Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Strassstress in de tank

De nacht is bezaaid met sterren en even duik ik weer terug in mijn jeugd. Hoe graag keek ik niet door ons raam naar buiten, starend naar al die hemelpracht, waar ik een mannetje van de maan wist, die we ook wel Klaas vaak noemden en die vergeten was langs te komen op het moment dat ik naar de sterren keek. Natuurlijk waren er oneindig veel ijldunne elfen, die hem lieflijk bijstonden en die verhalen schreven tussen al die lichtpuntjes in. Nu is elke ster een herinnering. Mijn moeder, de opa van de kleinkinderen, een lieve vriendin of drie. Troostrijke sterretjes. Ooit zag in Bulgarije op de top van een berg de oneindige val van de sterren. Duizenden wensen in het verschiet.

Het lied van Ellie en Rikkert Zuiderveld komt boven. Jaar en dag gezongen voor de kinderen op school, om de magie vast te houden van die wonderlijk sfeervolle wereld, waar dingen kunnen gebeuren die je voor onmogelijk hield, zoals ‘Een scheepje met een mast’ of ‘Een oog waar je alles door ziet’. Je kunt zoveel wensen en alleen dat schenkt al voldoening. Op dit ogenblik weet ik precies welke boodschap ik naar boven stuur en hoop met dezelfde kinderlijke vurigheid dat ze bewaarheid mag worden.

Gisteren was dan eindelijk de tuin aan de beurt. Het modderpad was enigszins begaanbaar en we kozen de lange weg, om de tuin van dochterlief te bewonderen die samen met het hele gezin en vereende krachten een nieuw terras voor in haar tuin had gemaakt, waar de zon in het voorjaar nog te koesteren zou zijn. Ze hadden het ‘Het oog’ genoemd, omdat de vorm daaraan deed denken. Zo krijgen de dingen vorm.

Het was geruststellend hoe vertrouwd onze tuin erbij stond. Een paar krokussen hadden hun dappere kopjes al opgestoken ondanks de vrieskou. De engel was gevallen, zoals bij elke windvlaag die langs komt. De wilgen, die ik kennelijk in het najaar toch al danig uitgedund had, hielden nog steeds de wacht. De appelboom stond zoals verwacht zo scheef als immer. Alleen het bord van de Bernagie was ervan afgewaaid. In de Bernagie zelf kwam vooral de vredige sfeer goed tot haar recht. De schilderijen, de tafel vol met krijt, inkt en penselen die lagen te wachten om in gebruik genomen te worden na zo’n lange overwintering, ik was vergeten hoe aangenaam het er was.

Buiten voor de wagen zaten we op de verweerde stoelen en droomden van een fikse opknapbeurt, maar eerst maar eens een wilg aan de zijkant van de tuin aanpakken om te kijken of het luie winterzweet het aankon. Lief nam de grote takkenschaar en was verbazend behendig met de snoei van de allerdikste takken. Ik zat erbij en knipte de kleine takken eraf of maande hem een knoest weg te knippen, zodat er met de takken te vlechten was.

Het werd een idyllisch plaatje daar op dat kleine stukje grond in de steeds warmer wordende lentezon. Het was er zo kalm als je je maar wensen kon. Kleine mezen dartelden hun lente bij elkaar. Verderop in het veld klonk de kievit, zwaan koos koers en het winterkoninkje scharrelde in het struweel. Natuur onder handbereik. De noeste arbeid werkte verheffend en bracht nieuwe energie.

Op het pad terug trok de zon lange schaduwen in het rimpelloze water van de sloot. Voldaan gingen we op huis aan met de belofte om snel weerom te komen omdat de tuin het gemis aan het land in Verweggistan op schaal verving. De lichamelijke arbeid, zoals snoei en wieden als work-out au naturel was heilzaam. Daar kon geen sportschool tegenop.

Bij de benzinepomp vroeg een man of ik ook een bezoekje aan de juwelier kwam brengen. Even schakelen. O ja, duurder dan diamanten, die benzine. Het was waar. Straks wordt een reisje eenvoudigweg onbetaalbaar met zoveel strassstress in de tank.

Een gedachte over “Strassstress in de tank

Reacties zijn gesloten.