Uncategorized

De cirkel rond

Afspraken bij de dokter zijn goed om vroeg uit de veren te komen. Gisteren was het zo ver met de gunstige bijkomstigheid dat de hele dag open lag. De dag van de mogelijkheden. Ik werd doorverwezen naar de Handenkliniek. Echter niet om er mooie poezelige handen op te doen. Deze noeste werkers zijn nog nimmer op die manier onder de loep genomen. Ik kan Annie er nog wel een keertje bijslepen, op het gevaar af, dat men er klaar mee is. Alleen het eerste couplet om ‘iet of wat’ positief te jeremieren.

‘Met mij is er totaal niets aan de hand.
Ik ben nog fit van lijf en van verstand.
Wel wat artrose in mijn heup en in mijn knie.
Als ik me buk, is het net of ik sterretjes zie.
Mijn pols is iets te snel, mijn bloeddruk wat te hoog,
maar ik ben nog fantastisch goed… zo op het oog’

In alle vroegte wordt het De Bernagie. Lekker wat ronddarren door de tuinen en de zonnebloemen her en der bekijken. Regen gooide roet in het eten en ik besloot eerst langs het groot winkelcentrum te gaan. Hoog en droog verbaasde ik me over de absurde weggeefprijzen van sommige producten. Stoffen en stofjes die vooral naast de katoen en de wol en de cashmere hebbenen gelegen.

Met wat proviand kon ik door. Voor de dreigende Hollandse luchten uit liep ik langs de herfstige moestuinen. Oogst was kaalgeplukt, leeggeroofd door raaf en duif, woelmuis  en haas. De huisjes stonden er troostelozer bij, dan wanneer ze werden opgelicht door de zon. Het hout traande over zoveel mistroostigheid. De kalebassen lagen her en der half uitgehold op de grond, het woelmuizenbanket bij uitstek. Het was één groot feestmaal op de tuin voor de dieren in de herfst.

In mijn tuin vloog nog een verdwaalde dagpauwoog. Ze laafde zich aan de zoete nectar van de Guirlande d’Amour, die nog steeds haar laatste bloemen te voorschijn wist te toveren.

017

De zonnebloemen van buuf op de hoek stonden model. Buiten kon ik niet zitten. Het leek alsof de hemel naar beneden was gevallen nu het luchtige blauw had plaatsgemaakt voor het dreigende paars . In mijn Bernagie  had ik hoog en droog het mooiste uitzicht op de snel wisselende  luchten, de molen van Groenekan, de kleine roodborst, die zich onbespied waande en van tak naar tak  vloog, dicht bij de grond. Al gauw vielen de eerste dikke druppels naar beneden. Herfst in de tuin.

009

Het grote voordeel was de afwezigheid van de oude, die al te graag en veel aan het woord is Nu kon ik ongestoord aan het werk. Ik scharrelde net als de woelmuizen en maakte alles winterklaar. Bond de dahlia’s weer op, duwde de laatste lathyrus recht en moedigde de kleine asters aan. Het oefendoek was een dun paneel. De artrose schoot in pijn door het penseel en vertolkte op het doek het verval van de zonnebloemen, die haastig op foto waren vastgelegd.

011

Wel had ik de grote ondersteboven gefotografeerd. Zonnebloemen, kardoen en andere zware verdorrende bloemen laten de koppen hangen en dat geeft dat prachtige verweerde, de ruige aanblik van verval. Het blad vormt er een wezenlijk onderdeel van. De bruine sluiers, die de steel omkrullen in een breekbare bruinige zwaarte. Anselm Kiefer had gelijk toen hij voor zijn zonnebloemen tekeer ging met aarde en zand, lood, as en schellak. Zijn kracht zit in de beweging, het eeuwige begin, het zaad dat als een regen de bloem verlaat in zijn  „Sol invictus – Der unbesiegte Sonnengott“ 1995.

IMG_1672

Dan zijn mijn eerste probeersels nog lieflijk te noemen, het onschuldige zachte en tere, ondanks het verval. Het past me ook beter. Een ets komt dichterbij Kiefer. Het materiaal doet er alles toe.

72602804_10216144075974769_8923055691451596800_o.jpg

Thuis is de inktober opdracht van de Natural Science Version voor deze dag ‘Histology’. Ik kies muis, in zijn ongelooflijke naakte waarheid onder zijn velletje, om de muizen van mijn eigen duimen die tanend zijn. Zo is de cirkel rond.

Uncategorized

Omarmen wat er overblijft

‘Te leven tot we sterven kon dat maar’, verzucht Nicci french in een interview in de nieuwe Zin. Ik ben haar boek aan het lezen met de intrigerende titel ‘Woorden schieten te kort’. Het licht schijnt vooral op het wat/als-principe. De gedachte erachter is de angst die regeert. De angst voor wat nog komen gaat. Ze heeft meegemaakt dat haar vader een oneindig hulpeloze en verwarde man werd, die overgeleverd was aan de genade van de wereld.

006

Het voelt zoals het klinkt. Tragisch en zwaar. Mijn hele leven lang heb ik geprobeerd te vermijden grote stappen vooruit te denken over eventuele rampen die je zouden kunnen treffen. Een vliegtuig dat naar beneden zou kunnen storten, een heftige aandoening, die je mogelijk overkomt, een zwaar verlies dat je moet lijden. Ik geloof in het moment zelf. Je kan, met een ongebreideld optimisme, langer genieten van de aard der dingen, ook al zijn er factoren die het bemoeilijken. ‘Elk nadeel heeft zijn voordeel.’ Die eenvoudige Cruijffiaanse filosofie is precies datgene dat de sjeu aan het leven geeft. Natuurlijk valt uit te spinnen wat er gebeuren zal als je Alzheimerend de ouderdom in gaat. Je persoonlijkheid verandert. Je verliest je vroegere zelf, maar er staat een nieuwe zelf op. Een, die van de kleinste dingen van het leven eventueel nog genieten kan of iemand die sobert en sombert. Het kan vriezen, het kan dooien.

De idioot in het bad.

Met opgetrokken schouders, toegeknepen ogen,
Haast dravend en vaak hakend in de mat,
Lelijk en onbeholpen aan zusters arm gebogen,
Gaat elke week de idioot naar ‘t bad.

De damp die van het warme water slaat
Maakt hem geruster : witte stoom…
En bij elk kledingstuk, dat van hem afgaat,
Bevangt hem meer en meer een oud vertrouwde droom.

De zuster laat hem in het water glijden,
Hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,
Hij zucht, als bij het lessen van zijn eerste dorst
En om zijn mond gloort langzaam aan een groot verblijden.

Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden,
Zijn dunne voeten staan rechtop als bleke bloemen,
Zijn lange, bleke benen, die reeds licht verdorden
Komen als berkenstammen door het groen opdoemen.

Hij is in dit groen water nog als ongeboren,
Hij weet nog niet, dat sommige vruchten nimmer rijpen,
Hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren
En hoeft de dingen van de geest niet te begrijpen.

En elke keer, dat hij uit ‘t bad gehaald wordt,
En stevig met een handdoek drooggewreven
En in zijn stijve, harde kleren wordt gesjord
Stribbelt hij tegen en dan huilt hij even.

En elke week wordt hij opnieuw geboren
En wreed gescheiden van het veilig water-leven,
En elke week is hem het lot beschoren
Opnieuw een bange idioot te zijn gebleven.

– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – — – – – – – – – – – – – – – –
uit: Parken en Woestijnen van M.Vasalis (1909-1998)

Daarbij put ik uit de ervaring in de tijd, die ik doorbracht als beginnend verzorgende in het particuliere Huize Sollglytt in Leiden. Een huis met oude, doorgaans psychiatrische, patiënten. Ik had de jeugd in pacht. Was achtien, woonde samen met vriendlief en werkte in dat wonderlijke huis, Daar had De Idioot van Vasalis geschreven  kunnen worden. De demente bejaarden lagen er verward in de sluitlakens en de riemen en werden bedlegerig gehouden. Of ze waarden rond in het huis in de wirwar van hoge en lange gangen zonder ooit op de plaats van bestemming te komen. ‘Ik moet dwalen, ik moet dwalen.’ Het lied lag er in vraagtekens onder. De tomatenboer rukte en trok aan zijn leren banden om de de hekken van het bed tot ze rammelden. Hij moest de oogst binnenhalen en niemand die de nauwgezetheid van de man kon pareren. Zijn stelligheid was groter dan menig riem.

ro;trap stedelijk museumweg naar het licht

Toch waren er in al die somberende dagen  ook lichtpunten. Letterlijk in de vorm van de de doorschijnende fragiele vrouw in haar witte nachtpon, die in haar verleden woonde en minzaam de kleine gebruiken omarmde. Het schikken van denkbeeldige koekjes op een bonbonschaaltje. De verrukking over het arrangement was van haar gezicht af te lezen. Ze beleefde de kleine vreugde telkens opnieuw. Of de goedlachse sjekkies draaiende Marie aan de grote tafel, die de boel nauwlettend in de gaten hield en het voetvolk dirigeerde als de koningin zelf. Dan waren er nog de twee oude izegrimmen, die al mopperend elkaar iedere keer weer aan het uitdagen waren en soms in grinniken uitbarsten in hun intrigerende spelletje. Volkomen andere tijden uit een sepia verleden.

Dat bedoel ik. Niet alles is een gifbeker. Elke schaduwkant kent ook een lichte zijde. Met het licht ga je voorbij aan je zelf, je eigen belevenis, je context van de ratio. Het zijn de verzachtende omstandigheden voor die algehele verwarring. Liefde en vreugde zitten zo vaak in de allerkleinste dingen.

Angst regeert in de meeste verhalen die Nicci French hoort. Mensen die zich voorbereiden op de ouderdom en daarmee ernstig rekening houden om, net als hun ouders,  alzheimer te krijgen of dement te worden. Deze gedachte vergt veel van levenslust. Symptomen vormen het leven soms voor ons, maar de anst voor diezelfde symptomen verlammen. De zorg om die duistere deken wordt dan letterlijk het doek dat valt. Jezelf verliezen en een ander zelf vinden in klein geluk. Die gedachte roept het op. Omarmen wat er overblijft.

Uncategorized

Ogen op steeltjes en gaan

Scholen zijn vestingen tegenwoordig. Daar kwam ik achter, toen ik een aantal pakketten met de jeugdcronyck hielp verspreiden. Ik dacht het ‘even’ te zullen doen. Binnenlopen, afgeven en klaar. Niets was minder waar. In het oude dorp waren scholen waarvan de ingang nauwelijks te vinden was. Er waren steeds meerdere deuren, maar een daarvan bleek de ingang te zijn. Als je aan een andere deur stond te rammelen, dan bleef ze negen van de tien keren dicht.

Zelfs toen de congierge zijn werk stond te kopiëren, net tegenover de verkeerde deur waar ik voor stond, hoorde hij het getik van mijn sleutel niet. Ik werd wel gespot door een klaslokaal erachter en binnen enkele minuten draaiden alle hoofden zich in de richting van mij, zwaaiend met het pakket en tikkend met de sleutel en de onverstoorbare congiërge. Eindelijk mocht iemand hem waarschuwen. Hij was kortaf, maar kon nog wel melden dat de ingang aan de zijkant van de oude school was. Helemaal logisch was dat niet.

overkant

Deuren dicht draaien was op onze school lange tijd taboe. Iedereen, kinderen en ouders, mensen van buitenaf, mochten er binnenlopen. Een duiventil met gemeenschapszin. Samen spelen, samen delen. Met de komst van de televisies en  computers kwam de angst om alles wat kostbaar was, geleidelijk aan, binnensluipen. Zeker toen we een keer een insluiper op bezoek hadden, zonder dat we het direct in de gaten hadden. De man liep met een schoonmaakdoekje door de lokalen en wreef hier en daar eens achteloos over de vensterbanken. De loerende blik sprak boekdelen, maar argeloos en te goed van vertrouwen, dachten we dat het een nieuwe schoonmaker was. Die wisseling van de wacht was vaker aan de orde. Niemand had opgemerkt, dat de schoonmaakkar ontbrak. Zonder wisser en dweil was het toch allemaal wat kaal. Langzaam vielen praktische vraagtekens op hun plek. De man had ons horen praten en bellen met het schoonmaakbedrijf en maakte rechtsomkeer. Eenzelfde incident, maar dan met het weghalen van de tv en de dvd-speler, achteloos weggedragen op klaarlichte dag, zorgde voor die dichte deuren.

gemeenschapsruimteSfeervol plekje in de oude school

Dat had uiteindelijk verstrekkende gevolgen voor het onbezorgde vrije leven. Bezoekers moesten aanbellen. Daar werden kinderen voor geregeld, die portier konden spelen en de basisregels werden aangepast aan de hermetisch afgesloten deuren. Het betekende dat je afspraken moest maken en niet meer zomaar op de bonnefooi naar binnen kon lopen. Het gemoedelijke karakter verdween met deze, in de aard, kleine veranderingen, die echter een enorme impact bleken te hebben.

Zo werkt het dus. Onderbreek een radartje van een goed geolied systeem en de verandering zal groot zijn, ondanks flexibiliteit en aanpassingsvermogen. Van de scholen die ik gisteren bezocht, was er slechts één met open deuren en, het verbaasde me niet, dat was een traditionele vernieuwingsschool, zoals de onze, ooit, vroeger.

Het was leuk om al die verschillen naast elkaar te zien. Sommige scholen hadden zich in het nieuw gestoken, andere waren gemoedelijk en hier en daar versleten. Weer anderen waren stokoud, nieuwe glorie in een prachtige oude jas. De schoolpleinen pasten bij de gebouwen, groot, groter of piepklein. De scholen in het oude dorp heb ik gehad, nu het nieuwe gedeelte. Ik ben benieuwd wat ik straks weer tegenkom. Ogen op steeltjes en gaan.

Uncategorized

De draad oppakken

Het is al acht uur geweest. Ik denk dat slaap dacht: Nou is het mijn beurt. Gisteren was ook al een lummeldag. Wel heb ik de tuin opgezocht en heb geprobeerd het gras te maaien. Het was erg nat, te nat eigenlijk, en daardoor ook zwaar, maar het lukte wel. Ik was er laat in de middag en moest haasten om op tijd bij de vernissage van een vriendin te zijn.

004-1.jpgFragment The Greatest door Emilie Aartsen

Haar prachtige houtskoolwerken had ze sfeervol opgehangen op panelen, waar kleine spots opgeklemd konden worden om de tekeningen beter uit te lichten. De panelen had ze met verschillend behang bekleed met veel aandacht voor de print. Kahlo op een bloemetjes behang bijvoorbeeld. Het was de eerste keer dat ze met haar werk naar buiten trad. De spanning voor het exposeren was groot. Het is altijd weer afwachten. ‘Vinden mensen het de moeite waard, willen ze wel komen, als ik hier maar niet de hele avond met de twee andere exposanten zit en verder niemand.’

003Fragment van Waterfall door Emilie Aartsen

Het was een heerlijke expositie en het werd hooglijk op prijs gesteld door alle bezoekers. Met een paar takken en wat bloemen uit de tuin en een flesje wijn onder de arm was ik er om vijf uur. Maar ik had gerust wat later kunnen komen. Ze had naast haar tekeningen nog een kleine tijdlijn opgehangen, waar kleine fotootjes uit die tijd van haar zelf op waren geplakt. De allereerste probeerseltjes op haar tekenpad. Elk met een bijzonder verhaal van het roerige leven en inwisselbaar met mijn eigen gevolgde weg. Uiteindelijk verschilt een mens niet veel van elkaar als de manier van in het leven staan al raakvlakken vertoont.

Een paar werken waren met epoxy behandeld en dat zag er strak uit. Een hele spannende onderneming, want blijft de tere houtskool, ondanks de fixatie, intact. Aan een wand zaten op een metalen plaat van alle werken kleine magneetjes en er naast stonden in een houder kaarten ervan. Kleine prijsjes konden dus ook daardoor. . De opbrengst van de expositie gaat naar een heel bijzonder doel. Het project ZorgenDat. Daarmee wil vriendin een ontmoetingsplek realiseren voor amateur(kunstenaars) met en zonder beperking. Op de website valt er meer te lezen over dit mooie initiatief.

http://www.zorgendat.nl

Wat heerlijk dat er dergelijke initiatieven worden genomen ter meerdere eer en glorie van iedereen.

Vandaag is de dag dat het project van Swifterbant, de jeugdcronyck van start gaat. Straks ligt er op iedere school hier in de stad mijn verhaal. Dat is eigenlijk bijna net zo spannend, want hoe zal de ontvangst zijn. Belandt het direct bij het oud papier of kan men er mee aan de slag. Wordt er op school iets meegedaan of gaan de kinderen individueel zich er nog in verdiepen. We gaan het zien en meemaken. Iedereen heeft, net als bij de expositie, het beste beentje voorgezet.  Het ziet er prachtig uit.

002

De zon schijnt. Mijn lieve kleinkind gaat goed, de pasgebakken vader en moeder doen het prima, het leven lacht ondanks het afscheid. Het musje Cornelia staat gezusterlijk naast bronzen Pien de mus van vriendin bij de computer. Ze kijken naar mijn pennevruchten op het scherm. Het is toch gezelliger zo. De dag roept. Geen ziekenhuis vandaag maar even rust. Pas op de plaats om straks met voldoende energie de draad weer op te pakken.

 

 

 

Uncategorized

Terwijl de maan de glorie geeft

Gisteren had ik een zuivere Aha-erlebnis van lang geleden. Dat kwam door een vitamine-D kuur, die ik de komende acht weken zou moeten volgen. Er zaten vier plastic ampullen in de twee platte doosjes, die de apotheek had meegegeven. Een keer per week, op dezelfde dag, moest ik een ampul openknippen, leeg druppelen op een lepel, en innemen.

Vijf kleine kinderen staan op een rij voor de kelder van de Amandelstraat. Daar stond de grote griezel in de vorm van een flesje. Mijn moeder, gewapend met een lepel, zette ons in het gelid. De -R- zat in de maand en dan moesten we er als kind aan geloven. Levertraan. Ieder een lepel. Dat dikkige tranende goedje met die nare smaak zorgde ervoor dat je gezicht vertrok en de tranen in je ogen  sprongen. Brrr, wat vies.

008

In de ampul van gisteren zat de vitamine D ook verpakt in levertraan. Ik was er niet goed op voorbereid, maar zodra ik de eerste druppel proefde, stond ik voor de kelder in de Amandelstraat en trok een vies gezicht. De griebels over de rug. Die sensatie. Elke dag acht maanden lang een seconde die gewaarwording. De lepel zelf werd in de beleving reusachtig, de druppels erop wasten aan tot een hele slok. Mijn moeders hand stuurde kordaat de lepel in de mond en wipte hem naar boven om hem er weer uit te nemen. Zo moest je tot de laatste drop het goedje naar binnen werken. Mijn ouders waren onverbiddelijk en wij nooit meer ziek.

Deze beleving was een goed begin. Het was de dag van het verleden. We moesten de kamer leeg maken van schoonmoeder en achter elkaar gingen de laatjes en de kasten open, kwamen er ansichtkaarten van jaren te voorschijn, brieven, boekjes, folders. In elke la weer, stapels en stapels. Sieraden waren verstopt in vazen, potten, oude sigarendozen, sieradendoosjes, nachtkastlaatjes, in tassen. Je kon het zo gek niet bedenken of er zat wel wat in.

Ik mag wel alvast beginnen met zelf doorspitten, dacht ik, toen ik de snelheid van de besluitvorming zag. Drie keuzes waren er: Boka, vuilnis, hebbedingetjes. De grote blauwe zakken vulden zich rap. Kinderen en kleinkinderen mochten uitzoeken wat ze graag wilden hebben als aandenken. Religie en kitsch gebroederlijk naast elkaar. De kerstgroep naar dochter, de vrolijke uitspattingen van de kerst met de kinderen mee. Het karafje met de vier geslepen glaasjes voor kleinzoon. De kamelenkruk ‘daar zaten we altijd op voor de kachel’ ging met zoonlief mee. Zo werd hand over hand een inboedel afgelezen aan waardevol, door niet in geld te denken maar in betekenis. Dat is de kunst.  Wat moeten we in godsnaam met al die fotoboeken. Uitzoeken en met de foto’s, die niet in de al gemaakte compilaties terug te vinden zijn, een nieuw boek maken. Wat doe je dan met de rest. Vragen, vragen, vragen en de antwoorden worden ingevuld door derden, want uit de kamer ernaast blijft het stil.

010.JPGoma-relikwieën. Plastic haarkapje en een spaarpot

De achterkleinkinderen komen kijken, met grote ogen bij het bed. Verdrietig, wat angstig, maar ook nieuwsgierig. Een puntje van het laken oplichten om te kijken naar de voeten. Hoe ziet dat eruit. De vragen vallen stil als ze iets mogen uitzoeken van oma-oma. Een rode kerstkous en een kerstkrans van steen. De oudste het compas en een sneeuwbal als waardige oma-relikwieën

Bij vriendin heet zo’n oude oma ‘Superoma’ omdat ze al die generaties heeft zien komen en zelfs soms overleefd. De rouwkaart is een Superoma waardig waar de prachtige jonge vrouw ons aankijkt in haar sepia sluiering.

IMG_5828

‘s Avonds dragen we haar in de kist uit haar kamer naar de auto. De lange gang door, langs het dagelijkse leven. Hoeveel kisten zien de bewoners langs komen.

Het huis pinkt een traan terwijl, hoog boven ons, de maan de glorie geeft

 

 

Uncategorized

Wij tellen de slagen

Geheimen zijn er om bewaard te worden en soms mag je er een prijs geven. Mijn schoonmoeder is in de nacht van 12 op 13 oktober op reis gegaan. Even daarvoor in de middag was het eerste kleintje van zoonlief en lieve schoondochter geboren. Leven en dood op de drempel. Na een lang leven mocht ze gaan en kleinzoon kon aan zijn tocht beginnen. Moe zei vaak: ‘Er zijn al genoeg oude mensen.’ En ‘Schiet mij maar in de lucht’. Honderd worden is nog maar drie jaar weg.’ Het bleef hinkepinken.

IMG_5530

Voor ons is het allemaal heel dubbel. Vreugde om het nieuwe leven en blijdschap om het lijden dat er niet meer is, maar ook een weemoedig verdriet. Aan alles komt een eind. We hebben in een weekeinde aardig wat geschiedenis geschreven. We gaan nu de week in van daadkracht en saamhorigheid. Want naast alle emoties zijn er ook nuchtere feiten. De dienst moet geregeld, de foto’s uitgezocht, de kaarten geschreven, de woorden bedacht. De kamer moet leeg. Wat moet verdeeld worden en wat kan naar de kringloop. Het zijn twee kamers, maar het is verbazingwekkend wat een mens allemaal bergen kan in een betrekkelijk kleine ruimte. Welke herinneringen neem je mee. Een enkele foto misschien, mogelijk een van de musjes. Maar verder leeft ze voort als beeld in mijn gedachte. Bij elke verjaardag zal ze er een beetje zijn, met een citroenjenevertje of een glaasje wijn. Het leven valt te vieren als de zorgen over zijn.

Met het nieuwe leven denk ik aan mijn eigen eerste ervaringen met het moederschap. De baby werd geboren terwijl het huis er nog niet was. We woonden in een huis met drie mensen, ieder een eigen kamer. Wij hadden de zolderkamer. Daarna konden we al gauw verhuizen naar een grote voormalige boerderij maar ook alleen op zolder met een klein washok. Koud water, geen wasmachine, geen verwarming. Het waren koude winters, die van de beginjaren tachtig.

naomi en andre In het huis van schoonmoeder.

In de eerste de beste vriesweek zijn we hals over kop naar het huis van mijn schoonmoeder gevlucht. Een warm kamertje en een beetje rust. Ideaal was anders, maar voor mijn gestresste gemoed was het op dat moment de beste oplossing. Na niet al te lange tijd kon het echte leven beginnen in een mooie beneden-maisonette. Wat waren we blij dat het aanmodderen voorbij was. Zijn er cursussen te vinden waar het echte leven geleerd wordt? Ook al had ik in mijn pleegjaren honderd baby’s in mijn handen gehad, bij de eerste eigen kleine valt alles uit het geheugen omdat zorg, onwennigheid en angst de grootste plaats innemen. Vader of moeder worden leer je met vallen en opstaan. Iedere gebeurtenis is een leerpunt en brengt je een stap hoger op de tree naar evenwicht en balans. Stairway to happiness.

018

Ik vond de babyromantiek, waar iedereen het over had…Roze hartjes, speelklokjesgetingel en verliefde moeders…slechts een luier vol en kon er op dat moment niet méér uithalen. Het is allemaal goed gekomen. Er volgden nog vier stuks van dat kleine grut en we wisten op vader en moederinstinct, intuïtie en liefde en later ervaring, de halszaken te tackelen. Ouderschap leer je door te doen.

De geschiedenis herhaalt zich. De familiekroniek wordt geschreven waar je bij staat. Dag na dag, week na week, maand na maand en jaar na jaar tot bijna een eeuw lang wentelt het wiel en wij tellen de slagen.

 

Uncategorized

Weet je wat ik in mijn handen heb

Sommige boodschappen zijn er om wereldkundig gemaakt te worden door de betrokkenen zelf. Dat kunnen anderen niet doen. Als een ander er wel weet van heeft, dan worden het geheimen.

Er was een heel fijn lied, dat ik veel met de groep gezongen heb. Een evergreen, die ieder jaar terugkwam.. Het stond op een cd die eigenlijk niet bestond. Een demo. De tekst was als volgt: ‘Weet je wat ik in mijn handen heb, dat is een geheimpje, weet je wat ik in mijn handen heb, dat is een geheim. Toe vertel het aan mij, voor deze ene keer,,,Nee Ubbie neee, dan is het geen geheimpje meer.’Vervolgens kwam ‘Weet je tot hoever ik tellen kan’, en dan ‘Weet je wat ik in mijn hoofdje heb’. Tijdens het zingen’ hielden we onze handen op elkaar zodat een holletje ontstond en schudden ze hoog en laag op de maat van de muziek. We zaten er iets voorovergebogen bij. Een fluisterhouding, zoals je vaker doet, als je toch een geheim wil verklappen. Het was een ingenieus lied en het gaat natuurlijk nog verder. Uiteindelijk verklapt Ubbie toch het geheimpje aan zijn vriend Frum. In zijn handen zit ‘Niets’, hij kan tellen ‘Tot vijf’ en in zijn hoofd zat..’.Uh…Zaagsel.’

De hele cd bevatte juwelen aan liedjes. *Prikkeltje de egel-als ik schrik wordt ik een balletje, een prikkelig gevalletje, *Ik vlieg-over Ubbie die vloog met zijn zeiloren, *De luchtbij-Ik ben geen aardbei maar een luchtbij, *Het geheimpje en *Ga maar slapen, waarbij Frum Ubbie in slaap wiegt.

Wat zongen we eigenlijk veel. Er ging geen dag voorbij of een aantal liedjes kwamen aan bod. Soms gewoon in een ontspannen sfeer, soms in een muziekles, soms tijdens het werken of het buitenspelen. Zelfs in het speellokaal met onvermijdelijke zelfverzonnen danspassen. Zingen en voorlezen, twee onontbeerlijke dagelijkse bezigheden.

de gorgels

Een van de spannendste boeken die ik ooit heb voorgelezen, was door Jochem Meyer geschreven en heeft de intrigerende titel ‘De Gorgels’. Jochem neemt ons mee in de wereld van de jongen Melle, die ontwaakte omdat iets op de rand van zijn bed zat. Het bleek een Gorgel te zijn. Samen beleven ze een groot avontuur in hun gevecht tegen de Brutelaars, die het op de Gorgels gemunt hebben. Dat het zo uitzonderlijk spannend was, kwam omdat het een spiksplinter nieuw verhaal was voor mijzelf. Die geheime wereld met alles wat we in het leven tegenkomen aan angst, haat, overlevingsdrang, en heldenmoed kreeg gestalte. Bijna alles valt verbloemd neer te schrijven. Alle geheimen die je vertellen wilt, zijn te verpakken en zijn uit te spinnen tot niemand meer weet, wat de wezenlijke kern mogelijk zou kunnen zijn. Het is de kracht van een goed verhaal.

009

Boeken bevatten ook geheimen, die je te weten kan komen als je in het verhaal duikt. In het verhaal van Siri Hustvredt, ‘Herinneringen aan de toekomst’ draait het verhaal om flarden van een jammerklacht die de hoofdpersoon ooit als jonge kamerbewoner, door de muur heen hoorde. Haar buurbrouw jeremieerde die serenade van vernijn iedere avond weer door de muur van haar appartement heen. De flarden werden vragen, de vragen een veronderstelling en dat ontspon zich tot het uiteindelijke  verhaal in het hoofd van de onbedoelde toehoordster. Wat rest is een ijzersterk plot, breed uitgesponnen, verwarrend door het aantal tijdreizen, die je als lezer moet maken, maar kunstig in elkaar gestoken.

Geheimen, die verklapt worden zijn geen geheimen meer en de belofte maakt schuld. In mij hoofd neuriet daarom al de halve nacht dat ene lieve liedje. ‘Weet je wat ik in mijn handen heb…’