbij, waarbij juffrouw Ooievaar hem het hardst doet lachen, zeker als ze met haar vuurrode snavel naar raaf pikt. Ik zie het konijn voor Ed Bever aan en Bor de wolf sijpelt langzaam binnen ‘Hoeh, ik ben Bor de Wolf en hou wel van een lekker hapje hoeh’.

Om zes uur neemt zoonlief de honneurs waar, want ik heb een etentje met de zussen en zwager in een nieuw Indonesisch restaurant. Op voorhand bieden ze mij dit etentje aan voor mijn verjaardag. Met liefde smaakt alles beter. De entourage roept geen wajangs en gamelan op. Kunst aan de muur van een onbekende schilder. Geen batik op de tafels, geen teran bulan. Alleen de bediening is plan plan. Heel even flitst een vleugje Pasar langs, maar de tijd dendert voort.

Terug naar huis een ervaring rijker, iedere regio kent haar eigen keuken. Zuslief is vooral de Molukse gewend en zwager zijn eigen Indische wortels. Moeders pappot is toch altijd het lekkerst. Vooral met een saus van weemoed en herinnering.

Uncategorized

Stof van jaren

Vrijdag werd er aangebeld. Een pakje. Met een roffel op de trap naar beneden en net te laat. Maar de pakketbezorger kwam al naar boven met twee pakjes in de handen. Een voor de buurvrouw en een voor mij. Hij lachte halverwege de galerij uiterst vriendelijk en toen hij echt aan de deur kwam, zag ik het. Het was een oud-leerling van school. Ik had zijn twee zussen in de groep gehad en veel toneel gespeeld met zijn moeder tijdens de kampen en haar lief en leed gedeeld. Hij vertelde in het kort hoe hij gevaren was. Vierdejaars student geneeskunde net als zijn jongste zus, met als specialiteit oncologie. De oudste zus studeerde aan de Wageningse universiteit. Met zijn moeder ging het goed. Het sprietige schuchtere jongetje met de dromerige ogen was opgegroeid tot een vrolijke sterke man, die de postpakketten als bijbaantje naast de studie deed. Hij had vroeger vast nooit gedroomd nog eens tegenover me te staan, terwijl ik in pyjama en ochtendjas gekleed was.

Hij bracht de boeken ‘De Doge-ring van Venetië’ en ‘Kinderen van moeder Aarde’. De laatste had ik intussen al geleend en uit, maar de eerste was maar half zo dik. Ik bood aan mijn hoofdredacteur aan om daar alsnog een recensie over te schrijven. Het paste mooi bij ‘Het Boek van Jongen’, ook al waren ze op verschillende leest geschoeid. De Doge-ring van Venetië is een historische jeugdroman en Het Boek van Jongen is veel meer een magisch-realistische jeugdroman. Beide hebben een jongen als hoofdpersoon en beiden maken een voettocht, de een naar Venetië en de ander naar Rome.

Zoals Beckman de verwondering van Thomas en zijn monnik Matthias beschrijft zou je wensen de reis nog eens na te kunnen maken, ondanks de ontberingen onderweg. De beschreven steden, de groeiende liefde voor de ezels, zijn twijfels over het novice zijn, nu hij de wereld leerde kennen en ontluikende gevoel dat heen en weer geslingerd wordt tussen geloof en hoop zijn ontroerend. De Jongen en zijn mysterieuze pelgrim Secundus duiken veel meer in de zintuigelijke beleving van de Middeleeuwse steden en dorpen, de rauwheid van het volk en het bijgeloof. Beide jongens groeien van hun reis en leren zichzelf en hun ware aard kennen. Thomas blijft aards, het geloof blijkt wankel en bij andere gelovigen niet altijd even zuiver in dit rijke Roomsche leven. Jongen stijgt letterlijke en figuurlijk boven zichzelf uit.

Zo blijf ik de tijd vervlechten tot dikke strengen, waarbij heden en verleden door elkaar lopen. Er zijn stukken ongerept land, waar je je in een Middeleeuws landschap zou kunnen wanen en er zijn gebouwen intact en bewaard gebleven. De geiten, paarden en ezels zijn identiek. De basiliek van San Marco is nog altijd te bezoeken en bevat de prachtige mozaïeken, waar Thomas zo van onder de indruk was, evenals de Pala d’oro, het prachtige altaarstuk. Daar vraagt Thomas zich af of de Katholieke kerk niet teveel pracht en praal verheerlijkt en het geld niet beter aan de bedelaars voor de poorten konden geven. Gedachten zijn tijdloos. Het aanbidden evenzo. Relieken spelen nog altijd een rol. Alleen betreft het nu idolen, waarbij men veel geld neertelt voor een vermeende gitaar, een krabbeltje op een papier of een of ander kledingstuk.

De regendruppels van vannacht schitteren in de zon en even lijkt het erop dat iemand met een laserlampje aan het seinen is, want door de zachte bries speelt de druppel verstoppertje met het blad ervoor. ‘Ze zien me niet, ze zien me wel.’ Zus gaat inpakken vandaag en wij gaan haar een handje helpen. De kranten staan garant voor ongeschonden glaswerk. Het is een verhuizing van appartement naar appartement en daarom behapbaar. Ergens kriebelt het om eveneens aan het ruimen te slaan. Als ik ooit een keer over wil, vallen er heel wat ‘relieken des tijds’ weg te werken. Stof van jaren.

Uncategorized

Voor wie ontvangen wil

Vannacht was ik op een reunie van de oude volksdansgroep van vroeger. Het was bijzonder hoe helder de beelden waren en ook dat het lang bleef nasudderen in mijn gedachten. We waren bij elkaar gekomen als troost na een heftige gebeurtenis dat een echtpaar van ons was overkomen. De in en in verdrietige echtgenoot had een oogverblindende witte trui aan en was bruiner dan ik hem ooit had gedacht. Een voor een kwam iedereen langs en we lapten de 1.5 meter regel aan ons laars, omdat troost boven veiligheid gaat. Er was een trapje in de enorme ruimte, dat naar boven leidde en dat ooit alleen maar beklommen werd door vriendin die er niet meer was. ‘Dan maak ik daar gebruik van,’ zei ik resoluut tegen een ander. Het was een smal en ingewikkeld systeem, waarbij je eerst de rechtervoet op de eerste spurt moest zetten en dan pas de linker op de volgende. Het werkte ook niet helemaal. Als de Cake Walk op een kermis gingen de trappen omhoog en omlaag en het vergde nogal wat concentratie. Het laatste stuk redde ik doordat een andere vriendin me over de railing heen trok. Daarna riep iemand dat hij onder aan de trap een grote som geld had gevonden. Dat bleek van mijn medeklimmer te zijn. Ik werd vervolgens gehaald voor een fotosessie, maar nu schoot de trap van de zolder los en zweefden we als een polsstok heen en weer op de ladder. ‘Klim naar boven,’ gilde ik. Dat deed degene boven mij en door de verplaatsing van het gewicht schoven we op het nippertje op de zolder. Zo sudderde de droom nog een tijd verder en ik wilde niet wakker worden want ik was blij om ze allemaal weer te zien.

De droom, een ongeleide gedachte, komt door de vraag die ik kreeg over de mail, of we wel dan niet een reünie gaan houden in deze tijd. In dromen maakt de fantasie een wonderlijke vrije val en ik ben altijd weer verbaasd over de details, die tot in de finesses te zien zijn.

De krant brengt het weekend-magazine waar wol centraal staat. Zelfs aan wol kleeft een grote ‘maar’, ook al is het duurzaam en gaat het lang mee. Retro truien en vesten zijn hot en happening, gerecyclede wol waar weer nieuwe kunstzinnige truien van gebreid worden, modehuizen met een eigen breifabriek, wollen truien van de jaren zestig tot nu, ze komen allemaal voorbij. Ook het verschil in wol wordt genoemd en het afschuwelijke verminken van de billen van de merino-schapen in Australië, mulesing genaamd, waarbij plooien weggesneden worden rond de anus, zodat de schapen geen myiasis kunnen oplopen, een larve-ziekte. Het leed zit voornamelijk in de grootschaligheid. Als je een paar schapen hoedt, kun je zelf de plooien goed schoon houden om te voorkomen dat vliegen hun eitjes erin leggen.

Mijn gebreide badpakje in 1955

In de jaren vijftig was alles wol en met name kriebelwol. Stugge ongeverfde schapenwol, die door oma’s met name, verbreid werden tot kamizolen en borstrokken, zwempakken, die zodra je het water insprong tot op je knieën hingen, en sokken. Als bovenkleding droegen de broers plusfours en spencers, wij truien en gebreide jurken en rokken. Alles kriebelde en jeukte, vooral op plekken waar de warmte bleef hangen, in je nek, onder de oksels en in de liezen. Bij de kniekousen zaten de elastieken door gehaakte picot randjes heen getrokken. Later werd de wol voor het ondergoed vervangen door katoen en dat was draaglijk.

De wol en ik zijn nooit echt beste vrienden geworden. Een enkele kindertrui, recht toe recht aan en een turquoise trui voor mezelf die bestond uit vier aan elkaar gefabriceerde gebreide lappen kwamen nog wel van de pennen. Met mijn infarct twee jaar geleden en gekluisterd aan huis heb ik een meterslange sjaal gebreid van warm okergeel. Dat bleek een helende therapie voor alles wat was lamgeslagen door de kwaal. Iedere week weer kwam er een flink stuk bij. Een troostsjaal, om dat bij de gewonnen centimeters de gezondheid ook toenam.

De dames op de tuin zal het worst zijn wat ik draag. Ze grazen het stukje braakliggend terrein rond de paddenpoel en ik begroet ze allerhartelijks. Doorgaans krijg ik een enthousiast mèèèèèhhhhh terug en komen ze op een drafje naar de schamele omheining om met hun natte neuzen tegen mijn hand te duwen. Te allen tijde zijn het ook troostschapen, omdat Annie. M. G Schmidt de dames Veronica voor eeuwig in mijn hoofd heeft geprent en een schapekop met haar krulletjes en wazige blik onweerstaanbaar is en liefde, voor wie ontvangen wil.

Uncategorized

Pure rijkdom

De druilerigheid van de ochtend had plaats gemaakt voor een lauwe warmte en een bleke ijle lucht, waarachter de zon verstoppertje bleef spelen. Dat zag je. De aarzeling bij de borden zorgde voor een keuze. Richting Brabant dan maar. Zuslief zocht op kringlopen en vond Arkel.

Ik had het kringlopen van ons bijna vergeten te noemen, omdat wat daarna kwam zo prachtig was, maar de beide winkels, een in Arkel dus en een in Gorinchem op het industrieterrein, waren ook zeer de moeite waard. Groot, een kruip/door sluip/doorparadijs, een must voor de ware liefhebber en de meest onmogelijke snuisterijen. Het was genieten. Anderhalve meter en handgel, schoonmaakspritz inbegrepen. Alertheid was ook noodzakelijk, want soms vroeg de situatie om een razendsnel ontwijken. Een moeder met kind op de arm en daardoor alleen al twee keer zo breed in omvang, babbelde luidruchtig tegen de kleine en trok zich van een virus niets aan. Iedereen om haar heen week naarstig uit.

Na die twee gave snuffelwinkels waren we toe aan thee of koffie, zuslief met een mokka/carameltaart. Daar konden zij samen van snoepen. Aan mijn smaakloze verhemelte was het niet besteed. Door die trek in iets waren we midden in het centrum van de stad beland en vielen van de ene verbazing in de andere. Waarom wisten we niet dat het daar zo goed toeven was. Veel terrassen, vestingswallen, sluizen, de Linge en de rivier Boven Merwede. We raakten in de war van de benaming. Het bleek dat Maas en Waal samen komen bij Woudrichem en verder stromen als het Boven Merwede richting Gorinchem. Dat verklaarde waarom het er uitzag als een rivier, waar we aan een kanaal dachten. Onze kennis reikte niet verder dan de Merwede als kanaal. Google leerde dat het Merwedekanaal het Amsterdam-Rijnkanaal bij Utrecht verbindt met de Boven Merwede.

De stad bezit veel oud en modern en aangepast nieuw, een fontein op de markt, beelden her en der, dichtregels op de muren, oude pompen, een piepklein huisje uit 1600, heel veel eetgelegenheden en kappers. Het was ruim opgezet. De vestingswallen zijn prachtig gerestaureerd en helemaal in tact. We bewonderen de stervorm ervan op de plattegrond en lopen een klein gedeelte.

Als laatste ploffen we neer bij een restaurant op de markt. We hebben in de loop van onze uitstapjes een wonderlijke manier van bestellen ontwikkeld. Drie gerechten, twee voor-en een hoofdgerecht tegelijkertijd met de friet en een frisse salade laten komen en drie bordjes met bestek. Dan laden we van elke schotel een bescheiden heerlijks over op het bordje en is het precies genoeg. Wie geen grote maag heeft, moet inventief zijn. Zo maken we onze eigen afwisselende seniorenvariant en muizen de middag ten einde. Alles bij elkaar sprokkelen we nog heel wat kilometers.

Terug naar huis mijmer ik de weilanden langs. Wat is het toch een groot voorrecht om dit samen te mogen doen. Het wordt tijd dat zus vier met pensioen mag, want we missen haar bij die stadse fratsen van ons. Zussen zijn een zege en vier zussen pure rijkdom.

Uncategorized

Het uur is omgevlogen

Het hek voor het tuinencomplex is dicht. Er staan maar twee auto’s binnen. Het is onmiddellijk te merken aan de rust die boven de sloot hangt en de tuinen omsluit. Geen stemmen, geen bosmaaiers, maar het krassen van de kraaien en het zweven van de meeuwen in de lucht. Reiger staat roerloos en houdt me in de gaten. Zijn kop draait een paar keer argwanend om en zijn ogen nemen de indringer op. Hij waant zich veilig aan de overkant van de sloot, waar de schapen vandaag niet staan en is kennelijk al een en ander gewend.

De oude is druk aan het bellen in zijn glazen huis. Ik overzie vier dagen afwezigheid in de tuin. Het valt me alles mee. Naast het onkruid hebben ook de floxen en de helianthus een groeispurt doorgemaakt. De moerasandoorn die overal tussendoor is gekropen moet eruit. Eerst de maaier. De grote accu heb ik vergeten te herladen en wil niet, omdat ie in de maaier is blijven zitten en koud is. De kleine haalt tweederde van het grasveld. Geduld is een schone zaak. Dan eerst maar gaan trekken her en der. Binnen de kortste keren liggen er naast alle bedden hoopjes brandnetel en moerasandoorn. Hier en daar een afgeknipte te lange tak. Af en toe krast de kraai zijn misbaar over de reuring rond de appels, wat hem belemmert er een te verschalken. Kwaad blijft ze op het dak van het huisje van buuf zitten. Het vordert gestaag en elke spier laat weten te lang gefocust te zijn geweest op optimaal niets doen. Als ik van het kleine wiedkrukje op wil komen, voelen de benen krachteloos. Een workout van formaat zo’n tuin.

Ik prop alles in zakken, gooi het gras onder de planten aan de achterkant van de tuin en probeer de grote accu nog een keer. Met veel moeite en kreunend pakt ze het laatste stuk bijna helemaal. Een glad gazon laat alles beter uitkomen. De engelen staan er engelachtig bij, tussen al het bloeiende mooi.

Ik sluip achterom de tuin weer uit met twee volle zakken. Bij de vuilstort wijst een vriendelijke jongen de compostbak aan. ‘Weet ik hoor.’ Het groen laat zich vallen boven op de berg. In de kringloop winkel ernaast vind ik een grappig boek over de kikker en zijn lijf. In doorzichtig folie kan je per bladzijde zien hoe hij in elkaar geknutseld zit. Een vuilniswagen voor kleinzoon vier mag ook mee.

Bij het huis van dochterlief hebben de kleinzonen de overhand. De kleinste rijdt rond op zijn scootertje en zet met beide benen af wat hem een wilde vaart bezorgd. Kleinzoon 2 is zich aan het omkleden voor de training en wipt op en neer. Kleinzoon een en zijn beste vriend liggen op de bank naast elkaar en doen een spelletje. Paps loopt alles te managen. Vooral de jongste en twee hebben een apenliefde. Ze kunnen niet met en niet zonder elkaar. Eindelijk mogen we los en gaan aan de wandel, terwijl paps met twee naar de training vertrekt en een moeder de vriend op komt halen.

Binnen de kortste keren ligt de kleine te slapen in zijn wagentje. Kleinzoon een babbelt er lustig op los en als we bij de kinderboerderij zijn aangekomen krijg ik het slapende cherubijntje niet wakker, maar hij wel, eenvoudig door hem uit de wagen te tillen. Ze hebben mooie langharige cavia’s in een ruime stal en Franse hangoren, de biggen knorren van tevredenheid en de twee ezels zijn prachtig. De twee koeien glanzen in de zon, en het paard en het veulen doen zich tegoed aan het verse stro evenals de geiten. Het is voedertijd. Wat me opvalt is dat de dieren allemaal in een bijzonder goede conditie zijn. Glanzende vachten, natte neuzen. Er heerst tevredenheid alom. Het spelletje op de twee racefietsen, waar dribbel nog te klein voor is, zorgen voor een koddige aanblik. Hij klimt er op en gaat met zijn korte beentjes net zo hard heen en weer als de oudste op de andere fiets op de trappers.

Pas als er een oma-ijsje beloofd wordt, wil hij eraf en zijn we, mét italiaans ijs, ver over tijd thuis, waar mams zonder sleutel op het bankje in het plantsoen ons op wacht. Het uur is omgevlogen.