Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Wie weet

Vroeg uit de veren, met het nieuwe Atelier-magazine voorhanden en de woordkraker uit de krant van gister om het slaperige hoofd over te breken.

Door het open zolderraam klinken djembe’s. Het ritme is staccato en massief. Nog geen wilde Afrikaanse roffels maar de studentenslag. Toon en bas wisselen zich af, er volgt nog geen slap en geen echauffement, de inleiding, door de workshopleider zelf. Een zomers begin op deze zonovergoten dag.

Direct na het opstaan kregen de planten en de jonge aanwas een slok water en ging ik weer naar de residentie boven met een kop koffie. Naast lief lezen en werken is heel plezierig, ondersteund door de kalme rust, die hij soezend uitstraalt. Voor vandaag staan de kledingkasten op het lijstje. Leeghalen, wegdoen wat kan, opnieuw en logisch indelen. Het belooft een warme dag te worden en Lief gaat singelen om daarna samen met zijn nicht een kop koffie te drinken. Het rijk alleen is fijn omdat daarna een samenzijn weer extra prettig is.

Gisteren op de tuin stond dochterlief net op het punt om naar onze tuin te gaan. In de schaduw was het goed te doen met een licht briesje. Ik had wat jonge plantjes meegenomen om om het vijvertje heen te zetten, liefde doet groeien dus begoot ik ze liefdevol met handjes vijverwater. De starre rubber kikker met zijn pootjes op de rand keek verlangend naar het water. Ik hoopte op de terugkeer van zijn gele makker, die we nog uit de diepe kamikaze bak gevist hadden. Hoe leuk zou dat zijn.

Er was nog een avontuur met de grasmaaier. Voor het eerst in zijn lang-zal-zijn-levens-dagen gaf hij geen kik. Dat vergde een nauwlettend onderzoek. We ontdekten het dunne garen van een net boven het mes rondom de as dat zich erin had gedraaid, waardoor het mes verstrikt was geraakt. Dat zou de oorzaak kunnen zijn, dus in de weer met schaar en een zak vol geduld van de bovenste plank.

Nadat alles verwijderd was, waren we hoopvol gestemd maar de lieve schat gaf nog geen sjoege. Lou loene dus. Lief veegde hier en daar wat verdwaalde grassen weg en ook die, die in de buurt van de contactpuntjes lagen. Nog eens proberen of dat de oplossing was. Ik keek ondertussen hoe betaalbaar een nieuwe zou zijn en alsof hij het gehoord had sloeg de snoodaard aan en klonk het zachte zoemen als muziek in de oren. We prezen hem de hemel in.

Er bleek ook een ongenode gast te zijn, die het recht van overpad doodgemoedereerd opeiste, en dochterlief en ik zagen hem of haar tegelijkertijd lopen. Een bruine rat wandelde recht toe recht aan langs de composthoop over het gras naar de tuin van de buurman. We waren tamme ratten gewend, maar deze bruine in het wild deed toch minder lieflijk aan dan de poezelige witte velletjes van Zjoerd of Frizzle.

Er een notitie van maken en doorgeven aan het bestuur leek ons de beste optie. Ach ja. We leven hier nog in de natuur en daar zijn wel meer meelopers en mee-eters. Haas is er ook een van. Die springt met regelmaat vlak voor je voeten uit het hoge gras of uit een bedje boerenkool bij de buren. Ik hoopte dat uil terug zou komen om dit soort overtollige lekkernijen te verschalken. Het bos bij buurman Plantijn was wel aanzienlijk uitgedund, maar het behoorde nog tot de mogelijkheden.

Het aanschouwen leverde wel een vermakelijk verhaal op van het rattennest onder de schutting tussen de tuin van buurman van Luyn en die van mijn ouders. Mijn vader groef het nest uit met twee of drie van zijn zonen, gewapend met spades als ridders van stavast. Zodra er een hijgend diertje met kloppend hart omhoog kwam wachtte hem een wisse dood met een welgemikte tik van het harde ijzeren blad. Geen sinecure voor een kind van rond de zes jaar, die het achter het raam mocht aanschouwen. Er waren nog geen koelkasten en het eten lag derhalve met een beetje secure knaagpartij voor het oprapen op de kelderplanken.

De djembeklanken zwellen aan. De tweede groep krijgt les. Als ik mijn ogen dicht doe, waan ik me op een van de Afrikaanse feesten, die ooit tot het vermaak behoorden en voel hoeveel plezier het opleverde omdat je helemaal los mocht gaan. Misschien een overweging waard. Wie weet.

Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Het hoogste lied

Vanmorgen voor dag en dauw een goede daad gedaan. De twee pierige selderijplantjes op water hadden allang wortels gekweekt dus een potje gezocht, aarde erin geschept en ze voorzichtig geplant. Nu maar afwachten of het aanslaat.

Bij het naar beneden gaan, deed ik een nieuwe ontdekking. Nergens, maar dan ook nergens, ontdekte ik een greintje spierpijn. Vorige week kon ik bijna drie dagen niet lopen na de oefening van de peut, maar vandaag, na dezelfde oefening, geen centje pijn. ‘Dat is nou vooruitgang’, filosofeerde lief. Nou, dat, maar het is vooral ook bijzonder aangenaam, dacht ik. Het was weer leuk met de fysio, gisteren, die nog steeds iedere week nieuwe dingen verzint en er een olijk of verdiepend praatje aan vast knoopt.

Hij verhaalt van zijn voornemen met zoonlief op vakantie te gaan en Europa door te trekken. Ik dacht onmiddellijk aan dochterlief en lieve schoonzoon met de kinderen, die hetzelfde voornemen hebben, uitgesmeerd over een aantal maanden. Hij lachte breeduit. Dit was voor de duur van twee weken. ‘Sight seeing Europe’ in vogelvlucht. Wat een fijn vooruitzicht om als vader twee weken op stap te gaan met je zoon. Iets wat je elk kind zou gunnen.

Hij had me aardig laten werken want na de wandeling langs de sloot in de hitte naar de tuin, met de twee, vlak daarvoor gekochte, nieuwe vijverplantjes, vroeg het vege lijf toch echt om een rustmoment. Lief stortte zich meteen op de omgeving van het vijvertje en legde de laatste fundamenten met zand en aarde.

De springbalsemienen waren de grond letterlijk uitgeschoten en lieten zich gewillig wegplukken. Ik had het voornemen om ze in de tuin achter de bosandoorn te zetten. Op een kluitje als een bosje. Daar zouden ze tot groot vermaak zonder al te veel zaailingen tussen mijn bloemen open mogen springen bij bloei en de kleinkinderen vermaken met griezelig gekriewel in hun kleine handjes. Dat wonder iedere keer weer. Zo’n zaaddoosje, dat openspringt en aan alle kanten omkrult.

De oude kwam zowaar gewag maken van het feit dat ze er stonden en had een verhaal over iemand die een hekel aan deze redelijk invasieve planten bleek te hebben, juist omdat ze maar bleven uitzaaien. Daar wilde ik vooral als verdediging hun noodzakelijke aanwezigheid voor de hommels en de bijen tegenover zetten. Ze stonden ook nog eens tussen de bosandoorn, de moerasandoorn, de nachtschade, de brandnetels, de hondsdraf, de bosaardbei, de dagkoekoeksbloemen en ander wandelend spul. Dat was de sport van tuinieren. Alles wat de neiging had zich breed uit te meten, op tijd in te tomen. Het bleek vooral dat men in de vrije natuur op problemen stuitte. Een klein hoekje in de tuin, waar je ze bij elkaar zou hebben staan, was juist heel fijn voor al het vliegende grut, waar we toch ook extra voor moeten zorgen. Zo zijn afwegingen te maken, iedere keer weer. Alle ‘voors’ kennen ‘tegens’ en daar de balans in zien te vinden is een groot goed. Afschrijven kan altijd nog.

We nippen aan het laatste restje van de wijn uit de geïmproviseerde koelkast, een grote bloempot in de schaduw met een zinken deksel erop. De drukkende hitte heeft plaats gemaakt voor een aangenamer en frisser toeven in de zonnige omlijsting. Morgen de puntjes op de ‘i’ zetten, nemen we ons voor. Er dient weer gemaaid te worden, de vruchten willen we controleren op rijpheid, braam, framboos en de samensmelting van die twee, de braambroos, en de kers. De vogels, wat zijn het er veel dit jaar, vinden ze al heerlijk en eten hun buikjes vol. Van mij mag het. Ik ben erg blij met hen in de tuin. Ieder moment is er wel beweging waar te nemen tussen het struweel. Dat is eveneens een verrijking, dat kleine leven en het genot ervan, als dat door de merel bezongen wordt in het hoogste lied.

Overpeinzingen

Een beetje clementie

Omdat het zoveel met me gedaan heeft, is Lief eveneens direct in het boek begonnen en heeft het alleen uit handen gelegd toen we, door de gestaag vallende regen, naar de kringloop gingen. We bespreken het pas achteraf. Dan weet ik of mijn ontlading op eenzelfde manier gedeeld wordt. Het derde boek ligt naast me en er is een lichte schroom om er aan te beginnen, al zou dat erg wijs zijn in verband met de inleverdatum van de recensies.

Tuin of balkonplanten moesten een dag wachten. De eerste voor een inspectie of de vijver het heeft gehouden met al dat hemelnat en de tweede om de groter groeiende zaden te verpotten, willen de bloemen nog dit jaar uitkomen. Het maakt niet uit. Een kringloop is een prettige binnenactiviteit, vooral als je echt niets nodig hebt en alleen maar ronddwaalt om te zien of er iets van je gading tussen zit.

De garderobe had kennelijk behoefte aan vernieuwing, want de afdeling kleding was het eerste waartussen ik begon te snuffelen. De afspraak was ‘Iets ouds eruit, iets nieuws erin’, om uitpuilende kasten te voorkomen waarin je hele kledingstukken licht zou kunnen vergeten. Voor Verweggistan wil ik ze nog uitgemest hebben en als het me lukt de rest van de boekenkasten opschonen. Maar dat is een ander verhaal.

Lief glipte de andere kant op. Met de handen op de rug kuierde hij door het immense gebouw en verbaasde zich ongetwijfeld over het luxe leven van ons hier, waar de hoorn des overvloeds rijkelijk uitpuilt aan de kwaliteit van de afgedankte spullen te zien.

Eigenlijk hadden we liever even naar een museum gewild, maar alleen Voorlinden en de Hortus waren op maandag open. De eerste was te ver weg en de tweede ongetwijfeld te nat. Met de zon door de bloembladen en de hoge bamboebossen, de filtering van licht en donker, geeft deze hortus zo’n heerlijke meditatieve sfeer. Waterdruppels aan of in het blad zijn ook prachtig, maar een hele verregende laan is teveel van het goede.

We laten ons leiden door de ingevingen. De kringloop dus. Zowaar, er is veel leuke en redelijk nieuwe kleding waarbij de prijs eens niet verhoogd is. Een lieve witte bloes met gouden veertjes, een ikat broek in groenschakeringen, een prachtige aubergine klokrok en een okergeel lief sweatertje. Ondertussen denk ik koortsachtig de thuisgebleven combinaties erbij en weet dat het prachtig zal staan. Dat veelkleurige topje met aubergine erin bijvoorbeeld, mijn lange groene overhemdjurk los over de broek, ook de sjalen passen in het geheel. Inpakken maar. Het is lang geleden dat ik wat heb aangeschaft en dit geeft een goed gevoel. Er zat nog wel een addertje onder het gras. Bij thuiskomst bekeek ik de bon goed en ontdekte dat er bovenop de prijs BTW apart werd berekend, bijna vijf euro meer. Dat was nieuw voor mij. Het heeft ook nergens te lezen gestaan. Het voelt als verkapte winst voor deze commerciële kringloopketen. Bereken het door in de prijs, dan weten wij waar we aan toe zijn.

Er zit één misser bij. Althans, de bloes is leuk, lekker wijd en oversized, met wat goud op snee in het subtiele opschrift. Thuis inspecteer ik de tekst. Er staat: Shopping is my passion. We moeten er hartelijk om grinniken. Als er iets niet tot mijn passie behoort is het ‘shoppen’ wel. ‘s Nachts bedenk ik dat het in Verweggistan niets uitmaakt wat erop staat. Niemand zal het lezen en anders is het altijd nog een perfecte schilderskiel. Dus bewaren dan maar, ze heeft recht op een tweede ronde.

De zon tovert een bijna strak blauw boven onze hoofden. De tuin komt aan bod na de fysio. Hem moet ik vertellen dat de spierpijn daverend was na de ingewikkelde beenspieroefeningen van vorige week. Hij zal glunderen en zeggen dat het goed is. Zo moet het ook. Al die oude botten en spieren beetje bij beetje opkrikken tot ze weer soepeltjes uit de tweejarige ruststand komen. Hopelijk overgoten met een beetje clementie.

Feest der herkenning·Overpeinzingen

Het mag er zijn. Allemaal

Na een rustig opstarten van de dag en het maken van een ludieke kaart voor het feestvarken namens de boekenclub(dat kon natuurlijk alleen een leporello zijn)gingen we op zoek in het centrum naar het uitgeholde boek dat we vorige maand ergens gezien hadden. Mijl op zeven bleek later, nergens meer te vinden, zelfs niet in de goedkope hebbewinkels.

Dan maar een mooi envelopje in een tas. Goud op snee, dat verdiende onze man die de zes decennia aantikte. Nou, al een half jaar geleden hoor. Maar dankzij corona hielden we er gisterenavond een fantastisch feest aan over.

Het was een tocht door mijn verleden, direct bij binnenkomst al. Lief kreeg de vuurdoop. Binnen een mum van tijd werd hij meegesleurd de diepte in, maar op de mij zo welbekende amicale en liefdevolle wijze. Dertig jaar aan verhalen trokken voorbij in een notendop en alle liefde uit die tijd kreeg hij er gratis bij. Dankbaar en liefdevol voelde ik me temidden van al die vertrouwde gezichten. Het was een beetje alsof ikzelf wat te vieren had en ik weet zeker dat dat voor bijna iedereen gold.

De entourage was er naar. Het mooie huis, de prachtige tuin, het grote atelier met de doeken van de drie dochters en wat kleiner werk, de prachtige vers-van-de-pers-keramische beelden van eigenhand van vriendinlief, de vlaggetjes, de slingers, de feesttenten, dat alles tesamen ademde feest en liefde in kapitalen en het feestvarken zelf kon niet stralender zijn dan dit.

Er was een foodtruck die onafgebroken de hapjes verzorgde en daarna zelfs keuze bood uit drie schotels met heerlijkheden onbeperkt eten. Zon werkte tot een uur of half zeven op alle fronten mee. Daarna vond iedereen met gemak een schuilplaats in een van de diverse droge ruimtes of in huis. Halverwege de avond werd de doopceel van de jarige gelicht in een ouderwets smartlappenlied door zijn vier vrouwen gezongen met ondersteuning van de ‘afwezige’ accordeon, geïmiteerd door haar duozanger. Iedereen zong het refrein uit volle borst mee.

Dochter luidde samen met haar vriend de dansavond in achter haar dj-tafel, die beschermd was tegen de regen aan de open kanten met plastic. Het geluid moet tot in de verre omtrek te horen zijn geweest. Lekker even dansen, ik kon het niet laten. Grensje te ver, natuurlijk, maar eentje moest kunnen, nou twee dan, met een flinke pauze ertussen. Lief vermaakte zich en dat was een zorg minder. Allesbehalve als muurbloempje onderhield hij zich met de vermakelijke verhalen van mijn lieve vrienden, kreeg anekdotes voorgeschoteld, een kleine uitleg over ons oude vertrouwde schooltje. ‘Wat bijzonder was dit feest’ zou hij later zeggen.

Tussen alle kwinkslagen door was er ook tijd voor wat klein en groot leed, dat diep verborgen achter glimlach en olijkheid zich toch een weg naar boven wist te banen. Hier en daar een lach en een heimelijke traan of dichtgesnoerde keel met wat troost en een klein advies als pleister op de wonde boven de opzwepende klanken van de beat uit.

Het leven is een feest als de afwisseling de balans weet te treffen. Als leed zachtjes ingebed wordt in vreugde, men het gemis toe weet te dekken met de blijdschap van anderen en waar schrijnende scherpe kantjes gesmoord worden in warmte, telkens weer. Dat gebeurde op deze avond. Er werd ruimte gegeven aan wat het leven behelst in al haar facetten. Het mag er zijn. Allemaal.

filmgemijmer·Overpeinzingen

De kunst van leven en laten leven

Wat een slim idee was dat, een wonderschoon alternatief voor te hete dagen, zo’n bescheiden filmhuis in de middag. Net als verwacht sloeg de lome hitte elke vorm van energie eruit. Het was drukkend warm. De gierzwaluwen scheerden laag boven de daken en dat beloofde onweer, maar de lucht was nog steeds strak blauw.

Het was in de bus aangenaam koel zo op de vroege middag. Straks zou daar ook niets meer van te merken zijn. We besloten direct door te rijden naar het centrum van de stad, zodat we voordat de film begon, iets konden drinken in het filmcafe. Het tafeltje van de vorige keer was nog vrij, dus streken we er neer met uitzicht op de smalle steeg en de gesloten koekfabriek er tegenover, een klein pandje met de deur nog altijd potdicht.

Er was geen kassa open, maar de kaartjes konden gekocht worden aan de bar. Wij zouden met de E-tickets boven gecontroleerd worden bij de ingang van de zaal. De airco trok heel de warmte onderuit. Nog vier mensen hadden hun zinnen gezet op ‘Bergmans Island‘, verder bleef het rode pluche aangenaam leeg.

Het verhaal speelde zich allemaal af op het Zweedse eiland Fårö, waar Ingmar Bergman gewerkt, en gewoond heeft en begraven ligt. Dit eiland is een soort van bedevaartoord voor de Bergmanliefhebbers. De adoratie tijdens een ‘Bergmansafari’ wordt in de film hier en daar subtiel onderuit gehaald door de regisseuse Mia Hansen-Love. Het verhaal begint kabbelend, maar allengs neemt de spanning toe door een vernuftige gelaagdheid. Als alle grenzen van die lagen vervagen, is het steeds weer een verrassing welke wending het verhaal neemt. Het blijft boeien tot het einde toe. De natuur op het eiland is prachtig in beeld gebracht en past bij het bedachtzame peinzende karakter van de film.

Wat mij intrigeerde was de manier waarop je en passant meekreeg hoe de levens van de scriptschrijver en haar script letterlijk verweven raakten. Zeer de moeite waard. Wel een vest meenemen, want het was op een gegeven moment wel erg koel in de donkere zaal. Dat stond in stevig contrast met de overdadige warmte en het felle zonlicht buiten, maar door eerst nog maar een aperitief en een vega-borrelplank te genieten kwam de temperatuur op niveau in balans. Over de film raakten we niet uitgesproken en onze waarnemingen qua intentie en beleving waren praktisch gelijk.

De lokatie ‘De Slachtstraat’ is een oase vergeleken bij de drukte op de Neude, dat tegenwoordig volgebouwd is met terrassen en een spektakeltent. Het geroezemoes gaat daar over in een kakofonie van geluid, dat net zo overweldigend overkomt als de uit de voegen gestegen hitte. Dankbaar bejubelden we de stilte en de relatieve koelte in de kleine overschaduwde stegen naar het station, waar we de bus terug zouden nemen. Hoe wisselend kan een overvolle stad zijn.

De film is een aanrader als je van het kalme tempo, de sfeerbeelden en de mooie natuur houdt, die vaak zo kenmerkend zijn voor een psychologisch drama. Als je gevoelig bent voor de liefde en de schoonheid die de beelden uitstralen, word je dubbel beloond. Dat is de kracht van het verhaal, dat op een subtiele manier inzoomt op de kunst van leven en laten leven.

Overpeinzingen

Als herboren verder gaan

Met de haren in de henna, zit ik op het oude vertrouwde bed met het uitzicht op de boom voor het raam de twee uur intrektijd uit. Met een teveel aan bewegen zou de henna zich losmaken van de bruine toef op mijn hoofd en onder de plastic zak doorlopen. Hennakleurtjes zijn hardnekkig te verwijderen. Eigenlijk is de andere mogelijkheid, vergrijzen, nooit in me op gekomen. misschien wel omdat het haar zo gezond blijft onder die zalige dosis puur natuur. Mijn moeder had wazt men in die dagen noemde ‘Melkboerenhondenhaar’, al zag ik dat niet en vond ik ieder sprietje even lief. De vetbulten op haar hoofd baarden me meer zorgen, maar daar legde ze dapper en zorgvuldig de was-en-watergolf overheen. Wat je niet ziet, is er niet. Er warenn wel pogingen ondernomen om ze chirurgisch te laten verwijderen, maar de tweede keer was dat echt een martelgang geweest. Een milde verzoening was het resultaat bij de terugkomst van de vermaledijde bulten.

De beloofde en in onze ogen aangename temperatuur van 24 graden bleek stiekem toch gaande weg uit te lopen naar richting de dertig. De opnieuw aangeschafte vier zakken zand leverde een enthousiaste caissière op toen ze me gewaar werd. ‘Ik ken U ergens van’. ‘School’, probeerde ik voorzichtig. ‘O ja, U bent geen spat veranderd. Hoe lang is het geleden dat ik daar schoonmaakte, vijftien, twintig jaar?’ Heel langzaam kwam die tijd terug in mijn krakende hersenen en ik zag haar de balie poetsen. Hoe zorgvuldig was ze in haar werk. Na haar was de school nooit meer zo proper geweest. Ze nam ruim de tijd om onze gezamenlijke herinnering op te poetsen. Allengs werd de rij achter ons langer. Ik zag het steunbeen van de meneer achter me vanuit mijn ooghoeken ongeduldig wisselen en breidde er toen maar een eindje aan. Ze wenste me een fijne dag en dat werd het.

Niet in de laatste plaats door de komst van dochter en kleindochter. We zetten de tafel met de vier stoelen onder de Vasalis-appelboom met zijn twee stammetjes en zaten heerlijk in de schaduw. Lief haalde ondertussen de vier zakken zand met de kruiwagen uit de auto op. Na de lunch zouden we de vijver stellen. daar liet ik hem in begaan, want hij had er een heel eigen idee over. Ik had vier pollen tijm aangeschaft voor in de kruidentuin als bodembedekker om de groei van de hardnekkige weilandgrassen van vroeger, die nog altijd op de scheidslijn van buuf en mij groeiden, in te dammen. Kijken wie er uiteindelijk sterker is.

De lunch smaakte heerlijk bij het aangenaam verpozen in de schaduw. Kleindochter vermaakte zich kostelijk met de dipstokjes en een bekertje roomkaas met kruiden. Later kwam er aquarelverf en papier bij om de tijd te veraangenamen. Ze verveelde zich geen ogenblik. Dochter en wij konden weer eens goed bijkletsen en de eventuele plannen op de agenda doornemen. ‘Wat ga je doen met je verjaardag”, vroeg dochterlief. Ik wilde eigenlijk, net als toen ik 65 werd, enkel en alleen met de kinderen zijn. Een lekkere lunch of een heerlijk diner op een plek waar alle kleinkinderen goed uit de voeten konden en de menukaart een hoog vegetarisch gehalte had. Zo’n intiem samenzijn was goud waard.

Nadat het tweetal weer vertrokken was en ze nog wel een foto van ons aan het einde van het pad had genomen, iets wat ik altijd omgekeerd placht te doen, pakten we de draad van het klussen weer op. Ik de tijm en lief de vijver. Gieteren vond ik mijn pakje aan en kliefde een weg door rand van groot hoefblad aan de kant van de sloot, zodat we niet meer het halve pad af hoefden te lopen voor het vullen van de gieters. Bezorgdheid bewoog hem tot een helpende hand, maar nodig was dat eigenlijk niet geweest, maar heel lief.

Vandaag in deze hitte van de beloofde 30 graden zagen we vanmiddag een buitenkans om in een koel filmhuis de film ‘Bergmans Island’ te gaan zien. die op de verlanglijst stond. Met de bus naar de stad en vlakbij het doel uitstappen. Maar eerst de broeiende smurrie op mijn hoofd uitspoelen en als herboren verder gaan.

Overpeinzingen·Theater

Meesters van onze eigen tijd

Het was mijn laatste voorstelling die ik voor Kunst Centraal zou doen daarna zou mijn vrijwilligersjas voorgoed aan de kapstok hangen. Aanvankelijk wilde ik naar het theater hier in het centrum lopen en ik was al welgemoed op pad gegaan. Ineens had ik een helder moment en bedacht dat de banner, die ik bij elke voorstelling uitrolde, nog mee moest. Tja en die lag achterin de auto en was te zwaar om mee te zeulen. Op rasse schreden omgekeerd en dan toch maar de auto genomen. Er zouden maar liefst om en nabij 2x 300 kinderen komen bij beide voorstellingen van vandaag. Het stuk heette Meesters van de Tijd en het was een samenwerking van theater Jaski & De slagwerkgroep Percossa.

Ik had een paar jaar geleden de premiere al gezien en wist dat het een boeiend spektakelstuk was met hele spannende elementen erin. Officieel stond het voor 5+ maar daar was het veel te spannend voor. Van zo’n twintig scholen waren de groepen 5/6 uitgenodigd. De kinderen konden heerlijk ravotten voor het theater tot het tijd was om naar de zaal te gaan. Als een school niet kwam opdagen moesten we, de andere publieksbegeleidster en ik, gaan bellen om naar de reden te vragen.

Vooral met de tweede voorstelling zat het publiek er goed in. Ze hadden de meegestuurde liedjes ingestudeerd en zongen uit volle borst met Sophie, de hoofdrolspeelster, mee. Het was een aangename en een geslaagde dag, niet in de laatste plaats door de soepel en goed georganiseerde aanpak van de leden van De Kom zelf.

Lief was gaan fietsen naar zijn vrienden die samen zouden komen in Houten en daar zonder routeplanner toch goed aangekomen, begreep ik uit zijn smsje. Dat was een hele geruststelling. Ik was ondertussen naar de garage gereden om een afspraak te maken voor de kleine blauwe prins die in de revisie moest om ons daarna nog een heel jaar als nieuw te kunnen blijven vermaken. Het was een wikken en wegen geweest omdat onder andere de airco gemaakt moest worden en dat was een kostbare post. Zonder dat was het niet te doen op de lange rit naar Verweggistan, omdat we de grote tunnels in Oostenrijk door moesten en dan is een beetje verkoeling meer dan wenselijk, zo hadden we de eerste keer ervaren.

Vanmiddag gaan we de vijver waterpas stellen. Daar moeten we eerst nog twee zakken zand voor halen. Het gras zal ook wel om een schrobbertje met de maaimachine vragen. Het belooft een aangename temperatuur te worden en dan is het er goed toeven.

Lief verteld vanmorgen dat de vrienden met elkaar in gesprek waren geraakt over de manier waarop het aardse afscheid gegoten zou moeten worden als de tijd rijp was. Een boeiend onderwerp dat niet snel gespreksstof zal zijn, maar wel betekenis gaf aan de vriendschap. Vanmorgen bespraken we het samen. We hadden al eens eerder dat onderwerp bij de horens gevat. Terug naar de natuur was ons heilige voornemen en in alle eenvoud zonder al te veel rituelen, een samenzijn ter plekke. Daarnaast filosofeerden we ook over de reden, waarom men zo’n afscheid beoogde. Meer voor de achterblijvers dan voor de overledene in ieder geval. In hoeverre de ziel zelf het ritueel nog bij zou wonen, bleef in het ongewisse.

Een kalm begin van de dag met mooie voornemens en een goede overpeinzing. Het boek van Willem de Zwijger was bijna uit, dan zou lief voorlopig uit de Middeleeuwen vertrekken, al stond er alweer een nieuw boek op stapel. Ildefonso Falcones met Kathedraal van de Zee, een verhaal dat zich afspeelt rond 1400. Voorlopig is mijn bescheiden en opgeschoonde bibliotheek luilekkerland voor hem en daarmee ook voor mij, omdat het fijn is opnieuw terug te duiken in die literatuur.

Het zonnetje schijnt vrolijk, de dakgootkauwtjes houden zich koest, de dag strekt zich uitnodigend uit voor ons, de meesters van onze eigen tijd.

Overpeinzingen

De eigen tred veert op

In de supermarkt een stadje verderop stond ik mijn vijf of zes boodschappen in de kleine rugzak te proppen toen ik vanuit mijn ooghoek haar aan zag komen. ‘Ha lieverd, wat doe jij nou hier’. Het was een heerlijke grote winkel met brede paden en een groot assortiment, een plezier om doorheen te lopen.

Na die uitleg kregen we het over een straks te bezoeken gezamenlijk feest. Hoe het met lief was en of hij meeging. Natuurlijk wel, een soort vuurdoop met al die goede vrienden bij elkaar. Voor haar was elk feest ook een dergelijke beleving als ze er in haar uppie naar toe moest. Alleen tussen goede vrienden niet, daar voelde het senang om de goede sfeer en het ons-kent-ons gevoel. Dan hoefde je nooit wat uit te leggen. Ze verhaalde van een feest waar ze zich heel bewust was geweest van het alleen zijn.

Ik dacht aan de afgelopen 25 jaar en al die keren dat ik zonder wederhelft al die feesten en partijen en andere gelegenheden had bezocht. Soms in gezelschap van een van mijn vele lieve vriendinnen, zussen, kinderen, maar vaak ook alleen. Een aangenaam kouten, een wijntje erbij en een vaag gemis bij het zien van een hand om een middel, een steelse blik, een verdwaalde zoen. Dat alles was mijn eigen keuze geweest. Op mijn voorhoofd stond in hanenpoten geschreven ‘Nooit meer of hij moet van hele goede huize komen’. Dat laatste in overdrachtelijke zin natuurlijk.

Bij haar was er geen sprake van een keuze. Na een moeizaam jaar vol leed en verdriet afscheid te moeten nemen van het allerliefste, het allerbeste wat je ooit overkomen was, geeft een heftig gevoel van gemis ondanks dat het aardse leed niet nog verder beschadigen kon, iets dat op zich een opluchting was. Maar dood is dood. daar krijg je de geliefde niet mee terug. De liefde blijft, tot in de eeuwigheid. In dat geval levert een alleengang op feesten en partijen alleen maar die schrijnende momenten op van het gemis bij zo’n weemoedige herinnering ingezet door die verdwaalde hand, zo’n heimelijke steelse blik. Het voelen van innige verbondenheid legt de eenzaamheid in al het schuren bloot.

In ons kleine moment van elkaar omarmen en dat korte gesprek werd een wereld gelegd van verdriet en herkenning, al was beide op een andere leest geschoeid. Een waardevol en warm zijn ‘temidden van het blikgehakt’ zou Annie M.G. gedicht hebben. We namen afscheid en in de wetenschap dat het feest straks alleen maar heerlijk kon zijn, met al die mensen die ons lief waren. Ik peinsde verder.

Zoveel mensen die om ons heen lopen en waarvan we de essentie van hun diepste gedachten niet meekrijgen omdat ze goed opgeborgen liggen in hun manier van zijn en doen. Ook al zijn ze een open boek dan weet je nog niet of je wel bij de kern komt. Dat maakt het leven zo boeiend. Die grote verscheidenheid, die verschillende opvattingen, die andere ervaringen die het leven hebben gekleurd. De mensheid in de meest diverse kleurschakeringen, letterlijk en figuurlijk. Omarmen denk ik, omarmen en verheugd zijn dat iedere ziel die er rondloopt een heel leven met zich meedraagt, waarvan we de essentie niet kennen maar dat ongetwijfeld boeiend en de moeite van het leven waard zal zijn.

Buiten prikt de zon door het grijze heen. Alles wat haast heeft lijkt langzamer te gaan. De eigen tred veert op.

Inspiratie·Overpeinzingen

Op eigen tijd en in eigen uur

De ochtend begint met langverwachte regendruppels op het dakraam in de entourage van een grijzig grauw. Welkom ondanks de twintig gieters die lief gisteren aan de tuinplanten had gegeven om in de verzengende hitte de grootste dorst te lessen. Als dank stak er een lichte verkoelende bries op.

Daarvoor hadden we de vijver leven ingeblazen. Het staat nog niet geheel recht, maar van de week scheppen we het kleintje weer leeg met de emmer en komt er een waterpas bij. Dat wisten we wel, maar we waren nieuwsgierig naar het resultaat van een kikker-en kindvriendelijke vijver. In de vorige was kleindochter al eens pardoes gestapt.

Regenachtig, zondag en vaderdag dat, bij elkaar opgeteld, betekende min of meer rustdag. Even na alle lichamelijke arbeid van gisteren de broodnodige rust pakken en genieten van wat er ter tafel kwam. Lief zou gaan wandelen met onze vriend en had het schoorvoetend besproken omdat we eerst nog dachten naar de tuin te gaan. Dat idee was al in het water gevallen maar ruim ervoor had ik hem bezworen dat het geen probleem was. Er volgen nog vele dagen waarop van alles mogelijk is. Leef bij de dag.

In de Volkskrant, uitgespeld bij een kop koffie op bed, stond een aangrijpend verslag over Rafael Schächter, een beloftevol pianist en dirigent in het concentratiekamp Theresienstadt zangers bij elkaar had gezocht om ze bij wijze van protest het requiem van Verdi te laten zingen. Tot drie keer toe moest hij overnieuw beginnen met instuderen omdat er dan weer een deportatie naar Auschwitz had plaats gevonden. Met groot doorzettingsvermogen was het hem uiteindelijk gelukt om de hoge Nazi-Duitsers dit lied als aanklacht, met een verborgen boodschap in de tekst, in het gezicht te slingeren. Voor de deelnemers een triomf.

De Duitsers waren zelfs niet op het idee gekomen dat het vreemd was, dat een Joods koor een katholieke dodenmis had ingestudeerd. Jaren later werd dit verhaal door de Amerikaanse dirigent en hoogleraar Murry Sidlin ontdekt in Minneapolis. Hij liep langs een boekwinkel met een stapel afgeprijsde boeken voor de deur. Het eerste boek wat hij beetpakte was ‘Muziek In Theresienstadt’. Hij was geimponeerd omdat hij het Requiem van Verdi onder optimale omstandigheden had uitgevoerd en toen bleek het een grote opgave. Hoe was het mogelijk dat deze Tjech het voor elkaar had gekregen onder die barre omstandigheden.

Sidlin besloot zich te verdiepen in dit verhaal en het wereldkundig te maken. Met verscheidene opvoeringen in tientallen steden wordt het concert vandaag voor de 52ste keer samen met het Radio Filharmonisch Orkest, het Nederlandse concertgebouw en vier internationale solisten in de Beurs van Berlage opgevoerd als eerbetoon aan deze moedige Dirigent en zijn koor. Schächter had zijn concert de titel ‘Defiant Requiem’ genoemd. Want wat zich daar afspeelde op die middag in 1944 was een regelrechte aanklacht tegen de wandaden van de Nazi’s en het werd gezongen met de hoop dat er ooit gerechtigheid zou komen. Op donderdag 23 juni zendt de NOS de opvoering uit. Het staat met hoofdletters in mijn agenda.

Inmiddels is het bijna middag en luieren we al lezend en schrijvend verder met het indrukwekkende ‘Dies Irae’ de hymne over de dag des Oordeels van Verdi op de achtergrond. Zo fijn dat dat mogelijk is op eigen tijd en in eigen uur.

Overpeinzingen

Na gedane arbeid

Bij de groene van deze week zit de gids ingesloten. Een krant vol poezie en literatuur. Een cadeautje dus, dat een aantal heerlijke leesuurtjes op de tuin impliceert, omdat het per artikel uit te spellen valt en zo er behoorlijk wat afwisseling te halen is. Een essay van de hand van Maria Barnas trekt ten volle de aandacht en wordt direct gelezen. Haar vraag bij de inleiding intrigeert: ‘Hoe doe je dat, met elkaar in gesprek gaan en elkaar proberen te begrijpen, als je elkaars bronnen niet erkent? Kan een toenadering ook een verwijdering zijn, een grens tussen jou en de ander in stand houden een vorm van respect?’

Lief en ik filosoferen over dit uitgangspunt. Is het daadwerkelijk een vorm van respect als je de grens in stand houdt. Het hele verhaal is opgehangen aan het feit dat de schrijfster een buurvrouw heeft op het volkstuincomplex, die aan het begin van het jaar een doemdenken uiteen zette, waar Maria afstand van nam, maar dat haar toch bezig bleef houden en ze benaderde de buurvrouw in een mail met de wens om over deze twee verschillende manieren van in de wereld staan te willen schrijven. De vragen die ze aan haar buurvrouw stelde resulteerde in een twee meter hoge schutting tussen hun beide tuinen in plaats van de dunne haag die er eerder had gestaan. De vragen waren bedoeld als een toenaderingspoging, maar was dat wel zo wenselijk geweest. De ontmoeting bleek de grondtoon van een verwijdering te zijn. Zodra mensen beginnen te roeren in het wel en wee van de ander wordt er kennelijk iets in gang gezet, dat soms zoals hier, ongrijpbaar blijkt te zijn en dat hier tot afzondering leidde. De ironie zit in de naam die het complex draagt: Nieuw Vredelust. Het bracht ons in ieder geval een van die fijne spar-momenten die juist een gevoel van verbondenheid geeft.

Met al dat leesvoer trekken we vroeg naar de tuin om, nu het nog redelijk van temperatuur is, de vijver in te graven en te vullen. Voorlopig zal ze nog ingebed zijn tussen de irissen en de daglelies, maar later, als de beplanting klaar is met de bloei, kan ze worden aangepast zodat het zicht op de vijver gewaarborgd is. Nu ligt ze nog geheel verscholen in het struweel. Ik hoop dat de kleine geel/bruine kikker op rasse schreden terugkeert, om naar hartelust te plonzen in deze oase.

De vier opdrachten uit het boek ‘Tekenen(met het rechterbrein)kun je leren’ zijn gemaakt. Een zelfportret in de spiegel, mijn hand in een bepaalde pose, een portret uit het hoofd en een stoel. Alleen al het feit dat er weer de rust is om te tekenen met een 2B potlood op het hagelwitte blad geeft voldoening genoeg. Dat was duidelijk alweer even geleden. Het is goed om mijn passie opnieuw bij de basis op te pakken, nu er ruimte voor lijkt te zijn, de ideeën vorm te kunnen geven anders dan in het woord nu daar behoefte aan is.

De plantjes op het balkon groeien gestaag. Straks kunnen we er de vruchten van plukken. Ik zie oneindig veel oostindische kers, afrikaantjes en verder bij de rest van de bakken is het afwachten wat schoondochter daar gezaaid heeft. Het is altijd weer een verrassing waar naar uitgekeken wordt. Er begint nu schot in te komen.

Er moeten nog twee zakken zand gehaald worden voor onder de vijver. Tijd voor een verfrissende douche, het oude tuinkloffie en wat lekkere koek en zopie in de koeltas voor een lome middag na gedane arbeid.

Overpeinzingen

Nieuwe inspiratie

Gisteren was de dag van de verrassingen. De vijver die we dinsdag hadden besteld werd gisterenmorgen bezorgd. Een snelservice van de eerste orde. Lief had het gevaarte pontificaal in de kamer gezet en toen ik beneden kwam was ik in de zevende hemel. Heerlijk dat we thuis waren op het moment van bezorgen. Het pakket was te groot geweest om bij de buren te stallen. Het feestje kon niet meer stuk, toen we begrepen dat ie qua afmeting precies de juiste grootte zou hebben. Iets wat bij een bezoek aan de tuin, om de planten water te geven werd bevestigd. Helemaal precies pas en dat op het blote oog. Kwam daar mijn gelukkige gesternte weer om de hoek kijken?

De planten waren toe aan een extra slok slootwater. Er gingen heel wat gieters in. daarna vertrokken we spoorslags naar België waar in een stad net over de grens de pleegzoon van lief met zijn gezin woonde. Een allerhartelijkste ontvangst was het gevolg, met een kleine pork van drie, als grote verbinder.

Het werd een aangename verkenning, onderhoudend gekeuvel maar ook de wat ernstigere zaken met, als tegemoetkoming aan de hongerige magen, verse pizza’s die ter plekke gemaakt werden en afgebakken in een kleine pizzaoven.

De kleine speelde zoetjes, het weer was heerlijk, de glazen gevuld met een koude prosecco en dan dit aangename gezelschap. De reis in de kleine blauwe zonder airco was vermoeiend en warm geweest, ook al was het slechts een uur en kwartier rijden. Rond een uur of acht togen we op weg om niet al te laat terug te zijn. Al met al een geslaagde ontmoeting.

Vandaag is zoonlief jarig. Straks hang ik de vlaggetjes op en krijgt hij een tegoedbon voor een zelf uit te kiezen cadeautje. Wat moet je ze geven tegenwoordig. Ik kon natuurlijk met een derde badlaken aankomen, maar ik dacht dat daar de behoefte nauwelijks lag, want zelfs die gebruikt hij niet al te vaak. Schoondochter zong hem haar wensen toe, waarop hij zich nog eens behaaglijk had omgedraaid. Van de vorige jaren wist ik dat ontbijt op bed ook geen gegeven was. Ik laat de bal bij hem. Eens kijken hoe het vanavond uitpakt.

Vandaag zal ik me eens over de eerste tekenopdrachten werpen. Heerlijk om aan een nieuw project te werken. Het is altijd stimulerend om opdrachten te krijgen waar je je mee bezig kan houden. Een van de adviezen om het rechterbrein te stimuleren kwam van vriendinlief. ‘Met de rechterhand tekenen en in de linkerhand een wijnglas’. Soepelheid betrachten op links. Haha, zo is dat. Er zijn natuurlijk vele wegen die naar Rome lopen.

De docent van het boek is uitgegaan van een uitspraak die de filosoof William James had gezegd: ‘Als mensen iets 90 dagen achtereen doen, wordt het een gewoonte’. Ze vond het het ei van Columbus. Als tekenen een gewoonte wordt, dan stop je er niet mee. Wat volgde op het eerste boek met de uitleg was een tweede boek, een werkboek, met allerhande tekenopdrachten en het advies om iedere dag een half uur te tekenen, oefenen en herhalen, zogenaamd vlieguren maken. Ze noemde het project De Gong. De meeste cursisten deden er aan mee en bleven zich daarna verder ontwikkelen. Ik denk dat het werkt en stort me graag op deze nieuwe uitdaging. Wie weet, brengt het nieuwe inspiratie.

Overpeinzingen

En dat proef je

Na het boek over tekenen met je rechterbrein kon het niet anders of er moest een uitstapje gemaakt worden naar de heerlijke snoepwinkel voor kunstenaarsbenodigdheden in de stad. Op het lijstje stond: twee grafietstiften van 2B en 4B, een tekenblok, twee tekenschriften, gummetje, nieuwe kneedgum, met deze buit en trek in al dat andere lekkers stond ik na een half uurtje weer buiten.

Eigenlijk wilde ik onmiddellijk beginnen, maar er stond een andere planning op het program. We zouden met onze goede vrienden van vroeger gaan eten. Dit was de tweede keer van samenzijn. Er was een lief zitje gemaakt in het kleine achtertuintje met olijf en pesto met crackertjes, een karafje water met munt, basilicum en citroen en bier. Er was ook wijn, maar dat bewaarde ik voor bij het eten.

Zoals de vorige keer zaten we direct weer op het level van ‘ons kent ons’ en het was een aangenaam kouten in dit fijne gezelschap. De vrouw des huizes deed een maand lang mee aan een vegan uitdaging, waarbij vooral de kaas en andere zuivel gemist werd. Het was de moeite van het onderzoeken waard. Wat kun je gebruiken als vervanging voor dat heerlijke verse scharreleitje en die boterham met romige gouden kaasplak. Bij mij zou dat inderdaad ook het enige zijn wat ik echt zou missen samen met de boter.

Ik sla de pagina van vegan vervangers op en ontdek een hele nieuwe wereld. Tot nu toe is die onaangeroerd gebleven omdat ik niet zozeer naar vervangers zocht, maar gewoon naar een even hoog eiwitgehalte bijvoorbeeld. Dan blijf je in de wereld der producten die je vertrouwd zijn en laat je eenvoudig de dierlijke producten weg. Mijn kennis hierover stamde nog uit de tijd van de jaren zeventig, toen lief en ik macrobiotisch wilden proberen te zijn, dus veel gierst, banaan, boekweit, noten. Het granenpalet breidde zich uit naarmate je strenger in de leer werd. Toen werd verwacht dat ik de wijn zou laten staan, hing ik mijn macrobiotische jas aan de kapstok. Met yin en yang in het dagelijks bestaan kwamen we verder, maar waarachtig de leer beoefenen is het nooit geworden. Wat gerommel in de marge, meer niet.

Nooit geweten dat het vocht van de kikkererwten zo goed is als vervanger van dierlijk eiwit. Daar ga ik wel mee experimenteren. Veel te leuk. Het wordt Aquafaba genoemd en faba betekent boon in het latijn. Ik ben gek op kikkererwten, dus de smaak zal het probleem niet zijn. Een ander nieuw begrip is het zwarte zout ofwel Kala Namak. Maar bij het doornemen van voors en tegens stuit ik op de mededeling dat je het niet te veel moet gebruiken omdat het giftig zou zijn. Bij nader onderzoek bleek dat een van de verbindingen die het aangaat, de waterstofsulfide, giftig is bij hoge concentratie maar dat er in de Kala Namak een te verwaarlozen hoeveelheid zit. Het is zelfs erg gezond door de mineralen die het bevat.

Er vonden nog meer leuke uitwisselingen plaats. De vlierbloemensiroop was er een van en nog een hobby van onze gastvrouw, het bewerken van eenden-en ganzeneieren, een andere. Dat waren stuk voor stuk prachtige juweeltjes om te zien. Mijn eenvoudige linkerbrein vroeg zich af of je dat dan ook niet meer kon doen als hardcore veganist. Maar ik vermoed dat er dan vervangeieren voor in de plaats komen.

De gulden middenweg is fijn om te bewandelen en het bewust er mee om gaan eveneens. Twee grote winstpunten van de huidige consumptie. Bovendien spreek je je eigen creativiteit aan en is het mogelijk tot onverwacht grote hoogten te stijgen op het culinaire front. Een uitdaging, dat wel, maar ook een hele leuke. Een herbivoor ben ik nog nooit echt geweest. Hoe het zit met groenten en gevoel is de volgende vraag. Wie het weet mag het zeggen. In ieder geval kregen we die heerlijke vlierbloesemsiroop mee. Met liefde voor alle natuur klaargemaakt. En dat proef je.

Inspiratie·Overpeinzingen

Lang leve het gesternte

Hoe vreselijk blij kan je zijn met een gelukkig gesternte, omdat je het per ongeluk hebt ingezet om iets aan te schaffen dat wel eens een doorbraak in je creatieve mogelijkheden zou kunnen betekenen.

Mijn hele leven lang stuit ik op een gevoel van tekort schieten in het in beeld brengen van wat er in mijn hoofd spookt. Niet in taal, dat heb ik langzamerhand wel in een vorm kunnen gieten, maar vooral in het beeldend vermogen. Dat hapert soms in harmonie met wat ik wens en wil.

Gisteren las ik, en vraag me niet waar ik het onder ogen kwam, over het boek van Marianne Snoek, dat met een stappen plan komt om tekenen met het rechterbrein te leren in: ‘Tekenen(met het rechterbrein)kun je leren’. Het bleek precies dat ontbrekende stukje te zijn, waarvan je intuïtief weet dat het er is, maar niet weet wat je er aan moet doen om het te verkrijgen. Alle onderdelen die er in voor komen zijn me ooit al eens verteld of aangeleerd, maar in deze logische stappen wordt het zo zorgvuldig opgebouwd dat een bepaald resultaat vermoedelijk te verwachten is. Normaliter ben ik sceptisch ten aanzien van alle cursussen die met beloften komen dat je het ultieme zou kunnen bereiken, maar dit zag er gedegen uit en bovendien is het geweldig goed onderbouwd met opdrachten, foto’s, illustraties en video’s.

Ja, ik ben enthousiast en wil het graag beleven. Bladzijde voor bladzijde, opdracht voor opdracht. Later dus meer over deze aanwinst.

Bij de fysio stond er de zesminuten-looptest op het programma, dat was waar ook. Dat was ik even vergeten. slechts helemaal aan het eind duikelde de saturatie onder de negentig om weer heel snel braaf terug te springen naar de 97 in rust. Met twee kleine krachtoefeningen en nog een in de bonus voor thuis konden lief en ik voldaan vertrekken naar de tuin.

Die ochtend was ik met een ‘maan’dag uit bed gestapt. Een wrokkig unheimisch gevoel dat ik nooit weet te herleiden en dat één keer per maand haar intrede doet. Ik wijt het aan die grote volle maan van de nachten ervoor. Altijd al een gevoelig maankind geweest. Met mijn energieke oefeningen bij de fysio verdween het weer als sneeuw voor de zon, of moet ik maan zeggen. Dus herleid ik het maar als volgt: Bij dergelijke dagen moet ik stoom afblazen en als een bezige bij uit de voeten kunnen, anders raak ik kennelijk de overtollige energie en emotie niet kwijt, die me in de nacht hadden overmeesterd.

Soit. Op de tuin hadden we andere perikelen aan ons hoofd. De grote zwarte rubberen bak die als vijver diende moest eruit. Dat moest subtiel gebeuren om de planten en de bloemen te sparen die er omheen stonden. Lief ging in de weer met een schop en veel doorzettingsvermogen. Het viel om de dooie dood niet mee om het gevaarte los te wrikken en te vrijwaren. In doodsangst was er een kleine gele kikker ingesprongen, die ik er eerder na vier mislukte pogingen eruit had kunnen vissen om hem in het gewas er omheen te laten springen op zoek naar een veiliger stekkie.

Bij lief gutsten de straaltjes water van het lieve hoofd, zoveel energie moest er aan te pas komen, maar de aanhouder wint en het lukte hem de hele zware bak vrij te krijgen. Geweldig. Onze recycle -actie kon niet doorgaan want in de naad van de bodem stak een flinke steen.

Ondertussen had ik de beloofde oogst van de tuin beter bekeken en wat ik eerst voor een vreemd soort framboos aanzag, bleek een moerbei in aanwas te zijn. Ook framboos, braam, appel en kers deden flink hun best. Het belooft een hoorn des overvloeds te worden in september. Oogst de vruchten van wat u gezaaid hebt of pluk ze gewoon.

In de vroege avond kwam er op internet een vijvertje van polyethyleen langs, die de helft minder was dan de eerdere vijvers en met veel minder bezorgkosten, maar wel met de leuke verspringing van hoogtes. Mazzelen dus op alle fronten. Lang leve het gesternte.

Overpeinzingen

Hoe die er ook uit mag zien

Vijverjacht, nooit gedacht dat me dat nog eens zou overkomen. Niet om het vol te plempen met koikarpers of tropische vissen maar een au naturel poeltje voor de alom aanwezige kikkers die hier in de sloot voorkomen. Om het rustgevende gekwaak in de vroege avond, dat klinkt als een zwoele zomernacht in Frankrijk. Vriendin leert me vooral alleen maar de kikkers en er geen salamanders bij te zetten, want die vreten de jonge kikkervisjes op.

De kamikaze vijver

Lief heeft zijn zinnen gezet op een gelaagd vijvertje. Ik wilde aanvankelijk de grote kamikazebak die er nu ligt, gevuld met water, en waar geen kikker meer levend uitkomt, afzagen tot een behapbare hoogte en het geval dan weer terugplaatsen. Met keien kunnen we er dan hoogteverschil in aanbrengen dat tevens als trappetje kan dienen voor het kleine levende grut. Maar het beeld van zijn vroegere vijvers in het hoofd van Lief leiden een eigen leven. Ooit in zijn eigen verschillende tuinen heeft er een lieflijke vijver gelegen, die als een zoete herinnering in zijn gedachten opdoemt. Dat werd er de oorzaak van dat we gisteren allerhande tuincentra en bouwmarkten afliepen en ten einde raad zelfs een grote kringloop aandeden op zoek naar zo’n bak. De man van de bouwmarkt legde het uit. Zoiets, zelfs de kleinste, was alleen online te bestellen met verzendkosten die net zo hoog waren als de kosten voor de bak zelf. Nu gaan we eerst recycling proberen en zien of we daar dan toch een leuk alternatief vijvertje mee kunnen bouwen. Ik denk het haast.

Via de app komt binnen dat Martin Ihns is overleden. Het is een naam uit een ver verleden toen ik nog fanatiek volksdanste en allerlei workshops volgde van gerenommeerde dansers, onder andere van deze man. Ik herinner me een dansweekend aan de kust in Noord Holland, waar ik met twee mannen uit mijn dansgroep naar toe was getogen om de Macedonische dans uit te diepen. Het bleek hard werken en een dubbele aanslag op je hersenen omdat het concentratie vergde en je de ingewikkelde en snelle choreografie die hij ons voorschotelde, goed moest inprenten en vasthouden.

Na een vermoeiende maar tegelijk inspirerende dag was er altijd weer de natuur om even bij te komen. In de ochtend, die nevelig optrok, de paarden aan de zoom van het kampeerterrein en vogels alom die de vreugde over een nieuwe dag luid te berde brachten en in de avond het strand met een zonsondergang. Onze afgepeigerde lijven loom in het warme zand, een snelle salade als avondmaal en altijd een goed gesprek als afsluiting van een mooie dag.

Martin was een fijne instructeur die veeleisend kon zijn waar het de passen betrof, maar door zijn heldere uitleg was het niet moeilijk te volgen. Hooguit speelde de snelheid bij het uitvoeren parten, maar niet voor ons, in de bloei van het leven met spieren die welwillend alle nieuwe capriolen ondergingen. De voorliefde lag bij de mannendansen, omdat ze groots en stoer waren, maar ook ingewikkeld, een hoge moeilijkheidsgraad. Iets om gretig de tanden in te zetten. Wat heb ik genoten van deze man en zijn inspirerende enthousiasme.

Hij had nog wel wat langer doorgewild stond in het overlijdensbericht. Helaas. Het lijf had het begeven. Geest kan alles overwinnen, maar uiteindelijk vraagt de dood daar niet om. Die gaat recht op het doel af, hangt de stofmantel aan een haakje en bevrijdt de geest van het aardse. Vlieg naar een volgende fase, hoe die er ook uit mag zien.

Overpeinzingen

Een hele dag lang

Nooit plannen van te voren of in ieder geval plannen met de deur wagenwijd open om de ideeën, indien noodzakelijk, drastisch te kunnen wijzigen.

Het weer was niet zo stralend, windvrij, zonnig en zorgeloos als voorspeld, werd het niet. De kool-en-pimpelmezen dartelden tevreden op de onrustige wind die was opgestoken. Om de kauwtjes te minderen had zoonlief de pindakaaspot in de antieke vogelkooi gelegd en daar maakten de kleine rakkers naar volle tevredenheid gebruik van, niet zelden dook er een met het kleine soepele lijfje helemaal in de pot om het lekkers eruit te peuren.

Daardoor bedachten we samen dat het misschien wijsheid was om niet te gaan lezen in de tuin, maar kalmpjes, vlak voor de aanvang van de stadsmusical Trijn herinneringen op te halen in de binnenstad van Utrecht en onze verbleekte voetstappen die daar lagen nieuw leven in te blazen.

We moesten na de busrit beide wennen aan de massa mensen waar we tussen kwamen te lopen. Populatie in alle maten, iets waar lief met de vrij hoge homogeniteit van de bevolking in Hongarije, waar doorgaans weinig kleur te bekennen valt, ten volle van genoot.

We houden alle twee van de verrijking die de grote keur van culturen ons hier biedt en maken er ook dankbaar gebruik van om deelgenoot te zijn van dat kleurrijke geheel. Niets zo heerlijk als mensen observeren in alle soorten en maten te samen met hun gewoonten en gedragingen.

We mijmerden door de straten en vonden met regelmaat de sfeer terug van de dagen van weleer, toen we in onze jeugdige overmoedigheid elke steeg van Utrecht doorkruisten. Er waren nog genoeg oude gevels of etalages, compleet met opschrift, die ons herinnerden aan de goede oude tijd. Er waren stegen bij waar heel de stadsdrukte stil viel en het een waarachtig genieten was van het oude bouwsel, een duif die omhoog schoot, de gevelstenen, de gladde uitgesleten keitjes van het leven door de jaren heen. Het regende oude voetstappen.

Na de drukte van al de enorme terrassen op de Neude trokken we naar de Slachtstraat waar we ons oude filmhuis wisten, een van de twee filmhuizen waar we regelmatig vertoefden. Daar filterde de zon het licht en wierpen de schoorstenen en de trapgevels lange uitgerekte schaduwen op het oude gesteente er tegenover. De deur stond uitnodigend open en er klonk een aangenaam muziekje. Aan de tafel achter de deur was een tafeltje vrij, waarbij lief de hele ruimte kon overzien en ik zicht had op het reilen en zeilen in het nauwe steegje. Met een bittergarnituur en een glaasje koele witte chardonnay storten we ons in de herinneringen. Ook was er, naar aanleiding van het verbazen over de diversiteit in de bevolkingslagen, een uitgebreid bedenken hoe je de traditionele christelijke feestdagen zou moeten vervangen door de belangrijke feestdagen uit andere culturen. Omdat we beide de problematiek van regels in school kenden, bleek het niet eenvoudig om een sluitende formule te verzinnen. Als het niet op je bestuurlijke bordje ligt is het een heerlijk thema om over te stoeien.

Na de uitgebreide borrel liepen we naar het Vredenburg waar in Tivoli de stadsmusical ‘Trijn’ van zus en consorten plaats zou vinden. In de wandelgangen kwamen we de rest van de familie tegen. De oudste broer en mijn lieve schoonzus, de beide zussen maar ook mijn geliefde tweelingnicht(we zijn op dezelfde dag geboren) en haar man en haar zusje met diens echtgenoot. Zomaar een reünie op niveau, want de beide nichten kenden lief ook nog uit het grijze verleden.

We moesten ieder zijns weegs, want we hadden allen verschillende plaatsen. Wat zaten we hoog in het begin. Beneden speelde zich de woelige strijd in geuren en kleuren af en wat fijn was, dat ik uit die talrijke vrouwen onmiddellijk mijn zus herkende, ook al was ze twee keer zo kogelrond als anders. Haar toneelliefde, een groot deel geërfd van vaderskant, stroomde vrijelijk en ik kon de beleving welhaast voelen. Indrukwekkend vond ik het lied van de dochter van Trijn, een waar de Me Too beweging van nu naadloos op aan kon sluiten en het lied van de duizend vrouwen was eveneens indringend en kwam binnen.

Een dag vol van wisselende emoties die we niet licht konden afsluiten. Het moest allemaal bezinken en op de juiste plek vallen. Maar genieten was het wel, een hele dag lang.

Overpeinzingen

Zing de sterren van de hemel

Zoonlief had de hele ochtend gerommeld en bij het afzakken naar een etage lager ontdekte ik dat hij eindelijk het goede bed uit de schuur had gevist, die zijn grote broer daar anderhalf jaar geleden had achtergelaten. Dat werd tijd. Tot dan toe hadden ze op twee spiralen en de matras op de grond geslapen. Er waren consequenties aan verbonden, want nu moest de achterkant van ons prinses-op-de-erwt-bed weer afgebroken, dat bestond uit één la van het zojuist opgebouwde bed. Maar dan moest er een tussenschotje komen tussen de binten achter de verwarmingsketel en het bed. Zijn we ooit uitgepuzzeld. Hoe dan ook, met kinderen heb je nooit last van verveling. Dat woord is in geen woordenboek hier in huis te vinden.

We konden dan ook iets later naar de tuin dan gepland. Maar dat was geen punt. Rond half twaalf waren we er en hadden nog altijd ruim de tijd. Over de heg konden we dochterlief en haar gezin zien en ze beloofden nog even aan te wippen als alle noeste arbeid gedaan was. Voortvarend ging Lief aan de slag met het maaien en het vrij maken van het pad, terwijl ik weer in het achterste bed dook. Het leverkruid moest wijken, had ik besloten. Daar zou dadelijk dan wat ruimte zijn voor wat ander spul, zoals de vlinderstruik.

Gestaag doorgaan met af en toe een werkoverleg. De oude herkende in lief ineens de jongen die ooit, vijftig jaar geleden, aan de caravan had geklopt in Friesland, om bij mij te kunnen zijn. Hij had er nog een foto van, was de mededeling, waarna hij zich weer terug trok in de eigen perikelen.

Lijster en merel lieten zich geregeld zien. Overal waren plukjes mensen aan het tuinen. Met regen groeide het gras ‘Harder dan je hebben kan’ in variatie op een bekend lied van Blof. Er was overal genoeg te doen. Ook waren er meer moestuinen-minnende luitjes bijgekomen. Die hadden het druk met aanplant, schoffelen, opbinden en oogsten. Morgen moeten we gaan genieten van de arbeid van vandaag, was ons credo. De laatste tijd waren we alleen maar druk aan het werk geweest. Maandag is er weer een dag. Wat zondagsrust inbouwen kon geen kwaad, al was het alleen al om gedane arbeid te eren.

Dochterlief kwam langs met het gezin. Schoonzoon ging weer, die had een feest met zijn familie en de kleine filosoof en het zonnestraaltje wilden met mama gaan zwemmen in de poel achter het tuinencomplex. De vleugeltjes moesten al aan op de fiets als verkneukelende voorpret. Daar gingen ze op het ‘slagschip’ over het hobbeldebobbelpad. Tot ziens.

Om drie uur braken we op. Het snoeisel verdween in twee grote blauwe zakken om weer naar de stort gebracht te worden en lief zette ik af bij het winkelcentrum om boodschappen te doen terwijl ik spoorslags naar Utrecht afreisde om de Franse schoonzoon bij te staan met de oppasactie. Vijf kinderen van 0 tot 12 zijn geen sinecure als je alleen bent, vooral niet met twee roerige knulletjes van drie. Ik had beloofd tot de jongste telgen op bed lagen te blijven nu de moeder des huizes samen met zoonlief en zijn vrouw de bruiloft van Anouk aan het vieren waren. De dames waren in een prachtig gala gekleed.

De benjamin was allerliefst aan het tijgeren tussen het gekrakeel van de anderen door. Het lukte hem een keer om zich op te trekken aan de bank en daarna wilde hij het steeds opnieuw proberen. Met de krullebol speelde ik nog even zoet met de garage en de autootjes voor het slapen gaan. De auto’s moesten ook slapen, daarna was er ruimte voor eigen dromenland. Thuis viel de vermoeidheid over me heen als een verstikkende deken en terwijl de anderen het bloedheet hadden, bibberde ik onder een plaid de avond door. Vandaag is er stilte voor de storm om vanavond de grote stadsopera van zuslief te kunnen volgen zonder te vermoeid te zijn en daardoor in slaap te vallen. Zet hem op zus. Zing de sterren van de hemel.

Overpeinzingen

De hele dag lang

Groot misbaar in de dakgoot. Veel gebonk, gekrijs, geflemel. Meerdere jonkies schatten we in. Kra en kras absoluut. De zon nodigt uit tot veel lawaai. We lezen nog wat. Lief zit nog steeds met zijn hoofd in de middeleeuwen bij Willem de Zwijger, Prins Zonderland en Margaretha van Parma. Hij leest het veel meer als een spannende geschiedkundige avonturenroman. Hij vertrouwt erop dat het waarheidsgetrouw is opgeschreven. De Zwijger komt er hier en daar bekaaid van af. Hij sjoemelt, sjachert en speelt dubbelspel alsof het niets is. Niet voor niets wordt het een Macchiavellist genoemd. Deze oprechte weergave is te bewonderen in de biografie van René van Stipriaan.

Ikzelf lees wat artikelen in de Groene van deze week. Een wonderlijke relaas van de handel en wandel van Curzio Malaparte, diplomaat, schrijver en journalist, waarbij ik van de ene verwondering in de andere val. Hoe kan een geest zo opgedeeld zijn in dergelijke van elkaar afwijkende ideeën. Alleen al de betekenis van zijn pseudoniem dat ‘Aan de slechte kant’ betekent.

Als tegenhang voor de zwaarte de luchtige artikelen in het magazine ‘Zin‘. Levenslust is het thema. We kijken naar een opname van Brigitte Kaandorp, dat aangeraden wordt als oppepper bij sommige dagen waarop alles tegenzit. Ze zingt uit volle overtuiging met ironisch genoegen het lied ‘Zwaar Leven’ en het werkt aanstekelijk. Natuurlijk schieten we in de lach als ze de draak steekt met het zware leven dat ze lijdt. Alleen al de uitdrukking op haar gezicht en het aangedikte stemmetje eronder.

In oppeppen zijn we tegenwoordig ervaringsdeskundigen geworden. We genieten zo van de liefde en het leven dat op ons pad is gekomen dat het geen enkele moeite kost, om vooral de kleine schoonheid te blijven zien en omarmen. Het heeft vanzelfsprekend invloed op de verhalen die ik lees en wordt er door gekleurd, buigt het om naar mijn eigen beleving.

De ‘Zin’ boort nieuwe inspiratiebronnen aan zoals de komst van de film over Roald Dahl: ‘To Olivia’ vanaf 16 juni in de bioscoop. Het staat genoteerd. Ongemerkt slibt de agenda vol. Maar met heel veel leuke gebeurtenissen. Wat etentjes en bezoekjes, een Utrechtse Musical waar zuslief in zingt en een laatste voorstelling als publieksbegeleider. Tussendoor zijn er de boeken, tijdschriften en de tuin. Vandaag belooft het zonnig te blijven, dus gaan we straks, brood en koffie mee, naar de tuin om de laatste takken te snoeien, te maaien, de vijver leeg te scheppen en nog steeds te ontgrassen hier en daar.

Gisteren appte dochterlief met de mededeling dat ze naar de Botanische tuin zou gaan. Er lag een onuitgesproken verlangen achter, waar mijn moederhart direct op appelleerde. ‘Ga maar’, zei lief met zijn hoofd nog in de middeleeuwen ‘En geniet’.

Al direct aan de ingang kwam een vertrouwde gestalte me tegemoet. Het was mijn lieve vriendin. Ooit waren we duocollega’s en altijd veel meer dan dat. Hoe was het mogelijk. Ze dronk er koffie met man en dochter en had mijn dochter al gespot bij de vlindertuin. Knuffelen en nog eens knuffelen. Het was alweer zo lang geleden. Hoe vertrouwd voelde dat. Wat hou ik toch van mensen in het algemeen en van haar in het bijzonder. We beloofden elkaar niets, want hoe gaat dat met ‘We zien elkaar gauw’. We zien wel.

Dochterlief kwam over het witte pad gelopen dat ik precies naar de andere kant was gaan volgen. Omkeren en hen tegemoet lopen, waarbij het terras uitnodigend bedelde om even bij te kletsen. Kleindochter, die vanaf nu het Zonnestraaltje heet, omdat ze zo heerlijk genieten kan van de wereld om haar heen en die overal een feest van maakt, hinkstapte daarna voor ons uit naar de Vlindertuin en bootste, hangend aan onze armen, de stappen van de Markies van Carabas met zijn zevenmijlslaarzen na.

Overweldigende schoonheid in de Vlindertuin met zijn prachtige wonderen der natuur betoverden tussen het opgewekte gebabbel door, spannend werd het in de tropische vogelkas, met het nagebootste oerwoud en de prachtige bloemen. Geen vogel gezien, alleen gehoord.

Twee uur kwaliteitstijd met dochter en de kleine Zonnestraal. Afscheid bij de fiets. Tot gauw. Kusjes en een brede lach. De zon bleef door het wolkendek heen prikken daarna, de hele dag lang.

Overpeinzingen

Zoals het een moederkloek betaamt

Regendruppels op het dakraam. Na een eenvoudig beraad besluiten we de dagen om te draaien. Morgen verder in de tuin en vandaag rommelen in huis. Lezen, schrijven, kasten uitruimen of onder het bed duiken en daar heel het overtollige verleden op de gevoelige plaat zetten en daarna rigoureus wegdoen. Met leed hier en daar, want er zijn van die mooie herinneringen bij, maar je kan eenvoudigweg niet altijd alles bewaren. Het is een slim plan. Vandaag dus dat en de kringloop om alles af te voeren en de gemeentewerf, poel der overtolligheid, en daarna verdere stappen bedenken om de werkkamer in orde te krijgen.

Vanmorgen las ik in het filosofiemagazine op FB een populair stuk over Epictetus, de stoicijnse filosoof uit de eerste eeuw na Christus. Het leverde een boeiend gesprek op. We filosofeerden samen door over hoe wij dit zelf wilden interpreteren en doken erin om een en ander te doorgronden. Onverstoorbaar zijn was een van de gegevens bij het aanvaarden van de problemen op je pad. Of dat mogelijk was, was toch wel zeer afhankelijk van de de geaardheid van de persoon in de omstandigheden, leek ons. Hoe valt emotie uit te wissen als iets je regelrecht raakt, zoals rouw of euforie. Is onverstoorbaarheid niet gelijk aan flegmatiek. Beschouwt men dat dan niet als desinteresse. Waartoe leidt deze houding in allerlei situaties. Zo dringen de vragen zich op. Heerlijk om samen over te peinzen. Zo’n heerlijk begin van dat wat een rustig dagje wordt.

Gisteren is er hard gewerkt op de tuin. De regenton staat er nu aangesloten en wel. Het kan nog wat verbeterd worden maar vooralsnog vangt het de eerste regen als alles gaat zoals we hopen. We zijn benieuwd. Lief heeft gepuzzeld en gegoocheld met de stukken pijp die er al waren. Er moest een stuk van de vlier afgezaagd, wat geen ramp was, want er zijn er drie en ze verbreiden zich snel. Ondertussen besloot ik de grassen en de brandnetels in het achterste bed aan te pakken. Binnen de kortste keren was de kruiwagen vol. De maagdenpalm groeit als een tierelier, evenals de grote pollen phloxen, de hemelsleutel en de geranium, maar al het andere spul dat er vorig jaar is ingegaan is weer verdwenen. Ik vrees dat op een gegeven moment een combinatie van vaste planten en struiken het tij moet keren. Vooralsnog blijft het puinruimen. Onder de ongewenste begroeiing komt het tranend hart dapper omhoog evenals de witte roos en de Acer, die eindelijk daadwerkelijk begint aan te slaan.

De vogels kwinkeleren dat het een lieve lust is. Als we even uitpuffen en onder het genot van het meegebrachte water de vorderingen bespreken komt er een lijster langs met een wijd opengesperde snavel waar een onrijpe kers in prijkt. Aha, daarom zitten er zoveel vogels. Met drie kersenbomen in mijn tuin en die van de buuf is er lekkers voor iedereen.

Als ik de grote grasmaaier hoor ronken besef ik ineens dat ik niet meer heb gekeken naar de doorgankelijkheid van het pad langs de tuin. Ook hier is werk aan de winkel. Gezwind snoei ik de eerste overhangers, omdat ik toch al bezig was met het snoeien van de haag tussen onze tuin en die van de oude, om lucht te geven aan de planten eronder.

Binnen de kortste keren lagen er bergen takken op het gras. Waar laten we die nou weer. In zakken en meenemen, stelde ik voor. Lief vond dat zonde, maar ik verzekerde hem dat we het bij het tuinafval op de gemeentewerf zouden gooien, waar het weer gecomposteerd werd. Zo had alles een functie. Dan was het goed.

Moe maar voldaan verlieten we later dan anders het, inmiddels, verlaten complex. Meerkoet zat nog steeds te broeden op haar eieren. Die moeten nu op het punt staan om open te barsten. Onverstoorbaar, stoicijns dus, zoals het een moederkloek betaamt.

Literatuur.·Overpeinzingen

En de eindigheid ervan

De gierzwaluwen vliegen niet al te hoog. De hoop was er op een vrijwel droge dag, maar ik geloof dat ze de twee lichte buitjes, die nog voorspeld zijn, bevestigen.Vandaag stap twee voor de regenton, de aansluiting. Er moet wat gereedschap mee en dan kunnen we los. Fijn als ie uiteindelijk helemaal echt staat.

Het was gisteren een soort van kabbelende dag met een bezoek aan Hoek, aan broer en schoonzus van lief, een fijne lunch en een goed gesprek over de toekomstige plannen. De regen kwam inmiddels met bakken uit de hemel zeilen. Jammer, want anders hadden we echt het strand nog aangedaan. We waren er zo dichtbij, per slot van rekening.

De boeken met inspiratieverhalen heb ik naar boven gehaald en ze liggen nu om mij heen of staan op de plank achter het bed, tegen het doek van de schrijvershand die de pen vasthoudt. Onder andere ‘ De kunst van het woord’ Vincents mooiste brieven, de meeste aan zijn broer Theo, altijd bedelend om geld of penselen en verf en met een uitgebreid verslag van zijn belevenissen, maar ook met de gedachten, die zijn gemoed bezig houden. ‘Verdriet is een ding met veren’ van Max Porter is een andere. Elke passage is raak, soms vervreemdend, kraai speelt zijn eigen rol, die van rouwverwerker en vliegt pas op als de vader met de twee zonen samen alleen verder kunnen gaan. Kraai in zijn rol als de spiegel van verdriet. Hij drijft er de spot mee en roept zijn rouwenden wakker. Een intense beleving is dit hele bescheiden boekje. Hoe dicht kan je onder de huid kruipen.

Het mooie boek van Toon Tellegen: ‘Tot de winter er op volgt’ vind ik er tussen. Een verwerken van de ouderdom op een wisselende wijze. Soms zet hij zich er tegen af zoals in het gedicht Het gelijk aan mijn zijde, waarin hij een engel verslaat en het gelijk niet van zijn zijde wijkt en dan weer leunt hij er weemoedig tegenaan en omarmt in zekere zin dat duistere moment: ‘ Ik ben moe, nacht/je friemelt al aan mijn knopen, ik voel het wel,/je maakt mijn veters al los…, nacht, geef me nog wat tijd.’ Of dan weer een moedig aangaan van wat onvermijdelijk is, zoals in het gedicht ‘Het verleden slaat op de vlucht’, waarin hij schrijft: ‘Ik zou niets meer wegen,/nooit meer die loodzware voeten, die rug die bezwijkt, die plotselinge steen in mij/ en nooit meer schrijven, doorkrassen, verfrommelen, verdoezelen.’

Helemaal onderaan ligt het kleine boek van Kees van Kooten over het sterfproces van zijn moeder Annie. Een aangrijpend en waar gegeven vond ik op bladzijde 55. Iets wat heel vaak meespeelt. ‘Annie wil niet verder leven, maar wij kunnen haar nog niet laten gaan. Zelfzuchtig rekken wij haar laatste ademhalen, dat steeds benauwder wordt, met kortere tussentijden. Schurend en raspend, niet om uit te houden, niet om aan te horen.’

Ook de genezing van de krekel van Toon Van Tellegen ligt er tussen de lievelingen. Een tweespraak tussen de krekel en de schildpad gaat daarin op deze manier: ‘Ik ben somber,’ zei de krekel ‘O,’ zei de schildpad. ‘Ja,’ zei de krekel ‘Onverwacht. Het is een gevoel in mijn hoofd. Een groot en onwrikbaar gevoel.’ In de rest van het verhaal proberen zijn vrienden op allerlei manieren de somberheid op te heffen. Aan het eind van het boek gebeurt het: Er was iets vreemds. Iets heel vreemds. Maar wat? Hij keek om zich heen. Hij zag de vloer, het plafond, de deur, de kast, de tafel, de stoelen en het raam. alles was zoals het altijd was. Zijn gordijnen wapperden zachtjes in de ochtendwind. Toen wist hij het. Het sombere gevoel in zijn hoofd was weg. Zijn hoofd was leeg. Gedachten kwamen schuchter te voorschijn uit kieren en gaten, en schoten onwennig door de lege ruimte heen. Het is weg! Dacht de krekel.

Een gegeven dat me altijd bezig heeft gehouden. Afscheid en de kwetsbaarheid van een mensenleven. Door berichten over mensen die ineens vertrokken zijn. Die zelf een keuze hebben gemaakt of die dat aan anderen overlieten. Die geen vinger in de pap kregen, maar op stel en sprong in opdracht het aardse verlieten. De willekeur daarin, het ongewisse en natuurlijk de gedachte aan wat ons te wachten staat. Heel het leven in haar volle glorie en de eindigheid ervan.

Overpeinzingen

De moeite van het bekijken waard

Kwaliteitstijd met dochterlief en de kleine Dribbel, die inmiddels alweer een heel stuk groter is. De locatie is Rhijnauwen en het bos ligt er als een oase van groen bij, een verstild monument op de vroege ochtend. Ik rij door naar waar ik vermoed dat ze de auto hebben geparkeerd en zie ze al staan aan de ingang.

Dribbel doet zijn naam eer aan en dribbelt voor of achter ons uit. Op de toegangsweg moet hij nog even in de buurt blijven, maar in het bos zelf mag hij los en vindt onmiddellijk een tak, die hij als een soort wichelroede gebruikt en later als een bezweringstak voor de grote zwerfkeien langs het pad. Bij ieder kei houdt hij ernstig de tak een gezegend moment tegen het harde steen en rent dan weer naar de volgende om de handeling te herhalen. Hij kiest daarvoor alleen de groene, bemoste, stenen uit. De anderen kleuren blauw op, op zo’n manier dat het nauwelijks op foto is vast te leggen, maar een kleur die je dolgraag in een potje zou willen vangen.

Na een blokje was hij moe gedribbeld en togen we naar het kleine speeltuintje waar, helaas pindakaas, alleen de glijbaan en de wip nog begaanbaar waren. Er stonden plasjes in de wipkip en op het schommelbed. Geen glijbaan had geheimen voor de kleine durfal. Met het grootste gemak beklom hij de trappen en roetsjte van de glijbaan af. Dochter en ik bespraken alle lopende zaken en wisselden ideeën uit over de op hand zijnde verjaardagen en de komende vakanties.

Over een ding waren we het eens. In deze maanden vloog de tijd harder dan ooit voorbij en waren de dagen gatenloos gevuld met allerhande ontwikkelingen, ondertussen bijna moetdingen, omdat school dat eiste, of het werk, of de clubs van de kinderen. Afspraken vielen er nauwelijks meer te maken of het moest puur en spontaan zijn, zoals deze ontmoeting, die met één belletje afgelopen zondag tot stand kwam.

In het aangrenzende pannenkoekenrestaurant besloten we te gaan theeën en Dribbel mocht, aan de hand van de plaatjes, zelf uitkiezen wat hij als extraatje bij de biologische appelsap wilde. Het werd een enorme muffin met bosbessen in haar binnenste, die met een brede glimlach en met smaak verorberd werd. Het grint op de grond werd het terrein van vermaak en af en toe nog even de glijbaan, waar hij zo naar toe kon lopen, maar pas nadat alles op was. Wat heerlijk om zo even samen te zijn en te kunnen delen.

Om de tijd te overbruggen naar de afspraak met de fysio bezocht ik drie kringlopen. Bij de eerste in het stadje aan de andere kant van de Lek hadden we afgelopen keer een voetenbankje gezien, die dienst kon doen als opstap bij de boekenkast. Dat was heel wat beter dan de sanitaire verhoging die ik nu gebruikte. Het was opnieuw overtrokken met gerecyclede stof door het handwerkteam en zag er vrolijk en een beetje hippy-wise uit. Verder was ik wel een beetje klaar met kringlopen merkte ik. Door het ontspullen thuis leek alles overbodig. Eerst het huis leger maken en dan zien we wel weer.

Bij de fysio was het heerlijk bikkelen. Door de variatie in de oefeningen dacht ik geen moment aan de tijd en was het half uur voorbij eer ik er erg in had. Bovendien was het contact jolig van aard maar ook met een hele serieuze ondertoon en kreeg ik steevast goede oefeningen mee voor thuis. Als ik de keuze had gehad dan nam ik deze stagiair als vaste therapeut.

Alleen Pluis was thuis. Voor de maaltijd koos ik pasta in een bechamelsaus uit de oven en daarna was ik compleet gesloopt. De beide mannen, lief en zoonlief, aten met smaak en verve alles schoon op en ik dook in het boek van Pieter Waterdrinker tot aan het programma van Roosen&Borst, dat twee mensen met beginnende en gevorderde Alzheimer te berde bracht en de reactie van de omgeving liet zien. Het wierp vragen op die ik eerst moet overdenken. In alle opzichten is het de moeite van het bekijken waard.