Overpeinzingen

Niet meer dan dat

Het duurde even eer ik naar bed ging. De zolderkamer was weliswaar iets warmer geworden, maar het heerlijke dekbed, de zachte dubbele kussens en dat lieve kacheltje erin stonden garant voor het snelle slechten van die ijspegeltjes van onderdanen. Wat volgde was mijn eigen vertrouwde oude Klaas Vaak die zijn neus boven het trapgat uitstak en kwistig met zand strooide.

Boven ons was het venster van de wereld winters licht. Was het al volle maan. Naslagwerk op het internet leerde dat we er naar op weg zijn. 8 december is het zover. Dan staat maan in tweelingen vol te prijken en is het volgens de geraadpleegde site, tijd om diep van binnen na te gaan of er nog onverwerkte pijn of boosheid uit het verleden smeult. Saturnus schijnt ons te helpen bij het verwerken ervan. Nog even volhouden tot donderdag, maar voor die tijd valt er wel over na te denken.

Op de een of andere manier ben ik er meer en meer van overtuigd dat er samenhang is tussen alles wat bestaat, deels door de artikelen die we hebben gelezen, maar vooral ook de voor mij tot dan onbekende verhalen over de belangrijke functies van plant en dier, ide allang oplossingen gevonden hadden voor bijvoorbeeld een stikstofprobleem of een algenplaag. Als we daar bewuster mee om waren gegaan, dan hadden we wellicht andere keuzes gemaakt en niet als een olifant in de porseleinkast onze rigoureuze maatregel rücksichtslos doorgevoerd. Maar hadden ligt op het kerkhof, want dat was eens. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Tot inkeer komen, verdieping zoeken bij het ‘winteren’ is wat vriendinlief en ik allang in de gaten hadden. Daar schreven we alletwee over in onze blogs. De retraite van de afgelopen maand is goed geweest voor wat binnenwerk, maar nu, met een koude nattige winter in aantocht is het helemaal een goed idee. Wij hebben de baard van de Eminence al gezien. Als het heeft gesneeuwd ziet heel Duitsland eruit als een grote verzameling kerstkaarten. Je gaat vanzelf op de glühwein en een kerstlied over, vooral als de klokken in de avond galmen. ‘Stillige nacht, heilige nacht’ zong ik vroeger als kind. Stillig is het juiste woord voor inkeer, bedenk ik me. Luister vooral naar het gefluister en niet naar het oppervlakkige gekakel, dat zich als eerste aandient bij het peinzen over pijn of onverwerkt leed.

Onderweg in de kleine blauwe naar huis hadden we een fijn gesprek over ruimte geven aan elkaar. Reflecteren op hoe we de stilte daar hadden ervaren en hoe we straks, lees nu, de reuring weer in zullen denderen. Daar vooral elkaar vrij in laten hoe er mee om te gaan is het uitgangspunt en goed naar elkaar luisteren, proberen het ook helder te zeggen zonder daarbij de natuurlijke omgang geweld aan te doen. Terwijl de kleine blauwe zijn kilometers vrat, tackelden wij de lange reisduur door onze overpeinzingen uit te spreken en obstakels te benoemen. Juist omdat de twee werelden zo van elkaar verschillen en we iedere keer een nieuwe modus moeten vinden daarin.

Het maakt het boeiend en zeer de moeite waard. Het zorgt er ook voor dat beide thuishavens hooglijk gewaardeerd worden, ieder op hun eigen manier met hun eigen sfeer en ambiance. De geliefde plekken. Hier met het venster op de wereld, daar met de druif achter het keukenraam en de oude verweerde muur met de blauwe regen er tegenover. Het geeft aan beide een nieuw elan, juist door die grote afwisseling. De verstilling mag als pakket overal mee naar toe om op de juiste tijd en het juiste moment uitgepakt te worden. Omzien in verwondering, niet meer dan dat.

Overpeinzingen

Heerlijk zoet na gedane arbeid

De eerste helft van de reis is voorspoedig gegaan. De kleine blauwe sloeg zich er dapper door heen. Wel leek het tot ver in Oostenrijk of de hemel een paar verdiepingen naar beneden was gezakt. Overal hing een dikke laag mist of nevel over de velden en de wieken van de windmolens waren niet te zien. Bij Linz begon het op te klaren en kleurde een zacht oranje door een brede spleet boven de heuvels. Deze weg, over Wenen en Gyor is de allerbeste. Heerlijk vlak, slechts wat midden en laaggebergte en heel goed begaanbaar. Om half zeven kwamen we bij het dorp aan. In het oude centrum was een adventszaterdag-viering aan de gang, overal kerstlampjes, uitgelaten stemmen, alles was versierd met sneeuw op de heggen en in de tuinen. Het was sprookjesachtig. Voor het hotel moesten we terug naar de snelweg, want iets daarvoor stond het. Daar bleek dat we ons qua versiering vergist hadden. Er stonden auto’s tussen met een flinke laag wit. Het had echt gesneeuwd.

In de mail stonden de pincodes voor dit duurzame receptieloze restaurant, alleen was men vergeten te vertellen dat je bij iedere pin even een groen v-tje moest afvinken. Een lief meisje dat net uit één van de kamers kwam, hielp ons, met recht vingervlug. Eindelijk een warme kamer om even bij te komen van de reis. We hadden sla en brood bij ons, want het hotel kent ook geen louncheroom of ontbijtzaal en natuurlijk een wijntje op de goede afloop. Morgen weer een dag. Wat een zegen als de wegen deugen.

A room with a view was het niet bepaald. Het uitzicht was zegge en schrijven twee vrachtwagens, een strookje gras met sneeuw en een pompstation. Aan de kant van de voordeur een flinke bouwplaats. Het huis was zo duurzaam dat voor de frisse lucht de ventilatiepomp de hele nacht om het half uur aansloeg met heel veel gebrom. Het waren zogezegd de kerkklokslagen van mijn moeder, die ze in haar vele slapeloze nachten telde.

Maar de rest was heerlijk, goede douche, het meegebrachte eigen ontbijt, fris uit de aanwezige koelkast, oploskoffie met de waterkoker en bijna verse jus. Griekse yoghurt voor de medicijnen, helaas met kokos maar daar hadden we even niet op gelet. De laatste dag om er 700 kilometer doorheen te jassen. O zalige zondag, waardoor het pas druk werd rond grote steden en daar tussenin heel Duitsland advent aan het vieren was. Toch nog een uurtje of anderhalf door het pikkedonker rijden om in zeeën van Hollandse lichten over ‘s lands wegen te kunnen zoeven. En toch, hier en daar was men er zich al bewust van lichtvervuiling, al dekte dit begrip in de strikte zin van het woord de lading niet, maar toch, iedereen weet nu wat ik bedoel. Er waren tot mijn grote vreugde enerzijds en stil verdriet( want brandende oogjes)anderzijds toch hele stukken in duisternis gehuld net als bij al onze buren in welk land dan ook.

Maar goed. Heelhuids aangeland, liefdevol ontvangen en verwend met onze nationale trots, door zoonlief gehaalde patatjes en kroket, dat kan niet anders dan smaken na een lange tijd in Verweggistan te zijn geweest. Eerst uitrusten en morgen verder zien. Niets slaapt zo heerlijk zoet als na gedane arbeid

Overpeinzingen

Eens kijken wie er het eerste is

Het weer werkt mee want het overgiet de bezigheden van vandaag met een weemoedige druilerige nevel. Afscheid nemen van de geliefde plek, tegelijkertijd zorgen dat het weer schoon en stofvrij de wintermaanden blijft wachten tot we terugkomen.

Inpakken en bedenken wat hier kan blijven. De Datsja leeghalen en werk meenemen waar ik nog iets mee wil doen. De glamsol laat ik staan, want in Nederland wil ik toch een nieuwe kopen. Tijdens het saharazandvrij maken van de kleine blauwe stopt een auto met een hongaar. Grote snor, rijdt achteruit terug en begint dingen te roepen. Ik neem aan omdat ik voorovergebogen de achterkant van de kleine blauwe spic en span maak. Natuurlijk versta ik geen woord van wat hij zegt. Ik roep lief, maar waar zijn ze, als je ze het hardst nodig hebt. Niet in het huis. Eindelijk komt hij aangelopen over het land. De meneer was inmiddels allang verdwenen.

Daarna wandel ik naar de Datsja en haal werken op die mee naar huis mogen en mijn tubetjes en penselen. Het palet afkrabben was een dingetje, maar het hield me warm bij temperaturen van om en nabij de twee graden.

Vriend kwam langs die al een paar dagen in Nederland had vertoefd en zondag opnieuw wat mensen er naar toe zou vervoeren. Hij gaat kijken of het mogelijk is de vloerbedekking te vervangen voor laminaat, dat in de buurt komt van het visgraatparket in de bibliotheek. Dat zou heel fijn zijn. In de loop der jaren zijn er vlekken in gekomen, die ik er met geen mogelijkheid meer uitkrijg. Bovendien is laminaat beter schoon te houden als we een langdurige periode afwezig zijn.

Alles is in gereedheid gebracht voor morgen. Achterover leunen en genieten. Of wacht eens, er moet nog een pincode voor het receptieloze duurzame hotel worden aangevraagd. Foto van het paspoort. Argggg, lief heeft zijn mobiel niet aangesloten op de computer. Oké, hoofd koel houden en nadenken. De email dan maar. Dat lukt met veel vijven en zessen en na het formulier voor de vierde keer te hebben ingevuld is de bevestiging een feit. Wacht even, een cursusje informatica bij thuiskomst is geen slecht idee, vindt lief. Ik kan het alleen maar beamen.

De winter overspoeld langzamerhand het land. Ik neem de laatste foto’s als ik naar het atelier toeloop en kan niet wachten tot het voorjaar weer kleur zal brengen in het zompige gras. We nemen ons voor om heel veel enkelvoudig dahlia’s mee te brengen en balen van het feit dat we nu vergeten zijn de bloembollen in te laden. Stinzenplanten is het vooruitzicht. Dat komt als de tijd ons gegeven is. Nu gaan we een komst in het voorjaar plannen. Dat moet met de nodige aandacht, want de negende kleinzoon is in aantocht. In april is het gepland. Het kleine buikje groeit en groeit. We zijn benieuwd en kijken er naar uit. De eerste boreling van de oudste zoon, die er al een dochter spontaan bij heeft gekregen. Zo’n verrassing.

Maar morgen eerst de reis. Het hotel is geregeld, de spullen staan ingepakt, de boel is schoon. En daarna…Sinterklaas, die pardoes op ons dak zal vallen. Dat is weer eens wat anders dan die schimmel met zijn zachte paardenvoetjes, eens kijken wie er het eerste is. 😊

Overpeinzingen

En klaar is december

‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ is zoals de titel klinkt. Een wonderlinge mengeling van tijd, eeuwigheid, literatuur en erfenissen in de meest ruime zin van het woord. Daarbij moet ik vooral de dood niet vergeten, die zijn eigen grote en een plastische rol speelt. Vlak voor het slapen gaan of voor het dineren zou ik het niet lezen. Geef het ruim de tijd om het te overpeinzen, elk verhaal op zich, maar ook om het te verwerken. Ongetwijfeld ga je nadenken over je eigen sterfelijkheid, Het razend knappe in het geheel is dat in elk verhaal steeds opnieuw een herhaling van bepaalde items voorkomt. Het wordt haast een sport om ze te ontdekken.

Ik dacht dat ik vrienden had gemaakt met kleine bruine wants, die aan het achterlijf een parel van wit kleurt, maar vanmorgen kwam de grote ontknoping. Er zijn er twee. Iedere keer dacht ik dat hij met me mee liep en bijvoorbeeld zich in de plooien van mijn warme wollen sjaals verstopte. Een desillusie dus. Ik zag het al voor me. Een makke wants.

Ineens schiet me het verhaal van de kleine Prins en de vos te binnen. Het prinsje vraagt aan de vos of hij met hem wil spelen, maar de vos antwoordt, dat dat niet kan omdat hij niet tam is. Het is een prachtige parabel over vrienden maken en het hart voorbereiden op gelukkig zijn. Helaas weet ik niet hoe je een wants tam moet maken, maar we kunnen wel vrienden zijn, omdat mijn hart opspringt als ik hem alleen al zie. Tenminste, toen ik dacht dat het er nog een was. Nu blijkt dat ze toch graag de warmte in huis opzoeken, kunnen ze beter naar buiten. Het spijt ons goede vrienden.

Ziezo, de laatste boodschappen zijn gehaald. Dat is een kleine mijl op zeven, omdat de dichtstbijzijnde winkels in het dorp twee dorpen verderop staan. Het betekent dat de bewoners altijd met de auto of bij gebrek aan auto of rijbewijs op de bus zijn aangewezen. Die gaat vrij frequent een keer in het uur. Het hotel dat geboekt is kent geen ontbijtservice, dus slaan we extra in. Morgen wordt het hier mistig en slecht zicht en dan is rijden ook niet een onverdeeld genoegen. Regeren is vooruitzien moet je maar denken.

Straks wordt het een maaltijd dwars door de koelkast heen, dat is lang geleden. Het dient om alles wat op moet in een voedzame maaltijd te verwerken. Het doet me denken aan mijn twee projecten van de afgelopen jaren: ‘In 80 dagen de wereld rond’ en de maaltijden ‘Dwars door de kast’. Beiden een groot succes en eigenlijk zeer geschikt om nog eens dunnetjes over te doen, maar dan in een ander thema. Daar ga ik eens op spinnen.

Een van de oudleerlingen van onze school stuurde een boodschap rond op Instagram. ‘Dear december. You’re the last one, make it the best one’. Zo is het. Laat het maar een mooie maand worden. Met kaarsjes, ijsmutsen, winterwanten, warme chocomel, hartverwarmende wensen, natte hondenneuzen en opgekrulde poezenlijven, mistwolkjes uit de monden, pommanders volgestoken met kruidnagel en adventskransen, met delen wat je missen kan, maar vooral met een beker vol tevredenheid, omdat we hebben wat we hebben. Een mooie strik erom en klaar is december.

Overpeinzingen

Maar eerst nog even blijven genieten

Nieuwe vrienden maak je niet snel, hoorde ik laatst ergens. Maar wij hebben twee van de beste gevonden. Natuurlijk kende lief hen al. Ooit, in de jaren van hier vertoeven, ving hij de honden op van eigenaren die een tijdje naar Nederland terug gingen. Zo leerde hij deze twee lieve mensen kennen. Hun hond is er nog altijd en kent en herkent zijn tijdelijke baas als geen ander. De blauwe prins vond hij maar een indringer, daar moest even een plasje tegenaan.

Corona maakte een eind aan de ontmoetingen. Maar in de maand augustus waren ze bij ons langs gekomen omdat ze in de buurt waren en hebben uren op een theetje gezeten in mijn onwetendheid over afstanden en kilometers in dit land. Volgend voorjaar volgt er een herhaling en reken maar dat ik mijn gastvrouwschap uit de kast ga halen. Nu werden we daar onthaald met speculaas uit Nederland, want bijna Sinterklaas, en een heerlijke romige paprikasoep van een echt ouderwets wedgwood bord en kommetje. Afbakbroodjes voor het lekker erbij, emmentaler, roomkaas en boter om het te vervolmaken.

Het huis lag in niemandsland, een half uur rijden van Kaposvar af en de kleine blauwe moest dapper de gaten en kuilen in het wegdek ontwijken met mij als leidende factor aan het stuur. Twee weggetjes verkeerd gereden en alsnog, omdat de goede man buiten stond, op het laatste nippertje niet tevergeefs rechtsomkeer gemaakt. Het was een dorpje van niks, maar dan. Het huis, de garage met de wijnkelder eronder, het terras en de mooie kamers, sfeervol, aangepast aan de moderne normen, boordevol kunstschatten van over de hele wereld, smaakvol ingericht en een lap grond dat strekte tot aan het vrije land erachter. We waren perplex.

De hond kwam ons kwispelend en blij tegemoet om zijn oude logeerbaas met liefde te verwelkomen, net als de beide baasjes. Een rondgang door het huis en daarna een aimabel gesprek aan de koffietafel. Vriendlief had jarenlang aan verscheidene ambassades gewerkt en zijn vrouw ging mee. Daardoor was de kunst die er hing van diverse buitenlandse kunstenaars. Het hele huis ademde een vleug van Pakistan, een klik met heel veel landen in Afrika, een zweem van Maleisië en Java, en Thailand. Ze kwamen allemaal in kunstige uitingsvormen aan bod.

Het mooist vond ik een schilderij op een roestige oude golfplaat waar een vader met kind stond en een van de Blue Donkeys, de bussen van een land in Afrika. Hun hele leven werd hier geëtaleerd. Hoe fijn om omringd te worden door zoveel schoonheid. Het werd een heerlijke middag met veel herkenningspunten. Om half drie wilden we weer terugreizen omdat het druilerig was en het vroeg donker zou worden en dat was een reden om hier met de slecht verlichte wegen niet afhankelijk van te zijn. Begrip was er volop, ons kent ons.

Ik heb geen foto gemaakt, zelfs niet stiekem. Dat zou de integriteit schaden en kon eenvoudigweg niet in het vertrouwen dat deze vriendschap wel eens kon uitbloeien tot iets moois. Koesteren dus.

Nu zitten we in de bibliotheek. De avond strekt zich behaaglijk uit. Nog zegge en schrijven twee dagen te gaan. Het is een kwestie van opruimen, inpakken en afbouwen, maar ook van herinneringen opslaan in het hart om straks met liefde dit huis weer te betreden. Maar eerst nog even blijven genieten.

Overpeinzingen

De schoonheid van het scheppen

Het derde bolletje wol heeft gisterenavond een weg gevonden aan het breiwerk. In het schemerduister breien is niet een heel goed en helder plan, bleek vanmorgen, toen ik twee kleine foutjes ontdekte. Ik moest denken aan de handwerknon op de lagere school en mijn rode poppenbroek die met een theatraal gebaar iedere keer opnieuw werd uitgetrokken. Het gezicht van de non stond bij de derde keer op onweer, lippen samengeperst en woorden die sisten dat het niet deugde.

Een echte handwerkster word ik nooit. Er zijn in al die zeventig jaar zegge en schrijven twee truien, een troostdas tijdens de revalidatie en dit exemplaar van de pennen gekomen. O ja, en het poppenbroekje van rode katoen na een heel jaar, met gaatjes erin gebreid voor het witte elastiek. Een broddellapje noemde mijn lichtend voorbeeld het.

Het boek ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ van Anjet Daanje is aangrijpend, maar op een hele andere manier dan de biografie van Etty, waar lief nu in leest. Niet te vergelijken natuurlijk, maar het geeft wel inzicht in hoe het in die tijden rond 1850 er aan toeging. De benepen dorpssfeer, het harde sappelen van sommigen om rond te komen, de wonderlijke gedachten over de liefde, begeerte, het huwelijk.

Het is een boeiende rondreis door de tijd en de manier waarop alles beschreven wordt. Het leven van elf mensen wordt uitgediept en toegespitst op de twee zussen en hun aantekenboekjes binnen drie eeuwen. Het is voorwaar een staaltje van vertelkunst.

Dit weekend is het allerlaatste etsweekend. Ik zal er helaas niet bijzijn. Het brengt me wel terug naar al die jaren die we met plezier hebben doorgebracht in dat huis aan de rand van het prachtige Reestdal. Meestal reisden vriendinlief en ik met z’n tweeën er naar toe, sliepen in dezelfde kamer en etsten ons twee dagen lang een slag in de rondte. Zij met heel veel techniek en kunde en ik kraste met forse hand, zo heette het, mijn tekeningen in het zink, probeerde de werking van de zuurbaden te begrijpen, hoe belangrijk donker en licht was en wat daarvoor kwam kijken om het goed te doen. Het wonder iedere keer weer als het van de pers afrolde, cadeautjes, waarvan je je afvroeg of je het daadwerkelijk zelf had gemaakt.

Niet alleen het etsen was heerlijk, ook de omgang met de vrienden, het ambachtelijke bezig zijn, de geur van die heerlijke inkt, de handelingen voor het prepareren van een etsplaat, de liefdevolle zorg en toewijding waarmee onze ‘meester’ en zijn vrouw invulling gaven aan alles. Mooie opbouwende en waarderende woorden voor iedereen, bewondering, humor, kunde en heel veel liefde, dat proefde je door alles heen. Aan alle goede dingen komt een eind. Maar de mooie warme beelden, elk jaar in het eerste weekend van november, zullen me altijd bijblijven.

De omgeving is er ook prachtig. De imposante Schotse hooglanders, de hei, de houtwallen, de vennetjes, het is er allemaal. De natuur op haar best. Al gunden we ons weinig tijd om te gaan wandelen. De tuin was zelf al een ware oase en nergens anders was er de herfst zo vurig als daar. Ze speelde ton sur ton met de vacht van de runderen. Daar waren begin november zelfs nog de laatste warme dagen te beleven en konden we buiten zitten bij de vijver, met een lieflijk prieeltje ervoor en genieten van een verdwaalde vlinder, die er toch nog rondfladderde.

Een mooie herinnering die het verdient om omlijst te worden met alle warme gevoelens vanwege de vriendschap, het vakmanschap en de schoonheid van het scheppen.

Overpeinzingen

Werk aan de winkel

We begonnen gisteren de dag met genieten van de opkomende zon en van elkaar. Lief maakte eerst een wandelingetje over het land en had zijn oude stok weer gevonden. Hij kwam terug met zijn staf, breedlachend. Dochterlief en ik zaten in een lang videogesprek. Even bijpraten, dat was nog niet gebeurd. Alle wederwaardigheden kwamen ruim aan bod. Zo heerlijk dat ver weg ook heel dichtbij kan zijn.

We kwamen met de boodschappen de winkel uit en hoorden een kleine pork uitgebreid iets tegen zijn moeder vertellen in het Nederlands. Het hart veerde even op. Wat klonk dat vertrouwd. Het hotel voor de terugreis is geregeld. Een klein, duurzaam en zeer betaalbaar onderkomen voor een nacht. Ook het vignet voor Oostenrijk is binnen. Al die zaken moesten gisteren geregeld worden.

Er kwam een vraag of we de Tijdwijzer dit jaar vervroegd konden laten uitkomen, met als thema ‘IJs op de Lek’. Onmiddellijk gingen, zoals gewoonlijk, de radartjes aan het werk en er schoten ideeën voor het verzinnen van legendes tot parabels voorbij. Dat gaat wel lukken de komende twee maanden.

Op FB stond een artikel van Filosofie magazine over het ongeremd spuien van meningen op social media. Die ochtend had ik al lopen verzuchten dat mensen kennelijk niets beters te doen hadden dan hun gram te halen en af te geven op anderen. Die hand wil maar niet in eigen boezem. Dit artikel kwam als geroepen.

Frans van Peperstraten heeft bedacht dat het smaakoordeel van Immanuel Kant ons nader tot elkaar kan brengen en doet in een notendop uit de doeken hoe dat zou kunnen werken. Hij schreef het boek: ‘Oordelen zonder regels. Kant over schoonheid, kunst en cultuur’. Hij is filosofiedocent aan de Universiteit van Tilburg. Martijn Meijer gaat hier met hem in gesprek. Die ongeremde spuiers die aan de lopende band oordelen en veroordelen zouden zeer gebaat zijn bij deze overpeinzing. Van Peperstraten geeft aan dat we ons een ongeluk communiceren maar niet over een gemeenschappelijk kader beschikken. En juist daar gaat het boek ‘Kritiek van het oordeelsvermogen’ van Kant over’. Het is derhalve actueel.

Kant gaat er vanuit dat alle mensen dezelfde vermogens hebben. Dus als ik iets vind van een kunstwerk dat ik gezien heb, kan een ander daar ook iets van vinden. We bezitten allebei een oordeelsvermogen. Dat betekent niet dat de visie overeen moet komen met de jouwe. Erover in gesprek gaan en beide meningen uitwisselen wil niet zeggen dat je de ander perse moet overtuigen van jouw mening. Je maakt het slechts ‘algemeen mededeelbaar’. Het mag wel gedeeld worden door een ander.

Nog steeds betekent het niet dat een ander verplicht is die mening met jou te delen. Door erover in gesprek te gaan en vooral ruimte te geven aan elkaar om uit te leggen wat het voor jou betekent en vice versa zou deze vorm van oordelen, het smaakoordelen, bij kunnen dragen aan een beter begrip naar elkaar toe. ‘Iemand in zijn waarde laten’, was vroeger een gevleugelde uitspraak. Even afstand nemen en overpeinzen helpt. Daar komt mijn lieve vriendin nogmaals om de hoek kijken. ‘Oordeel niet, verwonder je slechts’, ligt in dezelfde orde van grootte. Daaruit blijkt ook dat je oor hebt voor de visie van een ander.

Dat zelfs de grootste filosoof wel steken kan laten vallen blijkt uit het werk van Kant, geeft van Peperstraten aan, als hij in zijn werk wel discriminerende opmerkingen maakt over primitieve volkeren en vrouwen. Een mooie theorie ontwikkelen en bijschaven is één, maar het ter uitvoering brengen is vaak moeilijker dan we denken. Niets menselijks is U vreemd. Er blijft altijd werk aan de winkel.

Overpeinzingen

In het rimpelloze meer weerspiegelt de herfst

Het boek is dicht. Letterlijk en figuurlijk. Etty’s verblijf in Auschwitz is tot het laatst toe onzeker gebleven. Maar haar lot was vanaf de aankomst bestempeld. Wat een oneindig integere manier om met de feiten, meningen, herinneringen, het geschreven woord in dagboeken en brieven om te gaan. Judith Koelemeijer heeft een monumentaal verhaal gemaakt van het leven van Etty Hillesum en verdient lof en respect.

Diep onder de indruk zit ik aan de houten tafel bij het keukenraam. De herfst trekt ons in snel tempo de winter in, nu de laatste bladeren opgeofferd worden aan een zoet windje. De nachtelijke kou omsluit de bibberende hosta’s, ze krullen hun blad. Dat er mensen zijn geweest die zich de gotspe in het hoofd hebben gehaald om te beslissen wanneer een volk aan een eeuwigdurende winter moest beginnen. Het is on-ge-lo-fe-lijk. Nog altijd. Het kost moeite om de gewone draad weer op te pakken en van dit levensverhaal los te komen. Het zorgt ervoor dat ik een veld met gele lupinen wil zien, temidden van de heide. Dat veld dat Etty in Westerbork troost schonk en de rust gaf om haar brieven te schrijven, om er met haar vrienden te praten, om de schoonheid van de natuur te zien temidden van alle ellende.

Lief grijpt zijn kans en duikt onmiddellijk het verhaal in, zoekt naar ontbrekende schakels, als hij iets tegenkomt en niet precies de geografische aanduidingen meer weet. Hij heeft er op lopen spinzen, om aan het boek te mogen beginnen. Langzaam daalt de heftigheid in mij neer. ‘Kalmte zal U redden’ bedenk ik me. Het verleden behoedt nog altijd.

Gisteren zagen we de broze negentigjarige Marjan Berk bij de laatste aflevering van De Geknipte Gast van Eus. Wat een dijk van een vrouw, een krachtige boom, een prachtige berk liet Eus in zijn gesprek naar voren komen. Hulde aan de gespreksleider en niet in de laatste plaats aan de gast.

Gisterenmiddag, omdat de zon zo prachtig scheen, toerden we na het boodschappen doen door het achterland aan de overkant van het dorp. De kleine blauwe paste door zijn nietigheid precies op de weggetjes waar aan weerskanten de gaten in waren gevallen en alleen in het midden berijdbaar asfalt lag.

Altijd weer overrompelt de weidsheid van het land, de onnoembare ruimte zo ver als je kijken kan. We zien roofvogels biddend boven het veld staan, om vervolgens neer te duiken met duizelingwekkende snelheid en daarna weer op te waaieren met een paar slagen van de grote vleugels. Ze zijn groter dan de sperwers en buizerds. Een heeft opmerkelijk grote poten. De zon is te fel om ze goed gade te slaan en de telefoon is te nietig om ze op die hoogte en van die afstand vast te leggen. De kleine dorpen zijn achteloos in het land gestrooid met als baken steevast de kerktoren. Soms half vergaan, omdat een rotsvast vertrouwen in het geloof nou eenmaal niet genoeg is om de tand des tijds te doorstaan. Ze zijn in een even deplorabele staat als de weggetjes er naar toe. Alle wegen leiden in dit geval naar Szigetvar terug.

Daar nemen we halverwege de weg naar huis een nieuwe afslag, richting Becefa, een oud wijndorp dat tegen een heuvel op ligt. Het is er aangenaam lieflijk en sfeervol. Niet alleen door de kleine wijnhuizen, die soms opgeknapt, soms ineengezakt steun zoekend bij elkaar, in een lange rij langs de weg staan en waar de druivenranken eveneens in lange rijen staan. Rechts is een van de vele vismeren die ze hier rijk zijn en waar nooit in gezwommen mag worden. Er wordt druk gevist. We rijden door, maar de weg leidt naar een pad. waar alleen nog te lopen valt, op de terugweg twee weggetjes die eveneens naar nergens leiden.

De zon werkt in alles mee om het dorp haar lieflijke uiterlijk te bezorgen. Een strak blauwe hemel erboven en zonnestralen op de kleurige huizen. Het licht zorgt voor gladde grasgroene velden. In het rimpelloze meer weerspiegelt de herfst.

Overpeinzingen

Waarop het zoet dromen is

Het glinstert. Alles wat door de zon wordt aangeraakt, licht op en het water op de nog natte bladeren vormen kleine heldere parels aan hun randen.de tuin is sprookjesachtig mooi en omfloerst door dit speciale ochtendlicht. De laatste bladeren van de blauwe regen, die in de zomer de fluweelbomen is ingeklommen, versterken het geel van de hosta en het laatste blad aan de hibiscus.

Na de middag in het atelier te hebben vertoefd, moesten de koude tenen warmen in de bibliotheek waar ik de voeten onder de verwarming kon vouwen, terwijl we het hart verwarmden met de podcast van de VPRO. ‘Nooit meer slapen’ geeft het gesprek weer van Femke van der Laan met de auteur Kader Abdolah, over zijn pas verschenen boek: ‘Wat je zoekt, zoekt jou’. Daarmee wil hij de dertiende eeuwse dichter Rumi introduceren, die de Oosterse taal en poëzie zo beeldend heeft verwoord in zijn talloze gedichten. Het wordt ingeleid met het verzet van de dappere jonge vrouwen, die op dit moment in Iran nog steeds in opstand zijn tegen het regime en weigeren hun hoofddoek nog langer te dragen. ‘Een wonder’ noemt Kader dat, omdat het in deze tijd wereldkundig gemaakt wordt en iedereen op de hoogte is van dit dappere verzet. Hij is bang dat ze het niet zullen winnen omdat het enige wat van belang is voor de imam of de ayatollah’s hun grijze baarden en de gesluierde vrouwen zijn. Bovendien kunnen ze nergens naar toe en zullen derhalve kost wat kost blijven.

De stem van Kader klinkt gedragen, met een vet Iraans accent, dat ik zo herken. Het zorgt ervoor dat je ingespannen blijft luisteren. Een ander gegeven is dat hij veelvuldig in de derde persoon over zichzelf praat. Rumi is hem met de paplepel ingegoten. ‘Kregen we met de melk van de moederborst mee’, zegt hij. Zijn vader was doofstom en dat feit betekende dat hij ‘de taal voor zijn vader’ moest zijn, aanvankelijk een last als kleine jongen, maar later en nu in Nederland een zegen. Zijn moeder ontnam hem zijn kind-zijn, hij werd ruim dertien jaar ‘Man’ genoemd. In die dagen hoorde Rumi bij de opvoeding. Nu heeft hij eindelijk de kans gekregen hem te doorgronden en te herschrijven in het Nederlands met behoud van de nuances. Wat een grotere missie voor hem werd, was de brug die hij kon slaan tussen Oost en West met de taal van deze dichter, die schreef over liefde, verlangen, en hoop in een beeldspraak die onze eigen taal aanvult en in balans brengt. Door het bestuderen van de dichter komt hij ertoe om de onaangenaamheden uit zijn jeugd op een hoger plan te tillen en er de meerwaarde van in te zien. Zonder deze bijzondere jeugd was hij nooit een woordensprokkelaar geworden, lijkt me. De stem van Kader is krakerig zangerig, die van Femke van der Laan aangenaam, het is een fijne podcast om te beluisteren.

In de avond is er ‘Intouchable’ die lief nooit had gezien. Omar Sy met zijn ontwapenende glimlach en onorthodoxe aanpak en Francois Cluzet spelen samen de sterren van de hemel. Dit is mijn derde keer en iedere keer weer ontdek ik nieuwe elementen erin. Al met al een ontroerende avond als toetje op een mooie dag, waarop het zoet dromen is.

Overpeinzingen

Alles te kunnen dragen

Zonnestralen breken door het wolkendek, ginder, daar waar ik de horizon weet. Een wolk van koolmezen is neergestreken in de laatste chaotische takken van de druif. Ze dagen elkaar uit om het laatste lekkers weg te snoepen. verdwaald valt een verschrompeld trosje op de grond. Etty schreef twee brieven in Westerbork en ik zoek ze op, vind hen in een editie van Maatstaf. Een strofe blijft hangen naast vele indrukwekkende. ‘Als ik denk aan die gezichten van het groen-geüniformeerde, gewapende begeleidingspeloton, mijn God, die gezichten! Ik heb ze stuk voor stuk bekeken, verdekt opgesteld achter een venster, ik ben nog nooit van iets zo geschrokken als van deze gezichten. Ik ben in de knoei geraakt met het woord, dat het leidmotief van het leven is: En God schiep de mens naar zijn evenbeeld. Dat woord beleefde een moeilijke ochtend met mij’.

Zo voorstelbaar. Was het verbetenheid, dat zich zo duidelijk aan haar heeft gemanifesteerd, haat misschien, woede ook, al die emoties die geen schoonheidsprijs in de wacht zullen slepen. Daar in dat kamp waar het een modderige boel was, werden mensen hun waardigheid ontnomen. Onder andere in de ontluizingsbarak, waar mannen, vrouwen en kinderen kaalgeschoren weer vandaan kwamen, verloren ze niet alleen hun haren en werden ze overspoeld door schaamte. Etty was gevraagd een brief te sturen naar twee zussen en hun te vertellen van de situatie in het kamp. Nauwgezet geeft ze die weer als ze door de barakken loopt en mensen tegenkomt, die haar aanklampen of smekend om hulp vragen. Aandoenlijk en schrijnend.

Etty was er vrijwillig naar toe gegaan en in administratieve dienst van de Joodse raad. Ze kwam te werken bij de ‘Sociale verzorging doortrekkenden’. Ze was betrokken bij de oprichting van deze afdeling, waarvan men hoopte dat ze ook van praktische en geestelijke ondersteuning zou kunnen zijn. Terug in Amsterdam na 2x twee weken in het kamp is ze zelf uitgeput en ziek van alles waar ze getuige van was geweest, maar dacht ze met liefde aan Westerbork en met heimwee terug. Lief leest de brieven nu en is eveneens onder de indruk. Als iedereen die zich een mening over een ander aanmeet, dit soort literatuur eveneens zou lezen, kon het wel eens heel verrijkend werken.

‘In hoeverre laat je een verhaal binnenkomen’ is de volgende vraag. Omdat er veel gelezen wordt is alles eigen maken ondoenlijk. Ik lees een stuk, brei een pen of twee om het te overpeinzen en vorm daarna de woorden tot een tekst, we praten erover en als het uit is kan ik het weer los laten. Al vind ik het een fijn idee dat we straks met de hele club gedachten uit kunnen wisselen over onze bevindingen, waarbij altijd een deel van onze eigen geschiedenis aan bod komt. Lief laat het diep binnenkomen. Dan duurt het langer voor een en ander verwerkt is.

De zon is blijven schijnen. Het ziet er buiten mooi en vredig uit. Achter glas is het heerlijk behaaglijk. In Westerbork stond midden in het kamp een veld met gele lupinen. Etty zat graag aan de rand van het veld en genoot van de schoonheid en de stilte. Nergens anders was een gedachte zo van toepassing als hier: ‘Onder de hemel is men thuis. Op iedere plek van deze aarde is men thuis, wanneer men alles in zich draagt’ vertelde ze een vriend. Ze voelde het oprecht zo en ze had het gevoel alles te kunnen ‘dragen’.

Overpeinzingen

We weten helaas beter

Het is binnenzit-weer. De podcast van Yvette van Boven en Teun van de Keuken tipt een aantal vraagstukken aan. Van die problemen die zomaar ineens vragen oproepen en daardoor ook nieuwe overpeinzingen meebrengen. ‘Hoe zit het met fooi geven’ is er een. Dergelijke zaken zorgen altijd voor een schaamrood op de kaken omdat ik of een te hoog of een te laag bedrag noem in de haast om mijn dankbaarheid te tonen. Maar ja, het vergt even tijd. Niet als je de tien procent aanhoudt, maar vijftien wordt lastiger uitrekenen. Voor het gemak de tien dan maar. Als je het omrekent naar het aantal mensen die voor je in touw zijn geweest, dan is dat bedrag soms maar matig. In een duur restaurant bij een bedrag van 500 euro mag je gerust een flinke tip geven, maar als de gerant die persoonlijk komt innen, dan moet je er bij zeggen dat het niet voor hem maar voor zijn personeel is. Als je niets zou zeggen dan is het gênant. Dat van al die medewerkers is iets, waar ik nagenoeg niet bij stil sta. Vaak is het de manier waarop je geholpen wordt, dat de hoogte van de fooi bepaalt. Gemakshalve vergeet je daarbij de andere inspanningen om jouw maaltijd op het bord te krijgen. Een lesje wijzer.

De tweede podcast luisteren we met z’n tweetjes. Roots-magazine brengt een dagelijkse podcast die De Notenkraker heet en dat gaat onder andere over de bijzondere aard van de doodgewone vogels in ons land. In deze versie kwam de kauw aan bod. De geluiden die ze laten horen brengen ons kilometers terug naar onze dakgoot in Nederland waar Ka en Kja al jaar en dag in de dakgoot wonen. Normaliter kwebbelen ze ons wakker in de vroege ochtend of zetten een boom op met de kauwtjes uit de buurt. in de avond hebben ze vaak groepsoverleg in het park aan de overkant. Dat ze slim en sociaal zijn wordt ruim bevestigd. En passant horen we ook dat de Geelsnavelkoekoek in ons land is gespot. Helaas heeft hij zijn lange vlucht niet overleefd en we leren een zwart-witte kauw kennen, die op een ekster lijkt en die luistert naar de soortnaam Daurische kauw. Ze is nauw verwant aan die van ons. Hier in Verweggistan vliegt de bonte kraai rond, die er op lijkt. Allen zijn heel intelligent.

Vanmorgen vroeg was het de beurt aan Etty Hillesum. Na twee intensieve hoofdstukken schuift de biografie op de vensterbank van het keukenraam gezusterlijk naast de vorderende sjaal met de mooie tinten en bovenop de editie van Atelier van deze maand over de digitale mens. De berustende gedachten van Etty over haar naderende nabije toekomst denderen na. Het verzet tegen de aanvaarding en de kalmte nemen mijn verdriet in mijn hoofd mee en tillen haar over de onzalige tijdsgeest heen. Ondanks de wetenschap dat het zo is gegaan en als geschiedenis is opgetekend.

De wereld van nu in samenspraak met het leven van toen. Het moet een plek krijgen, maar er valt veel te overdenken. Het zal nog even duren voor ik weer op adem kom en de knoop rond het hart is opgelost. Ik besluit te gaan schrijven. Dat wat ook herkenbaar is aan het leven dat de vrouw in haar kamer aan het museumplein dagelijks deed, om het denken uit te kristalliseren. Misschien helpt het deze tegemoet lopende wending van het lot te begrijpen.

Lief ontdekte van de week dat er in de stamboom van zijn moeder een aantal familieleden in Sobibor geëindigd zijn. Zo onder de huid van Etty te kruipen zorgt ervoor dat de kwetsbaarheid als heel dichtbij wordt ervaren, evenzo de wetenschap over het lot van een deel van je eigen familie. Al met al lijkt de hele geschiedenis onwerkelijk. We weten helaas beter.

Overpeinzingen

Kinderlijk eenvoudige wonderen

Lief heeft een schat gevonden in de schuur. Nou niet echt gevonden, hij was ernaar op zoek. Om het grote hek voor zit een kabel, waar nog maar een sleutel van is. Daarom moet er telkens een goede vriend komen als we arriveren. Hij heeft voor het beheer van het huis tijdens onze afwezigheid alle sleutels aan zijn bos. Dus ook dat enige exemplaar van het hek. Een onhandige situatie, daarom bedachten we een nieuwe kabel met twee of drie sleutels. Door die afweging herinnerde lief zich ineens weer het doosje met sleutels. Er lagen zelfs twee kabels achter. Nu was het zaak om de juiste sleutels erbij te vinden.

Het deed me denken aan het knopendoosje van mijn moeder. Niets leukers dan mooie knopen zoeken om vervolgens er een gewaad bij te fantaseren, of oorhangers, of armbanden. Een schattendoos bij uitstek. Er zaten nog geërfde knopen van oma in, met stof omkleed en ook van die fijne paarlemoeren, die je in de jaren zeventig nog wel tegenkwam aan de dertiger-jaren-jurken van Crêpe de Chine, waar ik destijds hippie wise in rond liep. Knappe knopen die pasten bij de rijke stof en daarmee kleine bijous werden.

De naaidoos van thuis was een andere schattenkist. Daar zaten d vele kaartjes Brat in en de metalen naaldvoerders, garen en band met geschulpte rand, gehaakte pico’s voor de kastranden, knopspelden met vrolijke gekleurde knoppen, porseleinen en zilverkleurtige vingerhoeden en haaknaalden in een mooi beschilderde houten koker.

Bij mij in het gezin was de verkleedkist de grootste schat. Een voorraad aan oude India hippiejurken, sarongs en kebaja’s, kleurrijke glanzende sari’s, voile lappen, hoeden te kust en te keur, sjaals en wat dies meer zij. De buit uit een vroeger leven en de verzameling werd aangevuld met de wonderlijke vondsten bij het uitzoeken van de zakken met tweedehands kleding, die in grote containers bij de kringloop werden aangeleverd en die stuk voor stuk door mijn handen zijn gegleden.

Er waren bijzondere dingen bij en dat leverde in mijn hoofd tijdens het sorteren een keur aan verhalen op. Een koffer met een hoeveelheid damesschoenen, maat 46, bijvoorbeeld of een hele verzameling koloniale jassen en vesten met gouddraad bestikt en een bijzondere Chinese jurk, met een wespentaille waarvan ik behoorlijk onder de indruk was.

De kinderen hielden hele verkleedpartijen en speelden moeiteloos hun verschillende rollen. Eerst de meisjes samen, maar al gauw werd de tweeling ook ingeschakeld om baby te zijn of zusjes. De jongens lieten zich gewillig van alles aantrekken. De dametjes hadden geen aankleedpoppen nodig om de verschillende sluitingen te oefenen. Het materiaal was allemaal voorhanden. Met de sari’s werd hun domein, de hele zolder, omgebouwd tot sprookjespaleis. Alles kon en alles mocht, want het was iets wat ik zelf zo graag zou hebben gedaan als kind. Bij ons in het ouderlijke gezin was eenvoudigweg de ruimte niet met elf kinderen. Elk hoekje en gaatje was bezet, wat niet belemmerde om toneel te spelen tussen de stapelbedden in, met de verknipte nylon kousen van mijn moeder, omdat we een arme Puntje en Anton moesten spelen. Iets wat ze achteraf geen goed idee vond, werd zus en mij al snel duidelijk.

Zo fantaseerden we onze wereld bij elkaar en wat zou ik het graag nog eens dunnetjes overdoen, maar dan op grote schaal met een fantastisch, vreedzaam, utopisch verhaal. Had ik het toverstafje uit de verkleedkist nog maar. Daar kon je de wereld kleurrijk mee toveren en vol kinderlijk eenvoudige wonderen.

Overpeinzingen

Het moet niet gekker worden

Hoera, zonnestralen door het raam. Lief moet verplaatsen om zijn schrijfkunsten te kunnen blijven aanschouwen op de laptop. Bij het naar buitenkijken is er een glimp van een blauwe lucht te zien. Zon maakt blij en zet de dag letterlijk en figuurlijk in een ander licht. De dikke grijze deken tot dan toe rafelt in een schapenvacht uiteen. Wie weet, kan er nog gewandeld worden. Het weer wordt ten tijde van retraites een belangrijke aanwijzing voor het verloop van de dag. Druilt het de hele dag, zoals gisteren, dan nodigt het uit tot binnenshuis-activiteiten. Zodra de zon zich meldt, kriebelt de drang om een deel van de Baranya te verkennen en ons te verliezen in de kleine dorpen om het onze heen.

In de Datsja verdwijnt de tijd. Er kan ineens drie uur voorbij schieten, waarbij ik verstijfd van de inspanning en de kou mijn spieren moet opwarmen. Na heel veel geduw en getrek, het betere boetseerwerk, zie ik in de hoofden van de kleine filosoof en zijn zus de herkenning. Als dit lukt dan misschien ook wel de vier zussen, het doek dat braaf lachend tegen de muur aanleunt en dat zich afvraagt of er nog een keer schot in het geheel zit. Geduld is een schone zaak.

‘Even tot hier’ in de herhaling en als altijd een verademing. Het brengt het nieuws met de nodige ironie en tegelijkertijd geeft het een kwinkslag naar de ontvanger. Het lijkt allemaal vreselijk en onmenselijk wat er plaats vindt, maar niets is ons mensen vreemd. Wat een kracht aan taal herbergen de jongens. Hun ‘best wel moeilijke onderwerpen in een minuut’ bevatte een waarschuwing tegen Tiktok en vat in die zestig seconden zo’n beetje de kern van het hele probleem samen.

Patatjes voor de zondag. Franse frieten staat er op de zak en met de majonaise smaken ze zoals het hoort. Hollandse frieten in een Franse jas op Verweggistan-bodem. Gefrituurde chiliballetjes en augurken completeren het geheel. Het verpozen na een dag van zware kost, het schilderen, het lezen over de Kwantummechanica dat lief heeft herontdekt en bestudeerd en waar veelal de boeiende gesprekken over gaan, noopt tot luchtig FBI-vermaak. Vooruit, een moet kunnen, maar die gekke zender propt drie films ineen. We soezelen ons door de avond heen en slapen een gat in de duisternis omdat lief de buitenlamp heeft vergeten aan te doen. Contouren zien biedt mij het ultieme gevoel van veiligheid.

De biografie van Etty in de vroege morgenuren is een eye-opener als het gaat om het linkse milieu waar ze in de jaren dertig in verkeert. De studenten zijn rebels, zetten zich af tegen hun bourgeois ouders, de vrouwen maken er geëmancipeerd deel van uit en de hele sfeer in de antifascistenbeweging doet me denken aan de roerige jaren zeventig. Zo’n vooraankondiging van grote veranderingen, zowel politiek als maatschappelijk is voelbaar door alle gebeurtenissen heen. Het boek is nauwelijks weg te leggen, maar dan zijn er nog zoveel meer leuke dingen om te doen.

Ik denk aan het thuisfront, waar Pluis verwend wordt met een warme kruik, waar ze tegen aan wil liggen en de situatie van tweede zoonlief die met één verwarming slechts de hele kamer moet stoken, laat me piekeren en meeleven. Enkel in gedachten, want er is weinig meer wat er van hieruit valt te doen. Die kou heeft hen allemaal overvallen. Nederland op de schaats terwijl hier de dag door de zon als een cadeautje wordt uitgepakt in een behaaglijke zeven graden. Het moet niet gekker worden.

Overpeinzingen

Om te koesteren

Lief scharrelt wat rond op zolder, op zoek naar een lamp, die kan blijven staan in de Datsja als aanvulling op de vier vaste muurlampen die er zijn, maar die voor het schilderen net te weinig gericht licht geven. Hij komt naar beneden met vergeten servies, messen en een koperen bureaulamp, zo’n mooi ouderwets exemplaar die slechts een stofdoek behoeft om er weer als nieuw uit te zien. deze zolder bergt veel van het verleden. De lamp behoorde bij de achtergebleven inboedel in huis en is dus van een respectabele leeftijd. Geen butsje te zien en glanzend, zoals het een lamp met cachet betaamt. Hij neemt het mee naar de hut en doet daar een uurtje de verwarming aan. Daarna mag ze uit, anders wordt het een zuurstofarme toestand. Vorige keer werkte de formule perfect en was het warm genoeg om de hele middag te kunnen schilderen.

De tweede bol aan de sjaal vordert gestaag en is al bijna op de helft. Het leuke van werken met vijf verschillende kleuren is de afwisseling. Bovendien is de samenstelling van deze serie wolletjes van het merk Ecopuno prachtig. Het is een welkome afwisseling tussen het lezen, de artikelen, het puzzelen en het kijken naar bepaalde boeiende programma’s door.

Eus was op zijn best bij sterren op het doek met Monic Hendricks en de kunstenaars trouwens ook. Aquarel, acryl en pastelkrijt en olieverf. Het meest intrigerende doek van Dorien Plaat had wat dreigends. Als je de kunstenaar bezoekt op haar website, altijd boeiend overigens, dan kom je uit bij iemand die graag de ‘Ongeziene mens’ schildert en dus datgene wat diep verborgen blijft. Daardoor begrijp je haar gelaagde schilderijen beter. Misschien is de confrontatie vrij heftig, want er worden geen doekjes omgewonden. Ze schildert ala prima en met pastel en acryl. Monic koos voor het veilige en kunstige aquarel van Joost Alferink.

Ik mijmer wat door over wat deze Dorien Plaat beoogt net haar kunst. Sommige portretten van haar die ik tegenkom op internet, geven veel te denken of raken juist door een altijd wat sinistere sfeer die er omheen hangt. Zoals Dumas mij ook altijd kan raken, maar waarbij haar werk soms ook moeilijk is om naar te kijken. Esthetiek is een wonderlijk iets. Schoonheid krijgt kracht als het meer te zeggen heeft dan alleen maar mooi zijn. Wat maakt het los, wat wordt er wakker.

Een sprong in de tijd door het doorbladeren van de blogs brengt me bij 20 november 1921. In de ban van het opruimen kwamen de grote fotobakken onder mijn bed ter sprake. Het werd een nostalgische toer door het leven. Flierefluitende tieners, ouders van een jong gezin, kinderen in bad, in bed, aan de paastafel met heel veel gele narcissen, de vakanties, alle vrienden van vroeger, en dan plotseling de vader van de kinderen die niet langer verandert. Mijn zus zet onder de foto’s van hem op facebook gisteren ter ere van zijn verjaardag: ‘Forever Young’. Zo is dat. Geen dag ouder geworden hier in dit aardse bestaan. Inmiddels hebben de bakken een andere plek gekregen, zijn er al meer foto’s ingescand, hebben kinderen foto’s meegenomen en heeft de transformatie bijna helemaal plaatsgevonden, van slaapkamer tot werkkamer. Nou ja, daar valt nog wel wat te verhapstukken. Bij ons springen de rimpels erin, zakken de buiken uit, gaat het leven door en knaagt de tand des tijds fysiek zich een weg. De herinneringen blijven gelijk. Om te koesteren.

Overpeinzingen

In alles wat daarna komen zal

Half zes in de ochtend en ik zit op mijn geliefde plekje bij het keukenraam. Naast me liggen het breiwerk, de biografie van Etty Hillesum, het boek ‘Tekenen met het rechterbrein kun je leren’ en een oude ‘Zin’ met mooie doorgroefde koppen erin van vier dames die de honderd hebben gehaald. Uitstekende oefeningen voor het portrettekenen dat past bij hoofdstuk 14 ‘Een portret tekenen zonder taal‘. Het eerste deel begint met de titel: De onbetrouwbare werkelijkheid van het linkerbrein. Het is een manier om het tekenen van de jouw bekende werkelijkheid te tackelen en alleen op licht en donker en vormen af te gaan. Daarnaast reis ik als een razende Roeland door de tijd en schiet heen en weer van 2022 naar de duistere oorlogsjaren waar Etty in verkeert. Lezen maakt het mogelijk.

Lief sprokkelt zijn dromen bij elkaar. Buiten wordt de muur van duisternis langzaam doorbroken. Contouren van de fluweelbomen en de ranken van de druif tegen het oude prieel scheppen orde in het zwartste zwart. Steeds beter valt het geel van de bladeren, die de boom nog draagt, te ontwaren.

De vader van de kinderen is vandaag jarig en viert het vast daar boven op zijn wolk. We vieren het in gedachten met hem mee, ieder op zijn of haar eigen manier. Vandaag kom ik vast een buizerd of een valk tegen, de allegorie voor zijn persoon, omdat hij verlangde vrij te zijn als een adelaar. Zodra er een roofvogel in de buurt is of boven onze hoofden cirkelt, voelen we zijn aanwezigheid. Dat te weten maakt verlies zachter.

Na een aantal bladzijden moet ik de biografie telkens weg leggen om alles te laten bezinken. Wat gebeurt er veel in dat roerige leven. Haar relaties met mannen, de studies, de ingewikkelde manier waarop je de fout in kon gaan als je even niet oplette of omdat je ook in je levensonderhoud moest voorzien. Ik kende het al zijdelings uit de biografie van Toonder, maar door de verhalen komt het heel dichtbij en zijn de gebeurtenissen die beschreven worden, welhaast voelbaar. De manier waarop ze haar studie diende te onderbreken omdat de universiteit verboden was voor Joden. Na het studentenprotest in Leiden werd de hele universiteit gesloten. Geen wonder dat er in de groepjes studenten die bij een hoogleraar thuis college konden volgen, de haat tegen de bezetter sterk overheerste. Etty was er nog steeds van overtuigd dat haat en wraak niet de peilers mochten zijn van het verzet. ‘Er was geen andere weg dan die van de liefde’.

Wat zouden we zelf doen in zo’n situatie, vraag ik me af. Zo altruïstische te kunnen zijn terwijl er de meest verschrikkelijke dingen om je heen gebeuren. Ze moet over veel binnenruimte beschikt hebben om zo liefdevol naar de mensheid te blijven kijken. Ik denk aan mijn oude vriendin, die ooit de raad gaf om ‘niet te oordelen, maar slechts verwonderd te zijn’. Een opmerking die hout snijdt en het is in dezelfde orde van grootte. Ruimdenkende mensen, die te allen tijde voor ogen houden dat we allemaal mensen zijn. Het verleden fluistert: ‘Hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen’.

Ondanks de kalme rust hier neemt de tijd een vlucht. Ze is al over helft van de maand heen. Het is fijn om te weten dat het zo zal blijven tot we de deur hier dicht trekken om terug te gaan. Dat brengt de balans in alles wat daarna komen zal.

Overpeinzingen

We zijn benieuwd

Na regen komt zonneschijn en na de dichte mist van de ochtend kwam nog een stralende dag. Wat een mazzel We reden na de boodschappen nog even door naar het gebied achter ons dorp. Dat weggetje had ik eerder gereden tot aan de graansilo’s maar nu reden we door, kwamen door twee arme dorpen heen en zagen een oude schaapsherder die zijn kudde, compleet met een indrukwekkende bok, aan het hoeden was.

Voor ons uit reed een soort van SRV-man die zijn waren vanuit het zijraam in een bestelbus verkocht. De weg was Hongaars-slecht, stoplappen overal. De kleine blauwe reed dapper voort, kuilen en butsen zo veel mogelijk vermijdend en schuddend vervolgden we onze weg. Tegen de glooiende heuvel stonden kleine huisjes op een terp met erachter een veldje met wijnranken, sommige waren opgeknapt, anderen vervallen en soms werden ze niet het hele jaar door bewoond. Lief vond het weer net zo prachtig als ik, omdat hij door mijn blik op de schoonheid van de eenvoud van het gebied gewezen werd met als altijd de verademing van het weidse groene land, zo ver als het oog reiken kon.

Terwijl ik aan het gesprek denk van gisterenavond met het onderwerp asielzoekers, omdat een van ons daar vrijwilliger was geworden, is het juist de ruimte in elk land dat me bezig houdt. Zoveel plekken op aarde, waar mensen zouden kunnen wonen, een nieuw bestaan op zouden kunnen bouwen, zoveel stukken akkerland hier, vrij in de natuur.

Lief leest een artikel uit de Groene van James Bridle, een kunstenaar en schrijver van het boek ‘Ways of Being: Beyond human intelligence’. Af en toe komt er een stelling of opmerking langs. Hij is het vrijwel in alles met de schrijver eens en deelt de mening hoe bevrijdend het is om te weten dat wij niet de belangrijkste soort van leven zijn. Dat alles wat leeft van waarde is en zelfs van een grotere waarde dan wij kunnen bedenken. Zo zijn er planten in het Pindusgebergte in Griekenland die kunnen leven op vervuilde grond en de schadelijke stoffen in hun bladeren en stengels opslaan. Naast het leveren van zeldzame metalen, onder andere nikkel, saneren ze de bodem, waardoor deze geschikt wordt voor de teelt van andere gewassen en door koolstof vast te leggen in hun wortels. Zo zijn er nog veel meer voorbeelden van die deze James in zijn boek heeft vastgelegd en dat zeer de moeite waard is om tot het besef te komen dat de natuur voor alles wat wij uitgevonden hebben allang zelf iets en vaak veel ingenieuzer had bedacht.

De bewustwording ervan is belangrijk. Als je ergens van overtuigd raakt bij het lezen van het boek is dat je niet langer over de natuur heen moet walsen maar dat je tot een interactie zou moeten komen zodat het respect voor al wat leeft alleen nog maar kan groeien. Hoe nietig, hoe klein is de mensheid. Er zijn andere manieren om de wereld te kennen en ernaar te handelen door bijvoorbeeld ook onze eigen leefpatronen te veranderen en deze kennis te omarmen. Het doet me denken aan het boek ‘Briljante planten’ van Geert-Jan Roebers, waar deze werkzame eigenschappen van de natuur speels en treffend worden beschreven. Dit zijn de inzichten die onze kinderen verder kunnen helpen.

De Google Meet van gisteren was goed gelukt. 1400 kilometer van ons cluppie verwijderd kan ik moeiteloos volgen wat er allemaal te voorschijn kwam aan gevoelsbeleving bij het lezen van het boek. Boeiend om te weten dat we allen op een na het hadden uitgelezen en de jij-vorm waarin de schrijver de hoofdpersoon laat vertellen voor drie van ons een meerwaarde was. Het was een boeiend gesprek, maar door het ingespannen luisteren en de minder scherpe beelden ook vermoeiend. Toch hielden we het vol, mede dankzij de persoonlijke ervaringen naar aanleiding van ‘Wat je van bloed weet’ van Philip Huff. Het nieuwe boek dat unaniem gekozen werd en volgens mij ook een aardige uitdaging is, is ‘Berg’ van Ann Quin. Enkele treffers ‘Anarchistisch, bedwelmend, humoristisch en donker’. ‘Een klassieker uit de naoorlogse Britse Avant-Garde’, aldus the Telegraph. We zijn benieuwd. .

Overpeinzingen

Winterwanten

Herfst is een kwestie van sluimeren in de mist, een dikke deken trekken over moeder aarde en roepen: Blijf zitten waar je zit en verroer je niet. Ergens waren er nog wat zonnetjes doorgesijpeld in de voorspelde week, maar ook die zijn verdwenen in de neveljas.

Het betekent thuis aan het werk. De gordijnen moeten weer netjes aan de haak, want die zijn er af hier en daar. Dat is geen sinecure omdat de plafonds zo hoog zijn dat ik er met de vier treetjes hoge trap op het bovenste platform nog niet bij kan. Ik heb nog overwogen om het ding op de tafel te hijsen, maar dat vond lief geen goed idee. Daar moet een ladder aan te pas komen en dat is niet geheel mijn stiel. Voorkomen is beter dan genezen.

Dat was in een ander verband ook zo. Gisteren een app van schoondochterlief dat er een naar voorval was geweest. Een ongeluk zit in een klein hoekje. Iedereen was nog gezond, klonk er geruststellend achteraan, maar het blijft de gemoederen bezig houden. In zo’n geval is Verweggistan een brug te ver en wil het moederhart in de buurt zijn. Gelukkig was er hulp genoeg dichtbij en werden er oplossingen te over aangedragen, maar het is toch altijd gedoe, als het dagelijkse gangetje onderbroken wordt door onverwachte gebeurtenissen. Deze kwam wel heel erg uit de lucht vallen, ‘Aus Blaue Hinein’ zeggen de Duitsers en dat klinkt welhaast poëtisch.

Geen rood dit jaar in de tuin maar knalgeel, zowel de blauwe regen als de grootbladige hosta en de fluweelbomen, kennelijk een andere soort dan die uit de volkstuin die alle herfstkleuren van diep rood tot oranje/geel met zich meedraagt. De eerste roodborst is gespot. Ze hipte nieuwsgierig met lief mee, toen hij de druiventakken naar achteren aan het kruien was, nieuwsgierig en gemoedelijk in de heg van takken aan de zijkant van de tuin. Het gras is hoog. Het had eigenlijk nog een keer gemaaid moeten worden, maar de maaimachine heeft het begeven. Ze was al op leeftijd. Er komt een nieuwe, maar wanneer is niet duidelijk.

Gisteren vond ik een goede modus om te kunnen schilderen in de Datsja. De pot met het medium bleef potdicht en door vrij droog te werken met olieverf hou ik het langer uit. Als ik een beetje verdunning nodig heb, dan spoel ik het penseel erin uit en doe het deksel opnieuw dicht. Zo krijgt de lucht geen kans zich te mengen met de nog redelijk ‘frisse’ lucht. Het nieuwe doek is een spannende. Twee kleinkinderen die moeten lijken is een hele uitdaging. vooral als de foto er een is van een spontane omhelzing. Grote broer beschermt zijn jongere zus, zo schattig als de foto is, zo moet de beeltenis worden. Als de spieren verstijven stop ik er mee en wacht er een warme kop thee en een goed gesprek.

De nachten zijn vreemde bijeen gesprokkelde uren slaap met zeeën van gedachten er tussen. Dat ik te weinig doe, lees beweeg, ligt er aan ten grondslag. De juiste modus tussen het bedaarde leven en het andere jagen en jachten ligt nog mijlen ver uit elkaar, maar het gaat er wel komen. Zoeken naar mogelijkheden en anders maar een fysiosessie van mezelf aan huis. Als de tuin niet te nat is, is dat een mooie optie. Daar valt nog heel wat te verhapstukken aan lichamelijke arbeid en die gordijnen dan.

Het klaart al weer wat op. Vriendlief appt net dat bij jullie de laatste bladeren van de bomen afwaaien en zuslief verhaalde over sneeuw in het weekend. De herfst haast zich, maar trekt vast de winterwanten aan.

Overpeinzingen

Geduld is een schone zaak

We waren uitgestapt en bestudeerden de parkeermeter om te zien hoe lang je hier mocht staan en hoe je aan het kaartje kon komen. Het was een in onze ogen al ouderwets muntenapparaat. Lief had er nog voldoende. 900 forinth ging er in, gelieve om 15.17 terug te zijn. We hadden net al dat losse geld erin geworpen toen er ineens een zwerver achter ons stond, die met uitgestoken hand kwam bedelen. Zijn andere hand had hij nodig om zijn broek vast te houden want die dreigde over zijn magere billen naar beneden te zakken. Zijn hand was opgezet en rood gezwollen. We hadden geen muntgeld meer, nou ja die ene forinth die ik in het winkelkarretje stopte. Dat was te weinig en hij vroeg om papier geld. Hij had gelijk want je kan nog geen broodkruimel kopen voor dat muntje.

Daarnaast had hij pech, omdat we niet meer op zak hadden. Later bedacht ik dat lief zijn riem had kunnen aanbieden want terwijl we op zoek gingen naar het museum zagen we hem overal bedelend lopen waarbij hij de broek steeds van zijn magere knieën moest vissen. Deerniswekkend.

We wandelden door de brede straten. Een stad met een welhaast Franse grandeur. Er werd ook hard gewerkt tussen de drie kerken in. De kerstboom stond in de steigers, een enorme exemplaar, en wachtte geduldig tot het zijn tijd was om te schitteren. Er omheen werden houten blokhutten opgebouwd, waar straks de koek en zopie, de kerstartikelen en anderzins hun weg zouden vinden. De kerstmarkt van Kaposvar is zeer gewild. Letterlijk het licht in de duisternis. Nu was het nog volop herfst. Het miezerde een beetje.

We zochten naar een groot gebouw omdat we daar het museum in verwachtten, maar Tomtommetje zei dat we het doel bereikt hadden. Inderdaad vertelde een oud en verweerd bord ons dat we voor het Rippl Romai Museum stonden. We duwden de deur ernaast open en kwamen in een grote hal, een soort overdekte binnenplaats. Er was een klein hokje met een mijnheer die ons vriendelijk eenzelfde soort hokje aanwees als museumloket. We openden nieuwsgierig de deur. De warmte viel in al haar facetten neer. Of we er bezwaar tegen hadden dat er momenteel verbouwd werd. Dat was niet het geval. De majestueuze trappen aan weerskanten van de grote hal waren met een laag stof en gruis bedekt. Boven op de eerste verdieping werd flink gewerkt. Mannen in hun werkoverals zagen er stoffig uit. Toen we op de terugweg een van de deuren open zagen staan, bleek dat er behoorlijk gebikt werd, want alle gewelven lagen bloot. Naast al die arbeid stonden beelden ingepakt in grote lagen plastic met touwen er omheen. Als kunstliefhebber iets om je hart vast te houden.

In het gebouw bleek ook het stadhuis gevestigd en helemaal boven in de nok gaf een deur toegang tot een eenvoudig, wat krakerig museum. Een aanvankelijk stuurse dame die bij het raam zat te lezen, kwam overeind en deed het licht aan. We mochten na het tonen van de entreekaart naar binnen. Ik realiseerde me dat ze bij het raam zat om licht te vangen voor het lezen. De ruimte was verstild en bedompt, er waren geen andere bezoekers en het vermoeden rees dat het doorgaans niet drukker werd dan dit op een dag. Helemaal achterin de eerste gang vlak bij het toilet bleek later nog een vrouw te zitten. Ze telde de bankbiljetten. Door de hele ambiance werden we decennia teruggeworpen in de tijd.

Ondanks dat genoten we van het aanbod. Rippl Romai voorop en naast hem nog een aantal kunstenaars, met zowaar wat werk van vrouwen. De doeken die er uitsprongen werden goed opgeborgen achter het deurtje ‘inspiratie’. De doorkijk in het atelier van de schilder was vermakelijk en herkenbaar. Een tafel voor zijn krijt en een andere voor de leeggeknepen tubes en afgekloven penselen. Een beschilderde kast stond er ook, alsof de kunstenaar bij gebrek aan inspiratie, zijn kast maar was gaan opvrolijken.

De buitenlucht was welkom na al het stof, de kleine blauwe stond trouw te wachten. De kostuums had men veilig opgeborgen helaas. Om die te bewonderen, wachten we tot de verbouwing klaar is. Geduld is een schone zaak.

Overpeinzingen

Het smaakt naar meer

Het heeft geregend vannacht. De tuin en het land liggen er verstild bij, met druppels aan de bladeren, hier en daar een dwarrelend blad, grote druppels van de gesnoeide oude ranken van de druif. Gisterenmiddag zijn we ermee aan het stoeien geweest en hebben ons een weg geknipt door de wirwar van takken. Nu zijn er nog twee aan te pakken stukken over en daarna proberen we het leiden van de takken langs de zijkanten omdat de bovenkant van het prieel het echt wel heeft begeven. Nu de chaos weg is is er ook meer leven. Er fladderde zelfs een late atalanta rond, midden november.

Vannacht was het onrustig. Om half vier was ik klaar wakker en het lukte niet om de maalstroom aan gedachten te stoppen. Schapen sprongen hardnekkig achter elkaar over het hek, maar ik raakte de tel kwijt, het terugtellen liep spaak en Klaas Vaak weigerde ten enenmale dienst. om een uur of half zeven gaf hij schoorvoetend toe en in de twee dromen die volgden, kwam de hele goegemeente langs, kinderen, kleinkinderen, zussen, kindereen uit mijn groepen je kon het zo gelk niet bedenken en daarbij werd gerollerskate, werden we gesommeerd het ziekenhuis te verlaten wegens een verbouwing,werd er een baby geboren. Dodelijk vermoeiend zo in een paar uur. Om half negen was er gelukkig koffie.

Vandaag gaan we naar een museum in Kaposvar. Het is een allegaartje van bezienswaardigheden, dus we zijn benieuwd. Er zijn wat folkloristische kostuums te zien. Kolfje naar mijn hand, omdat we ooit gedanst hebben in een kostuum uit de Somogy Regio, waaronder onze befaamde flessendans. Er zat een lied bij waar ik alleen nog flarden van woorden van weet en eigenlijk helemaal niet de betekenis heb gekend. Natuurliijk dansten we een csardas in een choreografie, niet mijn sterkste punt, omdat -me laten leiden- niet tot de gebruikelijke gewoonten behoort, maar het lukte altijd wel.

Het was een feest om in de vele lagen van rok en schort, bloes en jak rond te zwieren. De tailles ingesnoerd en de haren in een strakke vlecht met een lang rood lint eraan tot op heuphoogte, witte panty en caracteres schoenen maakten het plaatje compleet. Rode lippen en konen wedijverden met het rode lint. Het publiek was verbaasd als we de flessen van ons hoofd haalden, omdat men in het begin altijd dacht dat er iets onder geplakt zat, zodat ze bleven staan. Het waren rondbuikige V.S.O.P-flessen voor de helft gevuld met water. Wat blijft zijn de mooie herinneringen.

Gisteren luisterden we naar een filosofie-podcast over Cassirer, die in 1929 samen met Heidegger in Davos een beschouwing gaven over hun opvattingen wat Zijn en Tijd en Causaliteit voor hen betekenden. Heidegger verscheen in skipak en werd gezien als de winnaar, Cassirer werd in de ogen van Simon Truwant, die werd geïnterviewd in deze podcast, onterecht als minder interessant afgeschilderd. Cassirer onderschreef de theorie van Kant over causaliteit en rekte het op tot alle culturele vormen die er zijn, zoals natuurwetenschappen, kunst, mythes, politiek, economie, ruimtes, etcetera. Hij is ten onrechte in de vergetelheid geraakt.

Een boeiend gegeven. Deze Cassirer was mij volslagen onbekend. Daarna volgde een gesprek met lief over dit streven naar de allesomvattendheid van deze beschouwing en als we de kunst in dat licht zien, dan vervult het voor ons een cruciale rol, die er zelfs boven uitstijgt omdat het zo’n wezenlijke uiting is van de cultuur in zijn algemeenheid. Daar moet je wel open voor staan. Dit soort podcasts kunnen er een mooie bijdrage aan leveren. Het smaakt naar meer.

Overpeinzingen

Eeuwigheidswaarde

Het boek valt open op de juiste bladzijde dankzij mijn prachtige Sri Lankaanse boekenlegger, ooit van dochterlief gekregen. Net op het punt dat het antwoord geeft op de vraag hoe Etty er toe gekomen was te handelen zoals ze deed. Niet onder te duiken of te vluchten maar ten einde lijdzaam haar noodlot tegemoet te treden. Aan het begin van de biografie over Etty Hillesum was het al een gespreksonderwerp geweest. Hoe kom je er toe om te denken dat in jouw plaats iemand anders zal moeten gaan. Is dat maatschappelijke betrokkenheid op hoog niveau, grenzeloze naastenliefde, wat maakt dat een dergelijke keuze gemaakt wordt.

Een passage van Judith Koelemeijer geeft het antwoord. Er wordt beschreven hoe Etty’s vriend en behandelaar Julius Spier boos werd, toen een gezelschap alle Duitsers over een kam scheerde en hij vroeg hen woedend of alle Duitsers misdadigers waren. Hij leerde haar niet-haten als het enige antwoord op de haat. Deze houding van verzoening en aanvaarding was de bron voor de grote aantrekkingskracht van Spier. Het maakte diepe indruk op Etty. Een activiste was ze nooit geweest. Liever stond ze beschouwend en denkend aan de zijlijn. De taal hielp haar een antwoord te vinden en geestelijke weerstand te bieden. In Spier vond ze een medestander. Boeiend is het om haar ontwikkelingen te volgen. Stof tot nadenken te over.

Ook het boek van Philip Huff geeft voortdurend gespreksstof. Juist door samen een boek te lezen en het te toetsen aan elkaars beleving wordt er een extra dimensie aangegeven. Ik ben dan ook benieuwd naar de bijeenkomst van onze boekenbabbel, die a.s donderdag bij elkaar komt en die ik via zoom mee kan maken. Ervaringen van anderen om er wijzer uit te komen, we kunnen niet zonder.

Banksy in Borodjanka

Op Facebook zie ik een open brief aan iemand. De belangstelling wordt getrokken door het onderwerp. Er staat een muurschildering van Banksy bij die ineens verschenen was op een van de afgebrokkelde muren van het Oekraïense stadje Borodjanka. Een klein jongetje vloerde een volwassen man tijdens een robbertje judo. Banksy was here. Het beeld vertelde alles, woorden waren overbodig. Het kleine overwint het grote.

De briefschrijver, Niels Roelen, verhaalt hoe zijn mening over kunst door het leven heen gewijzigd is. ‘Juist waar de vrijheid in gevaar is, is de kunst echt. Het is een uiting van verlangen, hoop en wanhoop. De muurschilderingen in Borodjanka, voor Rusland entarte kunst die vernietigd moet worden, zijn hier een voorbeeld van’. De brief wordt geschreven aan ene Joyce Roodnat, die kennelijk haar gram had geuit over de klimaatactivisten en hun acties. Hij besluit de brief met deze veelzeggende opvatting. ‘Het offensief van klimaatactivisten tegen de kunst is, net als Poetins invasie van de Oekraïne, een misrekening. Een aanval op de verkeerde vijand met desastreuze gevolgen’. Het volgt mijn hart. Ik begrijp de aandacht die men zo hoopt op te doen, maar waarom de schone kunsten. Ook al was Banksy de eerste die demonstratief zijn eigen kunstwerk vernietigde op een veiling. Kunst is vergankelijk. Nooit werd het duidelijker uitgedrukt. Zijn statement snijdt hout omdat het de vernietiging van zijn eigen werk betrof en van niemand anders.

De impressie van het kleine jongetje en de grote man blijft staan zolang de muur blijft staan. Het zal troost, hoop en verlangen bieden aan veel harten. Dat neemt niemand je af. Wat ooit is meegenomen in de beleving draagt eeuwig bij, nou ja, in ieder geval totdat je er zelf niet meer bent, maar misschien is het dan al gedeeld met iemand anders, of op papier gezet, zoals Etty haar dagboek en haar ervaringen, gedachten en gewaarwordingen en heeft het daarmee eeuwigheidswaarde.