filmgemijmer·Overpeinzingen

Een heerlijke dag

Vol verwachting klopten onze harten toen in het kleine zaaltje de lichten uitgingen en de eerste voorbeschouwingen van de te verwachten films van de rol afdraaiden. Daar waren de penselen in beeld, een lik verf, een klein portret. Wat we kregen bleek geen speelfilm te zijn, maar eigenlijk een documentaire. Een aantal ingewijden vertelden over het leven van Pissarro. Natuurlijk er waren beelden tussendoor, zijn schilderijen, zijn huiselijk bestaan werd er summier doorheen gevlochten. Vrienden werden genoemd en het verschil tussen de Salon en het kunstenaarsgezelschap dat hij met een aantal vrienden, Degas, Monet, Cézanne, had opgericht. De invloed van Corot kwam langs en een summiere enkele vrouw, zoals Morisot en Mary Cassat.

We bleven met een aantal vragen zitten. Hoe keek hij tegen zijn vriendinnen aan, die ook kunstenaar waren en door bleven schilderen in een tijd waarbij vrouwen geacht werden te stoppen na een huwelijk. Wat was zijn rol in hun gezin als de doorgaans afwezige vader. Er werd wel verteld dat zijn vrouw hem af en toe sommeerde thuis te komen als hij al een paar maanden in Parijs vertoefde en dat ze niet meer tegen de armoe kon, maar hoe was hun relatie. Zijn vrouw zorgde voor een vast onderkomen door zelf een huis te kopen met geleend geld. Over de kinderen hoorden we op het laatst alleen wat over Lucien, omdat hij hem brieven had geschreven, maar dat er vijf kinderen in de voetsporen van hun vader waren getreden haalde ik pas later uit een biografie.

Teleurstellend was de grote afwezigheid van een acteur die Pissarro had kunnen spelen. Dat had alle informatie een stuk levendiger gemaakt. Iets voor de televisie zo’n docu, was onze mening. Onze nabeschouwing werd gedeeld onder het genot van een kop soep en een glaasje wijn met uitzicht op het steegje naar de Neude toe. Heerlijk toeven was het.

De uiensoep bleek vooral heel veel ui en weinig bouillon. ik ben gek op uien maar zelfs voor mij was het teveel. Ik adviseerde het meisje aan de keuken door te geven dat minder ui een stuk smaakvoller zou zijn. Lief nam de pompoensoep. Ook al een stevig soepje, waarin de lepel rechtop bleef staan. Het maakte allemaal niet uit. We zaten op ons stekkie en babbelden twee uur over de film en somden voors en tegens op. We kwamen tot de slotsom dat we er een aantal boeiende vragen aan hadden overgehouden, met het gevolg dat je dieper de materie in zou duiken. Zo werpt Kunst meerwaarde op.

We wandelden terug over Hoog Catharijne, dat doorgaans vermeden wordt omdat we de oude stad prefereren. Maar er moest een nieuw pakje Henna gehaald worden en omdat ik een winkel wist, waar het te verkrijgen was, liepen we door de Bakkerstraat langs de schuilkerk Maria Minor naar de zijingang. We verbaasden ons over de grote leegstand, zou dat deel een andere bestemming krijgen? De overdaad aan luxe schitterde ons tegemoet. Rap de betreffende winkel gezocht en in sneltreinvaart naar de bus. Pissarro met twee maal een -s- had voor een aangenaam verpozen gezorgd. Ondanks de regen werd het een heerlijke dag.

filmgemijmer·Overpeinzingen

Een vredig samenzijn

Lief zoekt naar verbanden tussen mijn voorouders en de zijne en prevelt namen, kijkt, vergelijkt, zoekt data op, plaatsen. Het is een totaal andere wondere wereld. Het boek ‘ Het lied van ooievaar en dromedaris’ van Anjet Daanje ligt tegen mijn opgetrokken knieen, 643 bladzijden dik, de noten achterin niet meegerekend, die welhaast allen bestaan uit delen van gedichten van Emily Bronte.

Het verhaal begint in 1847 en ik vertoef dus ook in vroegere eeuwen, net als lief met onze wortels. het boek begint met het leven van Susan Knowles-Chester en haar wonderbaarlijke beroep. Ze is de aflegster van het dorp en komt als een schaduw op verzoek naar de doden toe, doet haar werk en vertrekt eveneens zo geruisloos mogelijk. Ze maakt een ijzingwekkende ervaring mee met een van de doden en kan daarna haar vak niet meer uitoefenen. Het is een wonderbaarlijk verhaal, zo boeiend verteld dat ik het eerste hoofdstuk in een adem uitlees. Morgen verder.

De paarse stoel, die zaterdag stond te pronken in de kringloop en die in alle dromen van het weekend terug kwam, stond nog op haar vaste plek temidden van de pittig geprijsde andere meubelen en bedekt onder een lading afgrijselijke kussentjes en de neppe schapenvacht. Dat was misschien wel een geluk, want niemand heeft op die manier kunnen inschatten, hoe mooi ze was. Een medewerker naast de kassa was verbaasd over de schoonheid ervan en had niet geweten dat ze er stond. Het was niet geveinsd kon ik zien aan zijn monsterende blik. De kleine blauwe ontving de vondst met voldoende ruimte, nadat ik de achterbank had opgeklapt. Zo nieuwsgierig hoe ze zou staan bij de andere meubels.

Eerst was er de fysio en de allerlaatste sessie met mijn leuke stagiair, die, doe eens gek, een parcours in elkaar had gedraaid met zware ballen tot 16 kilo en een wiebelloop. Om te beginnen moest ik de slee met zware gewichten, grote zwarte ronde schijven, trekken en duwen. Trekken was een eitje, maar duwen putte volledig uit. Als toetje mocht ik de kipfilets van de armen plagen, terwijl hij een elastieken koord vast hield. Ik zal zijn diversiteit in grappige oefeningen missen. Een ding weet ik zeker. Hij komt er wel.

Lief ophalen bij huis voor een filmmiddag. We hadden stoelen voor een Koreaans geproduceerde, geschreven en geregisseerde film van Park Chan-wook om vier uur gereserveerd. Deze Mysteriefilm heette: Desicion to leave. We hadden er prachtige natuur bij verwacht door de omschrijving die er bij de trailer gegeven werd, maar dat was sporadisch. Veel eerder waren de andere filmbeelden in hun stadse lelijkheid sfeervol verfilmd. Het duurde even voor we door hadden hoe de gedachtengang van de auteur in elkaar stak. De heftigheid van sommige scenes waren er wel maar welhaast ijzig verstild of met een zo plotselinge uitbarsting dat het nauwelijks te voorspellen was. De vrouw als zoete verleidster of als een sirene met lieflijke zang tot de rechercheur in haar fuik zou lopen. Het gaf een wonderlijke beleving, een vervreemding haast, waardoor de vragen na afloop bleven hangen als nevel in de stille avondschemer.

De festiviteiten rond het gouden kalf slokte de ruimte van het belendende restaurant op. We besloten richting de parkeergarage te lopen en aan de kade een restaurant te kiezen. Dat werd een Balinees restaurant, de Spice Monkey, waar je met vier of vijf kleine gerechten je maaltijd samenstelde. Met de daging rendang, de telor pedis, de sajour lodeh en de tempeh sambal goreng deden we ons ook te goed aan de vele indrukken die de film had achtergelaten en de raadsels die om antwoorden of duiding vroegen.

Bij thuiskomst een appje. De dochters waren weer veilig thuis en nog een, zoonlief bleef slapen bij vriendin. De stoel paste, zoals bedacht in de droom, een welkome aanwinst. De avond sluimerde verder in een vredig samenzijn.

filmgemijmer·Overpeinzingen

De kunst van leven en laten leven

Wat een slim idee was dat, een wonderschoon alternatief voor te hete dagen, zo’n bescheiden filmhuis in de middag. Net als verwacht sloeg de lome hitte elke vorm van energie eruit. Het was drukkend warm. De gierzwaluwen scheerden laag boven de daken en dat beloofde onweer, maar de lucht was nog steeds strak blauw.

Het was in de bus aangenaam koel zo op de vroege middag. Straks zou daar ook niets meer van te merken zijn. We besloten direct door te rijden naar het centrum van de stad, zodat we voordat de film begon, iets konden drinken in het filmcafe. Het tafeltje van de vorige keer was nog vrij, dus streken we er neer met uitzicht op de smalle steeg en de gesloten koekfabriek er tegenover, een klein pandje met de deur nog altijd potdicht.

Er was geen kassa open, maar de kaartjes konden gekocht worden aan de bar. Wij zouden met de E-tickets boven gecontroleerd worden bij de ingang van de zaal. De airco trok heel de warmte onderuit. Nog vier mensen hadden hun zinnen gezet op ‘Bergmans Island‘, verder bleef het rode pluche aangenaam leeg.

Het verhaal speelde zich allemaal af op het Zweedse eiland Fårö, waar Ingmar Bergman gewerkt, en gewoond heeft en begraven ligt. Dit eiland is een soort van bedevaartoord voor de Bergmanliefhebbers. De adoratie tijdens een ‘Bergmansafari’ wordt in de film hier en daar subtiel onderuit gehaald door de regisseuse Mia Hansen-Love. Het verhaal begint kabbelend, maar allengs neemt de spanning toe door een vernuftige gelaagdheid. Als alle grenzen van die lagen vervagen, is het steeds weer een verrassing welke wending het verhaal neemt. Het blijft boeien tot het einde toe. De natuur op het eiland is prachtig in beeld gebracht en past bij het bedachtzame peinzende karakter van de film.

Wat mij intrigeerde was de manier waarop je en passant meekreeg hoe de levens van de scriptschrijver en haar script letterlijk verweven raakten. Zeer de moeite waard. Wel een vest meenemen, want het was op een gegeven moment wel erg koel in de donkere zaal. Dat stond in stevig contrast met de overdadige warmte en het felle zonlicht buiten, maar door eerst nog maar een aperitief en een vega-borrelplank te genieten kwam de temperatuur op niveau in balans. Over de film raakten we niet uitgesproken en onze waarnemingen qua intentie en beleving waren praktisch gelijk.

De lokatie ‘De Slachtstraat’ is een oase vergeleken bij de drukte op de Neude, dat tegenwoordig volgebouwd is met terrassen en een spektakeltent. Het geroezemoes gaat daar over in een kakofonie van geluid, dat net zo overweldigend overkomt als de uit de voegen gestegen hitte. Dankbaar bejubelden we de stilte en de relatieve koelte in de kleine overschaduwde stegen naar het station, waar we de bus terug zouden nemen. Hoe wisselend kan een overvolle stad zijn.

De film is een aanrader als je van het kalme tempo, de sfeerbeelden en de mooie natuur houdt, die vaak zo kenmerkend zijn voor een psychologisch drama. Als je gevoelig bent voor de liefde en de schoonheid die de beelden uitstralen, word je dubbel beloond. Dat is de kracht van het verhaal, dat op een subtiele manier inzoomt op de kunst van leven en laten leven.

filmgemijmer

Dat te weten is genoeg

Een loom begin, na een late avond. Na de zang resulteert de verwerking in het ontspannen met een glaasje en een film. In dit geval een documentaire-achtige film ‘The Painter and the Thief’ over een kunstenares, Barbara Kysilkova en de dief van twee van haar enorme kunstwerken uit de galerie. De dief is de drugsverslaafde kunstminnende intellectuele crimineel Karl-Bertil Nordland.

Na zijn daad spreekt de kunstenares hem aan in de pauze tijdens het proces tegen hem over het waarom en met de vraag of ze hem mag portretteren. Hij aarzelt en stemt dan toe. De dief wordt een goede vriend van haar en wordt haar muze. Ze zet hem indringend en aangrijpend een aantal keren op doek. Eenmaal in de film getrokken, kom ik er niet meer uit en pas ruim anderhalf uur later kan ik naar bed. Zo de moeite waard. Niet alleen omdat het een documentaire is en de hoofdrolspelers zichzelf zijn, maar ook door de manier waarop het verfilmd is en door de krachtige doeken die Barbara maakt. Een film om een aantal keer te zien, zodat er geen detail ontsnapt. De mens achter de dief te zoeken zegt veel over Barbara en de dief die daar een inkijk van durft te geven, heel veel over zichzelf. De regisseur, Benjamin Ree, die getrickerd werd door het bericht uit de krant, boft met deze twee mensen, die zich uiteindelijk volledig bloot geven in alle emoties die zich aandienen.

In de Zin kom ik deze morgen een uitspraak van de Griekse Wijsgeer Epictetus tegen over aanvaarding: ‘Verwacht niet dat alles gebeurt zoals U het wilt, maar besluit te willen wat U overkomt en U zult gelukkig zijn’. In zekere zin heeft de regisseur zich ook laten leiden door wat hem op zijn pad kwam, zonder te weten waar het naar toe zou gaan. Het is een omdenken, dat veel rust zou kunnen brengen. Besluit te willen wat je krijgt is heel iets anders dan te krijgen wat je wilt. Heerlijke mijmeringen komen er mee los. Geen sturing geven, maar alles bezien en de realiteit aanvaarden. Ooit diepte ik daar een mooie levensles uit. Door omstandigheden moest ik mijn eigen huis verlaten, omdat mijn verwarde partner nooit zou kunnen wennen aan een nieuwe omgeving. Mijn nieuwe onderkomen werd een betonnen maisonnette. Maar het huis was ruim en gratis en voor niets kreeg ik bij de destijds wat troosteloze omgeving, de meest prachtige luchten cadeau en het gevoel van vrijheid, zo hoog en droog.

De wijk is drastisch aangepakt en ziet er niet langer grijs en saai uit. Mijn kinderen hebben vanuit deze woning allemaal een bestemming gevonden. Jarenlang verlangde ik terug naar de stad, om op zondagmorgen te kunnen wandelen langs de verlaten grachten in de verstomde retoriek van het verleden. Intussen bleef het huis bedelen om mijn aandacht, tot het me zo ver had dat ik eigenlijk niet meer weg wil van mijn boom voor het slaapkamerraam, de kauwen in de dakgoot, de vier trappen, het heerlijke uitzicht. de ruimte. Huis heeft me met huid en haar ingepalmd. Een rustgevende gedachte.

Het is vergelijkbaar met mijn drie tuindagen, waar ik gisteren over schreef. De nieuwe invulling zal een hoop vreugde brengen. Zodra het verlangen naar de verre horizon is gestild en tevredenheid het stokje overneemt, zijn er zoveel wegen die open liggen. Dat te weten is genoeg.