Uncategorized

Een kleine Fiësta

Zie je wel. Zo’n dagje met de helft van de kleinkinderen wierp vannacht alweer vruchten af. Wakker geschrokken om half vijf heb ik met een ruk het laatste spannende deel van het verhaal van Opa Sterretje uitgeschreven. Ineens vloeide de verbeelding als een warme deken over me heen, nam het toetsenbord onder beheer en ging de strijd aan met de oude Vecchietta Bruto. Die opa’s op een sterretje weten alles, hè. Dat is een handige bijkomstigheid. Sproet bleek in werkelijkheid de betoverde versie van Matteo te zijn, een kleine jongen zo groot als Tijn, die in het klooster woonde en de oude vrouw was in werkelijkheid niet wie ze was. Straks ga ik het laatste deel voorlezen voor deze tweede blijf-maar-thuis-paasdag. Ben benieuwd wat ze ervan vinden.

Het eieren zoeken was een succes. Natuurlijk was de kleine filosoof twee keer zo snel dan de twee dribbeltjes en hij had zo zijn kostje gekocht en meer dan dat. Maar ruiterlijk legde hij sommige weer terug op een in het oog lopende plek zodat de anderen met hun twee jaar kraaiden van blijdschap bij het ontdekken van de kleurrijke kleine eitjes. De heuvel lag er verder verlaten bij en op een aantal fanatieke hardlopers na, liepen er alleen maar kippen en hanen vrij rond en zat de pauw met zijn snerpende geluid op het dak van het schuurtje en waaierde af en toe zijn veren imposant uit. Het liefst zouden ze achter elkaar de eitjes aan het verorberen zijn gegaan, maar daar staken de moeders een effectief stokje voor. De pauze, ook om bij te komen van de kou, was bij de kleine koek en zopie-tent met koffie en thee. Een grote beker hemelse warmte deed de rust weer neerdalen. De kinderen speelden in de speeltuin, de oude beer, waar ik als vierjarige nog opgezeten had, stond er moederziel alleen bij. De kinderen waaierden uiteen naar de schommels, naar de glijbaan of met de bal aan de voeten. Zoonlief boog naar de hoofduitgang af met schoondochter en haar bollende buikje en de ene kleine dribbel en wij liepen naar de andere uitgang.

De kleine filosoof mocht met oma mee in de auto en kleindochter, die dat niet begreep brulde aan een stuk door voorop de fiets tot ze thuis was en ons weer zag. Tranen gedroogd, verdriet vergeten. De paasbrunch was heerlijk. Een brunch als het paasontbijt vroeger, verse eitjes, kaas, verse broodjes, croissanten, fries suikerbrood, een paasstol met amandelspijs, roomboter en verse jus d’orange. Kleinzoon kon de druk van het chocolade verrassingsei nauwelijks aan, maar moest wachten to zijn zuslief op bed lag.

Ik spon goed garen bij dit samenzijn. In het hoofd gingen alle luiken van kinderliedjes en versjes wagenwijd open en namen in hun kielzog het juiste verhalenplot mee voor de spannende avonturen van Tijn en de Florentijnse leguaan. Intussen dus geboekstaafd en veilig gesteld. Op naar het volgende avontuur.

We hebben een winters weekje voor de boeg, dan ook de bijbehorende knusheid maar van stal gehaald. De tuin mag even links blijven liggen en de kaarsen komen te voorschijn. Prima weer om wereld rond te reizen op papier en op het bord. Vandaag mag ik naar Spanje. Olé. Kind aan huis daar, want al in 1965 reed mijn vader met ons gezin(heel veel kinderen) naar Tarragona toe. Heen keurig netjes in twee dagen en op de terugweg jakkerde hij aan een stuk door. De Spaanse keuken proefden we mondjesmaat, want we hadden de hele Hollandse keuken in blikconserven onder de banken gestopt tot en met de margarine toe. In de jaren die volgden werden het minder conserven en meer Spaanse keuken. De vakanties naar zo’n ver land waren bijzonder in die tijd. Mijn vader was er reislustig genoeg voor. Geen straf om, nu de wind om het huis giert, het buiten regent, en het frisse groen van treurigheid de kopjes laten hangen, op een warm strand te zitten of te lopen op de ramblas. ‘Camarero una limonata de narancha por favor’. O nee, een terras is er niet. Dan maar een kop warme chocomel van echte melk en cacao. Om te vieren dat we straks de warmte twee keer meer zullen waarderen, als die uit de diepste krochten te voorschijn komt, houden we vandaag een kleine fiësta

In de wereld rond in 80 dagen bracht zoonlief me met zijn lavash naar Libanon. Ik maakte er Fattoush bij, een frisse salade. Samen met de hummus van aubergine een aanrader. Op papier een detail van Le Piano Oriëntal’van de striptekenaar Zeina Abirached.

Fattoush wordt trouwens niet alleen in Libanon gegeten, maar ook landen als Irak, Jordanië en Syrië. Soms vind je sla in deze salade (maar vaak ook niet), maar wel altijd tomaten, komkommer en ui.

En laten we het belangrijkste ingrediënt niet vergeten: geroosterde stukjes (oud) pitabrood of Libanees platbrood.

Naast deze basisingrediënten zijn de extra smaakmakers misschien nog wel net zo belangrijk. Denk aan munt, sumak, zout, citroensap en olijfolie. Muntblaadjes geven deze salade de frisse toets, terwijl sumak (rode besjes van de sumakplant) voor een zurige smaak zorgt, net een beetje zoals citrus.

Variëren kun je volop met fattoush: denk aan extra ingrediënten als radijsjes, peterselie, feta, paprika, olijven, granaatappelpitjes en knoflook. Ook lekker is om wat frisse yoghurt toe te voegen als een dressing.

Uncategorized

De laatste loodjes

Het leek bijna een rustdag vandaag. Zuslief had met vouches van een Indonesisch restaurant Gado-Gado gehaald en een kindermenu en een borrelhap, dus kon ik voor de wereld in 80 dagen’ naar Indonesië in het algemeen voor een erg Hollandse Gado Gado met pastei en lemper zonder ook maar een vinger te hoeven uitsteken. Heerlijk zitten wijnen en treinen en het was erg gezellig. Bijkletsen omdat je elkaar een lifetime niet meer hebt gezien, want ik had de laatste tijd ook niet meer meegewandeld.

Thuis op de bank, ook heerlijk, tekende ik de oude ‘moderne’ wajang golek na, die me iedere dag met een subtiele glimlach en haar lieve gezichtje begroet vanaf de side table in de gang. Fijn om weer even uit de losse pols te mogen. In alles was het genieten.

Na genestel in de kussens was het tijd voor sterren op het doek met een zeer aangrijpend portret van de gast: Frits Spits. Een lieve, sensitieve radioman en een begrip in het land. Hij vertelde over zijn ouders, de oorlog en de liefde die hij van hen kreeg en die zijn moeder had gehad voor haar ouders. Over het doorgeven van diezelfde liefde aan hem, zodat hij het later weer kon doorgeven aan zijn vrouw en kinderen. Het overlijden van zijn vrouw en het blijvend gemis ook al was het drie jaar geleden. Hoe iemand die weg is er toch kan zijn en altijd meeloopt. Opmerkelijk was dat hij onmiddellijk tegen zijn geschilderde evenbeelden begon te praten, alsof ze in gesprek waren. ‘Wat vind jij er nou van’ en ‘Wat zou jij doen’. Het kenmerk van een mens alleen. Ik hoor het mezelf zeggen tegen Pluis, als ze om mijn benen heen draait. Ook bijzonder was zijn keuze van het portret, twee waren er erg gelijkend en realistisch en de derde was Frits, maar ook weer niet. Een andere kijk op hemzelf vond hij en derhalve de moeite waard om te bestuderen, waarmee het tegelijk boeiender werd om er over te peinzen. Het maakte wat los.

Vandaag liggen er zoals de afgelopen jaren en in mijn jeugd weer eieren in het Julianapark. Dochterlief met haar kinderen zit in quarantaine, dus daar komt de paashaas zijn eieren aan de deur hangen, maar twee kleinkinderen komen met hun ouders naar het Julianapark. Daar, bij de hoge heuvel, rollen de eitjes naar beneden om hun eigen verstopplek te zoeken. Niet te moeilijk, maar ook niet te makkelijk én er zijn veel bomen waar ze op de takken of in een holletje gestopt kunnen worden. Om ze af te leiden zal ik naar de andere kant in de verte turen en denken de paashaas te zien. De truc werkt al jaren. Dan glipt een van ons weg en verstopt ze gauw allemaal, terwijl de rest aan het zoeken is naar twee lange oren.

Daarna is er een brunch bij dochterlief voor mij alleen met haar gezin en daarna dan paashazen bij mijn, door het virus gevangen, schatjes. Het zijn de dagen waarop ik die vermaledijde aanstootgever erg zat kan zijn, maar we houden nog even vol. Als ze maar eens snel afkwamen met die prikken. Mijn leeftijdsgroep valt steeds tussen de wal en het schip. Er ligt ook weer wat theaterbegeleiding in het verschiet, maar dat vraagt zeker om weerbaarheid, al is het wel buiten op het schoolplein. Het zou zo goed zijn om de gedachten weer even te kunnen verzetten met nieuwe impulsen. De voeding raakt op.

Voor al eerst ligt er een mooie dag in het verschiet. Met volle teugen genieten dus en dat beeld van warm samenzijn vasthouden voor de laatste loodjes.

Uncategorized

Een broodnodige oppepper

Klein leed uit België liet het VPRO-programma ‘De onfatsoenlijken’ zien. Er zit een discrepantie in die term ‘klein leed’. Want het verdriet erom was huizenhoog. Oude mensen, aan het eind van hun werkzame leven, die moesten sappelen of doorbikkelen ten einde een goed pensioen te kunnen krijgen. Een werkster, de poetsvrouw zoals het heet, die haar leven in een notendop uit de doeken doet en vooral hoe het kwam dat ze haar schoolloopbaan vroegtijdig beëindigd had. Haar ‘meester’ had haar tot mikpunt van spot gemaakt en ging, op alles wat hem triggerde, met kinderachtige maatregelen in, die haar zo vernederden, dat ze dacht dat ze niet geschikt was voor school. Ze dacht dat men haar beschouwde als een domme meid. Moet je je voorstellen dat het gevoel van eigenwaarde zo aangetast wordt, dat je je de rest van je hele leven schaamt voor het feit dat je niet hebt doorgeleerd. Iemand had haar moeten vertellen dat deze ‘meester’ degene was, die domheid betrachtte, door zo’n stempel op haar te drukken. Ze wilde aantonen dat poetsvrouw een zwaar beroep was en dat je eerder met pensioen zou mogen gaan zonder te moeten inboeten op het gerechtigde pensioen, dat ze zou ontvangen als ze op de pensioengerechtigde leeftijd zou zijn. Met een geopereerde hand, waar eigenlijk ook nog een prothese in zou moeten worden gezet, werkt ze door en verbijt de pijn.

De oude man verhaalde van de wantoestanden in zijn rusthuis. Ik was bijna vergeten dat we bejaardentehuizen en verpleegtehuizen vroeger rusthuizen noemden. Nu heten ze vaak woonzorgcentra. De vlag die de lading ook niet dekt. Niet als je de verhalen van de oude man hoorde. Er heerst veel onrust in huis. Te weinig personeel, veel misstappen, noodbellen die expres maar half waren aangesloten, zodat men niet kan bellen ’s nachts. De verzorging die zich op alle fronten te kort voelde schieten. Een nachtdienst met twee verzorgenden die niet het slijm mochten wegzuigen bij zijn vrouw en een verpleegkundige die elders bezig was en te laat kwam. Vrouw gestikt in het slijm. Klein leed, dat nagenoeg te groot is om te dragen. Een spijtig einde.

Een boer, die met hard sappelen moeizaam verdiende en wiet was gaan telen tussen de mais. Achteraf bleek dat hij benaderd was door een bende die noodlijdende boeren opzocht en hen gouden bergen beloofde. Hij vond dat de overheid met name achterwege bleef door de wiet niet legaal te maken en de verkoop door de apotheker te laten verzorgen. Hij zat daar aan de tafel in zijn grote boerderij en liet indringende lange pauzes vallen in het heldere verhaal dat hij afstak. Hij vond zich een optimist, hier in zijn oude boerderij, die hij nu uit nood huurde, maar waar nog nooit de stress had toegeslagen en waar de sfeer veel inventiviteit had opgeleverd.

Als tegenhang voor alle ellende het programma Safe Cave met Claudia de Brey. Alleen al die brede lach was goed voor honderd procent positief gevoel. De gast die ze ontving was de rapper ‘Fresku’. In de werfkelder in Utrecht namen ze binnen een afgesproken tijd een nummer op. Op Zoom werd door het daar aanwezige publiek de tijd bijgehouden. Er brandde een nep open haard, er was sfeervol licht en het was er knus en vredig. Daar kon alleen maar iets goeds uit voort komen. Binnen een tel had Fresku de zin ‘Alleen liefde kan ons redden’ bedacht. Claudia speelde wat met het refrein met haar muzikanten Michelle Samba en Abdelhadi Baaddi, Fresku gaf aan in welke sfeer de beat moest en het werd in korte tijd een dijk van een rap. Wat een heerlijk programma. Dit was mijn eerste ontmoeting, maar zal zeker niet de laatste zijn. Een broodnodige oppepper.

In de wereld rond in 80 dagen kwam ik uit bij Virginia. De oorspronkelijke bevolking waren de Powhatan, dus kwam een van de Chiefs op het papier en op het bord een zomerpasta. Ik had het precies zo gemaakt als het recept luidde, maar dan zit er echt teveel knoflook in naar mijn smaak.

400 g penne, pasta, 1 l verse tomatenblokjes, 3 gesnipperde teentjes knoflook, 1/3 kopje verse gehakte basilicum, 0,25 kopje olijfolie, 1 tl zout, ietsje peper, vers geraspte Parmezaanse kaas …..

Kook de pasta. Roer de stukjes tomaat, fijngehakte knoflook, gehakte verse basilicum, 0.25 kop olijfolie, zout en peper goed door elkaar. Vermeng dit met de pasta en bestrooi met de geraspte kaas.

Uncategorized

Verse herinneringen

In de Tijdsgeest, een bijlage van Trouw, schrijft Liesbeth Mende over het feit dat ze kleiner gaat wonen en moet ruimen. Ze neemt daarbij de kledingkast onder handen en komt vooral herinneringen tegen. Haar moeder in dat grijze mantelpak, dat nu tussen haar kleren hing, een terugblik door een door haar gedragen gestreept vest op de middelbare school, waarin je haar uit kon tekenen, de herinneringen aan uitgaan in de Witte Olifant met een zwijgende neef op de achtergrond die als chauffeur fungeerde. Van die herinneringen die, als je je ogen erbij dicht doet en ondertussen de stof door je vingers laat glijden, ook de geur en de sfeer naar boven kunnen toveren.

In mijn kast liggen de herinneringen aan vroeger vooral op de onderste plank opgestapeld. Een groene batik feestjurk van mijn moeder, waarmee ik haar heb zien dansen op een georganiseerde Pasar Malam in het bejaardentehuis in de jaren tachtig. Mijn eigen wikkelrokken uit de jaren zeventig liggen daar ook. Een ervan had ik aan op de Pasar Malam Besar in den Haag, toen hij vlam vatte tijdens het eten van de Saté Babi met Lontong. En ik maar denken dat de Satébranders zo rookten, maar het was inderdaad de rok. Er ligt ook een gouden jasje, dat ik koester en dat stamt uit de jaren tachtig, gevonden in de kringloop waar ik vrijwilligerswerk deed. Ze kwam goed van pas op mijn harembroeken met de beenwarmers, als we fanatiek meededen aan de volksdansworkshops. De korte zwarte leren rok is uit de periode van onze coverband. Nu ook al weer een paar jaar geleden en goed voor tien jaar Bühne als Backing Vocal. Daaraan kleven nog veel meer herinneringen door al het reizen wat er bij kwam kijken. De oranje broek was mijn vossenoutfit als verhalenvertelster op de avond van Mevrouw Sprokkelhorst. Toen vertelde ik het verhaal van de Kleine Prins en de Vos, een mooi staaltje van filosofisch denken, in een kleine intieme huiskamersetting samen met vriendinlief. Wat was dat bijzonder en fijn om er in gedachten weer even bij terug te zijn.

Ik vouw alles weer op en leg ze op hetzelfde plekje. Van alle lappen en jurken, door de jaren heen verzameld, meer dan koffers vol, voor verkleedkisten en uit pure nostalgie, rest slechts dit ene plankje. Uitstel van executie.

Hetzelfde moet gisteren of vannacht Mark Rutte gedacht hebben. Omdat ik op reis ging naar Turkije en een flauwvallende imam wilde maken, een gerecht dat aardig bewerkelijk was, bleef ik thuis na de boodschappen en viel, tijdens het bereiden en de wachttijden door, met mijn neus in het debat. Eigenlijk de eerste keer dat ik dat helemaal kon volgen. Ik viel bijna van mijn geloof. Onwaarschijnlijk veel gedraai en gekeer van iemand die het vuur na aan de schenen werd gelegd. Waarom moest ik toch aan Petrus denken iedere keer dat er heftig werd ontkend. Is ‘niet de waarheid zeggen’ dan iets anders dan liegen, ook al doe je het naar eer en geweten en is het geheugen wat zwak. Mijn mond viel open. Wat een draaien om de hete brei.

De aubergine hield zich beter aan het protocol. Alleen vertoonde mijn geheugen ook een hiaat, want ik sneed haar direct al door midden en dat had pas na de oven gemoeten. In een mooie streepjas frituren en daarna de oven in, zo toonde de instructiefilm voor het bereiden van de de Imam Bayildi. Ondanks dat snapte ik wel dat er een imam van lang geleden flauw was gevallen bij het proeven van deze heerlijkheid. Toch nog goed gelukt. Rutte zal hetzelfde gedacht hebben.

Bijna heb ik weer zin om voorjaarsschoonmaak in de klerenkast te houden, maar nog net niet helemaal. Straks dan, later, eens kijken of ik de onderste plank nog versterken kan met verse herinneringen.

Uncategorized

Nog even geduld

Twee jaar geleden schreef ik in mijn blog dit verhaal. Uit niets maak ik eruit op dat het een précorona-tijd was. Sterker nog, vandaag ga ik zelfs vriendin ontmoeten op de tuin. Maar het was op 31 maart 2018 dan ook net zo’n mooi weer als vandaag. Dan werkt de tuin uitnodigend. Op de tuin valt de buitenwereld stil.

De blog van 31 maart 2018:

Zomertijd en de ochtend verkeert nog in vredige rust. Iedereen is bezig om om te schakelen naar een nacht met een verloren uur. Die was al betrekkelijk kort vanwege de onrustige dagen eraan vooraf. Er heerst doodse stilte. Het sonore gebrom van een vliegtuig is weggeëbd. De merel is alleen te horen in wat gekwinkeleer. Een enkel keertje scheurt er een auto over de weg. De Iphone geeft 7.37 aan. Straks moet ik in de benen om de Grote Vriendelijke Podcast bij te wonen in de Brakke Grond. De dag ligt open en vol belofte.

Naast me ligt de dikke pil van Murat Isik. ‘Wees onzichtbaar’. Hij schrijft vlot en het is prima te lezen. Ik kom er niet in op de manier die gebruikelijk is. Het blijft op afstand. De vraag is of het aan mij ligt, door teveel bezig te zijn met van alles en nog wat of dat het aan het verhaal ligt. Teveel vader en zoonperikelen te samen zijn in een dikke pil verenigd, of is het de taal, te weinig poëtisch hier en daar. Doorgaans kan ik minder retoriek waarderen als het verhaal boeit. Ik hou het op mijn eigen onrust en kijk uit naar de avond dat we hem zullen bepreken met onze verse boekenclub, die  voor de tweede keer zal knisperen.

100_4791

Op de dag was ik op de tuin gaan kijken. Het weggetje er naar toe op het terrein zelf lag badend in het zonlicht en meerkoet en eend hadden er zin in. De fruitbomen van de mannen vooraan stonden in bloei en kleurden tegen de strakblauwe lucht witter  dan ooit. Het  hek van de schapen stond er gedeeltelijk maar de lieve vriendinnen waren nergens te bekennen. De slangenhoop was omgelegd en helaas waren er geen eieren van de ringslang. Jammer, maar blijven hopen. In de tuin was de ravage compleet. Naast het fundament van wat ooit het atelier met de stenen dakpannen was, lagen nu ook onthoofde wilgen. De buuf was rigoureus aan het knotten geweest. Dat mocht van mij, want de moestuin kreeg te weinig licht en lucht. De kersenboom had ook een grote tak verloren en mondde uit in een miezertak.

100_4789

De luiken laten vallen en denken aan straks, was het devies. Ik zocht naar de vogels, hoorde ze kwinkeleren, maar zag ze niet. De twee bewaarengelen lagen voorover in de bloemperken en leken zichtbaar opgelucht, toen ze weer in ere werden hersteld. Of was het mijn eigen gemoed, dat oplichtte bij het zien van een klein oud en vertrouwd beeld.

100_4792

Alleen de bergamot was al aardig opgeschoten en ook de brandnetel pakte uit in volle glorie. ‘Aan het werk’ schreeuwde de tuin, maar later maande ik mezelf, eerst Jut de hut en dan de rest. Ik kwam alle vriendinnen tegen, want ieder was er met het prachtige weer opuit getrokken. Het was goed toeven voor even.

100_4790

Daarna afzakken naar de toekomst.  Er was onmetelijk hard gewerkt om het nieuwe huis op wielen een grandeur mee te geven die er niet om loog. Wat wordt ze mooi en voornaam. Geïsoleerd, dubbel glas en heel mooi strak van binnen. Een ruim atelier. Vergane glorie en een vernieuwde toekomst met elkaar in evenwicht op een dag. Het leven lacht. We gaan het zien en beleven.

Het boek van Izik kreeg nog een leuk staartje. We zijn een dag naar de Bijlmer gegaan en hebben daar onder bezielende leiding van Jenny van Dalen genoten van de geschiedenis en de kleurrijke ontmoetingen. Ook daar schreef ik een blog over, maar die komt nog wel een keer, als er in mijn hoofd weer meer gebeurt dan op het ogenblik, de musea weer open gaan, de kringlopen, de hortus en we met elkaar er weer op uit kunnen trekken. Nog even geduld.

De reis om de wereld ging naar Roemenië. Op papier heb ik een impressie gemaakt van een schilderij, maar daar staat een verkeerde naam bij. Gezocht naar de juiste, maar een speld in een hooiberg, helaas. Op het bord ligt vetarische Sarmale.

Gisteren worstelde ik met de koolbladeren. Ik had een recept met witte kool. Die bladen zijn absoluut ongeschikt, ook na lang blancheren, om iets in te rollen. Ik behoed jullie voor die denkfout. En reken maar dat je er dankbaar voor zult zijn.

  • 200 g rijst met korte korrel 
  • 1 geblancheerde savooiekool ca. 1 kg

Voor de vulling:

  • 500 g verse champignons gemengd, afgespoeld en grof gehakt
  • 1 grote ui grof gesneden
  • 10 teentjes knoflook  grof gehakt
  • 1 theelepel zeezout
  • ½ tl gemalen witte peper
  • 2 el gemalen koriander
  • 1 theelepel vegeta 
  • 50 g verse peterselie fijngehakt
  • 75 g vegetarische gehakt
  • 1 grote wortel geraspt

Voor de jus:

  • 3 laurierblaadjes
  • 1 grote tak verse tijm 
  • 2 eetlepels gedroogde bonenkruid 
  • 2 el zoete paprikapoeder
  • 1 el gerookte paprikapoeder
  • 250 ml passata
  • 50 ml zonnebloemolie
  • 1,5 liter groentebouillon

Instructies

  • Spoel de rijst goed af met verschillende keren koud water en laat hem 15 minuten weken terwijl je de rest van de ingrediënten klaarmaakt.
  • Snijd het hart van de zuurkool uit, haal de blaadjes voorzichtig uit elkaar en spoel ze af onder koud stromend water. Schud het overtollige water eraf.
  • Verwijder de centrale ribben van de bladeren en plaats ze (de kern) in de bodem van een grotepan met dikke bodem.
  • Leg de bladeren opzij en bereid de vulling voor.
  • Mix de champignons, ui, knoflook, zout, peper, koriander en Vegeta tot je een zeer grove puree hebt.
  • Doe het in een kom voeg de peterselie, het gehakt van de soja en de geraspte wortel toe.
  • Giet de rijst af en doe deze in de kom. Meng alles goed door elkaar.
  • Neem een ​​van de koolbladeren, voeg, afhankelijk van de grootte, 1-2 eetlepels van de vulling toe en rol op (zie de afbeeldingen en video hierboven). Leg ze in de pan op de stukjes zuurkool.
  • Herhaal dit totdat alle bladeren zijn opgebruikt.
  • Voeg de laurierblaadjes, tijm en bonenkruid (rozemarijn) toe aan de pan en meng de rest van de jusingrediënten door elkaar.
  • Giet de jus over de sarmale en breng aan de kook. Eenmaal gekookt, dek de pan af, zet het vuur op de laagste stand en laat ongeveer drie uur sudderen.
  • Restjes kunnen tot 10 dagen in de koelkast in een luchtdichte verpakking worden bewaard … dan smaken ze nog lekkerder dan op de dag dat ze werden gemaakt!
Uncategorized

Een bittere afdronk

We staan op een keerpunt, vertelt Ramses Nasr in de krant van vandaag. Hij is een krantenlezer en maakt zich kwaad over wat de planeet wordt aangedaan. Ooit was hij alleen op pad in het onherbergzame poolgebied en stapte daarbij pardoes ‘het grotere geheel’ binnen. Een stap die hem deed beseffen dat hij ‘er niet toe deed’, iets waar hij zich ten volle bewust van was. Hij schrijft erover in zijn boek ‘De Fundamenten’. ‘Hij viel plots samen met de vogels boven hem’, realiseerde hij zich op dat moment. Als we blijven voortgaan zoals nu, dan zal het ‘nog maar tien jaar duren voor de klimaatstijging de planeet ontwricht-dat het point of no return nabij is’, vertelt hij. Daarnaast maakte hij zich kwaad over het feit dat er te weinig gebeurt, terwijl er nú gehandeld zou moeten worden. Daarom is hij er over gaan schrijven. Er zou een verschuiving moeten komen in ons denken. Wij zijn allen gelijk. ‘Een mens is niet meer of minder dan de kleinste kokkel in zee’. ‘Wil je een vorm van geluk nastreven ook als je weet dat dit ten koste gaat van andere mensen, andere dieren, de planeet en de toekomstige generaties’ vraagt hij ons en noemt daarom de 21ste eeuw de eeuw van het geweten.

Op de vraag of we het geweten ergens zijn kwijtgeraakt doet hij uit de doeken dat ons handelen aan vernieuwing onderhevig zou moeten zijn, door rekening te houden met de kwetsbaarheid van iemand of iets, bijvoorbeeld bij de pieten-discussie, de kledingindustrie, het consumeren van vlees, omdat het slecht is voor de planeet, het dier en de mens zelf. Uiteindelijk komt het er op neer dat we ons niet boven de ander moeten stellen. Hij zet uiteen welke radartjes ervoor zorgen dat de wereld op drift raakt en wat er voor nodig is om dat te stoppen. Waarbij we ons bij het handelen af zouden moeten vragen:‘Gaat dit ten koste van iemand anders’. Zo filosofeert hij door.

Wat een mooie manier om de bewustwording aan te wakkeren. In mijn omgeving zijn veel mensen er mee bezig, het gebeurt op kleine schaal. Het gaat moeizaam. Het is kennelijk moeilijk om oude schepen te verbranden en met een nieuw schip koers te zetten naar behoud van wat er nog over is. Ergens moet iemand iets beginnen en daarom is elke wending een juiste stap, of elke stap het begin van een nieuwe wending.

In dezelfde bijlage staat nog een aangrijpend verhaal over sterfelijkheid en de tijdelijkheid van het leven hier. Het is een verslag van ‘De Poule des doods’ van Joris van Kesteren. Iemand die ook een stap zette, maar dan een fatale. Niemand kent dit slachtoffer, dat bij Duivendrecht voor de Metro stapte. Hij is later ook niet herkend, zelfs niet met een foto en profil, het enige dat nog mogelijk was, om toch eventueel een identificatie te krijgen. Niets op zak, geen aanwijzingen, kleding niet te traceren, glad geschoren, geen corona kapsel. De grote onbekende. Aanwezig bij de begrafenis, de dichter Vrouwkje Tuinman, de uitvaartleider, de reporter en mevrouw van der Laan. Toepasselijke muziek: The South Wind van Charles Yves, omdat het lente is en het Schotse lied ‘Remember me my dear’ en het gedicht wat begon met ‘Het kan dus nog: jezelf vrijwel onzichtbaar maken’.

De kop van het artikel luidt: Uitgevlakt. Letterlijk heeft hij zichzelf uitgegumd uit het leven. Of heeft het leven dat met hem gedaan? Het antwoord verwaait in de wind, maar met de klap heeft hij de machinist in zijn bestaan gesleurd en heeft daarmee macabere betekenis gegeven aan een leven. ‘Remember me my dear’ ten voeten uit. Een bittere afdronk.

‘In 80 dagen de wereld rond’. Gisteren kwam ik uit bij Senegal. Op het bord: Soupie Senegal en op papier Senegalese Art.

1 liter water, 2 blokjes groentebouillon, 3 kruidnagels, 1 ui, 1 wortel, 3 stengels bleekselderij, 1 citroen, 1 rode ui, 1 zoete witte ui, 2 appels, 3 eetlepels olijfolie, 1 eetlepel bloem, 1 eetlepel kerrie djawa, 3 eetlepels pindakaas, 2 eetlepels pinda’s, versgemalen zwarte peper, zeezout ,2 eetlepels Griekse yoghurt.

Zet de pan met het water op het vuur en verkruimel de groentebouillon blokjes erdoor, en breng het aan de kook op een kleine pit op hoog vuur. Schil een ui, steek 3 kruidnagels aan weerskanten en voeg de ui aan de groentebouillon toe. Was de stengels bleekselderij en snij ze in stukken van ongeveer 2 cm en in de bouillon,
Schil de wortel en snij hem in stukjes van ongeveer 2 centimeter en voeg ze aan de groentenbouillon toeWanneer de groentebouillon aan de kook gekomen is, het vuur reduceren en het deksel erop.
Laat de groentebouillon minimaal een half uur sudderen.Snipper rode en de zoete uien fijn. Snijd de citroen doormidden en pers ze uit. Sprenkel het citroensap over de gesnipperde uien en laat dit 15 minuten marineren. Spoel de uien af, laat het uitlekken en houd 2 eetlepels uien apart.Schil de appels, en daarna in vieren snijden. Verwijder het klokhuis en snijd ieder partje appel in 8 stukjes. Stamp in een vijzel de pinda’s grof. Bak de rest van de gemarineerde uien in olijfolie met de stukjes appel tot de uien zacht zijn. Strooi de bloem en de kerrie djawa erover, bak het gedurende 1 minuut onder voortdurend roeren. Voeg de bouillon, pinda’s en pindakaas toe. Breng op smaak met zwarte peper en zeezout. Meng de Griekse yoghurt met de slagroom en voeg daar de gemarineerde uien aan toe.
Serveer de soep met een eetlepel van de uienyoghurt.



Uncategorized

Spekkie voor haar bekkie

Voetstappen op de galerij. Pluis alert. Zij hoort met haar gespitste oortjes onmiddellijk of er iemand aankomt of niet. Voor het keukenraam verschijnt het lachende hoofd van Spring-in-‘t-veld. Ik ken geen kind dat die naam beter verdient dan hij. Het feestvarken volgt direct daarna met dochterlief. Ik zing ‘lang zal hij leven’ en ze ploffen neer op de bank. Dochterlief heeft taartjes meegenomen, waar ze, en in haar ogen verschijnt een glundering, ervoor ‘gewinkeld’. Ze moest toch de vormpjes halen. Het waren gezellige ouderwetse ijzeren, waar de appel/kruimel uit geschept moest worden, want het vormpje hield het met de golvende rand stevig in haar greep.

De jarige Jop kreeg het boek ‘De Doge van Venetië’, want hij is gek op lezen. Benjamin en vriendin kwamen ook nog even beneden en zo hadden we toch een soort van feest. De kleine dribbel was in de auto in slaap gevallen en bleef met paps in de auto zitten. Wij waren het derde adres en nog drie te gaan. Vanmorgen hadden ze voornamelijk buiten vertoefd bij de andere kinderen. De oudste had na de operatie van zijn knie voor het eerst mogen fietsen. Een nieuwe mijlpaal. Als het zo goed blijft gaan kan hij in september weer een balletje trappen had men beloofd.

Zwaaien en kushandjes en weg waren ze weer. Ik had in de geraniums op de galerij over de lengte van het raam vlaggetjes gehangen, zodat het er van buitenaf al feestelijk uitzag, maar die waren door Sjaan Orkaan op een hoop gewaaid en nu bloeien er kleurrijke lentevlaggetjes in mijn bak.

Vanmorgen zag ik de film ‘The Silent Child’. Een aangrijpende korte film om de gebarentaal voor dove kinderen te promoten. Een inkijk in de stille wereld van de dove Libby, die tot dan toe in het drukke gezin geen teken van interactie had gegeven en door de doventolk opbloeide. Het abrupte besluit van de moeder, gevoed door jaloezie, om de doventolk weg te sturen met als reden, dat ze wilde dat het meisje de spreektaal en daarmee het liplezen onder de knie zou krijgen, was vooral eigenbelang. Weer speelde de wereld zich boven haar hoofd af, nu ze in een klas zat vol horenden en niet op een dovenschool. Er stonden reacties onder van vrouwen die in hun jeugd hetzelfde hadden ervaren, de een voelde zich tot last van iedereen en de ander voelde zich onzichtbaar, beiden waren eenzaam. Aangrijpend was een scène waarbij Libby de vier personen aan de ontbijttafel observeert en alleen de lippen ziet bewegen, de blik in de ogen, de trekken rond de mond.

In mijn groep kwam ooit een doof meisje te zitten. Onderbouw is toegankelijker dan een middenbouw omdat er gespeeld kan worden en kinderen een eigen soort gebarentaal gaan ontwikkelen. Het was aandoenlijk om te zien hoe snel allen het oppakten om te communiceren. Maar zelfs dat was moeilijk, omdat er activiteiten waren, zoals voorlezen of kring, waarbij er veel gepraat werd en alles langs haar heen ging. Ze verhuisde na een jaar naar een school voor doven en slechthorenden en dat was een wijs besluit. In een kleinere groep hadden we veel meer eruit kunnen halen, nu ontbrak, met drieëndertig kinderen, ten enenmale de juiste intensiteit door tijdgebrek, maar zelfs dan is de vraag of het voor haar de juiste keuze zou zijn geweest.

Pluis werd gisteren wild omdat twee dikke doffers over de reling van het balkonhek trippelden. Ze bleven uitgebreid hun veren poetsen en trokken zich niets aan van wat zich daar achter glas afspeelde. Hoe Pluis ook mekkerde, er was geen aandacht voor instinct. Ten einde moe gestreden legde ze haar hoofd maar weer te rusten, al bleef ze loeren, spijt om dat onbereikbare spekkie voor haar bekkie

De reis ging gisteren naar Egypte om koshari te maken en de zandsculpturen te bekijken van de kunstenaarBadr Abdel Moghny Aly.3/4 kop bruine linzen gewassen

1 Basis: kop (basmati) rijst gewassen/kop macaroni/1 el oliezout naar smaak/1 kop gekookte kikkererwten1 el olie

Tomatensalsa: 2 tenen knoflook/1.5 el tomatenpuree/3 gepureerde tomaten/1/2 tl gemalen koriander/1/2 tl zwarte peper/1/2 tl chilipoeder (of naar smaak)/1/2 tl komijn/1/4 kop witte azijn

Gebakken ui:Dukka:1 el olie/3 tenen knoflook/1/4 kop witte azijn/1/2 tl komijn/1/2 tl gemalen koriander/zout naar smaak

Gebakken ui:1 ui in ringen gesneden/1 el bloemzout naar smaak

Bereiding: kook wat kikkererwten of neem goed gekookte kikkererwten uit blik, pureer drie tomaten en bedek de gesneden uienringen met wat bloem. Leg alles even opzij.

Kook de gewassen linzen in 2 koppen water tot ze net niet helemaal gaar zijn en giet ze dan af

Verhit 1 el olie in de pan en voeg hier de gewassen rijst, gekookte linzen en water aan toe tot 2 cm boven de rijst en linzen. Voeg er zout naar smaak aan toe en breng aan de kook.

Eenmaal aan de kook doe je rijst met linzen op een laag vuur met de deksel er op tot de rijst gaar wordt.

Kook ook 1 kop pasta met wat zout tot gaar

Voor de uien, verhit 1 el olie en doe hier de uienringen in die bedekt zijn met wat bloem. Laat de uienringen bakken tot goudbruin (maar hou in de gaten!)

Voor de salsa, verhit 1 el olie in de pan en voeg hier de knoflook en tomatenpuree aan toe. Voeg er 3 gepureerde tomaten aan toe, de azijn en de kruiden en breng aan de kook en doe het vuur lager tot het mengsel wat dikker wordt.

Voor de dukka, verhit 1 el olie en bak hier 3 knoflooktenen in. Voeg er de azijn en kruiden aan toe en eenmaal aan de kook gebracht doe je het vuur uit

Nu is het tijd om te stapelen: eerst het rijst-linzen mengsel, dan de pasta, de salsa, de kikkererwten en de uienringen. Serveer met de dukka en eet smakelijk!

Uncategorized

Gelukkig maar

Hoe hij het voor elkaar krijgt. Op de een of andere manier weet Matthijs in dat muziekfeest op zaterdagavond ‘Matthijs gaat door’ het zo te keren dat het ten diepste ontroert. Gisteren in ‘Forever Young’ was Rob de Nijs aan de beurt , de zanger, wiens liedjes ik soms wel en vaker niet apprecieerde. Als Matthijs met zijn gast praat, dan sleurt hij je onmiddellijk de diepte in. Het beeld van de breekbare oude man met zijn omfloerste ogen, de bevende handen, het lichte schudden, heeft iets kwetsbaars en teers, maar toch is het verhaal er omheen van een bewonderendswaardige moed en een, weliswaar spijtige, (was vandaag maar gisteren) erkenning van zijn ziekte. Het kwam ook door het lied wat opgehaald werd uit een uitzending van ‘De Wereld Draait Door’ van precies een jaar geleden dat Rob de Nijs zong ‘Niet voor het laatst’.

Een aangrijpende tekst zeker gezien de context en alle aanwezige gasten waren duidelijk onder de indruk. Toen daarna Willeke Alberti hem toezong met het lied ‘Forever Young’ met een foto levensgroot van een jonge Rob en een jonge Willeke erboven, werd er veel bevestigd. De waarde van een trouwe vriendschap, de kwetsbaarheid van het ouder worden, de veerkracht die er optreedt, de grenzen die ze hebben leren kennen, dat lijf dat langzaam maar zeker de overhand neemt wars van alles wat gedacht en gezegd wordt, de drang waaraan werd voldaan om nog een keer…Probeer het dan maar eens droog te houden.

Het is op die zaterdagavond altijd bedenken waar je het meest aan toe bent, want op het andere net was ‘Sterren op het doek’ bezig. gelukkig kunnen we alles terugkijken en zelfs eventueel herhalen als we dat willen. Het gedoe met videorecorders, die leeg blijken te zijn en niet voldaan hebben aan de fout ingevoerde opdrachten is gelukkig voorbij. Mijn vader kon menig ‘sodeju’ de kamer inknallen bij zulke ontdekkingen. Hij zou vandaag de dag van het ene programma in het andere gevallen zijn.

Eus was ook goed op dreef. Ruth Jacott was de gast en ook zij onthulde waarheden over haar ouders en haar ex, die ze normaliter niet aan de grote klok zou hangen. Het komt door de sfeer die Eus neer weet te zetten. Het voelt vertrouwd, wij onder elkaar, ‘ouwe jongens krentenbrood’ zeiden we vroeger, terwijl ondertussen de schilders hun best deden om Ruth’s karakter te vangen. Drie prachtige portretten waren het resultaat. Ze koos de grootste, die met een hele eigen techniek in zwart/wit was uitgevoerd.

Via de app komen de beelden binnen van de eerste voetbalwedstrijd van de kleine filosoof. Na een jaar van niets zou ik er heel wat voor geven als ik bij de zonen langs de lijn kon staan. Zo’n middagje frisse lucht met hartkloppingen, heerlijk. Zijn zusje vierde gisteren voor mij haar 2-jarig jubileum, dat eigenlijk morgen is. Vandaag is het de beurt aan de andere opa en oma om het nog eens dunnetjes over te doen. Er was een prachtige mierzoete taart, maar zo feestelijk dat je er met liefde van at. Dat is voor mij een hele prestatie. Ik ben niet van het zoet, maar van het hartig.

Vandaag is de oudste kleinzoon jarig en die wordt alweer 12. De tijd vliegt. Natuurlijk is er geen feest. Als de visitie niet naar de jarige kan, dan komt de jarige bij de visite langs. Een reis op de fiets door Utrecht en met de auto spoorslags hier naar toe voor een feest vol opdrachten en acties. De hoogste tijd om in de benen te gaan en de boel te versieren met vlaggen en wimpels, nou ja, vlaggetjes. Zij komen met taart. De inventiviteit viert ook feest. Gelukkig maar.

In een reis om de wereld in 80 dagen ging ik gisteren naar China en maakte in een handomdraai deze supersamkeleijk Tjap Tjoy, terwijl Ai Wei Wei op papier terecht kwam met zijn klerenhangertje van draadstaal waaruit hij een portret van Marcel Duchamps gevogeld had.

Ingrediënten: 100 g peulen/100 g taugé/50 g gedroogde champignons (shiitake)/2 tenen knoflook/1 rode /1 sjalot of ui/1/2 winterpeen/3 el oestersaus/1 el sesamolie/2 cm verse gember

Bereiding: Begin met het wellen (of weken) van ongeveer 50 gr gedroogde champignons. Grote champignons (shiitake) week je circa 45-60 minuten en kleine zo’n 30 minuten in heet water. Laat ze even uitlekken en snijd in reepjes.

Snijd ondertussen 1/2 winterpeen in smalle reepjes (julienne). Doe hetzelfde met 1 rode paprika. Maak de taugé schoon, snijd 2 tenen knoflook in dunne plakjes en snijd 2 cm gember fijn. Van 100 gr peulen snijd je de uiteinden af. Snipper tevens alvast 1 sjalot of uitje.

Snijd een half blok tofu in plakjes en bak deze in een laagje olie rondom bruin. Haal uit de wok en laat uitlekken op keukenpapier.

Kook in een andere pan ruim water en kook de winterpeen, peulen en paprika 2 minuten. Voeg de laatste 30 seconden de taugé toe. Giet af onder (ijs)koud water zodat de groenten niet verder garen. Zet even weg.

Doe olie in de wok en fruit de knoflook, gember en het sjalotje even 1 minuutje aan.

Voeg nu de groenten toe samen met de tofu en de champignons. Voeg er 1 el sesamolie aan toe samen met 3-4 el oestersaus en een snuf zout. Roerbak het geheel al omscheppend een minuut of 3.

Proef! En voeg eventueel nog wat extra oestersaus toe of wat extra zout. Serveer direct.

Uncategorized

Stof tot nadenken

Wat heerlijk als de zon schijnt waar je storm en tegenwind verwachtte. Alles krijgt kleur, wat vliegt dat dartelt, het jonge groen licht op, instinct ontwaakt. Ook bij Pluis, die smachtend naar boven kijkt, waar zich het vermeende nest bevindt, van waaruit het zwarte gevederte smalend rakelings haar blik doorkruist. Dichtbij, maar o zo ver weg. Het is Lente.

Er is iemand die de lente zo jubelend bezongen heeft, dat het hele lied lang, de beelden over elkaar heen buitelen, haarscherp opgedist. De kleinkunstenaar Maarten van Roozendaal hield me met zijn markante trekken, zijn haast overdreven articulatie en beklemtoning, in de ban en zijn overlijden bracht een schok teweeg. Ik plaats hem met liefde op het podium achter een van de deuren in mijn hoofd, naast Bram Vermeulen, Jeroen van Merwijk en Robert Long. Omdat ze me raakten met hun teksten en de manier waarop ze de verbeelding konden wakker schudden. Bij elke nieuwe lente komt het lied en zijn vertolker tot leven. ‘Ik ben goddank nog een keer een jonge lente waard’ zong hij vol verve, maar in de zomer van 2013 viel het doek.

In de Volkskrant van vandaag wordt ook over verbeelding gepraat in een interview van Bo van Houwelingen met Joke van Leeuwen over haar nieuwste boek met de fascinerende titel ‘Mijn leven als mens’. Het eerste wat ze tikte bij het schrijven van dit boek was ‘Gisteren ben ik doodgegaan’, en dat is van meet af aan zo gebleven. De hoofdpersoon, de 18-jarige Dinka kijkt vanuit het hiernamaals naar haar jeugd op aarde. Joke van Leeuwen vertelt dat ze wars is van hokjes. En met het gegeven dat Dinka dood is, ‘ziet en weet ze veel meer dan een levend personage, dat nog opgesloten zit in zichzelf’. Zo’n zin alleen al. Die proef je haast. Zijn wij wel in staat om zonder hokjes te denken. Bewust zijn van alles, iedereen echt zien. Vroeger wilde ik het alziend oog hebben. Dat leek me machtig interessant of helderziende. Aan de andere kant was het ook beangstigend, want stel je voor dat je het onheil kon zien voltrekken alvorens het voltrokken was.

Ik vroeg gisteren aan zoonlief hoe hij tegen mij aan zou kijken als hij me tegenkwam op straat. Malle vraag, meende ik in zijn blik te zien. Het was eigenlijk mijn bedoeling om te vertellen niet op uiterlijkheden af te gaan. Dan kon je je namelijk nog wel eens grondig vergissen. Niet dat hij dat doet, integendeel, maar ik moet mezelf bijsturen als bijvoorbeeld angst of vermeende dreiging hun aanwezigheid van mijn ivoren torentjes blazen. Hokjes heb ik inderdaad altijd verafschuwd, maar door wat ze hier in dit interview te berde bracht, sloegen de radartjes in de bovenkamer aan. Het waren niet alleen de geijkte begrenzing die langszij kwam, maar het zat ook in het, op het oog zo onschuldige, woord. Een opmerking die gemaakt wordt, alleen voor een man of een vrouw te kiezen terwijl liefde universeel is, de ideeën waarmee we zijn opgevoed, het komt allemaal aan bod.

De kracht van Joke is dat ze in het hoofd kan kruipen van ieder die haar boek bevolkt. Daarom valt het haar niet zwaar om Dinka neer te zetten met al haar eigenaardigheden, een logisch gevolg als je het verhaal kent. Het mooie in haar boeken is de milde wijze waarop ze haar thema’s vorm geeft, de balans tussen zwaar en licht. Daar heeft ze een term voor gevonden in het boek ‘Zes memo’s voor het volgende millennium’. van de Italiaan Italo Calvino, die het over ‘nadenkende lichtheid’ heeft. De wijze van het beschrijven van ernstige zaken met een lichte ondertoon, zodat de boodschap wel overkomt en voelbaar is, maar ook tot denken aanzet. Een kenmerk van een goed boek is, dat het je beeld verandert. ‘Stelt het je in staat de wereld anders te bekijken of bevestigt het slechts alles wat je weet’. Zoals ook dit interview deed en de mens achter dat interview. Inspiratie, gewaar worden, bewust zijn, met stof tot nadenken.

De reis om de wereld in 80 dagen ging dit keer naar India.

Recept van de vegetarische Biryani:

bloemkool /400 g Basmatirijst/ 3 el Griekse yoghurt/ 2 tl gerookte paprikapoeder /1 tl kurkumapoeder /1 tl komijnzaad • handje rozijnen/ 4 kardemons/ 4 cm gember/ 3 knoflook tenen /1 tl korianderpoeder /3 uien/ 5 tomaten/ 1 el tomatenpuree/ 1 Spaanse peper • Zonnebloemolie • zout /10 sliertjes saffraan/ 4 el melk/ 2 tl garam masala • bosje koriander • bosje munt

Ingrediënten yoghurtdip 150 ml (Griekse) yoghurt • verse munt • verse koriander • halve komkommer • ½ citroen 1 teentje knoflook • komijnpoeder • zwarte peper 2 rode uien Ingrediënten rode ui op zuur 100 ml water 200 ml appelazijn 2 piment korrels 1 laurierblaadje 3 el suiker

Bereiding:

  1. 1 Kook de basmatirijst. Maak de bloemkool schoon en snij de roosjes er vanaf. Marineer de bloemkoolroosjes met de Griekse yoghurt, gerookte paprikapoeder en de kurkumapoeder.
  2. Verhit een ruime pan met wat plantaardige olie en snij ondertussen de uien in ringen. Bak in de pan als eerste kort de komijnzaadjes en de kardemom. Vervolgens fruit je de uien mee. Snij de tomaten in partjes en voeg deze toe. Hak de knoflook en gember fijn en bak deze mee. Voeg de gemarineerde bloemkool en de rozijnen toe, roer het goed door en blus het af met een scheutje water. Laat het met de deksel op de pan 3 minuten opstaan.
  3. 3 Week de saffraan in de melk. Snij de koriander en munt fijn. Verwijder de pan van het vuur en verspreid de helft van de rijst op de bloemkool. Schenk daarop de helft van de melk met saffraan en wat koriander, munt en 1 theelepel garam masala. Deze handeling herhaal je nog een keer. Vervolgens doe je de deksel op de pan, plaats je de pan op een laag vuurtje en laat je dit 4 minuten opstaan.
  4. 4 Dan ga ik verder met het maken van een heerlijke dip van yoghurt (raita), komkommer en munt voor bij de biryani. Schil de komkommer en snij de komkommer doormidden. Verwijder de zaadlijst en rasp de komkommer fijn. Meng in een bakje de yoghurt, komkommer, munt, koriander, het citroensap, 1 uitgeperste teen knoflook, de komijnpoeder en een snufje zwarte peper door elkaar.