Overpeinzingen

Wat een heerlijk idee

Voor de afwisseling schrijf ik laat in de ochtend en na de koffie op de bank. Net hebben we met gemengde gevoelens het wereldnieuws gevolgd en mijn hart bloedt om alle gewone vredelievende mensen die door een potentaat in het ongewisse worden gestort. Uit de grond van mijn hart kan ik stellen dat het niet meer opgaat om niet te oordelen over machtswellustelingen. Verwonderen erover is nauwelijks meer mogelijk. Soms trekt men een grens.

Pluis haar ogen staan op steeltjes, nu er twee dikke doffers op de voederplaats de krenten uit de pap proberen te vissen. Al het fladderend gevogelte brengt onrust te weeg. De zon probeert uit alle macht door het wolkendek heen te komen, net zoals vredige gevoelens gekoesterd en bewaard willen worden binnen de dreigende taal en uitingen van de man met de ijzige staalharde blik. Hier lukt het haar met kracht de wereld te doen oplichten. De handen ineen slaan en unaniem opstaan tegen deze volledig ongegronde eenmansactie, fluisteren haar stralen, wereldwarmte versus een autocraat.

Lief is nu ochtendtoilet aan het maken, de dag zal volgens de routine een weg volgen. Fysiotherapie, een boodschapje, zalf voor Pluis ophalen en koken met de gisteren verkregen grote hoeveelheid groenten. Het brainstormen over het verhaal uit de steentijd nam gisteren tussen de bedrijven door een vlucht. Opa is nog steeds de spil en zijn volkstuin. De filmpjes op schooltelevisie zijn een welkome beeldvorming.

De lasagne was een succes, maar ook behoorlijk bewerkelijk. Daar had ik me een beetje op verkeken. Eer van het werk is de oogst. De mannen hebben alles met verve naar binnen gebuffeld tot de laatste hap. Daarna volgde de vaat, even groots en meeslepend.

Broerlief is jarig vandaag en kreeg de foto van de uitbundig bloeiende oranje tulpen cadeau. Normaliter zouden we op visite gaan en genieten van een ouderwets opgezette verjaarskring met een overvloed aan lekkere frituur, waar het feestvarken zelf de grootste hand in zou hebben, maar Corona gooit opnieuw roet in het eten. Ach ja.

Ik denk aan de verjaardagen vroeger, met de pepsels en de bolknaks en sigaretten op tafel in de wijnglazen. Een geloop aan de deur, de hele familie kwam opgedoft voor het feest aanlopen. De tantes met keurig gekapte coiffeur, gestreken witte blouses onder hun mantelpakjes van keurig donkerblauw. Hier en daar blonk een frivool en toch bescheiden lippenstiftje of een blush de rode wangen. De ooms, nog gepikt en gesteven, in het pak. Een kus, het cadeau, waarschijnlijk een flesje odeur en bloemen voor mams en een ouwe klare in een kruikje of een pakje zware shag voor paps. Altijd was er koffie van die ene brander hier uit de stad met de roombroodjes van Boonzaaijer en daarna kwam het advocaatje met slagroom en de eerste tulpglaasjes met jenever op tafel.

Er werd gepraat, gelachen en geroddeld. De kinderen zaten er met oortjes op steeltjes tussen, want zo hoorde je nog eens wat. Over alles lag een dikke rooksluier, die soms de hoofden los maakten als zwevende objecten, zodra de eerste sigaren hun rookgordijn in gang hadden gezet. Opa’s hoge hoed wiebelde voor hem op de punt van de tafel en naarmate de ochtend vorderde gingen de jasjes uit en kwamen er hemdsmouwen en losgetrokken stropdassen en boorden aan te pas. Het geluid zinderde naar een hoogtepunt, alles en ieder werd net ietsje luider en makkelijker om bij het naar huis gaan met rode wangen en een ietwat onvaste tred het paadje in de voortuin af te lopen. tot gauw, tot de volgende verjaardag.

De wederwaardigheden waren uitgewisseld, ieder wist van de hoed en de rand, de laatste nieuwtjes in volle glorie uitgespit. Op naar het nieuwe jaar. Zo simpel, zo feestelijk, zo onbevangen en zo vol belofte. Wat een heerlijk idee.