Overpeinzingen

Geen sinecure

Hoera, de fiets is er. Er was nog een probleem met de banden en een Frans ventiel, waar de pomp niet direct op paste, maar met moed beleid en trouw en drie pompen, een van dochterlief en twee uit onze eigen schuur, was het toch gelukt. Als bonus voor het brengen hadden we besloten naar de wedstrijd van de kleine filosoof te gaan en daarmee de fiets uit te testen en die van mij zou ik dan tegelijkertijd uit haar winterslaap wakker kussen. Die banden bleken ook moeite met de lange rustperiode te hebben. Maar toen de pomp eindelijk naar behoren werkte konden we toch met vier luchtbanden naar het veld fietsen. Een lange rechte weg was het en op het veld was het tussen die krioelende kluwens nog even zoeken naar het juiste halve veld en het juiste lieve jongetje. Vanaf de overkant in het allerlaatste veld werd heftig gezwaaid. Gevonden.

Ze deden het fantastisch en scoorden ruim. De kleine filosoof drie schitterende goals, een mooie kopbal zelfs. Sterk aan de bal en een goed technisch inzicht, wat leuk was om te zien. ‘Het zit in de genen’ denk ik altijd als het om een voetbal gaat. Dan is de tweeling onmiddellijk weer in beeld als twee kleine dribbelaars die voortdurend uit de kleine kluwen op het middenveld zich losmaakten richting doel om die tocht succesvol af te sluiten. Zo’n mooi plaatje om in gedachten te hebben en altijd aanwezig achter alle andere deurtjes.

De allergrootste kroon op het werk kwam nog. Sinds lang eindelijk gewonnen met maar liefst 7-5 en dat gaf een glorieus en gelukkig kijkend mannetje die hard op me af kwam rennen na het eindsignaal. Oma’s brengen geluk.

Zijn kleine zus, die al bijna groot is, want volgende week wordt ze drie, vermaakte zich opperbest, deels met haar moeder en deels met een andere grote jongen die was komen kijken naar zijn broer. Verstoppertje, madelieven en paardebloemen plukken…Wat doen die onhandige oude stijve vingers zonder nagels met de steeltjes van die verfijnde bloemetjes. Vlechten ging niet meer. Dochterlief had de nagels gelukkig wel. Kleindochter dartelde als een lammetje in de groene wei met een gelukzalige glimlach op haar toetje. Het leven is mooi en het leven lacht, straalde haar aanwezigheid. Bij de beloning voor de winst steeg een jaloersmakend indianengehuil op. ‘ Kom jongens gaan we de ijsjes halen’. Niet volgens het spreekwoord ‘De ezel een wortel voorhouden’, want ‘ze zijn om de dooie dood niet op hun achterhoofd gevallen’. Dat laatste was mijn oma’s kijk op bepaalde schrandere kinderen.

Na het voetbalveld was de stort aan de beurt om de zakken met hout weg te brengen. Fijn dat het redelijk vroeg was want nu waren er ongeveer maar 25 auto’s voor ons. In de middag staat er vaak een rij auto’s van een straat lang. Twee zakken geïmpregneerd hout en een zak grof afval.

Na deze huishoudelijke bezigheden was het tijd voor het ophalen van de twee nieuwe brillen van Lief. De volgende stap in het proces. Dat we daarna even flink bij moesten komen zal geen wonder zijn. Genoeg emoties over en weer.

En Willem de Zwijger maar zwijgend opkijken vanaf het boek, met nog steeds dat lichte verwijt in de ogen. Ja hoor. Eerst de luchtigheid en daarna de zware kost. Balansen zodra het mogelijk is. Bovendien, probeer met deze kleine lettertjes maar meer dan vijf bladzijden achter elkaar te lezen zonder dat de ogen dichtvallen. Geloof me, dat is geen sinecure.

Overpeinzingen

Dat dan wel

Langzamerhand vindt er een omslag plaats in tijd. Waren de nachten lang en de ochtenden relatief kort, zeker vergeleken bij mijn eigen ontwikkelde gewoonten, nu worden de nachten korter en de ochtenden langer. Daarbij is de gewoonte om te schrijven op bed bij de eerste twee koppen koffie omgezet naar vroeger opstaan en beneden schrijven op de bank met uitzicht op het lieve vogelleven. Het is eigenlijk een voorbeeld van het samensmelten van twee verschillende gewoonten. De langslaper en de kortslaper. De titel voor een boek als je het op de keper beschouwd.

De dag rolde zich gisteren in alle gemak uit. Alles was met een gezamenlijke inspanning klaar gemaakt voor ontvangst van broer en schoonzus. Lief haalde in aller ijl nog de vergeten koffie en tulpen bij de supermarkt in de wijk en ik zorgde voor de lunch. Afbakbroodjes, lekkere vleeswaren, soep met ballen speciaal voor de gasten, melk, kaas. Iets over de gestelde tijd belden de twee aan met hun voorjaarsbodes. De kamer in de tulpen.

Het huis werd bewonder, een kunstenaarswoning, warm en sfeervol, was het compliment dat geboekt werd. Vol lof en enthousiasme waren ze over de entourage. Het deed deugd en ieder zat ontspannen en vol verhalen aan de dis. Het wereldleed kwam uitgebreid langs even als de vorderingen van Lief in zijn ontwikkelingsproces van eenzame wandelaar naar sociale contexten. Broer was nog altijd verbaasd over de snelle vorderingen die werden gemaakt en de veerkracht van zijn jongere broertje. Die twee samen te zien was als immer een belevenis. De kwinkslagen vlogen over en weer en duidelijk was dat ze uit hetzelfde hout gesneden waren. Onversneden commentaar op de onbetrouwbare man met zijn uitgestreken gelaat, die zonder te verblikken of te verblozen de meest boute beweringen kon verkondigen daar in die verschrikking, waar geen mens zou willen zijn.

Toch bleef de algemene tendens luchtiger. De problemen met inschrijven en hoe dat het best geregeld kon worden, de inburgeringscursus van Lief, die nu al zover was dat de OV ten volle benut kon worden, zelfs naar de verre uithoek waar zij woonden en de blijdschap over eindelijk dit deelzame leven met broer nu hier dichtbij in plaats van vanuit Verweggistan te mogen delen. Zo kabbelde de dag voort. Dat het ongemerkt voldoende aan energie had gekost, bleek later. Het boogje ‘voortschrijden’ plofte als een tekstballonnetje in elkaar.

Schoonzoon appte dat hij de fiets al morgen komt brengen en dan gelijk doorgaat naar de voetbalwedstrijd van de kleine filosoof hier in het stadje. Mooi moment voor een eerste fietstochtje hadden Lief en ik bedacht, en dus in alle vroegte, als we toch al wakker zouden zijn en vanuit de ochtendmodus, de gelegenheid om onze kleine voetballende goalgetter te gaan bewonderen. Dat plan werd van harte toegejuicht, zonder het mededeelzaam te maken aan de kleine filosoof, want stel dat er wat tussen zou komen.

Gisteren reisde ik met Floor mee naar het einde van de wereld en ditmaal kwamen we terecht in Patagonie. Op de een of andere manier , ondanks dat de ranch echt in de middle of nowhere lag, bekoorde het me minder dan al die andere wonderschone plekken, die in dit programma waren langsgekomen. De klik met de bewoner bleef uit.

Arjen Lubach kon er niet meer bij en Willem de Zwijger al helemaal niet meer. De koek was op. Het verlangen naar gewoon lekker liggen was te groot. Voor mijn hoofd het kussen raakte, moet ik zijn ingeslapen. ‘Als een roosje’, beweerde Lief de volgende dag. Dat dan wel.

Overpeinzingen

Daar zijn er meer van

Vroeger dan normaal, bij het krieken van de dag zoals het een goed padvinder zou betamen, zijn we wakker. We laten ons wekken door de eerste lichtval, als grote beer in zijn pannetje verbleekt. Er komt visite en nogal op tijd. Elf uur om precies te zijn. Gisteren hadden we na alle bezigheden geen zin meer om het huis te kuisen, dus moeten we er nu aan geloven. Maar we zijn met twee, het werk gelijkelijk verdeeld en opgesplitst in hapklare brokken, ‘grote stappen gauw thuis’. Stoffen, stofzuigen, toilet, vaat, oven, planten water geven. Dat laatste was er gisteren bij ingeschoten. Lief pakt de stofzuiger, ik scharrel in de opruim-modus er tussendoor. Ruim op tijd zijn we klaar. Nog een paar boodschappen, die gisteren vergeten zijn, een ouderwetse tomatensoep met balletjes op het fornuis, De tafel in de lunchstand.

Tussendoor het balkon gezellig maken en genieten van de kauwtjes, de halsbandparkiet, de duiven, de meesjes, die naarstig voorraad komen halen. Pluis scharrelt mee, dan weer op balkon, loerend naar het overweldigende aanbod vogels, dan weer lui soezend op de bank in het zonnetje.

Gisteren wachtte ik een uur, terwijl Lief de intake had bij de psychosomatische fysiotherapeut. In dat pand met een soort clubhuis, een apotheek, de huisartsen, de verloskundigen en de fysiotherapie met oefenzaal er naast, gonsde het van de bijgeluiden. Mensen kwamen achter elkaar de trap op of af en de lift zoefde monotoon op en neer. Veel oudere mensen, die opvielen door het aantal decibellen, waarvan ze waarschijnlijk niet in de gaten hadden dat het op orkaansterkte was door eigen dovigheid. Sommige strompelden met een hardnekkige vasthoudendheid de treden van de trap op, terwijl de man in de scootmobiel zich naar de lift begaf en zich omhoog liet zoeven. Soms werkt zo’n hulpmiddel een tikkie tegendraads. Beweging is een soort toverwoord heden ten dage en met zo’n apparaat ben je sneller geneigd om ook de kleine stukjes niet te lopen.

Met Willem de Zwijger trotseerde ik dat stief uurtje wachten, maar het concentreren was moeilijker door de hoeveelheid prikkels die er langs kwamen. Een vrouw liep hardop zuchtend heen en weer en bedelde bij de assistente achter het loket van de fysio om druivensuiker. Ze was kennelijk ergens misselijk van. Andere mensen, alert door het gezucht, maanden haar aan te gaan zitten, wat ze voor twee seconden deed en dan weer opvloog en nog meer druivensuiker vroeg. ‘Neem het rolletje maar mee’, zei de assistente wijs. Die zag de bui al hangen of werd ze ook een tikkie zenuwachtig van het gejeremieer.

Lief was precies na een uur klaar en had heel open en uitgebreid alles kunnen vertellen. De goede sfeer van die ochtend zette zich voort en spreidde zich over de rest van de dag. Geluk, gelukkig, gelukkigst, kan het nog mooier?

’s Avonds belde vriendinlief, sterk verwaarloosd qua aandacht, een paar keer mis gebeld beiderzijds, maar nu spraken we elkaar uitgebreid en lang. Alle wederwaardigheden kwamen langs, haar sores, mijn geluk en het verlangen naar. Een wens die uitgesproken wordt, krijgt daardoor alleen al een meerwaarde. Met de belofte van een bezoek in de tuin namen we afscheid. Lief, lief, lief. Tijd om alle contacten weer wat aan te halen, nu we bijna gewend zijn aan het samenzijn.

De halsbandparkiet zit er weer. Nu parmantig boven in de prunus van de benedenburen. Straks verdwijnt ze in een witte zee van bloesem evenals het andere gevederte. Toch eens overwegen om Pluis een belletje om de hals te doen. Dan ie iedereen in ieder geval gewaarschuwd als er gevaar dreigt, omdat de poes op de loer ligt. Verder vind ik haar een echte Minoespoes, zo eentje die nuffig volstrekt haar eigen gang gaat. Daar zijn er meer van.

Overpeinzingen

Dat alleen al te koesteren

De eerste halsbandparkiet is gesignaleerd. Terwijl ik me gisteren kostelijk vermaakte met de voorstelling spotte Lief de grote vogel hangend aan al het lekkers dat te geef was. Aan de ene kant nog meerleven in de brouwerij en aan de andere kant vraag je je af hoeveel deze exoot van het kleine grut weg zal jagen. We gaan het zien en beleven. Ondanks de koude oostenwind getuigt het balkon volop van lente. Alles staat op uitbotten en ineens was er weer een pot vol blauwe druiven en bloeide de paarse zomerviolier alweer, maakte de roos nieuwe scheuten evenals de clematis. Mooie dikke bladknoppen beloofden een uitgelaten bloeispurt.

Gisterenavond hadden de dochters en ik een rendez-vous met schoonzus, die we, dankzij corona, al heel lang niet meer gezien hadden en onder het genot van sloten thee met boterkoek, appelbrood en paaseitjes haalden we de geschiedenis in. Het wel en wee van kinderen die niet willen slapen en het gemodder van ons vroeger met nu een adviserende slaapcoach werd tegen elkaar afgewogen. Het mag wat kosten, maar dan heb je ook wat. Al die doorwaakte nachten, het gebrek aan slaap, de moeizame momenten van onmacht, omdat de kleine nog niet kon verwoorden wat dwars zat, gleden op het netvlies voorbij. Jaja, ‘kinderen zijn hinderen’ zei Bredero. Zo zuur wil ik het niet stellen maar baby’s verzorgen is op hoog niveau inboeten aan eigen tijd.

Dankzij de blog hebben we misschien zometeen een extra fiets. Mijn lieve schoonzus is meester in het tussen de regels doorlezen en had begrepen dat dat vervoersmiddel wellicht een oplossing voor het halen en brengen kon zijn. Ze had er nog een werkeloos in de schuur staan.

Gisteren had Lief de vuurdoop en ging alleen op pad met het openbaar vervoer. Onze gezamenlijke vriend van vroeger had met hem afgesproken een wandelingetje langs de singels te maken om tegelijkertijd eens een ouderwetse boom op te zetten. Het was nog wat zoeken, maar het lukte wonderwel. Vriend gevonden, een flink stuk de stappenteller laten oplopen en de jaren van afwezigheid geslecht met verhalen en gedachten over en weer. Er waren wat veranderingen maar het gedachtegoed was grotendeels gelijk gebleven zij het, door de ontwikkelingen van dit moment, wel aangepast. Beiden herkenden de aloude vertrouwde geestelijke verwantschap in elkaar en dat vroeg om een vervolg. Dat zal al weldra zijn, want dan komt hij met zijn vrouw gezellig eten. Iets om naar uit te kijken.

Terwijl ik in de warmte van de zon op de bank lag te soezen, kwam de ‘verloren zoon’ weer thuis. Dat laatste waren zijn woorden. Tijd voor mij om de instructies voor de maaltijd door te geven en richting dochter te gaan.

Het huis is inmiddels weer compleet. De jongste is genezen van zijn fikse griep en samen met zijn lieve vriendin weer hierheen getogen. Lief volgt de laatste ontwikkelingen en helpt me met het oplossen van de woordkraker.

Poes heeft haar argwaan opzij gezet en accepteert nu de nieuwe indringer volkomen, ook al stoot hij haar uit het alleenrecht van de symbiose, die wij hadden opgebouwd. Gisteren lag Ze volkomen tevreden tussen ons beide in toen ik gisteren na het bezoek thuiskwam en stoom mocht afblazen. Er viel nog net een sentimentele staartje van een film mee te pakken. Een stervende moeder, een wijze boom en een angstige zoon en zie daar.

Ik ben gek op wijze bomen. Er ligt nog het boek klaar van ‘De boom met het Oor’ van Annet Schaap en Philip Hopman. Ergens in het park in een grote stad kan je als je dat wil geheimen influisteren in het oor van de hoog boven alles uittorende boom. Maar vroeger was er al een evenknie, die heette ‘De wijze boom’ van Ian Page en bestond uit vier delen, die ik de kinderen stuk voor stuk herhaaldelijk heb voorgelezen. Ze konden er niet genoeg van krijgen. Hoe veilig is het idee dat je alles wat in het diepst van je verlangen ligt, mag delen met een veilige, altijd aanwezige rots in de branding. Bomen met een ziel, een ziel in al wat leeft, dat alleen al te koesteren.

Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Om te koesteren

De tuin lag er vertrouwd bij, alsof ze lag te wachten op een volgende stap in de ontwikkeling naar een bloeiend herleven. Lief had er zin in en ging eerst met de kleine snoeischaar aan de slag om als een volleerd kapper de kleine twijgen weg te knippen uit de wilg haar pruik. Daarna was het tijd voor het grovere werk met handzaag en takkenschaar. Met lede ogen zag ik zijn grote voeten stappen op de plek waaronder ik de grote akelei van mijn moeder lag te rusten en suste mijn ongerustheid weg met vertrouwen.

Ik keek eens naar het halfronde bankje, dat in deplorabele staat zijn laatste jaren beleefde en besloot te ruimen. Een grote blauwe zak voor de kleine houtjes die al los zaten, voor de rest had ik de spierballen en de trapkunst van Lief nodig. Dan maar eerst aandacht voor de oude stoelen, die achter de hut stonden. Het was een beetje prietpraat met dat gebrek aan zuurstof. Geen grote daden maar het kleine werk. Rotan vlechtwerk, dat verteerd was, ging in de zak, de rest moest wachten. Dan maar een beetje schuren aan het rode tafeltje, met een opmerkelijk resultaat en in de wetenschap dat de bovenkant zometeen alleen een laklaagje nodig had. Met het schuren had ik zicht op de dichtbegroeide vlonder eronder, waar grassen en dovenetel, hier en daar een bosaardbei, welig tierden. Een logisch gevolg in de werkzaamheden was het vrijwaren van de vlonder. Verstand op nul, pulken en trekken en resultaat zien. Een werkje van niks, maar met voldoening uitgevoerd.

De lijst van het krijtbord met de naam van de hut erop haalde ik er voorzichtig vanaf. Een volgende stap was het insmeren van de hele achterkant en het opplakken. Daarna zou het nooit meer ten prooi vallen aan de wind. Kleine optelsommen die allen meehielpen aan de fitheid van het paradijs, druppeltjes op de gloeiende plaat, maar van groot belang en heerlijke bezigheden om gedachten te laten stromen of juist te vergeten.

Lief had de wilg geknot en was bezig met het ont-twijgen van de te vlechten grote takken, bracht de ril met de kleinere twijgen beter in model. De deugen van de ronde bank zouden weer kunnen dienen als stutten voor het geheel.

Dochterlief kwam precies op het goed moment langs met haar kleine roze nimf in het voorzitje van de fiets. Er moest water worden gegeven in haar kas en daarna konden de zware zakken overtollig bankhout op de fiets naar voren gesleept worden. Klaar voor de volgende wilgen en het slechten van de stoelen bij de volgende keer.

In de overdadige rust van hun huis, wijntje bij de hand, heerlijke wraps als maaltijd, gezellig gekeuvel van de kleine filosoof en zijn zus, was het natafelen, waar de kinderen hun digitale uurtje hadden, een aangenaam verpozen voor ons. De plannen voor straks, het uitwisselen van meningen en gevoelens, de warme aandacht, alles was voorhanden. Toekomstmuziek klonk door ondanks al het wereldleed. Het kleine geluk, hielden we elkaar voor, vooral dat.

Wel plannen voor hoe te helpen met al die vluchtelingen en wat je als eenling daarmee uit de voeten zou kunnen. Een buurthuis met de wijk confisqueren en in gereedheid brengen, dacht dochterlief, of zoiets dergelijks. Overhaast in huis nemen heeft minder zin, als de ruimte niet toereikend is. Dubbel vluchten mag niet aan de orde zijn. Een degelijke en langer houdbare veilige plek lijkt de meest ideale oplossing. Zo brainstormen we wat, terwijl Lief nog eens benadrukt hoe ontheemd een mens kan zijn door weggeplukt vanuit een vertrouwde omgeving door omstandigheden in een nieuwe situatie te worden geplaatst. Hij beseft maar al te goed dat het leed van hen vele malen groter is, maar dat gevoel van nergens meer thuis te horen is universeel, of je nu uit welk belegerd land dan ook of uit een onverkwikkelijke situatie komt.

Dankbaar zijn we voor alles wat ons overkwam, de liefde, de bijzondere wegen die er voor ons uitgestippeld lijken te zijn en dat een hechtheid smeed, die dieper gaat dan we ooit hadden kunnen bevroeden. Een leven en liefde om te koesteren.

Overpeinzingen

Een brede glimlach van het verleden

Er is een heerlijke modus gevonden om de ochtenden voor beiden zinvol en productief te maken. Rustig opstarten met een kop koffie op bed, door een van de twee gehaald en schrijven voor mij, terwijl Lief beneden nieuws kijkt en vast uitgebreid ontbijt. Daarna is er tijd om te lezen en pas om een uur of twaalf of een gaan we op pad om gezamenlijk dingen te doen. Steeds meer is er ruimte voor eigen initiatief nu er beter wordt doorgrond hoe de omgeving in elkaar steekt. Elke nieuwe stap beteken nog altijd een verovering. De eerste schreden, door belangstelling voor zijn eigen uiterlijk, wezen op een belangrijke verandering. Ineens was het er.

‘Misschien een kapper’opperde Lief, die steeds vaker de lange plukken achter het oor moest strijken. Een nieuwe bril werd de volgende en gisteren konden we het allemaal bewaarheid laten worden. De uitverkoren kapper werd voornamelijk gekozen op de rust in zijn zaak, niet op de goede reviews. Het was een kant en klaar knipper, geen poespas, maar precies voldoende om niet zo’n gelikt werk af te leveren en de overgang derhalve minder uitbundig te maken. Bij de brillenwinkel kozen we twee modellen, die vooral qua kleur verschilden. Afwisseling van spijs doet eten.

De bediening daar was niet het toppunt van enthousiasme, maar voor de betrekkelijke afwijking aan de ogen van lief was het genoeg. Ik moest wel heel erg denken aan de scène van de man aan het loket, die een postzegel kwam kopen, door Wim Sonneveld. Iedere keer werd er een poging ondernomen om ‘een onsje meer’ aan het geleverde pakket toe te voegen. Lief hield standvastig vol. Eigen wensen eerst.

Voor al deze veranderingen was de grootste stap gezet. De psychosomatische fysiotherapeut werd opgezocht, omdat het online ten enenmale niet mogelijk was een afspraak te maken. Er was er geen in de buurt. Het zal voorlopig, zolang de fiets nog niet verkend is, een halen en brengen worden. Een hele belangrijke stap in het zoeken naar de balans in geest en lichaam, iets waar we vroeger ook veel mee bezig zijn geweest.

Samen op pad

Bij de toko maten we ons een heerlijk feestmaal aan, zomaar, omdat dat goed voelde. Tijdens ons eigen diner voor twee zochten we naar de overeenkomsten in de gang die we afzonderlijk van elkaar gemaakt hadden in het leven en die zoveel overeenkomsten bleek te vertonen. Dat wisten we allang natuurlijk, maar het was de verbazing over de ondoorgrondelijke wegen, die niets met grilligheid en alles met toeval of de onderliggende genen te maken heeft gehad, die het stilstaan bij alles keer op keer rechtvaardigde. Bij ons was het uiteindelijk een basis gebleken, die we samen hadden gesmeed als aanloop naar die weg. ‘Uit hetzelfde hout gesneden’, zouden we ons misschien vroeger hebben toegedicht en nog steeds voelt het alsof het zo moest gaan. Er ligt geen spijt aan ten grondslag.

Lief ging schrijven, ik had moeten lezen in mijn dikke zwijgende bundel, maar kwam niet verder dan het verzadigd weg sukkelen bij de tv-beelden zonder al te veel inhoud. Straks staan er nieuwe plannen op de rol. Een tocht naar het huis van lief in Verweggistan, wat wettelijke formaliteiten, het opschudden van de vriendschapsbanden met de rest van de wereld nu we langzaam uit de cocon van ontdekken en aftasten stappen en de wereld zich ten volle openbaart.

‘Alles op z’n tijd’ schrijft mijn eigen Baedeker voor. ‘In alle rust en in het eigen uur’. Zo is het. Stap voor stap dan breekt het lijntje niet. Het levert een brede glimlach op van het verleden.

Overpeinzingen

Zo dichten de dagen zich.

De zon zorgde voor een slaperig sfeertje terwijl ik in de vroege ochtend de kleine lettertjes uit het boek van Willem de Zwijger met volharding aan het doornemen was. Een heel boek met petieterige lettertjes is een kluif, maar het went. Nu slechts alleen er meer tijd voor uittrekken in het vervolg. Tijdnood is het gevolg van de berg leesvoer die op mijn bord ligt. ‘Alles Sal reg kom’ meen ik me van Bredero te herinneren.

Om half drie reden we richting Soest. Verbazingwekkend dichtbij was de plek waar we afgesproken hadden met zoonlief en zijn gezin. De eerste keer voor Lief dat hij schoondochter en de kinderen zou ontmoeten, de laatsten van het stel, dan was het plaatje compleet.

Het bleek de oude vliegbasis Soesterberg te zijn, vlak onder de rook van de wijk, waar tot 1994 de Amerikaanse gezinnen woonden, die werkzaam waren op de basis. Met mijn pacifistische inslag was ik er nog nooit geweest, ook niet met de kinderen. Nu wandelden we het wonderlijke kale terrein op, waar racefietsen over het veld heen schoten en zweefvliegers werden opgelaten. Kinderen, in de voetsporen van de volwassen racers, ragden op hun stepjes in de vaart der volkeren mee.

Er waren duidelijk meer mensen op het idee gekomen om van deze uitgesproken lentedag te genieten. Het was er meer dan druk, maar daarnaast was het terrein groot genoeg om een menigte uit elkaar te laten vallen. Het luchtvaartmuseum bleek er te zijn, vol imposant legermateriaal. Vliegtuigen, tanks en zelfs drie raketten, maar daarom heen een immense waterbaan zonder water, een grote zandvlakte, grote banden om mee te spelen. Overal stonden stoelen voor ouders en oudjes terwijl het grut zich kostelijk vermaakte. De entourage, het oorlogsgeweld, gaf een dubbel gevoel, maar de speelruimte voor de kinderen was een verademing. Alleen de grotere jongens op twee jeeps werden enorm fanatiek in het hanteren van denkbeeldige mitrailleurs en oorlogszucht.

Onze krullenbol had alleen maar oog voor de gelijkenis met zijn autootjes, die hij vond in die reusachtige Dinkey Toys om hem heen en wist gelukkig nog niets van wat er zich buiten zijn gezichtsveld afspeelde. Bovendien kon hij overal tussendoor wandelen en kruipen, aan kettingen hangen en achter stuurwielen draaien. Ik laafde me aan het ondergesneeuwde natuurschoon, klein maar fijn.

Wandelen, bijkletsen, gedachtengoed uitwisselen, het was goed toeven op deze manier, half in de natuur, half in dat vervreemdende speelparadijs, waar de zweefvliegtuigen als grote vogels af en toe de zon het licht benamen. Een glorieus moment was het kunnen aanraken van de twee stukken Berlijnse muur. Het herinnerde aan het dualisme in het geheel. Dat nooit meer en toch…

Bij het restaurant aan het begin was zowaar een achteraf picknicktafel vrij en konden we neerstrijken met een borrel, nog meer vermaak voor de kleine terwijl wij uit konden rusten. De Benjamin was eindelijk van vermoeidheid in slaap gevallen in zijn wagen. Zo’n groot gebied, dat je helemaal niet kende op een denkbeeldige steenworp afstand van de omgeving waar ik altijd gewoond had, heel gek. Toen de kou begon op te trekken gingen we richting auto’s. Een hartelijke omhelzing na de heerlijke dag.

‘s Avonds na de voetbal en een snelle maaltijd met de leftovers van gisteren was project Rembrandt aan de beurt. Wat een werk en wat spannend voor de deelnemers. Heilig ontzag had ik er voor, zeker toen ze aan een enorm doek begonnen, zelfs bleven slapen om dat af te krijgen. Een van de deelnemers kon de penselen niet neerleggen en bleef al die tijd doorgaan. De uiteindelijke winnaar had in mijn optiek de titel eerlijk verdiend. Vanuit zijn beroep als illustrator was het hem gelukt de kunstschilder in hem wakker te roepen.

Voor vandaag gaan we drie nieuwe stappen zetten. Een kapper die begrijpen zal dat half lang haar bij Lief als een handschoen past, een nieuwe bril omdat Lief zijn oude exemplaar gangstereigenschappen toedicht met de verkleuring in de zon en een afspraak met de psychosomatische fysiotherapeut. Zo dichten de dagen zich.

Overpeinzingen

Deze puzzel met herinneringen

Zeker, ik hou van de kleine blauwe prins, maar de auto van zoonlief die ik gisteren mocht lenen, is toch waarlijk een luxe, die ik qua auto al jaren niet meer ken. Hooguit kwam vroeger de enorme stationcar in de buurt, die overigens Truus heette. Je moet altijd voorkomen dat hoogmoed voor de val komt. ‘Nu wil ik deze’, appte ik hem na de geslaagde missie. De kleine blauwe blikte wat verontwaardigd naar het bakbeest, toen ik weer aan kwam rijden en gaste daarna met gierende motor en ons erin weg. ‘Het is goed lieverd, die kunnen we nooit betalen’ suste ik. Met wat uitsloverij slikte hij de laatste dreiging weg.

De stoelen stonden al klaar in het halletje van de kleine flat. Bij het winkelcentrum vlakbij hadden we een uitbundige bos rode en oranje tulpen gekocht in een zonnig geel papier en een fles merlot in hetzelfde oranje cadeaupapier aangezien de eigenaar van de stoelen ze helemaal gratis weg deed. Hij was blij. Niet alleen vanwege de afname maar vooral omdat hij in een kwartier zijn hele doopceel kon lichten, te beginnen bij het overlijden van zijn vrouw. Aan de muur boven de klerenkast in de kamer hingen de foto’s als zwijgende memorabilia van de familie en vrienden die hem in al die jaren hadden verlaten, te beginnen met zijn opa en oma. De hele hoek was met deze reeks vol.

Zijn spraakgebrek maakte het moeilijker om de betekenis te vangen, maar het lukte om de juiste duiding eruit te halen aan de hand van wat centrale woorden. Er was gelukkig weer een vriendin, weliswaar 15 jaar ouder, maar ze waren aan het latten en dat was gezellig. Daarnaast zweefde in zijn verhaal een neef of vriend binnen, die om drie uur ‘s middags al beschonken opbelde. De wijn was misschien niet het juiste cadeau, realiseerden we ons, maar ach. Het ging om het gebaar.

Gênant vond ik de combi van de luxe auto en de noemer ‘gratis’ dus werd er extra veel nadruk gelegd op het ‘geleende’. Hij verblikte en verbloosde niet en was echt vooral blij met de persoonlijke aandacht. Vol trots showde hij de kleine woonkamer met de kunstbloemen en de vele beeldjes en fotolijstjes. We namen hartelijk afscheid en overlaadden hem nog eens met dankbetuigingen. Zoevend over ‘s Heeren wegen vervolgden we onze weg naar de tuin. Direct maar brengen nu we de auto ter beschikking hadden. Er stond een steekwagen waar de vier stoeltjes gestapeld op bleven staan en Lief mat zich de spierballen aan conform zijn mannelijkheid. ‘Dat doen we wel even ‘, pochte hij en zwoegde over het grillige pad langs de sloot. Ik liep er naast en hield een en ander in balans. Dat was voor de benauwdheid alweer ruim voldoende. Het blijft wonderlijk hoe dat een eigen pad blijft trekken.

Met spijt in het hart wisselde ik de voiture in voor de kleine blauwe. Niets is zo wendbaar als deze kleine spinnenkop, dus het was goed. Boodschappen halen voor de Gado-Gado en genieten van het programma van ‘Verborgen verleden’ dat Diederik Jekel presenteerde. Lief vertelde, dat het de zoon van een vriend was die we beiden nog kenden van vroeger. Dus zochten we in de zoon een gelijkenis tussen zijn vader van destijds en de zoon nu. Een heerlijk tijdverdrijf, deze puzzel met herinneringen.

Overpeinzingen

Een kwestie van meestromen

Naar de huisarts in die verre uithoek. Het uiterste puntje van Zuid-Holland betekent alweer een ritje door het Hollandse Laagland. De mooie lucht, een zonnetje, ooievaars op de lantaarnpalen langs de snelweg, onafgebroken lente in het land.

Na een kalme ochtend van schrijven, De inleiding van Willem De Zwijger voor mij en Erasmus voor Lief was er nu de hectiek van het haastige vrijdagverkeer. Veel vrachtverkeer op de weg, drukte alom, maar de kleine blauwe draait zijn hand er niet meer voor om. Hij snort lustig de kilometers bij elkaar. In de afgelopen twee maanden heeft hij meer gereden dan in de jaren daarvoor. Nou ja, tikkeltje overdreven, maar toch. Nederland kent nauwelijks nog geheimen voor ons.

In de artsenpraktijk zaten we als wachtenden in een soort aquarium, die tot overmaat van effect ook nog blauw geschilderd was. Sommige hadden kapjes op, onder of op de neus, sommige ten enenmale niet, terwijl ze onder het bordje ‘gelieve mondkapjes te dragen’ zaten. Alles zat, kenmerkend voor deze tijd, op hun telefoon te kijken en te scrollen.

Het ging traag. De artsen namen kennelijk de tijd. Prettig was dat dat bij iedereen gebeurde, dus ook bij ons. De huisarts was blij verrast door mijn aanwezigheid en verbond het blozende uiterlijk van lief onmiddellijk aan deze nieuwe omstandigheden. Het was waar. Vergeleken met de eerste weken was er een wereld van verschil tussen Lief toen en nu. Het samenzijn deed ons alletwee goed.

Ze was er al snel uit. Omdat alle waarden goed waren en er geen aanwijsbare lichamelijke oorzaken te bespeuren leken, zocht ze het toch in de psychosomatische hoek. Fysiotherapie om de balans van lichaam en geest weer te herstellen. Geen denkbeeldig verzinsel als je bedenkt dat er twee jaar lang eenzaamheid en isolement aan zijn klachten vooraf was gegaan. We hadden het samen al eens over geestelijke ontspanning gehad in de vorm van yoga of mindfulness om de balans weer te herstellen. Juist omdat er lichamelijk nauwelijks belemmeringen waren in de aanpak van de dagelijkse gang van zaken, tot en met het snoeien van drie te hoge wilgen aan toe.

Opgewekt reden we daarna door naar zijn kamer om daar broerlief te ontmoeten en de koelkast en de diepvries leeg te halen. Broer was verbaasd over het opknappen van de lieve jongste telg van hun gezin. ‘Je zou zo weer een praktijk kunnen openen’, zei hij en gaf daarmee ongewild het grootste compliment weg. Zo was het. De zelfverzekerdheid was terug, het gemak van bewegen, de concentratie in het gesprek. Hoe kwetsbaar zijn we en hoe dichtbij ligt de oplossing daarvoor soms. Wat liefde al niet vermag.

De avond gleed voorbij in dezelfde harmonie, maar zoonlief had koorts en verkaste, zonder zich te laten zien, met vriendin mee naar haar huis. Stel je voor dat het toch weer het virus was. Het kippensoepje uit de diepvries had wel gretig aftrek gehad, even daarvoor. Dat was het gevolg van de meegebrachte diepvriesproducten, die een plekje moesten vinden mijn overvolle lades. Bij koorts vooral een zelfgebrouwen soepje als zalvend middel.

Geen trapje, door de stoel gezakt.

Vanmorgen wandelde ik virtueel door het aanbod van tuinstoelen op Facebook en kwam vier gratis exemplaren tegen. Die zijn fantastisch voor op de volkstuin, waar Lief net door een van de verweerde stoelen is gezakt. Niet ver weg en alleen vervoer regelen, daarna kunnen we ze vandaag halen. Onverwacht een nieuwe bestemming van de dag. Zo valt er altijd wel wat te beleven, als je je maar laat leiden door het moment. Een kwestie van meestromen.

Overpeinzingen·Ruimte scheppen

Het blijft boeien

Heerlijk begin van de dag met koffie op bed. Wat een fijne bijkomstigheid, want onverwacht. Daarna een app, terwijl we verwachtingsvol op de voetstappen van de kleine Dribbel zaten te wachten. Even later een belletje. De opvang had gebeld er was toch plek voor hem. Ineens lag de dag als een onuitgevouwen landkaart voor ons. Zoonlief gebeld die niet gelijk op nam. Dan maar nieuwe plannen maken, museum of natuur. De natuur vanwege het allermooiste weer ooit in een maand maart. Mijn verlangen naar De Blauwe Kamer was inmiddels gegroeid tot precair. Ja, geef me de galloway runderen met hun imposante lijven en hun zachte aaibaarheid op afstand en de Konikspaarden. Daarbij de lepelaars, de aalscholvers, de eenden en ganzen, de majestueuze zwanen en de onverstoorbaar stappende ooievaars op het eiland in het midden, bekeken vanuit de vogelobservatiepost.

Over het land lag een film van verstilde vredigheid. De natuur genoot onder het verwarmende lentezonnetje, die vooralsnog niet van plan was te stoppen met het verspreiden ervan. De Nederrijn verbond als een kalm en glinsterend lint de ene met de andere oever. In de verte zagen we het pontje varen. Opheusden als een schaduwzijde aan de overkant.

De meidoorns stonden kriskras, genoeg plek om de gekrulde zwarte vachten te schuren straks, als er zich tegelijk een sluier van bloesem over de gedoornde takken uit zou spreiden. Lente gaat het huwelijk aan, verdiept zich, vangt vrucht en sterft af om daarna weer nieuwe kiem te tonen. Wat een heerlijk seizoen. Lief en ik verwarmden lijf en ziel aan al die schoonheid. ‘Kan het mooier zijn dan mooi. ik ben goddank nog steeds een nieuwe lente waard!’ Om met Maarten van Rozendaal te spreken, die deze lente helaas niet meer meemaakt.

Terug leid ik de kleine blauwe door het oude en vertrouwde Utrechtse landschap, de heuvels, een meanderende Nederrijn, de Kromme Rijn, de lieflijke dorpen langs de oude weg, via Amerongen, Leersum, dan afslaan naar Langbroek, door de bossen en de weilanden, richting Houten. De prachtige hoge populieren markeren als vanouds de einder. Thuiskomen voor Lief, die er niet genoeg van kan krijgen. Het blijft herinneringen oproepen.

‘S Avonds blijkt de eetlust bij beide mannen nauwelijks te stillen te zijn. ‘Buitenlucht maakt hongerig’ hoorde ik mijn moeder zeggen, die met het grootste gemak het hele eerste voetbalelftal van de club van mijn vader en broers op zondag van een heerlijke verse zelf getrokken soep voorzag voor de wedstrijd. Het is de bodemloze put die triggert, als je stopt met aanvullen houdt het vanzelf op.

Daarna verdiep ik me in het schrijven en een oude Dalgliesh, die een ingewikkelde moord of twee op moet zien te lossen, maar val halverwege in slaap tegen de geruwde vertrouwde mouw van het jasje van Lief, die naast me de allerlaatste nieuwsgaring nog wil horen. Ik hou vast aan het vreedzame paradijs van vanmiddag en wil even niet uit die droom terugkeren. Een wereld vol liefde en schoonheid in plaats van wat er aangericht wordt.

Het laatste hoofdstuk van de kinderen van Chronos is uit. Een boeiende ontknoping, die misschien nodeloos ingewikkelder is gemaakt, maar wel een heleboel vragen oproept en daar is een boek over filosofie toch altijd bij gebaat. Willem de Zwijger belooft in ieder geval ook een staaltje van wonderlijk geschiedverloop te worden, met ontboezemingen die er niet om zullen liegen. Hoe meer je van dergelijke biografieën leest, hoe vaker de lagen van de geschiedenis in elkaar schuiven en alles in een juiste context plaatsen. Erasmus komt tevens zijdelings terug bij het verhaal van Willem. Communicatie op hoog niveau in die periode, waarbij het doorgronden ervan een wereldlijk beeld oplevert. Leesvoer voor een week of drie betekent veertig bladzijden per dag. Het blijft boeien.

Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Een kunst op zich

Een gat in de, anders zo productieve, ochtend geslapen. Daarna overviel me een filosofische vraag waarop een vrije gedachte als antwoord van iemand anders. Daar moest ik over peinzen, terwijl Lief weer terug in dromenland dook. ‘Hoe ga je om met tegenslag’. Een antwoord hierop was, dat het vooral de kunst was om de juiste vraag te stellen. Het is waar. Als je de eerste als stelling neemt, geeft ze mogelijkheden tot antwoorden van onjuist tot juist. Dat is niet wat je eigenlijk wil. Hoe verwerken we tegenslag is een betere vraag. Geen oordeel, maar slechts constatering van feiten.

Wat je bezig houdt, bepaalt wat je opvalt, lees ik ergens anders op haar site. Aan het eind van een sessie geeft ze een vraag mee naar huis, niet om het antwoord te vinden, maar om gedachten te leiden naar iets anders dan wat normaliter de aandacht gevangen houdt, indachtig het spreekwoord ‘Alles komt in drieën’. De zwangere vrouwen die je ziet als je zelf zwanger bent, de piano’s die langs komen omdat je er zelf een wil kopen. Dit speelde zich al af lang voor algoritmen je in de schoenen werden geschoven. Er was nog geen bereikbaar internet voor iedereen in die dagen en toch vlogen de algoritmen je om de oren, omdat je er zelf door geleid werd.

Tegenslagen vallen om te buigen, iets in de orde van grootte als ‘tel je zegeningen’, nog zo’n wijsheid uit de oude doos, die de laatste tijd heel vaak opengaat. Opmerken wat je niet hebt, blokkeert, zien wat er wel is opent mogelijkheden en daarmee misschien wel een weg. Soms is de overmacht te groot, dan heb je maar te volgen, maar zelfs daarin kan een eigen keuze besloten liggen. Ik blijf nog even verder peinzen zeker in het licht van een oorlog, die weinig ruimte biedt voor het persoonlijke denken.

Gisteren na een ochtend van lezen en een betrekkelijke rust, was de tuin toch weer aan de beurt. Een literaire aanpak dit keer van ‘The three Willows’ op het grensgebied aan de rechterkant. Wat opviel was de stilte alom. Geen mens te zien terwijl er toch diverse auto’s aan het begin op het parkeerterrein stonden. Er werd gestookt, dat roken we dwars door de frisse lentelucht heen. Hoentjes in de sloot en een woerd en zijn vrouwtje maakten zich op voor een lentelang samenzijn.

Lief had zijn spieren gestaald na de vorige sessie en was er klaar voor met handzaag en takkenschaar. Ik zou de tenen van de zijtakken ontdoen en ruimen. De kale tenen achter onze hut en de kleine takken op de ril aan de linkerkant, als scheidslijn tussen mij en buuf. Geen trapje in de buurt dus een extra moeilijk obstakel om de vrij hoge knoesten van hun takken te ontdoen.

Hoe was dat verhaal ook al weer, mijmerde ik intussen, terwijl de handen rustig door gingen met hun werk. Met dat ik het dacht, wist ik dat ik me vergist had. Het boek droeg niet de titel The three Willows, maar ‘The wind in the Willows’ met rat, mol, das en pad, iets wat in het Engels vanzelf al literaire aspiraties met zich mee zou brengen, al was het maar op het geluid van het suizen en fluiten van de wind door de wilgentakken heen. De dieren hadden allemaal een herkenbare karaktereigenschap; de verstandige intellectueel Rat, de bangerd Mole, de narrige oude Badger en de rijke, onvolwassen, maar immer vrolijke en sociale Toad. Met zulke karakters heb je binnen een mum van tijd een verhaal. Kenneth Grahame wist er in ieder geval in 1908 wel raad mee.

Oké, daarmee blijft het nog steeds een literaire tuin, al zijn de appelboompjes van Vasalis in wezen een scheefgezakte eeneiige tweeling, maar die krikken we wel weer op. Een trapje is geen overbodige luxe, want uiteindelijk is Lief faliekant door de stoel, weliswaar in slecht verkerende conditie, gezakt, zonder echter zijn evenwicht te verliezen. En dat was al een kunst op zich.

Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Strassstress in de tank

De nacht is bezaaid met sterren en even duik ik weer terug in mijn jeugd. Hoe graag keek ik niet door ons raam naar buiten, starend naar al die hemelpracht, waar ik een mannetje van de maan wist, die we ook wel Klaas vaak noemden en die vergeten was langs te komen op het moment dat ik naar de sterren keek. Natuurlijk waren er oneindig veel ijldunne elfen, die hem lieflijk bijstonden en die verhalen schreven tussen al die lichtpuntjes in. Nu is elke ster een herinnering. Mijn moeder, de opa van de kleinkinderen, een lieve vriendin of drie. Troostrijke sterretjes. Ooit zag in Bulgarije op de top van een berg de oneindige val van de sterren. Duizenden wensen in het verschiet.

Het lied van Ellie en Rikkert Zuiderveld komt boven. Jaar en dag gezongen voor de kinderen op school, om de magie vast te houden van die wonderlijk sfeervolle wereld, waar dingen kunnen gebeuren die je voor onmogelijk hield, zoals ‘Een scheepje met een mast’ of ‘Een oog waar je alles door ziet’. Je kunt zoveel wensen en alleen dat schenkt al voldoening. Op dit ogenblik weet ik precies welke boodschap ik naar boven stuur en hoop met dezelfde kinderlijke vurigheid dat ze bewaarheid mag worden.

Gisteren was dan eindelijk de tuin aan de beurt. Het modderpad was enigszins begaanbaar en we kozen de lange weg, om de tuin van dochterlief te bewonderen die samen met het hele gezin en vereende krachten een nieuw terras voor in haar tuin had gemaakt, waar de zon in het voorjaar nog te koesteren zou zijn. Ze hadden het ‘Het oog’ genoemd, omdat de vorm daaraan deed denken. Zo krijgen de dingen vorm.

Het was geruststellend hoe vertrouwd onze tuin erbij stond. Een paar krokussen hadden hun dappere kopjes al opgestoken ondanks de vrieskou. De engel was gevallen, zoals bij elke windvlaag die langs komt. De wilgen, die ik kennelijk in het najaar toch al danig uitgedund had, hielden nog steeds de wacht. De appelboom stond zoals verwacht zo scheef als immer. Alleen het bord van de Bernagie was ervan afgewaaid. In de Bernagie zelf kwam vooral de vredige sfeer goed tot haar recht. De schilderijen, de tafel vol met krijt, inkt en penselen die lagen te wachten om in gebruik genomen te worden na zo’n lange overwintering, ik was vergeten hoe aangenaam het er was.

Buiten voor de wagen zaten we op de verweerde stoelen en droomden van een fikse opknapbeurt, maar eerst maar eens een wilg aan de zijkant van de tuin aanpakken om te kijken of het luie winterzweet het aankon. Lief nam de grote takkenschaar en was verbazend behendig met de snoei van de allerdikste takken. Ik zat erbij en knipte de kleine takken eraf of maande hem een knoest weg te knippen, zodat er met de takken te vlechten was.

Het werd een idyllisch plaatje daar op dat kleine stukje grond in de steeds warmer wordende lentezon. Het was er zo kalm als je je maar wensen kon. Kleine mezen dartelden hun lente bij elkaar. Verderop in het veld klonk de kievit, zwaan koos koers en het winterkoninkje scharrelde in het struweel. Natuur onder handbereik. De noeste arbeid werkte verheffend en bracht nieuwe energie.

Op het pad terug trok de zon lange schaduwen in het rimpelloze water van de sloot. Voldaan gingen we op huis aan met de belofte om snel weerom te komen omdat de tuin het gemis aan het land in Verweggistan op schaal verving. De lichamelijke arbeid, zoals snoei en wieden als work-out au naturel was heilzaam. Daar kon geen sportschool tegenop.

Bij de benzinepomp vroeg een man of ik ook een bezoekje aan de juwelier kwam brengen. Even schakelen. O ja, duurder dan diamanten, die benzine. Het was waar. Straks wordt een reisje eenvoudigweg onbetaalbaar met zoveel strassstress in de tank.

Overpeinzingen

De krenten uit de pap dus

Wat staat er voor vandaag op de planning. We houden een zussendag, zowaar. De eerste onbezorgde, zonder mondkapjes, zonder anderhalve meter. Natuurlijk moeten we voor een project van onze enige nog werkende zus een aantal attributen bij elkaar struinen. Dan zit er maar een ding op. Een onvervalste kringlopendag. Zin in, want altijd feest.

Gisteravond bij ‘Volle Zalen’ een interview met de lieve en aandoenlijke Jan Rot. Wat een zachtaardig mens is dat toch. Zijn levensmotto is sterk. Als er één in staat is om geluk in een dagelijkse vorm te gieten dan is hij het wel. Met bewondering heb ik bekeken hoe hij zijn lot en zijn liefde voor het leven draagt. ‘Ik ga misschien wel vroeg dood, maar ik heb alles gehad’ geeft hij aan. Dat te kunnen zeggen is veel waard. Hij is een toonbeeld van meebuigen met wat op je pad komt en niet nastreven wat je persé wilt hebben. Zo’n kalme golfbeweging is in alle opzichten mooier dan het krampachtig er achteraan rennen. Simpele eenvoud als een ode aan het leven.

De avond met Arjen Lubach is ook een opsteker. Het aanpakken van de misstanden die iedereen kent maar waar maar weinig tegen gedaan wordt is een blikverruimer die er nodig is. Gisteren was Postnl aan de beurt en de krappe tijdindeling voor haar bezorgers plus die wonderlijke zuinige betaling per bezorgd pakketje, zonder dat er een CAO aan te pas komt. Arjen en zijn team zetten de puntjes op de i, daar waar iets langs de randen van het betamelijke schuurt. We weten het wel enigszins, maar niet voldoende van de hoed en de rand. Een ode aan het bewust leven.

Gisteren kwam uit de doos met verrassingen een recept met gyros-kip en sla in een Turks broodje. De eyeopener was de aioli, die op het broodje werd gesmeerd. Nooit aan gedacht en eigenlijk zo logisch. Natuurlijk heb je zo de meest pure knoflooksmaak en als je tijd hebt om het zelf te maken is het nog lekkerder.

De dag begint verwachtingsvol zoals het betaamt op een tweede dag van de meteorologische lente. Een belangrijke dag voor mijn lief. Na deze dag zijn we vooral veel samen en kunnen we gaan bouwen aan wat een toekomst heet. Mooie plannen liggen in het verschiet al zijn we ons ook zo bewust van het belang van het nu. ‘Carpe diem’, zei hij gisteren over de Skype. Pluk de dag in al haar schoonheid en zo is het maar net.

In het programma ‘Nu te zien’ Van de Avro/Tros op Nederland twee was gisteren de artistiek directeur van het Amsterdams Museum Margriet Schavemaker op bezoek bij de tentoonstelling van de Franse Laure Prouvost in het Bonnefanten museum te Maastricht. Het is jammer dat het zo ver weg is, maar toch denk ik dat het zeker de moeite waard is om er heen te gaan. Het zag er boeiend en magisch uit met haar vele indrukwekkende installaties en door de combinatie van Mixed media. Dat te doen en er dan gelijk een weekendje aan vast knopen behoort nu tot de mogelijkheden. Dat is zo’n lied van verlangen uit de zak met onverwachte toekomstmuziek, die nu open voor ons ligt.

En nu eerst het huis een beetje kuisen, het lentegevoel vasthouden en er een gezellig dagje uit van maken met de lieve zussen. Het etentje dat we er achteraan knopen is ter ere van de verjaardag van zus heel binnenkort. De krenten uit de pap dus.

Overpeinzingen

Dát dus, vooral dát

De dag begon vroeg om vijf uur. Traag kleurde de donkere nacht op tot een zalmroze/rood. Met een puzzeltje een vredig begin.

De overhaast in bladerdeeg gepakte maaltijd van gisterochtend was tegen het eind van de dag zeer smakelijk vond vooral zoonlief, wiens smaakpapillen beter werkten dan de mijne.

Met lief had ik twee keer geskyped. Lang leve het beeld, maar ook het verlangen naar de nabijheid groeit dan. In de eenzame periode van hem in Verweggistan heeft hij vooral juist de aanraking gemist. Een aai over een wang, het koesteren van het vel op de handen, persoonlijke aandacht. Het gemis daaraan maakte het bijzonder moeilijk. Hoe was dat toch voor al die lieve oude mensen, die al in de war waren en verstoken werden van lichamelijk contact. Uit hoofde van mijn werk als verpleegkundige weet ik hoe troostrijk een hand op een arm kan zijn, een arm om de gebogen schouders, het strijken van een vinger langs een wang.

Nu we weer volop kunnen putten wordt pas duidelijker hoe schrijnend het gemis was. Ook voor mij. Al die jaren in mijn zelfgekozen alleengaan waren er naar volle tevredenheid de zussen, de vriendinnen en bovenal de kinderen en kleinkinderen, Er gaat niets boven de knellende armpjes om een nek en ik kwam niets tekort tot aan Corona. Maar die ene, door mij lange tijd verbannen vorm, het delen van elkaars aanwezigheid, de liefde voor een mens als persoon, dat onvoorwaardelijk te mogen ervaren bijvoorbeeld, als verteld wordt hoe mooi je bent, hoe lief, daar groeit een mens van in zijn hele ziel en zaligheid. Al weet ik nog steeds zeker, dat het nooit meer zover had gekomen als het niet die vertrouwde, samen opgebouwde basis van de oude liefde betrof.

‘Waar het hart vol van is loopt de mond over’ zei men vroeger. En af en toe voel ik me beschaamd om het wereldkundig te maken bij zoveel leed dat zo dichtbij is. Tegelijkertijd besef ik dat de liefde het enige is dat haat en verderf kan overwinnen. Onze kracht zit in het uitdragen van het kleine geluk aan ieder die daarvan horen wil en er ontvankelijk voor is. Klein geluk dat in het dagelijkse nog volop te vinden is. De lucht van vanmorgen, de kauwtjes in de dakgoot, mooie muziek, goede programma’s, schitterende tentoonstellingen, het verstilde spel van kleindochter, het met smaak verorberen van een bereide maaltijden, de merel die een worm pikt onder de grote Kastanje op het plein, de zussen om mee te kringlopen, mijn lieve kinderen en gratis erbij gekregen kinderen. Tevreden zijn met wat er is.

Maar die andere gevoelens dan, onmacht, verdriet, angst, haat die ergens diep besloten ligt. Wat gaan we daarmee doen. Op mijn bed ligt het boek Winteren van Katherine May, de gedichten en liedjesbundel van Annie.M.G Schmidt, De appel in het paradijs van Sonja Barend en De Markiezin van Charlotte Mutsaers. Ze verhalen van heel het leven, met de ups en de downs. Omarm ook het leed, de depressieve gevoelens, wordt heel, fluistert de een. Lach erom, spot ermee, breng er humor in zegt de ander. Bezie het fijntjes en trek je eigen plan, fluistert de volgende. Leef het leven met volle teugen, zegt de laatste. Vrouwen die net als ik geleefd hebben of er nog volop in staan. Wijze vrouwen, die de heelheid van het bestaan erkennen.

Ik omarm hen en de vele anderen in de boekenkast en mijmer mijn eigen waarheid bij elkaar. Dat dus, vooral dat.

Overpeinzingen

Het recht zal zegevieren

De lente buitelt over de knoppen heen en trekt ze een voor een uit hun slaap. De prunus naast de flat staat uitbundig te bloeien. Overal kom ik foto’s tegen van prachtige bloesem tegen een strakblauwe lucht. Het was me dan ook het weertje wel gisteren. Maar toch moest je je niet vergissen met aankleden. Het was bibbertjes koud. Of voelde dat zo omdat ik in de nijver om mijn deadline te halen de hele dag binnen was gebleven en pas tegen vieren met twee dagporties heerlijke paprika-courgette-soep richting dochterlief ging.

Het verhaal is af en ter lezing ende vermaeck doorgestuurd om te redigeren. Altijd weer spannend wat de goegemeente ervan vindt. Toch krulde de binnenkant gisteren wel een beetje om van trots. Pffff, het was even hard aanpoten, maar dan heb je ook wat. Nu verder met de rest van het achterstallig onderhoud.

Vanmorgen vroeg riep het gerecht voor vandaag me de keuken in, want het verrassingspakket van zoonlief had kippengehakt erin, die gisteren al op moest. Dan maar in de ochtend al rul bakken en de rest van het gerecht bereiden en in de koelkast bewaren tot later. Het gehakt met de kruidenkaas, de geraspte kaas en de broccoli in het midden van het bladerdeeg en dichtvouwen, zodat ik het vanavond kan afbakken in de oven. Zo’n verrassingspakket laat wel hele nieuwe variaties zien en die zijn een uitdaging om tot een Goed einde te brengen. De soep die ik had meegenomen naar dochterlief werd met veel smaak door allen opgegeten. Rijker en voller nog dan de dag ervoor.

Vandaag ga ik verder met het doek van de vier zussen. Met project Rembrandt op het netvlies kreeg ik daar ineens zin in. Ze hadden flamenco-danseressen onder andere als opdracht . Wat een heerlijke kleurrijke schilderijen leverde dat op. Altijd jammer als er iemand afvalt, van wie je zeker weet dat ze wel het talent heeft maar op die dag niet helemaal uit de verf komt, letterlijk en figuurlijk. Heerlijk om te zien hoe de twee mannen, die als beste naar voren kwamen, elkaar kunnen opstuwen in de vaart der volkeren. Ze bouwen op elkaar en daardoor groeien ze beide. Een mooi staaltje van elkaar nodig hebben, want hun begeleidster kon er alleen digitaal bij zijn door de Corona, die ze had opgelopen.

Vriendlief en ik maken plannetjes voor straks en wat we allemaal kunnen gaan ondernemen. Heerlijk als de bezigheden nagenoeg gelijk zijn. Schrijven, lezen, fietsen, tentoonstellingen bezoeken, wandelen, Utrecht in, een film pakken, naar het theater, gezellig uit eten gaan en reizen. Eigenlijk alleen maar leuke dingen die ik alleen ook deed, maar die nu te delen zijn en waar oeverloos lang over gesproken kan worden. Een stelling voorlezen en dan er over bomen is iets wat ik allang niet meer gedaan heb met iemand die me zo vertrouwd en eigen is. Ik droomde van hem. Hij had een prachtige wollen rode trui aan. Het was liefdevol en fijn om daarmee wakker te worden.

Ik herlees de genezing van de krekel, het allermooiste hoofdstuk van de verhalen op nummer 50. ‘Krekel schrikt wakker, ziet de stofjes dansen in de zon, hij leest briefjes met goed raad,(…) maar ineens schoot hij recht overeind. Er was iets vreemds, maar wat. Hij keek naar zijn kamer, alles was nog hetzelfde. Ineens wist hij het. Het sombere gevoel in zijn hoofd was weg. Gedachten kwamen schuchter te voorschijn uit alle kieren en gaten en schoten onwennig door de lege ruimte heen. (…)Het is weg, dacht krekel’. Hij stilt zijn honger en gaat voor de deur zitten tjirpen. Iedereen mag horen dat hij beter is. Als ze hem vragen hoe dat is gekomen, antwoordt hij met hulp van mier ‘Zomaar’.

Een mooi verhaal om een stralende dag mee te beginnen. Zomaar. Omdat de lente ons overspoelt en het recht zal zegevieren.

Overpeinzingen

Lichtpuntje

Een stralende zondag als lichtend voorbeeld voor de schaduwkant duizenden kilometers verderop. Het meest aandoenlijk in de afgelopen dagen vond ik de vrouw voor één van de gehavende flats van Kiev. ‘Waarom kan het niet gewoon lente zijn’, vroeg ze zich in alle eenvoud af. ‘De vogels zingen de bomen dragen knop’. De vertwijfeling en het ongeloof in haar stem ontroerde me ten zeerste. Lente, de aanzet tot nieuw leven, zou niet moeten worden gedrenkt in dood en verderf. Oneindig verdriet om de vernietiging van de schoonheid.

Vink vliegt in de boom voor het raam en koestert zich een wijl in de al verwarmende zonnestralen van deze vroege ochtend. Lief schrijft dat hij me mist. Een leven vol belofte. Kauw schudt haar veren en beneden loopt een jogger zich in het zweet. Vreedzame taferelen.

‘Matthijs draait door’ als ouverture is een fijnzinnige pleister op de wonde. De muziek, de innemende gasten, de gelauwerde dichter Willem Wilmink, een tranend oog van Herman Finkers en de innemende flower-powervriend Ernst Jansz met als tegenhang en daverend slot de opzwepende en bruisende muziek van Chef’Special, die de muziek van de toekomst vertolkt. Van alles wat, om van te genieten, om te vergeten, om met weemoed terug te denken en om paralellen te trekken met eerdere brandhaarden in de wereld.

Ik wil naar de tuin om mijn moeder te begroeten in de zwellende knoppen, het verse groen van de bollen, de ontluikende wereld die onschuld heet. De schoonheid van ontwakende natuur. Het fluisteren van de heg, het ritselen van de blaren, de al opwarmende smeltende winterdag, de bemodderde paden langs de sloot, de eerste bloemen.

Vannacht zat ik middenin het neolithicum. Hoe schrijf ik mijn lieve kleine helden naar de steentijd. Gelukkig zijn er de diverse nederzettingen her en der en zijn er programma’s met lichtende voorbeelden. Ze gaan hun weg wel vinden, weet ik. Liefst vandaag nog.

De oude Utrechtse Hortus

Ook spookte het boek van Thea Beckman door mijn hoofd, deel 1 van de Thule-trilogie: ‘Kinderen van moeder aarde’. Een hinkstapsprong maar wel een logische naar een utopische ontsnapping uit de werkelijkheid. Vrouwen regeren de aarde. Zelfs in dat lieflijke land sluipen regels en wetten binnen en gaan vrouwen op den duur, bij de komst van een ‘Barbarenschip’ ten onder aan hun eigen lieflijke regels, die hun eigen zonen en mannen teveel beknotten. Ook daar dreef dat uiteindelijk de wig in het vreedzame leven. Vrouwen aan het roer, mannen aan het roer, het is om het even, zolang de macht maar achterwege blijft, het geld, het voetstuk. Daar is de eenvoudige mensenziel kennelijk niet tegen bestand. Herman Finkers zingt zijn protestlied tegen de NAM en de dovenondertiteling vertaalt bij de laatste zin ‘Je doet warempel niks tegen olie, gas en poen’ per ongeluk ‘tegen Oliecharchs en poen’ en dat maakte het hele lied actueel. Speling van het lot of moest het zo zijn?

Van zoonlief had ik een zak met groenten uit zijn koelkast gekregen, omdat hij het niet op kon maken deze week. Dat betekende een berg aan paprika’s. Omdat ik wist dat mijn bestelde staafmixer zou komen en er om een handtekening gevraagd zou worden, besloot ik in de wachttijd het aangename met het nuttige te verenigen. Een Oosterse paprika-courgettensoep was het resultaat. Lekker lang en geurig getrokken, genoeg om vandaag mee te nemen naar dochterlief en haar gezin, en met de nieuwe staafmixer tot een glad soepje getoverd. Vele vliegen in een klap. De wachttijd geslecht, de berg paprika’s geminimaliseerd en de nieuwe staafmixer uitgetest. Als bonus die maaltijd voor vanavond en de handen vrij voor mijn verhaal met mogelijk nog een rondgang door de tuin.

Nu schiet de oude Hortus door mij heen. Is ze al geopend. Daar wil ik lopen met mijn lief. De prachtige tuin met haar eeuwenoude omlijsting van grachtenpanden en herenhuizen, priëlen, de vijver en de oude monumentale bomen, de oudste Gingko Biloba, de symmetrie van de Catalpa, die zijn schoonheid rond trompettert., de vele gewassen, de kruidentuin en haar mooie bloemen. Dit jaar gaat ze weer open en het voelt als een lichtpuntje.

Overpeinzingen

Mét al zijn zwarte veren

Terwijl bij Paul Witteman in de herhaling Mike Boddé een corona-compositie laat horen vanuit zijn huis, omdat hijzelf een lijdend voorwerp is geworden, blazen Putin en zijn leger Kiev aan gort en huilt het hart onverdroten door. Vannacht was ik, alleen, bezig geweest met het vormgeven van een nederzetting uit het Neolithicum en sleepte vele voorbeelden ervan uit de digitale wereld naar boven. Het geraamte voor een goed verhaal. Om tien uur vanmorgen werd ik wakker met de woorden van vriendlief op de app, ‘Goede morgen wijze vrouw”. Op dat moment voelde ik me niet zo. Eerder een dagverspiller, wat niet helemaal terecht was omdat ik de helft van de nachtelijke uren had gebruikt om het geraamte van mijn verhaal op te zetten.

De dag ervoor, alleen thuis, gaf ruimte aan de bezigheden, die opgestapeld lagen te wachten op aandacht. Hoe ingrijpend kan het zijn om plotseling meerdere bezigheden op het netvlies te hebben, gevoelig als ik ben voor het tot een goed uiteinde brengen van alles. Er is meer tijd voor nodig door het uitbreiden van de belangen van die van een ander op mijn netvlies. Er is te weinig van mij. (Ken uw klassiekers)

Bij Witteman wordt vertelt over een rammelaar-verzamelaar met het aandoenlijke verhaal hoe hij er toe was gekomen om die rammelaars te gaan verzamelen. Het was in de oorlog, hij en zijn vrouw zaten ondergedoken en de vrouw raakte zwanger, maar het hebben van een baby op die plek was te risicovol, dus besloot het echtpaar de zwangerschap af te breken. Daardoor overleefden ze de oorlog wel. Toen na de oorlog de vrouw opnieuw zwanger werd, kocht de verzamelaar een klein miniatuurrammelaartje voor het destijds ongeboren kind. De vrouw echter kreeg complicaties en dit kindje werd doodgeboren. In hun verdriet besloot hij de rammelaar aan vrienden te geven die een baby hadden gekregen, maar daar raakte zijn vrouw zeer bedroefd van. Vervolgens bezwoer hij haar op zoek te gaan naar een identiek exemplaar van het miniatuurrammelaartje. Wat een prachtig maar droef verhaal en wat een voorbeeld van hoe ‘ ’s Heeren wegen’ kunnen lopen. Het blijf een muziek instrument pur sang en Anne-Maartje Lemmereis componeerde er een wiegeliedje voor. Mijnheer Heinz, de verzamelaar, heeft op die manier de kracht van de schoonheid boven zijn eigen verdriet uitgetild.

Op dat moment las ik, bij een andere bron, dat er een kindje was geboren van een 23 jarige vrouw in de metro in Kiev. Een schrijnend moment om te beseffen dat de schoonheid te allen tijde zegevieren zal, maar dat de aanloop ertoe barre omstandigheden kunnen behelzen. Het hart huilt om de herhaling van dergelijke ontluisterende feiten.

De guirlande in de boom voor het raam is verworden tot een stemmig mineur. In flarden hangt ze terneer in twee losse delen. Kauw zit er als zwarte symboliek achter en bewaakt zijn of haar gebied. Straks vliegt ze weer naar de dakgoot en plukt wat aan het nest. Het zijn op zolder de naaste buren, die aardig kakelend wat decibellen teweeg kunnen brengen. Het mooie boekje van Max Porter: ‘Verdriet is een ding met veren’ dat onder handbereik ligt, is het antwoord op het verwerken van onaanvaardbaar leed. Uiteindelijk na een lang woord-rijk gevecht met kraai is de vader van de tweeling eindelijk in staat om kraai te vragen op te krassen. Elke veer van kraai was onderdeel van het proces van verwerking. Nu was het gedaan.

Straks is de guirlande uiteengereten tot microscopisch kleine deeltjes, het wereldnieuws uiteengevallen in een gedoogtoestand en vragen we kraai met zijn dood en verderf aan veren om op te krassen. Er is maar één iemand die mondiaal opkrassen moet, mét al zijn zwarte veren.

Overpeinzingen

Wat een heerlijk idee

Voor de afwisseling schrijf ik laat in de ochtend en na de koffie op de bank. Net hebben we met gemengde gevoelens het wereldnieuws gevolgd en mijn hart bloedt om alle gewone vredelievende mensen die door een potentaat in het ongewisse worden gestort. Uit de grond van mijn hart kan ik stellen dat het niet meer opgaat om niet te oordelen over machtswellustelingen. Verwonderen erover is nauwelijks meer mogelijk. Soms trekt men een grens.

Pluis haar ogen staan op steeltjes, nu er twee dikke doffers op de voederplaats de krenten uit de pap proberen te vissen. Al het fladderend gevogelte brengt onrust te weeg. De zon probeert uit alle macht door het wolkendek heen te komen, net zoals vredige gevoelens gekoesterd en bewaard willen worden binnen de dreigende taal en uitingen van de man met de ijzige staalharde blik. Hier lukt het haar met kracht de wereld te doen oplichten. De handen ineen slaan en unaniem opstaan tegen deze volledig ongegronde eenmansactie, fluisteren haar stralen, wereldwarmte versus een autocraat.

Lief is nu ochtendtoilet aan het maken, de dag zal volgens de routine een weg volgen. Fysiotherapie, een boodschapje, zalf voor Pluis ophalen en koken met de gisteren verkregen grote hoeveelheid groenten. Het brainstormen over het verhaal uit de steentijd nam gisteren tussen de bedrijven door een vlucht. Opa is nog steeds de spil en zijn volkstuin. De filmpjes op schooltelevisie zijn een welkome beeldvorming.

De lasagne was een succes, maar ook behoorlijk bewerkelijk. Daar had ik me een beetje op verkeken. Eer van het werk is de oogst. De mannen hebben alles met verve naar binnen gebuffeld tot de laatste hap. Daarna volgde de vaat, even groots en meeslepend.

Broerlief is jarig vandaag en kreeg de foto van de uitbundig bloeiende oranje tulpen cadeau. Normaliter zouden we op visite gaan en genieten van een ouderwets opgezette verjaarskring met een overvloed aan lekkere frituur, waar het feestvarken zelf de grootste hand in zou hebben, maar Corona gooit opnieuw roet in het eten. Ach ja.

Ik denk aan de verjaardagen vroeger, met de pepsels en de bolknaks en sigaretten op tafel in de wijnglazen. Een geloop aan de deur, de hele familie kwam opgedoft voor het feest aanlopen. De tantes met keurig gekapte coiffeur, gestreken witte blouses onder hun mantelpakjes van keurig donkerblauw. Hier en daar blonk een frivool en toch bescheiden lippenstiftje of een blush de rode wangen. De ooms, nog gepikt en gesteven, in het pak. Een kus, het cadeau, waarschijnlijk een flesje odeur en bloemen voor mams en een ouwe klare in een kruikje of een pakje zware shag voor paps. Altijd was er koffie van die ene brander hier uit de stad met de roombroodjes van Boonzaaijer en daarna kwam het advocaatje met slagroom en de eerste tulpglaasjes met jenever op tafel.

Er werd gepraat, gelachen en geroddeld. De kinderen zaten er met oortjes op steeltjes tussen, want zo hoorde je nog eens wat. Over alles lag een dikke rooksluier, die soms de hoofden los maakten als zwevende objecten, zodra de eerste sigaren hun rookgordijn in gang hadden gezet. Opa’s hoge hoed wiebelde voor hem op de punt van de tafel en naarmate de ochtend vorderde gingen de jasjes uit en kwamen er hemdsmouwen en losgetrokken stropdassen en boorden aan te pas. Het geluid zinderde naar een hoogtepunt, alles en ieder werd net ietsje luider en makkelijker om bij het naar huis gaan met rode wangen en een ietwat onvaste tred het paadje in de voortuin af te lopen. tot gauw, tot de volgende verjaardag.

De wederwaardigheden waren uitgewisseld, ieder wist van de hoed en de rand, de laatste nieuwtjes in volle glorie uitgespit. Op naar het nieuwe jaar. Zo simpel, zo feestelijk, zo onbevangen en zo vol belofte. Wat een heerlijk idee.

Inspiratie·Literatuur.·Overpeinzingen

Bij deze

Terwijl Franklin over het land raasde en her en der voor opschudding zorgde, kabbelde de droom stilletjes voort. Een wonderlijke, als altijd, waarbij er een wedstrijdje aan de gang was van: Wie er het snelst op handen en knieën om de tafel kon lopen. Iemand verzekerde mij, dat ik het echt kon proberen op mijn versleten knieën en dat dat geen schade zou geven. Inderdaad ging ik als een speer en won de wedstrijd. Het resultaat was dat ik eindelijk een keer op het ouderwetse vroege ochtenduur wakker werd. Koffie en genieten van het oplichten van de donkere nacht.

Gisteren kwam dochterlief gezellig theeën, maar ze had alleen de kleine dribbel bij zich. Die moest uit zijn autoslaapje en zijn dikke jas gepeld worden en keek nog wat pips in het rond. Maar zodra hij in de kamer was, ontdekte hij zijn vriendin, de pop Greetje, en smeekte mij haar tot leven te wekken. Zijn naslaap verdween als sneeuw voor de zon door Greetjes grappen, helemaal toen ze hem wel wilde opeten. Dat leverde een hoge, ietwat, angstige maar ook uitgelaten lach op. Het monstertje, een vingerpopje van het bijbehorende monsterboek, leverde grote hilariteit op tijdens het voorlezen. Vooral omdat hij steeds de herhaling zelf kon nazeggen. Dat er geen goed einde was, deerde de lieverd geen seconde, schaterend bewoog hij het vingerpopje over de bladzijden. Hoe meer monsters, hoe beter, hoorde je hem denken. Daarna was het de hoogste tijd voor crackertjes en appelsap.

Ineens dacht ik aan de mappen boven, die ik dochterlief wilde laten zien. Studiemateriaal van Speel je wijs, dat al jaren stond te verstoffen in een tas achter het bed. Ziezo, weer wat ballast over boord. Dribbel had ondertussen de doos met kleine auto’s ontdekt en speelde een heel spel in zijn eentje, iets wat hij als geen ander kon. Wij konden heerlijk bijpraten.

Zoonlief kwam zijn vogelaars-attributen laten bewonderen en toen de twee Turkse Tortels ondanks de striemende regen er lustig op los pikten in de voederbak konden we door de Swarovski- verrekijker de druppels als diamantjes op hun veren zien liggen. Het was een aangenaam verpozen en natuurlijk ging een bakje met de eerder gemaakte pasta richting huis. Dribbel zond, hard lopend om de niet aflatende regen, kushandjes over de galerij in het ritme van zijn rennende schoentjes. Later appte dochterlief dat de jongens van de pasta gesmuld hadden en dat alles schoon op was.

In de Skype met lief een schematische weergave voor het programma van de volgende dag, nu dus. Straks rij ik om elf uur richting Hoek. Daarna gaan we richting Den Haag en na het onderzoek gaat hij voor een paar dagen mee naar huis. Het grote voordeel van een weerzien is dat het extra genieten is als je elkaar in de armen kan sluiten. Nu nog duimen voor een gunstige uitslag en dat stormachtige Franklin zoet gaat rusten. Dat geeft een geruster gevoel. Hij gromt hier nog steeds een beetje na. Daarna mag het wel wat droger worden allemaal. En lichter…Letterlijk en figuurlijk.

In de boekenbijlage van de krant trok een recensie van het boek ‘Waar gezongen wordt’ door Shula Tas de aandacht. Ze gaat in het boek op zoek naar haar identiteit. Ergens wordt beschreven hoe ze zichzelf ziet: ‘Als een rode draad mij zou verbinden met alle generaties voor en na mij, dan zou die op dit moment alleen bestaan uit een klein rood puntje. Een gênant klein stipje in de eeuwigheid. Een losse noot op een verder lege partituur. Een lied zonder begin en zonder einde, zwevend in een vacuüm van tijd’ De conclusie van recensent Onno Blom is de volgende: ‘Door haar verdriet en schaamte onder ogen te zien probeert ze haar lot te omarmen. Zich te verzoenen met het onvermijdelijke’. Een boek ‘dat zich op de grens van feit en fictie beweegt’ lijkt me uitstekend geschikt voor de lijst van ‘te lezen boeken’. Bij deze.

Overpeinzingen

Wat ik je brom

Het weer speelt een spelletje met ons gemoed. Net als de troosteloosheid door de sombere dagen ons tot in de schoenen zakt, zendt ze er een blauwe en zonnige dag tussendoor, waardoor we opveren en energie krijgen. Vlak de hoop ook niet uit. Die verlangt sterk naar de lente en warmte.

Gisteren voor het eerst sinds lang weer aan de zijlijn van het voetbalveld gestaan. De dag was olijk begonnen en achter het raam zag het er aangenaam uit, dus had ik weliswaar zorgvuldig de lange winddichte jas gekozen, maar er te weinig aan trui onder gestopt. Bibbertjes koud herinnerde het me vooral aan alle andere keren dat ik na tweeënhalf uur totaal verstijfd het terrein verliet en niet wist hoe warm te worden in de kleine blauwe prins met alle ventilatieknoppen op de hoogste stand evenals de blower. In de pauze had een vriendelijke heer mij een kop thee met vijf keuzezakjes en een gevulde koek gebracht. Ik dichtte hem galantie ten top toe maar zoonlief had dit in de rust even snel geregeld, om zijn oude koude moeder warm tegemoet te komen uit dankbaarheid voor de support. Haha. Toch lief van beide mannen.

Over Skype dromen lief en ik de toekomst bij elkaar, die al tot de tuin is uitgebreid, met rozenstruiken en prieeltjes en lieflijke halfronde bankjes in een late avondzon. Twee schommelstoelen komen op de veranda van de Datsja, waarin we elkaar passages voorlezen. Alles natuurlijk gekruid met de geneugten van het leven. Ach ja, wat heerlijk om opnieuw romantisch te kunnen wegzweven. Wees gerust, ook wij landen weer gewoon met twee benen op de grond, maar tegengesteld de grauwe werkelijkheid doet het meer dan deugd.

Het boek ‘De kinderen van Chronos’ van Erno Essens is erg goed geschreven en voert je de bekende en onbekende geschiedenis van het oude Griekenland binnen. Tijdreizen, goocheltrucs, filosofie, spanning en sensatie, het is er allemaal en geeft wat het aan geheimzinnigheid belooft. Een avontuur om je tanden flink in te zetten.

Ondertussen moet ik wat met het stenen tijdperk en opa op zijn volkstuin, met de gevlochten afscheiding van wilgentenen. Zit er een verhaal in zijn opgerolde hemdsmouwen dit keer? De tijd dringt en met al die geopende deuren in mijn hoofd en hart is het lastig focussen.

Pluis is gisteren met zoonlief bij de dierenarts geweest. ze heeft al een paar maanden aandrang tot het extra zorgvuldige hygiënische poetsen en likt haar vacht aan barrels. Om te voorkomen dat ze straks helemaal kaal is, adviseerde de arts pilletjes en zalf om de jeuk te verminderen en de vicieuze cirkel, waarin ze kennelijk verkeert, op die manier te doorbreken. Ik meen nu al een gunstige werking te bespeuren.

De reis in Italië ging door naar Bari, waar men als specialiteit de authentieke oortjespasta kent. Natuurlijk is de naam in het Italiaans welluidende en heet het Orecchiette al Rugù. Elke Nonna in Bari maakt het met verve voor haar huis om dan te verkopen aan de locals en de toeristen. Helaas pindakaas, de winkel waar ik gisteren inkopen ging doen kende deze grappige pasta niet. Nu heb ik wel de Rugù, maar de pasta bestaat uit schelpjes. Conciglioni al Rugù om precies te zijn en derhalve ook niet te versmaden. Zo is het, naar goed Italiaans gebruik, ook de hoeveelheid voor een weeshuis geworden, per tutta la famiglia.

Gelukkig komt dochterlief met haar mannen op bezoek. Die Conciglione vindt wel een weg. Wat ik je brom.