Overpeinzingen

Er de bezem doorhalen

Een van de kauwtjes uit de dakgoot is danig in de war. Ondanks de lichte rijp op de daken haast ze zich met tak vanaf het nest naar de boom en laat het daar vallen, terwijl ze parmantig heen en weer wandelt over het rondhout. Ze heeft het op haar heupen en is bezig met de grote schoonmaak. Omdat het me aan vroeger herinnert en de eerste grote schoonmaak in de lente, waarbij alle buurvrouwen in wolken stof wiegden op het ritme van de mattenkloppers in de achtertuinen, vermoed ik het vrouwtje. Er werd toen geschrobd, geklopt, geschuurd en geschuierd dat het een lieve lust was, vuurrode armen uit de opgestroopte mouwen. Winter eruit verbannen, nieuw en schoon leven erin geblazen. Dwars door mijn reis door de herinnering heen vierde verbazing hoogtij. Ze zal toch niet nu al aan het nest beginnen. Er moest minstens nog een winter of iets wat er op lijkt, komen. Ik wacht de acties met spanning af. Er gebeurt heel wat in het leven buitengaats.

Vriendlief heeft zijn omstandigheden beschreven. We moesten maar eens samen aan het werk om een en ander in goede banen te leiden. Mijn indruk over het geheel is er gesterkt uitgekomen. De allereerste stap zal een bezoekje zijn.

Gisteren was er sprake van twee afspraken achter elkaar. Mijn boek ‘De zwarte schuur’ van Oek de Jong voor de jarige schoonzoon moest naar de plaats van bestemming gebracht worden op een tijdstip dat het rustig was. Natuurlijk zat er al een nichtje met twee kinderen in dezelfde leeftijd als de filosoof en zijn zus. Verstoppertje door het hele huis, geroffel op de trap, balletjes trappen, een beetje de jongsten plagen, met poppetjes spelen, zoete broodjes bakken met chips en limonade…Het was er allemaal. Er tussendoor, af en toe nauwelijks verstaanbaar, de pedagogische problemen, corona-perikelen, familiebanden in een notendop. Om vijf uur een deurtje verder voor de boodschappen en een bosje bloemen voor de volgende visite.

Vriendin en manlief met hun nieuwste aanwinst, een prachtige zwarte trouwogige lieverd. Eindelijk zou ik hem in levende lijve zien. Er waren al vele foto’s langs geroetsjt op social media, maar in levende lijve aanschouwen was toch leuker. Ze waren druk bezig in de keuken, zag ik, toen ik de feestelijk verlichte entree inliep. De beslagen ramen getuigden van een nijvere voorbereiding.

Dat vertrouwde sfeertje van jarenlang met elkaar de tijd gedeeld te hebben, zette zich moeiteloos voort, de rest van de avond. Natuurlijk kwam school langs en het prachtige systeem waarin de Jenaplan en wij de lesstof hadden gegoten. Hoe het diende tot opvang voor alle kinderen, die door anderen als ‘moeizaam‘ werden aangemerkt. De bakermat van het aloude principe ‘laat alle kinderen tot mij komen’ in een sociale context en letterlijk uitgevoerd. We haalden juweeltjes uit deze schatjes met ieder hun eigen kwaliteiten, die nu ruim boven konden zwemmen. Dieper duiken deden we ook, Erasmus kwam langs, bijzondere vriendschappen, pensioenperikelen, geloof, de liefde voor het dier en dat alles onder het genot van een heerlijke, op Oosterse leest geschoeide, maaltijd. Het huis straalde gastvrijheid en warmte uit conform de lieve vrienden.

Het rijke leven, zo’n onthaal en met de belofte van zeker snel weer, niet meer zo’n lange pauze als ervoor, nam ik met een ‘Namaste’ afscheid. Thuis knipoogde de kerstboom met haar lampjes me olijk toe. Morgen ben jij aan de beurt, beloofde ik. De drie koningen zijn inmiddels gearriveerd. Ik denk dat ik de kauw maar eens achterna ga. Opruimen en er de bezem doorhalen.

Overpeinzingen

Kan iets gelukzaliger zijn dan dat

Het eerste boek is binnen. Verleidelijk, dus toch alvast drie hoofdstukken gelezen. Dat is geen titanenklus, want het zijn mooie afgemeten lengtes. En spannend is het al snel. Het verschil van een goed boek met een moeizaam exemplaar is dat het ene je onmiddellijk op haar trein laat stappen en de ander maar blijft talmen op het perron met gesloten deuren. Ik doe mijn best Gül uitgelezen te krijgen voor aanstaande donderdag, dan komt de leesclub bij elkaar, maar het is een bezoeking. Ik ben benieuwd wat de anderen ervan vinden.

Het kleurde opnieuw prachtig boven de daken. Een zacht rozerood luidt een zonnige dag in. Met een etentje in het verschiet vanavond extra feestelijk.

Gisteren zag ik de film Philomena op NPOPlus. Ze is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Een Ierse dame gaat op zoek naar haar zoon, die tegen haar wil in, door de nonnen is verkocht aan rijke Amerikanen. Een schrijnend relaas. Nog heftiger vond ik het verhaal dat tussen de regels door verscheen en minstens nog wel goed zou zijn voor een film of een boek of twee. Die van de begraven, jonge, soms heel jonge moeders, die de bevalling niet hadden overleefd. De zusters hanteerden de grote doofpot met verve en gingen zelfs zover de archieven te verbranden. Het had weinig tot niets met barmhartigheid te maken, al stond dat groot op de poort vermeld.

In het nieuwe nummer van Zin-magazine schrijft Stef Bosch over hartstocht: ‘Wat een mooi woord. Een synoniem voor ‘passie’ maar het komt dichter bij de kern van waar het over gaat. Een hart op de tocht’. Bij nader onderzoek is het niet de deur die openstaat tegenover de ramen en de lucht die het daarmee naar binnen sluist, maar is het ‘tocht’ in de betekenis van trek ofwel begeerte. Volgens Stef: ‘Hartstocht is een rivier die zijn eigen weg gaat‘ en zich dus niets aantrekt van eventuele gedachten. Mooi beeld levert dat op. Zo’n eigenzinnig hart dat, overspoeld door verlangen, rücksichtlos door roeien en ruiten gaat om daaraan tegemoet te komen.

Ik kan uit volle overtuiging zeggen dat ik hartstochtelijk veel van bepaalde dingen hou. Taal bijvoorbeeld, schoonheid in de breedste zin van het woord. Mooier dan passie en hartstocht dekt bevlogenheid de lading. Het stijgt boven de lust uit en is de drijfveer, de motor achter het handelen. Het geeft het leven kleur en maakt het daardoor waard om geleefd te worden. Hoofd, hart en handen zijn ermee gemoeid. Een hart op de tocht doet me aan ‘hunkeren’ denken en het eeuwige, vaak ook, onvervulbare verlangen dat overgaat in weemoed en stil verdriet.

Zo werkt dat met de beelden in het eigen hoofd. een volstrekt ander verhaal. Niet meer of minder waar, gevoed door eigen ervaring en waarneming. Dat hele persoonlijke, dat er voor zorgt dat er meerdere wegen naar Rome leiden. Bijzonder, dat denkhoofd van ons.

Het begin van de sjaal is er. Het stemt tot nadenken of soms tot helemaal niets. Dan brei ik me rechtstreeks een wolkenloze hemel in, zonder wat dan ook. Stilte, getik van pennen en verzonken in het ‘recht en averecht’ van het moment. En dat met alle rond cirkelende gedachten als die van mij en met al mijn passie, mijn hartstocht en bevlogenheid. Even op de pauzeknop gedrukt. Kan iets gelukzaliger zijn dan dat.

Overpeinzingen

Nog altijd

Eergisteren werd er een klein pakje bezorgd om half acht ‘s avonds. Respect voor deze harde werkers die van hot naar haar lopen om onze noden te lenigen. Hij werd met gejuich begroet, want ik wachtte al een aantal dagen op deze bestelling en zoals verwacht zat het feestelijk in mooi bedrukt vloeipapier verpakt met een kaartje en een beschrijving erbij. Vijf prachtige kleuren wol van een mooie kwaliteit voor mijn troostsjaal in donkere dagen.

In 2017 toen ik moest herstellen van mijn infarct heb in in de drie maanden daarna een meterslange sjaal gebreid in okergeel. Breien werkt helend. De handen doen voort terwijl de geest wegdwaalt in de meest uiteenlopende hersenspinsels, al net zo rustig en bedaard als het ritme van de breinaalden je vertellen. Zo kabbel je verder, terwijl er onder je handen een stilistisch eenvoudig maar toch kunstig weefsel verschijnt, en niet in de laatste plaats om die prachtige natuurlijke tinten.

Hoera, al drie toezeggingen voor de kinderboeken zijn binnen. Het is een prachtig thema en ik probeer om voor alle leeftijden te vinden wat de noodzaak van verwondering benadrukt. Kinderen verwonderen zich van nature, het is de volwassene die er ruimte aan moet leren geven. Stap af van je bagage en je denkhoofd en glij in de bijzondere wereld van het kind. De gekozen boeken helpen daarbij. Als ze zijn wat ze mij beloven in advertenties en aanbevelingen. We gaan het ervaren.

Gisteren had ik maar liefst drie mensen achter me staan bij de fysio. Ik was vast gaan inlopen op de band. Mijn eigen fysio had er twee stagiaires bij, die hij ondertussen bestookte met vragen waar ze hun hoofd op mochten breken. Ik moet altijd op mijn tong bijten om het antwoord er niet gewoon uit te flappen, maar ik hield me keurig in. De vierdejaars mocht met me aan de slag en het was een prettige ontmoeting, al moest ik een aantal oefeningen doen, die niet vanzelf gingen. Kramp, disbalans, maar verbeten blijven proberen natuurlijk. Het heerlijke van een serieuze stagiair is de toewijding waarmee hij aan het werk gaat. Respectvol, voorzichtig en geduldig. Alle routine is er nog niet ingeslopen. Het half uur vloog om.

Zoonlief is aan het vogelen geslagen. Hij trekt er met vriendin en pittige camera op uit, om urenlang tussen het riet te liggen terwijl hij wacht op het juiste moment. Zijn geduld wordt nu nog beloond met de kleintjes, roodborstje, puttertje, staartmees, vink en dan is er ineens een valk die de ganzen beneden hem de stuipen op het lijf jaagt en een buizerd die zich laat bewonderen in een wijd gespreide vleugelpracht. Wat een mooie dromen vangt zijn jonge ambitie. Geen rap of rock uit zijn EarPods, maar vogelgeluiden, de een na de andere. Vriendin kent dezelfde interesse om beelden te vangen, maar dan de paddestoel, een blad dat het laatste zonlicht vangt, de grillige bast van een boom. Wat een heerlijke hobby en zoveel om te ontdekken. Op de manier waarop hij altijd weer een uitdaging aangaat en zorgt dat het een kracht wordt en kwaliteit levert, ben ik trots. Nog mooier is om te ervaren hoe jeugd begon, gretig met een drang naar meer. Zo herkenbaar en nog steeds achter een van de deuren in mijn hoofd te vinden. Jeugdig elan. De deur die open zwaait, als de tijd er om vraagt. Nog altijd.

Op avontuur

Dag mooie plek

Een verlate Nieuwjaarsdag met zoonlief. Op de eerste was er sprake van griepachtige verschijnselen, dus dorsten ze het niet aan. Ergens halverwege onze woonsteden zochten we het avontuur in de Lange Duinen, onderdeel van de Soesterduinen. Natuurlijk had grote broer zijn vrolijke rode bal mee en al direct op de parkeerplaats stond hij oog in oog met een ponypaard, waarover hij honderd vragen afvuurde op zijn vader. De berijdster vroeg vriendelijk of hij er op durfde zitten. We bespeurden een lichte aarzeling, maar de nieuwsgierigheid won. Even later zat hij trots voorop te glunderen met een handje nog in de grote vertrouwde knuist van zijn paps. Wie niet waagt, die niet wint.

Even later trokken de sparappels op het pad de aandacht, maar toen we hem wilde tonen hoe ze aan de boom groeiden, waar nog een late eenzame vrucht hing, had hij al weer oog voor de bal. Veel honden op het pad, die hem geen angst inboezemden. Eenmaal buiten het bos kreeg de wind een venijnig randje, dit tot ongenoegen van de Benjamin, die naar adem hapte met de volle laag in zijn snoetje in zijn moeders draagzak.

De grote zandbak toonde clusters, kleine groepen mensen met heel veel honden. We zochten de stilte. Tussen twee bomen in, met een grote reikwijdte, waren twee elastieken gespannen, waarop twee mensen balanceerden. Bijna als op de trampoline voerden ze hun capriolen uit.

Om de drassigheid te ontlopen moest er goed gekeken worden waar je de voeten neerzette, en ook, minder prettig, door de talloze hondenpoep, wat een minpuntje veroorzaakte. Schoondochter kon niet over de berg kind en sjaals over haar buik heen kijken, dus was ik haar geleide en had haar gelukkig vast toen een grote hond uit het niets tegen haar op sprong en met zijn lange riem onze voeten omstrengelde, maar zo hard trok, dat het nog gevaarlijk werd ook. Ik zette een van mijn grote kloffen op de riem en voorkwam dat we onderuit geschoffeld werden. Toen wij ons uit de touwen hadden los geworsteld, dartelde hij vrolijk door naar grote broer en, waar ik bang voor was, geschiedde. Met een sprong lag de kleine pork in het zand, dodelijk geschrokken en in tranen. Er liep nog een grotere hond achter bij twee mensen, die aan het grijnzen waren. ‘Die van ons doet niets hoor’, riepen ze. Volkomen onbegrijpelijk voor ons, tot achter hen vandaan een vrouw kwam aanrennen en zich in allerlei toonaarden verontschuldigde. Het was die van haar, jonge hond, speels, moest nog veel leren, lange riem, losgetrokken, het hele riedeltje. Wilde grote broer hem eens aaien. En ondanks de schrik, wilde onze dierenvriend dat wel. Eind goed, al goed.

Dader op de plaats delict

Zo viel er nog veel te ontdekken en beleven in die grote zandbak. In de luwte van het bos liepen we terug, maar het kleine willetje had in zijn hoofd gezet om nog even bij de balanceerders het kunstje af te kijken. Zwieperdezwiep, zo zwaaide het smalle koord. Als ze er na een te grote waaghalzerij van af vielen, hoorde je een doffe klap in het zand. Niet helemaal zonder gevaar dus, die grote mensenwereld. Gelukkig was er weer de bal en helaas ook hier had hond het pad gemarkeerd. Dan maar op de nek van zoonlief. Hoog en droog. Benjamin was al lang in slaap gevallen.

Wat een fijn avontuur. Moe maar voldaan in de autostoel stuurde hij kushandjes naar oma in de blauwe auto. Dag lieverd tot gauw. Dag mooie plek.

levenskunst/wandeling/natuur

De vervulling van het verlangen

Buiten wordt er ijverig geklotterd op ijzer. Dat geluid hebben we voor minstens twee weken niet gehoord. Iedereen op kerstreces. Je mist iets pas als je een geluid hoort ná afwezigheid. In die dagen hoor je stilte en het verbaast je niet omdat alles stilgevallen is. Een schrijfvriend haalt in een overpeinzing aan, dat hij liever verkiest te schrijven over wat er niet is. Hij laat zijn poëtische woorden vergezellen door de woorden van de Mier van Toon Tellegen tegen de Eekhoorn, wijze woorden. ‘Wat wij horen,’ zei de mier tegen de eekhoorn ‘is bijna niets. Er is zo veel meer dat wij niet horen…’ De eekhoorn zweeg. Hij had nooit nagedacht over wat hij niet hoorde.

Er kan puur verlangen zijn naar wat er niet is. De schapenwolkjes die plotseling, zo leek het, verschenen na de ongelooflijke somberte van de vroege morgen, waren voor mij een grote onbedwingbare lokroep naar de zee. De Sirenen deden hun uiterste best en zongen het lied van verlangen, binnen twee tellen besloot ik die wens te vervullen, eenvoudigweg omdat het binnen het bereik lag. Zussen geappt, wie gaat er mee, alle alarmbellen van de media over code geel negerend. Een straffe wind voor helderheid in het hoofd, het was me heel wat waard. Twee zussen konden niet, maar fotozus ging mee.

Foto: zus Marijke

De kleine Blauwe begreep de noodzaak en bracht ons gezwind en bijna foutloos naar Kijkduin. Een afslag gemist, dus via het veel te drukke Scheveningen. Zonovergoten baadde het land in de onwinterse warmte. Het geluk was al de hele weg meegereden en hield ons een zonnig vooruitzicht voor, als de appel aan de stok om de ezel te bemoedigen.

De eerst gevonden parkeerplek bleek een invalidenplekje, de tweede was een gaatje, maar paste precies. Geen parkeergeld vertelde mijn parkeerapp en bevestigde een vrouw in een auto er tegenover. Wat gastvriendelijk, het siert de gemeente. Een mooie plek die ons rechtstreeks naar een klein duinpan leidde en omhoog. Kalmpjes aan, dan brak het lijntje niet. De batterij van het fototoestel bleek leeg. Zus gaf tips en schoot met kunstenaarsoog haar plaatjes bij elkaar. Boven het helmgras uit zagen we behalve het felle zonnelicht de halve bogen. De lucht was vol van vreemde vogels en had de meeuwen verdreven naar rustiger oorden. Om het duin heen dreef de wind de wangen rood en het haar, wijselijk opgestoken, weg uit het gezicht.

Het was er druk en toch weer niet. In de massa was er meer dan genoeg ruimte om vlak langs de vloedlijn te lopen en niets anders te zien dan zon en zee, de flikkering op het water, de weerspiegeling in de teruggetrokken natte vlakte, de aanstormende golven en het aangename razen en trekken van de grommende wind, waar de kitesurfers zich lieten meevoeren in het behendige samenspel tussen de elementen en hun jonge lijven en hun jeugdige overmoed. Een kraai stapte er doodgemoedereerd rond tussen alle bovenmaatse en minieme kleine schoothonden in. Maar tussen ons en de zee was er slechts de leegte, het vuilgele schuim, de stralend witte kragen en het oneindige blauw in alle tinten.

Wat een karma was er op deze dag. Alle schoonheid in balans te samen om het natuurlijke evenwicht in ons te herstellen, de oude jassen uitgedaan en als herboren de nieuwe aangetrokken. Wat een heldere ingeving met de juiste intentie om het nieuwe jaar in te gaan. ‘Een goed begin is het halve werk’, zegt het spreekwoord. Het heeft zo moeten zijn, dat we op het juiste moment in het juiste uur, precies één uur, daar waren, waar alle elementen samen balden om nieuwe energie door te geven. Opladen en heel lang genieten met een belofte om meer gebruik te maken van ons goede gesternte als dat wakker werd gefluisterd. En zo is dat. Een goed voornemen is al de helft van de vervulling van het verlangen.

Uncategorized

Zilte zee, zon, wind en zoutkristallen

Als het in het hoofd eenmaal stormt, dan stormt het goed, in variatie op het thema van het lied van De Dijk. Het tolt in het rond, een aantal gedachten, dringt zich een voor een op, en maalt en het schuiert. Er is geen houden aan. Alles heeft te maken met de zoektocht naar een tijdelijk onderkomen of tijdelijke behuizing voor vriendlief, die het nu op een kleine kamer moet zien uit te houden met, minimaal, met eveneens rondtollende gedachten k tegen het decor van de depressie, die nu over het land trekt, een allesbehalve opbeurende situatie.

Gemiddeld om het uur word ik wakker en ontsluit de verscheidene pagina’s van tijdelijk verhuur, anti-kraak, natuurparken met huisjes voor tijdelijke bewoning, groter dan een kip caravan. iedere keer slaap ik daarna weer in en droom dan een ideale of een desastreuse situatie bij elkaar, eigenzinnig.

Zelfs de kauwtjes uit de dakgoot laten zich niet zien in deze somberte. Hoe doen kauwen dat, zich verstoppen. Waarschijnlijk koppie diep tussen de vleugelveren en je niet meer verroeren. Grijs, grijzer, het grijst, vijftig tinten zijn het niet, maar gemiddeld vallen er vijf schakeringen te ontdekken. Van Payne grey tot blauwgrijs. om de donkerte kracht bij te zetten valt de regen bij tijd en wijle loodrecht naar beneden of miezert en sijpelt door.

Met dat ik bovenstaande opschreef en tussendoor naar Filmtalk keek, een interview van Noa Johannes met Danielle Kwaaitaal over de film van gisterenavond van de VPRO met de titel ‘Jimi. All is by my side’, blies een stormachtige wind de dikke deken open. Als je de film gemist hebt, is het zeer de moeite waard om hem terug te kijken om te zien hoe de wat verlegen Jimmy transformeert in de legendarische Jimi Hendrix in de vrijstaat die het leven eind jaren zestig/ begin jaren zeventig was, kleurrijk en experimenteel.

Gisteren bleef het bij rondlummelen en dan is de keuken de aangewezen plek nog iets uit de handen te krijgen, in dit geval een Caprese in bladerdeeg op de plaat. Heerlijk, half uurtje bereiding en daarna binnen twintig minuten op tafel. Op de geur alleen al roffelde zoonlief met schoondochter de trap af om te kijken wat moeders nu weer had verzonnen. met 2/3e van de plaat verdwenen ze weer naar hun domein. Het smaakte heerlijk.

Hoera, schapenwolkjes, dat klaart letterlijk en figuurlijk op. Onmiddellijk komt de energie terug en kunnen plannen gesmeed worden om deze dag wat te ondernemen. Ik verlang naar het strand om alle perikelen en stofnesten daarboven even door te laten blazen en schoon en fris weerom te keren. Vaak levert het nieuwe ideeën op en de betere ingevingen, hard nodig nu. De zon piept er zelfs doorheen.

Schoonzoon is jarig maar mijn beurt om op het feest te komen is pas donderdag, dat hebben we op oudjaar afgesproken. Morgen wordt er wel een kleine verrassing bezorgd. Het heeft ook wel wat, dat intieme vieren. Het komt sneller tot diepgang en het moment van ontmoeten telt dan dubbel.

De oproep om naar zee te gaan is geplaatst in de app van de zussen. Ik ben benieuwd wie ik naar buiten gelokt krijg. Ik kom eraan, zilte zee, wind, zon en zoutkristallen.

Overpeinzingen

Een sprankje is genoeg

De blog van vorig jaar had ik moeiteloos kunnen gebruiken voor vandaag. Het was er allemaal. Het negeren van het vuurwerkverkoop met meer illegaal en zwaar vuurwerk dan ooit, poes pluis die dicht bij me in de buurt bleef en dankzij haar aangepaste brokken met een meer bestendige maag bij harde knallen. De inderhaast weggegriste oliebollen en vier appelflappen uit het broodschap van de supermarkt, Matthijs gaat door, dit keer met beloofde chansons in de toekomst, de klok en de Tribute to Freddy Mercury gezien. Voor de tweede keer die dag, maar zo boeiend. In de ochtend had ik de docu ‘The final Act’ van James Rogan over het gevecht van de zanger met Aids op 3Doc bekeken en was er de hele dag al behoorlijk van onder de indruk. De uitsmijter, en niet de mijne, dan dit keer Peter Pannekoek in plaats van Youp. Niet de helderheid van geest om geconcentreerd te kunnen luisteren en een oordeel te vormen. Dat is voor later.

Ook vorig jaar begon het nieuwe jaar met een droom, toen over de zussen en nu over mijn lieve Cioful en de Wijze, maar niet minder levendig en met een stralende heldere lucht als belofte voor alles wat nieuw is in dit komende jaar.

Het oude jaar was afgesloten met een heerlijke familiedag, eerst met het grote cadeau van het aflopende jaar, namelijk nieuwe kleindochter en schoondochter, en zoonlief. Een matineus begin met thee en geknutsel om half elf. Daarna op mijn gemak, tussen alle drukte door, de boodschappen en vervolgens naar het huis van dochterlief. Stenen schilderen met de nieuwe acrylstiften. Heerlijke bezigheid en om Aboriginals-kunst te maken, een uitkomst voor het betere stipwerk. Daar kwam ik achter toen ik zo’n steen maakte voor de kleine filosoof.

Met zijn zus in de buurt werd het al snel spelletjes uit de grote klepbank, onder andere een potje uno, waarbij ik haar op kleur liet sorteren. De opgetogen snoet om het door hebben van dat kunstje maakte extra duidelijk hoe waardevol zo’n succeservaring zijn kan.

Ondertussen was dochterlief druk in de weer met haar vegetarische rijsttafel en met de kleine zwarte poes Daisy, die voor een wandelingetje naar buiten was gegaan en ondanks het gerammel met brokjes en een bekende lokroep geenszins van plan was binnen te komen. Het leverde een ongerust vrouwtje op, vooral na iedere knal of kleurenuitbarsting buiten. Terwijl wij plaats namen aan het feestmaal kwam ze, haast achteloos, aangekuierd. Het teken om de maaltijd ten volle te laten smaken. Het was heerlijk en feestelijk. Zoonlief en schoondochter waren ook aangeschoven.

Ik liet ze achter en ging naar mijn eigen retraite-moment. Op de bank met wat appelflappen kwam de mail van de lieve wijze vriend binnen, die een overzicht had gemaakt van zijn moeizame jaar. Het leverde stof tot mijmeren op. Wat is de weg om hem zijn isolement te helpen overwinnen, nu de jaren beginnen te tellen en gaan opspelen in kwalen en kwaaltjes. Het allergrootste obstakel is zijn mismoedigheid die danst op de ongelukkige omstandigheden. De warmte van de mensen om je heen weten, maar er niet bij kunnen. Tussen de regels door ligt het lakende onvermogen verweven om tot een goede oplossing te komen.

Het zijn de momenten, waarop een naarstig zoeken naar een opening in het grijze grauw begint en die zich hopelijk aanbiedt om met beide handen te kunnen worden aangegrepen. Dat licht, die hoop. Een sprankje is genoeg.

Overpeinzingen

Een belofte vol schoonheid

Op de site van de stichting Nivoz kom ik een verhaal tegen over aandacht en het voorgenomen streven van de auteur om in het vervolg er te zullen ‘zijn’. Ze haalt een verhaal aan over een kind dat haar vraagt of hij op de IPad mag. Het antwoord verzandt in allerlei opmerkingen, maar wordt geen antwoord op de gestelde vraag. Deemoedig gaf ze toe dat ze de vraag moeilijk vond en derhalve er omheen bleef dralen.

Er schiet me een gesprek van lang geleden te binnen. De juf van de volksdansvereniging was bezig met het maken van kostuums voor de optredens, toen haar zoon binnenkwam. Hij praatte aan een stuk door over wat er op school allemaal was voorgevallen. Ze antwoordde steeds met stopwoorden. Jaja, mmmm, huhhuh. Hij bleef het proberen maar ving niet de aandacht waarop hij duidelijk vlaste. Al wat hij nodig had was oogcontact, een luisterend oor en een kopje thee. Kortom een klankbord.

Er werkelijk zijn is een loffelijk streven. Het op de loop gaan van je gedachten herkenbaar. In het eerste verhaal werden vliegensvlug gedachten tegen elkaar weggestreept en kwam het daarom niet tot een helder antwoord. De oplossing bleek eenvoudig, namelijk te vertellen wat ze er werkelijk van dacht, ‘Liever niet, want je hebt de hele dag al gezeten, ga lekker spelen’, waar gehoor aan werd gegeven zonder morren. Een minuut echte aandacht weegt zwaarder dan een half uur vage antwoorden.

Iets om ons te realiseren, nu we ongemerkt vaak naar het scherm van de telefoon aan het turen zijn. Oogcontact maken, een echte ontmoeting hebben, het is een kostbare begrip. Een mooi voornemen, meer in contact met elkaar zijn, nu de ontmoetingen sterk zijn uitgedund. Laten we er diepgang en kwaliteit aan geven.

Ik peins over de laatste dag van het jaar, toen ik nog kind was. Eigenlijk stond die altijd in het teken van de oliebollen en de appelflappen. Ongelooflijk dat mijn moeder echt een wasteil met beslag had staan rijzen onder de theedoeken. Ze had er een dagtaak aan, samen met mijn vader, om er de bollen van te bakken. Appelflappen van vroeger kan je alleen maar zelf maken, als je die smaak van toen terug wil. In niets lijken de moderne varianten erop. De oliebollen mochten uitdampen in de koele kelder en iedere keer liep een van ons naar beneden om de schaal aan te vullen, die op tafel stond.

Om ons wakker te houden was er een bordspel dat mijn opa gemaakt had en waarvan ik de details niet meer heb onthouden. De jongens waren doorgaans met de verzameling kerstbomen in de weer. Ze moesten naar het braakliggend landje aan het begin van de straat versleept worden. De hele week voor oud en nieuw waren er grootscheepse kerstbomenjachten geweest. De veroverde exemplaren lagen bij ons in de tuin opgeslagen. Ik was er heilig van overtuigd, dat dat was omdat onze vader bij de politie werkte. Exact om twaalf uur ging de vlam erin onder groot gejuich, klokkengebeier en rondvliegende gillende keukenmeiden en rotjes. Wij als kleintjes stonden bibberend van de spanning en de slaap aan de deur met een brandend sterretje en alle buren liepen bij elkaar naar binnen om Gelukkig Nieuwjaar te wensen.

Vanavond zal ik alleen met Pluis mijn jaarwisseling zoetjes en genietend ondergaan. In alle stilte met af en toe een belletje van een van de kinderen. Zo wil ik het het liefste. Overpeinzen, in het moment zijn, het leven koesteren. De ochtend geeft alvast een voorbode voor de feestelijke afsluiting vanavond en kleurt de hemel met haar eigen vuurwerk prachtig rozerood. Een belofte vol schoonheid.

Film.·Literatuur.

Hoe kleiner de begrenzing, hoe groter het bereik

Sofietsje deed haar uiterste best, maar verder dan twee minuten+een ging het gisteren niet. Vandaag derhalve vier. Voordat ik naar de Oostvaardersplassen kan fietsen, duurt het nog wel eventjes. We gaan stug door, met ademhalen en met opbouwen. Op die plassen kwam ik omdat zoonlief met vriendin daar vandaag is heen getogen om foto’s te maken. Het weer is er niet naar, maar waarschijnlijk levert het dan juist veel boeiender plaatjes op. Ze zijn er goed op gekleed en kunnen wel tegen een stootje.

Vannacht keek ik Wintergasten terug. Om tien uur ‘s avonds kan ik het niet opbrengen, veel te moe om me goed te concentreren, want dat is een vereiste, wil je geen woord laten ontglippen in dat boeiende gesprek. Dit keer was het de schrijver Colson Whitehead. Welbespraakt, met een keuze uit boeiende fragmenten en hoe hij zijn weg heeft gevonden in het schrijversbestaan en de stad New York. Wat een heerlijke zinvolle programma’s zijn het toch. Het zet een mens aan het denken, is inspirerend en brengt stof tot filosoferen.

Een fragment uit de film The twilight zone, een zwart/witfilm uit de jaren 50. De hoofdpersoon is een nerd, die stiekem boeken leest in de kluis van de bank waar hij werkt en dan is er de Apocalyps, die hij als enige overleeft. We zien hem klauteren over de puinhopen van de bibliotheek en hij kan zijn geluk niet op als hij stapels klassiekers tegenkom. Hij legt ze op stapels in maanden en bij een klok tussen het gribus, realiseert hij zich, dat hij de tijd heeft gewonnen. Alle tijd zelfs, om niets anders te hoeven doen dan dat wat hij het liefste doet. Lezen, lezen en nog eens lezen. Geweldig. En dan gebeurt het meest desastreuse dat hem kon overkomen. Zijn bril valt en de glazen breken. De grote teloorgang, zijn droom volledig aan diggelen. Hij is verdoemd, net als alle anderen.

Je voelt zijn ontreddering. Het moge duidelijk zijn. Juich niet te vroeg, want een ongeluk zit in een klein hoekje. Je kan nog zo alle touwtjes in handen hebben, maar het lot beschikt.

Het fragment uit Downtown ‘81, een film uit de tachtiger jaren met Jean-Michel Basquiat geeft een prachtig beeld van het Manhattan in die tijd. Wandelen door New York doet me denken aan mijn eigen week bij een goede vriend daar. Het MoMA, Central Parc, de trappen naar de entree van het Metroplitan museum, het komt allemaal langs en is ruim in beeld. In 2000 toen ik er was, hebben we vooral alles lopend gedaan, met gevolg, dat de waarneming scherper is. Sfeer, geur, indrukken, ze leven nog steeds voort in de herinnering. Met deze beelden komt alles even helder terug. Een aangrijpende en ontroerende scène zat in het laatste fragment, een verfilming van zijn boek The underground railroad, die vanaf gisteren op de nominatie staat van zeker te lezen boeken.

Al met al weer een bijzondere maannacht toegevoegd aan het rijtje. De ochtend was goed voor een twee uur durende inhaalslaap en een lucide droom. een mooie manier om het jaar langzaam uit te luiden. Ook staat er nog een bliksembezoek en een etentje te wachten op oudejaarsdag. Maar ‘s avonds wil ik op de bank met Pluis en haar, ondanks het verbod, de denkbare, knallende avond doorloodsen.

Gisteren kreeg ik een prachtig boek van schoondochter lief. Haar lievelingsboek, Cecile & De tocht van Kareem van Ish Ait Hamou, in een gebonden versie met sfeervolle dromerige illustraties van Penelope Deltour. Als dank voor het feit dat ze hier mag zijn en zich zo welkom voelt. Vanzelfsprekend natuurlijk, iemand die mijn kroost omarmt, omarmt mij. Het moet nog even wachten, maar o, wat verlang ik naar poëzie en de schoonheid van de taal. Nog 290 bladzijden van ‘Ik ga leven’ te gaan.

Verwondering is het thema van de kinderboeken dit keer. Mooie rijke speurtochten door de jeugdliteratuur, met uitbreiding naar het middelbaar. Beter. Hoe kleiner de begrenzing, hoe groter het bereik.