Uncategorized

De bakermat van een gevuld leven

Al een dag lang ben ik aan het sprokkelen. Geen houtjes voor een open haard op de winterdag, want daar brandt de CV niet op, maar gedachten. Specifieker, gedachten over mijn natuurbeleving van ooit, later en nu. Het is in opdracht voor een te schrijven verhaal en ik wil graven, omdat de oorsprong bij ‘lang geleden’ ligt.

in de tuin

Natuur, de dichtstbijzijnde was de postzegeltuin in de Amandelstraat met haar kartelranden van schuin omhoogstekende bakstenen De perenboom was het grote ijkpunt, maar ook de forsythia deed een belangrijke duit in het zakje, naast de gouden regen van de buurvrouw, die -en nu daalden de stemmen van de onheilsbrengers in een amechtig fluisteren-eigenlijk giftig bleek te zijn voor kinderen. In mijn ongebreidelde fantasie gingen kinderen bij bosjes dood als ze het hek van de buuf over zouden klimmen, maar als ik met Elly ging spelen, bleef elke ramp uit, al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat dat niet heel vaak in die achtertuin was. Ik had zelf eraan vastgeknoopt, dat het alleen gevaarlijk was als ze opgetogen stond te pronken met haar prachtige bloementooi en ze haar gouden bloemen regende.

De perenboom was zachter en luidde al vroeg het voorjaar in met haar witte zee aan bloemen, maar de forsythia won. In mijn beleving waren alle winters zo streng als die van 1963, met ijsbloemen op de ruiten en een wasemrondje op de ruit om doorheen te kijken, winterhanden en tenen, krakend witte staketsels in de tuin, en de zwarte buikkachel roodgloeiend. Roodborstjes tikten tegen het raam en keizer Karel droeg een muts. Friese doorlopers lagen in de bijkeuken of hingen aan hun oranjebruine veters tegen de muur. Winter bestond uit met kranten volgepropte plusfours en broeken onder de terlenka rokken. De wereld verengde zich tot gebreide borstrokken en geitenwol. Als de forsythia met haar gele bloemen door de kou heen wist te piepen, wisten we dat het klaar was met koning winter. De dagen lengden, de zon kreeg betekenis en de tuin ontdooide.  Dat moet mijn allereerste beleving zijn geweest met moeder natuur.

bij

Het kan niet anders dan aarde te verbinden met de gedachtenis aan mijn moeder. Zij was de regentesse van ons minilandgoed, een boom, een struik en wat onbestendig bloeiend groen als prikneuzen, papavers en vergeet-mij-nieten, paradijs van de vlinders en bijen. De hoge bomen achter de schutting hoorden bij de nog hogere flat van de Oude Noord en brachten vogelkennis en vleermuizen, omdat ze de merels herbergde, de lijster, spreeuw en vink. De scheefgezakte tegels in de tuin waren het domein van de kevertjes, de pieren, de mieren, de muis en soms rat. De schoenendozen met de katoenen zakdoeken waren het asiel voor de verweesde mussen en de roodborstjes, een kreupele eend en zelfs een kraai en de hele dag speelden we Ernst Jan en Snabbeltje naar het gelijknamige boek van Jaap ter Haar.

Toen het territorium zich mocht uitbreiden was er het landje, aan het eind van de poort, met ingenieuze hobbels en butsen, schuumpaadjes en ongewisse struiken, die maar karig groeiden. Daar crosten we op de driewieler doorheen met onze hele ziel en zaligheid als volleerde BMX-rijders avant la lettre. Bij het nog ouder worden deed de greppel van het slachthuis aan de overkant van de grote weg dapper mee. Daar haalde ik de eerste oorlogstrofeeën als een ontwrichte schouder en een gekneusde enkel door het over de kop slaan met mijn ‘venavidifietsie’.

Een groepje schrijvertjes op het water.Schrijverkes: foto Wiki

De wereld lag op straat. Bij het verkennen van de wijk, hoorde de sloot langs de Thorbeckelaan aan de grens van het DOS veld. Op de buik tijdens de lome zomerdagen tuurden we in het groenbruine slootwater naar kikkers en padden, bliekies en voorntjes, watervlooien, salamanders en schrijverkes, die ik kende uit de gedichtenbundel van mijn moeder. ‘O krinkelend winkelend waterding’. Waar Guido Gezelle die winkels vandaan haalde was me een raadsel, maar ik zag ze wel en dat winklen ‘scherpe bochten nemen’ was,  leerde ik pas veel later.

Het is nooit meer overgegaan. Kleine natuur, een handvol, de kiem voor een natuurbeleving, rijkdom tot in lengte der dagen, de bakermat van een gevuld leven.

2 thoughts on “De bakermat van een gevuld leven

Comments are closed.