Overpeinzingen

Maar nu even niet

Opgewekt begin van de dag, klaar voor de ontmoeting met het verleden in het heden. Google stuurt me moeiteloos richting het centraal station in Amersfoort waar vriendinlief straks uit de trein van Alkmaar zal stappen. Die staakten niet gelukkig. De drukte op de weg viel reuze mee. Veel mensen zijn thuisgebleven of hebben met die stakingen van bus en tram hun herfstvakantie wat opgerekt. Ik bleef tegen de kleine blauwe aangeleund staan en zag haar onmiddellijk, stuurde voor de zekerheid toch ook maar een appje, dat we hier op de parkeerplek stonden.

Samen reden we naar de voormalige Amerikaanse blok in Soesterberg, het bekende doolhof en de dame die in mijn wegwijzer hardnekkig Kemini bleef roepen, niet een keer, maar het hele blok, omdat het rondom zo heette. Met onze komst was ons viertal compleet. Koffie en prietpraat. Dan toch de diepte in met het overlijden van de hartsvriendin van de gastvrouw, dat nog een vers verdriet met zich mee bracht en een uitvoerig verslag van het wel en wee. Ze was van mijn bouwjaar en dus veel te jong. Pluk de dag, leef en geniet. We memoreerden het aloude spreekwoord: ‘Het leven is een pijp kaneel, eenieder zuigt eraan en krijgt zijn deel’. Tja.

Zo is het. Op onze leeftijd is er ook een vorm van berusting of aanvaarding. Het is niet anders. Een van ons vertelt over haar ziekte, waardoor ze steeds strammer wordt en met een rollator moet lopen ze schuifelt voetje voor voetje voort, maar heeft haar positiviteit behouden. Al wordt het haar allemaal wel eens te veel, als ze naar haar voorland kijkt in de gedaante van haar oudere broer, die veel meer is aangedaan dan zij. Op zo’n spiegel zit je niet te wachten lijkt me.

Tussen de bedrijven door, de lunch, de koffie en de thee valt me op hoe hier de stilte omver wordt gebabbeld. De restauratie aan het pand er naast helpt ook driftig mee. Vaag ontstaat het idee van een reunie. We sommen klasgenoten op en tegelijk ook de herinneringen die ze met zich meedragen, bekijken de mogelijkheden om achter de adressen te komen. Twee van ons blijken nog iets in het archief te hebben. In Verweggistan heb ik alle tijd om een en ander te bekijken.

De poes kaapte een lekkernij uit het schaaltje dat derhalve expres op de theetafel was gezet en schrokte het ongestraft naar binnen. ‘Stouterd’, vond de gastvrouw en keek naar hem met een vertederende blik.

In de auto terug raken we een diepere snaar. Over vrede hebben met het leven en de dood, over de zaken bespreekbaar houden als je samenleeft, transparant en helder, zonder het als kritiek te zien, mooie gedachten die uitspinnen tot een aantal voornemens. Het leven nemen zoals het komt en gevoelig blijven voor verandering en vernieuwing maar ook, dat wat in het hart besloten ligt, koesteren. Onder andere de vele herinneringen, kleine cadeautjes achter deuren die altijd op een kier staan. We omhelzen elkaar met de belofte om elkaar wat sneller op te zoeken en schrijven deze dag bij op de lijst van vreugdevol.

Thuis is de nieuwe koelkast er, even wennen aan het zilveren gevaarte en staat de hele keuken overhoop omdat het geval niet direct mocht worden ingeruimd. Terloops, waar ergens? overmand mij de vermoeidheid en de benauwdheid door het mistige weer en vertaalt zich in een weerbarstigheid, die verdacht veel op het tegenovergestelde lijkt van de goede raad die, even daarvoor in de auto, voortaan ter harte zou worden genomen. Hoe was het ook weer? Helder en transparant. Zeker. Maar nu even niet.

Overpeinzingen

In de kiem begonnen

De ochtend die eerst zo kabbelend voorbij trok veranderde rap in een opeenstapeling van handelingen. Het was heerlijk zonnig, de herfstkleuren waren in opmars en uitnodigend. Tuin riep al van verre. Pluis koesterde zich in het zonnetje en loerde door de spleten van de verwarming heen op de koolmees en de ekster die beurtelings het balkon aandeden om een graantje mee te pikken.

Met de haren in de henna het gebruikelijke ritueel, medicijnen, tekening van de dag, niets aan de hand. Zoonlief roffelde de trap af, wilde wat uit de koelkast pakken en ontdekte dat onze ouwe was overleden. Ze had een punt gezet achter haar arbeidzaam leven. Nu waren we al langer aan het dubben geweest om een nieuwe te kopen in verband met het zuiniger verbruik van de elektriciteit. We hadden ons in enkele winkels en op internet al verdiept in de soorten koelkasten en vooral in hun energiezuinige labels. Nu was de nood aan de man. Een geluk bij een ongeluk dat het niet een week later was gebeurd.

Ze was kennelijk toch al een tijdje zonder stroom. Het betekende de vuilniszak erbij en met pijn in het hart alles wat in de vriezer had gezeten en ontdooid was erin droppen om zo snel mogelijk weg te brengen naar een van de stortbakken verderop in de straat. De rest van de overtollig aanwezige voorraad werd gesorteerd op houdbaarheid en al dan niet verbannen. Al met al waren we er een flink deel van de middag zoet mee. Dag tuin, dag mooie herfstwandeling. In een goed overleg hadden we een nieuwe frigidaire uitgezocht, besteld en betaald. Ze komt vandaag en daarmee is het leed snel geleden. De oude wacht braaf buiten naast de voordeur. Zo werkt dat met goede voornemens. Die kunnen zo maar een andere weg kiezen.

Inktober’s opdracht van gisteren was ‘Ponytail’ en die van vandaag ‘Bluff’. Tot mijn grote vreugde vond ik Satans Bluff, een olie voor de baardmannen onder ons, zo te zien een gepeperd goedje met kokosolie. De henna had goed gepakt. De haren kunnen er weer even tegen.

Vandaag ontmoet ik de vriendinnen van lang geleden. Ooit waren we bakvissen aan de Katholieke Opleidingsschool voor Kleuterleidsters. De school stond in Amersfoort en dat betekende dat ik er op de brommer heen kon. Het was dan wel een stief uurtje brommen door weer en wind. Als het slecht weer was gingen we met de trein en later kreeg ik de Daf 33 mee, die ik deelde met mijn moeder en waar mijn vader liefkozend aan gesleuteld had. Ooit stopte het koffiemolentje toen ik als eerste voor het stoplicht op de rotonde van de Berenkuil stond. Er was geen beweging meer in te krijgen. Pa moest komen met zijn vriend, die een takelwagen had, om me samen als volleerde Wegenwachters uit de brand te helpen.

Het waren mooie tijden. De vrijheid riep nu we onder moeders vleugels uit waren. Veel van ons woonden buiten Amersfoort. De opleiding, Sancta Maria, werd aanvankelijk geleid door nonnen, maar bij onze lichting waren er nog maar een handvol, sommige in lang habijt, andere in een korte versie, weer anderen in een burgerkloffie. Ook hier sloeg de modernisering toe. Bij een of twee was de discipline ouderwets streng en dat maakte ons meer dan rebels. We waren een roerig stel.

Nu zijn we vier meiden van rond de zeventig en halen herinneringen op aan gebeurtenissen, die veelal zoeter zijn dan ze ooit waren en bijgeschaafd. We wisselen anekdotes uit en de te lezen boeken, zingen onze liedjes van lang geleden, ooit geleerd door de muziekleraar op school en genieten eenvoudigweg van elkaars gezelschap. Zo simpel kan het zijn. Vriendschappen voor het leven, ooit in de kiem begonnen.

Overpeinzingen

Zinvolle vruchtbare acties

Gisteren bij de fysio was de zuurstof weer ver te zoeken. ‘Zullen we een stukje wandelen’, vroeg hij me. De zon scheen uitbundig. Het was een fantastisch plan. Met de basketbal in de aanslag liepen we de deur uit. Ik kon het eigen tempo bepalen en rustig deden we tussendoor wat oefeningetjes. Bijvoorbeeld voetje voor voetje balanceren op de stoeprand, dribbelen met de bal en voor het fysiogebouw bal gooien en vangen vanuit de borstkas. Het lijken oefeningetjes van niets, maar ze helpen de spieren in dat gebied sterker te maken en zijn derhalve erg belangrijk. Voorlopig zien we elkaar niet meer. Op 13 december staat de eerstvolgende afspraak, maar ik kan naar hartelust dit soort huis-tuin-en-keukenpraktijken oppakken.

Het boek van Philip Huff ‘Wat je van bloed weet’, beschrijft enkele zaken met betrekking tot het behoud van de aarde op een heldere uiteengezette manier, die ik volledig kan onderschrijven. In een van zijn quotes haalt hij Martin Luther King aan en diens kritiek op het brandende huis van het kapitalisme. Hij schreef ‘het kapitalisme overwinnen vereist niet alleen het verwerpen van overheersing, maar ook dat mensen hun wederzijdse afhankelijkheid erkennen en die van de aarde’. In deze dagen, waar de misstappen te grote vormen aannemen en de juiste weg maar moeilijk te vinden lijkt te zijn, zou een herlezen van King’s beroemde rede wenselijk zijn en dan er naar te handelen.

Een van mijn lieve medebloggers beschreef hoe zij de kranten, die bol staan van ellende en verdriet en waaruit spreekwoordelijk iedere ochtend opnieuw een waar tranendal vloeit, het liefst dicht laat. Eenvoudigweg omdat het geen opbouwende berichten zijn, maar nieuws dat leidt tot een gevoel van onmacht en somberheid. In ieder geval worden we er niet vrolijker van. Dus kiezen we voor de kleine geneugten van het leven. Daar waar nog energie uit te filteren valt, een toekomstvisie, het lichte leven, de komende reis bijvoorbeeld, of een film, de schone kunsten, de liefde voor elkaar, een nieuw hebbedingetje van zoonlief, namelijk een 3D-apparaatje voor een maakbare wereld, kinderen en kleinkinderen, de natuur, vriendinnen, zussen en noem maar op.

Inktoberen is ook zoiets, andere zaken die je aandacht gevangen houden uitgebreid de ruimte geven door in de zonnestralen te tekenen aan de tafel. Het opzoeken van voorbeelden die op de onderwerpen slaan, items die soms heel veel vragen oproepen. Wat is een Armadillo?. Een gordeldier en hoe prehistorisch is dit kleine diertje, wat een schoonheid als je het goed gaat bekijken. Die heeft het overleefd al die eeuwen. Dat is al een wonder op zich. Zo volgen nog een aantal opdrachten, die ik door de drukte van de afgelopen week, wilde inhalen. Hoe druk je ‘Empty’ uit. Heel plastisch natuurlijk, een lege zak chips is nu eenmaal leger dan leeg, een ‘Fowl’ blijkt een kalkoen te zijn, ‘Forget’ is ook lastig, evenals ‘Kind’. ‘Salty’ is in mijn ogen de pot met ansjovis. Bremzout, zouter bestaat niet. En voor ‘Scrape’ mag poes een rol meespelen. Binnen een paar uur was ik helemaal bij en was het hoofd ook leeg. Een mooie bijkomstigheid.

Straks gaan de haren in de henna, twee uurtjes intrekken en dan uitspoelen geeft me de tijd om het boek van Huff uit te lezen. Hij vertelt over de schoonheid van IJsland en over de bijzondere eigenschappen van walvissen, die een belangrijke rol spelen bij het vormgeven van de fysische en chemische aard van de planeet. Eindelijk eens mest, dat grote zaken verricht. En zolang de mens zich er niet tegenaan bemoeit, zinvolle vruchtbare acties.

filmgemijmer·Overpeinzingen

Een heerlijke dag

Vol verwachting klopten onze harten toen in het kleine zaaltje de lichten uitgingen en de eerste voorbeschouwingen van de te verwachten films van de rol afdraaiden. Daar waren de penselen in beeld, een lik verf, een klein portret. Wat we kregen bleek geen speelfilm te zijn, maar eigenlijk een documentaire. Een aantal ingewijden vertelden over het leven van Pissarro. Natuurlijk er waren beelden tussendoor, zijn schilderijen, zijn huiselijk bestaan werd er summier doorheen gevlochten. Vrienden werden genoemd en het verschil tussen de Salon en het kunstenaarsgezelschap dat hij met een aantal vrienden, Degas, Monet, Cézanne, had opgericht. De invloed van Corot kwam langs en een summiere enkele vrouw, zoals Morisot en Mary Cassat.

We bleven met een aantal vragen zitten. Hoe keek hij tegen zijn vriendinnen aan, die ook kunstenaar waren en door bleven schilderen in een tijd waarbij vrouwen geacht werden te stoppen na een huwelijk. Wat was zijn rol in hun gezin als de doorgaans afwezige vader. Er werd wel verteld dat zijn vrouw hem af en toe sommeerde thuis te komen als hij al een paar maanden in Parijs vertoefde en dat ze niet meer tegen de armoe kon, maar hoe was hun relatie. Zijn vrouw zorgde voor een vast onderkomen door zelf een huis te kopen met geleend geld. Over de kinderen hoorden we op het laatst alleen wat over Lucien, omdat hij hem brieven had geschreven, maar dat er vijf kinderen in de voetsporen van hun vader waren getreden haalde ik pas later uit een biografie.

Teleurstellend was de grote afwezigheid van een acteur die Pissarro had kunnen spelen. Dat had alle informatie een stuk levendiger gemaakt. Iets voor de televisie zo’n docu, was onze mening. Onze nabeschouwing werd gedeeld onder het genot van een kop soep en een glaasje wijn met uitzicht op het steegje naar de Neude toe. Heerlijk toeven was het.

De uiensoep bleek vooral heel veel ui en weinig bouillon. ik ben gek op uien maar zelfs voor mij was het teveel. Ik adviseerde het meisje aan de keuken door te geven dat minder ui een stuk smaakvoller zou zijn. Lief nam de pompoensoep. Ook al een stevig soepje, waarin de lepel rechtop bleef staan. Het maakte allemaal niet uit. We zaten op ons stekkie en babbelden twee uur over de film en somden voors en tegens op. We kwamen tot de slotsom dat we er een aantal boeiende vragen aan hadden overgehouden, met het gevolg dat je dieper de materie in zou duiken. Zo werpt Kunst meerwaarde op.

We wandelden terug over Hoog Catharijne, dat doorgaans vermeden wordt omdat we de oude stad prefereren. Maar er moest een nieuw pakje Henna gehaald worden en omdat ik een winkel wist, waar het te verkrijgen was, liepen we door de Bakkerstraat langs de schuilkerk Maria Minor naar de zijingang. We verbaasden ons over de grote leegstand, zou dat deel een andere bestemming krijgen? De overdaad aan luxe schitterde ons tegemoet. Rap de betreffende winkel gezocht en in sneltreinvaart naar de bus. Pissarro met twee maal een -s- had voor een aangenaam verpozen gezorgd. Ondanks de regen werd het een heerlijke dag.

Overpeinzingen

Nieuwe impulsen

Hoe bijzonder is het. Gisteren was de verjaardag van broer en kwamen alle broers en zussen, eventueel met partners, bij elkaar om het te vieren. Wie weet keken pa en ma van hun wolk goedkeurend neer op dit elftal nou vooruit, een foto voor het nut van het algemeen en straks voor de telgen erna een mooi aandenken. Als cadeau had ik de boekenkast eens goed bekeken en ontdekte ik een fotoboek van Utrechtse straten en wijken van 1900 tot 2000, een eeuw aan nostalgie. Broer kan steeds minder goed lezen en zo’n plaatjesboek met bekende ijkpunten en weinig tekst zou fijn kunnen zijn. Dankbaar dat mijn verzameling altijd wel een boek heeft voor deze of gene.

Koetjes en kalfjes-gebabbel, grappen en grollen over en weer, toosten op broer. De groeven wat dieper, de koppies wat magerder of juist ronder, de haren witter of nog meer verdwenen, maar allemaal volgens de jongste schoonzus, dezelfde twinkelende blauwe ogen op standje ‘genieten’. Het weer speelde mee en verhoogde de feestvreugde. Zo kon het als een zoete inval worden in de volle kamer, met de keuken en de tuin als uitvalbasis.

Twee uur duurde de bijeenkomst ongeveer en dat was voor broer lang zat, maar hij genoot van het gezelschap, die van onze kant en de vrouwen van mijn schoonzusjes familie. Tussendoor liepen kinderen en kleinkinderen en zelfs een achterkleinkind, al dan niet bekend. Ergens in het leven verlies je de draad van Ariadne uit het oog. Dan gaan de generaties verder zonder dat je er nog weet van hebt.

We worden allemaal een tandje ouder, brokkelen af hier en daar, de geest werkt iets minder soepel, het lijf hapert soms, maar als ogen nog altijd kunnen twinkelen geeft het betekenis aan het leven. Trots mogen we zijn op deze kranige familie.

Geen handen schudden, geen kussen uitdelen, geen omhelzingen in verband met de broosheid van een enkeling, nu corona in opmars was. Zo moeilijk om je in te houden.

Deze laatste week voor de vakantie begint met een bezoekje aan het filmhuis. Pisarro, de grondlegger van het impressionisme, en zijn leven. We gaan met de bus naar het centrum. De vorige parkeermeter, bij ons bezoek aan het theater, rekende 16 euro voor een paar uur. Van dat geld kan je bijna samen nog een keer naar de film. Dus stappen we hier vlakbij huis op en in het centrum uit, iets vroeger, om ook nog een vleugje stad te proeven. Alsof het zo moet zijn regent het weer. Vorige keer dat we samen de bus namen, goot het ook. Straks zitten we in het bescheiden zaaltje van ‘de Slachtstraat’ binnen.

Lief leest Babel, verzamelde verhalen van Russische auteurs, van begin 1800 tot 1940. Een verhaal per dag is meer dan genoeg, want het zijn geen vrolijke verhalen. Het gaat over machtsvertoon en geeft met name de armoede en het grote verschil tussen volk en hof, weer. Gedoseerd tot je nemen, is de boodschap.

Gisteren had ik geen puf meer om Chansons te kijken, zelfs de tekening schoot er bij in. Een inhaaldag is op z’n plaats. Maar eerst de film voor de broodnodige inspiratie en nieuwe impulsen.

Overpeinzingen

Zo zal het straks ook gaan

Het druilerige begin van de dag ging snel over in het serieuzere werk. Zware plensbuien roffelden op de ramen. Het was de juiste sfeer om kalmpjes op te starten. De voetbalwedstrijd van zoonlief thuis stond op het programma, maar ik wilde vooraf zelf graag even langs dochterlief terwijl lief de tafel van de werkkamer in drie delen en een onderstel naar boven zou slepen. Welgeteld vijf trappen te gaan, dus een aardige middagvulling.

Het miezerde nog wat na toen ik met de kleine blauwe erop uittrok. Op de stoel naast me lag het brievenboek van Poohbeer. Ooit gebruikt bij een project over communicatie en straks een welkome verrassing voor kleindochter, die gisteren en vandaag gezellig de dag had doorgebracht alleen met mama. Het was een knus en kneuterig bezoek. Natuurlijk moest het boekje voorgelezen met als verrassing steeds weer een nieuwe brief aan alle vrienden in het bunderbos. Iejoor was jarig en ze waren stiekem een feestje aan het voorbereiden. Lieve goeie ouwe verwarde, sombere Iejoor. Een karakter die vanzelf de lieveling wordt van het verhaal. In de laatste brief voor Iejoor zelf stak, behalve een felicitatiekaart, ook nog een regenboog-verjaardagshoedje.

Daarna was het een uitgebreid bekijken van de sinterklaas speelgoedfolder, een dik boekwerk waarin het eindeloos zoeken, kijken en uitknippen was. Een barbietent stond op het lijstje, maar ze wilde hem niet uitknippen. Dan tekenen we ‘m even na, opperde ik en zo geschiedde. Binnen de kortste keren stond de tent en Chase van Paw-Patrol gebroederlijk naast elkaar. Dochterlief knipte een snoer gitten los om als kraal voor leuke armbandjes te gebruiken.

Het deed me denken aan lang geleden. Teruggeworpen op het huiselijk bestaan na de bevalling van de eerste, kon ik niets anders verzinnen dan te handwerken en naaide ik kleine lovertjes op alles waar ze op pasten. Portemonnees, jurken, bloezen, jasjes, je kon het zo gek niet bedenken. Oeverloos lang, in kleermakerszit op het grote bed, temidden van alles wat schreeuwde om aangepakt te worden. Maar tja, ik had het druk met mijn nieuw verworven activiteit. Nee, een echte huisvrouw ben ik nooit geweest. Dochterlief wel hoor. Heel structureel en georganiseerd maar alles met veel ruimte om te kunnen zijn wie je bent. Knap vind ik dat.

Er kwam nog een filmpje langs van kleindochter die danste in de regen en rondjes draaide met een vrolijk parapluutje in de hand, luidkeels zingend. Heerlijk. Tijd om naar de tweede helft van zoonlief te gaan kijken. Ik werd al onthaald door een sombere supporter die meldde dat ze al 2-0 achter stonden. ‘Daarom ben ik er nu’ lachte ik en toen de jongens weer het veld opkwamen, een voor een toegejuicht door twee rijtjes pupillen ondanks de achterstand, werd ik lachend toegezwaaid door zoonlief. Heerlijk vind ik het spel als ik daar rustig en in mijn eentje van mag genieten zonder afleiding door gesprekken. Binnen de kortste keren stond het 2-1 en ik zag zoonlief een dijk van een wedstrijd spelen met een 2-2 gelijkspel.

Een kus en even kletsen en terug naar huis na de boodschappen om de laatste andijviestamp te maken, weer met aardappelen in de schil. Een blijvertje. Vandaag wordt de één na oudste broer tachtig en prompt droomde ik vannacht dat we een kringloop op een wolk, of daaromtrent, onveilig maakten, om een nostalgisch cadeautje uit te zoeken. Er kwamen de wonderlijkste dingen voorbij. Blikken autobussen, een videoband met programma’s van lang geleden, een raffia tas met franjes. Geen idee waarom en niets voor broer. Maar zus en ik moesten haasten, want andere zus moest nog opgehaald worden. Met weemoed liep ik langs de witte Renault 4, dat was een goed cadeau uit het voorbije verleden. Onbetaalbaar natuurlijk, dus niet realistisch. Dan maar een bloemetje en zo zal het straks ook gaan.

Overpeinzingen

Vriendinnen voor het leven

Zussendag sinds een eeuwigheid. Een zus net terug van een werkbezoek aan Zweden en toch, omdat er een vrij moment was, gekozen voor een ontmoeting samen. Vier zussen zouden vandaag de omgeving van twee kleine stadjes in de buurt onveilig maken. Alles in een straal van nog geen tien kilometer.

De allereerste tocht werd die langs het ouderlijk huis, een totaal ander aangezicht nu er een nieuwe school tegenover de oude woning zou komen. Het nummerbord was nog steeds ons oude vertrouwde emaille nummerbord. 59. Het hing er troostend aan de gevel. Een aanblik op wat was. Dwars door de kriskras-straten van het Ondiep ging het. Het eerste huis van mijn ouders was tegen de vlakte, het huis van oma stond nog, bakker Boonzaaijer op de hoek ging dapper door. Daar haalden we het toetje van de dag. Sneeuwballen, de enige echte, waar we vroeger op getrakteerd werden bij elke verjaardag en we allen zo dol op waren.

Vervolgens naar de eerste kringloop. Een koud pand tot aan de nok gevuld, behalve de entree waar de meubels enigszins de ruimte vulde. Achter in de zaak echter een overvloed aan prullaria en kleding en boven nog meer schappen met hebbedingetjes. De prijzen op kringloop niveau, een kwestie van eurootjes tellen. Tijdschriften filosofie, een miniatuur beeldengroepje voor de kerst, twee truitjes en wat klein spul voor de belevingstafel van zuslief.

Het cafetaria op de hoek stilde de inwendige mens. De volgende wens was een vintagewinkel met prijzen die bij bijna nieuwe merkkleding hoorden. De vrouw achter de kassa was druk in de weer met prijzen en ophangen. Alles was gewassen en gestreken. Een keur aan hoeden, mutsen en petten, nieuwe, prachtig getinte truien en vesten, zwierige jurken, mooie, als nieuwe schoenen. De jongste van ons, nog volop in het werkend leven, moet vaak representatief te voorschijn komen en sloeg haar slag. Jurken, jassen, bloezen, jasjes gingen achter elkaar aan en uit. Wij liepen door de rekken en ik bleef hangen op de truien en vesten met net nog iets te ruime prijs. Aarzel, aarzel. Misschien later, maar niet deze maand. Wel twee simpele korte bloezen.

De eigenaresse was spraakzaam en vertelde over hoe moeizaam het was om aan goeie tweedehands truien te komen en dat ze ze daarom nieuw inkocht. We probeerden op de andere naam van de techniek ‘tie and dye’ te komen, maar het lukte niet. Een van mijn aankopen was met die techniek gemaakt. We dachten dat batik een andere techniek was, maar het bleek toch hetzelfde te zijn. Verven met een waterafstotend middel, dus kaarsvet of katoendraad, strak omwonden en natuurlijk gedaan in die roerige jaren ‘70. Ikat was er ook, maar dat was geweven. Zo sprokkelden we een aardig aantal verhalen bij elkaar, waarbij leeftijden, ouders, en jeugdervaringen in een notendop voorbij kwamen, terwijl de andere zussen goedgemutst en soms proestend van het lachen de diverse items uitprobeerden.

Bij de Emmaus neuriede iedereen, viel me op. Kennelijk een vrolijke noot, deze winkel. In een van de pashokjes stond een man uitbundig te hummen en te passen terwijl een oudere vrouw me ervan probeerde te overtuigen dat het korte jasje dat ik aan had me beeldig stond. Toch hing ik het weer terug. ‘Draag ik het, heb ik het nodig, ben ik er weg van, zijn mijn ogen groter dan mijn klerenkast’, zijn de vier vragen die ik steeds mezelf stel om me te behoeden voor een klerenkast vol. ‘Welke kledingstuk thuis ruil ik er dan voor in’ zet aan het denken.

Na alle escapades en een bezoek aan een gerenommeerde zaak waren we klaar voor een bezoek aan een lieflijk restaurant in een uithoek van het stadje. Een steile trap is het obstakel maar daarna mogen we uitrusten en genieten van wat ter tafel komt.

Het toetje bij zus is de ultieme herinnering aan onze jeugdjaren en de goede zorgen vroeger met een mooie nieuwe ervaring er aan toegevoegd. Een om met vreugde op terug te kijken. Zussen, vriendinnen voor het leven.

kunst.·Overpeinzingen

Een berg aan inspiratie

Het was een enerverende woensdag met een bezoek aan een oud collega en zijn vrouw van lief, waarbij de herinneringen ver voorbij het samenwonen gingen en pardoes belandden bij ons gezin in de Amandelstraat. Dat kwam omdat ze daar te kerke gingen en dat alles wat met het Ondiep te maken had op een brede belangstelling kon rekenen.

Lieve hartelijke mensen met een uitgebreid scala aan gespreksonderwerpen, we raakten niet uitgepraat. Thee en koffie, zoete lekkernijen en een huiskamer als een rariteiten kabinet. Ieder vrij plekje werd benut en er viel veel te zien. De liefste, meest bijzondere, potsierlijke en sierlijke, wonderschone en van lelijkheid mooie voorwerpen, kleinoden van de kinderen en kleinkinderen om te koesteren en geërfde exemplaren hadden allemaal een eigen plek gevonden. Overal waar je keek overheerste het woord. Boeken in de aangebouwde serre achter de keuken, in de gang, in de kamer. De veelzijdigheid kwam overeen met hun interesse, in ons, in de wereld, in de oude en de nieuwe technieken. Het plukboeket werd dankbaar aangenomen en later liet de vrouw des huizes per foto weten hoe het stond met een lief woord over de geslaagde middag erbij.

De volgende dag stond een bezoek aan de pedicure op de rol. Om negen uur stipt kon lief aanbellen en doodde ik in de auto de tijd met een puzzeltje en de Zin. Hoe ouder je wordt, hoe strammer de onderdanen te bereiken zijn, tel daarbij twee jaar corona op en dan is zo’n bezoek een welkome keuze. Het resultaat was verbluffend. Poezelige voetjes.

Het tweede deel van de dag hadden we gereserveerd voor Suze Robertson, de Hollandse kunstenares die leefde van 1855 tot en met 1922. Er was een expositie in museum Panorama Mesdag in Den Haag. In eerste instantie had ze zich bekwaamd in het tekenen en gaf er ook les in, maar ze ging door met zich ontwikkelen en schilderde op geheel eigen wijze haar oeuvre bij elkaar. Prachtige verweerde vrouwenkoppen uit de arbeidersklasse in diverse studies, de wasvrouw, de vrouw op de bleekvelden, de dienstmeid, de aardappel-schilster, de vrouwen achter het spinnewiel. Ze werkte veelal met gouache, waterverf, houtskool en olieverf. Kleur en vorm in een eigenzinnige vlakverdeling, vaak donkere tinten met een eruit springend aandachtspunt.

Vijf zalen vol heerlijkheden en in de tijdgeest vooruitstrevend werk, dat ze bleef doen, zelfs na haar huwelijk, wat niet gewenst was. Bovendien schilderde ze ook naakten en dat was faliekant tegen de ethiek van die tijd. Daar hoorden vrouwen zich niet aan te wagen. Ook bleef ze eigenzinnig doorgaan. Met lesgeven tussendoor. Ze werd wel een feministe ‘sans la lettre’ genoemd en was een inspiratiebron voor onder andere Mondriaan en Toorop.

Bij de laatste zaal met schilderijen werden we overvallen door twee groepen leerlingen van een ROC, die giebelend en luid commentaar gaven op de getoonde werken of er achteloos langs liepen en de toiletten lange tijd onveilig maakten om onder de aandacht van de docent uit te komen. Even viel het stil, toen ze het Panorama Mesdag bezochten en dat was het moment om rust te pakken en een kopje thee of koffie.

Even later kwamen ze het restaurant binnen zwermen en was het voor ons een teken om op te stappen en de vuurtorentrap naar boven te betreden. Panorama Mesdag is een ongelooflijk knap kunstwerk, een augmented reality avant la lettre, bedrieglijk echt toont het dat kleine Scheveningse dorp uit de 19e eeuw, met als herkenningspunt de koepel, een strand vol vissersboten, de cavalerie, vissersvrouwen, nettenboeters. Een Oud- Hollandse kust, waar je naar kan verlangen. Het is adembenemend. Op de achtergrond hoor je een enkele zeemeeuw tegen het zachte ruisen van de zee.

Lief had het eerder gezien, maar met minder aandacht en ik kende het helemaal niet. Eigenlijk is het een must voor elke liefhebber van de schone kunsten, de zee, de verbeelding. Laven aan schoonheid rondom. Kunst zover het oog reikt. Opgetogen trokken we richting de kleine blauwe. Wat een heerlijke dag, wat een berg aan inspiratie.

Overpeinzingen

Na een enerverende dag is het zoet rusten

Bij de fysio was het duwen en trekken, kipfilets harden en balancerend met de bal gooien. Van oorsprong eigenlijk multitasken omdat er drie opdrachten ineen waren gestopt. Overal is letten op de juiste in-en uitademing een must. Sinds ik met deze fysio in zee ben gegaan kan ik de vier trappen naar onze maisonnette in een keer op, en dat is een belangrijke winst.

Daarna doorvliegen naar de school van de kleinkinderen, want dochterlief had een zoommeeting en de een na oudste moest van school naar zijn therapie worden gebracht. Dribbel mocht ook mee. We moesten een klein uur overbruggen, dus dat betekende een ijsje op de hoek. De zaak bleek vorig jaar overgenomen door een moeder van een van mijn oudleerlingen. Het was een hartelijk welkom. Twee dikke ijsjes voor de jongens en een boeiend gesprek met haar en later met mijn twee filosofen in de dop.

De oudste merkte op dat we niet buiten de zon konden. Als die weg was, waar moesten we dan nog om draaien. Kosmisch groot dacht de lieverd. Goed gezien schat. ‘Jullie waren meer van de natuur’, vertelde hij en doelde op mij en zijn moeder, tante en ooms. ‘Wij zijn meer van de stad’. Als ze eenmaal van hun telefoontjes zijn losgeweekt, krijg je de meest opmerkelijke gesprekken met boeiende theorieën over het voortbestaan van de aarde. Hopelijk zien de mensen van school dat ook en staren ze zich niet blind op zijn moeizame schoolresultaten met zijn dyslectie. Ook Dribbeltje filosofeerde mee met een serieus koppie en de ogen afgestemd op diep nadenken met een dikke denkrimpel ertussen.

Iets wat ik het allerliefste doe, met hen in een serieus gesprek gaan. Dat was al zo met de kinderen op school en nu gelukkig nog met mijn eigen kleinkinderen. Volwassenen zouden veel beter naar hen moeten luisteren want hun ideeën klinken eenvoudig, maar zijn vaak zo wijs omdat er een dubbele laag van doordenken onder ligt. Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig. Voor ons was het in ieder geval Prime Time.

Na de ijsjes bracht ik de oudste weg terwijl Dribbel in zijn stoelverhoger wegzakte in een droom. Ook de coach was een oud collega, vriendin en een moeder van twee oud leerlingen van mij. Zo leuk om elkaar even te knuffelen en te horen. Het moment was maar kort, maar dat gaf niets. Elkaar ontmoeten en ons verbonden voelen is net zo waardevol. Onderweg had de oudste uit zitten rekenen hoeveel mensen ik ongeveer kende. We kwamen uit op om en nabij de 18000. Terug naar de school waar dochterlief was. Aan Dribbel vertelde ik dat de kleine blauwe Prins hem een droom had ingefluisterd, waardoor hij nu zo lekker sliep, dus droomde hij in de auto van zijn moeder gewoon verder, terwijl wij nog wat wederwaardigheden uitwisselden.

Thuis lag er als verrassing de nieuwe biografie van Etty Hillesum door Judith Koelemeijer op de tafel. Een kloek maar ook weer niet te dik exemplaar. Zo’n zin om aan te beginnen. Maar niet voordat de andere boeken gelezen zijn. Heerlijk om in iemand anders wereld te duiken.

Lief had ik in de ochtend naar de tandarts gebracht en daarna naar het SVB. Thuis lag het schetsboek met de getekende ‘Eagle’, de opdracht van de dag in deze Inktobermaand, die kon nog een finishing touch gebruiken. Even in alle rust in de weer met aquarel. Een klein experiment ondertussen. Andijviestamp met aardappels in de schil. Het bleek een recept dat ik iedereen aan kan raden. Goed wassen en in kleine blokjes snijden, dan koken, boter en melk erdoor, husselen tot de aardappels grof puree vormen en op het allerlaatst de fijngesneden andijvie er door roeren. Het was om te smullen en dat deden we dan ook. Na een enerverende dag is het zoet rusten.

Overpeinzingen

De juiste optie

Het onderhoudend en relativerend gesprek van gisteren leidde ertoe dat er onmiddellijk nieuwe afspraken en nieuwe voornemens gemaakt werden. Bij het SVB bleek dat je eerst een telefonische afspraak moest maken. Mijl op zeven, dat gebouw aan de drukke doorgaande weg. Parkeren op het jaarbeursterrein. Als je niet weet hoe het daar werkt is een beetje spitsroeden lopen. Ik trek een parkeerkaart en vraag me af of we er dan. Nog wel uit zullen komen en hoe dan. Maar met moed, beleid en kalmte blijkt alles zich vanzelf op te lossen. Bellen dus. In de druilerige regen halen we de boodschappen op en verschansen ons daarna binnen, doen achterstallig onderhoud en via lief gaan er diverse telefoontjes heen en weer. Nederland, toppunt van bureaucratie.

Ik sla aan het tekenen, wat in de drukte van de afgelopen dagen achterwege is gebleven. Eerst wordt dat een tekening van schildpad en haas, omdat het de leukste wedstrijd is die ik ken. Hoogmoed komt voor de val. Zo’n mooi ouderwets spreekwoord dat alles in zich draagt aan wijsheid. Het thema is ‘Match’, daarna volgt ‘Nest’. Dat spreekt voor zich en dan is er nog ‘Crabby’, wat pardoes een eigen creatie wordt, omdat het met name om een gezichtsuitdrukking gaat. Al krabbelend luister ik naar het gebabbel op tv, omdat het hoofd duidelijk behoefte heeft aan even niets. Teveel denkwerk met die volle maan die me ‘s nachts uit de slaap houdt. Wel ving ik een prachtig exemplaar door het kleinste dakraampje. Troostrijk en vertrouwd. Vooruit dan maar. Crabby bleek vandaag erg toepasselijk. Een dubbele ‘Maan’dag.

Voor de maaltijd had ik iets bedacht, dat ik voorbij zag komen vandaag. Spaghetti puttanesca, een gerecht waarvan de naam me triggerde. Is de naam geënt op puttana, dat prostituee betekent of duidt het op iets anders. In dit recept lees ik dat de combinatie van kappertjes, olijven en ansjovis, tomaat en chilivlokken is ontstaan in de rosse buurten van Rome, maar ergens anders blijkt dat het woord is afgeleid van het Latijnse woord ‘Stinken’ en dat het in het geheel betekent ‘In de stijl van de hoer’. Het zou goed kunnen kloppen. Het maakt niet uit want het smaakt in alle eenvoud heerlijk. Met het zilte van de ansjovis, het sjeuiige van de olijfolie en het zure van de kappertjes waan je je binnen no time met de ogen dicht op de biënnale van Venetië. En wie wil daar niet zijn.

Vandaag zal de tijd ineen schuiven met halen en brengen van kleinzoon, fysiotherapie vooraf, nog een keer de gang naar de SVB, nu met afspraak en lief, die voor het eerst hier naar de tandarts gaat. Als bezige bijen vliegen we heen en weer en zelfs de kalme opstart ‘s morgens dreigt in de knel te komen. Volgende week is er ruimte voor een pas op de plaats. Alhoewel ik een film over Pisarro voorbij zag komen, waar ik dolgraag naar toe wil. De allereerste echte impressionist. Even laven aan wat creativiteit, waar steeds weer tijd tekort voor blijkt te zijn. Er is nog een gaatje zaterdag, maar of dat verstandig is? Maandag kan ook.

Op het aanrecht in de keuken voltrekt zich een klein wonder van overlevingskracht. Dappere munt, eerder al als smaakmaker in een kan met water gebruikt, drie dagen ondergedompeld geweest, presteert het om met herwonnen levenskracht het kleinste blaadje nieuw leven in te blazen. Verstild geluk in een glas.

Het boek van Philip Huff intrigeert. ‘Wat je van bloed weet’ is een heftig verslag van het leven, zoals het eigenlijk niet bedoeld zou moeten zijn en hoe alles wat je meekrijgt in je opvoeding doorwerkt op je eigen karakter. De jongen uit het boek wil het niet, maar hij heeft dezelfde gewelddadige uitbarstingen als de in zijn ogen verachtelijke man, die hij vader moet noemen. Aan de ene kant is het moeilijk het boek weg te leggen als je weer in het verhaal zit, aan de andere kant heb ik soms moeite om het op te pakken, om de impact die het heeft. ‘Keuzes, keuzes’, klnkt het door. Inderdaad, daar is alles op gebaseerd. Zo ook de drukte. Schrappen en keuzes maken is de juiste optie.

Overpeinzingen

Spijkers met koppen

Oog in Al ademde zondagse rust. Het landhuis in de stad waar we hadden afgesproken met de broer en diens familie bevond zich midden in het oude park met de majestueuze bomen. Zon zette de beuk in een vuurrode gloed. Onder de bomen hier en daar een tapijt van paarse herfsttijlozen, ranke voetjes in het tanende gras. De vijver bleek een veilige haven voor twee witte ganzen, Aka waardig, die luid snaterend gewag maakten van de fotograaf achter hen, die wel heel dichtbij kwam voor een foto. Elke vlaag wind nam ritselend blad mee naar beneden. In het water schemerde spiegelend de ondiepe bodem. Ook hier de roestbruine bladerpracht als een vloerkleed uitgespreid op het wateroppervlak. Een Vlaamse Gaai scharrelde haar kostje bij elkaar. Achter de vijver gloorde een hertenkampje. Het park leek op het oude Julianapark, maar hier gingen we vroeger nooit naar toe met mijn moeder. Het was waarschijnlijk te ver lopen geweest met onze dribbelbeentjes toentertijd.

De host van het landhuis wees onze gereserveerde tafel aan. Het was een hoge tafel met barkrukken. ‘Dat gaat hem niet worden’, vertelde ik haar, want dat zou broer van lief nooit volhouden. Als we op de bank plaatsnamen zou zij proberen twee lage ronde tafeltjes te regelen. Ondertussen viel me op hoe hard het personeel aan het werk was, en ondanks alles bleven lachen en naarstig naar oplossingen zochten bij opdoemende problemen. Even later zaten we aan een tafel voor vijf personen te wachten op de familie, die stralend binnenkwam. Wat was het mooi, wat een leuke entourage, wat een heerlijk weer en bovenal wat een select gezelschap.

Het werd aangenaam kouten over en weer. Uitwisselen van nieuwtjes, delen van voorkomende perikelen over de verkoop van het huis van broerlief en lief die uitgebreid opsomde waarom het hem nog steeds veel energie kostte om te wennen aan het nieuwe leven. Terwijl het gesprek voortkabbelde bleef dat door mijn hoofd spoken. We smikkelden van het rijkelijk belegde zuurdesembrood en de salade, alleen mijn pompoensoep kwam maar niet. Halverwege toch maar even aan de bel getrokken en onder excuses kon ik na vijf minuten ook genieten van een smaakvolle en kleurrijke soep. Broer trakteerde en daarna mochten we nog wat uitzoeken in de landswinkel met streekproducten. Gulhartig en joviaal genoot hij van zijn eigen geste. Met knuffels en een beloofd ‘tot gauw’ namen we afscheid en brachten het nichtje naar haar kamer in het Science Parc.

Terug naar huis moest me van het hart dat het gesprek wel heel erg was blijven hangen op wat er allemaal niet goed ging in de ontwikkelingen en aanpassingen. Het gaf niet het juiste beeld. Veel van wat we aan wilden pakken, was al gelukt en eigenlijk leek het op hetzelfde verhaal als in het begin. Er waren toch heel veel dingen ten goede gekeerd. Lief dacht na en beaamde wat ik naar voren schoof. De hele weg terug en lang daarna bespraken we het een en ander. Het was de hoogste tijd om de kaarten opnieuw te schudden en dat zorgde ervoor dat er daadkracht geboren werd. Inderdaad, hier en daar moest de knop om. Nieuwe kansen, nieuwe mogelijkheden.

Zo af en toe hebben we het nodig om eens flink het licht te laten schijnen op onze eigen verhalen en daar eventueel in te schuiven of aanpassingen te doen. Dat is goed. Het schept ruimte voor nieuw en het geeft de broodnodige energie om spijkers met koppen te slaan.

Overpeinzingen

En even helemaal niets

Voor het eerst sinds heel lang was de buzzer ingesteld om me om zeven uur wakker te tsjirpen met het krekelgeluid dat me even nog in de waan liet, in de donkerte achter mijn dichte ogen, een zwoele zomeravond mee te maken. O. Ja, vroeg op voor de voorstelling van Het Filiaal, ‘ Blauw van Jou’ met kleindochter die wij op zouden halen en Dribbel en dochterlief.

De koffie bewaarden we voor een snel bakkie beneden. Ruim op tijd zaten we in de kleine blauwe en reden richting Utrecht. Met een gevulde rugzak, uitgezwaaid door de goegemeente en de andere opa en oma togen we richting binnenstad. Van te voren hadden we al uitgeknibbeld de kleine blauwe prins in garage Springweg te parkeren en omdat het heerlijk vroeg was, reden we er rap naar toe, zonder obstakels en omleidingen.

Er was al behoorlijk wat winkelend publiek en door de ogen van de kleine zag en hoorde ik alle geluiden, zoals ze binnen zouden komen. Scherpe krassen over een tegelvloer met een stapel terrasstoelen, de harde stemmen van de bouwvakkers bij een grote lege winkelpui, klingelende fietsers die langs ons heen zoefden, het opstellen van een stalling voor het raam voor de koopwaar, het praten, lachen en roepen van voorbijgangers, het dwingende roeren in een koffiekop van een vroege terrasganger. Bij het theater draalden we wat, maar vrij snel kwam dochterlief met dribbel achterop al aanfietsen.

Boven in de foyer was er ruimte om overtollige energie kwijt te kunnen en de bar was al open, dus koffie en thee voor ons en tijd om even bij te komen.

‘Blauw van Jou’ is een voorstelling voor 4+, alleschattigst en gelaagd, met een vader die aan blauwzucht leed en de dochter die aanvankelijk dacht dat alles blauw was omdat ze tijdens haar leventje nooit anders had gezien. Als Marter plots op komt dagen en haar kleur laat zien begint het rotsvaste vertrouwen in Pa en zijn kennis van de wereld langzaam af te brokkelen. Een ingenieus compact decor en een slimme belichting maakte het stuk voor de twee net niet te spannend, maar veiligheid op schoot was wel geboden even als een nat gesabbelde zeemeermin als ontlading van de voelbare spanning.

Buiten scheen de zon en voelde ik ook waterspetters. De stad had haar kinderboekenweekkleed aangetrokken en overal waren er kleine eenakters met vrolijke karakters uit diverse kinderboeken, maar er liep ook een oude man met een groot spandoek die de wereld wilde behoeden voor verder verval. In de nieuwe onderneming die op de plek was gekomen van de oude Broese winkel, kon men zich vergapen aan de duurzame artikelen die er lagen. Er was een restaurant met veel groen ingebouwd en een kaart vol biologisch verantwoorde lekkernijen om de inwendige mens te laven en Engels sprekende bediening.

Onder begeleiding van de muziek uit het ouderwetse orgel en het gerammel van de centenbakjes liepen we terug naar de garage. langzaamaan kwamen de verhalen van kleindochter los. Wel een beetje spannend, maar ook leuk en de ‘poes’ vond ze grappig, waarbij Marter een nieuwe naam had gekregen.

Thuis namen we afscheid. De kleine overmand door slaap. Iets wat ik begreep want bij mij zakte in een oogwenk van een seconde de vermoeidheid van de totale ondernemende week in de benen. De rest van de dag kabbelde voort in afstandelijk vermaak via beelden op de televisie, het hoofd leeg en even helemaal niets.

Overpeinzingen

Waar een mens nooit te oud voor is

Alles aan afspraak had gisteren afgezegd. Zoonlief, omdat zijn collega positief bleek en hij nu aan het hoesten was en vriendlief omdat hij zich vergist had in de verjaardag van lief. We hadden ineens zeeën van tijd en dus toch naar de tuin, was de onmiddellijke gezamenlijke gedachte.

Van het balkon nam ik de aarde uit de potten met oude pierige plantjes mee, die niet helemaal tot hun recht waren gekomen, maar waar volgend jaar in de volle grond zomaar ineens iets moois uit op kon bloeien. Ook de vijgentak, die flink wortel had geschoten, kon nu eindelijk in de grond worden gestopt. Er was immers nog een hele herfst om verder te wortelen.

We werden nauwelijks begroet door de dames schaap, die allen met een lodderoog lui in het gras aan de overkant van de sloot lagen. Er werd niet eens de moeite genomen om een ekster bovenop de brede wolrug van een van hen te verjagen. Hij pikte er vief zijn kostje bij elkaar. Het pad was niet te modderig. Met al die regen van de afgelopen weken had ik het me anders voorgesteld. De tuin bleek dapper door te zijn gegaan met bloei en groei.

De springbalsemienen versperden de ingang, maar lieten zich gewillig terugduwen in het gelid. Het gras was hoog en toe aan een maaibeurt, ook al was het nat. Maar eerst haalde lief met de kruiwagen het overtollige balkongoedje op. We vonden een goede plek voor de vijg, waar de derde vlier achteraan voor moest wijken. Sorry lieverd, maar we hebben nog steeds twee stuks. Hoe heerlijk is het gemak waarmee de boom geslecht werd, waar ik vroeger oeverloos lang op had moeten lopen zwoegen. Ik nam het gras voor mijn rekening. Het nadeel bij ‘nat’ maaien is dat je de maaier regelmatig op haar zij moet leggen om het mes weer te vrijwaren van de bulten gras. Moed, beleid en trouw waren de toverwoorden en kalm maar gestaag ploeterden we door.

Buurman van de hoek kwam langs en haalde uit zijn jaszak een mooie grote stoofpeer. Hij leek op de ouderwetse Winterrietpeer en dat zou heel goed kunnen omdat de buurman op die manier ook aan het tuinieren is. Delen is het devies op de tuin en dat maakt het zo bijzonder.

Na een middagje heerlijke fysieke arbeid als tegenhang voor al het denkwerk dat we in de ochtenden plachten te doen, konden we moe maar voldaan huiswaarts. Eerst de verbena en de bonte kornoelje opbinden en de andere, nog bloeiende, pareltjes vereeuwigen op de foto.

Door de foto’s te bundelen in een collage kreeg ik het idee om de tekenopdracht van Inktober voor die dag ‘Bouquet’ te maken van de tuinbloemen die met hun voeten in de aarde hadden mogen blijven. De dag ervoor was het ‘Flame’ geweest en daar had ik de mooie herrijzende Phoenix voor gekozen. Een van de vriendinnen reageerde met het feit, dat ze dat symbool net even nodig had. Wat een mooie onverwachte wending kan zo’n afbeelding hebben.

Lief is jarig en vanmorgen heb ik hem toegezongen en was er koffie met cake en twee kleine astertjes met een lintje er omheen geknoopt, als ontbijt. Als boeket ontving hij in liefde het getekende ‘Bouquet’. Gisteren kreeg ik niet de kans om ongezien een bloemetje voor hem op de kop te tikken, dan maar zo en straks een plukboeket. ‘Eindelijk volwassen’ giechelden we als twee overjarige pubers. Kinderlijke vreugde waar een mens nooit te oud voor is.

Overpeinzingen

De bruine papieren tas

Het gedicht op de bruine papieren tas, in kloeke markerletters geschreven, was voor mij, stond er duidelijk boven. Erboven was een gezichtje in de wolken getekend vergezeld door twee vliegende vogels. Het luidde als volgt en mijn hart smolt bij zoveel poëzie: ‘jij mag altijd/met je hoofd vol wens/bij mij komen liggen/hier ben je vrij/ want ik trek geen grens/tussen dag en nacht/dromen mag/ altijd bij mij/ ook overdag’.

Dat beloofde wat voor de inhoud in de tas, die mijn liefste vriendinnetje had meegebracht om ons samenzijn en mijn verjaardag nog even dunnetjes te herdenken. Maar…pas vanavond bij thuiskomst uitpakken, was de bijbehorende boodschap. ‘Is de ware Jozef er’, stond er in de app, die ze van te voren stuurde. ‘In vol ornaat’ was het antwoord. Eindelijk kreeg lief een gezicht.

Er was ook nog tijd om alle prangende vragen en haar belangstelling te stillen in thee en warme aandacht. Het was te lang geleden, dat we elkaar hadden gesproken en gezien. Vanmiddag zouden we samen naar vader, directeur en vriend van onze oude school gaan om hem uit te zwaaien met een vervroegd pensioen. Een strik om het leven van wat komen gaat, had ik eigenlijk in mijn hoofd voor hem als wijze raad. Hals over kop bedacht ik me, dat ik niet met lege handen kon komen. Als advies gaf ik hem mee om altijd buiten de lijntjes te kleuren, aan de hand van het kleine schilderij met handgetrokken kleurige strepen in acryl.

We dachten samen een goedkope parkeerplek te hebben, maar bleken achteraf maar bedrogen uit te komen. Het stadje had de tarieven drastisch omhoog gegooid. Als het leven zoveel duurder is geworden, is terughoudendheid op dergelijke heffingen een mooi toonbeeld van coulantie. Het was nog rustig in het eet-en drinkhuis. Vier mannen hingen rond een tafel en het feestvarken stond te praten met de directeur van de stichting in een lang en aanminnig gesprek. Binnen de kortste keren vulde de zaal zich en ons kent ons bracht oude Overkanters, vijf in dit geval, al ras bij elkaar. In zo’n geval is vertrouwd en lang geleden een ware drijfveer. Overal stonden groepjes die bij elkaar ‘hoorden’ uit de verschillende segmenten waar onze vriend gewerkt had. Die waslijst werd keurig opgesomd door de organisatoren van het bescheiden feest en toonde vooral de veelzijdigheid van zijn lange loopbaan.

Bescheiden speach en een bescheiden reactie erop en daarna was het feest voorbij, maar hadden we allang besloten met die vijf te gaan eten in het stadje zelf. In de entourage van het statige klooster was het goed toeven met een welwillende en joviale bediende en veel oude en vooral ook nieuwe verhalen over elkaars reilen en zeilen. Een warm bad, dat was het, van het begin tot het einde.

De sfeer was goed, het eten eenvoudig maar prima, de verhalen verheffend en dat allemaal in een warme sfeer van de grote hechte familie die opgebouwd was in de lange periode van samenzijn, toen we ons over de kinderen hadden ontfermd met eenzelfde instelling en liefde voor het kind.

Afscheid en knuffels en de hemel huilde dikke tranen mee. Afscheid met de belofte van gauw, nakletsen in de auto en thuis de tas met de cadeautjes. Ziedaar, een echte Hollandse tegel met, zo goed als, onze lieve Pluis erop om in Verweggistan aan te denken in vlagen van heimwee en gemis. En een prachtige sjaal, een die zich vleide om mijn hals in mijn geliefde roestbruine herfstkleur en de attente gedachte om een katoenen te nemen en niet die dikke van polyamide, omdat ik er anders als een ‘Einstein’ bij zou lopen.

Maar het aller, allermooiste was de lange, lange blog, uitgeschreven op zorgvuldig uitgekozen papier, die het geheel begeleidde. Zie je wel, in ieder van ons schuilt een blogger, met al onze verhalen, ervaringen en inspiratie. Met een vol hoofd met de mooiste gedachten en associaties sliep ik in en droomde van ons samen, een lauwe kop soep en een oud broodje. Vraag me niet waarom, maar de verbondenheid was des te groter om met een brede glimlach te ontwaken in de lijn van die uitnodigende woorden op de bruine papieren tas.

Overpeinzingen

Balans in tijd

Het zijn vruchtbare ochtenden waarop we kantoor houden op de slaapzolder. Doorgaans zit ik rechtop in de kussens op bed en lief achter het bureau tegenover mij. om mij heen liggen dan de tijdschriften, de krant, de ipad en de telefoon. Lief bedient de laptop en zit tussen zijn papieren. We bekijken de agenda en spreken de dagen of de hele week door. Een fijne en aangename bezigheid, die rust brengt temidden van de hectiek. Vanmorgen kwam de tentoonstelling van Suze Robertson op mijn pad, in het Mesdag in den Haag. We wikken en wegen de dagen en prikken een geschikt moment. Zo is er ruimte voor veel en bewaken we de rustmomenten van de ochtenden en de avonden.

De opdracht van de Inktober Proms van gisteren was ‘Scallop’ dus zocht ik net zolang, totdat ik een mooie foto vond van een Jakobsschelp in zijn natuurlijke habitat. om te laten zien hoe klein de krabbels zijn, leg ik er mijn micro-pen naast. Een trouwe lezer vroeg zich af waar ik de tijd vandaan haalde. Dit was een uurtje werk, alles bij elkaar, het aquarelleren incluis. Daardoor moesten we wat haasten om op tijd bij de fysio te zijn. De stagiair was in ieder geval geslaagd. Nu werd er door mijn eigen peut weer serieus op de ademhaling gelet, wanneer uit en wanneer in. O ja.

Vriendinlief zou een bakkie thee komen doen. De blauwe prins stond koud op zijn plekje of ze kwam al naar ons toe lopen. Haar afspraak in IJsselstein was sneller afgelopen dan gedacht, maar ze wist dat we pas na drieën thuis zouden zijn, dus had ze zich aangenaam verpoosd bij de autoradio.

Ach, wat was het toch altijd weer vertrouwd om elkaar te knuffelen en goed vast te houden nu het kon. Een van de dingen waarvan ik zeker ben, is dat de mensheid van oorsprong is om van te houden en om dergelijke vriendschappen, die een mens opbouwt in het leven, op alle manieren te koesteren. Die wetenschap, dat het goed is als je elkaar ziet, ongeacht de lengte aan tijd ertussen, staat garant voor dat diepe innige blijvende warme contact. ‘Thats what friends are for‘, zingt Dionne Warwick in mijn hoofd en Stevie Wonder vult de klanken op met zijn magische mondharmonica. Precies dat maakt dat we binnen een seconde tot het diepst van de ziel kunnen gaan en ook weer terug naar het dagelijkse.

Als presentje heeft ze papieren bloemen meegenomen, in de Victoriaanse taal nog wel, zo passend bij het boek van de ooievaar, die ik nu aan het lezen ben. Het is geschreven door Mandy Kirkby. Mijn lievelingsbloem de lathyrus, staat er niet in, maar wel andere bloemen uit onze tuin. De Oost-Indische kers, de anemoon en vooral ook de egelantier.

Naast het lied ‘De egelantier’ van de Veulpoepers, lang geleden, is het ook de roos die prijkt onder de fruitbomen in de tuin en die in het groen voor een frisse, zo kleurrijke noot zorgt. In het boekje doet de auteur uit de doeken dat vooral Shakespeare de egelantier meer dan eens te berde brengt in zijn toneelstukken en sonnetten. In de tweede bedrijf, scene een, van de Midzomernachtdroom beschrijft hij het huisje van Titania en dat luidt zo: Ik ken een heuvelflank waar tijmkruid bloeit,/De sleutelbloem en het viooltje groeit,/Waar kamperfoeliestruiken schaduw spreiden/En roosje en eglantier hun geur verbreiden./Daar zoekt Titania vaak ‘’s nachts haar rust,/In ‘t groen met zang en dans in slaap gesust.

Nu is het verlangen naar de tuin nog groter, maar de agenda vult zich razendsnel. Geduld is een schone zaak. Ergens dezer dagen is er vast een mogelijkheid om te gaan. Dan kan de wortelgeschoten vijgentak haar vaste plek krijgen voor de vorst invalt. Ze heeft tijd nodig om verder te wortelen en te aarden, zoals wij de tuin nodig hebben om te aarden en voor de broodnodige balans in tijd.

Overpeinzingen

Een meter boeken in het verschiet

Dankzij de bijlage van de Groene Amsterdammer, over het Crossing Border festival in den Haag op 2 tot en met 5 november waar meer dan tachtig auteurs en muzikanten over de hele wereld naar toe komen, ontdekte ik binnen een leesochtend zoveel nieuwe verrassende inspiratie. Een van hen, de zangeres, poëtica en auteur P.J. Harvey timmert al heel lang aan de weg en hoe. Met het schaamrood op de kaken moet ik bekennen, dat ik voor het eerst van haar bestaan hoor. Ik lees me in en raak nieuwsgierig naar deze vrouw en vooral naar haar literaire aspiraties. Op youtube luister ik met verbazing en veel plezier naar haar nummers, zie de veelzijdigheid, hoor ook hier hoe poëzie doorklinkt in haar teksten. Op een gegeven moment zijn we beiden aan het luisteren en alle twee onder de indruk. Muziek en woorden om tot elke diepe vezel door te laten dringen.

Het is oktober en derhalve Inktober, the Proms. Het begon met een gargoyle ofwel een gargouille, die met zovelen toeven op de Notre Dame en waar de afzichtelijke, maar mooi van lelijkheid, grijnzende Quasimodo, tussendoor strompelde en vriendschap met hen had gesloten. De waterspuwers hadden buiten het nut van het afvoeren van het overtollige regenwater ook nog als doel de kerk te beschermen tegen kwade invloeden. Dat lukte niet helemaal want in 2019 woedde er een grote brand en een jaar later, toen we er waren voor een bezoek aan atelier de Lumière, stond ze nog strak in de steigers. Je kon destijds zo’n Gargouille adopteren. Dat hebben we toen maar niet gedaan.

De tweede opdracht was ‘Scurry’ wat ‘haasten‘ betekent. Niets zo moeilijk als het uitbeelden van een werkwoord zonder daarbij in karikaturale tekeningetjes te vallen. Het toppunt van haasten is een haas die haast natuurlijk. De verleiding was er, om het witte konijn na te tekenen uit Alice in Wonderland, die als een ‘haas’ ofwel een ‘kip zonder kop’ naar het paleis toesnelde om de koningin tevreden te stellen. Ooit hadden we een plastic singeltje door de brievenbus gekregen of misschien wel als reclame bij het een of ander, waar het hele lied van het witte konijn opstond. ‘Te laat, te laat, je weet wel hoe dat gaat, nu loop ik hier als wit konijn te hollen als een haas/maar het is niet overbodig hoor/ ik moet naar het paleis/ men heft mij dringend nodig hoor/ breng mij niet van de wijs/ want bij de koningin kom ik. Niet graag te laat/ hou mij niet aan de praat/ ik ben te laat,te laat, te laat’. Dat de tekst en melodie in mijn geheugen staan gegrift, zegt alles. Toevallig kennen alle kinderen die ik onder mijn hoede heb gehad, de afgelopen jaren, dit lied uit hun hoofd en dus zonder dat ze het weten, een historisch tekst. Haas werd het. Het kon niet anders.

De derde opdracht was ‘Bat’, wat voor mij niet een knuppel maar een vleermuis moest worden. Altijd al vol fascinatie naar de wonderlijke dieren gekeken met een mengeling van bewondering en ontzag. Nooit heb ik ze als griezelig beschouwd. De lieve kleine vleermuizen hier in de spouwmuren heb ik dit laatste jaar niet meer gezien. Dat kan komen doordat ik nu uitzicht heb op de wereld en niet langer op de boom voor het raam. Het kan ook komen vanwege het feit dat men misschien de spouwmuren minder toegankelijk heeft gemaakt door betere isolatie. Het was altijd een belevenis om ze heen en weer te zien vliegen van de muur naar de boom en weer terug. In Verweggistan vliegen ze nog steeds in grote getale rond. Dat is een geruststellende gedachte.

Dat er weer wat uit de vingers komt aan creatieve uitspattingen is eveneens mooi. Net als alle beelden in mij hoofd die de bijlage van de Groene heeft gebracht. Er is veel om op te teren en als ik het zo bezie, ligt er minstens nog een meter boeken in het verschiet.

Overpeinzingen

Antwoorden op vele vragen

Dat was een ervaring die ik allang niet meer had meegemaakt. Kennis maken met een onbekende in je eigen huis. Natuurlijk maakten we gedrieën het huis aan kant. In de middag sneed ik alle ingrediënten voor de Soto fijn. Ziezo, het hooggeëerde bezoek kon komen. In het begin was het nog een beetje aftasten, maar gaandeweg werden de reacties spontaner en gezellig. Fijn om te weten wat de roots zijn van mijn lieve schoondochter.

Ook nu raakten we niet uitgepraat en veel onderwerpen kwamen langszij tot en met augmented reality en de digitale wereld aan toe. een klein filosofische moment. Wat als de realiteit niet meer van de digitale wereld te onderscheiden is en die twee volledig door elkaar heen gaan lopen. Is dan alles wat je ziet nog wel wat het is. Dat was naar aanleiding van een recensie van Wieteke van Zeil over het kunstwerk ‘Fragments of Lolita’s Blanket’ van Sampat studio in de volkskrant van zaterdag. Dat kunstwerk is een woltapijt van handgetufte wol en augmented reality waarbij je dat tweede deel pas kon waarnemen als je via een app ernaar keek. Een spanningsveld tussen tastbare en virtuele realiteit doet wonderbaarlijk aan, stel ik me zo voor.

Het werd een aangenaam verpozen. De Soto ging bijna schoon op en alles verliep zoals het in mijn hoofd zat. Fijn. Grappig waren de beide stemmen, van moeder en dochter die dezelfde toonhoogte en intonatie bevatten. Ik moest denken aan het moment waarop ik voor het eerst mijn moeder hoorde, toen ik een verhaal op een bandje had ingesproken. Ik had haar allang niet meer gehoord en nu klonk ze door in mijn stemgeluid. Moeder en dochter vloeiden in elkaar over, verleden en heden werden een. Een ouderwetse vorm van ‘augmented reality’? Naar stemmen die er niet meer zijn kan je een oneindig verlangen hebben.

Er bestaat een bandje van mijn moeder met haar broer. Daar zingen ze samen de liedjes uit het liedboek van oma. Het duurde lang eer ik dat aan kon horen met droge ogen. Ze lachen wat af samen, vooral als ze de juiste melodie proberen te vinden. De stem, die lach en ook van mijn oom, zo vertrouwd dichtbij en tegelijkertijd onbereikbaar ver.

In de avond loopt Eus door Turkije en laat ons de ‘Halal’ zwemparadijzen aan de kust zien. Hotels met het concept van vrouwen-en mannenbaden. Ooit hier lang geleden afgeschaft. Ik weet het gevoel van opwinding nog goed als de tussenpoort open ging en wij als een haas naar het jongensbad vlogen, omdat bewondering oogsten leuk was, maar ook omdat je dan samen met de vrienden kon zwemmen. De afschaffing bracht veel meer rust onder de gemoederen. In die specifiek halal-baden gaat men nog een stap verder. Er viel geen glimp op te vangen van de dames. Ze verkeerden in een volkomen eigen wereld, hadden eigen vertier en vermaak. Er mocht geen telefoon mee naar binnen en de filmcrew kon ook geen opnames maken. Van buitenaf zag het eruit als de bunker van Dagobert Duck. Een onneembare vesting. Wat doet zo’n scherpe grens met verlangen.

In de krant een foto van een rijtje schapen met een microfoon voor hun neus en het artikel ernaast dat mijmert over een google translate voor dieren, opdat we eindelijk zullen weten met welk ‘gebed’ die mooie merel de dagen opent. Maar als je goed luistert kom je vanzelf uit bij het bezingen van de dageraad die aanbreekt, de gouden gloed van de zon over zijn zwarte verenkleed, de roep om harmonie en vrede. Luisteren naar wat de natuur te bieden heeft, geeft antwoorden op vele vragen.

Feest der herkenning·Overpeinzingen

Een hoofd vol nieuwe herinneringen

Vandaag komt de schoonmoeder van zoonlief kennis maken tijdens een kleine maaltijd. Ze schijnt erg van de Indonesische keuken te houden. Wel, dat geeft geen enkel probleem. Gisteren maakte ik de bouillon voor de soto al. Vanmiddag zal ik op mijn dooie akkertje, met de rijst als sluitpost, de andere bijgerechten koken. Aardappelen, eieren, prei en lente-ui, verse selderij, bawang goreng, boontjes en taugé. Om van te smullen.

Dat Nederland onder je door kan glijden, terwijl je geen weet hebt van de bijzondere omgeving. Daar peinsde ik over toen de kleine blauwe prins me opgewekt voortsnorde naar Almere. Het eerst viel me het grote windmolenpark op dat nu toch wel langzamerhand elke ouderwetse uitgestrektheid had laten verdwijnen met die vele enorme witte staketsels. Met de nadruk op veel, te veel zou ik denken. Blijf maar over het water kijken, hield ik mezelf voor en natuurlijk met één oog op de weg. Afslag 37 was betrekkelijk ruim voor Almere stad. Almere Hout stond er op het bord, terwijl er in de verste verte nog geen boom te bekennen was.

Verderop in de wijk merkte ik dat het sloeg op de houtbouw van de huizen. Alternatieve bewoning, een grote varieteit en mooie soms wonderlijke bouwsels, een houten boomhut, een houten hooiberg, een oude houten zuivelboerderij. Weid, weider, weids. De laatste straat was waar ik zijn moest. Tegen een bosrand aan inderdaad, ver het land in, stond het op een na laatste, houten huis, met een vriendelijke veranda er omheen, waar twee kleurrijke katoenen hangstoelen hingen te bungelen in de wind. Rondom het huis een aanleg van de al vorderende moestuin, achter het huis de distelvelden vol puttertjes, tijgerspinnen in de struiken en in de bossages achter het huis de vossen en reeën, nu nog schattig, maar met de komst van de eerste groenten misschien minder gewenst.

Dat mijn kennis over het gebied werd vergroot, was te danken aan de heer des huizes, die me vriendelijk ontving. Het gezelschap, dat wist ik, was nog aan de wandel. Bewust had ik er voor gekozen niet mee te gaan, geen blok aan het been, hoe zeer ze ook rekening zouden hebben gehouden. Hij gaf een uitvoerig kijkje op het ontstaan van de bebouwing op de ruim bemeten kavels om hem heen. het land bleef haar agrarische karakter behouden, dus hadden de buren erachter vier varkentjes en de bewoners voor aan het straatje kippen en geiten. Bij hen was de in aanwas zijnde moestuin het agrarische gedeelte.

Ondertussen stonden bij de bessenstruiken aan de zijkant van het huis mijn lieve volksdansvrienden en vriendinnen te luisteren naar de uitleg van onze gastvrouw. op de tafel stonden taarten in verschillende variaties, zelfgebakken of snel gekocht, bij de thee koos ik voor de heerlijke cheesecake.

Toen iedereen modderschoenen had verwisseld en men was uitgewasemd kwam er een warm bad van welkom. Na een jaar was het goed toeven temidden van het gezelschap die meer dan tien jaar lang als familie voelde. Samen hadden we zoveel beleefd. Allen waren we wat ouder geworden, maar toch nog opmerkelijk jonger dan de drie van mijn leeftijd. Dat viel ooit weg, zo tussen de veertig en de vijftig, maar nu was het duidelijker te merken. Jeugd vertaalde zich blakend.

Er was zoveel te bespreken. Lief en leed werd gedeeld. Wat was er allemaal langs gezeild in het leven, hoe ging men ermee om, hoe trachtte je tegenslagen op te vangen, was er ruimte voor nieuw. In de loop van de ochtend bleek het versje van de tien visjes zich vertaald te hebben in het dunner worden van de spoeling. Een voor een moesten mensen afbellen die ziek waren geworden, in contact waren gekomen met iemand die corona bleken te hebben, of uit vrees voor het gezelschap en het zich zo roerende virus en allemaal liever thuis wilden blijven.

Uiteindelijk waren we met tienen. De aangename bijkomstigheid van een klein gezelschap was dat er veel meer ruimte overbleef om bij te kletsen met iedereen. Het meegebrachte eten was heerlijk, de focaccia, vooral die zonder knoflook maar met tomaat, werd goed ontvangen. De avond vloog om, maar na de koffie en de thee was bij mij de koek op. warme omhelzingen zorgden ervoor dat ik met een brede glimlach huiswaarts reed. Zachte muziek in de auto, donkerte om me heen en een hoofd vol nieuwe herinneringen.

Overpeinzingen

Fijn dat het kon

Het is 1 oktober en de dag is al een ochtend oud. De bezige bij in mij heeft zich op het laatste brooddeeg gestort en een uurtje later lag er een mooie focaccia op de plank, de tweede. De eerste kwam gisteravond laat uit de oven, nadat een vorige poging met pizzadeeg te hard was gegaan. In tijden van rampen en tegenspoed, bewaar Uw kalmte. Ademhalen en opnieuw beginnen. Tijd te over.

Het was de dag van Toonder. Iedereen had het boek uit. Dat is met die dikke biografieën niet altijd vanzelfsprekend. We waren het er unaniem over eens dat Bommel ons lief was, maar de heer Toonder van zijn voetstuk was gevallen. Een van ons had zich vooral geërgerd aan de interpretaties van de biograaf, Wim Hazeu, op bepaalde feiten. Al ras verrees de vraag of het negatieve beeld dat bij ieder van ons was ontstaan ook door diens beeldvorming kwam. De zachte kanten van de charmeur Toonder werden niet genoemd. Leverde dat een disbalans op? Ook de benadering van de vrouwen in het leven van Bommelmans kwamen er bekaaid af. Phiny bleef een schaduw op de achtergrond. Er werd een feestelijke bijeenkomst genoemd, waarbij bijvoorbeeld alleen de mannen werden opgesomd en als enige Renate Rubinstein een plek in het rijtje kreeg. Het is ondenkbaar dat er niet meer vrouwen waren, De meeste van ons waren meer gefocust geweest op Toonder. Eigenlijk zou ik nu het boek moeten herlezen met het licht op de biograaf. Wie weet welke aannames aan het licht zouden komen. Volgende keer zal ik focussen op beide. Zo leert een mens nog iedere dag.

Daarna bracht ik twee vrouwen van deze club naar het centrum van de stad en door de wirwar van eenrichtingssteegjes, wegwerkzaamheden en opgebroken wegen kwam ik een half uur later aan bij dochterlief. Gelukkig wel op tijd om mee te lopen naar de school om de filosoof op te halen. Kleindochter wiebelde op haar kleine fietsje voor ons uit, terwijl dochterlief corrigeerde als het dreigde fout te gaan. Schoonzoon liep mee met de fiets aan de hand. Er was een tien minuten gesprek en in de tussentijd kon ik mooi op de kinderen letten, die op het schoolplein bleven spelen. Een vriendje zou meegaan naar huis. De kleine had een vriendinnetje gevonden en beide dametjes waren zoet aan het spelen in de zandbak waar alras een taart verrees op de rand van de zandbak, compleet met schelpjes, takjes, blaadjes als versiering. De jongens hadden als hobby freestylen, en sprongen vervaarlijk van de rand van de zandbak op het klimgedeelte middenin en vice versa. Niet er aan denken wat er fout kon gaan, nam ik me voor. Maar oei, oei, oei, dan moet je op de tanden bijten hoor.

Ooit sprong lang geleden een buurmeisje dat niet kon zwemmen in het Noorderbad van de kant tot de steiger en terug. Een keer ging het mis en kwam ze in het midden terecht. Ik sprong haar achterna en door haar paniek verdween ik constant onder water, omdat ze zwaar op me leunde. Met moeite bereikten we de kant. Vanaf toen ging ze op zwemles. Het voorval is me altijd helder voor de bril gebleven, omdat zo duidelijk was dat de angst ervoor zorgde dat ze alleen zichzelf probeerde te redden en niet meer aan mij dacht. Een kat in nood maakt rare sprongen.

Terwijl de kinderen om ons heen aan het spelen waren dronken dochterlief en ik een kopje thee en kletsten alle dagen bij dat we elkaar niet gezien hadden. Helsinki was prachtig geweest en de dochters hadden genoten. Fijn dat het kon.

Literatuur.·Overpeinzingen

Wat het derde hoofdstuk brengen zal

In mijn droom was er een volgeladen boodschappentas, die lief op de aanrecht tilde maar er stonden twee dozen eieren op elkaar gestapeld net onder het handvat. Dus bij het optillen kwam de onderste doos in het gedrang met als resultaat minstens twee kapotte eieren. Wat valt hier uit te duiden. Het maakt me nieuwsgierig omdat het beeld zo helder op mijn netvlies bleef hangen. Bij nader onderzoek bleek het ei een positief symbool te zijn dat staat voor vernieuwing en heelheid en een kapot ei vertelt dat je voor een overgang in je leven staat. We nemen het mee in de dagelijkse kost

Gisteren zijn we ieder ons weeg gegaan om inkopen te doen. Slenteren langs de winkels en vooral een bezoek aan de outlet met de degelijke naam, die vaak het midden houdt tussen tuttig en draagbaar, maar altijd van hogelijke kwaliteit is. Met vier broeken en een blouse ging ik de paskamer in, maar alleen de blouse mocht mee. Onmogelijk, vond zoonlief bij thuiskomst dat ie ooit 99 euro had gekost en nu voor 22 de deur uitging. Wie betaalt er nu zo ongelooflijk veel voor een eenvoudige katoenen blouse. Ach lieverd, soms snap ik het zelf ook niet, maar duurzaam, geen kinderarbeid maken zelfs het eenvoudigste object kostbaar. Mooi blauw was het wel. Twee truien bij een andere winkel mochten ook mee naar huis. Drie andere kledingstukken uit de kast gaan naar Humanitas. Zo blijft er ruimte.

Toevallig was er ‘s avonds een programma over de veranderde houding ten opzichte van kleding, dat in deze tijd een wegwerpartikel is geworden. Met heimwee denk ik soms terug aan de tijd dat je wikte en woog voordat je tot aanschaf over ging. En ook aan de puzzel die mijn moeder voor haar kiezen kreeg met het beperkte budget en de elf kinderen die ze te kleden had. Ze was geen naaister, dus betekende het economisch slim inkopen. Als de oudste nieuw spul kreeg, konden de anderen het afdragen. De stof waarvan de kleding gemaakt was was immers onverwoestbaar en sleetse plekken konden hersteld worden. Zelfs de dikke denier nylons die mijn moeder droeg, gingen naar de reparatie, waar ladders konden worden opgehaald.

Sokken stoppen werd een sociaal werkje voor ons meiden, met de paddestoel en de kaartjes Brat(stopwol) in de aanslag, net als de kniekousen en de majootjes. Kom daar nu nog maar eens om. Schoenen waren voor de schoenmaker, winterjassen werden om de beurt gekocht. Ach, die goeie ouwe tijd, maar ook de tijd van kriebelende borstrokken en vuurrode blote knietjes van de kou, afgetrapte gympies en krakende zondagse jurken. Zolang het niet verschoten is is het maakbaar, denk ik nu. Mijn maasnaalden liggen nooit ver weg en er is altijd nog een kringloop in de buurt.

De foccacio werd met het broodmeel dat ik bij de meest goedkope supermarkt had gekocht meer een roggebroodje, haha. Goed, dat ik hem had getest. De olijven dreven bovenin. Dieper duwen in het deeg, lees ik in de verschillende recepten, tot op de bodem van het blik of de bakplaat. Ik was zo aan het experimenteren dat ik vergat een foto te maken. Dat is voor later. Nu is er eerst de bioclub en bespreken we uitgebreid de Toonderbiografie. Een nieuwe keuze is al via de app gemaakt. De biografie van Etty Hillesum door Judith Koelemeijer. Een heerlijk vooruitzicht. Maar eerst het boek van Anjet Daanje. Ben benieuwd naar wat het derde hoofdstuk brengen zal.