Overpeinzingen

Gevuld met zeeën van tijd

Vannacht stond de grote beer, het steelpannetje, weer geruststellend aan het firmament. Het zorgde ervoor dat ik een poos wakker lag. Er schoot niets door mijn hoofd. Enkel het zijn in het nu was voldoende. Ik luisterde naar de stilte in huis afgewisseld met een paar geluiden, de ketel die even aansloeg, de ademhaling van Lief, mijn eigen harteklop. Luisteren ernaar was voldoende om in de tijd te blijven hangen, even maar, want zoals een lieve blogvriendin zei, als je ‘nu’ schrijft, is het moment alweer voorbij.

Tijd, ooit lang geleden een belangrijk gegeven van wat ik de kinderen in de groep wilde leren, als vast onderdeel van het programma. Soms aan de hand van de familie stamboom, een van houten latjes in elkaar getimmerde grote stam met takken, waarin de opa’s en oma’s kwamen te hangen, de vaders en moeders, de broers en de zussen. Via grootvaders klok, de grote staande, nagemaakt van enorme kartonnen dozen, zodat ze er, net als het jongste geitje uit het sprookje ‘De wolf en de zeven geitjes’ in konden kruipen, beierden de dagen voort. Tijd is terugtellen via de bet-bet-bet-betovergrootvader en moeder, tijd is alle woorden die met tijd te maken hebben opsporen en ontdekken dat bijna alles met tijd te maken heeft, alleen het noemen van het woord al.

De grootste belevenis riep het boek ‘De tijd keert om’ van Heleen Vissenga op, als tante Fien, die kinderboekenschrijfster is, een heel verhaal heeft bedacht om de logeerpartij van haar neef spannend te maken. We hebben ervan gesmuld, door al die spannende momenten uit te spelen voor hen. Een boekenkast bijvoorbeeld met daarbovenop een deel van het manuscript voor het geheime boek dat ze aan het schrijven was en waarvan tante had gezegd dat de blaadjes er moesten blijven liggen. Toen ze weg ging voor de boodschappen kon de neef zijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen. Als er dan teksten te voorschijn komen met bijvoorbeeld ‘Lees dit niet’ en ‘Laat liggen’ is zijn, maar ook onze, nieuwsgierigheid gewekt.

Het ultradunne boekje bezorgde ons zeker zes weken veel plezier en gaf een enorme prikkel voor de tijdsbeleving van de kinderen. Vergankelijkheid is niet duidelijker uit te leggen dan aan te geven dat het moment al voorbij is, als je het uitspreekt en daar een sport van te maken er bewust van te worden. Als er aan het eind van het toneelstuk een zakhorloge gevonden wordt, waarmee de tijd terug loopt als je tegenovergesteld draait, is succes verzekerd.

Ik dacht altijd dat tijd te snel ging voor de jeugd, maar ze gaat nog sneller als je ouder wordt. Geen tijd te verliezen, wordt een begrip. Aan de andere kant moeten we meer tijd nemen en niet alles meer vlug willen in de race tegen de klok. Alles wat we onszelf nu opleggen is in vrijheid gekozen. In die zin hebben we een streepje voor. Toch zijn er nog altijd allerlei verplichtingen, die ongeschreven zijn, maar wel binnen een verwachtingspatroon liggen van de omgeving. De kinderen en hun gezinnen, de zussen, de vriendinnen en vrienden en niet in de laatste plaats onszelf.

Zo’n moment van stilte in de nacht kent een grote waarde. Het brengt de balans in de hectiek die de dag met zich meebrengt. Er is van alles te doen en voor te bereiden, er zijn afspraken die nagekomen moeten worden, er zijn boodschappen te halen, er valt in te pakken, er zijn boeken te lezen, deadlines te halen, er valt een reis voor te bereiden, en er is het vrijwilligerswerk er tussendoor.

Aan de hand van de kinderen en kleinkinderen valt af te lezen hoe snel het gaat. Neem mijn oudste dochter. Gisteren zat ze nog met haar zus op schoot, vandaag is ze al bijna 42. Terwijl wij rustiger aan willen, snelt de tijd voort. Ze vliegt voorbij en trekt ons mee in haar kielzog. Gelukkig pinkelt er nog altijd, in de ruimste zin van het woord, die sterrensteelpan aan de hemel. Kalm, altijd hetzelfde en rustgevend, gevuld met zeeën van tijd.

Overpeinzingen

In de ruimste zin van het woord

Gisteren kwam het er al weer niet van om te schrijven. De auto moest vroeg naar de garage voor een zomercheck en daarna zouden we nog een keer wat spullen ophalen van Lief in die uithoek, het uiterste puntje van Zuid-Holland.

Terwijl de kleine blauwe binnenstebuiten gekeerd werd, wandelde het gesprek in de wachtruimte over vroeger naar nu en vice versa. Met een glimlach van oor tot oor kwam de man vertellen dat we weer veilig op reis konden en even later zoefde de kleine blauwe over ‘s Heeren wegen, terwijl we diverse mogelijkheden van de volgorde van ons bezoek bespraken. We besloten eerst de zee te gaan begroeten en te lunchen in het paviljoen aan de top van het duin. Daar kregen we alras gezelschap van twee naar binnen gevlogen mussen en altijd, bij het zien van deze liefjes, maakt mijn hart een sprongetje en was het verlangen naar weleer, met drommen mussen in elke tuin, groot.

Op het balkon hebben de pimpelmezen tegenwoordig de overhand, die jagen zelfs de koolmezen van het plateautje met voer. Het zijn kleine schavuiten. Ik vermoed dat de uitbater van het restaurant hetzelfde denkt over de mussen die zijn terrassen bevolken. Met hoe meer ze zijn, des te overmoediger worden ze en rukken op tot op de rand van het bord. Het was een hartverwarmende lunch en daarna konden we de laatste kledingstukken uit de kamer van Lief ophalen en nog een bezoek brengen aan zijn broer en schoonzus. Beladen met een vijgentak en een prachtige peterselie-plant gingen we weer op pad. Missie volbracht.

Tijdens een van de bezoeken van lief aan de psychosomatische fysiotherapeut, deze week, kwam kennelijk het woord ‘zingeving’ ter sprake. En passant gezegd in een van de laatste opmerkingen en daarbij het woord ‘vrijwilligerswerk’. Toen lief daar verslag van deed, verbaasde me dat, want zaten wij samen met onze nieuwe samenlevingsvorm niet in eenzelfde ontwikkeling. De zingeving van een leven met elkaar vraagt om een oneindige voortgang in het overleggen, zoeken en vinden naar de grootst mogelijke ruimte voor het individu in samenspraak met elkaar.

Frits de Lange, hoogleraar ethiek, schreef een boek onder de titel: Eindelijk volwassen, de wijsheid van de tweede levenshelft. In een column in Volzin van Jos van Oord las ik het volgende over dit veelbelovende boek: ‘Het gaat niet meer om de vraag wat je op dit punt van het leven doet, maar om welke persoon je bent’. De Lange geeft hiermee een antwoord op onze zoektocht. Ik word er blij van, omdat ik mijn eigen idee in de zoektocht omarmt zie. ‘De ultieme zelfrealisatie vindt plaats als je jezelf zo goed leert kennen dat je de gerichtheid op jezelf kwijtraakt en je durft toe te vertrouwen aan dat geheel dat groter en sterker is dan jezelf.’ Zelfsturing, soms stuurloos, maar altijd weer te toetsen aan de reactie van de ander en onbaatzuchtig. Het ‘Zelf’ overstijgt het ego in die zelfrealisatie. Dat is iets om lang over te mijmeren en niet in de laatste plaats om dat boek eens ter hand te nemen. Dergelijke handleidingen tot wijsheid zijn onmisbaar voor een zelfonderzoek. Als daar ook nog bij komt dat je kunt schakelen in je groei en ontwikkeling om te kunnen zijn wie je bent binnen de relatie met de ander, zijn we een boeiend pad ingeslagen. Te mogen zijn wie je bent is het waard om er dieper op in te gaan.

De hagel klettert tegen het zolderraam. Vandaag lopen we een feest mis met de kinderen, door corona, zoonlief is bezorgd en heeft geadviseerd niet te komen. Met respect voor zijn bezorgdheid en de ratio die zegt dat we nog een beetje vol moeten houden door dergelijke situaties te mijden, blijven we hier. Wel met een lichte spijt in het hart maar als verzachtende omstandigheid komt dochterlief nog even langs voor het feest. Levenswijsheid dus, in de ruimste zin van het woord.

Overpeinzingen

Tot in elke vezel

Als mijn moeder haar wolk aan het poetsen is, dan doet ze dat grondig. Eerst vannacht die huilende woedende wind om de nok en daarna kletterende regens. ‘Het ritme van de regen op het zolderraam’, bedacht Lief poëtisch. Maar er was geen touw meer vast te knopen aan dit atonale geweld.

Het etentje gisteren werd een groot succes. De stoofschotel aubergine ging schoon op. Een Turkse salade met ultradunne uienringen, heerlijke zoete trostomaatjes, citroen, olie en sumak completeerde het geheel. Libanees brood om mee te dippen. Zo harmonieus als de maaltijd was, zo waren ook de gesprekken. We hadden veel uit te wisselen en zaten direct, vanaf de eerste thee op gelijke hoogte, de diepte in eigenlijk.

Verhalen over de relaties over en weer, hoe hard je er aan kan blijven werken en hoe belangrijk dat is. Samengestelde gezinnen en de problematiek rondom, het accepteren van de rugzak van elkaar en daar weer een eigen weg in zoeken. Vriendinlief haalde een boeddhistisch gezegde aan: ‘Diepgaand luisteren en liefdevol spreken’. Op dat niveau aangekomen werd het alleen maar boeiender. Er was ruimte om ieder het bewandelde levenspad te laten delen met elkaar en evenzeer om dat liefdevol te ontvangen.

Tussendoor vlogen als vanouds de kwinkslagen over de tafel, anekdotes uit het gezamenlijke verleden. Soms om te verkneukelen, soms om te schateren. De dood schoof ook nog aan door de lege plekken die hij hier en daar had achtergelaten en die er steeds weer hadden ingehakt. Onze generatie is aan de beurt om dergelijke klappen te incasseren en de ene keer valt dat zwaarder dan de andere.

Intussen heeft de felle regen plaats gemaakt voor af en toe een blauwe lucht en voorbij zeilende wolken, afgewisseld met de onstuimigheid van harde wind en het grote grijs. Geen weer om veel te ondernemen. Een dag ‘pas op de plaats’ is prettig. Dat de buurman het gemijmer verstoort met zijn drilboor minder leuk. Te hooi en te gras lees ik wat artikelen, waarbij het interview in Zin-magazine met de schrijver Marieke Lucas Rijneveld intrigeert. Hij vertelt over een huilend kind dat gevallen is op straat en pas ophoudt met huilen als iemand de armen om hem heen slaat. Zo is hij ook, dacht hij. Zijn pijn moet gezien worden, daarna kan hij verder. Daar spreekt de schrijver die de woorden heeft om die pijn te vatten. Hoe vaak stoppen we de pijn niet weg, vegen het onder het tapijt. Als je er niet over kletst is het er niet, is de makkelijkste weg. Dat het jaren later tot een confrontatie met jezelf kan komen, is evident, want onverwerkt.

Ooit zat ik bij een bijeenkomst van Landmark waar ik door een collega voor was uitgenodigd. Nieuwsgierig als ik ben dacht ik, ik wil weten waarom er bij mij aversie is tegen deze organisatie, die prat gaat op haar zelfverbeteringscursussen. Al gauw was ik er achter, dat het inderdaad niet mijn kopje thee bleek te zijn. Er was echter een sessie bij waar mensen ten overstaan van alle anderen, een zaal vol, te biecht gingen over hun diepste geheimen. Daarna werd ons gevraagd de ogen te sluiten en een poosje over die van ons na te denken. Eer ik het in de gaten had, stroomden de tranen over de wangen, langdurig en niet te stoppen. Onverwerkt verdriet lag daar in besloten. Vanaf dat ene ogenblik nam ik me voor om over alles wat er in mij huisde, open te zijn, daar waar het er toe deed. In die zin had het weekend me toch wat goeds gebracht, al was mijn aversie tegen de handelswijze van deze turbulente manier van het omwoelen van de diepste gevoelens alleen maar groter geworden.

Landmark en ik zijn nooit meer vrienden geworden. Ik en mezelf daarentegen wel, tot in elke vezel.

Overpeinzingen

Hup, in de benen

Een week van kunst kijken met Lucas de Man in zijn programma Man en Kunst is een welkome afwisseling op het aanbod. Iets om oprecht te missen als er niet genoeg aandacht voor is. Eigenlijk vind ik de schone kunsten verplichte dagelijkse kost. Als er veel leed in de wereld is, kan schoonheid de balans herstellen binnen je gedachten.

Voor de tweede keer in korte tijd hoor ik van een vrouw, die prachtige portretten schilderde, maar waar ik nog niet van gehoord had. Misschien is ze zijdelings langs gekomen. Therese Schwarze schilderde vooral in de hogere kringen. Niet in de laatste plaats omdat ze de koninklijke familie portretteerde. Aanvankelijk werkte ze met olieverf maar ontdekte ook het pastelkrijt, waarmee ze de zachte speelse contouren van een kind kon benadrukken. Ze kwam uit een artistieke familie en haar vader was goed bevriend met de burgervader van Amsterdam. Zo maakte ze naam en niet in de laatste plaats door haar prachtige portret van koningin Emma met de kleine Wilhelmina als baby op de arm. Tijd om het leven van deze vrouw uit te diepen, vooral tegen het licht van de tijd, waarin ze leefde.

Eergisteren legde ik de laatste sier van de tulpen vast. Tulpen in verval zijn zo adembenemend mooi als de blaadjes omkrullen en kleurrijke facetten tot in elk detail ten toon spreiden. Ik laat ze expres nog even staan, benieuwd hoe hun neergang zal verlopen.

Het voordeel van een hernieuwde liefde is dat onze gezamenlijke vrienden, ooit door mij uit het oog verloren op een na, mijn leven weer binnenstappen. Die ene lieve vriend was een grote steun en toeverlaat voor de vader van de kinderen in de tijd dat het leven hem zo zwaar viel. Ook onze bezoekjes verwaterden in de loop der tijd. Vanavond komen hij en zijn vrouw langs. Daar kon natuurlijk een culinaire heerlijkheid aan vegetarisch niet ontbreken. Een aubergine stoofschotel uit Paulines recepten was mijn keuze en ik wist dat ik hem een dag eerder zou klaar maken opdat zo alle heerlijke smaken goed in konden trekken. Voor het eerst sinds lang ging ik weer eens naar die grootgrutter uit het Zaanse, die in het enorme assortiment ook de ingrediënten uit de Oriënt ruim vertegenwoordigde. Vooral om de granaatappel- en-siroop en de sumak, die niet mochten ontbreken.

Omdat er veel maar net niet alles te krijgen was en de ongezouten pistache schreeuwend duur, besloot ik voor het eerst naar het kleine Turkse winkeltje in het winkelcentrum vlak bij te gaan. Direct bij het binnenstappen en bij het opsnuiven van de heerlijke geur van gemengde specerijen, wist ik dat ik vanaf nu daar vaker zou toeven. Onbeholpen en klein maar tot in elke uithoek volgestouwd met alle heerlijke details voor een maaltijd. Hoe kon ik het vergeten. Twintig jaar geleden deed ik niet anders dan in dergelijke winkeltjes mijn kostje bij elkaar scharrelen.

Daar vond ik betaalbare sumak, de granaatappelpittensiroop, pistache en nog enigszins betaalbare honing met raat in overvloed. De stoofschotel bleek een geduldig werkje omdat de vier aubergines allemaal stuk voor stuk in reepjes gebakken moesten worden, maar als je er tegelijk een mijmer-moment van maakt is er geen vuiltje aan de lucht. Lief kreeg een voorproefje en prees het regelrecht de hemel in, maar dat is eigenlijk geen goede graadmeter, want dat naoorlogse kind lust alles en eet derhalve met smaak. De combinatie van ingrediënten is goed, dus op gevoel af weet ik dat het lekker zal smaken. Mijn eigen smaakpapillen zijn te gronde gericht door de puffers, alleen de hele uitgesproken dingen proef ik. Sumak, waar ik zo gek op was, ga ik verwerken in een Turkse salade die ik er naast wil geven. Ik hoop vurig, dat ik er nog iets van zal genieten omdat het zo zalig is. Simpele sumak met rijst en vega-kebab is niet te versmaden. Die komt een volgende keer aan bod. Nu eerst de puntjes op de i zetten met vers Libanees brood. Hup, in de benen.

Overpeinzingen

De hectiek van de dag

Viel ik met mijn neus in de boter gisteren. Nou niet echt natuurlijk. Het stond al lang en breed vast dat deze film uitgezonden zou worden. Maar het feit dat ik vooraf per ongeluk eens een keertje keek in het televisieprogramma van de krant was uitzonderlijk. Daar stond het. ‘Bohemian Rapsody’ de film. En ook al had ik me in de bioscoop behoorlijk geërgerd aan het overdreven bit van de acteur, toch wilde ik het weer zien om te kijken of ik opnieuw onder de indruk zou zijn.

De magie van het grote doek maakt het allemaal indringender, dus sprookjesachtiger of rauwer dan het is, maar toch. In de zaal brul je niet mee met de overbekende teksten, nu kon ik hardop meezingen. Wat lang geleden en wat een heerlijke ontlading. Ik vertelde Lief over ons ensemble ‘Wanq’, waar ik nog bij gezongen heb. De letters staan voor ‘We Are Not Queen’ en natuurlijk zongen we alleen dat koninklijke repertoire, waarbij we de meerstemmigheid zorgvuldig probeerden te evenaren onder leiding van een dirigente die ook de partijen uitschreef en een band die ons begeleidde. Tweede alt van het gezelschap en in voor de optredens. Een dierbare herinnering.

Omdat we ANWB- proef op reis wilden gaan, wandelden we door de druilerige ijskoude regen, die af en toe veranderde in een stortbui, richting de winkel om ons goed te laten informeren. Eerst naar de plek waar ik me het gebouw herinnerde, daar zat nu een bank. Toen het centrum zelf in, naar de tweede plek die kwam boven drijven. Dat gedeelte was inmiddels met de grond gelijk gemaakt en daarna met behulp van de route-app naar de derde plek, waar ik vorige week nog in het rek met de jassen had gekeken. Ach ja. Vergetelheid uw naam is vrouw.

De vrouw van de winkel had er zin in en graaide onmiddellijk twee landkaarten uit het rek van Duitsland en Oostenrijk, Slovenie, Hongarije. Achterop stond de informatie over de bekende vignetten, die aangeschaft dienden te worden. Een in de winkel en een online en straks nog een bij de pomp aan de grens. Twee fluoriserende hesjes gingen mee en een nieuwe verbanddoos. De oude mocht mee naar de tuin. Langzamerhand wordt het realiteit nu de heen en terugdata zijn geprikt.

Een app. De kinderboeken-deadline is verschoven. Inmiddels was ik bij het derde boek aangekomen. Mijn grote held Toon Tellegen met zijn Vuurzeevlieg, prachtig geïllustreerd door de Vlaming Carll Cneut. De gedachten en de verlangens waar de dieren mee worstelen zijn zo herkenbaar. Het onmogelijke willen en er toch voor gaan, zoals de olifant doet, als hij zich iedere keer weer voorneemt om bijvoorbeeld zijn nieuwste danspas in de hoogste boom te willen doen of als hij de zon wil zijn. Dat vallen erbij hoort is evident, dat hij altijd weer opstaat, weliswaar met meerder builen op zijn hoofd, ook. Het vuurvliegje zelf, die er van baalt dat hij niet groots en meeslepend is, een vuurzee, en De Vuurzeevlieg wil heten. Per brief brengt hij alle dieren op de hoogte. Maar als hij er een nachtje over geslapen heeft, weet hij dat het bijzondere niet daar inzit, maar in het feit dat hij als enige licht geeft in het bos. Als aardworm een brief krijgt en als daar instaat dat iemand hem aandoenlijk vindt, merkt hij op, fantastisch vind ik dat, dat hij nooit een brok in zijn keel krijgt van zichzelf. Maar het meest ontroerende is het verhaal van het wrattenzwijn, die niet zijn wratten maar zijn naam afstotelijk vindt en ieder dier dat hij tegenkomt begroet bij hun naam met ‘wr’ ervoor. Dag wregel, dag wroek, dag wrolifan maar uiteindelijk tot de conclusie komt dat hij niet het Attenzwijn is, maar dat hij is wie hij is.

Kleinoden zijn de verhalen. De illustraties eveneens, om stuk voor stuk in te lijsten. Ze kennen dezelfde gelaagdheid als de verhalen. Een van de recensenten vond ze wat somber, maar daar heb ik geen seconde aan gedacht. Eerder zijn deze voorstellingen een verrijking van de eigen verbeelding en voeren je nog dieper het bos in om daar de dieren van Toon te ontmoeten. Leer de geheimen van het woud kennen en die van hun bewoners. Een boek om iedere avond even ter hand ter hand te nemen en stil te staan in de hectiek van de dag.

Overpeinzingen

Een hereniging

Na de ijzige kou van gisteren sloop vannacht herfst even binnen. Inderdaad. April doet wat ze wil. Hier boven met alleen de striemende takken van de toppen van de boom naast het huis, regendruppels op het raam tegen de vuilgrijze lucht als achtergrond, lijkt het in bed behaaglijker dan normaal. Ook het suizen van de wind werkt er aan mee, ze loeit om de nok van het dak, vliegt in razernij tegen de pui aan en trekt dan verbolgen aan weerskanten verder in een tomeloos ritme van aanzwellen en afnemen. De kauwtjes houden zich gedeisd.

Onrustig maakt het enigszins, maar het bed biedt de broodnodige warmte en ik besluit hier maar af te schrijven, terwijl ondertussen de vorige dag de revue passeert. De tweede verjaardag van dat weekend was rustiger omdat alle kinderen vooral beneden aan het spelen waren en wij als volwassenen zelfs tot een goed gesprek konden komen buiten de prietpraat om.

Er werd een vergelijk gemaakt met vroeger en nu. De grote reeks aan kinderen, geen volautomatische of zelfregulerende apparaten in de buurt, maar alleen een wasmachine, die met haar schoepen de was heen en weer bewoog tegen de zijkanten, de goudpaarse belletjes op het sop, die kleine kleurrijke glimmertjes, die opkwamen en verdwenen en waar je als kind lang naar kon kijken. Het helpen met het wringen en het uitslaan van de was, de damp die er van af kwam in wolkjes boven onze hoofden heen en die een fijne regen verspreidde op ons velletje, een feest voor de kinderen. Lakens aan de lijn en een schaduwspel er gratis bij. Verstoppertje tussen de lijnen, een eeuwenoude vreugdevolle bezigheid, ‘Buut vrij’.

Er is wat te zeggen voor de ontwikkelingen die er gaande zijn, maar op de een of andere manier ging destijds de tijd langzamer, duurden de dagen langer, leek de eeuwigheid nog ver weg. Als je vijfenzestig was, was je oud en kwamen er geraniums en trevira jurken in beeld. Grijze koppies was-en-watergolf bevolkten de kerk. Met de was op maandag, de strijk op dinsdag, gehakt op woensdag en de vis op vrijdag vervlogen de dagen in een kalme ritmiek. Op zaterdag was er brood, op zondag verse kippensoep en het voetbalelftal. Naast de toto, die we ophaalden aan de deur waren we Salesianen van Don Bosco. De opgehaalde inkomsten droegen we op de laatste zondag van de maand netjes af aan Frau Bauhaus. Op de vensterbank vierde de sanseveria hoogtij naast de hertshoorn aan de muur in een speciale hertshoornpot. Achter het kruisbeeld stak het surrogaat van de palmtak in een verdorde uitvoering. Christus liet het hoofd hangen.

Ach ja, al die beelden die aan komen vliegen en evenzo vrolijk plaats maken voor het heden. Zoonlief en schoondochter zijn naar Bilbao geweest dit weekend en wij herinnerden ons de trektocht lang geleden, vijftig jaar zelfs, naar dezelfde plaats, waar we niet lang dorsten te blijven omdat de processen in Burgos tegen de Eta en de Baskische beweging een hoop onrust met zich meebrachten in dat deel van Spanje.

Guggenheim staat nog altijd op het verlanglijstje, na het bezoek aan haar broer in New York, waar ik een wandgrote Rothko mocht aanschouwen zonder iemand in de buurt. Overweldigend. Een leuk idee voor een jubileum, vijftig jaar. Weer samen met Lief, dubbel feest. Als we thuiskomen blijkt natuur in dat kader wat versiering te hebben aangebracht. Rond de rode lantaarnpaal voor de flat staat boterbloem uitbundig te bloeien als passend eerbetoon aan dit heuglijke feit.

Inmiddels is de museumjaarkaart binnen en zijn we klaar voor een tocht langs de Nederlandse musea. De eerste begint misschien in Zutphen waar Jeanne Bieruma Oosting in een overzichtstentoonstelling eer wordt aangedaan, na jaren vergetelheid. ‘Geen tijd te verliezen’ is de passende titel. Datzelfde gevoel hebben wij ook. Elk moment is een reden om bescheiden te vieren in de wetenschap van het bijzondere ervan. Het grote goed van een hereniging.

Overpeinzingen

De ervaring zal het leren

Hoe lang is het geleden dat ik een voorbereiding trof om op reis te gaan. Reizen was lange tijd een vanzelfsprekendheid. Jaren achter elkaar trok ik met een van mijn beste vrienden richting Zuid Frankrijk, waar we logeerden in de verbouwde zijdefabriek van een goede vriendin. Een groot landgoed met aardig wat grond aan een rivier. Er was altijd wat te doen. Braamstruiken die ingetoomd moesten worden, het gazon wat met een grote maaier moest worden gemaaid, de vele kleine ruitjes die gezeemd dienden te worden, de begroeiing tegen de bergwand die we op peil hielden, een zwembad dat kon worden schoongemaakt, het grint waar oeverloos veel onkruid tussen groeide, dat we er spontaan tussen uit zouden trekken. Alles was naar believen te doen, maar luieren mocht ook, net hoe je het zelf in wilde vullen.

Vaak wierp ik me op om de maaltijden te verzorgen. In zo’n heerlijke grote woonkeuken was dat een genot. Alles bij de hand, het mooiste uitzicht en lieve Poubelle de poes, in mijn kielzog om achter me de afvalrestjes op te snoepen.

In de ochtend zat ik in mijn piere-eentje wakker te worden op het bordes achter de vijgenboom en te genieten van de roep van de koekoek die klonk over het ontwakende dal en het weidse uitzicht, met een kopje cappuccino om de handen op te warmen. In de avond zat ik weer op hetzelfde plekje, met een boek of met een tijdschrift en dan was het de nachtegaal die de lieflijkheid van de plek onderstreepte.

Ook werden er uitstapjes gemaakt naar andere landen. Hongarije, Italië, Portugal. Doorgaans lange reizen, waarbij ik het leeuwendeel, zo niet alles, voor mijn rekening nam. Reizen was aan mij welbesteed met mijn voorliefde voor het autorijden.

Lief maakt zich wat bezorgd over de lengte van de aankomende reis, die we gaan ondernemen. Om hem gerust te stellen, beloof ik op de bejaardentour te gaan. In een aangenaam tempo zo’n vijf of zes uur rijden en dan stoppen in een gasthof of een hotel. Daar lekker dineren en slapen en de volgende dag weer voort. Het heeft voordelen. Natuurlijk is de vakantie al begonnen ‘du moment’ dat je de auto instapt en pakken we de kleine dorpjes waar overnacht wordt mee in de beleving. Natuurschoon, ja. Een hotel aan de Donau, wonderschoon natuurlijk, een kamer met uitzicht op de meanderende rivier, wakker worden met de zonnestralen in de kamer, de luxe van een bad misschien. De vooruitzichten verzachten het vertragende tempo.

Het heeft geen haast, het hoeft niet snel, het mag er allemaal zijn en wel reisvaardig tot op het bot, met alle verzekeringen aan boord, de hele reis tot in de puntjes uitgestippeld, met eventuele stopplekken incluis, coronaregels achter de hand, eventuele vignetten voor een doorreis aangeschaft.

Niet meer, zoals vroeger, te hooi en te gras en op de bonnefooi naar je plek van bestemming met als enige zekerheid dat je ANWB-bestendigd op reis ging. Niet meer de charme van het ongewisse. Waar loop je tegenaan, wat vind je op je pad, welke onverwachte omstandigheden zorgen voor een veranderende loop van je vakantie en eindigt het voornemen van een vakantie in zinderende zonneschijn in de realiteit van een Scandinavisch koudefront.

Vroeger gingen we samen, Lief en ik, met een legertentje zonder grondzeil, twee rugzakken, een NBBS- retourtje op zak en met de benenwagen, een land verkennen tot in de kleinste details. We aten er voor de eerste keer olijven en paprika in Spanje en de meest ijzerhoudende bloedworst die je je maar voor kon stellen in Denemarken. Maar vooral, wegens het zeer beperkte budget en de lengte van deze reizen, gemiddeld zes weken, spaghetti met saus of daaromtrent.

Mooie avontuurlijke ondernemingen, waarbij deze voorgenomen reis bijna een bedaard initiatief genoemd kan worden. Slim is het wel, zeker als eerste keer sinds lang. ‘Aanvaardt het’, spreekt mijn gesternte me toe, ‘Het is goed’. Vooruit dan maar. Straks gaan Lief en ik bejaard en wijs op reis. Of dat tot in de eeuwigheid zo blijft? De ervaring zal het leren.

Overpeinzingen

De kracht van deze groep vrienden

Er werd over en weer geappt, omdat degene waar de leesclub bij elkaar zou komen geen corona maar wel een fikse griep bleek te hebben. Hals over kop werd er gespard en ons huis leek de enige optie te zijn. Dan moest er als de wiedeweerga wat lekkers gehaald worden. Een boekbespreking zonder borrel en lekkere hapjes was ‘nicht im frage‘.

Het boek met een titel om over te mijmeren: ‘ De ziel kent geen leeftijd’ van Thomas Moore. Dat veelbesproken boek, dat zo vaak door mij was weggelegd en weer ter hand genomen. Dat boek, vol belerende lessen, dat toch overal en in elke recensie werd bejubeld. Die bladzijden, volgeschreven met de gedachten van iemand die volstrekt aan anderen voorbij ging en alleen het eigen ouderdomsproces zag, zijn individuele beleving naast misschien nog een handjevol anderen uit zijn omgeving. Hoe hadden mijn vrienden dat beleefd. Ik stikte van nieuwsgierigheid.

Maar er was nog meer. Niet allen lazen mijn blog. Ze wisten niet allemaal van de nieuwe fase van het leven waar ik middenin zat. Ze hadden nauwelijks weet van mijn Lief. Hoe zouden ze daar op reageren.

Om even voor achten kwamen ze binnen druppelen met allerlei lieve cadeautjes, een prachtige grote bos tulpen, twee flessen wijn en schattige paashazen-chocolaatjes. Het gaf onmiddellijk weer een gevoel van betrokkenheid. Iemand gooit het dagprogramma om en de anderen participeren mee door attent te bedenken wat dat zou kunnen betekenen. Echte vrienden dus.

Het warme gevoel bleef de hele avond. Twee mensen waren er niet bij, maar het geringe aantal verhoogde de intimiteit en omdat we allemaal er hetzelfde in stonden wat het boek betrof, bleef er veel tijd over voor de persoonlijke aandacht. Soms weliswaar toch gerelateerd aan de uitspraken in het boek, soms eenvoudigweg omdat dat ter sprake kwam. De sfeer werd allengs vertrouwder en toen we aan de wijn toe waren, kwam lief erbij zitten en vertelde over zijn reilen en zeilen en hoe hij hier terecht was gekomen.

‘Het is net een sprookje’ verzuchte vriendinlief en ik was het roerend met haar eens. Want niet alleen de ontmoeting was bijzonder, maar ook het feit dat we zo zeker van elkaar waren, elkaar de ruimte konden geven met respect en waardering en beiden voelden dat het goed was en de liefde niet meer voorbij zou gaan. ‘Als je iemand tegenkomt dan weet je of het de ware is’, was haar kordate standpunt. Wij beaamden het. Vorig jaar had ik hen nog expliciet gemeld nooit meer aan de man te zullen gaan, maar deze uitzonderlijke situatie, we hadden immers allebei de basis gelegd voor onze beginjaren in de volwassenheid, was het meer dan waard om de bakens te verzetten.

Het gesprek nam een filosofische wending daarna en dat was toch wel een verdienste van het boek. Vooral toen De ziel ter sprake kwam met het omgaan met de dood in het kielzog. Wat waren de meningen van ons vijven omtrent wat er was na de dood. Die liepen uiteen van een leven na de dood tot dood is dood. Dat mocht er dan ook allemaal zijn. Ieder kon vrijelijk een mening geven zonder dat daar een oordeel over geveld werd of een discussiepunt van gemaakt werd. Dat kenmerkte de goede sfeer van deze samenkomsten. Lief genoot van deze vorm van communiceren, dat evenzo een kwestie van elkaar de ruimte bieden was en tevens je zo vrij liet voelen dat je dat zonder terughoudendheid kon doen. Luisteren met aandacht en geen oordeel vellen was en is de kracht van deze groep vrienden.

Overpeinzingen

Onverbloemd vertellen

In de nieuwe ‘Zin’ beschrijft Stef Bos zijn ontmoeting met Henk Serfontein in de tweedehands winkel die hij zo beeldend ‘Het museum van Onvertelde Verhalen’ noemde. Achter elk voorwerp gaat wel een verhaal schuil. Dat grijze verleden behoorde deze Henk toe, de beeldend kunstenaar bleek oude handen hartstochtelijk en tot in het detail in houtskool te vangen.

Mijn eerste bewuste kennismaking met oude handen kan ik me tot op de dag van vandaag herinneren ook al is het meer dan 63 jaar geleden. Iedere week kwamen mijn opa en oma aangewandeld vanuit de Laryxstraat, de straat die recht tegenover ons huis liep. Van verre zag je de twee al aankomen. De kaarsrechte figuur van mijn opa met de hoed op zijn hoofd, de voorovergebogen kromgetrokken gestalte van mijn oma, zwaar leunend op de zwarte wandelstok. Als ze waren aangekomen, zat opa op de vertrouwde plek aan de keukentafel en trommelde met zijn vingers mee op de maat van de denkbeeldige muziek, want hij was stokkedoof, maar kon aan het licht van de radio zien dat die aan was.

Als kind zat ik graag bij hem in de buurt. De vertrouwde geur van oude mensen, een zweem sigaar, wat kamfer er doorheen, de geur van scheerzeep en pommade snoof ik met kinderlijke liefde op. Als de ene hand werkloos in de schoot lag, plukte ik aan zijn velletje, dat zo makkelijk te bewegen viel en waar nieuwe plooien van te trekken waren, naast de dikke aderen die er altijd bovenop lagen. Handen, fascinerend en vertrouwd, werkmanshanden ook met eelt en knoestig, die van de vaardige timmerman die hij ooit geweest was.

Ooit was er een opdracht van een fotocursus om een hele week uitsluitend handen te fotograferen. Net als de handen van Henk Serfontein kwam ik natuurlijk uit bij mijn eigen oude handen, waarbij het fotograferen met een hand soms tot bijzondere plaatjes leidde. Maar ook de handen van mijn Wajang Golek moesten er aan geloven. De neveneffecten met spiegel, raam en water daarbij beloofden een aparte weergave ervan. Zo bleef ik de hele week zoeken naar die staketsels. Het is een verruiming van de geest als de focus ligt op een onderwerp. Wat er dan allemaal niet te zien valt.

Stef refereert aan die ouderdom en de verhalen die elke lijn in die handen vertellen, levensverhalen. ‘Als ogen de spiegels zijn van de ziel dan zijn de handen het boek dat het verhaal van onze levens vertelt’ zegt hij en hij voegt er aan toe, ‘tenminste als de handen door Henk zijn vastgelegd in houtskool.’ Alles is er in af te lezen, ‘kwetsbaarheid, verdriet, geluk, kracht’, dat wat een leven met zich meebrengt.

Toen mijn moeder plotseling overleed, nu dertig jaar geleden, zocht ik maanden naar haar, overmand door het verdriet en vooral door het abrupte van dat verlies zonder afscheid te kunnen nemen. Ik vond haar in de gelijkenissen die me troffen bij andere mensen. Haar haren, haar hals, haar stem, een oogopslag. Terwijl ik stond te wachten op een Chinese maaltijd, trof ik haar handen die net een verpakte maaltijd aangereikt kregen. In een oogwenk vloog het moment voorbij.

Handen, de persoonlijke foliant van een ouder mens, dat te lezen valt voor de buitenwereld als een goed verstaander maar een half woord nodig heeft. Om te koesteren en te spelen met de losse vellen die die bladzijden onverbloemd vertellen.

Overpeinzingen

Als het lukt

En dan is het tijd om bij te stellen, de kaarten te schudden en opnieuw tot een goede verdeling te komen. in de tijd dat we nu samen zijn, ontdek je steeds weer waar de aanpassing sturing nodig heeft, zodat er niemand in het nauw komt en er leefruimte is voor iedereen. Geven en nemen is nog nooit zo letterlijk geweest.

Op het nieuws komen de fricties over, die ontstaan bij het opnemen van de Oekraïense gezinnen in huis. Het is goed te begrijpen. Als het ons in de drie maanden dat we samen zijn, al veel overleg en aanpassen kost, dan is het voor meerdere mensen uit een gezin, die elkaar niet verstaan, een moeizame opgave, juist omdat het niet te bespreken valt. De antwoorden op de vragen vallen zo tussen de wal en het schip. ‘Wat zijn jullie gewend, hoe doen wij het hier en is daar een tussenvorm voor te vinden’.

Ik merk dat ik mijn ochtenduurtjes toch te veel mis. Het doel van het schrijven is voor mij het hoofd leeg maken en daarna aan het nieuwe hoofdstuk van de dag te beginnen. Zo heb ik de afgelopen jaren verwerkt, wat ik in mijn eentje verstouwen moest en op die manier de voorvallen op het pad geslecht. Schrijven geeft letterlijk ruimte. Nu schiet het er te vaak bij in en moet ik ergens in de gaten, die in de dag vallen, bijschrijven. Mijn dichterlijke aard komt er door in het nauw en het wordt een zakelijker verslag. Minder boeiend stel ik me zo voor, in ieder geval voor mijn eigen verwerking. Dus, zoals bij het met elkaar slapen, net zo lang draaien tot je de juiste modus hebt gevonden. Die zoektocht blijkt tegelijkertijd een grotere verbondenheid op te leveren, omdat elke gelukte aanpassing als een verrijking van het samenzijn voelt.

In Verweggistan blijft de keuken in de oude staat, tot ik het heb gezien. Dan kan ik aangeven hoe het voelt voor mij. Er staat een fornuis dat een grondige schoonmaak kan gebruiken, een antieke kast en er is te weinig aanrecht of werkblad, maar er staat een tafel middenin en er liggen prachtige authentieke plavuizen op de vloer. We gaan het zien en beleven en kijken welke aanpassingen er nadien gemaakt kunnen worden. Er zal nog meer te doen zijn en een oriënterend verblijf is daarom noodzakelijk.

Gisteren na de voorstellingen was het tijd voor de verjaardag van lieve kleindochter. Het grote feest met de hele familie is pas zaterdag. Haar eerste echte verjaardagsfeest met iedereen dankzij corona. Dat kwam tijdens de voorstelling ook nog ter sprake. Een van de dansers vond dat heel veel kinderen niet gewend waren aan theater of een optreden. Ik herinnerde hem er aan dat het kinderen van vier tot zes betrof die twee jaar of meer de gemeenschap en dergelijke actieve dingen ten enenmale hebben moeten missen. Ze kunnen eenvoudigweg geen ervaring hebben opgedaan.

Bij de kleine jarige, drie alweer, werd het een pannenkoekenfestijn, waarbij de kaas en de uienrelish niet vergeten werd. Vooral dat laatste noopte tot het zoeken naar een recept om het zelf te maken. Zo zalig. In het bescheiden gezelschap, zoonlief met gezin was er ook, voelde de kleine grote meid zich toch helemaal jarig.

In bed maken we lijstjes van zaken die op ons liggen wachten, dat zijn er nog heel wat. Nu kunnen we bovenaan beginnen en afstrepen. Willem de Zwijger hoeft vanavond in de bio-club nog niet aan te treden, dat wordt gelukkig uitgesteld. Meer tijd voor deze boeiende maar pittige literatuur en dat geeft rust in het hoofd, naast het lijstje en de voornemens. Soms is het schudden van de kaarten noodzakelijk om tot verheffend spel te komen. Het is een meerwaarde als het lukt.

Overpeinzingen

En die het de tijd en de ruimte geeft

Na de enerverende ochtend volgde nog meer voetbalvreugde. Zoonlief had gevraagd bij de wedstrijd te komen kijken. Tegelijkertijd was hij even de melding uit of thuis vergeten. Dus reed de Kleine Blauwe Prins met een vaartje richting het dorp verderop. Daar bleek het eerste elftal te zijn verschrompeld tot een stel smalle omhooggeschoten adolescenten en niet uit het vertrouwde cluppie. Thuis dus was de conclusie. Sight seeing de provincie in een stief half uurtje. Nog net het staartje van de eerste helft meegepikt en de tweede helft. Ver van het normale feestgedruis of de gehoorsafstand van ongezouten repliek dienende supporters.

Voetbalvreugde

Er stonden alleen drie oude mannetjes met de handen op de rug gevouwen hun eigen technieken en balbeheersing te vergelijken met die van de jongens in het veld. Ze hanteerden met name de overtreffende trap waar het de eigen kwaliteiten betrof. Niet zo vreemd dat er ineens karpers van enorme afmetingen voor mijn ogen zwommen. Voetballatijn dus, in variatie op een thema. Ik hou van dergelijke betweters, zolang ze ieder ander maar met rust laten.

De schorre kreten van de coach van de tegenpartij dreven als losse medeklinkers over het veld, drift in de stem, waarmee hij dwingend de voeten van zijn telgen de, in zijn ogen, goede kant op te sturen. Voetbal ten voeten uit. Ze verloren jammerlijk, maar de vreugde was er niet minder om.

In de avond de wedstrijd Oranje- Denemarken waar de kleine filosoof voor de eerste keer, dankzij suikeroompje, samen met zijn vader een stadion bezocht. Halverwege schuurde ik tegen de vertrouwde mouw naast me aan en viel ik in slaap. Twee doelpunten waren nog doorgekomen en twee had ik er gemist buiten die van de tegenpartij. De droom was zoet en aangenaam, er viel niets te klagen.

Op linkedln komt er een stukje filosofie met winnie de pooh en knorretje voorbij. Ze behoren met alle andere dieren uit het Bunderbos tot mijn jeugdklassiekers en kinderbijbels. Pooh heeft een moeilijke dag. Knorretje vraagt of hij er over wil praten. Dat is niet het geval. Knorretje zwijgt, want hij begrijpt het. Het valt niet mee om een moeilijke dag te hebben. Maar weet je zei Knorretje, moeilijke dagen zijn zoveel makkelijker wanneer je weet dat er iemand voor je is. En ik zal er altijd zijn voor jou Pooh. Pooh zat er maar en maalde zijn hele moeilijke dag door zijn hoofd. En Knorretje zat naast hem met bungelende beentjes en was er. Ik was er ontroerd door en hoopte tegelijkertijd dat iedere vluchteling, die onderweg is en een moeilijke dag heeft, een Knorretje naast zich vindt.

Bij de EO in een programma haalde men aan dat het vaak als een troostrijke gedachte geldt om te stellen dat ‘het altijd goed komt’. Iets wat een mens al gauw tegen een ander zegt in moeilijke tijden. Maar het klopt niet helemaal. Het oude voorval komt niet altijd goed. Soms neemt het leven een andere wending en leid je in nieuwe banen, waardoor het voelt alsof je verder kan. Dat er verrijking kan zijn nadat je door een diep dal bent gegaan. Dat is in het begin vaak niet te overzien, maar kan langzamerhand steeds helderder worden. Ik hoop in dergelijke gevallen alleen maar dat we inderdaad terug kunnen vallen op zo’n Knorretje in de buurt. Iemand die het begrijpt en die het de tijd en de ruimte geeft.

Overpeinzingen

Geen sinecure

Hoera, de fiets is er. Er was nog een probleem met de banden en een Frans ventiel, waar de pomp niet direct op paste, maar met moed beleid en trouw en drie pompen, een van dochterlief en twee uit onze eigen schuur, was het toch gelukt. Als bonus voor het brengen hadden we besloten naar de wedstrijd van de kleine filosoof te gaan en daarmee de fiets uit te testen en die van mij zou ik dan tegelijkertijd uit haar winterslaap wakker kussen. Die banden bleken ook moeite met de lange rustperiode te hebben. Maar toen de pomp eindelijk naar behoren werkte konden we toch met vier luchtbanden naar het veld fietsen. Een lange rechte weg was het en op het veld was het tussen die krioelende kluwens nog even zoeken naar het juiste halve veld en het juiste lieve jongetje. Vanaf de overkant in het allerlaatste veld werd heftig gezwaaid. Gevonden.

Ze deden het fantastisch en scoorden ruim. De kleine filosoof drie schitterende goals, een mooie kopbal zelfs. Sterk aan de bal en een goed technisch inzicht, wat leuk was om te zien. ‘Het zit in de genen’ denk ik altijd als het om een voetbal gaat. Dan is de tweeling onmiddellijk weer in beeld als twee kleine dribbelaars die voortdurend uit de kleine kluwen op het middenveld zich losmaakten richting doel om die tocht succesvol af te sluiten. Zo’n mooi plaatje om in gedachten te hebben en altijd aanwezig achter alle andere deurtjes.

De allergrootste kroon op het werk kwam nog. Sinds lang eindelijk gewonnen met maar liefst 7-5 en dat gaf een glorieus en gelukkig kijkend mannetje die hard op me af kwam rennen na het eindsignaal. Oma’s brengen geluk.

Zijn kleine zus, die al bijna groot is, want volgende week wordt ze drie, vermaakte zich opperbest, deels met haar moeder en deels met een andere grote jongen die was komen kijken naar zijn broer. Verstoppertje, madelieven en paardebloemen plukken…Wat doen die onhandige oude stijve vingers zonder nagels met de steeltjes van die verfijnde bloemetjes. Vlechten ging niet meer. Dochterlief had de nagels gelukkig wel. Kleindochter dartelde als een lammetje in de groene wei met een gelukzalige glimlach op haar toetje. Het leven is mooi en het leven lacht, straalde haar aanwezigheid. Bij de beloning voor de winst steeg een jaloersmakend indianengehuil op. ‘ Kom jongens gaan we de ijsjes halen’. Niet volgens het spreekwoord ‘De ezel een wortel voorhouden’, want ‘ze zijn om de dooie dood niet op hun achterhoofd gevallen’. Dat laatste was mijn oma’s kijk op bepaalde schrandere kinderen.

Na het voetbalveld was de stort aan de beurt om de zakken met hout weg te brengen. Fijn dat het redelijk vroeg was want nu waren er ongeveer maar 25 auto’s voor ons. In de middag staat er vaak een rij auto’s van een straat lang. Twee zakken geïmpregneerd hout en een zak grof afval.

Na deze huishoudelijke bezigheden was het tijd voor het ophalen van de twee nieuwe brillen van Lief. De volgende stap in het proces. Dat we daarna even flink bij moesten komen zal geen wonder zijn. Genoeg emoties over en weer.

En Willem de Zwijger maar zwijgend opkijken vanaf het boek, met nog steeds dat lichte verwijt in de ogen. Ja hoor. Eerst de luchtigheid en daarna de zware kost. Balansen zodra het mogelijk is. Bovendien, probeer met deze kleine lettertjes maar meer dan vijf bladzijden achter elkaar te lezen zonder dat de ogen dichtvallen. Geloof me, dat is geen sinecure.

Overpeinzingen

Dat dan wel

Langzamerhand vindt er een omslag plaats in tijd. Waren de nachten lang en de ochtenden relatief kort, zeker vergeleken bij mijn eigen ontwikkelde gewoonten, nu worden de nachten korter en de ochtenden langer. Daarbij is de gewoonte om te schrijven op bed bij de eerste twee koppen koffie omgezet naar vroeger opstaan en beneden schrijven op de bank met uitzicht op het lieve vogelleven. Het is eigenlijk een voorbeeld van het samensmelten van twee verschillende gewoonten. De langslaper en de kortslaper. De titel voor een boek als je het op de keper beschouwd.

De dag rolde zich gisteren in alle gemak uit. Alles was met een gezamenlijke inspanning klaar gemaakt voor ontvangst van broer en schoonzus. Lief haalde in aller ijl nog de vergeten koffie en tulpen bij de supermarkt in de wijk en ik zorgde voor de lunch. Afbakbroodjes, lekkere vleeswaren, soep met ballen speciaal voor de gasten, melk, kaas. Iets over de gestelde tijd belden de twee aan met hun voorjaarsbodes. De kamer in de tulpen.

Het huis werd bewonder, een kunstenaarswoning, warm en sfeervol, was het compliment dat geboekt werd. Vol lof en enthousiasme waren ze over de entourage. Het deed deugd en ieder zat ontspannen en vol verhalen aan de dis. Het wereldleed kwam uitgebreid langs even als de vorderingen van Lief in zijn ontwikkelingsproces van eenzame wandelaar naar sociale contexten. Broer was nog altijd verbaasd over de snelle vorderingen die werden gemaakt en de veerkracht van zijn jongere broertje. Die twee samen te zien was als immer een belevenis. De kwinkslagen vlogen over en weer en duidelijk was dat ze uit hetzelfde hout gesneden waren. Onversneden commentaar op de onbetrouwbare man met zijn uitgestreken gelaat, die zonder te verblikken of te verblozen de meest boute beweringen kon verkondigen daar in die verschrikking, waar geen mens zou willen zijn.

Toch bleef de algemene tendens luchtiger. De problemen met inschrijven en hoe dat het best geregeld kon worden, de inburgeringscursus van Lief, die nu al zover was dat de OV ten volle benut kon worden, zelfs naar de verre uithoek waar zij woonden en de blijdschap over eindelijk dit deelzame leven met broer nu hier dichtbij in plaats van vanuit Verweggistan te mogen delen. Zo kabbelde de dag voort. Dat het ongemerkt voldoende aan energie had gekost, bleek later. Het boogje ‘voortschrijden’ plofte als een tekstballonnetje in elkaar.

Schoonzoon appte dat hij de fiets al morgen komt brengen en dan gelijk doorgaat naar de voetbalwedstrijd van de kleine filosoof hier in het stadje. Mooi moment voor een eerste fietstochtje hadden Lief en ik bedacht, en dus in alle vroegte, als we toch al wakker zouden zijn en vanuit de ochtendmodus, de gelegenheid om onze kleine voetballende goalgetter te gaan bewonderen. Dat plan werd van harte toegejuicht, zonder het mededeelzaam te maken aan de kleine filosoof, want stel dat er wat tussen zou komen.

Gisteren reisde ik met Floor mee naar het einde van de wereld en ditmaal kwamen we terecht in Patagonie. Op de een of andere manier , ondanks dat de ranch echt in de middle of nowhere lag, bekoorde het me minder dan al die andere wonderschone plekken, die in dit programma waren langsgekomen. De klik met de bewoner bleef uit.

Arjen Lubach kon er niet meer bij en Willem de Zwijger al helemaal niet meer. De koek was op. Het verlangen naar gewoon lekker liggen was te groot. Voor mijn hoofd het kussen raakte, moet ik zijn ingeslapen. ‘Als een roosje’, beweerde Lief de volgende dag. Dat dan wel.

Overpeinzingen

Daar zijn er meer van

Vroeger dan normaal, bij het krieken van de dag zoals het een goed padvinder zou betamen, zijn we wakker. We laten ons wekken door de eerste lichtval, als grote beer in zijn pannetje verbleekt. Er komt visite en nogal op tijd. Elf uur om precies te zijn. Gisteren hadden we na alle bezigheden geen zin meer om het huis te kuisen, dus moeten we er nu aan geloven. Maar we zijn met twee, het werk gelijkelijk verdeeld en opgesplitst in hapklare brokken, ‘grote stappen gauw thuis’. Stoffen, stofzuigen, toilet, vaat, oven, planten water geven. Dat laatste was er gisteren bij ingeschoten. Lief pakt de stofzuiger, ik scharrel in de opruim-modus er tussendoor. Ruim op tijd zijn we klaar. Nog een paar boodschappen, die gisteren vergeten zijn, een ouderwetse tomatensoep met balletjes op het fornuis, De tafel in de lunchstand.

Tussendoor het balkon gezellig maken en genieten van de kauwtjes, de halsbandparkiet, de duiven, de meesjes, die naarstig voorraad komen halen. Pluis scharrelt mee, dan weer op balkon, loerend naar het overweldigende aanbod vogels, dan weer lui soezend op de bank in het zonnetje.

Gisteren wachtte ik een uur, terwijl Lief de intake had bij de psychosomatische fysiotherapeut. In dat pand met een soort clubhuis, een apotheek, de huisartsen, de verloskundigen en de fysiotherapie met oefenzaal er naast, gonsde het van de bijgeluiden. Mensen kwamen achter elkaar de trap op of af en de lift zoefde monotoon op en neer. Veel oudere mensen, die opvielen door het aantal decibellen, waarvan ze waarschijnlijk niet in de gaten hadden dat het op orkaansterkte was door eigen dovigheid. Sommige strompelden met een hardnekkige vasthoudendheid de treden van de trap op, terwijl de man in de scootmobiel zich naar de lift begaf en zich omhoog liet zoeven. Soms werkt zo’n hulpmiddel een tikkie tegendraads. Beweging is een soort toverwoord heden ten dage en met zo’n apparaat ben je sneller geneigd om ook de kleine stukjes niet te lopen.

Met Willem de Zwijger trotseerde ik dat stief uurtje wachten, maar het concentreren was moeilijker door de hoeveelheid prikkels die er langs kwamen. Een vrouw liep hardop zuchtend heen en weer en bedelde bij de assistente achter het loket van de fysio om druivensuiker. Ze was kennelijk ergens misselijk van. Andere mensen, alert door het gezucht, maanden haar aan te gaan zitten, wat ze voor twee seconden deed en dan weer opvloog en nog meer druivensuiker vroeg. ‘Neem het rolletje maar mee’, zei de assistente wijs. Die zag de bui al hangen of werd ze ook een tikkie zenuwachtig van het gejeremieer.

Lief was precies na een uur klaar en had heel open en uitgebreid alles kunnen vertellen. De goede sfeer van die ochtend zette zich voort en spreidde zich over de rest van de dag. Geluk, gelukkig, gelukkigst, kan het nog mooier?

’s Avonds belde vriendinlief, sterk verwaarloosd qua aandacht, een paar keer mis gebeld beiderzijds, maar nu spraken we elkaar uitgebreid en lang. Alle wederwaardigheden kwamen langs, haar sores, mijn geluk en het verlangen naar. Een wens die uitgesproken wordt, krijgt daardoor alleen al een meerwaarde. Met de belofte van een bezoek in de tuin namen we afscheid. Lief, lief, lief. Tijd om alle contacten weer wat aan te halen, nu we bijna gewend zijn aan het samenzijn.

De halsbandparkiet zit er weer. Nu parmantig boven in de prunus van de benedenburen. Straks verdwijnt ze in een witte zee van bloesem evenals het andere gevederte. Toch eens overwegen om Pluis een belletje om de hals te doen. Dan ie iedereen in ieder geval gewaarschuwd als er gevaar dreigt, omdat de poes op de loer ligt. Verder vind ik haar een echte Minoespoes, zo eentje die nuffig volstrekt haar eigen gang gaat. Daar zijn er meer van.

Overpeinzingen

Dat alleen al te koesteren

De eerste halsbandparkiet is gesignaleerd. Terwijl ik me gisteren kostelijk vermaakte met de voorstelling spotte Lief de grote vogel hangend aan al het lekkers dat te geef was. Aan de ene kant nog meerleven in de brouwerij en aan de andere kant vraag je je af hoeveel deze exoot van het kleine grut weg zal jagen. We gaan het zien en beleven. Ondanks de koude oostenwind getuigt het balkon volop van lente. Alles staat op uitbotten en ineens was er weer een pot vol blauwe druiven en bloeide de paarse zomerviolier alweer, maakte de roos nieuwe scheuten evenals de clematis. Mooie dikke bladknoppen beloofden een uitgelaten bloeispurt.

Gisterenavond hadden de dochters en ik een rendez-vous met schoonzus, die we, dankzij corona, al heel lang niet meer gezien hadden en onder het genot van sloten thee met boterkoek, appelbrood en paaseitjes haalden we de geschiedenis in. Het wel en wee van kinderen die niet willen slapen en het gemodder van ons vroeger met nu een adviserende slaapcoach werd tegen elkaar afgewogen. Het mag wat kosten, maar dan heb je ook wat. Al die doorwaakte nachten, het gebrek aan slaap, de moeizame momenten van onmacht, omdat de kleine nog niet kon verwoorden wat dwars zat, gleden op het netvlies voorbij. Jaja, ‘kinderen zijn hinderen’ zei Bredero. Zo zuur wil ik het niet stellen maar baby’s verzorgen is op hoog niveau inboeten aan eigen tijd.

Dankzij de blog hebben we misschien zometeen een extra fiets. Mijn lieve schoonzus is meester in het tussen de regels doorlezen en had begrepen dat dat vervoersmiddel wellicht een oplossing voor het halen en brengen kon zijn. Ze had er nog een werkeloos in de schuur staan.

Gisteren had Lief de vuurdoop en ging alleen op pad met het openbaar vervoer. Onze gezamenlijke vriend van vroeger had met hem afgesproken een wandelingetje langs de singels te maken om tegelijkertijd eens een ouderwetse boom op te zetten. Het was nog wat zoeken, maar het lukte wonderwel. Vriend gevonden, een flink stuk de stappenteller laten oplopen en de jaren van afwezigheid geslecht met verhalen en gedachten over en weer. Er waren wat veranderingen maar het gedachtegoed was grotendeels gelijk gebleven zij het, door de ontwikkelingen van dit moment, wel aangepast. Beiden herkenden de aloude vertrouwde geestelijke verwantschap in elkaar en dat vroeg om een vervolg. Dat zal al weldra zijn, want dan komt hij met zijn vrouw gezellig eten. Iets om naar uit te kijken.

Terwijl ik in de warmte van de zon op de bank lag te soezen, kwam de ‘verloren zoon’ weer thuis. Dat laatste waren zijn woorden. Tijd voor mij om de instructies voor de maaltijd door te geven en richting dochter te gaan.

Het huis is inmiddels weer compleet. De jongste is genezen van zijn fikse griep en samen met zijn lieve vriendin weer hierheen getogen. Lief volgt de laatste ontwikkelingen en helpt me met het oplossen van de woordkraker.

Poes heeft haar argwaan opzij gezet en accepteert nu de nieuwe indringer volkomen, ook al stoot hij haar uit het alleenrecht van de symbiose, die wij hadden opgebouwd. Gisteren lag Ze volkomen tevreden tussen ons beide in toen ik gisteren na het bezoek thuiskwam en stoom mocht afblazen. Er viel nog net een sentimentele staartje van een film mee te pakken. Een stervende moeder, een wijze boom en een angstige zoon en zie daar.

Ik ben gek op wijze bomen. Er ligt nog het boek klaar van ‘De boom met het Oor’ van Annet Schaap en Philip Hopman. Ergens in het park in een grote stad kan je als je dat wil geheimen influisteren in het oor van de hoog boven alles uittorende boom. Maar vroeger was er al een evenknie, die heette ‘De wijze boom’ van Ian Page en bestond uit vier delen, die ik de kinderen stuk voor stuk herhaaldelijk heb voorgelezen. Ze konden er niet genoeg van krijgen. Hoe veilig is het idee dat je alles wat in het diepst van je verlangen ligt, mag delen met een veilige, altijd aanwezige rots in de branding. Bomen met een ziel, een ziel in al wat leeft, dat alleen al te koesteren.

Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Om te koesteren

De tuin lag er vertrouwd bij, alsof ze lag te wachten op een volgende stap in de ontwikkeling naar een bloeiend herleven. Lief had er zin in en ging eerst met de kleine snoeischaar aan de slag om als een volleerd kapper de kleine twijgen weg te knippen uit de wilg haar pruik. Daarna was het tijd voor het grovere werk met handzaag en takkenschaar. Met lede ogen zag ik zijn grote voeten stappen op de plek waaronder ik de grote akelei van mijn moeder lag te rusten en suste mijn ongerustheid weg met vertrouwen.

Ik keek eens naar het halfronde bankje, dat in deplorabele staat zijn laatste jaren beleefde en besloot te ruimen. Een grote blauwe zak voor de kleine houtjes die al los zaten, voor de rest had ik de spierballen en de trapkunst van Lief nodig. Dan maar eerst aandacht voor de oude stoelen, die achter de hut stonden. Het was een beetje prietpraat met dat gebrek aan zuurstof. Geen grote daden maar het kleine werk. Rotan vlechtwerk, dat verteerd was, ging in de zak, de rest moest wachten. Dan maar een beetje schuren aan het rode tafeltje, met een opmerkelijk resultaat en in de wetenschap dat de bovenkant zometeen alleen een laklaagje nodig had. Met het schuren had ik zicht op de dichtbegroeide vlonder eronder, waar grassen en dovenetel, hier en daar een bosaardbei, welig tierden. Een logisch gevolg in de werkzaamheden was het vrijwaren van de vlonder. Verstand op nul, pulken en trekken en resultaat zien. Een werkje van niks, maar met voldoening uitgevoerd.

De lijst van het krijtbord met de naam van de hut erop haalde ik er voorzichtig vanaf. Een volgende stap was het insmeren van de hele achterkant en het opplakken. Daarna zou het nooit meer ten prooi vallen aan de wind. Kleine optelsommen die allen meehielpen aan de fitheid van het paradijs, druppeltjes op de gloeiende plaat, maar van groot belang en heerlijke bezigheden om gedachten te laten stromen of juist te vergeten.

Lief had de wilg geknot en was bezig met het ont-twijgen van de te vlechten grote takken, bracht de ril met de kleinere twijgen beter in model. De deugen van de ronde bank zouden weer kunnen dienen als stutten voor het geheel.

Dochterlief kwam precies op het goed moment langs met haar kleine roze nimf in het voorzitje van de fiets. Er moest water worden gegeven in haar kas en daarna konden de zware zakken overtollig bankhout op de fiets naar voren gesleept worden. Klaar voor de volgende wilgen en het slechten van de stoelen bij de volgende keer.

In de overdadige rust van hun huis, wijntje bij de hand, heerlijke wraps als maaltijd, gezellig gekeuvel van de kleine filosoof en zijn zus, was het natafelen, waar de kinderen hun digitale uurtje hadden, een aangenaam verpozen voor ons. De plannen voor straks, het uitwisselen van meningen en gevoelens, de warme aandacht, alles was voorhanden. Toekomstmuziek klonk door ondanks al het wereldleed. Het kleine geluk, hielden we elkaar voor, vooral dat.

Wel plannen voor hoe te helpen met al die vluchtelingen en wat je als eenling daarmee uit de voeten zou kunnen. Een buurthuis met de wijk confisqueren en in gereedheid brengen, dacht dochterlief, of zoiets dergelijks. Overhaast in huis nemen heeft minder zin, als de ruimte niet toereikend is. Dubbel vluchten mag niet aan de orde zijn. Een degelijke en langer houdbare veilige plek lijkt de meest ideale oplossing. Zo brainstormen we wat, terwijl Lief nog eens benadrukt hoe ontheemd een mens kan zijn door weggeplukt vanuit een vertrouwde omgeving door omstandigheden in een nieuwe situatie te worden geplaatst. Hij beseft maar al te goed dat het leed van hen vele malen groter is, maar dat gevoel van nergens meer thuis te horen is universeel, of je nu uit welk belegerd land dan ook of uit een onverkwikkelijke situatie komt.

Dankbaar zijn we voor alles wat ons overkwam, de liefde, de bijzondere wegen die er voor ons uitgestippeld lijken te zijn en dat een hechtheid smeed, die dieper gaat dan we ooit hadden kunnen bevroeden. Een leven en liefde om te koesteren.

Overpeinzingen

Een brede glimlach van het verleden

Er is een heerlijke modus gevonden om de ochtenden voor beiden zinvol en productief te maken. Rustig opstarten met een kop koffie op bed, door een van de twee gehaald en schrijven voor mij, terwijl Lief beneden nieuws kijkt en vast uitgebreid ontbijt. Daarna is er tijd om te lezen en pas om een uur of twaalf of een gaan we op pad om gezamenlijk dingen te doen. Steeds meer is er ruimte voor eigen initiatief nu er beter wordt doorgrond hoe de omgeving in elkaar steekt. Elke nieuwe stap beteken nog altijd een verovering. De eerste schreden, door belangstelling voor zijn eigen uiterlijk, wezen op een belangrijke verandering. Ineens was het er.

‘Misschien een kapper’opperde Lief, die steeds vaker de lange plukken achter het oor moest strijken. Een nieuwe bril werd de volgende en gisteren konden we het allemaal bewaarheid laten worden. De uitverkoren kapper werd voornamelijk gekozen op de rust in zijn zaak, niet op de goede reviews. Het was een kant en klaar knipper, geen poespas, maar precies voldoende om niet zo’n gelikt werk af te leveren en de overgang derhalve minder uitbundig te maken. Bij de brillenwinkel kozen we twee modellen, die vooral qua kleur verschilden. Afwisseling van spijs doet eten.

De bediening daar was niet het toppunt van enthousiasme, maar voor de betrekkelijke afwijking aan de ogen van lief was het genoeg. Ik moest wel heel erg denken aan de scène van de man aan het loket, die een postzegel kwam kopen, door Wim Sonneveld. Iedere keer werd er een poging ondernomen om ‘een onsje meer’ aan het geleverde pakket toe te voegen. Lief hield standvastig vol. Eigen wensen eerst.

Voor al deze veranderingen was de grootste stap gezet. De psychosomatische fysiotherapeut werd opgezocht, omdat het online ten enenmale niet mogelijk was een afspraak te maken. Er was er geen in de buurt. Het zal voorlopig, zolang de fiets nog niet verkend is, een halen en brengen worden. Een hele belangrijke stap in het zoeken naar de balans in geest en lichaam, iets waar we vroeger ook veel mee bezig zijn geweest.

Samen op pad

Bij de toko maten we ons een heerlijk feestmaal aan, zomaar, omdat dat goed voelde. Tijdens ons eigen diner voor twee zochten we naar de overeenkomsten in de gang die we afzonderlijk van elkaar gemaakt hadden in het leven en die zoveel overeenkomsten bleek te vertonen. Dat wisten we allang natuurlijk, maar het was de verbazing over de ondoorgrondelijke wegen, die niets met grilligheid en alles met toeval of de onderliggende genen te maken heeft gehad, die het stilstaan bij alles keer op keer rechtvaardigde. Bij ons was het uiteindelijk een basis gebleken, die we samen hadden gesmeed als aanloop naar die weg. ‘Uit hetzelfde hout gesneden’, zouden we ons misschien vroeger hebben toegedicht en nog steeds voelt het alsof het zo moest gaan. Er ligt geen spijt aan ten grondslag.

Lief ging schrijven, ik had moeten lezen in mijn dikke zwijgende bundel, maar kwam niet verder dan het verzadigd weg sukkelen bij de tv-beelden zonder al te veel inhoud. Straks staan er nieuwe plannen op de rol. Een tocht naar het huis van lief in Verweggistan, wat wettelijke formaliteiten, het opschudden van de vriendschapsbanden met de rest van de wereld nu we langzaam uit de cocon van ontdekken en aftasten stappen en de wereld zich ten volle openbaart.

‘Alles op z’n tijd’ schrijft mijn eigen Baedeker voor. ‘In alle rust en in het eigen uur’. Zo is het. Stap voor stap dan breekt het lijntje niet. Het levert een brede glimlach op van het verleden.

Overpeinzingen

Zo dichten de dagen zich.

De zon zorgde voor een slaperig sfeertje terwijl ik in de vroege ochtend de kleine lettertjes uit het boek van Willem de Zwijger met volharding aan het doornemen was. Een heel boek met petieterige lettertjes is een kluif, maar het went. Nu slechts alleen er meer tijd voor uittrekken in het vervolg. Tijdnood is het gevolg van de berg leesvoer die op mijn bord ligt. ‘Alles Sal reg kom’ meen ik me van Bredero te herinneren.

Om half drie reden we richting Soest. Verbazingwekkend dichtbij was de plek waar we afgesproken hadden met zoonlief en zijn gezin. De eerste keer voor Lief dat hij schoondochter en de kinderen zou ontmoeten, de laatsten van het stel, dan was het plaatje compleet.

Het bleek de oude vliegbasis Soesterberg te zijn, vlak onder de rook van de wijk, waar tot 1994 de Amerikaanse gezinnen woonden, die werkzaam waren op de basis. Met mijn pacifistische inslag was ik er nog nooit geweest, ook niet met de kinderen. Nu wandelden we het wonderlijke kale terrein op, waar racefietsen over het veld heen schoten en zweefvliegers werden opgelaten. Kinderen, in de voetsporen van de volwassen racers, ragden op hun stepjes in de vaart der volkeren mee.

Er waren duidelijk meer mensen op het idee gekomen om van deze uitgesproken lentedag te genieten. Het was er meer dan druk, maar daarnaast was het terrein groot genoeg om een menigte uit elkaar te laten vallen. Het luchtvaartmuseum bleek er te zijn, vol imposant legermateriaal. Vliegtuigen, tanks en zelfs drie raketten, maar daarom heen een immense waterbaan zonder water, een grote zandvlakte, grote banden om mee te spelen. Overal stonden stoelen voor ouders en oudjes terwijl het grut zich kostelijk vermaakte. De entourage, het oorlogsgeweld, gaf een dubbel gevoel, maar de speelruimte voor de kinderen was een verademing. Alleen de grotere jongens op twee jeeps werden enorm fanatiek in het hanteren van denkbeeldige mitrailleurs en oorlogszucht.

Onze krullenbol had alleen maar oog voor de gelijkenis met zijn autootjes, die hij vond in die reusachtige Dinkey Toys om hem heen en wist gelukkig nog niets van wat er zich buiten zijn gezichtsveld afspeelde. Bovendien kon hij overal tussendoor wandelen en kruipen, aan kettingen hangen en achter stuurwielen draaien. Ik laafde me aan het ondergesneeuwde natuurschoon, klein maar fijn.

Wandelen, bijkletsen, gedachtengoed uitwisselen, het was goed toeven op deze manier, half in de natuur, half in dat vervreemdende speelparadijs, waar de zweefvliegtuigen als grote vogels af en toe de zon het licht benamen. Een glorieus moment was het kunnen aanraken van de twee stukken Berlijnse muur. Het herinnerde aan het dualisme in het geheel. Dat nooit meer en toch…

Bij het restaurant aan het begin was zowaar een achteraf picknicktafel vrij en konden we neerstrijken met een borrel, nog meer vermaak voor de kleine terwijl wij uit konden rusten. De Benjamin was eindelijk van vermoeidheid in slaap gevallen in zijn wagen. Zo’n groot gebied, dat je helemaal niet kende op een denkbeeldige steenworp afstand van de omgeving waar ik altijd gewoond had, heel gek. Toen de kou begon op te trekken gingen we richting auto’s. Een hartelijke omhelzing na de heerlijke dag.

‘s Avonds na de voetbal en een snelle maaltijd met de leftovers van gisteren was project Rembrandt aan de beurt. Wat een werk en wat spannend voor de deelnemers. Heilig ontzag had ik er voor, zeker toen ze aan een enorm doek begonnen, zelfs bleven slapen om dat af te krijgen. Een van de deelnemers kon de penselen niet neerleggen en bleef al die tijd doorgaan. De uiteindelijke winnaar had in mijn optiek de titel eerlijk verdiend. Vanuit zijn beroep als illustrator was het hem gelukt de kunstschilder in hem wakker te roepen.

Voor vandaag gaan we drie nieuwe stappen zetten. Een kapper die begrijpen zal dat half lang haar bij Lief als een handschoen past, een nieuwe bril omdat Lief zijn oude exemplaar gangstereigenschappen toedicht met de verkleuring in de zon en een afspraak met de psychosomatische fysiotherapeut. Zo dichten de dagen zich.

Overpeinzingen

Deze puzzel met herinneringen

Zeker, ik hou van de kleine blauwe prins, maar de auto van zoonlief die ik gisteren mocht lenen, is toch waarlijk een luxe, die ik qua auto al jaren niet meer ken. Hooguit kwam vroeger de enorme stationcar in de buurt, die overigens Truus heette. Je moet altijd voorkomen dat hoogmoed voor de val komt. ‘Nu wil ik deze’, appte ik hem na de geslaagde missie. De kleine blauwe blikte wat verontwaardigd naar het bakbeest, toen ik weer aan kwam rijden en gaste daarna met gierende motor en ons erin weg. ‘Het is goed lieverd, die kunnen we nooit betalen’ suste ik. Met wat uitsloverij slikte hij de laatste dreiging weg.

De stoelen stonden al klaar in het halletje van de kleine flat. Bij het winkelcentrum vlakbij hadden we een uitbundige bos rode en oranje tulpen gekocht in een zonnig geel papier en een fles merlot in hetzelfde oranje cadeaupapier aangezien de eigenaar van de stoelen ze helemaal gratis weg deed. Hij was blij. Niet alleen vanwege de afname maar vooral omdat hij in een kwartier zijn hele doopceel kon lichten, te beginnen bij het overlijden van zijn vrouw. Aan de muur boven de klerenkast in de kamer hingen de foto’s als zwijgende memorabilia van de familie en vrienden die hem in al die jaren hadden verlaten, te beginnen met zijn opa en oma. De hele hoek was met deze reeks vol.

Zijn spraakgebrek maakte het moeilijker om de betekenis te vangen, maar het lukte om de juiste duiding eruit te halen aan de hand van wat centrale woorden. Er was gelukkig weer een vriendin, weliswaar 15 jaar ouder, maar ze waren aan het latten en dat was gezellig. Daarnaast zweefde in zijn verhaal een neef of vriend binnen, die om drie uur ‘s middags al beschonken opbelde. De wijn was misschien niet het juiste cadeau, realiseerden we ons, maar ach. Het ging om het gebaar.

Gênant vond ik de combi van de luxe auto en de noemer ‘gratis’ dus werd er extra veel nadruk gelegd op het ‘geleende’. Hij verblikte en verbloosde niet en was echt vooral blij met de persoonlijke aandacht. Vol trots showde hij de kleine woonkamer met de kunstbloemen en de vele beeldjes en fotolijstjes. We namen hartelijk afscheid en overlaadden hem nog eens met dankbetuigingen. Zoevend over ‘s Heeren wegen vervolgden we onze weg naar de tuin. Direct maar brengen nu we de auto ter beschikking hadden. Er stond een steekwagen waar de vier stoeltjes gestapeld op bleven staan en Lief mat zich de spierballen aan conform zijn mannelijkheid. ‘Dat doen we wel even ‘, pochte hij en zwoegde over het grillige pad langs de sloot. Ik liep er naast en hield een en ander in balans. Dat was voor de benauwdheid alweer ruim voldoende. Het blijft wonderlijk hoe dat een eigen pad blijft trekken.

Met spijt in het hart wisselde ik de voiture in voor de kleine blauwe. Niets is zo wendbaar als deze kleine spinnenkop, dus het was goed. Boodschappen halen voor de Gado-Gado en genieten van het programma van ‘Verborgen verleden’ dat Diederik Jekel presenteerde. Lief vertelde, dat het de zoon van een vriend was die we beiden nog kenden van vroeger. Dus zochten we in de zoon een gelijkenis tussen zijn vader van destijds en de zoon nu. Een heerlijk tijdverdrijf, deze puzzel met herinneringen.

Overpeinzingen

Een kwestie van meestromen

Naar de huisarts in die verre uithoek. Het uiterste puntje van Zuid-Holland betekent alweer een ritje door het Hollandse Laagland. De mooie lucht, een zonnetje, ooievaars op de lantaarnpalen langs de snelweg, onafgebroken lente in het land.

Na een kalme ochtend van schrijven, De inleiding van Willem De Zwijger voor mij en Erasmus voor Lief was er nu de hectiek van het haastige vrijdagverkeer. Veel vrachtverkeer op de weg, drukte alom, maar de kleine blauwe draait zijn hand er niet meer voor om. Hij snort lustig de kilometers bij elkaar. In de afgelopen twee maanden heeft hij meer gereden dan in de jaren daarvoor. Nou ja, tikkeltje overdreven, maar toch. Nederland kent nauwelijks nog geheimen voor ons.

In de artsenpraktijk zaten we als wachtenden in een soort aquarium, die tot overmaat van effect ook nog blauw geschilderd was. Sommige hadden kapjes op, onder of op de neus, sommige ten enenmale niet, terwijl ze onder het bordje ‘gelieve mondkapjes te dragen’ zaten. Alles zat, kenmerkend voor deze tijd, op hun telefoon te kijken en te scrollen.

Het ging traag. De artsen namen kennelijk de tijd. Prettig was dat dat bij iedereen gebeurde, dus ook bij ons. De huisarts was blij verrast door mijn aanwezigheid en verbond het blozende uiterlijk van lief onmiddellijk aan deze nieuwe omstandigheden. Het was waar. Vergeleken met de eerste weken was er een wereld van verschil tussen Lief toen en nu. Het samenzijn deed ons alletwee goed.

Ze was er al snel uit. Omdat alle waarden goed waren en er geen aanwijsbare lichamelijke oorzaken te bespeuren leken, zocht ze het toch in de psychosomatische hoek. Fysiotherapie om de balans van lichaam en geest weer te herstellen. Geen denkbeeldig verzinsel als je bedenkt dat er twee jaar lang eenzaamheid en isolement aan zijn klachten vooraf was gegaan. We hadden het samen al eens over geestelijke ontspanning gehad in de vorm van yoga of mindfulness om de balans weer te herstellen. Juist omdat er lichamelijk nauwelijks belemmeringen waren in de aanpak van de dagelijkse gang van zaken, tot en met het snoeien van drie te hoge wilgen aan toe.

Opgewekt reden we daarna door naar zijn kamer om daar broerlief te ontmoeten en de koelkast en de diepvries leeg te halen. Broer was verbaasd over het opknappen van de lieve jongste telg van hun gezin. ‘Je zou zo weer een praktijk kunnen openen’, zei hij en gaf daarmee ongewild het grootste compliment weg. Zo was het. De zelfverzekerdheid was terug, het gemak van bewegen, de concentratie in het gesprek. Hoe kwetsbaar zijn we en hoe dichtbij ligt de oplossing daarvoor soms. Wat liefde al niet vermag.

De avond gleed voorbij in dezelfde harmonie, maar zoonlief had koorts en verkaste, zonder zich te laten zien, met vriendin mee naar haar huis. Stel je voor dat het toch weer het virus was. Het kippensoepje uit de diepvries had wel gretig aftrek gehad, even daarvoor. Dat was het gevolg van de meegebrachte diepvriesproducten, die een plekje moesten vinden mijn overvolle lades. Bij koorts vooral een zelfgebrouwen soepje als zalvend middel.

Geen trapje, door de stoel gezakt.

Vanmorgen wandelde ik virtueel door het aanbod van tuinstoelen op Facebook en kwam vier gratis exemplaren tegen. Die zijn fantastisch voor op de volkstuin, waar Lief net door een van de verweerde stoelen is gezakt. Niet ver weg en alleen vervoer regelen, daarna kunnen we ze vandaag halen. Onverwacht een nieuwe bestemming van de dag. Zo valt er altijd wel wat te beleven, als je je maar laat leiden door het moment. Een kwestie van meestromen.