Uncategorized

Een statement

De ochtendrust, ze kust het dorp tot ontwaken en ik adem zuivere benzinevrije lucht. Was vergeten hoe puur dat was. De stilte als omlijsting en de vredige aanblik van de huisjes aan de sluis. Heet het sluis of poort. Het is een woord maar een wereld van verschil. Brugwachtershuisjes besluit ik en daarmee is hun functie verteld. Ze sluizen de brug open en dicht voor het verkeer, maar als ik zoek op naam valt het in het water. Ze blijken toch Koninginnesluis te heten naar de eerste sluis vooraan en pas later volgt de brug. What’s in a name en waar kan je zoal mee bezig zijn ter voorbereiding op het afscheid van een goede oude getrouwe stem uit het verleden. Nooit meer te horen hoe hij informeert naar ziel en zaligheid stemt melancholiek. Toch is er vrede mee tot jongste zoon breekt in zijn stem bij afscheid van zijn vader Ben.

Portret, waarschijnlijk door Thérèse Schwartze.Herman Gorter

Dat is te vroeg verhaald. Ik loop nog op de brug aan de arm van dochterlief, die ondersteunt en, meer dan dat, de stut is van het weke hart. De start van het nieuwe jaar was heftiger dan ooit, maar altijd weer komt de Mei en Gorter boven drijven. ‘Een nieuwe lente, een nieuw geluid.’ En put moed. Het lijden verlost, want wat als een tikkende bom in een hoofd zat als inoperabele onzekerheid, die afhankelijkheid en gebondenheid ten toon spreidde, bleek zwaarder te dragen dan verwacht en leven te smoren in eenzame gram.

Voetstappen klinken onder het ouderwets gebeier van de klokken die, als een ster van Bethelehem, de weg plaveien naar de ingang toe. De deur straalt kieren licht als het zware eikenhout wijkt. Binnen is de oudste broer. Sinds de generatie verschoven is en wij de oudjes zijn voor de jeugd, is hij de Pater Familias, die zich kwijt van de taak om mensen ook in verdriet welkom te heten. De banken stromen vol terwijl boven de hoofden het rood van glas in lood uitbundig warmte verspreidt.

Wij schuiven naarstig aan in de laatste bank, naast de middenbeuk. De eerste plek met uitzicht op het altaar, waar straks de baar met Ben zal staan en ik mag mijmeren over vermeende rood en grijze krullen, door het witte doek aan het oog ontrokken. Vanuit de vervreemdende leegte in mijn hoofd vult zich het beeld van vroeger en nu, als ik oude koppen plak op de jeugdige Homburggangers van toen en de vrienden door de jaren heen. Gegroefd, maar onmiskenbaar. De muur van zwart, de grijsgetopte bergen zorgen voor een onoverbrugbare afstand tussen mij en de familie, maar de blik, het herkennen, de knipoog, een glimlach zijn afdoende om die te slechten. Ieder trekt zich terug in een eigen relatie met hem, die nu vanuit eenzame hoogte, omringd door broers en zussen, de eerste op de rij, zijn afscheid neemt. Sober, simpel, de houten plank, het linnen, de kaarsen en het rood. Meer is niet nodig voor de dood.

Na afloop tranen van vermoeide emotie en de onvermijdelijke vraag van dochterlief, nu zo dichtbij een afscheid is. Hoe dan wil jij. Ik denk na. Geen muren, maar een zachte kring. Ontmoeten in de enige zin van het woord. Niet afgeschermd zijn, maar er nog midden in staan en mijn liedjes door de jaren heen. Een tafel vol met hapjes, wijn en lekkernij, verboden vruchten, maar de sjeu van het leven. Een woordje hier en daar, een anekdote, een herinnering. Loudon Wainwright door de luidspreker, ‘Mother likes the white wine’ en gelach door tranen heen. Nou zo dus en begraven onder een boom. Goed om bij stil te staan.

Als we thuis zijn valt de leegte op, heel even maar. Tot Pluis de aandacht trekt en gekke bokkensprongen maakt. Een levend statue. Ben is bijgezet in de galerij der herinneringen, maar Pluis is van het nu. Het leven gaat door, snort ze en zet een statement neer.

Een gedachte over “Een statement

Reacties zijn gesloten.