Feest der herkenning·Overpeinzingen

Een hoofd vol nieuwe herinneringen

Vandaag komt de schoonmoeder van zoonlief kennis maken tijdens een kleine maaltijd. Ze schijnt erg van de Indonesische keuken te houden. Wel, dat geeft geen enkel probleem. Gisteren maakte ik de bouillon voor de soto al. Vanmiddag zal ik op mijn dooie akkertje, met de rijst als sluitpost, de andere bijgerechten koken. Aardappelen, eieren, prei en lente-ui, verse selderij, bawang goreng, boontjes en taugé. Om van te smullen.

Dat Nederland onder je door kan glijden, terwijl je geen weet hebt van de bijzondere omgeving. Daar peinsde ik over toen de kleine blauwe prins me opgewekt voortsnorde naar Almere. Het eerst viel me het grote windmolenpark op dat nu toch wel langzamerhand elke ouderwetse uitgestrektheid had laten verdwijnen met die vele enorme witte staketsels. Met de nadruk op veel, te veel zou ik denken. Blijf maar over het water kijken, hield ik mezelf voor en natuurlijk met één oog op de weg. Afslag 37 was betrekkelijk ruim voor Almere stad. Almere Hout stond er op het bord, terwijl er in de verste verte nog geen boom te bekennen was.

Verderop in de wijk merkte ik dat het sloeg op de houtbouw van de huizen. Alternatieve bewoning, een grote varieteit en mooie soms wonderlijke bouwsels, een houten boomhut, een houten hooiberg, een oude houten zuivelboerderij. Weid, weider, weids. De laatste straat was waar ik zijn moest. Tegen een bosrand aan inderdaad, ver het land in, stond het op een na laatste, houten huis, met een vriendelijke veranda er omheen, waar twee kleurrijke katoenen hangstoelen hingen te bungelen in de wind. Rondom het huis een aanleg van de al vorderende moestuin, achter het huis de distelvelden vol puttertjes, tijgerspinnen in de struiken en in de bossages achter het huis de vossen en reeën, nu nog schattig, maar met de komst van de eerste groenten misschien minder gewenst.

Dat mijn kennis over het gebied werd vergroot, was te danken aan de heer des huizes, die me vriendelijk ontving. Het gezelschap, dat wist ik, was nog aan de wandel. Bewust had ik er voor gekozen niet mee te gaan, geen blok aan het been, hoe zeer ze ook rekening zouden hebben gehouden. Hij gaf een uitvoerig kijkje op het ontstaan van de bebouwing op de ruim bemeten kavels om hem heen. het land bleef haar agrarische karakter behouden, dus hadden de buren erachter vier varkentjes en de bewoners voor aan het straatje kippen en geiten. Bij hen was de in aanwas zijnde moestuin het agrarische gedeelte.

Ondertussen stonden bij de bessenstruiken aan de zijkant van het huis mijn lieve volksdansvrienden en vriendinnen te luisteren naar de uitleg van onze gastvrouw. op de tafel stonden taarten in verschillende variaties, zelfgebakken of snel gekocht, bij de thee koos ik voor de heerlijke cheesecake.

Toen iedereen modderschoenen had verwisseld en men was uitgewasemd kwam er een warm bad van welkom. Na een jaar was het goed toeven temidden van het gezelschap die meer dan tien jaar lang als familie voelde. Samen hadden we zoveel beleefd. Allen waren we wat ouder geworden, maar toch nog opmerkelijk jonger dan de drie van mijn leeftijd. Dat viel ooit weg, zo tussen de veertig en de vijftig, maar nu was het duidelijker te merken. Jeugd vertaalde zich blakend.

Er was zoveel te bespreken. Lief en leed werd gedeeld. Wat was er allemaal langs gezeild in het leven, hoe ging men ermee om, hoe trachtte je tegenslagen op te vangen, was er ruimte voor nieuw. In de loop van de ochtend bleek het versje van de tien visjes zich vertaald te hebben in het dunner worden van de spoeling. Een voor een moesten mensen afbellen die ziek waren geworden, in contact waren gekomen met iemand die corona bleken te hebben, of uit vrees voor het gezelschap en het zich zo roerende virus en allemaal liever thuis wilden blijven.

Uiteindelijk waren we met tienen. De aangename bijkomstigheid van een klein gezelschap was dat er veel meer ruimte overbleef om bij te kletsen met iedereen. Het meegebrachte eten was heerlijk, de focaccia, vooral die zonder knoflook maar met tomaat, werd goed ontvangen. De avond vloog om, maar na de koffie en de thee was bij mij de koek op. warme omhelzingen zorgden ervoor dat ik met een brede glimlach huiswaarts reed. Zachte muziek in de auto, donkerte om me heen en een hoofd vol nieuwe herinneringen.

Feest der herkenning·Overpeinzingen

Daar is geen mens ongelukkiger van geworden

De kleine blauwe was herboren uit de garage teruggekeerd en schoon. Ze hadden hem even fris gewassen. Er moest nog wel een klein dingetje gedaan worden. Dat kon niet gisteren, omdat er iets besteld moest worden. Derhalve stellen we de gang naar Verweggistan nog even een paar dagen uit.

Vandaag mag ik de auto halen van schoonzoon voor de reis er naar toe. Een grotere, comfortabele hybride. Drukt de kosten, dus niet onbelangrijk. Dat willen we gaan uittesten. Mijn kleine blauwe Prins als handige stadsauto en de grotere lease voor de reis. Kijken of het loont en prettiger is.

Bij de verjaardag afgelopen zondag in het park bleek weer eens een keer hoe vervelend het is als je niet meer wendbaar genoeg bent. Eenmaal op de grond beland, voelde ik me net een zoutpilaar. De berg, zogezegd, en alle lieve schatten er omheen moesten naar mij komen als ik ze wilde knuffelen. Zo’n stijve hark. Vandaag op de fysio zal ik daar extra oefeningen voor vragen. Met het traplopen gaat het nu goed. Doorgaans red ik de vier trappen in één adem omdat ik geleerd heb de beenspieren in de strijd te gooien en dat spaart een belangrijk deel van de lucht. Zelfredzaamheid is een groot goed.

Vandaag is de tweeling jarig en altijd op deze dag, zie ik mijzelf weer om acht uur ‘s morgens tegen de deurpost van de eerste hulp aanhangen, in een wee, met de fles wijn, de drie deeltjes van Vasalis en de twee identieke knuffelbeertjes als aandenken voor de gynaecoloog onder de arm. Nog een en al vrolijkheid en eigenlijk een maand te vroeg. Ik was er zelfs alleen naar toe gereden met de auto, omdat manlief de twee dametjes bij opa en oma moest brengen. Voor half twaalf waren de twee er. De grootste van de twee blakend van gezondheid en de tweede, die knel gezeten had in zijn compartimentje omdat broer er steeds tegenaan trapte, wat verkreukelder en benauwder in de couveuse. Beide ongeveer 2300 gram. Een eitje, die bevalling, wonderlijk, maar een eitje. Haha. De gekte kwam pas later, toen er de meest onverwachte mensen in grote getale dit wonder kwamen aanschouwen. Ik zag ooms en tantes, die ik in mijn lang-zal-ze-levensdagen niet had gezien. Het werd daardoor extra feestelijk en vermoeiend. De kraamtranen bleven achterwege, want met twee dochters en nu de zonen erbij waren we echte routiniers geworden. Bovendien moesten ze altijd op elkaar wachten. Dat die grote stoere mannen van 37 toen van die schattige tere rozige prematuurtjes waren is nauwelijks voor te stellen, maar het was echt zo.

Zelf was ik alles behalve aangedaan door de exercitie en stond ik een half uurtje later om twaalf uur de kleinste achter glas te bewonderen. Geen centje pijn. Omdat we nog een aantal dagen mochten blijven was de kraamtijd reuze relaxt en ging ik in de nacht zelf bijvoeden, omdat ik het zo herkenbaar en gezellig vond in de zusterspost. Alsof ik weer een nachtdienst draaide. Eens een pleeg, altijd een pleeg.

Er is nog een leuk feestje in het vooruitzicht. Donderdag gaan we uit eten als gezin, zonder aanhang. Alleen ik met de vijf. We hebben de Stadsjochies gekozen en ik ben reuze benieuwd. Dit is weer de eerste keer sinds lang en derhalve heel bijzonder.

Ondanks deze nieuwbouwstad voel ik me nog steeds een stadsmessie en als het even kan gaan we straks op zoek naar een mooi appartement in het oude centrum van onze geboortestad, denken we nu, omdat plannen maken nou eenmaal bij de liefde past. Wensen en verlangen en die proberen waar te maken, al zou de tijd beperkt kunnen zijn. Maar evenzo vrolijk zit er voor ons een flinke rente op en kunnen we jaren voort. We gaan het zien en beleven, maar dromen, daar is geen mens ongelukkiger van geworden.

Feest der herkenning·Overpeinzingen

Wie dan leeft, dan zorgt

Geluiden van buiten snijden door de donkere nacht. Stemmen die overduidelijk van een feestje afkomen, voorbij razend auto’s, krakende fietsen, flarden muziek, een dreunende bas. De stilte versterkt de echo waarmee ze tegen de huizen opklimmen. Slaap is ver te zoeken met de warmte en de angst voor het aantrekken van muggen belet om het raam wagenwijd open te gooien.

Achter mijn ogen hangen de vertrouwde gezichten die ik vandaag in hoge mate heb gezien op het verjaarsfeest van zwager. De familie was op één broer na, die ziek thuis zat met zijn lieve trouwe vrouw, compleet en dat is daarmee iedere keer weer een klein wonder. We zijn met zovelen en allen gaan gestaag door. Voor lief was het een vernieuwde kennismaking met de meesten na al die jaren. Vierenveertig jaar geleden zag hij ze voor het laatst. Dat zijn heel wat decennia om bij te praten, jaren om te overbruggen, op de hoogte te raken van de huidige stand van zaken.

Met de broers haal ik jeugdherinneringen op, leuke en minder leuke, stoere en minder stoere, zelfs de littekens komen om de hoek kijken. Het leven heeft er hier en daar meer of minder rimpels in gebeiteld, maar het is opmerkelijk hoe tanig en sterk ze zijn. Krasse knarren, bedenk ik, en zoek de kleine jongens achter de meelevende ogen. Als het over voetbal gaat licht de blik op, maar het gaat ook over wat je bezielt in de huidige tijd, hoe de dagen slijten en de tijd nog sneller gaat. Kwalen en kwaaltjes worden lachend en schouderophalend uit de doeken gedaan. De familie heeft vooraan gezeten bij versleten knieën, heupen en knokige handen. Krom als oma Driehuis hoeven we niet te gaan, want alles is vervangbaar en maakbaar tegenwoordig.

Broerlief heeft zijn vriendin mee, waar bijna iedereen nog onbekend voor is en ze laat alle verhalen welgemoed over zich heen glijden, geamuseerde lach, soms verbazing. Hij en ik knippen ons eigen haar altijd, blijkt. Het zit kennelijk in de genen. Aan ons is een kappersbezoek niet besteed. Mijn hele leven lang al niet. Ze valt bijna van haar kruk van verbazing.

Van een van de jongens hoor ik dat onze vader een automonteur-opleiding heeft gekregen bij de politie, iets wat te doen gebruikelijk was in die dagen. Vakgericht en inzetbaar op meerdere fronten. Nooit geweten, ondanks dat hij altijd onder zijn auto voor de deur lag om wat te sleutelen. Ik dacht dat hij op dat gebied een selfmade man was. Lief vermaakt zich kostelijk, zie ik vanuit mijn ooghoeken en het doet deugd om hem zo op zijn gemak te zien. Zwager is helemaal jarig en zus is een echte gastvrouw, voegt zich bij elke tafel om een onderhoudend praatje te hebben en de aanwezigen op hun gemak te stellen. De gesprekken nemen een loop bij het wachten op je beurt bij de toiletten. Tante Truus maakt gewag van het feit dat mijn lach op die van zus lijkt, maar verder moet ze zoeken naar de gelijkenis. Een vrolijk gesprekje, ogenschijnlijk een niemendalletje, maar met veel informatie in een notendop voor de goede verstaander. Het leed filtert zich vanzelf. We hebben allemaal onze bagage.

De lunch laat zich smaken en alles is er in overvloed. We schuifelen langs ‘het lopend buffet’ een oer-Hollands recept van bolletjes, brood, zalm, kroket en vleeswaar, een overvloed aan kaas, frisse salade en vers fruit. De buiken zijn gevuld, de banden weer verstevigd, een laatste kring van overgebleven mensen, eindelijk het lied voor de jarige bij een laatste glas. Daarna nemen we afscheid, tot spoedig weer. Dag lieve familie, in de wetenschap dat je nooit weet of alles bij het oude blijft. Wie dan leeft, dan zorgt.

Feest der herkenning·Overpeinzingen

Het mag er zijn. Allemaal

Na een rustig opstarten van de dag en het maken van een ludieke kaart voor het feestvarken namens de boekenclub(dat kon natuurlijk alleen een leporello zijn)gingen we op zoek in het centrum naar het uitgeholde boek dat we vorige maand ergens gezien hadden. Mijl op zeven bleek later, nergens meer te vinden, zelfs niet in de goedkope hebbewinkels.

Dan maar een mooi envelopje in een tas. Goud op snee, dat verdiende onze man die de zes decennia aantikte. Nou, al een half jaar geleden hoor. Maar dankzij corona hielden we er gisterenavond een fantastisch feest aan over.

Het was een tocht door mijn verleden, direct bij binnenkomst al. Lief kreeg de vuurdoop. Binnen een mum van tijd werd hij meegesleurd de diepte in, maar op de mij zo welbekende amicale en liefdevolle wijze. Dertig jaar aan verhalen trokken voorbij in een notendop en alle liefde uit die tijd kreeg hij er gratis bij. Dankbaar en liefdevol voelde ik me temidden van al die vertrouwde gezichten. Het was een beetje alsof ikzelf wat te vieren had en ik weet zeker dat dat voor bijna iedereen gold.

De entourage was er naar. Het mooie huis, de prachtige tuin, het grote atelier met de doeken van de drie dochters en wat kleiner werk, de prachtige vers-van-de-pers-keramische beelden van eigenhand van vriendinlief, de vlaggetjes, de slingers, de feesttenten, dat alles tesamen ademde feest en liefde in kapitalen en het feestvarken zelf kon niet stralender zijn dan dit.

Er was een foodtruck die onafgebroken de hapjes verzorgde en daarna zelfs keuze bood uit drie schotels met heerlijkheden onbeperkt eten. Zon werkte tot een uur of half zeven op alle fronten mee. Daarna vond iedereen met gemak een schuilplaats in een van de diverse droge ruimtes of in huis. Halverwege de avond werd de doopceel van de jarige gelicht in een ouderwets smartlappenlied door zijn vier vrouwen gezongen met ondersteuning van de ‘afwezige’ accordeon, geïmiteerd door haar duozanger. Iedereen zong het refrein uit volle borst mee.

Dochter luidde samen met haar vriend de dansavond in achter haar dj-tafel, die beschermd was tegen de regen aan de open kanten met plastic. Het geluid moet tot in de verre omtrek te horen zijn geweest. Lekker even dansen, ik kon het niet laten. Grensje te ver, natuurlijk, maar eentje moest kunnen, nou twee dan, met een flinke pauze ertussen. Lief vermaakte zich en dat was een zorg minder. Allesbehalve als muurbloempje onderhield hij zich met de vermakelijke verhalen van mijn lieve vrienden, kreeg anekdotes voorgeschoteld, een kleine uitleg over ons oude vertrouwde schooltje. ‘Wat bijzonder was dit feest’ zou hij later zeggen.

Tussen alle kwinkslagen door was er ook tijd voor wat klein en groot leed, dat diep verborgen achter glimlach en olijkheid zich toch een weg naar boven wist te banen. Hier en daar een lach en een heimelijke traan of dichtgesnoerde keel met wat troost en een klein advies als pleister op de wonde boven de opzwepende klanken van de beat uit.

Het leven is een feest als de afwisseling de balans weet te treffen. Als leed zachtjes ingebed wordt in vreugde, men het gemis toe weet te dekken met de blijdschap van anderen en waar schrijnende scherpe kantjes gesmoord worden in warmte, telkens weer. Dat gebeurde op deze avond. Er werd ruimte gegeven aan wat het leven behelst in al haar facetten. Het mag er zijn. Allemaal.

Feest der herkenning

Letterlijk en figuurlijk

Er werd aangebeld en de camera bij de deur liet zien dat beneden mijn vier oude vrienden stonden. Ze kwamen allemaal mee om mijn gast af te zetten. Het feest der herkenning. Sommige had ik al veertig jaar niet gezien. Door alle grijze haren en groeven en rimpels heen kwamen de beelden weer terug van toen en ooit. Dezelfde snedige kwinkslagen, de snelle gedachtenwisseling, de vragen over ieders belevenissen, de bezigheden, de schilderijen in de kamer. Vriendlief zat er wat stilletjes bij, nog beduusd van de overgang in steeds weer een nieuwe onbekende wereld. Na een kop koffie en een ontspannen en warm verpozen en met de belofte elkaar absoluut gauw weer te zien, zwaaiden we ze uit.

Met een glas wijn, de kaarsjes aan, de rust en stilte concentreerden we ons op de dagen in de Ardennen, die net achter hem lagen. De zwabberbenen hadden zich goed gehouden, terwijl er toch drie wandelingen van rond de zestien kilometer bij hadden gezeten en steil de berg op. Waar anderen op adem moesten komen, stapte hij met gemak voort. Op de laatste avond hadden ze hun pact van vijf gevierd. Een van hen vanaf een wolk en de anderen met een straf Belgisch biertje in de hand. Dat er nog maar veel dagen van samen zijn mochten volgen. ‘Santé’.

Er waren veel vraagtekens te slechten en dat lukte niet helemaal, maar Aken en Keulen waren ook niet op een dag gebouwd. Pen voor pen blijven breien, dat zou de weg zijn. Snel flanste ik rijst en gevulde aubergine uit de oven in elkaar om de inwendige mens te versterken om vervolgens verder te mijmeren over alles. Er waren een aantal ambtelijke hoofdbrekens bij de komst naar hier, die goed uitgezocht moesten worden en ook een stappenplan leek wijsheid. Zo puzzelden we de stukjes in elkaar tot een plaatje met nog een aantal onbeantwoorde vragen.

Omdat hij bij hem thuis in die eenzame uren van ‘s morgens vroeg tot ‘ avonds laat de ambulances door de stilte had horen scheuren, vertelde ik dat er hier slechts af en toe een langs kwam. Prompt hoorden we achter elkaar vier gillende sirenes. Ineens stonden er twee mannen voor het raam aan de bloembakken op de galerij te morrelen. Al gauw bleek dat er beneden groot materieel was ingezet. Een blusauto en een hoogwerker van de brandweer, een ambulance, een politiebusje. Buurman vertelde dat de buurman van drie huizen verderop niet goed was geworden en naar het ziekenhuis moest. De trappen in het flatportiek waren niet geschikt om een draai te maken met de brancard. Nu vloog buurman door de lucht, terwijl zijn vrouw hem allerlei bemoedigingen toeriep. Ze vertelde ons wat er aan de hand was en vervolgde toen haar weg naar de eerste hulppost van het ziekenhuis met de belofte ons op de hoogte te houden. Duimen voor de buurman. Spektakel ten top.

We luisterden naar de nieuwste nummers van Stromae en zoals altijd versnelde zich de tijd en vlogen de uren voorbij. Later dan ooit mocht hij bijkomen in het grote prinses-op-de-erwtbed en woelde ik nog lang na met alle aanstormende gedachten in het hoofd.

De volgende ochtend waren zoonlief en schoondochter al bezig om zich op te maken voor een vroeg bezoek. Boven hoorde ik gestommel, tijd voor ontbijt. De ochtend is altijd te nuchter na de sfeervolle avond en er was ruimte voor hersenspinsels in het hoofd en beren op de weg met de geplande activiteiten in het weekend. Onderweg naar dat uiterste puntje van de provincie, zag ik, onder het praten door, de eindeloze industrie van Hoek zonder mist aan me voorbij trekken.

De kamer leek leger dan ooit. Ik beloofde tot snel en zag hoe het zwaaiende figuurtje in de achterruit steeds kleiner werd. Letterlijk en figuurlijk.