Uncategorized

Het leven in te kleuren

En zo kon het gebeuren dat lief en ik dwalend door Laren trokken op zoek naar een parkeerplaats. De hele stad stond vol blik en als dat niet zo was, mocht je er maar twee uur parkeren. Oorzaak, bleek achteraf, was de weekmarkt in het centrum. Nooit meer op vrijdag naar het Singer of op en anders alleen op een bijzonder vroeg tijdstip, leerden we al zoekende. Eindelijk vonden we een plekje tussen de rododendrons en de villa’s aan het einde van het landweggetje dat ik met zus zo dikwijls gelopen had. Langs het tarweveld konden we het museum bijna zien.

Het is opnieuw verbouwd om de collectie Nardinc ruimte te geven, ontdekten we. Geen onverdienstelijke aanpassing. Tussen de doeken van Theo van Rijsselberghe, Jan Sluyters en de modernen, met als toetje Lussanet, dwaalden we rond en genoten. Ik vooral van de portretten die ik tegenkwam en lief van eindelijk weer een museumbezoek.

Onze perceptie was totaal verschillend. Bij lief kwam onmiddellijk de historische context om de hoek kijken. Hij plaatste de doeken in de tijd met het hele verhaal erachter. Ik keek naar toets en streek, de verfijndheid of juist de luchtigheid waarmee iets was geschilderd, de details, de vorm, de kleur. Zo kwamen we met z’n tweeën tot een mooie beleving.Wat was het fijn om samen met hem rond te dwalen tussen al die mensen door. Even werden we afgeschrikt door een rondleiding die een grote groep met zich meebracht, maar we zeilden er al snel omheen om de drukte achter ons te laten. Drie zalen extra waren er met de verbouwing vrij gekomen en er was een uitstekend zicht op de druk bezochte prachtige tuin gecreëerd.

Met het voorspelde noodweer in het vooruitzicht en vol van de schoonheid besloten we de drukke tuin en het restaurant te bewaren voor een volgende keer. Het was genoeg. Het hoofd en het hart waren vol, er was voldoende om een tijdje op te teren. In de stromende regen door een omleiding over Baarn voerde de kleine blauwe ons naar huis, een eindeloze rit, zo leek het, maar genoeg stof om over te praten.

Thuis bleken de kleine koolmezen druk in de weer om het voer voor hun kroost, dat in hun kielzog meevloog, te verzamelen en ze te voeden met de zaadjes van de voederplank en uit de kleine antieke kooi waar alleen de mezen en vinken in en uit konden vliegen. Door de verrekijker op statief, die zoonlief had neergezet, viel er goed te genieten van die grote snaveltjes, die het lekkers in de kleine wijd opengesperde bekkies stopten.

Eindelijk zie ik de kruin van de bomen door het zolderraam nu ze volop in blad staan. Het wordt tijd dat we de werkkamer in orde gaan maken. Daarvoor moet eerst de schuur leeg, hadden we bedacht, anders is er geen kans om te schuiven. Bij die vergelijking moet ik denken aan de raadselspelletjes van vroeger, waarbij een vakje open was gehouden en je net zo lang met de letters moest schuiven tot het woord er stond. Als er geen ruimte is kun je schuiven wat je wilt, maar blijft het bij verplaatsen van de rommel. Eerst het grof vuil, dan de kringloop en vervolgens ruimte voor een bureau aan het raam.

Ook begint de inspiratie te kriebelen. Kom maar op met doek en penselen. Ineens weet ik weer een aantal onderwerpen en, gevoed door de doeken van Lussanet, wat speelsere vormen. Tijd voor het grote experiment. Maar eerst is het de beurt aan de plantenmarkt in Utrecht. Het is de hoogste tijd dat de bakken op de galerij gevuld worden. De ijsheiligen liggen ruim achter ons en een lange zomer ligt in het verschiet. Tijd om de boel wat op te fleuren en het leven in te kleuren.

Uncategorized

En zo is het

Een marathon van drie dagen voorstellingen gaan op den uur niet in de koude kleren zitten en dan moet je weten, dat ik niet hoefde te spelen. De lieve Peer was min of meer aan het eind van zijn latijn. Het was inn te leven. Er was aandacht maar ook heel veel verloop door de kinderen die constant naar het toilet gingen. Onderbouwers kun je dat niet verbieden. We hebben ooit al eens een natte stoel daarop als cadeautje achteraf gekregen. De mannen gingen onverstoorbaar door en dat oogste mijnerzijds bewondering.

Om twaalf uur zat het erop en mocht ik weer huiswaarts. Te moe door de warmte en het feit dat de airconditioning niet werkte in de kleine blauwe. Even op de bank om bij te komen, maar dan toch met lief mee naar de tuin om de planten water te geven en nog wat grassen te trekken. Ach, de lieve Abdel kwam op bezoek bij de buurman en bracht in zijn goedertierenheid wat meloen in een wedgewood schaaltje. Trots vertelde ik lief dat dit de liefste mens was, die ik tot nu toe had ontmoet. ‘Waarom’, was de vraag. Deze man uit de Ivoorkust heeft voor iedereen een vriendelijk woord over en deelt letterlijk al zijn bezit met iedereen die er is en zonder aanzien des persoons. Abdel vertelde enthousiast dat zijn moeder en zusje nu hier in Nederland zijn en hoe blij hij daar mee was. Ze krijgen binnenkort woonruimte.

We bedankten hem voor de goede gaven. Het zevenblad van de buuf heb ik proberen in te dammen door dat beetje wat al doorgesijpeld is, oh help, af te knippen en ik ben vastbesloten het iedere keer af te knippen. Dat zou het moeten stoppen. De enige remedie, leren de diverse onkruidbestrijders me. ‘If you can’t beat them, eat them’ is een heilig Engels gezegde, maar ik weet, door de vorige tuin dat je dan niet anders dan iedere dag zevenblad zal eten. Geen optie. Veel eten is tegen eten per slot van rekening en vooral ‘ Veel wieden zonder resultaat is haat kweken’. Haha en die is uit de eigen koker.

We werken in de brandende zon of op de schaduwplekken en genieten ondanks de moeheid, wat ook betekent dat het belangrijk is om soms over grenzen te gaan. Als ik had toegegeven aan het zwaar aanvoelende lijf was ik op de bank blijven liggen.

Het was even heerlijk op de tuin. De vreedzame merels, een kleine winterkoning, dacht ik, een ooievaar cirkelend boven in de lucht. En dan de stilte, volmaakte stilte. We geven de planten wat kleine gieters water uit de sloot en genieten thuis vooral van de televisie. Expeditie Holland, Binnenstebuiten en Atlas. Een onderdompeling in de natuur in beeld.

Er is avondvierdaagse, maar op de cruciale dag, morgen tijdens de laatste tocht en het uitdelen van bloemen en snoep, heb ik de leesclub. Oma verzaakt en dat voelt nog altijd niet helemaal zoals het hoort. Aan de andere kant heeft iedereen zo zijn eigen leven. natuurlijk is er de band en het een voelen, maar toch, het mag ook los, net zoals het valt. Dat is de zekerheid voor de topliefde op het moment supreme. Lief valt op dit ogenblik om de haverklap om in een roezige slaap. Het hoofd achterover op de bank. Liefhebben in alle toonaarden, omdat de basistoon zo helder en sereen is. En zo is het.

Uncategorized

Een nieuwe belofte

Gisteren konden we weer hand en hand door ons geliefde Utrecht lopen. De aftrap voor ons culturele seizoen hadden we bedacht met een etentje en een film. Het diner zou in het Louis Hartlooper zijn, dezelfde plek waar in de filmzaal twee uur later de film zou beginnen. Ik was in de heilige veronderstelling dat we boven zouden zitten in het restaurant, maar het bleek dat daar niet te reserveren viel en dat we aan mochten vallen in het lunchcafe. Oké. Vlak voor het raam, waarachter een groot terras en uitzicht op het Ledig Erf, dus voldoende afleiding indien nodig. Het was er zonnig en warm, ondanks het raam dat boven onze hoofden open stond. Geroezemoes van buiten klonk door en gaf een prettige en ongedwongen sfeer aan het geheel.

Het was in de late namiddag dat we neerstreken. Ons eerste echte etentje en stof tot praten voor tien. Er kwamen herinneringen langs schuiven, de voetsporen van mijn vader die ooit werkzaam was geweest in hetzelfde gebouw als bewaker van de wet, maar vooral onze lieve kleindochter en de malheur die haar overkomen was vandaag en waar de hele familie hun aandacht en liefde over betuigden via de app. Fijn dat er zoveel medeleven bleek en die grote betrokkenheid. Als moeder van een groot gezin een belangrijk item voor mij.

Ondertussen kwam de observatie van de omgeving op gang. Twee ‘backpackers’, soms is het Engelse woord makkelijker dan het Nederlandse, dat ‘rugzaktrekkers’ zou moeten worden. Prompt volgde een verhandeling over anglicisme en anderszins in de Nederlandse taal en het belang van het doorgeven van bijna vergeten welluidende woorden, die de taal zo’n verrijking gaven.

Bejaard en jong wisselden elkaar af in een bonte stoet. Het viel op dat de ouderen veelal zwijgend naast elkaar konden zitten eten, terwijl het grut al gauw een spelletje of iets te lezen erbij pakte onder een geanimeerd gesprek. Nou zaten die onder andere aan de leestafel, dat stimuleert extra natuurlijk. Wij hadden genoeg stof tot praten.

Mensen op het terras waren veelvuldig en uitgelaten bezig met de vrijdagmiddagborrel. ‘Kom maar door met de bitterballen’. Alle tafels waren gereserveerd, maar de meesten pas na zevenen wat er voor zorgde dat er nog aardig geschoven kon worden, een wat chaotisch en onrustig systeem. Er liep genoeg bediening, studenten schatte ik in, en er was geen logica op te trekken. Al met al was het gezellig, rommelig en vooral heel erg warm. Met de zon op de ramen. De gordijnen hadden we dicht getrokken, maar die konden maar een klein stukje. Het eten was smaakvol, een flink bord en derhalve ruim voldoende. De pasta voor mij en Lief nam de tempehschotel.

Om zeven uur begon de film. Ali en Ava van de Britse regisseur Clio Barnard beloofde een opbloeiende liefdesrelatie onder de rook van Bradford, een van de arme industriesteden in Engeland en berucht om haar sociale context. Welluidende kritieken als ‘ Een optimistische romantische setting’ hadden ons op het verkeerde been gezet. Na een boeiende en flitsende opening verviel het drama in een trage afwikkeling van beelden, waarbij voortdurend een andere verwachting gewekt werd, waar niet aan werd gerefereerd. De karakters waren helder en duidelijk, maar hadden nog wat meer uitgediept mogen worden, net als de liefdesgeschiedenis op zich. Wel was er herkenning, door de grilligheid waarmee een en ander, en doorgaans het leven, verliep.

Na een film verwacht je de diepe duisternis, maar we hadden de vroege voorstelling dus wandelden we in een drukke vrijdagavondstad weer terug naar de parkeergarage. De terrassen overvol en de stemming uitgelaten. Voor herhaling vatbaar was de conclusie. Het sociale leven kwam weer op gang. Boven de boomtoppen strekte zich het zachte avondlicht in een nieuwe belofte.

Uncategorized

En zo is het en niet anders

Het is al lang en breed middag. Het boek ‘Het Woord voor Rood‘ van John McGregor is uit. De auteur is diep in de wereld van de beroerte en de bijbehorende afasie gedoken en heeft zich weten te vereenzelvigen met deze vermeende ongelukkige mensen, die voorgoed lijken opgesloten te zitten in een wereld die zich nooit meer ontsluiten zal in woorden. De manier waarop hij ons leidt van accident tot nieuw licht is razend knap beschreven. Het brengt me terug naar mijn tijd op de neurologie in Leiden waar ik me zeer begaan voelde met deze mensen. Het ergste wat je overkomen kan, naar mijn opinie, is niet alleen het feit dat de taal onder je expressie wordt uitgeschoffeld, maar helemaal als het begrip verdwijnt of als je denkt zeker te weten dat jij het goed vertelt en niemand jou begrijpt. Wat moet je in een wereld die zo ver van de jouwe ligt.

Het geheel is verpakt in een spannende aanleiding tot dat fatale moment en daarna in het proces dat nodig bleek om tot een vorm van communicatie te komen. Het voelt alsof hij in de huid van een persoon met afasie is gekropen en zich heeft voorgesteld hoe het onsamenhangend gebrabbel dat er mee gepaard kan gaan zich heeft uitgekristalliseerd. Er moet een dijk van een observatie aan voorafgegaan zijn. Zijn manier van schrijven is pakkend en het lukte nauwelijks om het boek weg te leggen.

Dat is de ene kant van het verhaal. De andere kant is het lichamelijk ongemak dat het met zich meebrengt. Het nutteloze lijf als er sprake is van een halfzijdige verlamming. Het kost me geen moeite om het me in te denken, omdat het beeld van mijn vader op mijn netvlies gebrand staat op zijn dagelijkse rondgang door de poort naar de voordeur met een steeds verder voorover buigen van de onwillige kant van zijn lijf. Het kostte hem iedere keer weer een berg energie en het zweet parelde altijd op zijn voorhoofd als hij eindlijk voor de voordeur stond, terwijl de vloeken uit hopeloze onmacht tegen de deur opknalden.

De boosheid die er mee gepaard ging was moeilijk te aanvaarden evenals de kracht van de eigengereide gedachte het toch zelf te willen doen, ook al was het ten enenmale onmogelijk. Het kostte mijn moeder bergen aan geduld, energie en tijd. Ze schreef het van zich af in de vijf jaar dat ze nog leefde, in de hoop dat er iemand zou zijn die meer oog had voor deze trouwe mantelzorgers, die heel wat te verduren kregen. ‘Was sich liebt das neckt sich’, hielden we ons voor als hij in grove taal zijn gram probeerde te verhalen en probeerden het te negeren.

Wat een boek al niet los kan maken. Ik ben benieuwd of het verhaal de anderen van onze leesclub ook op die manier heeft geraakt. Door de ervaring was de herinnering helder en dichtbij, op de huid geschreven, kan je wel zeggen.

Nu ligt het boek naast me van Wim Hazeu; Marten Toonder, Biografie. Ook dat belooft een berg aan leesplezier. In deze tijdsgeest van botsende ego’s zou het voor eenieder wel eens goed zijn om door de loep van Marten Toonder mee te vorsen naar de diverse karakters, die sterk uitvergroot voorbij schuiven. De praalhanzen, de betweters, de nuffige koninginnetjes, de zorgkippen, de hanige macho’s, de leeghoofden, de machtswellustelingen, de Dagobert Ducks. Ze komen allemaal langszij in een humoristische en ironische welluidende taal, woord voor woord nauwgezet doordacht, uit-en-opgeschreven.

Wat een verwennerij. Zomaar twee boeken die de moeite waard zijn om achter elkaar te verorberen van voorkant tot achterflap, ‘Als u begrijpt wat ik bedoel’. Om maar eens een beroemde uitspraak van de heer Olivier. B. Bommel aan te halen en zo is het en niet anders.

Uncategorized

Een druppel op de gloeiende plaat

Richting den Haag voor de bioclub en een onderhoudend gesprek in de zondoorlichte kamer van een oud sfeervol herenhuis, compleet met alle ornamenten en een indrukwekkende trap. Gelukkig waren we allen er over eens dat Stipriaan met zijn zwijgende Willem eigenlijk meer een zeer uitgebreid geschiedkundig naslagwerk had geschreven dan een beschrijving van de levenswandel van de beste man.

Het was een fijne sfeer zo, met de pot thee onder handbereik en lieve vrouwen die een enorme kennis hadden van de historie, veel meer dan ik. We ontdekten dat het verschil voornamelijk zat in hun calvinistische en mijn katholieke opvoeding. Ze waren veel beter op de hoogte van het verloop van de geloofsbeweging die had plaatsgevonden in de late middeleeuwen. Wij hoorden vroeger wel wat over Calvijn en Luther, maar meer in termen van ketters en lasteraars. Zij hadden die vreselijke beeldenstorm in gang gezet. Wat had ik graag een objectief beeld willen krijgen van het verloop en alle kanten leren kennen. Je bent nooit te oud om te leren. Dit boek droeg daar wel aan bij en was een goede aanvulling op de verhalen van Erasmus, de dikke pil die ik hiervoor gelezen had.

‘Even geen monumentale leeswerken meer’, verzuchtten we alle vier hartgrondig en kozen een biografie van Marten Toonder, de auteur van Olivier B.Bommel. Heerlijk. Die heb ik direct besteld. Het voelt een beetje als een bevrijding dat ik niet meer aan die dikke pillen vast zit.

Het was een goede gelegenheid om vanmorgen in de stilte te starten met ‘Het woord voor Rood’ van Jon McGregor. Eer ik het in de gaten had zat ik tot over mijn oren middenin het avontuur, dat zich afspeelde op Antarctica. De pakkende stijl van deze schrijver sleurt je het verhaal in en het is moeilijk het boek weer weg te leggen. Binnen een uur lagen er 88 bladzijden achter mij en begon het tweede deel, waarbij ik nauwelijks kan wachten om straks in verder te gaan.

We hebben vooruitzichten op een parasolvoet. Dankzij de blog reageerde een lieve ouder van school van vroeger. Er lag er een in de tuin, een zware en geschikt voor een grote parasol, en hij was over. ‘Komt tijd, komt raad’, orakelde mijn moeder vaak. Dat blijkt nu maar weer.

In de avond stond er een afspraak met vriendinlief voor een theatervoorstelling van Stefano Keizer. Voor de voorstelling liep de cabaretier al rond in het publiek, ook in de zaal wandelde hij de trappen op om te zien wat voor vlees hij in de kuip had en knoopte hier en daar een praatje aan. Daarna dompelde hij ons onder in een complete anarchie, waar je vermakelijk theater verwachtte. Hij haalde alles uit de kast om elke regel, die er heerste bij een voorstelling, onderuit te halen. Hij nam zelf een korte pauze, ging wat bier halen, vroeg of hij nog iets mee kon nemen voor het publiek, stak een heel verhaal af in een hoek van de zaal zonder microfoon, stak er een sigaret bij op, hield morele monologen, en liet, onder hilarisch gejoel, het publiek meetellen van 0 tot 725 en sloeg ze daarna met hun welwillendheid om de oren. Het grote niets. De wereld is maakbaar, was de boodschap en dit was Stefano Keizer, de keizer van de gebakken lucht. Het liefst ging hij terug naar de anonimiteit, een vlucht in het donker, zoiets als theatertechnicus en prompt voegde hij de daad bij het woord. De keizer is dood, leve Govert Meit in variatie op een thema. Aan het eind was maar de vraag of het afgelopen was. Wij, met de langste adem, kregen nog de kans om zijn woeste dans met hem mee te dansen. Een mooi slotakkoord.

Ietwat verward stapten we de Kom weer uit in een klaterende regen. Regen! God zij geloofd en geprezen, voor regen wil ik wel op de knieën gaan na al die dagen van droogte en de tuin en het balkon met mij. Niet een klein miezertje, maar een flinke bui. Alle zegen komt immers van boven. Het stemt vrolijk, ook al is het maar een druppel op de gloeiende plaat.

Uncategorized

Een moeizame exercitie

Vorige week had ik ze al gezien, de gierzwaluwen. Vanuit het zolderraam zijn hun capriolen in de lucht goed te volgen. Ze scheren door het luchtruim. Wat veel belangrijker was, ik kon ze weer horen gieren. Vanuit de oude kamer bij de boom voor het raam was dat niet meer mogelijk. Het giert immers altijd in mijn hoofd. Ze brengen de herinneringen aan mijn lieve vriendin met zich mee van wie ik veel te vroeg afscheid moest nemen. Ze was gek op de gierzwaluwen en we observeerden ze vaak op onze wandelingen in het Wilhelminapark, vlak bij haar huis, als we uit moesten rusten op een bank, omdat het lopen steeds moeizamer ging.

Nooit nam de fantasie ons mee naar het moment, waar ik haar terug zou zien in de komst van deze bedrijvige gevederde vrienden. Wel spraken we veel over het lijden en het loslaten van steeds opnieuw een klein stukje leven, haar zorgen over man en zoonlief die alleen achter zouden blijven in het grote huis, waarin je dwalen kon van souterrain naar zolder. Dood en dodelijk vermoeid waren altijd dichtbij. We zorgden ervoor dat het gewoon werd om er over te praten. Het luchtte op bij al die keren dat ze zich thuis dapperder had voorgedaan dan ze was. Daarnaast schreven we lange brieven waarin we elkaar vertelden hoe we ons voelden, zonder remming. De kale feiten en daardoor heel waardevol voor het wederzijds begrip

Gisteren bij de diepgang met Lief en ons voornemen het verrijkend aan te pakken, zochten we naar inspiratiebronnen buiten dat wat het lezen gaf. Binnen een half uur stond er een reservering voor een etentje met daar achteraan een goede film klaar en een afspraak voor een bezoek aan het Singer in Laren met een tentoonstelling van Sluyters cum suis. De modernen op een rijtje. Zo simpel kan het zijn. Bovendien had het gesprek over het Zoutpad veel los gemaakt.

Het kruiwagenwiel van kunststof werd bezorgd. Fel geel brak het de overeenkomst met zijn voorganger van vertrouwd bosgroen. Niet stuk te krijgen leek deze innovatie voor een steeds en snel weerkerend probleem bij de luchtbanden. Nu konden we naar hartelust aarde en planten aanvoeren in samenwerking met de spierballen van lief.

Na de fysio reden we door naar het kringloopcentrum in Utrecht. Een groot warenhuis van te recyclen spullen en een begrip in de stad. Lief keek zijn ogen uit. Alles stond netjes geformeerd en gerangschikt. De opzet was ruim. Brede paden waar tussen door te wandelen viel. Iets wat je in Verweggistan niet terug zag. Daar was tweedehands op de eerste plaats heel erg goed gebruikt geweest en vaak was het een grote vergaarbak van spulletjes, waarbij de moed om te gaan spitten ten enenmale in de schoenen zonk.

De parasolvoet konden we niet vinden, of een vervangende buis, maar een handige stevige bezem van wilgentenen voor in de Bernagie wel.

Thuis sprak ik Willem de Zwijger aan. Hoog tijd dat ik er doorheen ging, want vandaag komen we, als bioclub, eindelijk bij elkaar. Wat is de mensheid toch over een moeizaam en bloederig pad naar deze tijd gelopen en nog is het niet klaar. De ene veldslag op de andere volgde. Intriges en corruptie waren aan de orde van de dag. De strijd om de macht woedde niet-aflatend voort. Zijn persoonlijk leven komt er in het boek bekaaid van af, de vrouwen worden zijdelings genoemd en de kinderen komen pas aan bod als ze zo oud zijn, dat ze een post of positie in kunnen gaan nemen. Ik ben benieuwd hoe de anderen een en ander hebben ervaren. Voor mij bleef het een moeizame exercitie.

Uncategorized

We komen er wel

We werden getrakteerd op een waar vogelparadijs gisteren op de tuin. Het kwinkeleerde aan alle kanten en niet alles viel te onderscheiden. De merel had er helemaal zin in en liet haar prachtige zang over de huisjes en de tuinen jubelen. Iets verderop klonk een antwoord. Tussendoor de kleine trillertjes van de jonge mezen. Aangenaam en zacht lachte de dag ons tegemoet. De brandnetels bij binnenkomst spraken een heel andere taal. Ze stonden tussen de bosandoorn, die mocht blijven staan omdat ze zo welig kon bloeien met haar paarse pluimen en nog redelijk in de hand te houden was, maar de brandnetel met zijn kompaan, het eeuwige kleefkruid, moest eruit.

Toen we er klaar mee waren, de armen rood van de per ongeluk opgelopen steeksels, was de voldoening helemaal groot. Ziezo weer een stuk van de tuin gereed. Lief had de grond onder de vruchtbomen aangepakt en daar was een lieflijke plek voor het bankje van de drie stoelen ontstaan. De twee stoelen die er stonden gingen naar de andere kant aan het begin van de schaduwtuin. Af en toe stopten we even om bij te komen op het terras en te genieten van de vorderingen. Nog maar anderhalf bed te gaan.

Het meest blij was ik met de metamorfose die de perenboom had ondergaan. Van een pierig, scheefgezakt, bemost boompje was ze uitgegroeid tot een fiere, goed in het blad zittende, boom. Dat was te danken aan de stut aan het begin van de lente en het snoeien onder leiding van de achterbuuf, die de aanwijzingen had gegeven vorig jaar in de herfst.

De buurvrouw was er ook en bij een praatje over de heg wisselden we de nieuwtjes uit. Ook in haar leven een nieuwe relatie, nu zoonlief, bijna volwassen, alleen op reis ging en zij haar zorg als alleenstaande moeder min of meer aan de wilgen kon hangen. Dan is er ruimte voor de liefde. Niet altijd, weet ik, in mijn geval. Ik moest die ene oude vertrouwde nogmaals tegenkomen, maar dan heb je ook een basis van belang. Aan het eind van de middag was er tapas en Merlot en nagenieten. ‘Na gedane arbeid is het zoet rusten’ gaat nog altijd op.

Pluis haalt, terwijl ik schrijf, gewaagde capriolen uit op het richeltje van de balustrade van de trap. Lief en ik komen eindelijk weer eens toe aan een gesprek, die dieper gaat dan de dikke Dollie’s, kauw, koolmees of planten en werkzaamheden in de tuin. Daar was een opening voor nodig in de vorm van een vraag. Het was een opgemerkt gebrek aan inspiratie van mijn kant. Ondanks de vele krantenartikelen las ik toch te weinig en dat moest anders, maar ook hadden wij het tegenwoordig alleen nog maar over de simpele dagelijkse dingen, huisje, boompje, beestje. Die vormden natuurlijk een groot deel van de dag maar daar draaide ons samenzijn niet alleen om.

‘Vertel eens wat over Het Zoutpad’, vroeg ik, want ik wist dat op iedere bladzijde minstens een opmerking stond die een overweging waard was. Als voorbeeld sloeg ik het boek open op blz 96 en wonderlijk genoeg stond daar net een uitspraak van de fysicus en kosmoloog Steven Hawkings:’Het verleden vertelt ons wie we zijn. Zonder dat verliezen we onze identiteit’. Daarmee nam het gesprek een ouderwetse loop van gedachten en haarkloverij, waar het de taal betrof, en wentelden we ons in een ervaring, die ons beiden veel voldoening schonk. Dat was precies de bedoeling.

We wandelen samen verder op het pad dat we zijn ingeslagen, soms een stap achteruit om de draad weer op te kunnen pakken en die wetenschap voelt zinvol en verrijkend. Laat ons maar schuiven. We komen er wel.

Uncategorized

Geen tijd voor verveling

Het huis is eigenlijk te klein als iedereen aan komt waaien, maar moederdag en dan kan er veel. Ondanks de enorme pan Harira en de hoeveelheid Saté met lontong, was alles net iets te krap bemeten. Normaliter staat mijn gesternte op genoeg voor iedereen en meer, bijvoorbeeld een plotseling bezoek erbij. Maar met die hele grote eters van tegenwoordig, lief behoort er absoluut bij, zijn er grote hoeveelheden nodig, waarmee vergeleken de vleespotten van Egypte niets bij zijn.

De dag ervoor op de tuin hadden we na het harde werken, derde dag op rij, de zijkant van het terras gespeend van onkruid en het grote schaduwperk ontgrast en van brandnetel, hondsdraf en bosaardbei verschoond, een heerlijke minimoederdag met dochterlief gehad. Schoonpa zou de volgende dag jarig zijn in Friesland. Ze had Dahl gemaakt en er was warme Naan bij, het smaakte heerlijk en alles verliep rustig en relaxt. Met kleindochter op schoot kwamen er een aantal liedjes van school voorbij, waarvan ik bij sommige moest zoeken naar de tekst. Pa en ma waren druk bezig hun tuin te maaien en de kleine had een hekel aan het lawaai daarvan. Zoetjes, en veilig bij oma op schoot kwamen de olifant, de bromvlieg en de kleine kikker voorbij, om het lied van de vlieg op de neus schaterde ze het uit. Het was even zo’n klein moment van warmte en vredig samenzijn, waar nieuwe energie uit te halen viel. De meegebrachte druiven verdwenen achter elkaar in het gretige mondje. Een minirupsje werd vol bewondering gevolgd op het witte tafellaken. Bij het determineren ervan raakte ik hopeloos verstrikt in de vele varianten. Het kleine wriemeltje mocht terug op een blaadje.

Van de oude rotan stoelen hadden we de vergane leuningen afgesloopt en nu bleef er zowaar een grappig setje van drie over, die nog wel een paar jaar als bankje mee zouden kunnen gaan. Dat scheelde sjouwwerk naar de auto en was vriendelijk vanwege het hergebruik. Toen al het werk achter de rug was, bleef er een genoegelijk samenzijn-uur over, tot de wind te koud werd. Een paar emmers slootwater op de nieuwe aanwas en naar de kleine blauwe. Toch nog veel gedaan.

Dat ik voor de Saté ging naast de Harira kwam eigenlijk door de lontong, waar ik veel te veel van had gemaakt van de week. Naast de soep was het te moeilijk, had toch beter de hapjes kunnen doen, want hoe hou je alles warm als er verschillende aanlooptijden zijn. Een leerpunt erbij.

De dag stond in het teken van de Rubic cube. Kleindochter kreeg les van haar doorgewinterde oom en was hogelijk verbaasd, toen ze hem zelfs mocht houden. Met drie exemplaren in huis kon dat. Geduldig legde hij uit, hoe ze tot een groot kleuren vlak kon komen. De cube in het midden bepaalde de kleur van het vlak. Er ging heel wat oefening aan gepaard, maar met wat hulp van lieve schoondochter kreeg ze het voor elkaar. Mooie nieuwe uitdaging.

‘S avonds bestelden we het kunststof kruiwagenwiel, zoals de werknemer in de bouwwinkel had aangeraden. Op het verharde pad langs de tuinen, met scherpe steentjes en soms zelfs glas, was dat beter en dan liepen we niet het risico om om de klipklap de band weg te moeten brengen.

Eindelijk werd door lief de grote parasol naar boven gesjouwd voor op het balkon, waar de zon brandend opstaat de hele middag. De oude voet echter bleek ook aan gort te zijn. Het zware scherm vroeg minstens om een granieten voet van veertig kilo. Dat wordt het volgende project. Even wat kringloopwinkels af en zien wat er te scoren valt. De aanhouder wint. Geen tijd voor verveling.

Uncategorized

Een mooie ‘moeder’dag

Wat een ochtend. Ik lig naast lief en luister naar de kleine geluiden, die doorklinken. Het stille kirren van de jonge kauwtjes in het nest naast ons, slechts gescheiden door de gestucte muur, een auto die door de straten raast, een man en een vrouwenstem boven het geluid van een radio uit, een kraak ergens in het huis, het krabben van Pluis aan haar krabpaal, het staccato ademen van lief naast me. Het is moederdag.

Ik denk aan mijn moeder, onze moeders, moet ik zeggen. Ieder van ons, alle elf en niemand uitgezonderd, heeft een eigen moeder gehad. Voor ieder kind is ze er altijd geweest. Dat is een mooie gedachte. Ze keek er naar uit, naar moederdag. De aanloop en de gezelligheid die dat met zich meebracht, de cadeautjes waarmee we haar op dat moment in de watten legden, een mooie plant, eau de cologne, maria zeepjes, chocolade, liefst gevuld, en altijd bloemen. ‘Voor mij’ kon ze vol verbazing zeggen, ‘Ach malle’. Moeders in het zonlicht, alle dagen, maar deze dag speciaal.

Ik denk aan míjn eigen moederdagen. ‘Alle dagen van het jaar zijn moederdagen’ plachtte ik te zeggen en veegde meteen de reden uit de handen van de kinderen, om mij op die ene dag speciaal in het zonnetje te zetten. Ze hielden zich er nooit aan.

Moederdag op school was ook lang een taboe. Geen wensjes, geen asbak, geen tekening, geen van papier gevouwen slof met schuimpjes erin. Het was immers een commercieel feest in onze ogen. Vooral de verering van Hitler voor de moeders, de verzekering van de uitbreiding van het arische ras, en diens bronzen, zilveren en gouden kruizen als eerbetoon, waren een doorn in het oog. Bovendien wilden wij als moderne vrouwen onder het bestaansrecht van moeder uit, dat bepaalden we zelf wel en daar was geen promotie voor nodig, dus ook geen aparte moederdag. Het gezin was in onze tijd niet meer vanzelfsprekend de hoeksteen van de samenleving.

Later bekeek ik het anders en zag er voornamelijk weer de blijdschap in van zowel gever als nemer, trots op het zelf in elkaar gefabriekte cadeautje, los van, nog altijd, de commercie. Dus namen we cassettebandjes op met de liefste wensen voor moeder of lieten de kinderen een schilderij maken, kozen een foto met een getekend hoofd erop of lieten een plantje opkweken met alle liefde, die er in ze zat. Zaadjes van een klavertje vier in een mooi zakje deden het ook goed als gelukbrengers.

En nu ben ik weer bij mijn moeder en mijn eigen moederschap. Vijf keer moeder is minder dan elf keer moeder, maar de intentie blijft gelijk. Ze gaat diep, altijd al zo geweest, al was het soms hard werken. Moederschap kan ploeteren zijn, leerde ik van de verhalen in de volkskrant over moeders die hun kroost verlieten omdat ze vonden niet optimaal te voldoen aan dat moederschap. Ze zaten vooral met zichzelf in de knoop, hun eigen ruimte was te beperkt geworden en dat hadden zich niet gerealiseerd.

Mij was het moederschap overkomen. In een keer vanuit het volle leven, een drukke baan als nachtverpleegkundige op de IC van neurochirurgie naar een stilstaand bestaan van kind en huis en park. Een pittige ongemakkelijke overgang, maar het was nu eenmaal zo, dus ging je ervoor. Al waren er tijden dat ik als verdoofd wat zat te frobelen met kraaltjes en lapjes van voeding naar voeding en meer deed van die dingen die ik al lang geleden achter me had gelaten. Hoe vul je eigen tijd, als die bepaald wordt door zo’n kleine dwingeland, die honger heet.

Al doende leert men. Het werd allengs vanzelfsprekend net als de taakverdeling. De vader van de kinderen was evenveel behept met deze, vanouds, moederlijke taken en nam om de dag de zaken waar. Zo hadden we een eigen weg gevonden in het grootbrengen van het kroost. Dat is niet afhankelijk van de sexe, als je er maar dezelfde tijd, ruimte en liefde in stopt. Voor ieder die dat lukt, een mooie ‘moeder’dag.