Uncategorized

Een tikje weemoed

De lente sijpelt via berichtjes op de social media binnen als kattebelletjes. Ze komt eraan. Echt waar, roepen ze vanuit hun wonderschone fotogenieke stand. Parende meerkoeten, nestelende zwanen, de bloeiende kornoelje, de eerste krokussen. Voorzichtig gaan mensen, ondanks de kou, het terras weer op. Dikke dassen worden puffend afgelegd onder de verwarmingselementen boven hen, luchten kleuren zachtoranje/roze.

De fysiotherapeut had Corona, maar zijn stagiaire, mijn vaste begeleidster voor een maand of drie, was heel wel in staat om zijn taken over te nemen en leidde me vriendelijk door de oefeningen. Hangend aan de touwen ondernam ik een poging om de biceps wat op te krikken. Op en afstappen met geheven been, zo zwaar als trappen lopen, om de balans en de coördinatie ademhaling,/zwaartekracht te stimuleren, mijn persoonlijke catwalk op de tenen met minieme stapjes voorwaarts en een stok boven het hoofd leverde een zwaar trapezium op.

In de auto uitpuffen en daarna door voor de boodschappen en ondertussen een gerecht verzinnen voor de overgebleven gekookte eieren van de brunch afgelopen zondag. Het werd Boemboe Bali Telor. Een hemelse keuze bleek achteraf. Wat kan simpel toch lekker zijn.

De buurman vroeg, onversneden als altijd en in onvervalst Utrechts, of ik een nieuwe vriend had. Buuf keek met vriendelijke oogjes naar wat er aan reactie op mijn gezicht te lezen stond. Dat geschiedenis zich herhaalde maakte verhalen los over een broer die hetzelfde had meegemaakt. Daarna, zonder blikken of blozen: ‘Ik vraag me nou eigenlijk al een tijdje af, hoe of dat nou is, op die leeftijd’. De ogen van buuf lichtten op. Natuurlijk roemde ik het samenzijn, maar trad niet in de details, die hij ongetwijfeld nader had willen horen. Met het excuus dat ik naar de fysio moest, maakte ik me uit de voeten. Precies genoeg info voor speculaties, waarmee zijn gekluisterd zijn aan huis een gouden randje zou krijgen die dag, bedacht ik me. Zo is het. Af en toe hebben we voeding nodig om te mijmeren, al is het maar een buuf met een nieuwe liefde.

Lief las Erasmus en ik boog me over de Griekse wijsgeren uit het boek kinderen van Chronos. Nooit geweten dat dat de God van de tijd was, iets wat met een beetje doordenken duidelijk leek. ‘Chronologisch, chronografen, chronoscopen, chroniciteit’, somde Lief achter elkaar op. Aha, op die fiets. De man had de tijd in handen. Het verhaal strooit af en toe met wijsheden. Socrates is de wijste mens in het oude Griekenland ‘omdat hij weet, dat hij niets weet’. Doordenkertjes om met een groep kinderen eens flink op te broeden. Waar is een groep als je die nodig hebt.

De zon in de kamer is af en toe een spelbreker bij het verder lezen. De slaap overmant. Natuurlijk kan het liggen aan het feit dat ik ‘s morgens heel vroeg het warme nest verruil voor het bed bij de boom voor het raam, na eerst gerede tijd naar de sterren in het dakraam te hebben gestaard, een wakker woelen zonder beweging, alleen de gedachten. Bij het onderuitzakken bemerk ik, dat het de grote Beer is, waar ik tegenaan kijk. Een onmiskenbaar steelpannetje.

Dochterlief belt, is het mogelijk Dribbel op te vangen op donderdag, want de opvang laat hen in de steek. Gezellig en erg vroeg. Goede oefening voor het normale leven.

In het kader ‘ ontdek je plekje’ kuiert Lief naar het centrum met behulp van de route-planner en stort ik me op de Boemboe, terwijl ik een liedje uit ons prille begin neurie, omdat ik de tekst vergeten ben. Ladjoe, Ladjoe, terwijl om me heen het denkbeeldige konijntje huppelt met dezelfde naam. Ach ja, het kan geen kwaad door de realiteit een tikje weemoed te kloppen.

Een gedachte over “Een tikje weemoed

Reacties zijn gesloten.