Uncategorized

Alle tijd daartussen in

Het was een luidruchtig vooravondje voor een strakblauwe Pinkstermorgen. De gasten, voornamelijk de jeugd, Katwijkers of bewoners van de plaatselijke camping, hadden zich in grote getale naar het strand begeven. Met het bericht van de virologen dat aerosolen vleugels kregen in de buitenlucht en snel zouden vervliegen, was de laatste restrictie verdwenen, zo leek het wel. Ze waren gewapend met wijn en bier. Onze dag zat er na een strandwandeling op een vroeg begonnen stranddag om een uur of tien ’s avonds weer op. Oude mutsen hebben hun slaap nodig. De jeugd liep, lachte, schreeuwde langs mijn slaapkamer-bovenlicht. De klanken droegen ver in de holle ruimte. Ik sloot me af voor de details, al waren die ruimschoots aanwezig.

IMG_0236

Vanmorgen was het vroeg dag. Zon door het zelfde bovenraampje trok een schuine driehoek op de muur. De kerkklok sloeg half. Hoe half wist ik toen ik naar de tijd keek. Zuslief sliep knorrend de slaap der dromen. Zodra haar ogen open waren sprong ze eruit. Fototoestel in de aanslag en op pad voor de eerste wandeling. Koffie voor mij, het huis nog in de schaduw. Inspectieronde over het strand tussen de hutjes door, de aftakeling een feit. Daar lag het hele losbandige leven van de vorige avond als verpozen voor de twee strandjongens, die de boel weer moesten opkuisen. Lege wijnflessen en verkreukelde blikjes, bierflesjes op de hutjes, peuken in het zand, lege chipszakken oneindige troep. Stoelen omver getrokken in een haastig en ongecoördineerd vertrek. Het lallen, van de avond ervoor, verklaard. Het stond in schril contrast met de beierende kerkklokken, de strakblauwe lucht, de messcherpe einder, de grote cruise-schepen als bakens op de vouw tussen zee en lucht en de kalme. Een visser stond als een standbeeld tussen zijn hengels en viste voort. Meeuwen schreeuwden luidkeels, vingen bot, maar hadden in de hele vroege ochtend kennelijk al genoeg gevangen, getuige hun driepoten in het zand.

IMG_0241

Pinkstermorgen in Katwijk. Kauw hipt parmantig voor mijn voeten, twee zussen zijn al aan de stevige wandel door de duinen, zuslief zingt al het leed weg. De jongens ruimen en de eerste bezoekers zoeken al weer hun hutjes op. ‘Ik dacht dat ze het klaar zouden zetten’, riep een vrouw naar haar metgezel. Ze wist niets van de troep van even daarvoor want de beide jongens, niet ouder dan de veroorzakers, hadden zich van hun taak gekweten. Oordeel niet te snel, dacht ik. De vrouw met takshond liep het strand op. Hij bleef achter, ze riep hem luid, niet even maar langdurig met overslaande stem. Het dier zou nooit naar haar luisteren, wist ik zeker. Wat ze ook aanvoerde, koekje, snoepje, het hielp geen lieve moedertje. Ruisend omlijste de zee haar nieuwe bezoekers.

De buren krijgen bezoek en het belooft een drukke Pinksterzondag. We zijn er klaar voor, want als het te druk wordt op het strand trekken we de duinen in, op zoek naar de rust en de ruimte. Ergens, van binnen, roept de tuin, bij het zien van de komende badgasten. Ik ben een slecht-weer-zeemens. Onstuimige zee met wolken, lege stranden met een enkele wandelaar torsend tegen de wind, het strand zonder versnaperingen maar de puurheid.

Het maakt niet uit. Met de zussen is het heerlijk en we genieten van elk moment. De buuf is alleen en sombert wat. Ze kijkt niet op of om, groet niet, kijkt wat stil voor zich uit en verschuift haar stoel met de zon mee, die nog altijd weldadig warmte geeft. Bij opkomst en ondergang en alle tijd daartussen in.

 

Uncategorized

Dat alles op z’n tijd goed is

Dat het Noordenwind was, was duidelijk te merken. We hadden de auto van zus in een van de eerste ondergrondse parkeergarages geparkeerd. Waar het gehuurde huisje voor vier dagen op het strand precies lag was nog even gissen. Het werd een flink stuk optornen tegen de wind. De meeuwen krijsten een luid welkom boven de hoofden. Katwijk van vroeger was er niet meer aan de boulevard, maar de parkeergarage onder de duinen was een voltreffer. Al het blik uit het zicht. Nou ja, op de overkant na waar de huisjes aan die kant nog een beetje jaren zeventig ademden. Het huisje stond met nog zeven anderen aan de rand van het strand en het uitzicht was natuurlijk zee maar ook drie rijen dikke hokjes van de badgasten. Voorstellingen van zaken waren toch altijd anders dan bedacht. De hokjes stonden met hun dichte kant naar de zee en waren vooral voor de zonaanbinders ende windontwijkers. Zij keken uit op onze huisjes. Het speelhuis voor de kinderen stond vlakbij. Als we voor de rust gekomen waren dan moesten we dat beeld bijstellen.

IMG_0193

Inmiddels weten we dat elke eerste dag en nacht vooral de tocht der verkenning is. Scherpe Noordenwind, kwallen aan het strand, veel meeuwen boven de hoofden, brutale kauwtjes, loze vissertjes en spelende kinderen. Het dorp zelf was druk, winkels nog net open, zus kon haar opwellingsaankopen bevredigen, en stiekem een cadeau kopen voor zuslief, die morgen jarig was. Het diner zou aan huis bezorgd worden door het strandpaviljoen. We kozen met onze minimagen voor twee porties van het een en ander met friet en wat sla. Ruimschoots voldoende. De avond was prachtig met haar ondergaande zon. Dat beloofde wat voor de volgende twee avonden. De nacht viel vroeg in. Na het wennen, wandelen, samenzijn en de wind om de oren was de stilte weldadig.

IMG_0210

Het inslapen ging snel, maar bij tweeën hoorde ik de kerkklok pal tegenover het huis de halve en hele uren raken en scheurde de nachtelijke stilte stuk. Net als de groepjes jongeren, die nog lang bleven genieten van elkaar en de tamelijke vrijheid. Ik hoorde het twee, drie, vier en vijf uur slaan. Zes uur niet meer, maar half zeven zongen we al ‘Lang zal ze leven’ met slaapstemmen van boven en beneden en zus had vlaggetjes opgehangen. Het jarige feestvarken had toen al een uur gelopen en de zon op zien komen. In stilte zong ik ook voor dochter, die nu in Zierikzee haar verjaardag vierde, ook ver van huis.

IMG_0214

In de nacht had ik moeten denken aan de dagboeken van mijn  moeder, die met regelmaat verzuchtend schreef dat ze weer had liggen woelen en de kerklokken tot drie uur aan toe had horen slaan. Het geluid riep aan de ene kant nostalgie en aan de andere kant paste het niet meer helemaal in de tijd. Je went er natuurlijk aan net als aan het geluid van de koerende duiven.

IMG_0194

Zo hoort het te zijn op vakantie, anders dan normaal met net de tijd om aan het nieuwe te wennen en het oude te vergeten, tot het weer tijd zal zijn om terug te gaan en de draad weer op te pakken. Zilte zeewind die het hoofd leeg blaast en zon om het hart te verwarmen, samenzijn om maanden van stilte te vergeten en straks weer de rust van het alleenzijn om te vieren dat alles op zijn tijd goed is.

Uncategorized

Welzijn

Op twitter heeft SteefFilosofeert@levensfilosoof een mooie vraag voor vandaag. ‘Kan minder welvaart voor meer welzijn zorgen’. Met net twee maanden verstilling achter de rug, komt het gewone leven weer op gang en daarmee de vlucht naar nieuwe dingen. Nog steeds voorzichtig, maar onmiskenbaar, worden er drempels die eerst huizenhoog waren, geslecht. Daarmee neemt de onrust toe.  Misschien is het het ongewisse. Voor het eerst sinds weken ga ik weer samen met de zussen op pad. We hebben een huisje op het strand aan zee.

Al die tijd zijn we niet naar zee geweest, heb ik niet met ze gewandeld. Het was een periode van op mezelf gericht zijn en niets anders. Het bracht rust. Het kon omdat er niets anders was. Economische welvaart is me ten deel gevallen omdat ik nagenoeg niets kon uitgeven, emotionele welvaart ook, door de tijd te hebben gekregen om naar binnen te keren en na te denken over de zin van het leven, nu er niets anders meer was dan het moment. Geen jagen en jachten, geen vliegen en draven maar het huis, ik en de tijd, Naast welzijn was er ook de onderliggende dreiging en het grote verlangen naar de liefde: De kinderen, de kleinkinderen, de vrienden, de zussen. In strikte zin was het welvaart met een rafelrand.

Die rust bracht welzijn. Geen strijd meer om het leven hoog te houden, maar het te leven zoals het viel. Nu het gewone leven op gang komt, merk je hoe makkelijk het door kan slaan, omdat het bijvoorbeeld hebzucht stimuleert of ontevredenheid, angst om dingen te verliezen, jaloezie en afgunst.

IMG_3783

Welvaart betekent voor mij de vrijheid hebt om jezelf te mogen zijn zonder opgelegde regels en begrenzingen. Dan voel ik me senang. Daar waren we verre van in de quarantaineperiode door het virus en de angst.  De beknotte vrijheid woog in het begin minder zwaar. Beter dat dan dood. Wanneer het leven lijden wordt door gemis en het verlangen, gaan opgelegde regels, ook al zijn ze voor het algemene bestwil, knellen en kwellen. Dan is zorg en welzijn ineens zo veel belangrijker. Je vaart wel als je je goed voelt.

Het heeft niet te maken met bezit. In tijden van krappe financiën, vroeger, verzuchtte ik steeds, dat het makkelijker zou zijn als die zorgen verdwenen waren, maar het bleek ook een leerschool voor het tevreden zijn met wat je hebt en het vinden van je eigen geluk. Het vermogen om dat te kunnen bracht welzijn.

Er zijn tegenwoordig heel veel mensen die welvaart in het geheel ontberen, omdat ze op de vlucht zijn, alles achter hebben moeten laten, onzeker zijn omtrent de toekomst en hun vrijheid hebben verloren nu ze hutje op mutje zitten in kampen. Hoe ver weg ben je dan van welzijn en je welbevinden.

Vrijheid is voor mij het hoogste goed, maar toen het ontnomen werd door de quarantaine, weefde ik mee met de omstandigheden en gaf er invulling aan die bevrediging schonk op dat ogenblik in de wetenschap dat het later weer voorbij zou zijn. Het feit dat we na kunnen denken over twee begrippen en daar de tijd en de rust voor hebben duidt op welzijn.

IMG_3829

Het antwoord op de vraag is voor ieder persoonlijk, maar voor mij geldt dat minder welvaart, lees beknotte vrijheid, ruimte gaf aan contemplatie ten tijde van het op mezelf aangewezen zijn, waardoor het zingeving bracht en daarmee voor meer welzijn zorgde.

Uncategorized

Verwonder je slechts

In de krant schrijft iemand over ‘een dikke vrouw’. Waarom stoort het mij. Ik vind het ergerlijk. Zwart op wit hakken de letters er extra in. Ik moet denken aan gisteren, een heerlijke dag op de tuin.

Ik hoorde een luide stem. Ik kon het niet letterlijk verstaan, omdat het mijn taal niet was, maar ik hoorde alles. Het zuchten, het roepen, het schreeuwen soms. De stem sneed door de stilte en het winterkoninkje hield van de weeromstuit zijn kleine snavel dicht. En…Ik stoorde me eraan.

Twee keer in betrekkelijk korte tijd en dat terwijl ik me niet zo gauw erger, want dan ben je in deze tijd de sjaak. Mensen die te dichtbij komen bijvoorbeeld of langs je heen stuiteren met wijdse gebaren, nauwelijks te ontwijken, of schuifelende mensen die het gangpad minutenlang bezet houden. Cabaretiers of stand-up comedians spinnen er goed garen bij. Mens-erger-je-niet denk ik dagelijks en wijt het aan onzorgvuldigheid of aan het in gedachten lopen, al is dat niet zo’n handige zet in deze dagen. Bovendien, als ik me bij alles zou ergeren zit ik met de gebakken peren want in het minste  geval maakt het humeurig en in het ergste geval werkt het hart met overuren.

De benaming “dikke vrouw’ treft mij in mijn persoonlijke sfeer, mijn eigen onzekerheid. Daarom heb ik er last van. Ik vind het niet aardig om zo over iemand te praten. Iedereen heeft kwaliteiten, benoem die dan. In dit geval zong ze, dus kan je ook volstaan met de zangeres. Maar goed, het getuigt van minder tact of de schrijfster heeft er zelf geen moeite mee.

De stem die de stilte scheurde, kwam te dichtbij. Ik had het niet willen horen en er zijn andere mogelijkheden om zo’n gesprek te voeren. Of is dat ook iets waarvan ik moet denken, het gaat weer voorbij. In dit geval duurde het een half uur. Ik bedoel, een grasmaaier maakt ook lawaai en die zijn er hier veel. Bosmaaiers, grote en kleine maaimachines. Vooraan gebruiken ze veelvuldig de aggregator om hun moestuinen mee te besproeien, die lawaaipapegaaien ook. Wat maakt dan toch dat ik achter die stem blijf haken.

IMG_3830    IMG_3829

Ik besloot maar een stukje op te lopen langs de sloot, daar ontdekte ik op de hoek, de stem droeg ver, de waterlelies in volle glorie. Monet bracht een stukje hemel. Wat schitterend waren ze. Het kleurde rijk en ongerept. Dat had ik anders minder gauw ontdekt. Een ooievaarspaar gleed hoog in de lucht, ze cirkelden, zoals een steen in het water, met steeds groter wordende kringen door het blauw. Ik klikte, struikelde bijna in een poging ze te volgen, ongezien een aantal foto’s bij elkaar. Bij de analyse thuis bleken er vier exemplaren strakblauw, een wazig en een een schot in de roos.

IMG_3823

Stem zorgde dus goed beschouwd voor een ontdekking en een andere beleving. ‘Elk nadeel enzovoort’ dreunde Cruijff in mijn hoofd en altijd zie ik hem dan met een benige hand langs zijn mondhoek wrijven. Wonderlijke gewaarwording, maar in dit geval had hij alweer gelijk. Vriendin brengt als altijd de oplossing vanaf haar wolk: Erger je niet, verwonder je slechts.

 

Uncategorized

Met een zetel in de hand kom je verder

De stoelen in het paradijs zijn oude klapstoelen. Ze dragen me en dat was tot nu toe voldoende. Kussentje erop en in wankel evenwicht uitrusten. Meer is er niet nodig, maar als je dan op een mooie zonnige lentedag vier zetels in de schoot geworpen krijgt, door lieve broer en schoonzus eigenhandig, een kilometer lang van de parkeerplaats af, gedragen, dan ben je de koningin te rijk. Een tuinvorstin op een zetel, zo voelde het. Broer sjouwde er twee, een vrouw van een van de tuinen droeg er één ongevraagd mee tot aan de brug. Het waren gelukkig ‘stoelen’, dus kon je onder het lopen stoppen en rusten, genieten van de stilte, de sloot, de bijen, de schapen om je heen. De kussens van klap waren ook goed voor zetel. De gouden bol wol danste om ons heen en dronk water, kreeg voortdurend kleine hondenkluifjes en genoot zichtbaar.

IMG_0145 (1)Bol wol met zetel

We zaten onder de scheve appelboom van Vasalis en genoten van de vogels, de vlinders en het kleine zoemende grut. Ze hadden de hielen nog niet gelicht of daar kwam vriendin op de tuin aangelopen. Eerst als stip en steeds meer dichterbij. Zonder omhelzingen, lucht-kussen en zwaaien met de armen. Later ook nog dochterlief, die adviezen kreeg van twee oude rotten in het schoolvak, maar toch zelf met de vraagtekens bleef zitten. Bij dergelijk koffiedik kijken, een blik in de toekomst met vragen van wat-als, zou ik een glazen bol willen raadplegen. Als iets met zekerheid te zeggen was, viel kiezen niet moeilijk, maar nu wel. ‘Doe wat wijsheid is’, hoor ik mijn moeder zeggen. Dan moet je die eerst zien te vinden. Afstrepen dan maar, de voors en de tegens en dan simpelweg tellen.

IMG_0151

Het is genieten op dat kleine stuk buiten het stadsgewoel, het voelde, vond vriendin, als een middag vakantie. Niet in de laatste plaats door het meegebrachte Aelberslekkers en het water en natuurlijk niet te vergeten de zetels. Vorstelijk comfort. Ze draaide aan haar ring. Het bleek een hele bijzondere te zijn. Een Möbiusring, de ring als perpetuum mobilé, een oneindigheid. Ze was in 1858 ontdekt door twee wiskundige heren in Duitsland, J. B. Listing en A.F.Möbius. In de Romeinse mozaïeken  200-250 na Christus zijn, volgens Wikipedia, vergelijkbare structuren te zien. Door de vorm en het eeuwigdurende refereert het aan Het Wiel van Karma.

mobius-ring-silver

Wat een prachtig symbool en waarom heb ik dat ten enenmale gemist. Ik vind het bijzonder dat het niet eerder op mijn pad is gekomen. Maar deze tuin, waar rust en wijsheid samen komen, is wel de meest uitgelezen plek om dit verhaal te horen. De sfeer is er naar en de verdere middag is ingebed in ontvankelijkheid. Wezenlijk doorgronden is zo mooi als zich dat au naturel ontwikkelt.

De oude brengt druiven uit de kas en wij poetsen ze gnuivend Corona-proef schoon met het prikwater in de glazen. De druiven zijn zoet. Dat was ook de titel van een boek van Ann Rutgers van der Loeff. Zeventien stemmen over het kinderboek, met de mening van, onder andere, Annie.M.G.Schmidt, Miep Diekman, Fiep Westendorp. Daarin werd de liefde voor de kinderliteratuur bevestigd, die al lang gloeide.

Vriendin ging en werd weer stip. Ik gaf de zetels hun vaste plek, wisselde nieuwtjes uit met de Oude, wiedde nog wat na, en knipte de schaduwplek vrij voor twee klapstoelen. Meerder vliegen in een klap. Zwaar beladen met twee zakken wiedsel kuierde ik naar de Kleine blauwe Prins. Na iedere twintig stappen een korte pauze, maar zitten op de zakken was er niet bij. Met een zetel in de hand kom je verder.

Uncategorized

Morgen is er weer een dag

Het begon met het bezoek aan het tuincentrum. Dan de aanbieding, vijf voor acht is een aanlokkelijke prijs, als je het geduld niet meer op kan brengen om de zaadjes de grond uit te kijken. Vooruit. Geen vakantie dit jaar, dus dan kan de portemonnee ook wel wat lijden, doe eens gek. Het wordt drie maal vijf. Veel salie, omdat ik gek ben op de bloei van de plant en geranium, als compensatie voor de verdwenen soort, margriet, zonnehoed en duizendknoop. Niet in de benauwde hoeveelheden van één, maar ruimschoots per soort.

Met de buit naar de tuin. Daar had ik zelf dus al weken niets gedaan en de Oude wel, maar sommige bedden waren overwoekerd met grassen, hondsdraf en bosaardbei, leverkruid en groot hoefblad. Brandnetel had haar kans waargenomen en was flink doorgeschoten hier en daar. Ruimte maken is ten strijde trekken. Gewapend met schepel en in eerste instantie met handschoenen aan. De grote vingers belemmeren in het behoedzaam te werk te gaan. Handschoenen uit. Ik was de tuinschoenen vergeten, had veel te warme kloffen aan en haalde mijn klompen uit het schuurtje. De harde randen op het tere vel belemmerden het lopen. Ze gaan ook uit en dan is er de enige juiste gewaarwording voor het onaangeraakte. Dat zachte koele gras onder de blote voeten.

IMG_0129

Langzaam vulde de aarde de verweerde groeven van de huid op. Ouderwets aan de gang. Het was heerlijk. Er kwam een vogeltje aanvliegen, dat ik niet kende. Lichtbruin met wit koppie, waar twee verticale bruine strepen van achter naar voor, naar het bekje liep. Te snel voor het fototoestel was ze weg. Verder met moeder aarde. Het vordert langzaam maar gestaag. Gedachten nemen de vrije loop en verzanden weer als een wortel weerbarstig met haar diepe pen zich vastklampt aan de veiligheid. We doen ze wat aan.

De oude komt verhaal halen om de framboos die ik er de vorige sessie had uitgetrokken en die hij juist heel zorgvuldig had schoongemaakt en er ingezet, maar frambozen komen op waar je bij staat en op die plek wilde ik geen framboos, wel een witte roos, een bodembedekker, die ik speciaal had aangeschaft voor dat onkruidminnende deel van de tuin. Deemoed om het misverstand. Altijd vervelend als iets omwille van iemand is gedaan en de ander ziet het niet. Aan de andere kant, is het ook  een kwestie van loslaten, want het blijft natuurlijk toch mijn tuin, waar ik in mag struinen zoveel ik wil. Uitgesproken sust het de gemoederen. Zand erover.

IMG_0134

Na twee bedden roept rug even rusten. Met de grote bladhark zoek ik de vijver af, kom een dode opgeblazen kikker tegen, die van plastic blijkt te zijn. Vergeten, dat die ooit langs het randje zat. Ik zoek het kopje van de engel. Ze staat nu hoofdloos te waken.  Ik vind het niet, maar het is wel een gelofte aan de kleine vijver om hem leeg te halen. Niet nu, er zijn andere prioriteiten. Het achterbed geeft het meeste werk. Stevige wortels van het groot hoefblad klauwen zich diep onder het veen en dat betekent graven en zwoegen. Ze zijn verstrengeld met het leverkruid. Het moet eruit, want anders is er te weinig plek. Langs de slootrand staan er genoeg. Vanuit de oude composthoop vul ik de aarde aan.

IMG_0131    IMG_0133

De bedden zijn klaar voor het nieuwe grut. Emmetjes water in de sloot gehaald, natte wortels gegeven en de zegen erover. Een vruchtbaar dagje tuin. Merel laat zien dat er vlakbij een nest is. Met worm in de snavel hipt hij over het gras en verdwijnt voor de nicandra in het struweel. Dan ineens klinkt de roep van de koekoek. Van vlakbij aan de overkant van de tuinen. Wat een simpel gegeven al niet kan doen om puur geluk te voelen. Met de bladhark rolt het onkruid zich op tot een stevige rol. In een zak zwoeg ik het naar de auto. Nog een bed te gaan, genoeg voor vandaag. Morgen is er weer een dag.

 

Uncategorized

En smaakt de vrijheid zoet

Soms kan ik terugverlangen naar wat ooit was. Onbezorgde vakanties met de vier naar Hombourg bijvoorbeeld. Mijn oranje Renault vier stond oogverblindend fel van kleur en volgepakt klaar om in de vroege ochtend, liefst voor vijven, richting België te vertrekken. Alles moest mee. Babybadje van hard plastic, volgestouwd met andere waar, het babyzitje, de kinderstoel, de hondenmand en Lazy zelf niet te vergeten. Vier kinderen erin en manlief erbij. De paden op de lanen in. Het hele arsenaal aan Annie.M.G. liedjes zat in mijn hoofd en nog een paar onvervalste evergreens, zoals ‘Het karretje en In het groene dal, in het stille dal’. Na Maastricht kwam het spannendste van de hele rit, de bochtige heuvelen van Belgisch Limburg met het karakter van een haarspeld, in mijn optiek. Deels omdat de lading zo kostbaar was en deels omdat ik nooit wist in welke versnelling ik die glooiingen moest nemen.

002 Ook met Kerst geliefd, 1981

Het landschap werd allengs groener. De kinderen achterin verzonnen spelletjes. Hoeveel witte auto’s zie je, ik zie ik zie wat jij niet ziet. Het leven was heerlijk en overzichtelijk. Aan het eind van de rit rolden we er boven op de heuvel uit, waar ze direct hun vrijheid namen en het weiland inrenden tegenover het grote huis. We kregen de kamers toegewezen en al naar gelang de eerste of de tweede week, één week was altijd voor de kinderen, waren alle vrienden er al of druppelden binnen. Er was veel voor handen om iedereen een onbezorgde week te geven.

scannen0768

Mannen en hun kampvuur, malle ‘ooms’ met een voorliefde voor de vaalt, breiende en spinnende vrienden, gitaarspelende mensen, meerstemmige samenzang, een boomgaard, een bramenveld en altijd wel ergens een picknick in het vrije veld of aan de lange tafels buiten op het erf. Soms waren er losgebroken paarden, wat niet handig was voor de auto’s, omdat ze met hun stevige lijf graag schuierden tegen de spiegels en hier en daar liepen onbeteugelde koeien, die door alles wat kind was, ‘wat zijn ze groot” , nieuwsgierig werd bestudeerd.

homburg10

Lazy ging op konijnenjacht en vergat dat hij, als Stadsefratsen-hond maar bitter weinig wist van de boerenhabitat. Herhaaldelijk moesten we hem bevrijden. De wandelingen verhaalden over klaverzuring, morgenster en beukenhaag, maretak en malve, fluitekruid en koolzaad, mierikswortel, guldenroede en berenklauw. En in de lucht vlogen niet alleen  spreeuwen, merels en mussen, maar ook de veldleeuwerik, de grijze kiekendieven, de buizerd en de valken vrij in het rond. Het leven was zoet en rijk gevuld.

IMG_3552 Mierikswortel

Het is er nog steeds goed toeven in de herinneringen en terwijl de gierzwaluwen boven mijn hoofd hoog vliegen en vertellen dat het een prachtige dag zal worden, de tuin wacht met minstens zo’n verscheidenheid aan groei, verlang ik naar die onbezorgde jaren van weleer.

de bus Sleutelen aan de bus.

Heel anders ging het er aan toe op de vakanties, toen ik zelf kind was. Mijn vader hield van autorijden. Dat werd al gauw duidelijk toen hij, om de regen te ontvluchten(waarom regende het altijd in Schleiden, Ahrbruck en Luxemburg)de zon tegemoet reed. Eerst richting Villach en Vassach en daarna via Metz en Lyon naar Tarragona, dat nog de grootte had van een postzegel met een mooie kathedraal. Salou was een dorp met een visafslag in de kleine kern, niet meer en niet minder. Het was op zich loffelijk, dat hij met de hele sleep op pad ging, maar het betekende ook dat je als kind met de vele anderen, soms negen of tien, opgepropt zat in een bestelbusje of een stationcar, waar altijd wat aan te sleutelen viel onderweg. Bovendien moest er behalve vrouw en kind ook aardappel, zure bommen, hagelslag en campingboter mee.

En toch, het was vakantie. Al kwam je verkreukeld weer thuis en als een uitgewrongen vaatdoek, dan nog had je een avontuur beleefd waar nog maanden op te teren viel. Die met mijn ouders, broers en zussen en die met man, kinderen en vrienden. Tijdens de vakantie zijn alle muizenissen op verlof, staan de zintuigen op scherp en smaakt de vrijheid zoet.