Overpeinzingen

In de ruimste zin van het woord

Gisteren kwam het er al weer niet van om te schrijven. De auto moest vroeg naar de garage voor een zomercheck en daarna zouden we nog een keer wat spullen ophalen van Lief in die uithoek, het uiterste puntje van Zuid-Holland.

Terwijl de kleine blauwe binnenstebuiten gekeerd werd, wandelde het gesprek in de wachtruimte over vroeger naar nu en vice versa. Met een glimlach van oor tot oor kwam de man vertellen dat we weer veilig op reis konden en even later zoefde de kleine blauwe over ‘s Heeren wegen, terwijl we diverse mogelijkheden van de volgorde van ons bezoek bespraken. We besloten eerst de zee te gaan begroeten en te lunchen in het paviljoen aan de top van het duin. Daar kregen we alras gezelschap van twee naar binnen gevlogen mussen en altijd, bij het zien van deze liefjes, maakt mijn hart een sprongetje en was het verlangen naar weleer, met drommen mussen in elke tuin, groot.

Op het balkon hebben de pimpelmezen tegenwoordig de overhand, die jagen zelfs de koolmezen van het plateautje met voer. Het zijn kleine schavuiten. Ik vermoed dat de uitbater van het restaurant hetzelfde denkt over de mussen die zijn terrassen bevolken. Met hoe meer ze zijn, des te overmoediger worden ze en rukken op tot op de rand van het bord. Het was een hartverwarmende lunch en daarna konden we de laatste kledingstukken uit de kamer van Lief ophalen en nog een bezoek brengen aan zijn broer en schoonzus. Beladen met een vijgentak en een prachtige peterselie-plant gingen we weer op pad. Missie volbracht.

Tijdens een van de bezoeken van lief aan de psychosomatische fysiotherapeut, deze week, kwam kennelijk het woord ‘zingeving’ ter sprake. En passant gezegd in een van de laatste opmerkingen en daarbij het woord ‘vrijwilligerswerk’. Toen lief daar verslag van deed, verbaasde me dat, want zaten wij samen met onze nieuwe samenlevingsvorm niet in eenzelfde ontwikkeling. De zingeving van een leven met elkaar vraagt om een oneindige voortgang in het overleggen, zoeken en vinden naar de grootst mogelijke ruimte voor het individu in samenspraak met elkaar.

Frits de Lange, hoogleraar ethiek, schreef een boek onder de titel: Eindelijk volwassen, de wijsheid van de tweede levenshelft. In een column in Volzin van Jos van Oord las ik het volgende over dit veelbelovende boek: ‘Het gaat niet meer om de vraag wat je op dit punt van het leven doet, maar om welke persoon je bent’. De Lange geeft hiermee een antwoord op onze zoektocht. Ik word er blij van, omdat ik mijn eigen idee in de zoektocht omarmt zie. ‘De ultieme zelfrealisatie vindt plaats als je jezelf zo goed leert kennen dat je de gerichtheid op jezelf kwijtraakt en je durft toe te vertrouwen aan dat geheel dat groter en sterker is dan jezelf.’ Zelfsturing, soms stuurloos, maar altijd weer te toetsen aan de reactie van de ander en onbaatzuchtig. Het ‘Zelf’ overstijgt het ego in die zelfrealisatie. Dat is iets om lang over te mijmeren en niet in de laatste plaats om dat boek eens ter hand te nemen. Dergelijke handleidingen tot wijsheid zijn onmisbaar voor een zelfonderzoek. Als daar ook nog bij komt dat je kunt schakelen in je groei en ontwikkeling om te kunnen zijn wie je bent binnen de relatie met de ander, zijn we een boeiend pad ingeslagen. Te mogen zijn wie je bent is het waard om er dieper op in te gaan.

De hagel klettert tegen het zolderraam. Vandaag lopen we een feest mis met de kinderen, door corona, zoonlief is bezorgd en heeft geadviseerd niet te komen. Met respect voor zijn bezorgdheid en de ratio die zegt dat we nog een beetje vol moeten houden door dergelijke situaties te mijden, blijven we hier. Wel met een lichte spijt in het hart maar als verzachtende omstandigheid komt dochterlief nog even langs voor het feest. Levenswijsheid dus, in de ruimste zin van het woord.

Een gedachte over “In de ruimste zin van het woord

Reacties zijn gesloten.