Uncategorized

In eigen tijd en eigen uur

Op de site van het literatuurmuseum vind ik een artikel van de hand van Bregje Hofstede. Ze schrijft over de Algemene Begraafplaats in Bergen waar ze toevallig was en de namen van bekende schrijvers en schilders vond. Tegelijkertijd realiseerde ze zich, bij het graf van Lucebert, dat hier niets terug te vinden was van de schilder zelf. Niets om hem heen, zelfs zijn eigen ontworpen grafsculptuur, roerde haar hart of beroerde de Lucebert in haar. Ik stelde mij zo voor dat het bij vorm en vulling bleef en niet bij voeding. Vindt de dode in het leven. Bregje vindt hem jaren later bij zijn oude verweesde schildersezel in het archief van het literatuur museum en het doet haar denken aan een oude man. In vogelvlucht schiet het aandenken aan verdiende ouderdomstotems aan haar voorbij. Met haar beelden roert ze mij. Zo werkt dat dus. In mijn gedachte sta ik voor die oude schildersezel en voel het gemis aan de rand van het graf, waar alleen die stoffelijkheid ten grave is gedragen. Daar huist de dood, maar niet het leven.

011

Het is een mooie queeste. In het kader van het overlijden van de zanger van onze band zie ik hem overal. In de herinneringen die hij oproept en  losmaakt, de nog bijna warm van leven gevormde verhalen in de grote oude zaal, de wijze waarop hij gedragen wordt door het geroezemoes, de steelse blikken, met als lichtend voorbeeld zijn vrouw en kinderen en het verdrietige leeg in hun ogen. Hij is hier overal in de mensen die met hem zijn opgelopen, leven met hem hebben gedeeld, intens of zijdelings, waar hij betekenis door kreeg en betekenis aan kon geven. In mijn geest staan elk woord en elk gebaar tijdens de optredens, tijdens de oefenavonden in het geheugen gegrift. De onderlijnde tekst is ongeduldig, humorvol, ontroerd, afgemeten, ondeugend, genietend, gemoedelijk. Karakteristiek geven ze gestalte aan zijn persoonlijkheid. Zijn persoonlijkheid voor mij. Voor ieder van ons is men van een verschillende waarde. Dáár is de dode terug te vinden.

Toen de vader van de kinderen zo plotseling wegtrok uit het leven vol van liefde en pijn zochten we jaar en dag naar kleine relikwieën in de nalatenschap van zijn bestaan. We vonden hem in een tafelkleed, dat uit zijn huis vandaan kwam, een kabinet, een armband, een ritueel als hamburgers met sperziebonen en meer nog in de woorden die doorklonken als Koek en Ouwe en in de immer weer tranentrekkende herinnering door de cd’s van Zjef Vanuytsel en Tracey Chapman. Ik vond hem terug in verhalen over morgensterren.  Hij trok met hen langs het grof vuil om een gevonden schat aan een verwaarloosd leven te onttrekken en er voor te zorgen dat het als nieuw de schuur verliet. Zijn verlangen liet zich vangen in beelden van oude Nortons, een vergeelde foto als stille getuige van iets wat een van zijn grootste wensen was geweest. Maar meer nog hervond ik de ruimhartige denker in de kinderen terug. In de manier waarop ze naar het leven kijken en er in wonen, hoe ze delen, samen helen tot de man die hun vormer was.

Ons leed is jaren her, we hebben naast het beeld het gemis gestalte weten te geven, maar wennen doet het nooit. Het open staan voor elke ontmoeting, ook al is het ver over grenzen heen, zorgt ervoor, dat ieder, op den duur, de ezel vindt die bij de dode past.. Op een dag. In eigen tijd en eigen uur.

 

 

 

 

 

One thought on “In eigen tijd en eigen uur

Comments are closed.