Uncategorized

Morgen weer een dag

Gisteren brak de dag aan na een goede nacht. Heerlijk geslapen op de golven van de twee films van eerste kerstdag, lui op de bank en nergens toe gekomen. Kerstdiner met de kinderen was al twee dagen achter de rug en de dag lag vorstelijk en breed voor me open. Vandaag, tweede kerstdag, stond dat grote kerstfeest, zoals ieder jaar, op de rol. Er was een veeg teken aan de wand geweest gisteren. Geen zin in drukte, geen puf om mooie outfit bij elkaar te sprokkelen en geen zin in ontmoetingen. Toch ging er nog geen belletje rinkelen. Ik zou de dag heerlijk rustig doorbrengen met Poes Pluis, Films op Netflix en mijzelf. Heerlijk genesteld in de hoek van de grote bank.

IMG_1007

Dat was grotendeels gelukt, buiten alle nietwensen. Dus deze tweede feestdag dag, vaste gewoonte, ging ik eerst naar beneden om twee koppen koffie te halen, alvorens aan mijn schrijfwerk te beginnen. Halverwege de vaat en de koffie begon het. Een stekende of doffe, geen idee wat de juiste waarneming was op dat moment, pijn in de borststreek, eigenlijk meer nog iets erboven. Ze streek langs het borstbeen en trok door naar de armen, wat een loden last veroorzaakte en weinig verheffend bleek te zijn. Kramp in kaak en slokdarm en het koude zweet brak in alle heftigheid uit. Toch, met een onrustig gevoel naar boven gestrompeld met de koffie in een poging om met de normale gang van zaken deze onmachtige overval te weerleggen.

IMG_1008

De pijn hield aan, sterker nog, werd heviger en hoezeer ik ook bedacht dat het mijn eigenwijze longblazen zouden zijn, die opspeelden, schoof het hart hartnekkig in het zicht. Zoonlief was na drie keer gealarmeerd en aarzelde geen moment, maar belde 112 na het zien van mijn deplorabele toestand. Er zou hulp komen binnen enkele minuten. De ambulancebroeders namen een ECG af en constateerden dat een ziekenhuisbezoek raadzaam was. In pyjama en met mijn kloffen op weg naar de brancard, vier trappen beneden. Met een spray onder de tong hadden deze medicijnmannen de pijn laten wegebben, zoals ze even daarvoor nog met bezwerende gebaren langs hoofd en achter oren een temperatuur hadden opgemeten. Geen koud staketsel in het oor, maar een subtiel gebaar. Ik telde mijn zegeningen.

Ingesnoerd in de gele brancarddeken striemde de koude wind op tot ongerustheid, waar ik een simpel kleine eerste hulp auto had verwacht. In de brancard zoefde de verstrooide verlichting voorbij. Kwetsbaarheid, uw naam is mens. Het ziekenhuis wenkte toen de deuren open zwenkten. Op de eerste hulp vol bravoure, een pericarditis is een afgebakend en begrensd begrip. Daar waren hulpmiddelen voor, maar toen de dienstdoende arts vertelde dat het misschien toch ook wel een licht infarct kon zijn, sloeg de spanning in alle hevigheid neer.

rozen.jpg

Paar dagen blijven, onderzoeken, uitsluiting van andere mogelijkheden. Nog steeds speelde de ontsteking een rol, maar de andere versie werd wel aannemelijker. Daar lag ik nu, tweede kerstdag en aan de heidenen overgeleverd, sjamanen in de dop, Ik werd op mijn wenken bediend door de ongeruste achterban, kinderen en zussen paraat, Schone kleren, noodzakelijke opsmuk en rode rozen. Zoonlief wrikte er grappen tussen door en ik lachte mijn vaten los. Morgen weer een dag.