Uncategorized

Boven alle kwalen uit

Gisteren huppelde de dag een beetje. Alles onder controle in de ochtend met douche op monter tijdstip, wat telefoontjes met lieve aandacht en mooie afspraken, bezoek van zus en kunstvriendin. De broodnodige afleiding met verse verhalen over toekomstplannen en goede voornemens. Wat een voorrecht om even wat was daar te laten en te mijmeren over wat komen zou.

IMG_1147.jpg

Met een oproep viel de dag in scherven uiteen. B was opgenomen, redelijk verwacht onverwachts zoals het aneurysma in zijn hoofd het bekokstoofd had. Een tijdbom in hem, waar van alles aan gedaan zou worden, maar dat nu de lachende derde werd. ‘Nanananana, heb ik het hem toch geflikt’. Ondanks Hartkatheterisatie, stents, bloedverdunners. Het eigenwijze zelf wikte en beschikte als God in een mensenleven. Van aimabel innemende en charmant persoon was hij al veranderd in een wrokkige, achterdochtige patiënt met aversie tegen de diverse medische ingrepen, omdat hij met beide handen vast hield aan zijn natuurgeneeswijze. Almaar hinkepinkend op twee geloven werd de hele toestand er niet beter op. Mensen die goedbedoeld bleven preken en hoofdschuddend de verrichtingen volgden en anderen die hem probeerden te begrijpen en te zalven. Het gezin werd de dupe. Hij trok zich terug in de weke plek en was nauwelijks meer in staat om sociaal de B te zijn van weleer.

B loden jas

Het winkelcentrum, een grauwe dag en ineens een zonnestraal. Vader B schoot het door me heen, toen ik de zwierig gedragen loden jas zag opkrullen bij elke stap. Een éminence rouge/grise met beminnelijke oogopslag die oprecht blij was me te ontmoeten. Ik zag de vader in de zoon , die ik jaren geleden bij elke rendezvous met de familie van oude vriend was tegengekomen en die liefdevol de moeder in mij omarmde, gelukkig met de kinderschare om mij heen. Vader B stond daar als een herrijzenis vele jaren later voor mijn verbouwereerd gezicht en het duurde even eer zoon en vader ineen schoven. Natuurlijk.

Jaren terug, nog meer jaren terug, de tweeling nog geen jaar. B terug uit Mexico voor een vakantie met zijn lieve Mexicaanse aan zijn arm. ‘Ay que linda, muy benito’ klonk het over het koude stuwmeer, waar onze hereniging sinds kindertijd weer plaats vond. De weidsheid galmde de klanken na over het stilstaande water en rimpelde terug. Muy benito, dat waren zij ook. Gelukkig, zorgeloos, mooi, de hemel te rijk. Spoorslags kom je mensen tegen. Ze vlechten als een rode draad de vriend tot een beeld.  Ze vormen de wereld om die ander heen. Ze behoren tot diens inner circle en zijdelings is hun aanwezigheid van belang, omdat ze vormend zijn. Broer van vriend, een wereld van verschil en toch de vader in de zoon en daarmee wezenlijk onderdeel van mijn oude makker.

 

Gisteren besloot het aneurysma zijn poorten te openen en hielp er geen lieve vader of moedertje meer aan Het hoofd stroomde vol, gedachten verzonken in een niet aflatende golf van onberekenbaar vliedend geweld. Ze perste en pushte tot de zoon spoorslags in de voetstappen van zijn vader gleed. De eerste op rij. Er werd ongenadig hard geklopt op de deur van de volgende generatie.

078

Het kaarsje brandt. Om zijn innemende lach, om zijn aimabele verschijning, om zijn Joy de Vivre. Gehaald door vader B op de rand van de afgrond, waar zijn levenslust zou stikken in de gram van zijn lichamelijke ongemak, de zwakke plek. Dag B, je was en bent er nog, met zwier en grijns, nooit meer weg te denken en niet ten onder gegaan, maar verrezen boven alle kwalen uit.

One thought on “Boven alle kwalen uit

Comments are closed.