Overpeinzingen

Stap voor stap

Ik vergiste me in de sterfdag van de vader van de kinderen, waarschijnlijk omdat ik het jaar van sterven verwisselde voor de dagdatum in januari. Het was wel een reden om samen met lief de diepte in te gaan. Allebei kennen we zo’n tragische gebeurtenis van heel dichtbij. Ineens weven onze gedachten herinneringen en is het mooi om bij stil te staan en eigenlijk roept het ook de vraag naar zingeving op. Maar elke stap die we zetten leidt ergens naar toe. Natuurlijk heeft alles zin in de diepste betekenis van het woord door de samenhang der dingen. We hadden hier niet gezeten als al het andere niet was gebeurd. Geen toeval, maar het valt ons toe.

Al met al begint de dag wonderlijk. De lieve jeugd is beneden poffertjes aan het bakken en de bakcapriolen stijgen in slierten geur op. Op die manier krijg je trek. Het lukt niet erg. Ze zijn nog niet goed gaar. Blijven oefenen. Ik gaf altijd de voorkeur aan drie-in-de-pan. Dat was makkelijker en nog wat meer voedzaam. Na een portie poffertjes is er bijna altijd onbedaarlijke trek naar meer.

Rumi als boek brengt alles wat ik gehoopt had. Boeiende verhalen uit het hele verre verleden en een wereld die naast grote beschaving ook enorme veldslagen kent. Hele steden werden met de grond gelijk gemaakt. Daar omheen verhaalt Abdolah over de wijsgeren en de mystici uit die tijd, met wonderlijke tegenstrijdigheden. Wel getrouwd zijn en financieel voor de vrouw en kinderen zorgen maar tegelijkertijd schitteren door afwezigheid. Ook in die tijd was er sprake van uithuwelijken op jonge leeftijd. Zijn gedichten spreken allen het verlangen en de heimwee naar zijn geliefde uit. Zijn optreden in het openbaar van groot wijsgeer en mysticus daalde tot het nulpunt, tot verdriet van vele volgelingen en men gaf de onvoorwaardelijke liefde er de schuld van. Men sprak in die dagen schande van zijn plotselinge optreden, een derwishendans, op het ritme van de hamerende koperslagers op hun pannen en ketels vond een deel schandalig. Het kostte hem en leverde hem volgelingen op.

Iedere dag zes gedichten en vier verhalen tot aan de dag van de bespreking, daarmee is het boek uit en gelezen. De verhalen zijn min of meer parabels, die hij gebruikt heeft voor de gedichten die hij schreef. Abdolah maakt nederig gewag van het feit dat hij de grote Rumi probeert te vertalen, maar het is hele gangbare literatuur geworden met behoud van de vorm en de betekenis in een mooie beeldspraak.

Vandaag rijden we naar Rotterdam omdat een neef van lief de vijftig heeft aangetikt. Ach ja, een jubileumjaar. Het wordt een echt familieweekend want morgen is de doop van onze kleindochter in een dorpje aan de rand van de hoge Veluwe. Wat betreft de maand dat we naar Verweggistan zouden gaan omdat ik bij een zwangerschap op bijtellen ben ingesteld, zou nog wel eens onderbroken kunnen worden. Gisteren waren zoonlief en schone dochter op bezoek en zij dachten dat het eind maart zou komen. Het doet een beroep op de flexibiliteit. Wat van die weken afgaat, moet op een ander moment er weer bij.

Zo schipperen we de dagen door en passen alles in elkaar. Soms moeten er veren gelaten worden, omdat het niet mogelijk is aan alles te voldoen. Het is daarbij goed te denken dat er straks opnieuw zeeën van tijd zullen zijn, mits niet opgeslokt en ingenomen door de loop der gebeurtenissen. Afwachten maar en stap voor stap.

Overpeinzingen

Nederland op haar mooist

In plaats van de voorspelde hagel, sneeuw en onweersbuien scheen de zon en zette de natuur extra luister bij. Het noopte tot een lekkere wandeling. Omdat we het de avond ervoor in de boekenclub over diverse boeken hadden gehad, onder andere stond eventueel De wijsheid van de heks van Susan Smith op de nominatie om gelezen te worden, besloten we eens zo’n oud krachtveld op te sporen. We vonden de oudste wal bij Rhenen, de Ringwalburcht op de Heimenberg. Aan de voet ervan ligt het natuurgebied de Blauwe Kamer met het vogelreservaat, de Gallowayrunderen en de Konikspaarden.

De wal was ons onbekend. Aan de overkant in de blauwe kamer waren we samen aan het begin van het jaar geweest. Nu liepen vooral de runderen in het zicht en in de uiterwaarden van de Rijn zwommen twee hoentjes en twee futen, terwijl een witte reiger in een boom aan de overkant van het water zat. Het was aangenaam stil. Er fietsten wat passanten beneden aan de berg, maar op de wal liepen slechts een handvol mensen. Het weer werkte aan alle kanten mee.

Toen we de ruine van het boswachtershuis hadden bewonderd, daalden we af over de cortenstalen trap. Onderaan was een tegel neergelegd met daarop de mededeling hoe de ligging was en het aantal treden. Dat bleken er 250 te zijn. Wat ik omlaag ga moet ik ook weer omhoog, bedacht ik me onder de afdaling en verzamelde al moed voor zo’n geuzenklim.

Het prachtige uitzicht en de weidsheid aan de overkant was balsem voor de ziel na alle drukte van de week. Er stond nauwelijks wind. Af en toe piepte de zon achter de wit/grijze wolken, waardoor ze een halo vormde rond de lobben, om vervolgens bij het verschijnen het uitzicht weer ‘aan’ te zetten.

Aan het eind, tussen de twee wildroosters was er inderdaad een trap omhoog. Weliswaar met iets minder treden, 176 in totaal, maar evenzo vrolijk betamelijk hoog. Na twintig treden wilde ik weer naar beneden, maar eigenlijk was de uitdaging te groot. Ik herinnerde me een andere trap in Thuin met haar prachtige hangende tuinen in Wallonië waar we met de zussen een week heen waren. Die was minstens net zo hoog en had ik in eigen tempo ook met succes beklommen. Een stap, de andere voet telkens bijschuiven op de trede en de volgende stap, want ‘rustig aan dan breekt het lijntje niet’. Op elk plateautje was het op adem komen geblazen en van het uitzicht genieten, om daarna weer verder te gaan. Het was een hele prestatie op zich met die malle longen van me.

Tegen de wal op bleek er nog eens een trap van ongeveer dertig treden, maar er was een plateau om van het prachtige uitzicht te genieten. Er stonden twee mensen in het midden, die kennelijk niet van plan waren in te schikken. Om je te verwonderen, zo’n houding.

De galloway stieren stonden tot onze verbazing kalm hun bramentakken te vermalen of gras te grazen en keken niet op of om. Door de dikke wintervacht waren er nauwelijks ogen te zien. De bomen trokken lange schaduwen over het begraasde grasveld in het midden van de wal. We wandelden er kalm tussendoor en vonden met gemak weer de weg terug door het bos. Aan een van de bomen zag lief een vleermuiskast, waar toevallig de avond ervoor over verteld werd, anders had hij hem niet als zodanig herkend.

Moe maar voldaan en zeker met hernieuwde kracht gevonden, kwamen we bij de kleine blauwe aan. Op de terugweg begeleidde een felle lage zonsondergang onze tocht binnendoor langs de Rijn. Nederland op haar mooist.

Overpeinzingen

Om levenswijsheden te delen

Zonovergoten begin van de dag. Maar dat kwam ook omdat het krieken allang was gepasseerd. Later dan gewoonlijk was het en dat had alles te maken met het feit dat de avond van onze boekenclub te gezellig was geweest. We bespraken Berg, maar eerst werd de avond ingeluid door een glas champagne omdat we bij een van ons op bezoek waren, die deze maand de vijfenzestig had aangetikt. Hij mocht nu door als pensioengerechtigde. 65 is een mijlpaal, vonden de meesten van ons. Alleen maar omdat wij allemaal nog het gegeven van de pensioengerechtigde leeftijd kenden. Voor een van ons was het een doodgewone verjaardag als ieder ander. Dat krijg je ervan als je pas met 67 en nog wat op je lauweren mag gaan rusten. Ja ja, die veranderende tijd op sluipersvoeten in het dagelijks bestaan.

Het was een bijzondere avond. Berg van Ann Quin was voor een paar van ons een brug te ver of het was er door drukte niet van gekomen. De rode draad in het verhaal was in de chaos ver te zoeken. Het was er wel, maar de chaotische benadering maakte het lastig. Het leverde wel prachtige gespreksstof op en we walsten van slapeloze nachten naar chaos in je eigen hoofd, naar het loslaten van kinderen, naar de kunst van het opvoeden. Eigenlijk was het inderdaad geen chronologische boekbespreking maar was er sprake van een geordende chaos. Er werd het idee geopperd een van ons de avond voor te laten bereiden, bijvoorbeeld degene die het boek had uitgezocht. Er waren voors en tegens. Een ander stelde voor om niet ter plekke het boek te kiezen maar er over te mogen denken en dan bewust uit een lijstje van ingediende boeken die men zelf goed vond, te kiezen, rustig en thuis, zodat we konden kijken of het boek beviel. Een ranking van zeven boeken was snel gemaakt. Is dat de manier om een gesprek in goede banen te leiden. Ik betwijfel het. Ik hou zo heel erg van de manier waarop deze fijne groep mensen elkaar steeds vinden in het gesprek, vaak naar aanleiding van het boek om dan de diepte in te gaan. Go with the flow staat nog steeds hoog in het vaandel, merk ik.

Er kwamen allerlei heerlijkheden op tafel en ook de vraag of slapeloosheid iets typisch vrouwelijks is. Alle vrouwen hadden er last van en gelukkig ook een van de mannen. Eigenlijk wel een interessante vraag. Vanuit mijn eigen positie, nachtdiensten en onrustige nachten door de kinderen, klein en groot, speelde dat een rol, evenals de overgang, maar vooral en dat is voor ieder mens weer anders, het gepieker tijdens het werkzame leven en ook het hoofd dat vol blijft zitten met ideeën, gedachten, invallen en alles wat slaap onderuit kan halen.

De remedie is bedenken dat het nu eenmaal zo is, toegeven aan het wakker zijn, niet gaan liggen woelen en draaien, maar er een zinvolle draai aan geven totdat de vermoeidheid je overmant en je in slaap valt. Als je daar een uurtje voor op moet, is dat geen halszaak meer, vooral niet in de wetenschap dat je daarna zeeën van tijd hebt om verder te slapen, een van de voordelen van de vrijheid als je het verplichte werkzame leven achter je hebt gelaten.

Zo gemoedelijk ging deze avond voorbij. De vrouw des huizes kwam thuis, een lieve vriendin van ons allen, en schoof aan. Er viel opnieuw een mooie avond bij te tellen op ons lijstje van de laatste vijf jaar. Boeken lezen met vrienden is een heerlijke manier om levenswijsheden te delen.

Overpeinzingen

Soms ligt het tastbaar dichtbij

Vannacht schoof iedere keer de vraag, waar of ik de map met mijn etsen had gelaten, door mijn te wakkere brein. Het plan was er om een aantal voor de verkoop te gebruiken met als doel een bijdrage te kunnen leveren aan de rondreis door Europa van dochterlief en schone zoon, de kleine filosoof en zijn vertederende zus. In paniek speurde ik de boekenkasten op de werkkamer af, daarna die van de zolder en helemaal ten leste, door het voeteneind van het bed aan het oog onttrokken, vond ik de kostbare map. Alle doemscenario’s waren inmiddels voorbij gekomen. Was het per ongeluk in een kringlooptas beland, hadden we hem tussen de af te voeren weg-is-weg-mappen gestopt, tussen oude kranten misschien, in een verkeerde vuilniszak, en nog zowat van die ongelukkige ideeën.

Ik werd al miserabel als ik er aan dacht. De vertwijfeling liet de ochtend maar onrustig verlopen. Nu ze weer gevonden zijn, daalt de rust neer in de zonovergoten kamer, waar de zon een troostrijke stilte tovert in de plantenschaduwen op de muren, lief met dichte ogen in het zonnetje zit, in de paarse stoel en Pluis doezelt op haar troon onder de sagopalm.

De drie kleine glazen engeltjes voor het raam laten hun mozaïeken binnenkant met verve bewonderen. Terwijl achter hen op het balkon de pimpelmezen en de koolmezen aan hun dagelijkse pak-me-dan bezig zijn en in sierlijke boogjes rondvliegen. Ze hebben het vogelhuisje ontdekt en wippen er af en toe in. Misschien kiezen ze het als nieuw onderkomen. Gisteren zocht ekster bij de plantsoentjes op de parkeerplaats al naarstig naar de juiste tak en vloog er met een in zijn snavel weg. Is het al tijd voor nesten? ‘Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hi(c) (e)nda thu uuat unbidan uue nu’ of wel ‘Alle vogels zijn aan nesten begonnen behalve ik en jij. Waar wachten wij nog op’, was de indrukwekkende bekendste eerste zin in het Oudnederlands die ons werd bijgebracht tijdens literatuur. Het is er de afgelopen dagen zacht genoeg voor geweest, maar gisteren en vandaag staan de auto’s als witte beelden in een stevige ijslaag en is het krabben geblazen, zijn de platte daken van de schuren bedekt met een laag ijs en kringelt er meer rook uit de schoorstenen dan op de andere dagen.

Tussen de gevonden mappen vond ik ook de Hongaarse teksten terug die we tijdens de flessendans moesten zingen. Officeel werd het gezongen door Allami Nepi Egyuttes, de Hongaarse staatsgroep. We probeerden met onze alten het lied zo schel mogelijk te zingen. De vertaling stond er onder.

Door op naam te zoeken vind ik de oorspronkelijke uitvoering. Het is voor het eerst sinds twintig jaren dat het lied weer klinkt, een ontroerend wederhoren. Nooit geweten dat we, volgens de vertaling die er onder stond, uit volle borst zongen: ‘Neem mij tot vrouw als je wilt. want als je mij laat schieten, dan zul je nooit meer zo’n roos plukken. De pap wordt gebakken in een bronzen koekenpan. Ik zal ook een keer de bruid zijn. Vandaag de bruid, morgen vrouw en overmorgen de buurvrouw.’ En dat voor een vijftig jarige.

Die flarden verleden die zo de revue passeren zijn eigenlijk de kleine juweeltjes van de dag. Gisteren bij OP1 had een man het over verwondering. Hij wilde een site openen met kleine momenten van verwondering, waar mensen doorheen konden scrollen als ze er behoefte aan hadden te ontsnappen aan de harde werkelijkheid, maar wie de ogen er voor geopend heeft, komt ze elke dag in eigen omgeving tegen. Dat is het mooie van geluk. Soms ligt het tastbaar dichtbij.

Overpeinzingen

Goud in de mond.

Als je niet weet hoe een film precies in elkaar steekt, omdat je flarden van een trailer hebt gezien, dan is het afwachten. In het begin riep de ons aangeraden film Triangle of Sadness van de Zweedse regisseur Ruben Östlund een modellenwereld op, die wij niet verwacht hadden. Maar tijdens een tocht op een rijk cruiseschip bleek waar het daadwerkelijk om zou draaien. Thema’s als communicatie en oprechtheid, Beau Monde versus werkende klasse, machtsposities en bezit, de overdaad aan overvloed.

Door de loop van de film heen vonden allerlei verschuivingen plaats die een verandering brachten in de hiërarchie, maar ook in de man/vrouw verhoudingen, in het sociale contact en in de manier waarop mensen met vooroordelen en aannames reageerden op elkaar, bijvoorbeeld een helder voorbeeld van hoe discriminatie werkelijk in elkaar steekt. Zo waren er door de hele film heen acties en reacties die zeer de moeite van het bespreken en overdenken waard waren. Je moet er wel met een sterke maag heen, want de nietige kanten van de mens worden niet gespaard. Uiteindelijk zijn arm en rijk allemaal gelijk, wat met zeer plastische beelden wordt uitgedrukt.

Een prettige bijkomstigheid is de humor. Er waren zaken in de omgang die zeer schromelijk werden overdreven. Kapitalisten en communisten vertonen duidelijke overeenkomsten in de essentie van het geheel. De manier waarop dat openbaar werd gemaakt, was ronduit komisch. Halverwege vindt er een belangrijke wending plaats, die in de aard leidt tot het dramatische einde. We begrepen wel waarom vriendlief de film vier keer was gaan zien. Het is zeer de moeite waard om opnieuw bevestigd te krijgen hoe machtsverhoudingen en bezit het hele leven beïnvloeden. Bij Orloff aan de kade werd de film uitgebreid besproken bij een heerlijke Curry. Stof te over.

Vanmorgen was er licht in de duisternis. We moesten met Pluis naar de dierenarts voor haar inentingen en zagen een prachtige zonsopkomst in Een vlammend oranje en goud boven het kanaal. Bij de dierenarts op de tafel was Pluis verrassend meegaand. Ze liet zich vasthouden door mij en onderging het onderzoek en de inentingen gelaten, de neusdruppel vond ze minder. Het bleek dat toch weer een allergie heeft ontwikkeld en weer wat kaal is op haar buik en bovendien bleek ze veel te zwaar. Ze kreeg al dieetvoer, maar moet op rantsoen worden gezet. Vanmorgen vonden we op het balkon een dode spitsmuis. Vermoedelijk door Pluis, maar die had niet als bijvoer gediend. Het muisje was nog geheel in tact.

Het boek Berg is uit. Dat was een hele opluchting. Het is toch gelukt. Achteraf gezien is de impact groter als ik gedacht had. Haar manier van schrijven is regelrecht een weergave geweest van haar eigen chaotische gedachten op basis van haar manische depressie of van een schizofrenie, die geleid hebben tot haar zelfverkozen dood. Dat besef zorgde ervoor dat het hele boek in een ander daglicht kwam te staan.

Straks is de fysio aan de beurt. Op deze manier duurt de dag lekker lang en heeft de morgenstond inderdaad, letterlijk en figuurlijk, goud in de mond.

Overpeinzingen

Ben benieuwd

Het weer woedt bij tijd en wijle zichzelf voorbij en weet niet wat nog uit haar kokertje te halen. Het ene moment klettert de regen vol tegen de ruiten om daaropvolgend een bus hagel uit te schudden over de verdwaasde natuur of een nachtblauwe deken te trekken over alles wat dankzij de zachte dagen voorzichtig boven de grond uitpiept.

Een vrouw achter de rollator staat stil en kijkt omhoog, daarna zoekend om zich heen en als we na onze wandeling uit het bos bij de auto aankomen vraagt ze of de opklaring, een scheut fel zonlicht dat de lucht opentrok, aan zou houden. ‘Het is halen of brengen’ zeiden ze vroeger bij een dergelijke wisseling van sfeer en stemming en dat is het ook met het veranderlijke weer.

De kleine blauwe stond voor het grote rondgetrokken flatgebouw aan de kant waar vroeger de ingang van de pastorie met de refter was. De entree was nog net zo majestueus. Het grote beeld vooraan met een klein carillon erin, het open veld erachter en de twee oprijlanen, nu door verkeersborden in goede banen geleid. Verbaasd keken we naar de verschillende huizenblokken erachter, lagere flats, en rijen geparkeerde auto’s er tussendoor. In het bos schalden kinderstemmen en werden door de hoge lariksen ver gedragen. We liepen aan de achterkant om het gebouw heen en dachten tegelijkertijd aan de voetstappen van ons twee, die ergens daar nog steeds lagen. Zeker in dat gedeelte waar het bos nog in tact was gebleven en de overblijfselen, verwilderde rhododendron, getuigden van het landgoed van weleer. Tegenover de flat, middenachter, stond een Mariabeeld dat ooit op de buitenplaats Broekhuizen had gestaan toen het gebouw omgedoopt werd tot het klooster Arca Pacis voor de Benedictinessen van het altijd durend gebed. Daarachter stond een bordje Lourdesgrot. Maria keek uit op een poort in het midden en het park ervoor en op het Schaepmanmonument.

We volgden het bord en kwamen inderdaad uit bij een fantastische oude wijdvertakte lariks, die links van een grot stond. De grot hadden we in de jaren zeventig nooit ontdekt nu was het bijna niet te missen omdat er een beeld van Maria te Lourdes in was geplaatst. Er stonden waxinelichtjes waarvan er een aantal brandden en we staken ons eigen kaarsje op. Achter het grote beeld stond een klein miniatuurtje van hetzelfde beeld en als je goed keek, vielen er meer kleine beeldjes, een hondje, een engeltje, een ster, te ontdekken in de rotsige achtergrond. Verderop was de oude verweerde muur, die het park Seminarie afscheidde van haar buren. We liepen door naar achteren, richting Sparrendaal. Dat gedeelte van de bostuin waar we zeker nooit waren geweest en liepen in een grote boog terug. Ergens in het midden brak de zon door en ging het licht aan in het stuk loofbos. Gouddraad in het tapijt van koperbruine herfstbladeren.

Het regende tussendoor, het hagelde wat, korte felle buien niet langer dan een minuut of tien. De bomen boden beschutting. Langzaam kroop de kou omhoog. Mijn ijshand gleed in de warme hand van lief. Daar was het dametje, toen de zon weer net door het dek heen prikte.

Van vriendlief kregen we een goede filmtip. ‘Triangle of Sadness’. Hij ging er gisteren voor de vierde keer naar toe. Dat zegt alles over de kwaliteit van de film of over onze lieve vriend. Om het te toetsen gaan we er vanmiddag naar toe. Ben benieuwd.

Overpeinzingen

Dat wordt weer smullen

In de twee en een half uur dat ik wakker lag vannacht en de wolken een vlucht zag nemen door het venster op de wereld, dacht ik aan mooie en leuke dingen om de tijd aangenaam te verpozen. Slaap was weggetikt door een lekkende verwarmingsknop. De harde droge tikken waren een perfecte wekker. Dat slaap een tijd weg zou blijven, was te voorzien.

Ik vloog door de tijdzones heen naar de beginjaren van ons samenzijn. Lief en ik struinden Utrecht door en ontdekten later heel Leiden op onze verkenningstochten. In die dagen hadden we een vriend die antikraak woonde op het Groot-Seminarie Rijsenburg in Driebergen als politieagent. We hadden hem leren kennen in koffiekelder De Metro waar ik werkte en waar echt alleen maar koffie werd geschonken. Het werd een jaar van regelmatige logeerpartijen op dat prachtige landgoed Sparrendaal, waar het imposante gebouw stond. In de winters probeerde lief indruk op mij te maken door in zijn blote bast houtjes te hakken, terwijl ik toekeek achter de ruitjes van de achterdeur. Af en toe kwamen er reetjes voorbij, die koddig met hinkstapsprongen hun wegen vervolgden, al dan niet door de sneeuw. De grote kaarsenkandelaar die vroeger in de kapel aan het pand gestaan had werd iedere namiddag aangestoken met wel vijftig lange witte kaarsen. Dat gaf een mooi, ingetogen en geheimzinnig licht en zorgde voor een intieme sfeer. Het was goed toeven in die dagen.

We vertelden elkaar sterke verhalen bij het haardvuur. In het eerste jaar was het pand gekraakt geweest en was er heel veel vernield. Een van die mythes was een hilarisch verhaal over een kraker, die met het grote kruis over zijn schouder als Jezus zelf de Rijksweg afliep en daar net zo vrolijk door de Rijkspolitie in de kraag werd gevat.

In de pastorie en de refter was het goed wonen, maar de rest van het neogotische gebouw was totaal overhoop gehaald. De kleine cellen met marmeren wastafels waren stukgeslagen, overal lagen scherven en dat gaf een troosteloze aanblik. Waarom moest het kapot. In de enorme bibliotheek was het nog erger. Daar lagen heel veel boeken vertrapt en gescheurd op de grond. Theologische verhandelingen, handgeschreven geschriften en noem maar op. Hier en daar troffen we in de haast vergeten missie-sandalen aan. In de kapel was al het goud verdwenen en beelden kapot geslagen, een beeldenstorm apres la lettre. Wat spijtig dat ik in die dagen nog niet zo bezig was met fotograferen. Gelukkig stonden de beelden in het hoofd gegrift bij het ophalen van al die herinneringen. Een paar van de gevonden sandalen heeft lief nog lang gedragen.

Het landgoed was prachtig. De tuin werd bevolkt door mezen, vinken, mussen, eekhoorns, egels, de eerder genoemde reeen en de bonte specht. De majestueuze oprijlaan vervulde ons met trots als we voor zo’n weekend naar het statige gebouw toeliepen. Rijke natuur, een overdadige omgeving en de grandeur van weleer in Grote Terz, wat wil een mens nog meer.

Straks gaan we wandelen in het park Seminarie en park Sparrendaal, nu we in gedachten en gesprek zijn afgedaald naar onze vroegste memorabilia. Even de sporen van het verleden opsnuiven. Maar eerst koffie met de beloofde en gebakken appeltaart als excuus voor de woelige nacht gisteren. Ondanks het weinige deeg voor de te grote springvorm was ze uitstekend geslaagd en heerlijk van smaak. Dat wordt weer smullen.

Overpeinzingen

Te land, ter zee en in de lucht

Ergens is een kraantje open blijven staan. Kraantje Lek. Het is opgehouden met zachtjes regenen. Lief is naar de stad om met vriendlief te gaan wandelen. Dat wordt een uitgebreid cafébezoek denk ik zo, of tenminste, dat lijkt me verstandiger. Er valt heel wat bij te kletsen.

De nacht was kort en onrustig. Klaas Vaak had voor de zoveelste keer mijn deur overgeslagen. Hij begint vast op leeftijd te geraken en is niet meer zo trefzeker als vroeger. Door mijn gewoel hield ik lief uit de slaap. Daar komt vandaag een appeltaart tegenover te staan.

Gisteren met Dribbel naar de garage. het duurde hem veel te lang ook al mochten we in het halletje naar de werkplaats kijken en zagen we de kleine blauwe in de lucht hangen. De reparaties die dit jaar volgen zijn er nog al wat. We moeten eens goed een en ander overpeinzen met het oog op de lange reizen naar Verweggistan en het feit dat de kleine blauwe dapper is, maar soms is dat niet genoeg. In de avond puzzelen we ons een slag in de rondte. De vraagtekens die resten verjagen daarmee de zandman en er zijn nog wat losse draadjes die een afhechting behoeven. Pas op de plaats en logisch denken vereist.

Na de garage rijden we door naar dochterlief met thee en fijne gesprekken en voldoende speelgoed en zijn neef en nicht als afleiding. Op de brede vensterbank ontpoppen filmische verhalen met Paw Patrol dieren. De lieve schoonzoon zorgt na de thee voor een heerlijke verse cappuccino terwijl er voor de kinderen een babycinno wordt gemaakt(Een heel kleine kopje warme melk), die ze in de ban van het spel bijna vergeten op te drinken.

Dribbel op weg naar huis afgezet bij zijn vader en in de winkel keken de spruiten me verlangend aan. In een fractie van een seconde zag ik de goeie ouwe zussen Bep en To met hun spruiten in een ouwe krant ten overstaan van de kinderen van de groep tijdens het project het circus. Met alle drie mijn duo’s heb ik dat toneelstuk gespeeld. Heerlijke herinnering. De dames lieten iedere keer als ze een spruitje hadden schoongemaakt het van grote hoogte in de pan met water vallen tot grote hilariteit van de kinderen. In een van de kranten ontdekte To of Bep een advertentie in de krant met de mededeling dat het circus niet door kon gaan en daarom besloten ze met de kinderen samen om te gaan helpen. Met dat idee werd een geweldig kamp neergezet. Het lied van Circus Troelala werd leidraad. Wat moet je met een manke olifant, een domme August met spit in zijn rug en een ouwe aap met een kale raap. De kinderen wisten er wel raad mee en Bep en To waren apentrots op hun acrobatische toeren.

Spruiten dus, Roseval-aardappels en een Vega kaasschnitzel. Heerlijk maaltje met een herbeleving van de geweldige tijd op school op het netvlies.

In de avond het tweede deel van de vierdelige serie ‘Het water komt’. Beelden die ik ooit kende van een fotoboek over de ramp dat mijn moeder in de kast had staan kwamen nu tot leven. Al dat water. Te bedenken dat twee dagen voordat de storm losbarstte Johan van Veen al het plan voor de deltawerken ingediend had. Hij had al tijden lopen waarschuwen voor dit gevaar. Na de ramp werd er heel snel een deltacommissie aangesteld. Op beelden was te zien hoe ze bij Ouderkerk het gat in de dijk onder controle kregen door er grote vrachtschepen vol te laten lopen met zand, om ze te verzwaren, zodat ze als een buffer voor het gat in de dijk kwamen te liggen. Als dat niet gebeurd was had het land ondergelopen tot aan Amsterdam, vertelde zijn dochter. Het is een indrukwekkend verhaal, waarbij duidelijk onze kwetsbaarheid bij natuurgeweld blijkt.

Daar denk ik aan terwijl de regen door blijft sijpelen en Pluis in de luwte van het bed is gekropen. Nederland waterland, te land, ter zee en in de lucht.

Overpeinzingen

Tussen de regels van het leven door

In de droom was zoonlief ineens weer dat tengere jongetje van zes en ik moest een afspraak maken met de directrice van school. Die had om acht uur ‘s ochtends een gaatje. Op weg naar de groep realiseerde ik me dat Pluis dan voor haar inentingen al om negen uur bij de dierenarts moest zijn. Een grandioze vervlechting van droom en werkelijkheid, want dat laatste is echt zo. Dat malle brein van ons zit wonderlijk in elkaar.

Vandaag is er wel een dubbele afspraak. De kleine blauwe gaat voor een wintercheck en Dribbel moet een uurtje daarvoor van school gehaald. Eigenlijk wil ik eerst de auto wassen en stofzuigen. Ik heb er zo’n hekel aan als hij niet schoon is als ze er aan moeten sleutelen. Even bedenken of dat met dit weer en deze wind wijsheid is.

Ik lees bij Human een indringend verhaal van Dirk de Wachter, de psychiater die ernstig ziek is op dit moment. Hij had een nacht achter de rug vol pijn en verdriet en voelde zich eenzaam en verlaten. In de ochtend komt de ‘poetsvrouw’ binnen, zoals hij haar noemt en hij vraagt of ze even met hem kan praten. Zij is volledig verrast door dat verzoek. Normaliter ziet niemand haar en al helemaal is niemand geïnteresseerd in wat er in haar omgaat. ‘Maar het ging om mezelf’, vertelt hij ons. ‘Ik was eenzaam en alleen en voelde behoefte om met iemand te praten. En dan is het hoogst belangrijk om iemand in de ogen te kunnen kijken en in gesprek te kunnen gaan. Het was in dit geval een win-win situatie’. De vrouw was heel erg blij met een luisterend oor en hij was heel erg blij met haar aanwezigheid. Het was een moment van troost. En daarmee zegt hij eigenlijk hoe belangrijk het is dat je te allen tijde iemand ziet, die in je omgeving aan het werk is. Niet nodeloos voorbij lopen, maar aankijken en contact maken. Dat geldt evenzeer voor de vakkenvullers, de stratenvegers, de plantsoenendienst, de schoonmaaksters in het ziekenhuis, de verpleeghulpen en wie al niet. Zoveel mensen zijn er wel, maar worden niet gezien of gehoord. Waardering en respect tonen, dat is wel het minste wat je ze kan geven.

In het boek met teksten van Henny Vrienten ‘De een is de ander niet’, vertelt hij over de dood van zijn vriend Hugo Claus, met wie hij vijf dagen voor diens dood nog uitgebreid mosselen had gegeten en wijn had gedronken. Ze hadden gepraat over diens beginnende dementie. Bij het weggaan zag hij hem aarzelen bij een geopend portier, omdat hij niet meer wist hoe in te stappen. Vijf dagen later was hij dood. In die wetenschap, maar zonder dat mee te delen aan Henny had hij zijn vriendschap met hem gevierd. Henny schreef in vijf minuten een ontroerende liedtekst, dat begint met:

Het mooiste is de stilte tussen/wat is geweest en wat moet komen/het mooiste de herinnering/die je vindt terwijl je niet zoekt/‘t allermooiste is de weg van de/tweesprong die je nooit hebt genomen/toch maakt het geen verschil/ja, dit is wat ik wil

O, het ergst is de hand die zich heft/maar zijn doel is verloren/en het ergste is de nacht/die geen raad biedt/maar blikken vernauwt/het allerergst is de rat in mijn hoofd/die vreet aan mijn woorden/maar het maakt niks uit/en niks maakt ooit iets uit

Het gaat door zonder mij/het gaat door/ga maar door zonder mij/ga maar door/niks teloor zonder mij/niks teloor

En de slotzin is: ‘Want/lees mij/speel mij/zie mij/hoor mij/voel mij/pak mij/Mis mij’

Soms zijn het dit soort kleine verhalen die de grootste impact hebben, omdat ze heel nauwgezet en tot in de finesses bloot leggen, waar het in het leven om draait. Daarom zal ik altijd mijn papieren vrienden nodig hebben, die ik open kan slaan als ze in mijn oog stuiteren, omdat het dan kennelijk het juiste moment is. Een aanrader dus, Henny Vrienten, voor tussen de regels van het leven door.