Uncategorized

Meer dankbaarheid

Wat kunnen leefwerelden verschillen. Gisteren keek ik, met stijgend ontzag voor de makers,naar het beeldend verslag van een rondreis door het Hart van China. Stijgend omdat het indringen met het nodige respect gebeurde. Op rondreis gaan door een land en je de taal vloeiend eigen weten is een meerwaarde, die zich uittekent in genegenheid en ontvankelijkheid.

Ruben Terlou (2018).jpgRuben Terlou

De wat puberlange stuntelige gestalte van de reporter groeide, werd breder, kreeg schouders en een fundament om op te staan. Zijn bravoure en voorzichtige gedurfdheid tekende waarde toe aan regels en normen. Aan de andere kant werd de schrijnende kaalheid van een bestaan om gras duidelijk. Waar hebben wij het over, hier in het westen, met alle snuisterijen van dien, als het gaat om bestaan opbouwen en overleven. Nergens ter wereld had ik zo’n kaal bestaan gedacht en leven. Mijn voorstellingsvermogen was tot nu toe eenvoudigweg te klein, om mij een dergelijk verblijf voor te stellen. Dat in gebreke blijven tekent eens te meer de armoede in de overvloedige luxe van onze westerse hoorn des overvloeds.

Dessing bij de Europese première van het Cirque du Soleil in Amsterdam (oktober 2010)Floortje Dessing

Waar ik Ruben Terlou eerst nog een w en een verwantschap met de schrijver jan toedichtte, moest ik al snel constateren dat hij los van dat alles, een eigen beeld ging vormen in mijn hoofd. De prachtige bronzen Chinese taal die hij sprak, moeiteloos naar het scheen, verhief hem tot een eerste graad. Hier was iemand bezig met liefde voor het land, de taal, de cultuur van haar bewoners. Hier was sprake van een heilig tegemoet treden en geen heiligschennis als zo vaak. Hij steeg met dezelfde vaart tot op grote hoogte in een lijn met Floortje Dessing. Twee dergelijke zielsverslaggevers rijk is mijn informantenhemel gezegend.

Geen notoire zieltjeswinners, geen hervormers. De wereld leren kennen zoals ze zich voordoet. Niet  meer of niet minder. Een leven met worstelaars en paarden, ogenschijnlijke mannelijke competitie en de vrouw als scepter zwaaiende koningin in het huishouden. Ik zou Ruben willen vragen of en welke gedachte hem doorsneed, toen hij de vrouw bij de mijnen en de man met de motorfiets ontmoette, waarbij alles wat ooit tot een zinvol bestaan werd gerekend afgebrokkeld bleek te zijn. Grond, die geen bestaansrecht heeft omdat het gevuld is met lucht en lege holtes van moeder aarde. Verschrompelde organen en opgeworpen bergen, die als protheses het eens zo vlakke land doorsnijden.

Het volk der ruiters, aan emotie onderhevig en daarmee los van elk cachet, je kan het hebben zoals je het krijgen wil, ‘Val dood, met je vragen’ hoor ik ze denken tussen de summiere opmerkingen door.  Milder, maar met dezelfde niet misverstane intonatie: ‘Idioot’. Dat heet een eerlijke reportage. een waarachtig beeld. geen zoetgevooisde onwerkelijkheid.

Don Quichot, zoals afgebeeld op een boekillustratie uit 1863, van de hand van Gustave DoréDon Quichot, 1863Gustave Doré

Beduusd en gretig ontvang ik op mijn bank met mandarijn en koffie, kussens in mijn rug de poes op schoot, het dorre land waar voor elke grasspriet gestreden dient te worden.  Niet alleen van hoger hand, Gods wegen zijn evenals Goddeloze wegen ondoorgrondelijk, maar ook nog eens vanuit de overheid gestuurd. De wildgroei van mijnen en windmolens, een Don Quichotten op exorbitant hoog niveau, een vechten tegen de bierkaai. En in de luxe van het bestaan vraag ik me af wat de meerwaarde is van een leven in een steppe zonder de oorspronkelijke Nomadentrek, maar de Yurt vast gesjort in cement en een aangewezen plek. De vrijheid beknot en bezoedeld, een vrij leven gevangen gezet. Meer Ruben, meer info, meer dankbaarheid voor onze eigen luxe.

Uncategorized

Een statement

De ochtendrust, ze kust het dorp tot ontwaken en ik adem zuivere benzinevrije lucht. Was vergeten hoe puur dat was. De stilte als omlijsting en de vredige aanblik van de huisjes aan de sluis. Heet het sluis of poort. Het is een woord maar een wereld van verschil. Brugwachtershuisjes besluit ik en daarmee is hun functie verteld. Ze sluizen de brug open en dicht voor het verkeer, maar als ik zoek op naam valt het in het water. Ze blijken toch Koninginnesluis te heten naar de eerste sluis vooraan en pas later volgt de brug. What’s in a name en waar kan je zoal mee bezig zijn ter voorbereiding op het afscheid van een goede oude getrouwe stem uit het verleden. Nooit meer te horen hoe hij informeert naar ziel en zaligheid stemt melancholiek. Toch is er vrede mee tot jongste zoon breekt in zijn stem bij afscheid van zijn vader Ben.

Portret, waarschijnlijk door Thérèse Schwartze.Herman Gorter

Dat is te vroeg verhaald. Ik loop nog op de brug aan de arm van dochterlief, die ondersteunt en, meer dan dat, de stut is van het weke hart. De start van het nieuwe jaar was heftiger dan ooit, maar altijd weer komt de Mei en Gorter boven drijven. ‘Een nieuwe lente, een nieuw geluid.’ En put moed. Het lijden verlost, want wat als een tikkende bom in een hoofd zat als inoperabele onzekerheid, die afhankelijkheid en gebondenheid ten toon spreidde, bleek zwaarder te dragen dan verwacht en leven te smoren in eenzame gram.

Voetstappen klinken onder het ouderwets gebeier van de klokken die, als een ster van Bethelehem, de weg plaveien naar de ingang toe. De deur straalt kieren licht als het zware eikenhout wijkt. Binnen is de oudste broer. Sinds de generatie verschoven is en wij de oudjes zijn voor de jeugd, is hij de Pater Familias, die zich kwijt van de taak om mensen ook in verdriet welkom te heten. De banken stromen vol terwijl boven de hoofden het rood van glas in lood uitbundig warmte verspreidt.

Wij schuiven naarstig aan in de laatste bank, naast de middenbeuk. De eerste plek met uitzicht op het altaar, waar straks de baar met Ben zal staan en ik mag mijmeren over vermeende rood en grijze krullen, door het witte doek aan het oog ontrokken. Vanuit de vervreemdende leegte in mijn hoofd vult zich het beeld van vroeger en nu, als ik oude koppen plak op de jeugdige Homburggangers van toen en de vrienden door de jaren heen. Gegroefd, maar onmiskenbaar. De muur van zwart, de grijsgetopte bergen zorgen voor een onoverbrugbare afstand tussen mij en de familie, maar de blik, het herkennen, de knipoog, een glimlach zijn afdoende om die te slechten. Ieder trekt zich terug in een eigen relatie met hem, die nu vanuit eenzame hoogte, omringd door broers en zussen, de eerste op de rij, zijn afscheid neemt. Sober, simpel, de houten plank, het linnen, de kaarsen en het rood. Meer is niet nodig voor de dood.

Na afloop tranen van vermoeide emotie en de onvermijdelijke vraag van dochterlief, nu zo dichtbij een afscheid is. Hoe dan wil jij. Ik denk na. Geen muren, maar een zachte kring. Ontmoeten in de enige zin van het woord. Niet afgeschermd zijn, maar er nog midden in staan en mijn liedjes door de jaren heen. Een tafel vol met hapjes, wijn en lekkernij, verboden vruchten, maar de sjeu van het leven. Een woordje hier en daar, een anekdote, een herinnering. Loudon Wainwright door de luidspreker, ‘Mother likes the white wine’ en gelach door tranen heen. Nou zo dus en begraven onder een boom. Goed om bij stil te staan.

Als we thuis zijn valt de leegte op, heel even maar. Tot Pluis de aandacht trekt en gekke bokkensprongen maakt. Een levend statue. Ben is bijgezet in de galerij der herinneringen, maar Pluis is van het nu. Het leven gaat door, snort ze en zet een statement neer.

Uncategorized

Niet meer en niet minder

Gisteren kwam de film ‘Still Alice’ voorbij. Een ontroerend verslag over een vrouw, die aan vroege Alzheimer leidt. Ze is wetenschapper en geeft hoorcolleges en als in een van de eerste scenes daarin een hiaat valt, is er een schrijnend statement gezet. Vanaf dat moment vallen er gaten in het geheugen van Alice en raakt ze zichzelf stukje bij beetje kwijt. Het hele verhaal is gebaseerd op de boeken van Lisa Genovesa, een neurowetenschapper. Haar karakters in haar boeken leiden allen aan bepaalde hersenaandoeningen, zoals buiten de Alzheimer, autisme en de ziekte van Huntington.

Het valt me altijd op, dat zolang iets, wat niet binnen de reikwijdte van de mens ligt, niet bestaat. Aan de ene kant is dat goed, want je kan niet als Atlas de wereld op je schouders nemen en al het leed torsen. Aan de andere kant is de bewustwording van de kwetsbaarheid in datzelfde bestaan een groot goed. Rijkdom en geluk krijgen een diepere betekenis als dergelijk leed haar poorten heeft geopend.

Still Alice - Movie Poster.jpg

De film zelf speelt rechtstreeks op het gemoed. Een intelligente jonge Amerikaanse vrouw met de ‘doorsnee’ gemoedelijke levenswandel voelt zich afbrokkelen onder geheugenverlies. Dat uit elkaar vallen hakt erin. Zomaar ineens de weg kwijt zijn en het na minuten radeloosheid plotseling weer herkennen, colleges geven en stilvallen bij de uitleg over een bepaald verschijnsel, waarbij de oorverdovende stilte leegte wordt en tegen de collegebanken opklimt. Het verlies van het tijdsbegrip, een maand de telefoon kwijt zijn en dat deduceren tot een avond, zijn stuk voor stuk schrijnende ervaringen, waarbij de ontvanger de pijn in een zelfde hoedanigheid ervaart.

Kwetsbaar zijn, verliezen wat zorgvuldig is opgebouwd, het eerste onbegrip en later het medeleven dat te snel omslaat in medelijden en de afhankelijkheid zijn de pijnpunten, die we meevoelen tot in het diepst van onze eigen onafhankelijkheid.

HPIM0598.JPGDoor Tubantia – Eigen werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=1839483

Op de afdeling Neurologie in het academisch ziekenhuis in Leiden maakte ik tijdens mijn stageperiode voor het eerst kennis met de onvolkomenheden van de geest. Daarvoor had ik nooit stil gestaan bij het feit dat ‘van je hoofd af raken’ tot de waarachtige mogelijkheden behoorde. Een van de meest indringende ervaringen was een jonge man, die uit zijn glazenwassersbakje op zijn hoofd terecht was gekomen en daar een flink geheugenverlies aan had over gehouden. Zijn boomlengte weerspiegelde zich in de orde van grootte aan het verlies, dat zich navenant openbaarde en schrijnend pijnlijk zichtbaar werd. Een hulpeloze baby in het lijf van een jonge god.

Herman van Hoogdalem

Een andere confrontatie vond plaats in het verpleegtehuis, een paar jaar daarvoor, met lieve doorschijnende bejaarde vrouwen. Het waren in mijn beleving vooral vrouwen, die hun tere breekbaarheid manifesteerden in een mate van warrigheid, zoals de zilveren krullen op hun hoofd rond dartelden, een stralenkrans van ongecontroleerde eigenzinnigheid. Nog zie ik in de verstilde hoge en lange gang van het gebouw haar zitten, terwijl ze minzaam haar eigen keuteltjes schikte in de pantoffel op de gladgestreken zakdoek. Het schoof dwars door alle ratio heen mijn hele ziel en zaligheid binnen. Afdalen naar een andere dimensie waar geen ander mens meer kan volgen is een eenzame tocht naar de oorsprong van het bestaan, het vegetatieve leven, zonder te beseffen, zonder te voelen, zonder te weten dat het tijdruim niet langer dezelfde is als die van je omgeving.

Met hersenschimmen en later de verhalen over moeders die de weg kwijt zijn, blijft het een actueel en schrijnend gegeven, waar wel steeds meer bestaansrecht voor wordt ingeruimd, waardoor de gaten verankerd worden in allerlei vormen van leven. De sleetse stofmantel verdient op alle fronten stopnaald en maaspaddestoel, om het geheugen te dichten en hiaten een andere weg te gunnen om te kunnen zijn. Niet meer en niet minder.

 

 

Uncategorized

Een nieuwe wereld

‘Voorlezen helpt’, twittert een van mijn Goeroe’s der kinderboeken, Guus Kuijer, ‘Bij kinderen en volwassenen. Voorlezen doet lezen’. Hij heeft gelijk. Als er, als kind, ergens deuren open gaan, is het bij een nieuw en knispervers verhaal of een spannend vervolg van een boek. Stilte wordt voelbaar zodra een sonore stem die doorsnijdt en de beelden zich aan elkaar voegen als de spreekwoordelijke wolkjes boven de verteller. Er zijn meestervertellers bij, zoals Niels Brandaan en Joris van Lehr. Ze maken van vertellingen meer dan een verhaal. Ze vullen het aan met beelden, die slechts de indruk wekken van een sfeer of handeling. Ze voeren de illusie op als wezenlijk onderdeel van de vertelling. Personages switchen met behulp van een zwart plakbandje als snor onder een neus geplakt of een sjaaltje om het hoofd gewikkeld.

De vele typetjes, niet die uitgesproken schreeuwerige van onder andere Tineke Schouten, maar de subtiele, kom je overal om je heen tegen. In de winkel bij een bestelling van het brood of in de wachtkamer van de dierenarts, bij de kapper, de bloemist, de gerenommeerde modezaak, in een lange rit met trein of tram. Overal signaleer en filter ik  automatisch de stemmen, het type en de houding eruit en stop ze achter een deur in de galerij van de verbeelding, die ik door de jaren heen heb aangelegd en die ik tevoorschijn kan toveren op elk gewenst moment, dat ze zich aandienen.

Misschien ben ik daarom ook zo gek op de verhalen van Toon Tellegen en Max Velthuijs. In elk van hun dieren filter ik moeiteloos de mens, zoals ze bedoeld zijn. De neuzelaar, de betweter, de opschepper, de wijsneus, de grapjas. Allen komen rijkelijk en uitgebreid aan bod en bij elk van hen vormt zich onmiddellijk de stem en het beeld, onlosmakelijk verbonden.

Max Velthuijs

Bij de avond van mevrouw Sprokkelhorst in de decembermaand mag ik elk jaar even los. Dit keer waren we, net als het jaar ervoor, samen. Vriendin vertelde en speelde kikker en mijn stem boog zich met verve over vier van de vijf typetjes. Kikker en de vreemdeling riep dat op. Het verhaal was een actueel gegeven, die we hier en daar wel wat positiever, neer moesten zetten naar de maatstaf van de tijd. Rat was de vreemdeling. Rat is in zijn originele bestaan ook een miskend en verguisd dier. Niemand houdt van rat, terwijl wij hier thuis toch hele aangename en schrandere ratten gehad hadden. Ik hoef maar aan Zjoerd te denken en mijn hart loopt vol van die lieve goeie betrouwbare en liefdevolle rat. Ze deed niet onder voor poes of hond.  Ze spreidde al haar vriendschap als een lief en levend bontje om de dunne nekjes van de dochters en snuffelde de zoute tranen van de wangen bij ontroostbaar verdriet. Rat kon in ons gezin niet meer stuk. Ze ligt begraven onder de fruitbomen van de oude tuin en het is lange tijd een plek van eerbied en bezinning geweest.

In het verhaal van Max Velthuijs was rat de Einzelganger met een gouden hart, die onbaatzuchtig mensen hielp, pienter was en slim, een kunstenaar in het handelen, een creatieve geest en een helper in nood. Maar de vooroordelen vooraf van achterdochtige varkentje, lispelende meeloper eend  waren dodelijk voor de beeldvorming van de vreemdkomer. De clichés en de vermeende karaktereigenschappen van onze beeldvorming naar vluchtelingen of naar zigeuners toe, dienden zich in alle heftigheid aan in die paar niet mis te verstane opmerkingen. Het gesneer vierde hoogtij en daarmee de kortzichtigheid. In die zin is het hele verhaal een meesterstuk. Uiteindelijk kwam het goed, toen de tijd er over heen wandelde en er de scherpe kanten af sleet. De acties, die buren betrof of ten goede kwamen aan de gemeenschap, smeedden langzaam een basis voor de erkenning.

sprokkelhorst

Voorlezen maakt dat er een stilte valt na het verhaal waarin je even tot overpeinzen komt. Het plakt beelden op wat het los woelt en port zinnen waar al je vaststaande vermeende kennis aan hangt. Voorlezen maakt los en soepel, schudt wakker, zet de kleine grijze hersencellen op een ander been. Voorlezen is voor iedereen zalvend, voor de verteller en de lezer, zonder opgeheven vingertjes, maar met het omkrullen van de hoeken van de geest, waarbij het iets brengt dat er nog niet eerder was geweest. Bezinning en overpeinzing, een nieuwe wereld.

Uncategorized

In alle kleuren van de regenboog

Hoe vaak kun je duizend doden sterven. Mijn aangeprikte arm, in die kwetsbare slagader en haar gevoel voor drama, door prachtig rood/blauw/paars uit te vloeien tot ver boven de elleboog en beneden tot over de aanhef van de duim, laat vooral ’s nachts protest horen. of eigenlijk doet ze dat de hele dag, maar ’s nachts werkt ze het uit tot een oorverdovende aanwezigheid van pijn. De arm krijgt de orde van grootte van een kleine kamerolifant en in mijn beleving is het arm en hart en niets meer dan dat. De kwaal neemt het lichaam over.

IMG_1222.jpg

Als ik mijn koude linkerhand om de pols vlei, voel ik haar oververhitte aanwezigheid de kwaal opstuwen tot halverwege de arm. In gedachte heeft de stuwende ontstoken slagader een wijd open verbinding met het hart en stroomt sepsis vrijelijk en dodelijk de kleppen binnen. De adem stokt. Zuurstof neemt af in de rest van het lijf, de stress slaat toe en een doemscenario duikt op uit de belendende mist waar arm en hart opdoemt. Sceptisch en sepsis scheelt niet veel qua letters, maar is precies die wereld van verschil, die uitmaakt als het om beoordelen gaat.

In mijn hoofd blaast de kwaal zich op en vraagt ’s morgens om de Hollandse nuchterheid en de juiste analyse. De weg naar het hart staakt ergens halverwege de onderarm. Warm is het wel en dikkig, maar eerder de spier dan de ingang van het vat, die ontstoken ijkt. Duizend doden te niet gedaan in een oogopslag en een wakende blik. Te dicht op het lijf zitten is nooit goed. Er zijn mogelijkheden te over voor nieuwe en vermeende kwalen om opdringbaar aanwezig te zijn. Negeren dus, op hoog niveau.

Zus moet werken en met verbazing registreer ik het reguliere leven als een ver van mijn bed show, nu het mijne is lam gelegd. Dat een ommegang rond de flat al een missive kan zijn en de vier trappen omhoog een gotspe. Aan de andere kant zijn ze de waarborg voor iedere dag beweging. Gister verzandde dat in chocola en soepkruiden van het bezoek. De deur bleef dicht, de kaarsen aan en poes in speelse bui, lokte de enige lichte beweging uit.

De hamvraag is of ik gehoor moet geven aan het nachtelijk gepieker en een afspraak moet maken met de arts. Te laten kijken naar de plek des onheils, voor ze vannacht weer haar dramatische aandeel over het leven oppakt en het gepieker tot zorgen baart.  Olifanten arm is in werkelijkheid een dunne blauw gevlekte pols, die in niets te maken heeft met een gezonde aanblik, maar ook niet met de necrotische verschijning achter mijn ogen, de vertroebelde kijk van de herstellende, die alleen maar met lichaam en kwalen aan het stoeien is.

Vandaag ga ik maar eens in schema’s denken met goede voornemens in het verschiet. Iedere dag een opdracht ten uitvoer brengen om de ledigheid, die waar mijn oma en moeder zo hevig voor waarschuwden als het duivels oorkussen, te vermijden en de dag een afleidend en zinvol karakter mee te geven.

De mist buiten blijft hardnekkig laag hangen. De nevel binnen is bijna opgetrokken. Tijd voor een nieuw dag, nu duizend doden zijn verdwenen als de spreekwoordelijke sneeuw voor de zon. Na regen komt zonneschijn oreert mijn oma. We zijn er klaar voor, arm en ik, in alle kleuren van de regenboog, zoals het de goede weergodinnen betaamt.

Uncategorized

Als basis de beste

Voor 2018 heb ik geen goed voornemen klaar liggen, maar een droom. Het is een knisper verse droom, weliswaar was het idee er al. Een oude jas, maar met de nieuwe contouren van een beloftevol jaar. Ze is herrezen uit de as van de lichamelijke teloorgang. Het onderdelven van dat spit, dat zo moeizaam het kaf van het koren scheiden kon en derhalve de eerste tekenen van een ongemak had gemist.

Met zeeën van tijd voor me en vraagtekens te over in het hoofd, rest mij  om , naast het uitkristalliseren van de kwaal, de droom te verwezenlijken. Er komt lichamelijk arbeid aan te pas en mijn onvermogen is daar een obstakel in. Gelukkig zijn de kinderen bereid, al weten ze nog niet hoeveel voeten het in de aarde heeft, om mijn verlengde arm en been te zijn.

IMG_1141.jpgDe droom

Dit jaar, het eerste van een nieuwe fase, wil ik de ultieme wens verwezenlijken. Het nieuwe huisje op de tuin, mijn eigen Bernagie. Omringd met mijn bloemen en planten met ruimte voor de ezels en een wand voor het grote doek. Ze heeft openslaande deuren en ramen alom. Met het ombladeren van de tijd, kwam ik haar tegen op het net en mijn hart maakte een sprongetje. Ze lijkt op mijn oude vertrouwde huis met de verweerde vloer en de vochtplekken in het dak, de kringen in de sprei, de scheefgezakte kachel en de verweerde sponningen en de scheef gewaaide dakpannen.

111.JPG

Nog wat door sparen, wat kleine aderlatingen en dan is het te verwezenlijken. Daar wil ik dan mijn herwonnen tijd verbeiden. In de luwte van het ontheiligde moeten, de ongekende hoeveelheid tijd, de onbegrensde mogelijkheden, omdat er geen vos meer de passie preekt. Stilaan je eigen leven leiden, zoals het zich aandient, los van taken en maatschappelijk belang. De rozen knippende oma zijn als het zo uit komt, of de excentrieke creatieve geest, een paradijsvogel waardig. Geen regels, geen voorschriften, maar het leven als leidraad.

099

De woorden die zich aandienen tijdens het schrijven, de kwast die de handvoering volgt bij het schilderen en die weer rechtstreeks het hart, het liefkozend plukken van het dorre blad bij het tuinieren, de blik die de kleine boomklever bespiedt, de dwarrelende vlinders rond het hoofd en in de buik. Dat, wat le petit atelier tot een meer dan paradijselijk genoegen maakt, weeft het zoete verlangen naar dat nieuwe onderkomen. Ze voedt de geest, die stilaan heeft geleerd, door schade en schande wijs, om te genieten van het kleine leven. Het proces van onthaasten was een wonderbaarlijk traject, maar het leven is te kort om het in een adem uit te blazen.

IMG_0121Het lieve oude vervallen huis

Kan ik jeugd leren kleine teugen te nemen en stil te staan bij het heden. Straks de kleinkinderen bij het plukken van de bramen, het oogsten van de vruchten uit de eigen kweek. Misschien het verjammen van de zoete lekkernij en de verwondering over het grillige verloop der seizoenen. Het stilstaan bij wat ook is, buiten de jachtige snelheid van wat een dimensie verder lijkt. Toch ook de voelbaarheid van dat bestaan. Dat maakt de kracht van het onthaasten groter en in beter evenwicht.

Ik heb een droom, zei Martin Luther King ooit. Het verschilt niet eens veel van de mijne. Een wereldvrede in de zielen van de kleine mens, een welbehagen in het leven, een vredelievend bestaan, weliswaar op microniveau, maar als basis de beste.

 

 

Uncategorized

Boven alle kwalen uit

Gisteren huppelde de dag een beetje. Alles onder controle in de ochtend met douche op monter tijdstip, wat telefoontjes met lieve aandacht en mooie afspraken, bezoek van zus en kunstvriendin. De broodnodige afleiding met verse verhalen over toekomstplannen en goede voornemens. Wat een voorrecht om even wat was daar te laten en te mijmeren over wat komen zou.

IMG_1147.jpg

Met een oproep viel de dag in scherven uiteen. B was opgenomen, redelijk verwacht onverwachts zoals het aneurysma in zijn hoofd het bekokstoofd had. Een tijdbom in hem, waar van alles aan gedaan zou worden, maar dat nu de lachende derde werd. ‘Nanananana, heb ik het hem toch geflikt’. Ondanks Hartkatheterisatie, stents, bloedverdunners. Het eigenwijze zelf wikte en beschikte als God in een mensenleven. Van aimabel innemende en charmant persoon was hij al veranderd in een wrokkige, achterdochtige patiënt met aversie tegen de diverse medische ingrepen, omdat hij met beide handen vast hield aan zijn natuurgeneeswijze. Almaar hinkepinkend op twee geloven werd de hele toestand er niet beter op. Mensen die goedbedoeld bleven preken en hoofdschuddend de verrichtingen volgden en anderen die hem probeerden te begrijpen en te zalven. Het gezin werd de dupe. Hij trok zich terug in de weke plek en was nauwelijks meer in staat om sociaal de B te zijn van weleer.

B loden jas

Het winkelcentrum, een grauwe dag en ineens een zonnestraal. Vader B schoot het door me heen, toen ik de zwierig gedragen loden jas zag opkrullen bij elke stap. Een éminence rouge/grise met beminnelijke oogopslag die oprecht blij was me te ontmoeten. Ik zag de vader in de zoon , die ik jaren geleden bij elke rendezvous met de familie van oude vriend was tegengekomen en die liefdevol de moeder in mij omarmde, gelukkig met de kinderschare om mij heen. Vader B stond daar als een herrijzenis vele jaren later voor mijn verbouwereerd gezicht en het duurde even eer zoon en vader ineen schoven. Natuurlijk.

Jaren terug, nog meer jaren terug, de tweeling nog geen jaar. B terug uit Mexico voor een vakantie met zijn lieve Mexicaanse aan zijn arm. ‘Ay que linda, muy benito’ klonk het over het koude stuwmeer, waar onze hereniging sinds kindertijd weer plaats vond. De weidsheid galmde de klanken na over het stilstaande water en rimpelde terug. Muy benito, dat waren zij ook. Gelukkig, zorgeloos, mooi, de hemel te rijk. Spoorslags kom je mensen tegen. Ze vlechten als een rode draad de vriend tot een beeld.  Ze vormen de wereld om die ander heen. Ze behoren tot diens inner circle en zijdelings is hun aanwezigheid van belang, omdat ze vormend zijn. Broer van vriend, een wereld van verschil en toch de vader in de zoon en daarmee wezenlijk onderdeel van mijn oude makker.

 

Gisteren besloot het aneurysma zijn poorten te openen en hielp er geen lieve vader of moedertje meer aan Het hoofd stroomde vol, gedachten verzonken in een niet aflatende golf van onberekenbaar vliedend geweld. Ze perste en pushte tot de zoon spoorslags in de voetstappen van zijn vader gleed. De eerste op rij. Er werd ongenadig hard geklopt op de deur van de volgende generatie.

078

Het kaarsje brandt. Om zijn innemende lach, om zijn aimabele verschijning, om zijn Joy de Vivre. Gehaald door vader B op de rand van de afgrond, waar zijn levenslust zou stikken in de gram van zijn lichamelijke ongemak, de zwakke plek. Dag B, je was en bent er nog, met zwier en grijns, nooit meer weg te denken en niet ten onder gegaan, maar verrezen boven alle kwalen uit.

Uncategorized

De herinnering blijft

Inmiddels weer een paar dagen op de vertrouwde stek,  past het huis me als een handschoen. Er worden hier en daar wat veranderingen doorgevoerd door familieleden die helpen bij het vaat wassen, het opruimen, het stofzuigen, het poetsen. Ongemerkt verdwijnen de schoonmaakmiddelen of gebruiksvoorwerpen van hun sleetse plekken af naar een nieuwe. Het is vast de talk of the day in de keukenkastjes. Er zal gemopperd of verheugd gereageerd worden door vatensponzen, kopjes, glazen en waterkannen. Ze schikken zich minzaam naar de nieuwe buurman of buurvrouw en ik vind het allemaal best.

Het is wel zaak om ruimerige zoon in de gaten te houden die ‘overbodig’ vaak rommel vindt en het een enkele reis prullenbak wil bezorgen. Er volgen dit soort discussies. ‘Nee niet weg doen.’ ‘Waarom niet je hebt er toch niets aan, je gebruikt het toch niet.’ ‘Nee, maar ik heb het daar en daar gekregen van die en die.’ ‘Maar je doet er toch niets mee.  ‘Nee, maar ik vind het mooi.’ ‘Het staat in de weg.’ ‘Maar ik heb ze lief.’ ‘Je kan niet alles bewaren.’

zandloper-van-glas-30-cm‘Niemand kookt nog met een zandloper.’

Dat laatste is een waarheid als een koe. Geen speld tussen te krijgen. Als we dat zouden doen zou in een mensenleven elk huis dichtslibben. Zoals het huis van een goede vriend, die zijn relikwieën koestert en laat verstoffen. Hij appelleert op de erfgenamen die het huis moeten ruimen. Berg je maar. Van de helft van je dierbare verzamelingen wordt een waarde anders ingeschat en dat is ieders goed recht. Daarbij wordt het leuker als bij de toevalligheid in een later leven een vergeeld schilderijtje van een grootmeester blijkt te zijn en na schoonmaak ineens 10.000 euro waard. Dat was te zien inde laatste aflevering van Kunst en Kitsch. Een vergeeld doek, de zee sepia, de bomen sepia, de mensen sepia, met aan de zijkant het oorspronkelijke blauw als belofte voor de toekomst.

‘Wie wat bewaard die heeft wat’, zei mijn oma altijd en weckte zich drie slagen in de rondte. Ze had twee oorlogen meegemaakt, dus ik begreep de ‘regeren is vooruitzien’ tactiek maar al te goed. Als de schaarste de kelderplanken leeg knijpt, er een voettocht naar de boeren moet worden ondernomen om aan een mud aardappelen te komen en de sintels van het spoor moeten worden gehaald om het warm te stoken, dan wil je wel hamsteren.

Wij hebben geen flauwe notie van wat dat inhoudt. Ik heb wel schaarste gekend. In de tijd van de vier en de werkeloosheid. Ze moesten allemaal naar school en dat kostte wat. Het ene gat vullen met het andere en de dubbeltjes omdraaien kon ik als de beste. Moeders pappot bestond uit macaroni met kaas en ham. Als de bodem van de knip leger bleek dan leeg, was er soms enkel en alleen de saus door het deegwaar. Geen probleem. Het zijn blakende kinderen geworden, net als wij, dankzij de wormstekige appeltjes van Duikkie de groenteboer in de jaren vijftig en mijn moeders inventiviteit.

In mijn kinderlijke fantasie leefde het fluitketeltje van Annie haar bestaan en kreeg betekenis. Ik schoof in mijn verbeelding alle voorwerpen op naar een leefbare wereld. Natuurlijk waren ze ’s nachts aan het kletsen, als wij op een oor in dromenland lagen. Ze behoorden tot dezelfde orde van grootte als Pinkeltje en de vijf muizen, die hun avonturen rond de tafelpoten in het grote huis beleefden of Pinokkio in de handen van zijn geestelijke vader Guiseppe. Die niet aflatende kinderlijke fantasie, heilzaam bij gebrek aan kant en klaar, gevoed. Groots en meeslepend! Het keteltje fluit niet langer hier in huis. Er is een mooie rode stomende KitchenAid waterkoker voor gekomen.

Ergens in een kast verstoft mijn lieve blauwe keteltje. Als ik per ongeluk de deur open, kijkt ze me licht verwijtend aan. Ze mag nog even betijen en daarna plaats maken. De herinnering blijft.

Uncategorized

En toen kwam alles goed

Als wijkverpleegkundige prik je oneindig veel meer baby’s per dag dan de verloskundige ze haalt. Dat heet zo. Baby’s laat je niet komen, die haal je. Er zijn eigenschappen van mensen, die ik meer dan bewonder. De kalmte en rust, die neerdaalt als iemand de kamer binnenkomt, waar de nerveuze spanning over wat komen gaat als een dikke mist in de lucht hangt. Het is vermengd met onwetendheid en angst, een schrap zetten tegen een pijn, waarvan je eigenlijk de omvang nog niet kent.

Alles staat in het teken van de grote verandering op alle fronten. Van stel wordt je gezin, als man en vrouw wordt je ouders, het tweemensverbond wordt een driepact. Wat is daar het vervolg van. De vraagtekens en gissingen steken schril af tegen het nest, dat klaar is voor wat komen gaat. De naar verf en nieuw ruikende babykamer met het wiegje of het ledikant. Onberispelijk en met veel liefde ingericht en klaargemaakt voor de ontvangst van het grote Nieuw.

Hoe vaak hebben vingers niet langs boorden van de rompertjes gestreken of koortsachtig nageteld of alles van het kraampakket klopte. Navelklemmen…check, veiligheidsspelden…check, navelbandjes…check, handdoeken …check, washandjes…check, maandverband….check. Moedergevoelens check je niet, die ontwaar je en ontdek je ergens diep van binnen en soms pas later als er werkelijk een nieuw leven in je armen te spartelen ligt.

Govi Govi Hoskam

Met de komst van de verloskundige wordt de eerste rok van onzekerheid afgepeld. Daar is de rots in de branding, het baken waarop alle hoop gevestigd is. Als ze dan ook nog warm, empathisch en vertrouwd aanvoelt en de angst als een stoffig bovenlaagje van je afglijdt omdat intuïtief voorvoeld wordt, dat alles goed zal komen is het een verloskundige die daadwerkelijk verlossend werkt. Daartoe behoorde Govi Hoskam.

Jaren tachtig, oudste dochterlief ruim anderhalf, bijna twee en ik, met een buik die op springen staat. Door de warme stem van Carole King heen, klinkt gepuf en nu een dan een jubelende uithaal bij het refrein om de pijn van de weeën te onderdrukken: ‘You’ve got a friehehend. Bevriend stel lacht samen met mij de pijn weg, die genadeloos en gestaag blijft komen. Als er vocht vloeit bellen we. Govi stapt met haar hele arsenaal aan geruststellende verrichtingen binnen. Het verdict is minder. Hoog ingescheurde vliezen en na een dagdeel verdwijnen de weeën weer spontaan. De volgende ochtend een besluit. Ferm en zonder tegenspraak toch maar naar het kleine streekziekenhuis en daar, met een weeën storm, die een zandstorm in de woestijn qua beleving ruim overtreft, wordt, au naturel,  dochter nummer twee geboren. Govi als verloskundige. ‘You’ve got a friend’

scannen0028

De tweeling, extra dikke buik, en twee handen op de mijne, die van Loes en van Govi, wordt weer door Govi gehaald, in het ziekenhuis, samen met de dienstdoende gynaecoloog en met een snelheid die ervoor zorgt dat ik nauwelijks tot twee kan tellen. Dezelfde warme empathie’…And you need some loving care… ‘. Twee vertrouwde handen en een dijk aan ervaring. Hoeveel baby’s Goof? Ontelbare.

Een spoor van hielprikken slinger ik in de wijk Fokkesteeg. Govi bijna bij allen aanwezig. Praatjes voor de vaak, gezellige anekdotes en altijd een warme omhelzing. ‘Ons kent ons’. Bevallen was een feest, als Govi was geweest!  Hoeveel kinderen zijn er door haar vertrouwde handen gehaald, hoeveel pijnen heeft ze weggelachen en gepleisterd, hoeveel warme genegenheid en liefde heeft ze gezaaid in dat lange werkzame leven. Van de week stond er op FB een compilatie. De Govi van vroeger, de Govi van toen en de Govi van nu. Breed lachend en sprankelend met de blik vol vertrouwen op de toekomst gericht. Ze is er niet meer.

Ik staar vol ongeloof naar haar beeltenissen. We zijn van dezelfde generatie, we zijn nog jong, in de bloei van ons pré-bejaarde leven. We moeten genieten van kleinkinderen en een mooie nieuwe lente, onverwachte ontwikkelingen en het laatste restje levensvervulling, nog lang niet van de dood!

Govi, onuitwisbare geestverwant, verlosser van ontelbare baby’s en van kwellende onzekerheden. Stut in de branding. Het leven glijdt voort en jij…Jij blijft eeuwig een deel van het geheel, niet meer weg te denken, om nooit te vergeten, met elke bevalling mee de anekdote. ‘En toen kwam Govi…En toen kwam alles goed’.

‘You just call out my name.
And you know whereever I am
I’ll come running, to see you again.
winter, spring, summer or fall
all ya have to do is call.
And i’ll be there yes i will’

You’ve got a friend.

Uncategorized

It takes two to tango

Ik lees de column van Roos Schlikker in het Parool van vandaag. Ze is een van mijn favoriete columnschrijvers. Ze haalt de essentie van de Japanse theeceremonie aan, wat ze een lofzang noemt op de essentiële ruimte. Het moment dat stil valt tussen twee handelingen door. Ze noemt het niet de stilte voor maar de stilte in de storm.

Paul van Ostaije(Meester van de essentiële ruimte)

Het is het geheimschrift van de kunstenaar, de onzichtbare werkelijkheid van de schrijver, de onlosmakelijke verbinding van de poëet. Het is de samenhang in het leven, de rode draad, de heilige en veelzeggende tussenruimte. Als je ogen eenmaal geopend zijn voor deze weidsheid achter de dingen, breekt er een onbegrensde wereld aan, die andere verbindingen mogelijk maakt.

Tijdens mijn schilderlessen bij Mieke Siemons en Koen Ebeling Koning was er veel aandacht voor die ruimte. Essentieel wordt het pas als je de kracht ervan kan en durft ervaren. In het handelen betekent dat, dat je de tijd er voor neemt en je bewust bent van de stilte, die valt tussen de vormen of de woorden in, die ontstaat tussen de ene en de andere handeling, de essentie van het stil vallen.

Japanse kamers

Ooit, in mijn dagdromen, droomde ik van een echte eigen theekamer, compleet met rijstpapieren wanden en tatami, Japans theestel en kennis van de rituelen. Ze was voor mij het onomstotelijke bewijs, dat mensen konden afdalen naar een dieper bewustzijn. De eerbiedige aandacht waarmee de theeceremonie plaats vond scheen me de ultieme bewustwording van het leven toe. Ik had de kennis opgedaan uit de Japanse films die ik graag keek en die filmdoekgroot en sfeervol aan mijn oog voorbij trokken. De afwezigheid van taal en het zo veelzeggende zwijgen verenigd met de bijbehorende blikken vormden de ultieme zuiverheid van een handeling. Het tere en ragfijne doorschijnende porselein in de fijne slanke handen van de theeschenkster, die een zorgzame beschermde koepel vormden, bezegelden de aandacht, de zorgvuldigheid, de bezinning en de schoonheid. Het is er nooit van gekomen.

Japanse theeceremonie

Het duurde een aantal jaren lang eer ik besefte dat ieder mens zijn eigen theekamer bezit en dat het de kunst van het leven is die uiteindelijk te vinden. Nee, het was niet pas na het hartfalen dat ik dat ontdekte. Het had zich al eerder aan mij geopenbaard in die wonderlijk stille momenten van Zijn. Ooit schreef Kloos:’Ik ben een God in het diepst van mijn gedachten’. Dat vond ik een opmerkelijke uitspraak over de maakbaarheid van de dingen, waar ik jaren over na heb kunnen denken. Ik vermoedde dat hij bedoelde dat hij zijn essentiële ruimte gevonden had en zich daarmee boven de werkelijkheid wist te verheffen in zijn sonnetten, maar ten einde door de rauwe werkelijkheid van het verlies van zijn geliefde, de rouw, teruggeworpen werd uit die euforie. Essentiële ruimte heeft niets met overwinnelijkheid en euforie te maken. Het is er en je bent er aan toe om het te ontvangen. In eigen tijd, in eigen uur.

Roos filtert ze uit als de momenten waar ze even lucht nodig heeft, los van al het andere. Lucht om pas op de plaats te maken, te mogen overpeinzen, letterlijk en figuurlijk ergens bij stil te kunnen staan.

Zicht op de rotonde

Mijn leven stond de afgelopen twee weken danig op haar strepen en smeekte me de signalen op te pikken. Dat was niet zo moeilijk, want haar pijnprikkels waren overheersend aanwezig. Ik zegende mijn tussenruimte tussen de aanvallen door. Alleen dat. Geen bewuste andere gedachten maar denken aan het volgende pijnmoment. Een week lang, tot eindelijk de verlossing kwam en ik nu, in rust, tijd heb om die werkelijke essentiële ruimte te omarmen. Mijn eigen theeceremonie, mijn eigen bewustwording nog verder uit te bouwen. Mijn hart en ik, voor alles en iedereen wat er tussen zit. It takes two to tango.

Uncategorized

Ongekende tijd

Het is aardedonker buiten het lichtend oog van de laptop. Ik heb redelijk geslapen ondanks het feit dat de avond bij tienen twee uur verder gleed in het eindeloze niets, een vacuüm in het hoofd, dat niet nadacht over verleden, heden of toekomst, maar  alleen de feitelijkheden van het moment registreerde. Zoals de buurman aan de overkant die zijn televisie bleef kijken tot ver na middennacht, het schijnsel dat dan weer oplichtte en dan weer vergleed, het felle licht bij het zoeken en zappen langs de diverse kanalen als het beeld boven zijn hoofd hem nutteloos aanstaarde.

De anderen slapen tot de vrouw rechts naast me uitvoerig gebruik maakt van het feit dat haar bedrust na een ingreep officieel om 23.00 uur eindigt. Een verlossing, die ze dankbaar aangrijpt om toilet te maken. Schimmenspel achter de gordijnen. De buurman aan de overkant woelt, deken op, deken af, linker zij, rechterzij, rechtop of toch maar weer plat. De tijd tikt traag als stroop en het is raadzaam om in die tijdsgeest mee te gaan. Ze verstrijkt, niets kan van wat wenselijk is om een avond zinvol te besteden, wat rest is observatie. Ik doe mijn ogen dicht. In een hoofd is alles mogelijk.

IMG_1011

Er wordt een bos omgezaagd door de nachtbraker. Zuster komt kijken als het ritme op haar monitor versnelt, terwijl ik naar het toilet ga. Niets blijft onopgemerkt. Zinnen verzetten is moeilijker dan je denkt als de afleiding beperkt is en het leven lijf wordt. Groot licht maken kan niet, dan is de gemeenschap wakker, van lezen is derhalve geen sprake. Schrijven kan nog net, binnen het bereik van dat kleine lichtende scherm..

In the Newyorker stond een artikel over tijd. Het opent met de volgende zinssnede : ‘Is time finite or infinite? Does it flow like a river, or is it granular, like sand trickling through an hourglass?’

zandloper-van-glas-30-cm

Mijn beleving van een zandloper is een soepel doorstromen van het ragfijne al dan niet gekleurde zand. Niet korrelig maar miniem een echte zandstraal. Ik denk aan de kleine zandloper thuis, die ik twee weken geleden in een opwelling kocht, toen ik haar zag staan in de kringloop en de nostalgie toesloeg. Zo’n heerlijk beheersen van de tijd met een simpele draaibeweging, een minuut stroomt in het prachtige bolle glazen huis, de kinderlijke magie van de verenging en het vullen van de lege bodem. Geen stopwatch, geen timetimers, maar een simpele zandstroom die de tijd verbeidt, exact een minuut.

IMG_1178

‘Is de tijd eindig of oneindig, stroomt ze als een rivier of is het korrelig als zand door de zandloper.’ Hier in de nacht is de nachtelijke tijd eindig, straks breekt men door haar barrière heen met een welgemeend en niet mis te verstane boodschap: ‘Goedemorgen’, gevolgd door het direct daarop rammelen van de cateringkar, die ontbijt belooft, het opentrekken van de bedtafels uit de nachtkasten, het dienblad met de gevraagde bestelling. Nachttijd is eindig, zoals dagtijd dat is. In het geval van de schrijver van de newyorker is dat elke morgen om dezelfde tijd, zoals bij mij, zelfs hier, zonder de vertrouwde geluiden van de straat, de eerste brommers en auto’s en in de lente een eerste mereltriller. Dwars door alle afwijkende kenmerken heen openbaart ze zich, klokslag gelijk aan de wake-up call thuis. Het is vijf uur.

Mijn circadiaan ritme spreekt, roept me, trekt aan me. Wakker worden ondanks het snurken en de bijgeluiden, ondanks de duisternis en de stilte, ondanks het nachtelijke leven op de gang., dat via een streep licht van de deur binnen valt in de gebruikelijke flarden. een postoel die piept, een schuiven van een bureaustoel, het lopen van een kraan, het gestaag aanhoudende ritme van de monitor, de zacht krakende stappen van de zuster.

Zo breekt een dag de nacht. Droom blijft achterwege in zo’n fluïdum van gedeelde zuurstof, teveel prikkels voor een vrije val. Nuchtere beschouwelijkheid. Tijd in een ziekenhuis is eindiger dan waar dan ook. Nachttijd breekt stuk op het rammelen van de koffiekar en dagtijd struikelt over de heersende norm of valt uiteen in een flard televisie licht.

Tijd in welke dimensie dan ook gaat door tot in het oneindige,  traag of versneld, grijpbaar zoals nu of vluchtig, als daarbuiten. Straks lig ik in mijn eigen bed, met zeeën van tijd en onderwerpen te over. Hier heerst tijd, aftoppend, beknottend, beperkend en thuis mag het stromen. Ongekende tijd.

Uncategorized

Een nieuw begin

Op het nachtkastje ligt de dikke pil van Carlos Ruiz Zafon. Schoonzoon heeft zijn net nieuw verworven boek uitgeleend om mijn lettervretertjes tegemoet te komen in deze woelige en toch zo stille dagen. Dat laatste lijkt een contradictio in terminis, maar niets is minder waar. Ik ben afhankelijk, onthand en gekluisterd aan een paar vierkante meters. Geen ontsnapping mogelijk dan door, in een luie positie, half zittend of liggend, mij aan de realiteit te onttrekken en weg te duiken in een andere wereld. De wereld van Spanje met haar lokkende roep van de sirenen die wijzen naar het Kerkhof der vergeten boeken, dat zich in een groot labyrint bevindt.

labyrinth

Drie andere bundels van dit vierluik zijn allang soldaat gemaakt en het verhaal dient wel even opgefrist te worden, ook al vallen alle delen los van elkaar te lezen. Voor mij eigenlijk niet echt. Ik zie de hoofdpersoon Daniel  graag als de kleine jongen uit deel een en moet nog steeds wennen aan de volwassen status, terwijl ik wel in zijn levensverhaal en door zijn avonturen met hem ben meegegroeid. ‘Langs diverse wegen met elkaar verknoopt voeren ze ons naar het hart van de vertelling’, wordt in het inleidende woord beloofd. Alleen daarom al zou men er mee in zee gaan.

Het boek telt 845 bladzijden. Een dikke pil, hoe dikker hoe beter. Ook al ligt het wat ongemakkelijk in de hand en is het niet mogelijk om al liggend, met het hoofd schuin, erin te duiken. Ik zit nu rechtop met de ruggesteun en de knieën omhoog. Het grote voordeel van een ziekenhuisbed of een goede aupingmatras. Mijn matras van nu haalt het niet bij de laatste , maar heeft wel alle goede comfortabele eigenschappen. Alles valt los te wrikken en mee te bewegen.

Gisteren na de zoveelste pijnaanval viel er nog maar een ding te besluiten. Ik moest en ik zou naar het ziekenhuis, het moest stoppen. Cardio gebeld, mocht langskomen en naar later bleek weer blijven. Nog een uitgebreider onderzoek dan de andere twee keren en een veel meer afwijkend ECG dan de vorige met alle toppen, die maar te bedenken waren. In de diepte in de hoogte, maar niet zo’n prachtig en gestaag hartritme.

Hartkatheterisatie lag in het verschiet en halverwege de middag kon ik geholpen worden. De wat sombere kamer, toch opgefleurd met de op de sfeerverlichting lijkende ledverlichting van mijn zoon. Er hing een groot doorzicht plastic vel, naar wat ik aannam de stentvoerder zou zijn, maar er nu uitzag als de nieuwe kleren van de keizer, door een lakei angstvallig op het knaapje gehangen. Focus op alles wat anders kan lijken, dan valt de ingreep mee. De italiaanse artsen aan mijn bed gaven de entourage een mediterraan accent, maar Bertje de assistent bracht de Hollandse nuchtere werkelijkheid erin, door kalmpjes alle voorbereidingen te trekken.

Armen langszij, ongemakkelijke greephouding voor de rechterarm. Een neonroze accent voor de uitverkoren plek. Waar werd de Betadine jodium ooit vervangen voor deze moderne variant? Straks zal het mooi kleuren bij het paars van de arme aangedane afgeknelde hand. ‘Help mama, ze prikken me lek’, schreeuwt het kind in mij, waar het hoofd zwijgend en met goedkeuring naar de verrichtingen kijkt van de geconcentreerde zachtaardige man aan mijn rechterzij. Behoedzaam betast hij de pols, vlakt af, wrijft weg en zijn geruststellende blik vleugelt de onrust onderuit. Tegen de tijd dat eindelijk de naald eruit kan en de katheter naar binnen wordt geschoven, leidt de rechterhand al een volstrekt eigen leven. Vaten wijken uiteen en openbaren, eerst aarzelend nog als trouwe wachters, de doorgang naar het kloppend hart.

Ze vallen uiteen in grilligheid verspreidt over de hartspier. Ik hoor Stevie Wonders Paradise in de rap versie en moet tegelijk denken aan Stromay’s Cancer. De spinachtige vangarmen, die op het hart geplakt zijn, lijken er sprekend op. Daar zit ook de boosdoener. Een vernauwing van de kransslagader, die me al dagen sart en teistert door de toevoer van de zuurstof geheel autonoom en volstrekt willekeurig te regelen.

Als ik na een goed uur weer boven kom, zit daar de familie. Ik wil ze de keizer zijn nieuwe kleren laten zien, ze gerust stellen, omarmen, nog veel meer sprookjes van de duizend en een nacht vertellen en van het grote wonder dat dotteren heet, iconische stents plaatst en levens verlengt. Het labyrint der vaten, ontwart en ontkluwt, een vierluik waardig. Niet het eind is in zicht, maar een nieuw begin.

Uncategorized

De wereld werd weer de mijne

‘Ik wens iedereen een ‘verbeeldingsvol’ jaar waarin je soms anders mag kijken naar de werkelijkheid en open staat voor bijzondere momenten. Omarm deze, schrijft ze op en lees ze terug als het nodig is.’

In de wensenregen van het oude naar het nieuwe jaar is deze bovenstaande van een lieve ‘drama’ vriendin op Facebook, de allermooiste.Mijn antwoord was ‘Beleef je werkelijkheid, doorleef je verbeelding’. Het kwam spontaan en recht uit het hart, waarna ik er nog even op moest kauwen.

Dat doe ik graag. Met zeeën van tijd uitgestrekt over deze hagelwitte blanco rustweken ligt het bijna voor de hand. Ik zie of hoor er een waarheid in. Het roept wakker, het voegt toe. Dat lokt een reactie uit. Daarna wil de geest er nog even mee stoeien. De intuïtie voedt, scheurt los, verbindt, ontlokt nieuwe wegen en andere gedachten. Met name de zinssnede ‘Waarin je soms anders mag kijken naar de werkelijkheid.’

IMG_7807 Matthieu Klomp

Ergens in het nog niet zo grijze verleden ligt een donkere wolk. Ze overspoelde zonder het in de gaten te hebben. Het was een afdaling naar het diepste duister. Het smeekte om opboksen tegen vooroordelen en veronderstellingen, het was mijn eer te na, had, nee, wilde niet verdedigen wat nooit aan de orde was geweest. Vertrouwen sijpelde als zand door de zeef en er bleef een diepe droefheid achter. Bij het lengen van de dagen in die tijd, net als nu ingezet met een vertwijfelde hoop, maar wel met een rotsvast vertrouwen dat er na regen zonneschijn zou zijn, werd met een zin een kleine kiem gezaaid.

‘Zoek de kunstenaar in jezelf’. Dat was de oproep die binnenkwam, verpakt in een typisch Amerikaanse manier van commitments, wollig en breedsprakig, met rake adviezen als je ze kon ontdoen van de valse sentimentaliteit waarin ze vertaald waren. Het vergde wat oefening maar door een en ander af te pellen kwam je tot die allerbelangrijkste kern. Het hele boek was een grote oproep tot zelfacceptatie en op zoek te gaan naar je eigen en soms nog verborgen kwaliteiten.

the artist way

Ik volgde de eerste aanwijzing, maar zoals zo vaak, had ik het verkeerd geïnterpreteerd. Het was de bedoeling dat je drie vellen vol zou schrijven, eigenlijk handgeschreven, maar ik toetste er op los. In mijn beleving had men gevraagd om nergens over te schrijven, alleen over datgene wat zich op dat moment manifesteerde. Zo werd een bouwproject op de weg een compleet orkest, waarin alle gereedschappen, zoals de pneumatische boor, de houweel, het schuren van de stenen, de stemmen van de mannen allemaal onderdeel van het muzikale intermezzo. Ik legde alles vast, een volledig zijn in het moment, zonder afleiding, zonder andere gedachte. Het kalmeerde en werkte troostend. Maanden heb ik zo elke ochtend voor het blog mijn ochtend vastgelegd en nooit was de een hetzelfde als de ander.

ro;trap stedelijk museum

De woorden die er voor moesten zorgen dat de lezer zichzelf zou omarmen deden dat onderhuids met de weldadige ingeruimde momenten alleen voor mij. een kunstuitje met mijzelf bijvoorbeeld, wat uitmondde in het over de drempel stappen van alleen naar de film gaan of naar een theaterstuk, alleen op natuurtochten en alleen een wijntje pakken op een heerlijk terras. Er gebeurde wat vriendin ieder meegeeft voor 2018. De blik veranderde, de gedachte ging dimensionaal, de beleving werd intenser. Door te focussen op de minder voor de hand liggende dingen werd er een andere werkelijkheid aangeboord, een nieuwe voeding. Buiten de gebaande paden het avontuur in jezelf tegemoet treden en durven afwijken van de geldende normen in een zoektocht naar de vierde dimensie om daar handen en voeten aan te geven. De donkere wolk loste op, de wereld werd weer de mijne.

 

 

 

 

 

Uncategorized

Waar het allemaal om draait

Pijn verbindt. Dat wil zeggen een oud en een nieuw jaar. In mijn geval dan. Met stekende pijn naar bed en met stekende pijn weer op. Bij een peri myocarditis valt de dwingende felheid, waarmee de pijn alle gedachte een kant opstuurt, niet te negeren. Elke aanval lijkt op een angina pectoris, compleet met aspecifieke uitstraling naar de rechter arm. Gemiddeld op een dag overvalt het me vijf tot acht keer.

Ik sta naast mijn bed in het jaar 1990. Telefoon. Ik weet niet eens meer wie het bericht bracht, maar de woorden kwamen als een mokerslag binnen. Mijn oudste dochter staat vlak bij me. Ze kijkt met haar grote hazelnootogen en een verschrikte blik naar mij. Ze hoort de angst, de weerstand en het ongeloof. Mijn moeder had ’s nachts een hartaanval gehad en ze was eenvoudigweg morsdood. Springlevende jeugdige jongste bewoner van het bejaardentehuis, waar ze naar toe moesten, omdat mijn vader de verpleging dagelijks nodig had. Al het leven eruit geperst. Ik zeeg neer op het bed en was heftig ontdaan. Hoe moet je dan verder.

Jaren eerder, in de jaren zestig. Mijn moeder staat naast de televisie bij de telefoon. Ze luistert. Iets in haar stem waarschuwt ons. Met een angstige blik volgen we haar stem en zien de greep om de telefoon verkrampen. Haar wanhoop en de angst slaan ons te neer. We weten dat het niet meer goed zal komen als ze neerzijgt op het voetenbankje. De bodem onder haar voeten weggeslagen.

IMG_1007

Deze wetenschap kleurt mijn waarneming. De arts wuift het weg. Ik heb pakjaren. Echt? Nooit geweten. Nee je sjort niet echt een gevulde rugzak door het leven, maar je risicoverhogende factoren zitten in je pakjaren, dat door artsen aangeduid wordt om het risico te berekenen. Ik heb er aardig wat, dankzij de jeugdige onbezonnenheid, waarmee we naast de pepsels in de glazen op de feesttafel in de zestiger jaren ook de sigaretten wisten. De arts deelde het met kalmte en een grote beslistheid mee. Alle andere eventuele aanwijzingen dat er door de familie risico gelopen werd, werden weggewuifd. Het overlijden van mijn moeder? Hoe oud was ze? 71 jaar, telt niet mee. Mijn Opa, te oud. Mijn broer, te oud. Zelfs mijn eigen onvolkomenheden deden niet mee. Lekkende hartklep…Speelt geen rol, COPD…van geen betekenis, hoge bloeddruk…Geen issue. Schiet mij maar lek. Toch was hij zo duidelijk in zijn uitleg en ik zou hem bijna voor een groep met pubers willen zetten, omdat de waarschuwing dubbel zo helder binnenkomt.. Misschien bij mij nu meer dan ooit, omdat zijn nuchtere waarneming ter plekke verweefde met mijn angst en de grote onzekerheid om het eigen leven en de stekende pijn, waarmee het hart zijn bestaan benadrukte. Pakjaren drukken zwaar op een mensenleven na je zestigste, blijkt nu.

126

Nu haken herinneringen en de realiteit onlosmakelijk een duaal hemd van overleven. De pakjaren telde ik niet en alles wat niet telde, telde ik wel. Het zet het nuchtere beschouwen op het verkeerde been. Ik moet resetten en bovendien de pijn blijven bagatelliseren. Voor mij was elke vlammende steek een weg naar het onvermijdelijke. Duizend doden sterven en toch doorgaan met ademhalen. Dat is de optelsom van een dergelijk  vermaledijde hartzakje en die ondoorgrondelijke hartspier. Zij leven in een lijf een eigen leven en er is niets wat ik er nog meer aan kan doen, dan de pakjaren weg te gummen met een gezonde zelfspot.

We gaan het zien en beleven. Voorlopig word ik met elke pijnscheut teruggeworpen in diezelfde pakjaren om in de buurt van mijn moeder en mijn opa te zijn. De kunst is om hun manier van sterven buiten de deur te houden, juist omdat ik ze met hart en ziel heb binnengesloten. Kijk, dat leidt af. Dat is misschien wel precies, waar het allemaal om draait.

 

Uncategorized

Dat deelzame leven

‘Uiteindelijk zijn we allemaal een verhaal’, zegt Maria Goosens in deel 2 van Vara’s Drama in TV Monument. Het was naar aanleiding van de vraag of ze het beroep van schrijver mooi vond. Het is een prachtige zinsnede en het klopt. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. De een kan het opschrijven en de ander leeft het en het is beide even waardevol.

Er zijn voordelen aan verbonden dat je media informatie tot je kan nemen, dat blijkt nu wel weer. Zo’n programma had ik in de drie uur dat ik normaliter gemiddeld televisie kijk, nooit meegekregen. Zondagmorgen, de laatste dag van het jaar. De wind huilt mee met al het drama, dat in dit jaar heeft plaatsgevonden. ik hoef het niet verder op te rakelen, maar de grande finale was mijn eigen teloorgang in het vuur van de strijd. Aan de andere kant is de wind en de regen ook een symbool van vernieuwen. Het is een vorm van wit wassen. De bladzijde omslaan en een tabula rasa tegemoet treden met de eerste schreden op het witte vel. Helemaal wit is het niet. Bagage haalt je in en dat neem je mee. Ik zou het niet achter me willen laten. Het hele vorige jaar heeft zo veel opgeleverd en gebracht. Niet alleen als het voorspoedig ging en voor de wind, maar ook door tegenslag, waar het rendement, het vergroten van inzicht, altijd meerwaarde opleverde.

049

Mijn moeder zei bij dergelijke dalen: Na regen komt zonneschijn. iedere morgen keek ze blij omhoog en aanschouwde de lucht, die zoals altijd in Nederland, onvoorspelbaar maar van een ongeëvenaarde schoonheid kon zijn. Ze had er ook een praktische reden voor. Kon de schone was naar buiten. Wij keken met kinderogen mee naar de wolken, die een pop-up sprookjesboek ontvouwden in wat even zo vrolijk een grote donderbui zou kunnen worden en altijd weer zagen we de schoonheid door de ogen van onze moeder heen.

Iedereen heeft een verhaal. Haar verhaal was  er misschien een uit duizenden en toch zo heel speciaal en niet alleen voor ons. Niet alleen zijn we allemaal een verhaal, maar ieder van ons is er de reden van dat het leven van een ander een wending kan nemen, een inzicht kan veranderen en een visie kan wijzigen. ‘Ik heb een steen verlegd’, zingt Bram Vermeulen. Dat is de opmaak van het leven. Hoe kort ook of hoe lang het duurt. Je hebt deel uitgemaakt van het leven in de breedste zin van het woord. Ergens heeft een radertje een ander in beweging gezet.

26060423_10211417735779218_3181723114293192699_o

Ik kijk naar buiten en zie daar. De donkere lucht heeft plaats gemaakt voor een prachtige blauwe lucht met witte watten wolken en zo waar ook de zon. Wat leuk dat de symboliek  zichzelf letterlijk bevestigt en mijn moeders woorden bewaarheid worden. Neem de laatste dagen. Een dalletje dat virus heette haalde de vaart uit mijn opmars naar het einde van de jaarwisseling. Mijn moeder stuurde dwars door wind en regen heen haar boodschap in de relativerende en toch zulke waardevolle woorden van Maria Goosens. ‘Uiteindelijk zijn we allemaal een verhaal’ en er achteraan de woorden van het gedicht van Stefan Hertmans op het raam waar mijn aandacht naar toe getrokken wordt als ik haar mooie luchten vast wil leggen. ‘Je kunt je leven elke ogenblik Opnieuw beginnen door niets Meer te willen dan dit nu’…

Eens zal de laatste keer zijn. Robert Long zingt in zijn afscheidslied ‘Die overleden is, die blijft dat tot het end.’ Daar valt niet aan te tornen, maar de verhalen leven voort en dat maakt onze ingenomen en straks weer verlaten ruimte zo bijzonder speciaal en waardevol. Voor en door ieder van ons. Dat deelzame leven.

Uncategorized

Geen speld tussen te krijgen

Langs alle kanten stromen de adviezen binnen. Rustig houden, luisteren naar je lijf, voorlopig niet gaan werken, tot aan het pensioen kalm aan doen, niet eigenwijs zijn en een eigen koers varen, maar het lijf is oneindig meer wijs dan alle adviezen bij elkaar. Het zet me op een bank en na elke tien stappen werpt ze mij weer terug. Ze is de golfslag van mijn leven. Gangetje naar de deur…bank, gangetje naar de keuken…bank, gangetje naar het toilet…bank, gangetje naar de tafel…bank. Voorlopig pieker ik niet over meer doen dan het lijf aangeeft, omdat het eenvoudigweg niet tot de  mogelijkheden  behoort. De trap ’s avonds is de vesting en daarmee tevens de uitdaging.

003 Olieverf op Doek: Wegdromen

Wel staat het in schril contrast met de rest van de tegenwoordigheid van geest. Het lacht en praat en belt en schrijft. Zolang dat lijf maar zit, ligt, en niets anders qua lichamelijke inspanning moet doen is het goed. Iemand vroeg me hoe ik ondanks deze situatie toch aan de blogs toekwam. Juist in deze situatie, zou ik willen beweren, gaat dat van een leien dakje. Als mijn fysieke energie geen kans meer heeft om weg te stromen is er nog maar een uitweg. Door het linea recta vanuit het hoofd in de handen te laten vloeien, die gehoorzaam met hun vingers over de toetsen tikken om vast te leggen wat er zich achter het geteisterde brein afspeelt. Geteisterd, omdat het voor iemand die eigenlijk altijd onderweg is, een duizend dingen doekje pur sang, geen sinecure is om teruggeworpen te worden in het nu, zittend op de bank en een loopje heen en terug.

IMG_5861

Schrijven is toch een soort tweede natuur geworden. Als ik naar een onbewoond eiland zou worden gestuurd, dan is een van de allerbelangrijkste dingen die ik nodig heb een toetsenbord. Of dat nou een Remington is of een Apple. Kennelijk heb ik toetsen nodig die woorden vormen. Natuurlijk heb ik heel veel geschreven, dagboeken en journalen vol. Allemaal met vulpen, balpoint of fineliner. Bij de komst van de computer was daar dat magische verlengstuk van mijn handen, net als vroeger in the old days de typemachine. Letters die oplichten en smeken om er woorden van te vormen. Soms zo dwingend dat ik struikel en de handen niet bij kunnen benen wat de geest verzint.

Het is als het staan op een podium. Die angst aan het begin, het spreekwoordelijke duwtje in de rug en dan de bevrijding. Een podium, waar je kwijt kan wat je aan kwaliteiten te bieden hebt, zonder dat je je afvraag of het hout snijdt. Achteraf, bij het terugluisteren van opname’s hoor ik kwinkslagen, dubbele betekenissen, bij die enkele openbare ‘troon’ rede die ik voer. Zodra de duisternis de anonimiteit wegneemt, daalt er een schaduw neer, die mijn rol overneemt en driftig aan de weg timmert om de toeschouwers betrokken te maken. Na een lezing of een improvisatie trekt met de duisternis tussen de coulissen de euforie maar ook de blinde vlek weg, als mist voor de zon. Pas veel later dwalen zinsneden door mijn hoofd, waar ik wakker van kan liggen, flarden aan herinneringen waardoor de glimlach de mondhoeken krult en lofbetuigingen die na sudderen en het ego strelen.

Schrijven is een podium bieden aan de gedachte, is een platform voor de overpeinzing, het doorgeefluik van de bezieling. Zeeën van tijd zijn er, vijvers van inkt geeft het, als het hart moet berusten. Hoe waar is die ene onsterfelijke voetbalmoraal: ‘Elk nadeel heeft z’n voordeel’. Daar is geen speld tussen te krijgen.

 

Uncategorized

Buffer bij tegenslag

Zo’n eerste nacht in je eigen bed, mijn kleine begrensde veilige en vertrouwde zelfontspanner, voelt weldadig aan. Vooral als een nacht is gepasseerd zonder alarmerende bellen, bliepjes, schimmenspelen en de zuigende crèpe zolen op het zeil van de gangen en de zalen. De stilte werd niet verscheurd door een gierende hoest of een zwaar zuchten, het holle draaien op een met rubber omspande matras onder het dunne onderhoeslaken, het gedempte gefluister van de verpleegkundigen  of de genadeloze luide muziektoon van de telefoon bij spoed.

Pluis haar fluistervoeten, zoon in diepe slaap twee deuren verder en af en toe een auto die voorbij schiet in de straat, dat is alles. Mijn boeken onder handbereik. Ik droom een fascinerende droom, want ik reis af naar de kringloop en daar kom ik mijn muziekvrienden tegen, die daar een optreden verzorgen. Maar eerst frommelt een medewerker een schuw klein katje onder de nekband van Pluis, die verbaasd, maar ook troostend kijkt naar het wriemelende mormeltje onder haar neus. Ik waarschuw voor onverwachte uithalen, maar de man haalt zijn schouders op. Ik zoek en vind in wat oude kerkbanken de jongens, twee van hen in ieder geval. De zanger geeft aan niet meer te kunnen. Hij voelt zich beroerd en wil niet meer. Genoeg geleden. Zijn vriend fluistert samen met hem verder, een arm beschermend om de ander heen. Ik ga zoeken naar de poes en de auto en wordt wakker door de Iphone, die aangeeft dat het tijd is voor de medicijnen.

126

Verdwaasd blijf ik even liggen, sluit de ogen en zie nog net het kleine jonge poesje wegglippen door de kieren van wat oud schroot tegen de wand. Dan ontwaakt de realiteit. O ja, die batterij aan medicijnen. Ineens ben ik een wandelende medicijnkast geworden en geen computers hier, die het registreren. Ik moet zelf goed lezen. Bloedverdunners 3 x daags, maagbeschermer 1 x daags, cholesterol verlager 1 x daags, aceremmer 1 x daags, ontstekingsremmers 2 x daags met daarnaast nog de gebruikelijke drie puffen: ontstekingsremmer 2 x daags en twee luchtwegverwijders 1x daags.

Je zou er het risico van een opname mee vergroten. Wat moet dat arme vege lijf, dat zo redelijk draaide op haar eigen kracht en nu dankzij een virus haar natuurlijke status afgeremd weet. Griekse yoghurt voor ontbijt  met wat bosbes en als filmpje tegen de chemische handel en wandel van de mij toegediende preparaten ligt zwaar en langdurig op de maag. Alles went.

137

De bevrijding van plakker en snoer onder het schone katoentje doet weldadig aan, de grote bloedverdunners gestuurde blauwe plek op de huid van mijn hand, waar gister nog de naald doorstak, knikt  manhaftig met zijn ene rode oog. Alle ellende trekt ook weer weg, geef het tijd en rust en ruimte. Ik blijf liggen. alleen in de heerlijke stilte van mijn eigen oorgesuis, met uren die ik mag stukslaan op mijn eigen tijd, met poes beschermend dichbij.

132

Mijn eigen zorgkat, wat een luxe. Het wolletje op en de verwarming naast het bed koesteren het gebutste ego. Hergroeperen en door, maar wel met een flinke pas op de plaats. Jaren tellen, dat weet inmiddels weer de geest en Pluis en mijn stofmantel. Ik doe hem nog niet uit, maar strijk de kreukels glad en verstel de sleetse plekken met de maasnaald van mijn moeder. Een vleug optimisme steek je onder de pech en door en door. De enige juiste buffer bij tegenslag.

Uncategorized

Zorg met zorg is Zorg zonder zorgen!

Vanaf het voeteneinde zie ik de grote geel met roze ballonbloem in het schemeren van het ganglicht, die met een uitbundige smile mijn bezwaard gemoed probeert op te fleuren met een glimlach. Prioriteiten leven in een ziekenhuis een eigen leven en zijn doorgaans bepalend voor de gang van zaken. Nergens heerst hier ‘Wie het eerst komt, wie het eerst maalt.’ Wat telt is de mate van hoe men binnenkomt. Zelfs de brancard staat niet garant voor een Vip behandeling en geld heeft daar nauwelijks invloed op. Klassen zijn afgeschaft.

Decennia geleden op de afdeling Neurochirurgie IC in een Academisch ziekenhuis in een van de grote plaatsen werd er door de professor gebeld dat er een spoedgeval uit Spanje zou worden ingevlogen met een privé vliegtuig en dat we onmiddellijk plaats moesten maken. Het was overvol op de intensive care, een grote zaal, waarin de patiënten afgezonderd in compartimenten aan de bewaking lagen. Voor dit spoedgeval moest er een meneer, die uit een glazenwassersbak rechtstandig op zijn hoofd was gevallen en er ernstig aan toe was, toch  naar de gewone zaal. Er waren nog geen geavanceerde ontwikkelingen als monitoren die over afstanden toch bereik hadden via futuristische kleine kastjes om de nek van een patiënt, zoals bij mij nu. Eigenijk werd mijnheer afgevoerd voor iemand die nog slechter was en die meer hulp nodig had.

Het had wat voeten in de aarde eer we de glazenwasser een plek hadden gegeven, ingebouwd met goede bedoelingen, een ongerust gevoel en een overdosis aan de instructies voor het personeel van de gewone afdeling. Controles die we om de vijf minuten uitgevoerd wilden zien en een bewaking van bijna een op een. Zijn kamer werd klaar gemaakt voor de Patiënt onder de Spaanse vlag en Professor zelf voerde een inspectie uit of alles naar believen was. Een wonderlijk gegeven want doorgaans was dat aan ons. Wat schertst onze verbazing toen deze  ‘doodzieke’ patiënt zittend op de brancard werd binnengebracht. VIP first class, dat geleid had tot een gedwongen uitzetting van de glazenwasser zonder te oordelen naar kwaal, maar wel naar klasse. Mijn rechtgeaarde zusterhart en het voltallige IC-personeel waren volledig ontdaan door zo’n aanpak, die qua medische beoordeling volledig de plank had misgeslagen en waar geld boven menselijkheid werd gesteld.

Bij Klasse intern van een ander ziekenhuis serveerden we ragout-en nierbroodjes en pasteitjes tot aan gepocheerde eieren toe. Zoete broodjes werden er met handen vol gebakken. Sterker nog, een gerenommeerde patient met Levercirrose had in de kast een geheime flessenvoorraad en die was niet gevuld met haarwater. Niet alleen de prof maar ook de hoofdverpleegkundige sprak een andere taal dan de doorsnee verpleegkundige op de werkvloer.

Op deze afdeling in dit ziekenhuis wordt geen klasse, als een scheidingswand tussen twee sekten, opgedragen en uitgevoerd. Men werkt hier met Klasse, door geduld en aandacht, behulpzaamheid en troost. Het zijn hun bedachtzame, informatieve, zachte stemmen, zalvende handen, omzichtige bewegingen als balsem voor de waanzinnige hectiek op de Cardio bij de afdeling van de eerste hulp. Overbuuf en ik werden tot de lichte categorie mens gerekend. Dat betekende in klare taal: M&M’s, cakejes, vruchtenkwark, roomvla of yoghurt. Vetrijk en zoet zonder extra geld toe te leggen. Rijkelui met een hoge bloeddruk of een infarct moeten ‘inleveren’ en worden gedoemd tot een arm dieet, zonder zout en cholesterol. Het knisperende geld mag achterwege blijven. Geen arts die er nog gevoelig voor is.

rozen

Zorg met zorg is zorg zonder zorgen voor iedereen, met of zonder financiële  armslag.

Uncategorized

De koning te rijk

Daar lag ik ineens. Van mijn sokken gekletst door de dienstdoende arts, die vermoedde dat de pericarditis ook wel eens een licht infarct zou kunnen zijn. Angst overspoelde het verdict van vier dagen eventuele opname. Traan spiegelde zich in dochterlief. Als de sluisdeuren eenmaal opengaan, vindt de onrust en de angst een makkelijke prooi. Wij bezitten in de familie een ‘hoog waterlander peil’.

Dan volgt er een opeenvolging van gebeurtenissen. Van de ene naar de andere eerste hulp. Alles komt langs. Het was een komen en gaan van ambulance personeel, verwisseling van kamers en bedden, verschuivingen in de prioriteiten.  Was je eerst omringd door alle zorg, een warm bad van niet aflatende aandacht dan duurde dat tot de volgende zich melden zou. Of de kwaal moet hoog boven alles uittorenen, zoals een mevrouw aan de overkant, die, veel te jong, twee flinke infarcten achter elkaar te verduren kreeg tot reanimatie aan toe. Nu ligt ze tegenover me op de afdeling en heeft het leed een gezicht gekregen. Het gezicht van de berusting en de hoop. We kijken naar elkaar en weten het. Zonder woorden smeed het lot een band.

Er aan vooraf ging een nachtelijke tocht door de gang, aangestuurd door een persoon, nu de drukte op de medium care de overhand nam. Een prachtige flipperkast zou het zijn, baf links, baf rechts en in mijn verbeelding ben ik de kleine, aan de heidenen overgeleverde knikker, die niet aflatend tegen de kanten aan botst en in vliegende vaart zijn eigen waarde tollend kwijt raakt. Niets is minder waar. Ze loodst me zorgzaam en voorzichtig door de uitgestrekte gangen heen. De stilte wordt onderbroken door bliep en ruis.

.IMG_1009

De vier persoonskamer, in diepe duisternis gehuld, schrikt op uit de slaap. Mijn adem klimt tegen de bedompte warmte op, het neonlicht omlijst het grote vierkante kader waar mijn bed in komt te staan. De man schuin tegenover mij rochelt een narrig welkom en pas als de duisternis is nedergedaald, valt het in een zagende stilte uiteen. Gordijnen ontnemen het zicht. De deur gaat potdicht. Adem in, adem uit. Er valt niet anders te doen dan een mindfull beleven. Ik hoor, voel en denk het nu, voor andere gedachten is geen ruimte, totdat de lichten aanfloepen van het bed tegenover mij en er en schimmenspel wordt opgevoerd door twee nachzusters en een oude man. De schaduwen vloeien weg over het plafond de omringende duisternis in en worden golvend een.

bloem.jpg

Bij het wegdommelen sluist de warmte de zuurstof weg en wordt ik luchtzoekend wakker. De deur moet open, bedissel ik, tegen de wens van de izegrim en wordt beloond door een van de verpleegkundigen. Een koele onderstroom bevrijdt de leefbaarheid.

De volgende ochtend is het verhaal van de zaalarts meer dan helder. Een virus vangen is vette pech, net als een griep oplopen. In de groep zijn er veel virale snottebellen, maar de vatbaarheid speelt een even grote rol. Of de busreizen met de sneeuw, de vermoeide tochten als een geëvenaarde Yeti, het racen tegen de klok, een onbegrensde groep kinderen.

Morgen nog een Echo en bij de juiste uitslag richting bank. Alle lieve berichten en apps zijn een riem onder het vliesdunne laagje om het hart, balsem voor de ziel en als ik met oud en nieuw thuis ben, voel ik mij straks daarmee de koning te rijk.

Uncategorized

Morgen weer een dag

Gisteren brak de dag aan na een goede nacht. Heerlijk geslapen op de golven van de twee films van eerste kerstdag, lui op de bank en nergens toe gekomen. Kerstdiner met de kinderen was al twee dagen achter de rug en de dag lag vorstelijk en breed voor me open. Vandaag, tweede kerstdag, stond dat grote kerstfeest, zoals ieder jaar, op de rol. Er was een veeg teken aan de wand geweest gisteren. Geen zin in drukte, geen puf om mooie outfit bij elkaar te sprokkelen en geen zin in ontmoetingen. Toch ging er nog geen belletje rinkelen. Ik zou de dag heerlijk rustig doorbrengen met Poes Pluis, Films op Netflix en mijzelf. Heerlijk genesteld in de hoek van de grote bank.

IMG_1007

Dat was grotendeels gelukt, buiten alle nietwensen. Dus deze tweede feestdag dag, vaste gewoonte, ging ik eerst naar beneden om twee koppen koffie te halen, alvorens aan mijn schrijfwerk te beginnen. Halverwege de vaat en de koffie begon het. Een stekende of doffe, geen idee wat de juiste waarneming was op dat moment, pijn in de borststreek, eigenlijk meer nog iets erboven. Ze streek langs het borstbeen en trok door naar de armen, wat een loden last veroorzaakte en weinig verheffend bleek te zijn. Kramp in kaak en slokdarm en het koude zweet brak in alle heftigheid uit. Toch, met een onrustig gevoel naar boven gestrompeld met de koffie in een poging om met de normale gang van zaken deze onmachtige overval te weerleggen.

IMG_1008

De pijn hield aan, sterker nog, werd heviger en hoezeer ik ook bedacht dat het mijn eigenwijze longblazen zouden zijn, die opspeelden, schoof het hart hartnekkig in het zicht. Zoonlief was na drie keer gealarmeerd en aarzelde geen moment, maar belde 112 na het zien van mijn deplorabele toestand. Er zou hulp komen binnen enkele minuten. De ambulancebroeders namen een ECG af en constateerden dat een ziekenhuisbezoek raadzaam was. In pyjama en met mijn kloffen op weg naar de brancard, vier trappen beneden. Met een spray onder de tong hadden deze medicijnmannen de pijn laten wegebben, zoals ze even daarvoor nog met bezwerende gebaren langs hoofd en achter oren een temperatuur hadden opgemeten. Geen koud staketsel in het oor, maar een subtiel gebaar. Ik telde mijn zegeningen.

Ingesnoerd in de gele brancarddeken striemde de koude wind op tot ongerustheid, waar ik een simpel kleine eerste hulp auto had verwacht. In de brancard zoefde de verstrooide verlichting voorbij. Kwetsbaarheid, uw naam is mens. Het ziekenhuis wenkte toen de deuren open zwenkten. Op de eerste hulp vol bravoure, een pericarditis is een afgebakend en begrensd begrip. Daar waren hulpmiddelen voor, maar toen de dienstdoende arts vertelde dat het misschien toch ook wel een licht infarct kon zijn, sloeg de spanning in alle hevigheid neer.

rozen.jpg

Paar dagen blijven, onderzoeken, uitsluiting van andere mogelijkheden. Nog steeds speelde de ontsteking een rol, maar de andere versie werd wel aannemelijker. Daar lag ik nu, tweede kerstdag en aan de heidenen overgeleverd, sjamanen in de dop, Ik werd op mijn wenken bediend door de ongeruste achterban, kinderen en zussen paraat, Schone kleren, noodzakelijke opsmuk en rode rozen. Zoonlief wrikte er grappen tussen door en ik lachte mijn vaten los. Morgen weer een dag.