Uncategorized

Een bloeiende oase

Een kleine winterkoning met prachtige doordringende zang verhaalde vergenoegd over de vorderingen die er, die ochtend, gemaakt waren op de tuin. Ik knipte af en ontdekte dat de vogel gevlogen was en allesbehalve op beeld gevangen. Ze bleef gezelschap zoeken tot mijn grote vreugde.

024.JPG

Ik zat op de kleine plastic kruk en genoot na van alle hectiek. Na gedane arbeid is het zoet rusten. Wat een heerlijke familie hebben we toch. Ik had weliswaar koek en zopie voldoende, maar geen koffie. Toen de gehuurde bus arriveerde wist schoonzoon een Starbucks te overmeesteren. Je kan er van zeggen wat je wilt, maar warm is het en de energie kwam terug voor tien.

100_4978

Na een ochtendje bikkelen keerde de rust weer en genoten we, winterkoning en ik. De kleine verdwaalde haas die, zo snel als zijn hazenpootjes hem konden dragen, het hazenpad had gekozen naar een volgende tuin, om op veilige afstand te kunnen genieten van de reuring, was verdwenen. Alle bomen stonden volop in bloei, pruim, kers, peer en appel. De peer bezweek bijna onder haar bloementooi. De appelboom van Vasalis was door de troosteloosheid van de afbraaktuin ver voorover gezakt en stond nu krom en scheef haar verdriet te verwerken.

100_5014

De ruimte waar de hut moest komen was leeg. Broer en ik hadden ingeschat wat er omgezaagd moest worden om Jut de draai te kunnen laten maken en wat er nog nodig was om haar bedje te spreiden.

 

100_5016.JPG

De dakpannen van het oude atelier blijven op het land. Nog voor ze de bus in werden geladen was er al een liefhebber.Hier en daar kwam uit het dorre winterleven weer een nieuw geluid. Straks als Jut staat, breng ik alle tuinvriendinnen in stelling en schoffelen we het paradijselijke onderkomen weer in evenwicht.

014

Ziezo, alle beren op de weg zijn geruimd en ik kan weer rustig ademhalen. Niet alleen voor mij gloort er licht aan de horizon, maar ook voor de oude. Sinds zijn opname in het ziekenhuis is drank al maanden niet meer de drijfveer. Het duurde een tijd voor het uit het systeem was. Al die tijd probeerde ik zijn interesse in de tuin weer te wekken, ooit zijn ziel en zaligheid. Die man bloeide, net als de bloesem aan zijn bomen, op als hij kon snoeien en wieden, maar al die tijd kwam hij niet verder dan zijn eigen vesting. Deze week was het moment van de openbaring. Hij is er op eigen houtje naar toe gegaan en heeft samen met een goede tuinvriend voor een deel al het overtollige weggeknipt of verzaagd. Energiek en met zin. De gang naar een nieuwe lente. Het brengt zoete vreugde.

Dat overpeinsde ik op de kruk met de kleine winterkoning als gezel. Het leven lachte. Ik bracht de geleende kar en de kruiwagen weer terug  naar de buuf en kuierde richting uitgang, waar de kleine blauwe prins al stond te wachten. Na twee bliksembezoekjes aan de  jongste telgen zonk ik weg in een zalig niets doen. De gebroken nachten hadden hun tol geëist en maakten daar nu gewag van.  Rust om een boek te lezen of ook maar iets te volgen op tv was er niet echt.  Met Pluis op schoot dommelde ik in en droomde van een soepje van courgette en tomaat, als vanouds met de oude, in een bloeiende oase.

Uncategorized

Aan de slag

Gisteren was een dag van kantoor houden. Alles moest geregeld worden voor het grote leeg trekken van de tuin vandaag. Als het goed is en alles loopt op rolletjes, gaat het straks gebeuren. Busje laten regelen door dochterlief, schoonzoon en zoon gecharterd voor op de tuin zelf, zoon en neef gevraagd om met andere schoonzoon naar de stort te rijden die, en God zij geloofd en geprezen, tot half een open is. Broodjes en drank gehaald voor de inwendige mens.

008

Dat pas na het optreden van zuslief, die een zwierige Russische neerzette. Het schudde de ietwat gezapige sfeer los en bracht sjeu in het geheel. Trots op zus en moe van alle indrukken overdag, lette ik niet goed op bij het schap van de broodjes. Vanmorgen in alle vroegte wilde ik ze open snijden en beleggen. Het voelde wat wonderlijk. Met de kippige ogen dicht op de zak ontcijferde ik het woord afbakken en in een waas iets van zes tot tien minuten. Als daar nog iets tussen moet, moet ik echt straks al in de benen. Nu eerst koffie en de geestelijke voorbereiding.

‘s Avonds een alarmerend bericht. Een van de lieve vriendinnen was, eerder op de dag, in een onbewaakt ogenblik-even gauw nog iets beneden pakken-van de trap gevallen. Van boven naar beneden in een vliegende vaart. Verschillende kneuzingen en breuken en de oneindige schrik van de ervaring op zich. Ze had een half uur heel stil daar beneden gelegen met de verhalen van een, door een andere vriendin opgedane ervaring, in het hoofd. Die was nog helemaal naar boven gestiefeld. Het zorgde ervoor dat ze, ondanks de koude vloer, stilletjes bleef wachten op haar eega, die toch snel zou komen. Roepen had geen zin. Het werd het langste half uur in haar leven.

Ze sliepen al een paar maanden in de schuur vanwege de verbouwing in het huis, die bijna af was. Manlief kwam, schrok zich het ongans en belde de ambulance. Ik kreeg haar gisteravond aan de telefoon. De hectiek van de overgave aan al die mensen die snel en handelend bezig zijn aan dat willoze lijf en de intense pijn zorgden voor tranen die niet te stoppen waren. Een ontlading pur sang.  De kwetsbaarheid van de mensheid en het besef dat we allen sterfelijk zijn flitst in dergelijke situaties in een oogwenk voorbij en heeft grote impact. Misschien wel de grootste.

‘Ik heb geluk gehad’ zegt ze dapper, ‘Voor hetzelfde geld had ik in een rolstoel kunnen eindigen of erger’. Maar het is dubbel. Ze had geen geluk toen de gladde stof van de geitenwollen sokken glibberde over de nieuw geschilderde tree. ‘Een geluk bij een ongeluk’, was vroeger de uitdrukking.

023

De dag breekt open, de ganzen die al weken elke ochtend in alle vroegte voorbij komen vliegen, zijn ook nu weer van de partij. Het leven neemt een vlucht. Ik focus op de tuin, of nee, eerst nog even op de afbakbroodjes om al die noeste arbeiders van koek en zopie te kunnen voorzien. Hoe kan ik ze allemaal ooit bedanken. Als laatste kreeg ik gisteravond een foto van broerlief die een laatste hand legt aan Jut haar kleed. Zwager en hij hebben ook een prachtige ombouw voor de wielen gemaakt. Ooit was Dakpannentruusje de mooiste van de tuin, maar deze verdient nog meer het predicaat. Een gevoel van warme liefde voor al die mensen die het mogelijk hebben gemaakt en voor de zwager, die vanaf het eerste uur geloofde in deze metamorfose, met zijn belletje: ‘Ik kan een bouwkeet krijgen’, waarmee het balletje ging rollen.

Zo buitelen alle gevoelens door elkaar heen en ben ik een beetje van slag. Ik kan alleen maar weergeven wat er gebeurt. Later volgen de overpeinzingen weer. Nu eerst maar in de benen. ‘Vort’, roept mijn moeder in mijn oor. ‘Aan de slag’.

Uncategorized

Een dame van formaat

De lijst met doe-dingen wordt te groot. Ik moet hier en daar wat inperken. Het zijn eigenlijk moetjes. Als het een gedaan is, kan de ander voort. Ik ben schakel van de ketting of misschien ben ik wel het begin en het eind, dat voelt nog verantwoordelijker. Dus weet ik niet meer hoe ik moet beginnen. En als ik niet beginnen ga, ligt de hele handel stil. Bak daar maar eens chocola van. Er is nog een ander voorval, dat ik nog nooit bij de hand heb gehad. Er is een opgeblazen gevoel aan het begin van de week geweest, dat nu uitmondt in een zeurende pijn onder in de buik. Mijn buik, die kerngezond alleen pijn kende tijdens de zwangerschappen. Even wennen en goed blijven luisteren. Het eerst zat hoog, de pijn zit laag. De vraag is of het straks verdwijnt het. Ik ben naarstig aan het hoeden.

Dan de afleiding, dat helpt altijd. Maar toch iets minder als de pressie van de lijst  voelbaar wordt. Vanmiddag heeft zus haar jaarlijkse grote uitvoering van haar zangclub. Er komen hele verkleedpartijen om de hoek kijken en het is een grote vrolijke, bijna operetteachtige voorstelling. We gaan er voor lunchen en erna is er, ook een jarenlange traditie, een etentje bij de Italiaan, als zuslief met haar gezelschap ernaast zit en wij als de drie andere zussen aan een ander tafeltje. Lang geleden dat we samen een dag hebben gedaan, . Ik wis alle gedachten op dat moment.

Vannacht een piekernacht, met twee keer onrustig alles nagekeken op de huur van busjes en bestelauto’s, tuinafvalbakken en noem maar op. Kostbare uitgaven en ook daar moet ik pas op de plaats maken. Er staan hele goedkope bedragen bij, maar als je verder graaft, verschijnen de addertjes onder het gras. Wat is wijsheid. Daarna weer geprobeerd te slapen, maar toen moest ik blanco gaan denken. Schapen tellen helpt niet. Blocken is de enige weg.

021

Het schilderen gisteren was een lange weg, maar het lukte om het geheel af te krijgen. De suikerpot van oma vereeuwigd. Het portret dat ik meegenomen had om de volgende keer aan te gaan werken, werd goedgekeurd. Maarten van Roozendaal. Ik kreeg alvast een tip mee om het thuis te schetsen en een leidraad om op te letten. Fijn. Dan is de fase, die het dichtst bij me ligt, eindelijk aangebroken. Nu nog wat meer tijd.

Ik wilde langs broer en langs dochter maar strandde bij mijn mentor, die zoveel meer is. Zo voelt het als zielsverwantschap samen smelt. We praten en praten en praten onder het genot van een hele pot thee, die in drie fases naar binnen wordt geklokt. Haar huis en tuin zijn plaatjes. Een oase van groen in een stenen stad en er zijn overal prachtige kleinoden te bewonderen. Ze is een zoeker of eigenlijk een vinder, het een sluit het ander niet uit. ‘Later…’denk ik’…als ik groot ben’. Iets wat ik mijn hele leven gedacht heb als ik een leefstijl ontdekte die bij mijn geestesgesteldheid past. In de thee verdrinken de verplichtingen en borrelen de emoties, de compassie en levenswijsheden omhoog. Als ik naar haar groene vingers kijk bij het afscheid, valt de liefde voor al wat leeft, op de juiste plek. Daar ligt ook de verwantschap. Het eindeloze mooi van de kleine dingen. Haar schilderijen zijn stuk voor stuk juweeltjes. Ik ben plaatsvervangend trots op haar en hoop dat het op haar neerdaalt. Achter alle onzekerheid schuilt een dame van formaat.

Uncategorized

Fryslan voor eeuwig Boppe

Bij het lezen van een van mijn favoriete bloggers schiet er een luikje open, dat al heel lang dicht zat. Ergens neuzelt er een melodietje en als ik me concentreer op het geheel, hoor ik de woorden, die er bij horen. ‘Ik hou van dieren, ik hou van mieren, dieren houden ook van mij, mensen niet, maar dat is niet erg hoor, want ik gaan ze wel voorbij’….Jasperina, wist ik. Jasperina de Jong.

Ik vlieg in vogelvlucht naar de jaren zestig. Een oude krakende tandem. Voorop zat de oude, toen nog jong, in een grote PTT-cape. De flappen van de zware zeilstof bolden toch op in de wind. Achterop trapte ik dapper mee, tegen de wind in. De lange duffelse jas van Oma met het geschoren bontje op de kraag kwam nog net niet tussen de spaken en op mijn hoofd prijkte een grote slappe stoffen hoed. Melanie-look-a-like. We zongen. De wind droeg onze woorden ver. Het schalde over de verlaten velden. We werden nauwelijks overstemd door de enkele auto’s die er reden.

De oude kende alle cabaretteksten uit zijn hoofd. Ik zei een woord en hup, daar rolde een lied uit zijn befaamde geheugen. Alles van La Bloemendaal en vooral de meisjes van de suikerwerkfabriek, ‘want de snoepjes van Jamin, die pak je uit en pik je in’. Van Jasperina met haar soep blues met een vet en overdreven Amerikaans accent a la Donald Jones en de ironie uit ‘Op een been kun je niet lopen’. We zongen ook luidkeels mee met Liesbeth List: ‘Het weiland wacht geurig op het kleurig gebeuren’ en jubelden haar Pastorale en daar tussenin alle teksten van het befaamde Lurelei cabaret. Het matchte goed met mijn repertoire. Melanie en haar Bottle of wine, Jaap Fischer, die de rust zocht van een kist, De Tambourineman van Dylan, Cohen nam zijn Suzanne mee even als Herman van Veen en George Moustaki bracht Le Meteque in.

De weg was lang. De tocht ging van Utrecht naar Oude Haske. Op de andere tandem zaten mijn nicht en nog een volksdansvriend. We picknickten uit juveniel protest op de rotonde van de verkeersweg en genoten van het waarschuwend getoeter om ons heen. We creëerden onze eigen hippe wereldje, lang voordat de bloemenkinderen zich op de Dam genesteld hadden. In Oude Haske sliepen we bij Mem Hof op de deel, jongens en meisjes keurig gescheiden en het leven bestond uit Polywood bootjes, statige houten BM-ers, tokkelende gitaren en heel veel zingen bij een ondergaande zon. Er waren prille ontluikende liefdes, macrobiotisch eten met de ruggen tegen elkaar en het bord op schoot en zwemmen in het Nannewied. Het leven was ongekunsteld en aangenaam en schoonheid was een wiebelende Deux Chevaux in een waas van rook en een glas goedkope wijn.

In die mix is de verwarring ontstaan. Jaren lang schreef ik de tekst van de mieren toe aan Jasperina, maar toen ik er naar ging speuren bleek het voor te komen in een lied van Liesbeth List. Met haar volle warme stem zong ze over Sjaantje met het haantje. Even was ik weer terug in Oude Haske, waar we de boter eruit braaiden door ‘s nachts te ontsnappen naar het café van Ibbeltje als Mem te slapen lag. Ginnegappend het erf af onder een doordringend Ssssst. Ze heeft ons vast horen stommelen, maar kneep graag een oogje dicht. Suikerbrood en Mem hebben er voor gezorgd dat Fryslan voor eeuwig Boppe bleef.

 

 

 

Uncategorized

Even maar

Gisteren kwamen er foto’s door van Jut de hut in haar nieuwe groene kleedje. Ze zag er prachtig uit, voornaam ook, in het monumentengroen. Nu moet ik als de bliksem kapdagen houden in de tuin met de kinderen, anders kan ze er voor 1 mei niet op. Het kriebelt van binnen. Een onrustig gevoel. Organisatie is niet mijn sterkste kant. Zo wordt een mens kleiner door het onvermogen dat aan de poort klopt. Maar we laten ons niet kisten. Dat is met de paplepel ingegoten. Bikkelen…  Dan mis ik wel de oude vitaliteit. Vroeger had ik er mijn hand er niet voor omgedraaid. Ik ben het verplicht aan mijn broers en de schoonzoon van mijn broer, mijn zwager en al die mensen die mee dachten en oneindig veel uren erin hebben zitten. Hulp die onbetaalbaar is geworden. Zondag moet de grootste slag geslagen worden om haar bedje te spreiden.

016De nieuwe residentie

Op Twitter komen er alarmerende berichten van mensen die ongeneeslijk ziek zijn en door de rauwe pijn heen moeten. De een houdt vrouw en kinderen verschoond van zijn ellende, de ander deelt het juist en maakt het samenzijn intens. Wat is wijsheid. Delen lijkt mij fijn, voor jezelf, maar ook voor de ander. Maar als er niet te delen valt? Er kwam een berichtje langs waarin om waakmaatjes in het ziekenhuis gevraagd werd. Er zijn mensen alleen op de wereld. De reden is niet belangrijk, maar ze zijn in hun eentje aan het lijden en zullen alleen sterven . Voor dat laatste traject, een hand in een hand in het laatste uur, worden mensen gevraagd. Hier kan ik nog wat betekenen wellicht. Ik kan niet meer sjouwen, maar ik kan er altijd zijn. Met betekenis en liefde. Geen moment geaarzeld.

007

Gisteravond pakten donkere wolken zich samen. Op mijn paneel gelukkig. Tenminste, een poging daartoe. Het werd een intense dans met de penselen. We waren maar met z’n tweeën , een masterclass voor mij alleen. Wolkenluchten. Zo fijn om te doen, maar geen sinecure. Na de donderbui zitten ook mijn handen onder. Niets van schoonwassen, geen beginnen aan. Er komen schilders van prachtige luchten voorbij in de boeken die worden aangeleverd, wonderschone voorbeelden. Toch wordt het weer mijn eigen beeld. Ik leer, ik worstel, ik dompel en kom soms boven. Vallen en opstaan, dat is het. Aangenaam omdat er tussendoor een klein concert gratis gegeven wordt. De juiste voeding voor de geest.

009.JPG

Naast me zit een klein meisje op een heel groot paard, door de tegenstelling een gouden greep. Ze lopen naar het licht, een stralend licht. De vraag is waarom ik zo neig naar mijn donkere schakeringen. Bij de aardkleuren ligt mijn hart, misschien door de warmte die ze uitstralen. Aan de andere kant geniet ik van de intensiteit aan kleuren bij een ander. De woeste, kleurrijke, wereld van Yayoi Kusama bijvoorbeeld, die op dit moment te zien is bij museum Voorlinden. Ook onze paletten verschillen. Een zonnig geel in alle schakeringen bij An en een paarsblauw, grijs, groener, bruiner, oker en nog grijzer palet bij mij.

012

Straks komen de portretten. Dat is eigenlijk waar mijn hart het meeste ligt. Losse toets en sprekend beeld. Verlangen. De opmaat er naar toe, de vele wegen die naar Rome leiden, zijn bijna bewandeld. Straks als Het Atelier klaar is en Jut de hut omgedoopt zal worden tot een waardige vlag die de lading dekt, mag en kan ik los. Nog even geduld, even maar.

 

 

Uncategorized

Dat dan weer wel

Er zijn van die kleine voorwerpen of gebeurtenissen, waardoor de fantasie direct met je op de loop gaat. Het overkomt me regelmatig maar afgelopen maandag zelfs twee keer.  We waren aan het lunchen in de artiestenfoyer van het TivoliVredenburg. Ik was een beetje aan het ratelen. Mijn befaamde breedsprakigheid als ik nog niet weet wat me te wachten staat. Ik keek even naar rechts om adem te halen en toen zag ik ‘m. Groot, groen en glanzend. De Appel. Zo’n hele echte Sneeuwwitje-appel. Verleidelijk, smekend haast, alsof ie net opgepoetst was om straks in te bijten. Er waren mogelijkheden te over om te bedenken, waarom hij daar nou lag.

Eerst dacht ik ‘De verloren appel’. Nee, dat zal het niet zijn geweest. Daar lag hij te uitgestald voor, heel bewust, op dat open schone plekje tussen de zilverwitte zijden bloemen. ‘De vergeten appel’. Dat was waarschijnlijker. Iemand had hem daar aan de andere kant van de tafel neergelegd. Dat was een beetje wonderlijk, want je moest er ver naar toe reiken. ‘De gevonden appel’. Iemand had hem op de grond gespot, er zelf geen trek in gehad en hem op de eerste de beste plek neergelegd, die geschikt was om iets op kwijt te kunnen. Kon ook, maar toen zei iemand; ‘De verdwenen appel’. Op slag broeide er een verhaal in mijn hoofd.  Ergens zou, op dit moment, iemand in zijn tas kijken om de appel op te vissen, maar hoe men ook zocht en zuchtte, de appel bleef weg. Of men wilde net een hap nemen en floep…weg was de appel. Een Tita-tovenaar-verhaal pur sang. In je handen klappen en de verdwijning is een feit. Hans klok in de dop. Daarna de glorieuze verschijning op de open plek, alsof het er voor gemaakt was.

022.JPG

Na mijn uitstapje van die dag stapte ik in de bus naar huis. Wat een uitkomst om op vermoeiende dagen terug naar huis gereden te worden. Er viel veel te zien. Houdingen bestuderen is iets wat de rit aardig kan verkorten of met genieten van het uitzicht door de spiegelende ramen heen. Prachtig natuurschoon in lentetooi. Zeer de moeite waard. Toen zag ik het ineens. In een bocht stak de chauffeuse haar arm als richtingaanwijzer uit. Echt, ik verzin het niet. Bij iedere bocht stak ze haar arm uit.

Tot ik goed keek. De jas hing, door het mooie warme lenteweer, kennelijk achter haar aan een haakje. Het raam liet zwoele lentelucht binnen én stuurde bij elke buitenbocht de mouw van de willoze jas naar buiten. Als een wapperende vaandel verkondigde ze iedere bocht weer de richting.  Het was een koddig gezicht.

023-1.jpg

Vervolgens ben ik de rest van de rit in de weer geweest met het snode plan een en ander op de foto te krijgen zonder de discretie van de andere passagiers te verstoren. Aan het eind constateerde ik spijtig dat het niet zou lukken, doordat nieuwe passagiers precies in het gezichtsveld van de mouw waren gaan zitten. Van de wegkant af leek het me ook een koddig gezicht. Een bus die de richting aangeeft met een uitgestoken arm. Hilarisch. Na het uitstappen reed de bus in een zwenkende vaart de rotonde om. Ik schoot een plaatje van de hele bus en constateerde spijtig dat de mouw buiten schootsveld was gebleven.

Zo gaat dat. Waarnemingen worden herinneringen en of ze blijvend zijn, hangt af van wat je er mee doet. Je slaat ze op in je hoofd, met een gerede kans ze te verliezen in de rest van de memoires, of je maakt op het juiste moment een foto, of je breit er een blog mee met een spannende titel. ‘De bus die de richting aangaf’ bijvoorbeeld. Op meerdere manieren uit te leggen. Dat dan weer wel. .

 

Uncategorized

Alle decibellen los

Maandagmorgen en al om half acht, begeleidt door een prachtige lucht, naar de bushalte even verderop. In mijn tas de Iphone met het rooster van de scholen, die op bezoek zouden komen in Tivoli Vredenburg. De kinderen van de groepen 6 en 7 uit Houten, Leusden en Utrecht werden getrakteerd op een popconcert in het kader van de kunstmenu’s van Kunst Centraal en het Utrechtse Centrum voor de kunsten. Driemaal plusminus duizend kinderen die mee konden genieten van de enorme grote zaal, de lichten, de opstelling als een echt amfitheater. Ze werden door ons opgehaald van de trein of opgewacht bij de bus en verwelkomd en door de vrijwilligers van het Tivoli weer verder begeleid naar hun plaatsen. Op het podium stonden in een omfloerst blauw licht de instrumenten te wachten op Dr Pepper en hun grote Dr. Peppershow.

001-1.jpg Vredige ochtendstilte

Het duurde even voor iedereen naar de plaats toe kon. Ik stond in de hal en amuseerde me kostelijk met kinderen die zenuwachtig waren, die aan elkaar plukten en trokken, alle instructies nog even oefenden, zoals de befaamde Queenbeat, de opening van ‘We will rock you’. Maar echt rocken werd het niet. De decibellen van de schatjes in de hal en bij het wachten in de zaal overstemden qua scherpte en hoogte met gemak de muziek van de band. Er werden bij de ingang oordopjes afgeleverd en dat was geen overbodige luxe. Het snerpende geluid sneed door merg en been. ‘De vraag of je ze dit nu al zo jong aan moest doen’ bleef even hangen, maar toen ik zag hoe er genoten werd door bijna iedereen, was ik om.

009Dr Pepper

Zodra twee leden van dr Pepper in bokstenue het podium opsprongen onder de begeleidende klanken van Eye of the Tiger was de toon gezet. C’est le ton qui fait la Musique. Geen speld meer tussen te krijgen. Dit werd een populaire waterval van meezingers. Alles kwam langs. Ergens gloorde een Spaanse zon, af en toe een nummer uit de oude doos en zelfs de Jonge Hazes kwam in smartlappeneuforie voorbij. Er werd uitgelegd waar Pop voor stond, wat een Playlist was en dat je je eigen persoonlijke liedjes erop kon bijhouden. Mooie gedachte. Al je muziek van jongs af op een rijtje. Dus kwamen er een stel oude liedjes voorbij, waarbij ook de groep naast ons met een strenge juf los kwam en meeklapte. Van ‘Deze vuist op deze vuist’ tot aan ‘Mijn opa’. Heerlijke nostalgische meezingers zelfs al op deze leeftijd. Er werd gestaan, gesprongen, gedanst en zelfs door de smalle gangen polonaise gelopen. Er werd op de houten lambrisering getrommeld bij het muziek maken op potten en pannen, er werd gelachen en gegild. Een grote vrolijke heksenketel en voor de meesten echt een feest.

008Luisterliedjes

Maar er waren uitzonderingen. In al het geweld zag ik enkele kinderen met de handen voor de oren. Met grote koptelefoons op en zelfs een paar die naar buiten liepen, omdat ze het niet uithielden. Voor overprikkeling van alle sensoren was er genoeg aanwezig. Een popconcert voor jonge kinderen. de naam zegt genoeg. Wat moet je doen, met kinderen die hoog sensitief zijn. Als ze niet meegaan voelt het als buitengesloten. Kiezen ze voor meegaan, dan moeten ze al snel afhaken of zitten een uur lang in alle hectiek met de handen tegen de oren gedrukt. Op school was er bij elke weeksluiting hetzelfde dilemma. Die kinderen zaten bij mij, nam ik op schoot of aaide ik over hun ruggetje. Angstige ogen op zoek naar veiligheid. Ik miste hier en daar wat leerkrachten. De foam oordopjes hielpen nauwelijks. Voordat het concert inzette, was ik er al één kwijt.

018Imponerende techniek

Bij het naar buiten gaan overviel je de stilte. Wat een zaligheid. De heerlijke lunch in de artiestenfoyer was aangenaam en de tocht naar het station om de groepen op te halen een beleving op zichzelf. Met het bordje omhoog liepen we met een stoet kwetterende kinderen over Hoog Catharijne als een moderne rattenvanger van Hamelen. Sprookjes bestaan nog, zelfs die met alle decibellen los.