Uncategorized

Zo spoedig mogelijk

De beelden stroomden binnen. Het Capitool, bolwerk van de natie, werd overlopen door Trumpianen en ergens hoopte mijn hart dat het surrealistisch bedoeld was, maar niets bleek minder waar. Het zorgde voor een nacht vol hazenslaap en wakkerschrikken, checken en weer verder slapen tot de volgende onderbreking.

De nieuwe ‘Zin’, die met de schreeuwende krantenkoppen in de brievenbus lag had als ondertitel ‘De kracht van de hoop en daaronder ‘Alle ballen op 2021’. Wonderlijke aanvulling, al begreep ik wel wat ze ermee bedoelden. Met de gebeurtenissen van gisterenavond was mijn eerste hoop alweer vervlogen, maar dat belemmerde me niet om hoopvol naar het verdere verloop te kijken. Eens moest het toch wel genoeg zijn en was er een reden om in te grijpen, was mijn huis-tuin-en-keuken-theorie. Het somberde buiten. Een mooie lieve brief uit Verweggiestan, die een diepe vriendschap onderstreepte, bracht warmte. Soms zijn het de kleine dingen die het doen.

De kerstboom legde het loodje. Alle versiering liet zich zonder tegenstribbelen in de doos stoppen om weer geduldig te wachten tot het volgend jaar. Ik had net de laatste naalden opgeveegd toen de bel ging en ik stoeien moest om de deur via het nieuwe ingenieuze kastje met verklikker open te krijgen. Kleinzoon grapte dat er een bijzonder pakketje aan de deur stond. Even later was het huis vol met kleinzonen, Dribbeltje voorop in zijn aanstekelijke enthousiasme, zette dochterlief thee en buitelden de kinderen over elkaar heen door het intens vele binnenzitten. Toen de twee zussen op bezoek kwamen, werd vooral de middelste nog baldadiger, alsof hij indruk wilde maken en begon een luidruchtig duw-en-trekspel met Dribbel. Die liet zich niets gezeggen, omdat hij graag zijn eigen bonen dopt.

Steeds wilder werden de schatjes onder de volle aandacht van ons, dus raapte dochterlief de hele mikmak bij elkaar en ging weer op pad. Mijn aha-erlebnis was die van op bezoek gaan met vier kinderen bij deze of gene, wat altijd voor de gebruikelijke reuring zorgde. De zussen wilden voor donker weer thuis zijn en ik bleef achter in een oase van rust met zeeën van tijd. Dan maar een beetje werken aan de doeken voor zoonlief. De kleine klussen, de randen en de achtergrond.

Gisteren kreeg ik in een antwoord op de blog een fijne terugblik op de film ‘Iep!’ naar het boek van Joke van Leeuwen, over het aandoenlijke vogelmeisje Viegeltje. Bij nader onderzoek ontdekte ik vanmorgen dat Viegeltje een Canadees meisje is, Kenadie Jourdin-Bromley, met primordiale dwerggroei, een zeer zeldzame groeistoornis. In de film is ze zeven jaar oud op het moment van opname. Het is een aandoenlijke film. De kleine vliegeltje, een vogel dat lijkt op een meisje, volgens de vinder, en een meisje dat lijkt op een vogel, volgens zijn vrouw, verwezenlijkt de wensen van dit echtpaar en ze beschouwen haar als hun kind. Als Viegeltje de grote trek van de vogels door haar zolderraam ziet, wordt haar eigen verlangen te groot en vliegt ze, na een aantal avonturen, met haar vogelveren-armen met hen mee.

Ik kreeg de link van de trailer opgestuurd om de iep, die er bij mij in de tuin aan moest geloven. In dit verhaal van Joke is Iep! Het geluid dat het wezentje in eerste instantie voortbrengt. Maar het is de liefde voor de natuur, voor de bomen als broedplaats voor de vogels, en het verlangen om al wat groeit te behouden, die er ook in doorklinken. Net als die eigenwijze loot van mijn iep, die ongemerkt was uitgegroeid tot een boom, waar hij niet hoorde te staan. Als enige troost kon ik melden, dat vele andere loten de tuin zouden overnemen zonder optreden, want de iep is een sterke snelgroeier.

Nu zal roodborst op het kale overgebleven stammetje zitten en haar rijk van grillige takkenbossen bezien, waar ze liever in rondhipt dan in de boom zelf. Laag bij de grond, mijn gevederde vriendin, daar is ze het liefst.

Op zoek naar het boek vind ik wel ‘Een handvol taal’, het boek waar ik gister naar zocht en ‘de genezing van de krekel’ van Toon Tellegen, die somber is. Een gevoel wat, na alle goede raad van de dieren in het bos, uiteindelijk vanzelf weer verdwijnt bij de eerste lentezonnestraal. Een van de adviezen brengt een brede glimlach. ‘Je moet je ‘vergissen”, zegt er een. Dat is voor even de oplossing, omdat Somber zich opkrult in het hoofd van de krekel en in slaap valt.

Als ik ze bij elkaar op de foto zie: Het blad, de krant en de Krekel, valt me de samenhang op van iets waar ik naar verlang. De kracht van de hoop in dat verscheurde land, een depressie die zomaar op een dag bij de eerste zonnestralen verdwijnt door een waarachtig leiderschap. Later, straks, zo spoedig mogelijk.

Uncategorized

Een heerlijke herinnering

Om de krant te halen zijn er vier trappen om af te dalen, eigenlijk vijf als je die van boven naar beneden in huis mee rekent. De knapknie was kennelijk uitgerust uit de nacht gekomen en bij de eerste stappen nauwelijks te voelen. Als iets geen prikkels geeft, gaat het lijf op de automatische piloot. Dus stapte ik, alsof ik ’s werelds beste knieën had, weer als altijd naar beneden. Geen huppeltje, maar toch. Twee kranten in de bus en de gang naar boven. Daar voelde ik het al. Toch te frivool bedacht dat een en ander was verbeterd. Datzelfde lijf sprak schande en liet het me bezuren. Oke knie. Deemoedig bind ik in. Misschien toch maar eens een bezoek aan de huisarts. Zes weken kon het duren. Dit is volgens mij de vijfde. Ze is nu weer dik en stijf. Suffe knie. Ik spreek het niet uit. Stel dat ze me hoort.

De omlegger van de iep heb ik cadeaubonnen en een moordspel van de Buurtbierwinkel toegestuurd. Dan kan hij lekkere biertjes uitzoeken en tegelijkertijd een spelletje spelen met mijn tuinbuurvrouw, die hem geholpen heeft de takken te ruimen. Wat ben ik blij met de afhaalmogelijkheden in deze gesloten-winkel-tijd. Ze zijn legio en origineel. Het kriebelt veel meer nog dan voorheen het creatieve vermogen. Tel je zegeningen.

Gisteren in de bus twee lieve kaartjes. Vriendinlief van het dansje en dientengevolge de knapknie, bedankte me voor alle steun en support in dit zware jaar, waarin ze in een tijdsbestek van drie maanden wees geworden was. Het was alles waard geweest en ik zou het zo overdoen ook al kende ik de gevolgen. Nou ja, ik had niet als een dertigjarige staan swingen, maar als een bedaarde zestiger, waar in mijn hoofd nog steeds geen ruimte voor is.

Het tweede kaartje was van een van mjn liefste, ingetogen en bescheiden vriendinnen, die ook zo van het kleine geluk genieten kon en allerlei lieve acties verzon, om het leven lichter en aangenamer te maken. Niet zelden zettte ze me aan tot een overpeinzing of een gedachte die met me mee bleef zweven. We deelden de liefde voor de kunst van het leven. Haar nieuwjaarswens was een juweel van een kaart, zoals altijd met liefde en aandacht gemaakt met de opmerking de blaker met het lichtpuntje door te geven in figuurlijke zin.

Drie opdrachten van zuslief. Een verhaal over mijn manier om het leesonderwijs te stimuleren en twee tekeningen. De appel met de schil lukte stellig. Schrijven over liefde voor het lezen is voor een boekenverslinder een koud kunstje vol warme genegenheid. Een grote stimulans om tot lezen te komen is vooral het enthousiasme waarmee het aangeboden wordt. Liefde voor het boek valt of staat met de liefde voor het kind en de taal. Verhalen mogen verzinnen, eigen kleine boekjuwelen maken, waarbij een tekening eigen woorden geeft aan de handeling. Er waren zoveel mogelijkheden om vooral het woord leven in te blazen. Een van mijn lievelingsboeken was een onooglijk boek met de mooiste hand-en-vingerverzen. Van het aloude touwspel tussen de vingers tot verzen als Hompeltje en Pompeltje: Twee kabouters(de duimen) die zich verstoppen in de knuisten en dan weer tevoorschijn komen. Met recht valt op te merken dat een kinderhand gauw gevuld is, maar nog meer, dat verwondering wekken weinig meer nodig heeft dan het aanstekelijke geloof in taal van de boodschapper. Het idee dat er heel veel kinderen het boek hebben omarmd is de bonus en een heerlijke herinnering.

Leeshoek met rijk gevulde boekenkast

Uncategorized

Om samen verder te kunnen

De kranten van vandaag doen vanuit twee verschillende invalshoeken een beroep op het in gesprek gaan met elkaar in plaats van ten strijde te trekken tegen elkaar. Het ene interview in Trouw is van de hand van Lara Molenaar, in gesprek met de filosofe jenny Janssens, die oproept om mensen de kans te geven om te ‘ontcancelen’. Om de kop te begrijpen moest ik dieper het interview in. De cancelcultuur gaat over de vraag ‘wat is goed gedrag en wat is fout gedrag’. Het blijkt naast vele theorieën ook een concrete situatie te zijn , waarbij men de maat meet. Wat kunnen we wel doen en wat niet. Alleen circuleren er veel verschillende ideeën rond op de sociale media over dit vraagstuk. Ik verzuchtte laatst al, dat iedereen een mening moet hebben en dat luid en duidelijk wil verkondigen. De filosofe geeft aan dat bijval fijn is, maar dat het ook kan zorgen voor een gebrek aan verschillende perspectieven.

In de Volkskrant Staat een interview met Loretta Ross, die ooit een Amerikaanse activiste was, maar nu pleit voor wederzijds begrip. Dat inzicht ontstond vooral toen ze in gesprek kwam met een veroordeeld verkrachter, die ze na lang aandringen opzocht in de gevangenis. Daar ontmoette ze nog meer jongens, stuk voor stuk fysiek intimiderende mannen uit de eigen gemeenschap. De man die haar gevraagd had te komen had zich verdiept in de zwarte feministische literatuur en was zichzelf en zijn daden zat. Hij wilde het beeld veranderen. De ontmoeting was een confrontatie met haaar eigen trauma, moeizaam en pijnlijk. Ze was in haar jeugd verkracht en kreeg op 15-jarige leeftijd een zoon, die ze weigerde af te staan. Maar toch zette ze ondanks dit trauma door en hoorde de mannen aan, gaf weerwoord middels haar eigen ervaringen waardoor ze begreep dat een aantal mannen zelf ooit slachtoffer waren geworden van intimidatie en verkrachting.

Dit bleek voor haar een ‘transformatieve ervaring’ te zijn. Ze begreep dat slachtoffers niet zelden daders kunnen worden en dat niemand wordt geboren als dader. Vanuit die mening geeft ze aan: ‘Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk dat inzicht voor me was’. Ze stuitte daarna vaker op onbegrip, maar de oplossing lag besloten in het gegeven dat zij en de mensen met wie ze werkte, elkaar gaandeweg leerden kennen. Haar ervaring was, dat je mensen niet langer kon haten als je ze beter leerde kennen Het veranderde iets in Ross. waar lange tijd haat de motivatie was geweest, ging ze werken vanuit liefde en respect voor de menselijkheid. De dialoog was de oplossing. Inplaats van mensen er buiten te plaatsen, mensen binnen te sluiten. Ze roept wel op om kritsch te blijven kijken naar een politicus, die de waarheid niet spreekt, een overheid die mensenrechten schendt, een bedrijf dat haar werknemers in gevaar brengt of hun veiligheid riskeert, dat dát het onderdeel moet blijven van een mensenrechten beweging.

Twee verschillende interviews met twee verschillende vrouwen, die elkaar aanvullen, geeft stof tot nadenken. Hoe sterk zijn wij in het leven van alledag. Ik kom als vanzelf uit bij onze school. Bij een ruzie in mijn groep was het de gewoonte, dat kinderen met elkaar in gesprek gingen. De een vroeg dan aan de ander, waarom hij zo handelde en dat het pijnlijk was of verdrietig. De ander kon dan aangeven dat het niet helemaal de bedoeling was en welke beweegreden eronder lag. Jaloezie of afgunst, (ik wilde dat ook), je buitengesloten voelen (ik wilde alleen maar met je spelen), jij maakte zoveel mooie dingen en ik niet(ik wilde dat ook leren). Zo zijn er nog talloze inzichten verkregen door deze kleine gesprekken, zo jong als ze waren. Bovendien leerden ze goed te luisteren naar elkaar. Eventueel bij grotere problemen spraken we er in de kring over of werd het een thema in het rollenspel tijdens de dramakring. Nieuwkomers werden vanzelf meegetrokken. Jong geleerd is oud gedaan, maar zo nu en dan is het handig de focus weer even scherp te stellen. Om dan te bedenken dat er geen verschil zit in het leven op school en later. Voor ons betekende dat: Het verkrijgen van inzicht middels het gesprek en daarmee begrip en respect winnen om samen verder te kunnen.

Shake hands, make friends

Uncategorized

Alles is meer dan de realiteit

Licht van de lantaarnpalen winkelt door de druppels op de ruiten en spat stralend uiteen, alsof ik door mijn wimpers kijk. Een wakkere nacht. ‘Als je je ogen toe doet, rust je ook’, was de wijze raad van mijn moeder, die zelf regelmatig kampte met lange maalnachten. Er blijft gewoon van alles door het hoofd spoken en daar zit geen knop op. Ik heb nog wel genoeg schapen gezien vandaag. Maar ze stuk voor stuk tellen helpt niet, evenmin als de roze olifant visualiseren. Steeds weer schemeren de meeuwen, de laatste scene van I.M., het vertrek van oudste zoonlief, de oude Izegrim op de tuin, het omgevallen beeld naast de kers, de krantenkrabbel en meer van dat soort zaken door het hoofd.

Bij aankomst op de parkeerplaats zag ik ze al. Kennelijk zaten de bliekkies en de voorntjes aan de oppervlakte van de sloot, want de meeuwen dansten er vlak boven en menigeen scheerde weg met een spekkie voor zijn bekkie. Zodra ik er aan kwam lopen, vlogen ze uiteen, om na het passeren weer samen te kluwen. Het pad was, als te verwachten, schier onbegaanbaar, waar de fietsbanden diepe voren hadden getrokken in de zalverige modder. Spitsroeden lopen van pol naar pol en heel voorzichtig met de al protesterende knie. Heiige lucht en kringelende rook uit de pijp van de houtkachel van de Oude. Verder lagen de tuinen er verlaten bij.

In de hoek achterin de tuin was het opvallend ruim, nu de iep om was. De vriend van buuf had keurig de stammen verwerkt en er lagen enkel nog kale takken op het terras voor het atelier. De Bernagie was schoon en opgeruimd. De schilderogen keken me licht verwijtend aan. ‘Waar was je nou’. ‘Niet hier’, grinnikte ik en tekende in het logboek op hoe alles erbij stond. Foto’s door het raam heen nu de wind zo guur was. Roodborst had ik wel gezien bij de parkeerplaats, maar niet meer op de tuin. Ik vergat naar de bollen te kijken, die begin december al een eindje uit de grond piepten. Het beloofde kouder te worden, afwachten of ze het zouden redden.

Met de vroeg invallende schemer, viel er nu niet meer te werken. Bovendien was de tocht toch nog wat te zwaar geweest. Op de terugweg waren de dames schaap even afgeleid, degene die altijd voor de kudde uit graasde keek even op en blaatte twee keer, vrij geruststellend vermoedelijk, want er werd niet terug geblaat. Zwijgende schapendames in volmaakte rust, met alleen het geluid van een krassende kraai en het lostrekken van het gras onder de malende kaken. Moddergesop alarmeerden de meeuwen voor een tweede keer. Scheer je weg krijsten ze naar elkaar. Dat was niet tegen dovemansoren. Aan het hek stond de kleine Turkse vrouw van de hoek en gebaarde me, dat zij het hek zou openen en dicht zou doen. Een vriendelijke zachte glimlach vloog een tijdje met me mee op weg naar huis.

https://www.npostart.nl/volle-zalen/03-01-2021/AT_300000170

Volle zalen bracht een herhaling met Herman van Veen, die samen met Cornald Maas op pad ging naar zijn verleden in de Vogelenbuurt achter de Adelaarstraat, die mij zo vertrouwd waren, omdat ik er als vijftienjarige gewerkt had bij een drogisterij/slagerij/annex automatiek op de kop van de wijk. Hij toonde het ouderlijk huis, waar zijn moeder hem als kleine jongen vastbond aan de regenpijp, zodat hij een spanne had van een paar stappen naar links, naar voren en naar rechts. Links van hem kon hij de geuren snuiven van een kruidenierszaak van de dames Tuls. Opmerkelijk aan het hele verhaal was dat de beleving van het kind Herman alles reusachtig groot had gemeten, terwijl bij het zien van het studentenhuisje vooral het minieme formaat opviel.

Zo werkt dat dus. De wereld bekeken door een kinderziel kent oneindig meer ruimte toe aan de dingen en de aard der dingen, evenzeer aan de mogelijkheden. Niets is ondenkbaar, niets is onwezenlijk. Alles is meer dan de realiteit.

Uncategorized

Opnieuw verlangen

Vroege vogels voor een deel gemist. Te laat voor Jochem Myjer, die ik graag had willen horen. ‘Uitzending’ gemist is er goed voor. Gisteren is het nieuwe jaar goed van start gegaan met het omhalen van de iep tussen mij en buuf, geheel en al verzorgd door de vriend van. Daar gaat later in de week een bijzonder bierpakket naar toe. Ik schitterde met knapknie door afwezigheid, maar nu konden ze alvast wat hout verstoken.

De verrassing voor bonuszoon kwam op de valreep binnen bij hen, net toen ik van plan was op te stappen. De postbesteller bekeek zorgvuldig elke enveloppe opnieuw voordat hij het in de handen duwde van het feestvarken. Een onthaaste postbode was iets dat ik nog niet vaak op deze wijze had waargenomen. Mooi om te zien. Het leven leeft zichzelf als je het toelaat en de tijd eigen wordt.

In de woorden van een gewaardeerde blogger vind ik de begrippen gemis en verlangen. De egel die zich afvraagt of eenzaamheid bij hem hoort als de stekels op zijn rug. Zijn verlangen personificeert zich in de gedachte vleugels te hebben in plaats van stekels. (Toon Tellegen). In een ander verhaal van de egel(Misschien wisten zij alles. Blz. 323. Toon Tellegen), hangt hij in de takken als de ondergaande zon, hoopt hij. Ongemakkelijk, maar een wens die in vervulling gaat. Het is de keuze. Blijven hangen in verlangen of misschien wel vleugels aanmeten, door net als Nils Holgersson bij een van de wilde ganzen aan te haken. Bij vliegen denk ik ook aan Dombo het olijke olifantje uit de Donald Ducks van lang geleden, die zijn oren gebruikte om in vrijheid te zweven, hoog boven de burgerlijkheid. Vrij in elke toonaard. Of aan Ubbi, die zijn verlangen jubelt in het lied: ‘Ik vlieg, kijk ik vlieg. Hoger dan het huis en hoger dan de toren en alle vogels zingen, O, had ik maar zullke oren’ (Ook een verlangen).

Want dat was wat het kleine jongetje van lang geleden, volgens de blogger ook kon, totdat de nachtmerries kwamen. De vraag blijft hangen of hij nu ‘grijzer en onwijzer‘ meer kind is geworden, omdat hij weer ‘zijn vleugels wil openklappen om over het gemis en verlangen heen te vliegen’, dat in elke vezel voelbaar is, vermoed ik. ‘Maar gemis en verlangen zijn er nooit niet’, was mijn antwoord, dat is geschoeid op ervaring. Alleen kan je nieuw verlangen vinden, weet ik ook. Elke lente staat de wereld bol van verlangen, van zoete beleving, van alles wat het kind in mij wekt. Sterker nog, er is geen moment geweest dat dat kind ver weg is. Dat komt door het jarenlang werken met vrije geesten, die kinderen nu eenmaal altijd zijn. Zij zorgen ervoor dat verwondering ieders deel wordt, omdat onze ogen die van hen weerspiegelen. Onontgonnen zielen tot de rand toe gevuld met ervaren, ontdekken, doorwoelen en altijd die beloning.

Nu ligt de dikke Toon naast me, omdat ik het verhaal van de krekel wilde zoeken, waar ik eerder op de dag over las. Bij elkaar 313 verhalen vol verwondering. Zomaar, gratis en voor niets elke dag te lezen, die aanzetten tot nieuwe blogs, nieuwe gedachten, nieuw verlangen misschien, maar op z’n minst nieuwe hoop wellicht. De schrijver Marcel Jouhandeau wist het wel:

Un jour vient où vous manque une seule chose et ce n’est pas l’objet de votre désir, c’est le désir’. ‘Er komt een dag waarop je maar één ding mist, niet het voorwerp van je verlangen, maar het verlangen zelf’.

Zoals de lieve lente laat geloven in het nieuwe leven, jaar naar jaar. Opnieuw verlangen.

Uncategorized

Alle dagen van het jaar

Droom bracht een loslopende beer en we moesten ons verstoppen, want hij was in eerste instantie agressief. In de kleine slaapkamer van mijn vader en moeder leunden we met z’n drieën tegen de deur aan, maar hij kon zijn poot eromheen krijgen, ik kriebelde zijn ‘hand’, die ineens verdacht veel op een apenhand leek. Dat stemde de beer mild. Daarna sprak ik met eeen buurvrouw en we kwamen tot een prettig gesprek over de natuur en alles om ons heen. Haar man bezat een aantal casino’s in Frankrijk en had een totaal ander leven. Ik sprak met hen af twaalf weken mee op reis te gaan. Ik bedacht nog in de droom , dat dat misschien wel wat overhaast was, in ieder geval niet weloverwogen.

Beer in een droom symboliseert introspectie en nadenken. Het komt overeen met de tijd van het jaar en de omstandigheden waarin de wereld verkeert. Het kluizelt al een paar weken lekker door. Niet in de laatste plaats om de immobiliteit, die me is overvallen. Nooit meer het lijf laten denken dertig te zijn. De feiten achteraf pleiten er hartgrondig voor.

Gisteren was er het voornemen om naar de tuin te gaan. Eens proberen of ik die kilometer van de auto naar het atelier en vice versa zou halen zonder al te veel pijn. Een beetje beweeglijkheid voor de stramme spieren kon geen kwaad. Maar er was een lief belletje van vriendinlief, om te sparren over wereldse zaken. We wijken wat uiteen met sommige opvattingen, maar dat geeft niet. Ieders mening valt te respecteren en mensen moeten in bepaalde afwegingen zelf hun weg bepalen. ‘Leven en laten leven’ was het motto van mijn moeder onder andere. Iets wat ik door de loop der jaren heen steeds meer ben gaan waarderen. Voorwaarde is wel dat de ander eenzelfde overtuiging is toegedaan, anders loopt het al snel spaak. Dwingende karakters zijn niet mijn ding. Alles kwam aan bod, twijfels, gedachten, gevoelens in een mix van woord en wederwoord. Een goed gesprek is het halve werk.

Te laat voor de tuin vertelde het waterige zonnetje dat er af en toe tussendoor piepte. Changer les idées. Schoonzoon vierde zijn eigen oud Jaar. Oliebollen had ik te over, dus met de zoete versnaperingen richting stad. Dochterlief belde nog tussendoor, maar ik verklapte mijn plannetje niet. Met een zak vol lekkers en een frisse toet kon ik de bijna-jarige overvallen. Hij was alleen en stond risotto te maken met tomaat, tijm en knoflook uit de oven. Blij hoofd is altijd een extra bonus bij onverwachte escapades.

klein geluk

Het kwam extra goed uit, want vandaag en morgen zouden in stille eenvoud voorbij trekken. Iedereen had wel veel kaartjes, pakjes en anderszins verstuurd. Dochterlief, de kleine filosoof en kleindochter kwamen thuis. Sterretjes opsteken bleek de eerste actie nu de schemer begon in te vallen. Toch een lief klein vuurwerkje op een hoopvol NieuwJaar. Glunderende koppies bij oplichtende sterretjes. ‘Koud vuur’, zei men vroeger, maar dat bleek toch niet helemaal waar te zijn, dus een grote ster met extra lange handvaten voor extra ingebouwde veiligheid. Heerlijke risotto met een kleintje vin blanc bleek een geslaagde draai aan het flexibele gesternte te geven. Strooien met wat klein geluk, was een goede waarborg voor een warm gevoel voor de rest van de avond en een mooi voornemen voor alle dagen van het jaar.

Uncategorized

Het weer wéét van aanpakken

Van een vuurwerkverbod hadden niet veel mensen gehoord. Er werd nog lang en veel geknald, van die zware bommen, af en toe een handjevol siervuurwerk, maar het meestee toch gegil en gedonder op sterkte, waardoor Poes twee keer haar angst uitspuwde. Arme Pluis. Van de weeromstuit at ze haar bakje niet leeg. Eerst waren in de late namiddag zoonlief met mijn schoonlief en de kleine voetballer op bezoek geweest. Twee oliebollen en daar bleef het bij. In dat tijdstip leerde kleinzoon wel mijn naam zeggen, die hij als een kleine repeteerwekker achter elkaar bleef herhalen.

Toen ze weg waren kwam de soep aan bod, dankzij het betere snijwerk van ons, gisteren bij zuslief. Er gaat niets boven een zelfgetrokken soep. In de damp boven de pan verscheen het zachte gezicht van mijn moeder. ‘Goed gedaan kind’, knikte ze. ‘De foelie niet vergeten mam’, fluisterde ik trots terug. Tegen de doden moet je fluisteren, want alle doofheid verdwijnt als sneew voor de zon als de stofmantel is achtergebleven.

Met een oliebol met veel poedersuikerzoete heerlijkheden een glaasje rode Côtes du Rhône, een kleine kerstster en mijn warme waxinelamp verschansde ik me op de bank onder de plaid. Oudejaars televisietijd. Een beetje zappend heen en weer bracht me alras terug naar Matthijs van Nieuwkerk, die aan het woord was. Eerst dacht ik nog een stuk top 2000 te zien, maar het bleek zijn gloednieuwe programma te zijn: ‘Matthijs Gaat Door’. Dat was het onverwachte cadeau. Joost Prinsen schoof aan. De markante imponerend lange persoonlijkheid van De Stratemakeropzeeshow, J.J. de Bom en het Klokhuis. Hij ontpopte zich aan tafel als een wandelend verzenboek met een prachtige declameerstem. De jeugd sprankelde in zijn ogen als hij vertelde en het was een verademing om iemand te horen die echt iets te zeggen bleek te hebben. Matthijs was er zienderogen gelukkig mee. In een tempo dat twee keer zo laag lag dan gewoonlijk, maar nog altijd met voldoende vaart, bood hij met verve zijn uitverkoren gasten teen podium. Muziek, gesprek en gedicht wisselden elkaar harmonieus af. Een verademing op de buis, een programma met een geheel eigen stempel en een mooie visie erachter. ‘Ter leering ende vermaeck’.

Daarna Queen, eerst met allerlei gasten als een tribute en later oudere opnamen met Freddy Mercury zelf. Meezingen, de hoge tonen proberen te raken, hard of zacht in de eigen bubbel en niemand die opsprong bij een valse noot. De grote legende rende, sprong, blikte uitdagend neer op zijn publiek, zong dan weer ingetogen en speelde vol overgave de flamboyante zanger, die beloftes waar kon maken.

Tja en dan was er nog Youp. Als je wil oordelen, moet je het wel gezien hebben. In dat kader schoof ik aan in de zaal met de dertig toehoorders. De grofheid van zijn laatste shows waren eigenlijk een brug te ver naar mijn opinie. Maar, Youp had een en ander van de kritiek opgepakt.. Met een lichte weemoed om het bijtende sarcasme dat vroeger ooit als ironie op de planken mocht, wist hij er zo’n draai aan te geven, dat meer de stem van zijn column naar boven kwam. Er waren vragen bij, adviezen ook-stop met het rondzwemmen in je eigen gelijk- en allemaal sneden ze meer dan hout. Wat een prachtige eindconference. Vol bewondering zag ik hem staan op zijn gebruikelijke manier, handen diep in de zakken mijmerde hij over het afgelopen jaar, de mediagekte, maar bovenal de grote en gemeende waardering voor het zorglegioen. De enige mensen, die wat in te brengen hadden, uiteindelijk, en daar nog steeds niet voor werden beloond.

Het begin had ik gemist. Dat krijg je als je al zappend langs verschillende golflengtes sliert, maar het einde was meesterlijk. De lichtshow in de arena ter vervanging van het vuurwerkgeweld was slaapverwekkend en op de rode wijn en de oliebollen sukkelde ik in slaap tot zoonlief belde, Dwars door alle bommen en granaten heen wenste hij me een heerlijk NIeuwjaar toe.

En verdraaid, bij het ontwaken vanmorgen uit een slaap vol kringlopen en wandelingen met de zussen, blikte een wonderschoon nieuw begin aan de horizon. Het weer wéét van aanpakken.

Uncategorized

Een juweel van eenvoud en van mogelijkheden

De indeling was snel gemaakt. Iemand voor de groente en de tempeh, flinterdun. Een ander de aardappelen en zuslief het vlees. De snijploeg stond paraat om zus te helpen bij haar Javaans-Molukse maaltijd voor alle mannen die hard hadden gewerkt om het nieuwe huis naar wens te maken. Strippen van de vloer, het verschuiven van de wanden, aanleg van vloerverwarming, verzinken van elektrische draden en het betere stucwerk. Dat betekende dat er vele monden te voeren waren. Haar onvolprezen schoonmoeder daalde neer uit het verleden in de vorm van een briefje met de opgekrabbelde benodigdheden en de recepten. De herinnering van vele feestmaaltijden werd de leidraad. Geduldig wachtten we tot zus voordeed hoe fijn fijn wel niet was als het op de Atjar aankwam. Heel fijn dus. Worteltjes dunner dan Julienne en Boontjes door de helft en dan weer door de helft van de helft. Lucifershoutjesdun.

Er waren stukjes wortel die buiten de boot vielen. Evenals de stukjes rundvlees die ervan afgesneden werden. Iets voor een bouillon om te trekken of een groentensoep, bedachten wij. Van alles wat overbleef werden drie zakjes gemaakt. Na een hele middag snijwerk, kramp in de vingers, een overvloed aan bereidingen en een voorproefje, lieten we zus achter met nog een avondje te gaan. De Tempeh moest nog gebakken, de Rendang en de Ajam op smaak gebracht en de voorbereidingen voor de Sajoer boontjes getroffen. Thuis was er de volmaakte stilte, poes Pluis, de wollen plaid om onder te kruipen en een knie die opspeelde. Te lang gebogen gezeten. Op het fornuis prijkte een prachtige blauwe koekenpan , die voortdurende uitnodigde om ‘Blauw, blauw, hemelsblauw’ te zingen naar de evergreen van A.M. G> Schmidt. De nieuwe inductieplaat van zus herkende de pan niet als pan en dan sloeg het ding niet aan, of zo. Het fijne weet ik er niet van met mijn oude vertrouwde gasfornuis, maar een aanwinst was het.

Op datzelfde ouwetje staat nu het rundvlees te trekken, ui, foelie, kruidnagel, laurier, bouillonblokje, gkeneusde peper en de restjes vlees. Goed voor het katterige gevoel op deze sombere dag. Vanavond valt er geen I.M. te kijken. Morgen pas weer. Ik vond het nog wel zo’n passend einde om dit jaar ten grave te dragen. Nou, dat is wel heel rigoureus. Ik moet bekennen dat deze verstilling vooral ook veel pareltjes heeft opgeleverd. Vooral het allereerste isolement met een totale stilte, maar een natuur die jubelend ontwaakte en vogels die zich van alle gevaren vrij waanden, zonder de overdosis geluid en fijnstof. Eigenlijk was het aantal momenten van bezinning dik gezaaid geweest en de vriendschappen zochten met name de verdieping. Inkeer na alle hectiek.

Van vriendin kreeg ik begin deze week een prachtig cadeau, over bewustwording en verdieping gesproken. Een in dundruk uitgevoerd boekje van Amy Tan met de titel ‘De Vreugde-en Gelukclub’. De kaft was glanzend rood met mooie bloemen erop, als een Chinese zijden jurk. Je kon het in je rugzakje stoppen als je onderweg zou zijn. De taal was pure poëzie, de beelden die ze opriep een mengelmoes van Chinese oude gewoonten en nieuwe Amerikaanse gebruiken. De dochter van de oude Chinese moeder had ‘meer coca cola gedronken dan verdriet’ toen ze opgroeide in Amerika. Toen de moeder overleed schoof de dochter aan op de stilgevallen plek. De Vreugde en Gelukclub was ontstaan in China tijdens de Japanse bezetting, terwijl het geweld om hen heen woedde. Vier Chinese vrouwen ieder op een punt aan de Mah Yongtafel. Eerst het feestmaal daarna het spel en daarna de mooiste verhalen van hoop en verlangen. Troostrijke verhalen om de gruwelijkheden te ontvluchten, met als enige ontsnapping de hoop. Feestmaaltijden met Dimsum in alle soorten en maten om het geluk gunstig te stemmen.

Andere mensen in hun omgeving waren verbaasd. Zoveel ellende en verdriet en dan niet treuren. De vrouwen antwoorden: ‘Het was niet dat we geen oog of hart hadden voor het verdriet, maar wanhopen betekende terugverlangen naar iets wat al verloren was.‘ De hoop op betere tijden werd levend gehouden en de avonden brachten veel vreugde. Een Vreugde-en Gelukclub waar niet alleen de verhalen werden gedeeld, maar ook doorgegeven. Een staaltje van overleven in barre tijden. Om te koesteren, dit kleinood. Een juweel van eenvoud en van mogelijkheden.

Uncategorized

Om naar om te zien en uit te kijken

Vlaamse Gaai zat in de boom voor het raam. Dat betekende dat ze op zoek was naar een makkelijke manier om lekkere hapjes bij elkaar te sprokkelen. Gedreven door de proppen in de boom, maar ook door het voer wat aan de spijlen van de brandtrap bungelde, ter hoogte van het keukenraam. De enige plek waar Poes Pluis niet bij kon. Veilig en vertrouwd, als elke winter. Nou ja, een soort van winter dan tot nu toe. Ik observeerde hem en maakte ondertussen alles klaar om het haar in de Henna te zetten. Het poeder, de gummi handschoenen, de oude slagroombak en lepel, de appelazijn. Al die tijd blijft Gaai zitten. Zou ze mij kunnen zien, zo ik haar?

Toen het plastic om het papperige koude goedje op het hoofd zat en daarna de handdoek was I.M. in de herhaling gauw gevonden. Gisteren zag ik deel twee zonder de eerste gezien te hebben. Voor de ware impact was het belangrijk om juist het begin niet te missen. Niet ondersteboven van het verhaal, mij wel bekend, maar vooral van het acteertalent van Ramsey Nasr die Ischa speelde. Hoe was het mogelijk dat iemand zo dicht onder de huid van een ander kon kruipen. Het zette in beweging, het ontroerde en het haalde het beste in zijn medespeler, Wende Snijders, naar boven. De taal sprak boekdelen. De grilligheid waarmee het brein werkte van deze grote kleine man kwam zo puur en groots uit de verf, dat de twee beelden, Ischa zoals ik hem kende uit de jaren tachtig en deze Ischa, naadloos in elkaar over schoven. Ischa is. Hij is.

De fietstocht gisteren lukte wonderwel. Het foto’s nemen maar even achterwege gelaten, want het was nog wel een een staaltje van bewust blijven om op en af te stappen zonder problemen. Dat je daarna duidelijk merkt een grens te hebben opgezocht, is oké. Maar de drie bossen tulpen die ik, in euforie om mijn herwonnen bewegingsvrijheid, had meegenomen waren de warme troost. Bij elkaar in de vaas leverden ze een weelderig lentegevoel. Het waren de drie laatste bossen, zei de verkoopster aan de buitenkraam van haar bloemenwinkel. Haar haar wedijverde stevig met de cyclaamkleurige bos. In de supermarkt kwam ik schoondochter van zus tegen, die ik in eerste instantie niet herkende achter haar masker.Toen ze hem schaterend achterover schoof, zag ik het pas. Het huis van zoon lag in de zon te stralen. Binnen rook het nieuw en zoonlief ging gestaag door met of zonder hulp om in januari in het huis te kunnen. Zijn ijzeren vasthoudendheid en werkdiscipline hierin, bewonderendswaardig.

Met moeite herstel ik het oude Netflixaccount en kijk naar de zaak Julia B., de verpleegkundige die zeven jaar onschuldig heeft vastgezeten op een bewijsvoering die rammelde aan alle kanten, een aanslag op de integriteit van de mensheid. Zo kabbelt 2020 naar het einde toe. Vossen met stadse fratsen in de krant is misschien wel een mooi symbool voor het jaar. Niets is wat het lijkt. Iemand vraagt zich af of je wel naar de winkel mag als je partner besmet is met corona. Onzekerheid in het jaar 2020 vierde hoogtij. Wankele beslissingen die genomen werden, verdraaiingen van de feiten en een overdaad aan meningen. Niet zelden ongefundeerde meningen.

Straks gaan wij zussen, zuslief helpen bij het voorbereiden van een Indische rijsttafel voor haar en de zonen, die morgen oudjaar komen wensen. Dat betekent flinterdun snijwerk in veelvoud. Lang geleden. Haar keuken is nu helemaal klaar voor de afstanden op anderhalve meter en wij zijn er klaar voor. De zon schijnt uitbundig als feestelijke onderschrijving. Vanavond het derde deel I.M. en op Oud Jaar als een schitterend vuurwerk het laatste deel van deze topserie van de hand van Michiel van Erp, die zal uitgaan als een nachtkaars. 2020 ten grave gedragen. Om naar om te zien en uit te kijken.