Overpeinzingen

Wie zal het zeggen

Na de onderdompeling in het paradijselijke gevoel komt de nuchtere kijk eindelijk weer om de hoek zetten. De zorgeloze vakantie is voorbij. Hier moet gewerkt worden en met vaart. Haha. Sommige zaken voelen luchthartiger, anderen wegen juist zwaarder, omdat de wetenschap dat je er behoorlijk door kan worden opgeslokt, op de loer ligt. Juist door het volkomen gericht zijn op elkaar in de roze bubbel met diffuse geluiden van de buitenwereld, zorgen voor minder ondernemingslust. Maar er valt iets door te prikken. Vandaag maak ik een afspraak om een oude woonstee te bezoeken voor het volgende verhaal van de historische kring voor de groepen zeven en acht van de basisscholen. Ook wegen de kinderboeken steeds zwaarder achter het luikje recensies voor deze maand. De hoogste tijd voor een volgende stap.

In de bubbeliaanse ochtenden was tijd een ondergeschoven factor. De dagen werden ingekort tot middag en avond. Het draait inderdaad om kwaliteit en niet om kwantiteit, maar als de volledige dag benut kan worden is dat wel een prettige bijkomstigheid. Meer tijd om te genieten van het al. Mijn wereld en zijn wereld.

Op bezoek bij dochterlief met de oudste twee, die tersluiks onder de wimpers door deze vreemde meneer in ogenschouw namen. Al kwetterend en gamend vlogen de opmerkingen en de vragen over en weer. Het huis werd opgezocht in Google Earth en oogstte bijval. Dribbel kwam iets later met zijn vader binnenvallen. Daarmee kwamen ook de taartjes voor bij de thee. Een in te studeren danschoreografie voor school, door de oudste, bleef in de lucht hangen evenals de spreekbeurt van de tweede lieverd. Toch een tikkie verlegen onder de vreemde blikken.

Stralende zon sprak het weerbericht tegen. Hadden we toch een mooie wandeling met het coronavrije gedeelte van de familie kunnen maken. Wat in het vat zit verzuurd niet. Afdeling scheerapparaat was toe aan een oriënterend onderzoek om het oude exemplaar in het etui van vriendlief, die ternauwernood nog schoor, te zijner tijd te kunnen vervangen. Evenzo gold het voor een nieuw hoeslaken. Geen weet meer van de afmetingen van zo’n prinses-op-de-erwtbed. Kingsize was misschien wel te groot. Wonderlijke vragen op een wonderlijke dag.

‘S Avonds was ‘Matthijs gaat door’ op een later tijdstip dan normaal, met daarvoor een aflevering van project Rembrandt. Beiden de moeite waard om te bekijken. Rijk de Gooijer werd aangehaald bij Matthijs en tegelijk ook zijn beruchte eigenschap om zijn verhalen te overdrijven, of nog beter, aan te dikken tot grote hoogte. Het bracht mijn vader mee, die een diepe verachting koesterde voor deze Utrechtse Bon Vivant. In zijn ogen wilde hij maar niet deugen. Zijn vriend Maarten Spanjer en Matthijs gniffelden om de schavuit zijn zogenaamde heldendaden. Ach ja. Stormpjes in een glas water, of toch niet?

De opluchting bij de man die naar huis werd gestuurd na deze aflevering van project Rembrandt was groot. Het koste hem erg veel inspanning en hij wilde weer vrij zijn om zijn eigen ding te kunnen doen, de ontwikkelingen in eigen tijd en eigen uur weer op te pakken. De druk was hem te hoog. Een verademing, zo’n nuchtere reactie en kijk op de zaak. Iets van ‘Laat mij de vergetelheid’ of de tol van de roem.

Wel kriebelt het programma de lust wakker weer met schilderen en de andere bezigheden te beginnen. Tuin op orde brengen, atelier schoon poetsen, roodborstje begroeten en aan het werk, terwijl er tegelijkertijd hier en daar de wilgen onder handen kunnen worden genomen om met de takken nieuwe omheiningen te vlechten. Het kriebelt al, dat voorjaar en tikt zachtjes de stoffige winter weg. Of is dat alleen in het hoofd bij het smeden van de nieuwe plannen. Wie zal het zeggen.

Overpeinzingen

De prachtige, maar stormachtige, dag

Een stralende dag verwarmde de geest. Wat een beetje zonlicht al niet vermag. De weilanden en landerijen lagen er groener bij dan sinds lang. De vogels zwierden in groten getale dartelend boven het veld. Kauwen, ganzen, aalscholvers, de spreeuwen in hun eigen sierlijke patronen. Op weg naar de uiterste rechterpunt van de kust. Het is één weg en makkelijk af te leggen. Voldoende gespreksstof ter afleiding.

Schoonzus en broer zaten al klaar achter de gedekte tafel. De keuze tussen te laat of op tijd komen belemmerde om de bloemen te halen, die bij zo’n eerste kennismaking hoorde. Mijn streven is op tijd of ruim op tijd. De begroeting was evenzeer hartelijk. Broer herkende mij niet meer van toen, ooit, lang geleden. Er was de helft meer van hem dan destijds. Hartelijke ontvangst en het voorzichtig aftasten van wat voor vlees men in de kuip had. ‘Een zelfgebrouwen tomatensoep met balletjes’ deelde broer mee terwijl hij zijn vrouw met onverdeelde trots toeknikte. ‘ Het was een gokje hoor, wist niet of je het lustte.’ Was het bescheiden, bijna verlegen antwoord. Mijn moeders soepje in een vreemde kom.

De kleine oude terriër was uit zijn mandje opgestaan en kwam zijn oude baas begroeten, daarna kwam hij naast hem liggen. Schoonzus zorgde voor het diertje met heel veel liefde, maar het werd een beetje te zwaar en nu alle bezigheden in de Corona-luwte weer een aanvang namen en ze de verantwoordelijkheid had voor twee grote kerkkoren moest er wel iets veranderen. Al keuvelend en afwegend kwamen we tot een mooie tussenvorm, die haar een aantal dagen zou ontlasten en meer lucht gaf.

Door alle verhalen heen en de wandeling met het beestje, de oortjes parmantig omhoog, koddige kleine stapjes, moest ik aan het begin van deze ontmoeting denken, waar ik een versie van de man terugzag, die ik tijdens het oriënterend gesprek had aangetroffen, een aantal weken geleden. Alle energie was eruit, het leek wel of hij in een andere dimensie van de tijd was gegleden. Het trok bij, maar het was een wonderlijke gewaarwording.

In de auto bespraken we wat hem overkwam op dat moment. Het was alles bij elkaar. De plek, het diertje, de problemen die er lagen. Het opgebouwde optimisme verdween tijdelijk als sneeuw voor de zon en dat kon met gemak nog wel eens voorkomen. Het was geen probleem, maar een waarschuwing hoe kwetsbaar een helend proces kon zijn. Met stappen vooruit en af en toe pas op de plaats of een stap terug. Zo werkt het dus.

Met patatjes als diner, waar zoonlief en schoondochter ook nog van peuzelden, was de rest van de avond voorbestemd om bij te komen. Beetje televisie, beetje onderuitzakken. In alle vroegte was ik, bij het wakker worden, verrast door zoonlief die met zijn toekomstplannen onder de arm ernstig de behoefte had, ze op dat moment uit de doeken te doen. Het arme brein moest zich twee maal zo hard inspannen om alles goed door te laten dringen en de bodemloze hazenslaap daarna was er het gevolg van, dat ik aan de dag begon als Alice in Wonderland. Een tikkeltje vervreemd.

Met alle nieuwe indrukken nog op het netvlies laveerde ik de televisie naar ‘Matthijs draait door’ om te constateren dat het deze avond er niet was. Altijd een gemis, als totale ontspanning had ik me er zo op verheugd. Dat betekende opnieuw schakelen. Tijd voor een onderdompeling in Morpheus armen, en dromen en verlangens weven tot een harmonieus geheel. De diepe rust voelde weldadig na de prachtige, maar stormachtige, dag.

Overpeinzingen

Binnen handbereik

Diep weggedoken in het donzen dekbed mijmer ik de blog bij elkaar, terwijl lief de reis door dromenland aan het maken is en straks zal ontwaken met een waterval aan gestolen kusjes. Ik plak, knip en scheur de aaneengeregen woorden, die horen bij dit zoete geluk. Lief te hebben is fantastisch, maar door de ander geliefd te worden is te vergelijken met de hemel op aarde, roze suikerspinnen tot in de eeuwigheid, alle dagen Valentijn. Langzaamaan kleurt mijn wereldbeeld roder dan rood, rozer dan roze, hemelsblauwer dan blauw. Kleuren zijn sowieso intenser en leggen hun film over de grauwe dagen. de werkelijkheid buiten de bubbel is een brug verder, voorlopig gaan we er niet overheen. Eerst genieten, plannen maken, toekomst bouwen. Of dat nu voor even is of voor dertig jaar. Ons krijg je niet meer uit elkaar.

Die wetenschap is zo’n groot cadeau, de strik er omheen als bezegeling. 25 Jaar lang ben ik er bewust van verstoken geweest. De deuren gingen destijds dicht en het slot, gewapend met de droeve elementen uit een van de verledens, was onverbreekbaar. Nu stroomt er licht en ruimte, als de zon zelf, door de geopende deuren, verwarmt elke vezel van dit tere gevoel. Liefde. Je hebt er geen Valentijn voor nodig en toch ga ik het dit jaar vieren, als in ‘samenzijn, het leven vieren, je verbonden weten’.

Vandaag hadden we daar voor het eerst gehoor aan gegeven met een port en een kaasplateau. Als bijzonderheid stond er een schaaltje ingelegde gember naast. Het summum van liefde. Het zachte, welhaast doorzichtige roze, op de romige cremeux de Normandië, de fromage Chèvre of de zachte Cantal. Deze euforische dagen munten uit in feestvieren. Niet alleen met dergelijke uitingen, maar ook in de kleine dagelijkse dingen en vooral in de blikken die dieper gaan dan diep en voelbaar worden in een verfijnd verlangen. Liefde is onvervangbaar, nooit half maar intens aanwezig.

Samen verder, ouder worden, bedenken hoe het verder gaat, plannen maken, doelen stellen. Ineens is het volle leven, dat doorgaans toch al behoorlijk gevuld was, terug en springlevend, met deze extra dimensie. Het leven lacht ons toe, bedacht ik achter de dichte oogleden vanmorgen, en het is geen roze wolk. Daar hebben we al te lang voor geleefd. Dit is voor onze eeuwigheid. Inderdaad, zolang als het duurt en daarom vanaf dag één in bedrijf. Zoals De Dijk al zong: ‘Als het golft dan golft het goed/niet te stuiten, niet te sturen/duurt het dagen, duurt het uren/als het golft dan golft het goed.’

Vandaag gaan we met het openbaar vervoer naar de stad. De O.V. Is nieuw voor hem, waar haal je ze, wat kan je ermee, waar moet je op letten. Het heeft voor ieder ander ogenschijnlijk niets te betekenen, voor hem is het een berg om te slechten. Vooralsnog eerst met de tram en terug met de bus, zodat beide opties bekend zijn. Het doel is simpel. Sleutels bij laten maken om uiteindelijk totale vrijheid te bewerkstelligen. Liefde is loslaten.

In het magazine De Zin schreef Stef Bos in zijn column een waar woord. Hij zat een aantal jaren geleden naast zijn oude vader en vroeg hem: ‘Wat vind je eigenlijk van deze tijd Pa.’ ‘Wil je dat echt weten jongen.’ ‘Ja.’ ‘Wel, laat ik beginnen met jou…Je zit de hele tijd op je telefoon te kijken en praat met mensen hier ver vandaan, terwijl wij naast elkaar zitten. Volgens mij is dat het probleem van deze tijd, jongen. We zijn niet meer samen. We kijken elkaar niet in de ogen. Ons vermogen om te luisteren is er slecht aan toe.’

Precies hetzelfde ondervinden we hier, maar dan de essentie, waar de vader op doelt. We zijn op dit ogenblik heel erg samen en het kent een grote meerwaarde. Daar weer naar terug te gaan, dat aan den lijve ondervinden, brengt het pure geluk binnen handbereik.

Overpeinzingen

En zo is het

Tja, laat naar bed en dan moet je het bezuren. Er zijn wel honderd spreekwoorden voor te bedenken. ‘Wie A zegt moet ook B zeggen’. ‘S avonds een vent, ‘s ochtends een vent’. ‘Wie zich brandt, moet op de blaren zitten’ en meer van gelijke strekking. Gisteren was de bio-avond voor mij, als betrekkelijk groentje, een interessante. Niet alleen had iedereen het boek gelezen en waren nagenoeg allemaal tot aan de slotsom toe, maar ook had men, naast de inhoud en de kunstenares de biografe onder de loep genomen. Daar had ik geen seconde aan gedacht.

Binnen het tijdsbeeld vond ik de productie van deze kunstenares indrukwekkend en haar passie voor haar werk te roemen. Hoe het an sich geïnterpreteerd wordt, vind ik altijd van een dergelijk persoonlijk niveau, dat zelfs door haar leermeesters, er niet in het algemeen over geoordeeld kan worden. In mijn optiek is het werk afhankelijk van de innerlijke beleving. Of de streek nu haastig is, het werk slordig overkomt of niet, de snelheid waarmee ze er aan wil toe geven, komt voort uit een innerlijke drang, de passie die ze diep van binnen moet hebben gevoeld en die al van jongsaf, als klein meisje, aanwezig was.

Vroeger leerde ik de kinderen in de groep al, dat je niet kon zeggen of, dat wat ze gemaakt hadden, mooi of lelijk was. Een beter criterium vond ik of je er door geraakt werd of niet. Wat wel te beoordelen viel, is het feit dat Jeanne grafiek als een van haar werkterreinen had gekozen, en dat was opmerkelijk te noemen in het tijdsbeeld waarin ze leefde. Evenzo het feit dat ze zich in haar Parijse periode verdiepte in het nachtleven met de vele excessen, die zo verschilden van haar benepen opvoeding. Kennis vergroten en dan met name wereldwijzer worden, letterlijk en figuurlijk, was onder andere haar streven. Als zo’n strak keurslijf eenmaal los geveterd is, is er geen houden meer aan. Het werk uit die tijd is indringend.

Later spitste ze haar grafiek toe op aquatint en kleur. De effecten bij aquatint zijn door het wonderlijke procedé vooral verrassend te noemen. Haar jarenlange grafiekervaring zal toch echt de nodige kennis en behendigheid hebben opgeleverd, waardoor effecten min of meer voorspelbaar werden.

Een ander punt op deze avond was het feit dat de adel zo puissant rijk en het voetvolk zo gruwelijk arm was. De armoe, getuige de veenstekers en de plaggenhutten kende ik, maar die grootgrondbezitters zijn op de een of andere manier altijd buiten schot gebleven. Het gehamer op het verschil tussen man en vrouw is er vooral om het goed te kunnen beoordelen en alleen maar prijzenswaardig in het kader van de bewustwording, evenzeer de opkomst en het zijspoor waar het feminisme, door de tijd heen, telkens belandde. Het kan niet vaak genoeg gezegd worden. De ongelijkheid zou anno 2022 volledig verdwenen moeten zijn, en toch…En nog…

Een interview met de biografe kan licht werpen op haar voorbereidingen, de bronnen, hoe heeft ze haar kennis omtrent de kunst vergroot. Dat zou ik graag door haarzelf genoemd willen zien. Vooralsnog hou ik de woorden van mijn lieve oude vriendin aan. ‘Oordeel niet, verwonder je slechts’. Ze knikt. En zo is het.

Overpeinzingen

Niets en niemand anders

Langzaam beginnen de reguliere gewoonten in elkaar te schuiven voor mijn wereldburger. Wat ooit in het verleden eenvoudig en bekend was, is een weggegleden herinnering door twintig jaar Verweggistan. De simpelste vragen worden een overwinning bij het binnenhalen van de antwoorden, maar vooral door de opgedane ervaring.

Bij het ontbijt, ik de kwark met medicijnen en hij vijf boterhammen met lekkers, boerenyoghurt met blauwe bessen, koffie en jus d’orange, vroeg hij ineens naar het openbaar vervoer. Maar natuurlijk. Morgen reizen we samen af naar Utrecht per bus, eerst de OV- kaart kopen, dan leren om die bij te laden, dan de bushalte inprenten en gaan. Alles is als baby’s eerste stapjes. Aandoenlijk en om verliefd op te worden. Maar zelfstandigheid is een uiterste must. En dan spreekt hij nog, als rechtgeaarde Hollander, goed Nederlands. Hoe wereldvreemd moet het dan voor een vluchteling wel niet zijn. Van lichtknopjes tot bepaalde gewoonten en hebbelijkheden, alles is één groot vraagteken.

Langzaamaan groeit de wereld voor hem weer op z’n plek. Ambtenarij is een dingetje, als je wel hier je paspoort hebt verkregen, belasting betaalt, je pensioen en AOW na 25 jaar hier in het onderwijs te hebben gewerkt, uitbetaald krijgt, is het een hele toer om bijvoorbeeld je digi-D uit het woud van regels op te diepen, omdat ze vastdraaien op het buitenlandse woonadres.

Gisteren stond in het teken van de omgeving verkennen, en kwam er in het winderige grijs een kuierende wandeling uit in het parkje aan de Overkant. Ogen kijken anders, of nee, ze kijken mee door de ogen van lief en zien zo een volledig andere dimensie, al zijn er ook heel veel raakvlakken. Hand in hand, innig verstrengeld of arm in arm, we proberen alles uit. Wat loopt het lekkerst. Alles eigenlijk. Kusjes voor de bezegeling. Verliefde bakvissen van zwaar middelbaar. Het moet niet gekker worden, of juist wel. Het geluk lacht dat idee toe.

Voor de wandeling was ik bij de fysiotherapie, waar de stagiaire die mij begeleidde een vader had die gevlucht was uit hetzelfde land als mijn lief. Ze verbeterde de uitspraak van het dorpje en kwam met een indrukwekkend verhaal over haar vader en zijn vlucht, hals over kop, toen het communisme er de regie nam. We deden wat geijkte oefeningen met elkaar, maar ondertussen bleek het land wederom een verbinding tussen twee mensen te zijn. Ze was zichtbaar trots op haar strijdbare vader, die nooit had teruggedeinsd voor verzet en weerstand bood met hand en tand. Mooi om daar de onderliggende symptomen van te bemerken. Een blosje op een wang, de sluikse blikken, de steelse glimlach. Hier werd een vader op handen gedragen.

Bij de boodschappen tulpen om de lente in te luiden en warempel de dag baadde vanmorgen in zonlicht. De biografie had nog een hoofdstuk om te gaan. Mijn kunstschilder Jeanne gaat met haar lange leven natuurlijk ook nog hemelen. Dat is voor vanmiddag. Vanavond rijden we als drie dames naar Amsterdam-Zuid. Ik ben heel nieuwsgierig naar wat de anderen ervan vinden. Het zal een boeiend gesprek worden. Het is een lang en afwisselend leven geweest met vele hoogte-en dieptepunten en aanknopingspunten, zoals de adel in Nederland, grootgrondbezitters, feminisme, de lijn van de overheersing door het mannelijke bolwerk en het absurde terugdraaien na de tweede Wereldoorlog in de vooroorlogse benepenheid ten aanzien van gehuwde vrouwen. Ook kan men stellen dat Jeanne als geen ander, bij voorkeur de mens lief had, vrouwen en mannen, en daarmee niet in een hokje te stoppen bleek. Tel daarbij haar eigenzinnigheid op, dat er maar één meester te dienen viel(opmerkelijke uitspraak), dan weet je uit welk hout deze kranige dame gesneden is. Die meester was voor haar enkel en alleen de Kunst, met een grote hoofdletter, en niets en niemand anders.

Inspiratie

Onder zoveel geluk

Voor dag en dauw de deur uit, leek het, toen ik, net na het naar school gaan van de buurkinderen, het donker in stapte. De lawaaibomen beloofden storm. Niet van Liesje-Briesje, ons zelfverzonnen zinnebeeld van een zwoele lentebries, die alleen achtergelaten op haar wolk zat te mokken over het feit dat ze nog niet even uit mocht waaien van haar oom Toon Tyfoon en haar zus Sjaan Orkaan, maar moest wachten tot de natuur in een vriendelijke zachtheid was gegleden na de woedende winterwinden.

Hier beneden hield kennelijk tante Corrie huis en rukte en trok aan de bomen alsof er na het blad de oude takken werden gesommeerd een voor een los te laten.

Op naar een andere verbeelding in het oude gebouw dat met haar uitgesleten trappen en zicht op de binnentuin een eigen symfonie zong. Ik was er ruim op tijd om alles even rustig te laten bezinken, nog wat te mijmeren over vriendlief die zich behaaglijk om zou draaien in de wetenschap het nog altijd een tikkie vreemde huis te verkennen, om straks zijn pleegzoon te kunnen ontvangen. ‘Het is nog wat spoorzoeken’ schreef hij met warme emoticons er achteraan. In de koelkast had ik een briefje neergelegd voor hem, om de eeuwige dankbaarheid uit te spreken tegen die onbekende bekende, die hem uit het midden van zijn diepe eenzaamheid hals over kop hierheen had gehaald. Het begin van wat een groot geluk zou worden, omdat karma anders had beschikt.

Al die gedachten vlogen als kwetterende mussen af en aan tot de inleiding voor het begin van de reeks vertellingen, die we zouden gaan zien met een handvol mensen, omdat 2/3e thuis zou streamen. De aftrap was met Joris Lehr. Komt hij ooit in de buurt optreden, ga hem dan met of zonder kind aanschouwen. Hij is zo de moeite waard. Een grootmeester in de vertelkunst. Met slechts twee rode handschoenen en een bolhoed, een sobere grijze bretellenoutfit eronder, zette hij de vele types neer in dit nieuwe verhaal over De nieuwe kleren van de keizer. Zijn mimiek en pantomimiek zijn legendarisch, zijn buigzame stem, tot alles in staat, wendt en keert in elastieken veerkracht onder de rollende, smekende, driftige oogopslag, die boekdelen spreekt.

Daarna volgde een vertelling door een vrouw met minstens dezelfde potentiële succesformule, evenzo door de intensiteit waarmee ze in relatie tot haar vertelling stond. Janna de Lathouder heette ze en haar voorstelling heet ‘Worteltjes van oranje’. Ieder personage veerde op, als zij hem of haar aan het woord liet. Een ingenieus minimalistisch decor vormde de entourage. Het verhaal van ‘ mijnheer Zee’ heette ‘De Beesterij’ en was een bewerking van het verhaal van Orson Welles, ‘Animal farm’. Ingenieus, komisch, muzikaal met bezem en kruiwagen, socialistisch aandoende strijdliederen er tussen door, en een heerlijk spel middels geluiden met publiek. Daarna maakten we een reis met de ‘Nachttrein’ met Sahand Sahebdivani, luchtig verteld maar niet minder indringend, over zijn vlucht met zijn moeder uit Iran toen hij een jong kind was. Midden in het verhaal trok hij zijn schoenen uit en werd ik een tijdlang geïntrigeerd door het gaatje in zijn sok.

De groep kinderen die was komen kijken, leefde mee en bestormde hem met vragen nadat de voorstelling afgelopen was. Bij de laatste begon de lunch in de alertheid toe te slaan en dreigde mijn geest weg te zakken. Naarstig verstopte ik de geeuwen achter mijn hand en kon toch echt niet verhelpen dat de ogen weg dreigden dicht te vallen. Een mening over deze laatste voorstelling is er dus niet bij. Verzadigd en wel besloot ik niet de borrel af te wachten, maar in het stormachtige weer naar huis te gaan. Tante Corrie had de kuierlatten genomen, maar er woei nog een stevige bries.

Thuis, in de armen van mijn lief, met spreekstof van ons beiden voor een hele avond, was het warm en genoeglijk. Met een wijntje nestelden we ons in een hoek van de bank, die nog dieper begon uit te zakken, maar o zo veilig voelde. Ze houdt ons nog wel even, fluisterde ze, steunend onder zoveel geluk.

Overpeinzingen

Thuiskomen

Gisteren kwam nieuwsgierig aagje op bezoek. Zuslief hield het niet meer. Eerst eens horen en zien hoe de vlag erbij stond. Elk spatje tijd brengt een zee aan beleving, wederwaardigheden, ontdekkingen. Geen tijd om je te vervelen. Kordaat en digi-onderlegd als ze was had ze in ‘no time’ het grote huis in Verweggistan te voorschijn getoverd en zag ik ook voor het eerst de bossen die bezit waren van mijn lieve grootgrondbezitter. Het was aardig wat grond om bij te houden, heel veel werk om dat alleen te doen, als je recht van lijf en leden bent, maar als het grote getob begint, welhaast ondoenlijk.

Maar aan de horizon wapperden ook fier onze toekomstplannen met ideeën te over om het huis weer een thuis te laten zijn voor familie en vrienden. De Datsja om te toveren tot een atelier met schommelstoelen op de veranda. Eerst nog de nieuwe keuken en de ramen en fysiek hier het onderzoek en de ongemakken aan de benen laten verhelpen en dan konden we gaan kijken op de, voor mij nieuwe, en vernieuwde vakantiestek.

Na een kopje thee ging ze weer en jubelde in de zuster-app ‘Het leek wel of ik in een tijdmachine was gestapt. Haha. Back to the seventies. Was gezellig-leuk om hem te zien-Hij is niets veranderd. Dat bekende lachje heeft hij ook nog’. Jaja, zo wordt het hier ook nog altijd ervaren, uitgedijde halzen ten spijt en onze mentale ontwikkeling natuurlijk, die er wel degelijk geweest is.

Vandaag ga ik het ontstane ritme van deze week doorbreken. Al die tijd een lomig, genietend, samenzijn en sudderen in de vroege ochtend, de stilte op zolder zo anders dan de weg langs het huis, de boom voor het raam en het rumoer van de ontwaakte stad. Er is veel gerommel van de buren…De familie Kauw, maar verder volmaakte sereniteit.

Ik duik het volle leven weer in. Een hele dag voorstellingen van het verteltheater in de stad. Heerlijk wegdromen bij de verhalen van diverse grootmeesters. Namen als Joris Lehr en Niels Brandaen, mijn grote helden bij het oproepen van nieuwe werelden, een beleving om mee te maken en zeker om te zien hoe elk kind om de vinger wordt gewonden en meegenomen in het verhaal, hoe dat gaat leven aan de hand van de buigzame stem, de mimiek, de groteske en soms minieme gebaren. Verwondering oproepen is voor deze mannen een tweede beleving geworden.

Ook leuk zijn de vele, voor mij nieuwe, verhalenvertellers die aantreden. Bij sommige, zo leert de ervaring moet je oppassen niet in slaap te vallen, anderen brengen je naar de toppen van de vervoering, op zo’n manier, dat je ze wil blijven volgen, net als de eerder genoemde helden.

Na zo’n gevulde dag zal ik thuiskomen. Letterlijk en figuurlijk. Een andere nieuwe dimensie. Normaal huppelt Pluis bij thuiskomst naar de deur en bedelt kopjes. Nu weet ik daar mijn lief, die me met open armen zal ontvangen. Armen om in weg te kruipen, een klankbord om de belevenissen te delen, de visite van zijn zoon aan hem, en mijn wonderlijke verhalen.

Zo thuiskomen. Nooit meer gedacht en eigenlijk al stevig afgeritst. Het leven was een alleen-gaan, al meer dan 25 jaar. Met verve en schwung en afleiding voor een life time, een gevuld en gepassioneerd leven voor alles wat er in de omgeving en ver daarbuiten gebeurde. Maar nu ligt er een deken van rust en vredigheid overheen gesluierd, die balans brengt in de som der delen en de rijkheid met zich meebrengt van een overloop aan liefde. Het hart stroomt vol bij elke aanblik. Het mag zo veel en weldadig zijn, na al het gemis in het leven van ons beide, de liefde mag vloeien als zoete honing. Nu en hier. Thuiskomen.

Uncategorized

Het maakt woorden overbodig

Een prachtige mooie winterdag was het afgelopen vrijdag. De zon, daar was ze eindelijk weer, trok haar lange winterschaduwen over het veld tussen Rhijnauwen en Amelisweerd. Twee zielen in het groene gras, elke vezel barst van leven en liefde. De wereld draait door en dit heerlijke landgoed verandert niet. Het kleine meisje met alle broers en zussen wijst picknickplaatsen aan, waar de voetstappen liggen van haar en haar ouders, de broers en de zussen. Boterhammetjes en een thermosfles met lauwe thee. Een goddelijke versnapering na de rennende kindervoetjes door de laan, die eekhoorntjes de boom in doen springen en hazelmuizen op de vlucht laten slaan. Kinderstemmen schallen tegen de hoge bomen en echoën de blijdschap om de vrijheid in dit ademende groen.

De rij statige populieren staan als wachters aan de zoom van het bos, als altijd. We zoeken bewust de stilte om te genieten van elkaar, in gelijke pas, de handen vast. Zo’n bijzondere ervaring om samen door ons eeuwenoude bos te gaan. Hoe vaak hebben we er vroeger, van de liefde knetterend, gelopen, net als nu. We geven licht en de grachten weerspiegelen de onpeilbare diepte ervan.

Als we aan komen lopen bij de jeugdherberg, dat herkenbare oude pand, met de trap naar het bordes, ontwaar ik een vriendelijk gezicht, ze zwaait, met de hond aan de hand kan ze niet te dicht bij komen, anders wordt hij te enthousiast. Omhelzen kunnen we elkaar niet, moeder van een dochter en twee zonen, die jaren achter elkaar ooit mijn leven hebben verrijkt met hun komst in de groep. Hun speciale kijk op de wereld zorgde voor een vaste plek in mijn hart, een deur waarachter de herinnering aan dit bijzondere drietal sluimert.

Bij de laatste fotozoektocht kwam ik de foto tegen van de dochter in haar specifieke vrijgevochten houding, triomfantelijk een boek omhoog, het stoere jekkie los, de springerige blonde haren als en warboel om het olijke hoofd. Zo legde ik haar vast op een digitale tekening en nu toonde ik die aan haar moeder. Vertederd zag en herkende ze haar dochter, het stoere jekkie, jaren uit het verleden borrelden boven. Herinnering aan ons toneelspel op de kampen in die tijd, moeder hoogzwanger van de derde, als hulpeloze vertederende worm in de rulle aarde, een worm met een buikje. De kinderen vonden niets wereldvreemd.

We namen afscheid van haar en vriendin, terwijl de hond met een gevoel van spijt ons met trouwe hondenogen nakeek en doken terug in de wereld van ons samen. Overal opende natuur zich voor de heerlijke winterzon, een schrale wind, dat nog wel, een bankje om uit te rusten en te mijmeren over alles wat nieuw en toch zo hetzelfde was gebleven.

De volgende dag schoot door het lome rusten de tijd om te schrijven er bij in. Bovendien zou het eerste coronavrije gezin zich ‘s middags melden om te komen eten en om, brandend van nieuwsgierigheid, kennis te komen maken met vriendlief. Naarstig op zoek naar een feestelijk tintje aan de maaltijd besloot ik Griekse wraps te maken, met homemade tzaziki, rode ui, gegrilde gemarineerde vegan kip en tomaat, komkommer en frisse groene veldsla.

Samen boodschappen doen is als je dat altijd alleen doet, een verrijking. Twee weten meer dan een, lachte de toekomst. Daarna nog een stief uurtje voor de voorbereiding. Tzaziki bracht het verlangen naar zon en wandelen door de nauwe schaduwrijke straatjes met de gepleisterde muren, het okergele zand en een zee, blauwer dan blauw. Een sprankje zonlicht op het bord. Er kwam geen einde aan gespreksstof toen een onontgonnen terrein werd aangesproken. De kinderen in het grote tekenboek, een oude huisagenda, waar kleindochter een monstergezin wilde met haren, papa monster, mama monster, broermonster en zusmonster, waarop de kleine filosoof spontaan zijn eigen monsters tekende. Langzaamaan wordt het het grote monsterboek, een soort vriendelijke barbapappa’s.

Met smaak werden de Griekse lekkernijen verorberd, een ijskoud biertje voor de mannen, wij een heerlijke frisse sancière en weer vergeet ik de gebruikelijke foto’s te maken, omdat hoofd en hart zo vol zitten. Dochterlief schiet ze stiekem en later spat de liefde van het beeld, als we naar elkaar opkijken. Het maakt woorden overbodig.

Uncategorized

Een perfecte harmonie

Ja, blauwe lucht met roze wolkjes, letterlijk licht in de duisternis. Niet dat hier sprake van is, maar wel voor de rest van de wereld waar iedereen ziek is of onderweg en ouders ziek zijn van het geregel met kinderen in huis en thuiswerk.

Gisteren werd gekleurd door de warmte van het samenzijn, het wederzijdse begrip, de aandacht voor elkaar en elkaars bezigheden, om daar tussendoor als vanouds samen het huishouden weer op te pakken, kleine details verfijnen maar vooral plannen maken voor de nabije toekomst en die van hopelijk wat verder weg. Wat het meest treft is de eerlijkheid in de vele gesprekken. We hoeven het niet meer mooier te maken dan het is. Allebei wat krakkemikkig, maar vol vuur, opnieuw leven ingeblazen, het buffert alle fysieke ongemakken.

In de biografie van Jeanne Bieruma Oosting was er weer een opmerkelijk feit te verwerken. In de oorlog hadden veel vrouwen zich ontpopt tot daadkrachtige en heldhaftige vrouwen, die met hand en tand verzet pleegden tegen de vijand. Mannen en vrouwen solidair aan eenzelfde verantwoordelijke taak en vaker nog, solitair of in samenwerking met andere vrouwen. De teleurstelling na de oorlog was des te groter. In plaats van dat vrouwen gelijke rechten kregen, werd het arbeidsverbod voor gehuwde vrouwen van stal gehaald en bleven gehuwde vrouwen handelingsonbekwaam en mannen hoofd der echtvereniging. en zo werd de vrouw weer teruggedrongen naar het huishouden. Om het negentiende eeuwse adagium maar aan te halen, volgens Jolande Withuis: Hem de wereld, haar het huis. Dit idee beleefde zijn gloriejaren.

Waar waren de strijdbare vrouwen, hoeveel ruimte moest dat mannenbolwerk krijgen. Ongelijkheid is nog steeds aan de orde van de dag. Als je geluk had met vriend of echtgenoot dan waren er op kleine schaal wel veranderingen. Dat ervoer ik aan den lijve. Samen een huishouden bestieren was ons antwoord op de almaar redderende vrouwen uit de jaren ‘50. Zelfs mijn moeder wist met list en slimheid zich er onderuit aan het vechten, voordat ze tot mantelzorger werd gebombardeerd. We gingen ook wel de barricaden op, maar zette het zoden aan de dijk op dat punt van gelijkheid en inclusie.

Enfin, er volgt in het laatste stuk van het boek nog veertig jaar ontwikkeling, waar we grotendeels ook zelf deel van uitmaakten. De tijd zal het leren.

De zon schijnt uitbundig en ik gooi de balkondeuren open. Heerlijk licht stroomt de kamer binnen. Pluis ziet haar kans schoon en zit met dichtgeknepen oogjes te genieten, maar als er een Turkse tortel komt aanwakkeren, vliegt ze behendig het hekwerk van het balkon op en had het arme dier bijna te pakken, haastig fladderend ontspringt ze net op tijd de dans.

We besluiten na een eenvoudige brunch om wat te gaan wandelen in Amelisweerd en te genieten van het hand in hand lopen. Een simpel iets voor stelletjes maar voor ons is het een wereld van verschil zoals alles wat zich in liefde aandient en waar we zo gelukkig om zijn.

Alles eigenlijk, is nieuw en toch zo vertrouwd, samen luisteren naar muziek, een passage voorlezen uit een boek, een vleug wetenschap waar zoonlief ook alles van afweet zodat er een boeiend gesprek ontstaat over algoritmen en artificiële intelligente en ik, domweg gelukkig op mij bankje(ken uw klassiekers)deze gemeenschappelijke deler tot ontwikkeling zie komen.

Pluis ligt weer veilig op haar bank en droomt van Turkse tortels die het haasje zijn, vriendlief schrijft zijn gedachten uit op zijn computer en ik de mijne op de iPad onder de bedaarde klanken van een instrumentale evergreen. Een perfecte harmonie.

Overpeinzingen

Een perfecte bijkomstigheid

Op zolder luisterde ik naar de wind die om het huis huilt, met zo’n mooie hoge fluittoon. Dat hoort bij de verlaten prairiedorpen waar de tumbleweeds een speelbal zijn van de wind. Hoei…Ik stel me voor dat we in een tentje bivakkeren aan de Noordpool en plots vraag ik me af wat een sherpa op de Mount Everest doet, als hij thuis hoort op de Himalaya, een uitzending van gisterenavond gedachtig. Die malle associaties ook. Dus maak ik vriendlief wakker met die rare vraag en heb spijt, als ik de onderbroken slaap in zijn ogen bemerk. Met mijn kussens onder de arm vertrek ik naar een verdieping lager.

Gisteren in Hoek was het al even guur. We liepen stevig gearmd naar een lieve nicht een paar blokken verderop. Daar dronken we thee en deden kond van het voorgenomen plan. Met eenzelfde optimisme wuifde zij de beren op de weg weg. Herkenning. Oprecht blij was ze voor haar lieve oude oom. Er kwam, uit de archieven, een oud fotoboek naar boven van ons gedeelde leven, met foto’s die een aanvulling waren op de drie fotoboeken van mij. Wat een wonderlijke gewaarwording om een herinnering compleet te zien worden. Op de terugweg werd mijn onderlip dik. Ik bijt soms weleens een velletje weg, dan wordt het ook zo. Maar na de ellenlange weg terug naar mijn huis met spiegels overal, zag ik ineens dat ze zo dik waren, alsof ik mijn heil had genomen in een forse botox. Pas comme il faut en weinig charmant.

Met zijn geoefende doktersoog bekeek vriendlief mijn lippen op een eventuele insectenbeet. Allergische reactie, maar waarvoor. ‘Niet voor jou’ stelde ik hem gerust. Dat viel reuze mee. Hoeveel er daarna te bespreken was, er leek geen einde aan te komen. Alle raakvlakken waren dan ook aanwezig. De televisie leende met een wetenschappelijk programma en Tussen Kunst en Kitch ook nieuwe gespreksstof. Een schilderij aan de muur te hebben hangen naast je tv en niet te weten, dat daar een echte Isaac Israëls hangt. Hou me vast. De eigenaar had naar een handtekening gezocht, maar het nooit gevonden omdat het niet in de geijkte hoek stond maar middenin de afbeelding van het meisje met de hoed. Een juweeltje en fantastisch om te zien.

Ik dacht onmiddellijk aan mijn kleine Javaanse danseres, ooit in de kringloop op de kop getikt en ondertekent met F. Bemmel ‘22 en kom dan uit bij Frits Adolf Oscar van Bemmel, tekenaar, illustrator, kunstschilder, boekbandontwerper en ontwerper die inderdaad werkzaam was in Batavia. Toch eens langs gaan, misschien.

Zoonlief appt, ‘mam, botoxen is niet nodig, je bent al mooi van jezelf’. Natuurlijk grappig bedoeld, maar het ontroert. Ik wijt het aan de gemoedstoestand. Het vat van emoties stroomt over. Nog een schok voor vandaag. Broerlief moest gedotterd worden. Achteraf blijkt dat dat al langer moest, maar er was niet eerder plek. Dan is het een grote opluchting als het wel eindelijk kan. Hij heeft de ingreep en de nacht goed doorstaan.

Veel warmte stroomt ook binnen via de adhesiebetuigingen van mijn lieve vrienden en gisteren toen we de flat samen binnen kwamen, lag er in de brievenbus een kaart van dochter en haar gezin met de aanhef Lieve…En daar stonden onze namen als van oudsher onafscheidelijk naast elkaar. Een eerste welkomstkaart. Hoe attent en vol genegenheid.

Achterop een citaat van Poeh ‘Wanneer je iemand zijn grote laarzen ziet aantrekken, kun je er vrijwel zeker van zijn dat er een avontuur op komst is’. Inderdaad, met beide benen in het avontuur gestapt. Wat trouwens echt geweldig uitkomt. Hij is een langslaper, die mij de ochtenden laat. Is dat niet een perfecte bijkomstigheid.

Uncategorized

Het verlangen tegemoet

Hoofd in de henna, warm oud okergeel vest aan, paarse handdoek om de plastic zak op het hoofd, ik kan er weer twee uurtjes tegen. Vandaag herdenken we de vader van de kinderen, die nu al 20 jaar hoog boven onze hoofden in de lucht cirkelt. Hij is er altijd bij. De helft van de gezinnen is gevloerd door Covid. In het weekend naar het strand om boodschappen aan hem mee te geven met de zee, zit er dus niet in. We schrijven ze in hoofd en hart, ze komen toch waar ze wezen moeten.

Gisteren voor het eerst sinds lang een kringloop bezocht en een mooie blouse op de kop getikt. Een ouwetje van Didi volgens mij, maar dat mag de pet niet kreuken. Het zit heerlijk en staat leuk. Bij de fysio een paar lastige oefeningen en een gezellig gekout. Welke muziek wilde ik op en zowaar daar schalde Stromae door de zaal en daarna Wim Sonneveld, wat opmerkelijk was met zijn leeftijd, maar zijn moeder draaide vroeger de platen grijs.

We zijn nog steeds verstoken van zonlicht maar vriendlief appte gisteren en vandaag op deze bijzondere dag, ga ik hem halen. Dus van binnen volop warmte en zonneschijn. Vanuit hier kunnen we alle wetmatigheden afhandelen. Ik weet sinds kort weer wat verlangen naar betekent en ook het schrijnen als iemand ergens anders is. Dat is een mooie gewaarwording, die heel lang in de wacht was gezet door mij. Hoe je je kan wapenen tegen stekeleteeën door een schild op te trekken om het kwetsbare gevoel heen en wat er voor nodig is om dat te slechten. Het voelt echt als een wonder, met de goedkeuring van bovenaf. Liefde, anders dan die voor mijn lieve schatten, nooit gedacht dat ik het ooit nog zou beleven. Na 44 jaar weer samen en reken maar dat we het leven gaan vieren.

Vanmorgen keek ik project Rembrandt terug. Zoveel mensen mogen op komen draven, maar er moeten er wel weer gelijk 15 af. Dan is het wel een beetje zuur als je daarbij zit. Zou het niet handiger zijn om vooraf te schiften en dan vanaf de eerste uitzending het diepe in te gaan. Het blijft natuurlijk spannend, zoveel verschillende stijlen bij elkaar. Bij het stilleven van de citroen, moest ik denken aan mijn klassieke cursus, waar ik met veel ploeteren en aanwijzingen best twee kleine paneeltjes bij elkaar had geschilderd, maar het kostte me tot in de uiterste vezels moeite om het leuk te vinden. Ik ben meer van de grove streken. Ook voor stillevens. Ineens zag ik het oude tuinhuis weer voor me, waar ik een laken om de koude kachel had gedrapeerd en een theepot en schaaltjes plus stenen duif had neergezet. Rapsodie in grijs en wit.

Het boek van Jolande Withuis, de biografie van Jeanne Bieruma Oosting is zeer de moeite waard. Het zijn allemaal nieuwe feiten die de onbeschaamd de vorige eeuw uit de doeken doet. Soms val ik steil achterover van verbazing. Die onderdrukking van de vrouw…Duurde dat echt zo lang? Als ik mijn eigen jeugd bekijk, dan weet je het wel, maar toch. We zijn eind jaren ‘60 begin jaren ‘70 begonnen met het om schoffelen van al die benepen dogma’s. Sommige zijn verhevigd teruggekomen. Opvallend is hoe ver Parijs dan al was vergeleken bij ons land. Daar kon je als vrouw wel alleen ontbijten of dineren in een restaurant of bar. Daar hoefde je hier niet aan te denken. Op dit ogenblik woekert de oorlog over de bladzijden en ontdek ik hoe moeilijk het was voor kunstenaars om trouw te blijven aan de principes en te gaan voor vlag en vaderland. Het werken werd hen onmogelijk gemaakt, als je niet was aangesloten bij de KultuurKamer. Er moest toch brood op de plank.

Zo, de henna begint onder de handdoek uit te kruipen aan een koud straaltje te voelen. Tijd om in de benen te gaan mijn nieuwe avontuur en het verlangen tegemoet.

Uncategorized

In de voetsporen van de tijd

Een appje in de vroege morgen om het adres te vragen aan mijn recent weer ontmoette volksdansvriendin. Haar wens een uurtje later te komen kon met gemak in vervulling gaan. Geen probleem. Eigenlijk zouden we er ook een wandelingetje achteraan plakken, maar na de laatste chemo en een bacteriële infectie erna, met opname in het ziekenhuis, zat dat er even niet in.

Ze had een perfect mutsje over haar kale bolletje getrokken en met de vrolijk gebreide slobkousen tot aan de knie over haar broek zag ze er uit als een mooie Lapse, geheel in de steil en de sfeer van het huis, dat een keur aan folkloristische elementen bevatte. De tuin was een waar vogelparadijs. Pimpelmezen vlogen af en aan, vinken speelden krijgertje in de bomen, de Vlaamse gaai stapte overal bedaard door heen. Tot op het raam, waar tegen ook een voederbakje hing, kwamen ze pikken zonder een greintje vrees.

Er kwamen twee thermoskannen thee op tafel en een schaaltje met stroopwafels en brokken chocoladereep. Thee slempen en kletsen, oeverloos lang, van de hak op de tak oftewel kriskras door de tijd. Haar ervaringen met de eerste chemo’s, de eerste angst voor het volstrekt onbekende, de nieuwsgierigheid naar hoe een hoofd zonder haar er uit zou zien, omdat ze het haar ook wel gemillimeterd droeg en toch het dramatische van de werkelijkheid toen het een feit werd. ‘Plukken haar in een kam’, seinde mijn verbeelding in. Ik moest daarbij denken aan de scène van Olga uit Turks Fruit, die op een ochtend dat feit gewaar werd. Nooit zo’n heftig emotionele reactie als die meer gezien.

We kwamen er achter dat ze op de oude tuin met mijn lieve eigen tuinvriendinnen een tuin had gehad. Toeval bestaat niet. Dat is met het verleden op een presenteerblaadje de laatste dagen, een gevleugelde uitspraak. We bespraken het tijdsbeeld en trokken de conclusie dat het qua vrijheid van leven en liefde verreweg de beste tijd was, als je zoals wij in rijkdom waren geboren, hier op dit stuk grond.

Haar lieve partner die nog druk was geweest met de laatste kruimeltjes op te vegen toen ik te vroeg bij dit glazen paleisje aankwam, sukkelde langzaam in slaap. Zoveel zorg om haar zieke wederhelft, maar nu gelukkig, vier weken vrij, want ze gingen voor de laatste chemo vier weken in strenge quarantaine, omdat de bloedwaarden al niet denderend waren. Als die niet op peil zijn, zou de laatste chemo worden uitgesteld. Tussen de regels door zweefde het verlangen naar de dagen zonder ziekte en van vrolijk vermaak. Vriendinlief was een rasoptimist in hart en ziel en zag, net als ik, overal en altijd lichtpuntjes.

Het was een heerlijke namiddag en voor het eerst voelde ik de noodzaak van een stevige omhelzing, maar dat kon ten enenmale niet. Lucht-kussen en een diepe namasté-buiging, daar moesten we het mee doen. Dag lieve vrouwen, het was een aangenaam en huiselijk genoegen.

Mijn heel bescheiden vogelwereld. Vink op bezoek

Een appje van vriendlief, die bij de huisarts was geweest en een doorverwijzing had gekregen voor een vaatkliniek bij hem in de buurt. ‘Ik haal je op en dan rijden we er samen heen’, was mijn antwoord op dit heugelijke nieuws. Er kwam schot in de zaak. Stap één van het lijstje was gezet. Fantastisch. Nu kon de kluwen van regelingen zich afrollen. ‘Kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet’, fluisterde mijn moeder goedkeurend in mijn oor. Zo is het. Dat is de juiste manier om deze weg te gaan. In de voetsporen van de tijd.

Gedeeld leven

Tot later

Hoe wonderlijk snel je aan fijn gezelschap went. Na het afzetten in het door somber weer onderstreepte zo troosteloze Hoek, mijn stemming was medebepalend, zoefde de kleine blauwe weer huiswaarts. Stiller dan stil oogde het huis. Op de bank overpeinsde ik de afgelopen dagen. Wat waren ze heerlijk vertrouwd geweest en…Een belangrijke conclusie, wat miste ik vriendlief en alle gedeelde tijd die we moeiteloos op konden lepelen.

Eenzelfde leegte ervoer vriendlief aan de andere kant van het land. Het werd tijd om diverse knopen door te hakken. Er viel eigenlijk alleen maar winst te behalen. Geen last is te hoog als het door deelzaamheid gedragen wordt. Een volgende domper op een van zijn afspraken trok alle behaalde winst van de afgelopen dagen in een vaartje door het afvoerputje. De beren waren terug. Hier moest een stevige stok voor gestoken worden. Met het gevoel op de barricaden te moeten om te redden wat er te redden viel, nodigde ik hem een tweede keer uit.

Was het altruïsme? Geenszins. Het was ook ter meerdere eer en glorie van mijn eigen gelukzaligheid. Twee mensen die zich diep verbonden voelen, hebben alleen nog de optelsom nodig. ‘Paradijselijk geluk, is dat ons gegeven’, vroeg vriend zich af. ‘Als wij daar voor kiezen, altijd’, was mijn antwoord. En plotseling viel alles op de juiste plek, alsof de weg met de bekende beren erop, openspleet om de liefde door te laten in een alles verwarmend vertrouwen. Het paradijs, de roze wolk, de vlinders in de buik, alle superlatieven om ons beider gemoed uit te drukken waren in volle hevigheid aanwezig. Ooit hadden we samen aan de basis van ons leven gestaan en nu zouden we het ingeslagen pad vervolmaken met harten gevuld van diep respect en genegenheid voor de ander, een gedeelde hartenklop, echte liefde. De cirkel was rond.

Geen ellenlange beredeneringen waren er meer nodig, het vertrouwen was wederzijds, de tijd had haast, het verlangen liet zich niet beteugelen. Waarom aarzelen in dit juiste uur. De praktische zaken moeten nog afgehandeld worden, maar dan kleuren we verder samen het plaatje in.

Dat alles werd gistermorgen in gang gezet en daardoor moest ik, lichtvoetig als het voelde, de gang erin zetten om op tijd op de plek van de auto-sketchcrawl te zijn. Het bleek een industrieterrein. Tussen de futuristische gebouwen stonden ijzeren dametjes verheven boven alles uit te torenen en hadden de lijntjes van het elektriciteitsnet in handen. Het koffiehuis in een klein park met grauwe abelen, hun ogen strak of in verwondering op ons gericht, had de naam Savannah. De eigenaar, die bezig was te bevoorraden en in en uitliep, keek argwanend naar mijn verrichtingen en je zag hem denken: ‘Wat moet dat mens, dat zo naar mijn toko aan het staren is’. Kale bomen tekenen is geen sinecure, met hun wirwar aan takken, een titanenklus van de eerste order. Fijn om sinds lang weer eens een potlood vast te houden. De fineliner liet ik voor wat het was. Vanuit perspectivisch oogpunt was het een hele kluif. De lokatie, het parkeerterrein en in de auto met een gezellig muziekje eronder, was een luxe aan warmte.

We bekeken elkaars werk, dat we op een muurtje legden. De anderen waren sneller geweest en hadden het geheel uitgewerkt, compleet in aquarel. Het was niet erg. Ik had weer eens deelgenomen aan de groep, dat was heel wat waard. Vriendinlief was er ook. Ze had de kleine blauwe niet herkend. We bespraken het een en ander en vooral natuurlijk wat mij zo voor op de tong lag. Liefde laat zich niet beteugelen door schroom. Zo blij ze was voor mij en ze herkende hernieuwde energie in mij. Zo voelde het. Een beetje blauw van de kou doken we, na een poos, weer ieder in onze eigen warme voiture. Tot later.

Feest der herkenning

Letterlijk en figuurlijk

Er werd aangebeld en de camera bij de deur liet zien dat beneden mijn vier oude vrienden stonden. Ze kwamen allemaal mee om mijn gast af te zetten. Het feest der herkenning. Sommige had ik al veertig jaar niet gezien. Door alle grijze haren en groeven en rimpels heen kwamen de beelden weer terug van toen en ooit. Dezelfde snedige kwinkslagen, de snelle gedachtenwisseling, de vragen over ieders belevenissen, de bezigheden, de schilderijen in de kamer. Vriendlief zat er wat stilletjes bij, nog beduusd van de overgang in steeds weer een nieuwe onbekende wereld. Na een kop koffie en een ontspannen en warm verpozen en met de belofte elkaar absoluut gauw weer te zien, zwaaiden we ze uit.

Met een glas wijn, de kaarsjes aan, de rust en stilte concentreerden we ons op de dagen in de Ardennen, die net achter hem lagen. De zwabberbenen hadden zich goed gehouden, terwijl er toch drie wandelingen van rond de zestien kilometer bij hadden gezeten en steil de berg op. Waar anderen op adem moesten komen, stapte hij met gemak voort. Op de laatste avond hadden ze hun pact van vijf gevierd. Een van hen vanaf een wolk en de anderen met een straf Belgisch biertje in de hand. Dat er nog maar veel dagen van samen zijn mochten volgen. ‘Santé’.

Er waren veel vraagtekens te slechten en dat lukte niet helemaal, maar Aken en Keulen waren ook niet op een dag gebouwd. Pen voor pen blijven breien, dat zou de weg zijn. Snel flanste ik rijst en gevulde aubergine uit de oven in elkaar om de inwendige mens te versterken om vervolgens verder te mijmeren over alles. Er waren een aantal ambtelijke hoofdbrekens bij de komst naar hier, die goed uitgezocht moesten worden en ook een stappenplan leek wijsheid. Zo puzzelden we de stukjes in elkaar tot een plaatje met nog een aantal onbeantwoorde vragen.

Omdat hij bij hem thuis in die eenzame uren van ‘s morgens vroeg tot ‘ avonds laat de ambulances door de stilte had horen scheuren, vertelde ik dat er hier slechts af en toe een langs kwam. Prompt hoorden we achter elkaar vier gillende sirenes. Ineens stonden er twee mannen voor het raam aan de bloembakken op de galerij te morrelen. Al gauw bleek dat er beneden groot materieel was ingezet. Een blusauto en een hoogwerker van de brandweer, een ambulance, een politiebusje. Buurman vertelde dat de buurman van drie huizen verderop niet goed was geworden en naar het ziekenhuis moest. De trappen in het flatportiek waren niet geschikt om een draai te maken met de brancard. Nu vloog buurman door de lucht, terwijl zijn vrouw hem allerlei bemoedigingen toeriep. Ze vertelde ons wat er aan de hand was en vervolgde toen haar weg naar de eerste hulppost van het ziekenhuis met de belofte ons op de hoogte te houden. Duimen voor de buurman. Spektakel ten top.

We luisterden naar de nieuwste nummers van Stromae en zoals altijd versnelde zich de tijd en vlogen de uren voorbij. Later dan ooit mocht hij bijkomen in het grote prinses-op-de-erwtbed en woelde ik nog lang na met alle aanstormende gedachten in het hoofd.

De volgende ochtend waren zoonlief en schoondochter al bezig om zich op te maken voor een vroeg bezoek. Boven hoorde ik gestommel, tijd voor ontbijt. De ochtend is altijd te nuchter na de sfeervolle avond en er was ruimte voor hersenspinsels in het hoofd en beren op de weg met de geplande activiteiten in het weekend. Onderweg naar dat uiterste puntje van de provincie, zag ik, onder het praten door, de eindeloze industrie van Hoek zonder mist aan me voorbij trekken.

De kamer leek leger dan ooit. Ik beloofde tot snel en zag hoe het zwaaiende figuurtje in de achterruit steeds kleiner werd. Letterlijk en figuurlijk.

Ruimte scheppen

Laat de logee maar komen

Als je huis toe is aan een grote schoonmaak dan heb ik een goede remedie daarvoor. Zorg dat je het op je heupen krijgt. Daar is niet veel voor nodig. Een logee is een hele goede reden en zeker als dat iemand is die je een klein stukje huiselijkheid mee wil geven in zijn, tijdelijk wat uitzichtloze, bestaan. Vriendlief kwam logeren. De reden om de zolder grondig aan te pakken. Gisteren nam dat idee me volledig in beslag, zelfs zo, dat ik niet aan mijn gebruikelijke ritme toe kwam en de blog van 21 januari erbij inschoot.

Zodra ik de ogen open had, ging ik na twee ferme koppen koffie aan de slag. De zolder was er echt een van de oude stempel. Door de jaren heen het afvoerputje voor overtollige huisraad geworden. En alle doeken van de vorige jaren, de vele tekeningen, de schetsboeken, het serieuzere werk stonden op de rechterhelft en vulde daar de ruimte met het grootste gemak voor tweederde in. Manden met kleden uit het oude atelier, ingeklapte schildersezels, pigmenten, een partij ingedroogde penselen, alles stond er bij elkaar een stilleven te zijn.

Die kant moest zo veel mogelijk leeg, dus begon ik in de achterste hoek en stoomde min of meer diagonaal naar voren. Doek voor doek moest naar de andere kant gebracht, gevolgd door al het andere spul. Er zaten aartslelijke gedrochten bij, maar ook vertederende andere. Ze waren getekend door de periodes, waar ik toen in verkeerde. Aan de andere kant was er, na het grote lek in het dak, dat in de herfst van het vorige jaar eindelijk na lange tijd verholpen was, nu meer dan voldoende ruimte. Ik kon met een gerust hart daar de doeken onderbrengen.

Dat wil zeggen, met tussenpozen om wat zuurstof bij te tanken door amechtig hijgend op de rand van het tweepersoons bed van haar vorige bewoner, mijn lieve oudste zoon. Al heel lang had ik hem gesmeekt het gevaarte van drie matrassen dik daar weg te halen. Nu dankte ik de lieve God op mijn blote knietjes, dat hij dat nog niet had gedaan. Want ik had nu wel een kingsize prinses-op-de-erwtbed, en er zijn maar weinig personen die daar mee gezegend zijn. Aan de erwten-test hoefde ik hem niet meer bloot te stellen, deze prins op zijn witte paard, want ondanks de jaren ertussen, kende ik zijn zachtmoedige karakter van haver tot gort.

De pickup stond zielig in een hoekje de zwaarlijvige boxjes te torsen. Het oude beestje had nog precies twee keer gedraaid toen ik eindelijk al mijn oude LP’s weer had teruggevonden en was daarna zuchtend en kreunend ten onder gegaan. Met de stofzuiger ragde ik de boel schoon. De grote dikke Dagobertstoel van zoonlief kon in de hoek geschoven worden. Daarnaast kwam de grijze locker te staan waar ik de overtollige kleden, netjes opgevouwen uit het zicht, in op kon bergen. Al het overtollige oude en verkleurde beddengoed waaierde over de trapomheining onverbiddelijk naar beneden. Weg ermee.

De stofzuiger maakte een einde aan de rondzwierende stofnesten, voor, achter, rond de verwarming, bij het bed en de boekenkast. Af en toe aaide ik een geliefd boek over de rug, maar kwam niet in de verleiding er een open te slaan. Dierbare oude spulletjes kwam ik tegen. Mijn groene gemberpotje, daar konden mooi de rondslingerende munten in, en een kabouterloepje voor het minieme werk, twee kleine zilveren theelepeltjes, waar ik de oorsprong niet meer van wist, grappige kaarten en de kartonnen buste voor het betere modewerk, geheel op de juiste maat in te stellen. Ook de twee aapjes die de verjaardagskringen op school altijd hadden meegevierd, kwamen boven water en kregen een ereplek in de boekenkast. De globe, in een dikke stoflaag bleek, ondanks dat, gewoon licht te geven en mocht in een hoekje schijnen als beddelamp, passend bij de kleur van het laken.

Onder de liggende rommel kwam het bureaublad weer te voorschijn, hoera. Het zette zoden aan de dijk, zo’n klus. Bij de jongste leende ik beddengoed en zorgde voor een fris en fruitig bed. Daarna kwam het laatste restje van de andere kant aan de beurt. De sneakerparen van zoonlief werden keurig in gelid onder de stang met T-shirts en jassen gezet. Het kleedje gezogen, de boel ordentelijk aan de kant geschoven. De laatste keer de stofzuiger en de stofdoek erdoor en toen mocht ik eindelijk op de lauweren gaan rusten. Laat de logee maar komen.

De lieve jeugd·Overpeinzingen

Als de tijd rijp is

Geen kwark meer in de koelkast. Zonder dat is het moeilijk medicijnen wegwerken. Gelukkig appt dochterlief ‘Zin in bezoek’?. Ja, gezellig. Ze zou kattegrit meenemen en appte of ik nog iets anders wilde. ‘Ja, kwark’. Alles komt op eigen tijd en eigen uur met wat geluk of dankzij zulke lieve kinderen natuurlijk.

Vriendinlief belde op, positief getest dus een negatief humeur, maar vooral bang voor de test. Iets waar ze nu eenmaal niets aan kon doen. Ooit een sonde in de neus gehad en de therapeut omver getrapt met de puberbenen en het leed is geleden en een trauma geboren.

Dochterlief kwam binnen en van kleindochter kreeg ik prachtige roosjes in alle roze-rode kleurschakeringen. ze bracht de kwark, de grit en heerlijke chocoladekoeken mee, zette thee in een handomdraai en we genoten van het idee van alle spectaculaire veranderingen, die misschien op komst zouden zijn. Fantasie, gemijmer en verlangen, de geest nam een vlucht, terwijl kleindochter ondertussen onze benen op de grond hield met haar heerlijke prietpraat, het spel met de poppetjes en het tekenen in de grote oude agenda met de ringband. Straks is dat het boek der koppoters en krasmonsters. Die laatste wilde ze ook getekend hebben, na het kijken naar de plaatjes in een van de te recenseren boeken, waar vingerpoppetje monster deel van uitmaakte. Dus kwam er een vader, moeder, zus en broer monster. Die ging mee naar het thuisfront besloot tantetje gedecideerd.

Tussendoor waren we er getuige van dat de voedertafel van zoonlief werkte. Eerst een kauw, daarna de Vink, toen de merel en dikke dollie duif, daarna haar eega en natuurlijk de pimpelmezen. Wat heerlijk om te zien.

Met de eruit gescheurde tekening, het schilderij van de gekko’s voor de kleine filosoof en de lieve groetjes voor de twee thuisblijvers verdwenen ze weer. Handkusjes, zwabberhandjes en een terug rennen van het begin van de galerij naar mij toe, om alsnog de knellende armpjes om me heen te slaan en een ferme kus te geven. Liefde, echte liefde…Binnen zag ik vijf minuten later dochters telefoon. Ineens ben je om ‘t hand. Ze valt niet te bellen en het was te laat om erachteraan te gaan. Hopen op het gesternte en ja hoor, een paar minuten later toch de bel. Het afscheid op de galerij was identiek aan de eerste, inherent de armpjes en de kus.

Verder lezen in de boeiende biografie. Wat een mannenbolwerk was de wereld in de vorige eeuw. Als 26-jarige volkomen afhankelijk zijn van de welwillendheid van je vader, tenminste, als je nog tot de familie wilde behoren en ongetrouwd was. Zolang dat niet gebeurde, bleef je het kind. Dit was de wereld van de adel en het rijk der notabelen. Ik kan me niet voorstellen dat men in de arbeidshuisjes dergelijke praktijken bezigde. In de doorgaans veel te krappe bewoning en met een schrale beurs viel er niet veel meer in de melk te brokkelen.

Het was een slechte nacht, maar ach, volle maan dus luisterde ik nostalgische liedjes. Robert Long met zijn Liefde voor later. Zo’n passend sfeerbeeld, die je op sommige momenten net even nodig hebt, als gemijmer overgaat in een zweem van verlangen, gemis en dromen. In een podcast luisterde ik naar een interview uit 1985. Dan valt met name zijn prettige bedaarde stem en de rijkheid van zijn taal op. Hij noemde de inspiratie met Leen Jongewaard iets dat je kon opbergen in ‘het voorraaddoosje van verworvenheden‘. Wat een prachtig zinnebeeld der verbeelding. Dat is precies wat het is. Zo heeft ieder zijn eigen doosje, waar tot in lengte der dagen uit te putten valt, om alles op te kunnen poetsen als de tijd rijp is.

Theater

Vier de seizoenen

De polder had zich verstopt onder de dikke mist. Onwezenlijke kleine wereld aan mijn voeten. De zwanen speelden ton sur ton. De kleine blauwe Prins zocht behoedzaam haar weg in dit ongekende waterland. De routeplanner gaf duidelijk de loop van de weg aan. Ingebouwde veiligheid dankzij het technisch vernuft.

Bibliotheek en sportcentrum met het zalencentrum er aan vast. Er werd een doorloop gehouden. Iemand van de productie liep me tegemoet en stelde zich voor, terwijl de choreograaf nauwgezet naar de verrichtingen van de performers keek. De hal werd door mij geïnspecteerd. Wensen en verlangens behoorden ruim tot de mogelijkheden.

Twintig minuten voor aanvang kwamen de kinderen opgetogen en rebbelend onder begeleiding van drie leerkrachten aan. Er was nog gelegenheid tot buitenspel, dus konden ze een tien minuten los. Ondertussen was de programmeur van Kunst Centraal ook gearriveerd. Heerlijk om elkaar daar na best een lange periode weer te mogen ontmoeten. Allemaal waren we het er over eens dat het de hoogste tijd werd voor hervatting van het culturele leven en dat deze try-out zowel voor De Dansers, de kinderen en voor ons, een unieke gelegenheid was, waar ieder met volle teugen van zou genieten. De kinderen kwamen na tien minuten weer binnen en met de juiste organisatie van een van de leerkrachten hingen er binnenste de kortste keren vijftig jassen aan de hoge haken van de kapstok te bungelen en zaten de kinderen in de hal op de grond en hoorden de toelichting aan van de choreografe zelf.

Het was de eerste keer voor publiek, de performers zelf hadden niet veel oefentijd gehad en iedereen hoopte op een goede afloop. De kinderen glunderden allemaal verwachtingsvol, het zou vast leuk worden. In groepjes van vijf mochten ze naar binnen, waar ze naar de juiste plek werden geleid. De voorstelling kon beginnen.

‘Vier ving aan’. De dansers liepen heen en weer en kriskras door elkaar met grappige kleine kwinkslagen, een omgeruilde stoel, twee verdwenen stenen, gegooi met een bezem, een schapenvacht, een hoofd boven het grote decordoek, lekker stampen met de blote voeten in de zwarte aarde, vegen op je gezicht en armen kortom een schouwspel van vermaak.

Daarna werd de strekking duidelijker. Een hoopje aarde, een zaadje, van grote hilarische hoogte een paar druppels water. Achter het doek kwam een mooie boom te voorschijn met een uit lattenhout aan elkaar getimmerde stam en roze crepepapieren rolletjes, die in een folkloristisch getinte dans losgemaakt werden tot een bloem, prachtig synchroon uitgevoerd, en het bezingen van de nieuwe lente, prompt gevolgd door een dansje om de boom.

Op die manier kwamen er drie seizoenen aan bod op een flitsende wisselende wijze met mooie subtiele handreikingen voor eventueel lesmateriaal, prachtige elementen zoals de zwiepende takken en de zwaaiende vlaggen, de stokken voor de regen, donder en bliksem, het lied van de zon, de benepen stemmetjes van de maan en het sterretje , die ook aandacht wilden. Bij elke emotie die het opriep werd de muziek aangepast, soms in serene rust en dan weer in heftige uithalen.

De Dansers zijn in hun voorstellingen altijd gericht op het kinderspel en denken vanuit het kind. Die waren geboeid door het snelle wisselen en alles wat er gebeurde, sommige lagen op hun buik, hoofd ondersteund door de handen te kijken. Een wonderlijk perspectief zal dat opgeleverd hebben. Anderen wezen elkaar op wat er gebeurde, tikten met hun handen op de grond het ritme van de regen mee. Het slotstuk was een grote sensatie, wat dit nou toch was, dat daar dwars door het decor hobbelde. Het verdween achter de deur van de kleedkamer gevolgd door een uitgesteld applaus.

Het vragenspel aan het eind leerde dat veel goed ontvangen en begrepen werd, er was een misverstand over welk stuk het zou zijn. De leerkrachten hadden een ander stuk voorbereid. Het bleek geen probleem. Alles werd meegenomen in de evaluatie en met de winter er nog achteraan, sommige scènes wat korter of langer en soms wat focus, was de voorstelling een feit. Met die mooie boodschap: Vier de seizoenen.

De lieve jeugd

Nu eerst even bijkomen

Toen ik ‘s avonds op de bank plofte kon ik terugkijken op een enerverende maar supergezellig dag. Het liep natuurlijk allemaal anders, dan het voorgenomen plan. Dochterlief belde dat zij het eerste deel van de dag haar schoonzus zou gaan helpen en ik zou de aflossing van de wacht zijn om twee uur tot na het eten. ‘Of ik een maaltijd moest bereiden’, was mijn vraag. Dat zou fijn zijn voor morgen. Dus na het gebruikelijke ochtendritueel flanste ik snel een vegetarische Spirali in elkaar.

Gewapend met een tas vol heerlijkheid reisde ik af. Dochter was inmiddels vertrokken om de zonen van school op te halen en ik vond schoondochter op de bank. Met naast haar in een wippertje de Benjamin. Overal lagen snippertjes papier, ik wilde onmiddellijk met de stofzuiger aan de slag, maar het bleek om een spel van kleinzoon te gaan. Grote broer had namelijk zijn vuilniswagen en de kliko’s voor het slapen gaan in stelling gebracht en ging na het wakker worden door met waar hij gebleven was, vuilnis ophalen. Haha, een voor een plukten zijn kleine garnalenvingertjes de snippertjes van de grond, stopte ze in de kliko en ledigde de kliko weer in de vuilniswagen. Daar was hij al snel een uurtje mee zoet. Een genot om de concentratie, waarmee hij de zaken aanpakte, van zijn snoetje te lezen.

Ondertussen voerde ik met de Benjamin een onderhoudend gesprek, van ‘prrrrrrr en brrrrrr en goed zo, toe maar, wil jij zo kletsen dan’. Hij kraaide het uit van plezier. Een heerlijk tevreden mannetje, die kleine. Schoondochter en ik wisselden wederwaardigheden uit. Ze wilde alles weten over vriendlief en vond het heel bijzonder dat we elkaar weer hadden opgezocht na al die jaren. Ik vertelde over ons begin samen, het studentenmilieu, de feesten met de Antilliaanse studiegenoten, de discussies die we voerden over de maatschappelijke problemen zoals vrouwenemancipatie, godsdienst en politiek. Ze ging helemaal op in die andere wereld en vroeg me de hemd van het lijf. ‘Een wereld van verschil met het leven van jou met de vader van de kinderen’, concludeerde ze. Inderdaad, en toch allebei zo gevuld met rijkdom en liefde.

Er landde een kleine valk, een smelleken, op de omheining in de achtertuin. Wow, die durfde. Snel legden we de snoodaard vast op beeld, waarna hij naar de grond dook in de tuin van de buren.

Tussendoor bleef grote broer om aandacht vragen. Na de kliko wilde hij rennen met oma, een spelletje dat hij met zijn vader deed, maar omdat ik niet kon rennen vroeg de kleine gewiekst of oma dan wilde lopen met hem. Ik liep en hij rende, daarna voetbalden we met de zachte bal waarbij elke panna, die hij maakte, werd begroet met een triomfantelijke ‘Goal Forza’ om vervolgens het spel van de snippertjes weer op te pakken. Tussendoor waren er natuurlijk rozijnen en mandarijnen en een lekker chocolade koekje met zijn beker water. Voor ons was er thee.

Het was al met al een heerlijk dagje, waarbij schoondochter het maar moeilijk vond om niet zelf in de weer te kunnen gaan, maar veel baat had bij de afleiding. De Spirella ging er bij grote broer in als zoete koek(vreemde ogen dwingen) en zoonlief kwam, als klap op de vuurpijl op deze dag der verrassingen, met een mooi en stevig blankhouten fornuis aan, compleet met accessoires. Pannetjes, spatels, kloppers, groente en houten stokbrood. Het vond gretig aftrek. Na een snelle spoelbeurt van de vaat stapte ik moe, maar voldaan, in de auto. Nu eerst even bijkomen.

Uncategorized

Een opkikkertje is altijd welkom

Uitgerekend het moment dat we in de auto zaten, vielen de eerste spettertjes op de ruit. Ze kwamen letterlijk en figuurlijk uit de lucht vallen. Het gaf niets. Het zou toch al een korte wandeling worden, waarbij ik ze alleen de mooie omgeving wilde laten zien, zodat ze er later, met mooi weer, ook naar toe zouden kunnen. Te doen gebruikelijk op zondag, was er een drukte van jewelste en helemaal stond er een lange rij voor de veldkeuken, waar koek en zopie werd verstrekt. Met al de lichtjes en het wat sombere weer zag het er uit als een bescheiden kerstmarkt. Overal stonden kleine groepjes mensen met dampende bekertjes in de koude handen. Het was waterkoud.

Een klein rondje over het landgoed, een groet aan de geitjes, waarbij de enige witte dacht een kans te wagen toen het hekje open bleef staan. In een wolkje boven zijn hoofd stond geschreven ‘ Een raam naar de vrijheid’ en hij voegde de daad bij het woord door hard op de opening af te stormen. Net op tijd deed zus van schoondochter het hek weer dicht. Angstig vloog kleindochter, bij het zien van die opvliegende baal witte wolligheid, achter mijn benen. Het hield op met zachtjes regenen en nu vielen zware druppels loodrecht naar beneden. Maar als vrouwen van stavast lieten we ons niet van de wijs brengen. Sjaals over het hoofd en dwars door het bos, waar de bomen nog enigszins beschutting boden.

Thuis wachtte een lekkere grote kop warme thee en een nadere kennismaking met de vader en de broer van schoondochter. Moeder vertoefde op Curaçao voor een korte vakantie en zoonlief was met de voetbal op trainingskamp in Barcelona. Ooit ben ik in de winterperiode naar een warm oord gegaan in Spanje. Daarna kon ik niet meer wennen aan de barre koude maand, die er hier terug in Nederland, op volgde. Daardoor bezwoer ik heilig nooit meer de cirkel van de seizoenen te onderbreken, maar ze te ondergaan. Het zorgt voor een natuurlijke balans.

Vriendlief is in Utrecht aangekomen bij zijn oude vrienden. Een van hen had hem geadviseerd zijn medicijnen niet te vergeten, maar het enige wat hij nodig heeft, is zijn zalf voor de huidproblemen op de benen. Ze vielen achterover van verbazing, omdat ieder van hen de gebruikelijke ondersteuning, bloeddrukdempers, cholesterolverlagers, cardio medicatie, te slikken had. Ineens realiseerde hij zich, dat ze allemaal op leeftijd waren en dat er altijd wel ergens bij allen een jichtig addertje onder het gras lag. Dat hielp om zich minder druk te maken over de zwabberbenen. Zo helpen de lammen de blinden. Wat zullen ze het fijn hebben met elkaar in de Ardennen.

De biografie van Jolande Withuis over Jeanne Bieruma Oosting geeft een interessant tijdsbeeld van de vrouwen en hun emancipatieperikelen in het begin van de vorige eeuw. Te denken dat dat pas honderd jaar geleden zeer traag aan het veranderen was, geeft een hoop te denken over huidige veranderingen in bijvoorbeeld andere culturele groeperingen en de traagheid van een proces.

Pluis wringt zich tussen mij en het toetsenbord, maar gaat uiteindelijk aan mijn zij liggen. Even warmen aan wat persoonlijke aandacht van de vrouw.

Straks ga ik naar schoondochter om haar te helpen met grote broer en de Benjamin. Het blijft namelijk strompelen met de pijnlijke voet. Ook daar kan wat extra aandacht geen kwaad. Het is nog steeds een zeer pijnlijke bedoening, maar ziet er wel genezend uit. Even broeden op een extraatje. Een opkikkertje is altijd welkom.

Uncategorized

De rest van de dag

Weer een teneergeslagen dichte wereld. Kauw en kauw blijven veilig in het nest en laten zich niet zien in de boom voor het raam. Weer om in je schulp te kruipen, de meest vrolijke of de meest droevige film op te snorren, een flinke middagdut te doen of meer van dergelijke winterlingen.

Zoonlief vraagt of ik hem kan helpen. Hij heeft een voederbak op berkenstam gekocht en een plan bedacht om de vogels te lokken en heeft een twee maal zo’n grote bak gevuld, 1/3 deel met houten knoest, aarde en mos, en het overige deel met water. In de spleten van de schors heeft hij vogel-pindakaas en zaad gestopt. We kijken even naar het resultaat. Binnen een kwartier heeft hij wel wat pimpelmezen, een roodborstje en een vink naar het balkon gelokt. Vooralsnog vinden ze de kokosnoot met vet in de boom het lekkerst. Ben benieuwd wanneer ze zijn vogelparadijsje durven op te zoeken. Ondertussen heeft hij het glas van de balkondeur schoongepoetst en zit hij geduldig te wachten achter zijn giga-lens.

mijn simpele iphone-foto’s

Schoondochterlief heeft kokend water over haar voet heen gekregen toen ze heet water in een glas goot en het glas knapte. Hoewel ze vliegensvlug en in een vaartje haar sokken uittrok, zijn het toch derdegraads verbrandingen. Normaal hangt de lieve grote broer om haar benen bij alles wat ze in de keuken doet, maar nu gelukkig niet. Daar is ze zielsgelukkig om. Maar ze heeft krukken nodig en pijnstillers, wat met de moedermelk niet fijn is.

In de biografie over Jeanne Biersma Oosting val ik achterover van de enorme verschillen tussen arm en rijk aan het begin van de vorige eeuw en de wijze waarop de adel en de goegenoten tegen het ‘voetvolk’ aankeken. Alles aan knecht, dienstmaagd en keukenpersoneel werd niet ‘gezien’. De wijze waarop ze behandeld werden, was stuitend, hoe ze woonden zeer armoeiig en vaak zelfs erbarmelijk. Terwijl een rijke familie een aantal statige woningen bezat, tot aan paleizen toe. Alles werd ook onder de eigen pet gehouden. De adel vormden de notabelen en grootgrondbezitters. Het is te gênant voor woorden.

Kinderen werden wel toevertrouwd aan gouvernantes en kinderjuffrouwen. Ouders lieten zich niet veel in met het kroost. Ze hadden het druk met het bezoeken van andere graven en gravinnen, hertogen, freules en wat dies meer zij. Wel gaven ze strenge regels door of legden pittige straffen op. Toen de kleine Jeanne steeds haar jurken smerig maakte, omdat ze argeloos over het landgoed dwaalde, over hekken klom, in de tuin speurde naar insecten om ze te tekenen of te schilderen, kreeg ze door haar moeder een stijve katoenen hooggesloten jurk met lange mouwen aangemeten. Wel de lasten en niet de liefhebbende zorgen van moeder en vader. Geen wonder dat ze zich er later van afkeerde. Dat was ook inherent aan het feit dat ze alleen maar leefde voor de schone kunsten. Jolande Withuis beschrijft het met vlotte pen en het is niet moeilijk om terug te reizen in de tijd op die manier.

Vandaag heb ik voor het eerst sinds lang mijn droom opgeschreven. Hoe gedetailleerd het toch allemaal in beeld komt. Een mij onbekende collega in een enkellange jurk zweefde omhoog, eerst dacht ik aan Harry Potter praktijken, maar ze liet de stellage zien, die onder haar jurk verstopt zat. Een soort trapsgewijze houten opstap. Toen ik het de hemel in wilde prijzen, zakte ze precies op dat moment dwars door het bovenste hout heen. Heerlijke dromen. Daar kunnen er niet genoeg van zijn. Maar nu, aan de slag met de rest van de dag.