Uncategorized

Een geluk bij een ongeluk

Een soort van pech, wat aanvankelijk zo rooskleurig begonnen was. Typen met één hand is een dingetje. Voor je al je gedachten in letters hebt gevangen, zijn ze al verwaaid. Beter bij de les blijven. Bij de fysio stond ik op het balansbord. Oef. Opstappen, midden zoeken en balanceren. De fysio stond vlak bij me om me op te vangen, maar ik viel toch om, naar achteren. Eerst op de stuit en toen op de pols. We keken of alles het nog deed en hij haalde een coldpack. In de auto merkte ik al, dat een en ander niet soepel ging, dus toch even langs de huisarts.

Die vertrouwde het zaakje niet. De pols had inmiddels vreemde vormen aangenomen. Ze verwees me door naar de radiologie voor een foto. Ondertussen was zoonlief gebeld door dochter, die ik belde vanwege de afspraak voor het etentje, dat in de soep dreigde te lopen en waarop vooral kleindochter zich verheugd had. Hij woonde dichtbij en kon naar het ziekenhuis lopen om me terug te rijden. Gelukkig maar, want ik kreeg een doorverwijzing naar de gipskamer. Het vonnis was wel duidelijk. Gebroken, weliswaar een schone breuk, maar toch. Alles was opgezwollen, dus eerst in een spalk en volgende week gips. Joviale jongens, die gipsmeesters. Ouwe rotten in het vak. Met een slendang en een mooi wit armpje mocht ik weer naar huis. Een advies voor paracetamollen om de pijn te onderdrukken. Zoonlief ging boodschappen met me doen en bracht me thuis.

Gelukkig was alles aan kant. In de ochtend had ik de galerij schoon geveegd en hoera, de eerste penseelstreken waren gezet. Nu kon ik er in ieder geval een week op spinnen, hoe het verder moest. Natuurlijk was ik vroeg wakker. De pijn was draaglijk, maar het bleef een stomme stijve onderarm, waar ik niets mee kon. Zelfs geen boek vasthouden. Dus keek ik vannacht in wat loze uren ‘Ma Vida’ met Loes Luca. Daar zou ik normaal niet snel voor kiezen, maar zorgeloze afleiding was de beste remedie om niet te hoeven denken aan pijn, jeuk en de onmogelijkheid der basale handelingen.

En…het was een fijne film. Een oproep om toch vooral je hart te volgen. Te gaan voor het geluk. Vanuit haar perspectief volkomen begrijpelijk. Het ging over keuzes maken en vermeende verantwoordelijkheden, doorzettingsvermogen en verder kijken dan je aannames zijn. Als je goed beschouwend bezig bent, zal je de werkelijkheid sneller zien. Het is een film die is opgedragen aan moeders, de zich eeuwig wegcijferende zorgzame moeders en de kinderen werden afgeschilderd als berekenende mensen en kwamen er zeer bekaaid af. Een film in cliché ‘s met een waarheid als een koe en het bracht me twee uur verder.

Arm op het kussen, een soort van foetushouding voor zover mogelijk en toch nog even in dromenland verzeild geraakt. Appjes over en weer om de afspraken van van de week aan te passen. Als de pijn zich zo verhoudt, staan er toch wat leuke ontmoetingen op het program. Donderdag een kleine mini-reünie met drie meiden van de kleuterkweek. Dat doen we ieder jaar maar met Corona even niet. Bijkletsen en herinneringen ophalen. Vrijdag gaan de dames van de Royal National Garden naar Voorlinden. The place to be als het om mooi tuinen gaat. Daar vinden we geen viervleugelige snuifmotkevers, maar aan schoonheid geen gebrek.

Straks is het poedelen geblazen. Met de vrije rechterhand. De breuk zit links. Een geluk bij een ongeluk.

Uncategorized

Dromen bevrijden met penselen

Middernacht, tien over twaalf en klaar wakker. De’Hemelse Mevrouw Frederike’ werkte allesbehalve slaapverwekkend, een boeiende reportage over Amy Winehouse in Nederland al helemaal niet en nu ben ik dan maar aan het schrijven geslagen om handen en voeten te geven aan het gedachtespook, dat rondwaart. De witte tornado is er misschien debet aan. Ze ging als een speer, maar dan ook helemaal. Balkon aangepakt en alles wat niet deugde recht gebreid. Een uit elkaar vallende rieten rolgordijn ‘gemaakt’door het onderste deel weg te knippen en de uiteinden keurig netjes aan elkaar te knopen, zodat het weer ordentelijk oogde en daarna hoog opgerold zodat het raam vrij kwam. Te grote planten en het onkruid weggehaald.

Het grote raam, zicht op de wereld

Daarna kon ik eindelijk bij de ramen, die toe waren aan een zomers sopje. Miep kraak van de huishoudservice, zo voelde het. Omdat de ramen prioriteit nummer een waren geweest, moest de rest er ook aan geloven. Door ruimte te maken om er goed bij te kunnen moest binnen de zware hoekbank opzij. Daarvoor werden de planten verhuisd en de tijdschriften en boeken van de rugleuning af gehaald.

Onder veel gepuf kon er verschoven worden en was er geen spinragje meer veilig voor de gretige stofzuigermond. Ik kwam tijdschriften en boeken tegen, waarbij ik dacht dat ik er nodig eens aan beginnen moest, in de loze uren op de bank. Ze waren een beetje het ondergeschoven kind van de rekening, ingehaald door andere tijdschriften en kranten.

Geen idee waar alle energie ineens vandaan komt, maar er zat vaart in. Halverwege kwam er een bericht van de garage dat de kleine Blauwe Prins opgehaald kon worden. De boel de boel gelaten en op de fiets er naar toe, geen bui te bekennen ondanks de dreigingen van het voorspellende weerbericht. Een felicitatie toe én een tevreden ogende voiture werd de bijvangst. Goedgekeurd met glans en een stempeltje erop. De airco hadden ze bijgevuld. Geen lange oververhitte tochten meer. Heerlijk. Om even te ontsnappen aan de opruimmodus ging de tocht langs twee kringlopen om naar twee tuinstoelen te kijken. Er ontstond een gesprek met een vrouw die haar spullen mocht verkopen in de ruimte van de kringloop. Het kwam door haar grote djembé, waar ze een pittig kaartje aan had hangen. ‘Hij komt uit Afrika’, merkte ze op. Het ontlokte een glimlach en een praatje over djembélessen, haar moestuin, alleen zijn en opruimen. Alles in een notendop.

Opgeruimd staat netjes

Met boodschappen als buit kwam ik terug temidden van de eigen chaos. Op de tanden bijten en doorzetten was het devies. Ruim voor vieren was alles gedaan. Het was goed toeven in de grondig aangepakte ruimte. Er kwamen allerlei ideeën boven van dingen die ik zou kunnen ondernemen. Misschien was dat ook wel de reden van het hanenwaken. Er spookte teveel door het hoofd.

Tot zover het nachtelijke schrijven. Op dat moment besloot ik om toch nog maar wat te slapen. De warme oploskoffie had me goed gedaan. Het raam ging op een kier, de muggen ten spijt. Niet veel later volgde een tocht door dromenland. Een enorm huis, grote trappen, een wonderlijk ontmoeting, maar niet vastgelegd, dus weggeschoten bij het eerste daglicht dat door de wimpers filterde. Toch drieënhalve uur slaap bij elkaar gesprokkeld.

Met de fysio aan het begin van de middag liet de agenda ruimte voor een etentje bij dochterlief. Ook een idee voor een nieuw doek trekt aan de basis. Begin maar, we zien wel waar het schip strandt, lijkt het te zeggen. De hele ochtend ligt in het verschiet. Het zou weer een welkome afwisseling zijn. Dromen bevrijden met penselen.

Uncategorized

Als een witte tornado door het huis

Overspoeld met complimenten. Daar teert een mens goed op. Zaterdag zag het er chaotisch uit in de tuin. De schouders moesten eronder. Het was hard nodig. De zaailingen waren er aan toe om de grond in te gaan en daar moest een plek voor gevonden worden. Er stonden veel wilde boterbloemen in de tuin, die met gemak plaats konden maken. Het gras moest gemaaid en tot mijn grote verbazing liepen de accu’s van de grasmaaier vrij snel leeg en bleef een stuk van de tuin ongemaaid. Ik wist de grasschaar nog te vinden. Geen beter werk dan gras met de hand te knippen, een volledig zen-zijn was de bijvangst van dit werk. Er kwam een lief klein wit vlindertje, die voornamelijk de rolklaver opzocht. Het was een prachtig teer beestje met kleine paarse stipjes op de witte vleugel, geen fototoestel bij de hand.

vredig landschap

Terwijl ik bezig was waren er allerlei mooie gedachten, een stuk herbeleving van de vakantie, overpeinzingen van formaat. Over de auto die de volgende dag naar de garage moest voor de keuring, over het lek boven op zolder waar ze van de week voor de zoveelste keer naar zouden komen kijken, over de staat van de tuin, over de mensen er omheen en mijn lieve schatten. Waar zouden ze allemaal zijn en wat deden ze. Mijmerdemijmer. En ongemerkt natuurlijk toch heel veel gedaan. Weer een kruiwagen vol afgegrazen en lege plekken gecreëerd voor de tere plantjes. Goudsbloemen en afrikanen in het ene bed. De stokrozen en klaprozen voor volgend jaar in het andere en de hibiscus ook. Wie weet hoe het zich zal verhouden. Straks konden ze op hun vaste plekken worden uitgezet. De twee Lathyrusplantjes, eigenlijk te laat, vonden een plekje naast de roos, maar daarvoor moest ik wel wat springbalsemienen elimineren en natuurlijk de brandnetels, die op alle fronten elk gaatje benutten om te ontkiemen.

mijmeren

Tijd denderde voort en vloog onder mijn handen weg. Af en toe was er een dreigende wolk, maar het bleef nog een hele poos droog. Later dan ik wilde, liep ik om de tuinen heen en kwam de buurtjes tegen, die me uitnodigden, even er bij te zitten. Glas water erbij en de vraag waarom ik er op z’n zondags bij zat. Ik werk altijd met mijn gewone kleren in de tuin, een enkele keer kleed ik me om, maar ik ‘moes’ ook niet en zij wel. Dus zaten ze onder de modder en werkten zich in het zweet. Bij mij is dat slechts stadsedameszweet, dat scheelde aanmerkelijk. Terug naar de kleine blauwe ving ik de eerste druppels. Een opfrisbui was welkom.

De avond was lang maar ongelooflijk boeiend met Roxane van Iperen. Wat heerlijk om een helderdenkend iemand op televisie te zien, die haar gedachtegoed zo helder uiteen kon zetten. Een verademing. Ik keek niet alles, maar straks is het tweede deel aan de beurt.

https://www.gids.tv/video/357163/zomergasten-gemist-roxan-van-iperen-over-magische-dansvideo-je-ervaart-de-magie-niet

Vandaag vroeg uit de veren om de auto weg te brengen voor de keuring. Met het Zeeuwse fietsen nog in de benen, had ik om een vervangende elektrische fiets gevraagd. In alle rust om acht uur in de morgen terug gefietst en nog even een croissant overwogen, maar toch niet gedaan.

Met de krant in de aanslag aan de koffie en daarna als een witte tornado door het huis.

Uncategorized

De wijde blik

Tassen uitgepakt en de routine van voor de vakantie ingegleden. Zo snel went het normale leven weer. De foto’s in my-album opgeborgen en het appje van de achterbuuf van de tuin gelezen. Of ik om twee uur ook naar de tuin kwam. Dat wel, maar nog niet om te werken. Samen het verlies delen, want zij had de lifestream wel bekeken.

Maar eerst naar de opticien. Nog altijd kon ik me verkneukelen om de gemaakte keuze. Vorige week zaterdag was het bericht al binnen gekomen dat de bril gereed was. Nu was het moment daar om haar op te halen. Het naburige stadje lag er verlaten bij. Parkeergelegenheid bij de vleet. Ik vermoedde dat er al heel wat mensen op vakantie waren. Ook in de winkel heerste rust. Met hetzelfde genoegen waarmee ik de bril kwam ophalen, bekeek de opticien mijn keuze en was in zijn nopjes. Ook hier weer de waarschuwing, dat er nauwelijks een middenweg was. Of mensen vonden het geweldig of ze vonden er niets aan. Wat men er van wil denken mag allemaal, maar ik vind het geweldig en dat telt. Dit is een bril die me past als een handschoen.

Het nieuwe hoofd ontlokte een brede glimlach en die bleef de hele weg lang van boodschappen doen tot aan de tuin, waar ik bij het hek buuf al ontmoette. Samen liepen we op naar haar tuin en daar namen we mijn week en haar week door. Zij was vorig jaar naar Goeree-Overflakkee geweest en was net zo verbaasd als wij over de schoonheid van het land daar. Vlak onder de rook van Rotterdam verwacht je het anders, maar de industrie is ver te zoeken. Alleen vanaf het strand zie je de enorme maasvlakte in de verte, maar zelfs daar stoort het niet en toen ik de foto’s van de Heckrunderen bekeek zag ik in de heiige achtergrond ineens de windmolens op een lange rij. Die waren me ter plekke niet opgevallen.

Het was goed te horen dat er mooi gesproken was, al had ik niet anders verwacht. De pijn zo ondraaglijk, dat langer leven geen optie meer was. Natuur wist zichzelf, als de tijd daar is en gaat daarmee voorbij aan wensen en verlangens. Het werd een intiem onderonsje daar in het struweel voor het huis. Twee vrouwen die hun gedachten uitspreken, hun zorgen kunnen delen en daarmee het leven zachter kleuren en het leed draaglijker. De diepte ingaan boort een nieuwe dimensie aan, die tot dan toe nog niet op die manier aanwezig was geweest. Nieuwe rijkdom. In ieder geval was daarmee mijn werklust om in de tuin aan de gang te gaan, tot het nulpunt gedaald. Dat bewaarde ik voor een paar regenvrije uren van de volgende dag. Peinzend wandelde ik terug naar de Kleine Blauwe.

Hoe belangrijk het is om gedachten uit te spreken en te delen om ze op die manier zelf te kunnen verwerken. Als de woorden hun eigen plek vinden door de associatie van de ander levert het een meerwaarde op die van groot belang is om je eigen ideeën en acties helder te kunnen bezien. Spiegelen legt gewicht in de schaal.

Ik denk aan de aflevering van Binnenstebuiten, in de herhaling weliswaar, maar nog altijd van waarde als het draait om duurzaam en bewust leven. In de uitzending van gisteren kwamen een jurist en een kunstenaar aan bod. Ze zijn in een oude boerderij gaan wonen en laten bewust de permacultuur op hun erf toe, inclusief alles wat er van nature groeit tot en met de brandnetels. Hun dieren zijn altijd met twee of meer van dezelfde soort en ze hebben geleerd om te observeren hoe de dieren met elkaar communiceren. Aan hun natuur buiten, de natuurlijke bron, de beesten, de planten en het kleine grut er omheen, de veld-en bosmuizen, de eekhoorns, de vogels, de marter, kunnen ze zich spiegelen en voelen ze de rijkdom van het buitenleven. Het draait om ieders plek in het bestaan, wat is de relatie tot elkaar, hoe verhoudt het zich,

Een mooie manier van omgaan met je omgeving en het kweken van een natuurlijke habitat. Nog een nieuwe bril, nu figuurlijk, voor een nieuwe kijk op de mensheid. We gaan ervoor. De wijde blik.

Uncategorized

Een week om naar uit te kijken

En dan is een week samenzijn achter de rug. De terugreis was lang en warm en ik had moeite met het knikkebolletje in mijn hoofd, dat weg wilde zinken in slaap, door de oneindige weilanden, die voorbij trokken en door het feit dat ik bijrijder was. Als je iets om handen hebt is wakker blijven een peuleschil.

Er was ook dat andere bericht. Een herinnering aan een lieve vrouw, een mooi mens, die een deel van mijn leven met me opgelopen heeft en een ander deel altijd ergens op de achtergrond aanwezig is geweest. Binnen enkele maanden is ze van haar plek hier op aarde afgeblazen, met een snelheid, die het voor achterblijvers nauwelijks te bevatten laat. Ik denk aan haar binnenkring van mensen die haar lief hebben tot in het diepst van hun hart en voel het schrijnen, het gemis. Er was net een kleinkind, er werd versneld getrouwd, om maar een herinnering met haar te kunnen hebben.

Er was een uitvaart en een lifestream, maar geen van beiden kon ik meemaken. In de middag, alleen op mijn bank, hield ik mijn eigen afscheid, met de glansrijke momenten van wat er samen te delen was geweest. Alles telde mee om het onrechtvaaridg te noemen. Te jong, te levenslustig, te fijn mens, te geliefd. Argumenten die niet uitmaken voor een ziekte die zich onverstoorbaar verder vreet. Hoe kwetsbaar we zijn. In de ochtend kocht ik een ringetje. Een sierlijk, klein simpel zilveren sieraad. Het is mijn troost voor het gemis. Een T-ringetje.

Zoonlief heeft al die dagen steeds de planten op het balkon water gegeven en goed voor Pluis gezorgd. In de brievenbus lag de post hoog opgestapeld. Van zeven dagen kranten, brieven, tijdschriften en en de uitnodiging voor de uitvaart. Een hele week lang was er een andere wereld. Een blij en onbekommerd leven vol natuur, zussenliefde en zon. We moeten elkaar vaker laten weten hoe rijk we zijn met elkaar. Nooit eerder is een cliché zo bewaarheid geworden. ‘Het kan zo maar afgelopen zijn’ is wat we altijd, zonder er bij na te denken, zeggen. Natuurlijk is dat zo. Maar hoe heftig als het bewaarheid wordt. Ook al wisten we dat ze ziek was, had ik haar hoop met mijn wens vervlochten en gedacht dat het nog zeker tot september zou duren. Ik had nog wat van haar kostbare tijd willen sprokkelen. Nu blijven een aantal woorden ongezegd. Ik denk ze wel, in de wetenschap, dat als de wereld groter is dan wij kunnen bevatten, ze mijn kleine litanie heeft gehoord.

Ondertussen glijden de foto’s van afgelopen week door het beeld. Het is een feest van herkenning, de zwart/wit foto bij de koeien, de kleine fuut met een poging van pa om haar te voeden, het puttertje op de distels, de pelikanen van dichtbij, de parmantige meeuw op het strand, de haas die het hazenpad nam, de zeehond, de diep donkerbruine Heckrunderen tussen het goudgele Jakobskruiskruid, mazzeltjes pur sang.

Ze vormden een post op zich in de vakantieweek, waarbij het fietsen het hoogtepunt vormde om tot die ontdekkingen te komen. Deze week is omgevlogen. Als zussen doen we het lang niet gek. Van elkaar houden en elkaar in de waarde laten is de formule. De kunst is om te geven en te nemen en je eigen plezier er uithalen, ook al is het niet helemaal wat je voor ogen had. Volgend jaar weer, met nieuwe afspraken die we tegen die tijd allang weer vergeten zijn, zoals ieder jaar. Dan is het, net als nu, genieten geblazen en blijft het een week om naar uit te kijken.

Uncategorized

Zussen, zon en zilte zee is een aanbevelenswaardige combinatie.

De laatste volle vakantiedag besloten we er een fietsdag van te maken. De fietsen waren tot zeven uur van ons en we hadden nog steeds aardig wat uren voor de boeg.

Om half twaalf was het ochtendritueel achter de rug en stonden we gepakt en bezakt voor de laatste keer voor het hek, dat met een’ Sesam open U’ door op het knopje te drukken, open zwaaide, terwijl zuslief het dynasty-hek open had gedaan, dat voor dat eerste hek lag. Telkens als ze met andere zus de twee hekhelften van elkaar trok, klonk er de bekende openingstune van dat ‘glamoureuze’ programma.

Het automatische hek had kuren en kende derhalve een foefje om met de hand open gerold te worden. De buurvrouw die er vlak naast woonde, kwam als een duveltje uit een doosje tussen haar planten vandaan, zodra ze beweging zag en knoopte maar al te graag een uitgebreid praatje aan, om de eenzame dagbeslommeringen van tuinwerk en huishouding te compenseren met wat broodnodige afleiding. Op het laatst van de zeven dagen kregen we het gevoel er voorbij te moeten sluipen. We begrepen haar eenzaamheid wel.

De tocht ging langs een uitgestippelde fietsknopenroute en leverde veel meer mooie wegen en mooie plekjes op dan de opbrengst van ‘op de bonnefooi.’ Reden we eergisteren nog op fietspaden vlak langs of op autowegen, waren er nu fietspaden met gedoogbeleid voor een enkele auto aan de beurt.Er waren bijzondere plaatjes. Tijdens de eerste koffie aan het Grevelingenmeer, zagen we twee zeehonden, waarvan ik er een met het fototoestel kon vastleggen. Ze zwommen betrekkelijk ver weg, dus misschien is het maar een speldenprikje, maar dat is voor straks als ik al die cadeaus ontfutsel aan mijn oude toestelletje.

Daarna liepen twee zussen naar boven, de dijk op, want daar begonnen de slikken, maar wij bleven bij de koeien, echte mestkoeien die naar aller tevredenheid, zich wentelden in onder andere de gierberg die daar lag. Iets verderop konden we met de ondersteunende fietsen de dijk op en zagen die prachtige schorren en slikkenmet eigen ogen, die zozeer de moeite van het bezichtigen waard waren.

O, geef me een palet en ik vul het met die kleuren, onnavolgbaar van schoonheid, het grijsblauw van het water, de gele en roestbruine slikken, de witte pelikanen, de grauwganzen. Eindeloze combinatie van kleur en energie.

Haar in de wind en door. Dan is er een theetuin. Uitstekend om te lunchen onder de lommerrijke bomen in de boomgaard met de tijdloosheid van buiten. Eindeloos geduld kweken en daarna oogsten. En de vriendeiljkheid van het boerenplatteland van Goeree. Nog tot voor kort ons onbekend en nu al onvolprezen. En weer opnieuw een duik in de wuivende halmen, de grazende weiden, de dijken en het goudgele graan. Langs de schorren op smalle paadjes, lastig om fietsers te ontwijken en toeristen corrigeren die de grazende buffels als Spaanse stieren herkenden.

Bij een kroeg met het dorp met de mooiste naam uit de buurt, Melissant, vinden we een onvervalste ‘Ouddorper’, die ons herkende aan onze ‘ Bever’ fietsen. Hij had in het steegje er tegenover gewoond. Aanpassingen en cultuurverschillen in een notendop en lauwe bitterballen. Toch een ervaring rijker. Fietsen ingeleverd en de bonte avond op een schraal wijntje, maar met een vol blik van terugkijken met voldoening ingezet. Zussen, zonnig weer en zilte zee is een aanbevelenswaardige combinatie.

Uncategorized

Geluk met een hoofdletter

Voor de vijfde dag op rij liet het weer zich hier van haar beste kant zien. Hoe was het mogelijk dat midden tussen twee regenweken in, die van de vorige en de beloofde van volgende week, de zon juist deze zeven dagen had uitgekozen om uitbundig te schijnen. Hoe belangrijk het is om gewoon te kunnen doen en gaan en staan zonder de belemmering van dat soort factoren, bleek nu wel. Heerlijke fietstochten, bezoek aan wat bezienswaardigheden, het aandoen van gekke winkels en kringlopen, picknicken op het strand, het kon allemaal.

Het vogelobservatorium Tij van Stellingdam stond voor gisteren op het program. Met de auto, om puf over te houden om in de vroege avond naar het strand te fietsen voor een picknick en een zonsondergang.

Een onooglijke toegang voor iets wat bekend stond als een van de mooiste vogelobservatieposten in het land in de vorm van het ei van de stern. De weg er naar toe was een kronkelig zandpaadje, geplaveid met wilde braam, engelwortel, wilde peen en vlier. De bramen trokken lange stekeligheden door tot boven het pad. Het moest allemaal niet te toegankelijk worden leek het te zeggen. Ook het tij werkte mee. Bij te hoge waterstanden werden laarzen aangeraden bij een bezoek aan de hut. Een trap omhoog leidde naar de uit hout opgebouwde hut, een sacrale, monumentale houten structuur voor de opbouw, twee verdiepingen hoog en op meerdere niveaus observatiepunten.

Er stond een levensgrote telescoop waardoor ik de twee witte lepelaars en daarachter een grote kolonie, tegen het paars van de vegetatie scherp zag afsteken. Vooraan een grote groep ganzen. Aan de zijkant van de hut vlogen zwaluwen in en uit van hun nesten in de zijwand van de rivier. Ook daar een observatiepunt, maar dan moest je van goed huize komen om er een vast te leggen. Het was zeer de moeite waard met dat spectaculaire uitzicht over het Haringvliet en als ik alleen was geweest had ik er uren door kunnen brengen, maar in gezelschap prevaleert altijd de wil van de groep. Dat is waarom we het als zussen zo goed met elkaar tot een mooie vakantie kunnen brengen. Het weggetje terug was al drukker dan heen.

Op naar de kringloop dan maar, waar het geluk in mijn schoot viel door het vinden van een paar gloednieuwe zwarte leren sandalen, die geschikter waren dan de slippers of mijn sneakers. Heerlijk zacht omsloten ze de nog altijd door de zon verbrandde voeten.

We gingen nog eens in Middelharnis kijken of we het oude centrum toch niet konden vinden en gelukkig, anders bleef mijn beeld van een weinig boeiend dorp op mijn netvlies geschreven. Nu zag ik met eigen ogen de kade, waar het bekende gedicht van Ed Hoornik ook over sprak en zag de paal met dit en nog een ander gedicht van hem. Het stond aan de kop van een mooie rustieke oude kade met pittoreske huizen en vol jachten en plezierboten. Daar lunchten we langs het water met een heerlijke verse vissoep om in de stemming van het zilte zout te blijven en vervolgens moe maar voldaan bij thuiskomst even uit te rusten, alvorens we richting strand zouden fietsen.

In die tussentijd kreeg ik een droevig bericht waarover later meer, maar dat tijdens de picknick aan het strand veel gemijmer opleverde. De zon deed haar best gracieuzer dan ooit neer te dalen.

Het werd de meest chaotische traditionele picknick ever, maar wel met voldoening door de prachtige omlijsting en als het je lukt om het geluk van de dag te vangen tussen twee vingers, dan mag je met recht van Geluk met een hoofdletter spreken.

Uncategorized

Regeren is vooruit zien

Het thema voor de dagelijkse outfit werd wat aangepast, omdat het praktisch gezien niet vol te houden was, wilde je comfortabel jezelf kunnen zijn. Dus bedacht zuslief het om een en ander te verkleinen door overeenkomsten te zoeken, in dit geval de aangeklede voeten. Haha.

De dag stond in het teken van de fiets en de pittoreske dorpen Goedereede en Stellendam. Goedereede was een prachtig oud stadje, dat haar oorsprong vond in de Romeinse tijd.

We begonnen, zoals altijd ons neus achterna, in de beroemdste straat, bleek achteraf: De oude ‘Schurenstraat’ met haar authentieke boerenschuren, waar nu een ‘glas en steen’atelier gevestigd was van Ellen Bok. We konden een klein doorkijkje nemen, omdat een van de schuurdeuren openstond. De imposante oude schuren, zwart geteerd en goed onderhouden, vormden een mooi decor samen met de oude huisjes en de bloemenzeeën in de tuinen en tegen de gevels.

Wat een keur aan gevels waren er te vinden. De huizen als oude componenten gebroederlijk tegen elkaar gezakt door de tand des tijds. Een grote wielerploeg stoof ons voorbij, waarbij zuslief droog opmerkte dat daar onze koffiesterkte vergeven was. Nog net was er aan de oude markt een plekje op de hoek te veroveren, naast een piepklein kledingzaak. Alles was piepklein daar in Goedegereede.

We kwamen twee grote spiegels tegen en niets kon ons ervan weerhouden vast te leggen dat we toch echt met z’n vieren waren. Daarna volgde de route naar Stellendam, waar we weer intuinden in het zoeken naar een historische kern van dit relatief jonge stadje. Pas toen we neergestreken waren bij het dorpscafé en de aanblik wat ingesloten leek als de stugge huizenprijzen zelf, had zus het Haringvliet en het restaurant Zoet en Zout op haar telefoon ontdekt. Dat stond ons beter aan. Een verontschuldiging voor de bediening en daar gingen we weer, met doorgestoofde hoofden langs ‘s Heeren wegen en nergens was de uitdrukking zo toepasselijk als op dit kleine eiland.

Alle bermen waren voorzien van wuivende en veelsoortige bloemen, de wijdsheid van de weilanden en de akkers eromheen, de prachtige kleurschakeringen die het opleverde. Het enige nadeel waren de drukke wegen die het land doorkruisten. Vooral bij de rotondes was het goed opletten. Vanuit onze ooghoeken zagen we de kringloop voorbij trekken en het Tij, een vogelobservatiepost aan het Haringvliet, dat spectaculair moest zijn qua architectuur.

We schoven het op voor na de lunch, die uitgebreid en heerlijk was op ons plekje daar aan de vliet. Zuslief ging foto’s maken en na de maaltijd trok ik met zus mee in haar kielzog. Een zwanenparadijs was het beneden ons en allerlei klein grut erom heen. Met haar scherpe ogen had zus een puttertje gesignaleerd en warempel, op de paarse distel zat het dier parmantig en at van wat de distel te bieden had aan rijpe en onrijpe zaden met een onbekommerdheid alsof hij wist, dat de stekelige plant hem grote bescherming bood. De foto komt later, want die is geschoten met de kleinbeeldcamera, om het kleurrijke vogeltje maar zo dicht mogelijk te benaderen.

Ondertussen was het toch te laat geworden voor kringloop en het Tij. Daar rolde al een plan voor de volgende ochtend. Zo vulden de dagen zich vanzelf. Na een pittige weg terug, waarbij ik vergat dat er naast de wind ook nog ongenadige zon op onze hoofden brandde, was de verkoeling van de bos en lommerrijke lanen een verademing. Een van de zussen wilde het dorp in en natuurlijk werd er proviand ingeslagen. Terug naar huis besloot ik me voornamelijk te oriënteren op de omgeving, anders dan de route, die de blikken stemmen in de routeplanners aangaven, anders zouden we het nooit leren om de weg naar huis blindelings te vinden. De eikpunten, al dan niet minder markant, een molen, een mooie bloementuin, een gladiolenveld, een manege, waren gauw gevonden. De stemmen waren als de Sirenen en zorgde voor een ware dwaaltocht door het stadje.

Terug was het bijkomen en even helemaal niets, terwijl de twee. Jongsten nog onderzochten welk strand het meest dichtbij was voor een picknick aan zee in de late avondzon voor de volgende dag. Regeren is vooruitzien.

Uncategorized

Die masseren elkaar wel

Wat een heerlijk uitje werd het, deze bewolkte dag. Met de auto er op uit, al was er geen regen voorspeld. De dag liet zich lenen voor een bezoek aan een stadje. Zoals gewoonlijk was het recept ‘ op de bonnefooi’ en ‘ we zien wel waar het schip strandt’. Ooit, vroeger, leerden we van onze lieve moeder al, dat je dan een heel eind kon komen en je rugzak kon vullen met heel wat totaal niet verwachtte gebeurtenissen. Naadloos ging haar wijze les over in de praktijk. Bij Hellevoetsluis gingen we richting de vesting. De beste keuze die je kon maken op een wat grijze maandag met hier en daar een eigenzinnige zonnestraal.

Daar, bij die vesting bleek een prachtige oude sluis te liggen met uitzicht op de haven en de nieuw gebouwde huizen op de kade met een zonnige Curaçaose uitstraling, door de kleurige huizenrij. Grote, kleine en minijachten in de haven en vooral een paar families fuut. Een ervan zat te broeden op een nest, bij een tweede zat de kleine al op de rug, liet pa een waarschuwend geluid horen en diepte later een glinsterend zilveren visje op, die toen het te groot bleek voor de kleine, moeder eerst naar binnen werkte. Later zou ze het weer teruggeven aan haar kind.

Een haveninham verder liet een vrouw haar oude schnautzer uit in het water en aan het einde lag een klein verwant verloren eilandcafé met gesloten terras, middenin. Daarna waaierde het breed uit in het Haringvliet. Een mooie oude draaibrug verder was een terras opengesteld op de punt met uitzicht over haven en sluis en daar, vanaf de hoge krukken, bleek eerst koffie en daarna lunch een goed idee.

Het carillon speelde boven ons hoofd en elk kwartier en op de hele uren meende ik toch echt te zien dat de klokken daadwerkelijk werden geluid, maar zuslief verschilde van mening. Haar ogen zijn beter dan de mijne en misschien was hier de vader de wens van de gedachte.

Het maakte niet uit, via de andere kade wandelden we terug terwijl het broeierig warm werd. Ineens begreep ik wel, waarom men Siësta hield bij dergelijke gevoelstemperatuur. De benauwdheid vierde hoogtij.

In de auto met de airco aan was het goed te doen. In de middag was de bestemming Middelharnis, omdat daar ooit een kind verdronken was en Ed Hoornik dat zo lyrisch had beschreven. Bovendien bracht het ons terug naar de school waar we allen opgezeten hadden en les hadden gehad van een enthousiaste lerares Nederlands met een grote voorkeur voor poëzie en gedichtenwedstrijden.

We bleven steken in de buurt van de plaatselijke super en zochten niet het echte centrum op. Misschien ook omdat we de kluts kwijt waren dor het feit dat het een tweelingdorp vormde met Sommelsdijk en dat we dat niet wisten. Je reed Sommelsdijk in en kwam in Middelharnis uit. Goed voor luttele ogenblikken zinsbegoocheling.

Een plantage bood basiswinkels en koffie/thee bij de Hema op het terras. Geen spectaculair uitje, maar zoals vaak hadden we genoeg aan elkaar. Thuis zouden we uitzoeken hoe het zat met de twee dorpen. In sommige gevallen is voorkennis handiger.

Bij thuiskomst een lichte noedelsoep van de hand van zuslief en nog een avondwandeling, met recht een blokje om te noemen, in een inmiddels weer verfrissende temperatuur. Het leverde een nieuw te ontdekken natuurgebied op, vlak om de hoek. Dat was voor later om te ontginnen. Terwijl ik op huis aan ging, het hek het af liet weten en de beide zussen het bungalowpark gingen verkennen, kleurde de zon de wereld met rozerode sluiering.

Geen spelletje voor mij, maar gemijmer en verwerking van de dag, zoals altijd en nu toch wel een tikkie vermoeid van de meer dan tienduizend slenterstappen van die dag en alle indrukken. Dan gaat er geen linker-en rechterhersenhelft-stimulerend spel meer in. Die masseren elkaar wel.

Uncategorized

Wie weet wat er opbloeit

Heel vroeg, in deze donkere kamer, was ik al wakker. Nog voor de morgenstond en het eerste kwinkeleren van de vogels een aanvang had genomen. Het plan was om naar zee te gaan, maar eerst het lome wakker worden van iedereen. Dat heerlijke vertragen in de tijd omdat niets moet en niets hoef. Zuslief had het zondagsritueel niet afgeschud en begon met het koken van eitjes. Geen sinaasappelsap, vers geperst, maar een multivitamine en wat sneetjes brood, kwark of muesli. Als je samen bent, krijgt het verzorgen van de inwendige mens een totaal andere invulling.

In de stille morgen had ik de vorige dag overpeinst. In vakantietijd krijgen de uren een verlenging. Of ze duren langer door de traagheid waarmee ze over ons heen kruipen of het geeft een dubbele lading door de betekenis van het genieten, waar je ruimte voor maakt. Terrasjeswerk, waar je normaal in het dagelijks leven aan voorbij zou lopen. Het betekent ook dat de waarde van het kleine uitvergroot wordt. ‘ Wie het kleine niet eert, is het grote niet weert’ lispelde men vroeger, maar nu is de dimensie: ‘Geniet van al dat op je pad komt. Het vormt de belangrijkste basis van het leven’. Zussen, hoe verschillend ook, behoren tot die binnenkring. Ze zijn, met wat de Engelsen zo mooi en poëtisch laten klinken, ‘the inner circle’ naast het gezin.

Hoe het kwam, kwam het, maar de dagen werden opgedeeld in thema’s. Door een toevalligheid hadden we de eerste dag allemaal groen aangehad en kleurde onze dag, vandaag zou het zwart/wit zijn. Na het zondags ontbijt vielen de koeien binnen het thema en moesten we natuurlijk voor zuslief even poseren bij onze zwart/ witte dames, au naturel beantwoordend aan ons thema. Humor op kleine schaal. Het fietsen was heerlijk. We waren op pad gegaan zonder voorbereidingen. Dat bleek wel toen we, voor het eerst in mijn lang-zal-ze-leven, een strandstoel met windscherm gingen huren om de dag daadwerkelijk op het strand door te brengen.

Het boek zat in de tas, het schetsboekje en de pennetjes in de aanslag en het badpak tussen de meegebrachte spullen. Ervaren hoe het is om een dag niets te doen, luieren op een strandstoel, eindeloze telefoongesprekken van de achterbuurman aan te mogen horen, kinderen, van onwaarschijnlijk klein formaat, vliegers zien besturen, uitgelaten vriendengroepen neer te zien strijken, het ritueel van zonnebrand smeren eindeloos herhalend. Uiteindelijk was de conclusie, dat strand in welke vorm dan ook, voor mij en de anderen, alleen maar zin had als strandwandeling, kop leeg laten waaien, struinen door de duinen, foto’s schieten. Voor alles een eerste keer. Dit was uitgeprobeerd en kon in de la met herinneringen.

Twee minieme tekeningetjes van een oud stel, ver weg, om ze niet te blameren met hun onverwachte pose. Een kind met schepje en een beginnend zandkasteel, dat misschien wel slechts een heuvel zou blijven. Het plezier van het jongetje. Gaandeweg werd het drukker. Vanuit een strandtent, een werkkeet, waar een rond gat in was gezaagd, verkocht men broodjes worst en toen zuslief en ik het oververhitte zand hadden getrotseerd met onze voetjes, bleek dat de broodjes nog bevroren waren en de vrouw een beetje hulpeloos de situatie niet meer helemaal overzag. Op een smoezelige deken in de kraam aan de overkant lag een hushpuppy en keek alsof haar leven een vat van ellende was met al die worstenresten, waar ze ongetwijfeld mee gevoerd werd, getuige haar omvang. Wij liepen onverrichter zaken terug, maar onze Benjamin had de zinnen gezet op zo’n broodje en liet zich niet kennen. Ze kwamen terug met drie exemplaren en wat fris in blik. Een hap was voor mij meer dan voldoende. Heerlijke fietstocht volgde, toen we doorgesudderd en wel aan de terugweg begonnen. Vinkje van de dag: ‘Met elektrische fiets kan ik de hemel bestormen als ze achter het hoge duin ligt’.

Op de een of andere manier kwamen we op een autoweg terecht, waar we eigenlijk niet mochten fietsen, maar ja, er fietste al een mevrouw en als er een schaap over de Dam is, volgden er meer. Met de onverschrokkenheid van vier opstandige pubers trapten we door, tot we, toch enigszins opgelucht, adem konden halen op een kleine toegangsweg naar het dorp. Gered. Hoe ouder, hoe gekker en niemand had gelukkig waarschuwend getoeterd.

Thuis een pitstop en met de auto naar het Grevelingenmeer, waarbij we ineens in Zeeland aan de kant van Renesse terecht kwamen en toch weer rechtsomkeer maakten. Wat een enorme drukte daar. Bij de punt in het grote restaurant was de bediening niet bestand tegen de grote aanloop van die eerste zonnige dagen en liepen er zelfs klanten weg door het eindeloze wachten en de smetten op het serveerblazoen.

De tweede ervaring rijker. Ik mijmerde de natuur bij elkaar die door het grote resort veranderd was in een groot pretpark van jacht-, sup-bungalow-en snorkelvermaak.

Thuis had zuslief de sproeier aan de praat gekregen en sproeiden we de opmerkelijke zorgvuldig aangelegde borders van de grote tuin rondom ons huis, een weldadige verkoeling voor mijn, door oververhitting en vermoeidheid, verbrandde voeten. Morgen gaan we op de bloementoer. Wie weet wat er opbloeit.

Uncategorized

Dit televisieloze rijk.

Dat er gelegenheid zou zijn om mijn solitaire ochtendroutine te mogen volgen was een zegen. Het huis was afgestemd op zes personen. Twee zussen deelden altijd hun vakantieweek met elkaar op een kamer en nu konden zuslief en ik ieder een eigen kamer krijgen. Dat was heerlijk voor mijn rusteloze slaapuurtjes, die soms een deel van de nacht gevoed werden met schrijven en lezen, al naar gelang dromenland onderbroken werd.

De ochtend begon traag. Ontbijt rond een uur of half tien buiten, na het verslepen van de plastic stapelstoelen en tafel naar het terras, waar we de ochtendzon ruim konden verwelkomen. Biologische yoghurt, bessen, frambozen en bramen kleurden samen met de muesli het plaatje. In mijn bakje zaten medicijnen als aanvulling van het ontbijt. De vroege ochtend had ik doorgebracht met het kijken naar en reportage in close-up van de AVRO-tros over Yan Pei Ming, kunstenaar van groot formaat in overdrachtelijke zin.

Met verbazing aanschouwde ik zijn manier van werken met, wat de reporter bezemstelen noemde en dat hij corrigeerde in ‘penselen’. Hij bond ze aan grote stokken en juist door de afstand die het opleverde met zijn te schilderen object, was het invoelbaar. Zijn portretten naast die van Courbet, een inspiratiebron, waren prachtig. De kunstenaar zelf zat in een oude versleten leren fauteuil tegenover het doek om te observeren en achter de rook van een grote sigaar keurde het jongenshoofd met de pretogen in het verouderde gezicht de vorderingen. Hoe iemand oud kan worden en zijn jeugd bewaren. Prachtig om te zien. Vooral als het om iets ging wat hem het meest raakte, zoals de dood van zijn moeder en het enorme doek met de hoeveelheid mensen rond haar begrafenis, plooide het gezicht zich open. Een groots meesterwerk, letterlijk en figuurlijk.

Na de lunch en het douchen in formatie, gingen we de fietsen lopend ophalen. De bermen waren bezaaid met klaprozen en zandblauwtjes en oogden lieflijk evenals de tuinen waar we langs kwamen en die een overvloed aan zomerbloeiers droegen. Minder was het verkeer dat over de smalle weg moest en ons met regelmaat noopte, de berm op te zoeken. Bij de fietsenverhuur stond een lange rij. Twee zussen in de rij, wij op een bankje om met verbazing te kijken naar de verhuur en instructies van de elektrische loopsteps en scootertjes, fietsen met extra tandemkinderfiets, baboo en strandbrommers. Van sommige zag je al aan de angst in de ogen dat ze het nooit onder de knie zouden krijgen. Zolang het apparaat heerst over jou, wordt het doorgronden moeilijker en staat totale overgave in de weg.

Goeree- Overflakkee, wat ben je mooi en meer Zeeuws dan ik ooit had kunnen vermoeden. De fietsen hadden een schakeling die zonder de vertrouwde nummering ging. Je moest draaien aan een rubber ring bij het handvat. Bij zwaar werk lichter en bij licht werk zwaarder. Het was even wennen.

Een heerlijke lunch in de theetuin bij Ouddorp midden in de boomgaard, paarden langszij en een veld bloeiend jakobskruiskruid, kan ‘het zomerse dan zomers‘ in variatie op een thema. Daarna de dijk op, die al aanlokkelijk had liggen lonken in de zon, met kleine fietsfiguurtjes tegen de blauwe lucht.

Na de lunch ging het fietsen moeizamer, de dijk zwoegend zelfs, na het haventje. Nu pas bedenk ik me dat de ondersteuning misschien losgeschoten was door de kinderkopjes daar, waar de wielen bibberend op afsprongen. Het bleek aan het eind van de dijk, toen zuslief me vroeg van fiets te ruilen om een en ander te checken, dat ik de dijk geheel op eigen kracht zonder ondersteuning had gereden en derhalve wel had volbracht. Een mijlpaal bij een deceptie bracht de boel dus weer in balans.

Ziezo, nog niet aan de elektrische rolstoel waar zuslief bang voor was geweest, een hele dijk lang. In Ouddorp was het zaterdagsdrukte en gingen we winkel in, winkel uit de laatste vergeten benodigdheden halen, alsmede een jurk en een bloes voor zus en in een wonderlijke marskramerswinkel annex tweedehandswinkel een zwarte jurk van het merk ‘Il Est ou le soleil’ voor mij. Een vraag die we ruimschoots konden beantwoorden. De juiste shampoo, ogenwater, deo’s, boodschappen en een omweg om het dorp te verkennen.

Thuis een eenvoudig maal, gehannes met de sproei-installatie voor de gigantische tuin om het complex heen en weergekeerde avondrust. De wereld is verder weg dan ooit in dit televisieloze rijk.

Uncategorized

En dan kan het feest beginnen

Een tas en nog een klein tasje voor de opladers en ander klein spul. Dat was de buit van goed overdenken wat aan te zullen trekken voor een hele week. Zuslief appte dat ze veel te veel bij zich had, maar nog door een tweede schifting heen moest. Ik merkte op dat er maar zeven dagen in een week zaten. Andere zus appte terug: maar drie keer omkleedmomenten per dag, haha.

Zuslief was verbaasd over de bescheiden bagage. Twee koffers aan de kant geschoven, tas toch even op de achterbank en naar de laatste zus, die vermoedelijk niet zou volstaan met een weekendtas. En inderdaad, tasje zus, tasje zo, grote koffer en nog een tas met sportkleding voor het rondje hard lopen. Passen en meten en alles zat, de zussen achterin wat klem, maar dat mocht de pret niet drukken. De eerste stop was een lunch aan de Reeuwijkse plassen, waar we een heerlijke vegetarische schotel hadden, Alles wat los kon, servetten, placemats, lege glazen en losse haren waaiden ons om de oren

Ik ga het voor het eerst alles alleen met de IPad doen. Schrijven, filmpje kijken, mailverkeer regelen. Moet te doen zijn. De weg naar het dorp toe was lang. Rotterdam omzeilen zat niet in de mogelijkheden en daar was het vrijdagavondspits, dus topdrukte. Het duurde lang eer het industriële beeld plaats maakte voor weelderige en uitgestrekte groentinten. Het was opeens een zeker weten, dat hoe imposant de havens van Rotterdam er ook bij lagen, mijn hart daar niet lag. Het lied van lang geleden kwam voorbij. Ik neuriede ‘ ik doe een Euromoord voor jou’ en zocht de rest van de tekst erbij. ‘

‘Want als ik jou zie, denk ik jee jee jee jee jee, je bent veel mooier dan de hele EEG, dit vind je enkel aan de Europoort, je bent een eurovrouw, ik doe een euromoord voor jou’. En nu zit ik dus al een etmaal met dit lied in het hoofd en krijg het er voorlopig niet meer uit. Het geeft niets, want Jaap Fischer was mijn grote held in de kleinkunst en ik hebt nooit begrepen, waarom hij zijn, door mij geliefde liedjes, later zo verguisd heeft. Zal hij weten, hoeveel pubers zich hebben opgetrokken aan zijn kritische teksten.

Uitzicht

De lange tweebaansweg naar het dorp toe, was het afzien waard. Bij de plaatselijke super maakten we een pitstop voor de eerste boodschappen. We waren in toeristenoord, dat was wel duidelijk. Overal de Duitse nummerplaten. Ik bleef in de auto, om op de spullen te passen. Door het open raam waaide het schreien van een kind binnen. Zo hartverscheurend, dat ik mijn waakplaats verliet om te kijken of er niet een of andere onverlaat een baby in de auto zou hebben achtergelaten. In een bestelbus waren twee ouders uit alle macht bezig om het kind te kalmeren en te sussen. De wanhoop van jonge ouders was invoelbaar. Het was drukkend warm geworden. Op het parkeerterrein waren de mensen in vakantiestemming. Hoedjes, hawaiprint en groepjes jongeren bezig aan een pitstop, gezien hun voetbaloutfit. Pilsje erbij, ins freie hinein.

Een smalle weg, nauwelijks geschikt voor twee auto’s vergde stuurkunst van zus en met een omweggetje, die ons al een blik toonde op de glooiende duinen met verschillende antenne-achtige objecten, kwamen we op de plaats van bestemming aan. Het hek was met geen mogelijkheid met de hand te bedienen, ook al zei de vrouw die we moesten bellen van wel. Ze zou er voor zorgen dat het geregeld werd en opeens gleed het hek knarsend aan de kant. Eureka,

Huisinspectie, kamer indeling, het was allemaal binnen no time geregeld. We waren er klaar voor. Onderweg hadden we de fietsenverhuurder al gespot. Die gaan we vandaag al wandelend ophalen en dan kan het feest beginnen.

Uncategorized

Een druppel van licht op de gloeiende plaat

Hoe relatief alles is werd gisteren sterk benadrukt na mijn optimistische blog. Het bericht kwam door dat Peter R. de Vries aan zijn verwondingen was bezweken. Moeilijk te verteren dat een op en top gezond iemand zo uit het leven wordt weggerukt. Dat geeft er een dramatische lading aan en maakt het des te moeilijker om het te accepteren. Moedwillig uit het leven geschoten.

Vanmorgen stond de strijkplank al vroeg klaar om dagpakketjes te maken van de mee te nemen kleding. Het leven van alle dag gaat gewoon door. Ondanks wateroverlast in het zuiden en dat vreselijke bericht gisteren. Zuslief merkte droog op dat het maar goed was, dat we voor Zuid-Holland hadden gekozen. Vorig jaar rond deze tijd zaten we in Belgisch Limburg. Bij het horen van het aantal vermiste en overleden mensen werd duidelijk met hoeveel nietsontziende kracht het water stroomde. Alle zegen komt van boven, maar dit keer niet.

Beneden wandelen de kinderen naar school. De allerlaatste dag met de allerlaatste loodjes. Lokaal aan de kant brengen om schoonmakers de kans te geven de vloeren in de was te zetten, met de kinderen vooral gezellig het jaar afsluiten. Op de Overkant gleden ze dan ook uit, net als kleinzoon gisteren. Glijbaan tegen het raam(en later in de deuropening vanaf de trapeze uit het speellokaal). Doek ervoor. Er kwam een zesregelig raadsel, zodat de hen uitzwaaiende kinderen konden raden welk kind erachter het dichte doek zat en onder ‘het zingen van ‘Dag, dag Jantje dag, een kusje hier, een kusje daar, een traantje en een lach, werd het kind met dik plakboek en verslag op de glijbaan gezet, dubbel feest natuurlijk en aan het eind weer opgevangen door mijn lieve middenbouwcollega’s. Een fantastisch ritueel, dat altijd veel bekijks trok. De vlag dekte de lading. Afscheid nemen gaat altijd gepaard met tranen van spijt om het loslaten en tranen van vreugde om het nieuwe begin.

Terwijl alles aan me voorbij trekt, komt er een appje van mijn liefste vriendinnetje. Ze maakt een hele zware tijd door en dwars door de zinnen in de app lees ik haar ongeloof, een ‘nauwelijks te bevatten’ in het moment waarop ze zich groot moet houden en door moet gaan. Waar haalt een mens de juiste kracht vandaan. Ik kan haar alleen virtueel ondersteunen en hoop maar, dat ze voelt dat ik in gedachten op haar schouders zit om haar te wiegen in haar verdriet. Onmacht en onvermogen strijden om de aandacht, terwijl diepe rouw siddert. Een stukje verlichting brengen. Maar hoe dan, als alles donker als de nacht kleurt om je heen. Er zijn situaties geweest waarin ik in eenzelfde kolkende neerwaartse spiraal zat voor mijn gevoel. Hoe moeilijk is het dan om licht te blijven zien. Het hele bolwerk om je heen stort als een kaartenhuis ineen en het zoeken naar nieuwe fundamenten wordt bemoeilijkt door een alles doordrenkend verdriet. Ik sterk me in de gedachte dat ze samen zijn, als gezin, elkaar zullen vasthouden en het verdriet delen.

Op het moment dat ik dit schrijf komt er een appje met een stralende zon en de wens voor een fijne vakantie. Wat lief. Dat is precies wat ik bedoel. Ook al lijkt de situatie uitzichtloos. Er is altijd ergens een open stukje hemel aan een horizon, verder weg of meer dichtbij dan je bedenken kan. Ik straal maar in, zoveel ik kan. Een druppel van licht op een gloeiende plaat.

Uncategorized

Het leven lacht vandaag

Verwachtingsvol liep ik door de straten van het stadje naar de opticien. Alsof ik jarig was, zo voelde het. Eindelijk na de mededeling dat ik staar had, de second opinion en de mooie nieuwe uitslag mocht ik de beloning voor de eerste schrik gaan passen. Een zelfbetaald maar verdiend cadeau, zo voelde het. Vriendinlief had al een doos met vijf verschillende modellen klaargezet en het grote passen begon. Eigen bril af, nieuwe bril op, foto en daarna, kijken hoe het stond met de eigen bril weer op. Wat een keur aan leuke modellen waren er. Niet de goedkoopste, maar dan had je ook wat. Bij de laatste trok er een brede glimlach over mijn gezicht. ‘Deze’, hier werd ik blij van. Ze waarschuwde. ‘Sommige zullen ‘m veel te opzichtig vinden’. Ik had deze en een paar andere via de app doorgesluisd naar dochter, die prompt opbelde. ‘Mam, is dat rood niet véél te rood’. Maar juist de combinatie van tegengestelde kleuren maakte het speels en vrolijk, geen oud dameshoofd. Een glas bleek net zo duur als het hele montuur en daar waren er twee van nodig. Een rib uit het lijf, maar beschouwd als feest, om te vieren dat ‘staar’ nog niet op de loer lag. Plezier, het mag wat kosten.

Terug door het stadje, winkel hier, winkel daar, maar nergens iets van mijn gading. Dan nog even lekker snuffelen in de kringloop. Het was weer zo’n geluksdag, dat mooie spullen jou uitkiezen, in plaats van jij hen. Een mooie zijden broek en een zijden zwarte tuniek, een kleurrijk topje bij mijn eigen lange wijde broek. Aarzeling, het kan ook teveel zijn, zo’n geprinte stof maar hé…drie halen, twee betalen. Dan maar meenemen op de gok en zien waar het schip strand. Halverwege kwam ik tussen de lappen een oud-collega tegen. Samen werkten we twintig jaar vrijwillig in de kringloop. Hier voelden we ons als een vis in het water. We streken neer op twee krukjes en babbelden honderduit om al die jaren te overbruggen. Pijntjes, kwalen, kinderen, fijne nieuwe lichtpunten, het gevecht om, ondanks de kwaal, onafhankelijk te blijven. De ‘struggle for life’ in een notendop, tussen de vintage en de gordijnen. Jaren vervaagden, de tijd werd overbrugd in een stief kwartier.

Thuis een lang verwachte mail van de Wijze. Hoe blij kan een mens zijn met dit soort noten van geluk. Ze componeerden in ieder geval een jubelzang van binnen. Op een paar ouderdomskwalen na, ging het hem goed. Wel had het teruggeworpen zijn op zichzelf in combinatie met de ongemakken gezorgd voor een diepgaande retraîte. Nu pas viel het te delen. Dat is hoe het gaan kan. Soms is bij jezelf te rade gaan nodig, een pas op de plaats, om er gelouterd weer boven uit te stijgen. Wat hou ik van deze lieve wijze vriend.

Daarna de spullen in een sopje, de laatste was draaien en de bodem van de wasmand zien. Heerlijk. Vandaag mag ik op kleindochter passen als de kleine filosoof gaat uitglijden en naar de middenbouw vertrekt. Een heuglijk moment, waarbij paps en mams niet mogen ontbreken. Helaas is ze dan bezig met haar middagslaap. De ochtend is voor de voorbereidingen op een week vakantie met de zussen. Haar in de henna, poezelige zomervoeten kweken met een nagellak en een extra crème. Alvast bedenken wat de tas in zal gaan, eventueel nog wat strijken en meer van dat soort kleine bezigheden. Heerlijk om dat in alle rust te mogen doen. Zoonlief past op het huis en op Pluis. Het leven lacht vandaag.

Uncategorized

Een schat aan mooie herinneringen

Om half twaalf werd er gebeld door de bezorgdienst, gisteren. Een christelijk moment. Het had me al een beetje zorgen gebaard omdat er in de mail stond, tussen 11.30 en 13, 50 uur, maar ik moest om 14.00 uur bij de fysio zijn. Krap aan dus. In het gebrachte pakket zaten twee exemplaren van het tuinboek ‘De Oase’ van Simon Hureau, een graphic novel oftewel een stripboek over het aanleggen van een tuin.

Een voor dochterlief als cadeau voor het nieuwe perceel op de tuin en een voor mij, omdat je nooit te oud bent om bij te leren. Deze familie had wel een hele mooie stadstuin, omdat er onder het beton een onderaardse rivier zou zijn, die hij al bikkend vrijwaarde, net als de deur ernaar toe en waar hij een trap vond. Hij zette er een smeedijzeren hek omheen en ziedaar. Een wereld aan nieuwe ecologische systemen. Hoe langer hij bezig was met op een duurzame manier planten en stenen te verzamelen voor zijn paradijs, des te meer begon de biodiversiteit toe te nemen. Simon Hureau rekent af met de steriele stadstuinen, waar geen leven meer te bekennen is.

Een project van lang geleden komt voorbij. Willie wurm zoekt een huis. Daarbij maakt Wurm allerlei avonturen mee, ontsnapt ternauwernood aan een vertrappen door een grote schoenzool, wordt hij driftig uit een tegeltuin geveegd, ligt hij genadeloos uit te drogen in de felle zon. Er zijn heel wat ongelukken gebeurd in de tuinen van mensen die van ordentelijk strak en afgebakend houden. Bij nader onderzoek was het een bestaand project van Kunst Centraal met natuurlijk een stukje ‘joie de vivre’ van onszelf. Zo lang we projecten bedachten of overnamen uit het kunstmenu kwam er altijd een persoonlijke noot aan te pas. Klakkeloos overnemen was onze eer te na.

Bij de fysio was het vakantietijd. In zijn eentje had hij twee cliënten tegelijk. Altijd goed, want we konden zelf aan de slag als we de oefeningen door kregen. Het werkte prima. Lopen, legpress, balans, ademhaling. Samen met persoonlijke aandacht. Helemaal goed, want als ik bezig ben, kan ik toch geen woord uitbrengen. Laat mij maar zwoegen in stilte. Af en toe een correctie en dat was dat. Zo’n half uur vliegt om.

’s Avonds was de musical van de oudste kleinzoon. Twee kinderen uit mijn groep van de jenaplan deden ook mee, omdat ze door verhuizing hier terecht waren gekomen. Wat een heerlijke sfeer en wat kan een mens trots zijn op een klein manneke, dat ineens een podiumdier pur sang blijkt te zijn. Hij bespeelde het publiek op een sublieme manier. Zijn ouders waren verbaasd, want hij had niet verteld, dat hij zo’n grote rol had. Los van alle schroom baste hij mee met gevoel voor ritme, enthousiasme en die guitige oogopslag. Heerlijk om te zien, dat aan de genen van de tappende opa van moeders kant en de cancan-dansende oma van vaders kant werd getrokken.

Hoeveel ouders zwellen van trots op zo’n avond en hoeveel heimelijke tranen werden weggepinkt bij het afscheidslied. Het bracht me weer terug op de Overkant, als het Overkant-afscheidslied werd gezongen, gingen alle sluizen open, omdat je wist dat dit nooit meer terug zou komen in deze bezetting. Definitief loslaten, wat een deel van je leven heeft uitgemaakt. Je leert het wel, maar het went nooit. Het blijft tot in lengte der dagen een gevoelig plek en het hart, met al die kinderen achter een deurtje, werd per jaar alleen maar groter.

Af en toe gaat er zo’n deur open, zoals nu, met de kleine man van de oude school, die nu groot en verlegen voor me staat. Ze zullen het altijd losmaken. Mijn trots om wie ze zijn en een schat aan mooie herinneringen.

Uncategorized

Aangenaam verpozen

In de supermarkt neuriede ik het liedje van muis ‘tussen de jam en het blikgehakt, tussen de koffie en de gort, pom pom pom’ . Ik liep er, omdat ik een lunch zou verzorgen voor dochterlief en schone zoon, die heel hard aan het werk waren in hun tuin. Er moest een vloertje gelegd worden in hun glazen huis met de grote vloertegeles die het hele gezin, broers en zwagers hadden lopen sjouwen de dag ervoor. Met een trek-kar werden ze naar achter gekruid, een kilometer landinwaarts. Ongetwijfeld zware arbeid en nu dan de afwerking ervan. Broodje brie met walnoot en honing, vers geperste sinaasappelsap, ciabatta met kaas, vruchtensalade. Een luxe lunch, omdat het allemaal al voor me klaar stond. Inpakken en wegwezen. Toevallig kwam ik aan het eind van de rit de eigenaar van het kleine theater uit het stadje tegen. Hij liet zijn kar tegen de mijne botsen, omdat ik hem niet zag. Uitgerekend hij, de vriend en regisseur, bij wie ik ooit meedeed aan een ja zuster/nee zuster aflevering en nu, met dat lied in mijn hoofd ‘Daar in de zelfbedieningszaak, daar woont een muis, ik zie hem vaak, ik neem een karretje en ik rij, de muis rijdt altijd mee met mij’ hem ‘toevallig ontmoette. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Even wat wederwaardigheden uitgewisseld en daarna snel op de tuin aan.

Ach, wat was het al een paradijs aan het worden, De tegels pasten niet allemaal naast elkaar in de kas, scherp aftikken op maat was niet mogelijk, dan maar in grote scherven en brokken, bedachten ze inventief. Het was de wand waar de kast tegen geplaatst zou worden. Geen man overboord. Behept met het virus, geërfd van haar moeder, om alles met lappen en kleden een rustieke uitstraling te geven, had ze witte gordijnen als een voile hemeldak in de nok van de kas gehangen. Al heupwiegend kwam ze haar Turkse bruilofts-suite uit, nadat ze er in een handomdraai een sfeervolle draperie van had gemaakt.

De juveniele roodborst

Tijdens het genieten van de heerlijkheden, land van brie en honing, waarmee de tarwebol doordrenkt was, kwam er een klein vogeltje nieuwsgierig om de hoek kijken. Was het een vinkie, of een graspieper, we zochten het op. ‘Een roodborst’ meende schone zoon, maar er viel geen rode veer te bespeuren. Na het boek er op te hebben nageslagen en de natuurapp te hebben ingeschakeld, viel het plaatje op z’n plek samen met het gedrag van de kleine, totaal niet schuw en dichtbij, op de grond vooral of op een lage tak, kwamen we toch op de roodborst. Een juveniele nog, in in de kleuren van een nestverlater. Een schattig welkom, zo’n vaste klant, want ze kwam tot vier keer toe terug, steeds meer dichterbij. Een thuisfluiter.

Het ‘Hond jaagt schaap’-avontuur

Op een gegeven moment hoorden we een woeste brul van een hondenuitlater in het park. De man krijste een paar keer, wat ons wat gemopper over liefdevolle hondeneigenaren opleverde, tot we hem vaak en hard, steeds harder maar, hoorden roepen. We liepen naar het hek en zagen de dames schaap in blinde paniek galopperen, met hond er achteraan. Een van hen waagde een net te korte sprong over de sloot, in het nauw gedreven, en lag er middenin. De man tuurde de sloot af, en vroeg ons hoe de situatie was. Hij aarzelde geen moment, toen hij de hond te pakken had en stroopte zijn pijpen hoog op, gleed de sloot in en waadde zich een weg naar het onfortuinlijke dier. Met korte klapjes mende hij haar de goede kant op en daar klom ze, de schrik nog in de ogen en met een natte modderbroek, op de kant, terwijl haar zussen beschermend om haar heen kwamen staan. De man verontschuldigde zich en had net nog aan zijn metgezel verteld, dat zijn hond nooit, maar dan ook echt nooit, achter de schapen aanging. Verderop was het zwempoeltje, daar kon hij zich letterlijk en figuurlijk schoonspoelen en met een aangelijnde hond zijn weg vervolgen.

Terwijl de dames allang en breed weer aan het grazen waren, wij een perk met doorgeschoten dille hadden geslecht en de boel was aangeveegd en opgeruimd, gingen zij ook voor een duik en daarna op huis aan. Ik besloot nog even wat gras te grazen in mijn eigen tuin. Moe maar voldaan vertrok ik een uurtje later, een kruiwagen vol kleefkruid en grassen verder. Tijd voor de bank, het boek en wat aangenaam verpozen.

Uncategorized

Kindervrienden bij uitstek

Het was luie zondag, gisteren met alleen maar een verjaardag van Franse schone zoon in de namiddag. Ze hadden het hele park Transwijk ter beschikking om het te vieren, met al die alarmerende grafieken was er geen betere plek dan deze. Vandaag was ik Zeb, naar het gelijknamige boek van Gideon Samson. Ooit schafte ik een broek met een zwart/wit print aan. Nauwelijks gedragen, want toch wel veel streep en gisteren, bij het terugkijken van de foto’s, zag ik inderdaad dat het opmerkelijk veel zebra was. Doe er je voordeel mee, dacht ik daarna. Draag het met stijl of gooi er iets zwarts en langs overheen. Soms kan het je zomaar overkomen, zo’n dwaling. We zaten op kleden op de grond, dat was een klein dingetje bij het opstaan. Iets met onwillige knie, stramme botten, zebrabroek enzovoort.

Het was weer heerlijk om met bijna iedereen samen te zijn, nu ze wisten dat mams helemaal veilig was mocht ik ze ook weer knuffelen. Dat was bij sommige allang gebeurd, maar bij anderen was het anderhalf jaar geleden voor het laatst. Dribbel trok volledig zijn eigen plan. Als hij behoefte had aan eten, dan snorde hij zijn kostje bij elkaar en stond het luim naar vermaak, dan konden we rekenen op een kostelijk ogenblik. Op een gegeven moment kwam hij al pieuwend, pieuw, pieuw, met een geweer in zijn kleine knuisten ter grootte van een fors stammetje, formaat bazooka. Hoe komen ze daar nou weer op.

Lang geleden toen de jongens klein waren, vond ik het mijn eer te na, als ze zich op geweertjes zouden storten, maar elk takje of elk stokje is om te vormen tot iets wat kan schieten en als dat niet voorhanden is, dan is er nog altijd een schietende wijsvinger. Waar is Banksy als je hem nodig hebt. ☺️

Kleindochter had een andere manier gevonden om de drukte te ontvluchten. Ze zat op een afstandje zoet in het gras, midden tussen de madelieven, die ze plukte en bestudeerde. Een kleine botanicus in de dop. Een stilleven om bij stil te staan. Een moment, waarop alle tijdspanne versmelt door een eeuwenoude handeling. Gras en madeliefjes in een kinderhand.

Het was gezellig druk met de vrienden van de jarige en hun kinderen, een kinderboerderij om af te wisselen en een enorm grasveld om stoom af te blazen en te ravotten. Aan het eind, iedereen moegestreden, werd het Pokemons zoeken voor de kleine mannen en konden wij nog even rustig nagenieten van een doorbrekende late middagzon. De weersvoorspellingen had dochterlief gelukkig getrotseerd, want we hebben geen druppel regen gezien. Het waren de volmaakte omstandigheden voor een parkfeest en een klein jubileum.

Vandaag is het alweer feest, maar dat wordt pas later gevierd. De tweeling is jarig. Altijd even een moment van weemoed, om de heugelijke herinnering, de dubbele vreugde die het gaf, het bijzondere van twee jongens in hun wiegjes, de aanloop die we kregen, omdat iedereen dat wonder wilde aanschouwen. Een tweeling voelt inderdaad dubbel feestelijk en een gang met de dubbele kinderwagen heel bijzonder. In een dubbele wolk hing ‘trots’ boven onze hoofden. Nog steeds trouwens. Nou ja, hun vader zit op die wolk trots te zijn en ik plaats hier nog maar eens een foto van die gelukkige periode uit ons samenzijn.

Op het feest vroeg mijn nieuwe aankomende dochter hoe wij elkaar hadden leren kennen. Het was een bijzondere ontmoeting met een inbraak, angst, kamers beneden en op zolder en een extra bed onder het schot, maar bijzonder was het inderdaad. Wat grappig om daar weer bij stil te staan. Door het gedruis heen is er die klank van het verleden, als een gamelan die altijd klinkt, door alles heen. De herhaling zag ik terug in de foto’s van nu. Die kleine garnalenvingers van het kleine lijf toen, 2300 gram schoon aan de haak, zijn uitgegroeid tot grote vertrouwde sterke handen net als die van hun vader. Kindervrienden bij uitstek.

Uncategorized

Gedeelde vreugde is dubbele vreugde

Voorzichtig manoeuvreerde ik de kleine Blauwe door de nauwe steeg om in de hof uit te komen, waar ik parkeerplaatsen wist. Tot mijn grote verbaxzing waren die ingewisseld voor uitgebreide en grote terrassen met nog een handvol parkeerplekken, die allang bezet waren. Had ik anders verwacht op zaterdagavond tegen zevenen. Er moest gekeerd worden en al snel had ik op loopafstand een nieuwe plek buiten de grachten gevonden. Meer mensen maakten die fout, bij gebrek aan aankondiging van de veranderde situatie. Waarom de binnenstad nog niet autovrij is gemaakt, uitgezonderd bestemmingsverkeer, is mij een raadsel.

Sherlock in actie

Zoonlief kreeg een foto doorgestuurd, van mijn wachten bij de gérant, die mij de gereserveerde plek moest wijzen. Iemand had mij ongezien op de kiek gezet, haha. Wie de Sherlock Holmes was, stond er niet bij.

In de vroege morgen was ik naar de tuin gegaan en bij het uitstappen was de buuf van de hoek zeer blij mij te treffen. Net als ik, zat ze in de feestcommissie en was benaderd door twee muzikanten van Struinen door de Tuinen, die in het vroege najaar wel bij ons wilden struinen. Of ik dat ook een goed idee vond. Super idee natuurlijk, alles wat de feestvreugde van het tuinenccomplex kon verhogen was welkom. Ons eerste ‘feest’ na de lange lockdown. In de frisse buitenlucht op ruim afstand van elkaar, want het hele schapenweiland stond ter beschikking bij het maken van goede afspraken met de hoeder. 16 saxofoonspelers sterk was de groep. Die zouden ons omver komen blazen. De mensen, die poolshoogte van de plek kwamen nemen, waren verrukt van ons paradijs en terecht. Terwijl we nog voor de bloemeweide stonden en al het voorwerk was gedaan kwam dochterlief met kroost ons achterop fietsen. Wij liepen door en de buurvrouw handelde het verder af.

In de tuin van dochterlief was heel veel te doen. In ieder geval rigoureus onkruid trekken. De kinderen werden geinstalleerd. De kleine filosoof zou mee helpen wieden en dochterlief wilde springen op de kleine trampoline. Ik maaide, naast mijn gedachten, ook de grassen voor de voeten weg en kon toen aan een serie brandnetels beginnen, die zich gestaag, rijen dik, tot achter de kas hadden uitgebreid. Het stuif sloeg wel een beetje op de longen, maar wat zou het resultaat fijn zijn, als het allemaal weg was. Zo ver kwamen we niet. Het was drukkend warm en tegen de tijd van het slaapje van de jongste gingen we weer, langs mijn tuin met haar geschoren gras en mollen, terug. Kuierend, babbelend en wijzend op de schapen, 18 stuks bleek, vier pulletjes in de sloot, met verderop, al bijna volwassen, zes stuks. Dag lieve schatten, tot snel weer.

gesprek van vrouw tot vrouw

Thuis verpotte ik de goudsbloemen-en de afrikanenstekken en deed zelfs een middagdutje op de bank. Loom van de drukkende warmte en de benauwdheid, tot het tijd was om naar de Spanjaard in het naburige dorp te gaan. Onze boekenclub is een bijzondere groep mensen bij elkaar. We hadden een fantastische manier gevonden om boeken, die we gelezen hadden, te bespreken en altijd gingen de gesprekken de diepte in. Persoonlijke verhalen kwamen aan bod, het meeleven met elkaars bevindingen, de pijntjes werden gedeeld, maar er was ook mooie humor en er waren serieuze overwegingen over vaccineren en de nieuwe lockdown met verschillende meningen, zonder elkaar te veroordelen. Ieder in zijn of haar waarde laten is de vlag die de lading dekt en daarmee wordt onderschreven, waarom onze ontmoetingen zo bijzonder zijn. Er is ruimte voor eenieder om te delen. Gedeelde smart is halve smart, maar gedeelde vreugde is dubbele vreugde.

Uncategorized

En geeft er diepgang aan

Het boek ‘Hemelse mevrouw Frederike’ van Maaike Meijer is fascinerend door de herkenning. De ontwrichting door de tweede wereldoorlog weegt zwaar in het welgestelde gezin. Alle maatschappelijke normaliteiten zijn ineens niet gewoon meer. Men zit op elkaars lip en irritaties worden verpakt in onhebbelijkheden. De ouders naar elkaar toe, naar de kinderen toe. Het wordt uitgespeeld op het scherpst van de snede. Als de puber moet aanhoren hoe dik ze is, volgens moeder, die dat tegen vader zegt op de vraag of ze het kind niet beter kan kleden ‘want ze ziet er niet uit’, kerft dat letterlijk ‘een anorectisch zelfbeeld’ in haar ziel. Een waar ze nooit meer onderuit komt. Niet in die mate, maar met liefde, werd ik op een dieet gezet in de puberteit, maar de gevolgen waren hetzelfde. Ondanks dat iedereen bezwoer dat ik mager was in mijn beste jaren, lag er een omfloerst beeld, als een onscherpe foto, over mijn eigen waarneming, als ik in de spiegel keek. Een bewogen beeld zakt uit, zo ook die beleving. Het is nooit meer weggegaan. Zelfs nu, in vergelijk met al die andere vrouwen van mijn leeftijd, ervaar ik het zo. Een lastig gegeven, want het ontwricht voor een deel het zelfbeeld en daarmee ondermijnt het de eigenwaarde.

De maatschappelijke ontwrichting van nu, in tijden van corona, brengt in veel gevallen vergelijkbare situaties met zich mee. Mensen worden opstandig, zijn de lengte van het ongemak zat, voeren strijd tegen een nieuwe eenzaamheid. De puber uit het boek stort zich, onder de druk van de liefdeloosheid, op de gedichten van Gorter en Edgar Allen Poe en zoekt naar haar eigen stem daarin. Het zorgt ervoor dat ik ‘The Raven’ van Edgar Allan Poe lees en onder de indruk ben. Soms betreur ik het, dat ik niet meer klassieken kreeg voorgeschoteld vroeger. Ondanks de latere inhaalslag vallen er nog steeds hiaten in de kennis.

Gisteren bekeek ik een interview van deze schrijfster/dichter/ kunstenaar met H.A Gomperts, in de letteren van de VPRO uit 1981. Een frêle gestalte, een warrige haardos, een doorrookte stem. Het ongemak van het gesprek met de interviewer, die dwingend de antwoorden eist, die hij bedacht had, zo leek het. Die doorvraagt en doorzaagt. Ze leest twee van haar gedichten en moet water drinken tussendoor, omdat ze er kortademig van wordt. Het was geen soepel interview. Ik keek naar het meisje in dat oudere gezicht, de ogen groot en verwonderd in de terugblik naar het verleden. Ik las over haar bohèmien periode in ‘Jagtlust’ dat geboekstaafd werd door Annejet van der Zijl in 1998 en begreep, waarom ze zich terugtrok in Groningen, na haar financiële debacle. Naar verluidde, was ze niet gecharmeerd van het mysterie waarmee haar persoon omgeven werd. Het deed haar werk geen recht.

Nog belangrijker is haar jeugd, die haar persoonlijkheid heeft gevormd in een eeuwig durende zoektocht naar de ontberende aandacht en liefde in haar jeugd. In een van haar dagboekfragmenten is ze verliefd op een jongen die bij hen is ondergedoken en dan schrijft ze: (…)Ik vind het zo heerlijk om een gewoon klein kind bij hem te zijn, aan wie hij wondere verhalen vertelt. (…) Maar het is zo heerlijk warm in zijn arm, het is thuis.

Dat verlangen ruist door het hele boek en doet recht aan haar bestaan. Het onttrafelt haar leven in haar eigen woorden, in haar eigen taal en geeft er diepgang aan.

Uncategorized

Bronnen van geluk.

Vrolijk oranje/rood kleurde de lucht. Het zette mijn zin om in het opzoeken van mijn lieve zoon ern schone dochter, om te zien hoe ver de buik was gevorderd en om te horen of ze al konden wennen aan de nieuwe omgeving. Voor de benjamin nam ik het boek ‘Coco kan het’ van Loes Riphagen mee.

Er bleek ruimschoots sprake van nesteldrang. Op het grote bed lag de inhoud van de kast en een grotere kast werd vakkundig door mijn lieve schoondochter en haar zus in elkaar geknutseld en alleen bij het zware tilwerk mocht zoonlief een handje toesteken. Dergelijke zaken groeien. Als je beiden weet dat met elkaar niet perse verhelderend werkt kan je beter alleen of met andere hulp aan de slag gaan, terwijl de ander op de kleine past. Zo hadden we vooraf een intiem zoon, kleinzoon, oma moment met het voorlezen van het nieuwe boek met op iedere bladzijde een zoektocht naar het klein rupsje. Trappelzak aan, wang tegen wang, welterusten kleine man. Daarna thee slempen en die vanzelfsprekende intimiteit in het gesprek van moeder op zoon. Zo fijn als dat was. Tussendoor werd de vorderende kast bewonderd, met lichte maningen om vooral voorzichtig te doen. Maar nestelt er een kind in je buik, dan zal en moet alles, maar dan ook alles, letterlijk en figuurlijk op z’n kop gezet worden, alvorens een warm nest te maken. Herkenbaar en herinneringen aan lang geleden dichtbij.

Daarna naar de fysio, wandelen, krachttraining met ademhalingsoefeningen, balansoefening. Ontspannen in, inspanning uit, ik ga het nog wel eens leren, maar iedere keer moet ik weer denken. Of het ooit een automatisme wordt betwijfel ik.

Bij thuiskomst was een pakje bij de buren bezorgd. ‘Zo, jij kan weer lezen’, lachte de buurvrouw. En of. Wat een kloek exemplaar was dit boek. Nu begreep ik waarom het gemiddeld zo’n twintig euro duurder was, maar dan had je ook leesvoer voor een paar weken. Het boek van Maaike Meijer: ‘Hemelse mevrouw Frederike’ was een biografie over F.Harmsen van Beek(1927-2009) en diende als thema voor de volgende, en mijn eerste, Biografieclub-bijeenkomst. Wat een boeiend boek. Dat werd een vakantielang leesplezier. Er stonden mooie foto’s in met in het begin een waas van sepia en allengs het aanzicht van mijn eigen ontwikkeling, jaren ’50, jaren ’60, jaren ’70 etcetera. Allemaal herkenbaar en te vergelijken met de stijl uit de kiekjes van mijn leven. Dat teruggrijpen in de tijd aan de hand van dergelijke beelden gaf genoeg stof tot denken, ook al waren de omstandigheden compleet anders. Frederike was beeldend kunstenaar, illustrator, auteur, dichter en journalist.

Een van de bekendste werken voor mij, was haar voortzetting van het werk van haar vader, de illustraties van Flipje van Tiel,, een niet uit te wissen begrip uit mijn jeugd. De kleine boekjes met de lotgevallen van Flipje werden net zo verslonden als de verse witte boterham, dik blueband met die heerlijke zoete Flipje-jam erop, een taartje op zich. Met recht een zoete herinnering. Ongetwijfeld heeft ze veel meer geproduceerd, maar dat gaat deze bundel me tonen. Nieuwe inspiratie is nooit weg.

Ziezo, lakens, gordijnen, witte stoelbekleding in de was, ramen gepoetst en klaar voor nog meer wegduiken in het boek. Al trekt de zon uitnodigend aan het gemoed en roept ook de tuin. Terwijl door het open raam beneden het verkeer stagneert door lange rijen schoolgaande kinderen en hun ouders, omdat aan allen voorrang wordt verleend bij de oversteekplaats, kriebelt het verlangen naar actie. Nog een week hebben ze te gaan en dan is het vakantie. Mijmering naar weleer, de hectiek van de laatste dagen school, planten verdelen, vissen onderbrengen, alle materialen laten wassen of poetsen, niet zelden ook door de kinderen zelf, die daar de grootste lol bij hadden. De hele watertafel vol duplo in een sopje, en maar wassen en spoelen en spelen. Zorgeloze bezigheden, bronnen van geluk.