Uncategorized

Alles op z’n tijd

Het doel was aan de overkant de kern van het dorp Vreeswijk te zien liggen, kerktoren en oude sluizen incluis. We fietsten naar het veer en maakten de oversteek naar de Pontswaard, waar het pannenkoekenrestaurant de Ponthoeve aan ligt. We zochten het weggetje waar het bankje stond dat ik beschreven had in het verhaal van het rampjaar, een jaar waarin het door de Fransen bezette Vreeswijk geheel verwoest werd door de Staatse Troepen.

Een weggetje achter het klaphek leidde ons langs de koeien die onder de bomen wat verkoeling zochten naar het bankje, dat er nog altijd stond. Maar…Er groeiden wilgen en kreupelhout voor die het uitzicht benamen. Als je op het bankje zat, was er nu alleen een muur van groen en uitgebloeide kattenstaarten. Gelukkig was er verderop een open plek. Daar lag het lieflijke stadje in volle glorie. Er heerste volmaakte stilte, die alleen verstoord werd als er een waterscooter langs scheurde die met het toenemen van de snelheid ook de decibellen opvoerde.We namen foto’s bij de open plek, bijna hetzelfde stuk grond waar eeuwen geleden kunstenaars hadden gestaan om die overkant in tekening of lijnets te vereeuwigen..

We fietsten door Vianen heen over de dijk langs de Lek naar Lexmond waar we wat wilden drinken, maar bij het restaurant waar ik een terras wist, was een besloten feest, pech. Terug maar weer langs velden en akkers naar Vianen. Alles kleurde door oogst en droogte goudgeel, zoals in Verweggistan. Het enige verschil was dat er hier veelvuldig met boerderijen was gestrooid. Daar zag je in de verste verten niets van dat al. Alleen die uitgestrekte goudgele puszta’s.

Bij Vosje namen we een heerlijke koele versnapering en eindelijk zo’n oerhollandse bittergarnituur om aangenaam te verpozen. Op de banken aan de voorkant van het gebouw zat een echtpaar vooral hun smartphones te bekijken en ik bedacht me, dat stiltes zelden vielen als we ergens aan het uitrusten waren en wat een zegen dat was. Terug naar huis en langs die ene nog steeds betaalbare super en de avond in zoete eenvoud voor de buis.

Voetbal, nieuws en de neven van Eus. Op een hele subtiele wijze liet de laatste zien hoe in wezen iedereen hetzelfde reageert als er vluchtelingen zijn. De Syriërs in Turkije zijn er met vele neergestreken. Eus bezocht beide groepen. De Turkse kapper liet hij inzien dat hij in de ogen van de Nederlander over het algemeen hun ‘Syriër’ was. Van de Syriërs hoorde je voornamelijk, dat ze met liefde weer terug wilden zodra Assad vertrokken was en mee wilden helpen aan de wederopbouw van hun eigen land. Moeilijk voor de wat oudere Turkse bewoners in de stad was het feit, dat er in de wijde omtrek geen zee en sinaasappelbomen meer te zien waren. Het was een doolhof aan torenflats, geworden, dicht op elkaar gebouwd, nu er zoveel mensen waren bijgekomen. Een ander uitzicht was er niet.

De uitgeverijen nog maar eens aangeschreven en direct resultaat geboekt, door de mededeling dat de deadline in zicht was. Superfijn. Het derde boek is ook onderweg.

Een mail van het tuinbestuur komt binnen, dat waarschuwt voor rattenoverlast en verzoekt om alle voedsel in goed afgesloten potten te bewaren en niets op de composthoop te gooien en het vogelvoer bij het huiswaarts gaan op te bergen of mee te nemen. Ook gestapeld hout schijnt ideaal te zijn om nesten te bouwen. We zullen straks een inspectie houden naar knaagsporen en rattenkeutels achter het atelier. Het voelt alsof het gewone leven, met de bijbehorende drukte in gang is gezet. Kalmpjes afwerken en het hoofd niet gek laten maken, is mijn voornemen, met het andere motto in gedachten ‘Alles op z’n tijd’.

Uncategorized

Recht uit het hart

Het eerste boek is binnen. Er zullen er als het goed is nog vier volgen en anders moet ik in de bieb gaan zoeken. Er is maar beperkte tijd om te lezen en te recenseren. Drie weken betekent een snelle deadline in zicht. Het betekent alles op een laag pitje en lezen maar. Deze keer is de doelgroep ‘Young Adults’. Er gaan werelden open bij het lezen. Zo heerlijk rekbaar is de geest bij het opnemen van de taal, de ideeën, de problemen waar zij mee kunnen worstelen. Een ontdekkingstocht pur sang.

Zodra het licht wordt, gooi ik in de vroege ochtend het tuimelraam open. Nu klinkt het zachte koeren van de duiven en stroomt er een vleug morgenfris de zolder op, neemt de wuivende bomen in haar kielzog mee. Een glimp van groen, meer is het niet. Het eerste verkeer scheurt door ochtendstilte.

Gisteren was het een pas-op-de-plaats-dag. Een etentje in het verschiet met de dochters hield de tijd in haar greep. Het was drukkend en vochtig warm. Zodra je in beweging kwam, gutste het ongemak. Toch zijn er klussen te klaren. Een ratatouille van oude groenten schoonde de koelkast op tot acceptabel niveau. Alles mocht erin. De couscous haalden we in de vroege middag op bij een hele drukke super. In de garage onder het pand was het veel te benauwd na de koude airco in de winkel. Er hing een onbestendige geur van uitlaatgassen, broei en mensenwarmte. Alle ramen gingen wijd open, zodra we buiten waren.

Vandaag is er een groot feest bij lieve vriend en vriendin. Tout le monde zal er zijn. Nou ja, de wereld die ik van haver tot gort ken. Hun residentie ligt buiten de stad en er is een grote tuin. Ik hoop vurig op veel zon. Ze hebben zich al maanden voorbereid. Onze hele leesclub is er en verder veel oud-collega’s en lieve vriendinnen met of zonder eega.

De tekenopdracht in het boek is ‘Teken de rimpels in de holte van de hand, terwijl je het hoofd hebt afgewend’. Het levert een wonderlijk samenspel van lijnen op. Als ik er klaar mee ben, zie ik dat ik de tijdslimiet van vijf minuten niet heb aangehouden. Morgen in de herkansing. Lezen is een vak op zich.

De gierzwaluwen vliegen over. Het is vandaag ook ‘memento mori’ voor mijn lieve vriendinnetje, die er, 11 jaar geleden, tussenuit piepte. Ze vliegt ieder jaar met de gierzwaluwen mee als troost voor het grote verlies dat ze achterliet, een lege plek. Ik vertel aan de nijvere beestjes mijn gemis en vraag of ze dat met zich mee willen nemen naar daar waar het leven oneindig is. Ze is er altijd.

Het etentje met de dochters was vlakbij. Een oud huis aan het kanaal dat gerenoveerd en als herboren is. We gaan ‘Op Roose’. Zo in de avondzon met uitzicht op de grote internationale schepen die onafgebroken langsvaren, schaduwen op de muur, geroezemoes en de bedrijvigheid is het goed toeven met mijn twee mooie meiden. Ze hadden een cadeautje bij zich voor mij. Een prachtig samengesteld boek met de foto’s van ons verblijf op Terschelling, met als verrassing, mijn blogs van die week ertussen afgedrukt. Zo ontzettend mooi om te zien. Die aandacht en de zorg waarmee het is gemaakt. Ontroerend en oneindig lief.

Tussendoor kwamen ook de wat serieuzere onderwerpen en we beloofden elkaar eens te gaan kijken bij een natuurbegraafplaats waar je al een plekje zou mogen reserveren. Geen steen, geen kenmerk, maar wel een klein plaatje. In Utrecht komt er ook een. Daar hoop ik op. Dicht bij mijn meest geliefde plekken, maar bovenal dichtbij voor de meest geliefde schatten. Zodat ze kunnen mijmeren net als ik, met blogs en foto’s om op terug te kijken. ‘Home is where mum is’ staat er op het geschreven kaartje bij het cadeau. Recht uit het hart.

Uncategorized

Terwijl de late avondzon in het water dreef

Een klein berichtje op FB waar ik helemaal warm en gelukkig van werd vanmorgen. Wat is het toch fijn dat je, als je je openstelt voor het kleinste detail, het leven meer inhoud krijgt, omdat deze parels er uit te vissen zijn. Een moeder kwam met haar zoontje en zijn fiets bij een eigenaresse van een auto en geeft aan dat haar zoon per ongeluk tegen het vehikel is opgebotst. Er zit een grote kras op. De vrouw die het verhaal heeft aangehoord, werd niet boos, maar legde het beteuterde jongetje uit dat er mensen zijn met hele nieuwe auto’s voor wie zo’n kras vreselijk zou zijn. Maar haar auto was al zo oud en een gebruiksvoorwerp. Ze had er zelf al eens een deuk ingereden. Ze liep er naar toe en liet het de jongen zien. Een krasje meer of minder daar zou ze absoluut niet wakker van liggen. Ze zwaaide moeder en zoon hartelijk uit. Er kwam geen schadeformulier aan te pas.

De volgende dag kreeg de vrouw een chocoladetaart en een hartelijke kaart in de bus met dank voor de rustige en geduldige wijze waarop ze deze autistische jongen had benaderd. het was precies wat hij nodig had op dat moment, geschrokken als hij was. Wat fijn dat er mensen zijn die niet naar de materie maar met aanzien des persoons weten te handelen. Dat ene voorval had het leven van het jongetje totaal op z’n kop kunnen zetten als het van een andere kant benaderd was. Warm van binnen met zo’n boodschap op afstand. Denk met je hart, filter ik eruit.

Gisteren bij de fysio lagen er bokshandschoenen op de grond, waar ik zo enthousiast op reageerde dat de stagiaire er onmiddellijk op in sprong. Natuurlijk gingen we ermee aan de slag. Slinks had hij er een oefening voor de bovenbenen bij verzonnen, vanuit zithouding op staan, vier slagen tegen het bokskussen en weer zitten. Supertrots was ik op de foto’s die hij er van maakte. ‘Haha, die hadden we nog niet, een boksende moeder’ appten de kinderen. En zo is dat. Gewoon stoer natuurlijk, daarom moest ik dat plaatje met eeuwigheidswaarde wel delen.

De zakken zand voor de vijver, twee stuks, waren bij lange na niet genoeg om de ruimten ertussen op te vullen. We besloten ter plekke vandaag weer te gaan en vier zakken mee te nemen, wat over was kon gebruikt worden voor een eventuele herbestrating van het terras. Het gras was fluks gemaaid en de tuin lag er prachtig bij. De buuf kwam ook nog even buurten. Fijn om zo bij elkaar te zitten en wat wederwaardigheden uit te wisselen.

Voor dat we weggingen had ik de opdracht uit het tekenboek voor vandaag gemaakt. ‘Teken de hofnar streep voor streep op z’n kop na, dek eventueel een stuk van de tekening af en probeer vooral in lijnen te denken en niet in onderwerpen, zoals voet of hand. Bij taal activeer je het linkerbrein.’ Het is een boeiende ontdekkingstocht en het zijn fijne oefeningen. Het ging langzaam maar gestaag. Hoofdstuk twee ligt er voor vandaag. Pieter Waterdrinker en het tekenboek gaan mee naar de tuin. Als de vijver eenmaal stabiel ligt kunnen we op het heetst van de dag rustig genieten in de schaduw bij een zwoel windje.

Op de terugweg zat ma Meerkoet met haar twee kleintjes in alle rust op het nest tussen het riet. Pa snaaide hier en daar wat lekkere hapjes. Reiger stond stoïcijns, en voor de duvel en zijn ouwe moer niet bang, op een hooibergje langs de kant van de sloot, terwijl de late avondzon in het water dreef.

Uncategorized

Het kan geen toeval zijn

Er staat een recensie in de Groene over het boek Ik=Cartograaf van Jeroen Theunissen, waarin het begrip Oikofobie voorkomt. Letterlijk: ‘Huis-Angst’ ofwel de vrees voor de huiselijke omgeving en in ruimere zin een onbehagen voor het blijven in een veilige omgeving. Al heel jong verlangde de schrijver naar ‘een leven zonder thuis, een leven aan de horizon, ver weg van de vlakke regio waarvoor ik-het spijt me dat ik het moet zeggen-nooit enige liefde heb gevoeld’.

Wij praten over dit fenomeen, lief en ik. Mijn vraag of je dat thuis niet met je meedraagt, wordt beantwoord met het gegeven dat je je in de geest, in jezelf, thuis kan voelen en daardoor je overal in jezelf thuis kan voelen los van de omgeving. Met die omgeving heb je wel een wisselwerking, die dat kan versterken. Als er sprake is van herkenning, iets wat me meerdere malen is overkomen op plekken waar ik ooit ben geweest.

We filosoferen door en komen uit bij het losmaken van de geest van de omgeving, zo sterk, dat dat er zelfs niet meer toe doet. Een existentiele ervaring, die boven jezelf en de omgeving uitstijgt. Ook de onredelijkheid van het vooraf bestempelen, waardoor de fobie al een lijden zou impliceren, terwijl dat in het geheel niet zo hoeft te zijn.

Theunissen is een ‘zwerfsteen’, die de nodige context in het verleden heeft liggen en daar naar blijft zoeken, zelfs als hij in Gent in zijn nieuwe huis woont. Op drukke binnenhuisdagen opent hij dan zijn dakraam en probeert de sterren te zien. Het komt overeen, vind ik, met wat men in het Duits ‘Sehnsucht’ noemt, een diep verlangen.

Ik moest direct denken aan ons zolderraam, waaronder we slapen en de Grote Beer die er ‘s nachts bij een wolkenloze hemel schittert. Ik kan me in het troostende steelpannetje minutenlang verliezen, in de wetenschap dat dat vredige beeld niet snel zal veranderen. Thuiskomen is ook een welbevinden. In mijn geval heeft het sterk te maken met een verbondenheid, het terugvinden van de ontbrekende schakel, waarvan ik dacht dat het voorgoed achter me lag. Thuiskomen is liefde.

De natuur waar Theunissen naar verlangt, vinden we terug in het brede spectrum van de Hollandse omgeving, waaraan, vindt de schrijver, zoveel zorg wordt besteed. Daaraan ten grondslag ligt ‘het zelfrespect, dat wij Vlamingen niet echt hebben’. Het bracht me bij de tuin, waar we gisteren zo hard hadden gewerkt op onze manier en bij stukjes en beetjes de stugge veengrond met de vasthoudende graspollen erop te lijf waren gegaan met spa en schep.

Bij het tuincentrum, de oude aan de Koningsweg met haar flamingo’s en papegaaien, die al sinds de jaren zeventig zijn te aanschouwen en derhalve, door de hoge ouderdom, niet meer te verhuizen zijn, vinden we een grote hoeveelheid betaalbare biologische kruiden. De Dille, de Koriander, de Roosmarijn en het Komkommerkruid gaan mee. Van het balkon had ik een grote pol Bieslook van de buurman en een stammetje met Peterselie van de broer van lief meegenomen. Die kwamen allemaal met een hagelnieuw schepje in het kruidenbed. Twee stapstenen erin en klaar. Met de eveneens nieuwe snoeischaar had ik van tevoren de wilg met de heggefunctie al ingekort. Lief richtte het schuurtje opnieuw in, in afwachting van een simpel smal kastje dat we bij de kringloop zouden gaan zoeken.

Op de terugweg zette ik hem af bij huis en hielp zoonlief een uurtje met zijn twee neven, de kleine krullebol en de benjamin, een eerste nacht zonder paps of mams voor de twee, dus spannend. Heerlijke makkelijke schatjes zijn het. Ze slapen de droom der dromen op wat patatjes en een fles.

Lief is ondertussen gaan schrijven omdat, met het hele verhaal van het artikel, onze gedachten een vlucht hadden genomen. Daar moet over verder gemijmerd worden en over de samenloop van omstandigheden. Zijn eigen ervaring, het thuis voelen in Verweggistan of hier, het boek ‘De wilde stilte’, het zolderraam, onderwerpen die allemaal met een rode draad refereren aan ons gesprek. Het kan geen toeval zijn.

Uncategorized

Wat wenselijk was

De dag begon vroeg. Met een thermoskan koffie en brood zette ik lief af bij de tuin en om half tien zocht ik in Zuilen naar het theater van Zimihc. Het was gevestigd in het oude schoolgebouw op de kop van een wijk. Een statig oud gebouw, gedeeltelijk in tact, maar ook prachtig aangepast en verbouwd naar haar nieuwe functie. Monumentale bomen op het plein waar ooit de kindervoetjes en voeten hun weg naar de volwassenheid vonden. ‘Als bomen konden spreken’, dat ging vooral hier op.

Er heerste een ontspannen sfeer binnen, er kwamen spritsen op tafel voor bij de bestelde thee en het management van de voorstelling zorgde voor een hartelijk welkomstwoord. Er lagen papieren met een instructie om een bootje te vouwen op tafel en kleurplaten. De kleurpotloden waren afgesleten maar al snel verscheen er op onze vraag een puntenslijper. Zo zaten we gemoedelijk bij elkaar, vouwen, kleuren, kletsen, knabbelen. Kleindochter wilde het liefst alles roze met een beetje blauw.

De peuters konden maar in en uitlopen, er was een speelpodium en er lag duplo. Er verscheen een grote groep kinderen op het plein. Wij dachten aan de lengte te zien dat het een kleutergroep was, maar later bleek het zelfs groep drie. Verder kwamen de peuters binnendruppelen met vader, moeder, of oma. Waar zijn die opa’s toch. De entourage werkte perfect mee aan de goede sfeer. Goedlachse dames achter de bar en veel reuring. Er kletterde een flesje om en iedereen schoot te hulp. Het leek op een bijenkorf waar alles in en uit zoemde.

Toen het tijd was om naar binnen te gaan werd het allengs stiller. De kinderen waren zichtbaar onder de indruk van de donkerte en het verlichte podium, waar een man en een vrouw rond liepen, al zingend en zwaaiend. Veel instrumenten, flessen met water, triangels, opnameapparatuur. Het stuk heette ‘VaarWel’ en het ging, hoe kan het anders, over afscheid, gemis en een bootje op zee.

Een lieve kleine schat wilde niet en brulde het uit, klampte zich aan moeder vast als een laatste strohalm. Uiteindelijk besloot ze wijs de zaal te verlaten. De grote groep kinderen van buiten werden achter de kleintjes neergezet, joelend, pratend en klepperend met alles wat kon bewegen aan de stoel. Het werd wat rustiger toen het licht uitging. We kregen een heerlijke voorstelling voorgeschoteld, met veel ingenieuze effecten en prachtige zang en muziek met alle voorwerpen die er stonden.

Kleindochter zat op schoot van dochterlief en sabbelde de knotjes van haar meegebrachte knuffeltje plat van de spanning, maar genoot met rode koontjes. Met doeken aan een stellage werd in een mum van tijd een prachtige onderwaterwereld getoverd met een doorzichtige kriebel krabbelkwal met lichtjes als ogen en lange zwierige slierten. Ze kwam griezelig dichtbij. Op het einde ging de jongen met een saxofoon als een rattenvanger van Hamelen met een sliert kinderen achter hem aan naar buiten, de hal in. Voor herhaling vatbaar vond ik. Alleen het gebouw al is de moeite meer dan waard.

We knuffelden een afscheid en met wat kerry planten en wat dragon zocht ik lief op, die al druk bezig was geweest om de natte zware veengrond om te spitten en van grasplaggen te bevrijden. Het laatste stukje stak ik af en daarna konden de zakken aarde erin geleegd. De kerry en de dragon kregen een mooie plek, de pierige selderij, die achteraan in de verdrukking had gestaan, werd bevrijd en kreeg een nieuwe plek. Aan de andere kant zaaide ik de Oost-indische kers. Tussendoor maaide ik het gras. Lief had ondertussen het terras opgeschoond. Met een laatste slok koffie keken we voldaan naar de gedane arbeid. Zoet rusten ja, dat was wat wenselijk was.

Uncategorized

De slimmeriken

Er zijn van die dagen dat er hooi op een vork genomen moet worden. Met het naar beneden gaan, wist ik het onmiddellijk. Vandaag was de boekenkast in de woonkamer aan de beurt. Daar zou ik beginnen met wat garant stond voor een grote opruimbeurt door het hele huis heen. In deze kast plaats maken voor de boeken uit de kast aan het voeteneind van het bed boven, met de recente leeswerken, die allen naar beneden mochten verhuizen. Ook daar moest de bezem door.

Maar het begin lag beneden. Twee grote boodschappentassen stonden klaar om gevuld te worden. Alles wat er in de kast stond en ongelezen was gebleven of dat wat niet van een geliefde schrijver was, mocht naar de kringloop. Lang leve de tweedehansjes. Een werkje van niks natuurlijk, maar snel er door heen was er niet bij. Hier en daar moest het boek ter keuring even ingezien worden, tegelijkertijd werden ze chronologisch gesorteerd. De Multatuli’s, de Beetsen en van Lenneps bij elkaar, de Sartre’s, Beauvoirs en Camu’s bij elkaar, de Couperussen, de Schendels, de Coenen en de van Van Bruggens bij elkaar. O ja, daar moest Israel de Haan nog tussen. Boeken neerzetten, verschuiven, doorschuiven. Gedichtenbundels op een plank, de biografieën en de autobiografieën gezusterlijk samen en de gelezen boeken van de club op een rijtje. Het vorderde gestaag. Hele rissen verdwenen in de grote plastic tassen.

De energie was terug. Het verblijf gisteren, in die rustige omgeving van de kromme Rijn, lieflijk stromend water, had wonderen gedaan. Aan het eind van de ochtend had ik twee boodschappentassen vol en zeker drie planken leeg.

Er stond een afspraak met de fysio tussendoor. Weer was er die leuke stagiaire met zijn verfrissende nieuwe ideeën. We gingen voor het hele scenario. Krachttraining, balans en mobiliteit. Alle spieren tot en met de buikspieren aan toe, werden aangesproken. Een oefening, voor onder andere de pols, bracht de jeugd in me naar boven. Uitgelaten en lachend probeerde ik hem te volgen en warempel, het lukte zowaar. Met een stok in beide handen voor me uit, moest ik de grote zitbal, die hij naar mij gooide, terugkaatsen. Daarbij bleven we niet stil staan maar schoven van links naar rechts. ‘Oefeningen moeten leuk zijn en afwisselend’, was zijn adagio. Daar kon ik me helemaal in vinden.

De pols gaat met de week beter. Tijdens het schrijven probeer ik met tien vingers te typen, dat lukt niet helemaal. Vooral de linker wijsvinger en middelvinger doen mee, maar het helpt wel. Steeds vaker wil de rest volgen. Verbazingwekkend hoe langzaam de revalidatie van bepaalde onderdelen gaat. Geduld is zeker nodig.

Straks ga ik met dochterlief en kleindochter naar de voorstelling van Malou van der Sluis. Het heet ‘Vaarwel’ en is geïnspireerd op het boek de kleine walvis van Benji Davies. het is een voorstelling voor 2+. Lief zet ik af bij de tuin, want dan gaat hij zich vast buigen over het zwaardere spitwerk in de kruidentuin. Zo slaan we twee vliegen in een klap. De boekenuitzoekerij bewaren we voor de regenbuien tussendoor. Buiten blijft ons allebei trekken.

Vanmorgen toen ik naar beneden ging om de koffie te maken, was het balkon vol kauwen die elkaar tokkend de weg wezen naar de lekkernijen. Een van de grote zwarte vogels had de weg gevonden naar het vet, dat zoonlief expres in de kooi had gehangen, opdat de koolmezen er dan van konden snoepen. De snoodaard kon met zijn grote snavel door de spijlen heen bij de lekkernij. Niet voor een gat te vangen, de slimmeriken.

Uncategorized

Zo’n onverwacht genoegen

Door een samenloop van omstandigheden, en het was niet eens volle maan, was ik in de avond van de vorige dag wat van slag geweest zonder het te kunnen benoemen. Achteraf bezien was het een combinatie van de onzekere toekomst die een mens heeft op deze leeftijd, de wens van het verlangen zoals een mooi appartement in een oud pand aan de singel of een buiten zoals in Verweggistan, het nooit meer kwijt willen raken wat nu aan geluk deel uit maakte van het leven, maar evengoed het bewustzijn van de begrenzing ervan. Leef nu, leef in het moment, leef de dag.

De goede raad zweefde er natuurlijk op alle fronten doorheen, maar de sluizen stonden open en de gedachtengang was niet meer te stoppen. Het had zijn invloed op de stemming de volgende dag. Niet naar de tuin in dit geval, dus haalde lief zelf even de accu van de grasmaaier op die we gisteren vergeten waren, terwijl ik wachtte in de kleine blauwe. We stonden al in de richting van Eemnes, dus de kringloop dan maar. Het doel: een kort spijkerjasje. Iedere keer weer is bij zo’n kringloop de verbazing van lief over de hoeveelheid van overtollige huisraad van zijn gezicht af te scheppen.

Met een jasje dat iets te donker van kleur was, maar paste als een handschoen, stonden we na een half uur buiten. Het tuincentrum was een logisch vervolg, omdat we de regentonnen wilden bekijken. In De Bilt was een grote en ook daar waren we in de buurt. We vonden wat we zochten, maar lieten ze staan, om nog een keer een vergelijkend prijsonderzoek uit te voeren.

De onrust bleef. Ik wilde naar het water, het hoofd leeg maken. Voor de zee was het veel te laat. Rhijnauwen was een goede vervanging en met de regen in aantocht ook een mooie schuilplaats bij te heftige buien. We reden door tot de grote parkeerplaats op het terrein, iets wat ik nooit doe, omdat je er een stuk voor door het bos moet, maar in dit geval leek het wijsheid want de weerapp voorspelde stortbuien. We wandelden naar de vertrouwde picknickplaats waar we als gezin, met mijn vader en moeder, dikwijl waren geweest. Hetzelfde gold voor lief en zijn ouders. Een pleisterplaats uit het verleden, omringd met zoete herinneringen. Er was nog niets veranderd. Zelfs de grote zandbak, opgetrokken uit oude zwerfkeien was nog geheel in tact. Een van de drie oud bomen was omgezaagd en er stond nu wel, vlakbij de oever van de Kromme Rijn, een picknicktafel.

Het kabbelende water, de grazende koeien aan de overkant met een bronstige stier, de scherende zwaluwen met hun witte buikjes boven het water, de twee futen die passeerden en de blatende bonte schapen achter ons, brachten het stille genieten. De rust keerde weer. Een vredig tafereel en wij er middenin. Samen, dicht tegen elkaar, met de handen ineengestrengeld. We zagen de wandelaars aan de overkant, een kano die in gestaag tempo voorbij gleed en rimpels trok in het gladde water, de stier die eindelijk een willig vrouwtje vond en samen met haar optrok, tot ze er tochtig genoeg voor was. Natuur om en in ons.

Toen de eerste druppels vielen liepen we naar het restaurant en zochten een tafeltje op de veranda met zicht op het water zonder dat het inregende. We genoten van een kleine maaltijd, stoofpotje voor lief en een soep voor mij. Het hanengedrag en de schelle waarschuwingskreten van de slanke waterhoen beneden ons, naast een rotspartij met een blauwe regen, trok de aandacht. Het was gericht op een meerkoet met jongen die de doorgang zocht naar het open water. Hoen liet niemand door en beiden probeerden ze zich zo groot mogelijk te maken. Macho mannetje tegenover moederkloek. ‘Alsof hij de Zwarte Zee aan het bewaken was’, vond lief.

Twee stellen achter ons streken luidruchtig neer, rondvliegende schelle tonen, bulderende lach, geschuif van metalen poten, maar het had geen invloed op onze innerlijke rust die was neergedaald. De middag was meer dan heilzaam gebleken. Om lang op te teren, zo’n onverwacht genoegen.

Uncategorized

Het leven in te kleuren

En zo kon het gebeuren dat lief en ik dwalend door Laren trokken op zoek naar een parkeerplaats. De hele stad stond vol blik en als dat niet zo was, mocht je er maar twee uur parkeren. Oorzaak, bleek achteraf, was de weekmarkt in het centrum. Nooit meer op vrijdag naar het Singer of op en anders alleen op een bijzonder vroeg tijdstip, leerden we al zoekende. Eindelijk vonden we een plekje tussen de rododendrons en de villa’s aan het einde van het landweggetje dat ik met zus zo dikwijls gelopen had. Langs het tarweveld konden we het museum bijna zien.

Het is opnieuw verbouwd om de collectie Nardinc ruimte te geven, ontdekten we. Geen onverdienstelijke aanpassing. Tussen de doeken van Theo van Rijsselberghe, Jan Sluyters en de modernen, met als toetje Lussanet, dwaalden we rond en genoten. Ik vooral van de portretten die ik tegenkwam en lief van eindelijk weer een museumbezoek.

Onze perceptie was totaal verschillend. Bij lief kwam onmiddellijk de historische context om de hoek kijken. Hij plaatste de doeken in de tijd met het hele verhaal erachter. Ik keek naar toets en streek, de verfijndheid of juist de luchtigheid waarmee iets was geschilderd, de details, de vorm, de kleur. Zo kwamen we met z’n tweeën tot een mooie beleving.Wat was het fijn om samen met hem rond te dwalen tussen al die mensen door. Even werden we afgeschrikt door een rondleiding die een grote groep met zich meebracht, maar we zeilden er al snel omheen om de drukte achter ons te laten. Drie zalen extra waren er met de verbouwing vrij gekomen en er was een uitstekend zicht op de druk bezochte prachtige tuin gecreëerd.

Met het voorspelde noodweer in het vooruitzicht en vol van de schoonheid besloten we de drukke tuin en het restaurant te bewaren voor een volgende keer. Het was genoeg. Het hoofd en het hart waren vol, er was voldoende om een tijdje op te teren. In de stromende regen door een omleiding over Baarn voerde de kleine blauwe ons naar huis, een eindeloze rit, zo leek het, maar genoeg stof om over te praten.

Thuis bleken de kleine koolmezen druk in de weer om het voer voor hun kroost, dat in hun kielzog meevloog, te verzamelen en ze te voeden met de zaadjes van de voederplank en uit de kleine antieke kooi waar alleen de mezen en vinken in en uit konden vliegen. Door de verrekijker op statief, die zoonlief had neergezet, viel er goed te genieten van die grote snaveltjes, die het lekkers in de kleine wijd opengesperde bekkies stopten.

Eindelijk zie ik de kruin van de bomen door het zolderraam nu ze volop in blad staan. Het wordt tijd dat we de werkkamer in orde gaan maken. Daarvoor moet eerst de schuur leeg, hadden we bedacht, anders is er geen kans om te schuiven. Bij die vergelijking moet ik denken aan de raadselspelletjes van vroeger, waarbij een vakje open was gehouden en je net zo lang met de letters moest schuiven tot het woord er stond. Als er geen ruimte is kun je schuiven wat je wilt, maar blijft het bij verplaatsen van de rommel. Eerst het grof vuil, dan de kringloop en vervolgens ruimte voor een bureau aan het raam.

Ook begint de inspiratie te kriebelen. Kom maar op met doek en penselen. Ineens weet ik weer een aantal onderwerpen en, gevoed door de doeken van Lussanet, wat speelsere vormen. Tijd voor het grote experiment. Maar eerst is het de beurt aan de plantenmarkt in Utrecht. Het is de hoogste tijd dat de bakken op de galerij gevuld worden. De ijsheiligen liggen ruim achter ons en een lange zomer ligt in het verschiet. Tijd om de boel wat op te fleuren en het leven in te kleuren.

Uncategorized

En zo is het

Een marathon van drie dagen voorstellingen gaan op den uur niet in de koude kleren zitten en dan moet je weten, dat ik niet hoefde te spelen. De lieve Peer was min of meer aan het eind van zijn latijn. Het was inn te leven. Er was aandacht maar ook heel veel verloop door de kinderen die constant naar het toilet gingen. Onderbouwers kun je dat niet verbieden. We hebben ooit al eens een natte stoel daarop als cadeautje achteraf gekregen. De mannen gingen onverstoorbaar door en dat oogste mijnerzijds bewondering.

Om twaalf uur zat het erop en mocht ik weer huiswaarts. Te moe door de warmte en het feit dat de airconditioning niet werkte in de kleine blauwe. Even op de bank om bij te komen, maar dan toch met lief mee naar de tuin om de planten water te geven en nog wat grassen te trekken. Ach, de lieve Abdel kwam op bezoek bij de buurman en bracht in zijn goedertierenheid wat meloen in een wedgewood schaaltje. Trots vertelde ik lief dat dit de liefste mens was, die ik tot nu toe had ontmoet. ‘Waarom’, was de vraag. Deze man uit de Ivoorkust heeft voor iedereen een vriendelijk woord over en deelt letterlijk al zijn bezit met iedereen die er is en zonder aanzien des persoons. Abdel vertelde enthousiast dat zijn moeder en zusje nu hier in Nederland zijn en hoe blij hij daar mee was. Ze krijgen binnenkort woonruimte.

We bedankten hem voor de goede gaven. Het zevenblad van de buuf heb ik proberen in te dammen door dat beetje wat al doorgesijpeld is, oh help, af te knippen en ik ben vastbesloten het iedere keer af te knippen. Dat zou het moeten stoppen. De enige remedie, leren de diverse onkruidbestrijders me. ‘If you can’t beat them, eat them’ is een heilig Engels gezegde, maar ik weet, door de vorige tuin dat je dan niet anders dan iedere dag zevenblad zal eten. Geen optie. Veel eten is tegen eten per slot van rekening en vooral ‘ Veel wieden zonder resultaat is haat kweken’. Haha en die is uit de eigen koker.

We werken in de brandende zon of op de schaduwplekken en genieten ondanks de moeheid, wat ook betekent dat het belangrijk is om soms over grenzen te gaan. Als ik had toegegeven aan het zwaar aanvoelende lijf was ik op de bank blijven liggen.

Het was even heerlijk op de tuin. De vreedzame merels, een kleine winterkoning, dacht ik, een ooievaar cirkelend boven in de lucht. En dan de stilte, volmaakte stilte. We geven de planten wat kleine gieters water uit de sloot en genieten thuis vooral van de televisie. Expeditie Holland, Binnenstebuiten en Atlas. Een onderdompeling in de natuur in beeld.

Er is avondvierdaagse, maar op de cruciale dag, morgen tijdens de laatste tocht en het uitdelen van bloemen en snoep, heb ik de leesclub. Oma verzaakt en dat voelt nog altijd niet helemaal zoals het hoort. Aan de andere kant heeft iedereen zo zijn eigen leven. natuurlijk is er de band en het een voelen, maar toch, het mag ook los, net zoals het valt. Dat is de zekerheid voor de topliefde op het moment supreme. Lief valt op dit ogenblik om de haverklap om in een roezige slaap. Het hoofd achterover op de bank. Liefhebben in alle toonaarden, omdat de basistoon zo helder en sereen is. En zo is het.