Overpeinzingen

Het is en dus bestaat

Met de regenbestendige gevoerde laarzen van zoonlief en schoondochter durfden we een eventueel modderpad op de tuin naast de sloot te trotseren. Maar eerst naar het eerder al bekeken tuincentrum, waar we een mooi formaat regenton wisten. Het doel van onze missie. Eindelijk na twaalf jaar tuinen was het zover. Een droom werd bewaarheid.

Het grote dubben bij schoffel en hark, dure kwaliteit of goedkope aanschaf, werd omgezet in gezond verstand. Beter een keer iets meer uitgeven dat een lang leven beschoren was, dan iets wat bij de eerste de beste tegenslag zou kromtrekken, ombuigen, de tanden stuk zou bijten.

De regen kwam met bakken uit de hemel, maar wij waren waterbestendig dankzij de uitleen van de kinderen. Er waren nog best een aantal mensen bezig in hun tuin, af te lezen aan het aantal auto’s op de parkeerplaats. Moeder Hoen zat dapper en plichtsgetrouw op haar nest, midden in de sloot en liet de druppels gestaag op haar koppie uiteen vallen. Lief droeg de regenton en het deksel, ik de bijpassende voet en de cadeau gekregen Dahlia van enkele dagen terug.

De tuin lag er dapper bij, alles was goed aangeslagen en moest nog wel aarden bij het wortelen. Als we het zo bij konden houden, dan was het volgend jaar een oase aan bloei. De drie stuks Borage had trossen bloemen in hun kruinen. dat beloofde veel. Het was te nat om de ton echt aan te sluiten, want daar kwam wat meetwerk aan te pas, maar ze kon al wel op haar plekje, achter het atelier. De takken van de aangewaaide vlier moesten er deels voor weggezaagd, iets wat deze lieve oude taaie heksenboom wel zou overleven.

De dahlia mocht nog even in de grote pot, tot ik hopelijk van de week nog, de grassen uit het achterbed kon verwijderen. Nu druilde het aan een stuk door en vielen de lange natte slierten over alles heen. De floxen waren toch sterk er tussendoor opgekomen ondanks de hindernissen. Dat beloofde een zee aan bloei.

We gaven elkaar een high five. ‘Ajeto’, dat was gelukt. Dankzij het doorzettingsvermogen van lief om weer en wind te trotseren en gehoor te geven aan het oproepje in het kleine dagboek van jaren geleden waarin geschreven stond op 25 mei 2010: ‘Nu nog de regenton en het terras. En de goot aan een kant.’ Gisteren eindelijk pas uitgevoerd. Alles op een eigen tijd. Het kiest zichzelf. In dit specifieke geval had het wat eerder gekund haha, maar vooralsnog ben ik nu de koningin te rijk.

Het boek van Pieter Waterdrinker ‘ Biecht aan mijn Vrouw’ is boeiend. Vooral omdat het zich afspeelt in een tijdsbestek dat we allemaal net achter ons hebben liggen. De eerste periode van de aanwezigheid van het corona-virus en de angst en paniek die dat ter berde bracht. Hij heeft een heerlijke schrijfstijl. Soms breedsprakig maar beeldend. Op het naturalistische af, dat waar ik zo van hou. Niet voor niets zijn de negentigers zo goed vertegenwoordigd in de boekenkast.

Op de achterkant van het boek staat: Het lichaam verandert, de geest nooit’. Het verwijst naar het ouder worden, waarbij we in eerste instantie vast houden aan de souplesse van onze jeugd en nog weigeren te aanvaarden dat het lijf op alle mogelijke manieren de tand des tijds fluistert, waarschuwt, achtzaamheid wil betrachten. Alles wordt in eerste instantie in de wind geslagen is mijn eigen ervaring.

Kleindochter van vier en ik zitten op een bankje in de zon. De armen zijn ontbloot. Het is broeierig warm. Ze strijkt over mijn onderarmen en polsen en struikelt in haar hoofd over het gerimpelde vel. ‘Wat is dat dan, Oma‘. ‘Dat zijn rimpels lieverd’. ‘ Waarom’? ‘Omdat het velletje ouder wordt’. ‘Maar ik vind het niet mooi’. ‘Ach lieverdje, het gebeurt gewoon’. Ze glimlacht lief naar me met een schuin koppie en rent naar de glijbaan. Mooi of lelijk is ‘nicht im frage’ voor ouderdomshuid. Het is en dus bestaat.

Inspiratie·Overpeinzingen

Toeval bestaat niet

Schapen tellen, maar iedere keer rennen ze te hard en brengen het hoofd op hol. Klaas Vaak is met prepensioen en heeft zijn zak zand aan de wilgen gehangen. Lief droomt zijn dromen bij elkaar. Buiten blijft het stil op het geluid van de A2 na, die zacht door het open rooster van het raam ruist. De lucht steekt lichtgrijs af tegen het donker van de kamer. Het is 1 uur 26 en de tijd kabbelt voorbij.

Het kopen van de regenton viel in het water. Nee, niet letterlijk, maar het tuincentrum was toch gesloten. Verkeerde interpretatie van de mededelingen van hun website. Ze waren pas tweede pinksterdag open. Voor die dag waren de kaarten voor het Centraal Museum al besteld. Gelukkig viel dat euvel heel makkelijk en snel digitaal te veranderen. Derhalve gingen we vandaag naar het museum en morgen komt alsnog de regenton aan bod. De kleine blauwe kon geparkeerd worden onder de eeuwenoude bomen op het plein naast het museum. Het carillon van de Nicolaikerk speelde een deuntje, de regen tikte vanaf het gebladerte op het dak. Het was zondag en de stad hulde zich in een aangename rust. Met de paraplu op liepen we het Nikolaaskerkhof over naar de ingang van het museum en vielen met ons neus in de kwakzalvers, de barbieren die kiezen trokken en de aderlaters.

Vooral de koelte en de schemerdonkere zalen met de uitgelichte schilderijen vielen op. Een sfeervolle tentoonstelling met als titel ‘De Gezonde Stad, de kunst van het overleven door de eeuwen heen’. Als extra was er ‘De Vaandeldrager’ van Rembrandt en ‘Annex John Akomfrah’ met zijn The Five Murmurations’ in de allerlaatste zaal, een indrukwekkende vertoning van drie films op evenveel grote schermen. Hij heeft ermee een uitleg willen geven aan wat corona over de hele wereld heeft gedaan met iedereen. Het maakte indruk. Als extraatje ontdekte ik Isaac Israels met twee doeken. Pareltjes tussen de andere schoonheden, tenminste voor mij dan.

Na het museum was er een wijntje met bitterballen bij Gist, het restaurant aan de Vaartsche Rijn. Binnen natuurlijk want het regende pittig door. We wisselden uit wat was opgevallen bij de tentoonstelling. De baardtangetjes, een soort voorlopers van het pincet, bijvoorbeeld, het doek met de zeven barmhartigheden die we allemaal hadden kunnen herleiden, en eigenlijk waren het voor mij vooral de kleine doeken die beroerden, de moeder met kind, de min, de strijkster.

Omdat in het restaurant de bediening een heerlijke Gado Gado zat weg te smullen had ik onbedaarlijke trek om me te wagen aan een bewerkelijk gerecht, de ‘Imam Bayildi’ een Turkse schotel van gevulde aubergines, die ik combineerde met heerlijke couscous met rozijnen. Het heet in de vertaling: ‘De imam die flauw viel’. De reden? Hij genoot zo van de overheerlijke combinatie aan smaken, dat hij ter aarde stortte.

In de avond was er de aangrijpende film ‘De Veroordeling’ op basis van de realiteit en het boek dat Bas Haan, een onderzoeksjournalist, had geschreven over de Deventer Moordzaak, en dat alle werkelijke feiten bloot legde, opdat iedereen voor eens en voor altijd zou kunnen zien hoe verschrikkelijk men had gedwaald in deze zaak. De twee gedupeerden, Michael en zijn vriendin Meike, hebben enorm geleden onder de valse beschuldigingen. Het geeft ook een helder inkijkje hoe het mediacircus de emoties op kan kloppen en hoe het publiek zich moeiteloos laat meeslepen in de te berde gebrachte ‘feiten’ tegen deze zogenaamde’ Klusjesman’, die een voor een afgestreept konden worden als notoire leugens.

Na al deze commotie was er gelukkig nog een klassiek concert in het open veld en laat dat nou precies in het Betuwse dorpje zijn geweest, waar wij, de zussen, onze eerste kop koffie dronken op die dag. Dat idyllische plekje aan de Linge. De mooie combinatie van natuur en klassiek zorgde voor de rust in het opgeschrikte gemoed. Toeval bestaat niet.

Overpeinzingen

Een mijlpaal

Gisterenavond na het programma ‘Even tot Hier’ op het scherp van de snede als altijd, was het onderwerp: ‘Denk je in woord of in beeld’. Lief en ik doen beide, maar bij mij overheerst het beeld en bij lief overheerst de taal. Hij heeft in de afgelopen twee jaar eenzaamheid hele dialogen gehouden met zichzelf. Veelal filosofisch getinte, existentialistische vragen. Ik, in Corona-tijd, om mijn gedachten en belevenissen in kaart te brengen door te tekenen en te krabbelen in een klein formaat tekenboek. Van het een kwam het ander en we trokken er een paar van die boekjes bij als voorbeeld.

Een tekening van mezelf in bed in het ziekenhuis triggerde. Welk jaar was dat. Het duurde even voor we het konden vinden, maar ik wist dat het na de vakantie met het hele gezin in een casa in Portugal was. Daar kreeg ik bij het wandelen naar de winkel, een stukje de heuvel op, voor het eerst felle steken te voelen in de borststreek en moest ik even rusten. Daarna trok het weer snel weg. Niet iets om aandacht aan te besteden, of nee, ik vergat het domweg weer.

Het duurde even maar aan de hand van de fotogalerij en via de vele foto’s van die vakantie kon ik de juiste datum terugvinden. Op de valreep van 2017/2018 had ik mijn reeks angina pectoris te pakken en na twee keer SEH en ziekenhuisverblijf was het de derde keer raak. De kransslagader bleek zo goed als dicht te zitten. De oplossing lag voor de hand. Dotteren en een nieuwe moderne flexibele stent erin. Dat hele proces werd uitgevoerd door twee Italiaanse artsen in een donkere kamer met kerstlichtjes aan de muur en de kleren van de keizer, een klerenhanger in een plastic zak, aan het plafond. Over beelddenken gesproken. Ze waren vooral grappig en gelukkig heel bedreven. Daar werd de katheter richting het hart gevoerd, met als resultaat dat ik na afloop me alweer direct een stuk lekkerder voelde en de zorgelijke gezichten van de kinderen bij terugkomst op mijn cardio-kamertje kon weglachen.

Het probleem van het tijdstip was opgelost. We konden rustig gaan slapen.

De voetbalwedstrijd werd een succes door de overweldigende uitslag. 6-1 gewonnen. Wat een mooie manier om een voetbalcarrière af te sluiten. Zoonlief werd overladen met bloemen en cadeaus door familie en vrienden. Bij de huldiging waren we niet, want ergens in zijn achterhoofd broedde een plan om misschien toch nog een jaar door te gaan. De club had hem edelmoedig de shirts van de drie clubs waar hij voor gespeeld heeft in de afgelopen jaren in een mooie grote lijst geschonken even als een teamgenoot, die net als hij ook voor drie clubs had gespeeld en nu ook afscheid nam.

De foto’s waren ontroerend en de verzonnen teksten erbij op instagram met als grootste compliment ‘ de trouwste fan’ de kroon op mijn eigen ‘voetbalcarrière’ als supporter door al die jaren heen. 31 jaar langs de lijn, dan leer je het spel wel te waarderen.

Thuis bleek een oase van rust. De boeken gingen open, de krant werd uitgespeld, folkmuziek op de achtergrond en Pluis, geborsteld en wel, languit soezend op het balkon. Lief vindt het boek ‘ Het woord voor rood’ boeiend en knap beschreven. Even als ik weet hij maar al te goed wat Afasie betekent. De auteur, Jon McGregor, is volledig onder de huid van de patiënt gekropen. Zoals hij het beschrijft is het in de realiteit ook. Heel knap sijpelt door het hele boek heen het weten dat één enkele gebeurtenis, bijvoorbeeld zo’n vat dat knapt, in alle levens er omheen in een oogwenk een aangrijpende verandering te weeg brengt. Iets om bij stil te staan.

Vandaag gaan we op pad voor de regenton. Met de voorspelde regen zou het wel eens niet al te lang kunnen duren of ik kan eindelijk water tappen uit eigen vaatje. Een mijlpaal.

Overpeinzingen

Tijd voor andere zaken

Gisteren had ik het rijk alleen en dat was fijn want het laatste stukje boekenkast moest nog uitgezocht worden. Eindelijk vonden de lijvige boeken over kunst en kunstenaars, die op de verwarming lagen, een blijvend onderkomen in de kast. Ik hoorde ze instemmend tegen elkaar fluisteren over de erkenning van hun verdiende plek. Boeken komen tot leven als je ze koestert.

Het is alweer vroeg. Weliswaar een uurtje later dan gisteren, maar ik voel de energie terugstromen en dat is waardevol. Stukje bij beetje begin ik door de bomen het bos te zien. De verzamelde snuisterijen op de boekenplanken mogen mee naar boven, naar waar straks de werkkamer komt, als ik klaar ben met stofhappen. Lief wandelt met vriend over de singels dus heb ik alle tijd om te bedenken hoe ik een en ander aan zal pakken.

Als laatste de stofzuiger door de kamer. Trots ben ik op die gevulde kast met de boeken, gesorteerd en wel, zo vertrouwelijk naast elkaar. De schildersezel mocht op de oude plek blijven. De verstelbare stoel in hoogte, mijn schilderkruk, ervoor. Alle tierelantijntjes mochten in de tassen naar boven. Nu staan er in de gang nog drie grote shoppers voor de kringloop. Daarna moet ik naar de oude slaapkamer, waar onder het bed een deel van mijn werkzame verleden ligt. Lieve briefjes, foto’s, plakboeken , gemaakt en gekregen van klassenouders die het afscheid van de kinderen elk jaar verzorgden. Tekeningen van kinderen, die ik niet weg had kunnen doen, omdat ze zo bijzonder en speciaal waren, herinneringen gevangen in stof. Ik zet alles op foto en daarna mag het weg. Vergeeld, verkreukt, beschadigd door de tand des tijds. Je kunt niet alles bewaren. Ze zitten in mijn hoofd en hart, de lieve schatjes, en dat zal altijd zo blijven.

Zoonlief kwam thuis met verse aardbeien, vanmorgen geplukt, door de boer in Tull en Twaal. Ongevraagd gaf hij zijn moeder, slechte fruiteter, een bakje met de meest verukkelijke aardbeien. Niet de waterbommetjes uit de supermarkt, maar zacht en zoet, zo zoet dat ik die smaak gewaar werd met mijn verarmde smaakpapillen. Heerlijk.

In de prunus van de benedenburen zat een juveniele merel. Het diertje viel op door het hippen van tak naar tak en het feit dat het zich niet leek te storen aan onze nabijheid. Moeder merel kwam op een paar takken afstand zitten en floot een deuntje, maar het jonkie reageerde niet en ze vloog onverrichterzake weg.

Vriendlief kwam thuis en vertelde van een oude kerk, waar vriend en hij een gemberthee hadden gedronken. Ik dacht aan het biercafe in de oude schuilkerk aan de Achter Clarenburg, maar er is een nieuw cafe bijgekomen aan de Catharijnenkade in de voormalige Westerkerk, Bunk genaamd. Het is niet alleen een cafe, maar het heeft ook een hotelfunctie. Ideaal als je de stad op je gemak wil bekijken.

Ik werd wakker door een droom waarin een achtervolging plaats vond. Een dreigend sfeertje waaruit ik alleen maar kon ontsnappen als ik wakker werd. Vermoedelijk zijn de vervolgbezigheden mijn belager. Zodra we in kalmer vaarwater zitten zal het opnieuw de rust brengen. Nu eerst maar genieten van de schoonheid van een grote getale geliefde boeken op een plank. Opgeschoond, afgestoft en verfrist. Een lust voor het oog.

Wie behoefte heeft aan een oppepper hoeft ‘s avonds maar naar de lucht te kijken. Het hele sprookjeskleurenpalet trekt voorbij. Geen probleem om daar feeërieke verhalen bij te bedenken. De zachte paarsroze tinten beloven morgen, naar een klassiek gezegde, water in de sloot. Maar eerst nog een mooie dag, vertellen de gierzwaluwen hoog boven mij.

De laatste wedstrijd van zoonlief en daarna hangt hij zijn voetbalschoenen voorlopig aan de wilgen. Naar voetbalbegrippen is hij al bijna bejaard. Morgen zal hij nog een keer vlammen en dan sluiten we voor een groot deel ook dat hoofdstuk af. Het leven zingt een belofte. Tijd voor andere zaken.

Overpeinzingen

Tijd om te rusten

Bijna klaar met de boekenkast en ook al zijn er meer dan acht grote shoppers uitgegaan, dan nog is de boekenkast vol. Mijn lievelingen mogen voorlopig weer een hele tijd mee. nu moet ik de prulletjes aanpassen die voor de boeken stonden en dat is een lastig klusje, want o, wat kan ik me hechten aan de kleine schoonheid van het leven waar altijd een verhaal aan vast zit. Die van de gulle gever, die van de verrassende vondst in een kringloop, die van een niet te versmaden object in de museumwinkel, die van het gevondene, dat kleinood uit een kinderhand.

Als het weg is, kan ik er soms een leven naar verlangen. Zoals het gebroken waxinelichtje met de doorschijnende druppeltjes, van ragfijne witte klei, een kunstwerkje op zich. Kapotgevallen door , tja waardoor eigenlijk. Zo ben ik ooit de porseleinen Leda en de Zwaan verloren en de keramieken lange half abstracte figuren, die nu nog in brokken tussen de sieraden liggen met de bedoeling ze ooit te gaan lijmen. Looppop en beer van het eerste uur liggen ook ergens in een plastic box in de schuur opgeslagen, samen met een kleine dichtbundeltje van eigen hand uit de jaren zeventig. Bij tijd en wijle zingen ze rond op het netvlies.

Het is pas kwart over drie en ik ben klaar wakker. Lief heeft een flinke kou opgelopen gisteren en ging vroeg naar bed. We hadden besloten de gezellige wijn-en Trijn uurtjes maar weer eens te minderen en de avond verdronk in spa rood met citron, mijn favoriete drank naast de thee. Dan mis ik te enenmale mijn slaapmuts en de ontspanning. Maar het is weer een van die goede acties. Stoptober in juni, waarom niet.

De support bij de avondvierdaagse was een groot succes. Na iets wat eindeloos wachten leek, eerst een brug te vroeg, maar weldra op een gunstige plek in een bocht, zodat je lang met de curve mee kon kijken. Met groene t-shirts aan met de naam van de school erop, trokken de kleine filosoof en schoonzoon breed lachend voorbij, maar niet nadat vanuit de stoet iets naar me toe kwam gevlogen en twee knellende armpjes om me heen sloeg. De twee gekochte medailles met kleindochter ‘s middags, één gevuld met vegan pindarotsjes en de ander met onvervalste snoeperij bleken goed te zijn voor een paar glunderende ogen. De bloemen, een bosje voor hem en een voor de pipa namen ook gretig af. ‘Dag lieve kanjers zet ‘m nog even op’.

‘S Middags was het net zo fijn geweest met kleindochter. Die kreeg bij de winkel van de oosterse snuisterijen een schattendoosje, omdat ze onder de boom bij de geparkeerde auto, een wonderboom met tweekleurig groen blad, zaadjes had gevonden en een plastic dopje om ze in te doen en mee te nemen. Natuurlijk moest er nog een klein roze zakspiegeltje bij en een gouden hartjesmagneet. Daarna met een softijs met spikkeltjes naar de kleine speeltuin midden in het grote winkelcentrum tot ze gehaald werd. Lief fungeerde als opa en behoedde haar voor butsen en stoten bij het rond schommelen aan en rekstok. Het zonnetje scheen. Het was gezellig druk en wij zaten heerlijk in een schaduwplek op de houten banken rondom.

Zo paste de hele dag naadloos als een handschoen in elkaar. Aan het eind, na het wachten op de avondvierdaagse, reden we langs het huis van dochterlief, die beteuterd binnen had moeten blijven vanwege de corona en niet kon meemaken hoe zoonlief glorieus de eindstreep haalde. De foto’s, in de haast geschoten van dat glunderende kind, maakten veel goed. Hartjes over en weer toegeworpen door het glas en de kleine blauwe kon op huis aan. Tijd om te rusten.

Overpeinzingen

We gaan er voor

Nieuwe voornemens en een druk programma vandaag. De binnen-en buitenlandse literatuur staat op alfabet, nu zijn de biografieën en de kinderboeken aan de beurt. Wat doe ik met het handjevol oerbejaarde wijsgeren, ook maar een plank apart.

Appje van zoonlief of ik kleindochter op wil halen van school en er staat nog een intocht van de kleine filosoof op ons lijstje. De eerste keer dat hij de vijf kilometer doet, dus toch even langs die ene winkel waar vast ook wel wat gezonders te halen valt in de vorm van een ketting of zo. Twee vliegen in een klap.

Het afscheid gisteren was goed verlopen. Ik hield braaf mijn mond tot mijn lieve mentor mijn vertrek aankondigde en me een enorme dahlia in een prachtige geglazuurde vogelbad-schaal overhandigde. ‘Toen ik die schaal zag, moest ik aan jou denken’, zei ze erbij. De dahlia krijgt een weldadige plek in het groen. De grote turquoise/cyaanblauwe schaal zal ook prachtig staan in de tuin hier of in Verweggistan. In ieder geval daar, waar ik haar vaak kan zien en de vogeltjes er dankbaar gebruik van kunnen maken. Misschien wel voorlopig op balkon, zolang de vlucht koolmezen zo veelvuldig komen aanvliegen. ‘Ik zal aan je denken, iedere keer als ik de schaal zie’, lachte ik. ‘En ik aan jou. Als je maar blijft schrijven’ was het antwoord. Wat zal ik haar missen en allen die me dierbaar zijn daar in die fijne groep kunstminnende creatievelingen.

Na afloop had ik met vriendinlief afgesproken te gaan wandelen bij landgoed Rhijnauwen, maar de energie was volkomen weg. Ze zag het gelukkig en we beloofden elkaar binnenkort snel een dag af te spreken. De hele dag ‘boeken sorteren’ lijkt een werkje van niets, maar had er beduidend ingehakt. Van het op en afstappen op het kleine krukje had ik zelfs spierpijn overgehouden in de benen.

Tussen alle rituelen door, deze ochtend, begon ik in het boek van Roxanne van Iperen met de allesomvattende titel ‘Eigen welzijn eerst’. Na de eerste drie bladzijden wist ik dat het een en ander wel om een creatieve en flexibele geest vraagt om tussen de door haar genoemde feiten de levenslust eruit te blijven filteren. Even doorbijten om te kijken wat er nog meer te zeggen viel. Lief is in ‘Het Woord voor Rood’ bezig. Hij mompelt tussendoor met een nasale stem wat opmerkingen, omdat hij gisteren kou had gevat bij de winderige wandeltocht door het Utrechtse. De vrienden waren elkaar misgelopen en hij had besloten dan maar alleen de stad te doorkruisen. Vrijdag gaan ze in de herhaling.

In de dakgoot geven de jonge kauwen blijk van hun hongerige magen. Zoonlief werd gisteren op de galerij al gewaarschuwd door de zenuwachtige ouders dat er kleintjes waren en iedere beweging beneden hen beschouwden ze duidelijk als een potentieel gevaar. Zodra onze voordeur openging, begonnen ze luid en met veel misbaar te krassen. Misschien komt straks uit zelfbehoud de paraplu weer even in gebruik.

De herinneringen op FB laten een compilatie van foto’s zien in Katwijk, waar we met vier zussen een vakantieweek op het strand vierden. Overal waarde het virus rond maar in Katwijk nauwelijks. Volgende maand gaan we een weekje naar Friesland. Eens kijken of het suikerbrood nog net zo lekker smaakt als vroeger op de vakantieboerderij van Mem Hof in Oudehaske. We gaan er voor.

Overpeinzingen·Ruimte scheppen

In variatie op een thema.

Verder met de boekenkast. Het zoeken naar een logische indeling werd beloond door een wijle te sparren met lief. Binnenlandse schrijvers bij elkaar, alle buitenlandse auteurs ook en per categorie op alfabetische volgorde. Een minder tijdrovend werk dan het uitzoeken op chronologie. Het betekende dat ik wel weer wat planken om moest gooien, maar eenmaal uitgedokterd ging het verwerken snel. Het is een fijne bezigheid, want in een oogopslag zie je de lievelingen groeien en kom je vergeten exemplaren tegen, die zeker om een hernieuwde leesbeurt vragen.

De fysiotherapie kwam er als verzetje tussen door. De stagiair met zijn vernieuwende oefeningen. Heel zwaar maar te doen en zijn optimisme als het goed uitpakte, werkte stimulerend. Daarna bracht ik lief naar vrienden toe en wees hem het station aan de Amsterdamse Straatweg, waar hij op de terugweg de trein naar Centraal station zou kunnen pakken.

Tot mijn grote vreugde kwamen de twee bestelde boeken binnen. Beide dunner dan ik gewend was inmiddels. Het enige dat nu nog rest is het verzinnen van de kinderboeken voor de recensies. ik dans deze week mijn eigen boekenbal.

Op het balkon hebben een vlucht koolmezen de vetbol in de vogelkooi toegeëigend. In een groepje, soms wel zes of zeven, komen ze aanvliegen op hun kenmerkende manier en strijken neer tussen de takken van de prunus van de onderburen of op de spijlen van de kooi. De kauwen en de houtduiven en Turkse Tortels hebben elkaar bij de voederplank leren verdragen en tolereren elkaar al snoepend. In het begin vlogen ze elkaar herhaaldelijk aan met opgeheven borst en wapperende vleugels.

Vanmorgen keek ik op NPOPlus de documentaire ‘Limbo’ van Human. Ik kende het woord als begrip niet, maar het kwam vroeger voor in de RoomsKatholieke leer en het was de plek waar dolende zielen naar toe gestuurd werden als ze niet werden toegelaten tot de hemel of de hel of het vagevuur. Die zielen waren dan ‘in limbo’. Deze vlag dekt de lading van de docu. Het gaat hier om het gesol met mensen zonder status, die niet terug kunnen naar het eventuele land van herkomst. Ze hebben geen rechten, ze krijgen geen geld, en moeten keer op keer er alles aandoen om niet op te vallen. Als ze toch gepakt worden stuurt men ze naar detentie, waar ze naar gerede tijd weer op straat worden gezet en dan begint het allemaal opnieuw van voren af aan. Deze mensen hebben geen ID, geen geldige papieren, geen status en bestaan in feite niet. Dolende zielen zonder kansen. Het is een schrijnend relaas. Als wij als maatschappij werkelijk humaan zouden zijn en niet zo verstrikt waren geraakt in bureaucratie, maar humaan waren gebleven, dan gaf je die mensen per ommegaande een status en het recht van leven.

Lief is met zijn oude vrienden, het drietal, Utrecht aan het doorkruisen. Uit eigen beweging meldde hij dat hij er aan toe was. Fijn dat alles, maar dan ook alles aantrekt. Als je in een impasse hebt gezeten, dan is het zaak om daar vooral zelf uit te klimmen. Met eventueel de nodige hulp aan de zijlijn, maar vooral van binnenuit op eigen kracht. Daar zijn we inmiddels, lang en breed. Sterker en met herwonnen levenslust.

Straks is mijn laatste vergadering bij mijn vrijwilligersbaantje en neem ik afscheid met een lichte weemoed, omdat alle koppies me al jaren zo vertrouwd zijn. Met elkaar hebben we zoveel mooie dingen mogen delen, de inspiratie die we bij de voorstellingen opdeden bijvoorbeeld. Het waren allemaal cadeautjes, die ik niet had willen missen. Het is goed zo. Een nieuwe fase breekt aan. Meer tijd voor elkaar en voor de kinderen en zussen, voor de oude en nieuwe vrienden. Net als de grote boekenkasten hier in huis zijn we eens in de zoveel tijd klaar voor het nemen van nieuwe stappen, dan worden oude waardes afgestoft, opgefrist of overboord gegooid omdat tijden veranderen en er groei en ontwikkeling is. Voort in de vaart der volkeren en kijken wat de toekomst ons nog brengen zal. Nieuwe bezems vegen schoon met behoud van het goede. In variatie op een thema.

Overpeinzingen·Ruimte scheppen

We zullen zien

De jonge kauw in de goot vraagt klagerig en met een dun krijsen om eten terwijl pa en ma waarschijnlijk druk heen en weer vliegen. Het valt niet op te maken of er een jong is of meer. Het geluid is al vertrouwd, maar vannacht viel de totale stilte des te meer als een weldaad op. Het is maar van tijdelijke duur.

Lief wandelt in IJsland. Het boek ‘De Wilde Stilte’ is bijna uit. Dat laatste stuk daar in dat koude hoge noorden haalt de vaart uit het boek. We zoeken de beelden van IJsland erbij, zodat hij zich een betere voorstelling kan maken van het beschreven gebied. Ze schrijft onder andere over de roetneerslag, die er ligt ‘als een zachte verende vloerbedekking’. Beelden verduidelijken waar ze op doelt. Met al die roetdeeltjes en fijnstof in de lucht is IJsland vermoedelijk een brug te ver voor mij.

Gisteren bleek het een hele dag stofhappen te zijn. De boeken, die uit de boekenkast werden genomineerd om in de kringloop te eindigen, hadden een respectabel aantal stofdeeltjes verzameld. Gestaag vulden zich de grote boodschappentassen, terwijl ik bij het uitzoeken ervan van de ene verbazing in de andere viel. ‘He, twee dezelfde delen van A.F.Th. Van der Heijden’, dus ging er een in de tas, en zo verder. Steeds meer lege planken, de indeling op binnen en buitenland, en op chronologie vroeg om nog wat extra verschuivingen. De lievelingsschrijvers vallen vooral op door de hoeveelheid aan boeken. Een ris van Maarten ‘t Hart, de Beauvoir, Camus, French, Brouwer, Bernlef, Van Bruggen, veel biografieën, en veel dichtbundels waarbij Vasalis met haar vier bundels de stoet aanvoerde.

Het werk vorderde gestaag. We besloten de boeken onmiddellijk af te voeren en bij de kringloop af te leveren en het afval van zaterdag uit de tuin, een oud stoel, een kaduke parasol en een plastic zak, direct naar de gemeentewerf te brengen. Opgeruimd staat netjes.

Vriendinlief stuurt twee oude foto’s op van de reis naar een optreden in Parijs met, voor die gelegenheid in het leven geroepen, dat kleine theatergezelschap van vier meiden. Wat hebben we genoten van die uitzonderlijke gelegenheid. Dat dankten we aan mijn oudste dochter, die op de internationale school in Parijs werkte en het optreden had verzorgd.

Nieuwsgierig speur ik de foto af naar de gezichten, ontspannen, jaren jonger en vooral jolig. We konden de wereld aan. Ik droeg mijn vleermuizenbroek, die dat pas werd toen ik een project met de groep over vleermuizen deed en één van de kinderen dat opmerkte. Ze had helemaal gelijk. De broek bleef een groot succes.

In de auto op de foto zat ik kennelijk klem tussen het kledingrek, dat nodig was voor het decor, evenals de lappen en de voile. We sliepen in een goedkoop hotelletje, iets buiten Parijs, maar het optreden was in het theater van de internationale school, een imposant gebouw met een torentje, compleet met rood pluche en een podium met coulissen. Daar, tijdens het snelle omkleden tussen de bedrijven door, ontdekte ik voor het eerst dat ik lucht tekort kwam. De diagnose liet nog jaren op zich wachten.

Vandaag worden de twee nieuwe boeken voor de leesclub bezorgd. ‘Biecht aan mijn Vrouw’ van Pieter Waterdrinker en ‘Eigen welzijn eerst‘ van Roxane van Iperen. In dat laatste boek beschrijft de juriste hoe de middenklasse in onze maatschappij zo wankel geworden is in vergelijking met de naoorlogse jaren. Een boeiend gegeven, ik ben benieuwd naar haar conclusies. Het boek van Waterdrinker lijkt me er een die weer onvervalst in een adem uit te lezen valt, als ik de recensies mag geloven. We gaan het zien. Vanaf nu hanteer ik het credo een nieuw boek erin, een oud boek eruit. Even uitproberen of dat vol te houden is zonder aan mijn lievelingen te tornen. We zullen zien.

Overpeinzingen

Een mooie bevestiging

De biografie van Marten Toonder van Wim Hazeu beantwoordt nu al in alle toonaarden aan datgene waar een biografie aan zou mogen voldoen. Het is heerlijk om je te verliezen bij dat karakter uit een ver verleden, eigenzinnig en vernieuwend, die zo anders en tegelijkertijd toch zo herkenbaar zijn. Duidelijker voorbeelden van dat de geschiedenis zich herhaalt zijn er niet. De liefde tussen Marten en zijn vrouw Phiny is diep geworteld en van jongsaf aanwezig. Iets wat je ieder mens toe zou wensen.

Als mijn vingers over de kaften lopen van de boeken in de kast hier op zolder blijkt dat ik zowaar een tweede druk van Miezelientje en Wol de Beer van de hand van Phiny Dick heb staan. Behoorlijk bepoteld en aangedaan maar onmiskenbaar. Ergens moet ook een kaftloze oude Olivier B.Bommel staan. Bij het zoeken ernaar kom ik twee andere delen tegen. ‘Geld speelt geen rol’ en ‘Ach mallerd’. Mijn liefde voor de oude baas en zijn boeken is ontstaan door de rijke taal, die ruim de verbeelding aanspreekt en wakker kriebelt. De schrijver heeft zoveel heerlijke nieuwe begrippen en woorden toegevoegd. Ik hoop er nog altijd op dat dit op de gemiddelde leeslijst wordt gezet als dikke aanrader. Niet als verplichte kost, want alles wat ‘moet’ glijdt af naar het niveau ‘vervelend’ en stilt het enige wat je ermee wilt bereiken, namelijk ‘trek in lezen’.

Er staan meer hele oude exemplaren van andere auteurs tussen. Ernstjan en Snabbeltje bijvoorbeeld, Wipneus en Pim, en een hele oude Pinokkio. Ze zijn al die jaren van hot naar her meeverhuisd en iedere keer weer, meer gekoesterd, vergeelder, gehavender en gebutster teruggezet in de rijen.

Gisteren met de kou en de regen werd het een huiselijk dagje van lezen en schrijven met als klap op de vuurpijl een etentje bij jarige dochter, waarbij bijna het hele gezin aanwezig was. De plaatsvervanger van de man van de oudste was zijn Franse vader, die temidden van het tumult de geleide chaos bekeek, het gekrioel van de kinderen, het gelach en het gebabbel vol vreemde klanken er omheen. Hoe dikwijls heb ik omgekeerd niet in een Frans gezelschap verkeerd, waarbij de gedachten boven alles uitwaaierden omdat je het te snelle gerebbel niet kon volgen. Dagdromen met open ogen, ter plekke afreizen naar verre oorden en het gedruis laten voor wat het is. Af en toe verleidde de benjamin hem, die tussen iedereen op de vloer zijn eerste tijgeroefeningetjes aan het doen was. Hij gooide zijn goedlachse koppie met de kraalogen in de strijd en kreeg daarmee wat hij wilde. Aandacht. Lachen en liefde is in elke taal gelijk.

Dochterlief had een heerlijke en uitgebreide vegetarische Rijsttafel gemaakt, inclusief de saté van tempeh, met een heerlijke saus. Alles ging schoon op tot en met de witte rijst die in de haast werd gekookt om aan te vullen.

In de avond gaan lief en ik verder met de beschouwingen van de dag ervoor. Ik lees hem de antwoorden op de blog over ‘het je thuisvoelen’ voor. Er is herkenning en aanvulling. Eenzaamheid is het volgende onderwerp dat aandacht krijgt. Hoe je midden in een vol en druk bestaan, waar zorg factor nummer een is, je toch eenzaam kan zijn, omdat het juiste klankbord ontbreekt. We vullen de rest van de avond met onze gedachten die nauw verwant blijken te zijn. Telkens weer een mooie bevestiging.

Overpeinzingen

Een dubbel genieten

Op het dooie akkertje hadden de ochtendrituelen plaats gevonden en om klokslag elf uur stond ik beneden aan de weg. De zussen uit Houten zouden langs rijden om me op te halen, waarna de jongste aan de beurt was. We hadden onze befaamde zussendag, die we een aantal maal per jaar hielden en waarvan de laatste keer alweer een gerede tijd geleden was.

De Betuwe werd het uitgangspunt. Kleine dorpen en kringlopen, restaurantjes en misschien de gelegenheid om te winkelen, maar vooral alles doen, wat zich spontaan aan zou bieden. Op die manier, wisten we uit ervaring, kom je de grappigste en leukste achterafkringloopjes tegen. Een dorp prikken en kijken of er een was. Op die manier. Het leverde een mudvolle kringloop in Tuil op die de oude basisschool, waarin ze gehuisvest was, tot aan de nok toe vulde met vooral veel van alles.

Vlak ervoor hadden we afgetrapt met koffie in een klein maar schattig etablissement langs de Linge in Acquoy op een lieflijke plek aan de dijk. Wuivende halmen, een duikende fuut, en de blauwe lucht afgewisseld met witte wolken erboven, vielen ons ten deel. Een mooi begin van de dag. Met buit, een spijkerjasje in de goede kleur en een jurk voor mij, een badtas annex handdoek in één voor de jongste, twee zwarte stola’s voor de opera Trijn en een gestreept jasje van een gerenommeerd merk voor zuslief gingen we op weg naar de volgende haven. Zaltbommel, omdat er mooie stilistische foto’s gemaakt konden worden in de sfeer van August Sander, een opdracht van de fotocursus van zuslief. We moesten vooral serieus en bedrukt kijken. Het klaaglijk effect werd verkregen met sjaals en gepleisterde muren, een oude kas, verweerde stoelen en een vensterraam. Het leverde hilarische taferelen op bij tijd en wijle.

We sjokten na een heerlijke lunch met rondwapperende servetten richting oude stadskwekerij, waar twee van de zussen al eens eerder waren geweest. Soms kan je zo blij zijn met het ontdekken van zo’n plek. Wat een prachtig klein paradijs vlak achter het bemuurde stadskasteel. Bij binnenkomst viel onmiddellijk de bloeiende vaantjesboom, de Cornus Kousa, een Japanse kornoelje, op. De manier waarop de planten waren gerangschikt in een volstrekt natuurlijke habitat, de bonte verzameling geurende en kleurende veelbloeiers, het was een lust voor de zintuigen. Iets om nog eens naar terug te keren.

Zaltbommel had iets met Jip en Janneke. In het stadskasteel was op de zolder een tentoonstelling ingericht met werk van Fiep Westendorp, de bekende illustratrice van veel van A.M.G. Schmidtverhalen voor kinderen. Op de glazen deur prijkten de zwarte schaduwen van Jip en Janneke. In het achterhuis was nog een tentoonstelling van Gerard Menken. In de tuin stond een mispel met het beeld van een klein kind ervoor met een kroon op het hoofd en een gedicht achter haar over het spreekwoord ‘Zo rot als een mispel’. De mispel staat, kenmerkend, op het wapen van Zaltbommel.

We dwaalden verder door de oude stad, af en toe een winkel in, hier en daar een aanschaf en door. Voor een afzakkertje onderweg of een simpele maaltijd, iets met saté en friet. Het gezochte restaurant, dat Moeders heette en derhalve nostalgisch voelde, in Leerdam, bleek een onvervalste ouderwetse kroeg te zijn met lallende lieden incluis, dan maar onderuit gezakt op de bank bij zuslief en patatjes uit de plaatselijke snackbar. Wel zo fijn en heerlijk om uitgebreid bij te kleppen in een ontspannen sfeer.

Rond negenen ging het huiswaarts. Het zoete thuiskomen na een dag van heerlijk samenzijn. Lief ontving me met open armen. Dat is de meerwaarde. Daar een klankbord te vinden om te kunnen delen en herbeleven. Een dubbel genieten.

Overpeinzingen

Een heerlijke dag

Na een kalm begin van de dag werd het tijd voor de natuur. Rust en stilte, daar hadden we behoefte aan. Marienwaerdt wist ik. Altijd de garantie, als je uit de buurt van proeflokaal Marie bleef, op paden die te bewandelen waren zonder iemand tegen te komen. Het werd een heerlijke wandeling tussen de grote lanen naar de oude abdij toe, over het landgoed van de huidige bewoners en dan vervolgens in een omtrekkende beweging richting het proeflokaal.

Als eerste kwamen we een broedende vreemde eend in de bijt tegen die we niet thuis konden brengen. Ze lag in het gras tegen een maaiveld aan en verroerde zich niet. De bomen langs de laan waren uitermate geschikt om een sprookje mee te fantaseren. In elke boom was wel een holletje te ontdekken, met of zonder spinrag en wonderlijke krochten daarbinnen. Een onderkomen dat geschikt was voor eekhoorn, kauw, kobolden en kabouters. Aan de voet van de meeste bomen lagen afgekloven takken, geheel van de bast ontdaan. Hapklare brokken. Wat had hier zijn tanden opgescherpt.

De wind wuifde een verfrissende zachte bries over ons heen en joeg eventuele muizenissen uit het hoofd. Het was genieten. Ergens stond een groep jonge vrouwen een soort vrijgezellenfeest te houden, compleet met ballonnen, opgewonden kouten en een hoop gegiechel. Zodra we echter de slagbomen bij het terrein van de vroegere abdij door waren, viel de stilte bevrijdend neer. Daar tussen de eeuwenoude gebouwen, een verweerde boerenkar, het Koetshuis, de Neust, een grote en een kleine met balen hooi volgestouwde hooiberg, en iets wat op een kapelletje leek, koesterden we de rust die het uitademde. Aan het eind van het landgoed zagen we ineens, tussen het struweel, een witte molen aan de andere kant van de weilanden.

Berenklauw zorgde ervoor dat het landschap onaangetast kon groeien en bloeien, haar eigen wildgang, met fluitenkruid als bloementoef. In het weiland voor de witte abdij in de verte graasden de bruine en zwarte lakenvelders. Soms werden we opgeschrikt door fietsers die ons achterop kwamen. Levensgevaarlijk met mijn dove oren, maar lief hoorde ze gelukkig bijtijds. Aan de kant blijven bleek de optie en even later vonden we een fietsvrij klompenpad. Daar zagen we ook voor het eerst dit seizoen de spint hangen in de bomen, aangedane jonge eiken, die het niet of nauwelijks zouden overleven. Hoog boven ons cirkelden af en toe wat roofvogels, buizerd of valk, en in het wuivende groen stapte parmantig een ooievaar, die af en toe met de snavel naar beneden dook om een lekker hapje te verschalken.

Naar de brasserie toe werd het drukker en reden er ook meer auto’s en fietsen. Met vijf kilometer in de benen bleek het zoet rusten bij een wijntje en een borrelplank. Wat een heerlijke hemelvaart. Een eigen invulling van het aloude dauwtrappen dat ik vroeger zo vaak had gedaan. In de landgoedwinkel zocht ik twee cadeautjes voor de jarigen in het verschiet uit, die het meisje achter de kassa extra feestelijk inpakte met zorg en liefde.

Daarna zette ik lief af bij huis en reed met naar jarige schoondochter, die het niet vierde, maar waar ik traditiegetrouw eigenlijk elk jaar even aanwipte. Ze kwamen er net aan en het was een knus uurtjemet hen en met de kleine krullenbol en de benjamin met de kraaloogjes, als afleiding. Daarna, met een hele dikke knuffel van de kleine grote man voor oma, vond de kleine blauwe de weg naar huis. Wat een heerlijke dag.

Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Morgen is er weer een dag

Vroeger dan anders, de dakgootkauwtjes zijn meester in hun wekkerfunctie, togen we naar de tuin. Vooraf wat lekkernijen voor na de noeste arbeid gehaald en twee grote zakken tuinaarde die lief met de kruiwagen op kon halen uit de kleine Blauwe.

De tuinen ademen groei en vooruitgang. Overal is men druk bezig met het opschonen en zaaien, schoffelen en maaien. Het broedseizoen is in volle gang en het gekwinkeleer van de vogels ligt als een deken van vrede over alles heen. De merels fluiten hun hoogste lied. Midden in de sloot zit de meerkoet op haar nest. Ze houdt elke voorbijganger nauwgezet in de gaten, maar voelt zich daar volkomen veilig, want ze blijft zitten waar ze zit. Een prachtig nest, dit keer, volledig uit natuurlijk materiaal van takken en twijgen. Een betere reclame voor ons natuurtuinencomplex is er niet.

Op weg naar de tuin doen we die van dochterlief aan. Ze zijn op een heerlijke manier, stukje bij beetje, hun woeste grond aan het ontginnen. Eerst hebben ze een grote bomenkap gehouden omdat de grond vol stond met veel te grote wilgen. Nu kan de Gingko haar takken breed spreiden en vormt steeds meer een natuurlijke parasol boven het zitje. De spiraalvormige kruidentuin begint zich van lieverlee te vullen met geurige gewassen. Ze hebben een groentebed gemaakt, die schoonzoon op een hele inventieve manier heeft omzoomd met een lage afscheiding van wilgentenen, superleuk gedaan. Er is bij hen nog een tweede zithoek/zonvanger bijgekomen en omdat nu al het groen gaat bloeien en groter wordt, worden de zichtlijnen steeds duidelijker. Een heerlijk plekje zo naast het weiland. Alleen de dames zwartkopschaap tegenover je, wat een rust.

Ons toekomstige kruidenbed was nu aan de beurt. Eerst maar eens ontgrassen. Lief ging aan zijn eigen project verder, het opschonen van de doorgang achter het atelier. Zo hebben we een mooi achterom en een prettige bijkomstigheid is, dat de achterbuuf haar maaimachine makkelijk uit de schuur kan halen, nu ze niet meer struikelt over takken en brandnetels. Het is naarstig speuren geblazen tussen de gewassen die al in dit bed staan. De klimgeraniums, die ieder jaar weer een zee aan bloemen geven, de citroenmelisse, de kleine witte bloemen waar ik de naam steeds van vergeet en warempel, ik ontwaar er zelfs de wilde marjolein, die dapper heeft stand gehouden tussen de moerasandoorn en de boterbloemen. De framboos gaat alle perken te buiten en wordt rigoureus teruggedrongen tot een heggefunctie. Vort jij. De grote pollen grassen vergen veel kracht om ze te verwijderen. Van sommige soorten vind ik het zonde om ze op de composthoop te gooien en ik zoek naarstig naar een vaas om ze samen met de dagkoekoeksbloemen in wat slootwater als versiering te gebruiken. Een oude laars blijkt een prima vervanger voor dit doel. Parmantig staat ze met haar natuurpruik voor de oude potten.

Er komt een klein bont zandoogje aangefladdert die zich uitgebreid laat bewonderen als ze zich koestert in de zon. Vleugels open en vleugels dicht. Wat een mooitje.

In de sloot verderop zien we tot onze vreugde, naast de plompenbladeren en bloemen, de waterlelies in hun volle pracht. Die heerlijke feeërieke bloemen, waarbij zoveel te fantaseren valt. Ze staan nu ton sur ton met het bloeiende fluitenkruid vol schoonheid te zijn.

Het is toch allemaal net iets te zwaar geweest. Om vier uur gooi ik mijn handdoek in de ring. De koek is op. Tijd voor wat gemijmer, ontspanning en nagenieten met koek en zopie. Morgen is er weer een dag.

Overpeinzingen

De dag kon niet meer stuk

Vroeg begonnen, tijd gewonnen. Dat ging gisteren op, omdat we besloten hadden een bezoek te brengen aan de plantenmarkt op het JansKerkhof in de stad. De kleine blauwe kreeg een zonnige parkeerplek aan het begin van de Biltstraat. Die afstand zou te lopen zijn, ook met de armen vol plantjes voor de bakken op de galerij.

Utrecht op haar best. Een zonnetje, blauwe lucht, de kraampjes aan de voet van de beschuttende kerk. De vroege ochtendrust hing nog tussen de straten en het langzaam opkomende verkeer was daar een belangrijke factor in. Op de markt zelf was het al een en al bedrijvigheid. De kooplui hadden hun waar zo voordelig mogelijk uitgestald. In de bloemenkramen lagen de pioenrozen te kust en te keur uitnodigend opgestapeld. Het roze, rood, paars en wit aan vrolijke bolletjes als een zee van bloemen in een regenboog aan kleur.

We struinden de kramen langs op zoek naar de geschikte bloeiers en zagen eigenlijk te veel. De uiteindelijke keuze viel op een combinatie van langbloeiers en een ouderwetse boerengeranium er tussen. Daarna wandelden we terug door de Nobelstraat en hadden een keur aan herinneringen. Het werd een trip door Memory Lane. Naast de bloemenmarkt zelf stond een groep studenten met slaaphoofden hun eerste koffie te lurken voor Wooloomooloo, al in onze tijd, nu ruim vijftig jaar geleden, een befaamde danstent, waar menig biertje naar binnen werd gehesen. In de Nobelstraat kwamen we nog zo’n klassiek oudje tegen. Het Pandje in volle glorie en geen spat veranderd in haar uiterlijk, temidden van de flexibele etalages van haar naaste buren.

De bomen voor de Stadsschouwburg, even verderop, vertelden hun eigen verhaal terwijl de fontein ervoor sproeide dat het een lieve lust was. De badende dames eronder lieten zich al decennia lang het watergeklater welgevallen. De stoïcijnse acteur, een kant van het gezicht uitgewerkt en de andere kant glad gestreken en onaangedaan, niets verradend van wat er werkelijk in hem omging, keek al jaren naar de gouden muze op de gevel van de Stadsschouwburg. Tot onze grote vreugde was het restaurant Djakarta er nog altijd, waar we in onze studententijd slechts één keer hadden gegeten omdat het te prijzig was voor ons karige budget. ‘Daar gaan we nog eens op herhaling’, beloofden we elkaar. Alles bij elkaar juweeltjes uit ons roemruchte verleden, een ontroerende ontmoeting, die het hart vol jeugdige verliefdheid liet lopen.

Met de buit ging ik thuis onmiddellijk aan de slag terwijl lief de operatieassistent speelde met prullenbak en zware zak met aarde. Binnen korte tijd pronkten nu tot op eenderde van de galerij alle bakken zich eindelijk met bloemetjes. Zoonlief had samen met schoondochter ingeslagen in het tuincentrum. In een ontdekkingstocht tussen het wat verpieterde spul op het balkon ontdekten we een wereld aan zonnebloemenplantjes, nietig in hun aanwezigheid. Ze werden liefdevol verpot en de andere bakken kregen aarde en een leger aan bloemenzaad. Daar tussendoor hipte de familie koolmees vrijelijk en niet bang tussen de takken van de sierprunus van beneden, die ruim tot ons balkon reikten. Alles ademde een sfeer uit van verlangen en belofte. De benjamin had de smaak te pakken en had, terwijl wij naar een optreden van kleindochter en naar de voetbalwedstrijd van de oudste waren, de galerij tot ver voorbij de buren met de hoge drukspuit schoongespoten.

Er was een glorieuze performance van die allerkleinsten, een klaterende overwinning, 4-1 maar liefst, voor de club en bij thuiskomst een hagelwitte galerij met een gevuld balkon. De dag kon niet meer stuk.

Overpeinzingen

Zo komen we de zomer wel door

Het begon allemaal met die stortbui, want eindelijk was er de energie om samen het zolderraam aan te pakken om, in de geest van ‘Skyspace’ van James Turrel, de rechtstreekse verbinding met het firmament te weeg te brengen. Dat was er natuurlijk altijd al, maar door onze gezwinde aanpak viel er nu streeploos, of zo goed als, door te kijken. De dakgootkauwen waren in alle staten van paraatheid en hadden in een oogwenk al hun kameraden opgetrommeld, die vervaarlijk laag langs het wagenwijd geopende venster scheerden, waar lief zijn hoofd doorheen stak. Wat een saamhorigheid. Daar kunnen wij als mensheid nog iets van opsteken.

Later op de dag was er de harmonie van het kleine moment. Lekker tegen elkaar aangeleund lezen en af en toe wat passages om hoog lepelen, omdat die de moeite waard waren om met de ander te delen. Op dergelijke momenten is geluk tastbaar.

Veel te laat hoorden we de veranderde route van de avondvierdaagse langs onze galerij, dan zou lief Kleinzoon toe kunnen zwaaien en moest ik, als de gesmeerde bliksem nog een lekkernij te voorschijn toveren. Maar in de supermarkten deed men niet aan avondvierdaagse. Onverrichterzake reed ik toen maar door naar de bijeenkomst van de leesclub. ‘Kleed je warm aan’, zo luidde de waarschuwing, ‘Want we beginnen buiten’. Twee truien dik dan maar. Een aan en een om de schouders geslagen.

De gastheer had uitnodigend de stoelen met de dikke kussens erin klaargezet omringd met sfeervolle verlichting. Hij redderde uitgebreid om koffie en thee klaar te maken terwijl de rest binnen druppelde. Geheel tegen mijn verwachting in was het boek ‘Het woord voor Rood’ toch wisselend ontvangen, maar ondanks dat had iedereen het wel betrekkelijk snel uitgelezen. Mijn verbondenheid met mensen met een afasie stamt al uit de prille beginperiode van mijn verpleegkundige opleiding, waar de afdeling neurologie tot een van mijn voorliefdes behoorde, juist door het ongrijpbare fenomeen, die werkende hersenen. Het was de aanzet tot het warme bad van herkenning in het boek.

De meningen waren verdeeld. Onze leesclub bestaat uit drie mannen en drie vrouwen, een bewuste keuze, omdat de kijk op het leven in het algemeen nog weleens per sekse kan verschillen en ook omdat dat boeiende gespreksstof zou leveren. Zo ook in dit geval, echter niet gerelateerd aan sekse maar aan ervaring en herkenning. Diegenen die iemand met deze aandoening in de familie hadden, waren er nauwer bij betrokken dan de anderen, die vooral struikelden over de laatste sessies aan het eind van het boek met de groep afasie-patiënten en de aanpak om hun communicatie te verbeteren. De algehele strekking was: Een spannend begin, minder goed uitgewerkte karakters in het laatste deel en een te traag verloop. Daar konden we allen mee leven. Twee van ons waren onverdeeld tot het einde toe geboeid gebleven.

Langzaam trok de kou op en werden er warme plaids en dekentjes gehaald om, toen het wat donkerder werd en het borreltijd was, naar binnen te gaan en daar verder bij te kletsen met wat lekkers om het feest te staven. Er kwamen allerlei te lezen boeken langs en uiteindelijk kozen we er twee uit. Een dunnetje en een kloek boek. De eerste is van Roxanne van Ieperen en eigenlijk meer een verhandeling: ‘Eigen welzijn eerst’ over publieke voorzieningen en gelijke kansen, het verlies voor de middenklasse van haar liberale waarden en het boek ‘De biecht aan mijn vrouw’ van Pieter Waterdrinker.

Zoals altijd stommelden we via allerlei associaties de diepte in en kwamen zelfs nog even uit op het jenaplanconcept, dat in onze school teloor ging aan de nieuwe methodes, het niet langer specifiek opgeleide personeel, omdat de jenaplan-opleidingen uit de pabo’s waren verdwenen, het feit dat de school steeds meer een buurtfunctie kreeg, maar ook mede door de eisen die werden opgehoogd, waarbij niet gekeken werd naar de onderbouwing van het eigen concept.

Er werden nieuwe afspraken gemaakt en gefantaseerd over nieuw in te vullen uitjes en bestemmingen. In oktober hebben we ons eerste vijfjarige jubileum. Dat mag met verve gevierd worden. Voor we er erg in hadden was het half twaalf en als Assepoes in de donkere nacht verdwenen drie van ons huiswaarts. Voorlopig hoef ik geen leeshonger te leiden met vijf te recenseren kinderboeken op de rol, bovenstaande twee en de goede oude Marten Toonder. Zo komen we de zomer wel door.

Overpeinzingen

Vroeg genoeg

Onweer boven je hoofd door een zolderraam geeft een volstrekt andere dimensie dan onweer in het bed naast de boom bij het raam. Arme dakgootkauwtjes bedacht ik me toen er een klaaglijk geluidje te horen was aan de andere kant van de muur. Hoe beschermd kan je zijn in een open en slordig nest.

De gestage ademhaling van lief brengt rust temidden van het natuurgeweld. Heerlijk voor alles dat in de groei is, zo’n weldadige bui, maar het is te hopen dat ze niet alles plat heeft gegeseld. Gisteren genoten we zo van het nagelkruid, dat fier rechtop een weelde aan bloemen ten toon spreidde. Nu tikt de regen zachtjes, jawel, op het zolderraam en is alles weer pais en vree.

Ze heeft me wel gewekt en derhalve schrijf ik op mijn gebruikelijke uurtje. Af en toe is er nog een flitslicht met wat gerommel er achteraan, maar het hele circus zou ook zomaar op nieuw kunnen beginnen. Wat volgt is een zwak aftreksel van de felle bui van daarnet. Het is tijd voor een inspectie op het balkon. Eens zien wat deze plotselinge uitbarsting allemaal heeft overleefd.

In afwachting van wat komen gaat zoek ik op internet een vijftal jeugdboeken uit voor het nieuwe nummer van Mensenkinderen. Zodra je je verdiept in die wereld wordt je met intrigerende en boeiende titels om de oren geslagen. De recensies erover hebben al minstens zulke stimulerende opschriften. De andere wereld van een leeftijdsgroep die hoger ligt dan de basischoolleeftijd zou weleens heel leerzaam kunnen zijn om inzicht te krijgen in wat de lieve jeugd van nu zo bezig houdt. Mijn kinderen hebben die leeftijd al weer ruim overschreden. Het is fijn om met een nieuw project aan de slag te gaan. Wie weet wat het allemaal oplevert aan nieuwe gedachten.

Vanavond is de boekenclub met de ideeën van de anderen over Het woord voor rood van de auteur Jon McGregor en ik kan niet wachten. Zo fijn om over gedeelde emoties, die dit boek zeker oproept, te mijmeren met elkaar.

Een appje van vriendinlief over haar zieke moeder. Die in alle rust twee dagen geleden is gaan hemelen. Haar was een lang afscheid gegeven, waarbij ze heel veel mensen bewust nog gedag heeft kunnen zeggen met een persoonlijke noot daarbij. Zo waardevol en zo rijk. Toen mijn moeder overleed, werden we overvallen door een grote leegte, die niet snel te vullen viel ondanks haar nagelaten dagboeken van de laatste vijf jaar. Er bleven zoveel vragen open. Niemand had er op gerekend. Alle clichés van ‘langer lijden’ tot ‘voor de persoon zelf is een plotselinge dood beter’ zijn in beide gevallen toe te passen, maar de rafelranden van het wegrukken zijn maar moeizaam weg te poetsen. Dood trekt zijn eigen wissel.

Zoonlief heeft de parasol vannacht bij de eerste spetters naar binnen gesleept. Het waaide hard en misschien was het wel de kat op het spek binden om haar, ingepakt en wel, in haar nieuwe voet buiten te laten staan. ‘Het zekere voor het onzekere’, dacht de benjamin en trotseerde het nachtelijke tij.

Blogvriendin schreef over haar nieuwe project. Het optekenen van verhalen van mensen die dat wensen. Geen levensmoede verhalen, maar herinneringen voor het nageslacht. Ze volgt er een korte cursus voor en heel even begint het binnenin te kriebelen. Dat was wat me als vrijwilliger in het ziekenhuis op de afdeling Oncologie immers zo had geboeid. De verhalen van de mensen, die ook bij mij persoonlijk dikwijls zoveel losmaakten. Vooral haar beschrijving van de eerste schreden op dat gebied en de blogvrijheid die ze moest opgeven voor een meer journalistieke stijl intrigeren. Wat een nieuwe rijkdom zal dat geven en opnieuw veel impuls tot schrijven.

Het wordt tijd dat ik eens in die richting ga denken, maar voorlopig nog niet, nu niet, nu ik net aan alle kanten de gezamenlijke vrijheid met lief aan het omarmen ben. Zodra er weer een nieuwe impuls nodig is, is het vroeg genoeg.

Overpeinzingen

Een kniesoor die daar op let

Tweede dag op rij om acht uur op pad. Bij aankomst in Zeist, waar de tweede reeks voorstellingen van De Liedjesatlas door Trapperdetrap zouden plaats vinden, waren alle deuren nog potdicht. Er stond een raam open op zolder. Ik riep een keer de naam van de lichtman, maar lauw loene. Geen sjoege daarboven en de deuren bleven dicht. Dus wachtte ik in de auto braaf op enig teken van leven. Daar kwamen beide performers aan in een nog kleiner autootje dan de kleine blauwe. De lange Peer moest zich eerst uitvouwen tot normale lengte. Het was een koddig gezicht.

Eerst moest ik mijn banner uit de bagageruimte pakken en toen ik daarna achter hen aan ging, bleken ze verdwenen als sneeuw voor de zon en bleven nog steeds alle deuren hermetisch dicht. Een mevrouw van het voorhuis, waar het kunstencentrum was gevestigd, kwam aan en gaf uitkomst. Ruim op tijd voor de nieuwe lichting kinderen, een school met 4×28 stuks en wegbrengouders, dat betekende volle bak.

Dit was de vijfde dag op rij dat ik zag hoe de beide mannen, Peer en Stefan, de kinderen mee kregen zonder ze gek te tikken. De liedjes met een vertaling van Koos Meinderts zijn grappig’ maar het is vooral de mimiek van Peer en de droge humoristische opmerkingen van de gitarist Stefan er tussendoor, die de kinderen zonder moeite meezogen in een reis om de wereld met aanstekelijke folkloristische melodieën vol humor en met een knipoog naar het land in het Nederlands vertolkt.

Ach, hoe genieten ze van zo’n druppel op een gloeiende plaat. Als ik zie hoe ze groeien bij alles wat hen geboden wordt, ontroert het me. Vijf en zes jaar oud zullen ze nog niet veel stappen in het theater hebben gezet. Opmerkelijk was het verschil in populatie. De eerste school bracht hoofdzakelijk hele blonde kinderen mee, de tweede groep was een grote afspiegeling van de gemiddelde grootstedelijke bevolking, de derde groep was een milde mix.

Met een strakke planning was mijn aanwezigheid zeer gewenst, want daardoor kon ik de komende groep waarschuwen om even te wachten en de doorgang vrij te houden. Drie keer vlak achter elkaar alles geven is intens, vooral als bij het eerste optreden Peer helemaal het onderste uit de kan had gehaald. Morgen iets beter de energie verdelen, bleek de boodschap.

Ziezo, bij thuiskomst was Lief er en konden we de parasol in de mooie gietijzeren voet passen, wat wonderwel goed lukte. Hij zat tot onze grote vreugde, als gegoten. Een leuke bijkomstigheid is dat hij ton sur ton kleurt met het leuke zitje. Het wordt nog eens een echt balkon.

Vandaag is mijn lieve oudste jarig en we zouden eigenlijk moeten vieren dat ik tweeënveertig jaar geleden moeder werd. De avondvierdaagse gooit roet in het eten. Zaterdag komt ze gelukkig hier eten, dan kan ik iets extra’s uit die hoge keukenhoed van me toveren. Dat gaat vast lukken. Tweeënveertig jaar geleden stond ik immers ook achter het fornuis de weeën op te vangen, terwijl ik voor onze woongroep aan het koken was. Op de dag had ik op blote voeten in de tuin gewerkt. Ik kwam niet op z’n charmantst bij de oude strenge arts aan die de bevalling zou begeleiden en die, door een verstoorde avondrust, zijn gram rondstrooide door de verpleging, mij en manlief bits toe te spreken. Hij vond dat hij wel naar huis kon, ik was een primi-para dus zou het vast nog uren duren. Dochterlief daar binnen in dacht er anders over en met een weeënstorm rolde ze in een stuit naar buiten. Nou ja, dat laatste was iets bezijden de waarheid. De arts moest hals over kop van huis komen, de arme overdonderde spieren hadden de hele nacht tijd nodig om weer in de normale rek en strekstand te komen, maar de wolk van acht pond lag kraaiend in mijn armen, dus een kniesoor die daar op let.

Overpeinzingen

Beloofd is beloofd

Het witte wolkendek laat gezichten zien vandaag. Gierzwaluwen scheren er dwars doorheen en veranderen de emotie in het gelaat watten wolken worden omgevormd tot schaap. Een rivier van kolkend wit blijft hangen boven mijn hoofd.

Al vroeg naar de tuin, boodschappen mee, het stokbrood was al op of nog niet gebakken, dan maar bolletjes, kaas en sla. de meegenomen Ipad niet open gehad om te schrijven. Broer en schoonzus van lief bellen en de tuin laten zien met ingehouden trots, we zijn al zo’n eind opgeschoten, maar verder bleef het die dag bij gemoedelijk kouten onder de appelboom van Vasalis met dochterlief en schoonzoon, terwijl de twee jongsten gingen helpen bij het schoonkrabben van de tegels achter het atelier.

Dochter was eerst bezig geweest in eigen tuin en kwam ook nog even aangewipt. Advies en prietpraat wisselden elkaar af. Er kwamen drukke dagen aan, dus bewaren we de kalmte. Vandaag, morgen en overmorgen is er de voorstelling ‘De Liedjesatlas’ en ik herken de jongens op de cover van de website. Dat wordt een soort thuiswedstrijd met kleuters. Deze vrijwilligersbaan ga ik langzaam afbouwen. Het is mooi geweest en lief en ik vinden zoveel nieuwe bezigheden op ons pad dat het er omheen wat kalmer aan mag. Na Corona met haar lege agenda’s stroomt het voller dan vol deze dagen. Alsof we iets in moeten halen. Het maakt dat je bijna gaat terugverlangen naar de rust van toen. Nee, niet naar het virus. Door het lezen van Erasmus en Willem de Zwijger ontdekten we wel, dat infecties en virussen al schering en inslag waren sedert de vroege middeleeuwen. Ten tijde van de winterdagen maar ook in de bloedhete zomers. De periode zonder pandemieën is min of meer de grote uitzondering.

Aan het eind van de dag, als de rust is weergekeerd, trekken we met de kleine blauwe naar het stadje achter de onze. Daar staat de mooie gietijzeren voet ons op te wachten die ons met liefde aangeboden is. Op het belletje is er geen actie, maar in de achtertuin is er leven. Heerlijke rust straalt het daar uit. De mooie tuin, een explosie van kleur en schoonheid, is het werk van de man des huizes. Daar ligt alle liefde voor het leven in. Hij haalt eens wat weg of zet er iets bij, maar laat zoveel mogelijk alles in eigen tijd en eigen uur bloeien. Het resultaat is een natuurlijke aanleg en dankbare bloei. Bij de koffie en de thee praten we onze schooljaren bij, maar ook de eindjaren zestig, die we alle vier sleten in het Utrechtse en waar onze voetstappen elkaar misschien wel gekruist zullen hebben, zonder dat we dat wisten.

Met die volle agenda is de Urban sketching van die dag finaal door mijn hoofd geschoten. Een gemiste kans. De lokatie was nota bene de Sterrenhof, een klein hofje achter de inktpot, waar wij als kind onze bedeltocht voor de Salesianen al in de jaren vijftig kwamen afdragen aan mevrouw Bauhaus, die op het linker laatste huis van het horizontale rijtje woonde. Een piepklein huis bewoond door een piepklein vrouwtje. In de kamer stond slechts een ouderwetse eettafel met pluchen kleed en tikte de klok de uren van de tijd weg in het staccato ritme van alledag.

Mea culpa aan mijn mede sketchers. Ik zal het een dezer dagen stilletjes inhalen. Beloofd is beloofd.

Overpeinzingen

De zon in de sloot

Met de haren in de henna loste ik twee puzzeltjes op uit de krant, na hem uitgespeld te hebben. Het gebeurt niet vaak meer. Ik wordt verdrietig van het nieuws, maar bloei op bij de kritische taalnoot achterin en van sommige columns geniet ik. Die van Sylvia Witteman bijvoorbeeld. Ze schrijft over een stelletje. Het meisje ziet haar moeder zitten en weet dat ze op een date is, omdat ze haar kekke rode jasje aanheeft en opgedirkt is. De jongen wil kennis met haar maken, maar het meisje heeft er totaal geen behoefte aan. ‘Je moeder met zo’n vreemde vent, dat is goor’ snuift ze. Ik moet denken aan mijn dochters op het weekend. Ergens kwam zoiets ook ter sprake. Zoonlief moest er hartelijk om lachen. Liefde laat zich ook zo vertalen. Preuts als ik ben opgevoed, laat ik het rusten.

Vroeger gingen alle deuren angstvallig op slot. Toen ik mijn moeder hielp bij het wassen en aankleden van mijn destijds zieke vader, had ik hem nooit eerder naakt gezien. Wel in zijn zwembroek en zijn blote bast, maar nooit anders. Natuurlijk zijn we in de verpleging alles gewend. Toch blijft het dan even slikken. De enige keer dat ik op het werk iemand weigerde van knopjes tot knieën te scheren, wat nodig was voor een grote buikoperatie destijds, was toen het mijn oude pastoor betrof. Dat kon ik echt niet ook al was het geloof in dat katholieke bolwerk mijlen ver weggezakt. Het respect voor de man en zijn ambt zaten er kennelijk ingebeiteld.

Er waren zeven broers in huis en zelfs die had ik nooit in Adamskostuum mogen aanschouwen. Ergens zat er, op alles wat met lichamelijkheid te maken had, een groot taboe. Toen mijn kinderen groot werden, heb ik de VPRO in stilte geprezen, die elke zondagmorgen wel ergens een onderwerp aansneed en daarmee mijn eigen preutsheid verbloemde. Want hoe revolutionair ook, die kant van het bestaan is altijd opmerkelijk oubollig gebleven.

Gisteren was het opnieuw tuindag om het achterstallig onderhoud aan te pakken. Eerst moesten we een broek uitzoeken voor lief, waarin makkelijk te bukken viel. Een cargo leek het handigst. Lange pijpen om de benen niet aan de zon bloot te stellen. Een tikkie lastig, maar wat niet kon, kon nou eenmaal niet. Ik wist mijn kniebroek op de tuin. ‘Aangekleed gaat uit’ bij elke gelegenheid.

Het spreekwoord deed me denken aan iets wat men mij van de zomer vroeg. Hoe of het bestond dat ik naar de tuin ging en er uitzag of ik een kerkbezoek op het oog had. Ik moest er smakelijk om lachen. Lang geleden had ik al met me zelf afgesproken dat alle kleding, ook het mooie maar makkelijke spul, te allen tijde gedragen diende te worden omdat je er niets aan hebt het in de kast te laten hangen. Bovendien, de wijsheid van mijn moeder indachtig, ‘de was is er goed voor’.

We hadden er de vaart in. Lief krabde het terras grondig schoon en ik was voornamelijk aan het ontgrassen. Dat moest zorgvuldig gebeuren omdat tussen de ellenlange strengen brandnetel, de hondsdraf en het gras, de anemonen, de akelei, de irissen, de dotterbloem, de lissen, de kleine blauwe maagdenpalm en het lievevrouwebedstro welig tierden.

De zon scheen uitbundig en lief waarschuwde me een aantal keren niet te lang in de zon te zitten, dus schoof ik af en toe braaf naar een schaduwplek. Aan het eind van de dag was er het genot van een pinot, een schoon middenbed en een brandschoon terras. Moe maar voldaan trokken we huiswaarts na een vredig genieten. Als slagroom op de taart ving ik, als bevestigende afsluiting, nog net de zon in de sloot.

Overpeinzingen

Zien en beleven

We wandelen ons eigen zoutpad. Eigenlijk ieder mens. Allemaal zoeken we onze meest harmonische weg die bij de omgeving en de partner past, waarbij je je senang voelt. Daar moest ik aan denken nu Lief het boek Het Zoutpad aan het lezen is. De moeizame weg, die hij de laatste twee jaar bewandelt heeft, was een waar zoutpad met ontberingen door de eenzaamheid die het geestelijk wandelen bemoeilijkten. In enkele maanden heeft hij de balans teruggevonden en dat is bewonderenswaardig. In het begin was het zoeken, maar door het de ruimte en de tijd te geven en niets te overhaasten vielen de verschillende puzzelstukken met ons oude samenleven op hun plek, ondanks de verschillen die in de loop der tijd zijn opgedaan, beleefd, eigen gemaakt en verwerkt tot een persoonlijke eigenschap.

Die verschillen zijn eigenlijk niet eens zo groot. Onze paden kennen enkele opvallende overeenkomsten, die vooral op het smartelijke vlak bij elkaar komen en waar veel over te delen valt. Het schept een band voor het leven, hoe lang dat ook mag zijn. In ieder geval hebben we het een en ander uit kunnen kristalliseren tot een genieten op volle sterkte. Het vervult de harten en we prijzen de omstandigheden die ons tot hier gebracht hebben.

Het enige nadeel is dat ik nu tijd tekort kom. Geen wereldramp maar wel iets om goed bij stil te staan. Dat komt omdat het nog niet helemaal in evenwicht is, omdat we nog steeds een verkennend pad bewandelen. Straks, als alles op de juiste plek is gevallen zullen nieuwe en oude wegen zich weer samenvoegen. Tot zover is het nog een beetje behelpen en soms spitsroeden lopen. Vertrouwen was het eerste woord dat ons bond. Het staat bovenaan de lijst voor wederzijds begrip. Evenals de ruimte geven. We mogen beiden op onze eigen manier blijven zoeken. Voor een zorgkip, als ik ben, nogal een opgave. Onder dat kopje horen ook de veranderingen die je ingevoerd zou willen zien, maar die enkel vanuit mijn perspectief zouden gelden. Samen leven is samen geven en nemen.

Gisteren hebben we de vrijmarkt gehaald, maar het was er druk, we hadden niets nodig, maar het was goed even in de drukte te wandelen met af en toe een marktvrije straat er tussendoor. Schoonzoon was met de kinderen al in de vroege ochtend op pad geweest. Dan toch maar liever bij zoonlief langs om te zien hoe hij met wilskracht en overwinning zijn tuin en huis naar zijn wensen dwingt en daar vooral zelf mee aan de slag is. Een workout van formaat, waar geen apparaat in de sportschool tegenop kan. Eigenhandig graaft hij met engelengeduld de grote oude wortels uit van de enorme coniferen aan de zijkant. De omgezaagde toppen al reeds afgevoerd.

Voor het huis liggen de Waalse keitjes te wachten op hun afnemers en nieuwe stenen staan klaar om gemetseld te worden op de plek waar nu nog de garagedeur huist. Dat zou door een metselaar in de avond gebeuren. Er volgt een goed gesprek over onze gelukzaligheid en over een eventuele aanschaf van een wat grotere auto dan de kleine blauwe prins. Als ik er aan denk, slaat de weemoed toe. Hij is zo dapper geweest al die jaren en heeft me nooit in de steek gelaten, maar nu zijn er wat onkostenposten die te hoog zijn voor de waarde. Ook dat heet loslaten op hoog niveau en is een voorbeeld van vernieuwing.

Ik wen er nog wel eens aan. We gaan eerst een makkelijke chino aanschaffen voor lief, een waarin het goed bukken en knielen is en daarna gaan we het middenbed in de tuin aanpakken, waar niets nieuws in moet, maar wel de grassen eruit gaan en de oude vijver wordt aangepast tot niveau ‘leefbare kikkervijver’. Nu komen ze er nooit meer uit als ze erin vallen. Dat betekent of zagen tot het juiste formaat of een nieuwe aanschaffen. We gaan het zien en beleven.

Overpeinzingen

Zoals het werkt

Een artikel van Marja Prins in de Groene. Het ging over de leegheid van een park na de filmische beelden van een verliefd stel in het park. Toen ze er uit verdwenen waren, zag je nog haast de afdrukken in het gras. Voor Lief, wetenschapper en realist bij uitstek, was dat iets wonderlijks. Een park was nu eenmaal een park. Voor mij, de romanticus en beelddenker, was dat beeld zo goed in te leven. Hoe desolaat het kan lijken als de romantiek er uit verdwenen is, zelfs als er andere mensen in het park zouden lopen, dan nog.

Het nieuwe boekenweekgeschenk van Ilja Pfeijffer is er en omdat ik een boek kocht voor jarige schoondochter mocht ik er een meenemen. Met een deadline aan kinderboeken begon lief er alvast in. Bijzonder want het was de eerste keer dat een roman, in dit geval een novelle, hem uitnodigde tot lezen na de moeilijke periode van twee jaar, die hij hiervoor gehad had. Ilja beschrijft het verhaal vanuit de vrouw, gaf Lief weer. ‘Kun je dat merken’, vroeg ik hem. ‘In sommige dingen denkt hij toch nog te mannelijk’, vond hij. Een boeiend onderwerp en ik vroeg me onmiddellijk af of de vergelijking, die we vanmorgen tegen het licht hielden over de leegte in het park, misschien ook een kwestie kon zijn van verschillend denken. Is dat bij vrouwen of mannen wezenlijk anders. Ik denk dat het des mensen is en hoe ieder vogeltje gebekt door het leven gaat. Er is meer of minder melancholie of rationeel denken en dat geldt dat voor de mens in het algemeen los van de sexe. Het verhaal van vrouwen komen van Venus, mannen komen van Mars bleef instinctief verre van mijn interesseveld.

Mensen zijn mensen en gaan allen naar eigen aard door het leven. Sommige zijn meer beïnvloedbaar dan anderen, een roze wereld voor meisjes helpt daar naarstig aan mee. De kentering daarin, de bewustwording ervan, neemt gelukkig toe. Mijn zoon had, in navolging van zijn twee zussen, een periode van staartjes en een rokje op driejarige leeftijd. Geen probleem, het kon allemaal. In mijn groep was het de gewoonte om veelvuldig in de verkleedkist te duiken. Ze werden feeën of prinsessen, oude grootmoeders of kabouters. Er was geen restrictie op. Alles mocht en alles kon. Een enkele keer kreeg ik dan een bezorgde ouder die zich afvroeg of dat goed zou blijven gaan, omdat zoonlief thuis ook altijd als elfje rond wilde huppelen. Geruststellen was soms niet voldoende. ‘Wat in het beestje zit komt er ook uit’, was de wijze raad, die het verleden daarbij in petto had. Dat sluit aan bij het gebekte vogeltje. Ieder zingt een eigen lied.

De reis komt dichterbij. Nog twee voorstellingen, vandaag en morgen en dan kunnen we op pad. Intussen heb ik lief inmiddels gerustgesteld. Het is een ritje met de auto, meer niet. Van A naar B en de volgende dag van B naar C, zoals het een bejaard echtpaar betaamt. Het er naar toe werken brengt berusting, maar langzamerhand ook vertrouwen teweeg voor mij als chauffeur.

Het laatste kinderboek wordt vandaag verslagen en dan is het rond. Er gaan twee boeken mee de koffer in. Die van de Zwijger en het nieuwe boek voor de leesclub: Het woord voor rood van Jon Mcgregor. De samenvatting belooft wat. Het begint als ‘een spannende zuidpool-thriller, maar de kalmere nasleep is minstens even boeiend’. Dat zal ik bezien in de dagen dat we in het verre Verweggistan mogen toeven. Daarna deel ik het met liefde met jullie. Een volkomen eigen beleving, naar de aard van het beestje. Zoals het werkt.