Uncategorized

Geen betere plek te wensen

Mijn vader is me net aangereikt. Tenminste, dat deel van hem dat ziek was geworden door een paar kleine hersenbloedingen en de daaropvolgende vasculaire dementie. Ik heb in zijn lege ogen gestaard. De holle blik van mistige radeloosheid, omdat hij niet meer wist wat hij wel wilde en alleen duidelijk voor ogen had wat hij niet wilde. Dat moeras van ‘niet meer kunnen’, waar de levensvreugde langzaam in wegzakt. Steeds meer moest hij opgeven wat niet meer mogelijk was. Alles wat waardigheid had en voor volwaardig stond, verdween uit zijn leven tot er niets anders meer dan een man van agressie of doffe berusting achterbleef. Mijn vader ging op reis in zijn hoofd en sloot zich steeds verder op achter de rook van zijn shag.

https://www.2doc.nl/documentaires/series/2doc/2020/wei.html#ee7b4928-78ca-4b5f-aa21-1e34c62d4100

Vanmorgen vroeg keek ik de documentaire ‘Wei’ bij 2doc.nl van de filmer Ruud lenssen. Saillant detail: Ruud is de zoon van Jac Lenssen. In de beelden ontmoette ik dat deel van mijn vader, die al 24 jaar uit ons leven verdwenen is. Een hele andere man om te zien, die Jac, maar wel dezelfde diagnose. Vasculaire dementie.

Vooral de onmacht bij het verlies van elk stukje zekerheid komt duidelijk over. De woede als er niet mét maar óver hem gepraat wordt, het schelden op mijn moeder op weg naar het ziekenhuis, luidkeels met publiek bij aankomst in de hal. De gène van mijn moeder. Alles balde zich samen in de docu. Aan het eind ervan, als de zoon zijn vader complimenteert over diens vaderschap en hem bedankt voor alle jaren, breken de man en ik in duizend stukjes. Stromen de tranen vrijelijk over de wangen. Nu zit ik bij te komen en troost Poes Pluis met kopjes geven en een portie extra aandacht.

Gisteren haalde ik de houtskool maar eens voor de dag. Afdrukken maken van foto’s heb ik alleen met etsen weleens gedaan. Ik ben meer van de losse pols en nog steeds. Anders zit ik gevangen tussen lijntjes en lijnen zoals bovenstaande tekening. Maar toegegeven, het is een stuk makkelijker om een gelijkend portret te maken. Thuis zag ik pas, op de foto, dat het rechteroog nog niet helemaal is wat het worden moet. Dat komt wel. Toch is het streven nog steeds vanuit het niets te beginnen. Het spannendst om te doen. Tussendoor zette ik de verdorde gerbera’s op het doek nog wat aan. Straks moet daar een fluïdum overheen komen, een waas wit.

Tussendoor wat lezen en schrijven, een puzzeltje en tuin-inspectie met wat wieden. De pareltjes legde ik vast. De uitbundig bloeiende Oost-Indische kers, die prachtig oplichtte in het zonlicht, de vaste malve en een verdwaalde korenbloem tussen de dovenetels.

Bij de vijver zag ik iets bewegen. Er bleek een kikker te zitten op de watersla. het leverde een jubelend hart op. De vijver was niet langer een ‘dodenakker’van kikker en merel, want de aktie: ‘Help de vijver in evenwicht de zomer door’ had de juiste vruchten afgeworpen. Het water tot de rand en de planten als drijvende reddingsboeien. ‘Of ik hem gekust had’, appte vriendinlief. ‘Hij reageert nogal koeltjes,’ was het antwoord. Als een kind zo blij bleef ik zitten voor het atelier en genoot van het idee en van lijster die langs kwam hippen en aan een wormpje trok in de zachte veengrond.

Van welke vogel het kleine witte veertje was, weet ik niet precies. Maar ze bracht geluk.

Vandaag belooft een laatste zomerdag te worden, voordat de herfst losbarst in alle facetten. De bomen zijn zich al op aan het maken voor een kleurrijke finale.

Straks haal ik kleinzoon drie van school. Gisteren moest er stoelverhoger komen. Zonde om die nieuw aan te schaffen in het kader van het consuminderen. Gisteren twee kringlopen doorgespit en bij de tweede had ik mazzel. Een ‘carkid’ als nieuw met te vervangen hoes in de kleuren van het interieur van de kleine Blauwe Prins. Super. De laatste zomerdag op het vakantiepark is in het bos Natuurlijk gaan we eikeltjes en dennenappels rapen voor de herfsttafel. Dat is geen straf, want met dit mooie droge weer is er geen betere plek te wensen.

Uncategorized

Elkaar vinden

Na pagina’s ellende in de krant van vandaag, een Boris die er finaal doorheen lijkt te zitten, Russen die sjoemelen met de resultaten van hun vaccin, het overlijden van Ruth Bader Ginsburg, kom ik zowaar bij een mooie overpeinzing uit. Een interview van Fokke Obbema met Maud Vanhauwaert en voor het eerst sinds al die uitgespelde berichten veer ik op. Niewe energie, nieuw elan. Al in de eerste alinea levert ze een staaltje ontsnapping op uit alle ellende. Ieder mens, maar dan ook werkelijk iedereen, heeft de beschikking over een mentale ruimte,. Het is je verbeeldingskracht. Die bij mij bij het lezen van die zinnen onmiddellijk aan het werk gaat en uitpakt met een groot vierspan met ratelende wielen en klepperende hoeven om dat grenzeloze gegeven te verkennen.

Bericht bekijken

Ze heeft gelijk, deze dichter. Helaas ook over haar zorgen omtrent die mensen die tegenwoordig door de dagelijkse sleur vergeten om hun verbeeldingskracht aan te spreken. Iets verderop vraagt de interviewer wat ‘Zinvol leven’ voor haar betekent. ‘Jezelf vinden door jezelf te verliezen’ Is een citaat naar aanleiding van haar bevinding over ‘het overstijgen van jezelf en om je te verliezen in iets dat jezelf overstijgt. Bijvoorbeeld als je iets ziet van een onwaarschijnlijke schoonheid-in de natuur, in een ander, in een kunstwerk.’

Eigenlijk is datgene, wat ik ‘klein geluk’ noem, niet anders dan het overstijgen van het gewone. De kijk op alles om je heen verandert als je je openstelt voor de schoonheid van wat er voor ogen komt. Een van de voordelen van het schrijven van een blog elke vroege ochtend, is de bewustwording van die andere dimensie, die in ons besloten ligt. Ze zet de verbeeldingskracht in werking. Zo levert het nieuwe energie op, nieuwe ontwikkelingen, louter doordat de verbeelding alles in een ander licht zet en mijn ogen de schoonheid daardoor kunnen zien. In die mentale ruimte kan je tijdreizen tot in het oneindige. Verleden, heden en toekomst worden betrekkelijk net als afstand. Ik kan me kilometers verder denken op plekken waar ik over lees, of die ooit bezocht zijn, ik kan me verliezen in de taal van het boek, die me meevoert op zo’n tijdreis. Maar ik kan ook een nieuwe wereld creëren, iets wat nog niet bestaat, het tegenovergestelde van de werkelijkheid, een utopie.

Maud van Hauwaert vindt dat we vooral bezig zijn ‘met het cultiveren van de eigen identiteit, maar eigenlijk zou het cultiveren van de nieuwsgierigheid van de ander voorop moeten staan(…) Een mens is fluïde(…)hoe bijzonder is het dat je ook in elkaar kan overvloeien, dat het niet meer duidelijk is waar jij begint en ik eindig en dat je zo voorbij de menselijke beperkingen kunt komen.’

Elkaar vinden en verbinden en vervloeien met elkaar door waarachtige belangstelling te tonen bij een ontmoeting en de diepte in te durven gaan is de boodschap. Daardoor krijgt het betekenis. Dat heb ik met een aantal mensen wel, maar met anderen weer geheel niet. Mijn belangstelling is er, maar niet altijd spring ik in het diepe. Het is wel de manier om aannames af te schuren tot de realiteit en vooroordelen te slechten tot wat het werkelijk is. Pure rijkdom is het zeker, als je je op die manier kan verbinden. In mijn directe omgeving en met mijn vriendinnen is er geen enkele blokkade, maar met de vrouw van de straatkrant is het een ander verhaal of met de nieuwe inwoners op de galerij.

Het wonderlijke doet zich voor dat ik in de groep met mijn kinderen altijd de verbinding heb gezocht, zodat we elkaar leerden waarderen en elkaars kwaliteiten zagen, voelbaar. Wat een rijkdom leverde dat iedere keer op. Dat was ook de essentie in het ziekenhuis met de mensen die daar kwamen voor een chemo of immuuntherapie. Door hun probleemen zat je vrijwel direct op de weg van de verdieping. Het was hét moment om oppervlakkigheden te laten varen. Hier ging het om het kostbare leven zelf en de nietigheid van het mens-zijn. Er was geen tijd genoeg om er lang omheen te dralen. Het ultieme doel was verbinding. Mooi als hetzelfde zou gelden in de dagelijkse ontmoetingen. Het is de manier bij uitstek om elkaar te vinden.

Uncategorized

Dag Oma

Als een duizendingendoekje waarde ik door het huis van dochterlief. Vaatje, aanrecht, bedden van de jongens, alles in afwachting van het openen van de ogen van de jongste spruit. De familie was de uitgestelde verjaardag aan het inhalen van kleinzoon twee. Dribbel kon daar niet bij zijn, die zou zo uit zijn Tube zijn gegleden als er van de skipiste werd afgeroetscht. Tubes bleken grote opblaasbanden.

Hij wist nog niet dat oma er was en dat zijn ouders en broers in geen velden of wegen te bekennen waren. Dus met twee rijstewafels in de aanslag verleidde ik hem de ogen open te doen. Met de twee autootjes in een knuist en de rijstewafel in de andere onderging hij braaf de routine. Luier verschonen, pyjama verwisselen voor de kleding, sokken zoeken en op de beentjes naar de gang om de schoenen te pakken bij het horen dat we met de Kleine blauwe Prins weg zouden gaan. Het ging allemaal van een leien dakje. Hij had heerlijk lang geslapen en was goed uitgerust.

Het autostoeltje is in het leven geroepen om senioren te pesten. De banden van de riemen waren kort en vormden samen een ingewikkelde puzzel met de moeilijkheidsgraad van een Rubrick, die dan in het slot moest vallen. Achterin de kleine blauwe zwoegde ik voort tot het hoofd rood als een pioen was en het eindelijk lukte. Goeie genade, in die gevallen snap ik de vijfdeurs. De dwingende Man in mijn tom-tom had een onhandige route bedacht, die veel te lang zou gaan duren. O ja, hij stond nog op ‘snelwegvermijden’. Ik zou hem negeren tot daar waar ik de weg niet meer wist en ik kon Man bijna horen zuchten over zoveel eigengereidheid. Sorry Man, maar ik wil niet lang in de auto zitten. We moeten naar de bosrand, waar dochterlief met gezin vertoeft voor een aantal maanden, omdat het huis is gestript en opnieuw wordt aangebouwd en opgebouwd.

Dribbel genoot van de tocht en glimlachte naar alles wat voorbij kwam suizen, de andere auto’s, de huizen, de bomen, de zon op zijn snoetje. Man leidde ons zonder kleerscheuren naar het vakantiepark, waar mensen rondliepen in korte broeken en blote bloesjes. Onze truien en en dikke sjaal staken enigzins wonderlijk winterlijk af tegen deze zomerse vreugde. In de stad woei Oostenwind, die hier tussen de hoge dennen en eikebomen zweeg in alle talen. Dochterlief kwam ons tegemoet. De wereld viel stil zodra we voorbij de slagbomen waren. Tenten, caravans en houten chalets met plukjes mensen er voor of half erin. Een man zat voor zijn grote breedbeeld voor de voortent en vormde een groot contrast met het bostapijt van dennenappels, eikels en droge naalden onder zijn voeten. Hij zou de vogels niet horen. Voor ieder huisje of tent stond als een ontsnappingsmogelijkheid de auto of wat fietsen. Kinderen gilden op de trampoline naast het zwembad, dat azuurblauw Middellandse zee speelde.

Kleinzoon was ook naar een feest, maar kleindochter was er om dribbel te plezieren met speelgoed in overvloed. De kleine had niet veel nodig. Een haai die de bek open kon doen en twee dennenappels waren voldoende om te acclimatiseren en op te gaan in het spel. Schoonfamilie had een eigen chalet iets verderop en liet ons in de rust van een klein gezelschap achter. De kinderen ontdekten een kiekeboe-spel, van oudsher het allerleukste. Er waren twee open deuren in de kleine ruime, waar ze omheen konden piepen. Kiekiek.

Na een aangenaam verpozen met dochterlief was het weer tijd om op te stappen. Onderweg zouden dribbel en ik ons feestje vieren bij de ‘Mmmmmm lekker’. Geheel virusproof buiten, om nog wat van de avondzon te genieten. Kinderstoel, patatjes en nuggets in de aanslag want als katjes muizen, dan mauwen ze niet. Een brok tevredenheid en de liefste blikken ooit. Ik appte een foto door en Franse dochter kwam op dat moment net langs het gebouw rijden. ‘We komen hem halen,’ appte ze terug. Goed plan. ‘Waarom heeft hij eigenlijk zijn pyjamashirt aan,’ vroeg dochter verbaasd. Omdat oma’s niet alwetend zijn. Met het relaas van kleinzoon twee en zijn tubefeest op de hoge skipiste namen we afscheid. Luchtkussen van allen en dat heerlijke zware stemmetje met de liefste glimlach. ‘Dag oma.’

Uncategorized

Dat is precies het plan

Soms krijg je een ingeving die gepaard gaat aan de opwelling iets aan een situatie te veranderen. Na de vorige schildersessie, waarbij ik voor de zoveelste keer alles weer veel te veel in elkaar had lopen poetsen, besloot ik gisteren plotsklaps een online cursus in te kopen voor het portretschilderen met een losse toets. Wat ik van haar zelf zag waren precies die mooie sprankelende portretten, die ik altijd voor ogen heb als ik eraan begin, in natuurlijk wel mijn eigen signatuur en stijl. Gisterenochtend was dat moment en daardoor bleef ik geboeid achter elkaar verschillende lessen volgen, tot ik stram en stijf om vijf uur uit mijn ontdekking stapte en besloot boodschappen te gaan doen op de fiets, zodat die oude botten nog wat in beweging zouden komen.

Al mijmerend door het stadje bedacht ik dat ik nu al meer geleerd had dan ooit over die specifieke wens om mensen op het doek te zetten en waarom het er niet van gekomen was om eerder zo’n specifieke toegespitste cursus te volgen, maar te kiezen voor de algemene lessen. Het brengt een combinatie van de juiste techniek en het materiaal, heel duidelijk uitgelegd, praktische tips en jaren ervaring, dat zie je aan het gemak, waarmee ze tonen en tinten mengt, toetsen zet en uitleg geeft. Laatst had ik het in een blog over zelf het wiel uitvinden, bij de ontdekking van de oilsticks en de oliepastels. Prima,want wat je zelf ontdekt dat beklijft, maar een helpende hand met voorkennis is zó aangenaam. Natuurlijk ga ik niet alles hier uit de doeken doen, dat zou niet aardig zijn ten opzichte van de kunstenaar, die er haar brood mee moet verdienen. https://www.leerbeterschilderen.nl is de website.

Tijdens het rondfietsen kwam ik langs het nieuwe huis van zoonlief, waar hij straks mag starten om er een knus optrekje van te maken, door langs het park, de hele Nedereindse weg uit en daar kwam ik dochterlief met haar hele familie tegen. Zwaaien, kusjes, opgetogen stemmetjes achterin de auto, de verbaasde blik van dochter, ‘Wat doe jij nou hier.’ ‘Haha, ik fiets doelloos rond.’ Op de fiets kom ik er nauwelijks toe om foto’s te maken, ik gun me op de een of andere manier niet de rust daartoe, maar zuig de schoonheid op in mijn hoofd en zie dan opmerkelijk veel. Het licht dat speelt en kleurschakeringen maakt in de bomen bij het landgoed waar ik langs fiets, de hoeveelheid aan tinten groen, het water dat donkerder is dan gebrande omber, de zachte rimpeling veroorzaakt door waterhoen of meerkoet. Opvallend weinig eenden. De spontane stop van twee vrouwen op leeftijd bij het ijswinkeltje op de hoek brengen me even terug naar mijn moeder en mijn tante, in trevira bloemetjesjurken met een wit vest er over, zichtbaar genietend. Dat konden zij als geen ander op hun maandelijkse vrij reizen met de trein. Zo’n druppel van een ijsje, die van de rand glijdt langs de vingers.

Oude foto. Tinten groen

Een valk in de lucht als ik met de wind door de haren suis, dat kan met zo’n motortje, langs het oude weggetje bij het industrieterrein, een gemiste afslag, de grote schepen die roerloos liggen en toch vol bedrijvigheid zijn, een mooie driemaster bij het haventje, een oude wijk die moeiteloos nieuwe behuizing heeft ingepast en eigen gemaakt. Zo trap ik door en herhaal in gedachten wat ik bij het doornemen van de cursus heb geleerd tot nu toe. Vandaag ga ik eens even langs de kringloop en eindelijk heb ik de Ipad air besteld bij zoonlief, waar ik al zo lang op loop te azen. Ik ga het gewoon doen. Een waarmee je ook kan tekenen met pen. Hoe gaaf wordt dat.

Het was de dag van de opwellingen en een keer in de zoveel tijd is dat nodig om een nieuwe uitdaging te brengen. In ieder geval levert het heel wat stof tot nieuw werk op. ‘Je moet jezelf af en toe kietelen,’ vonden ze vroeger al en de woorden komen met een grote glimlach. Dat is precies het plan.

Uncategorized

In liefdevolle benadering

Voor een avond met de leesclub moesten we dit keer een eindje verder rijden. De eerste keer met snoet in de auto. Snoet en ik zullen niet snel beste vrienden worden, want ze werkte belemmerend, ook al was ze prachtig zwart. Het boek van Bart Chabot lag op mijn schoot: ‘De hand van mijn vader’. Alweer enkele boeken geleden gelezen en af en toe sloeg ik het open om een passage op te duikelen tussen alle andere herinneringen door.

Zo heerlijk om te merken dat sterrenluchten op het platteland zich nog altijd helder uitrollen boven de velden en dat de lucht fris is. Na het bedompte snoetje een flinke teug van die vrijzinnigheid. Vriend en vriendin stonden al klaar voor de ontvangst. Het wachten was op onze laatste man, die iets later kwam, maar toen konden we los. Alhoewel, dochter sloot ook aan en we hadden een aangenaam uur van over en weer belevenissen, koffie of thee, koekjes en aandacht. Er kwamen nieuwe banen langs en scholen, huiselijke ontwikkelingen met een persoonlijke toets.

Daarna het boek. Een paar van ons waren diep onder de indruk en geschokt over de vader die op een dergelijke manier het zelfvertrouwen van zijn zoon stelselmatig onderuit beukte op ieder bladzijde die ze omsloegen. Het thema van de avond openbaarde zich. Met tien jaar langer leven en vriend, die ook wat ouder was, waren de gebeurtenissen in het boek veel minder schokkend overgekomen dan bij de anderen. Er waren zelfs overeenkomsten te vinden geweest uit mijn jeugd. Niet aan den lijve zo ervaren, maar meegemaakt in mijn directe omgeving. Arbeiderswoninkje, elf kinderen, een vader die overdag vaak moest slapen na de nachtdienst. Het leven speelde zich veelal af op straat. De mannenhand regeerde over het algemeen in de wijk. De vrouwen kijfden er tegenin of schikten zich.

Het kattekwaad van Chabot die telkens weer op die hand van zijn vader stuitte, was ook herkenbaar. Niet voor te stellen voor de anderen, die allen vooral liefde en warmte hadden ervaren, ondenkbaar ook in deze tijd. Het was een uitpuzzelen op alle fronten. Was het zo’n liefdeloze bedoening? Het was met name de tijdgeest en de veranderende normen in die periode van wederopbouw en natuurlijk waren er ook gezinnen waar men bewust opvoedde en zorgvuldig een aanpak koos. In de volkswijk, waar ik opgroeide, was het doorgaans hard sappelen voor het bestaan.

Wat mij betrof was de voortschrijdende ontwikkeling het allerbelangrijkste. Met de jaren was er mildheid gegroeid. De vader van mijn oudste broers en de jongste tweeling verschilde hemelsbreed. Dokter Spock was de geldende norm en de opvoeding gebeurde met een bepaalde starheid, maar onder die omstandigheden lag ook een fluïdum van onhandige liefde, die zich uitte in de filmzondagen in het clubhuis, de vroege vakanties naar het buitenland, in het aanschaffen van een Miele eind jaren vijftig, toen het geld er eigenlijk nog niet was, een televisie beginjaren zestig, de eerste rijlessen. Dat was ver te zoeken in het relaas van de auteur.

Op de scholen was het niet veel beter. Strenge regels en wee je gebeente als je daar onder uit wilde. De straf er tegenover stond in een scheef perspectief en zorgde ervoor dat je óf een linkmiegel óf een angsthaas werd. Maar ook hier zat ontwikkeling in, groei zorgde voor verbetering, het slaan werd aangepakt, de kijk op opvoeding veranderde, een kinderstem kon eindelijk worden gehoord. Eind jaren zestig, beginjaren zeventig werd het maatschappelijke roer omgegooid, bij sommige leidde dat zelfs tot een Laissez Faire-opvoeding. Protestmarsen voor de vrede, baas in eigen buik en grote ban-de-bom symbolen op elk stukje muur. De vrijheid werd stevig bevochten.

De anderen van onze club waren zo’n tien jaar jonger. We waren verbaasd dat in die, relatief korte, periode de situatie volkomen veranderde, één generatie verder en een wereld van verschil. Over een ding waren we het eens. Het was niet goed te praten. Afgebrand worden moet gewoon niet aan de orde zijn, destijds niet, nu niet en nooit. Mijn persoonlijke ontwikkeling heeft het vooral ruimdenkendheid opgeleverd. Geen labels, geen van bovenaf opgelegde dwang, maar de wens om te helpen bij de ontwikkeling. Vanuit het kind gedacht en in liefdevolle benadering.

Uncategorized

Reuze gezellig

Appje eergisteren:’Morgen?’ Cryptische omschrijving voor ‘Zullen we afspreken’. We dachten De Veldkeuken, maar die was vol, dus werd het ‘Vroeg’, er tegenover. Die plek om misschien nog wat te wandelen. Om iets voor tijd was ik aanwezig. Kreeg de virusvrije vraag en mocht een plek uitzoeken. Vriendinlief zag ik vanuit ’n ooghoek al aan komen fietsen. Vertrouwde gestalte, voor het eerst weer sinds lang. We zwaaiden. Ze wilde direct naar mijn tafel lopen, maar virusmevrouw stak daar een stokje voor. ‘Ho ho ho, even een paar vragen.’ Met een been nog steeds verlangend in de richting van het tafeltje beantwoordde ze die lachend. ‘Nee, nee en nee, ook nee.’

Bestellen ging via het scannen van een QR-code met een doorverwijzing naar de menukaart van Vroeg, maar er zou voldoende bediening rondlopen om vragen te beantwoorden, mensen te helpen bestellen en te serveren. Was dat onpersoonlijk of maakte dat veel goed, snel was het wel. We wilden al van wal steken met de belevenissen wederzijds maar omdat we direct op stoom kwamen, besloten we toch eerst de bestelling maar af te ronden. We kozen beide voor Naan-brood met een vegetarische quacomole en rettich met radijs, een kleurenbommetje.

Het stond in een handomdraai voor ons neus. Het grote genieten kon beginnen. De vleesmessen sneden niet soepeltjes door het brood. Daar was wat spierkracht voor nodig. Het meisje liet ons eerst een half brood zagen en kwam toen met verrassend scherpe messen en een praatje van vijf minuten over haar wens de Pabo te gaan doen. De behoefte aan contact bleek het gevolg van de nieuwe functie, geen praatje meer bij het serveren en wel een spraakwaterval achter de kiezen. Dat moest eruit.

Elkaar helpen met het vastmaken van de schorten

De nieuwe baan van vriendinlief was natuurlijk van belang. Hoe was het er en het sfeertje, de kinderen en de collega’s. Ze schilderde een uitgangspositie, die bijna identiek was aan de Jenaplan van weleer, voordat alles kapot werd gemethodiseerd. ‘Je had er naadloos ingepast’, wist ze. In het begin nog onwennig, heel veel kinderen in de groep, maar een visie op verwondering, intrinsieke motivatie, saamhorigheid, vertrouwen, het denken vanuit het kind. De projecten maakte je niet voor een jaar lang, maar die ontstonden spontaan, ervaringsgericht. Kinderen met bijzondere kwaliteiten, die, ondanks de jonge leeftijd, al doorwrochte vragen konden stellen, waarmee een project tot leven kwam en voortgang zou vinden. Heerlijk. Eerst zorgen dat vertrouwen en de basis stonden en dan pas aan lezen, rekenen en taal beginnen. Zekerheid en groepsgevoel als basis meegeven. Dat waren de noten voor dat vertrouwde warme lied der ontwikkeling, die ze me toezong op deze prachtige dag. Voorlopig het stekkie wel gevonden.

Daarna de uitwisseling. Hoe zijn we gevaren tot nu toe. Leven had tol geëist met het wegglijden van lieve mensen om ons heen. Het verdriet in haar ogen bij het vertellen over een plotseling wegvallen. Het voedde mijn boosheid over de geldende regels, waardoor ik niet om de tafel kon rennen, om haar vast te houden en dat intense gemis te verzachten. De draad oppakken dan maar en voort rolde de uitwisseling, over kinderen, toekomst en hoop. Vakanties die nog wel waren gelukt, de voor en tegens van de regels, die vaak niet het doel beklijven waar ze voor opgeroepen waren, het verdriet van jongeren, die dagenlang opgesloten zaten met hun mobieltjes als enig redmiddel en de ouderen, die al even eenzaam wegkwijnden. Maar ook de belofte, het geloof in wat er nog komen zou, kinderen die hun weg aan het vinden waren. Die grote rode draad, die leven heet.

Voordat we het wisten, de tweede bestelling liet op zich wachten want ik had hem niet helemal afgemaakt, was het al bijna tijd om te gaan. ‘Spontaan’ zouden we vaker doen, dat was makkelijker afspreken, beloofden we elkaar. Te weinig fooi, altijd zenuwachtig voor afrekenen om die reden, luchtkussen hier en daar. ‘Dag lief, tot gauw.’

Over het grindpad naar de kleine blauwe en achter, op een keutererfje, twee kippies, die luidkeels elkaar toe tokten. Ze hadden het reuze gezellig.

Uncategorized

Energie op mijn ruiten

Voor de afwisseling heerlijk geslapen, eventjes wakker en daarna nog een lange droom van twee uur over school en de kinderen. Een jongetje kwam te laat en ik begroette hem bij zijn naam, waarop men antwoordde: ‘Maar dit is Teus, zijn broer.’ Ik wist zeker dat dat niet klopte. Bovendien had hij alleen een zus.. Het raam staat op een brede kier. De frisse nachtlucht doet de drukkende warmte vervliegen en de ochtendspits rolt, steeds luider, binnen. Er tussendoor klinken twee honden, bassend en blaffend tegen elkaar. Van, naar wat ik denk, de grootste gaat een stevige dreiging uit. Ik zie ze niet, De nacht is nog inktzwart op de voorbij flitsende lichten van de auto’s na, terwijl het toch al tegen zessen loopt.

Gisteren op de tuin ging het doek naar buiten, met de schilderkist in de aanslag en een extra bijzettafeltje werd een comfortabele werkplek gecreeërd. Ondanks de hitte was het goed te doen. Geen zuchtje wind, maar veel schaduw dankzij de drie wilgen. Na een hele middag zwoegen viel het resultaat tegen. De verhoudingen waren zoek, omdat ik stilaan was gaan duwen en trekken en daarmee de harmonie had verstoord. Met een veeg van een doekje lostte het gezicht op, vervaagden de stippen en hield ik het voor gezien. ‘Kill your darlings’. Loslaten bij uitstek zodat er ruimte komt voor een nieuwe opzet, maar niet nu.

Met een wandeling langs het groot hoefblad langs de sloot, verschoof de focus naar de bladeren die al aan het verschrompelen waren. Sommige als kleine bruingebakken kommen en andere gehavend, met grote gaten of alleen bijna nog de nerf. Ze lagen kreunend tegen elkaar, maar een beetje lager was het verse jonge groene spul en schoten hier en daar zelfs de oudjes voorbij.

Koolmees kwam van haar appeltjes pikken. Het was een piepkleintje. De eerste keer was ze me te snel af, maar de tweede keer lag het fotoestel in de aanslag, net op tijd om haar vast te leggen, voor ze weer verder vloog. Het was libelle-hoogseizoen met deze late warmte. De propellers snorden er lustig op los, groot en dik. Tegen het raam zat een web, waarin spin en wesp in een ogenschijnlijk gevecht gewikkeld waren. aanvankelijk dacht ik dat spin wesp bij de kladden had, maar al gauw bleek aan de houding van wesp, die zich breed had uitgewaaierd over de spin, dat het andersom moest zijn. ‘Sebastiaan’, ken uw klassiekers, legde ook hier het loodje.

Terwijl half Nederland voor de buis zit om de troonrede te horen en onverbloemd commentaar levert op uiterlijk vertoon, hoed incluis, zoek ik de schoonheid van de bloeiende hemelsleutel, die zich, zoals het haar betaamt, beschermend achter engel heeft opgesteld.

Het blad van de geranium schiet al in de herfststand. De jonge vlier, die half tegen de Bernagie aanleunt, moet eraan geloven en ik snoei hem terug tot ooghoogte. Geen bes te zien. Lekker om even het lijf te strekken. Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat de arme acer volledig overwoekerd wordt door springbalsemien en leverkruid. Ze piept in arren moede weer te voorschijn, met té klein blad en hunkerend naar zon op haar miezerige lijf. Hopenlijk slaat ze volgend jaar aan, nu ik haar dit jaar verplaatst heb vanuit het gras de tuin in. Ze zou een mooie aanvulling zijn op het zomergroen. Nu correspondeert ze dapper met het bruine groot hoefblad. Vergane glorie valt nog in ere te herstellen. Volgeend jaar beter opletten. Huiswaarts met twee volle zakken vlier.

Het licht heeft de nacht ingehaald en schildert met haar witte watten tegen een strakblauwe lucht uitnodigend energie op mijn ruiten.

Uncategorized

Klaas Vaak strooit liefde

Dat er van die nachten bij zijn, waar Klaas Vaak je deur lijkt te hebben overgeslagen, of aan het begin van de invallende duisternis slechts met hazenslaapjes heeft gestrooid. Als kind vond ik het beeld van Klaas Vaak vertrouwd. Het hielp om me minder bang te laten zijn. Toch kwamen met zijn zandkorrels ook de nachtmerries mee. Een aantal jaren dezelfde, gedrenkt in bloedstollende feiten. Badend in het zweet werd ik dan wakker en luisterde naar het snurken van mijn ouders in de kamer ernaast. Mijn moeder met tussenpozen, mijn vader, die met gemak het zwarte woud aan het slechten was. Het had geen zin om met mijn pekkende blote voetjes op het koude zeil, rillend van angst, naast hun bed te gaan staan. Ze werden niet wakker, had de ervaring geleerd. Toen mijn moeder zo oud was, als ik nu, kwamen ook haar slapeloze nachten. In de dagboeken staan ze vermeld. Met gestage herhaling waren er nachten bij dat ze de klokslagen van de kerktoren telde, om tegen vijven in te sluimeren en vervolgens in de ochtend wakker te schrikken. ‘Als je je ogen dicht houdt, rust je ook uit,’ zei mijn moeder vergoelijkend tegen zichzelf. Gisterennacht was zo’n nacht.

Vandaag was het rond vijven. Het blijft lang donker buiten en ik mis het witte ochtendlicht. Ik lees een stuk de ochtend open en moet soms herlezen omdat gedachten afdwalen en de ogen wel de letters zien, zonder de betekenis vast te leggen. De oorzaak ervan kan ik herleiden. Het is het gesprek dat ik met de oude voerde, die verwijt na verwijt als krassen aan een balk verzamelt om ze daarna aan elkaar te breien tot een deken van misverstand, verwijten en het opdringen van een schuldgevoel. Ik ga in verweer. ‘Niet doen’, sist in mijn onderbewuste een stemmetje. ‘Laat betijen.’ De achterdocht sproeit uit zijn ogen en ik kom niet verder dan te antwoorden, dat hij op alle slakken zout legt. Heldere communicatie is het moeilijkste wat er is, als er met emotie en argwaan gestrooid wordt. De som der dingen levert een verdrietig gevoel op. Hij vertrekt.

‘Kijk maar naar mij,’ zegt kleine koolmees terwijl ze aan een appeltje pikt. ‘Luister naar mijn lied’ zoemt de enorme bruine wesp van tak naar tak. ‘Snoep maar mee’ brommen de hommel-teddyberen in de springbalsemien. De tuin is vol van leven en warm op deze aangereikte zomerdag.

In het boek van Sinan Çankaya vind ik een zinsnede die aan het denken zet: ‘Een botsing tussen een persoon of eigenlijk vooral een botsing tussen het beeld, dat die persoon van je heeft met het beeld dat je van jezelf hebt, dat verschil slijpt uiteindelijk je zelfbeeld‘ Soms is dat een stimulans en soms levert het een deuk op. Het vraagt om een reflectie, maar ik kan het gesprek bijna niet terughalen, waar ik weet dat de oude het zich woordelijk zal herinneren. Onder alles ligt verwijt. Ik wil niet in de rol van de verdediger of van de veroordelaar. Ik zoek positieve energie, omdat we die zo hard nodig hebben in deze dagen. Ze botst tegen de blik in zijn ogen.

Vriendinlief appte over een sterfgeval heel dichtbij in haar familie. Ik herinner me ineens het lege gevoel van mij, bij zo’n verlies. Ontheemd, ontgoocheld en toch dankbaar om dat lijden, dat er niet meer is, om het onmiddellijke gemis dat optreedt, om dat wat we lief hebben, los te laten. Om wat ooit was en niet meer zal zijn. Het gesprek van de middag ebt weg, er zijn onnoemelijk veel meer gedachten, die het waard zijn om overpeinst te worden of om je uit de slaap te halen. Klaas Vaak strooit liefde.

Uncategorized

Een goed gevoel

Het was zo’n typische mooie dag in september toen ik de deur achter me dichttrok en naar de kleine blauwe prins wandelde. Hij had er zin in die ochtend en bracht me ronkend en spinnend in een oogwenk over de zondagstille wegen naar mijn bestemming. Parkeren kon langs het Hoogelandse park, dat er al even zondags bij lag. De eeuwenoude bomen leverden filterend de juiste atmosfeer op voor het groepje yoga-beoefenaars op het nog vochtige gras.

De juiste entourage, de juiste conditie om goed uit te pakken met pen en aquarel. Maar eerst naar de plek waar we afgesproken hadden, op de hoek van het Oorsprongpark en de Biltstraat. Utrecht op z’n mooist met de indrukwekkende ingenieuze gevels en de torentjes, haar villa’s en landhuizen, alles behalve vergane glorie. Hier werd geschiedenis trots in ere gehouden. Ik was vroeg, maar de organisatoren waren er al. Mijn stadsgenoot had al getekend aan de gracht en toonde trots zijn prachtige leporello, op zich al een heerlijk boek met de harmonicabladen, en nu gevuld met de bruggen van de Oude Gracht, in precisie uitgewerkt met nauwkeurige details met pen en aquarel. Een plaatje en de wetenschap dat ik dat op die manier nooit zou kunnen.

Gestaag dienden de andere sketchers zich aan tot de stoep vol stond met mensen van allerhande pluimage, bepakt en bezakt, die elkaar uitbundig begroeten en uitgebreid wederwaardigheden uitwisselden, namen herhaalden en inoefenden, zittend op de meegebrachte driepoten of staand, tot het tijd was om een bestemming te zoeken. Er was keuze in overvloed. Sommigen togen richting Hoogelandse park, anderen naar de Maliebaan en ik wilde eerst het prachtige ranke huis met de torens proberen. In eerste instantie zat ik er scheef voor. De wijze woorden bij de vorige perspectief-les indachtig, was verkassen naar het vooraanzicht wijzer. Vriendinlief bleef wel schuin er voorzitten en begon druk met meten en rekenen. Het was lastig, ik had weer te groot opgezet, zoals gewoonlijk, maar het kwam wonderwel goed, al was ik twee van de torentjes kwijt geraakt in het strijdgewoel.

Aan de overkant zat iemand te werken op haar Ipad. Er zat een pennetje bij, waarmee ze rechtstreeks digitaal kon tekenen, wat makkelijker leek dan de bamboo van Wacom, waar de hand/oog coördinatie als extra moeilijkheidsgraad werkte. Stilletjes en in een eigen bubbel werkten we door. Een buurtbewoner die bezig was aan een ochtendwandeling vroeg beleefd of hij mocht kijken. Natuurlijk, geen probleem. Het kruispunt was kennelijk een gangbare route voor de fietsers, want die kwamen veelvuldig langssuizen. De bocht werd steevast te ruim genomen, waarna alle zeilen moesten worden bijgezet om elkaar te ontwijken. Neerlands fietsvolk op haar best.

Met het invullen van de details leek het heel wat. Vriendin was nog wel even bezig met haar torentjes als minutieus precisiewerkje. Voor mij was het thermoskannen-koffietijd en door naar een volgende stek. Overal zaten plukjes tekenaars en een enkeling alleen. In het Hoogelandpark zat een gezellige grotere groep, maar in de schaduw. Ik wilde zon en warmte. Aan het eind van het laantje baadde het Hoogelandhuis in de volle zon. Vlakbij Polarbear, met de warmte op zijn en mijn snoet, stalde ik uit. Collega-schetser zat op de bagagedrager van haar fiets en gebruikte het zadel als tafel. Ze had haar driepoot vergeten. Ze vertelde over de polarbear als eerbetoon aan de Canadezen, die Utrecht ten tijde van de bevrijding binnen waren getrokken. En er was een anekdote over de vrouw van Mussert, die ten overstaan van de Nazi’s de weggedoken mensen verraadde vanuit haar slaapkamerraam aan de Maliebaan, zodat in het licht van de vrijheid ter plekke nog mensen werden gefusilleerd. Boeiende verhalen, terwijl de pennen krasten onder de turende blikken. Het Hoogelandhuis was heerlijk recht toe, recht aan en beer werd aandoenlijk door een vogelpoepje dat precies op ooghoogte zat en hem de uitstraling van Poohbear gaf.

We eindigden waar we begonnen waren. De rijkdom, één grote verscheidenheid aan stijlen en technieken, lag op de grond om bewonderd te worden en het was niet alleen de zon, die onze harten verwarmde. Het gaf een goed gevoel.