Film.·Literatuur.

Hoe kleiner de begrenzing, hoe groter het bereik

Sofietsje deed haar uiterste best, maar verder dan twee minuten+een ging het gisteren niet. Vandaag derhalve vier. Voordat ik naar de Oostvaardersplassen kan fietsen, duurt het nog wel eventjes. We gaan stug door, met ademhalen en met opbouwen. Op die plassen kwam ik omdat zoonlief met vriendin daar vandaag is heen getogen om foto’s te maken. Het weer is er niet naar, maar waarschijnlijk levert het dan juist veel boeiender plaatjes op. Ze zijn er goed op gekleed en kunnen wel tegen een stootje.

Vannacht keek ik Wintergasten terug. Om tien uur ‘s avonds kan ik het niet opbrengen, veel te moe om me goed te concentreren, want dat is een vereiste, wil je geen woord laten ontglippen in dat boeiende gesprek. Dit keer was het de schrijver Colson Whitehead. Welbespraakt, met een keuze uit boeiende fragmenten en hoe hij zijn weg heeft gevonden in het schrijversbestaan en de stad New York. Wat een heerlijke zinvolle programma’s zijn het toch. Het zet een mens aan het denken, is inspirerend en brengt stof tot filosoferen.

Een fragment uit de film The twilight zone, een zwart/witfilm uit de jaren 50. De hoofdpersoon is een nerd, die stiekem boeken leest in de kluis van de bank waar hij werkt en dan is er de Apocalyps, die hij als enige overleeft. We zien hem klauteren over de puinhopen van de bibliotheek en hij kan zijn geluk niet op als hij stapels klassiekers tegenkom. Hij legt ze op stapels in maanden en bij een klok tussen het gribus, realiseert hij zich, dat hij de tijd heeft gewonnen. Alle tijd zelfs, om niets anders te hoeven doen dan dat wat hij het liefste doet. Lezen, lezen en nog eens lezen. Geweldig. En dan gebeurt het meest desastreuse dat hem kon overkomen. Zijn bril valt en de glazen breken. De grote teloorgang, zijn droom volledig aan diggelen. Hij is verdoemd, net als alle anderen.

Je voelt zijn ontreddering. Het moge duidelijk zijn. Juich niet te vroeg, want een ongeluk zit in een klein hoekje. Je kan nog zo alle touwtjes in handen hebben, maar het lot beschikt.

Het fragment uit Downtown ‘81, een film uit de tachtiger jaren met Jean-Michel Basquiat geeft een prachtig beeld van het Manhattan in die tijd. Wandelen door New York doet me denken aan mijn eigen week bij een goede vriend daar. Het MoMA, Central Parc, de trappen naar de entree van het Metroplitan museum, het komt allemaal langs en is ruim in beeld. In 2000 toen ik er was, hebben we vooral alles lopend gedaan, met gevolg, dat de waarneming scherper is. Sfeer, geur, indrukken, ze leven nog steeds voort in de herinnering. Met deze beelden komt alles even helder terug. Een aangrijpende en ontroerende scène zat in het laatste fragment, een verfilming van zijn boek The underground railroad, die vanaf gisteren op de nominatie staat van zeker te lezen boeken.

Al met al weer een bijzondere maannacht toegevoegd aan het rijtje. De ochtend was goed voor een twee uur durende inhaalslaap en een lucide droom. een mooie manier om het jaar langzaam uit te luiden. Ook staat er nog een bliksembezoek en een etentje te wachten op oudejaarsdag. Maar ‘s avonds wil ik op de bank met Pluis en haar, ondanks het verbod, de denkbare, knallende avond doorloodsen.

Gisteren kreeg ik een prachtig boek van schoondochter lief. Haar lievelingsboek, Cecile & De tocht van Kareem van Ish Ait Hamou, in een gebonden versie met sfeervolle dromerige illustraties van Penelope Deltour. Als dank voor het feit dat ze hier mag zijn en zich zo welkom voelt. Vanzelfsprekend natuurlijk, iemand die mijn kroost omarmt, omarmt mij. Het moet nog even wachten, maar o, wat verlang ik naar poëzie en de schoonheid van de taal. Nog 290 bladzijden van ‘Ik ga leven’ te gaan.

Verwondering is het thema van de kinderboeken dit keer. Mooie rijke speurtochten door de jeugdliteratuur, met uitbreiding naar het middelbaar. Beter. Hoe kleiner de begrenzing, hoe groter het bereik.