Overpeinzingen

Een kwestie van meestromen

Naar de huisarts in die verre uithoek. Het uiterste puntje van Zuid-Holland betekent alweer een ritje door het Hollandse Laagland. De mooie lucht, een zonnetje, ooievaars op de lantaarnpalen langs de snelweg, onafgebroken lente in het land.

Na een kalme ochtend van schrijven, De inleiding van Willem De Zwijger voor mij en Erasmus voor Lief was er nu de hectiek van het haastige vrijdagverkeer. Veel vrachtverkeer op de weg, drukte alom, maar de kleine blauwe draait zijn hand er niet meer voor om. Hij snort lustig de kilometers bij elkaar. In de afgelopen twee maanden heeft hij meer gereden dan in de jaren daarvoor. Nou ja, tikkeltje overdreven, maar toch. Nederland kent nauwelijks nog geheimen voor ons.

In de artsenpraktijk zaten we als wachtenden in een soort aquarium, die tot overmaat van effect ook nog blauw geschilderd was. Sommige hadden kapjes op, onder of op de neus, sommige ten enenmale niet, terwijl ze onder het bordje ‘gelieve mondkapjes te dragen’ zaten. Alles zat, kenmerkend voor deze tijd, op hun telefoon te kijken en te scrollen.

Het ging traag. De artsen namen kennelijk de tijd. Prettig was dat dat bij iedereen gebeurde, dus ook bij ons. De huisarts was blij verrast door mijn aanwezigheid en verbond het blozende uiterlijk van lief onmiddellijk aan deze nieuwe omstandigheden. Het was waar. Vergeleken met de eerste weken was er een wereld van verschil tussen Lief toen en nu. Het samenzijn deed ons alletwee goed.

Ze was er al snel uit. Omdat alle waarden goed waren en er geen aanwijsbare lichamelijke oorzaken te bespeuren leken, zocht ze het toch in de psychosomatische hoek. Fysiotherapie om de balans van lichaam en geest weer te herstellen. Geen denkbeeldig verzinsel als je bedenkt dat er twee jaar lang eenzaamheid en isolement aan zijn klachten vooraf was gegaan. We hadden het samen al eens over geestelijke ontspanning gehad in de vorm van yoga of mindfulness om de balans weer te herstellen. Juist omdat er lichamelijk nauwelijks belemmeringen waren in de aanpak van de dagelijkse gang van zaken, tot en met het snoeien van drie te hoge wilgen aan toe.

Opgewekt reden we daarna door naar zijn kamer om daar broerlief te ontmoeten en de koelkast en de diepvries leeg te halen. Broer was verbaasd over het opknappen van de lieve jongste telg van hun gezin. ‘Je zou zo weer een praktijk kunnen openen’, zei hij en gaf daarmee ongewild het grootste compliment weg. Zo was het. De zelfverzekerdheid was terug, het gemak van bewegen, de concentratie in het gesprek. Hoe kwetsbaar zijn we en hoe dichtbij ligt de oplossing daarvoor soms. Wat liefde al niet vermag.

De avond gleed voorbij in dezelfde harmonie, maar zoonlief had koorts en verkaste, zonder zich te laten zien, met vriendin mee naar haar huis. Stel je voor dat het toch weer het virus was. Het kippensoepje uit de diepvries had wel gretig aftrek gehad, even daarvoor. Dat was het gevolg van de meegebrachte diepvriesproducten, die een plekje moesten vinden mijn overvolle lades. Bij koorts vooral een zelfgebrouwen soepje als zalvend middel.

Geen trapje, door de stoel gezakt.

Vanmorgen wandelde ik virtueel door het aanbod van tuinstoelen op Facebook en kwam vier gratis exemplaren tegen. Die zijn fantastisch voor op de volkstuin, waar Lief net door een van de verweerde stoelen is gezakt. Niet ver weg en alleen vervoer regelen, daarna kunnen we ze vandaag halen. Onverwacht een nieuwe bestemming van de dag. Zo valt er altijd wel wat te beleven, als je je maar laat leiden door het moment. Een kwestie van meestromen.

Een gedachte over “Een kwestie van meestromen

Reacties zijn gesloten.