Uncategorized

Een dag als vandaag

Hij stond geduldig te wachten in het gras. Verschoof af en toe, plukte hier en daar wat aan zijn rug terwijl zij zich lang en uitgebreid opfriste. ‘Waar werd oprechter trouw’ schoot er door me heen. Ook hier Vondeliaanse liefde.

Toen ze eindelijk klaar was, klom ze over de rand en waggelde naar haar trouwe eega. Samen vervolgden ze hun weg naar de veel ruimere sloot.

naar de sloot

Het was het echtpaar Wilde eend, waarvan het vrouwtje een eigen hamam had herkend in mijn krappe wiervijver. Ze kwam er tevreden en coquette weer uit met haar glanzende groene wierveren, alsof ze wilde wedijveren met het kleurrijke verenpak van de woerd.

Het was allemaal goed te volgen, omdat de observatiepost hoog en droog op de wielen stond en ze zich onbespied waanden. Door het andere raam kon ik in mijn eigen vogelhut, dat het atelier ook was, de koolmees bespieden, die van het pindasnoer snoepte.

Ik was voornemens geweest het dorre hout aan de zijkant achter op te stoken in mijn kleine kacheltje. De grote stukken moeilijk brandbare berk eruit, kleine takjes erin. Het spul was zo droog dat het knisperde onder mijn handen. Het lukte welgeteld een kacheltje vol. Daarna waren al mijn vuuraspiraties verdwenen. In hart en ziel een ‘gids’, maar nooit een echte scout. Bovendien sloeg de rook door de wind neer. Niet bevorderlijk voor mij en mijn longen. Wijs besluit aldus. Toch maar weer alles per zak afvoeren naar de groenstort.

Het was fijn om te voelen dat, na een lange inspiratiedip, er de lust was om de penselen op te pakken. Zo vloog, zoals altijd, de tijd voorbij. Een eerste opzet en een tweede ronde. Dat ook de kou was binnengeslopen, merkte ik pas,bij het opstaan van de kruk en de stijfheid, waarmee het vege lijf zich krakend afwikkelde.

Dag lieve stek, dag echtpaar eend, dag familie koolmees, roodborst en haas, tot later. Halverwege het weggetje langs de sloot zag ik het beeld voor me van twee handchoenen die leeg en verlaten op het witte rotan tafeltje in het atelier lagen. Vergeten, maar ik was al te ver om nog terug te gaan.

De sloot deed me altijd denken aan het boek van Carry van Bruggen: ‘Huisje aan de sloot’. Zij behoort met de dichter Vasalis samen tot de vrouwen, die afgespiegeld in de tijd waarin zij leefden, zoveel mogelijk hun eigenheid wisten te behouden, ondanks de vaak benepen, normen en waarden. Het is vandaag internationale vrouwendag. Geen mooiere dag ze te eren. In ‘Het huisje aan de sloot’ beschreef Carry in een van de hoofdstukken, dat ze al van jongs af aan wist, dat je je vrijheid kon behouden, omdat alleen jij je gedachten wist. Niemand, die je dat kon ontnemen. Ook de hele strenge meester niet van haar klas.

‘Deze meester is heel streng: hij ziet alles, wat je boven de bank uitvoert aan je handen, en wat je onder de bank uitvoert ziet hij aan je gezicht. Zoo’n apenootje gaat dan dadelijk het felle vuur in en is meteen al geen apenootje meer! Maar hij kan niet zien wat je denkt! Als hij soms bijzonder nijdig is en echt te keer gaat o, dan is het zoo prettig bedaard naar hem te zitten kijken en in je-zelf te zeggen: ‘hij ziet niets van wat ik denk!’ Je zit keurig in de bank, je armen over elkaar en je zegt zoo telkens even in jezelf: hij ziet niets van wat ik denk. Je gaat eenvoudig heen waar je wilt.’
Totale vrijheid. Weg varen op de golven van het denken.

Vasalis doet hetzelfde in haar gedicht:
Drank, de onberekenbare

Onder ’t net en vlot gesprek
dat mijn hoofd, met bruine hoed
met de gastheer voeren moet,
denkt mijn hele ziel: verrek!

Vrouwen dus, vormende vrouwen, vrouwen die iets weten los te maken, door hun gevoel te vertalen naar de literatuur en de kunst in de breedste zin van het woord. Sterke onafhankelijke mooie vrouwen. Met als belangrijkste drijfveer ‘De vrije gedachte’. Een mooi thema voor een dag als vandaag.

Uncategorized

In zorgeloze onwetendheid

Na het kijken van ‘Matthijs draait door’ werd duidelijk wat de uitdrukking: ‘tot wanhoop gedreven’ kon betekenen voor een mens. Harry Sacksioni, de virtuoze gitarist, werd in zijn leven veertig jaar lang gestalkt door een vrouw, die daarmee begon toen ze 14 was en waar haar dood veertig jaar later er letterlijk en figuurlijk een eind aan maakte. Ze volgde hem niet een klein beetje, maar met grote regelmaat. Ze versteerde er optredens mee, door aandacht te vragen met roepen, hij vond haar een keer naakt in de badkuip of ze stond voor zijn huis te schreeuwen. Het werd zo erg, dat Harry haar bij het huis in de sloot duwde, kopje onder hield en eigenlijk niet meer los wilde laten. Gelukkig stormde zijn vriendin naar buiten om hem tot zijn positieven te roepen. Hoe desperaat kan je zijn. Hij heeft er vaak over verteld in allerlei praatprogramma’s en wilde dan ook dat er een politicus aan tafel zat, zodat hij gehoord werd. Op die manier kreeg hij een podium voor een anti-stalkerswet. Harry beschreef in het gesprek met Matthijs wat hij voelde toen hij hoorde van haar vader dat ze overleden was, wat dat met hem deed. Himmelhoch jauchzend omdat het achter de rug was en aan de andere kant zum tode betrübt om dit verloren leven, de schijnwerkelijkheid die ze had opgebouwd en waar ze haar hele leven door had laten regeren. De keerzijde van de roem en nauwelijks te dragen.

https://www.npostart.nl/matthijs-gaat-door/06-03-2021/BV_101404467

Helaas ken ik het verschijnsel van nabij en geloof me, je raakt daadwerkelijk buiten zinnen, omdat er geen vat is op de situatie. Zodra het leven buiten jouw werkelijkheid van goed vertrouwen en geloof treedt en een nachtmerrie wordt, stopt elke vorm van nuchterheid. Het dualistische gevoel is te rechtvaardigen. Haar dood bracht letterlijk lucht, misschien zelfs voor beiden.

Het werd een aangrijpend gesprek, waarbij ik wel wat was afgeleid door de gemanicuurde nagels aan de handen van Harry. Het leken jonge gevijlde stralendwitte gelnagels aan de doorleefde rechterhand. Het was vooral de tegenstelling, die mijn blik ving, maar het had natuurlijk alles te maken met het spel van Harry. Fingerpicking op stalen gitaren vergt het nodige lapwerk of een goede bescherming. Dat laatste lijkt me.

Er waren meer onverwachte wendingen in het programma. Zo bleek Esther Ouwehand, de politica namens de Partij van de Dieren, vooral Heavy Metal, Hard Rock of Death Metal te draaien als ze haar energie wilde opladen en Claudia daarentegen stond de mooie klassiekers van Barbara Streisand luidkeels te zingen onder de douche.

De afsluiting van de avond was ook dit keer grandioos. We werden de nieuwe week ingestuurd met een prachtige finale, een hommage aan het wonder van Stevie’ door The Big Band, Sven, Harry Sacksioni, Chelsea en José James, die Stevie Wonder nummers brachten van diens onovertroffen plaat ‘Songs in the key of life’. De goeie ouwe tijd kwam onder de welluidende klanken boven drijven.

Het was en bleef feest van de bovenste plank.

Terwijl ik dit alles terughaal in mijn herinnering valt iets me op. Luchtig bezien heb ik hier ook een kleine stalker. Met niet aflatende aandacht houdt ze alle verrichtingen in de gaten. Volgt met haar blik nauwkeurig elke beweging. Ze heeft het erg druk met deze kleine bezigheid, ook al verroert zij geen vin. In haar ogen spiegelt zich de locatie en soms het lijdend voorwerp met tak en al in zorgeloze onwetendheid.

Uncategorized

Een kwestie van doorzetten

Dit was weer een heel andere vorm van wachten. Op de merendeels lege stoelen, niet afgeplakt of iets dergelijks, zaten twee mensen. Een vrouw en een man, beiden alleen. Ik nam in het midden plaats, de vrouw achter me kon ik niet zien, maar de man voor me had een lijdzame berustende blik. Af en toe verschoof hij en liet zijn hoofd tegen de muur achter hem rusten. Er kwam een jonge slanke vrouw binnen, die een en ander opvrolijkte door bedrijvig in haar tas te graaien, iets te vragen aan de balie, papier door te nemen, een blikje cola open te maken en de tas met aplomb naast zich neer te laten ploffen. Even later verdween ze, als eerste, met een van de dames van de longfunctie.

Iedereen werd geacht alleen te komen en dat maakte het wachten een stuk saaier. Normaliter vonden er in zo’n wachtkamer altijd spannende uitwisselingen plaats, misverstanden die moesten worden opgeruimd, een brief die kwijt was en waarbij de ander werd ingeschakeld om ‘m te vinden, het zuchten verwoord in luid en lijdend, maar nu was er niets van dat alles. Opeens klonk het geluid van een klok. Tik,tik,tik,tik Het kwam dichterbij en het geluid zwol aan. Het duurde even, maar toen kwam de wandelende klok voorbij de muur en liep rechtdoor, tik, tik, tik, tik. Korte droge tikken, een stok in beide handen en nu pas hoorde je het geluid van de schuifelende voeten. De broekspijpen veegden de vloer achter hem. Een oude man. Tik,tik,tik,tik. De tijd schoof langzaam voorbij.

Twintig minuten later werd ik binnengeroepen. De vrouw was ronduit plezierig. Voldoende balans in geruststellend en adequaat, wat kwinkslagen tussendoor en vooral de kalmte van haar handelen en stem was aangenaam. Ze had voor na de exercitie attent een lichtblauw mondkapje klaar liggen, maar ik trok een nieuwe zwarte uit mijn tas. Ze moest er hartelijk om lachen. Er lag een grote zwerfsteen op de balie met ‘Lief mens wat ben je mooi’ erop. Het bleek geen zwerfsteen te zijn, maar een cadeau van een van de collega’s voor het poli-personeel. Bemoedigende woorden na een doorgaans hachelijke onderneming, voor iedereen die er langs kwam. Over vijf dagen een telefonisch consult met de longarts en dan weten we meer.

Voor ik naar het ziekenhuis ging, had ik voor zuslief een grote bos bloemen besteld, die diezelfde dag nog bezorgd zou worden. Dat gaf een goed gevoel.De slogan ‘Zeg het met bloemen’ komt in deze tijden helemaal tot zijn recht. Stuur het feest het huis in.

Bij thuiskomst kwam mijn bestelling binnen, net op tijd. Een grote ruime schoudertas die kruislings kon worden gedragen, een warme amberkleur en nepperdepepleer. Alles wat ik tegenwoordig draag, heeft geen dier pijn gedaan. Dat voelt zoveel beter. Waar leder vroeger nog hoogstaand was, krijgt het steeds meer bijsmaak. Voor mij althans. Helemaal in mijn element met deze lichtgewicht, want dat was het andere voordeel. Mijn oude leren tas is leeg al zwaar. Een kwestie van zegeningen tellen, zo’n aanschaf.

De Ipad ligt naast me in de aanslag. Ik probeer mijn clandestiene huisbewoners, het echtpaar Kauw, die stiekem in de dakgoot wonen, te vereeuwigen nu ze druk doende zijn om hun nieuwe nest te bouwen. Ik luister naar hun gebabbel en tracht er wijs uit te worden, wanneer ze voornemens zijn om naar beneden te duiken. Maar helaas. Het gaat steeds nét mis, een flard kauw, niet meer, niet minder. De aanhouder wint, in dit geval, daar ben ik van overtuigd. Een kwestie van doorzetten.

Uncategorized

Wie wat bewaart, die heeft wat

De zon schijnt uitbundig en maakt deze dag extra feestelijk, want zuslief is jarig. Ze volgt mij altijd op de voet. Straks in september schelen we weer anderhalf jaar, vanaf vandaag tot september maar een jaar, getalsmatig gezien en niet strikt genomen. Vandaag is ook de dag van de controle. Een longfunctieonderzoek moet laten blijken dat een en ander, zij het altijd wat minder, nog functioneert. Het zorgt ervoor dat ik in een ziekenhuis, waar ook covid-afdelingen zijn, straks aan apparaten hang, waar elke longpatient aan moet geloven. Adem in en adem uit. De knijper op je neus zuigt elke gedachte naar binnen, je zoekt naar lucht. Het klikje als de zuurstoftoevoer dicht valt, het blijven van die kleine ongemakken die tegelijk een wereld los maakt aan kwetsbaarheden. En daarna een diffuse angst en onzekerheid. Waren de apparaten steriel genoeg, zweefde er ergens nog een kwetsend fragment rond.

longperikelen

Zuslief is jarig en ik hou afstand in de vorm van, ik zeg niet wat, nog niet. Het wachten is op de verjaardag voorbij. Een van de andere graag gelezen bloggers haalde ook ‘Het Wachten’ aan en duwde daarmee een bakvissenherinnering in de herhaling. Verliefd zijn en smachtend wachten naast de telefoon, tot die rinkelend overgaat. Dat kan eigenlijk alleen maar met de ouderwetse draadtelefoons, want vandaag de dag kan je al handelend wachten en krijgt het toch een andere invulling. Destijds was het wachten en smachten. ‘Zolang de vlinders fladderen, anders stopt het wachten’, schrijft hij me als antwoord. Wat een mooi beeld levert mij dat op. De vlinders blijven nog even hangen om het hoofd en vliegen dan in een dansende vaart omhoog. Dan relativeert hij dat er elke lente nieuwe vlinders komen, ook als herinnering, gemis en verlangen. Mijn vlinders vervullen tegenwoordig een andere functie. De kracht van de natuur. Ik leef op bij elke kleine schoonheid die ik zie. Van koolwitje tot atalanta, straks kan het weer. dat zachte zoete lokkertje van rot fruit op een schotel.

Blogvriendin haalt de regel van derden aan en als ik in de materie duik, zie ik dat het wat anders is dan de Gulden snede, nog zo’n compositieregel in de fotografie. Het maakt alles uit bij het vastleggen en de toepassing ervan zorgt dat de gemaakte foto je pakt, naar binnen trekt, met je aan de haal gaat. Een handige uitleg vond ik hier.

Compositie: de regel van derden & de gulden snede (en het verschil daarin!)

https://vinkacademy.nl/fotografietips/compositie-de-regel-van-derden-de-gulden-snede-en-het-verschil/embed/#?secret=3hOsHfmKio

Het nieuwe boek is binnen. Het is ‘Zuurstofschuld’ van Toine Heijmans. Een snelle blik op de aanhef en de eerste bladzijde nodigt direct uit om er in te duiken, maar mijn motto is niet voor niets ‘First things first’. Stap voor stap betekent eerst uit het hoofd zien te komen van Cliënt E. Busken van Jeroen Brouwers. Die pakt je met zijn gekte en maalstroom aan gedachten, associaties en observaties helemaal in. ‘Wie wat bewaart, die heeft wat’, leerde men mij vroeger en zo is dat. Maar o, wat is het moeilijk om die mooie grafische omslag te weerstaan, waarop het reliëf van de bergen zichtbaar en voelbaar is. Een aanrader ook voor broer, die op alle grote bergtoppen heeft gestaan.

Gisteren was een dag van rust, knie weer even ruimte geven en er waren allerlei spannende berichten, waar nog niet over uit te weiden valt maar binnenkort hier zeker in geuren en kleuren zal worden vermeld. En inderdaad: ‘Wie wat bewaart, die heeft wat’.

Uncategorized

Het gemoed verguld

Wat heerlijk als een Tomtom niet goed werkt en je alle tijd van de wereld hebt. De mevrouw in het kastje wees ons in ieder geval van het kastje naar de muur en allesbehalve naar de plek van bestemming. Daardoor ontdekten de zussen en ik zomaar, gratis en voor niets, een uitbouwmogelijkheid van de wandelroute aan de overkant. Het Heuzesepad is een bijzonder en mooi natuurgebied met een aangelegd lang lint over de dijk en vrij uitzicht over de uiterwaarden en de Nederrijn. De Grebbeberg lag er omfloerst bij, in het wat nevelige licht, zelfs toen de zon doorbrak bleef het heiïg.

De Grauwe ganzen trokken in grote getale over, luid verkondigend dat ze er waren. Een paar scholeksters stapten parmantig rond in het water, waar ook wat eenden dobberden. Hier en daar kwamen er wat mensen ons tegemoet, waarop een zwijgend knikje of een groet gemompeld werd. Het land van gezien worden.

Aan de kop van de dijk stond een struis beeld van een vrouw, de handen in de zij geplant, die zwijgend uitkeek over de schoonheid van het land. Bij een kleine inspectie op Google, bleek het beeld ‘De Wachter’ te heten. Ze was gemaakt door Gerry van der Velden uit Zoeten. Het was een oorlogsmonument. De boerenvrouw keek voorbij de schoonheid, richting de Grebbelinie en bracht de verschrikkingen, die hier hadden plaatsgevonden tijdens de tweede wereldoorlog, in herinnering. In die wetenschap bezie je alles toch met andere ogen.

We gingen na de korte wandeling naar het doel van vandaag. De Blauwe Kamer in Rhenen. Geheel tegen onze gewoonten in besloten we eerst de inwendige mens te versterken, want het afhaalloket was open. Het panoramarestaurant De Blaauwe Kamer bleek vernoemd te zijn naar de oude steenfabriek, waar men vroeger 500.000 stenen per week bakte en te drogen legden in de droogkamers, waar men nu dat restaurant met ruim uitzicht over de Nederrijn van had gemaakt. De oude groeve stond er, voor een deel nog intact, naast en restanten waren ook te vinden in het aangrenzende natuurgebied De Blauwe Kamer. Heerlijk om, zij het buiten staande aan een tafeltje, een broodje kroket te kunnen nuttigen, terwijl er binnen druk heen en weer werd gelopen. Het geluid van schalen en stemmen. Precies wat er even nodig was om de zinnen te verzetten.

Een bezwete fietser koos voor appelgebak met slagroom bij zijn koffie en lachte vriendelijk. ‘Zo, jij kunt er weer even tegen’ zei zuslief wat hij beaamde. Op mijn vraag hoe lang nog, bleek dat van hier naar Amersfoort. Nog een pittige rit te gaan. Een vriendelijke breedlachend en enthousiast koppie. We wensten hem succes en liepen de ingang van het natuurgebied in.

Een zinderend geluid van de ganzen daalde neer, opgeschrikt door een legerhelikopter die verderop cirkelde. Het vogelreservaat was in het geheel gesloten, maar de glooiende heuvels met de meidoorns her en der verspreid, mochten we in. Er werd aangegeven door paaltjes tot hoever je kon gaan. Tussen de meidoorns liep een grote kudde Galloway-runderen en de stieren van die groep waren zo imposant, dat je het vanzelf wel uit je hoofd liet om dieper het landschap in te gaan. Ze keurden ons geen blik waardig en maalden kalmpjes het gras voor de hoeven weg. Wat een schoonheid aan landschap was er hier. Wat deden we toch met z’n allen in die Randstad.

Bij wat houten paaltjes ging ik even zitten. Te laag eigenlijk, nu moest zus uit alle macht me omhoog zien te trekken, maar dat lukte niet, ik schoof naar de punt, zodat de knie wat vooruit kon glijden en daarna ging het wel. Malle eigenwijs, knie én ik. In het vervolg toch een krukje mee.

Drie mensen stonden bij de rivier naast hun kano’s. De man deed een ingewikkeld aan en uitkleedspel en stroopte het rubberen pak wat naar beneden, vervolgens weer omhoog. Ik speurde naar stenen en vond het hart van de natuur, terwijl op dat moment twee van de kano’s in de zon gevangen werd gehouden. Net op tijd om af te knippen.

Het hoofd is vol, een ervaring rijker, de herinneringen versterkt en het gemoed verguld.

Uncategorized

De kuierlatten

Blote voetjes plonsten in en uit het gerimpelde water, hoge gilletjes van de spanning en de kou, krullekopjes met rode blossen, we schrijven begin maart en in de zon voelde het lente-april aan. Kinderen laten zich niet weerhouden door standvastige kalendertijden. Maken zomer van een winterdag. ‘Een zwaluw maakt nog geen zomer’ klonk de waarschuwende stem van onze voorouders in de oren. Wat zullen ze er aan over houden. Hooguit wat gesnotter en tranende ogen, maar wel met pret naar bed.

De Lek zilverde de middag door. In het zand vond ik twee stenen die geschikt waren om te beschilderen en te laten zwerven als Kei-Tof of Happy Stone. In het grasveld op de uiterwaarde piepten al wat madelieven omhoog. Boven mijn hoofd zoemde een drone door het oudste meisje bestuurd, die ook bij de kinderen beneden hoorde. Plukjes mensen verschansten zich in de ondiepe ‘duinpannen’. Iets verderop een vrijend paartje. De aanblik van alles was zacht en gemoedelijk. Grote zwerfkeien daagden twee kleine jongens uit om te gaan klimmmen. Toen de jongste viel, schalde de stem van de vader waarschuwend dwars door de stilte heen.

Grote logge schepen kliefden opmerkelijk snel voorbij. De meeuwen die tot dan toe aan de kant hadden zitten soezen, vlogen op en cirkelden erachter aan op zoek naar de bijvangst van het omgewoelde water. Op een van de pieren stond een man en keek in het oneindige, vervolgens naar de spelende kleintjes in het water en daarna naar de lucht. Een filosoof, een dromer, of stond hij zo maar wat te peinzen.

Ik zocht een plastic tas om de stenen in te doen, maar vond het niet, dus bleef het bij twee. Anders had ik er meer geraapt. Mooie gladde kiezels te over op de oevers.

Aan de horizon schilderden de kerktoren en de huizen van Ameide, als een lang zwart lint, een compleet schilderij bij elkaar. Het blauw van de lucht spiegelde bedriegelijk in het water, dat in werkelijkheid modderig en bruin was. Het voetveer lag stil en buiten gebruik. Volmaakte rust, ook in het hoofd.

Het was na drieën. Tijd om het pakket op te halen. Nu van de dijk af, dat op de heenweg de nodige laveerkunst had gevergd met zelfs tractoren, die er reden. Het was er veel te smal. Met niet teveel omwegen richting Montfoort en de Meern binnendoor naar het Muntplein waar ik de pakketpost wist. Een kwartier later liep ik richting de kleine blauwe. Het pak was groter dan gedacht.

Een maand geleden besteld, maar na heel veel heen en weer gemail en gebel, eindelijk in mijn bezit. Het plantentafeltje. Een Zweeds pakket was niet voor de eerste de beste knutselaar. Hoewel overduidelijk met plaatjes en de juiste schroeven, duurde het toch weer langer voor ik begreep hoe ze het bedoelden. Even laten betijen en dan de draad weer oppakken was in zo’n geval de beste remedie. Dat had effect. Een half uur later stond het op haar stek met de planten erop. Mooi en handig. Zoonlief had de schroeven nog extra aangedraaid en twee schroeven, die uitstaken omgedraaid. Bijna goed.

Zuslief appte of ik het de volgende dag aandurfde, mee te gaan naar De Blauwe Kamer in Rhenen. Snoetjes op in de auto en natuurlijk, dan wel. Ik snakte naar wat verruimend inzicht, afleiding, een andere focus. De Blauwe Kamer is een groot natuurgebied onder aan de Grebbeberg, waar het water van de Nederrijn doorheen loopt. De vogelhut werd al wel gesloten omdat er teveel bezoekers kwamen. We gaan het zien. Als het te druk blijkt, nemen we de kuierlatten.

Uncategorized

Tussen toen en nu

‘Waarover spraken zij, die drie daar op dat hek…’ En over ons, dik aangekleed en weggedoken in de warme sjaals: ‘Waarover spraken zij die twee daar op die plek’ in variatie op een thema. Eerlijk gezegd hoorde ik dit kinderlied niet op het moment suprème, maar pas toen ik de foto zag van de aalscholvers, die parmantig, de kopjes naar elkaar toe, schijnbaar roerloos genoten van de middagzon.

Om half drie stond ik voor de poort bij vriendin en we liepen van daaruit richting de plas, de zo vertrouwde woonwijk door, de trambaan over, de oude school als glimp voorbij, de fietsers en scooters ontwijkend die langs ons schoten. Op de kruising bleven we staan. Linksaf voor de grote trek en rechtsaf voor de kleine. De laatste minder mooi en weliswaar door een hoge heuvel afgesneden van het drukke wegennet daarachter, maar niet verschoond van het bijbehorende lawaai. Links trok de weidse stilte en de afstand zou groter zijn, maar er viel misschien wel ergens even uit te rusten.

De plas was geen recreatiegebied. Het was helaas zelfs de meest vervuilde plas in de omgeving. De watervogels, meeuwen en aalscholvers gedijen er wel. De bodem was drassig en dwong ons om op het pad te blijven. Ook nu waren er meer wandelaars dan gewoonlijk op de been. Afstand houden zat niet bij iedereen ingebakken. Het kostte best behendigheid om af en toe de dans te ontspringen. Veelvuldig pasten we de ganzenpas toe. Twee guitige jonge kinderen zeiden met open blik gedag en floten hun hond, die om onze benen dwarrelde.

We hadden veel uit te wisselen, want het was inmiddels alweer een goed half jaar geleden dat we elkaar hadden gezien. Lopen en praten waren voor mij eigenlijk twee los van elkaar staande handelingen, maar tegelijkertijd was er niets fijners dan een gesprek al lopend te voeren. Voortdurend wees ik het tempo van vriendinlief op ‘kuieren’ als ze met stevige tred weer vaart maakte. Als vanzelf, terwijl de ogen over de uitgestrooide schoonheid dwalen, ontstond er wat filosofische of poëtische diepgang. Met spijt in het hart wist ik het fototoestel op de eettafel. Op het laatste nippertje had ik verzuimd hem in mijn jaszak te graven, toen lege flessen en twee vuilniszakken om de aandacht schreeuwden bij het vertrekken. De oude Iphone trok het om een paar verse indrukken vast te leggen, maar was daarna ook op.

Een keur aan kleurrijke beelden. Gouden rietpluimen in plukken bij elkaar, grauwe ganzen die druk snaterend imposant de veren spreiden, klokkende meerkoeten en snel wegschietende waterhoentjes met als rustgevende kern twee zeilende witte zwanen, doodgemoedereerd tussen het tumult door. We gunden de kloppende knie wat rust bij de skibaan, op twee pallets, daar kennelijk neergezet om twee vermoeide vrouwen even te laten laven. Het blauw van de plas wedijverde met het hemelse blauw erboven. Een uur wandelen bleek al gauw met heen en teruglopen anderhalf te zijn geworden. Goed voor 9075 stappen gaf de gezondheidsmeter aan en de eerste wandeling van formaat sinds twee maanden.

Aan het eind van de tocht reed een buurjongen van vriendin voorbij. Een oudleerling, die verbaasd mijn naam riep en naarstig van de fiets afsprong. Niets verandert natuurlijk, alleen langer haar, maar dat ging er bij het openstellen van de kappers, af. Hetzelfde guitige koppie, de zelfde olijke blik. Hij weerspiegelde de jaren die er naderhand bijgekomen waren, sinds hij als vierjarige bij mij binnen liep. Ruim 25 schatte ik in. Vriendin en ik vervolgden de weg en namen afscheid met de belofte gauw weer eens naar Amelisweerd te gaan, waar de veldkeuken allerlei gezonde heerlijkheden verkocht en waar banken te over stonden. Wijselijk besloten we om de ontmoeting buiten te eindigen en geen versnapering binnen te nemen. Toen ik in de auto stapte, voelde het lijf met verve in elke vezel die 25 jaar tussen toen en nu.

Uncategorized

Een wijze raad om niet in de wind te slaan

Na bijna twaalf maanden tegen zijn ondoorgrondelijke kop(excusez le mot)aan te hebben gekeken, mocht B.I.G.eindelijk ingelijst en wel, met gouden kettingen en al naar het huis van zoonlief. Hij was er net zo verguld mee als de sieraden om de nek van de rapper. Het doek met Kluivert en zijn beker stond al langer bij hem binnen tegen de nog maagdelijke muur, maar nu waren de twee weer herenigd. Met de lijsten erom was het een mooi cadeau voor het nieuwe huis. Afstandsknuffie en zoonlief kon een van de muren gaan verven. Missie geslaagd.

Inmiddels was de mist verdwenen en de zon al paraat als opwarmer deze middag. De tafel met het houten blad, die buiten voor het atelier stond, was gaan bladderen. Acrylverf genoeg in de kast, een mooie gelegenheid om daarmee aan de slag te gaan. Binnen een mum van tijd was het hetzelfde appetijtelijke tafeltje van vorig jaar. Het kon er weer even tegen.

Daarna waren de overgebleven wilgentakken aan de beurt. Aan de andere kant van de nieuw gevlochten schutting was er nog een open plek. Een van de stammen van de vlier was mooi van hoogte en precies de goeie maat om er tussen te zetten. Geen hamer in de buurt maar geen nood. Van neeflief had ik na zijn overlijden wat gereedschap van onze opa geërfd en daar zat een houten mal op voet bij, dik en massief, houtig genoeg om mee te hameren. Dus timmerde ik de vliertak de grond in. Dat klinkt makkelijker dan het aan energie kostte, maar het lukte. Met moed, geduld en beleid vlocht ik de takken in. Een bescheiden opstaande rand was het resultaat. In het najaar konden er nieuwe wilgentakken aan worden toegevoegd. Roodborst kwam nieuwsgierig kijken en bleef een wijle hangen ter goedkeuring van de onderneming.

Er bleef verder niets anders over dan wat dood hout te verknippen en over het verse groen te leggen als bescherming tegen de frisse dagen die straks zullen volgen. Het allerlaatste restje dunne twijgen wilg vlocht ik in de oude afscheiding achter in de tuin. De zon scheen gefilterd door de brede haag van de Oude en zette het licht aan van de kleine lantaarntjes van de nachtschade.Wat een prachtig gezicht. Het dode hout daarvan nog maar even sparen, want dit was weer zo’n onnavolgbaar stukje schoonheid van moeder aarde in combinatie met de bijzondere lichtval, die dan ineens in het oog springt. Kleine lantaarntjes, lieflijk maar niet zonder gevaar.

Daarna was de koek op. De achterbuuf was er inmiddels en om vijf uur troffen we elkaar in ‘klein Italië’, haar terras pal op de zon voor haar huisje. Een Pinot Grigio en wat brusschetta met toost als mediterrane elementen en gespreksstof genoeg. De kou trok gestaag op. Tijd om op te breken. We liepen samen terug langs de sloot, huiverend in de laatste zonnestralen. Er stond één auto op de kleine parkeerplaats naast de kleine blauwe prins, dus het hek ging, volgens afspraak, op slot.

Als alles goed gaat, staat er een kleine wandeling gepland met een van mijn lieve vriendinnen. Er is nog steeds te weinig lucht, de knie barrelt haar bewegingen bij elkaar, maar de conditie is nul en het is fijn om een en ander aan beweging weer op te pakken. Kijken of de longinhoud daar ook blij van wordt en anders weer een stap terug. Ach ja, het is net schaken, dat leven. Een zet vooruit, twee zetten terug, schaakmat of alleen mat, paardensprongen zijn af te raden. Een wijze raad om niet in de wind te slaan.

Uncategorized

Eenwording binnen handbereik

Gisteren lag er een dikkere enveloppe in de brievenbus. Het bleek van vriendinlief te zijn. Een eeuwigheid geleden liepen we vier jaar samen op tijdens de opleiding voor kleuterleidster. Een innig groepje van vier ziet elkaar nog steeds elk jaar. Soms kon er wat meer tijd tussen zitten, dan weer werd er vaker een dag ingelast, maar altijd waren de gesprekken op zo’n dag allesbehalve prietpraat. Diepgang over de wijze van in het leven staan, het ware geluk. De boodschap die mijn vriendin nu bracht was haar concept voor de zin van het leven met de prachtige kleurrijke vloeiende doeken als afbeelding erbij. Woord en penseel ineen gevloeid. Het had als titel: ‘Leven is… Opgedragen aan iedereen waar ze van hield, die ze een warm hart toedroeg of waar ze fijne herinneringen mee heeft gemaakt. Een alternatief voor een groot ‘jubileum’feest, een feest in boekvorm waarbij iedereen in het licht werd gezet door vriendin zelf. Ze kwam binnen, zweefde uit de bladzijden omhoog en raakte rechtstreeks de ziel aan. Ware deelzaamheid.

Die middag voor deze ontdekking was ik op mijn dooie akkertje naar de tuin gewandeld. Om de schutting te bewonderen, de buurtjes de hemel in te prijzen en de dunste takken van de vlier fijn te knippen, zittend op de regenton, waar ik een late middagzon kon vangen. In mijn simpele gelukzaligheid mijmerde ik over een gesprek dat ik voerde met mijn leesmaatje schuinachter. Ze vertelde over de wonderlijke vierdelige romancyclus van Wessel te Gussinklo’s met Ewout Meyster als hoofdpersoon. Daar kwamen we op naar aanleiding van het boek van Jeroen Brouwers ‘Cliënt E. Busken’, dat ik aan het lezen was. De overeenkomst was, dat je bij beide boeken in het hoofd van de hoofdpersoon kroop, een niet altijd eenvoudige symbiose. Zeker niet als het denken zo verschilde. Het vergt opperste concentratie. Daarnaast was het boeiend te beseffen, dat schijnbaar suffende ouderen in de conversatiezalen en de gangen van verpleegtehuizen konden leven in een compleet andere denkwereld, in een eigen tijd.

In al die jaren dat ik in dergelijke verpleegtehuizen heb rondgelopen heb ik me vaak afgevraagd, wat er toch in de hoofden van de zwijgende medemens omging, maar ik heb er nooit naar gevraagd en ik heb het ook nooit besproken of bespreekbaar gemaakt. Wel bedacht waar al dat gesuf en gestaar, het lijdzame ondergaan, aan gedachten op kon leveren. In zijn laatste jaren voegde onze vader zich bij die zwijgende massa, behalve als hij het spuugzat was. Dan haalde hij zijn gram in zwak verzet tegen de geldende regels door woest met de arm te maaien. Nu, zo oud als hij, moet ik er niet aandenken op die manier afhankelijk te zijn van anderen, laat staan de dag door te brengen in dat schamele bestaan ter grote van een bed en een nachtkastje, met een uitloop naar de conversatiezaal, waar anderen mede bepaalden wat er aan informatie via tv of radio binnenkwam. Ontdaan van vrije wil blijft er niet veel anders over dan je terug te trekken in je eigen hoofd. .

https://www.npostart.nl/de-wereld-van-de-chinezen/21-02-2021/VPWON_1314551

Het laatste deel van Ruben Terlou: ‘De wereld van de Chinezen’ heb ik vanmorgen teruggekeken. Het meest onder de indruk was ik van de ervaringen die de in Nederland geadopteerde Chinese vrouwen deelden. Het geplaag en de scheldwoorden, die ze naar hun hoofd geslingerd kregen en hoe de een zich hier volkomen thuis voelde en de anderen altijd een hang naar China bleven houden. Diepgewortelde genen. Wat zorgt er toch voor dat je mensen moet uitschelden, wat maakt toch, dat je op die manier naar mensen kijkt. Er zullen nog veel grenzen geslecht moeten worden om te kunnen accepteren dat ieder mens van vlees en bloed onder het lapje huid in niets verschilt van elkaar. Vriendin weet het. Op onze gezegende leeftijd omvatten hoofd, hart en handen elkaar en ligt eenwording binnen handbereik.