Uncategorized

Des duivels oorkussen

Het was een onbekend straatbeeld, maar toch kwam het me vertrouwd voor. De smalle straat met de hoge huizen aan weerskanten waren een Amsterdam waardig. Oude voorname patriciërshuizen of schreeuwende pakhuizen met hun katrollen en haken,  waar de haven lang geleden uit weggetrokken was en de armoede had plaatsgemaakt voor ‘yuppengeweld in drie verdiepingen’, een gedicht waardig.

Mickey Mouse.pngMickey Mouse

De aanblik oogt voornaam met koperen handklop op eiken deuren en hun goudgele communicatiemonden afwachtend, nu nog dicht geklept. Door een van hen stap ik mijn droomwereld binnen van hoge lange granieten gangen met opdruk in een voornaam motief en gepleisterde muren langs trappen tot in de nok. Hoog is voornaam. Hal is voornaam. Bij elke stap over de met pluchen rood beklede trappen en koperen roeden zakt mijn eigenwaarde tot het nulpunt om de status die nooit de mijne is geworden. Aarzelend open ik een van de deuren in het voorportaal op de eerste verdieping en kom  terecht in een enorme balzaal die in drieën is verdeeld. Een gangvormig middenstuk tot borsthoogte, die beide andere enorme ruimtes van elkaar scheidt. Ik zie in een van hen de vleugel en de man op de bank met zijn krant, niet lui achterover, maar alert en gewiekst op de punt van zijn zetel. De pendule tikt oorverdovend en op de maat slaat een Mickey Mouse zijn Amerikaanse burgerschap mee, links, rechts, links, rechts met een grijns die eerder past bij de joker dan bij een lieflijke Disney animatie. Ik wil daar zijn, ook zo wonen, maar ook weer niet…Iets klopt er niet.

De buitenkantThe MET.

Dan ben ik buiten . Hoe licht verplaatst de droom het stoffelijke onstoffelijke en sta ik midden in een drukke winkelstraat. Om me heen raast het verkeer en ik zoek markers en peilpunten, waar ik me aan vast kan klampen als ik het hoge herenhuis terug zou willen vinden. Het grote gebouw aan de overkant is toereikend, want het oogt als het Metropolitan Museum in New York zonder de wimpels met de zelfde indrukwekkende entree, de talloze treden naar een bordes en zuilen tot in de hemel. Dan roept de stad achter mij en draai ik me om. De straten die nergens toe leiden, als ik wakker word. Pluis aan mijn voeten opgekruld in de warmte van de lome slaap.

Het is lang geleden dat een droom bleef hangen en terug te halen valt met beelden die beklijven en ik ben verbaasd om bijvoorbeeld de enorme en voorname kamer zo letterlijk tot in de details, voorbij te zien trekken met voorwerpen die ik mijn leven lang nog niet gezien heb, of misschien in films, boeken en mijn eigen diep weggestopte voorstellingsvermogen bij elkaar gesprokkeld heb en die zich nu in een compleet beeld afwikkelen.

Hopper: Nighthawks (1942)

Hopperiaanse inkijk in het leven van een onbekende, schaamteloos, het neonlicht vervangen door jugendstil schemerlampen, maar even onbevangen en nieuwsgierig, met de zweem van afgunst die er bij hoort. Het zorgt ervoor dat de nacht in twee stukken breekt en eer ik de draad der zalige onwetenden weer heb opgepakt zijn er nieuwe uren stuk geslagen in het eindeloze niets. Schapen tellen, nee, zegeningen en vooruitkijken. Verbazingwekkend hoe de tijd snelt als ledigheid des duivels oorkussen is.

One thought on “Des duivels oorkussen

Comments are closed.