Uncategorized

Vier februari in alle toonaarden

Het is altijd de mooiste dag van het jaar gebleven. Iedere passant die in de buurt van deze dag jarig was, werd automatisch ingelijfd als vriend. Met zo’n sterrenbeeld kon het beeld van goedertierenheid niet meer stuk. In het verleden gonsde het de hele maand januari. Stonden er in de kelder ineens heel veel potten met inmaakvruchten, kersen op sap, ananas, peren op stroop en de verse mandarijnen , bananen, en appel. Er werd verlekkerd langs de etalage van bakker Boonzaaijer gelopen om binnen alvast een voorschot te nemen op de te bestellen puddingbroodjes en petit fours. Er werd een jurk aangeschaft, want een mooi kleedje hoorde erbij en de schoenen glimmend opgepoetst. De ramen werden gezeemd, de natuurstenen tafel extra glanzend gewreven. In de kelder stonden gekookte aardappelen te wachten, genoeg voor een weeshuis, om de salades die dan Hors d’Oeuvres heetten, te kunnen bereiden. De gazeuse stond klaar, maar de allergrootste klapper was de bowl, die ze zelf maakte, de boerenjongens en de advocaat. Slagroom stond te wachten in de beslagkommen en de gekookte eieren lagen gepeld en wel in het koude water.

foto tantes

Mijn moeder was jarig. Een winterdag is gunstig. Mensen zijn net van de feestdagen bekomen, schieten eigenlijk een beetje in de verveling, als het weer nog net niet elfstedentocht-gereed is en ieder loopt wat met de ziel onder de arm. Daardoor werd de verjaardag van mijn moeder druk bezocht. Ook wel omdat ze er zelf zo dol op was. Als een klein kind kon ze zich iedere keer weer verkneukelen om het verwachtingsvolle, het ongewisse, de aandacht. Inderdaad, een feest met toeters en bellen zoals ik iedereen tegenwoordig op Facebook wens bij een verjaardag. Compleet vooral met bloemen en cadeaus en alles werd nauwkeurig vastgelegd in het dagboek van de laatste vijf jaar. Wie er geweest waren en met wat. Feest om te vieren, jarig zijn.

In het dagboek van 1988 staat bovenaan in hanenpoten: Buiig weer. Bonbons van Jan, theeglazen van Tineke, kaarsen van Joop, Chanel van Jack, Plantje, Geld, Biotex van jan, plantje van Berna, Bloemen van Marijke, bloemen van Chantal en Bianca,, bloemen van Korssen, kaarten van Bronk, C0 en Rie, fruit van Ome Jo, stroopwafels van José.

In dat van 1985 stond: Na een weekje voorbereiden mijn verjaardag.’ De familie komt langs, alles wat nog in leven is. Nooit geweten dat tijdens verjaardagen ook op de achtergrond het grote aftellen ging meespelen. Het is ieder jaar weer afwachten hoe dun de spoeling is geworden. Dat is een wonderlijke bijkomstigheid, vooral als je zelf, zoals ik nu, de oudste generatie bent geworden. Ze schreef: ‘Maar een verjaardag is toch altijd gezellig.’ (…) Dan volgt een opsomming van de cadeaus, kenmerkend voor de tijdgeest. ‘Trapkruk, Tas, Portemonnéé, F 100,-  van vier stellen, bonbons, bloemen, plant, loep van Jack, tuinplanten, parfum, Eau de Cologne, Fenjal Zeep, lollie en droogbloemen, plantje, tekeningen, kwarktaart. ‘De verhalen waren niet van de lucht en er is geen wanklank geweest. 66 “n Mooi getal en met veel plus dagen kan ik oud worden, met veel min dagen niet, daar raak je oververmoeid van, dat is vechten tegen de bierkaai, zo onlogisch allemaal.’ De mindagen hebben het glorierijke nooit overwonnen, maar drukten wel een zwaar stempel. 71 jaar vieren is in onze optiek veel te kort geweest.

Als je van het leven houdt, vier je dat in alle toonaarden. Straks halen de zussen en ik herinneringen op. Hilarische momenten die in ieder van ons geheugen staan gegrift. Anekdotes, die een totaal eigen leven zijn gaan leiden. Zonnestralen van een zinvol bestaan, het wijze, verwonderingsrijke leven van een krachtig en sterk mens en koesteren de eigenschappen, die in ieder van ons verweven zijn geraakt met het leven nu. Vier februari in alle toonaarden!

 

Uncategorized

De moeite waard

Het was net even de zoete inval. De tweeling samen in een kamer is er altijd een van even wennen. Die jongens hebben een soort apenliefde ontwikkeld. Ze resulteert in kleine plaagstootjes en kwinkslagen. De een nog snediger en meer gevat dan de ander. Het twee-eiig zijn is niet alleen af te lezen aan de buitenkant. In geestelijk opzicht lijken ze ook voor geen meter op elkaar. Karaktertrekken die  door de erfenis zo in de genen verweven zitten, dat ze een eigen leven zijn gaan leiden, ook al is daar slechts een 6 minuten verschil in geboortetijd. Het doet elke horoscoop op haar grondvesten beven. Voor een moment een huis vol plezier als een wervelwind dwars door het rustig ontwaken heen. Daarna, nu eigenlijk, is het even bijkomen in de rustgevende vrede van het stilgevallen huis en haar zwijgende harmonie. Van beiden kan ik intens genieten.

IMG_1181Rust

Vlak daarvoor lag een ander telefoontje aan het ontwaken ten grondslag. Vriendlief meldde opgewekt pijnvrij te zijn na maandenlange kommer en kwel met zijn oog. Hij was er afgelopen maandag aan geopereerd. Er was een schuuropruiming aan de gang en ik overlaad hem met argumenten om het voornemen om te gaan helpen, bijstaan, heette het in zijn optiek, uit het hoofd te praten. Nieuwe verworvenheden moet je de tijd gunnen in te bedden en zeker dat pijnvrije oog. Ze hoeft niet onmiddellijk met menslievendheid en een groot sociaal hart op de proef gesteld te worden. Ik moet praten als Brugman en kan dat vanuit mijn positie omdat ik mezelf tegelijkertijd een spiegel voor hou en tegen dezelfde impulsen aanloop. Mens eigen maar niet altijd slim!

Vriend brengt een nieuw probleem in. Een kniezende vriendin. Mijn moeders mening over kniezen was uitgesproken. ‘Kind, zit niet te kniezen. Na regen komt zonneschijn. Ga maar uit van de dingen die tot nu toe al gelukt zijn’. Het befaamde advies van het glas half vol of half leeg zien. Kniezen werd tot de familie gerekend van ‘in zak en as zitten’ of ‘bij de pakken neer zitten’ en ze behoorden alle drie niet tot haar bagage voor het oplossen en tackelen van problemen. De vaardige aanpak van mijn moeder was altijd op vooruitgang gericht.

Ze had de uitgesproken mening dat een mens zichzelf de put in kon denken en dat daar geen dolende ziel mee gebaat was. Ze keek inderdaad letterlijk op. Anderzijds had ze het leven om af en toe niet meer te weten, hoe eindjes aan elkaar geknoopt dienden te worden of om met de handen in het haar te gaan zitten. Maar haar onverwoestbare optimisme en haar overlevingsdrang waren zo sterk, dat het letterlijk doorklonk in haar manier van in het leven staan. De rug recht en met opgeheven hoofd. Je moest van goeie huize komen als je mijn moeder kon laten ondersneeuwen. In mijn optiek is het alleen maar die ouwe Iezegrim van een valse onverwachte Dood gelukt. Hij zwaaide geniepig met zijn zeis, terwijl ze nietsvermoedend de slaap der onschuldigen sliep. overvallen.

Foto: Wikipedia

De vriendin kan haar kniezen ombuigen, als ze niet op de zetel gaat zitten van de rijdende rechter, maar zich een rol toebedeeld van luisterend oor. Niet meer of niet minder. Het is lastig, toegegeven, bijna net zo lastig als de goede raad van het vege lijf in acht te nemen en niet in de wind te slaan. Oefening baart kunst. Dat geldt voor vriendin, voor vriend en voor mij. Een uitdaging om het opgeheven hoofd te bieden volgens een goede raad uit een grijs verleden van mijn moeder op mijn pad. Niet kniezen maar overpeinzen, mijmeren zou ik het willen noemen. Het is de moeite waard.

.

Uncategorized

Veroverde vrijheid

Een maand lang al is daar het verlangen.

Het is niet te vangen

in de oeverloze stille uren, die ik slijt rond bed en bank,

maar in het beeld dat in mijn hart staat gegriefd.

Die kleine blauwe prins, eens de verlossing van Saint-Exupéry en nu de mijne

Mijn eigen verlossing, mijn drager naar denkbare oorden,

mijn losgeweekt bewustzijn, mijn eigen zelfstandigheid.

Alsof die ooit van een ander kan zijn.

Ik ontmoet mijn eigen roos, mijn rode vos, mijn drinkebroer, mijn koning,

struikel over mijn eigen ambtenaar en leer,

vindt het kind in mij een woning

en weet mijn eigen reis door geest en beemd,

natuur in een vervreemdend landschap

als tijd stil staat en alleen de geest laat reizen.

Nu weer op pad met mijn eigen verlossing.

Kleine prins, ‘Ins blaue hinein’.

Oh, daar weer te mogen zijn!

 

(c)Lemvanderlinden

IMG_1341.jpg

Gisteren, eigenlijk eergisteren al, maar bezoek hield mijn pas op de plaats, mocht ik weer. Na uren, dagen, weken verlangen lag de zelfstandigheid weer onder handbereik. Hoe rijk kan men zich voelen.

Decennia er voor. Mijn vader was zo oud als ik nu ben. Ik hoorde hem genieten  in zijn verhalen, zijn herwonnen zelfvertrouwen, na het zich afgeserveerd voelen in zijn oude baan. Het nieuwe bestaan had hem weer aanzien en vertrouwen geschonken. Hij had leerlingen die hem op handen droegen. Iedere dag reed hij ontspannen in zijn auto naar zijn werk. Toen sloeg het noodlot toe en van het ene moment op het andere weigerde de vanzelfsprekendheid der dingen. Er schoten draden los in zijn hoofd en stichtten verwarring in wat eerst zo toereikend en normaal was. Hij zou nooit meer auto rijden.

Ik heb nu maar een maand zonder vervoer meegemaakt. Een maand dat ik niet zelf mocht beslissen, waar en wanneer, hoe lang of hoe kort, ik even tussendoor of een hele middag de kuierlatten zou nemen. Buiten handbereik lagen alleen nog maar onbereikbare verten. Zelfs de supermarkt verderop was een vesting, een lied van verlangen.

Zodra ik wat verder lopen kon, was een en ander weer haalbaar, maar het leven begint pas weer met het stuurwiel in mijn handen. Mijn poort naar de zelfstandigheid. Ik hoef niet ver, ik kan eigenlijk nog niet ver, maar dat het mogelijk is om zonder uitputtingsslag je te verplaatsen van A naar B is ‘Vooruitgang’, letterlijk. Destijds voelde ik mee met mijn vader, verknocht als ik aan auto rijden was, maar nu, na verstoken geweest te zijn van het autonome, schrijnt het weer na. Het betekende zijn ondergang, het zette de verbittering in gang, een kijk op een leven dat voorbij was. Het was maar een facet, maar behelsde zijn totale onafhankelijkheid, de zin van zijn bestaan. De enige mogelijkheid om te kunnen gaan en staan waar je zelf wilt zijn, los van alles en iedereen.

446D3B60-1A66-4929-A3F0-77D0DB05B881.jpg      IMG_1578.jpg

Mijn eerste ritje was naar de kringloop, waar ik niet veel anders kon doen dan zitten en kijken. Een gesprek te vangen tussen twee snuffelende vrouwen, de flarden van de stem verheffende mannen aan de kassa, een gezicht te zien uit een grijs verleden. Liefkozend de rariteiten te omarmen, de zwart-witte kast, wat een monnikenwerk en dat gifgroene karretje . Zittend zoeken tussen de boeken, ‘De Steen van Bram Vermeulen’ vinden en toch weer weg leggen. Maar een gietijzeren blad als buit meeslepen voor op het tafeltje op het balkon en bij de supermarkt de blauwe druiven in de knop als kers op de taart, als een belofte voor de veroverde vrijheid.

 

Uncategorized

Zien en beleven

Scheppers van waarden heten ze, de dichters van vroeger, de Tachtigers als Kloos en van Deyssel, schrijft Carel Peeters in zijn literaire kroniek in het Vrij Nederland van deze maand. Hè, hè. Dat was een mond vol voor een gedachte. Ik vind het een prachtige titel. Een schepper van waarde. Zouden we dat niet allemaal willen zijn. Als je waarde kunt scheppen, ben je dan een blijvertje.

Na deze overpeinzing komt het telefoontje van een goede vriendin en voor ik het weet, zit ik in een totaal andere belevingswereld en krijg een inkijkje in de grot van Plato en het belang daarvan. Een schepper van waarde. Waardoor mij duidelijk wordt dat iedereen een eigen waarde bezitten kan. Wat maakt dat het lichtend voorbeeld van Plato mijn waarde wordt. Dat zal niet anders gebeuren dan bij een blijk van herkenning, of beter nog het gevoel van verbondenheid. De wetenschap staat verder weg van mij dan het gevoel. Ik ben in mijn schreden op het schildersvlak niet voor niets een impressionist pur sang. Geef mij een instrument en ik toon U mijn diepste verlangen. Drama, schrijven, schilderen, bij alles wat ik doe borrelen ideeën van binnenuit op tot grote hoogte. Zo hoog kan ik gaan dat ik boven de realiteit hang, het gevoel heb te zweven en los te zijn van de handeling. Dan ben ik toch uit Plato’s grot geklommen. Ik beloof me in zijn verhaal te verdiepen. ‘Waarbij ik zeker zijn dialogen niet mag vergeten’, zo drukt ze me op het gehavende hart. Hoe zalvend kunnen adviezen zijn.

Plato-raphael.jpg Plato

Terug naar mijn dichters van waarde. ‘Niets veranderlijker dan een mens’, merkte mijn moeder op als iemand een van de stokpaarden aan de wilgen had gehangen. Wat vroeger beschouwd werd als het hoogste goed, wordt ingehaald door de tijd en het besef van de meanderende werkelijkheid. In die zin is het een wonder dat de ‘waarden’ van de oude filosofen de tand des tijds hebben doorstaan. Voor mij het grote verschil tussen verstand en gevoel. Albert Verwey wilde een bruggenbouwer zijn tussen de spirituele wereld en het aardse bestaan. Zijn beleving is van zo’n andere aard dan die van mij. Hoe eigenzinnig is het rijk van de geesten. De zachte dwang der betrekkelijkheid volgens Peeters.

De verzen die ik schrijf komen voort uit een innerlijke drang. In die zin is er een associatie of een gevoel, een beleving of een herkenning die een beeld oproept waar ik woorden aan wil geven, omdat het diep van binnen iets heeft losgemaakt. Ik schrijf, ik kalk, ik krabbel, ik plak eventueel steekwoorden bij gebrek aan tijd. Later vormen ze de nieuwe werkelijkheid, die zich vormt op een ander plan dan het moment zelf. Niet zelden gaan ze in eerste instantie mijn begrip te boven. Zijn het mijn woorden wel.

262.JPGDe grot verlaten

Vriendin zegt, dat is het moment dat je de grot verlaat. Plato vertelt, wat Verwey voelt, wat Kloos voelt, de visionair, maar wijst met zijn goddelijke voorzienigheid tegelijk op het behalen van die ultieme status door de sterfelijkheid. Als je dood bent, treed je voorgoed uit en in om het verwarrend te maken. Is het het belang van de eeuwigheid die blijft staan boven de vergankelijkheid van de glans van waarden, die wetenschap verheft boven gevoel.

Het wordt tijd voor het afdalen naar de diepste spelonken van de grot van Plato.’Niets is wat het lijkt’. Ik wil het zien en beleven.

Uncategorized

Echt moe

Moe zijn. Ik dacht te weten wat dat was. Moe zijn is geen pap meer kunnen zeggen, is geen stap meer kunnen zetten, is geen puf meer hebben om nog vooruit te gaan. Ben je mal. Dat is niet moe, dat is…uhhhh…uitgeblust. Nu weet ik wat moe zijn is. Mijn moeder had de gewoonte om ons uit te lachen als we aan het puffen waren dat we niet meer overeind konden komen van vermoeidheid. ‘Ben je helemaal betoeterd. Op jouw leeftijd kan je niet moe zijn’, smaalde ze dan. Waarna je zuchtend en steunend toch aan de afwas begon. Meestal lag er namelijk een opdracht aan ten grondslag, die je niet wilde doen. Kolen scheppen, schoenen poetsen, tuinbonen doppen en altijd die vaat.

kolenkit

Later bij andere aandoeningen, griep, een luchtweginfectie, ja zelfs bij de COPD, kon ik me zwaar te moede voelen. Niet meer vooruit denken, maar in je eigen sop gaar koken. Onder de wol willen kruipen en wegzakken in het eindeloze niets, ten einde het vege lijf niet te hoeven voelen. Geen stap meer voor de andere willen zetten. Niet meer vooruit te branden zo moe. Maar zelfs dan blijkt het toch nog erger te kunnen.

Die waarachtige vermoeidheid ontdek ik pas de laatste weken. Elke vorm, hierboven beschreven, verbleekt bij de revisie, waarin ik momenteel verkeer en waarbij het hart een paar reserves minder op de plank heeft liggen. Het is intenser, ingrijpender, letterlijk lamgeslagen hangen mijn huidgroeven naar beneden, niet meer in staat om zelfs ook maar de schijn op te houden. Elk smeerseltje legt het hier tegen af. Je kan er crèmetje van welke tint dan ook opsmeren, er valt niets meer omhoog te krikken. Wat voor huid geldt, geldt ook voor spieren. Er is geen spier die geen gewag maakt van zijn of haar aanwezigheid.

Portretgaten

Ze rammelen met z’n allen en zuchten volleerd als de sprekende schilderijen naast de ingangen naar de leerlingenkamers in het boek van Harry Potter. Ze leven een volstrekt eigen leven en doen willekeurig wat ze maar willen. De vermoeide aanhechtingen leggen een cordon van lood aan om pees en spier om het heffen schier onmogelijk te maken. Ik lig als zombie op de bank en voel me minder fit dan de 113 jarige man die op een rantsoen van eigen verbouwde groenten en een glas rode wijn een respectabele ‘fit als een hoentje’ uitstraling heeft, op wat oude levervlekken na.

Resumé der oorzaken:

Wandelingetje kinderboerderij. Dochterlief is er met de auto naar toe gereden, uitgestapt, rond gekuierd, ingestapt, kleine boodschap Lidl, geen boodschapje gedragen en weer thuis. Uitgeput en lamgeslagen op de bank een uurtje rusten. Daarna: Telefonisch interview. Een boekbespreking, waarbij men de kwaal vergeet en enthousiast overeind veert om met passie en diepgang te mogen vertellen over dat meesterlijke verhaal. Zie je, nog lang niet moe genoeg.

Vervolgens een oude vriendin op bezoek, die ik al decennia niet meer vis à vis heb gesproken en waarbij de ontmoeting een tere blik op het prachtige gedeelde verleden bloot legt. De avonturen, door het drama dat we speelden, worden tot in detail opgerakeld en herbeleefd. wat een heerlijke glorietijd, waarin geen berg te hoog en geen dal te diep was. We bevoeren de zeeën op toppen.

facadc6b-d417-435a-a985-2c68f10e25a9.jpg

Tenslotte een lichte maaltijd voor zoonlief bereidt. Shoarma zelf gesneden en gekruid, niet meer dan dat, geen koningsmaal, maar slechts een hapje tussendoor. ‘De bank, waar is de bank. Mijn redding, mijn verlossing’. ’s Avonds is het hoofd zo moe, zo zwaar, zo niet meer te dragen, dat ik bang ben, dat ik er vanaf rol. Nog een laatste krachtinspanning om boven te komen.

Moe, nee, als veertienjarige wisten we inderdaad niet wat moe betekende. Moe ben je pas, als het hart er even de brui aan heeft gegeven en de motor opnieuw haar ritme moet zien te vinden. Moe ben je pas, als je hand in de handeling blijft steken, terwijl je ter plekke wegdoezelt. Misselijk makend moe. Mijn wijze moeder sprak recht. Dit is pas echt moe.

Uncategorized

Naar hartenlust sleutelen

De tanige man in een Egyptisch blauwe operatiebroek, de pijpen stevig gesloten met de gebreide manchetten, hoog water in de polder met zijn witte sokken en Zweedse muilen eronder pakte mijn hand in een vasthoudende greep. ‘En hoe voelt U zich na het dotteren.’

Er is een bepaald type mens, waar ik bij voorbaat geen verweer tegen heb. De rationele benadering wordt uit handen geslagen bij het zien van de autoritaire blik, waarmee de buitenwereld tegemoet getreden wordt. Het gevolg is dat zenuwen toeslaan en een zinvolle onderbouwde benadering achterwege blijft. Er waren bij deze ontmoeting twee voorvallen, waardoor ik in de verkeerde groef van de plaat terecht kwam. Het feit dat hij direct moest opmerken dat hij nog van de oude stempel was en dat hij, op mijn vraag of de uitslag van de MRI al binnen was, het antwoord even bijster bleef. Onmiddellijk kreeg ik de wedervraag toegeschoven, wie dat ‘totaal overbodige’ onderzoek had afgesproken. ‘C’est le ton qui fait la musique’.

IMG_0333.jpg

We zaten dus op het verkeerde spoor. Achteraf, maar dat is bijna altijd als je het gesprek terug loopt, had ik opnieuw willen beginnen. Ik nam direct de gelegenheid te baat om op mijn stokpaardje te gaan zitten. Niet verwonderlijk, want daar lag mijn onrust en onzekerheid. Een goede arts prikt door de wartaal, die daar het gevolg van is, heen. Deze arts liep met zijn spreekuur op schema, zélfs voor. Nog nooit eerder overkwam het me dat ik voor de aangewezen tijd al kon aanschuiven. Achteraf, met zijn staccato eenmansformules begrepen zoonlief en ik het des te meer. Dit was de man die geen tegenspraak duldde. Het was de reparateur. Het lek was gevonden en gedicht, de auto reed weer, nu niet zeuren graag.

Mijn argumenten dat organen samenwerkten en met elkaar te maken hadden werden korzelig van tafel geveegd. Ik kreeg zin in een groot glas wijn of wat troostvoer. Wat een debacle. Geen woord over de moeizame procedures die vooraf waren gegaan aan de ontdekking van de stenose, geen excuses voor de nijpende onzekerheid, die het hart in in bange uren had geslagen, geen begrip voor de ‘Werdegang’ tijdens dat hele lange kerstreces.

Ik vroeg er ook niet om, was op de toekomst gericht, maar dat werd af gedaan als niet ter zake doende. Patiënten die het heft in eigen handen willen houden, zijn geen dankbare afnemers van een autoritaire inslag. Over een half jaar terug komen, echo, ecg, bloed prikken en gaan. Ligt hij vannacht ook te woelen in zijn bed, of schieten er flarden van het gesprek door zijn hoofd? Ziet hij bij het schemerlicht van de bedlamp mijn witte vest, zoals ik zijn operatiebroek zie, de bungelende stethoscoop, de piekende grijze haren.

‘Doe wat je niet laten kunt’, was de boodschap over een revalidatiemethode waarbij gekeken wordt naar hart en longfalen en het verband er tussen. Vragen omtrent het verhoogde risico en het aangepaste leven, om de versnelde tred van de arbeidzame jaren te versmallen, in te dammen, aan te passen, waren in zijn optiek volkomen niet relevant. Vertrouwen en empathie voel je, ruik je op afstand. Alleen al de kleding gaf het verkeerde signaal. Deze oude stempel moest maar eens op retraite, want als het instrument hapert, is het tijd voor revisie en bezinning, een pas op de plaats. Daarna kan men weer naar hartenlust sleutelen.

 

Uncategorized

Meester in de liefde

Gisteren aan de hand van Ruben Terlou heb ik de weg door China heen vervolgd. Wat een fascinerende tocht blijft het. Misschien komt het door zijn niet alledaagse onderwerpen, maar zeker komt het door zijn sonore chinees. Fascinerend hoe een stemgeluid kan mee veranderen onder de klanken van een taal. Hij mag van mij wel duizend keer per onderdeel beamen en instemmen. Het houdt het midden tussen Ow en Auw, een wat nasaal bronzen nagalmen. Zijn Chinees zingt even vakkundig als die van het Chinese volk zelf, wat tot aan zijn uitvoering, tot dan alleen als knerpende keelklanken had geklonken in mijn oren. Bij het horen ervan wil je Chinees leren in dit leven, maar ik ben bang dat het heel lastig is.

Ooit heb ik me aan het Farsi gewaagd. Hoe ik het ook probeerde, het lukte me niet om de klinkerloze letters tot woorden te vormen. Geen idee waar ik mee bezig was. Ik probeerde de gesprekken te ontcijferen van vrienden en familie, maar dat lukte nergens ten volle. Ik werd meester in het horen luiden van de klok, maar kon de klepel niet vinden. Het verhaal erom heen ontstond, dankzij mijn grote verbeeldingskracht en sloeg niet zelden de plank mis.

Er was ooit nog zo’n hopeloze missie, die ik mezelf ten grondslag had gesteld. Dat was gekomen door de keuze voor een vakantiereis met Djembe en gitaar op het Franse platteland. Met de Djembe kon ik aardig uit de voeten, maar mijn gitaarspel berustte op de smalle basis van akkoorden, ooit opgedaan met een cursus ‘omdat het zo handig was bij de begeleiding van de muzieklessen in de groep’. Er waren nog een aantal weken serieus klassiek gitaar op gevolgd, maar de tijd ontbrak voor het aantal uren dat de oefening vergde. Dat had een teken aan de wand moeten zijn.

023

Gitaar leidde haar eigen eigenzinnige leven en liet mijn vingers niet toe. Hoe ze ook bogen en strekten, mijn handen zich om de ranke hals heen vleiden en vouwden, het bleef een stuntelig geheel. Moeizaam en pijnlijk werd het tijdens die vakantieweek. We deden niet zomaar gitaar, maar Spaanse gitaar. Waar iedereen moeiteloos de instructie van de meester kon opvolgen en beide handen volstrekt los van elkaar en volkomen autonoom hun weegs gingen, struikelde mijn motoriek al bij de eerste de beste keer dat links en rechts iets verschillends moesten doen. Het was een teken aan de wand. Ik beschikte niet over het gen. Nu niet en nooit niet. Het was en bleef Chinees voor mij.

Ruben Terlou (2018)Ruben Terlou

Zoals het Chinees van Ruben dat tot in lengte der dagen zal blijven. Dat is goed. Ieder heeft zo z’n eigen kwaliteiten. Ik heb allang geaccepteerd dat uitblinken in alles niet het streven mag zijn in dit leven. Onmogelijkheden narennen en jezelf overlopen is water naar de zee dragen.  De gelegenheid om, zo dichtbij, met hem mee te mogen lopen is goud waard. Het is de manier waarop. Zijn prettige rechtstreekse vragen aan de mensen om hem heen, het zoeken naar de antwoorden op de vragen die bij ieder van ons op komen borrelen bij het aanschouwen van de wonderlijke uitingen van genegenheid en respect voor de doden, de integriteit die hoog in het vaandel blijft staan bij dat onderzoek naar het waarom, zorgen voor de wens hem te volgen. Nergens vallen er pijnlijke stiltes of ontstaan ongemakkelijke situaties. Hij loopt er, hoort er, vang prachtige schoonheid met zijn onbevangen blik. Wat een held en een meester in de liefde voor het volk en haar gebruiken.

 

Uncategorized

Letterlijk en figuurlijk

Ik zag de foto uit het grijze verleden op Facebook. Die poppen ongevraagd op. Elke ochtend staat er een nieuwe voor je klaar, waarvan men bij FB denkt, dat het wat met je doet. Iedere foto is een herinnering. Onmiddellijk ben ik weer toen en toen en daar en zie ik, met eigen ogen, dat door de lens vastgelegde, ene ogenblik. Ik hou van de blik toespitsen.

veertje

Deze was heel bijzonder. Dat is me destijds opgevallen, maar niet in de verdieping waarin ze nu tot me kwam. Volkomen onverwacht slaat het beeld van het kleine meisje, dat, als was, haar grote vlees en bloed geworden droom uit ziet komen, toe. Dat kleine meisje overkomt, waar ik soms nog steeds van kan dromen. Ze ontmoet haar nieuwe werkelijkheid. In ieder geval zal ze, met dit beeld op haar netvlies, een droom binnen handbereik, de haalbaarheid, beseffen en durven nastreven, waar mijn idolen mijlen ver bleven.

Idolen waren er al, toen ik jong was. Adamo was mijn eerste grote stille liefde. In de eenzaamheid van het kamertje waar ik een aantal weken in quarantaine moest doorbrengen omdat er roodvonk was geconstateerd en de ziekenhuizen te vol lagen, zong, door het transistortje dat mijn broer op ingenieuze wijze had weten te bemachtigen, het dappere ‘Vous permittez monsieur’ door de blikken luidsprekers. Ik verstond het niet, want mijn Frans reikte niet verder dan de Pipe van Papa en de Chat sur le piano. Dat het strijdlustig was bleek uit elk gezongen vreemde woord. Tap, tap, tap, tap, staccato, afgemeten, geen speld meer tussen te krijgen.

Het interview bij ‘Der Rudi’ met de herkenbare sliert kinderen.  Later, als zwart/wit beeld op de bakelieten televisie, werd de identificatie bevestigd. Zie je wel. Hij kwam uit eenzelfde nest als ik. Ik was voor eeuwig verkocht. Nu vraag ik me af wat mijn ouders in godsnaam met mijn drie zussen hebben gedaan, al die tijd van die vermaledijde afgezonderde verpleegperiode van mij. In een huis met drie slaapkamers en een zolder waar 11 kinderen onderdak hadden, was het geen sinecure om een hele kamer te vrijwaren voor een persoon. Ik was bevoorrecht geweest, zonder zelf ook maar het minste besef te hebben. Ik snapte wel dat het dé manier was geweest om me te vereenzelvigen met een idool, die als enig houvast door de speakertjes heen kwam ruisen. ‘Vous permettez monsieur, que j’emprunte votre fille’.  Ja ja, toen ook al.

Het was een toevallige ontmoeting geweest, in de hand gewerkt door de eenzaamheid van het bestaan. Nu heb ik een bagage van onschatbare waarde bij me, maar in deze tijd  als jong meisje had ik waarschijnlijk eindeloos zitten netflixen of toch misschien al op school de juiste prikkels toegevoegd gekregen om aan te kunnen haken aan mijn kwaliteiten . Ik had mezelf graag het jenaplan-onderwijs gegund, waar ik zelf zo veel van heb kunnen doorgeven.

Vitalis, Remi en de dieren

Wat ik destijds miste was voeding voor mijn tekencapriolen. Er werd niet op doorgeborduurd. Een oudste broer die prachtig kon tekenen en Remi, uit ‘Alleen op de wereld’ had vereeuwigd, mijn idool Remi, die beantwoordde aan mijn puberale eenzaamheid en hunkerende liefde, had ik al op een hoog voetstuk neergezet. Hij kon niet meer stuk, wat er ook gebeurde met deze rebelse nazaat van mijn vaders creatieve brein.  Het duurde decennia voor ik durfde duiken in het ontplooien van nieuwe inzichten in het vastleggen van beelden. Dat ik een beelddenker was, bleek nog niet het etiket te zijn en derhalve onderkent Mijn ontelbare foto’s, twee grote plastic schuifbakken en fotoboeken vol, zijn de stille getuigen. Toen zorg en tijd stilvielen, kwam die behoefte van verwezenlijken weer boven, naast het woorden geven aan het leven.

De kracht van deze Facebook-herinnering zit in het beeld van die ontmoeting. De bewustwording dat een wens binnen handbereik ligt, letterlijk en figuurlijk.

 

Uncategorized

Meer dan een daalder waard.

Hoe bevoorrecht kan een mens zijn. Natuurlijk, het terugfluiten was wel radicaal en drastisch. ‘Kan het niet een graadje subtieler’ vlocht zich als gedachte door de malle ziekenhuisperikelen heen, die rollercoaster aan gebeurtenissen waarop je geen enkele invloed kan uitoefenen. In de overlevingsstand dan maar. Dat dat eigenlijk letterlijk was, had ik voor mezelf anders ingekopt en dan gebeurt het. De vaste waarden staan te schudden op hun grondvesten. Sterker nog, ze vallen er doorheen. De open mazen in het net zijn de denkplekken. Ze vragen om bezinning, om een waardeoordeel. Opnieuw worden ze gewikt en gewogen en  niet zelden te licht bevonden. Weer een fase verder in het proces dat leven heet.

Tijd en beleving voeren het te bewandelen pad aan. Het optellen van de som der dingen die heelheid brengt in de zinvolle invulling aan wat nog aan tijd gegeven is. Daardoor komt het. Het besef dat eindigheid niet is, waar het vangnet ophoudt te bestaan, maar dat daar het waarachtige bewuste leven begint.

031

Mijn voornemen vandaag is om bij het blokje om naar de markt te gaan. Kuieren naar City, daar de kramen af en vooral vroeger weer binnen laten, toen ik dat als vaste gewoonte had. De kinderen nog klein, geen Lidl, Aldi of Turkse winkel in de buurt, maar de markt als goedkope supplier. Ik was ervaringsdeskundige en had er zelf een jaar lang tussen vertoefd. Heerlijke tijden met die wondere wereld van hardwerkende kooplui, die de vrijheid verkozen boven de beperkte grenzen van een winkel en niet zelden nog verstrikter raakten in de regels, die er bij het in aanmerking komen voor de staanplaats en bij het opstellen van de kramen om de hoek kwamen kijken. De streng controlerende marktmeesters, die nauwelijks met de barmhartige hand over het hart streken, maar met rigoureuze maatregelen de markten bewaakten. Zoete broodjes werden niet gebakken. Het sappelen en het voor een grijpstuiver hele dagen schaven aan de opbouw van de nering, vergt een ijzeren wil en doorzettingsvermogen. De bewondering is groot.

Het is de vrijheid van keuze die de ruimte bepaalt en dat wordt weer ingegeven door de zeeën van tijd. Komt het vandaag niet, dan is er morgen immers weer een blanco dag. Geen schema’s, geen doelen, geen levensverwachting met die confronterende ervaring dat Iets zomaar Niets kan worden.’Wat een prachtige existentiële gedachte levert het op. Dat is de meerwaarde van een dergelijke levensloop en ik besef dat het niet iedereen gegeven is om op dat punt te belanden.

Ik zei het al aan het begin van deze overpeinzing. Ik ben een bevoorrecht mens. Op de markt vind ik veelzijdigheid, de blik van de koopman, de glimlach van een klant, de handdruk van een bezegeling, het vragende fruit, de dwingende prijskaarten, het groen, de geur, de kleur, de mengkroes, de blauwdruk van het dagelijks bestaan. De snuivende neuzen, de stampende voeten, de wrijvende handen, de waterige ogen, maar bovenal de vrije keuze.

Daarna, stap voor stap, kuier ik weer terug. Tijd om te laten bezinken wat ik daarvoor aan beelden op het netvlies heb laten binnen komen en er een vorm voor te vinden door het te gieten in een ervaring, een herinnering, een warm weten en een voornemen voor nog een keer. Eigenlijk is, sinds mijn pas op de plaats, elke dag zo’n dag. Op de markt van mijn leven is dit bewustzijn meer dan een daalder waard.

 

 

Uncategorized

We zien wel waar het schip strandt

Te moe en toch de slaap voorbij. Het wegdommelen voor de televisie, terwijl de beelden van het leven van de kunstschilder Paula Rego, bij het wakker schieten, indringend binnen komen drijven, maar niet bij machte zijn om de zware oogleden open te houden. Steeds weer valt het hoofd in schokjes weg. ‘Naar bed, naar bed’, zingt het van binnen, maar even nog deze vrouw en haar hondvrouwen, die boeien en de slaap uiteindelijk verdrijven. Klaarwakker maak ik het huis klaar voor de nacht en voel hoe elke vezel slaap zingt.

Rego’s atelier in 2007

Dan komen de gedachten terug. Wat maakt dat Victor Willink deze vrouwen oproept in zijn echtgenote, die zich meer en meer toelegt op haar eigen schilderkunst als hij steeds zieker wordt, De essentie daarvan is vast verweven in de documentaire en opgeknipt in losse flarden van beelden op mijn netvlies. Nu zit ik met dit onaffe verhaal en een hoofd dat daardoor niet kan slapen.

Ook speelt de invulling van de dag een rol. De gang naar het ziekenhuis aan de hand van zoonlief, voetje voor voetje, het etiket hartfalen waardig, genieten we van het gedeelde moment. Afwachtend zoeken we de place to be en vinden de andere zoekende blikken van medelijders, veelal met hun partners. Het maatschappelijk werk verschijnt in een grote wolk van niet. Drie kwartier aanhoren wat allemaal niet mag, versterkt het verlangen naar een keerzijde. Mensen veranderen door het geschetste beeld onder mijn ogen in narrige boosaardige types, die hun liefhebbende wederhelft onbegrip schenken, hun hartenonmacht gedrenkt in boos.

IMG_1428.jpg

Even waan ik me weer terug in de dagen van mijn ouders, waar zijn afhankelijkheid haar bloei in de weg stond en energie vrat tot het hart, haar liefdevolle grote hart, gesmoord werd in de duisternis. Is dat wat tenslotte een keur aan hondvrouwen oproept. De zorgende, de smekende, de trouwe, de afwachtende. Het voordeel van einzelganger te zijn, is dat elke vorm van bitterheid ontbreekt. Waarom zou je het jezelf lastig maken. Maar waar zit dan de positieve insteek van het verhaal van de maatschappelijk werkster.

Zoonlief merkte op dat ze een zin gebruikte die bij mij hoort. Ik wist onmiddellijk waar hij op doelde. ‘Het is het sop in de kool niet waard’ zei ze, maar de vlag dekte de lading niet. De cardioloog was helder en opende de weg tot de vragenlijst voor het gesprek met mijn eigen cardioloog, maandag. Duidelijke tekeningen in een rustige uiteenzetting met voor sommige mensen waarschijnlijk te veel vakjargon. Het beestje bij de naam noemen zorgt ervoor dat de bewustwording van de ernst van de kwaal bijdraagt aan dit verdwenen slaapmysterie.

IMG_1365.jpg

Na de wandeling van gisteren was een pas op de plaats geboden. Het was een kuieren op hoog niveau geweest. Stap…stap….stap. De handen op de rug gevouwen, de blik op het kleine groen gericht, de eerste sneeuwklok op het netvlies meegenomen en de waterhoentjes en de prachtige droge verhalende wilgen langs de IJssel lieten me de tijd vergeten en daarmee de afstand. Als je heen gaat, moet je ook weer terug.  Het is een natuurwet waar geen speld tussen te krijgen is. Natuurlijk liet ik in de eigenwijzigheid de bus links liggen. Thuis op de bank wist ik dat dit bij het grote niet hoorde. Ieder dag een blokje is geen vijf kilometer.

IMG_1394.jpg

Ik ritsel alle nieten bij elkaar en kristalliseer de wellissen eruit. Dat slaat vast beter aan als slaapmantra en tot die tijd rust ik uit met mijn ogen dicht. ‘Dan verkwik je ook’ leerde mijn moeder mij. Ik ga dromenland in zodra de klopgeest van boven zich koest houdt. Anders haal ik nog een paar hondvrouwen van stal. Eens kijken wie er wint. Alhoewel, je moet slapende honden nooit wakker maken. Ogen dicht en springen in het diepe. We zien wel waar het schip strandt.

Uncategorized

Afgeladen vol met kind en kennis

Vriendlief had Leiden gekozen om zijn studie geneeskunde te doen. Het waren de jaren van vrije keuze in studieplek. Geen last van lotingen door overbelasting van de opleidingsplaatsen. Ik volgde na de kleuterkweek een opleiding voor verpleegkundige en alle perikelen die zich voordeden in mijn ontmoetingen met de zieke medemens werden ontladen in fietstochten door de weilanden van Voorschoten en de duinen van Wassenaar. Picknick-stop naast de blatende schapen met hun dartele lammetjes, de loom grazende koeien. Tochten over gebaande paden, die niet meer dan kleine landweggetjes waren. In die periode ontmoette ik mijn maatjes, de goudkleurige cavia Fiedel en de dikke papa Doc, het grijze konijn Ladjoeh en de gerbils. Ze bevolkten het huis en braken de stilte van de studie.

 

De fietstochten namen een vlucht de duinen in. De zee hoorde mijn verhalen aan over het worstelen met ziekte en dood, zo dicht op mijn huid. Ze zag de betrekkelijkheid van het leven, de onvervulde wensen en verlangens van mensen waar een jonge naïeve verpleegkundige haar weg in moest zien te vinden en geen pasklare oplossingen had. De zee ontving trouw mijn bezwaard gemoed en hoorde de last aan, nam ze mee in de ruisende golven of blies de muizenissen uit het hoofd. Ze bleef voor eeuwig troostende schoonheid tot in lengte der dagen.

Met de kinderen kwamen de vakanties in Hombourg. De kleine oranje Renault 4 afgeladen vol met kind, pluizebol Lazy, bad, koffers, tassen en wiegende babywippertjes. We deelden de vreugde met vrienden en kennissen. De wandelingen van rond de vijftien kilometer in het Limburgse landschap waren soms te lang voor de korte beentjes, maar fantasievolle avonturen en verhalen bracht hen altijd weer tot een goed einde. Voor ons waren er de vragen waar altijd antwoord op gevonden werd en ze toonden de beukhagen, de mistletoe en heksenbezems in de bomen, het wonderlijk schone van de bermbloemen, de klaprozen, de bolderik, het zandblauwtje, het zenegroen, de distels en het weelderige fluitekruid. Tussen de stenen van de muurtjes en de stille wateren de wegglippende salamanders, kikkers en ander klein gewroet onderweg. Hier werd de gouden regel van de structuur doorbroken en mochten we het wijde veld in, hinkstapspringend over koeienvlaaien, oog in oog met de enorme beesten, loom luisterend naar het malen van de kaken en de grote raspende tongen, die trokken aan het malse gras en nergens anders voelde ik zo die verwevenheid.

Agaricus spec. Lindsey 3.jpg

Daar groeiden weidechampignonnen en boleten met een omvang waar een hele kabouterfamilie riant hun intrek hadden kunnen nemen. Bloemen kregen namen, vogels bleken te onderscheiden te zijn aan hun grootte, kleur, trillers en gezang, bomen aan hun vorm, stam en bladeren. We plukten omzichtig de bramen en later de doornen uit de vacht van Lazy, die luid jankend verstrikt raakte in het verwilderde groen. We picknickten in de boomgaard naast het huis, waar de meikersen als zoete bezegeling van de heerlijkheid van het samenzijn dienden of iets verderop, onderaan de heuvel. De pan met gebraad en jus werd triomfantelijk meegezeuld en alle kleden uit het oude huis. We stookten vuurtje van het dode hout uit het bos en op die strooptochten ontmoeten we niet zelden haar levende have. Haas en everzwijn, muizen en konijnen. De wijn vloeide rijkelijk.

Gelbe Galmeiveilchen (viola lutea ssp. calaminaria).jpg

Het zinkviolenveld, waar we eigenlijk niet mochten zijn, bracht een lome schoonheid mee, met de kabbelende beek en een zee aan geel/wit wuivende bloemen. Daar speelde de nietige wereld van de insecten, die namen kregen en zich uitgebreid lieten bewonderen in hun schoonheid en eigenzinnige gewoonten.

Dankzij de verbeeldingskracht en de meesterlijke vertelkunst van mijn oude wijze vriend leerde ik met mijn kinderen alles van wat de natuur te bieden had. De wereld ging open tot in de kleinste spleten en kieren van beemd en wei en werd wortel voor wortel en blad voor blad steeds meer van ieder, die hem horen wilde. De wind nam zijn verhalen mee omhoog naar de sperwers en buizerds, de kiekendieven en de valken. Het leven ontsloot zich in al haar natuurlijke schoonheid en wij wisten ons een bescheiden deel van het geheel. Het was een week, waar een jaar op te teren viel! Zingend togen we naar huis, de oranje Renault 4 afgeladen vol met kind en kennis voor het leven.

Uncategorized

Zo kreeg een jeugd gestalte

Als je zes jaar was, ging je naar de kabouters. Die hadden hun onderkomen in een blokhut achter de Monicakerk. De jaarlijkse kampen waren bij uitstek geschikt om als stadskind de boerderijen en de bossen, de maisvelden en de aardappelenvelden in het Brabantse te leren kennen. Nooit geweten dat er achter iedere boom een avontuur kon schuilen, maar daarna wel. Iedere tak, ieder holletje, ieder opgehoopt beetje aarde bevatte een wereld van verschil. Daar speelde het avontuur zich uit van kleine Erik van het insektenboekje en ik kon er moeiteloos in mee gaan, als ik wilde ontsnappen aan de andere kinderen en hun heimwee of hun eindeloze gebabbel. Waar het thuis altijd druk was, nergens een plek om jezelf te kunnen zijn, was het kamp ook overvol met kabouters, leiding en keukenprinsessen.

023

Maar ook met verhalen en fantasieën om in weg te duiken. De maisvelden waar je je zo maar alleen op de wereld kon wanen omdat er niet anders was dan strakblauwe lucht boven je, het geritsel van de stugge stengels, het snijden van het scherpe blad. Of de goudgeel wuivende graanvelden in het heuvellandschap en de donkere legers van de hazen aan de rand van het bos. De zandpaden die door de bossen kronkelden en het zand dat opstoof bij elke voetstap, alsof je een reuzenstap aan het zetten was. De mussen in die zandwoestijnen, opgetogen kwetterend over zoveel heerlijkheid.

Als de nacht viel, vloog en kroop het nachtleven binnen. De muggen en de kevers, het geknaag van muizen in de nacht aan strozakken, het gesnuif van de nabije beesten, koeien en varkens dacht ik altijd. Ze stonden niet op stal, want daar lagen wij en de haan in de vroege ochtenduren. Maar ook het geblaf van de honden in de stille nacht en het onrustige slapen van de andere kinderen. De schaduwen die zich los maakten bij het flauwe licht van de olielamp in het hokje van de leiding en hun eigen leven gingen leiden. Hoe vaak lag ik wakker, of duurde het lang eer ik kon slapen.

Wassen deed je in de ochtendkilte bij de waterbak van de beesten en een houten plank met een gat erin in een onbeholpen tent, de hudo, was het toilet. Spinnen en boktorren  waren er, zo groot als ik ze thuis niet tegenkwam, die er voor zorgde dat je met gezwinde snelheid weer verdwijnen wou. Alles speelde zich af in de buitenlucht en alleen als het regende werden we de deel ingedreven of een houten schuur, dan kroop de spanning voelbaar tot in ieders haarwortels. Kabouterkamp was een groot avontuur in de natuur.

019.jpg

Daarna brak de tijd aan van vakanties in het buitenland en leverde plaatjes in het hoofd, die zo anders waren dan het doorsnee beeld van het leven in de Amandelstraat. Bergen en wandelingen, zwemmen in kristalbaden, Schwartzbrot met Schinken, maar ook bramen plukken met het hele gezin in de bergen en dammen bouwen in woeste bergbeken, forellen vangen met tintelende handen van het kristalkoude water, fonkelingen van de zon, die brak en stuk sprong in duizend gouden stenen in de heldere beek. De alen in de emmer van broer, die de duistere diepten van de onderwereld, het grauwe diep van de Moezel, met zich meedroegen en ’s nachts veranderd waren in de prinsen van het zwarte water, toen ze door de havervelden achter de tent weggleden om hun waterRijk weer in te kunnen duiken. Niemand tart de hofhouding van de duistere Moezel.

026

Het werd tijd voor de zeilvakanties in Oude Haske, zonder ouderlijk gezag en met jeugdige overmoed. Het leven aan de sloot met de BMers en de Polywoods en daarachter het weidse Nannewied, dat toen zo groot als de zee scheen, maar niet meer dan een vijver bleek, als ik er nu langs rij. Ongekende mogelijkheden en de angst om het onpeilbare water, ook al was dat kniehoog, storm in de zeilen, ongrijpbare gijpen en verlate eilanden waar het goed toeven was, de zang van de merel die zich voegde bij het lied van de jeugd en haar eerste prille romantiek. ‘Het weiland wacht geurend op het kleurend gebeuren, de zon gaat nu onder…’ zong Tonneke, die Liesbeth List  vertolkte, met hetzelfde prachtige timbre in haar donker stem. De tonen tokkelden een weg door het gesluierde water heen.

Natuur vormt en geeft, roert en weeft en zo kreeg een jeugd gestalte.

Uncategorized

De bakermat van een gevuld leven

Al een dag lang ben ik aan het sprokkelen. Geen houtjes voor een open haard op de winterdag, want daar brandt de CV niet op, maar gedachten. Specifieker, gedachten over mijn natuurbeleving van ooit, later en nu. Het is in opdracht voor een te schrijven verhaal en ik wil graven, omdat de oorsprong bij ‘lang geleden’ ligt.

in de tuin

Natuur, de dichtstbijzijnde was de postzegeltuin in de Amandelstraat met haar kartelranden van schuin omhoogstekende bakstenen De perenboom was het grote ijkpunt, maar ook de forsythia deed een belangrijke duit in het zakje, naast de gouden regen van de buurvrouw, die -en nu daalden de stemmen van de onheilsbrengers in een amechtig fluisteren-eigenlijk giftig bleek te zijn voor kinderen. In mijn ongebreidelde fantasie gingen kinderen bij bosjes dood als ze het hek van de buuf over zouden klimmen, maar als ik met Elly ging spelen, bleef elke ramp uit, al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat dat niet heel vaak in die achtertuin was. Ik had zelf eraan vastgeknoopt, dat het alleen gevaarlijk was als ze opgetogen stond te pronken met haar prachtige bloementooi en ze haar gouden bloemen regende.

De perenboom was zachter en luidde al vroeg het voorjaar in met haar witte zee aan bloemen, maar de forsythia won. In mijn beleving waren alle winters zo streng als die van 1963, met ijsbloemen op de ruiten en een wasemrondje op de ruit om doorheen te kijken, winterhanden en tenen, krakend witte staketsels in de tuin, en de zwarte buikkachel roodgloeiend. Roodborstjes tikten tegen het raam en keizer Karel droeg een muts. Friese doorlopers lagen in de bijkeuken of hingen aan hun oranjebruine veters tegen de muur. Winter bestond uit met kranten volgepropte plusfours en broeken onder de terlenka rokken. De wereld verengde zich tot gebreide borstrokken en geitenwol. Als de forsythia met haar gele bloemen door de kou heen wist te piepen, wisten we dat het klaar was met koning winter. De dagen lengden, de zon kreeg betekenis en de tuin ontdooide.  Dat moet mijn allereerste beleving zijn geweest met moeder natuur.

bij

Het kan niet anders dan aarde te verbinden met de gedachtenis aan mijn moeder. Zij was de regentesse van ons minilandgoed, een boom, een struik en wat onbestendig bloeiend groen als prikneuzen, papavers en vergeet-mij-nieten, paradijs van de vlinders en bijen. De hoge bomen achter de schutting hoorden bij de nog hogere flat van de Oude Noord en brachten vogelkennis en vleermuizen, omdat ze de merels herbergde, de lijster, spreeuw en vink. De scheefgezakte tegels in de tuin waren het domein van de kevertjes, de pieren, de mieren, de muis en soms rat. De schoenendozen met de katoenen zakdoeken waren het asiel voor de verweesde mussen en de roodborstjes, een kreupele eend en zelfs een kraai en de hele dag speelden we Ernst Jan en Snabbeltje naar het gelijknamige boek van Jaap ter Haar.

Toen het territorium zich mocht uitbreiden was er het landje, aan het eind van de poort, met ingenieuze hobbels en butsen, schuumpaadjes en ongewisse struiken, die maar karig groeiden. Daar crosten we op de driewieler doorheen met onze hele ziel en zaligheid als volleerde BMX-rijders avant la lettre. Bij het nog ouder worden deed de greppel van het slachthuis aan de overkant van de grote weg dapper mee. Daar haalde ik de eerste oorlogstrofeeën als een ontwrichte schouder en een gekneusde enkel door het over de kop slaan met mijn ‘venavidifietsie’.

Een groepje schrijvertjes op het water.Schrijverkes: foto Wiki

De wereld lag op straat. Bij het verkennen van de wijk, hoorde de sloot langs de Thorbeckelaan aan de grens van het DOS veld. Op de buik tijdens de lome zomerdagen tuurden we in het groenbruine slootwater naar kikkers en padden, bliekies en voorntjes, watervlooien, salamanders en schrijverkes, die ik kende uit de gedichtenbundel van mijn moeder. ‘O krinkelend winkelend waterding’. Waar Guido Gezelle die winkels vandaan haalde was me een raadsel, maar ik zag ze wel en dat winklen ‘scherpe bochten nemen’ was,  leerde ik pas veel later.

Het is nooit meer overgegaan. Kleine natuur, een handvol, de kiem voor een natuurbeleving, rijkdom tot in lengte der dagen, de bakermat van een gevuld leven.

Uncategorized

Het is de hoogste tijd

Het is half  vier en ik hoor nog, met beide ogen dicht, in dromenland te verkeren. Maar niets is minder waar. Achter elkaar denderen Soof, China en de schijnwereld van een CmC door mijn hoofd. Reden te over om naast de realiteit van mijn lichamelijke rustperiode uit de schijnwereld te treden van het consumptieve vermaak. Sinds de kwaal dwalen gedachten af onder het lezen, schuiven door naar de laptop, eten schijnbaar gedachteloos de geserveerde televisieprogramma’s.

Gisterenmiddag wandelde ik voor het eerst bedachtzaam naar de supermarkt een blokje verderop. Lege tas om de schouder, die zich vullen mocht. Ongelooflijk bewust van de afwezigheid van de snelheid, waarmee de ene stap zich voor de andere zette. Intens bezig met de gedachte dat ik er was, hier en nu. Jonger dan de man die ik op de fiets zag stappen en die met een paarsig gezicht al hoestend eerst nog een sigaret opstak. Ouder dan de kinderen die me dartel tegemoet traden met een bal kaatsend in de handen, het doffe droge geluid, tak, tak, tak repeteerde de voetstap. Jonger dan het echtpaar dat voorbij liep met de springerige blonde retriever aan de lijn, waarbij de vrouw me uitvoerig monsterde en gedag zei.

Een hond nodigt uit tot een wandeling, omdat dat een noodzakelijkheid met zich meedraagt. Zonder hond ben je een eenzame kuierende zonderling. Ik had een gegronde reden. Het plaatje in mijn hoofd zocht een uitweg. De stent die daarnet nog op mijn computer verscheen in de Kransslagader en de neoncijfers van 80 procent hadden ineens het besef verankerd, dat de ontsnapping langs de afgrond had geschuurd. Hoe kwetsbaar is het daar van binnen. Tegelijkertijd verzon ik ter plekke voorbeelden die erger zijn. Iets wat we snel geneigd zijn te doen.

0ac1107a-bb3b-4199-b7a6-ef5d6665d1ef.jpg

De verkondiging van stormschade sijpelde binnen, tussen neus en lippen gemeld door mijn tuinbuuf, voorzichtig en aarzelend maar die, naar alle waarschijnlijkheid zo las ik tussen de regels door, meer verwoestend zou blijken. De foto was voorzichtig genomen. Daknok weggeslagen, plank eraf, kachelpijp middendoor. Arm huis, dat van ouderdom in elkaar zakt net als haar bewoner. 2018 dient op alle fronten in het teken van de vernieuwing te staan. Nieuwe aanpak, nieuwe gewoonten, maar niet de consumptieve manier van leven van de laatste dagen.  De geest heeft last van het ontberen van het culturele en sociale leven, de reuring, de beweeglijkheid van het bestaan.

Gisteren nog een loflied op de zonuren gehouden, maar na het zien van het hart van China ontdaan door de feiten van een schijnwereld, een grijs gebied tussen realiteit en virtueel leven, dat een vlucht heeft genomen. Kinderen die achter een soort scherm zichzelf op straat te koop aanbieden om als levend wezen geïnteresseerde gesprekspartners te zijn. Meisjes als een nieuwe animatievorm van lieflijk naïef entertainment, die likes tellen en zich daarmee hun troosteloze lauwerkransen omhangen. Jonge mensen die uit angst voor de dreiging van hun ouders en de staat teruggrijpen op net alsof. Schijnhuwelijken tussen homo’s en lesbo’s om de indruk te wekken in die ene gangbare norm te passen en een overheid die olie op het vuur gooit door de vrijheid die al een paar jaar kiert, weer weg te sluizen, te smoren in opgelegde regels met verstrekkende gevolgen voor het bestaan.

Mijn eigen virtuele leven vanaf vijf uur ’s middags bevatte te veel informatie. Kunst, klassiek, voetbal, journaal, hart van China, Soof en die waanzinnig slecht gespeelde ziekenhuiswereld als irreële kers op de taart. Het kan ook teveel zijn. Vanaf vandaag volgt een tekendagboek met de gevoelige kanten van deze Hartenhaas naast mijn mijmeringen en de geest weer geopend voor de letter, het onvolprezen boek. Consuminderen met het oog op kwaliteit. Het is de hoogste tijd. Waarvan akte.

Uncategorized

Tel uw zonuren

Ik heb me grandioos verslapen. Strak blauwe lucht, zon. Dat lijkt altijd langer geleden dan het in feite is. Tel de zonuren, als we dan toch de goede dingen willen tellen. Nou zijn er in mijn leven meerdere zonuren dan in het weerkundige bestaan. Zonuren bestaan uit liefde, grotendeels uit liefde, maar ook lichter kleuren en sprankelen, uit leven en het stromen der levenssappen, van lichaam tot plant, van het kleinste micro-organisme tot aan de giganten van woudreuzen.

007Poes Pluis

Mijn goede oude vriend hoorde dat ik een lang telefoongesprek had met een gezamenlijke vriendin van de tuin. Hij had voor zichzelf een hele theorie opgebouwd waarom ik kennelijk zo’n behoefte had om met haar langdurig het leven te ventileren. Hij vertelde dat hij zijn verklaring doorgegeven had aan de desbetreffende vriendin. Triomfantelijk over zijn deductievermogen was hij tot de conclusie gekomen dat ik vooral behoefte had gehad om eens de problemen met een andere vrouw te delen. Met stijgende verbazing hoorde ik het aan. ‘Lieve schat, fijn dat je naar oorzaken van lichtpunten zoekt, maar ik heb iedere dag nog verschillende vrouwen over de vloer gehad, die hier komen koffie drinken en hun medeleven betuigen. Lieve vriendinnen, dochters, zussen, collega’s en vlak poes Pluis met haar kokette zelf ook niet uit.’

Het bleef even stil. Daarna volgde een deemoedig en daarom niet mis te verstane reactie van zijn kant: ‘O ja, Ik ging een beetje teveel uit van mijn eigen bestaan.’ Tel je zonuren. Hoeveel zal hij er hebben in verhouding met die van mij? De fysiotherapeute bij de Cardio Care vroeg er ook naar. Hoe zit het met het sociale leven. Geen nood, dat zit goed. Zorgvuldig opgebouwd door de jaren heen krijg ik zoveel liefdevolle reacties van kinderen en hun ouders, collega’s en vrienden dat ik me een rijk gezegend mens voel.

008Tante Pos

Voor het eerst stroomt de brievenbus weer vol en dat zijn heerlijke opstekers. Tel uw zonuren en zeker dragen ze bij aan de genezing. Met dat ik dit schrijf, denk ik aan mijn ernstig zieke bandcollega.. Ik ben eigenlijk een slechte kaartenschrijver, maar zonuren per brief of kaart, opgestuurde gedichtenbundeltjes of boeken zijn heel wat waard in de uren van stilte die bij een uitgestrekte dag voor je liggen als bedrust of pas op de plaats in het geding is.

Vriendlief zal ik toch wijzen op die andere zonuren die er in het leven zijn, het leven met Olijf de kat, die hem bezig houdt, de contacten in de vrijwilligersbaan, waarbij er altijd weer lichtpunten te vinden zijn, zijn contacten met vriendinnen en familie. Hij is geneigd om op te tellen wat er niet meer is, terwijl de waarde van het aanwezige zoveel meer blijkt te zijn. Het lijken in de donkere winterse somberte, dagen zonder Helios zijn zonnegod, maar er zijn wel degelijk uren met licht.

005Opfleuren

Vrijdag toen ik thuiskwam na het naargeestige verblijf van een hele middag ziekenhuis, stond er een uitbundige bos bloemen op tafel met duizendschonen, monnikskap, violieren en dikke amarylissen. Het rook naar viooltjes of ander schoonmaakmiddel uit de bekende schoonmaakflessen en de toiletten waren blinkend schoon. er had een elf rondgewaard, een schoonmaakdochterelf met een klein inkipinkimini-elf die opgetogen en trots door mijn Iphone vertelde, dat ze hadden gepoetst.

007.jpg Tel de zonuren

Het was te zien en te ruiken maar vooral ook te merken aan de sfeervolle zonnegloed die door de kamer waarde en samen met de schoongewassen ramen door zuslief ’s middags, voor we vertrokken, een paradijs op aarde had getoverd. Tel uw zonuren.

 

Uncategorized

Adem in, adem uit

Vandaag heb ik een kleine trip naar niemandsland gemaakt. Als ik had gekund, had ik geprobeerd te ontsnappen via het in de steek laten van het vege lijf en was ik boven de metalen koker gaan zweven. Wat een wonderbaarlijke uitstapjes kan een mens maken.

Ik moest vandaag voor een MRI-scan. De informatie vooraf in een handzaam boekje en aanvullende gegevens via internet, waren niet echt rooskleurig, al stapte men met schwung luchtig over wat obstakels heen. Het had bij mij wel de voelhorens op scherp gezet en alert kwam ik de radiotherapieruimte binnen. Rijen witte gordijnen omsloten compartimenten waar niemand te bekennen was, nadat ik de veilige ruimte met slot op de deur verwisseld had voor het ongewisse. Alle kledingstukken met metalen ritsen en dergelijke had ik achtergelaten. Als een kleine Alice in het zwart liep ik door de wondere wereld van radiostilte voor de storm.

Twee infusen staken in mijn armen en trotseerden de blauwe rechterarm van weleer. Zonder problemen had de prikvorst twee goed bruikbare aderen gevonden en de afleiding in een geanimeerd gesprek over de wijkverpleging in Rotterdam, waar hij 19 jaar gewerkt had. Zijn Rotterdams accent onderstreepte zijn avontuur en zalfde de pijn weg. Wat een meester van de naald.

Na dat eerste avontuur werd de gang troostelozer en troostelozer doordat er een spoedje binnen was gekomen en mijn beurt ruim drie kwartier opschoof. Mijn zussen, heldinnen van het eerste uur, kwamen afleiden met visionaire blik en voldoende fantasie om de tenniswedstrijd aan komende en gaande passanten te verslaan. Schuddebuikend lachten we de spanning weg. Een half uurtje ongeveer beloofde de broeder die me kwam halen. Aan de kleine Alice werd echter meegedeeld dat ze voor een uur vergrendeld werd in het grote niets. ‘Bent u daar al eens geweest’. Ontkenningsfase, maar bij de eerste decibellen die de tinnitus luid overschreden, wist ik dat ik ooit een onschuldig handgewricht had laten onderzoeken.

003Wachten

Iedereen doet het liefst de ogen dicht, radiosterkte op mijn oren en bij tijd en wijle de zachte stem van de radioloog door de negentiger jaren hits heen. Ingesnoerd, beplakt en gezakt(een plastic harnas op de borst), werd ik als een rolmops, als een uit de kluiten gewassen slavink, de magneet ingerold. Wonderwel bleef alles op haar plek en vloog mijn plaatje niet tegen de wand op. Daar begon de hel en het vagevuur afwisselend hun wrede spel . Adem in, adem uit, vasthouden, afwisselend met een overschrijdende 100 decibellen als gakkende ganzen in een staccato patroon. ‘Gaaak, gaaaak’, 17 tellen gemiddeld de adem inhouden is Topsport voor een COPDer, een wereldprestatie. Als lauwerkrans kreeg ik er nog een medicijn ingespoten die zuurstof op alle fronten weg sluisde. Even stond mijn hart stil, maar onverbiddelijk werd ik de buis weer ingeschoven. Adem in, uit, vasthouden. Mag deze beker aan mij voorbij gaan.

004wachten

Aan het eind nauwelijks aandacht, het was al laat. Er zaten nog drie wachtenden op de gang. De zussen hadden geklokt. Ruim anderhalf uur weg gebeten uit de herinnering in een vacuum van niets. Volgende week het resultaat. Tot zolang: Doorgaan met ademhalen. Adem in , adem uit.

Uncategorized

Ingenieuze doeltreffendheid

Gisteren in de vroege avond was er een uitzending, waar ik ontzettend van genoot en waar eigenlijk, in mijn optiek, maar weinig aandacht voor geweest is. Het was de uitzending Groeten uit Holland van de regisseur Jalal Bouzamour en als ik ‘Uitzending gemist’ opzoek om de juiste titel te achterhalen blijkt er al twee weken lang elke dag een aflevering te zijn geweest.

Groeten Uit Holland - Muziek

Het draait om vijf, eerste generatie, Marokkaanse vrouwen, die al jaren in Nederland wonen en tientallen levensvragen en vooroordelen onder de loep nemen. Ik viel midden in een discussie over het feit of je kinderen moet belasten met het ouder worden of niet. Prachtig om te zien hoe de diep gewortelde cultuur in de knoop dreigt te komen met de modernere westerse opvattingen van tegenwoordig. Sommige vrouwen vinden het onzin om je zoon te belasten met hun oude moeder terwijl anderen het niet meer dan de normaalste zaak van de wereld vinden, want wie heeft hen tot aan hun 26 ste gepamperd en gekoesterd. Voort wat hoort wat.

De bejaarden en verpleegtehuizen worden vernietigend verworpen, tot Habiba met de oplossing komt. Ze gaan een kijkje nemen in een verpleegtehuis, om met eigen ogen te aanschouwen hoe het er aan toe gaat. Het wordt een groot succes. De vrouwen nemen de taken van het verplegend personeel over, maken intieme praatjes met de bewoners zelf en komen tot de slotsom, dat het nog niet zo gek is, om als je vergeetachtig oud wordt op deze manier verzorgd te worden, anderen zijn er stil van.

015Mijn glansrol als bejaarde: To

Ooit had ik een discussie met mijn zoon. ‘Als je oud bent ga je naar een bejaardentehuis’. Hij zat vol puberale stellige meningen en ventileerde die met jeugdige overmoed en een elan alsof er een nieuwe waarheid was opgestaan. ‘Hallo, mag het lijdend voorwerp daar zelf ook nog iets over te vertellen hebben’, bracht ik in als verweer. Het leek hem evident dat je de weg des levens moest volgen en dat was jong, oud, ouder, bejaardentehuis of verpleegtehuis. Handig en praktisch. Geen last meer van eigen- en niet tot last voor anderen met je vermeende kwalen. Ik haalde diep adem en scherpte het verzet aan.

Je moest van goede huize komen om zoonlief, de redenaar, omver te kletsen. Mijn jarenlange gang als nachtzuster in verpleeg- en bejaardentehuizen telden nauwelijks mee, want die lagen ver voor zijn tijd. Het argument dat het er niet gezellig zou zijn, dat het het lange wachten werd op de dood, werden luchtigjes weggewuifd. Wachten deed je toch en dan had je tenminste nog een natje en een droogje.

Met de belevenissen van de heer Groen had ik meer troeven in handen gehad om hem om de oren te slaan. De rebelse levenswandel van de in petit comité opgerichte weerbare bejaardenclub was zalvend voor de zelfstandige ziel en olie op de golven van de betweterige regelnicht van een directrice. De opstandige levenshouding van de jonge ouderen, de bon vivants, de bourgondiërs, waren een weldaad voor de verkrampte zielen. Helaas zijn het er op een heel bejaardentehuis steevast niet genoeg om een dergelijke levenslustigheid te stimuleren. Het verzandt vaker in het vermaak van hogerhand, de themadagen, het troosteloze vlaggen wuiven om een andere cultuur beter te leren kennen, het blijven steken in Tempo doeloe, wuivende Hibiscus en saté babi op het bord, terwijl op het podium de gamelan klinkt.

De Marokkaanse groep bracht in een oogwenk meer cultuur van binnenuit dan een themadag ooit zou bezegelen en het mes sneed overduidelijk aan twee kanten. Ik genoot van de open instelling van de dames, de onbevangen en nieuwsgierige blik. Nu ze er toch waren dan graag het naadje van de kous, hoorde ik ze denken. Meer van dergelijke heerlijke blikverruimende televisie waar vooroordelen ter plekke worden geslecht. Ik duik twee weken onder. Wat een ingenieuze doeltreffendheid.

Uncategorized

Opgelucht ademhalen

Wat doe je als de dagen zich lengen door kabbelend voorbij te trekken, van bed naar keuken, van keuken naar zolder, van zolder naar bank. Beelden op de televisie schieten met Australische toekomstige keukenmasters voorbij, waar de concentratie droog valt en te kort schiet en dikke bundels leesvoer dicht blijven. Visite is afleiding, maar ook daar dikt de informatiekraan langzaam in. Het denken draait rond en wentelt zich om een klein aspect, eigenlijk de moeite niet waard in het dagelijks leven. Het krijgt het voordeel van vermeend belang.

Baltimore. De letters springen op uit het blad dat voor me ligt en de eindeloze lange lanterfanttijd trekt me het verleden in. Baltimore.

We rijden van Washington vandaan in de oude barrel van een vriend. De weg slingert zich als een parmantige Highway en doorsnijdt het landschap dat in razend tempo voorbij trekt. Met argusogen spied ik naar witte busjes, waar eventuele een loslopende ‘sniper’ het leven van mijn kinderen zuur maakt, nu hun moeder in de onmiddellijke nabijheid is van deze dood en verderf zaaiende wilde schutter. Vriend kreeg de opdracht mee toch vooral niet te stoppen bij benzinestations.

American Visionary Arts Museum, Baltimore (ca. 2005).jpgHet museum

Als eerste doen we het museum The Americain Visionary Art Museum aan, waar mensen in hun wanhoop de hele ziel en zaligheid binnenstebuiten hebben gekeerd, handen en voeten wisten te geven aan hun verslaving, hun geestelijke trektochten door het leven, hun onvermogen of de onwil  tot een genormaliseerd bestaan. De auto buiten trekt met zijn honderden kleine opgeplakte objecten: Barbies, autootjes, bierdoppen en kurken, een bonte verzameling van wat ooit diende als verwerkingsmateriaal van het leven.  Ze baart verwondering en aanzien om de moed van dit opgebouwde verzamelde bestaan. Uren van gekte en nauwkeurige concentratie, contemplatie en toewijding gingen er aan vooraf. Een statement waar het een doorgeschoten en overgestructureerde maatschappij betrof. De cannabis had een psychedelisch rookgordijn opgetrokken en hing zwaar tegen het argeloze gemoed van de voorbijganger. Luguber waren de doodshoofden, de met bloed besmeurde messen in kale schedels, de wanhoopskreten van de verslaving in hun onmachtig zijn.

023

Bij het verlaten van het pand, de steek voor steek genaaide jas, het monnikenwerk van een tijdvreter nog op het netvlies, verblindde het zonlicht, dat schitterde op de vol geplakte oldtimer met zijn zoevende vleugels, de blikken op de buitenwereld. Spoorslags naar het winkelcentrum, een koffiebar compleet met toog en neon, nepleren, ‘skaaaai’, krukken met hun bolle zittingen, en een barkeeper, eerst glazen wrijvende theedoek in de handen, nu met de grote voorlopers van de Starbucks, net geen echte koffie, maar veel en warm. Ik keek mijn ogen uit. Het verlaten plein met hippiewinkeltjes, de sporen uit de glorietijd van lang geleden. Verweerde koppen, rinkelende armbanden, opzichtige ringen aan de handen en een verschoten lint over het voorhoofd heen. Peace man, waarom komt Paul van Vliet zijn act er altijd doorheen schitteren. Een tijdloze aanduiding voor het relaxte Zenbestaan lang voordat mindfulness haar intrede had gedaan.

Daarachter de huizen in hun Hollandse vriendelijkheid. Rustiek, kneuterig, behapbaar en de vintage winkels met kleding en eindeloze mogelijkheden tot dwalen tussen het verleden door, herkenbaar en toch ook weer niet. De vijftiger jaren films, het Amerikaanse platteland, tastbaar onder handbereik. Op de terugweg hoorden we dat de Sniper was gepakt met toeters en bellen. Op een steenworp afstand van het  museum op het moment dat we ons laafden aan de grillige uitingen van de menselijke geest.

De kinderen konden weer opgelucht ademhalen.

Uncategorized

Des duivels oorkussen

Het was een onbekend straatbeeld, maar toch kwam het me vertrouwd voor. De smalle straat met de hoge huizen aan weerskanten waren een Amsterdam waardig. Oude voorname patriciërshuizen of schreeuwende pakhuizen met hun katrollen en haken,  waar de haven lang geleden uit weggetrokken was en de armoede had plaatsgemaakt voor ‘yuppengeweld in drie verdiepingen’, een gedicht waardig.

Mickey Mouse.pngMickey Mouse

De aanblik oogt voornaam met koperen handklop op eiken deuren en hun goudgele communicatiemonden afwachtend, nu nog dicht geklept. Door een van hen stap ik mijn droomwereld binnen van hoge lange granieten gangen met opdruk in een voornaam motief en gepleisterde muren langs trappen tot in de nok. Hoog is voornaam. Hal is voornaam. Bij elke stap over de met pluchen rood beklede trappen en koperen roeden zakt mijn eigenwaarde tot het nulpunt om de status die nooit de mijne is geworden. Aarzelend open ik een van de deuren in het voorportaal op de eerste verdieping en kom  terecht in een enorme balzaal die in drieën is verdeeld. Een gangvormig middenstuk tot borsthoogte, die beide andere enorme ruimtes van elkaar scheidt. Ik zie in een van hen de vleugel en de man op de bank met zijn krant, niet lui achterover, maar alert en gewiekst op de punt van zijn zetel. De pendule tikt oorverdovend en op de maat slaat een Mickey Mouse zijn Amerikaanse burgerschap mee, links, rechts, links, rechts met een grijns die eerder past bij de joker dan bij een lieflijke Disney animatie. Ik wil daar zijn, ook zo wonen, maar ook weer niet…Iets klopt er niet.

De buitenkantThe MET.

Dan ben ik buiten . Hoe licht verplaatst de droom het stoffelijke onstoffelijke en sta ik midden in een drukke winkelstraat. Om me heen raast het verkeer en ik zoek markers en peilpunten, waar ik me aan vast kan klampen als ik het hoge herenhuis terug zou willen vinden. Het grote gebouw aan de overkant is toereikend, want het oogt als het Metropolitan Museum in New York zonder de wimpels met de zelfde indrukwekkende entree, de talloze treden naar een bordes en zuilen tot in de hemel. Dan roept de stad achter mij en draai ik me om. De straten die nergens toe leiden, als ik wakker word. Pluis aan mijn voeten opgekruld in de warmte van de lome slaap.

Het is lang geleden dat een droom bleef hangen en terug te halen valt met beelden die beklijven en ik ben verbaasd om bijvoorbeeld de enorme en voorname kamer zo letterlijk tot in de details, voorbij te zien trekken met voorwerpen die ik mijn leven lang nog niet gezien heb, of misschien in films, boeken en mijn eigen diep weggestopte voorstellingsvermogen bij elkaar gesprokkeld heb en die zich nu in een compleet beeld afwikkelen.

Hopper: Nighthawks (1942)

Hopperiaanse inkijk in het leven van een onbekende, schaamteloos, het neonlicht vervangen door jugendstil schemerlampen, maar even onbevangen en nieuwsgierig, met de zweem van afgunst die er bij hoort. Het zorgt ervoor dat de nacht in twee stukken breekt en eer ik de draad der zalige onwetenden weer heb opgepakt zijn er nieuwe uren stuk geslagen in het eindeloze niets. Schapen tellen, nee, zegeningen en vooruitkijken. Verbazingwekkend hoe de tijd snelt als ledigheid des duivels oorkussen is.

Uncategorized

Vroeger was zo gek nog niet

Ik slik de pillen een voor een en lispel namen als een bezwering, Priesteres der gezondheid, al lag ik bijkans, volgens de bijsluiters met hun waarschuwende ondertoon, zieltogend in de goot. Zover komt het niet, want lijf omarmt de Pantoprazol, de Ticagrelor, de Lisinopril, de Bisoprol en de Carbasalaatcalciumcocktail elke ochtend met in de avond nog een toetje atorvastatine. Maar dan mag ik ook alles, alles wat God verboden heeft, eten en doen behalve roken en slechts matig alcoholgebruik. Een tien met een griffel en een zoen van de dokter voor mijn gehoorzaamheid.

Een hypocriete Cixi (keizerin)

Oude vriend fulmineert zwaar over lieve broer die zojuist onder eigenwijze eigenzinnigheid zijn hoge bloeddruk heeft bestreden met druppels zalvende olie in plaats van het chemisch kastijden van het vege lijf. Door mijn hele chemische huishouding van dit moment die, samen met de Seravent, de Spiriva en de Alvesco mijn hart en longen in bedwang houdt, barst het groot verzet tegen de hypocrisie van deze oude vriend. ‘Steek je hand in eigen boezem’, protesteert heel mijn gemoed en laakt zijn denkwijze. ‘Kijk naar je rook en drinkgelag. Je stopt bloeddrukverlagers aan de ene kant erin en rookt ze op in een vrijbrief voor het leven. Hou toch op met het witwassen van oude ingesleten gewoonten die ronduit slecht zijn, soms wel lekker, maar vaker meer kapot maken dan je lief is. Of kies er voor en zeur niet.’

308.JPG

In zijn hoofd lekt Broer zijn strijd tegen de mallemolen aan chemisch pillengeweld. Ik volg het zweven en zijn waarheid in zijn beredenering en geef hem deels gelijk. Het gemak waarmee de Ibuprofennen en de Paracetamollen om ieders oren vliegen ten einde het kwade met het kwade te bestrijden. Het vege lijf kreunt onder het grof geweld, maar er is hoop. Er zijn antilichamen tegen de bijwerkingen, dit geeft de burger ijdele moed. Het verschaft de hardleerse gebruiker een veilige ontsnappingsclausule. De luchtballon waarin een wens besloten ligt. Alle ondeugden van het leven voor de belijder en de pil als tegendraadse opheffer van het kwaad.

Waarom wordt ik zo boos. Het verdict is nabij. Is het mijn schuld dat ik long en hartlijder ben? Mijn pakjaren in het duistere verleden tellen zwaar. Was dichtslibben te voorkomen geweest? Matig eter, sporter, beweger, bevlogen mens. Dat aneurysma dan, dat fataal zijn vleugels spreidde in het hoofd van de arme broer. Had een bloeddrukverlager daar meer goed gedaan dan zijn zalvende pilletjes goedmoedigheid. Ik geloof het nooit. Vroeger vierde de laconieke constatering hoogtij. ‘Als het je tijd is, dan ga je’.

Nu hartkwalen in rook op mogen blijven gaan, omdat er een medisch pillenpact tegenover wordt gebouwd, die de roker, de eter en de drinker vrijbrieven geven om zichzelf te gronde te richten en te blijven foeteren op mensen die op gezonde manieren trachten dood te gaan, voel ik me geroepen om terug te bijten. Hou op met elkaar te beschuldigen. Leef je leven en ga dood zoals je zelf het liefste wilt of verkiest, omdat je het leven wilt leven zoals het komt. Laat ieder in zijn of haar waarde. Stop elk hypocriet en bezwerend vingertje maar diep in de zakken, want ‘Hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen’. Vroeger was zo gek nog niet!