Overpeinzingen

Te land, ter zee en in de lucht

Ergens is een kraantje open blijven staan. Kraantje Lek. Het is opgehouden met zachtjes regenen. Lief is naar de stad om met vriendlief te gaan wandelen. Dat wordt een uitgebreid cafébezoek denk ik zo, of tenminste, dat lijkt me verstandiger. Er valt heel wat bij te kletsen.

De nacht was kort en onrustig. Klaas Vaak had voor de zoveelste keer mijn deur overgeslagen. Hij begint vast op leeftijd te geraken en is niet meer zo trefzeker als vroeger. Door mijn gewoel hield ik lief uit de slaap. Daar komt vandaag een appeltaart tegenover te staan.

Gisteren met Dribbel naar de garage. het duurde hem veel te lang ook al mochten we in het halletje naar de werkplaats kijken en zagen we de kleine blauwe in de lucht hangen. De reparaties die dit jaar volgen zijn er nog al wat. We moeten eens goed een en ander overpeinzen met het oog op de lange reizen naar Verweggistan en het feit dat de kleine blauwe dapper is, maar soms is dat niet genoeg. In de avond puzzelen we ons een slag in de rondte. De vraagtekens die resten verjagen daarmee de zandman en er zijn nog wat losse draadjes die een afhechting behoeven. Pas op de plaats en logisch denken vereist.

Na de garage rijden we door naar dochterlief met thee en fijne gesprekken en voldoende speelgoed en zijn neef en nicht als afleiding. Op de brede vensterbank ontpoppen filmische verhalen met Paw Patrol dieren. De lieve schoonzoon zorgt na de thee voor een heerlijke verse cappuccino terwijl er voor de kinderen een babycinno wordt gemaakt(Een heel kleine kopje warme melk), die ze in de ban van het spel bijna vergeten op te drinken.

Dribbel op weg naar huis afgezet bij zijn vader en in de winkel keken de spruiten me verlangend aan. In een fractie van een seconde zag ik de goeie ouwe zussen Bep en To met hun spruiten in een ouwe krant ten overstaan van de kinderen van de groep tijdens het project het circus. Met alle drie mijn duo’s heb ik dat toneelstuk gespeeld. Heerlijke herinnering. De dames lieten iedere keer als ze een spruitje hadden schoongemaakt het van grote hoogte in de pan met water vallen tot grote hilariteit van de kinderen. In een van de kranten ontdekte To of Bep een advertentie in de krant met de mededeling dat het circus niet door kon gaan en daarom besloten ze met de kinderen samen om te gaan helpen. Met dat idee werd een geweldig kamp neergezet. Het lied van Circus Troelala werd leidraad. Wat moet je met een manke olifant, een domme August met spit in zijn rug en een ouwe aap met een kale raap. De kinderen wisten er wel raad mee en Bep en To waren apentrots op hun acrobatische toeren.

Spruiten dus, Roseval-aardappels en een Vega kaasschnitzel. Heerlijk maaltje met een herbeleving van de geweldige tijd op school op het netvlies.

In de avond het tweede deel van de vierdelige serie ‘Het water komt’. Beelden die ik ooit kende van een fotoboek over de ramp dat mijn moeder in de kast had staan kwamen nu tot leven. Al dat water. Te bedenken dat twee dagen voordat de storm losbarstte Johan van Veen al het plan voor de deltawerken ingediend had. Hij had al tijden lopen waarschuwen voor dit gevaar. Na de ramp werd er heel snel een deltacommissie aangesteld. Op beelden was te zien hoe ze bij Ouderkerk het gat in de dijk onder controle kregen door er grote vrachtschepen vol te laten lopen met zand, om ze te verzwaren, zodat ze als een buffer voor het gat in de dijk kwamen te liggen. Als dat niet gebeurd was had het land ondergelopen tot aan Amsterdam, vertelde zijn dochter. Het is een indrukwekkend verhaal, waarbij duidelijk onze kwetsbaarheid bij natuurgeweld blijkt.

Daar denk ik aan terwijl de regen door blijft sijpelen en Pluis in de luwte van het bed is gekropen. Nederland waterland, te land, ter zee en in de lucht.