Uncategorized

De rest van de dag

Weer een teneergeslagen dichte wereld. Kauw en kauw blijven veilig in het nest en laten zich niet zien in de boom voor het raam. Weer om in je schulp te kruipen, de meest vrolijke of de meest droevige film op te snorren, een flinke middagdut te doen of meer van dergelijke winterlingen.

Zoonlief vraagt of ik hem kan helpen. Hij heeft een voederbak op berkenstam gekocht en een plan bedacht om de vogels te lokken en heeft een twee maal zo’n grote bak gevuld, 1/3 deel met houten knoest, aarde en mos, en het overige deel met water. In de spleten van de schors heeft hij vogel-pindakaas en zaad gestopt. We kijken even naar het resultaat. Binnen een kwartier heeft hij wel wat pimpelmezen, een roodborstje en een vink naar het balkon gelokt. Vooralsnog vinden ze de kokosnoot met vet in de boom het lekkerst. Ben benieuwd wanneer ze zijn vogelparadijsje durven op te zoeken. Ondertussen heeft hij het glas van de balkondeur schoongepoetst en zit hij geduldig te wachten achter zijn giga-lens.

mijn simpele iphone-foto’s

Schoondochterlief heeft kokend water over haar voet heen gekregen toen ze heet water in een glas goot en het glas knapte. Hoewel ze vliegensvlug en in een vaartje haar sokken uittrok, zijn het toch derdegraads verbrandingen. Normaal hangt de lieve grote broer om haar benen bij alles wat ze in de keuken doet, maar nu gelukkig niet. Daar is ze zielsgelukkig om. Maar ze heeft krukken nodig en pijnstillers, wat met de moedermelk niet fijn is.

In de biografie over Jeanne Biersma Oosting val ik achterover van de enorme verschillen tussen arm en rijk aan het begin van de vorige eeuw en de wijze waarop de adel en de goegenoten tegen het ‘voetvolk’ aankeken. Alles aan knecht, dienstmaagd en keukenpersoneel werd niet ‘gezien’. De wijze waarop ze behandeld werden, was stuitend, hoe ze woonden zeer armoeiig en vaak zelfs erbarmelijk. Terwijl een rijke familie een aantal statige woningen bezat, tot aan paleizen toe. Alles werd ook onder de eigen pet gehouden. De adel vormden de notabelen en grootgrondbezitters. Het is te gênant voor woorden.

Kinderen werden wel toevertrouwd aan gouvernantes en kinderjuffrouwen. Ouders lieten zich niet veel in met het kroost. Ze hadden het druk met het bezoeken van andere graven en gravinnen, hertogen, freules en wat dies meer zij. Wel gaven ze strenge regels door of legden pittige straffen op. Toen de kleine Jeanne steeds haar jurken smerig maakte, omdat ze argeloos over het landgoed dwaalde, over hekken klom, in de tuin speurde naar insecten om ze te tekenen of te schilderen, kreeg ze door haar moeder een stijve katoenen hooggesloten jurk met lange mouwen aangemeten. Wel de lasten en niet de liefhebbende zorgen van moeder en vader. Geen wonder dat ze zich er later van afkeerde. Dat was ook inherent aan het feit dat ze alleen maar leefde voor de schone kunsten. Jolande Withuis beschrijft het met vlotte pen en het is niet moeilijk om terug te reizen in de tijd op die manier.

Vandaag heb ik voor het eerst sinds lang mijn droom opgeschreven. Hoe gedetailleerd het toch allemaal in beeld komt. Een mij onbekende collega in een enkellange jurk zweefde omhoog, eerst dacht ik aan Harry Potter praktijken, maar ze liet de stellage zien, die onder haar jurk verstopt zat. Een soort trapsgewijze houten opstap. Toen ik het de hemel in wilde prijzen, zakte ze precies op dat moment dwars door het bovenste hout heen. Heerlijke dromen. Daar kunnen er niet genoeg van zijn. Maar nu, aan de slag met de rest van de dag.

Uncategorized

Het perfecte plaatje

Een bezoekje aan het Mauritshuis. Het verlangen naar wat inspiratie is te groot. Leve de virtuele omloop. Niet alleen kun je je laven aan de groten der aarde, maar ook is het mogelijk detail voor detail uit te vergroten tot aan de verfstreek toe. De stier van Potter, het melkmeisje van Vermeer, een studie van twee koppen van Rembrandt, het puttertje van Fabritius, een landschap van Van Ruysdael. De informatie erbij werkt ook verhelderend. Ineens begrijp ik daardoor, hoe Donna Tart op het idee van de terroristische aanslag is gekomen in haar roman Het Puttertje. Tenminste ik meen het te begrijpen. Fabritius is zelf op 32- jarige leeftijd omgekomen bij de ontploffing van een kruitschip vlak bij zijn atelier. Donna laat het Metropolitan instorten. Zo’n kruitschip dat ontploft is letterlijk een donderslag bij heldere hemel. Hoe vernuftig steekt taal in elkaar en de associatie.

Gisteren kwam het vierde boek binnen van een van mijn grote meesters der verwondering met prachtige illustraties erbij. Weer zo’n juweel. Ik beschouw mezelf als een bevoorrecht mens. Donderdagavond komen de vrienden van de leesclub bijeen, daarna kan ik eindelijk beginnen met de biografie van Jeanne Biersma Oosting door Jolande Withuis geschreven en aan de recensies van de jeugdliteratuur. Voor straks heb ik in mijn hoofd om de boekenkasten uit te wisselen. Alle recente literatuur staat nu hier boven, die kunnen naar beneden. Er mag ook een schifting plaats vinden. Wat boeken naar de lang-leve-de-kringloop en de rest naar boven. De vergeten boeken komen zo eveneens onder de aandacht.

De situatie van vriendlief lijkt te kenteren. Woensdag ga ik poolshoogte nemen. Er is een voorzichtige hoop tussen de regels van zijn mails door te lezen. Het geeft een fijn gevoel, verwachtingsvolle aanknopingspunten. Er kan meer dan je denkt. Hij bivakkeert vlakbij zee. Wie weet, zit er nog een wandelingetje in. Iets om me op te verheugen.

Het doek van de zussen was gisteren onderwerp van verandering. De jongste zus moest, doordat ik haar koppie in de juiste proporties had gebracht, in de goede verhoudingen worden afgebeeld. Tot dan toe, stond het grote hoofd wonderlijk op het gedrongen lijfje. Het is nu prettiger om tegen aan te kijken. Ze bleef maar trekken aan mijn onwil om de penselen op te nemen. Het bezorgde voortdurend een vaag gevoel van schuld. Doordat ik aan het aanpassen ben geslagen moet de vierde zus ook opschuiven. Een gebed zonder end.

Het nieuwe nummer van Stromae is gelanceerd. L’Enfer. Hij beschrijft daarin zijn eigen helletocht van de afgelopen jaren, grotendeels veroorzaakt door de psychische klachten die hij had opgelopen na gebruik van een antimalaria middel. Het is indringend en zo waar. Hij wilde niet eerder nieuwe nummers maken voor hij weer goed in zijn vel zat. Positieve energie is nodig om verder te kunnen. Ik hoop dat er nog vele prachtnummers volgen. Ik hou van deze creatieve en vernieuwende geest.

Het begin lijkt op de mysterie voix Bulgaren, maar ik kan niet traceren of ze het zijn. Mijn voorliefde voor hen stamt uit mijn volksdansverleden en de reis naar Bulgarije, waar een groot meerdaags optreden op diverse podia werd gegeven. Groepen uit het hele land kwamen dansen, muziek maken en spelen in de heuvels rond het dorp Trojan. Het was overweldigend en oprecht een lang weekend ogen en oren te kort komen om alles te ondergaan. Herinneringen waar lang op te teren valt en vaak aan wordt teruggedacht. Als ik mijn ogen sluit hoor ik, boven de merkwaardige meerdaagse pannenlatten daken uit, de indringende klanken van de Zurla en de Tapan. In die combinatie het meest vredige tafereel dat niet anders kon zijn dan zo. Het perfecte plaatje.

Uncategorized

Zilte zee, zon, wind en zoutkristallen

Als het in het hoofd eenmaal stormt, dan stormt het goed, in variatie op het thema van het lied van De Dijk. Het tolt in het rond, een aantal gedachten, dringt zich een voor een op, en maalt en het schuiert. Er is geen houden aan. Alles heeft te maken met de zoektocht naar een tijdelijk onderkomen of tijdelijke behuizing voor vriendlief, die het nu op een kleine kamer moet zien uit te houden met, minimaal, met eveneens rondtollende gedachten k tegen het decor van de depressie, die nu over het land trekt, een allesbehalve opbeurende situatie.

Gemiddeld om het uur word ik wakker en ontsluit de verscheidene pagina’s van tijdelijk verhuur, anti-kraak, natuurparken met huisjes voor tijdelijke bewoning, groter dan een kip caravan. iedere keer slaap ik daarna weer in en droom dan een ideale of een desastreuse situatie bij elkaar, eigenzinnig.

Zelfs de kauwtjes uit de dakgoot laten zich niet zien in deze somberte. Hoe doen kauwen dat, zich verstoppen. Waarschijnlijk koppie diep tussen de vleugelveren en je niet meer verroeren. Grijs, grijzer, het grijst, vijftig tinten zijn het niet, maar gemiddeld vallen er vijf schakeringen te ontdekken. Van Payne grey tot blauwgrijs. om de donkerte kracht bij te zetten valt de regen bij tijd en wijle loodrecht naar beneden of miezert en sijpelt door.

Met dat ik bovenstaande opschreef en tussendoor naar Filmtalk keek, een interview van Noa Johannes met Danielle Kwaaitaal over de film van gisterenavond van de VPRO met de titel ‘Jimi. All is by my side’, blies een stormachtige wind de dikke deken open. Als je de film gemist hebt, is het zeer de moeite waard om hem terug te kijken om te zien hoe de wat verlegen Jimmy transformeert in de legendarische Jimi Hendrix in de vrijstaat die het leven eind jaren zestig/ begin jaren zeventig was, kleurrijk en experimenteel.

Gisteren bleef het bij rondlummelen en dan is de keuken de aangewezen plek nog iets uit de handen te krijgen, in dit geval een Caprese in bladerdeeg op de plaat. Heerlijk, half uurtje bereiding en daarna binnen twintig minuten op tafel. Op de geur alleen al roffelde zoonlief met schoondochter de trap af om te kijken wat moeders nu weer had verzonnen. met 2/3e van de plaat verdwenen ze weer naar hun domein. Het smaakte heerlijk.

Hoera, schapenwolkjes, dat klaart letterlijk en figuurlijk op. Onmiddellijk komt de energie terug en kunnen plannen gesmeed worden om deze dag wat te ondernemen. Ik verlang naar het strand om alle perikelen en stofnesten daarboven even door te laten blazen en schoon en fris weerom te keren. Vaak levert het nieuwe ideeën op en de betere ingevingen, hard nodig nu. De zon piept er zelfs doorheen.

Schoonzoon is jarig maar mijn beurt om op het feest te komen is pas donderdag, dat hebben we op oudjaar afgesproken. Morgen wordt er wel een kleine verrassing bezorgd. Het heeft ook wel wat, dat intieme vieren. Het komt sneller tot diepgang en het moment van ontmoeten telt dan dubbel.

De oproep om naar zee te gaan is geplaatst in de app van de zussen. Ik ben benieuwd wie ik naar buiten gelokt krijg. Ik kom eraan, zilte zee, wind, zon en zoutkristallen.

Uncategorized

Oprecht fijn

‘Scherts’ vraagt de kruiswoordpuzzel uit mijn dagelijkse krant en onmiddellijk springt de associatieknop op aan. Grap. ‘Is dit een grap of om te huilen. Is er iemand die haar benijd. Wie zou er met haar willen ruilen. Dag in, dag uit waar blijft de tijd’. Herman ‘s sonore stem druist door het hoofd en ik zing uit volle borst met hem mee, terwijl ik probeer zijn diepe doorklinkende galm te vangen. Het lag verborgen in een puberaal grijs verleden. Fantastisch dat het boven komt drijven, net nu het even nodig is. Maar de puzzel vraagt humor en geen ander woord. Humor bedrijf je, denk ik, en een grap of scherts maak je en tik de puzzelbedenker licht op de vingers.

Vannacht, ja weer die vroege ochtenduren in het spoor van de midwintermaan, keek ik het wetenschappelijk jaaroverzicht van Matthijs van Nieuwkerk en Robbert Dijkgraaf terug. Wat een genot om tussen alle quizzen, woordspelletjes, kerst met het hele omroepbestel, de parels uit de wetenschap te mogen aanschouwen en uitgelegd te krijgen in heldere duidelijke taal met prachtige panoramabeelden erachter. Alles wat van belang is om over te horen kwam aan bod. Van de ontwikkelingen en de werking van Moderna en Pfizer, de opwarming van de aarde tot aan het quantumkompas van het roodborstje, verstopt in zijn schrandere kraaloogjes en met aan het eind de hamvraag: ‘Hebben de algoritmen de wetenschappers al ingehaald of zijn ze nog steeds niet in staat nieuwsgierigheid op te wekken’. ik hoop dat veel weifelende twijfelaars omtrent de vaccinatie hebben gekeken en geluisterd. Het was exact de boeiende uitleg, die mijn lieve etsvriend begin november zo helder uiteengezet had op die late avond. Een boeiend betoog en zo ook dit hele gesprek, een uur lang.

Mijn tweede kerstdag zit erop. Gisteren kon ik precies rond enen de kleine blauwe voor het huis van zoonlief parkeren. De kinderen lagen op bed en schoondochter was naar haar eerste werkdag op de nieuwe praktijk. Dat betekende, meegebrachte sloffen aan en heerlijk in mijn warme slobbertrui op de bank achter een kopje thee en de diepte in met zoonlief. Wij kunnen dat als geen ander. Dit was, wat je noemt een extra cadeau. De ‘kerstbijdagen’ zijn niet zo officieel en opgeprikt. Sans scrupules je hele eigen zelf kunnen zijn als je op visite bent is een prachtig gegeven.

We delibreerden en filosofeerden tot de jongste kleine huiltjes liet horen. Daarna kwam schoondochter al snel thuis en sloeg aan het redderen. Binnen een handomdraai had ze een kerstbrunch uit haar mouw getoverd. Feestelijk en sfeervol rood, compleet met kaarsjes zaten we om tafel. Het was heerlijk, de gekozen klassieke carpaccio en het verse stokbrood. Grote broer had de kerstmannetjes met groene basilicumblaadjes helpen prikken en keek vergenoegd naar de vrolijkheid op het bord. Alle zoetigheden waren voor hen met de andere twee kerstdagen indachtig. Dikke sneeuwman- donuts en kersttompoezen.

De benjamin mocht na de borst bij mij op schoot en viel in de behaaglijke warmte van de trui en het gestage ritme van de harteklop al snel in slaap. De grote broer at met smaak anderhalve croissant weg omdat het feest was en reed met zijn kleine autootjes tevredenheid naar binnen.

Na de maaltijd was er nog een vragenspel, dat in een kerstpakket had gezeten, terwijl grote broer zoetjes verder speelde met zijn wagenparadijs. Het vroeg om antwoorden waarbij je hoge ogen zou kunnen gooien, maar ook met hetzelfde gemak irritatie en ongemak kon los kietelen. Niet anders dan verwacht, bleef het bij het opsommen van elkaars eerlijke en goede kwaliteiten en daarmee kreeg heel deze tweede kerstdag zomaar midden in de week een prachtig, bijzonder en persoonlijk tintje. Oprecht fijn.

Uncategorized

Een gouden glans over de vrieskou

Het begon met het gebruikelijke wikken en wegen waar we de wandeling zouden gaan maken. Voorlopig zaten we eerst nog warm en knus aan de taart en de cappuccino. Zus één vond een stadswandelingetje voldoende, maar de jongste had net nieuwe wandelschoenen aangeschaft en verlangde naar Michelin-mensjes op het bevroren land met wangen rood als appeltjes en piekende haren onder een muts. Kasteel de Haar, Maarssen, de Vecht, Haarrijnen, de keuze was groot.

Vort met de geit, de eerste dan toch. Dik aangekleed, warme dassen, handschoenen, stevige stappers, grote ruime jassen, vier winterkinderen op pad. Natuurlijk was het kasteel dicht en jammer genoeg ook de prachtige tuin, maar het wandelpad langs de glooiende heuvels van de golfbaan was gewoon open. Zegge en schrijve hadden we een stief uur de tijd.

Het was prachtig buiten. De frisse kou zorgde voor bellefleuren en de schoonheid van de lage zon met haar bijzondere licht weerspiegelde haar hemelse rust op de wandelaars. De rijp op het dorre blad tekende de schoonheid van elk afzonderlijk lijntje. Zuslief wees op de grote wit beslagen kastanjebolsters. ‘Net egels’. We knipten er lustig op los. Zij met haar prachtige toestel, ik met de kleine telefoon. Toen een van ons plots een jong hert zag op het met rijm beslagen veld schoten we allebei haar vliegensvlugge ontsnapping richting bosrand. Mijn hertje was zo klein als een miniatuurbeeldje op een schoorsteenmantel. Een waar zoekplaatje achteraf gezien.

Ook bij de roep van de buizerd veerden we op en zagen het dier met majestueuze vleugelslag tussen de bomen door wegvliegen, evenals een kleine winterkoning die schielijk het pad overstak. Het was voor het eerst sinds al mijn belemmerende kwalen dat er een flinke wandeling in zat. Het was een perfect moment. Zuslief hielp een stelletje uit Singapore aan een foto van hen samen zonder mondkapje. Dankbaar werden we overladen met erkentelijkheid en een Merry Christmas.

Ruim op tijd, nog zeker een half uur te gaan, zaten we weer in de warme auto en stopten bij een streekwinkel, die open bleek te zijn. De winkelbehoefte ging los. Anders hadden we de kringlopen bezocht en nu moesten we het met deze overheerlijke streekproducten doen. De klandizie was groot en de rieten mand van de zussen rijkelijk gevuld. Af en toe moet je jezelf eens kietelen en tegelijkertijd de plaatselijke ondernemer in de watten leggen. Mijn budget was de dag ervoor al opgegaan.

Bij de toko stond onze rijsttafel voor drie personen al klaar. Twee papieren tassen, zuslief sprokkelde nog snel de kroepoek en de emping erbij. op naar huis met de buit.

In de vroege ochtend had ik de tafel aangekleed, niet met het plastic kleed maar met het witte douchegordijn en de aubergine lopertjes. Nu leek het een chique tafel. De wijn erbij, een karaf water, cola voor zus. Alles werd met grote snelheid in mijn kleine Chinese schaaltjes gewerkt. De porseleinen lepels pasten er naadloos bij. Wat een heerlijkheden stonden er. De rendang, de sajoer lodeh, de sajoer toemis, Atjar, saté babi, telor, ajam opor, het waren stuk voor stuk kleine heerlijkheden met grote zorg bereid. Een aanrader deze tante Lien. Al zingend, van kerstlied tot tante Leen, als in de keuken van onze moeder vroeger, werd de afwas gezwind weggewerkt. Verbondenheid ten top.

Ondertussen kwebbelden we honderduit en waren de lange noodgedwongen pauzes tussen onze ontmoetingen op slag vergeten. Zoonlief kwam thuis met een kerstpakket, dat met veel aanprijzen werd uitgepakt. Na de lychee, het ijs en de koffie ging heel het spul weer op huis aan. Ik dook op de bank om met de film ‘A boy called Christmas’ de winterse kou en de sfeervolle kerstwarmte vast te houden. Een gouden glans over de vrieskou.

Uncategorized

Gebakken peren

Stralende zon in een wat rode gloed als ik de ogen opsla. Om zeven uur weer in slaap gevallen en met nichtlief door Amsterdam gestruind. Ze bleek ineens opvallend goed mondharmonica te spelen en hun prachtige oude huis aan de gracht had nu een monumentale uitstraling op de hoek van een plein. Ze bikte tussen neus en lippen door een 16e Eeuwse vloertegel uit haar entree, net niet helemaal ongeschonden, en maakte zich wat druk om haar geparkeerde auto een paar straten verderop. Een mens heeft wat zorgen te verdragen.

De kauwtjes vlogen in grote getale naar hun vergaderboom waar vervolgens druk onderhandeld werd. Vermoedelijk over de kerst en de verstoorde natuur, nu na de afgelopen zachte dagen, ineens de vrieskou was ingetreden, maar wel met feestelijk licht en rijm op de daken, zoals het een goede kerst betaamd.

Pluis komt informeren of ik er aan toe ben om haar uitgebreide kopjes te beantwoorden. Straks lief zacht fluweeltje, eerst de dagelijkse bezigheden. Spinnend neemt ze de weigering in ontvangst en belegert ondertussen mijn hele schoot. Een tactvolle zet.

Gisteren haalde zoonlief zijn kerstpakket op. Het boek van Finkers en een Donald Duck-game bleven achter. We bespraken de voorgenomen kerstbrunch op tweede kerstdag dat in een rooskleurig recent verleden was afgesproken. Als we met elkaar zijn dan zijn we met 11 volwassenen en acht kinderen. Zelfs voor een wandeling buiten is dat te veel. Wikken en wegen zoals altijd. Liefde, pedagogisch handelen en emoties doen een duit in het zakje. De ratio schudt het wijze hoofd. De uitslag is dat ik nu bij iedereen langs ga. Met de één een wandeling, met de ander de kerstbrunch, met een volgende een borrelplank enzovoort. Drukke bedoening dus, maar het hangt niet op die ene dag kerst. Op derde kerstdag komt dochter met de kleine filosoof de kast met de puddingvormen uitmesten. Als leuke nevenactiviteit kunnen we natuurlijk altijd een heerlijke oerouderwetse Engelse Christmaspudding in elkaar flansen en Melanie er bij afspelen.

Voor de zussen wordt vandaag een rijsttafel voor drie personen besteld. Dus ging ik gisteren op pad om een vers en hagelwit kleed te scoren. De enige mogelijkheid daartoe was de drogist. Er stonden twee luid pratende dames voor me met een sloot dreinende kinderen er naast, die voortdurend een snauw te pakken kregen op hun onmetelijke gevraagd. Ze zochten ook iets voor de tafel. Ik ben te netjes opgevoed. Een andere mevrouw kwam langs, schoof een van de rijzige gestaltes opzij en speurde naar servetten die eronder lagen. Na zeker een kwartier wikken, wegen en neuzelen stoomde het hele zwikje op richting kassa. Van de weeromstuit griste ik snel wit, grijs/wit en organza aubergine bij elkaar. De rij voor de kassa was winkellang. Geen goed plan die keuze om nu er naar op zoek te gaan. Bij thuiskomst bleek het witte damasten kleed van plastic. Dompertje. Maar een wit laken uit de kast trekken, want nog een zo’n hachelijke onderneming is teveel van het goede. Alles met mate doseren, daar houden we van.

De grote en kleine waxinelichten zijn aangevuld en dat is voor een kerstelijk tintje voldoende. Vandaag nog een bosje amaryllis en wat lekkere wijnen binnenhalen en klaar zijn we weer.

Morgen de eerste wandeling sinds lang in de buurt van het Indisch afhaalrestaurant. Daar liggen de Maarseveense plassen. Met deze winterkou mag het fototoestel niet ontbreken. Maar vandaag eerst maar eens aan de schoonmaak in de keuken, alles spic en span voor onze eigen vervroegde zussenkerst. In mijn tempo kost dat wel een dag. Die tijd is er volop, want Breda ging inderdaad niet door helaas en zelfs geen stream. Dan dans ik zelf de keuken rond. Met moed, beleid en trouw, dat wel. Voor je het weet zit je, in plaats van met een kerstpudding ,met de gebakken peren.

Uncategorized

Wie deelt, heelt

De ingestudeerde liederen gisterenmorgen gingen me redelijk goed af. We waren met zeven zangers. Er was maar een sopraan, de alten, tenoren en bassen konden zich aan elkaar optrekken. De dirigente jaste er met niet aflatende energie een aantal pittige recitals door. Dat leverde een nieuwe ervaring op. Mijn stem was bij het spreken erg ‘gebroken’, bij het zingen verdween dat euvel als sneeuw voor de zon. Dat is tegenwoordig te doen gebruikelijk. Maar na een uur zang kroop er een branderig gevoel aan de onderkant van de longen omhoog. Het noopte me te gaan zitten. Dat was voor het eerst en een niet bekend fenomeen. Onaangenaam. Even onthouden.

Zuslief stelde voor om ons uitje aanstaande woensdag naar de kringloop, dankzij de nieuwe ontwikkelingen, dan te vullen met spelletjes. O jee. Dat is niet mijn kopje thee, om met de Engelsen te spreken. Ik ga straks voorstellen of we niet een restaurant in de buurt een hart onder de riem kunnen steken door ze een uitgebreid diner te laten bezorgen. Lekker lang tafelen in de middag. We hebben elkaar al tijden niet gezien, dus er valt heel wat te bespreken. Meer is niet nodig voor een fijn samenzijn. Als compensatie kan er daarna nog wel een spelletje in. Het leven is geven en nemen.

Voor een zware lockdown suist er hier beneden mij nog heel wat verkeer over de weg. Zoonlief was al om negen uur aan de wandel rond de plas hierachter. Ik heb slechts koffie gemaakt, de zaterdagse krant mee naar boven gezeuld en Pluis uitgelaten en weer binnengehaald. Dat zijn al twee trappen op. Onder de omstandigheden vermoeiend genoeg. Nu blijven de liedjes van gisteren al anderhalve dag door mijn hoofd spoken. ‘Oh don’t deceive me, oh never leave me…lalalalalala A poor maiden so’. Bij het lalala zijn de woorden me ontschoten.

Vaag had ik afgesproken met dochterlief de puddingvormen uit te zoeken en op te schonen. Ooit had ik bedacht dat ze best een beetje antiek waren en bij mijn verhuizing hier naar toe, ruim dertig jaar geleden, had ik ze omzichtig in krantenpapier gepakt en op de bovenste plank van de gangkast gestald. Ze zijn er niet meer uit gekomen. Wonderlijk dat ik ze verzamelde, want toetjes zaten nooit in het systeem. Er zitten nog meer merkwaardige verzamelingen aan keukenspullen in die kast. De deur kan dicht en op slot. Alles wat dan even uit het zicht moet, verdwijnt erachter. De kast van het grote vergeten. ik voel een verhaal aan komen.

Straks ga ik me echt opnieuw storten op het doek van de vier zusters. De verhoudingen zijn me al maanden een doorn in het oog, bovendien heb ik het gezicht van een van de meiden weggevaagd, in een rigoreuze bui, omdat ze te cartoonachtig was. ‘Vernietig je lievelingen’, nog zo’n goede raad uit het Engelse. Een sprankelende opzet moet er voor in de plaats komen. Geen idee of het erin zit. Dat merk ik wel, als ik verder ga.

Een mail van de tuin. Iemand is tegen het ijzeren toegangsweg gereden. Het is lastig in en uitkomen. Er komt een nieuw hek, maar dat betekent vermoedelijk ook weer ontelbare nieuwe sleutels die verdeeld moeten worden. Normaal kom je met een kleine voiture wel door één hek, maar dan moet je toch nog altijd voorzichtig en berekenend erdoor. Dat is kennelijk niet gelukt.

Straks komt de vriend van de Historische kring een kerstgratificatie brengen, die niet door de brievenbus past. Hij neemt zijn dochter mee, die ooit als verlegen meisje bij mij de groep in stapte. Nu is het een mooie zelfverzekerde tiener, die de sterren van de hemel speelt op haar dwarsfluit. Een heerlijk vooruitzicht, zo’n middag-causerietje. En een verrassing. Ik ben gek op verrassingen. Er gaat niets boven een doos vol hebbedingetjes met lekkers, die je vervolgens zal delen met wie er bij past. Wie deelt, heelt.

Uncategorized

Verbondenheid vermag veel

Vannacht uitzonderlijk helder gedroomd. Hoe bestaat het dat huizen waar je, zeker te weten, nog nooit bent geweest, zich zo in vol ornaat laten bewonderen. Dit keer was het een groot ouderwets huis, type villa kakelbont maar nog groter, waar een echte commune leefde. Mensen en kinderen liepen in en uit, op de muren was de kunst rechtstreeks op het behang geschilderd, gelardeerd met heel veel geschreven tekst. Die lieve vriend liep er rond met een joyeuze zwarte alpino op zijn haar, en zag er al net zo hippie-wise uit. Er was alleen maar water te drinken, want dat was gezond en waarom had ik ineens een shaggie in mijn hand, terwijl ik niet rook. De kleine blauwe hadden ze geparkeerd langs het water, met de deur open en de sleutel naast het stuur.

Misschien had de droom met vertrouwen te maken, want er zijn wat veranderingen op komst. Vriendlief heeft medische zorg nodig en een uitgebreid onderzoek. In het Verweggistan, waar hij woont, spreekt hij de taal niet en is het een eenzame bedoening. Hier zijn mensen die met hem meeleven en het beste met hem voor hebben. We gaan hem helpen om een en ander uitsluitsel te geven en dat vertrouwen in zichzelf en zijn fysieke staat weer terug te geven. Daar zal de geest ook wel bij varen. Nu is het voor de rasoptimist te donker en te koud daarboven.

Vandaar ook de droom. Iets in de trant van; de kreupele helpt de blinde, maar het voornemen voelt goed. ‘Geen zorgen voor de dag van morgen’, fluistert mijn moeder door het grijze wolkendek heen. Wie dan leeft, die dan zorgt. En zo is het.

Gisteren bij de thee en bij zuslief hebben we de twee nieuwe zangstemmen doorgenomen. Abschied vorm Walde van Mendelssohn en Entre le Boeuf, die lieve Franse kerst-evergreen. In een andere versie hebben we haar op de kleuterkweek aangeleerd gekregen. de altpartij is anders, maar toch herkenbaar. Het was gezellig en fijn om alles door te nemen, want aanstaande zaterdag moeten we het met twee van de vijf alten zien te klaren. Om half vijf na een kleine borrel was het welletjes. Tijdens de boodschappen had ik voor een nieuw kersthapje peer en gorgonzola gehaald en bladerdeeg. Maar ik kwam niet verder dan een paar pannenkoeken met mapple syrup . Als je het flesje omdraaide vloeide het direct leeg. Hele zoete hap dus, maar ook erg lekker.

De gedichtenbundel Fantasii van Ineke Riem valt open op het gedicht ‘Gedaantes’, als antwoord op mijn vraag in welk teken de dag staat vandaag en ik lees in haar onnavolgbare dansende zinnen;

Gedaantes

Ik word wakker in de letter i/Hij knelt als een korset./ Liever was ik een duinvalleien geweest.

Oma heeft mijn labels losgetornd. ik dapper/als een naamloze trui voor het raam boven.

Omdat tijd niet bestaat, ben ik weer negen en logeer ik/in mijn paletten versierde geheugen. In een sopje

Weekt oma de etiketten van jampotten en herinneringen/ook onze woorden glanzen doorzichtig. Zo kom ik

aan mijn liefde voor leegte. Ik knip natuurplaatjes/uit tijdschriften en vraag: zouden wespen vinden

dat hun naam knelt, hebben orchissen dromen/waarin ze eeuwig zijn, of een zwaluw?

In een flinke jampot zou best een duinvlakte passen./In een onbegrensd hoofd een waaier aan gedaantes.

Wat een heerlijk gedicht. Er is veel meer mogelijk dan men denkt als je de grenzen maar durft te laten vieren. Een uitstekende raad voor het vraagstuk dat nu op mijn bord ligt. Schouders eronder, neus dicht en gaan. Een sprong in het diepe. Verbondenheid vermag veel.

Uncategorized

Een kolfje naar zijn hand

De fysio had allemaal leuke nieuwe speeltjes klaar staan. Na het gebruikelijke lopen en de legpress vonden we dat de knie weer terug was in haar hok van de betamelijkheid. Geen pijn meer, geen losse delen, alleen nog een tikje vocht, maar dat was nooit meer anders geweest, dan de eerste keer dat ik er zo glorieus doorheen was gegaan. Nu was het zaak om de rest van de spieren op sterkte te krijgen, dus mocht ik hangen aan de touwen, schouders laag, rug recht, naar voren buigen over een stang met dezelfde restricties en vermaakten we ons met een balansoefening op de streep, de voeten achter elkaar, met vangen en gooien van een goudkleurige doorzichtige ondermaatse strandbal. Het was vooral leuk, een kolfje naar mijn hand.

Naar de kringloop in de speurtocht naar een dienblad, omdat de oude sinds de kerstverbouwing onder de sagopalm op de brede rug van de bank stond. Daar liep ik mijn verleden tegen het lijf, midden tussen de kook-, kunst-en-historische boeken. Daar ontvouwden zich de wederwaardigheden, achter haar mondkapje dat voortdurend afgleed naar de mond, alle oud collega’s kwamen langs, zowel van de kringloop als van school. Tranende ogen achter de brillenglazen, niet van verdriet, maar omdat het nou eenmaal een herkenbare bijkomstigheid van ouder worden was. Geanimeerde herinneringen schoven voorbij, het wel en wee van de kinderen werden gedeeld en de hele mispoge dat het virus te weeg had gebracht. We schoven voortdurend van de ene naar de andere kant om passanten te laten snuffelen tussen het rijke boekenaanbod. Met lege handen en een warm gevoel stond ik na een stief half uur weer buiten.

In het kader van de hapjes waagde ik me in de supermarkt aan de portobello’s uit de oven gevuld met lichte groenten en roomkaas. In mijn enthousiasme had ik het hele bakje erin leeg gekieperd. Resultaat, een bijzonder romig en machtig paddenstoeltje. Volgende keer beter letten op de verhoudingen en misschien de grootte reduceren tot kastanjechampignons. Al doende leert men. Roomkaas met lente-uitjes volstaan al.

Op de galerij kwam ik de buurman tegen, die aan zijn dagelijkse shotje zuurstof toe was. De buuf nodigde me uit voor een kop koffie, maar ik bleef liever in de frisse buitenlucht staan. We namen het plaatselijke nieuws door en de vermissing van een vrouw in het naburige stadje, die om acht uur ‘s avonds nog ‘even’ een boodschap ging doen. Van het andere nieuws hield ik me wijselijk afzijdig, want ik kende zijn mening, die volstrekt haaks op de mijne stond. Derhalve bleef het bij prietpraat, waar zijn eenzame huisarrest doorheen schemerde en dat hem noopte tot een enkel praatje op de galerij per dag als afleiding tussen de dagelijkse beslommeringen.

Op de bank genoot ik daarna van een herhaling van Masterchef Australië en ik weet allang wie mag winnen. In het kader van de hapjes is het goed toeven bij die geweldenaren in het bedenken van heerlijke combinaties.

Vannacht spookte de vermiste vrouw door mijn hoofd, waar zou ze zwerven in deze aardedonkere koude nacht. Tegen de ochtendschemer las ik dat er een lichaam uit het kanaal hier in het stadje was gevist. Er kon nog niets worden bevestigd, maar het leverde een onaangename kou op. Stel je toch voor, dat je weggaat voor een boodschapje en niet weerom komt. Hoe heftig moet dat zijn voor haar naaste familie. Was haar geest gaan dwalen net als haar geheugen deed.

Straks ga ik oppassen bij ‘grote broer’. Hij heeft al Corona gehad, ik de booster en samen durven we dat wel aan. Voor het eerst sinds al weer een te lange tijd. De Benjamin is op het dagverblijf. Prime-time en voorlezen, verwacht ik. Nu snel in de benen, de kleine blauwe prins staat vast al te trappelen van ongeduld. Eindelijk weer een flink aantal kilometers maken. Een kolfje naar zijn hand.