Uncategorized

Al mijn wolven huilden mee

Vandaag kwam ik hem meerdere malen tegen. Vroeger zei men het al. Homo homini lupus: ‘De mens is de mens een wolf’. Annie M.G. wist het al lang en had voor haar lieve dolende medemens een prachtige heen-en-weerwolf uitgevonden en hem vastgeketend aan zijn bootje in de mist. Wolven moeten  komen opdoemen, zodra die in woonwijken lopen is de geheimzinnigheid eraf en worden het makke schapen. Wil de wolf zijn mysterie behouden dan moet hij bij zijn sprookjesverhalen blijven of plotseling te voorschijn komen, out of the blue, totaal onverwachts.

De wolf haalt een wit voetje

Mijn eerste kennismaking met het dier was natuurlijk in de sprookjes van Grimm en Andersen.  Ik verdacht de geniepige wolf van de zeven geitjes van een ware slachtpartij onder alle sprookjesfiguren uit de boeken. Die snoodaard deinsde nergens voor terug. Het zou me niets verbazen als het ook nog eens tot een hanengevecht met de wolf van roodkapje was gekomen. Wolven waren niet te vertrouwen en zeker deze niet. Wie zo uitgekiend is om eerst een witte zogenaamde moedergeitenpoot op de vensterbank te leggen had vast en zeker veel meer op zijn kerfstok. Leerde mij als kind het karakter van de wolf kennen na Roodkapje en de drie biggetjes.

don bosco

Mijn vertrouwen groeide weer omdat hij, in het stripboek van Don Bosco, het enige dat we zonder restrictie mochten lezen als jonkie, iedere keer als redder in de nood op kwam duiken als Don Bosco zich in een penibele situatie bevond. De grijze, hij hield het midden tussen hond en wolf, verdedigde de priester tot op het bot. Wat een held, zo’n wolfshond wilde ik ooit.

Vandaag liep hij los bij Hoevelaken. Dan ben je een wolf en zou je alle woeste Veluwezomen kunnen bewandelen of diep in de bossen schuilen en dan presteer je het om bij Hoevelaken de juiste afslag te missen. Een beetje wolf had dat toch anders kunnen bedenken. Het zijn de wolven uit de sprookjesboeken niet meer. Veeleer is het imago van de heen-en-weerwolf op hem van toepassing, die tegen beter weten in zijn pontje van de ene naar de andere kant van de rivier laat varen en verlangt naar menselijk gezelschap.

PlukPluk en de Heen-en-WeerWolf

Ik was gek op de wereldvreemde weifelende ‘woeste’ wolf in zijn lange regenjas met hoed. Vertederende blijdschap voer mijn hart binnen toen hij zijn bootje had opgetuigd met guirlandes, omdat Pluk weerom zou komen. Alleen al het idee was voldoende om hem jaren lang verder te laten varen in de verhalen aan mijn kinderen. Pluk stond met stip, dankzij zijn aanwezigheid, op een.  Zijn grote verdienste was het feit dat hij bij mist voer en zo bleef beantwoorden aan de ongrijpbaarheid van de wolf.

Vandaag was de dag dat ik voor het eerst met de pont mee voer van Vreeswijk naar Vianen. Het leek alsof de varende pont, waar wij op aan het wachten waren, over het water vloog, met als steun in de rug de ijskoude snerpende Noorderwind. Niets was minder waar. De schipper compleet met baard, scheepspet en babbels zette er de kuierlatten onder met zijn motortje. Heen en weer voeren wij en een associatie met Annie en haar eenzame wolf bleef enkel nog hangen op de handeling, om direct gevolgd te worden door een associatie met de Pontvaarder van DRS P.  Zie je wel. De mens is de mens een wolf, dankzij Annie M.G. Schmidt en haar meesterlijke versie en de stadse wolf uit het nieuws. Al mijn wolven huilden mee.

 

Uncategorized

De laatste kraal

‘Ik zou zo graag een ketting rijgen, maar ik kan de draad niet krijgen…’ Wat schuilt er in een mens toch een wonderlijk vermogen om in een volkomen afwijkende associatie te belanden.

Twee zalen vol mensen, die allemaal hun eigen relatie hebben opgebouwd tijdens het leven met die ene persoon, waar het allemaal om draaide die dag. Zijn leven dat zo abrupt, na een maandenlang ziekbed, eindigde. Toch onverwacht, toch volkomen tegengesteld in de lijn der verwachtingen, ook al waren de prognoses moeizaam en vreesde men herhaaldelijk. Hij overwon alle obstakels tot de wil overvallen werd door een onoplettendheid, die hij zelf niet in de hand had. Hij raakte in de war.

017

Ik moest aan de ketting denken omdat het enorm druk was op het afscheid. Ieder van die mensen had even of wat langer opgelopen met hem, ieder van hen was een kleine of grotere kraal geweest aan de ketting, een kiezel op zijn pad, de weg, die hij gegaan had. Bij het laatste ritueel, het afscheid gevangen in een bloem, die bij hem werd neergelegd, reeg de ketting zich aaneen tot het snoer dat oneindig leek. Is dat de flits die je in het uur van de dood in beelden gevangen terug zal zien.

2016-03-20

Er gebeurde nog iets opmerkelijks. Bij alle duizend doden die ik uitgestaan heb tijdens vorige droeve begrafenissen trok het hele arsenaal aan me voorbij en pochte verdriet met al haar andere verdrietigheden, waardoor het een zware en heftige ervaring werd. Of het door de entourage van het zalencomplex kwam weet ik niet, de kist stond prominent voorin, de bloemen eromheen geschikt, het was niet anders dan in een kathedrale omgeving, maar toch. Geen glas in lood dat gedachten uit elkaar liet springen in honderden minuscule vertakkingen, geen wolk wierook die een bevlogenheid met zich mee bracht, maar heel veel sprekers, die allen hun eigen parel aan dat snoer regen. Ik zou zo graag…. Het lied ging maar niet uit mijn hoofd.

Alle vrienden waren er, de familie die ik zo goed kende, het lief en leed in alle vertegenwoordigers was aanwezig. De woorden van de kinderen, die hun vader moesten missen sneed de gebruikelijke kerven in mijn ziel, waar eigen kinderen al eerder met dit bijltje hadden gehakt en nog steeds spaanders bij elkaar vegen om het beeld te helen. De woorden van zijn vrouw, dapper en sterk, ondanks de pijn, een knop om, zegt iedereen, een bovenmenselijke kracht denk ik, die gemis kan verwoorden, dat niet te vangen is, gevoel dat als een sluier zielen bindt. Zij hier en hij daar, een grens te ver en toch bereikbaar, de kracht van het verbonden zijn.

048

De pijn welt op, verdwijnt, zwelt aan en verdwijnt in opgerakelde herinneringen. De wijn, de broodjes, maar vooral de eigen bijna doodervaring is daar debet aan, begrijp ik nu. De aanvaarding van het feit, dat alles eindig is. Dát zorgt voor de andere insteek, het lied dat door mijn hoofd heen spookt, waar anderen, die daar aan het rijgen zijn, ook mijn levenssnoer voor een gedeelte rijgen. Dat besef ten voeten uit, niet de entourage, niet het aantal doden, niet de bloemenzee, maar de bewustwording van de eindigheid en een snoer dat ooit de laatste kraal zal rijgen

Uncategorized

Letterlijk en figuurlijk

Weer een stralende dag op rij. Hoeveel zonuren mag een mens meemaken op een koude winterdag. Er lopen heel veel werklieden rond de flat. Ze blazen stuk voor stuk kleine tekstballonnetjes uit. Hun woorden waaien weg in de drukte, of in het heien of in het boren of in het geschreeuw zelf. Ze ploegen zich een weg door modder of bikkelharde grond, zoals nu, in de vroege ochtend, als de zon nog niet haar warmte heeft kunnen delen.

IMG_2089.jpgDikke das en jas…

Ze trekken hun mutsen diep over de oren. Dat daaronder diepe fronsen liggen, wordt duidelijk als je de versmalde oogopslag ziet, die peilend de situatie van elkaar en de werkplek in de gaten houdt. Ze hebben de twee bomen, waarom ze dikke buizen moeten vernieuwen of leggen, naarstig met houten stambeschermers omkleedt. Wat slordig, de oude kastanje heeft haar kleedje met een sleep meegekregen. Er om heen, een allesbehalve veilige situatie, zwermen de schoolkinderen op hun fietsen of huppelend aan de hand van hun ouders. De honden die uitgelaten worden kijken wat misprijzend naar het aantal meters, dat voorheen een mals en groen grasveld was, maar waar nu de ijzeren platen het gras dieper de modder induwen. Tegels liggen klaar. De omgeving wordt straks gelijk aangepast. Het nutteloze groen zal straks een alleraardigst doorloopje worden met plukjes gras , in plaats van lappen.

IMG_1998.jpgStralende winterdag

Mijn verbazing geldt de mannen. Ik heb het altijd stervens koud. Hoe warm ik me ook kleed, het eindigt altijd in een blauwdruk van mijn eigen persoon, zo’n winterdag. De vingers, de handen zijn van een doorschijnende ouderdom die niet strookt met wat de kalenderjaren aangeven. Om over de neus nog maar te zwijgen. Als het even kan is het de graadmeter bij uitstek voor opkomende vorst. Bij de minste daling van het aantal graden celcius is neus van de partij. Mijn voeten corresponderen met wat neus aangeeft. Tenen liggen bij het minste of geringste piezeltje koude los in de schoenen. Dat verwacht ik. Iedere keer als ik de kistjes uittrek ben ik verbaasd, dat ze gewoon nog vast zitten.

Dit fenomeen ken ik eigenlijk al mijn hele leven. Ik was een ramp op mijn Friese doorlopers. Doordat de koude niet alleen om mij heen maar ook in mij was geslopen en het hele buizenstelsel had uitgeschakeld, was het gevoel nergens meer aanwezig. Met mijn ijskoude vingers kreeg ik geeen fatsoenlijke strik of knoop in de onhandelbaar lange katoenen veters en op het ijzer van mijn schaats, had zich binnen enkele seconden een laagje ijs vast gezet waar de gevoelloze voeten in de gummi laarzen sneller van af gleden dan ze er op stonden. Met mijn tenen had ik geen enkele grip meer op de situatie, die waren een geworden met de bevroren geitenharen sokken in die zelfde laarsjes. Zelfs de dikke krantenbubbels in de oude afgedankte lange broeken van mijn broers voelden koud en stug aan, onhandelbare bobbels die nog meer belemmerden. O onbehaaglijkheid, uw naam is vrieskou!

3 paar Mountain Peak  thermosokken

Natuurlijk heb ik alle nieuwe snufjes uitgeprobeerd, die daarna in rap tempo op de markt kwamen, maar kennelijk heeft mijn lijf een ingebouwde antenne om alles wat anti-vries is qua werking te niet te doen. Wintervacht in laarzen is aan mij niet besteed, thermo-ondergoed doet op geen enkele wijze wat het belooft, extra sokken, extra wanten omspannen liefdevol de ijskoude klompjes onherkenbaar paars en doorschijnen wit aan het eind van de middag. Alleen de schoonheid en de liefde daarvoor weten me tot op het bot te verwarmen en omarmen. Daar heb ik gelukkig genoeg van om me heen. Chapeau voor de mannen van de werkvloer in hun ijzige koude en voor iedereen die onvervaart alles wat koude is met het grote gemak trotseert.

Ik versla de kou wel met het woord door het glas heen of met een wandeling, die net voldoende is om snel weer op te kunnen warmen en niet te doortrekken van ijzige vrieskou. De winter, als de zon schijnt is het fantastisch, zolang er maar opwarmertjes in de buurt zijn, letterlijk en figuurlijk.

Uncategorized

In eigen tijd en eigen uur

Op de site van het literatuurmuseum vind ik een artikel van de hand van Bregje Hofstede. Ze schrijft over de Algemene Begraafplaats in Bergen waar ze toevallig was en de namen van bekende schrijvers en schilders vond. Tegelijkertijd realiseerde ze zich, bij het graf van Lucebert, dat hier niets terug te vinden was van de schilder zelf. Niets om hem heen, zelfs zijn eigen ontworpen grafsculptuur, roerde haar hart of beroerde de Lucebert in haar. Ik stelde mij zo voor dat het bij vorm en vulling bleef en niet bij voeding. Vindt de dode in het leven. Bregje vindt hem jaren later bij zijn oude verweesde schildersezel in het archief van het literatuur museum en het doet haar denken aan een oude man. In vogelvlucht schiet het aandenken aan verdiende ouderdomstotems aan haar voorbij. Met haar beelden roert ze mij. Zo werkt dat dus. In mijn gedachte sta ik voor die oude schildersezel en voel het gemis aan de rand van het graf, waar alleen die stoffelijkheid ten grave is gedragen. Daar huist de dood, maar niet het leven.

011

Het is een mooie queeste. In het kader van het overlijden van de zanger van onze band zie ik hem overal. In de herinneringen die hij oproept en  losmaakt, de nog bijna warm van leven gevormde verhalen in de grote oude zaal, de wijze waarop hij gedragen wordt door het geroezemoes, de steelse blikken, met als lichtend voorbeeld zijn vrouw en kinderen en het verdrietige leeg in hun ogen. Hij is hier overal in de mensen die met hem zijn opgelopen, leven met hem hebben gedeeld, intens of zijdelings, waar hij betekenis door kreeg en betekenis aan kon geven. In mijn geest staan elk woord en elk gebaar tijdens de optredens, tijdens de oefenavonden in het geheugen gegrift. De onderlijnde tekst is ongeduldig, humorvol, ontroerd, afgemeten, ondeugend, genietend, gemoedelijk. Karakteristiek geven ze gestalte aan zijn persoonlijkheid. Zijn persoonlijkheid voor mij. Voor ieder van ons is men van een verschillende waarde. Dáár is de dode terug te vinden.

Toen de vader van de kinderen zo plotseling wegtrok uit het leven vol van liefde en pijn zochten we jaar en dag naar kleine relikwieën in de nalatenschap van zijn bestaan. We vonden hem in een tafelkleed, dat uit zijn huis vandaan kwam, een kabinet, een armband, een ritueel als hamburgers met sperziebonen en meer nog in de woorden die doorklonken als Koek en Ouwe en in de immer weer tranentrekkende herinnering door de cd’s van Zjef Vanuytsel en Tracey Chapman. Ik vond hem terug in verhalen over morgensterren.  Hij trok met hen langs het grof vuil om een gevonden schat aan een verwaarloosd leven te onttrekken en er voor te zorgen dat het als nieuw de schuur verliet. Zijn verlangen liet zich vangen in beelden van oude Nortons, een vergeelde foto als stille getuige van iets wat een van zijn grootste wensen was geweest. Maar meer nog hervond ik de ruimhartige denker in de kinderen terug. In de manier waarop ze naar het leven kijken en er in wonen, hoe ze delen, samen helen tot de man die hun vormer was.

Ons leed is jaren her, we hebben naast het beeld het gemis gestalte weten te geven, maar wennen doet het nooit. Het open staan voor elke ontmoeting, ook al is het ver over grenzen heen, zorgt ervoor, dat ieder, op den duur, de ezel vindt die bij de dode past.. Op een dag. In eigen tijd en eigen uur.

 

 

 

 

 

Uncategorized

Als je er maar voor open staat

Dromen in detail, wat een wonderlijke gewaarwording., net nog heeft iemand hele grote schuurwanden vol met kruiden gehangen, die moesten drogen. We moesten alert zijn op teken Die bleken zo groot als stevige kakkerlakken. Ja, ja. daar moet je het dan mee doen. iemand anders was hout aan het verzamelen en overal werden van die stilistische Woonmagazine plaatjes gemaakt. Ton sur ton rood bijvoorbeeld of een antieke fauteuil tegen een achtergrond van velours. Tapijten op de grond uit de grijze oudheid, waar de stalen in het museum van Amelisweerd niet bij zouden misstaan. De entourage was onbeholpen, wat agrarisch met houtvuren en grote ketels, soms hippie-achtig. De ruimte was enorm, ook om te dwalen. Misschien lag daar het antwoord in bestorven.

001

Of beperk je ruimte of vergroot hem. Aan mij de oplossing van deze puzzel. Of gewoon een droom en verder niets, geen uitduiding, maar een platte beleving. Nou geloof ik dar nooit in. Alles is van waarde. Dat bleek gisteren wel weer, toen ik mijn ziel had uitgeschreven en de vele reacties erop kreeg. Wat mooi, wat het heeft losgemaakt. Dat iedereen daar wel mee uit de voeten kon en uiteindelijk ik het weer een plek kon geven. Dat zijn de kostbare momenten in het bestaan, die we mogen koesteren. Noem het wijsheid, noem het filosofie, maar het gaat over de grens van de norm heen. Durven te zijn is een gegeven op zich. Het valt niet onder de noemer klagen, het valt niet onder de noemer aandacht vragen, maar het is een waarheid van het moment. Er gebeurt van alles om ons heen. Morgen kan het anders zijn.

IMG_2028.jpg

Een waarheid als een koe is, dat ik buiten deze geestelijke verlichtende schrobbering, enorme behoefte heb aan lichamelijke inspanning. De fysio moet deze week toch echt wel op gang komen, anders ‘kuier’ ik met ferme tred richting sportschool,. Niet alleen het lijf slibt dicht, maar ook de geest. Ze krijgt vullingen waar ik geen vermoeden van had. Het is de hoogste tijd voor de balans.

Kan een dergelijke mijmering verlichtend werken. Jazeker. Als  we toestaan, dat de schellen van de ogen vallen en dat ook durven beamen, is er weer een lichtend pad. De antwoorden klinken door in de wijze raad of de vele harten onder de riem. Ze zijn niet aan leeftijd gebonden. Het heeft alles te maken met een beleving en die kan willekeurig plaats vinden op welke leeftijd dan ook. Je hebt wijze engelen van dertig naast stokoude argelozen. De tijd om erover te peinzen is in alle voegen aanwezig. Tijd is een onbeperkt gegeven deze dagen. Het zorgt ervoor, dat ik iedereen wat meer prime time met zichzelf toewens. Ook al heb je het razend druk, ben je ‘onmisbaar'(een discutabel begrip) dan nog zou er ergens ruimte en tijd moeten zijn voor wat vruchtbare gedachtespinsels.

IMG_1938.jpg

Door de tijd ingehaald kan ik jullie dat als goede raad in ieder geval mee geven. Ik heb zeeën van tijd voor zolang het duurt. Dat is die onberekenbare, niet te missen factor, waar we te allen tijden rekening mee dienen te houden. Voor het te laat is. Wat wil ik zeggen voor het te laat is. In de reclame wordt het plat, maar de intentie is waar. Zeg tegen elkaar wat je voelt en geef de ander de gelegenheid om er iets mee te doen. Omdat het herkenbaar is, omdat we elkaar zullen ontmoeten op dat punt, zoals een wijze vriendin gisteren influisterde, omdat we daar de verbondenheid kunnen voelen van mens tot mens. Die ruimte geven is ontvangen. Ruimte dus, een droom die bewaarheid wordt, alles valt te duiden, als je er maar open voor staat.

Uncategorized

Élke trede telt

‘Wat zie je er goed uit’. Wat voor je is, kan ook tegen je gaan werken. Ik zie er  niet ziek uit. Hoe beroerd ik me ook voel, er komt altijd een klein beetje make-up om de hoek kijken waardoor ik, dankzij wat gestifte lippen, er uitziet als het toonbeeld van rust, in de ruimste zin van het woord.

‘Een goed verstaander heeft een half woord nodig’, zei mijn moeder al. Dan denk ik aan het onzekere glimmertje in mijn ogen, de onrust in het lijf, de gierende longblazen, de denderende bloedvaten, het kloppend hart en de verborgen ongeleide projectielen van gedachten die door de kop schieten. Dat zou je kunnen zien, als je me kent. Mijn kinderen prikken er doorheen, alsof het bordpapier is en leggen in enkele streken de ware aard bloot. ‘Ach ja, onkruid vergaat niet’, lach ik terug op de opmerking. Dat dus. Wanneer durf ik de hele litanie aan klaagzangen open te trekken om te vertellen hoe het echt met me gaat. Wat ik voel, hoe groot de gedachtewereld is waar ik me in begeef, wat dat met me doet en de bevrijding die het woord me geeft. Ondergeschikt aan het onderwerp slik ik mijn eigen wereld in en ga mee in die andere. De wereld van verdriet.

Embarrassment made by lemvanderlinden  acryl on canvas

Het overkomt me vaker dan me lief is. Ik ben er zo door van mijn à propos, dat ik vergeet dat ik naar het Hart van China kan kijken. Terwijl ik op de bank zit en zapp weet ik dat er iets belangrijks op televisie is, dat ik wil zien, maar ik kom er op dat moment niet op. Ik ben in de war. Niet om wat deze week het leven in haar beperking heeft neergezet, maar om die verstop-theorie van mezelf en het totaal ondergeschikt willen zijn aan alles wat erger lijkt, dan jou overkomen is.

Het besef kwam, toen ik een verhaal op Twitter las, van een man die zijn beklag deed, omdat hij zich gebruikt voelde door zijn vrouw. Hij had ooit haar dwingende levensstijl als een warm bad ervaren, omschreef zichzelf als de man met de dingetjes, die er niet toededen en die zij ook niet zo mooi vond. Hij genoot van haar mooie spullen, haar kamer, haar huis. Alles ging in zijn leven volgens haar wensen en toen dat leven voor een groot deel vervuld was, kwam er een spannende collega op haar pad. De goedzak, die alles altijd helemaal geweldig en goed vond, werd aan de kant gezet. Zijn beklag was het gevolg. Mijn reactie was als de reclame van ‘geschikt of ongeschikt’, waarbij het laatste vlak werd ingekleurd. Je had er op kunnen zitten wachten. De verbazing was er hooguit om het feit dat het zo lang duurde, eer deze omslag kwam. (de kinderen waren inmiddels pubers). Niet zij, maar hij had zichzelf gebruikt, had aangeleund tegen alles wat zij te bieden had, behaaglijk en comfortabel, zonder zelf keuzes te hoeven maken en stappen te moeten zetten.De beste man had zichzelf, lang geleden, in de steek gelaten en plukte nu de wrange vruchten van een leven zonder ruggengraat.

ro;trap stedelijk museum

In die categorie schaal ik het leven niet. Genoeg om te bestaan en eigen keuzes te maken. De spiegel die voorgehouden wordt is helder. Het wegcijferen in welke orde van grootte dan ook, werkt verwarrend. ‘Hoe gaat het met je’ gewoon beantwoorden met de werkelijke staat van zijn en niet met een makkelijke beleefdheidsfrase is de eerste stap in die richting. Het benoemen van de onrust, de onzekerheid, het wantrouwen jegens het eigen lijf, is het antwoord waar men recht op heeft. Zij, die het uit oprechte belangstelling vragen en zij,  die het uit beleefdheid vragen en door de eerlijkheid zullen worden wakker geschud.

Het leven zoals het komt, in alle facetten, van klein tot groot, van miniem tot ongehoord en het besef dat élke trede telt.

 

 

 

Uncategorized

De hele Oosterkade lang

Toch de kuierlatten weer aangedaan en naar het Centraal Museum getogen gisteren. Utrecht lag er zonovergoten bij en ik had zo’n behoefte aan wat mooie schilderstreken op een doek en wat geestelijke lafenis. Het was gehannes bij de audiotour. Wat er ook gebeurde, ik bleef het geluid niet door de meegeleverde koptelefoon horen. Weg met de overtollige ballast aan verhaal en uitleg, ik ga het wel voelen, was mijn impuls en de koptelefoontje kon weer tegen de circa vijftig andere aanleunen. Ze werden niet gretig afgenomen.

Het is er altijd een beetje donker, zelfs in de vernieuwde zalen. De schilderijen en sculpturen worden liefdevol en bezorgd toegedekt door het omfloerste licht. Alsof ik weer klein ben en met mijn moeder mee huppel naar het ondergrondse gewelf, waar in hetzelfde geheimzinnige licht en in een adembenemende geur het eeuwenoude schip de jaren lag te overbruggen. Onmiddellijk was er de sluier van heimelijkheid en nam dwalende beelden in mijn hoofd mee. Vikingen zag ik niet, veel eerder de nimfen en de witte wieven die er rond spookten. Ik ging iedere keer dapper de confrontatie aan, al klopte het hart me in de keel en wachtte ik op het spannende moment dat snijdende geur en het doembeeld samen zouden vallen.  Niets was angstaanjagender en tegelijkertijd heroïscher dan dit aardedonkere doorzetten. Weten en trotseren in een adem genoemd.

IMG_2046.jpg

Tussen de zalen door overvalt het stralende zonlicht en het alledaagse in de schoonheid van de Utrechtse Singel of de binnentuin met het terras. Alsof het een abrupt onttrekken is aan de  mijmering en de afreis naar die tijden van weleer. Even losgescheurd zie ik de kleine kinderen lopen in tulen rokjes met hun toverstaf in de aanslag en nieuwsgierig naderend achter het glazen frame. Ze spiegelen mijn verbaasdheid en turen ongelovig naar binnen. Als ze weer afdwalen wandelt er een deel van mij met ze mee. Is het een verjaardagsfeestje? Bij de volgende stap duik ik weer het schemer in en laaf me aan de schoonheid van vooral Citroen en Toorop, die veel meer aan mijn ziel trekken dan Koch en Willink. De grof gevulde doeken van Charley spreken vooral haar emotie uit, de harde lijnen die de kaken verbeten vooruit steken en de doordringende oogopslag de wereld in slingeren, heel anders dan het tere en breekbare strelen van Paul Citroen.

IMG_2040.jpgPaul Citroen

Na drie zalen is de koek op. Ik kan niet meer. Stil zitten en peinzen bij Koch’s meest indringende werk, die ik  al vaker bij verschillende tentoonstellingen had mogen bewonderen en die het waard blijven om hun uitnodigende entree te aanvaarden en af te reizen naar weleer. Het zijn de vier jaargetijden. Tere en ingetogen voorstellingen van de naderende periode. Je voelt de winterkou, de discrepantie van het pasgeboren lam en zijn hoeder in zijn sombere kleurstelling doen bevroeden dat deze nieuwe lente het niet heeft overleeft, de kracht van een uitbundige zomer en de levendigheid van de goudgele herfst laten geen twijfel bestaan. Peinzend verlaat ik de ruimte. Er kan geen verbeelding meer bij.

IMG_2087.jpg

Een dan nog, het absurdisme van een 3 D-etalage onderweg naar de auto lokt en ik ga de uitdaging aan. Een toetje, dat als glimlach besterft, de hele Oosterkade lang.

Uncategorized

Rechtvaardigheid en dood lopen niet hand in hand

Terwijl ik gisteren met een vriendin een al maanden gekoesterde wens aan het inwilligen was, gebeurden er op hetzelfde ogenblik zoveel paralellen aan leven. Wonderlijk genoeg kwam dat besef al bij de ene boom, die alle aandacht opeiste te midden van zijn goudgele omlijsting. Met eerbied en liefde keek ik naar haar krachtige uitstraling en kon niet anders beamen, dan dat zij het toonbeeld was van de kracht van de Solitude en kreeg ze wat ze verdiende: De volle glorie.

037.jpg

Op hetzelfde moment dat dat beeld deel werd van mijn leven, worstelde op een andere plek een gezin met het einde van een titanenstrijd van hun held. Ze had maandenlang geduurd en daarmee in ieders hart de hoop gevestigd, dat het leven een winnaar toebehoorde, zonder vraagtekens, zonder twijfel. Iemand die het lot aanvocht en zijn opgegeven strijd nog maanden voort kon schuiven, verdiende die volle glorie. Maar toen de donkere schaduw met zijn zeis het lichaam niet breken kon, sloop hij achterom en overmeesterde de ratio. De pijn sijpelde binnen onder het bekijken van de foto’s  van die grote Soesterduinen stilte en bleef hangen in haar pijn en grief.

014

Litlle grains of sand scheppen samen met de miljoenen waterdruppels de planeet die aarde heet, ik had ze die middag zien glanzen in hun natuurlijke eenvoud en in hun kracht van de vereniging. De uitgestrekte vlakten met de Magritte lucht erboven kiemden dat stille verlangen naar verdichtsel en schreven woorden in mijn hoofd. Het gesprek was er een van diepgang en gemijmer, hier en daar een filosofisch schuren, dat de omgeving wakker schudde en het bijbehorende gevoel van dankbaarheid ten opzichte van het leven zelf los weekte. Door de diepe dalen gegaan, afhankelijk van niet meer dan het lijf, dat onderging en de wil, die vocht om het bestaan.

Als we vroeger drensden en dreinden en luid riepen ‘Ik wil niet’ haalde mijn moeder een wijze boodschap aan: ‘Kan niet ligt op het kerkhof en Wil niet ligt er naast’. Daarbij duwde ze onverhoopt de vermaledijde zemen lap of stofzuigerslede in onze handen en hadden we maar te gaan. Alles behoorde tot de onbegrensde mogelijkheden als je maar wilde en het ten uitvoer bracht. Gisteren, nog niet op die grote stille zandvlakte, maar even daarna, wist ik heel zeker, dat mijn moeder het niet bij het juiste eind had. In haar optiek en toen misschien wel. Ze hadden immers de oorlog overleefd en de wederopbouw met haar bergen en dalen, de armoede  verslagen en de problemen in alle toonaarden getackeld. Maar op mijn veilige stek, een hoek van de bank, met mijn tekenboekjes, dagboeken, laptop, telefoon onder handbereik, kwam de boodschap binnen in het oplichtende venster, de letters zwart op wit en nauwelijks te bevatten.

‘Hij is omringd door liefde heen gegaan.’ Dat wist ik, die liefde, dat zachte bed om leed te dragen, de handen ineen, huid tegen huid om het verdriet te vangen en vast te houden met elkaar. Letterlijk een draagbaar voor verdriet.

019

Zo weeft zich de tijd voort. Schoonheid krijgt nog meer betekenis door haar kracht van de verbeelding die passen bij het beeld in mijn hoofd van de machtige eenzame strijder daar bovenop zijn heuvel. In mijn beleving zal hij daar van nu af aan altijd het symbool voor zijn. Een titanenstrijd, met de moed en de onuitwisbare wilskracht om te leven voor zijn liefde, zijn vrouw en de kinderen, maar ook om de levenslust die in hem woedde en hem de dood strijdvaardig diep in de ogen liet kijken, zodat die niet anders kon, dan slinkse paden te bewandelen om hem sluipend te overvallen met de genadeklap. Rechtvaardigheid en dood lopen niet hand in hand.

Uncategorized

Als dat geen genezing is

Toorop schijnt te hebben opgemerkt, dat het portret zich niet moet gaan ‘verbeelden’, dat het zelf wat is. Dat is alleen door mij, die het gemaakt heeft!’ Karin van Lieverlo noemt het in ‘Atelier’ van deze maand een spannende wisselwerking tussen waarheid en illusie, dat de relatie tekent tussen model en portrettist. Daar moet ik over nadenken. Ze doelt met name op het portret dat Van Toorop tekende van koningin Emma. Verbeelden heb ik tussen aanhalingstekens gezet. Wat een mooie en subtiele woordspeling. Ik hoop dat het een letterlijk citaat is, want in dat verbeelden schuilt de opperste kracht van de opmerking.

Is het de weergave van Toorop, zijn liefde voor de af te beelden persoon, zijn intentie om een gevoel te vangen, de kracht van de markante uitstraling neer te zetten, is het zijn opperste emotie die daar op het papier verschijnt? Of begint het al met de keuze van het materiaal om al deze gevoelens in te vangen. Bij Koningin Emma blijft er meesterlijke afstandelijkheid, een koningin waardig, tussen mij en haar hangen, maar komt de kunstenaar in rap tempo binnen mijn gevoelswereld. Wat een held, wat een beheersing en oog voor detail en dan met name de kleine aspecten van de menselijkheid, die gevangen worden in de oogopslag achter de spiegelende brillenglazen en in de ragfijne dunne kanten sluier om haar hoofd gevleid, vastgepind aan haar wijze haren, de bezegeling van haar status, Eminence Grise pur sang.

Hoe anders is de beleving bij de portretten van  Dumas, die al je emoties tot in hun grondvesten doen beven en ze stuwt tot grote hoogten. Een ontmoeting met een portret van Dumas is snakken naar adem, is het grijpen naar intense, maar vastomlijnde zekerheden. Begrippen, die er voor zorgen dat het gevoel niet aan de haal gaat en mee verdrinkt met de wanhoop die uit haar doeken schreeuwt. Munch met zijn ‘De Schreeuw’ blijft ook zo dicht bij het verscheurd zijn door het moment. Dát weten vast te leggen, die ene aanraking van een seconde, waarin de hele wereld samen balt, zo meesterlijk en soms zo afschuwelijk om te doorgronden.

Bij de werken van Pushwagner zorgt de afwezigheid van de emotie in zijn doeken en tekeningen voor de heftigheid waarmee het binnenkomt. Ik dacht dat ik gek werd. Ik had daar als een dweil uitgevloerd op de grond kunnen gaan liggen, als ik verbeeld had hoe ik me op dat moment voelde. Uitgewrongen, letterlijk. de maakbaarheid van de wanhoop in al haar facetten lag in die tentoonstelling voor me uitgespreid. Naakte waarheid ten voeten uit, of het gevaar van die waarheid. Het denken in stereotypen, het denken in hokken. Ik was de ontvanger, mijn antenne stond wijd open voor Pushwagners zwarte doemwereld. Tegelijkertijd raakte ik geïntrigeerd naar het waarom van deze kunstenaar. Wat maakte het dat hij zo diep ging en zichzelf voor een groot deel verloor in zijn eigen schepping.

schrijven waspit

Ik kan me verliezen in schoonheid en kleur, in poëzie die een afbeelding wekt. Mijn heerlijkste ervaring van het afgelopen jaar was zonder twijfel de ‘schrijversopdracht’ om bij een zelfgekozen schilderij van een van de impressionisten op een tentoonstelling in het Haags Museum te gaan zitten en me te identificeren met een personage, die op het doek stond afgebeeld. Ik koos Breitner, een van mijn grote liefdes. Zo één te worden met de tijdsgeest, die daar weerlegd is op het doek. Een eigen verhaal, een beeld te mogen scheppen van je diepste individuele beleving was een waar cadeau. Nooit eerder had ik vanuit die invalshoek naar een schilderij gekeken. Vragen als ‘Wat is de bedoeling van het meisje, wat denkt ze, waarom is ze zo gehaast. Interpreteer ik haar gang wel op de juiste manier. Zou er nog wat anders achter kunnen steken. Is het wel haast of schort ze de rokken op vanwege de ‘onzichtbare’ modder op de grond’ volgden elkaar in hoog tempo op en er kwam een verhaal en een gedicht uit voort.

Kunst moet, kunst voedt. Het wordt weer eens tijd voor een museum. Ik voel het. Er is niets, wat zo helend werkt als die prachtige uitingen, die mijn gevoel aanraken. Letterlijk een aanhaken aan Het Leven. Als dat geen genezing is.

Uncategorized

Even geen paraplu meer nodig

Onder moeders paraplu leef ik, zegt de bedrijfsarts. Met een uitstraling van de gedecideerdheid van een juf Ank ijvert ze zich, om voor mij de perceptie van de kwaal ontvankelijker te maken. Daar was die paraplu voor nodig. ‘Onder moeders paraplu liepen eens twee kindjes, Hanneke en Janneke, dat waren dikke vrindjes…’ Ik hield stijf de geboden paraplu van strohalmen vast, waar ze zojuist een aantal beren in de juiste stelling had gebracht en haalde opgelucht adem. Die beren waren gevoeligheden die familiair waren en die garant stonden voor het leggen van knopen in onder andere hart, longen, schildklier en gewrichten. Het was het antwoord op mijn ongeloof, dat een deel van de medische wetenschap nog steeds het lijf in segmenten opdeelde. De afdeling Cardio werkt op een eiland. COPD werd volstrekt buiten het plaatje van de aandoening gehouden. Nu tekende ze een mooie paraplu met daaronder het veld, waar mijn lichaam in woorden samen viel tot een geheel. Weer keek ze me aan met een blik van iemand die de wetenschap in pacht heeft. Ik was Janneke, kleine Janneke en ik hield niet alleen de paraplu, maar ook denkbeeldige Hannes stevig vast.

Bij een waterproject op school, dat ik, nu ik erover nadenk, aan ‘Huppel, de waterdruppel’ had moeten ophangen, verdiepten we ons in de loop van de waterleidingen van school. Op onze blote zomerknieën liepen we de buizen na, die met het blote oog te volgen waren. De kruipruimte werd geopend en met een zaklamp speurden we de ondergrondse gewelven naarstig af naar de loop van het riool. Het was een spannende en avontuurlijke onderneming. Het lied van ‘Onder moeders paraplu’ was de binnenkomer geweest en al gauw waren we ingewijd in de effecten van kletsen, klateren, druppelen, gieten, sproeien, gorgelen, tikken en meer van dat soort dingen waar een heleboel waterdruppels bij elkaar zich voor lenen. Natuurlijk moest een en ander proefondervindelijk ervaren worden. Ik had zes doorzichtige paraplu’s op de kop getikt voor een habbekrats.

Onder hilarische bewondering werden de diverse vormen uitgeprobeerd. Een hogedrukspuit kletterde met verve op de plastic kappen, een gieter gieterde haar vaardigheden er lustig op  los, hoeveel druppels gaan er in een milliliter, met een pipet was klusje zo geklaard. Hoe zachtjes tikt de regen. Onder begeleiding van Rob de Nijs orgelde de plantenspuit het waterconcert mee. Met glimmende regenlaarzen dansten ze een waterballet,  waar Gene Kelly niet in had misstaan. ‘Ik zing in de regen, ik zing in de regen, wat heerlijk is dit en ach, niemand houdt me tegen…'(op de bekende wijs). Daar hadden we de paraplu’s ook voor nodig. Met Acrylverf maakten de kinderen er hun hele eigen versie van waterpret van en het resultaat was verbluffend, vertederend op het podium en ontroerend.

Paraplu’s in Stadskanaal, Willem Caspers

Terwijl ik wacht op de ergometrie, pen ik deze associatie met mijn eigen juffrouw Ank haastig neer. Zonde om aan deze paraplu met mooie herinneringen voorbij te gaan. Straks zit ik op de fiets, waar officieel een looptest was afgesproken, omdat het voor de COPDer in mij moeizamer zou zijn. Hokjes dus. Luisteren naar kleine Janneke is nog een dingetje, daar in Cardioland. Ik fiets mijn longen uit mijn lijf. Hartslag en bloeddruk zijn laag. Een nieuw probleem doemt op. Hoe verhouden medicijnen zich tot elkaar. Daar had juf Ank ook al over gerept. Mijn medicijnencocktails voor hart en longen bevatten elkaars antagonisten. De oorzaak van deze nieuwe ellende wellicht, maar voor nu is het welletjes. Buiten schijnt de zon. Even geen paraplu meer nodig.

Uncategorized

Leed is betrekkelijk

Daar stonden we dan. Onze blikken wisselden werelden van verdriet en leed uit, met die vleug van levensdrang, die zo nodig is om te allen tijde op de rit te blijven.. Daarnet was ik nog naarstig op zoek geweest naar de pesto en was aan het dubben tussen dat of de pimentpasta. Nog voor ik de keuze had kunnen maken, schoot ze me aan. Het ene moment hangt de wereld nog van kleine beslommeringen aan elkaar en het volgende moment sta je met dat levensgrote wereldvraagstuk in je armen. Hoe vertrouw je straks  weer op eigen kracht dat lijf, dat je zo buitensporig in de steek gelaten heeft.

308

Mijn problemen waren kiezels vergeleken met die van haar, dacht ik. Oneffenheden in de borst ontdekt, aan de bel getrokken en nu al geopereerd. Een halve heelheid, die het vuur in haar ogen niet had geblust. Ik had er drie nachten slapeloosheid op zitten, waarschijnlijk door een reactie op de medicijnen. Per vandaag werden die omgezet in een ander nog uit het hoofd te leren begrip. De angst bleef zweven rond de onzekere factor en het betere giswerk. Stel je voor, dat het nu niet….of dat de stent aan het wandelen was gegaan. Was dat überhaupt mogelijk. Waar kwam die diffuse hoofdpijn vandaan, gek voor iemand die dat nooit heeft, de hartkloppingen, dat cardiogezwabber midden in de nacht.

Haar dochter was erbij en wierp zich op als haar moeders hoeder. Een maand daarvoor hadden haar moeder en ik elkaar omhelsd in een weerzien na jaren tussen dezelfde schappen. De afspraak stond om elkaar te bellen in de lente als tuinen ontwaken in groei en bloei, met plannen om het zevenblad en ander biologisch om te buigen onkruid ter consumptie te gelde te maken. Nu viel er even niet zo veel meer om te denken, omdat de naakte feiten klip en klaar op ons bord lagen. Een falend hart en een succesvolle tumor. We moesten op wilskracht de doem ombuigen in mogelijkheden voor een beloftevolle toekomst in het onpeilbare verschiet. Ze zag er prachtig en uitgerust uit, tikje mager in het gezicht. in de zachte omlijsting van haar witte mohair sjaal.

 Richard Westall, Het zwaard van Damocles, 1812

Dochter luisterde, afzijdig maar nauwlettend, ze hoorde elk woord. Wat is de overeenkomst tussen twee gebutste zielen. De herkenning met name. Ons kent ons. Mijn moeder zou zeggen: Elk huisje heeft haar kruisje. Eerst dacht ik ‘Elke gek heeft zijn gebrek’, maar die vlag dekte deze lading niet. Dat was immers een, door genen, drank of drugs, gestuurde waarheid. Het kruis kwam ongevraagd en onbedoeld, een zwaard van Damocles dat neerdaalde.

Filosofie tussen de winkelschappen, kom daar maar eens om. Het meeste leed wordt tussen neus en lippen door verkondigd en vindt vaker haar weg tussen de specerijen of het blik. De boodschap ketste even terug, als een pingpongbal, tegen de potten met Basilicum sauzen voor de pasta en de plastic emmertjes saté saus. Het hart onder de riem voor ons beiden was bij het afscheid de glimlachende belofte aan elkaar dat we straks op onze knieën het onkruid, dat ons leven binnen kwam, tot in de kleinste vezels minutieus zullen uitroeien en weg verlangen.

 We omhelzen elkaar, zij met haar chemo in het verschiet en ik met mijn batterij aan bloedverdunners en bloeddrukverlagers. Tot gauw en tot later, als het leven weer groeit en bloeit. Haar dochter van dertien lacht me toe. Nog een heel leven te gaan.  Al het leed is betrekkelijk, als je het vergelijkt met dat van een ander.

Uncategorized

Alweer een nieuw begin

Als het nieuws slechts met flarden binnen komt waaien, omdat ik niet iedere dag meer met de auto op een vast tijdstip weg moet en dan ook de lokale radio niet meer hoor, mis je ongemerkt veel van dat alledaagse bestaan. Zo kwam ik vanmiddag om een uur of drie buiten en kwam tot de ontdekking dat ze een van de drie imposante bomen hierachter hadden omgezaagd, Twee kastanjes stonden er nog, maar ik vrees ook voor een van hen. De omgehakte boom was een lievelingsboom, omdat haar verschijning, buiten haar rode herfstpracht en de vlinderlichte zomerbladeren,  herinneringen omlijsten, die zonder moeite in het voorbij gaan, aan kwamen waaien. Minimaal twee keer per dag fluisterde ik een diepe gedachte terug.

De schrik was dan ook groot. Op de plek waar ooit de Acer in haar volle glorie stond, wortelde slechts een, tot een paar centimeter boven de grond afgezaagde stomp. Te laag om er een alternatieve denkplek van te maken, te kort afgezaagd om het om te vormen tot een overpeinzingsmonument. De kandelabbers er naast ritselden wat bedeesd met hun kale takken toen ik, zichtbaar aangeslagen, het kille scherp gesneden vlak aanschouwde. Net nog het symbool van vriendin lief, dat betekenis aan deze schoonheid had gegeven en nu niet anders dan een abrupte koude plek, Vasalis noemde het al ‘En niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn’.

In huis staat geen altaartje voor mijn dolende zielen, maar in de boekenkast op de slaapkamer, ‘alleen tussen mijn boeken wil ik wonen’, als variatie op een thema, staat ze glimlachend het wat chaotische leven gade te slaan. Ik hoef maar peinzend naar haar afbeelding te staren en de ingevingen komen zich ruimschoots aandienen. Het kleine witte vredesduifje met een stokje door zijn borst, poetst haar zachte, wijze blik extra op, zoals Acer dat deed in de herfst, als zij met haar uitbundige rode gloeien een ode bracht aan de goedheid en wijze kracht. Een gelijkgestemde ziel, die ware vriendschap duidde.

Het was een bijzondere en wonderlijk beleving in dat laatste jaar voor haar dood, als ik het statige oude herenhuis in ging en ze me ontving in de mooie herkenbare keuken. Daar had de tijd stil gestaan met de granieten aanrecht en de art deco tegels, de houten kastjes en de blik, ooghoogte, op de benen van argeloze voorbijgangers. Een huis met een souterrain en de warme gezelligheid van pruttelende koffie. In vele andere toonaarden verstilde daar het leven. De hoge ramen, de krakende vloer, de prachtige stenen objecten van een bevriende beeldhouwer, volmaakt in hun vorm.

1218

Eerst kropen we dicht bij elkaar op de bank, angsten delen. Loslaten op hoog niveau, want hoe nu verder met zoon en man in de leegte, die ze achterliet. Komt tijd, komt raad. Een zucht en stil verdriet om wat er nog te missen viel.  De thee was troost en warm, daarna de wandeling, het kuieren, ja toen ook, ze kon geen stap meer harder met het uitgeteerde lijf. Een zonnestraal, een maagdelijke zwaan, de roodborst boven de koude grond in het struweel. Het waren haar juwelen naar de oneindigheid, die straks te wachten stond. Eerst sneerde de tumor met een sluipend bijten en trekken, dan met een laffe valse overrompelende triomf. Toen ik haar vaarwel wenste, stond die grauwe zeismaaier al aan haar voeteneind en wachtte met het geduld der eeuwigheid. Hij had de tijd.

Ik ben voorgoed mijn Acer kwijt, verdoofd en wat ontheemd, teer ik op en in. Alweer een nieuw begin.

 

Uncategorized

Ik ben er klaar voor

‘Kip ik heb je’, zou mijn moeder zeggen. Na de zoveelste nachtelijke woelpartij met een  hoofd, dat maar niet stopt met denken, ben ik er achter, waarom slaap ten enenmale verre van mij blijft, terwijl het toch de hoogste tijd is.  Het is eigenlijk zo simpel als wat, maar ik was er bij lange na nog niet opgekomen, ware het niet dat ik de focus wilde verleggen van lijf naar totaal andere algoritmes.

In de slapeloze nacht ligt de focus altijd op het hart, alsof van binnen met argusogen gelet wordt op ritme, pijn, druk en alles wat een hart maar uit het evenwicht zou kunnen brengen. Met andere woorden het hart zwelgt tot oneindige hoogte. Het feit dat ik er voortdurend tijd en aandacht aan kan geven, komt doordat ik eenvoudigweg niet moe genoeg ben. Let wel, sinds mijn nadagen, het leven is tegenwoordig opgedeeld in voordagen en nadagen, ben ik oneindig moe. Intens zwaar in hoofd en bot en spier, maar dat is de weefselkant van mij. Die andere kant, de prikkelzoekende, de ontvankelijke, de associërende, de creatieve, de scheppende krijgt te weinig uitdagende voeding. Ik mag niet meer dan één wandelingetje maken per dag.

002

Stiekem snoep ik er kilometers bij door het spanningsveld met vernieuwing uit te breiden en wegen te bewandelen die niet alledaags zijn of door bezoek te ontvangen, meer dan ik mijn hele leven hier thuis ontvangen heb, maar de dorst naar ervaring en verwondering is daar niet mee te lessen. Ik kom te kort. Laptop en televisie zijn bliksemafleiders, even als mijn tijdschriften en kranten, ja zelfs een online blikopener als tekencursus op de bank uit te voeren is niet voldoende. Ze halen het niet met de interactie die een schoolleven opwerpt of het tussen de andere mensen zijn.

Vanmiddag voelde ik heel sterk de behoefte om zomaar alleen ergens in een restaurantje neer te strijken, dagboek in de aanslag, om deze dorst te lessen. Je zou zeggen, dat er prikkels genoeg zijn, maar toch…Even heerlijk brainstormen om een project vorm te geven, het verhaal te verzinnen, een pakkende openingsscène te bedenken. De hilariteit met de voorpret en daarna de deadline, die koortsachtig decorstukken en kleding bij elkaar laat zoeken, gedichten, verhalen, liedjes, het hele scala aan vindingrijkheid aanspreekt en openbreekt. Op die toppen wil ik voort en dan weet ik, dat ik daarna moe genoeg ben om te stoppen met alleen maar lijfelijke lamgeslagenheid en een onrustig woelen. Dat is het wezenlijke verschil tussen een tredmolen die een uitputtingsslag teweeg brengt of het ervaren en ontdekken van ongekende mogelijkheden.

050

Mijn voedingsbodem voor een creatieve geest is te abrupt onder me weggeslagen. Ik was  aan het afbouwen, maar de snelheid waarmee het nu geslecht werd, sloeg een gat. Van 200 % actie naar 20 % actie is letterlijk een aderlating, waar mijn liefdevolle mensenhart te kort werd gedaan. Die kransslagader mag dan wel gerepareerd zijn, maar er is een hoeveelheid aan stopborden geplaatst, die vooralsnog te belemmerend werken om in een verkwikkende slaap te vallen.

Ik was al naarstig op zoek naar iets anders, naast het schilderen wat te inspannend bleek en het schrijven waar de concentratie  en de discipline voor ontbrak en had reeds breipennen en wol aangeschaft. Gelukkig handhaaft zich mijn uitlaatklep bij uitstek voor de dolende gedachten die zich iedere dag trouw aandient, tegenwoordig vaker ’s nachts dus.

Met deze verhelderende gedachte kan ik leven, want daar valt aan te tornen. Als ik niet naar het proces kan, haal ik het proces wel in huis. Om het even hoe. Komt tijd, komt raad. Voor nu, lekker slapen en de geest scherpen. Ik ben er klaar voor.

 

Uncategorized

Wie dan leeft, wie dan zorgt

De straten  buiten glanzen stil in hun verregende asfalt. Het lantaarnlicht geeft er een sprookjesachtige, bijna feeërieke sfeer aan. Af en toe trekken groepjes fietsers langs. Ze hebben grotere silhouetten dan te doen gebruikelijk. Soms ontwaar ik vreemde staketsels, die potsierlijk uitsteken. Het is carnaval en tout feestvierend Nieuwegein trekt vanuit Apestad weer huiswaarts. Hun stemmen klinken opgewonden en schel door drank en plezier, ze buigen zich naar elkaar toe met fiets en al of rijden, achterom kijkend, hun ervaringen uit te wisselen. Vaker nog klinkt er gelach en een tegen elkaar opbieden van sterke verhalen in overtreffende trap. Mijn huis ligt halverwege de route, dus er valt nog veel aan kou, regen en wind te trotseren. Dan kan je beter maar tot vrolijke afleiding overgaan.

De verhalen in mijn hoofd zijn ook gewekt. Ze dwarrelen rond op het toenemende ruisen van de wind door de kier van het rooster. Een gaat, loepzuiver, over een bezoek aan een kledingzaak in Lauwersoog. De trap naar het opkamertje boven, de dure, maar o zo prachtige wollen stof van mantels en jurken, de tassen in de aardetinten, de prijskaartjes die maken dat alleen de vingers verlangend over de stof strijken, maar daarna de pas versnellen. Geen winkel voor ons.

carlijn mensCarlijn Mens

Er is er een die aan mijn moeders slapeloze nachten linkt, mee piekert met haar woelen als ze de pendule van de buren drie uur hoort slaan en zich weer zuchtend omdraait. Ik heb haar slaappatroon geërfd en het is niet altijd onverdeeld even geruststellend.

Weer een ander houdt vooral vast aan de waarde van het cholesterol, die bij het laatste bezoek in mijn bloed gemeten is en gedaald is tot een.  Na samenspraak met de cardioloog werd de cholesterolverlagende tablet van 40 naar 20 milligram terug geschroefd. De lekenarts in mij zegt: ‘Stop maar helemaal met die Atovastatine, want lager dan dit kan bijna niet.’ Wat is de reden van de halvering. Genoeg te piekeren in een nachtelijk uur.

De volgende dient zich aan als een door Facebook aangehaalde herinnering uit het recente verleden, waarbij ik de kinderen zie, die aan het lezen zijn in een prentenboek om de grote tafel. Voortdurend wappert er een tussen uit om het uitgelezen oude boek te ruilen voor een nieuw exemplaar. Opgewonden vertellen ze elkaar de wondere wereld van de magie, laten platen zien, verzinnen verhalen erom heen. Aandachtig volgen ze elkaar of verliezen zich volkomen in het boek. Hier en daar wordt een moeilijk begrip uitgelegd terwijl ze over de tafel heen hangen en het hoofd steunen met een hand. Ze kijken me vol vertrouwen aan, een glimlach en een kwinkslag.

089

Daarna kom ik uit bij de schilderlessen van Koen op de verdwaalde zondagen, waarbij ik moet lachen om zijn staccato aanwijzingen, die ik tegelijkertijd wel braaf opvolg. We tackeren de enorme doeken in de muur en eindelijk durf ik de behouden afmetingen te laten varen. De rol linnen staat nu vooralsnog roerloos en zwijgend in een hoek van de kamer verwijten uit te stralen om het onmachtige dwaze lijf, dat niet meer uit de voeten kon.

Ook deze nacht niet. Drie stappen vooruit en een achteruit. Vannacht is het zo’n achterwaartse tred met benauwdheid en onrust in het hoofd. De dwarrelende stukjes sluiten zich, zodra ze in flarden zijn uitgeschreven, weer op achter hun gedachtedeuren. Voor even tevreden gesteld, omdat ze al wel genoemd zijn. Lijf weet niet helemaal zeker wat er woedt. Is het een beginnende griep door zoonlief vandaag verspreidt, of is het dat ‘een’dje Cholesterol dat langzaam in doemdenken de grootte heeft gekregen van een zwaan. Is het een simpele verkoudheid die zich op werpt of de longen die parten spelen. Mijn grijze lekenhersencellen verlangen naar een warme troostbak en ik geloof dat ik die eerst maar eens ga maken. Daarna zien ik en mijn doemdenkers wel weer verder. Wie dan leeft, wie dan zorgt.

 

Uncategorized

Ze zijn goud waard

‘Dat is niet niks, wat jij de afgelopen tijd hebt meegemaakt’, de openhartige blik keek mij bemoedigend aan. ‘Wat een verhaal’. Het was de juiste sleutel in het gebutste slot, als het op de laatste ziekenhuiservaringen aankwam. Het was mijn moeders zalf op de wonde, zoet als honing, die de sluisdeuren zou open zetten. Ik leunde wat achterover, nam een makkelijke pose aan en stak van wal. Wat een verademing om, buiten mijn meesterlijke huisarts om, nog ergens in dit ziekenhuis mijn ei te mogen leggen. een ei vol ongeloof en opgelopen barsten en een luisterend oor te vinden. Een moederkloek in de gedaante van de cardiologie-verpleegkundige, onder wiens vleugels ik me beschermd en veilig voelde. Ik mocht alles kwijt. Met opgelucht gemoed stond ik ruim vijftig minuten later weer buiten. Wat een engel van begrip.

ziekenhuis

Een andere fijne bijkomstigheid was dat ze de computer naar me toe draaide en alles wat er over mij aan dossier bestond, kon laten zien. De Stent, het hart, de bloedwaarden, de werking van de medicijnen erop, waarbij ze afwegingen maakte van wat goed zou zijn en wat kwaad zou kunnen. Beredeneerd giswerk op hoog niveau met een onderbouwde mening. Het voelde zo weldadig aan. Ineens behoorde de hele ervaring vanaf die schrikwekkende tweede kerstdag weer aan mij toe en aan niemand anders. Daarvoor leek het alsof me de regie was ontzegd over mijn eigen herstel en genezingsproces. Doktoren en assistenten, ECG en Echo-uitvoerders, pillen verstrekkende verpleegkundigen, nachtbrakers waren allemaal langs mijn eigen kleine ziel gelopen die verschrompelde tot het lied der onzichtbaarheid. ‘Zeg maar niets meer’, na diverse pogingen, waarbij nul op rekest was verkregen.

humor hartslag

Werkdruk, onhandigheid, verlegenheid met de situatie, aan alles was alleen de onvolprezen Ricardo op de hartbewaking vanaf het begin de wellevendheid ontstegen en grapte en grolde me een weg door de onzekerheid heen als mens van vlees en bloed. Dat was de strohalm waar ik me bij alle drie de opnames aan vast kon klampen, ook al was het maar voor even.

monitor

Het is een kunst op zich als je in staat bent te luisteren en het is nog wijzer te luisteren tussen de regels door, omdat iemand die aangedaan is nooit met de hele ziel en zaligheid naar buiten zal treden. De angst om weer een geopperd argument weggewuifd te zien worden is groter dan de moed om de opmerking te plaatsen. Liever slik je het in, bang om de kous op je kop te krijgen in een argeloze opmerking dat het reuze mee valt. Stel je voor. Als kwetsbare patiënt met een hoofd vol heen en weer schietende gedachten, voorbij snellende angsthazen, beren op de weg, is elke relativerende opmerking een muur die geplaatst wordt en waar het angstige hijgende hert in zijn ontsnappingspoging hard tegen aan stoot met zijn of haar kop. Leer mij de wereld van de patiënt kennen nu ik er een kort maar heftig loopje mee genomen heb.

023Engelen van begrip

Het is heerlijk om familie en vriendinnen en vrienden te hebben die meedrijven op mijn verontwaardiging en die me inbedden in mijn eigen meewarigheid, er nog eens een schepje bovenop doen, zodat ik mij even kan wentelen en keren. Daarna pak ik zelf de draad weer dapper op. Nu helemaal, met het hart onder de riem van mijn eigen pleegzuster Bloedwijn. Zalvende heelmeesters maken stinkende wonden maar begripvolle pleegzusters helen met een luisterend oor. Ze zijn goud waard.

Uncategorized

Ik leer het wel

In het kader van het dagelijks bewegen en dankzij het feit dat ik weer met de auto uit de voeten kan, besloot ik deze week in ieder geval verre van de flat en haar omgeving te gaan wandelen. Ik kon inmiddels de stoeptegels uittekenen die tijdens mijn kuiertochten zich aan me hadden opgedrongen. Als je eigenlijk te moe bent voor enige activiteit, rest slechts de grond als uitzicht. Stap, stap, stap. Tegel voor tegel, voetje voor voetje. Nu zou ik het anders gaan doen, het over een andere boeg gooien. Zaterdag had ik zin in de Lek, Met het idee dat hochie af, ook weer hochie op, zou betekenen en derhalve te veel gevraagd, besloot ik door te rijden tot een parkeerplaats aan het water zelf. De voorkeuze had ik al gemaakt door bij Vianen rechtsaf te slaan.

IMG_1637.jpg

Het werd mijn eigen slag om Nieuwpoort. Want voor ik het wist was ik al heel wat kilometers Lek verder, eer ik het haventje en de parkeergelegenheid aan het water ontdekte. Wat een mazzel. Met de koele lichtinval van een namiddag werd het een feestelijke ontmoeting in een ijzingwekkend koude wind. Wat een heerlijke plek om te toeven. De mooie oude statige woningen en de kleine knusse oude huisjes er tussenin beloofden alles wat met een aangenaam verpozen te maken had. Ik pikte wat details op, een mooi rasterwerkje op een deur, een etalage met bakeliet en Märklin, een glimp uit het verleden. Het dorpje lag er stil en winklend bij. Ik was de vreemde eend in de bijt. Op de hoger gelegen oevers scheurde de jeugd met hun crossmotoren het verleden aan flarden en verdwenen in de optrekkende avondnevel. Gelaafd en tevreden reed ik terug naar huis. Ik was op mijn queeste naar ruimte en vrijheid al halverwege richting Rotterdam gedwaald.

IMG_1755.jpg

Afgelopen woensdag trok de zon en fluisterde weer de glinstering van het water. Het verlangen was gewekt en mijn neus achterna kwam ik uit in Wijk bij Duurstede en haar ommuurde rust. De dag sloeg stuk in pittige koude, maar ook hier was de aanmeerplek voor de kleine blauwe Prins pal aan het beloftevolle water, waar de nog warme gloed van de late namiddagzon in duizend gouden schitteringen uiteen spatte, terwijl de bleke maan al haar entree aankondigde. Wijk zien is even binnen de muren lopen. Het centrum vermijden en de oude historie snuiven die in kleine plukwolken kwam opdoemen. Kinderstemmen klaterden tegen de oude stadsmuur van het kleine binnenpark op. De huizen leken nog dichter tegen elkaar aangekropen om elkaar met hun rokende schoorstenen, allesbranders en open vuur, te verwarmen tegen de bittere kou. Mijn sjoktred had plaats gemaakt voor een wat fermere pas. De tenen protesteerden tegen een langzame gang en schuurden bij iedere stap ongenoegen uit met tintelingen om plaats te maken voor gevoelloze stompjes onevenwichtigheid. Tijd voor de auto. De Lek had opgeleverd wat ze had beloofd. Gouden einders en glinsterende verstilling.

IMG_1759.jpg

Gisteren trok de Piedpiper (hij heet in het echt anders) van Jits Bakker langs. Landgoed Beerschoten leek me een heerlijke uitdaging nu de zon voor de derde achtereenvolgende dag strak aan de blauwe hemel stond. De kleine Prins was het er mee eens, want hij snorde er lustig op los. Een uurtje wandelen is goed voor 3, 6 kilometer, leerde mijn hartmeter achteraf. Alleen vergat ik in het stille bos met het prachtige gefilterde licht de bejaardengang. Sjok, sjok had plaats gemaakt voor een meer pittig doorstappen. Hart protesteerde niet, dus vormde geen aandachtspunt, pas toen ik stil stond bij een Einzelganger die zich verwonderde om het aantal omgeknakte bomen en de boomklever, die ik gewaar werd achter zijn talmende gestalte, viel de vermoeidheid in. Wat je heen moet, moet je ook weer terug.

025

Voldaan maar moe haalde ik in de avond half tien en daarna was de koek op. Morgen weer een dag. Wat een voordelen telt revalidatie, mits in de juiste dosering. Dat laatste is nog even een dingetje. Maar ik leer het wel. Echt.

Uncategorized

Waar de ergernis eindigt, begint de stilte

Vannacht was de Oude Gracht bevolkt met kraampjes. Er was feest in de stad. De doorgang voor het publiek was maar smal. Passeren was er niet bij. De voorrang bestond uit gratie van het recht van de brutaalste. Ik moest er door want ik wilde naar de tent aan de overkant. Ik werd wakker met een benauwd gevoel en voelde voor het eerst sinds ik gerepareerd was, het hart weer zitten. Fout teken. Bij het analyseren van de droom kwam ik ook uit op mijn gepieker vlak ervoor. Aderen die een braampje kweken waar dan de rommel achter blijft steken. Alle zonden van het leven, randje toast met vette garnalen, stroopwafels, drop, rode wijn en andere cholesterol verhogende angstaanjagendheden. Het idee zwol op tot onaangename grote hoogte. Mag het een onsje minder, die fantasie?

In een gesprek met een goede oude vriend hadden we het over de geneugten des levens gehad en op het inboeten ervan, waar we vroeger of later allemaal mee te maken zouden krijgen. In de droom stonden de gangetjes van de markt op de gracht gelijk aan de vaten zelf. Was de Stent in staat tot een stunt door al het leed te vereffenen. Ik werd onrustig wakker. De stilte van de nacht omsloot me weldadig. Adem in, adem uit en rust.

Ik viste een hoofdbreker uit ‘de Zin’. Lezers reageerden op de column van Diederik van Vleuten uit het vorige nummer, waarin hij een pleidooi hield voor een ministerie van Stilte. Diederik struikelde namelijk over de muzikale decibellen in een Bergens restaurant en later nog een keer over de harde muziek in een strandtentje in de vroege ochtend.

423.jpg

Zijn reagerende lezers beaamden en verwarmden zich aan zijn grief en ze bouwden het binnen een paar regels uit tot alledaagse grondvormen van het vertrappen der stilte. De supermarkt, de modehuizen, de restaurants, de trein, de hotels vormden een tergende bron van geluid tot een van hen het resoluut samenvatte in een overtreffende trap: ‘Overal is herrie’.

Het klonk me op dat moment van lezen, midden in de nacht, gehuld in een perfecte stilte, als een blokkade in de oren. Ik ervaar immers elke dag stilte als ik daar behoefte aan heb. Ik zoek het op. Inderdaad, bij het doen van een boodschap, tijdens het winkelen of reizen, ga ik er bij voorbaat niet vanuit dat dat me stilte oplevert. Integendeel. Ik weet dat het leven in alle toonaarden me tegemoet zal treden. Binnen in het omhulsel dat mijn eigen huis heet en waar de meeste herrie wordt veroorzaakt door mijn eigen binnenruis, trekt weldadige rust op en brengt het een verstilde loomheid.

IMG_1771.jpg

Hoe ga ik om met de veelheid aan geluid dat leven heet. Ik betrek het in mijn denken, ik ga er mee aan de haal met beelden in het hoofd, het vormt verhalen in mijn  ontdekkingswereld, het bruist en geeft ideeën. Ik veer op als ik de stilte van het moment mag verlaten en weer onder de mensen ben, waar het leven haar onverwachte wendingen neemt en de dagen kleurt. Wie ruis, lawaai en herrie als tijdelijk ervaart, als brenger van het nieuws, als onrust waar met het grootste gemak aan te ontsnappen valt, zal stilte in de overtreffende trap ervaren als een zegen, als de tussenruimte die betekenis krijgt door haar omgeving. Bij behoefte aan niets schurk je je in een duinpan, loop je langs een Lekdijk de oneindige uiterwaarden af, trek je door veld en beemd en geniet nog meer van de stilte, vaak eerder binnen handbereik dan je denkt, als je het maar toelaat. Elke storm raast het oog voorbij, iets om stil bij te staan.

IMG_1760.jpg

Waar de ergernis eindigt, begint de stilte.

Uncategorized

Het walhalla van letterlust

‘Koester je boekenballast.’ Deze goede raad komt van Jeroen Vullings in het  Vrij Nederland van deze maand. Na het volgen van KonMari-method, een Japanse opruimgoeroe, die een vuistdikke handleiding had geschreven, kwam hij tot de enige juiste conclusie. Het weggooien van de opruimbijbel zelf, ook al had hij daar achteraf nog spijt van.

Ik koester op mijn beurt de herkenbaarheid.

Ooit heb ik het geprobeerd. Ik had een aantal grote plastic boodschappen verzameld en vulde die, terwijl mijn vingers plank voor plank naliepen. Ik had een denkbeeldig lijstje van vragen gemaakt. Herken ik het boek nog. Heb ik het gelezen. Wat maakte het bij me los. waarom heb ik het bewaard. Dat laatste was niet echt moeilijk. Ik kon geen boek wegdoen. Met de nadruk op kon. Want ergens in de loop der jaren ben ik wel zo ver gekomen, dat ik de ongekoesterde boeken makkelijker van de plank kan schrappen en wat belangrijker is uit mijn hoofd. Ook heb ik het idee, dat ik straks, als ik kleiner moet wonen, toch een aantal zal moeten lozen. Dan is het zaak om zelf die keuze te mogen maken op een rustig moment. Een weloverwogen keuze en een redenering die hout snijdt. Ik kan het wel.

FACADC6B-D417-435A-A985-2C68F10E25A9.jpg

Die tassen raakten vol. Van sommige boeken heb ik nog spijt. de verzamelde werken van Jusuts van effen bijvoorbeeld. Aan de andere kant is het zaak om te bedenken dat er ergens in deze wereld mensen rond lopen die nu verguld zijn met mijn Justus. Dat s ook heel wat waard. De papiershredder ban ik even uit mijn gedachten. Met het recycle principe wordt zelfs dat doembeeld milder.

 

017

Met kleinkinderen naar het kinderboekenmuseum. Mijn allereerste gang daar naaar toe en onmiddellijk verkocht. Als kind zou dat een walhalla zijn geweest voor mij. Een ruimte waar de muren bestaan uit boeken, een papier-geworden  luilekkerland, het walhalla van de lettervreter die in mij school. Deze rijkdom bestond niet toen ik kind was. Ik leerde mijn eigen muren van papier te bouwen. Zonder dat anderen het merkten, trok ik me terug in mijn papieren toren en was urenlang onbereikbaar voor de mensen om me heen. Ik stopte denkbeeldige vingers in mijn oren  in de donkere veilige stilte van het holletje onder de tafel, waar het pluche een muur opwierp tussen mij en mijn moeder, die smeekte om hulp bij de was. Ik dook onder in het vacuüm van laken en wollen prikdeken met als enig hulpmiddel de zaklamp, die schemerige geheimzinnigheid aan mijn verhalen toevoegde. Ik overmeesterde een verlaten plek op zolder tussen de sporen van een verstild verleden en maakte me onzichtbaar voor iedereen.

Het kon ook zomaar gebeuren dat het verhaal me zo in beslag nam, dat ik degene was, die zich losmaakte van de wereld om me heen en hoog boven de werkelijkheid zweefde.

Er liggen er teveel. Kasten vol, planken vol, stapels en rijen dik. Boeken, letters, woorden, leven, lust, liefde, reizen, mijn toen en nu, mijn straks en later.

014

De enige schifting die ik nog wil maken zijn de boeken, waarin ik bleef steken. Het draait dan meer om de hamvraag, waarom dat gebeurde. Wat maakt een verhaal zo, dat ik niet verder kan lezen. Waarom pakt het niet en boeit het niet, waarom lukt het de auteur niet om me aan mijn haren het verhaal in te slepen. Ik die zo’n gemakkelijke prooi ben, als het op verhalen aankomt.

Ik heb nog tijd, al komt een deadline altijd vroeger dan verwacht, weet ik nu. Wist ik al, maar als feiten je om de oren slaan, dan is het besef ten volle. Zoveel tijd is er niet. Kan ik mijn boeken niet re- maar hercyclen met kinderen, vrienden, kennissen en leesminnenden? Anders bouw ik er een walhalla van. Het walhalla van letterlust, woordbouwers, hoofdbrekers, voor ieder die zich er in herkennen kan, met geurende thee en de magische kracht van de verbeelding.

Uncategorized

Eindeloos geduld

Er weer weet hij de weg niet te vinden, dat zandmannetje van weleer. Hoe veilig en vertrouwd maakten ze het voor ons, kinderen. Heerlijk zo’n behoedzame herder over waak en slaap. Zodra er wat zand in de ogen werd gestrooid, was elk leed geleden en gleed je in een diepe, droomloze slaap. Vroeger had ik wel al last van wat haperingen. Als er een nachtmerrie voor de gelukzaligheid schoof of als ik midden in de nacht wakker werd van de ontbossing die gaande was op de jongenskamer en gepaard ging met het nodige gezaag en geronk. klaas vaak

Klaas Vaak via de schoorsteen. ‘Knie en bakerdeuntjes’.

Mijn nachtelijke stokpaarden gingen gepaard met in mootjes gehakte grootvaders in lakens gewikkeld aan het voeteneinde van mijn bed en motorrijders met beroete handen. Het was geen sinecure voor een zesjarige, die dacht de slaap der onschuldigen te kunnen genieten. Ik weet best waar mijn hang naar het ochtendlicht, ofwel mijn angst voor het aardedonker, vandaan komt. In de nachtelijke uren ontspint zich een andere wereld en het ligt aan de gevoeligheid van het moment of je er mee kunt omgaan of niet.

Mijn demonen van deze nacht zijn vragen, die door de kop spoken en al honderden keren hun entree hebben gemaakt bij de desbetreffende persoon. Die, zoals het een goeie nachtmerrie betaamt, in alle toonaarden blijft zwijgen, waardoor en een nieuwe vraag oppopt en weer een en weer een bij herhaling van die stilte.Ik mis mijn slaapmutsje, het mooie volle glas goudeerlijke witte, die afgeserveerd werd door de gezondheidsdemonen als bezwaarlijk in combinatie met de chemische cocktail, waar het lijf voorlopig nog wel even aan onderhevig blijft.

Hoe lang zal het duren voordat ik een vlucht van twee uur overdag niet meer hoeft te bekopen met de naweeën en een lijdzaam rusten op de bedbank, die er voor zorgt dat adrenaline wat doelloos door giert, terwijl er ook een tegenaanval van energievreters de passiviteit aanvinkt en inbedt Waar moet nacht haar slaap vandaan halen bij zoveel strijd of tegenstrijdigheid. De vragen voor de huisarts liggen klaar, bestorven op de lippen. De antwoorden zijn ongewis, maar ik hoop op bijval om de problemen, die nu al een volle maand in de lucht zijn blijven hangen, een plek te kunnen geven. Je niet gehoord voelen is zout in de wonde van de genezing.

009.jpg

De afleiding is er, de zussen doen hun best even als de vele vriendinnen en vrienden, de kinderen, de ontelbare lieve kaarten en tekeningen en de bezweringen dat ik gemist wordt. Wat een warme hartelijkheid en wat een verlangen roept het op. Mijn eerste gang straks, als ik nog wat meer aankan, zal naar school zijn, om ze allemaal even te kunnen knuffelen, Happertje aan Tessa te geven, knellende armen te voelen en het Hallolied van juf Ank uit mijn kop te verdrijven met de echte wereld van het kind, de kinderen, onze kinderen, mijn kinderen.

Ondertussen zijn de oogleden zwaar, was de slok oplos hartverwarmend, zijn er weer een aantal muizelarijen van me af geschreven en is er ruimte voor het nodige vacuüm van de slaap. Ik ga niet wachten tot ie aan de deur klopt. Ik strooi mijn eigen zand wel in de ogen en verdwijn in mijn volmaakte dromenwereld, nog maar eventjes, want over vijf uur komt de hele mallemolen weer op gang, zuchtend en steunend wellicht, maar al gauw in de vaart der volkeren. Van afremmen wordt je bijna nog meer moe, dan van gaan op volle toeren. Even balansen en evenwicht bewaren, spitsroeden lopen op het scherp van de snede in de ruimste zin van het woord, ofwel pas op de plaats en geduld bewaren. Eindeloos geduld

Uncategorized

Haar eigen Tao

Gisteren ging Ruben Terlou op zoek naar de zin van Tao. Hij trekt de bergen in waar veelal jonge idealisten de meerwaarde van een bestaan zoeken. Tijdens een van die tochten ontmoet hij een jonge man, die hem vraagt niet meer te denken en zijn hoofd leeg te maken. Je ziet het Ruben met overtuiging proberen. Even eerlijk zegt hij dan, seconden later, dat het hem niet lukt om te stoppen met denken. Deze eerlijkheid maakt het programma. Niet geveinsd trekt hij de mensen tegemoet. Er wordt niet in effecten en opbrengsten gedacht. Niets  is moeilijker dan een westers hoofd vol gedachten leeg te maken, beaamt de Taoist. Daar gaat vooral tijd overheen.

Bloemen van kerspruim

Als tip geeft hij hem mee om de krachten van de traagheid te omarmen. Dat klinkt als de ziel van de Tao. Het plekje waar ze zaten was van een natuurlijke schoonheid, met een bloeiende prunus en de ruige bergen, de ruisende beek en de allesomvattende stilte. De grote man en de kleine man intens bijeen in een moment. Het verschil met de leerfabriek, waar zijn zoektocht verder ging had niet groter kunnen zijn.

Mijn hart bloedde even vuurrood als de kleding van al die uniforme jeugd op het grote terrein. Ze volgden blindelings de geschreeuwde bevelen op, korte afgemeten woorden die geen individuen dulden, maar strak uitgevoerde handelingen die volstrekt gelijk op gingen. Het arme kleine jongetje van tien jaar, die niet wilde deugen volgens zijn ouders en die zijn vader, ten einde het gamen te stoppen, naar dit heropvoedingskamp had gestuurd, sneed door mijn ziel.

Het zwijgen, het kijken, het niet uit zijn woorden kunnen komen en die eindeloze vraagtekens in zijn ogen kenmerkten het schrijnende verdriet. Zijn hulpvraag , de radeloosheid erin, strekten zich uit tot ver voorbij Ruben, die vertrouwelijk naast hem zat. Het eventuele gevoel om dicht tegen hem aan te kruipen bleef hangen achter de muur van zijn Chinese opvoeding of achter de angst, die hem in deze periode van zijn jonge leventje overvallen was. Op tien jarige leeftijd al te weten dat je je plicht als zoon aan het verzaken bent, kan met gemak ten grondslag liggen aan een verloren leven.

Tao van Poeh - Benjamin Hoff

Het blijft weer, zoals elke aflevering, doorwerken. Ook ik kan niet stoppen met denken over de beelden die net binnen sijpelden, de indrukken die zich vast hebben gezet in mijn hoofd. Ze laten niet los, zelfs niet in bed, zelfs niet na luchtig vermaak daarna, geen Smeris, geen Soof, zelfs geen Lubach, kan veranderen wat zich heeft vastgeklonken aan mijn gedachten. De filosofie bij uitstek. Lao Tse was altijd een van mijn helden geweest in zijn vertolking van het woord tot de opperste oprechtheid van het zijn. Zelfs de gedachte van een Tao-Poehbeer lokte vertedering uit. Nergens ondervond ik meer bescheidenheid in het bestaan, de kracht van de eenvoud, de diepere zin van het zijn dan in de oneindigheid der dingen.

Dat hij, de grote Lao Tse, groots in goud hoog er boven uit torent en  het kamp vertegenwoordigt, is een tegenstrijdigheid die mijlen ver af staat van mijn beleving van deze werkelijkheid. Om met Bertus Aafjes te spreken: ‘God zit niet op een troon van Chroom en nikkel, soms zit hij in een perenboom en merelt, soms staat hij op zijn hoofd in een klein kind’. Alles wat godsdienst verheft tot materialisme dient op een goudschaaltje te worden gewogen!

Genoeg stof tot nadenken en meer van dergelijke zielsverwarmende hoofdbrekens in de stilte van de avondrust, de moede ledematen zijn uitgeblust, maar de geest is geprikkeld. Door het hart van China als een warm bad, dat de gedachte slijpt en scherpt en haar eigen Tao predikt.