Uncategorized

Een fijne kant

De eerste nacht is het wennen. Vreemde geluiden krijgen indachtig een plek, stemmen die langs komen zeilen en wel binnen lijken, zo duidelijk als ze zijn, weet ik te plaatsen als laatlopers. De stappen van de mevrouw achter-boven verstommen, een mannenstem dempt evenzeer. Dan keert een betrekkelijke rust weer. Het late nachtelijke uur is aangebroken. Hoeveel geluiden heb ik in dit leven niet op die manier trachten te ontcijferen en te vertalen in grijpbare beelden. De slaap overmant bij het driehonderdveertigste schaap dat over mijn waakgrens springt.

De volgende ochtend doezel ik tot een uur of acht, maak koffie, luister naar de rust die de kamer er naast uitademt, regelmatige ademhalingen en wat gedraai, af en toe een zucht. Na het douchen is er een vers ontbijt, dat de dochters gehaald hebben bij de bakker en daarna stappen we zo snel mogelijk op de fietsen. Dikke lagen kleding voorkomen dat de koude grip krijgt. Een opgebroken weg leidt ons over het duinpad. We besluiten om naar het wrakkenmuseum te gaan. Een stief uurtje fietsen maar dan heb je ook wat. In het meer dan donkerbruine cafe warmen we op met warme rooibos, maar daarna storten we ons op al die wonderlijke attributen die na een diepzeeduik weer boven water zijn gekomen.

Heel vermakelijk zijn de briefjes, die bezoekers hebben achtergelaten en die bij de desbetreffende voorwerpen zijn gelegd. De charme van de enorme bonte verzameling is dat ze op volgorde van vondst zijn uitgestald. Een van de ordentelijke bezoekers vond het een grote chaos, maar je moet wel het systeem herkennen als het er is. De shoenami ziet er hilarisch uit op foto’s, maar ook in het echt is het onvoorstelbaar. Hetzelfde geldt voor de badeentjes. De flessenpost is aandoenlijk en gaat tot ver terug in tijd maar ook in plaats van het posten.

Dat geldt ook voor het gedicht van de vrouw des huizes, die er ooit leefde en waar een flessenmonument voor was opgericht met een ingemetselde foto en het betreffende ontroerende schrijven, buiten. Daar is het er omheen nog bonter en het piratenschip van Woeste Willem vond gretig aftrek bij de lieve jeugd, net als de antieke duikershelm die je over de oren mag laten zakken aan een katrolletje. Er is veel van ontelbaar.

Evenveel is het boekenrijk in de boekenboerderij, iets verderop. Er wordt veel gesnuffeld en weinig gekocht, maar het is al qua curiosa indrukwekkend genoeg. Als we weer buiten staan, schijnt de zon en verwarmt niet alleen het vege lijf, maar ook de harten. Zon zet het eiland aan en de schoonheid leeft op.

We besluiten bij Hessel te gaan lunchen. Het is niet ver. In de muntthee zwemt een verdwaalde jonge naaktslak. Dochterlief krijgt nieuwe. Ach ja, het kan verkeren. We vangen nog een glimp van de grote Hessel en zijn dochter op en blazen een eventuele gang naar een optreden de volgende dag, af. Zo is het ook goed.

Daarna willen we zee zien en dochterlief kent de weg naar het enorme brede witte strand met een heerlijk paviljoen waar we iets kunnen nuttigen. Een kolonie aalscholvers zwaait ons onderweg, in het duin, tegemoet met hun koddig wapperende vleugels.

Zee brengt de rust en schudt alle opgedane indrukken tot een rij. Het strand is zo breed, want eb, dat dat loopje voldoende is na de klim tegen het duin op. We verzamelen wat schelpen en scheermessen om te beschilderen en duiken daarna het paviljoen binnen waar het gezellig roezemoest.

Na zo’n hartversterkertje lijkt de terugweg minder ver. dochter doet boodschappen en maakt Indiase Dahl met Naan. Daarna maken zij nog een wandeling en mis ik de zonsondergang, maar dan had ik eerst een hoog duin over moeten klimmen. Zo is het goed. De foto’s zijn prachtig. Met een fijn muziekje op beschilderen we de meegebrachte buit. Een eigen zonsondergang, de Brandaris, een zwevende kwal krijgen allemaal een plekje op schelp of steen en daarmee een nieuwe bestemming, met de nodige diepgang aan gesprekken. Het leven toont zich van een fijne kant.

2 gedachten over “Een fijne kant

Reacties zijn gesloten.