Uncategorized

Tot in lengte der dagen

Vannacht werd ik wakker met een hevige pijnscheut ter hoogte van mijn ribbenkast. Geen idee waarom en hoe. Dus dat is vervelend. Ik heb me in alle bochten gedraaid om blauwe plekken te kunnen ontwaren. Ik heb gisteren overdag de hele klerenkast uitgepakt. Misschien heb ik me verdraaid, maar het voelt alsof ik hardhandig in aanraking ben gekomen met iets dat niet mee gaf. Dat is niet zo. Het wordt afzien vandaag. Adem halen was al niet normaal, maar nu is het ook nog pijnlijk.

Het kan altijd erger.Gisteren zag ik de VPRO docu over normaal. De zanger, Bennie Jolink, lijdt aan astma en moet tussen de nummers door aardig aan de puf om voldoende zuurstof naar binnen te hengelen. Hij vertelde vaak ziek te zijn na de optredens. Geen  sinecure dus. Dat brengt me weer op de periode van onze band. Op het laatst had ik  moeite om de laatste nummers, vooral de toegift, tot een goed einde  te brengen. Soms kon ik de hoogte niet meer halen. Het samenzijn en het zingen zelf , het op de bühne staan en het grote toneelspel met het publiek gaf zoveel voldoening, dat ik er alles door kon vergeten en het er graag voor over had. Dus ik snap Ben Joling.

img_0432.jpg

Loslaten is een kunst op zich. Mijn zangduo en ik konden het wel. Op het hoogtepunt stoppen. De vrijheid die er door verkregen werd, opende weer andere deuren. Zo is het altijd gegaan. Volksdansen was ook zo’n belangrijk onderdeel. Jaren lang stond alles in het teken van het dansen. Mijn hele ziel en zaligheid was ermee verweven.  Ook hier waren de longen de spelbrekers, al wist ik toen nog niet wat de directe aanleiding was. Ik kon niet goed meer meekomen met de snelle choreografieën. Achteraf viel het kwartje.

Deze laatste fase van het werkzame leven, dat nu voorbij trekt door de gedoseerde inspanning die ik lever, is een ander verhaal. Mijn vader was verbitterd over de manier waarop men hem een nietszeggende post had aangeboden Hij weigerde zijn afscheidsfeest. Met veel plezier denk ik er juist aan terug. In die zin zijn de keuzes voorspoedig geweest en goed. Het werken met kinderen zorgt ervoor dat er een lege  plek blijft, ze roept verlangen op. Wat had ik graag mijn groep ‘groot’ zien groeien en nog verder mogen begeleiden. Eergisteren stond ik in de supermarkt en kwam de oma van een van de kinderen naar me toe. Ze woont bij mij achter. Haar kleinzoon had gevraagd of ze niet eens aan konden bellen bij mij, zodat hij op bezoek kon gaan. Dat streelt.

011

Hoe lang ik de kinderen onder mijn hoede had, maakte niets uit. Dat merkte ik aan de invalgroep van dit jaar en dat wist ik ook wel. Ze zitten allemaal op mijn netvlies, nog steeds. Bijzondere en mooie momenten in jaren van deelzaamheid. Er was ergens altijd zo’n moment van afscheid gekomen en altijd te vroeg. Het maakt niet uit. Als je mag voortleven in een zoete herinnering is de missie geslaagd. In die zin zijn we bevoorrecht. Alles wat dierbaar is, blijf je meedragen tot in lengte der dagen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uncategorized

Proost

Morgen is de dag! Er gaat getrouwd worden. Het heet ‘een eenvoudige huwelijksregistratie’. Er mogen maar tien mensen aanwezig zijn en de buitengewone ambtenaar van de huwelijkse stand houdt géén toespraak. Voor niets gaat de zon op. Daarna is er een partytent op het grasveld voor het bovenhuis met een hapje en een drankje. Het grote feest is een maand later. Zo slim dit. Dan kan je gewoon genieten van een feest, zonder al de hele dag in touw te zijn geweest.

img_5220Oude herinneringen in nieuw gevat.

Een kolfje naar zijn moeders hand. Ooit zelf, 38 jaar geleden, waren mijn maatje en ik op die manier naar een gemeentehuis getogen. Twee vrienden onder handbereik. Een oude, rijk geborduurde, wijde Indiajurk verhulde een acht maanden dikke buik. Het gemeentehuis leverde nog wat getuigen. Geen probleem. In de duinen vierden we met een wijntje het feest. Met z’n vieren. Meer was het niet en meer was ook niet nodig.

Dochterlief trouwde in Frankrijk. Dat was weer wat anders. Een sprookjeshuwelijk a la  een groot bal, met alle toeters en bellen. De ceremonie duurde lang. Ik had me in een mooie ‘moeder van de bruid-outfit’ gehesen. Het was stralend weer, een drukte van jewelste en het feest was op een heuvel tegenover tout Paris . Met een glas Kir in de hand proosten we met uitzicht op de skyline van Parijs. Bijzonder, net als alles eromheen.

012Singel

Het tweede mijlpalenfeest was ook een parel. Voor de ceremonie hadden we een boottocht gemaakt op de singels van mijn mooie oude stuk geboortegrond. Het voelde zo vertrouwd. Dochterlief wandelde in een fantastische outfit door de straten van Utrecht aan de hand van haar kersverse echtgenoot. Gratis een nieuwe zoon erbij! Wat een voorrecht.  In mijn beleving knikten de oude gevels met instemming toen we langs kuierden onder het geratel van de blikjes én de blikken van de toeschouwers langs de kant.

‘Moeder van’ is een vak apart. Morgen mag ik mijn handtekening zetten onder iets waar ik het volste vertrouwen in heb. Ze hebben hun leven samen op de rit. In de deuropening hangt mijn mooie zwarte jurk. Zaterdag gekocht in dat grappige Ellewoutsdijkse winkeltje. Ineens besef ik dat ik weer te zwaar op de hand ben geweest, te veilig en te veel op kwabbels en babbels gericht. Van de week nog maar eens struinen. Het is een vlinderlicht stel, de voeten gaan bij het grote feest van de vloer op Tapan en Zurla. Mijn jurk is prachtig en stemmig en staat beeldig. Nu ik haar zie  hangen vraagt het feest om eenzelfde liefdevolle luchtigheid als mijn beide schatten.

129.jpgKylie Minogue brillenkoker

 

Een ding is zeker. Het hoofd is onder de pannen. Gisteren de nieuwe brillen opgehaald. De rosé kleurige blijkt van Kylie Minogue te zijn. Het Vintagehoofd kan een Vintagelook goed hebben, of zou het een klassiek model zijn. Hoe dan ook, de ogen blikken vriendelijker dan onder mijn oude strenge zware montuur.

041Zonnegeel

Vlinderlicht wordt het thema. Op, in en aan mijn hoofd. Dat moet lukken. Ik heb nog een hele maand tot het grote feest. Voor morgen wordt het zonnig geel! Die outfit was al binnen. En voor de Woman in Black komt nog wel een bestemming. Nu eerst bloemen en vlinders buiten zetten op een luchtig partijtje in Rosé-goud en Zonnegeel. Proost.

Uncategorized

Thuiskomen

In de tijden van Sartre en de Beauvoir declameerden we amechtig met herhaling de weemoedige regel: Partir, c’est mourir un peu’. Als ik deze dag wakker word, realiseer ik me, dat ik iets achter laat. Een stukje zielsverwantschap met dit kleurenpalet, een verbonden zijn met het lange lint naast de Westerschelde en haar roerig klein leven, dat zich al jaren op een zelfde manier tot elkander verhoudt. De vriendelijke, zachte aard van de bewoners, waarbij ik als altijd in een vreemde omgeving, even alert moet zijn op klank en taal, om daarna elk woord op de juiste waarde te kunnen schatten. De lieflijke kleine dorpen. Het is zo intens en roerend als het klinkt.

Gisteren haalden we de opgeladen fietsen nog eenmaal van stal. Met vieren reden we een stukje vertrouwd, een stukje onbekend, maar bovenal blijvend bemind, landschap door. Nog altijd waren de koffietenten met een zoeklampje te vinden, maar er zaten juweeltjes tussen. De koffietuin in Oudelanden, waar de tijd stil bleef staan zodra je het hek binnen ging en waar het goed toeven is tussen de heksenbollen en de waterlelies van Monet. Jasmijnthee haalde geurige witte bloemen naar binnen, terwijl de zon boven onze hoofden brak in de oude takken van de grote treurwilg. Daarvoor moest ik eerst wel onder de tent vandaan, want het witte dak smoorde elk zuchtje wind.

Met weemoed liet ik de fiets verder staan. Dag lieve belofte aan een langer leven. Sparen voor een mooie e-bike wordt een volgende optie en de dankbaarheid naar haar uitvinders is groot. Nooit gedacht dat ik met wapperende haren en gezwinde snelheid de kop leeg kon maken in een straffe wind. Met het grootste gemak, want beenspieren doen het altijd nog goed en zijn getraind door de fysiotherapie, stuif ik het goede leven der mobiliteit weer in.

Daarna gingen we over tot het laatste plan op het lijstje. De hitte zorgde er voor dat het Goesemeer overgeslagen werd. Tijdens de fietstochten hadden we een klein kledingwinkeltje ontdekt met interessante waar. Het was alleen op bepaalde tijden open en vanmiddag namen we onze kans waar. Een piepklein optrekje in Ellewoutsdijk behelsde een schat aan aparte, wonderlijke, opvallende, goedkope en dure, nieuwe en tweedehandse kledingstukken. Hier was kleding niet langer een manier om je lijf in te hullen, maar werd er Art van gemaakt, een levensbeschouwing. ‘Je kleedt je zoals je bent’, leerde mijn moeder ons vroeger al. Met vier zussen overspoelden we het kleine voorkamertje, dat gevuld was met rekken en rijen in alle hoeken en gaten. Geen van ons is identiek.. Er is de stoere, de modieuze, de  nette en de hippie volgens mijn lieve stoere zus, die alles lijdzaam ondergaat en de helft van de tijd verliest, als wij in de rekken hangen met onze kritische blik en de zoektocht naar nieuw. Ze heeft het fototoestel in de aanslag om in de tussentijd buiten de wereld aan haar voeten te brengen. Niets ontgaat de scherpe blik.

De eigenaresse is even overrompeld, had met de hitte niet zo’n invasie verwacht, maar ontpopt zich onmiddellijk tot de stiliste, de kleurenexpert, de adviseuse, die ze volgens het kaartje ook is. Ze kijkt, stelt gerust, roemt de schoonheid in plaats van het gebrek en iedereen die ze onder handen neemt, groeit. Het is een warm bad en ik luister naar haar goede raad en belangrijke tips. Tenslotte kies ik weer voor veilig zwart, terwijl ze me zojuist de adviezen van warme tinten aan de hand heeft gedaan. Ze zitten in mijn hoofd en spinnen zich straks verder uit. Dank lieve Ellewoutdijkse, voor het aangenaam verpozen.

Thuis bij de tent verbaast zuslief zich dat we zo eigen waren, deden, leken. Opdringerig of toneelspel? Nee, het is de wijze vrouwengolf. Ons kent ons, de herkenning van dat diepste wezen, dat in ons verborgen ligt. Het oer, het archetype. Daar komt geen toneelspel aan te pas, zelfs geen verkooptruc. Het is hetzelfde als thuiskomen.

Uncategorized

Dag, dag

De trap ligt als een vesting voor me en ik weet hoe haar te trotseren. Met dank aan de fysio van het Antonius en de ademhalingstechnieken. Het hoogste Duin ligt bij Zoutelande en deze zomer liggen daar ook de meeste toeristen, maar we hebben een slimme zet onder handbereik, als we haastig de hitte en de drukte ontvluchten door het dorp weer uit te rijden. We komen bij Valkenisse en de naam alleen al is voldoende om een gebalanceerd evenwicht te brengen. Met de kleine Valk ter gedachtenis beklimmen we de eerste treden. De zussen gaan vooruit, maar staan toch ook verdacht vaak stil. Ik ben niet anders gewend dan een aantal treden en rust, zo hijs ik me in een twee-minutenwals naar de hoogste top. De afdaling is de bekroning en het prachtige uitzicht over het goudgele strand met plukjes mensen in een gemoedelijke samenstelling. Er zijn parasols en ligstoelen te huur, vooral de eerste zijn een onmisbaar element met deze verzengende hitte, ook al is het al vier uur. Wat een heerlijkheid.

De enorme, zeewaardige slagschepen stomen op, naar de andere kant van de einder, Rotterdam? Engeland? Als balletmeisjes glijden ze landingslicht over het water in gezwinde snelheid. De Zeeuwse kust scherpt in antwoord erop haar tanden. Alle golven op de, verder zo bedaarde zee, vangen ze in hun fuiken om het aanrollende water een halt toe te roepen.  De dijk waait binnen.  ‘Als het golft, dan golft het goed, niet te stuiten, niet te sturen…’  Deze eenzame oneliners spatten onder protest kreunend uiteen tegen de houten golfbrekers en hebben geen ander verweer.

Bovenaan de trap gaat Mats me voorbij op de terugweg. Hij is aan het tellen. Ik val in een openingstreffer. ‘Wat kan jij al goed tellen’. Twee glunderende ogen in een blond koppie. Hij vertelt trots dat er 900 treden zijn. ‘ Zo, dat zijn er net zo veel als de Dom en dat is de hoogste toren van Utrecht. En jij kan dus tot 900 tellen. Wat knap!’  Want met zijn drie turven hoog, schat ik hem op 5 a 6 jaar. Vader lacht, heimelijke trots achter zijn blik verborgen.

Twee mannen met glimmende bruine buiken lopen langs ons heen de trap af en volgen een deel van het gesprek. Een van hen vertelt over een queeste naar de Domkerk. Ze vonden het niet. Hoe hoger ze kwamen in de toren hoe minder kerk. Haha, op zoek naar een luchtschip. Ze waren er dichtbij, vertelde ik hen, en meer dan dat zou het nooit worden. Het dwarsschip was in het luchtledige opgegaan tijdens natuurgeweld in de 17e eeuw. Dom en haar kerk gescheiden voor de eeuwigheid. De mannen lieten het dwarsschip voor wat het was en vonden ten leste, de Domkerk zelf, door het Domplein over te steken. Nu overbrugden Mats en de mannen samen met mij de hoogste duinenrij van Nederland in die wetenschap in een ‘en passante’ conversatie. Hoog, hoger, hoogst. Mats groeide gedurende de tocht drie meter, want hij was uitgebreid en met veel armzwaai aan het vertellen. Ik stelde hem mijn zussen voor en gemoedelijk zette hij een hernieuwde boom met een van hen op. Bij het starten van de auto zwaaide een armpje op de achterbank, mijn bruine zomerarm zwaaide uit het raam hoog boven de auto terug. Tot aan de rotonde bleven ze achter ons rijden. ‘Doe de groetjes,’ had ik nog geroepen. ‘Ja aan mijn moeder’, schetterde hij. ‘Geef haar een dikke zoenepoen,…’ ‘Zal ik doen’.  ‘Dag lieve Mats.’ ‘Dag, dag.’

Uncategorized

Mijn liefje wat wil je nog meer

Jaren zeventig. Met de oude en vriendin de gedichten van Hans Warren zoeken in het kleine onooglijke dorpje Borssele. De zeedijk gevonden en de bermbegroeiing waar hij over schrijft, het weer was stralend. Geen beukende golven, die het schuim doorklieven, maar een bedaarde en rustige Westerschelde. De begraafplaats in de groene schemer van de bosschages er omheen en de naam Warren, die veelvuldig het dodenrijk bevolken, daar op dat kleine lapje grond.

We fietsen en soms gaat het niet zonder slag of stoot. Eigenlijk is het feit, dat we op het warmst van de dag een krachtsinspanning leveren geen slimme zet. Het zaagt en klettert tegen de wanden van de longen op, het bonkt en siddert in de hartstreek en het lijf weet, dat er een tekort aan energie is, voor de zwaarte van de tocht. Bij vlagen vliegen we, als de wind ons duwt en meedraagt op haar turbulente aanwezigheid, maar even zo vaak beneemt ze me letterlijk de adem als ze recht in het gezicht beukt en de turbo van de fiets haar kracht niet kan inboeten. Elk heuveltje en hobbeltje is te veel. Het uitzicht op de kerncentrale is duidelijk niet bedoeld om energie op te wekken. Voortdurend zakt ze in mijn schoenen.

Het is lastig om het te verklaren aan alles wat gezond en jonger is. Het blok aan het been wil je niet zijn, maar bij tien kilometer meer is de koek zo goed als op. Gelukkig ebt het langzaam weg bij aankomst in de veilige have van de Toffe Peer, nadat het even de totale gedachte heeft beheerst. Ruimte voor andere dingen. Het is  de Vierde dag en we zagen de week doormidden. Niet zo gek, dit kleine dal, als vermoeidheid van dagen even op de schouders is gaan staan.

Het belooft een stralende dag en vandaag staat daarom uitrusten op het strand op het programma. Dat gaat vast lukken. Al zal het in de kuststreek veel drukker zijn dan hier in de kalme bedaardheid, die als een sluier over het land ligt, de zonsopgang, het natte gras en de duiven die hun staccato gesprekken voeren. We zijn erachter wat het onregelmatige getimmer is dat hier, achter de beuken wand, elke ochtend te beluisteren valt. Het is een specht, waarschijnlijk de groene. Het is niet het timmerend geweld van de grote bonte, die in de bossen van Amelisweerd te horen is en overal haar stempel drukt. Deze klinkt aandoenlijk omdat het een getimmer op de bonnefooi lijkt te zijn. Toch is de cadans iedere keer weer in eenzelfde onregelmatigheid. We worden langzaam wakker.

Wat ook klinkt zijn de diverse schoten die de slapende goegemeente opschrikt, even als de vele kraaien, die krassend uiteen stuiven.  Ze belagen de peren in de boomgaard, een hapje uit de peer en wegwezen. Dat legt de baas van de camping uit en op die manier vernachelen ze de hele oogst. Geen eer aan te behalen.

Het wordt het strand van Zoutelande waar we om vier uur vanmiddag neer hopen te strijken. Bewust is gekozen voor de vroege avond, omdat er op die manier nog een mooie zonsondergang meegepikt kan worden en omdat we hopen dat we er alleen zullen zijn, Blof indachtig, omdat het lied al dagenlang het hoofd niet verlaten wil.

‘En dan zitten we hier in het oude strandhuis, Wat je vertelt, houdt me nuchter en warm, boven mijn hoofd zie ik de grijze wolken, ik ben bij dat je hier bent, blij dat je hier bent’, zingt de belofte ons toe en we willen graag aan haar gedachte gehoor geven. Zoutelande, warme stranden en zo’n prachtige tekst in het hoofd. Mijn liefje wat wil je nog meer!

Uncategorized

Mijn liefje wat wil je nog meer

Jaren zeventig. Met de oude en vriendin de gedichten van Hans Warren zoeken in het kleine onooglijke dorpje Borssele. De zeedijk gevonden en de bermbegroeiing waar hij over schrijft, het weer was stralend. Geen beukende golven, die het schuim doorklieven, maar een bedaarde en rustige Westerschelde. De begraafplaats in de groene schemer van de bosschages er omheen en de naam Warren, die veelvuldig het dodenrijk bevolken, daar op dat kleine lapje grond.

We fietsen en soms gaat het niet zonder slag of stoot. Eigenlijk is het feit, dat we op het warmst van de dag een krachtsinspanning leveren geen slimme zet. Het zaagt en klettert tegen de wanden van de longen op, het bonkt en siddert in de hartstreek en het lijf weet, dat er een tekort aan energie is, voor de zwaarte van de tocht. Bij vlagen vliegen we, als de wind ons duwt en meedraagt op haar turbulente aanwezigheid, maar even zo vaak beneemt ze me letterlijk de adem als ze recht in het gezicht beukt en de turbo van de fiets haar kracht niet kan inboeten. Elk heuveltje en hobbeltje is te veel. Het uitzicht op de kerncentrale is duidelijk niet bedoeld om energie op te wekken. Voortdurend zakt ze in mijn schoenen.

Het is lastig om het te verklaren aan alles wat gezond en jonger is. Het blok aan het been wil je niet zijn, maar bij tien kilometer meer is de koek zo goed als op. Gelukkig ebt het langzaam weg bij aankomst in de veilige have van de Toffe Peer, nadat het even de totale gedachte heeft beheerst. Ruimte voor andere dingen. Het is  de Vierde dag en we zagen de week doormidden. Niet zo gek, dit kleine dal, als vermoeidheid van dagen even op de schouders is gaan staan.

Het belooft een stralende dag en vandaag staat daarom uitrusten op het strand op het programma. Dat gaat vast lukken. Al zal het in de kuststreek veel drukker zijn dan hier in de kalme bedaardheid, die als een sluier over het land ligt, de zonsopgang, het natte gras en de duiven die hun staccato gesprekken voeren. We zijn erachter wat het onregelmatige getimmer is dat hier, achter de beuken wand, elke ochtend te beluisteren valt. Het is een specht, waarschijnlijk de groene. Het is niet het timmerend geweld van de grote bonte, die in de bossen van Amelisweerd te horen is en overal haar stempel drukt. Deze klinkt aandoenlijk omdat het een getimmer op de bonnefooi lijkt te zijn. Toch is de cadans iedere keer weer in eenzelfde onregelmatigheid. We worden langzaam wakker.

Wat ook klinkt zijn de diverse schoten die de slapende goegemeente opschrikt, even als de vele kraaien, die krassend uiteen stuiven.  Ze belagen de peren in de boomgaard, een hapje uit de peer en wegwezen. Dat legt de baas van de camping uit en op die manier vernachelen ze de hele oogst. Geen eer aan te behalen.

Het wordt het strand van Zoutelande waar we om vier uur vanmiddag neer hopen te strijken. Bewust is gekozen voor de vroege avond, omdat er op die manier nog een mooie zonsondergang meegepikt kan worden en omdat we hopen dat we er alleen zullen zijn, Blof indachtig, omdat het lied al dagenlang het hoofd niet verlaten wil.

‘En dan zitten we hier in het oude strandhuis, Wat je vertelt, houdt me nuchter en warm, boven mijn hoofd zie ik de grijze wolken, ik ben bij dat je hier bent, blij dat je hier bent’, zingt de belofte ons toe en we willen graag aan haar gedachte gehoor geven. Zoutelande, warme stranden en zo’n prachtige tekst in het hoofd. Mijn liefje wat wil je nog meer!

Uncategorized

De bezinning ten top

We zijn in het midden van de week en nu al heb ik het gevoel drie weken op vakantie te zijn.  Het komt door de grote afwisseling. Gisteren een ‘geefdefietsspierenrustombijtekomen-dag’. Broodnodig omdat het bestaan niet gewend is aan een overdosis ‘zitten op de millimeter’. De huid heeft doorbloeding nodig, dus hangen we een dagje de toerist uit. Het betekent met name de nostalgie opzoeken in Arnemuiden, Veere en Middelburg.

Jaap Fischer beschreef ooit het dichtgegooide Veerse gat, waardoor de haven voor joker lag en de Duitsers en andere toeristen het lieflijke dorpje overspoelden. Ik kan ieder woord meezingen en weer proeven als ik over de grote toeristenmarkt loop, die uitbundig uitpakt met schapen scheren, manden vlechten en paling roken. De plaatselijke bevolking heeft zich in alle verschillende streekkostuums gehesen die maar te bedenken zijn en in de stralende zon blinkt het goud van de oorwarmers en schitteren de grote Zilveren knopen aan de riemen van de zo ruime vissersbroeken. Rijen dik lopen de mensen langs de kramen. De trekzak dient ter ondersteuning.

De lieflijke gevels, de wijde blik op de ooit zo dichtgegooide zeearm, nu een grote brede stroom, waar een zee aan toeristen de overkant wil bereiken, worden door de wet van de vakantieganger overspoeld, een vloedgolf aan indrukken. Eerst de markt met Oud Hollandse kramen zien en dan sterven. Vena, vidi et Luctor als variatie op een thema. We zijn er niet op uit om boven te komen, maar om ons zo snel mogelijk te ontworstelen aan het gedrang. Op een terras achter een glazen muur, onttrokken aan de rook van de palingtonnen, bekijken we, achter een Italiaanse lunch de wonderlijke habitat van bewoners, bezoekers en het economisch gewin. Hoog boven de hoofden verheven zich de gevels tegen het stralende strakke blauw. Een jongetje van tien vraagt zijn vader, terwijl hij over het muurtje hangt buiten de rommelmarkt van de plaatselijke muziekvereniging, hoe die het zou vinden als hij als tienjarige de zoveelste kringloop in werd gesleurd.

De man boven aan de kade verzucht het schip met passagiers toch vooral voorbij te laten gaan tot de boot erna. Een wijs besluit, maar op een dag als deze, kan je bijna nog beter gaan zwemmen. Hij lacht en is op vakantie. De geur van de gerookte paling doorsnijdt het zweet des aanschijns van de warme zomerdag.

In Arnemuiden zoeken we de klok, die in het lied bezongen wordt, maar meer nog het astronomische uurwerk van de toren zelf dat al stamt uit 1589 en niet alleen de tijd aangeeft, maar ook de waterstand en de eb en vloed.  De maanbol vertelt wanneer het volle maan is. Ze heeft in de eeuwen de tand des tijds getrotseerd en werkt nog altijd. Op de foto’s tegen de gevels van de huizen in het enige, bijna authentieke straatje vindt ik het Arnemuidense kostuum en dat brengt me naar het jaar dat we met de volksdansvereniging ons op het puzzelwerk hadden gestort van het eigen maken van de befaamde Zeeuwse rol, onder de kap en het aantrekken van rokken en kraplap. Wat was ik trots op de mijne, prachtig blauwzwart glanzend boven de baaien rokken en op het feit dat mijn rol zonder hulpstukken gemaakt kon worden. Het haar van achter naar voren getrokken en naar binnen gerold. De oude werf was nog gesloten en als er ergens een haven werkeloos toekeek was het hier, waar de botters en de zeilschepen bijna ingesloten leken door het land.

Middelburg was goed voor een andere primeur. Yoghurtijs, nog nooit geproefd. Wit, eiwitrijk en veel te veel. Haha. Met de avondwandeling daalde de rust over het prachtige Zeeuwse land, zonsondergang beloofde voor de volgende dag een nieuw fietsavontuur door het stille Zuid Beveland, ver weg van de overdaad aan mens en consumptie. Kerkklokken begeleiden de ondergaande zon. Poes kwam kijken of er nog een aai in zat en huppelde een eindje mee. Onder het dak van de paardenstallen, waar het snuiven en schrapen duidde op de voorbereidingen voor de nacht, vlogen de boerenzwaluwen bedrijvig heen en weer. Pas op de plaats. De bezinning ten top.

Uncategorized

Verkocht

Nooit gedacht, dat ik in de zak van Zuid Beveland zulke mooi beelden op mijn netvlies zou vangen. We reden met de fiets over de Dijk van Hoedekenskerke naar Kapelle. Er stond een straf windje. Vlak ervoor waren we op deze maandagmorgen op zoek geweest naar een kop koffie, maar in de kleinere dorpen die we hadden aangedaan, was dat zoeken naar een speld in een hooiberg en bleek het later mijl op zeven. Geen koffietentje te bekennen en alleen aan de rand van het laatste dorp ging de Buffer net open. Het was 11 uur ’s morgens. De Buffer was een verzamelplaats van stoomtreinen, speelparadijs voor kinderen, annex klederdrachten-museum en dankzij het feit dat we om ruim voor tienen al vertrokken waren, bleek het nog een oase van rust. Weldra zou alles wat kind was in de wijde omgeving, zich hier komen vermaken en was het gedaan met de rust.

Na de koffie vonden we de de aanloop naar de dijk langs de Westerschelde en daar was het een zinderende natuurbeleving, een spotten van alle soorten vogels, die je maar bedenken kon en de brede kribben bezaaid met honderden oesterschelpen die het zilte water trotseerden in het slik en de met groen wier gesluierde schorren. Natuurlijk namen we de dijkweggetjes met eigen weg en betraden die op eigen risico, want niets is leukers dan de uitdaging aan te gaan. Dat betekende dat we wat voorzichtig over de net gekiezelde paden moesten rijden met de fietsen die ongeduldig onze gedachten alvast voorbij snelden .

Daardoor konden we het prachtige landschap achter de dijken, de wonderschone uiterwaarden met haar bijzondere populatie, bewonderen. De geur van de gerooide uien zweefde in vlagen langs en bleef soms lang hangen, daar waar de schapen zich te goed deden aan de uitgestortte overmaat.

Het oude loof lichtte op in een prachtig zenegroen, langs een uiterwaarden, waar het brakke water voor een overmaat aan kleurrijke bewoners had gezorgd. Daar liepen de lepelaars en de kluten, de futen en de wulpen, plevieren en kieviten tussen de prachtige hazelnootkleurige koeien met hun onnederlandse koppen. Het leverde een palet op, waar menig klassiek landschapschilder zijn ogen had uitgekeken. Nu met de blauwe luchten en de verwaaide plukken uiteen getrokken watten erboven het ideale beeld.

Alleen dat al was meer dan de moeite waard. De dag kon niet meer stuk. Toen we bij Kapelle aankwamen leek het alsof we weer terug waren in grootstedelijk gebied, maar niets was minder waar. Het was het dorp Biezelinge dat in het wegennet geklemd de voorbode was van Kapelle. Bij het dorpsplein vonden we de langbegeerte koffie, aan een veel te drukke doorgaande weg, met toeterende auto’s, vrachtverkeer, en scheurende scootertjes op een handbredeafstand van de borden en de glazen. Annie. M.G. Schmidt keek vanaf haar rots in de branding met afgrijzen naar de rood aangelopen mannen naast ons die onder invloed van bier en uitsmijters het geluid van het langsrazende verkeer trachtten te overstemmen.

Maandagmorgen is een verkeerd tijdstip als het weekend nog in de benen zit. Dat was duidelijk. De rode koppen, de verkeerde grappen en de loze opmerkingen zorgden voor een hele snelle lunch. Annies geboortehuis nog even bewonderen en daarna fluks weer op de fiets, de befaamde lange fietspaden op, op weg naar de stilte en de schoonheid van het achterland. Wuivende korenvelden, groene vlaktes en de weldadige stilte.

Zeeland, mijn vlakke land, als variatie op een thema. Ik ben verkocht.

 

 

Uncategorized

Het grootste gemak

Er is geen teken van leven op het terrein. Erboven valt de lucht uiteen in merels, kraaien, houtduiven en onbekende vogelgeluiden, die we niet thuis kunnen brengen. Verbazingwekkend, geen konijn of haas, die zich over het immense grasveld voortbeweegt.

Zuslief is ook wakker en heeft koffie in het vooruitzicht gesteld, terwijl ik de laptop open klap en verdwijn in mijn gedachten. Voor het eerst sinds heel lang is er een fietstocht geweest van 22 kilometer door het winderige, zilte maar zachte Zeeland. Mijn wielen vlogen over het asfalt met het gemak van de hometrainer op de sportschool. Elke dijk, elk hochie was een lachwekkende hindernis, die met gemak genomen kon worden. Geen centje pijn, In het hoofd klonk Zoutelande en als ik verder was gekomen dan de eerste regel, had ik nog lucht genoeg gehad om het luid en verheven mee te zingen boven de straffe wind uit. Nu neuriede het uit in een tadatadatada.

Met tour op gemak, met turbo als een speer…ik fietste.

De dorpen in Zuid Bevelande hebben alleraandoenlijkste namen. Ovezande, Oudelanden, Driewegen, Ellewoutsdijk, Hoedekenskerke, Heinkenszand, ’s Heer Abtskerke. In elk dorp viel buiten de kerk om kleine parels van huizen en stulpjes te bewonderen. Aan de dijk, tot zover het zicht reikte, de gladde zee, met aan de einder de de rokende kerncentrale van Borssele zelf.

Ooit, onder invloed van de dagboeken van Hans Warren, hadden de Oude, een goede vriendin, en ik een duik genomen in het jeugdige weleer van diens bestaan. Zochten in Goes en op de begraafplaats in Borssele naar de namen van zijn voorouders, alsof de schrijver daarmee dichterbij zou komen of te doorgronden zou zijn. Misschien las ik zijn boeken vooral omdat het een gelegenheid gaf, me voor te stellen hoe het leven van de oude vriend, zijn emotionele wereld, het liefdesleven, een andere snaar roerde dan de mijne,  evenzeer als Pijpenlijntjes van Jacob Israel de Haan me in eenzelfde vergelijk trok. Het waren de roerige jaren zeventig en tachtig, niets bleef verstoken van onze vorsende beschouwingen, waarmee we de wereld gretig tot een beleving trachten te maken. Als je iets niet kende, dan oordeelde je niet, maar ging je op onderzoek uit, was het principe in die dagen voor mij en de vrienden. Met het uur, met de dag, met het jaar wijzer. In Parijs raakte ik Warren kwijt, waar ik tot voor die jaren zijn jeugdige twijfel en emotie zo goed begrijpen kon.

Maarten ’t Hart had het voorwerk al gedaan door over dat wonderbaarlijke Zeeuwse land te vertellen, waar elk kruid, elk bloemetje, de natuur tot in details verweven tussen de zware lading van de sombere geloofsgemeenschap hing, de ouderlingen, de zwarte trijp, de kousen getuigden allemaal van een leven in zonde. Het was lang voor het Knielen op een Bed Violen van jan Siebelink, dat dezelfde muur had opgetrokken in het andere deel van het zwaar gereformeerde land.

De koffietuin in Oudelande, met haar heksenbollen in de Monet-vijver en haar elfen aan de rand, tussen goudkleurige Hortensia’s en Treurwilg, kroos en roos, bracht een sprookje tot leven. Aan de rand ervan in de rood, paarse kussens en de bloeiende lelies, van rozerood tot wit, zinderde de beleving van het fietsen nog na in mijn beenspieren en de vreugde erom in mijn hoofd. Alsof de lamme op was gestaan. Ik kon weer fietsen, met een e-bike en het grootste gemak.

 

Uncategorized

Iets waarmee lang op teren kan

Een kleine zweefvlieg komt nieuwsgierig kijken wat ik van plan ben te typen over het leven op het platteland. Het is er een oase van rust, als je in aanmerking neemt dat er nog een wereld naast leeft, buiten het leven in de luxe safari-tent. Ze doet gezellig aan, met de gordijnen, met hier en daar een gemoedelijke scheur door veelvuldig gebruik, het koffiezetapparaat en de waterkoker, die de snelheid van het platteland hebben overgenomen en op halve kracht werken, de ruimte die zich langzaam vult met allerhande artikelen, die bij vier vrouwen in een tent horen.

Af en toe klinkt geneurie van zuslief door de maatgevende roekoe van de duiven, die vroeger dan vroeg hun ochtend inluiden. De haan kraaide en de wc is mijlen ver weg, dan je altijd gewend bent om vanuit je bed rechtstreeks de badkamer in te duiken. Alles went. De zon schijnt, de koffie is warm en de meiden zijn allemaal gedoucht. Gisteren hebben we in een vriendelijk dorp vier e-bikes opgehaald en eerst even uitgetest, op hoogte afgesteld en ingereden. Fantastisch. Het werkt. Als onvermoeibare prinsessen laten we ons rijden, terwijl de benen een paar slagen in de rondte maken.  Onvermoeibaar kunnen we de dag aan.

Er is wat gesteggel over de dagvulling van vandaag, maar het volgt altijd zijn onnavolgbare pad, dat harmonie uitstippelt ondanks alle aanvankelijke protesten. Straks zitten we op de fietsen en kunnen op pad. De moedigen , broodnodige boodschappen, halen we op onbestendig weer tijdstippen dat weersverwachtingen en buienradars in het vooruitzicht stellen

Ik moet denken aan vroeger, als we een dagje op pad gingen met de auto. Voordat het hele stel erin zat en alle spulletjes ingepakt met passen en meten, het verse brood met beleg, de melk of karnemelk, het fruit, was mijn vader bijna al weer in staat om rechtsomkeer te maken als het gejengel nog bezig was bij de eerste afslag. Moeder suste de boel en als eindelijk iedereen bedaard was, reed mijn vader voorbij alle mooie, door moeder opgesomde plekken tot aan de zandduinen, die hij in zijn hoofd had. De auto braakte, tot verbazing van de omstanders, de kinderschaar uit en iedereen verwaaide na het eten, met bal, tennisblad, zandscheppen en anderszins.,

Met de vakanties voor de deur was de hectiek groter. Alles, waar mijn vader niet buiten kon, moest mee. De grote blikken augurken, de campingboter, de hagelslag, de aardappelen en blikken sperziebonen kregen in elk onverdeeld hoekje of gaatje een plek. De grote tent werd vanwege het gewicht achterin de laadbak gestald en als we bij een bestemming aankwamen, op weg naar het verre Spanje, moest de hele handel worden uitgestald voordat de tent opgezet  kon worden. De familie van der Linden ging op pad.

Over privacy en privewensen werd niet nagedacht. Vaders wil was wet. De paniek ontstond gedurende precaire omstandigheden, als mijn moeder de kaart verkeerd las en er een belangrijke afslag werd gemist, dan schalde het ‘Godzalmeeenschaapgeven’ door de lucht en doken we met verstilde koppies weg voor de priemende boze ogen. Dwars tegen het verkeer in herstelde hij mijn moeders misgreep Ze moest het bezuren met een flinke wind van voren. Wij zaten met dichtgeknepen vuisten te bidden, een wees gegroet of drie, opdat deze bui snel voorbij mocht zijn.Het hielp zodra de gang er weer in zat.

Vakantie, lief en leed en vooral delen. Geven en nemen en altijd weer een heerlijke tijd om op terug te kijken, want de herinneringen blijven het dierbaarst. Iets, waar je lang op teren kan.

 

Uncategorized

Het leven is een feest

Omdat het beeld van vast te leggen objecten opvallend meer wazig werd, besloot ik tot de aanschaf van een nieuwe bril, met die van een tweede er gratis bij. De eerste aanzet is het meten van de druk met de puffende stijgbeugel, waar het hoofd in vastgeklemd zit, als een middeleeuws martelwerktuig. Daarna mag ik mee naar het kamertje, waar de koelte verfrissend is. Het is er schemerachtig en er staat een grote comfortabele stoel klaar. De gegevens van de keer daarvoor werden doorgenomen. Tot mijn verbazing blijken beide ogen een cilinderafwijking te hebben, een zogenoemd astigmatisme.

012

Ook al sinds de vorige meting. Dat verklaart het wazige zien en het onvermogen om foto’s scherp te stellen. Dat ligt niet aan het fototoestel zelf en of je een zoeker hebt of een LCD-scherm om het vast te leggen beeld mee te bekijken, maar vooral aan het zicht. Het verklaart veel, maar levert juist door het wazig zien bij tijd en wijle prachtige plaatjes op. Dat is een afwijking. Daarna volgt een berekening met het lezen van de letters en waar het gissen wordt. Dan nog iets met bolletjes en het groene en rode vlak met zwarte letters. Na alles zie ik helemaal wazig, maar dat heft zich op door te knipperen met de ogen. Ze zijn te inspannend bezig geweest.

Als de afwijkingen bekend zijn kan de grote zoektocht naar de bril beginnen. Varifocus met een straf leeshulpmiddel en een op elkaar afstellen van horizontaal en verticaal, zodat het bord bij de winkel aan de overkant ineens goed leesbaar blijkt te zijn. Wat een verademing, die helderheid van het beeld. Contouren weer scherp, gezichten strak omlijnd. De wereld in detail is een totaal andere dan de slierten troebele wazigheid, waarin zich het leven de laatste maanden voltrok. De plus vier mocht er nog een schepje boven op hebben. Wat zal het lezen weer een feest zijn.

005 Spiegeltje, spiegeltje

Monturen te kust en te keur om die glazen in te vatten. Er is een nadeel met passen. Met deze mate van kippigheid zie ik niet goed, hoe de bril staat, anders dan met mijn neus praktisch tegen de spiegel aan. De vorige keer hadden mijn dochter en ik al een foefje bedacht. Foto nemen en later terugkijken, simpel maar doeltreffend. Dus kijk ik met de oude bril, die rimpels vriendelijk verzacht, naar de diverse monturen. Als ik de foto uitvergroot schrik ik me een hoedje. Dat ze met dit warme weer niet uitgeslapen zijn, blijkt pijnlijk treffend. Hoe groter en dikker de bril, hoe meer het het oog versterkt en haar wallezakken. Het zij zo. ‘Ouderdom komt met gebreken’, fluisteren de krabbebijtertjes.  Ja, ja, ja, maar wat als ‘IJdelheid, Uw Naam is Vrouw’ de hoofdrol speelt. Het blijft een dingetje hoor.

De kosten brengen een snelle beraming met zich mee. Daar moeten we een ijsje overheen laten glijden. Waarom val ik altijd op de mooiste modellen, die ook het duurst blijken te zijn. Daar komt weer die ijdelheid om de hoek kijken. Bovendien is het leuk om een aantal nieuwe jaren anders en modieus te zijn. Ronde brillen. De wonderen zijn de wereld nog niet uit.

Het hippe Lennon brilletje van ijzer van 48 jaar geleden grijnst me in haar nieuwe jas, een rosékleurig montuur met groene pootjes, toe. Janis Joplin roept  me met al haar jeugdigheid. Wat staat ze jong en anders. De oude rebelse hippie is wakker. Twee ronde brillen voor de prijs van één. Dat ze daar de duurste als richtlijn voor nemen is een beetje jammer. Maar met alle rebellie in me, denk ik: ‘Ach, kan mij het ook schelen’.

Dat het verschil gaat maken bij het schilderen en de te schieten foto’s is zeker. De wereld jong en stralend, gekaderd en omlijnd. Het leven is een feest.

 

Uncategorized

Alle hoeken en gaten

Het heeft z’n voordelen als je niet kan slapen. Pluis was heftig bezig om  het vliegende beest, wesp of mot, tussen de zachte kussentjes van zijn voorpoten te krijgen en had daarbij nietsontziend van alles van de tafel en de vensterbank gegooid. Ik keek met hem mee en daarvoor moest ik het bed uit. Een wesp lijkt me  niet voor de poes. Vanuit het zijraam trok een oranje bol mijn aandacht. Gauw de bril op, terwille van de jaren des onderscheids, anders had het net zo goed een lantarenpaal kunnen zijn. Daar hing het roerloos in de lucht. Een oranje maan, helder en lokkend. Klaarwakker nu stommelend op zoek naar de fototoestellen. De kleine Lumix vergrootte niet genoeg, de spiegelreflex met de enige lens die ik bezat, liet een oranje speldenprikje zien, maar de mini Canon, mijn oude vertrouwde maatje, die eigenlijk aan vervanging toe is met haar ouderdomskwalen, haalde hem in een oogwenk wat dichterbij.

IMG_9208.JPGIn volle glorie

‘Blue moon’ zong het door mijn hoofd, hoewel ze als een grote vuurbal stond te schitteren.  ‘De maan  kleurt 27 juli spookachtig oranje’ kopt ene Daniël Mulder op Roots. Ik zie alleen schoonheid. Misschien doet de kleur oranje hem te veel denken aan de uitgesneden pompoenen van Halloween. Vanavond zal het nog mooier zijn, belooft Google. Hopenlijk is het dan evenzo een onderbroken nacht door het feit dat de hitte niet meer uit huis te weren valt. Met alle ramen en deuren open tocht wind lauwwarm naar binnen. Een mooie aanleiding om het zwerk op te zoeken.

004rubriceren

De fototoestellen moest ik zoeken, omdat ik, ondanks de hitte, de vorige dag in een opruimwoede belandde. De tafel moest leeg. Weken was het een strijdtoneel  geweest van vlijtige creatieve uitingen en ze lag bezaaid met doosjes aquarel, kwasten in bekers met water, briefpapier, viltstiften, kleurpotloden, lijm, en een fruitschaal  met een reusachtige kromgetrokken courgette, die ik als spookachtig zou kunnen bestempelen. Monsterachtig groot. Verder nog tijdschriften waarin geknipt was, postzegels en schaar, wasco en schetsboeken. De bezem erdoor zou mijn moeder zeggen en met haar denkbeeldige hulpmiddel begon ik alles in te delen naar vermogen. Tekenspullen in de tekentas, klaar voor handzaam gebruik, olieverf voor het fijn schilderen in de verfkist. Om die op te kunnen bergen moest de witte kast onder handen genomen worden.  Tussen de terpentine, de houtskool en de tubes aquarel, de doos met pastels zwierven de vlaggetjes van voorbije verjaardagen en de afscheidsslinger van de Overkant. Oprollen en verzamelen in een plastic zakje, handig bij elkaar.Een hele plank gevrijwaard voor de houten schilderkist  met haar kostbare inhoud de dure penselen, de prijzige verf.

Stukje bij beetje ontgon ik de berg, die zich van lieverlee opgestapeld had. Stapeltjes maken, rubriceren, deduceren. De papierbak vulde zich systematisch met overtollig onbruikbaar, de tas voor de kringloop met kleine en grotere hebbedingetjes.

housekeeping observations by Lydia DavisLydia Davis

Het was er geen weer naar, maar voor het hoofd betekende het ruimte en rust. Vooral dat laatste. Het bleek een fluitje van een cent, binnen een paar uur gepiept. Alle transmitters stonden de goede kant op. Ik vond twee fototoestellen terug op de trap en een keurig in de tas. Maan bleef hangen tot ik het bewijs had geschoten. Bloedrood nog niet, maar wel fel oranje. Met behulp van mijn moeder veegde ik denkbeeldig het laatste staartje van de trap. Nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten.

 

Uncategorized

Ruimte sparen

Het is laat in de avond of vroeg in de nacht. Natuurlijk is het te warm om goed te kunnen slapen. Ergens heb ik een paar uur wel de ogen dicht gehad, maar daarna lag ik ook al weer een hele tijd naar de lauwe wind te reikhalzen, die door het op een kier geopende raam kwam. Mijn zoon heeft me al twee keer gewaarschuwd voor muggen. We verschillen van mening. Als het licht aan is en het raam open, dan komen ze niet, is mijn ervaring.

0033-e1532567753462.jpg

Ik lees in de het tijdschrift ‘Zin’ over Renate en haar opvolgster Hanneke Groenteman. Ze heeft ook een vlotte pen, maar anders dan Renate. We gaan het zien en beleven. Eerst maar eens de kans geven aan mezelf om te ontwennen en de ruimte te geven aan deze opvolgster. Ruimte geven betekent dat je iemand op z’n minst het voordeel van de twijfel geeft of, beter nog, dat je er onbevangen instapt. Iemands plaats innemen betekent niet dat je haar moet vervangen. Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. Het is een leerpunt, ruimte geven.

Nog altijd heb ik de neiging  om te ‘Jamaren’. Zodra je jezelf  ‘Ja maar’ hoort zeggen, zouden de alarmbellen moeten gaan rinkelen. In hetzelfde nummer staat een artikel  over dit onderwerp. Karen Kroonstuiver doet in het blad aan de hand van het kleurenschema van Erikson uit de doeken, hoe dat werkt met ruimte geven en krijgen. Een van haar voorbeelden is die van een brillenverkoper, die niet wil luisteren naar zijn klant, als deze vertelt dat de bril voor haar niet werkt. Hij is bezig zichzelf te verliezen in een uitgebreid en technisch verhaal om toch vooral over te brengen hoe vernuftig de bril is en dat men niet over een nacht ijs gaat. Als je eenmaal op een spoor zit, is het lastig om een zijspoor te vinden waar je dergelijke stokpaarden kan parkeren.

0122.jpgIllustratie kleurenschema Erikson uit Zin

Dat kristalliseer ik eruit. Stokpaarden zijn behoorlijke ruimte-innemers. Zodra ik mezelf voor de tweede of de derde keer iets hoor herhalen, is dat een teken dat ik bezig ben met anderen te overtuigen van mijn gelijk. Tegelijkertijd is er dan geen ruimte meer voor het tegendeel. In theorie is het allemaal te bedenken, zaak is het in de praktijk te gaan checken. ‘De koe bij de horens vatten’ hoor ik het verleden zeggen. Zodra ik mijn stellige mening uit en tot een tweede keer wil overgaan met een dergelijke retirade, zal ik op de rem trappen. Dat moet een bewustwording teweeg brengen. Of ik zo meegaand zal zijn als de koper in het brillenverhaal en toch de bril mee naar huis neem om het na twee weken weer terug te brengen is een tweede. Dat kon ze, omdat ze op dat moment bedacht  dat de verkoper blauw was, ze zelf in eerste instantie geel handelde en daarna kon overschakelen op groen gedrag. Er staan talloze voorbeelden in van dergelijke voorvallen.

Voor mij geldt met name, me niet groen en geel te ergeren, maar vooral mijn eigen touw te laten vieren en meer ruimte te bieden aan een ander. Kunst is het vinden van een balans, want je laten overvleugelen is de keerzijde van de medaille. Niet gelijk op je achterste benen staan, maar het verhaal van een ander de ruimte geven om binnen te komen. Mooi gegeven voor de aankomende zussenweek. Ruimte sparen.

Uncategorized

Klaar terwijl U wacht

Spiegelende etalageruiten moesten verboden worden. Gisteren deed ik een poging om de allereerste expositie van de doeken van Knockart vast te  leggen op de gevoelige plaat. Daar was eerst een mevrouw die allesbehalve oog had voor het schoons en haar fiets uitgebreid stalde voor de etalage, net voor ik mijn fototoestel te voorschijn had gehaald. Ik registreerde haar zwarte jurk en haar korte haar voordat ze de winkel inliep naast de kunsthandel. Eerst probeerde ik de etalage vast te leggen waarin het grote abstracte werk van Mieke Siemons, onze ziel en zaligheid, de rode draad in mijn artistieke ontwikkelingen, stond opgesteld. Vrolijk wuifde het spiegelbeeld terug met mij dwars door het mooie doek heen. Niet zo makkelijk voor een gat te vangen, stelde ik me naast de spiegelende ruit op. Dan maar vanuit een schuin perspectief. Daar ontmoette ik de Voorstraat in volle glorie, want opgebroken dwars door alle kunst heen.

004

Ik wandelde de winkel in om te kijken hoe ver mevrouw was gevorderd. Ontdekte een mooie sjaal voor 4 euro in de opruiming en drentelde, nog steeds vóór het zwarte jurkje, naar buiten. Haar fiets stond dwars door mijn waterlelies te pronken. Ik bewonderde details die ik vergeten was. De kunsthandel was niet open, met een gerust hart nam ik op de vensterbank plaats om de foto te zoeken van het werk, toen het nog op de ezel stond. Uiteindelijk ruimde de fiets in…voor de ijzeren afrastering die op de weg stond. Ik gaf het op. Maar met  gepaste trots, opdat we daar in die etalage mochten staan.

005

Het is komkommertijd, nou ja bijna, in het aanbod van cursussen. Maar voor de liefhebber zijn er wel een aantal leuke zomerse aanbiedingen te ontdekken buiten de dure schilderweken om. Zoals bijvoorbeeld de gratis Kids Art week van Carla Sonheim. Een online uitdaging voor kinderen tot 99 of ouder. Ze geeft leuke inspirerende ideeën door, die op elk tijdstip op elke plaats(bijvoorbeeld op een vensterbank voor een kunsthandel) uit te voeren zijn. Ik moet er wel bij vertellen dat mijn schetsboek, mijn kleurpotloden, fineliners, aquarel en penseeltje tot de vaste uitrusting behoren. Altijd. Ze zijn net zo onontbeerlijk als een fototoestel.

De eerste les is uitgevoerd. Vogels vanuit waterverf droedels. De tweede les gaat over papier mooi maken met waterverf en een bankpasje, het betere scrapwerk, zodat daaruit mooie knipsels van vlinders ontstaan en ineens weet ik waarom ik het zo heerlijk vind om op deze te warme dagen voor buiten te doen. Het zijn mijn spiegelingen op het werk dat ik mijn hele leven lang heb gedaan Materiaal en technieken aanleveren en ruimtelijke vrijheid geven aan kinderenom ermee te experimenteren. Zo ontstond aan het begin van het schooljaar de pozzebokkenserie, naar aanleiding van het fantastische boek met de gelijknamige titel van Bouke Jagt en Peter Vos..

120Pozzebokken; dolfijnen van de Kring in Woerden.

Pozzebokken hebben geen vast omlijnde vorm of uiterlijk, ze zijn toevalligheden, ontstaan uit een samenvoegen van een aantal grondbeginselen, verf of ecoline, papier en een schaar. Ze kunnen nooit mislukken. Het is de manier om de eerste schreden te zetten op het gebied van kunst met kinderen, zoals de waterverfvogels uit de eerste les van Kids Art.

Nu de hitte de dag zindert, valt er binnen van alles te ondernemen. Het huis is een ateliertje geworden. De tafel ligt bezaaid met potloden en verf, bladzijden, brieven, penselen, waterbakjes en fototoestellen. daartussen zweven de dag-optekenboekjes, kleine schetsboeken en de grotere. Kunst is overal, als je de ogen opent. Vanmorgen moest ik mijn karnemelkglas van de nacht mee naar beneden nemen om af te wassen. De nacht had melkglazen strepen getrokken tegen de wand. Karnemelk-Kunst. Klaar terwijl U wacht.

Uncategorized

Alles kan altijd erger

Gisteren kwam  er een staaltje naastenliefde achter mij in de kassa-rij staan. Ze was vermomd als een veertiger, klein van stuk met kuiltjes in haar wangen en een open blik. Ze was me niet opgevallen omdat ik luisterde naar het gesprek met de caissière en een dikkig, roodharig jongetje, die met het schaamrood op de kaken en met een vertwijfelde blik in de ogen aan het stuntelen was met de bankpas en een briefje in zijn hand.  Eerst kon hij niet betalen met de contactpin, maar dat gebeurt wel vaker en behalve de boodschappen stond ook de pincode op zijn briefje geschreven. De pas had onvoldoende saldo, gaf het apparaat aan. Het jongetje werd roder, probeerde het nog een keer.

Achter mij was de rij wachtenden toegenomen. Sommige graaiden hun boodschappen weer van de band en renden ongeduldig naar een andere kassa. De vrouw achter mij merkte op dat hij misschien wel vijf euro kon pinnen, dan moesten er hooguit wat boodschappen achterblijven. Zelfs bij dat luttele bedrag weigerde de pas. ‘Er staat geen geld op’, stelde een van de meisjes achter de kassa vast. ‘Maar mijn vader heeft er geld op staan, anders had hij het me niet meegegeven,’ mompelde het jongetje. ‘Dan heeft je vader zich vergist’, was de droge conclusie.

De vrouw vroeg hoeveel het was en zei: ‘Dan pin ik het wel voor hem.’ In zijn zenuwen was het jongetje kleiner en kleiner geworden. De vrouw verblikte of verbloosde niet, pinde het bedrag, schreef haar email-adres op het bonnetje en liep weer terug naar haar plaats in de rij. Ik was met stomheid geslagen. Om mijn eigen lethargie, ik stond daar maar een beetje sullig te wachten. Om de caissières die nog aan het overleggen waren, nu werkte er geen kassa meer. Om de kordate aanpak van de vrouw. Een daad van menslievendheid. Ik vertelde haar, dat ze me  iets belangrijks had geleerd. Het ging namelijk niet om het bedrag. Het ging niet om het feit dat die vader het jongetje in zo’n precaire situatie had gebracht, iets waar ik me vooral druk om stond te maken. Het ging om de daadkracht.

‘Erger je niet, verwonder je slechts’ zong mijn wijze oude vriendin in mijn oor en deemoedig moest ik bekennen dat ik me wel geërgerd had. Aan de vader die het zijn kleine zoon zo moeilijk had gemaakt en aan het feit dat de jongen te vroeg volwassenheid in zijn schoenen geschoven kreeg.

048

De vrouw was de engel. Ze zei ‘Ik krijg het wel weer terug. Het is mijn geloof, ziet U. Ik ben katholiek.’ Ik ken veel katholieken van huis uit, maar zelden heb ik de naastenliefde zo praktiserend volbracht zien worden. De volgende keer zal ik bij een dergelijk voorval in haar geest handelen, dat staat vast. Omwille van het kind en nergens anders om.

Het was een bijzondere dag, vooral ook omdat een collega van heel lang geleden met zijn vrouw in een hoek van de gang bij de longfysio bleken te zitten. De vrouw herkende me onmiddellijk. Ik moest door de jaren heen de jonge huid van weleer vangen en eenmaal gewend aan de aanblik doemden daar de twee uit mijn spinrag van lang geleden op.  De boomlange meester van de onderbouw, waarbij de kinderen hooguit tot aan zijn knieën kwamen. zodat de afstand er voor zorgde, dat ze letterlijk tegen hem opkeken.  Hij stond boven aan de wachtlijst voor nieuwe longen.

Ik moest door naar de therapie in de zaal die er achter lag. Vanuit mijn oogpunt zag ik ze wegrijden en lopen. De lange vouwde zijn benen dubbel in een scootmobiel en zoefde met een vaartje de gang door, mijn leven weer uit. Alles kan altijd erger.

Uncategorized

Lang geleden

Terwijl de platanen hun bast laten vallen,  bomen in de rui, de ringslang zich steeds onbeschaamder toont aan de goegemeente en zich uitgebreid koestert in de tropische zonnewarmte, vlinders uitbundig kleuren en hun opwachting maken in de uitbreiding van hun paradijs, de bloemen steeds dieper moeten peuren om naar grondwater te vissen en uitbundiger bloeien dan ooit, verschans ik me achter mijn onvolprezen bamboescherm, dat tegen het raam aanplakt en er voor zorgt dat zomerzon de gevel niet verzengt. In de kamer is het koel, geen overmatige dorst, geen extreem gepuf. Bij vlagen trekt er koud zweet langs. De oorzaak daarvan zou elders kunnen liggen.

IMG_0030

Een man in het zwart was bezig met een lichtopbouw in de kamer, terwijl ik sliep. Hij hielp mijn zoon, die elders het te druk had. Zo werkte dat. Als je er zelf niet uitkwam, sprong een ander voor je in de bres. Dat is collegialiteit ten top. Ik werd wakker en hielp mee het verhaal ter plekke te verzinnen. Ik leverde er namen bij, waarvan Lotte er eens was. Waarom de beste man uit het melkkannetje van mijn kringloopservies dronk, mondde uit in een vraag aan zijn adres. Zonder het antwoord af te wachten, wandelde ik naar de filmlocatie. Daarachter stond immers het teakhouten bergmeubel van mijn moeder uit de Amandelstraat, waar vroeger de pick-up aan het oog werd onttrokken. Toen ik de deurtjes opende, was de inhoud op een enkel schoteltje van het servies na, leeg. Dat verklaarde het. Geen kopjes genoeg. We bleken een bont gezelschap midden in de nacht, terwijl de rest van de wereld de hitte trotseerde en sliep.

pluis 1Poes Pluis

Ik sla mijn ogen op en voel de koele nachtbries door het open raam. Een mug heeft de ingang ook ontdekt. Het ballonnetje boven mijn hoofd met de beelden zijn met het wakker worden doorgeprikt en verdwenen als sneeuw voor de zon. Beneden in de kamer hangt de hitte van de vorige dag zwaar tegen de ramen. Als de dubbele balkondeuren opengaan, stroomt frisse lucht naar binnen en haalt de nacht opgelucht adem. Buiten zingen de eerste merels al. Poes Pluis sprint gezwind het balkon op, frisse lucht en vrijheid tegemoet. Ergens bast een hond. Er schraapt een gordijn langs het kozijn. Dat zijn de enige geluiden op het ruisen van de A2 na. Als ik mijn ogen dicht doe had ik op een balkon in Spanje kunnen staan of in de tuinen van de Franse Filature. Dezelfde lauwwarme nacht, dezelfde slapeloosheid, dezelfde belofte voor overdadig hoge temperaturen.

korte ademhalingssteegZwolle

Het belooft een week van ziekenhuis en onderzoek te worden. Die wereld apart die ooit tot mijn thuis behoorde en nu zoveel te weeg brengt, maar ook nog altijd wonderlijk vertrouwd aanvoelt. Ik steven nog steeds door de gangen, alsof ik er werk.Wordt ook altijd begroet. Wanneer neem je het imago van de patiënt over, of voelt niemand zich zo. Het is een status waar je absoluut aan moet wennen. Tijdens de longtherapie wisselen we gedachten uit. Zielenleed, dat alleen de insiders zullen herkennen, omdat het voor de anderen prietpraat blijft, een ‘ver van mijn bed’ show, maar dichterbij dan menigeen denkt.

In de auto naar het oosten toe versta ik door de ruis van de motor niet wat er gevraagd of gezegd wordt. Ik hang van kwalen aan elkaar en miep er misschien wel teveel over. Je moet niet zeuren als je er zelf niets aan laat doen. Oren, ogen, longen, hart en sommige pezen, gewrichten. Dat regiment pillen, dat een aantal bijwerkingen geeft, waardoor er nog meer bijkomt aan weer andere pillen. Ik moet het even kwijt.  De laksheid is geen onwil, maar een vastklampen aan wat ooit normaal was. Als je het niet ziet is het er niet. Heel even maar, wat struisvogelpolitiek, omdat je zou willen dat het weer was als toen, ooit, lang geleden.

 

 

Uncategorized

De dader verklaart

Het duurt even eer ik besef, dat het verhaal alweer bijna achter me ligt. Net begonnen. Vannacht, waar de slaap niet komen wilde en de bril op mijn neus de letters liet dansen. Gegrepen vanaf de eerste zin, die cruciaal de rest van de ontwikkelingen binnenhaalde en daarmee alles bepalend bleek. Jaloerse vleugen over haar schoonheid. De taal verhaalt, vervult, verrijkt. De meester. Ik lees ‘Jij bent van Mij’ van Peter Middendorp.

Lovend zijn de subtiele tekeningen van de gebeurtenissen, ragfijn, geen detail uitgespaard. Het zijn juist dagelijkse dingen, die de dader vormen en daarmee ook het onvermogen, de vraagtekens die opdoemen. Opgebouwd, woord voor woord vult mijn hoofd zich met het beeld. Wat kunst vermag.

044kraai op de tuin

Aangemoedigd door een lovende tweet over de schrijver, in een opwelling aangeschaft, dagen genoten van de prachtige omlijsting, de klapwiekende vogels in dat vuurrode, bloedrode. Onschuldige trek der spreeuwen met hun gehavende vleugels en herkenbaar ook. Net als de kauwen die met luid misbaar iedere dag het veld ruimen wanneer ik huiswaarts keer uit de volkstuin.Ze trekken naar de grote kastanjes rond de hoge flat. Het zwerk vult zich letterlijk met het klokkende zwart en figuurlijk met de vallende avond na een mooie dag. Nooit gaat die trek voorbij zonder Hitchkocks dreigende vogels op het netvlies, die een glimlach ontlokken.

De schrijver wordt eigen als diens taal en de gedachtegang van de dader de mijne worden tijdens het lezen. Het boek is nauwelijks weg te leggen. Bewondering en verwondering lopen hand in hand om zijn prachtige stijl, zijn woordkeus, zijn poëzie, het zachte, waarmee de gruwelijkheid uit de doeken wordt gedaan. Met weemoed nader ik het einde van het verhaal, het laatste hoofdstuk: Winter.

010.jpg

De schrijver in mij heeft woord voor woord de beschouwer losgemaakt. Elke handeling, een ontmoeting, het gesprek mondeling of via het vluchtige digitale woord wordt vastgepind en ontleed. Details voegen zich tot een geheel. Bijzonder maar ook herkenbaar is de manier waarop de man in het verhaal zijn realiteit handen en voeten geeft. Flarden vooruit, dan weer stappen terug, om uiteindelijk te komen tot de grote ontknoping, die vanaf het begin al vast stond.

Mijn ontmoeting met de werkelijkheid speelt zich af in fragmenten en kleuren het plaatje. Natuurlijk vindt het een weg in het schrijven op de vroege ochtend, de foto’s onderstrepen de details. Die wonderlijke kenmerken, waarop de belangrijkheid van een gebeurtenis blijft hangen.  Met een aantal schrijfvrienden sturen we brieven naar elkaar. Om het woord verlegen zit niemand, volgens mij. Het werkt  bevrijdend om vanuit de vrije val iets te delen met iemand die je eigenlijk niet eens kent. Boeken zijn brieven en verhalen die je deelt met al die mensen die je eigenlijk niet kent en vice versa.

In het boek staat een overpeinzing die veel duidelijk maakt en tegelijkertijd de verwarring meebrengt. De dader stelt zich buiten de werkelijkheid. Hij is daarmee de ‘Teacher in Role’, zoals bij het rollenspel de regisseur uit en in het verhaal stapt als dat zo uitkomt. Schouwer en lijdend voorwerp, dader en slachtoffer, de schuldenaar versus de schuldige. Wie rekent af met wie. Het perspectief vanuit de dader, die de buurman kan zijn, je eigen vader of zoon, een collega, de winkelier om de hoek, zit dicht op de huid van de lezer en het zorgt ervoor dat de dreiging intens en voelbaar blijft, het hele boek lang.  Meer diepgang is niet mogelijk. De dader verklaart.

 

Uncategorized

Wie niet waagt, die niet wint

Ik sla de laatste bladzijde dicht en bedenk hoe moeizaam de aanloop was, waarmee ik in het verhaal probeerde te komen. Ergens op twee derde van het boek sloop er iets van spanning binnen en riep het vragen op. Eenmaal daar aangeland lukt het nauwelijks het boek nog weg te leggen en moet het verhaal worden afgerond in mijn hoofd. Ik brei alle losse einden samen. Nu is het dicht en stelt het toch wat teleur. De taal, de vorm, de moeizame, onprettige karakters, de van ver gehaalde voorvallen, de onooglijke, overduidelijke symbolische locatie. Als de kaft zwaar op de bladzijden valt, is het rijp voor de kringloop. Hier volgt geen tweede keer lezen of toch…

Waarom pakt het ene boek je bij de eerste zin en een ander niet of nauwelijks. Waar ligt het aan. Aan het boek zelf, aan de schrijfstijl, aan het onderwerp? Nee, dat is te kort door de bocht. Het ligt voor het grootste deel aan mijn ontvangst. De rust in mijn hoofd, de vermoeidheid, waardoor ik wel honderd keer het boek weg moest leggen. Als je wil verdwijnen in het verhaal, dan lees je door, net zo lang tot je erin zit, ook al is dat pas halverwege of aan het eind. De cirkel rond, dat beoog ik met lezen. Verdwijnen, mee gevoerd worden, jezelf verliezen.

012

Doordat ik de puf niet had, met het gebrek aan energie door de lichamelijke klachten, ogen, die dicht vielen na vijf regels, woorden die aan het dansen waren en alleen de dikke + 4 A.M.G. Schmidt bril versterkend genoeg is, kan ik niet afreizen. Het is een beetje een kip en ei verhaal. Beide, boek en lezer, zijn debet aan het euvel.

0091.jpg

Zelden wordt ik niet het verhaal ingetrokken. Bij de pil van Knausgard met de titel ‘Vader’ bleven de bladzijden maagdelijk en ongelezen. Kleine letters, korte regelafstand, te breedsprakig. Op het stapeltje naast mijn bed ligt het Labyrinth der geesten, een avontuur, die ik in de vakantie zal aangaan, omdat ik uit de drie vorige boeken van dit vierluik weet, hoe geraakt ik zal zijn. Daarbovenop ligt Het boek van Peter Middendorp. De prachtige omslag met de intrigerende titel: Jij bent van mij, schreeuwt erom als eerste gelezen te worden. De kritieken zijn lovend, maar die leg ik te doen gebruikelijk, naast me neer. Zie het verhaal hierboven. Op ontvangst valt geen peil te trekken. Taal proeven is een persoonlijke aangelegenheid. Het wekt wel nieuwsgierigheid als Tommy Wieringa schrijft: Een schrijver heeft zijn stem gevonden.

Sinds ik thuis ben, nu alweer een half jaar, is de tijd aan mij, voor zover het lijf het toelaat. Dat is beperkter dan een totale vrijheid. Het betekent dat er dagen zijn die ingewisseld worden met de nacht of voorbij trekken in totale ledigheid. Iets wat een mens moet leren. ‘Ledigheid is des duivels oorkussen’, oreerde mijn oma, die de genen aan ons heeft doorgegeven, waarmee het moeilijk rusten is.. Ik dank het aan de leeshonger van mijn moeder, dat lezen niet tot de ledigheid behoorde, maar tot kennisvergaring.

0071.jpg

Hoe triomfantelijk kon ze kijken met het nieuwe stapeltje boeken onder haar arm. Ze werden op de vensterbank neergelegd en binnen de, door de bibliotheek gestelde, termijn wist ze zich de inhoud eigen te maken. Die gretigheid is doorgegeven, met alle liefde voor het geschreven woord. Er liggen nog wat stapeltjes te wachten. Er zijn zeeën van tijd in het verschiet. Ze zullen elkaar vinden, daarvan ben ik overtuigd. Wie zich eenmaal laat meevoeren door het woord, raakt aan de nieuwe dimensie van een leven. Opnemen, invoelen, verwerken en eigen maken. Het is breien met woorden: Insteken, omslaan, overhalen en af laten glijden in het meer der verbeelding. Wie niet waagt, die niet wint.

009

Uncategorized

Kunst om naar te kijken

Vriendin en ik zijn op weg naar More in Gorssel. Zonovergoten dag, zoevend langs de wegen. Zon, ziel en zaligheid voeden de perfecte timing voor het dwars kijken en het laagland dat zich  aan ons openbaren zal.

073

De tentoonstelling beneden, Dwars kijken, was mij bekend en boven wachtten de foto’s van Het trage, lage, land. De vlinderende zichtlijnen van het gebouw haalden de vrije wereld naar binnen. Een omlijsting voor al dat moois wat ons te wachten stond. Vriendin dook, met het gemak van de kenner, het beeld in, schouwde op millimeters de toets, haar vingers vervaarlijk dichtbij het doek, keurde en herkeurde.Met verbazing stelden we de wording van impressionist tot realist vast in het werk van Raoul Hynckes. De luchtige toets werd zwaar en mistroostig, de donkere tinten en de dreiging van een oorlog doordrenkten het latere werk. Het wekte verwondering.

Al kabbelend trokken we langs de beelden, met gissen en levensvragen, met veronderstellingen en weetjes door de bijbehorende teksten en haakten er een nieuw universum omheen.

096Carel Willink: Dubbelportret

We keken naar de zure blik van de dame links, in het schilderij ‘Dubbelportret’ van Carel Willink en probeerden dezelfde pruillip te trekken. Toen we aan het delibereren sloegen over de reden, kwam de suppoost als een duveltje uit een doosje achter ons staan. Hij verklaarde dat Willink zijn modellen op het atelier los van elkaar had vereeuwigd. De kleding, waarin ze poseerden, bleven op het atelier ondanks rang of status. Verwevenheid tussen de beide dames zien we inderdaad niet. Ze delen hooguit de ijzige afstandelijkheid, versterkt door de misprijzende blik van deze Estella Reed.

Onze spontane begeleider is de perfecte vraagbaak, een wandelende audio-tour, immer bereidt om een toelichting te geven als de wenkbrauwen vragend omhoog gaan. Met stijgende bewondering bestuderen we zijn geanimeerde manier van vertellen. Hij is in zijn element en wij zijn dankbare toehoorders.

079.JPGWout Berger

Bij de foto’s zorgt zijn uitleg voor de broodnodige verdieping. Deze bijzondere tentoonstelling van, onder andere, fotograaf Wout Berger, omhelst landschapsfoto’s en van zijn hand met name de gifgronden, die hij in de jaren negentig in kaart bracht en nu opnieuw bezocht en fotografeerde. Deze wetenschap geeft een extra dimensie aan de beelden. De tweestrijd tussen leven en dood valt samen met die illusie van leven op gifgronden. Het ziet er bedrieglijk mooi uit.

080Gerco de Ruijter: BS

Overweldigend zijn de abstracte beelden van Gerco de Ruijter, die met camera’s aan vliegers het landschap in kaart brengt. We zijn op slag verliefd op zijn Brusselse spruiten die onder de sneeuw verborgen liggen. Sterk uitvergroot is elk dierenspoor ertussen te herleiden.

091  092 Mijn Brusselse spruiten

In gedachte overbrug ik jaren terug. Winter 2013 waar, bij de buurman op de volkstuin, de spruiten hoog op zijn geklommen en als stramme soldaten de wacht houden in het sneeuwlandschap, mij lokkend verleiden tot het vastleggen. De maagdelijke sneeuw, de zwarte staketsels en de schaduw houden het toestel in hun greep. Het desolate landschap en de meervoudige betekenis vragen erom vastgelegd te worden. Een omslag in vorm en functie.

De engel met zijn breedsprakige verklaringen wuift ons gedag, als we met een hoofd vol  weer terug lopen naar de auto. Nederland, de moeite op alle fronten waard. Zelfs in verval schuilt schoonheid. Kijken is Kunst naast Kunst om naar te kijken

Uncategorized

Geschiedenis

Ik zit op het paaltje en luister naar de geluiden die af en toe zinderend de stilte van de zomerdag lam leggen. Er rijden fietsers langs en een enkele brommer passeert me rakelings aan de linker kant. Het is zo’n doorgang dat geen fietspad is, maar altijd als zodanig gebruikt wordt. Ik zou de regels aanpassen aan hardnekkige sluiproutes. Vechten tegen de bierkaai, hoor ik het verleden zeggen.  Daar tuft de kleine zwarte auto voorbij met een groot deel van wat me uiterst lief is. Er zwaaien twee bleke armen opgetogen. Er hangt een brede glimlach boven.

Naar mijn schoonmoeder gaat de rit. De ongebruikelijke droogte en de trilling in de waarneming van de zonovergoten voortuin zorgen voor een bijna tropische aanblik. Dor gras, zieltogende struiken. In de Maxi Cosi bengelt de jongste kleine telg aan een arm.

013

De deur van het huis houdt verwoed vast aan de instructies van de tochtvrije sluis. Ook al is er niets om mee naar binnen te nemen, de hitte is door alle kieren al geinfiltreerd. De eerst deur moet dicht, alvorens de tweede opengaat. Ik had alles opengezet, ten einde de wind te vangen, die nog net het allerlaatste beetje verkoeling brengen kon.

014

In het huis zitten en staan de vrouwen, allemaal één coupe met dezelfde kapper aan huis, aan de tafel of kruipen achter een kopje thee. Er is geen man te bekennen. De dames zijn zonder uitzondering parelgrijs en kijken nieuwsgierig op naar het jonge grut dat voorbij komt stuiven. Vorsend, in een oogopslag, zien we het vertrouwde koppie niet. De lift ruikt naar natte hond en naar stampotten in de winter. De jaren verschralen waar je bij staat. Er hangt wat tegen de muur om de eenzaamheid op te heffen, maar nergens maakt het beroering los of trekt het je naar binnen. Sommige kamers hebben hun deuren wijd open en gunnen een schaamteloze blik op Oisterwijks eiken en nostalgische koekblikken.

Mijn eigen jaren in de verschillende bejaardentehuizen rond de stad kennen alleen  het nachtleven. Het gedempte licht en in Bilthoven alleen de krekels die on-Nederlands de leegte kleuren. Daar spotten mijn oren ieder vreemd geluid. Stappen op een gang, het lopen van een kraan, een toilet dat doorgetrokken werd. Ze signaleerden de afstand en de praktische invulling van het geheel. De kamer met demente bejaarden, vier in getal, heette een ziekenboeg en iedereen die daar aan bed gekluisterd was, door spanband of boeien, was gemeengoed geworden. Dat enige rijke zelfbehoud was in de grote doofpot beland. Geleefd worden gaat voorbij aan waardigheid en respect.

Ze is 96 jaar en kwiek als een hoentje. Vief en monter schuift ze de zware trijp gordijnen open. We dachten dat ze sliep. Gretig drinkt de kamer het licht in. De televisie gaat uit. Ze roemt haar vrije wil. Als je  heel oud bent, hoef je naar niemand meer te luisteren. Haar adagio onderstreept ze met een ondeugende twinkel in de ogen. Ze peilt onze reacties niet. Van alle banden vrij.

011-e1531959491605.jpg

Als ze de kleine bengelaar ziet, glijdt er een weemoedige herkenning over haar gezicht. Zo’n poppie. Op haar bolronde buik glijdt de telg bijna van haar schoot. Ze overbruggen samen met gemak de jaren, bijkans een eeuw, de oude en de jonge, in een luttele seconde. Zacht glijdt er een glimlach over het kleine toetje en spiegelt zich in de ogen van het oer. De foto’s aan de muur, omgekruld en soms verbleekt, verhalen geschiedenis.