Uncategorized

Reuze gezellig

Appje eergisteren:’Morgen?’ Cryptische omschrijving voor ‘Zullen we afspreken’. We dachten De Veldkeuken, maar die was vol, dus werd het ‘Vroeg’, er tegenover. Die plek om misschien nog wat te wandelen. Om iets voor tijd was ik aanwezig. Kreeg de virusvrije vraag en mocht een plek uitzoeken. Vriendinlief zag ik vanuit ’n ooghoek al aan komen fietsen. Vertrouwde gestalte, voor het eerst weer sinds lang. We zwaaiden. Ze wilde direct naar mijn tafel lopen, maar virusmevrouw stak daar een stokje voor. ‘Ho ho ho, even een paar vragen.’ Met een been nog steeds verlangend in de richting van het tafeltje beantwoordde ze die lachend. ‘Nee, nee en nee, ook nee.’

Bestellen ging via het scannen van een QR-code met een doorverwijzing naar de menukaart van Vroeg, maar er zou voldoende bediening rondlopen om vragen te beantwoorden, mensen te helpen bestellen en te serveren. Was dat onpersoonlijk of maakte dat veel goed, snel was het wel. We wilden al van wal steken met de belevenissen wederzijds maar omdat we direct op stoom kwamen, besloten we toch eerst de bestelling maar af te ronden. We kozen beide voor Naan-brood met een vegetarische quacomole en rettich met radijs, een kleurenbommetje.

Het stond in een handomdraai voor ons neus. Het grote genieten kon beginnen. De vleesmessen sneden niet soepeltjes door het brood. Daar was wat spierkracht voor nodig. Het meisje liet ons eerst een half brood zagen en kwam toen met verrassend scherpe messen en een praatje van vijf minuten over haar wens de Pabo te gaan doen. De behoefte aan contact bleek het gevolg van de nieuwe functie, geen praatje meer bij het serveren en wel een spraakwaterval achter de kiezen. Dat moest eruit.

Elkaar helpen met het vastmaken van de schorten

De nieuwe baan van vriendinlief was natuurlijk van belang. Hoe was het er en het sfeertje, de kinderen en de collega’s. Ze schilderde een uitgangspositie, die bijna identiek was aan de Jenaplan van weleer, voordat alles kapot werd gemethodiseerd. ‘Je had er naadloos ingepast’, wist ze. In het begin nog onwennig, heel veel kinderen in de groep, maar een visie op verwondering, intrinsieke motivatie, saamhorigheid, vertrouwen, het denken vanuit het kind. De projecten maakte je niet voor een jaar lang, maar die ontstonden spontaan, ervaringsgericht. Kinderen met bijzondere kwaliteiten, die, ondanks de jonge leeftijd, al doorwrochte vragen konden stellen, waarmee een project tot leven kwam en voortgang zou vinden. Heerlijk. Eerst zorgen dat vertrouwen en de basis stonden en dan pas aan lezen, rekenen en taal beginnen. Zekerheid en groepsgevoel als basis meegeven. Dat waren de noten voor dat vertrouwde warme lied der ontwikkeling, die ze me toezong op deze prachtige dag. Voorlopig het stekkie wel gevonden.

Daarna de uitwisseling. Hoe zijn we gevaren tot nu toe. Leven had tol geëist met het wegglijden van lieve mensen om ons heen. Het verdriet in haar ogen bij het vertellen over een plotseling wegvallen. Het voedde mijn boosheid over de geldende regels, waardoor ik niet om de tafel kon rennen, om haar vast te houden en dat intense gemis te verzachten. De draad oppakken dan maar en voort rolde de uitwisseling, over kinderen, toekomst en hoop. Vakanties die nog wel waren gelukt, de voor en tegens van de regels, die vaak niet het doel beklijven waar ze voor opgeroepen waren, het verdriet van jongeren, die dagenlang opgesloten zaten met hun mobieltjes als enig redmiddel en de ouderen, die al even eenzaam wegkwijnden. Maar ook de belofte, het geloof in wat er nog komen zou, kinderen die hun weg aan het vinden waren. Die grote rode draad, die leven heet.

Voordat we het wisten, de tweede bestelling liet op zich wachten want ik had hem niet helemal afgemaakt, was het al bijna tijd om te gaan. ‘Spontaan’ zouden we vaker doen, dat was makkelijker afspreken, beloofden we elkaar. Te weinig fooi, altijd zenuwachtig voor afrekenen om die reden, luchtkussen hier en daar. ‘Dag lief, tot gauw.’

Over het grindpad naar de kleine blauwe en achter, op een keutererfje, twee kippies, die luidkeels elkaar toe tokten. Ze hadden het reuze gezellig.

Uncategorized

Energie op mijn ruiten

Voor de afwisseling heerlijk geslapen, eventjes wakker en daarna nog een lange droom van twee uur over school en de kinderen. Een jongetje kwam te laat en ik begroette hem bij zijn naam, waarop men antwoordde: ‘Maar dit is Teus, zijn broer.’ Ik wist zeker dat dat niet klopte. Bovendien had hij alleen een zus.. Het raam staat op een brede kier. De frisse nachtlucht doet de drukkende warmte vervliegen en de ochtendspits rolt, steeds luider, binnen. Er tussendoor klinken twee honden, bassend en blaffend tegen elkaar. Van, naar wat ik denk, de grootste gaat een stevige dreiging uit. Ik zie ze niet, De nacht is nog inktzwart op de voorbij flitsende lichten van de auto’s na, terwijl het toch al tegen zessen loopt.

Gisteren op de tuin ging het doek naar buiten, met de schilderkist in de aanslag en een extra bijzettafeltje werd een comfortabele werkplek gecreeërd. Ondanks de hitte was het goed te doen. Geen zuchtje wind, maar veel schaduw dankzij de drie wilgen. Na een hele middag zwoegen viel het resultaat tegen. De verhoudingen waren zoek, omdat ik stilaan was gaan duwen en trekken en daarmee de harmonie had verstoord. Met een veeg van een doekje lostte het gezicht op, vervaagden de stippen en hield ik het voor gezien. ‘Kill your darlings’. Loslaten bij uitstek zodat er ruimte komt voor een nieuwe opzet, maar niet nu.

Met een wandeling langs het groot hoefblad langs de sloot, verschoof de focus naar de bladeren die al aan het verschrompelen waren. Sommige als kleine bruingebakken kommen en andere gehavend, met grote gaten of alleen bijna nog de nerf. Ze lagen kreunend tegen elkaar, maar een beetje lager was het verse jonge groene spul en schoten hier en daar zelfs de oudjes voorbij.

Koolmees kwam van haar appeltjes pikken. Het was een piepkleintje. De eerste keer was ze me te snel af, maar de tweede keer lag het fotoestel in de aanslag, net op tijd om haar vast te leggen, voor ze weer verder vloog. Het was libelle-hoogseizoen met deze late warmte. De propellers snorden er lustig op los, groot en dik. Tegen het raam zat een web, waarin spin en wesp in een ogenschijnlijk gevecht gewikkeld waren. aanvankelijk dacht ik dat spin wesp bij de kladden had, maar al gauw bleek aan de houding van wesp, die zich breed had uitgewaaierd over de spin, dat het andersom moest zijn. ‘Sebastiaan’, ken uw klassiekers, legde ook hier het loodje.

Terwijl half Nederland voor de buis zit om de troonrede te horen en onverbloemd commentaar levert op uiterlijk vertoon, hoed incluis, zoek ik de schoonheid van de bloeiende hemelsleutel, die zich, zoals het haar betaamt, beschermend achter engel heeft opgesteld.

Het blad van de geranium schiet al in de herfststand. De jonge vlier, die half tegen de Bernagie aanleunt, moet eraan geloven en ik snoei hem terug tot ooghoogte. Geen bes te zien. Lekker om even het lijf te strekken. Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat de arme acer volledig overwoekerd wordt door springbalsemien en leverkruid. Ze piept in arren moede weer te voorschijn, met té klein blad en hunkerend naar zon op haar miezerige lijf. Hopenlijk slaat ze volgend jaar aan, nu ik haar dit jaar verplaatst heb vanuit het gras de tuin in. Ze zou een mooie aanvulling zijn op het zomergroen. Nu correspondeert ze dapper met het bruine groot hoefblad. Vergane glorie valt nog in ere te herstellen. Volgeend jaar beter opletten. Huiswaarts met twee volle zakken vlier.

Het licht heeft de nacht ingehaald en schildert met haar witte watten tegen een strakblauwe lucht uitnodigend energie op mijn ruiten.

Uncategorized

Klaas Vaak strooit liefde

Dat er van die nachten bij zijn, waar Klaas Vaak je deur lijkt te hebben overgeslagen, of aan het begin van de invallende duisternis slechts met hazenslaapjes heeft gestrooid. Als kind vond ik het beeld van Klaas Vaak vertrouwd. Het hielp om me minder bang te laten zijn. Toch kwamen met zijn zandkorrels ook de nachtmerries mee. Een aantal jaren dezelfde, gedrenkt in bloedstollende feiten. Badend in het zweet werd ik dan wakker en luisterde naar het snurken van mijn ouders in de kamer ernaast. Mijn moeder met tussenpozen, mijn vader, die met gemak het zwarte woud aan het slechten was. Het had geen zin om met mijn pekkende blote voetjes op het koude zeil, rillend van angst, naast hun bed te gaan staan. Ze werden niet wakker, had de ervaring geleerd. Toen mijn moeder zo oud was, als ik nu, kwamen ook haar slapeloze nachten. In de dagboeken staan ze vermeld. Met gestage herhaling waren er nachten bij dat ze de klokslagen van de kerktoren telde, om tegen vijven in te sluimeren en vervolgens in de ochtend wakker te schrikken. ‘Als je je ogen dicht houdt, rust je ook uit,’ zei mijn moeder vergoelijkend tegen zichzelf. Gisterennacht was zo’n nacht.

Vandaag was het rond vijven. Het blijft lang donker buiten en ik mis het witte ochtendlicht. Ik lees een stuk de ochtend open en moet soms herlezen omdat gedachten afdwalen en de ogen wel de letters zien, zonder de betekenis vast te leggen. De oorzaak ervan kan ik herleiden. Het is het gesprek dat ik met de oude voerde, die verwijt na verwijt als krassen aan een balk verzamelt om ze daarna aan elkaar te breien tot een deken van misverstand, verwijten en het opdringen van een schuldgevoel. Ik ga in verweer. ‘Niet doen’, sist in mijn onderbewuste een stemmetje. ‘Laat betijen.’ De achterdocht sproeit uit zijn ogen en ik kom niet verder dan te antwoorden, dat hij op alle slakken zout legt. Heldere communicatie is het moeilijkste wat er is, als er met emotie en argwaan gestrooid wordt. De som der dingen levert een verdrietig gevoel op. Hij vertrekt.

‘Kijk maar naar mij,’ zegt kleine koolmees terwijl ze aan een appeltje pikt. ‘Luister naar mijn lied’ zoemt de enorme bruine wesp van tak naar tak. ‘Snoep maar mee’ brommen de hommel-teddyberen in de springbalsemien. De tuin is vol van leven en warm op deze aangereikte zomerdag.

In het boek van Sinan Çankaya vind ik een zinsnede die aan het denken zet: ‘Een botsing tussen een persoon of eigenlijk vooral een botsing tussen het beeld, dat die persoon van je heeft met het beeld dat je van jezelf hebt, dat verschil slijpt uiteindelijk je zelfbeeld‘ Soms is dat een stimulans en soms levert het een deuk op. Het vraagt om een reflectie, maar ik kan het gesprek bijna niet terughalen, waar ik weet dat de oude het zich woordelijk zal herinneren. Onder alles ligt verwijt. Ik wil niet in de rol van de verdediger of van de veroordelaar. Ik zoek positieve energie, omdat we die zo hard nodig hebben in deze dagen. Ze botst tegen de blik in zijn ogen.

Vriendinlief appte over een sterfgeval heel dichtbij in haar familie. Ik herinner me ineens het lege gevoel van mij, bij zo’n verlies. Ontheemd, ontgoocheld en toch dankbaar om dat lijden, dat er niet meer is, om het onmiddellijke gemis dat optreedt, om dat wat we lief hebben, los te laten. Om wat ooit was en niet meer zal zijn. Het gesprek van de middag ebt weg, er zijn onnoemelijk veel meer gedachten, die het waard zijn om overpeinst te worden of om je uit de slaap te halen. Klaas Vaak strooit liefde.

Uncategorized

Een goed gevoel

Het was zo’n typische mooie dag in september toen ik de deur achter me dichttrok en naar de kleine blauwe prins wandelde. Hij had er zin in die ochtend en bracht me ronkend en spinnend in een oogwenk over de zondagstille wegen naar mijn bestemming. Parkeren kon langs het Hoogelandse park, dat er al even zondags bij lag. De eeuwenoude bomen leverden filterend de juiste atmosfeer op voor het groepje yoga-beoefenaars op het nog vochtige gras.

De juiste entourage, de juiste conditie om goed uit te pakken met pen en aquarel. Maar eerst naar de plek waar we afgesproken hadden, op de hoek van het Oorsprongpark en de Biltstraat. Utrecht op z’n mooist met de indrukwekkende ingenieuze gevels en de torentjes, haar villa’s en landhuizen, alles behalve vergane glorie. Hier werd geschiedenis trots in ere gehouden. Ik was vroeg, maar de organisatoren waren er al. Mijn stadsgenoot had al getekend aan de gracht en toonde trots zijn prachtige leporello, op zich al een heerlijk boek met de harmonicabladen, en nu gevuld met de bruggen van de Oude Gracht, in precisie uitgewerkt met nauwkeurige details met pen en aquarel. Een plaatje en de wetenschap dat ik dat op die manier nooit zou kunnen.

Gestaag dienden de andere sketchers zich aan tot de stoep vol stond met mensen van allerhande pluimage, bepakt en bezakt, die elkaar uitbundig begroeten en uitgebreid wederwaardigheden uitwisselden, namen herhaalden en inoefenden, zittend op de meegebrachte driepoten of staand, tot het tijd was om een bestemming te zoeken. Er was keuze in overvloed. Sommigen togen richting Hoogelandse park, anderen naar de Maliebaan en ik wilde eerst het prachtige ranke huis met de torens proberen. In eerste instantie zat ik er scheef voor. De wijze woorden bij de vorige perspectief-les indachtig, was verkassen naar het vooraanzicht wijzer. Vriendinlief bleef wel schuin er voorzitten en begon druk met meten en rekenen. Het was lastig, ik had weer te groot opgezet, zoals gewoonlijk, maar het kwam wonderwel goed, al was ik twee van de torentjes kwijt geraakt in het strijdgewoel.

Aan de overkant zat iemand te werken op haar Ipad. Er zat een pennetje bij, waarmee ze rechtstreeks digitaal kon tekenen, wat makkelijker leek dan de bamboo van Wacom, waar de hand/oog coördinatie als extra moeilijkheidsgraad werkte. Stilletjes en in een eigen bubbel werkten we door. Een buurtbewoner die bezig was aan een ochtendwandeling vroeg beleefd of hij mocht kijken. Natuurlijk, geen probleem. Het kruispunt was kennelijk een gangbare route voor de fietsers, want die kwamen veelvuldig langssuizen. De bocht werd steevast te ruim genomen, waarna alle zeilen moesten worden bijgezet om elkaar te ontwijken. Neerlands fietsvolk op haar best.

Met het invullen van de details leek het heel wat. Vriendin was nog wel even bezig met haar torentjes als minutieus precisiewerkje. Voor mij was het thermoskannen-koffietijd en door naar een volgende stek. Overal zaten plukjes tekenaars en een enkeling alleen. In het Hoogelandpark zat een gezellige grotere groep, maar in de schaduw. Ik wilde zon en warmte. Aan het eind van het laantje baadde het Hoogelandhuis in de volle zon. Vlakbij Polarbear, met de warmte op zijn en mijn snoet, stalde ik uit. Collega-schetser zat op de bagagedrager van haar fiets en gebruikte het zadel als tafel. Ze had haar driepoot vergeten. Ze vertelde over de polarbear als eerbetoon aan de Canadezen, die Utrecht ten tijde van de bevrijding binnen waren getrokken. En er was een anekdote over de vrouw van Mussert, die ten overstaan van de Nazi’s de weggedoken mensen verraadde vanuit haar slaapkamerraam aan de Maliebaan, zodat in het licht van de vrijheid ter plekke nog mensen werden gefusilleerd. Boeiende verhalen, terwijl de pennen krasten onder de turende blikken. Het Hoogelandhuis was heerlijk recht toe, recht aan en beer werd aandoenlijk door een vogelpoepje dat precies op ooghoogte zat en hem de uitstraling van Poohbear gaf.

We eindigden waar we begonnen waren. De rijkdom, één grote verscheidenheid aan stijlen en technieken, lag op de grond om bewonderd te worden en het was niet alleen de zon, die onze harten verwarmde. Het gaf een goed gevoel.

Uncategorized

Altijd iets te vieren

Vroeg uit de veren was het credo gisteren en dat vroeg is betrekkelijk. In de veren doe ik elke ochtend al heel veel. Daar komen de zinnen binnenwaaien en schrijf ik eerst altijd de blog. Maar de volgorde verschilde. Normaliter is er eerst koffie en kwark voor de medicijnen en daarna het verhaal. Nu was het andersom. Eerst mijn hoofd leeg spuien en daarna beneden een dubbele koffie in de kleine thermoskannen, alle pilletjes met kwark naar binnen werken en gaan.

De boodschappen voor een broodje bij de super en om half een hoog en droog, terwijl de lucht naarstig aan het betrekken was, in het atelier. Thuis had ik de foto opgezocht van vriendin van lang geleden. Zij voorovergebogen voor de spiegel, dicht met haar neus erop, om de make -up aan te brengen, de foto van het spelden van de Arnemuidense kappen bij elkaar en zij lachend tegenover mij tijdens een horlepiep. Onmiskenbaar ‘zij’. Dat wilde ik vastleggen nu alleen de herinnering was achtergebleven.

Achter de doeken stond precies het formaat wat ik nodig dacht te hebben. Het kostuum kon ik dromen. Het lieve koppie ook. In dit geval had ik de nieuwe oil-sticks meegenomen. Olieverf in krijtvorm. De verpakking was een draak van een anti-senioren soort. Nauwelijks een opening om te peuteren, maar eenmaal los, tekende het heerlijk. Daarna viel het te bewerken met kwast, vinger of doek, met het resultaat van de olieverf uit de tube.

De tuin stond er groen bij. Overal waren de planten aan een groeispurt begonnen. De herfstasters waren met hun glorietijd gestart en eisten hun ruimte op. In het atelier was het donker en dat kwam door de begroeiing aan de achterkant, waar braam, springbalsemienen en vlier in een innige verstrengeling waren geraakt en de aardperen hoog boven de Bernagie uittorenden. Een welkome afleiding tussen het schilderen door, dat snoeiwerk. Bovendien kwam er licht in de duisternis. Een van de nadelen van het ouder worden is dat het lijf zoveel signalen afgeeft over het niet meer al te soepel functioneren. Met het gebukt staan, brandde het tussen de schouderbladen en begreep ik dat de koek bijna op was voor het werk. Nog even de schort aanpakken van het kostuum en klaar was Trijn voor vandaag. Twee volle zakken snoeiwerk gingen mee naar de vaalt.

De dag daarvoor had ik met twee lieve vriendinnen uitgebreid geluncht, verhalen over het heden en verleden buitelden over tafel, het was zo behaaglijk en zo knus, maar ook waanzinnig, dat we elkaar na al die tijd niet stevig konden omhelzen. Wat had ik me graag even in willen graven in die vertrouwde armen van liefde en warmte. Alle verhalen kwamen voor het voetlicht. School, de kinderen, vakanties, vooruitzichten, twijfels, angsten, hoop en liefde, heel de staat van zijn. Met een tikje weemoed liet ik ze weer gaan. Thuis een mail van de hoofdredacteur met de melding dat mijn recensies de hoeksteen van het blad zullen worden. De koningin te rijk, zo voelde het.

’s Avonds probeerde ik na het schilderen de oliepastels uit in een snelschets, die ik ook gekocht had. Zes kleuren en niet de meest logische, maar zo heerlijk zacht en werkzaam. ‘Vriendinnetje aan de make-up’-foto als inspiratiebron. Ze leek er niet echt op, maar het krijt deed haar werk goed. Wat een mogelijkheden betekende dit. Fijner dan het pastelkrijt en weer een mooie nieuwe ontdekking van iets dat al een eeuwigheid bestond. Zo werkt dat als je steeds zelf het wiel uit moet vinden, maar daardoor behoudt het juist de sjeu.

Vandaag bij de sketchcrawl zal ik proberen er mee te experimenteren. We gaan naar een park in Utrecht met huizen in de buurt met de meest waanzinnige gevels, die je maar bedenken kan. Thermoskan mee, kruk mee, tekendoos en aquarel in de aanslag en gaan. Feest maken doe je zelf, want er is altijd iets te vieren

Uncategorized

Een mens zou er filosofisch van worden

Met de droom wordt ik wakker. Ik ben op een of ander congres. Het is niet de jenaplanconferentie, maar waar het dan wel over gaat, krijg ik niet helder. Ik zit naast een man, een jongen nog, met een corduroy cognac/bruin colbert aan en sluik donkerblond haar, dat over het voorhoofd valt en zijn gezicht omlijst. Hij vraagt: ‘Wat doe je. Ik antwoord: ‘Ik observeer.’ Hij vraagt weer: ‘Wat is dat dan observeren.’ Ik antwoord: ‘Observeren is alles zien.’ Er voegt zich een blonde jongen bij ons. ” Dat klopt,’ zegt hij lachend. ‘Alles zien is observeren.’ Maar dat is de essentie niet, het is echt andersom. Het is de samenhang der dingen.

Ik sudder op de droombeelden. Waar komt het vandaan. Vlak ervoor heb ik het boek ‘Ontelbare identiteiten’ van Sinan Çankaya gelezen. Het is een boek over het gedachtegoed van een man, die zijn hele leven heeft geobserveerd. De binnen en de buitenwereld. Nu komt alles samen. Een boek over gedachten, over wat je gezien hebt, over gevoel vooral en hoe je gevormd wordt door de gedachten van anderen. Je hebt Turkse wortels dus dan ben je bij een voetbalwedstrijd Turkije- Nederland voor Turkije, zegt men. Als Turkije de eerste twee interlands verliest tegen Oranje, dan ben je ‘de verliezer’, want je bent een Turk. Als Nederland een derde interland verliest, omdat Seedorf een cruciale penalty mist, dan voel je je ineens onoverwinnelijk. Je bent een Turk. Maar Oranje blijft altijd beter in de ogen van de anderen. ‘Wij, jij, zij, hij, ik en ik dan’, proef ik door het hele boek heen. ‘Waar ben ik, waar sta ik, wie ben ik’. Wat een ingrijpend en veelzeggend boek.

Er is een herinnering bij van ‘zich verslapen’. Hij zit in het vierde of het vijfde van het VWO. De geschiedenisleraar zit aan zijn lessenaar en geeft hem de wind van voren, schreeuwt hem toe, ‘dat het nooit, nooit, maar dan ook nóóit iets met jou zal worden. Hij zwijgt. Iemand zegt: ‘Trek het je niet aan. Je weet toch dat hij een racist is, hij was lid van de centrumpartij.’ Die opmerking geeft hem letterlijk een andere kijk op de wereld.

In een passage is er een willekeurige ontmoeting van twee fietsers, die wachten voor het stoplicht. Als de man naast hem vraagt waar hij vandaan komt, antwoordt hij: ‘Ik weet het niet. De man geeft hem ongevraagd raad: ”Wees als een vogel, laat je niet vastbinden. Je hoeft niet te kiezen.’ De vreemde man is verdwenen, lijkt opgelost te zijn in de wind, maar er is een vóór en een ná die opmerking.

Al die verzamelde momenten zijn eye-openers voor hem. Als je goed leest bij deze ervaringen, wat er in woorden wordt weergegeven, dring je door tot de kern van het probleem van een dubbele culturele achtergrond. Het klaart de lucht voor een goed verstaander, die hier geen half woord krijgt, maar heel veel stof om over na te denken.

Het is fijn om eindelijk weer een boek tegen te komen, die het gedachtegoed fileert tot in de finesses, om uit te komen bij de vragen naar de betekenis van het leven. Het heeft niet voor niets deze titel gekregen. ‘Mijn ontelbare identiteiten’, maakt je bewust van het zelf in relatie tot al die anderen die je onderweg tegenkomt. Het zorgde er ook voor dat ik een rondje ging maken in mijn eigen gedachten. Daarna ben ik weer gaan slapen en droomde de bovenstaande droom. ‘Observeren is alles zien’. Een mens zou er filosofisch van worden.

Uncategorized

Regeren is vooruitzien

Laatst was er iiemand op twitter die triomfantelijk in een tweet vertelde in de strijd om het voorkomen van voedselverspilling, een ” to good to go’-box of iets dergelijks te hebben aangeschaft. Daarop kwam onmiddellijk een antwoord van iemand, die zei dat je met die actie de voedselbanken benadeelde. Schuldbewust gaf de eerste toe, daar niet aan gedacht te hebben.

Vorige maand zag ik tot mijn grote ontsteltenis hoe bij de plaatselijke supermarkt grote hoeveelheden voedsel de afvalcontainer werden ingeschoven en de haren rezen me te berge, toen ik dacht aan al die mensen die afhankelijk zijn van de voedselbanken.Er bleef sindsdien iets knagen. Wat ik daar de container in had zien verdwijnen, deugde niet.

Vandaag kwam de Volkskrant met het verlossende antwoord in een artikel van Toine Heijmans over ‘Voedseloverschot’. De Lidl is overgegaan op het verkopen van producten, die bijna over de datum zijn, tegen betaling van een of twee kwartjes, Het is een succes. In een mum van tijd zijn in de winkels de schappen leeg en je moet er vlug bij zijn. Vlakbij is een voedselbank. Ook hier zijn de schappen bijna leeg. Buiten staat een lange rij mensen tot aan de parkeerplaats geduldig te wachten tot ze aan de beurt zijn. Andere voedselbanken bekijken de kwartjes-aanpak van de supermarktketen met argwaan. Hun angst is het gevolg van de actie wat een tekort bij de voedselbanken zou kunnen opleveren. Maar Annita Nieuwenhuizen, hoofd bedrijfsvoering bij de voedselbanken, gelooft daar niet in. ‘Wat je wilt bereiken,’ zegt ze, ‘is dat mensen weer hun eigen broek kunnen ophouden, dat ze gewoon weer in de supermarkt kunnen winkelen’. Ze is van mening dat alles wat je aan voedselverspilling tegen kan gaan, pure winst is. Waardigheid is een groot goed,.

Een en ander is het gevolg van de concurrentiestrijd van de supermarkten. Men wil kost wat kost de schappen vol houden en rekenen het overschot door in de prijs. De klant wil volle schapppen. Ik ga bij mezelf te rade. Wil ik volle schappen? Nee, niet echt, alhoewel, ik wil niet misgrijpen, wat minstens ook een welvaartsprobleem is. Het is toch altijd weer ‘het kip of het ei’-principe. Als het aanbod er niet was, wat zouden we dan doen. Wat hadden we gedaan als er geen supermarkten waren verschenen en het bij die kleine buurtwinkels gebleven was. Hetzelfde kan je je afvragen bij die volgeplompte schappen met minieme houdbaarheid. Het eeuwige dilemma ‘Wat-als’.

Annita vindt de Lidl-antiverspillingsactie een mooi begin van een echte oplossing. ‘Straks kunnen de armste klanten toch gewoon bij de supermarkt kopen zonder schaamtevol in een lange rij te moeten staan, baas in eigen budget zijn, zonder gesleep van voorraden’. Toine eindigt het artikel met de voorspellende blik van deze opmerkelijke vrouw: ‘Over dertig jaar bestaat dit niet meer’ zegt ze terwijl ze het magazijn rondkijkt. En ik ben het met Toine eens, als hij zegt ‘Dat is nog eens een vernieuwend concept’. Niet gelijk misbaar maken of bang zijn dat het eigen hachje het niet redt, maar over de grenzen van het eigen bestaan heenkijken, naar een aanpak die de toekomst dient ter meerdere eer en glorie van iedereen.

‘Dat zouden meer mensen moeten doen’ schiet een reclame-quote in mijn gedachten, als variatie op het thema. Politiek gezien, bijvoorbeeld. Iets wat ze ons vroeger met de paplepel hebben ingegoten. Gebruik je gezonde verstand en laat je niet gek maken, want regeren is vooruitzien.

Uncategorized

Hoe eerder, hoe beter

Nu de risico’s nog steeds groot zijn, besef ik dat de terugkeer naar het vrijwilligerswerk nog lang niet aan de orde is. Het betekent, dat heel veel mensen die ik daar ontmoet heb, zijn blijven steken in het beeld op mijn netvlies, gestolde foto’s sinds maart van dit jaar. De patiënten zijn niet uitgekristalliseerd tot doodziek, de zwakkeren onder hen, pinkmager vaak, zullen blijvend ronddolen in mijn gedachten. De armbandjesvlechtende mevrouw, het doorschijnende jonge meisje, die vermoedelijk ouder was dan ze leek, de oude man in zijn magerte, geen gram teveel, toen al niet, het echtpaar, zij lezend aan het voeteneind en hij trots op zijn schilderijen, de dolende vrouw en al die anderen. Allemaal stilgevallen in mijn beleving. Hoe zijn zij deze crisis te boven gekomen. Zijn ze gewoon blijven gaan naar het ziekenhuis? Zo’n chemo breek je niet zo maar af en de immuuntherapie al helemaal niet. Ik weet, dat men destijds ermee bezig was om deze therapie aan huis te geven. Een hele verbetering ten opzichte van iedere keer weer die gang naar het ziekenhuis.

Gisteren zag ik een stukje van Jinek. Ze voerde een gesprek met de directeur, een intensivist en een verpleegkundige van een Brabants ziekenhuis, dat het zwaarst getroffen was. Ze hadden opnames gemaakt vanaf het begin. Er was een gesprek bij van de intensivist met een vrouw, die in coma gebracht zou worden en afscheid moest nemen van haar man. Jinek verbaasde zich over de rust, waarmee uit de doeken werd gedaan hoe een en ander zou worden aangepakt. Een van de professionaliteiten van een arts of verpleegkundige is de angst en de onzekerheid uitbannen, zodat men vertrouwen krijgt in wat er komen gaat. Maar de keerzijde werd ook getoond. De directeur die vanuit zijn raam naar het mortuarium kijkt en ziet hoe partytenten er naast werden opgesteld, waarbij de realiteit doordrong, zo helder als het wrange zeildoek zelf. Mijn God, er zijn niet genoeg koelcellen. De opmerking van de intensivist, over de wereld van verschil binnen en buiten de muren, werd als een ader bloot gelegd door de ontzetting van de directeur. Men stond nog steeds ‘aan’, omdat het onbekend was hoe het zich verder zou ontwikkelen. De alertheid had grote impact. Ze voelden zich door en door verantwoordelijk en toch evenvaak zo machteloos. Ze waren moe, doodmoe.

Ik dacht aan de afdeling en al die mensen daar, die het vuur uit hun sloffen liepen tijdens een gewone werkdag. Hoe was het met hen gegaan. Namen ze nog steeds de status van de afdeling door in de ochtend. Waren ze nog steeds opgesplitst in tweetallen voor een aantal kamers. Op maat gesneden zorg, zodat ieder de aandacht kreeg die hij of zij verdiende? Was het nog mogelijk geweest om deze patiënten, die nu een dubbel zwaard van Damocles boven hun hoofd hadden, gerust te stellen. Of maakte het niet meer uit. Veel waren al uitgestreden en berustend in hun weinig rooskleurige toekomstbeeld. Te allen tijde zou de verpleging er voor gaan, dat is inherent aan de beroepskeuze.

Een wereld van verschil, dat is het zeker. Zodra je het ziekenhuis instapt, zijn er andere prioriteiten en verdwijnen de wissewasjes. Mensen die ziek zijn, zijn gelijk. In de nietigheid van dat lijf, dat veren kan laten vallen en tegelijkertijd ook kan opveren en daarmee zichzelf verheft. Het blijft gissen en duimen draaien, net zolang tot we weer aan de slag kunnen. Hoe eerder, hoe beter.

Uncategorized

Voor elkaar en door elkaar

Gisteren en vandaag tovert Facebook herinneringen te voorschijn en serveert ze me smakelijk. Twee levensgrote dino’s, een tweedimensionale en een driedimensionale, die we met de groep vier jaar geleden tijdens een oerproject hebben gemaakt. Het was een verhaal met de Archeopterix, de oervogel, die was komen aanvliegen. Ze werden er enorm enthousiast van. Eerst hadden we opgezocht op de computer hoe ons skelet eruit zag en hoeveel botjes wij hadden, dat bleken er 205. Vervolgens gingen we takjes en takken zoeken van verschillende grootte onder de drie, uit de kluiten gewassen, populieren naast de school. Ze maakten er een wedstrijdje van. Wie de meeste takjes kon verzamelen. De race was op die manier snel gelopen. Met een volle mand kwamen we terug in de kring. Daar lag zilverpapier klaar en iedereen mocht zoveel mogelijk takken inpakken in het zilver. Dat werd een hele berg.

We bestudeerden in een boek het geraamte van de Tyrannosaurus Rex. Kleine botjes voor de enorme lange nek en langere botten voor zijn ribbenkast en de armen en benen. Twee kinderen hadden van dozen de kop gemaakt, weer anderen hadden de scherpe tanden geknipt. Ook de dozen werden omwikkeld met zilverpapier. Twee van de oudste jongens legden de botjes in de juiste volgorde en daarna keek de hele groep mee of het klopte. Daarvoor moesten we onder grote hilariteit op de stoelen gaan staan, anders hadden we het overzicht niet. Toen ze dachten dat het goed was, zijn we gaan knopen, Dat wil zeggen, ik legde de knoop en de kinderen trokken ‘m aan. Met vereende krachten kwam de Dino tot leven, voor zover dat kan als je al eeuwen dood bent. Het systeemplafond in het halletje voor de groep was uitstekend geschikt om het reuze geraamte aan draad op te hangen met zijn bungelende pootjes. Het voelde als een glorierijk werk. Met wangen glimmend van trots werden ouders meegetrokken om ons kunstwerk te bewonderen. We hadden er de hele dag aan gewerkt en niemand had zich ook maar een ogenblik verveeld.

De tweede was Streetart. Gewapend met stoepkrijt trokken we naar buiten. Ik had een tekening van de Tyranno als voorbeeld gemaakt en een van de kinderen kon met behulp van de aanwijzingen en cruciale punten, zodat de afmeting zou kloppen, natekenen. We hadden de groep in tweeën gedeeld, dus de oervogel, de archeopterix, kon er ook bij. Die kwam aan de andere kant van het klimrek. Daarna gingen ze verwoed aan het werk met het krijt. De opdracht was, dat er geen tegel meer te zien mocht zijn binnen de contouren van de dino en de vogel. Ze slaagden met glans. Weer was de ochtend omgevlogen zonder dat we het in de gaten hadden.

Tijdens het project kwam er een dino-woud bij op de watertafel, compleet met bomen en heuvels en konden de kinderen het poppenspel met de Archeopteryx naspelen. De pop was lang geleden, bij een vorig project, door een collega, griezelig echt, gemaakt.

Vier weken lang zijn we er enthousiast mee bezig geweest. Verwondering kwam bij deze kleine groep vanzelf. Zodra er een spannend verhaal was, gingen ze er mee aan de haal en werden mede-eigenaar. Zo werkte het als een trein. Binnen de kortste keren hadden we een aantal dingen op de rit staan. Geen moment verveling of het niet weten, maar de juiste focus en je helemaal betrokken voelen. Met ervaren als basis en met de kracht van de groep: Voor elkaar en door elkaar.