Uncategorized

Gelouterd weerom komen

Hoe lang een mens teren kan op de positieve energie van een toneeldag. Nog na sudderend werd de lichamelijke vermoeidheid volledig gecompenseerd door de geslaagde afdronk. De dag trok in flarden aan de geest voorbij. Dan kon het gebeuren, dat je zomaar, temidden van niets, lag te schuddebuiken op de bank of vertederd omkeek naar de beelden in je hoofd, ontroerend soms, door het overtuigde geloof in die vreemde Engelse dames. De oogopslag van een verbaasd ongeloof. ‘Echt?’ Twee ronde stuiterende knikkertjes van pupillen. ‘Maar echt?’ De weifeling sloeg om in een rotsvast vertrouwen en een vasthoudendheid om zoveel mogelijk ‘poop’ te verzamelen, die zowel ongekend als aandoenlijk was.

Het zat inmiddels met name in de benen en vooral in de aangedane pols, die vermoeienissen. Ze hadden zich bij elkaar geveegd en verzameld in de pijnlijke linkerkant van de pols en in de onderdanen, die zich zuchtend in de zwarte kloffen van laarzen hadden gestoken. Het was koeler weer, maar daardoor aangenamer. Dochterlief en de kleine filosoof pasten op Dribbel en zijn twee broers en haar eega kwam met kleindochter na het middagslaapje.

De enige plek om te zijn met vijf keer spring-in-het-veld is in het grote park met de dierenweide. Drie ezels, twee koeien en een vaars, een paard en een pony, twee zwijnen, een legertje springbokken en lieve zachtogige geiten. Het was bijna voedertijd en de onrust nam met de minuut toe. De ezels balkten bijkans de rooibos uit mijn bekertje en het geloei van de koeien klonk al net zo ongedurig, maar qua decibellen wonnen de zwijnen. Met veel gesnuif en grommend geknor alarmeerden ze de helpers over hun staat van zijn.

Daardoorheen dolden de kinderen, apenliefde, die uitmondde in uitdagen, stoeien, vastlopen, verdriet als het er te uitbundig aan toe ging. Alleen kleindochter zat braaf en langdurig te genieten van kleine piezeltjes schepijs op haar lepeltje. Dribbel trok volledig zijn eigen plan, waar iedereen zich ongevraagd ook mee bemoeiden. Meerdere vaders op je bord is teveel van het goede. Met aangeboren eigenzinnigheid ging hij stoïcijns en vastbesloten zijn eigen weg.

De kleine beesten waren veel rustiger, maar toen alles een schep brokken had gekregen, keerde de rust weer in de hele dierenstal. We liepen langzaam op huis aan en daar liet ik ze gaan. Tas van de kleine filosoof, die nog achter in de auto lag, nam dochter weer mee.

Zaterdagavond zag ik ‘Matthijs Gaat Door’ en besefte ten volle dat de komkommertijd op tv eindelijk echt achter de rug was. Zinvolle gesprekken, inhoudelijk en boeiend, een waterval aan goede muziek, mooie ideeën, het kwam binnen als een warm bad. Het samenspel aan het eind van allerlei muzikanten, die daarna mee zouden lopen in de Unmute-demonstratie was hartverwarmend en leidde tot een aangedaan gemoed. Tranen van vreugde, omdat het er was, omdat het straks weer gewoon zou zijn als men eindelijk eens zou gaan luisteren naar de meute en kunst en cultuur gelijk zou worden gesteld aan de sport. Gelijke monniken, gelijke kappen, weet je als leider van je groep. Zo moeilijk kan een optelsom niet zijn. Bij elk herstel is voeding nodig en dat krijgen we binnen via de geestrijke impuls van de schone kunsten in de breedste zin van het woord.

Het boek van Sjoerd Kuyper is precies wat de titel weergeeft. Bizar. En daarmee is veel gezegd. De vorm, de denkwereld van een pubermeisje, is geniaal. Zoals de schrijver zich heeft kunnen verdiepen in die schijnbaar volstrekt onnavolgbare en toch zo volgbare gedachtengang van haar beeldend vermogen, terwijl er allerlei maatschappelijke en filosofische dilemma’s aan bod komen, wekt grote bewondering. Om in te verdwijnen, dit verhaal. Lezen dus en gelouterd weerom komen.

Uncategorized

Om nog lang op te teren

‘s Morgens in een sneltreinvaart alle spullen verzameld om de transformatie te maken van mij in Rose. Na het gebruikelijke ochtendritueel en nog wat vochtige onderbeen lieten de geruite kniekousen van de paardengruiter zich maar moeilijk ophijsen en ook de wandelschoenen bleken weerbarstig te zijn. Uit de wollen rok werd het elastiek geknipt, dat zat een stuk aangenamer.

De brede riem, waar de tuinattributen aan werden geknoopt, zoals snoeischaar, schepje, tasje voor het mobiel, pincet en loep, bleek een fantastisch accent. Hoed op, gouden bril op de neus en vlindernet in de aanslag. Als Rose op pad met grinnikende buren in mijn kielzog, omdat ze de hond gingen uitlaten.

Foto Mieke Duhen

De entourage paste als een handschoen bij drie Engelse Garden Lady’s. Vorstelijk ook, de tuin in bloei, tere anemonen, Engelse theerozen in zacht oranje, de armeluis-orchidee volop in de bloemen, hemelsleutel, vlinderstruik, hosta en hortensia. Volop vogels en ander vliegend klein grut. Het moest toch gek lopen als daar de viervleugelige snuifmotkever zich niet tussen bevond. Onze gastvrouw was allerhartelijkst en liep samen met de man des huizes ons de hele dag na met kleine heerlijkheden uit de tuin, druif en framboos en ‘s middags een smakelijke quiche met een verse prei uit de moestuin. Paradijselijk verwend.

Lilly spelde onze badges op. We maakten een tafel met loeps, pincetten en petrischaaltjes en verhuisden onze theetafel naar de entree, zodat we goed zicht hadden op ons bezoek. Klokslag twaalf begon het te lopen. De eerste gasten, lieve vriendin van het eerste uur, werden nog wat onwennig ontvangen. Onze accenten moesten nog geslepen worden en voordat de Rose, Lilly of Margret bezit van ons hadden genomen, duurde het even, maar alras groeide en groeide de rol en schalde het ‘Hello dearrrrr, come binnen, wat niiiiiiiiice dat joelie er zijn, can you help us’. Steenkolen-Engels op topniveau, als Barry Stevens of Donald Jones themselves.

Muziekje van Rose.

Kinderen waren helemaal dankbare helpers. Na de hulpvraag gingen ze verwoed aan de slag met pincet, loep en petrischaal naar de ‘poop’ van het beestje om in de petrischaaltjes te verzamelen en kregen onze geheime wapens een voor een in handen, waar de andere dames niets van mochten weten. Volgens Rose waren ze gek op muziek, van haar kregen ze een kleine muziekdoos mee, volgens Lilly zaten ze onder de blaadjes en die wisselde het muziekje om voor een zakspiegeltje en volgens Margret hielden ze ontzettend van stinkende kunstmest, die ze overhandigde na het weggrissen va het spiegeltje. Als Lilly op een ouderwetse fluit blies, was het tea-time en mochten de dames even uitrusten met crackers en lauwe thee.

Zo ontwikkelde zich het verhaal steeds verder bij het verstrijken van de uren, werden er heel wat ‘poopjes’ verzameld, kwamen onze grote fans van ons laatste schooljaar langs. Lilly werd vertolkt door mijn lieve duo, en genoten we van iedereen, die voor ons kwam of voor de tuin en de zijdehoenen.

De viervleugelige snuifmotkever werd niet gevonden. Zelfs door zuslief niet, die toen maar een filmpje schoot voor het thuisfront. De enige spelbreker was de pols, die ik hoog hield door hem in het mouwgat van de spencer te schuiven. Aan het eind, moe maar voldaan, Rose, Margret en Lilly af en in het eigen kloffie, was er nog wat wijn met haring en toost met brie bij onze gastvrouw en gastheer. Met een ‘Volgend jaar weer’, namen we afscheid toen de vermoeidheid binnensloop en er niets prettiger leek dan languit op de bank. Met een feestelijk gevoel ging het huiswaarts. Iets om nog lang op te teren.

Uncategorized

Missie geslaagd

De andere Royal-dames hadden flaphoeden. Als ik een goeie tegen zou komen, dan nam ik haar alsnog mee. Dus bestond mijn te-doen-lijst uit: Hoed-tuingereedschap-touw-pincetten(nog steeds)-rozensjaal of zoiets dergelijks. Dat was het wel zo’n beetje. De meeste tuinattributen haalde ik bij de groene winkel. Een schep, een vlindernet, want hoe vang je anders een viervleugelige snuifmotkever, een mini-snoeischaar en touw. Alles om aan de riem te laten bungelen samen met mijn loep.

Bij de eerste kringloop stond een dame als een ottertje te zweten in een wollen jurk. Ze had een foto doorgestuurd naar haar dochter, die als Salomonsoordeel ‘Zo zo’ terug had geappt. De twijfel sloeg nog heviger toe. ‘Probeer er een mooie gekleurde sjaal bij’, opperde ik, toen ik haar twijfel bespeurde. Daar hield ze niet van. Ze was niet van de sjaals. ‘Dan zou ik een riem proberen’. En werkelijk, toen ze die strak trok, kwam er een prachtig figuur uit. We keken elkaar aan en grijnsden. Verbondenheid in een notendop. En door.

Bij de tweede kringloop vond ik een soort Range-hoed. Als de drukkers los waren gemaakt, flapte hij. Meenemen voor één euro in geval van nood. Bij de derde kringloop vond ik een roos voor tien cent en bij mijn eigen kringloop zat het vertrouwde gezicht van mijn ex-collega op haar kantoortje temidden van de winkel. Haar gezicht lichtte op. Ik was haar al veel eerder ooit op de afdeling oncologie tegengekomen, in mijn rol als gastvrouw. Dat schiep een band. Daar kon ze haar verhaal aan me kwijt, maar ook de grapjes en grollen, waar in het bezwaarde gemoed altijd ruimte voor was en juist ook behoefte. Nu zat ze, volledig genezen verklaard, weer op haar post en dat schiep een grote voldoening. De keerzijde voor al die keren, dat het niet goed was afgelopen met de anderen daar op de afdeling.

Ze wist al van mijn zoektocht naar Rose-attributen en toen ik een prachtige nieuwe hoed had gevonden, die helemaal paste binnen het plaatje met een rozensjaal erbij was haar euforie zo oprecht als de mijne. Een vrouw kwam op ons af en keek me onderzoekend aan. Bij ons allen begon het verleden te gloren. Opgetogen riep ze tegen ons; ‘Ik wist het, ik twijfelde toen je langs me liep, maar ik wist het, je bent het’ het was nog een oud-collega van ons, die vroeg hoe het mijn jongste ging. Mijn ex-collega memoreerde hem als de kleine jongen die tussen de bergen kleding lag te slapen, terwijl ik aan het werk was. ‘Zo’n schattig ventje’, beaamde de ander, ‘Ik zou hem nu niet meer herkennen als ik in hem tegen zou komen’. Of ik geen foto had. Ergens op de familiesite kon ik er een van het complete gezin opduikelen. Ze bekeek hem nauwkeurig. Toen ze haar litanie wilde beginnen van ‘vroeger was alles beter’, boog het gesprek zich als vanzelf om door de Burberry regenhoed, die ik in een oogopslag zag hangen boven het hoofd van de collega. Ze was nog niet geprijsd en gelukkig te klein. Zo ontstond er geen dilemma. De baas van de winkel kwam erbij. Hij rekende mijn hoed en twee sjaals af en vroeg of er geen interesse was in een baan. ‘Ik heb hier 22 jaar gewerkt’, lachte ik. Dat had hij juist gehoord, waarbij ik de hemel was ingeprezen. Daardoor kon ik eindelijk mijn verhaal van mijn aangedane longen kwijt, maar vooral hoe belangrijk ventilatie was voor zijn personeel. De boodschap kwam door. Op naar het volgend adres.

Dat was de winkel van de medische producten tegenover het ziekenhuis, die hadden geen pincetten, maar gaf de tip het bij de apotheek in het ziekenhuis te proberen. Ze stopte me een mondkapje toe. Het was druk in de wachtkamer. Mensen mopperden of liepen weg. Tussen de bedrijven door vroeg ik of ze ook disposable pincetten hadden, wat werd beaamd. Opnieuw in de wachtmodus, die uiteindelijk werd beloond met 15 stuks. De koningin te rijk, stapte ik weer naar buiten. Wat een dag. Missie geslaagd.

Uncategorized

Dag ezels, dag ringslangen

‘Je wordt een boeddhist als je met kinderen omgaat. Je moet zoveel geduld hebben, dat de tijd lijkt te verdwijnen, die geeft de moed op’. dit zijn de woorden, die de schrijver in de gedachten van de hoofdpersoon schrijft, in mijn laatste recensie-exemplaar. Wie, hoe en wat zal ik op een later tijdstip onthullen, maar allemachtig. Wat een boek. Het rijgt vervreemding, bewondering, ongebreidelde fantasie en filosofie in een adem aaneen. Een lang snoer van genieten. Tijd die de moed op geeft. Het is me op het hart geschreven.

Op weg naar de school van de kleine filosoof ging ik nog even naar de Emmaus om te zien of daar een Rose-hoedje te vinden was. Op de gevel las ik de prachtige uitspraak van Mandela. Opnieuw groeide diep ontzag voor de bedenker van deze waarheid. Overcoming poverty is not a gesture of charity. It is nog an act of Justice. It is the protection of a fundamental human right. The right to dignity and a decent life”. De spijker op zijn kop. Waardigheid en een fatsoenlijk leven. Erachter komt officieel nog ‘While poverty persists, there is no true freedom’ maar dat vond ik niet terug op de muur. Het is precies de essentie.

Ik schoof vanuit de schaduwzijde van de straat langzaam maar zeker op naar de ingang van het grote hek, waarachter vaders en moeders, oma’s en misschien wel een enkele oppas tussen stond. Veel fiets en bakfiets, kinderwagens, mijn kleine blauwe ver weg en een glanzende grote Mercedes ,die als een schip geruisloos achteruit stak een parkeerhaven in, in de verboden-in-te-rijden-straat , op twee passen van de ingang af. Na de eerste groep zag ik mijn kleine grote man in het groen, die stralend en met open armen op me af stormde om te knuffelen. Dan kan de dag al niet meer stuk met zo’n geluksmomenten.

Een beloofd ijsje moesten we gaan innen. Schepijs van Zomer had hij in zijn hoofd, maar oma’s zijn altijd een tikje eigenzinnig en na een stief half uur en een ‘oma zijn we nu bijna bij het ijsje’, stopte de blauwe op de laatste parkeerplek die nog vrij was. Rhijnauwen op een zonnige dag met een vrolijk en verwachtingsvol jongetje naast me speurend naar de ringslangen die oma wist in de kromme Rijn. Op de brug samen turend in het water gleed het beloofde ijsje, met de stroming mee, even uit zijn gedachten.

Verder wandelend bekeken we het ijsjesbord bij de winkel van de jeugdherberg. Geen schepijs maar wel Cornetto en zelfs Magnums van boerenijs. Eerst even bij het pannenkoekenhuis de kaart naspeuren op schepijs en anders terug, over ons geheime paadje langs de twee ezels om dan een-ik zou ook wel de magnum willen hoor-te gaan halen. Magnum mocht hij nooit, maar van oma mag alles, dat kan met één kind en een middag samen vertoeven.

Daarna zaten we op een aanlegsteiger en observeerden tegelijkertijd een stelletje dat zich in het koude water had laten glijden. Bibbertjes koud klonken de gilletjes van het meisje. Er was nog een verrassing want even later zagen we de auto van zijn moeder in de opstopping bij de brug. Vlug over het geheime pad terug, naar de speeltuin achter het pannenkoekenhuis, dag ezel, dag ringslangen, snelle voeten en veel zin.

De hoge glijbaan was voor hem een peuleschil maar wat schetst mijn verbazing toen die kleine pork van een zus met haar dribbelbeentjes de trappen opklom en met een vaartje naar beneden roetsjte. Onverschrokken en niet bang, nog geen sikkepit.

De speeltuin een succes, de pannenkoeken een succes, de koele bries, het zonnetje, de stromende Kromme Rijn en het schouwspel van moeder waterhoen met haar jongen vervolmaakten het vredige tafereel. Twee puzzeltjes bij de grote pannenkoek en pas toen de vermoeidheid toesloeg, was het alleen moeten spelen in de speeltuin een te groot obstakel, want toch altijd spannend. Een gesprek van moeder tot zoon boodt een uitweg. Hoe vaak paste ik dezelfde wijze toe na een impasse met onwil en boos. Dan moesten we even samen babbelen ‘waarschuwende blik met frons’.

Oma’s ‘pannenkoek’ haha

Koffie en thee toe en een groeiende rij gegadigden in de wachtrij. Het was welletjes geweest. Omhelzen van dochterlief, kinderen al vooruit, en terug over het geheime pad naar mijn kleine blauwe. ‘Dag ezels, dag ringslangen’.

Uncategorized

Gratis en voor niks

De kousen van Rose zijn binnen, een mooie degelijke ruit, past perfect bij het grasgroen van de rest van de outfit. De dag nadert met rasse schreden. We hebben er zin in. Nu alleen de weergoden nog gunstig zien te stemmen met schietgebedjes en complimenten. Het enige wat niet soepel loopt in de voorbereiding is de pols. Halsstarrig blijft ze onwrikbaar vastzitten. morgen toch maar eens het feit onder de ogen van de huisarts brengen.

De fysio heeft er uitvoerig naar gekeken en beaamd wat ik ieder steeds vertel. Het is niet een normaal proces, wat hier doorlopen wordt. De medische wereld verschuilt zich achter de ongelovige Thomas en tijd. Je moet het de tijd gunnen. Zo’n helingsproces heeft tijd nodig, Geduld is een schone zaak, geef het de tijd. Maar ik ben het zat, de belemmering en nog steeds het getyp en gemiep met één hand. Alhoewel, gisteren tijdens de oefeningen, liep er een man met een onwillig lam been te zwoegen op een brug met gelijke leggers en twee fysio er omheen. ‘Ja, natuurlijk’, beaamde de mijne. ‘Je hebt altijd erger, maar daar gaat het niet om’. Simpel maar waar.

Gisteren weer een groot cadeau gekregen. Ik weet echter niet of ik het hier al delen kan. Wel dat de halve dag er mee gemoeid was. Later meer. O ja, bij de boekwinkel dacht ik dat ik mijn portemonnee op de tafel had laten liggen. Ineens bedacht ik me dat ik natuurlijk contactloos kon betalen. Nog nooit gedaan, wel lang geleden geïnstrueerd door zoonlief. De verkoper was volslagen digibeet, nou bijna dan, bekende hij. Die kon niet helpen. Met moed, beleid en trouw wist ik het tenslotte uit te vogelen. Weer de weg naar de toekomst verbreed. Zo werkt dat. Eenmaal moet de eerste keer zijn.

Tussen de onderwerpen door ontwaar ik in de boom voor het raam een vogelpaar. Niet hoe ze er uitzien, maar vooral hoe ze bewegen. Zijlings over de tak, zie ik duidelijk bij de rechter, terwijl ik verder alleen contouren zie, omdat ik tegen het licht in tuur. Ze blijven zich angstvallig schuilhouden

Er zijn dagen dat ik terugverlang naar de oneindige stilte van de eerste lockdown. De dagen trokken autoloos voorbij. In de vroege ochtend werd de dag in stilte omarmd. Dag en nacht geen verschil. Geluiden kwamen van de natuur, fladderende vleermuis, ruisende bomen, het gekras van de kauwtjes, een koeren van de duif met een echo er achteraan. Verder volmaakte rust. Als ik in deze tijd ‘s morgens nog lig te soezen, komt het verkeer om vijf uur op gang, zwelt aan en roept de wereld wakker met haar eeuwige achtergrondtonen. Altijd aanwezig.

Vanmorgen bij het gieteren van het balkon zag ik tot. Mijn grote verbazing, een bijna rijpe tomaat. Wat een verrassing, zo laat nog. Ik had haar niet meer verwacht. Geduld wordt, weliswaar niet rijkelijk, maar toch beloond.

Vandaag ga ik op jacht naar de pincetten en de hoed voor Rose, er moet ook bloed worden geprikt en de kleine filosoof kijkt halsreikend uit naar mijn komst. Uit school gaan we vast ergens een ijsje eten. Omdat het kan en het nog steeds aan het zomeren is. Een cadeau om te omarmen en in te lijsten. Gratis en voor niks.

Uncategorized

Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Vanmorgen las ik eerst een paar hoofdstukken uit ‘ Verdriet is het ding met veren’ van Max Porter en het ontroerde nog steeds, die voorstelling van Kraai als toonbeeld van rouw, verdriet en verwerken, als spiegel voor de ziel.

‘Moederloze kindertjes zijn helemaal kraai’, vond kraai. Vader, met rouw in hart en hoofd: ‘We zullen dit huis vullen met speelgoed en boeken en brullen als kinderen die niet zijn opgehaald uit de speelzaal’ en de jongens: ‘Ik lieg over hoe je bent gestorven’ fluisterde ik tegen mama. ‘Dat zou ik ook doen’ fluisterde ze terug. In dergelijke zinnen wordt het verdriet zo tastbaar, zo echt, dat je er bijna van zou gaan somberen. Daarna las ik het verhaal van De genezing van de krekel, over zijn somberheid en dat de veenmol hem een brief schrijft, waarin hij vraagt ‘of krekel zijn verjaardag komt opsomberen’ Van zo’n vondst van Toon van Tellegen, zo’n prachtig beeld, wordt mijn somberte in de kiem gesmoord. Bij krekel niet. Op een ochtend, toen de zon naar binnen scheen en de stofdeeltjes dansten door de ruimte, werd krekel wakker met een vreemd gevoel. Anders. Hij ontdekte dat de somberte uit zijn hoofd verdwenen was. Zomaar. Krekel was ‘zomaar’ beter geworden. Soms is ‘een gemoedstoestand de tijd gunnen’ een prachtig doekje voor het bloeden.

Twee dunne boekjes en twee keer zoveel stof tot denken, omdat er tussen de regels door andere boeken geschreven staan.

Dat ik de boeken las, kwam omdat ik de boekenkast indook op zoek naar een geschikt boek voor dochterlief. Een waar ze in kon verdwijnen. Ik vond ‘ Het Zoutpad’ voor haar van Raynor Winn en ‘ Gemma’ van Mohammed Benzakour. Een mens zou vaker de boekenkast moeten doorspitten. Dan staan er weer hele nieuwe gedachten op, die al een tijdje lagen te sluimeren. Van dochterlief had ik het boek van Bart Chabot ‘Mijn Vaders Hand’ weer terug. Mijn grote gevulde kasten als bibliotheek voor de kinderen, dat idee bevalt. Iets met doorgeven en de diepte in, gespreksstof en nieuwe ideeën.

Gisteren bij het oppassen was kleindochter even wakker geworden. Zachtjes de trap op en sussend bij het ledikant staan, het dekentje over haar heen getrokken, in visioenen van ooit, lang geleden, met ingehouden adem in het donker turen, de oren gespitst en wachten op de regelmaat. Adem in, adem uit. Ze mocht weer wakker worden toen grote broer thuis kwam.

Dochterlief had een krijtbord op de kop getikt, maar nog geen krijtjes. Dat was toevallig. Ik had die ochtend eindelijk de buitenkrijt borden besteld, maar daar kon alleen met een marker opgeschreven worden. De doos krijtjes die ik een tijd geleden voor een euro had gevonden lagen dus nu werkeloos in de achterbak van de auto. Nee, toeval bestaat niet, maar dat wisten we allang.

De kleine filosoof krijtte een knappe schrijf-k- op het bord. Kleintjes worden groot. Toen ik weg ging zaten ze beiden zoetjes naast elkaar te krijtten.

Bij de kringloop zocht ik naar een English Garden Hatter, maar zag niets van mijn gading. Wel viel me op hoe druk het er was. Snel verder, het winkelcentrum in en bij de winkel van de lage prijzen tien loeps gevonden, later goed voor de kleinkinderen. Het vinden van de pincetten bleek een grotere klus. Vandaag een nieuwe dag. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Uncategorized

De tijd vliegt

Dit is de week die in het teken staat van de viervleugelige snuifmotkever, waar Rosé, Lily and Margret naar op zoek moeten aan het eind van de week in de verborgen tuinen. Dat betekende voor mij, dat ik als eerste de metamorfose moest kunnen maken van mijn bescheiden persoon naar de wat eigenzinnige, betweterige, zogenaamd wetenschappelijk onderlegde, Rose. Het werd tijd om haar outfit bij elkaar te scharrelen. Er was maar één super gesorteerde kringloop in kleding op zegge en schrijven 3 km afstand. Die hadden zoveel, zo goed uitgezocht op kleur en zelfs een hoek nostalgie. Het moest gek lopen zou Rose daar niet uit de verf komen.

Het was warm in het altijd te krappe pashokje. Langzaam maar zeker parelde het zweet in druppeltjes op het verhitte voorhoofd. rok aan, ruitjesjas zoeken, ruitjesjas houden, andere rok zoeken, transformatie meer hippie dan old english lady, andere bloes erbij en zo husselde ik heel wat setjes bij elkaar totdat ik achter me een welbekende stem hoorde. Het was mijn lieve medekompaan, Margret, eveneens lid van ‘The Royal Garden’. Ze was ook naarstig op zoek naar een stevig Engels setje.

Tipje van de sluier

Als een mens kan sparren klopt dat lucht in een ideeën-brein. Al gauw zat Margret in hetzelfde concept als ik en kwam er een leger aan typetjes voorbij. De vrouw van de kledingafdeling keurde dapper mee en Rose mocht van haar zelfs de paspop leeg kapen. Tegen sluitingstijd waren we rond. De accessoires waren voor later in de week.

Met een snelle groet en ‘tot zo’ namen we afscheid. Die avond hadden We samen met vriendinlief een etentje gepland staan, onder andere om mijn verjaardag te vieren en om de tuinenmiddag te bespreken en de puntjes op de -i- te zetten. Wat een zalig avondje werd het. Niet in de laatste plaats om het heerlijke eten, Surinaamse en Indiase gerechten om het bord bij op te eten, zo lekker, maar ook het afwisselen van schoolontwikkelingen met hilarische lady’s-eigenaardigheden en een zo goed als uitgewerkt plot, waar omheen naar hartelust geïmproviseerd kon worden. Zo werkt dat.

Tussendoor waren er alarmerende appjes geweest van oudste kleinzoon in het ziekenhuis, scheurtje in de elleboog en wat net zo erg was, hij was in aanraking gekomen met een hard remmende auto, die hij niet had gezien. Soms zijn leerpunten wel hele harde leermeesters.

Gelukkig zaten ze inmiddels weer thuis op de bank naar een wel heel bijzondere uitzending te kijken van ‘Kopen zonder kijken’ op Videoland. Voor ons heel bijzonder dan. Eindelijk kan ik het kwijt bij jullie. In mei mocht ik er nog niets over vertellen. Volgende week maandag zijn zoonlief en zijn leuke gezin aan de beurt. Dan mogen ze hun ‘blind’ gekochte huis ontdekken. Wie niet zo lang kan wachten, kan al deze week terecht op Videoland. Superspannend voor jullie en een verlossing voor ons, want dan kan ik eindelijk los en mogen er foto’s gedeeld worden.

Vannacht het vierde boek uitgelezen en zo genoten van dat spannende avontuur. Over helden gesproken. Hup en verder in boek vijf. De inleiding is al geschreven, van de week volgt de rest. Een paar dagen denkbeeldig potloodje knauwen. Zo slaan we de dagen wel stuk, met al die uit te broeden eieren.

Om de pijn in de pols ben ik gaan bellen; huisarts, gipskamer, poli chirurgie. Kennelijk is geduld in deze de schone zaak en dient in acht genomen te worden. Er moesten maar wat pijnstillers tegenaan. Ook goed. Niet kwezelen, daar weten we alles van. Vroeger was het niet anders. Even doorbijten maar. Ach, zolang je geen kans krijgt erbij stil te staan is het probleem er alleen in ruste. De tijd vliegt.

Uncategorized

Een dag uit duizenden

De eerste twee cakes aangesneden, ingepakt en in een feestelijk tenuetje op weg met de kleine blauwe. De bordjes voor de eventuele bezoekers stonden er nog niet. Het wees zich vanzelf. Langs de sloot, het hochie over en dan op de open plek middenin. Daar stond de tent. Er waren al musici aan het inspelen en er was volop bedrijvigheid van uitpakken van instrumenten, het opschudden van de outfit en hier en daar een musiciale toonladder van een saxofoon er tussendoor. Ik herkende ook het begin van de aanzet van een Italiaans stuk. Licht klassiek leek me het repertoire.

Ondertussen werd de tafel voor de koffie en cake neergezet en bogen de zij- en de achterbuuf zich over een tweede stevige partytent, die weldadige schaduw bracht in de uitbundige zonnewarmte. Glorieus weer voor een uitzonderlijke dag. Er ging een prachtig indiakleed over de tafel. Binnen een stief half uur stond er een zomerse perfecte entourage als omlijsting voor het optreden klaar.

De eerste bezoekers kwamen het complex binnen druppelen en zochten een plekje achter een kleine wilgenpartij, dat wat schaduw bracht over de te vergeven stoelen. Er konden ongeveer dertig mensen luisteren en er zouden drie concerten zijn. Een ooievaar kwam nieuwsgierig op de klanken af en cirkelde een tijdje boven deze ongewone bijeenkomst, verrast misschien. De dames schaap hadden zich teruggetrokken in de schaduw. Met een klein verkoelend briesje wiegden de wilgentakken met ons, organisatoren, mee op de klanken van de melodieuze uitvoering van dit blaasensemble.

De eerste twee cakes gingen na het concert schoon op. Ik haalde wat geld op met een speciaal busje en er waren folders met een Q-code voor de mensen die geen baar geld bij zich hadden. Het was een vredig tafereel daar middenin het veld. Normaliter organiseerden we de feesten vooraan, maar daar werd je al snel overstemd door het langs zoevende verkeer op de ring. Deze plek was vele malen beter voor een feestje.

Er volgde nog even een gesprek met achterbuuf en daarna ging ik, maar half mobiel door de pols, weer op huis aan. De appjes achteraf bleven jubelend, de hele dag lang.

Op naar de kinderen, die allen in het water van de plas verkoeling probeerden te vinden. Het was een mijl op zeven om een parkeerplek te vinden, want er waren meer stadsgenoten op het idee gekomen. Iets verder weg, goed voor de broodnodige beweging, was er nog een gaatje. Ze zaten midden op het strandje in de brandende zon met een hoed, twee kinderprapluutjes, ingesmeerd en wel te genieten. De kleine filosoof en de ondernemer bouwden een zandkasteel, die de weerspannige dribbel dan weer kapot probeerde te maken. Dat leverde hem van alle kanten reprimandes op. Maar hij zat niet goed in zijn velletje. Papa ging met hem aan de slag.

Kleindochter en de filosoof wilden wel zwemmen. Met vleugeltjes en bandje in de aanslag voor de kleine, poedelden ze er lustig op los. Het waterballet bleek voor de anderen aanlokkelijk genoeg. Zien zwemmen, doet zwemmen. Dribbel stak slechts twee tenen in het water en hield het voor gezien. Dochterlief ging voor de helft mee het koude water in en oudste en ik bleven aan de kant genieten van het grut, die zich als echte waterratjes kostelijk vermaakten.

Mijn feestelijke outfit paste niet helemaal in het sfeerbeeld, bovendien zorgde het op de grond zitten voor de nodige hilariteit met aangedane pols en knie en moest dochter takelen om me weer staande te krijgen. Ik liet de jeugd de jeugd en stapte door het zand, en tussen de zonaanbidders door, naar de blauwe. In de heerlijke koelte van de airco reed ik op huis aan. Een dag uit duizenden.

Uncategorized

Ruim voldoende voor het verhogen van de feestvreugde

Hoe was het ook alweer. ‘Een ezel stoot zich nooit twee keer aan dezelfde steen’. Ik kan het met het grootste gemak en wel meerdere keren zelfs. Een druk op de knop en roetsj, daar verdwenen alle volzinnen van het scherm. Nergens meer terug te vinden, want niet opgeslagen. In dit relaas nu om de alinea bijwerken. Het zal me toch niet weer overkomen.

Cake-dag vandaag. Gisteren gingen de laatste twee de oven in en toen was de lust tot bakken tot in mijn tenen vergaan. Twee kruidcake en drie appelcake waren voldoende. Voor de biologische medemens kwamen er nog een rol gemberkoeken en havermoutkoekjes bij, die de supermarkt in het schap had liggen. Het diende als compensatie voor al het zoet. Voor ieder wat wenselijks. Ik beloofde mijn commissiegroep het te komen brengen en een sessie bij te wonen, maar niet er de hele middag te blijven. Spelbreker was de pijn in de pols. ‘Het gaf niets’ verzekerde mijn medeorganisator mij, het was al heerlijk om me te kunnen zien. Tuinieren schept een stevige band. Altijd fijn om te horen.

De bel, voetstappen-en-stapjes op de galerij en een grote bos bloemen met daarachter dochterlief met man en kinderschaar. Eerst de boel redderen. Scherp bloemenmes voor dochter om de stelen mee te snijden, appelsap voor de jongens, autootjes onder de bank uit, de left-overs van de Schnitt en de proefcakes aan de man brengen, cappuccino voor schoonzoon, thee voor ons.

Zo zoetjes als Dribbel hier alleen kan spelen, zo onrustig werd het door de apenliefde van de broers voor elkaar en de stoeiende kluwen op de grond, verongelijkte gezichten, breed gegrijns, piepstemmetjes. Het behoorde allemaal bij het spel. Dus werd er op een goed moment gelucht en gingen de twee oudsten met de bal naar buiten. Daar kon de dubbele energie vrij om de bal heen stormen. Uitgeraasd werd het een stuk overzichtelijker. Dribbel had samen met oomlief boven Greetje ontdekt en wilde eerst zijn wild gevecht met die kleine menspop voortzetten, maar bij een waarschuwing dat dat niet leuk was voor Greetje, lukte het mij om met de hand in het poppenhoofd te gaan en haar om crackertjes te laten bedelen.

Die wist Dribbel te vinden en er ontspon zich een kostelijk schouwspel van spannend afwachten, weghappen, afwachten etcetera. Het leverde een geschater op met zijn hele ziel en zaligheid en het werkte zo aanstekelijk, dat we binnen de kortste keren allemaal zaten te schuddebuiken.

Greetje was in haar element. Eindelijk weer met kinderen aan de slag en in gedachten kwamen de kringen weer bovendrijven met Greet of Mo of Fien, die de kinderen uit de groep betoverden met hun levendige aanwezigheid. Bijna ieder was gebiologeerd en keek alleen maar naar de pratende en gesticulerende pop. Nu kon ik geen gebaren erbij maken, maar het weghappen en kauwen van de cracker, waarbij de kruimels in het rond vlogen, compenseerde dat ruim voldoende.

Toen ze weer vertrokken waren, ‘Dag dag, kleefkussen en knellende armen’, snoof de stofzuiger binnen een seconde de kruimravage weg. Ziezo. Na de boodschappen lag er in de brievenbus een lieve verjaardagskaart en een pakje dat ik de dag ervoor besteld had en dat eigenlijk pas dinsdag binnen zou zijn. Het was een kaartenhoekje voor de kleine filosoof om zijn nieuwe reeks Pokemonnen uit te kunnen stallen. Vandaag zal ik ze langs brengen als verrassing. Succes verzekerd.

Het is tijd om de cakes te gaan snijden. Om twaalf uur starten de voorbereidingen op het midden van het terrein. De tent staat al en op de toegestuurde foto hingen er gratis en voor niks al vrolijke ballonnen omheen. Nu het orkest nog en dan kan de boel los. Om het heel feestelijk te maken, had het weer een zomerzon in gedachten, ruim voldoende voor het verhogen van de feestvreugde.