Uncategorized

Haar dagelijkse ochtenddutje

De zon opent glorieus haar gordijnen voor deze nieuwe dag. Opnieuw vroeg uit de veren omdat vandaag het tweede doek voor zoonlief, die van B.I.G. de rapper, ingelijst wordt. Dat betekent de kleine filosoof, kleindochter en dochterlief om tien uur voor de deur. Het etentje gisteren was in goede aarde gevallen. Zoonlief zat te smullen en de Benjamin maakte alles schoon op wat nog restte. Fles Sauvignon en een zak met kraak voor mij. Lief. Ajax won met 2-1 van Lille. Zijn avond kon niet meer stuk en de mijne natuurlijk ook niet.

Daar zijn de twee wiedkrukjes

Het dagje rust heeft goed gedaan. De knie heeft inderdaad mijn geplof op het wied-krukje moeten bezuren. Dat zijn dus de kleine dingen, waar vanaf nu zorgvuldiger op gelet zal worden. Zo leren we vanzelf bij. Iedere handeling op de automatische piloot bijgeschreven als leerpunt.

https://www.npostart.nl/de-geknipte-gast/24-02-2021/BV_101404725

Vanmorgen vroeg heb ik voor de ochtend-hazenslaap ‘De geknipte gast’ teruggekeken. Özcan Akyol in gesprek met Frénk van der Linden. Een indringend verhaal dat begon met het voorlezen van een passage uit zijn boek: ‘En altijd maar Verlangen’ met als ondertitel ‘De liefdesoorlog van mijn ouders’.

De vragen die Özcan stelde waren recht op de man af en beiden, zowel bij de vraag als het antwoord, keken lang en indringend elkaar aan bij elke zinsnede. Ook stilte kan veelzeggend zijn. Het was een verhaal van verliezers. Geen van de hoofdpersonen uit dit gezin waren als overwinnaars uit de strijd gekomen. De moeder koos op een gegeven moment eieren voor haar geld en verliet haar kinderen en de man, van wie ze zei: ‘dat hij nog liever onder zijn vrachtwagen lag dan onder haar’. Deze relatie werd gekenmerkt door leed, er was een minnaar in het spel, de vader kon niet op tegen de geestelijke mishandeling van de moeder, een scheefgegroeid gezin. De kinderen waren door de verdwijning van hun moeder kwaad op haar en wilden geen contact. Tien jaar lang had haar zoon haar in de ban gedaan, maar achteraf spijt gehad als haren op het hoofd. Moeder, vader en kinderen hadden een flinke knauw gekregen door alle gebeurtenissen en zo erg dat alles wat met ‘voelen’ of ‘huilen’ te maken had, naar een verre uithoek was gegleden.

Zijn gevoel raakte zodanig geblokkeerd dat zijn twee eerdere relaties mislukten en wat nog belangrijker was, het bleek onmogelijk om zichzelf te omarmen. Heftig om te horen. Het contact met de moeder herstelde zich wel en resulteerde elke maandag per week in een etentje bij de Chinees. Op de terugweg van een van die avonden zei zijn moeder tegen hem: ‘Ik denk dat jij er altijd al was, allang voordat jij in mijn schoot viel en ik noemde dat verlangen’. Frénk vond dat pure Poëzie.het betekende dat ze altijd van hem gehouden had. Totale onvoorwaardelijke liefde. Özcan vroeg zich af of hij daar dan niet nog somberder van werd, maar Frénk was er veel positiever over. Een indringend interview. Twee mannen op anderhalve meter tegenover elkaar in die prachtige ouderwetse barbier-stoelen van wit en rood skai, het glimmende chroom, alles in tweevoud gespiegeld. Indrukwekkende manier van filmen met de zwart/wit beelden in detail er tussendoor.

Het is zo spijtig, dat er door een onervarenheid, een onbewust besef van wat het kind wordt aangedaan, dergelijke stappen worden gezet. Het broddellapje met een hoge prijs, de kans verkeken om het ooit weer over te doen. De boosheid om het weggaan van de moeder gevoed door het grote verdriet van de vader met ten leste de wetenschap dat de keuze weg te gaan eigenlijk het allerbeste was en dat het verdriet omgezet in woede niet nodig was geweest. Door de jaren heen verzachtte alles wat een vlucht genomen had en was er een verzoening die resulteerde in een hersteld contact met allen.

Daar zou een mens toch best wel eens een toverstokje voor willen gebruiken. Om de pijnpunten uit het verleden weg te nemen en de harmonie voor allen, ook al ben je niet meer samen, recht te breien. Er zat een ‘eind goed al goed’ aan het verhaal, maar dat bleef hangen in een opmerking, die en passant gemaakt werd door Frénk. In de droom die volgde kwamen de schrijnende items in vlagen terug.

Een van de vele ochtenddutjes

Pluis kwam me wekken, nestelde zich op de sprei ter hoogte van de knieën en vleide haar kopje tegen het bergje. Warm en uitgebreid begon ze aan haar dagelijkse ochtenddutje.

Uncategorized

Afwachten maar

Een opsekopse donderdag door het telefoontje van zoonlief. ‘Ik kom er over een half uurtje aan’. Dat betekende in stroomversnelling de ochtendrituelen, kamer inspecteren, zwabberen, ruimen. Ziezo, puf puf, klaar voor de ontvangst. Weer een telefoontje. ‘ Zullen we gaan wandelen’. De zon scheen uitbundig, alles tjilpte lente en de coronaveiligheid was gewaarborgd in de frisse buitenlucht met deze fysio-zoon. De kleine zat in een oogverblindend neon-oranje in zijn wagen en hield de bal vast alsof hij ’s werelds grootste diamant in de vingers had. Heerlijk zonnig speeltuinweer en bij de vakantievrije scholen schommelde de wind zachtjes heen en weer en hing de basketbalkorf er doelloos bij. De bal mocht los en de kleine voetballer erachter aan. Zijn taalrepertoire bestond uit bal, goal en papapapa, soms zei hij iets wat verdacht veel op mijn naam leek. Het dorre gras op de tegels in plukken, een slappe variant van het tumbleweed in een verlaten Texasdorp, was het ook waard om nauwkeurig bekeken te worden. In de mond steken ging toch een brug te ver. Zand erover. Om twaalf uur waren we uitgespeeld en slenterden weer op huis aan. Luchtkushanden en een luchtomhelzing, tot gauw, tot later, een gestolen zoen op de krulletjes. Dag lieverds.

Gisteren waren de drie van dochterlief al op de tuin geweest. Ook buiten, ook op afstand, schoonzoon achter in de tuin, want hij was heen en weer geweest voor zaken naar Frankrijk. De knikkers van de Plus lagen in hun papier op tafel, een stapeltje gespaard, dankzij een oudleerlinge die bij de Plus een en ander regelde. Als je knikkers hebt schreeuwen ze om een knikkerbaan. Het was echter gras, gras en nog eens gras, wat de klok sloeg. Dat schoot niet op. Zelfs het straatje had een wintervacht gespaard. Dochterlief begon enthousiast te trekken aan wat pollen. De kleine ondernemer schoot direct bij. Vond het leuk werk en wilde een lange baan, vooral toen er een tegelsteker en een schepeltje(niet over de tegels, jongens) aan te pas kwam.

Klaar voor ontvangst

Dribbel functioneerde als stoorzender en als kleine dwingeland. Zijn ‘ Nee’ werd kracht bijgezet met een stokstijf nagelen op de plaats, armen voor de buik over elkaar gevouwen en hoofd tussen de schouders, de mondhoeken omlaag en een diepe frons boven de ogen. Nee dus. Met een stoffer, die tussen de weerbarstige armen werd geduwd was hij even afgeleid, maar daarna moesten er toch weer wat grenzen worden onderzocht. Tot hoe ver kan je gaan als kleine dribbel. Zodra hij een muziek op de telefoon van zijn moeder mocht luisteren en het leven een dansante wending nam, was het leed voor een poosje geleden. Tevreden wiegend maakte hij pas op de plaats.

Onder alle grassen kwamen de oude klinkertjes terug en in volle glorie. Waar een knikkerbaan al niet goed voor is. Het knikkeren was leuk. De oudste was er klaar mee na een potje, maar toen dochterlief mee ging doen, de Knikkerkampioen, werd zijn broer steeds enthousiaster en zelfs bij het verlies van een potje blonk er slechts bewondering voor de kunsten van zijn moeder in de ogen.

Het laatste stuk van het straatje hadden we laten zitten, maar na het uitzwaaien raapte ik de moed bij elkaar en ging zelf aan de slag. Helaas koos ik onnadenkend het wiedkrukje uit, dicht bij de grond en handig, maar niet voor het doorbuigen van de knieën. Wie zich brandt, moet op de blaren zitten. Zo snel gaat dat dus.

Het is vandaag de dag van de zonen. Straks komt de andere helft van de tweeling eten, vroeg want voordat de wedstrijd van Ajax zou aanvangen. Een lievelingsgerecht. Simpele groene groenten, rijst en een kippendij. Niet teveel saus, maar de pure smaken. Hij weet wel wat lekker is. Vandaag is verder dus een verdiende rustdag. Tijd om ‘Het geheim van de Meester’ en ‘Ruben Terlou zijn zoektocht naar de Chinezen in Nederland’ te bekijken. Wie wat bewaart die heeft wat. De lucht trekt al iets dicht, maar nog steeds is het lekker warm. Het huis ademt gretig de schone lucht in die door de open balkondeuren stroomt. Buiten ontmoette ik ramen-zemende buurvrouwen onafhankelijk van elkaar. De schoonmaak begint te kriebelen.

De knusse wintersfeer mag oplossen in de lentewarmte en de eerste bloeiende narcissen in de potten op het balkon. Alsof het zo moest zijn, verloor de Amaryllis een voor een haar laatste bloemen. Al is er nog een zijscheut, goed voor het laatste staartje winter dat nog ongetwijfeld zal komen. Afwachten maar.

Uncategorized

Nieuwe dadendrang

Het kon er niet meer bij gisteren, de twee demissionaire vertegenwoordigers. De tuin is het dankbare toevluchtsoord, mijn eigen stek in deze dagen, een echte ‘plek onder de zon’. De aangekondigde mondjesmaat maatregelen met grenzen die volstrekt willekeurig lijken te zijn getrokken, vormen een grillig bergje naast me. Ik blijf in mijn eigen lockdown en hoef voorlopig niets. Daar was deze periode goed voor. Loslaten, ontbinden, minimalisme en verder niets, wat mij betreft. ‘De Wilde Stilte’, het tweede boek van Raynor Winn is uitgelezen. Als je wat van het leven wilt begrijpen zijn deze twee juweeltjes echte aanraders. Leven met de natuur, ontdekken dat tijd niet bestaat, maar dat het verandering heet. Tijd is een begrip door onszelf bepaald, ‘een constuctie door mensen bedacht om veranderingen aan te geven’ en de natuur, vooral de IJslandse ruige natuur, overgeleverd aan haar kracht en de beweging diep in de aarde, de lucht, het water, bracht juist dat in beeld en het komt binnen via dit prachtige verhaal.

Er is een passage die moed geeft. Iets wat we allemaal weten, maar zeggen en doen is twee. Dat je ouderdom kan hendelen, als je de angst voor eventuele gebreken neerslaat. Stramme gewrichten roepen voorzichtigheid op. Vergeet de angst om iets te overkomen. Beweging kan zoveel meer brengen. De concentratie op een hoger doel kan die vrees doen vergeten, waardoor er veel meer mogelijk blijkt. De ziekte van haar echtgenoot sluimert voort, maar door de barre tocht in het onherbergzame IJslandse gebied wordt het lijf voortdurend uitgedaagd en zet de aandoening op een verkeerd spoor. Niet alleen de elementen en hun grillig verloop zijn er debet aan, maar ook de wilskracht en het temmen van de weerstand, die de natuur, haar stromingen, het grommen der aarde, hen oplevert. Voortdurend ziet ze in zijn ‘oude’ gestalte de jonge verschijnen. Mooier valt die eenwording van tijd niet te verwoorden. Een worden met alle veranderingen die een mens kan ondergaan door het leven heen. Het raakt me diep.

Een van de lieve vriendinnen schrijft dat mijn tempo van boeken lezen hoog is, maar ik weet dat het komt door het verhaal, dat me volledig heeft ingepakt en dat veel verder gaat dan een ruige tocht, het overleven, of het doorzettensvermogen en hun alles sturende innige liefde. Het is met name de ontdekking deel van het geheel te zijn, die hen op een hoger niveau brengt. Het leven omarmen. Iets om naar te verlangen als het niet binnen je bereik ligt.

Het maakt dat de vraag, of je dat aan zou kunnen, blijft zweven. Het zorgt ervoor dat ik de tijd met de Wijze in de binnenlanden van Spanje en de tocht door Skandinavië nog eens over had willen doen. Toen 18 lentes jong en nu zoveel wijzer, minder verwend, meer kunnen afzien, imperfectie weten weg te breien tot aanvaardbare lapjes. In ieder geval had het anders uitgepakt, als ik niet de vermoeidheid, de hitte, de droogte, het stoffige of juist de regen en de kilte allesbepalend had laten zijn. Zo leren we nog eens wat bij. Trotseren en daarmee rijker voortgaan.

‘Natuur beleven’

Doorzetten is iets wat steeds meer in mijn bagage is gaan zitten en valt met alle ouderdomskwalen vandien goed te gebruiken. Op kleine schaal, op microniveau zeg maar, beleef ik dat wat beschreven wordt. Elke overwinning wordt aan de balk van (minieme)zegetochten bijgespijkerd en is goed voor de bijbehorende trots, stimulans tot nieuwe dadendrang.

Uncategorized

Over relativeren gesproken

Saharastof dat de zon sprookjesachtig versluiert. Iets voor een duizend-en-een-nachtsprookje. Na mijn aardse wilgetakkenknipperij en met twee vuilniszakken vol afval in de hand nam deze Assepoes dat bijzondere verschijnsel waar, omfloerst door een palet aan grijstinten, een sliert ervoor en later eromheen. Adembenemend prachtig.

Net geprobeerd contact te maken met de digitale asssistente van een bepaald Zweeds warenhuis. Geen zinnig woord uit te krijgen als je het monotone riedeltje van vragen met multiple choise niet op dergelijke manier kan beantwoorden. Straks maar eens bellen. Bij de bestelservice staat dat het drie dagen geleden is bezorgd, maar dan kennelijk niet op dit adres. Waar is mijn plantentafeltje? In het kader van ‘groen moet je doen’ had ik alle grote planten naar beneden gehaald. Terug naar mijn nostalgische kamers vol planten van vroeger. Een etagère leek me handig. Even het gesprek afwachten. ‘De soep wordt nooit zo heet gegeten, als hij wordt opgediend’, fluistert het verleden in mijn oor. Geduld, geduld, geduld. Nog een geluk dat het geen Zweedse balletjes gehakt waren. Het was vorige maand al besteld.

De handen zijn wat stijf van het knipwerk. ‘Het knipvrouwtje’ zei achterbuurvrouw. Het was wel meditatief. Het laatste staartje moet vandaag. Dan is het daarna tijd voor de schutting. Morgen haalt buurman de palen op, waartussen gevlochten kan worden. geen wilgestaken want die lopen steeds uit en als je even niet oplet heb je er weer een wilg bij.

laatste staartje

Er stond een mooie quote in de Tijdsgeest van Maame Joses, over het belang van aanraken. Ze struikelt over de polarisatie. Iets dat je bijna belemmert om een normaal gesprek te kunnen voeren en wijt dat aan het gemis aan aanraken. ‘Probeer maar eens ruzie te maken met iemand van wie je de hand vasthoudt-dat lukt je niet’. Mooie gedachte. Daaráan vooraf haalt ze aan: Ik zei wel eens tegen mijn dochter als ik kwaad of chagrijnig ben, kom dichterbij. want als je dichterbij bent is het moeilijker kwaad op je te zijn‘.

In aanraken verbinden. Een mooie gedachte. Het is wat ik het meeste mis. Daarnaast is er een interview met een meneer, die helemaal opleeft in deze tijd, juist omdat hij niemand hoeft aan te raken of tegen te komen. Hij is autistisch en voelt zich eindelijk thuis in de wereld. Grotere tegenstelling bestaat natuurlijk niet, maar het is wel goed om erover na te denken. Wat voor de een de heilstaat is, hoeft dat voor een ander niet te zijn. Met dat idee voor ogen is het allemaal weer betrekkelijk. Want wat weegt onze tweejarige isolatie op tegen een levenslange kwelling van deze man. Dan gun je hem bijna die twee jaar van thuiskomen.

Alles is maar betrekkelijk’. Bij het speuren naar de betekenis hiervan, stuitte ik op iemand die de juistheid van deze spreuk in twijfel trok, omdat het ook de spreuk zelf zou gelden. Het draait echter om de betekenis, die men aan het woord ‘betrekkellijk’ geeft. Ik weet zeker dat mijn moeder het gebruikte in de context, dat alles ook weer voorbij zou gaan. Zo snijdt het hout. Alles is vergankelijk, zelfs iets dat we qua duur en lengte niet kunnen overzien. En dat is op zichzelf een geruststellende gedachte. Net als het idee dat er op dit moment een aantal mensen rond lopen met het prettige gevoel eindelijk zichzelf te kunnen zijn. Over relativeren gesproken.

Uncategorized

Tijd te over

De kleine filosoof bleek ineens een stoere sterke man van zes, zoals hij stond te goochelen met de takkenschaar, die half zo groot was als hijzelf. Dochterlief hield de wankele trap en de knipbewegingen van de schaar nauwlettend in de gaten. Waar gisteren voor mijn voeten slechts lege stilte te vinden was, stroomde het nu over van de nieuwe aanvoer aan wilgenhout. In gestaag tempo knipte ik door. Alle zijtakken eraf, mooie grote staken om mee te vlechten bleven over. Dochter zette haar beste beentje voor onder het motto: ‘Als je ergens aan begint, gaan we door tot het gaatje’. Waar kende ik dat ook alweer van. Schoonzoon kwam om een uur of drie met kleindochter en zaagde de laatste grote takken af. Nu stonden er weer zes kale knotten op het erf, zeven eigenlijk, maar de middelste had ik aan het begin van de winter al te grazen genomen.

Lafenissen tussendoor met water en crackers en aan het eind met een fijne Chardonnay in de laatste zonnestralen. De kleinste beentjes dribbelden hun gangetje, trokken aan de bel, wandelden over de takken, en ineens was het plons. Waar plons is is water en in dit geval was ons schatje in de kleine vijver gestapt. In recordtempo werden de natte bullen uitgetrokken, oma had een lekkere warme grote sjaal en van een oude trui fabriceerden we een broek. Het kwam vermoedelijk door het winterwier, dat er bedriegelijk groenig had uitgezien voor twee-jarige ogen. Wat een avontuur. Daar moesten we allemaal van bijkomen, gelukkig was er én de auto én de fiets. Voordat ik van de tuin weg was, had ze veilig en wel thuis al heerlijk gebadderd en lekker gegeten en vanmorgen meldde dochter dat ze zalig had geslapen. Geen centje pijn, maar o, was dat schrikken.

Het bracht me bij die keer dat mijn hart me in de schoenen zonk en je even niet meer weet, hoe je het hebt. Er was een verjaardag van broer. Hij en zijn vrouw woonden achter de melkboer op de grens van het polderland, lieflijk huisje in het groen. De tweelingbroers waren kleine stappertjes van rond de vier jaar. Ondernemende onderzoekers, die altijd achter de dingen wilden kijken. Zo ook, had ik kunnen weten, bij de sloot. Maar ach, hoe vaak had ik zelf niet aan de slootkant gelegen op zoek naar salamanders en torretjes, Dwars door al het borrelgelach en feestgedruis heen hoorden we ook plons, of kwam er iemand naar binnen gerend. Dat is me ontschoten in het tumult en de ophef van het ogenblik. De grootste van de twee was ondersteboven op zijn kop in de sloot beland. Natte bullen, verwonderde ogen en lichte hectiek. Vroeger dan voorgenomen, gingen we richting huis, met het drijfsijsje achterin, zijn geschrokken broer ernaast en smeuiïge verhalen voor andere verjaardagsfeesten tot in lengten der dagen.

Het was fijn, dat er geen sloottrauma uit voort kwam. Nu maar afwachten of vijverangst is geboren. Een van de eerste klussen wordt in ieder geval, het groene alg eruit scheppen. Als het alerte moederhart, zoals het mijne, is ingesluimerd, dan zie je het gevaar minder scherp. Het was trouwens echt in een ‘split second’. Hoe ging dat dan vroeger met elf, vroeg ik me af. Dan waren er de oudste broers of enkele buurmeisjes, die werden ingeschakeld. Eigenlijk een enorme verantwoordelijkheid, want zij waren meestal pas een jaar of twaalf. Er waren twee Aggie’s, die ons zelfs mee namen naar het Julianapark, een respectabel eind van het ouderlijk huis en de drukke Amsterdamse straatweg over.

Enfin, de wilgen zijn kaal, maar goed ook, want vriendinlief, die niet gisteren maar vandaag besloot te helpen, in het kader ‘drie is teveel’, liep te snotteren en bleef thuis. Grote opluchting dat het zwaarste deel van de klus geklaard was. Niet getreurd. De achterbuuf heeft de ingestorte oude schutting geruimd en nu kunnen we de nieuwe op gaan bouwen. De takken blijven geduldig wachten. Van de week komen er nog een paar mooie dagen. Tijd te over.

Uncategorized

Uitsluitend vrouwenhanden

Voor het atelier woei een zwoel windje. Voorjaar in de lucht. De takkenbos, die gisteren was achtergelaten, lag er nog onaangeroerd bij. Terwijl de zon warmte koesterde met zijn stralende opening van de dag wist ik wat me te doen stond. De hele week zou het dit weer blijven en het was een uitstekende gelegenheid om alle wilgen verder te knotten, maar dan moest eerst dit restant iep en wilg geruimd zijn. Daarna boom voor boom, knotten, knippen, ruimen. In die volgorde. Zodat de moed niet in de schoenen zou zinken bij het zien van een haast onbergzame stapel.

Zo’n werkje hoort tot de mijmerrijke bezigheden, net als breien, wieden, fietsen, wandelen. Handelingen die gebeuren terwijl, ondertussen, de geest de vrije loop neemt. Honderdduizendeneen dingen die te binnen schieten, om te bestuderen, uit elkaar te rafelen en weer in een nieuwe jas te steken.

Met de achterburen had ik afgesproken aan het eind van de middag het tuinseizoen in te luiden. Zij zorgden voor een flesje en ik voor de lekkere hapjes erbij. Zuurdesem met heerlijke pesto, dadels met roomkaas. Terwijl de handen onverdroten door knipten, wilgentak na wilgentak, dobberde ik weg naar andere oorden en genoot ondertussen van het buitenleven na de maandenlange binnenzit. De tuinders van de hoek kwamen aangefietst, altijd belangstellend, lieve woorden en dadendrang. Omzichtig werd hun tuin uitgepakt, de Perzik, die zich de hele winter had mogen koesteren in een biezen mat, plastic en touwen kon haar takken weer laven aan de toch al warme zonnestralen. Het zagen van de berk van achterbuurman gaf de maat aan van het lentelied, dat de druk vliegende koolmezen en vinken hadden ingezet.

Twee doorgesneden appels met wat zaad had ik meegebracht voor deze blakende tuinbewoners. Ze bungelden aan een ijzerdraad in de appelboom. Terug naar de moederschoot. Steeds dunner werd de houtstapel voor me en bij de iepentakken besloot ik de takkenschaar te gebruiken en ze in stukken te knippen, handzaam genoeg om te verbranden op een stille ochtend als de wind goed stond. Het koste wat moeite, maar uiteindelijk lukte het wel en na een middag hard doorpezen was de klus geklaard. Met de geleende bezem van buuf veegde ik het straatje schoon. Ziezo. Opgeruimd staat netjes. Vandaag valt er weer met een schone lei te beginnen.

Vriendin appte een aflevering van het Uur van de Wolf uit 2018 door. Bethe Moriset, de meest impressionistische van het opkomende impressionisme van die tijd en tegelijkertijd een goede afspiegeling van de impasse waarin vrouwen leefden in die tijd. Een eigen atelier was ondenkbaar voor een vrouw alleen. Er werd erg aan haar getrokken om toch vooral in het huwelijk te treden. Ook haar twijfels kwamen aan bod en ze schreef in haar dagboek hoe de moed haar soms in de schoenen zakte. Maar ze werkte gestaag door met de haar zo kenmerkende losse toets. Haar leven werd in de docu gelinkt aan een vrouwelijke rapper, Cayenne, die zichzelf vergeleek met Berthe en haar prees voor haar dadendrang, moed en onafhankelijkheid ondanks alle kritiek. De wereld van de rap is er vooral een van mannen. De documentaire begon met een ‘gevonden’ portret van een vrouw met achterop een datum en de naam van Berthe Moriset. De kleinzoon van de dochter van Berthe ontmantelde het doek, de haardracht zou nooit de stijl van Berthe zijn geweest.

https://www.npostart.nl/het-uur-van-de-wolf/28-06-2018/VPWON_1249727

Mooi om de tijdgeesten naast elkaar te zetten en te beschouwen. Een fijn begin van de ochtend en een mooi vooruitzicht nu een aantal helpende handen zich hebben aangeboden. En hoe kan het ook anders na dit glorieuze begin, het zijn die van de kleine filosoof en verder uitsluitend vrouwenhanden.

Uncategorized

Geduld is wijsheid

De sneeuwwitte vlakte had plaats gemaakt voor een grote modderdrek, daar waar het pad naast de sloot opsplitste in het pad over het bruggetje en het recht-toe-recht-aan stuk. Omzichtig zochten de voeten de graspollen ten einde niet helemaal weg te zakken in de soepbrei. Bij het turen in de verte viel de zachtheid van de lente op, al was de wind nog wat guur.

Even uitrusten

De koolmezen dartelden een ‘diefje met verlos’, ik telde er zo al zeven, met schrille tjilpjes en veel vleugelgewapper als uitgelaten pubers bij elkaar. De achterbuuf was er en zat op een bankje de wilgentakken te ontdoen van de staketsels. Ze schoof een eindje op en op gerede afstand dook ik naast haar. Winterlange perikelen schoven voorbij, van crisiskommer tot ouderdomskwalen en over het besef van tijd, die sneller voorbij tikte naarmate de jaren gingen lengen.

De schoorsteen van de oude braakte gelige rook en kennelijk verspreidde het ook kwalijke dampen. Geen goede plek om lang te zitten. Wat voor brouwsels werden daar verstookt. De buuf liep mee om de wilgen te inspecteren, die het doelwit zouden worden van mijn snoeiescapades. Door de rook waren de ‘three willows’ tussen de twee tuinen geen optie, maar om de drie achter in de tuin waaide een verfrissende wind van de schoorsteen af. Met de belofte de stokzaag te mogen lenen, ging ik met de grote takkenschaar aan de slag. Mooie gelegenheid om de spierballen weer eens te laten rollen. Onder de begeleiding van koolmezengetjilp, het suizen van de wind en af en toe een blaffende hond en de verwaaide stemmen uit het Noorderpark, kwam het er nu eindelijk van. De wilgentakken ploften een voor een op het pad, soms rakelings langs mijn hoofd, maar werden vaker ondersteund door de andere uitsteeksels. Ook de kronkelwilg werd het haasje. Helemaal bovenop bleek nu niet haalbaar, maar de achterkant was in een oogwenk geknot. Morgen kwam er weer een dag. Eerst de voorraad maar vast een beetje verwerken. Kaal plukken van de takken die straks zouden dienen voor de nieuw te vlechten schutting tussen mij en achterburen. Kalmpjes aan, dan brak het lijntje niet.

Tussendoor koffie uit de kleine witte thermoskan en zuurdesembrood met hele oude kaas en rucola om de inwendige mens te versterken en het onwennige lijf weer even rust te gunnen. Knie protesteerde zwakjes, ik moest vooral goed opletten waar ik de voeten neerzette en dan was het heel wel te doen. Het beetje geknies was voor lief te nemen.

Buurman kwam ook nog even kijken en nam de schade aan de buitenkant van het atelier onder de loep. De verf was op enkele plekken aan het afbladderen gegaan. Wel vreemd, op een klein gebied. Het leek of er iets tegenaan gezeten had. Ineens zag ik het licht. Dat waren aan de voor en achterkant precies de plekken, waar de borden van het bedrijf op hadden gezeten. Een bord erover, dat zou een goed idee zijn, dacht buurman. Dan ben je gelijk van een veel lelijker reparatie af. Gaaf idee eigenlijk, een bord met de naam van het atelier, De Bernagie. Maar hoe. Niet in het ouderwetse bonte, maar dan eerder een grafisch ontwerp, een moderne typografie.

Bij het nazoeken nu, op naam en mogelijkheden kom ik achter tal van nieuwe weetjes, ideeën en de waarde van de plant, die voor een deel mijn naam draagt. Inspirerend om mee bezig te zijn.

Toen de achterburen vertrokken waren, knipte ik nog even door, maar alras vonden de voeten het welletjes nu de kou van de bodem optrok in de zwarte kloffies. Tijd om te stoppen, maar niet voordat ik de eerste dapperlingen met hun frisse kopjes boven de zwarte aarde had vastgelegd. Nog een laatste kop koffie, onderweg wat boodschappen en tijd te over voor gemijmer thuis. Over de Bernagie, het ontwerp en de beloftevolle sluimerende tuin, die zich al wat uitrekte. Het was pas februari, wie weet wat voor een winter er nog over heen ging. Minder dan op de ontwakende tuin, lag de focus op de klussen. Geduld is wijsheid.

Uncategorized

Voor wat komen gaat

Onderbroken nacht. Dit keer hield niet een boek me in de ban, maar was het zoonlief, die een keer in het uur zichzelf binnestebuiten keerde, de hele nacht lang. Vermoedelijk iets verkeerds gegeten. Dat gaf een aantal flashbacks naar de tijd dat de kinderen nog kleiner waren en het hele gezin aan een simpel buikgriepje leed, bleek en hangerig op de bank, gehaakte sprei over ons heen en rode bellefleuren. Niet van de opwinding maar puur van het koortsig verwerken van deze virale aanval. Hoe deden we dat ook alweer als jonge hoeders. Koele hand op het voorhoofd, wat wrijven over de rug en weer toestoppen. In mijn gebaar herkende ik mijn vader, die bij ziekte altijd zorgzamer en zachter was dan gewoonlijk.

Nu hangt zoonlief gelig bleek in de deurpost. De laatste twee uur was het rustig. Wat of ie kon eten. Hou het maar bij slappe thee en een beschuitje. Hap voor hap en slok voor slok. Kalmpjes aan, alles moet weer wennen en op de juiste plek vallen. Daarna heb ik nog wat rijstewater voor hem in de maak en later misschien wat jam op de beschuit. Het is dat, wat ik van thuis geleerd heb, de vijftiger-jaren-aanpak zonder de lieve broodjes. Hoewel ik al vaak iets heb gemankeerd, weet ik bijna niet meer hoe misselijkheid voelt, laat staan wat het is om tot het gaatje te moeten gaan. Zoon brengt het me kreunend en steunend bij. Slaap is altijd goed, wist mijn moeder.

Als alles binnen blijft, is er de versterkende Perzische uiensoep van gisteren. Toen de benjamin klein was, was het mijn lievelingsgerecht, niet in de laatste plaats door de kerrie, de kaneel en de munt waar het mee gemaakt werd. Het idee was er al om uiensoep te maken en ineens schoot me een negentiger jaren soepboek te binnen, waar dit recept in stond. Het zoeken naar een nabij verleden, alras gevonden. Op de meest beduimelde bladzijde bleek ze haar grote geheim nog steeds te koesteren.

Terwijl ik in de pan roerde,

Terwijl ik in de pan roerde, vloog Jasperina de Jong voorbij met het lied dat de oude en ik zo vaak zongen onderweg naar Frankrijk of in de tuin tijdens het kokkerellen. Het roeren in, en het dubbelzinnig gebruik van, de woorden die zoveel speelser werden ingezet dan normaal, lieten daarmee de taal ruimer in haar jas passen. Het spelen met de tekst was geboren. Soep dus, als heilzaame hartversterker en oppepper bij uitstek, bij toeval gemaakt en nu als heilzame afdronk.

Buiten wisselde de natuur trouwens ook van jas. De nacht was nog ijzig koud, maar de zon had haar zinnen gezet op een verwarmen van het leed en straalde Lente uit in al haar vezels. De kauwen in de boom voor het huis hadden het ook in de gaten. Ze kakelden opgewonden met elkaar en hipten om beurten omhoog van hun tak van de opwinding en het verlangen warm de veren te schudden. Net als het huis, die openslaande deuren wilde, de planten op het balkon, die teemden om herschikken en oppotten. Februari, maart moet nog komen en toch…Je zou door de temperatuur, die van het weekend in de buurt van de vijftien graden komt, niet denken dat de staart, waarmee maart zich roert, nog een keer winter slaat.

Dit weekend wordt er definitief gesnoeid, beloof ik mijn tuin en verzin een plek voor de veelheid aan kale wilgentakken. De schutting tussen mij en achterbuuf moet worden vernieuwd. Met vlieg-en vlechtwerk komen we een eind. Zou de vijg al op haar nieuwe kale plek kunnen komen te staan. De kauwen vinden van wel, ze dansen hun meidans en strijken de veren glad voor wat komen gaat.

Uncategorized

Voor nog maar even later

De hometrainer was er klaar voor, maar tien graden kriebelde aan het buitengevoel. De eerste tien minuten zonder weer en tegenwind binnen gefietst, maar daarna de stoute schoenen aangetrokken en met moed, beleid en trouw een eindje Nedereindse Plas. Vena, vidi, fietsie.

Wind door de haren, een moeilijk hekje doorgeworsteld, langs grote groepen nijlganzen met in het midden een witte schoonheid, twee fazanten en een reiger. Heuveltje op en heuveltje af en eindelijk, na lang speuren in de grijze lucht, een biddende valk. De Iphone redde het niet echt, legde wel het moment vast en mijn kleinbeeld wist ik op de eettafel Helaas, pindakaas.

Waar werd oprechter trouw…

Gisteren was vriendinlief jarig. Al een paar weken moest ik me inhouden bij het schrijven van de blog om niets te verklappen van haar jubileumverrassing. Ik had een leporello gemaakt van mol, die onder de grond, veilig en warm, het feestje in zijn uppie vierde, met vlaggetjes. Aan het eind van de gang de schatkist met de grootste schat ben jij en op de achterkant van het boekje een acrostichon over de hele lengte. We moesten het afleveren bij een adres dat hier in de buurt was. Ik glibberde door ijs en weder hene, en wilde aan de vrouw die de deur opendeed, vragen of het het juiste adres was, maar ze legde snel haar vinger op de lippen en gebaarde, dat het feestvarken binnen zat. Hilarisch. Voorzichtig schuifelde ik weer terug naar de kleine blauwe Prins. Over toevalligheden gesproken. Er schoot van alles door me heen wat fout had kunnen gaan, want het duurde nogal eer ze de deur opendeed. Het bleek dat ze op krukken liep. Gelukkig had ik niet door het raam gekeken of er iemand thuis was en ze had vriendin afgewimpeld, die wel even de deur open wilde doen van wege de krukken. De voorzienigheid hielp gelukkig mee. Eind goed, al goed. Gisteren stond er bij haar thuis een tafel vol attenties, ik zag nog een draaiorgel voorbij komen, en er was een zoom meeting, maar die ging een beetje de mist in, of mijn mist, dat kan ook. Jarig was ze, dat stond buiten kijf.

Feest vieren, wie had ooit gedacht dat heden vroeger zou zijn in een jaar tijd. Alles wat doodgewoon leek, de slingers, de visite, de pakjes, wangkussen, drie of vier, een warme omhelzing, even elkaar vasthouden, een taart met kaarsen zijn binnen één jaar tijd verbleekte gedachten geworden. Verlangen blijft hangen op de regels van de wet, maar haar vezels groeien onverminderd door en breien er een stukje weemoed aan. Komt het ooit en is het snel gedaan met isolement en saai, want weinig meer afleiding dan boek, televisie, zoom of terugblik op wat er aan vondsten der vermaak worden gedaan. Een flard dans, een vleug toneelspel, de belofte aan beter als Cornald Maas Gijs Scholten-van Aschat bevraagd op diens toekomstplannen in het programma Theater Maas. Er is veel in de maak, maar komt het op de planken of blijft het bij het streamen van de te maken voorstellingen. Wat van ver komt, is lekker, zei men vroeger. Een belofte aan een musical over Johan Cruijff, alleen de verbeelding hierbij is al vermakelijk. Een stuk over het boek van Jeroen Brouwer, dat ik, toepasselijk genoeg, vergeten ben te lezen en dat zich nu achter het luikje inspiratie bevindt. ‘Cliënt E. Busken’. Het boek is besteld met een verdwaalde VVV-bon

Doorgaan met het uitpellen van de schatkist die buitenwereld heet en de innerlijke wereld verrijken met die virtuele. Het is net als de sneeuw en het laatste ijs in de sloot van ’s ochtends, die als herinnering nog even bleven nasudderen onder de oplopende temperatuur. Straks, dit weekend al, wordt het weer lente. We kloppen het stof af van de eenzaamheid en delen de zonnewarmte met de ontluikende knoppen in het groen. Lezen is voor ’s nachts en leven is voor nog maar even later.