Overpeinzingen

En dat proef je

Na het boek over tekenen met je rechterbrein kon het niet anders of er moest een uitstapje gemaakt worden naar de heerlijke snoepwinkel voor kunstenaarsbenodigdheden in de stad. Op het lijstje stond: twee grafietstiften van 2B en 4B, een tekenblok, twee tekenschriften, gummetje, nieuwe kneedgum, met deze buit en trek in al dat andere lekkers stond ik na een half uurtje weer buiten.

Eigenlijk wilde ik onmiddellijk beginnen, maar er stond een andere planning op het program. We zouden met onze goede vrienden van vroeger gaan eten. Dit was de tweede keer van samenzijn. Er was een lief zitje gemaakt in het kleine achtertuintje met olijf en pesto met crackertjes, een karafje water met munt, basilicum en citroen en bier. Er was ook wijn, maar dat bewaarde ik voor bij het eten.

Zoals de vorige keer zaten we direct weer op het level van ‘ons kent ons’ en het was een aangenaam kouten in dit fijne gezelschap. De vrouw des huizes deed een maand lang mee aan een vegan uitdaging, waarbij vooral de kaas en andere zuivel gemist werd. Het was de moeite van het onderzoeken waard. Wat kun je gebruiken als vervanging voor dat heerlijke verse scharreleitje en die boterham met romige gouden kaasplak. Bij mij zou dat inderdaad ook het enige zijn wat ik echt zou missen samen met de boter.

Ik sla de pagina van vegan vervangers op en ontdek een hele nieuwe wereld. Tot nu toe is die onaangeroerd gebleven omdat ik niet zozeer naar vervangers zocht, maar gewoon naar een even hoog eiwitgehalte bijvoorbeeld. Dan blijf je in de wereld der producten die je vertrouwd zijn en laat je eenvoudig de dierlijke producten weg. Mijn kennis hierover stamde nog uit de tijd van de jaren zeventig, toen lief en ik macrobiotisch wilden proberen te zijn, dus veel gierst, banaan, boekweit, noten. Het granenpalet breidde zich uit naarmate je strenger in de leer werd. Toen werd verwacht dat ik de wijn zou laten staan, hing ik mijn macrobiotische jas aan de kapstok. Met yin en yang in het dagelijks bestaan kwamen we verder, maar waarachtig de leer beoefenen is het nooit geworden. Wat gerommel in de marge, meer niet.

Nooit geweten dat het vocht van de kikkererwten zo goed is als vervanger van dierlijk eiwit. Daar ga ik wel mee experimenteren. Veel te leuk. Het wordt Aquafaba genoemd en faba betekent boon in het latijn. Ik ben gek op kikkererwten, dus de smaak zal het probleem niet zijn. Een ander nieuw begrip is het zwarte zout ofwel Kala Namak. Maar bij het doornemen van voors en tegens stuit ik op de mededeling dat je het niet te veel moet gebruiken omdat het giftig zou zijn. Bij nader onderzoek bleek dat een van de verbindingen die het aangaat, de waterstofsulfide, giftig is bij hoge concentratie maar dat er in de Kala Namak een te verwaarlozen hoeveelheid zit. Het is zelfs erg gezond door de mineralen die het bevat.

Er vonden nog meer leuke uitwisselingen plaats. De vlierbloemensiroop was er een van en nog een hobby van onze gastvrouw, het bewerken van eenden-en ganzeneieren, een andere. Dat waren stuk voor stuk prachtige juweeltjes om te zien. Mijn eenvoudige linkerbrein vroeg zich af of je dat dan ook niet meer kon doen als hardcore veganist. Maar ik vermoed dat er dan vervangeieren voor in de plaats komen.

De gulden middenweg is fijn om te bewandelen en het bewust er mee om gaan eveneens. Twee grote winstpunten van de huidige consumptie. Bovendien spreek je je eigen creativiteit aan en is het mogelijk tot onverwacht grote hoogten te stijgen op het culinaire front. Een uitdaging, dat wel, maar ook een hele leuke. Een herbivoor ben ik nog nooit echt geweest. Hoe het zit met groenten en gevoel is de volgende vraag. Wie het weet mag het zeggen. In ieder geval kregen we die heerlijke vlierbloesemsiroop mee. Met liefde voor alle natuur klaargemaakt. En dat proef je.

Overpeinzingen·Inspiratie

Lang leve het gesternte

Hoe vreselijk blij kan je zijn met een gelukkig gesternte, omdat je het per ongeluk hebt ingezet om iets aan te schaffen dat wel eens een doorbraak in je creatieve mogelijkheden zou kunnen betekenen.

Mijn hele leven lang stuit ik op een gevoel van tekort schieten in het in beeld brengen van wat er in mijn hoofd spookt. Niet in taal, dat heb ik langzamerhand wel in een vorm kunnen gieten, maar vooral in het beeldend vermogen. Dat hapert soms in harmonie met wat ik wens en wil.

Gisteren las ik, en vraag me niet waar ik het onder ogen kwam, over het boek van Marianne Snoek, dat met een stappen plan komt om tekenen met het rechterbrein te leren in: ‘Tekenen(met het rechterbrein)kun je leren’. Het bleek precies dat ontbrekende stukje te zijn, waarvan je intuïtief weet dat het er is, maar niet weet wat je er aan moet doen om het te verkrijgen. Alle onderdelen die er in voor komen zijn me ooit al eens verteld of aangeleerd, maar in deze logische stappen wordt het zo zorgvuldig opgebouwd dat een bepaald resultaat vermoedelijk te verwachten is. Normaliter ben ik sceptisch ten aanzien van alle cursussen die met beloften komen dat je het ultieme zou kunnen bereiken, maar dit zag er gedegen uit en bovendien is het geweldig goed onderbouwd met opdrachten, foto’s, illustraties en video’s.

Ja, ik ben enthousiast en wil het graag beleven. Bladzijde voor bladzijde, opdracht voor opdracht. Later dus meer over deze aanwinst.

Bij de fysio stond er de zesminuten-looptest op het programma, dat was waar ook. Dat was ik even vergeten. slechts helemaal aan het eind duikelde de saturatie onder de negentig om weer heel snel braaf terug te springen naar de 97 in rust. Met twee kleine krachtoefeningen en nog een in de bonus voor thuis konden lief en ik voldaan vertrekken naar de tuin.

Die ochtend was ik met een ‘maan’dag uit bed gestapt. Een wrokkig unheimisch gevoel dat ik nooit weet te herleiden en dat één keer per maand haar intrede doet. Ik wijt het aan die grote volle maan van de nachten ervoor. Altijd al een gevoelig maankind geweest. Met mijn energieke oefeningen bij de fysio verdween het weer als sneeuw voor de zon, of moet ik maan zeggen. Dus herleid ik het maar als volgt: Bij dergelijke dagen moet ik stoom afblazen en als een bezige bij uit de voeten kunnen, anders raak ik kennelijk de overtollige energie en emotie niet kwijt, die me in de nacht hadden overmeesterd.

Soit. Op de tuin hadden we andere perikelen aan ons hoofd. De grote zwarte rubberen bak die als vijver diende moest eruit. Dat moest subtiel gebeuren om de planten en de bloemen te sparen die er omheen stonden. Lief ging in de weer met een schop en veel doorzettingsvermogen. Het viel om de dooie dood niet mee om het gevaarte los te wrikken en te vrijwaren. In doodsangst was er een kleine gele kikker ingesprongen, die ik er eerder na vier mislukte pogingen eruit had kunnen vissen om hem in het gewas er omheen te laten springen op zoek naar een veiliger stekkie.

Bij lief gutsten de straaltjes water van het lieve hoofd, zoveel energie moest er aan te pas komen, maar de aanhouder wint en het lukte hem de hele zware bak vrij te krijgen. Geweldig. Onze recycle -actie kon niet doorgaan want in de naad van de bodem stak een flinke steen.

Ondertussen had ik de beloofde oogst van de tuin beter bekeken en wat ik eerst voor een vreemd soort framboos aanzag, bleek een moerbei in aanwas te zijn. Ook framboos, braam, appel en kers deden flink hun best. Het belooft een hoorn des overvloeds te worden in september. Oogst de vruchten van wat u gezaaid hebt of pluk ze gewoon.

In de vroege avond kwam er op internet een vijvertje van polyethyleen langs, die de helft minder was dan de eerdere vijvers en met veel minder bezorgkosten, maar wel met de leuke verspringing van hoogtes. Mazzelen dus op alle fronten. Lang leve het gesternte.

Overpeinzingen

Hoe die er ook uit mag zien

Vijverjacht, nooit gedacht dat me dat nog eens zou overkomen. Niet om het vol te plempen met koikarpers of tropische vissen maar een au naturel poeltje voor de alom aanwezige kikkers die hier in de sloot voorkomen. Om het rustgevende gekwaak in de vroege avond, dat klinkt als een zwoele zomernacht in Frankrijk. Vriendin leert me vooral alleen maar de kikkers en er geen salamanders bij te zetten, want die vreten de jonge kikkervisjes op.

De kamikaze vijver

Lief heeft zijn zinnen gezet op een gelaagd vijvertje. Ik wilde aanvankelijk de grote kamikazebak die er nu ligt, gevuld met water, en waar geen kikker meer levend uitkomt, afzagen tot een behapbare hoogte en het geval dan weer terugplaatsen. Met keien kunnen we er dan hoogteverschil in aanbrengen dat tevens als trappetje kan dienen voor het kleine levende grut. Maar het beeld van zijn vroegere vijvers in het hoofd van Lief leiden een eigen leven. Ooit in zijn eigen verschillende tuinen heeft er een lieflijke vijver gelegen, die als een zoete herinnering in zijn gedachten opdoemt. Dat werd er de oorzaak van dat we gisteren allerhande tuincentra en bouwmarkten afliepen en ten einde raad zelfs een grote kringloop aandeden op zoek naar zo’n bak. De man van de bouwmarkt legde het uit. Zoiets, zelfs de kleinste, was alleen online te bestellen met verzendkosten die net zo hoog waren als de kosten voor de bak zelf. Nu gaan we eerst recycling proberen en zien of we daar dan toch een leuk alternatief vijvertje mee kunnen bouwen. Ik denk het haast.

Via de app komt binnen dat Martin Ihns is overleden. Het is een naam uit een ver verleden toen ik nog fanatiek volksdanste en allerlei workshops volgde van gerenommeerde dansers, onder andere van deze man. Ik herinner me een dansweekend aan de kust in Noord Holland, waar ik met twee mannen uit mijn dansgroep naar toe was getogen om de Macedonische dans uit te diepen. Het bleek hard werken en een dubbele aanslag op je hersenen omdat het concentratie vergde en je de ingewikkelde en snelle choreografie die hij ons voorschotelde, goed moest inprenten en vasthouden.

Na een vermoeiende maar tegelijk inspirerende dag was er altijd weer de natuur om even bij te komen. In de ochtend, die nevelig optrok, de paarden aan de zoom van het kampeerterrein en vogels alom die de vreugde over een nieuwe dag luid te berde brachten en in de avond het strand met een zonsondergang. Onze afgepeigerde lijven loom in het warme zand, een snelle salade als avondmaal en altijd een goed gesprek als afsluiting van een mooie dag.

Martin was een fijne instructeur die veeleisend kon zijn waar het de passen betrof, maar door zijn heldere uitleg was het niet moeilijk te volgen. Hooguit speelde de snelheid bij het uitvoeren parten, maar niet voor ons, in de bloei van het leven met spieren die welwillend alle nieuwe capriolen ondergingen. De voorliefde lag bij de mannendansen, omdat ze groots en stoer waren, maar ook ingewikkeld, een hoge moeilijkheidsgraad. Iets om gretig de tanden in te zetten. Wat heb ik genoten van deze man en zijn inspirerende enthousiasme.

Hij had nog wel wat langer doorgewild stond in het overlijdensbericht. Helaas. Het lijf had het begeven. Geest kan alles overwinnen, maar uiteindelijk vraagt de dood daar niet om. Die gaat recht op het doel af, hangt de stofmantel aan een haakje en bevrijdt de geest van het aardse. Vlieg naar een volgende fase, hoe die er ook uit mag zien.

Overpeinzingen

Een hele dag lang

Nooit plannen van te voren of in ieder geval plannen met de deur wagenwijd open om de ideeën, indien noodzakelijk, drastisch te kunnen wijzigen.

Het weer was niet zo stralend, windvrij, zonnig en zorgeloos als voorspeld, werd het niet. De kool-en-pimpelmezen dartelden tevreden op de onrustige wind die was opgestoken. Om de kauwtjes te minderen had zoonlief de pindakaaspot in de antieke vogelkooi gelegd en daar maakten de kleine rakkers naar volle tevredenheid gebruik van, niet zelden dook er een met het kleine soepele lijfje helemaal in de pot om het lekkers eruit te peuren.

Daardoor bedachten we samen dat het misschien wijsheid was om niet te gaan lezen in de tuin, maar kalmpjes, vlak voor de aanvang van de stadsmusical Trijn herinneringen op te halen in de binnenstad van Utrecht en onze verbleekte voetstappen die daar lagen nieuw leven in te blazen.

We moesten na de busrit beide wennen aan de massa mensen waar we tussen kwamen te lopen. Populatie in alle maten, iets waar lief met de vrij hoge homogeniteit van de bevolking in Hongarije, waar doorgaans weinig kleur te bekennen valt, ten volle van genoot.

We houden alle twee van de verrijking die de grote keur van culturen ons hier biedt en maken er ook dankbaar gebruik van om deelgenoot te zijn van dat kleurrijke geheel. Niets zo heerlijk als mensen observeren in alle soorten en maten te samen met hun gewoonten en gedragingen.

We mijmerden door de straten en vonden met regelmaat de sfeer terug van de dagen van weleer, toen we in onze jeugdige overmoedigheid elke steeg van Utrecht doorkruisten. Er waren nog genoeg oude gevels of etalages, compleet met opschrift, die ons herinnerden aan de goede oude tijd. Er waren stegen bij waar heel de stadsdrukte stil viel en het een waarachtig genieten was van het oude bouwsel, een duif die omhoog schoot, de gevelstenen, de gladde uitgesleten keitjes van het leven door de jaren heen. Het regende oude voetstappen.

Na de drukte van al de enorme terrassen op de Neude trokken we naar de Slachtstraat waar we ons oude filmhuis wisten, een van de twee filmhuizen waar we regelmatig vertoefden. Daar filterde de zon het licht en wierpen de schoorstenen en de trapgevels lange uitgerekte schaduwen op het oude gesteente er tegenover. De deur stond uitnodigend open en er klonk een aangenaam muziekje. Aan de tafel achter de deur was een tafeltje vrij, waarbij lief de hele ruimte kon overzien en ik zicht had op het reilen en zeilen in het nauwe steegje. Met een bittergarnituur en een glaasje koele witte chardonnay storten we ons in de herinneringen. Ook was er, naar aanleiding van het verbazen over de diversiteit in de bevolkingslagen, een uitgebreid bedenken hoe je de traditionele christelijke feestdagen zou moeten vervangen door de belangrijke feestdagen uit andere culturen. Omdat we beide de problematiek van regels in school kenden, bleek het niet eenvoudig om een sluitende formule te verzinnen. Als het niet op je bestuurlijke bordje ligt is het een heerlijk thema om over te stoeien.

Na de uitgebreide borrel liepen we naar het Vredenburg waar in Tivoli de stadsmusical ‘Trijn’ van zus en consorten plaats zou vinden. In de wandelgangen kwamen we de rest van de familie tegen. De oudste broer en mijn lieve schoonzus, de beide zussen maar ook mijn geliefde tweelingnicht(we zijn op dezelfde dag geboren) en haar man en haar zusje met diens echtgenoot. Zomaar een reünie op niveau, want de beide nichten kenden lief ook nog uit het grijze verleden.

We moesten ieder zijns weegs, want we hadden allen verschillende plaatsen. Wat zaten we hoog in het begin. Beneden speelde zich de woelige strijd in geuren en kleuren af en wat fijn was, dat ik uit die talrijke vrouwen onmiddellijk mijn zus herkende, ook al was ze twee keer zo kogelrond als anders. Haar toneelliefde, een groot deel geërfd van vaderskant, stroomde vrijelijk en ik kon de beleving welhaast voelen. Indrukwekkend vond ik het lied van de dochter van Trijn, een waar de Me Too beweging van nu naadloos op aan kon sluiten en het lied van de duizend vrouwen was eveneens indringend en kwam binnen.

Een dag vol van wisselende emoties die we niet licht konden afsluiten. Het moest allemaal bezinken en op de juiste plek vallen. Maar genieten was het wel, een hele dag lang.

Overpeinzingen

Zing de sterren van de hemel

Zoonlief had de hele ochtend gerommeld en bij het afzakken naar een etage lager ontdekte ik dat hij eindelijk het goede bed uit de schuur had gevist, die zijn grote broer daar anderhalf jaar geleden had achtergelaten. Dat werd tijd. Tot dan toe hadden ze op twee spiralen en de matras op de grond geslapen. Er waren consequenties aan verbonden, want nu moest de achterkant van ons prinses-op-de-erwt-bed weer afgebroken, dat bestond uit één la van het zojuist opgebouwde bed. Maar dan moest er een tussenschotje komen tussen de binten achter de verwarmingsketel en het bed. Zijn we ooit uitgepuzzeld. Hoe dan ook, met kinderen heb je nooit last van verveling. Dat woord is in geen woordenboek hier in huis te vinden.

We konden dan ook iets later naar de tuin dan gepland. Maar dat was geen punt. Rond half twaalf waren we er en hadden nog altijd ruim de tijd. Over de heg konden we dochterlief en haar gezin zien en ze beloofden nog even aan te wippen als alle noeste arbeid gedaan was. Voortvarend ging Lief aan de slag met het maaien en het vrij maken van het pad, terwijl ik weer in het achterste bed dook. Het leverkruid moest wijken, had ik besloten. Daar zou dadelijk dan wat ruimte zijn voor wat ander spul, zoals de vlinderstruik.

Gestaag doorgaan met af en toe een werkoverleg. De oude herkende in lief ineens de jongen die ooit, vijftig jaar geleden, aan de caravan had geklopt in Friesland, om bij mij te kunnen zijn. Hij had er nog een foto van, was de mededeling, waarna hij zich weer terug trok in de eigen perikelen.

Lijster en merel lieten zich geregeld zien. Overal waren plukjes mensen aan het tuinen. Met regen groeide het gras ‘Harder dan je hebben kan’ in variatie op een bekend lied van Blof. Er was overal genoeg te doen. Ook waren er meer moestuinen-minnende luitjes bijgekomen. Die hadden het druk met aanplant, schoffelen, opbinden en oogsten. Morgen moeten we gaan genieten van de arbeid van vandaag, was ons credo. De laatste tijd waren we alleen maar druk aan het werk geweest. Maandag is er weer een dag. Wat zondagsrust inbouwen kon geen kwaad, al was het alleen al om gedane arbeid te eren.

Dochterlief kwam langs met het gezin. Schoonzoon ging weer, die had een feest met zijn familie en de kleine filosoof en het zonnestraaltje wilden met mama gaan zwemmen in de poel achter het tuinencomplex. De vleugeltjes moesten al aan op de fiets als verkneukelende voorpret. Daar gingen ze op het ‘slagschip’ over het hobbeldebobbelpad. Tot ziens.

Om drie uur braken we op. Het snoeisel verdween in twee grote blauwe zakken om weer naar de stort gebracht te worden en lief zette ik af bij het winkelcentrum om boodschappen te doen terwijl ik spoorslags naar Utrecht afreisde om de Franse schoonzoon bij te staan met de oppasactie. Vijf kinderen van 0 tot 12 zijn geen sinecure als je alleen bent, vooral niet met twee roerige knulletjes van drie. Ik had beloofd tot de jongste telgen op bed lagen te blijven nu de moeder des huizes samen met zoonlief en zijn vrouw de bruiloft van Anouk aan het vieren waren. De dames waren in een prachtig gala gekleed.

De benjamin was allerliefst aan het tijgeren tussen het gekrakeel van de anderen door. Het lukte hem een keer om zich op te trekken aan de bank en daarna wilde hij het steeds opnieuw proberen. Met de krullebol speelde ik nog even zoet met de garage en de autootjes voor het slapen gaan. De auto’s moesten ook slapen, daarna was er ruimte voor eigen dromenland. Thuis viel de vermoeidheid over me heen als een verstikkende deken en terwijl de anderen het bloedheet hadden, bibberde ik onder een plaid de avond door. Vandaag is er stilte voor de storm om vanavond de grote stadsopera van zuslief te kunnen volgen zonder te vermoeid te zijn en daardoor in slaap te vallen. Zet hem op zus. Zing de sterren van de hemel.

Overpeinzingen

De hele dag lang

Groot misbaar in de dakgoot. Veel gebonk, gekrijs, geflemel. Meerdere jonkies schatten we in. Kra en kras absoluut. De zon nodigt uit tot veel lawaai. We lezen nog wat. Lief zit nog steeds met zijn hoofd in de middeleeuwen bij Willem de Zwijger, Prins Zonderland en Margaretha van Parma. Hij leest het veel meer als een spannende geschiedkundige avonturenroman. Hij vertrouwt erop dat het waarheidsgetrouw is opgeschreven. De Zwijger komt er hier en daar bekaaid van af. Hij sjoemelt, sjachert en speelt dubbelspel alsof het niets is. Niet voor niets wordt het een Macchiavellist genoemd. Deze oprechte weergave is te bewonderen in de biografie van René van Stipriaan.

Ikzelf lees wat artikelen in de Groene van deze week. Een wonderlijke relaas van de handel en wandel van Curzio Malaparte, diplomaat, schrijver en journalist, waarbij ik van de ene verwondering in de andere val. Hoe kan een geest zo opgedeeld zijn in dergelijke van elkaar afwijkende ideeën. Alleen al de betekenis van zijn pseudoniem dat ‘Aan de slechte kant’ betekent.

Als tegenhang voor de zwaarte de luchtige artikelen in het magazine ‘Zin‘. Levenslust is het thema. We kijken naar een opname van Brigitte Kaandorp, dat aangeraden wordt als oppepper bij sommige dagen waarop alles tegenzit. Ze zingt uit volle overtuiging met ironisch genoegen het lied ‘Zwaar Leven’ en het werkt aanstekelijk. Natuurlijk schieten we in de lach als ze de draak steekt met het zware leven dat ze lijdt. Alleen al de uitdrukking op haar gezicht en het aangedikte stemmetje eronder.

In oppeppen zijn we tegenwoordig ervaringsdeskundigen geworden. We genieten zo van de liefde en het leven dat op ons pad is gekomen dat het geen enkele moeite kost, om vooral de kleine schoonheid te blijven zien en omarmen. Het heeft vanzelfsprekend invloed op de verhalen die ik lees en wordt er door gekleurd, buigt het om naar mijn eigen beleving.

De ‘Zin’ boort nieuwe inspiratiebronnen aan zoals de komst van de film over Roald Dahl: ‘To Olivia’ vanaf 16 juni in de bioscoop. Het staat genoteerd. Ongemerkt slibt de agenda vol. Maar met heel veel leuke gebeurtenissen. Wat etentjes en bezoekjes, een Utrechtse Musical waar zuslief in zingt en een laatste voorstelling als publieksbegeleider. Tussendoor zijn er de boeken, tijdschriften en de tuin. Vandaag belooft het zonnig te blijven, dus gaan we straks, brood en koffie mee, naar de tuin om de laatste takken te snoeien, te maaien, de vijver leeg te scheppen en nog steeds te ontgrassen hier en daar.

Gisteren appte dochterlief met de mededeling dat ze naar de Botanische tuin zou gaan. Er lag een onuitgesproken verlangen achter, waar mijn moederhart direct op appelleerde. ‘Ga maar’, zei lief met zijn hoofd nog in de middeleeuwen ‘En geniet’.

Al direct aan de ingang kwam een vertrouwde gestalte me tegemoet. Het was mijn lieve vriendin. Ooit waren we duocollega’s en altijd veel meer dan dat. Hoe was het mogelijk. Ze dronk er koffie met man en dochter en had mijn dochter al gespot bij de vlindertuin. Knuffelen en nog eens knuffelen. Het was alweer zo lang geleden. Hoe vertrouwd voelde dat. Wat hou ik toch van mensen in het algemeen en van haar in het bijzonder. We beloofden elkaar niets, want hoe gaat dat met ‘We zien elkaar gauw’. We zien wel.

Dochterlief kwam over het witte pad gelopen dat ik precies naar de andere kant was gaan volgen. Omkeren en hen tegemoet lopen, waarbij het terras uitnodigend bedelde om even bij te kletsen. Kleindochter, die vanaf nu het Zonnestraaltje heet, omdat ze zo heerlijk genieten kan van de wereld om haar heen en die overal een feest van maakt, hinkstapte daarna voor ons uit naar de Vlindertuin en bootste, hangend aan onze armen, de stappen van de Markies van Carabas met zijn zevenmijlslaarzen na.

Overweldigende schoonheid in de Vlindertuin met zijn prachtige wonderen der natuur betoverden tussen het opgewekte gebabbel door, spannend werd het in de tropische vogelkas, met het nagebootste oerwoud en de prachtige bloemen. Geen vogel gezien, alleen gehoord.

Twee uur kwaliteitstijd met dochter en de kleine Zonnestraal. Afscheid bij de fiets. Tot gauw. Kusjes en een brede lach. De zon bleef door het wolkendek heen prikken daarna, de hele dag lang.

Overpeinzingen

Zoals het een moederkloek betaamt

Regendruppels op het dakraam. Na een eenvoudig beraad besluiten we de dagen om te draaien. Morgen verder in de tuin en vandaag rommelen in huis. Lezen, schrijven, kasten uitruimen of onder het bed duiken en daar heel het overtollige verleden op de gevoelige plaat zetten en daarna rigoureus wegdoen. Met leed hier en daar, want er zijn van die mooie herinneringen bij, maar je kan eenvoudigweg niet altijd alles bewaren. Het is een slim plan. Vandaag dus dat en de kringloop om alles af te voeren en de gemeentewerf, poel der overtolligheid, en daarna verdere stappen bedenken om de werkkamer in orde te krijgen.

Vanmorgen las ik in het filosofiemagazine op FB een populair stuk over Epictetus, de stoicijnse filosoof uit de eerste eeuw na Christus. Het leverde een boeiend gesprek op. We filosofeerden samen door over hoe wij dit zelf wilden interpreteren en doken erin om een en ander te doorgronden. Onverstoorbaar zijn was een van de gegevens bij het aanvaarden van de problemen op je pad. Of dat mogelijk was, was toch wel zeer afhankelijk van de de geaardheid van de persoon in de omstandigheden, leek ons. Hoe valt emotie uit te wissen als iets je regelrecht raakt, zoals rouw of euforie. Is onverstoorbaarheid niet gelijk aan flegmatiek. Beschouwt men dat dan niet als desinteresse. Waartoe leidt deze houding in allerlei situaties. Zo dringen de vragen zich op. Heerlijk om samen over te peinzen. Zo’n heerlijk begin van dat wat een rustig dagje wordt.

Gisteren is er hard gewerkt op de tuin. De regenton staat er nu aangesloten en wel. Het kan nog wat verbeterd worden maar vooralsnog vangt het de eerste regen als alles gaat zoals we hopen. We zijn benieuwd. Lief heeft gepuzzeld en gegoocheld met de stukken pijp die er al waren. Er moest een stuk van de vlier afgezaagd, wat geen ramp was, want er zijn er drie en ze verbreiden zich snel. Ondertussen besloot ik de grassen en de brandnetels in het achterste bed aan te pakken. Binnen de kortste keren was de kruiwagen vol. De maagdenpalm groeit als een tierelier, evenals de grote pollen phloxen, de hemelsleutel en de geranium, maar al het andere spul dat er vorig jaar is ingegaan is weer verdwenen. Ik vrees dat op een gegeven moment een combinatie van vaste planten en struiken het tij moet keren. Vooralsnog blijft het puinruimen. Onder de ongewenste begroeiing komt het tranend hart dapper omhoog evenals de witte roos en de Acer, die eindelijk daadwerkelijk begint aan te slaan.

De vogels kwinkeleren dat het een lieve lust is. Als we even uitpuffen en onder het genot van het meegebrachte water de vorderingen bespreken komt er een lijster langs met een wijd opengesperde snavel waar een onrijpe kers in prijkt. Aha, daarom zitten er zoveel vogels. Met drie kersenbomen in mijn tuin en die van de buuf is er lekkers voor iedereen.

Als ik de grote grasmaaier hoor ronken besef ik ineens dat ik niet meer heb gekeken naar de doorgankelijkheid van het pad langs de tuin. Ook hier is werk aan de winkel. Gezwind snoei ik de eerste overhangers, omdat ik toch al bezig was met het snoeien van de haag tussen onze tuin en die van de oude, om lucht te geven aan de planten eronder.

Binnen de kortste keren lagen er bergen takken op het gras. Waar laten we die nou weer. In zakken en meenemen, stelde ik voor. Lief vond dat zonde, maar ik verzekerde hem dat we het bij het tuinafval op de gemeentewerf zouden gooien, waar het weer gecomposteerd werd. Zo had alles een functie. Dan was het goed.

Moe maar voldaan verlieten we later dan anders het, inmiddels, verlaten complex. Meerkoet zat nog steeds te broeden op haar eieren. Die moeten nu op het punt staan om open te barsten. Onverstoorbaar, stoicijns dus, zoals het een moederkloek betaamt.

Literatuur.·Overpeinzingen

En de eindigheid ervan

De gierzwaluwen vliegen niet al te hoog. De hoop was er op een vrijwel droge dag, maar ik geloof dat ze de twee lichte buitjes, die nog voorspeld zijn, bevestigen.Vandaag stap twee voor de regenton, de aansluiting. Er moet wat gereedschap mee en dan kunnen we los. Fijn als ie uiteindelijk helemaal echt staat.

Het was gisteren een soort van kabbelende dag met een bezoek aan Hoek, aan broer en schoonzus van lief, een fijne lunch en een goed gesprek over de toekomstige plannen. De regen kwam inmiddels met bakken uit de hemel zeilen. Jammer, want anders hadden we echt het strand nog aangedaan. We waren er zo dichtbij, per slot van rekening.

De boeken met inspiratieverhalen heb ik naar boven gehaald en ze liggen nu om mij heen of staan op de plank achter het bed, tegen het doek van de schrijvershand die de pen vasthoudt. Onder andere ‘ De kunst van het woord’ Vincents mooiste brieven, de meeste aan zijn broer Theo, altijd bedelend om geld of penselen en verf en met een uitgebreid verslag van zijn belevenissen, maar ook met de gedachten, die zijn gemoed bezig houden. ‘Verdriet is een ding met veren’ van Max Porter is een andere. Elke passage is raak, soms vervreemdend, kraai speelt zijn eigen rol, die van rouwverwerker en vliegt pas op als de vader met de twee zonen samen alleen verder kunnen gaan. Kraai in zijn rol als de spiegel van verdriet. Hij drijft er de spot mee en roept zijn rouwenden wakker. Een intense beleving is dit hele bescheiden boekje. Hoe dicht kan je onder de huid kruipen.

Het mooie boek van Toon Tellegen: ‘Tot de winter er op volgt’ vind ik er tussen. Een verwerken van de ouderdom op een wisselende wijze. Soms zet hij zich er tegen af zoals in het gedicht Het gelijk aan mijn zijde, waarin hij een engel verslaat en het gelijk niet van zijn zijde wijkt en dan weer leunt hij er weemoedig tegenaan en omarmt in zekere zin dat duistere moment: ‘ Ik ben moe, nacht/je friemelt al aan mijn knopen, ik voel het wel,/je maakt mijn veters al los…, nacht, geef me nog wat tijd.’ Of dan weer een moedig aangaan van wat onvermijdelijk is, zoals in het gedicht ‘Het verleden slaat op de vlucht’, waarin hij schrijft: ‘Ik zou niets meer wegen,/nooit meer die loodzware voeten, die rug die bezwijkt, die plotselinge steen in mij/ en nooit meer schrijven, doorkrassen, verfrommelen, verdoezelen.’

Helemaal onderaan ligt het kleine boek van Kees van Kooten over het sterfproces van zijn moeder Annie. Een aangrijpend en waar gegeven vond ik op bladzijde 55. Iets wat heel vaak meespeelt. ‘Annie wil niet verder leven, maar wij kunnen haar nog niet laten gaan. Zelfzuchtig rekken wij haar laatste ademhalen, dat steeds benauwder wordt, met kortere tussentijden. Schurend en raspend, niet om uit te houden, niet om aan te horen.’

Ook de genezing van de krekel van Toon Van Tellegen ligt er tussen de lievelingen. Een tweespraak tussen de krekel en de schildpad gaat daarin op deze manier: ‘Ik ben somber,’ zei de krekel ‘O,’ zei de schildpad. ‘Ja,’ zei de krekel ‘Onverwacht. Het is een gevoel in mijn hoofd. Een groot en onwrikbaar gevoel.’ In de rest van het verhaal proberen zijn vrienden op allerlei manieren de somberheid op te heffen. Aan het eind van het boek gebeurt het: Er was iets vreemds. Iets heel vreemds. Maar wat? Hij keek om zich heen. Hij zag de vloer, het plafond, de deur, de kast, de tafel, de stoelen en het raam. alles was zoals het altijd was. Zijn gordijnen wapperden zachtjes in de ochtendwind. Toen wist hij het. Het sombere gevoel in zijn hoofd was weg. Zijn hoofd was leeg. Gedachten kwamen schuchter te voorschijn uit kieren en gaten, en schoten onwennig door de lege ruimte heen. Het is weg! Dacht de krekel.

Een gegeven dat me altijd bezig heeft gehouden. Afscheid en de kwetsbaarheid van een mensenleven. Door berichten over mensen die ineens vertrokken zijn. Die zelf een keuze hebben gemaakt of die dat aan anderen overlieten. Die geen vinger in de pap kregen, maar op stel en sprong in opdracht het aardse verlieten. De willekeur daarin, het ongewisse en natuurlijk de gedachte aan wat ons te wachten staat. Heel het leven in haar volle glorie en de eindigheid ervan.

Overpeinzingen

De moeite van het bekijken waard

Kwaliteitstijd met dochterlief en de kleine Dribbel, die inmiddels alweer een heel stuk groter is. De locatie is Rhijnauwen en het bos ligt er als een oase van groen bij, een verstild monument op de vroege ochtend. Ik rij door naar waar ik vermoed dat ze de auto hebben geparkeerd en zie ze al staan aan de ingang.

Dribbel doet zijn naam eer aan en dribbelt voor of achter ons uit. Op de toegangsweg moet hij nog even in de buurt blijven, maar in het bos zelf mag hij los en vindt onmiddellijk een tak, die hij als een soort wichelroede gebruikt en later als een bezweringstak voor de grote zwerfkeien langs het pad. Bij ieder kei houdt hij ernstig de tak een gezegend moment tegen het harde steen en rent dan weer naar de volgende om de handeling te herhalen. Hij kiest daarvoor alleen de groene, bemoste, stenen uit. De anderen kleuren blauw op, op zo’n manier dat het nauwelijks op foto is vast te leggen, maar een kleur die je dolgraag in een potje zou willen vangen.

Na een blokje was hij moe gedribbeld en togen we naar het kleine speeltuintje waar, helaas pindakaas, alleen de glijbaan en de wip nog begaanbaar waren. Er stonden plasjes in de wipkip en op het schommelbed. Geen glijbaan had geheimen voor de kleine durfal. Met het grootste gemak beklom hij de trappen en roetsjte van de glijbaan af. Dochter en ik bespraken alle lopende zaken en wisselden ideeën uit over de op hand zijnde verjaardagen en de komende vakanties.

Over een ding waren we het eens. In deze maanden vloog de tijd harder dan ooit voorbij en waren de dagen gatenloos gevuld met allerhande ontwikkelingen, ondertussen bijna moetdingen, omdat school dat eiste, of het werk, of de clubs van de kinderen. Afspraken vielen er nauwelijks meer te maken of het moest puur en spontaan zijn, zoals deze ontmoeting, die met één belletje afgelopen zondag tot stand kwam.

In het aangrenzende pannenkoekenrestaurant besloten we te gaan theeën en Dribbel mocht, aan de hand van de plaatjes, zelf uitkiezen wat hij als extraatje bij de biologische appelsap wilde. Het werd een enorme muffin met bosbessen in haar binnenste, die met een brede glimlach en met smaak verorberd werd. Het grint op de grond werd het terrein van vermaak en af en toe nog even de glijbaan, waar hij zo naar toe kon lopen, maar pas nadat alles op was. Wat heerlijk om zo even samen te zijn en te kunnen delen.

Om de tijd te overbruggen naar de afspraak met de fysio bezocht ik drie kringlopen. Bij de eerste in het stadje aan de andere kant van de Lek hadden we afgelopen keer een voetenbankje gezien, die dienst kon doen als opstap bij de boekenkast. Dat was heel wat beter dan de sanitaire verhoging die ik nu gebruikte. Het was opnieuw overtrokken met gerecyclede stof door het handwerkteam en zag er vrolijk en een beetje hippy-wise uit. Verder was ik wel een beetje klaar met kringlopen merkte ik. Door het ontspullen thuis leek alles overbodig. Eerst het huis leger maken en dan zien we wel weer.

Bij de fysio was het heerlijk bikkelen. Door de variatie in de oefeningen dacht ik geen moment aan de tijd en was het half uur voorbij eer ik er erg in had. Bovendien was het contact jolig van aard maar ook met een hele serieuze ondertoon en kreeg ik steevast goede oefeningen mee voor thuis. Als ik de keuze had gehad dan nam ik deze stagiair als vaste therapeut.

Alleen Pluis was thuis. Voor de maaltijd koos ik pasta in een bechamelsaus uit de oven en daarna was ik compleet gesloopt. De beide mannen, lief en zoonlief, aten met smaak en verve alles schoon op en ik dook in het boek van Pieter Waterdrinker tot aan het programma van Roosen&Borst, dat twee mensen met beginnende en gevorderde Alzheimer te berde bracht en de reactie van de omgeving liet zien. Het wierp vragen op die ik eerst moet overdenken. In alle opzichten is het de moeite van het bekijken waard.