Uncategorized

Geen speld tussen te krijgen

Langs alle kanten stromen de adviezen binnen. Rustig houden, luisteren naar je lijf, voorlopig niet gaan werken, tot aan het pensioen kalm aan doen, niet eigenwijs zijn en een eigen koers varen, maar het lijf is oneindig meer wijs dan alle adviezen bij elkaar. Het zet me op een bank en na elke tien stappen werpt ze mij weer terug. Ze is de golfslag van mijn leven. Gangetje naar de deur…bank, gangetje naar de keuken…bank, gangetje naar het toilet…bank, gangetje naar de tafel…bank. Voorlopig pieker ik niet over meer doen dan het lijf aangeeft, omdat het eenvoudigweg niet tot de  mogelijkheden  behoort. De trap ‘s avonds is de vesting en daarmee tevens de uitdaging.

003 Olieverf op Doek: Wegdromen

Wel staat het in schril contrast met de rest van de tegenwoordigheid van geest. Het lacht en praat en belt en schrijft. Zolang dat lijf maar zit, ligt, en niets anders qua lichamelijke inspanning moet doen is het goed. Iemand vroeg me hoe ik ondanks deze situatie toch aan de blogs toekwam. Juist in deze situatie, zou ik willen beweren, gaat dat van een leien dakje. Als mijn fysieke energie geen kans meer heeft om weg te stromen is er nog maar een uitweg. Door het linea recta vanuit het hoofd in de handen te laten vloeien, die gehoorzaam met hun vingers over de toetsen tikken om vast te leggen wat er zich achter het geteisterde brein afspeelt. Geteisterd, omdat het voor iemand die eigenlijk altijd onderweg is, een duizend dingen doekje pur sang, geen sinecure is om teruggeworpen te worden in het nu, zittend op de bank en een loopje heen en terug.

IMG_5861

Schrijven is toch een soort tweede natuur geworden. Als ik naar een onbewoond eiland zou worden gestuurd, dan is een van de allerbelangrijkste dingen die ik nodig heb een toetsenbord. Of dat nou een Remington is of een Apple. Kennelijk heb ik toetsen nodig die woorden vormen. Natuurlijk heb ik heel veel geschreven, dagboeken en journalen vol. Allemaal met vulpen, balpoint of fineliner. Bij de komst van de computer was daar dat magische verlengstuk van mijn handen, net als vroeger in the old days de typemachine. Letters die oplichten en smeken om er woorden van te vormen. Soms zo dwingend dat ik struikel en de handen niet bij kunnen benen wat de geest verzint.

Het is als het staan op een podium. Die angst aan het begin, het spreekwoordelijke duwtje in de rug en dan de bevrijding. Een podium, waar je kwijt kan wat je aan kwaliteiten te bieden hebt, zonder dat je je afvraag of het hout snijdt. Achteraf, bij het terugluisteren van opname’s hoor ik kwinkslagen, dubbele betekenissen, bij die enkele openbare ‘troon’ rede die ik voer. Zodra de duisternis de anonimiteit wegneemt, daalt er een schaduw neer, die mijn rol overneemt en driftig aan de weg timmert om de toeschouwers betrokken te maken. Na een lezing of een improvisatie trekt met de duisternis tussen de coulissen de euforie maar ook de blinde vlek weg, als mist voor de zon. Pas veel later dwalen zinsneden door mijn hoofd, waar ik wakker van kan liggen, flarden aan herinneringen waardoor de glimlach de mondhoeken krult en lofbetuigingen die na sudderen en het ego strelen.

Schrijven is een podium bieden aan de gedachte, is een platform voor de overpeinzing, het doorgeefluik van de bezieling. Zeeën van tijd zijn er, vijvers van inkt geeft het, als het hart moet berusten. Hoe waar is die ene onsterfelijke voetbalmoraal: ‘Elk nadeel heeft z’n voordeel’. Daar is geen speld tussen te krijgen.

 

3 thoughts on “Geen speld tussen te krijgen

  1. Dat je lichaam niet dat wil wat je geest wil, is moeilijk. Gelukkig blijven je vingers over het toetsenbord dansen. Intens, mooi en sprankelend. Het moet een, al is het misschien schrale, troost zijn dat je dat zo inspirerend doet.

    Like

Comments are closed.