Uncategorized

Hoe klein groots kan zijn

Voor het eerst is er schommelende stilte, nu het leven is stilgevallen en thuis blijven de enige optie is.. Ik zoek de schaduwen uit de opdracht van Else Kramer, die ons uitdaagt met het fototoestel op avontuur te gaan in eigen huis. Ik denk aan de vele schimmenspelen, die ik de kinderen op school heb laten spelen. Laken aan de lamp geknoopt in de kring, dia-apparaat erachter, kinderen met hun zelfgemaakte stokpoppen en stokmonsters erbij en klaar is Kees. De voorstelling kon beginnen. Of een laken spannen in de open wanddeuren van de entree van de groep, wij ervoor, acteurs erachter en daar gingen ze. Een simpel lied van opa Bakkebaard. Ieder beeldt een handeling uit. Hij veegt de vloer, hij stoft de kast, hij zeemt het raam. Opa Bakkebaard houdt van proper. Ze zijn allemaal laaiend enthousiast. Schimmenspel is er met name, om de meest schuchtere kinderen onder ons te laten opbloeien. Ze zien me niet en ze zien me wel. Een ware toverformule.

IMGP2403-001 Het concept om verlegenheid te overwinnen, nog vaak gebruikt.

Dat herinnert me aan een frêle meisje in een van mijn eerste jaren voor de groep. Ze was geestelijk zo breekbaar als ze eruit zag. Bij het minste of geringste klapte ze dicht. Waar anderen stonden te trappelen om wat te vertellen in de kring, hield zij haar lippen stijf op elkaar, laat staan optreden op het podium bij de weeksluiting. En ik wist, hier moest gekieteld worden. We verzonnen een televisieoptreden. Van een grote kartonnen doos werd een televisie gemaakt en zo, dat degene die de omroeper zou spelen, erachter kon liggen en met een handpop de aankondiging zou doen. Ik keek de kring vragend rond. Wie diende zich aan op moment suprême. Een schuchter stemmetje. Dat wilde ze wel eens proberen. Het werd een grandioos optreden, niet op de laatste plaats omdat hier dijken zo hoog als huizen werden geslecht. Overwinnen en zegevieren. Vanaf dat moment brokkelde ‘Verlegenheid’ in stukjes en beetjes af.

Mijn eerste kennismaking met het schimmenspel waren de handen op de muur bij de schemerlamp. Grote grillige monsters met opengesperde bekken, die woest met mijn broers stemmen brulden. ‘We komen je opeten’, whaaaa’. We griezelden heerlijk mee. Toen ik voor het eerst de verteller Indra Kamadjodjo op televisie zag, zoog hij me rechtstreeks de wereld in van Gamelan en illusie. Daar ontspon zich de geheimzinnige, voor een klein kind, mysterieuze wereld van de verre Oriënt. Ik weet niet meer of ik de geuren van Batik en Djati-hout toen al kon ruiken of dat ik die later onder de herinnering heb geplakt. Zijn kostuum ademde de sfeer van het rijke indonesie, batik en wajang golek en goud op snee.

Op 15.04 kom je Indra tegen

Hij droeg met zijn dunne ijle stem de verhalen voor van het kleine bescheiden hertje Kantjil of Kancil. Zijn sierlijke handen met de extreem lange en exotische duimnagel gaven het dier haar breekbare verschijning in het licht van de lamp. Op de muur verscheen het kleine dwerghert en maakte de meest spannende avonturen mee, waarbij Indra niet schroomde om er zelf een flinke dosis theater in te stoppen, als hij zijn hoofd met subtiele knikjes liet wiebelen. Ademloos heb ik gekeken en het voor eeuwig in mijn geheugen geprent.

IMG-8730

Dit kon je dus doen met beelden. Fantasie opwekken en mensen laten reizen over de grenzen heen. Vanaf dat moment had ik mijn hart verpand aan alles wat met die geheimzinnige sfeer van het verre oosten te maken had. Multatuli en Couperus volgden later in de voetsporen van de kleine Kantjil. En mijn eerste verliefdheid betrof iemand die in 1952 geëmigreerd was naar Nederland. Dat kon allemaal op het conto geschreven worden van de dappere kleine kantjil, die met haar ranke gestalte de sluwe tijger en de boosaardige krokodil te slim af was in haar geheimzinnige spel der schaduwen. Hoe klein groots kan zijn.

Uncategorized

Tot in de wolken is het feest

Vannacht voor het eerst sinds lang een piekernacht gehad. Een zinnetje tolde maar door mijn hoofd met daarachter wat visioenen van doemscenario’s en stevige existentiële vragen. Grenzen stellen doen we allemaal. Rigoureuze grenzen ook. Een paar in mijn leven en misschien wel op één hand te tellen. Gelukkig heb ik bijna nooit een beslising hoeven maken op de grens van leven en dood. Ooit, als plaatsvervangend nachthoofd op de IC van Neurochirurgie, was dat een keer bijna het geval. Ik vond het doodeng. Wikte en woog telkens weer alle mogelijkheden af, vinkte aan, streepte weg. ’s Nachts lijken de belangen anders, worden normale vragen een dilemma, is er nauwelijks overleg mogelijk.

Gisteren op een van de vele praatprogramma’s over de huidige situatie kwam de vraag nog meer helder voorbij, dan de laatste dagen. We moeten keuzes maken vooraf. Beslissen vooraf. Bij de huisarts, als er nog nergens sprake van is, maar het ‘What if’ een groot beroep doet op het voorstellingsvermogen en de beelden laat afrollen voor de ogen.

Doemscenario voor een argeloze burger. Het kwam door een verhaal van de arts, die vertelde dat hij de keuze moest maken voor een vitale tachtiger, die opgetogen vertelde, dat hij nog drumde in een rockband. Hier werden kansen afgewogen en de opgelopen aandoeningen ooit en ergens, ook al stonden ze tot nu toe niemand in de weg, zouden een groot obstakel zijn. Weken aan de beademing is alleen weggelegd voor de allersterksten. De ultieme test. Wie een beetje kwaal onder de leden heeft, valt daar al gauw buiten. Dat dus, stof tot denken.

Buiten waait het hard. Nu langs de zee lopen en de muizenissen meegeven aan de wind. Ik ben al een paar weken binnen en het verlangen is groot. Gewoon troostrijk uitwaaien, omdat de kans op het virus klein is, maar dat ene kiertje er wel is. Flinters onrust meegeven aan de natuur, laten uitwaaien over de velden, de stranden het eindeloze water, zodat ze oplossen in mogelijkheden, hernieuwde energie. ‘Hou vol, hou vast’ zong Blof. Dat dus, al wil het hart anders.

IMG_8686

De natuur trekt zich niets aan van de veranderingen. De kauwrjes boven mijn hoofd vliegen af en aan. Ze maken met veel gekrakeel hun nest in de goot klaar als ontvangstkamer. Soms kletsen ze vergenoegd met elkaar. Misschien wel hoe blij ze zijn, dat het bijna af is. Dat hij niet wachten kan op het nieuwe leven. Dat zij vol verwachting haar kauwenhart laat kloppen. Pril geluk op nog geen twee meter afstand. Dicht bij de hemel. Er drijven grote witte wolken over, een koeienkop, de bek van een dino, een wolf, een dikke teddybeer en heel even ben ik het kleine meisje dat ligt in het gras, met de fantasie aan, die een sprookjeswereld  voorbij ziet trekken. Zorgeloos, achteloos, onbekommerd leven van lang geleden.

Vandaag is kleindochter jarig. Ze wordt één jaar. Een mijlpaal. ‘Een plus een is twee’, zei mijn moeder te pas en te onpas als ze twee ongerijmdheden aan elkaar moest smeden. Natuurlijk. Een plus een is twee. De rekensom is gauw gemaakt, de wereld die er achter ligt, verdrijft voor dit moment de muizenissen. We gaan feest vieren met kilometers ertussen. Gisteren feliciteerde ik een oud leerling op FB en die zei: ‘Als je nou een liedje zingt van hier tot aan de hemel, zodat alle opa’s en oma’s dat zouden horen op hun wolk of hun ster, dan hoor ik het ook misschien’. Met een zwaai had hij me terug gehaald naar het verjaardagsritueel in de groep. Zo hard zingen, dat het door de hele school heen schetterde. Dat deden we bij iedere verjaardag met groot succes. Vooral als ze kwamen kijken, wat er aan de hand was. ‘Het is feest in de Apen’, later ‘Het is feest in de Eekhoorns’. En nu: ‘Het is feest in de familie, dat kun je zo wel horen, feest in de familie want M. die verjaart, stop nu maar watjes in je oren, want het gaat met een hoop lawaai gepaard. Tararaboemching, boem ching, ratatatata, daa da ta…’

We vieren het met verve, straks, met een virtueel samenzijn. Tot in de wolken is het feest.

Uncategorized

Een betoverende wereld vol empathie

De oudste kleinzoon is jarig. De dag dat hij geboren werd in Ermont, 20 km ten Noordwesten van Parijs, was de afstand groot. Vijf uur lang voerde ik Truus, de voorganger van de kleine blauwe Prins, op bij het horen over de opname, tot ze stomend tot stilstand kwam op de parkeerplaats van het ziekenhuis. Net op tijd om bij terugkeer van de O.K. dochterlief in de armen te kunnen sluiten en tranen te plengen en te mengen om de komst van deze eerste telg van het nageslacht. Voor de eerste keer werd ze moeder en ik voor de eerste keer Oma. Wat een bijzonder en speciaal gevoel.

IMG_1277

Het bracht me terug naar het oude Antonius aan de Jan van Scorelstraat  in Utrecht, waar in 1980 deze dochter na een heftige stuitbevalling het levenslicht zag en ik in de armen van mijn moeder uit mocht huilen. Ook hier mengden onze tranen zich. Moeders en dochters, het schept een innige en sterke band. Woordeloos weten we van elkaar wat we hebben doorgemaakt. Daarbij weet de moeder wat nog komen gaat aan lief en leed, groot en klein geluk, grote en minder grote zorgen, heel het leven. Nooit had ik bedacht, toen ze terugkwam naar Nederland met haar gezin, dat de afstand groter kon zijn dan toen.

De crisis, deze vreemde werkelijkheid, schept een afstand die onmetelijk veel groter is dan ooit. Innerlijk brengt ze hem echter meer dichtbij dan bij fysieke benadering. Over en weer zenden we signalen uit van de liefde die sluimerend onder het oppervlak ligt. Het hart is voortdurend daar, waar we niet kunnen zijn. Ieder moment van de dag denken we aan het kind, dat hard op weg is om zijn kinderjaren achter zich te laten. De eerste schreden op het pad van de dubbele cijfers. Een ‘teenager’ zeiden ze vroeger. Het allerprilste begin van de jaren van het grote los weken, de zelfstandigheid, de eigen keuze. Tiener heet het synoniem voor dit verouderde woord dat aan petticoat en sokjes refereert. Bakvis geeft een andere betekenis. Bakvis slaat in dit geval de plank helemaal mis. Het vindt zijn oorsprong in de Duitse taal. De Backfisch, hij is te klein voor tafellaken en te groot voor servet, zit er precies tussenin. De vis kon niet teruggegooid worden in zee, bakken was al wat restte.

BQIH2886

Zuslief brengt met haar gezin de taart van ons allen en het cadeau naar hem. Aan de overkant steekt zijn neefje het spandoek met de felicitaties omhoog. Hartverwarmend in alle opzichten. Zo krijgt de dag haar bijzondere tint.

De krant van vandaag staat vol met lijden. De schrijnende verhalen om ons heen. Ook in dit verdriet is de afstand te groot. We zijn pardoes in een surrealistische wereld beland, waar niets is wat het lijkt. Ooit stuurde vriendinlief me een fragment uit de fim van een jongetje, dat de zee oppakte en daar alle lelijkheid onder veegde met een grote zwieper. Dat zou ik willen. Zo’n punt van de zee, als een reuze tapijt om alle ellende eronder te vegen, te beginnen met de omstandigheden die nog erbarmelijker zijn dan de onze. Voor de vluchtelingen die geen kant op kunnen, voor de armen die gevangen zitten, hutje op mutje, in hun krottenwijken, voor de landen waar slechts twee ziekenhuisbedden per stad zijn.

 

Herman van Veen zong ooit: Als ik kon toveren. Bach liet Petrus vol smart smeken en raakte aan de emoties, die ook nu hoog oplaaien bij ieder die het ondraaglijke leed van dichtbij meemaakt. Muziek als vertroosting. Ik wens beide. Bach én van Veen, met daar doorheen mijn gedachten aan het kind, alle kinderen, die jarig zijn of jarig worden en nog een heel leven voor zich hebben. Een betoverende wereld vol empathie.

 

 

 

Uncategorized

Een onhoorbaar lied van geluk

Een bericht komt langs. Liesbeth List (78) overleden. Weer een stukje verleden, dat alleen nog maar een herinnering zal zijn. Alhoewel. De frêle vuurtorenwachtersdochter was al drie jaar buiten beeld. Haar laatste optreden was met een nummer van Edith Piaff. ‘Non je ne regrette rien’. Het leven was respectabel van lengte, 78 jaar lief en leed om er geen spijt van te hebben. Piaff werd 48, met een leven dat grillig verliep. Ik ken La List niet voldoende om daar over te oordelen.

IMG_8695

Ik mijmer naar de jaren zestig. Mijn eerste kennismaking met haar liedjes. We waren vijftien of daaromtrent en reden in een rode Deux Chevaux naar een klein dorp in Friesland, onder de rook van Heereveen. We zongen cabareteske liedjes onderweg. De hele Jaap Fischerbijbel kwam voorbij, Jasperina de jong, Adèle Bloemendaal. Teksten met een vleugje ondeugd, een flinter maatschappelijke ongehoorzaamheid. We waren jong en onderzoekend. Welke wereld lag er open voor twijfelachtige pubers, die voor het eerst, onder moeders vleugels uit, hun eigen territorium verkenden.

Dat bleek een kampeerboerderij te zijn van een gemoedelijke Mem met een benzinestationnetje voor de deur. Slapen in de koeienstal. De meisjes op de deel en de jongens op zolder, strikt gescheiden. De volksdansjuf als begeleiding. Het waren regels, waardoor  mijn ouders me los konden laten. De vrijheid gaf ongekende mogelijkheden en een dosis aan verlangens, die vrijuit konden waaieren boven de ondergaande zon op het slootje naast het erf.

Daar hoorde ik, met gitaargetokkel als begeleiding voor het eerst een lied van Liesbeth List. Zoals we daar zaten was dat, wat ze bezong:

Het weiland wacht geurig op ’t kleurig gebeuren
De zon gaat nu onder, mijn hart
Telt de slagen van torens van ver
Ik vraag aan de sterren: bescherm ons geluk deze nacht.

Dit zijn de uren die stilstaan en duren
Als jij en ik liggen in sluiers van bloemen.
De nachtwind spint maanlicht
En speelt op de snaren ’t onhoorbare lied van ’t geluk.

IMG_8696

Er was geen kwestie van jij en ik, maar wel van het verlangen ernaar. Er waren vier Friese alternatieve kandidaten met maxi-jassen en lange haren, gekke petten en hoeden en een ondeugende wereldverkennende blik in hun ogen. Heel veel vrienden van het thuisfront met een ontvankelijke blik, wat oudere broers en zussen van deze en gene. Er heerste een ongedwongen en grenzeloze sfeer, maar…de grenzen van Mem waren heilig. Jongens op zolder en meisjes op de deel. IJsjes voor het slapen gaan en geen uitbraken naar de enige kroeg die het dorp rijk was. Dat kwam later pas. Bij een tweede en een derde, een vijfde vakantie, toen wijn en bier een grotere rol gingen spelen.

IMG_8697

Daar beheerde Ibbeltje de tap. Ze was onze tweede goedlachse moeder, maar wel veel meer berekenend naar eigen omzet toe. Na iedere escapade slopen we giechelend weer terug, jongens nog even op de deel, met elkaar een laatste shaggie boven een oud conservenblik, alvorens ze naar boven kropen.

IMG_8693

Het hele Nederlandse repertoire met een beetje diepgang vond er gretig aftrek. We hielden kampvuren en zongen samen, onder begeleiding van de voorhanden zijnde instrumenten. Gitaar, blokfluit, mondharmonica. De Friezen veel meer rock en roll, dan wij, onbevangen romantische nitwits met de eerste schreden op het levenspad. Liesbeth List heb ik nooit zoveel meerwaarde toegekend dan in die dagen.

IMG_8692

Later volgde ik haar escapades, Shaffy, het Chanson, Piaff, vanaf de zijlijn. Ze bleef echter altijd symbool voor die veelbelovende vorming daar in het Friese kleine dorp, met het kleine leven en het grootse ontwaken. De polywoods en BM-ers, met de tanige kleine Mem, met de grappen en de grollen en met het eerste liefdesverdriet. Dat zijn de credits van een artiest die de emotie in beweging weet te brengen.

Ze verborg haar eigen gevoel en haar privé-leven goed afgeschermd achter het harnas van de eeuwige jeugd. Helm van haren en masker van make-up. Maar wie goed keek, zag in haar ogen de beroering, bij elk zorgvuldig gekozen lied van haar repertoire. De uren staan stil, maar ze zingt voort. Een onhoorbaar lied van geluk.

Uncategorized

Het hoogste lied

Lang leve het fototoestel, dat toevallig bij de hand lag. Vogel in de boom. Met mijn wazige blik, de varifocus op meer dan een armlengte afstand buiten bereik, zie ik het heen en weer hippen van tak tot tak.  Qua afmetingen groter dan een koolmees en kleiner dan een merel, dacht ik. Dat komt niet zo heel vaak voor. De winterkoning is een stuk kleiner, evenals de boomklever, die er ook wel te zien zijn. Met de lens haal ik het beeld dichterbij. Bij het invoeren in de PC blijkt het toch een koolmees te zijn. Waar zou een mens zijn zonder de bril.

100_6049

Gisteren was het opeens genoeg. Te lang had ik mijn solitude gevoegd naar de stilzwijgende eis van het vermaledijde virus. Wat nou, minimaal contact met alles en iedereen in de buitenwereld. Make-up op de bleke toet en virtueel gaan. ‘PPPPPPinggggggg. Hier is het Oma-journaal, met een lied voor de allerkleinsten, een spannend verhaal voor de oudsten en een lief lied voor allemaal pppppingggggg.’ Een lumineus idee, dacht ik. Straks zijn er twee van de zes jarig. Ik moet ze toch uitleggen waarom we het niet vieren, maar er wel met hart en ziel bij zijn. Dus ontsproot uit mijn overvolle brein met ideeën en ingevingen het verhaal van Addertje onder het gras, Virus en Bepperd de Bofferd. De laatste is al ingevoerd op papier, maar zal vandaag voor het voetvolk verschijnen, tekeningetje incluis. Bepperd de bofferd bestaat namelijk. Ik heb haar ooit uit de klauwen van de vergruismachine gered. Ze lag te zieltogen in een bak met mislukt keramiek bij een kunstenaar in Wadenooijen.Ik meen sindsdien een kleine glimlach op haar snoet te zien, want vanaf dat moment staat ze hier in huis te pronken op een kleine ereplaats.

In ieder geval werd ze een van de hoofdpersonen van de optimistische aanpak voor het argeloze ‘Virus’,  Deze was, op aanspraak van het sluwe ‘Addertje onder het gras’ aan een plagerij begonnen, die haar weerga niet zou kennen, met als hoofddoel: De arme kinderen te verlossen van hun Moet-Maatschappij. Daar zijn andere wegen voor, had Bepperd de Bofferd zich bedacht en zeker niet die, die de nare slang wilde nemen. Hoe het af zal lopen is ongewis, maar de afleveringen van dit nieuwe Oma-Journaal zullen het leren.  De aflevering van gisteren werd met veel enthousiasme door de kleinzonen ontvangen: ‘Oma, wat een leuk journaal. Wil je het morgen ook weer doen, dan lijkt het wel een echt journaal’ laat de middelste via de audio weten. Kijk, dat zet zoden aan de dijk.

IMG-8666

Vanmorgen ‘oppepper-post’ door de bus. Een schilderij van derde kleinzoon en twee zaterdagbijlagen van een andere krant dan de mijne. Heerlijk leesvoer. Plus, als bonus, een alleschattigst kaartje van een lieve vriendin en vriend, om te laten weten dat ze aan me denken. Dat schenkt de burger moed. Verder heb ik een deadline vandaag. Een opdracht van zuslief voor een tekening bij een E-learningprogramma. Daar zal ik straks, na het tweede journaal, voor gaan zitten. Het is heerlijk om met allerlei andere bezigheden  gedachten te misleiden. Er is altijd meer in de wereld, dan de situatie waar we in ondergedompeld zijn. Angst smoren we in aanpassingen en goed gedrag, maar daarnaast slijpen we onze creatieve geest, om te ontsnappen aan de mogelijke impact ervan.

IMG-8662

Notourious B.I.G. vordert gestaag. Iedere dag een tandje meer. In dit geval rits-tandjes. Straks de puntjes op de -i- en met een goedgevulde dag in de pocket zong ’s avonds mijn vogeltje het hoogste lied.

IMG-8663

 

Uncategorized

Zo kom ik nooit aan werken toe

Puzzel uit de krant opgelost. Nou, dat wil zeggen, dat deed grotendeels het woordenboek voor mij. Het is een nieuwe puzzelsamensteller, dus moet ik doorgronden hoe de man en de gemiddelde puzzelaar denkt. Ik waaier namelijk alle kanten op en kan dan niet focussen op het juiste woord. Eenmaal een paar aanknopingspunten en dan gaat het wel weer. Dat geldt eigenlijk voor het hele leven.

Die kleine schreden op je pad, die vooruit denken en die je nodig hebt om verder te kunnen, zeker in tijden van veranderende situaties. Met het thuiszitten is dat mijn grootste uitdaging geworden. Hoe er een zinvolle dagbesteding van te maken zonder in de lethargie te verzanden. Herhalen mag, want als iets voldoening schenkt, waarom dan niet nog een keer die geneugten proeven.

IMG_8621   IMG-8651 (2)     IMG-8646

Er komen veel revivals langs. Uitdagingen waaraan makkelijk te voldoen valt en die je zo groot kunt maken, als de ruimte het toelaat. Karen Abend heeft een Sketch Revival 2020 gestart en ik ben nu bij dag drie. De opdracht moet nog komen, want er is een tijdsverschil, maar drie opdrachten heb ik op geheel eigen wijze uitgevoerd. Eigenlijk zijn het er vijf, maar twee heb ik los gelaten. Niet vanwege de moeilijkheidsgraad, maar omdat het soms net iets te zweverig was of niet noodzakelijk. De tekeningen zijn de zoete voldoening. Andere technieken, nieuwe eye-openers.

IMG-8640  IMG-8642

Daartussen door de Appeltaart van een kant en klaar merk voor de luie keukenprinses. Haren op zolder, ingrediënten bij de hand en gaan met die appels. Alles had ik in kannen en kruiken toen ik ontdekte dat de springvorm de kuierlatten had genomen. OOps. Een nieuwe uitdaging, wat nu. Er was wel een chiffon cakevorm waaruit ik  vroeger ooit eens een probeersel van de kue pandan had gebeiteld. Met die beelden voor ogen werd de zorgvuldigheid extra geprikkeld. Er werd geen stukje blik overgeslagen met invetten. Vakkundig bestuiven gebeurde ook met nostalgie, toen de bloem zich langs de wanden liet schuiven. Het ritme van het kloppen vrolijkte de keuken op.  Op de achtergrond zong, de gisteren herontdekte, Zjef Vanuytsel zijn zoetgevooisde liedjes van heimwee en dwaalde ik met hem mee door de verlaten straten van een gemiddelde stad op zoek naar ‘Ik weet niet wat’.

Met kunst en vliegwerk kreeg ik het stugge appeltaartendeeg erin. De hoeveelheid was namelijk voor een kaboutervorm vergeleken bij de reusachtige chiffon. Geen kant-en klaar-pakken meer in het vervolg, maar eigen baas in eigen keuken, neem ik me voor.

IMG-8643  IMG-8644

Het eindresultaat zag er toch ambachtelijk uit toen het de oven in geschoven kon worden. Bij het maken van ingenieuze baksels was geduld vereiste nummer een. Dat zei men vroeger. ‘Geduld is een schone zaak en de liefde ook’. Haast bestaat niet. Dat is waarom bakken en ambachtelijk koken geliefde items zijn bij zeeën van tijd. Die zee kabbelde voort en terwijl de geur het hele huis doortrok, waren er de visioenen van taartenwedstrijden met vrienden aan de lange feestelijke tafels met de mooiste exemplaren van ooit en lang geleden. Er was een prijs voor schoonheid en een prijs voor smaak, maar bovenal een prijs voor originaliteit. Er waren vrienden bij die millimeterwerk leverden.

Ik kwam uit een groot gezin. Mijn recepten van cake en appeltaart waren afgestemd op de drukke bezigheden van mijn moeder met de was en bleek, de dagelijkse pot en vooruit, bij feest en hoogtij, iets lekkers. Recht toe, recht aan. Gelijke hoeveelheden boter, suiker, meel, vier eieren en een snufje zout voor de cake. Het simpelste bloem-en-boterrecept voor appelen met kaneel en suiker. Een ei voor de glans. Er kwam geen mespunt aan te pas. Snufje hier, snufje daar en alles uit de losse pols.

Heerlijke baksels van mijn moeder en ongeëvenaarde soep, vers getrokken, met de foelie als geheim wapen. Wellicht iets voor vandaag. Zo kom ik nooit aan werken toe.

Uncategorized

Daar doe je het toch voor

Vier eksters zijn druk in de weer om territorium af te baken in de Es voor mijn raam. Er is slechts plaats voor twee, lijkt het. Met man en macht bestrijden ze elkaar, gaan achter de anderen aan. Iedereen vliegt op, de snelste weer neer. Het is al een tijdje aan de gang. Ben benieuwd wie er winnen zal. Ondertussen zijn de kauwen te druk met hun nest in de dakgoot, om op de indringers te letten. Een van hen vliegt met takken half zo groot op en neer. Ze zwenken en zwoegen. Te druk met de voorbereidingen van het nieuwe leven. De zon zet de wereld in kleur, maar de krant brengt de achterkant van dat gelijk.

Druk app-en-bep verkeer met al die vrije tijd om handen. Voor de bananencake ging ik gisteren op zoek naar mijn handmixer. Voordat ik er aan beginnen kan, slecht ik de kast waar een hele tijd lang niemand meer iets te zoeken had. Oude puddingvormen, een koffiezetapparaat, schalen die uit de gratie zijn of te gebruiken voor hoogtijdagen, wonderlijke nostalgische herinneringen diep weggestopt op de bodem van de kast.

IMG-8598

Mijn oog viel op een oude keukenmachine die ik, zeker al zo lang ik hier woon, niet meer in gebruik had gehad. Ze stamde uit 1978 en ik kreeg het bij mijn eerste lidmaatschap, van wat toen nog ECI heette. De Nederlandse boekenclub, waarvan ik de producten, in afgezwakte vorm, onder anderen in mijn drie wandboekenkasten herberg. De Oude mocht er ook een, omdat ik hem gestrikt had als lid.

Ze bleek vergeeld en stoffig. Poetslap, Maarten van Roozendaal op spotify en de ingrediënten voor de bananencake beloftevol op het aanrecht, zonnetje erover en daar kwam een hernieuwde energie terug. Tegelijk voerde ze me naar de jaren in de vroegere huizen elders in de stad, waar ik altijd aan het bakken was, toen de kinderen en ik nog over zeeën van tijd beschikten en we alleen maar over goed te bestrijden virussen beschikten. Mazelen, Rode Hond en de zesde, zevende of achtste virusziekte met rode vlekjes op de huid.

Ergens moest ik ook nog cakevormen hebben. Ze werden opgeduikeld uit de fornuislade. Ach kijk nou zo schattig. De nootmuskaatrasp van mijn moeder. Dof metaal, zoals de herinnering. Met een sopje kregen ze beide iets van de oude glans terug. Mijn moeder boven de schaal met rauwe gehakt, waar net de vier fijn geschuurde beschuiten en de eieren doorheen waren gekneed en de foelie, peper en het zout nu werden aangevuld met de poederwitte noot in mijn moeders handen, raspend langs het metaal.

Zo schaaft de tijd langs de beelden in mijn hoofd. Van vroeger naar nu, naar net, naar straks.

IMG-8600

Mijn trouwe keukenmeid stond nu schoon te wachten. Ze krijgt dadelijk waar ze temend om vraagt. Boter, eieren, bananen blauwe bessen en een snufje liefde. Een beetje van mij en een beetje van Koopmans. Daarna zong ze als een zonnetje de keuken in. Het werkte. Alles deed het nog gewoon. Het gebutste cakeblik blonk in zijn herstelde trots. Hij mocht weer. Naast het bananenmengsel stond al een belofte voor de appeltaart van ooit. Zeeën van tijd vragen om een creatieve invulling met voldoende afwisseling. Huiselijkheid ten top.

RYER9565 Bananen-Blauwe/bessen-Cake

Cake kwam prachtig uit de oven.

De geur van ‘pas gebakken’ bracht nog veel meer nostalgie, begeleidt door Zjef Vanuytsel, voor het eerst sinds lang weer in de afspeellijst. Zoonlief kwam op die verleidelijke luchtstroom naar beneden. Hij proefde de eerste plak en knikte bedachtzaam.  Het smaakte naar meer. Kleine geneugten in onzekere tijden. Daar doe je het toch voor.