Uncategorized

In alle opzichten

Twee vrouwen zweven door het beeld. De innemende Margaretha Atwood en de krachtige Marina Abramovic. Schrijfster en installatie-kunstenaar ontmoeten elkaar in mijn hoofd en knikken veelbetekenend naar elkaar. Het heeft zo moeten zijn. Gisteren deden ze een boekje open over het verleden. De eerste in een zaal vol met jonge mensen bij College Tour met Twan Huys en de tweede in een uitzending van Close-Up getiteld ‘Homecoming’.

Margaret legt uit hoe zij tot het schrijven van haar verhalen is gekomen en hoe zeer daar het verleden mee te maken had, een wereld waar nu bijna geen voorstelling van te maken valt, waar vrouwen niet gewenst waren in bepaalde bibliotheken, waar mannen de dienst uitmaakten. De uitspraak ‘het enige recht van de vrouw is het aanrecht’ werd ook nog gebezigd in mijn jeugd. Niet verwonderlijk dat vrouwen in opstand kwamen. Marina laat eveneens een gruwelijke kant zien. Haar moeder verwaarloosde haar emotioneel. Nooit heeft ze een kus van haar ontvangen. Ze werd met harde hand opgevoed. En pas later, na haar moeders overlijden, bleek uit haar dagboeken, dat ze dat gedaan had om haar dochter te beschermen.

Haar kunstuitingen zijn vaak heftig, soms een tantaluskwelling maar ook fascinerend, begoochelend en indrukwekkend om te zien. Margaret is op haar beurt ook met die eigenschappen behept. Ze beschrijft in haar verhalen nietsontziend het hartverscheurende lot van veel jonge vrouwen, zoals in The Handmaid’s Tale, een futuristisch verhaal gebaseerd op een Christelijke fundamentalistische samenleving. Er komen heel wat rauwe kanten van de samenleving naar boven. Onderdrukking, verkrachting, het ontnemen van een eigen identiteit en nog veel meer. Ik heb de serie nog niet gezien, of het boek gelezen. Misschien ter bescherming voor al te gruwelijke voorstellingen.

In het werk van Marina komt eenzelfde gruwelijkheid naar voren. Bijvoorbeeld een installatie waarbij de kunstenaar vier dagen lang bloedige koeienpoten schoonboent, waar ze door omringd wordt en bovenop zit. De naakte lijven in een deuropening waar de bezoeker doorheen moet stappen om het andere vertrek te bereiken is een ander gegeven, dat heel wat los kan maken. De opsomming van wat een kunstenaar moet zijn, verbeeldt ze in een uniforme groepssamenstelling, die staccato de feiten in koor oplepelt.

Ze begon haar verhaal met haar eerste angstervaring als meisje van vier. Ze huppelde door het bos met haar oma. Al wat vooruit kwam ze een lang recht ding tegen dat ze wilde aanraken. De schreeuw van haar oma op dat moment bracht haar de eerste angstervaring. De slang gleed ondertussen haastig weg. Niet de slang maar de schreeuw wekte de angst bij het kind. In haar werk komen veel schreeuwende monden voor. Als de ultieme ontlading of om de angst te overwinnen? De setting voor deze docu is haar geboorteland Servie. Daar zoekt ze haar uiterste grenzen van lichaam en geest.

Beide zetten aan tot denken en vragen de lezer of kijker naar hun individuele gedachtengang, hun eigen ideeën en meningen, vragen om alert te zijn en te blijven.

Een van de manieren om daar mee bezig te zijn is contemplatie en bezinning. Dat bracht de opdracht van de vijfde dag me, bij #Inktober. ‘Spirit’. Hoe grijpbaar is de geest? Gisteren, na de fysio, ben ik fluks een schetsboekje gaan halen en een doosje aquarelverf. De eerste pennenstreken op papier sinds een paar maanden. Daar vloog mijn Spirit op papier. Snel en onveranderlijk, maar onmiskenbaar zwevend.

Misschien werd het gevoed door de woorden van mijn stagiar bij de fysio, die vertelde dat het zijn laatste week was. ‘O, dan had ik een bloemetje voor je mee moeten nemen’, riep ik uit. ‘Nee hoor’ , zei hij ‘Het feit dat je vorige week vijf kilometer hebt gelopen en de vier trappen in een keer, die progressie die je maakt, dat is voor mij een bloemetje’. Geef die man gauw een diploma. Geslaagd in alle opzichten.

Uncategorized

Ze krast goedkeurend

Vierkante oogjes. Eigen schuld. Moet je maar niet in het donker een film aanklikken op de Ipad, die zo boeiend is, dat het onmogelijk is haar weer uit te zetten. De betreffende film was: ‘Elizabeth is missing’, een televisiedrama van Aisling Walsh naar de roman van Emma Healey. Glenda Jackson speelt Maud, een vrouw met Alzheimer. Ze wordt steeds meer dement en de lijntjes Verleden en Heden raken intens verstrengeld. Krachtige rol van Glenda en een smartelijk maar ingenieus verhaal. De moeit van het kijken waard.

De zon is er alweer, warempel, en geeft de boom voor mijn raam een frivole noot. Gisteren met het wachten op het ketelmannetje, konden de balkondeuren open. Alles was van een leien dakje gegaan. Ketel gestoft, zolder gestofzuigd, trap afgenomen, laat de ketelbouwer maar komen. Het lijf riep om extra zuurstof, vandaar de balkondeuren. Pluis vond het ook een aangename verrassing en ging liggen soezen op de terrastafel, met zonnestralen die haar rug kietelden en wind die haar haartjes pluizig blies. Zij vond het elke dag dierendag, al had ik vanmorgen haar bakje voller gedaan dan gewoonlijk.

Om half drie werd er aangebeld. Geen idee wie er voor de deur stond, want ik had al op open gedrukt. Daar stapte de verrassing de galerij op. Het ketelmannetje bleek een ketelvrouwtje te zijn. Nog mooiere titel voor een verhaal. Iets in de trant van Piggelmee en vrouwtje Piggelmee uit de Keulse Pot. Wat een fijn idee. Geen klossende herenschoenen, maar ijle damesvoeten op de trap. Ze was gereserveerd vriendelijk, wilde niets drinken en klaarde de klus binnen een half uur. Ik hoefde niet mee naar boven. Dat scheelde lucht. De ketel is weer als nieuw en heeft twee nieuwe telefoonstickers op haar deur voor als er iets mis mocht zijn.

Bij de kringloop, nog steeds op jacht naar de boeken, kwam ik een vader van school tegen, die alle klussen van de wijk onbezoldigd voor zijn rekening neemt. Schoonmaken, heggen snoeien, vuil ruimen. Daarnaast voedt hij zijn zeven kinderen op. Hij deelde met mij zijn zorgen over het ouderlijk gezag, dat af en toe, met puberende dochters, ondermijnd dreigde te worden. ‘Ze mogen veel van mij, maar ze moeten wel luisteren naar goede raad’, ratelde hij in zijn koeterwaals en zijn trouwe ogen hingen wat moedeloos neer. ‘Het gaat goed komen hoor, ik moet alleen de balans zien te vinden’, besloot hij optimistisch. Grenzen aangeven, het moeilijkste wat er is. Zo mooi dat hij daarover nadacht en niet de Vaders-Wil-Is-Wet cultuur bezigde. De kinderen wentelen in liefde. Een betere basis is er niet.

De boekenrijen toonden veel bijna nieuwe boeken. Een keer lezen en weg ermee is kennelijk het idee. Ik speur mijn eigen boekenkasten langs in gedachten. Zonder is niet mogelijk. Dat heb ik al eens geprobeerd door ze naar zolder te verbannen. Boeken bepalen voor mij de leefbaarheid in de kamer. Per slot van rekening woon je er een tijdje in, ben je van de wereld af en in een geheel andere tijdzone. Ik zal er wel weer eens doorheen spitten om plaats te maken. Een van mijn trouwste lezers doet voor elk nieuw boek een oud exemplaar de deur uit. Valt er naar toe te groeien?

De #inktober opdracht van vandaag is ‘Raven’. Ik dacht onmiddellijk aan de voorstelling van Het Filiaal met hun ‘Fallen Dreams’ waarin het meisje Raaf ontmoet. Van het schetsboek was het gisteren niet gekomen. dat idee gaat vandaag in de herkansing. De Ipad is geduldig. Kauw, buiten in haar feestelijke boom, kijkt toe. Ze krast goedkeurend.

Uncategorized

Alles is denkbaar

Dromen dat een hele batterij kippen aan je voeten komen kakelen en bedelen om een graantje, er zijn erger zaken om mee wakker te worden. Het dromenboek waarschuwt voor roddel en achterklap. Een van die dingen, waarvan ik geleerd heb ze van me af te laten glijden.

Zoonlief brulde net van beneden:’Ik ben weg’. Waarop steevast en elke morgen: ‘Dat is goed. Fijne dag’. Met als antwoord ‘Jij ook’. gerinkel van de Indiase deurbelletjes en een klap volgt en de rust nederdaalt. Even later appte hij vanochtend. ‘Hij is er’. Lichte paniek van mijn kant. ‘Wie’. ‘Ik zag net het ketelmannetje lopen’. De titel voor een boek. Het ketelmannetje. Grandioos. De onrust was onterecht. Want de afspraak stond pas voor vanmiddag. Ik had nog geen woord op papier staan, laat staan fris gedoucht en keurig aangekleed. Bovendien moest er nog een poetslapje over de ketel worden gehaald en dienden stofrag en spinnenwebben weggezogen. Geen paniek. Eerst de spinnen redden en daarna aan het fatsoeneren slaan.

Gisteren was er eindelijk tijd om te inktoberen. Bij het nazoeken van de schetsboeken waren er geen echt lege meer. Dan van de nood een deugd maken, want op mijn Ipad met het programma Procreate was er oneindig veel plaats. Inking aanklikken en aan de slag. De eerste opdracht was: Crystal. Uit de zee verrees een kristallen dorp en een meisje met lange zwarte vlechten roeide ijverig het onbestemde in. De verhalen zijn er allemaal, achter alle deuren in mijn hoofd. De kleur werd aangebracht met ‘watercolor’. De tweede opdracht bleek ‘Suit’. Dat werd een soort Jubelientje met een veel te groot pak aan. Waar had zij zich al die tijd schuil gehouden. Hier werd de kleursetting opgebracht met een stevige kwast en heldere kleuren. De derde opdracht was ‘Vessel’. Die moest ik opzoeken. Ook een boot. Ik hou van zeil-en roeiboten, dat moge duidelijk zijn. Deze boot was leeg en kliefde door een woeste zee. Hier school een avontuur achter, zeker en vast. De woest kolkende lucht en golven waren aangebracht met ‘Oilpaint en een dry brush’. En dat alles op de bank, zonder verfvingers. De techniek staat voor niets.

Vandaag zal ik, als het ketelmannetje niet te laat komt, toch ook een vers en knisperend schetsboek kopen, of misschien wel een aquarellenboek met spiksplinternieuwe blokjes waterverf. Ook heerlijk.

Vanmorgen was het eerst tijd voor ‘Matthijs draait door’. Een ode aan Martine Bijl via het boek van haar man Berend Boudewijn. Een boek vol kattebelletjes en dagboekfragmenten, hoogtepunten en andere zaken met de alles zeggende titel: ‘Van dit en dat en van alles wat.’ ‘Ik probeer haar levend te houden’, zei hij en spelde zijn dertigjaar lange verliefdheid uit. Bij het maken van het boek zat, de nu twee jaar geleden overleden, Martine op zijn schouder. Zoveel liefde voor een mens kleurt harten warm. Heerlijk dat er zoveel ruimte is ingedeeld voor muziek en vooral voor het plezier dat elk genre levert. Andre van Duin zong als afsluiting van het interview met Berend een lied over Vincent van Gogh, dat Martine ooit had vertaald en zelf prachtig had vertolkt. Op z’n Andre’s, ontroerend mooi en met weemoed in de ogen.

De zon schijnt, wat in deze donkere nadagen een jubelvermelding waard is. Het bed is verschoond, ik sleep zo de stofzuiger naar boven om het ketelmannetje een schone werkplek te bezorgen, maar nu eerst zelf door de wasstraat. Ondertussen bezinning op de opdracht van vandaag. ‘The Knot ‘en dat is geen bolletje wol, maar iets wat je ermee kan maken. Een knoop. Van gordiaanse-, zeemans-, macramé-knopen tot knoop aan een mantel, alles is denkbaar.

Uncategorized

Een vat vol

Gedub voor de kledingkast. Wat is wijsheid. De wijde dunne zomerbroek is te koud, sneakers zijn ‘nicht im frage’. Buiten sloeg de herfst in alle somberte toe en riep warme kachels vol wintergloed op, kaarsen op tafel, inkapselen. Eureka. Natuurlijk, dat ik er niet eerder aan dacht. In de uitpuilende sokkenla wist ik de dikke zwarte winterpanty’s. Wollen zwart blauwe rokje, zwarte coltrui, korte zwarte jasje en de lichtblauwe das, zwarte kloffen eronder. Hallo herfst, we zijn er klaar voor.

Even bij schone zoon de gisteren vergeten tas ophalen, kon ik hem gelijk het boek van Murat Izik aanreiken, dat ik in de kringloop als nieuw voor bijna niks had aangeschaft, maar natuurlijk twee jaar geleden al gelezen. Met twee keer de Tijdgeest er voor terug, reed de kleine blauwe naar ‘the place to be’, als het om lekker hapjes ging. Kazen en olijven waren voor mijn rekening, had ik beloofd. Het kazenwinkeltje hing van eenvoud en ambachtelijkheid aan elkaar, met wel in alle eenvoud het meest uitgebreide assortiment. De kaasboer was jeugdig en studentikoos met toch al de rimpels van de kleine ondernemer onder het lichtgrijzende haar. Innemend gaf hij uitleg, een heerlijk plat brood met spinazie en geitenkaas voegde allure toe aan het bedachte concept.

Toch wat fladderigs in de buik, want hoe zou de ontvangst zijn na zoveel jaren afwezigheid bij eerdere reünies van onze volksdansgroep. In de kleine doodlopende dorpsstraat was het moeizaam zoeken naar een plek, maar een eindje verderop was er nog net een voor de kleine blauwe. Het warmste welkom ooit viel me ten deel. Ik voelde me een beetje het verloren schaap in de blijdschap om het terugvinden, de verloren dochter, liefdevol omarmd en in vreugde opgenomen. ‘Niets veranderd, mooie bril’ liet men mij weten. Tijdens het monsteren viel op dat alle gezichten, stemmen, elke oogopslag, dezelfde waren gebleven. Enkel de omlijsting was veranderd in schakeringen van alle tinten grijs, benevens hier en daar wat diepere groeven en een buffertje op de heupen.

Het grootste compliment was: ‘Het is net of we vorige week nog de choreografie van het Nederlands hebben ingestudeerd’ en dat was inmiddels toch alweer ruim 25 jaar geleden. De wandeling was pittig maar ik werd behoed voor al te overmoedig marstempo. ‘We kuieren’, dirigeerde vriendlief, mijn vaste danspartner in voorbije jaren, qua lengte op elkaar afgestemd. Verheugd zag ik het mooie Heidestein terug, dat aan het eind van de doodlopende straat bleek te liggen. Het zag er anders uit zonder de prachtig bloeiende paarse heide van een maand geleden, maar was in dit gezelschap minstens zo betoverend. Vriendlief haalde herinneringen op, emotionele momenten die gedeeltelijk waren weggezakt onder de, voor mij, moeilijke omstandigheden van die tijd. Zichtbaar aangedaan beaamde hij dat ik gelijk had gehad destijds. Je weet nooit wat het leven te bieden heeft in de betekenis van ieder huisje draagt zijn kruisje en daarbij konden de verkleinwoorden er wel vanaf. We hadden beiden aardig wat voor de kiezen gehad. Maar nu liepen we hier, in die prachtige natuur, ik met mijn gebruikelijke optimisme en hij met zijn zoeken naar de juiste weg. Het voelde vredig en goed.

Aan het eind van de wandeling mochten de kazen en het brood aantreden bij de borrel en wisselde ieder, al dan niet in een groepje, de verschillende wederwaardigheden uit. We zaten nog buiten, corona indachtig, waarbij sommige als risicogroep extra voorzichtig waren. Af en toe een spatje maar dat werd weggeblazen. Flarden gebabbel tussen de druppels door. De andere helft kwam tegen vijven en zij gingen redderen om de meegebrachte maaltijden op te warmen. Er was ruimschoots genoeg, een tafel vol heerlijkheden, de hoorn des overvloeds. Met de hekkensluiter na zevenen en een grote waterval aan hernieuwde vriendschappen, koffie en taart toe, ieder teruggevonden in het bijbehorende karakter, stevende ik, te snel, terug naar de trouwe blauwe, met herinneringen en beelden om nog lang de revue te laten passeren, een vat vol.

Uncategorized

Alles op z’n tijd en in eigen uur

Wat een wonderlijke dwaaltocht door een stad kan een mens maken zonder een stap te verzetten. Opgekruld in mijn warme bed zweefden flarden gebeurtenissen van overdag, samen met voornemens en vooruitzichten er doorheen en weefden een wonderlijk tapijt aan indrukken. Even daarvoor had ik aflevering drie van Chansons! gekeken, met een emotionele Matthijs van Nieuwkerk en zijn partner in crime, Rob Kemps, die hem liefdevol omarmde, bij het graf van Aznavour. Troost in het uur van het grote gemis. Dat een zanger zo met een moeder en de veilige vertrouwdheid van de jeugd is samengesmolten dat, bij het overlijden van de chansonnier, een sterke verweesdheid voelbaar was en nog. De zanger als personificatie van zijn moeder. Wat een wonderschone weg had zijn verdriet gekozen.

Na de droom, waarin ongetwijfeld ook flarden Parijs waren meegenomen, had ik onbedaarlijke trek in Moustaki en voor het eerst van mijn leven, let wel, ik ken de tekst van le meteque al decennia uit mijn hoofd, las ik de betekenis ervan. Het is een lied dat nu nog actueel is, als hij zich beschrijft aan de hand van zijn uiterlijk, kenmerkend voor bepaalde waardeoordelen en vooroordelen. Mensen die hem vast en zeker als een dromer zien, terwijl hij nauwelijks dromen kent. En natuurlijk de liefde. De allesomvattende liefde, die vergevingsgezind is tot in lengte der dagen, tot in de eeuwigheid. Alles in de prachtige Franse taal, dat verlangen en weemoed loswoelt, deze opname uit 1969.

In dat jaar was ik 17. Ik zat op de kleuterkweek en we deden niets liever dan zingen. Moustaki, Melanie, Jaap Fischer, Martine Bijl, ze werden allemaal uitvoerig beluisterd en alle teksten stroomden moeiteloos binnen om op elk uur van de dag weer opgelepeld te worden. Naast alle aria’s van de zangleraar, ‘Pui non si Trovano’ al dan niet drie-of vierstemmig, schalmde met regelmaat dit overbekende repertoire van ons bakvissen, door de aula of nam een vlucht in de trein, waarmee we dagelijks van Utrecht naar Amersfoort reisden. Moustaki leverde de vlinders in de buik, riep een onbestemde wens tot leven, gaf invulling aan de emotie. Een weldaad, deze reprise.

Gisterenmiddag bracht ik de accu’s van de maaimachine even bij dochterlief. Ze zouden zondag vroeg al naar hun tuin gaan, want de imker zou tegen een vergoeding, de grote wilgen knotten en dan kon schoonzoon alvast met mijn maaier het lange gras maaien. Zoonlief was op visite en ze speelden een potje rummikub met de kleine filosoof, terwijl kleindochter met haar rieten poppenwagentje in de weer was. Blote billebollen om de zindelijkheidstraining te bevorderen. O, moeizame periodes om kind op de wc te krijgen. Vroeger was er het lievelingsboek ‘ De eend op de pot’ van Nannie Kuiper, die het vele potjeslatijn, van vooral de eerste vier, heeft begeleid.

Samen schoven kleindochter en ik de magneetjes van het boek Dikkie Dik op hun plek, de uil moest de bril op en liep half en half de vijver in, de maan mocht in de lucht, de blaadjes in het water. Herfst, net als buiten. De kleine filosoof smokkelde zijn winst bij elkaar, net als zijn opa-opa, die altijd vals speelde met de kinderen, lachten wij. Lekker theeën en dwars door alle drukte heen wat wederwaardigheden proberen uit te wisselen tot het tijd was om een deurtje verder te gaan. Van de weeromstuit vergat ik mijn rugzakje. Dat was nog nooit gebeurd. Vandaag voor de reünie maar ophalen. De zon belooft goeds voor de herfstwandeling zometeen. Zo’n zin om iedereen te ontmoeten. Nog een stuk verleden ontsloten. Zo moet het zijn. Alles op z’n tijd en in eigen uur.

Uncategorized

Dierbaar verleden

Het was een goede zet om eerst naar de kringloop te gaan, voor het bezoek aan zoonlief. Vanachter het draaihekje keken mooie zwarte lange jassen, vrolijke jurken en truien in herfsttinten me uitnodigend aan. Negeren en direct door naar de boeken, op jacht naar ‘De Markiezin’ van Charlotte…Uh…Hoe heette ze ook al weer…Mutsaers, na van A tot M de boekenrijen te hebben nagelopen. En daar stond ze. De Markiezin, nog in een chique oudblauw, in de serie: De beste debuutromans van de Volkskrant.

Mazzel. Het was de dag van de meevallers, want even later vond ik bij de nieuw binnengekomen boeken, Breitner in Amsterdam, in een kloeke uitvoering met schetsen, foto’s en schilderijen van de schilder en een uitvoerige beschrijving door J.F.Heijbroek en Erik Schmitz. voor de kleine woordbouwer was er een prachtige editie van De Sneeuwman van R. Briggs. Tijd om af te rekenen, altijd weer een feest, want zegge en schrijven 6,50 euro slechts.

Bij zoonlief en schone dochter waren de Benjamin en zijn grote broer, de kleine woordbouwer, al uit hun middagslaapje. De kleine lag tevreden rond te kijken met zijn grote kraalogen en broer bracht zijn uitgebreide woordenschat te berde. Vrachtwagens, kraanwagens, takelwagens, brandweer en ambulances kwamen allemaal langs. De Sneeuwman viel in de smaak. Stuurde net ook de gelijknamige animatiefilm door. Pluis ligt languit op schoot en noodgedwongen moet ik het toetsenbord vast houden. Iedere keer als ik haar verplaats, komt ze weer terug geslopen.

Halverwege het bezoek besloten we met de kleine woordbouwer een wandelingetje te maken. Veel te koud gekleed in mijn lange vest en trui, want het was een gure wind, die definitief alles wat zomerwarmte was, had verjaagd, toch warm gelopen. De kleine kreeg borstvoeding in alle rust en broer had beweging nodig. ‘Even een frisse neus halen’ hoorde ik mijn moeder zeggen, terwijl ze haar fiets uit de schuur pakte. Zoonlief en kruimel deden een wedstrijdje en oma mocht ook meedoen. Een paar stapjes dan, rennen, rennen, zijn kleine beentjes ‘onder zijn gat vandaan’. Nog zo’n uitdrukking van lang geleden.

Natuurlijk moest er een ijsje bij, op de nek van papa gehesen met een perfect vogelperspectief en hoog en droog, babbelde hij honderduit. In het winkelcentrum was het cafetaria. De twee jongens stonden er wat hulpeloos bij. De softijsmachine was kapot en ‘het schatkistje’ bleek diep gevroren. Ik meende aan de overkant bij de bakker te zien dat ze er ook ijs verkochten, maar dat bleek natuurlijk de reflectie van de cafetaria in de winkelruit. Ondertussen was het ijsje al een beetje ontdooid. Daar kwam mama de hoek omzetten met de kleine in de kinderwagen. Fruit halen in de druk bezochte supermarkt, terwijl ik een bosje bloemen voor op de lege tafel ging halen. Opgefrist, met een wagen volgeladen, kuierden we op huis aan.

Een briefje in mijn brievenbus, dat het pakket bezorgd was bij de buren. Snel, want ’t was gisteren pas besteld. Er stond geen nummer bij, maar de track wees uit, twee huizen verder op. Zoonlief, die net thuiskwam uit zijn werk, haalde het op. ‘Erasmus: dwarsdenker’ van Sandra Langereis in vol ornaat. Dikker dan dik, maar gelukkig ook ruim 81 bladzijden verantwoording en inhoudsopgave. Toch bleven er nog 701 bladzijden over. Twee maanden de tijd. Dat moet lukken.

Vandaag ga ik op jacht naar lekkers voor de reunie morgen van de volksdansgroep. Er komen 16 mensen, grote opkomst. Het is eeuwen geleden, dat ik ze zag. Had een aantal bijeenkomsten gemist. Herinneringen delen, jeugd herkennen tussen de rimpels door, wandelen, borrelen en eten van al het lekkers, dat eenieder meeneemt en weer net zo uitgelaten lachen als ooit. Gieren in de kleedkamer voor een optreden, koortsachtig kostuums bij elkaar zoeken, helpen met spelden en strikken, en altijd zenuwachtige vlinders in de buik, dierbaar verleden.

Uncategorized

Het afgesneden zijn

Wat is het toch fijn om met vrouwen te zijn, die allen een aantal interesses delen met als gemeenschappelijke deler hetzelfde boek, in dit geval de biografie van De Hemelse Mevrouw Frederike, dat door allen gelezen is. Twee mensen zoomden in, maar de anderen hadden een flinke wolkbreuk met bijbehorende pijpenstelen getrotseerd. Het oude huis van vriendinlief was er een van lange smalle gangen, een kamer en suite met de bijbehorende glas in lood deuren, niet te controleren want opengeschoven, maar ik dacht ze erbij. De kamer met kenmerkende hoge plafonds, een ouderwetse haard, een veelheid aan boekenwanden, uitgesproken knusheid. De kleine bijzettafels, al dan niet a l’improviste, werden gevuld met groene thee en meegebrachte of gastvrije lekkernijen. Herfstgeurende bolchrysanten in een grote vaas tussen twee ouderwetse rookstoelen en naast een vriendelijke rode bank. Overal lagen de meegebrachte boeken op de grond naast de lezer, evenals meer boeken uit het oeuvre van de te bespreken schrijfster.

De meningen waren verdeeld. Hoge verontwaardiging voor de vrouw die hond en kind verwaarloosde ondanks haar liefdevolle gedichten, over het alcoholgebruik, over de losbandigheid, over de noemer kunst, waar het haar kunst betrof. Haar uitingen van genegenheid in brieven en voorwerpen die ze maakte, de kunst van het kleine en fijne, haar gevoel in kaart gebracht, betekende in mijn ogen de heelheid van de kunstenaar, die niet anders kon en wilde dan het op die manier te doen. Haar taalkunst verweefde zich in woord en beeld, zo uitgesproken, zo kenmerkend zij, dat het als vanzelf bewondering opriep. Daarnaast was het een innemende persoonlijkheid, zoals te zien was in het interview mer Hans Gomperts in 1981. Charisma zorgt ervoor dat iemand boeit. De biografie had ervoor gezorgd dat ieder beter haar werk wilde leren kennen. Voldaan en rijk verlieten we na een uur of twee het gastvrije huis, hartelijk uitgeleide gedaan. Erasmus bevolkt de tweede uitdaging op mijn lijst.

Gisteren met de regen in de ochtend en het herfstige gevoel een poosje in bed te blijven, knus en warm, keek ik voor het eerst van mijn leven alle afleveringen van Maud en Babs, over een van lieverlee verwarde moeder, wiens leven door gele plakbriefjes bij elkaar werd gehouden. Uiteindelijk krijgt ze de diagnose ‘Alzheimer’, een grote witte vlek, die zich uitbreidt als olie op het water. De keuze van twee tegenover elkaar staande dochters, de zorgzame regelende en het lang-leve-het-leven-kind, altijd in voor de leuke dingen en moeder die vooral de voorkeur aan de laatste geeft, omdat de ander alles probeert in het goede gareel te houden, is af en toe schurend eerlijk. Het achterdocht en het veranderende karakter worden goed uitgespeeld door Loes Luca, af te lezen aan haar hele houding, lieflijk of zwaar ontstemd, maar ook het wezenloze verdwaasde als de witte vlek zich roert en haar meetrekt een eigen wereld in.

Herkenbaar allemaal met een papavers, die ooit op een welhaast identieke manier de grip op zijn leefwereld kwijtraakte en de pijn om het, om het hand zijn van iets dat, buiten je wil om, bezit van je neemt. Stukje bij beetje brokkelde zijn wereld af en ook de zeggenschap erover en het maakte hem kwaad en verbitterd, wat afgereageerd werd op de eerste de beste die in de buurt was, mijn moeder, en toen zij er niet meer was op alles en iedereen die in de buurt kwam, totdat lethargie en berusting het overnam en zorgde voor een hoopje leed op een stoel.

Geen keuze meer hebben, afhankelijk zijn, dankbaar moeten zijn voor iets wat niet gewenst wordt, het is het schrijnende tranendal van de ravage in de hersencellen. Het zou anders moeten kunnen, maar de vraag is, hoe dan. Herman van Hoogdalem heeft met zijn portretten van mensen die lijden aan dementie vooral de leegte getroffen. Zoals Vasalis het zo prachtig zeggen kon in een andere context in haar gedicht ‘Sotto Voce’ maar niet minder waar: ‘Het afgesneden zijn’.

Uncategorized

Een oogje toe

Het einde van een magisch wereldbeeld. Het besef dat je als kind hebt, dat iets waar je heilig van overtuigd ben, een andere werkelijkheid kent. Fascinerend om bij jezelf te rade te gaan, hoe en wanneer dat met. jou gebeurde. Ik kom de zin tegen bij het herlezen van de biografie van M. Vasalis van de hand van Maaike Meijer, een welhaast logisch vervolg op het vorige boek over Frederike Harmsen van Beek. Vasalis herinnerde zich de dood van haar slappe lappenpop bij het wassen van het popje in een sopje, waarbij met het wrijven een oog uitliep en vervaagde. Het bracht een schok te weeg en ook een schuldgevoel.

Zo bewust de magische wereld van een jong kind inruilen voor de realiteit zal niet vaak voorkomen. Ik ken wat flarden van een vroege jeugd, het verdwalen na het meelopen met een draaiorgel, waar de poppen in mijn beleving zo groot waren als de heiligenbeelden uit de kerk, de stoep ellenlang en de straat leger dan leeg. Ik weet de duikeling nog over de driewieler heen op het plein van de kleuterschool dat geleid werd door de nonnen in lang zwart habijt en de enige keer dat bewust mijn magisch wereldbeeld sterk werd verstoord, was met de ontdekking van de sinterklaascadeaus in de klerenkast van mijn ouders. De andere beelden uit mijn jeugd zijn flarden uit de jaren daarna en allengs uitvergroot in mijn beleving.

Hans en de draak

Het voordeel van het werken in de onderbouw van een basisschool was dat je de verwondering iedere dag zag ontstaan, wat de magische wereld van het kind voedde. De vele verhalen, de toneeltjes, het poppenspel waren bijna levensecht, de avonturen die we beleefden, de spanning die het opriep, de oplossingen die we samen met de kinderen bedachten het grote goed, waarin het nog lang en goed toeven was.

Het was het fantastische bestaan naast de orde van de dag. Maar even goed ook zo kwetsbaar als Vasalis had ervaren bij het wegwassen van haar lappen pop en daarmee betekende het spitsroeden lopen als begeleider om te zorgen, dat de verhalen geen waarheidsgehalte kregen. Wel de intentie maar niet het geloof, wel de emotie maar niet het schuldgevoel of de angst. Een van mijn eerste kampen, die we hadden georganiseerd, was een oerkamp. Daar werd duidelijk hoe snel iets te spannend kon worden, toen een van de imposante vaders als wildeman een aantal keer met een knuppel op de bast van een boom sloeg. Nog voel ik de angstige kleine handjes die zich in mijn broek klauwden van het jongetje, dat zich snel achter mij had geschaard. Hij bleef zich de hele verdere dag achter mij verschuilen.

Het is trouwens dezelfde magische wereld die menspop Greetje op kan roepen bij de kleinkinderen. Een pop die tot leven komt, iets meer betoverend bestaat niet.

Ineens borrelen de mierzoete beelden van ‘Marcelino Pan y Vino’ omhoog. Een klein jongetje groeit op in een kloostergemeenschap. Het Christusbeeld op zolder is levensecht voor hem en hij brengt het brood en drinken. Mijn vader draaide de film op de filmzondagen in een zijgebouw van het voormalige klooster. Wij mochten mee. Ik was nog jong. Deze film is me altijd bij gebleven, net als ‘Punktchen und Anton’. De beelden waren zo levensecht dat zus en ik ze naspeelden tussen de twee stapelbedden in ons slaapkamertje. Betovering is de vlag die de lading dekt. Voor de kleine Marcellino, maar ook voor ons.

De overtuiging zo groot maken dat de fantasiewereld tot leven komt. De sprookjestuin in het midden van de straat op een hoek, bevolkt met kabouters in alle soorten en maten. Als je op je knietjes ervoor lag en er naar tuurde kwamen ze tot leven. Evenals de opgezette dieren op de weg naar het park, een huiskamer vol. De spanning klopte in je keel, maar op je tenen net boven het kozijn uit, pakte die hele magische wereld je in en kneep de ibis een oogje toe.

Uncategorized

Voedsel voor de geest

Het boek ligt naast me dichtgeslagen. Het is gelukt. 632 bladzijden lang het leven van Frederike Harmsen van Beek induiken is geen sinecure. Alsof je van uit de tijd wordt gezogen en een volstrekt ander tijdperk wordt ingetrokken. Anders dan bij het werk van Annejet van Zijl in haar ‘Jagtlust’ neemt Maaike Meijer je mee de diepte in op zoek naar de kunstenaar F. Harmsen van Beek, waardoor ze al de etiketten die de Frederike zijn opgeplakt in de loop der jaren, overstijgt.

Het interview met Gomperts en de kunstenaar zelf uit 1981 geeft letterlijk en figuurlijk gestalte aan haar werk, dat ze voordraagt met een voorname beschaafdheid, die duidelijk maakt, waarom mensen onder de indruk zijn van haar verschijning. Kuiltjes in haar wangen en grote verwonderde blik in de ogen. Die verwondering, die ze zelf als ‘Neerbraak’ betitelt in een gelijknamig gedicht, is dezelfde die je ziet bij het vrij en ongeremd een beleving ontvangen, zoals kinderen doen. Iets wat klein geluk heet en wat zo dierbaar en verrijkend kan zijn. Een spiegelende dauwdruppel in een blad, het ragfijne draad van een spin, de trage gang van een slak.

Het vulde de afgelopen twee dagen en gaf nieuwe wegen aan, die ingeslagen konden worden, zoals het lied ‘Tout va tres bien, Madame la Marquise’ uit een ver verleden, waarin haar getrouwen de markiezin over de ernstigste rampen inlichten, die aan hen voorbij trekken, maar waarbij ze sussend gerustgesteld wordt. Verder gaat alles goed. Charlotte Mutsaers schreef haar roman ‘De Markiezin’, een conversatie via de telefoon tussen twee vrouwen. Dat gebeurde na de onherstelbare breuk met Frederike. Charlotte en Frederike hadden buiten een hechte vriendschap ook een innig telefonisch contact. De beschreven tweespraak droeg de kenmerken van Frederike ‘s taalgebruik. Dat leverde Charlotte door een aantal mensen de beschuldiging van plagiaat op.

Spelen met taal, klinkende woorden verzinnen voor wat het innerlijk beroerd, zinnen die dartelen over het papier of stromen als een koele bergbeek. Het is er allemaal evenals haar beeldend werk, dat niet is gemaakt om tentoongesteld te worden, maar toegespitst wordt op de persoon waar het met liefde voor gemaakt is. Pure kleinoden, kostbaar voor de ontvanger. Een van de redenen waarom het niet tot een museum is gekomen in haar petieterige huisje in de kleinste straat van Nederland in het Groningse dorp Garnwerd.

Een deel gaat over bewaren en verzamelen. Daar herken ik veel in. Iets wat voor een ander niet meer dan goed is voor de stort, maar gekoesterd wordt tot in het diepst van de ziel. Zo erft haar goede vriend Pannekoek de scherven van haar leven. Het keramiek en serviesgioed dat per ongeluk of express in duizend gruzelementen uiteen is gevallen. Vier kisten vol, die hij de biografe kon laten zien in zijn woonstee in Portugal in 2018. Hij was nog altijd van zins er een kunstwerk mee te maken. Neerbraak dus, schoonheid zien in de nietigste dingen, die doorgaans niet wordt opgemerkt en ook in de vergankelijkheid der dingen.

Tussen twee werelden in doe ik de boodschappen in een stortbui, die jubelend ontvangen wordt door de potplanten op het balkon. Pluis kijkt er met een lodderoog naar. Zoonlief heeft in deze twee dagen zijn foto’s uitgezocht die op vakantie gemaakt zijn. Prachtige foto’s van gletcher en bergpartijen, afdalingen, getrotseerde watervallen. Wat kan natuur toch verschillend zijn.

Met zuslief ga ik inderdaad in een ensemble zingen vanaf medio oktober. Dat is net beklonken en iets om naar uit te kijken. Ben benieuwd hoe dat bolletje wol zich af zal wikkelen. Zo valt er heel wat aan nieuwe ervaringen bij elkaar te sprokkelen, nu barrières geslecht zijn en het allemaal weer een beetje in het gerede komt. Het vrijwilligerswerk van Publieksbegeleider gaat eveneens door, er zijn al een flink aantal voorstellingen voor me gereserveerd. Voedsel voor de geest