Uncategorized

Het walhalla van letterlust

‘Koester je boekenballast.’ Deze goede raad komt van Jeroen Vullings in het  Vrij Nederland van deze maand. Na het volgen van KonMari-method, een Japanse opruimgoeroe, die een vuistdikke handleiding had geschreven, kwam hij tot de enige juiste conclusie. Het weggooien van de opruimbijbel zelf, ook al had hij daar achteraf nog spijt van.

Ik koester op mijn beurt de herkenbaarheid.

Ooit heb ik het geprobeerd. Ik had een aantal grote plastic boodschappen verzameld en vulde die, terwijl mijn vingers plank voor plank naliepen. Ik had een denkbeeldig lijstje van vragen gemaakt. Herken ik het boek nog. Heb ik het gelezen. Wat maakte het bij me los. waarom heb ik het bewaard. Dat laatste was niet echt moeilijk. Ik kon geen boek wegdoen. Met de nadruk op kon. Want ergens in de loop der jaren ben ik wel zo ver gekomen, dat ik de ongekoesterde boeken makkelijker van de plank kan schrappen en wat belangrijker is uit mijn hoofd. Ook heb ik het idee, dat ik straks, als ik kleiner moet wonen, toch een aantal zal moeten lozen. Dan is het zaak om zelf die keuze te mogen maken op een rustig moment. Een weloverwogen keuze en een redenering die hout snijdt. Ik kan het wel.

FACADC6B-D417-435A-A985-2C68F10E25A9.jpg

Die tassen raakten vol. Van sommige boeken heb ik nog spijt. de verzamelde werken van Jusuts van effen bijvoorbeeld. Aan de andere kant is het zaak om te bedenken dat er ergens in deze wereld mensen rond lopen die nu verguld zijn met mijn Justus. Dat s ook heel wat waard. De papiershredder ban ik even uit mijn gedachten. Met het recycle principe wordt zelfs dat doembeeld milder.

 

017

Met kleinkinderen naar het kinderboekenmuseum. Mijn allereerste gang daar naaar toe en onmiddellijk verkocht. Als kind zou dat een walhalla zijn geweest voor mij. Een ruimte waar de muren bestaan uit boeken, een papier-geworden  luilekkerland, het walhalla van de lettervreter die in mij school. Deze rijkdom bestond niet toen ik kind was. Ik leerde mijn eigen muren van papier te bouwen. Zonder dat anderen het merkten, trok ik me terug in mijn papieren toren en was urenlang onbereikbaar voor de mensen om me heen. Ik stopte denkbeeldige vingers in mijn oren  in de donkere veilige stilte van het holletje onder de tafel, waar het pluche een muur opwierp tussen mij en mijn moeder, die smeekte om hulp bij de was. Ik dook onder in het vacuüm van laken en wollen prikdeken met als enig hulpmiddel de zaklamp, die schemerige geheimzinnigheid aan mijn verhalen toevoegde. Ik overmeesterde een verlaten plek op zolder tussen de sporen van een verstild verleden en maakte me onzichtbaar voor iedereen.

Het kon ook zomaar gebeuren dat het verhaal me zo in beslag nam, dat ik degene was, die zich losmaakte van de wereld om me heen en hoog boven de werkelijkheid zweefde.

Er liggen er teveel. Kasten vol, planken vol, stapels en rijen dik. Boeken, letters, woorden, leven, lust, liefde, reizen, mijn toen en nu, mijn straks en later.

014

De enige schifting die ik nog wil maken zijn de boeken, waarin ik bleef steken. Het draait dan meer om de hamvraag, waarom dat gebeurde. Wat maakt een verhaal zo, dat ik niet verder kan lezen. Waarom pakt het niet en boeit het niet, waarom lukt het de auteur niet om me aan mijn haren het verhaal in te slepen. Ik die zo’n gemakkelijke prooi ben, als het op verhalen aankomt.

Ik heb nog tijd, al komt een deadline altijd vroeger dan verwacht, weet ik nu. Wist ik al, maar als feiten je om de oren slaan, dan is het besef ten volle. Zoveel tijd is er niet. Kan ik mijn boeken niet re- maar hercyclen met kinderen, vrienden, kennissen en leesminnenden? Anders bouw ik er een walhalla van. Het walhalla van letterlust, woordbouwers, hoofdbrekers, voor ieder die zich er in herkennen kan, met geurende thee en de magische kracht van de verbeelding.

One thought on “Het walhalla van letterlust

Comments are closed.