Overpeinzingen

Een nieuwe weg

Vandaag tussen zon en regen door is de opening van de doorkijker, zoals het ontwerp wordt genoemd aan het begin van het tuinencomplex. Eindelijk, na vele jaren, hoef je niet meer van het complex af voor een toiletbezoek. De boodschappen voor het feest zijn gedaan. Alleen de vlaggetjes nog. Vanwege de duurzaamheid zullen dat stoffen vlaggetjes zijn. Twee winkels komen in aanmerking om ze te halen. De dag begint vroeger dan normaal, maar eerst is er koffie.

Gisteren kwam dan eindelijk het vierde boek binnen. ‘Briljante planten’ en in het kort noteerde ik in de grijze hersencellen; een lust voor het oog en vooral ook grappig, met veel zoekplaten erin en vragen voor het nieuwsgierig aagje. Eigenlijk doen al die plantenboeken dat goed. Ze prikkelen allemaal en nodigen uit tot onderzoek en experiment. Alles wat er nodig is om kinderen warm te laten lopen.

Heerlijke momenten vond ik dat, dat vrije onderzoek buiten aan de hand van alles wat groeit en bloeit. Van boombast tot kikkervis, van herfstspin tot gierzwaluw, van zonnestand tot zwaartekracht, van vogelperspectief door ergens op te klimmen versus kikkerperspectief door op de grond te liggen en op te kijken. Alles waar dit soort ondervindingen bij komen kijken, blijven in het geheugen gegrift en nodigen uit tot het nemen van volgende stappen aan de hand van nieuw onderzoek.

Het land van groen binnentreden met de verhalen van de handpop, die in de groene ecoline was gedompeld, zorgde voor het vergroenen van alles wat we deden. Sorteren met groen, beeldend werk met alleen de groentinten en mengen van blauw en geel tot de mooiste kleuren groen, kleien van groenten en die allen groen verven tot en met de worteltjes en de bloemkool toe. Groene soep koken van erwtjes, bonen, groene prei, selderij en die uit groene schaaltjes eten. Een groene winkel met uitsluitend groene producten maken, net zolang tot alles groen voor ogen zag. Het onderwerp van de kinderboekenweek is Gi-Ga-Groen. Alle plantenboeken passen binnen dit thema en het thema van het blad De Buitenklas’.

Ik stuit in de nieuwe Zin-magazine op het verhaal van Simone Kleinsma en hoe ze de dood van haar man Guus vooral heeft verwerkt door ritme in haar leven en het feit dat ze op de planken stond als Annie M.G.Schmidt. Ze moest het lied zingen dat Annie schreef voor haar overleden man, ze zong dus haar eigen leven binnen. Maar het hielp haar om steeds weer verder te komen in de verwerking en ze beschouwde Annie.M.G. en de musical als haar reddende engel. Een van de aangehaalde quotes van Simone, ‘Ons leven was een duet, nu is het weer solo’ en dat is na 31 jaar een grote overgang. In mijn leven ging het omgekeerd. 25 jaar solo met de kinderen en dan ineens een duet levert de mooiste levensliederen op, maar natuurlijk is het ook aanpassen en voegen tot het senang voelt en vertrouwd.

Waardevolle momenten om bij stil te staan door dit soort mooie verhalen. Niet uit nieuwsgierigheid maar om te delen. Hoe verwerken we onze levensfases, wat voor oplossingen zijn er te vinden voor de eventuele beren op de weg en helpt het beter als je omhoog blijft kijken. Verdriet mag er zijn, te allen tijde, maar zon toelaten in het leven als zij zich aandient, is ook fijn. Ze vindt ouder worden een ‘dingetje’ omdat de fysieke kwalen en kwaaltjes zich aandienen. Toch oogt ze op de foto’s stralend jong. Ik bedenk dat de liefde voedt en dat door het overlijden van de partner die voeding als het grootste gemis wordt ervaren. Beide kanten heb ik gekend. Het gemis aan geborgenheid is het grootst en dat het grote klankbord wegvalt. Respect voor iedereen die daarna de draad weet op te pakken en open staat voor de wankele eerste schreden op een nieuwe weg.

Overpeinzingen

Waarom haasten als het anders kan

Matthijs van Nieuwkerk vertelde in zijn programma ‘Matthijs gaat door’ dat hij het bundeltje met teksten van de in april overleden Henny Vrienten ‘De een is de ander niet’ de hele zomervakantie met zich mee had gedragen. De ontroering die zijn overlijden had losgemaakt waren te lezen tussen de zinnen van Matthijs, in de gevoelige zang en in de ogen van zijn zoons.

De kaft is prachtig blauw, dat van een heldere zomerhemel bij een stralende zon, de ondertitel is ‘Leven in liedjes’, met een notitie op een wit etiket, dat aangeeft dat het boekje in geval van verlies terug moet naar Henny Vrienten. Een rechtstreekse vlucht naar de hemel, denk ik, nog steeds beduusd over het feit dat hij er niet meer is. Het laatste interview bij hem thuis had diepe indruk gemaakt.

Prachtig vind ik het gedicht met de titel: Het museum van weemoed en gemis, waarin hij al zijn tekortkomingen laat hangen in doeken op de muur. Schaamte, spijt en zelfverwijt, vergeten dromen en een grote zaal verloren tijd, uitgestelde daden, oud verdriet, pech op ware grootte naast ijdelheid met grove kwast en nog een aantal eigenschappen of daden. Er is een waarschuwing dat we niet bedroefd moeten worden bij al dat falen omdat hiernaast het museum ‘De goede Hoop’ ligt, waar vast wel wat te halen valt, al is het niet goedkoop. Het is een kleinood voor iedereen die hem lief is naast zijn mooie vertolking ervan in de muziek.

Gisterenavond kwam de leesclub bijeen. Heerlijk om elkaar weer te omarmen, te spreken en te zien. Er viel een veelheid aan vakanties bij te praten, alle belevenissen op een rij in een grote verscheidenheid. Uitgewaaierd over de wereld, persoonlijke ervaringen opgedaan en hier temidden van de knusse zitkamer op tafel gelegd midden tussen de lekkernijen en gedeeld. Zo reisden we allemaal een stuk mee met elkaar, zagen de stranden, de heuvels en dalen, voelden de vrijheid van tijd voor elkaar, het samenzijn op hoog niveau, de uitgestrekte goudgele vlaktes.

Daarna waren de boeken aan de beurt. Pieter Waterdrinker werd door een aantal als een plezierige vakantieroman gelezen. De schrijfstijl werd geroemd, de verhaallijnen wat licht bevonden, de vorige romans de hemel in geprezen. Dat niveau haalde dit boek niet, was de conclusie. Twee van ons ervaarden het als een typisch mannenboek. We waren het eens over het feit dat de leegte en de stilte in corona tijd vertolkt werden als historisch feit. Zo was het.

Bij Roxanne van Iperen bleven we een tijd verwijlen bij de vraag waar ze zelf stond, had ze er een mening over en waarom werd haar toon in het tweede deel van haar essay als minder objectief ervaren, of was het een gedeeltelijke herkenning in de bezigheden van de genoemde vrouwen in het essay. Mijn idee is dat ik haar niet op polarisatie heb kunnen betrappen, maar dat ze wil beogen, dat men zich bewust is van het gedachtegoed dat er leeft en waar de oorsprong ervan ligt. Boeiende materie.

Er valt nog veel meer over te praten, maar dan zijn er ook nog items als het uitwisselen van ervaringen en waar aan te wennen valt als ‘het heilige moeten’ verdwijnt. De nieuwe invulling van het bestaan dit jaar, een nieuwe prachtige baan, de druk van het werk, de aanvaarding van het feit dat ieder dat werk op eigen wijze en tempo doet, er viel veel te bespreken buiten de boeken om. Het was goed toeven met het scherpen van de geest in die gemoedelijke en vertrouwde sfeer.

Het nieuwe boek is besteld. De regen spoelt de warmte weg, de bussen staken en de ochtend glijdt in gemijmer voorbij. Waarom haasten als het anders kan.

Overpeinzingen

Alles op z’n tijd

De meiden van de kleuterkweek appen om een ontmoeting te regelen. Ieder jaar komen we sinds lang eenmaal per jaar bij elkaar. Genoeglijke bezoekjes, waarbij zo’n achterliggend jaar wordt bijgepraat. Er komen allerlei onderwerpen voorbij. Vakanties, belevenissen, cursussen, feesten en partijen, sporadisch de kinderen en kleinkinderen, omdat twee geen kinderen hebben, de oude opleiding komt aan bod en uitstapjes. Natuurlijk daar tussendoor wat levensvragen, het ouder worden, spiritualiteit, natuur, boeken, schilderkunst en musea. We drinken koffie met taart, we lunchen met een soepje en een eenvoudige broodmaaltijd, de gastvrouw krijgt steevast een mooie bos bloemen en we eindigen met een wijntje. We kennen elkaar nu zo’n 53 jaar. Ze zijn me allen even lief. In de loop der tijd blijkt er een de trap niet meer op te kunnen, kan een ander minder goed uit de voeten door kortademigheid en is eigenlijk maar een huis geschikt, gelijkvloers en omdat het niet te ver is voor de niet-reizenden. Kleine geneugten in een roerig leven.

Tussen hemel en aarde

Gisteren gingen we dochterlief bezoeken die tussen hemel en aarde een week een stekkie heeft voor de caravan aan de gageldijk. Kleindochter dribbelde rond en haalde al haar knuffeltjes op, die op het stapelbedje lagen. Trots vertelde ze dat ze boven lag, vergezeld door grootogig roze pluche en de muggen, waar hier en daar overduidelijk de bulten van te zien waren. ‘Gisteren kwam ze als Quasimodo uit bed’, vertelde dochter. De caravan stond vlak naast de sloot tussen de weilanden, dat wil wel. Het weer was een aantal graden fiks gedaald. Al had ik een katoenen trui aan, toch was het niet genoeg. Na een heerlijke lunch en een kouterietje met vriendin erbij trokken we naar het groot winkelcentrum, maar daar voelde ik me niet goed. Mijn ijskoude teenpegels wilden maar niet warm worden en deden zelfs pijn. Algauw was ik verstijfd tot op het bot. Toch te lang verkrampt ineengedoken gezeten om de kou te trotseren. Alles wat spier was en pees ging in protest. Gevolg een klappertanderend hoopje ellende op de bank onder alle foulards die er maar te vinden waren. Lief haalde mijn gewenste kippen-noedelsoep, het krachtmiddel bij uitstek en dankbaar slobberde ik de hete bouillon naar binnen. Alsof ik een poolreis gemaakt had. De kwetsbaarheid van een mensenlichaam in volle glorie. Gelukkig is het nu, in de ochtend, grotendeels bijgetrokken en voel ik hier en daar nog wat, maar niet noemenswaardig.

Vanmorgen ontdekte ik een bericht van een van de uitgevers met de vraag of het nog zin had om een van de gewenste kinderboeken op te sturen. Graag, het kan nog, op de valreep.

De grote hoekbank heb ik op marktplaats gezet om hem gratis op te halen. Ben benieuwd. De foto’s zijn overduidelijk van bijvoorbeeld mijn vaste plekje, daar is het schuim niet meer al te strak en de kattenkrabsels van Pluis, die af en toe graag haar nagels mag slijpen. Volgende week komt de bank van zoonlief met locker en als de oude niet weg is, huren we het busje om hem af te voeren. Misschien kunnen we dan gelijk de oudroze kast van de werkplek afvoeren en het bed. Daarna kunnen we beginnen met verven of behangen en opnieuw inrichten. Vanavond is er boekenclub en ik popel om te horen hoe de twee boeken, die van Roxanne van Iperen en die van Pieter Waterdrinker, zijn ontvangen.

Van de tuin kwam het er niet meer van. Loslaten en tot het weekend wachten. Alles op z’n tijd.

Overpeinzingen

Als de kat van huis is, dansen de muizen

Marten Toonder heeft daarnet heer Bommel laten trouwen met zijn Doddeltje, las ik in het spookachtige licht bij het lantaarntje van mijn telefoon.(Lief slaapt zijn zoete dromen en ik wil hem niet wakker maken). Een heer van stand kan niet ‘de man van’ worden, is men van mening. Op die manier heeft Toonder deze saga in eigen hand gehouden.

Ook Waterdrinker is uit. Dat betekent dat ik eindelijk ben teruggekeerd in rustiger vaarwater. Dat voelt goed. Nu heb ik tijd om voor mijn plezier en niet wegens een deadline aan het boek te beginnen, dat schoonzus naar me toe heeft gestuurd met mijn verjaardag: ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ van Anjet Daanje. Zin in.

Gisteren bij de fysiotherapie wemelde het van de studenten. Terwijl ik aan het lopen was op de loopband zag ik dat ze de looptest voor COPD-patienten oefenden. Ze moesten allemaal het traject afleggen. Mijn eigen fysio vroeg aan mij of ik het zag zitten ten overstaan van deze grote groep de test te ondergaan. Natuurlijk. Alles wat leerzaam was voor deze jonge eerste jaars die net twee weken aan hun studie waren begonnen. Schoorvoetend boden zich twee jongens aan die de leiding wilden nemen. Ik werd voorgesteld als ‘De Patiënt’ en moest de neiging onderdrukken om als een gevierde diva het applaus in ontvangst te nemen. Er moesten vragen gesteld worden, de batterijen van de saturatiemeter waren helaas op en die kon niet gebruikt worden en het meten van de hartslag was niet nodig omdat er cardiomediccijnen in het spel waren. De afstand werd bepaald, om of tot de pilon, juist om dan. Iedereen er omheen schreef en knikte of luisterde aandachtig. Vervolgens werd er gezegd dat ik mocht gaan zitten als het niet meer ging. Geen stoel te bekennen,(leerpunt voor mij is dat ik dat had moeten opmerken, anders wordt het geen leerpunt voor hen) en na het aftellen, drie, twee, een, mocht ik van start. Voortvarend bij de eerste vier rondjes en daarna allengs wat minder over het verende dek van de sprintbaan. Het publiek was muisstil ondanks het opperen van één van hen om me aan te moedigen. Dat was niet de bedoeling bij een test als deze. Het was geen wedstrijdje, het was het testen van vermogen.

Na het stellen van de vragen over gewicht, lengte, leeftijd moesten allen aan het rekenen terwijl ik naar binnen ging met mijn eigen fysio, nog wat rekken, nog wat strekken en de legpress. De docente kwam nog melden dat mijn loopvermogen boven normaal lag voor mijn leeftijd. Top. We gaan rustig door. Als advies gaf ik de eerstejaars mee toch vooral die COPDers te laten bewegen.

Voordat we naar de fysio gingen kwam mijn buurman steunend op de rolstoel richting deur van het portaal en zijn vrouw, die als een bezig bijtje om hem heen dribbelde, met veel misbaar en zichtbaar uit zijn doen ons vertellen dat de katalysator onder zijn auto vandaan was gestolen. Zijn oude Renault Kangoo stond hoog op de wielen op zijn invalideplek. Een laffe en brutale daad. Hij verhaalde zijn gram op wat voormalige oostbloklanden en vertaalde zijn onmacht in bepaald geen zachtzinnige aanpak, als hij de daders in zijn handen zou krijgen. Zuur bleef het. En passant en bijna in een adem vermeldde hij nog dat we er steeds jonger uit gingen zien.

Vandaag wachtten de recensies, de camping tussen hemel en aarde, waar dochterlief met het gezin een laatste week vertoeft en daar vlakbij de tuin. Voor het grote openingsfeest van de kantine aan het begin van het tuinencomplex halen we morgen de boodschappen. Met alles wat er aan boodschappen nog stond, hadden de muizen uitgebreid feest lopen vieren, ongehinderd omdat de afgelopen twee jaar de kast niet meer was gebruikt. Als de kat van huis is, dansen de muizen.

Overpeinzingen

Die vlieger gaat helaas niet meer op

Na lang wikken en wegen ligt het besluit vast. Over anderhalve maand gaan we toch per auto richting Verweggistan, omdat het anders aan treinkosten en het huren van een auto veel meer geld zou kosten. We leven in een tijd van de ‘kleintjes’ waar we op moeten letten. Raadzaam en wijs is het wel. En…We hebben een nieuwe route uitgestippeld om toch enigszins de bergwegen te vermijden. Dit keer gaan we via Tsjechië. Namen als Praag, Brno en Bratislava haasten zich ‘Er was eens’ in te fluisteren. Ze vertellen over koningen en prinsessen, over de Bilo Pani, de witte vrouw en over Krakonos, de reuze berggeest. Niet zo vreemd als je alle burchten, ruïnes en kastelen telt die het land rijk is. Natuurlijk meandert de zilveren Donau er dwars doorheen. Voer voor nog meer verhalen, die vanzelf zullen ontspruiten. Tsjechië, het land van de sprookjes, legenden en de sagen. We bekijken de route en krijgen onvoorstelbaar veel zin in het grote avontuur.

Lief en ik spreken af te stoppen zodra de wegen minder begaanbaar worden en te wachten op beter weer. Dat haalt de spanning van het rijden met gladdigheid af. Ik ben er geen groot fan van. We hebben ruim de tijd en kunnen er zo lang over doen als we willen. Met die afspraak kan ik leven en nu levert het vooruitzicht een gezonde spanning op. Ik had al in mijn hoofd dat ik gewoon eens moest proberen over de angst heen te stappen en nu we de bergpassen in Oostenrijk letterlijk links laten liggen, durf ik het erop te wagen.

De biografieclub tracht voor de tweede keer de datum te verzetten. Toch ga ik maar stug door met de laatste bladzijden van Toonder te lezen, niet op de laatste plaats omdat ik zijn verblijf n Ierland in het gebied van De Wicklow Mountains interessant vind en vooral de manier waarop hij zich vereenzelvigt met de occulte verhalen die het landschap bijna als vanzelf oproept. Ook hier prachtige bergmeren, keteldalen, ruïnes, bergtoppen. Via mijn neef en zijn vrouw komen er geregeld de mooiste foto’s voorbij, sinds ze er jaren geleden zijn gaan wonen. Heel veel ruige of lieflijke natuur, hun wandelingen er doorheen, zwerftochten onder prachtige luchten. Als je de verhalen van Ollie B.Bommel leest is het alsof ze daar geschreven zijn. Toonders oeuvre aan stripverhalen valt samen met zijn latere leven. Ierland past hem en Phiny, zijn vrouw, als een handschoen. Dankzij de biografie ben ik de Bommelpockets uit de jaren zeventig aan het herlezen. De taal die er gebruikt wordt is pure poëzie. Elk woord heeft een bijzonderheid, niets staat er zonder betekenis. Zijn taal is doordrenkt met begrippen, die wij moeiteloos herkennen en zijn verhalen werpen misstanden op die nog steeds aan de huidige tijd gelinkt kunnen worden. Een schrijver die nooit ouder wordt maar zich heeft gevoegd naar zijn evenknie, heer B. Bommel, een heer van stand.

Plotseling is er meer ruimte in het leesproces, maar het opdelen in het aantal bladzijden en daarmee verschillende boeken door elkaar lezen, bevalt goed. Het houdt de geest scherp. Bovendien is dan een boek als dat van Pieter Waterdrinker ‘Biecht aan mijn vrouw’ dat niet tot mijn favorieten behoort, met een 35 bladzijden per keer nog te doen.

Gisteren reden we naar de stort om de opgerolde en met een snoer bij elkaar gehouden wiebelwobbelmatras weg te brengen, die lief met veel verve en wat gestomp, geduw en getrek in de kleine blauwe prins had gewurmd. Nu liggen we weer op de gewone dubbele boxspring zonder dat golvende oppervlak erop. Hoe simpel kan een eenvoudige ingreep nachtrustbevorderend werken. Al vond ik het stiekem leuk dat we elkaar door de kuil in het midden nogal eens tegenkwamen in die sluimerende uren.

Bij de aangrenzende kringloop ernaast, op jacht naar fauteuils, had men de prijzen opgetrokken tot ver buiten proporties. Een lege schilderkist, die nieuw 29,50 kost stond er voor 20,00. Met heimwee dacht ik terug aan de tijd, dat wij die winkel bemanden in de jaren tachtig en negentig. De sport was om de prijzen laag te houden zodat de kwantiteit zou slinken, wat handig was omdat het aanbod altijd groter was dan de verkoop. ‘Als het goedkoop is, verkoop je meer’ was het credo. Die vlieger gaat helaas niet meer op.

Overpeinzingen

En wat mijmeren

Het idee van het kijken naar een bank was vrij plotseling op komen zetten. Een staaltje impulsiviteit, want een bezoek aan de enorme meubelwinkel te brengen hadden meer mensen bedacht. De parkeerplaats was nagenoeg vol, we reden om het blok heen, en kwamen weer bij de ingang. Een, twee, drie in godsnaam nog maar eens proberen. De Goden waren ons gunstig gestemd, want er reed net een mevrouw weg van een plek waar de kleine blauwe met gemak kon staan en nog een andere vorser een vrije plaats er achter vond.

Het concept van de winkel drong pas langzaam tot ons door. Boven leek het een restaurant met allemaal mensen aan tafeltjes, stofstalen tussen hen in, druk aan het delibreren boven afbeeldingen van diverse meubelen, bleek achteraf. We dwaalden tussen de keukens, de eetkamerstoelen en eindelijk ontdekten we een looproute die ons langs de aangeklede hoekbanken, drie-en-tweezits banken leidde. Achtervolgd door kijkers of te achtervolgen, dat werd het principe.

Overal zegen beurtelings bezoekers neer, streken over de stof, het velvet of leer, roemden en noemden voors en tegens. Anderen liepen vorsend rond en stevenden kennelijk recht op hun doel af. Een meisje van een jaar of tien had ontdekt dat al die verschillende fauteuils bij de banken en sommige banken zelf, hele leuke attracties waren. Hoger en lager stijgen en zijgen, naar voren buigen, naar achteren vallen, hoofdsteun neer, hoofdsteun op. Met twinkelende ogen keek ze, zichtbaar verkneukelt, naar ons die moesten glimlachen om haar ontdekkingen.

In de outlet beneden was het stoffig met onhandige opgestelde of niet geprijsde ooit tentoongestelde meubelen, vloerkleden, schilderijen en keukenstoelen. Alles stond kriskras door elkaar. Ineens was de koek op. Weg wilde ik, uit dit onzalige oord van mensen, meubels en moeie gezichten. Frisse lucht happen en een stukje natuur meenemen. We wilden langs de vecht ergens een terras pakken en nog even genieten van dit weer, werd het voorstel.

Nederland waterland, als je door Papenveen(nooit van gehoord) Nieuweveen, Mijdrecht, Wilnis, Vinkeveen ofwel get gebied van de ronde venen rijdt. Verstilde dorpen door sloten waarin het water bijna gelijk met het oppervlak was, omgeven. Hoe we het ook probeerden, we geraakten niet aan de overkant van de Vecht, bijvoorbeeld omdat het jaagpad tot fiets was gebombardeerd of omdat de weg er naar toe eenrichtingsverkeer was met een groot verbodsbord aan onze kant, en omdat we een verkeerde weg insloegen en langs het kanaal reden in plaats van langs die lieflijke Vecht.

Pas bij Oud Zuilen, dat we op ons duimpje kenden, wist ik de kleine blauwe de goede kant op te sturen, waarbij we langs de parkeerplaats waren gereden en met een rondje door het vlakke weiland en een smal weggetje weerom eindelijk een plek vonden tegenover het oude slot Zuylen, een laat-gotisch Waterslot. In het restaurant op de hoek ervan, was een bruiloft aan de gang, maar op het terras voor, naast het jaagpad, was nog plek. Het was inmiddels zes uur, een uitgelezen tijd voor een sauvignon en een bittergarnituur. Zo, in de late avondzon, wat geroezemoes van de gasten om ons heen, lief tegenover me, eeuwenoude kastanje boven me en met uitzicht op de ophaalbrug en het oude voorname gasthuis naast ons, viel de druk en de moeheid van de dag als een schil van me af.

Een plek om te onthouden, omdat achter het slot te wandelen valt en we van hieruit langs de goede kant van de Vecht de rest kunnen ontdekken. Maar niet nu. Nu alleen nog maar genieten en wat mijmeren.

Overpeinzingen

Licht in de duisternis

Het essay van Roxane van Iperen met de intrigerende titel ‘Eigen welzijn eerst’ onderstreept al mijn intuïtieve vermoedens over verschijnselen, die zich mondiaal voordoen en alles te maken hebben met complottheorieën en de maatschappelijke achterdocht van deze tijd. Zij zet de theorie zo helder uiteen dat een samenvatting geen recht zou doen aan haar gedachtegoed.

In een interview in de nieuwe Groene Amsterdammer deze week van Jan Postma met De historicus en wetenschapsfilosoof Justin E.H. Smith wordt Gottfried Wilhelm Leibniz, een van de belangrijke denkers van de 17e eeuw, aangehaald en zijn meest optimistische en bekendste uitspraken over technologie ‘Calculemus!’ – Laat ons rekenen!, De oorsprong van dit gedachtegoed ligt in zijn idee, dat we de rede zouden kunnen uitbesteden aan machines en dat we dan veel tijd over zouden houden voor werkelijk belangrijke zaken, ja op den duur zelfs de meningsverschillen door machines zouden kunnen laten berekenen en dat er een moment zou komen dat ze zelfs diplomatieke beslissingen zouden kunnen nemen over oorlog en vrede en over hoe de maatschappij zou moeten worden ingericht. Dan zouden we nu op een heel ander punt staan, dan waar Roxanne van Iperen de vinger op legt.

Ook Smith noemt zichzelf een optimist met als definitie van wat dat is voor hem: Optimisme betekent niet per se dat je verwacht dat alles snel beter zal worden. Het betekent ook dat je niet perse uit het oog verliest wat goed is onder alles wat slecht is.

Het is de kleine wereld met het kleine geluk zoals ik vaker heb genoemd. Dat wat om je heen gebeurt in kleine kring, in de natuur, dat wat boeken geven aan vreugde, dat wat je wel aan positiviteit uit de social media weet te halen. Als ik lief het citaat voorlees en we het bespreken, komt hij na een tijdje met de volgende frase uit het werk over Willemtien Oldhoff – van Dijk naar aanleiding van diens donkere zware tijd in voormalig Indie: ‘Hoewel de nacht nooit weggaat, wordt het wel weer dag’. Het is een wezenlijk andere betekenis dan ‘Na regen komt zonneschijn’, filosoferen we verder. Juist in donkere dagen het licht blijven zien, is dat niet optimisme ten top. Ten tijde van ellende nog altijd vreugde scheppen uit al die kleine mooie momenten, die in wezen het zware niet weghalen, maar wat het wel draaglijker maakt omdat het een glimlach ontlokt, een liefdevol gevoel, een fijne beleving.

We zitten op dezelfde golflengte en dat is zo’n geluksmoment. Elkaar aankijken en geen woorden nodig hebben om te weten, geen uitleg te hoeven geven en het toch ervaren.

Het uitzicht op de wereld boven mij geeft beurtelings snel drijvende lucht, van nevelwit tot duifgrijs, soms valt het open en oogt het stralend blauw om in enkele minuten weer te veranderen. Dikke druppels op het raam verraden de buien van vannacht. Door de ventilatiekoker zweeft een vlaag wind naar binnen. Het geeft een zacht gesuis.

Vanmiddag kiezen we niet voor de voetbal maar gaan we een mooie bank bekijken in een grote meubelzaak in een dorp op een half uur rijden. Ook leuk. Het stimuleert het creatieve vermogen. ‘Verandering van spijs doet eten’ glimlacht het verleden. Want een nieuwe bank betekent andere kleuren, ander kleed, andere kussentjes, ander werk aan de muur. Een nieuw interieur met oude en nieuwe spullen, maar naar ideeën van ons beiden. Ter bevestiging glimpt er een dikke zonnestraal naar binnen vanuit het kleinste zolderraam en brengt wat het thema van de ochtend was: Licht in de duisternis.

Overpeinzingen

Een schatkist vol verhalen

Het regent, het zegent de pannetjes worden nat…Mijn moeder zou hebben gezegd: ‘Het is halen en brengen met het weer’. Maar ja, ze had iedere dag wel was buiten hangen op de kleine achterplaats. Die werd bij elke bui naarstig naar binnen gehaald en zodra het weer droog werd nogmaals buiten uitgehangen. Er was ook nog plek voor de perenboom en de schuur, de forsythia en een klein stukje grond waar papavers en prikneuzen bloeiden tussen de schone was aan de waslijn.

De achterplaats

Lief ging een bezoek brengen aan de kapper, om zijn haardos uit te laten dunnen en in laagjes te laten knippen. Benieuwd en afwachtend in welke gedaante ik hem terug zou krijgen keek ik, na de leessessie van de ochtend, naar de aflevering van ‘Matthijs gaat door‘ van vorige week zaterdag. Wat heerlijk om te kunnen kijken naar zijn programma. Het samenspel van de musici van de big band, de volle studio, de gasten met al hun ervaring en kennis, mooie liedjes, interessante nieuwtjes, ontroerende anekdotes en dat met schwung en verve gebracht zonder een spoor van geveinsde interesse, maar recht uit het hart. Het is een lust voor het oog, balsem voor de ziel, een verademing na alle dagelijkse talkshows.

Claudia de Brey gaf een staaltje van haar humor te berde, Ilse de Lange beet de spits af in een reeks van ‘talent van eigen bodem‘ en Trijtje Oosterhuis en Xander Vrienten zongen liedjes van Henny Vrienten, die in april plotseling was overleden. Matthijs noemde en roemde zijn boekje ‘De Een is de Ander niet’ met teksten van de drie laatste albums, gedichten en gedachten. Ondanks dat ik omkom in het leeswerk moest deze natuurlijk op de lijst van ‘Mooie-dingen-om-de-ziel-te-sterken’.

De kinderboeken over de natuur zijn al net zulke verborgen juwelen. Op een geheel eigen wijze doen ze alle drie uit de doeken waar het voor hen om draait in dit universum. In het eerste boek, Terra Ultima, word je zelfs meegenomen aan de hand van de waarnemingen die een ontdekkingsreiziger doet in een onvoorstelbaar onbekend utopisch continent dat ontdekt is, compleet met zijn wonderlijke bewoners en hun eigenaardige gewoonten. Het leest als een oud logboek van de een of ander, compleet met aantekeningen, oude ansichtkaarten, antieke landkaarten en krantenartikelen, knipsels met daarnaast de prachtige tekeningen van de verschillende diersoorten. Er is een boek ‘Van honingbij tot hagelslag’, dat duidelijk uit de doeken doet wat voor lekkers er allemaal van planten komt, een ontbrekende schakel tussen de plant en wat er op je bord ligt, en dan is er nog de groene Planeet over zeetuinen, woestijnen, de tropische-en de stadswereld met aandacht voor het spannende leven op microniveau en de wegen die we kunnen bewandelen ter bescherming van wat we nu nog hebben.

Dolly Duif komt aanvliegen en kijkt wat beteuterd van de lege voederplank naar het raam en terug, alsof ze roept dat het tijd wordt voor het bijvoederen. Dat kan met overrijp fruit. Een klein beetje verwennen in deze aanloop naar wat koelere temperaturen. Lief brengt kranten mee en krullen op zijn hoofd. ‘Het voelt dubbel opgelucht’, lacht hij, ‘Van buiten en van binnen’. Ineens is hij nog jonger geworden.

Vorige week bij het vieren van de verjaardag bracht mijn lieve schoonzoon het boek van zijn vader voor ons mee met de titel ‘Een leven in verhalen’. Het is de geschiedenis van ‘Willemtien Oldhoff-Van Dijk’ de moeder van zijn vrouw. Een deel speelde zich af in Het voormalige Indie maar ook in de stad Groningen. De grondleggers voor het boek zijn de herinneringen die de vele familieleden nog hadden aan deze ondernemende en kranige bijna 100-jarige, die de schrijver Rob Troostheide persoonlijk in gesprekken en interviews heeft opgetekend.

Achterin staat de stamboom van deze familie. Lief popelt om er aan te beginnen. Met zijn eigen genealogisch onderzoek is hij al bij het begin van de vijftiende eeuw. Hij geeft elke dag een staaltje weg van hoe je je kan verliezen in de tijd, met als rijke bijvangst een schatkist vol verhalen.

Overpeinzingen

Natuurlijke schoonheid

Met alle literatuur heeft de geest verstrooiing nodig, dus lees ik een interview van Nathalie Huigsloot met hoogleraar psychologie Liesbeth Woertman in Volkskrant Magazine van 13 augustus naar aanleiding van het verschijnen van haar boek ‘Wie ben ik als niemand kijkt’.

Uit haar woorden klinkt de ongerustheid over hoe mensen en in het bijzonder vrouwen, steeds meer ontevreden zijn over hun uiterlijk, niet op de laatste plaats gevoed door gephotoshopte beelden die tegenwoordig de norm vormen. Hoe je je uiterlijk ervaart heeft, in haar optiek, niet zozeer met je spiegelbeeld te maken maar met je zelfbeeld.

In bovengenoemd boek staat het zelfbeeld van de oudere vrouw centraal. Ze stelt dat voor vrouwen het verlies van de bewonderende blik hen onevenredig zwaar treft. Dat geeft te denken. Ik behoor tot de doelgroep en ken mezelf door de jaren heen als belast met een totaal verkeerd zelfbeeld waar het het uiterlijk betreft. Hoe zeer ik me ook spiegel, het dikke propje in mijn hoofd doemt overal en altijd op, de blik blijft hangen op de uitdijende heupen, de blubbelbenen en het potloodje in mijn hoofd tekent er altijd nog extra maten bij. Dat idee is ooit in vroege jeugd erin geponst en gebleven.

Het zorgt ervoor dat je de verdwijnstatus hanteert. liever niet in drukke gelegenheden, liever niet in de buurt van water en zwempakken, liever niet naakt. Bewonderende blikken heb ik nooit gezien wat betreft mijn uiterlijk. Mijn zelfbeeld over de prestaties hebben er iets minder onder geleden, maar dat ‘anders’ lees ‘minder voelen’ bestond altijd. Mijn eerste liefde haalde er de scherpe kanten af, mijn laatste liefde, een en dezelfde persoon, heeft mijn zelfbeeld met liefde gevoed en zo, sinds dit leven, dat duivelse propje welhaast weggevaagd en verdreven. Ze komt nog wel eens terug op feesten en partijen, maar is geen belemmering meer in het vrije contact.

Die grote liefde zorgt ervoor dat we leven vanuit bezieling. Woertman geeft aan dat veel mensen aandacht verwarren met liefde. ‘Aandacht vervliegt en belandt vaak in een bodemloze put, maar als er oprecht van je wordt gehouden, terwijl jij jezelf in alle facetten laat zien, geeft dat een duurzamer geluksgevoel, leert onderzoek’. geeft ze aan. Jezelf laten zien en ook met de schaduwkanten, zoals ze schrijft, is daarbij een belangrijk gegeven.

Sinds lief en ik elkaar weer kennen, komt heel die diepe genegenheid naar buiten in het vertrouwen dat we koesteren naar elkaar. Het verzacht de blikken. Ogen zijn de spiegels van de ziel zegt een bekend gezegde en als ik naar de foto’s kijk van ons samen, dan oogt het een en al die warmte. ‘Wat sta je er stralend op’, zeggen vriendinnen als er een foto langs komt. Ja, maar lief staat aan de andere kant van het toestel, ik koester me in zijn blikken, zoals ik me kan spiegelen in de liefdevolle ogen van mijn kinderen, die een foto van me nemen. Woertman beaamt dat. Op zulke momenten zijn we op ons mooist en allesbehalve met uiterlijk bezig.

De rest van het interview verlies ik haar in het gedachtegoed over genderidentiteit. Ze vindt dat de aanduidingen voor alle identiteiten de groep vrouwen nog meer in hokjes hakt en dat het voorkomt uit een soort ongemak met de aangeboden vrouwenrol. Hier laat ik haar los, want dat issue vergt veel meer overpeinzingen dan het artikel lang is.

De regen roffelt op ons uitzicht op de wereld. De klok heeft allang het middaguur geslagen. Mijn kantoor op bed ligt bezaaid met de gelezen boeken, tijdschriften, kranten en puzzels. Als bij toverslag breekt de zon door, een grote wattenwolk licht op, de lucht lijkt blauwer.

Tijd om beneden met de kinderboeken verder te gaan. Ik kijk op en lach naar lief, krijg een liefdevolle lach terug. Denk aan de bezieling van de oude oosterse wijsgeren en in variatie op een thema komt de volgende gedachte in mij op ‘Elke glimlach die gij in liefde uitzendt, keert in diezelfde liefde terug en brengt zo, van binnen uit naar buiten toe en van buiten uit naar binnen toe, natuurlijke schoonheid.