Theater

Vier de seizoenen

De polder had zich verstopt onder de dikke mist. Onwezenlijke kleine wereld aan mijn voeten. De zwanen speelden ton sur ton. De kleine blauwe Prins zocht behoedzaam haar weg in dit ongekende waterland. De routeplanner gaf duidelijk de loop van de weg aan. Ingebouwde veiligheid dankzij het technisch vernuft.

Bibliotheek en sportcentrum met het zalencentrum er aan vast. Er werd een doorloop gehouden. Iemand van de productie liep me tegemoet en stelde zich voor, terwijl de choreograaf nauwgezet naar de verrichtingen van de performers keek. De hal werd door mij geïnspecteerd. Wensen en verlangens behoorden ruim tot de mogelijkheden.

Twintig minuten voor aanvang kwamen de kinderen opgetogen en rebbelend onder begeleiding van drie leerkrachten aan. Er was nog gelegenheid tot buitenspel, dus konden ze een tien minuten los. Ondertussen was de programmeur van Kunst Centraal ook gearriveerd. Heerlijk om elkaar daar na best een lange periode weer te mogen ontmoeten. Allemaal waren we het er over eens dat het de hoogste tijd werd voor hervatting van het culturele leven en dat deze try-out zowel voor De Dansers, de kinderen en voor ons, een unieke gelegenheid was, waar ieder met volle teugen van zou genieten. De kinderen kwamen na tien minuten weer binnen en met de juiste organisatie van een van de leerkrachten hingen er binnenste de kortste keren vijftig jassen aan de hoge haken van de kapstok te bungelen en zaten de kinderen in de hal op de grond en hoorden de toelichting aan van de choreografe zelf.

Het was de eerste keer voor publiek, de performers zelf hadden niet veel oefentijd gehad en iedereen hoopte op een goede afloop. De kinderen glunderden allemaal verwachtingsvol, het zou vast leuk worden. In groepjes van vijf mochten ze naar binnen, waar ze naar de juiste plek werden geleid. De voorstelling kon beginnen.

‘Vier ving aan’. De dansers liepen heen en weer en kriskras door elkaar met grappige kleine kwinkslagen, een omgeruilde stoel, twee verdwenen stenen, gegooi met een bezem, een schapenvacht, een hoofd boven het grote decordoek, lekker stampen met de blote voeten in de zwarte aarde, vegen op je gezicht en armen kortom een schouwspel van vermaak.

Daarna werd de strekking duidelijker. Een hoopje aarde, een zaadje, van grote hilarische hoogte een paar druppels water. Achter het doek kwam een mooie boom te voorschijn met een uit lattenhout aan elkaar getimmerde stam en roze crepepapieren rolletjes, die in een folkloristisch getinte dans losgemaakt werden tot een bloem, prachtig synchroon uitgevoerd, en het bezingen van de nieuwe lente, prompt gevolgd door een dansje om de boom.

Op die manier kwamen er drie seizoenen aan bod op een flitsende wisselende wijze met mooie subtiele handreikingen voor eventueel lesmateriaal, prachtige elementen zoals de zwiepende takken en de zwaaiende vlaggen, de stokken voor de regen, donder en bliksem, het lied van de zon, de benepen stemmetjes van de maan en het sterretje , die ook aandacht wilden. Bij elke emotie die het opriep werd de muziek aangepast, soms in serene rust en dan weer in heftige uithalen.

De Dansers zijn in hun voorstellingen altijd gericht op het kinderspel en denken vanuit het kind. Die waren geboeid door het snelle wisselen en alles wat er gebeurde, sommige lagen op hun buik, hoofd ondersteund door de handen te kijken. Een wonderlijk perspectief zal dat opgeleverd hebben. Anderen wezen elkaar op wat er gebeurde, tikten met hun handen op de grond het ritme van de regen mee. Het slotstuk was een grote sensatie, wat dit nou toch was, dat daar dwars door het decor hobbelde. Het verdween achter de deur van de kleedkamer gevolgd door een uitgesteld applaus.

Het vragenspel aan het eind leerde dat veel goed ontvangen en begrepen werd, er was een misverstand over welk stuk het zou zijn. De leerkrachten hadden een ander stuk voorbereid. Het bleek geen probleem. Alles werd meegenomen in de evaluatie en met de winter er nog achteraan, sommige scènes wat korter of langer en soms wat focus, was de voorstelling een feit. Met die mooie boodschap: Vier de seizoenen.

Theater

Rijke tradities vragen om behoud

In de ochtendspits en bijna vergeten hoeveel verkeer er op de weg kan zijn. Een meer dan duidelijk teken dat het leven zich weer aan het normaliseren was tot op het niveau van voor de grens, getrokken door een virus. in de sporthal zoemden de ventilatoren en boven, na een zelf bestuurbare lift met een druk op een rode knop, hing een waas van zwembad, lichte chloorsporen, grote vitrines met uitzicht op het bassin. Daar zweefden grijze hoofden net op het water, het senioren zwemuur. Een medewerker probeerde de blauwe gloed van de ruiten streeploos weg te poetsen, zo leek het. De vrouw, die weggedoken achter haar computer zat, zag ik pas toen iemand haar gedag zei en zij antwoordde.

In de theaterzaal werd ik hartelijk ontvangen door de lichtman, die zijn vrijwilligersbaan had ingeruild voor een vaste aanstelling en met trefzekerheid de weg aan het bereiden was voor een geslaagde voorstelling. Buiten de zaal zocht ik de juiste positie voor de banner. Recht tegenover de trap, zodat de groepen van de diverse scholen haar goed konden zien. Ziezo. Het wachten was op de spelers en daarna op de komst van de kinderen. Het decor was klaar, want er waren al twee dagen voorstellingen geweest. Beide acteurs kwamen kort na elkaar, enthousiast herkenning bevestigend, ‘Gezellig, jij hier’.

Daar kwam de eerste groep al aan. De juf vertelde dat er kinderen bij waren, die nog nooit in het pluche gezeten hadden. Ze vroegen nieuwsgierig naar de kleur van de stoelen. ‘Wat denk je. Het heet de blauwe zaal’. Altijd was er wel een snelle denker bij die het onmiddellijk inkopte. ‘Haha, blauw natuurlijk’. ‘En van fluweel’ vulde ik betekenisvol aan. Dat leverde verwachtingsvolle blikken op. De ochtend kon nu al niet meer stuk. De scholen druppelden een voor een binnen. Vijf voor tien kwam Marcel waarschuwen dat we door konden lopen. Een school was verlaat door de wegwerkzaamheden. Geen probleem, we hadden de hele ochtend de tijd.

Er volgde, zoals bij de vorige keren een ademloze stilte op alle gebeurtenissen op het podium, onderdrukt gegiechel, voorvoelbare spanning, opluchting na een spannende scène en een schok bij de laatste ontknoping, compleet met gilletjes. 100 kinderen drie kwartier lang ademloos laten genieten, de twee mannen konden dat. Het enthousiasme klonk door in de verhalen die los kwamen in de gang terug naar de hal. Een geslaagde voorstelling op alle fronten, zeker toen aan het eind het special effect nog eens dunnetjes werden overgedaan met behulp van twee van de kinderen.

Boodschappen en dan op de bank. Met weinig slaap tijd voor een middagdutje. Expres omdat ik de rijke avond met het etentje wist en door de gouden regel: kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet. De bloemen waren in huis, de wijnfles met het mooie etiket van vriendschap en de niet te drinken wijn, versierd met een lintje. Sneller dan verwacht tijd om te gaan. Ook hier weer een warm welkom na een jaar. De avond met vriendinlief en eega, dochterlief die taken van haar moeder overnam zodat we bij konden praten. Kinderen, schoolperikelen, heden, verleden, de rode draden in ons leven, manlief nam het voetbal van de jongens met me door. Dochter had ik ooit als vierjarige bij mij in de groep binnen zien komen en zat, als al mijn schatjes, in het hart verankerd. Zo werkt dat.

Heerlijke salade vooraf, tagliatelle ai funghi, een mooie chardonnay erbij en de kaasplank toe, met Port als besluit, verzegelde de traditie. Die houden we erin. Een goede bezegeling van de verbinding die ooit was ontstaan op de dag, dat ze met dochterlief de groep kwamen binnen lopen. Rijke tradities vragen om behoud.

Theater

Een topdag

Utrecht in de herfst en zonder dat, gewoon al Utrecht. Wat een heerlijke stad is het toch. Buiten dat de Dom was verpakt als een reuze kolos, vierkant en lelijk, waren de grachten daarentegen op hun mooist. Twee uur voor de voorstelling arriveerde ik in de garage Vaartsche Rijn. Van daaruit was het de hele lange Oudegracht aflopen. Geen straf in de herfst, kleurrijk en druk, veel fietsers, weinig autoverkeer en ruimschoots de gelegenheid om anderhalve meter te handhaven. Het was genieten. Mijn lange regenjas een goede beschermer tegen de snel wisselende zon en buien. De flinke pas gereduceerd tot kalme tred, hier en daar even een galerie in, leuke etalages bekijken in de Schoutenstraat, uitrusten op een muurtje tegenover het Theater en vooral passanten bestuderen. moeders met kinderen die een hele verhandeling hielden over het logo van Utrecht, St Maarten en zijn rode mantel en nog meer historie achter me, een zingende kleurrijke reggae-man voor me. Mensen die snel paraplu’s te voorschijn haalden bij de, door de zon glinsterende, eerste druppels, groot en niet te negeren. Inktzwarte lucht afgewisseld met hemelsblauw. In de wetenschap dat de regenboog niet ver weg kon zijn, speurde mijn blik naar boven, maar zag niets wat er op leek.

Om 14.00 uur ging de deur van het theater open en ik kon naar binnen, naar het theatercafé voor een heerlijke kop thee, rooibos met honing. Aan de bar zaten twee mensen een voorstelling te bespreken. De barmedewerkers mengden zich af en toe in het gesprek. Door het ronde raam met het aanplakbiljet van de Herfststukjes, de voorstellingen voor kinderen in de herfstvakantie, ving je een glimp op van een deel van de Ganzenmarkt en de voorbij snellende mensen. Muziekje, zoemende afzuigers, diepe rust.

Daar waren mijn mede kompanen al. De kleine filosoof, die steeds ouder, groter en wijzer werd en de onbevangen kleindochter. Juichende begroeting, biologisch appelsapje, thee voor dochter. Langzaam liep het kleine cafe vol met ouders en vooral veel kinderen. Het was voor mij de eerste keer weer in zo’n zich vullende ruimte. Geroezemoes, schelle kinderstemmen er tussen door. Pop mocht ook mee naar de voorstelling.

Tegen tien minuten voor aanvang naar beneden en in de krappe hal met de openstaande deuren wachten tot we binnen konden treden. Er lagen boekjes op een stapel van Joke van Leeuwen. Dochter zocht in de telefoon de kaartjes om te scannen. Iedereen moest ook corona-proof gecheckt worden. Eindelijk, iets voor drieën deed een van de barjongens de deur van het walhalla open. Schuifelend verplaatste zich de menigte. Bovenin was een bankje vrij. Kleindochter klampte zich nog maar eens goed vast aan haar moeder, pop stevig in de houdgreep. Want ja, waar was ze nu weer in terecht gekomen. De lichten gingen uit en Joke kwam op, starte de voorstelling alsof ze een van haar boeken voorlas, breekbaar en frêle, maar duidelijk. Tussendoor kwamen er allerlei muziekinstrumenten aan te pas, een draailier, een ukelele, een gitaar. Haar tegenspeelster was haar zusje kwijt en een hilarische zoektocht volgde aan de hand van de beschrijving van haar uiterlijk. Een heerlijk concept, een vernuftig decor en zo grappig dat iedereen met regelmaat zat te schuddebuiken. Af en toe, bij verandering van de scene kroop het handje van kleindochter om haar moeders nek, maar het geschater overheerste. Wat een mooie theater-ervaring als eerste keer. De kleine filosoof zong enthousiast mee met een laatste woord als Joke daarom vroeg. Liedjes, kleur, grappige decorstukken als outfit, afgewisseld met de muziek, er zat vaart in de voorstelling, voor groot en klein. aan het eind was Joke aan het signeren en natuurlijk kregen ze het boek mee, met een handtekening en een opdracht en voor kleindochter kocht ik de knuffel van haas erbij. Joke keek wat wazig toen ik haar gedag zei. Haha. Het was ook alweer drie jaar geleden, dat we ooit aanschoven bij die befaamde kerstdiners. Het kon de pret niet drukken Een wijntje voor Trijntje en veel ranja’s later namen we afscheid. Een topdag.