Overpeinzingen

Wie zal het zeggen

Na de onderdompeling in het paradijselijke gevoel komt de nuchtere kijk eindelijk weer om de hoek zetten. De zorgeloze vakantie is voorbij. Hier moet gewerkt worden en met vaart. Haha. Sommige zaken voelen luchthartiger, anderen wegen juist zwaarder, omdat de wetenschap dat je er behoorlijk door kan worden opgeslokt, op de loer ligt. Juist door het volkomen gericht zijn op elkaar in de roze bubbel met diffuse geluiden van de buitenwereld, zorgen voor minder ondernemingslust. Maar er valt iets door te prikken. Vandaag maak ik een afspraak om een oude woonstee te bezoeken voor het volgende verhaal van de historische kring voor de groepen zeven en acht van de basisscholen. Ook wegen de kinderboeken steeds zwaarder achter het luikje recensies voor deze maand. De hoogste tijd voor een volgende stap.

In de bubbeliaanse ochtenden was tijd een ondergeschoven factor. De dagen werden ingekort tot middag en avond. Het draait inderdaad om kwaliteit en niet om kwantiteit, maar als de volledige dag benut kan worden is dat wel een prettige bijkomstigheid. Meer tijd om te genieten van het al. Mijn wereld en zijn wereld.

Op bezoek bij dochterlief met de oudste twee, die tersluiks onder de wimpers door deze vreemde meneer in ogenschouw namen. Al kwetterend en gamend vlogen de opmerkingen en de vragen over en weer. Het huis werd opgezocht in Google Earth en oogstte bijval. Dribbel kwam iets later met zijn vader binnenvallen. Daarmee kwamen ook de taartjes voor bij de thee. Een in te studeren danschoreografie voor school, door de oudste, bleef in de lucht hangen evenals de spreekbeurt van de tweede lieverd. Toch een tikkie verlegen onder de vreemde blikken.

Stralende zon sprak het weerbericht tegen. Hadden we toch een mooie wandeling met het coronavrije gedeelte van de familie kunnen maken. Wat in het vat zit verzuurd niet. Afdeling scheerapparaat was toe aan een oriënterend onderzoek om het oude exemplaar in het etui van vriendlief, die ternauwernood nog schoor, te zijner tijd te kunnen vervangen. Evenzo gold het voor een nieuw hoeslaken. Geen weet meer van de afmetingen van zo’n prinses-op-de-erwtbed. Kingsize was misschien wel te groot. Wonderlijke vragen op een wonderlijke dag.

‘S Avonds was ‘Matthijs gaat door’ op een later tijdstip dan normaal, met daarvoor een aflevering van project Rembrandt. Beiden de moeite waard om te bekijken. Rijk de Gooijer werd aangehaald bij Matthijs en tegelijk ook zijn beruchte eigenschap om zijn verhalen te overdrijven, of nog beter, aan te dikken tot grote hoogte. Het bracht mijn vader mee, die een diepe verachting koesterde voor deze Utrechtse Bon Vivant. In zijn ogen wilde hij maar niet deugen. Zijn vriend Maarten Spanjer en Matthijs gniffelden om de schavuit zijn zogenaamde heldendaden. Ach ja. Stormpjes in een glas water, of toch niet?

De opluchting bij de man die naar huis werd gestuurd na deze aflevering van project Rembrandt was groot. Het koste hem erg veel inspanning en hij wilde weer vrij zijn om zijn eigen ding te kunnen doen, de ontwikkelingen in eigen tijd en eigen uur weer op te pakken. De druk was hem te hoog. Een verademing, zo’n nuchtere reactie en kijk op de zaak. Iets van ‘Laat mij de vergetelheid’ of de tol van de roem.

Wel kriebelt het programma de lust wakker weer met schilderen en de andere bezigheden te beginnen. Tuin op orde brengen, atelier schoon poetsen, roodborstje begroeten en aan het werk, terwijl er tegelijkertijd hier en daar de wilgen onder handen kunnen worden genomen om met de takken nieuwe omheiningen te vlechten. Het kriebelt al, dat voorjaar en tikt zachtjes de stoffige winter weg. Of is dat alleen in het hoofd bij het smeden van de nieuwe plannen. Wie zal het zeggen.

Overpeinzingen

De prachtige, maar stormachtige, dag

Een stralende dag verwarmde de geest. Wat een beetje zonlicht al niet vermag. De weilanden en landerijen lagen er groener bij dan sinds lang. De vogels zwierden in groten getale dartelend boven het veld. Kauwen, ganzen, aalscholvers, de spreeuwen in hun eigen sierlijke patronen. Op weg naar de uiterste rechterpunt van de kust. Het is één weg en makkelijk af te leggen. Voldoende gespreksstof ter afleiding.

Schoonzus en broer zaten al klaar achter de gedekte tafel. De keuze tussen te laat of op tijd komen belemmerde om de bloemen te halen, die bij zo’n eerste kennismaking hoorde. Mijn streven is op tijd of ruim op tijd. De begroeting was evenzeer hartelijk. Broer herkende mij niet meer van toen, ooit, lang geleden. Er was de helft meer van hem dan destijds. Hartelijke ontvangst en het voorzichtig aftasten van wat voor vlees men in de kuip had. ‘Een zelfgebrouwen tomatensoep met balletjes’ deelde broer mee terwijl hij zijn vrouw met onverdeelde trots toeknikte. ‘ Het was een gokje hoor, wist niet of je het lustte.’ Was het bescheiden, bijna verlegen antwoord. Mijn moeders soepje in een vreemde kom.

De kleine oude terriër was uit zijn mandje opgestaan en kwam zijn oude baas begroeten, daarna kwam hij naast hem liggen. Schoonzus zorgde voor het diertje met heel veel liefde, maar het werd een beetje te zwaar en nu alle bezigheden in de Corona-luwte weer een aanvang namen en ze de verantwoordelijkheid had voor twee grote kerkkoren moest er wel iets veranderen. Al keuvelend en afwegend kwamen we tot een mooie tussenvorm, die haar een aantal dagen zou ontlasten en meer lucht gaf.

Door alle verhalen heen en de wandeling met het beestje, de oortjes parmantig omhoog, koddige kleine stapjes, moest ik aan het begin van deze ontmoeting denken, waar ik een versie van de man terugzag, die ik tijdens het oriënterend gesprek had aangetroffen, een aantal weken geleden. Alle energie was eruit, het leek wel of hij in een andere dimensie van de tijd was gegleden. Het trok bij, maar het was een wonderlijke gewaarwording.

In de auto bespraken we wat hem overkwam op dat moment. Het was alles bij elkaar. De plek, het diertje, de problemen die er lagen. Het opgebouwde optimisme verdween tijdelijk als sneeuw voor de zon en dat kon met gemak nog wel eens voorkomen. Het was geen probleem, maar een waarschuwing hoe kwetsbaar een helend proces kon zijn. Met stappen vooruit en af en toe pas op de plaats of een stap terug. Zo werkt het dus.

Met patatjes als diner, waar zoonlief en schoondochter ook nog van peuzelden, was de rest van de avond voorbestemd om bij te komen. Beetje televisie, beetje onderuitzakken. In alle vroegte was ik, bij het wakker worden, verrast door zoonlief die met zijn toekomstplannen onder de arm ernstig de behoefte had, ze op dat moment uit de doeken te doen. Het arme brein moest zich twee maal zo hard inspannen om alles goed door te laten dringen en de bodemloze hazenslaap daarna was er het gevolg van, dat ik aan de dag begon als Alice in Wonderland. Een tikkeltje vervreemd.

Met alle nieuwe indrukken nog op het netvlies laveerde ik de televisie naar ‘Matthijs draait door’ om te constateren dat het deze avond er niet was. Altijd een gemis, als totale ontspanning had ik me er zo op verheugd. Dat betekende opnieuw schakelen. Tijd voor een onderdompeling in Morpheus armen, en dromen en verlangens weven tot een harmonieus geheel. De diepe rust voelde weldadig na de prachtige, maar stormachtige, dag.

Overpeinzingen

Binnen handbereik

Diep weggedoken in het donzen dekbed mijmer ik de blog bij elkaar, terwijl lief de reis door dromenland aan het maken is en straks zal ontwaken met een waterval aan gestolen kusjes. Ik plak, knip en scheur de aaneengeregen woorden, die horen bij dit zoete geluk. Lief te hebben is fantastisch, maar door de ander geliefd te worden is te vergelijken met de hemel op aarde, roze suikerspinnen tot in de eeuwigheid, alle dagen Valentijn. Langzaamaan kleurt mijn wereldbeeld roder dan rood, rozer dan roze, hemelsblauwer dan blauw. Kleuren zijn sowieso intenser en leggen hun film over de grauwe dagen. de werkelijkheid buiten de bubbel is een brug verder, voorlopig gaan we er niet overheen. Eerst genieten, plannen maken, toekomst bouwen. Of dat nu voor even is of voor dertig jaar. Ons krijg je niet meer uit elkaar.

Die wetenschap is zo’n groot cadeau, de strik er omheen als bezegeling. 25 Jaar lang ben ik er bewust van verstoken geweest. De deuren gingen destijds dicht en het slot, gewapend met de droeve elementen uit een van de verledens, was onverbreekbaar. Nu stroomt er licht en ruimte, als de zon zelf, door de geopende deuren, verwarmt elke vezel van dit tere gevoel. Liefde. Je hebt er geen Valentijn voor nodig en toch ga ik het dit jaar vieren, als in ‘samenzijn, het leven vieren, je verbonden weten’.

Vandaag hadden we daar voor het eerst gehoor aan gegeven met een port en een kaasplateau. Als bijzonderheid stond er een schaaltje ingelegde gember naast. Het summum van liefde. Het zachte, welhaast doorzichtige roze, op de romige cremeux de Normandië, de fromage Chèvre of de zachte Cantal. Deze euforische dagen munten uit in feestvieren. Niet alleen met dergelijke uitingen, maar ook in de kleine dagelijkse dingen en vooral in de blikken die dieper gaan dan diep en voelbaar worden in een verfijnd verlangen. Liefde is onvervangbaar, nooit half maar intens aanwezig.

Samen verder, ouder worden, bedenken hoe het verder gaat, plannen maken, doelen stellen. Ineens is het volle leven, dat doorgaans toch al behoorlijk gevuld was, terug en springlevend, met deze extra dimensie. Het leven lacht ons toe, bedacht ik achter de dichte oogleden vanmorgen, en het is geen roze wolk. Daar hebben we al te lang voor geleefd. Dit is voor onze eeuwigheid. Inderdaad, zolang als het duurt en daarom vanaf dag één in bedrijf. Zoals De Dijk al zong: ‘Als het golft dan golft het goed/niet te stuiten, niet te sturen/duurt het dagen, duurt het uren/als het golft dan golft het goed.’

Vandaag gaan we met het openbaar vervoer naar de stad. De O.V. Is nieuw voor hem, waar haal je ze, wat kan je ermee, waar moet je op letten. Het heeft voor ieder ander ogenschijnlijk niets te betekenen, voor hem is het een berg om te slechten. Vooralsnog eerst met de tram en terug met de bus, zodat beide opties bekend zijn. Het doel is simpel. Sleutels bij laten maken om uiteindelijk totale vrijheid te bewerkstelligen. Liefde is loslaten.

In het magazine De Zin schreef Stef Bos in zijn column een waar woord. Hij zat een aantal jaren geleden naast zijn oude vader en vroeg hem: ‘Wat vind je eigenlijk van deze tijd Pa.’ ‘Wil je dat echt weten jongen.’ ‘Ja.’ ‘Wel, laat ik beginnen met jou…Je zit de hele tijd op je telefoon te kijken en praat met mensen hier ver vandaan, terwijl wij naast elkaar zitten. Volgens mij is dat het probleem van deze tijd, jongen. We zijn niet meer samen. We kijken elkaar niet in de ogen. Ons vermogen om te luisteren is er slecht aan toe.’

Precies hetzelfde ondervinden we hier, maar dan de essentie, waar de vader op doelt. We zijn op dit ogenblik heel erg samen en het kent een grote meerwaarde. Daar weer naar terug te gaan, dat aan den lijve ondervinden, brengt het pure geluk binnen handbereik.

Overpeinzingen

En zo is het

Tja, laat naar bed en dan moet je het bezuren. Er zijn wel honderd spreekwoorden voor te bedenken. ‘Wie A zegt moet ook B zeggen’. ‘S avonds een vent, ‘s ochtends een vent’. ‘Wie zich brandt, moet op de blaren zitten’ en meer van gelijke strekking. Gisteren was de bio-avond voor mij, als betrekkelijk groentje, een interessante. Niet alleen had iedereen het boek gelezen en waren nagenoeg allemaal tot aan de slotsom toe, maar ook had men, naast de inhoud en de kunstenares de biografe onder de loep genomen. Daar had ik geen seconde aan gedacht.

Binnen het tijdsbeeld vond ik de productie van deze kunstenares indrukwekkend en haar passie voor haar werk te roemen. Hoe het an sich geïnterpreteerd wordt, vind ik altijd van een dergelijk persoonlijk niveau, dat zelfs door haar leermeesters, er niet in het algemeen over geoordeeld kan worden. In mijn optiek is het werk afhankelijk van de innerlijke beleving. Of de streek nu haastig is, het werk slordig overkomt of niet, de snelheid waarmee ze er aan wil toe geven, komt voort uit een innerlijke drang, de passie die ze diep van binnen moet hebben gevoeld en die al van jongsaf, als klein meisje, aanwezig was.

Vroeger leerde ik de kinderen in de groep al, dat je niet kon zeggen of, dat wat ze gemaakt hadden, mooi of lelijk was. Een beter criterium vond ik of je er door geraakt werd of niet. Wat wel te beoordelen viel, is het feit dat Jeanne grafiek als een van haar werkterreinen had gekozen, en dat was opmerkelijk te noemen in het tijdsbeeld waarin ze leefde. Evenzo het feit dat ze zich in haar Parijse periode verdiepte in het nachtleven met de vele excessen, die zo verschilden van haar benepen opvoeding. Kennis vergroten en dan met name wereldwijzer worden, letterlijk en figuurlijk, was onder andere haar streven. Als zo’n strak keurslijf eenmaal los geveterd is, is er geen houden meer aan. Het werk uit die tijd is indringend.

Later spitste ze haar grafiek toe op aquatint en kleur. De effecten bij aquatint zijn door het wonderlijke procedé vooral verrassend te noemen. Haar jarenlange grafiekervaring zal toch echt de nodige kennis en behendigheid hebben opgeleverd, waardoor effecten min of meer voorspelbaar werden.

Een ander punt op deze avond was het feit dat de adel zo puissant rijk en het voetvolk zo gruwelijk arm was. De armoe, getuige de veenstekers en de plaggenhutten kende ik, maar die grootgrondbezitters zijn op de een of andere manier altijd buiten schot gebleven. Het gehamer op het verschil tussen man en vrouw is er vooral om het goed te kunnen beoordelen en alleen maar prijzenswaardig in het kader van de bewustwording, evenzeer de opkomst en het zijspoor waar het feminisme, door de tijd heen, telkens belandde. Het kan niet vaak genoeg gezegd worden. De ongelijkheid zou anno 2022 volledig verdwenen moeten zijn, en toch…En nog…

Een interview met de biografe kan licht werpen op haar voorbereidingen, de bronnen, hoe heeft ze haar kennis omtrent de kunst vergroot. Dat zou ik graag door haarzelf genoemd willen zien. Vooralsnog hou ik de woorden van mijn lieve oude vriendin aan. ‘Oordeel niet, verwonder je slechts’. Ze knikt. En zo is het.

Overpeinzingen

Niets en niemand anders

Langzaam beginnen de reguliere gewoonten in elkaar te schuiven voor mijn wereldburger. Wat ooit in het verleden eenvoudig en bekend was, is een weggegleden herinnering door twintig jaar Verweggistan. De simpelste vragen worden een overwinning bij het binnenhalen van de antwoorden, maar vooral door de opgedane ervaring.

Bij het ontbijt, ik de kwark met medicijnen en hij vijf boterhammen met lekkers, boerenyoghurt met blauwe bessen, koffie en jus d’orange, vroeg hij ineens naar het openbaar vervoer. Maar natuurlijk. Morgen reizen we samen af naar Utrecht per bus, eerst de OV- kaart kopen, dan leren om die bij te laden, dan de bushalte inprenten en gaan. Alles is als baby’s eerste stapjes. Aandoenlijk en om verliefd op te worden. Maar zelfstandigheid is een uiterste must. En dan spreekt hij nog, als rechtgeaarde Hollander, goed Nederlands. Hoe wereldvreemd moet het dan voor een vluchteling wel niet zijn. Van lichtknopjes tot bepaalde gewoonten en hebbelijkheden, alles is één groot vraagteken.

Langzaamaan groeit de wereld voor hem weer op z’n plek. Ambtenarij is een dingetje, als je wel hier je paspoort hebt verkregen, belasting betaalt, je pensioen en AOW na 25 jaar hier in het onderwijs te hebben gewerkt, uitbetaald krijgt, is het een hele toer om bijvoorbeeld je digi-D uit het woud van regels op te diepen, omdat ze vastdraaien op het buitenlandse woonadres.

Gisteren stond in het teken van de omgeving verkennen, en kwam er in het winderige grijs een kuierende wandeling uit in het parkje aan de Overkant. Ogen kijken anders, of nee, ze kijken mee door de ogen van lief en zien zo een volledig andere dimensie, al zijn er ook heel veel raakvlakken. Hand in hand, innig verstrengeld of arm in arm, we proberen alles uit. Wat loopt het lekkerst. Alles eigenlijk. Kusjes voor de bezegeling. Verliefde bakvissen van zwaar middelbaar. Het moet niet gekker worden, of juist wel. Het geluk lacht dat idee toe.

Voor de wandeling was ik bij de fysiotherapie, waar de stagiaire die mij begeleidde een vader had die gevlucht was uit hetzelfde land als mijn lief. Ze verbeterde de uitspraak van het dorpje en kwam met een indrukwekkend verhaal over haar vader en zijn vlucht, hals over kop, toen het communisme er de regie nam. We deden wat geijkte oefeningen met elkaar, maar ondertussen bleek het land wederom een verbinding tussen twee mensen te zijn. Ze was zichtbaar trots op haar strijdbare vader, die nooit had teruggedeinsd voor verzet en weerstand bood met hand en tand. Mooi om daar de onderliggende symptomen van te bemerken. Een blosje op een wang, de sluikse blikken, de steelse glimlach. Hier werd een vader op handen gedragen.

Bij de boodschappen tulpen om de lente in te luiden en warempel de dag baadde vanmorgen in zonlicht. De biografie had nog een hoofdstuk om te gaan. Mijn kunstschilder Jeanne gaat met haar lange leven natuurlijk ook nog hemelen. Dat is voor vanmiddag. Vanavond rijden we als drie dames naar Amsterdam-Zuid. Ik ben heel nieuwsgierig naar wat de anderen ervan vinden. Het zal een boeiend gesprek worden. Het is een lang en afwisselend leven geweest met vele hoogte-en dieptepunten en aanknopingspunten, zoals de adel in Nederland, grootgrondbezitters, feminisme, de lijn van de overheersing door het mannelijke bolwerk en het absurde terugdraaien na de tweede Wereldoorlog in de vooroorlogse benepenheid ten aanzien van gehuwde vrouwen. Ook kan men stellen dat Jeanne als geen ander, bij voorkeur de mens lief had, vrouwen en mannen, en daarmee niet in een hokje te stoppen bleek. Tel daarbij haar eigenzinnigheid op, dat er maar één meester te dienen viel(opmerkelijke uitspraak), dan weet je uit welk hout deze kranige dame gesneden is. Die meester was voor haar enkel en alleen de Kunst, met een grote hoofdletter, en niets en niemand anders.

Overpeinzingen

Thuiskomen

Gisteren kwam nieuwsgierig aagje op bezoek. Zuslief hield het niet meer. Eerst eens horen en zien hoe de vlag erbij stond. Elk spatje tijd brengt een zee aan beleving, wederwaardigheden, ontdekkingen. Geen tijd om je te vervelen. Kordaat en digi-onderlegd als ze was had ze in ‘no time’ het grote huis in Verweggistan te voorschijn getoverd en zag ik ook voor het eerst de bossen die bezit waren van mijn lieve grootgrondbezitter. Het was aardig wat grond om bij te houden, heel veel werk om dat alleen te doen, als je recht van lijf en leden bent, maar als het grote getob begint, welhaast ondoenlijk.

Maar aan de horizon wapperden ook fier onze toekomstplannen met ideeën te over om het huis weer een thuis te laten zijn voor familie en vrienden. De Datsja om te toveren tot een atelier met schommelstoelen op de veranda. Eerst nog de nieuwe keuken en de ramen en fysiek hier het onderzoek en de ongemakken aan de benen laten verhelpen en dan konden we gaan kijken op de, voor mij nieuwe, en vernieuwde vakantiestek.

Na een kopje thee ging ze weer en jubelde in de zuster-app ‘Het leek wel of ik in een tijdmachine was gestapt. Haha. Back to the seventies. Was gezellig-leuk om hem te zien-Hij is niets veranderd. Dat bekende lachje heeft hij ook nog’. Jaja, zo wordt het hier ook nog altijd ervaren, uitgedijde halzen ten spijt en onze mentale ontwikkeling natuurlijk, die er wel degelijk geweest is.

Vandaag ga ik het ontstane ritme van deze week doorbreken. Al die tijd een lomig, genietend, samenzijn en sudderen in de vroege ochtend, de stilte op zolder zo anders dan de weg langs het huis, de boom voor het raam en het rumoer van de ontwaakte stad. Er is veel gerommel van de buren…De familie Kauw, maar verder volmaakte sereniteit.

Ik duik het volle leven weer in. Een hele dag voorstellingen van het verteltheater in de stad. Heerlijk wegdromen bij de verhalen van diverse grootmeesters. Namen als Joris Lehr en Niels Brandaen, mijn grote helden bij het oproepen van nieuwe werelden, een beleving om mee te maken en zeker om te zien hoe elk kind om de vinger wordt gewonden en meegenomen in het verhaal, hoe dat gaat leven aan de hand van de buigzame stem, de mimiek, de groteske en soms minieme gebaren. Verwondering oproepen is voor deze mannen een tweede beleving geworden.

Ook leuk zijn de vele, voor mij nieuwe, verhalenvertellers die aantreden. Bij sommige, zo leert de ervaring moet je oppassen niet in slaap te vallen, anderen brengen je naar de toppen van de vervoering, op zo’n manier, dat je ze wil blijven volgen, net als de eerder genoemde helden.

Na zo’n gevulde dag zal ik thuiskomen. Letterlijk en figuurlijk. Een andere nieuwe dimensie. Normaal huppelt Pluis bij thuiskomst naar de deur en bedelt kopjes. Nu weet ik daar mijn lief, die me met open armen zal ontvangen. Armen om in weg te kruipen, een klankbord om de belevenissen te delen, de visite van zijn zoon aan hem, en mijn wonderlijke verhalen.

Zo thuiskomen. Nooit meer gedacht en eigenlijk al stevig afgeritst. Het leven was een alleen-gaan, al meer dan 25 jaar. Met verve en schwung en afleiding voor een life time, een gevuld en gepassioneerd leven voor alles wat er in de omgeving en ver daarbuiten gebeurde. Maar nu ligt er een deken van rust en vredigheid overheen gesluierd, die balans brengt in de som der delen en de rijkheid met zich meebrengt van een overloop aan liefde. Het hart stroomt vol bij elke aanblik. Het mag zo veel en weldadig zijn, na al het gemis in het leven van ons beide, de liefde mag vloeien als zoete honing. Nu en hier. Thuiskomen.

Overpeinzingen

Een perfecte bijkomstigheid

Op zolder luisterde ik naar de wind die om het huis huilt, met zo’n mooie hoge fluittoon. Dat hoort bij de verlaten prairiedorpen waar de tumbleweeds een speelbal zijn van de wind. Hoei…Ik stel me voor dat we in een tentje bivakkeren aan de Noordpool en plots vraag ik me af wat een sherpa op de Mount Everest doet, als hij thuis hoort op de Himalaya, een uitzending van gisterenavond gedachtig. Die malle associaties ook. Dus maak ik vriendlief wakker met die rare vraag en heb spijt, als ik de onderbroken slaap in zijn ogen bemerk. Met mijn kussens onder de arm vertrek ik naar een verdieping lager.

Gisteren in Hoek was het al even guur. We liepen stevig gearmd naar een lieve nicht een paar blokken verderop. Daar dronken we thee en deden kond van het voorgenomen plan. Met eenzelfde optimisme wuifde zij de beren op de weg weg. Herkenning. Oprecht blij was ze voor haar lieve oude oom. Er kwam, uit de archieven, een oud fotoboek naar boven van ons gedeelde leven, met foto’s die een aanvulling waren op de drie fotoboeken van mij. Wat een wonderlijke gewaarwording om een herinnering compleet te zien worden. Op de terugweg werd mijn onderlip dik. Ik bijt soms weleens een velletje weg, dan wordt het ook zo. Maar na de ellenlange weg terug naar mijn huis met spiegels overal, zag ik ineens dat ze zo dik waren, alsof ik mijn heil had genomen in een forse botox. Pas comme il faut en weinig charmant.

Met zijn geoefende doktersoog bekeek vriendlief mijn lippen op een eventuele insectenbeet. Allergische reactie, maar waarvoor. ‘Niet voor jou’ stelde ik hem gerust. Dat viel reuze mee. Hoeveel er daarna te bespreken was, er leek geen einde aan te komen. Alle raakvlakken waren dan ook aanwezig. De televisie leende met een wetenschappelijk programma en Tussen Kunst en Kitch ook nieuwe gespreksstof. Een schilderij aan de muur te hebben hangen naast je tv en niet te weten, dat daar een echte Isaac Israëls hangt. Hou me vast. De eigenaar had naar een handtekening gezocht, maar het nooit gevonden omdat het niet in de geijkte hoek stond maar middenin de afbeelding van het meisje met de hoed. Een juweeltje en fantastisch om te zien.

Ik dacht onmiddellijk aan mijn kleine Javaanse danseres, ooit in de kringloop op de kop getikt en ondertekent met F. Bemmel ‘22 en kom dan uit bij Frits Adolf Oscar van Bemmel, tekenaar, illustrator, kunstschilder, boekbandontwerper en ontwerper die inderdaad werkzaam was in Batavia. Toch eens langs gaan, misschien.

Zoonlief appt, ‘mam, botoxen is niet nodig, je bent al mooi van jezelf’. Natuurlijk grappig bedoeld, maar het ontroert. Ik wijt het aan de gemoedstoestand. Het vat van emoties stroomt over. Nog een schok voor vandaag. Broerlief moest gedotterd worden. Achteraf blijkt dat dat al langer moest, maar er was niet eerder plek. Dan is het een grote opluchting als het wel eindelijk kan. Hij heeft de ingreep en de nacht goed doorstaan.

Veel warmte stroomt ook binnen via de adhesiebetuigingen van mijn lieve vrienden en gisteren toen we de flat samen binnen kwamen, lag er in de brievenbus een kaart van dochter en haar gezin met de aanhef Lieve…En daar stonden onze namen als van oudsher onafscheidelijk naast elkaar. Een eerste welkomstkaart. Hoe attent en vol genegenheid.

Achterop een citaat van Poeh ‘Wanneer je iemand zijn grote laarzen ziet aantrekken, kun je er vrijwel zeker van zijn dat er een avontuur op komst is’. Inderdaad, met beide benen in het avontuur gestapt. Wat trouwens echt geweldig uitkomt. Hij is een langslaper, die mij de ochtenden laat. Is dat niet een perfecte bijkomstigheid.

De lieve jeugd·Overpeinzingen

Als de tijd rijp is

Geen kwark meer in de koelkast. Zonder dat is het moeilijk medicijnen wegwerken. Gelukkig appt dochterlief ‘Zin in bezoek’?. Ja, gezellig. Ze zou kattegrit meenemen en appte of ik nog iets anders wilde. ‘Ja, kwark’. Alles komt op eigen tijd en eigen uur met wat geluk of dankzij zulke lieve kinderen natuurlijk.

Vriendinlief belde op, positief getest dus een negatief humeur, maar vooral bang voor de test. Iets waar ze nu eenmaal niets aan kon doen. Ooit een sonde in de neus gehad en de therapeut omver getrapt met de puberbenen en het leed is geleden en een trauma geboren.

Dochterlief kwam binnen en van kleindochter kreeg ik prachtige roosjes in alle roze-rode kleurschakeringen. ze bracht de kwark, de grit en heerlijke chocoladekoeken mee, zette thee in een handomdraai en we genoten van het idee van alle spectaculaire veranderingen, die misschien op komst zouden zijn. Fantasie, gemijmer en verlangen, de geest nam een vlucht, terwijl kleindochter ondertussen onze benen op de grond hield met haar heerlijke prietpraat, het spel met de poppetjes en het tekenen in de grote oude agenda met de ringband. Straks is dat het boek der koppoters en krasmonsters. Die laatste wilde ze ook getekend hebben, na het kijken naar de plaatjes in een van de te recenseren boeken, waar vingerpoppetje monster deel van uitmaakte. Dus kwam er een vader, moeder, zus en broer monster. Die ging mee naar het thuisfront besloot tantetje gedecideerd.

Tussendoor waren we er getuige van dat de voedertafel van zoonlief werkte. Eerst een kauw, daarna de Vink, toen de merel en dikke dollie duif, daarna haar eega en natuurlijk de pimpelmezen. Wat heerlijk om te zien.

Met de eruit gescheurde tekening, het schilderij van de gekko’s voor de kleine filosoof en de lieve groetjes voor de twee thuisblijvers verdwenen ze weer. Handkusjes, zwabberhandjes en een terug rennen van het begin van de galerij naar mij toe, om alsnog de knellende armpjes om me heen te slaan en een ferme kus te geven. Liefde, echte liefde…Binnen zag ik vijf minuten later dochters telefoon. Ineens ben je om ‘t hand. Ze valt niet te bellen en het was te laat om erachteraan te gaan. Hopen op het gesternte en ja hoor, een paar minuten later toch de bel. Het afscheid op de galerij was identiek aan de eerste, inherent de armpjes en de kus.

Verder lezen in de boeiende biografie. Wat een mannenbolwerk was de wereld in de vorige eeuw. Als 26-jarige volkomen afhankelijk zijn van de welwillendheid van je vader, tenminste, als je nog tot de familie wilde behoren en ongetrouwd was. Zolang dat niet gebeurde, bleef je het kind. Dit was de wereld van de adel en het rijk der notabelen. Ik kan me niet voorstellen dat men in de arbeidshuisjes dergelijke praktijken bezigde. In de doorgaans veel te krappe bewoning en met een schrale beurs viel er niet veel meer in de melk te brokkelen.

Het was een slechte nacht, maar ach, volle maan dus luisterde ik nostalgische liedjes. Robert Long met zijn Liefde voor later. Zo’n passend sfeerbeeld, die je op sommige momenten net even nodig hebt, als gemijmer overgaat in een zweem van verlangen, gemis en dromen. In een podcast luisterde ik naar een interview uit 1985. Dan valt met name zijn prettige bedaarde stem en de rijkheid van zijn taal op. Hij noemde de inspiratie met Leen Jongewaard iets dat je kon opbergen in ‘het voorraaddoosje van verworvenheden‘. Wat een prachtig zinnebeeld der verbeelding. Dat is precies wat het is. Zo heeft ieder zijn eigen doosje, waar tot in lengte der dagen uit te putten valt, om alles op te kunnen poetsen als de tijd rijp is.

Overpeinzingen

Heel veel gespreksstof

O, wat is het toch heerlijk om een beetje op te ruimen. Onze buren gebruiken, zoals met veel begrippen, een veel sierlijker taal. Kuisen heet het bij hen. Het huis kuisen. Dan krijg je toch meteen zin. Dat betekent het huis opschudden, ramen en deur open, zonnestralen erin, de boel eruit. Kleden, kussens, plaids laten doorwaaien. Frisse wind in de zeilen. Dat zonnetje bleef achterwege en er was zo’n dikke mist dat het druppels gaf. Stofzuiger erbij, natuurazijn in de aanslag en gaan. toilet, gang, vloer, bank, kussens, kleed, stoelen werden geschuierd, gezogen, gestoft en waar nodig geschrobd. Oude waxinelichtjes vervangen voor nieuw, rommel uit het oog geholpen. De kast der vergeten dingen was weer leeg, dus daar kon ‘t een en ander mooi verder overwinteren. De bemodderde wandelschoenen, een verdwaalde lekke leren bal, een stapel plastic doosjes. Wat ook niet onbelangrijk was, ik had de hele dag de tijd. Rustpauzes met een journaal, of My Kitchen Rules, waar ik dan weer onrustig van werd door de ruzieachtige sfeer tussen de gasten onderling om snel de draad van het ruimen nogmaals op te pakken. Het kleinste kamertje spic en spannetje schone handdoek incluis en de patchoeli-geur alom aanwezig, in de zeep, in de parfumspuit en op het vege lijf.

Ruim voor tijd was ik klaar en kon aan de borrelhapjes beginnen. Mijn heerlijke Brique de Brebis in schijfjes, salami met roomkaas, kaasblokjes, tomaat, vijg, dadel en uienchutney. Alles in afgesloten bakjes in de koelkast. De sauvignon in de koelkast en de Crozes Hermitage voor bij de Brique bij de hand. En nogmaals pas op de plaats.

Zo zou dat eigenlijk altijd moeten zijn. Steeds even tussen alle bedrijven door het zalige alles ontziende niets om opnieuw op te laden en bij te tanken. Om half acht de kaarsjes aan en Zen tot de eerste gasten kwamen. Vriendlief had zijn superdure racefiets alle trappen opgesjouwd en had daarmee zijn outdoortraining al gehad. Slim, want voor de flat weet je het maar nooit. Een van ons had het boek niet uitgelezen, kwam, net als alle anderen, nauwelijks of niet door de grove taal, onvervalste ‘slang’, heen. De taal liet bij tijd en wijle te wensen over door de vreemd in elkaar gewrochten zinnen, maar ze oogstte, net als bij mij, grote bewondering voor haar moed. Vanaf blz 154, adviseerde ik, dan wordt het pas echt een verhaal.

We keken ook nog het interview met Twan Nieuwenhuys en Lale. Natuurlijk kwam het gesprek daarna op acceptatie van culturen en tot hoever je moest gaan. Waar lagen de grenzen van het betamelijke of waren dat toch teveel ónze grenzen. De klok voor vrouwen stonden in de dogmatische religies nog steeds op 0. Dienstbaarheid en recht hadden we in de jaren ‘70, maar ook daarvoor, met hartstocht bevochten en niet zonder slag of stoot. Waren we terug bij af? Waar moest je beginnen om de bevrijding in die kringen in gang te zetten. Lag dat bij het onderwijs en was dat dan wel de juiste plek. Of moeten we wachten tot de rebellerende meiden hun krachten gaan bundelen en de straat op gaan. De angst voor repressailes is het grootst en die liegen er niet om. Hoe overtuig je iemand van het feit dat respect en ruimte voor elkaar meer oplevert dan afhankelijkheid en overheersing. Dat het zoveel meer schoonheid en liefde brengt én verbondenheid.

Het werd een heerlijke avond, met al deze gedeelde gedachten. Wat een boek al niet los kan maken. Het volgende boek belooft er ook een van zingeving te zijn. ‘De ziel kent geen leeftijd’ van Thomas Moore. Beschouwende literatuur en heel veel gespreksstof.

Overpeinzingen

En zo is dat

Niet alleen de ochtend was in nevelen gehuld, maar de hele weg lang richting kust lag verzonken in een dikke mist. Ondanks een klein zonnetje heb ik de zee niet gezien en dat wil wat zeggen, want ik reed op de dijk langs de grote zeeschepen.

Vriendlief morrelde wat aan de deur op mijn gebel en daar zwaaide de deur al open. Ondanks de perikelen waarover hij geschreven had, zag hij er opvallend goed uit. Na een eerste onwennig gestuntel met jas en kleine kapstok gingen we tegenover elkaar zitten en binnen de kortste keren werd het nieuwe oude gezicht zo vertrouwd als altijd. Vreemd hoe je elke beweging nog blindelings herkende. De oogopslag, de peinzende blik, de lieve glimlach, de houding Vannieuwkerke arm en hand bij een betoog. Naadloos buitelden de jaren terug naar veertig jaar geleden.

We hadden veel te bespreken en overpeinzen. Prioriteiten stellen en vooral denken in oplossingen. Al waren de omstandigheden niet ideaal, het was wel een goede plek waar hij nu tijdelijk verbleef met een liefdevolle achterban van broer en zijn vrouw en een nichtje. Mooi om te zien hoe de spanning langzaamaan plaats maakte voor zijn eigen, veel evenwichtiger, zelf en het lukte zelfs om een lach te ontketenen. De tijd vloog om en na twee koppen thee, de Utrechtse sprits en in de wetenschap het allerbelangrijkste te hebben gedeeld met elkaar, stapte ik weer in de kleine blauwe met de belofte elkaar snel weer te zien.

De telefoon laadde in de auto gelukkig wel op, want dat had hij bij vriendlief halsstarrig geweigerd. Zonder mijn eigen vertrouwde lispeltuut(ken uw klassiekers) had ik het nooit gered in die ondoordringbare dikke deken. Zo mistig als het buiten was, zo helder was het gesprek geweest. Dat gaf een fijn gevoel. Zorgen zijn er vooral om te delen, om een klankbord te hebben, waarbij het licht vanzelf doorbreekt en deuren opent, letterlijk en figuurlijk.

Straks moet ik even hard aan de poets. Het huis schreeuwt om de stofzuiger, een stofdoek, een dweil hier en daar. Dat moet kalmpjes aan, veel pauzes ertussen. Als dat eenmaal met jezelf is afgesproken lukt het beter. Het lijkt een eeuwigheid geleden, bezoek aan huis van vrienden. Met de zelftests, lang leve deze snelle peiling, durf ik het met de booster wel aan. Ik hoop dat morgen alles weer open gaat. Het water staat elke ondernemer aan de lippen. Als iedereen zich aan die paar regels houdt, moet het goed te doen zijn.

Pluis komt eens kijken en rommelt zich een lekker plekje bij elkaar. Eigenlijk wil ze op schoot, maar daar ligt de IPad al. Dan het voeteneind maar innemen.

Er komt een oproep binnen voor het begeleiden van een try-out volgende week dinsdag. Nu duimen en dromen dat er op het laatst geen roet in het eten wordt gegooid. Het is in een cultuurhuis, waar ik de weg goed ken, dus anderhalve meter is goed te doen in de theaterzaal. Dat durf ik aan. Het is een bekend muziekensemble en dat belooft een boeiend spektakel te worden. Nieuwe uitdagingen, hoe heerlijk om naar uit te kijken. Het jaar is goed begonnen. Een goed begin is het halve werk, zegt het spreekwoord. En zo is dat.

Overpeinzingen

Wie wil dat nou niet

Een dikke grijze mist is, toen ik even niet keek, als een dikke deken op komen zetten en wikkelt de wereld in een doorsluizend morsig grijs. Vage contouren van bomen en huizen, bewegende koplampen. Ik hoop dat ze snel op zal trekken.

Gisteren na de fysio ging ik eerst even langs de garage, want de kleine blauwe prins was zijn stem verloren. Doodse stilte als ik de claxon beroerde. Het akkevietje mag wat kosten, zo’n klein dingetje is een rib uit het lijf. Zonder kan je niet.

Lale Gül haar boek ‘Ik ga leven’ heb ik vanaf hoofdstuk 15 in een adem uitgelezen. Doorzetten kent zijn voordelen. Waarschijnlijk stond mijn eigen esthetiek in de weg bij dat eerste deel. Het is lastig om door grof taalgebruik heen te prikken, zo niet ondoenlijk voor mij. Hele stukken daarvan heb ik gescand. Daarna geeft ze zo’n goed beeld van haar situatie en schetst ze treffend de onmogelijkheid ervan. Ik heb diepe bewondering voor deze jonge vrouw gekregen. Oordeel niet en verwonder je slechts was hier beter op z’n plaats geweest in eerste instantie. Je bent gelukkig nooit te oud om wat bij te leren.

Morgen is de bijeenkomst hier. Dat vergt nog wat voorbereiding. Van zolder heb ik de kleine blauwe opklaptafel geplukt om in het midden neer te zetten. Van te voren doet iedereen een zelftest. Met de stijgende besmettingen geen overbodige luxe. Ik ben benieuwd naar de mening van de anderen. Zijn ze voortijdig afgehaakt of hebben ze dezelfde ervaring als ik. Dat is het voordeel van een leesclub. Het is een stok achter de deur om het boek uit te lezen. Anders was ik nooit zover gekomen.

In de aflevering van gisteren van Binnenstebuiten liet een medewerker van de hortus Botanicus in Leiden zien wat het verschil is tussen een echte cactus en een plant die er wel de uiterlijke kenmerken van lijkt te hebben, compleet met stekels, maar die behoort tot de wolfsmelkachtige. Als je met een naalden van een cactus een gaatje prikt in de plant gebeurt er bij de cactus niets en bij de ‘nepperd’ komt er witte melk uit. Heerlijk om weer even een Hortus van binnen te zien.

Lang geleden heb ik die in Leiden bezocht met vriendlief, waar ik straks naar toe zal gaan. In Leiden zijn we ooit begonnen aan ons gedeelde leven. Er was een piepklein appartement ergens boven in een statig herenhuis met twee kamertjes. Een voor een matras op de grond en een om in te zitten om te kunnen lezen en te turen naar het draagbare zwart/wit teeveetje met losse antenne.

Voor de juiste ontvangst moest je eindeloos draaien met dat ding en als het beeld bleef sneeuwen, wilde een klap er bovenop ook nog wel helpen. De ruimte zelf leek ook wel op een hortus, er hingen en stonden volop planten, sinaasappelkisten vormden de kasten, een rotan stoel van oma het meubilair en voor de ramen had ik oranje/bruine macramé gordijntjes geknoopt. Het was een lief en mooi begin. Mijn moeder wist van ons samenzijn, maar mijn vader mocht het absoluut niet weten anders zou de oude patriarch in hem naar boven komen om deze rebelse daad.

Nu ga ik hem zo weer op een kamertje treffen. Geen idee hoe een en ander zal verlopen. We gaan de opties bespreken die er zijn, als hij weer hier in Nederland wil gaan wonen. Het voelt als spannend en is tegelijk iets waarop ik me verheug.

De mist is verdwenen als sneeuw voor de zon. Het zicht is helder. Als dat de uitslag is van ons gesprek zou het een mooi begin kunnen zijn. Denken in mogelijkheden. Wie wil dat nou niet.

Overpeinzingen

De lucht is solidair en penseelt alvast met Amber

Wonderlijk hoe een begrip blijft kleven aan een naam. ‘Doe je zo de kachel even aan’, vraag ik daarnet aan zoonlief, als hij naar beneden gaat. Maar ik heb al meer dan veertig jaar verwarming. Het woord is het begrip geworden.

De zon scheen zo uitbundig, gisterenmiddag, dat ik na het boodschappen doen doorreed naar de Lek. Misschien ook om een beetje de gedachten te ordenen, na het gesprek met zuslief, die morgen. Wijze raad en een lijstje met adviezen, die ik evenzo vrolijk al in het achterhoofd had. Fijn dat we zo op dezelfde golflengte zitten. Een droevig bericht was er ook nog van haar kant. Goed om daar ook bij stil te staan en het de aandacht te geven die het verdient. Er zijn gebeurtenissen waar je niet zomaar overheen kunt stappen en die voor de betrokken personen grote input kunnen hebben op het gemoed. De balans zoeken en de kaarten schudden, behoort niet tot de eerste prioriteiten. Verdriet mag een plek hebben en troost zal het omlijsten.

De Lek ligt er bijna oogverblindend bij, zoals de zon op het water schittert. De klare lucht toont nu nog meer de kaalslag die het verdwijnen van de aloude boogbrug voor Vianen teweeg heeft gebracht. De A2 dendert nu moeiteloos in een rechte streep door van de ene oever naar de andere oever.

Voorzichtig om merendeels de graspollen te raken en niet het prille groen van de opkomende wilde peen en het fluitenkruid speur ik de einder af. Ganzen zitten in groten getale helemaal vooraan in de uiterwaarden langs de dijk. Op deze plek, ergens halverwege dobberen slechts wat meerkoeten en een eendenpaar op het water. Als de grote binnenvaartschepen langs trekken kabbelt het water in golven langszij en klotst tegen de rietkragen en de stenen beschoeiing.

Nog altijd, ondanks het late tijdstip, ligt er dauw op het gras. Ik loop tot de grienden en dan weer terug met de zon op de wintertoet. Heerlijk om daar even alleen met mijn gedachten te zijn. Bij het kleine zandstrandje verderop staan grote rietpluimen met hun wapperende vaantjes in de zon en kleuren zilver. De stilte met het zachte ruisen van het verkeer in de verte en het zachte deinen van het wiegende water brengt een weldadige sereniteit. Twee fietsers boven aan de dijk en zelfs de kleine blauwe prins hoog verheven ontroeren tegen de blauwe lucht. Alles ademt vrede en rust.

Thuis bedenk ik dat het boek van Gül een grote tweeledigheid kent. Er staan veel grofgebekte hoofdstukken in, maar als je bij de kern van haar verzet komt, weet ze het heel helder uiteen te zetten en gebruikt ze krachtige taal, die haar actie alleen maar versterkt. Het schoppen tegen de heilige huisjes is welhaast puberaal, maar de redenering erachter is weloverwogen. Ere wie ere toekomt.

Er heerst een gezellige drukte op straat. Grote en kleine voetstappen, kinderstemmen, aanmaningen van een moeder, wandelende rugzakjes en verkeer dat ronkend wacht tot het zebrapad vrij is. Ze gaan weer naar school. Het brengt me even terug in de groep. Januari is een heerlijke maand na de waanzinnige drukke feestmaanden. Alles oogt schoon en fris. Soms waren de vloeren geboend in de vakantie. De kinderen hadden er zin in, waren alle vermoeidheid vergeten. Nog even flitsen met wasco en ecoline voor het maken van het vuurwerk en daarna stond er een nieuw project op de rol met een grappig toneel vooraf en een nieuwe beleving. ‘Mis je het niet,’ vroeg schoondochter laatst. De interactie wel, het sparren met de kinderen en de inspiratie door hun ontdekken en ervaren, waar er vaak genoeg een heel nieuwe techniek werd gevonden vooral.

Dat is het voornemen om dit nieuwe jaar mee te beginnen. Het experiment en de toevalligheden, die er uit voort komen. De lucht is solidair en penseelt alvast met Amber

Overpeinzingen

Een nieuwe intensiteit

Ja, het derde boek lag in de bus. En wat voor een. Nadat ik het karton van de verpakking open had gerist, kwam er een stevig gebonden nachtblauw boek uit, met mooie krulletters in oranje/goud en een glimmend plaatje van een helifietszeeër met eronder de subtitel: Een reisgids naar je verborgen talenten. Ik vond mezelf na het beschouwen van boek en inhoud terug met een brede gelukzalige glimlach en vlak daarna met het besef zelden me zo bewust gelukkig te hebben gevoeld bij een nog te ontdekken boek.

Dat doet iets moois met je. Als musea gesloten zijn is er altijd nog het boek. Natuurlijk wilde ik er direct aan beginnen, maar eerst het andere leeswerk. Nog vier dagen worstelen met Gül.

Gisterenavond was het weer een zaterdag als vanouds. Heerlijk. Met ‘Matthijs gaat door’ krijgt het de sfeer van pyjamaatjes aan, wangetjes schoongeboend en voor de televisie je stroopwafel van de markt oppeuzelen. Iedereen genoot mee van Rudie Carrell en de uitzending met Esther Ofarim als zeemeermin bijvoorbeeld of Tom Manders als Dorus met zijn lieve mottenfamilie.

De stroopwafels hebben plaatsgemaakt voor naturel chips en de pyjama voor warme soksloffen en een huispak, maar het grote genieten is er. Hoe blij kan je worden bij het ontdekken van de passie en de vreugde, dat muziek maken oproept bij een ander. Tel de zegeningen en het wordt een dag met inhoud, herinneringen incluis.

In de rubriek ‘For Ever Young’ kwam Hans Dulfer vertellen. Hij woont ergens middenin de polder naast een oude molen, waar hij zijn archieven en de opgespaarde spullen uit het verleden bewaart. Een molen tot de nok gevuld met verleden en nostalgie. Hij verzamelde alles wat over hem geschreven was, knipte het niet uit maar bewaarde het in het geheel als katern met de achterkant erbij, een tijdsdocument om het te kunnen plaatsen. Die achterkant bleek veel interessanter en van groter belang dan het stuk over hemzelf, gaf hij aan.

Het grote pluspunt is de keur aan artiesten, die Matthijs iedere keer weer in zijn programma weet te halen. Zo kom je nog eens op nieuwe ideeën. Wie altijd bij dezelfde leest blijft, zal nooit iets nieuws ontdekken. De boodschap voor zijn eeuwige jeugd zat bij Hans in het omarmen van alles wat nieuw op je pad komt. Blijf vernieuwen en daarmee dus verjongen. Daar komt die verwondering om de hoek kijken. Aan wie zich kan blijven verwonderen en open staat voor de indrukken en ervaringen zal zich het nieuw te bewandelen pad openbaren, een nieuwe weg om in te slaan. Het wijst zich vanzelf, zoals het nieuwe kinderboek dat die ochtend door de bus gleed en waar het geluk en de wijsheid vanuit de bladzijden naar buiten buitelden.

In een artikel in Nivoz lees ik het verhaal over het belang van de kunst boven het belang van de methodeboeken. Juist omdat ze de verwondering opwekken. De schrijfster haalt daarbij een voorbeeld aan van een jongetje dat op Oeral onbevangen en vol vertrouwen de grote ballon binnenstapt achter de bedenkers aan.

Met een sprong reis ik terug in de tijd, zo’n jaar of wat geleden. Er was een oproep geweest of er vrijwilligers waren die mee wilden doen aan een experiment met een grote ballon voor een nieuwe act. Altijd in voor iets nieuws had ik me opgegeven. Dus stonden we met een groepje mensen te wachten tot we naar binnen mochten in een oude schuur of fabriekshal. Daar was die enorme ballon en inderdaad lieten we ons naar binnen leiden. We zaten letterlijk en figuurlijk in een bubbel. De ontmoetingen met elkaar werden er intenser door in die vervreemdende omgeving. Het was een bijzondere ervaring, juist omdat alles stil viel. Er praatte niemand, er was geen geluid, alleen die witte wereld, verzachtender nog dan de laag eerste sneeuw.

Een nieuwe drempel overgaan, het is een opstap naar een nieuwe intensiteit.

Overpeinzingen

Er de bezem doorhalen

Een van de kauwtjes uit de dakgoot is danig in de war. Ondanks de lichte rijp op de daken haast ze zich met tak vanaf het nest naar de boom en laat het daar vallen, terwijl ze parmantig heen en weer wandelt over het rondhout. Ze heeft het op haar heupen en is bezig met de grote schoonmaak. Omdat het me aan vroeger herinnert en de eerste grote schoonmaak in de lente, waarbij alle buurvrouwen in wolken stof wiegden op het ritme van de mattenkloppers in de achtertuinen, vermoed ik het vrouwtje. Er werd toen geschrobd, geklopt, geschuurd en geschuierd dat het een lieve lust was, vuurrode armen uit de opgestroopte mouwen. Winter eruit verbannen, nieuw en schoon leven erin geblazen. Dwars door mijn reis door de herinnering heen vierde verbazing hoogtij. Ze zal toch niet nu al aan het nest beginnen. Er moest minstens nog een winter of iets wat er op lijkt, komen. Ik wacht de acties met spanning af. Er gebeurt heel wat in het leven buitengaats.

Vriendlief heeft zijn omstandigheden beschreven. We moesten maar eens samen aan het werk om een en ander in goede banen te leiden. Mijn indruk over het geheel is er gesterkt uitgekomen. De allereerste stap zal een bezoekje zijn.

Gisteren was er sprake van twee afspraken achter elkaar. Mijn boek ‘De zwarte schuur’ van Oek de Jong voor de jarige schoonzoon moest naar de plaats van bestemming gebracht worden op een tijdstip dat het rustig was. Natuurlijk zat er al een nichtje met twee kinderen in dezelfde leeftijd als de filosoof en zijn zus. Verstoppertje door het hele huis, geroffel op de trap, balletjes trappen, een beetje de jongsten plagen, met poppetjes spelen, zoete broodjes bakken met chips en limonade…Het was er allemaal. Er tussendoor, af en toe nauwelijks verstaanbaar, de pedagogische problemen, corona-perikelen, familiebanden in een notendop. Om vijf uur een deurtje verder voor de boodschappen en een bosje bloemen voor de volgende visite.

Vriendin en manlief met hun nieuwste aanwinst, een prachtige zwarte trouwogige lieverd. Eindelijk zou ik hem in levende lijve zien. Er waren al vele foto’s langs geroetsjt op social media, maar in levende lijve aanschouwen was toch leuker. Ze waren druk bezig in de keuken, zag ik, toen ik de feestelijk verlichte entree inliep. De beslagen ramen getuigden van een nijvere voorbereiding.

Dat vertrouwde sfeertje van jarenlang met elkaar de tijd gedeeld te hebben, zette zich moeiteloos voort, de rest van de avond. Natuurlijk kwam school langs en het prachtige systeem waarin de Jenaplan en wij de lesstof hadden gegoten. Hoe het diende tot opvang voor alle kinderen, die door anderen als ‘moeizaam‘ werden aangemerkt. De bakermat van het aloude principe ‘laat alle kinderen tot mij komen’ in een sociale context en letterlijk uitgevoerd. We haalden juweeltjes uit deze schatjes met ieder hun eigen kwaliteiten, die nu ruim boven konden zwemmen. Dieper duiken deden we ook, Erasmus kwam langs, bijzondere vriendschappen, pensioenperikelen, geloof, de liefde voor het dier en dat alles onder het genot van een heerlijke, op Oosterse leest geschoeide, maaltijd. Het huis straalde gastvrijheid en warmte uit conform de lieve vrienden.

Het rijke leven, zo’n onthaal en met de belofte van zeker snel weer, niet meer zo’n lange pauze als ervoor, nam ik met een ‘Namaste’ afscheid. Thuis knipoogde de kerstboom met haar lampjes me olijk toe. Morgen ben jij aan de beurt, beloofde ik. De drie koningen zijn inmiddels gearriveerd. Ik denk dat ik de kauw maar eens achterna ga. Opruimen en er de bezem doorhalen.

Overpeinzingen

Kan iets gelukzaliger zijn dan dat

Het eerste boek is binnen. Verleidelijk, dus toch alvast drie hoofdstukken gelezen. Dat is geen titanenklus, want het zijn mooie afgemeten lengtes. En spannend is het al snel. Het verschil van een goed boek met een moeizaam exemplaar is dat het ene je onmiddellijk op haar trein laat stappen en de ander maar blijft talmen op het perron met gesloten deuren. Ik doe mijn best Gül uitgelezen te krijgen voor aanstaande donderdag, dan komt de leesclub bij elkaar, maar het is een bezoeking. Ik ben benieuwd wat de anderen ervan vinden.

Het kleurde opnieuw prachtig boven de daken. Een zacht rozerood luidt een zonnige dag in. Met een etentje in het verschiet vanavond extra feestelijk.

Gisteren zag ik de film Philomena op NPOPlus. Ze is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Een Ierse dame gaat op zoek naar haar zoon, die tegen haar wil in, door de nonnen is verkocht aan rijke Amerikanen. Een schrijnend relaas. Nog heftiger vond ik het verhaal dat tussen de regels door verscheen en minstens nog wel goed zou zijn voor een film of een boek of twee. Die van de begraven, jonge, soms heel jonge moeders, die de bevalling niet hadden overleefd. De zusters hanteerden de grote doofpot met verve en gingen zelfs zover de archieven te verbranden. Het had weinig tot niets met barmhartigheid te maken, al stond dat groot op de poort vermeld.

In het nieuwe nummer van Zin-magazine schrijft Stef Bosch over hartstocht: ‘Wat een mooi woord. Een synoniem voor ‘passie’ maar het komt dichter bij de kern van waar het over gaat. Een hart op de tocht’. Bij nader onderzoek is het niet de deur die openstaat tegenover de ramen en de lucht die het daarmee naar binnen sluist, maar is het ‘tocht’ in de betekenis van trek ofwel begeerte. Volgens Stef: ‘Hartstocht is een rivier die zijn eigen weg gaat‘ en zich dus niets aantrekt van eventuele gedachten. Mooi beeld levert dat op. Zo’n eigenzinnig hart dat, overspoeld door verlangen, rücksichtlos door roeien en ruiten gaat om daaraan tegemoet te komen.

Ik kan uit volle overtuiging zeggen dat ik hartstochtelijk veel van bepaalde dingen hou. Taal bijvoorbeeld, schoonheid in de breedste zin van het woord. Mooier dan passie en hartstocht dekt bevlogenheid de lading. Het stijgt boven de lust uit en is de drijfveer, de motor achter het handelen. Het geeft het leven kleur en maakt het daardoor waard om geleefd te worden. Hoofd, hart en handen zijn ermee gemoeid. Een hart op de tocht doet me aan ‘hunkeren’ denken en het eeuwige, vaak ook, onvervulbare verlangen dat overgaat in weemoed en stil verdriet.

Zo werkt dat met de beelden in het eigen hoofd. een volstrekt ander verhaal. Niet meer of minder waar, gevoed door eigen ervaring en waarneming. Dat hele persoonlijke, dat er voor zorgt dat er meerdere wegen naar Rome leiden. Bijzonder, dat denkhoofd van ons.

Het begin van de sjaal is er. Het stemt tot nadenken of soms tot helemaal niets. Dan brei ik me rechtstreeks een wolkenloze hemel in, zonder wat dan ook. Stilte, getik van pennen en verzonken in het ‘recht en averecht’ van het moment. En dat met alle rond cirkelende gedachten als die van mij en met al mijn passie, mijn hartstocht en bevlogenheid. Even op de pauzeknop gedrukt. Kan iets gelukzaliger zijn dan dat.

Overpeinzingen

Nog altijd

Eergisteren werd er een klein pakje bezorgd om half acht ‘s avonds. Respect voor deze harde werkers die van hot naar haar lopen om onze noden te lenigen. Hij werd met gejuich begroet, want ik wachtte al een aantal dagen op deze bestelling en zoals verwacht zat het feestelijk in mooi bedrukt vloeipapier verpakt met een kaartje en een beschrijving erbij. Vijf prachtige kleuren wol van een mooie kwaliteit voor mijn troostsjaal in donkere dagen.

In 2017 toen ik moest herstellen van mijn infarct heb in in de drie maanden daarna een meterslange sjaal gebreid in okergeel. Breien werkt helend. De handen doen voort terwijl de geest wegdwaalt in de meest uiteenlopende hersenspinsels, al net zo rustig en bedaard als het ritme van de breinaalden je vertellen. Zo kabbel je verder, terwijl er onder je handen een stilistisch eenvoudig maar toch kunstig weefsel verschijnt, en niet in de laatste plaats om die prachtige natuurlijke tinten.

Hoera, al drie toezeggingen voor de kinderboeken zijn binnen. Het is een prachtig thema en ik probeer om voor alle leeftijden te vinden wat de noodzaak van verwondering benadrukt. Kinderen verwonderen zich van nature, het is de volwassene die er ruimte aan moet leren geven. Stap af van je bagage en je denkhoofd en glij in de bijzondere wereld van het kind. De gekozen boeken helpen daarbij. Als ze zijn wat ze mij beloven in advertenties en aanbevelingen. We gaan het ervaren.

Gisteren had ik maar liefst drie mensen achter me staan bij de fysio. Ik was vast gaan inlopen op de band. Mijn eigen fysio had er twee stagiaires bij, die hij ondertussen bestookte met vragen waar ze hun hoofd op mochten breken. Ik moet altijd op mijn tong bijten om het antwoord er niet gewoon uit te flappen, maar ik hield me keurig in. De vierdejaars mocht met me aan de slag en het was een prettige ontmoeting, al moest ik een aantal oefeningen doen, die niet vanzelf gingen. Kramp, disbalans, maar verbeten blijven proberen natuurlijk. Het heerlijke van een serieuze stagiair is de toewijding waarmee hij aan het werk gaat. Respectvol, voorzichtig en geduldig. Alle routine is er nog niet ingeslopen. Het half uur vloog om.

Zoonlief is aan het vogelen geslagen. Hij trekt er met vriendin en pittige camera op uit, om urenlang tussen het riet te liggen terwijl hij wacht op het juiste moment. Zijn geduld wordt nu nog beloond met de kleintjes, roodborstje, puttertje, staartmees, vink en dan is er ineens een valk die de ganzen beneden hem de stuipen op het lijf jaagt en een buizerd die zich laat bewonderen in een wijd gespreide vleugelpracht. Wat een mooie dromen vangt zijn jonge ambitie. Geen rap of rock uit zijn EarPods, maar vogelgeluiden, de een na de andere. Vriendin kent dezelfde interesse om beelden te vangen, maar dan de paddestoel, een blad dat het laatste zonlicht vangt, de grillige bast van een boom. Wat een heerlijke hobby en zoveel om te ontdekken. Op de manier waarop hij altijd weer een uitdaging aangaat en zorgt dat het een kracht wordt en kwaliteit levert, ben ik trots. Nog mooier is om te ervaren hoe jeugd begon, gretig met een drang naar meer. Zo herkenbaar en nog steeds achter een van de deuren in mijn hoofd te vinden. Jeugdig elan. De deur die open zwaait, als de tijd er om vraagt. Nog altijd.

Overpeinzingen

Een sprankje is genoeg

De blog van vorig jaar had ik moeiteloos kunnen gebruiken voor vandaag. Het was er allemaal. Het negeren van het vuurwerkverkoop met meer illegaal en zwaar vuurwerk dan ooit, poes pluis die dicht bij me in de buurt bleef en dankzij haar aangepaste brokken met een meer bestendige maag bij harde knallen. De inderhaast weggegriste oliebollen en vier appelflappen uit het broodschap van de supermarkt, Matthijs gaat door, dit keer met beloofde chansons in de toekomst, de klok en de Tribute to Freddy Mercury gezien. Voor de tweede keer die dag, maar zo boeiend. In de ochtend had ik de docu ‘The final Act’ van James Rogan over het gevecht van de zanger met Aids op 3Doc bekeken en was er de hele dag al behoorlijk van onder de indruk. De uitsmijter, en niet de mijne, dan dit keer Peter Pannekoek in plaats van Youp. Niet de helderheid van geest om geconcentreerd te kunnen luisteren en een oordeel te vormen. Dat is voor later.

Ook vorig jaar begon het nieuwe jaar met een droom, toen over de zussen en nu over mijn lieve Cioful en de Wijze, maar niet minder levendig en met een stralende heldere lucht als belofte voor alles wat nieuw is in dit komende jaar.

Het oude jaar was afgesloten met een heerlijke familiedag, eerst met het grote cadeau van het aflopende jaar, namelijk nieuwe kleindochter en schoondochter, en zoonlief. Een matineus begin met thee en geknutsel om half elf. Daarna op mijn gemak, tussen alle drukte door, de boodschappen en vervolgens naar het huis van dochterlief. Stenen schilderen met de nieuwe acrylstiften. Heerlijke bezigheid en om Aboriginals-kunst te maken, een uitkomst voor het betere stipwerk. Daar kwam ik achter toen ik zo’n steen maakte voor de kleine filosoof.

Met zijn zus in de buurt werd het al snel spelletjes uit de grote klepbank, onder andere een potje uno, waarbij ik haar op kleur liet sorteren. De opgetogen snoet om het door hebben van dat kunstje maakte extra duidelijk hoe waardevol zo’n succeservaring zijn kan.

Ondertussen was dochterlief druk in de weer met haar vegetarische rijsttafel en met de kleine zwarte poes Daisy, die voor een wandelingetje naar buiten was gegaan en ondanks het gerammel met brokjes en een bekende lokroep geenszins van plan was binnen te komen. Het leverde een ongerust vrouwtje op, vooral na iedere knal of kleurenuitbarsting buiten. Terwijl wij plaats namen aan het feestmaal kwam ze, haast achteloos, aangekuierd. Het teken om de maaltijd ten volle te laten smaken. Het was heerlijk en feestelijk. Zoonlief en schoondochter waren ook aangeschoven.

Ik liet ze achter en ging naar mijn eigen retraite-moment. Op de bank met wat appelflappen kwam de mail van de lieve wijze vriend binnen, die een overzicht had gemaakt van zijn moeizame jaar. Het leverde stof tot mijmeren op. Wat is de weg om hem zijn isolement te helpen overwinnen, nu de jaren beginnen te tellen en gaan opspelen in kwalen en kwaaltjes. Het allergrootste obstakel is zijn mismoedigheid die danst op de ongelukkige omstandigheden. De warmte van de mensen om je heen weten, maar er niet bij kunnen. Tussen de regels door ligt het lakende onvermogen verweven om tot een goede oplossing te komen.

Het zijn de momenten, waarop een naarstig zoeken naar een opening in het grijze grauw begint en die zich hopelijk aanbiedt om met beide handen te kunnen worden aangegrepen. Dat licht, die hoop. Een sprankje is genoeg.

Overpeinzingen

Een belofte vol schoonheid

Op de site van de stichting Nivoz kom ik een verhaal tegen over aandacht en het voorgenomen streven van de auteur om in het vervolg er te zullen ‘zijn’. Ze haalt een verhaal aan over een kind dat haar vraagt of hij op de IPad mag. Het antwoord verzandt in allerlei opmerkingen, maar wordt geen antwoord op de gestelde vraag. Deemoedig gaf ze toe dat ze de vraag moeilijk vond en derhalve er omheen bleef dralen.

Er schiet me een gesprek van lang geleden te binnen. De juf van de volksdansvereniging was bezig met het maken van kostuums voor de optredens, toen haar zoon binnenkwam. Hij praatte aan een stuk door over wat er op school allemaal was voorgevallen. Ze antwoordde steeds met stopwoorden. Jaja, mmmm, huhhuh. Hij bleef het proberen maar ving niet de aandacht waarop hij duidelijk vlaste. Al wat hij nodig had was oogcontact, een luisterend oor en een kopje thee. Kortom een klankbord.

Er werkelijk zijn is een loffelijk streven. Het op de loop gaan van je gedachten herkenbaar. In het eerste verhaal werden vliegensvlug gedachten tegen elkaar weggestreept en kwam het daarom niet tot een helder antwoord. De oplossing bleek eenvoudig, namelijk te vertellen wat ze er werkelijk van dacht, ‘Liever niet, want je hebt de hele dag al gezeten, ga lekker spelen’, waar gehoor aan werd gegeven zonder morren. Een minuut echte aandacht weegt zwaarder dan een half uur vage antwoorden.

Iets om ons te realiseren, nu we ongemerkt vaak naar het scherm van de telefoon aan het turen zijn. Oogcontact maken, een echte ontmoeting hebben, het is een kostbare begrip. Een mooi voornemen, meer in contact met elkaar zijn, nu de ontmoetingen sterk zijn uitgedund. Laten we er diepgang en kwaliteit aan geven.

Ik peins over de laatste dag van het jaar, toen ik nog kind was. Eigenlijk stond die altijd in het teken van de oliebollen en de appelflappen. Ongelooflijk dat mijn moeder echt een wasteil met beslag had staan rijzen onder de theedoeken. Ze had er een dagtaak aan, samen met mijn vader, om er de bollen van te bakken. Appelflappen van vroeger kan je alleen maar zelf maken, als je die smaak van toen terug wil. In niets lijken de moderne varianten erop. De oliebollen mochten uitdampen in de koele kelder en iedere keer liep een van ons naar beneden om de schaal aan te vullen, die op tafel stond.

Om ons wakker te houden was er een bordspel dat mijn opa gemaakt had en waarvan ik de details niet meer heb onthouden. De jongens waren doorgaans met de verzameling kerstbomen in de weer. Ze moesten naar het braakliggend landje aan het begin van de straat versleept worden. De hele week voor oud en nieuw waren er grootscheepse kerstbomenjachten geweest. De veroverde exemplaren lagen bij ons in de tuin opgeslagen. Ik was er heilig van overtuigd, dat dat was omdat onze vader bij de politie werkte. Exact om twaalf uur ging de vlam erin onder groot gejuich, klokkengebeier en rondvliegende gillende keukenmeiden en rotjes. Wij als kleintjes stonden bibberend van de spanning en de slaap aan de deur met een brandend sterretje en alle buren liepen bij elkaar naar binnen om Gelukkig Nieuwjaar te wensen.

Vanavond zal ik alleen met Pluis mijn jaarwisseling zoetjes en genietend ondergaan. In alle stilte met af en toe een belletje van een van de kinderen. Zo wil ik het het liefste. Overpeinzen, in het moment zijn, het leven koesteren. De ochtend geeft alvast een voorbode voor de feestelijke afsluiting vanavond en kleurt de hemel met haar eigen vuurwerk prachtig rozerood. Een belofte vol schoonheid.

Inspiratie·Overpeinzingen

Die van het zegevieren

De dag begon met een ellenlange rij aalscholvers, die luid kekkerend overvlogen. Te snel om met tegenwoordigheid van geest mijn telefoon te pakken om het plaatje vast te leggen. Fascinerend. Tegelijkertijd ook kenmerkend voor deze tijd van het jaar. De dikke grauwe deken over de wereld en de donkere grote rij vogels er middenin. Het sluimert, het overpeinst, melancholie smeert zich uit. De bijbehorende stilte ontbreekt.

Ik zie op een filmpje van ‘See All This’ Claude Jongstra struinen door haar winterse tuin, met de silhouetten van de kaardenbollen, de meekrap, de gulden roede, de brandnetel en het fluitenkruid. Verwenste planten in een border of aangelegde tuin, maar de kiem voor de schoonheid van moeder aarde in al haar kracht. Claude verft er onder andere haar wol van de Drentse heideschapen mee en raakt geïnspireerd door de kleuren van deze prachtige planten. Haar nieuwste kunstwerk is ‘Guernica de la Ecologia’. Een monumentaal kunstwerk geïnspireerd door die van Picasso en op dezelfde grootte, monumentaal dus, uitgevoerd. Een ode aan alle vergeten gewassen en kruiden. Ze laat me achter met heimwee naar mijn kleine paradijs. Straks, het komt wel weer. Nu blijven we bij de boom voor het raam en de verrichtingen van het echtpaar Kauw en de Kool-en-pimpelmezen.

Het past bij mijn mijmeringen over de twaalf midwinternachten, waar we nu midden in zitten, de nachten van 20 tot en met 31 december en die vermoedelijk de oorzaak zijn van mijn wakkere doorleving. ‘Niemandstijd’ noemen ze het in het blad Happinez, die ik speciaal cadeau heb gedaan aan mezelf, omdat het onderwerp ‘Dromen’ was. De yule-beleving krijg ik er gratis en voor niets bij en sluit prachtig aan bij het boek ‘Winteren’ van Katherine Mae. Twaalf nachten om filosoferend te ondergaan of blanco te blijven op de vibraties van wat zich aandient in een persoonlijk mantra. ‘Niemandstijd’ is een wonderschoon begrip. Als een hagelwit en onbeschreven blad dat zichzelf volschrijft met gedachten. letters die gevormd worden tot woorden, woorden die in samenhang de zin maken zonder de ratio en puur op gevoel. Laat maar stromen, die energetische golven, het brengt altijd weer nieuw licht.

Bij de fysio ging alles niet helemaal vanzelf. Hij vindt dat ik twee keer per week nodig heb, maar ja, ik verkeer zoals vaker tussen tafellaken en servet. Wel erg benauwd, maar net geen exacerbatie. Het hangt er altijd tussenin. Toch weer navragen bij de huisarts. De longarts staat namelijk pas in maart op de kalender, even als de twee longonderzoeken.

Pluis nu ook wakker

Pluis is ook aan het winteren geslagen. Ze houdt niet van miezer en kou en negeert derhalve open deuren. Ze blijft met haar poezelige voetjes liever binnen. Terwijl ik aan het waken was, ronkte zij jaloersmakend hele bossen omver, behaaglijk opgekruld, het koppie vertrouwend achterover, argeloos haast.

Ik beloof mezelf wel meer te gaan bewegen. Door de vicieuze cirkel, benauwd, versnelde ademhaling, vermoeider dan moe, en dan nog minder ondernemen, is er de neiging te blijven zitten, waar je zit en je niet te verroeren, zoals het verstoppertje van vroeger. Ongemerkt sluipt passiviteit er meer en meer in. Dat betekent toch weer voornemens stellen. De hometrainer grijnst vals onder de handdoek die erop ligt en de jas die er overheen hangt. ‘Pel me maar eens uit en begin met vijf minuten’, zendt ze door. Goed, ze krijgt een naam en daarmee een persoonlijkheid: Sofie(tsje). Maak je borst maar nat, schat. Vanaf vandaag vijf minuten en per dag wat minuten erbij. Wie weet. Het recht ligt in eigen hand, zeker die van het zegevieren.

Overpeinzingen·Ruimte scheppen

In volle glorie

Wit van de rijp glinstert de wereld me tegemoet in een zweem van zonlicht. Als het oplicht buiten, is de wens de moeder van mijn gedachte, want de daadwerkelijke gouden gloed mist hier. Het boek ‘Winteren’ is uit en zoals altijd met iets wat achter me ligt, voel ik een lichte spijt bij het dichtslaan van de laatste kaft. Tegelijkertijd is er ook de vreugde om het begin aan een nieuw avontuur, al weet ik niet waar deze schrijfster me brengen zal en staat ze mijlen ver af van de filosofische zoektocht van Katherine May. Lale Gul, de opdracht van onze leesgroep ligt verscholen onder wat losbladige lectuur onder het krukje dat diens doet als nachtkastje.

Tegelijkertijd draaien de gedachten op volle toeren en verzinnen ze de meest aannemelijke aankleding voor vandaag, kerstelijk samenzijn met de drie zussen. De boodschappen zijn in huis, de rijsttafel is besteld bij een lokaal restaurant, de keuken is aan kant. Waarom ik het gisteren toch ineens op mijn heupen kreeg, weet ik niet, maar wiebelend op een stoel moest de bovenkant van de keukenkastjes, die met de glazen karaffen en vazen, er aan geloven en ontkwamen niet aan de opruimwoede. Vettige kranten verwijderd, ooit een tip van mijn moeder, nog altijd ouderwets gehandhaafd, de glazen voorwerpen een voor een in het hete sop, met de stofzuiger de spinraggen weggezogen. Nou viel dat laatste mee hoor. Het waren stofjes tegen de muur aangekleefd.

Ook de keukenlades moesten het ontgelden en alles wat overtollig was of al jaren ongebruikt, mocht weg. Zo’n bui dus. Onhandig als je daarna nog de zware boodschappen in ging slaan, de wijnen en het laatste lekkers aan hapjes en zoutjes. Doodmoe kon ik geen pap meer zeggen. Zoonlief deed het laatste restantje, te weten, kapstok leeg maken en overtollige jassen naar de zolder. Straks snor ik nog een laken op, zorg dat de tafel gereed is om aan te vallen en kan dan tevreden terugkijken op deze titanenslag.

Vanuit de diepte, door alle inspanning in een ruk tot zeven uur doorgeslapen, kwam eindelijk een bericht van vriendlief, die kennelijk zelf een behoorlijke acclimatisering heeft moeten ondergaan. Een ‘diep mentaal duister’ had plaats gemaakt voor het ‘praktische ongewisse’, schreef hij. Al puzzelend vormden de losse woorden een beeld. Tijd om naar het licht te reiken, lijkt me.

Vanmorgen keek ik het progranmma ‘De nacht der slapelozen’ van Frits Spits. Hij praat met andere slapelozen, die, net als hij aan het werk zijn of gebruik maken van de nachtelijke uren om inspiratie te verwerken. Ze hadden het over ‘lucide dromen’. Iets wat ik vaak meemaak, als ik na mijn nachtelijke waakuren weer in slaap val. Dromen met hele heldere beelden, die in een soort waakslaap langs komen en zo blijven hangen, dat je ze nog herinnert en op kan schrijven. De Robin die hier over praat, vertelt mijn verhaal en dat geeft een gevoel van verbondenheid.

Ik wist al van jongsaf dat je het onthouden van de droom kan trainen. In mijn geval is dat vooral door hem in de laatste waakfase haar helemaal terug te halen. Dan blijven de beelden scherp. Als je ze alsnog niet vastlegt, verdwijnen ze in de mist of komen slechts in flarden terug. Net als deze Robin zet het mij ook aan tot nieuwe ideeën. Er trekken een aantal slapelozen langs. Een natuurfotograaf, een kunstenaar, een vrouw die uitleg geeft over de werking van slapeloosheid. Het verdient zeer de moeite om het hele programma terug te zien. Er worden hele zinnige voorbeelden aangehaald, waarin je jezelf herkennen kan als je ook behoort tot de dragers van deze nachtelijke uren. De warme, begripvolle stem van Frits verbindt. Niet alleen zijn vertellers, maar ook het leger aan nachtbrakers op de bank.

Dat is voor later. Nu eerst aan de gang. Kerstliederen neuriën en sfeertje kweken. Om een uur is er koffie met taart bij zus en daarna rolt de dag zich uit in volle glorie.