Literatuur.·Overpeinzingen

Je bent nooit te oud om in het diepe te springen

Het vierde boek is uit. Zucht. Mag ik jullie aansporen om literatuur aan te schaffen of te lenen van de bieb, die onder de categorie ‘jong volwassenen’ valt. Het is het licht op hun wereld, een heuse inwijding, het inzichtelijk maken omtrent hun handelen, de gedachtekronkels die hun zoektocht op een eigen weg vertalen naar onze wereld. Kortom begrip voor de lieve jeugd, met de nadruk op lief, ook al lijkt het in de verste verte niet op datgene, wat wij eronder verstaan en doen ze dingen die je de haren te berge laten rijzen als je je tolerantiepakketje te diep hebt weggestopt of uitgezet. Er zijn er vier langs gekomen. De vijfde ligt klaar.

Het enige wat ik weet is dat het in de recensie zorgvuldig uit de doeken moet worden gedaan, want dat verdient deze categorie. Er ligt zoveel emotie onder verborgen, dat het niet zelden de vorm van een tragikomedie aanneemt. De hardheid van het bestaan versus de hoop en het verlangen van jonge mensen met hun hele toekomst nog voor zich. Niet alleen moet je dealen met wat er tot dan toe op het bordje ligt, maar er wordt op die leeftijd ook van je gevergd, dat je alles wat met de kinderlijke onschuld en ook met een zekere naïviteit te maken heeft van je afgooit en dat je de onzekerheid van wat er komen gaat in een bepaalde realiteitszin wrikt. Ga er maar aan staan. En dat in de wereld van dit moment waarbij heel veel ego ‘s, vaker dan wenselijk, de nobele maatschappelijke gevoelens voorbijsnellen uit eigenbelang.

Pluis ligt wat mottig op de bank in diepe rust. Lief is gaan singelen met vriend. Singelen is een geliefde bezigheid. Dan loop je in betrekkelijke rust, vooral doordeweeks, de singels rond het centrum van Utrecht af. Het is een ultiem moment om een goeie boom op te zetten over filosofische en maatschappelijke kwesties. Doorgaans verdrinken ze de opgedane energie in een verfrissend pilsje in een van de uitmuntende bierlokalen. Daarna is er stof tot bijpraten voor de hele week voor ons samen. Altijd leuk en verhelderend.

Gisteren was het balkon het toneel van een brute verstoting. Moeder kauw had bedacht dat haar zoon of dochter, met de natte nestharen nog op de kop(dat laatste is een tikje overdreven)op eigen poten moest leren staan en zijn eigen vleugels moest leren hooghouden. Ze pikte wat granen van de voederschaal en weigerde dat in de opengesperde bek van de uit de kluiten gewassen kleine te mikken. Integendeel. Ze pikte, toen haar bek leeg was, venijnig naar hem met haar snavel om hem te verjagen ‘Vort jij, ga je eigen voer maar zoeken’ leek ze te krassen. Meesmuilend met zielige krakrassen, liet het jong zijn bezwaar horen, maar moeder kauw was niet te vermurwen.

Het vijfde boek ligt te branden op de stapel. Het is geschreven door Yorick Goldewijk en heet ‘Films die nergens draaien’. Het wordt hooglijk aangeprezen in de pers en het heeft de zilveren griffel en de Vlaamse literatuurprijs gewonnen. Met een klapper naar het einde toe werken. Dat is het betere werk. Zo leerden we de kinderen op school ook plannen. Bewaar het leukst, mooiste, ontroerendste, grappigste, voor het laatst. De hele dag ligt nog open. Zometeen probeer ik een rondje familie hier in de buurt. Al wie er thuis is. De gierzwaluwen vliegen laag. Zou er regen komen? Anders is fietsen een goede optie.

Zuslief appte over het vakantiehuis waar wij volgende week, de vier zussen, onze jaarlijkse samenzijn vieren. Er is een hottub, een sauna, maar er zijn ook dieren rondom. Kippen, een hond, twee geitjes, de poes. Voldoende levende have om van te genieten. Alleen de lusten. Voor de lasten is een oppas geregeld. We kijken er naar uit. De fietsen staan bij aankomst klaar, de hottub ook geloof ik en dat wordt zomaar weer een nieuwe ervaring. Je bent nooit te oud om in het diepe te springen.

Inspiratie·Literatuur.·Overpeinzingen

Nieuwe stappen met weemoed vooruit

Het vierde boek kwam in eerste instantie wat oppervlakkig over, een echte chicklit. Zeg maar ‘De Joop Terheul’ voor jonge vrouwen, literatuur die wat schamper weggezet werd tussen de ‘serieuze’ minrebroeders, wat daar ook maar de definitie van mocht zijn. Maar na een boeiend geschreven eerste hoofdstuk bleek aan het eind ervan dat haar moeder van 55 jaar niet was gescheiden van haar vader, maar aan vroege dementie leed en dat dat erfelijk was. In die wetenschap sidderde het boek onder deze wending, en wierp een totaal nieuw licht op de zaak. Daar had de schrijfster van ‘De Falling In Love Montage‘ Clara Smyth me bij de lurven en sleurde me het verhaal binnen.

Gisteren was een dag van lezen en lanterfanten. Lief, die volledig ondergedompeld was in het laat Middeleeuwse Spanje bij het lezen van ‘De hand van Fatima’ van Ildefonso Falcones, besloot een stuk te gaan fietsen om mij de ruimte te geven meters te maken met het boek. Het lieve lijf eiste evenwel wat beweging op, dus besloten we dat een kookbeurt met de tajine, weliswaar in een zware stoofpan bereidt, de sfeer die in zijn verhaal hing, mocht omlijsten. Stoofje met wortel, rozijnen, heel veel kruiden, bij hoge uitzondering kip, een recept, hoe toepasselijk, uit ‘De keuken van Fatima’. Koken met de hand van Fatima om in het Middenoosten te kunnen blijven dralen. Er moesten nog wat ingrediënten gehaald worden. Vier vliegen in een klap. Ik was er tussenuit, al wandelend tussen de schappen kon ik loskomen van het boek, er was de broodnodige actie ter afwisseling van die gedwongen rust en we zouden een smakelijk maaltje hebben straks. Het lukte allemaal wonderwel. De boodschappen, het koken en stoven, de heerlijke tajine met kip en groenten.

In het magazine Zin van vorige maand stond een artikel over ‘Joie de Vivre’. Een zinsnede begon als volgt: Hoe vaker je ervaart dat je de wind niet kunt veranderen maar de stand van de zeilen wel(…). hoe waar is dat. Het leven wordt geleid door allerlei omstandigheden die zich voordoen en wij hebben in de loop der jaren geleerd te walsen met of om dat alles heen. De woorden komen uit de koker van geluksexpert Patrick van Hees. Een van zijn uitgelichte quotes is: ‘Ik raad iedereen pitstops aan. Met de benen omhoog, muziek luisteren, boek lezen, in bad gaan’.

Dat ‘boek lezen’ is voornamelijk waar we op het ogenblik veel mee bezig zijn. Buiten dat het een volledig andere belevingswereld aanboort, levert het ook gespreksstof op voor een fijn samenzijn en omdat het vaak dezelfde interessewereld behelst, geeft het een diepgaand gevoel van verbondenheid. Bij het zoeken naar bijbehorende items om de sfeer te verhogen, brengt het ook diepgang in de beleving. Dat samen te mogen meemaken, is het kleine geluk pur sang.

Vannacht droomde ik van school. Misschien kwam het door de herinnering die FB me stuurde met een foto waar de hele groep aan een kleine maaltijd zat van de nieuwe oogst. Al mijn lieve schatten om de lange tegen elkaar aangeschoven tafels heen. Als klap op de vuurpijl hoorde ik vanmorgen ook dat de bovenbouw van de scholen aan de overkant van de weg vermoedelijk aan het uitglijden waren. Het gejoel was uitbundig en er werd iedere keer enthousiast geklapt. Het ritueel van ons afscheid op de oude school ieder jaar, met de oudsten uit de groep, kwam in vluchtige beelden langs. In de onderbouw gleden ze het raam uit op de grote houten glijbaan uit de gymzaal en het ritueel van een versje met karaktereigenschappen, zodat de kinderen uit de andere groepen konden raden wie er uit zou glijden. In de middenbouw werd er een heel parcours opgebouwd voor de vijfde jaars om te eindigen in een zwembadje en in de bovenbouw gleden de achtste jaars over de zeepglijbaan de school uit. Rituelen die het extra feestelijk zouden maken, omdat het afscheid nemen zo dubbel was. Nieuwe stappen met weemoed vooruit.

Literatuur.·Overpeinzingen·Ruimte scheppen

Boffen hoor

Als je het op de heupen krijgt, moet de energie ergens kunnen ontladen. De kledingkast moest er aan geloven. Al mijn overtollige gedrevenheid stopte het ene na het andere kledingstuk in de zak. Wat maar een zweem van het predikaat ‘oud, verschoten of nooit meer aangehad’ met zich meedroeg kon rücksichtslos naar de kringloop verdwijnen. Oud en versleten stond synoniem voor ‘niet meer van deze tijd, een verkeerde snit, het zat niet lekker, of het kriebelde teveel’. De bovenste plank bleef nagenoeg intact, maar daarna ging het snel en vielen er gaten tussen plank en plank. Soms aarzelde ik en haalde iets na een poosje weer uit de zak voor ‘ Je weet maar nooit’, maar het meeste werd rigoureus aangepakt en weggedaan.

Zes hele volle vuilniszakken aan overvloedig leven was het resultaat. Ziezo, de eerste stap naar de werkkamer in wording was gezet. Deze ochtend zet ik de puntjes op de -i- met de nieuw aangeschafte kringloopbuit van van de week, is het voornemen.

Hierna komt de kast met accessoires zoals sjaals en schoenen aan de beurt. Die mag leeg en daarna weg, hoe grappig ze ook is met haar goud op snee en oudroze uiterlijk. Al jaren lang is een poot weggesleten door de houtworm en gestut met een blokje dat nog steeds voldoet. Maar ze neemt meer ruimte in dan nodig. Bovendien moet op haar plaats het kledingrek komen. Een kledingwand is het ideale plaatje.

Onder de stapel die ik op de strijkplank had gelegd, bezweek de plank. Een schroef had de kuierlatten genomen en was naar een onzichtbare hoek gerold. Zo val je van project in project en kan ik straks op zoek naar de schroef.

Er wordt druk getoeterd voor de deur en we horen opgewonden kinder-en-ouderstemmen. De dag van het kamp is aangebroken. Nooit begrepen waarom dat bij de gemiddelde basisschool aan het eind van het jaar wordt gehouden. Wij hadden de traditie dat het kamp diende om elkaar te leren kennen en derhalve viel het in de derde of vierde week van het schooljaar. Grootse kampen met een thema en heel veel fantastisch toneel door ouders en leerkrachten neergezet. Geen hoogstandje werd geschuwd. Als het nodig was kwam er een zeemeermin uit zee aanspoelen terwijl Neptunus bij de pier in het water lag, of er was een geheimzinnige deur waarachter de schrijfster een nieuw verhaal aan Het Oneindige Verhaal van Michael Ende had gebreid, iets met rook en vuurwerk. Soms stonden er ineens twee vikingen in de gang, paradijsvogels of een geleerde sterrenkundige. Doorgaans werd het kampterrein de entourage voor de spannende avonturen. Heerlijke dagen waren het waarbij iedereen die het meemaakte met volle teugen genoot.

Een enkele keer ging er iets mis, waardoor het er nog spectaculairder uitzag dan bedacht. De Neptunus waar ik het over had, gebaarde naar ons uit doodsangst omdat de mui, waar hij in was belandt, hem bijna te sterk werd of de boom waarin de piratenhoofdman zat, bleek hoger bij het naar beneden klimmen. Dan moest er een ladder aan te pas komen. Daardoor werd alles nog avontuurlijker.

Alle vijf de Young Adult boeken zijn bijna binnen. De laatste is nog onderweg. Het derde boek met de titel: ‘Niet te stoppen’ is door Angie Thomas geschreven en is een ode aan de hiphop. We betreden die specifieke wereld van binnenuit, de raps die gemaakt worden zijn door Akwasi in het Hollands vertaald. De problemen op de school zijn zo herkenbaar voor deze tijd, met detectiepoortjes en bewakers. Het milieu van de straat is ongepolijst. Je dromen waar maken krijgt een andere dimensie onder deze omstandigheden. Zeker een verhaal dat de doelgroep aan zal spreken en een boek om te verslinden.

Vanmiddag staat de PaltzBiënnale op het programma. Samen met een goede vriendin ga ik er wandelen en de creativiteit bewonderen van kunstenaars, die in de natuur een kunstinstallatie hebben gebouwd en zich hebben laten inspireren door de omgeving. Dat deel van het landgoed is eigenlijk privé, maar gaat een keer in de twee jaar open voor deze wandeltocht en wij zijn erbij. Bofferds hoor.

Literatuur.·Overpeinzingen

En de eindigheid ervan

De gierzwaluwen vliegen niet al te hoog. De hoop was er op een vrijwel droge dag, maar ik geloof dat ze de twee lichte buitjes, die nog voorspeld zijn, bevestigen.Vandaag stap twee voor de regenton, de aansluiting. Er moet wat gereedschap mee en dan kunnen we los. Fijn als ie uiteindelijk helemaal echt staat.

Het was gisteren een soort van kabbelende dag met een bezoek aan Hoek, aan broer en schoonzus van lief, een fijne lunch en een goed gesprek over de toekomstige plannen. De regen kwam inmiddels met bakken uit de hemel zeilen. Jammer, want anders hadden we echt het strand nog aangedaan. We waren er zo dichtbij, per slot van rekening.

De boeken met inspiratieverhalen heb ik naar boven gehaald en ze liggen nu om mij heen of staan op de plank achter het bed, tegen het doek van de schrijvershand die de pen vasthoudt. Onder andere ‘ De kunst van het woord’ Vincents mooiste brieven, de meeste aan zijn broer Theo, altijd bedelend om geld of penselen en verf en met een uitgebreid verslag van zijn belevenissen, maar ook met de gedachten, die zijn gemoed bezig houden. ‘Verdriet is een ding met veren’ van Max Porter is een andere. Elke passage is raak, soms vervreemdend, kraai speelt zijn eigen rol, die van rouwverwerker en vliegt pas op als de vader met de twee zonen samen alleen verder kunnen gaan. Kraai in zijn rol als de spiegel van verdriet. Hij drijft er de spot mee en roept zijn rouwenden wakker. Een intense beleving is dit hele bescheiden boekje. Hoe dicht kan je onder de huid kruipen.

Het mooie boek van Toon Tellegen: ‘Tot de winter er op volgt’ vind ik er tussen. Een verwerken van de ouderdom op een wisselende wijze. Soms zet hij zich er tegen af zoals in het gedicht Het gelijk aan mijn zijde, waarin hij een engel verslaat en het gelijk niet van zijn zijde wijkt en dan weer leunt hij er weemoedig tegenaan en omarmt in zekere zin dat duistere moment: ‘ Ik ben moe, nacht/je friemelt al aan mijn knopen, ik voel het wel,/je maakt mijn veters al los…, nacht, geef me nog wat tijd.’ Of dan weer een moedig aangaan van wat onvermijdelijk is, zoals in het gedicht ‘Het verleden slaat op de vlucht’, waarin hij schrijft: ‘Ik zou niets meer wegen,/nooit meer die loodzware voeten, die rug die bezwijkt, die plotselinge steen in mij/ en nooit meer schrijven, doorkrassen, verfrommelen, verdoezelen.’

Helemaal onderaan ligt het kleine boek van Kees van Kooten over het sterfproces van zijn moeder Annie. Een aangrijpend en waar gegeven vond ik op bladzijde 55. Iets wat heel vaak meespeelt. ‘Annie wil niet verder leven, maar wij kunnen haar nog niet laten gaan. Zelfzuchtig rekken wij haar laatste ademhalen, dat steeds benauwder wordt, met kortere tussentijden. Schurend en raspend, niet om uit te houden, niet om aan te horen.’

Ook de genezing van de krekel van Toon Van Tellegen ligt er tussen de lievelingen. Een tweespraak tussen de krekel en de schildpad gaat daarin op deze manier: ‘Ik ben somber,’ zei de krekel ‘O,’ zei de schildpad. ‘Ja,’ zei de krekel ‘Onverwacht. Het is een gevoel in mijn hoofd. Een groot en onwrikbaar gevoel.’ In de rest van het verhaal proberen zijn vrienden op allerlei manieren de somberheid op te heffen. Aan het eind van het boek gebeurt het: Er was iets vreemds. Iets heel vreemds. Maar wat? Hij keek om zich heen. Hij zag de vloer, het plafond, de deur, de kast, de tafel, de stoelen en het raam. alles was zoals het altijd was. Zijn gordijnen wapperden zachtjes in de ochtendwind. Toen wist hij het. Het sombere gevoel in zijn hoofd was weg. Zijn hoofd was leeg. Gedachten kwamen schuchter te voorschijn uit kieren en gaten, en schoten onwennig door de lege ruimte heen. Het is weg! Dacht de krekel.

Een gegeven dat me altijd bezig heeft gehouden. Afscheid en de kwetsbaarheid van een mensenleven. Door berichten over mensen die ineens vertrokken zijn. Die zelf een keuze hebben gemaakt of die dat aan anderen overlieten. Die geen vinger in de pap kregen, maar op stel en sprong in opdracht het aardse verlieten. De willekeur daarin, het ongewisse en natuurlijk de gedachte aan wat ons te wachten staat. Heel het leven in haar volle glorie en de eindigheid ervan.

Inspiratie·Literatuur.·Overpeinzingen

Bij deze

Terwijl Franklin over het land raasde en her en der voor opschudding zorgde, kabbelde de droom stilletjes voort. Een wonderlijke, als altijd, waarbij er een wedstrijdje aan de gang was van: Wie er het snelst op handen en knieën om de tafel kon lopen. Iemand verzekerde mij, dat ik het echt kon proberen op mijn versleten knieën en dat dat geen schade zou geven. Inderdaad ging ik als een speer en won de wedstrijd. Het resultaat was dat ik eindelijk een keer op het ouderwetse vroege ochtenduur wakker werd. Koffie en genieten van het oplichten van de donkere nacht.

Gisteren kwam dochterlief gezellig theeën, maar ze had alleen de kleine dribbel bij zich. Die moest uit zijn autoslaapje en zijn dikke jas gepeld worden en keek nog wat pips in het rond. Maar zodra hij in de kamer was, ontdekte hij zijn vriendin, de pop Greetje, en smeekte mij haar tot leven te wekken. Zijn naslaap verdween als sneeuw voor de zon door Greetjes grappen, helemaal toen ze hem wel wilde opeten. Dat leverde een hoge, ietwat, angstige maar ook uitgelaten lach op. Het monstertje, een vingerpopje van het bijbehorende monsterboek, leverde grote hilariteit op tijdens het voorlezen. Vooral omdat hij steeds de herhaling zelf kon nazeggen. Dat er geen goed einde was, deerde de lieverd geen seconde, schaterend bewoog hij het vingerpopje over de bladzijden. Hoe meer monsters, hoe beter, hoorde je hem denken. Daarna was het de hoogste tijd voor crackertjes en appelsap.

Ineens dacht ik aan de mappen boven, die ik dochterlief wilde laten zien. Studiemateriaal van Speel je wijs, dat al jaren stond te verstoffen in een tas achter het bed. Ziezo, weer wat ballast over boord. Dribbel had ondertussen de doos met kleine auto’s ontdekt en speelde een heel spel in zijn eentje, iets wat hij als geen ander kon. Wij konden heerlijk bijpraten.

Zoonlief kwam zijn vogelaars-attributen laten bewonderen en toen de twee Turkse Tortels ondanks de striemende regen er lustig op los pikten in de voederbak konden we door de Swarovski- verrekijker de druppels als diamantjes op hun veren zien liggen. Het was een aangenaam verpozen en natuurlijk ging een bakje met de eerder gemaakte pasta richting huis. Dribbel zond, hard lopend om de niet aflatende regen, kushandjes over de galerij in het ritme van zijn rennende schoentjes. Later appte dochterlief dat de jongens van de pasta gesmuld hadden en dat alles schoon op was.

In de Skype met lief een schematische weergave voor het programma van de volgende dag, nu dus. Straks rij ik om elf uur richting Hoek. Daarna gaan we richting Den Haag en na het onderzoek gaat hij voor een paar dagen mee naar huis. Het grote voordeel van een weerzien is dat het extra genieten is als je elkaar in de armen kan sluiten. Nu nog duimen voor een gunstige uitslag en dat stormachtige Franklin zoet gaat rusten. Dat geeft een geruster gevoel. Hij gromt hier nog steeds een beetje na. Daarna mag het wel wat droger worden allemaal. En lichter…Letterlijk en figuurlijk.

In de boekenbijlage van de krant trok een recensie van het boek ‘Waar gezongen wordt’ door Shula Tas de aandacht. Ze gaat in het boek op zoek naar haar identiteit. Ergens wordt beschreven hoe ze zichzelf ziet: ‘Als een rode draad mij zou verbinden met alle generaties voor en na mij, dan zou die op dit moment alleen bestaan uit een klein rood puntje. Een gênant klein stipje in de eeuwigheid. Een losse noot op een verder lege partituur. Een lied zonder begin en zonder einde, zwevend in een vacuüm van tijd’ De conclusie van recensent Onno Blom is de volgende: ‘Door haar verdriet en schaamte onder ogen te zien probeert ze haar lot te omarmen. Zich te verzoenen met het onvermijdelijke’. Een boek ‘dat zich op de grens van feit en fictie beweegt’ lijkt me uitstekend geschikt voor de lijst van ‘te lezen boeken’. Bij deze.

Film.·Literatuur.

Hoe kleiner de begrenzing, hoe groter het bereik

Sofietsje deed haar uiterste best, maar verder dan twee minuten+een ging het gisteren niet. Vandaag derhalve vier. Voordat ik naar de Oostvaardersplassen kan fietsen, duurt het nog wel eventjes. We gaan stug door, met ademhalen en met opbouwen. Op die plassen kwam ik omdat zoonlief met vriendin daar vandaag is heen getogen om foto’s te maken. Het weer is er niet naar, maar waarschijnlijk levert het dan juist veel boeiender plaatjes op. Ze zijn er goed op gekleed en kunnen wel tegen een stootje.

Vannacht keek ik Wintergasten terug. Om tien uur ‘s avonds kan ik het niet opbrengen, veel te moe om me goed te concentreren, want dat is een vereiste, wil je geen woord laten ontglippen in dat boeiende gesprek. Dit keer was het de schrijver Colson Whitehead. Welbespraakt, met een keuze uit boeiende fragmenten en hoe hij zijn weg heeft gevonden in het schrijversbestaan en de stad New York. Wat een heerlijke zinvolle programma’s zijn het toch. Het zet een mens aan het denken, is inspirerend en brengt stof tot filosoferen.

Een fragment uit de film The twilight zone, een zwart/witfilm uit de jaren 50. De hoofdpersoon is een nerd, die stiekem boeken leest in de kluis van de bank waar hij werkt en dan is er de Apocalyps, die hij als enige overleeft. We zien hem klauteren over de puinhopen van de bibliotheek en hij kan zijn geluk niet op als hij stapels klassiekers tegenkom. Hij legt ze op stapels in maanden en bij een klok tussen het gribus, realiseert hij zich, dat hij de tijd heeft gewonnen. Alle tijd zelfs, om niets anders te hoeven doen dan dat wat hij het liefste doet. Lezen, lezen en nog eens lezen. Geweldig. En dan gebeurt het meest desastreuse dat hem kon overkomen. Zijn bril valt en de glazen breken. De grote teloorgang, zijn droom volledig aan diggelen. Hij is verdoemd, net als alle anderen.

Je voelt zijn ontreddering. Het moge duidelijk zijn. Juich niet te vroeg, want een ongeluk zit in een klein hoekje. Je kan nog zo alle touwtjes in handen hebben, maar het lot beschikt.

Het fragment uit Downtown ‘81, een film uit de tachtiger jaren met Jean-Michel Basquiat geeft een prachtig beeld van het Manhattan in die tijd. Wandelen door New York doet me denken aan mijn eigen week bij een goede vriend daar. Het MoMA, Central Parc, de trappen naar de entree van het Metroplitan museum, het komt allemaal langs en is ruim in beeld. In 2000 toen ik er was, hebben we vooral alles lopend gedaan, met gevolg, dat de waarneming scherper is. Sfeer, geur, indrukken, ze leven nog steeds voort in de herinnering. Met deze beelden komt alles even helder terug. Een aangrijpende en ontroerende scène zat in het laatste fragment, een verfilming van zijn boek The underground railroad, die vanaf gisteren op de nominatie staat van zeker te lezen boeken.

Al met al weer een bijzondere maannacht toegevoegd aan het rijtje. De ochtend was goed voor een twee uur durende inhaalslaap en een lucide droom. een mooie manier om het jaar langzaam uit te luiden. Ook staat er nog een bliksembezoek en een etentje te wachten op oudejaarsdag. Maar ‘s avonds wil ik op de bank met Pluis en haar, ondanks het verbod, de denkbare, knallende avond doorloodsen.

Gisteren kreeg ik een prachtig boek van schoondochter lief. Haar lievelingsboek, Cecile & De tocht van Kareem van Ish Ait Hamou, in een gebonden versie met sfeervolle dromerige illustraties van Penelope Deltour. Als dank voor het feit dat ze hier mag zijn en zich zo welkom voelt. Vanzelfsprekend natuurlijk, iemand die mijn kroost omarmt, omarmt mij. Het moet nog even wachten, maar o, wat verlang ik naar poëzie en de schoonheid van de taal. Nog 290 bladzijden van ‘Ik ga leven’ te gaan.

Verwondering is het thema van de kinderboeken dit keer. Mooie rijke speurtochten door de jeugdliteratuur, met uitbreiding naar het middelbaar. Beter. Hoe kleiner de begrenzing, hoe groter het bereik.

Literatuur.

Het kan allemaal

Het verkeer ruist voorbij in de glinsterend natte straat. Vroeger ruisten de rokken, vooral die met een petticoat eronder. Ze knisperden ook, als je ging zitten. Ze waren altijd in gesprek. Wat voelde dat koket, zo’n wijde rok en zeker als er passende glimmend gewreven lakschoentjes bij hoorden.

Straks komt Dribbel een uurtje. Hij snottert niet, dus het kan. Gezellig. Ik zal zoonlief vragen de doos met autootjes onder de bank uit te halen. Daarmee kan hij urenlang zoet zijn. Pluis was narrig vanmorgen. Ze verkocht me bijna een haal. Ze wilde perse onder de hoes van het dekbed kruipen. Daar stak ik een stokje voor. Onder de sprei kan wel, daar had ze de hele nacht al gelegen. Waarom zoeken poezen toch altijd dat soort verstop-plekjes.

Ondanks de stapel wachtende en smachtende boeken mag Toon Tellegen en zijn ‘Tot de Winter er op volgt’ er nog bij. Daarin kijkt hij recht in de muil van de ouderdom, soms te vuur en te zwaard bestreden of dan om haar achteloos achter zich te laten en alleen maar heden te zien, zonder loodzware voeten.

Het leek me een welkome aanvulling op ‘Winteren’ van Katherine May, dat boordevol mooie passages zit en in wonderschone zinnen uiteen valt, ook al lijken ze zo gewoon. Na een periode van overstrekte draf door het leven te zijn gerend, komt ze moe thuis te zitten en schept genoegen in het bakken van bagels, het fabriceren van een stoofpotje of het kneden van peperkoekmannetjes met de volle aandacht. Ze schrijft: ‘Ik buig me over dat wat niet meer is, begraaf zachtjes een aantal waarden die ik niet meer nodig heb‘.

Toon dicht: ‘Het verleden slaat op de vlucht /het is bang voor mij/ ik zou het wat aan kunnen doen/ het laten stikken bijvoorbeeld, of vergeten/en dan alleen verder gaan, met alleen heden voor mij, achter mij/ik zou niets meer wegen/ nooit meer loodzware voeten, die rug die bezwijkt/die plotselinge steen in mij/ en nooit meer schrijven, doorkrassen, verfrommelen, verdoezelen.

Dit gedicht staat op de achterkant van het boek. Dat laatste zou ik persoonlijk erg spijtig vinden, al heeft hij voor een leven lang stof aan denken geboden met zijn oeuvre tot nu toe. Gisteren schreef een geliefde blogger op mijn oude wijze vriend zijn beleving van het moment: ‘Ook ik tracht aan de wereld te ontsnappen, zoals jouw vriendlief. Maar ik zie het licht en de wolken nog.’

Oud worden in de geest is eigenlijk zo mooi. Nee, veel is er niet meer nodig. We hebben alles al. Inderdaad. Een dak boven ons hoofd, een bed om in te slapen en voldoende in de koelkast voor de miezemuishapjes op een dag. Het heden voor en achter je. Toch mag ik graag afdalen naar het verleden, daar wat ronddwalen, ideeën opdoen, weg fantaseren, dromen over een sfeer, een geur, een bijna tastbaar beeld. Ooit schreef ik een verhaal over een kist, waarin je de trap kon afdalen naar het verleden, het heden en de toekomst, Stairway to Heaven was er in mijn gedachten, iets dat ik een prachtige metafoor vond. Niet voortdurend maar mijmerend. Niet als de twee oudjes met de tikkende klok, die hun tijd verbeiden met wachten op de eindigheid, maar meer als een uitstapje of, beter nog, een opstap naar een volgend moment.

…Van de schoonheid van de kleine dingen.
Zij die belastingvrij zijn maar met een hoog rendement.
aan ingetogen vreugde’
schreef de schrijversvriend. Die momenten zijn er in overvloed. Afdalen, opstijgen of blijven hangen in de tijd, het kan allemaal.