Overpeinzingen

Is dat boffen

Vivaldi viert de herfst met ons mee deze zonnige zondagmorgen terwijl, voor het eerst, de koolmezen en de mussen zich tegoed doen aan de insecten in de druif en de fluweelbomen. Vermoedelijk, omdat aan de voorkant van het huis nu alles kaal is, komen ze hier hun honger stillen. Fijn om ze terug te zien. Sinterklaasberichten worden over en weer geappt evenals de foto’s van mijn kleine pietjes, klaar voor sinterklaasjournaals en schoenen. Aandoenlijke ernstige snuitjes onder de gekleurde baretten, klaar om de Sint waar het maar kan, te helpen. Het blijft een kinderfestijn in welke vorm dan ook.

Lief en ik verhalen van eigen belevingen. Wanneer werd ons verteld dat Sint niet echt bestond, maar dat dit stand-ins waren voor de bisschop Nicolaas van Myra die lang geleden drie kinderen uit een pekelton had gered. In een andere legende over hem waren het studenten. Een mare vertelt over een man met drie dochters, die te arm was om ze een bruidsschat mee te geven en Nicolaas die een buidel met goudstukken door het raam gooide, dat zou duiden, waarom er schoenen worden gevuld en er gestrooid wordt.

Bij ons thuis ontdekten we op een gegeven moment dat er cadeautjes in een kast waren verstopt. Of daarmee een einde kwam in het heilige geloven weet ik niet meer. Het was wel een opluchting, want de angst voor de knechten van Sint in die tijd zat er goed in, omdat hij kinderen echt in de zak stopte(als grapje)en met de roe er hier en daar dreigend tegen zijn handen tikte. Je voelde het bij wijze van spreken al, zo’n striemend geval. ‘Denk erom hoor, als je niet lief bent neemt Sinterklaas je mee’, was de ultieme dreiging, te pas en te onpas gebruikt. Lief weet het niet meer. Hij dacht dat zijn vader het hem gewoon had verteld. Vandaag de dag is de kanteling vooral merkbaar. De traditie is danig aan vernieuwing toe. Al vanaf mijn eigen gezin voelde ik de tegenstrijdigheid van het in stand houden duidelijk. Het riep altijd twee kanten op. Aan de ene kant is de beleving één groot feest, die menig rode koon en glimoogjes oplevert, aan de andere kant wil je kinderen meegeven vooral waarachtig te zijn. En toch doen we niet anders dan dit geloof in de oude baas te sterken. Haken en ogen vinden altijd wel een nieuwe weg.

Het doek is voorlopig af. Door de combinatie elektrische kachel, de goed geïsoleerde Datsja, de Gamsol terpentine en de olieverf werd de lucht in de ruimte ondraaglijk. Het vereist ventilatie, dus met de deur wagenwijd open kon er verder geschilderd worden. Straks doe ik de kachel niet meer aan. Dan maar twee tot drie uurtjes in een frisse ruimte, dat is te doen.

Vanmorgen kon ik eindelijk beginnen aan de toer met de nieuwe kleur. Eindelijk was de keuze gemaakt uit de vijf kleuren die nog resten. Het luistert nauw, al kunnen ze allemaal met elkaar, maar het gaat om een mooi verloop erin. Lief vindt breien een kunst, wat maar weer eens bevestigde dat datgene wat voor de een ‘n peulenschilletje is, voor een ander moeilijk te behappen kan zijn.

Gisterenavond keken we voor het eerst weer een avond tv, met behulp van NLZiet. ‘Sterren op het doek’ met Eus had John van den Heuvel als gast. De technieken van de drie kunstenaars waren ook dit keer heel verschillend. Het gekozen doek, een soort drieluik met de skyline van Manhatten op de voorkant was ingenieus verzonnen, maar deed me niet zoveel. Eigenlijk was de eenvoudige kop in olieverf in alle eenvoud sprekender, omdat de laatste kunstenaar van het glas-mozaïek gekozen had voor de allegorie van Joris en de draak, het zegevieren van het goede boven het kwade. Toepasselijk voor een misdaadbestrijder en absoluut de beste gelijkenis, maar om jezelf de hele dag als een Joris Goedbloed tegen te komen, is misschien wat te veel van het goede.

‘Even tot Hier’ kwam er na. Altijd oogsten de twee heren Niels van der Laan en Jeroen Woe mijn bewondering voor het oplepelen van de vernuftige sceptische teksten en kwinkslagen in dat hoge tempo. Humor op hoog niveau met een groot gehalte aan juiste informatie in enkele zinnen of onderstreept met mooie slogans en oneliners. Programma’s waar je rijker van wordt, zijn een groot goed tegenwoordig. Dit waren er zelfs twee. Is dat boffen.

Overpeinzingen

Aan de slag

De zon scheen gisterenochtend en zette het bladerdek voor het raam in een feestelijk goudgeel. Ik zag een mug dansen, vliegen groenig glanzend zich koesteren in de optrekkende warmte, een verdwaalde vlinder, wervelend blad hier en daar, maar nergens een vogel.

Lief zou voor de bomen gaan snoeien. Daar kwam veel blad vanaf en verstopte de diepe goten naast het pad langs het huis. Ergens was in de das van gisteren een gevallen steek gekomen. Vermoedelijk door het blind breien bij schemering. Acht pennen haalde ik uit en daarna begon het zwoegen om de steken weer heelhuids op de pen te krijgen. Het lukte wonderwel. Daarom bleef ik eerst met de uitgehaalde wol door breien voordat het rommelige kluwentje een grote gordiaanse knoop zou worden.

De aanhouder wint en bijna op het punt van de lengte die de das gisteren had, kon ik me aan het volgende voornemen wijden. Schilderen in de Datsja. Lief had de elektrische kachel die er stond aangezet voor hij aan het werk ging. Het was er heerlijk warm. De doeken keken afwachtend terug terwijl ik het werk van twee maanden geleden monsterde. De hele sfeer was goed en met de beelden van het museum nog op het netvlies was de drang groot om weer aan het werk te gaan.

De dagen, die we hier doorbrengen, zijn op deze manier een soort retraite-dagen. Los van de televisie en het nieuws is er ruimte voor het boek, de ontlading, muziek en goede gesprekken. Ik had een foto gevonden van een mooie oude vrouw. Mijn eerste pogingen weer sinds weken. Een eigen interpretatie ervan. Muziekje erbij en de hand het penseel laten volgen, zoals te doen gebruikelijk wat duwen en trekken hier en daar. Op een gegeven moment was het binnen in de goed geïsoleerde ruimte zelfs te warm. De kachel kon uit, de deur open en het zonlicht stroomde breed binnen. Vanaf de veranda monsterde ik de vrouw op het doek en schoot in de lach. Ze had, zoals vaker te doen gebruikelijk bij een eerste sessie, de grote Van Dongen-ogen en keek me vurig aan. Dat kon anders.

De tijd glipte me als zand door de vingers. Voor ik het in de gaten had was het tijd om af te reizen naar Szigetvar. Lief had alle drie de bomen gesnoeid en dat was een hele klus. De volgende dag zou hij het hout wegkruien. Het pad was vrijgemaakt. De buurvrouw kwam een praatje maken en informeerde hoe het met hem ging, vroeg terloops naar de plannen met betrekking tot het huis. Ze leek opgelucht dat we heen en weer wilde reizen.

Het was een echte vrijdagmiddagspits op de toegangsweg naar het stadje. Dat hadden we al een tijdje niet meegemaakt, evenals de topdrukte in de winkel. De velden langs de weg oogden vredig en lieflijk in de warme middagzon. De zalige stilte van het huis, de rust die het uitstraalde, kreeg na alle drukte op die wijze dubbele diepgang.

Lief leest Babel, verzamelde verhalen van de grote Russische schrijvers, Tolstoi, Dostojewski,Tjechov en vele anderen. Het zijn verhalen uit de periode 1799-1940 en de korte vertellingen maken diepe indruk door hun gruwelheden waar het de maatschappelijke leefomstandigheden uit die tijd en de dogma’s die daar uit voortvloeiden, betrof. Geen zoetgevooisd sprookje en eigenlijk niet iets om de vroege ochtend mee te beginnen. Het wonderlijke is dat er passages in voorkomen die je moeiteloos kan plaatsen in de kleine dorpen hier, waar de tijd soms vijftig jaar heeft stil gestaan. Armoede en rijkdom lopen door elkaar heen en zorgen voor grote verschillen in de huizen die er staan en de welvaart of het ontbreken ervan.

Het is tijd voor een pennetje of wat. Even het hoofd leeg breien, een zeer welkome activiteit, en dan weer aan de slag.

kunst.·Overpeinzingen

We wachten af

Het was even zoeken naar de juiste route. Als Tomtommetje rechts zei dan was er zo’n wirwar van afslagen dat je niet meer wist welke zijweg je moest nemen. Dan maar door op de doorgaande route en keren, om later van de linkerkant te ontdekken dat we daar een afslag konden nemen onder de weg door. Het enorme parkeerterrein, los en afgegraven rommel en grint op de grond, auto’s schots en scheef en een mevrouw in een hokje die noteerde hoe laat je was gekomen, had parkeerplek te over. Afrekenen in baar geld als je weer weg zou rijden.

De markthal was vernieuwd, wist lief, en dat moest een groot wit gebouw aan de overkant zijn. Daar kwamen mensen uit met volle boodschappentassen en tasjes. De naam stond op de deur. Vasarcsanok. Lief wees op het oude gebouw aan de overkant van de straat, dat van ellende bijna in elkaar zakte. Geen overbodige luxe, deze vernieuwing. We kwamen in een hele grote ruimte, met lange rijen kramen achter elkaar. Groente en fruit, kruiden en specerijen, potten met honing, rijen dik, bloemen. In de kleine houten kamertjes aan de zijkant overdekte kramen met koeling zo te zien voor het vlees, de bakkerswaar, de groenten in het zuur, Savanyujsag, dat in Verweggistan een specialiteit van het land is. Grote potten met paprika, kool, pepers, komkommers in het zuur. De ons bekende zuurkool lag in een grote ronde gekoelde bak. Een ongekende hoeveelheid in onze ogen.

Ik speurde ondertussen naar mooie oude vertegenwoordigers van de folklore, maar de mensen achter de kramen waren jonger en moderner. Een vrouwtje liep er rond, die ik dolgraag had willen vastleggen, maar ik kwam niet verder dan een plaatje van de kenmerkende achterkant. Haar beeltenis prentte ik me goed in. Twee hele lange asgrijze vlechten piepten aan de zijkant uit het azuurblauwe sjaaltje en vielen langs haar magere postuur tot op haar middel, ze sleepte een boodschappenwagentje achter zich aan en bleef overal staan om een praatje aan te knopen. Later zagen we haar een staatswinkeltje met tabak en sterke drank insluipen.

De avond daarvoor hadden we de musea uitgezocht en na het grote winkelcentrum aan de overkant van het busstation met de bekende ketens als Douglas, Tamaris, H&M, juweliers en goedkopere kledingzaken waar we weer gauw uit wilden, wees het tomtommetje zoetjes en direct de weg naar de oude binnenstad. Daar was het Janosz Pannonius muzeum met Modern Art. Wat een heerlijke sfeer na dat klatergoud van het winkelcentrum. Een prachtig oud gebouw, vernieuwd met een ruim verbouwd gewelf, langs de oude stadsmuren en met uitzicht op de stad erachter en eronder op de lager gelegen delen. De klein blauwe vond nog net een plekje binnen een parkeerhaven, maar het was onbekend of we daar mochten staan. Wel hadden we de parkeerschijf ingesteld. Lief vroeg het aan een vrouw, die daar stond te wachten. Een paar uur was toegestaan.

In het museum hing een heerlijke rustige sfeer. De ontvangst door een vriendelijke vrouw was een verademing. Ze maakte ons wegwijs en liet ons zien waar we moesten beginnen. In de derde zaal waar we naar binnen wilden, was een gids uitvoerig bezig een grote groep uitleg te geven over de getoonde kunst. We besloten de route omgekeerd te nemen. Wat een rust en alle tijd om deze Hongaarse kunstenaars uitgebreid te bestuderen. Hier en daar zaten leerlingen, vermoedelijk van een kunstacademie, te debatteren over een werk en soms kwam een docent langs om hen uitvoerig op wat details te wijzen. We waren verrast door de prachtige samenstelling van de tentoonstelling in deze sfeervolle ambiance, een keur aan schilderijen, grafisch werk, conceptuele kunst en beeldhouwwerken. Vooral de laatste zaal met een uitgebreide verzameling aan beeldhouwwerken van de Hongaarse beeldhouwer en acteur Amerigo Tot, 1909-1984, alleen dat was al meer dan de moeite waard. Wat een prachtige collectie.

Voldaan en boordevol inspiratie liepen we met het uitzicht op het panorama tussen de gebouwen door naar de kleine blauwe. Een stevige Hongaarse agent in uniform liep al schrijvend en grijnzend langs de rij geparkeerde auto’s. Ligt er straks, bij thuiskomst, wel of niet een envelop op de mat. We wachten af.

Overpeinzingen

Lees een vers

Het is half zeven, koffie naast het boek, de telefoon, de ipad en de gedichten van Ineke Riem. Aandoenlijke voorstellingen op het eenvoudige papier. Beiden zonder opsmuk. Het gedicht ‘knutselideeen’ is een bron van inspiratie en soms raken de woorden dieper dan je verwacht. Voor de stuurloze nachten heeft ze als advies een kompas op je kussen te borduren en het vouwen van een kraanvogel van metallic vouwblaadjes om weg te vliegen uit alles wat je niet begrijpt. Soms zou je willen dat alles zo makkelijk op te lossen zou zijn. Gelukkig beschouwen we het wereldleed op dit ogenblik mondjesmaat. Af en toe sijpelt er een journaal door onder de terugkijkmomenten, maar liever luisteren we naar zoetgevooisde klanken van Belgische kleinkunstenaars of een mooie klassieker, nostalgische rock of slepende Blue grass, kortom alles wat geluk onderstreept.

Gisterenavond liet ik een steek vallen. Daar is geen remedie voor in het gedicht. Wel ponyplaatjes plakken op radeloze dagen, uitzichtloosheid in twaalven scheuren en bespatten met ecoline en, ook niet onbelangrijk, als God je hart breekt, snijdt dan het hemelblauw in smalle reepjes en maak een halsketting van papierfiligraan(of oorbellen). Dat zou bij mij een halsketting worden. Beiden draag ik niet, maar oorbellen liefst helemaal nooit meer. Vroeger had ik de grote hippielange India-oorbellen als opsmuk, maar het tanend lijf heeft het niet meer nodig. De rimpels en de onderkin draag ik met verve en trots. Daar hoeft geen schone sier meer bij, ze zijn mooi genoeg en door warme herinneringen ingesleten of aangegroeid.

Zo mijmer ik op dit morgenuur, terwijl lief nog even doezelt. Tot mijn grote vreugde zie ik dat de volledig weggesnoeide blauwe regen van vorig jaar weer dapper groeit. Niemand mag er meer aan snoeien, want ik wil een oude muur vol bloemen waar die eens was. Lief vertelde het en wekte dat verlangen. Straks gaan we naar de grote overdekte markt in Pecs. Vroeger waren dat mottige kraampjes, maar tegenwoordig is het vernieuwd en schijnt het een bloeiende markt te zijn geworden. Dat betekent wel dat we rond tienen weg moeten. Om 13.00 uur sluit ze haar deuren. Daarna kunnen we naar de Modern Art Gallery. Eerst wilden we naar Veszprem, een cultuurstad aan het Balatonmeer, maar dat bleek tweeënhalf uur rijden te zijn. Dat is voor een andere keer in de zomer om dan de omgeving te verkennen vanuit een airb&b.

Omdat we bloembollen vergeten zijn mee te nemen hoop ik stiekem, tegen beter weten in, dat er een kraam is, die dat soort vrolijkheid verkoopt. Anders moeten we het geduld en kleur op het land opschuiven tot volgend jaar. In ieder geval gaan in maart de dahlia’s de grond in. Succes verzekert. Bovendien, zegt Ineke in haar gedicht, kun je van iedere niet uitgekomen wens, zoals deze, een stempel maken. Het is ook goed om te weten dat boosheid smelt in de oven als een knikker in een schaaltje van klei. Dat laatste wil in mijn hoofd maar niet tot logica worden, eenvoudigweg omdat ik nog nooit een knikker in een schaaltje van klei heb zien smelten.

Oplossingsgericht denken in optima forma, deze Fantasii-volle momenten en de moeite van het bestuderen waard. Het stemt blij want alles lijkt kinderlijk eenvoudig. Een goede remedie tegen de onoplosbaarheid van wereldleed. Als kers op de taart heeft ze nog een foefje voor de gestolen vrije wil. ‘Knip een nieuwe uit perkamentpapier’.

Zie de wereld en de maakbaarheid van het geluk. Lees een vers.

Overpeinzingen

Tijd voor de dagelijkse boodschappen

Er werd hard op het raam gebonsd. De bel zit namelijk achter het toegangshek. Eigenlijk niet handig bedenk ik me nu. wij zaten in de keuken. Lief las het boek van Willemtien Olthoff, verhalen opgetekend door Rob Troostheide, de vader van mijn lieve schoonzoon en ik breide een pennetje aan de vijfkleurendas, terwijl ik luisterde naar de opmerkingen en voorgelezen stukjes. Naast me liggen de boeken van Philip Huff en Judith Koelemeijer. Het eerste is ‘Wat je van bloed weet’, zo aangrijpend dat je af en toe er afstand van moet nemen. Het tweede is de biografie over Etty Hillesum. Die is op een hele andere manier indringend. Er zijn verhalen bij die ik lastig te plaatsen vind, omdat we er tegenwoordig zo anders naar kijken. Haar verhouding met de handenlezer Spier bijvoorbeeld, die als gewoonte had om met zijn vrouwelijke clientèle te worstelen. Een wonderlijke gewoonte voor een therapeut. Etty versterkt het door in haar dagboek op te merken dat hij er soms wel heel vreemde kreungeluiden bij maakt. In de huidige tijden van Me Too volstrekt ontoelaatbaar. Verbazing dus alom aan mijn kant.

Gisterenochtend hadden we een goed gesprek over de voeding die een mens nodig heeft om het leven interessant te houden.. De neiging is er om te vervallen in de huiselijkheden van de dag, ondanks de vele gebeurtenissen op ons pad. Door artikelen en boeken te blijven lezen of het beluisteren van een podcast, en vooral ook door dat uit te wisselen met elkaar ontstaan er boeiende gesprekken en nieuwe inzichten of een bevestiging van je eigen gedachtengoed. Een mens heeft het nodig om te blijven bloeien.

In de middag besloten we een wandeling te gaan maken in het park van Szigetvar, een half uurtje rijden hier vandaan, de plaats waar we elke dag de boodschappen doen. Ik wist dat het er was, maar we hadden het in de vorige twee keer niet bezocht. Tot mijn verbazing was het een prachtig park met oude woudreuzen die statig hun kruinen ten hemel spreidden, terwijl de zon door het gefilterde bladerdak spikkelde en alles in vuur en vlam zette. Er was een grote burcht met imposant dikke kasteelmuren rondom met in de nissen schietgaten. We konden er omheen lopen en kwamen langs een vijver, waarin het water grijsblauw kleurde en daarbij kunstig werd verweven met de weerspiegeling van de bomen. De oevers werden versterkt door een oud wortelnetwerk. Vermoedelijk zat er blauwalg in de stilstaande plas, maar het zag er sprookjesachtig uit. Een beetje zoals de vijver waar de sprookjesschrijver van Annie M.G.Scmidt iedere ochtend zijn pen in doopte.

Lief vertelde dat het park vroeger verwilderd was en dat er toen weinig aangedaan werd. Een bord verderop getuigde van de aanpak door de gemeente om er een recreatiepark van te maken. De kleine kiosk aan de rand van de vijver voor koek en zopie was in de zomermaanden ongetwijfeld in bedrijf en onderschreef daarmee het beoogde doel.

Hier en daar liepen dames stevig gearmd uitvoerig te kletsen en er waren zelfs twee voorbijgangers met honden aan de lijn. Een verschijnsel dat je hier nauwelijks tegenkomt, omdat de meeste honden als waakhond dienst doen.

Het werd een tikje kouder en de zon wedijverde in oranje en roze gloed met de boomkruinen. Het dorp met het enorme thermaalbad aan de rand lag er stilletjes en lieflijk bij. De straat met haar gekleurde gevels gaf vrij uitzicht op de witte kerk. Hier en daar lieten poorten doorkijkjes toe op binnentuinen. Een kleine magere zwarte poes stapte monter van een opstapje af. Even later zagen we haar weer omdat ze achterlangs naar de volgende straat was gelopen. De kleine blauwe wachtte ons getrouw op voor de ingang van het park. Tijd voor de dagelijkse boodschappen.

Overpeinzingen

Spontaan enthousiasme

Ineens was er gisteren de zon en zette de door de herfst gekleurde bomen aan. Daardoor oogde alles vriendelijk en lieflijk. Het Mecksek-gebergte die de weidse akkers begrenst, glooide weer groen en aaibaar. We haalden de boodschappen bij de Tesco, wat keukenspul en en enkele aanvulling voor de badkamer, maar het is de tijd van kerst en de winkel is in een kerstig tierelantijnenparadijs verandert, vol met klatergoud. Het schittert je oogverblindend tegemoet en de schappen met het normale spul moesten kennelijk wijken.

Lief hoogde met het grint, dat al een tijd in de tuin onder een zeil lag, de oprit op, zodat de kleine blauwe makkelijker er in en uit zal kunnen rijden, ik veegde het stoepje, omdat ik ontdekte dat iedereen in de straat alles keurig bladvrij hield.

Vandaag is het wat heiig, maar dat belooft misschien toch ook de zon. Op de laptop bekijk ik de musea, die in de buurt te vinden zijn. In Pecs zijn er een aantal en dat wisten we wel. Boedapest herbergt er talrijke. Maar dat is net te ver weg van hier. Daar moet je minstens een overnachting aan vast knopen. Wie weet of dat er nog van komen gaat. Misschien op de terugweg.

Lief slaapt nog. Maar zodra het tegen vijven loopt, ben ik klaar wakker en hou het niet uit in bed. Het liefst zit ik voor het keukenraam en neem waar hoe de nevel optrekt en de gele bladeren van de fluweelboom oplichten in de eerste waterige zon, die hardnekkig probeert door te komen. De achterdeur zit klemvast in haar sponningen omdat het hout is uitgezet en het lukt me niet, met dat kippenkrachtje van tegenwoordig, om haar open te duwen en het licht van achter binnen te laten stromen.

Ik lees in de Groene van 20 oktober over de ontlezing van de scholieren, kinderen die in groep vier en vijf van het voortgezet onderwijs nog blijven hangen op Harry Potter en oorlogswinter, terwijl er in het buitenland Shakespeare en Kafka wordt gelezen op die leeftijd. Dat, terwijl bij ons, ene Kimberley uit de brugklas te horen krijgt dat ‘The Hate U Give’ van Angie Thomas, een complexe maar toegankelijke jeugdroman over ongelijkheid en leven in twee werelden ‘boven haar niveau’ is en dat haar verboden werd door de leerkracht om het te lezen. Dat, terwijl ze vreselijk geïnteresseerd was in racisme. Hoe sabel ik enthousiasme neer.

Daarbij komt onze moeder in beeld, die ons meenam naar de bibliotheek in de Elsstraat. Zelf las ze ongelooflijk veel. Dat alleen al was de juiste stimulans. Ze heeft ons daarbij nooit één restrictie gegeven op de gekozen boeken. Dat is de ware verrijking, want als de taal te moeilijk zou zijn of de begrippen boven je hoofd stijgen, leg je het boek zelf al weer weg. Aan het eind van het artikel werd deze betutteling nog verder benoemd, toen ze refereerden aan de religieuze scholen, waar sommige thema’s met lhbtiq+-thema’s of -personages verboden zijn. Zo bedacht ik me dat we bepaalde theaterstukken waar veel magie en tovenarij in voorkwam of waarin gespot werd met het hogere, in het cultuuraanbod ook niet te berde gebracht kon worden bij de religieuze scholen, eenvoudigweg omdat zo’n stuk niet getolereerd werd.

In de onderbouw was het heel makkelijk om het lezen te stimuleren. Elke dag werd er voorgelezen en daarna konden ze zelf nog een boek uit de kast pakken. Kinderen namen boeken van thuis mee, die ze hadden gelezen en waar ze enthousiast over waren. Het leesuur was een van de fijnste momenten van de dag. We werden nog niet gehinderd door spelling en grammatica, de leeskringen die de leerlingen van vier tot zes jaar hielden over hun lievelingsboeken was een semi-lezen, terwijl ze het verhaal verzonnen bij de platen uit het boek en die ze met hetzelfde zwierige gebaar aan de rest van de kring lieten zien. Gouden tijden voor de boeken.

Ik ben er van overtuigd dat er veel kinderen uit die groepen echte lezers zijn geworden. Er gaat immers niets boven spontaan enthousiasme.

Overpeinzingen·Uncategorized

Twee vliegen in een klap

Dat is lastig. Je mening herzien, of zelfs eigenlijk een vooringenomenheid en dat alleen op basis van een productiehoeveelheid en de populariteit. Gisteren keek ik de tweede uitzending van sterren op het doek terug, waarbij Eus Carry Slee had uitgenodigd. Wie tijdens het gesprek vorm kreeg was een hele andere vrouw dan ik in mijn hoofd had op basis van de vooroordelen. Ze bleek bescheiden, zacht en met humor door het leven te stappen aan de zijde van haar partner, al vijftig jaar lang. Haar boeken namen gretig af onder de kinderen op school. Iedereen had wel een of meerdere boeken van haar gelezen en niet in de laatste plaats omdat de onderwerpen waarover ze schreef zo herkenbaar waren. Niet moeilijk om je daarmee te identificeren.

Het verhaal over haar jeugd onderschreef haar bewonderenswaardige evenwichtigheid nog meer , omdat die uitgeblonken had in ouders die op alle fronten veeleisend waren geweest naar hun kinderen toe. De vader die wilde dat ze een jongetje was en haar ook zo behandelde en de manisch-depressieve moeder die vooral opging in haar eigen sores en geen ruimte had voor de kinderen die er waren.

Eus zette, zoals altijd met een interview, meteen de pas erin naar de diepte. Zijn grote kracht is het luisteren naar het antwoord, waarbij je hem ziet denken over wat het met hem doet om daarna rake vragen te stellen en hij aarzelde niet om daarbij zijn relatie met zijn vader aan te halen evenals een van de kunstenaars deed, die af en toe ook meer luisterde dan schetste en voor wie het verhaal zo herkenbaar was. Een van de andere leuke aspecten van deze uitzending was het feit dat er drie verschillende technieken aan bod kwamen, kleurrijke olieverf, zeefdruk en een portret met naaldvilten.

Vooral de laatste intrigeerde. Ik kende het niet. De techniek is al heel oud, maar door er portretten mee te maken krijgt het een totaal nieuwe dimensie. Tijdens de sessie zelf schoot het niet hard op, wat logisch was, maar het werd wel het door Carry verkozen doek omdat het de mate van zachtheid, de humor en haar jeugdigheid vertegenwoordigde. De gelijkenis was verbazingwekkend. Het doek deed haar vooral denken aan de blik van haar vader in een schalkse bui. De zeefdruk droeg de serieuze strengheid van haar moeder met zich mee en het olieverfschilderij schampte voor haar langs de herkenbaarheid. ‘Net niet’ was het oordeel dat ze daarbij velde, mild en aimabel zoals ze op mij over kwam.

Opvallend was het feit dat ze ondanks dat het vroeger zo moeilijk was geweest ze wel in staat was gebleken om beide ouders een plek te geven en ik vermoed dat haar jeugd een bron van inspiratie was geweest voor alle problemen die ze behandelde in haar boeken. In ieder geval was het programma een bron van inspiratie en herkenning in de zin, dat ook deze kunstenaars onzeker bleken van hun kunnen.

Pluis kijkt de keuken in vanuit haar plaatsje voor het raam. Onze enige echte zit natuurlijk thuis bij zoonlief, maar van mijn lieve vriendin kreeg ik met mijn verjaardag een schattig Delfts Blauw tegeltje met een kleine poes erop, die vragend omhoog kijkt. ‘Dan is Pluis er ook een beetje bij daar in Verweggistan’, waren haar woorden die het presentje vergezelden. Nu staat ze hier mooi te zijn in een omlijsting van de oude stammen van de druiven tegen het vervallen prieel op, met nog wat verschrompelde druiventrossen en de herfstige, sterk uitgedunde bladerpracht en brengt niet alleen die lieverd in gedachten, maar ook vriendinlief zelf is er daardoor bij. Twee vliegen in een klap.

Overpeinzingen

Ook hier letten we op de kleintjes

Carminho valt subtiel de bibliotheek binnen met haar Fado’s, gloeiend hete thee staat naast me. Lief zit in de werkkamer te schrijven. Mijn sokken hangen te drogen over de centrale verwarming. De oude schoenen die ik, ooit van een van mijn illustere voorgangers, in dit huis had gevonden in een gangkast en die er uitzagen alsof ze met mij en met gemak het land en het natte achterland behouden konden doorkruisen, bleken lek. Ga nooit op een uiterlijk af. Mijn eigen grote zwarte kloffen zijn er beter tegen bestand.

Nu zit ik met nieuwe sokken en warme sloffen in de heerlijke rotan stoel en geniet van de warmte na de kou tijdens de wandeling. De datsja wenkte uitnodigend, maar is eigenlijk met dit sombere licht van buiten net iets te donker. Morgen halen we bij de Tesco een lekkere heldere schemerlamp. Dan kan mijn dadendrang beteugeld worden. Het doek van de vier zussen zag er bemoedigend uit. Het begon alweer te kriebelen.

Het is druilerig en nat. De grote maisvelden om ons heen liggen vol met afgekloven mais, de staken steken hompig uit de modder. Het achterland kent hoog gras en bramenstruiken, fijnstralen en zuring, met hier en daar een verdwaalde aster. Er tussendoor lopen allemaal reeën paadjes, zogenaamde wissels, waar wij prima door naar achteren konden lopen. Wel behoedzaam om niet neergehaald te worden door de lage bramentakken, die verdekt opgesteld een echte val kunnen vormen. Zo kwamen we bij het achterste bos aan, dat langs het boerenpad achter onze grond liep. Te modderig om te wandelen, dat is iets voor later in de week. Het uitzicht was weids, nevelig en grauw maar imposant met haar kale akkers zo ver als het oog reikte. Op de terugweg beierde de dorpskerkklok. In het eerste bos ontdekten we een hol, vermoedelijk van een das of een vos. De beelden stonden ongenaakbaar in het druilerige weer. De bomen hadden grotendeels hun blad nog. De walnoot, de pruimenbomen en de rode beuk begonnen te verkleuren. Opvallend was dat de fluweelbomen op het land geel kleurden en niet het vurige oranjerood dat ik van onze volkstuin kende.

De verraderlijke doornappel in de kruidentuin brengt prachtige stekelvruchten voort en lieflijke witte kelkbloemen met een paarsig hart, maar ze zijn uiterst giftig, zoals het een lid van de nachtschadefamilie betaamd. Met rust laten maar. Over het te lange gras ligt een kleed van pareltjes, kleine druppels, die in en op het blad blijft liggen.

Vanmorgen begon ik in de biografie over Etty Hillesum door Judith Koelemeijer. De groep komt half december bij elkaar en dat betekent omgerekend 15 bladzijden per dag, minimaal. Meer mag ook. Het eerste gelezen hoofdstuk belooft veel goeds. Het is prettig geschreven, met wederwaardigheden, die je graag wilt leren kennen bij het doorgronden van een karakter. Een bijzonder mens, deze Etty, met opvallende ideeën, die vanmorgen al een boeiend gesprek aan de ontbijttafel ontlokten.

Gisteren vereerden we de supermarkt met een bezoek. we waren aan het soebatten bij het brood om een juiste keuze te maken, toen we ineens Nederlands hoorden praten. De vrouw zag onze verbazing en merkte lachend op dat het ‘hier vergeven was van de Hollanders’. Die hadden we er tot nu toe echter nog niet gezien. De basisdingen moesten aangeschaft want de koelkast was nagenoeg leeg. Sommige dingen zijn nog steeds erg goedkoop zoals wijn en groenten, maar een aantal dingen zijn flink duurder geworden. Het is een sport om prijzen te vergelijken en beneden een bepaalde hoogte te blijven. Ook hier letten we op de kleintjes.

Overpeinzingen

We gaan het zien en beleven

Het avontuur pakte iets anders uit dan verwacht. Het begon voorspoedig. Heerlijk weer, een stralende zonovergoten dag, lieflijke velden langs de wegen, weinig drukte. Duitsland doorkruisen bleef een lange rit en pas in de avond kwamen we in Karlsbad aan met de illusie een klein hotelletje te zoeken. Er lagen een aantal praalhanzen naast elkaar, de een nog luxer en protseriger dan de andere. Een stad met een rijke geschiedenis, dat was meer dan duidelijk. En een met steile straatjes omhoog en naar beneden, geen makkelijke rijtoer en met een wirwar aan eenrichtingsverkeer. Lastig zoeken op deze manier. We zochten op hotels, maar het tomtommetje zelf kwam ook niet uit de weerwar van straten. Het was rond half zeven, dus we hadden nog even de tijd. Dan maar een hotel buiten de stad op de weg naar Praag.

Waar we in Duitsland er verscheidene op onze weg waren tegengekomen, bleef onze verlangende roep om een slaapplek letterlijk de roep in het duister. De nacht bracht ons op de onverlichte bergwegen zonder middenstrepen een veelvoud aan illussatoire beelden, een rots die er niet was, een pad dat recht doorging maar toch bleek om te buigen, verkorte afslagen. We vierden Halloween op geheel eigen wijze. Er kwam nog net geen Dracula om de bergtop piepen, wel een waas van witte wieven die de spanning verhoogden. Kalm blijven is een kunst, maar het lukte. Eindelijk een hotel op een duistere plek, een klein geval, dat achenebbisj in haar voegen hing. Het voelde unheimisch. Toch maar een stukje verder rijden.

Praag kwam in zicht en daar, na een aantal keer verkeerd te zijn gereden, vonden we hotel Golf omdat het met grote neonletters was aangekondigd. Er was nog net een kamer vrij. Dubbel genieten na de lange reis van de luxe en de heerlijkheid van het hotel. Een droomloze slaap volgde.

Dag twee was heel anders. Onbekend met de route, onverwacht veel bergen, slecht wegdek dat een nevel aan opspattend regenwater veroorzaakte en daarmee erbarmelijk zicht, en jakkerende vrachtwagens die elkaar veelvuldig passeerden, viel ons ten deel. Dapper zwoegde de kleine blauwe voort. Tjechie was bij dergelijk slecht zicht niet de meest aangewezen plek om er te zijn. Bij Brno werden we omgeleid en kwamen op landweggetjes en in kleine stadjes terecht, dat ons even een zicht gaf op een vergelijk met Verweggistan. Ook daar stonden we een half uur lang in de file vanwege een ongeluk. Iets wat op deze natte dag in onze ogen nogal veelvuldig voorkwam. Kalmpjes doorrijden dus, met het verstand aangescherpt.

Tot onze verbazing moesten we ook nog een hoekje Slowakije door en daarna lag het vernieuwde wegennet van Hongarije voor ons en liet de blauwe snorren als vanouds. Opnieuw ging de helft in duisternis gehuld en dat was alleen lastig op de onverlichte weg naar ons dorp, terwijl de regen ons had ingehaald en op het dak kletterde. Eindelijk konden we de straat indraaien, waar vriendlief de lampen in het huis al had ontstoken, zodat het vriendelijk wenkte, de verwarming open had gedraaid en het hek en de eerste buitendeur uitnodigend had geopend.

Het was thuiskomen op alle fronten, veilig en warm, een pilsje en wat witte wijn om het te vieren en toch nog een goed gesprek. Vandaag gaan we het land en de Datsja goed bekijken, de kamers invoelen, de voorraad aanvullen. Een dubbele retraite na een vermoeiende inspanning brengt vast nieuwe mogelijkheden en ideeën op ons pad. We gaan het zien en beleven.

Overpeinzingen

We gaan er voor

Het pannenkoekenfeest bij de lieve filosoof was een groot succes. Helemaal jarig en glunderend bij de aandacht en de pakjes, bij gebrek aan inpakpapier ingepakt in krant. Mooi touwtje er omheen en klaar. Naamschrijven in stroop en smikkelen met veel poedersuiker en kaas. Ouderwets lekker. Mooie kleine exemplaren. ‘Mijn moeder bakt de lekkerste’, roemt zoonlief haar pannenkoeken. Groter compliment is niet denkbaar.

Ziezo, inktober zit erop. Elke dag een tekening, soms twee of drie in een keer op te drukke dagen. Leuk om te doen en soms lastige opdrachten als het een karaktertrek betrof. Een mooi moment om naar Verweggistan af te reizen. Alles zit in de koffer, ze kon nog dicht. De kleine blauwe heeft een was-en-waxbeurt ondergaan en is er ook klaar voor.

We hebben er zin in. Als ik denk aan de weidsheid van het land, dat prachtige oude Habsburgerhuis, de vijgenboom, die haar vijgen in de twee maanden van afwezigheid een voor een op de grond heeft laten ploffen en de wielewaal op haar wenken heeft bediend, de beelden in de tuin, ongenaakbaar op hun vaste plek, die de boel in de gaten houden, het prieel dat onder de overweldigende lading van de druif is doorgezakt, de datsja met mijn achtergebleven tekeningen en maaksels, het landgoed dat bos is met de liefdevol te belopen paadjes, mijn lievelingsplekken, voor het raam in de keuken en het zitje in de bibliotheek.

Iets anders is het wegsluipen uit de hectiek van het dagelijks bestaan, die daar niet lijkt te zijn. Mensen doen hun boodschappen bij een van de twee supermarkten en klotteren wat op hun erf. Het nieuws komt, als je daar zelf naar op zoek bent, mondjesmaat binnen. Er zijn geen slinkse sluipwegen om het wereldkundig te maken. Geselecteerd kijken is het grote voordeel van een dag die zich doorgaans vult met natuur met boeken, podcast en met muziek. Automatismen verdwijnen als sneeuw voor de zon. Wij zijn samen en op elkaar gericht. Nederland is video, is facebook, is app. Alleen de kinderen, de zussen en de vrienden en vriendinnen lopen af en toe een stukje mee, aan de hand van foto’s, schrijven, beeld en geluid, virtuele knuffies, indien wenselijk.

Het avontuurlijke zit in de stoute schoenen die we aan hebben getrokken en die ervoor zorgen dat we zonder al te veel voorbereidingen op pad gaan. Ergens ruist in het achterhoofd de woorden ‘Wat de toekomst brengen moge…’ Het stamt uit de blauwe maandag dat ik in een gereformeerd bejaardentehuis werkte en de ochtend moest openen met gezang en psalmen. Maar het snijdt hout. Wat zal de tijd ons leren en brengen. Een nieuwe ronde en nieuwe kansen.

Van hier nemen we de dingen mee die daar niet te vinden zijn. Buisman cappuccino, waar ik zo graag de ochtend mee begin en drop natuurlijk, voor onderweg, om de spanning van moeilijke rijpartijen af te snoepen, de dunne mie en nog wat moeilijk te verkrijgen kruiden.

Ik dwaal af naar de oude volkswagenbus met een motor van een Taunus 15-M, die mijn vader met verve bestuurde. Afgeladen vol met een mud aardappelen, hagelslag voor een weeshuis, grote zure bommen in een blik en camping-bus-boter tussen de bagage en de kinderen in, alsook de enorme zware tent. Dat waren nog eens tijden. Afzien tijdens vermaak. Tel uw zegeningen. Zo gingen we op reis naar Spanje of Oostenrijk. Moeder las de kaart al dan niet tot tevredenheid van de bestuurder. Menig ‘Godzalmeeenschaapgeven’ vloog over en weer in het kleine compartiment, als er een afslag over het hoofd was gezien.

De monotone stem in de telefoon dwingt me om te volgen. Het enige moment dat ik dat bijna slaafs zal doen, tot we de snelweg zat zijn en we op zoek gaan naar knusse overnachtingen. We gaan er voor.

Overpeinzingen

Helder zicht

We hebben de checklist afgewerkt en op dit ogenblik is alles nagekeken. De kleine blauwe prins is door de garage reisklaar gemaakt, de vignetten zijn online gekocht, bij de kringloop heb ik nog vier wijde truien op de kop getikt, alle reispapieren zijn nagekeken. Check, check en dubbelcheck. In Tjechie betaal je met kronen of in euro’s met pinpas. Alle noodzakelijkheden zoals hesjes, gevarendriehoek en verbanddoos liggen achterin. De handige dweil met spuitbus gaat mee voor de gangen en het laminaat.

We zijn er klaar voor. Straks volgt nog een laatste wasje en het inpakken, Pluis extra knuffelen en vanmiddag verjaardag vieren bij de lieve filosoof met pannenkoeken en natuurlijk cadeautjes. Lief heeft een ontmoeting met zijn liefste nicht, die hem nog perse wilde zien voor we weer een maand weg zijn. Er was geen andere mogelijkheid meer. Het zij zo.

Gisteren hoorde ik Paul Haenen over zijn nieuwe boek ‘Het vrolijke winterboek’ met allerlei gezellige onderwerpen, ontmoetingen, met de blijde kanten van het leven. Niet zo gek voor de donkere dagen van kerst, zoals men aanhaalt bij het praatprogramma Op1. Hij las er een verhaal uit voor en dat ging over een man die voor de etalage van de boekenwinkel stond en naar binnen keek. Hij was op zoek naar een boek, dat iedereen exact op dezelfde manier zou lezen en begrijpen. Geen uitwisseling van gedachten, maar gewoon het klare woord voor één uitleg vatbaar. ‘Waarom gaat u niet naar binnen om te zoeken’, was de vraag. ‘Omdat ik nu het verlangen heb, dat anders teleurgesteld zou worden’, was het antwoord. ‘Wat hebben mensen nodig om gelukkig te zijn’, vroeg de reporter daarna. ‘Liefde en verlangen’, gaf Paul Haenen als antwoord. Dat was een mooi en betekenisvol gesprek daar aan die tafel. Soms zijn er niet veel woorden nodig om de diepte in te gaan.

Het stormde vanmorgen nog steeds. Af en toe woede een windvlaag fluitend om de binten heen. Zodra het echter lichter werd, leek het of de wind de kuierlatten had genomen en verscheen er een bleekblauwe lucht door het zolderraam.

Gisterenavond was er een aflevering van Volle Zalen met Cornald Maes die bij Frederique Spigt aanbelt in Rotterdam. Ik heb haar altijd boeiend en een tikje mysterieus gevonden, bovendien is ze heerlijk onconventioneel en daar hou ik van. Het hart achterna. Zo te zijn lag al besloten in haar opvoeding. Ze vond haar moeder geen echte moeder. Ze vertaalde de afwezigheid van structuur en opvoeding van vroeger alsof ze in de jungle leefde. ‘Survival of the fittest’ stel ik me dan voor. Haar muziek vertolkt ze op geheel eigenzinnige wijze. Dat is wat ik in haar bewonder en wat respect oproept. Ze heeft overduidelijk steeds voor haar gevoel gekozen in plaats van de commercie. Qua uiterlijk straalt ze dat ook uit, net als Brood dat ooit deed. Die twee hebben wel wat gemeen.

Foto: Ruth van der Valk

Ik kreeg in alle vroegte een belletje van schoonzoon, maar dat bleek een ‘per ongelukje’ van kleindochter te zijn. Gelukkig gaan bij mij nooit meteen de alarmbellen rinkelen omdat ik er altijd rekening mee hou, dat het eventueel niet de bedoeling is. Een wijsheid die ik van mijn moeder met haar elftal heb overgenomen. De traktatie van de filosoof is groene Sponge-bobs met oogjes. Super leuk om te zien en gemaakt van groene pandancake. Niet alleen lekker, maar ook nog erg gezond. Mooi om te zien hoe ze daar bewust mee om gaan.

Zoonlief leent de auto, daarna gaat de kleine blauwe nog een keer door de wasstraat om spic en span op reis te gaan. Er is veel te zeggen voor helder zicht.

Overpeinzingen

Het avontuur

Het stormt. Niet een klein beetje, maar heuse woedende windvlagen trekken over het dak en rukken aan de pannen. Dat is al weer een tijdje geleden. Het is een knus geluid als je veilig binnen zit. Het lied van Kooten & de Bie schiet omhoog. ‘Buiten huilt de wind om het huis, maar de kachel staat te snorren op vier’, behalve dat hier de verwarming uit is. Gisteren was het nog steeds een fijne temperatuur. Zo kan het ineens omslaan en is herfst nu volop in het land.

De tocht ging gisteren naar Bussum. Daar was een winkel van van Beek, schildersmaterialen. Goed te bereiken, met een plek op een ruime parkeerplaats en een korte wandeling door het mooie oude dorp die met de grandeur van een kleurrijke herfst aangenaam en vriendelijk oogde. Liesje in Luilekkerland. Wat is het toch altijd weer een genoegen om rond te struinen, alles te kunnen vastpakken en keuren, dikte van papier, de verschillende verfsoorten, de vele schetsboeken. Er stonden diverse schildersezels uitgestald, maar degene die ik graag zou willen hebben voor Verweggistan, was te groot voor onze kleine blauwe en omdat ik nog steeds niet weet of er een andere auto beschikbaar is, stel ik me er op in met onze trouwe kleine Prins te reizen. Dus de ezel mocht blijven staan. Met aquarel doosjes, twee schetsboeken plus nieuwe tekenpennen vervolgden we de route.

De kringloop die we pas ontdekt hadden, was de volgende missie op de lijst. Speurend naar een leeg etui, waar je normaal een microfoon in opbergt, voor dochterlief die straks met de lange reis die ze als gezin willen gaan maken maar weinig bagage mee kan nemen. Lief neemt die taak op zich terwijl ik de broeken afspeur en met een mooie zwarte met grafische print er weer uit duik, evenals met een sweater, aan weerskanten te dragen. Geen etui te ontdekken, wel twee tassen met wat overtollig spul afgegeven. Opgeruimd staat netjes.

Daarna spoorslags naar zoonlief, waar thee en oliebollen ons wachten en kleindochter vraagt of ik een afstreepkalender voor haar kan maken om de negen dagen die haar nog resten tot de verjaardag, af te kruisen. Negen vakjes en even zoveel tekeningetjes houden me even bezig. Fijn om dat te kunnen doen, omdat we blinken door afwezigheid op het feest zelf. Het aquareldoosje en het schetsboek werden blij ontvangen door de kleine grote meid. Zoonlief showt trots de bovenverdieping, die in oktober boven op de drive-in is gezet en we verbazen ons over de enorme ruimte die het heeft. Super mooi met een ingenieuze tweede douche en een extra lichtkoepel.

Ik loop nog een tekening achter voor inktober, die komt er morgen en dan staat er weer een maand met tekeningen op de rol. Daarna ga ik door met de verdieping via het tekenboek. Straks zijn er zeeën van tijd, om te lezen en te rusten, te schilderen en te tekenen. Vandaag staat er voor lief een afspraak met zijn kapper en ga ik naar de garage om bandenspanning en olie te laten controleren. De wassen zijn gedraaid en de koffers kunnen opnieuw gepakt. In de ochtend hebben we de route uitgestippeld via Karlsbad in Tsjechië naar ons kleine dorp. Dit keer nemen we op de bonnefooi een hotel. Dat voelt een beetje als vroeger, toen we altijd zonder iets uit te stippelen op pad gingen en nooit wisten van te voren waarheen de weg ons zou brengen. Reizen met de stroom mee, op eigen tijd en eigen uur. Je bent nooit te oud voor het avontuur.

Overpeinzingen

Voeten in de aarde

In de verte kwamen twee mensen met een bolderkar aanlopen en ik herkende dochterlief en haar man. Wij zwaaiden, maar ze zwaaiden niet terug en liepen rustig door. Toen ze dichterbij kwamen zagen we pas, dat we ons deerlijk vergist hadden. De tuinen lagen er herfstig bij. Hier en daar was er al hard gewerkt om het stuk grond winterklaar te maken zoals het een echter moestuiner betaamt. Het pad was wat drassig, hier en daar was zaagsel over de diepe voren in de modder gestrooid. De bomen aan het aangrenzende pand bij Copijn kleurden dapper mee met het herfstpalet. Bij de tuin van dochterlief stonden de fietsen. Ze hadden hard gewerkt die ochtend en zelfs al gemaaid, zowel bij hen als bij ons. Mazzelen. Een zware taak minder. We gingen voort langs de achterbuuf, die bezig was haar vakken met tere planten af te dekken met stukken stevig karton voor eventuele komende vorst. De tuin zong verder nog volop zomer haast, met die zachte temperaturen en de bollen voor volgend jaar kwamen al uit de grond piepen.

Lief wilde de wilg bij de vijver snoeien. Ik boog me over brandnetels, grassen en de woekeraars. De vijg was aangeslagen en had zijn tocht van waterfles naar zwarte aarde vertaald in groter blad. Af en toe kwam er een kleine koolmees van de laatste verschrompelde appeltjes snoepen in de Vasalisboom. De nieuwe overbuuf kwam langs voor drie wilgentakken. Ze hield net als ik van wilgen in dit polderlandschap en haar recht-toe-recht-aan-tuin had dringend wat verwildering nodig. Dit was de eerste stap.

We werkten hard door, dit was de laatste dag op de tuin voor Verweggistan. Van de week moesten we nog allerlei zaken regelen voor de reis. De auto, vignetten en sneeuwkettingen eventueel, verjaardag van de filosoof, die inmiddels allang klein-af was en dan nog een verjaardag van kleindochter die midden in de volgende maand jarig was. Never a dull moment in huize Nijver. Ik mag niet vergeten de leesboeken mee te nemen, want we hebben zo weer zeeën van tijd en dat is ook heerlijk.

Pluis snoept af en toe van onze aanwezigheid kleine aandachtstrekkers af en springt op het bed om daar, in de nacht als we slapen, dicht bij ons te zijn. Ze kruipt dan stilletjes naar het voeteneind en rolt zich behaaglijk op. Ach lieve kleine bol wol. Oogluikend staan we het toe.

In de ochtend las ik in de volkskrant van vorige week een interview met een man, die een hersenoperatie had ondergaan om een tumor ter grootte van een bal te verwijderen. Alle herinneringen zouden ook verdwenen zijn. Daarbij had hij een wonderlijke uittreding ervaren, die heel diep ging. Een verlichte staat zou je het kunnen noemen, bedacht ik, al lezende. Onmiddellijk moest ik aan lief denken die in de eenzaamheid tijdens de corona-periode ongeveer hetzelfde had doorstaan. Ik maakte hem opmerkzaam op het artikel en in volle ernst refereerde lief even later aan wat deze man had meegemaakt en wat inderdaad grotendeels eenzelfde ervaring was geweest als de zijne.

Het bracht herkenning, maar ook discussie en was bovenal een aanvulling op zijn verhaal. Zo mooi dat dit schrijven samenviel met zijn hele grote losmaken van de materie, het onafhankelijk zijn van het aardse denkgoed. Geen makkelijke kost voor de buitenstaander om te begrijpen, maar invoelen kan ten enenmale en het verenigen met het dagelijkse leven evenzo. Daar balans in te vinden is het streven en dat lukt steeds beter. Met het hoofd in de wolken en de voeten in de aarde.

Overpeinzingen

Straks, op deze laatste zomerdag, wacht de tuin

Ach die lieve Pluis, ze stond al verlangend bij de voordeur toen ze mijn stappen op de galerij hoorde. ‘Ze heeft jullie gemist hoor’, schreef de buuf die voor haar gezorgd had. en ‘Wat een schatteke is het toch’. We hadden een enorm plukboeket voor haar gehaald, dat dankbaar door de buurman werd aangenomen. De buuf zelf lag te rusten, omdat ze door de corona nog steeds heel vermoeid was.

De reis was voorspoedig gegaan. Het was rustig op de weg en alleen rond Antwerpen stond het vast, maar we werden over de ring van Antwerpen naar een snellere route geleid en kwamen in het laatste kleine staartje van de enorme file terecht. Bij Werkendam gingen we de snelweg af en reden door het prachtige gebied van de Biesbosch richting een restaurantje, dat na veel zoeken eindelijk gevonden werd.

Terug was minstens zo mooi. De vele kreken en eilandjes in een herfstige variatie van de begroeiing van roestbruin en oker tot donkerbruin, met daar tussendoor het kabbelende water. De vele fietsers en wandelaars, sommige met rugzakken op en bergschoenen aan op de paden tussendoor of over de smalle dijken zorgde ervoor dat in het hoofd de plannen voor een bezoek aan dit gebied in de agenda werden gegrift. Zo prachtig. We zagen zwanen in grote getale en groepen ganzen in alle soorten en maten en nog veel meer verenpracht.

De avond ervoor hadden we de meeste kinderen uitgezwaaid na een maaltijd met alle restjes van de week. Alleen de kleine filosoof en kleindochter en hun ouders, zoonlief en schoondochter en lief en ik bleven achter. De kinderen vielen onmiddellijk terug in hun eigen patroon van thuis. Gezellig samen spelen zonder een onvertogen woord. Die middag hadden we met allen nog een laatste echte boswandeling gemaakt en de paddenstoelen bewonderd die al dan niet verscholen stonden onder de afgevallen bladeren. De meest bijzondere was wel de geschubde inktzwam die fier rechtop stond en haar schoonheid spreidde. Dochterlief redde een arme kever, die op haar rug lag en worstelde om weer op haar pootjes terecht te komen.

De kinderstemmen klommen tegen de hoge bomen op en echoden in de holle ruimtes van het dal. Het pad was goed begaanbaar voor ons allen. Het was fijn om met elkaar een stukje natuurbeleving te delen, zoals de hele week al goed was geweest voor het gevoel van verbondenheid door een week zo intens met elkaar te leven.

De ochtend zonder gehuil, voetstappen en stapjes op de trappen, geschraap van stoelen over de houten vloeren, keukengerinkel, gelach en gepraat, was welkom en goed voor een ononderbroken slaap tot acht uur in de ochtend. Om tien uur moesten we vertrokken zijn, maandag zouden er nieuwe gasten komen. Ze hadden dus een weekend om het huis aan kant te krijgen. We hadden ieder onze eigen spullen opgeruimd en binnen zag het eruit alsof er nooit twintig mensen en kinderen in hadden gebivakkeerd. De stoelen en de banken waren werkelijk vuilbestendig gebleken, de kwetsbare tierelantijnen werden teruggezet op de aangewezen plekken. Spic en span. Alleen aan de lekkage van het bad zouden ze wel wat moeten doen, bij het nemen van een bad door zoonlief gutste het water aan de zijkant dwars door het plafond heen. Het was onze zorg niet meer. Er was contact geweest met de loodgieter en wij hadden het verder allemaal schoon en keurig achtergelaten.

Nu zit ik aan mijn heerlijke grote cappuccino, terwijl ik op bed de wederwaardigheden opschrijf en geniet van de rust en de stilte en nageniet van alle nieuwe herinneringen die gemaakt zijn. Lief zit achter zijn vertrouwde computer en werkt zijn deel van de beleving uit. Straks, op deze laatste zomerdag, wacht de tuin.

Overpeinzingen

In alle rust

Er was behoefte om een tijdje er tussen uit te wandelen en dat deden we dan ook. De drukte achter ons, een volledige stilte voor ons, gekwetter van de heggenmussen, hier en daar het loeien van de koeien in brakke stallen of op het veld

We liepen richting het kapelletje van Genevieve, dat anderen al bij een andere wandeling hadden ontdekt. Het was niet zo ver. Het waren tal van schuren langs de kant van het weggetje, al dan niet vervallen en met volop ruimte om de kleine talrijke koeien in de wei te herbergen. Genevieve had helaas de kuierlatten genomen, er stonden drie kale sokkeltjes tussen de aangedane grijze stenen en alleen de glas-in-loodramen schitterden met heldere kleuren in het zonlicht.

Er naast was het drassig land en geen paadjes om te betreden omdat er overal prikkeldraad voor was gespannen. Erachter glinsterde het meer in de zon. Onbereikbaar voor ons. Er tegenover waren er twee paden waarvan een naar een huis liep en de ander naar een holle weg, omzoomd door oude populieren en ontwaarden er diverse boomklevers tegen de stam. Zo ijverig en zich van geen mens bewust in de rust van dit platte land. Aan het eind ervan liepen we langs de zoom van het ingezaaide veld richting het bos erachter. Aan de rechterkant glooide het landschap in een groene zee. Langs de bosrand vooral kreupelhout en veel berken inwaarts. Hier werd de natuur de vrije hand gelaten.

Lief en ik wisten niet of het ergens toe zou leiden en dat was spannend genoeg, maar na een stief uurtje bergopwaarts kwamen we uit bij een groot klaver en zuring veld waar we dwars doorheen konden lopen zonder kwade boeren met ballende vuisten achter ons aan te krijgen. Hoog boven ons klonk de roep van de buizerd. Aan het eind ervan kwamen we uit bij het begin van de landweg naar het dorp toe. Een Franse koe speelde ton sur ton met een oude boomstronk in bleekbruin.

Na tweeënhalf uur waren we terug op honk, moe, vol van stilte en klaar voor het gedruis. Er werden koekjes gebakken met de kinderen, de lange tafel vol meel en deeg, voldoende helpende handen van zussen en schoonzussen, veel gegiebel en gesnoep tussen de vormpjes uit. Er gaat niets boven koekdeeg. Er was een delegatie voor boodschappen naar de stad Vouziers. Er was een barbecue bedacht voor de vleeseters en bami en gegrilde groenten voor de vegetariërs, pais en vree op de warme gril, door het in tweeën te delen. Bij thuiskomst was er nog een uur de tijd om van de kleine speeltuin gebruik te maken, oma en opa met de vijf kleintjes, achter in de tuin. Twee schommels en een wipwap. Zingen en schommelen, het heerlijkst wat er is. Even uit de drukte, wind door de haren en ver weg van de te hete barbecue.

De chaos aan tafel was zoals te doen gebruikelijk bij de aanvoer van de schotels om de beurt en kinderen die honger hebben. Gesmuld werd er zeker.

Kinderen op bed, alles opgeruimd en wel, nog even weerwolven met de oudsten, die het spel zo spannend vinden dat ze voortdurend heen en weer wippend op stoel en bank probeerden het spel te leiden met zoveel ruis en afleiding dat dochterlief het over nam en met strakke hand nog twee potjes erdoor jaste.

Eindelijk kindvrij het kaartspel met de weldoordachte vragen. Van die waarbij je moest nadenken over toekomst, verleden, heden. Soms utopie en soms realiteit. Het ontlokte boeiende ontboezemingen en op die manier kwamen we nog weer stappen nader. Wat is het fijn, als iedereen het naar z’n zin heeft en met elkaar zo goed overweg kan. Dat bleek uit de verhalen des te meer. Vandaag vertrekt de helft en hebben we nog een avond met zes volwassenen en twee kinderen. Een afsluiting in alle rust.

Overpeinzingen

Van onschatbare waarde

Het gesprek gisterenavond laat nam een geheel andere wending na eerst de voetbalwedstrijd te hebben weerstaan. Na de wedstrijd, met een aantal teleurgestelde gezichten van de beteuterde kijkers (3-0 voor Liverpool) en een aantal lekker knutselende dochters, werd een eigen feestje gebouwd met behulp van wijn en brie op toost, de enige echte Franse, volgens Franse schoonzoonlief(hoe kan het anders). Daarna ontspon zich dat serieuze gesprek over doodgaan en de beleving. Wat zijn mijn specifieke wensen. O jeetje, dat kan je nalezen in een van mijn bloggen, een van de vele sinds 2011. Groot protest, want nooit meer te vinden. Nou vooruit.

Op onze leeftijd en met een eigen ervaring van infarct tot chronische aandoening, het werken in het ziekenhuis, het bijstaan van zovele stervenden, kan je geen angst meer hebben voor het onvermijdelijke. Dan heb je de dood recht in zijn ogen gekeken. Bovendien zijn we bij ons thuis vrij laconiek opgevoed. Wij zussen zeggen vaak tegen elkaar, ‘Als het je tijd is dan ga je’, en daar helpt geen lieve vadertje of moedertje meer tegenaan. Daarin hebben we geen vinger in de pap. Je kan nog zoveel bestieren, voorzichtig zijn, extra voorzorgsmaatregelen nemen, maar die lange met zijn zeis trekt zich er geen syllabe van aan.

Ze waren vooral nieuwsgierig naar hoe dan. Gewoon, onder een boom in een simpele doek, met jullie om me heen en verder misschien wel niet. Maar al die andere mensen dan die je kent, je kent er zoveel. ‘Verzin een feest of iets dergelijks, maar afscheid neem ik van allen als ik er nog ben. En daarna is het gedenken toch. Dat kan in stilte of waar je ook maar bent en een glimp van onze relatie opvangt, een wandeling, een etentje, een bezoekje aan de bios…

En toch sloeg de emotie toe bij ons allen en pinkte ik een traan weg terwijl we door de tranen heen lachten en dachten aan grappige dingen zoals onze moeder, die had opgeschreven dat ze nog nooit een engel in een zondags pak had gezien. Ze wilde in een ponnetje met blote voeten. Zo is het gegaan.

Een traditionele begrafenis in zo’n enge sombere aula gaat er niet komen, helaas pindakaas, voor iedereen die daar van houdt. Vrij wil ik zijn, in de natuur. Ook geen verstrooide as, want ik ben niet van vuur, maar een aardekind. Dat we het vergeten op te schrijven of het moment suprême vooruit schuiven, is te danken aan bijgeloof. Als je het er over hebt, maak je misschien wel onvoorziene gebeurtenissen wakker.

Zo filosoferen we verder en is er een diepe verbondenheid voelbaar, wat een mooi gesprek, wat een intens beleven.

Maar nu is het ochtend en neemt het leven de gebruikelijke wending met kinderstemmen, van kraaien tot gillen, het galmen dat in dit huis door de hoge plafonds heftiger is dan normaal. Misschien is ook de stilte thuis vergeleken met dit grote aantal kleine willetjes, ideeën, ondernemingen, nog rustiger dan normaal. En in het zwembad klinkt het gejoel oorverdovend door de dunne glazen wanden.

Lief went wonderwel heel snel en kan zich prima afsluiten als het te heftig wordt. Bovenal is het een hoog gezelligheidsgehalte, vertrouwd en onder andere een stukje verleden terug in een huis, dat maakt zo’n week waardevoller dan ooit, maar ook is het de missing link voor lief, die nu ziet hoe we met elkaar omgaan en hoeveel liefde en respect er altijd geweest is voor elkaar.

Ajax mocht dan verloren hebben, maar de winst die we daarna uit het gesprek filterden was van onschatbare waarde.

Overpeinzingen

En ravotten

Een nieuwe dag in het grote kinderparadijs, met vier kleintjes en vier semi grote kinderen is het schipperen in aandacht. Het is een beetje somber buiten, maar over de heuvel zie ik de eerste opklaringen al komen. Hiernaast bouwen de kinderen huisjes met kapla en stallen al hun duplo poppetjes en auto’s tot de kleine krullebol naar beneden komt en met zijn voeten de huisjes omver walst, wat hem op een schrobbering komt te staan. Dat levert een wekker op, als er een galmend indianengehuil dwars door het huis waart, die ons waarschuwt aan te kleden, want op de agenda staat een bezoek aan een Parc Argonne Decouverte op het programma. Tien uur gaan we weg, was gisteravond de afspraak. Of iedereen dat deze ochtend nog zo fijn vindt, is de vraag.

De kinderen ontladen zich en het huis is groot genoeg om er door heen te walsen met fietsjes en renpartijen. Gisteren was er een oase van rust toen iedereen aan het wandelen was rond het meer en ik met dochterlief verder werkte aan de voorbereidingen voor de rijsttafel van die avond. Het is fijn dat de keuken een groot kookeiland in het midden kent, dat veel werkruimte biedt.

Het was een heerlijke rustige voorbereiding en toen de hectiek weer opnieuw losbarstte rond een uur of vijf konden we ruimschoots aan de tafel gaan zitten, die voor de gelegenheid gedekt was met het damasten tafelkleed dat we in een van de lades van het buffet gevonden hadden. De bijgerechten zoals bawang goreng en tempeh goreng op tafel en de sajoer lodeh, de telor pedis, de satesaus, de ketjapsaus en de nasi goreng en de ajam ketjap op het kookeiland zodat we een lopend buffet hadden gekweekt en ieder naar believen kon opscheppen, vegetariërs en carnivoren konden hun hart ophalen. Een vorstelijke dis

De avond verliep in een kalmte die paste na een welbestede dag. Ze waren met elkaar naar een meer geweest, waar een grote speeltuin bij was en hadden zich moe gespeeld. De kinderen bijtijds naar bed, de dochters en schoondochter aan de grote tafel met steentjes om voorstellingen op te maken en in te kleuren met speciale viltstiften. Sommigen keken voetbal en anderen gingen vroeg naar bed. Twee weerbarstige snijtandjes die dreigden door te komen bij de jongste zorgde voor wat onrust en reuring, maar al gauw deed een zetpil wonderen.

Mijn foto door 3-jarige kleindochter💕

Tien uur de volgende dag was er reveille . Het Parc Argonne Decouverte, een ontdekpark met klein wild en boerderijdieren was het hoofdprogramma. De entree liep met veel grut behoorlijk in de stuivers. Maar lief en ik mochten bejaardentarief, is het toch nog ergens goed voor, en vanwege de groepsgrootte kregen we korting. En weer was het Ardennenbergje op en Ardennenbergje af, maar wel met witte wolven die werden gevoederd en wasberen in een gerieflijk ruim bos, maar de lammergieren konden slechts wat heen en weer wiebelen, hun enorme vleugels uitspreiden als ze aankwamen vliegen naar de onderste takken, omdat er zich een hekwerk tussen hen en de hogere takken bevond, en de drie witte ‘Hedwig’uilen keken onverstoorbaar maar droef naar het volk beneden hen, draaiden af en toe terloops hun kop rond naar de beperkte ruimte om hen heen, om daarna verder te suffen. De boerderijdieren waren allen afgeschermd van aaiende kinderhandjes, bedelende snuiten tussen het gaas door, een mottig kippetje nam een bad in een zanderige kuil, caviaatjes mochten alleen geaaid worden als ze naar je toe kwamen, wat geen van allen deden. Een uit de kluiten gewassen geit stond te happen naar een dor blad op het hek naast een klein dwerggeitje, die wat moedeloos en verlaten zijn hoeven schraapten.

Eigenlijk moet je in je hoofd geen voorstelling ervan maken. Gebeurt dat wel, dan kan het al snel heel anders uitpakken. Pleister op de wonde was het gebouw met de nachtdieren in geheimzinnig gefilterd blauw licht, dat het dubbel zo spannend maakte. Vliegende vleermuizen, een reusachtige boa in een griezelig kleine behuizing, twee wonderlijke axolotl en wat visachtigen. Boven in het restaurant een waterijs, een leger wespen, en een onvriendelijke uitbater. Genoeg om over na te peinzen. Maar eerst…Thuis…Een welkome duik in het zwembad en ravotten.

Overpeinzingen

Voor de broodnodige balans

Heerlijk, zonder de geluiden van het huis te horen om zeven uur uitgerust wakker in ons bloemenbed. De tocht naar het chateau de Sedan , gisteren, duurde een klein half uur. We zaten achterin bij zoonlief. Schoondochter reed en derhalve konden we de volle aandacht richten op de omgeving. Glooiende groene weiden, erachter de contouren van beboste heuvels, de lucht aan de einder, zeldzaam mooi van diep donkergrijs, violet naar lichtblauw. Franse runderen in het groen afgewisselde met de Hollandse bontgevlekte. Af en toe vloog een roofvogel over.

Het chateau lag aan de rand van Sedan, een enorme vesting van ruim 35000 vierkante meer en als ik naar de enorme torens en de donjon keek beloofde het een bijzondere hoeveelheid klimpartijen. De sportschool indachtig, zette ik me alvast schrap, vastbesloten om het mee te maken. Niet alleen was het thema ‘Souciers’, maar het werd verder toegespitst tot Harry Potter. Er was in een van de kelders een perron 8-3/4, waar het karretje half door de muur stak met koffers en pakjes, een duistere draak, de geheime kamer van Markus, donkere gangetjes, een doolhofje, vliegende sleutels, vleermuizen, de enorme eetzaal met de schilderijen aan de muur, prachtig gedekt in rood met gouden licht.

Voor ons was het al bijzonder, maar voor de kinderen was het de ultieme beleving en voor sommige zelfs te spannend. Overal hing spinrag, nagemaakt en zo fijn mogelijk uiteen getrokken. Aan het eind was het helemaal feest. Ze ontvingen een diploma voor de semi opgeloste rebus en kregen hun naam uitgeschreven door de sprekende sorteerhoed, daarna konden ze die plechtig in de ‘vuurbeker’ werpen. Al met al een bijzondere beleving.

Tussendoor zochten wij naar de oorspronkelijkheid van het fort en vooral de grote maquette en de houten gebinten in de nok waren indrukwekkend om te zien, naast de enorme schilderijen over de bloedige veldslagen die er plaatsgevonden hadden. Door de Harry Potter scene gingen deze indrukwekkende enge taferelen aan de kinderen voorbij.

Zoonlief had zich met zijn familie teruggetrokken in het rustieke restaurant en wachtte ons op. Ik had er inmiddels ruim vijf wentelende en ruw stenen trappen van imposante lengte opzitten. Op de beenspieren, voetje voor voetje. Kalmte zal u redden, bedacht ik me bij elke tree. Tot mijn grote vreugde waren er steeds bankjes om op uit te rusten en in de ridderzaal een stenen fauteuil, waar het eigenlijk niet mocht.

De terugreis was evenzo adembenemend mooi. Na de gezelligheid, van minstens een ‘Zwadderich’ tafel vol groot en klein grut, twee heerlijke soorten stamppot en de taart van de dag ervoor toe, danste kleinzoon heen en weer van enthousiasme om ons het Weerwolvenspel te leren. Het duurde even voor iedereen echt alles wat te klein was op bed had, maar daarna kon het spektakel beginnen en het was eigenlijk heel erg leuk. Ik was de spelleider, maar moest mezelf nog uitgebreid inlezen. Geen punt, daardoor leerde iedereen de regels goed kennen.

Met de ziener, een heks, het onschuldige meisje, twee weerwolven, cupido, twee geliefden, de burgermeester, de burgers bleven we in de sfeer van de middag maar nog meer op niveau en het was heerlijk om te spelen. Kleinzoon bedelde om nog een potje, werd tot spelleider gebombardeerd en jaste het verhaal er in een hoog tempo door. Daardoor werd het nog spannender. Voortaan kon het spel als familievermaak bijgeschreven worden.

Toen er nog een kleine groep overbleef, bespraken we de meer wereldse problemen van armoe en overdaad. Zinvolle, serieuze diepgang voor de broodnodige balans.

Overpeinzingen

Dan is het binnen goed toeven

Het is vijf uur en ik luister naar de verhalen uit het verleden die het huis me vertelt via de hoge deur van onze kamer en de oude houten vloeren. De strak gestucte muren bewegen niet mee, ze doen er het zwijgen toe. Buiten waait de wind om het huis. Een dag nog belooft het weerbericht, daarna trekt er een warme nazomerzon door de rest van de week. Voorlopig vang ik nog even de krakende windvlagen via de deur.

Het was een warm welkom bij het zien van het sierlijke hek, de ruime parkeerplaatsen en de statige uitstraling met een ouderwetse grandeur. In het schemerdonker was te zien geweest, dat het dorp grote gebouwen, maar ook veel verval herbergde. Dit huis was wijs onder handen genomen met behoud van veel details die niet altijd in harmonie waren met de moderne attributen, zoals de lampen in de gang en de kamers. De slaapkamers zijn modern en comfortabel, soms met een overdaad aan patronen maar in onze prinsessenkamer was het overwegend Laura Ashleystijl wat de klok sloeg. Zo’n eerste paar nachten in een nieuwe omgeving vergen wat tijd om te wennen aan het leven dat in het huis besloten ligt met misschien hier en daar nog een ronddolende ziel.

Het overdekte zwembad tegenover het terras is de grote toevalstreffer. Daar houdt de jeugd zich op tot de ogen rood zien en het vel verrimpeld verandert in een oude bessenhuid. Het gespetter van het water en het geklater van de stemmen die weerkaatst worden door de glazen verrijdbare wanden, het gejoel als de grote ooms mee komen zwemmen en de kleintjes een voor een terug in het water gooien brengen het grote genieten mee. Meer is er niet nodig om een kinderhand te vullen.

De reis was voorspoedig gegaan. Zoals verwacht had de kleine blauwe Prins een liefde/haat verhouding met de stoplappen op de wegen van Belgie. Hij ploegde dapper voort en eenmaal in de Franse Ardennen aangekomen snorde hij als vanouds gemoedelijk door. Het laaggebergte met een ondergaande zon erboven schoof voorbij en eenmaal van de snelweg af werd in de snel invallende schemer de weg omzoomd door donkere bossen waarin we herten en zwijnen, vossen en reeën wisten. Het laatste stuk van de route bleek over een donkere en onverlichte veldweg te gaan dat groot licht vereiste, tot het kleine dorp opdoemde en daar was het huis, groot en statig achter een ommuurde tuin, heel herkenbaar.

De dag erop begon vroeg. Kinderstemmen galmden door het hele huis met af en toe een bas er tussendoor. De speelkamer was al gauw gebombardeerd tot game-room voor de oudsten, de kleintjes hadden voldoende aan een grote houten kist met spelletjes naast het grote tafelvoetbalspel. De lieve krullebol vierde vandaag zijn verjaardag met toeters en bellen aan de lange ruime tafel waar we met gemak met alle twintig om heen konden zitten. Een cadeau voor het feestvarken, duplo en geld voor een nieuwe fiets, en twee taarten met drie kaarsjes erop van de uitstekende bakker van het dorp, in de vroege ochtend gehaald. Er werd gezongen en voor alle kinderen had ik cadeautjes van de kringloop en boeken van mijn recensie-exemplaren, meegenomen, de eerste set om te grabbelen, de tweede om uit te delen. Dubbel feest. Voor mij kwam het cadeau van mijn verjaardag, zorgvuldig verpakt, de foto van mij en de kleinkinderen, een foto van lief en mij en de foto met ons allen, van de fotoshoot op de heide in een prachtige lijst. Het ontroerde weer.

Er werd geknutseld, getekend, gelezen, spelletjes gedaan met de vertel-dobbelstenen, hier en daar nog een beetje gewerkt en een heleboel gekookt. Spaghetti in zo’n grote oerpan wordt niet onverdeeld even gaar. Even wennen zo’n rats, kuch en bonen hoeveelheid. Verse tomaten-basilicum-saus erbij en een groene spinazie/doperwt, goed om alle magen stevig te vullen. Salades erbij en klaar.

Het duurde even voor alles aan klein grut naar bed was, maar daarna ontspon zich een fijn gesprek. Herinneringen ophalen, vragen beantwoorden over godsdienst en beleving en hoe dat vroeger was, het uit de doeken doen van de jaren zeventig, het voor-en-nadeel van direct zijn als er een opmerking komt, die vroeger wel kon maar nu echt niet meer en hoe de veranderende wereld te benaderen, het verloop van veranderingen door de eeuwen heen, en hun eigen perceptie op de tijd waarin we leven. Waardevol en warm.

Vandaag staat er een bezoek aan het kasteel van Sedan op de agenda, een van de grootste forten en op dit ogenblik in het thema Le chateau de Sorciers, het kasteel van de tovenaars. Het belooft nog een regendag te worden en dan is het binnen goed toeven.

Overpeinzingen

Een nieuw hervonden balans

Een goed gesprek leidde de ochtend in, eigenlijk na het lezen van de blog van gisteren door lief. Schrijven helpt om beter onder woorden te kunnen brengen wat er eigenlijk bedoeld wordt. Op het moment suprême willen de juiste woorden zich soms schuilhouden. De oplossing lag voor de hand. Door de rol van beiden tegelijkertijd onder de loep te nemen omdat er altijd sprake is van actie/reactie en niet in termen van schuld te vervallen bleef het bespreekbaar.

Nu moesten eerst de handen uit de mouwen. Het Engelse buffet moest uitgemest, overtollige spullen konden mee naar de Ardennen, alles over de datum mocht weg en één plank voor zoonlief en een plank voor ons, omdat er gescheiden en vaak glutenvrij gekookt werd door schoondochter. Heerlijk wat een ruimte, schalen, een weegschaal en nog wat klein spul konden in de tas voor de kringloop. Zo verging het ook met de sauzen en sausjes die in de oude koelkast hadden gestaan. Lezen op het etiket, wat koel en wat gekoeld bewaard wil worden na geopend te zijn. Dat schept ruimte in beide gevallen. Zoonlief had het slimme plan om de magnetron op het flessenrek te zetten en de planten die daar stonden op het buffet te zetten. Een kleine verandering maar een grote winst aan werkoppervlak en gezelligheid. We waren dik tevreden.

Met tassen voor de kringloop en gebruikte olie voor de gemeentewerf gingen we op pad. Naast de dierenwinkel bleek een grote nieuwe kringloop te zijn gevestigd. Nieuwsgierigheid gebood even te kijken en. We waren verbaasd. Licht en ruim opgezet, met prachtige stellingen en echte kringloop prijsjes. Hier viel vast iets leuks voor de kleinkinderen te halen en inderdaad. Mooi speelgoed voor een habbekrats. De grote juten zak die zoonlief bij zijn koffiefilter had gekregen kwam nu goed van pas. In de Ardennen mochten de kleintjes grabbelen en ruilen.

Bij de winkel met de kleine prijzen haalden we verf en kleine schilderdoeken, penselen en wol. Goed voor een paar middagen knutselen, herfststukjes maken of anderszins. Thuis en met een dwars-door-de-kast-recept werd een heerlijke risotto gefabriekt met bleekselderij en mozzarella. Waar een oude koelkast al niet goed voor is. Nu is de keuken aan kant en het hoofd en het gemoed leeg.

Het lijstje voor vandaag in mijn hoofd begint zich alweer te roeren, maar ik maan ze nog even tot rust. De krant en een puzzeltje zijn een welkome afleiding, onderwijl streeft het daarbinnen rebels om prioriteiten. Negeren, de kop koffie door lief gehaald, twee trappen af en op, helpt. Daarbij moet ik denken aan het verhaal van vriendin gisteren over haar vader. Hij hielp overdag nooit in het huishouden maar iedere ochtend zorgde hij voor de ontbijttafel en bracht zijn vrouw koffie en een beschuitje op bed. Soms zegt dat meer dan waar woorden goed voor zijn. Een rustige start geeft vleugels.

Tussen de bedrijven door keken we gisteren naar een documentaire over de natuurparken op het eiland Hai-Nan in China. De problemen die de Gibbons daar ondervinden, zijn ontstaan door de komst van de plantages met rubberbomen. Deze Gibbons kunnen zich met grote snelheid van tak naar tak slingeren, maar de acacia’s die gebruikt worden voor het aftappen van dat rubber zijn daar niet voor geschikt. Toen het jong van een gibbonvrouwtje oud genoeg was om een eigen leven op te bouwen, hoorde hij in een verder weg gelegen tropisch regenwoud wel de typische roep van de andere families en eventueel een nieuw vrouwtje, maar kon niet bij ze komen. De parkwachters besloten een handje te helpen en maakten een touwbrug. Het jong ging nog niet. Toen besloot de moeder, zo ontroerend en het raakte me, met haar jongste de constructie uit te proberen om zo haar puberzoon te overtuigen van de veiligheid ervan. Daarna slingerde ze zich met grote snelheid voort. De puber probeerde haar bij te houden, maar ineens was ze helemaal verdwenen. Tijd om op eigen benen te staan en proefondervindelijk zijn weg te vinden.

Meer van dergelijke prachtige uitzendingen, die overdrachtelijk maken dat ontwikkeling en groei vergezeld van de juiste hulp voortgang koesteren en bewerkstelligen. Een genot om naar te kijken, een wereld in een nieuw hervonden balans.