Uncategorized

Keuze genoeg

Dat was een gezellig uitje gisteren. Zomaar, met zuslief een ‘zoveelste’ vakantiedag in onze schoot geworpen. Vol bewondering voor de schoonheidsspecialiste, die daarnaast nog talloze andere behandelingen mag uitvoeren. Geen idee dat er zoveel meer bij kwam kijken. Eigenlijk wel een verheffend idee om juist bij iets, waartoe je geen impuls voelt om het te ondergaan, toch te kijken. Dat vergroot het respect. Met verbazing observeerde ik de verschillende bereidingen. Er wordt heel wat afgebrouwen aan papjes, harsen, en een masker. Ook geplukt, gemasseerd, gekwast en met de vingers getrommeld. Het beeld van een merel die op een droge dag met haar pootjes roffeltjes geeft op de grond, schoot door mijn hoofd. Het blauw van de hars kleurde prachtig tegen de bleke gladde huid. Het leek me pijnlijk, maar zuslief lag in de diepste rust verzonken, totale ontspanning. Ze is het gewend, zover is duidelijk. De schoonheidsspecialiste bleek een aangetrouwde nicht van zus, dus de hele sfeer was al van ‘ons kent ons’. Koffie vooraf, eventueel lunch kon er ook nog bij, maar dat sloegen we af. Voor mijn kleine probleem had ze wel een oplossing in gedachten en ook nog wat tips. Bij elkaar hadden we twee uur stuk geslagen.

We gingen op weg naar een klein dorp in de buurt van Vinkeveen, waar zus het adres van een natuurhuis had opgeduikeld. Halverwege, in Bodegraven, eerst een lunch. Waldkornbolletje, die de vriendelijke serveerster met liefde door de helft wilde snijden. We kregen ieder een volmaakt opgemaakt bord met een half bolletje en zalm met kappertjes en sla. Zo attent van de crew. O, wat waren we achteraf blij dat we op zoek waren gegaan naar het vakantiehuis. De omgeving was erg vlak en daardoor zag je elke autoweg van kilometers afstand al liggen, de weggetjes waren smal maar ook heel druk en vooral met veel grote traktoren en vrachtwagens. Het dorp was ieniemienie klein met een laag lieflijk gehalte. Het was het gewoon niet. Wat een goed gesternte om van te voren te gaan kijken. Voor 1200 euro per week was deze hectiek wel zuur en duur betaald geweest.

Het was geen wonder, dat vakantiegevoel dat we dagelijks kunnen oproepen. Het is genieten zonder dwang en heilig moeten.

Gisteren keek ik een stukje Voice. De kinderen zongen de sterren van de hemel. Toch duurde het me te lang. Maar nog altijd nieuwsgierig wie er toch gewonnen had, keek ik Beau vanmorgen heel vroeg terug. Daar bleek dat het niet alleen bij zingen bleef. Ze waren erg wijs. Over zijn aangehaalde eerste lied ‘Hou van mij’ wist Souffian haarfijn te vertellen, dat je eerst van jezelf moest houden voor je van een ander kon houden. Als je dat weet op je dertiende dwingt het respect af. Wat ook uitzonderlijk was, was het ontbreken van de rivaliteit tussen de vier laatste deelnemers en hun persoonlijkheid die bij allen gekenmerkt werd door een grote mate van eigenheid. Verrassend en een verademing om eens anders naar hun wereld te kijken. Met de toegevoegde woorden van Souffian komt de essentie van de prachtige tekst van het lied boven drijven. De kleine Emma won en eigenlijk hadden ze alle vier gewonnen, was de algehele tendens.

Het is tuin-weer en toch ook weer niet. Ik ben benieuwd waar de buien uithangen. Nog steeds staat het potje mosterd voor de Vlielandse Cranberry-mosterdsoep in de auto. Vandaag ga ik haar maken, als dat vergeetachtige geheugen mee wil blijven werken tenminste. Vegetarisch op de eilanden is moeilijker dan je denken zou. Met het zoeken naar ‘’beroemde Vlielanders’ vind ik Liesbeth List en Slauerhoff onder andere. Keuze genoeg.

Uncategorized

Dansende letters zijn niet te doen

Vandaag ga ik horen hoe ik een bepaalde lelijke verkleuring weg kan werken onder de maquillage. Voor het eerst van mijn leven mee naar een schoonheidsspecialiste maakt me zenuwachtig. Wat zitten wij mensen toch wonderlijk in elkaar. Voor mezelf noteer ik in mijn hoofd, wat ik perse niet wil. Geen gefruts aan wenkbrauwen of het laten opdringen van een andere make-up anders dan mijn eigen huidcrème, de foundation, mijn streepje Kohlpotlood onder de ogen, de mascara en de lippenstift graag. Daar voel ik me senang bij en niet in de laatste plaats omdat ik in 2 minuten klaar ben.

Een toepasselijke uitspraak van Coco Chanel in de krant van gisteren: ‘Beauty begins the moment you decide to be yourself’. Het blijkt te zijn overgenomen uit een artikel in het nieuwe magazine ‘Vol’. Een blad dat ‘een positief beeld moest neerzetten van de volle vrouw’. Ik weet het niet. Heb toch altijd een aversie gehad tegen de beperking van het isolement. Een goed blad komt iedereen tegemoet en variatie op een thema geeft meer ruimte en inspiratie in het hoofd dan een benadering van een kant. Na een nummer weet ik het wel. Kom met vernieuwende informatie. Het blijkt een tweede poging te zijn van de maker en men gooit het nu over de boeg van de ‘Body positivity’. Vergeef me de Engelse termen. Het blad staat er vol mee. Het blijkt dan ook vooral een blad te zijn voor de ‘Curvy Fashionista’s’, de golvende vrouwelijke fans van de mode. Een andere doelgroep. De spreuk van Coco is er een voor op de koelkast of boven je bed en voor iedereen van belang. Vanuit mijn jeugd loopt een lange draad van Ariadne langs het spoor van het ontbreken van zelfacceptatie. Dat stamt nog uit mijn jeugd als dikkertje van het gezin. Achteraf bij het terugkijken van de foto’s en afgezet tegen de huidige tijd, valt het ongelooflijk mee. Ik was weliswaar de dikste van ons gezin, maar absoluut niet heel erg dik. Het gevoel van die frustratie is nooit helemaal weggeëbd. Nog steeds denk ik dik, waar van een redelijke omvang sprake is. Zo vreemd hoe sommige herinneringen als beeld vast blijven zitten in je hoofd. Ingeklemd tussen vroeger en nu.

Zoonlief vroeg gisteren of het fijn was om ouder te zijn. Het leek hem vervelend om steeds weer tegen een grens aan te lopen. Een van de dingen die bijna geslecht zijn en waar ik dus een heel leven over gedaan heb, is deze zelfacceptatie. Door verschillende gebeurtenissen, aangedikt of breder uitgesmeerd of tijdelijk verdwenen door een goed gevoel. Als je besluit jezelf te zijn en niet anders dan heb je geen bevestiging van iemand meer nodig. Je bent oké zoals je bent. Dat is ook het voordeel van ouder worden. Het is ondoenlijk om iedere nieuwe rimpel te tellen. Haha. Dat loopt in de honderden. Niet doen. En toch, het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Weifelen bij dat ene vlekje en zoeken naar de grote verdwijntruc, juist als je ouder wordt en de huid gepokt en gemazeld, levervlekken en anderszins in stelling brengt. Zo blijven er van die kleine ‘onzekerheden’. Ze zullen er altijd bijhoren, denk ik.

Bij zoonlief was het heel gezellig. ruimschoots de tijd voor samenspraak omdat de benjamin al op bed lag en na het wakker worden een wandelingetje naar de supermarkt op een steenworp afstand om daarna naar volle tevredenheid weer naar huis te keren, dankbaar voor het goede gesprek.

Zwarte schuur is spannend aan het worden. Ik kan het bijna niet dichtslaan, maar vinden de ogen het welletjes, dan moet het wel. Dansende letters zijn niet te doen.

Uncategorized

Niet vergeten te genieten

Eerst waren er de witte wattenwolken bij het openen van de ogen, gevolgd door een enorm kabaal en geschetter van de bovenbewoners en hun vriendenschaar. De kauwen waren in opperste staat van beroering, met jongen in het nest(wanneer worden die eindelijk volwassen) en twee brutale eksters binnen het territorium. De solidariteit was te roemen. Van allle kanten kwamen hun gevederde vrienden en familie aangevlogen om het ouderpaar bij te staan. Geen wekker nodig bij dergeliijke activiteit. Het was koddig om te zien, dat te midden van het tumult een dikke dolly duif alles gadesloeg en als een wijze uil er het hare van dacht. ‘Veel geschreeuw en weinig wol’ zover was duidelijk. De kauwen dachten er heel anders over. Zoonlief die terugkwam van het sporten kreeg een veeg uit de pan, onder luid gekrijs en toen ik terug kwam van het halen van de krant vloog een van hen op een meter boven mijn hoofd. Brutaal volkje, die leenburen van mij.

Gisteren startte dus met een vroege werkdag. Het gras moest gemaaid. Een nadeel was de zon, die uitbundig zomerwarmte afkondigde, waardoor ik naast mijn begenadigde maaier, die mijn kortademigheid kent en telkens afslaat op het juiste moment, ook zelf steeds de schaduw in moest duiken.

Daardoor had ik wel zicht op de bloemenpracht van heel dichtbij. De bijen wentelden zich dik in het stuif en zoemden vrolijk van bloem naar bloem in dit bijenparadijs. Ik besloot ondertussen, de natuur haar gang te laten gaan op het gras na en eens te kijken wat er zou gebeuren als hondsdraf en bosaardbei mochten woekeren. Op die manier bleef het een verrassing wat er uit het groen omhoog zou komen met de vraag ‘of en hoe’.

Met twee zakken onkruid wandelde ik om twee uur terug naar de kleine blauwe, die ik in de schaduw aan de zijkant van de paralelweg had gezet en niet op de door de zon geblakerde parkeerhaven. Een wijs besluit, want nu kon ik in redelijke koelte de weg vervolgen. Op tijd thuis om te bekomen van de inspanning. Pluis moest ik even zoeken alvores ik haar in de ingenieuze reismand kon lokken. Ze weet wat de consequentie van het ding is en piept en mauwt klagelijk de hele weg lang uit een verwijtend protest. Op klokslag vieren waren we er en snel aan de beurt. De dierenarts met een stagiair prezen Pluis uitbundig om haar schoonheid en het oordeel was mild. ‘Kan het zijn dat ze stresst’. Ik kon er geen andere reden voor bedenken dan de Nuf van de buren, die brutaal en ongevraagd haar territorium bij tijd en wijle belaagde. Andere mogelijkheden waren uitgesloten. Bij twijfel bloed prikken, eerst grondig observeren en een stressverlagende sfeer creeëren met een feromonenverdamper zo luidde het unanieme oordeel van de twee. Pluis terug in zijn reismand en wat euro’s lichter vervolgden we onze weg.

Als beroemde Texelaar had ik voor Jan Wolkers gekozen. Niet zijn kunst maar hijzelf werd het lijdend voorwerp. Natuurlijk is nu Vlieland aan de beurt en de mosterd heb ik al aangeschaft. Het wordet een cranberry-mosterd soep Wat ik niet wist, was dat het hele eiland Vlieland vol staat met wilde Cranberry en dat er zelfs een keer per jaar een Cranberryweek wordt georganiseerd. En dat terwijl Zuslief en ik er vorig jaar februari nog een lang weekend hebben rondgestruind. Toch eens een bezoek in de zomer of herfst brengen. Deze prachtige dag ga ik op bezoek bij Zoonlief en de Benjamin. Heerlijk genieten van het weer vozolang het nog even kan. Op de app worden voor vandaag drie lichte buitjes voorspeld. Dat klinkt anders dan dat dreigende onweer van de weerman gisterenavond. Afwachten maar weer en tussendoor niet vergeten te genieten.

Recept voor de Texelse Uiensoep:

500 gram uien, bijvoorbeeld van boer Lap
Een grote pan
1 teentje knoflook
1 eetlepel bloem
2 eetlepels whisky van de Bonte Belevenis
40 gram roomboter
Zout en peper
1 liter bouillon van groeten of rundvlees
Stokbrood van Novalishoeve of Bakker Timmer
Ca. 200 gram Texelse kaas naar keuze van de Waddel of Wezenspyk

Snijd de uien in ringen. Doe boter in een grote pan en bak de uien en knoflook gedurende 30 minuten op een laag vuur. Laat ze zo langzaam zacht worden. Voeg vervolgens naar smaak zout en peper toe. Doe daarna de bloem erbij en bak het nog 5 minuten. Voeg eventueel de whisky toe. Ik had alleen maar droge witte wijn in huis, ook heerlijk). De alcohol verdampt maar van de whisky blijft de heerlijke smaak over. Breng ondertussen de bouillon aan de kook en voeg dat bij de uien. Schep als de uien zijn gebakken de bloem door de uien en bak het nog 5 minuten. Voeg vervolgens de bouillon en whisky toe. Laat de uiensoep op een zacht vuurtje 10 minuten doorwarmen. Verwarm de grill voor op de hoogste stand. Schep de uiensoep in kommen, leg er een sneetje brood op, bestrooi dat met een deel van de Texelse kaas. Zet dan de kommen even onder de grill, totdat de kaas is gesmolten. Voor de kaaskletskoppen verwarmd u de oven voor op 180 °C. Rasp 100 gram kaas en verdeel deze in een dunne laag op een bakplaat. Zet dit 5-10 minuten in de warme oven. Laten de kaasplak afkoelen en breek ‘m daarna in stukken. Eet smakelijk!

Uncategorized

De vleermuizen achterna

Ik heb de ochtend zien ontwaken van tweeduuster tot morgengoud. Kleine vliegensvlugge vleermuisvleugels doorsneden het bleke ochtendlicht, van boom naar spouw, van spouw naar boom. Een zwoele windvlaag streek langs mijn opgeheven gezicht en lichte de slaapwarmte een beentje. Heel in de verte begon de merel met een serenade en spoedig werd het een koor van kauw, merel en duif. De dag bezongen. Kan het begin mooier zijn.

Ineens wist ik wat ik met het bord van de Bernagie aan moest. Het moest natuurlijk een krijtbord worden. Zodat ik, al naar gelang het gemoed, er een dichtregel op kwijt kon of de naam van de Bernagie, of een gedachte. Zo broedde ik voort in de stilte.

Onder het geoefend oog van de fysiotherapeut voor het eerst weer op de loopband gestaan, op de ‘legpress’ geoefend en een balansoefening zittend op de bal met gestrekt been en tegelijkertijd de waterzak boven het hoofd heffend. Bovendien nam hij als eerste het triggerpoint in de lage rug onder handen met een spontane jodel van mijn kant tot gevolg. Vorige week stak hij er wat naalden in. Toch voelde het als heilzaam. Het is een lastige spier, hij rolde weg onder zijn bekwame vingers. Toen ik naar buiten wilde lopen, zat daar dochterlief, die met Bonpa uit Frankrijk kleinzoon naar therapie had gebracht. Luchtkussen, wat Frans koeterwaals gestameld en dochter om vertaling gesmeekt met de ogen. Hij praatte binnensmonds en het kapje en de dove oren vormden een dubbele moeilijkheidsgraad. Kleinzoon kwam gauw even knuffen, als extra uitrustmoment tussen zijn oefeningen door. Wat apart om mensen terug te vinden in een ruimte waar je ze niet verwachten zou.

Half drie was die afspraak, dus vroeg op pad voor de boodschappen. Een biologisch speltbrood van Levain in de bakkerij van de Veldkeuken op landgoed Amelisweerd en een schapenkaas bij een biologische kaasboer in Houten. Twee van de ingrediënten die ik nodig zou hebben voor mijn uitstapje naar ‘Texel’, derhalve de keuze voor streekprodukten. Een van de typische gerechten uit Texel is de ‘Texelse Uiensoep met kaaskletskop’. Oorspronkelijk gemaakt van schapenmelk van de Texelaar, maar nu van Hollands schaap. Wat een heerlijkheid en wat een snel en makkelijk gerecht. Schapekaas op desembrood is onweerstaanbaar lekker. Door de veelheid aan bezigheden kwam ik aan de kunst niet meer toe, maar ik geef me twee dagen voor ieder gerecht. Wat in het vat zit, verzuurt niet en dan komt de kunst gewoon vandaag.

Pluis poetste zich de laatste tijd veelvuldig schoon. Inspectie leerde dat ze een of andere uitslag van rode vlekjes heeft. Dus vanmiddag een rondje dierenarts. Dat betekent sneller naar de tuin om even te maaien, maar dat is alles. Voornemens zijn er om geslecht te worden. Het is de week van de onverwachte gebeurtenissen. Maandag ging op aan iets spannends wat ik nog niet met de buitenwereld delen mag, nee, geen nieuwe kleinkinderen, dinsdag de fysio, vandaag Pluis en morgen naar de Benjamin. Wie weet. Misschien lukt het vrijdag om een aanvang te maken.

Met al dat nachtelijk waken ben ik vast begonnen in ‘Zwarte schuur’ van Oek de Jong. Een lijvig boek. Zijn literair werk ken ik goed. Ik heb genoten van Pier Oceaan. We gaan het zien en beleven. Nu eerst in vliegende vaart aan de gang, de vleermuizen achterna.

Uncategorized

Een ongrijpbare wereld.

Omdat de gierzwaluwen zijn teruggekeerd op hun honk onder de dakgoot en kennelijk niet langer hinder hebben van de familie Kauw, maakt het hart een sprongetje van vreugde. Ze scheren zo dichtbij voorbij, dat ik ze in volle glorie kan bewonderen, al zijn ze me vaak te snel af voor de foto.

Van de week zag ik het programma Mari Staat Op. Ik kende het niet en besloot te kijken. Vroeger zei men: ‘Eerst zien en dan geloven’. In variatie op een thema dacht ik ‘Eerst zien en dan verbazen’. Daarmee was mijn lot bezegeld. Het hele programma, de manier van benaderen van zijn gasten, de obstakels die hij tegenkwam, de mensen die hij ontmoette, was één warm bad van beschouwen en zette aan het denken. Hoe diep wentelt onze kijk op de gehandicapte medemens nog altijd in aannames en vastgeroeste gewoonten en denkwijze. Mari doet precies datgene wat hard nodig is. Hij maakt wakker, roept mensen op zich bewust te zijn van wat er gezegd wordt, hoe woorden binnenkomen bij een ander, hoe discriminerend en hoe hard de opmerkingen kunnen zijn. Als we toewerken naar een inclusieve maatschappij, dan mag niemand het ondergeschoven kind van de rekening worden. Ik lees de synoniemen voor handicap en ontdek dat vooral daarin te zien is welk vooroordeel er bestaat: ‘Afwijking, defect, fout, handicap, imperfectie, kwaal, manco, mankement, ondeugd, ongemak, onvolkomenheid, onvolmaaktheid, tekortkoming, verkeerdheid, zwakheid’. Alleen maar negatieven als vervanging. Het geeft aan hoe belangrijk het programma is. Het wordt tijd dat het idee dat iemand met een handicap een onvolmaakt of imperfect mens zou zijn, de wereld uit wordt gewerkt. Iets wat niet bevorderlijk is, zijn de gescheiden werelden. De speciale scholen en een heel dorp voor mensen met een handicap. Op die manier blijft het een ver-van-je-bed-show. Mari maakt de problemen, die zij ervaren, inzichtelijk door bijvoorbeeld de rollen om te draaien en mensen te benaderen, op een manier zoals zij vaak benaderd worden en creeërt daarmee bewustwording en een opening om anders te gaan handelen en denken. Mari zet de puntjes op de -i-.

Het boek van Mohammed Benzakour is uit. Wat een indringend relaas, maar ook wat eerlijk en dicht op de huid geschreven. De eenzaamheid is schrijnend en brengt me terug naar de periode dat mijn vader in het verpleeghuis zat. Al ziijn bescheiden gekrompen tot een bed, een kast en een nachtkastje. De kamer moest worden gedeeld met een ander. Miijn vader lag niet bij het raam, het enige lichtpunt, maar aan de kant van de deur. In de schaduw van zijn leven sleet hij de laatste ongelukkige dagen en dat zou nog een half jaar duren. Hij vond het verschrikkelijk. De situatie van moeder Yemma is zo mogelijk nog meer vervreemdend dan die van mijn vader. Analfabeet, de Nederlandse taal niet machtig, met stomheid geslagen door een afasie en halfzijdig verlamd zit ze met andere gewoontes en een ander geloof nog meer op een eiland. Ze lust de Hollandse kost niet, verpietert, eet muizehapjes, heeft zoonlief die haar liefdevol verzorgt en probeert te vertroetelen, maar niet begrijpt dat ze ‘Weg, weg’ zwaait met haar goeie arm. Weg uit dit bevreemdende oord, terug naar een veilig huis, waar haar man is.

Vanmorgen wilde iemand uit China inloggen op mijn apple ID. Wachtwoord wijizgen was de goede raad en gedaan met behulp van zoonlief die zo’n beetje tot de inhoud van een computer behoort. Geen geheimen blijven gesluierd, terwijl voor mij het innerlijk van de computer een ongrijpbaar systeem blijft. Ik kan er veel mee, maar vraag me niet waarom iets is zo het is. Het is en dat is meer dan voldoende. Eigenlijk lijkt de situatie op het boek Yemma. Iets waar je geen vat op hebt. Een ongrijpbare wereld.

Uncategorized

Ze bleef nog lang nazinderen

Stralend weer en een feestje in een van de buursteden, waar twee zussen wonen. Langs de A27 lag het restaurant met een simpele ouderwetse Hollandse naam en een groot buitenterras. Dat betekende, op de fiets er naar toe, want we zouden de verjaardag van zuslief vieren met de vier zussen tijdens de lunch. Het diner zou ik bij dochterlief gaan nuttigen. Dubbele pondjes, die er wel vanaf konden worden gefietst in de middag had ik besloten en mijn stadsgenote zuslief had hetzelfde idee in het hoofd.

Heerlijk in de warmte met een flink wapperend windje. Hoed op het hoofd bleek geen optie, bij de minste of geringste windvlaag lag ze al op de grond. In de fietstassen dan maar. Wapperende vesten en haren en zuslief met een fiets die half ondersteunde, maar soms ook niet. Puf puf, hijg hijg. Mijn oude Stella bewoog zich licht zoemend, als een bij op zoek naar honing, langs de met fluitekruid, koolzaad en margriet bezaaide bermen. De lente deed een inhaalslag en alles veerde verrukt op. Na een stief half uur kwamen we op de plaats van bestemming aan, na maar één keer een verkeerde afslag te hebben genomen. Op reis met zus betekende steevast onverwachte verrassingen, door een verondersteld zijpad, dat zou afsnijden, of een vermeend weggetje dat korter was.

de proeverij

De twee zussen zaten al achter hun versnaperingen. Lucht-felicitatie-zoenen en hele blije gezichten. Zo fijn om weer met vier op het terras te kunnen zitten. Ze kreeg van ons een spatscherm voor in de keuken en de manlief van een zus er gratis bij voor de montage. Zus in haar nopjes. Gewoontegetrouw kozen we niet het voor de hand liggende van de kaart, maar een dubbele voorproeverij. Eenhapshapjes waar voor twee van ons nog patat en een Cheesecake achteraan moest. Zalige hapjes waren het. Vernuftigd qua smaak samengesteld met veel umami, dat ik altijd goed proefde. De rest dacht ik erbij, zoals ik dat al decennia lang deed als compensatie van de afgesleten smaakpapillen.

Zuslief had nog een verrassing in petto, ze had wat broers afgebeld om te vertellen, waar we zaten en één van hen was met schoonzus en haar zus aan komen fietsen om een biertje mee te drinken. Een fleurige bos margrieten hadden ze onderweg uit een witte zee aan veel geplukt.. Wat een feest. Alles keurig netjes aan de tafeltjes, maar toch. Met elkaar vieren, het mooiste cadeau na tijden van eenzaamheid en stilte. Op de fiets naar huis hadden we de vaart te pakken.

Ruim op tijd verwisselde ik de fiets voor mijn kleine blauwe Prins en stond bij dochterlief voor een dichte deur, die juist appte dat ze even naar het plein aan het eind van de straat waren. Daar voetbalde de kleine filosoof zich in twee rode konen en klom de kleinste durfal met haar dansende beentjes omhoog voor de glijbaan. Schoonzoon bestelde de heerlijkste vegetarische pizza’s met wonderschoon en ongekend beleg, een kunstwerk op zich, dus na het park was er die heerlijke maaltijd, terwijl er ook nog een vriendin aanschoof. Hier was het ook helemaal jarig en feest. Het boek dat ik had meegenomen over discriminatie van Sinan Çankaya, ‘Mijn ontelbare identiteiten’ had ik uit mijn verzameling geplukt om haar cadeau te doen. Dat doe ik tegenwoordig bij verjaardagen en sla daarbij twee vliegen in een klap. De boekenkast raakt niet overvol en ik zoek het passende boek bij de persoon.

Toen de buren gingen barbequeën, moest ik de wijk nemen. De longen begonnen te protesteren, maar het was welletjes geweest. In de zachte deken op de bank werd dat ruimschoots gecompenseerd. Wat een heerlijke en afwisselende dag. Ze bleef nog lang nazinderen.

Uncategorized

Een paradijs van bloem en gezoem

De morgenstond heeft goud in de mond. Dat mag ook wel want goud is, wat de twee jarigen van vandaag verdienen. Dochterlief en zuslief zijn beiden jarig. Met de een heb ik een lunch en met de ander het diner. Vanavond rol ik rond als een tonnetje mijn bed weer in.

Op een mooie pinksterzondag, jaren geleden, reed ik naar het kleine streekziekenhuis in het hiernaast gelegen stadje. Kindlief wilde niet vanzelf komen, maar moest een handje geholpen worden. Eigenzinnig en niet bang zette ze een weeënstorm in gang en werd het infuus aan de kant geschoven. In mijn hoofd zong Carole King haar ‘You’ve got a Friend’ en binnen een stief half uurtje lag dochter tussen de stichtelijke ziekenhuislakens bij te komen van deze entree.

Gistermorgen was de allereerste tred naar de bloemenwinkel, om een mooie bos op de kop te tikken voor vriendinlief. Terwijl ik van het ene op het andere been hipte, hoorde ik de oude man aan die voor mij aan de beurt was en een hele tirade hield over ‘de jeugd van tegenwoordig, die er geen idee van had, wat wij vroeger hadden doorstaan’. De vrouw achter het plexiglazen spatscherm bevestigde zijn gejerimieer, maar was aanzienlijk jonger dan ik. De ‘We’ uit het verhaal van de man bleef op die manier wat doelloos hangen tussen de bloemen.

Vriendin kwam me al tegemoet en we besloten eerst te gaan wandelen en daarna pas te gaan theeën. Al wandelend, ins freie hinein, praat het makkelijker en vrijer dan in de stadstuin bij haar achter, waar de buren, ongetwijfeld zonder het te willen, mee zouden kunnen genieten van onze uitwisseling.

Het werd een boeiende tocht door het park langs de Kromme Rijn, mede door het ons-kent-ons, dat warme gevoel dat nu al jaren gedeeld werd en omdat er herkenning was om een periode uit het leven, die me nog levendig voor ogen stond. Er tussen door waren er van die kleine verrassingen, een boot met een grappige naam, een klein meisje dat spontaan verheugd over de boot begon tegen ons, waarop we allebei de grappige naam van de boot noemden ‘De kus mij’ of iets dergelijks. Verderop zat een groepje scouting aan een lafenis terwijl hun zwemvesten als een klein oranje feest op de kant lagen en de roeiboten in een waaiervorm lagen te wachten tot de kinderen en hun begeleiders weer voort konden. Een van de kinderen was een kind uit de groep van vriendin.

Een klein kwispelend hondje, die hoog op wilde springen terwijl zijn wat zuur kijkende vrouw verwijtend zei: ‘Ik zei ‘laag’ tegen hem’. Jonge witte gansjes in hun donzig bestaan, beschermd door de groten rondom. Een hele dikke hond die verkoeling zocht in het water en roerloos als een reiger over het oppervlak tuurde, terwijl zijn bazin zat uit te puffen op een bankje. Na het bijkletsen was het goed toeven aan de tafel in de tuin en koesterde de lome middagzon het bleke vel. Met een heerlijke lunch van hapklare warme broodjes met verse feta, ui en alfalfa was het dubbel genieten. Het leven kan zo mooi zijn. We wisselden de techniek van het olieverf uit. Hoe pak je het aan, als je voor het eerst in die richting de schreden zette. Spannend. Het bracht een beetje de flow bij mij terug en hier en daar begon het alweer een beetje te kriebelen. Het was een heerlijk samenzijn en we gingen uit elkaar met de belofte binnenkort samen te schilderen.

Op de tuin was het een paradijs aan paars, roze, geel en wit. De buurvrouw was er ook en lag heerlijk te zonnen, maar door het gerinkel van mijn sleutels en het neervallen van de klink werd ze toch uit haar gedoezel gewekt en groette uitbundig. Ze had een pompoen, die achter het bankje mocht woekeren, omdat we daar geen brandnetels meer wilden en ik besloot uit de andere borders ook de brandnetels vast te elimineren. Want die groeiden als paddestoelen. Alles schoot trouwens uit de grond omhoog.

De akeleien stonden in een dikke bos en vol in bloei en aan de achterkant van de tuin zag ik twee dikke knoppen van de papaver. De lupine had zich onder laten sneeuwen door de dagkoekoeksbloem. Een paradijs van bloem en gezoem.

Uncategorized

Aan het werk

In stralend weer door een dorpje lopen met lieflijke oude gevels in de winkelstraat heeft iets rustgevends. Overal mensen in zomerse kledij, terrasjes weer bevolkt, een eigenaar die de tafeltjes aan het neerzetten was, een doek die de tafel glanzend wrijft, alsof er nooit corona heeft rondgewaard.

Bij de opticiën hartelijk ontvangen door vriendinlief. Een uur lang trok ze voor me uit om uitgebreid te testen. Rustgevende woorden tussendoor, de raad regelmatig te knipperen en een uitslag die verheugend was. Niets staar. Zelfs de sterkte van de bril klopte nog aardig op wat kleine wijzigingen na. Wel dacht ze dat de ogen wat droog waren, dus kreeg ik druppels mee. Twee maal daags en na zes weken kijken of het resultaat had opgeleverd. Wat een andere aanpak was dit. Ze vertelde me dat de grote ketens vooral in een tijdsbestek moeten werken en dat dat de stress oplevert.

Opluchting en buiten lachte de dag beloftevol. Even langs de kringloop, waar ik al heel lang niet meer was geweest. Met een aparte haarclip stond ik na een half uur weer buiten. Tijd voor de tuin, waar de dagkoekoeksbloemen en de boterbloemen wedijverden wie zich het snelst kon verspreiden en het gras welig tierde. Dus toch eerst maaien. Kalmpjes aan met veel tussenpozen. Stoel onder handbereik. Het scheelt altijd weer, als het gras kort is, lijkt de tuin beheersbaarder. Tussen de bloemen zag ik nog een paar verdwenen gewaande planten zoals het gebroken hartje en ik moest tot mijn spijt constateren dat alle salie die ik er vorig jaar had ingezet, verdwenen was. Net als de vijg hadden ze de vorst niet overleefd. Op de actielijst kwam: Vijg en salie kopen. Ik kon geen foto’s maken, omdat de telefoon bijna leeg was en het fototoestel lag nog thuis op de eettafel. Spijtig want het zag er fleurig uit.

De zon zet op dit ogenblik de boom weer aan. Altijd een vreugdevol gezicht. Zoonlief gaat net de deur uit om te sporten. Vandaag staat er een afspraak met vriendinlief op het programma. We hebben elkaar al een eeuwigheid niet gezien. Eerst een stukje wandelen en daarna lekker lunchen en bijpraten. Wat zal er veel te delen zijn.

De jonge kauwen zijn met hun eerste vliegpogingen bezig. Pa en ma houden de boel angstvallig in de gaten. Hun kroost zet zich af tegen de dakgoot en fladderen onwennig een heel klein stukje om daarna weer fluks terug te keren op hun honk. Het gekrakeel erbij is niet van de lucht. Wat leuk om van zo dichtbij mee te maken.

Hè hè, het geld van de geannuleerde vakantie van vorig jaar is binnen. Dat is heel fijn, al had ik liever die ene week met het hele gezin op dat Griekse eiland gezeten. Nu sparen we verder voor een vakantie in eigen land. Een fijn vooruitzicht als het weer mogelijk is. Nog meer opzienbarend nieuws van de week, want er rijden nachttreinen naar Wenen. Het eerste begin om het vliegen wat meer te minimaliseren. Het brengt me terug naar vroeger. Met de Wijze en de NBBS naar Spanje. Heerlijke manier van reizen. Je kan een boek lezen, heen en weer lopen, zuurstof happen uit een bovenlicht, genieten van het wijdse uitzicht, wat eten en praten met medereizigers. Vooral het wandelen is een voordeel en de beenruimte die ruimer bemeten is dan in een vliegtuig. In Wenen ben ik nog nooit geweest. Dat zou dan een volgend lichtpunt kunnen zijn.

Zo het fototoestel is aan het opladen om straks klaar te zijn voor de ontmoeting en de tuin daarna. Toch al die bloemenpracht vastleggen. Dan is er nog een praktische actielijst. Er moet verf komen voor de tuintafel en schuurpapier en Lijm en twee borden voor de Bernagie, die op hun beurt ook geverfd moeten worden en dat kan niet met acryl maar het zal latex moeten zijn. En er moeten twee smalle regentonnen komen. Daar is vandaag alle tijd voor. Aan het werk.

Uncategorized

Onderbouwd is altijd beter

De zin: ‘Pas in de diepte leert men zijn hoogte kennen’ trekt me het verhaal binnen over het verblijf van Godfried Bomans in 1971 op Rottumerplaat. Een week lang op een onbewoond eiland met niets anders dan zee, krijsende meeuwen, klapperend tentzeil en heel veel wind. Een verhaal van Mohammed Benzakour, die er van overtuigd is dat het komt door de duur, een week van zeven dagen, dat Godfried niet bij zichzelf kon komen. Hij was letterlijk ziek van alles, zag de schoonheid niet meer, bleef ‘als een bange hamster’ in zijn tent. Daarna zou Jan wolkers een week op hetzelfde eiland zitten en die had het feest van zijn leven. Helemaal in zijn element struinde hij zeven dagen rond, verzamelde botten, spalkte een poot en genoot.

Mohammed vergelijkt de ene week van Godfried met zijn verblijf in Marokko, dat zich altijd kenmerkt door een week gewenning aan dat wrede zon-zand-en disteloord, eer hij weer los kan als een lammergier. Het oeuvre van Bomans en Wolkers ken ik, maar Mohammed Benzour ken ik slechts van naam. Zijn taal in dit artikel voor het literatuurmuseum is zo mogelijk nog overtuigender dan Godfried die ternauwernood de week overleeft. Op zoek naar zijn boeken kom ik bij een onderbelichte kant van een schrijnend probleem. Zijn moeder, analfabeet en de Nederlandse taal niet machtig, krijgt een herseninfarct. Zonder haar zoon is ze verloren in het woud van de medische wereld.

Ik denk terug aan mijn periode in het ziekenhuis als gastvrouw, waar een mijnheer opgenomen werd, die niet kon praten, of geen Nederlands kende. Er kwam in ieder geval geen woord uit. Wel had hij de liefste glimlach van de wereld en die verwonderde blik in zijn ogen, als je hem wat duidelijk wilde maken. Ik probeerde het met kleine tekeningen op een briefje, maar ook daar kreeg ik alleen die zwijgende glimlach op. Omdat hij wel nog eens rommelen wilde, werd hij in de ochtend met ontbijt en al, in zijn rolstoel en met slab om, voor zijn kamertje gezet, waarin hij bij tijd en wijle van vermoeidheid wegdutte. Het ging me aan mijn hart en ik probeerde zoveel mogelijk even contact te maken. Dat is dan een aai over een hand of arm, een slokje water. Terwijl de witte jassen en schorten in vliegende vaart voorbij liepen, bezag hij de wereld eenzaam en met gelede ogen. Dus geen twijfel mogelijk. Dit boek Yemma wil ik lezen. Een leuke bijkomstigheid is dat het de E.du.Perronprijs heeft gewonnen. Zwarte schuur van Oek de Jong voor de leesclub staat ook al op de nominatie. De boekrecensies zijn verstuurd, dus er is weer lucht en licht.

Gisteren ineens een dag zonder land. Dat kon maar een ding betekenen. Patat. Zelf gebakken, want dat is een traktatie op zich. Door een klein beetje zout uit de Himalaya en de Engelse vegan mayonaise kreeg het een internationaal tintje. Dat is opzich ook een leuk idee. Alle recepten tot nu toe, had ik overal vandaan gegrabbeld. Nu kan ik mijn eigen receptuur bedenken aan de hand van al die vreemde ingrediënten die ik heb leren kennen. Van het een komt het ander. Eerst nog even de eilanden langs. Als het goed is trap ik 1 juni af met Texelse uiensoep met kaaskletskop. Eerst eens kijken waar ik alles zou kunnen bemachtigen. Misschien moet ik wel streekmarkten af. Zo kom je nog eens ergens.

Vandaag is de second opinion voor de ogen. Ben heel benieuwd wat daar nu uitkomt. Hopen op een goed gesternte en een genuanceerder oordeel. Onderbouwd is altijd beter.