Uncategorized

Dromen, wensen en gedachten

Het was zo’n dag van niets hoeft en alles mag. Nou ja, Fysiotherapie stond vast, maar daarna lag de wereld open. Grappige oefeningen bij het balanceren, wiebel, wiebel. Spelletjes blijven altijd leuk. De scholen maken zich op voor de laatste dagen. Bedrijvigheid alom en ik rij met een voldaan gevoel de vrijheid in, richting Voorlinden in Wassenaar. Het museum spreidde haar vleugels uitnodigend. ‘Kom maar binnen’. De prachtige tuin is een kleurexplosie van gedurfd en gewild. Die bewaar ik als toetje.

Less is more, maar eerst moet het rugzakje aan de voorkant. Onhandig maar de noodzaak begrijp ik, als ik bij de kwetsbare tentoonstelling van Do Ho Sun kom. De installaties van minder is meer zijn om langdurig over na te denken. Het is aardig druk maar als je geduld hebt en wacht dan kan het zomaar gebeuren dat je een zaal bijna alleen voor jezelf hebt. De tijd is aan mij, nu ik alleen op pad ben gegaan en dat is een prettige bijkomstigheid. Ik mag overal net zo lang dralen en drentelen als ik wil. Dat doe ik, twee keer of meer opnieuw aanschouwen. Er is veel werk met spiegelende vervreemdende effecten.

040.JPGTurbulence, detail

De zaal in een notendop weerspiegeld tovert bij de zwarte knikkers van Mona Hattoum de herhaling boven. Ik buig me erover om beter te kijken. De suppoost buigt mee. Wat grappig om het van dichtbij te zien. Er ligt een knikker van zijn plek af, boven op de anderen. Wij vragen ons af of het per ongeluk is of een bewuste zet van de maker. Een knikkertje zorgt voor een deelzaam moment. De vele deurmatten uit een arme wijk van Krakau, een werk van Miroslaw Balka , met onmiskenbare sporen van gebruik vormen met elkaar een bont en hecht tapijt. Hoeveel voetstappen zijn er overheen gegaan. Voetsporen van de tijd.

IMG_9840.JPGPlastic tree

De installatie van Pascale Marthine Tayou, getiteld Plastic Tree, raakt me. Dit is de tweede keer dat ik zijn werk aanschouw. De Kameroense kunstenaar verzamelt afval of afgedankte spullen en verweeft het tot kleurrijke kunst. Hier zijn plastic tassen in de takken geknoopt en ze vertellen allen een eigen verhaal over hun zwerftochten van over de hele  wereld. Samen vormen ze een licht en vlinderend gedicht.

IMG_9901.JPGMy homes, detail

Do Ho Sun moet je gaan zien en voelen. Zijn werk hangt van verrassingselementen aan elkaar. Niet alleen het huis van tule en ijzerdraad, tot in de details nagemaakt, maar ook zijn draadtekeningen op katoenpapier en zijn pentekeningen en aquarellen. Het is voorbij de haast en het jachtige bestaan. Hier mis ik de stoeltjes om er uren naar te kunnen kijken. De foto’s vertellen het hele verhaal. Alles wat in de handen van deze man komt wordt kunst en hij maakt het onmogelijke mogelijk is door zijn verlangen en zijn wens herinneringen mee te blijven dragen. Zijn werk Fallen Star is daar een staaltje van. Zijn doel is om de focus op de tussentijd te leggen. Het slotaccoord is een wandeling met zijn dochters vanuit hun perspectief gezien en door drie GoPro-camera’s geprojecteerd op drie wanden. Ze vormen The Pram Project en het zorgt voor een vernieuwende kijk op de wereld.

img_9865.jpg Box (Cherry)

Yayoi kusama’s werk ontroert, tot in het diepst van je wezen. ‘Hoe hou ik mezelf staande in een vervreemdende angstaanjagende psychotische wereld’, lijkt ze te willen zeggen. Ze gaat het te lijf met polka dots en katoenen fallussen, zorgvuldig van lappen en lapjes gemaakt en andere textiele sculpturen, maar ook een ruimte vol ronde spiegels die refereert aan de stippen. Haar Infinity Mirror Room is een ervaring waard. Laat je verrassen door de glimmende lichten van de ziel.

IMG_9971.JPG

Onder de indruk zak ik niet neer op de grote groene banken aan de achterzijde om van het panorama te genieten, maar duik de natuur in. Eerst langs de weelderige aangelegde bloemenzee om daarna van het pad af te wijken en naar het water te gaan. Daar, uit het zicht, vliegt de natuur losjes rond in de vele vlinders en staan de grassen en het gele guichelheil te wiegen naast de wilgenroosjes aan de waterkant. Het is een schatkamer aan bijensoorten. Een meerkoet laveert tussen de grote leliebladeren, zwart contrast met de witte bloemen zelf.

Ik leg het vast in een snelle schets en wandel terug naar de kleine blauwe. Vol van schoonheid en bewondering om de verwezenlijking van dromen, wensen en gedachten.

 

 

Uncategorized

Terwijl ik droomde van Sneeuwwitje

Melancholische Fado’s en indringende Spinvis. Ze kwamen gisterenavond langs in het atelier, waar we een weg zochten naar de juiste penseelvoering, de lichtste toets. Dan zingt Spinvis de woorden: Waar ik wankel in geloof….en verderop…en wat slaapt onder de grond en met stille wortels wacht. Het sluit zo prachtig aan bij de poging. Het woordeloze zwoegen om het wonder te ontdekken. Tot het licht haar longen vult

En nu,
nu het zo ver is.
Nu het niet zo lang meer duurt,
en de wind voor eeuwig ligt.
Nu alles is,
nu alles is.
En misschien,
misschien te laat.
Misschien wel voor altijd.
Als een vreemde,
als een vriend.
Misschien tot ziens,
misschien ook niet.
Hoe in elk gezicht,
en hoe de eerste keer,
en hoe alles langzaam weer,
naar de bodem zinkt.
Hoe liefde is.
Hoe leven moet.
Hoe afscheid klinkt.

Wat ik ken,
wat ik niet meer ben.
Waar ik wankel in geloof,
hoe de mensen zijn.
In hun hart.
In hun hoofd.
En wat slaapt onder de grond,
en met stille wortels wacht.
Op de allereerste dag,
tot het licht haar longen vult.
Adem uit. Adem in.
Er is verder niets,
er is verder niets.
Alleen de liefde bleef,
dat is alles wat er is.
Alles is.

Langzaamaan opbouwen en dan met een paar verkeerde toetsen alles wat geboren was te niet doen. Dat kunnen wij, kwamen we achter. Was het mij al de dag ervoor gelukt om een indringend portret om te bouwen tot een plat plaatje, nu zonk de moed in de schoenen van mijn kompaan in de strijd om de lossere toets. Adem uit. adem in. zong Spinvis. We dansen op de laatste tonen, hangen het penseel aan de wilgen, nadat mijn golf opnieuw de branding slaat. Er is verder niets.

002

Er was eenzelfde hectiek in het ziekenhuis. De vakantie leverde te weinig handen op bij de vrijwilligers. Wij werden gevraagd mensen te rijden naar de huiskamer waar gezamenlijk thee en koffie, en ook de broodmaaltijd werd genuttigd. ‘s Morgens werd er naarstig gecharterd. Een pas erbij zetten en aan de slag. Het leverde mooie contacten op. Een van de vrouwen die ik ophaalde, was normaliter ook vrijwilliger, maar nu helaas patiënt. Een wereld van verschil, die altijd op de loer ligt. Er is maar weinig voor nodig. De man met zijn frisse rood/wit geblokte overhemd en zijn mooie witte kransje om het hoofd kon niet anders dan het hoofd diep gebogen houden. ‘Er was niets meer aan te doen’, zei hij, met spijt in de stem en zijn zucht weerkaatste via de grond terug omhoog. In zijn kamer liet hij me vol trots de puzzel zien, vijftig tinten groen om je op stuk te bijten. ‘Ik vind er elke dag wel een paar’, vertelde hij trots. De moed erin houden heet dat.

Er kwam een enorm groot bord mens-erger-je-niet te voorschijn. De vier mensen hielden het een uur vol. Ergernis bleef verre, af en toe klonk er geschaterlach. In de gang zat een breekbare mevrouw in nog fijnere kleding. Ze keek een beetje verweesd en wachtte. Ik gaf haar een compliment over het mooie vest. Toen keek ze stralend op. Later was haar man bij haar en had een arm om haar heen geslagen. Ze snikte, zoals een kind, de onmacht uit. De sussende woorden van de man rolden de gang in. Later zaten ze toch samen aan de tafel en aten een broodje mee. Het leed was voor even geleden.

Alleen de liefde bleef. Dat is alles wat er is. Alles is.

Drie slanke zussen liepen druk pratend de wachtkamer in. Twee met prachtig asblond haar en de derde met een gekleurde sjaal om het hoofd gedrapeerd en felrode lippen, Sneeuwwit en bloedrood voltrok zich een grimmig sprookje. Ze grapte. ‘We komen hier niet voor mij hoor, maar voor haar of haar’. Een korte knik naar haar beide zussen. De klank net iets te hard. ‘Wat leuk dat jullie drie zussen zijn’. ‘Dat was nog maar een fractie.’, vertelden ze in koor. Er waren er zeven en vijf broers. Baas boven baas.

10903820_10203577779705216_8581914350657002736_o

Zo schoof de ochtend uit haar paniek, maar bij thuiskomst vertelden mijn voeten het hele verhaal terug en viel ik in een diepe slaap, terwijl ik droomde van sneeuwwitje.

Uncategorized

Op eigen tijd en in eigen uur

Avondrood, water in de sloot. Op dit ogenblik scheurt de hemel open in een rozerood en violet palet aan kleuren en weet ik wat scharlaken rood inhoudt. Het duurt maar enkele minuten en daarna is het voorbij. Als ik op dat moment niet naar buiten had gekeken had ik het niet eens geweten.

004

Waarneming, daar draaide het gisterenavond om. Het portret van Louise de Bourgeois , de vage cover op een boek, keek me aan. Het omfloerste van de foto speelde parten in de weergave. Ik was er eigenlijk een beetje klaar mee. Het was tijd voor een zomer lang pauze. Soms is afstand nemen van de zaken belangrijker om straks door te kunnen gaan.

De dag was heerlijk rustig verlopen, voortgekabbeld met het uitpakken van een doos opgeslagen spullen. De mallen voor de hoge zijde en een ouderwetse gleufhoed kwamen eruit te voorschijn. De kachelpook, een rolmaatje, twee flessenopeners, zelfs een paar ‘Friesche’ doorlopertjes, kindermaat. Drie gietijzeren strijkbouten voor op de kachel. Een mens verzamelt wat in het leven. In de Bernagie kon ik het niet kwijt. Vriend nam het liefdevol op in zijn krakende huis.

In de ochtend een bezoek aan broer in het ziekenhuis, die een paar dagen moest blijven na een inspectie. Er was opnieuw een ontsteking. Hij lag op zaal met twee oude mannen, een lijdzame en een mopperende, de jongste was gevlucht naar gezelliger oorden. Het klagen hing tegen de ramen. Broer had Ipad binnen handbereik, een mooie oplossing om te verdwijnen.

img_3769.jpg

Ik luister naar de merel naast mijn raam in de boom. Hoeveel klanken en trillers kent ze wel niet. Voldoende om me af te leiden met haar melodieuze ochtendlied.  Er liggen twee dunne kinderboeken te wachten van Freinet, de oude pedagoog, om te recenseren. De gedateerdheid van het verhaal sloeg al bij de eerste bladzijden toe. Ik weet niet wat de verhouding is geweest met zijn moeder, maar wij dames komen er nogal bekaaid van af. Vrouwen zijn onaardig en bazig stoomt uit de regels op de eerste bladzijden omhoog. Dat maakt het moeilijker om door te lezen. In principe zijn ze met hun minieme dikte in een ochtend uit te lezen, maar de schrijfstijl en de vooroordelen maken ze tot een ondoordringbaar verhaal. De verzachtende omstandigheid is het feit dat ze stammen uit het jaar prik. ‘Tony de Wees’ is in 1925 geschreven. Zijn andere boek heet ‘Minet’. Het beschrijft het leven van een jonge poes. De tegenslag die op haar pad komt, het gevaar dat loert.  Er zijn gebeurtenissen die nu eenmaal zo gaan, waar je zelf niets aan kunt doen. Als je dat in de gaten hebt, lukken de goede dingen beter, sta je meer en meer in je kracht, is de boodschap. Een overpeinzing waard. eerst maar eens beide verhalen lezen en mijn eigen waarde eruit filteren.

Het zal doorbijten worden. Ik maak een lijst met een aantal zaken, die er moeten gebeuren vandaag. Achterstallig onderhoud wegwerken. Dat lucht op en geeft ruimte voor nieuw. Ondanks mijn oneindige vakantieperiode, die pensioen heet, ben ik toe aan vrij zijn. Even helemaal niets. geen verplichtingen, geen opdrachten. Een zee van ruimte in het hoofd. Wachten op de verlichting die, als het ochtendlied van de merel, zich aandient op eigen tijd en in eigen uur.

Uncategorized

Tot in de kleinste finesses

Stofzuiger er doorgejaagd, rondslingerende spulletjes geordend en zwevend goed naar de trap verbannen en toen was de kamer klaar voor ontvangst. Ruim op tijd. Vriendinlief kwam langs en er was geen vooropgezet plan. Het zou al veel eerder gebeuren maar door een gebroken teugel van haar Haflinger brak ook vriendin en belandde een tijdlang in de lappenmand.

Nu was het zover om verloren tijd weer in te halen met Jasmijnthee om in de eerste aanzet de overbrugging van Brabant naar hier te maken. Honderduit viel er te kletsen. Over ets, het boek, de kinderen, manlief en kleindochter. De planning was om de Bernagie, dat wonder op wielen, met eigen ogen te aanschouwen. Dus togen we op pad. De lucht trok bij tijd en wijle gevaarlijk dicht in alle grijsschakeringen van diep donker tot lichtgrijs. De verwaaide bries, jas aan, jas uit, sliertte  met snelheid langs en verdreef even zo haastig de aankomende regendruppels.

013

Het pad langs de sloot verstilde, het stadsverkeer achter ons op de drukke rondweg, hield bij toverslag op te ruisen, nu wind ons door de haren streek. De tuin lag er vredig bij en liet zich van haar mooiste kant zien met de bloeiende Phloxen, de Dagkoekoeksbloem, de zee aan Nicandra, de bloeiende Geraniums en Hosta’s. Kussens op de stoelen en de eerder uitgekozen lunch met het verse Turkse volkoren brood en de dip  op de gedekte kleine tafels maakte het feest compleet. Toen er toch wat druppels overvlogen zijn we binnen gaan zitten. De toost met verse karnemelk in de walsende wijnglazen was zo feestelijk als vriendinlief, die er zat met een brede glimlach. Eindelijk had ze beeld bij de woorden en het klopte helemaal met de voorstelling die ze zich gemaakt had.

029

Na de lunch wilde ik de binnenstad laten zien.We liepen langs de Beyerskameren naar het Universiteitsmuseum en de achterliggende eeuwenoude Hortus. De vijver lag er feeëriek bij en de oudste Ginkgo Biloba van Nederland wenkte uitnodigend met haar knoestige takken en haar indrukwekkende oude stam, de groeven diep ingesneden, de kruin fier opgeheven.

034.JPG

Erachter bood de kruidentuin aan om elke kwaal te verhelpen met zoetgeurende moerasrozemarijn als een gouden tapijt, de rijkbloeiende Borage tussen de Goudsbloemen en haar leverkruid. Elke kwaal gaat aan de haal met deze bloemenpracht, bedacht ik me, terwijl de woordenstroom de tijd probeerde in te halen.

Het koetshuis was leeggehaald en de kuipplanten stonden nu op het terras er voor te pronken. Een kleine jongen zat voorovergebogen bij de vijver en stak zijn hand tussen de ijverige Guido Gezelle ‘schrijverkens’, die hij waterjuffer noemde, om boven te komen met twee waterslakken. Hij corrigeerde me zonder een spier te vertrekken. ‘Welke zwemt het snelst’. ‘Slakken zwemmen niet, ze kruipen’. Samen bogen we wat dieper om te kijken wat er zou gebeuren, toen hij ze weer op een richel onder water zette.

061.JPG

De kassen hadden te lijden gehad onder de droogte, en de cacteeën waren wat schraal, de vetplanten gelig en verschrompeld, maar de varens tierden welig. Het prachtige lijnenspel valt dubbel te genieten door de rechthoekige vijvers pontificaal in het midden van de oude houten monumentale kassen.  We nestelden op het terras, dat op maandag gesloten bleek. En voordeel, want nu streken we neer op een klein en rustig terras aan de Vaartsche Rijn om met een heerlijke wijn de dag te bezegelen.

Middenin de spits terug naar huis was geen optie. Dat zou filerijden betekenen van hier tot aan den Bosch. Zalm met pasta en basilicum was een welkome overbrugging. Prime time met aandacht en liefde. Meer is niet nodig om de dag te beleven tot in de kleinste finesses.

 

Uncategorized

Het leven als een sprookje

Er ligt een grote bruine steen in het midden met aan weerskanten rijen witte en zwarte stoelen. De tent, waar we dachten onder te zitten staat leeg aan de linkerkant en is zo breed als de rijen stoelen lang zijn.

Vasalis heeft ooit mijn lievelingsgedicht geschreven waarbij zo’n steen genoemd wordt, een stuk graniet, onwrikbaar. Alleen wordt dan de steen met Tijd vergeleken. Ze droomt.

Tijd/Ik droomde, dat ik langzaam leefde …./langzamer dan de oudste steen.

En later in haar laatste bundel

Steen

Verdriet kit al mijn krachten samen,
zodat ik roerloos word als steen.
Mijn hele wezen wordt materie,
een ondoordringbaar star mysterie,
o sla de rots, opdat ik ween.

De steen in het midden droeg niet de emotie, maar de droom, die eenzame wandelaars wilde lokken en vangen in een jarenlange slaap. Zijn alter ego was een klein lelijk flemend mannetje, die lokte met zijn kromme vingers en een zoetgevooisd stemmetje: ‘Kom maar hierrrrrr’. Een kleine kobold, een dwerg, een elf. Waar de steen vandaan kwam wist niemand. Ze was er ineens.

IMG_0838

Het was doodstil op het landgoed waar de voorstelling te zien was. Hoog boven in de lichtgrijze lucht vloog bij tijd en wijle een zweefvliegtuig over. Bij het kiezen van de plaatsen spraken jonge mensen ons aan en vertelden over dromen en elfen, over maanlicht en sterren, over waarheid en verbeelding en over sprookjes…Het bonte gezelschap, jong en oud,  Het wachten was op de laatste bezoekers en tot het tijd was.

De kobold had een prachtige droom voor een van de meisjes in petto. met een krakerige stem, die soms lispelde en verlekkerd lachte, verleide en fleemde, verleidde hij haar met een droom, waarin haar dochter het songfestival won. Hij was gelukkig en tevreden zolang hij haar als slachtoffer honderd jaar kon laten dromen. Alleen een prins kon haar wakker kussen en die lag op de loer, een Afrikaanse prins. Achter elkaar werden items benoemd en uitgespeeld, de vluchteling, het meisje in het bos, de twee mannen. In het bos waren wilde dieren, mannen, mensen. De angst kreeg gestalte in de grijze massa, onweer en bliksem, het ongewisse.

Het was een spektakelstuk van formaat. De muziek zorgde naadloos voor de omlijsting, zweepte op, bracht de zachtheid en de stilte, het koor was indrukwekkend met haar uniformiteit en toch weer geheel eigen. De solozang was van een klassieke schoonheid, zuiver en ontroerend en steeds weer in een andere, onverwachte vorm.

img_0840.jpg

De rechtspraak, het verdict, de wisselende rollen en de humor, de grote afwisseling in alles en de onverwachte elementen smeden het geheel tot een groot nieuw sprookje. We zweefden weg van de plek en bewogen mee met de steen en zijn alter ego, werden het meisje, de dansende prins, de rei en de twee mannen in het bos.

Uiteindelijk draaide het om De Kus, cliché als in de vluchteling en het meisje, de prins en Doornroosje, de dwerg die zijn elf ontmoet, de kus tussen twee mannen. De liefde is grenzeloos en kent geen beperkingen als het gaat om hartenzaken. Het sprookje kent een eind goed, al goed. De bezegeling vormde de bevrijding, letterlijk en figuurlijk, los van alle banden, een wilde danspartij,  waarbij iedereen, het publiek incluis, zich uitleefde en ook de regisseur zijn ingewikkelde lichtvoetigheid met ons deelde.

Na afloop konden we aanschuiven bij het lievelingsmenu. Kip, patat en appelmoes. Een kinderhand is gauw gevuld en we waanden ons weer even kind in de jaren zestig met onze ouders en de allereerste keer kip met patat en appelmoes. Nostalgie bij uitstek, het leven als een sprookje.

De kus werd gespeeld op het landgoed Paltz in Soest. https://hermanvanveenartscenter.com/

Uncategorized

Achter de poort valt de duisternis in

De kat van Ome Willem is een bereisde kat en geeft kopjes op z’n Frans. De kater waar ik gisteren langs mocht is een echte Fransman en hij geeft geen Franse kopjes, maar klauwt zijn nagels graag ergens in als hij dreiging voelt. Deze Frans voelt zich al snel bedreigd. Als je de was afhaalt bijvoorbeeld. Hij springt omhoog, hangt in het pyjamaatje van de middelste, valt met zijn buit naar beneden en springt weer. Het lukt me niet om alle was binnen te halen. Stoer loopt hij langs me heen en vertelt mauwend en met dreigende blik zijn ongenoegen omtrent het stille huis. Sorry lieverd, kan er niks aan veranderen. Bakjes vullen, vers water plenzen en gaan. Au revoir et à bientôt.

Vanavond is het feest en mijn zilverwitte kruintje schreeuwt om hulp. Haar in de henna, beetje noir erbij om niet als een vuurtoren te eindigen om het twee uur later, net op tijd voor het feest, weer uit te kunnen spoelen. Missie gelukt. Als ik onderweg ben naar het kasteel en langs de landerijen van Vleuten tuf in de kleine blauwe prins, langs het buitengebied rond de Hamtoren, vraagt het om er nogmaals terug te keren. Wonderschoon strekt het landschap zich uit en verleidt en fluistert haar geheimen.  Dan is er de oprijlaan naar het kasteel toe, de slagbomen uitnodigend open en zeeën van ruimte op het parkeerterrein. Zachtjes regent het nu. Dat is op bestelling, want water loopt als een rode draad door het leven heen. Water is de bindende factor deze avond.

Het verjaren van een lieve vriend zal niet ongemerkt voorbij gaan. Het koetshuis is de entourage, de instrumenten staan al klaar en over de toren van de poort heen, langs de aloude slotgrachten schalt een oceaan me tegemoet. Daar zie ik de vertrouwde gezichten al. Ongemerkt regent het harder als ik aankom en omhelsd wordt in een wolk van rood.

‘Een oceaan…’Zingt vriendin de singer-songwriter, de tekst die onmiskenbaar op vriend slaat, herkenbaar, voelbaar en vindbaar, maar ook op ieder van ons.. De lading is groot door de afwezigheid van twee vrienden, die de grote oceaan zijn overgestoken en nooit weerom zullen komen. Ze zijn te vinden in de teksten van de Dijk, die de avond gedeeltelijk vullen.

Vooral in het breekbare ‘Zullen we dansen’ omdat dansen ook het leven van de jarige onderstreept, maar wat het mooiste nummer was van het hele repertoire dat we met  z’n allen brachten. Alle vertrouwde koppen van de band en haar gevolg, herkenning hartverwarmend achter de vele ogen, spreken boekdelen als de muziek inzet. Een traan vindt haar weg. Verdriet laat zich niet vangen, voor sommige van ons is het een oceaan van verdriet. Zullen we dansen, denkbeeldig dansen. En de herinnering verbindt.

Dan is er het aandoenlijke optreden van dochter begeleidt door haar moeder de singer-songwriter. Ze wilde graag een lied zingen voor het feestvarken en koos het broze ‘Mag ik dan bij jou’ van Claudia De Breij, heel zacht en bedeesd zet ze in, fluistert bijna door de microfoon en af en toe werpt ze een schuchtere blik op haar grote vriend. Als de laatste klank versterft is er een korte stilte, dan een daverend applaus. Glimmend van trots neemt ze het in ontvangst om daarna in de armen van de grote vriend weg te duiken.

021

Dan is dat tere moment voorbij en wordt er wat luchtigheid door het water geklopt. Het bruist en danst. Alles wat een feest tot een feest maakt. De BBQ, het eten, het drinken, het feestelijke gezelschap, de liefde, het leven, de dood, we vieren het met elkaar. Zo’n moment van vreugde, zo’n moment van een nieuwe herinnering, als het voorbij is.  We slenteren naar de auto, weten het koetshuis achter ons. Een laatste streep avondrood geeft een feestelijke toets. Achter de poort valt de duisternis in.

 

 

Uncategorized

De koningin te rijk

Doemdenken, af en toe schiet het erin. Al een paar dagen een opgezette voet en been.  De weg naar de woorden van de cardioloog was gauw gemaakt. Ik dacht niet eens aan een kneuzing, wat het misschien wel is. Heet dat nou hypochonderen? Ik spreek mezelf vermanend toe, maar met een randje vergoelijking.

De tuin verzacht. Tijd voor het kleine werk. Maaien, wieden, wilgen snoeien om uitzicht te behouden. Het zijn de wilgen bij de linker buuf. Daar valt het zicht op het weidse land achter het tuinencomplex te bewaken. Mijn ontsnappingspoort naar dromen over landerijen, het vrije veld, de buitelende kieviten. Vooral vanuit de Bernagie is het genieten. Ik zie een grote getale kauwen en meeuwen, wolken zwart en wit pointillisme in de lucht. Door de open deur hoor ik de paniek in hun waarschuwingskreten. Het is te ver weg om de oorzaak te ontdekken en het schouwspel goed te kunnen zien en ik vergeet, dat er een verrekijker aan de ingang bij de deur hangt.

028

Vriend heeft een hulp in dienst genomen en samen zagen en klotteren ze zich door de bostuin heen. Overal ontstaan ineens fitte plekken met planten, die nu weer licht en ruimte hebben en verlost zijn uit de overwoekering. Vriend is eigenlijk net als Doornroosje uit zijn lange slaaproes gewekt. Hij is wakker gekust door de pijnlijke beleving van zijn kwaal. Liever een prins natuurlijk, ja ook voor hem, maar als het resultaat hetzelfde is, mag het sprookje zo eindigen. Of liever, nu begint het pas. Na ieder geëindigd sprookje schrijven we nieuwe, tot het boek vol is en de pen leeg.

De hulp is een jongen uit Ethiopië en hij brengt een vat vol verhalen mee. Hij spaart zijn reis naar zijn geboorteland bij elkaar. Hij is tanig en sterk en kan, met het grootste gemak, de grote bomen aan in de tuin van vriend. Het verwerken gaat stukken langzamer.

021.JPG

De Nicandra in de tuin is weer helemaal terug. Ze heeft stilletjes onder in de composthoop liggen wachten op zonneschijn en nu bloeit ze volop met haar prachtige blauwpaarse eendagskelken. De bloemen worden uiteindelijk gedroogde zaaddozen van een schoonheid die niet onderdoet voor de lampionplant. In de volksmond heet ze Zegekruid en symbolisch is het, dat ze bij de ingang van de tuin weer tot volle bloei is gekomen. Een zegen.

Ondanks de droogte bloeit alles volop. Maar ik besluit wel te gieteren. Mijn pad naar de sloot is overwoekerd door groot hoefblad, maar met de snoeischaar knip ik de doorgang  begaanbaar. Ziezo. Dat scheelt met sjouwen en zwoegen. Er gaan flink wat gieters in. De sloot is geduldig en geeft. Door het smalle pad valt de gele plomp met haar grote bladeren te bewonderen. Meerkoet neemt de kuierlatten. Weg beschutte plek. Sorry meerkoet, maar gemak dient de mens. Haar nest is verderop en er staat nog een meter breed aan hoefblad.

009.JPG

Vriend heeft een cadeautje voor me. Oost-Indische kers. ‘Welke wil je hebben’, zegt hij als er twee planten staan. Eer ik wat kan zeggen, zegt hulp: ‘De grootste natuurlijk’ en vriend plukt lachend de grote pot uit de grond. Ze komen voor de lathyrus te staan in de volle zon. Als de heren op pad gaan om een telescopische uitschuif-ladder te halen, neem ik een moment voor mezelf. Na gedane arbeid is het zoet rusten. Daar overvalt de vreugde mij.

014

Ik zie twee clematisbloemen in de wirwar van kamperfoelie en overal knoppen in een belofte voor nog veel meer. Ze heeft het overleeft, mijn kleine dappere purperen clematis. Ooit stond ze te pronken naast mijn mooie huis en nu naast dit nieuwe paleis; De Bernagie. Niets is wat het lijkt en alles kan veranderen, mijmert het. Tevreden leun ik achterover onder de drie wilgen in het gefilterde zonlicht en voel me de koningin te rijk.