Inspiratie

Waar het goed toeven is

Het internet ligt eruit. Als dat gebeurt, wordt de afhankelijkheid ervan met dikke zwarte strepen omlijnd en voel je je onthand.

Gisteren kon ik eindelijk beeldbellen met vriendlief. Het was zo vertrouwd. Wat is dat toch een mooi gegeven. Ooit samen jaren geleden aan het leven begonnen en nu die fijne draad weer opgepakt. Ook onze oude vrienden van weleer zijn in actie gekomen. Morgen reizen ze af met hem om vijf dagen in Luxemburg te verblijven. Vandaag al wordt hij opgehaald. Ook daar blijken de jaren als snippers papier er tussenuit gedwarreld te zijn.

Het mooie van deze vriendschap is dat alles een wereld van herkenning blijkt te zijn. De taal die we spreken is exact dezelfde, met alle aangename woordspelingen, gezegden en mooi ingepakt in een fraaie textuur. De denkbeelden zijn identiek en ook de herinneringen die naar boven borrelen zijn overgoten met dezelfde warme gloed. Alles ken je van elkaar. De ouders, de familie, de buurt waar we zijn opgegroeid. Hij in die hele chique en ik in die echte volkswijk. Ik mijmer graag een beetje over mijn moeder, die zo veel verdriet had toen we uit elkaar gingen, omdat ze vanaf het prille begin zo blij was geweest met haar erudiete schoonzoon, met wie ze kon sparren en praten over alles wat haar destijds zo bezig hield. Ze zit vast daar boven op haar wolkje te glunderen met haar ‘fingers crossed’. Het voelt allemaal zo vertrouwd.

Het vogelparadijs van zoonlief kunnen onze gevederde vrienden nog niet echt vinden, maar de vetbollen in de halve kokosnoot wel. Ook merel is de gelederen komen versterken. Pluis mekkert wat af op zo’n dag, als ze al het vliegvolk langszij ziet scheren. De kleine pimpelmees(bandiet noemt zoon hem)is het brutaalst. Ze paradeert op de rand van het bakje met zangzaad dat vlak voor Pluis haar neus, veilig achter glas, op het tafeltje staat. Het paradijs is nog niet geschikt, heeft zoonlief ontdekt. Het water is te diep, er moeten wat stenen in met pompje, zegt de Amerikaanse natuurvorser op zijn computer. Zijn foto’s van de merel zijn prachtig. Hoe zijn zwart uit een scala van kleuren bestaat is goed te zien.

Heerlijk avondje was het weer, gisteren. Pyjamaatjes aan…Enzovoort en dan, vol verwachting klopt ons hart, een fantastische muziekavond die de sprekers met swingende tonen omlijstte. Matthijs draait door in volle glorie. Wat heb ik genoten van de verhalen, Ron Fresen en zijn passie voor de schoonheid in de oude Italiaanse films van Michelangelo Antonioni, Eva Jinek over haar boek maar vooral Yvo de Wijs als wandelend geheugen door de tijd, met het declameren van de puntdichten van Kees Stip, zijn eigen verzen en de opdrachten in de overlijdensadvertenties uit de krant, waarbij hij vaak moet schudden van het lachen. Hij schrijft vervolgverhalen in kaartvorm voor zijn kleinkinderen, maar bovenal te roemen is zijn onversneden optimisme en zijn zonnige humeur. Wat een heerlijke man om naar te kijken en te luisteren. Vanmorgen nog eens dunnetjes overgedaan. Wat mooi is verveelt immers nooit.

Als het goed is, wordt er vandaag gewandeld met schoonfamilie van zoonlief. Amelisweerd is uitverkoren. Om de nostalgie en om te tonen in welke grond onze wortels verankerd zijn. We kwamen er als klein kind al met onze ouders. We hadden een favoriete open picknickplek langs de Kromme Rijn achter het theehuis van Rhijnauwen en daarna was het vooral beukennootjes rapen, maar het was ook de plek van samen met de vrienden en later met de kinderen weer, voor vooral lentegroen, of herfstige beukennoot, de zakken vol en paddenstoelen kijken. Nu komen we er regelmatig met de kleinkinderen, voor de natuur, maar zeker ook voor pannenkoeken of een uitgebreide lunch met elkaar. De veldkeuken op Amelisweerd dient voor een ontmoeting met de vrienden en vriendinnen, na een stevige wandeling en ook dan een overheerlijke gezonde lunch. Het blijft een wonderschone pleisterplaats waar het goed toeven is.

Inspiratie·Overpeinzingen

Die van het zegevieren

De dag begon met een ellenlange rij aalscholvers, die luid kekkerend overvlogen. Te snel om met tegenwoordigheid van geest mijn telefoon te pakken om het plaatje vast te leggen. Fascinerend. Tegelijkertijd ook kenmerkend voor deze tijd van het jaar. De dikke grauwe deken over de wereld en de donkere grote rij vogels er middenin. Het sluimert, het overpeinst, melancholie smeert zich uit. De bijbehorende stilte ontbreekt.

Ik zie op een filmpje van ‘See All This’ Claude Jongstra struinen door haar winterse tuin, met de silhouetten van de kaardenbollen, de meekrap, de gulden roede, de brandnetel en het fluitenkruid. Verwenste planten in een border of aangelegde tuin, maar de kiem voor de schoonheid van moeder aarde in al haar kracht. Claude verft er onder andere haar wol van de Drentse heideschapen mee en raakt geïnspireerd door de kleuren van deze prachtige planten. Haar nieuwste kunstwerk is ‘Guernica de la Ecologia’. Een monumentaal kunstwerk geïnspireerd door die van Picasso en op dezelfde grootte, monumentaal dus, uitgevoerd. Een ode aan alle vergeten gewassen en kruiden. Ze laat me achter met heimwee naar mijn kleine paradijs. Straks, het komt wel weer. Nu blijven we bij de boom voor het raam en de verrichtingen van het echtpaar Kauw en de Kool-en-pimpelmezen.

Het past bij mijn mijmeringen over de twaalf midwinternachten, waar we nu midden in zitten, de nachten van 20 tot en met 31 december en die vermoedelijk de oorzaak zijn van mijn wakkere doorleving. ‘Niemandstijd’ noemen ze het in het blad Happinez, die ik speciaal cadeau heb gedaan aan mezelf, omdat het onderwerp ‘Dromen’ was. De yule-beleving krijg ik er gratis en voor niets bij en sluit prachtig aan bij het boek ‘Winteren’ van Katherine Mae. Twaalf nachten om filosoferend te ondergaan of blanco te blijven op de vibraties van wat zich aandient in een persoonlijk mantra. ‘Niemandstijd’ is een wonderschoon begrip. Als een hagelwit en onbeschreven blad dat zichzelf volschrijft met gedachten. letters die gevormd worden tot woorden, woorden die in samenhang de zin maken zonder de ratio en puur op gevoel. Laat maar stromen, die energetische golven, het brengt altijd weer nieuw licht.

Bij de fysio ging alles niet helemaal vanzelf. Hij vindt dat ik twee keer per week nodig heb, maar ja, ik verkeer zoals vaker tussen tafellaken en servet. Wel erg benauwd, maar net geen exacerbatie. Het hangt er altijd tussenin. Toch weer navragen bij de huisarts. De longarts staat namelijk pas in maart op de kalender, even als de twee longonderzoeken.

Pluis nu ook wakker

Pluis is ook aan het winteren geslagen. Ze houdt niet van miezer en kou en negeert derhalve open deuren. Ze blijft met haar poezelige voetjes liever binnen. Terwijl ik aan het waken was, ronkte zij jaloersmakend hele bossen omver, behaaglijk opgekruld, het koppie vertrouwend achterover, argeloos haast.

Ik beloof mezelf wel meer te gaan bewegen. Door de vicieuze cirkel, benauwd, versnelde ademhaling, vermoeider dan moe, en dan nog minder ondernemen, is er de neiging te blijven zitten, waar je zit en je niet te verroeren, zoals het verstoppertje van vroeger. Ongemerkt sluipt passiviteit er meer en meer in. Dat betekent toch weer voornemens stellen. De hometrainer grijnst vals onder de handdoek die erop ligt en de jas die er overheen hangt. ‘Pel me maar eens uit en begin met vijf minuten’, zendt ze door. Goed, ze krijgt een naam en daarmee een persoonlijkheid: Sofie(tsje). Maak je borst maar nat, schat. Vanaf vandaag vijf minuten en per dag wat minuten erbij. Wie weet. Het recht ligt in eigen hand, zeker die van het zegevieren.

Inspiratie

Daar kan geen schrijver tegenop

Dat was een mooie zoektocht van Wilma de Rek in de rubriek ‘De week in boeken’ van de Volkskrant. Wat is literatuur en daar achteraan wat is goede literatuur, zoals ze beide vragen tegenkwam in ‘Het raadsel literatuur’, met als ondertitel ‘is literaire kwaliteit meetbaar’ van Karina van Dalen-Oskam.

Karina komt tot de conclusie dat dat uiteindelijk altijd bij de lezer ligt. Dat is een van de opvattingen, die ik hanteer in de recensies die ik schrijf of in de liefde voor het boek dat ik beschrijf in deze blogs. Ze zijn gekleurd, omdat het mijn persoonlijke mening is, maar geeft tevens een zo positief mogelijke benadering van de inhoud, de stijl, de taal. Elk woord over de eigen beleving kan de blik van de ander al veranderen. Er staan maar enkele boeken in de boekenkasten hier thuis, waar ik met geen mogelijkheid doorheen ben gekomen. Dat kan alles te maken hebben met hoe ik me op dat moment voelde. Bijzonder is het wel, omdat ik met een mooi verhaal al snel in vervoering te brengen ben.

Eergisteren besloot ik de bijeenkomst van onze literaire club , die hier zou zijn, met pijn in het hart af te zeggen. Daarom belde een van mijn lieve vriendinnen om te vragen hoe het met me was. In een half uurtje rolden onze gezamenlijke bevindingen over tafel. Een ervan was het boek, dat we momenteel aan het lezen zijn. Schoorvoetend bekende ik dat ik er niet doorheen kwam. Na drie regels begint de grote Gaap aan mijn energie te trekken. Ogen willen dichtvallen en de rode draad is binnen de kortste keren nergens meer te vinden.

Ze ondervond hetzelfde. O, wat heerlijk om te horen. Het lag dus niet aan mij, of mijn gemoedstoestand. Dat was op zich een hele geruststelling. Er zijn nog drie dagen te gaan om door de letterbrij heen te komen, want een boek niet uitlezen is mijn eer te na. Je kunt pas objectief oordelen, als je de inhoud kent. Misschien vindt er ineens wel een ommekeer plaats. Al valt dat laatste te betwijfelen, want vriendin was al honderd bladzijden verder. Even de tanden op elkaar en die enkele kleine vrucht proberen te plukken.

Als troost lees ik een paar gedichten van Ineke Riem, die ogentroost brengt met de verfijnde beelden die ze bij me oproept. Het gedicht ‘Het zwanensaluut’ is een ode aan haar moeder die vorig jaar overleed. Het begint als volgt:

Het hele dorp weet het al. Ook de dieren hebben het gehoord./Als ik ga hardlopen, vliegt een buizerd met me mee door de polder./Schapen in een trailer kussen mijn vingers met warme lippen./ het troostblauw van een ijsvogel schiet langs boven de sloot voor jou huis./Ik zie een kleine vos die wil overwinteren in je slaapkamer,/ hij verschijnt ritselend als papa zijn rouwpak nog eens past.

In de twee strofen die volgen, beschrijft ze de grote plassen op de akkers, de zwanen die haar moeder uitzwaaien, de bloedkoralen tranen van oma terwijl ze zelf kalmte voelt, omdat ze haar moeder al in haar gedachten heeft gesloten, terwijl de wind haar naam fluit. Ze geeft haar een nieuwe werkelijkheid, stralende toekomsten als flying doctor in Australië of de eerste vrouwelijke astronaut en daarmee schuurt ze dicht tegen mijn eigen beleving aan.

De lieve doden zijn er altijd, in een herfstuin, in het zwerk, op je dijbeen als een vlinder, als een bij die hardnekkig om je heen blijft zoemen. Gooi de zintuigen los en voel, zie, ruik, neem waar, ervaar.

Pluis ligt als een wolletje buiten op balkon, geenszins van plan om binnen te komen. Ze tuurt tussen de bruine bladeren door naar al wat vliegt. Het maakt de kleine mezen niets uit, zolang ze zo blijft zitten. Herfst ook op het balkon, veroorzaakt een lichte melancholie. Vandaar misschien de behoefte aan de gedichten van Ineke. Maar zeer zeker de behoefte aan taal, de mooie beelden die zich aaneen smeden tot een snoer van verlangen, naar mijn eigen moeder misschien wel, of breder nog, naar het eigen gemis.

Daar kan geen schrijver tegenop.

Inspiratie

Tot het weer lente wordt

Een kopje thee bij dochter en ouderwets langs de lijn bij de pupillen, die als een krioelende kluwen onder leiding van twee vaders met de bal aan het dollen waren. De kleine filosoof trapte zijn benen moe. Ondertussen zat kleindochter aan de rand van het kunstgras met haar Duplo ijsjes en spaghetti te koken in het mandje van haar step voor hongerige moeders en oma’s. Het werden soms hele lange ijsjes en de spaghetti viel, onbedaarlijke schik, regelmatig om.

Het werd allengs drukker op het veld, door ouders die hun kroost weer kwamen ophalen. Aan afstand deden ze niet echt wat, met voelsprieten op alert, het ongemakkelijker maakte dan anders. In het kanaal achter het veld gleden grote binnenvaartschepen op ooghoogte langs. Dat bracht altijd wat vervreemding met zich mee. Er was een spectaculair doelpunt van de tegenpartij, tijdens het laatste partijtje van de keeper in het ene doel in de kruising van het andere doel. Andersom had nooit gelukt, want dat doel was veel kleiner. Bij het afscheid was de spaghetti in de tas belandt, had kleindochter zich uit haar jas weten te pellen en dronk de kleine filosoof in een keer de drinkfles van zus leeg. Ziezo, we konden op huis aan.

IJsjes in de oven

‘S Avonds was er een vergadering van de tuin. Half life, half zoom. Het leek me wijselijk om het laatste te doen. Vooral het rook en stookgedeelte na de pauze leverde discussie op. Na veel gesoebat werd het op drie rookvrije dagen gezet. Te weten, de maandag, de donderdag en de zaterdag. Ietwat teleurstellend omdat het belang voor het milieu overruled werd door de wens om fikkie te mogen blijven steken. Deels voor de warmte, deels om te barbecuen. Hoe het zou worden gecontroleerd bleef in het midden.

Stef Bos geeft antwoord op een paar belangrijke vragen. Hij schreef in zijn column de slotzin: ‘Zo wordt een mens een paar keer herboren, zolang je durft los te laten wat je denkt vast te moeten houden’. Een mooie gedachte, die tot nadenken stemt. Daarbij schreef hij nog iets waardevols. ‘Zie mijn plek in het grote geheel, aanvaard mijn beperkingen en zie daardoor juist meer mogelijkheden’. Vroeger leerde mijn ouders ons’ ben tevreden met wat je hebt’ en ‘Het gras is altijd groener bij de buurman’. Twee simpele lessen, maar o, zo goed te gebruiken in een tijd dat overvloed de norm is.

Eigenlijk pleit hij ervoor om vooral in oplossingen te denken, door wat binnen je macht ligt, te doen en daarbij het inslaan van nieuwe wegen niet te schuwen. Daarbij volg je vooral je hart en minder de ratio of zorg je ervoor dat die twee in balans komen, dat is ook een mooi gegeven.

Nu met die beperkte tijd op de tuin, valt er een nieuwe invulling te geven aan mijn natuurbeleving. Naast het wandelen en fietsen, zou dat weekenden in mooie natuurhuisjes kunnen zijn, of een B&B bij vriendelijke en zorgzame mensen. Hoe heb ik niet genoten van de natuur in dat prachtige Reesdal. Waar een deur gesloten wordt, opent zich een ander. Een fijne gedachte en beter te verteren dan krampachtig te blijven vasthouden aan iets dat onder de handen afbrokkelt.

Donderdag, zangdag. Er staan wat nieuwe nummers op de rails. Zou het allemaal door kunnen blijven gaan is de vraag, nu men al weer spreekt over een ‘milde lockdown’. Afstand houden en waakzaam blijven, lijkt de juiste weg. Als er toch weer ingedamd moet worden, is er die heerlijke huiselijke winter om te schilderen, te lezen bij kaarslicht en te mijmeren tot het weer lente wordt.