Uncategorized

Even geen paraplu meer nodig

Onder moeders paraplu leef ik, zegt de bedrijfsarts. Met een uitstraling van de gedecideerdheid van een juf Ank ijvert ze zich, om voor mij de perceptie van de kwaal ontvankelijker te maken. Daar was die paraplu voor nodig. ‘Onder moeders paraplu liepen eens twee kindjes, Hanneke en Janneke, dat waren dikke vrindjes…’ Ik hield stijf de geboden paraplu van strohalmen vast, waar ze zojuist een aantal beren in de juiste stelling had gebracht en haalde opgelucht adem. Die beren waren gevoeligheden die familiair waren en die garant stonden voor het leggen van knopen in onder andere hart, longen, schildklier en gewrichten. Het was het antwoord op mijn ongeloof, dat een deel van de medische wetenschap nog steeds het lijf in segmenten opdeelde. De afdeling Cardio werkt op een eiland. COPD werd volstrekt buiten het plaatje van de aandoening gehouden. Nu tekende ze een mooie paraplu met daaronder het veld, waar mijn lichaam in woorden samen viel tot een geheel. Weer keek ze me aan met een blik van iemand die de wetenschap in pacht heeft. Ik was Janneke, kleine Janneke en ik hield niet alleen de paraplu, maar ook denkbeeldige Hannes stevig vast.

Bij een waterproject op school, dat ik, nu ik erover nadenk, aan ‘Huppel, de waterdruppel’ had moeten ophangen, verdiepten we ons in de loop van de waterleidingen van school. Op onze blote zomerknieën liepen we de buizen na, die met het blote oog te volgen waren. De kruipruimte werd geopend en met een zaklamp speurden we de ondergrondse gewelven naarstig af naar de loop van het riool. Het was een spannende en avontuurlijke onderneming. Het lied van ‘Onder moeders paraplu’ was de binnenkomer geweest en al gauw waren we ingewijd in de effecten van kletsen, klateren, druppelen, gieten, sproeien, gorgelen, tikken en meer van dat soort dingen waar een heleboel waterdruppels bij elkaar zich voor lenen. Natuurlijk moest een en ander proefondervindelijk ervaren worden. Ik had zes doorzichtige paraplu’s op de kop getikt voor een habbekrats.

Onder hilarische bewondering werden de diverse vormen uitgeprobeerd. Een hogedrukspuit kletterde met verve op de plastic kappen, een gieter gieterde haar vaardigheden er lustig op  los, hoeveel druppels gaan er in een milliliter, met een pipet was klusje zo geklaard. Hoe zachtjes tikt de regen. Onder begeleiding van Rob de Nijs orgelde de plantenspuit het waterconcert mee. Met glimmende regenlaarzen dansten ze een waterballet,  waar Gene Kelly niet in had misstaan. ‘Ik zing in de regen, ik zing in de regen, wat heerlijk is dit en ach, niemand houdt me tegen…'(op de bekende wijs). Daar hadden we de paraplu’s ook voor nodig. Met Acrylverf maakten de kinderen er hun hele eigen versie van waterpret van en het resultaat was verbluffend, vertederend op het podium en ontroerend.

Paraplu’s in Stadskanaal, Willem Caspers

Terwijl ik wacht op de ergometrie, pen ik deze associatie met mijn eigen juffrouw Ank haastig neer. Zonde om aan deze paraplu met mooie herinneringen voorbij te gaan. Straks zit ik op de fiets, waar officieel een looptest was afgesproken, omdat het voor de COPDer in mij moeizamer zou zijn. Hokjes dus. Luisteren naar kleine Janneke is nog een dingetje, daar in Cardioland. Ik fiets mijn longen uit mijn lijf. Hartslag en bloeddruk zijn laag. Een nieuw probleem doemt op. Hoe verhouden medicijnen zich tot elkaar. Daar had juf Ank ook al over gerept. Mijn medicijnencocktails voor hart en longen bevatten elkaars antagonisten. De oorzaak van deze nieuwe ellende wellicht, maar voor nu is het welletjes. Buiten schijnt de zon. Even geen paraplu meer nodig.

3 thoughts on “Even geen paraplu meer nodig

  1. Het lukt mij niet om uit te drukken hoe goed en mooi je dit hebt geschreven, de schijnbaar losse onderdelen tot een eenheid hebt weten te maken. Hier moet je het mee doen, Berna, knap geschreven!

    Liked by 1 person

Comments are closed.